Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347
|
|
|
- Lucas de Meyer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347
2 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een in depot staand bedrag. Zij klaagt er met name over dat de notaris het depotbedrag aan haar ex-echtgenoot heeft overgemaakt, zonder haar daarvan van tevoren op de hoogte te stellen. Beoordeling Algemeen 1. Verzoekster en haar toenmalige echtgenoot hebben op respectievelijk 18 en 6 augustus 2003 het echtscheidingsconvenant getekend. In dat convenant was onder punt 4.6 bepaald dat de polis van de levensverzekering die ze hadden afgesloten op het huis, zou toekomen aan verzoekster op voorwaarde dat ze de helft van de waarde van het huis aan de man zou voldoen. In het convenant was onder punt 4.8 bepaald dat de verdeling zoals in 4.6 was bepaald, zou plaatsvinden bij het transport van de woning op 1 september 2003 bij notaris X te Q. Onder punt 4.11 was opgenomen dat de vorderingen voortvloeiende uit de levensverzekering zouden worden geleverd aan verzoekster, gevolgd door mededeling daarvan door partijen aan de verzekeraar. Aansluitend stond onder punt 4.11 vermeld dat partijen zich verplichten alle door de levensverzekeringsmaatschappij in verband met deze levering verlangde stukken te ondertekenen. 2. Op 18 augustus 2003 heeft verzoekster de notaris naar aanleiding van de verkoop van de woning per 1 september 2003 een brief geschreven. Daarin schreef verzoekster, onder verwijzing naar punt 4.6 van het echtscheidingsconvenant, dat er onder meer verrekening diende plaats te vinden van de kwestie van de levensverzekering. De verzekeringspolis zou op haar naam worden gezet en daartoe zou ze de helft van de waarde van de polis aan haar ex-echtgenoot betalen. 3. Op 1 september 2003 hebben verzoekster en haar ex-echtgenoot er bij de notaris voor getekend dat de notaris een bepaald bedrag in depot zou houden, totdat de polis van de levensverzekering op naam van verzoekster zou zijn gesteld. Het in depot gestorte bedrag bestond uit gelden uit de verkoop van de woning, die aan verzoekster toekwamen. Die voorwaarde is zowel op het verrekeningsoverzicht van verzoekster als op dat van haar ex-echtgenoot handmatig erbij geschreven, waarbij op het overzicht van verzoekster stond geschreven "minus depot ivm polis (afkoop overname)" en op dat van de ex-echtgenoot "bedrag zal worden uitbetaald nadat polis op naam van (verzoekster; N.o.) is gesteld". 4. Verzoekster heeft de notaris op 19 september 2003 geschreven dat ze de week daarvoor telefonisch met haar ex-echtgenoot was overeengekomen dat ze de kwestie van de polis pas zou afhandelen en het depotbedrag hem pas zou toekomen, nadat haar ex-echtgenoot twee verplichtingen uit het echtscheidingsconvenant was nagekomen.
3 3 Verzoekster gaf daarbij aan de notaris op de hoogte te houden. 5. Verzoekster heeft de notaris op 29 december 2004 schriftelijk geïnformeerd dat overmaking van het depotbedrag aan haar ex-echtgenoot nog niet aan de orde was, nu hij nog niet aan beide voorwaardelijk gestelde verplichtingen tegenover verzoekster had voldaan. Verzoekster gaf aan de notaris op de hoogte te blijven houden van eventuele nieuwe ontwikkelingen en verzocht de notaris haar te informeren ingeval haar ex-echtgenoot contact met hem zou opnemen over het depotbedrag. 6. In reactie daarop heeft de notaris verzoekster op 5 januari 2005 laten weten dat het depotbedrag was overgemaakt naar haar ex-echtgenoot. Als reden daarvoor gaf de notaris op dat hij op 3 september 2003 van assurantietussenpersoon B. de door haar ex-echtgenoot de die dag ondertekende afstandsverklaring gefaxt had gekregen. Die afstandsverklaring hield in dat de ex-echtgenoot afstand had gedaan van de polis van de levensverzekering, dat hij aan de polis geen enkel recht meer kon ontlenen en dat hij de polis volledig overdroeg aan verzoekster. Vervolgens had de assurantietussenpersoon B. de notaris op 16 september 2003 laten weten zowel namens verzoekster als namens haar ex-echtgenoot op te treden, alsmede dat hij zou zorgdragen voor de verdere afwikkeling, waaronder de juiste tenaamstelling van de polis. De notaris liet verzoekster weten dat hij aannam dat B. daarvoor had zorggedragen. 7. Op 31 januari 2005 heeft verzoekster een klacht ingediend bij de notaris. Verzoekster klaagde erover dat de notaris haar pas per brief van 5 januari 2005 had bericht dat hij het depotbedrag (zonder haar medeweten) had uitgekeerd. Verzoekster verweet de notaris enkel te zijn afgegaan op hetgeen assurantietussenpersoon B. hem had medegedeeld, terwijl haar ex-echtgenoot op dat moment nog niet aan de beide daarvoor voorwaardelijk gestelde verplichtingen uit het echtscheidingsconvenant had voldaan. 8. De notaris heeft de klacht op 20 april 2005 (impliciet) ongegrond verklaard door te stellen dat hij terecht tot uitbetaling was overgegaan, omdat volgens hem aan de daartoe gestelde voorwaarde was voldaan. Hij voerde hiertoe aan dat de door verzoekster vermelde verrekenpost van punt 4.6 uit het convenant in eerste instantie niet was meegenomen bij de afrekening. Voorts gaf hij aan dat verzoekster en haar ex-echtgenoot na het passeren van de akte van levering van de woning op zijn kantoor waren overeengekomen dat een deel van het bedrag dat verzoekster toekwam bij de notaris in depot zou blijven totdat de ex-echtgenoot zijn rechten inzake de levensverzekering aan haar zou hebben overgedragen. De notaris verwees daarbij naar hetgeen verzoekster hem daarover op 18 augustus 2003 had geschreven. De notaris verwees daarbij ook naar de afstandsverklaring en gaf aan dat haar ex-echtgenoot hem op 16 september 2003 had verzocht tot uitbetaling van het depotbedrag over te gaan. De notaris refereerde voorts aan het telefonisch contact met assurantietussenpersoon B. dat daarop was gevolgd.
4 4 9. Omdat verzoekster zich niet kon vinden in de reactie van de notaris, heeft ze zich op 6 mei 2005 tot de Nationale ombudsman gewend, waarbij verzoekster onder meer aangaf dat haar ex-echtgenoot het mutatieformulier eerst op 29 december 2003 had verstuurd naar de levensverzekeringsmaatschappij. Tevens merkte verzoekster op dat zij in augustus 2003 het contact met de assurantietussenpersoon B. had verbroken, waarna ze zelf rechtstreeks de contacten met de levensverzekeringsmaatschappij had onderhouden. Verzoekster stelde dat de polis op 16 september 2003 nog niet was overgezet op haar naam, hetgeen zij had afgeleid uit een mutatieformulier van 6 oktober 2003 van de levensverzekeringsmaatschappij en op de daarmee samenhangende brieven die assurantietussenpersoon B. haar op 13 oktober en 31 december 2003 had gestuurd. Verzoekster bleef van mening dat de notaris ten onrechte tot betaling was overgegaan, waarbij hij had nagelaten haar daarover te informeren. I. Bevindingen 1. Naar aanleiding van de brief van 6 mei 2005 van verzoekster stelde de Nationale ombudsman een onderzoek in naar de hierboven omschreven klacht. De notaris refereerde in zijn reactie van 7 juli 2005 aan de Nationale ombudsman wat betreft de beantwoording van de door de Nationale ombudsman gestelde feitelijke vragen over de uitbetaling naar hetgeen hij in zijn brief van 20 april 2005 aan verzoekster had opgemerkt. De notaris benadrukte in reactie op de klacht dat de enige voorwaarde om tot uitkering over te gaan door verzoekster en haar ex-echtgenoot was overeengekomen in het bijzijn van een medewerker van de notaris. Die voorwaarde hield volgens de notaris in dat er tot uitbetaling zou worden overgegaan, nadat vast zou staan dat de polis op verzoeksters naam zou worden gesteld. Voorts gaf de notaris aan dat hij een verzoek tot uitbetaling van de ex-echtgenoot had ontvangen omdat die van mening was dat hij aan zijn verplichtingen inzake de tenaamstelling van de polis had voldaan. De notaris stelde daarna contact te hebben opgenomen met de assurantietussenpersoon B. om na te gaan of de ex-echtgenoot inderdaad aan de vereiste formaliteiten had voldaan in verband waarmee de notaris refereerde aan de ondertekende afstandsverklaring. Tevens had de assurantietussenpersoon desgevraagd bevestigd mede namens verzoekster op te treden, aldus de notaris. Nadat hem daarmee was gebleken dat aan de voorwaarde was voldaan, is het depotbedrag op 16 september 2003 uitgekeerd aan de ex-echtgenoot, aldus de notaris. Verder stelde de notaris dat de levensverzekeraar de polis op naam van verzoekster had gesteld nadat bij de verzekeraar de zaak administratief was afgehandeld. 2. Verzoekster heeft de Nationale ombudsman in reactie op het standpunt van de notaris op 16 augustus 2005 bericht dat zij degene is geweest die het bedrag in het depot had laten zetten, omdat haar ex-echtgenoot bepaalde punten uit het echtscheidingsconvenant nog niet was nagekomen. Voorts benadrukte ze dat zij op een gegeven moment rechtstreeks in contact is getreden met de levensverzekeringsmaatschappij en dat de polis na haar aandringen in december 2003 op haar naam was gezet. Verzoekster handhaafde haar standpunt dat de notaris niet zonder meer had moeten afgaan op de verklaring van
5 5 de assurantietussenpersoon B. dat hij alles had geregeld, temeer daar zij de contacten met B. had verbroken. De notaris had op 16 september 2003 niet tot uitkering van het depotbedrag mogen overgaan en al helemaal niet zonder haar daarover te informeren, aldus verzoekster. 3. Op 20 september 2005 heeft de notaris schriftelijk antwoord gegeven op de door de Nationale ombudsman nader gestelde vragen en heeft hij de Nationale ombudsman desgevraagd een afschrift gestuurd van de afstandsverklaring. In reactie daarop heeft verzoekster de Nationale ombudsman op 3 oktober 2005 telefonisch te kennen gegeven bij haar standpunt te blijven. II. Beoordeling 4. Het vereiste van professionaliteit houdt in dat ambtenaren met een bijzondere training of opleiding jegens burgers overeenkomstig de standaarden van hun beroepsgroep handelen. 5. Voor de Nationale ombudsman is van belang op basis van welke informatie de notaris op 16 september 2003 heeft besloten tot uitkering van het depotbedrag over te gaan. Daarbij dient de brief van verzoekster van 19 september 2003 aan de notaris om chronologische redenen buiten beschouwing te worden gelaten. Eerst middels die brief had verzoekster de notaris geïnformeerd over de door haar gestelde telefonische afspraak die ze met haar ex-echtgenoot zou hebben gemaakt, waarbij kennelijk nadere voorwaarden waren overeengekomen omtrent de afhandeling van de levensverzekering. Van deze later overeengekomen extra voorwaarden was de notaris op 16 september 2003 derhalve niet op de hoogte. Evenmin was het de notaris toen bekend dat verzoekster stelt in augustus 2003 het contact met assurantietussenpersoon B. te hebben verbroken. 6. De enige voorwaarde die de notaris op dat moment bekend was, was de voorwaarde die beide ex-echtgenoten bij hem op kantoor waren overeengekomen: het depotbedrag kon aan de ex-echtgenoot worden uitgekeerd nadat de levensverzekeringspolis op naam van verzoekster was gesteld of dat zeker was dat de polis op haar naam zou worden gesteld. Deze voorwaarde vloeide voort uit de strekking van het bepaalde in de artikelen 4.6, 4.8 en 4.11 uit het echtscheidingsconvenant in onderlinge samenhang bezien en voor deze voorwaarde hadden zowel verzoekster als haar ex-echtgenoot op 1 september 2003 getekend. Voorts had verzoekster deze voorwaarde in haar brief van 18 augustus 2003 aan de notaris genoemd. 7. Beoordeeld dient te worden of de notaris op 16 september 2003 vanuit de waarborgen die zijn specifieke professie aan zijn klanten behoort te bieden, al dan niet terecht tot de conclusie had kunnen komen dat aan die voorwaarde was voldaan.
6 6 8. Door de afstandsverklaring te ondertekenen, had de ex-echtgenoot afstand gedaan van alle uit de polis voortvloeiende rechten ten behoeve van verzoekster, hetgeen de strekking was van de gestelde voorwaarde. Nadat hij het verzoek van de ex-echtgenoot had ontvangen heeft de notaris bovendien nog contact opgenomen met assurantietussenpersoon B., die hem desgevraagd liet weten mede namens verzoekster op te treden en voor de verdere administratieve afhandeling van het overzetten van de polis te zorgen. Door in contact te treden met de assurantietussenpersoon B. heeft de notaris de extra zorgvuldigheid betracht die vanuit zijn professie van hem verwacht had mogen worden. Nu B. had aangegeven ook de belangen van verzoekster te behartigen, en de notaris geen reden kon hebben om te twijfelen aan de juistheid van die mededeling, vindt de Nationale ombudsman dat in redelijkheid niet van de notaris had kunnen worden verwacht dat hij de door B. verschafte informatie zou checken bij verzoekster. Gelet op voornoemde omstandigheden kan het de notaris evenmin worden aangerekend dat hij verzoekster niet tevoren heeft ingelicht over de uitbetaling. Volgens de Nationale ombudsman is er geen sprake van handelen in strijd met het vereiste van professionaliteit. De onderzochte gedraging is behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van notariskantoor X te Q, is niet gegrond. Onderzoek Op 9 mei 2006 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Best, met een klacht over een gedraging van notariskantoor X te Q. Naar deze gedraging werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de notaris verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Tijdens het onderzoek kregen betrokkenen de gelegenheid op de door ieder van hen verstrekte inlichtingen te reageren en hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt. Tevens werd de notaris een aantal specifieke vragen gesteld. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. De reactie van verzoekster gaf aanleiding het verslag op een enkel punt te wijzigen. De reactie van de notaris gaf geen aanleiding het verslag te wijzigen/aan te vullen. Informatieoverzicht
7 7 De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie: 1. Verzoekschrift van verzoeker van 6 mei Openingsbrieven van de Nationale ombudsman van 9 juni Reactie van de notaris van 8 juli Reactie van verzoekster van 16 augustus Verzoek om nadere informatie van de Nationale ombudsman van 24 augustus Nadere informatie van de notaris van 20 september Telefoonnotitie reactie verzoekster van 3 oktober Bevindingen Zie onder Beoordeling. Achtergrond
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083
Rapport Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/083 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Gouda vanaf november 2002 onvoldoende heeft getracht om de
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261
Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen. Datum: 10 mei 2012. Rapportnummer: 2012/078
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen Datum: 10 mei 2012 Rapportnummer: 2012/078 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het College voor zorgverzekeringen
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Datum: 31 december 2002 Rapportnummer: 2002/399
Rapport Datum: 31 december 2002 Rapportnummer: 2002/399 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat UWV Gak, kantoor Breda, haar niet die informatie heeft verstrekt, die zij nodig acht om te kunnen berekenen
Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5
RAPPORT 2007/0087, NATIONALE OMBUDSMAN, 8 MEI 2007 Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5 SAMENVATTING Verzoeker was in 1988 door de kantonrechter veroordeeld
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Rapport. Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374
Rapport Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat UWV Cadans, kantoor Amsterdam: 1. hem nog steeds geen duidelijkheid heeft verschaft over de financiële afwikkeling
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) incorrecte informatie heeft verschaft in de brochure en op de
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Rapport. Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021
Rapport Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de reactie van de staatssecretaris van Financiën op zijn klacht dat bij de ondertekening van zijn aangifte voor de inkomstenbelasting 2007 ook de DigiD-code van
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
Rapport. Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100
Rapport Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100 2 Klacht Op 29 oktober 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te Best, ingediend door mr. P.N. van Schaik, advocaat en
Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep):
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep): 1. haar in 2007 per e-mailbericht onjuiste informatie heeft verstrekt over haar rechten met betrekking tot de OV-Studentenkaart;
Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065
Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026
Rapport Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet bereid is om hem ter zake van de afkoop van een lijfrenteverzekering een vrijwaringsbewijs
hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:
Rapport. Rapport over een klacht over het gerechtsdeurwaarderskantoor S. te P. Datum: 17 oktober Rapportnummer: 2012/172
Rapport Rapport over een klacht over het gerechtsdeurwaarderskantoor S. te P. Datum: 17 oktober 2012 Rapportnummer: 2012/172 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het gerechtsdeurwaarderskantoor S. uit
Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368
Rapport Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Zuid hem na zijn aanhouding op 20 mei 2005
Rapport. Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013
Rapport Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) naar aanleiding van de aanvraag deskundigenoordeel van
Zij klaagt er voorts over dat de SVB de schade en kosten die het gevolg waren van de werkwijze van de SVB niet aan haar wil vergoeden.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vestiging Breda het over 2006 van haar teruggevorderde en door haar in 2006 ook terugbetaalde bedrag aan Anw-uitkering
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011. Rapportnummer: 2011/366
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011 Rapportnummer: 2011/366 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst weigert
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat haar dochter, vooral als gevolg van de onduidelijke informatieverstrekking door de Informatie Beheer Groep, niet tijdig over haar OV-studentenkaart heeft
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan hem als advocaat een machtiging van zijn cliënt heeft gevraagd om stukken bij de IND te kunnen opvragen,
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Rapport. Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025
Rapport Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat haar over het
Rapport. Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens. Datum: 29 december Rapportnummer: 2011/368
Rapport Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens Datum: 29 december 2011 Rapportnummer: 2011/368 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College bescherming persoonsgegevens
Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk Datum: 27 december 2011 Rapportnummer: 2011/365 2 Klacht Verzoekster
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237
Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag
