Rapport. Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
|
|
|
- Maria Bauwens
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 26 september 2001 Rapportnummer: 2001/293
2 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn sollicitatiebrief van 6 maart 2000 heeft behandeld. Hij klaagt er in dat verband in het bijzonder over dat: - de Hoofddirectie Personeel en Organisatie van het Ministerie hem aanvankelijk heeft meegedeeld geen sollicitatie van hem te hebben ontvangen, terwijl uit een brief van 15 augustus 2000 bleek dat zijn sollicitatie wel degelijk is ontvangen; - genoemde hoofddirectie pas bij brief van 15 augustus 2000 heeft gereageerd op zijn sollicitatiebrief van 6 maart Beoordeling I. Ten aanzien van de telefonisch gedane mededelingen 1. Verzoeker solliciteerde op 6 maart 2000 naar een functie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij stuurde zijn sollicitatiebrief, die vergezeld ging van zijn curriculum vitae (CV), per post naar het Ministerie. Ruim vijf maanden later ontving hij van de sectie Werving en Selectie van de Hoofddirectie Personeel en Organisatie van het Ministerie een brief waarin de goede ontvangst van zijn sollicitatie van 6 maart 2000 werd bevestigd. In dezelfde brief werd hem meegedeeld dat zijn CV onvoldoende aanknopingspunten bood voor een sollicitatie bij het Ministerie. 2. Verzoeker heeft er in de eerste plaats over geklaagd dat hem, toen hij ongeveer twee maanden na de verzending van zijn sollicitatiebrief bij het Ministerie informeerde naar de stand van zaken, is meegedeeld dat zijn sollicitatiebrief en het door hem meegezonden curriculum vitae (CV) niet waren ontvangen. 3. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft laten weten dat de werklast als gevolg van een grote wervingscampagne in de periode dat verzoeker solliciteerde er vermoedelijk de oorzaak van is geweest dat er op zijn Ministerie verwarring was ontstaan over de ontvangst van verzoekers CV. Omdat de medewerkers van de sectie Werving en Selectie zich het telefoongesprek waarop verzoeker doelde niet konden herinneren, was dit volgens de Minister echter moeilijk na te gaan. De Minister wees er voorts op dat er geen dossier was gemaakt naar aanleiding van verzoekers sollicitatie. 4. Burgers die de moeite nemen te solliciteren bij een bestuursorgaan moeten erop kunnen vertrouwen dat het desbetreffende bestuursorgaan zorgvuldig met hun sollicitatie omgaat.
3 3 5. Alhoewel niet met zekerheid is vast te stellen of verzoeker inderdaad telefonisch is meegedeeld dat zijn sollicitatiebrief en CV niet waren ontvangen, bestaat er gezien de informatie van de Minister voor de Nationale ombudsman geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de beweringen van verzoeker op dit punt. De Nationale ombudsman gaat er dan ook van uit dat verzoeker ongeveer twee maanden na 6 maart 2000 telefonisch is meegedeeld dat zijn sollicitatie niet was ontvangen. 6. Vaststaat dat verzoekers sollicitatiebrief met CV wél door het Ministerie is ontvangen. De telefonisch gedane mededeling was dan ook niet juist. Op dit punt is de onderzochte gedraging niet behoorlijk. II. Ten aanzien van de behandelingsduur 1. Verzoeker heeft er in de tweede plaats over geklaagd dat de Hoofddirectie Personeel en Organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken pas bij brief van 15 augustus 2000 heeft gereageerd op zijn sollicitatie van 6 maart De Minister van Buitenlandse Zaken heeft laten weten dat de werklast die samenhing met de hiervoor bedoelde wervingscampagne, te licht was ingeschat. Volgens de Minister was dat er de oorzaak van geweest dat verzoeker pas in augustus 2000 een reactie ontving op zijn sollicitatie van 6 maart Zoals hiervóór onder I.4. is aangegeven, behoren bestuursorganen zorgvuldig om te aan met sollicitaties van burgers. Dit vereiste brengt óók mee dat het betrokken bestuursorgaan binnen redelijke termijn reageert op een ontvangen sollicitatie. 4. In verzoekers geval heeft het meer dan vijf maanden geduurd voordat het Ministerie op zijn sollicitatie van 6 maart 2000 reageerde. Het spreekt voor zich dat een nog als redelijk aan te merken termijn daarmee ruimschoots is overschreden. De door de Minister genoemde onderschatting van de werklast als gevolg van een wervingscampagne vormt geen rechtvaardiging voor deze lange behandelingsduur. De onderzochte gedraging is ook op dit punt niet behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Hoofddirectie Personeel en Organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Buitenlandse Zaken, is gegrond. Onderzoek
4 4 Op 12 september 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer M. te Amsterdam (destijds Klein Meckelsen, Duitsland), met een klacht over een gedraging van de Hoofddirectie Personeel en Organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Zijn verzoek voldeed toen echter niet aan het kenbaarheidsvereiste als neergelegd in artikel 12, tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman, zodat zijn klacht niet in onderzoek werd genomen. Naar aanleiding van verzoekers brief van 1 februari 2001 werd naar de door verzoeker aan de orde gestelde gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Buitenlandse Zaken, een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd de Minister van Buitenlandse Zaken verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Voorts werd bij verzoeker en bij het Ministerie telefonisch nog enige aanvullende informatie ingewonnen. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Zowel verzoeker als de Minister deelde mee zich met de inhoud van het verslag te kunnen verenigen. Bevindingen De bevindingen van het onderzoek luiden als volgt: 1. Verzoeker solliciteerde bij brief van 6 maart 2000 naar een functie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Met zijn sollicitatiebrief stuurde hij zijn curriculum vitae (CV) mee. 2. Bij brief van 15 augustus 2000 berichtte een medewerker van de sectie Werving en Selectie van de Hoofddirectie Personeel en Organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken hem als volgt: "Hiermee bevestig ik de goede ontvangst van uw sollicitatie van 6 maart jl. Tot mijn spijt moet ik u mededelen dat uw CV onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een sollicitatie bij dit ministerie.
5 5 Graag zeg ik u dank voor uw belangstelling voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en wens ik u succes bij eventuele andere sollicitaties." Verzoeker ontving noch zijn sollicitatiebrief noch zijn CV terug van het Ministerie. 3. Op 8 september 2000 diende verzoeker bij de Nationale ombudsman een klacht in over de behandeling van zijn sollicitatie. In zijn brief deelde hij mee dat hij ongeveer zeven weken na de verzending van zijn sollicitatiebrief telefonisch bij de sectie Werving en Selectie van de Hoofddirectie Personeel en Organisatie had geïnformeerd naar de stand van zaken, en dat men hem dat op dat moment niet had kunnen helpen. Hem was gevraagd op een later tijdstip terug te bellen. Toen hij enkele weken later opnieuw had gebeld, was hem verteld dat zijn sollicitatiebrief en CV niet waren ontvangen, en was hem aangeraden sollicitatiebrieven in het vervolg aangetekend te versturen. Uit de brief die hem op 15 augustus 2000 was toegezonden, bleek echter dat zijn sollicitatiebrief wel degelijk was aangekomen, aldus verzoeker. 4. Omdat verzoeker niet had voldaan aan het kenbaarheidsvereiste, zoals neergelegd in artikel 12, tweede lid, van de Wet Nationale ombudsman, stuurde de Nationale ombudsman verzoekers klachtbrief op 9 november 2000 ter verdere behandeling naar de Minister van Buitenlandse Zaken. 5. De Minister van Buitenlandse Zaken reageerde bij brief van 22 januari 2001 als volgt op verzoekers klachtbrief van 8 september 2000: " Het enige waarop ik mij kan baseren is uw brief van 8 september Navraag leerde dat er geen dossier over u is gemaakt. Mij baserend op uw brief komt het mij voor dat uw sollicitatie op een meer voorkomende wijze had kunnen worden afgehandeld. Dat dit niet het geval is geweest houdt verband met het feit dat juist in de periode dat uw sollicitatiebrief binnenkwam er een grote wervingscampagne gaande was. De werklast die deze complexe campagne met zich meebracht is - naar bleek - te licht ingeschat. Dat moet er de oorzaak van zijn geweest dat u pas in augustus een reactie heeft ontvangen op uw sollicitatie van 6 maart. Ik vermoed dat deze werklast er óók de oorzaak van is geweest dat er verwarring is ontstaan over het feit of uw cv hier bekend was of niet. Dit is echter achteraf moeilijk na te gaan omdat de medewerkers van werving en selectie zich het telefoongesprek met u niet kunnen herinneren. Ik betreur het dat bij u de gedachte is ontstaan dat uw afwijzing niet is gebaseerd op inhoudelijke gronden, maar slechts op de gedachte "laten we deze sollicitant nog maar even berichten dat hij het niet geworden is". Er komen talrijke sollicitaties bij het ministerie binnen. Het is ondoenlijk iedereen voor een gesprek uit te nodigen. Daarom volgt er eerst een selectie op basis van cv's van
6 6 sollicitanten waarna niet altijd een gesprek volgt. De medewerkers van werving en selectie zijn ruim voldoende ervaren om in te kunnen schatten of een cv aansluit bij de op dat moment bestaande vacatures binnen het ministerie. Ik moet ervan uitgaan dat in uw geval uw cv niet voldoende aanknopingspunten bood om uw sollicitatie bij het ministerie in behandeling te nemen " B. Standpunt verzoeker Het standpunt van verzoeker is weergegeven onder Klacht. C. Standpunt MINISTER 1. De Minister van Buitenlandse Zaken verwees in het kader van het onderzoek van de Nationale ombudsman in de eerste plaats naar zijn brief van 22 januari 2001 (zie onder A.5.). De Minister voegde daar het volgende aan toe: " Ik moet mij overigens baseren op zeer summiere informatie. Er is namelijk geen dossier over (verzoeker; N.o.) gemaakt. Ik ben het eens met (verzoeker; N.o.) wanneer hij in zijn reactie op mijn brief stelt, dat dit een fout is die vermeden had kunnen worden. De inmiddels versterkte sectie Werving en Selectie doet er alles aan om fouten als deze te voorkomen " 2. Telefonisch werd vanuit het Ministerie desgevraagd nog meegedeeld dat werd aangenomen dat verzoekers sollicitatiebrief en zijn CV waren vernietigd, maar dat daarover geen zekerheid bestond.
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248
Rapport Datum: 23 juni 2004 Rapportnummer: 2004/248 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in haar brief aan verzoekster van 25 februari 2000 heeft
Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261
Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk
Rapport. Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005
Rapport Datum: 22 januari 2002 Rapportnummer: 2002/005 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (Raadskamer wetten buitengewoon pensioen) zonder hem daarover te informeren zijn
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121
Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,
Rapport. Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445
Rapport Datum: 12 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/445 2 Klacht Op 5 december 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Arnhem, ingediend door de heer F. te Doorwerth, met
Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148
Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel
Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053
Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van
Rapport. Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438
Rapport Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438 2 Klacht Op 24 december 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Hengelo, ingediend door Thuiszorg Centraal Twente
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012. Rapportnummer: 2012/001
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Huurcommissie te Den Haag. Datum: 5 januari 2012 Rapportnummer: 2012/001 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat: Hij door de ontvangstbevestiging van de Huurcommissie
Rapport. Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100
Rapport Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100 2 Klacht Op 29 oktober 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te Best, ingediend door mr. P.N. van Schaik, advocaat en
Rapport. Datum: 1 december 2010 Rapportnummer: 2010/338
Rapport Datum: 1 december 2010 Rapportnummer: 2010/338 2 Klacht Beoordeling Conclusie AANBEVELING Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat de IVW hem tijdens een telefoongesprek op 5 februari
Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep):
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep): 1. haar in 2007 per e-mailbericht onjuiste informatie heeft verstrekt over haar rechten met betrekking tot de OV-Studentenkaart;
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het
Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384
Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke
Rapport. Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216
Rapport Datum: 8 juni 1998 Rapportnummer: 1998/216 2 Klacht Op 23 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer B. te Obbicht, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Centrale
Rapport. Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446
Rapport Datum: 13 oktober 1998 Rapportnummer: 1998/446 2 Klacht Op 11 februari 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer X te Y, ingediend door de heer mr. G. Meijers, advocaat
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Rapport. Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353
Rapport Datum: 27 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/353 2 Klacht Op 1 mei 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw S. te Zutphen, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Ondernemingen
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203
Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging
Rapport. Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065
Rapport Datum: 23 februari 1999 Rapportnummer: 1999/065 2 Klacht Op 25 augustus 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te IJmuiden, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026
Rapport Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet bereid is om hem ter zake van de afkoop van een lijfrenteverzekering een vrijwaringsbewijs
3. Op 26 juni 2007 diende verzoekster een klacht in omdat zij tot op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet had ontvangen.
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster, advocate, klaagt erover dat het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de vergoeding proceskosten en griffierecht ten bedrage van 360,- niet
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257 2 Klacht Op 3 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer O. te 's-hertogenbosch, met een klacht over een gedraging van
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni Rapportnummer: 2011/163
Rapport Rapport betreffende een klacht over de directeur Belastingdienst/Zuidwest uit Roosendaal. Datum: 1 juni 2011 Rapportnummer: 2011/163 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop de directeur
Rapport. Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126
Rapport Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126 2 Klacht Op 20 augustus 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer P. te Oud Alblas, met een klacht over een gedraging van Gak
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht
Rapport. Datum: 30 augustus 1999 Rapportnummer: 1999/380
Rapport Datum: 30 augustus 1999 Rapportnummer: 1999/380 2 Klacht Op 16 maart 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw K. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de
Rapport. Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374
Rapport Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat UWV Cadans, kantoor Amsterdam: 1. hem nog steeds geen duidelijkheid heeft verschaft over de financiële afwikkeling
Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347
Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
