Rapport. Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
|
|
|
- Greta Janssen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
2 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) zonder hem daarover te informeren zijn ex-echtgenote bij brief van 5 juli 2001 gegevens heeft verstrekt met betrekking tot zijn inkomsten uit buitengewoon pensioen. Beoordeling 1. De Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) verstrekte in een brief van 5 juli 2001 gegevens met betrekking tot verzoekers inkomsten uit buitengewoon pensioen aan zijn ex-echtgenote. 2. Bedoelde brief van de PUR van 5 juli 2001 was een antwoord op een brief van verzoekers ex-echtgenote van 1 juni 2001 waarin zij de PUR had gevraagd welke consequenties de verlaging van verzoekers inkomsten uit hoofde van zijn (voormalige) functie bij IBM had voor de hoogte van zijn buitengewoon pensioen. In zijn antwoord deelde de PUR mee dat indien verzoekers IBM-pensioen lager zou worden, het buitengewoon pensioen hoger zou worden. 3. Volgens verzoeker gaat het hier om privacy-gevoelige informatie, en had de PUR hem in ieder geval moeten informeren over het voornemen om die gegevens aan zijn ex-echtgenote te verstrekken. 4. De PUR heeft aangeven dat hij nimmer privacy-gevoelige informatie over ontvangers van buitengewoon pensioen verstrekt aan derden zonder voorafgaande toestemming van betrokkene. In dat verband verwees de PUR naar zijn privacy-reglement waarin dit uitgangspunt is neergelegd in artikel 7 (zie Achtergrond, onder 2.). In dit geval was volgens de PUR echter geen sprake geweest van de verstrekking van privacy-gevoelige informatie, en was in de brief aan verzoekers ex-echtgenote slechts in algemene zin informatie gegeven over de kortingsmethodiek bij de wetten buitengewoon pensioen. 5. De brief van de PUR van 5 juli 2001 bevat geen gegevens over de persoonlijke situatie van verzoeker die niet al door zijn ex-echtgenote zijn genoemd in haar brief aan de PUR. Daarnaast is in de brief van de PUR uitsluitend aangegeven dat de hoogte van het bruto betaalbaar pensioen van verzoeker afhankelijk is van zijn overige inkomsten, en dat verlaging van zijn IBM-pensioen derhalve zal leiden tot verhoging van zijn buitengewoon pensioen.
3 3 6. De Nationale ombudsman is met de PUR van oordeel dat de brief van de PUR van 5 juli 2001 aan verzoekers ex-echtgenote geen privacy-gevoelige informatie bevat voor de verstrekking waarvan de PUR verzoeker om toestemming had moeten vragen. Gelet hierop en gelet op het feit dat op het verstrekken van algemene informatie over de berekeningswijze van de hoogte van buitengewoon pensioen bij samenloop met andere inkomsten de bepalingen van het privacy-reglement niet gelden, wordt geoordeeld dat er geen grond is de PUR in deze zaak onzorgvuldig handelen jegens verzoeker te verwijten. De onderzochte gedraging is behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) is niet gegrond. Onderzoek Op 6 augustus 2001 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer V. te Amsterdam, met een klacht over een gedraging van de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) te Leiden (PUR). Omdat zijn klacht niet voldeed aan het kenbaarheidsvereiste als neergelegd in artikel 12, tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman, werd zijn klacht niet in onderzoek genomen. Naar aanleiding van verzoekers brief van 24 september 2001 werd naar deze gedraging een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de PUR verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Daarbij werden de PUR enkele specifieke vragen gesteld. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Verzoeker deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen. De PUR gaf binnen de gestelde termijn geen reactie. Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt: A. feiten
4 4 1. Verzoeker, die in 1966 is gehuwd en in 1999 is gescheiden, ontvangt een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen Dit buitengewoon pensioen wordt uitbetaald door de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR). 2. Bij brief van 1 juni 2001 richtte de voormalige echtgenote van verzoeker zich tot de PUR met de mededeling dat verzoeker in januari 2001 zestig jaar was geworden en dat met ingang van 1 februari 2001 zijn tijdelijk vervroegd IBM ouderdomspensioen was ingegaan. Zij schreef de PUR voorts het volgende: Op grond van de wet Verevening pensioenrechten bij een scheiding bestaat er voor de gewezen echtgenote van een deelnemer in de pensioenregeling recht op 50% van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Van tijdens de huwelijkse jaren opgebouwd IBM pensioen ontvang ik het zgn. eigen recht, over dit zelfstandig inkomen betaal ik loonheffing. (Verzoeker; N.o.) heeft door de wet Verevening pensioenrechten bij scheiding een vermindering van inkomsten verkregen. In ons telefoongesprek op de datum 28 mei j.l. vertelde u mij dat na toezending van zijn financiële gegevens naar de pensioenuitvoerder ABP, de veranderde situatie van zijn inkomen door de Stichting gecompenseerd zal worden, opdat zijn vastgestelde pensioengrondslag wordt hersteld. Het betreft een administratieve wijziging van zijn inkomsten, niet een inkomsten vermindering voor hem. Graag zou ik van u een schriftelijke bevestiging willen hebben over de juistheid van deze regeling (pensioen compensatie bij vermindering van inkomsten) 3. De PUR deelde bij brief van 5 juli 2001 het volgende mee aan de ex-echtgenote van verzoeker: De hoogte van het bruto betaalbaar buitengewoon pensioen van (verzoeker; N.o.) is afhankelijk van de overige inkomsten welke (verzoeker; N.o.) naast zijn buitengewoon pensioen geniet. Deze komen afhankelijk van de aard van de inkomsten geheel dan wel gedeeltelijk voor korting op het buitengewoon pensioen in aanmerking. Indien (verzoeker; N.o.) bij IBM door de wet verevening pensioenrechten bij scheiding een lager pensioen ontvangt zal dit uiteraard tot een hoger buitengewoon pensioen leiden. De vastgestelde pensioengrondslag zal hierdoor niet wijzigen 4. Op 6 augustus 2001 diende verzoeker per bij de Nationale ombudsman een klacht in over de handelwijze van de PUR. Op 7 augustus 2001 stuurde hij de PUR een brief met de volgende inhoud:
5 5 Van mijn advocaat mocht ik een kopie van uw brief ontvangen d.d welke afkomstig was van de advocaat van (verzoekers ex-echtgenote; N.o.). Hierin geeft u uitleg over de hoogte van mijn persoonlijk inkomen. Ik heb nooit van u enige mededeling gehad, laat staan een verzoek tot toestemming tot het rondzenden van privacy-gevoelige gegevens. Als u voornemens bent informatie over mij te verstrekken (of in te winnen), aan of van wie dan ook, verwacht ik op zijn minst gekend te worden.. 5. De PUR reageerde bij brief van 17 september 2001 als volgt: Ook na indachtige bestudering van de gewraakte brief (van 5 juli 2001; N.o.) kan ik niet tot een andere conclusie komen dan dat in algemene zin informatie werd verstrekt over de werking van de Wetten Buitengewoon Pensoen waar het de kortingsmethodiek betreft. Ik ben dan ook van mening dat de brief geen enkel privacygevoelig element bevat waarvoor wij, voor het aan derden te verstrekken, uw toestemming zouden behoeven B. Standpunt verzoeker Het standpunt van verzoeker is weergegeven onder Klacht. C. Standpunt PUR 1. De Pensioen- en Uitkeringsraad verwees in het kader van het onderzoek van de Nationale ombudsman naar zijn brief aan verzoeker van 17 september 2001 (zie onder A.5.). 2. Naar aanleiding van een vraag van de Nationale ombudsman deelde de PUR voorts mee dat bij het verstrekken van informatie over ontvangers van een buitengewoon pensioen aan derden een terughoudend beleid wordt gevoerd en dat nimmer privacy-gevoelige informatie wordt verstrekt zonder voorafgaande toestemming van betrokkene. Leidraad daarbij is volgens de PUR de geheimhoudingsplicht die voortvloeit uit het op 4 november 1992 door het bestuur van de PUR in het kader van de Wet persoonsregistraties vastgestelde Privacy-reglement persoonsregistraties Pensioen- en Uitkeringsraad (zie Achtergrond). Achtergrond 1. Wet persoonsregistraties (Wet van 28 december 1988, Stb. 665) Artikel 11, eerste lid: Uit een persoonsregistratie worden slechts gegevens aan een derde verstrekt voor zover zulks voortvloeit uit het doel van de registratie, wordt vereist ingevolge een wettelijk
6 6 voorschrift of geschiedt met toestemming van de geregistreerde. Artikel 19, eerste lid: Voor een persoonsregistratie ( ) wordt een reglement vastgesteld. 2. Privacy-reglement persoonsregistratie Pensioen- en Uitkeringsraad (Besluit van het bestuur van de PUR van 4 november 1992, Stcrt. 1993, n4. 14). Artikel 1 (begripsbepalingen), onder c: Persoonsgegeven: een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon." Artikel 7 (verstrekking van gegevens aan derden), eerste lid: Aan personen of instanties buiten de Raad worden slechts persoonsgegevens verstrekt voor zover zulks voortvloeit uit het doel van de registratie of wordt vereist ingevolge een wettelijk voorschrift dan wel geschiedt met schriftelijke toestemming van de geregistreerde.
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257 2 Klacht Op 3 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer O. te 's-hertogenbosch, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de
Rapport. Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
Rapport Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn sollicitatiebrief van 6 maart 2000 heeft behandeld. Hij
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401
Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende
Rapport. Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438
Rapport Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438 2 Klacht Op 24 december 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Hengelo, ingediend door Thuiszorg Centraal Twente
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002
Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203
Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging
Rapport. Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353
Rapport Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353 2 Klacht Op 1 mei 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Zutphen, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Ondernemingen
Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065
Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
Rapport. Datum: 27 mei 1998 Rapportnummer: 1998/191
Rapport Datum: 27 mei 1998 Rapportnummer: 1998/191 2 Klacht Op 26 januari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Bonn (Duitsland) met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216
Rapport Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216 2 Klacht Op 23 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Obbicht, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Centrale
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258
Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
Rapport. Datum: 23 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/333
Rapport Datum: 23 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/333 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat: 1. de Dienst Wegverkeer (RDW) hem pas in augustus 2000 een formulier heeft toegezonden ten behoeve van de beëindiging
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347
Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een
Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092
Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Rapport over een klacht over de heffingsambtenaar van de gemeente Uithoorn (Belastingen Amstelland).
Rapport Rapport over een klacht over de heffingsambtenaar van de gemeente Uithoorn (Belastingen Amstelland). Datum: 1 maart 2016 Rapportnummer: 2016/019 2 Wat is de klacht? Verzoeker, een belastingadviseur,
Zij klaagt er voorts over dat de SVB de schade en kosten die het gevolg waren van de werkwijze van de SVB niet aan haar wil vergoeden.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vestiging Breda het over 2006 van haar teruggevorderde en door haar in 2006 ook terugbetaalde bedrag aan Anw-uitkering
Rapport. Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298
Rapport Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Welzijns- en Gezondheidszorg Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening heeft geweigerd het
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen. Datum: 10 mei 2012. Rapportnummer: 2012/078
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen Datum: 10 mei 2012 Rapportnummer: 2012/078 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het College voor zorgverzekeringen
Rapport. Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061
Rapport Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061 2 Klacht Op 17 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer L. te De Lier, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Directie
Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237
Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag
Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368
Rapport Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Zuid hem na zijn aanhouding op 20 mei 2005
Rapport. Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100
Rapport Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100 2 Klacht Op 29 oktober 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te Best, ingediend door mr. P.N. van Schaik, advocaat en
Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261
Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk
Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084
Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Rapport. Datum: 31 december 2002 Rapportnummer: 2002/399
Rapport Datum: 31 december 2002 Rapportnummer: 2002/399 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat UWV Gak, kantoor Breda, haar niet die informatie heeft verstrekt, die zij nodig acht om te kunnen berekenen
Rapport. Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149
Rapport Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) hem onheus heeft bejegend toen hij begin mei 2006
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083
Rapport Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Gouda vanaf november 2002 onvoldoende heeft getracht om de
Rapport. Datum: 3 juni 1998 Rapportnummer: 1998/207
Rapport Datum: 3 juni 1998 Rapportnummer: 1998/207 2 Klacht Op 26 maart 1996 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Oldenzaal met een klacht over een gedraging van het regionale
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hem
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat Bureau Jeugdzorg Zeeland: hem niet heeft betrokken bij de totstandkoming van het indicatiebesluit dat is opgesteld met betrekking tot zijn minderjarige kind;
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
