Rapport. Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149
|
|
|
- Mathijs Vermeiren
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Rapport Datum: 12 juli 2007 Rapportnummer: 2007/149
2 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) hem onheus heeft bejegend toen hij begin mei 2006 op het kantoor van het CBR is langsgekomen. Beoordeling Algemeen 1. Bij de eerste aanvraag van een rijbewijs, of een verlenging van een rijbewijs, dient de aanvrager een zogenaamde Eigen Verklaring in te vullen. Met deze Eigen Verklaring wordt een Verklaring van Geschiktheid bij het CBR aangevraagd. Het CBR beoordeelt namelijk de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen. In dat verband kan het CBR vorderen dat iemand zich door een, door het CBR aangewezen arts, laat onderzoeken. De aanvrager moet zelf de kosten van het onderzoek betalen. Bevindingen 2. Verzoeker behaalde op achttienjarige leeftijd (in 1999) zijn rijbewijs B. Het CBR vorderde, naar aanleiding van verzoekers aanvraag om een verklaring van geschiktheid, dat verzoeker zich op eigen kosten door een arts liet keuren. Het CBR gaf, na kennisneming van de uitslag van die keuring, aan verzoeker een verklaring van geschiktheid met beperkte geldigheidsduur af. 3. Vervolgens wilde verzoeker in 2003 ook zijn rijbewijs C halen. Hij vroeg hiertoe opnieuw een verklaring van geschiktheid aan bij het CBR. Het CBR vorderde ook nu dat verzoeker zich op eigen kosten door een arts zou laten keuren. Omdat verzoeker het daarmee niet eens was, ging hij naar het regiokantoor van het CBR te Assen. Hij sprak met een bij het CBR werkzame arts. Deze arts zag van de vordering af. Op grond van de aanwezige informatie gaf het CBR een verklaring voor geschiktheid af met een beperkte geldigheidsduur. Een verklaring van geschiktheid voor rijbewijs E bij C, die verzoeker in de tussentijd had aangevraagd, gaf het CBR tegelijkertijd af. 4. In mei 2006 verstreek de geldigheid van de aan verzoeker verstrekte rijbewijzen. Ten behoeve van de verlenging van zijn rijbewijzen, diende verzoeker wederom een aanvraag in voor een verklaring van geschiktheid bij het CBR. Het CBR vorderde dat verzoeker zich op eigen kosten door een arts zou laten keuren. 5. Verzoeker kon zich er niet in vinden dat hij weer moest worden gekeurd door een arts. Hij vond dat al die keuringen op eigen kosten hem teveel geld gingen kosten. Hij zocht daarom telefonisch contact met een arts van het CBR, de heer Bo., over de vordering. Het
3 3 gesprek verliep niet naar tevredenheid van verzoeker. Verzoeker ging daarom met zijn vader naar het regiokantoor van het CBR, met als doel de heer Bo. te spreken. 6.1 Volgens verzoeker had het CBR hem onheus bejegend bij zijn bezoek aan het regiokantoor. Verzoeker, noch andere betrokkenen, kunnen zich de precieze datum van het gebeuren herinneren. 6.2 Volgens verzoeker deed zich het volgende voor. Verzoeker vroeg aan de baliemedewerkster of hij de arts, de heer Bo., kon spreken. De baliemedewerkster belde naar boven, kondigde aan dat verzoeker er was en vroeg of de arts hem te woord wilde staan. De arts wilde uitsluitend telefonisch contact. Verzoeker bleef zitten om te wachten tot iemand hem netjes te woord wilde staan. Na drie kwartier kwam er iemand om hem te woord te staan. Dat was niet de arts Bo., maar de heer Br. Verzoeker legde de situatie aan de heer Br. uit. De heer Br. vertelde dat hij verzoeker er verder ook niet mee kon helpen. Hij zei dat verzoeker zich moest laten keuren omdat de arts dit had gezegd. Hij zei dat verzoeker moest vertrekken en gewoon telefonisch contact met de arts kon opnemen. Verzoeker bleef erbij dat hij de arts persoonlijk wilde spreken. Volgens de heer Br. kon dit echter niet en moest verzoeker vertrekken. Verzoeker is blijven zitten. Later kwam de heer Br. naar verzoeker toe en zei dat hij de arts Bo. kon spreken. Hij bracht verzoeker naar een kantoortje. In het kantoortje werd hem een telefoon in de hand gedrukt en moest verzoeker de arts telefonisch te woord staan. Verzoeker deed dat, maar meent dat er absoluut niet met arts Bo. te spreken valt. 7. Bij brief van 29 mei 2006 reageerde het CBR in het kader van de interne klachtbehandeling op verzoekers brief van 9 mei Het CBR gaf daarin aan dat de procedure meerdere malen aan verzoeker was uitgelegd en dat hij in de gelegenheid was gesteld om de arts uitgebreid telefonisch te spreken. Het CBR achtte de klacht niet gegrond. 8.1 In het kader van het onderzoek naar de klacht door de Nationale ombudsman, liet het CBR weten dat de afhandelingsprocedure van de Eigen Verklaring niet in een gesprek met de arts voorziet. Het is niet de gewoonte dat artsen van het CBR betrokkenen te woord staan. In incidentele gevallen kan dit echter wel voorkomen. 8.2 Verder legde het CBR een schriftelijke verklaring over van de heer Br. Op 24 januari 2007 hoorde de Nationale ombudsman de heer Br. De heer Br., die inmiddels niet meer werkzaam was bij het CBR, leidde de administratie die de besluiten van de artsen moest uitvoeren. Hij had daarom veel met de heer Bo. te maken. Hij was echter niet van dezelfde afdeling noch de meerdere van de heer Bo. Zij vielen hiërarchisch beiden direct onder het regiohoofd. De heer Br. verklaarde het volgende.
4 4 De heer Bo. heeft voorafgaand aan de dag dat (verzoeker; N.o.) het CBR bezoekt een telefoongesprek met (verzoeker; N.o.). Tijdens dit gesprek legt hij uit dat de verlenging, op grond van bestaande medische informatie, niet zomaar kan worden verleend. Verzoeker kent de procedure en weet dat hij opnieuw naar een (arts; N.o.) zal moeten. Dit accepteert hij niet en hij wil daarom de heer Bo. persoonlijk spreken. De heer Bo. meldt dat de procedure van het CBR niet voorziet in een persoonlijk gesprek. Vragen kunnen alleen telefonisch gesteld worden tussen uur en uur. ( ) (Verzoeker; N.o.) en zijn vader komen vervolgens naar het CBR. De balie belt naar boven en vraagt of de heer Bo. beneden wil komen omdat (verzoeker; N.o.) weigert weg te gaan voordat hij de heer Bo. heeft gesproken. De heer Bo. wil niet naar beneden komen en uiteindelijk ga ik naar beneden om (verzoeker; N.o.) in ieder geval te woord te staan. Ik bied de heren wat te drinken aan en leg nogmaals de procedure uit. Beiden laten me keurig uitpraten, maar willen niet weg alvorens de heer Bo. te hebben gesproken. Ze willen hem zelfs opwachten tot na werktijd. ( ) Toen bleek dat (verzoeker en zijn vader; N.o.) niet weg wilden gaan, ben ik weer naar boven gegaan om te overleggen met het regiohoofd over alternatieven. ( ) Omdat de vader het woord voerde, wilde ik de zoon apart met de heer Bo. laten spreken, om te kunnen achterhalen wat er voor hem speelde. Ik heb duidelijk gezegd dat het om een telefoongesprek ging. Het telefoongesprek vond plaats in het kantoortje van de conciërge. Ik ben tijdens het telefoongesprek in het kantoortje gebleven om te zien hoe het telefoongesprek zou verlopen. (Verzoeker; N.o.) vroeg de heer Bo. waarom hij de toelichting niet persoonlijk kwam geven. Hij zei dat hij hem in de ogen wilde kijken. Het werd een welles-nietes-gesprek. Toen het telefoongesprek was afgelopen heb ik (verzoeker; N.o.) nog even laten bedaren in het kantoortje. Toen het rode in zijn gezicht was gezakt zijn we teruggegaan naar zijn vader, die met de conciërge nog in de hal zat. Vader en zoon hebben toen besproken hoe het gesprek ging en wat ze nu verder gingen doen. (Verzoeker; N.o.) zei dat hij geen stap verder was gekomen met de heer Bo. Uiteindelijk hebben ze samen het pand van het CBR verlaten. Gevraagd naar de dreigendheid van de situatie liet de heer Br. weten dat hij de hele situatie niet bedreigend vond voor zichzelf. Hij had namelijk met de conciërge afgesproken dat hij bij de balie zou blijven. De conciërge en hij hebben allebei een fors postuur. De heer Br. vond de situatie echter wel bedreigend voor de heer Bo. Tijdens het telefoongesprek de dag ervoor had verzoeker, volgens de heer Bo, gedreigd dat hij hem persoonlijk wilde spreken en zou langskomen. Achteraf gesproken zou hij het ook onverantwoord hebben gevonden als de heer Bo. alleen (verzoeker en zijn vader; N.o.) zou hebben gesproken. Beoordeling
5 5 9. Het vereiste van correcte bejegening houdt onder meer in dat bestuursorganen burgers als mens respecteren en hen beleefd behandelen. Volgens verzoeker is hij bij zijn bezoek aan het CBR niet correct bejegend. Verzoeker kan in zijn standpunt niet worden gevolgd. Toen verzoeker zich bij het regiokantoor van het CBR vervoegde en verzocht de arts te spreken, werd dit verzoek niet ingewilligd. Verzoeker werd te woord gestaan door de heer Br. Deze verstrekte verzoeker informatie over zijn zaak en regelde, toen verzoeker bleef aandringen en weigerde weg te gaan, een telefoongesprek tussen verzoeker en de arts. Deze handelwijze is correct. Gelet op de omstandigheden van het geval behoefde aan verzoekers eis om de arts persoonlijk te spreken, immers niet tegemoet gekomen te worden. Verzoeker wenste namelijk te spreken met de arts over een beslissing, die, naar de arts verzoeker de vorige dag telefonisch had meegedeeld, niet zou worden teruggedraaid en waarbij de arts had laten weten de zaak niet persoonlijk te zullen bespreken met verzoeker. Dat tenslotte toch de mogelijkheid werd geboden om tijdens het bezoek telefonisch met de arts te spreken, getuigt van een welwillende opstelling jegens verzoeker. Strikt genomen was dit, gelet op het vorenstaande, immers niet nodig geweest. Voor zover verzoeker er in dit verband over klaagt dat hem onvoldoende duidelijk was gemaakt dat sprake zou zijn van een telefoongesprek en niet van een persoonlijk gesprek, geldt dat verzoeker zijn stelling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt en dat uit de verklaring van de heer Br. blijkt dat dit verzoeker duidelijk had kunnen zijn. Het CBR heeft gehandeld in overeenstemming met het vereiste van correcte bejegening. De onderzochte gedraging is behoorlijk. Conclusie De klacht over de onderzochte gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk, is niet gegrond. ONDERZOEK Op 8 mei 2006 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer V. te Emmen, met een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) te Rijswijk. Naar deze gedraging, die wordt aangemerkt als een gedraging van het CBR, werd een onderzoek ingesteld. In het kader van het onderzoek werd het CBR verzocht op de klacht te reageren en een afschrift toe te sturen van de stukken die op de klacht betrekking hebben. Een onderzoeker van de Nationale ombudsman heeft een voormalige medewerker van het CBR gehoord.
6 6 Vervolgens werd verzoeker in de gelegenheid gesteld op de verstrekte inlichtingen te reageren. Verzoeker maakte van die gelegenheid geen gebruik. Het resultaat van het onderzoek werd als verslag van bevindingen gestuurd aan betrokkenen. Betrokkenen gaven binnen de gestelde termijn geen reactie. Informatieoverzicht De bevindingen van het onderzoek zijn gebaseerd op de volgende informatie. 1. Brief verzoekers vader aan de Nationale ombudsman van 5 mei Brief van verzoeker aan het CBR van 9 mei Brief van het CBR aan verzoeker van 29 mei Brieven van het CBR aan de Nationale ombudsman van 13 oktober en 2 november Tegenover de Nationale ombudsman op 24 januari 2007 afgelegde verklaring van gewezen medewerker van het CBR Br. Bevindingen Zie onder Beoordeling. Achtergrond
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve
Rapport. Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162
Rapport Datum: 8 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/162 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop ambtenaren van het regionale politiekorps Utrecht op 6 mei 2006 hebben gereageerd op zijn verzoek om
Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368
Rapport Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Zuid hem na zijn aanhouding op 20 mei 2005
Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) en de gemeente Leiderdorp (hierna: gemeente).
Rapport Rapport betreffende een klacht over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) en de gemeente Leiderdorp (hierna: gemeente). Datum: 16 februari 2011 Rapportnummer: 2011/051 2 Klacht
Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401
Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk Datum: 27 december 2011 Rapportnummer: 2011/365 2 Klacht Verzoekster
Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) uit Rijswijk. Datum: 27 juni 2011
Rapport Rapport betreffende een klacht over de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR) uit Rijswijk. Datum: 27 juni 2011 Rapportnummer: 2011/190 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat
Rapport. Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093
Rapport Datum: 29 maart 2005 Rapportnummer: 2005/093 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer zijn verzoek van 16 juni 2003 om vergoeding van de kosten die hij
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen erover dat de Dienst Wegverkeer (RDW) hen met de zinsnede "met de Eigen Verklaring gaat u naar een (Arbo-)arts voor een medisch onderzoek" bij brief van 10 augustus
Rapport. Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021
Rapport Rapport over een klacht over de Sociale Verzekeringsbank te Zaanstad. Datum: 5 februari 2015 Rapportnummer: 2015/021 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat haar dochter, vooral als gevolg van de onduidelijke informatieverstrekking door de Informatie Beheer Groep, niet tijdig over haar OV-studentenkaart heeft
Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk. Datum: 25 oktober 2013. Rapportnummer: 2013/156
Rapport Rapport betreffende een klacht over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk. Datum: 25 oktober 2013 Rapportnummer: 2013/156 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het CBR zijn partner
Rapport. Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100
Rapport Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100 2 Klacht Op 29 oktober 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te Best, ingediend door mr. P.N. van Schaik, advocaat en
Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197
Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel
Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401
Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003
Rapport. Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens. Datum: 29 december Rapportnummer: 2011/368
Rapport Rapport over een klacht over het College bescherming persoonsgegevens Datum: 29 december 2011 Rapportnummer: 2011/368 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College bescherming persoonsgegevens
Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348
Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de
Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344
Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke
Rapport. Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097
Rapport Rapport inzake een klacht over een gedraging van de Dienst Wegverkeer (RDW) uit Zoetermeer. Datum: Rapportnummer: 2011/097 2 Klacht Verzoeker kan zijn Nederlandse rijbewijs in Spanje niet omwisselen
Rapport. Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013
Rapport Datum: 14 januari 2011 Rapportnummer: 2011/013 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) naar aanleiding van de aanvraag deskundigenoordeel van
Rapport. Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026
Rapport Datum: 28 januari 2011 Rapportnummer: 2011/026 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet bereid is om hem ter zake van de afkoop van een lijfrenteverzekering een vrijwaringsbewijs
Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092
Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het
Rapport. Openbaar Verzoekschrift betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk
Rapport Openbaar Verzoekschrift betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk Datum: 8 november 2010 Rapportnummer: 2010/322 2 Klacht
Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5
RAPPORT 2007/0087, NATIONALE OMBUDSMAN, 8 MEI 2007 Samenvatting 1 Klacht 2 Beoordeling 2 Conclusie 4 Aanbeveling 5 Onderzoek 5 Bevindingen 5 SAMENVATTING Verzoeker was in 1988 door de kantonrechter veroordeeld
Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord- Nederland.
Een extra stap Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord- Nederland. Datum: 16 april 2015 Rapportnummer: 2015/076 2 Klacht Verzoeker klaagt erover
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de gemeente Steenbergen heeft nagelaten verzoekster tijdig op de hoogte te brengen van een wijziging van het bestemmingsplan, waardoor verzoekster onnodig
Rapport. Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126
Rapport Datum: 27 april 1998 Rapportnummer: 1998/126 2 Klacht Op 20 augustus 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer P. te Oud Alblas, met een klacht over een gedraging van Gak
Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014. Rapportnummer: 2014/023
Rapport Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014 Rapportnummer: 2014/023 2 Klacht Verzoeker, bedrijfsarts, klaagt erover dat de verzekeringsarts van het UWV: 1. hem heeft
Rapport. Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032
Rapport Datum: 31 januari 2011 Rapportnummer: 2011/032 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de griffie van het gerechtshof Den Haag hem het arrest van 17 juli 2008 niet heeft toegestuurd met als gevolg
Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011. Rapportnummer: 2011/366
Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Centrale Administratie te Apeldoorn. Datum: 28 december 2011 Rapportnummer: 2011/366 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst weigert
Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347
Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een
Beoordeling Bevindingen
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Brabant-Noord hem niet financieel tegemoet heeft willen komen toen hij kort na een huiszoeking een geldbedrag van 1.020 miste.
Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110
Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie
Rapport. Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk
Rapport Rapport betreffende een klacht over een gedraging van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) uit Rijswijk Datum: 31 oktober 2011 Rapportnummer: 2011/323 2 Klacht Verzoeker klaagt
Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.
Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Aanbeveling Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Haaglanden zich, in het kader van een sollicitatieprocedure,
Rapport. Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087
Rapport Datum: 3 maart 1999 Rapportnummer: 1999/087 2 Klacht Op 15 september 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw W. te Putten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland
Rapport. Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261
Rapport Datum: 3 augustus 2000 Rapportnummer: 2000/261 2 Klacht Op 27 oktober 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw D. te Zeist, met een klacht over een gedraging van het Landelijk
Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257
Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/257 2 Klacht Op 3 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer O. te 's-hertogenbosch, met een klacht over een gedraging van
Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep):
Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat de Informatie Beheer Groep (IB-Groep): 1. haar in 2007 per e-mailbericht onjuiste informatie heeft verstrekt over haar rechten met betrekking tot de OV-Studentenkaart;
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, advocaat, klaagt erover dat zijn advocaatstagiaire op 18 mei 2009 geen toegang werd verleend tot de detentieboot Dordrecht, teneinde met verzoeker een telehoorzitting van
Rapport. Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302
Rapport Datum: 30 september 2005 Rapportnummer: 2005/302 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden in zijn brief van 31 januari 2005 niet inhoudelijk is
Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241
Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht
Rapport. Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282
Rapport Datum: 15 augustus 2006 Rapportnummer: 2006/282 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat hij, nadat hij op 14 mei 2003 een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had
Rapport. Datum: 3 juni 1998 Rapportnummer: 1998/207
Rapport Datum: 3 juni 1998 Rapportnummer: 1998/207 2 Klacht Op 26 maart 1996 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Oldenzaal met een klacht over een gedraging van het regionale
Beoordeling. h2>klacht
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat er op zijn klacht van 10 februari 2008, tot het moment dat hij zich op 15 juli 2008 tot de Nationale ombudsman wendde, nog steeds niet is beslist door de
4. Het CBR wees het verzoek om een betalingsregeling op 6 juni 2008 af. Het CBR stelde:
Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: CBR) zijn verzoek om een betalingsregeling te treffen heeft afgewezen en daarvoor geen motivering heeft
