Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190
|
|
|
- Matthias Desmet
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190
2 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in hun woning op 23 juli 2002 heeft afgewezen. Beoordeling Algemeen 1. Op 23 juli 2002 verrichtten ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht in het kader van een opsporingsonderzoek naar de meerderjarige, inwonende, zoon van verzoekers in de woning van verzoekers een doorzoeking ter inbeslagneming. Deze doorzoeking vond plaats onder leiding van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het arrondissement Utrecht en in het bijzijn van de officier van justitie. Bij de doorzoeking zijn een afgesloten binnendeur en een muurkluis geforceerd. 2. Op 26 augustus 2003 zond de officier van justitie verzoekers zoon een kennisgeving van niet verdere vervolging op grond van onvoldoende aanwijzing van schuld. I. Bevindingen 1. In een brief van 9 februari 2004 vroeg verzoeker het regionale politiekorps Utrecht om vergoeding van de schade die was ontstaan bij het politieonderzoek in zijn woning. Hij tekende in deze brief aan dat hij op 5 september 2002 de rekeningen van de schade aan de politie had afgegeven, maar nog steeds geen reactie had ontvangen. 2. In een brief van 2 april 2004 van de chef van het desbetreffende district werd het verzoek om vergoeding van de schade als volgt afgewezen: De circulaire van de Procureurs-generaal van 1 april 1996 kenmerk ( ) bepaalt dat bij een rechtmatig optreden in het kader van een opsporingsonderzoek de schade, toegebracht aan eigendommen of bezittingen van derden, ten laste komen van de eigenaar, bezitter of gebruiker. Het politieoptreden waaraan u refereert is een rechtmatig optreden als bedoeld in genoemde circulaire. U komt dus niet in aanmerking voor een vergoeding van de schade. 3. Op 7 mei 2004 wendde de gemachtigde van verzoekers zich opnieuw schriftelijk tot het regionale politiekorps Utrecht. Hij stelde de politie aansprakelijk voor de schade aan de deur en de kluis. Hij stelde dat het handelen van politie, c.q. justitie, onrechtmatig was
3 3 geweest. Hij tekende aan dat hij een verklaring en een verontschuldiging wenste voor de handelwijze van de betrokken opsporingsambtenaren. Voorts liet hij weten dat hij, indien de politie niet binnen 2 weken op zijn brief zou reageren, een klachtprocedure zou starten, alsmede een civiele procedure met betrekking tot de schade. 4. Op 3 juni 2004 deelde de politie Utrecht de gemachtigde van verzoekers schriftelijk mee dat de klacht over het politieoptreden niet in behandeling zou worden genomen, omdat het optreden waarover werd geklaagd langer dan één jaar geleden had plaatsgevonden. Onder verwijzing naar de brief van 2 april 2004 werd het verzoek om vergoeding van de schade (wederom) afgewezen. 5. Verzoekers achtten het onjuist dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade had afgewezen. Zij betwistten dat het politieoptreden rechtmatig was, en tekenden aan dat zij niet waren geïnformeerd over de aanleiding, verdenking of grond voor het verlenen van de machtiging tot binnentreden. 6. De beheerder van het regionale politiekorps Utrecht liet in reactie op deze klacht op 20 december voor zover in dit verband van belang - het volgende weten: "In de onderhavige zaak betrof het een binnentreden in een woning, met als doel doorzoeking ter inbeslagneming, dat onder leiding stond van een rechter commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het arrondissement Utrecht. Er mag derhalve van worden uitgegaan dat de opsporingsambtenaren, die de rechter commissaris vergezelden en de feitelijke doorzoeking onder diens leiding hebben verricht, in deze rechtmatig hebben opgetreden en alleen de voor het bereiken van hun doel strikt noodzakelijke schade hebben veroorzaakt. Ten aanzien van de in uw brief genoemd klachtonderdeel, zijn voorts geen feiten of omstandigheden bekend geworden die verandering van het oordeel, terzake deze klacht en de wijze van afhandeling, rechtvaardigt." II. Beoordeling 7. Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in hun woning op 23 juli 2002 heeft afgewezen. 8. Ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht hebben op 23 juli 2002 in het kader van een opsporingsonderzoek naar de meerderjarige, inwonende, zoon van verzoekers in de woning van verzoekers een doorzoeking ter inbeslagneming verricht. De doorzoeking vond plaats onder leiding van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het arrondissement Utrecht en in het bijzijn van de officier van justitie.
4 4 Voldoende aannemelijk is dat het optreden heeft plaatsgevonden overeenkomstig de wettelijke voorschriften en dat dit optreden rechtmatig was. 9. Het verzoek om vergoeding van de schade is in een brief van 2 april 2004 afgewezen onder verwijzing naar een circulaire van de minister van Justitie van 1 april 1996 aan onder meer het College van procureurs-generaal (zie Achtergrond, onder 1.), die bepaalt, dat bij een rechtmatig optreden in het kader van een opsporingsonderzoek de schade, toegebracht aan eigendommen of bezittingen van derden, ten laste komen van de eigenaar, bezitter of gebruiker. Omdat het politieoptreden werd gezien als een rechtmatig optreden als bedoeld in genoemde circulaire, kwamen verzoekers niet in aanmerking voor een vergoeding van de schade, aldus de brief van de politie Het motiveringsvereiste houdt in dat het handelen van bestuursorganen feitelijk en logisch wordt gedragen door een kenbare motivering. Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad kan het standpunt dat de minister van Justitie heeft ingenomen in de circulaire van 1 april 1996, dat bij een rechtmatig optreden in het kader van een opsporingsonderzoek, schade toegebracht aan eigendommen of bezittingen van derden, ten laste komt van de eigenaar, bezitter of gebruiker, niet zonder meer worden volgehouden. Immers in zijn arrest van 30 maart 2001, NJ 2003, 615 heeft de Hoge Raad (onder meer) geoordeeld dat één van de verschijningsvormen van het gelijkheidsbeginsel is de regel dat de onevenredig nadelige, - dat wil zeggen: buiten het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico vallende, en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende - gevolgen van een overheidshandeling of overheidsbesluit niet ten laste van die beperkte groep behoren te komen, maar gelijkelijk over de gemeenschap dienen te worden verdeeld. Uit deze regel vloeit voort dat het toebrengen van zodanige onevenredige schade bij een op zichzelf rechtmatige overheidshandeling als een huiszoeking jegens de getroffene onrechtmatig is. In zoverre levert een door de rechtbank verleend verlof tot het doen van huiszoeking c.q. de aanwezigheid van een rechter-commissaris bij de huiszoeking dus geen rechtvaardigingsgrond op voor het toebrengen van schade. In zijn rapport van 6 april 2001 (2001/095) heeft de Nationale ombudsman omtrent de gehoudenheid tot vergoeding van onevenredige schade ten gevolge van een op zichzelf rechtmatige gedraging in gelijke zin geoordeeld. De Hoge Raad heeft in een uitspraak van 17 september 2004 (LJN: A07887) inmiddels meer duidelijkheid geschapen over de aansprakelijkheid voor schade in situaties als de onderhavige. Wanneer strafvorderlijk optreden, meer in het bijzonder doorzoeking van de woning van een ander dan de verdachte, schade veroorzaakt aan zaken van een derde, niet-verdachte, behoort de schade niet tot diens normale maatschappelijk risico, aldus de Hoge Raad. In de uitspraak worden echter ook omstandigheden genoemd die kunnen meebrengen dat de schadevergoedingsplicht van politie of Openbaar Ministerie geheel of
5 5 gedeeltelijk komt te vervallen, zoals de familierelatie tussen verdachte en de derde of diens bekendheid met het gebruik van de woning voor strafbare feiten Het voorgaande brengt mee dat de politie Utrecht bij haar motivering van de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding niet kon volstaan met verwijzing naar de circulaire van de minister van Justitie van 1 april 1996, maar dat zij daarbij mede had moeten toetsen aan de hiervoor genoemde, door de Hoge Raad nadien ontwikkelde regel. De politie heeft derhalve gehandeld in strijd met het motiveringsvereiste. In zoverre is de gedraging van de politie niet behoorlijk. De Nationale ombudsman zal de korpsbeheerder aanbevelen een nieuwe beslissing te nemen op het verzoek om schadevergoeding. Daarbij zal de hiervoor genoemde, door de Hoge Raad ontwikkelde, regel, en de uitspraak van de Hoge Raad van 17 september 2004 uitgangspunt moeten zijn en dient te worden beslist en gemotiveerd of en in hoeverre de gestelde schade voor vergoeding in aanmerking komt. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van het regionale politiekorps te Utrecht is gegrond ten aanzien van: - de redengeving voor de weigering van schadevergoeding wegens strijd met het motiveringsvereiste. AANBEVELING De Nationale ombudsman geeft de beheerder van het regionale politiekorps Utrecht in overweging een nieuwe beslissing te nemen op het verzoek om schadevergoeding met inachtneming van de jurisprudentie van de Hoge Raad. Bij brief van 10 augustus 2005 deelde de korpsbeheerder mee een nieuwe beslissing te hebben genomen op het verzoek om schadevergoeding. Hierbij was de jurisprudentie van de Hoge Raad in acht genomen. De hernieuwde beslissing van de korpsbeheerder hield opnieuw een afwijzing van het verzoek om schadevergoeding in. Onderzoek Op 9 augustus 2004 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw J. te Utrecht, ingediend door de heer mr. J.C. Hesen, advocaat te Utrecht, met een klacht over een gedraging van het regionale politiekorps te Utrecht (de burgemeester van Utrecht).
6 6 Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de beheerder van het regionale politiekorps Utrecht, werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de beheerder van het regionale politiekorps Utrecht verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. In verband met haar verantwoordelijkheid voor justitieel politieoptreden werd ook de hoofdofficier van justitie te Utrecht over de klacht geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld haar zienswijze kenbaar te maken, voor zover daarvoor naar haar oordeel reden was. De genoemde hoofdofficier maakte van deze gelegenheid geen gebruik. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Noch de korpsbeheerder, noch verzoekers gaven binnen de gestelde termijn geen reactie. Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie: Verzoekschrift van 6 augustus 2004, met bijlagen met betrekking tot de correspondentie met het regionale politiekorps Utrecht betreffende het verzoek om schadevergoeding. Standpunt van de beheerder van het regionale politiekorps Utrecht van 20 december Bevindingen Zie onder Beoordeling. Achtergrond 1. In (bijlage A bij) de circulaire van de minister van Justitie van 1 april 1996 (kenmerk 54773/866, geldig van 1 april april 2000) aan onder meer het College van procureurs-generaal is onder meer het volgende opgenomen: "6. Herstel van schade bij huiszoeking, bij het binnentreden van een woning tegen de wil van de bewoner of bij arrestatie van verdachten of veroordeelden. Als leidraad kan worden aangehouden dat het herstel van schade bij de hier genoemde verrichtingen toegebracht aan eigendommen of bezittingen van derden toegebrachte schade in beginsel ten laste van de eigenaar/bezitter/gebruiker van het pand komt, indien en zolang de verrichting achteraf niet onrechtmatig wordt geoordeeld en voor zover de
7 7 veroorzaakte schade niet onevenredig is." 2. Jurisprudentie 1. In het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2001, NJ 2003, 615, staat onder meer het volgende vermeld: "Het enkele feit dat een huiszoeking overeenkomstig de regels van strafvordering is geschied, staat niet in de weg aan het oordeel dat het daarbij toebrengen van zodanige schade onrechtmatig kan zijn. (...) Een van de verschijningsvormen van het gelijkheidsbeginsel is de regel dat de onevenredig nadelige, - dat wil zeggen: buiten het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico vallende, en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende - gevolgen van een overheidshandeling of overheidsbesluit niet ten laste van die beperkte groep behoren te komen, maar gelijkelijk over de gemeenschap dienen te worden verdeeld (...). Uit deze regel vloeit voort dat het toebrengen van zodanige onevenredige schade bij een op zich zelf rechtmatige overheidshandeling als de onderhavige huiszoeking jegens de getroffene onrechtmatig is. In zoverre levert een door de rechtbank verleend verlof tot het doen van huiszoeking dus geen rechtvaardigingsgrond op voor het toebrengen van schade." 2. De Hoge Raad heeft in een uitspraak van 17 september 2004 (LJN:A07887) inmiddels meer duidelijkheid geschapen over de aansprakelijkheid voor schade in situaties als de onderhavige. Wanneer strafvorderlijk optreden, meer in het bijzonder doorzoeking van de woning van een ander dan de verdachte, schade veroorzaakt aan zaken van een derde, niet-verdachte, behoort de schade niet tot diens normale maatschappelijk risico, aldus de Hoge Raad. In de uitspraak worden echter ook omstandigheden genoemd die kunnen meebrengen dat de schadevergoedingsplicht van politie of Openbaar Ministerie geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, zoals de familierelatie tussen verdachte en de derde of diens bekendheid met het gebruik van de woning voor strafbare feiten. 3. Burgerlijk wetboek (BW) Artikel 6:162 "1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. 2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een
8 8 rechtvaardigingsgrond. 3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of in de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt."
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010
Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal
Rapport. Datum: 15 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/247
Rapport Datum: 15 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/247 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond heeft geweigerd zijn schriftelijke aangifte van 17 oktober 2000
Rapport. Rapport over een klacht over de hoofdofficier van justitie te Den Haag. Datum: 3 juni 2014. Rapportnummer: 2014/044
Rapport Rapport over een klacht over de hoofdofficier van justitie te Den Haag. Datum: 3 juni 2014 Rapportnummer: 2014/044 2 Klacht Meneer Jansen1 klaagt erover dat de hoofdofficier van justitie onvoldoende
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
Rapport. Datum: 29 november 2001 Rapportnummer: 2001/374
Rapport Datum: 29 november 2001 Rapportnummer: 2001/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Noord onvoldoende onderzoek heeft verricht naar aanleiding van zijn aangifte
Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.
Wetgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:3 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2. Onder beschikking
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
Rapport. Datum: 18 mei 2004 Rapportnummer: 2004/180
Rapport Datum: 18 mei 2004 Rapportnummer: 2004/180 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Haaglanden geen nader onderzoek heeft ingesteld naar aanleiding van zijn aangiften van
Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag
RAPPORT Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag Een onderzoek naar een afwijzing van het Openbaar Ministerie in Den Haag om kosten na vrijspraak te vergoeden. Oordeel Op basis van het onderzoek
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de regionale politie eenheid Amsterdam en het Openbaar Ministerie te Amsterdam
Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de regionale politie eenheid Amsterdam en het Openbaar Ministerie te Amsterdam Datum: 30 december 2013 Rapportnummer: 2013/213 2 Feiten Verzoeker is
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/245 2 Klacht Verzoeker, die op 22 september 2004 te Leeuwarden werd bekeurd wegens een verkeersovertreding, klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat Bureau Jeugdzorg Zeeland: hem niet heeft betrokken bij de totstandkoming van het indicatiebesluit dat is opgesteld met betrekking tot zijn minderjarige kind;
hem niet heeft gehoord, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek daartoe;
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam zijn klacht van 29 juli 2008 heeft behandeld. Met name klaagt verzoeker erover dat de Raad voor Rechtsbijstand:
Voorts klaagt verzoeker erover dat deze politieambtenaren hem ongepaste vragen hebben gesteld.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat hij zonder gegronde reden in de nacht van 1 op 2 april 2009 is staande gehouden door ambtenaren van het regionale politiekorps Kennemerland. Voorts klaagt
Rapport. Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/085
Rapport Datum: 10 maart 2006 Rapportnummer: 2006/085 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Midden hem na zijn aanhouding op 24 december 2003 in verband
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Brabant-Noord hem niet financieel tegemoet heeft willen komen toen hij kort na een huiszoeking een geldbedrag van 1.020 miste.
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat er op zijn klacht van 10 februari 2008, tot het moment dat hij zich op 15 juli 2008 tot de Nationale ombudsman wendde, nog steeds niet is beslist door de
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Rapport. Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Limburg. Datum: 16 oktober 2013. Rapportnummer: 2013/147
Rapport Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Limburg. Datum: 16 oktober 2013 Rapportnummer: 2013/147 2 Aanleiding Op 7 april 2013 om 16.52 uur komt er bij de regionale eenheid
Rapport. Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162
Rapport Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht op 6 mei 2006 hebben gereageerd op zijn verzoek om
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn bezwaarschrift tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag niet als zodanig heeft aangemerkt, maar als mutatie in behandeling
Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
Rapport. Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Midden en West Brabant (de burgemeester van Tilburg).
Rapport Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Midden en West Brabant (de burgemeester van Tilburg). Datum: 18 mei 2011 Rapportnummer: 2011/149 2 Klacht Verzoeker klaagt
Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368
Rapport Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Zuid hem na zijn aanhouding op 20 mei 2005
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan hem als advocaat een machtiging van zijn cliënt heeft gevraagd om stukken bij de IND te kunnen opvragen,
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat het college van burgemeester en wethouders zijn klacht niet gegrond acht en geen reden ziet om zijn oprit alsnog
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163
Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Aanbeveling Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Haaglanden zich, in het kader van een sollicitatieprocedure,
Rapport. Datum: 21 november 2007 Rapportnummer: 2007/264
Rapport Datum: 21 november 2007 Rapportnummer: 2007/264 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Noord-Holland Noord op 9 december 2005 naar aanleiding van slechts
