Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
|
|
|
- Gabriël Bos
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
2 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002 niet of onvoldoende inhoudelijk is ingegaan op zijn klacht over toezeggingen dan wel gewekte verwachtingen betreffende zijn pensioenrechten in verband met zijn werkzaamheden bij het Proefstation voor de Fruitteelt te Wilhelminadorp; - zijn tijdens het onderzoek naar zijn klacht gestelde vraag op welke wijze de pensioenvoorziening van het personeel bij het Proefstation was geregeld in de periode , niet heeft beantwoord. Beoordeling I. Bevindingen 1. Verzoeker werkte van 1 februari 1956 tot 1 maart 1971 bij het Proefstation voor de Fruitteelt te Wilhelminadorp (hierna ook: Proefstation). Kort voor zijn pensionering in 1997 bleek hem dat zijn pensioenvoorziening in verband met zijn werkzaamheden voor het proefstation niet was zoals hij op grond van mededelingen van de directie van het proefstation destijds, had verwacht. Naar aanleiding van verzoekers brief dienaangaande aan het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 24 februari 2000, deelde het ministerie verzoeker bij brief van 17 april 2000 mee dat voor het personeel van de tuinbouwproefstations bij de overgang in rijksdienst per 1 januari 1979, een pensioengarantieregeling was getroffen maar dat die regeling niet van toepassing was op verzoeker aangezien hij op 1 maart 1971 uit de dienst van het Proefstation voor de Fruitteelt was getreden. Verzoeker liet het ministerie in reactie daarop bij brief van 11 januari 2001 weten waarom hij het met deze zienswijze niet eens was. 2. Bij brief van 18 november 2002 beklaagde verzoeker zich er bij de Nationale ombudsman over dat het bestuur van het Proefstation gewekte verwachtingen aangaande het waardevast maken van zijn bij het Proefstation in de periode van 1 februari 1956 tot 1 maart 1971 opgebouwde pensioen niet was nagekomen. Verzoeker wees daarbij op een brief van 1 december 1965 van de directeur van het Proefstation waarin onder meer werd meegedeeld dat de pensioenrechten van rijksambtenaren kort daarvoor waardevast waren geworden en dat het bestuur van het Proefstation had besloten om de pensioenrechten van het personeel van het Proefstation in overeenstemming te brengen met de pensioenrechten van rijksambtenaren. Verder liet verzoeker weten dat hem bij zijn afscheid van het Proefstation was verzekerd dat de pensioenrechten zouden worden aangepast. Voorts deelde verzoeker mee dat hij van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 17 april 2000 een onbevredigend, want te kort, antwoord had gekregen op zijn brief van 24 februari 2000 waarin hij zijn verwachtingen over zijn
3 3 pensioenrechten gemotiveerd uiteen had gezet. Later voegde verzoeker daaraan toe dat hij op zijn brief van 11 januari 2001 geen antwoord had gekregen. De brief van 18 november 2002 werd op 11 februari 2003 door de Nationale ombudsman ter afhandeling naar de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gezonden. 3. In het kader van het onderzoek naar de klacht vond op 10 juni 2003 een hoorzitting plaats waarbij onder meer aanwezig was de vertrouwenspersoon van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die over de klacht advies diende uit te brengen aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat verzoeker tijdens de hoorzitting de gelegenheid heeft gekregen zijn klacht nader toe te lichten. 4. Op 30 juni 2003 stelde de vertrouwenspersoon schriftelijk vragen aan de directeur Personeel en Organisatie van het ministerie. De directeur reageerde hierop bij brief van 11 augustus Van deze brieven ontving verzoeker een afschrift waarbij hij in de gelegenheid werd gesteld te reageren op het standpunt van de directeur. Verzoeker reageerde bij brief van 5 september In zijn brief stelde hij onder meer dat hem uit de brief van de directeur niet duidelijk werd wat de pensioenpositie van het personeel van het Proefstation was geweest in de periode Vervolgens stelde de vertrouwenspersoon schriftelijk vragen, waaronder de vraag over de pensioenpositie van het personeel van het Proefstation in de periode , aan de directeur op 23 september Deze brief werd door de directeur beantwoord op 28 oktober Ook van deze brieven ontving verzoeker een afschrift. 6. Op 3 november 2003 bracht de vertrouwenspersoon schriftelijk advies uit aan de minister. In dit advies wordt, voor zover hier van belang, het volgende overwogen: "De vertrouwenspersoon heeft zich op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting afgevraagd of de Minister voor de privatisering (per juni 2001; N.o.) op enige grond was gehouden het bij het PFW opgebouwde pensioen waardevast te maken, althans te indexeren en dus of dat thans mogelijk geldt voor de huidige rechtsopvolger van het PFW, DLO/PPO. Een wettelijke of pensioenreglementaire reden daarvoor heeft hij niet kunnen constateren. Blijft over de vraag of er in rechte te honoreren verwachtingen zijn gewekt of zelfs ondubbelzinnige, bevoegdelijk gedane toezeggingen zijn gedaan die tot de privatisering van PPO bindend waren voor de Minister en thans dus mogelijk voor DLO/PPO. De vertrouwenspersoon heeft ondanks klagers beweringen noch het één, noch het ander kunnen vaststellen. ( )
4 4 Gezien het relaas van klager, waarin hij gewag maakt van het wekken van sterke verwachtingen dat het opgebouwde pensioen op zijn minst waardevast zou zijn, had volgens de vertrouwenspersoon bovendien niet mogen worden volstaan met de enkele mededeling dat meergenoemde pensioengarantieregeling niet van toepassing is. Op zijn minst had beklaagdes directie kunnen ingaan op genoemde sterke verwachtingen, nog daargelaten dat de vertrouwenspersoon die niet in rechte afdwingbaar acht. De brief van 17 april 2000 acht hij dan ook onzorgvuldig." 7. Bij brief van 18 november 2003 handelde de minister verzoekers klacht van 18 november 2002 als volgt af: Van de Nationale ombudsman heb ik enige geleden een klaagschrift van u ontvangen. Uw klacht betreft het niet nakomen van volgens u gedane toezeggingen over pensioenrechten, de wijze van beantwoorden van een brief van 24 februari 2000 en het niet beantwoorden van een brief van 11 januari 2001 aan de directie Personeel en Organisatie van mijn ministerie. Weliswaar bent u geen medewerker geweest, maar u heeft recht op een zorgvuldige behandeling. Vandaar dat uw klaagschrift voor advies is voorgelegd aan de voor klachten van (ex-) medewerkers benoemde Vertrouwenspersoon LNV. De Algemene klachtenregeling medewerkers LNV is van overeenkomstige toepassing. Met het advies kan ik mij verenigen. Ik betreur dat het antwoord op uw brief van 24 februari 2000 niet zorgvuldig is geweest. 8. In zijn reactie van 5 oktober 2004 op de klacht deelde de minister onder meer mee dat in de interne klachtprocedure uitgebreid was ingegaan op verzoekers klacht en dat de op de klacht betrekking hebbende stukken telkens aan verzoeker waren gezonden, ter informatie dan wel ter commentaar. Omdat het advies als bijlage bij de klachtafhandelingsbrief was meegezonden, maakte het als zodanig deel uit van de klachtafhandelingsbrief. De minister was van mening dat hij wel inhoudelijk was ingegaan op de klacht en voegde daaraan toe dat men had getracht om zo volledig mogelijk verzoekers vragen te beantwoorden. Hij vond daarom dat hij de klacht behoorlijk had behandeld en achtte de klacht ongegrond. II. Beoordeling 9. Het motiveringsvereiste houdt in dat het handelen van bestuursorganen feitelijk en logisch wordt gedragen door een kenbare motivering. Het motiveringsvereiste impliceert dat een bestuursorgaan in de afhandelingsbrief naar aanleiding van een klacht op alle klachtonderdelen dient in te gaan, tenzij er bijzondere redenen kunnen worden aangegeven om dat niet te doen. De minister gaat in zijn klachtafhandelingsbrief van 18 november 2003 niet op alle klachtonderdelen in, maar verwijst naar het bij de brief gevoegde advies van de
5 5 vertrouwenspersoon. In beginsel is dit geen bezwaar, mits zo een advies voldoet aan de daaraan te stellen eis dat in het advies alle relevante feiten, omstandigheden en argumenten betrokken worden, zodat recht wordt gedaan aan de visie van de klager. 10. De Nationale ombudsman constateert dat de vertrouwenspersoon in zijn advies ten aanzien van verzoekers pensioenrechten heeft geconcludeerd dat er geen wettelijke of pensioenreglementaire redenen zijn op grond waarvan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit alsnog gehouden was om het pensioen waardevast te maken. Ook constateert de Nationale ombudsman dat de vertrouwenspersoon heeft geconcludeerd dat er jegens verzoeker geen rechtens te honoreren verwachtingen zijn gewekt of zelfs bevoegdelijk ondubbelzinnig toezeggingen zijn gedaan. De Nationale ombudsman constateert echter ook dat uit het advies niet blijkt op welke bevindingen en overwegingen deze conclusies zijn gebaseerd, alsook dat de vertrouwenspersoon niet inhoudelijk is ingegaan op de verwachtingen die verzoeker koestert ten aanzien van zijn bij het Proefstation opgebouwde pensioenrechten. Verder constateert de Nationale ombudsman dat in het advies niet wordt ingegaan op verzoekers vraag op welke wijze de pensioenvoorziening van het personeel bij het Proefstation was geregeld in de periode Het advies voldoet daarmee niet aan de daaraan te stellen eisen, hetgeen betekent dat de minister in zijn klachtafhandelingsbrief niet kon volstaan met een enkele verwijzing naar het advies van de vertrouwenspersoon, maar had moeten ingaan op voornoemde punten. Nu dit niet is gebeurd, voldoet de klachtafhandeling niet aan het motiveringsvereiste. De onderzochte gedraging is niet behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is gegrond wegens schending van het motiveringsvereiste. AANBEVELING De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt in overweging gegeven te bevorderen dat verzoeker alsnog een klachtafhandelingsbrief wordt gezonden waarin wordt ingegaan op de verwachtingen die verzoeker blijkens zijn brief van 24 februari 2000 koestert ten aanzien van zijn bij het Proefstation voor de Fruitteelt te Wilhelminadorp opgebouwde pensioen en op zijn vraag op welke wijze de pensioenvoorziening van het personeel bij het Proefstation was geregeld in de periode Onderzoek
6 6 Op 24 maart 2004 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Middelburg, met een klacht over een gedraging van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Naar deze gedraging werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Verzoeker maakte van die gelegenheid geen gebruik. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De reactie van verzoeker gaf geen aanleiding het verslag te wijzigen. De minister van LNV gaf gaf binnen de gestelde termijn geen reactie. Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie: Brief van 1 december 1965 van de directeur van het Proefstation voor de Fruitteelt te Wilhelminadorp (Proefstation) aan verzoeker; Brief van 24 februari 2000 van verzoeker aan het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM); Brief van 17 april 2000 van de directie Personeel en Organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan verzoeker; 4. Brief van 18 november 2002 van verzoeker aan de Nationale ombudsman; 5. Verslag van de hoorzitting door de vertrouwenspersoon van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 juni 2003; 6. Brief van 30 juni 2003 van de vertrouwenspersoon van het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit aan de de directeur Personeel en Organisatie van het ministerie. 7. Brief van 11 augustus 2003 van de plaatsvervangend directeur Personeel en Organisatie aan de vertrouwenspersoon; 8. Brief van 5 september 2003 van verzoeker aan de vertrouwenspersoon;
7 7 9. Brief van 23 september 2003 van de vertrouwenspersoon aan de directeur Personeel en Organisatie; 10. Brief van 28 oktober 2003 van de directeur Personeel en Organisatie aan de vertrouwenspersoon; 11. Advies van de vertrouwenspersoon van 3 november 2003 aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; 12. Klachtafhandelingsbrief van 18 november 2003 van de minister Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan verzoeker; 13. Verzoekschrift aan de Nationale ombudsman van 25 februari 2004; 14. Aanvullende informatie van verzoeker aan de Nationale ombudsman van 23 maart 2004; 15. Reactie van 5 oktober 2004 van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op de klacht van verzoeker. Bevindingen Zie onder Beoordeling. Achtergrond
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:
Rapport. Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298
Rapport Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Welzijns- en Gezondheidszorg Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening heeft geweigerd het
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Rapport. Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353
Rapport Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353 2 Klacht Op 1 mei 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Zutphen, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Ondernemingen
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Rapport. Klacht over UWVWerkbedrijf uit Groningen. Datum: Rapportnummer:
Rapport Klacht over UWVWerkbedrijf uit Groningen. Datum: Rapportnummer: 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te Groningen bij de klachtafwikkeling niet
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Rapport. Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
Rapport Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn sollicitatiebrief van 6 maart 2000 heeft behandeld. Hij
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn bezwaarschrift tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag niet als zodanig heeft aangemerkt, maar als mutatie in behandeling
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met
Rapport. Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
Rapport Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) zonder hem daarover te informeren zijn
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/280
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/280 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het college van burgemeester en wethouders van Haarlem: 1. gegevens met betrekking tot haar persoonlijke omstandigheden
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Rapport. Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073
Rapport Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073 2 Klacht DE ONDERZOCHTE GEDRAGING Het in strijd met het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht niet informeren van betrokkene over de mogelijkheid
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hem
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat Bureau Jeugdzorg Zeeland: hem niet heeft betrokken bij de totstandkoming van het indicatiebesluit dat is opgesteld met betrekking tot zijn minderjarige kind;
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162
Rapport Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht op 6 mei 2006 hebben gereageerd op zijn verzoek om
Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk Datum: 27 december 2011 Rapportnummer: 2011/365 2 Klacht Verzoekster
Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203
Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat er op zijn klacht van 10 februari 2008, tot het moment dat hij zich op 15 juli 2008 tot de Nationale ombudsman wendde, nog steeds niet is beslist door de
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368
Rapport Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Zuid hem na zijn aanhouding op 20 mei 2005
Zij klaagt er voorts over dat de SVB de schade en kosten die het gevolg waren van de werkwijze van de SVB niet aan haar wil vergoeden.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vestiging Breda het over 2006 van haar teruggevorderde en door haar in 2006 ook terugbetaalde bedrag aan Anw-uitkering
Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5
RAPPORT 2007/0087, NATIONALE OMBUDSMAN, 8 MEI 2007 Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5 SAMENVATTING Verzoeker was in 1988 door de kantonrechter veroordeeld
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163
Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep):
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep): 1. haar in 2007 per e-mailbericht onjuiste informatie heeft verstrekt over haar rechten met betrekking tot de OV-Studentenkaart;
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
