Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245
|
|
|
- Roeland Desmet
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245
2 2 Klacht Verzoeker, die op 22 september 2004 te Leeuwarden werd bekeurd wegens een verkeersovertreding, klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Friesland zich bij die gelegenheid heeft gedragen. Hij klaagt er met name over dat de politieambtenaar: zijn rijbewijs heeft verscheurd; hem na het verscheuren heeft meegedeeld: "dan heb je er nu twee". Voorts klaagt verzoeker er in dit verband over dat het regionale politiekorps Friesland heeft geweigerd de kosten voor een nieuw rijbewijs te vergoeden. Beoordeling Algemeen 1. Op 22 september 2004 kreeg verzoeker een administratieve sanctie opgelegd wegens het met een motorrijtuig veroorzaken van onnodig geluid. Verzoeker tekende hiertegen administratief beroep aan. Op 22 november 2004 verklaarde de officier van justitie het administratief beroep ongegrond. 2. Verzoeker diende op 3 december 2004 een klacht in over de wijze waarop de politieambtenaar zich bij het uitschrijven van de administratieve sanctie had gedragen. De districtschef achtte de klacht bij brief van 7 januari 2005 niet gegrond. Verzoeker was het niet eens met deze afdoening en verzocht de korpsbeheerder zijn klacht in behandeling te nemen. Nadat de klachtcommissie advies had uitgebracht, achtte de korpsbeheerder de klacht bij brief van 22 maart 2005 niet gegrond. Op 7 april 2005 wendde verzoeker zich tot de Nationale ombudsman. Ten aanzien van het verscheuren van het rijbewijs Bevindingen 1. Verzoeker klaagt erover dat politieambtenaar H. zijn rijbewijs heeft verscheurd. Verzoeker stelde dat hij zijn rijbewijs, op verzoek van H., aan H. had gegeven. Het rijbewijs was op dat moment gedeeltelijk gescheurd, maar nog wel één geheel. H. vouwde het rijbewijs meerdere malen open om alles goed op te kunnen schrijven. Hierbij scheurde H. het rijbewijs in twee stukken. De volgende dag hoorde verzoeker van een andere politieambtenaar dat zijn rijbewijs niet meer geldig was omdat het in twee stukken lag.
3 3 2. De korpsbeheerder achtte de klacht van verzoeker bij brief van 22 maart 2005 niet gegrond en verwees hierbij naar het advies van de klachtcommissie van 15 maart De klachtencommissie gaf in haar advies aan dat het rijbewijs van verzoeker al zodanig was ingescheurd, dat het volledig afscheuren niet de politie kon worden verweten. 3. De korpsbeheerder liet bij brief van 20 juni 2005 aan de Nationale ombudsman weten bij zijn eerdere standpunt van 22 maart 2005 te blijven Politieambtenaar H. verklaarde tijdens de klachtenprocedure bij de politie, bij brief van 23 december 2004, onder meer het volgende. Op 22 september 2004 zag hij een voertuig rijden. Dit voertuig gaf enkele malen behoorlijk veel gas waardoor de banden van het voertuig slipten over het wegdek. H. liet verzoeker stoppen, vorderde zijn rijbewijs en deelde hem mee dat hij een beschikking zou krijgen voor het onnodig geluid veroorzaken. Verzoeker gaf H. zijn rijbewijs, dat zich in een zeer slechte staat bevond. Volgens H. was dit rijbewijs dusdanig gescheurd dat dit, tijdens het uit het hoesje halen, in tweeën scheurde. Verder verklaarde H. dat hij het rijbewijs niet bewust in tweeën had gescheurd In aanvulling op bovenstaande verklaring, verklaarde H. op 28 juni 2005 tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman onder meer het volgende. In de auto van verzoeker zat nog iemand. Nadat H. verzoeker had verzocht om inzage van zijn rij- en kentekenbewijs, kreeg hij een mapje aangereikt waarin het rijbewijs van verzoeker zat. Het betrof een plastic hoesje dat in drieën was gevouwen. Hij zag toen al dat het rijbewijs in een slechte staat verkeerde. Er zaten scheuren in op de plekken waar het was gevouwen. Het leek alsof het meerdere keren was meegewassen. Toen H. het rijbewijs uit het hoesje haalde of had gehaald, scheurde het in tweeën op een vouwlijn. Hij kon zich niet herinneren of het scheuren tijdens het uit het hoesje halen of daarna was gebeurd. Hij deelde verzoeker vervolgens mee dat hij een nieuw rijbewijs diende aan te schaffen omdat het gescheurde rijbewijs niet meer geldig was. Een rijbewijs dient namelijk volledig leesbaar en in goede staat te zijn. Verder verklaarde H. dat hij het rijbewijs niet opzettelijk had kapot gescheurd. Dit gebeurde enkel door de staat waarin het rijbewijs zich bevond. 5. Tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman verklaarde de echtgenote van verzoeker op 2 augustus 2005 onder meer het volgende. Op het moment dat politieambtenaar H. hen stil hield, zat zij naast haar echtgenoot. Haar echtgenoot gaf zijn rijbewijs aan H. Het zat in een plastic mapje en verzoeker had het in de achterzak van zijn broek. Ze zag op dat moment dat het rijbewijs al bijna in twee delen was gescheurd. Ze wist niet hoe dat was gekomen of hoe oud het rijbewijs was. Voor zover zij zich kon herinneren haalde haar echtgenoot het rijbewijs uit het hoesje, maar zij had dit niet gezien. H. bekeek het rijbewijs en liet weten dat het in een slechte staat was. Nadat hij de gegevens had genoteerd gaf hij het rijbewijs terug aan haar echtgenoot. Ze had gezien dat H. bij het noteren van de gegevens het rijbewijs omdraaide. Het rijbewijs was bij het teruggeven in twee delen gescheurd. Ze had niet gezien hoe dit precies was gekomen.
4 4 6. In reactie op de verklaring van politieambtenaar H. liet verzoeker bij brief van 15 september 2005 onder meer het volgende weten. Verzoeker stelde dat hij zelf het rijbewijs uit het hoesje had gehaald en aan H. had gegeven. Het rijbewijs was op dat moment wel gescheurd, maar niet in meerdere delen. Tijdens het uitschrijven van de bekeuring scheurde H. het rijbewijs door het rijbewijs diverse malen tegen de vouwlijn in te draaien, aldus verzoeker. Verder stelde verzoeker dat zijn rijbewijs niet meerdere malen is meegewassen en dat het nog steeds goed leesbaar is. 7. Verzoeker stuurde bij zijn brief van 15 september 2005 tevens een kopie mee van zijn rijbewijs. Hieruit blijkt dat het rijbewijs is afgegeven op 27 november 1997 en geldig is tot 27 november Het rijbewijs is gescheurd op de eerste vouwlijn en bestaat uit twee stukken. Beoordeling 8. Het vereiste van correcte bejegening houdt onder meer in dat bestuursorganen burgers als mens respecteren en hen beleefd behandelen. Dit betekent onder meer dat bestuursorganen handelingen achterwege moeten laten die in het algemeen als onfatsoenlijk worden ervaren. Onder het begrip handelen valt onder andere het doen of laten van feitelijke handelingen, het uitspreken of juist achterwege laten van bepaalde opmerkingen en het aannemen of achterwege laten van een bepaalde houding. 9. Vast staat dat het rijbewijs, op het moment dat verzoeker het terug kreeg van politieambtenaar H., in tweeën was gescheurd op de eerste vouwlijn. Gelet op hetgeen verzoeker, zijn echtgenote en H. naar voren hebben gebracht, is aannemelijk dat het rijbewijs van verzoeker in een slechte staat verkeerde, aangezien het reeds scheuren vertoonde op de plekken waar het rijbewijs werd gevouwen en al bijna in twee stukken was gescheurd. Uit het onderzoek is verder niet gebleken dat H. op een onzorgvuldige wijze het rijbewijs heeft opengevouwen om de benodigde gegevens te kunnen noteren of dat hij het rijbewijs met opzet in tweeën heeft gescheurd. Gelet op het voorgaande, is de Nationale ombudsman van oordeel dat het niet in de rede ligt om het uiteindelijk doorscheuren van het rijbewijs H. te verwijten en dat H. niet gehandeld heeft in strijd met het vereiste van correcte bejegening. De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk. II. Ten aanzien van de gemaakte opmerking Bevindingen
5 5 1. Toen verzoeker zijn rijbewijs terug kreeg en zag dat het in twee stukken was gescheurd, had hij aan politieambtenaar H. gevraagd: "wat nu?". Verzoeker klaagt erover dat politieambtenaar H. hem hierna had meegedeeld: "dan heb je er nu twee". 2. De korpsbeheerder ging in zijn brief van 22 maart 2005 niet in op dit klachtonderdeel. De klachtcommissie nam in haar advies van 15 maart 2005 aan dat politieambtenaar H. had gezegd: "Dan heb je er nu twee", maar gaf geen oordeel over dit klachtonderdeel. 3. De korpsbeheerder liet bij brief van 20 juni 2005 weten bij zijn eerdere standpunt van 22 maart 2005 te blijven. 4. Tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman verklaarde politieambtenaar H. op 28 juni 2005 dat hij verzoeker had meegedeeld dat hij een nieuw rijbewijs diende aan te schaffen omdat het gescheurde rijbewijs niet meer geldig was. Verder verklaarde H. dat hij niet had gezegd dat verzoeker er nu twee had. Verzoeker deed op dat moment niet moeilijk over het kapotte rijbewijs en het verbaasde H. dat verzoeker daarover later een klacht had ingediend. 5. De echtgenote van verzoeker verklaarde tijdens de klachtenprocedure bij de politie en tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman dat H. tegen haar echtgenoot had gezegd dat hij er nu twee had. Verder verklaarde verzoekster dat ze het een normaal gesprek had gevonden, waarbij geen van beiden boos had gereageerd. Beoordeling 6. Ook dit klachtonderdeel wordt getoetst aan het vereiste van correcte bejegening, zoals hiervoor onder I.8. beschreven. 7. Uit het onderzoek is gebleken dat de lezingen met betrekking tot de exacte bewoordingen van H. bij zijn opmerking over het gescheurde rijbewijs uiteen lopen. Verzoeker en zijn echtgenote stellen dat de politieambtenaar de opmerking "dan heb je er nu twee" heeft gemaakt. Politieambtenaar H. verklaarde dat hij deze opmerking niet had gemaakt. Hij had opgemerkt dat het gescheurde rijbewijs niet meer geldig was. Wat de exacte bewoordingen zijn geweest, is niet meer vast te stellen. De Nationale ombudsman acht het echter wel aannemelijk dat H. een opmerking heeft gemaakt over het feit dat het rijbewijs in twee delen was gescheurd. De Nationale ombudsman ziet hierin echter onvoldoende aanleiding om te oordelen dat sprake was van strijd met het vereiste van correcte bejegening, mede gelet op het feit dat de echtgenote van verzoeker en H. het beiden een normaal gesprek hadden gevonden. Niet is gebleken dat H. met een dergelijke opmerking de grenzen van beleefdheid en fatsoen heeft overschreden. De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk.
6 6 III. Ten aanzien van de schadevergoeding Bevindingen 1. Voorts klaagt verzoeker er in dit verband over dat het regionale politiekorps Friesland heeft geweigerd de kosten voor een nieuw rijbewijs te vergoeden. 2. De korpsbeheerder achtte de klacht over het afscheuren van het rijbewijs niet gegrond aangezien dit de politie niet kon worden verweten. Op het verzoek om vergoeding van de kosten voor een nieuw rijbewijs is de korpsbeheerder verder niet expliciet in gegaan. Beoordeling 3. In een geval als dit, waarin een klacht over een besluit van een bestuursorgaan tot (gedeeltelijke) afwijzing van een verzoek om schadevergoeding niet kan worden onderworpen aan het oordeel van de bestuursrechter, is de Nationale ombudsman bevoegd die klacht te onderzoeken en te beoordelen, maar stelt hij zich terughoudend op. In zo'n geval is immers de burgerlijke rechter de instantie die bij uitsluiting bevoegd is om bindend te beslissen over de vraag of, op grond van bepalingen van burgerlijk recht, het betrokken bestuursorgaan is gehouden om de gestelde schade te vergoeden. 4. Het redelijkheidsvereiste houdt in dat bestuursorganen de in het geding zijnde belangen tegen elkaar afwegen en dat de uitkomst hiervan niet onredelijk is. 5. Wat betreft de gehoudenheid tot schadevergoeding brengt het redelijkheidsvereiste mee dat het bestuursorgaan mag weigeren om financiële aansprakelijkheid voor ontstane schade te aanvaarden indien het op goede gronden zijn aansprakelijkheid betwist. In dat geval kan het bestuursorgaan het aan de burger overlaten om vragen betreffende de onrechtmatigheid van het handelen of betreffende de overige voorwaarden om de schadeclaim toe te wijzen aan het oordeel van de burgerlijke rechter te onderwerpen. Dit is slechts anders indien de gronden en de overwegingen waarop de betwisting van de aansprakelijkheid berust, zo evident onjuist zijn dat het bestuursorgaan in redelijkheid niet tot zijn beslissing had kunnen komen. Alsdan moet de afweging van het belang van het bestuursorgaan bij betwisting van zijn gehoudenheid tot schadevergoeding tegenover het belang van de burger bij schadevergoeding worden geacht in strijd met het redelijkheidsvereiste te hebben plaatsgevonden. 6. Uit het feit dat de korpsbeheerder de klacht over het politieoptreden niet gegrond heeft geacht, leidt de Nationale ombudsman af dat de korpsbeheerder geen reden zag om verzoeker een schadevergoeding toe te kennen. 7. Gelet op de terughoudende benadering van de Nationale ombudsman in schadevergoedingszaken en gelet op hetgeen hiervóór onder I.9. is overwogen ten
7 7 aanzien van verzoekers klacht betreffende het scheuren van het rijbewijs, moet worden geoordeeld dat de afwijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten voor een nieuw rijbewijs, niet geacht kan worden in strijd te zijn met het redelijkheidsvereiste. De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk 8. De Nationale ombudsman merkt verder op dat het van de korpsbeheerder verwacht had mogen worden dat hij het verzoek om schadevergoeding ook expliciet had beantwoord. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van ambtenaren van het regionale politiekorps Friesland, is niet gegrond. Onderzoek Op 11 april 2005 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer V. te Leeuwarden, met een klacht over een gedraging van ambtenaren van het regionale politiekorps Friesland. Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Friesland, werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de beheerder van het regionale politiekorps Friesland verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Tevens werden politieambtenaar H. en de echtgenote van verzoeker een aantal specifieke vragen gesteld. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Noch de korpsbeheerder en de betrokken politieambtenaar noch verzoeker gaf binnen de gestelde termijn een reactie. Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie: Verzoekschrift van 7 april Intern klachtdossier van de politie, ontvangen op 2 mei Standpunt van de korpsbeheerder van 20 juni Telefonische verklaring van politieambtenaar H. van 28 juni Telefonische verklaring van echtgenote van verzoeker van 2 augustus 2005.
8 8 Reactie van verzoeker van 15 september Bevindingen Zie onder Beoordeling.
Rapport. Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162
Rapport Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht op 6 mei 2006 hebben gereageerd op zijn verzoek om
Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368
Rapport Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Zuid hem na zijn aanhouding op 20 mei 2005
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
Rapport. Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Midden en West Brabant (de burgemeester van Tilburg).
Rapport Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Midden en West Brabant (de burgemeester van Tilburg). Datum: 18 mei 2011 Rapportnummer: 2011/149 2 Klacht Verzoeker klaagt
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/091 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hem
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Aanbeveling Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Haaglanden zich, in het kader van een sollicitatieprocedure,
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Brabant-Noord hem niet financieel tegemoet heeft willen komen toen hij kort na een huiszoeking een geldbedrag van 1.020 miste.
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen. Datum: 10 mei 2012. Rapportnummer: 2012/078
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van het College voor zorgverzekeringen Datum: 10 mei 2012 Rapportnummer: 2012/078 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het College voor zorgverzekeringen
Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/085
Rapport Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/085 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Midden hem na zijn aanhouding op 24 december 2003 in verband
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401
Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende
Voorts klaagt verzoeker erover dat deze politieambtenaren hem ongepaste vragen hebben gesteld.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat hij zonder gegronde reden in de nacht van 1 op 2 april 2009 is staande gehouden door ambtenaren van het regionale politiekorps Kennemerland. Voorts klaagt
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
De politie stuurde deze registratieset toe aan de Stichting Processen-Verbaal.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Fryslân (Friesland) een onjuiste registratieset heeft opgemaakt van de aanrijding op 27 oktober 2006, waarbij verzoeker betrokken
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197
Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163
Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur
Zij klaagt er voorts over dat de SVB de schade en kosten die het gevolg waren van de werkwijze van de SVB niet aan haar wil vergoeden.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vestiging Breda het over 2006 van haar teruggevorderde en door haar in 2006 ook terugbetaalde bedrag aan Anw-uitkering
Rapport. Datum: 29 november 2001 Rapportnummer: 2001/374
Rapport Datum: 29 november 2001 Rapportnummer: 2001/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Noord onvoldoende onderzoek heeft verricht naar aanleiding van zijn aangifte
Rapport. Datum: 15 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/247
Rapport Datum: 15 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/247 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond heeft geweigerd zijn schriftelijke aangifte van 17 oktober 2000
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk Datum: 27 december 2011 Rapportnummer: 2011/365 2 Klacht Verzoekster
Rapport. Rapport over een klacht betreffende de Inspectie voor de Gezondheidszorg Bestuursorgaan: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Rapport Rapport over een klacht betreffende de Inspectie voor de Gezondheidszorg Bestuursorgaan: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Datum: 13 oktober 2011 Rapportnummer: 2011/296 2 Klacht
Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190
Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat er op zijn klacht van 10 februari 2008, tot het moment dat hij zich op 15 juli 2008 tot de Nationale ombudsman wendde, nog steeds niet is beslist door de
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn Iraakse identiteitskaart aanmerkt als een vals document maar
Rapport. Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025
Rapport Rapport over een klacht over de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland te Leiden. Datum: Rapportnummer: 2014/025 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat haar over het
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat het college van burgemeester en wethouders zijn klacht niet gegrond acht en geen reden ziet om zijn oprit alsnog
Rapport. Datum: 18 mei 2004 Rapportnummer: 2004/180
Rapport Datum: 18 mei 2004 Rapportnummer: 2004/180 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Haaglanden geen nader onderzoek heeft ingesteld naar aanleiding van zijn aangiften van
Rapport. Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149
Rapport Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) hem onheus heeft bejegend toen hij begin mei 2006
Rapport. Rapport over een klacht betreffende het CAK Bijzondere Zorgkosten b.v. uit Den Haag. Datum: 15 augustus 2011. Rapportnummer: 2011/250
Rapport Rapport over een klacht betreffende het CAK Bijzondere Zorgkosten b.v. uit Den Haag. Datum: 15 augustus 2011 Rapportnummer: 2011/250 2 Klacht Verzoekster klaagt er over dat: 1. er een heel groot
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/312 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) incorrecte informatie heeft verschaft in de brochure en op de
Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert. Beoordeling I. Bevindingen 1. Op 3 oktober 2006 werd aan verzoekers
Rapport. Datum: 3 juni 1998 Rapportnummer: 1998/207
Rapport Datum: 3 juni 1998 Rapportnummer: 1998/207 2 Klacht Op 26 maart 1996 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Oldenzaal met een klacht over een gedraging van het regionale
