Rapport. Datum: 7 juni 1999 Rapportnummer: 1999/252
|
|
|
- Michiel Jacobs
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 7 juni 1999 Rapportnummer: 1999/252
2 2 Klacht Op 23 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Voorschoten, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Leiden. Deze eenheid van de Belastingdienst is op 1 januari 1997 ontstaan door samenvoeging van de tot die datum bestaande eenheden Belastingdienst/ Particulieren Leiden en Belastingdienst/Ondernemingen Leiden. Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Financiën, werd een onderzoek ingesteld. Op grond van de door verzoekster verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd: Verzoekster klaagt er over dat de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Leiden tot het moment van indienen van haar klacht bij de Nationale ombudsman: - niet het door haar ten behoeve van haar aangifte inkomstenbelasting 1997 gevraagde O-biljet heeft toegezonden; - geen acht heeft geslagen op de aangifte inkomstenbelasting 1997, die zij bij gebreke van een aangiftebiljet op 29december 1998 op blanco papier heeft gedaan en met een brief van dezelfde datum aan de Belastingdienst heeft toegezonden, maar haar een aanmaning en een waarschuwing heeft gezonden; - ook niet heeft gereageerd op haar brief van 25 januari 1999 noch haar vraag over het doen van aangifte als ondernemer heeft beantwoord. Onderzoek In het kader van het onderzoek werd de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Leiden verzocht op de klacht te reageren. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Noch verzoekster noch de Belastingdienst gaven binnen de gestelde termijn een reactie. Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt: A. FEITEN 1. Verzoekster heeft het haar toegezonden aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting 1997 (een E-biljet) oningevuld aan de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Leiden (hierna: de Belastingdienst; N.o.) terug gezonden met het verzoek haar een biljet voor ondernemers te sturen (een O-biljet). Tevens verzocht zij om uitstel voor het inleveren van het aangiftebiljet inkomstenbelasting In een brief van 6april 1998 liet de Belastingdienst verzoekster het volgende weten: "...U heeft uw aangiftebiljet inkomstenbelasting 1997 bij ons ingeleverd. Daarop heeft u aangegeven dat u een O-biljet wenst te ontvangen. Dat biljet zal u binnenkort door mijn
3 3 collega van de Belastingdienst Ondernemingen (bedoeld is: de afdeling Ondernemingen van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen; N.o.) te Leiden worden toegezonden. Alvorens hij dat kan doen, is nadere informatie nodig om uw onderneming juist en volledig in het bestand op te nemen. Ik stuur u daartoe een vragenformulier "Opgaaf Gegevens startende onderneming". Ik verzoek u dit formulier zo volledig mogelijk in te vullen en terug te sturen aan: Belastingdienst Ondernemingen Leiden (bedoeld is: de afdeling Ondernemingen van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen; N.o.) Afdeling VI (verzoek informatie) Antwoordnummer WB LEIDEN Na ontvangst van het ingevulde vragenformulier wordt het O-biljet u toegezonden. (...) Voor het inleveren van uw aangifte over het jaar 1997 heeft u uitstel gekregen tot " 2.2. Op het met de brief van de Belastingdienst aan verzoekster toegezonden vragenformulier was de volgende tekst afgedrukt: "...Stuur het volledig ingevulde en ondertekende formulier met bijlagen binnen 14 dagen na ontvangst op..." 3. In een tweede brief van 6april 1998 schreef de Belastingdienst verzoekster het volgende: "...U heeft een verzoek gedaan om uitstel voor het doen van de aangifte E Ik verleen u dit uitstel tot 1 januari " 4. Verzoekster stuurde het ingevulde vragenformulier voor startende ondernemers gedagtekend 23november 1998 aan de Belastingdienst retour. 5. Op 29december 1998 schreef verzoekster de Belastingdienst het volgende: "...Mij werd tot 1januari 1999 uitstel verleend voor het doen van aangifte nadat ik bij brief van 30maart 1998 had verzocht om toezending van een O-formulier als ondernemer. In plaats daarvan ontving ik een inlichtingenformulier, dat ik op 21november j.l. aan u inzond. Sedertdien heb ik niets meer vernomen, zodat ik thans niet weet op welke wijze ik aangifte moet doen. Mij is ook geen enkel aangifteformulier toegezonden. Voorshands doe ik hierbij aangifte conform aangifte E. Ik handhaaf echter mijn verzoek te onderzoeken of het doen van aangifte over 1997 als ondernemer voor mij wellicht gunstiger is. Ik verzoek u nadrukkelijk mij daarover te informeren..." Bij haar brief voegde verzoekster een bijlage met haar personalia en een gespecificeerde opstelling van haar belastbaar inkomen over Op 20januari 1999 zond de Belastingdienst verzoekster een aanmaning om binnen tien dagen aangifte inkomstenbelasting over het jaar 1997 te doen. 7. Verzoekster reageerde op 25januari 1999 in een brief aan de Belastingdienst met het volgende: "...Deze aanmaning berust op een misverstand, aangezien ik bij brief van 29december 1998 een zelfgemaakte aangifte E bij u indiende. Naar ik veronderstel heeft uw computer geen barcode van mijn aangifteformulier gescand en is om die reden een aanmaning vervaardigd. De reden dat ik zonder gebruikmaking van een aangifteformulier aangifte heb gedaan, is de nalatigheid van uw dienst om te beslissen op mijn aanmelding voor het doen van aangifte als ondernemer (O-formulier). Het inlichtingenformulier diende ik op
4 4 21november 1998 bij u in. Eerst bij brief van 6januari 1999 ontving ik daarop een reactie in de vorm van een vrijstelling van omzetbelasting als vrij beroepsbeoefenaar. Omtrent de aangifte als ondernemer (voor- en nadelen) verzoek ik u - evenals in mijn brief van 29december nogmaals uitdrukkelijk mij te informeren..." 8. Met dagtekening 22februari 1999 ontving verzoekster van de Belastingdienst een "waarschuwing voor aanslag op basis van schatting". Daarin was onder meer het volgende opgenomen: "De termijn voor het tijdig doen van de aangifte is verstreken. Ik verzoek u dringend alsnog aangifte te doen. Als u geen aangifte heeft gedaan vóór 8maart 1999, zal ik u een aanslag opleggen. Voor het vaststellen van die aanslag zal ik zelf een schatting maken van uw belastbare inkomen..." 9. Verzoekster reageerde op 22februari 1999 met het volgende: "...Hallo...?? Hallo...?? Is daar nog iemand? Zijn er bij u nog mensen die af en toe de brievenbus legen en kijken wat de briefschrijvers te melden hebben? Of staat er alleen nog een computer bij u, die onzinbrieven blijft uitbraken, omdat niemand hem instrueert daarmee op te houden? Wat zegt u? Oh, leuker kunt u 't niet maken. Nee, dat zal dan wel niet. Maar wel makkelijker? Oh, maar dat is dan niet zo erg gelukt, vindt u ook niet? Dezer dagen ontving ik weer een onzinbrief van uw computer, gedateerd 22februari 1999, waar opnieuw ten onrechte in staat dat ik geen aangifte IB/PVV 1997 heb gedaan. Zoals ik u al bij brief van 25januari 1999 heb geschreven, is dat niet juist. Op mijn brief heb ik, zoals bij u gebruikelijk schijnt te zijn, taal noch teken mogen vernemen. Afgezien van een niet-ondertekende nonsensbrief van uw computer, dat wel. Voor de goede orde sluit ik mijn brief van 25 januari j.l. maar in. Wie weet dient het nog ergens toe..." 10. Op 24maart 1999 schreef de Belastingdienst verzoekster het volgende: "...Hierbij deel ik u mede dat ik voornemens ben bij u een startersonderzoek in te stellen. (...) Het doel van het onderzoek is de aanvaardbaarheid vast te stellen van de aangifte inkomstenbelasting over Met name zal er worden beoordeeld of er sprake is van ondernemerschap. (...) Tenslotte deel ik u mede dat ik het betreur dat de behandeling van uw brieven een te lange periode in beslag heeft genomen. Voor de interne communicatiestoornissen bied ik u hierbij mijn excuses aan..." B. STANDPUNT VERZOEKSTER Voor het standpunt van verzoekster wordt verwezen naar de klachtsamenvatting onder Klacht. C. STANDPUNT BELASTINGDIENST/PARTICULIEREN/ ONDERNEMINGEN LEIDEN In reactie op de klacht liet de Belastingdienst het volgende weten: "...Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling van de klacht zijn de volgende feiten van belang: - (...) - Op 26 november 1998 is het bovengenoemde vragenformulier retour ontvangen. Het vragenformulier was gedagtekend op 23 november (...). - De correspondentie van (verzoekster; N.o.) is in alle gevallen toegezonden aan antwoordnummer 10602, het
5 5 antwoordnummer van de afdeling Particulieren. In de brief van 6april 1998 wordt uitdrukkelijk gevraagd het vragenformulier toe te zenden aan antwoordnummer 10460, het antwoordnummer van de afdeling Ondernemingen; - De doorzending van de door Particulieren ontvangen post aan Ondernemingen heeft ten onrechte niet in alle gevallen plaatsgevonden of pas na enige weken; - Bij de behandeling van het vragenformulier begin januari 1999 is geen O-biljet toegezonden; - Bij de ontvangst van de brief van 22februari jl., met de aangifte 1997 in briefvorm als bijlage, is de aangifte 1997 als zodanig onderkend en in behandeling genomen. Naar aanleiding van de brief van 22februari 1999 is op 4maart door de klantmanager telefonisch contact opgenomen met (verzoekster; N.o.). Nadat één en ander aan haar is uitgelegd/toegelicht gaf zij aan tevreden te zijn. Zij meldde wel inmiddels contact te hebben opgenomen met de Nationale ombudsman. Ten aanzien van de klacht kan ik de volgende conclusies trekken: - Het gevraagde O-biljet is tot op heden niet verzonden; - De ingediende aangifte 1997 op blanco papier is momenteel als ontvangen biljet in behandeling genomen; - Op de brief van 29(bedoeld is: 25; N.o.) januari 1999 is niet gereageerd. Op de brief van 22februari 1999 is op 4maart gereageerd zoals hierboven beschreven. Intern is inmiddels afgesproken dat er door de klantmanager een startersbezoek aan (verzoekster; N.o.) zal worden afgelegd waarbij beoordeeld zal worden of zij als ondernemer kan worden aangemerkt. Bij de aanslagregeling inkomstenbelasting 1997 zal, indien van toepassing, rekening gehouden worden met de voor (verzoekster; N.o.) gunstige ondernemersfaciliteiten. Aan (verzoekster; N.o.) is een schriftelijke aankondiging gedaan van dit bezoek waarin ook excuses worden aangeboden voor de interne communicatiestoornissen..." Beoordeling 1. Verzoekster heeft het haar toegezonden aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting 1997 (een zgn. E-biljet) oningevuld aan de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Leiden (hierna: de Belastingdienst) teruggezonden met het verzoek haar een aangiftebiljet voor ondernemers (een zgn. O-biljet) toe te zenden. Tevens heeft zij verzocht om uitstel voor het doen van aangifte. In zijn brief van 6april 1998 liet de Belastingdienst verzoekster weten dat zij, alvorens het gevraagde O-biljet aan haar kon worden toegezonden, eerst nadere informatie diende te verstrekken over haar onderneming op een daartoe gelijktijdig aan haar uitgereikt vragenformulier voor startende ondernemers. Op het formulier werd haar verzocht dit ingevuld binnen veertien dagen weer terug te zenden aan de afdeling Ondernemingen van de Belastingdienst Leiden. Tevens werd haar, in een brief van eveneens 6april 1998, uitstel verleend voor het doen van aangifte inkomstenbelasting 1997 tot 1januari Verzoekster heeft het ingevulde vragenformulier op of omstreeks 23november 1998 teruggezonden. 2. Verzoekster klaagt er in de eerste plaats over dat haar tot het moment van indienen van haar klacht bij de Nationale ombudsman door de Belastingdienst geen O-biljet is toegezonden. 3. In zijn reactie op de klacht geeft de Belastingdienst aan dat toezending van het O-biljet
6 6 inderdaad achterwege is gebleven. De Belastingdienst merkt daarbij op dat het vragenformulier voor startende ondernemers pas op 26november 1998 van verzoekster is terugontvangen en dat verzoekster al haar correspondentie zond naar het adres van de afdeling Particulieren van de Belastingdienst Leiden. 4. Verzoekster had mogen verwachten dat de Belastingdienst haar zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het ingevulde vragenformulier het gevraagde O-biljet zou hebben toegezonden, dan wel, indien tussentijds zou zijn gebleken dat zij niet als ondernemer kon worden aangemerkt, een ander biljet. Door dit na te laten heeft de Belastingdienst verzoekster de mogelijkheid onthouden tijdig op het voorgeschreven formulier aangifte te doen voor de inkomstenbelasting. Hieraan doet niet af dat verzoekster het haar toegezonden vragenformulier niet binnen de gevraagde termijn van 14 dagen heeft geretourneerd maar het ingevulde formulier pas op of omstreeks 23november 1998, derhalve ongeveer vijf weken voor het verstrijken van de uitsteltermijn, heeft teruggezonden. Indien de Belastingdienst dientengevolge niet voldoende tijd zou hebben gehad om vóór het verstrijken van de uitstelperiode te beoordelen of verzoekster wel of niet als ondernemer kon worden aangemerkt en haar daarna het juiste aangiftebiljet toe te sturen, had de Belastingdienst deze beoordeling kunnen uitvoeren ná verzending van het gevraagde O-biljet, of zelfs pas na terugontvangst van het ingevulde aangiftebiljet. Weliswaar zou een dergelijke gang van zaken voor de Belastingdienst het probleem hebben opgeleverd dat niet duidelijk was of verzoekster als particulier of als ondernemer moest worden beschreven, maar aan het voorkomen van dit probleem had de Belastingdienst kunnen meewerken door verzoekster tijdig te rappelleren het vragenformulier terug te zenden. Van een dergelijke actie van de Belastingdienst is tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman niet gebleken. 5. Aan het overwogene onder 4. doet ook niet af hetgeen de Belastingdienst aanvoert omtrent de adressering van het vragenformulier door verzoekster aan de afdeling Particulieren van de Belastingdienst en de soms late doorzending door deze afdeling aan de afdeling Ondernemingen. Verwacht had mogen worden dat een aan de verkeerde afdeling van de Belastingdienst geadresseerd formulier binnen enkele dagen zou worden doorgegeven aan de bestemde afdeling. De onderzochte gedraging is op dit punt niet behoorlijk. 6. Verzoekster klaagt er voorts over dat de Belastingdienst geen acht heeft geslagen op de aangifte inkomstenbelasting 1997 in briefvorm die zij bij haar brief van 29december 1998 aan de Belastingdienst had gevoegd. Verzoekster was ertoe overgegaan op deze wijze aangifte te doen omdat de termijn gedurende welke haar uitstel was verleend, bijna was verstreken en zij niet beschikte over een aangifteformulier van het voorgeschreven model. Ondanks de door haar ingediende aangifte in briefvorm ontving zij met dagtekening 20januari 1997 respectievelijk 22februari 1999 een aanmaning tot het doen van aangifte en een waarschuwing voor een aanslag op basis van een schatting. Na ontvangst van de aanmaning heeft verzoekster de Belastingdienst in haar brief van 25januari 1999 nogmaals gewezen op de in briefvorm gedane aangifte en de Belastingdienst om informatie gevraagd. Verzoekster klaagt er eveneens over dat de Belastingdienst op deze brief niet heeft gereageerd.
7 7 7. De Belastingdienst geeft aan dat op verzoeksters brief van 25januari 1999 niet is gereageerd. De Belastingdienst geeft ook aan dat verzoeksters aangifte in briefvorm eerst na ontvangst van haar brief van 22februari 1999 als zodanig is onderkend en in behandeling genomen. 8. Het is niet juist dat de Belastingdienst verzoeksters aangifte in briefvorm aanvankelijk niet heeft onderkend en haar een aanmaning en een waarschuwing heeft gezonden. Het is evenmin juist dat de Belastingdienst niet heeft gereageerd op verzoeksters brief van 25januari De onderzochte gedraging is in zoverre eveneens niet behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Leiden, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Financiën, is gegrond. De Nationale ombudsman heeft met instemming kennis genomen van de mededeling van de Belastingdienst dat de aangifte in briefvorm inmiddels als zodanig in behandeling is genomen en dat een afspraak is gemaakt om te toetsen of verzoekster voor de heffing van inkomstenbelasting als ondernemer kan worden aangemerkt.
Rapport. Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353
Rapport Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353 2 Klacht Op 1 mei 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Zutphen, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Ondernemingen
Rapport. Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216
Rapport Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216 2 Klacht Op 23 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Obbicht, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Centrale
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065
Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203
Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging
Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261
Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk
De Nationale ombudsman zond verzoeksters brief ter behandeling als klacht door naar de Belastingdienst/Noord.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster voldeed in de loop van 2007 aan de voorwaarden voor het opleggen van geautomatiseerde voorlopige aanslagen en werd daardoor binnen een tijdvak van zeven maanden geconfronteerd
Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep):
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep): 1. haar in 2007 per e-mailbericht onjuiste informatie heeft verstrekt over haar rechten met betrekking tot de OV-Studentenkaart;
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 18 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/325
Rapport Datum: 18 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/325 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Venlo tot het moment van indienen van de klacht bij de Nationale
Zij klaagt er voorts over dat de SVB de schade en kosten die het gevolg waren van de werkwijze van de SVB niet aan haar wil vergoeden.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vestiging Breda het over 2006 van haar teruggevorderde en door haar in 2006 ook terugbetaalde bedrag aan Anw-uitkering
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011. Rapportnummer: 2011/366
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011 Rapportnummer: 2011/366 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst weigert
Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237
Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag
Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084
Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163
Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen. Datum: 10 mei 2012. Rapportnummer: 2012/078
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen Datum: 10 mei 2012 Rapportnummer: 2012/078 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het College voor zorgverzekeringen
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Rapport. Datum: 23 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/333
Rapport Datum: 23 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/333 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat: 1. de Dienst Wegverkeer (RDW) hem pas in augustus 2000 een formulier heeft toegezonden ten behoeve van de beëindiging
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de reactie van de staatssecretaris van Financiën op zijn klacht dat bij de ondertekening van zijn aangifte voor de inkomstenbelasting 2007 ook de DigiD-code van
Rapport. Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021
Rapport Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt
Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092
Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083
Rapport Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Gouda vanaf november 2002 onvoldoende heeft getracht om de
Rapport. Datum: 27 mei 1998 Rapportnummer: 1998/191
Rapport Datum: 27 mei 1998 Rapportnummer: 1998/191 2 Klacht Op 26 januari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Bonn (Duitsland) met een klacht over een gedraging van
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat haar dochter, vooral als gevolg van de onduidelijke informatieverstrekking door de Informatie Beheer Groep, niet tijdig over haar OV-studentenkaart heeft
Rapport. Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
Rapport Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn sollicitatiebrief van 6 maart 2000 heeft behandeld. Hij
Rapport. Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
Rapport Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) zonder hem daarover te informeren zijn
Rapport. Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026
Rapport Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet bereid is om hem ter zake van de afkoop van een lijfrenteverzekering een vrijwaringsbewijs
Rapport. Datum: 31 december 2002 Rapportnummer: 2002/399
Rapport Datum: 31 december 2002 Rapportnummer: 2002/399 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat UWV Gak, kantoor Breda, haar niet die informatie heeft verstrekt, die zij nodig acht om te kunnen berekenen
