Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258
|
|
|
- Johan van den Pol
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258
2 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie Haarlem (ressorten Alkmaar, Den Helder, Haarlem, Hilversum, Hoorn en Zaanstad) te Haarlem. Naar deze gedraging werd een onderzoek ingesteld. Op grond van de door verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht als volgt geformuleerd: Verzoeker klaagt erover dat de Huurcommissie Haarlem (ressorten Alkmaar, Den Helder, Haarlem, Hilversum, Hoorn en Zaanstad) zijn verzoek heeft afgewezen om vergoeding van het griffierecht dat hij heeft moeten betalen om een oordeel te krijgen van de kantonrechter over zijn betalingsverplichting met betrekking tot de boven de huurprijs in rekening gebrachte servicekosten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de huurcommissie buiten de grenzen van het geschil tussen huurder en verhuurder was getreden omdat de huurcommissie, kennelijk op eigen initiatief, administratiekosten heeft vastgesteld. ACHTERGRONDZie BIJLAGE. Onderzoek In het kader van het onderzoek werd de Huurcommissie Haarlem (ressorten Alkmaar, Den Helder, Haarlem, Hilversum, Hoorn en Zaanstad) verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Zij deelden mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen. Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt: 1. Feiten 1.1. Op 14 oktober 1994 ontving de Huurcommissie Haarlem van verzoeker het verzoek om een uitspraak te doen over zijn betalingsverplichting ten aanzien van de boven de (kale) huurprijs in rekening gebrachte kosten voor een boiler, gas, elektra, water en een glasverzekering over de periode 1 juli 1991 tot 1 juli Het verzoek werd ter zitting behandeld op 9 februari In haar uitspraak, aan partijen verzonden op 21 februari 1995, stelde de huurcommissie de bijkomende kosten voor voornoemde periode op f 946,55. Het betrof hier kosten voor de boiler, gas, elektra, water, een glasverzekering en administratiekosten. De administratiekosten werden door de huurcommissie vastgesteld op f 46,07. De verhuurder bracht vervolgens verzoeker ook deze administratiekosten in rekening Omdat het verzoek aan de huurcommissie niet de administratiekosten betrof - deze
3 3 waren niet overeengekomen tussen huurder en verhuurder en tot dan toe ook nooit door de verhuurder in rekening gebracht - verzocht verzoeker de kantonrechter te Haarlem op 20april 1995 om vaststelling van de bijkomende kosten over voornoemde periode en met name om een uitspraak te doen over de door de huurcommissie vastgestelde administratiekosten Op 6 oktober 1995 deed de kantonrechter uitspraak waarbij hij de uitspraak van de huurcommissie niet volgde. De bijkomende kosten over de gestelde periode werden door de kantonrechter vastgesteld op f 900,48. Hij overwoog daarbij onder meer het volgende: "Met de huurcommissie en (verhuurder; N.o.) is de kantonrechter van oordeel dat administratiekosten niet uitdrukkelijk tussen verhuurder en huurder behoeven te zijn overeengekomen, bij het aangaan van de huurovereenkomst en dat deze, indien aannemelijk is dat deze kosten ook daadwerkelijk zijn gemaakt door de verhuurder ook aan de huurder tot een redelijk bedrag in rekening mogen worden gebracht als bijkomende kosten. In het onderhavige geval is dit echter niet gebeurd en heeft de huurcommissie, kennelijk op eigen initiatief, die kosten vastgesteld. De commissie dient zich echter te beperken tot het doen van een uitspraak met betrekking tot de wel door (verhuurder; N.o.) aan (huurder; N.o.) in rekening gebrachte kosten, terwijl ook de vaststelling door de kantonrechter zich tot die kosten dient te beperken. Niet in rekening gebrachte kosten vallen dan ook buiten de grenzen van het geschil tussen partijen. Ten aanzien van de overige door de huurcommissie vastgestelde kosten bestaat tussen partijen thans geen verschil van mening meer, zodat deze conform de beslissing van de huurcommissie zullen worden vastgesteld." De kantonrechter zag aanleiding de kosten van het geding te compenseren en belastte iedere partij (huurder en verhuurder) met de eigen kosten. Voor verzoeker kwam dit neer op een bedrag van f37,50 wegens griffierecht Bij brief van 11 januari 1996 wendde verzoeker zich tot gedeputeerde staten van Noord-Holland met het verzoek hem het griffierecht te vergoeden dat hij had moeten betalen terzake van de door hem gevoerde procedure bij het kantongerecht naar aanleiding van de onjuiste beslissing van de Huurcommissie Haarlem. Gedeputeerde staten legden de kwestie voor aan de Huurcommissie Haarlem. De huurcommissie berichtte gedeputeerde staten bij brief van 19 februari 1996 geen aanleiding te zien tot vergoeding van het griffierecht aangezien het voeren van een vervolgprocedure nu eenmaal proceskosten voor partijen met zich meebrengt, terwijl in de proceduregang niet de mogelijkheid is gecreëerd om deze kosten op te eisen bij het college dat in eerste instantie heeft geoordeeld. Gedeputeerde staten wezen het verzoek af bij brief van 21 maart Daarbij werd verwezen naar de reactie van de huurcommissie die in afschrift was bijgevoegd Bij brief van 3 juli 1997 verzocht verzoeker de Huurcommissie Haarlem om vergoeding van het door hem betaalde griffierecht. Bij brief van 17 juli 1997 deelde de huurcommissie verzoeker mede geen aanleiding te zien tot wijziging van haar standpunt. 2. Standpunt van verzoeker Voor het standpunt van verzoeker wordt verwezen naar de klachtomschrijving onder
4 4 KLACHT. 3. Standpunt van de Huurcommissie Haarlem In reactie op de klacht deelde de Huurcommissie Haarlem het volgende mede: "...(Verzoeker; N.o.) klaagt erover dat hij geen vergoeding van de huurcommissie krijgt van de door hem betaalde kosten wegens griffierecht. Deze kosten heeft hij gemaakt bij het kantongerecht, omdat hij zich niet kon vinden in een uitspraak van de huurcommissie over de servicekosten. De kantonrechter vond namelijk dat de huurcommissie "op eigen initiatief" administratiekosten had betrokken in haar oordeel, en stelde de servicekosten vast, conform het verzoek van (verzoeker; N.o.), op een lager bedrag. Dat de kantonrechter inhoudelijk een andere beslissing neemt dan de huurcommissie, wil echter niet zeggen dat de huurcommissie niet tot dat oordeel had kunnen komen. Beide instanties zijn autonoom in hun oordeelsvorming en kunnen nu eenmaal over een bepaalde materie een tegengestelde mening zijn toegedaan. Dit is bij servicekosten frequent het geval, aangezien de wegingskosten die de huurcommissie dan wel de kantonrechter plegen te hanteren niet expliciet in de wet- en regelgeving zijn neergelegd. Beide instanties kunnen zich uitspreken over de vergoedingen die zij redelijk achten (...) en spreken zich vervolgens uit over de betalingsverplichting (...). De kantonrechter geeft, mits daar om is verzocht, in zijn beschikking aan wie de kosten van de procedure moet betalen. Dit onderdeel van de beschikking van de kantonrechter behoort tot de inhoudelijke beoordeling van de voorgelegde casus. Mocht het zo zijn dat u, niettegenstaande het voorgaande, de mening bent toegedaan dat de huurcommissie tot vergoeding van het griffierecht zou moeten overgaan, omdat de huurcommissie zich gezien haar uitspraak niet behoorlijk zou hebben gedragen, dan zou ik nog gaarne het volgende willen opmerken. Hoewel dit nergens wordt vermeld in de door (verzoeker; N.o.) ter beschikking gestelde stukken, heb ik de indruk dat het betaalde bedrag wegens griffierecht wordt teruggevraagd van de huurcommissie, op grond van het gestelde in artikel 8:74 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Genoemd artikel spreekt ervan dat het betaalde griffierecht wordt vergoed door de rechtspersoon als door de rechtbank aangewezen, indien de rechtbank het beroep (tegen een uitspraak) gegrond verklaart. Artikel 8:75 Awb spreekt ervan dat de rechtbank de rechtspersoon aanwijst die de kosten moet vergoeden, indien een bestuursorgaan in de kosten wordt veroordeeld. In artikel 8:77 Awb staat nog vermeld dat in de uitspraak van de rechtbank vermeld moet worden bij gegrondverklaring van het beroep, welke geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel geschonden wordt geoordeeld. De beschikking van de kantonrechter voldoet in zekere zin materieel, zij het niet formeel, aan de laatste voorwaarde. De kantonrechter vermeldt in zijn beschikking niets over eventuele vergoeding van het griffierecht, noch wordt verwezen naar een beroepsinstantie die, in het kader van het Bestuursrecht bevoegd zou zijn in dezen uitspraak te doen. Zou (verzoeker; N.o.) alsnog, ondanks bovenstaande, een uitspraak willen uitlokken op grond van de Algemene wet bestuursrecht, dan staat hem, volgens de door hem zelf naar vorengebrachte stukken, geen andere weg open dan een beroep op de rechtbank, ervan uitgaande dat deze de zaak ontvankelijk verklaart. Een en
5 5 ander leidt ertoe dat de huurcommissie geen aanleiding ziet om de gewraakte griffierechten aan (verzoeker; N.o.) te vergoeden..." Beoordeling 1. Verzoeker klaagt erover dat de Huurcommissie Haarlem zijn verzoek heeft afgewezen om vergoeding van het griffierecht dat hij heeft moeten betalen om een oordeel te krijgen van de kantonrechter over zijn betalingsverplichting met betrekking tot de boven de huurprijs in rekening gebrachte servicekosten. Hij acht de afwijzing niet terecht, nu de kantonrechter heeft geoordeeld dat de huurcommissie buiten de grenzen van het geschil tussen huurder en verhuurder was getreden omdat de huurcommissie, kennelijk op eigen initiatief, administratiekosten heeft vastgesteld. 2. Indien huurder en verhuurder geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over de vraag welke de betalingsverplichting van de huurder is met betrekking tot de boven de (kale) huurprijs verschuldigde bijkomende kosten, kunnen zij, of één van hen, de huurcommissie en vervolgens eventueel nog de kantonrechter verzoeken hierover een uitspraak te doen (zie ACHTERGROND, onder 1. en 2.). De huurcommissie is weliswaar geen rechterlijke instantie in de zin van de Wet op de rechterlijke organisatie, maar wel een door de wetgever in het leven geroepen onafhankelijke instantie waaraan geschillen als hiervoor bedoeld over de betalingsverplichtingen van de huurder kunnen worden voorgelegd. Indien huurder en verhuurder zich conformeren aan de uitspraak van de huurcommissie, worden zij geacht de door de huurcommissie vastgestelde betalingsverplichting te zijn overeengekomen. 3. Wanneer de huurder het niet eens is met de uitspraak van de huurcommissie staat het hem vrij de kantonrechter te verzoeken zijn betalingsverplichting met betrekking tot de bijkomende kosten vast te stellen. Voor deze procedure is griffierecht verschuldigd. Indien de kantonrechter op het verzoek een beslissing geeft die afwijkt van de uitspraak van de huurcommissie brengt dit echter niet met zich dat de huurcommissie het voor de procedure bij het kantongerecht betaalde griffierecht dient te vergoeden. Een dergelijke verplichting van de huurcommissie is niet op de wet gebaseerd en is ook niet verenigbaar met de hoedanigheid van een bij wet ingestelde onafhankelijke instantie voor de beoordeling van de betalingsverplichtingen van huurders van woonruimten. De Huurcommissie Haarlem kan derhalve van de afwijzing van het verzoek om vergoeding van het door verzoeker betaalde griffierecht geen verwijt worden gemaakt. De onderzochte gedraging is behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Huurcommissie Haarlem (ressorten Alkmaar, Den Helder, Haarlem, Hilversum, Hoorn en Zaanstad) te Haarlem, is niet gegrond.
6 6 BIJLAGE Achtergrond 1. Wet op de huurcommissies (Wet van 18 januari 1979, Stb. 16) Artikel 2, eerste lid: "In het rechtsgebied van ieder kantongerecht is een huurcommissie. Zij heeft standplaats in de hoofdplaats van het kanton." Artikel 3, eerste lid: "Een huurcommissie heeft tot taak ter zake van huur en verhuur van woonruimte a. (...) b. desverzocht ingevolge het bepaalde in de artikelen 10, tweede lid respectievelijk 13, eerste lid, van de Huurprijzenwet woonruimte aan de huurder of aan de verhuurder een met redenen omkleed schriftelijk advies uit te brengen respectievelijk een schriftelijke uitspraak te doen over de vraag, welke de betalingsverplichting van de huurder is met betrekking tot de in artikel 10, eerste lid van genoemde wet bedoelde huurprijs of de in artikel 12, eerste lid van die wet bedoelde kosten;..." 2. Huurprijzenwet woonruimte (Wet van 18 januari 1979, Stb. 15) Artikel 12, eerste lid: "Indien een overeenkomst van huur en verhuur meer omvat dan het enkele gebruik van woonruimte, is de prijs die voor het enkele gebruik daarvan, vermeerderd met ten hoogste de vergoedingen welke voor dit meerdere ingevolge wettelijke voorschriften mogen worden berekend of, voor zover deze voorschriften ontbreken of een lager bedrag dan met die voorschriften in overeenstemming zou zijn billijk is, de vergoedingen welke hiervoor als redelijk zijn aan te merken." Artikel 13, eerste lid: "Indien huurder en verhuurder geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over de vraag, welke de betalingsverplichting van de huurder is met betrekking tot de in artikel 12, eerste lid, bedoelde kosten, doet de huurcommissie op verzoek van de huurder of de verhuurder met redenen omkleed schriftelijk uitspraak over de hier bedoelde betalingsverplichting. De verzoeker en diens wederpartij ontvangen een afschrift van deze uitspraak." Artikel 14, eerste lid: "De huurder en de verhuurder kunnen zich ieder schriftelijk wenden tot de kantonrechter, in wiens kanton de woonruimte is gelegen, met het verzoek te verklaren, welke de betalingsverplichting van de huurder is met betrekking tot de in artikel 10, eerste lid, bedoelde huurprijs of de in artikel 12, eerste lid, bedoelde kosten." 3. Algemene wet bestuursrecht (Wet van 4 juni 1992, Stb. 315) Artikel 8:74, eerste lid: "Indien de rechtbank het beroep gegrond verklaart, houdt de uitspraak tevens in dat aan de indiener van het beroepschrift het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed door de door de rechtbank aangewezen rechtspersoon."
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt
Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401
Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende
hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:
Rapport. Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
Rapport Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) zonder hem daarover te informeren zijn
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
Rapport. Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december Rapportnummer: 2013/198
Rapport Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december 2013 Rapportnummer: 2013/198 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat zij op 22 mei 2013
Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065
Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298
Rapport Datum: 1 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/298 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Welzijns- en Gezondheidszorg Ambulante Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening heeft geweigerd het
Rapport. Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374
Rapport Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat UWV Cadans, kantoor Amsterdam: 1. hem nog steeds geen duidelijkheid heeft verschaft over de financiële afwikkeling
Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197
Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel
Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237
Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257 2 Klacht Op 3 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer O. te 's-hertogenbosch, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het
Rapport. Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353
Rapport Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353 2 Klacht Op 1 mei 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Zutphen, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Ondernemingen
Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat er op zijn klacht van 10 februari 2008, tot het moment dat hij zich op 15 juli 2008 tot de Nationale ombudsman wendde, nog steeds niet is beslist door de
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert. Beoordeling I. Bevindingen 1. Op 3 oktober 2006 werd aan verzoekers
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Rapport. Rapport over een klacht over de directeur van Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland. Datum: 4 augustus 2011. Rapportnummer: 2011/233
Rapport Rapport over een klacht over de directeur van Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland. Datum: 4 augustus 2011 Rapportnummer: 2011/233 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de directeur van Bureau Jeugdzorg
Rapport. Datum: 23 december 2004 Rapportnummer: 2004/489
Rapport Datum: 23 december 2004 Rapportnummer: 2004/489 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de gemeente Tilburg zijn verzoek om vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt in verband met een verstopping
Rapport. Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061
Rapport Datum: 16 maart 1998 Rapportnummer: 1998/061 2 Klacht Op 17 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer L. te De Lier, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Directie
Rapport. Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073
Rapport Datum: 4 maart 2004 Rapportnummer: 2004/073 2 Klacht DE ONDERZOCHTE GEDRAGING Het in strijd met het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht niet informeren van betrokkene over de mogelijkheid
