Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
|
|
|
- Hidde Baert
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
2 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de Raad voor Rechtsbijstand te 's-hertogenbosch. De Nationale ombudsman vroeg betrokkene na ontvangst van het verzoekschrift om nadere informatie. Op 11 september 1997 werd naar de gedraging een onderzoek ingesteld. Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd: Verzoeker klaagt erover dat de Raad voor Rechtsbijstand te 'shertogenbosch: - hem informatie onthoudt over de afdoening van zijn klacht van 29september 1996, inhoudende dat zijn tegenpartij in een civiele procedure ten onrechte in aanmerking is gebracht voor gefinancierde rechtshulp; - van hem heeft verlangd uittreksels uit de kadastrale registratie over te leggen ter onderbouwing van zijn stelling dat zijn tegenpartij ten onrechte gefinancierde rechtshulp kreeg. Verzoeker meent dat het op de weg van de Raad voor Rechtsbijstand lag om de uittreksels in het kader van zijn onderzoek op te vragen, en dat de Raad in ieder geval aan hem de voor het opvragen van de uittreksels gemaakte kosten dient te vergoeden. ACHTERGROND 1. Artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht luidt als volgt: "-1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. -2. Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.". 2. De Raad voor Rechtsbijstand is een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Onderzoek In het kader van het onderzoek werd de Raad voor Rechtsbijstand te 's-hertogenbosch verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De Raad voor Rechtsbijstand deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen. Verzoeker berichtte aanvankelijk dat
3 3 het verslag hem aanleiding gaf tot het maken van opmerkingen. In het daaropvolgend telefoongesprek tussen verzoeker en een medewerker van het Bureau Nationale ombudsman deelde verzoeker vervolgens mee dat hij zich alsnog met de inhoud van het verslag kon verenigen. Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt: 1. De feiten 1.1. Verzoeker wendde zich op 29 september 1996 schriftelijk tot de Raad voor Rechtsbijstand te 's-hertogenbosch (hierna ook: de Raad). In zijn brief maakte verzoeker er melding van dat zijn ex-echtgenote zijns inziens al een aantal jaren ten onrechte gebruik maakte van kostenloze rechtsbijstand. Hij tekende onder meer aan dat zij (mede)-eigenaar was van twee woningen, en daardoor vermogend was De Raad antwoordde verzoeker op 19 november 1996 met de volgende brief: "...Uw bovenvermeld schrijven aangaande toevoegingen die naar uw mening ten onrechte verstrekt zijn aan H. (verzoekers ex-echtgenote; N.o.) ontvingen wij in goede orde. U deelt daarin onder meer mede dat volgens u H. (mede) eigenaar is van een tweetal panden. Teneinde dit onderdeel te kunnen laten zijn van een mogelijk onderzoek verzoek ik u uittreksels uit het kadaster te overleggen. Over het verloop van het onderzoek zult u niet geinformeerd worden nu de wettelijk vastgelegde geheimhoudingsplicht van de medewerkers van de Raad voor Rechtsbijstand zich hiertegen verzet..." In reactie hierop zond verzoeker de Raad op 13 januari 1997 de gevraagde uittreksels uit het kadaster. Hij verzocht de Raad de kosten voor deze uittreksels ad. fl. 42, -- per omgaande aan hem te voldoen Op deze brief ontving verzoeker geen reactie, waarna hij zich op 5 maart 1997 tot de Nationale ombudsman wendde met de onderhavige klacht. 2. Het standpunt van verzoeker Verzoekers standpunt staat samengevat weergegeven onder KLACHT. 3. Het standpunt van de Raad voor Rechtsbijstand De Raad voor Rechtsbijstand te 's-hertogenbosch zond zijn reactie op 9 oktober 1997 aan de Nationale ombudsman. Deze reactie luidde als volgt: "Naar aanleiding van uw schrijven de dato 11 september 1997 reik ik u hierbij aan de reactie van de Raad voor Rechtsbijstand op de door de heer F. (verzoeker; N.o.) bij u gedeponeerde klacht. Gemakshalve heb ik bij de beantwoording een tweedeling aangebracht, te weten het onderdeel van de klacht aangaande a. de vergoeding van de uittreksels uit de kadastrale registratie, en b. het niet informeren van klager over de afdoening van zijn klacht d.d. 29 september ad a. De Raden voor Rechtsbijstand hebben de wettelijke opdracht zorg te dragen voor een deugdelijke uitvoering van de Wet Rechtsbijstand (WRB) zoals deze geldt per 1 januari Op jaarbasis worden in het
4 4 kader hiervan gemiddeld toevoegbesluiten door de Raad voor Rechtsbijstand te 's-hertogenbosch genomen. Tot haar taken rekent de Raad eveneens het tegengaan van oneigenlijk gebruik en misbruik van deze rechtsbijstandsvoorziening. In het kader hiervan behandelt zij eveneens klachten over verondersteld- oneigenlijk gebruik en misbruik. Om na te gaan ofer reden bestaat verstrekte toevoegingen te beëindigen, in te trekken of te weigeren dient onomstotelijk vast te staan dat in concrete gevallen onvolledige danwel onjuiste informatie door een rechtzoekende aan de Raad is verstrekt. Aan een eventuele klachtbehandeling wordt dan ook de voorwaarde gesteld dat in concreto wordt aangegeven en onderbouwd waaruit het oneigenlijke casu quo het misbruik bestaat. Nu in het schrijven de dato 29 september 1996 van de heer F. geen adstructie van zijn stellingen aangaande het bezit van onroerende zaken van zijn ex-echtgenote werd gegeven is in het licht hiervan het verzoek om toezending van de kadastrale gegevens verzocht teneinde te kunnen beoordelen of de klacht enige grond bevatte. De kosten hiervan komen naar de mening van de Raad voor Rechtsbijstand voor rekening van de klager nu van de Raad niet kan worden verwacht dat in het kader van een zorgvuldige klachtbehandeling, ook jegens de beklaagde, op louter mededelingen van derden zonder nadere onderbouwing een onderzoek ter hand wordt genomen. Dit klemt te meer indien de klacht gericht is jegens voormalige echtelieden casu quo partners. ad b. Bij een aanvraag om toevoeging dient door de rechtzoekende naast gegevens omtrent de aard van de zaak, een Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen te worden overgelegd op welke Verklaring de personalia en de financiële gegevens van rechtzoekende staan vermeld. De Raad beschouwt deze gegevens als vertrouwelijke gegevens die ook als zodanig behandeld dienen te worden. Om dat te verzekeren legt artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht een geheimhoudingsplicht op aan allen die betrokken zijn bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan zulks met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van degene wier gegevens worden verstrekt. Op grond hiervan is de Raad van mening dat elke mededeling aan een derde omtrent het al dan niet verstrekken van gefinancierde rechtsbijstand aan een persoon danwel over gegevens die ten grondslag hebben gelegen aan een dergelijke beslissing een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de rechtzoekende betreft. Hieronder is eveneens te begrijpen elke mededeling aan een persoon waaruit deze afloop van het onderzoek ter kennis komt en daardoor enige indicatie krijgt over de correctheid van zijn melding." 4. Nadere reactie van verzoeker Verzoeker werd in de gelegenheid gesteld om commentaar te geven op de brief van de Raad. Hij deelde in een brief van 11 november 1997 onder meer mee dat het zijns inziens niet juist was dat de Raad hem er pas nu op wees dat hij klaarblijkelijk een klachtprocedure hanteerde, waarbij verzoeker zijn stellingen diende te onderbouwen. Hij bracht naar voren dat de Raad hem deze mededeling ook eerder had kunnen doen. Voorts tekende hij aan dat hij dan bijvoorbeeld een beschikking van de rechter in de echtscheidingsprocedure van hem en zijn echtgenote had kunnen overleggen, waarin gegevens over het vermogen van zijn ex-vrouw staan vermeld. Verder
5 5 vond hij het niet juist dat de Raad een beroep deed op het geheimhoudingsartikel uit de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker bracht in dit verband naar voren dat eventuele frauduleuze handelingen van zijn ex-echtgenote ook hem aangingen: een en ander was immers van invloed op de mogelijkheden van zijn ex-echtgenote om te procederen. Beoordeling 1. Ten aanzien van het onthouden van informatie 1. Verzoeker klaagt er in de eerste plaats over dat de Raad voor Rechtsbijstand te 'shertogenbosch hem informatie heeft onthouden over de afdoening van zijn klacht van 29september 1996, inhoudende dat zijn tegenpartij in een civiele procedure ten onrechte in aanmerking is gebracht voor gefinancierde rechtshulp. 2. De Raad bracht ter zake naar voren dat de geheimhoudingsplicht ex artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht verhinderde dat (vertrouwelijke financiële) gegevens omtrent zijn ex-echtgenote aan verzoeker werden verstrekt. De Raad stelde zich op het standpunt dat ook een mededeling aan een persoon (in dit geval verzoeker) waaruit deze de afloop verneemt van een onderzoek naar aanleiding van een door hem gedane melding van oneigenlijk gebruik en misbruik, en waardoor deze persoon enige indicatie krijgt over de correctheid van zijn melding, een ongeoorloofde inbreuk betreft op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene (in dit geval verzoekers ex-echtgenote). 3. Voor zover de Raad heeft geweigerd om aan verzoeker informatie te verstrekken met betrekking tot de financiële gegevens van zijn ex-echtgenote, was dit niet onjuist, gelet op het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van verzoekers ex-echtgenote. In dit verband is het evenmin onjuist dat geen mededeling is gedaan omtrent de afloop van het onderzoek: ook dit zou een inbreuk hebben betekend op de persoonlijke levenssfeer van verzoekers ex-echtgenote. In zoverre is de onderzochte gedraging dan ook behoorlijk. II. Ten aanzien van het vragen om uittreksels uit het kadaster 1. Verzoeker klaagt er voorts over dat de Raad voor Rechtsbijstand hem heeft gevraagd om uittreksels uit de kadastrale registratie over te leggen ter onderbouwing van zijn stelling dat zijn tegenpartij ten onrechte gefinancierde rechtshulp kreeg. Verzoeker meende dat het op de weg van de Raad voor Rechtsbijstand lag om de uittreksels in het kader van zijn onderzoek op te vragen. Daarnaast meende hij dat de Raad hem in ieder geval de voor het opvragen van de uittreksels gemaakte kosten diende te vergoeden. 2. De Raad merkte ten aanzien van dit klachtonderdeel op dat hij niet zonder meer klachten over mogelijk misbruik in behandeling kan nemen, maar dat het aan een klager is om een onderbouwing van zijn stellingen te verzorgen. Ook eventuele financiële gevolgen dienen daarbij volgens de Raad voor rekening van de klager te komen. 3. Het standpunt van de Raad is op dit punt niet onjuist. Verzoeker stelde in zijn brief van 29 september 1996 aan de Raad voor Rechtsbijstand dat zijn ex-vrouw ten onrechte een
6 6 beroep deed op gefinancierde rechtshulp, onder meer omdat zij (mede) eigenaar was van twee woningen, en daardoor vermogend was. Van de Raad voor Rechtsbijstand kan èn mag niet worden verwacht dat hij naar aanleiding van een melding van een burger, waarbij geen nadere gegevens zijn verstrekt, zonder meer een onderzoek start naar mogelijk misbruik. In zoverre was het dan ook niet onjuist dat de Raad verzoeker vroeg om zijn stelling met betrekking tot de vermeende vermogenssituatie van zijn ex-vrouw nader te onderbouwen. Aangezien uittreksels uit het kadaster een deugdelijke onderbouwing kunnen zijn voor een dergelijke stelling, was het evenmin onjuist om verzoeker te vragen om juist die gegevens over te leggen. In zoverre is de onderzochte gedraging behoorlijk. 4. Het was evenmin onjuist dat de Raad verzoeker niet de gemaakte kosten wilde vergoeden: nu verzoeker degene was die stelde dat zijn ex-vrouw de (mede)eigendom had over een tweetal woningen, was het aan hem om deze stelling deugdelijk te onderbouwen. Eventuele kosten die hieraan waren verbonden, dienden dan ook voor zijn rekening te komen. In zoverre is de onderzochte gedraging eveneens behoorlijk. 5. Het was overigens niet juist dat de Raad dit laatste niet aan verzoeker heeft meegedeeld. Van de Raad had mogen worden verwacht dat hij verzoeker er in de brief van 19 november 1996, waarin de Raad expliciet verzocht om de bewuste uittreksels over te leggen, ophad gewezen dat hieraan kosten waren verbonden, en dat de Raad deze kosten niet zou vergoeden. Op die manier zou verzoeker, voordat hij de uittreksels zou opvragen, hebben geweten waar hij aan toe was, en had hij (bijvoorbeeld) alsnog kunnen besluiten om de uittreksels niet op te vragen, en zijn melding op een andere wijze te onderbouwen. Het is evenmin juist dat de Raad verzoeker geen reactie heeft gezonden op de brief van 13 januari 1997 waarin hij om vergoeding van de gemaakte kosten vroeg. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Raad voor Rechtsbijstand te 's-hertogenbosch is niet gegrond.
Rapport. Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
Rapport Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) zonder hem daarover te informeren zijn
Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401
Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende
Rapport. Datum: 31 december 2002 Rapportnummer: 2002/399
Rapport Datum: 31 december 2002 Rapportnummer: 2002/399 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat UWV Gak, kantoor Breda, haar niet die informatie heeft verstrekt, die zij nodig acht om te kunnen berekenen
Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065
Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens. Datum: 29 december Rapportnummer: 2011/368
Rapport Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens Datum: 29 december 2011 Rapportnummer: 2011/368 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College bescherming persoonsgegevens
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:
Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203
Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
Rapport. Datum: 27 mei 1998 Rapportnummer: 1998/191
Rapport Datum: 27 mei 1998 Rapportnummer: 1998/191 2 Klacht Op 26 januari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Bonn (Duitsland) met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257 2 Klacht Op 3 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer O. te 's-hertogenbosch, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298
Rapport Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Welzijns- en Gezondheidszorg Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening heeft geweigerd het
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197
Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel
Rapport. Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149
Rapport Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) hem onheus heeft bejegend toen hij begin mei 2006
Rapport. Datum: 23 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/333
Rapport Datum: 23 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/333 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat: 1. de Dienst Wegverkeer (RDW) hem pas in augustus 2000 een formulier heeft toegezonden ten behoeve van de beëindiging
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
Rapport. Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100
Rapport Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100 2 Klacht Op 29 oktober 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te Best, ingediend door mr. P.N. van Schaik, advocaat en
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn bezwaarschrift tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag niet als zodanig heeft aangemerkt, maar als mutatie in behandeling
Rapport. Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216
Rapport Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216 2 Klacht Op 23 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Obbicht, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Centrale
Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401
Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003
Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163
Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur
Rapport. Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162
Rapport Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht op 6 mei 2006 hebben gereageerd op zijn verzoek om
Rapport. Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026
Rapport Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet bereid is om hem ter zake van de afkoop van een lijfrenteverzekering een vrijwaringsbewijs
Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092
Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 23 december 2004 Rapportnummer: 2004/489
Rapport Datum: 23 december 2004 Rapportnummer: 2004/489 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de gemeente Tilburg zijn verzoek om vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt in verband met een verstopping
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat Bureau Jeugdzorg Zeeland: hem niet heeft betrokken bij de totstandkoming van het indicatiebesluit dat is opgesteld met betrekking tot zijn minderjarige kind;
Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237
Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag
Rapport. Datum: 29 november 2001 Rapportnummer: 2001/374
Rapport Datum: 29 november 2001 Rapportnummer: 2001/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Noord onvoldoende onderzoek heeft verricht naar aanleiding van zijn aangifte
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
Rapport. Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126
Rapport Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126 2 Klacht Op 20 augustus 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer P. te Oud Alblas, met een klacht over een gedraging van Gak
Rapport. Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097
Rapport Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097 2 Klacht Verzoeker kan zijn Nederlandse rijbewijs in Spanje niet omwisselen
