Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
|
|
|
- Lieven de Ridder
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
2 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke rente heeft uitbetaald, maar eerst op verzoek daartoe. Verzoeker klaagt er voorts over dat het CJIB zijn op 9 juni 2005 ingediende klacht over het niet standaard uitbetalen van wettelijke rente, niet binnen de in artikel 9:11 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn van zes weken heeft afgehandeld en hem geen schriftelijke mededeling van de verdaging heeft gedaan. Beoordeling Algemeen Verzoeker is door de politie bekeurd wegens de overschrijding van de maximum snelheid. Verzoeker heeft tegen de afgegeven beschikking administratief beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking bekrachtigd. Hierop heeft verzoeker beroep ingesteld bij de kantonrechter en heeft hij zekerheid gesteld voor de betaling van de opgelegde sanctie. De kantonrechter achtte het beroep gegrond en heeft de beschikking vernietigd. Na de uitspraak van de kantonrechter heeft het CJIB de zekerheidsstelling aan verzoeker geretourneerd. Daarna heeft verzoeker het CJIB verzocht om hem de wettelijke rente te vergoeden over het bedrag dat hij als zekerheidsstelling heeft moeten betalen. I. Ten aanzien van het niet standaard vergoeden van de wettelijke rente door het CJIB bij een te late terugbetaling van een bekeuring. Bevindingen 1. Op 7 februari 2005 verzocht verzoeker per faxbericht aan het CJIB om hem de wettelijke rente te vergoeden over een teruggestort bedrag ter zekerheidsstelling van 45. Op 17 februari 2005 berichtte het CJIB de wettelijke rente van 1,05 aan verzoeker over te maken op zijn rekeningnummer. 2. Op 17 maart 2005 diende verzoeker een klacht in bij de Nationale ombudsman. Verzoeker klaagt erover dat het CJIB bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke rente heeft uitbetaald, maar eerst op verzoek daartoe. Omdat de klacht nog niet door het CJIB was behandeld, werd de klacht doorgezonden naar het CJIB voor interne klachtafhandeling. 3. Op 29 juli 2005 berichtte het CJIB aan verzoeker dat zijn klacht met betrekking tot het niet standaard vergoeden van de wettelijke rente ongegrond was. Het CJIB stelde zich op
3 3 het standpunt dat de Wet Administratieve Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) geen wettelijke mogelijkheid biedt voor het standaard toekennen van wettelijke rente. Verder schreef het CJIB: "Op grond van artikel 6:119 BW (zie Achtergrond, onder 1.1.; N.o.) kan door u (lees: verzoeker; N.o.) schadevergoeding worden gevorderd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom. Die schadevergoeding bestaat, zo bepaalt dit artikel, uit de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar in verzuim is. In uw (lees: verzoekers; N.o.) geval waarin een beschikking door een kantonrechter was vernietigd kende het CJIB een rentevergoeding toe over de periode vanaf het moment dat het bedrag aan zekerheidsstelling was betaald, te weten juni 2004, tot het moment waarop het bedrag was teruggestort, te weten december Hiervan bent u bij brief van 17 februari 2005 in kennis gesteld." 4. Verzoeker liet de Nationale ombudsman bij faxbericht van 8 augustus 2005 weten niet akkoord te gaan met de klachtafhandeling door het CJIB. Hierop stelde de Nationale ombudsman een onderzoek in In zijn reactie op verzoekers klacht achtte de minister van Justitie de klacht van verzoeker niet gegrond. Volgens de minister van Justitie biedt noch de WAHV, noch de interne Executierichtlijn WAHV van het CJIB (zie Achtergrond onder 2. en 3.) een juridische grondslag om wettelijke rente standaard uit te keren. Daarnaast verwees de minister naar twee uitspraken van de Hoge Raad (zie Achtergrond onder 4.). De minister bleef op het standpunt dat een betrokkene zelf, wanneer het CJIB niet binnen vier weken na de uitspraak van de kantonrechter het bedrag van de zekerheidsstelling heeft teruggestort, op grond van artikel 6:119 BW, om vergoeding van de wettelijke rente moet verzoeken Bij brief van 1 december 2005 vroeg de Nationale ombudsman aan de minister van Justitie een aantal vragen te beantwoorden met betrekking tot het vergoeden van de wettelijke rente. De minister van Justitie antwoordde dat het vast beleid van het CJIB is om in die gevallen waarin op aanvraag rentevergoeding wordt toegekend, de wettelijke rente te berekenen over de periode dat het CJIB het bedrag van de zekerheidsstelling heeft ontvangen tot aan het moment dat het bedrag wordt geretourneerd. Deze manier van handelen is in het voordeel van betrokkene omdat nu, anders dan het Burgerlijk Wetboek vereist, het CJIB niet eerst in gebreke hoeft te worden gesteld. De wettelijke rente wordt pas uitgekeerd wanneer het CJIB niet binnen vier weken na het vonnis van de kantonrechter het bedrag van zekerheidsstelling heeft terugbetaald. De periode van vier weken is volgens de minister een redelijke termijn voor het CJIB om aan haar verplichting tot terugstorting te voldoen. De minister vatte zijn antwoorden als volgt samen:
4 4 "Het CJIB gaat over tot vergoeding van de wettelijke rente zonder dat zij daartoe verplicht is. Zij vergoedt bovendien meer dan de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek voorschrijven." 6. Verzoeker vond dat het schrijven van de minister van Justitie incorrect was. Volgens verzoeker had het CJIB niet volgens de richtlijnen gehandeld. Hij illustreerde dit aan de hand van een voorbeeld in een vergelijkbare zaak. 7. Bij brief van 6 juli 2006 deelde de minister van Justitie in reactie op de brief van verzoeker mee dat in deze andere zaak per ongeluk wettelijke rente is uitgekeerd die volgens de richtlijnen onverschuldigd is, omdat de periode tussen vonnis en terugstorting van de zekerheidstelling minder dan vier weken bedroeg. Deze fout was in het voordeel van verzoeker en is derhalve niet gecorrigeerd. De hoogte van de uitgekeerde wettelijke rente was, anders dan verzoeker stelde, correct berekend. Verzoeker was uitgegaan van een verkeerd rentepercentage en had een verkeerde termijn gehanteerd. Beoordeling 8. Indien een interne richtlijn van een bestuursorgaan een termijn geeft waarbinnen een geldbedrag terugbetaald dient te worden, en wanneer het interne beleid bovendien is dat de wettelijke rente vergoed wordt als deze termijn is overschreden, dan brengt het vereiste van coulance met zich mee dat in geval het bestuursorgaan die termijn inderdaad overschrijdt, het niet slechts op verzoek van een betrokkene maar uit eigen beweging tot vergoeding van de wettelijke rente dient over te gaan. 9. De (interne) Executierichtlijn WAHV van het CJIB bepaalt dat, nadat de kantonrechter een ingediend beroep gegrond heeft verklaard, de betaalde zekerheidsstelling binnen één maand na melding aan het CJIB aan betrokkene wordt gerestitueerd. Daarnaast heeft de minister aangegeven dat indien de restitutie niet op tijd plaatsvindt, het CJIB op verzoek van betrokkene de wettelijke rente vergoedt. De Nationale ombudsman oordeelt dat het vereiste van coulance in dit geval met zich meebrengt dat het CJIB uit eigen beweging had dienen over te gaan tot vergoeding van de wettelijke rente. Door niet uit eigen beweging over te gaan tot vergoeding van de wettelijke rente, heeft het CJIB gehandeld in strijd met het vereiste van coulance. De Nationale ombudsman ziet hierin reden tot het doen van een aanbeveling. De onderzochte gedraging is op dit punt niet behoorlijk. De Nationale ombudsman merkt overigens op dat de Algemene wet bestuursrecht op dit punt aangepast zal worden, in die zin dat het bestuursorgaan over de termijn tussen betaling en terugbetaling wettelijke rente verschuldigd is over het te veel betaalde bedrag (zie Achtergrond onder 5.).
5 5 II. Ten aanzien van het door het CJIB niet binnen de gestelde termijn van zes weken afhandelen van verzoekers klacht Algemeen Op 17 maart 2005 klaagde verzoeker bij de Nationale ombudsman over een gedraging van het CJIB. Klager vond het niet terecht dat het CJIB niet standaard de wettelijke rente vergoedde bij een te late terugbetaling van een bekeuring. Het verzoekschrift werd door de Nationale ombudsman op 8 juni 2005 doorgestuurd naar het CJIB omdat de klacht nog niet intern was behandeld door het CJIB. Het CJIB liet de Nationale ombudsman weten dat zij het verzoekschrift op 9 juni 2005 had ontvangen. Bij brief van 29 juli 2005 heeft het CJIB de klacht afgehandeld. Bevindingen 1. Bij brief van 8 augustus 2005 klaagde verzoeker bij de Nationale ombudsman erover dat zijn op 9 juni 2005 bij het CJIB ingediende klacht over het niet standaard uitbetalen van wettelijke rente, niet binnen de in artikel 9:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van zes weken was afgedaan en dat verzoeker geen schriftelijke mededeling van vertraging had gekregen. 2. De minister van Justitie schreef in zijn reactie van 27 oktober 2005 dat hij de klacht gegrond achtte en bood zijn excuses aan voor het niet verzenden van een bericht van verdaging. Beoordeling 3. Het vereiste van voortvarendheid houdt in dat bestuursorganen slagvaardig en met voldoende snelheid optreden. Dit brengt met zich mee dat bestuursorganen zaken binnen de wettelijke of redelijke termijn afhandelen. Volgens artikel 9:11, eerste lid van de Awb dienen bestuursorganen klachten binnen zes weken af te handelen. Deze termijn kan volgens artikel 9:11, tweede lid van de Awb met vier weken verdaagd worden, mits het bestuursorgaan de klager van deze verdaging schriftelijk op de hoogte stelt. 4. Door geen bericht van verdaging aan verzoeker te zenden en op 29 juli 2005 te beslissen op de klacht van verzoeker, heeft het CJIB zich niet aan de wettelijke termijn gehouden om op de klacht te beslissen, zoals ook door de minister is erkend. Door pas op 29 juli 2005 op de klacht van verzoeker te reageren, heeft het CJIB gehandeld in strijd met het vereiste van voortvarendheid. De gedraging is op dit punt niet behoorlijk. Conclusie
6 6 De klacht over de onderzochte gedraging van Centraal Justitieel Incasso Bureau, is gegrond ten aanzien van: het niet standaard, maar eerst na een verzoek daartoe, vergoeden van de wettelijke rente door het CJIB bij een te late terugbetaling van een bekeuring; wegens schending van het vereiste van coulance. het door het CJIB niet binnen de gestelde termijn van zes weken afhandelen van verzoekers klacht; wegens schending van het vereiste van voortvarendheid. AANBEVELING De minister van Justitie wordt in overweging gegeven om, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht, al over te gaan tot het uit eigen beweging vergoeden van de wettelijke rente, in die gevallen waarin de kantonrechter een ingediend beroep op grond van de WAHV gegrond heeft verklaard en de zekerheidstelling uit dien hoofde moet worden terugbetaald. Onderzoek Op 8 augustus 2005 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer T. te Hilversum, met een klacht over een gedraging van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de minister van Justitie, werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de minister van Justitie verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Tijdens het onderzoek kregen de minister en verzoeker de gelegenheid op de door ieder van hen verstrekte inlichtingen te reageren. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De reactie van de minister van Justitie gaf aanleiding het verslag op een enkel punt te wijzigen. Verzoeker gaf binnen de gestelde termijn geen reactie. Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie: Verzoekschrift van 8 augustus Reactie van de minister van Justitie van 27 oktober 2005 op het verzoekschrift van 8 augustus 2005.
7 7 Reactie van verzoeker van 15 november 2005 op de brief van de minister van Justitie van 27 oktober Schriftelijke antwoorden van de minister van Justitie van 26 januari 2006 op de vragen van de Nationale ombudsman. Reactie van verzoeker van 13 februari 2006 op de antwoorden van de minister van Justitie van 26 januari Reactie van de minister van Justitie van 12 april 2006 op de brief van verzoeker van 13 februari Reactie van verzoeker van 24 april 2006 op de brief van de minister van Justitie van 12 april Reactie van de minster van Justitie van 6 juli 2006 op de brief van verzoeker van 24 april Bevindingen Zie onder Beoordeling. Achtergrond 1. Burgerlijk Wetboek 1.1. Artikel 6:119, eerste lid "1. De schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, bestaat in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest." 1.2. Artikel 6:81 "De schuldenaar is in verzuim gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden en aan de eisen van de artikelen 82 en 83 is voldaan, behalve voor zover de vertraging hem niet kan worden toegerekend of nakoming reeds blijvend onmogelijk is." 1.3. Artikel 6:82, eerste lid "1. Het verzuim treedt in, wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft."
8 8 2. Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften Artikel 21 "1. De verplichting tot zekerheidsstelling vervalt nadat ten aanzien van de opgelegde administratieve sanctie een onherroepelijke beslissing is genomen. 2. Indien de in het eerste lid bedoelde beslissing inhoudt dat de opgelegde administratieve sanctie geheel of gedeeltelijk blijft gehandhaafd, wordt de verschuldigde administratieve sanctie op de zekerheidsstelling verhaald." 3. Executierichtlijn WAHV van 1 februari 2005 Artikel 24 "Als een betrokkene beroep instelt bij de kantonrechter wordt de zekerheidsstelling aan het CJIB betaald. Als de kantonrechter het beroep gegrond verklaart dan wordt de betaalde zekerheidsstelling binnen één maand na melding aan het CJIB aan betrokkene gerestitueerd." 4. Uitspraken Hoge Raad der Nederlanden 4.1. HR 27 februari 2001, VR 2001, 175. "In de WHAV is niet voorzien in vergoeding van wettelijke rente over het bedrag van de zekerheidsstelling of toekenning van enige andere vorm van schadevergoeding. Dit betekent dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat in het kader van de onderhavige procedure uitsluitend de in artikel 13a WAHV bedoelde kosten voor vergoeding in aanmerking komen." 4.2. HR 12 november 1996, DD 27 (1997), afl. 2, pagina "Geen wettelijke grondslag voor toekenning wettelijke rente over zekerheidsstelling." 5. Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht (volgens informatie van de website van het ministerie van Justitie treedt deze in werking in 2008) Artikel Indien een betaling aan het bestuursorgaan is geschied op grond van een beschikking die in bezwaar of in beroep is gewijzigd of vernietigd, is het bestuursorgaan over de termijn tussen de betaling en de terugbetaling wettelijke rente verschuldigd over het te veel betaalde bedrag.
Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert. Beoordeling I. Bevindingen 1. Op 3 oktober 2006 werd aan verzoekers
Rapport. Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december Rapportnummer: 2013/198
Rapport Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december 2013 Rapportnummer: 2013/198 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat zij op 22 mei 2013
Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084
Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn bezwaarschrift tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag niet als zodanig heeft aangemerkt, maar als mutatie in behandeling
Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger.
Rapport Ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger. Oordeel Op basis van het onderzoek is van oordeel dat de klacht over de minister
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat er op zijn klacht van 10 februari 2008, tot het moment dat hij zich op 15 juli 2008 tot de Nationale ombudsman wendde, nog steeds niet is beslist door de
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) hem geen uitstel van betaling voor onbepaalde tijd verleent ten aanzien van de aan hem opgelegde schadevergoedingsmaatregel,
Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5
RAPPORT 2007/0087, NATIONALE OMBUDSMAN, 8 MEI 2007 Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5 SAMENVATTING Verzoeker was in 1988 door de kantonrechter veroordeeld
Rapport. Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026
Rapport Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet bereid is om hem ter zake van de afkoop van een lijfrenteverzekering een vrijwaringsbewijs
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de officier van justitie bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) op geen enkele wijze heeft gereageerd op zijn herhaalde schriftelijke verzoek
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197
Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel
Een onderzoek naar het door het Centraal Justitieel Incassobureau terugstorten op een verkeerde rekening van een ten onrechte geïnd geldbedrag.
Rapport Een onderzoek naar het door het Centraal Justitieel Incassobureau terugstorten op een verkeerde rekening van een ten onrechte geïnd geldbedrag. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht
Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met
hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Zij klaagt er voorts over dat de SVB de schade en kosten die het gevolg waren van de werkwijze van de SVB niet aan haar wil vergoeden.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vestiging Breda het over 2006 van haar teruggevorderde en door haar in 2006 ook terugbetaalde bedrag aan Anw-uitkering
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347
Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een
Rapport. Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374
Rapport Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat UWV Cadans, kantoor Amsterdam: 1. hem nog steeds geen duidelijkheid heeft verschaft over de financiële afwikkeling
Rapport. Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Midden en West Brabant (de burgemeester van Tilburg).
Rapport Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Midden en West Brabant (de burgemeester van Tilburg). Datum: 18 mei 2011 Rapportnummer: 2011/149 2 Klacht Verzoeker klaagt
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt er over dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) de door hem op 26 november 2007 gedane betaling van 50
Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002
Als aan één van de voertuigverplichtingen niet wordt voldaan, is dat strafbaar (zie Achtergrond, onder 1. en 2.).
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Dienst Wegverkeer (verder ook: RDW) hem na een periode van meer dan zeven jaar heeft aangesproken op het feit dat hij niet over een geldige APK voor zijn
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 17 november 1999 Rapportnummer: 1999/470
Rapport Datum: 17 november 1999 Rapportnummer: 1999/470 2 Klacht Op 13 januari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Drachten, ingediend door de heer J. Veninga te Drachten,
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245 2 Klacht Verzoeker, die op 22 september 2004 te Leeuwarden werd bekeurd wegens een verkeersovertreding, klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van
