Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
|
|
|
- Jonathan Bauwens
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
2 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met een klacht over een gedraging van het arrondissementsparket te Arnhem. Nadat was voldaan aan het kenbaarheidsvereiste, doordat het arrondissementsparket een redelijke termijn was gegund te reageren op de door verzoeker bij brief van 2 december 1997 naar voren gebrachte bezwaren, werd naar de gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Justitie, een onderzoek ingesteld. Op grond van de namens verzoeker verstrekte gegevens werd de klacht op 20 februari 1998 als volgt geformuleerd voorgelegd aan de Minister van Justitie: Verzoeker klaagt erover dat het arrondissementsparket te Arnhem onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de behandeling van de strafzaak naar aanleiding van een op 7juli 1995 gepleegd strafbaar feit waarbij hij betrokken was geweest als slachtoffer. Voorts klaagt hij erover dat het arrondissementsparket hem niet tijdig heeft bericht over de intrekking van de dagvaarding waarmee de strafzaak ter zake ter terechtzitting van 28 november 1997 aanhangig was gemaakt. Onderzoek In het kader van het onderzoek werd de Minister van Justitie verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Verzoeker maakte van die gelegenheid geen gebruik. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Verzoeker deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen. De Minister van Justitie berichtte dat het verslag hem geen aanleiding gaf tot het maken van opmerkingen. Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt: 1. Feiten 1.1. Op 7 juli 1995 werd verzoeker slachtoffer van mishandeling Op 18 januari 1996 seponeerde de behandelend officier van justitie te Arnhem de desbetreffende strafzaak wegens gebrek aan bewijs Naar aanleiding van deze sepotbeslissing diende verzoeker bij het gerechtshof te Arnhem een verzoek in te bevelen dat alsnog vervolging werd ingesteld. Het gerechtshof willigde het verzoek bij beschikking van 11 december 1996 in Op 7 maart 1997 werd een gerechtelijk vooronderzoek ingesteld. Dit onderzoek werd
3 3 gesloten op 17 september Op 20 oktober 1997 werd de persoon die in deze zaak werd aangemerkt als verdachte, een kennisgeving van verdere vervolging betekend. Voorts werd de verdachte gedagvaard om op 28 november 1997 te verschijnen voor de arrondissementsrechtbank te Arnhem De verdachte diende op 28 oktober 1997 een bezwaarschrift in tegen de kennisgeving van verdere vervolging. Naar aanleiding daarvan werd de dagvaarding ingetrokken op 13 november De raadkamer van de arrondissementsrechtbank te Arnhem behandelde het bezwaarschrift op 20 maart Bij beslissing van 3april 1998 verklaarde de raadkamer het beklag gegrond, en stelde de verdachte buiten vervolging. 2. Standpunt van verzoeker Het standpunt van verzoeker is weergegeven onder KLACHT. 3. Standpunt van de Minister van Justitie 3.1. De Minister van Justitie reageerde bij brief van 21 april 1998 op de klacht. Zij verwees voor de feitelijke toedracht naar het door haar in afschrift bijgevoegde ambtsbericht van de fungerend hoofdofficier van justitie te Arnhem De Minister deelde mee dat zij zich kon verenigen met het standpunt van het College van procureurs-generaal dat het arrondissementsparket te Arnhem, gezien de blijkens het ambtsbericht van de fungerend hoofdofficier gehanteerde termijnen, voldoende voortvarend had gehandeld, en dat de klacht op dit punt derhalve niet gegrond was De Minister merkte voorts op dat zij zich eveneens kon verenigen met het standpunt van het College van procureurs-generaal dat de klacht gegrond was ten aanzien van het feit dat, zoals bleek uit het ambtsbericht van de fungerend hoofdofficier van justitie, het arrondissementsparket verzoeker niet had bericht dat de dagvaarding voor de zitting van 28 november 1997, vanwege een door de verdachte ingediend bezwaarschrift tegen de kennisgeving van verdere vervolging, werd ingetrokken. De Minister bood verzoeker daarvoor haar verontschuldigingen aan In haar ambtsbericht van 10 maart 1998 deelde de fungerend hoofdofficier van justitie ten aanzien van de feitelijke gang van zaken onder meer mee hetgeen hiervóór, onder 1. Feiten, is weergegeven. Voorts gaf zij aan dat uit het dossier met betrekking tot deze zaakniet bleek dat verzoeker was meegedeeld dat de dagvaarding wasingetrokken. Zij deelde mee dat zij daaruit afleidde dat het arrondissementsparket verzoeker een dergelijke mededeling dan ook niet had gedaan. Beoordeling 1. Ten aanzien van de voortvarendheid van de behandeling 1. Verzoeker klaagt er in de eerste plaats over dat het arrondissementsparket te Arnhem onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de behandeling van de strafzaak naar
4 4 aanleiding van een op 7 juli 1995 gepleegd strafbaar feit waarbij hij betrokken was geweest als slachtoffer. 2. In dit verband zijn de volgende feiten van belang. Op 18 januari 1996 seponeerde de behandelend officier van justitie te Arnhem de desbetreffende strafzaak wegens gebrek aan bewijs. Naar aanleiding van deze sepotbeslissing diende verzoeker bij het gerechtshof tearnhem het verzoek in te bevelen dat alsnog vervolging werd ingesteld. Bij beschikking van 11 december 1996 honoreerde het gerechtshof dat verzoek. Op 7 maart 1997 werd een gerechtelijk vooronderzoek ingesteld. Dit onderzoek werd gesloten op 17 september Op 20oktober 1997 werd de persoon die in deze zaak werd aangemerkt als verdachte, een kennisgeving van verdere vervolging gezonden. Voorts werd de verdachte gedagvaard om op 28 november 1997 te verschijnen voor de arrondissementsrechtbank te Arnhem. De verdachte diende op 28 oktober 1997 een bezwaarschrift in tegen de kennisgeving van verdere vervolging. Naar aanleiding daarvan werd de dagvaarding ingetrokken op 13 november De raadkamer van de arrondissementsrechtbank te Arnhem behandelde het bezwaarschrift op 20 maart Bij beslissing van 3 april 1998 verklaarde de raadkamer het beklag gegrond, en stelde de verdachte buiten vervolging. 3. Uit deze gang van zaken blijkt dat de behandeling van de zaak gedurende een drietal perioden heeft plaatsgevonden onder de verantwoordelijkheid van het arrondissementsparket. Het betreft respectievelijk de periode tussen de pleegdatum van het delict en het sepot (7 juli 1995 tot 18 januari 1996), de periode tussen het bevel tot vervolging van het gerechtshof en het instellen van het gerechtelijke vooronderzoek (11 december 1996 tot 7 maart 1997) en de periode tussen het sluiten van het gerechtelijk vooronderzoek en het intrekken van de dagvaarding (17 september 1997 tot 13 november 1997). 4. De duur van elk van die perioden was niet uitzonderlijk lang. Derhalve kan al met al niet worden gezegd dat het arrondissementsparket de zaak onvoldoende voortvarend heeft behandeld. Daaraan doet niet af dat de totale behandelingsduur van de zaak, tussen de pleegdatum van het delict (7 juli 1995) en de buitenvervolgingstelling door de raadkamer (3 april 1998), bepaald lang isgeweest. De onderzochte gedraging is op dit punt behoorlijk. 2. Ten aanzien van het informeren 2.1. Verzoeker klaagt er voorts over dat het arrondissementsparket hem niet tijdig heeft bericht over de intrekking van de dagvaarding waarmee de strafzaak ter zake ter terechtzitting van 28 november 1997 aanhangig was gemaakt De Minister deelde tijdens het onderzoek mee dat het arrondissementsparket verzoeker niet heeft ingelicht over de intrekking. Hoewel daartoe geen wettelijke verplichting bestaat, ligt het op de weg van het openbaar ministerie om wanneer het gerechtshof een verzoek om een bevel tot vervolging heeft gehonoreerd, en wanneer vervolgens een naar aanleiding van dat bevel uitgebrachte dagvaarding wordt ingetrokken, het slachtoffer van het strafbare feit over die intrekking te informeren. Zoals ook de Minister al aangaf, was het niet juist dat dit in dit geval niet is gebeurd. De onderzochte gedraging is
5 5 op dit punt niet behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van het arrondissementsparket te Arnhem, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Justitie, is niet gegrond ten aanzien van de voortvarendheid van de behandeling, en gegrond ten aanzien van het nietinformeren.
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Rapport over een klacht over het Openbaar Ministerie te Den Haag. Datum: Rapportnummer: 2013/044
Rapport Rapport over een klacht over het Openbaar Ministerie te Den Haag. Datum: Rapportnummer: 2013/044 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van het arrondissementsparket te Den
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn bezwaarschrift tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag niet als zodanig heeft aangemerkt, maar als mutatie in behandeling
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie.
Rapport Ingetrokken of niet? Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar Ministerie te Rotterdam,
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 29 november 2001 Rapportnummer: 2001/374
Rapport Datum: 29 november 2001 Rapportnummer: 2001/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Noord onvoldoende onderzoek heeft verricht naar aanleiding van zijn aangifte
Rapport. Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
Rapport Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn sollicitatiebrief van 6 maart 2000 heeft behandeld. Hij
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de officier van justitie bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) op geen enkele wijze heeft gereageerd op zijn herhaalde schriftelijke verzoek
Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002
Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197
Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100
Rapport Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100 2 Klacht Op 29 oktober 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te Best, ingediend door mr. P.N. van Schaik, advocaat en
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de reactie van de staatssecretaris van Financiën op zijn klacht dat bij de ondertekening van zijn aangifte voor de inkomstenbelasting 2007 ook de DigiD-code van
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257 2 Klacht Op 3 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer O. te 's-hertogenbosch, met een klacht over een gedraging van
Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert.
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert. Beoordeling I. Bevindingen 1. Op 3 oktober 2006 werd aan verzoekers
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt
Rapport. Datum: 15 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/247
Rapport Datum: 15 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/247 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond heeft geweigerd zijn schriftelijke aangifte van 17 oktober 2000
Rapport. Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Midden en West Brabant (de burgemeester van Tilburg).
Rapport Rapport over een klacht over de beheerder van het regionale politiekorps Midden en West Brabant (de burgemeester van Tilburg). Datum: 18 mei 2011 Rapportnummer: 2011/149 2 Klacht Verzoeker klaagt
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
