Rapport. Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216
|
|
|
- Vera Pauwels
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216
2 2 Klacht Op 23 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Obbicht, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie Apeldoorn. Verzoeker had zich al eerder, bij brief van 5augustus 1997, tot de Nationale ombudsman gewend. Zijn verzoek voldeed toen echter niet aan het kenbaarheidvereiste als neergelegd in artikel 12, tweede lid van de Wet Nationale ombudsman, zodat het niet in onderzoek werd genomen. Naar aanleiding van verzoekers brief van 21 september 1997 werd naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Financiën, een onderzoek ingesteld. Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd: Verzoeker klaagt er over dat de Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie Apeldoorn de door hem omstreeks 20 juni 1997 verstuurde machtiging tot automatische incasso van de voorlopige aanslag vermogensbelasting 1997 niet heeft geaccepteerd voor de vanaf 28 juli 1997 opkomende termijnen. Achtergrond Voor de betaling van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en voorlopige aanslagen vermogensbelasting biedt de Belastingdienst belastingplichtigen de mogelijkheid om dit te doen door middel van automatische incasso. De belastingplichtige moet dan een machtiging aan de Belastingdienst verstrekken. Een door de belastingplichtige in te vullen machtiging wordt met het aanslagbiljet van de voorlopige aanslag meegestuurd. De toelichting bij deze machtiging vastgesteld bij besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 15 juli 1994, nr. PH54/104 vermeldt het volgende: "Waarom deze machtiging U ontvangt deze machtiging bij een voorlopige aanslag. Die aanslag kunt u in een aantal termijnen voldoen. Dat kan met acceptgiro's. Maar u kunt de Belastingdienst ook machtigen. Het maandbedrag wordt dan pas op het laatst mogelijke moment afgeschreven, dus u lijdt geen onnodig renteverlies en u heeft geen extra kosten. Makkelijker kan niet. (...) Hoe gebruik maken van de machtigingscheur het formulier af, vul het in en stuur het terug in de bijgesloten envelop. Een postzegel is niet nodig. Als de machtiging uiterlijk 14 dagen voor het vervallen van een termijn bij de Belastingdienst binnen is, worden vanaf die termijn de termijnbedragen automatisch afgeschreven. (...) Meer informatieop de achterkant staat meer informatie over machtigen van de Belastingdienst." Op de achterzijde van de toelichting is het volgende vermeld: "Voor de goede orde Er zijn situaties waarin de Belastingdienst geen gebruik (meer) maakt van uw machtiging. Het gaat om de volgende situaties: - Na de laatste vervaldag van de voorlopige aanslag. - Als het driemaal niet mogelijk was het termijnbedrag automatisch af te schrijven van uw rekening. - Als u een verzoek om vermindering, uitstel of kwijtschelding heeft ingediend. - Als zich een bijzondere situatie
3 3 zich voordoet, zoals faillissement. - Als u in het verleden de mogelijkheid tot automatisch betalen aan de Belastingdienst onjuist heeft gebruikt. - Als u de machtiging verleent nadat één of meer termijnen zijn vervallen en u heeft de vervallen termijnen nog niet (volledig) betaald. - Als de bank niet instemt met de automatische afschrijving. Als de Belastingdienst geen gebruik (meer) maakt van uw machtiging, ontvangt u daarvan bericht. U moet dan wel zelf zorgen voor tijdige betaling." Onderzoek In het kader van het onderzoek werd de Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De reactie van verzoeker gaf aanleiding het verslag aan te vullen. De Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie gaf binnen de gestelde termijn geen reactie. Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt: 1. Feiten 1.1. Met dagtekening 31 januari 1997 legde de Belastingdienst Particulieren Heerlen, vestiging Sittard (hierna: de Belastingdienst) aan verzoeker de voorlopige aanslag vermogensbelasting 1997 op ten bedrage van f 544,00. De eerste termijn van deze aanslag diende op 28 februari 1997 te zijn betaald. De tweede en de volgende termijnen op de 28e van elke volgende maand Op 26 mei 1997 verstuurde de Belastingdienst aan verzoeker een aanmaning ter zake van de voorlopige aanslag vermogensbelasting Verzoeker had ten aanzien van de op dat moment verstreken termijnen van deze aanslag een betalingsachterstand van f57,34. De kosten van de aanmaning bedroegen f Op 9 juni 1997 ontving de Belastingdienst van verzoeker een betaling van f 57,34 ter zake van de voorlopige aanslag vermogensbelasting De Belastingdienst boekte van deze betaling op de aanslag f 47,34 af en f 10 op de aanmaningskosten De Belastingdienst verstuurde op 16 juni 1997 aan verzoeker de aanmaning voor de inning van f 59,00 ter zake van de voorlopige aanslag vermogensbelasting De aanmaningskosten bedroegen f Op 20 juni 1997 ontving de Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie (hierna: het Cba) van verzoeker de door hem ingevulde machtiging voor de betaling van de resterende termijnen van de voorlopige aanslag vermogensbelasting 1997.
4 Op 1 juli 1997 zond de Cba verzoeker de volgende mededeling: "...U wilt de Belastingdienst machtigen om de verschuldigde termijnen van uw aanslag vermogensbelasting 1997 van uw rekening (...) af te schrijven. Omdat niet aan de voorwaarden die worden gesteld bij het automatisch afschrijven is voldaan, wordt uw machtiging niet geaccepteerd. U dient nu zelf voor tijdige betaling zorg te dragen. Gebruik bij een betaling de acceptgiro hieronder. De vervallen termijnen zouden al betaald moeten zijn. Hiervoor kunt u binnenkort een aanmaning worden toegezonden. De toekomstige termijnen moet u telkens uiterlijk op de vastgestelde vervaldata hebben betaald..." 1.7. De Belastingdienst betekende op 22 juli 1997 aan verzoeker het dwangbevel voor de reeds vervallen maar niet volledig betaalde termijnen van de voorlopige aanslag vermogensbelasting Verzoeker schreef de Belastingdienst op 3 augustus 1997 het volgende: "...Op 22 juni stuurde ik u een machtigingsformulier toe, waarmee u in staat zou moeten zijn de bedragen af te boeken. Aangezien ik kort daarop met vakantie ging, tot gisteren, heb ik in deze niets meer ondernomen. Bij thuiskomst vond ik het dwangbevel. In de toelichting bij uw machtigingskaart staat letterlijk: "Als u de machtiging 14 dagen voor het vervallen van een termijn bij de belastingdienst binnen is, worden vanaf die termijn de termijnbedragen automatisch afgeboekt". Ofwel klopt de toelichting niet, of er zijn organisatorische problemen waardoor een machtiging alleen vanaf de eerste termijn werkt, maar dat staat er niet. Daar heb ik dan ook geen rekening mee gehouden. In plaats van een verklaring heb ik een belastingdeurwaarder langs gekregen. Ik heb overigens de machtigingskaart ook nog niet teruggekregen, het is om die reden niet duidelijk wat ik nu moet doen..." 1.9. Op 8 augustus 1997 ontving de Belastingdienst van verzoeker de betaling van het gehele op dat moment nog openstaande bedrag van de voorlopige aanslag vermogensbelasting 1997 en de kosten van het dwangbevel en de aanmaning van 16 juni Bij brief van 8 september 1997 deelde de Belastingdienst verzoeker over de door hem afgegeven machtiging het volgende mee: "...Volgens Uw mededeling stuurde U op 22 juni 1997 het machtigingsformulier retour (deze formulieren stuurt men naar de centrale betalingsadministratie in Apeldoorn en niet naar Sittard). Volgens verkregen inlichtingen werd in Apeldoorn de automatische incasso op 20 juni 1997 ontvangen. De verzending cq de ontvangst van de machtiging tot automatische incasso is te laat voor de termijn van juni De Belastingdienst stelt in de toelichting dat de machtiging uiterlijk 14 dagen voor het vervallen van een termijn "binnen" moet zijn, om nog de termijnbedragen vanaf die termijn automatisch af te schrijven. Vervolgens werd door de centrale betalingsadministratie in Apeldoorn aan U, 5 werkdagen na ontvangst van Uw machtigingsformulier een geautomatiseerd schrijven gestuurd, dat er aan de voorwaarde niet is voldaan en de machtiging niet wordt geaccepteerd en dat voor verdere betaling zelf zorg moet worden gedragen. Tevens is er een acceptgiro bijgevoegd..."
5 5 2. Standpunt van verzoeker Het standpunt van verzoeker staat verwoord in de klachtformulering onder KLACHT. Als bijlage bij zijn verzoekschrift stuurde verzoeker een afschrift mee van de voorzijde van de toelichting ter zake van de machtiging vermogensbelasting Standpunt van de Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie In reactie op de klacht deelde de Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie onder meer het volgende mee: "In uw brief klaagt verzoeker over de wijze van handelen van de Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie Apeldoorn inzake het niet accepteren van de machtiging voor automatische incasso. In de voorwaarden voor het verlenen van een machtiging staat uitdrukkelijk vermeld dat de machtiging uiterlijk 14dagen voor het vervallen van een termijn bij de Belastingdienst binnen is. De machtiging van (verzoeker; N.o.) kon niet worden geaccepteerd omdat bij binnenkomst van de machtiging de termijn was vervallen en tevens een achterstand in betaling was ontstaan. Hiervan heeft betrokkene een mededeling ontvangen. In die mededeling staat vermeld dat (verzoeker; N.o.) de belastingdienst heeft willen machtigen om de verschuldigde termijnen van zijn aanslag vermogensbelasting van zijn rekening (...) af te schrijven. Daarbij staat tevens vermeld dat de machtiging niet is geaccepteerd omdat niet aan de voorwaarden is voldaan en dat nu zelf voor tijdige betaling zorg gedragen moet worden. Deze tekst staat ook vermeld in de toelichting bij automatische betalen" 4. Reactie van verzoeker Naar aanleiding van het verslag van bevindingen merkte verzoeker op dat het voor hem merkwaardig was dat in het verslag van bevindingen onder ACHTERGROND de tekst van de achterzijde van de toelichting met betrekking tot de machtiging was opgenomen. Een dergelijke tekst had hij niet aangetroffen op de achterzijde van de toelichting ter zake van de machtiging vermogensbelasting Daarnaar gevraagd, deelde verzoeker mee dat hij het origineel van de toelichting over 1997 niet meer kon overleggen. Hij verstrekte het origineel van de toelichting ter zake van de machtiging vermogensbelasting Op de achterzijde van deze toelichting was vermeld wat onder ACHTERGROND is aangegeven. Beoordeling 1. De Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie Apeldoorn (hierna: Cba) heeft op 20 juni 1997 van verzoeker een ingevulde machtiging ontvangen voor de automatische betaling van de resterende termijnen van de voorlopige aanslag vermogensbelasting Op 1juli 1997 heeft de Cba aan verzoeker schriftelijk meegedeeld dat deze machtiging niet werd geaccepteerd omdat niet aan de voorwaarden was voldaan voor het automatisch betalen van de resterende termijnen van de voorlopige aanslag vermogensbelasting Verzoeker klaagt er over dat de Cba zijn op 20 juni 1997 ontvangen machtiging niet heeft
6 6 geaccepteerd. Deze machtiging was immers veertien dagen voor het verstrijken op 28 juli 1997 van de volgende termijn bij de Cba binnengekomen. 2. In reactie op de klacht heeft de Cba gewezen op de voorwaarden voor de automatische incasso van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en voorlopige aanslagen vermogensbelasting. Deze voorwaarden hebben niet alleen betrekking op het tijdig insturen van de machtiging, maar zien ook op de omstandigheid dat geen achterstand in de betaling van reeds verstreken termijnbedragen mag bestaan op het moment dat de machtiging door de Cba wordt ontvangen. In verzoekers situatie was er volgens de Cba een achterstand geweest in de betaling van de reeds verstreken termijnen van de voorlopige aanslag vermogensbelasting. Daarom had de Cba de machtiging van verzoeker niet geaccepteerd. 3. Op 26 mei 1997 had verzoeker in verband met een achterstand in de betaling van de reeds op dat moment verstreken termijnen van de voorlopige aanslag vermogensbelasting een aanmaning ontvangen voor de betaling van f 57,34, te vermeerderen met f 10 aanmaningskosten. Verzoeker betaalde op 9 juni 1997 het bedrag van f57,34, maar niet het bedrag van de aanmaningskosten. Op 16 juni 1997 ontving hij voor de tweede keer in verband met een achterstand in betaling van de reeds verstreken termijnen van de voorlopige aanslag vermogensbelasting 1997 een aanmaning. Verzoeker diende op dat moment f59 te voldoen, te vermeerderen met f 10 aanmaningskosten. Op 8augustus 1997 voldeed verzoeker, na betekening van een dwangbevel, het gehele bedrag van de voorlopige aanslag vermogensbelasting inclusief de invorderingskosten. Uit het voorgaande valt af te leiden dat op het moment van de ontvangst van de machtiging ter zake van de aan verzoeker opgelegde voorlopige aanslag vermogensbelasting 1997 een betalingsachterstand bestond. Deze betalingsachterstand verhinderde dat de Cba gebruik kon maken van de door verzoeker ingevulde en ingestuurde machtiging. Door de toelichting op de achterzijde van het machtigingsformulier had verzoeker ervan op de hoogte kunnen zijn dat geen gebruik zou worden gemaakt van de machtiging indien er een betalingsachterstand bestond. Het is niet aannemelijk dat de aan verzoeker verstrekte toelichting machtiging vermogensbelasting 1997 op de achterzijde niet bedrukt was of dat in zijn geval een andere tekst is gebruikt dan die welke de Belastingdienst vanaf 15 juli 1994 hanteert. De onderzochte gedraging van de Belastingdienst/Centrale betalingsadministratie Apeldoorn is dan ook behoorlijk. CONCLUSIE De klacht over de onderzochte gedraging van de Belastingdienst/ Centrale betalingsadministratie Apeldoorn, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Financiën is niet gegrond.
Belastingdienst stuurt aanmaning direct na vermindering aanslag
Rapport Belastingdienst stuurt aanmaning direct na vermindering aanslag Een onderzoek naar het door de Belastingdienst overgaan tot dwanginvordering nadat de belastingaanslag is verminderd en naar de informatieverstrekking
Rapport. Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061
Rapport Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061 2 Klacht Op 17 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer L. te De Lier, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Directie
Rapport. Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353
Rapport Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353 2 Klacht Op 1 mei 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Zutphen, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Ondernemingen
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 27 mei 1998 Rapportnummer: 1998/191
Rapport Datum: 27 mei 1998 Rapportnummer: 1998/191 2 Klacht Op 26 januari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Bonn (Duitsland) met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
RAPPORT 1997/013, NATIONALE OMBUDSMAN, 14 JANUARI 1997
RAPPORT 1997/013, NATIONALE OMBUDSMAN, 14 JANUARI 1997 Klacht 1 Achtergrond 1 Onderzoek 3 Bevindingen 3 Beoordeling en conclusie 5 Aanbeveling 6 KLACHT Op 20 augustus 1996 ontving de Nationale ombudsman
Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237
Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag
Rapport. Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
Rapport Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn sollicitatiebrief van 6 maart 2000 heeft behandeld. Hij
Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261
Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk
Rapport. Datum: 7 juni 1999 Rapportnummer: 1999/252
Rapport Datum: 7 juni 1999 Rapportnummer: 1999/252 2 Klacht Op 23 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Voorschoten, met een klacht over een gedraging van de
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de reactie van de staatssecretaris van Financiën op zijn klacht dat bij de ondertekening van zijn aangifte voor de inkomstenbelasting 2007 ook de DigiD-code van
Rapport. Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026
Rapport Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet bereid is om hem ter zake van de afkoop van een lijfrenteverzekering een vrijwaringsbewijs
Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065
Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
Rapport Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) zonder hem daarover te informeren zijn
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Zij klaagt er voorts over dat de SVB de schade en kosten die het gevolg waren van de werkwijze van de SVB niet aan haar wil vergoeden.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vestiging Breda het over 2006 van haar teruggevorderde en door haar in 2006 ook terugbetaalde bedrag aan Anw-uitkering
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257 2 Klacht Op 3 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer O. te 's-hertogenbosch, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen. Datum: 10 mei 2012. Rapportnummer: 2012/078
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen Datum: 10 mei 2012 Rapportnummer: 2012/078 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het College voor zorgverzekeringen
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084
Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen
Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de
Rapport. Datum: 18 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/325
Rapport Datum: 18 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/325 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Venlo tot het moment van indienen van de klacht bij de Nationale
De Nationale ombudsman zond verzoeksters brief ter behandeling als klacht door naar de Belastingdienst/Noord.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster voldeed in de loop van 2007 aan de voorwaarden voor het opleggen van geautomatiseerde voorlopige aanslagen en werd daardoor binnen een tijdvak van zeven maanden geconfronteerd
Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep):
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep): 1. haar in 2007 per e-mailbericht onjuiste informatie heeft verstrekt over haar rechten met betrekking tot de OV-Studentenkaart;
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013
Rapport Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) naar aanleiding van de aanvraag deskundigenoordeel van
Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203
Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Rapport. Rapport over een klacht betreffende de Belastingdienst/Noord. Datum: 20-11-2013. Rapportnummer: 2013/176
Rapport Rapport over een klacht betreffende de Belastingdienst/Noord. Datum: 20-11-2013 Rapportnummer: 2013/176 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat ondanks dat hij al twaalf jaar gescheiden van tafel
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011. Rapportnummer: 2011/366
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011 Rapportnummer: 2011/366 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst weigert
Rapport. Rapport over een klacht betreffende het CAK Bijzondere Zorgkosten b.v. uit Den Haag. Datum: 15 augustus 2011. Rapportnummer: 2011/250
Rapport Rapport over een klacht betreffende het CAK Bijzondere Zorgkosten b.v. uit Den Haag. Datum: 15 augustus 2011 Rapportnummer: 2011/250 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat: 1. er een heel groot
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
