Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Veraderjaar Jaarversla Nationale ombudsman 2004 Nr. 2 JAARVERSLAG INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF 9 AANDACHTSPUNTEN 10 DEEL I KERNJAARVERSLAG 15 1 ONDERZOEK EN ONTWIKKELINGEN IN Kerncijfers Actieve en adequate informatieverstrekkin Voortvarendheid «revisited» Stelsel van behoorlijkheidscriteria Toepassin behoorlijkheidscriterium actieve en adequate informatieverstrekkin door de jaren heen Bestuursoranen en actieve en adequate informatieverstrekkin Informatieverstrekkin aan de burer nader bekeken Aard van de klachten Slotbeschouwin Onderzoek Onderzoek uit eien bewein Correspondentie burer rijksoverheid Niet nakomin rechterlijke uitspraken door de IND Crisisopvan in justitiële jeudinrichtinen Rapport huurcommissies Onderzoek op verzoek Gebruik handboeien en blinddoek door arrestatieteams Waarschuwin voor inzet politiehond als eweldsmiddel Politie en de Alemene wet bestuursrecht Openbaar Ministerie en besla Tenuitvoerlein van de strafrechtelijke maatreel van plaatsin in een psychiatrisch ziekenhuis Vrouwelijke contactambtenaar IND Gebruik vreemde talen Herstel fout van andere dienst Aanhouden bezwaar in afwachtin uitspraak belastinrechter Kliklijn UWV en incasso Tuchtklacht over ebruik fixatiebanden Grondwateroverlast Bijzondere onderwerpen Ontwikkelin nieuwe vereisten van behoorlijkheid Interne klachtbehandelin Brief over de IND aan de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie Publieksvoorlichtin Buitenlandbeleid Vereniin voor Klachtrecht Oprichtin van een Nationaal Mensenrechteninstituut 73 2 WETGEVING; AMBT; BUREAU Wetevin c.a De Wet Nationale ombudsman Besluit bestuursoranen WNo en Wob Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman Aanwijzin decentrale overheden Wet extern klachtrecht Wetswijziinen die de bevoedheid van de Nationale ombudsman raken Ambt Wisselin van ambtsdraers Nevenfuncties ambtsdraers Klachten over de Nationale ombudsman en verzoeken om herzienin Inleidin Klachten over de Nationale ombudsman en zijn bureau 87 ISSN Sdu Uitevers s-gravenhae 2005 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

2 2.4 Het Bureau Nationale ombudsman Personeel Financiën Bedrijfsvoerin 89 3HET WERK VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN IN CIJFERS De te behandelen zaken Klachten en informatieverzoeken via telefoon/ en bezoeken Afedane zaken Cijfers afedane zaken Onderzoek uit eien bewein Doorlooptijden verzoekschriften Afedane zaken per ebied De conclusie van de Nationale ombudsman Reden voor de klacht; beoordelin door de Nationale ombudsman Alemeen De beoordelin in de rapporten De reden voor de klacht in tussentijds afedane zaken De meest voorkomende problemen in de afedane zaken De effecten van het werk van de Nationale ombudsman Enkele achterrondkenmerken van indieners van verzoekschriften EFFECTEN VAN HET WERK VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN Soorten effecten Actie door de overheid Op het ebied van de politie Alle ministeries Op het ebied van justitie Op het ebied van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties Op het ebied van onderwijs, cultuur en wetenschappen Op het ebied van financiën Op het ebied van defensie Op het ebied van volkshuisvestin, ruimtelijke ordenin en milieubeheer Op het ebied verkeer en waterstaat Op het ebied van economische zaken Op het ebied van sociale zekerheid en werkeleenheid Op het ebied van volksezondheid, welzijn en sport Op het ebied van de waterschappen Op het ebied van de provincies Op het ebied van de emeenten Rapporten en brieven van de Nationale ombudsman en de Tweede Kamer NATIONALE OMBUDSMAN EN OMGEVING Staten-Generaal Bestuursoranen en andere instanties Voorlichtin Publieksvoorlichtin Overie activiteiten Buitenlandbeleid Nationale ombudsman Buitenlandse betrekkinen Voordrachten BEOORDELING VERZOEKSCHRIFTEN OP BEVOEGD- HEID EN ONTVANKELIJKHEID Inleidin Cijfers over de verwerkin van verzoekschriften Buitenwettelijke verzoekschriften De toetsin van de verzoekschriften Inleidin Artikel 1a: Bevoedheid naar bestuursoraan Artikel 16: Bevoedheidsafbakenin naar edrain Inleidin Onbevoedheid bij alemeen reerinsbeleid en bij alemeen beleid betrokken bestuursoraan (artikel 16, onderdeel a) Onbevoedheid Nationale ombudsman ten aanzien van alemeen verbindende voorschriften (artikel 16, onderdeel b) Onbevoedheid Nationale ombudsman bij openstaan of aanhani zijn van een bezwaarof beroepsprocedure (artikel 16, onderdeel c) Onbevoedheid Nationale ombudsman bij rechterlijk toezicht (artikel 16, onderdeel ) Artikel 14: Ontvankelijkheid; discretionaire bevoedheid Nationale ombudsman Inleidin Verzoekschrift te laat inediend; niet voldaan aan de vereisten van artikel 12, derde en vierde lid (artikel 14, onderdeel a); verzoekschrift als bedoeld in artikel Kennelijk onerond (artikel 14, onderdeel b) Onvoldoende belan of onvoldoende ewicht van de edrain (artikel 14, onderdeel c) Wettelijk ereelde klachtvoorzienin (artikel 14, onderdeel f) 154 BIJLAGEN Overzicht uitebrachte rapporten Hoofdstuk 9 Awb in rapporten van de Nationale ombudsman Vermeldin van rapporten in vakbladen in De beoordelinscriteria Bestuursoranen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman Artikel 78a van de Grondwet Wet Nationale ombudsman Wet Nationale ombudsman Besluit bestuursoranen WNo en Wob Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman Klachtreelin Bureau Nationale ombudsman 243 DEEL II BEELD VAN HET IN 2004 VERRICHTE ONDERZOEK 247 De hoofdstukken 7 t/m 25 staan op de cd-rom bij dit jaarversla. Voor de vollediheid zijn daarop ook de vooraande hoofdstukken en bijlaen openomen. 7 POLITIE EN OPENBAAR MINISTERIE 249 7A Politie 249 7A.1 Inleidin 249 7A.1.1 Cijfers 249 7A.1.2 Praktijkcontacten 249 7A.2 Toepassin bepalinen betreffende de verdachte 250 7A.2.1 Verdenkin 250 7A.2.2 Verhoor (ook bejeenin tijdens verhoor) 251 7A.2.3 Verstrekken kopie verklarin 251 7A.2.4 Bijstand en waarschuwen raadsman 251 7A.3 Vrijheidsbenemende dwanmiddelen 252 7A.3.1 Staande houden 252 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

3 7A.3.2 Aanhouden (en tijd voor ophouden voor verhoor en melden reden voor aanhoudin) 253 7A.3.3 Vooreleiden en in verzekerin stellen 255 7A.3.4 Dwanmiddelen ter identificatie 257 7A.3.5 Heenzenden 257 7A.3.6 Vastleen van ebruik van vrijheidsbenemende dwanmiddelen 257 7A.4 Overie dwanmiddelen 257 7A.4.1 Binnentreden 257 7A.4.2 Doorzoeken (onderzoek in de) wonin en doorzoeken auto s 260 7A.4.3 Handboeien; blinddoeken en (veiliheids-/ aanhoudins)fouillerin 261 7A.4.4 Inbeslanemin 265 7A.4.5 Vastleen van ebruik van overie dwanmiddelen 265 7A.5 Politieoptreden en vrijwilliheid (ook etuienverhoor) 266 7A.6 Geweldebruik 267 7A.6.1 Arrestatieteam 267 7A.6.2 Vuurwapenebruik 267 7A.6.3 Diensthond; pepperspray; wapenstok; fysiek eweld 268 7A.7 Verblijfsomstandiheden arrestanten 272 7A.8 Leitimatie 274 7A.9 Informatie 274 7A.9.1 Vastleen van informatie (inclusief niet vernietien van informatie) 274 7A.9.2 Sinalerinen (o.a. OPS/NSIS) 278 7A.9.3 Verstrekken van informatie (aan derden, pers, Interpol en betrokkenen zelf) 279 7A.10 Optreden naar aanleidin van aaniften en meldinen 283 7A.10.1 Aaniften en meldinen 283 7A.10.2 Inrichtin opsporinsonderzoek 287 7A.11 Bejeenin 290 7A.11.1 Houdin en uitlatinen (taalebruik) 290 7A.11.2 Niet nakomen toezeinen 290 7A.12 Hulpverlenin 291 7A.12.1 Slachtofferhulp (Aanwijzin slachtofferzor) 291 7A.12.2 Burenruzies 291 7A.12.3 Overie 293 7A.13 Politieoptreden en verkeer 294 7A.13.1 Aanrijdinen 294 7A.13.2 Weslepen 298 7A.13.3 Politie en de WAHV (Wet Mulder) 299 7A.13.4 Overie verkeersreelevin 301 7A.14 Openbare orde 303 7A.15 Vreemdelinendiensten 304 7A.15.1 Cijfers 304 7A.15.2 Rapporten 304 7A.16 Minderjarien 308 7A.17 Klachtbehandelin 309 7A.17.1 Wetevin 309 7A.17.2 De behandelin van klachten 310 7A.17.3 Enkele rapporten 311 7A.18 Schadeveroedin 317 7A.19 Politieoptreden en het civiele recht 323 7A.20 Administratieve oranisatie (postreistratie, niet reaeren op brieven, etc.) 327 7A.21 Overie rapporten op het terrein van politie 327 7A.21.1 Bijzondere opsporinsambtenaren 327 7A.21.2 Rijksrecherche 329 7A.21.3 Overie rapporten/afdoeninen 329 7A.22 Interiteit 331 7B Openbaar Ministerie 333 7B.1 Alemeen 333 7B.2 Inbeslanemin 334 7B.3 Opsporin (incl. sinalerin verdachten, bevel tot aanhoudin en inzet arrestatieteam) 337 7B.4 Vervolin 338 7B.5 Tenuitvoerlein straffen 341 7B.6 Schadeveroedin 342 7B.7 De Wet administratiefrechtelijke handhavin verkeersvoorschriften 344 7B.8 Slachtoffers van delicten 345 7B.9 Informatieverstrekkin 348 7B.10 Administratieve oranisatie 349 7B.11 Klachtbehandelin 351 7B.12 Interiteit 352 7B.13 Overie Ministerie van Alemene Zaken Cijfers Alemeen Rapporten Ministerie van Buitenlandse Zaken Cijfers Alemeen De Visadienst en de Visadienst kort verblijf Enkele rapporten JUSTITIE A Ministerie van Justitie A.1 Alemeen; cijfers A.2 Immiratie- en Naturalisatiedienst A.2.1 Alemene onderwerpen A Cijfers A Interne klachtbehandelin door IND A Klachtbehandelin door de Nationale ombudsman A.2.2 Visa en machtiinen tot voorlopi verblijf A Cijfers A Bevoedheid en toerekenin A Overdracht van taken A Jurisprudentie van de Afdelin bestuursrechtspraak van de Raad van State A Rapporten A Interventies A.2.3 Verblijfsverunninen A Alemeen A Cijfers A Behandelin asielaanvraen A Behandelin van aanvraen om verlenin/verlenin van een reuliere verblijfsverunnin A Interventies A.2.4 Naturalisaties A.3 Griffies van erechten A.4 Justitiële inrichtinen A.4.1 Alemeen A.4.2 Gevaneniswezen A.5 Raad voor de Kinderbeschermin A.6 Schadeveroedin A.7 Overdracht tenuitvoerlein strafvonnissen A.8 Administratieve oranisatie A.9 Klachtbehandelin A.10 Centraal Justitieel Incasso Bureau A.10.1 Tenuitvoerlein van straffen A.10.2 Wet administratiefrechtelijke handhavin verkeersvoorschriften A.10.3 Schadeveroedinsmaatreelen A.10.4 Overie A.11 Interiteit A.12 Overie B Bestuursoraan op het terrein van Justitie B.1 Raden voor Rechtsbijstand B.2 Centraal Oraan opvan asielzoekers B.2.1 Alemeen B.2.2 Rapporten COA B.3 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen (LBIO) 418 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

4 10B.4 Commissie en secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven B.5 Nederlandse Orde van Advocaten B.6 Orde van Advocaten in de verschillende arrondissementen B.7 Gerechtsdeurwaarders en notarissen B.8 Andere bestuursoranen op het terrein van Justitie BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES A Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties A.1 Cijfers A.2 Alemeen A.3 Rapporten A.4 Alemene Inlichtinen- en Veiliheidsdienst B Andere bestuursoranen op het terrein van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP A Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap A.1 Cijfers; alemeen B Andere bestuursoranen op het terrein van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap B.1 Informatie Beheer Groep (IB-Groep) B.1.1 Cijfers B.1.2 Studiefinancierin B.1.3 Teemoetkomin onderwijsbijdrae en schoolkosten B.1.4 Leseld B.2 Overie bestuursoranen op het terrein van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap B.2.1 Op het terrein van onderwijs en onderzoek B.2.2 Overie bestuursoranen FINANCIEN A Ministerie van Financiën A.1 Cijfers A.2 Belastindienst A.2.1 Inleidin A.2.2 Schadeveroedin; renteveroedin A.2.3 Behandelinsduur A.2.4 Informatieverstrekkin A.2.5 Heffin A Controle A Ambtshalve verminderin A Hardheidsclausule A Onjuiste aanslaen A Belastinteruaaf A Overie zaken op het terrein van de heffin A.2.6 Invorderin A Verrekenin A Betalinsreelin A Kwijtscheldin A Gebruik dwanmiddelen A.2.7 Douane A.2.8 Klachtbehandelin A.2.9 Overie zaken op het terrein van de Belastindienst A.3 Ministerie van Financiën anderszins A.3.1 Dienst Domeinen A.3.2 Overie zaken op het terrein van het Ministerie van Financiën B Andere bestuursoranen op het terrein van Financiën MINISTERIE VAN DEFENSIE Cijfers Alemeen Ministerie Uitebrachte rapporten Interventies en tussentijdse beëindiinen Nederlandse krijsmacht Koninklijke Marechaussee Alemeen Uitebrachte rapporten Interventies en tussentijdse beëindiinen Koninklijke Luchtmacht Inspectie Militaire Gezondheidszor Instituut Defensie Leeranen Klachtencommissie Defensie Interservice Commando VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER A Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer A.1 Cijfers A.2 Alemeen A.3 Directoraat-eneraal Wonen A.3.1 Alemeen A.3.2 Huursubsidie A.3.3 Secretariaat van de huurcommissies A.4 Overie zaken met betrekkin tot het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer B Andere bestuursoranen op het terrein van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer B.1 Huurcommissies VERKEER EN WATERSTAAT A Ministerie van Verkeer en Waterstaat A.1 Cijfers A.2 Alemeen A.3 Rijkswaterstaat A.4 Directoraat-eneraal Luchtvaart A.5 Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Vervoer A.6 Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Luchtvaart A.7 Rijksinstituut voor interaal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandelin A.8 Overie zaken op het terrein van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat B Andere bestuursoranen op het terrein van Verkeer en Waterstaat B.1 Stichtin Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen B.1.1 Alemeen B.1.2 Uitebrachte rapporten B.2 Dienst Weverkeer en Erkenninshouders B.2.1 Alemeen B.2.2 Uitebrachte rapporten ECONOMISCHE ZAKEN A Ministerie van Economische Zaken A.1 Cijfers A.2 Alemeen A.3 Rapporten LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT A Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit A.1 Cijfers A.2 Alemeen A.3 Uitebrachte rapporten A.3.1 Ministerie A.3.2 Alemene Inspectiedienst en de Rijksdienst voor de keurin van Vee en Vlees A.3.3 LASER A.4 Tussentijdse beëindiin B Andere bestuursoranen op het terrein van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit B.1 Cijfers B.2 Faunafonds SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID A Ministerie van Sociale Zaken en Werkeleenheid A.1 Cijfers A.2 Uitebrachte rapporten en afedane zaken B Andere bestuursoranen op het terrein van Sociale Zaken en Werkeleenheid 547 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

5 19B.1 Bestuursoranen op het terrein van de sociale zekerheid B.1.2 Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen B Cijfers; ontwikkelinen; alemeen B Behandelinsduur B Informatieverstrekkin B Dienstverlenin; bejeenin; klachtbehandelin B Rente- en schadeveroedin B Overi B.1.3 Sociale verzekerinsbank B Alemeen: cijfers B Behandelinsduur B Informatieverstrekkin B Dienstverlenin; bejeenin; klachtbehandelin B.2 Centrale oranisatie werk en inkomen B.2.1 Cijfers B.2.2 Centrale oranisatie werk en inkomen B Ontslaverunninen B Bemiddelin en scholin B Intake B Interne klachtbehandelin VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT A Ministerie van Volksezondheid, Welzijn en Sport A.1 Cijfers A.2 Alemeen A.3 Uitebrachte rapporten A.3.1 Ministerie A.3.2 Inspectie voor de Gezondheidszor A Alemeen A Rapporten B Andere bestuursoranen op het terrein van Volksezondheid, Welzijn en Sport B.1 Ziekenfondsen en zorverzekeraars B.2 Reionale Indicatie Oranen B.3 Collee voor zorverzekerinen B.4 Gezinsvoodij-instellinen WATERSCHAPPEN Alemeen Ontwikkelinen Cijfers Interne klachtbehandelin Wijze van klachtbehandelin Termijn voor klachtbehandelin Behandelinsduur en non-respons Informatieverstrekkin Privaatrechtelijk handelen Openbare ruimte Middelen PROVINCIES Cijfers Interne klachtbehandelin Behandelinsduur en non-respons GEMEENTEN Alemeen Aanesloten emeenten Cijfers Interne klachtbehandelin Klachtbehandelin Geen verplichtin tot klachtbehandelin Hoorplicht De beslissin op het klaaschrift Behandelinsduur en non-respons Informatieverstrekkin Correspondentienormen Bejeenin Privaatrechtelijk handelen Schadeveroedin Publiekszaken Openbare ruimte Bestuur GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Alemeen: cijfers Interne klachtbehandelin PUBLIEKRECHTELIJKE BEDRIJFSORGANISATIE Cijfers 618 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

6

7 WOORD VOORAF Voor u lit het Jaarversla 2004 van de Nationale ombudsman. In zijn rapport aan de reerin «De toekomst van de nationale rechtsstaat» (Sdu Uitevers, Den Haa, 2002) heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Reerinsbeleid uit de jaarverslaen van de Nationale ombudsman edestilleerd dat burers met name ontevreden zijn over de informatieverstrekkin door overheidsdiensten. Na in het Jaarversla 2001 uitebreid aandacht te hebben besteed aan (het ebrek aan) voortvarendheid van de overheid, kent dit jaarversla in hoofdstuk 1 dan ook als centraal thema hoe de overheid door de jaren heen is omeaan met het behoorlijkheidsvereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin (zie 1.2). Verder eeft hoofdstuk 1 onder meer een weerave van de rapporten naar aanleidin van het in 2004 uitevoerde onderzoek uit eien bewein ( 1.3.1) en van een aantal belanrijke rapporten naar aanleidin van onderzoek op verzoek ( 1.3.2). In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelinen met betrekkin tot de wetevin betreffende de Nationale ombudsman, het externe klachtrecht, het ambt en het bureau weereeven. In dit verslajaar heeft mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt op 25 oktober 2004 haar ambt als substituutombudsman neereled weens haar overan naar de Raad van State als staatsraad in buitenewone dienst. Wij zullen voortaan haar uitebreide onderzoekservarin moeten missen. Op 1 januari 2005 is de heer mr. F.J.W.M. van Dooren als nieuwe substituut-ombudsman aanetreden. De heer Van Dooren was voordien raadsheer bij het Gerechtshof Den Haa en voorzitter van de Kiesraad. Hoofdstuk 3 eeft het werk van de Nationale ombudsman in cijfers weer, terwijl hoofdstuk 4 inaat op de effecten die het werk van de Nationale ombudsman heeft ehad. Hoofdstuk 5 betreft de communicatieve kant van zijn werk: de publieksvoorlichtin, de contacten met bestuursoranen en andere instanties, de buitenlandse betrekkinen etc. In hoofdstuk 6 tenslotte wordt meer in het alemeen weereeven hoe de Nationale ombudsman in 2004 heeft eoordeeld over zijn bevoedheid ten aanzien van bestuursoranen en over de ontvankelijkheid van burers om bij hem een verzoek in te dienen. Sinds het verslajaar 2001 worden de jaarverslaen cumulatief uiteeven op de bijevoede cd-rom en toeankelijk emaakt met een eenvoudie zoekstructuur. Het eerste deel, het «kerndeel», van het jaarversla is tevens edrukt. Dit kerndeel bevat de hoofdstukken 1 tot en met 6 met alemene, inhoudelijke en cijfermatie eevens over het werk van de Nationale ombudsman. De overie hoofdstukken even een beeld van het verrichte onderzoek naar edrainen van de verschillende bestuursoranen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman. Overiens zijn de jaarverslaen vanaf het verslajaar 1999 ook interaal te raadpleen via No voor het afsluiten van dit jaarversla overleed op 24 januari 2005 Teus Korteland die als onderzoeker vanaf september 1985 aan het Bureau Nationale ombudsman verbonden is eweest. Al even plotselin op 11 februari 2005 overleed Ton Luijben, hoofd Facilitaire Dienst, die vanaf de oprichtin in 1982 het Bureau heeft ediend. Hun rote inzet en toewijdin zullen wij ons blijven herinneren. De Nationale ombudsman, R. Fernhout Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

8 AANDACHTSPUNTEN Met het oo op de behandelin van dit jaarversla in de Tweede Kamer volt hieronder een overzicht van enkele aandachtspunten: a. Actieve en adequate informatieverstrekkin door de jaren heen De cijfermatie analyse rond het behoorlijkheidsvereiste «actieve en adequate informatieverstrekkin» laat een zekere stabiliserin zien. Bein jaren neenti was dit vereiste aan de orde in ruim 20% van het totaal van de onderzochte zaken. De afelopen drie à vier jaren daalde het percentae naar ruim 10% (zie 1.2). Niettemin bezet het daarmee een stevie tweede plaats na het vereiste van voortvarendheid. Klachten in verband met dit vereiste komen overheidsbreed voor. Adequate en actieve informatieverstrekkin vert continue zor van alle bestuursoranen. Meer alemeen beschouwd vraen met name Justitie (al jaren lan) en het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (verder UWV) (de laatste paar jaren) bijzondere aandacht. In mindere mate eldt dit voor de reionale politiekorpsen en voor Buitenlandse Zaken. Bij Justitie aat het om de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND) en in mindere mate het Openbaar Ministerie (verder OM). Waar moet aandacht aan worden besteed? Zowel aan de inhoudelijke kwaliteit van de informatieverstrekkin als aan de tijdiheid van de informatieverstrekkin. Immers, een klacht over het ontbreken van adequate en actieve informatieverstrekkin is vaak onderdeel van de onderliende schendin van het vereiste van voortvarendheid. Bij informatieverstrekkin ter beeleidin van procedures kan de aandacht voor verbeterin van de kwaliteit zich bijvoorbeeld richten op: het communiceren over de voortan van aanvraen, bezwaarschriften, klachten en «andere» brieven met behulp van behandelinsberichten, tussenberichten etc. Bij informatieverstrekkin over de inhoud van procedures aat het om: het communiceren over rechten en plichten van burers, het even van volledie (adequate) informatie over de inhoud van openstaande procedures (bijvoorbeeld over het zich kunnen voeen in een strafproces of over het kunnen opkomen teen een sepotbeslissin), over de evolen van de uitkomst van die procedures, en het verwijzen naar openstaande rechtsmiddelen. Ook moet aandacht worden besteed aan het tijdi beschikbaar hebben van heldere folders, brochures en standaardbrieven en het tijdi en adequaat instrueren van medewerkers van bestuursoranen. Dit vert met name aandacht en oede coördinatie bij die rechtsebieden die sterk onderhevi zijn aan voortdurend veranderende reelevin, zoals op het terrein van de sociale zekerheid (met name bij het UWV) en op dat van het vreemdelinenrecht (met name bij de IND en ambassades en consulaten). Goede coördinatie is vereist om ervoor te zoren dat de betrokken medewerkers van bestuursoranen en hun dienstonderdelen tijdi op de hoote zijn van veranderinen in reelevin en wat die veranderinen voor burers en andere betrokkenen betekenen. Eventuele frontoffices van overheidsinstanties moeten tijdi op de hoote zijn en weten welke informatie zij wel en welke zij niet kunnen verstrekken. Afstemmin tussen frontoffices en backoffices is belanrijk evenals het beschikbaar hebben van toereikende eautomatiseerde hulpmiddelen, systemen om inhoudelijke informatie te kunnen enereren. Ook reistratiesystemen en systemen ter bewakin van de voortan van procedures zijn daarbij essentieel, dit alles om de vereiste dienstbaarheid naar burers te kunnen waarboren. Niet in de laatste plaats zullen medewerkers van bestuurs- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

9 oranen in toereikende mate (telefonisch en schriftelijk) bereikbaar moeten zijn om evraade informatie te kunnen verstrekken. b. Voortvarende behandelin van correspondentie van burers aan de rijksoverheid Samenhanend met het vooraande zal de overheid blijvend aandacht moeten besteden aan een voortvarende behandelin van de correspondentie van burers. Het aat daarbij om het tijdi informeren over de voortan van correspondentie in het alemeen en over de voortan van te starten of lopende procedures betreffende aanvraen, bezwaren of klachten in het bijzonder. Na zijn rote onderzoek in 2003 zal de Nationale ombudsman in 2005 evalueren hoe het thans met de behandelin van de zoenaamde «burerbrieven» en de implementatie van de edane aanbevelinen is esteld (zie ). c. Ontwikkelin aantal verzoekschriften Opnieuw is het aantal verzoekschriften aanzienlijk esteen, van in 2003 naar in 2004 (zie 1.1). Met name is het aantal klachten over de IND en over het UWV sterk esteen. Er zijn ook oede ontwikkelinen te melden. Door verkortin van de doorlooptijden is het aantal verzoekschriften op het ebied van het Ministerie van Buitenlandse zaken jarenlan een aandachtspunt bijna ehalveerd. Gezien de verwachtin dat de stijin van het aantal verzoekschriften zich ook de komende jaren zal doorzetten, en eeven de verwerkinscapaciteit van het Bureau Nationale ombudsman op oneveer klachten lijken renzen bereikt en komen doorlooptijden onder druk te staan. Gezien de esteen werklast valt aan een beperkte versterkin van de formatie dan ook niet te ontkomen (zie 2.4.3). d. Behandelinsduur aanvraen verblijfsverunninen en nalevin rechterlijke uitspraken door IND De belanrijkste oorzaak van de stijin van het aantal klachten over de IND wordt evormd door de ondervonden problemen als evol van de overhevelin van toelatinstaken van de vreemdelinendiensten van de reionale politiekorpsen naar de IND. Die problemen uitten zich met name in de lane duur van behandelin door de IND van aanvraen (om verlenin) van reuliere verblijfsverunninen en in de niet tijdie uitreikin van verblijfsdocumenten aan reulier verblijvende vreemdelinen door emeenten, die de frontoffice taak van de vreemdelinendiensten hebben overenomen (zie 1.4.3). Deze problemen en de sterke stijin van het aantal klachten hebben de Nationale ombudsman er toe ebracht in een brief van medio auustus 2004 zijn bezordheid uit te spreken over het functioneren van de IND. Naar aanleidin van deze brief heeft de vaste commissie voor Justitie uit de Tweede Kamer op 13 september 2004 een rondetafelesprek eoraniseerd. Vervolens heeft de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie op 4 oktober 2004 de Alemene Rekenkamer verzocht een onderzoek in te stellen naar het functioneren van de IND. Een volend aandachtspunt op dit terrein blijft de no steeds ebrekkie nalevin van rechterlijke uitspraken door de IND, ondanks eerdere rapporten en aanbevelinen van de Nationale ombudsman en de naar aanleidin van deze aanbevelinen uitevaardide nieuwe werkinstructie (zie ). e. Crisisopvan in justitiële jeudinrichtinen Joneren met ernstie edrasproblemen worden in afwachtin van een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

10 plaats in een justitiële behandelinrichtin, eplaatst in een justitiële opvaninrichtin samen met criminele joneren. In zijn ecombineerde onderzoek uit eien bewein en naar aanleidin van een verzoek (rapport 2004/460) constateert de Nationale ombudsman dat die tijdelijke plaatsin ontoelaatbaar lan duurt en dat daardoor deze joneren te lan verstoken blijven van behandelin. Bovendien ziet hij ernstie problemen op het ebied van samenplaatsin van criminele en niet-criminele joneren. Aan zijn onderzoek verbindt de Nationale ombudsman diverse aanbevelinen om de situatie te verbeteren. Alles moet erop ericht zijn om tijdelijke plaatsin in een opvaninrichtin maximaal zes weken te laten duren. Joneren zitten nu vaak maandenlan in deze tijdelijke opvan (zie ). Bij afsluitin van dit jaarversla was no niet op deze aanbevelinen ereaeerd. f. Tenuitvoerlein van de (straf)rechtelijke last tot plaatsin in een psychiatrisch ziekenhuis In zijn vonnis kan de strafrechter opname van de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis elasten voor de duur van een jaar. Reelmati kost het het OM veel tijd en moeite om een inrichtin te vinden die bereid en in staat is zo n ernsti estoorde persoon op te nemen. In de zaak die uitmondde in rapport 2004/316 was de betrokkene door alle in aanmerkin komende ziekenhuizen eweierd en bleef hij het hele jaar edetineerd in een huis van bewarin. De Nationale ombudsman achtte een derelijk landurie detentie in strijd met artikel 5 Europees Verdra voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Hij deed aan de minister van Justitie de aanbevelin om kort ezed een plan op te stellen dat erin voorziet de wachttijd tot aan plaatsin in een psychiatrisch ziekenhuis te beperken tot twee maanden (zie ). Hoewel mondelin is toeezed dat de aanbevelin zal worden opevold, was bij afsluitin van dit jaarversla het plan van aanpak no niet epubliceerd.. Openbaar Ministerie en inbeslanemin In twee rapporten (2004/112 en 2004/214) kwam de verantwoordelijkheid van het OM bij inbeslanemin aan de orde. In artikel 116 Wetboek van Strafvorderin wordt aan de officier van justitie opedraen besla op voorwerpen te beëindien zodra er een strafvorderlijk belan meer is bij dat besla. In twee zaken over in besla enomen auto s bleek dat op het parket niet in de aten werd ehouden of het besla moest voortduren, maar ook dat op vraen van de eienaar van de auto en verzoeken om teruave niet adequaat kon worden ereaeerd. De politie had de processen-verbaal rond de inbeslanemin niet tijdi aaneleverd, of deze waren op het parket niet snel verwerkt. Zo kon het ebeuren dat het parket de noodzaak van het besla pas beoordeelde, en concludeerde dat de auto kon worden terueeven, nádat de bewaartermijn van de Dienst Domeinen Roerende Zaken (verder Domeinen) al was verstreken. De eienaar die na herhaald verzoek om teruave positief bericht kree van het OM, kwam tot de ontdekkin dat Domeinen zijn auto al van de hand had edaan. Deze dossiers, maar ook onderzoeken waarover de Nationale ombudsman in eerdere jaren rapport uit bracht, scheppen het volende beeld: het beheersbaar houden van voorraden in besla enomen voorwerpen wordt naestreefd door voorwerpen waar moelijk van de hand te doen. Voorop zou echter moeten staan dat besla waar moelijk wordt beëindid door teruave aan de rechthebbende (zie ). h. Varia De lanslepende kwestie van de tarieven van het luchtverkeer tussen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

11 Nederland en Suriname heeft mede naar aanleidin van de beantwoordin van Kamervraen door de minister van Verkeer en Waterstaat eleid tot heropenin van het onderzoek (zie 2.3.1, 4.3 en 16A.4). Een tweetal aandachtspunten uit het Jaarversla 2003 hebben in 2004 opnieuw tot rapporten eleid. Het betreft de onvoldoende wettelijk basis voor het ebruik van bepaalde dwanmiddelen door arrestatieteams van de politie (zie ) en de onduidelijkheid die kennelijk bij de politie bestaat over haar bevoedheden op het ebied van bestuursrechtelijke handhavin (zie ). Het eerste punt is openomen in het conceptwetevinsproramma Wat betreft het tweede punt heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties bij de behandelin van het Jaarversla 2003 de toezein edaan dit in oed overle met de minister van Justitie te zullen uitzoeken en bij de politieoranisaties aan te kaarten teneinde te bezien lans welke we hieraan het beste iets kan worden edaan (Handelinen II 22 september 2004, blz. 2 4). Sindsdien is hierover niets meer ehoord. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

12

13 DEEL I KERNJAARVERSLAG

14

15 1 ONDERZOEK EN ONTWIKKELINGEN IN Kerncijfers 2004 Opnieuw is een rens overschreden. Passeerden we in 2003 met klachten voor het eerst de rens van tienduizend klachten, in 2004 werd met klachten ook de elfduizend rens enomen. Een stijin van 6%. Sinds het bein van de ambtsperiode (1999: 7681 klachten) heeft zich zelfs een stijin vooredaan van 45%. In de loop der jaren hebben veel meer mensen de Nationale ombudsman weten te vinden. Daarnaast zochten in telefonisch contact met het Bureau Nationale ombudsman, oneveer evenveel als in Ook werden 489 berichten ontvanen en afedaan. Het aat hierbij om informatieverzoeken en klachten die niet binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen. Er zijn uiteindelijk klachten afedaan teenover in De werkvoorraad daalde met 11%. Hierin is berepen een verminderin van het aantal in behandelin zijnde zaken ouder dan twaalf maanden van 151 in 2003 naar 88 in 2004, een dalin van 40%. Ondanks dit oede resultaat is daarmee de in 2003 eformuleerde bedrijfsdoelstellin om de voorraad oude zaken teru te drinen naar het niveau van vijfti niet ehaald. Geeven de verwerkinscapaciteit van het Bureau Nationale ombudsman op oneveer klachten en elet op de oorspronkelijk voor 2004 iets laer ineschatte instroom dan de werkelijke instroom, hebben de met 6% verhoode instroom en de met 11% verhoode uitstroom in 2004 in zoverre wel hun tol eëist (zie 3.4). Met de huidie verwerkinscapaciteit en vooralsno jaarlijks verder roeiende instroom lijken renzen bereikt en komen doorlooptijden onder druk te staan. Klachten over de overheid Over de bestuursoranen die binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen zijn 9437 verzoekschriften ontvanen. Over de ministeries zijn in verzoekschriften ontvanen (49%; 2003: 49%). Hiervan neemt het Ministerie van Justitie (inclusief vreemdelinenzaken en interatie) het leeuwendeel voor zijn rekenin: 2263 (49%), terwijl het ministerie in 2003 met 1880 verzoekschriften 43% van de verzoekschriften voor zijn rekenin nam. Met name het totaal aantal klachten over de IND is sterk esteen: 1775 (38%) teen 1389 in 2003 (32%). De belanrijkste oorzaak hiervan wordt evormd door de ondervonden problemen met de overhevelin van toelatinstaken van de vreemdelinendiensten van de reionale politiekorpsen naar de IND. Gelet op deze problemen en de sterke stijin van het aantal klachten za de Nationale ombudsman medio auustus 2004 aanleidin zijn bezordheid uit te spreken over het functioneren van de IND in een brief aan de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie. Naar aanleidin van deze brief heeft de vaste commissie voor Justitie uit de Tweede Kamer op 13 september 2004 een rondetafelesprek eoraniseerd. Vervolens kondide de minister op 4 oktober 2004 in een brief aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, veraderjaar , , nr. 853) aan dat zij de Alemene Rekenkamer had verzocht een onderzoek in te stellen naar het functioneren van de IND (zie en 10A.2.1.3). De overhevelin van taken heeft er wel toe eleid dat het aantal klachten over de vreemdelinendiensten aanzienlijk is afenomen: van 586 in 2002, via 291 in 2003 naar 83 in Dit heeft er ook toe eleid dat het aandeel politieklachten binnen het eheel van verzoekschriften is edaald tot 843 (9%), terwijl er in 2003 sprake was van 1059 (12%) en in 2002 van 1279 verzoekschriften (15%). Ook het aantal ontvanen verzoekschriften op het ebied van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is aanzienlijk edaald (411; 2003: 741). Dit is voornamelijk het evol van de kortere doorloop- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

16 tijden van de behandelin van aanvraen om een visum of een machtiin tot voorlopi verblijf, met name in de bezwaarfase, door de Visadienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en door diplomatieke posten. In de jaarverslaen over 2001, 2002 en 2003 is de lane duur van behandelin van aanvraen om een visum of een machtiin tot voorlopi verblijf steeds uitdrukkelijk als aandachtspunt aanemerkt. Een tweede beleidsterrein dat wordt ekenmerkt door een root aantal verzoekschriften is het beleidsterrein van sociale zaken en werkeleenheid. Het aat hier om 1792 verzoekschriften (19%), teen 1533 verzoekschriften (17%) in Het merendeel van deze verzoekschriften komt voor rekenin van de uitvoerinsinstellinen voor de sociale zekerheid: het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (verder UWV) 1358, de Sociale verzekerinsbank (verder SVB) 277 en de Centrale oranisatie werk en inkomen (verder CWI) 118. Met name het aantal klachten over het UWV is esteen van 1129 in 2003 tot het huidie aantal van 1358 (deze aantallen hebben medio januari als peildatum; zie voor een nadere analyse 19B.1.2.1). Het aantal klachten over decentrale overheden is ook esteen. Daarover zijn in verzoekschriften ontvanen, teenover 1011 in De stijin was bij de emeenten no het rootst, van 847 in 2003 naar 992 in Binnen het eheel van verzoekschriften nemen de emeenten dan ook met 11% een vierde plaats in. Het aantal aanesloten emeenten is in het verslajaar ondanks nieuwe aanmeldinen per 1 januari 2005 edaald tot 218 (per 1 januari 2004: 220) door de herindelin van in totaal veertien voormalie, aanesloten emeenten. Daarmee is nu 47% van de emeenten binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman ekomen (zie ). Ook het aantal klachten op het beleidsterrein financiën (met name de Belastindienst) stee (van 881 in 2003 tot 1044 in 2004), mede veroorzaakt door klachten over de telefonische bereikbaarheid. Daarmee neemt het beleidsterrein financiën thans binnen het eheel van verzoekschriften een derde plaats in. Resumerend zijn de vijf beleidsterreinen waarover in 2004 de meeste verzoekschriften zijn ontvanen: justitie (inclusief vreemdelinenzaken en interatie): 27% (2003: 24%); sociale zaken en werkeleenheid: 19% (2003: 17%); financiën: 11% (2003: 10%); emeenten: 11% (2003: 9%). politie: 9% (2003: 12%); Wijze van afhandelin Van het totale aantal afedane verzoekschriften betroffen 9659 verzoekschriften bestuursoranen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman, teenover 8586 in Van de uiteindelijk in onderzoek enomen zaken (3062; 2003: 2750) kon in 83% van deze zaken het onderzoek tussentijds worden beëindid, terwijl in 17% van de zaken het onderzoek met een rapport is afesloten. Deze verhoudin lit in lijn met heteen de afelopen jaren ebruikelijk was: 2003 (82% 18%) en 2002 (86% 14%). In lijn met vooraande jaren was de reden voor tussentijdse beëindiin in 54% van de zaken eleen in een eslaade interventie bij het bestuursoraan; het bestuursoraan is de klaer intussen voldoende teemoet ekomen (2003: 53%; 2002: 56%). In 36% van de tussentijdse beëindiinen was de oorzaak een afdoenin op rond van het per 1 januari 2002 inevoerde herkansinsbeleid (2003: 38%; 2002: 36%). Op rond van het herkansinsbeleid wordt een bestuursoraan dat een inediende klacht niet heeft herkend of anderszins niet heeft behandeld overeenkomsti de reelin van het interne klachtrecht van hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb), alsno verzocht om de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

17 klacht overeenkomsti hoofdstuk 9 Awb af te handelen. Met dit beleid hoopt de Nationale ombudsman bij te draen aan een betere toepassin van het interne klachtrecht, vanuit de diepe overtuiin dat herstel van vertrouwen in de overheid vert dat klachten in beinsel door bestuursoranen zelf moeten worden opelost. Het is dan teleurstellend te moeten constateren dat het percentae door middel van herkansin beëindide onderzoeken niet wezenlijk afneemt. Bij een werkelijk volledie en juiste toepassin van het interne klachtrecht door bestuursoranen zelf zou dit percentae in wezen op nihil dienen uit te komen. De juiste en volledie toepassin van het interne klachtrecht blijft dan ook een punt van rote zor. Het aantal uitebrachte rapporten is elijk ebleven: 504. Het percentae beoordelinen «niet behoorlijk» is licht edaald, van 54% in 2003 naar 51% in In 65 rapporten zijn één of meer aanbevelinen edaan. Het percentae rapporten met aanbevelinen is licht esteen van 10% in 2003 naar 13% in Aan het einde van het verslajaar stonden no 24 aanbevelinen uit 2004 open. Aard van de problemen De Nationale ombudsman heeft tot taak om de door hem onderzochte edrainen te beoordelen op behoorlijkheid. Met het oo daarop is het behoorlijkheidscriterium van artikel 26, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman uitewerkt in een reeks van vereisten van behoorlijkheid (zie bijlae 4 en 1.4.1). De vereisten van behoorlijkheid zijn te zien als de noemer waarop klachten bij de Nationale ombudsman kunnen worden herleid. Dit betekent dat de neersla van het ebruik van deze vereisten inzicht eeft in de problemen met de overheid zoals de betreffende klaers die hebben ervaren. In het onderzoek van de Nationale ombudsman in 2004 waren de volende vereisten van behoorlijkheid in verhoudin het meest aan de orde (zie 3.7.4): a) voortvarendheid: 33% (2003: 38%); b) actieve informatieverstrekkin: 12% (2003: 14%); c) overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften: 10% (2003:10 %); d) rechtszekerheid: 9% (2003: 6%); e) belanenafwein/redelijkheid: 6% (2003: 6%); f) administratieve nauwkeuriheid: 5% (2003: 5%); ) actieve informatieverwervin: 5% (2003: 5%); h) motiverin: 5% (2003: 5%). Bij elkaar beslaan de scores op deze vereisten 85% van alle keren dat een beoordelinscriterium werd ebruikt in zaken die in een rapport dan wel in een interventie zijn eëindid. Sinds 2002 wordt ruim een derde van de tussentijds beëindide zaken door herkansin (36%) afedaan, waarbij een behoorlijkheidsvereiste wordt ereistreerd omdat het bestuursoraan alsno de moelijkheid wordt eboden de klacht intern te behandelen. De bovenstaande scorinspercentaes moen dan ook niet vereleken worden met die van de jaren tot en met Niettemin, in deze herkansinszaken is per definitie sprake van een ebrek aan voortvarendheid, aanezien niet binnen de termijnen van hoofdstuk 9 van de Awb door het bestuursoraan op de inediende klacht is beslist. Bovendien blijkt uit de interne administratie dat in 2004 bijna driekwart van de herkansinszaken ook inhoudelijk betrekkin had op een ebrek aan voortvarendheid. Gebrek aan voortvarendheid is daarmee ook in 2004 opnieuw de meest voorkomende klacht, al is er een voorzichtie dalin te zien (zie ook hierna 1.2.1). «Voortvarendheid» staat inmiddels hoo op de politieke aenda, etuie het kabinetsproramma Andere Overheid, het daarop ebaseerde Actieplan professioneel omaan met brieven en Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

18 elektronische berichten en het initiatief-wetsvoorstel van Wolfsen en Luchtenveld voor een Wet dwansom bij niet tijdi beslissen 1. Alleen al in deze verhoode aandacht zal zeker een van de oorzaken voor de lichte verbeterin eleen zijn. 1.2 Actieve en adequate informatieverstrekkin Voortvarendheid «revisited» In het Jaarversla 2001 (blz ) heeft de Nationale ombudsman aandacht besteed aan de toepassin van het behoorlijkheidscriterium «voortvarendheid» door de jaren heen. Aaneeven is dat bij de Nationale ombudsman door de jaren heen het beeld is ontstaan dat de overheid stelselmati ebrek aan voortvarendheid laat zien. Het vereiste van voortvarendheid, dat inhoudt dat een bestuursoraan slavaardi en met voldoende snelheid dient op te treden, bleek veruit het meest eschonden behoorlijkheidscriterium. In 2001 nam het criterium «voortvarendheid» 51,7% van het totaal in. In 2002 bedroe dit 46%, in 2003 daalde het naar 38%. In 2004 bedroe het 33%. Deze afname wordt mede veroorzaakt door een afname in het aantal interventies waar traa handelen door de overheid aan de orde was, dat van 62% in 2001 daalde naar 57% in 2002, naar 53% in 2003 tot 45% in het verslajaar De oorzaak van deze dalin is te herleiden tot de werkwijze van de Nationale ombudsman ter uitvoerin van het met inan van 1 januari 2002 inevoerde herkansinsbeleid. Deze werkwijze is erop ericht om in zoveel moelijk evallen waarin interne klachtbehandelin ten onrechte achterwee is ebleven, te bereiken dat dit alsno ebeurt. In plaats van te interveniëren krijt het bestuursoraan een herkansin. In de reel komt dan no maar een erin percentae opnieuw teru bij de Nationale ombudsman. In zoverre worden via de herkansin klachten over het ebrek aan voortvarendheid door het betrokken bestuursoraan zelf hersteld. Dit vertaalt zich dan in de dalin van interventies door de Nationale ombudsman ten aanzien van onder meer dit vereiste. Het is echter een niet mis te duiden ontwikkelin dat het aandeel van het beoordelinscriterium voortvarendheid in het totaal van beoordelinscriteria in de afelopen jaren is afenomen. De vraa die dan rijst is of deze ontwikkelin zich overheidsbreed heeft vooredaan of zich juist (in overweende mate) heeft beperkt tot enkele specifieke bestuursoranen en dat hun dienstonderdelen verantwoordelijk zijn voor deze positieve ontwikkelin. Dit laatste is het eval. Ten opzichte van 2002 laten de jaren 2003 en 2004 een onmiskenbaar sterke afname zien van de aantallen voor het criterium voortvarendheid bij met name de vreemdelinendiensten en de visadiensten. Bedroe dit aantal voor de vreemdelinendiensten in 2002 no ruim vijfhonderd, in 2004 zakte dit we onder vijfti. De volledie overdracht van de administratieve taken van de vreemdelinendiensten aan de IND in april 2004 zal hieraan niet vreemd zijn. Bij de visadiensten kwam het criterium voortvarendheid in 2002 no ruim boven het aantal van zeshonderd uit, maar dit halveerde in 2003 en nomaals in Ook hier lien de oorzaken in enerzijds de reeds in april 2003 beëindide rol van de vreemdelinendiensten met betrekkin tot machtiinen tot voorlopi verblijf en anderzijds een uitdrukkelijk inezet verbetertraject. Dit leidt ertoe dat vanaf 2004 naast de IND (meer dan 500) nu het UWV (met een aantal van ruim 200) het bestuursoraan is bij wie het criterium (ebrek aan) voortvarendheid het vaakst voor komt. 1 Kamerstukken II veraderjaar , nrs Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

19 1.2.2 Stelsel van behoorlijkheidscriteria Artikel 26, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman draat de Nationale ombudsman op te beoordelen of het bestuursoraan zich in de door hem onderzochte aaneleenheid al dan niet behoorlijk heeft edraen. Na de eerste uitwerkin in 1988 van deze alemene behoorlijkheidsnorm in een stelsel van beoordelincriteria door de toenmalie ombudsman (zie Jaarversla 1988, blz , en bijlae 4 van dit jaarversla), is dat stelsel in het afelopen verslajaar herzien, heteen heeft eresulteerd in een nieuwe lijst van vereisten van behoorlijkheid (zie van dit jaarversla). Het ebruik van deze criteria bevordert de eenheid in de wijze waarop de oordelen van de Nationale ombudsman tot stand komen, worden eformuleerd en emotiveerd. De criteria hebben ook een educatieve functie voor bestuursoranen en hun medewerkers, omdat ze laten zien waar de Nationale ombudsman op let bij het beoordelen van edrainen van de overheid. Ten slotte vormen de beoordelinscriteria een belanrijk element van de eevens die over de door de Nationale ombudsman behandelde zaken worden vasteled ten behoeve van statistische verwerkin. Vanaf 1989 zijn cijfers beschikbaar over het aantal keren dat de verschillende beoordelinscriteria zijn toeepast in de rapporten van de Nationale ombudsman en over de ter zake eeven beoordelin «behoorlijk», «niet-behoorlijk» of «een oordeel». Nadat per medio 1994 het ebruik van de interventiemethode is eïntensiveerd, is vanaf 1995 ook voor de zaken die wel voor onderzoek in aanmerkin zijn ebracht maar die niet hebben eleid tot een rapport, vasteled welke beoordelinscriteria in die zaken aan de orde waren. In deze, zoenoemde tussentijds beëindide zaken komt de Nationale ombudsman niet toe aan het even van een oordeel. Kwantitatieve eevens over het ebruik van de beoordelinscriteria vormen een basis voor analyse van wat de Nationale ombudsman in zijn werk aantreft. Zo kunnen verelijkinen worden emaakt tussen de verschillende bestuursoranen, over een aantal jaren ontwikkelinen worden esinaleerd in de problemen die burers ondervinden in hun contacten met de overheid en ontwikkelinen zichtbaar worden emaakt per afzonderlijk bestuursoraan door de jaren heen Toepassin behoorlijkheidscriterium actieve en adequate informatieverstrekkin door de jaren heen In zijn rapport aan de reerin De toekomst van de nationale rechtsstaat (Sdu Uitevers, Den Haa, 2002) heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Reerinsbeleid (verder WRR) ewezen op de evolen van de afslankin van de (verzorins)staat voor de relatie overheid en burer. De WRR heeft onder meer aaneeven dat, omdat de overheid zich meer is aan profileren als dienstverlener, de burer zich meer als klant is aan opstellen. Anders dan in de private sector hebben burers in de publieke sector echter vrijwel een keuzemoelijkheid als zij ontevreden zijn over de dienstverlenin door de overheid. Als compensatie voor deze afhankelijkheidsrelatie heeft de overheid voorzieninen etroffen via bezwaar- en beroepsprocedures en het klachtrecht. De behoefte aan deze vorm van compensatie blijkt uit de toename van bestuursrechtelijke procedures bij bestuursoranen en uit de instroom van verzoekschriften bij de Nationale ombudsman door de jaren heen. Deze laat sinds de oprichtin van het Bureau Nationale ombudsman in 1982 tot op heden emiddeld enomen een estae roei zien. Ontvin de Nationale ombudsman in verzoekschriften, zo is dit aantal in het afelopen verslajaar esteen tot verzoekschriften. De WRR heeft uit de jaarverslaen van de Nationale ombudsman edestilleerd dat de burers met name ontevreden zijn over de informa- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

20 tieverstrekkin door overheidsdiensten en over overheidsdiensten die niet handelen in overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften en ten derde over het ebrek aan voortvarendheid 1. De WRR is daarbij uiteaan van de door de Nationale ombudsman over de periode uitebrachte rapporten. Zoals al hiervoor aaneeven is het echter de bestuurlijke traaheid, waarover de burers het meest ontevreden zijn. Vanaf de introductie van de interventiemethode in 1994 is van lieverlee een alsmaar roter deel van de klachten over met name ebrek aan voortvarendheid tussentijds opelost, vanaf 2002 ook alsmaar meer via de herkansin, en daarmee zijn deze tussentijds beëindide zaken niet laner teruekomen in de rapportstatistieken, waarvan de WRR ebruik heeft emaakt. Met de WRR kan echter worden vastesteld dat ook de schendin van het vereiste van actieve informatieverstrekkin tot 2001, maar ook sedertdien tot en met het verslajaar 2004 prominent in beeld is. In de nieuwe set van vereisten van behoorlijkheid maakt van de uit het vereiste van zorvuldiheid voortvloeiende instructienorm actieve en adequate informatieverstrekkin deel uit. Onder dit vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin is te verstaan dat bestuursoranen burers met het oo op de behartiin van hun belanen actief en desevraad van adequate informatie voorzien. Dit impliceert onder meer de plicht om brieven van burers te beantwoorden, een ontvanstbevestiin te sturen, en een tussenbericht te sturen indien de behandelin van een aanvraa laner duurt dan aanvankelijk was voorzien. In de onderstaande tabel wordt het aandeel van het beoordelinsvereiste «actieve en adequate informatieverstrekkin», uitedrukt in een percentae, weereeven voor rapporten vanaf 1989, en voor tussentijds afedane zaken vanaf Tabel Vereiste informatieverstrekkin in onderzochte zaken jaar rapporten tussentijdse afdoeninen totaal ,2 % ,2 % ,3 % ,9 % ,3 % ,5 % ,3 % 20,6% 18,7% ,2 % 19,7% 17,9% ,4 % 16,1% 15,8% ,0 % 8,7% 10,8% ,2 % 11,9% 13,1% ,4 % 13,8% 14,1% ,6 % 12,5% 13,2% ,1 % 11,2% 11,5% ,3 % 11,9% 13,6% ,0 % 11,9% 12,3% 1 Zie rapport WRR blz Wanneer alleen wordt ekeken naar de rapporten, valt een zekere dalin waar te nemen vanaf Dit laat zich zeker verklaren door de interventiepraktijk vanaf medio Wie de tabel als eheel overziet, zal het opvallen dat vanaf 1995 tot en met 2003 binnen een zekere bandbreedte min of meer sprake is van stabiliteit in het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin als vereiste in de rapporten. Het percentae waarin dit vereiste in rapporten voorkomt schommelt zo rond de 15 16%. Echter, naar het totale zaaksaanbod ekeken daalt het percentae, waarin het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin aan de orde is, van ruim 20% bein jaren neenti naar ruim 10% in de afelopen drie à vier jaren. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

21 1.2.4 Bestuursoranen en actieve en adequate informatieverstrekkin Vanaf 1989 tot 1995 kwam bij de volende bestuursoranen het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin in ieder jaar meer dan vijfti keer voor in de rapportstatistieken: de Ministeries van Justitie en Financiën en de buremeesters (als beheerders van de emeentelijke politiekorpsen). Vanaf 1995 betreft het het Ministerie van Justitie en de reionale politiekorpsen die in meer dan vijfti keer verantwoordelijk zijn voor het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin; de overie bestuursoranen zakten op het punt van actieve en adequate informatieverstrekkin teru. In 2000 en 2001 valt de ontwikkelin te zien dat naast de hiervoor enoemde bestuursoranen ook het Landelijk instituut sociale verzekerinen (verder Lisv), in het bijzonder de onder diens verantwoordelijkheid vallende uitvoerinsinstellinen, een substantiële instroom van klachten enereren, waarin het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin aan de orde is. Daarbij zij aanestipt dat ten aanzien van de betrokken bestuursoranen eldt dat een aanzienlijk deel van de zaken niet laner in rapporten tot uitdrukkin komt, maar in de tussentijds (via de interventiemethode) beëindide zaken. Vanaf 2002 blijft de minister van Justitie no steeds in beeld, net als de reionale politiekorpsen en het UWV als rechtsopvoler van het Lisv. In de onderstaande tabel worden voor de jaren 2000 tot en met 2004 de cijfers in absolute aantallen en in procenten eeven voor die bestuursoranen bij wie dit vereiste door de jaren heen ten minste derti keer is toeepast. De aantallen hebben betrekkin op rapporten en tussentijdse afdoeninen samen. De bestuursoranen waarom het aat zijn de ministers van Justitie (en de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie), Buitenlandse Zaken en Financiën, en verder twee roepen bestuursoranen, namelijk die van de reionale politiekorpsen en die op het terrein van de sociale zekerheid (het Lisv met inberip van de uitvoerinsinstellinen respectievelijk het UWV). Deze roepen bestuursoranen namen over de afelopen vijf jaren emiddeld enomen zo n 70% (zie hierna) van het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin voor hun rekenin. De selectie laat daarmee onverlet de constaterin dat de meeste overie bestuursoranen, ministeries en andere bestuursoranen op de onderscheiden terreinen van die ministeries, ook soms zelfs incidenteel redelijk hoe scores hebben laten zien op het betreffende criterium. Adequate informatievoorzienin vert met andere woorden continue aandacht. In de tabel worden verder de totaalcijfers eeven voor alle keren dat in de desbetreffende jaren het criterium actieve informatieverstrekkin aan de orde was, ook bij de bestuursoranen die niet in de tabel voorkomen, en voor het aantal keren dat eni beoordelinscriterium aan de orde was. Tabel Vereiste informatieverstrekkin per aandachtsebied Verslajaar BZ 126 2,8% 54 1,4% 44 1,2% 33 0,9% 41 1,0% Justitie 285 6,4% 153 3,8% 96 2,5% 86 2,3% 106 2,5% Lisv/UWV ,0% 107 2,7% 87 2,3% 128 3,4% 167 3,9% Politie 57 1,3% 63 1,6% 92 2,5% 76 2,0% 71 1,7% Totaal ,1% ,2% ,5% ,6% ,3% Alle vereisten % % % % % 1 Teldatum: 20 januari Dit eldt voor alle tabellen in In 2000 en 2001 betrof het bestuursoraan het Landelijk instituut sociale verzekerinen (Lisv, inclusief de onder zijn verantwoordelijkheid vallende uitvoerinsinstellinen Gak, Cadans, GUO, SFB en USZO Heerlen); vanaf 2002 het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (UWV). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

22 De rootste uitschieters zitten bij Justitie in 2000 en 2001, bij Buitenlandse Zaken in 2000 en bij het UWV in 2003 en in het huidie verslajaar Bij Buitenlandse Zaken betrof het voornamelijk de Visadienst en in mindere mate de ambassades en consulaten. Bij Justitie in het om de IND, alhoewel ook in niet onbelanrijke mate om het Openbaar Ministerie (verder OM). Bij de politie kwam het merendeel voor rekenin van de politiekorpsen en in mindere mate van de vreemdelinendiensten. Aanezien de per 1 januari 2000 onder het Lisv ressorterende uitvoerinsinstellinen door reoranisatie met inan van 1 januari 2002 volledi zijn opeaan in het UWV, is afezien van een uitsplitsin naar de voormalie uitvoerinsinstellinen. De absolute cijfers voor de Visadienst, ambassades en consulaten, de IND en het OM, en de politiekorpsen en vreemdelinendiensten zijn als volt: Tabel Vereiste informatieverstrekkin nader uitesplitst Verslajaar BZ, waarvan: 126 2,8% 54 1,4% 44 1,2% 33 0,9% 41 1,0% ambassades Visadienst Justitie, waarvan: 285 6,4% 153 3,8% 96 2,5% 86 2,3% 106 2,5% IND OM Politie, waarvan: 57 1,3% 63 1,6% 92 2,5% 76 2,0% 71 1,7% korpsen Vreemdelinendiensten Wat is nu het aandeel van de vier enoemde (roepen van) bestuursoranen in het totaal van de toepassin van het criterium «actieve en adequate informatieverstrekkin» in de jaren 2000 tot en met 2004? In onderstaande tabel worden de absolute cijfers en relatieve cijfers (in percentaes) eeven, waarbij het totaal aantal keer dat het beoordelinscriterium in eni jaar is voorekomen telkens op 100% is esteld. Tabel Verdelin tussen de aandachtsebieden Verslajaar Totaal % % % % % BZ ,0% 54 10,2% 44 10,1% 33 6,4% 41 7,8% Justitie ,0% ,0% 96 22,1% 86 16,6% ,2% Lisv/UWV 87 13,8% ,3% 87 20,0% ,7% ,9% Politie 57 9,1% 63 12,0% 92 21,2% 76 14,7% 71 13,5% Concluderend: de relatief rote dalin van het aandeel van het beoordelinscriterium «actieve en adequate informatieverstrekkin» in het totaal van de toepassin van beoordelinscriteria in het jaar 1994 ten opzichte van de eerdere jaren is teru te voeren op de (her-)invoerin van de interventiemethode in de loop van dat jaar, die echter no niet in de statistieken kon worden verwerkt. De daarop volende relatief rote dalin in het jaar 1998 ten opzichte van 1997 lijkt vooral te kunnen worden teruevoerd tot de enorme stijin van het aantal klachten over ebrek aan voortvarendheid bij de IND. Het absolute aantal waarin het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin voorkwam stee in dit jaar zelfs ten opzichte van De IND is door de jaren heen ook op dit vereiste een belanrijke bron voor klachten bij de Nationale ombudsman eweest. Vanaf 2001 is echter voor de IND een positieve ontwikkelin inezet. De cijfers over de IND laten vanaf 2001 een forse dalin zien. Hierbij moet de kanttekenin worden eplaatst dat de Nationale ombudsman tot 1 oktober 2000 verzoekschriften over de IND direct in onderzoek nam, ook al voldeden ze niet aan het kenbaarheidsvereiste (het vereiste Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

23 dat klaers zich eerst tot het bestuursoraan moeten wenden met hun klacht). Het afelopen verslajaar laat echter een forse terusla zien, ten opzichte van 2003 bijna een verdubbelin. Voor een moelijke verklarin hiervoor wordt verwezen naar 10A en 10A De politie blijft op dit onderdeel onderwerp van aandacht. Door de jaren heen heeft de politie op het terrein van actief en adequaat informeren meer klachten eenereerd dan wenselijk is. Een belanrijker zor eldt echter het UWV (en ook al zijn rechtsvooraner het Lisv daarvoor). Was tot 2003 de minister van Justitie het bestuursoraan over wie de Nationale ombudsman de meeste sinalen ontvin ter zake van het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin, zo heeft in 2003 het UWV die fakkel overenomen. Dat eldt ook voor het afelopen verslajaar, waarin het UWV veruit het vaakst in de statistieken voorkomt. Ruim 30% van het criterium actieve en adequate informatieverstrekkin komt voor rekenin van het UWV. Echter, anders dan bij de minister van Justitie het eval is leiden de meeste verzoeken bij de Nationale ombudsman, die het UWV rearderen, in de reel tot een tussentijdse oplossin of afdoenin Informatieverstrekkin aan de burer nader bekeken Ontoereikende informatieverstrekkin aan de burer is een taai probleem. Het raakt direct de kwaliteit van de taakbehartiin door de overheid, en met name de dienstverlenin naar de burer. Blijkens vele klachten verwachten en verlanen burers dat de overheid hen voldoende op de hoote stelt en houdt. Dat kan betrekkin hebben op de situatie dat zij zich schriftelijk tot de overheid hebben ewend, en willen weten of hun verzoek in behandelin (ontvanstbericht) is, dan wel hoe lan het no duurt (behandelinsbericht en tussenbericht). In zoverre lopen klachten over het ebrek aan voortvarendheid en het ontbreken van adequate informatie in zekere zin vaak parallel. Daarnaast heeft het betrekkin op de mate waarin de overheid burers al dan niet toereikend inhoudelijk informeert over hun rechten en plichten. Vaak is dit vereiste ekoppeld aan het fair-play beinsel. Als burers niet of in onvoldoende mate informatie ontvanen over procedurele moelijkheden kan dit voor hen betekenen dat zij hun belanen in onvoldoende mate kunnen behartien binnen de op zich daarvoor beschikbare procedures. Het vereiste van actieve informatieverstrekkin betreft derhalve twee soorten activiteiten: a. het even van informatie inzake de (te verwachten) behandelin; b. het even van informatie over rechten en plichten. Daarnaast is er de ebruikelijke restcateorie «actieve informatieverstrekkin anderszins». Het aat hierbij om klachten over ebreken in de informatievoorzienin van diverse aard, die niet eenvoudi zijn te scharen onder één van de twee hiervoor enoemde cateorieën. Het even van informatie inzake de (te verwachten) behandelin Bestuursoranen hebben vaak te maken met enorme stromen correspondentie. Te denken valt aan de vele honderdduizenden belastinaaniften en de tienduizenden aanvraen om een verblijfsverunnin die elk een zorvuldie behandelin veren. Om de daarmee samenhanende werkprocessen in oede banen te leiden, zijn hulpmiddelen onmisbaar. In het kader van de behandelin van correspondentie van burers is het van belan dat alle medewerkers van bestuursoranen die te maken hebben met de afhandelin daarvan de beschikkin hebben over duidelijke en werkbare instructies. Dit stelt hen in staat correspondentie doelericht en planmati af te handelen. Overiens eldt een oede instructie ook voor de medewerkers van een zoeheten frontoffice, die weliswaar correspondentie niet afwikkelen, maar die telefonisch zowel als Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

24 alemene informatiebron kunnen dienen, als ook informatie kunnen even over de stand van zaken in onderscheiden procedures. Daarnaast is het adequaat behandelen van rote aantallen brieven in de praktijk niet oed denkbaar zonder eautomatiseerde reistratie- en voortansbewakinssystemen. Derelijke systemen maken het moelijk om op efficiënte wijze inzichtelijk te maken waar zich eventueel knelpunten voordoen bij de afhandelin van correspondentie en om vervolens snel te werken aan een oplossin voor die knelpunten. Ook kunnen zij worden ebruikt (bijvoorbeeld door de frontoffice) om burers te informeren over de stand van zaken van inezonden brieven of lopende procedures. Van bestuursoranen ma daarom worden verwacht dat zij de moelijkheden die de moderne technoloie op dit punt biedt daadwerkelijk benutten. Dit eldt uiteraard in het bijzonder voor bestuursoranen die te maken hebben met rote hoeveelheden correspondentie. Een zorvuldie en vlotte eerste beoordelin van ontvanen poststukken is van root belan. Alleen lans deze we kan worden ewaarbord dat poststukken vervolens snel worden dooreleid naar de afdelin die met de afhandelin wordt belast. De schriftelijke hulpmiddelen waarvan bestuursoranen zich in dit verband (kunnen) bedienen zijn de behandelins- en tussenberichten, en bij bezwaarschriften ook instemminsberichten. Behandelinsberichten zijn aan de orde als het voor een bestuursoraan bij brieven of aanvraen niet moelijk is om binnen twee tot drie weken inhoudelijk te reaeren (voor een bericht eldt een termijn van vijf daen). Vermeld zouden moeten worden de termijn van beantwoordin en de behandelend ambtenaar of afdelin. Als de voortan niet vlot en er meer tijd nodi is kan een tussenbericht uitaan voor afloop van de termijn vermeld in het behandelinsbericht met (bij brieven, indien moelijk) vermeldin van een nieuwe termijn voor de beslissin (bij bezwaar- en klaaschriften in beinsel vier weken) of de beantwoordin, de laatste ook voorzien van de reden voor de vertrain. Bij bezwaarschriften kan nadien no een verzoek om instemmin met verder uitstel volen. De moelijkheid van een tweede uitstel kent de Awb niet voor aanvraen of klaaschriften. De veel, zo niet meest, voorkomende klacht in dit verband betreft no steeds de (landuri) zwijende overheid: men schrijft, en hoort (lane tijd) niets. Opmerkinen op dit punt zijn teru te vinden in het onderzoek uit eien bewein naar de correspondentie burer-overheid (rapport 2003/325; JB 2003, 361 en JG 2004, nr. 0071). In het Jaarversla 2003 (blz ) is versla edaan van dit onderzoek naar de uitvoerinspraktijk in onderscheiden vormen van correspondentie tussen de ministeries en burers in het jaar Daarbij is enerzijds ekeken naar de voortvarendheid bij de afhandelin van deze correspondentie, en anderzijds naar de tussentijdse informatieverstrekkin. Wanneer men kijkt naar de twee ministeries die in de afelopen jaren relatief hoo scoorden op het criterium van actieve en adequate informatieverstrekkin (namelijk Buitenlandse Zaken en Justitie), dan is in het hiervoor enoemde rapport ter zake van de tussentijdse berichten als onderdeel van dit vereiste aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken met name de aanbevelin edaan aandacht te besteden aan de voortansreistratie van verschillende vormen van correspondentie. Aan het Ministerie van Justitie zijn aanbevelinen edaan de voortansbewakin van aanvraen en van «andere brieven» te verbeteren, indieners van aanvraen of van bezwaarschriften actief te informeren over de nieuwe termijn indien de eerder enoemde termijn niet werd ehaald, zij die bezwaarschriften indienen actief (en stelselmati) te verzoeken in te stemmen met verder uitstel, en het ertoe leiden dat alle dienstonderdelen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

25 in beinsel wanneer dit vereist is ebruik maken van behandelinsberichten. Voor het vervol op dit onderzoek wordt verder verwezen naar Het even van informatie over rechten en plichten Met informatie over de te verwachten behandelin is echter no niet alles ezed. Zeker wanneer burers voor een bepaalde aaneleenheid voor het eerst met een overheidsinstantie van doen hebben, zullen velen van hen niet precies weten wat hun rechten en plichten zijn. Dat stelt hoe eisen aan de informatieverstrekkin van de kant van de overheid. Enerzijds moet daarbij worden edacht aan alemene informatie, die toeankelijk en berijpelijk moet zijn. Anderzijds aat het om erichte informatie over de rechten en plichten in het individuele eval. Die kan worden verstrekt door het toesturen van folders of in de vorm van een standaardtoelichtin bij een besluit of in een brief, dan wel via informatie op maat. Tekort aan informatie eeft onzekerheid en verroot de afhankelijkheid waarin burers ten opzichte van de overheid dooraans toch al verkeren. Het spreekt voor zich dat de hulpmiddelen tijdi moeten worden bijesteld in verband met wijziende reelevin en ook medewerkers dienaanaande tijdi en juist worden eïnformeerd. Het ebruik van brochures en standaard (informatie)brieven, die op zich oede hulpmiddelen zijn om de overheid te faciliteren in het naleven van het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin, laat onverlet dat medewerkers van bestuursoranen belast met het verstrekken van informatie aan de vraende burer, zelf over voldoende kennis zullen moeten beschikken of over een toereikende backoffice. Daar waar de overheid informatie verstrekt over de vermoedelijke overschrijdin van de eldende wettelijke beslistermijnen, dient die informatie juist te zijn en op een heldere wijze te worden epresenteerd. De informatie dient voorts zodani volledi te zijn dat de betrokkene op basis hiervan kan beslissen op welke wijze hij zal reaeren op de mededelin van de overheid. Daarnaast eldt dat een verwijzin naar de wettelijke rechtsmoelijkheden niet achterwee ma worden elaten wanneer het bezwaar, verzet of beroep op voorhand kansloos wordt eacht. Dat staat namelijk niet ter beoordelin van het bestuursoraan. In de onderstaande tabel worden voor de jaren 1995 tot en met 2004 de cijfers in absolute aantallen eeven voor die bestuursoranen bij wie het vereiste van actieve informatieverstrekkin over rechten en plichten van burers in eni jaar ten minste tien keer is toeepast. De aantallen hebben betrekkin op rapporten en tussentijdse afdoeninen samen. De onderste rij eeft het totaal aantal keren dat dit beoordelinscriterium bij alle bestuursoranen aan de orde is eweest. Tabel Vereiste informatieverstrekkin over rechten en plichten per bestuursoraan Bestuursoraan S BZ FIN JUS POL UWV IBG VB Overi Alle Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

26 Zoals uit de cijfers valt af te leiden zijn het Ministerie van Financiën (in het bijzonder de Belastindienst) en de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) bestuursoranen, die in het verleden te kampen hebben ehad met het adequaat uitvoerin even aan dit vereiste. Zowel de Belastindienst (eind jaren neenti) als de IB-Groep (in 2001) zijn in staat ebleken hun oranisaties zo aan te passen dat de door de Nationale ombudsman ontvanen klachten verband houdende met dit onderdeel van actieve en adequate informatieverstrekkin verwaarloosbaar zijn eworden. Het zijn daarmee bij uitstek voorbeelden van «best practices». Ten aanzien van informatie over rechten en plichten over de afelopen vijf verslajaren sprinen met name in het oo het UWV en de minister van Justitie (en de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie), op enie afstand evold door de politiekorpsen. Zoals voor het beoordelinscriterium actieve en adequate informatieverstrekkin als eheel eldt dat het bij Justitie voornamelijk de IND en het OM betreft en bij de politie de korpsen als eheel en in mindere mate de daaronder ressorterende vreemdelinendiensten, zo eldt deze verdelin ook voor het onderdeel informatie over rechten en plichten. In mindere mate, maar toch niet eheel onbelanrijk, is het vereiste in beeld bij de minister van Buitenlandse Zaken en bij de SVB. Bij de SVB concentreren de sinalen zich dan vooral bij twee kantoren: Utrecht en Leiden. Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn het vooral de ambassades en consulaten, waarover de Nationale ombudsman klachten heeft ontvanen ter zake van ebreken in de informatievoorzienin over rechten en plichten. Gelet echter op het aantal keren dat dit criterium aan de orde is eweest en mede elet op de hoeveelheid rapporten die de Nationale ombudsman over de afelopen vijf jaar heeft uitebracht, kan niet worden ezed dat sprake is van een structureel ebrek in de informatievoorzienin door ambassades en consulaten. Deze constaterin is op zich al van belan, omdat in dit soort zaken kleine fouten in de informatievoorzienin relatief inrijpende evolen kunnen hebben, omdat vreemdelinen zich op basis van de aan hen verstrekte informatie soms veel tijd, eld en moeite etroosten bepaalde handelinen te verrichten waarvan zij menen dat deze de beoordelin van hun specifieke aanvraa in positieve zin kunnen beïnvloeden, maar waarvan achteraf bezien moet worden vastesteld dat deze niet of niet volledi nodi waren eweest Aard van de klachten UWV De rapporten over het UWV laten het beeld zien dat de vele oranisatorische wijziinen van het complex van oranisaties, de voormalie uitvoerinsinstellinen waaronder met name USZO, Cadans en het Gak, dat zich sedert 1 januari 2002 UWV noemt, ertoe hebben eleid dat verzoekers en/of hun dossiers vaak spreekwoordelijk «van het kastje naar de muur» werden estuurd. Vaak ontvinen uitkerinserechtiden van verschillende onderdelen van het UWV of van verschillende medewerkers binnen één onderdeel van het UWV teenstrijdie informatie over eldende reelevin of de moelijkheid en inhoud van procedures. Brochures aven bijvoorbeeld onjuiste informatie over de invullin van het klachtrecht. Met ebreken in de informatievoorzienin op dit punt komt het beinsel van fair play in het edran, dat vert dat bestuursoranen burers de moelijkheid moeten even om hun procedurele kansen te benutten. Ook de onderkennin dat bepaalde typen beslissinen moeten worden aanemerkt als besluiten in de zin van de Awb en dat dit impliceert dat die beslissinen moeten zijn voorzien van een rechtsmiddelenverwijzin als bedoeld in artikel 3:45 Awb maakt daarvan deel uit. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

27 Verder spelen de voortdurende wijziinen in reelevin binnen de sociale zekerheid een rol. Van uitvoerinsinstellinen ma in het alemeen worden verland dat zij uitkerinserechtiden steeds vlot en zo volledi moelijk informeren over wijziinen in de reelevin en de moelijke evolen daarvan, voor zover die voor het recht op uitkerin van belan zijn. Ook zijn door de samenvoein van de voorheen afzonderlijk opererende uitvoerinsinstellinen vraen over de bevoedheid opekomen: welk onderdeel van het UWV achtte zich ehouden evraade informatie te verstrekken? Naast de tekortkomin in de informatieverstrekkin speelde in deze evallen veelal ook de schendin van het vereiste van voortvarendheid een prominente rol. Voorzover bij actieve informatieverstrekkin een duidelijke lijn werd ecommuniceerd over te voeren procedures, op rond waarvan bij uitkerinserechtiden bepaalde verwachtinen werden ewekt, eiste het vertrouwensbeinsel dat het handelen van het UWV daarop ook diende en dient te zijn of te worden afestemd. Interventies houden veelal in dat het betrokken bestuursoraan zelf heeft onderkend dat sprake is eweest van een omissie in de informatievoorzienin en ervoor zordraat dat die omissie, al dan niet op directe instiatie van de Nationale ombudsman, in elk eval naar diens oordeel alsno in toereikende mate wordt hersteld. Het UWV (en zijn rechtsvooraner(s)) heeft over de afelopen vijf jaar emiddeld enomen het slechtst escoord op het aspect van actief informeren over rechten en plichten. Dit komt echter niet tot uitdrukkin in het aantal rapporten, dat op zich enomen betrekkelijk erin is te noemen, maar juist in de relatief rote hoeveelheid interventies. Dit wil zeen dat het UWV ontbrekende informatie alsno had verstrekt, klachten daarover erond had verklaard of dat uit het onderzoek naar voren was ekomen dat afdoende informatie was verstrekt of juist niet door het UWV had hoeven worden verstrekt. In 2003 in het om 21 van de 24 zaken en in 2004 om 42 van de 47 zaken. Er zijn lobaal beschouwd drie cateorieën van zaken die opvallen. Ten eerste het in onvoldoende mate inzicht krijen in de juistheid van de hoote van een bepaald type uitkerin, voorschot of teruvorderin. Daarnaast het in onvoldoende mate inzicht even in de onderscheiden procedureanen en rechten die de uitkerinsaanvraer of uitkerinserechtide daarbij heeft. En ten derde de minder rijpbare cateorie van het verstrekken van teenstrijdie informatie of het verwijzen naar andere medewerkers van het UWV of andere instanties die informatie zouden moeten verschaffen. En het probleem van de standaardbrieven, die bedoeld zijn voor veel voorkomende situaties, en voor dat ebruik in beinsel ook eschikt zijn, maar die in sommie individuele evallen toch meer vraen oproepen dan antwoorden even. Ook al spreekt de Nationale ombudsman bij interventies een oordeel uit over de edrain waarover is eklaad, toch valt uit de onderzochte dossiers op te maken dat in het merendeel van de evallen juist het herstel van emaakte fouten en de erkennin daarvan richtin verzoekers de Nationale ombudsman ertoe heeft ebracht het onderzoek tussentijds te beëindien. Ministerie van Justitie In mindere mate dan bij het UWV het eval is (eweest), maar toch het noemen waard, is de onduidelijkheid die in sommie evallen binnen het Ministerie van Justitie is ontstaan over de vraa wie ehouden was om bepaalde verzoeken (om informatie) af te wikkelen. Dit betreft zowel de IND en aanpalende diensten als het OM. Verder betreffen de onderwerpen in de rapporten van de Nationale ombudsman die het OM rearderen, onder meer het vervolinstraject waarbij ebreken werden econstateerd in de informatievoorzienin over Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

28 het onderzoek naar en de voortan (of juist het ontbreken daarvan) bij de behandelin van strafzaken. Er werd aan het slachtoffer een informatie verstrekt over het niet vervolen, niet ewezen op de moelijkheid zich te voeen in de strafzaak, niet verwezen naar de moelijkheid op te komen teen een sepotbeslissin en in een enkel eval werd onjuiste informatie verstrekt over de vermeende afloop van een strafzaak. Deels is de schendin van het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin ook hier weer teru te voeren op die cateorie waarbij informatieverstrekkin samenaat met tekortkominen in de voortvarendheid van het optreden van het bestuursoraan: het niet of in onvoldoende mate verzenden van behandelinsberichten, tussenberichten of instemminsberichten. Wat het OM betreft, bleek in het merendeel van de evallen sprake te zijn van ebreken in de informatievoorzienin rondom sepotbeslissinen. Bij lane behandelinsduur van bezwaarschriften heeft het ministerie in het verleden ebruik emaakt van standaardformulieren waarbij een onduidelijke boodschap werd eeven over de concrete, te verwachten behandelinsduur en betrokkenen niet werden eïnformeerd over de moelijkheid in rechte op te komen teen die behandelinsduur, de rechtsmiddelenverwijzin. In zoverre schuurt net als bij het UWV een derelijke schendin van het verstrekken van informatie over rechten deels ook aan het vereiste van fair play, waar procedurele kansen onbenut blijven door onwetendheid van de betrokkenen. Dit laatste eldt ook voor het niet of niet tijdi wijzen op de moelijkheid van een slachtoffer van een strafbaar feit zich te kunnen voeen in het strafproces. Een andere cateorie betreft klachten over onjuiste, onvolledie of teenstrijdie informatie, die betrekkin heeft op andere procedures zoals op de overname van de tenuitvoerlein van straffen van in het buitenland edetineerden of op het strafrechtelijke beslatraject, en voor zover het het terrein van de IND betreft, met name op naturalisatiekwesties. De IND komt op het vereiste van actieve en adequate informatie over rechten en plichten tussen 2000 en 2004 wellicht anders dan verwacht weini in beeld. Pas in het afelopen verslajaar is dit anders. Fouten die werden econstateerd zijn in wezen teru te voeren tot het al bekende probleem van roei in doorlooptijden van procedures. Het is een vereiste van zorvuldiheid dat een bestuursoraan van brieven na binnenkomst zo snel moelijk kennisneemt om daarna te kunnen beoordelen welke reactie passend is. Als de correspondentie plaatsvindt in het kader van een procedure eldt dit eens te meer, ezien de belanen die daarmee emoeid kunnen zijn. Als dit niet ebeurt op rond van in de administratieve oranisatie eleen tekortkominen, dan is de schendin van het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin, tevens een schendin van het vereiste van adequate oranisatorische voorzieninen. Voor zover het om de beperkte hoeveelheid tussentijdse afdoeninen van de IND aat, betrof het klachten over informatieverstrekkin inzake procedures of over (de eldiheid van) verblijfsdocumenten. No een ander esinaleerd probleem dat in hoofdzaak het Ministerie van Justitie aanaat, betreft het (alemeen) belan van het recht op informatie en van het waarboren van de publieke controle op overheidshandelen, dat met zich brent dat overheidsoranen en de daaronder ressorterende diensten bij de informatieverschaffin aan de media een zo root moelijke openheid behoren te betrachten. Hierteenover staat het individuele belan en recht op eerbiediin van de persoonlijke levenssfeer van de bij strafzaken betrokken personen, niet alleen van de verdachten, maar ook van slachtoffers, nabestaanden, etuien en Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

29 aanevers. Uitaande van het belan van een vrije nieuwsarin verlanen de media dat door de politie en het Openbaar Ministerie informatie wordt verstrekt ten aanzien van de opsporin en vervolin van strafbare feiten, zowel over meer alemene aspecten hiervan als ook over concrete strafzaken. Gezien echter het daarteenover staande rondrecht van de eerbiediin van de persoonlijke levenssfeer, zal het betrokken bestuursoraan telkens voorafaande aan de informatieverstrekkin een belanenafwein moeten maken of en in hoeverre in een bepaalde zaak al dan niet uit eien bewein informatie aan de media kan worden verstrekt, op welke wijze dit dient te eschieden en de betrokkenen wier privacy in het edran dreit te eraken, actief en adequaat te informeren wat hun rechten dienaanaande zijn. Politie Bij de politie is het criterium actief en adequaat verstrekken van informatie over rechten en plichten over de onderzochte jaren met name aanetroffen bij de diensten van de reionale politiekorpsen en in mindere mate bij de daaronder ressorterende vreemdelinendiensten. Bij de vreemdelinendiensten liepen de edrainen waarover werd eklaad in zekere zin parallel met die welke de Nationale ombudsman is teenekomen bij de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie. Dit bevreemdt natuurlijk niet, omdat de vreemdelinendiensten tot de overhevelin van de administratieve taken aan de IND op 1 april 2004 een belanrijk deel uitmaakten van de keten van bestuursoranen met taken op het terrein van het vreemdelinenverkeer. Een bron van klachten is ook sterk erelateerd aan de klachten ontvanen over de minister van Justitie. Het aat dan om de informatievoorzienin rond de opsporin en vervolin van strafbare feiten en het kan ook hier zowel de persoon van de verdachte betreffen als die van het slachtoffer of familie, etuien of aanevers. Er zijn ebreken econstateerd in de informatieverstrekkin aan hen, jeens wie de politie een verdenkin heeft van een strafbaar feit, en die op rond daarvan zijn aanehouden. Bij aanhoudin moet de verdachte telkens zo snel moelijk als de situatie dit toelaat, worden eïnformeerd over de reden van de verdenkin. Het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin raakt bij deze zaken opnieuw het beinsel van fair play. Dit eldt ook ter zake van een aanifte. Iemand die aanifte doet, ma verwachten dat hij wordt eïnformeerd over het vervoltraject en over zijn procedurele moelijkheden als een proces-verbaal van aanifte niet wordt dooreleid door de politie (net zoals dat het eval is wanneer in een later stadium niet tot vervolin wordt overeaan door het OM). Maar ook deene die het vermoeden heeft dat een teen hem of haar erichte aanifte bestaat en die daarnaar vraat, moet actief worden eïnformeerd over de moelijkheid tot informatie via de privacyambtenaar. De noodzaak tot het actief verstrekken van informatie door de politie komt ook voor bij procedures, zoals bij het weslepen van voertuien of bij het informeren over het verschil tussen het indienen van een klacht en het doen van een aanifte. Verder speelt dit vereiste een belanrijke rol bij de klachtevoelie handelinen van de politie na aanhoudin en insluitin van een verdachte. Het vereiste van actief informeren over rechten en plichten kan hierbij allerlei vormen aannemen: het (niet) informeren over de moelijkheid van telefoneren, over het nemen van foto s van de verdachte, over het verlenen van medewerkin van een ademanalyse of bloedproef, of desverzocht over de identiteit van de betrokken politieambtenaar. Bij de politie is sprake van een zo erine hoeveelheid van interventies dat daaruit een duidelijke lijn valt te trekken. Klachten hebben deels Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

30 betrekkin op het in onvoldoende mate verstrekken van informatie over procedures of over het verstrekken van teenstrijdie informatie daarbij. Ambassades en consulaten Aan de ambassades en consulaten leen verzoekers van allerlei nationaliteiten vraen voor en zij dienen bij hen aanvraen en/of verzoeken om informatie in, die verband houden met het verkrijen van (informatie over) onder meer visa (voor kort verblijf), machtiinen tot voorlopi verblijf, verblijfsverunninen, het Nederlanderschap maar ook met het verkrijen van informatie over rechten en plichten verband houdende met detentie in buitenlandse evanenissen. Het kan dan misaan bij het verstrekken van informatie, omdat medewerkers van ambassades of consulaten in onvoldoende mate op de hoote zijn van eldende reelevin voor onderscheiden procedures en dat informatie verstrekt in brochures achterhaald is of onvoldoende transparant. Hierbij speelt ook een rol dat de informatie waarover de medewerkers op de ambassades of consulaten dienen te beschikken, elijk op moet lopen met actuele ontwikkelinen. Waar in deze zaken een oordeel werd even over het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin aanaande rechten en plichten, eldt dat de verhoudin tussen behoorlijke en niet behoorlijke edrainen tamelijk in evenwicht is. Daar waar fouten zijn emaakt, die tot het oordeel «niet behoorlijk» hebben eleid, kan een deel van de onderzochte edrainen worden herleid tot onvoldoende communicatie tussen medewerkers van de betrokken bestuursoranen en verzoekers, waardoor de werkelijke informatiebehoefte van de betrokken verzoekers in onvoldoende mate boven tafel was ekomen. In zoverre was de verstrekte informatie hetzij onvolledi hetzij in onvoldoende heldere bewoordinen omschreven of was deze juist niet toeesneden op het specifieke probleem van verzoekers. Ten aanzien van de informatieverstrekkin over rechten en plichten onder verantwoordelijkheid van de minister van Buitenlandse Zaken heeft de Nationale ombudsman zeer weini interventies epleed; in de afelopen jaren slechts enkele keren per jaar en over 2004 zelfs niet één. De zaken die zich hebben vooredaan betreffen meestal kwesties waar pas achteraf, nadat een verzoeker nadelie evolen heeft ondervonden in een doorlopen procedure, door de Nationale ombudsman een oordeel is eeven over onder meer de informatieverstrekkin vooraf of ten tijde van een derelijke procedure Slotbeschouwin De cijfermatie analyse van het vereiste van actieve en adequate informatieverstrekkin laat echter niet de evoltrekkin toe, dat bij één van deze bestuursoranen sprake is van een structureel tekort schieten. Wel rekent de Nationale ombudsman het tot zijn taak om daar waar hij een toename van sinalen ontvant over 2004 is dat opnieuw de IND en het UWV eweest nadrukkelijk de viner aan de pols te leen en te houden en zonodi onderzoek uit eien bewein in te stellen. Informatievoorzienin over rechten en plichten ten aanzien van reelevin, daarop ebaseerde procedures en de uitvoerin daarvan zijn met name klachtevoeli wanneer burers als evol van het handelen van de overheid min of meer direct in hun bestaan bedreid worden of zich zodani voelen, hetzij financieel hetzij door beperkin van het recht zich vrij in de samenlevin te kunnen beween. Niet voor niets komen in dit verband met name die bestuursoranen in beeld, die met hun onderscheiden wettelijke taken en verantwoordelijkheden op deze punten nadrukkelijk kunnen inrijpen in het daelijkse bestaan van individuen. Het UWV in de uitkerinssfeer, politie en Justitie in de sfeer van opsporin Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

31 en vervolin en Justitie en Buitenlandse Zaken daar waar het aat om het verblijfsrecht van vreemdelinen. Burers verkeren hierbij uitdrukkelijk in een afhankelijkheidsrelatie van de overheid. Een klacht over het ontbreken van adequate en actieve informatie is vaak onderdeel van de onderliende schendin van het vereiste van voortvarendheid. Een deel van het palet aan klachten dat aan de Nationale ombudsman werd vooreled, is zeker hierop teru te voeren. Oorzaken zijn onder meer eleen in (te veelvuldie) wijziinen in reelevin, zowel inhoudelijk als procedureel. Dit kan betrekkin hebben op de uitvoerin van die ewijzide reelevin door bestaande, maar ook door nieuw in het leven eroepen oranisaties en diensten. Burers die het aanaat of die daarom vraen, moeten niet alleen juist en zo volledi moelijk worden eïnformeerd over wijziinen in reelevin, maar vooral ook tijdi. Problemen kunnen ook ontstaan als medewerkers van bestuursoranen over ewijzide bevoedheden, reels niet tijdi of onvolledi zijn eïnformeerd of informatiebrochures niet tijdi beschikbaar zijn of onvoldoende helder dan wel onvolledi zijn verwoord. Moelijk hebben ook beperkinen in de (doelmatie allocatie van) financiële middelen die bestuursoranen ten dienst staan voor de uitvoerin van hun taken een nadeli effect. De Nationale ombudsman eeft ten aanzien van deze oorzaken in zijn rapporten veelal aan dat het een verklarin is voor de onderzochte edrain en voor de schendin van eni vereiste van behoorlijkheid, maar het leidt zelden tot een rechtvaardiin van de edrain. De keren dat een bestuursoraan (of de Nationale ombudsman) had vastesteld dat onjuiste informatie werd verstrekt over op dat moment voor die procedure toepasselijke reelevin, spreekt het voor zich dat daarvoor in beinsel een rechtvaardiin is te even. Een verzoeker ma verwachten dat van de overheid verkreen informatie over toepasselijke reelevin juist is en voor de concrete informatiebehoefte ook adequaat en volledi enoe is. Echter, voor zover het in een individueel eval niet moelijk is daarover binnen de ewenste termijn uitsluitsel te even, eniet het de voorkeur dat het bestuursoraan ofwel verwijst naar het voor de informatie verantwoordelijke dienstonderdeel, ofwel aaneeft dat niet kan worden inestaan voor de adequaatheid, juistheid en/of vollediheid van de evraade informatie. De overheid is evenwel een juridische bijstandverlener. De Nationale ombudsman heeft in de afelopen jaren meermalen in rapporten tot uitdrukkin ebracht dat er een eldie reden was aan te wijzen op rond waarvan het betrokken bestuursoraan zou hoeven teemoet te komen aan de in die zaken onderzochte individuele informatiebehoefte, omdat noch op rond van de wet noch anderszins naar maatstaven van behoorlijke informatieverstrekkin de noodzaak had bestaan tot verderaand informeren. Echter, als de situatie waarin de burer is terechtekomen, inhoudt dat het bestuursoraan bevoedheden kan uitoefenen of heeft uiteoefend, die de burer rechtstreeks in zijn wezenlijke materiële en immateriële belanen raken, dan ma van het bestuursoraan worden verwacht dat het de burer in die evallen ook adequaat, tijdi en juist informeert over de procedurele moelijkheden om op onafhankelijke en onpartijdie wijze de rechtmatiheid van de edrain van de overheid te laten controleren of juist de behoorlijkheid van de edrain van de overheid te laten onderzoeken. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

32 1.3 Onderzoek Onderzoek uit eien bewein In deze pararaaf wordt allereerst versla edaan van de ontwikkelinen die zich in 2004 hebben vooredaan met betrekkin tot een tweetal onderzoeken uit eien bewein uit 2003 naar enerzijds de afhandelin van correspondentie van burers door de rijksoverheid ( ) en anderzijds de niet nakomin van rechterlijke uitspraken door de IND ( ). Vervolens worden twee van de belanrijkste in 2004 aferonde onderzoeken uit eien bewein besproken, te weten naar de crisisopvan in justitiële jeudinrichtinen ( ) en naar het functioneren van de huurcommissies ( ). In totaal zijn in 2004 vier uit eien bewein estarte onderzoeken en zes ecombineerde onderzoeken uit 2003 aferond. Van elf in 2004 uit eien bewein uitebreide onderzoeken waren er op 1 januari 2005 no neen in behandelin. De hier niet vermelde onderzoeken uit eien bewein, dan wel ecombineerde onderzoeken hebben vrijwel alle betrekkin op aspecten van interne klachtbehandelin door het betreffende bestuursoraan, dan wel het niet naleven van de verplichtin tot rechtsmiddelverwijzin van artikel 3:45 Alemene wet bestuursrecht Correspondentie burer rijksoverheid In zijn Jaarversla 2003 heeft de Nationale ombudsman aandacht besteed aan de resultaten van het onderzoek uit eien bewein dat hij in dat jaar bij alle ministeries heeft verricht naar de behandelinsduur van brieven en van elektronisch verzonden berichten van burers aan de rijksoverheid ( ; blz ). Dit onderzoek, aferond met het zoenoemde «burerbrievenrapport» van 30 september 2003 (rapport 2003/325; JB 2003, 361; JG 2004, nr. 0071), bevat concrete aanbevelinen aan elke minister. In de loop van 2004 hebben alle ministers afzonderlijk op de aan elk van hen edane aanbevelinen ereaeerd. Deze reacties waren overweend positief, en het ros van de aanbevelinen is overenomen. Bijzondere vermeldin verdienen in dit verband de reacties van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (verder OCW), van de minister van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer (verder VROM), en van de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie (verder V&I). Naar aanleidin van de aanbevelinen aan de minister van OCW op het punt van de bekortin van de behandelinsduur van bezwaarschriften heeft de secretaris-eneraal van het Ministerie van OCW de interne Auditdienst opdracht eeven onderzoek te doen naar knelpunten in de tijdie afhandelin van bezwaarschriften. De Auditdienst bracht in november 2004 rapport uit aan de secretaris-eneraal. In dit rapport wordt een aantal knelpunten in het proces van de behandelin van bezwaarschriften benoemd. Het rapport bevat verbetermoelijkheden voor zowel de korte als de lane termijn. In zijn reactie op dit rapport sprak de Nationale ombudsman de hoop uit dat de eformuleerde verbetermoelijkheden een aanzet zullen vormen voor kortere doorlooptijden van bezwaarschriften binnen het Ministerie van OCW. De minister van VROM liet naar aanleidin van de aanbevelinen weten dat binnen haar ministerie een aantal initiatieven om ook kwalitatief tot verbeterinen te komen op het punt van de afhandelin van brieven, is samenebracht in het «project Burerbrieven». Kort samenevat voorziet dit project erin dat er centraal extra capaciteit wordt inezet om alle brieven aan het ministerie te beantwoorden en erop toe te zien dat dit tijdi en kwalitatief oed ebeurt. Tijdens een bezoek van de Nationale Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

33 ombudsman aan het ministerie in september 2004 aven de minister en enkele van haar medewerkers een toelichtin op dit project. Aan de minister voor V&I zijn onder meer aanbevelinen edaan om snel maatreen te nemen die ertoe leiden dat bezwaarschriften binnen de wettelijke beslistermijn worden afedaan en om de indieners van een bezwaarschrift waarop niet binnen de (verdaade) termijn kan worden beslist stelselmati te verzoeken om instemmin met verder uitstel (overeenkomsti artikel 7:10, vierde lid, van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb)). Zij liet weten dat de IND zich met name op het ebied van reuliere toelatin econfronteerd za met achterstanden en dat de IND bij de verwerkin van de rote werkvoorraden edwonen was prioriteiten te stellen. De minister sprak de verwachtin uit dat bij elijkblijvende omstandiheden bein 2005 de achterstanden bij de IND zodani zouden zijn weewerkt dat bezwaarschriften binnen de wettelijke beslistermijn kunnen worden afehandeld. Daarbij wees zij erop dat werd ewerkt aan het wewerken van de achterstanden, onder andere door de tijdelijke overplaatsin van medewerkers van «asiel» naar «reulier». De minister deelde voorts mee de aanbevelin over de toepassin van artikel 7:10, vierde lid, van de Awb pas te zullen uitvoeren zodra de reuliere werkvoorraad op orde zou zijn. In dat verband stelde zij dat als de IND in tijden van achterstanden stelselmati zou verzoeken om instemmin met verder uitstel, bij de indieners van bezwaarschriften een verwachtin zou worden ecreëerd die in de praktijk niet kan worden waaremaakt. Vreemdelinen die zich niet kunnen verenien met de overschrijdin van de beslistermijn kunnen een verzoek om voorran of een klacht indienen bij de IND. Het beleid van de IND voorziet erin dat in die evallen passende maatreelen worden etroffen, aldus de minister. De Nationale ombudsman liet in reactie op deze informatie van de minister weten de verrichtinen van de IND aandachti te zullen blijven volen. Van bijzondere betekenis is het «Actieplan professioneel omaan met brieven en elektronische berichten», dat de minister voor Bestuurlijke Vernieuwin en Koninkrijksrelaties bij wijze van kabinetsreactie op het burerbrievenrapport heeft aaneboden aan zowel de Nationale ombudsman als de voorzitter van de Tweede Kamer. Dit actieplan, dat losstaat van de concrete aanbevelinen aan elk van de ministers, bevat de visie van het kabinet over de oman door de overheid met correspondentie van burers, en maakt onderdeel uit van het kabinetsproramma Andere Overheid. Blijkens dit actieplan hanteert het kabinet als uitanspunt dat de wettelijke termijnen en de aanvullende normen van de Nationale ombudsman zoals openomen in zijn rapport bij normale omstandiheden redelijk en haalbaar zijn. Het alemeen normenkader uit het rapport van de Nationale ombudsman is als bijlae openomen bij het actieplan. Met dit actieplan heeft het kabinet de normen van de Nationale ombudsman waaraan de rijksoverheid behoort te voldoen bij de beantwoordin van brieven van burers onderschreven. In het actieplan wordt aaneeven dat het bij een zorvuldie en voortvarende beantwoordin van brieven in hoe mate neerkomt op de cultuur van het bestuursoraan en zijn ambtenaren. Volens het kabinet kan de ewenste cultuur door concrete maatreelen verder worden ontwikkeld. Gesproken wordt in dit verband ook over oranisatorische en loistieke maatreelen, waarbij met name ook de inzet van ICT wordt enoemd. Daarnaast verwacht het kabinet dat ondersteunende maatreelen zoals externe verantwoordin en de introductie van kwaliteitshandvesten kunnen bijdraen aan een meer voortvarende afhandelin van correspondentie. Binnen de rijksoverheid zal een aantal pilots worden estart om ervarin te kunnen opdoen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

34 Overiens heeft ook de Alemene Rekenkamer aandacht evraad voor het overschrijden van beslistermijnen door de overheid, en wel door middel van haar rapport «Beslistermijnen. Waar blijft de tijd?» van maart Onder andere naar aanleidin van de rapporten van de Nationale ombudsman en van de Alemene Rekenkamer dienden de Tweede Kamerleden Wolfsen en Luchtenveld op 14 december 2004 een wetsvoorstel in dat ertoe strekt de Awb aan te vullen met de moelijkheid van een dwansom bij niet tijdi beslissen door een bestuursoraan (Wet dwansom bij niet tijdi beslissen). Omdat de Nationale ombudsman het thema voortvarendheid van root belan acht, heeft hij besloten om, in vervol op zijn onderzoek van 2003, een evaluatie-onderzoek in te stellen naar de stand van zaken op het punt van de afhandelin van correspondentie van burers aan de rijksoverheid. Dit evaluatie-onderzoek, dat is ebaseerd op de bevoedheid tot onderzoek uit eien bewein op rond van artikel 15 van de Wet Nationale ombudsman, is bein januari 2005 estart. In het kader daarvan zijn alle ministers benaderd met een aantal alemene vraen over relevante ontwikkelinen en over de actuele stand van zaken op het punt van de afhandelin van brieven van burers. Daarnaast is aan elke minister een aantal specifieke vraen vooreled die betrekkin hebben op de aanbevelinen die in het burerbrievenrapport zijn edaan en op de correspondentie die daarover vervolens is evoerd. Aan zeven ministers zijn voorts vraen esteld in het kader van zoenoemde diepte-onderzoeken. Met dit evaluatie-onderzoek beoot de Nationale ombudsman vast te stellen in hoeverre er op het punt van de afhandelinsduur van brieven van burers aan de rijksoverheid sinds 2002 (het jaar waarop het burerbrievenrapport betrekkin heeft) veranderinen zijn opetreden en in hoeverre maatreelen die zijn enomen naar aanleidin van zijn aanbevelinen in de praktijk effect hebben ehad. De Nationale ombudsman streeft ernaar het evaluatie-onderzoek uiterlijk in de maand september 2005 af te ronden met een openbaar rapport Niet nakomin rechterlijke uitspraken door de IND In een rapport van 25 januari 2001 (rapport 2001/020; NAV 2001, 180) had de Nationale ombudsman de minister van Justitie de aanbevelin edaan te bevorderen dat de IND rechterlijke uitspraken tijdi zou nakomen. De staatssecretaris van Justitie liet weten dat de aanbevelin werd opevold. Ook nadien ontvin de Nationale ombudsman hierover echter no klachten. Daarom heeft de Nationale ombudsman in 2003 een onderzoek uit eien bewein inesteld naar de nakomin door de IND van rechterlijke uitspraken waarin de rechtbank heeft bepaald dat een nieuw besluit dient te worden enomen. De resultaten van dit onderzoek zijn epubliceerd in rapport 2003/385 (zie Jaarversla 2003, 10A.2.1.6; NAV 2004, 16; MR 2003, 72; JB 2004, 40). Het onderzoek wees uit dat de inspanninen om feitelijk uitvoerin te even aan de aanbevelin van 25 januari 2001, kennelijk onvoldoende waren eweest. Hoewel er sprake was van een duidelijke afname van het (eschatte) totale aantal te behandelen zaken op 8 april 2003 (952) ten opzichte van 25 januari 2001 (2717), moest de Nationale ombudsman constateren dat de IND er op 8 april 2003 no niet in was eslaad zodani uitvoerin te even aan de werkinstructie van 22 mei 2001 dat alle zaken waarin na vernietiin door de rechtbank opnieuw moet wordt beslist, tijdi worden behandeld behoudens in eval van een onmoelijkheid daartoe. Aan de hand van de door de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie (verder V&I) in auustus 2003 aan de Tweede Kamer verstrekte cijfers werd vastesteld dat het aantal no openstaande zaken met 22% was afenomen ten opzichte van april van dat jaar, maar dat niettemin no sprake was van Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

35 een aanzienlijk aantal, te weten 778, waarin no niet opnieuw was beslist; in een er root aantal daarvan was sprake van forse overschrijdin van termijnen. De Nationale ombudsman deed de minister de aanbevelin ervoor te zoren dat aan uitspraken van de rechtbank tijdi evol wordt eeven. De minister nam de aanbevelin over. In auustus 2003 werd een nieuwe werkinstructie voor de IND uitebracht, waarin vóór alles wordt benadrukt dat binnen de door de rechtbank opelede termijn een besluit moet worden enomen, en bij het ontbreken daarvan, binnen drie maanden. In het jaar 2004 heeft de Nationale ombudsman toch weer 41 klachten ontvanen over het niet nakomen van rechterlijke uitspraken door de IND (zie 10A.2.1.3). Deze klachten waren alle erond. Dit vormt aanleidin om aan het bein van het jaar 2005 de minister voor V&I opnieuw te vraen naar de desbetreffende cijfers, onder meer ten aanzien van het aantal no openstaande zaken en de achterstanden daarin. Wanneer uit deze cijfers blijkt dat de IND er no steeds niet in is eslaad om de wens van de minister op dit punt adequaat tot uitvoerin te brenen, zal opnieuw een onderzoek uit eien bewein worden inesteld naar de nakomin door de IND van rechterlijke uitspraken Crisisopvan in justitiële jeudinrichtinen Het onderzoek van de Nationale ombudsman uit eien bewein (rapport 2004/460) ten aanzien van crisisopvan in justitiële jeudinrichtinen (verder JJI) richtte zich op de duur en de omstandiheden van het verblijf in de justitiële opvaninrichtinen (verder opvaninrichtinen) van jeudien, die onder toezicht zijn esteld van een ezinsvoodij-instellin en die met een machtiin van de kinderrechter voor een crisisplaatsin tijdelijk in een opvaninrichtin zijn eplaatst in afwachtin van een plek in een justitiële behandelinrichtin (verder behandelinrichtin). Op 31 mei 2004 in het om 149 zoeheten ots ers. De aanleidin voor het onderzoek was een klacht van een meisje met ernstie edrasproblemen dat op twaalfjarie leeftijd bijna tien maanden in een opvaninrichtin heeft verbleven. De klacht betrof de lane verblijfsduur. Daarnaast heeft de Nationale ombudsman een breder onderzoek inesteld naar de problematiek op rond van zijn bevoedheid neereled in artikel 15 van de Wet Nationale ombudsman. Dit naar aanleidin van sinalen vanuit de maatschappij, zoals het manifest van de Werkroep Kinderrechters (10 februari 2004) en de eindconclusies van het Internationaal Comité inzake de Rechten van het Kind (26 februari 2004). De Nationale ombudsman heeft onderzocht hoe lan deze jeudien moeten wachten op een plek in een behandelinrichtin, welke behandelmoelijkheden zij in de tussentijd hebben, hun rechtsbeschermin ten aanzien van de tijdsduur tot aan plaatsin in een behandelinrichtin, hoe wordt omeaan met het samenplaatsen van deze jeudien met jeudien die na een beslissin van de strafrechter zijn eplaatst en hoe het aanbod van onderwijs voor hen is. De Nationale ombudsman overwoo ten aanzien van de tijdsduur het volende. In de Beinselenwet justitiële jeudinrichtinen (verder Bjj) is ereeld dat onder toezicht estelde jeudien met een civielrechtelijke maatreel in een opvaninrichtin moen worden eplaatst. Dit ma tijdelijk ebeuren tot doorplaatsin naar een behandelinrichtin of andere passende omevin moelijk is. Gelet op jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ma een jeudie, die rechtmati van zijn vrijheid is beroofd, voor kortere tijd elders worden eplaatst als dit spoedi (speedily) wordt evold door plaatsin in een eschikte voorzienin die tot doel heeft de opvoedin van de minderjarie (educational supervision). De Nationale ombudsman merkte op dat er een wettelijke bepalinen zijn voor de termijn waarbinnen een ots er, die Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

36 in een opvaninrichtin is eplaatst en van wie is ebleken dat behandelin in een JJI noodzakelijk is, in een behandelinrichtin moet zijn eplaatst. Wel eldt in de jeudhulpverlenin bijvoorbeeld een termijn van zes weken (42 daen) als een redelijke termijn voor vrijwillie crisisopvan in een open niet-justitiële inrichtin. Die termijn ma zo nodi worden verlend. Er zijn afspraken tussen de Bureaus Jeudzor, de Dienst Justitiële Inrichtinen en het Ministerie van Justitie vasteled in het Convenant crisisplaatsinen. Plaatsin van ots ers in een opvaninrichtin wordt in dit convenant niet beschouwd als eerste fase van behandelin en leidt niet automatisch tot een voorransplaatsin in een behandelinrichtin. Wel zal, als behandelin in een esloten JJI noodzakelijk blijkt, dit zo spoedi moelijk doch uiterlijk binnen twaalf weken moeten ebeuren. Deze termijn is afesproken in juli 2004 in aanvullin op het Convenant en eldt alleen bij doorplaatsin in een esloten behandelinrichtin. Uit eevens van het Ministerie van Justitie heeft de Nationale ombudsman econcludeerd dat in 2003 civielrechtelijk eplaatste jeudien emiddeld zo n 4,5 maand (in casu 132 daen) in een opvaninrichtin verbleven tot zij in een behandelinrichtin werden eplaatst. Op basis van zijn onderzoek achtte de Nationale ombudsman het aannemelijk dat de duur van dit verblijf vaak no laner is; hij heeft dit onwenselijk eacht. Het sluit niet aan bij de jurisprudentie van het Europese Hof (speedily) en bij het daarin aaneeven doel (educational supervision), omdat tijdens het onderzoek is komen vast te staan dat in de opvaninrichtinen niet wordt voorzien in de behandelinsbehoefte van de ots er. De Nationale ombudsman heeft verder opemerkt dat bij plaatsin in een opvaninrichtin sprake is van een onvrijwillie vrijheidsbenemende maatreel in een esloten settin. Hoewel de vrijwillie plaatsin met zes weken of zoveel laner als nodi is ma worden verlend, achtte de Nationale ombudsman het niet aanvaardbaar dat voor ots ers in een opvaninrichtin zonder meer van een verlende termijn wordt uiteaan, ezien de esloten settin van een opvaninrichtin en het vereiste van spoedie doorplaatsin naar een behandelininrichtin. Bovendien heeft hij het niet juist eacht dat deze afspraken in het Convenant alleen elden bij een plaatsin in een esloten behandelinrichtin. Deze zouden ook moeten elden voor ots ers voor wie plaatsin in een open behandelinrichtin is aaneeven. De minister van Justitie wijt de lane tijdsduur aan het capaciteitstekort bij vooral de behandelinrichtinen. De Nationale ombudsman heeft hierover opemerkt dat het plaatsinsprobleem bij ots ers van wie plaatsin in een behandelinrichtin noodzakelijk is, al eruime tijd speelt. De problematiek was al in 2000 bekend en is in 2001 aan de Tweede Kamer meeedeeld. Uit de pronoses tot en met 2008 blijkt dat de oorzaak van de toename in het aantal civielrechtelijke passanten no steeds niet is te verklaren. Niet is ebleken dat de minister van Justitie in de tussentijd actief heeft ezocht naar alternatieven voor plaatsin van ots ers in behandelinrichtinen, zoals het scherper in beeld brenen welke interventies voor welke jeudien effectief zijn en de inzet van capaciteit en middelen op maat. De afspraken in het Convenant crisisplaatsinen doen hier niet aan af, omdat die vooral bedoeld zijn voor de plaatsin van ots ers in opvaninrichtinen. De Nationale ombudsman heeft dan ook eoordeeld dat de minister is tekorteschoten in het treffen van maatreelen om de problematiek op te lossen. Daarmee is niet voldaan aan de verplichtin om te zoren voor een plannin van een enoezaam aanbod van jeudhulpverlenin ten aanzien van JJI s, zoals omschreven in artikel 8 van de Wet op de jeudhulpverlenin. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

37 Ten aanzien van de behandelin heeft de Nationale ombudsman allereerst opemerkt dat er een wettelijke plicht bestaat om civielrechtelijk eplaatste jeudien in een opvaninrichtin te behandelen. Uit het onderzoek blijkt dat er in de praktijk ook een sprake is van behandelin. Opvaninrichtinen zijn daar niet voor bedoeld en ook niet voor uiterust. Voor behandelin is de jeudie aanewezen op een andere instellin. De Nationale ombudsman heeft het niet onjuist eacht dat voor ots ers tijdens een korte crisisplaatsin in een opvaninrichtin niet wordt beonnen met behandelin. Maar hij was van oordeel dat het na die zes weken onthouden van behandelin aan deze jeudien in strijd is met het uiteindelijke doel van hun plaatsin, namelijk behandelin voor hun problemen. Met instemmin heeft de Nationale ombudsman ervan kennis enomen dat de bewindslieden van Justitie en VWShet huidie zoraanbod voor uithuiseplaatste ots ers willen verbeteren. De Nationale ombudsman heeft ten aanzien van de rechtsbeschermin opemerkt dat artikel 11 Bjj reelt dat de doorplaatsin in een behandelinrichtin van een jeudie met een Pij-maatreel binnen drie maanden moet ebeuren. Teen een eventuele beslissin tot verlenin van deze termijn kan de Pij er bezwaar indienen (art. 18 Bjj). Vervolens staat beroep open bij de Raad voor Strafrechtstoepassin en Jeudbeschermin (verder RSJ). Deze termijnbepalin en de bezwaar- en beroepsprocedures elden niet voor civielrechtelijk eplaatsten in een opvaninrichtin. Er bestaat dus een verschil in rechtsbeschermin tussen civielrechtelijk en strafrechtelijk eplaatste jeudien ten aanzien van de termijn van plaatsin in een behandelinrichtin. De Nationale ombudsman heeft esinaleerd dat dit verschil het evaar in zich draat dat bij de plaatsin in een behandelinrichtin voorran wordt verleend aan jeudien met een Pij-maatreel. Dit evaar is no reëler eworden omdat vanwee overschrijdin van de passantentermijn van een Pij er een schadeveroedin door de rechtbank en eventueel een financiële teemoetkomin door de RSJ kan worden toeekend. Verder kwam tijdens het onderzoek naar voren dat de ots er of diens emachtide niet in alle evallen wordt eïnformeerd over de beslissin in welke inrichtin hij wordt eplaatst. Alleen de ezinsvoodij-instellin en de opvaninrichtin ontvanen een afschrift. Met instemmin heeft de Nationale ombudsman ervan kennis enomen dat de minister van Justitie de schriftelijke (over)plaatsinsbeslissin voortaan zal toesturen aan de jeudie of diens advocaat. De Nationale ombudsman vindt echter dat de beslissin ook naar (stief-, plee)ouders of vood moet worden estuurd omdat ook zij bezwaar kunnen instellen. Ten aanzien van de plaatsin van jeudien op strafrechtelijke titel en jeudien op civielrechtelijke titel in opvaninrichtinen overwoo de Nationale ombudsman het volende. Op rond van artikel 9 Bjj kunnen jeudien op civielrechtelijke en strafrechtelijke titel in dezelfde justitiële opvaninrichtin worden eplaatst. Wel dient dan rekenin te worden ehouden met het karakter van de straf of maatreel. In oneveer de helft van de inrichtinen vindt scheidin plaats, voor zover de bezettin dit toelaat. In de overie inrichtinen wordt niet uiteaan van de plaatsinstitel maar wordt meer ekeken naar de individuele zorbehoefte van de jeudie. Verder wordt ekeken naar de leeftijd van de jeudien. Uit de eindrapportae van de interdepartementale werkroep «optimaliserin zoraanbod voor jeudien met ernstie edrasproblemen» (juni 2004) is ebleken dat in de opvaninrichtinen voor civielrechtelijk eplaatste jeudien een passend zoraanbod wordt eboden. Vanwee de dominantie van de uitvoerin van straffen en maatreelen in het kader van het strafrecht vormt de beperkte flexibiliteit van het reime daarvoor Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

38 een belemmerin. Het Internationaal Comité inzake de Rechten van het Kind en deskundien (waaronder het onderzoek van het Verwey-Jonker instituut (mei 2004)) hebben aanbevolen de samenplaatsin te vermijden. De Nationale ombudsman heeft econcludeerd dat bij de samenplaatsin op één afdelin in de opvaninrichtinen onder het huidie strafrechtelijke reime onvoldoende rekenin wordt ehouden met het karakter van de aan de civielrechtelijke jeudie opelede maatreel en diens behoeften. De Nationale ombudsman heeft erop ewezen, dat op rond van het strafrecht kinderen pas vanaf de leeftijd van 12 jaar in een JJI kunnen worden eplaatst. De wet kent voor civielrechtelijk eplaatsten in een opvaninrichtin echter een minimumleeftijd. De Nationale ombudsman heeft samenplaatsin van deze hele jone kinderen onder het huidie strafrechtelijke reime bijzonder onewenst eacht. De minister van Justitie en de staatssecretaris van VWShebben op 1 juli 2004 de Tweede Kamer laten weten tot beëindiin van samenplaatsin te willen overaan. In september 2004 hebben de bewindslieden de Kamer laten weten dat een experiment wordt estart waarbij zeer jone ots ers tussen de 7 en 13 jaar niet laner onder het strafrechtelijk reime in een JJI verblijven en waarbij meteen tot behandelin wordt overeaan. De Nationale ombudsman nam met instemmin kennis van de intenties en het experiment. De wet kent een aparte verlofreelin voor civielrechtelijk eplaatste jeudien. Ten minste één maal per zes weken moen zij de inrichtin verlaten voor de duur van maximaal twaalf uur. Per brief van 4 februari 2003 heeft de minister van Justitie de directeuren van de JJI s laten weten dat de civielrechtelijk eplaatste jeudien de eerste zes weken een verlof hoeft te worden toeekend, uitzonderinen daar elaten. De Nationale ombudsman heeft opemerkt dat deze brief in strijd is met wat in de Bjj daarover in artikel 29 is bepaald. De wet maakt het alleen moelijk om op individuele ronden van de verlofreelin af te wijken. Het cateoraal onthouden van verlof in de eerste zes weken is dus onjuist. In het onderzoek van de Nationale ombudsman is het aanbod van onderwijs voor de civielrechtelijk eplaatste jeudien in de opvaninrichtinen betrokken. De kwaliteit van het onderwijsaanbod is er buiten elaten. In het Relement justitiële inrichtinen is aaneeven aan welke minimumeisen het onderwijs in de JJI s moet voldoen. Gezien de veelvuldi voorkomende edrasproblematiek wordt in de opvaninrichtinen VSO-ZMOK onderwijs eeven. Het standaard onderwijs wordt meestal aaneboden op VMBO-niveau. Het onderwijsaanbod in de behandelinrichtinen is uitebreider en meer evarieerd. Dit vanwee de veel lanere verblijfsduur van de jeudien en vanwee de eïndividualiseerde en planmatie vormevin van het behandeltraject. Zoals uit het onderzoek is ebleken, verblijven ots ers emiddeld 132 daen in een opvaninrichtin voordat zij worden dooreplaatst naar een behandelinrichtin. Zij zullen dus vaak pas na lane tijd ebruik kunnen maken van dit uitebreidere aanbod. De Nationale ombudsman heeft dit niet juist eacht. Ten aanzien van de klacht van verzoekster overwoo de Nationale ombudsman het volende. Het Bureau Jeudzor had de kinderrechter verzocht om verzoekster uit huis te plaatsen in een opvanrichtin en van daaruit door te plaatsen in een besloten behandelinrichtin. De kinderrechter heeft daartoe een machtiin afeeven. Op 19 maart 2003 is zij in een opvaninrichtin eplaatst. Uiteindelijk is ze op 9 januari 2004 dooreplaatst in een besloten behandelinrichtin. De Nationale ombudsman heeft dit «niet behoorlijk» eacht omdat het meisje te lan in een esloten settin is ebleven zonder behandelin. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

39 Alles bijeenenomen is de Nationale ombudsman tot de conclusie ekomen dat de edrain van de minister van Justitie overweend «niet behoorlijk» is. Hij deed de volende aanbevelinen: inspanninen erop richten om ots ers voor wie behandelin in een open of esloten justitiële behandelinrichtin noodzakelijk is, binnen zes weken na plaatsin in de opvaninrichtin daarnaar door te plaatsen; zo snel moelijk na binnenkomst in een opvaninrichtin voor een ots er een plan voor verblijf opstellen. Daarin kan bijvoorbeeld worden openomen aan welke activiteit of welk onderwijs een jeudie ma deelnemen, wat zijn beweinsvrijheid is en met wie hij buiten de inrichtin contact ma hebben; het verlofbeleid voor civielrechtelijk eplaatsten in overeenstemmin brenen met de Bjj. de (over)plaatsinsbeslissin ook toe te sturen aan (stief-, plee-) ouders of vood. De Nationale ombudsman heeft het rapport op 30 november 2004 aaneboden aan de minister van Justitie. De minister is verzocht binnen drie maanden te reaeren op de aanbevelinen Rapport huurcommissies Op 22 juni 2004 verscheen het resultaat van het artikel 15-onderzoek naar het functioneren van de huurcommissies (rapport 2004/225). De Nationale ombudsman heeft eind 2003 tot dat onderzoek besloten naar aanleidin van een opvallende toename van het aantal klachten over huurcommissies. Om praktische en onderzoekstechnische redenen is het onderzoek beperkt tot vijf van de 59 huurcommissies, te weten de huurcommissies Amsterdam, Rotterdam, Den Haa, Utrecht en Eindhoven. Bij de selectie van deze huurcommissies is vooral ekeken naar het aantal verzoekschriften dat zij jaarlijks ontvinen. Sinds de reoranisatie in 2001 hebben de huurcommissies één emeenschappelijk secretariaat. Ook dit Secretariaat van de huurcommissies is in het onderzoek betrokken. Voor het secretariaat is de minister van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer (verder VROM) verantwoordelijk. Het onderzoek van de Nationale ombudsman betrof de behandelinsduur van vijf soorten verzoekschriften (redelijkheid van de huurprijs, huurverhoin, huurverlain, onderhoudsprocedure en servicekosten), de behandelinsduur van verzet- en van klaaschriften en de behandelinsduur van verzoeken om een verklarin ten behoeve van de huursubsidie. Daarbij is vooral ekeken naar de doorlooptijden in de periode van 1 juli 2002 tot 1 juli Bij de beoordelin van de doorlooptijden heeft de Nationale ombudsman etoetst aan de wettelijke afdoeninstermijnen. Voor zover voor een bepaalde cateorie een wettelijke afdoeninstermijn old, heeft de Nationale ombudsman bepaald welke termijn als redelijk moest worden aanemerkt en vervolens aan die termijn etoetst. Voor de meeste cateorieën verzoekschriften eldt een wettelijke afdoeninstermijn van vier maanden. Voor de servicekostenzaken old in de periode van de onderzochte edrain een wettelijke termijn waarbinnen het verzoekschrift moest worden afedaan. De Nationale ombudsman achtte ook voor deze zaken een termijn van vier maanden redelijk. Inmiddels eldt ook voor dit soort verzoekschriften een wettelijke afdoeninstermijn van vier maanden. Voor verzoekschriften die met een voorzittersuitspraak zijn afedaan, beschouwde de Nationale ombudsman een termijn van vier weken als redelijk. Inmiddels is overiens wettelijk bepaald dat Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

40 voorzittersuitspraken binnen vier weken moeten worden edaan door huurcommissievoorzitters. Ook ontbrak er een wettelijke termijn waarbinnen verzetschriften dienden te worden afehandeld. De Nationale ombudsman heeft in zijn rapport aaneeven dat en waarom een termijn van zes weken in dit verband als redelijk moet worden aanemerkt. Hij heeft daarbij een parallel etrokken met de wettelijke afhandelinstermijnen voor bezwaar- en voor klaaschriften. Uit het onderzoek is naar voren ekomen dat voor alle cateorieën sprake is eweest van zeer ruime overschrijdinen van de wettelijke dan wel de redelijke termijn. Dit old voor alle betrokken huurcommissies. Voor de vier cateorieën waarvoor een wettelijke termijn van vier maanden old, bedroe de emiddelde afhandelinsduur respectievelijk dertien tot oneveer zeventien maanden (redelijkheid huurprijs), oneveer tien tot oneveer zestien maanden (onderhoudsprocedure), ruim dertien tot oneveer neentien maanden (huurverhoinsprocedure ex artikel 20, eerste lid, Huurprijzenwet woonruimte; verder Hpw), ruim dertien tot ruim eenentwinti maanden (huurverhoinsprocedure ex artikel 20, vierde lid, Hpw) en ruim acht tot bijna zeventien maanden (huurverlain). Voor de verzoekschriften waarvoor een redelijke termijn van eveneens vier maanden old (servicekosten), bedroe de emiddelde afdoeninsduur ruim achttien tot oneveer twinti maanden. Voor de verzoekschriften die met een voorzittersuitspraak zijn afedaan, bedroe de afdoeninsduur emiddeld oneveer 35 tot oneveer 44 weken. De emiddelde afhandelinsduur van verzetschriften varieerde van ruim zes tot ruim acht maanden. Vanwee een ebrekkie reistratie waren de vijf huurcommissies en het Secretariaat van de huurcommissies niet in staat betrouwbare eevens te verstrekken over de behandelinsduur van verzoeken om een verklarin ten behoeve van de huursubsidie en van klaaschriften. Voor zover er eevens voorhanden waren, bleek daaruit dat ook de termijnen die voor deze zaken olden in ernstie mate waren overschreden. Verzoeken om een verklarin ten behoeve van de huursubsidie werden in de onderzochte periode zelfs nauwelijks behandeld. De Nationale ombudsman sprak in dat verband van schromelijke verwaarlozin van een wettelijke taak. Uit het onderzoek van de Nationale ombudsman is naar voren ekomen dat de lane doorlooptijden voor een deel samenhinen met de hiervoor enoemde reoranisatie van het Secretariaat van de huurcommissies in Ook vóór die reoranisatie was echter vaak sprake van termijnoverschrijdinen. De Nationale ombudsman had het in dat verband over een traditie van lane doorlooptijden en van stelselmatie overschrijdin van de wettelijke termijnen. Alles bijeenenomen concludeerde de Nationale ombudsman dat de onderzochte edrain overweend «niet behoorlijk» was. Gezien de verwevenheid van activiteiten van de betrokken huurcommissies en van het Secretariaat van de huurcommissies bij de behandelin van verzoek-, verzet- en klaaschriften en van verzoeken om een verklarin ten behoeve van de huursubsidie achtte de Nationale ombudsman de huurcommissies en het Secretariaat van de huurcommissies ezamenlijk verantwoordelijk voor de onderzochte edrain. De Nationale ombudsman wees er in zijn rapport no op dat huurders en verhuurders belan hebben bij een oed functionerend systeem van huurprijsbeschermin. Dat eldt ook voor het ministerie, omdat het van root belan is dat bij de toekennin van huursubsidie wordt uiteaan van een redelijke huurprijs. De Nationale ombudsman nam met instemmin kennis van de inmiddels erealiseerde bekortin van de doorlooptijden van klaaschriften en de verbeterin van de tussentijdse informatie- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

41 verstrekkin aan indieners van verzoekschriften. Ook heeft de Nationale ombudsman met instemmin kennis enomen van het plan van aanpak van de minister om de bestaande achterstanden in 2004 we te werken. In aansluitin op dit plan van aanpak heeft de Nationale ombudsman de minister en de betrokken huurcommissies de aanbevelin edaan om verderaande maatreelen te treffen, zodat uiterlijk per 1 januari 2005 de verzoekschriften wel binnen de wettelijke termijn worden afedaan. Daarnaast heeft hij onder meer aanbevelinen edaan om de reistratie van nieuwe verzoekschriften en de verzendin van ontvanstbevestiinen te versnellen en om werkinstructies op te stellen voor de behandelin van verzetschriften. Ook heeft de Nationale ombudsman een aanbevelin edaan die ertoe strekt de uitvoerinspraktijk ten aanzien van huursubsidieverklarinen, de tekst van artikel 5, tweede lid, van de Huursubsidiewet alsmede de tekst van de Wewijzer Huursubsidie op het punt van toezendin van derelijke verklarinen, met elkaar in overeenstemmin te brenen. Met betrekkin tot de aanbevelin om verzoekschriften uiterlijk per 1 januari 2005 binnen de wettelijke termijn af te doen, hebben de minister van VROM en de voorzitter van het Overle Voorzitters Huurcommissies (verder OVH) in een ezamenlijke reactie aaneeven dat de minister in november 2004 een notitie aan de Nationale ombudsman en aan de Tweede Kamer zou sturen. Daarin zou zij inaan op het huurbeleid voor de lane termijn, de invloed daarvan op de positionerin van de huureschillenbeslechtin, en binnen de context daarvan de moelijkheden op het ebied van behandeltermijnen. In een ezamenlijke brief van 29 november 2004 aan de Nationale ombudsman deelden de minister van VROM en de voorzitter van het OVH in dit verband vervolens mee: «De Tweede Kamer is inmiddels eïnformeerd over de moderniserin van het huurbeleid. De plannin is dat, nadat met de Tweede Kamer duidelijkheid is verkreen over de hoofdlijnen van dit beleid, vervolens de aanekondide notitie over de positionerin van de huureschillenbeslechtin en binnen deze context de moelijkheden op het ebied van behandeltermijnen, aan de Tweede Kamer wordt ezonden. Welke extra maatreelen zullen worden etroffen is afhankelijk van zowel het huurbeleid voor de lane termijn als van de inhoud van bedoelde notitie. Momenteel wordt al ewerkt aan enkele moelijkheden. Besluitvormin hierover kan plaatsvinden nadat de minister en de Tweede Kamer hun standpunten hebben ewisseld naar aanleidin van voornoemde notitie. In verband met het bovenstaande zullen de door u enoemde stukken niet in november 2004 worden verzonden, maar in 2005.» Met betrekkin tot de aanbevelin van de Nationale ombudsman om de reistratie van verzetschriften en de verzendin van ontvanstbevestiinen daarvan te versnellen, bleek uit de reactie van de minister en de voorzitter van het OVH dat al eruime tijd binnen twee weken na ontvanst van een verzetschrift een ontvanstbevestiin wordt estuurd. Een andere aanbevelin van de Nationale ombudsman strekte ertoe de uitvoerinspraktijk ten aanzien van huursubsidieverklarinen, de tekst van artikel 5, tweede lid, van de Huursubsidiewet alsmede de tekst van de Wewijzer Huursubsidie op het punt van toezendin van derelijke verklarinen, met elkaar in overeenstemmin te brenen. Deze aanbevelin werd opevold. De reactie van de minister en de voorzitter van het OVH op de aanbevelinen over de behandelinsduur van verzetschriften, de versnellin van de reistratie van nieuwe verzoekschriften en de verzendin van de zoenoemde leesverzoeken, heeft de Nationale ombudsman aanleidin eeven tot het vraen van een nadere toelichtin. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

42 1.3.2 Onderzoek op verzoek In de op de cd-rom openomen hoofdstukken 7 tot en met 25 wordt een uitvoeri versla edaan van de per beleidsterrein uitevoerde onderzoeken en de daarover in 2004 verschenen rapporten. Naast de hierna onder openomen rapporten over interne klachtbehandelin wordt hier over een aantal andere onderwerpen een korte weerave eeven van min of meer belanrijke rapporten die op basis van onderzoek naar aanleidin van tot de Nationale ombudsman erichte verzoekschriften tot stand zijn ekomen Gebruik handboeien en blinddoek door arrestatieteams In het Jaarversla 2003 kwam in een viertal rapporten aan de orde waarin de Nationale ombudsman het aanleen van handboeien bij niet-verdachten en voorts het blinddoeken van al dan niet aanehouden personen in strijd met de Grondwet en het Europese Verdra tot beschermin van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (verder EVRM) achtte. Hij constateerde dat deze maatreelen bij acties van arrestatieteams meer dan incidenteel worden toeepast teneinde de veiliheid van de betrokken politieambtenaren in evaarlijke situaties te waarboren. Hij sinaleerde een spanninsveld tussen praktijk en wetevin en achtte het noodzakelijk dat er een nadere bezinnin plaatsvindt over de vraa hoe het ebruik van dwanmiddelen door een arrestatieteam in overeenstemmin met de Grondwet en internationaalrechtelijke verplichtinen wettelijk moet worden enormeerd. Hiertoe werden deze rapporten (2004/351 tot en met 354) nadrukkelijk onder de aandacht ebracht van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties berichtte de Nationale ombudsman op 13 november 2003 mede namens de minister van Justitie dat hij zich zou beraden over de door de Nationale ombudsman opeworpen vraa en dat hij de Nationale ombudsman over de uitkomst hiervan nader zou berichten. Tijdens de Overleveraderin van de minister van Justitie en het Collee van procureurs-eneraal en de Nationale ombudsman op 20 oktober 2004 werd van de zijde van de minister van Justitie met betrekkin tot het optreden van arrestatieteams onder meer meeedeeld dat een wetsvoorstel inzake hun bevoedheden is openomen in het conceptwetevinsproramma Doel van het wetsvoorstel is het creëren van een juridische rondsla. Ook in 2004 kwam een rapport uit dat betrekkin heeft op het boeien en blinddoeken van niet-verdachte personen. In deze zaak, die leidde tot rapport 2004/082 (zie 7A.4.3 en 7A.6.2), was het volende aan de orde. Het arrestatieteam van het reionale politiekorps Haalanden trad in opdracht van de officier van justitie te Amsterdam binnen in de wonin van verzoekers ouders met het doel verzoekers broer aan te houden. Die broer werd verdacht van betrokkenheid bij een ontvoerin dan wel ijzelin waarbij ebruik was emaakt van vuurwapens. Hij werd in de wonin aanetroffen en aanehouden. Verzoeker klaade er onder meer over dat de politieambtenaren hem handboeien hebben omedaan en teen de muur hebben ezet. De Nationale ombudsman onderzocht of artikel 8 van de Politiewet een rondsla biedt voor het ebruik van handboeien. In artikel 8 is een sprake van een bevoedheid tot het aanleen van handboeien, wel wordt aan de politie de bevoedheid toeekend eweld te ebruiken. Bij onwillie personen kan het voorkomen dat het niet moelijk is om handboeien aan te leen zonder dat dit epaard aat met eweld. Dit betekent echter niet dat het boeien kan worden ezien als een vorm van eweldsuitoefenin. Illustratief is dat het ebruik van handboeien in de Ambtsinstructie voor de politie niet wordt Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

43 erubriceerd als eweld of eweldsmiddel. De Nationale ombudsman kwam tot de conclusie dat de hier aan de orde zijnde inbreuk op het recht op onaantastbaarheid van het lichaam niet is voorzien in artikel 8 van de Politiewet. De Nationale ombudsman zette nomaals uiteen dat de politie een bevoedheid om een niet-verdachte te boeien niet heeft kunnen ontlenen aan artikel 22 van de Ambtsinstructie voor de politie. Artikel 22 heeft uitsluitend betrekkin op het aanleen van boeien bij personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd. Verder is de toepassin in het eerste lid van dit artikel beperkt tot ebruik ten behoeve van vervoer. Geen van beide was hier aan de orde. De Ambtsinstructie noemt een andere situaties waarin van handboeien ma worden ebruik emaakt. Overiens is oprekkin van het toepassinsebied van artikel 22 tot personen aan wie niet de vrijheid is ontnomen, uitesloten. Artikel 22 vindt immers, blijkens de Nota van Toelichtin bij de Ambtsinstructie, zijn rondsla in artikel 15, vierde lid, van de Grondwet dat uitsluitend ten aanzien van personen aan wie rechtens de vrijheid is ontnomen een basis biedt voor beperkin in de uitoefenin van rondrechten. Ook over het omdoen van een blinddoek overwoo de Nationale ombudsman dat het omdoen van een blinddoek een inbreuk op het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekent, welk recht in artikel 11 van de Grondwet is neereled. In verband met het ontbreken van een toereikende wettelijke rondsla hiervoor, had het arrestatieteam verzoeker ten onrechte eblinddoekt Waarschuwin voor inzet politiehond als eweldsmiddel Op rond van artikel 8, eerste lid, van de Politiewet dienen politieambtenaren, zo moelijk, vooraf te waarschuwen als zij voornemens zijn om eweld toe te passen. In rapport 2004/030 (zie 7A.6.3, 7A17.3 en 7A.18) in het onder meer over de inzet van een politiehond. In deze zaak waren joneren staande ehouden weens het ooien van een bierblikje op straat. Omdat één van hen zijn naam niet wilde even, werd hij aanehouden. Een root aantal andere joneren beon zich met deze aanhoudin te bemoeien, onder wie verzoeker. De politie verzocht hem zich te verwijderen, maar hij bleef staan en werd daarop aanehouden. Om verzoeker onder controle te krijen ebruikte de politie eweldsmiddelen. Verzoeker raakte ernsti ewond door de beet van de politiehond. Hij klaade over de inzet van die hond. De Nationale ombudsman overwoo dat van de inzet van een politiehond behoedzaam ebruik dient te worden emaakt, vanwee de zwaarte van dit eweldsmiddel. Gelet echter op het feit dat het de aanwezie politieambtenaren niet was elukt om verzoeker onder controle te krijen en te boeien, en het ook niet met behulp van minder inrijpende eweldsmiddelen, waaronder de wapenstok, was elukt om het verzet van verzoeker te breken, terwijl inmiddels (in ieder eval) één politieambtenaar met verzoeker ten val was ekomen en meerdere omstanders zich met de aanhoudin inen bemoeien, had de hondeneleider er in redelijkheid toe kunnen besluiten de politiehond in te zetten, teneinde zijn collea s te ontzetten. Het was echter niet juist dat verzoeker niet eerst specifiek was ewaarschuwd voor de inzet van de politiehond, alvorens hiertoe werd overeaan. De Nationale ombudsman was van oordeel dat een beet door een politiehond zo inrijpend is, dat de hond zo moelijk eerst dreiend moet worden inezet, waarbij specifiek wordt ewaarschuwd voor de daadwerkelijke inzet. De dreiende werkin van de hond is in veel evallen voldoende om het verzet te breken. In dit eval was ook een sprake van een zodanie directe en ernstie bedreiin dat het juist was om bij wijze van noodweer te besluiten de politiehond zonder voorafaande waarschuwin op Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

44 verzoeker in te zetten. De inzet van de politiehond was zonder waarschuwin vooraf onder de eeven omstandiheden dan ook niet proportioneel Politie en de Alemene wet bestuursrecht De politie heeft bij haar optreden veelvuldi te maken met bepalinen van administratief recht, zoals neereled in vooral de Awb. Toetsin aan die bepalinen leert soms, dat is ehandeld in strijd met de Awb en dat dit in alemene zin een belanrijk aandachtspunt vormt voor de politie. In dit verband wordt ewezen op de zaak die leidde tot rapport 2004/022 (zie 7A.9.3 en 7A.13.4). In deze zaak had het reionale politiekorps Haalanden verzoekers auto als wrak aanemerkt en dit voertui om die reden, na van de openbare we te zijn verwijderd, laten vernietien. Verzoeker klaade er over dat de politie hem daar niet, althans niet voldoende duidelijk, voor had ewaarschuwd. De politie stelde op dit punt dat verzoeker meermaals was eïnformeerd door middel van brieven, dat er zoenaamde wrakkenstickers op de auto waren eplakt en dat zij een paar keer bij verzoeker aan de deur was eweest. Verzoeker stelde een brieven te hebben ontvanen van de politie en ook niet op de andere enoemde wijzen te zijn eïnformeerd. De Nationale ombudsman overwoo dat, nu noch door middel van de administratie van de politie noch op andere wijze verzendin van de brieven voldoende was aanetoond, het risico van een derelijke handelwijze namelijk het niet kunnen aantonen dat de betreffende brieven daadwerkelijk waren verzonden voor de politie is. Van de bezoeken aan verzoekers huis, alsmede van het aanbrenen van stickers op verzoekers auto, waren evenmin overtuiende eevens voorhanden. Alleen uit de tekst «Tevens voertuiwrak aanebracht» op een mutatieformulier van 10 maart 2000 zou kunnen worden afeleid dat een sticker was aanebracht, maar dit stond niet onomstotelijk vast. Gelet op het vooraande was volens de Nationale ombudsman niet ebleken dat de politie op eni moment aan verzoeker had meeedeeld dat zij zijn auto als voertuiwrak had aanemerkt, en voornemens was om tot verwijderin en vernietiin van de auto over te aan. Een derelijke handelwijze is in strijd met artikel 5:24 Awb, waarin staat vooreschreven dat een beslissin tot toepassin van bestuursdwan op schrift wordt esteld. Bovendien was niet overeenkomsti artikel 5:29, tweede lid, Awb proces-verbaal van verwijderin opemaakt, waarvan afschrift was verstrekt aan verzoeker; laat staan dat was voldaan aan het vereiste van artikel 5:30, derde lid, Awb, dat vernietiin niet plaatsvindt binnen twee weken na de verstrekkin van het afschrift van het procesverbaal van verwijderin aan verzoeker. Inteendeel, de politie had aan een demontaebedrijf de opdracht eeven verzoekers auto af te voeren en te vernietien, heteen op 5 april 2000 eschiedde. De reels waaraan het toepassen van bestuursdwan moet voldoen, waren derhalve door de politie niet in acht enomen. In deze zaak was ook het volende aan de orde. De politie had haar optreden ebaseerd op de Afvalstoffenverordenin 1998 van de emeente Den Haa en op de Procedure auto- en voertuiwrakken voor het verzorinsebied van politiebureau 13. De bevoedheid tot bestuursrechtelijke handhavin van het estelde in artikel 21 van de Afvalstoffenverordenin 1998 komt echter op rond van artikel 125 Gemeentewet toe aan het collee van buremeester en wethouders van Den Haa. Het collee van buremeester en wethouders kan mandaat verlenen van de bevoedheid tot het nemen van een besluit tot toepassin van bestuursdwan. In eval mandaat is verleend dient een emandateerde op rond van artikel 10:10 Awb te vermelden dat het besluit is enomen namens Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

45 het collee van buremeester en wethouders. De politie had bij de toepassin van bestuursdwan in deze zaak niet aaneeven dat de bevoedheid werd uiteoefend namens het collee van buremeester en wethouders. De Nationale ombudsman heeft de korpsbeheerder schriftelijk verzocht hem te informeren over de bevoedheidsrondsla van het politieoptreden in deze zaak. Daarop is een toereikend antwoord ekomen. De Nationale ombudsman is er in deze zaak dan ook vanuit eaan dat de politie niet was emandateerd tot bestuursrechtelijke handhavin van het estelde in artikel 21 van de Afvalstoffenverordenin De politie kon haar optreden dan ook niet baseren op die verordenin Openbaar Ministerie en besla In de zaak die leidde tot rapport 2004/112 (zie ook 7B.2) was verzoeksters auto inbeslaenomen toen haar zoon daarmee op 8 februari 2001 enkele verkeersovertredinen bein. De officier van justitie besliste vervolens op 17 juli 2001 dat de auto aan de eienaar (ofwel verzoekster) terueeven diende te worden. Per brief van 8 auustus 2001 werd Domeinen van deze beslissin op de hoote esteld. Op dat moment bleek echter dat de auto van verzoekster reeds op 31 juli 2001 was verkocht voor een bedra van f 864. De Nationale ombudsman stelde voorop dat verzoekster zich op rond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvorderin (verder Sv), schriftelijk bij de rechtbank had kunnen beklaen over de inbeslanemin. Ten aanzien van de vraa of het Openbaar Ministerie (verder OM) verzoekster op die beklamoelijkheid had moeten wijzen, overwoo de Nationale ombudsman dat in casu een schendin van een wettelijke informatieplicht kon worden vastesteld. Daarmee was echter no een antwoord eeven op de vraa of sprake was van behoorlijk handelen van het parket. De Nationale ombudsman overwoo het volende. Vast was komen te staan dat verzoekster had kennis enomen van de inhoud van het ontvanstbewijs dat de politie aan haar zoon had uitereikt. Daarom kon ervan worden uiteaan dat verzoekster op de hoote was van de daarop vermelde moelijkheid om een rechtsmiddel teen de inbeslanemin aan te wenden. Als, zoals verzoekster stelde, de informatie op het ontvanstbewijs haar niet (voldoende) duidelijk was eweest, had zij zich kunnen laten adviseren. De onderzochte edrain was «behoorlijk». Voorts klaade verzoekster er over dat haar inbeslaenomen auto was verkocht. De Nationale ombudsman merkte vooreerst op dat op 1 januari 1996 ewijzide reels met betrekkin tot de teruave en bewarin van strafvorderlijk inbeslaenomen voorwerpen in werkin zijn etreden. De doelstellin van de wetever was onder meer om de positie van de rechthebbende aan wie het voorwerp door een strafbaar feit is onttrokken te versterken door een snelle teruave te bevorderen en tevens om het aantal voorwerpen dat in bewarin is bij justitie en de kosten van die bewarin te beperken. In het kader van laatstenoemde doelstellin is in artikel 117 Sv de moelijkheid eschapen dat de officier van justitie een machtiin tot vervreemdin verstrekt ten aanzien van bepaalde voorwerpen. De hoofdofficier van justitie te Den Haa had Domeinen een alemene machtiin verleend tot vervreemdin van motorvoertuien met een waarde van minder dan f 5000 na een tijdsverloop van ten minste drie maanden na de inbeslanemin. De Nationale ombudsman heeft in een eerder rapport eoordeeld dat de hoofdofficier van justitie in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het verlenen van een derelijke alemene machtiin. Een en ander neemt echter niet we dat de wetever een systeem voor oen heeft estaan waarin de officier van Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

46 justitie alvorens te beslissen over de (eschiktheid voor) bewarin en eventuele vervreemdin/vernietiin éérst dient te beslissen over de vraa of het besla moet voortduren dan wel teruave van het voorwerp aan de beslaene of een andere rechthebbende (veelal het slachtoffer) moet volen. Wil deze beslissin effect sorteren, dan moet de bewaarder uiteraard ten spoediste van deze beslissin op de hoote worden esteld. Met andere woorden, eventuele vervreemdin kan pas aan de orde zijn nadat de officier van justitie heeft besloten dat het belan van de strafvorderin vert dat de inbeslanemin voortduurt en het inbeslaenomen voorwerp niet aan de beslaene of een derde rechthebbende dient te worden terueeven. Het OM moet dus vóórdat Domeinen op rond van eerderenoemde machtiin ma overaan tot vervreemdin, uitdrukkelijk beslissen of het besla ehandhaafd moet blijven. In dit eval was Domeinen vanaf 8 mei 2001 op basis van de machtiin bevoed het voertui van verzoekster te vervreemden. Op dat moment was aan het parket, dat inmiddels wel beschikte over het proces-verbaal van politie, no een beslissin enomen over de noodzaak van voortdurin van de inbeslanemin. Daardoor ontstond de situatie waarin Domeinen op ieder moment tot vervreemdin van de auto zou moen overaan, terwijl het OM no niet aan de hand van de in het opsporinsonderzoek verzamelde informatie had besloten over al dan niet voortduren van de ronden van het besla. Deze werkwijze, die meebrent dat het besla (zonder toetsin van de officier van justitie) voortduurt ook als het proces-verbaal niet tijdi wordt ontvanen en beoordeeld, doet een recht aan de bedoelin van de wetever en de belanen van een rechthebbende. De edrain was «niet behoorlijk». Ook klaade verzoekster er over dat het arrondissementsparket te Den Haa haar een bericht had estuurd van de voorenomen vervreemdin van haar auto. De Nationale ombudsman stelde voorop dat de wettelijke bepalinen een verplichtin bevatten voor de officier van justitie om de (voorenomen) machtiin tot vervreemdin kenbaar te maken aan de beslaene of aan een civiel rechthebbende. De vraa was nu of in dit eval was ebleken van omstandiheden op rond waarvan het OM verzoekster toch had moeten inlichten en door dit na te laten niet behoorlijk had ehandeld. Op dit punt overwoo de Nationale ombudsman dat, nu verzoekster en haar emachtide telefonisch en per fax contact hadden ezocht met het parket en op die manier duidelijk hadden emaakt dat zij direct belanhebbende was en informatie over de stand van zaken wenste, het OM in dit eval ehouden was verzoekster te informeren omtrent de machtiin aan Domeinen die meebracht dat de auto was of spoedi zou kunnen worden vervreemd. De onderzochte edrain was «niet behoorlijk». In de zaak die leidde tot rapport nummer 2004/214 (zie ook 7A.13.4 en 7B. 5.2) was het volende aan de orde. Op 30 oktober 2001 hadden ambtenaren van het reionale politiekorps Midden- en West-Brabant verzoekers auto in besla enomen. Verzoeker klaade er onder meer over dat de officier van justitie onvoldoende voortvarend uitvoerin had eeven aan schriftelijke verzoeken om teruave van de inbeslaenomen auto. De Nationale ombudsman constateerde allereerst dat het OM niet of pas na maanden op deze brieven had ereaeerd. In deze zaak mocht van de officier van justitie juist voortvarendheid worden verwacht; toen zij kennis nam van de eerste brief, waaruit bleek dat de auto ruim drie maanden ervoor in besla was enomen, moest zij zich realiseren dat de auto voor vervreemdin in aanmerkin kwam. Dat verzoeker noch zijn raadsman ebruik hadden emaakt van de beklamoelijkheid ex artikel 552a Sv, deed hieraan niet af. Immers, het OM, dat verantwoordelijk is voor de inbeslanemin, dient inevole artikel 116, eerste lid Sv voor Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

47 teruave van het inbeslaenomen voorwerp te zoren zodra er een strafvorderlijk belan meer is voor inbeslanemin. Dit betekent dat het OM een eien verantwoordelijkheid heeft om te toetsen of een (of meer) van de ronden zoals enoemd in de artikelen 94 en 94a Sv aanwezi is die de leitimatie vormen voor (voortduren van) het besla. De officier van justitie had verklaard dat zij tijdens een telefoonesprek met verzoekers raadsman niet de beslissin had enomen of het besla al dan niet moest worden ehandhaafd, omdat zij op dat moment no niet over het proces-verbaal beschikte, dat betrekkin had op de inbeslaenomen auto. Dit impliceerde dat zij op dat moment niet kon beoordelen of de inbeslanemin (no) eni strafvorderlijk belan diende. De Nationale ombudsman achtte het niet juist dat een officier van justitie een besla laat voortduren zonder zich ervan te verewissen dat een strafvorderlijk belan met handhavin van het besla wordt ediend. De onderzochte edrain was «niet behoorlijk» Tenuitvoerlein van de strafrechtelijke maatreel van plaatsin in een psychiatrisch ziekenhuis In de zaak die leidde tot rapport nummer 2004/316 (zie 7B.5) was het volende aan de orde. De strafrechter had verzoeker de maatreel plaatsin in een psychiatrisch ziekenhuis opeled voor de duur van een jaar (artikel 37 Wetboek van Strafrecht (verder Sr)). Verzoeker werd echter niet in een psychiatrische inrichtin eplaatst; hij heeft edurende het jaar in een huis van bewarin verbleven. De in aanmerkin komende (forensisch) psychiatrische inrichtinen hadden alle plausibele redenen opeeven waarom verzoeker niet kon worden openomen (capaciteitstekort, inrichtin te weini beveilid, neatieve ervarinen met verzoeker etc.). Verzoeker klaade erover dat het OM onvoldoende voortvarend was opetreden bij het ten uitvoerleen van het vonnis. De Nationale ombudsman oordeelde dat nu verzoeker reeds voor het onherroepelijk worden van het vonnis was aanemeld bij een psychiatrische inrichtin en zowel de Forensisch psychiatrische dienst als de betrokken officier van justitie volop hadden eprobeerd om verzoeker in een psychiatrische inrichtin te plaatsen, niet kon worden ezed dat het OM onvoldoende voortvarendheid heeft betracht bij de tenuitvoerlein van het vonnis. Dat de officier van justitie een ebruik heeft emaakt van haar bevoedheid op rond van de Wet bijzondere opneminen in psychiatrische ziekenhuizen om een psychiatrisch ziekenhuis te bevelen verzoeker op te nemen, deed hieraan niet af. In de eeven situatie kon niet van de officier van justitie worden verland dat zij een bevel tot opname zou even. De Nationale ombudsman achtte de onderzochte edrain «behoorlijk». In deze zaak klaade verzoeker er voorts over dat het OM hem edurende een jaar als passant in een huis van bewarin had laten verblijven, terwijl na zeven maanden was ebleken dat plaatsin in een psychiatrische inrichtin niet moelijk was. De Nationale ombudsman overwoo dat, toen vaststond dat plaatsin niet meer realiseerbaar was, de op dat moment bestaande wettelijke basis voor het verblijf in een huis van bewarin (artikel 9, tweede lid, Penitentiaire beinselenwet) kwam te vervallen. No afezien hiervan behoort het verblijf in een huis van bewarin te voldoen aan artikel 5, eerste lid, onder e, EVRM en dat was niet het eval. Aansluitin zoekende bij jurisprudentie van de Hoe Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en bij het Nationale ombudsman rapport 1996/575 over de passantentijd van TBS-estelden, concludeerde de Nationale ombudsman dat verzoeker twee maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis in een psychiatrische inrichtin had moeten worden eplaatst. De Nationale ombudsman achtte de onderzochte edrain op dit punt «niet behoorlijk». Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

48 Hij constateerde voorts in dit rapport dat het reelmati voorkomt dat personen aan wie de maatreel van artikel 37 Sr is opeled lan moeten wachten op plaatsin in een psychiatrische inrichtin, of zelfs de hele duur van de maatreel in een huis van bewarin edetineerd blijven. De minister van Justitie, die (mede)verantwoordelijk is voor deze problematiek, kon de Nationale ombudsman echter een oed beeld even van de omvan ervan. De Nationale ombudsman deed aan de minister van Justitie de aanbevelin om binnen een halfjaar (na uitbrenen van het rapport) een plan van aanpak op te stellen met maatreelen om de problematiek systematisch in kaart te brenen en maatreelen om een rechterlijke last tot plaatsin in een psychiatrisch ziekenhuis binnen twee maanden ten uitvoer te kunnen leen. Tijdens het bezoek van de Nationale ombudsman aan de Overleveraderin van de minister van Justitie en het Collee van procureurs-eneraal (zie 7B.1) is bij monde van de secretaris-eneraal meeedeeld dat de aanbevelin zal worden opevold, maar dat praktisch no het een en ander ereeld zal moeten worden Vrouwelijke contactambtenaar IND In de zaak die ten rondsla la aan rapport 2004/232 (zie 10A.2.3.3) klaade verzoekster er in de eerste plaats over dat de IND haar tijdens het nader ehoor over haar asielverzoek niet in de eleenheid had esteld om door een vrouwelijke contactambtenaar en met behulp van een vrouwelijke tolk te worden ehoord. Aanezien een rechtshulpverlener na het eerste ehoor had aaneeven dat er sprake was eweest van seksueel misbruik en traumata, had volens staand beleid een vrouwelijke contactambtenaar en een vrouwelijke tolk moeten worden ineschakeld, aldus verzoekster. Het is een bekend eeven dat vrouwelijke asielzoekers, al dan niet vanuit hun culturele achterrond, schroom hebben om problemen die zij als vrouw hebben ondervonden aan een mannelijke contactambtenaar te vertellen. De IND dient dan ook na te aan of het aanewezen is dat de betrokken asielzoekster door een vrouwelijke contactambtenaar en met behulp van een vrouwelijke tolk nader wordt ehoord en wel in een zodani vroe stadium van de procedure dat daarmee rekenin kan worden ehouden bij de plannin van het nader ehoor. De IND had dan ook niet voorbij moen aan aan meldinen van de betrokken rechtshulpverleners in een zwaarweend advies en nomaals telefonisch van seksueel misbruik en traumata in verzoeksters asielrelaas om en zonodi alsno in reactie hierop een vrouwelijke contactambtenaar en een vrouwelijke tolk in te schakelen. Volens hoofdstuk C 3/ van de Vreemdelinencirculaire 2000 (verder Vc 2000) old slechts voor asielzaken die niet binnen de aanmeldcentrumprocedure (verder AC-procedure) werden afehandeld, dat vrouwelijke asielzoekers worden ewezen op de moelijkheid om het nader ehoor te laten plaatsvinden door een vrouwelijke IND-medewerker en met behulp van een vrouwelijke tolk. In hoofdstuk C 3/12 van de Vc 2000 betreffende de AC-procedure ontbrak een derelijke beleidsreel. Dit maakte het vooraande evenwel niet anders. Voorts viel niet in te zien waarom, zoals in dit onderzoek bleek, de praktijk op de diverse AC s verschillend was. Op het AC Schiphol werd de asielzoekster wél ewezen op de moelijkheid om het nader ehoor te laten plaatsvinden met een vrouwelijke IND-medewerker en een vrouwelijke tolk en in de andere drie AC s niet. De onderzochte edrain was op dit punt «niet behoorlijk» Gebruik vreemde talen In de zaak die ten rondsla la aan rapport 2004/419 (zie ook 10A.2.3.4) Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

49 diende verzoeker een klacht in bij de IND over zijn behandelin door de Koninklijke Marechaussee toen hij op Schiphol op doorreis was van de Verenide Staten naar Ierland. Verzoeker klaade er bij de Nationale ombudsman onder meer over dat de reactie op die klacht in het Nederlands was opesteld, waarbij ebruik was emaakt van formeel juridisch taalebruik, terwijl hij de Nederlandse taal niet beheerst. Verzoeker beriep zich daarbij op het tweede lid van artikel 2:6 van de Awb, zoals dat door hem in de Enelse taal op de website van het Ministerie van Justitie was aanetroffen. De minister heeft naar voren ebracht dat het conform de Awb beleid is bij de Afdelin Grensbewakin Schiphol om klachten in de Nederlandse taal af te doen. Daarbij wordt in alemene bewoordinen ineaan op de feiten, alsmede op het beleidskader. Dit laatste brent volens de minister met zich dat juridisch taalebruik noodzakelijk is. De Nationale ombudsman overwoo het volende. In artikel 2:6 van de Awb is in het eerste lid als hoofdreel neereled dat bestuursoranen en onder hun verantwoordelijkheid werkende personen de Nederlandse taal ebruiken, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. In afwijkin van deze hoofdreel kan inevole het tweede lid van dat artikel een andere taal worden ebruikt, indien het ebruik daarvan doelmatier is en de belanen van derden hierdoor niet onevenredi worden eschaad. Uit de parlementaire stukken met betrekkin tot dit wetsartikel komt onder meer naar voren dat uit de alemene beinselen van behoorlijk bestuur een rechtsplicht kan voortvloeien om van het tweede lid ebruik te maken. Voorts wordt esteld dat de uitzonderin van het tweede lid zeer alemeen is eformuleerd, daar de rechtsontwikkelin no volop in bewein is ezien de internationaliserin en immiratie van anderstalien. Bovendien is de bestuurspraktijk te evarieerd om in meer alemene zin in concrete situaties invullin te even aan het criterium «doelmatier». Ter beantwoordin van de vraa of het in een concreet eval doelmatier is om een andere taal dan het Nederlands te ebruiken en de belanen van derden daardoor niet evenredi worden eschaad, dienen de concrete omstandiheden van het eval te worden betrokken in de afwein als bedoeld in het tweede lid van artikel 2:6 Awb, zo blijkt uit de parlementaire stukken. Artikel 2:6 Awb heeft ook betrekkin op de behandelin van klachten volens hoofdstuk 9 Awb. Dit houdt onder meer in dat in voorkomende evallen moet worden bezien of de klachtafdoeninsbrief in een andere taal moet worden esteld dan in het Nederlands. Wanneer voor het betrokken bestuursoraan vaststaat of aannemelijk moet worden eacht dat een klaer de Nederlandse taal niet machti is en zich evenmin kan laten bijstaan door iemand die de Nederlandse taal beheerst, kan het aanewezen zijn de brief te stellen in een taal die de klaer naar ma worden aanenomen wel voldoende beheerst, dan wel de brief te voorzien van een samenvattin in die taal, tenzij dit voor het betrokken bestuursoraan een onevenredie inspannin zou inhouden. De Nationale ombudsman was van oordeel dat de IND in het eval van verzoeker, een internationale reizier afkomsti uit de Verenide Staten en op doorreis naar Ierland, zonder aanknopinspunten met Nederland, die de Nederlandse taal niet machti was ebleken, en die zijn klacht in het Enels vanuit zijn toenmalie woon/verblijfplaats in de Verenide Staten had inediend, er niet van kon uitaan dat verzoeker zich kon laten bijstaan door iemand die de Nederlandse taal beheerste. Het (doen) opstellen van een vertalin of een samenvattin in het Enels zou van de IND een onevenredie inspannin hebben everd. Met name van de Afdelin Grensbewakin Schiphol van de IND ma verwacht worden dat correspondentie in het Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

50 kader van een klacht in de Enelse taal kan worden evoerd. Belanen van derden waren niet in het edin. In eval van verzoeker had de IND op de hoofdreel dat bestuursoranen de Nederlandse taal ebruiken dan ook een uitzonderin dienen te maken. Dit eldt temeer nu in de klachtafhandelinsbrief juridisch taalebruik werd ebezid. Nu dit niet is ebeurd, is vanuit het oopunt van dienstbaarheid en van actieve en adequate informatievoorzienin tekort eschoten, aldus het rapport. De edrain was op dit punt «niet behoorlijk». De Nationale ombudsman heeft tevens de aanbevelin edaan aan de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie om te bevorderen dat wanneer het voor de IND vaststaat of aannemelijk moet worden eacht dat een klaer de Nederlandse taal niet machti is en zich evenmin kan laten bijstaan door iemand die de Nederlandse taal beheerst, de klachtafdoeninsbrief niet in het Nederlands wordt esteld maar in een taal die de klaer naar ma worden aanenomen voldoende beheerst, dan wel de brief te voorzien van een samenvattin in die taal, tenzij dit voor de IND een onevenredie inspannin zou inhouden Herstel fout van andere dienst In rapport 2004/019 (zie 10A.2.4 en 9.4.3) constateerde de Nationale ombudsman onder meer dat onder verantwoordelijkheid van de minister van Buitenlandse zaken onjuiste informatie was verstrekt aan verzoeker, met als evol dat verzoekers kinderen onewenst het Nederlanderschap hadden verloren. Aan verzoeker was toeezed dat in samenwerkin met het Ministerie van Justitie zou worden onderzocht of zijn kinderen op rond van artikel 10 Rijkswet op het Nederlanderschap (verder RWN) de Nederlandse nationaliteit zouden kunnen herkrijen. Verzoeker werd er echter, drie jaar later, door de IND over eïnformeerd dat het eventuele (her)naturalisatieverzoek van hem en zijn kinderen zou worden etoetst aan het eldende beleid en dat hij noch zijn kinderen beschikte over bijzondere banden met Nederland in de zin van het «bijzondere bandenbeleid». Hernaturalisatie was niet moelijk nu de toepassin van de RWN inevole artikel 8 RWN in overeenstemmin dient te zijn met de vreemdelinenwetevin. De minister van Buitenlandse Zaken beschikte niet over een instrument om het probleem op te lossen, omdat hij niet bevoed is om beslissinen te nemen op rond van de RWN. De Nationale ombudsman overwoo dat omstandiheden als in dit eval een verplichtin meebrenen voor het bestuursoraan dat wel bevoedheden heeft ten aanzien van de toepassin van de RWN, aldus de Nationale ombudsman. De door een overheidsdienst emaakte fout is immers te beschouwen als een fout van de Nederlandse overheid. De Nederlandse overheid is ehouden een fout, waar dat moelijk en redelijk is, te herstellen, ook wanneer de betrokken dienst daartoe zelf niet in staat is. Dit kan meebrenen dat betrokkenheid nodi is van een ander bestuursoraan dan het bestuursoraan dat de fout heeft beaan. De IND had zich hiervan rekenschap dienen te even en het verzoek om de onewenste situatie onedaan te maken, niet slechts moeten toetsen in een beperkt vreemdelinenrechtelijk kader. De Nationale ombudsman heeft er met instemmin kennis van enomen dat verzoeker inmiddels door optie het Nederlanderschap heeft herkreen Aanhouden bezwaar in afwachtin uitspraak belastinrechter Rapport 2004/146 ( 13A.2.3; VN 2004, nr. 3030; FUTD 2004, nr. 0849) heeft betrekkin op de volende situatie. Aan verzoeker werden navorderinsaanslaen inkomstenbelastin en vermoensbelastin opeled over een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

51 reeks van jaren. De navorderinsaanslaen waren aan hem opeled omdat aan de Belastindienst eevens ter beschikkin waren ekomen waaruit de Belastindienst afleidde dat verzoeker een bankrekenin in het buitenland had ehad die niet in zijn aaniften voor de inkomstenbelastin en vermoensbelastin was openomen. De navorderinsaanslaen werden opeled met een bestuurlijke boete van 100%. Bij de aankondiin van de navorderinsaanslaen verzocht de Belastindienst verzoeker er mee in te stemmen dat eventueel door hem in te dienen bezwaarschriften zouden worden aanehouden totdat de belastinrechter uitspraak zou hebben edaan in een aantal proefprocedures. De Belastindienst stelde dat in die procedures rechtsvraen aan de orde waren die ook voor de beoordelin van de door verzoeker in te dienen bezwaarschriften van belan zouden zijn. De Belastindienst wees op een protocol waarin afspraken met een advocatenkantoor waren vasteled die erop waren ericht de bedoelde rechtsvraen zo snel moelijk aan de belastinrechter voor te leen. Verzoeker stemde met het verzoek van de Belastindienst niet in. Hij voerde aan dat hij niet had beschikt over de betrokken bankrekenin in het buitenland en dat hij er bezwaar teen had laner dan nodi verdacht te worden van ernstie fiscale fraude. Verzoeker tekende teen de navorderinsaanslaen tijdi bezwaar aan. Met een beroep op de termijnen enoemd in artikel 25 Alemene wet inzake rijksbelastinen deed de Belastindienst op verzoekers bezwaarschriften een uitspraak binnen de termijn van zes weken, enoemd in artikel Voorschrift Alemene wet bestuursrecht Op verzoekers klacht over de handelwijze van de Belastindienst overwoo de Nationale ombudsman dat het streven van de Belastindienst naar het verroten van de proceseconomie en het voorkomen van een root aantal procedures over dezelfde rechtsvraen weliswaar eoorloofd was, maar dat dit er niet toe mocht leiden dat aan een belastinplichtie edurende lanere tijd teen zijn zin en met voorbijaan aan zijn emotiveerde belan bij een zo spoedi moelijke uitspraak van de rechter de toean tot de rechter wordt onthouden in een situatie waarin de standpunten over en weer voldoende zijn uitekristalliseerd. De Nationale ombudsman deed de aanbevelin om alsno zo spoedi moelijk uitspraak te doen op verzoekers bezwaarschriften. De staatssecretaris van Financiën liet weten de aanbevelin op te volen Kliklijn Rapport 2004/385 ( 18A.3.1; AB 2004, 422) betreft het instellen van een «kliklijn» door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit tijdens de voelpestcrisis, waarmee Nederland eind februari/ bein maart 2003 te maken had. De besmettin trof (ook) het ebied de «Gelderse Vallei», waar verzoeker, hobbypluimveehouder, woonachti was. De minister za, om te voorkomen dat deze zeer besmettelijke pluimveeziekte zich verder zou verspreiden, zich enoodzaakt om maatreelen te treffen. Eén van die maatreelen bestond uit het (preventief) doden van (ezonde) dieren. Deze maatreel betrof niet alleen bedrijfsmati ehouden dieren, maar old eveneens ten aanzien van hobbydieren. Omdat voor deze hobbydieren een wettelijke reistratieplicht old, werd, om een beeld te krijen van de adressen waar zich hobbydieren bevonden, een meldinsplicht voor hobbydierhouders inesteld, en werd voor dit doel het bestaande 0800-telefoonnummer van het LNV-loket openesteld. Ook derden konden eventueel anoniem de aanweziheid van hobbydieren in een ruiminebied melden. Over het bieden van laatstenoemde moelijkheid uitte verzoeker zijn onenoeen. Hij af aan dat het instellen van een derelijke «kliklijn» bij veel burers herinnerinen had operoepen aan de Tweede Wereldoorlo. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

52 Aan de orde was de vraa of het in de eeven situatie erechtvaardid was dat de minister derden de moelijkheid heeft eboden om eienaren van hobbypluimvee (anoniem) aan te melden. De minister deelde mee dat hij enoodzaakt was om het nummer open te stellen voor derden, omdat niet alle hobbydierhouders zich hadden emeld. De Nationale ombudsman kon zich voorstellen dat het creëren van die moelijkheid voor derden om (anoniem) anderen aan te melden, ezien vanuit het oopunt van de hobbydierhouders, als kwetsend was ervaren, en dat het enkele bieden van deze moelijkheid zeer veel weerstand had operoepen, no daarelaten dat hobbydierhouders in het voorkomende eval extra leed was aanedaan wanneer als evol van een derelijke meldin ten onrechte controle plaatsvond, zoals in eval van verzoeker. De Nationale ombudsman kon zich desalniettemin in het standpunt van de minister vinden: ezien de ernst van de situatie en elet op het feit dat niet alle hobbydierhouders zich hadden emeld, was de minister enoodzaakt ook ebruik te maken van (anonieme) meldinen van derden UWV en incasso In de zaak die leidde tot rapport 2004/374 (RSV 2004, nr. 347) klaade verzoekster (een werkever) er onder meer over dat het UWV Amsterdam de invorderin van achterstallie premiebetalinen uit handen had eeven aan een incassobureau zonder haar vooraf deudelijk te hebben aanemaand. De vier aanmaninen welke het UWV aan verzoekster zou hebben estuurd, stelde verzoekster niet te hebben ontvanen. Voor zijn beoordelin in zaken als deze neemt de Nationale ombudsman als uitanspunt dat het risico van het niet aankomen van poststukken die niet aanetekend zijn verzonden, in beinsel voor rekenin komt van het bestuursoraan, op wie daarmee in beinsel de bewijslast rust aan de hand van een verzendreister of postreistratiesysteem dan wel op andere wijze aannemelijk te maken dat het bewuste stuk is verzonden. Het UWV af in dit verband een beschrijvin van het controlesysteem dat op zijn verzendinen wordt uitevoerd. Met deze controleprocedure en de verschillende controlemomenten die hierin lien besloten, was het naar het oordeel van de Nationale ombudsman aannemelijk te achten dat de aan verzoekster erichte aanmaninen ook daadwerkelijk waren verzonden. Uitaande van deze verzendin was het niet waarschijnlijk te achten dat een van deze aanmaninen verzoekster had bereikt. De klacht op dit onderdeel was niet erond. Gelet evenwel op de specifieke omstandiheden van het eval (verzoekster had in zeventien jaar nooit eni betalinsprobleem eeven) alsmede de omvan van de kosten welke voor verzoekster bij een uit handen even van de vorderin aan een incassobureau waren emoeid, had naar het oordeel van de Nationale ombudsman van het UWV een meer individuele benaderin moen worden verwacht waarbij het op de we van het UWV had eleen bij verzoekster naar de reden van de betalinsachterstand te informeren. Dit temeer nu een enkel telefoonesprek hiertoe voldoende zou zijn eweest. Dat dit niet was ebeurd, was niet juist. Nu het niet ondenkbeeldi was dat bij een meer individuele benaderin het niet tot een uit handen even van de vorderin was ekomen en verzoekster in dat eval niet met eni bedra aan buitenerechtelijke kosten zou zijn econfronteerd, za de Nationale ombudsman hierin aanleidin het UWV een aanbevelin (matiin van de incassokosten tot de helft van het verzoekster in rekenin ebrachte bedra) te doen. De aanbevelin is door het UWV opevold. Ook de zaak die leidde tot rapport 2004/396 had betrekkin op een klacht over de incassoprocedure. Verzoekster (een werkever) klaade erover dat het UWV Amsterdam de invorderin van achterstallie premiebetalinen uit handen had eeven aan een incassobureau in plaats van ebruik te Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

53 maken van de hem in artikel 15 Coördinatiewet sociale verzekerin (verder: Csv) eeven moelijkheid van invorderin via het uitvaardien van een dwanbevel. Voor verzoekster was de invorderin via een incassobureau nadeli omdat de haar daarbij in rekenin ebrachte incassokosten aanmerkelijk hoer laen dan heteen haar aan kosten bij invorderin via een dwanbevel had moen worden berekend. Naar de menin van verzoekster ontnam het bepaalde in artikel 15 Csv het UWV de moelijkheid om te kiezen voor een invorderin lans civielrechtelijke we. Daarbij meende verzoekster dat een zodanie invorderin zich niet verhield met het eien invorderinsbeleid van het UWV zoals neereled in het Besluit incasso en invorderin van het Lisv van 18 april Door de Nationale ombudsman werd overwoen dat het bepaalde in artikel 15 Csv volens vaste jurisprudentie voor het UWV de moelijkheid van invorderin lans een andere we dan via een dwanbevel niet uitsluit. De klacht van verzoekster was naar het oordeel van de Nationale ombudsman erond vanwee het feit dat het UWV in een viertal aan verzoekster verzonden aanmaninen uitdrukkelijk invorderin via een dwanbevel had aanezed. Indien een bestuursoraan dwanmaatreelen aankondit en daarbij de wijze aaneeft waarop deze zullen aan plaatsvinden, heeft een bestuursoraan zich hieraan te houden. Dit bracht loischerwijs met zich mee dat de klacht over de kosten welke verzoekster méér in rekenin waren ebracht eveneens erond was, waarbij de Nationale ombudsman de aanbevelin heeft edaan de méérkosten aan verzoekster te restitueren. Deze aanbevelin werd opevold. Tevens had verzoekster zich erover beklaad dat de haar door het UWV toeezonden aanmaninen niet naar haar correspondentieadres waren estuurd, maar naar een niet in ebruik zijnd vestiinsadres van haar. Naar de menin van het UWV was het ebruik van het correspondentieadres in de aanmaanfase onverstandi, omdat de betaaltermijn kort is, de werkever zelf de betalin moet verrichten en moet weten wat de consequentie is als hij dit niet doet. Daarbij dienen eventuele invorderinsmaatreelen ook op het vestiinsadres plaats te vinden. Naar het oordeel van de Nationale ombudsman kon het UWV hierin worden evold evenals in zijn zienswijze dat het op de we van verzoekster had eleen wijziinen in haar vestiinsadres aan het UWV door te even, heteen niet ebeurd was. De klacht was niet erond Tuchtklacht over ebruik fixatiebanden Rapport 2004/390 ( 20A.3.2.2) betreft de Inspectie voor de ezondheidszor (verder IGZ). In 1997 overleed in psychiatrisch centrum Bloemendaal (later onderdeel van psycho-medisch centrum Parnassia) een patiënte ten evole van verstikkin door de fixatiebanden waarin zij op dat moment op bed la. De patiënte was op vrijwillie basis in het psychiatrisch centrum openomen. De fixatie door middel van onrustbanden had teen haar wil plaatsevonden. Het psychiatrisch centrum maakte meldin van het overlijden van de patiënte bij de IGZ van het Ministerie van Volksezondheid, Welzijn en Sport. In het daaropvolende calamiteitenonderzoek stelde de IGZ vast dat er bij de fixatie te lane zijstukken waren ebruikt, waardoor de patiënte zich kon omdraaien. De inspectie diende een klacht in bij het reionaal medisch tuchtcollee over het optreden van de eneesheer-directeur van Parnassia en de behandelend psychiater naar aanleidin van het overlijden van een patiënt van Parnassia als evol van het ebruik van fixatiebanden. Naar aanleidin van een klacht over deze handelwijze van de inspectie oordeelde de Nationale ombudsman dat de inspectie daartoe bevoed was eweest, nu sprake was van alemeen belan en een redelijk vermoeden kon worden aanenomen dat de betrokkenen een tuchtrechtnorm hadden overtreden. Het alemeen belan vorderde dat de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

54 toepassin van fixatiebanden spoedi werd enormeerd om een eind te maken aan de herhaaldelijk optredende sterfevallen. Door het overlijden van de patiënte kon de inspectie het redelijke vermoeden opvatten dat de eneesheer-directeur en de behandelend psychiater onvoldoende hadden edaan om de risico s van het ebruik van fixatiebanden uit te sluiten. De Nationale ombudsman achtte de onderzochte edrain op dit punt dan ook «behoorlijk» Grondwateroverlast Rapport 2004/238 heeft betrekkin op de taak en verantwoordelijkheid van de emeente bij het verhelpen of voorkomen van wateroverlast in de kruipruimte van een wonin door een hoe rondwaterstand. Verzoekers hadden zich tot het collee van buremeester en wethouders van de emeente Losser ewend met de vraa stappen te ondernemen. De emeente was in overle etreden met de provincie, het waterschap en een maatschappij voor rondwaterwinnin om een nadere reactie te kunnen even. In zijn reactie stelde het collee dat er in het stedelijk ebied formeel een actieve rondwaterbeheerder verantwoordelijk was voor een oede rondwaterstand en dat, op basis van de in de praktijk evormde situatie, ideeën waren eopperd voor het toekomsti beleid inzake de taakverdelin tussen betrokken partijen bij het voorkomen of verhelpen van rondwateroverlast. Bij deze taakverdelin is de particuliere rondeienaar verantwoordelijk voor de ontwaterin van zijn eien terrein, de emeente draat zor voor de ontwaterin van het openbaar terrein en voor de aanle en onderhoud van aansluitpunten en verzamelleidinen ten behoeve van de ontwaterin van het particuliere terrein en het waterschap draat zor voor de afwaterin. De Nationale ombudsman oordeelde dat het collee «behoorlijk» had ehandeld door naar deze taakverdelin te verwijzen, welk oordeel mede was ebaseerd op het advies van de Commissie Interaal Waterbeheer inzake de verdelin van de verantwoordelijkheden en bevoedheden met betrekkin tot rondwater. De Nationale ombudsman onderschrijft het advies van deze commissie om emeenten ook zor te laten draen voor een loket waar klachten en vraen van burers over rondwater en funderinen worden afehandeld en daarbij de betrokkenheid van andere partijen te oraniseren. De afelopen jaren is het aantal bij de Nationale ombudsman ontvanen klachten over rondwateroverlast en onduidelijkheid omtrent de vraa welk bestuursoraan hiervoor kan worden aanesproken toeenomen. Een tijdie communicatie over de afhandelin van vraen en klachten en de vaststellin van de verantwoordelijkheid voor het probleem kan een bijdrae leveren aan het verhelderen van de verschillende verantwoordelijkheden van zowel burer als overheidsoranen ten aanzien van rondwater. 1.4 Bijzondere onderwerpen Ontwikkelin nieuwe vereisten van behoorlijkheid De Nationale ombudsman toetst edrainen van de overheid. Hij is daarbij wettelijk verplicht vast te stellen of de onderzochte edrain «behoorlijk» is of «niet behoorlijk». Voor die toetsin heeft de Nationale ombudsman behoorlijkheidscriteria ontwikkeld. De tweede Nationale ombudsman, M. Oostin, heeft in 1988 voor het eerst een lijst samenesteld met behoorlijkheidscriteria. In de loop der tijd is deze lijst eniszins aanepast, vooral naar aanleidin van de invoerin van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) waarin veel van de tot dan toe oneschreven Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

55 beinselen van behoorlijk bestuur werden ecodificeerd. Niettemin is in feite tot en met dit verslajaar met deze lijst ewerkt (zie bijlae 4). Er werd aanleidin evoeld de bestaande vereisten van behoorlijkheid en het ebruik ervan in de praktijk onder de loep te nemen, om een drietal redenen. In de eerste plaats kon worden verondersteld dat de lijst actualiserin behoefde, aanezien die uit 1988 stamde en niet systematisch was aanepast aan de ontwikkelinen zoals die zich sindsdien onder meer in het bestuursrecht hadden vooredaan. In de tweede plaats wees de toetsinspraktijk van het Bureau Nationale ombudsman uit dat de criteria bij toetsin niet meer in alle evallen de beoode verduidelijkende functie konden vervullen en om die reden wellicht aanscherpin behoefden. Ten slotte vormde de op handen zijnde invoerin van de Wet extern klachtrecht een oede aanleidin om de behoorlijkheidsvereisten no eens nader te bezien. In artikel 9:36, tweede lid, Awb wordt vooreschreven dat de Nationale ombudsman en de lokale ombudsmannen in eval van een eronde klacht het behoorlijkheidsvereiste vermelden op rond waarvan de onderzochte edrain wordt aanemerkt als niet behoorlijk. De wetever heeft daarbij voor oen ehad dat de lokale ombudsmannen aansluitin kunnen zoeken bij het stelsel van behoorlijkheidscriteria zoals de Nationale ombudsman dat heeft ontwikkeld. Aanezien dit stelsel aldus enerzijds zal functioneren als baken voor alle externe klachtinstanties en anderzijds de basis moet vormen voor de verdere ezamenlijke ontwikkelin van de vereisten van behoorlijkheid, was er alle reden na te aan of aanpassin van de bestaande lijst was aanewezen. De Nationale ombudsman heeft de disciplineroepen Staats- en bestuursrecht en Rechtstheorie van de Universiteit Utrecht evraad een onderzoek te doen naar de behoorlijkheidscriteria die door de Nationale ombudsman worden ehanteerd, en naar het ebruik in de praktijk van behoorlijkheidscriteria door de Nationale ombudsman en de lokale externe ombudsmannen van Amsterdam, Rotterdam, Den Haa, Utrecht en Groninen. Het onderzoek moest leiden tot een praktisch toepasbare inleidin tot de behoorlijkheidstoetsin, te ebruiken door de Nationale ombudsman en met name ook door de lokale externe ombudsinstanties. Het onderzoeksteam van de vakroep, bestaande uit prof. mr. J.B.J.M. ten Bere, dr. Ph.M. Lanbroek, dr. P. Rijpkema, en prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven, heeft in het kader van het onderzoek onder meer ereflecteerd over het karakter van de behoorlijkheidstoetsin. Voorts heeft het team door middel van interviews en aan de hand van een ruime selectie van rapporten van de Nationale ombudsman, aanevuld met rapporten van de lokale ombudsmannen, onderzocht welke functie de behoorlijkheidscriteria vervullen in de toetsinspraktijk. Ten behoeve van het onderzoek is een beeleidinscommissie inesteld, waaraan naast de Nationale ombudsman en verteenwoordiers van het Bureau Nationale ombudsman ook een medewerkster van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (mw. mr. E.C. Drexhae), een verteenwoordier van de lokale ombudsmannen (mr. M.H.J.M. van Kinderen, ombudsman van Rotterdam), en een verteenwoordier van de rechtenfaculteit van de vrije Universiteit (prof. mr. J. Naeyé) deelnamen. De resultaten van het onderzoek zijn vervat in het boek «Ombudsprudentie», dat op 24 november 2004 tijdens een symposium over klachtrecht is aaneboden aan de heer mr. M. Scheltema, reerinscommissaris belast met de implementatie van de Awb, en aan de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman stelt het boek beschikbaar aan alle externe ombudsmannen. Ten aanzien van de Nationale ombudsman is uit het onderzoek onder meer naar voren ekomen dat de bestaande lijst van behoorlijkheids- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

56 criteria niet eheel consistent werd toeepast. Bestuderin van uitebrachte rapporten en de reistratie daarvan heeft te zien eeven dat niet in alle evallen het meest toepasselijke criterium is ekozen, dat de motiverin van het oordeel in voorkomende evallen niet duidelijk is erelateerd aan het ekozen criterium, dan wel dat het ehanteerde criterium in het eheel niet is eëxpliciteerd. Een belanrijke oorzaak hiervan is eleen in de lijst als zodani. Deze bevat enerzijds enkele veelebruikte criteria die een zodani ruime toepassin hebben ekreen dat daarvan een verduidelijkende werkin meer kon uitaan, terwijl er anderzijds sprake was van overlappinen. Een andere belanrijke bevindin van het onderzoek heeft betrekkin op de aard van de behoorlijkheidstoetsin, en met name op de verhoudin tussen behoorlijkheid en rechtmatiheid. Het uitanspunt van het bestaande stelsel van behoorlijkheidscriteria was dat de relatie tussen de overheid en de burer voor een belanrijk deel wordt bepaald door rechtsreels waaraan de overheid zich jeens de burer heeft te houden, en dat er daarnaast no zorvuldiheidseisen aan de overheid kunnen worden esteld, met name op het vlak van bejeenin en oranisatie. Op rond daarvan bevatte de lijst met beoordelinscriteria twee roepen. In de eerste plaats in het om criteria met betrekkin tot het vereiste dat het overheidsoptreden in overeenstemmin moet zijn met reels van eschreven en oneschreven recht, zoals mensenrechten en rondrechten, bevoeheidsvoorschriften, vorm- en procedurevoorschriften, inhoudelijke voorschriften, en rechtsbeinselen zoals het elijkheidsbeinsel, het rechtzekerheidsbeinsel, het motiverinsbeinsel, en derelijke. In de tweede plaats in het om zorvuldiheidsvereisten, zoals het vereiste van voortvarendheid en het vereiste van adequate informatieverstrekkin. Anders ezed: de behoorlijkheidstoetsin hield rechtmatiheidstoetsin in, aanevuld met zorvuldiheidstoetsin. Het onderzoeksteam van de Universiteit Utrecht heeft een andere benaderin vooresteld, met als uitanspunt dat het stelsel van behoorlijkheidsnormen een zelfstandie betekenis heeft en bestaat naast het stelsel van rechtsnormen. De ombudsman toetst edrainen van de overheid aan de normen waarmee kan worden vastesteld of die edrainen behoorlijk of niet behoorlijk zijn, zoals de rechter aan de hand van rechtsnormen toetst of het overheidsoptreden al dan niet rechtmati is. In veel evallen hebben rechtsnormen en behoorlijkheidsnormen een verelijkbare inhoud. Als de ombudsman een behoorlijkheidsnorm formuleert en toepast die ook is vasteled in een rechtsreel, dan past hij niet die rechtsreel toe, maar een concretiserin van het behoorlijkheidsvereiste die inhoudelijk overeenkomt met een rechtsnorm. Het aat derhalve om parallelle stelsels. Rechtsnormen vormen niet laner een onderdeel van de behoorlijkheidsnormen. Dit betekent niet dat het recht volens deze opvattin een rol meer speelt bij de behoorlijkheidstoetsin. Zo zullen wettelijke bepalinen vaak richtinevend zijn voor de invullin van de behoorlijkheidscriteria in concrete evallen. Dat is ook niet vreemd want behoorlijkheidsnormen en bestuursrechtelijke normen hebben dezelfde oorspron, namelijk het reuleren van overheidsoptreden volens alemeen aanvaarde principes, zoals die van de rechtstaat, de rondrechten en de beinselen van behoorlijk bestuur. Rechtsnormen zijn voor de ombudsman echter niet dwinend, aanezien de ombudsman nu eenmaal, anders dan de rechter, niet de taak heeft de rechtmatiheid, maar de behoorlijkheid van overheidsedrainen te toetsen. Dit brent mee dat de ombudsman in eval van een edrain die wordt ereuleerd door een wettelijk voorschrift, niet kan volstaan met de constaterin dat met de edrain het voorschrift wel of niet is eschonden, maar dat hij moet zoeken naar het toepasselijke behoorlijk- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

57 heidsvereiste en moet toetsen of de edrain daarmee in overeenstemmin is. De bevindinen van het onderzoeksteam met betrekkin tot het karakter van de behoorlijkheidstoetsin en met betrekkin tot de toepasbaarheid en het onderscheidend karakter van de bestaande behoorlijkheidscriteria, hebben eleid tot een voorstel voor een aanepaste lijst van behoorlijkheidsvereisten en tot een definiërin van de daarin openomen vereisten. Een opvallend kenmerk van deze nieuwe lijst is dat het vaak toeepaste oude criterium «overeenstemmin met een alemeen verbindend voorschrift» daarop niet meer voorkomt. Voorts is in een aantal van de nieuwe behoorlijkheidsvereisten de inhoud van enkele rondrechten en mensenrechten vervat, en is het aantal zorvuldiheidscriteria teruebracht. De nieuwe lijst ziet er als volt uit: Grondrechten discriminatieverbod brief- en telefooneheim huisrecht eerbiediin van de persoonlijke levenssfeer verbod van onrechtmatie vrijheidsontnemin overie rondrechten Materiële behoorlijkheid verbod van misbruik van bevoedheid redelijkheid evenrediheid coulance rechtszekerheid elijkheid Formele behoorlijkheid onvoorinenomenheid hoor en wederhoor motiverin fair play Zorvuldiheid voortvarendheid administratieve nauwkeuriheid actieve en adequate informatieverstrekkin actieve en adequate informatieverwervin adequate oranisatorische voorzieninen correcte bejeenin professionaliteit De Nationale ombudsman onderschrijft de conclusies van het onderzoek. Na de afrondin ervan heeft hij in de laatste maanden van het verslajaar bezien in hoeverre toetsin aan de nieuwe vereisten in zijn praktijk moelijk is. Daartoe is in een aantal dossiers de onderzochte edrain na afrondin van het onderzoek etoetst met behulp van de nieuwe vereisten en is voorts bezien op welke wijze kan worden voldaan aan het voorschrift dat in eval van een eronde klacht wordt vermeld welk vereiste van behoorlijkheid is eschonden. De resultaten daarvan zijn eëvalueerd, waarbij ook de onderzoekers van de Universiteit Utrecht werden betrokken. Geconcludeerd kon worden dat er een beletselen waren tot invoerin van de nieuwe lijst. De Nationale ombudsman heeft dan ook besloten dit te doen per 1 januari Daarbij staat voorop dat het niet om een eheel vastliende lijst van behoorlijkheidsvereisten kan aan. De praktijk moet verder uitwijzen of aanpassinen of verfijninen nodi Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

58 zijn. De ontwikkelin van de ombudsprudentie, zoals die wordt evormd door de toetsin van edrainen door de Nationale ombudsman en de decentrale ombudsmannen en het formuleren van normen in dat kader, kan ertoe leiden dat criteria worden toeevoed of eschrapt, of dat definiërinen worden aanepast. Aanezien na de invoerin van de Wet extern klachtrecht sprake is van een samenhanend stelsel van externe ombudsvoorzieninen, zou het sterk de voorkeur hebben wanneer de ombudsmannen overeenkomsti de wens van de wetever bij hun toetsin een elijk kader met een eenduidie terminoloie hanteren. Een eerste initiatief daarvoor is het symposium eweest op 24 november jl. Tijdens dit symposium is het boek Ombudsprudentie aaneboden aan de mr. M. Scheltema en de Nationale ombudsman en zijn de nieuwe behoorlijkheidsvereisten eïntroduceerd. Circa 80 medewerkers van decentrale ombudsvoorzieninen hebben aan dit symposium deelenomen. Met dit symposium heeft de Nationale ombudsman decentrale ombudsmannen willen stimuleren de lijst ook daadwerkelijk te aan ebruiken. Om teemoet te komen aan de wens van de wetever is het mede van belan dat de verdere ontwikkelin van de vereisten van behoorlijkheid ezamenlijk plaatsvindt. In 2005 zullen daartoe initiatieven worden ontwikkeld, waarbij onder meer valt te denken aan de vormin van een emeenschappelijk, openbaar toeankelijk ombudsprudentiereister. Voorzienbaar is dat de Vereniin voor klachtrecht daarin een belanrijke rol kan spelen Interne klachtbehandelin Als externe klachtinstantie eeft de Nationale ombudsman in de tweede lijn niet alleen een oordeel over de edrain van het bestuursoraan waarover wordt eklaad, maar beoordeelt hij ook de wijze waarop het bestuursoraan de klacht intern heeft behandeld. Op deze wijze kan hij de kwaliteit van de interne klachtbehandelin en de nalevin van hoofdstuk 9 Awb bevorderen. In het hierna volende is een overzicht openomen van rapporten uit dit verslajaar betreffende verschillende bepalinen van hoofdstuk 9 (die bij de inwerkintredin van de Wet extern klachtrecht in de loop van 2005 worden openomen in Titel 9.1 Klachtbehandelin door een bestuursoraan). Bijlae 2 eeft per artikel een overzicht van de tot nu toe verschenen rapporten. Artikel 9:1 Recht tot het indienen van een klacht In rapport 2004/425 overwoo de Nationale ombudsman dat door de Sociale verzekerinsbank (verder SVB) weliswaar terecht was opemerkt dat een klacht een betrekkin kan hebben op het alemene beleid van de SVB. Maar van klaers opmerkin dat er als evol van het handelen van de SVB in zijn eval op een onzorvuldie wijze met emeenschapseld was omeaan, kon niet worden ezed dat dit het individuele klachtrecht te boven aat. Volens artikel 9:1, eerste lid, moet een klacht betrekkin hebben op de wijze waarop het bestuursoraan zich jeens klaer heeft edraen. De opmerkinen van klaer hadden daarop betrekkin. De beslissin om een klacht buiten behandelin te laten dient voldoende door het bestuursoraan te worden emotiveerd. Dit eldt niet alleen voor de beslissin om een klacht buiten behandelin te laten op rond van een van de ronden die zijn openomen in artikel 9:8, maar ook voor de beslissin om een klacht buiten behandelin te laten op rond van de conclusie van het bestuursoraan dat de klacht buiten het bereik van het klachtrecht valt, omdat volens het bestuursoraan niet wordt eklaad over een edrain jeens de klaer zelf of jeens een ander (rapport 2004/412). Een klachtprocedure kan ertoe dienen tot een inhoudelijke Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

59 oplossin te komen van het door klaer ervaren probleem. De klachtprocedure beperkt zich niet tot louter formele aspecten (rapport 2004/113). Gedrainen van een persoon, werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursoraan worden aanemerkt als een edrain van dat bestuursoraan (art. 9:1, tweede lid). In rapport 2004/465 oordeelde de Nationale ombudsman dat, nu de minister van Verkeer en Waterstaat het bevoede bestuursoraan is om aan de hand van door de examinator eleverde eevens een beslissin te nemen op een aanvraa om de afifte van een bevoedverklarin Fliht Instructor (A), ook de wijze waarop die eevens worden verkreen om tot die beslissin te kunnen komen, het afnemen van het examen, is aan te merken als een edrain die kan worden toeerekend aan de minister. Artikel 9:2 Plicht tot behoorlijke klachtbehandelin Inevole artikel 9:2 dient het bestuursoraan zor te draen voor een behoorlijke behandelin van onder meer mondeline klachten over zijn edrainen. Het is niet verplicht om bij mondeline klachten afdelin 9.2 toe te passen, maar het ma natuurlijk wel. Gezien de aard van de klacht en het beinsel van hoor en wederhoor, was er in het eval van rapport 2004/075 (FUTD 2004, nr. 0535) aanleidin eweest om wederhoor toe te passen. Het bestuursoraan moet voorkomen dat de veelal niet te vermijden samenloop tussen het primaire proces (de behandelin van het dossier van klaer) en de behandelin van klaers klacht over dat primaire proces (het klachtdossier) ertoe leidt dat vertrain ontstaat in het primaire proces of dat vraen over het dossier niet kunnen worden beantwoord (rapport 2004/148; NTFR 2004, nr. 713). Het Collee van procureurs-eneraal noch de (hoofd)officier van justitie was bevoed tot behandelin van de klacht over de officier van justitie. De klacht had betrekkin op het niet binnen de wettelijke termijn beslissen op een aantal door de klaer inediende bezwaarschriften in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhavin verkeersvoorschriften (verder WAHV). De minister van Justitie was bevoed tot behandelin van klachten over medewerkers van het openbaar ministerie en had een machtiin verstrekt aan functionarissen van het openbaar ministerie om klachten namens hem te behandelen (rapport 2004/207; AB 2004, 270). Artikel 9:3 Geen beroep moelijk Teen een besluit inzake de behandelin van een klacht kan een beroep worden inesteld. In rapport 2004/433 (MR 2004, nr. 81) oordeelde de Nationale ombudsman dat de staatssecretaris van Justitie op de aanvraen tot toekennin van een verblijfsverunnin had moeten beslissen in de vorm van een beschikkin met rechtsmiddelenverwijzin in plaats van deze beslissinen in de klachtafdoeninsbrieven bekend te maken. Artikel 9:4 Vereisten klaaschrift Het ontbreken van ondertekenin en adres (art. 9:4, tweede lid, aanhef en onder a) kan een reden vormen om een brief niet als klacht aan te merken. Hoouit kan dit tot evol hebben dat voor afdoenin niet de specifieke voorschriften van de artikelen 9:5 tot en met 9:12 van toepassin zijn, maar alleen het alemene voorschrift dat het bestuursoraan zor draat voor een behoorlijke behandelin van klachten (art. 9:2) (rapport 2004/207; AB 2004, 270). Op rond van artikel 9:4, tweede lid, aanhef en onder c bevat het klaaschrift tenminste een omschrijvin van de edrain waarteen de klacht is ericht. Als een schriftelijke klacht die betrekkin heeft op een edrain jeens de klaer (art. 9:4, eerste lid) niet voldoet aan dit vereiste, bijvoorbeeld omdat het klaaschrift in te alemene bewoor- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

60 dinen is esteld, is er een verplichtin voor het bestuursoraan om de procedure van afdelin 9.2 te volen. De klacht dient dan wel te worden behandeld overeenkomsti artikel 9:2, heteen betekent dat de klaer in de eleenheid moet worden esteld om dit verzuim te herstellen en zijn klaaschrift aan te vullen. Indien de klaer het verzuim herstelt, en het klaaschrift alsno voldoet aan de vereisten van artikel 9:4, tweede lid, moet alsno behandelin van de klacht met inachtnemin van de artikelen 9:5 tot en met 9:12 plaats hebben (rapport 2004/412). Artikel 9:5 Informele afdoenin Zodra het bestuursoraan naar tevredenheid van de klaer aan diens klacht teemoet is ekomen, vervalt de verplichtin tot het verder toepassen van hoofdstuk 9. De constaterin dat de klacht zich niet leende voor toepassin van artikel 9:5 had moeten worden evold door een behandelin van de klacht conform hoofdstuk 9. Een uitdrukkelijk verzoek van de zijde van de klaers was daarvoor niet noodzakelijk (rapport 2004/416). Indien tijdens de hoorzittin over een klachtonderdeel overeenstemmin is bereikt, behoeft het bestuursoraan over dit onderdeel een oordeel te even in de beslissin op de klacht (rapport 2004/371). Artikel 9:6 Ontvanstbevestiin Met de ontvanstbevestiin wordt de rechtszekerheid ediend, mede omdat het tijdstip van ontvanst van de klacht van belan is voor de aanvan van de afdoeninstermijnen van artikel 9:11 (rapport 2004/326). In rapport 2004/481 verwees de Nationale ombudsman naar rapport 2003/325 («burerbrievenrapport»; JB 2003, 361en JG 2004, nr. 0071). Volens dit rapport dient een ontvanstbevestiin te volen binnen uiterlijk twee weken na ontvanst van het klaaschrift en is een ontvanstbevestiin niet nodi als het klaaschrift binnen 2 à 3 weken wordt afehandeld. Artikel 9:7 Onbevooroordeelde klachtbehandelaar De klachtbehandelaar ma niet betrokken zijn eweest bij de edrain waarop de klacht betrekkin heeft. In de zaak die leidde tot rapport 2004/373 klaade verzoeker erover dat de secretaris van de klachtencommissie (de heer X) van het waterschap dezelfde persoon was als deene die de brief had opesteld waarin een standpunt was openomen waarmee verzoeker het niet eens was. Met de behandelin van de klacht, waaronder het houden van een hoorzittin en de adviserin aan het daelijks bestuur van het waterschap, was de voorzitter van de bezwaarschriftencommissie belast. Het versla van de hoorzittin was opesteld door de waarnemend secretaris van de bezwaarschriftencommissie. De klacht was uiteindelijk afehandeld door het daelijks bestuur. Omdat de heer X weliswaar aanwezi was eweest bij de hoorzittin, maar van een inhoudelijke bemoeienis met de klacht niet was ebleken, achtte de Nationale ombudsman in dit eval een strijd met artikel 9:7 aanwezi. Artikel 9:7 maakt niet het onderscheid tussen het behandelen van de klacht voor, na, of tijdens het bezwaarschrift. Wanneer deene die de klacht behandelt, dezelfde persoon is als deene die op het bezwaarschrift beslist, heeft men de schijn van partijdi handelen teen zich. De Visadienst had de klacht volens de Nationale ombudsman (rapport 2004/443) dan ook door een andere ambtenaar moeten laten behandelen dan door deene die ook verantwoordelijk was voor de behandelin van het bezwaarschrift. De minister kan niet in haar lezin worden evold dat niet is ehandeld in strijd met artikel 9:7. Immers, ook wanneer klachtbehandelin voorafaat aan de edrain waarover wordt eklaad, omdat wordt eklaad over nalatiheid, en de klacht nu juist beoot het bestuursoraan er toe te beween de evraade actie te ondernemen, zijn klachtbehandelin en de edrain nauw met elkaar verbonden. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

61 Artikel 9:8 Klacht buiten behandelin De Awb voorziet niet in een bepalin op rond waarvan het bestuursoraan kan afzien van verdere behandelin van een klacht omdat verzoeker zich inmiddels tot de Nationale ombudsman heeft ewend (rapport 2004/097; JB 2004, 224). Dat dit ook uitdrukkelijk niet de bedoelin van de wetever was blijkt onder meer uit de Memorie van Toelichtin bij hoofdstuk 9. Hierin wordt de nadruk eled op het feit dat de procedure van interne klachtbehandelin door het bestuursoraan een voorprocedure is, voorafaand aan die bij de Nationale ombudsman (rapport 2004/416). Het uitanspunt van de overheid moet zijn dat op brieven van burers in beinsel een reactie volt. De aanduidin «in beinsel» wijst evenwel op een voorbehoud, namelijk het voorbehoud dat niet altijd behoeft te worden ereaeerd of in ieder eval niet inhoudelijk. Dat laatste eldt bijvoorbeeld in het eval van brieven of klachten die een belediende toonzettin hebben. Uiteraard is het moeilijk daarvoor een eenduidie norm te stellen. Wanneer echter de toonzettin min of meer unaniem beoordeeld als belediend overkomt, kan het bestuursoraan van inhoudelijke beantwoordin afzien. In zo n eval dient de burer in kwestie wel meeedeeld te worden dat en waarom van inhoudelijke beantwoordin wordt afezien (rapport 2004/272). De onerond verklarin van een eerder inediende klacht (door een klaer die buitenspori veel klachten bij dat bestuursoraan indient) kan voor het bestuursoraan een reden zijn om in het eheel niet meer te reaeren op nieuwe, andersoortie klachten van dezelfde klaer (rapport 2004/359). In de zaak die uitmondde in rapport 2004/392 slaade het beroep van het bestuursoraan op het overschreden zijn van de één-jaar-termijn van artikel 9:8, eerste lid, aanhef en onder b, niet. De klaer klaade namelijk niet over de wijze waarop het bestuursoraan controle had uiteoefend over een door dat bestuursoraan esubsidieerd project, welk project op het moment van de ontvanst van klaers klacht meer dan één jaar eleden was beëindid, maar over het door het bestuursoraan onvoldoende beantwoorden van zijn ook na de beëindiin van het project estelde vraen over onder meer de door het bestuursoraan uiteoefende controle op het project. Indien blijkt dat een burer pas later kennisneemt van de edrain of dat de edrain pas later merkbaar effect heeft, kan een afwijkin van de één-jaartermijn in de rede lien. Van de burer wordt dan wel zo spoedi moelijk actie verwacht. Wordt vervolens no etalmd met het indienen van een klacht, dan funeert de één-jaartermijn alsno als een beletsel voor onderzoek (rapport 2004/486; NTFR 2004, nr. 1876). Ook in dit verslajaar werd een aantal rapporten uitebracht met betrekkin op de samenloop van klacht en bezwaar (art. 9:8, eerste lid, onder c), bijvoorbeeld rapport 2004/360. In rapporten 2004/190 (FUTD 2004, nr. 101; VN 2004, nr ) en 2004/191 (FUTD 2004, nr. 1012) oordeelde de Nationale ombudsman dat artikel 9:8, eerste lid, onder c, niet van toepassin is in een situatie waarin naast de klacht over een beschikkin ook tijdi bezwaar is aanetekend teen die beschikkin. Zie uitvoeri over dit onderwerp Jaarversla 2003, blz ). Rapport 2004/207 (AB 2004, nr. 270) heeft betrekkin op de samenloop van klacht met opsporin en vervolin. Een verruimin van situaties waarin een klacht buiten de interne klachtbehandelin ma worden elaten (met bijvoorbeeld de procedure van bekla bij het erechtshof teen een beslissin om niet te vervolen, art. 12 Sv) is volens de Nationale ombudsman niet verenibaar met de Awb. In zoverre verschilt het interne klachtrecht van het externe klachtrecht bij de Nationale ombudsman. Ter zake van edrainen die aan het erechtshof kunnen worden vooreled eldt wel de verplichtin tot interne klachtbehandelin en tot de daarmee Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

62 samenhanende interne heroverwein, maar is in de externe klachtbehandelin de Nationale ombudsman niet bevoed. Ook al schrijft het derde lid van artikel 9:8 dat niet met zoveel woorden voor, de beslissin tot het niet in behandelin nemen van de klacht moet worden emotiveerd (rapport 2004/110; VN 2004, nr ). Artikel 9:10 Hoorplicht De wettelijke reelin met betrekkin tot het horen van een klaer, komt neer op «ja, tenzij», dat wil zeen altijd uitnodien tenzij (a) de klacht kennelijk onerond is, (b) de klaer aaneeft dat hij een prijs stelt op een hoorzittin, (c) de klacht niet-ontvankelijk is of (d) wanneer naar tevredenheid van de klaer aan diens klacht teemoet is ekomen. Het initiatief moet bij het bestuursoraan lien. Dat er voldoende eevens in het dossier aanwezi zijn, de klachten voldoende duidelijk zijn weereeven en dat de klaer niet heeft aaneeven dat hij ehoord wil worden, betreffen een omstandiheden op rond waarvan van het horen kan worden afezien, zo oordeelde de Nationale ombudsman in rapport 2004/063. In rapport 2004/461 overwoo de Nationale ombudsman dat het feit dat klaaster teen de beslissin ten aanzien van haar arbeidseschiktheid in de beroepsprocedure zou (kunnen) worden ehoord er niet aan afdeed, dat haar klacht betrekkin had op de handelwijze van de verzekerinsarts die het door haar aanevraade deskundienonderzoek had verricht. Het UWV had in het kader van een behoorlijke klachtprocedure klaaster conform haar verzoek dan ook moeten horen. Het UWV had verzoekster niet ehoord omdat het UWV van menin was dat verzoekster in beroep zou worden ehoord en dat daarmee het verzoek tot horen in de klachtprocedure ondervanen zou worden. Het UWV kon niet in zijn standpunt worden evold. Het eerst een beslissin nemen op de klacht door het bestuursoraan en het zich vervolens bereid tonen om haar standpunt in een persoonlijk esprek met de klaer toe te lichten, is niet in overeenstemmin met artikel 9:10. In het kader van een zorvuldie klachtprocedure behoort de klaer, alvorens op de klacht kan worden beslist, te worden ehoord (rapporten 2004/369 en 2004/411; AB 2004, 452). Het is aanewezen om (in beinsel) hoor en wederhoor toe te passen. Dit beinsel houdt in dat elk van de bij de klacht betrokken partijen de eleenheid krijt zijn standpunt naar voren te brenen, en dat vervolens elke partij de moelijkheid wordt eboden om te reaeren op heteen de andere partij over de klacht naar voren heeft ebracht. Er kan van worden afeweken als de zienswijze van de persoon op wie de edrain betrekkin heeft over de feitelijke toedracht van de edrain eheel aansluit bij heteen de klaer hierover naar voren heeft ebracht in de klacht en de mondeline toelichtin. Aan de verplichtin tot wederhoor kan bijvoorbeeld invullin worden eeven door de klaer op de hoorzittin te informeren over de reactie van deene op wiens edrain de klacht betrekkin heeft en hem daarbij de eleenheid te even daarop te reaeren (rapport 2004/051; JVS2004, nr. 63; RSV 2004, nr. 229). Het beinsel van hoor en wederhoor kan ook spelen in de behandelin van een mondeline klacht (waarop artikel 9:10 niet van toepassin is), overeenkomsti artikel 9:2 (rapport 2004/075; FUTD 2004, nr. 0535; VN 2004, nr ). Op rond van het beinsel van zorvuldie voorbereidin is het bestuursoraan ehouden ook etuien te horen, als dat voor de vollediheid van het onderzoek noodzakelijk is. Als het horen van een etuie bijvoorbeeld essentieel is voor de waarheidsvindin, dan is het achterwee laten van het horen van een etuie onjuist (rapport 2004/138). Een klacht is kennelijk onerond wanneer uit het klaaschrift zelf aanstonds blijkt dat de klachten van de indiener van het klaaschrift Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

63 onerond zijn en er redelijkerwijs een twijfel moelijk is over die conclusie. De wetever heeft een restrictieve toepassin beood (rapporten 2004/104 en 2004/495). Ook indien een hoorzittin niet heeft plaats ehad weens kennelijke onerondheid van de klacht, dient de reden van het achterwee zijn ebleven van de hoorzittin te worden vermeld bij de afhandelin van de klacht (rapporten 2004/362 en 2004/363). Kennelijke erondheid vormt op zich een rond om van het horen van de klaer af te zien (rapporten 2004/245 en 2004/251). Omdat verzoeker niet had verklaard een ebruik te willen maken van het recht te worden ehoord in het kader van de klachtbehandelin, kon niet van het horen worden afezien (rapport 2004/443). In de Memorie van Toelichtin bij hoofdstuk 9 wordt wat betreft de verslalein esteld dat het noodzakelijk is de hoofdlijnen van het verhandelde tijdens de zittin schriftelijk vast te leen, dat de wijze waarop aan de plicht tot verslalein vorm wordt eeven, wordt overelaten aan het bestuursoraan, en dat met name zal afhanen van de vraa of tijdens het horen nieuwe feiten en omstandiheden naar voren zijn ekomen die no niet in de schriftelijke stukken aan de orde zijn eweest (rapport 2004/282). In rapport 2004/414 oordeelde de Nationale ombudsman dat niet was ehandeld overeenkomsti het beinsel van hoor en wederhoor door in het versla van de hoorzittin ook aspecten op te nemen die slechts zijdelins betrekkin hadden op de klacht. Het staat een bestuursoraan vrij om, voorafaande aan de beslissin op een klacht, verslaen van hoorzittinen aan partijen op te sturen en hen daarbij in de eleenheid te stellen daarop te reaeren. Het is een vereiste van behoorlijke klachtbehandelin dat, indien verslaen van hoorzittinen aan partijen worden toeestuurd en zij in de eleenheid worden esteld daarop te reaeren, in de beslissin op de klacht wordt aaneeven of en in hoeverre heteen is aanevoerd aanleidin heeft eeven tot aanpassin van het versla of tot beïnvloedin van de beslissin op de klacht. Dit betekent niet dat bij verschil van inzicht over de aan de klacht ten rondsla liende feiten en omstandiheden een versla naar tevredenheid van de indiener van een klaaschrift dient te zijn aanepast voordat op de klacht kan worden beslist (rapport 2004/283). Artikel 9:11 Afdoeninstermijn Ook in dit verslajaar verscheen een aantal rapporten waarin de overschrijdin van de termijnen van artikel 9:11 aan de orde was (zie hiervoor bijlae 2). Artikel 9:12 Beslissin op de klacht Het bestuursoraan dient de beslissin op de klacht oed te motiveren. Zo had het bestuursoraan volens de Nationale ombudsman in rapport 2004/244 moeten reaeren op verzoeksters in haar klaaschrift euite wens dat het bestuursoraan haar verontschuldiinen zou aanbieden voor de edrainen waarover zij klaade. In rapport 2004/371 overwoo de Nationale ombudsman dat het collee van buremeester en wethouders naar aanleidin van verzoekers reactie op het versla van de hoorzittin en zijn schriftelijke reactie naar aanleidin van de beslissin op de klacht tevens een oordeel had moeten even over de klachtonderdelen, die tijdens de hoorzittin ter sprake waren eweest. Indien het bestuursoraan van oordeel is dat een klaaschrift niet oed is emotiveerd, dient het oordeel in de beslissin op de klacht niettemin wel voldoende te zijn emotiveerd. Wanneer dat niet moelijk is omdat het bestuursoraan daartoe over onvoldoende informatie beschikt, dient het bestuursoraan aanvullend onderzoek te verrichten (rapport 2004/170). Indien het niet moelijk is om een uitspraak te doen over de erondheid van de klacht en het dus niet moelijk is om een oordeel te even, moet het bestuursoraan zich van het even van een oordeel onthouden in Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

64 plaats van de klacht als onerond af te doen. Het bestuursoraan dient dat dan wel te motiveren (rapport 2004/063). Hoewel uit het feit dat het bestuursoraan in het eval van rapport 2004/092 in reactie op de klacht zijn verontschuldiin aanbood kon worden afeleid dat het de klacht erond achtte, ontbrak in de reactie een expliciet oordeel over de erondheid van de klacht. De Nationale ombudsman achtte dit «niet behoorlijk». Naar aanleidin van een eronde klacht dient het bestuursoraan maatreelen te treffen die, elet op de aard van de edrain, passend zijn. Het is niet altijd moelijk om in een reactie op een klacht een passende maatreel te treffen (rapport 2004/087). In rapport 2004/419 oordeelde de Nationale ombudsman dat de IND voor de brief waarbij verzoekers klacht werd afehandeld een uitzonderin had moeten maken op de hoofdreel dat bestuursoranen de Nederlandse taal ebruiken. In artikel 2:6 Awb is in het eerste lid als hoofdreel neereled dat bestuursoranen en onder hun verantwoordelijkheid werkende personen de Nederlandse taal ebruiken, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. In afwijkin van deze hoofdreel kan inevole het tweede lid van dat artikel een andere taal worden ebruikt, indien het ebruik daarvan doelmatier is en de belanen van derden hierdoor niet onevenredi worden eschaad. Artikel 2:6 Awb heeft ook betrekkin op de behandelin van klachten volens hoofdstuk 9 Awb. Dit houdt onder meer in dat in voorkomende evallen moet worden bezien of de klachtafdoeninsbrief in een andere taal moet worden esteld dan in het Nederlands. Wanneer voor het betrokken bestuursoraan vaststaat of aannemelijk moet worden eacht dat een klaer de Nederlandse taal niet machti is en zich evenmin kan laten bijstaan door iemand die de Nederlandse taal beheerst, kan het aanewezen zijn de brief te stellen in een taal die de klaer naar ma worden aanenomen wel voldoende beheerst, dan wel de brief te voorzien van een samenvattin in die taal, tenzij dit voor het betrokken bestuursoraan een onevenredie inspannin zou inhouden. In eval van verzoeker had de IND op de hoofdreel dat bestuursoranen de Nederlandse taal ebruiken een uitzonderin dienen te maken. Dit eldt temeer, nu in de klachtafhandelinsbrief juridisch taalebruik werd ebezid. Nu dit niet is ebeurd, is vanuit het oopunt van dienstbaarheid en van actieve en adequate informatievoorzienin tekort eschoten. De mandaatreelin van afdelin is krachtens schakelbepalin art. 10:12 van toepassin op machtiinen in het kader van hoofdstuk 9. Artikel 10:15 is van toepassin: een alemeen mandaat wordt schriftelijk verleend. Een alemene machtiin dient, nu deze moet worden ezien als een besluit in de zin van de Awb op rond van artikel 3:42, te worden epubliceerd (rapport 2004/207; AB 2004, 270). Het standpunt van het bestuursoraan dat de klacht naar behoren was afehandeld en een verwijzin naar een externe klachtinstantie dus niet nodi was, is niet juist. Met de bepalin wordt beood de klaer deze moelijkheid, oneacht de uitkomst van de klachtbehandelin in eerste instantie, uitdrukkelijk onder oen te brenen (rapport 2004/111). Artikel 9:12a Reistratie en publicatie van schriftelijke klachten Volens artikel 9:12a draat het bestuursoraan zor voor reistratie van de bij hem inediende schriftelijke klachten, die jaarlijks worden epubliceerd. In rapport 2004/425 oordeelde de Nationale ombudsman dat het de SVB vrijstond om twee klachtbrieven van klaer te bundelen tot één klacht. Het standpunt van klaer dat de SVB hiermee probeerde te doen voorkomen dat er minder klachten waren, achtte de Nationale ombudsman niet juist. De SVB reistreert iedere klachtbrief afzonderlijk. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

65 Artikel 9:15 Klachtbehandelin en advies Van een klachtencommissie ma worden verwacht dat zij in staat is in berijpelijke en bondie taal uiteen te zetten welke overweinen hebben eleid tot haar advies. In rapport 2004/188 voldeed noch het concept advies noch het definitieve advies in dit opzicht aan de daaraan te stellen eisen. De overweinen die hadden eleid tot de conclusies van de klachtencommissie waren moeilijk te volen vanwee de uitebreide juridische beschouwinen. Artikel 9:16 Motiverin bij afwijkin van advies Het is het bestuursoraan dat de uiteindelijke beslissin op de klacht neemt. Dat in het eval van rapport 2004/089 (JSV 2004, nr. 71) de klachtencommissie van het Reionaal Indicatie Oraan (RIO) een beslissin op de klacht had enomen in plaats van de directeur/het bestuur achtte de Nationale ombudsman niet behoorlijk Brief over de IND aan de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie Op 13 auustus 2004 zond de Nationale ombudsman een brief naar de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie over het functioneren van de IND. De aanleidin daartoe werd evormd door aanhoudende sinalen over het functioneren van de IND. De sinalen betroffen de behandelin door de IND van aanvraen om een (reuliere) verblijfsverunnin of om verlenin van de eldiheidsduur van een verblijfsverunnin, de verstrekkin van verblijfsdocumenten, de telefonische bereikbaarheid van de IND en de behandelin van klachten door de IND. In de brief uitte de Nationale ombudsman zijn bezordheid over die onderwerpen, en af hij aan dat hij daarover een esprek wilde voeren met de minister. De Nationale ombudsman deelde de minister in zijn brief mee dat uit veel klachten die hij daarover had ontvanen naar voren was ekomen dat de behandelin van aanvraen om verlenin van de eldiheidsduur van verblijfsverunninen er lan duurde. De betrokkenen kwamen daardoor in veel evallen in moeilijkheden, omdat zij hun rechtmati verblijf niet konden aantonen jeens werkever, zorverzekeraars of overheidsinstanties, zoals de Informatie Beheer Groep of de Belastindienst. Veelal werd de verleninsbeslissin niet enomen vóór het verlopen van de eldiheidsduur van de verblijfsverunnin. Wanneer uiteindelijk positief was beslist op de verleninsaanvraa, liet de uitreikin van het verblijfsdocument vervolens vaak no lan op zich wachten. Daar kwam bij dat de leverin van verblijfsrechtelijke eevens door de IND aan de emeentelijke basisadministraties niet oed verliep. In de brief af hij voorts aan dat de betrokkenen het tijdi verlenen van de verunnin niet konden bewerkstellien door de verleninsaanvraa op een vroeer tijdstip in te dienen, aanezien de IND drie maanden voor het verstrijken van de eldiheidsduur een uitnodiin tot verlenin stuurde. Ook konden de betrokkenen de behandelin niet bespoedien door het indienen van een klacht over de lane behandelinsduur: de wettelijke beslistermijn bedraat zes maanden, en klachten werden veelal als kennelijk onerond aanemerkt zolan deze termijn niet was verstreken. De Nationale ombudsman wees er in de brief op dat het vooraande voor een root aantal rechtmati in Nederland verblijvende vreemdelinen betekende dat zij als evol van bureaucratische problematiek in moeilijkheden kwamen, en werden econfronteerd met de onmoelijkheid daaraan iets te doen. Bij wijze van noodmaatreel was weliswaar aan betrokkenen een eautomatiseerd aanemaakte brief ezonden waarin werd meeedeeld dat de verunnin was verlend, en dat met die brief, in combinatie met het verlopen verblijfsdocument, tot 1 auustus Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

66 2004 rechtmati verblijf kon worden aanetoond, maar dit betrof een voorwaardelijke inwilliin, waarbij eventueel achteraf alsno kon worden etoetst of aan de voorwaarden voor verlenin is voldaan. Bovendien deden zich herhaaldelijk evallen voor waarin de brief niet als bewijs van rechtmati verblijf werd eaccepteerd. Bovendien, zo af de Nationale ombudsman verder aan, was de datum van 1 auustus inmiddels verstreken zodat de brieven niet meer de beoode bewijskracht bezaten, en had de brief een soelaas eboden voor de vreemdelinen die niet behoorden tot de roep van en die eveneens in afwachtin waren van een beslissin op hun aanvraa om verlenin, dan wel uitreikin van het verblijfsdocument. De Nationale ombudsman liet de minister in de brief voorts weten dat hij in de afelopen periode veel klachten had ontvanen over de bereikbaarheid van de IND-informatielijn. Hij deelde mee dat hij naar aanleidin daarvan de telefonische bereikbaarheid van de IND via de informatielijn steekproefsewijs had etest. In de periode van 7 juli 2004 tot en met 16 juli 2004 (week 28 en 29) was naeaan in hoeveel procent van de evallen binnen drie minuten contact kon worden verkreen over een bepaald onderwerp. Uit de beltest was ebleken dat de IND in de onderzochte periode met vraen over bepaalde onderwerpen mati tot slecht bereikbaar was, zoals voor vraen over de behandelin van verleninsaanvraen en vraen over toelatin en naturalisatie. Voor andere onderwerpen was de bereikbaarheid wel oed, met name waar als noodmaatreel een speciaal callcenter was inezet, zoals voor het aanvraen van een terukeervisum. In verband met het vooraande bracht de Nationale ombudsman de minister in herinnerin dat hij op 10 juni 2003 rapport 2003/160 had uitebracht naar aanleidin van het onderzoek uit eien bewein naar de uitvoerin van de toelatinstaken, en dat hij in dat rapport had econcludeerd dat voor een rote roep vreemdelinen sprake was eweest van zeer lane behandelin van hun aanvraen en slechte bereikbaarheid. Hij had daarbij de verwachtin uitesproken dat de betrokken vreemdelinen onder meer door de overhevelin van taken van de vreemdelinendiensten naar de IND en de emeenten voortaan verschoond zouden blijven van dit soort problemen. Hij had de minister in een aanbevelin bij dat rapport in overwein eeven de betrokken diensten met het oo hierop in staat te stellen hun taken naar behoren uit te voeren. De minister had hem laten weten dat zij de aanbevelin op dit punt overnam. Mede in dit licht was het teleurstellend dat zich nu weer problemen voordeden met betrekkin tot doorlooptijden en bereikbaarheid, en dat noodmaatreelen moesten worden etroffen. De Nationale ombudsman af no aan dat dat najaar een evaluatieonderzoek zou plaatsvinden naar de opvolin van deze aanbevelin, in het kader van het alemene beleid van de Nationale ombudsman om de nalevin van edane toezeinen naar aanleidin van aanbevelinen te evalueren. In de brief uitte de Nationale ombudsman voorts zijn bezordheid over de klachtbehandelin door de IND. Hij had sinalen ontvanen over het niet onderkennen van klachten of het traa of op onjuiste wijze behandelen van klachten. Daarnaast had hij klachten ontvanen over het niet treffen van voldoende concrete maatreelen naar aanleidin van eronde klachten, of over het niet nakomen van toezeinen die naar aanleidin van een klacht waren edaan. Ook de behandelin van klachten die via de Nationale ombudsman bij de IND terechtkwamen, was in de afelopen periode problematisch eworden. Dit had zich onder meer euit in het moeizaam tot stand komen van voldoende ekwalificeerde oplossinen in zaken die de Nationale ombudsman ter afdoenin had vooreled in het kader van een interventie. Ook werd traa ereaeerd op verzoeken van Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

67 de Nationale ombudsman om te bevestien dat klachten die ten onrechte niet als zodani door de IND waren onderkend, alsno als klacht zouden worden behandeld. Het positieve beeld daarover zoals dat in het Jaarversla 2003 no was eschetst, was dan ook niet meer adequaat, aldus de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman deelde mee dat de recente teleurstellende ervarinen van het Bureau Nationale ombudsman met de coördinerende rol van het nieuwe Centraal Klachtenbureau van de IND, de sinalen over de klachtbehandelin, en het onverminderd hoe instroomniveau van klachten bij de IND en bij Nationale ombudsman over de IND, zijns inziens reden tot bezordheid vormden. Hij bracht naar voren dat de IND in de afelopen jaren, in teenstellin tot het voorafaande decennium, had laten zien oede resultaten te kunnen behalen door voortvarend te reaeren op klachten en door, naar aanleidin van eronde klachten, passende oplossinen te bieden. Het zou te betreuren zijn als deze verworvenheden op losse schroeven zouden komen te staan, aldus de Nationale ombudsman. Hij liet weten dat in het periodiek ambtelijk overle tussen het Bureau Nationale ombudsman en de IND was aaneeven dat de klachtbehandelin in september zou worden eëvalueerd, en dat dit eventueel kon leiden tot bijstellin van de behandelin door de Nationale ombudsman van IND-klachten, met name in die zin dat het wellicht onvermijdelijk zou worden minder aan de IND zelf over te laten. De Nationale ombudsman wees de minister erop dat het niet tijdi verlenen van verblijfsverunninen een rote roep mensen had etroffen. Het in daarbij niet om nieuwkomers, maar om vreemdelinen van wie het verblijfsrecht al was vastesteld, en die meestal reeds laner in Nederland verbleven. Zonder verblijfsdocument werd de normale voortzettin van hun leven belemmerd. Door het uitblijven van een beslissin, of doordat de verlenin slechts voorlopi was, werden zij in onzekerheid elaten over de vraa of zij in Nederland zouden moen blijven. De Nationale ombudsman sprak uit dat hij er niet aan twijfelde dat de minister het belan van de vele betrokkenen onderkende, maar dat het hem zoren baarde dat toch zodanie problemen waren ontstaan dat moest worden teruevallen op noodmaatreelen. Daarbij speelde een rol dat de IND in zijn bestaan veelvuldi te kampen had ehad met ernstie achterstandsproblematiek met alle evolen van dien voor de betrokken vreemdelinen. In de afelopen jaren was daarin een sterke verbeterin te zien eweest. Hij achtte het van root belan dat hierin een teruval zou plaatsvinden, en dat de IND een toeankelijke oranisatie zou blijven met een oed functionerende klachtenreelin waarbij mensen die problemen ondervinden, terechtkunnen. De Nationale ombudsman stuurde een afschrift van de brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer en aan de voorzitter van de vaste commissie voor Justitie uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Mede naar aanleidin daarvan hield de commissie, ter voorbereidin op het Alemeen Overle met de minister, op 13 september 2004 een hoorzittin, waarvoor de Nationale ombudsman werd uitenodid alsmede betrokkenen uit het veld, onder wie rechtshulpverleners en verteenwoordiers van de emeenten. De Nationale ombudsman af een toelichtin op zijn brief, en kondide onder meer aan dat hij aan het eind van het jaar de telefonische bereikbaarheid van de IND opnieuw zou testen. Deze test heeft in december (week 50 en 51) plaatsevonden, onder dezelfde condities als die van de eerdere test. Daaruit kwam naar voren dat de telefonische bereikbaarheid in het alemeen weer was hersteld. Tijdens het Alemeen Overle deelde de minister de Tweede Kamer mee dat zij naar aanleidin van de esinaleerde problematiek, en voorts naar Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

68 aanleidin van de resultaten van een onderzoek van HEC (Het Expertise Centrum) naar de automatiserinsprocessen van de IND, de Alemene Rekenkamer had verzocht een onderzoek in te stellen naar het reuliere proces van de IND. De Alemene Rekenkamer liet de minister weten dit onderzoek te zullen uitvoeren. Zoals de Nationale ombudsman in zijn brief had aanekondid, is de wijze van klachtbehandelin door de IND in september ambtelijk eëvalueerd. Dit heeft eleid tot bijstellin van de behandelin van klachten over de IND door de Nationale ombudsman, onder meer door het achterwee laten van de toepassin van het kenbaarheidsvereiste voor klachten over de verlenin van verblijfsverunninen en de uitreikin van verblijfsdocumenten, door een meer strinente toepassin van de interventiecriteria, en door bundelin van een root aantal lopende onderzoeken van de Nationale ombudsman naar aanleidin van klachten over de verlenin van verblijfsverunninen, de uitreikin van verblijfsdocumenten, en de interne klachtbehandelin door de IND. Op 14 oktober 2004 vond naar aanleidin van de brief een esprek plaats tussen de Nationale ombudsman en de minister. De Nationale ombudsman deelde tijdens dit esprek onder meer mee dat hij het door hem aanekondide onderzoek naar de opvolin van de aanbevelinen in het rapport over de toelatinstaken, in afwachtin van de resultaten van het voorenomen onderzoek van de Alemene Rekenkamer, vooralsno niet zou uitvoeren. De minister kondide onder meer maatreelen aan ter verbeterin van de klachtbehandelinsprocedure Publieksvoorlichtin De Nationale ombudsman heeft een tweeledie functie. Enerzijds biedt hij de burer rechtsbeschermin teenover edrainen van de overheid. Anderzijds levert hij een bijdrae aan de kwaliteit van de uitvoerin van taken door de overheid. Klachten van burers zijn immers sinalen die hierover kostbare informatie even. Het is daarbij uiteindelijk de doelstellin van de Nationale ombudsman een bijdrae te leveren aan het (herstel van) vertrouwen van de burer in de overheid. Wil de Nationale ombudsman deze functies oed kunnen vervullen dan is het van belan dat burers hem als ze menen hem nodi te hebben ook kunnen vinden. Dit eldt voor alle eledinen in de maatschappij, maar met nadruk voor bepaalde roepen die in hun daelijks bestaan sterk afhankelijk zijn van de overheid. In de tweede plaats is van belan dat burers een juist beeld (kennis) hebben van wie de Nationale ombudsman is en wat hij voor hen kan betekenen. Er moet zoveel moelijk voorkomen worden dat burers vereefs of met verkeerde verwachtinen bij hem aankloppen en teleuresteld worden. Het voorlichtinsbeleid van de Nationale ombudsman dat zich richt op het alemeen publiek, is ebaseerd op deze uitanspunten. Sinds een aantal jaren staat in de uitvoerin van de publieksvoorlichtin dan ook de verbeterin van de «vindbaarheid» en de (juiste) bekendheid van de Nationale ombudsman centraal. Dit streven van de Nationale ombudsman vond weerklank in de Tweede Kamer en is ondersteund door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voor de duur van drie jaar is vanaf 2001 een budet toeekend voor de ontwikkelin van voorlichtinsmiddelen en de uitvoerin van de voorlichtinsplannen. De campanes die in die drie jaar zijn evoerd, zijn uitebreid eëvalueerd op effecten, zoals de bekendheid van de Nationale ombudsman en de respons aan telefonische vraen en klachtinstroom. De resultaten van de evaluatie overziend, is econcludeerd dat de Nationale ombudsman door de campanes beter vindbaar is (omdat meer mensen hem weten te vinden) en juister bekend is (omdat Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

69 meer mensen weten dat de Nationale ombudsman aat over klachten over de overheid). In het Jaarversla 2003 (blz ) is aan de conclusies uitebreider aandacht besteed. In de zomer van 2004 is vervolens bij suppletore berotin besloten de Nationale ombudsman structureel een budet toe te kennen voor de voorlichtin aan het alemeen publiek. Het moe duidelijk zijn dat dit een zeer oede ontwikkelin is voor het communicatiebeleid van de Nationale ombudsman. Maar ook vanuit het oopunt van de overheid is het een oede zaak. Door burers voor te lichten over de Nationale ombudsman bij wie zij terecht kunnen als ze er met de overheid niet uitkomen laat diezelfde overheid immers ook actief zien dat zij klachten van burers serieus neemt. Publieksvoorlichtin in de steiers Er is de afelopen jaren een aantal belanrijke vernieuwinen doorevoerd, waardoor de publieksvoorlichtin ook inhoudelijk in de steiers staat. Allereerst is uiteraard de aanpak ontwikkeld: een tweesporenbeleid. Enerzijds richt de voorlichtin zich met massamediale middelen op het alemeen publiek. Dit wordt zoveel moelijk samen ericht op het enereren van publiciteit. Anderzijds wordt inezet op verrotin van bekendheid van het werkterrein en werkwijze van de Nationale ombudsman onder intermediairs als Bureau Rechtshulp, Sociaal Raadslieden, etc. Hierbij is ekozen voor zowel een «directe» aanpak via voorlichtinsbijeenkomsten en netwerkvormin als voor landelijke aanpak via een Nieuwsbrief. De communicatie wordt evoerd onder de pay-off «De Nationale ombudsman. Daar wordt u beter van en de overheid ook», die vooral de onafhankelijke positie van de Nationale ombudsman wil benadrukken. Ten slotte is ervoor ekozen om de toeankelijkheid van de Nationale ombudsman te verbeteren via een ratis telefoonnummer en om dit nummer via de campanes bekend te maken. De bevoedheid en het werkterrein van de Nationale ombudsman zijn zo complex, dat van mensen niet verwacht kan worden dat zij zelfstandi kunnen beoordelen of zij met hun probleem of klacht bij hem terecht kunnen. Daarom is het van belan dat mensen die overween hem in te schakelen, eerst telefonisch contact zoeken. Voorafaand aan de introductie van het telefoonnummer een aantal jaren eleden is de frontoffice inericht, de plek in de oranisatie waar de intake van telefonische vraen plaatsvindt. Zo streeft de Nationale ombudsman niet alleen naar een klantvriendelijke, maar ook naar een meer efficiënte bedrijfsvoerin: zoveel moelijk al aan de telefoon (door)verwijzen en minder buitenwettelijke verzoekschriften. De evaluatie heeft aanetoond dat de ekozen aanpak effect heeft en dus voor de komende jaren voorlopi ehandhaafd kan blijven. Vanuit deze aanpak is een creatief concept ontwikkeld voor de campanes van de afelopen jaren. De voorlichtinsmiddelen zoals spots, folders en Nieuwsbrief zijn eproduceerd. Vervolens is in het verlende hiervan een belanrijke impuls eeven aan het verbeteren van de schriftelijke communicatie van de Nationale ombudsman met klaers en intermediairs. In het concept is ekozen voor een zakelijke en informatieve toonzettin en voor een positionerin van de Nationale ombudsman die uitaat van de kernwaarden laadrempeli, onafhankelijk en tweedelijn. De toonzettin van de correspondentie en de berijpelijkheid van het taalebruik in brieven in het kader van de klachtbehandelin is herzien. Er is een modelbrievensysteem ontwikkeld en eïmplementeerd ter vervanin van het oude systeem van bouwstenen. In aansluitin hierop is een nieuwe publiekslijn in het voorlichtinsmateriaal ontwikkeld. De toon en stijl van de alemene publieksfolder «Klachten over de overheid?» zijn aanepast. Vervolens zijn twee nieuwe folders eproduceerd die zich richten op mensen die een klacht hebben inediend bij de Nationale ombudsman. De folder «Hoe aat de Nationale ombudsman te werk?» wordt toeezonden aan verzoekers bij de ontvanstbevestiin Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

70 van hun verzoekschrift. Voor burers die een klacht hebben inediend die niet in behandelin kan worden enomen, biedt de folder «Wanneer kan de Nationale ombudsman iets voor u doen?» meer toelichtin op de voorwaarden voor bevoedheid en ontvankelijkheid van de Nationale ombudsman. Een onmisbaar middel om de vindbaarheid en toeankelijkheid van de Nationale ombudsman te verbeteren is de website. In 2002 is een ebruikersonderzoek edaan naar de site. Het bleek dat het informatieaanbod ewaardeerd werd, maar dat de overzichtelijkheid van dat aanbod te wensen overliet. Daarnaast bleek ruim driekwart van de bezoekers «niet-professional» te zijn. In 2004 is de naviatiestructuur inrijpend veranderd en zijn publieksvriendelijke teksten eplaatst in de eerste «informatielaa» van de site voor de meer juridisch-technische teksten. Ten slotte is in de afelopen jaren de huisstijl vernieuwd. Het loo en kleurebruik doorstond na twinti jaar niet meer de tand des tijds en leverde problemen op bij diitale toepassinen, kopieerwerk en drukwerk. Bovendien was er sprake van een wat ouderwetse uitstralin, die niet meer aansloot bij de keuzes in de aanpak van de publieksvoorlichtin. De beperkt vernieuwde huisstijl is doorevoerd in al het drukwerk en op de website van de Nationale ombudsman. Verder uitbouwen Al met al kan econcludeerd worden dat er een oed fundament lit waarop de publieksvoorlichtin verder uitebouwd kan worden. In de toekomst blijven uiteraard de vindbaarheid en juiste bekendheid centraal staan en kan de hiervoor eschetste aanpak voorlopi ehandhaafd blijven. In de planvormin zal ewerkt aan worden aan de uitwerkin van moelijkheden voor een meer doelroeperichte aanpak en wisselende inzet van middelen en media. Op de kortere termijn is er in 2005 sprake van een Postbus 51 campane op radio en televisie. De aanvraa hiervoor is inmiddels ehonoreerd en de campane zal het najaar 2005 worden evoerd. Op basis van de evaluatie van de Postbus 51 campane van 2003 is besloten om een nieuwe televisie- en radiospot te ontwikkelen. Dit ebeurt in samenwerkin met de Rijksvoorlichtinsdienst. Op korte termijn wordt ook aandacht besteed aan de vindbaarheid van de site van de Nationale ombudsman op internet Buitenlandbeleid In 2004 heeft de Nationale ombudsman zijn internationale activiteiten verder uitebreid. Het project met de ombudsman van Tsjechië is in mei van start eaan en in oktober vin het project met de Roemeense ombudsman aan. Dit laatste project was eerder dit jaar ter subsidiërin vooreled aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en is oedekeurd. Voorts zijn er nauwe contacten onderhouden met de Europese ombudsman inzake het seminar voor Europese ombudsmannen dat in 2005 in Den Haa zal worden ehouden. Bijzondere vermeldin verdient het contact met de ombudsman van Curaçao. Het instituut is in 2003 van start eaan met de benoemin van de huidie ombudsman, de heer mr. F.P. Wiel. De oprichtin van een ombudsmaninstituut op de Nederlandse Antillen is een bijzondere ebeurtenis en beide instituten onderhouden het contact en wisselen ervarinen uit. Andere oranisaties hebben de internationale activiteiten van de Nationale ombudsman inmiddels ook opemerkt met als evol dat er Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

71 verzoeken zijn binnenekomen om deel te nemen aan een project van het Nederlands Helsinki Comité met de reionale ombudsmannen van Rusland en een project van het United Nations Development Proramme inzake de ondersteunin van activiteiten van de ombudsman van Oekraïne. In 2005 zal bekend worden hoe het met de projecten verder zal lopen. In 5.4 zal verder op het buitenlandbeleid worden ineaan Vereniin voor Klachtrecht In 2004 zijn op initiatief van de Nationale ombudsman de voorbereidinen etroffen voor de oprichtin van de Vereniin voor Klachtrecht in de publieke sector. De vereniin wil een motor zijn in de professionaliserin en continue verbeterin van zowel de interne als de externe klachtbehandelin in de publieke sector. Zij hoopt op die manier een bijdrae te leveren aan de (rechts)beschermin van de burer en aan een oed functionerende overheid. De vereniin wil voor deenen, die betrokken zijn of zich betrokken voelen bij het interne en externe klachtrecht, een platform zijn waarbinnen ervarinen en deskundiheid worden uitewisseld. Zij stelt zich verder ten doel de theorievormin, normstellin en de praktijk van het interne en externe klachtrecht verder te ontwikkelen. De vereniin zal zich daarnaast inzetten voor de zuivere en behoorlijke behandelin van klachten, voor het bevorderen van de vakbekwaamheid van interne en externe klachtbehandelaars en voor de onafhankelijkheid en onpartijdiheid van externe klachtinstanties. Het lidmaatschap van de vereniin staat open voor iedereen (natuurlijke personen en rechtspersonen) die zich in de publieke sector beroepshalve bezihoudt of heeft beziehouden: met de interne of externe behandelin van klachten; met wetevin, beleidsvormin of onderzoek en onderwijs rond klachtrecht of de behandelin van klachten; met werkzaamheden op voor het klachtrecht of de klachtbehandelin relevante terreinen. Voor hen die wel eïnteresseerd zijn, doch die niet beroepshalve betrokken zijn (eweest) bij het klachtrecht in de publieke sector, is deelname als belanstellende moelijk aan de inhoudelijke activiteiten van de vereniin. In 2005 zal de eerste alemene ledenveraderin van de vereniin worden ehouden, met aansluitend een inhoudelijke bijeenkomst. Eveneens in 2005 zal, in samenwerkin met de auteurs van het in het verslajaar verschenen boek «Ombudsprudentie», een cursus over behoorlijkheidsvereisten worden opezet voor externe klachtinstanties. Het voorlopie bestuur van de vereniin wordt evormd door de oprichters: de Nationale ombudsman (voorzitter), mevrouw J.M.C. Meulenbroek (secretaris), Ombudsvrouw van Groninen en Leek, en mevrouw Th.F.W.M. Quant (penninmeester), voorheen Ombudsman van Utrecht en omstreken. Het Bureau Nationale ombudsman heeft zich voor de komende tijd bereid verklaard het secretariaat van de vereniin op zich te nemen Oprichtin van een Nationaal Mensenrechteninstituut Op 24 juni 2004 vond, op initiatief van de Commissie Gelijke Behandelin (verder CGB), een bijeenkomst plaats over de moelijkheden om een Nationaal Mensenrechteninstituut op te richten. Directe aanleidin was het standpunt van de minister voor Bestuurlijke Vernieuwin en Koninkrijksrelaties dat de reerin een initiatieven zou ontplooien tot het oprichten van een derelijk instituut. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

72 Tijdens deze en daaropvolende bijeenkomsten werd door de CGB, het Collee beschermin persoonseevens (verder Cbp), het Studie- en informatiecentrum mensenrechten (verder SIM) en mensenrechtenoranisaties als het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten en het Nederlands Helsinki Comité, esproken over de wenselijkheid om een nationaal mensenrechteninstituut op te richten. Na inventarisatie van de verschillende taken (wettelijk dan wel statutair) van de betrokken oranisaties, werd duidelijk dat enkele aspecten die internationaal onder de taakuitoefenin van een nationaal mensenrechteninstituut vallen, in Nederland niet of onvoldoende worden uitevoerd. Het betreft dan vooral de rapportaes ten aanzien van het overheidsbeleid en de representatie van Nederland in verschillende internationale overleen over mensenrechten. Besloten is om de moelijkheid tot samenwerkin nader te bestuderen met als doel de enoemde lacunes op te vullen. Bij een samenwerkin zullen slechts de CGB, Cbp, SIM en de Nationale ombudsman deelnemers zijn. Zij zijn immers aan wettelijke verplichtinen en taakopdrachten ebonden inzake mensenrechten. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

73 2 WETGEVING; AMBT; BUREAU 2.1 Wetevin c.a De Wet Nationale ombudsman De Wet Nationale ombudsman (verder WNo) is in 2004 niet ewijzid. Wel staat een zeer inrijpende wijziin van de wet op stapel, die haar besla zal krijen wanneer de Wet extern klachtrecht in werkin treedt (zie hierna, 2.1.4). De actuele tekst van de WNo is openomen als bijlae 7.1 van dit jaarversla Besluit bestuursoranen WNo en Wob Het Besluit bestuursoranen WNo en Wob is ewijzid bij besluit van 4 februari 2004, Stb. 67. De wijziin betreft de onderdelen b, c en d van artikel 1 van het besluit, waarin een aantal taken van financiële toezichthouders worden uitezonderd van de werkin van de WNo en van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). In de Kabinetsnota Hervormin van het toezicht op de financiële marktsector van 26 november 2001 (Kamerstukken II 2001/02, , nr. 2) is aanekondid dat het Nederlandse toezicht op financiële instellinen functioneel wordt eordend lans twee hoofdlijnen. Ten eerste leen De Nederlandsche Bank N.V. en de Pensioen- & Verzekerinskamer zich toe op het toezicht op kredietinstellinen, beleinsinstellinen en effecteninstellinen onderscheidenlijk op verzekeraars. Dit toezicht wordt prudentieel enoemd. Ten tweede is aanekondid dat de Stichtin Toezicht Effectenverkeer, waarvan de naam inmiddels ewijzid is in de Stichtin Autoriteit Financiële Markten, zich zal ontwikkelen tot een nieuwe edrastoezichthouder voor alle financiële onderneminen. De splitsin van de bevoedheden op het ebied van het prudentieel toezicht en het edrastoezicht heeft plaats ehad door overdracht van enkele kernonderwerpen van edrastoezicht van De Nederlandsche Bank N.V. aan de Stichtin Autoriteit Financiële Markten en van de taken en bevoedheden van de Stichtin Autoriteit Financiële Markten op prudentieel terrein aan De Nederlandsche Bank N.V. en de Pensioen- & Verzekerinskamer. Deze overdrachten van taken en bevoedheden hebben vorm ekreen in het Overdrachtsbesluit toezicht op informatieverstrekkin Wck, Wtk, Wtn en Wtv (Stb 2002, 451), respectievelijk in wijziinen van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht beleinsinstellinen en van het Overdrachtsbesluit Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Stb 2002, 452) volens de in de Kabinetsnota Hervormin van het toezicht op de financiële marktsector aaneeven afbakenin tussen prudentieel en edrastoezicht. Met de in 2004 doorevoerde wijziin van het Besluit bestuursoranen WNo en Wob is het besluit aan deze herverdelin van de taken en de bevoedheden van de drie financiële toezichthouders aanepast. Aan deze aanpassin is teruwerkende kracht verleend tot en met het moment waarop de enoemde herverdelin van taken en bevoedheden heeft plaatsevonden, te weten 1 september Tevens is van de eleenheid ebruik emaakt om de naam van de Verzekerinskamer te veranderen, die sinds enie tijd luidt Pensioen- & Verzekerinskamer. Het ewijzide Besluit bestuursoranen WNo en Wob is openomen als bijlae 7.2 van dit jaarversla. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

74 2.1.3 Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman Het Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman (Stb. 1998, 547, ewijzid bij besluit van 14 september 2001, Stb. 415; zie bijlae 7.3 van dit jaarversla) eeft een nadere reelin voor de berekenin en de wijze van betalin van de veroedin die bij de Nationale ombudsman aanesloten provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen inevole artikel 1c WNo verschuldid zijn ter dekkin van de kosten die zijn verbonden aan het beschikbaar stellen van de klachtvoorzienin bij de Nationale ombudsman aan de bestuursoranen van de desbetreffende decentrale overheden. Deze veroedin bestaat in beinsel uit een vast bedra per verzoekschrift dat de Nationale ombudsman over edrainen van de bestuursoranen van een decentrale overheid ontvant. Desewenst kunnen decentrale overheden echter ook kiezen voor een edifferentieerd tarief, waarbij een hoer bedra is verschuldid voor verzoekschriften die leiden tot een onderzoek van de Nationale ombudsman en een laer bedra voor de overie verzoekschriften. Een indexerinsbepalin in het Veroedinenbesluit draat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de bedraen jaarlijks aan te passen aan het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastestelde prijsindexcijfer van de consumptie van de overheid van de activiteit alemeen bestuur. In 2004 zijn de bedraen aanepast bij besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 oktober 2004 (nummer CZW, Stcrt. 202). Daarbij werden de bedraen voor de verzoekschriften ontvanen in de periode van 1 september 2003 tot en met 31 auustus 2004 met 1,4% verhood. Zij werden daarmee vastesteld op 1005 per verzoekschrift voor het uniforme tarief en respectievelijk 3119 en 212 per verzoekschrift voor het edifferentieerde tarief. Als evol van de wijze waarop de indexerinsbepalin in het Veroedinenbesluit is eredieerd en het tijdstip waarop het benodide prijsindexcijfer beschikbaar komt, kan de jaarlijkse aanpassin van de bedraen pas plaatsvinden op een moment waarop de periode waarvoor die bedraen elden al is verstreken (zie ook Jaarversla 2000, blz ). Naar verwachtin zal het Veroedinenbesluit in 2005 worden ewijzid en aanepast aan de in de Wet extern klachtrecht neerelede nieuwe systematiek van aanwijzin van bestuursoranen van decentrale overheden waarop de WNo van toepassin is. Vermoedelijk treden deze nieuwe aanwijzinssystematiek en het ewijzide Veroedinenbesluit op 1 januari 2006 in werkin Aanwijzin decentrale overheden Zoals al is aanekondid in Jaarversla 2003 (blz. 59), heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kwartaal van 2004 een emeente en een emeenschappelijke reelin aanewezen op wier bestuursoranen de WNo met teruwerkende kracht tot en met 1 januari 2004 van toepassin is. Het in hierbij om de emeente Midden-Delfland en de emeenschappelijke reelin Gewest Eemland. De nieuwe emeente Midden-Delfland is per 1 januari 2004 ontstaan uit de samenvoein van de emeenten Maasland en Schipluiden, die beide al behoorden tot de emeenten op wier bestuursoranen de WNo van toepassin is. Deze aanwijzin, die heeft plaatsevonden bij besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 februari 2004 (nummer CZW) is epubliceerd in Staatscourant 38 van 25 februari Hiermee kwam het aantal aanewezen emeenten per 1 januari 2004 op 220 en het aantal aanewezen emeenschappelijke reelinen op neentien. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

75 De in de loop van 2004 edane verzoeken van emeenten aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om de WNo op hun bestuursoranen van toepassin te verklaren hebben eleid tot het ministeriële besluit van 3 december 2004 (nummer CZW, Stcrt. 244). Daarbij zijn met inan van 1 januari 2005 de bestuursoranen van vier emeenten aanewezen. Deze emeenten zijn: Boekel, Rijnwaarden, Westland en Woensdrecht. De emeente Westland bestaat sinds 1 januari 2004 en is ontstaan uit de samenvoein van vijf Zuid-Hollandse emeenten, waarvan er twee De Lier en Waterinen tot en met 31 december 2003 bij de Nationale ombudsman waren aanesloten. Het hiervoor vermelde aanwijzinsbesluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 december 2004 is in 2005 evold door een besluit van 25 januari 2005 (nummer CZW) waarbij de WNo met teruwerkende kracht tot en met 1 januari 2005 van toepassin werd verklaard op de bestuursoranen van de emeenten Doetinchem en Groenlo. Deze emeenten zijn op 1 januari 2005 ontstaan uit emeentelijke herindelinen. De nieuwe emeente Doetinchem bestaat uit de voormalie emeenten Doetinchem en Wehl, die beide al waren aanesloten bij de Nationale ombudsman. De nieuwe emeente Groenlo is een samenvoein van de voormalie emeenten Groenlo en Lichtenvoorde. Daarvan was Groenlo al bij de Nationale ombudsman aanesloten. Naar verwachtin zal de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het eerste kwartaal van 2005 met teruwerkende kracht tot en met 1 januari 2005 de WNo van toepassin verklaren op de bestuursoranen van de emeente Onderbanken en de nieuwe, uit herindelinen ontstane emeenten Aalten, Berkelland, Lochem, Montferland en Oude IJsselstreek. Aalten is een samenvoein van de voormalie emeenten Aalten en Dinxperlo. In Berkelland zijn de voormalie emeenten Borculo, Eiberen, Neede en Ruurlo samenevoed. De voormalie emeenten Lochem en Gorssel vormen de nieuwe emeente Lochem. In Montferland zijn de voormalie emeenten Didam en Berh samenevoed. Oude IJsselstreek is ontstaan uit de samenvoein van Gendrinen en Wisch. Van de enoemde voormalie per 1 januari 2005 opeheven emeenten was alleen Gorssel niet bij de Nationale ombudsman aanesloten. De bij de Nationale ombudsman aanesloten emeente Hummelo en Keppel is per 1 januari opeheven en met andere emeenten samenevoed in de nieuwe emeente Bronckhorst, die niet heeft ekozen voor aansluitin bij de Nationale ombudsman. Er hebben zich in 2004 een emeenschappelijke reelinen emeld voor aansluitin bij de Nationale ombudsman per 1 januari Met deze aanwijzinen, en met aftrek van de aanesloten emeenten die per 1 januari 2005 als evol van emeentelijke herindelinen zijn opeheven, komt het aantal emeenten op wier bestuursoranen de WNo van toepassin is per 1 januari 2005 op 218 (per 1 januari 2004: 220). Het ezamenlijke inwonertal van deze 218 emeenten is ruim 6,8 miljoen. Het aantal bij de Nationale ombudsman aanesloten emeenschappelijke reelinen is per 1 januari 2005 niet ewijzid en blijft staan op neentien. Zoals bekend, zijn tevens alle provincies en alle waterschappen aanesloten bij de Nationale ombudsman. De 218 (2004: 220) bij de Nationale ombudsman aanesloten emeenten maken 46,7% (2004: 45,6%) uit van de 467 (2004: 483) Nederlandse emeenten. Hun ezamenlijke inwoneraantal is 42% (2004: 40,8%) van de inwoners van alle emeenten. Wanneer nader wordt ekeken naar de rootte van de emeenten die hebben ekozen voor aansluitin bij de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

76 Nationale ombudsman, dan valt de tamelijk elijkmatie spreidin over alle roottecateorieën op. Het percentae emeenten dat bij de Nationale ombudsman is aanesloten bedraat voor de emeenten met meer dan inwoners 44%, voor de emeenten met tot inwoners 40%, voor de emeenten met tot inwoners 50,6%, voor de emeenten met tot inwoners 42,6% en voor emeenten met minder dan inwoners 50,7%. Zoals blijkt uit de verschillende ministeriële aanwijzinsbesluiten hebben vier provincies, alle waterschappen, 142 emeenten en zeventien emeenschappelijke reelinen de voorkeur eeven aan het bekostiinsmodel met het uniforme tarief per verzoekschrift. Acht provincies, 76 emeenten en twee emeenschappelijke reelinen maakten de keuze voor het edifferentieerde tarief (zie hiervoor, 2.1.3) Wet extern klachtrecht De Eerste Kamer heeft op 1 februari 2005 het voorstel voor de Wet extern klachtrecht (Kamerstukken I 2003/04, , A) zonder beraadslain en zonder stemmin aanenomen. Daarmee is de parlementaire behandelin van dit voor de Nationale ombudsman belanrijke wetsvoorstel voltooid. Het voorstel was bij koninklijke boodschap van 24 december 2002 bij de Tweede Kamer inediend (zie ook Jaarversla 2002, blz en Jaarversla 2003, blz ). De wet voorziet in een eenvormie reelin voor de externe behandelin van klachten en in een landelijk dekkend stelsel van onafhankelijke klachtinstanties. De bij deze wet vastestelde reelin van het extern klachtrecht heeft een drieledi doel, te weten: 1. het bieden van een alemene reelin voor het indienen en behandelen van klachten bij externe klachtenvoorzieninen; 2. het voorzien in een landelijk dekkend stelsel van volwaardie externe klachtenvoorzieninen bij decentrale overheden; en 3. het harmoniseren van bestaande eisen waaraan externe klachtvoorzieninen moeten voldoen. De wet bevat een wettelijke stok achter de deur om te bereiken dat alle decentrale overheden in een met waarboren omklede ombudsfunctie zullen voorzien. Tevens zijn procedurereels ontworpen voor deze externe klachtvoorzieninen. Het rootste deel van het procedurele hoofdstuk van de WNo wordt overeheveld naar de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb). Die operatie is echter niet beperkt ebleven tot een louter verplaatsen van artikelen van de ene wet naar de andere. De voorestelde procedurele bepalinen zijn ook in harmonie ebracht met de rest van de Awb en in het bijzonder met de reelin in de Awb van het interne klachtrecht. Verder is de eleenheid benut om een wettelijke beschermin van het ebruik van de naam ombudsman in de publieke sector in het wetsvoorstel op te nemen. Ook worden no enkele andere inhoudelijke aanpassinen vooresteld, zoals het in de wet neerleen van de interventiemethode van de (Nationale) ombudsman. Tevens zijn in de wet enkele wijziinen openomen van het huidie hoofdstuk 9 van de Awb, dat het interne klachtrecht reelt, en van het hoofdstuk van de WNo dat de institutionele bepalinen bevat. Zo is, met het oo op de continuïteit van het ambt, nu bepaald dat de ambtstermijn van een substituut-ombudsman een jaar naijlt op die van de ombudsman en is de publicatie van nevenfuncties van de draers van het ambt van Nationale ombudsman en substituut-ombudsman verplicht esteld. Plenaire behandelin in de Tweede Kamer In Jaarversla 2003 (blz ) is versla edaan van de schriftelijke Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

77 voorbereidin door de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de plenaire behandelin van het wetsvoorstel extern klachtrecht in de Tweede Kamer. Op 20 november 2003 verschenen de Nota naar aanleidin van het versla en een Nota van wijziin (Kamerstukken II 2003/04, , nrs. 5 en 6). De plenaire behandelin van het wetsvoorstel vond uiteindelijk plaats op 30 juni 2004 (zie Handelinen II, 30 juni 2004, blz ). Voorafaand aan deze behandelin waren enkele amendementen inediend, waarvan uiteindelijk alleen het ewijzide amendement- Wolfsen/Van Beek (28 747, nr. 9) in stemmin werd ebracht. Dit amendement strekt ertoe de tussenkomst van een ombudsman moelijk te maken indien bezwaar openstaat of een bezwaarprocedure aanhani is. In het wetsvoorstel was bepaald dat de ombudsman in die situatie niet bevoed is om een onderzoek in te stellen, evenals het eval is in de WNo zoals die nu no luidt. De indieners van het amendement merkten evenwel in hun toelichtin op dat in de bezwaarfase zowel de Amsterdamse als de Rotterdamse en de Haase ombudsman bemiddelen in evallen waarin er sprake is van een evidente, kennelijke missla van het bestuur. Deze handelswijze is in overeenstemmin met de laadrempelie hulp en de dejuridiserende aanpak die van een ombudsman ma worden verwacht, aldus de indieners, die verder no eens onderstreepten dat een derelijk optreden enkel in de bezwaarfase moelijk moet zijn. Dit amendement komt teemoet aan wensen die door enkele emeentelijke ombudsmannen in hun commentaren op het wetsvoorstel extern klachtrecht naar voren waren ebracht. De Nationale ombudsman heeft deze lokale ombudsmannen daarin een- en andermaal esteund (zie bijvoorbeeld Jaarversla 2001, blz en Jaarversla 2003, blz ). Tijdens het plenaire Kamerdebat af de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te kennen het oordeel over het amendement aan de Kamer te laten. Toen op 1 juli 2004 in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel extern klachtrecht werd estemd, werd het amendement-wolfsen/van Beek aanenomen met alleen de teenstemmen van de aanwezie leden van de fractie van het CDA. Het wetsvoorstel werd vervolens met alemene stemmen aanenomen (Handelinen II, 1 juli 2004, blz ). Memorie van antwoord Eerste Kamer In de Eerste Kamer bracht de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoe Collees van Staat op 5 oktober 2004 haar voorlopie versla uit. De Eerste Kamer ontvin op 8 november 2004 de memorie van antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de minister van Justitie. De ministers merkten onder meer op dat de rechtsbeschermin en ook het extern klachtrecht in het hele land aan dezelfde eisen van onafhankelijkheid en onpartijdiheid moeten voldoen. Dat is bij dit wetsvoorstel, zoals het uiteindelijk is inediend, ook het uitanspunt eweest. Alle in dit verband door de toenmalie staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Kohnstamm eformuleerde vereisten worden inmiddels in de wet zelf verankerd. Wat de precieze vorm betreft waarin aan deze eisen wordt voldaan, is de betrokken overheden soms echter ruimte elaten om het instituut zelf estalte te even. De ministers vonden dat niet bezwaarlijk en zaen bovendien het voordeel dat de bestaande decentrale klachtvoorzieninen, die vaak al jaren oed werken, niet onnodi hoeven te worden aanepast. Wel zullen de betrokken overheden straks uiteraard oed moeten naaan of die bestaande voorzieninen voldoen aan de in het wetsvoorstel neerelede eisen. De ministers verklaarden zich bereid op dit punt de viner aan de pols te houden. Dat eldt in de eerste plaats Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

78 voor de invoerinsperiode, waarin de decentrale overheden hun keuze definitief moeten maken en zo nodi hun verordeninen moeten aanpassen. De ministers vestiden in dit verband de aandacht op het artikel in het wetsvoorstel waaruit blijkt dat de reerin binnen vijf jaar na inwerkintredin van de wet een versla over de doeltreffendheid en de effecten ervan aan de Staten-Generaal moet zenden. De ministers inen ervan uit dat de Nationale ombudsman in zijn jaarverslaen uiteraard ook versla zal doen over de bij hem aanesloten decentrale overheden, maar wezen er daarbij wel op dat de Nationale ombudsman een toezichthoudende rol heeft ten opzichte van de eien externe klachtvoorzieninen van decentrale overheden. De leden van verschillende fracties hadden in het voorlopi versla de ambtelijke ondersteunin van de emeentelijke of provinciale ombudsman aan de orde esteld. De leden van een drietal fracties vroeen zich af of het bij nota van wijziin toeevoede vereiste van onafhankelijkheid van deze ondersteunin, een onewenste effecten zou hebben, vooral voor kleine emeenten. De ministers wezen erop dat in het wetsvoorstel is bepaald dat het personeel van een ombudsinstantie een werkzaamheden verricht voor een bestuursoraan naar wiens edrain de ombudsman een onderzoek kan instellen. Onder «personeel» moet in deze bepalinen worden verstaan: deenen die op voordracht van de ombudsman zijn benoemd om hem inhoudelijke ondersteunin te verlenen. Dat zijn de werkzaamheden waarvoor onafhankelijkheid van belan is en waarvoor een ombudsman daarom eien personeel moet hebben dat alleen aan hem verantwoordin schuldi is en dat niet tevens werkt voor een bestuursoraan dat onder zijn competentie valt. Het is dus beslist niet zo dat ook allerlei facilitaire diensten, zoals het opvanen van bezoekers en telefoontjes, straks niet meer door emeenteambtenaren zouden moen eschieden. Dat zou inderdaad zeer onpraktisch zijn, zo merkten de ministers op. De bewindspersonen vonden niet dat deze bepalin het voor kleine emeenten onmoelijk maakt een eien ombudsman of ombudscommissie te hebben. Kleine emeenten kunnen de inhoudelijke ambtelijke ondersteunin voor de ombudsman bijvoorbeeld inlenen bij een naburie emeente. Dankzij de moderne communicatiemiddelen hoeft dat voor het werk van de ombudsman een probleem op te leveren. De minister wees erop dat de reerin bij nader inzien heeft emeend deze extra onafhankelijkheidseis bij nota van wijziin te moeten toevoeen omdat zij het voor het oed functioneren van het ombudswerk belanrijk vindt ook elke schijn van partijdiheid te vermijden. De andere in artikel 81t Gemeentewet voorestelde eisen zouden in beinsel inderdaad voldoende moeten zijn, maar een burer die zijn klacht mede behandeld ziet door een ambtenaar van het bestuur waarover hij klaat, zal dit niet altijd zonder meer inzien. In het voorlopi versla was ook de vraa opeworpen in hoeverre het optreden van volksverteenwoordiers of van bestuursoranen jeens volksverteenwoordiers onderwerp kan zijn van verzoeken aan een ombudsman. In dit verband werd ewezen op een klacht die enie tijd eleden bij de Nationale ombudsman is inediend over de beantwoordin van schriftelijke Kamervraen. De ministers merkten op dat individuele volksverteenwoordiers een bestuursoraan zijn in de zin van de Awb. Alleen al daarom zal over hun edrainen bij een ombudsman dus niet eklaad kunnen worden. Dat eldt ook voor de beide Kamers der Staten-Generaal (zie de uitzonderin die emaakt is in artikel 1:1, tweede lid, onderdeel b, Awb). De emeenteraad als zodani is wel een bestuursoraan in de zin van de Awb (artikel 1:1, eerste lid, onder a), evenals provinciale staten, de collees van buremeester en wethouders en van edeputeerde staten, en de ministers en staatssecretarissen. Over hun edrainen en over edrainen van personen die onder hun verant- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

79 woordelijkheid werkzaam zijn, zal daarom in beinsel wel eklaad kunnen worden bij een ombudsman, mits uiteraard aan de overie vereisten zoals het kenbaarheidsvereiste is voldaan. In het wetsvoorstel zijn evenals in de huidie Wet Nationale ombudsman verschillende uitzonderinen openomen op de bevoedheid van de ombudsman, maar het feit dat een edrain heeft plaatsevonden in het verkeer tussen volksverteenwoordiin en andere bestuursoranen, behoort niet tot die uitzonderinen. De parlementaire immuniteit van artikel 71 Grondwet en de overeenkomstie immuniteiten voor emeenteen provinciebesturen krachtens de Gemeente- en Provinciewet zien alleen op erechtelijke vervolin (zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk of tuchtrechtelijk). De ministers merkten op dat de Nationale ombudsman zich op basis van de huidie wetevin dus terecht bevoed heeft eacht om de klacht te behandelen (rapport 2004/328 van 24 auustus 2004), heteen in de systematiek van de wet betekende dat hij hiertoe ook verplicht was. Het wetsvoorstel wijkt op dit punt niet af van de huidie wetevin. Wel waren de ministers van oordeel dat een ombudsman de rootst moelijke teruhoudendheid in acht dient te nemen bij het behandelen van klachten die betrekkin hebben op het verkeer tussen kabinet en Kamers. De overweinen die ten rondsla lien aan de parlementaire onschendbaarheid zijn in de oen van de ministers ook voor het werk van de ombudsman relevant. Nadere memorie van antwoord Eerste Kamer De Memorie van antwoord af de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoe Collees van Staat uit de Eerste Kamer no aanleidin om enkele aanvullende vraen te stellen in een Nader voorlopi versla, dat op 3 december 2004 werd vastesteld. De Nadere memorie van antwoord bereikte de Eerste Kamer op 21 december In deze Nadere memorie van antwoord kwam onder meer opnieuw de positie van de emeenteraad als onderwerp van klachtprocedures aan de orde, mede naar aanleidin van de opmerkin uit de Eerste Kamer dat de emeenteraad anders dan de beide kamers der Staten-Generaal teelijkertijd volksverteenwoordiin en bestuursoraan in de zin van de Awb is. Van de kant van de ministers werd op dit punt naar voren ebracht dat de emeenteraad een oraan is van de rechtspersoon emeente en dat hij daarom bestuursoraan is in de zin van de Awb. Daarin verschilt de raad inderdaad van de beide Kamers en de verenide veraderin der Staten-Generaal, die vanwee hun bijzondere plaats in de constitutionele rechtsorde zijn uitezonderd van het bestuursoraanberip. Dit verschil hant ook samen met het eeven dat de emeenteraad, anders dan de Tweede en Eerste Kamer, over een flink aantal bestuursbevoedheden beschikt. Uit de hoedaniheid van bestuursoraan vloeit voort dat de reels van de Alemene wet bestuursrecht op de emeenteraad van toepassin zijn, zoals zij dat ook zijn op alle andere emeentelijke bestuursoranen. De ministers waren er niet ban voor dat hierdoor het eien en bijzondere karakter van de raad als volksverteenwoordiin emakkelijk in het edran zou kunnen komen. Het voldoen aan de Awb vereist in de praktijk wel de nodie aandacht en zorvuldiheid, maar een raad die dat onder oen ziet en die dat op kan brenen, hoeft daardoor in de oen van de ministers niet in problemen te komen met zijn rol van volksverteenwoordiin. Overiens zal de beoordelin van het functioneren van de raad in de meeste evallen vooral een zaak zijn voor de openbare menin, de media en het politieke proces. Wat het klachtrecht betreft, wezen de ministers er in dit verband no op dat het zijn van bestuursoraan niet betekent dat iedereen alles wat hem of haar aan het raadsoptreden niet zint maar zonder meer bij een ombudsman aan de orde kan stellen. Met name zal daarvoor steeds voldaan moeten zijn aan de eis dat het moet aan om een edrain jeens de klaer of Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

80 jeens een ander, terwijl het niet ma aan om een aaneleenheid die behoort tot het alemeen beleid van de raad. Klachten die hieraan niet voldoen zijn inderdaad naar hun aard oneschikt voor beoordelin door een ombudsman. Hij zal een derelijke klacht dan ook niet-ontvankelijk verklaren, aldus de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de minister van Justitie, in de Nadere memorie van antwoord. Het streven om de parlementaire behandelin van het wetsvoorstel no in 2004 te voltooien, zodat een deel van de wet met inan van 1 januari 2005 in werkin zou kunnen treden, werd niet erealiseerd. De vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoe Collees van Staat uit de Eerste Kamer stelde op 18 januari 2005 haar blanco eindversla vast. De Eerste Kamer deed het wetsvoorstel vervolens als hamerstuk af in haar veraderin van 1 februari Wetswijziinen die de bevoedheid van de Nationale ombudsman raken Wijziin van de Politiewet 1993 in verband met de aanpassin van de politieklachtreelin aan hoofdstuk 9 van de Awb Zoals al emeld in Jaarversla 2003 (blz ), heeft de Eerste Kamer op 2 december 2003 het voorstel van wet aanvaard tot wijziin van de Politiewet 1993 in verband met de aanpassin van de politieklachtreelin aan hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (Kamerstuk ; zie ook Jaarversla 2001, blz , Jaarversla 2002, blz en in Jaarversla 2003 ook no blz ). Het wetsvoorstel strekt ertoe de klachtreelin die is openomen in hoofdstuk X van de Politiewet 1993 aan te passen aan het op 1 juli 1999 in werkin etreden hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht, dat een alemene reelin bevat voor de behandelin van klachten door bestuursoranen. Zowel in hoofdstuk X van de Politiewet 1993 als in hoofdstuk 9 van de Awb aat het om een reelin voor interne klachtbehandelin, dat wil zeen klachtbehandelin onder verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursoraan. Indien deze interne klachtbehandelin niet tot tevredenheid van de klaer leidt, kan deze dooraans zijn klacht vervolens voorleen aan een onafhankelijke externe klachtinstantie. Voor klachten over de politie is de Nationale ombudsman die onafhankelijke externe klachtinstantie. De desbetreffende wet dateert van 4 december 2003 en is eplaatst in Staatsblad 2003, 501. Artikel II van de wet bepaalt dat zij in werkin treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dat koninklijk besluit, van 5 februari 2004, is eplaatst in Stb. 2004, 49 en bepaalt dat de wet met inan van 1 maart 2004 in werkin treedt. Daarmee is echter no niet ereeld dat hoofdstuk 9 van de Awb van toepassin is op het beleidsterrein dat wordt bestreken door de Politiewet Om dat doel te bereiken is een afzonderlijk koninklijk besluit verschenen, edateerd 11 maart 2004, Stb. 2004, 125. Dit koninklijk besluit is in werkin etreden met inan van 31 maart Ambt Wisselin van ambtdraers Ontslaverzoek zittende substituut-ombudsman In juli 2004 heeft mevrouw mr. S. J. E. Horstink-von Meyenfeldt de Nationale ombudsman en de Voorzitter van de Tweede Kamer op de hoote esteld van haar voornemen om haar dienstverband als substituut-ombudsman voortijdi te beëindien en over te stappen naar de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

81 Raad van State als staatsraad in buitenewone dienst. Omdat de ministerraad had besloten haar voor te draen voor benoemin tot staatsraad in buitenewone dienst met inan van de datum van beëdiin door Hare Majesteit de Koninin, kon zij haar schriftelijke ontslaverzoek pas indienen nadat deze datum was vastesteld. Bij brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 9 september 2004 verzocht zij de Kamer haar ontsla te verlenen met inan van 25 oktober 2004, de da waarop zij als staatsraad in buitenewone dienst zou worden beëdid (Kamerstukken II 2003/04, , nr. 1). In haar veraderin van 12 oktober 2004 heeft de Tweede Kamer besloten mevrouw Horstink met inan van 25 oktober 2004 op de meest eervolle wijze ontsla te verlenen als substituut-ombudsman, waarbij de Kamervoorzitter namens de Kamer zeer veel dank uitsprak voor alle door haar in dit ambt bewezen diensten (Handelinen II 12 oktober 2004, blz ). Benoemin nieuwe substituut-ombudsman De Wet Nationale ombudsman bepaalt, in artikel 9, eerste en tweede lid, voor zover hier van belan, dat een substituut-ombudsman wordt benoemd door de Tweede Kamer, op verzoek van de Nationale ombudsman, die daartoe een aanbevelin opmaakt, en voor de duur van diens ambtstermijn. Op rond van de Wet extern klachtrecht (zie hiervoor, 2.1.5) wordt het tweede lid van artikel 9 WNo in die zin ewijzid dat de benoemin van een substituut-ombudsman eschiedt voor de duur van de ambtstermijn van de ombudsman op wiens verzoek hij is benoemd, vermeerderd met een jaar. De lopende ambtstermijn van de Nationale ombudsman eindit per 1 oktober Dit betekent dat bij inwerkintredin van de Wet extern klachtrecht de ambtstermijn van de te benoemen substituut-ombudsman in beinsel loopt tot 1 oktober Naar aanleidin van het ontslaverzoek van de zittende substituutombudsman mevrouw mr. S. J. E Horstink-von Meyenfeldt, heeft de Nationale ombudsman met de Voorzitter van de Tweede Kamer en met de voorzitter van de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit die Kamer overled over de procedure voor de vervullin van de vacature voor deze beperkte periode. Mede met het oo op de wijze waarop binnen afzienbare tijd het externe klachtrecht bij de rechterlijke oranisatie moelijk zal worden vormeeven, heeft de Nationale ombudsman zijn voorkeur uitesproken voor een kandidaat-substituutombudsman met brede ervarin in de rechterlijke macht. Om dezelfde reden heeft hij besloten zich ter voorbereidin van de aanbevelin aan de Kamer in de selectieprocedure te laten bijstaan door mr. W. J. M. Davids, president van de Hoe Raad, prof. mr. J. W. Fokkens, plaatsvervanend procureur-eneraal bij de Hoe Raad en de heer mr. A. H. van Delden, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. Via de communicatiekanalen van de Raad voor de rechtspraak is vervolens de vacature binnen de ehele rechterlijke macht bekend emaakt. In totaal heeft de Nationale ombudsman zestien sollicitatiebrieven ontvanen (van zeven vrouwen en neen mannen). Gezien het aantal ekwalificeerde kandidaten is uiteindelijk ekozen voor een eerste espreksronde met uitsluitend kandidaten die met inachtnemin van de wettelijk leeftijdsrens ezien hun leeftijd in staat zijn na de ambtsvervullin voor de beperkte periode eventueel alsno een volledie ambtstermijn te vervullen. Na een eerste espreksronde met vier kandidaten zijn vervolens drie kandidaten uitenodid voor een tweede esprek. Deze drie kandidaten hebben ook een esprek ehad met vier medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman, onder wie een medewerker namens de onderneminsraad. Van deze drie kandidaten zijn referenties inewonnen. Op basis van de esprekken en met inacht- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

82 nemin van de overweinen van de verteenwoordiin van het personeel en van de ontvanen referenties zijn uiteindelijk de keuze en de voorkeursvolorde van de lijst van aanbevelin bepaald. De Nationale ombudsman heeft de Tweede Kamer bij brief van 11 oktober 2004 (Kamerstukken II 2004/05, , nr. 1) verzocht tot benoemin van een substituut-ombudsman over te aan en de Kamer daartoe, inevole artikel 9, eerste lid van de Wet Nationale ombudsman, een lijst van aanbevelin van drie kandidaten doen toekomen. De lijst is in volorde van voorkeur opesteld. In zijn brief merkte de Nationale ombudsman ter toelichtin op de aanbevelin onder meer no op dat bijzondere betekenis is toeekend aan het belanrijke aspect van de samenwerkin tussen de substituutombudsman en de Nationale ombudsman en aan het aspect van de wederzijdse aanvullin. Bovendien is acht eslaen op de ervarin binnen de rechterlijke macht. De politieke voorkeur van de te benoemen substituut-ombudsman is een punt van overwein eweest. De Nationale ombudsman verzocht de Kamer om op de kortst moelijke termijn tot benoemin over te aan, opdat de nieuwe substituut-ombudsman zo spoedi moelijk kan aantreden. Daarmee is de continuïteit van het ambt en van de werkzaamheden van het Bureau Nationale ombudsman het meest ediend, zo merkte hij op. Op de bij deze brief evoede lijst van aanbevelin stonden, als ezed in volorde van voorkeur, de namen van de volende personen: 1. de heer mr. F.J.W.M. van Dooren, raadsheer in het erechtshof te Den Haa, voorzitter van de Kiesraad, wonende te Rotterdam; 2. mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, coördinerend vice-president van het erechtshof te Amsterdam, wonende te Eindhoven; 3. de heer mr. J.D.A. den Tonkelaar, vice-president van de rechtbank te Arnhem, wonende te Velp. Vervolens heeft een deleatie uit de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit de Tweede Kamer op 27 oktober 2004 esprekken evoerd met de drie personen enoemd op de lijst van aanbevelin. In een brief van 28 oktober 2004 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer stelde de commissie de Kamer voor om conform de aanbevelin van de Nationale ombudsman te besluiten, en de heer mr. F. J. W. M. van Dooren met inan van 1 januari 2005 te benoemen tot substituut-ombudsman (Kamerstukken II 2004/05, , nr. 2). In haar veraderin van 9 november 2004 heeft de Tweede Kamer overeenkomsti het voorstel van de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten (Handelinen II, 9 november 2004, blz ). Vervolens lede de heer Van Dooren op 14 december 2004 in handen van de voorzitter van de Tweede Kamer de bij de wet vooreschreven verklarinen en beloften af (Handelinen II, 14 december 2004, blz ). Hij heeft zijn ambt op 1 januari 2005 aanvaard Nevenfuncties ambtsdraers Zoals steeds, worden hier de nevenfuncties van de ambtsdraers vermeld. Wanneer naar verwachtin in maart 2005 het edeelte van de Wet extern klachtrecht in werkin treedt dat onder meer wijziin brent in artikel 5 van de WNo, zal er ook een wettelijke verplichtin bestaan om de nevenfuncties van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman(nen) openbaar te maken. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

83 Nevenfuncties Nationale ombudsman Mr. R. Fernhout bekleedt de volende nevenfuncties: voorzitter van de jury voor de Max van der Stoel-Mensenrechtenprijs van de Onderzoekschool Rechten van de Mens, beschikbaar esteld door de Universiteit van Tilbur (onbezoldid); lid van de Raad van Advies van het E. M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek (onbezoldid); lid Comité van aanbevelin Stichtin Yoesuf, islam en homoseksualiteit (onbezoldid); lid Comité van aanbevelin Stichtin Synaoe Nijmeen (onbezoldid); lid Comité van aanbevelin van het Ankie Mensink Fonds (onbezoldid); lid Comité van aanbevelin Juridische Bedrijvenda Nijmeen 2004 (onbezoldid); lid Comité van aanbevelin Synery Bedrijvendaen 2004 (studievereniin bedrijfswetenschappen Nijmeen) (onbezoldid). Nevenfuncties substituut-ombudsman mevrouw mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt Mevrouw mr. S. J. E. Horstink-von Meyenfeldt bekleedde in 2004 tot haar aftreden als substituut-ombudsman per 25 oktober 2004 de volende nevenfuncties: lid van het collee van bestuur van de Katholieke Theoloische Universiteit te Utrecht (onbezoldid); lid van de Beleidsadviescommissie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie (onbezoldid); voorzitter van de Stichtin Hulp en Recht (m.i.v ; betreft de procedure seksueel misbruik binnen de RKK) (onbezoldid); lid van de raad van advies van het Thijmenootschap (onbezoldid); lid van de raad van advies van de Vereniin voor overheidsmanaement (onbezoldid). Nevenfuncties substituut-ombudsman mr. F.J.W.M. van Dooren De heer mr. F. J. W. M. van Dooren bekleedt de volende nevenfuncties sinds zijn aantreden als substituut-ombudsman met inan van 1 januari 2005: raadsheer-plaatsvervaner in het erechtshof Den Haa (vacatieeld); rechter-plaatsvervaner in de rechtbank Rotterdam (vacatieeld); lid van het daelijks bestuur van de Stichtin Trustfonds Erasmus Universiteit, Rotterdam (onbezoldid); lid van het alemeen bestuur van de Hooeschoolraad, Erasmus Universiteit Rotterdam (onbezoldid); bestuurslid van de Hockeyclub Rotterdam (onbezoldid); (met inan van 15 maart 2005:) lid van het curatorium van de beroepsopleidin van de Nederlandse Orde van Advocaten (onbezoldid). 2.3 Klachten over de Nationale ombudsman en verzoeken om herzienin Inleidin De Nationale ombudsman is, behalve als werkever, een bestuursoraan (artikel 1:1, eerste lid, onderdeel f, Alemene wet bestuursrecht, verder Awb). De bepalinen van hoofdstuk 9 Awb over interne klachtbehandelin zijn dan ook niet van toepassin op de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman zou echter niet eloofwaardi zijn als hij zich zelf niet houdt aan de behoorlijkheidsnormen die hij de bestuursoranen voorhoudt. Dat eldt ook voor de behandelin van klachten over Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

84 (medewerkers van) zijn bureau. De Nationale ombudsman heeft daarom in december 2003 een herziene interne klachtreelin vastesteld, waarvoor hoofdstuk 9 Awb model heeft estaan. De klachtreelin is openomen als bijlae 8 van dit jaarversla. De klachtreelin staat ook op de website van de Nationale ombudsman ( en wordt op aanvraa verstrekt. Leidinevenden zijn door de Nationale ombudsman emachtid om klachten te behandelen over hun medewerkers. De machtiinsreelin is epubliceerd in de Staatscourant 2003, 715. De klachtencoördinator van Bureau Nationale ombudsman eeft evraad en onevraad advies aan de leidinevenden over de procedurele behandelin van klachten. Verder bewaakt hij termijnen, en reistreert hij de ontvanen klachten en de afhandelin daarvan. Over onderzoeksbeslissinen van de Nationale ombudsman kan niet worden eklaad. Alleen als er feiten of omstandiheden bekend worden die dat eerder niet waren, of als feiten verkeerd eïnterpreteerd zijn, kan er aanleidin zijn om tot herzienin van een standpunt of formulerin over te aan. In 2004 heeft de Nationale ombudsman 63 verzoeken om herzienin ekreen (2002: 50 en 2003: 24). In 7 evallen was er aanleidin tot herzienin over te aan (2003: 3 evallen). In één eval nam de Nationale ombudsman zelf het initiatief tot herzienin (rapport 2004/166). Vier herzieninszaken uit eind 2004 waren bein 2005 no in behandelin. Een belanrijke herzienin was die van rapport 2004/166. Het rapport werd opesteld op rond van het onderzoek naar aanleidin van de klacht van de Sociaal Kulturele Vereniin SHIVA te Paramaribo (Suriname) en de Vereniin van Reiziers te Nijmeen. Verzoeksters klaaden erover dat het Directoraat-eneraal Luchtvaart van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onvoldoende toezicht houdt op de tarieven die de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij NV (KLM) in samenwerkin met de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij (SLM) voor de vluchten Amsterdam-Paramaribo- Amsterdam hanteert, althans de tarieven oedkeurt zonder eni relevant onderzoek te doen. De Nationale ombudsman was van oordeel dat de klacht erond was. Het rapport van de Nationale ombudsman heeft eleid tot het stellen van schriftelijke Kamervraen. De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft daarop op 11 juni 2004 eantwoord. Het antwoord hield in dat, anders dan de conclusies van de Nationale ombudsman deden vermoeden, de samenwerkin van KLM en SLM in reactie op het verzoek van de luchtvaartautoriteiten van Nederland en Suriname in de zomer van 2002 wel een rapport had opeleverd over de kostenstructuur, dat dit rapport onderwerp was eweest van bilaterale besprekinen eind 2002, dat het op dat moment niet moelijk was ebleken overeenstemmin te bereiken tussen beide partijen en dat in de plaats van het bezwaren van de bilaterale relaties door met dit neatieve resultaat naar buiten te treden, ervoor was ekozen achter de schermen te blijven doorwerken. Die inspanninen hadden tot resultaat eleid en hierover was de vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat separaat eïnformeerd op 28 april 2004, aldus de staatssecretaris. Er was wat betreft het Ministerie van Verkeer en Waterstaat dus een sprake van een passieve houdin, maar het ministerie had de indieners van de klacht in de tussentijd kunnen informeren dat het traject zich op andere wijze zou voortzetten, aldus de staatssecretaris in antwoord op de Kamervraen. In vervolcorrespondentie deelde de minister van Verkeer en Waterstaat de Nationale ombudsman mee dat het ook haar indruk was dat de Nationale ombudsman vanuit haar ministerie onvoldoende was eïnformeerd over het bestaan van het rapport en de wijze waarop het ministerie met het rapport was omeaan. Op basis van de informatie die tijdens het onderzoek was eeven had de Nationale ombudsman niet anders kunnen concluderen dan dat het onderzoek naar de kostenstructuur van de joint venture KLM/SLM no aande was. Nu de informatieverstrekkin aan de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

85 Nationale ombudsman kennelijk onvoldoende was is besloten het onderzoek te heropenen en na afrondin daarvan een hernieuwd rapport uit te brenen. Het bein december 2004 heropende onderzoek liep bein 2005 no. Rapport 2004/186 werd herzien omdat in het rapport enkele juridische onjuistheden stonden vermeld. De wijziin had overiens een evol voor het oordeel van de Nationale ombudsman. In twee identieke evallen is een beslissin herzien om een verzoekschrift niet in behandelin te nemen. Een bestuursoraan had een klacht, naar men stelde met toepassin van artikel 9:8, onderdeel c, Awb, niet in behandelin enomen. Het in om een situatie waarin no bezwaar kon worden aanetekend teen een besluit. In eerste instantie achtte de Nationale ombudsman de klacht over de niet-ontvankelijkverklarin kennelijk onerond, omdat aanvankelijk werd emeend dat het bestuursoraan een juiste toepassin had eeven aan artikel 9:8, onderdeel c, Awb. Dit onderdeel ziet echter alleen op de situatie dat niet tijdi ebruik is emaakt van de moelijkheid om bezwaar aan te tekenen. Het verzoekschrift heeft uiteindelijk wel eleid tot een onderzoek en de klacht is erond verklaard (rapport 2004/190 en 191). In rapport 2004/280 werd een kleine redactionele aanpassin doorevoerd in de conclusie om verzoeker teemoet te komen. De wijziin had verder een inhoudelijke evolen voor het oordeel. In de zaak die leidde tot rapport 2004/274 had verzoekster feiten esteld, waarvan zij later aanaf dat zij zich had verist. Gelet op het rote belan dat de Nationale ombudsman hecht aan een juiste weerave van de feiten die hebben eleid tot zijn oordeel, za de Nationale ombudsman aanleidin om een herziene versie van het rapport uit te brenen. Ook deze wijziin had een evolen voor het oordeel. In één zaak heeft de Nationale ombudsman op basis van nadere informatie van een verzoekster alsno een onderzoek inesteld in een zaak die aanvankelijk als kennelijk onerond was afedaan. In de loop van het onderzoek kwam de Nationale ombudsman tot de conclusie dat de edrain van het bestuursoraan behoorlijk was. Het onderzoek is zonder rapport beëindid Klachten over de Nationale ombudsman en zijn bureau In 2004 zijn elf klachtbrieven in de zin van de «Klachtreelin Bureau Nationale ombudsman» ontvanen. In 2003 waren dat er 25. Eén klacht die eind december 2003 werd ontvanen is in 2004 afehandeld. Op één klacht na zijn alle klachten in 2004 afehandeld. Sommie klachtbrieven bevatten meer dan één klacht. Het aantal hieronder beschreven klachten is dan ook meer dan elf. In zes evallen werd eklaad over onvoldoende voortvarendheid bij de behandelin van het verzoekschrift. Van deze klachten waren er vijf eheel of edeeltelijk erond. Eén klacht was onerond. Snelle doorlooptijden vormen een blijvend aandachtspunt. In drie evallen werd eklaad over de bejeenin aan de telefoon. In één eval kon niet worden vastesteld met welke medewerker was esproken. Moelijk was bij de uitle over de onbevoedheid van de Nationale ombudsman niet de juiste toon etroffen. Het in klaer ook niet om de persoon van de medewerker. Aan de klaer werd toeezed dat de situatie zou worden besproken met de roep medewerkers die bellers te woord staat. Klaer nam hiervan met instemmin kennis. In één eval was de klacht onerond. Eén zaak, die al in behandelin is, zal worden afedaan in In twee evallen werd eklaad over ebrek aan communicatie over de voortan van het onderzoek. Naar aanleidin van een klanttevredenheidsonderzoek wordt er ewerkt aan het verder optimaliseren van de informatievoorzienin. In één eval werd onder meer eklaad over het niet nakomen van ewekte verwachtinen over de tijd waarbinnen een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

86 onderzoek aferond zou zijn. Dit klachtonderdeel was erond. In twee evallen werd eklaad over een ebrek aan administratieve nauwkeuriheid. Eén klacht, over het ten onrechte niet opnemen van een oordeel over een klachtonderdeel was erond en één klacht was onerond (aanhef meneer/mevrouw in een standaardontvanstbevestiin). In twee zaken werd eklaad over onjuiste informatieverstrekkin. In een zaak was verzoeker het niet eens met de afdoenin van een klacht over een bestuursoraan. Toen hij vroe of hij de klacht no aan een andere instantie zou kunnen voorleen werd hij verwezen naar de vaste Commissie voor de Verzoekschriften uit de Tweede Kamer der Staten- Generaal. Die verwijzin was echter niet juist. De Commissie voor de Verzoekschriften neemt een zaken in onderzoek die al eerder door de Nationale ombudsman zijn behandeld. Dit was ook bij het Bureau Nationale ombudsman bekend. De klacht werd, onder aanbiedin van verontschuldiinen, erond verklaard. In een andere zaak was een verzoeker die klaade over de secretaris van een reionaal tuchtcollee ten onrechte schriftelijk verwezen naar een Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszor. Verzoeker had er al eerder in een telefoonesprek op ewezen dat hij die verwijzin niet juist vond. De klacht werd erond verklaard, echter niet voor zover verzoeker de klacht ook in het teken van de interiteit van het Bureau Nationale ombudsman zette. In alle evallen die in 2004 zijn afehandeld werden de klachten door de klachtbehandelaars binnen de daarvoor eldende termijnen afedaan. In de zaak die aan het einde van het jaar no in behandelin was, was de termijn van zes weken waarbinnen de klacht, behoudens verdain met vier weken, behandeld moest worden, no niet verstreken. Voorzien werd wel dat ebruik emaakt zou worden van de moelijkheid tot verdain voor ten hooste vier weken. 2.4 Het Bureau Nationale ombudsman Personeel Formatie In 2004 hebben vier vaste medewerkers de dienst verlaten. In dezelfde periode zijn zes (2003: 6) nieuwe, vaste medewerkers aanetrokken. Er zijn op 1 januari 2005 no drie medewerkers op basis van interim functievervullin (if) werkzaam bij de Nationale ombudsman (van Financiën en de Alemene Rekenkamer). In de loop van 2004 zijn drie op if-basis bij de Nationale ombudsman eplaatste medewerkers (van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Tweede Kamer) vertrokken. Een medewerker van de Nationale ombudsman is op if-basis bij de Alemene Rekenkamer eplaatst. De personeelsformatie voor 2004 bedroe 113 plaatsen (2003: 110), waarvan tien (2003: 7) efinancierd door vrijwilli aanesloten bestuursoranen. De feitelijke bezettin van het Bureau Nationale ombudsman was op 31 december medewerkers; het aantal medewerkers omerekend in fulltime equivalenten bedroe 114 (2003: 113). Op 31 december 2004 was het aandeel van de personeelsformatie dat, in de vorm van onderzoekers, direct is inezet voor de onderzoekstaak 65% (2003: 67%). Van alle medewerkers werkte 48% in deeltijd (2003: 44%). Het aantal vrouwelijke medewerkers was 70% van het totaal (2003: 69%). Ziekteverzuim Het ziekteverzuim bij de medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman was in ,34% (exclusief zwanerschaps- en bevallinsverlof en inclusief landuri zieken). In 2003 was het ziekteverzuim 4,1%. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

87 Honorerin Op 31 december 2004 stonden 76 van de 127 medewerkers op het maximum van hun salarisschaal. Van deze 76 medewerkers ontvanen er twinti een toelae bovenop het maximum van de salarisschaal. In het jaar 2004 is er met 66% (2003: 80%) van de medewerkers een functionerinsesprek evoerd respectievelijk zijn medewerkers beoordeeld. Opleidin, vormin en loopbaanbeeleidin In 2004 is een bedra van uitetrokken voor deskundiheidsbevorderin en loopbaanbeeleidin. Ten opzichte van 2003 ( ) betekende dit een stabilisatie. Het aat om 1,5% (2003: 1,6%) van de personele uitaven. Georaniseerd overle Er vond in 2004 veertienmaal overle plaats tussen de directeur van het Bureau Nationale ombudsman en de onderneminsraad. Onderwerpen die daarbij aan de orde kwamen waren onder andere: de voorenomen reoranisatie, de personele evolen van het buitenlandbeleid, ARBO plan van aanpak, waaronder RSI en stoelmassae, de voorenomen vervoerreelin, het onderbrenen van de personele en financiële functie bij de Alemene Rekenkamer en de implementatie van competentiemanaement. Met verteenwoordiers van de ambtenarencentrales is drie keer overle evoerd. Aan de orde kwamen de voorenomen reoranisatie en de implementatie van het nieuwe vervoerplan Financiën Inclusief de bij eerste en tweede suppletore berotin beschikbaar estelde middelen bedroe het budet van de Nationale ombudsman in (in ). Er is in (75%) besteed aan personele uitaven en (25%) aan materiële uitaven Bedrijfsvoerin Werklast De ramin van de instroom van klachten (inclusief klachten van betalende decentrale overheden) voor het jaar 2004 was esteld op Er zijn uiteindelijk (2003: ) klachten ontvanen. In 2004 zijn klachten afedaan. De werkvoorraad is edaald van 1823 naar De frontoffice verwerkte (2003 ecorrieerd: ) telefonische vraen. De capaciteit van de oranisatie is berekend op klachten. De werkdruk was het afelopen jaar te hoo. Voor 2005 wordt de instroom eraamd op klachten. Een versterkin van de formatie is onvermijdelijk. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

88 3 HET WERK VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN IN CIJFERS 3.1 De te behandelen zaken In 2004 zijn verzoekschriften ontvanen, teenover in Een stijin van 6%. Het aantal afedane verzoekschriften is , teenover in De werkvoorraad daalde met 11%, van 1823 op 1 januari 2004 tot 1618 op 1 januari Tabel 1 eeft een overzicht van de aantallen te behandelen en afedane verzoekschriften over 2004 en Tabel 1 Werkvoorraad verzoekschriften in behandelin per 1 januari ontvanen te behandelen afedaan In behandelin per 1 januari * * In Tabel 1 in hoofdstuk 3 van het Jaarversla 2003 (blz. 77) is als werkvoorraad per 1 januari 2004 het etal 1823 enoemd. Naderhand is een correctie ebleken ter rootte van 14 verzoekschriften. In 2004 zochten personen telefonisch contact met het Bureau Nationale ombudsman (zie 3.2). Daarnaast werden 489 berichten met buitenwettelijke klachten en met informatieverzoeken ontvanen en afedaan. In 2004 wendden zich alles bijeen personen telefonisch of schriftelijk tot de Nationale ombudsman. Van de in 2004 ontvanen verzoekschriften zijn er in de loop van het jaar 9437 inedeeld bij één van de bestuursoranen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman. Grafiek 1 eeft hiervan een overzicht, inedeeld per ebied. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

89 Bui ds 4 4 4,4 Jus i i ,1 Vr d i I r i ,8 Bi ds K i rij sr i s ,4 O d rwijs, Cu uur W sch p ,5 Fi cië ,1 D f si ,6 V shuisv s i, Rui ij Ord i ,0 Mii u h r 0,1 V r r W rs ,8 Ec isch ,3 L d uw, N uur V ds w i i ,6 S ci W r h id ,9 V s dh id, W ij Sp r ,5 B s uur ij V r i uwi K i rij sr i s 2 2 0,1 P i i ,9 Bur s rs 7 7 0,1 Pu i r ch ij B drijfs r is i 7 7 0,1 W rsch pp , ,5 Pr vi ci s ,6 sch pp ij Ri 3 3 0,1 O v v v v Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

90 De bestuursoranen in rafiek 1 zijn in te delen in vier cateorieën: ministeries: 4648 verzoekschriften (49%; 2003: 49%); andere bestuursoranen (inclusief pbo): 2742 verzoekschriften (29%; 2003: 28%); politie: 843 verzoekschriften (9%; 2003: 12%); decentrale overheden: 1204 verzoekschriften (13%; 2003: 11%). Binnen de cateorie andere bestuursoranen laen de meeste verzoekschriften op het terrein van de uitvoerinsinstellinen voor sociale zekerheid (UWV: 1358, SVB: 277, CWI: 118). Op het terrein van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betrof het de Informatie Beheer Groep met 183 verzoekschriften, op het terrein van Volksezondheid, Welzijn en Sport, de Zorverzekeraars (Ziekenfondsen) met 215 klachten, op het terrein van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieu de Huurcommissies met 93 klachten en op het terrein van Justitie het Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen met 121 klachten. Het rootste aandeel in rafiek 1 hebben de volende ebieden: Justitie (incl. Vreemdelinenzaken en Interatie) (27%; 2003: 24%); Sociale Zaken en Werkeleenheid (19%; 2003: 17%); Financiën (11%; 2003: 10%); Gemeenten (11%; 2003: 9%); Politie (9%; 2003: 12%). Het Ministerie van Justitie (inclusief Vreemdelinenzaken en Interatie) torent uit boven alle andere ebieden, met 2263 verzoekschriften (49% van alle 4648 verzoekschriften die betrekkin hebben op de ministeries). Van deze verzoekschriften hadden er 1775 betrekkin op de IND (19% van de 9437 ontvanen verzoekschriften uit rafiek 1 over 2004; 2003: 15%) 3.2 Klachten en informatieverzoeken via telefoon/ en bezoeken De concentratie van de beantwoordin van publieksvraen lit hoofdzakelijk bij het frontoffice van het Bureau Nationale ombudsman. Lans deze we wordt beood het eerste contact tussen de burer en het Bureau zo efficiënt moelijk te laten verlopen. Uitanspunt is dat aan de telefoon een eerste beoordelin emaakt kan worden of een klacht op het werkterrein van de Nationale ombudsman lit (het onderscheid tussen binnen- en buitenwettelijke klachten). Wanneer telefonisch wordt eklaad over een instantie waarover de Nationale ombudsman in beinsel bevoed is, wordt lans rote lijnen bekeken of er een wettelijke bepalinen zijn die een onderzoek door de Nationale ombudsman naar de klacht in de we staan. Indien een klacht zich niet leent voor onderzoek door de Nationale ombudsman wordt de klaer ewezen op andere (juridische) procedures voor zover die aanwezi zijn. In deze evallen wordt verwezen naar instanties die de beller misschien verder kunnen helpen. Het aantal telefonische vraen over 2004 bleef mede onder invloed van de radiocampane in verelijkin met 2003 op hetzelfde hoe niveau. In 2004 kree de Nationale ombudsman in totaal telefonische verzoeken om informatie (2003 ecorrieerd: ). De hoeveelheid buitenwettelijke die via hetzelfde medium is afedaan en een betrekkin had op een overheidsoraan bedroe in (2003: 532). Het aantal ereistreerde bezoeken aan het Bureau Nationale ombudsman la in 2004 op 112 (2003: 73). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

91 Tabel 2 Onderverdelin naar hoofdroep van behandelin van klachten en verzoeken om informatie per telefoon, (niet-overheid) en bezoek. Hoofdroep Aantal Politie 1344 Ministeries 4568 Andere bestuursoranen Publiekrechtelijke bedrijfsoranisaties 9 Waterschappen 120 Provincies 63 Gemeenten Gemeenschappelijke reelinen 23 Buitenwettelijk Overie 637 Totaal De hoofdroepen «emeenten» en «emeenschappelijke reelinen» hebben betrekkin op de emeenten en emeenschappelijke reelinen die bij de Nationale ombudsman zijn aanesloten. De hoofdroep «buitenwettelijk» valt evenals bij buitenwettelijke verzoekschriften uiteen in niet-overheid en overheid (zie 6.3). De hoofdroep «overie» slaat op klachten over oranen waarvan telefonisch op korte termijn niet met zekerheid is vast te stellen of deze onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen. Deze restroep bevat ook reistraties die om administratief-technische redenen niet bij een andere hoofdroep kunnen worden inedeeld. Alle klachten zijn ereistreerd naar hun aard in achttien (samenestelde) subcateorieën, waaronder «verzoek om informatie». Deze laatste cateorie betreft de telefoontjes die niet het karakter hebben van een klacht, maar uitsluitend een vraa aan de Nationale ombudsman om juridisch advies of een doorverwijzin betreffen. Tabel 3 Overzicht ereistreerde klachten naar aard van de klacht, verdeeld over buitenwettelijk en binnenwettelijk Aard van de klacht Buitenwettelijk Binnenwettelijk Administratieve handelin 2,7% 4,5% Behandelinsduur 3,2% 18,1% Bejeenin 2,4% 4,4% Bereikbaarheid 0,4% 1,9% Besla/deurwaarder/invorderin 0,6% 1,3% Beslissin (inhoud) 10,2% 22,5% Betalin/kwijtscheldin 11,5% 5,4% Dienstbetoon 28,0% 16,1% Discriminatie 0,3% 0,2% Inhoud wettelijke reelin 1,5% 3,3% Interiteit 0,2% 0,2% Klachtbehandelin 0,6% 2,6% Non-respons 0,3% 1,0% Overie 12,7% 5,0% Privacy/inzae 0,4% 0,5% Schadeveroedin 0,6% 1,2% Verzoek om informatie 22,8% 9,0% Voorlichtin/informatieverstrekkin 1,6% 2,8% Totaal 100% 100% Wat betreft de verdelin naar de aard van de binnenwettelijke klachten sprint in het oo dat bijna een kwart van de klachten betrekkin had op de inhoud van een beslissin. In die evallen werd de beller erop ewezen dat zijn klacht over een besluit van een bestuursoraan niet voor onderzoek in aanmerkin kwam, omdat de Nationale ombudsman in derelijke evallen niet bevoed, dan wel niet verplicht is onderzoek in te Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

92 stellen (artikelen 16, aanhef en onderdeel c en 14, aanhef en onderdeel, Wet Nationale ombudsman). Iets minder dan 20% van de klachten had betrekkin op de behandelinsduur bij, of het niet reaeren door een bestuursoraan. In veel zaken werd eklaad over het ebrek aan dienstbetoon door de overheid, hoofdzakelijk door de politie. Ruim een kwart (28%) van de buitenwettelijke klachten had betrekkin op het dienstbetoon. In ruim 12% van de buitenwettelijke klachten werd de aard van de klacht ereistreerd onder de restcateorie «overie». Veelal bleek in die evallen dat de Nationale ombudsman ten aanzien van de instellin waarover werd eklaad niet bevoed is (bijvoorbeeld in consumentenaaneleenheden). De beller wordt in die evallen meeedeeld dat de Nationale ombudsman de klaer niet van dienst kan zijn en de beller wordt doorverwezen. Aan de beoordelin van de aard van de klacht wordt dan niet toeekomen. Dikwijls zien mensen de Nationale ombudsman als alemene vraabaak en vraen in veel buitenwettelijke aaneleenheden de Nationale ombudsman om informatie (22,8%). In de evallen dat in een buitenwettelijke aaneleenheid werd eklaad over een beslissin, had dit in overrote meerderheid betrekkin op een door een niet-aanesloten emeente enomen besluit of een rechterlijke uitspraak. Enkele hoofdroepen zijn nader onderverdeeld naar oranen en dienstonderdelen. Aan de hand van een aantal tabellen zullen deze hoofdroepen besproken worden. Tabel 4 Overzicht ereistreerde klachten politie, verdeeld naar diverse diensten Onderdeel Aantal Arrestatieteams 13 Externe commissies 2 Vreemdelinendiensten 51 Alemeen (overie) 1278 Totaal % van de klachten had betrekkin op de politie in het alemeen. Met name werd telefonisch eklaad over de bejeenin en het dienstbetoon door politieambtenaren. Tabel 5 Overzicht ereistreerde klachten ministeries, verdeeld naar meest voorkomende dienstonderdelen Ministerie Dienstonderdeel Aantal Alemene Zaken Departement alemeen 4 Rijksvoorlichtinsdienst 7 Subtotaal 21 Buitenlandse Zaken Departement alemeen 22 Ambassades en consulaten 83 Subtotaal 105 Justitie (inclusief Vreemdelinenzaken Departement alemeen 96 en Interatie) Buitenewoon Opsporinsambtenaar 8 Bureau Visadienst 30 Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) 112 Dienst Justitiële inrichtinen 21 Gevanenissen en huizen van bewarin 36 Immiratie- en Naturalisatiedienst (IND) Openbaar ministerie 175 Raad voor de Kinderbeschermin 79 Overi 11 Subtotaal 1917 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

93 Ministerie Dienstonderdeel Aantal Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Departement alemeen 39 (inclusief Bestuurlijke vernieu- win en Koninkrijksrelaties) Alemene Inlichtinen- en Veiliheidsdienst (AIVD, 7 voorheen BVD) Bestuurlijke vernieuwin 1 Korps landelijke politie diensten (KLPD) 4 Subtotaal 51 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Departement alemeen 45 Inspectie voor het onderwijs 4 Overi 4 Subtotaal 53 Financiën Departement alemeen 33 Belastindienst (particulieren en onderneminen) Beroepszaken kwijtscheldin/betalinsreelin 14 Centraal Administratie 10 Domeinen 10 Douane 18 Fiscale Inlichtinen- en Opsporinsdienst/Economische 4 Controle Dienst (FIOD/ECD) Subtotaal 1176 Defensie Departement alemeen 15 Koninklijke Landmacht 7 Koninklijke Luchtmacht 5 Koninklijke Marechaussee 20 Subtotaal 47 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin Departement alemeen 53 en Milieubeheer Directie Informatie Beheer en Subsidiereelinen (IBS, 695 huursubsidie) Directoraat-Generaal Milieubeheer 28 Dictoraat-Generaal Wonen 40 Overi 4 Subtotaal 820 Verkeer en Waterstaat Departement alemeen 25 Directoraat-Generaal Personenvervoer 10 Inspectie Verkeer en Waterstaat 8 Rijkswaterstaat (RWS) 15 Overi 6 Subtotaal 64 Economische Zaken Departement alemeen 22 Overi 8 Subtotaal 30 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Departement alemeen 22 Alemene Inspectiedienst (AID) 5 Buitenewoon opsporinsambtenaar 1 LASER 9 Voedsel- en Warenautoriteit (voorheen Keurinsdienst 10 van Waren) Subtotaal 47 Sociale Zaken en Werkeleenheid Departement alemeen 94 Arbeidsinspectie 3 Overi 2 Subtotaal 99 Volksezondheid, Welzijn en Sport Departement alemeen 119 Inspectie voor de Gezondheidszor van het Staatstoezicht 16 op de Volksezondheid Overi 3 Subtotaal 138 Totaal 4568 Omwille van de samenhan wordt de reistratie van telefonische klachten op het terrein van het Bureau Visadienst en de Visadienst ekoppeld aan de IND. In totaal zijn in 2004 over de IND 1349 telefonische klachten ereistreerd. Dit is een toename van 35% ten opzichte van Er wordt het meest eklaad over de behandelinsduur namelijk 51%. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

94 Het rootste deel van de klachten over het Ministerie van Buitenlandse Zaken in over ambassades en consulaten. Voornamelijk werd eklaad over de trae behandelin van visumaanvraen. Het aantal telefonische klachten over de Directie Informatie Beheer en Subsidiereelinen van het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer (verder VR0M) is in 2004 met 12% edaald. Van het totale aantal telefonische klachten in 2004 over de ministeries had 17% betrekkin op de Directie Informatie Beheer en Subsidiereelinen van het Ministerie van VROM. De nadruk la sterk op de behandelinsduur van de aanvraen en de afdoenintermijn van bezwaarschriften. De behandelin van klachten en verzoeken om informatie per telefoon over het Ministerie van Financiën in in bijna 93% van de evallen over de belastindienst. Ten opzichte van 2003 is er een toename van 17% van het aantal klachten over de belastindienst. Er werd in ruim een kwart van de evallen eklaad over een besluit van de belastindienst. Er werd in het verslajaar ook reelmati over de bereikbaarheid van de belastindienst eklaad. Tabel 6 Overzicht ereistreerde klachten andere bestuursoranen, verdeeld naar aandachtsebied Ministerie Dienstonderdeel Aantal Justitie Besturen van erechten 5 Bemiddelaars interlandelijke Adoptie 1 Centraal Oraan Opvan Asielzoekers (COA) 8 Collee Beschermin Persoonseevens 9 Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven 1 Gerechtsdeurwaarders 65 Gezinsvoodij-instellinen (jeudzor) 52 Klachtencommissie Raad voor de Kinderbeschermin 7 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen (LBIO) 137 Nederlandse Orde van Advocaten en de Orden van 13 advocaten in de arrondissementen Notarissen 21 Raden voor Rechtsbijstand 9 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Commissariaat voor de Media 1 Informatie Beheer Groep (IB-Groep) 261 Nederlandse Oranisatie voor toeepastnatuurwetenschappelijk 2 onderzoek (TNO) Koninklijke Bibliotheek 1 Openbare Universiteiten 30 Open Universiteit 1 Financiën De Nederlandse Bank NV 5 Stichtin Autoriteit Financiële Markten 1 Stichtin Waarborfonds Motorverkeer 10 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Dienst voor het kadaster en de openbare reisters 12 Huurcommissies 76 Stichtin Waarborfonds Eien Woninen 1 Verkeer en Waterstaat APK-keurinsstations 7 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen (CBR) 94 Dienst Weverkeer (RDW) 72 Instellinen belast met de afifte van vaarbewijzen 1 Instellinen belast met de afifte van examens voor het 1 vaarbewijs Luchtverkeersleidin Nederland 1 Stichtin Bureau Examens voor het Beroepsvervoer 1 Stichtin VAM (Innovam) 2 Economische Zaken Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 3 Kamers van Koophandel 10 Onafhankelijke Post- Telecommunicatieautoriteit (OPTA) 2 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Faunafonds 1 Grondkamers 1 Staatsbosbeheer 1 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

95 Ministerie Dienstonderdeel Aantal Sociale Zaken en Werkeleenheid Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) 133 Sociale verzekerinsbank (SVB) 363 Uitvoerinsinstituut Werknemersverzekerinen (UWV) Volksezondheid, Welzijn en Sport Collee voor Zorverzekerinen 5 Collee Tarieven Gezondheidszor (CTG) 1 Pensioen- en Uitkerinsraad (PUR) 15 Raad voor de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen 3 (ROG) Stichtinen Reionale Indicatie Oranen 20 Stichtin Het Gebaar 1 Zoronderzoek Nederland 2 Zorverzekeraars 487 Totaal Wederom in iets meer dan de helft van de telefonische klachten over andere bestuursoranen die de Nationale ombudsman in 2004 ontvin, net als in 2002 en 2003, over het Uitvoerinsinstituut Werknemersverzekerinen (verder UWV). Er was in 2004 een toename van het aantal klachten over het UWV van ruim 20%: 2293 klachten in 2004 ten opzichte van 1896 klachten in Deze klachten betroffen met name de lane behandelinsduur van aanvraen en bezwaarschriften. Ook werd de Nationale ombudsman vaak telefonisch benaderd door mensen die het niet eens waren met een beslissin van het UWV. Deze bellers werden ewezen op de bezwaar- en beroepsprocedure en voor bijstand verwezen naar rechtshulpverleners. Opvallend is de toename van het aantal klachten over het Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen met 57%. Het in hierbij voornamelijk om de behandelinsduur en het dienstbetoon. Ook bij de zorverzekeraars was een forse stijin (25%) van het aantal klachten te bespeuren ten opzichte van In 2004 werd er 487 keer telefonisch eklaad over zorverzekeraars (2003: 407). Tabel 7 Overzicht ereistreerde buitenwettelijke klachten, onderverdeeld naar overheid en niet-overheid Buitenwettelijk Oraan Aantal Overheid Gemeenten Gemeenschappelijke reelinen 23 Rechterlijke macht 390 Inhoud wettelijke reelinen 166 Overie (overheid in het alemeen, wettelijke 216 reelinen) Niet-overheid Banken/verzekeraars Openbare Nutsbedrijven 881 Telecomaanbieders 439 Wonincorporaties 341 Zorverleners 417 Overie (consumentenzaken, etc.) Totaal 9831 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

96 Het rootste deel van de buitenwettelijke telefonische klachten had in 2004 betrekkin op oranisaties die niet tot de overheid behoren. Het in hier vaak om consumentenaaneleenheden, verzekerinskwesties, huurzaken of problemen in de arbeidsrechtelijke sfeer. De ervarin is dat mensen de Nationale ombudsman benaderen als alemene vraabaak. Ook al weet men dat een bepaalde zaak niet tot de competentie van de Nationale ombudsman behoort, toch wordt vaak een (ratis) juridisch advies evraad of een verwijzin naar een andere hulpverlenende instantie. Op rond van de wetseschiedenis behoort deze maatschappelijke advies- en verwijsfunctie ook uitdrukkelijk tot de taak van de Nationale ombudsman. Tabel 8 Overzicht ereistreerde klachten over emeenten, onderverdeeld naar buiten- en binnenwettelijk Aandachtsebied Buitenwettelijk Binnenwettelijk Bijstand/sociale zekerheid Heffinen/belastinen Huisvestin (bouwen en wonen) Overie Totaal Nederland telt 467 emeenten. Daarvan waren er in 2004 ruim tweehonderd aanesloten bij de Nationale ombudsman. 15% van alle telefoontjes die de Nationale ombudsman in 2004 ontvin inen over emeenten. Verhoudinsewijs werd er telefonisch in 2003 meer eklaad over emeenten die niet onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen dan over aanesloten emeenten. Wat de aanesloten emeenten betreft werd telefonisch relatief veel eklaad over aaneleenheden in de sfeer van huisvestin en wonen (31%). De klachten over niet-aanesloten emeenten werden voornamelijk ereistreerd onder het aandachtsebied «overie» (45%). 3.3 Afedane zaken Cijfers afedane zaken In 2004 zijn verzoekschriften afehandeld. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

97 Grafiek 2 Afedane verzoekschriften Binnenwettelijk niet in onderzoek Buitenwettelijk Onderzoek, tussentijds beëindid anders dan via herkansinen Afedaanmet rapport Herkansinen ,5% 507-4,9% ,4% ,6% 925-8,1% ,1% 853-8,4% ,1% ,9% ,0% Totalen In 2004 zijn 504 rapporten uitebracht, waarvan 1 rapport betrekkin heeft op meer dan één verzoekschrift In 2003 zijn 504 rapporten uitebracht, waarvan 3 rapporten betrekkin hebben op meer dan één verzoekschrift De afedane verzoekschriften zijn te verdelen in drie cateorieën: 1. buitenwettelijke verzoekschriften (betreffende instanties die, op rond van artikel 1a van de Wet Nationale ombudsman (verder WNo), niet vallen binnen de evoedheid van de Nationale ombudsman: 15% (2003: 16%); 2. binnenwettelijke verzoekschriften die (na toetsin aan de artikelen 16 en 14 van de WNo) niet in aanmerkin kwamen voor onderzoek: 58% (2003: 57%); 3. binnenwettelijke verzoekschriften die in onderzoek zijn enomen en vervolens zijn afedaan: 27% (2003: 27%). Van de binnenwettelijke, tussentijds beëindide onderzoeken werd, evenals in 2003, een substantieel deel (925) afedaan via de in 2002 eïntroduceerde herkansin. Het aantal tussentijdse beëindiinen anders dan via herkansin is esteen van 1390 naar Elk jaar leiden veel klachten niet tot onderzoek als uitkomst van de toetsin aan de bepalinen in artikel 16 van de WNo over de bevoedheid van de Nationale ombudsman ten aanzien van de desbetreffende edrain en artikel 14 van de WNo over de ontvankelijkheid van de klaer (zie voor deze toetsin nader: hoofdstuk 6). Dit was ook het eval in Bij de behandelin van de afedane zaken waren in verhoudin de belanrijkste afwijzinsronden uit deze twee artikelen: kenbaarheidsvereiste: 23% (2003: 23%); de afbakenin van de bevoedheid van de Nationale ombudsman tot die van de rechter: alles bijeenenomen 13% (2003: 13%); Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

98 overschrijdin van de jaartermijn of onvollediheid van het verzoekschrift: 5% (2003: 5%); kennelijk onerond: 5% (2003: 5%). Het aantal klachten dat is afedaan na in aanmerkin te zijn ebracht voor onderzoek bedraat Daarvan hebben er 504 (17%; 2003: 18%) eleid tot een rapport. Dat is 4% van alle afedane zaken. Het rootste deel van de enoemde 3062 verzoekschriften 2556 (83%) betreft zaken die in aanmerkin waren ebracht voor onderzoek, maar waarbij, al dan niet via herkansin, het onderzoek tussentijds werd beëindid, zonder het uitbrenen van een rapport. Dit is 23% van alle afedane zaken. Het aantal van deze zaken is esteen ten opzichte van 2003 (2243). Van de 2556 tussentijds beëindide zaken werden er 1388 (54%) afesloten omdat het betrokken bestuursoraan de klaer intussen voldoende teemoet was ekomen. In 945 zaken werd het dossier om administratieve reden esloten, waarvan in 925 zaken (36%) na een herkansin. Tabel 9 eeft daarvan een overzicht. Tabel 9 Reden onderzoek tussentijds beëindid Reden beëindiin: aantal % Verzoeker is inmiddels op afdoende wijze teemoetekomen Dossier wordt om administratieve reden esloten, bijvoorbeeld het bestuursoraan reaeert positief op een verzoek om afhandelin van de klacht met toepassin van hoofdstuk 9 Awb of vanwee samenvoein met een ander dossier Verzoeker heeft uitdrukkelijk laten weten dat een prijs meer wordt esteld op verder onderzoek (bijvoorbeeld omdat hij daarvan een unsti resultaat (meer) verwacht, of omdat hij zijn klacht elders in behandelin heeft eeven dan wel omdat hij ontevreden is Verzoeker heeft, ook na rappel, niets meer van zich laten horen Nationale ombudsman beëindit het onderzoek omdat tijdens het onderzoek alsno is ebleken van onbevoedheid of nietontvankelijkheid van verzoeker Nationale ombudsman beëindit het onderzoek omdat tijdens het onderzoek duidelijk is eworden dat verder onderzoek niet zinvol meer is, terwijl verzoeker niet op afdoende wijze is teemoetekomen , ,0 32 1,3 16 0,6 25 1, , Onderzoek uit eien bewein De Nationale ombudsman kan uit eien bewein onderzoeken openen (artikel 15 WNo) en kan lopende onderzoeken eiener bewein uitbreiden (ecombineerde onderzoeken artikel 12 en artikel 15 WNo). In 2004 zijn vier in 2003 uit eien bewein estarte onderzoeken en zes ecombineerde onderzoeken uit 2003 aferond. Van de vijf uit eien bewein in 2004 eopende onderzoeken zijn er drie in 2004 aferond. Van de elf in 2004 eiener bewein uitebreide onderzoeken waren er op 1 januari 2005 no neen in behandelin. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

99 3.4 Doorlooptijden verzoekschriften Hierna volen vier rafieken met overzichten van de doorlooptijden V 0 /m 4 weke , ,5 V 5 /m 8 weke , ,3 V 9 /m 17 weke , ,2 V 18 /m 26 weke 471 4, ,3 V 27 /m 39 weke 253 2, ,9 V 40 /m 52 weke 182 1, ,2 L er d 52 weke 361 3, ,6 T Grafiek 3a laat zien dat van alle afedane zaken 51% is afehandeld binnen 4 weken, teenover 55% in Binnen acht weken is 75% (2003: 78%) afedaan, en binnen zeventien weken 89% (2003: 90%) V 0 /m 4 weke , ,1 V 5 /m 8 weke , ,1 V 9 /m 17 weke , ,5 V 18 /m 26 weke 182 2, ,7 V 27 /m 39 weke 70 0,8 29 0,4 V 40 /m 52 weke 22 0,3 6 0,1 L er d 52 weke 13 0,2 10 0,1 T Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

100 In 2003 werd 67% van de niet in onderzoek enomen verzoekschriften afedaan binnen vier weken. In 2004 was dit 62%. In 2003 werd 88% van deze dossiers binnen acht weken afedaan en in % van de dossiers. In de evallen waarin de behandelinsduur laner was dan vier weken had dit voor een belanrijk deel te maken met de noodzaak om nadere informatie bij de verzoeker op te vraen, alvorens de vraa te beantwoorden of de klacht wel of niet in onderzoek kon worden enomen V 0 /m 4 weke , ,9 V 5 /m 8 weke , ,7 V 9 /m 17 weke , ,5 V 18 /m 26 weke 289 9, ,6 V 27 /m 39 weke 183 6, ,1 V 40 /m 52 weke 160 5, ,3 L er d 52 weke , ,9 T Grafiek 3c betreft de zaken die zijn afedaan na in aanmerkin te zijn ebracht voor onderzoek. Van de 3062 zaken uit rafiek 3c is 21% afedaan binnen vier weken (2003: 24%), en 47% binnen acht weken (2003: 50%). Wanneer een zaak wordt afedaan met een onderzoek dat leidt tot een rapport, vert dat meer tijd. In totaal 691 zaken (2003: 640) werden afedaan na een doorlooptijd van meer dan een half jaar, waarvan 508 (2003: 473) na meer dan veerti weken, en 348 (2003: 356) na meer dan een jaar. Op 1 januari 2005 waren 286 zaken in behandelin die ouder waren dan zes maanden (1 januari 2004: 364 zaken), waarvan 88 zaken ouder dan 12 maanden (2003: 151). In 2003 is als een van de bedrijfsdoelstellinen afesproken om het aantal in behandelin zijnde zaken ouder dan 12 maanden in 2004 teru te drinen naar het niveau van 50. Het effect van die erichte aanpak is in 2004 weliswaar zichtbaar in de doorloopcijfers, maar de doelstellin van 50 is niet ehaald. De voorraad oude zaken is blijven steken op 88. De verklarin is de hoe instroom (+ 6%) en uitstroom (+ 11%) ten opzichte van 2003, waardoor prioriteiten ten aanzien van de personele inzet met het oo op het wewerken van de hoere instroom esteld moesten worden. Er zijn uiteindelijk klachten afedaan terwijl de verwerkinscapaciteit is berekend op klachten. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

101 V 0 /m 4 weke , ,8 V 5 /m 8 weke , ,0 V 9 /m 17 weke , ,6 V 18 /m 26 weke 34 3,7 23 2,7 V 27 /m 39 weke 13 1,4 6 0,7 V 40 /m 52 weke ,1 L er d 52 weke 4 0,4 1 0,1 T Van de in rafiek 3c verwerkte verzoekschriften is een substantieel deel afedaan via de herkansinswerkwijze. In rafiek 3d is dit deel no apart inzichtelijk emaakt. De doorlooptijden zijn berekend vanaf de datum van ontvanst van de klacht tot de datum waarop het bestuursoraan laat weten de klachtbehandelin over te nemen. 3.5 Afedane zaken per ebied Tabel 10a Aantal rapporten per ebied 1 ebied 2 totaal Alemene Zaken 2 2 Buitenlandse Zaken Justitie Vreemdelinenzaken en Interatie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 1 1 Financiën Defensie Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Verkeer en Waterstaat Economische Zaken 3 3 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Sociale Zaken en Werkeleenheid Volksezondheid, Welzijn en Sport Politie Publiekrechtelijke Bedrijfsoranisatie 1 1 Waterschappen 3 3 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

102 ebied 2 totaal Gemeenten Provincies 2 2 Gemeenschappelijke reelinen Rapporten kunnen betrekkin hebben op meer dan één bestuursoraan 2 Aantal rapporten over andere bestuursoranen van het betreffende ebied De ebieden met in verhoudin de meeste rapporten zijn: Justitie (inclusief Vreemdelinenzaken en Interatie): 132 (23%) en de Politie: 172 (31%). Tabel 10b Afedaan zonder rapport per ebied (m.u.v. herkansinszaken) 1 ebied 2 totaal Buitenlandse Zaken Justitie Vreemdelinenzaken en Interatie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Financiën Defensie 7 7 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Verkeer en Waterstaat Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Sociale Zaken en Werkeleenheid Volksezondheid, Welzijn en Sport Politie Buremeesters 2 2 Waterschappen Gemeenten Provincies verzoekschriften kunnen betrekkin hebben op meer dan één bestuursoraan. 2 Afedaan zonder rapport (m.u.v. herkansinszaken) over andere bestuursoranen van het desbetreffende ebied Tabel 10c Afedaan via herkansin per ebied 1 ebied 2 totaal Buitenlandse Zaken Justitie Vreemdelinenzaken en Interatie Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties 2 2 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Financiën Defensie 3 3 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Verkeer en Waterstaat Economische Zaken Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 7 7 Sociale Zaken en Werkeleenheid Volksezondheid, Welzijn en Sport Politie Publiekrechtelijke Bedrijfsoranisaties 2 2 Waterschappen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

103 ebied 2 totaal Gemeenten Provincies 8 8 Gemeenschappelijke Reelinen Verzoekschriften kunnen betrekkin hebben op meer dan één bestuursoraan 2 Afedaan via herkansin over andere bestuursoranen van het betreffende ebied 3.6 De conclusie van de Nationale ombudsman In zijn rapporten toetste de Nationale ombudsman de onderzochte edrain aan de behoorlijkheidsnorm uit artikel 26, eerste lid van de WNo (zie hierna, 3.7). Op rond van deze beoordelin werd vervolens econcludeerd of de klacht al dan niet erond is. Wanneer de feiten niet voldoende konden worden vastesteld, moest de Nationale ombudsman zich van een derelijke beoordelin onthouden. Grafiek 4 bevat een overzicht van de conclusies in de 504 rapporten uit Zaken die worden afedaan via interventie leiden niet tot een conclusie over de erondheid van de klacht. De ervarin leert dat het in die evallen over het alemeen aat om klachten die erond zouden zijn verklaard indien het wel zou zijn ekomen tot een rapport. Ook zaken die worden afedaan via de herkansin leiden niet tot een conclusie Gee oordee 4 0,8 5 1,0 Dee s ee oordee, dee s ero d 14 2,8 12 2,4 Dee s ee oordee, dee s ie ero d 12 2,4 6 1,2 Dee s ee oordee, dee s ero d, 38 7,5 39 7,7 dee s ie ero d Nie ero d 99 19, ,1 Dee s ie ero d, dee s ero d , ,2 Gero d , ,4 T In 151 rapporten werd de klacht eheel erond verklaard, een aandeel van 30% (2003: 37%). In 99 rapporten was de klacht eheel niet erond, een aandeel van 20% (2003: 19%). In 391 rapporten werd de klacht eheel of op een of meer onderdelen erond verklaard, een aandeel van 77% (2003: 79%). In 337 rapporten was de klacht op een of meer onderdelen niet erond, een aandeel van 67% (2003: 59%). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

104 3.7 Reden voor de klacht; beoordelin door de Nationale ombudsman Alemeen De Nationale ombudsman heeft de behoorlijkheidsnorm uit artikel 26, eerste lid, van de WNo uitewerkt in een aantal vereisten van behoorlijkheid (zie bijlae 4 bij dit jaarversla). De klachten bij de Nationale ombudsman kunnen worden herleid tot deze vereisten. Dit betekent dat de scores op deze vereisten inzicht even in de problemen met de overheid die aanleidin aven tot een klacht bij de Nationale ombudsman. Grafiek 5 bevat een overzicht van het ebruik van de beoordelinscriteria in de 504 rapporten uit In totaal is 1513 keer een beoordelin eeven, een emiddelde per rapport van 3 (2003: 2,8). Tabel 11 bevat een verelijkbaar overzicht voor de zaken die in aanmerkin kwamen voor onderzoek maar niet hebben eleid tot een rapport. De zaken die via herkansin zijn afedaan zijn niet in dit overzicht openomen De beoordelin in de rapporten Grafiek 5 bevat een overzicht van de beoordelinen door de Nationale ombudsman in de 504 rapporten uit Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

105 004 d 1 G d c , A m v d d ,3 v sc f 3 B fw / d d ,4 4 Rc sz d ,3 5 G d ,2 6 M v ,5 7.1 V v d d ,7 ( d ; s f u ) 7.2 Ac v f m v s ,0 7.3 Ac v f m v w v ,4 7.4 Adm s v uw u d ,4 7.5 T d d dm s v / ,5 s sc v z 7.6 T d d fys ,3 v z 7.7 C c d ,9 7.8 Rsp c / v sc m ,5 p s v ssf 7.9 Ov ,2 T In één rapport kan meer dan één beoordelinscriterium van toepassin zijn De informatie in rafiek 5 kent twee inanen: 1. de verdelin van de totaalscore over de beoordelinscriteria Zoals in vooraande jaren hebben ook in 2004 de verschillende vereisten Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

106 in de rubriek zorvuldiheid (rubriek 7) het rootste aandeel: 55% (2003: 60%). Dit betreft met name de vereisten van voortvarendheid en van actieve informatieverstrekkin en verwervin. In 2004 zijn de volende vereisten in verhoudin het meest aan de orde eweest: overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften: 19%; actieve informatieverstrekkin: 13%; voortvarendheid: 10%; belanenafwein/redelijkheid: 9%; actieve informatieverwervin: 9%; correctheid van bejeenin: 8%. Deze vereisten beslaan 68% van alle keren dat een beoordelinscriterium is ebruikt. 2. het oordeel per beoordelinscriterium Van alle 1513 keren dat een beoordelinscriterium is ebruikt, luidt het oordeel voor 42% «behoorlijk» (2003: 39%) en voor 51% «niet behoorlijk» (2003: 54%). Het beeld krijt meer reliëf wanneer de scores op de afzonderlijke vereisten worden bezien. Zo is het aandeel van het oordeel «niet behoorlijk» voor het vereiste van voortvarendheid 84% De reden voor de klacht in tussentijds afedane zaken Afezien van herkansinszaken wordt ook voor zaken die tussentijds worden afedaan, vasteled welke van de vereisten van behoorlijkheid aan de orde waren. Tabel 11 vormt daarvan de neersla. Tabel 11 Reden voor de klacht in tussentijds afedane zaken Totaal % Totaal % 1 Grondrechten 5 0,2 4 0,2 2 Alemeen verbindende voorschriften 130 4, ,0 3 Redelijkheid/Proportionaliteit 92 3,4 82 3,4 4 Rechtszekerheid , ,4 5 Gelijkheid 6 0,2 3 0,1 6 Motiverin 95 3,4 58 2,4 Subtotaal , ,5 7 Zorvuldiheid 7.1 Voortvarendheid (in behandelin; bij herstel fout) , ,1 7.2 Actieve informatieverstrekkin , ,9 7.3 Actieve informatieverwervin 71 2,6 61 2,6 7.4 Administratieve nauwkeuriheid 169 6, ,9 7.5 Toereikendheid admin./ oranisatorische voorzieninen 55 2,0 29 1,2 7.6 Toereikendheid fysieke voorzieninen 26 0,9 22 0,9 7.7 Correctheid bejeenin 52 1,9 54 2,3 7.8 Respect/oo voor beschermin persoonlijke levenssfeer 7 0,3 4 0,2 7.9 Overie 181 6, ,4 Subtotaal , ,5 Totaal De redenen zijn afeleid uit de lijst met beoordelinscriteria zoals die worden ebruikt in de rapporten. Bij één onderzoek kan meer dan één reden van toepassin zijn 2 De herkansinszaken zijn buiten beschouwin elaten Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

107 Naar verhoudin hadden de meeste tussentijds afedane zaken 45% betrekkin op het vereiste van voortvarendheid, ofwel op klachten over de behandelinsduur De meest voorkomende problemen in de afedane zaken Samenvoein van de scores uit rafiek 5 en tabel 11 levert het aantal scores op voor elk van de beoordelinscriteria, en een totaal aantal scores van 4254 (zie voor een kanttekenin daarbij: Jaarversla 1995, blz. 24). Daarbinnen hebben de volende acht vereisten van behoorlijkheid het volende aandeel: voortvarendheid: 33%; actieve informatieverstrekkin: 12%; overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften: 10%; rechtszekerheid: 9%; belanenafwein/redelijkheid: 6%; administratieve nauwkeuriheid: 5%; actieve informatieverwervin: 5%; motiverin: 5%. Deze vereisten beslaan 84% van alle keren dat een beoordelinscriterium werd ebruikt in zaken die in een rapport dan wel in een interventie zijn eëindid. Het aat hier om de problemen zoals deze, blijkens hun klacht, werden ervaren door de indieners van de verzoekschriften. Op het terrein van de voortvarendheid is een voorzichtie verbeterin te zien. 3.8 De effecten van het werk van de Nationale ombudsman De effecten van het werk van de Nationale ombudsman komen apart aan de orde in hoofdstuk 4. Hieronder worden enkele cijfers eeven over de verschillende ween waarlans het werk van de Nationale ombudsman effect kan hebben: a. Tussentijds beëindid Hiervoor, in 3.3.1, is ineaan op de zaken die in aanmerkin waren ebracht voor onderzoek, maar waarin het onderzoek, in eni stadium voordat het was voltooid, tussentijds werd beëindid. In 54% van de zaken die de Nationale ombudsman tussentijds afdeed zonder een rapport uit te brenen, werd de klaer op afdoende wijze teemoet ekomen. Daarnaast werd in 36% van de zaken de behandelin van de klacht door het bestuursoraan overenomen (herkansin). b. «Met instemmin» Het komt voor dat het betrokken bestuursoraan tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman een maatreel neemt naar aanleidin van de klacht, zonder dat dit aanleidin eeft om het onderzoek vervolens tussentijds te beëindien. In zo n eval kan de Nationale ombudsman reden zien om in het rapport, na de conclusie, op te merken dat hij «met instemmin» heeft kennis enomen van die maatreel. Dit ebeurde in 2004 in 31 rapporten (6%). c. Aanbevelin In 2004 is in 65 rapporten een aanbevelin edaan (13%; 2003: 10%). In vijf van deze rapporten werden meerdere aanbevelinen aan het bestuursoraan edaan en in een rapport betroffen de aanbevelinen meer dan een bestuursoraan, waarmee het totaal aantal aanbevelinen in 2004 op 75 komt. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

108 Uit tabel 12 blijkt dat de betrokken bestuursoranen op 1 januari 2005 in 51 evallen op de aanbevelin(en) hadden ereaeerd. De aanbevelinen werden op twee na alle opevold. Op 1 januari 2005 stonden er no 24 aanbevelinen uit 2004 open, waarvan er inmiddels in januari 2005 vier zijn opevold. In 2003 zijn aanbevelinen edaan in 51 rapporten. De betrokken bestuursoranen moesten op 1 januari 2004 no in 38 evallen reaeren op die aanbevelinen. Drie van deze dossiers waren op 1 januari 2005 no niet esloten. Tabel 12 Het resultaat van de aanbevelin* a b c d e totaal Per ebied dan wel bestuursoraan ** Alemene Zaken Buitenlandse Zaken Justitie Vreemdelinenzaken en Interatie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Financiën 5 5 Defensie 1 1 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Verkeer en Waterstaat Economische Zaken 1 1 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Sociale Zaken en Werkeleenheid Volksezondheid, Welzijn en Sport Politie Waterschappen Gemeenten Provincies 1 1 Gerechtsdeurwaarders 1 1 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen Nederlands Bureau Brandweerexamens 1 1 Stichtin Administratie Indonesische Pensioenen 1 1 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer en vijf huurcommissies ezamenlijk 3 3 APK-keurinsstation 1 1 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen Dienst Weverkeer 1 1 Centrale oranisatie werk en inkomen Sociale verzekerinsbank Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen Reionale indicatieoranen 1 1 Zorverzekeraars Totaal * Stand van zaken per 1 januari 2005 ** Een rapport kan betrekkin hebben op meer dan een bestuursoraan en/of meerdere aanbevelinen bevatten Leenda tabel: a = opevolde aanbevelin ten behoeve van verzoeker: evraade actie (excl. b) b = opevolde aanbevelin ten behoeve van verzoeker: schadeveroedin c = opevolde aanbevelin inzake alemene maatreel d = niet opevold e = resultaat no niet bekend Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

109 3.9 Enkele achterrondkenmerken van indieners van verzoekschriften Voorzover dat uit het verzoekschrift kon worden opemaakt, werd in 1114 zaken de klacht inediend door een intermediair. Dit is 10% van de totale instroom van zaken (2003: 9%). Stijinen waren onder meer te zien bij de volende intermediairs: advocaten (van 572 naar 621), vereniinen respectievelijk stichtinen (van 128 naar 189) en Bureaus Rechtshulp (van 33 naar 59). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

110 4 EFFECTEN VAN HET WERK VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN 4.1 Soorten effecten Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de effecten van het werk van de Nationale ombudsman zoals deze zich voordoen in de vorm van actie van de kant van de overheid. Van die actie kan sprake zijn in de volende stadia: a. tijdens de besluitvormin over het al dan niet in onderzoek nemen van een klacht Verzoekschriften die binnenkomen bij de Nationale ombudsman worden eerst beoordeeld op bevoedheid en ontvankelijkheid (zie hoofdstuk 6). Het komt voor dat medewerkers in dat kader telefonisch contact zoeken met de desbetreffende overheidsinstantie, vooral wanneer de klacht betrekkin heeft op de lane behandelinsduur van een verzoek of aanvraa, of anderszins op het uitblijven van actie. Telefonisch verkreen informatie over de stand van zaken is dan soms al toereikend om de indiener van een klacht tevreden te stellen. Wanneer door deze interventie het probleem dat aanleidin vormde voor het indienen van de klacht is weenomen, is er een reden meer om een onderzoek in te stellen. b. tijdens een onderzoek van de Nationale ombudsman In 2004 werd in 2556 zaken het onderzoek tussentijds beëindid (2003: 2243). In 54% van de zaken werd het onderzoek tussentijds beëindid nadat de Nationale ombudsman de zaak succesvol had behandeld via de interventiemethode. Van deze methode wordt in het bijzonder ebruik emaakt bij klachten die zijn ontstaan doordat de klaer een contact kan krijen met het desbetreffende bestuursoraan, of bij klachten waarvan behandelin een uitstel kan dulden. Daarnaast werd in 36% van de zaken de behandelin van de klacht door het bestuursoraan overenomen (herkansin). Het komt voor dat een bestuursoraan in de loop van het onderzoek aaneeft maatreelen te hebben etroffen (of te zullen treffen), terwijl de Nationale ombudsman een reden ziet om daarna het onderzoek tussentijds te beëindien, zodat hij het afsluit met een rapport. In 2004 werd in 31 rapporten (6% van het totaal aantal uitebrachte rapporten, 2003: 23; 4%) de zinsnede openomen dat de Nationale ombudsman met instemmin kennis had enomen van een door een bestuursoraan etroffen maatreel. c. na afloop van een onderzoek van de Nationale ombudsman De Nationale ombudsman heeft de bevoedheid om aanbevelinen te doen. In 2004 is dat ebeurd in 65 rapporten oftewel in 13% van het totaal aantal van de 504 uitebrachte rapporten (2003: 51; 10%). In een rapport werd aan meer dan een bestuursoraan een aanbevelin edaan en vijf rapporten bevatten meer dan een aanbevelin. Het totale aantal edane aanbevelinen komt daarmee in 2004 op 75. In 51 evallen was aan het einde van 2004 al een reactie van het bestuursoraan op de aanbevelin ontvanen. Op twee na zijn deze aanbevelinen allemaal opevold (zie ook 3.8, tabel 12). Op 1 januari 2005 stonden no 24 aanbevelinen uit 2004 open, waarvan er in de eerste weken van januari 2004 inmiddels weer vier zijn opevold. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

111 Er zijn twee soorten aanbevelinen: aanbevelinen die zijn ericht op het nemen van een maatreel ten unste van de desbetreffende verzoeker, en aanbevelinen die zijn ericht op het nemen van een maatreel met een meer structureel karakter. In 2004 was in 47 evallen de aanbevelin ericht op de individuele zaak van een verzoeker, in 29 evallen was de aanbevelin alemeen of preventief van aard en een rapport bevatte een combinatie van beide. Het komt voor dat verschillende burers klaen over dezelfde soort edrain. Wanneer die edrain aanleidin eeft tot het doen van een aanbevelin, wordt veelal volstaan met het opnemen van die aanbevelin in het eerste rapport dat de Nationale ombudsman over de desbetreffende soort edrain uitbrent. De aanbevelin wordt dan niet in volende, elijksoortie zaken herhaald. In 4.3 valt te zien welke rapporten en brieven van de Nationale ombudsman in 2004 voor leden van de Tweede Kamer aanleidin vormden tot het stellen van schriftelijke vraen aan de reerin of waarnaar in Kamervraen werd verwezen. 4.2 Actie door de overheid Hieronder volt een selectie van maatreelen van bestuursoranen die vooral enomen zijn naar aanleidin van interventies en aanbevelinen van de Nationale ombudsman. Het aat daarbij ook om acties in 2004 die een vervol zijn op rapporten uit 2002 en De maatreelen zijn eordend per aandachtsebied. In hoofdstuk 7 en volende hoofdstukken komen de meeste maatreelen binnen het kader van de behandelin van rapporten en interventies per bestuursoraan uitebreider aan de orde Op het ebied van de politie De beheerder van het reionale politiekorps Utrecht heeft laten weten dat aan verzoeker een veroedin van 136,13 is toeekend voor de schade die is ontstaan tenevole van het verwijderen en ter sloop verkopen van diens auto (rapport 2003/355, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Utrecht heeft de Nationale ombudsman bericht dat aan verzoeker een bedra van 113,64 is toeekend als teemoetkomin in de kosten van diens vernietide snorfiets (rapport 2003/461, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Gooi- en Vechtstreek heeft de Nationale ombudsman in kennis esteld van het feit dat een reistratieset, opemaakt naar aanleidin van een aanrijdin waarbij verzoekster betrokken was, is ewijzid (rapport 2003/480, met aanbevelin). In reactie op het oordeel van de Nationale ombudsman dat een deudelijke rondsla voor het weslepen en laten vernietien van de auto van verzoekers heeft ontbroken, heeft de beheerder van het reionale politiekorps Flevoland meeedeeld dat aan verzoekers een bedra van 1000 wordt uitekeerd als schadeveroedin (rapport 2003/493, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Brabant Zuid-Oost heeft de Nationale ombudsman erover eïnformeerd dat de naam van het project «Horkenlijn» is ewijzid in een naam met een zakelijker uitstralin (rapport 2004/013, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Haalanden heeft laten weten dat aan verzoekster een bedra van 856,34 is toeekend als schadeloos- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

112 stellin voor het feit dat het onnodi lan heeft eduurd voor zij weer de beschikkin kree over haar estolen en daarna teruevonden auto (rapport 2004/150, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Zeeland heeft meeedeeld dat aan verzoeksters moeder een bedra van 500 wordt uitbetaald, nu de aanhoudin van verzoeksters moeder achteraf beschouwd als onrechtmati moest worden aanemerkt (rapport 2004/215, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Utrecht heeft de Nationale ombudsman in kennis esteld van het feit dat in de reistratieset die is opemaakt naar aanleidin van een aanrijdin waarbij verzoeker was betrokken, alsno ook verzoekers lezin met betrekkin tot de toedracht van het oneval is vermeld (rapport 2004/223, met aanbevelin). De beheerder van het reionale politiekorps Noord- en Oost-Gelderland heeft de Nationale ombudsman bericht dat de Aanwijzin verkeersonevallen en de Handleidin reistratie verkeersonevallen inmiddels binnen zijn korps nader onder de aandacht zijn ebracht. Ook heeft de korpsbeheerder laten weten dat contact is eled met de Dienst spoorwepolitie van het Korps Landelijke Politiediensten om nadere afspraken te maken omtrent de taakverdelin tussen de beide politiekorpsen bij de afhandelin van een spoorweoneval (rapport 2004/384, met aanbevelin) Alle ministeries In zijn Jaarversla 2003 heeft de Nationale ombudsman aandacht besteed aan de resultaten van het onderzoek uit eien bewein dat hij in dat jaar bij alle ministeries heeft verricht naar de behandelinsduur van brieven en van elektronisch verzonden berichten van burers aan de rijksoverheid ( ; blz , en 4.2.2, blz. 93 en 94). Dit onderzoek, aferond met het zoenoemde «burerbrievenrapport» van 30 september 2004 (rapport 2003/325; JB 2003, 361), bevat concrete aanbevelinen aan elke minister. In de loop van 2004 hebben alle ministers afzonderlijk op de aan elk van hen edane aanbevelinen ereaeerd. Deze reacties waren overweend positief, en het ros van de aanbevelinen is overenomen. Dit rapport is besproken in Omdat de Nationale ombudsman het thema voortvarendheid van root belan acht, heeft hij besloten om, in vervol op zijn onderzoek van 2003, een evaluatieonderzoek in te stellen naar de stand van zaken op het punt van de afhandelin van correspondentie van burers aan de rijksoverheid. Dit evaluatieonderzoek, dat is ebaseerd op artikel 15 van de Wet Nationale ombudsman, is bein januari 2005 estart. In het kader daarvan zijn alle ministers benaderd met een aantal alemene vraen over relevante ontwikkelinen en over de actuele stand van zaken op het punt van de afhandelin van brieven van burers. Daarnaast is aan elke minister een aantal specifieke vraen vooreled die betrekkin hebben op de aanbevelinen die in het burerbrievenrapport zijn edaan en op de correspondentie die daarover vervolens is evoerd Op het ebied van justitie In 2002 is de beheerder van het reionale politiekorps Haalanden in overwein eeven om de standaardtekst in de machtiin tot binnentreden zodani aan te passen dat deze ruimte biedt voor de vereiste motiverin van de drinende noodzakelijkheid voor het binnentreden Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

113 tussen middernacht en zes uur in de ochtend. Uit correspondentie met de korpsbeheerder bleek dat de tekst van de door Haalanden ebruikte machtiin eheel overeenkwam met de tekst van het door de minister van Justitie vastestelde model machtiin tot binnentreden. Om die reden heeft de Nationale ombudsman zich tot de minister van Justitie ewend met de vraa of het rapport van de Nationale ombudsman aanleidin af het model van de machtiin aan te passen. In reactie hierop heeft de minister van Justitie meeedeeld dat het model is aanepast, in die zin dat er ruimte wordt openelaten voor de vereiste motiverin van de drinende noodzakelijkheid voor het binnentreden tijdens de nachtelijke uren (rapport 2002/215, met aanbevelin). De minister van Justitie heeft de Nationale ombudsman in reactie op diens aanbevelin laten weten dat een Wijziin Mandaatreelin directoraat-eneraal Rechtshandhavin is vastesteld. In de ewijzide reelin verleent de directeur-eneraal van de Directie Rechtshandhavin ondermandaat aan de directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau voor het afdoen van klachten (rapport 2003/341, met aanbevelin). De minister van Justitie heeft de Nationale ombudsman meeedeeld dat naar aanleidin van diens aanbevelin opnieuw een schikkinsvoorstel is edaan aan verzoeker. Verzoeker heeft dit schikkinsvoorstel eaccepteerd. Er wordt een bedra van 1007 aan hem uitekeerd. Dit bedra is onder meer bedoeld als veroedin van de schade die tijdens een inbeslanemin aan verzoekers auto was ontstaan (rapport 2004/336, met aanbevelin). In reactie op een klacht over het toepassen van een onjuiste sepotrond, liet de minister van Justitie aan de Nationale ombudsman weten alsno de menin te zijn toeedaan dat de strafzaak teen de zoon van verzoekers ten onrechte eseponeerd was met de motiverin «onvoldoende bewijs». Het sepot had, aldus de minister, de motiverin «ten onrechte als verdachte aanemerkt» moeten draen. Inmiddels was op het betreffende arrondissementsparket actie ondernomen om de evolen van het eerdere handelen onedaan te maken. Op rond van deze informatie besloot de Nationale ombudsman het onderzoek te beëindien. In reactie op een klacht over het niet aan verzoeker toezenden van een voeinsformulier waardoor deze zich niet had kunnen voeen in het strafproces, deelde de minister van Justitie de Nationale ombudsman mee dat hij de klacht erond achtte. De minister zou het desbetreffende arrondissementsparket vraen alsno met verzoeker in contact te treden om hem een teemoetkomin aan te bieden. De Nationale ombudsman beëindide hierop het onderzoek. Verder werd het onderzoek beëindid in een zaak waarin was eklaad over het feit dat verzoeker niet op de hoote was esteld van de beslissin op het beroepschrift inzake een aan verzoekers werkever opelede sanctie inevole de Wet Administratiefrechtelijke Handhavin Verkeersvoorschriften. In zijn reactie op deze klacht verwees de minister van Justitie naar een uitspraak van de Hoe Raad waarin verelijkbare omstandiheden speelden. De minister constateerde dat verzuimd was verzoeker te informeren over de beslissin op het beroepschrift. Naar aanleidin van het onderzoek door de Nationale ombudsman besloot de hoofdofficier van justitie van het parket Zwolle-Lelystad dat verzoeker alsno in de eleenheid kon worden esteld om beroep in te dienen, waarbij het parket aan de kantonrechter zou aaneven dat de termijnoverschrijdin in deze verschoonbaar is. Verder liet de minister weten dat het desbetreffende arrest van de Hoe Raad onder de aandacht was ebracht in de landelijke werkroep Mulder, en dat de parketten waren Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

114 eïnformeerd over de consequenties van de uitspraak. De Nationale ombudsman sloot hierop het onderzoek. Het Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen (verder LBIO) heeft de Nationale ombudsman meeedeeld dat de ten onrechte aan verzoeker in rekenin ebrachte opslakosten ad 313,14 aan hem zijn erestitueerd (rapport 2003/499, met aanbevelin). Het LBIO heeft de Nationale ombudsman ervan in kennis esteld dat een herberekenin is emaakt van de betalinsachterstand met betrekkin tot de door verzoeker verschuldide kinderalimentatie (rapport 2004/079, met aanbevelin). De Raad voor Rechtsbijstand s-gravenhae heeft de Nationale ombudsman bericht dat de aan verzoekster edane toezeinen om een aantal toevoeinen af te even, alsno zijn naekomen (rapport 2003/200, met aanbevelin). Ten aanzien van de Immiratie- en Naturalisatiedienst Rapport 2002/386 kwam in het Jaarversla 2002 (blz. 44 e.v.; blz. 369 e.v.) en in het Jaarversla 2003 (blz. 96 e.v.; blz. 403 e.v.) al uitebreid aan de orde. Dit rapport heeft betrekkin op een klacht over het verrichten van leeftijdsonderzoek door de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie ter vaststellin van de minder- of meerderjariheid bij alleenstaande minderjarie asielzoekers door middel van röntenfoto s van het sleutelbeen. De Nationale ombudsman verbond aan het rapport de aanbevelin om een medisch-ethische commissie in te stellen die erop toeziet dat de ethische en wetenschappelijke normen van het leeftijdsonderzoek zo oed moelijk worden ewaarbord. Daarnaast deed de Nationale ombudsman de aanbevelin om het sleutelbeenonderzoek alleen te ebruiken om vast te stellen dat een vreemdelin bij een esloten sleutelbeen minimaal twinti jaar oud is. Bij een niet of onvolledi esloten sleutelbeen kunnen een zekere uitspraken edaan worden over de leeftijd van betrokkene. Bij brief van 23 april 2003 had de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie de Nationale ombudsman al laten weten dat wat betreft de tweede aanbevelin het reeds praktijk was het sleutelbeenonderzoek alleen te ebruiken om vast te stellen of de betrokkene ouder of joner was dan twinti jaar. De correspondentie over de eerste aanbevelin werd voortezet. Bij brief van 4 auustus 2003 liet de minister de Nationale ombudsman vervolens weten dat er een medisch-ethische commissie inesteld zou worden. Bij brief van 12 maart 2004 zond de minister van Justitie de Nationale ombudsman het besluit tot instellin van een Commissie Leeftijdsonderzoek. De minister liet daarbij weten dat over de inhoud van het besluit een akkoord was bereikt tussen het ministerie en de Inspecteur-eneraal voor de Gezondheidszor. Hiermee was ook de eerste aanbevelin opevold. Rapport 2003/160 betreft het onderzoek uit eien bewein naar de wijze waarop een aantal vreemdelinendiensten uitvoerin heeft eeven aan taken met betrekkin tot de toelatin van vreemdelinen in Nederland. Het onderzoek heeft tevens betrekkin op de wijze waarop de staatssecretaris van Justitie en de minister van Buitenlandse Zaken uitvoerin hebben eeven aan hun verantwoordelijkheden met betrekkin tot de uitvoerin van deze taken (vanaf auustus 2002 is de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie verantwoordelijk). Dit rapport kwam in Jaarversla 2003 (blz. 28 e.v.; blz. 391 e.v.) uitebreid aan de orde. De problemen die zich bij de vreemdelinendiensten voordeden, hebben er al met al toe eleid dat in de onderzochte periode de wettelijke dan wel redelijke termijn waarbinnen de behandelin van aanvraen en adviezen diende plaats te vinden, structureel werd overschreden en dat de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

115 betrokken vreemdelinendiensten er niet in zijn eslaad voldoende bereikbaar te zijn voor vreemdelinen. De Nationale ombudsman deed de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie daarom de aanbevelin de betrokken diensten voldoende uit te rusten om de taken naar behoren te kunnen verrichten. Verder deed de Nationale ombudsman aan de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie ezamenlijk de aanbevelin om een wettelijke reelin tot stand te brenen, waarin een termijn wordt vasteled waarbinnen een aanvraa om een machtiin tot voorlopi verblijf (verder mvv) moet worden behandeld in samenhan met de beslistermijn voor de op basis van de mvv af te even verblijfsverunnin. Voorts deed de Nationale ombudsman de minister van Buitenlandse Zaken de aanbevelin om, voor zoveel de inrichtin van de mvv-procedure op rond van een eventuele Visumwet daartoe no aanleidin vormt, te bevorderen dat de Nederlandse verteenwoordiinen kort voor het verstrijken van de termijn waarbinnen een aldaar inediende aanvraa om verlenin van een mvv moet worden behandeld, de Visadienst zonodi rappelleren. Over de opvolin van de aanbevelinen werd ecorrespondeerd en vond ook overle plaats met beide ministers. Uit de nader verkreen informatie van de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie en de minister van Buitenlandse Zaken werd duidelijk dat door de overdracht van taken van de vreemdelinendienst aan de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND) de mvv-taken per 1 april 2003, de taken tot verlenin van verblijfsverunninen reulier per 1 september 2003 en ook de taken met betrekkin tot de verlenin, de wijziin beperkin en de verlenin en wijziin van de visa en de terukeervisa per 1 december 2003 de eerste aanbevelin was opevold. Ook nam de Nationale ombudsman er met instemmin kennis van dat er opnieuw wordt ewerkt aan een Visumwet. Op 1 juli 2004 liet de minister van Buitenlandse Zaken weten dat in 2005 het Nieuwe Visum Informatie Systeem wordt inevoerd. Daarop heeft de Nationale ombudsman de minister laten weten ook de derde aanbevelin als opevold te beschouwen. In de zaak die leidde tot rapport 2004/259 af de Nationale ombudsman de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie in overwein om het besluit ten aanzien van de veroedin aan verzoeker van de riffiekosten te heroverween, met inachtnemin van de omstandiheid dat het mede aan de IND te wijten is eweest dat de riffiekosten zijn emaakt. Verzoeker, advocaat, had erover eklaad dat de IND de afwijzin van zijn verzoek tot veroedin van riffierechten onjuist heeft emotiveerd. De Nationale ombudsman overwoo dat de uitspraak van de voorzieninenrechter over de veroedin van de riffierechten in rechte vaststond. De motiverin van de minister, nu verzoeker zich conform deze uitspraak tot haar had ericht, had in elk eval moeten inhouden of er aanleidin was om over te aan tot ehele of edeeltelijke veroedin van het riffierecht. Volens de minister had verzoeker recht op veroedin van de riffierechten door de riffier. Deze motiverin schiet te kort. Volens de Nationale ombudsman dient zij bij haar motiverin te betrekken dat het aan de processuele houdin van de IND heeft eleen dat verzoeker deze kosten heeft moeten maken. Met haar brief van 23 september 2004 liet de minister weten de aanbevelin te hebben opevold door aan verzoeker de riffiekosten te veroeden. In rapport 2004/315 af de Nationale ombudsman de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie in overwein de informatiebrief die wordt uitereikt aan uiteprocedeerde asielzoekers bij de vorderin om te verschijnen voor een zoenoemd terukeeresprek aan te passen. Naar aanleidin van het terukeeresprek besluit de minister of er al dan niet Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

116 sprake is van medewerkin aan de terukeer naar het land van herkomst of derde land. Indien de minister tot de conclusie komt dat er een sprake is van medewerkin kan het Centraal Oraan opvan asielzoekers de eboden opvan en andere verstrekkinen beëindien. In de desbetreffende brief was niet vermeld dat de asielzoeker zich bij het terukeeresprek kan laten bijstaan door een raadsman. Daarnaast was niet duidelijk vermeld dat niet alleen activiteiten die betrokkene zelf heeft verricht ter voorbereidin van de terukeer van belan zijn, maar dat ook de activiteiten van derden ericht op terukeer of vertrek van betrokkene van belan kunnen zijn voor de beoordelin of er sprake is van al dan niet meewerken aan terukeer. De Nationale ombudsman af de minister in overwein de brief op deze twee punten aan te passen. De minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie liet in reactie op de aanbevelin weten de informatiebrief conform de aanbevelin te hebben aanepast. In rapport 2004/342 heeft de Nationale ombudsman de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie de aanbevelin edaan om het verzoek om schadeveroedin van verzoekster alsno te beoordelen. Verzoekster had eklaad over de wijze waarop de IND haar klacht over haar verwijderin uit Nederland had afehandeld. De IND liet verzoekster uit Nederland verwijderen terwijl er bij de rechtbank no een verzoek om voorlopie voorzieninen ericht teen de uitzettin aanhani was. Verzoekster klaade er onder meer over dat de IND bij de klachtafhandelin niet had ereaeerd op haar verzoek om schadeveroedin. De minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie liet weten de aanbevelin te zullen opvolen. In rapport 2004/419 werd de aanbevelin edaan aan de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie om te bevorderen dat wanneer het voor de IND vaststaat of aannemelijk moet worden eacht dat een klaer de Nederlandse taal niet machti is en zich evenmin kan laten bijstaan door iemand die de Nederlandse taal wel beheerst, de klachtafdoeninsbrief niet in het Nederlands wordt esteld maar in een taal die de klaer naar ma worden aanenomen voldoende beheerst, dan wel de brief te voorzien van een samenvattin in die taal, tenzij dit voor de IND een onevenredie inspannin zou inhouden. Over de opvolin van de aanbevelin werd in het verslajaar no ecorrespondeerd. Dit rapport komt hierna in 10A uitebreid aan de orde Op het ebied van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties Ten aanzien van de Stichtin Administratie Indonesische Pensioenen In rapport 2004/122 deed de Nationale ombudsman de Raad van Beheer van de Stichtin Administratie Indonesische Pensioenen (verder SAIP) de aanbevelin om erechtiden die zowel een uitkerin als een pensioen ontvanen door middel van een mededelin op of bij de specificatie te attenderen op de moelijkheid de SAIP te verzoeken om nadere informatie over de opbouw van de uitkerin en het pensioen afzonderlijk. Het onderzoek in deze zaak werd edaan naar aanleidin van een klacht van verzoeker dat de SAIP had eweierd in te aan op zijn verzoek om de aan hem op basis van verschillende reelinen toeekende pensioenen en uitkerinen apart te specificeren en slechts het totale belastbare bedra van de pensioenen en uitkerinen had vermeld. Deze aanbevelin werd opevold. Ten aanzien van het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens Rapport 2004/403 betrof een klacht over het Nederlands bureau brandweerexamens (verder Nbbe). Verzoeker had zich er bij het Nbbe over beklaad dat hij voor een examen, waaraan hij samen met enkele Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

117 collea s had deelenomen, als afwezi was ereistreerd en dat hem derhalve een cijfer was toeekend. Hij klaade er bij de Nationale ombudsman over dat hij na maanden no een officiële reactie op zijn klacht had ontvanen. De Nationale ombudsman constateerde dat het Nbbe pas ruim elf weken nadat verzoeker zijn klacht had inediend, inhoudelijk op de klacht had ereaeerd. De Nationale ombudsman overwoo ten overvloede dat op de klachtbehandelin ook op andere punten het één en ander aan te merken was. Hij deed het bestuur van het Nbbe de aanbevelin een klachtenreelin op te stellen in overeenstemmin met het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb), en de behandelin van klachten te doen plaatsvinden conform die reelin. Deze aanbevelin werd opevold. Ten aanzien van de Verteenwoordier van Nederland in de Nederlandse Antillen De zaak die leidde tot rapport 2004/501 betrof een klacht over de Verteenwoordiin van Nederland in de Nederlandse Antillen. Verzoeker klaade er onder meer over dat de Verteenwoordiin hem niet de juiste kilometerveroedin had toeekend. Wat betreft de toeekende kilometerveroedin oordeelde de Nationale ombudsman dat deze edeeltelijk juist en edeeltelijk niet juist was eweest, want er was niet conform de van toepassin zijnde reelevin ehandeld. Verzoeker had vanaf een bepaalde datum een hoere veroedin moeten worden toeekend. Dit leidde tot de aanbevelin om verzoeker alsno de hem toekomende kilometerveroedin toe te kennen. In het verslajaar was no niet op de aanbevelin ereaeerd Op het ebied van onderwijs, cultuur en wetenschap De Informatie Beheer Groep (verder IB-Groep) besloot in een zaak bij wijze van hoe uitzonderin de betalinsverplichtin voor het jaar 2004 op nihil te stellen en de deurwaarderskosten voor haar rekenin te nemen (interventie). De IB-Groep besloot in een zaak van verdere invorderin af te zien omdat er door de IB-Groep in de periode tussen juni 1997 en 15 oktober 2004 een enkele invorderinsmaatreel was enomen (interventie). Ook in een andere zaak besloot de IB-Groep van verdere invorderin af te zien omdat de IB-Groep edurende een periode van ruim zes jaar had naelaten verdere invorderinsmaatreelen te nemen (interventie). De IB-Groep heeft de rente en deurwaarderskosten voor haar rekenin enomen omdat naar aanleidin van het onderzoek door de Nationale ombudsman was ebleken dat verzoeker zich destijds wel tijdi tot de IB-Groep had ewend om kenbaar te maken dat hij naar zijn menin een leseld verschuldid was (interventie). De IB-Groep heeft de werkinstructie aanepast door op te nemen dat storneren de voorkeur eniet boven restitutie. Ook heeft de IB-Groep maatreelen enomen om te bewerkstellien dat restitutieverzoeken met voorran worden verwerkt en dat een achterstand in de verwerkin alleen ontstaat in zoenoemde piekperiodes (interventie) Op het ebied van financiën De minister van Financiën heeft de Nationale ombudsman laten weten dat de Belastindienst alsno tot renteveroedin zou overaan over de periode dat verzoekster niet over de haar toekomende teruaven had Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

118 kunnen beschikken (rapport 2004/128, met aanbevelin, VN 2004, nr.26.20; FUTD 2004, nr. 0827). De staatssecretaris van Financiën heeft uit coulance-overweinen aan een besloten vennootschap een veroedin betaald van 1 178,53 in verband met de trae afwikkelin van de aanifte vennootschapsbelastin 2000 (interventie). De staatssecretaris van Financiën heeft de Nationale ombudsman laten weten alsno zo spoedi moelijk uitspraak te doen op de bezwaarschriften van verzoeker (rapport 2004/146, met aanbevelin; VN 2004, nr. 3030; FUTD 2004, nr. 0849). De staatssecretaris van Financiën heeft de Nationale ombudsman meeedeeld dat de Belastindienst met de nodie voortvarendheid de van hem te verwachten handelinen zou verrichten die leiden tot de afhandelin van het bezwaarschrift. Tevens heeft de Nationale ombudsman met instemmin kennis enomen van het feit dat de Belastindienst naar aanleidin van dit onderzoek het Manaementteam van deze reio-eenheid zou vraen zodanie maatreelen te treffen dat alle bezwaarschriften binnen de in artikel van het Voorschrift Alemene wet bestuursrecht 1997 enoemde termijnen worden afedaan (rapport 2004/426, met aanbevelin; FUTD 2004, nr. 2070). De staatssecretaris van Financiën heeft zich teenover de Nationale ombudsman bereid verklaard om de kwestie van de verwerkin van met de aanifte meeezonden bijlaen mee te nemen in het vervolonderzoek naar het voorkomen van uitbetalinen op een niet ewenste rekenin. Voorts heeft de staatssecretaris van Financiën aaneboden het bedra van de teruaaf alsno uit te betalen op het ewenste rekeninnummer, mits het bedra waarmee de zoon van verzoeker was verrijkt, zonodi door middel van een betalinsreelin, zou worden terubetaald (rapport 2004/265, met instemmin; FUTD 2004, nr. 1575). De Belastindienst had aan verzoekers diverse aanslaen tot behoud van rechten opeled onder toepassin van omvanrijke correcties. De aanbevelin aan de minister van Financiën om te bevorderen dat de Belastindienst verzoekers alsno especificeerd zou informeren over de toeepaste correcties bij de tijdens het onderzoek opelede aanslaen, werd opevold (rapport 2004/305, met aanbevelin; VN 2004, nr. 4235; NTFR 2004, nr. 1200; FUTD 2004, nr. 1508). De staatssecretaris van Financiën heeft de Nationale ombudsman laten weten het bedra van de voorlopie teruaaf 2002 alsno op het door verzoekster ewenste rekeninnummer over te maken (rapport 2004/253, met aanbevelin; VN 2004, nr ; FUTD 2004, nr. 1272). De Belastindienst heeft maatreelen enomen om ervoor te zoren dat het bedra van de teruaaf inkomstenbelastin 2002 alsno op de juiste rekenin zou worden estort onder voorwaarde dat verzoekster de vorderin uit onerechtvaardide verrijkin, eventueel door middel van een betalinsreelin, aan de Belastindienst voldeed (rapport 2004/277, met instemmin; VN 2004, nr ; FUTD 2004, nr. 1398). De Belastindienst heeft de Nationale ombudsman tijdens het onderzoek laten weten het bedra van de teruaaf inkomstenbelastin over 2002 alsno aan verzoekster te zullen uitbetalen (rapport 2004/312, met instemmin; VN 2004, nr ; NTFR 2004, nr.1285; FUTD 2004, nr. 1542). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

119 De staatssecretaris van Financiën heeft de Nationale ombudsman tijdens het onderzoek laten weten het bedra aan teruaaf vennootschapsbelastin alsno aan verzoekster te zullen uitbetalen. Ook liet de staatssecretaris weten te zullen naaan wat de moelijkheden zijn om op het aaniftebiljet vennootschapsbelastin, net als op het aaniftebiljet inkomstenbelastin, het rekeninnummer uit zijn bestand af te drukken en de eleenheid te bieden een ander rekeninnummer op te even (rapport 2004/138, met instemmin; VN 2004, nr ; NTFR 2004, nr. 1286; FUTD 2004, nr. 1549). De Belastindienst in in twee zaken er toe over om stortinen die waren edaan op een onewenste rekenin opnieuw op het door verzoekers ewenste rekeninnummer te zullen uitbetalen (interventie). In een brief van 30 januari 2004 heeft de staatssecretaris van Financiën de Nationale ombudsman laten weten de aanbevelin in rapport 2003/258 (Jaarversla 2003, 13A.2.5.5, blz. 479 e.v.) op te volen. In de aanbevelin werd de minister van Financiën in overwein eeven het bedra van een teruaaf inkomstenbelastin dat was estort op de rekenin van verzoeksters zoon alsno op haar rekenin te storten. Verzoekster had op haar aanifte een rekeninnummer opeeven. De Belastindienst had ebruik emaakt van een rekeninnummer dat enie tijd eerder was opeeven voor een teruaaf motorrijtuienbelastin. Dit nummer behoorde toe aan verzoeksters zoon die de motorrijtuienbelastin voor haar auto betaalde. De Belastindienst heeft aan verzoekster laten weten het bedra ad 70 dat verzoekster ten onrechte aan motorrijtuienbelastin had betaald alsno aan haar teru te even of te verrekenen (interventie). In een andere zaak werd het onderzoek beëindid na de mededelin van de Belastindienst dat een foutieve verrekenin (onterechte inhoudin van een voorlopie teruaaf ter invorderin van een aansla inkomstenbelastin) was veroorzaakt door een onvolkomenheid in het eautomatiseerde systeem en dat dienaanaande maatreelen waren enomen om herhalin te voorkomen. Verzoeker kon het hem toekomende bedra binnen drie weken teemoet zien (interventie). De Belastindienst heeft laten weten dat verzoekster alsno in aanmerkin kwam voor een betalinsreelin met een maximale duur van 36 maanden in plaats van twaalf maanden (interventie). De Belastindienst zal voortaan standaard in de beslissin op een beroepschrift de verwijzin opnemen dat de belastinplichtie de moelijkheid heeft om zich tot de Nationale ombudsman te wenden (rapport 2004/118, met instemmin; VN 2004, nr ; FUTD 2004, nr. 0732). De Belastindienst heeft laten weten dat na de bedrijfsbeëindiin van verzoeker ten onrechte de toezendin van aaniftebiljetten omzetbelastin niet was estopt. De Belastin heeft de toezein edaan dat de fout onmiddellijk onedaan zou worden emaakt en dat de boete kwam te vervallen en de invorderinsmaatreelen zouden worden inetrokken (interventie). De Belastindienst heeft laten weten dat de (fax) brieven van verzoekster met de mededelin dat zij beroep had inesteld teen een uitspraak op haar bezwaarschrift niet op de juiste plaats binnen de Belastindienst waren ontvanen en dat hierdoor ten onrechte het dwanbevel was Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

120 verstuurd. Nadat de fout was hersteld, beëindide de Nationale ombudsman het onderzoek (interventie). In het Jaarversla 2003 (blz. 493 e.v.) is aaneeven dat de minister van Financiën in 2003 no niet had ereaeerd op de aanbevelin in rapport 2003/467 (FUTD 2004, nr. 0071; NTFR 2004, nr. 26; VN 2004, nr. 4.31). In dit rapport oordeelde de Nationale ombudsman dat het niet juist was dat de Belastindienst/Holland Noord/kantoor Zaandam niet had ereaeerd op veertien klachtbrieven, tien brieven waarin verzoeker om een nadere reactie had verzocht met betrekkin tot eerder door hem inediende en al afewezen of afehandelde klachten, alsmede op een brief inhoudende een verzoek om het opsturen van een afschrift van een brief enoemd in een afdoeninsbrief betreffende een door verzoeker inediende klacht. De Nationale ombudsman deed de aanbevelin dat alsno door de Belastindienst zou worden overeaan tot afhandelin van de bovenenoemde klachtbrieven alsmede tot beantwoordin van de overie hiervoor vermelde brieven. In het verslajaar liet de minister van Financiën weten de aanbevelin op te volen. De minister van Financiën heeft zich bereid etoond om aan verzoeker alsno een veroedin aan te bieden van 920 boven op het bedra van 1680 dat reeds aan verzoeker was uitekeerd, omdat door de Dienst Domeinen Roerende Zaken verzoekers auto te laa was etaxeerd (rapport 2004/214, met instemmin) Op het ebied van defensie Ten aanzien van het Instituut Defensie Leeranen In rapport 2004/010 deed de Nationale ombudsman de minister van Defensie de aanbevelin om alsno, zo nodi in samenspraak met de justitiële autoriteiten, een afwein te maken ten aanzien van de vraa in hoeverre de resultaten van het met sepot beëindide strafrechtelijk onderzoek teen verzoekster aanleidin vormden tot eerherstel en het verstrekken van een etuischrift. Na overle met de justitiële autoriteiten liet de minister van Defensie de Nationale ombudsman weten dat aan verzoekster verontschuldiinen werden aaneboden, dat deenen die nauw met verzoekster samenwerkten worden eïnformeerd over de aard van het sepot onvoldoende bewijs en dat verzoekster een etuischrift ontvant. In de onderhavie zaak klaade verzoekster er onder meer over dat de directeur van het Instituut Defensie Leeranen (verder IDL), haar tijdens een esprek had meeedeeld dat hij aan een moelijk positieve uitkomst van het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee naar aanleidin van zijn aanifte van een strafbaar feit een consequenties zou verbinden, maar aan een moelijk neatief resultaat wel. Verzoekster was het hiermee oneens, omdat zij van menin was dat haar oede naam door de an van zaken in een neatief dalicht was komen te staan, heteen vereist dat bij een positief onderzoeksresultaat eerherstel volt alsmede dat haar ter afrondin van haar dienstverband een etuischrift ebaseerd op haar feitelijk functioneren binnen het IDL ter hand zou worden esteld. Dit rapport wordt hierna besproken in 14.6 en Op het ebied van volkshuisvestin, ruimtelijke ordenin en milieubeheer Op 22 juni 2004 verscheen het resultaat van het artikel 15-onderzoek naar het functioneren van de huurcommissies (rapport 2004/225). Dit rapport wordt hiervoor in uitvoeri besproken. De Nationale ombudsman deed de minister van Volksezondheid, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer (verder VROM) enie aanbevelinen. Met betrekkin tot de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

121 aanbevelin om verzoekschriften uiterlijk per 1 januari 2005 binnen de wettelijke termijn af te doen, hebben de minister van VROM en de voorzitter van het Overle Voorzitters Huurcommissies (verder OVH) in een ezamenlijke reactie aaneeven dat de minister in november 2004 een notitie aan de Nationale ombudsman en aan de Tweede Kamer zou sturen. Daarin zou zij inaan op het huurbeleid voor de lane termijn, de invloed daarvan op de positionerin van de huureschillenbeslechtin, en binnen de context daarvan de moelijkheden op het ebied van behandeltermijnen. Met betrekkin tot de aanbevelin van de Nationale ombudsman om de reistratie van verzetschriften en de verzendin van ontvanstbevestiinen daarvan te versnellen, bleek uit de reactie van de minister en de voorzitter van het OVH dat al eruime tijd binnen twee weken na ontvanst van een verzetschrift een ontvanstbevestiin wordt estuurd. Een andere aanbevelin van de Nationale ombudsman strekte ertoe de uitvoerinspraktijk ten aanzien van huursubsidieverklarinen, de tekst van artikel 5, tweede lid, van de Huursubsidiewet alsmede de tekst van de Wewijzer Huursubsidie op het punt van toezendin van derelijke verklarinen, met elkaar in overeenstemmin te brenen. Deze aanbevelin werd opevold. Ook werden aan de minister van VROM en de voorzitters van de betrokken huurcommissies ezamenlijk een drietal aanbevelinen edaan over de behandelinsduur van verzetschriften, de versnellin van de reistratie van nieuwe verzoekschriften en de verzendin van de zoenoemde leesverzoeken. Over de opvolin daarvan werd in het verslajaar no ecorrespondeerd Op het ebied van verkeer en waterstaat Ten aanzien van de Stichtin Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen Rapport 2004/401 bevat het resultaat van een onderzoek uit eien bewein van de Nationale ombudsman naar een edrain van de Stichtin Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen (verder CBR). Het onderzoek betrof de rechtsmiddelenverwijzin bij de bekendmakin van een besluit van het CBR om in een bepaald eval een verklarin van eschiktheid te verstrekken voor het besturen van een motorrijtui. Naar aanleidin van een derelijk besluit kan de betrokkene, op rond van artikel 104, eerste lid, van het Relement rijbewijzen, binnen vier weken aan het CBR verzoeken een of meer artsen aan te wijzen voor een keurin of herkeurin op zijn kosten. Daarnaast staat teen een derelijk besluit het rechtsmiddel van bezwaar inevole de Awb open. Bij de bekendmakin van het besluit was niet ewezen op de moelijkheid daarteen binnen zes weken een bezwaarschrift in te dienen. De Nationale ombudsman deed de aanbevelin om bij de bekendmakin van besluiten ten aanzien waarvan zowel een (her)keurin kan worden aanevraad als waarteen bezwaar inevole de Awb kan worden emaakt, beide moelijkheden uitdrukkelijk te vermelden. Het CBR liet weten de aanbevelin om de rechtsmiddelenclausule op nemen in alle beslissinen op aanvraen van een Verklarin van eschiktheid op te volen met inan van uiterlijk 1 januari In rapport 2004/417 deed de Nationale ombudsman het CBR de aanbevelin om de tekst van haar brochure «Met het CBR de we op», alsmede de tekst op de website ten aanzien van de over te leen bescheiden ter toelatin tot het praktijkexamen aan te passen, zodat daaruit duidelijk zou zijn dat ten aanzien van buitenlandse kandidaten, niet zijnde EG-onderdanen, een buitenlands paspoort zonder een aantekenin over de verblijfsrechtelijke positie niet als een identificatiebewijs in de zin van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder d, van het Relement rijbewijzen is aan te merken, en dat rijexamenkandidaten die onderdaan zijn van een Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

122 lidstaat van de EG wel kunnen volstaan met het tonen van een paspoort van hun land van herkomst. In het verslajaar werd no een reactie op de aanbevelin ontvanen. Ten aanzien van de Dienst Weverkeer In rapport 2004/012 deed de Nationale ombudsman Kwik-Fit Nederland B.V. de aanbevelin om, voor zover zulks no niet is eschied, over te aan tot betalin van 36 aan verzoeker en hem excuses aan te bieden voor de onjuist afehandelde keurin op 28 januari Kwik-Fit had verzoekers auto in het kader van de alemene periodieke keurin ekeurd, maar naelaten het resultaat van de keurin af te melden bij de Dienst Weverkeer. De aanbevelin werd opevold. In rapport 2004/065 werd de Dienst Weverkeer in overwein eeven met verzoeker in overle te treden voor een passende teemoetkomin in de kosten die verzoeker heeft emaakt na de koop van de auto, voor zover die kosten zijn toe te rekenen aan de onjuiste informatieverstrekkin. Verzoeker had van de Dienst Domeinen Roerende Zaken (verder Domeinen) een auto ekocht waarmee hij niet de we op kon, omdat de auto uit twee delen bestond en de herkomst van één deel niet traceerbaar was. De Dienst Weverkeer was tekorteschoten in het zorvuldiheidsvereiste van actieve informatieverarin en informatieverstrekkin door een verificatie uit te voeren op informatie over de auto van Domeinen, welke informatie niet strookte met eevens van de auto in het kentekenreister van de Dienst Weverkeer. De aanbevelin is opevold Op het ebied van economische zaken In rapport 2004/392 deed de Nationale ombudsman de minister van Economische Zaken de aanbevelin om verzoekers klacht alsno inhoudelijk te behandelen. De minister van Economische Zaken had in deze zaak de klacht van verzoeker niet ontvankelijk verklaard weens het verstrijken van de jaartermijn. De minister was daarbij uiteaan van een onjuiste datum: de datum van een besluit inzake subsidievaststellin, in plaats van de datum waarop dit besluit aan verzoeker was toeezonden. De minister liet weten de klacht van verzoeker alsno inhoudelijk te zullen behandelen Op het ebied van sociale zekerheid en werkeleenheid De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkeleenheid heeft de Nationale ombudsman laten weten de (interne) beschrijvin van de klachtprocedure van het ministerie op het onderdeel hoorzittin te verduidelijken (rapport 2004/283, met instemmin). Het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (verder UWV) heeft de Nationale ombudsman laten weten dat op lokaal niveau maatreelen waren enomen om herhalin van problemen, zoals die waren opetreden rond de totstandkomin van het reïnteratietraject van verzoeker, in de toekomst te voorkomen. Er zijn door het UWV inmiddels casemanaers WW aanesteld. In het proces vindt er overdracht plaats van de eevens van de Centrale oranisatie werk en inkomen (verder CWI) naar het casemanaement WW. Het casemanaement WW voert reelmati besprekinen met de cliënten waarbij de voortan van het traject bewaakt wordt. Tevens is de casemanaer verantwoordelijk voor de sluitende aanpak, dat wil zeen, iedere WW-erechtide krijt na maximaal zes maanden een reïnteratiebeoordelin. Hierdoor kan het niet meer voorkomen dat het uitblijven van een traject maanden duurt (rapport 2004/233). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

123 Het UWV is verzoekster uit coulance teemoet ekomen in een landuri emis van een aanmerkelijk deel van haar maandelijkse inkomsten en heeft aan haar een nabetalin edaan van 8960,65 vermeerderd met wettelijke rente (rapport 2004/358, met instemmin; RSV 2004, nr. 346). Het UWV heeft verzoeker alsno uitenodid voor een persoonlijk esprek met het doel verzoeker de door hem verlande informatie te verstrekken (rapport 2004/326, met aanbevelin). Het UWV heeft verzoekers vraen alsno adequaat beantwoord (rapport 2004/337, met aanbevelin). Het UWV zal bij het invullen van de Polisadministratie extra alert zijn op een juiste schrijfwijze van namen van verzekerden, inclusief voorvoesels en het ebruik van hoofdletters, zoals die namen worden aaneleverd door de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonseevens (rapport 2004/290, met aanbevelin). Het UWV heeft de aan verzoekster in rekenin ebrachte incassokosten met de helft verminderd aanezien het niet denkbeeldi was te achten dat bij een meer individuele benaderin van verzoekster het niet tot een uit handen even van de vorderin zou zijn ekomen (rapport 2004/374, met aanbevelin; RSV 2004, nr. 347). Het UWV heeft verzoekster alsno verontschuldiinen aaneboden voor het inschakelen van de desbetreffende psychiater (rapport 2004/244, met aanbevelin). De Sociale verzekerinsbank (verder SVB) heeft besloten de vorderin jeens de moeder van verzoeker met een derde te verlaen en de vorderin jeens de zorverleenster te laten vervallen (interventie). De SVB heeft laten weten intern te hebben aanekaart dat het overlijden van buitenlandse erechtiden moelijk een andere afhandelin behoeft, omdat de reuliere evalsbehandelin (reistratie, evalsbehandelin en achteraf verificatie) het risico met zich brent dat vooral in drukke tijden te lan wordt doorbetaald (rapport 2004/291, met instemmin). De SVB heeft het bedra van de aan verzoeker over het vierde kwartaal 2002 en het tweede kwartaal 2003 toeekende kinderbijsla alsno aan verzoeker uitbetaald (rapport 2004/206, met aanbevelin). De SVB heeft het achterstallie bedra aan kinderbijsla voor verzoekers zoon alsno aan verzoeker uitbetaald (rapport 2004/164, met aanbevelin; JSV 2004, nr. 110). De CWI heeft aan verzoeker de namen bekend emaakt van de leden van de ontslaadviescommissie, die een advies heeft uitebracht dat ten rondsla heeft eleen aan het besluit om voor hem een ontslaverunnin te verlenen (rapport 2004/273, met aanbevelin; JB 2004, nr. 363). De CWI heeft besloten, teneinde onduidelijkheid in de toekomst te voorkomen, om de klaer en de beklaade zo spoedi moelijk na ontvanst van een klacht in de eleenheid te stellen om mondelin te worden ehoord. Wanneer de klaer van die moelijkheid een ebruik wil maken, zal beklaade worden verzocht om schriftelijk op de klacht te reaeren. Die schriftelijke reactie zal vervolens voor een reactie aan de klaer worden vooreled (rapport 2004/042, met instemmin). Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

124 Op het ebied van volksezondheid, welzijn en sport Ten aanzien van de William Schrikker Stichtin te Amsterdam In rapport 2003/479 deed de Nationale ombudsman de William Schrikker Stichtin te Amsterdam de aanbevelin alsno uitvoerin te even aan de beslissin van de directeur van de stichtin van 20 december 2001 om een onafhankelijk onderzoek te laten instellen naar verzoeksters eschiktheid als pleeouder. Daarnaast werd de stichtin in overwein eeven aan het Steunpunt Pleezor Amstelstad alsno de uitspraak van de Interne Klachtencommissie van 25 november 2001 toe te sturen, en daarbij mee te delen dat de uitspraak aanleidin vormde voor de directeur van de stichtin om naar de eschiktheid van verzoekster een onafhankelijk onderzoek te (laten) uitvoeren. (Jaarversla 2003, blz ). Eind januari 2004 liet de voorzitter van de Raad van Bestuur van de William Schrikker Stichtin weten de aanbevelin op te volen. Ten aanzien van de Stichtin Reionaal Indicatie Oraan Heuvelru In rapport 2004/089 deed de Nationale ombudsman het bestuur van de Stichtin Reionaal Indicatie Oraan Heuvelru de aanbevelin de tekst van de Klachtenprocedure Reionaal Indicatie Oraan te wijzien, in die zin dat wordt eschrapt dat de klaer na het besluit van het bestuur een verdere beroepsmoelijkheid heeft en voorts dat wordt toeevoed de vermeldin van de moelijkheid van het indienen van een klacht bij de Nationale ombudsman. De directeur van de Stichtin Indicatie Oraan Heuvelru liet de Nationale ombudsman weten dat de aanbevelin aan het bestuur was opevold, zoals ook bleek uit de meeezonden nieuwe Klachtenprocedure. Ten aanzien van zorverzekeraar Zor en Zekerheid Rapport 2004/111 werd uitebracht naar aanleidin van een klacht over een edrain van zorverzekeraar Zor en Zekerheid. De klacht betrof het niet op orde zijn van de administratie ten aanzien van de inschrijvin en premievaststellin van verzoeker. De Nationale ombudsman af zorverzekeraar Zor en Zekerheid in overwein over te aan tot herstel van de incasso-opdracht door middel van een jaarpremie, en verzoeker alsno de daarbij behorende kortin te verstrekken, en hij af daarbij ook in overwein de ten onrechte voor de dochter eheven premie onedaan te maken. Daarnaast af de Nationale ombudsman Zor en Zekerheid in overwein in afdoeninsbrieven van klachten over een edrain van Zor en Zekerheid als bestuursoraan als vaste werkwijze een verwijzin op te nemen naar de Nationale ombudsman. De drie aanbevelinen werden in 2004 opevold Op het ebied van de waterschappen Het waterschap Zeeuwse Eilanden heeft laten weten bereid te zijn samen met verzoeker de hooteverschillen op te meten en indien noodzakelijk epaste maatreelen te treffen ter verminderin van de overlast welke werd ondervonden door een verkeersremmende maatreel. Door een hooteverschil tussen beton en asfalt was eluidsoverlast ontstaan, met name door zwaar weverkeer (interventie). Het waterschap Reest en Wieden heeft besloten om de aaneschreven mede-eienaar in de eerste brief mee te delen, dat het waterschap, indien deze mede-eienaar er prijs op stelt en dit kenbaar maakt, ook de overie mede-eienaren zal aanschrijven (rapport 2003/492, met aanbevelin) Op het ebied van de provincies Gedeputeerde staten van Utrecht heeft aan verzoeker alsno de aan hem Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

125 toeezede reiskostenveroedin uitbetaald alsmede de beslissin op zijn verzoek om toekennin van een veroedin in heroverwein enomen (rapport 2004/229, met aanbevelin) Op het ebied van de emeenten De emeente Heiloo heeft besloten om verzoeker alsno een reactie te sturen op diens klacht over de inhoud van een emeentelijk advies voor de aanvraa urent woninzoekende (rapport 2004/162, met instemmin). De emeente Bellinwedde heeft een nieuwe en emotiveerde beslissin enomen naar aanleidin van verzoekers klacht over hinder van een verkeersremmende maatreel (rapport 2004/161, met aanbevelin; JG 2004, nr. 115). De emeente Bellinwedde heeft besloten om contact op te nemen met verzoekers in verband met de verdere afwikkelin van hun bezwaarschrift (rapport 2004/335, met aanbevelin). In dezelfde zaak heeft de Nationale ombudsman er met instemmin kennis van enomen dat de emeente verzoeker inmiddels op de hoote heeft esteld van de afspraken tot het treffen van maatreelen teen het in verzoekers wonin bestaande vochtprobleem. De emeente Steenwijkerland heeft besloten om alsno een besluit te nemen omtrent een aantal herstelwerkzaamheden aan de door verzoekster van de emeente ehuurde wonin en de hoote van de huur, alsmede een nieuw besluit te nemen op de aanvraa om schadeveroedin inzake het aan de vaatwasser econstateerde defect (rapport 2004/329, met aanbevelin). De emeente Alkmaar heeft alsno een nieuw besluit enomen op het verzoek van verzoekster om veroedin van de door haar emaakte kosten voor de ontwikkelin van een bouwplan (rapport 2004/047, met aanbevelin; JB 2004, nr. 171). De emeente Amersfoort heeft alsno een nieuwe beslissin enomen op het verzoek van verzoeker om veroedin van een deel van de door hem emaakte kosten (rapport 2004/427, met aanbevelin). De emeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten heeft besloten een deudelijk onderzoek te laten verrichten naar de overlast van twee naast het perceel van verzoeker staande berkenbomen en op rond van de evaluatie van de bevindinen van dat onderzoek verzoeker emotiveerd te berichten of zij hem (alsno) een oplossin kan bieden (rapport 2004/101, met aanbevelin). 4.3 Rapporten en brieven van de Nationale ombudsman en de Tweede Kamer Op 28 mei 2004 werden Kamervraen esteld naar aanleidin van rapport 2004/166, waarin de Nationale ombudsman oordeelde dat van de minister van Verkeer en Waterstaat meer actie had moen worden verwacht om bij de KLM en de SLM aan te drinen op de hun door de luchtvaartautoriteiten van Nederland en Suriname verzochte kritische evaluatie van hun samenwerkin (zie 16A.4). In deze evaluatie diende bijzondere aandacht te worden eschonken aan de kosten van samenwerkin tussen de KLM en de SLM, omdat juist die zorden voor de hoe tarieven van vlietickets op het traject Amsterdam Paramaribo. De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat antwoordde op 11 juni dat het bewuste rapport over de kostenstructuur al in 2002 was uitebracht, Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

126 doch dat ervoor ekozen was achter de schermen door te werken om de bilaterale relaties niet te bezwaren. Over de resultaten was de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat eind april 2004 separaat eïnformeerd, aldus de staatssecretaris. Volens de staatssecretaris was er een sprake van een passieve houdin van het ministerie, doch zij af toe dat het ministerie de indieners van de klacht er tussentijds over had kunnen informeren dat het traject op andere wijze werd voortezet. Op zijn verzoek ontvin de Nationale ombudsman in auustus 2004 het enoemde rapport over de kostenstructuur. In antwoord op zijn schriftelijke reactie hierop deelde de minister van Verkeer en Waterstaat de Nationale ombudsman bij brief van 25 oktober 2004 onder meer mee dat het ook haar indruk was dat de Nationale ombudsman vanuit het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onvoldoende was eïnformeerd over het bestaan van het rapport en de wijze waarop het ministerie met het rapport was omeaan, en dat de Nationale ombudsman op basis hiervan op rond van zijn onderzoek niet anders had kunnen concluderen dan dat het onderzoek door de KLM en de SLM no aande was. De minister informeerde de Tweede Kamer hierover in elijke zin in haar nader antwoord van dezelfde datum. Nu sprake is eweest van onvoldoende informatieverstrekkin aan de Nationale ombudsman tijdens zijn onderzoek naar de klacht, heeft de Nationale ombudsman besloten het onderzoek te heropenen en een herzien rapport uit te brenen. (Aanhansel Handelinen II veraderjaar , nr. 1766, en Aanhansel Handelinen II veraderjaar , nr. 216.) Niet rapport 2003/160 zelf, maar de brief van 13 auustus 2004 aan de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie, waarin de Nationale ombudsman zijn zoren uit over de werkwijze van de Immiratie- en Naturalisatiedienst (verder IND), vormde de directe aanleidin voor Kamervraen (zie ook 1.4.3). Rapport 2003/160 heeft de Nationale ombudsman uitebracht naar aanleidin van het onderzoek uit eien bewein naar de uitvoerin van de toelatinstaken door de vreemdelinendiensten. In dit rapport concludeerde de Nationale ombudsman dat voor een rote roep vreemdelinen sprake was eweest van een zeer lane behandelin van hun aanvraen en van slechte bereikbaarheid van de vreemdelinendiensten. De Nationale ombudsman sprak daarbij de verwachtin uit dat de betrokken vreemdelinen onder meer door de overhevelin van taken van de vreemdelinendiensten naar de IND en de emeenten voortaan verschoond zou blijven van dit soort problemen. Hij deed de minister de aanbevelin de betrokken diensten met het oo hierop in staat te stellen hun taken naar behoren uit te voeren, welke aanbevelin de minister zou uitvoeren. De sinalen die de Nationale ombudsman nadien heeft ontvanen over de lane behandelinsduur van reuliere aanvraen om een verblijfsverunnin of verlenin ervan, de slechte telefonische bereikbaarheid van de IND alsmede de duur en de wijze van klachtbehandelin door de IND baarden hem zoren. In de brief van 13 auustus 2004 heeft de Nationale ombudsman deze zoren uiteenezet en de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie om een onderhoud verzocht, dat op 14 oktober 2004 plaatsvond. Het versla van dit esprek is openomen in het nader antwoord van de minister aan de Tweede Kamer. (Aanhansel Handelinen II veraderjaar , nrs en 2304, en Aanhansel Handelinen II veraderjaar , nr. 423.) Bij Kamervraen over de door de politie in de nacht van 21 op 22 auustus 2004 in Woerden ebruikte «beanba» of «stunba» koel een stoffen zakje evuld met fijne haelkorreltjes, dat het lichaam niet binnendrint werd erefereerd aan het in 2000 in een briefwisselin met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

127 Nationale ombudsman inenomen standpunt dat deze koel niet ma worden ebruikt, omdat deze niet en ook nu no niet is openomen in de Bewapeninsreelin politie (zie 7A.6.2 en Jaarversla 2000, blz. 120 e.v.). In zijn beantwoordin aan de Tweede Kamer af de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de minister van Justitie, onder meer aan inmiddels in een brief aan de korpsbeheerders te hebben benadrukt, dat voor het ebruik van de «stunba» munitie en het bijbehorende wapen is vereist dat zowel de Ambtsinstructie als de Bewapeninsreelin politie dit toelaten of de minister vooraf anderszins toestemmin heeft verleend. In dit concrete eval een ijzelinsactie in een huis waarin zich ook een kind bevond had de hoofdofficier van justitie toestemmin verleend voor het ebruik van de «stunba» koel, omdat zij het alternatief de inzet van het volens de Ambtsinstructie en de Bewapeninsreelin politie reuliere vuurwapen te risicovol achtte. (Aanhansel Handelinen II veraderjaar , nr. 112.) Op 25 auustus 2004 werd de minister van Justitie evraad naar zijn antwoord op de kritiek die de Nationale ombudsman had euit in rapport 2004/316 (zie 7B.5). In dit rapport oordeelde de Nationale ombudsman dat nu verzoeker, aan wie de maatreel plaatsin in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar was opeled, reeds voor het onherroepelijk worden van het vonnis was aanemeld bij een psychiatrische inrichtin en er volop poinen waren eweest hem in een psychiatrische inrichtin te plaatsen, het openbaar ministerie een ebrek aan voortvarendheid kon worden verweten. Wel vond de Nationale ombudsman dat toen na zeven maanden vaststond dat plaatsin in een psychiatrisch ziekenhuis niet meer was te realiseren, de wettelijke basis voor verblijf in een huis van bewarin kwam te vervallen. Aansluitin zoekend bij de jurisprudentie van de Hoe Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en bij zijn rapport 96/575 (zie Jaarversla 1996, blz. 329 e.v.) oordeelde de Nationale ombudsman dat verzoeker twee maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis in een psychiatrische inrichtin had moeten worden eplaatst. De minister van Justitie heeft bij de beantwoordin van deze Kamervraen onder meer aaneeven er samen met de minister van Welzijn, Volksezondheid en Sport naar te streven nadere maatreelen te nemen om veroordeelden als verzoeker zo spoedi moelijk in een instellin voor eestelijke ezondheidszor te kunnen plaatsen. (Aanhansel Handelinen II veraderjaar , nr. 22.) Ook rapport 2004/328 van de Nationale ombudsman was in 2004 aanleidin tot Kamervraen. In dit rapport oordeelde de Nationale ombudsman onder meer dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de minister-president, de minister van Alemene Zaken, en de minister van Justitie, in 2002 Kamervraen inediend door hetzelfde Tweede-Kamerlid als in 2004 onvoldoende zorvuldi had beantwoord, omdat de minister zich bij de beantwoordin op feitelijke onjuistheden had ebaseerd (zie 11A.3). Het desbetreffende Kamerlid wilde onder andere weten of het oordeel van de Nationale ombudsman voor de ministers aanleidin was alsno excuses aan te bieden aan verzoeker. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties antwoordde dat met dit oordeel en de daaropvolende aandacht in de media aan verzoeker al enoedoenin was verschaft. (Aanhansel Handelinen II veraderjaar , nrs. 83 en 330.) In het najaar van 2004 werden er Kamervraen esteld naar aanleidin van berichten in de pers over de intimidatie van asielzoekers door de IND, Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

128 waarbij de vraenstellers terurepen op twee oudere rapporten van de Nationale ombudsman, rapport 95/54 (het «tolkenrapport») en rapport 96/600. Rapport 95/54 betrof het functioneren van de door de IND ineschakelde tolken tijdens het nader ehoor in de asielprocedure. In dit rapport deed de Nationale ombudsman de (toen no verantwoordelijke) minister van Justitie de aanbevelin om maatreelen te nemen die de kwaliteit van deze tolken beter konden aranderen. De Nationale ombudsman af daarbij een root aantal concrete suesties voor de verbeterin van de selectie, instructie en controle van de tolken. Het rapport en het verloop rond de opvolin en uitvoerin van de aanbevelin zijn beschreven in Jaarversla 1995 (blz. 218 e.v.), Jaarversla 1996 (blz. 213 e.v.) en Jaarversla 1997 (blz. 239). In rapport 96/600 stond het functioneren van de contactambtenaren van de IND in het kader van de asielprocedure centraal. Aan dit rapport verbond de Nationale ombudsman aan de (toen no verantwoordelijke) minister van Justitie de aanbevelin maatreelen te nemen op het punt van de selectie, instructie en controle van deze contactambtenaren ter verdere bevorderin van hun kwaliteit op het vlak van deskundiheid, betrouwbaarheid en onbevooroordeeldheid. Ook in deze zaak af de Nationale ombudsman een aantal concrete suesties, waaronder het maken van eluidsopnamen van de nadere ehoren teneinde de kwaliteit van deze ehoren en het functioneren van contactambtenaren en tolken te kunnen controleren. Het rapport en de reactie op de aanbevelin worden besproken in Jaarversla 1996 (blz. 214 e.v.), Jaarversla 1997 (blz. 239 e.v.), Jaarversla 1998 (blz. 242 e.v.) en Jaarversla 1999 (blz. 244 e.v.). De minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie antwoordde de Tweede Kamer dat de huidie situatie niet te verelijken is met die tijdens de onderzoeken door de Nationale ombudsman. De minister deelde mee dat de ehoren in het alemeen zorvuldi en oed verlopen, en dat het aantal klachten beperkt is. Zij wees erop dat ook de Nationale ombudsman in individuele klachten aanaf dat de IND sinds het rapport uit 1996 de nodie inspanninen heeft verricht om de kwaliteit van het nader ehoor te verbeteren, ook ten aanzien van de rol van de contactambtenaar en die van de tolk. Verder liet de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie de Tweede Kamer laten weten, in navolin van de toen verantwoordelijke staatssecretaris van Justitie, niet bereid te zijn over te aan tot bandopname van het nader ehoor, omdat ook volens haar de kosten niet opween teen de te verwachten effecten en het ebruik dat naar verwachtin van de bandopnamen emaakt zal worden. (Aanhansel Handelinen II veraderjaar , nrs. 73, 74, 136 en 326.) Op 1 oktober 2004 werden Kamervraen inediend naar aanleidin van rapport 2004/356 van de Nationale ombudsman. In dit rapport oordeelde de Nationale ombudsman dat de Rijksdienst Weverkeer (verder RDW) niets viel te verwijten ten aanzien van de koop door verzoekers van een auto die, naar later bleek, estolen was en daarom in besla werd enomen. De Nationale ombudsman overwoo dat het Kentekenrelement op dit punt een leitimatieplicht oplet aan de verkopende partij. Het postkantoor had bij de tenaamstellin, in opdracht van de RDW, conform deze wettelijke reelin ehandeld. Verder was niet ebleken dat het kentekenreister, waarvan de RDW houder is, onjuiste eevens bevatte. De Nationale ombudsman overwoo dat een controle van de eevens van de verkoper ten tijde van de wijziin tenaamstellin op welke wijze dan ook wenselijk is. De minister van Verkeer en Waterstaat heeft de Tweede Kamer eantwoord niets te voelen voor het invoeren van de bedoelde controle, omdat de extra kosten niet in verhoudin staan tot de frequentie waarmee zich Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

129 situaties als hier bedoeld voordoen en omdat er ook met de bedoelde controle no tal van andere vormen van oplichtin moelijk blijven. (Aanhansel Kamerstukken II veraderjaar , nr. 337.) Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

130 5 NATIONALE OMBUDSMAN EN OMGEVING 5.1 Staten-Generaal Op 22 januari 2004 had de Nationale ombudsman een kennismakinsesprek met de woordvoerder voor ombudsmanaaneleenheden namens een van de fracties uit de Tweede Kamer. Op 17 maart 2004 werd het Jaarversla 2004 aaneboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Naar aanleidin van het jaarversla vond op 27 april 2004 overle plaats met de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De plenaire behandelin van het jaarversla in de Tweede Kamer vond vervolens plaats op 22 september Op uitnodiin van de vaste Commissie voor Justitie nam de Nationale ombudsman, naast andere betrokkenen, op 13 september 2004 deel aan een rondetafelesprek over het functioneren van de Immiratie- en Naturalisatiedienst. Op 15 september 2004 ontvinen de Nationale ombudsman en enkele medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Tweede Kamer voor een nadere kennismakin, bestaande uit enkele korte presentaties en een rondleidin. 5.2 Bestuursoranen en andere instanties Ook in 2004 zijn weer bijeenkomsten eoraniseerd met de contactambtenaren van bestuursoranen, waarbij de Nationale ombudsman, of de substituut-ombudsman, en onderzoekers van het Bureau Nationale ombudsman aanwezi waren. Zo vond op 26 april 2004 de bijeenkomst met de contactambtenaren van de per 1 januari 2004 bij de Nationale ombudsman nieuw aanesloten emeenten plaats, op 25 mei 2004 de bijeenkomst met de contactambtenaren van de korpsbeheerders en de reionale politiekorpsen en op 2 december 2004 de bijeenkomst met de contactambtenaren van onder meer de ministeries. Reionale bijeenkomsten met de contactpersonen van de decentrale overheden werden ehouden op 23 september 2004 te Arnhem en op 7 oktober 2004 te Apeldoorn. De jaarlijkse bijeenkomst met de emeentelijke ombudsmannen werd op 12 november 2004 op het Bureau Nationale ombudsman ehouden. In de loop van het jaar waren er diverse bilaterale contacten alsmede contacten in het kader van de oprichtin van de Vereniin voor Klachtrecht in de publieke sector. Op 20 oktober 2004 werd de Nationale ombudsman ontvanen in de Overleveraderin van de minister van Justitie en het Collee van procureurs-eneraal. Er vonden al dan niet naar aanleidin van concrete onderzoeken door de Nationale ombudsman esprekken plaats tussen de Nationale ombudsman dan wel de substituut-ombudsman en (verteenwoordiers van) diverse bestuursoranen, onder meer met de secretaris-eneraal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, met de bestuurssecretaris van de Koninklijke Notariële Beroepsoranisatie, met de minister voor Bestuurlijke Vernieuwin en Koninkrijksrelaties, met de voorzitter van het Collee beschermin persoonseevens, met de Commissie elijke behandelin (in het kader van de oprichtin van een nationaal mensenrechteninstituut), met de directeur van de Stichtin De Ombudsman, met het reionale politiekorps Haalanden, met de Alemene Inlichtinen- en Veiliheidsdienst, met de minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie, Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

131 met de minister van Verkeer en Waterstaat, met de directeur en adjunctdirecteur van de Sociale verzekerinsbank en met de inspecteur-eneraal van de Inspectie voor de Gezondheidszor. Ook in 2004 is er enie malen overle eweest met verteenwoordiers van het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen respectievelijk met verteenwoordiers van de Centrale oranisatie werk en inkomen. De Nationale ombudsman bracht in 2004 onder meer een werkbezoek aan de buremeester van Nijmeen en de substituut-ombudsman bracht een werkbezoek aan de Stichtin Vluchtelinenwerk Nederland. In het kader van de samenwerkin van drie Hoe Collees van Staat, de Raad van State, de Alemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman, kwamen de ambtsdraers van de collees in 2004 een aantal malen bijeen. Het doel van deze bijeenkomsten is het bevorderen van de kwaliteit en de doelmatiheid van het werk van elk der collees. De Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman voerden diverse kennismakinsesprekken, onder meer met de directeur-eneraal van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Proramma Andere overheid), met de president van de Hoe Raad, met de Commissaris jeud- en jonerenbeleid, met de Commissie van toezicht betreffende de inlichtinen- en veiliheidsdiensten, met de minister van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer en met de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee. Op 27 april 2004 was de Nationale ombudsman aanwezi bij de installatie van de Commissie Leeftijdsonderzoek. 5.3 Voorlichtin Publieksvoorlichtin Sinds 1999 heeft de Nationale ombudsman in zijn aanpak van de publieksvoorlichtin zijn bekendheid en vindbaarheid centraal esteld. Zijn voorenomen voorlichtinsbeleid vond weerklank in de Tweede Kamer en is ondersteund door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voor de duur van drie jaar is een budet toeekend om de voorlichtinsplannen uit te voeren. De campanes die in die drie jaar zijn evoerd, zijn uitebreid eëvalueerd op effecten, zoals de bekendheid van de Nationale ombudsman, en respons aan telefonische vraen en klachtinstroom. Aan de conclusies van deze evaluatie is in het Jaarversla 2003 (blz ) ook kort aandacht besteed. Op basis van de evaluatie is in de zomer van het verslajaar bij suppletore berotin besloten structureel een budet toe te kennen voor de voorlichtin aan het alemeen publiek. Dat betekent dat de Nationale ombudsman vanaf 2004 op een planmatie manier aandacht kan aan besteden aan een juiste bekendheid van zijn functie bij verschillende publieksroepen en intermediairs. In de campane die in het najaar 2004 is uitevoerd, is de strateie ehandhaafd die een aantal jaren eleden is ontwikkeld. Dat wil zeen dat de campane zich met name richt op de bekendheid van de Nationale ombudsman en op laadrempelie toeankelijkheid. Ook de boodschap van de campane is ehandhaafd: de Nationale ombudsman behandelt uitsluitend klachten over de overheid en voor de vraa of iemand bij hem terecht kan is er een ratis telefoonnummer en internet. Centraal in de campane stond de radiospot, die in de periode 8 november tot 5 december 2004 edurende drie weken is uitezonden via oneveer tien zenders. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

132 De bestaande radiospot is aanescherpt en inesproken door een meer indrinende stem. Aanvullend is in de landelijke dabladen een advertentie eplaatst. Daarnaast is edurende een maand webvertisin inezet via bannerin en inkoop van zoekwoorden bij twee zoekmachines. De externe evaluatie van de campane was bij het schrijven van dit versla no niet beschikbaar. Gezien de korte voorbereidinstijd is het niet moelijk eweest om een nulmetin en nametin van effecten op de bekendheid vorm te even. In overle met de Rijksvoorlichtinsdienst is afesproken dat wel een zoeheten media-audit wordt uitevoerd. In verelijkin met andere radiocampanes wordt daarin ondermeer ekeken naar de efficiency van de inzet van het budet en de budetverdelin over de zenders en naar het erealiseerde bereik onder de ekozen doelroepen. Deze media-audit is in het voorjaar van 2005 beschikbaar. Webvertisin is een nieuw onderdeel in de publieksvoorlichtin door de Nationale ombudsman. Bij het schrijven van dit versla was de evaluatie naar bijvoorbeeld het aantal clickviews en de raadplein van website van de Nationale ombudsman evenmin beschikbaar. Op basis van deze evaluatie zal bekeken worden of het medium in de toekomst reelmatier inezet zal worden. De evaluatie van de vooraande campanes hebben laten zien dat door de campanes meer mensen de Nationale ombudsman weten te vinden. De vraa bij de voorbereidin van de radiocampane in 2004 was, wat de effecten van de inzet van dit type middelen op de instroom aan telefonische vraen en verzoekschriften zou betekenen. Ook nu blijkt weer een direct effect. Voor de campane zochten emiddeld ruim 1700 mensen per maand telefonisch contact. In de maand november 2004 waren dat er ruim 2500 en in december ruim In het jaar 2004 was de instroom aan verzoekschriften voor de campane emiddeld ruim 900 per maand. In de november ontvin de Nationale ombudsman ruim 1070 verzoekschriften en in december ruim Deze stijin is duidelijk minder hoo dan bij de Postbus 51 campanes. De aard van de verzoekschriften zal in een later stadium worden eëvalueerd. Voor het jaar 2005 is een verzoek inediend voor een Postbus 51 campane. Dit verzoek is inmiddels ehonoreerd en meeenomen in het overzicht van Postbus 51 campanes dat de minister-president naar de Tweede Kamer heeft estuurd. Naast de voorbereidin en uitvoerin van deze campane zal ewerkt worden aan een aanpak voor de publieksvoorlichtin voor de komende jaren. In het voorjaar van 2004 zijn twee nieuwe publieksbrochures in ebruik enomen. De brochure «Hoe aat de Nationale ombudsman te werk?» biedt inzicht in wat de verzoeker kan verwachten nu hij zijn klacht heeft inediend. Deze brochure krijen verzoekers toeestuurd bij de ontvanstbevestiin. De brochure «Wanneer kan de Nationale ombudsman iets voor u doen?» is bedoeld voor verzoekers van wie de klacht wordt afeschreven na de toetsin op bevoedheid en ontvankelijkheid van de klacht. Deze afschrijvin wordt door de brochure meer inekaderd in wat de Nationale ombudsman vooral wettelijk ezien wél en niet kan doen voor mensen. Beide brochures draen bij aan het beter «manaen» van de verwachtinen van verzoekers en aan een juist beeld van wat men van de Nationale ombudsman kan verwachten. De teksten sluiten aan bij de inhoud, stijl en toonzettin van de brieven die in het kader van de klachtbehandelin aan dezelfde doelroep worden eschreven. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

133 5.3.2 Overie activiteiten Internet De website is een onmisbaar onderdeel in de voorlichtinsaanpak van de Nationale ombudsman. De site bestaat sinds In 2002 heeft een onderzoek plaatsevonden naar het profiel van de ebruikers en de ebruiksvriendelijkheid van de site (zie Jaarversla 2002, blz ). Het bleek dat de naviatiestructuur te wensen overliet. Door de eleidelijke uitbreidin van de site was de overzichtelijkheid afenomen. Bezoekers bleken wel tevreden te zijn over het informatieaanbod, maar raakten no wel eens de we kwijt op de site. Ook bleek dat ruim driekwart van de bezoekers bestaat uit mensen die uit niet-professionele overweinen de site raadpleen. Er zijn inrijpende wijziinen aanebracht in de inhoud, de informatiestructuur en naviatiestructuur en in de vormevin van de homepae en achterliende paina s. De site is aanepast aan de nieuwe huisstijl en aan de nieuwste technische ontwikkelinen, zodat «inhoud» los is van «vorm». Daarmee is tevens een vervolstap ezet in de toeankelijkheid van de site voor visueel ehandicapten. Omdat het rootste deel van de bezoekers «niet-professional» is, zijn publieksvriendelijke teksten eplaatst voor de meer juridisch-technische teksten. In zijn nieuwe vorm is de site in november 2004 van start eaan. Het komend jaar wordt aandacht besteed aan de «taxonomie» van de paina s zodat de site beter vindbaar wordt bij zoekmachines. Vanwee de overan naar een nieuwe server is overestapt op een nieuw statistiekproramma voor het bezoek van de site. Dit «opensource» proramma reistreert sinds juni 2004 het bezoek aan de site. Het emiddeld aantal unieke bezoekers per maand was en het totaal aantal bezoekers emiddeld Verelijkin met vooraande jaren is vanwee het nieuwe proramma niet moelijk. Intranet In het verslajaar is met ondersteunin van een informatiemanaer van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een intranet ontwikkeld om de interne informatievoorzienin beter te stroomlijnen. De interne informatiebronnen worden door dit intranet centraal ontsloten en toeankelijk emaakt. Daarnaast is het inepast in de interne communicatiestructuur. Symposium behoorlijkheidsvereisten Een onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de praktijk van de behoorlijkheidsnormen door de Nationale ombudsman en andere ombudsmannen in Nederland heeft in het verslajaar eresulteerd in het boek Ombudsprudentie, waarin een vernieuwde lijst behoorlijkheidscriteria is openomen (zie ook 1.4.1). Om decentrale ombudsvoorzieninen te stimuleren ebruik te maken van deze nieuwe lijst, is op 24 november 2004 een symposium eoraniseerd in Ottone in Utrecht. Tijdens het symposium is het eerste exemplaar van het boek uitereikt aan de heer M. Scheltema, hebben de onderzoekers van de Universiteit Utrecht de essentie van behoorlijkheidstoetsin toeelicht en heeft emeentelijke Ombudsman van Rotterdam en omstreken, de heer M. van Kinderen, esproken over de praktische toepasbaarheid van de lijst. De circa 80 medewerkers van decentrale ombudsvoorzieninen hebben daarnaast ruim de eleenheid ehad voor eien inbren. Na afloop van het symposium heeft iedere deelnemer een exemplaar van het boek meeekreen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

134 5.4 Buitenlandbeleid Nationale ombudsman In 2004 is het buitenlandbeleid van de Nationale ombudsman econsolideerd. Het van start aan van de samenwerkinsprojecten met de Tsjechische en Roemeense ombudsmannen, vormt de concrete uitwerkin van dit beleid. Verder is in dit jaar aandacht besteed aan het versterken van de internationale contacten en is intensief samenewerkt met de Europese Ombudsman inzake het vijfde seminar van Europese ombudsmannen dat in september 2005 in Den Haa zal plaatsvinden. Het project met de Tsjechische ombudsman vin aan in mei Het project bestaat uit verschillende activiteiten die bepaalde specifiek op de ombudsman erichte onderwerpen omvatten. Er is bijvoorbeeld een activiteit in het project openomen, ericht op het opzetten van een communicatiebeleid. Daarbij speelt onder andere de vraa of in een publiciteitscampane de persoon van de ombudsman of juist het instituut centraal esteld moet worden. Een ombudsman is immers maar voor een bepaalde tijd benoemd en zal op een eeven moment het instituut verlaten. Ook is met de Tsjechen esproken over het opzetten van een netwerk van contactambtenaren en het ontwikkelen van een informele klachtbehandelin. Met beide heeft de Nationale ombudsman al jaren ervarin. Naar aanleidin van de activiteiten worden beleidsstukken opesteld voor de oranisatie die tot verbeterin van het instituut kunnen leiden. Het project zal in de loop van 2005 worden aferond. De eerste bijeenkomst van het project met de Roemeense ombudsman bestond uit een kennismakin tussen beide teams en een besprekin van de ombudsmanwetevin. Belanrijk is dat betrokken deelnemers zich bewust zijn van de wet- en reelevin in elk land. Een kennismakin biedt tevens de moelijkheid de cultuur waarbinnen elk instituut functioneert te leren kennen. Gelet op de ervarin die met een kennismakinsbezoek is opedaan in Tsjechië is deze activiteit in Roemenië herhaald. Ook hier bleek het een vruchtbaar en nuttie bijeenkomst. Voorts is op eien initiatief contact ezocht met de Deense ombudsman die ook internationaal actief is. Gekeken is naar moelijkheden deel te nemen aan lopende projecten. Het is niet altijd moelijk als instituut alleen een project op te starten en uit te voeren. Veelal kost dit te veel tijd. Om toch te kunnen voldoen aan de behoefte die bestaat op het vlak van kennisuitwisselin en ondersteunin bij het opzetten van instituten, is het zinni de kennis en ervarin van andere, verelijkbare instituten, te benutten. Een medewerker van de Nationale ombudsman heeft in dit verband al een lezin ehouden op een conferentie in Jordanië. De conferentie was door de Deense ombudsman en het ministerie van buitenlandse zaken van Denemarken eoraniseerd. Een eerste samenwerkin werd ezocht op het ebied van een Twinnin. Het in om het Twinnin project «Initial Twinnin to the Ombudsman of the Republic of Turkey». Dit project is door de Europese Commissie uitezet in alle lidstaten en nodide betrokken instituten uit zich voor de uitvoerin ervan in te schrijven. Besloten werd een voorstel in te dienen, waarbij de Deense ombudsman zou optreden als lead, en de Nationale ombudsman als junior. De Honaarse ombudsman, de Spaanse ombudsman en een consortium van de Griekse en Oostenrijkse ombudsmannen, hadden eveneens een voorstel inediend. Op 3 december 2004 nam de Nationale ombudsman tezamen met de Deense ombudsman deel aan de presentatie van het voorstel in Ankara. Eind december 2004 werd bekend dat de Grieks-Oostenrijkse combinate de Twinnin mocht aan uitvoeren. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

135 De pool van medewerkers die vori jaar is opezet en waaruit wordt eput bij het invullen van het buitenlandbeleid, werkt naar tevredenheid. Een brede ervarin binnen het bureau wordt op deze manier beschikbaar esteld aan andere instituten. Op dit moment wordt ewerkt aan een verfijnin van het systeem waarover volend jaar bericht zal worden. 5.5 Buitenlandse betrekkinen Evenals in vooraande jaren werden verschillende buitenlandse bezoekers ontvanen voor de overdracht van ervarinen en soms ook voor steun anderszins. De volende personen werden ontvanen: op 20 april brachten de Federale Ombudsman van Belië en de Vlaamse ombudsman en hun medewerkers een bezoek aan de Nationale ombudsman; de Noorse ombudsman mr. Arne Fliflet bracht op 6 en 7 mei een bezoek de Nationale ombudsman; op 30 juli bracht een deleatie uit Georië een bezoek aan de Nationale ombudsman; van 15 tot en met 19 september bracht de Europese ombudsman, Nikiforos Diamandouros, een bezoek aan Nederland. Op uitnodiin van de Nationale ombudsman heeft de heer Diamandouros esproken aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarnaast had hij no een ontmoetin met de staatssecretaris van Europese Zaken, de heer Nicolaï; op 15 oktober bracht de Europese Ombudsman, de heer Diamandouros, een kort bezoek aan de Nationale ombudsman in verband met de uit te sturen questionnaire voor het seminar van de European Ombudsmen 2005; op 4 november bracht een deleatie uit Montenero op verzoek van The Monitorin Center CEMI een bezoek aan de Nationale ombudsman; op 26 november heeft een deleatie uit Korea waaronder de directeur van de Koreaanse ombudsman, een bezoek ebracht aan de Nationale ombudsman. De volende buitenlandse activiteiten vonden plaats: op 20 januari bracht de Nationale ombudsman een bezoek aan de Europese Ombudsman Diamandouros in Brussel in verband met het European Ombudsmen Seminar in 2005 in Den Haa; van 19 tot en met 20 februari bracht de Nationale ombudsman een bezoek aan de People s Advocate in Tirana, Albanië; van 22 tot en met 23 februari heeft de Nationale ombudsman een werkbezoek ebracht aan de Slowaakse ombudsman in Bratislava. Tijdens het bezoek af de Nationale ombudsman een lezin aan de rechtenfaculteit van de Cominus universiteit in Bratislava en een lezin aan de medewerkers van Slowaakse ombudsman; op 3 mei had de Nationale ombudsman een besprekin met de ombudsmannen van de drie Beneluxlanden in Luxembur; de Nationale ombudsman nam van 9 tot en met 10 mei deel aan een seminar over «de rol van de ombudsman in een rechtsstaat», eoraniseerd door de Commissioner for Human Rihts van de Raad van Europa en het Turkse Parlement. Het seminar vond plaats in Cappadocia, Turkije; op 21 juni besprak de Nationale ombudsman met de Europese ombudsman in Straatsbur de voorbereidinen voor het seminar van European Ombudsmen in 2005; op 3 december nam de Nationale ombudsman deel aan de presentatie tezamen met de Deense ombudsman voor het Twinninproject «Initial Twinnin to the Ombudsman of the Republic of Turkey», in Ankara. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

136 5.6 Voordrachten Naast de in 5.5 enoemde voordrachten in internationaal verband hebben de Nationale ombudsman, de substituut-ombudsman en medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman ook bij verschillende andere eleenheden voordrachten over (aspecten van) het werk van de Nationale ombudsman eeven. De substituut-ombudsman en een van de medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman hebben esproken tijdens een bijeenkomst op 21 januari 2004 van de reiopolitie Utrecht ter eleenheid van de inwerkintredin van de nieuwe klachtenreelin voor de reio Utrecht. Namens de Nationale ombudsman is deelenomen aan het debat tijdens de nationale conferentie Innovatie en kwaliteit in de publieke sector op 11 maart 2004, eoraniseerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op 14 mei 2004 was de substituut-ombudsman spreker tijdens het conres De taak van de strafrechtwetenschap, eoraniseerd door Faculteit der Rechtseleerdheid van de Universiteit van Leiden en het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk onderzoek. De Nationale ombudsman hield op 27 mei 2004 een voordracht tijdens de conferentie De burerpolis: binden en verbinden van de Sociale verzekerinsbank, op 3 juni 2004 tijdens het symposium Europeaniserin van het recht van de Nijmeese Universiteit en op 16 juni 2004 tijdens het symposium Gelijkheid en (andere) rondrechten, eoraniseerd door de Commissie elijke behandelin. Op 30 juni 2004 trad de Nationale ombudsman als spreker op tijdens het door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties eoraniseerde conres Minder last, minder reels over administratieve lastenreductie voor de burer. De Nationale ombudsman hield verder op 28 oktober 2004 een voordracht tijdens het conres Van klacht tot verbeterin, over klachtenmanaement, eoraniseerd door de Informatie Beheer Groep. Ook medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman leverden bijdraen aan conressen en symposia en verzorden astcollees. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

137 6 BEOORDELING VERZOEKSCHRIFTEN OP BEVOEGDHEID EN ONTVANKELIJKHEID 6.1 Inleidin In dit hoofdstuk wordt een beschrijvin eeven van de toetsin van verzoekschriften op het punt van bevoedheid en ontvankelijkheid. Pararaaf 6.2 bevat een cijfermati overzicht van de toetsin van verzoekschriften. In 6.3 wordt de behandelin van «buitenwettelijke» verzoekschriften beschreven. De toetsin van verzoekschriften aan de artikelen 1a, 16 en 14 van de Wet Nationale ombudsman (verder WNo) wordt beschreven in 6.4. Zie overiens ook hoofdstuk 3 over «Het werk van de Nationale ombudsman in cijfers». 6.2 Cijfers over de verwerkin van verzoekschriften Het vori jaar evestide record van ontvanen verzoekschriften is in 2004 al weer ebroken. In 2004 zijn verzoekschriften ontvanen. Vereleken met 2003 is dit een stijin van ruim 6%. Tabel 13 Jaarverelijkin nieuw binnenekomen verzoekschriften per maand Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Auustus September Oktober November December Totaal Afedaan in 2004 zijn verzoekschriften (afschrijvinen, tussentijdse beëindiinen van onderzoek, rapporten). In 8285 zaken is een onderzoek edaan omdat de Nationale ombudsman daartoe niet bevoed was, of omdat het verzoek niet-ontvankelijk was. Aan de verzoeker is in die evallen emotiveerd eschreven waarom de Nationale ombudsman heeft besloten een onderzoek in te stellen. Het aantal dossiers dat op 1 januari 2004 no definitief op bevoedheid en ontvankelijkheid moest worden etoetst, bedroe 794. In 164 van die dossiers was al informatie evraad, die nodi was voor de beantwoordin van de vraa of de Nationale ombudsman wel of een onderzoek zou instellen. In 2003 werd 67,1% van de niet in onderzoek enomen dossiers afedaan binnen vier weken. In 2004 bedroe dit percentae 61,8. In 2003 werd 88,2% van de dossiers binnen acht weken afedaan. In 2004 was dat 85,7%. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

138 6.3 Buitenwettelijke verzoekschriften Tabel 14 Afedane buitenwettelijke verzoekschriften naar aandachtsebied* 2004 % 2003 % A. Overheid: 1. Gemeenten a. Huisvestin b. Bijstand c.a c. Heffinen/belastinen d. Overie e. Rio emeente , ,2 2. Decentrale overheden overi a. Gemeenschappelijke reelinen 18 1,1 14 0,8 3. Rechterlijke macht 122 7, ,9 4. Inhoud wettelijke reelinen 3 0,2 16 1,0 5. Diversen (overheid in zijn alemeenheid, vraa, onduidelijk eschrift) 52 3,0 59 3,6 B. Niet overheid: Overie (o.a. wooncorporaties, eneriebedrijven, zorverleners, banken, verzekeraars, arbeids- en civielrechtelijke kwesties) , ,5 Totaal * een verzoekschrift kan betrekkin hebben op meer dan één aandachtsebied. Verzoekschriften die een betrekkin hebben op bestuursoranen waarop de WNo van toepassin is worden aanemerkt als buitenwettelijk. In 2004 zijn 1705 verzoekschriften als buitenwettelijk afedaan. Dit is een toename ten opzichte van 2003 (1647) met 3,5%. De afdoenin van evident buitenwettelijke verzoekschriften is econcentreerd bij het frontoffice van afdelin 1. Buitenwettelijke verzoekschriften zijn onder te verdelen in twee cateorieën, te weten (bestuurs)oranen van de overheid die niet onder de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen (buitenwettelijke overheid) en instanties die niet tot de overheid erekend kunnen worden. De eerste cateorie betreft met name klachten over emeenten die niet bij de Nationale ombudsman zijn aanesloten, bestuursoranen van emeenschappelijke reelinen die niet zijn aanesloten en de rechterlijke macht. De verdelin van klachten over buitenwettelijke overheid en niet-overheid was in ,7% 49,3% (in 2003: 50,5% 49,5%). Het aantal verzoekschriften met betrekkin tot niet-aanesloten emeenten is toeenomen tot 39,3% van het aantal buitenwettelijke verzoekschriften (2003: 38,2%). Om te bevorderen dat bestuursoranen, waaronder niet-aanesloten emeenten, klachten met toepassin van hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) behandelen, worden verzoekers in het voorkomende eval er door de Nationale ombudsman op ewezen hun klacht onder vermeldin van deze wettelijke bepalin aan het bestuursoraan voor te leen. Voor zover is voorzien in een externe klachtinstantie en deze bij de Nationale ombudsman bekend is, wordt de klaer hiervan in kennis esteld. De klachten over instanties die niet tot de overheid behoren betroffen voornamelijk eneriebedrijven of nutsbedrijven, banken en verzekeraars. Daarnaast zijn er ook veel klachten over de Leio Lease contracten van de Dexia bank binnenekomen. Aan deze kwestie is door zowel de Consu- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

139 mentenbond, Stichtin de Ombudsman en als de media veel aandacht besteed. 6.4 De toetsin van de verzoekschriften Inleidin In 6.4 wordt de toepassin van de artikelen 1a, 16 en 14 van de WNo beschreven. De tekst van de WNo is als bijlae openomen bij dit jaarversla. In artikel 1a is bepaald op welke bestuursoranen de WNo van toepassin is. In artikel 16 staat in welke evallen de Nationale ombudsman niet bevoed is een onderzoek in te stellen naar edrainen van bestuursoranen. Artikel 14 aat over de evallen waarin de Nationale ombudsman wel bevoed, maar niet verplicht is een onderzoek in te stellen. Tabel 15 Verdelin afedane verzoekschriften 2004 % 2003 % 1. Buitenwettelijke verzoekschriften een onderzoek, op rond van artikel 1a artikel Binnenwettelijke verzoekschriften: a. Geen onderzoek, op rond van artikel artikel artikel kennisevinen 108 overie (inetrokken/non-respons) 629 b. Via onderzoek afedaan rapporten 506 herkansinen 925 overie afdoeninen , , , , , ,9 Totaal Artikel 1a: Bevoedheid naar bestuursoraan Ook in 2004 zijn door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties weer inevole artikel 1b WNo bestuursoranen van decentrale overheden aanewezen als oranen die binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman vallen. In staat om welke decentrale overheden het aat. Zie ook bijlae 5 bij dit jaarversla, dat een niet limitatief overzicht bevat van bestuursoranen waarop de WNo van toepassin is. De WNo is ook van toepassin op bestuursoranen van decentrale overheden voor zover het de edrainen van voor hen werkzame buitenewoon opsporinsambtenaren betreft. Iemand klaade over discriminerende opmerkinen van een medewerker van de Dienst Stadstoezicht van de emeente Amsterdam bij het uitschrijven van een administratieve sanctie op rond van de Wet administratiefrechtelijke handhavin verkeersvoorschriften (verder WAHV). De WAHV is een bestuursrechtelijke wet. Het aat niet om strafrechtelijke handhavin. In artikel 3, eerste lid, van de WAHV is ereeld dat met het toezicht op de nalevin zijn belast de bij Alemene Maatreel van Bestuur (verder Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

140 AMvB) aanewezen ambtenaren. Die AMvB is het Besluit administratiefrechtelijke handhavin verkeersvoorschriften 1994 (verder BAHV). De bevoede ambtenaren zijn volens het BAHV, kort ezed, ambtenaren van politie, militairen van de Koninklijke Marechaussee en buitenewoon opsporinsambtenaren. Buitenewoon opsporinsambtenaren zijn dus in die hoedaniheid aanewezen om toezicht te houden op de nalevin van de verkeerswetevin. De Nationale ombudsman acht zich daarom bevoed edrainen van die buitenewoon opsporinsambtenaren te onderzoeken. Dat het aat om toezicht en niet om strafvorderlijk optreden doet daaraan niet af. Met enie reelmaat komt de Nationale ombudsman voor de vraa te staan of de instellin waarover wordt eklaad een bestuursoraan is in de zin van artikel 1a, eerste lid, onderdeel e, WNo. Voor de beantwoordin van die vraa moet artikel 1:1 van de Alemene wet bestuursrecht (verder Awb) opeslaen worden. Inevole die bepalin wordt onder bestuursoraan verstaan: a. een oraan van een rechtspersoon, die krachtens publiekrecht is inesteld (a-oraan); b. een ander persoon of collee, met eni openbaar eza bekleed (b-oraan). In 2004 zijn oranen van de volende instellinen door de Nationale ombudsman aanemerkt als bestuursoraan: Een raadscommissie van een emeente, die een antwoord af op een brief, werd door de Nationale ombudsman als bestuursoraan van de betrokken emeente aanemerkt; de Nederlands-Vlaamse Accreditatie oranisatie in oprichtin (verder NVAO). Hier is wel een kanttekenin bij te plaatsen. De voorloper van de NVAO is de Nederlandse Accreditatie Oranisatie (verder NAO), een a-oraan. In het alemeen kan de Nationale Ombudsman alle edrainen van een a-oraan onderzoeken. Evenals de NAO kan de NVAO appellabele besluiten nemen, die kunnen worden aanevochten voor de Nederlandse bestuursrechter. Dit eldt echter alleen voor besluiten, enomen op basis van de Wet op het hoer onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Gaat het om besluiten van de NVAO, enomen op basis van Vlaamse reelevin, dan is de Belische rechter bevoed. De NVAO is ebaseerd op een verdra tussen Nederland en de Vlaamse emeenschap. Een en ander wordt nader uitewerkt in een komende wijziin van de WHW (hoofdstuk 5a). Voor zover de NVAO edrainen verricht op basis van het Vlaamse recht beschouwt de Nationale ombudsman de NVAO niet als bestuursoraan. Zou ooit een klacht worden inediend over «huishoudelijke» edrainen van of toe te rekenen aan het bestuur van de NVAO (dat deels uit Nederlanders, deels uit Vlaminen zal bestaan), zoals aanschaf van zaken, dan zal de Nationale ombudsman nader bezien of de NVAO als bestuursoraan naar Nederlands recht kan worden beschouwd of als volkenrechtelijke oranisatie moet worden beschouwd. In het laatste eval is de Nationale ombudsman niet bevoed om een onderzoek in te stellen naar die «huishoudelijke» edrainen; de Raad voor Cultuur, inesteld bij artikel 2a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid; de Commissie voor de indicatiestellin, als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; de directeur-eneraal van het Bureau voor de statistiek. Met inan van 3 januari 2004, de datum van inwerkintredin van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek, valt het Centraal bureau voor de statistiek niet meer rechtstreeks onder het Ministerie van Economische Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

141 Zaken en zijn de edrainen van de directeur-eneraal niet meer rechtstreeks toe te rekenen aan de minister van Economische Zaken; de Stichtin Nationaal Centrum voor Preventie, inevole artikel 10 van de Wet particuliere beveiliinsoranisaties en recherchebureaus en artikel 21 van de Reelin beveiliinsoranisaties en recherchebureaus erkend om certificaten af te even voor alarmapparatuur. Verder ontvin de Nationale ombudsman verzoekschriften over edrainen van de volende bestuursoranen: het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijdin (verder NIBRA). De klacht luidde dat het NIBRA niet verhelpt dat de sirene die iedere eerste maanda van de maand om uur klinkt binnenshuis niet oed te horen is. Niet het NIBRA, maar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is echter verantwoordelijk voor het waarschuwinsstelsel. De klacht over het NIBRA was daarom kennelijk onerond. Verzoeker werd door de Nationale ombudsman verwezen naar de minister (artikel 14, onderdeel i, WNo). Uit onderzoek van TNO is ebleken dat de sirenes iets te zacht klonken. De minister zou de resultaten bespreken met de leverancier van het systeem. Het zou overiens de bedoelin zijn dat het alarm alleen buiten te horen is. De buremeester van Albrandswaard, zo bleek uit dossiereevens, is het hiermee niet eens Zij zou dit kenbaar maken aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; het Collee bouw ziekenhuisvoorzieninen. Interessant was no de kwestie beschreven in rapport 2004/022. Het reionale politiekorps had een auto aanemerkt als wrak. Het voertui werd om die reden verwijderd en vernietid. Tijdens het onderzoek bleek dat de politie zonder wettelijk basis had ehandeld. Het optreden had een strafvorderlijke basis. Ook maakte de politie een ebruik van (emandateerde) bevoedheden van het collee van buremeester en wethouders tot uitoefenin van bestuursdwan. Zou dat laatste wel het eval zijn eweest, dan zou de edrain van de politie moeten worden toeerekend aan enoemd collee. Nu werd de edrain toeerekend aan de korpsbeheerder van de reionale politie Haalanden. Een edrain van een ambtenaar, verricht in de uitoefenin van zijn functie, wordt aanemerkt als een edrain van het bestuursoraan onder wiens verantwoordelijkheid hij werkzaam is (artikel 1a, vierde lid, WNo). Een edrain van de directeur van de Stichtin Uitzicht deel uitmakend van de Directie inwoners, Afdelin Sociale Zaken en Werk van de emeente Nijmeen werd toeerekend aan het collee van buremeester en wethouders van de emeente Nijmeen. De Stichtin was (in verband met mandaterin) aanewezen als rechtspersoon in de zin van artikel 8 Wet inschakelin werkzoekenden. De Stichtin in namens de emeente Nijmeen arbeidsovereenkomsten aan met landuri werklozen. De verantwoordelijkheid voor de activiteiten van de stichtin, die ook correspondeerde op briefpapier van de emeente, la bij enoemd collee. Gedrainen van buitenewoon opsporinsambtenaren in dienst van instanties die zelf een bestuursoraan zijn, worden toeerekend aan de Minister van Justitie (zie ook Jaarversla 1994, blz. 45). Zo werd een edrain van een buitenewoon opsporinsambtenaar in dienst van de Dierenbeschermin toeerekend aan de minister van Justitie. Een edrain van de Commissie Interiteit Rijksoverheid (verder CIR) wordt toeerekend aan de sector waarvoor de commissie werkt. Zo wordt Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

142 een edrain van de CIR, sector provincies, toeerekend aan het collee van edeputeerde staten van de provincie waar de zaak speelt waarover de commissie adviseert. Bij de sector Rijk wordt de edrain toeerekend aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, behoudens bij Defensie. Voor de sector Defensie worden de edrainen toeerekend aan de minister van Defensie. De CIR zelf is een bestuursoraan, omdat er een publiekrechtelijke basis is voor de instellin. Een edrain van het Nationaal Antennebureau, onderdeel van het Aentschap Telecom, werd toeerekend aan de minister van Economische Zaken. Niet als bestuursoraan in de zin van de Wet Nationale ombudsman zijn aanemerkt: de Landelijke expertiseroep bijzondere zedenzaken. In de «Aanwijzin opsporin seksueel misbruik in afhankelijkheidsrelaties» (ebaseerd op artikel 130, vierde lid, Wet op de rechterlijke oranisatie) staat dat een «expertiseroep» econsulteerd moet worden bij hervonden herinnerinen. De aanwijzin, ericht tot het openbaar ministerie, is op zich een publiekrechtelijke basis om een bestuursoraan in het leven te roepen. De Nationale ombudsman beschouwt de leden van de expertiseroep als externe deskundien. De edrainen van de leden worden ook niet toeerekend aan de minister van Justitie; de Dienst werkbedrijf voor esubsidieerde arbeid, een emeenschappelijke reelin tussen drie emeenten. De klacht was inediend door iemand die vanuit de bij de Nationale ombudsman aanesloten emeente Waalwijk was edetacheerd bij de enoemde dienst. De emeenschappelijke reelin is niet inevole artikel 1b WNo aanewezen als bestuursoraan in de zin van de WNo; de Stichtin Instituut voor Publiek en Politiek. Het betrof hier een klacht dat een niet in het Europees parlement verteenwoordide partij, die wel aan de Europese verkiezinen deelnam, niet in de Stemwijzer was openomen; de Klachtencommissie Stichtin Dutch Securities Institute; de Stichtin Nederlandse Verwijderin Metalektro Producten (NVMP); Praktijkonderzoek Plant en Omevin; het Advies- en meldpunt Kindermishandelin; Stichtin IMK Intermediair; Holland casino; veterinair tuchtcollee; Kwaliteits Bewakinsbureau voor Levensmiddelen Wijhe (KBBL) BV. Deze instellin is betrokken bij het testen van rundvlees op BSE. Het KBBL beslist echter niet zelf over de afkeurin van vlees en oefent ook overiens een openbaar eza uit; stichtinen betrokken bij het bevolkinsonderzoek naar borstkanker; Thinkquest en de Stichtin Kennisnet; de Stichtin financierin Voortzettin Pensioenverzekerin (FVP); Raad van Arbitrae voor de Bouw; Stichtin Garantie Instituut Woninbouw (GIW); Centraal Bureau Grafische Bedrijven, nu de Raad voor Overle in de Grafimedia. Vroeer was het Centraal Bureau Grafische Bedrijven belast met de uitvoerin van de preventieve ontslatoets en met de uitvoerin van artikel 8 Besluit Buitenewone Arbeidsverhoudinen Deze bevoedheden van het Centraal Bureau zijn in de loop van 1998 komen te vervallen. Deze instellin oefent nu een openbaar eza meer uit; Maatschappelijk overle Betalinsverkeer. Het in om een klacht over afrondin op 0,05 bij contante betalinen in de detailhandel. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

143 ProRail, een privaatrechtelijke oranisatie, werd in de volende kwestie niet beschouwd als bestuursoraan bij de afwijzin van een verzoek om schadeveroedin. Er is een (particuliere, door de Nederlandse Spoorween NV inestelde) «Reelin Nadeelcompensatie Nederlandse Spoorween». De reelin kan worden toeepast in situaties waarin een derde schade lijdt als evol van door de Nederlandse Spoorween aan bevoede instanties (bestuursoranen) evraade besluiten (verunninen) en waarin een moelijkheid tot bestuursrechtelijke compensatie door de bevoede bestuursoranen zou bestaan. Een verzoek om schadeveroedin op basis van de reelin werd afewezen. Nu het hier niet in om een bestuursrechtelijke vorm van schadeveroedin, en ProRail ook anderszins een openbaar eza uitoefende, was de afwijzin een besluit van een bestuursoraan. Voorts kree de Nationale ombudsman een stuk of tien klachten over het vervoersbedrijf Valys. Een deel van deze klachten was ook ericht teen het beleid van de minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport. Valys is een voorzienin die bestaat naast de Wet voorzieninen ehandicapten, bestemd voor taxivervoer buiten de reio. Een van de klachten betrof het niet voortvarend verstrekken van een ebruikerspas door Valys. Valys is een bestuursoraan. De Nationale ombudsman kon daarom een onderzoek instellen naar deze klachten. Ook de vooraner van Valys, TraXX, was overiens een bestuursoraan. Zie ook , alemeen reerinsbeleid. De Nationale ombudsman is niet bevoed om klachten over rechters te beoordelen. Bij een klacht van een partij over de verstaanbaarheid van een andere partij in de rechtszaal spitste de klacht zich toe op de rol van de voorzitter (ebruik eluidsinstallatie, vraa of voor de voorzitter duidelijk kon zijn dat klaer ook na het aanzetten van de installatie no problemen had met de verstaanbaarheid). Achteraf kon niet worden uitesloten dat de eluidsinstallatie niet werkte. De Nationale ombudsman achtte zich niet bevoed een onderzoek in te stellen nu de klacht ericht was op de rol van de voorzitter. Zou de klacht ericht zijn eweest teen de technische dienst van het erecht, dan zou de Nationale ombudsman moelijk tot een andere beslissin zijn ekomen over zijn bevoedheid. Inevole artikel XII, vierde lid, Wet oranisatie en bestuur erechten wordt het bestuur van een erecht aanemerkt als bestuursoraan in de zin van de Wet Nationale ombudsman, waaraan edrainen van erechtsambtenaren, buitenriffiers, erechtsauditeurs en rechterlijke ambtenaren in opleidin kunnen worden toeerekend. De Nationale ombudsman achtte zich ook niet bevoed een onderzoek in te stellen in een zaak waarin werd eklaad over een bode van de rechtbank, die ten onrechte meende dat een bepaalde zittin niet openbaar was. Teelijk met de strafzaak teen de broer van verzoeker was een aantal zaken teen minderjarien epland. Die zittinen waren niet openbaar, die in de rechtszaak teen de broer van verzoeker wel. De bode, econfronteerd met een brief waarin stond dat het in om een openbare zittin, handelde na ruespraak met de voorzitter. De edrain moest daarom worden toeerekend aan de voorzitter Artikel 16: Bevoedheidsafbakenin naar edrain Inleidin In artikel 16 WNo is bepaald naar welke edrainen van bestuursoranen de Nationale ombudsman een onderzoek ma instellen. Is eenmaal vastesteld dat de instantie waarover wordt eklaad een bestuursoraan is, dan bekijkt de Nationale ombudsman of de bepalinen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

144 van artikel 16 een belemmerin vormen voor het instellen van onderzoek. In wordt eni inzicht eeven in de wijze waarop sommie onderdelen van artikel 16 worden toeepast A emee reeri sbe eid 52 3,4 44 3,4 b. A emee verbi de de voorschrif e , c. Admi is r iefrech e ijke voorzie i , ,2 d. A h ie ie dmi is r ief- 9 0,6 16 1,2 rech e ijke voorzie i e. Ui spr k door dm. rech er of kroo 111 7,3 74 5,8 f. Be s i rech er 58 3,8 71 5,5. Gedr i w rop rech er oezie 137 9, ,9 T Onbevoedheid bij alemeen reerinsbeleid en bij alemeen beleid betrokken bestuursoraan (artikel 16, onderdeel a) De Nationale ombudsman is niet bevoed te oordelen over het alemeen reerinsbeleid. Dat is een zaak die de reerin en het parlement aanaat. Het aat om alemeen beleid, waarop het parlement controle uitoefent. Hetzelfde eldt mutatis mutandis voor het alemeen beleid van het daelijks bestuur van edecentraliseerde overheden. De democratisch ekozen oranen oefenen toezicht uit op het alemeen beleid. Een ondernemer klaade erover dat de minister van Verkeer en Waterstaat onvoldoende toezicht had uiteoefend op investerinen voor fietsenstallinen bij stations. De investerinen waren het evol van een in de Tweede Kamer der Staten-Generaal aanenomen motie (Kamerstukken II, , , nr. 43). Er zou 60 miljoen meer zijn uiteeven dan beroot was, waardoor minder fietsenstallinen werden erealiseerd dan epland waren. Verzoeker leed hierdoor als onderaannemer schade. De Nationale ombudsman stelde dat controle op het door de minister van Verkeer en Waterstaat evoerde beleid in deze kwestie op de we van de Tweede Kamer der Staten-Generaal lit. De minister van Verkeer en Waterstaat heeft ook ereaeerd op vraen van de vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat (zie ook Kamerstukken II, , A nr. 10). Het is ook een onderwerp dat de aandacht heeft, of althans heeft ehad, van de Alemene Rekenkamer (rapport van 28 juni 2001). De Nationale ombudsman achtte zich, nu de kwestie de aandacht had van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, op rond van artikel 16, onderdeel a, niet bevoed om een onderzoek in te stellen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

145 Ook kree de Nationale ombudsman een aantal klachten van mindervaliden over het vervoerssysteem Valys. Valys is een systeem dat mindervaliden de moelijkheid biedt om teen een oedkoop tarief te reizen buiten de eien reio. Er is echter, in een contract tussen Valys en de staatssecretaris van Volksezondheid, Welzijn en Sport, een limiet esteld aan het aantal oedkope kilometers. Met een speciale indicatie kan dit aantal worden verdubbeld. De klachten hadden onder meer betrekkin op het beperkte aantal kilometers. Verzoekers stelden dat ze werden belemmerd in hun sociale contacten met bijvoorbeeld familie. De Tweede Kamer is door de staatssecretaris eïnformeerd over het beleid (onder andere met de brieven van 20 auustus 2003, kenmerk DVVO/ZV- U en februari 2004, DVVO/ZV-U ). Gelet op deze omstandiheid nam de Nationale ombudsman aan dat de Tweede Kamer toezicht houdt op het beleid. De Nationale ombudsman was daarom niet bevoed een onderzoek in te stellen. Blijkens een persbericht medio december 2004 is het aantal kilometers overiens verhood Onbevoedheid Nationale ombudsman ten aanzien van alemeen verbindende voorschriften (artikel 16, onderdeel b) De Nationale ombudsman is niet bevoed een onderzoek in te stellen naar de redelijkheid of billijkheid van alemeen verbindende voorschriften. Als de Nationale ombudsman een verzoekschrift over een alemeen verbindend voorschrift krijt wordt de verzoeker verwezen naar de reelever. Gaat het om reelevin op rijksniveau, dan wordt de verzoeker meestal verwezen naar de Tweede Kamer der Staten-Generaal of naar de fractie van de politieke partij van verzoekers voorkeur. Een verzoekster, in de leeftijd van tachti jaar, was no voor justitie en politie werkzaam als beëdid tolk/vertaler. In verband met een nieuwe controle op tolken en vertalers vroe zij om een verklarin omtrent het edra. De verklarin werd door het Centraal Oraan Verklarin Omtrent het Gedra eweierd. De reden hiervoor was dat in artikel 5, derde lid, van de Wet justitiële eevens (inmiddels de Wet justitiële en strafvorderlijke eevens) is bepaald dat eevens uit de justitiële documentatie worden verwijderd indien sedert de eboorteda van de betrokken persoon tachti jaren zijn verstreken. Het justitieel documentatiereister kon daarom met betrekkin tot verzoekster niet meer eraadpleed worden. In de praktijk kon het probleem worden opelost doordat het Kwaliteitsbureau Tolken en Vertalers aanaf in dit soort situaties vrijstellin te verlenen van de verplichtin om een verklarin omtrent het edra te overleen. Verzoekster vond de weierin echter toch een vorm van leeftijdsdiscriminatie. Zij meende dat ze niet afhankelijk behoeft te zijn van de oedheid van de instantie die een verklarin omtrent het edra vereist. Voor zover de klacht van verzoekster is op te vatten als een klacht over artikel 5, derde lid, van de Wet justitiële eevens en strafvorderlijke eevens is de Nationale ombudsman niet bevoed om een onderzoek in te stellen. Dat old ook voor een klacht over de Reelin superheffin en melkpremie 2004, op rond waarvan het verleasen van een melkquotum niet meer moelijk was, althans niet zonder het evol dat het quotum deel aat uitmaken van de nationale reserve. Verder ontvin de Nationale ombudsman verzoekschriften over een wetswijziin waardoor bepaalde medicijnen niet meer werden veroed en over de verhoin van de eien bijdrae voor zor, ebaseerd op de AWBZ. Ook kree de Nationale ombudsman enkele tientallen brieven over de voorenomen wijziin in de reelevin betreffende de afschaffin van het zoeheten rijze kenteken voor bestelauto s. Een aantal klachten Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

146 betrof de Wet kinderopvan, waardoor sommie belanhebbenden in 2005 niet meer voor esubsidieerde kinderopvan in aanmerkin komen. Opvallend was verder no een klacht over de Toescheidinsovereenkomst inzake de nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de republiek Suriname. Een verzoeker klaade erover dat de minister van Buitenlandse Zaken een toezein niet nakwam om over de uitle van de Toescheidinsovereenkomst in overle te treden met de Surinaamse overheid. Op 18 september 2003 waren de Surinaamse leden van een emende commissie al eïnstalleerd. De Surinaamse autoriteiten bleken de behoefte te hebben om de Toescheidinsovereenkomst in alemene zin aan de orde te stellen. Nu het niet meer in om overle over de uitle van de Toescheidinsovereenkomst, maar over de Toescheidinsovereenkomst zelf achtte de Nationale ombudsman zich niet bevoed een onderzoek in te stellen. Het is de taak van de volksverteenwoordiin om eventuele verdraswijziinen oed te keuren. Evenmin werd een onderzoek inesteld naar een emeentelijke Afvalstoffenverordenin, waarin is ereeld dat huishoudelijk afval alleen op bepaalde plaatsen en tijden ma worden aaneboden. Zie over deze zaak ook (kennelijk oneronde verzoekschriften). De hoote van het vacatieeld van een commissielid, werkzaam voor een ministerie, was ebaseerd op het Vacatieeldenbesluit 1988 en de Reelin maximumbedraen vacatieeld Dit zijn alemeen verbindende voorschriften. De klacht over de hoote van het vacatieeld kwam daarom niet voor onderzoek in aanmerkin Onbevoedheid Nationale ombudsman bij openstaan of aanhani zijn van een bezwaar- of beroepsprocedure (artikel 16, onderdeel c) De Nationale ombudsman is niet bevoed om een onderzoek in te stellen zolan ten aanzien van de edrain waarop het verzoekschrift betrekkin heeft een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin openstaat (tenzij de klacht aat over de behandelinsduur), of inevole een zodanie voorzienin een procedure aanhani is. Een besluit tot weierin van de bevestiin van een verklarin waarmee wordt eopteerd voor het Nederlanderschap is een besluit in de zin van de Awb. Teen dat besluit kan bezwaar worden emaakt en vervolens eventueel beroep bij de rechter worden inesteld. Aldus ook de Handleidin voor de toepassin van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003, Toelichtin onder artikel 6 Alemeen. De Nationale ombudsman was daarom niet bevoed een onderzoek in te stellen naar de beslissin van een buremeester om een optieverklarin niet te bevestien. Het betrof hier een Britse onderdaan, die niet vijftien jaar onafebroken in Nederland had ewoond, maar die in die periode van vijftien jaar edurende tien maanden in het Verenid Koninkrijk had ewoond. Onjuist was de mededelin van de emeente Venlo onder een factuur voor het verwijderen van een te vroe aaneboden vuilniszak dat teen dat besluit bezwaar openstond op rond van de Alemene wet bestuursrecht. De factuur was ebaseerd op artikel van de Wet milieubeheer. Blijkens de parlementaire eschiedenis en jurisprudentie aat het om een civielrechtelijke vorderin (Kamerstukken II, , , nr. 3, 10.3, blz. 94 en 95, Rechtbank s-gravenhae, sector bestuursrecht, 28 juli 2003, Gemeentestem 7194, nr. 167, en de Rechtbank s-gravenhae, sector Kanton, 22 januari 2004, rolnummer , een vindplaats bekend). De Nationale ombudsman informeerde het collee van bure- Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

147 meester en wethouders over zijn standpunt dat de rechtsmiddelverwijzin onjuist was. Het collee deelde mee de verwijzin op de factuur in de toekomst achterwee te laten. Het verzoekschrift leidde overiens niet tot onderzoek (zie ). De moelijkheid om op rond van hoofdstuk 7 van de Penitentiaire maatreel beroep in te stellen teen het medisch handelen van een inrichtinsarts wordt, anders dan de bekla- en beroepsmoelijkheden penitentiaire wetten in formele zin, niet beschouwd als een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin. De Nationale ombudsman stelt de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassin en jeudbeschermin, optredend op basis van hoofdstuk 7 van de Penitentiaire maatreel, elijk met een wettelijk ereelde klachtvoorzienin bij een onafhankelijke klachtinstantie. Een edetineerde die, binnen veertien daen na ontsla uit een penitentiaire inrichtin, erover klaade dat hij bij ontsla een medicijnen had meeekreen, werd verwezen naar de medisch adviseur. De medisch adviseur kan op rond van artikel 29 van de Penitentiaire maatreel bemiddelen, voorafaand aan de indienin van een beroepschrift Onbevoedheid Nationale ombudsman bij rechterlijk toezicht (artikel 16, onderdeel ) De Nationale ombudsman is niet bevoed een onderzoek in te stellen ten aanzien van edrainen waarop de rechterlijke macht toeziet. Het aat dan om een bepaald soort edrainen waarteen een speciale voorzienin openstaat. Als voorbeeld kan elden de sepotbeslissin van een officier van justitie. Een belanhebbende kan zich daarover inevole artikel 12 van het Wetboek van Strafvorderin beklaen bij het erechtshof. Ook dit jaar zijn diverse klachten over sepotbeslissinen op rond van artikel 16, onderdeel, WNo niet in onderzoek enomen. Daaronder was een klacht over de seponerin van een aanifte van klokkenluiders weens vermeende misstanden bij een Inspectie van het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer. Ook de moelijkheid om verzet aan te tekenen teen de tenuitvoerlein van een dwanbevel om een strafrechtelijke boete te verhalen is een vorm van rechterlijk toezicht (artikel 575 Wetboek van Strafvorderin) Artikel 14: Ontvankelijkheid; discretionaire bevoedheid Nationale ombudsman Inleidin Staat eenmaal vast dat een verzoekschrift een edrain betreft van of toe te rekenen aan een bestuursoraan, en is artikel 16 niet van toepassin, dan moet de Nationale ombudsman in beinsel een onderzoek instellen. De Nationale ombudsman is echter niet verplicht om een onderzoek in te stellen als een der omstandiheden, enoemd in artikel 14 zich voordoet. Soms is de Nationale ombudsman tijdelijk niet verplicht om een onderzoek in te stellen (onderdelen j en k, er is een procedure aanhani over een samenhanende edrain en de uitkomst van die procedure kan van belan zijn voor het oordeel van de Nationale ombudsman). Soms kan een verzoeker de omstandiheden zodani beïnvloeden dat de Nationale ombudsman alsno verplicht wordt om een onderzoek in te stellen. Te denken valt aan onderdeel i, de eis dat verzoeker de klacht eerst indient bij het bestuursoraan, waarover hij klaat. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

148 Als een verzoekschrift onvoldoende informatie bevat, dan zal de Nationale ombudsman informatie opvraen. Pas als die informatie uitblijft zal de Nationale ombudsman afzien van het instellen van een onderzoek. Uitanspunt is dat de Nationale ombudsman een onderzoek doet als een der omstandiheden, enoemd in artikel 14, zich voordoet. Is onderdeel d van toepassin verzoeker is een ander dan deene jeens wie de edrain heeft plaatsevonden dan stelt de Nationale ombudsman in beinsel wel een onderzoek in. Dat is ook het eval als de klacht inevole een wettelijk ereelde klachtvoorzienin door een onafhankelijke klachtinstantie is afedaan, tenzij de beslissin van die klachtinstantie evident juist is Termij overschrijdi of o vo ediheid , ,6 b. Ke e ijk o ero d , ,7 c. O vo doe de be 234 5, ,5 d. Verzoekschrif e derde 11 0,3 13 0,3 e. Reeds door Commissies voor de 9 0,2 15 0,4 Verzoekschrif e beh de d f. I beh de i bij of fed door 3 0,1 3 0,1 o fh ke ijke k ch e i s ie. Gee ebruik v dmi is r ief , ,6 rech e ijke voorzie i h. Rech er ijke ui spr k 11 0,3 7 0,2 i. Ke b rheidsvereis e , ,4 j. Rech er ijke procedure h i 44 1,0 29 0,7..v. edr i bes uursor k. Rech er ijke procedure h i 68 1,6 60 1,5..v. o derwerp verzoekschrif T Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

149 Verzoekschrift te laat inediend; niet voldaan aan de vereisten van artikel 12, derde en vierde lid (artikel 14, onderdeel a); verzoekschrift als bedoeld in artikel 12 In artikel 12, eerste lid, WNo is bepaald dat een ieder het recht heeft de Nationale ombudsman schriftelijk te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursoraan zich in een bepaalde aaneleenheid jeens een natuurlijke persoon of rechtspersoon heeft edraen, tenzij sedertdien meer dan een jaar is verstreken. In de Wet extern klachtrecht wordt deze materie anders ereeld. Niet meer is relevant of de klacht later dan een jaar nadat de edrain heeft plaatsevonden bij het bestuursoraan of bij de ombudsman is inediend. De ombudsman is op rond van artikel 9:24 Awb (nieuw) in beinsel verplicht om een onderzoek in te stellen als een verzoeker zich tot de ombudsman wendt binnen een jaar nadat een klacht door een bestuursoraan is afehandeld of afehandeld had behoren te zijn. Dat eldt ook als het bestuursoraan een ebruik heeft emaakt van de discretionaire bevoedheid om een klacht niet in behandelin te nemen als de edrain laner dan een jaar voor de indienin van de klacht heeft plaatsevonden (artikel 9:8, onderdeel b, Awb, nieuw). Vooruitlopend op de inwerkintredin van het wetsvoorstel Wet extern klachtrecht heeft de Nationale ombudsman in het laatste kwartaal van 2004 de volende beleidsbeslissin enomen. Een verzoekschrift is ook ontvankelijk als het bestuursoraan een buiten de jaartermijn inediende klacht toch in behandelin heeft enomen en verzoeker zich vervolens binnen een jaar na de afdoenin van de klacht tot de Nationale ombudsman wendt. Met enie reelmaat krijt de Nationale ombudsman vraen om juridisch advies. Het even van juridisch advies behoort in beinsel niet tot de taak van de Nationale ombudsman. In sommie evallen kan een verzoek om advies worden elezen als een verzoek om onderzoek naar een edrain. Soms kan een vraa snel en simpel worden beantwoord. In andere evallen zal de Nationale ombudsman een verzoeker verwijzen naar een Bureau Rechtshulp, een Juridisch Loket of andere rechtshulpverlener. Iets uitebreider werd ineaan op een vraa van een mevrouw wier man een herseninfarct had ekreen. Door de nood edwonen konden zij niet meer onder één dak wonen, maar de man verbleef niet in een AWBZ-instellin. Zij waren echter no steeds een echtpaar. De Belastindienst nam, anders dan de Sociale verzekerinsbank (SVB), het standpunt in dat verzoekster en haar man no steeds een emeenschappelijke huishoudin voerden. De staatssecretaris van Financiën heeft voor die situaties oedekeurd dat de Belastindienst aansluit bij de wil van betrokkenen. Ook de SVB voert sinds 2002 het beleid dat betrokkenen, als een van hen is openomen in een verpleetehuis, zelf kunnen aaneven of zij willen worden aanemerkt als duurzaam escheiden levend. Moelijk had het standpunt van de SVB in de zaak van verzoekster te maken met de omstandiheid dat de man niet was openomen in een verpleetehuis. Verzoekster werd in overwein eeven om de SVB te vraen om het standpunt te herzien. Ontvankelijk werd eacht een klacht van een rechtshulpverlener, die zich stoorde aan alemene uitlatinen van een minister over zijn beroepsroep Kennelijk onerond (artikel 14, onderdeel b) Met enie reelmaat ontvant de Nationale ombudsman verzoekschriften over de afwijzin van een verzoek om schadeveroedin. Omdat de burerlijke rechter de aanewezen instantie is die zich bindend kan Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

150 uitspreken over schadeveroedinskwesties, stelt de Nationale ombudsman zich teruhoudend op bij de beoordelin van een afwijzin door een bestuursoraan van een verzoek om schadeveroedin. De Nationale ombudsman beoordeelt of de afwijzin van een aanvraa om schadeveroedin «behoorlijk» of «niet behoorlijk» is. De Nationale ombudsman beoordeelt de afwijzin als «niet behoorlijk» als hij vindt dat de overheidsinstantie de aanvraa niet had moen afwijzen. Dit is alleen het eval als de schadeclaim zó duidelijk terecht is dat hierover volens de Nationale ombudsman een discussie moelijk is. De Nationale ombudsman kan dan een aanbevelin doen, bijvoorbeeld dat de overheidsinstantie de kwestie opnieuw moet bekijken. De Nationale ombudsman kan de overheidsinstantie echter niet verplichten de aanbevelin op te volen. Een afwijzin van een aanvraa om schadeveroedin kan als «behoorlijk» beoordeeld worden als voor de Nationale ombudsman niet duidelijk is dat de overheidsinstantie de aanvraa ten onrechte heeft afewezen. Een bestuursoraan kan een verzoek om schadeveroedin in redelijkheid afwijzen, als over de vraa of zij verplicht is schadeveroedin te betalen, discussie moelijk is. Het bestuursoraan kan dan vinden dat de burerlijke rechter maar een beslissin moet nemen over de kwestie. Daarmee eeft de Nationale ombudsman een oordeel over de claim als zodani, maar alleen over de vraa of het redelijk is dat het bestuursoraan het eventueel wil laten aankomen op een juridische procedure. In veel evallen kan al op basis van het verzoekschrift worden voorzien dat een onderzoek niet zal kunnen leiden tot het oordeel «niet behoorlijk». De Nationale ombudsman ziet dan, elet op het door hem ehanteerde beperkte toetsinskader, met toepassin van artikel 14, onderdeel b, af van het instellen van een onderzoek. Voor het overie is de toepassin van artikel 14, onderdeel b, tamelijk casuïstisch. Zo werd een onderzoek inesteld naar een klacht over de controle op het ebruik van personal computers voor klanten bij het Centrum voor werk en inkomen. Verzoeker had zelf inestemd met de ebruikersvoorwaarden die op het openinsscherm stonden. Dat in de oude ebruikersvoorwaarden alleen stond dat medewerkers over de vloer zouden kunnen lopen om het ebruik te controleren betekende niet dat andere vormen van controle, met name door de systeembeheerder, «niet behoorlijk» zouden zijn. De klacht van verzoeker heeft er overiens wel toe eleid dat de ebruikersvoorwaarden zijn verduidelijkt. Er kan nu een misverstand meer over bestaan dat controle op afstand moelijk is en dat dan ook privé berichten zichtbaar worden. Om te voorkomen, dat klanten, die ebruik maken van een niet afesloten pc, een kennis nemen van de ebruikersvoorwaarden op het openinsscherm, is bij de pc s ook een ebruikersrelement eplaatst. Ook is er een instructie ekomen voor de wijze waarop het ebruik van de computers moet worden econtroleerd. Ook werd een onderzoek inesteld naar de klacht dat de Dienst Weverkeer (verder RDW) niet had econstateerd dat een inevoerde auto was omekat. Bij de invoer van auto s is de Reelin vaststellin datum eerste toelatin van voertuien, nader uitewerkt in de Bekendmakin samenestelde voertuien van toepassin. De reelin komt erop neer, dat als de bij de ter identificatie aaneboden auto behorende papieren worden overeled, kan worden volstaan met een summier onderzoek. Die omstandiheid deed zich hier voor. Pas later, in het kader van een politieonderzoek naar estolen auto s, bleek dat de auto was omekat. Pas na het verwijderen van verf tot op het blanke metaal kon worden ezien dat het oriinele identiteitsnummer was verwijderd en dat op die plaats een plaatdeel met een ander identiteitsnummer was inelast. Onder de eeven omstandiheden kon de RDW niet worden verweten dat niet was ontdekt dat de auto was omekat. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

151 Geen onderzoek werd inesteld in een zaak waarin erfenamen erover klaaden dat een zorkantoor pas op 1 auustus 2003 een bedra van ruim 9500 in rekenin bracht voor de periode van 1 juli 2001 tot en met 25 februari De erven stelden dat zij de erfenis niet zouden hebben aanvaard als zij ervan op de hoote waren eweest dat dit bedra no verschuldid was. De Nationale ombudsman nam het standpunt in dat de erven zich voor de aanvaardin van de erfenis adequaat hadden moeten informeren. Voorts werd een onderzoek inesteld naar een klacht over het uitblijven van de financiële afwikkelin van een ruilverkavelin bij overeenkomst, zoals vasteled in de artikelen 17 en 199 en verder van de Landinrichtinswet. Het uitblijven van de financiële afwikkelin was niet toe te rekenen aan de Dienst Landelijke Gebieden of de Landinrichtinscommissie. De oorzaak la bij derden, waaronder een partij die weierachti bleef om met eld over de bru te komen. Zowel de notaris als de voorzitter van de Landinrichtinscommissie deden hun best om te weierachtie partij te overreden om zijn verplichtinen na te komen. Een zaak van meer alemeen belan was de volende. De emeente Venlo bracht voor het verwijderen van op een verkeerd tijdstip aaneboden huisvuil een bedra van 42 in rekenin. De factuur was ebaseerd op artikel van de Wet milieubeheer. Uit rechtspraak en parlementaire eschiedenis blijkt dat het aat om een civielrechtelijke vorderin (zie ook ). Nu er een wettelijke basis was voor de vorderin en de hoote van het bedra, elet op de inzet van mensen en materieel, niet onredelijk was, besloot de Nationale ombudsman een onderzoek in te stellen. Bij het nemen van die beslissin was het de Nationale ombudsman bekend dat de emeentelijke ombudsman van Den Haa een kritisch rapport heeft eschreven naar aanleidin van 55 eniszins verelijkbare evallen. De emeente Den Haa vorderde echter een aanzienlijk hoer bedra voor het verwijderen van afval, namelijk 168, verhood met 4,50 voor iedere volende huisvuilzak. De emeentelijke ombudsman van Den Haa achtte klachten over de hoote van dat bedra dan ook erond (rapport van 6 februari 2004). Ook kennelijk onerond was de klacht dat een verzekerinsarts van het Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (verder UWV) verzoeker een eleenheid had eboden om ebruik te maken van het zoeheten blokkerinsrecht op rond van artikel 7:457 van het Burerlijk Wetboek (verder BW). Die bepalin is echter inevole het vijfde lid niet van toepassin op de beoordelin van de ezondheidstoestand in opdracht van een derde, in verband met de vaststellin van aanspraken of de toelatin tot een verzekerin of voorzienin. In artikel 7:464 BW is bepaald dat onder andere artikel 7:457 BW ook van toepassin is op medisch handelen, voor zover de aard van de rechtsbetrekkin zich daarteen niet verzet. In het onderhavie eval verzette de aard van de rechtsbetrekkin zich daar wel teen. De verzekerinsarts diende aan het UWV te rapporteren hoe het met de ezondheid van verzoeker was esteld. Op basis van dat advies moet UWV een beslissin nemen over het recht van verzoeker op een uitkerin. Niet voor onderzoek kwam in aanmerkin een klacht over de minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport, die volens verzoeker een stimatiserende Postbus 51 campane teen roken was estart. De Nationale ombudsman onderschreef het standpunt van de minister dat het zijn taak is om de burer te informeren over het wettelijke recht op een rookvrije werkplek. De tv-spot was naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet onbehoorlijk. Eerder had ook de Reclame Code Commissie eoordeeld dat de spot niet in strijd is met de oede smaak en het fatsoen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

152 Niet onredelijk vond de Nationale ombudsman de beslissin van de Directie Informatie, Beheer en Subsidiereelinen van het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer om volens vast beleid voor een termijn van maximaal drie maanden uitstel van betalin te verlenen betreffende een teruvorderin van huursubsidie over een periode van zes jaar. Dat verzoeker pas over zes maanden een belastinteruaaf verwachtte, die hij kon aanwenden voor de betalin, deed hier niet aan af. De Nationale ombudsman maakte verzoeker no wel attent op de moelijkheid om een betalinsreelin te vraen Onvoldoende belan of onvoldoende ewicht van de edrain (artikel 14, onderdeel c) Komt een bestuursoraan teemoet aan de klacht van een verzoeker, terwijl de Nationale ombudsman no een beslissin moet nemen over het in onderzoek nemen van een klacht, dan zal de Nationale ombudsman in veel evallen besluiten om een onderzoek meer in te stellen. Verzoeker heeft dan een belan meer bij een onderzoek. Dat eldt in beinsel ook als het bestuursoraan al voordat verzoeker zich tot de Nationale ombudsman wendde heeft toeeeven dat de klacht terecht was en verontschuldiinen heeft aaneboden. Een onderzoek van de Nationale ombudsman kan daar niets aan toevoeen. De Nationale ombudsman zet een onderzoek in het alemeen niet voort als hij succesvol heeft eïntervenieerd. Te denken valt aan het alsno beantwoorden van een brief, het alsno nemen van een beslissin, of het alsno nakomen van een toezein. Zijn er aanwijzinen dat het aat om een structureel probleem bij het bestuursoraan, en is dat probleem no niet eerder in een onderzoek aan de orde ekomen, dan kan dat een reden zijn om toch een onderzoek in te stellen of voort te zetten. Heeft de Nationale ombudsman de kwestie wel eerder onderzocht of heeft de kwestie de aandacht van de Nationale ombudsman, dan wordt verzoeker daarover eïnformeerd Wettelijk ereelde klachtvoorzienin (artikel 14, onderdeel f) De Nationale ombudsman is niet verplicht een onderzoek in te stellen of voort te zetten indien, een verzoekschrift, dezelfde edrain betreffende, inevole een wettelijk ereelde klachtvoorzienin bij een onafhankelijke klachtinstantie in behandelin is of daardoor is afedaan. De enkele omstandiheid dat iemand een (volledi) ebruik heeft emaakt van een openstaande klachtvoorzienin betekent niet dat de Nationale ombudsman een onderzoek behoeft in te stellen. Wel zal verzoeker moeten voldoen aan het vereiste dat de klacht eerst is vooreled aan het betrokken bestuursoraan. Verzoeker kan aan dat vereiste voldoen door ebruik te maken van de wettelijk ereelde klachtvoorzienin. Nadat de klacht door het betrokken bestuursoraan en eventueel door de onafhankelijke klachtinstantie is behandeld kan verzoeker zich opnieuw tot de Nationale ombudsman wenden als hij niet tevreden is met de uitkomst. Ook als de klacht is behandeld door een onafhankelijke klachtinstantie zal de Nationale ombudsman in beinsel een onderzoek instellen. Kan al op voorhand kan worden aanenomen dat de Nationale ombudsman niet tot een ander oordeel zal komen dan de klachtinstantie, dan wordt een onderzoek inesteld. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

153 BIJLAGE 1 OVERZICHT UITGEBRACHTE RAPPORTEN = erond n = niet erond o = een oordeel # = met aanbevelin! = met instemmin Alemene zaken Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/113Minister van Alemene Zaken ter beantwoordin van brieven van verzoeker, waarin hij vraen stelde over wetevin en beleid t.a.v. inlijvin van buitenlandse adel alsmede de rechtsrond van de inlijvin van de titel van Prins van Oranje, slechts verwezen naar een bijevoede nota van antwoord 2004/328 Minister-president onvoldoende zorvuldiheid betracht bij de beantwoordin van kamervraen; wijze waarop klacht formeel is behandeld; niet ereaeerd op open brief; ezamenlijke behandelin van verzoekers brieven door drie ministers n n Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/100 Korps landelijke politiediensten 2004/113Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties Hoe Raad van Adel 2004/122 Stichtin Administratie Indonesische Pensioenen 2004/151 Beheerder Korps landelijke politiediensten 2004/201 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2004/202 Alemene Inlichtinen- en veiliheidsdienst 2004/328 Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2004/343 Korps landelijke politiediensten verzoeker onheus bejeend: met zijn auto stil ehouden op drukke en evaarlijke plek, verzoeker edreid met nacht in cel of verhoor van enkele uren, zich niet willen identificeren ondanks verzoek hiertoe; verzoeker evraad mee te komen naar «het loket» waarmee politieauto bedoeld werd onvoldoende inhoudelijk ereaeerd op brieven verzoeker onvoldoende inhoudelijk ereaeerd op brieven verzoeker n.a.v. verzoeken eweierd de aan verzoeker op basis van verschillende reelinen toeekende pensioenen en uitkerinen apart te specificeren en slechts het totale belastbare bedra van pensieoen en uitkerinen vermeld bij afdoenin van verzoekers klachten over onderzoek aan zijn auto ten onrechte esteld dat de auto voor technisch onderzoek uit het verkeer was enomen en dat er een sprake was van inbeslaname verzoek niet inewillid om een in de nabijheid van verzoekers wonin eplaatste sirene van het waarschuwinsstelsel te halen verzoeker door twee medewerkers van de AIVD onder valse identiteit benaderd: vooredaan als politieambtenaren onvoldoende zorvuldiheid betracht bij de beantwoordin van kamervraen; wijze waarop klacht formeel is behandeld; niet ereaeerd op open brief; ezamenlijke behandelin van verzoekers brieven door drie ministers verzoeker niet in eleenheid esteld om sancties die zijn zoon moest betalen, op politiebureau in zijn woonplaats te betalen n n n,# n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

154 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/403Nederlands bureau brandweerexamens 2004/482 Korps landelijke politiediensten, Dienst Spoorwepolitie 2004/501 Verteenwoordiin van Nederland in de Nederlandse Antillen niet per brief inhoudelijk ereaeerd op verzoekers brief over het als afwezi reistreren van verzoeker en daardoor een cijfer toeekend voor examen bij aanhoudin politiehond inezet, waarbij hond verzoeker heeft ebeten een nieuwe arbeidsovereenkomst afesloten en onvoldoende ewezen op niet functioneren op ewenst niveau; loon niet juist eïndexeerd; in diensttijd opelopen schade aan auto niet veroed; onunstie kilometerveroedin tot 1 januari; onunstie kilometerveroedin na 1 januari,# n n,# Buitenlandse zaken en justitie Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/077 Visadienst lane duur van behandelin mvv-aanvraa echtenote en kind; lane duur van behandelin van het verzoek om advies i.v.m. artikel 1F; een passende maatreel etroffen nadat verzoekers klacht erond was verklaard 2004/087 Visadienst lane behandelinsduur van verzoek om ambtshalve advies over een in te dienen aanvraa tot afifte van een mvv t.b.v. echtenote/partner; in vicieuze cirkel terechtekomen doordat Visadienst liet weten dat verzoeker een afspraak kon maken bij het Consulaat-Generaal te Karachi als zijn dossier een individueel ambtsbericht bevatte terwijl onderzoek dat tot individueel ambtsbericht moest leiden alleen tijdens afspraak met eerderenoemd Consulaat-Generaal kon worden aanevraad; in reactie op klacht een passende maatreel in vooruitzicht esteld 2004/134 Visadienst klacht over lane behandelinsduur van bezwaarschrift kennelijk onerond verklaard omdat klacht prematuur was 2004/169 Visadienst wijze van klachtafhandelin over weierin van Visadienst om nader uitstel te verlenen voor het overleen van nadere eevens m.b.t. de aanvraa tot verlenin van een mvv 2004/170 Visadienst wijze van klachtafhandelin over weierin van Visadienst om nader uitstel te verlenen voor het overleen van nadere eevens m.b.t. de aanvraa tot verlenin van een mvv 2004/235 Visadienst lane behandelinsduur van mvv-aanvraa van 17 oktober 2002 t.b.v. verzoekers kinderen 2004/247 Visadienst lane behandelinsduur van aanvraa van 29 januari 2002 om verlenin van mvv aan verzoeksters echtenoot n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

155 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/254 Visadienst uit Somalië afkomstie schoonmoeder van verzoekster verplicht om visum voor Nederland op te halen bij ambassade in Addis Abeba onder voorwaarde dat zij een exit- en terukeervisum kon overleen van de Ethiopische autoriteiten en dat zij zich binnen 72 uur na terukomst uit Nederland moest melden bij ambassade in Addis Abeba; een toestemmin eeven om zich na terukeer teru te melden bij de ambassade in Djibouti 2004/262 Visadienst klacht over lane behandelinsduur mvv-aanvraa t.b.v. kinderen onerond verklaard; in het kader van klachtbehandelin niet ehoord 2004/275 Visadienst lane behandelinsduur van bezwaarschrift teen afwijzende beslissin op aanvraa van verlenin van mvv 2004/331 Visadienst lane duur van behandelin bezwaarschrift; klacht daarover door Visadienst niet erond verklaard 2004/333 Visadienst toezein dat binnen vier weken nadat nadere informatie was ontvanen, zou worden beslist op aanvraa om verlenin machtiin tot voorlopi verblijf niet naekomen 2004/432 Visadienst lane behandelinsduur van bezwaar teen afwijzende beslissin van aanvraa om machtiin tot voorlopi verblijf; toezein dat binnen twee weken na hoorzittin zou worden beslist op bezwaar niet naekomen 2004/443Visadienst wijze waarop klacht over behandelinsduur bezwaarschrift is behandeld 2004/487 Visadienst verzoekster, als referent, in laat stadium eïnformeerd over aanvullende voorwaarden waaronder visum kon worden verleend, met name inzake verplichtin tot afifte van arantverklarin n o n Buitenlandse zaken Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/003Ministerie van Buitenlandse Zaken 2004/019 Nederlandse ambassade te Nairobi Ministerie van Buitenlandse Zaken 2004/081 Consulaat-Generaal te Sao Paulo niet aaneeven waar eboorteakte uit Pakistan kan worden elealiseerd en everifiëerd, nu ambassade in Islamabad tijdelijk is esloten onjuist eïnformeerd over het verlies van het Nederlanderschap van zijn kinderen wanneer hij zich zou naturaliseren tot Keniaans staatsburer verzoeker laten weten dat i.v.m. een ambtelijke fout de paspoorten van zijn kinderen dienden te worden ineleverd omdat zij daarop een recht meer hadden; uitblijven van reactie niet ezord voor zorvuldie betekenin van beschikkin van rechtbank betreffende ontbindin van verzoekers huwelijk aan zijn (ex-)echtenote die in Brazilië woonachti is n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

156 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/087 Consulaat-Generaal te Karachi 2004/098 Ministerie van Buitenlandse Zaken 2004/145 Nederlandse diplomatieke verteenwoordiin Dominicaanse Republiek Ministerie van Buitenlandse Zaken 2004/158 Nederlandse ambassade te Rabat 2004/189 Nederlandse ambassade te Rabat 2004/193Consulaat-Generaal te Toronto 2004/210 Nederlandse ambassade te Havanna door toedoen van Consulaat-Generaal in vicieuze cirkel terechtekomen: Visadienst heeft laten weten dat verzoeker een afspraak kon maken bij het Consulaat- Generaal te Karachi als zijn dossier een individueel ambtsbericht bevatte, terwijl onderzoek dat tot individueel ambtsbericht moest leiden alleen tijdens afspraak met eerderenoemd Consulaat-Generaal kon worden aanevraad afhandelin klacht over weierin ambassade te Accra om ewaarmerkte kopie van huwelijksakte te verstrekken; onvolledie reactie op klacht wijze van bejeenin tijdens behandelin van verzoek om lealisatie van de eboorteakte van verzoekers echtenote en huwelijksakte: echtenote pas na 2 maanden in eleenheid esteld om aanvraa om lealisatie in te dienen, verzoek om spoedie behandelin afewezen met de enkele mededelin dat aanvraen in volorde van binnenkomst worden behandeld, onjuiste informatie verstrekt m.b.t. de bewijzen die moesten worden overled; informatieverstrekkin door consul in bericht onjuiste informatie op website van het ministerie bij indienin van mvv-aanvraa voor verzoekers echtenote en kinderen pas na betalin steekpenninen toean tot het ambassadekantoor verleend; na opmerkin hierover eslaen en naar buiten eooid; verzoekers lezin over an van zaken teenesproken in afdoeninsbrieven over zijn klachten; motiverin afwijzin klacht onvoldoende: een kopie rapportae wachtmeester toeezonden aanvraa om verlenin van een visum kort verblijf ten onrechte behandeld als een aanvraa om verlenin van een machtiin tot voorlopi verblijf; onvoldoende ineaan op heteen verzoeker in zijn klachtbrief naar voren heeft ebracht weierin om mondeline klacht in behandelin te nemen over het uitblijven van een reactie op aanvraa om een visum voor Nederland t.b.v. de op dat moment in Canada verblijvende 77-jarie Iraanse moeder van verzoeker; bejeenin door medewerkster van het Consulaat: een bereidheid om te luisteren of informatie te verstrekken, na uiteindelijke instemmin om zijn verhaal aan de consul te doen bleek de consul (na een uur wachten) niet aanwezi te zijn; in het Enels te woord estaan i.p.v. in het Nederlands waarom verzoeker had evraad onjuiste informatie verstrekt inzake het aanvraen van een verblijfsverunnin t.b.v. Cubaanse echtenoot n n n n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

157 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/231 Nederlandse ambassade te Boedapest 2004/249 Nederlandse ambassade te Manilla 2004/254 Nederlandse ambassade te Addis Abeba 2004/271 Minister van Buitenlandse Zaken 2004/274 Minister van Buitenlandse Zaken 2004/275 Nederlandse ambassade te Islamabad 2004/279 Nederlandse ambassade te Washinton 2004/334 Nederlandse ambassade te Bankok 2004/351 Ministerie van Buitenlandse Zaken Nederlandse ambassade te Kiev 2004/428 Nederlandse verteenwoordiin in Luanda 2004/432 Minister van Buitenlandse Zaken 2004/479 Nederlandse ambassade te Dhaka ontoereikende informatie verstrekt aan Honaarse verzoekster over het vereiste om te beschikken over een mvv i.v.m. verzoek om toelatin tot Nederland voor verblijf bij haar partner: niet ewezen op vrijstellin van het mvv-vereiste bij reistratie van partnerschap verzoekster tot tweemaal toe binnen een half jaar verplicht een verklarin te overleen waarin haar echtenoot haar toestemmin verleent om naar Nederland te reizen; haar verplicht zich bij terukomst na verblijf in Nederland te melden op de Nederlandse ambassade onjuiste informatie over moelijkheden om van Ethiopische autoriteiten een re-entryvisum te krijen klacht onerond verklaard over feit dat in kader van asielaanvraa onderzoek is edaan in dorp waar verzoeker nooit heeft ewoond; onjuiste vermeldin van woonplaats wijze van afhandelen klacht over bemiddelin van aanvraa van eboorteakte in Zuid Afrika: een informatie verstrekt over ontvanst van aanvraa van eboorteakte; hier niet op ineaan in reaktie op klacht; verzoekster niet uit eien bewein informatie verstrekt over andere procedures om eboorteakte aan te vraen en ezed dat hij hier niet van op de hoote was lane behandelinsduur van aanvraa om bij verzoekers kinderen DNA-onderzoek te verrichten wijze van afhandelen klacht over behandelin van visumaanvraa van verzoekers tante niet op adequate wijze teemoet ekomen aan verzoek om bijstand en beschermin te verlenen naar aanleidin van roofoverval wijze van behandelen van aanvraa om verlenin van visum voor kort verblijf: de ambassade eadviseerd de aanvraa buiten behandelin te stellen weens ontbreken van handtekenin op vraenformulier zonder verzoeker in eleenheid te stellen dit verzuim binnen veertien daen te herstellen een schriftelijke en voor beroep vatbare beschikkin van deze buiten behandelinstellin estuurd beschikkin niet deudelijk emotiveerd: een of onvoldoende ronden voor afwijzin visumaanvraa openomen, esteld dat een zekerheid was verkreen over reisdoel in reactie op klacht niet ineaan op omstandiheid dat door lane behandelinsduur elealiseerde en everifieerde eboorteakte zou verlopen; niet ineaan op verzoek om aanvraen om advies bij Visadienst en bij Nederlandse diplomatieke verteenwoordiin in Laos (Nieria) te voeen tot één zaak wijze van bejeenen nadat aan verzoeker beslissin was uitereikt waarbij lealisatie van door hem overelede documenten werd eweierd: eweierd met verzoeker te praten over de inhoud van de beslissin; n n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

158 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Ministerie van Buitenlandse Zaken 2004/487 Nederlandse ambassade te Alerije verzoeker niet toeestaan de beslissin binnen het ebouw van de ambassade te lezen en hem niet toeestaan te schuilen voor de reen in klachtafdoeninsbrief verzoekers lezin teenesproken over wat zich op de ambassade heeft vooredaan ebrek aan coördinatie waardoor vriend verzoekster vier maal naar ambassade moest komen; een adequate informatieverstrekkin over noodzaak persoonlijk verschijnen op ambassade voor beoordelin visumaanvraa en afhalen visum o n Defensie Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/010 Commandant van het Interservice Commando Directeur Instituut Defensie Leeranen Inspecteur-Generaal der Krijsmacht 2004/029 Koninklijke Luchtmacht 2004/061 Staatssecretaris van Defensie klacht op ondeudelijke ronden niet erond verklaard in eruchten over verzoeksters privéomstandiheden aanleidin ezien om aanifte teen haar te doen bij de KMAR, zonder de moeite te hebben enomen om zich bij verzoekster persoonlijk van de toedracht van de ebeurtenissen op de hoote te stellen; tijdens een esprek meeedeeld dat hij aan een moelijk positieve uitkomst van het onderzoek van de KMAR een consequenties zou verbinden, maar aan een moelijk neatief resultaat wel onjuist met de door verzoekster tijdens een esprek verstrekte vertrouwelijke informatie omeaan door hieraan te refereren in brief en deze brief in afschrift te sturen aan commandant van de DICO en de directeur IDL edra functionarissen op het bosperceel waar verzoekster verbleef: wijze van patrouilleren, met (nacht)kijkers bespied, meevoeren van wapens en een hond; met leervoertuien over smalle bospaden ereden, terwijl dat niet was toeestaan; bij aanhoudin een eleenheid om fiets, die buiten het terrein stond, op slot te zetten en met woorden edreid; bij aanhoudin van de fiets etrokken verkeerd, althans onvolledi voorelicht over evolen van overdracht van verzoekers pensioen van het ministerie naar het ABP 2004/072 Minister van Defensie lane duur van behandelin van verzoekschrift om toekennin van een onderscheidin; de wijze waarop de minister de klacht heeft behandeld 2004/073Staatssecretaris van Defensie 2004/116 Inspectie Militaire Gezondheidszor niet informeren van betrokkene over de moelijkheid op te komen teen de afwijzin door de staatssecretaris van een verzoek om in aanmerkin te komen voor het, op kosten van het Ministerie van Defensie, behalen van het rijbewijs de wijze waarop de inspectie een klacht over het handelen van verzoeker in zijn hoedaniheid als psycholoo bij het ministerie heeft behandeld: onderzoek onzorvuldi en onvolledi, rapportae met onjuistheden en verkeerde conclusies n,# n n o n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

159 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/138 Klachtencommissie onewenst edra van de KMAR Koninklijke Marechaussee 2004/172 Koninklijke Marechaussee 2004/188 Directeur Instituut Defensie Leeranen van het Defensie Interservice Commando Klachtencommissie Defensie Interservice Commando 2004/319 Koninklijke Marechaussee 2004/386 Koninklijke Marechaussee 2004/387 Koninklijke Marechaussee 2004/388 Koninklijke Marechaussee onderzoek en adviserin aan de Commandant Staf van de KMAR onzorvuldi eweest (teen verzoeker was klacht inediend weens onewenst edra) omdat commandant: niet zijn hoere leidinevende heeft ehoord, personen heeft ehoord die niet in de commissie wensten deel te nemen om te vraen waarom zij niet wensten deel te nemen maar niet over de klacht zelf, onjuiste redenen aanevoerd voor het horen van deze personen; bevoedheid overtreden door een psycholoisch onderzoek te adviseren klacht onvoldoende emotiveerd erond verklaard terwijl verzoeker op Schiphol verbleef in afwachtin van uitzettin naar Sri Lanka, eweierd zijn emachtide toestemmin te even om hem op de hoote te brenen van de uitspraak van de rechter m.b.t. zijn uitzettin an van zaken bij onderzoek naar de werken leefomstandiheden binnen het Informatiecentrum van het IDL waarvan verzoekster hoofd was; tijdens esprek tussen verzoekster en directeur IDL hoofd Alemene Zaken een spreekverbod opeled; een ehoor aan haar verzoek om de onderzoekscommissie voor het esprek uit te nodien; een versla emaakt van het esprek uitlatin directeur IDL dat verzoekster niet moest «kleppen» klacht niet binnen estelde termijn afehandeld; in concept advies van de commissie enoemde bijlaen niet toeezonden; onduidelijk taalebruik in het advies en klacht niet in alle opzichten juist verwoord; het eerste onderdeel van klacht niet-ontvankelijk verklaard; slechts één lid van de onderzoekscommissie uitenodid voor hoorzittinen; klachtonderdelen niet erond verklaard zich niet eleitimeerd tijdens staandehoudin van verzoeker, andere betrokken ambtenaar belet aan hem diens naam door te even; verzoeker onnodi lan met zaklamp in ezicht eschenen waardoor hij zich eïntimideerd voelde wijze van afhandelen van aanvraa om noodpaspoort: eis van overleen van uittreksels uit eboortereister voor minderjarie kinderen ehandhaafd, eweierd verzoekster en haar partner te woord te staan, weierin om bijschrijvin niet emotiveerd, behandelin van aanvraa duurde zo lan dat zij het vlietui misten; verzoek om schadeveroedin afewezen; lane duur van behandelin van klacht over bovenstaande onnodi trae handelwijze bij behandelin aanvraa noodpaspoort voor verzoeksters jonste minderjarie kind, waardoor zij het vlietui misten; klacht no niet behandeld onjuiste informatie verstrekt over moelijkheid om zonder paspoort teru te reizen naar Spanje; n n n n o n n,! n o,! Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

160 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/391 Koninklijke Marechaussee 2004/402 Koninklijke Marechaussee 2004/419 Koninklijke Marechaussee 2004/435 Koninklijke Marechaussee 2004/436 Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee 2004/445 Koninklijke Marechaussee 2004/483Koninklijke Marechaussee onjuiste informatie verstrekt over vraa bij welke emeente een uittreksel uit bevolkinsreister moest worden evraad; trae afhandelin van klacht handelwijze in verband met aanvraa noodpaspoort: onvoldoende eïnformeerd over benodide eevens voor noodpaspoort, ambtenaren wisten niet precies welke eevens konden dienen om nationaliteit vast te stellen, niet ineaan op alle punten klachtbrief, verzoek om schadeveroedin afewezen niet juist ehandeld bij verstrekken van nooddocument waardoor verzoeker schade heeft eleden; slechts bereid de helft van door verzoeker eleden schade te veroeden wijze van behandelen op Schiphol: verzoeker in bijzijn van andere reiziers onderhouden over zijn reisdoel in Nederland en hem daarbij toean tot Nederland waar hij baae wilde afhalen voor doorreis naar Ierland ontzed na aanhoudin bij vliebasis Volkel teen verzoekers wil in vrachtwaen meeenomen en drie kilometer verder in vrijheid esteld, hem niet verteld waar hij heen zou aan klacht onerond verklaard over bejeenin na aanhoudin: verblijfsomstandiheden onvoldoende, niet ten spoediste vooreleid aan hulpofficier van justitie; een afschrift verstrekt van proces-verbaal van aanhoudin en van foto van verzoekster onvoldoende eïnformeerd over de wijze van aanvraen nooddocument, dan wel verschillende interpretatie reels door KMAR Twente en KMAR Schiphol; lane duur behandelin klacht; onvoldoende inespannen voor verkrijin nooddocument verzoeker tot drie keer toe een oede uitle eeven over te nemen route vanaf aankomsthal naar parkeerplaats; onvoldoende berip etoond nadat verzoeker voor derde keer op snelwe terecht dreide te komen en achteruit was ereden; verzoeker niet toeestaan aankomsthal te betreden om schoonvader op te halen; lane duur klachtafhandelin; verzoeker een toestemmin eeven naar toilet te aan nadat hij weens verkeersovertredin mee moest naar Bureau van Koniklijke Marechaussee op Schiphol n,! n n,! n n Economische zaken Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/392 SenterNovem klacht van Bureau Maritiem Onderzoek niet ontvankelijk verklaard omdat de edrain meer dan een jaar voor indienin zou hebben plaatsevonden 2004/411 Minister van inhoudelijke beantwoordin van klachtbrieven Economische Zaken 1 juni en 28 januari; beantwoordin brief 19 auustus,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

161 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Directeur-eneraal Nederlandse Mededininsautoriteit 2004/416 Nederlandse Mededininsautoriteit in interview neatief uitelaten over verzoekster en huisartsen in het alemeen datum hoorzittin vastesteld zonder voorafaand overle met betrokkenen; eweierd datum van hoorzittin te verplaatsen; weierin niet onderbouwd; klacht over bovenstaande onjuist eïnterpreteerd en niet conform H9 Awb behandeld n n Financiën Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/024 Belastindienst/ Holland-Noord/ kantoor Alkmaar 2004/065 Dienst Domeinen Roerende Zaken Amsterdam en directie Apeldoorn 2004/071 Belastindienst/ Haalanden/kantoor Den Haa 2004/075 Belastindienst/ Rijnmond/kantoor Rotterdam 2004/110 Belastindienst/ Holland-Noord/ kantoor Zaandam 2004/118 Belastindienst/ Zuidwest/kantoor Roosendaal verzoeker bij aansla meermalen verzocht informatie op te sturen; niet behoorlijke behandelin van verzoekers brief ericht aan medewerker X; verzoeken om informatieverstrekkin aan Y en Z voorzover het betreft het standpunt van de Belastindienst inzake de vorderin op de achterestelde rente van de lenin aan verzoekers ouders alsmede t.a.v. de afdoeninsbeslissin manier waarop personenauto op de veilin ter verkoop is aaneboden: ontbreken van onderzoek en auto als schade-auto zonder kentekenbewijs deel I aaneboden; afhandelin verzoek om schadeveroedin nadat uit keurin door de Dienst Weverkeer was ebleken dat het waarschijnlijk een «omekatte» auto betrof en dat het rijklaar maken van de auto een veelvoud aan de koopsom zou bedraen mondeline toezeinen aan verzoeker over toezendin niet naekomen; vooraf noch tijdens telefonische contacten eïnformeerd over het bestaan van een afhandelinstermijn van drie weken; slechte telefonische bereikbaarheid zonder afdoende onderbouwin bij brief meeedeeld dat verzoeker de omzetbelastin per kalendermaand moest aan voldoen in plaats van per kalenderkwartaal; afwijzend ereaeerd op brieven van verzoeker dat de eeven termijn voor de aaniftewijziin zeer kort was; stijl en inhoud mededelin liet te wensen over; per brief meeedeeld dat telefonisch door verzoeker inediende klachten inhoudelijk correct waren afewikkeld zonder verzoeker daar vooraf over te horen; meeedeeld dat, nadat was ebleken dat verzoeker ezien de wijziin van de eldende normbedraen per 1 oktober 2002, weer per kalenderkwartaal aanfite zou kunnen doen, dit pas per 1 januari 2003 kon inaan wijze van reactie op klachtbrieven en wijze van behandelin van drie aktes van statutenwijziin klacht over de afwijzin van beroep teen afewezen verzoek om kwijtscheldin van opelede (definitieve) aanslaen inkomstenbelastin/premie volksverzekerinen en premie Wet arbeidsoneschiktheidsverzekerin zelfstandien over het jaar 2000 n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

162 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/128 Belastindienst/ Holland-Midden/ Amsterdam 2004/131 Belastindienst/ Douane Rotterdam 2004/146 Belastindienst/Oost- Brabant/kantoor s-hertoenbosch 2004/165 Belastindienst/ Holland-Midden/ kantoor Haarlem 2004/167 Belastindienst/ Holland-Noord/ kantoor Zaandam 2004/190 Belastinsdienst/ Limbur/kantoor Maastricht 2004/191 Belastindienst/ Limbur/kantoor Maastricht 2004/214 Domeinen Roerende Zaken te Herkenbosch 2004/253Belastindienst/ Limbur/kantoor Heerlen 2004/265 Staatssecretaris van Financiën 2004/277 Belastindienst/ Noord/kantoor Leeuwarden 2004/285 Belastindienst/ Limbur/kantoor Roermond vier (maandelijkse) voor verzoekster bestemde voorlopie teruaven ib/pvv over 2003 estort op ander rekeninnummer dan aaneeven op formulier verzoek voorlopie teruaaf ib/pvv 2003 zich ten onrechte toean verschaft tot twee door verzoeker ehuurde opslaboxen voor onderzoek inevole de douanewetevin een uitspraak willen doen op bezwaarschriften die verzoeker heeft inediend teen de aan verzoeker opelede navorderinsaanslaen inkomstenbelastin en vermoensbelastin; ten onrechte de uitkomst in andere procedures willen afwachten en daarom ten onrechte beroepen op de maximale termijn voor het afdoen van bezwaarschriften bedra van (civielrechtelijke) vorderin ter rootte van f 3950, die Belastindienst stelt op verzoekster te hebben omdat het bedra van voorlopie teruaaf inkomstenbelastin 1998 twee keer aan haar zou zijn betaald, (ten dele) verrekend met teruaaf van definitieve aansla inkomstenbelastin 1998 en belastinteruaven over 1999 ter invorderin van belastinschuld van een ander persoon besla eled op diverse inboedeloederen van verzoekster, en voornemens deze oederen executoriaal te verkopen niet inhoudelijk ineaan op verzoeksters bewijsaanbod met beroep op artikel 9:8, eerste lid, onder c, Alemene wet bestuursrecht telefonisch aan verzoeker laten weten dat zijn klacht niet in behandelin zou worden enomen met beroep op artikel 9:8, eerste lid, onder c, Alemene wet bestuursrecht telefonisch aan verzoeker laten weten zijn klacht niet in behandelin te nemen inbeslaenomen auto vervreemd, waarde van de auto te laa etaxeerd teruaaf alemene heffinskortin 2002 estort op een rekenin die niet (meer) op verzoeksters naam stond en niet bereid bedra alsno te storten op juiste rekenin: een acht eslaen op het door verzoekster inevulde rekeninnummer op het door haar eind november 2002 inediende verzoek voorlopie teruaaf alemene heffinskortin 2003 in reactie op verzoekers klachtbrief standpunt inenomen dat uitbetalin van teruaaf aan verzoekers zoon op juiste wijze heeft plaatsevonden; standpunt inenomen dat Belastindienst niet ehouden is teruaaf opnieuw uit te betalen bedra van de aan verzoekster toekomende teruaaf inkomstenbelastin 2002 niet estort op de door haar vermelde rekenin boekenonderzoek voor inkomstenbelastin uitevoerd door onvoldoende deskundie ambtenaar; zonder verzoekers toestemmin contact openomen met derde en aan derde vertrouwelijke eevens verstrekt,#,# n n,!,# n,! n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

163 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/295 Staatssecretaris van Financiën 2004/304 Belastindienst/ Rijnmond/kantoor Rotterdam 2004/305 Belastindienst/ Zuidwest/kantoor Goes 2004/312 Belastindienst/ Limbur/kantoor Venlo 2004/318 Belastindienst/ Holland-Midden/ kantoor Amstelveen 2004/323 Belastindienst/ Holland-Midden 2004/330 Belastindienst/ Douane West 2004/357 Belastindienst/ FIOD-ECD 2004/400 Belastindienst/ Rijnmond/kantoor Rotterdam 2004/426 Belastindienst/ Holland-Midden/ kantoor Leiden 2004/437 Belastindienst/ Randmeren/kantoor Apeldoorn 2004/439 Belastindienst/ Holland-Noord/ kantoor Alkmaar 2004/442 Belastindienst/ Zuidwest/kantoor Breda afwijzend beslist op verzoek om met toepassin van de hardheidsclausule ex artikel 63 van de Alemene wet inzake rijksbelastinen (Awr) een door verzoekster eleden rentenadeel te compenseren middels het toekennen van een renteveroedin teruaaf inkomstenbelastin niet bevrijdend betaald; naelaten om te informeren naar het juiste rekeninnummer ten behoeve van de teruaaf pas bij onaanekondid, eerste bezoek, eïnformeerd dat Belastindienst in toekomst meer onaanekondide waarneminen ter plekke in zal stellen; bij afelede bezoeken niet aan een van de firmanten toestemmin evraad om binnentredin; bevoedheid overschreden door ebouw te onderzoeken; onnodie overlast veroorzaakt door tijdstip waarneminen; bevoedheid overschreden door uit ebouw vluchtende personen staande te houden teruaaf inkomstenbelastin estort op rekenin van derde eweierd bedra van verhood met interest, te storten op bankrekenin op verzoeksters naam; standpunt inenomen dat schuld bevrijdend is voldaan door stortin van bedra op rekenin op naam van derde, namelijk een voormalie deelnemin van verzoekster die reeds op 1 maart 1998 is vervreemd niet ereaeerd op klachtbrief reactie op klacht over niet waarmaken verwachtinen en daardoor eleden schade handelwijze bij strafrechtelijk onderzoek waarbij verzoeker als etuie is ehoord tijdens esprek blijk eeven van voorinenomenheid jeens verzoeker door, zonder dat dit voor het onderwerp van het esprek functioneel was, diens betrokkenheid bij een politieke partij en andere niet relevante kwesties aan de orde te stellen wijze van afhandelen bezwaarschrift teen definitieve aansla: toezein dat indien niet binnen zes weken op het bezwaarschrift zou zijn beslist, verzoeker hiervan op de hoote zou worden esteld; niet binnen een jaar na het indienen van het bezwaarschrift daarop uitspraak edaan duur van het estarte boekenonderzoek; ambtshalve aanslaen opeled zonder deudelijke onderbouwin; belastinambtenaar bij brief ewend tot advocaat-eneraal in kader van lopende strafzaak teen verzoekers, alsmede aanwezi eweest ter terechtzittin een definitieve aanslaen inkomstenbelastin opeled over 2001 en 2002; in reactie op klacht een concrete termijn enoemd waarbinnen aanslaen over 2001 en 2002 worden opeled; niet ereaeerd op klacht over niet behandelen brief weierin teruaaf inkomstenbelastin/ premie volksverzekerinen alsno over te maken naar juiste rekeninnummer; n n n,!,! n n o,#,# n n,! Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

164 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/452 Belastindienst/ Randmeren/kantoor Almere 2004/468 Belastindienst/ Zuidwest/kantoor Breda niet juiste rekeninnummer vermeld op aansla afwijzend beslist op verzoek om (ambtshalve) herzienin van opelede aansla inkomstenbelastin/premie volksverzekerinen in alemene zin aaneeven dat verzoeker niet in aanmerkin kwam voor een teenwettelijk beunstiinsbeleid; naelaten aan te even waarom verzoekers situatie niet verelijkbaar is met die van belastinplichtien met wie teenwettelijke afspraken zijn emaakt n n Gemeenschappelijke reelinen Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/154 Uitvoerinsoraan en voorzitter van het alemeen bestuur van het Schadeveroedinsschap HSL-Zuid, A16 en A4 niet beslist op verzoekers klachten over de behandelin van verzoek om schadeveroedin en het uitblijven van een beslissin daarover,! Gemeenten Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/028 Gemeente Nijmeen klachten onerond verklaard over het niet uit eien bewein openbaarmaken van de inhoud van berichten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het initiatiefvoorstel straatnaamevin en over het verwijderen van deze berichten 2004/047 Gemeente Alkmaar verzoek om veroedin van de door verzoekster emaakte kosten voor de ontwikkelin van een bouwplan edeeltelijk afewezen; zich op standpunt esteld dat de door de emeente verstrekte informatie over het ontbreken van plannen met de straat waarin verzoekster woont, juist was 2004/101 Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten onvoldoende feitenonderzoek verricht naar de vraa of verzoeker hinder ondervond van de ruwe berken pal naast zijn wonin en daarmee beslissin niet bereid te zijn overlast van de bomen te voorkomen of beperken onvoldoende emotiveerd 2004/155 Gemeente Weert onzorvuldie voorbereidin door raadscommissie Sport en Sportieve recreatie van de beslissin tot vaststellin van de roosters van emeentelijke binnensportaccommodaties voor het seizoen ; beslissin mede ebaseerd op (concept-) roosters opesteld door emeenteambtenaar die ook functie vervult bij een van de sportvereniinen 2004/161 Gemeente Bellinwedde onzorvuldie behandelin van klacht over de op het weedeelte voor verzoekers wonin aanelede verkeerssluis 2004/162 Gemeente Heiloo niet beslist op klacht over de inhoud van een door een emeenteambtenaar opesteld advies in het kader van verzoekers aanvraa om hem aan te merken als urent woninzoekende n,#,# n,#,! Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

165 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/179 Gemeente Nieuweein onvoldoende ineaan op de door verzoeker inediende klachten over twee ambtenaren van de sociale dienst, die een huisbezoek bij verzoeker hebben afeled; onvoldoende ineaan op brief over de oedkeurin van het edra van deze twee ambtenaren door het hoofd van de afdelin Sociale Zaken en Arbeid 2004/205 Gemeente Tilbur in klachtafdoeninsbrief eoordeeld dat klacht van verzoeker jeens sec de heer X over handelwijze van deze laatste m.b.t. de overlast die verzoeker ondervindt van een boom, onerond is; emeente stelt ten onrechte dat het optreden van de betrokken ambtenaar niet heeft eleid tot vertrain 2004/211 Gemeente Venray onvoldoende inspanninen eleverd om ervoor te zoren dat voor de praktijk voor fysiotherapie waar verzoekers werkzaam zijn, een nieuwe locatie wordt evonden; naelaten verzoekers te informeren over relevante ontwikkelinen die voor de hervestiin van de praktijk van belan zijn 2004/236 Gemeente Vlatwedde wijze van bejeenen van verzoekster: ezed dat zij een relatie heeft met de heer S., terwijl ze slechts tijdelijk bij hem woont 2004/238 Gemeente Losser in reactie op brief waarin verzoekers vraen stappen te ondernemen om tot een oplossin te komen van de hoe rondwaterstand in kruipruimte onder hun wonin, zich beperkt tot weereven van formele verantwoordelijkheid van emeente, particuliere rondeienaar, waterschap en provincie, en verwezen naar in mei 2003 estart onderzoek naar evolen van beëindien rondwaterwinnin dat zal duren tot /242 Gemeente Vuht inspraakprocedure voor bouwplan «Vliertstraat» opestart zonder aan te even op welke wijze en binnen welke termijn inspraak wordt verleend; zonder te omschrijven in welke mate en onder welke voorwaarden inezetenen en in de emeente belanhebbende natuurlijke en rechtspersonen invloed op het beleidsvoornemen kunnen uitoefenen 2004/257 Gemeente Moordrecht wijze van afhandelin klacht over onzorvuldiheid en onvoldoende voortvarendheid in behandelin klachten over eluidsoverlast en lichthinder: niet actief door de emeente in de eleenheid esteld te worden ehoord; standpunt dat aan klachten voldoende aandacht is besteed, bijvoorbeeld door het door de milieudienst uitevoerde onderzoek en de evaluatie van de beheersafspraken 2004/276 Gemeente Zandvoort op 15 maart 2001 inediend bezwaarschrift teen WOZ-beschikkin op 24 juni 2003 no niet afehandeld 2004/284 Gemeente Lelystad informatie over schijnhuwelijk onvoldoende serieus enomen 2004/288 Gemeente Gulpen- Wittem klaaschrift van mei 2002 onerond verklaard en klaaschrift van januari 2003 buiten behandelin elaten n n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

166 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/292 Gemeente Haarlem klacht teen inrichtin van het emeentelijk Expo-centrum en de aldaar epresenteerde bouwplannen onerond verklaard, onder verwijzin naar het besluit van de raad van de emeente Haarlem inzake het inrichten van een informatiecentrum, het beschikbaar stellen van een eenmali inrichtinskrediet en het opnemen van een jaarlijks budet voor een periode van vijf jaar 2004/303 Gemeente Enschede onvoldoende ineaan op verzoekers klacht; niet ineaan op verzoek officier van justitie om aanvraaformulier voor bijzondere bijstand toe te sturen 2004/317 Gemeente Dirksland, medewerker Gemeente Dirksland, plaatsvervanend hoofd 2004/320 Gemeente Arcen en Velden 2004/329 Gemeente Steenwijkerland 2004/335 Gemeente Bellinwedde 2004/359 Dienst Maatschappelijke Ontwikkelin emeente Enschede edra jeens verzoeker toen hij zich volens afspraak bij emeentearchief meldde i.v.m. verzoek om inzae stukken: hem ondervraad over welke stukken het in; hem ondervraad waarom hij deze stukken wilde hebben en wat hij ermee wilde doen; kwaad weelopen toen verzoeker hem vertelde wat de achterrond was wijze van behandelen klacht: verzoeker niet ehoord; zich onthouden van het even van een oordeel over de klacht een evol eeven aan inhoud van brief; een uitvoerin eeven aan verzoek om aan uitmondin op kruisin een onderbord te plaatsen; een evol eeven aan verzoek tot plaatsin van borden «einde 30-km-zone»; wijze van uitvoerin even aan inrichtin 30-km-zone; verkeersspieel op T-splitsin niet bijesteld door emeente in afdoende mate voldaan aan toezeinen over uitvoerin van met woninrenovatie samenhanende werkzaamheden; kosten herstel vaatwasser niet voor rekenin enomen; niet op afdoende wijze teemoet ekomen aan eschil over huur; niet met teruwerkende kracht de verschuldide huur substantieel verlaad trae afhandelin van bezwaarschrift over weierin emeente om eienaar/verhuurder van verzoekers wonin aan te schrijven eïntimideerd tijdens esprek over bezwaarschrift; in klachtafdoeninsbrief medeedeeld dat een vervolklacht over betrokken medewerkster niet behandeld zal worden 2004/360 Gemeente Landraaf bij klachtafhandelin voorbij eaan aan klachtonderdeel over lans-elkaar-heenewerk 2004/371 Gemeente Arnhem beslissin op verzoekers klacht over bejeenin van verzoeker door toezichthouder van Dienst Stadsbeheer onvoldoende emotiveerd 2004/372 Gemeente Heusden verzoekers klacht afedaan zonder een oplossin te treffen voor het nadeel dat hij ondervindt van een naast zijn erf, op emeenterond staande eik 2004/412 Gemeente Drimmelen beslissin tot buiten behandelin laten van verzoekers klacht onvoldoende emotiveerd 2004/414 Gemeente Landraaf wijze van afhandelen klaaschrift: menin van verzoeker niet juist weereeven in versla van hoorzittin; n n n,!,# n o,# n,!,# o n,!,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

167 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/427 Gemeente Amersfoort in strijd met afspraak dat alleen de tijdens de hoorzittin besproken zaken behandeld zouden worden, in beslissin op klaaschrift verwezen naar uitspraak van rechtbank op door verzoeker inesteld beroep; ten onrechte esteld dat rechtbank zich heeft uitesproken over juistheid van door emeente evolde procedure verzoek tot beoordelin van principeplan voor verbouwen van restaurant onzorvuldi behandeld; verzoek om veroedin van deel van emaakte kosten voor voorlopi en definitief ontwerp afewezen verzoekers brief niet afdoende beantwoord 2004/462 Buremeester van Heiloo Gemeente Heiloo klacht niet als klaaschrift in de zin van hoofdstuk 9 Awb behandeld 2004/463Gemeente Hellendam een achter verzoekers wonin eleen perceel verkocht aan buurman zonder eerst te onderzoeken of verzoeker een deel van het perceel wilde kopen 2004/489 Gemeente Tilbur verzoek om kostenveroedin ontstoppen riool afewezen 2004/498 Gemeente klacht over niet ophalen van rofvuil Zevenhuizen- onerond verklaard; niet ereaeerd op Moerkapelle verzoek om onkostenveroedin; esteld dat emeente excuses heeft aaneboden, zonder dat dat in correspondentie is teru te vinden n,#,! n n Justitie Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/001 Klachtencommissie III Raad voor de Kinderbeschermin Raad voor de Kinderbeschermin Utrecht en Amsterdam 2004/006 Arrondissementsparket Zwolle Centraal Justitieel Incassobureau 2004/011 Minister van Vreemdelinenzaken en Interatie toepassen van hoor en wederhoor; voein van twee klachten; niet ontvankelijk verklaren van klachten; onjuiste toepassin Besluit klachtbehandelin; klachten onvoldoende objectief onderzocht en afedaan; niet op alle klachten beslissin enomen niet tijdi, niet volledi, noch uit eien bewein rechtbank eïnformeerd over klachtprocedure over totstandkomen Raadsrapport, alsmede over verloop en uitkomst klachtprocedure; niet nakomen mondeline toezein over verloop procedure door adjunct-directeur; late tijdstip intrekken van Raadsrapport onvoldoende actie ondernomen m.b.t. de innin van een door de meervoudie strafkamer van de arrondissementsrechtbank te Zwolle toeekende schadeveroedin en verzoeker niet uit eien bewein op de hoote ehouden van de stand van zaken tijdens de innin; wijze waarop incasso wordt uitevoerd en de duur van de incassoprocedure onvoldoende actie ondernomen m.b.t. de innin van een door de meervoudie strafkamer van de arrondissementsrechtbank te Zwolle toeekende schadeveroedin; termijn tussen eerste en tweede aanmanin te lan eweest van verzoeker verland verklarin van afstand te laten lealiseren en op inhoud te verifiëren terwijl die eisen niet in de brieven van de staatssecretaris vermeld waren; wijze van klachtbehandelin,! n n n n,! Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

168 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/014 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/018 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/019 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/025 Centraal Oraan opvan Asielzoekers 2004/033 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/038 Centraal Justitieel Incassobureau 2004/040 Arrondissementsparket Breda 2004/041 Openbaar Ministerie Assen Centraal Justitieel Incassobureau 2004/049 Arrondissementsparket Utrecht 2004/050 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/054 Buitenewoon opsporinsambtenaar Interemeentelijk Samenwerkinsverband Goeree Overflakkee wijze klachtbehandelin: in beleidsreels niet bevoedheid tot het stellen van lealisatie- en verificatievereiste t.a.v. de afstandsverklarin uitewerkt en de eeven uitle over het beleid terzake de afstandsverplichtin klacht, betreffende weierin van IND om termijn voor het indienen van correcties en aanvullinen op het rapport van het nader ehoor te verlenen met derti daen, onerond verklaard lane behandelinsduur van aanvraa om toelatin tot Nederland als vluchtelin niet bereid om met toepassin van art. 10 van de Rijkswet op het Nederlanderschap weens ambtelijk verzuim het verlies van de Nederlandse nationaliteit van verzoekers kinderen onedaan te maken niet ineaan op verzoek om zieke kamerenoot in het asielzoekerscentrum in een andere kamer onder te brenen; wijze van klachtbehandelin lane duur behandelin aanvraa verblijfsverunnin op rond driejarenbeleid, met name afhankelijk esteld van beslissin of verzoekers in aanmerkin komen voor verblijf op rond van het cateoriale bescherminsbeleid Iraakse asielzoekers afwijzin verzoek om veroedin wettelijke rente over de bij onherroepelijk vonnis opelede schadeveroedinsmaatreel voor door verzoekers dochter eleden schade summiere informatie over onderzoek naar brand die overlijden vader tot evol had; door verzoekster aaneleverde informatie niet meeewoen onvoldoende inspannin om schadeveroedin voor verzoeker te innen; onjuiste informatie over adres daders onvoldoende inspannin om schadeveroedin voor verzoeker te innen; onjuiste informatie over adres daders toestemmin eeven voor inzet arrestatieteam bij politieoptreden toezeinen van een met naam enoemde medewerkster van 24 februari 2003 en 17 april 2003 om inhoudelijk en emotiveerd te reaeren op brief van 18 april 2003 van verzoeksters advocaat niet naekomen en bij brief laten weten dat het niet nakomen van de toezein van 17 april 2003 niet in behandelin zou worden enomen; niet inhoudelijk en emotiveerd ereaeerd op brief van 5 februari 2003 van verzoeksters advocaat onderzoek naar vermoedelijk misbruik van aan verzoekster verstrekte uitkerin krachtens de RWW: uitkerin eblokkeerd voor aanvan onderzoek, een informatie over procedure en rechten en plichten verzoekster eeven, aanweziheid van derden niet toeestaan bij esprekken, aard van verdenkin niet meeedeeld, landuri en edetailleerd onderzoek naar bankafschriften, om afschrift van niet ter zake doende nota evraad, eweierd verklarin op te nemen, bijzonder lan aan onderzoek ewerkt; n,! n,! n n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

169 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/056 Raad voor de Kinderbeschermin 2004/058 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/068 Arrondissementsparket Amsterdam 2004/077 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/079 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/083Arrondissementsparket Amsterdam 2004/084 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/086 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/090 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/092 Immiratie- en Naturalisatiedienst verklarinen verzoekster niet juist weereeven, telefonische bedreiinen euit door sociaal rechercheur; edreid met kosten voor opvraen bankafschriften; inzien vroeere bankafschriften niet adequaat ereaeerd op meldin van verzoekers dochter via AMK; te weini actie ondernomen na weierin van school om informatie te verstrekken aan de Raad; een evol even aan onderdeel uitspraak Klachtencommissie; lane behandelinsduur aanvraa om toelatin tot Nederland als vluchtelin; niet inhoudelijk ereaeerd op klachtbrief een adequate informatie aan verzoeker, slachtoffer van poin doodsla epleed door zijn ex-vriendin, over verloop strafzaak: niet eïnformeerd over heenzendin verdachte en over inesteld psychiatrisch onderzoek; een week van tevoren per brief meeedeeld dat terechtzittin zou plaatsvinden 1F-onderzoek pas inesteld nadat verzoeker had eklaad over lane behandelinsduur, terwijl indicaties voor onderzoek al bekend waren op da van mvv-aanvraa hoote van achterstand van de door verzoeker verschuldide kinderalimentatie niet juist berekend opdracht eeven om verzoekers zoon in verzoekers wonin aan te houden, terwijl deze zijn eien wonin had; hierdoor werd familie econfronteerd met optreden van arrestatieteam en ontstond materiële schade aan verzoekers wonin niet overeaan tot uitvoeren van taalanalyse, ondanks herhaalde verzoeken; pas inhoudelijk ereaeerd op bovenstaand verzoek n.a.v. bij brief van 9 januari 2003 inediende klacht, terwijl verzoek reeds kenbaar was emaakt bij brief van 16 februari 2001 inediende klacht ten onrechte onerond verklaard: emachtide niet op hoote esteld van het feit dat een aanvullend ehoor zou plaatsvinden; verzoeker tijdens ehoor een verklarin laten ondertekenen waardoor IND in eleenheid werd esteld procedurestukken m.b.t. de door verzoeker inediende aanvraa tot toelatin tot Duitsland als vluchtelin, bij Duitse autoriteiten op te vraen eweierd de korpschef van de reiopolitie te instrueren dit formulier niet laner te ebruiken; niet tijdi de korpschef eïnstrueerd de bewoordinen van de Verklarin aan te passen; klacht niet bevestid en klacht niet tijdi behandeld lane behandelinsduur van bezwaarschrift van 14 januari 1999 teen afwijzende beschikkin op aanvraa om verlenin van verblijfsverunnin; o.b.v. in 1985 en 1998 verrichtte dactyloscopische onderzoeken teeneworpen dat verzoeker de Duitse danwel de Oostenrijkse nationaliteit had, zonder teenstrijdie resultaten verder toe te lichten; o n n,# n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

170 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Minister van Justitie Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie 2004/104 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/112 Arrondissementsparket Den Haa bewoordinen van de nieuwe beschikkin in eerste aanle zijn belediend en even blijk van voorinenomenheid wijze waarop minister bij brief van 7 november 2002 klacht over vooraande heeft afehandeld wijze waarop minister bij brief van 17 september 2002 klacht over vooraande heeft afehandeld bij brief van 5 november 2002 inediende klacht over lane behandelinsduur van op 17 juli 2001 inediende aanvraa om verlenin van verblijfsverunnin medisch kennelijk onerond verklaard na inbeslanemin van auto niet eïnformeerd over wijze waarop verzoekster de teruave van haar auto kon bewerkstellien; slechts een bedra van 864 ulden als schadeveroedin toeekend; in besla enomen personenauto vervreemd; niet (tijdi) eïnformeerd over het voornemen en de beslissin tot vervreemdin; brieven niet (tijdi) beantwoord 2004/119 Centrale autoriteit optreden van de Centrale autoriteit n.a.v. verzoek van de ex-echtenoot van verzoekster om de kinderen teru te eleiden naar zijn land (Verenide Staten): alleen voor de keuze esteld om de kinderen vrijwilli naar de VSte laten terukeren; de mate waarin en de wijze waarop contact is onderhouden over de door ex-echtenoot in an ezette erechtelijke procedure in de VSvoor de onmiddellijke voorlopie toevertrouwin van de kinderen aan hem; ten onrechte meeedeeld dat verzoekster de kinderen voor de hoorzittin mee moest nemen naar de VS; niet actief eprobeerd een oplossin te bereiken; van meet af aan opesteld als belanenbehartier van ex-echtenoot; door toedoen CA een evanenisstraf boven het hoofd; bewerin dat de door ex-echtenoot in an ezette erechtelijke procedure zou aan over ezastoedelin; op ontoelaatbare wijze etracht de ouders van verzoekster te beween de kinderen af te even 2004/123Minister van Justitie verzochte reeds beschikbare kopieën van processen-verbaal niet ter hand esteld niet bij rechter-commissaris het verlenen van een bevel tot bewarin evorderd 2004/126 Openbaar Ministerie Roermond 2004/132 Raad voor de Kinderbeschermin weierin om medewerkin te verlenen tot de afifte van verzoekers minderjarie kind op rond van beschikkin arrondissementsparket, hanende een procedure in hoer beroep wijze waarop is omeaan met persoonsen adreseevens: bij het opvraen van eevens bij de GBA niet econstateerd dat adres van verzoekster een eheim adres was, terwijl emeente dit met speciale code aaneeft; onvoldoende moeite betracht om eevens verzoekster af te schermen voor derden en niet correct met eevens omespronen 2004/135 Minister van Justitie een nadere informatie verstrekt over het eweld dat door personeelsleden van de P.I. Haalanden jeens verzoeker is toeepast, waarbij hij een hoofdwond heeft opelopen n n,! n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

171 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/137 Arrondissementsparket s-hertoenbosch 2004/139 Centraal Justitieel Incassobureau 2004/140 Openbaar Ministerie Breda 2004/143Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/148 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/153Dienst Vervoer en Ondersteunin van het Ministerie van Justitie 2004/160 Dienst Vervoer en Ondersteunin van het Ministerie van Justitie 2004/171 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen n.a.v. klacht, en ondanks rappelbrief, een ontvanstbevestiin estuurd en de klacht evenmin inhoudelijk behandeld schade eleden omdat het CJIB te weini heeft edaan om de schadeveroedinsmaatreel die de rechtbank aan de heer A. heeft opeled, te innen nooit meeedeeld dat sepotbeslissin is enomen t.a.v. de aaniften van verzoekster over teen haar edane valse aanklachten; sepotbeslissin niet inetrokken of ewijzid; niet voortijdi en uit eien bewein eïnformeerd over sepotbeslissin t.a.v. verzoeksters eerste aanifte lane behandelinsduur van aanvraa om verlenin van een verblijfsverunnin op rond van het zoenoemde driejarenbeleid wijze waarop is ehandeld n.a.v. verzoek van ex-echtenote de invorderin van de kinderalimentatie ter hand te nemen: innin van kinderalimentatie overenomen, er telkens vanuit eaan dat verzoeker betalinsverplichtin niet, dan wel onvoldoende, is naekomen, inhoud van esprek niet schriftelijk bevestid, steeds verschillende medewerkers te spreken ekreen die vertelden dat dossier niet te vinden was informatieverstrekkin over hoote betalinsachterstand en werkwijze zodra klacht is inediend tijdens overbrenin van verzoekster van politiebureau naar huis van bewarin roekeloos ereden door ambtenaar van de dienst en eenzijdi oneval veroorzaakt waardoor verzoekster ewond is eraakt; een standpunt inenomen over de overie door verzoekster eleden schade; mededelin dat de dienst zich niet aansprakelijk achtte voor miskraam van verzoekster twee weken later; bij klachtafhandelin niet ehoord tijdens vervoer vanuit vreemdelinenbewarin in Penitentiaire Inrichtin naar Schiphol aan handen en voeten eboeid en kussensloop over het hoofd etrokken; hoofdwond niet verzord; eschopt, eduwd en eslaen; neerbuiende opmerkinen emaakt; door opmerkin van ambtenaar dat verzoeker problemen veroorzaakt, niet op eplande datum uitezet door de Koninklijk Marechaussee naar Nieria ontbreken van duidelijke reelin voor het ebruik van vrijheidsbenemende middelen (behalve boeien, blinderinsbril en broekstok) in de Vervoersinstructie voor ambtenaren van de dienst ten onrechte overeaan tot innin onderhoudsbijdrae aanezien verzoeker in periode september-december f had overemaakt op ezinsrekenin, terwijl achteraf door rechter vastestelde kinderalimentatie f 2 367,84 bedroe 2004/176 Officier van justitie aanhouden buiten heterdaad; afeven machtiin tot binnentreden wonin n n n n n,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

172 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/178 Bureau Centrale Autoriteit 2004/183Ministerie van Justitie 2004/184 Centraal Justitieel Incassobureau 2004/187 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/194 Arrondissementsparket Rotterdam 2004/198 Immiratie- en Naturalisatiedienst verzoeker onvoldoende bijestaan i.v.m. zijn verzoek tot terueleidin van zijn zoon die in 1997 door verzoekers ex-echtenote naar de VSis ontvoerd: onvoldoende actie ondernomen om verblijfplaats zoon te achterhalen, verzoekers vraa (in hoeverre hij door de Amerikaanse rechter kon worden verplicht het Nederlandse paspoort van zijn zoon aan de advocaat van zijn ex-echtenote te overhandien) niet beantwoord; een antwoord eeven op vraa of verzoeker recht had zijn zoon teru naar Nederland te brenen/halen ten ontrechte afschrift van rapport, dat door verzoeker is opesteld in het kader van een procedure tot wijziin van de naam van cliënt, verstrekt aan raadsman van ouders cliënt. weierin verzoek zuster van verzoeker om voor hem een betalinsreelin te treffen ter voorkomin van de maatreel ijzelin; ewekte verwachtinen niet ehonoreerd; foute informatieverstrekkin; niet adequate beantwoordin van brieven onterecht loonbesla eled omdat er een betalinsachterstand was; onterecht opslakosten over de bijdrae berekend toestemmin verleend tot de inzet van een arrestatieteam voor het binnentreden van de wonin van de familie van verzoeker lane duur behandelin bezwaarschrift teen afwijzende beslissin aanvraa verblijfsverunnin; een medische beeleidin en bewakin aanwezi bij terukeeresprek en partner mocht niet aanwezi zijn 2004/199 Officier van justitie verzoek eweierd aanifte van bedreiin door buurman alsno op te laten nemen 2004/203Landelijk Bureau onvoldoende inspannin om kinderalimentatie Innin Onderhoudsbijdraen voor verzoekster te innen en een betalinsoverzicht ezonden 2004/204 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/207 Hoofdofficier van justitie zich tijdens zittin van de rechtbank abusievelijk op het standpunt esteld dat het IND-dossiernummer van verzoek om ezinshereniin, een betrekkin had op verzoekers jonste zoon; nadat emachtide van verzoeker de medewerkster, voor de uitspraak, in het bezit had esteld van documenten waaruit blijkt dat dossiernummer wel deelijk betrekkin had op jonste zoon, eweierd hiervan rechtbank in kennis te stellen niet zelf ereaeerd op brieven van 23 januari 1998, 9 maart 2000, 2 april 2000 en 17 april 2000 maar beantwoordin overedraen aan behandelend officier van justitie niet zelf ereaeerd op brieven van 1 december 1997, 13 januari 1998, 14 maart 2000 en 24 maart /212 Officier van Justitie verstrekken van informatie aan verzekerinsmaatschappij van verzoekers; een aanvullend opsporinsonderzoek verricht 2004/214 Arrondissementsparket onvoldoende voortvarend uitvoerin Breda eeven aan verzoek om teruave van inbeslaenomen auto n o n n n o n n,! n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

173 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/217 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/222 Arrondissementsparket Maastricht 2004/224 Collee van Toezicht op de Kansspelen 2004/230 Arrondissementsparket Groninen 2004/232 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/245 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/251 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/259 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/261 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/268 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen Gouda ten onrechte aanenomen dat verzoeker een betalinsachterstand had t.a.v. verschuldide kinderalimentatie een uitvoerin eeven aan last tot teruave van in besla enomen foto s, maar daarenteen die foto s vernietid; niet ineaan op verzoek overle te voeren over vernietien van andere in besla enomen foto s en zo moelijk bij selectie van te vernietien foto s aanwezi te moen zijn klacht afedaan op rond van ontoereikend onderzoek omdat een hoor en wederhoor is toeepast; beslissin onvoldoende emotiveerd handelwijze van het parket in verband met teruave van een aantal bij verzoeker aanetroffen en door de politie inbeslaenomen oederen: niet alle inbeslaenomen oederen op beslalijst laten opnemen; aantal voorwerpen niet aan verzoeker laten terueven; vijverpomp, fontein en onderwater lampen aan derden laten (teru)even terwijl die van verzoeker waren; kruiwaen en zinken bloembak niet aan verzoeker laten terueven niet ewezen op de moelijkheid en niet in de eleenheid esteld om tijdens het ehoor in het Aanmeldcentrum door een vrouwelijke contactambtenaar met hulp van vrouwelijke tolk ehoord te worden; klacht hierover onerond verklaard; klacht niet tijdens AC-procedure afedaan, waardoor een sprake zou zijn van reëel klachtrecht wijze van afhandelen klacht over met naam enoemde contactambtenaar: verzoekster en tolk niet ehoord; direct leidinevende van de contactambtenaar betrokken bij afhandelin van klacht lane behandelinsduur van bezwaarschriften ericht teen de niet tijdie beslissin op aanvraa verblijfsverunnin; wijze van klachtbehandelin: niet ehoord, strekkin van de klacht niet onderkend, behandelin afhankelijk esteld van toezendin inevulde «toestemminsverklarin medische eevens» motivatie afwijzin van verzoek om veroedin van riffierecht betreffende een door verzoeker aanevraade voorlopie voorzienin, nadat verzoeker het verzoek bij de rechtbank had inetrokken omdat de IND alsno de bestreden beschikkin had inetrokken; de rechtbank bepaalde dat verzoeker zich tot de IND kon wenden met verzoek om terubetalin ondanks telefonische beloften over spontane verzoeken om tussentijdse afdrachten onvoldoende etracht om kinderalimentatie voor verzoeksters zoon te vorderen bij ex-echtenoot over periode van 8 november 2002 tot 21 mei 2003; zelfde probleem sinds mei 2003 onvoldoende actie ondernomen om door verzoeksters ex-echtenoot verschuldide kinderalimentatie te innen in periode van 23 mei tot 19 juni 2003; n n,! n o,! n n,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

174 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/270 Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie 2004/287 Centraal Justitieel Incassobureau 2004/293Officier van Justitie onvoldoende actie ondernomen om door verzoeksters ex-echtenoot verschuldide kinderalimentatie te innen ná 19 juni 2003; onvoldoende informatie verstrekt over voortan van innin kinderalimentatie en inspanninen van LBIO terzake wijze van behandelen klacht: een passende maatreel in vooruitzicht esteld, hoewel verzoekers klacht over lane behandelinsduur van bezwaarschrift erond was verklaard; slechts toeezed dat uiterlijk binnen drie maanden op bezwaarschrift zou worden beslist na afloop van contract een vast dienstverband aaneboden ekreen, verzoeker is het niet eens met arumenten die zijn eeven; eweierd resterende verlofuren aan verzoeker uit te betalen machtiin afeeven voor het binnentreden van verzoekers wonin 2004/297 Officier van Justitie brieven onvoldoende beantwoord; minder dan vier weken voor terechtzittin een afschrift van het evraade proces-verbaal toeestuurd; niet een volledi afschrift van het evraade proces-verbaal toeestuurd 2004/299 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/301 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/306 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/309 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen wijze waarop is overeaan tot innin van kinderalimentatie: een rekenin ehouden met tussen verzoeker en ex-echtenote emaakte afspraak; esommeerd om aan betalinsverplichtin te voldoen; ten onrechte opslakosten berekend; overeaan tot betekenin van besla op inkomen waarbij emelde vorderinen niet zijn especificeerd; niet ereaeerd op mededelinen van ex-echtenote dat verzoeker aan betalinsverplichtin heeft voldaan; ten tijde van beslalein la een verzoek van ex-echtenote tot innin van achterstallie alimentatie als evol waarvan verzoeker edurende de periode van beslalein dubbel heeft betaald; verzuimd in saldospecificatie de rechtstreekse betalinen van verzoeker aan ex-echtenote op te nemen in de periode van februari 2002 tot oktober 2002; vaststellen van de beslavrije voet ebaseerd op «onehuwd» en het vermelden van de rechtstreekse betalinen edurende de periode van oktober 2002 tot en met januari 2003 niet voldoende voortvarendheid betracht bij innin kinderalimentatie; niet overeaan tot ijzelin van verzoeksters ex-echtenoot ten onrechte innin overenomen, zonder bemiddelin via bemiddelinsbureau, terwijl sprake was van een edeeltelijke achterstand tav een periodieke betalin i.p.v. achterstand van hele periodieke betalin; onvoldoende duidelijk emaakt waarop berekenin vorderin is ebaseerd; brief betreffende overname innin niet aanetekend verstuurd bedra van betalinsachterstand onterecht; ten onrechte esteld dat verzoeker achterstand heeft in betalin kinderalimentatie n n n n,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

175 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/311 Ministerie van Justitie 2004/313 Ministerie van Justitie 2004/315 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/316 Openbaar Ministerie te Amsterdam 2004/327 Arrondissementsparket Arnhem betrokken ambtenaar stelde dat hij alleen besliste wat verzoeker al dan niet mee mocht nemen tijdens transport naar andere penitentiaire inrichtin; niet toeestaan baaedoos mee te nemen; verzoek om schadeveroedin niet ehonoreerd; niet toeestaan lunchpakket, krant, tijdschrift en studieboek mee te nemen; niet toeestaan drinkwaar mee te nemen inhoud brief van Centrale Autoriteit aan Amerikaanse Centrale Autoriteit waarin omansreelin wordt inetrokken en verzoeker in neatief dalicht wordt esteld wijze van behandelen klacht: niet emotiveerd ereaeerd op door verzoekster met documenten onderbouwde stellin dat IND ten onrechte tot de conclusie is ekomen dat verzoekster niet wil meewerken aan terukeer naar China vonnis tot plaatsin in psychiatrisch ziekenhuis uiteindelijk in eheel niet ten uitvoer eled; verzoeker tot juli 2001 als passant in huis van bewarin laten verblijven, terwijl plaatsin in psychiatrisch ziekenhuis in februari al niet meer moelijk bleek te zijn; onvoldoende voortvarend ehandeld bij tenuitvoerlein van vonnis een sectie laten verrichten op lichaam zoon, waardoor tijdstip overlijden onduidelijk is bejeenin tijdens diverse telefoonesprekken Arrondissementsparket Zutphen 2004/328 Minister van Justitie onvoldoende zorvuldiheid betracht bij de beantwoordin van kamervraen; wijze waarop klacht formeel is behandeld; 2004/336 Collee van procureurs-eneraal 2004/341 Centraal Oraan opvan Asielzoekers Rijswijk 2004/342 Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie 2004/348 Immiratie- en Naturalisatiedienst niet ereaeerd op open brief; ezamenlijke behandelin van verzoekers brieven door drie ministers verzoek om schadeveroedin edeeltelijk afewezen en door verzoeker onnodi betaalde verzekerinspremie niet veroed wijze van afhandelen klacht: lane behandelinsduur, een tussenbericht estuurd, klacht niet overeenkomsti de COA klachtenreelin en Awb behandeld wijze van behandelen klacht over verzoeksters verwijderin uit Nederland: verzoekster uit Nederland laten verwijderen terwijl bij rechtbank no verzoek om voorlopie voorzieninen teen uitzettin aanhani was; niet ereaeerd op verzoek om schadeveroedin; verzoek om te bevorderen dat verzoekster naar Nederland kon terukeren afewezen wijze waarop IND is omeaan met de op verzoeker rustende verplichtin om afstand te doen van Nieriaanse nationaliteit: een uitsluitsel eeven of met Nieriaanse verklarin is voldaan aan afstandsverplichtin; voorwaarde esteld dat Nieriaans document in Nieria moet worden elealiseerd; aanvullende eisen esteld naast bewijs van Nieriaanse autoriteiten 2004/352 Gerechtsdeurwaarder wijze van beslaleen voor innin van 840: eweierd bewijs van kwijtin in de vorm van notariële akte te verstrekken, het te innen bedra verhood; verzoekers privé-terrein betreden bij beslalein, Rolls Royce beschadid bij beslalein; n o,#,# n n n n n,#,# n n n,!,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

176 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/353 Arrondissementsparket Amsterdam Collee van procureurs-eneraal 2004/361 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/370 Openbaar Ministerie Groninen 2004/379 Arrondissementsparket s-hertoenbosch 2004/381 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/382 Arrondissementsparket Den Haa 2004/384 Openbaar Ministerie Zutphen 2004/389 Centraal Justitieel Incassobureau 2004/397 (Waarnemend) hoofdofficier van justitie Utrecht 2004/404 Arrondissementsparket Amsterdam 2004/405 William Schrikker Stichtin 2004/409 Arrondissementsparket s-hertoenbosch 2004/410 Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie 2004/419 Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/424 Immiratie- en Naturalisatiedienst besla eled op vijf auto s; besla eled op bankrekenin; kosten in rekenin ebracht voor besla van mei 2003, zonder nadere uitle het te innen bedra verhood; wijze van afhandelen klacht verzoekster niet op de hoote ehouden van verloop van procedure, ondanks het feit dat zij had aaeeven zich te willen voeen in de strafzaak verzoek om schadeveroedin afewezen verzoek om aanweziheid van video- en eluidsapparatuur toe te staan bij aanvullend ehoor afewezen onvoldoende voortvarend nader onderzoek inesteld n.a.v. tussenbeschikkin van het Gerechtshof te Leeuwarden in de aanespannen beklaprocedure inevole art. 12 Wetboek van Strafvorderin onder verantwoordelijkheid van officier van Justitie foto van verzoekster emaakt toen zij werd aanehouden; foto niet vernietid nadat was teemoetekomen aan verzoek om veroedin van naheffinsaansla BTW over 1999 en 2000, de overie, in het kader van het betalinsverzoek, emaakte kosten niet veroed onvoldoende toezicht op nalevin van mededelin dat door de politie wordt naetrokken of het verzoeker betreft of zijn broer bij epleede misdrijven besloten een proces-verbaal op te laten maken n.a.v. oneval meeedeeld dat door verzoeker reeds betaalde bedra intern zou worden overeboekt naar een nieuwe zaak indien er zou worden besloten ter zake van de edrain een nieuwe sanctie op te leen; in reactie niet inhoudelijk ineaan op deze klacht eweierd om verzoekster financieel teemoet te komen in schade door strafbaar feit, terwijl zij zich door fouten van parket niet heeft kunnen voeen in strafproces teen verdachten toestemmin eeven voor inzet van arrestatieteam onzorvuldi ehandeld bij uithuisplaatsin van twee dochters; keuze van pleeezin voor oudste dochter toestemmin eeven tot inzet van arrestatieteam voor aanhoudin verzoeker wijze waarop klacht is afehandeld; tijdsduur tussen eerste ehoor en nader ehoor en over feit dat verzoeker ten tijde van asielaanvraa minderjari was wijze van afhandelen klacht: ruim vijftien maanden erover edaan om brief te beantwoorden, reactie in het Nederlands opesteld en daarbij formele juridische taal ebruikt terwijl verzoeker een Nederlands spreekt behandelin van asielverzoek (tijdelijk) stopezet n.a.v. het enkele bericht van verzoekers advocaat dat hij voornemens was door te mireren naar de VS; verzoeker niet op de hoote esteld van deze (tijdelijke) stopzettin n n n n n,# n n n n,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

177 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/431 Arrondissementsparket Zwolle/ Lelystad 2004/433 Staatssecretaris van Justitie 2004/438 Openbaar Ministerie te Rotterdam Collee van procureurs-eneraal 2004/446 Arrondissementsparket Zwolle 2004/447 Centraal Justitieel Incassobureau 2004/450 Arrondissementsparket Roermond 2004/453Penitentiaire Inrichtinen Overijssel 2004/455 Collee van procureurs-eneraal 2004/458 Centraal Justitieel Incassobureau wijze van optreden jeens verzoekers: een uitle eeven over optreden, zich niet eleitimeerd, verblijfsruimte in AZC in wanorde achterelaten verzoek om toekennin van verblijfsverunnin op rond van driejarenbeleid afewezen; bij klachtafdoeninsbrieven niet aan verzoekers bekend emaakt dat zij een rechtsmiddel teen de beslissin konden aanwenden straf die bij vonnis in 1997 is opeled no niet ten uitvoer ebracht niet in de eleenheid esteld te worden ehoord nav klacht meeedeeld dat verzoeker zich ook niet onbetuid heeft elaten; brief niet met naam ondertekend verzoek om schadeveroedin weens onterechte arrestatie afewezen; indruk ewekt zich niet te willen verenien met standpunt hoofdofficier over onterechte aanhoudin niet eïnformeerd over aaneboden transactie aan vrouw die verzoeker en zijn vrouw heeft beledid; niet eprobeerd tot schadebemiddelin te komen een actie ondernomen n.a.v. verzoekers bevestiende antwoord op vraa of hij zijn wonin wilde aanhouden; verzuimd aan emeente Almere mededelin te doen van verzoeker s verblijf in instellin verzoek om schadeveroedin afewezen eweierd om in rekenin ebrachte deurwaarderskosten te restitueren; deurwaarderskosten ten onrechte verrekend met een ander overemaakt eldbedra 2004/460 Minister van Justitie duur van verblijf van civielrechtelijk eplaatsten in opvaninrichtinen tot aan de daadwerkelijke plaatsin in behandelinrichtinen; plaatsin in opvaninrichtin van joneren op strafrechtelijke titel en joneren op civielrechtelijke titel op één afdelin; door lane verblijf in opvaninrichtinen pas na lane tijd beschikkin over uitebreid en evarieerd onderwijs; ontbreken van moelijkheden van behandelin in opvaninrichtin tijdens crisisplaatsin; aanbod van onderwijs voor civielrechtelijk eplaatsten in opvaninrichtin Dienst Justitiële Inrichtinen 2004/472 Immiratie- en Naturalisatiedienst Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie 2004/477 Immiratie- en Naturalisatiedienst onvoldoende uitvoerin eeven aan verzoek van de Stichtin Bureaus Jeudzor om verzoekster in besloten behandelinrichtin te plaatsen lane behandelinsduur van asielaanvraa niet binnen redelijke termijn ereaeerd op verzoek om toepassin van cateoriaal bescherminsbeleid; wijze van afhandelen klacht lane behandelinsduur van verzoeksters bezwaarschrift teen afwijzin van asielverzoek; laten weten dat pas na afloop van het in juni 2003 inestelde besluitmoratorium voor asielzoekers afkomsti uit Centraal-Irak een beslissin op haar aanvraa zou kunnen worden enomen n n,# n n n n n,!,!,# n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

178 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/480 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/485 Immiratie- en Naturalisatiedienst Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie 2004/486 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/492 Arrondissementsparket s-hertoenbosch 2004/493Stichtin Jeud en Gezin te Haarlem 2004/494 Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen 2004/495 Minister voor Vreemdelinenzaken en Interatie esteld dat verzoeker niet heeft aanetoond dat hij aan zijn betalinsverplichtin heeft voldaan; innin ten onrechte overenomen aanezien verzoeker iedere maand tijdi betaalt; esteld dat verzoeker voor het laatst op 15 januari 2004 heeft betaald verhoor afenomen door mannelijke contactambtenaar en tolk, terwijl relaas aanleidin had moeten zijn voor verhoor door vrouwelijke contactambtenaar en tolk klacht onerond verklaard zonder daarbij hoor en wederhoor toe te passen klacht niet in onderzoek enomen voor wat betreft de periode februari 2000 tot auustus 2002; onvoldoende actie ondernomen om verschuldide kinderalimentatie te innen edurende januari tot auustus 2003; niet voortvarend eïnformeerd over faillissement ex-echtenoot; pas na tussenkomst Nationale ombudsman inkomstenbron ex-echtenoot achterhaald; klacht niet in onderzoek enomen voor wat betreft overie periode; onvoldoende actie ondernomen om verschuldide kinderalimentatie te innen edurende overie periode; onerond verklaren van deel van klacht toestemmin verleend tot inzetten arrestatieteam voor binnentreden wonin verzoeker; een excuses aaneboden voor opelopen vertrain klachtbehandelin onvoldoende inespannen om nakomin omansreelin, door rechter vastesteld, te realiseren in februari 2002 overeaan tot leen loonbesla en te laat inetrokken; meeedeeld niet voldoende te hebben aanetoond betalinen te verrichten; esommeerd voor 1 april bedraen over te maken, terwijl rekeninnummer pas op 12 april werd dooreeven; contact openomen met Postbank inzake blanco overschrijvinskaart; estorte bedra niet estort op rekenin ex-echtenoot maar teruestort op eien rekenin; in 2003 ten onrechte loonbesla eled; mondeline afspraak ontkend over overmaken bedra naar rekeninnummer ex-echtenoot, een telefoonnotitie van mondeline afspraak klacht kennelijk onerond verklaard over fouten in versla nader ehoor n,! n n,! n n o Landbouw, natuur en voedselkwaliteit Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/005 Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2004/241 Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een evol eeven aan verzoek van vakbond om bepaalde zinsneden over verzurin door ammoniak in een door het ministerie uiteeven brochure aan te passen verzoek tot schadeveroedin afewezen; n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

179 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/338 Alemene Inspectiedienst/ Rijksdienst voor de keurin van Vee en Vlees 2004/347 Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2004/385 Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mondeline toezein edaan dat verzoekers schade voor veroedin in aanmerkin zou komen bij ruimin van verzoekers pluimvee in het kader van bestrijdin voelpest assistentie van politie evraad en dit onvoldoende emotiveerd lane behandelinsduur van bezwaarschriften; klacht niet afehandeld in het kader van bestrijdin van voelpest een kliklijn openesteld voor het anoniem melden van hobbypluimveehouders 2004/459 Faunafonds niet adequaat ereaeerd op in brieven van verzoeker aan de orde estelde kwesties o n Onderwijs, cultuur en wetenschap Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/456 Universiteit Waeninen in sollicitatieprocedure brief estuurd aan voormalie werkever verzoeker, zonder verzoeker daarvan op de hoote te stellen Politie Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/008 Reiopolitie Haalanden ondanks toezein, het onderzoek n.a.v. aanifte van inbraak niet voortezet; niet emotiveerd aaneeven waarom er niets met aanifte is ebeurd en meeedeeld dat videobanden waarop moelijke verdachten van de inbraak te zien waren, niet meer beschikbaar waren terwijl de politie hier volens verzoeker in het eheel een navraa naar heeft edaan 2004/009 Reiopolitie Utrecht meerdere malen eweierd aanifte op te nemen van overlast veroorzaakt door honden in en rondom verzoeksters flatwonin; een aanifte openomen van het binnen de bebouwde kom op de we of openbare rond laten verblijven of lopen van een hond zonder dat die is aanelijnd 2004/013Reiopolitie Brabant Zuid-Oost onheus bejeend door verzoekster in een toeestuurde Kennisevin Verkeersovertredin mee te delen dat de econstateerde overtredin aan het korps is dooreeven via de zoenaamde «Horkenlijn» 2004/015 Reiopolitie Drenthe disproportioneel eweld ebruikt teen verzoekers en ten onrechte in procesverbaal ezet dat verzoeker een politieambtenaar had eslaen; lane behandelinsduur klacht; ezed dat verzoekers iets aan hun alcoholebruik moesten doen aanezien zij een alcoholprobleem zouden hebben Klachtencommissie in advies enkele punten niet openomen reiopolitie Drenthe die volens verzoekers van belan waren 2004/017 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond verzoekster staande ehouden; verbaal provocerend edra vertoond en dienstnummer niet aan verzoekster hebben willen even; op intimiderende wijze verzoekster benaderd n n,# n o n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

180 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/021 Reiopolitie Hollands Midden 2004/022 Reiopolitie Haalanden Beheerder reiopolitie Haalanden 2004/023Beheerder reiopolitie Limbur- Noord Reiopolitie Limbur Noord Korps landelijke politiediensten 2004/027 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/030 Klachtencommissie reiopolitie Flevoland aan verzoeker meeedeeld dat het niet nodi is om in het weekend aanifte te doen als het strafbaar feit niet had plaatsevonden op de da waarop verzoeker aanifte wilde doen; aanifte van eni strafbaar feit niet openomen; weierin om aanifte op te nemen onjuist emotiveerd en onjuiste informatie verstrekt over berip sepot; onheus bejeend door met harde stem te praten en verzoeker weini kans te even zijn standpunt duidelijk te maken verzoekers auto als wrak aanemerkt en het om die reden laten vernietien; in periode voorafaand aan vernietiin verzoeker niet, althans niet voldoende duidelijk, ewaarschuwd dat auto zou worden verwijderd en vernietid klacht onvoldoende zorvuldi behandeld, zowel in eerste als in tweede aanle afehandeld zonder dat hoor en wederhoor heeft plaatsevonden en klacht onerond verklaard op advies van reionale klachtencommissie waarin niet is ineaan op door verzoekers emachtide aanevoerde arumenten en is ebaseerd op de door verzoeker bekritiseerde brief waarmee klacht in eerste aanle werd afedaan oordeel eeven over de door verzoekster inediende klachten voordat korpsbeheerder de door haar toeestuurde repliek had ontvanen, althans zonder dat hij van deze kennis had enomen verzoekster evorderd tot werijden terwijl politieambtenaren haar papieren no niet hadden terueeven en werijden op dat moment onmoelijk was; reden van aanhoudin niet vermeld; bij poin om verzoekster uit auto te trekken haar arm zodani vastepakt dat ze een ekneusde arm opliep; verzoekster bij borsten en buik aaneraakt bij een poin haar autoordel los te maken (een opzettelijk onewenste intimiteit) verzoekster bevel eeven om we te rijden terwijl werijden op dat moment onmoelijk was onheus bejeend door een oede informatie te even op de vraa hoe een en ander op het bureau zou verlopen; midden in de nacht oneveer 2,5 uur zonder reden op het bureau in het daverblijf vastehouden; een uitle eeven over protocol bij ademanalyse; opmerkin dat verzoeker zijn auto niet fout had moeten parkeren toen hij de auto de volende da kwam ophalen; niet uiteled waarom verzoeker op het politiebureau niet meer kon meewerken aan een ademanalyse; bewijs van ontvanst van het inevorderde rijbewijs niet teruevraad; mededelin politieambtenaar dat hij na overle met zijn collea s vond dat verzoeker eienlijk niet dronken was verzoeker en andere betrokkenen niet ehoord; niet aaneeven welke informatie is betrokken bij advies; betrokken ambtenaren niet ehoord n o n n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

181 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Reiopolitie Flevoland 2004/031 Reiopolitie Flevoland disproportioneel eweld ebruikt: politiehond inezet om verzoeker rusti te krijen; eweierd schade te veroeden ontstaan door optreden politie; klacht pas anderhalf jaar later afehandeld; eslaen met wapenstok; ruim 10 minuten ewond in een plas water laten lien onvoldoende inspannin verricht na aanifte verkrachtin; een inzet van opsporinsbericht via media 2004/032 Reiopolitie Utrecht bejeenin bij aanhoudin; beschadiin kledin; beletten tas mee te nemen; weierin partner klachtesprek laten bijwonen; een interesse in verklarin etuie; manier klachtesprek; oordelend espreksversla; niet toezenden versla; tas niet moen meenemen uit auto; partner niet toeelaten bij klachtesprek; niet inelicht over niet terutrekken klachtbehandelaar; weierin uitsla blaastest mee te delen; tas eooid; lane duur klachtesprek; administratief medewerker laten optreden als tolk; belediende toon en weieren afschrift espreksversla; niet aaneeven dat vervolesprek in het kader van hoor en wederhoor was 2004/035 Reiopolitie Utrecht na aanhoudin en overbrenin naar politiebureau neenjari dochtertje van verzoeker alleen op straat achterelaten; klacht niet in behandelin enomen 2004/036 Reiopolitie Noord-Holland Noord brief estuurd aan reionaal dablad over artikel van verzoeker free lance journalist waarin beschuldiinen worden euit van ernstie journalistieke dwalinen, zonder voorafaand onderzoek 2004/037 Reiopolitie Utrecht meerdere keren beloofd dat zou worden teruebeld naar aanleidin van aanifte over mishandelin; ontoelaatbare opmerkinen emaakt 2004/039 Reiopolitie Brabant wekken kinderen tijdens huiszoekin; Noord behandelin tijdens insluitin; mededelin tijdstip vrijlatin; opschorten behandelin klacht; kwaliteit versla klachtesprek 2004/040 Reiopolitie Middenen West-Brabant 2004/043Reiopolitie Drenthe onvoldoende onderzoek naar oorzaak brand die overlijden vader tot evol had; summiere informatie over onderzoek; edane suestie over oorzaak later ontkend wijze van politieoptreden m.b.t. behandelin van een aantal aaniftes en/of meldinen van strafbare feiten: onvoldoende tijd vrijemaakt om aanifte volledi op te nemen, pas 9 daen na diefstal in eleenheid esteld daarvan aanifte te doen en niet voldoende tijd verschaft om bij aanifte een oederenlijst bij te sluiten, onvoldoende voortvarendheid betracht om estolen BMW, die inmiddels was teruevonden, en reservesleutel aan verzoekers teru te bezoren en onvoldoende eïnformeerd over voortan zaak, pas na verzoek om inlichtinen eïnformeerd over aanifte van frauduleuze handelinen van Essent, opdracht eeven aan klachtcommissie om advies aan korpsbeheerder te herschrijven; oederenlijst niet bij proces-verbaal van aanifte evoed,# n n,! n o n o o n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

182 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/044 Reiopolitie Haalanden 2004/045 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland 2004/046 Reiopolitie Groninen 2004/048 Korps landelijke politiediensten bij aanhoudin disproportioneel eweld ebruikt, eboeid overebracht naar politiebureau, niet tijdi ereaeerd op herhaaldelijke verzoeken om water, verzoek en echtenoot onheus bejeend door politieambtenaar; verzoeker medische zor onthouden op politiebureau teen verzoeker ezed dat buurtbewoners hadden eklaad dat hij zijn auto landuri had eparkeerd bij een informatiebord van emeente Purmerend, waardoor een verkeersonveilie situatie was ontstaan en in eerste instantie ezed dat werd eklaad over het uitzicht op zijn eparkeerde auto; edreid verzoeker te verbaliseren voor wijze van parkeren o..v. artikel 5 van Weenverkeerswet 1994, terwijl hier een rond voor bestaat bij uitschrijven van een administratiefrechtelijke sanctie eloen over het aantal minuten dat verzoeker zijn auto op het trottoir had eparkeerd verzoek om veroedin van de na de aanhoudin emaakte reiskosten afewezen, hoewel is vastesteld dat aan de door de verzoeker epleede belediin een incorrecte interactie van de zijde van de politieambtenaar is voorafeaan en verzoekers klacht over de bejeenin erond is verklaard 2004/049 Reiopolitie Utrecht verzoekers wonin binnenetreden; verzoekers aanehouden op verdenkin van het voorhanden hebben van wapens en/of munitie; wonin doorzocht; wijze van optreden van arrestatieteam; schadeveroedin afewezen; niet afdoende eïnformeerd over reden voor verzoekers aanhoudin en doorzoekin van zijn wonin; klacht onvoldoende emotiveerd afedaan door slechts te verwijzen naar toestemmin van hoofdofficier van justitie om verzoekers wonin binnen te treden en afwijzende beslissin op verzoek om schadeveroedin onvoldoende emotiveerd 2004/053Reiopolitie Gelderland Midden Beheerder reiopolitie Gelderland- Midden tot drie maal toe eweierd aanifte van diefstal c.q. verduisterin op te nemen; niet toeestaan mondelin klacht in te dienen over weierin tot opnemen van aanifte en niet in eleenheid esteld hoere politiefunctionaris te spreken bij weierin tot opnemen van klacht wel persoonlijke eevens verzoekers met het oo op indienen klacht openomen wijze klachtbehandelin; lane behandelinsduur; niet eïnformeerd over reden vertrain; niet ereaeerd op verzoek om informatie; pas reactie nadat verzoekers zich wendden tot Nationale ombudsman; klacht op rond van onjuiste feiten en arumenten afedaan; onheuse bejeenin door klachtbehandelaar 2004/055 Reiopolitie Drenthe voorafaand aan politieoptreden een adequaat en objectief onderzoek verricht naar aanleidin van meldinen van eluidsoverlast n o o n,# n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

183 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Klachtencommisie reiopolitie Drenthe 2004/057 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2004/059 Reiopolitie Flevoland wijze van uitvoerin onderzoek: onvoldoende hoor en wederhoor t.a.v. hondeneleiders, op rond van onvoldoende informatie advies uitebracht, advies over klacht inzet politie en inzet honden onvoldoende emotiveerd; niet ineaan op belanrijke onderdelen van klacht onwaarheden esproken tijdens telefoonesprek over incident met verzoeksters zoon wijze van behandelen door reiopolitie: pas eruime tijd na insluitin bezocht door arts, pas na ruim één uur naar ziekenhuis ebracht nadat arts dit had eadviseerd, verzoekster eweierd contact op te laten nemen met oppas; eweierd aanifte op te nemen van mishandelin teen politieambtenaren 2004/060 Reiopolitie Utrecht meeenomen naar politiebureau om verklarin af te leen terwijl verzoekster thuis al verklarin had afeled; niet toeestaan dochter op hoote te stellen van vertrek naar politiebureau; ezed haar verklarin snel te ondertekenen zonder evolen daarvan te vermelden; enie tijd alleen in een ruimte elaten terwijl ze lijdt aan lichte vorm van claustrofobie 2004/064 Reiopolitie Groninen 2004/065 Reiopolitie Kennemerland 2004/066 Reiopolitie Limbur Noord Korps landelijke politiediensten 2004/067 Reiopolitie Limbur Zuid 2004/069 Beheerde reiopolitie Noord- en Oost- Gelderland 2004/069 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2004/070 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland bij aanhoudin verzoekster eweld ebruikt: met hoofd teen muur eduwd, met onnodi eweld eboeid wijze van informatieverstrekkin aan de Dienst Weverkeer i.v.m. een inbeslaenomen auto wijze van bejeenin: onnodi eweld om verzoekster te beletten aan het verkeer deel te nemen; inediend verzoek om schadeveroedin afewezen dan wel niet in behandelin enomen wijze van bejeenin: onnodi eweld om verzoekster te beletten aan het verkeer deel te nemen; inediend verzoek om schadeveroedin afewezen dan wel niet in behandelin enomen wijze van bejeenin bij meldin van seksueel misbruik van een minderjarie door verzoeksters ex-vriend: ezed dat niets edaan wordt met meldin, dat meldin wraakactie was; manier van aanspreken klacht niet behandeld en als kennelijk onerond afedaan edurende een aantal jaren evold en eobserveerd in verband met een in het verleden erezen verdenkin; wijze van klachtbehandelin: zonder meer uiteaan van advies klachtbehandelaar, onvoldoende onderzoek verricht naar de klacht; wijze van klachtbehandelin: onvoldoende voortvarend, verwezen naar moelijkheid om bezwaarschrift in te dienen bij afdoenin klacht, bij esprek niet ehouden aan van tevoren afesproken onderwerp optreden van de politie bij incident tussen verzoekers: een deudelijk onderzoek inesteld, arroant opesteld door niet te bemiddelen en aan te drinen op het doen van aanifte; over klachten niet ehoord door klachtencommissie n n n n n n n n o n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

184 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/074 Beheerder reiopolitie Noord- en Oost-Gelderland Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2004/078 Reiopolitie Haalanden 2004/082 Reiopolitie Haalanden 2004/083Reiopolitie Haalanden Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/085 Reiopolitie Brabant Noord 2004/090 Vreemdelinendienst van reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/091 Reiopolitie Haalanden cel waarin verzoekster verbleef en doucheruimte onvoldoende hyiënisch ehouden; klachten hierover niet-ontvankelijk verklaard; een afschrift toeezonden van onderzoeksrapport van klachtbehandelin wijze van klachtbehandelin: termijn voor klachtbehandelin overschreden zonder verzoeker hierover te informeren, niet ehoord door klachtencommissie, klachtencommissie heeft een ebruik emaakt aanbod verzoeker om foto s van zijn verwondinen te bekijken optreden politie na vechtpartij waarbij verzoeker betrokken was en aanifte daarover: onder valse voorwendselen naar bureau elokt en in verzekerin esteld, teen verzoeker escholden, pas later in de eleenheid esteld om met zijn advocaat te spreken, een aspirines ekreen en niet in de eleenheid esteld te douchen; vloeibaar voedsel of puree onthouden; bij het opmaken van reistratieset van aanrijdin verzuimd het door de politie aanetroffen remspoor nader te beschrijven en er een conclusies aan verbonden; niet voldaan aan verzoek om alsno procesverbaal n.a.v. aanrijdin op te maken optreden van politieambtenaren tijdens binnentreden ter aanhoudin van verzoekers broer en uitvoerin van huiszoekin in diens wonin: hem handboeien omedaan, teen de muur ezet, eblinddoekt, verboden de wonin te verlaten om naar zijn werk te aan; hem met vuurwapens bedreid, fysiek eweld toeepast optreden van arrestatieteam bij aanhoudin van verzoekers zoon: onnodi veel eweld ebruikt bij binnentreden, pistool op hoofd en keel van verzoekers echtenote ezet, verzoekers minderjarie zoon aanehouden terwijl hij onschuldi was, hem uit bed etrokken, eslaen, eboeid, andere minderjarie kinderen eslaen; verzoekers zoon eblinddoekt optreden tijdens verhoor van verzoekers zoon: voorafaand aan verhoor moest hij zich uitkleden, daarna vijf uur wachten tot beonnen werd met verhoor, hem eduwd en ezed dat «hij zijn bek moest houden» verzoekers wonin binnenetreden; wijze van binnentreden; een schadeveroedin i.v.m. voormelde optreden toeekend; naelaten verzoeker (tijdi) te informeren over binnentreden wonin; een schriftelijke informatie verstrekt over reden binnentreden; behandelinsduur van klacht eweierd bij de uitvoerin van het toelatinsbeleid niet laner ebruik te maken van het modelformulier «Verklarin van medisch specialist ter verkrijin van vrijstellin van het mvv-vereiste omdat medische zor in Nederland noodzakelijk is»; niet tijdi de bewoordinen van de Verklarin aanepast afesloten en in fietsenrek estalde fietsen als wrak aanemerkt, waarna fietsen zijn verwijderd en vernietid; o n o n n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

185 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/093Vreemdelinendienst van reiopolitie Haalanden 2004/094 Reiopolitie Haalanden 2004/095 Klachtencommissie reiopolitie Flevoland 2004/099 Reiopolitie Groninen 2004/103Reiopolitie Haalanden 2004/105 Reiopolitie Zuid-Holland Zuid 2004/106 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/109 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/115 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond schadeclaim afewezen; aanvankelijk onjuist eïnformeerd over plaats waarnaar fietsen waren overebracht; in tweede instantie onjuist eïnformeerd lane behandelinsduur van aanvraa om verlenin van mvv t.b.v. verzoeksters echtenoot; steeds van kastje naar de muur estuurd wanneer verzoekster contact opnam; telefonisch verzoek om mee te delen of de door haar t.b.v. de behandelin overelede bescheiden volledi waren, niet ehonoreerd; vreemdelinendienst niet ereaeerd op klacht over bovenstaande wijze van beëindien feest in door verzoekster ekraakt pand: een toestemmin evraad om het pand te betreden, medebewoner in rolstoel bedreid, deur van slaapkamer verzoekster inetrapt, verzoekster en haar vriend teen hun wil overebracht naar politiebureau; bij betreden pand disproportioneel eweld ebruikt door hefti te duwen en trekken, op politiebureau pas na ruim een uur een verklarin laten afleen; verzoekster en een medebewoner eschopt wijze van afdoen klacht: verzoeker tijdens klachtbehandelin niet ehoord politieambtenaar eweierd reistratieset op te maken van aanrijdin die in zijn aanweziheid heeft plaatsevonden en verzoeker was betrokkene bij aanrijdin; politieambtenaar klant van verzoeker ebeld om boekhoudin m.b.t. het bedrijf van verzoeker te vorderen en meeedeeld dat er wellicht iets mis was met het door verzoeker eleverde vee; wijze van klachtafhandelin: verzoeker onder druk ezet om niet met klacht in openbaarheid te treden lane behandelinsduur klacht en verzoeker niet in eleenheid esteld te worden ehoord optreden tijdens en voorafaand aan binnentreden van verzoeksters wonin: machtiin tot binnentreden ten onrechte uiteschreven, verzoekers zoon een tijd eeven om hond in kamertje op te sluiten, maar deur eforceerd toen hij niet snel enoe opendeed, ezed: «Doe die hond we, anders schieten we hem dood», niet toeestaan te telefoneren tijdens periode van binnentreden ten onrechte esteld dat verzoekers voertui enkele daen voordat hij een eerste parkeerboete ontvin, voorzien is van een waarschuwinsbrief m.b.t. het uit het ewijzide parkeerbeleid voortvloeiende ewijzide verbaliserinsbeleid; ten onrechte esteld dat politieambtenaar persoonlijk aan de deur is eweest om aan te kondien dat hij tot verbaliserin zou overaan indien voertui niet verplaatst werd 112-centraliste weierde herhaaldelijk verzoeker door te verbinden met politie deur van verzoekers wonin eforceerd en binnenetreden, wonin doorzocht en daarbij spullen verplaatst de keuze om slechts twee ambtenaren in te zetten tijdens de oudejaarsvierin ; n o n,! o n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

186 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel niet inerepen toen de situatie (o.a. bij het stoken van vuren) uit de hand liep 2004/117 Reiopolitie handelwijze van een politieambtenaar in Haalanden een conflict tussen verzoekster en haar minderjarie zoon en haar toenmalie buurman: partijdie opstellin en onvoldoende inespannen meer te weten te komen over de autistische aandoenin van de zoon; bij aanhoudin door politie reden daarvoor niet meeedeeld; niet in de eleenheid esteld om van het toilet ebruik te maken; bevolen om vloer van de ophoudkamer schoon te maken 2004/124 Reiopolitie Friesland wijze van optreden jeens verzoeker: meeedeeld dat verzoeker werd verdacht van strafbaar feit en daarbij indruk ewekt dat hij vrij zou komen door betalin van DM 1000 terwijl hij in vreemdelinenbewarin was esteld; niet in eleenheid esteld overle te pleen met advocaat; een tolk inezet tijdens besprekin transactie 2004/125 Reiopolitie Brabant Noord 2004/127 Reiopolitie Flevoland nalati ehandeld ten tijde van oneval, nu politieambtenaren (nadat verzoeker per ambulance naar het ziekenhuis was vervoerd) bromfiets van verzoeker onbeheerd hebben achterelaten op plek van oneval verzoekster aanehouden, daarbij onnodi eweld ebruikt en haar zonder noodzaak eboeid; haar na aankomst op politiebureau inesloten; haar niet toeestaan na aanhoudin te telefoneren; verzoekster uitelachen 2004/129 Reiopolitie Utrecht wijze van optreden jeens verzoeker: hem middels verlichte transparant op dak van politievoertui stopteken ter staandehoudin eeven, zonder dat op dat moment een redelijk vermoeden van schuld aan eni strafbaar feit jeens hem bestond; bij aanhoudin met disproportioneel eweld uit zijn auto ehaald, diensthond inezet nadat verzoeker zich had overeeven; verzuimd in kader van klachtbehandelin een etuie te horen, terwijl verzoeker hierom verzocht had 2004/130 Reiopolitie Haalanden in kader van veiliheidsfouillerin verzoeker verzocht de spullen die hij in zijn zakken had op de rond te ooien, verzoekers eld, siaretten en aansteker zoekemaakt 2004/133 Reiopolitie Twente verzoeker en broer aanehouden n na aanhoudin eweld ebruikt bij insluitin Beheerder reiopolitie klacht niet binnen daarvoor eldende Twente termijn afehandeld 2004/136 Beheerder reiopolitie Gelderland Zuid wijze van klachtafhandelin: te lan eduurd, ten onrechte edeeltelijk onerond en edeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard Reiopolitie Gelderland Zuid verzoekster laten overbrenen naar politiebureau; hardhandi opetreden waardoor verzoekster ewond is eraakt; verzoekster eboeid; verzoekster t.o.v. derden hardhandi naar hondenbus eleid; een proces-verbaal en een eweldsrapportae opemaakt van politieoptreden; op politiebureau niet bezocht door arts terwijl dit doel van overbrenin was n o n,# n o n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

187 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/140 Beheerder reiopolitie Midden- en West-Brabant Reiopolitie Middenen West-Brabant 2004/141 Reiopolitie Brabant Noord 2004/142 Beheerder reiopolitie Utrecht Reiopolitie Utrecht 2004/144 Reiopolitie Kennemerland 2004/147 Reiopolitie Gelderland Midden klachten over de reiopolitie niet binnen een redelijke termijn afehandeld; niet in de eleenheid esteld om kennis te nemen van de reactie van de betrokken ambtenaren op inediende klachten; zonder motiverin het advies van de klachtencommissie terzijde eled om alsno te reaeren op brieven van verzoekster onterecht meeedeeld dat de aanifte van verzoekster al was verwerkt in een eerder opemaakt dossier; een onderzoek edaan n.a.v. aanifte zonder overle met officier van justitie; een onderzoek inesteld n.a.v. eerdere aanifte van verzoekster bij brief niet naar privacyambtenaar verwezen; eweierd dienstnummer te even; niet inhoudelijk op klacht ereaeerd; een beslissin enomen op verzoek om schadeveroedin; tijdens telefoonesprek en in brief een antwoord eeven op vraa of er jeens verzoeker aanifte was edaan; door betrokken politieambtenaren niet naar privacyambtenaar verwezen; eevens t.a.v. een eventuele aanifte jeens verzoeker pas laat verstrekt; verzoeker teenehouden op schoolplein om zijn zoontje mee te nemen; in het bijzijn van velen eschoffeerd; privacy eschonden klachtafhandelin: herzieninsverzoek niet binnen eldende termijn afehandeld, ten onrechte eoordeeld dat wijze waarop het verrichte klachtonderzoek is uitevoerd voldoet aan eisen die aan zo n onderzoek moen worden esteld; ten onrechte o.b.v. het advies van de herzieninscommissie de klacht onerond eoordeeld; klachtbehandelaar partijdi optreden politieambtenaren: verzoekster eboeid, bij keel vastehouden, aent met vol ewicht op verzoekster ezeten, vastehouden aan armen en polsen, niet serieus enomen en onderlin epraat en elachen in verband met een bijna aanrijdin die verzoeker heeft ehad met een politievoertui: ten tijde van aanhoudin niet bekommerd om schoonmoeder en vriendin, politieambtenaren hebben verklarinen op elkaar afestemd bij aanhoudin handboeien omedaan die te strak zaten politieambtenaar bij verzoekster thuis eweest omdat auto van partner lane tijd in de straat stond eparkeerd zonder dat er mee werd ereden 2004/149 Reiopolitie Drenthe verzoeker en vader ten onrechte aanehouden; ten onrechte edurende 24 uur in verzekerin esteld; verzoeker op het bureau onheus bejeend door een berip te tonen voor de situatie waarin verzoeker zich bevond en door op te merken dat hij een emotie toonde terwijl vriendin net was veronelukt 2004/150 Reiopolitie Haalanden verzoeksters in september 2001 estolen auto pas in december 2001 terueeven, terwijl auto al op 3 oktober 2001 door politie was teruevonden; aanvraa om veroedin van de schade die verzoekster hierdoor stelt te hebben eleden, afewezen n n n n n n n,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

188 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/152 Reiopolitie Haalanden 2004/159 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland Beheerder reiopolitie Noord- en Oost-Gelderland 2004/163Reiopolitie Gelderland Zuid 2004/168 Reiopolitie Haalanden 2004/173Beheerder reiopolitie Utrecht Reiopolitie Utrecht 2004/174 Beheerder reiopolitie Noord- en Oost-Gelderland Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2004/175 Reiopolitie Flevoland wonin verzoeker binnenetreden terwijl hij afwezi was; onheus bejeend toen hij een da later om informatie in vraen; wijze van klachtafhandelin: een reactie op verzoek om klachtbehandelin niet op te schorten, zelf initiatief moeten nemen om klachtbehandelin na opschortin weer op te starten, klachten niet erond verklaard; een bericht van binnentreden achterelaten, zodat verzoeker kon informeren naar reden; de wijze waarop zijn klachten hierover zijn behandeld: afedaan door buremeester Wassenaar, terwijl de ebeurtenis in Voorbur heeft plaatsevonden en niet door de korpsbeheerder, niet ehoord bejeenin in verband met loslopende hond in een ebied waar dit niet is toeestaan: verzoeker niet de cautie eeven, edreid met aanhoudin; mededelin dat hij verplicht was zijn eboorteplaats en eboortedatum te noemen wijze van klachtafhandelin: visie van hoofdofficier van justitie niet evraad; bij behandelin tweede klachtbrief verzoeker niet ehoord, klacht zonder nader onderzoek afedaan; een eleenheid eboden om te reaeren op verklarin politieambtenaar; klacht niet binnen termijn afedaan en een voortansbericht estuurd; tweede klachtbrief kennelijk onerond eacht weens kennelijk onvoldoende ewicht van de edrain op oudejaarsnacht door mobiele eenheid meerdere keren met wapenstok op linkerarm eslaen waardoor elleboo is ebroken of verbrijzeld en moelijk blijvend verminderd zal functioneren onvoldoende onderzoek verricht om verzoeker op de hoote te kunnen stellen van het overlijden van de heer G. op 29 mei 2002 wijze van afhandelen klacht wijze van optreden teen verzoeker: hem ten onrechte staande ehouden, niet uiteled waarom hij werd staande ehouden, inhoud van zijn schoudertas econtroleerd, ten onrechte econstateerd dat hij kort voor staandehoudin een schoudertas bij zich had, na optreden een excuses aaneboden klacht onerond verklaard op rond van advies klachtencommissie van het korps, waarin ten onrechte is esteld dat verzoeker een beschikkin heeft ekreen en beroep had kunnen aantekenen teen deze beschikkin, terwijl verzoeker deze nooit heeft ontvanen verzoeker hinderlijk achtervold en daarbij opejaad, tijdens inhaalmanoeuvre op evaarljike wijze ehinderd, een kopie eeven van proces-verbaal; naderhand nauweljiks leesbare kopie toeestuurd; slecht leesbare enveloppe hardhandi opetreden bij aanhoudin; daarna eboeid; eweierd ouders te informeren; pas volende da verhoord; n n n o n n n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

189 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel in cel eplaatst; onfatsoenlijk en belediend bejeend bij invrijheidstellin Beheerder reiopolitie klacht niet binnen estelde termijn Flevoland afehandeld en niet alle inediende klachten in behandelin enomen; advies van klachtencommissie overenomen terwijl feiten niet overeenkomen met ervarinen van verzoekers 2004/176 Reiopolitie Zeeland ten onrechte aanehouden als verdachten; termijn dat verzoekers zijn aanehouden voor verhoor; niet in telefoonesprek meeedeeld dat verzoekers bij aankomst politiebureau zouden worden aanehouden; klachtbehandelin: brieven niet in klachtdossier evoed, niet terstond Klachtenreelin ter hand esteld, niet voldoende eïnformeerd over voortan, niet toezenden rapportae en een eleenheid eeven voor aanvullin, in afdoeninsbrief niet ereaeerd op klachten, afdoeninsbrief niet ezonden aan raadsvrouwe; wijze waarop verzoekers zijn bejeend op politiebureau; niet voldoende adequaat ereaeerd op meldin poin tot oplichtin 2004/177 Reiopolitie aan derde toestemmin verleend verzoeksters Groninen schaap te doden; verzoek om schadeveroedin afewezen 2004/180 Reiopolitie Haalanden 2004/181 Reiopolitie Flevoland 2004/182 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2004/185 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland een nader onderzoek inesteld n.a.v. aaniften ter zake diefstal van eld en siaretten wijze van behandelin tijdens verblijf op politiebureau in Almere: ondanks dat verzoeker aanaf zich ziek te voelen in een afesloten verhoorkamer eplaatst, niet de eleenheid ekreen zelf eld te pinnen om de openstaande verkeersboetes te betalen bij aanifte op bureau onheus bejeend, etutoyeerd en aanvankelijk eweierd aanifte op te nemen; aanehouden en veerti minuten inesloten voorafaand aan het verhoor; in teenspraak met brief korpsbeheerder een bemiddelinspoin aaneboden onvolledi en onjuist opestelde reistratieset bij aanrijdin tussen vier personenauto s door niet de veroorzaker van de schade te vermelden; in reistratieset verzoeker ten onrechte als verdachte aanemerkt door het advies van klachtencommissie over te nemen esteld dat bestuurster van de tweede auto haar voertui tijdi tot stilstand kon brenen, terwijl zij zelf heeft verlaard dat zij de eerste auto heeft eraakt n n o n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

190 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/192 Reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2004/194 Reiopolitie Haalanden wijze waarop de politie verzoeksters meldin heeft behandeld van verduisterin van haar huissleutels door de dochter van haar overleden partner: niet aaneboden om te bemiddelen nadat was besloten om een aanifte op te nemen, partijdie opstellin, nadat sleutels bij een ander korps waren afeeven meteen akkoord eaan met toezendin per post naar eien korps zonder verzoekster daarover in te lichten, vervolens niet meer eïnformeerd waar de sleutels bleven; verantwoordelijk voor het kwijtraken van de sleutels; afwijzin voor aansprakelijkheidsstellin voor de kosten van twee nieuwe sloten vooropesteld dat verzoeker niet met het het arrestatieteam econfronteerd had moen worden, t.a.v. de handelwijze van het team: door middel van stootijzer toean tot wonin verschaft, verzoeker in zijn buik etrapt; mannelijke aanwezien eboeid 2004/195 Reiopolitie Utrecht n.a.v. incident met buurjonen: aanemerkt als verdachte van mishandelin, skateboard teruebracht naar buurjonen, efouilleerd, tweeënhalf uur inesloten alvorens te horen; niet erop ewezen dat verzoekster niet verplicht was proces-verbaal van verhoor te ondertekenen; zonder toestemmin eevens aan Buro Slachtofferhulp verstrekt; eweierd vervolaanifte op te nemen; niet eïnformeerd dat beklamoelijkheid teen sepotbeslissin openstaat; niet alle klachtonderdelen van klachtbrief beoordeeld; niet ereaeerd op telefonische meldin van medebewoner; verzoekster niet als etuie ehoord; bij doopnaam enoemd; niet inelicht over reden uitnodiin naar politiebureau; niet ereaeerd op brief; vernielde brievenbus niet bekeken; niet ereaeerd op twee telefonische meldinen 2004/196 Reiopolitie Utrecht onvoldoende bemiddeld tussen araemedewerker en verzoekster; buitenspori eweld ebruikt; edurende twee uur een contact kunnen opnemen met ezin; rijedra tijdens vervoer naar politiebureau; 2004/197 Vreemdelinendienst van reiopolitie Utrecht 2004/199 Reiopolitie Haalanden bejeenin bij aanvraa mvv t.b.v. echtenoot: vraen esteld over echtheid van huwelijk, onterechte aanvansdatum van termijn van behandelin een voorran verleend i.v.m. zwanerschap aanifte van bedreiin door buurman niet openomen; behandelinsduur klachtbrief; eoordeeld dat sprake is van eluidsoverlast; edreid met inbeslaname apparatuur; eweierd versla te maken 2004/200 Reiopolitie Twente niet adequaat ereaeerd op meldin van een handemeen tussen verzoeker en schoonzoon 2004/212 Reiopolitie Twente informatie met verzoekers verzekerinsmaatschappij uitewisseld een vorm van nazor of hulpverlenin aan verzoekster en haar familieleden eboden; een aanvullend opsporinsonderzoek verricht 2004/214 Reiopolitie Middenen West-Brabant verzoekers auto inbeslaenomen; verzoeker niet in eleenheid esteld persoonlijke bezittinen uit auto te halen,# n n o n,! n,! n o n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

191 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/215 Reiopolitie Zeeland verzoeksters moeder ten onrechte aanehouden als verdachte van diefstal van eld; haar toeestaan zich uit te kleden om te bewijzen dat zij de verdwenen f 100 niet had; videobanden van camera s niet eraadpleed alvorens zij werd overebracht naar het politiebureau; wijze van klachtbehandelin: een versla eeven van bemiddelinsesprek, klacht van 23 juni 2001 pas op 23 mei 2002 afehandeld; verzoek om schadeveroedin afewezen; in aanweziheid van veel publiek en op luide toon meeedeeld waarvan verzoeksters moeder verdacht werd; haar niet toeestaan haar man te bellen 2004/216 Reiopolitie Gelderland Zuid optreden bij eschil over lease-auto tussen verzoekster en bestuurder van b.v.: bestuurder zonder haar toestemmin haar wonin laten binnentreden, edreid haar te «arresteren» toen ze met de auto wilde werijden; zich zodani partijdi opesteld dat verzoekster zich edwonen voelde de autosleutels af te even 2004/218 Reiopolitie Zeeland optreden n.a.v. verzoekers meldin van doodbijten van zijn kat door loslopende hond: een aanifte openomen; commissie voor politieklachten niet juist eïnformeerd over feiten; onvoldoende onderzoek verricht n.a.v. meldin; wijze van afhandelen klachtbrieven: termijnen waarbinnen op brieven is ereaeerd; zich op het standpunt esteld dat slechts opetreden kan worden teen het los laten lopen van een hond als het feit door een politie- of daartoe bevoede opsporinsambtenaar wordt econstateerd 2004/219 Reiopolitie Utrecht letsel aan verzoekers ezicht veroorzaakt door tijdens aanhoudin toeepast eweld 2004/220 Reiopolitie Gelderland Zuid 2004/221 Reiopolitie Gelderland Midden 2004/223Reiopolitie Utrecht niet correct opetreden bij afhandelin van verrijp dat verzoekers zoon zou hebben epleed: hem tweemaal verhoord zonder dat verzoeker en/of zijn echtenote hierbij aanwezi waren; aard en ernst van verrijp niet juist ineschat; niet afdoende eïnformeerd over vervoltraject; inediende klacht over vooraande niet tijdi afehandeld onvoldoende onderzoek verricht n.a.v. verzoekers meldin dat zijn bovenbuurman hem met elektromanetische olven bestraalde; teen diverse mensen ezed dat verzoeker best veel blowt; toezein om verzoeker uit te nodien voor een bemiddelinsesprek niet naekomen verzoeker niet ehoord inzake oneval waarbij hij als slachtoffer betrokken was verzoekers lezin niet openomen in reistratieset 2004/224 Reiopolitie Utrecht eweierd aanifte van discriminatie door Holland Casino op te nemen; een onafhankelijke klachtbehandelaar; tijdens esprek ezed dat verzoeker naar drank rook n,# o o n n n n o n,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

192 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/226 Reiopolitie Gelderland Midden 2004/227 Reiopolitie Haalanden 2004/228 Reiopolitie Groninen 2004/231 Vreemdelinendienst reiopolitie Haalanden 2004/235 Vreemdelinendienst van reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2004/240 Reiopolitie Haalanden 2004/243Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2004/250 Reiopolitie Haalanden en Hollands Midden 2004/251 Vreemdelinendienst van reiopolitie Haalanden en de Immiratie- en Naturalisatiedienst 2004/260 Reiopolitie IJsselland 2004/266 Reiopolitie Noord-Holland Noord 2004/267 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland wijze van bejeenen tijdens aanhoudin van verzoeksters echtenoot: haar opedronen een aanifte te doen jeens buurtbewoner maar in te aan op voorstel van politie om te bemiddelen, niet proportioneel opetreden tijdens aanhoudin van echtenoot, zonder noodzaak handboeien omeled, zich partijdi opesteld; aanifte van mishandelin van verzoeksters zoontje door de buurtbewoner pas na zeven maanden doorestuurd naar arrondissementsparket verzoeker niet de eleenheid eeven om uit te leen waarom hij zijn voertui had stilezet op een plaats waar dit niet was toeestaan; hem onheus bejeend na verzoekers aanhoudin en heenzendin hem zijn zwart lederen jas niet terueeven, schade t..v. verdwijnin van de jas niet veroed behandelinsduur van klacht er niet op ewezen dat verzoekster zou zijn vrijesteld van het mvv-vereiste na reistratie van partnerschap lane behandelinsduur van aanvraa van 5 december 2001 om mvv t.b.v. verzoekers vrouw en kinderen eweierd schade te veroeden die was ontstaan bij binnentreden verzoeksters wonin aansprakelijkheid voor schade aan verzoekers serre, die was inestort nadat politieaenten er i.v.m. aanhoudin op hadden estaan, afewezen eweierd aan te even welke informatie er over verzoeker in het kader van sollicitatieprocedure door eerstenoemde korps aan laatstenoemde korps is verstrekt lane behandelinsduur aanvraa verblijfsverunnin reulier opzettelijk hard en abrupt eremd waardoor verzoeker teen de tralies van een hekwerk in de politieauto terecht is ekomen; inesloten in isolatiecel zonder eten; een onderkledin verstrekt wijze van behandelen verzoekster: haar aanifte van mishandelin niet serieus behandeld, eweierd aanifte van diefstal op te nemen, eevens omtrent haar eestesesteldheid doorespeeld naar GGD, medewerker van zorcentrum eadviseerd toeansverbod jeens haar in te stellen nadat verzoekster was aanehouden en overebracht naar politiebureau haar niet toeestaan dat haar echtenoot haar een injectie zou toedienen met Epi-pen 2004/269 Reiopolitie Twente een (verder) onderzoek inesteld naar verzoeksters aanifte weens diefstal van haar aanhanwaen; verzoekster onheus bejeend; oneniheid met buren over parkeren van auto s laten escaleren n o n,# n o n n n n,o n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

193 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/278 Vreemdelinendienst van reiopolitie Friesland 2004/286 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/293Beheerder reiopolitie Zaanstreek- Waterland Reiopolitie Zaanstreek- Waterland 2004/294 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2004/296 Reiopolitie Zuid-Holland Zuid 2004/298 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland 2004/300 Reiopolitie Haalanden 2004/302 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland 2004/310 Reiopolitie Haalanden 2004/314 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland naelaten verzoekster te informeren over de verblijfsmoelijkheden die elden voor onderdanen van de Europese Unie, waardoor zij sinds 1996 ieder jaar een verblijfsverunnin op rond van verblijf bij Nederlandse echtenoot/partner heeft aanevraad en daarvoor leeskosten heeft betaald verzoeker uit zijn auto etrokken; op het politiebureau verzoeker niet aaneboden om te bellen; lane duur interne klachtbehandelin; verzoeker eboeid; verzoeker een brood aaneboden terwijl het wel op tafel la; bij adviserin over en in de beslissin op zijn klacht niet ineaan op het door verzoeker estelde, dat computerstorin reden was van lane duur in cel inediende klacht over politieoptreden op onzorvuldie wijze behandeld omdat korpsbeheerder verzoeker niet heeft ehoord; schade aan de voordeur die verzoeker stelt te hebben eleden niet veroed onvoldoende actie ondernomen n.a.v. meldinen i.v.m. overlast door buren; onevenredi aantal ambtenaren aanwezi bij aanhoudin verzoeker; niet in eleenheid esteld om contact op te nemen met advocaat; zonder toestemmin verzoekers wonin betreden; schade aan deur toeebracht toen er werd binnenetreden; verzoeker aanehouden privacy eschonden door op een verjaardaspartij bij wederzijdse bekenden mee te delen dat hij (politieambtenaar) verzoeker had everbaliseerd vanwee niet handsfree telefoneren in auto; wijze waarop een terzake inediende klacht is afehandeld bij aanhoudin disproportioneel eweld ebruikt teen verzoeker een proces-verbaal opemaakt van verkeersoneval waarbij verzoeker vinerkoot is kwijteraakt; klacht van april 2003 niet-ontvankelijk verklaard vanwee overschrijdin van de jaartermijn, terwijl verzoeker pas in oktober 2002 bekend is eworden met ontbreken van het proces-verbaal niet meeedeeld waarom verzoeker werd staande ehouden; toeesproken in het Papiaments; staande ehouden zonder redelijk vermoeden van schuld onvoldoende opetreden teen overlast joneren bij seniorenflat na meldinen en esprekken; eweierd aaniften op te nemen van vernielinen luik en fiets optreden ambtenaar: hardhandi bij keel vastepakt en op verzoekers voet estaan na verkeersovertredin; keel harder dichteknepen toen verzoeker klaade optreden ambtenaar: niet eïnformeerd over reden apartzettin in zwembad, hardhandi vastepakt n,# n o n n n n o o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

194 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/327 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2004/332 Reiopolitie Gelderland Zuid 2004/339 Reiopolitie Kennemerland tijdens etuienverhoor oneoorloofde druk uiteoefend op zoon verzoekers en op vriendin van zoon; in auto en wonin zoon ezocht; slachtoffer verhoor van vriendin verzoekers zoon laten bijwonen; niet opmaken proces-verbaal van verhoor zoon betrokken ambtenaar heeft tijdens esprek in 2002 aaneeven de zaak voor het eerst onder oen te krijen, terwijl verzoekster al in 2001 telefonisch contact had met dezelfde ambtenaar over de reistratieset; klacht te traa afehandeld; opemerkt dat situatie in reistratieset «knulli is omschreven», maar een aanvullende verklarin afeled verzoeker aanehouden en overebracht naar politiebureau, terwijl volstaan had kunnen worden met aanzein dat proces-verbaal zou worden opemaakt, dan wel uitnodiin zich op later tijdstip op politiebureau te melden; onnodi eweld ebruikt 2004/340 Reiopolitie Twente niet opetreden teen verzoeksters buurjonen van wie zij eluidsoverlast ondervond 2004/344 Reiopolitie Brabant eweierd om verzoekers aanifte van Zuid-Oost smaad, laster en belediin op te nemen; verzoekers klacht hierover afehandeld middels verkorte klachtprocedure; bemiddelinsesprek niet oed verlopen 2004/345 Reiopolitie Noord-Holland Noord 2004/346 Reiopolitie Gelderland Zuid bij aanhoudin van verzoeker zodani opetreden dat hij letsel aan zijn schouder heeft opelopen; wijze van aanleen handboeien wijze van optreden jeens verzoeker: met dienstauto teen zijn linkerbeen/voet ereden waardoor letsel is ontstaan, hem uit politiebureau verwijderd, bij aanhoudin zijn keel vastepakt, hem naar binnen esleept en op zijn linkerarm eslaen; eweierd zijn aanifte en klacht op te nemen 2004/349 Reiopolitie Utrecht eboden onmiddellijk huis van broer te verlaten na diens aanhoudin; opemerkt later een familie van verzoekster voor de deur te willen zien 2004/350 Reiopolitie Friesland verzoeker onheus bejeend: ambtenaren niet herkenbaar als aenten en zich niet vooresteld, direct beticht van diefstal en niet eluisterd naar heteen hij hierteen inbracht; zich voorinenomen en partijdi opesteld tijdens esprek over bovenenoemd politieoptreden; verzoeker niet uit eien bewein bericht over uitkomst van politieonderzoek naar eiendom van kano s 2004/354 Beheerder reiopolitie oordelen over klacht van verzoekers niet Limbur- emotiveerd Noord Reiopolitie Limbur Noord wijze van handelen n.a.v. eschil over erfafscheidin: meeedeeld dat door verzoeker aanebrachte schuttin mocht blijven staan omdat buurman no beschikte over tweede uitan, woordje «mits» weelaten waardoor strekkin van overeenkomst is ewijzid, ondanks afspraak niet meer te bemiddelen toch bezoek aan verzoeker afeled om over de zaak te spreken; n n n n n o n o n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

195 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/355 Reiopolitie Groninen 2004/364 Reiopolitie Haalanden 2004/365 Reiopolitie Brabant Noord 2004/366 Reiopolitie Haalanden 2004/367 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland ezed dat als verzoekers hond zou bijten hij hem zal kapotschieten; alleen bij buren evraad naar verloop van comparitie; een aanifte willen opnemen van diefstal en/of vernielin tuinhek; in eerste instantie de buren bezocht, terwijl verzoeker deene was die via 112-nummer meldin van mishandelin door buurman heeft edaan; verzoekers advocaat verzocht om bodemprocedure in te trekken zodani hardhandi en met buitenproportioneel eweld teen verzoekster opetreden dat zij zich onder medische behandelin heeft moeten stellen; verzoekster eboeid aandachtsvestiin over verzoekster opesteld en binnen korps verspreid; aandachtsvestiin opehanen aan binnenzijde van deur bewakinscontainer, waardoor bij eopende deur derden daarvan kennis konden nemen verzoekster aanehouden weens lokaalvredebreuk; in verzekerinsstellin voort laten duren; verzoekster onheus bejeend bij afnemen vinerafdrukken; verzoekster eboeid; opmerkin emaakt tijdens nemen van vinerafdrukken onnodi veel eweld ebruikt bij aanhoudin verzoeker bij bromfietscontrole: hem op de rond eooid, knie ebruikt om verzoekers hoofd op de rond te houden, luchtpijp afekneld, door elkaar eschud, handboeien strakker aanetrokken, schop en klap eeven; nekklem toeepast, verzoeker econtroleerd naar de rond ebracht, eni duw- en trekwerk toeepast in klachtafdoeninsbrief klacht over edrain van 26 april 2001 niet behandeld 2004/368 Reiopolitie Utrecht aanifte jeens politieambtenaar als privépersoon weens ophitsen hond en bedreiin niet in behandelin enomen, dan wel niet hebben willen opnemen; verzoekers verklarin niet volledi openomen; wijkchef van enoemde politieambtenaar niet ehandeld n.a.v. meldin dat loslopende hond in strijd is met de alemene plaatselijke verordenin Beheerder reiopolitie Utrecht 2004/375 Reiopolitie Limbur Zuid klacht niet op afdoende wijze afedaan door onjuiste interpretatie en niet ineaan op alle klachtonderdelen weierin om aanifte van bedreiin door politieambtenaar op te nemen; aanbevolen om een klacht in te dienen in plaats van aanifte te doen; aanifte over poin tot doodsla door verzoeker openomen door partijdie politieambtenaar uit andere basiseenheid om vriendendienst te doen voor collea; bejeenin bij de uitnodiin om aanifte op het bureau te komen bespreken; aanifte die verzoeker had edaan weens mishandelin door politieambtenaar eerst door een politieambtenaar in Valkenbur behandeld voor die werd overedraen; klacht niet binnen de termijn behandeld o n n n o n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

196 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/376 Reiopolitie Haalanden 2004/378 Reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2004/380 Reiopolitie Gelderland Zuid 2004/383 Reiopolitie Gelderland Midden 2004/384 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland Beheerder reiopolitie Noord- en Oost-Gelderland 2004/393 Reiopolitie Gelderland Zuid 2004/395 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/398 Reiopolitie Limbur Noord 2004/399 Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2004/404 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland diensthond inezet waardoor verzoeker letsel heeft opelopen; in brief verzoeker ten onrechte enoemd als een van de deelnemers aan de roep op rellen beluste personen schade ontstaan door politieoptreden niet veroed onvoldoende hulp eboden toen derden het bedrijfspand, dat verzoeker zet te hebben ekraakt, binnentraden om te ontruimen, waarbij eiendommen van verzoeker zijn weehaald dan wel beschadid wijze van bejeenin toen verzoeker overtredin bein door met auto door een afzettin te rijden om bij achterkant van concertebouw te kunnen parkeren: hem esommeerd te vertrekken; edreid peperspray te ebruiken; verzoeker handboeien omedaan optreden jeens verzoeker rondom zijn aanhoudin en zijn verblijf op politiebureau: hem achtervold in onopvallend politievoertui en zijn auto daarbij aanereden; autoruit ineslaen; hem uit zijn auto etrokken en hardhandi op de rond eworpen; hardhandi handboeien omedaan; toestemmin eweierd om vriendin of rechtshulpverlener te bellen; eweierd bloedproef af te nemen; ondanks zijn verzoek daartoe een arts laten komen onvoldoende opsporinsonderzoek edaan naar toedracht van oneval met locomotief als evol waarvan verzoekers zoon is overleden; besloten een proces-verbaal op te maken; een situatieschets openomen in reistratieset en vermeld dat fiets totaal was vernield; verklarin van etuie dat verzoekers zoon zelfmoord zou hebben epleed in eerste instantie achterehouden wijze van afdoen klachtbrieven meldin van vermissin moeder niet serieus behandeld op hoofd eslaen met wapenstok door politieambtenaar meerdere keren inereden op roep bromfietsers; esteld dat zoon verzoeker wist dat bestuurder van auto een politieambtenaar was; bij achtervolin aanrijdin met zoon verzoeker veroorzaakt tijdens telefoonesprek met verzoeker die veroordeeld is weens ontucht met joneren meeedeeld: dat eweld jeens verzoeker berijpelijk zou zijn, dat verzoeker in rote problemen zou komen als hij zijn mond verder zou opendoen, dat mensen zou worden aaneraden om aanifte van stalkin te doen; officier van Justitie, wijkaent en reclasserin inelicht over brief van verzoeker ericht aan ouders van betreffende joneren op basis van tip van informant s nachts verzoekers huis binnen etreden n n n n,#,# n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

197 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Commissie voor de Politieklachten Amsterdam- Amstelland Reiopolitie IJsselland 2004/406 Reiopolitie Gelderland Midden 2004/408 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland 2004/409 Reiopolitie Brabant Noord Beheerder reiopolitie Brabant-Noord 2004/413Reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2004/415 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/418 Reiopolitie Limbur Zuid 2004/420 Vreemdelinendienst van reiopolitie Haalanden 2004/421 Reiopolitie Zaanstreek- Waterland verzoekers klacht over bejeenin door politieambtenaren van wie later bleek dat zij bij politiekorps IJsselland in dienst waren bijna jaar later aan dat korps overedraen klachten niet voortvarend behandeld; een reactie eeven op brief onjuist, althans onvolledi, proces-verbaal opemaakt van aanrijdin waarbij de door verzoekster bestuurde auto van achteren is aanereden; niet ehouden aan belofte om in procesverbaal aan te even dat de indruk bestond dat de schade aan de achterste auto al voor de aanrijdin aanwezi was niet adequaat ereaeerd op meldin over object op snelwe: een evol eeven aan verzoek om de situatie ter plaatse op te nemen, maar verwezen naar Rijkswaterstaat; wijze waarop klacht over politie is afehandeld; meldin is niet bewaard ebleven onterecht aanemerkt als verdachte van openlijke eweldplein en overtredin van Wet Wapens en Munitie; tijdens binnentreden schade aan wonin toeebracht en aan in eiendom toebehorende zaken eweierd verontschuldiinen aan te bieden voor binnentreden en aanhoudin; eweierd schade te veroeden verzoeker ten onrechte eboeid; hem eboeid in politieauto meeenomen zonder veiliheidsordel om te doen; zich arroant jeens verzoeker opesteld door zich niet aan hem voor te stellen en niet naar zijn uitle te willen luisteren verzoeker in evaarlijke verkeerssituatie ebracht door hem rechts in te halen waar dat niet is toeestaan; verzoeker onheus bejeend: «je rijdt als een natte krant»; ondanks toezein een esprek eoraniseerd tussen verzoeker en betrokken ambtenaar niet ineaan op klacht dat verzoeker in evaarlijke verkeerssituatie was ebracht bij aanzeen van drie bekeurinen niet eevens van verzekerinsplaatje van bromfiets enoteerd; meerdere malen telefonisch contact met verzoekster ezocht met verzoek haar toenmalie vriend er toe te beween zich op bepaalde da met bromfiets op politiebureau te melden; betreffende ambtenaar niet aanwezi toen verzoeker zich op enoemde da op bureau meldde; schade aan bromfiets ontstaan tijdens testen van constructiesnelheid op rollenbank verzoekster en haar echtenoot niet oed voorelicht over hun verblijfsrechten waardoor bij hen de indruk is ontstaan dat hun verblijfsrechten in Nederland onveranderd zouden blijven, terwijl zij de eldiheidsduur van hun verblijfsverunninen niet meer hoefden te verlenen verzoekster onvoldoende tijd eeven om haar persoonlijke spullen mee te nemen uit de wonin van haar ex-vriend; verzoekster eboeid n o n n n n o n n o n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

198 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/422 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/423Reiopolitie Rotterdam-Rijnmond Beheerder reiopolitie Rotterdam- Rijnmond onvoldoende voortvarend ereaeerd op, door beveiliinsmedewerker van winkel edane verzoek, om assistentie; verzoeker aanehouden en overebracht naar politiebureau; verzoeker tijdens vooreleidin niet ehoord bij brief inediende klacht onvoldoende voortvarend behandeld eweierd verzoekers aanifte terzake van verduisterin op te nemen klacht over bovenstaande niet volens de voorschriften van de reionale klachtenreelin behandeld; niet ereaeerd op verzoek om klacht voor te leen aan reionale klachtenadviescommissie 2004/430 Reiopolitie optreden van politieambtenaren: eweld Flevoland ebruikt bij de aanhoudin; eweld ebruikt bij aankomst op politiebureau denirerende opmerkinen emaakt over taalebruik Klachtencommissie klachten over vooraande niet correct Flevoland behandeld: niet ehoord tijdens klachtbehandelin Beheerder reiopolitie advies van klachtencommissie overeno- Flevoland men terwijl dit advies onzorvuldi was 2004/431 Reiopolitie optreden jeens verzoekers: hardhandi Flevoland opetreden, een uitle eeven over optreden, zich niet eleitimeerd, verzoeker eboeid, verzoeker in onderbroek, zonder schoenen en met voorwerp over hoofd afevoerd, verblijfsruimte in AZC in wanorde achterelaten, onvoldoende medische zor eeven; verzoeker twee vuistslaen eeven 2004/440 Reiopolitie minderjarie zoon van verzoeker aan oor Rotterdam-Rijnmond etrokken 2004/448 Reiopolitie Friesland een kennis kunnen nemen van mutaties uit politiereisters terwijl eevens wel aan voormalie buurvrouw zijn verstrekt; afschrift van brief over meldin vermissin brommer aan voormalie buurman verstrekt 2004/449 Reiopolitie Twente verzoek om veroedin van schade aan mobiele telefoon afewezen 2004/454 Reiopolitie verzoeksters zoon tijdens bekeurinssituatie Groninen onheus bejeend: hem leuenaar en schijnheili enoemd Klachtenadviescommissie reiopolitie Groninen 2004/455 Reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2004/466 Beheerder reiopolitie Brabant Noord n.a.v. klacht tot advies ekomen zonder verzoeksters zoon te hebben ehoord en zonder rekenin te houden met esprek over het incident dat verzoekster met twee politieambtenaren voerde niet behulpzaam eweest bij afhandelin teruave van inbeslaenomen teels; verzoek om schadeveroedin doorestuurd naar OM; wijze waarop schadeclaim is afehandeld wijze van klachtbehandelin: te lan eduurd, eweierd emaakte kosten te veroeden; verzoekster slechts in erine mate in elijk esteld en hieraan een consequenties verbonden voor politie n o n o n n,! n o n,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

199 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Reiopolitie Brabant Noord onjuiste informatie verschaft aan hulpofficier van justitie teneinde toestemmin te krijen wonin van verzoekster binnen te treden; buren op de hoote esteld van reden van bezoek en uiteindelijk binnenetreden in wonin verzoekster; onheus bejeend door opmerkin over litters; herhalin opmerkin over litters op antwoordapparaat 2004/470 Reiopolitie Twente brief die verzoekster had afeeven aan politieambtenaar niet aan haar terueeven, ondanks toezein niet aaneeven dat de brief was overhandid aan de RID 2004/476 Reiopolitie Noord-Holland Noord eweierd schade te veroeden die is eleden als evol van doorknippen willekeurie kabels; eweierd overie schade te veroeden 2004/478 Reiopolitie Utrecht verzoekers onheus bejeend en zich niet onpartijdi opesteld; aanifte van mishandelin niet openomen i.v.m. computerstorin 2004/482 Commissie voor de wijze van klachtbehandelin: naelaten Politieklachten verklarin van diensthondbeeleider te Amsterdam- betrekken bij formuleren advies, meer Amstelland waarde toeekend aan verklarin politieambtenaren dan aan verklarin verzoeker; naelaten klacht over inzet politiehond door te sturen aan KLPD Beheerder reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/490 Reiopolitie Gelderland Zuid 2004/492 Reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2004/499 Korps landelijke politiediensten 2004/500 Reiopolitie Haalanden 2004/502 Reiopolitie Amsterdam- Amstelland 2004/503Reiopolitie Brabant Zuid-Oost 2004/504 Reiopolitie Noorden Oost-Gelderland klachten onerond verklaard; niet eïnformeerd over etroffen maatreelen n.a.v. erond verklaren van klacht over hardhandi vastpakken bij keel; onthouden van oordeel over klacht dat politieambtenaar verzoeker zou hebben eslaen wijze van bejeenin door twee politieambtenaren bij tankstation wijze van optreden i.v.m. inval in wonin: disproportioneel eweld jeens verzoeker en zijn oudste zoon; verzoeker en oudste zoon eboeid sollicitatie voor functie politiesurveillant afewezen weens uitkomst antecedentenonderzoek niet adequaat ereaeerd op telefonische meldin verzoeker; onheus bejeend tijdens telefoonesprek wijze waarop ambtenaren hebben ehandeld bij alcoholcontrole en aanhoudin: driemaal blaastest laten afleen, onvoldoende informatie verstrekt over reden aanhoudin, autosleutel uit contact ehaald machtiin afeeven tot binnentreden; binnentreden als zodani aanemerkt als verdachte van pleen van vernielin van personenauto; aanehouden en inesloten; tijdsduur tot invrijheidstellin; wijze van klachtbehandelin; bejeenin door politieambtenaar: arm om nek eplaatst, pols eknakt, bril afenomen n n,# n n n n n n n n o n n n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

200 Provincies Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/229 Gedeputeerde Staten provincie Utrecht 2004/256 Gedeputeerde Staten provincie Limbur onvoldoende en onzorvuldie reactie waarmee verzoekers klacht is afedaan; bij herhalin toeezede veroedin van reiskosten niet uitbetaald klacht over het onder verantwoordelijkheid van de provincie Limbur uitebrachte persbericht over de door de Stichtin Jeudzor Sint Joseph aanekondide reoranisatie onerond verklaard: mededelin dat deel van het personeel medio 2000 het vertrouwen in de toenmalie directeur had opezed; mededelin over relatie tussen financiële situatie en het evoerde beleid,# n Sociale zaken en werkeleenheid Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/002 Sociale verzekerinsbank beslissin op twee inediende bezwaarschriften Anw uitebleven en toezein over afhandelin bezwaarschrift niet naekomen 2004/004 UWV Heerenveen ekeurd door verzekerinsarts de heer E. terwijl was toeezed dat verzoeker door mevrouw Y zou worden ekeurd; edane toezein, dat verzoeker pas opnieuw zou worden operoepen voor een keurin als de kwestie rond een eerdere keurin door de verzekerinsarts de heer Ha naar tevredenheid zou zijn afehandeld, niet naekomen Verzekerinsarts onheus bejeend tijdens esprek UWV Heerenveen 2004/042 Centrale oranisatie werk en inkomen 2004/051 Sociale verzekerinsbank Buitenewoon opsporinsambtenaar 2004/052 Centrale oranisatie werk en inkomen trae afhandelin klacht; ontbreken verwijzin naar Nationale ombudsman; wijze van motiveren ontslabeschikkin; rond ontslabeschikkin; uitkomst klachtbehandelin inediende klachten teen sociaal rechercheurs onerond verklaard in kader van vooronderzoek informatie over verzoekers inewonnen bij buurtbewoners; bij huisbezoek onvoldoende eleitimeerd; bij huisbezoek niet de cautie eeven; bij eerderenoemd huisbezoek en ander huisbezoek onheus en intimiderend bejeend; niet aaneeven op welke ronden een huisbezoek werd ebracht op bedrijfseconomische ronden een ontslaverunnin aan medewerker verleend, terwijl onvoldoende is ineaan op verzoekers verweer 2004/062 UWV Gouda manier waarop verzoek om betalinsreelin is afewikkeld: pas na bemiddelin door de Nationale ombudsman akkoord eaan met door verzoeker voorestelde betalinsreelin, edurende onderhandelinen edreid met inbeslaname of faillissementsaanvraa, onvoldoende oo ehad voor verzoekers belanen en lane behandelinsduur verzoekers bezwaarschrift 2004/063Verzekerinsarts onbehoorlijke bejeenin tijdens WAOkeurin UWV Utrecht UWV Utrecht wijze van klachtafhandelin: inhoudelijk nauwelijks op klachten verzoeker in te aan n n n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

201 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/096 Centrale oranisatie werk en inkomen wijze van afdoen klachtbrief: klachtbrief van 4 juni 2003 niet eerder dan 25 auustus 2003 afedaan, een ontvanstbevestiin estuurd, een verdainsbericht estuurd 2004/097 UWV Zwolle wijze van behandelen klachtbrieven: in strijd met art. 9:10 Awb verzoekers niet in eleenheid esteld te worden ehoord, klacht van 26 mei 2003 op 11 juli 2003 no niet afehandeld en ook een verdainsbericht verzonden 2004/114 Centrale oranisatie werk en inkomen wijze van afhandelin van klachtbrief van 24 april 2003: klacht onerond eacht, klacht pas bij brief van 20 juni 2003 afedaan; aantal slordiheden in brief openomen 2004/120 UWV Amsterdam wijze van klachtbehandelin Medewerker UWV onbehoorlijke wijze van bejeenin tijdens Amsterdam telefoonesprek 2004/156 Centrum voor werk en inkomen te Henelo afwijzin van verzoeken tot verlenin van ontslaverunninen voor twaalf medewerkers op bedrijfseconomische ronden; besluiten onvoldoende emotiveerd n Centrale oranisatie werk en inkomen, District oost- Nederland te Arnhem 2004/164 Sociale verzekerinsbank 2004/206 Sociale verzekerinsbank te late beantwoordin klachtbrief; onvoldoende motiverin afwijzin klacht ten onrechte achterstallie kinderbijsla voor verzoekers zoon per cheque uitbetaald en hem daarvan destijds niet op de hoote esteld; klacht over bovenstaande onerond verklaard de kinderbijsla over het vierde kwartaal 2002 en het tweede kwartaal 2003 op een voor verzoeker (woonachti in Marokko) onbekend rekeninnummer estort, waardoor verzoeker een kinderbijsla heeft ontvanen 2004/208 UWV Utrecht uitenodid voor hoorzittin WAO-bezwaarprocedure in Tilbur terwijl verzoeker in Utrecht woont; in klachtafhandelinsbrief niet ineaan op aanevoerde arumenten in klachtbrief 2004/233 UWV Breda onvoldoende voortvarend de inschakelin van verzoeker in het arbeidsproces bevorderd; verzoeker een financiële teemoetkomin toeekend voor nadeel dat hij van vertrain in het reïnteratietraject heeft ondervonden 2004/239 UWV Utrecht op onzorvuldie wijze tot deskundienoordeel ekomen: onvoldoende onderzoek ter voorbereidin edaan, oordeel onvoldoende emotiveerd; verzoekster niet ehoord in kader van door haar inediende klacht 2004/244 UWV Heerlen niet ineaan op verzoeksters klacht dat UWV haar een verontschuldiinen heeft aaneboden voor het feit dat zij in oktober 1999 naar psychiater is estuurd die bij uitspraak van 14 mei 2002 is veroordeeld door tuchtcollee en er sinalen waren dat hij niet naar behoren functioneerde 2004/255 UWV Dordrecht klacht over incorrecte bejeenin onerond verklaard Arbeidsdeskundie tijdens telefoonesprek incorrect bejeend UWV Goes 2004/273Centrale oranisatie werk en inkomen in procedure mbt beëindiin van arbeidsovereenkomst op bedrijfseconomische ronden van twee van verzoekers medewerksters, beinsel van hoor en wederhoor niet oed toeepast;,!,#,# n,! n n,# o o,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

202 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel een versla emaakt van veraderin van ontslaadviescommissie; namen van commissieleden die aan veraderin hebben deelenomen niet bekend emaakt 2004/283Minister van Sociale versla van esprek met medewerkers Zaken en Werkeleenheid ministerie niet aanepast na verzoekers commentaar een actie ondernomen n.a.v. meldinen van misbruik van de indicatieprocedure 2004/289 Centrale oranisatie wijze waarop 3 klachtbrieven zijn afedaan: werk en inkomen trae afhandelin verzoek van verzoekers zoon om bijstandsuitkerin, niet serieus ineaan op verzoekers aanbevelin m.b.t. wachttijden, blijk eeven van voorinenomenheid t.a.v. verzoekers zoon, niet ineaan op klachtonderdeel, onjuiste weerave van afspraak over opnemen van contact, niet emotiveerd dat bezoek aan CWI-kantoor als storend en zelfs intimiderend is overekomen, niet in eleenheid esteld te worden ehoord; verzoekers zoon niet ewezen op moelijkheid voorschot op bijstandsuitkerin aan te vraen 2004/290 UWV Eindhoven onjuiste tenaamstellin ehanteerd en klacht daarover onerond verklaard ondanks feit dat eerder door Nationale ombudsman in rapport klacht erond is verklaard, waarbij toezein was edaan dat controle op juiste tenaamstellin zou worden uitevoerd en zonodi ecorrieerd 2004/291 Sociale verzekerinsbank 2004/308 Centrale oranisatie werk en inkomen bedra aan AOW-uitkerin van 868,99 teruevorderd weens onverschuldide betalin van AOW-uitkerin aan overleden moeder toestemmin aan werkever verleend om arbeidsrelatie met verzoekster te beëindien weens duurzaam verstoorde arbeidsrelatie 2004/321 UWV Rotterdam klachtbrief van 14 juli 2003 niet afedaan 2004/322 UWV Zeist een beslissin enomen op bezwaarschrift; toezein dat bezwaarschrift na ontvanst van aanvullende ronden met spoed zou worden beoordeeld niet naekomen 2004/324 UWV Breda wijze van toepassin even aan art 3:45 Awb (rechtsmiddelenverwijzin) in afeeven besluit waarbij verzoek om ontheffin van sollicitatieplicht is afewezen 2004/325 Centrale oranisatie toestemmin ontsla verleend, maar n werk en inkomen district Zuidoost Nederland anciënniteitsbeinsel niet juist toeepast als evol van onvoldoende kennisname van verweer van verzoeker 2004/326 UWV Heerlen niet ereaeerd op herhaalde schriftelijke verzoeken om informatie te verstrekken over verzoekers WAO-uitkerin en de aanvullinen daarop,# UWV Amsterdam, Centraal klachtenbureau een schrifteljike bevestiin ezonden van telefonisch inediende klachten; schriftelijke klacht van 12 februari 2003 pas op 14 maart 2003 schriftelijk bevestid en behandelinstermijn van zes weken in laten aan op moment van versturen ontvanstbevestiin n n n,# n,! n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

203 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/337 UWV Groninen ontoereikende verklarin eeven m.b.t. omstandiheid dat in brieven enoemde medewerker bij wie informatie kon worden inewonnen dezelfde persoon bleek te zijn als deene die onder andere benamin die brieven heeft ondertekend en tevens deene is op wie verzoekers klacht betrekkin heeft; meeedeeld dat discussie over door verzoeker aanehaalde onderwerpen verder is esloten 2004/358 UWV Rotterdam beslissin op bezwaar no niet uitevoerd, ondanks toezein dat dit binnen drie weken zou ebeuren 2004/362 Sociale verzekerinsbank 2004/363 Sociale verzekerinsbank 2004/369 Centrale oranisatie werk en inkomen bij behandelin van klachtbrief verzoekster niet in de eleenheid esteld haar klacht mondelin toe te lichten; in klachtafhandelinsbrief naelaten op afdoende wijze aan te even waarom verzoekster niet is ehoord bij behandelin van klachtbrief verzoeker niet in de eleenheid esteld zijn klacht mondelin toe te lichten; in klachtafhandelinsbrief naelaten op afdoende wijze aan te even waarom verzoeker niet is ehoord eweierd verzoekster toestemmin te verlenen om arbeidsverhoudin met twee werknemers om bedrijfseconomische redenen te beëindien omdat onduidelijkheid is blijven bestaan over vraen die CWI aan verzoekster esteld had; eweierd schade t..v. de beslissinen te veroeden; vraen aan verzoekster hadden meteen na ontvanst van ontslaaanvraa esteld moeten worden; wijze van toepassin even aan bepaalde in art. 9:10 Awb bij behandelin klacht 2004/374 UWV Amsterdam incassobureau ineschakeld voor vorderin ,60 aan voorschotpremie SV zonder vooraf verzoekster deudelijk te hebben aanemaand; enorm bedra aan rente in rekenin ebracht; een enorm bedra aan incassokosten in rekenin ebracht; verwezen naar incassobureau voor verzoek om incassokosten in te trekken; in het kader van de klachtbehandelin niet in de eleenheid esteld om te worden ehoord; brief met beslissin over klacht pas twee maanden later verzonden 2004/377 Sociale verzekerinsbank uitblijven van beslissin op bezwaarschrift; onvoldoende toezicht ehouden op voortan onderzoek door WOSM; klacht over uitblijven beslissin onbevrediend en inadequaat afehandeld 2004/396 UWV Amsterdam voorschotpremies werknemersverzekerinen inevorderd: onemotiveerd ekozen voor civielrechtelijk invorderinstraject, disproportionele buitenerechtelijke kosten in rekenin ebracht; aanmaninen niet verstuurd naar correspondentieadres maar vestiinsadres, esteld dat premiebetalin sinds 2001 moeizaam verloopt 2004/407 Centrale oranisatie werk en inkomen 2004/425 Sociale verzekerinsbank anciënniteitsbeinsel niet juist toeepast; toestemmin verleend om arbeidsverhoudin met verzoeker te beëindien op rond van bedrijseconomische redenen verzoeker niet ehoord in kader van behandelin van zijn klacht; niet ineaan op verzoekers punt van onzorvuldie oman met emeenschapseld;,#,# n n,# n n,#,# n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

204 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/429 Centrale oranisatie werk en inkomen 2004/441 Verzekerinseneeskundie, UWV Alkmaar Arbeidsdeskundie, UWV Alkmaar ezed dat terecht is onderzocht of oude woonsituatie was beëindid voordat verzoekers aanvraa voor kinderbijsla werd behandeld; toezein dat ederfde rente zou worden veroed teruedraaid; een poin edaan om telefoonrapport te traceren; ten onrechte esteld dat een beslissin op bezwaar is estuurd maar niet evraad of verzoeker de beslissin heeft ontvanen; twee van verzoekers klachten ebundeld tot één klacht wijze waarop klachtbrief is afehandeld bescheiden vernietid die in kader van onderzoek ter beschikkin waren esteld herhaaldelijk in lachen uitebarsten dan wel erinnikt op momenten dat hiertoe een aanleidin was, ook nadat hij hierop was aanesproken; wijze waarop medewerker zich tijdens telefonisch contact met verzoeker heeft edraen; reïnteratievoorstel edaan zonder dat hier een verzoek door verzoeker voor was edaan 2004/461 UWV Zwolle wijze waarop klacht is afedaan Verzekerinsarts, aanvraa om deskundienoordeel niet n UWV Zwolle serieus uitevoerd en niet op objectieve wijze tot conclusie ekomen 2004/464 UWV Amsterdam niet op correcte wijze loonheffin inehouden,# bij doen van nabetalin; ten evole hiervan een belastinaansla ontvanen waarvoor extra kosten moesten worden emaakt, hiervoor UWV aansprakelijk ehouden n 2004/474 Centrale oranisatie werk en inkomen, afdelin Juridische Zaken 2004/475 Centrale oranisatie werk en inkomen 2004/491 Centrale oranisatie werk en inkomen ondeudelijke motiverin waarmee klacht over verleende ontslaverunnin is afedaan ontslaverunnin weens bedrijfseconomische redenen verleend zonder rekenin te houden met evoerd verweer werkevers verzoek tot ontslaverunnin toeewezen: onvoldoende aandacht eschonken aan verweer 2004/496 UWV Hilversum niet adequaat ereaeerd op brief; klacht hierover niet erond verklaard n o n n n Verkeer en waterstaat Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/012 Kwik-Fit Nederland B.V. Dienst Weverkeer eweierd schade van 1000 te veroeden die is ontstaan als evol van het feit dat Kwik-Fit verzoekers auto in het kader van de APK heeft ekeurd maar het resultaat van de keurin niet heeft afemeld bij de Dienst Weverkeer; eweierd deel van schade te veroeden en een excuses aaneboden onvoldoende actie ondernomen n.a.v. klacht over hiervoor enoemde apk-keurin 2004/020 Dienst Weverkeer 45 in rekenin ebracht voor een keurin van vier minuten i.p.v. het laere tarief van 20 n,# n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

205 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/026 Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een volledie veroedin van de schade ontstaan door de diefstal van verzoekers boot met toebehoren vanaf het rijksopslaterrein Goyerbru te Houten 2004/065 Dienst Weverkeer niet adequaat ereaeerd op het door Domeinen afeeven sinaal over de status van de auto; informatieverstrekkin aan verzoeker over keurin auto en over de aanvraa van een nieuw kenteken deel I, en eevensverstrekkin aan Domeinen 2004/076 Rijkswaterstaat, Directie Zuid-Holland aansprakelijkheid afewezen voor de slechte toestand van het nieuw aanelede wedek, dat aansluitin biedt op de A4, richtin Rijswijk, zonder ter plaatse onderzoek te hebben edaan 2004/080 Dienst Weverkeer onvoldoende eïnformeerd over kosten verbonden aan keurin van caravan n.a.v. klacht niet aaneeven waaruit het verschuldide bedra was opebouwd; aaneeven dat vooraf noemen van verschuldide bedra niet moelijk is 2004/121 Stichtin Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen 2004/157 Stichtin Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen 2004/166 Directoraat-Generaal Luchtvaart 2004/209 Minister van Verkeer en Waterstaat 2004/213Dienst Weverkeer 2004/237 Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen, Bureau Nader Onderzoek Rijvaardiheid neatieve wijze waarop verzoekster door examinator is bejeend tijdens afelede rijexamen: een poinen ondernomen om haar op haar emak te stellen en edurende examen bijna een woord met verzoekster ewisseld; wijze van klachtbehandelin; rijexamen als onvoldoende beoordeeld bejeenin bij procedure ter vernieuwin rijbewijs: mededelin dat bij keurin was ebleken dat verzoekster leed aan een depressie; onderzoek door CBR aanewezen psychiater onzorvuldi, denirerende vraen esteld onvoldoende aanedronen op een rapportae over de oorzaken van de hoe vlietarieven die de KLM in samenwerkin met de SLM voor de vluchten Amsterdam- Paramaribo-Amsterdam hanteert verzoek om veroedin van schade ten evole van object op Rijkswe afewezen verzoekers auto aanemerkt als personenauto i.p.v. bedrijfsauto en een personenautokentekenbewijs afeeven i.p.v. bedrijfsautokentekenbewijs verzoekster niet voldoende voorelicht over het feit dat haar echtenoot, die in Nederland verblijft op basis van een W-document voor asielzoekers, na het behalen van zijn rijexamen een rijbewijs kan worden verstrekt; verzoek om veroedin van kosten voor rijlessen en aanvraen rijexamen afewezen 2004/264 Dienst Weverkeer een nieuw reistratiebewijs voor een motorboot afeeven met als datum van eerste afifte 13 juni 2000, terwijl op 15 april 1997 al een eerste inschrijvinsbewijs was afeeven 2004/307 Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat een toestemmin om verzoeken in te willien om in erfpacht uiteeven rond van diverse kavels op Ameland te kopen; lane duur van rechtsonzekerheid i.v.m. niet vaststellen leer; weierin toestemmin koop andere kavels 2004/356 Dienst Weverkeer in klachtafdoeninsbrief onvoldoende emotiveerd dat procedure van wijziin van tenaamstellin tussen particulieren toereikend is n,# n n n n n n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

206 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/401 Stichtin Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen 2004/417 Stichtin Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen niet opnemen van rechtsmiddelenclausule conform art. 3:45 Alemene wet bestuursrecht in de beslissin tot afwijzin op een verzoek om afifte van een verklarin van eschiktheid verzoekster voorafaand aan praktijkexamen evraad om verblijfsverunnin en een enoeen enomen met door haar etoonde spaanse paspoort 2004/434 Dienst Weverkeer kosten van herkeurin voertui niet veroed 2004/444 Rijkswaterstaat onzorvuldi jeens verzoekster, een consultancybureau participerend in een consortium, ehandeld: buiten medeweten van consortium opdracht voor bestekfase eund aan ander bedrijf terwijl de opdracht reeds was eund aan consortium, op verzoek om esprek over selectieprocedure ereaeerd met mededelin dat brief in handen van juristen was esteld, op verzoek om esprek pas in willen aan nadat brief met schadecalim was inetrokken, verzoek om teemoetkomin emaakte kosten afewezen; tijdens manifestatie meeedeeld dat consortium niet was eselecteerd weens interne planninsproblemen; klacht niet behandeld; vermeldin op publicatiebord, strekkin woorden ambtenaar tijdens esprek 2004/451 Stichtin Centraal vorderinsprocedure te lanzaam afewikkeld; Bureau Rijvaardiheidsbewijzen verkeerde toonzettin in brief ebruikt; betalin verland van kosten voor uitesteld onderzoek; hoote van de bedraen kosten ooarts, dan wel ziekenhuis, in rekenin ebracht 2004/457 Rijkswaterstaat tot het moment waarop verzoeker zich wendde tot de Nationale ombudsman een bein emaakt met isolatie wonin in kader van Project Geluidsisolatie Schiphol; wijze waarop op klacht is ereaeerd; wijze waarop klacht is behandeld 2004/465 Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Luchtvaart 2004/469 Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat 2004/471 Rijksverkeersinspectie 2004/473Dienst Weverkeer 2004/484 Rijksinstituut voor Interaal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandelin klacht over het op onjuiste wijze afenomen examen niet inhoudelijk behandeld; deel II van praktijkexamen niet overeenkomsti relement afenomen, waardoor verzoeker herexamen heeft moeten doen; bedra voor volledi examen in rekenin ebracht, terwijl herexamen slechts één onderdeel betrof eweierd schade aan onderdorpel in verzoekers keuken te veroeden die ontstaan is bij het aanbrenen van eluidsisolatie in het kader van het eluidsisolatieproject Schiphol fase 2; motiverin van de afwijzin van de schadeclaim verzoeker niet op de hoote esteld van een wijziin van het Alemeen Rijksambtenarenrelement en het Rijkswachteldbesluit, terwijl dit evolen had voor de afspraken die waren emaakt m.b.t. zijn ontsla verzoeker onvoldoende inelicht over keurin van een boottrailer toezein niet naekomen om verzoekster in eleenheid te stellen als interne RIZAkandidaat mee te solliciteren naar interne RIZA-functies,#,# n n o,! n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

207 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/488 Dienst Weverkeer afwijzend ereaeerd op verzoek om op vaste afspraak voertuien en caravans te laten keuren bij keurinsstation n Volksezondheid, welzijn en sport Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/034 Zilveren Kruis Achmea 2004/089 Stichtin Reionaal Indicatie Oraan 2004/108 Inspectie voor de Gezondheidszor 2004/111 Zorverzekeraar Zor en Zekerheid 2004/186 Stichtin Leer des Heils Welzijns- en Gezonheidszor, Ambulante Jeudbeschermin en Jeudhulpverlenin (AJL) onderzoek uit eien bewein naar het niet vermelden van de moelijkheid van bezwaar bij de afwijzin van een verzoek om veroedin van taxikosten (niet toepassen artikel 3:45 Awb, rechtsmiddelenverwijzin) in strijd ehandeld met de Awb door de indicatiestellin van 24 december 2002 niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb; niet (adequaat) ereaeerd op het verzoek om heroverwein van 3 januari 2003; toezein in brief van 12 februari 2003 dat in de week van 17 februari contact met verzoeker zou worden openomen, niet naekomen; wijze van reactie op verzoekers klacht een onderzoek inesteld naar meldin van behandelend psychiatrisch ziekenhuis inzake verzoekers suïcidepoin ten evole waarvan hij ernsti lichamelijk letsel heeft opelopen administratie t.a.v. inschrijvin en premievaststellin verzoeker niet op orde ehouden: aanmeldin als verzekerde niet ereistreerd en tijdens klachtbehandelin niet de naam van de behandelend ambtenaar aaneeven op brief; niet tijdi in reistratie openomen dat verzoeker niet meer als debiteur voor de premie van zijn dochter diende te worden aanemerkt; de verschuldide premie maandelijks zonder kortin in rekenin ebracht; ten onrechte een premie voor zijn dochter opnieuw in rekenin ebracht; wijze van klachtbehandelin: onvoldoende onderzoek verricht, een maatreelen etroffen n.a.v. klachtafhandelin, een verwijzin naar externe klachtinstantie openomen onepaste en sexueel etinte opmerkinen van ezinsvood teen minderjarie vrouw die in het kader van onder toezichtstellin bij verzoekster verbleef; minderjarie op onjuiste ronden laten instemmen met plaatsin in een esloten inrichtin; verzoekster niet eïnformeerd door directeur AJL over het feit dat hij een aanleidin meer za haar klachten opnieuw in behandelin te nemen; een maatreelen enomen na uitspraak Provinciale Klachtencommissie; een uitvoerin eeven aan beschikkin van de kinderrechter,# n,# n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

208 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/234 Inspectie voor de Gezondheidszor Noord Brabant 2004/246 Minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport 2004/248 Minister resp. staatssecretaris van Volksezondheid, Welzijn en Sport 2004/252 Ais Zorverzekerinen 2004/272 Ais Zorverzekerinen 2004/280 Ministerie van Volksezondheid, Welzijn en Sport 2004/281 Collee voor zorverzekerinen Reionaal Indicatieoraan Midden- Limbur 2004/282 Bureau Jeudzor Flevoland een formele bevestiin willen even dat Euparal een illeaal verspreid en niet ereistreerd eneesmiddel is; een aanifte willen doen teen met naam enoemde apotheker die het eneesmiddel zonder recept in de handel heeft ebracht, terwijl het een bestanddeel bevat dat krachtens Warenwet voor ieder ebruik bij mensen is verboden en bij verzoekers echtenote reeds ernsti letsel heeft veroorzaakt apothekers, onder wie verzoeker zelf, te weini tijd eboden om zich adequaat voor te bereiden op wijziinen in de Reelin farmaceutische hulp 1996; verzoekers brief van 20 november 2002 niet beantwoord in brief onjuist meeedeeld dat contact is eweest met een inspecteur van de Reionale Inspectie voor de Gezondheidszor; brief van 31 maart 2000 niet beantwoord; niet ineaan op klacht over onjuiste mededelin betreffende contact met inspecteur verzekerinspolis niet tijdi ewijzid conform verzoek van verzoeker; verzoek om schadeveroedin afewezen op rond van de Ziekenfondswet; onjuiste facturerin over twee maanden; zoon van verzoeker ten onrechte voor de tweede keer als hoofdverzekerde ineschreven; verzoek om schadeveroedin afewezen niet binnen wettelijk estelde termijn ereaeerd op verzoekers bezwaarschrift; bij doorzendin van zijn dossier naar CVZ pleitnota van advocaat en andere belastende stukken met opzet niet meeestuurd; klachtbrief over handelwijze niet beantwoord; wijze van klachtbehandelin: wettelijk vooreschreven klachtenprocedure niet evold, uitblijven van antwoord op brief aan directie door verzoekster tijdens bezwaarprocedure teen afwijzin van verzoek ter verkrijen van verklarin van vakbekwaamheid als tandarts estelde vraen niet beantwoord; een antwoord eeven op telefonische estelde vraen van verzoeksters echtenoot in februari 2004 no een advies uitebracht inzake verzoeksters bezwaarschrift van juli 2003 in februari 2004 no een beslissin enomen op verzoeksters bezwaarschrift van juli 2003 teen een indicatiebesluit wijze waarop uitvoerin is eeven aan voodij over verzoekers dochter; stopzettin van beeleidin en hulp aan dochter wat betreft autistische stoornis; verslalein van hoorzittin; het niet benaderen van de door verzoekers opeeven personen en instanties door de Klachtencommissie; wijze waarop is ereaeerd op brieven van januari 2002 en februari 2002 van verzoekers en het niet-erond verklaren van hun klacht hierover n o n n n n Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

209 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/390 Minister van Volksezondheid, Welzijn en Sport Inspectie voor de Gezondheidszor 2004/394 Zorverzekeraar CZ Actief in Gezondheid 2004/497 Ministerie van Volksezondheid, Welzijn en Sport verzoek afewezen om emaakte kosten voor evoerde procedures te veroeden en laten weten niet in bevoedheid te treden van inspecteurs om tuchtklachten in te dienen op onjuiste ronden door twee inspecteurs een tuchtklacht inediend teen Parnassia herhaaldelijk verzuimd om bij verzoeken om veroedin contactlens interne procedure te volen, zodat verzoeken in eerste instantie steeds werden afewezen; een rechtsmiddelenverwijzin openomen niet behandelen van verzoekers sinalen in onderzoek naar afkickklinieken; meeedeeld dat verdere brieven niet zullen worden beantwoord n n n Volkshuisvestin, ruimtelijke ordenin en milieubeheer Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/007 Huurcommissie Arnhem 2004/016 Huurcommissie Amsterdam 2004/088 Huurcommissie Oud Beijerland 2004/102 Huurcommissie Maastricht 2004/107 Directie Informatie Beheer Subsidiereelinen 2004/225 Huurcommissies Amsterdam, Rotterdam, Den Haa, Utrecht, Eindhoven procedure tot toetsin van de huurprijs na de behandelin van verzoek om een verklarin huureevens huursubsidie estaakt omdat een lees waren betaald, zulks ten onrechte omdat verzoekers de brieven met het verzoek om lees te betalen niet hadden ontvanen en derhalve de lees niet tijdi hebben kunnen betalen; wijze waarop is ereaeerd op klachtbrief van 6 juli 2002 onderzoek uit eien bewein naar wijze waarop klacht van verzoekers is behandeld een beslissin enomen op verzoek om uitspraak te doen over de redelijkheid van de huurprijs die verzoeker zijn huurster had vooresteld en waarteen zij bezwaar had emaakt; late reactie op eerste drie rappelbrieven en vraa in brief onbeantwoord elaten; wijze van klachtbehandelin; niet (inhoudelijk) ereaeerd op brieven lane behandelinsduur van verzoekschriften van vijf huurders tot verkrijen van uitspraken over de hoote van servicekosten over 1998, 1999, 2000 en 2001 inzake teruvorderin weens onterecht betaalde huursubsidie: een evol eeven aan verzoek correspondentie via advocaat te laten lopen, in brieven meeedeeld dat voor vraen telefonisch contact kon worden openomen met ministerie, terwijl verzoekster in de praktijk ondervond dat niet doorverbonden kon worden met behandelend medewerker, een reactie eeven op verzoeksters brief waarin zij had aaneeven dat een ander bedra was afeschreven dan in betalinsreelin was aaneeven, een inhoudelijke reactie ontvanen op haar klacht; esteld de als bijlaen bij het formulier financiële positie evoede eevens niet te hebben ontvanen behandelinsduur van verzoekschriften, verzetschriften, verzoeken om verklarin t.b.v. aanvraa huursubsidie en klaaschriften n n n,!,# Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

210 Nr. Gedrain van Klacht Oordeel Secretariaat huurcommissies 2004/258 Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer 2004/263Secretariaat van de huurcommissies Huurcommissie Tilbur handelwijze in kader van behandelin van bovenenoemde verzoek- en verzetschriften, verzoeken en klaaschriften een versla toeezonden van hoorzittin in het kader van afwijzin bezwaarschrift teen afwijzin aanvraa om subsidieverlenin voor sanerin drinkwaterleidin eplande hoorzittin niet laten dooraan en verzoeker daarvan pas ter plaatse in kennis esteld eplande hoorzittin i.v.m. toestand van de vloer in zijn woonkamer niet laten dooraan en hem pas ter plaatse in kennis esteld; niet ereaeerd op verzoek om schadeveroedin voor openomen verlofda en reiskosten; wijze van klachtafhandelin,!,# n Waterschappen Nr. Gedrain van Klacht Oordeel 2004/373 Waterschap De Brielse Dijkrin 2004/467 Waterschap Mark en Weerijs 2004/481 Hooheemraadschap Schieland verzoekers bezwaarschriften onerond verklaard; zich niet ehouden aan eheimhoudinsplicht door fax op voor iedereen zichtbare plek te laten lien; teenstrijdie informatie verstrekt; in een brief van 30 mei 2002 eschreven zich niet laner eroepen te voelen om op verzoekers vraen van 12 maart in te aan; mededelin omtrent termijn waarbinnen bezwaarschriften door het waterschap worden afedaan; verzoekers bezwaarschrift van 24 juni 2001 niet-ontvankelijk verklaard zonder hem in de eleenheid te hebben esteld te worden ehoord; brief van 25 december 2002 ereistreerd als zijnde ontvanen op 2 januari 2003; in klachtafdoeninsbrief van 1 mei 2003 slechts enkele klachten behandeld; secretaris van klachtencommissie is dezelfde persoon die brief van 30 mei 2002 heeft opesteld onvoldoende in staat esteld zienswijze toe te lichten; onvoldoende rekenin ehouden met belanen omwonenden; onvoldoende dan wel onjuiste informatie verstrekt over uitzicht in brochures niet ereaeerd op verzoekers brief tijdens bijeenkomsten omwonenden niet eïnformeerd over overeenkomst na twee maanden no een reactie op klachtbrief verzoeker n,n n o Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

211 BIJLAGE 2 HOOFDSTUK 9 ALGEMENE WET BESTUURSRECHT IN RAPPORTEN VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN Cumulatief overzicht van rapporten, waarin artikelen uit hoofdstuk 9 van de Alemene wet bestuursrecht over klachtbehandelin door een bestuursoraan aan de orde komen. Artikel 9:1, eerste lid 2001/292; 2002/214; 2002/388; 2003/084; 2003/131; 2003/210; 2003/214; 2003/253; 2003/318; 2003/442; 2003/469; 2003/491; 2004/113; 2004/256; 2004/265; 2004/412; 2004/425 Artikel 9:1, tweede lid 2001/226; 2002/064; 2004/465 Artikel 9:2 2001/357; 2001/393; 2004/072; 2004/075; 2004/148; 2004/193; 2004/207; 2004/412; 2004/465 Artikel 9:3 2002/384; 2004/433 Artikel 9:4, tweede lid, onder a 2004/207 Artikel 9:4, tweede lid, onder c 2002/026; 2004/412 Artikel 9:5 2000/374; 2002/202; 2002/275; 2002/321; 2002/334; 2002/344; 2003/012; 2003/014; 2003/061; 2003/206; 2003/343; 2004/279; 2004/321; 2004/341; 2004/371; 2004/416 Artikel 9:6 2003/061; 2003/166; 2003/188; 2003/325; 2003/422; 2004/042; 2004/090; 2004/225; 2004/323; 2004/326; 2004/341; 2004/457; 2004/481 Artikel 9:7, eerste lid 2000/374; 2002/118; 2002/151; 2002/175; 2002/408; 2003/166; 2003/206; 2003/423; 2004/162; 2004/245; 2004/373; 2004/443 Artikel 9:8 2004/097; 2004/272; 2004/416 Artikel 9:8, eerste lid, onderdeel a 2003/422; 2003/467; 2004/359; 2004/411 Artikel 9:8, eerste lid, onderdeel b 2002/271; 2004/298; 2004/392; 2004/429; 2004/486 Artikel 9:8, eerste lid, onderdelen c en d 2002/348; 2002/379; 2002/385; 2003/035; 2003/062; 2003/122; 2003/335; 2003/379; 2003/425; 2004/190; 2004/191; 2004/360 Artikel 9:8, eerste lid, onderdeel f 2004/207 Artikel 9:8, tweede lid 2001/065, 2002/001; 2003/192; 2003/320; 2003/423 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

212 Artikel 9:8, derde lid 2002/301; 2003/320; 2003/459; 2004/110 Artikel 9:9 2003/107 Artikel 9:10, eerste lid 1999/258; 2000/002; 2000/344; 2000/374; 2001/106; 2001/373; 2002/009; 2002/026; 2002/036; 2002/111; 2002/116; 2002/142; 2002/184; 2002/214; 2002/321; 2002/364; 2003/014; 2003/082; 2003/107; 2003/131; 2003/188; 2003/213; 2003/246; 2003/472; 2004/051; 2004/063; 2004/075; 2004/097; 2004/107; 2004/111; 2004/113; 2004/121; 2004/138; 2004/156; 2004/239; 2004/245; 2004/257; 2004/262; 2004/263; 2004/279; 2004/288; 2004/289; 2004/317; 2004/325; 2004/369; 2004/374; 2004/411; 2004/425; 2004/438; 2004/457; 2004/461; 2004/485 Artikel 9:10, tweede lid 2003/134; 2003/290; 2003/372; 2004/104; 2004/170; 2004/245; 2004/251; 2004/272; 2004/362; 2004/363; 2004/377; 2004/443; 2004/495 Artikel 9:10, derde lid 2003/188; 2003/395; 2004/282; 2004/283; 2004/414 Artikel 9:11, eerste lid 2001/145; 2002/153; 2002/387; 2004/042; 2004/090; 2004/088; 2004/097; 2004/102; 2004/107; 2004/154; 2004/156; 2004/188; 2004/205; 2004/225; 2004/263; 2004/323; 2004/326; 2004/328; 2004/341; 2004/347; 2004/386; 2004/387; 2004/388; 2004/391; 2004/457; 2004/411; 2004/444 Artikel 9:11, tweede lid 2002/387; 2003/012; 2003/325; 2004/097; 2004/188 Artikel 9:12, eerste lid 1999/474; 2000/374; 2001/153; 2001/393; 2002/178; 2002/226; 2002/301; 2002/319; 2003/107; 2003/134; 2003/210; 2003/246; 2003/261; 2003/299; 2003/302; 2003/395; 2003/428; 2004/063; 2004/077; 2004/080; 2004/087; 2004/092; 2004/098; 2004/111; 2004/145; 2004/156; 2004/158; 2004/162; 2004/170; 2004/179; 2004/207; 2004/208; 2004/244; 2004/270; 2004/288; 2004/289; 2004/303; 2004/315; 2004/317; 2004/371; 2004/411; 2004/414; 2004/419; 2004/432; 2004/439; 2004/443; 2004/457; 2004/461; 2004/479; 2004/495; 2004/498 Artikel 9:12, tweede lid 2003/014; 2003/082; 2003/131; 2003/320; 2004/042; 2004/089; 2004/111 Artikel 9:12a 2003/062; 2004/425 Artikel 9: /046 Artikel 9: /046; 2002/153 Artikel 9:15, tweede lid 2001/402; 2003/213 Artikel 9:15, derde lid 2003/213 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

213 Artikel 9:15, vierde lid 2002/126; 2004/188 Artikel 9: /301; 2003/250; 2004/089 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

214 BIJLAGE 3 VERMELDING VAN RAPPORTEN IN VAKBLADEN IN 2004 Overzicht van rapporten die vermeld worden in vakbladen van 1 januari tot en met 31 december Voor dit overzicht zijn de volende vakbladen doorenomen: AB Rechtspraak Bestuursrecht (AB) Ararisch Recht (AR) Bouwrecht (BR) Fiscaal up to Date (FUTD) Gemeentestem (GS) Jurisprudentie Bestuursrecht (JB) Jurisprudentie Sociale Voorzieninen (JSV) Jurisprudentie voor Gemeenten (JG) Jurisprudentie Vreemdelinenrecht (JV) Mirantenrecht (MR) Milieu & Recht (M&R) Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht (NTFR) Nieuwsbrief Asiel- en Vluchtelinenrecht (NAV) Nieuwsbrief Strafrecht (NS) Rechtspraak Sociale Verzekerin (RSV) Rechtspraak Zorverzekerin (RZA) Tijdschrift voor Formeel Belastinrecht (TFB) Tijdschrift voor Gezondheidsrecht (TvG) Vakstudienieuws (VN) Verkeersrecht (VR) Politie en openbaar ministerie 2004/278 MR 2004, nr. 55, afl. 6, blz In Delikt en Delinkwent 2004 wordt in afl. 8 (blz ) een aantal rapporten besproken. Ministeries Buitenlandse Zaken 2004/003 MR 2004, nr. 16, afl. 2, blz Justitie (met uitzonderin van politie en openbaar ministerie) 2003/285 JB 2004, nr. 40, afl. 1, blz , m.n. E.C.H.J. van der Linden 2003/385 NAV 2004, nr. 16, afl. 1, blz , m.n. 2003/426 NAV 2004, nr. 35, afl. 1, blz /450 NAV 2004, nr. 47, afl. 2, blz /455 NAV 2004, nr. 162, afl. 5, blz /503 NAV 2004, nr. 91, afl. 3, blz /054 JSV 2004, nr. 64, afl. 4, blz /160 MR 2004, nr. 33, afl. 4, blz /204 MR 2004, nr. 43, afl. 5, blz /207 AB 2004, nr. 270, afl. 31, blz , m.n. P.J. Stolk 2004/278 MR 2004, nr. 55, afl. 6, blz /315 NAV 2004, nr. 317, afl. 10, blz /348 MR 2004, nr. 63, afl. 7, blz /370 NS2004, nr. 426, afl. 12, blz /433 MR 2004, nr. 81, afl. 9/10, blz. 366 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

215 Buitenlandse Zaken en Justitie 2003/424 MR 2004, nr. 6, afl. 1, blz /450 MR 2004, nr. 7, afl. 1, blz /254 NAV 2004, nr. 254, afl. 10, blz. 739 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2004/122 JSV 2004, nr. 106, afl. 6, blz Financiën 2003/467 FUTD 2004, nr. 0071, afl. 2, blz /467 NTFR 2004, nr. 26, afl. 1 2, blz /467 VN 2004, nr. 4.31, afl. 4, blz , m.n. 2003/486 FUTD 2004, nr. 0089, afl. 2, blz /488 FUTD 2004, nr. 0092, afl. 2, blz /488 NTFR 2004, nr. 92, afl. 4, blz /488 VN 2004, nr. 7.33, afl. 7, blz , m.n. 2004/024 FUTD 2004, nr. 0251, afl. 6, blz /024 VN 2004, nr , afl. 10, blz , m.n. 2004/071 FUTD 2004, nr. 0523, afl. 12, blz /071 VN 2004, nr , afl. 15, blz , m.n. 2004/075 FUTD 2004, nr. 0535, afl. 12, blz /075 VN 2004, nr , afl. 16, blz , m.n. 2004/110 VN 2004, nr , afl. 22, blz , m.n. 2004/118 FUTD 2004, nr. 0732, afl. 16, blz /118 VN 2004, nr , afl. 23, blz , m.n. 2004/128 FUTD 2004, nr. 0827, afl. 18, blz /128 VN 2004, nr , afl. 26, blz , m.n. 2004/146 FUTD 2004, nr. 0849, afl. 19, blz , m.n. 2004/146 VN 2004, nr , afl. 30, blz , m.n. 2004/148 NTFR 2004, nr. 713, afl. 20, blz /165 FUTD 2004, nr. 0925, afl. 20, blz /165 NTFR 2004, nr. 769, afl. 21, blz /165 VN 2004, nr , afl. 31, blz , m.n. 2004/167 VN 2004, nr , afl. 31, blz , m.n. 2004/190 FUTD 2004, nr. 1012, afl. 23, blz /190 VN 2004, nr , afl. 32, blz. 90, m.n. 2004/191 FUTD 2004, nr. 1012, afl. 23, blz /253 FUTD 2004, nr. 1272, afl. 28, blz /253 VN 2004, nr , afl. 35, blz , m.n. 2004/265 FUTD 2004, nr. 1575, afl. 35, blz /277 FUTD 2004, nr. 1398, afl. 31, blz /277 VN 2004, nr , afl. 39, blz , m.n. 2004/285 FUTD 2004, nr. 1406, afl. 31, blz /285 NTFR 2004, nr. 1183, afl. 32, blz /285 VN 2004, nr , afl. 39, blz , m.n. 2004/295 FUTD 2004, nr. 1444, afl. 32, blz /295 NTFR 2004, nr. 1302, afl. 36, blz /295 VN 2004, nr , afl. 48, blz , m.n. 2004/304 FUTD 2004, nr. 1512, afl. 33, blz /304 NTFR 2004, nr. 1313, afl. 36, blz /304 VN 2004, nr , afl. 42, blz. 98, m.n. 2004/305 FUTD 2004, nr. 1508, afl. 33, blz /305 NTFR 2004, nr. 1200, afl. 33, blz /305 VN 2004, nr , afl. 42, blz , m.n. 2004/312 FUTD 2004, nr. 1542, afl. 34, blz /312 NTFR 2004, nr. 1285, afl. 35, blz /312 VN 2004, nr , afl. 48, blz , m.n. 2004/318 FUTD 2004, nr. 1549, afl. 35, blz /318 NTFR 2004, nr. 1286, afl. 35, blz. 20 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

216 2004/318 VN 2004, nr , afl. 48, blz , m.n. 2004/323 FUTD 2004, nr. 2009, afl. 44, blz /323 VN 2004, nr , afl. 50, blz , m.n. 2004/357 FUTD 2004, nr. 1714, afl. 38, blz /357 VN 2004, nr , afl. 55, blz , m.n. 2004/400 FUTD 2004, nr. 1907, afl. 42, blz /426 FUTD 2004, nr. 2070, afl. 46, blz /437 FUTD 2004, nr. 2164, afl. 47, blz /437 NTFR 2004, nr. 1736, afl. 48, blz /439 FUTD 2004, nr. 2156, afl. 47, blz /439 VN 2004, nr , afl. 65, blz , m.n. 2004/442 FUTD 2004, nr. 2153, afl. 47, blz /452 NTFR 2004, nr. 1791, afl. 50, blz /468 FUTD 2004, nr. 2352, afl. 51, blz /486 NTFR 2004, nr. 1876, afl. 52, blz. 60 In VN 2003, afl. 1B wordt op blz een overzicht eeven van in 2002 door de Nationale ombudsman eeven oordelen t.a.v. de Belastindienst. Defensie 2004/172 MR 2004, nr. 42, afl. 5, blz. 209 Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer 2004/258 AB 2004, nr. 280, afl. 32, blz , m.n. P.J. Stolk Verkeer en Waterstaat 2004/012 AB 2004, nr. 171, afl. 22, blz /076 AB 2004, nr. 163, afl. 21, blz , m.n. P.J. Stolk 2004/417 MR 2004, nr. 71, afl. 8, blz. 308 Verkeer en Waterstaat & Justitie 2003/140 VR 2004, nr. 15, afl. 1, blz Economische Zaken 2004/411 AB 2004, nr. 452, afl. 48, blz , m.n. P.J. Stolk Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2004/385 AB 2004, nr. 422, afl. 46, blz , m.n. P.J. Stolk Volksezondheid, Welzijn en Sport 2004/089 JSV 2004, nr. 71, afl. 5, blz /108 TvG 2004, nr. 37, afl. 5, blz /246 TvG 2004, nr. 46, afl. 6, blz /281 RSV 2004, nr. 287, afl. 9, blz /281 RZA 2004, nr. 216, afl. 7, blz Alle ministeries 2003/325 JG 2004, nr. 0071, afl. 4, blz , m.n. C.M. van der Heijden Bestuursoranen Centrale oranisatie Werk en Inkomen 2003/487 JSV 2004, nr. 40, afl. 3, blz /114 JSV 2004, nr. 105, afl. 6, blz /273 JB 2004, nr. 363, afl. 14, blz , m.n. N.J.A.P.B Niessen Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

217 Orde van Advocaten 2003/491 JB 2004, nr. 111, afl. 4, blz , m.n. N.J.A.P.B. Niessen Sociale Verzekerinsbank 2004/051 JSV 2004, nr. 63, afl. 4, blz /051 RSV 2004, nr. 229, afl. 7, blz /164 JSV 2004, nr. 110, afl. 7, blz /164 RSV 2004, nr. 230, afl. 7, blz Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen 2004/097 JB 2004, nr. 224, afl. 8, blz /321 RSV 2004, nr. 345, afl. 12, blz /358 RSV 2004, nr. 346, afl. 12, blz /374 RSV 2004, nr. 347, afl. 12, blz /464 FUTD 2004, nr. 2235, afl. 49, blz. 15 Zorverzekeraars 2003/345 RZA 2004, nr. 58, afl. 2, blz /034 RZA 2004, nr. 59, afl. 2, blz Gemeenten 2003/213 AB 2004, nr. 19, afl. 1, blz , m.n. GvB 2003/379 GS2004, nr. 152, afl. 7214, blz , m.n. M.A.C. van Edom 2003/389 JSV 2004, nr. 11, afl. 1, blz /412 JG 2004, nr. 0044, afl. 3, blz. 4 6, m.n. C.M. van der Heijden 2003/422 GS2004, nr. 112, afl. 7210, blz , m.n. M.A.C. van Edom 2003/425 JB 2004, nr. 71, afl. 2, blz , m.n. N.J.A.P.B. Niessen 2003/425 JG 2004, nr. 0080, afl. 5, blz. 9 13, m.n. C.M. van der Heijden 2003/442 AB 2004, nr. 179, afl. 23, blz , m.n. P.J. Stolk 2003/459 JSV 2004, nr. 21, afl. 2, blz /459 RSV 2004, nr. 92, afl. 3, blz /028 JG 2004, nr. 0114, afl. 7/8, blz , m.n. C.M. van der Heijden 2004/047 JB 2004, nr. 171, afl. 6, blz. 787, m.n. N.J.A.P.B. Niessen 2004/155 AB 2004, nr. 301, afl. 34, blz , m.n. P.J. Stolk 2004/161 JG 2004, nr. 0115, afl. 7/8, blz , m.n. C.M. van der Heijden 2004/179 JG 2004, nr. 0153, afl. 10, blz , m.n. C.M. van der Heijden 2004/236 JG 2004, nr. 0154, afl. 10, blz , m.n. C.M. van der Heijden Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

218 BIJLAGE 4 DE BEOORDELINGSCRITERIA In 3.7 wordt verwezen naar het stelsel van beoordelinscriteria dat de Nationale ombudsman heeft ontwikkeld ter nadere uitwerkin van de behoorlijkheidsnorm van artikel 26, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman. De onderstaande lijst eeft een overzicht van deze beoordelinscriteria, die in het verslajaar 2004 voor het laatst zijn ehanteerd. Met inan van 1 januari 2005 is een nieuw stelsel van behoorlijkheidsvereisten inevoerd. In wordt ineaan op de nieuwe behoorlijkheidsvereisten en op de totstandkomin ervan. 1. Overeenstemmin met alemeen verbindende voorschriften (d.w.z. alle alemeen werkende reels niet zijnde beleidsreels of andere interne instructies): a) mensenrechten/rondrechten: aa) in de rondwet vasteled ab) in internationale verdraen vasteled b) bevoedheidsvoorschriften c) vorm- en procedurevoorschriften (behoudens de hierna te noemen Awb-voorschriften) d) inhoudelijke voorschriften 2. Geen misbruik van bevoedheid (het zoenoemde verbod van détournement de pouvoir; zie art. 3:3 Alemene wet bestuursrecht (Awb)) 3. Belanenafwein/redelijkheid 3.1 t.a.v. besluiten (d.w.z. alles wat niet feitelijk handelen is): a) belanenafwein (zie art. 3:4, eerste lid Awb) b) evenrediheid (zie art. 3:4, tweede lid Awb) 3.2 t.a.v. feitelijk handelen:evenrediheid/proportionaliteit 4. Rechtszekerheid/vertrouwen a) honoreren van edane toezeinen b) honoreren van ewekte erechtvaardide verwachtinen/ vertrouwen c) rechtszekerheid anderszins d) actief evol even aan rechterlijke beslissinen (zie bijvoorbeeld daartoe strekkende bepalinen in hoofdstuk 8 Awb) 5. Gelijkheid (voorzover niet vallend onder 1a) 6. Motiverin (juistheid, toereikendheid en kenbaarheid; zie onder meer artt. 3:27, 3:46 3:50, 4:82, 7:12, 7:26 Awb) 7. Zorvuldiheid A. t.a.v. de procesan: 7.1 voortvarendheid a) o..v. wettelijk of intern termijnvoorschrift (zie onder meer artt. 4:13, 4:14, 7:10, 7:24 Awb) b) anderszins (bijvoorbeeld redelijke termijn/tijdi herstel esinaleerde fout) 7.2 administratieve nauwkeuriheid 7.3 actieve/adequate informatieverstrekkin a) behandelinsbericht (zie onder meer artt. 3:17 tweede lid, 6:14 eerste lid Awb) Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

219 b) tussenbericht (zie onder meer art. 7:24 zesde lid Awb) c) tijdie mededelin van besluit tot niet (inhoudelijke) beantwoordin d) informatieverstrekkin over rechten/plichten van de burer (zie onder meer artt. 3:41 3:45 Awb) e) informatieverstrekkin anderszins (bijvoorbeeld onjuiste informatie/een antwoord op estelde vraa; zie onder meer artt. 7:4, 7:9 Awb) 7.4 actieve opstellin a) horen (zie onder meer art. 7:2 Awb) b) actieve informatieverwervin anderszins (bijvoorbeeld toereikend onderzoek; zie onder meer artt. 3:2, 3:9 Awb) c) vastlein verkreen informatie (zie onder meer art. 7:7 Awb) d) hoor en wederhoor B. t.a.v. aanweziheid voorzieninen op het vlak van de oranisatie: 7.5 voorzieninen ten behoeve van reistratie: a) ontvanst-/verblijfsreistratie b) voortansbewakin 7.6 voorzieninen ten behoeve van coördinatie/afstemmin 7.7 voorzieninen ter beschermin van de privacy 7.8 voorzieninen ter bevorderin onpartijdiheid 7.9 voorzieninen ter bevorderin hulpvaardiheid t.o.v. burers 7.10 toeankelijkheid a) fysieke toeankelijkheid b) telefonische bereikbaarheid 7.11 adequate verblijfs- en bewaaromstandiheden C. t.a.v. houdin/edra actor(es): 7.12 correcte bejeenin: a) betonen van respect voor de menselijke waardiheid/interiteit van de burer (in het alemeen) b) betrachten van wat in het alemeen vanuit overweinen van fatsoen ma worden verland (voorzover niet vallend onder één van de andere subcriteria van 7) c) achterwee laten van onbetamelijke opmerkinen (bijvoorbeeld discriminerende opmerkinen/uitschelden) d) tonen van de vereiste zelfbeheersin/sociale vaardiheden/ professionaliteit 7.13 respecteren privacy (voorzover niet vallend onder 1a: rondrechten; zie onder meer ook art. 2:5 Awb) 7.14 onbevooroordeeldheid (zie ook art. 2:4 Awb) 7.15 open oo voor positie/belanen van burers/inlevinsvermoen/ actieve en hulpvaardie opstellin 7.16 oed vervullen van zorplicht t.a.v. aan bestuursoranen toevertrouwde belanen 8. Overie eisen van behoorlijkheid Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

220 BIJLAGE 5 BESTUURSORGANEN BINNEN DE BEVOEGDHEID VAN DE NATIONALE OMBUDSMAN Artikel 1a van de Wet Nationale ombudsman bepaalt welke bestuursoranen vallen binnen de bevoedheid van de Nationale ombudsman. Dat laatste kan op drie wijzen ebeuren: 1. Door rechtstreekse en specifieke aanwijzin in de Wet Nationale ombudsman (art. 1a, eerste lid, onderdelen a, c en d). Het betreft hier: de ministers (en daarmee de ministeries en al hun dienstonderdelen, waar ook in het land werkzaam); de bestuursoranen met een taak op het terrein van de politie en met betrekkin tot buitenewoon opsporinsambtenaren. 2. Door rechtstreekse, maar niet specifieke aanwijzin in de Wet Nationale ombudsman (art. 1a, eerste lid, onderdeel e). Het betreft hier in hoofdzaak de cateorie van andere bestuursoranen (dat wil zeen bestuursoranen die niet hiërarchisch ondereschikt zijn aan een minister), alsmede de bestuursoranen van de publiekrechtelijke bedrijfsoranisatie. Vóór de wijziin van de Wet Nationale ombudsman van 30 juni 1998 werden de zelfstandie bestuursoranen enumeratief aanewezen bij alemene maatreel van bestuur. Na deze wijziin is er sprake van een alemene aanwijzin direct in de wet zelf, met dien verstande dat: A. bij alemene maatreel van bestuur daar een uitzonderin op kan worden emaakt. Dat is ebeurd voor bepaalde taken van de Nederlandse Omroep Stichtin, De Nederlandsche Bank N.V., de Pensioenen Verzekerinskamer en de Stichtin toezicht effectenverkeer (sinds 1 maart 2002: Stichtin Autoriteit Financiële Markten). B. tot 30 juni 2003 voor de met een * aaneeven, met onderwijs en onderzoek belaste bestuursoranen op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de specifieke aanwijzin, bij alemene maatreel van bestuur, is ehandhaafd. 3. Door aanwijzin, op verzoek, van bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen (art. 1a, eerste lid, onderdeel b), bij ministerieel besluit (als bedoeld in art. 1b, eerste lid; vóór de wijziin van de Wet Nationale ombudsman van 30 juni 1998 ebeurde deze aanwijzin bij alemene maatreel van bestuur). Aldus zijn aanewezen de bestuursoranen van: per 1 januari 1994: de waterschappen, op verzoek van de Unie van Waterschappen; per 1 juli 1996: de provincies, op verzoek van het Interprovinciaal Overle; per 1 juli 1996: de emeenten Apeldoorn, Enschede, Katwijk, Oesteest, Roermond, Voorschoten en Weert; per 1 november 1997: Beverwijk, Brummen, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heusden, Leiderdorp, Nijkerk (in verband met herindelin tot 1 januari 2001), Noordwijk, Ruurlo (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Steenwijk (in verband met herindelin tot 1 januari 2001) en Venlo (in verband met herindelin tot 1 januari 2001); per 12 juni 1998: Gorinchem en Losser; per 1 juli 1998: Breda en Schijndel; Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

221 per 1 januari 1999: Beemster, Bernheze, Dantumadeel, Duiven, Ermelo, Ferwerderadiel, Gaasterlân-Sleat, Harenkarspel, Lanedijk, Lemsterland, Lisse, Middelharnis, Moerdijk, Reeuwijk, Voorst; per 1 februari 1999: Nijmeen; per 1 januari 2000: Baarle-Nassau, Berh (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Blaricum, Boskoop, Brunssum, Bunschoten, Diemen, Dordrecht, Geertruidenber, Groenlo (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Haarlem, Leidschendam (in verband met herindelin tot 1 januari 2002), Leusden, Nederlek, Nieuweein, Nijkerk (na herindelin), Noordwijkerhout, Ridderkerk, Rijnsbur, Sassenheim, Ten Boer, Tiel, Veendam, Woudenber en Woudrichem; per 1 januari 2001: Alkmaar, Amersfoort, Appinedam, Bennebroek, Bereijk, Beren (L), Bloemendaal, Castricum (in verband met herindelin tot 1 januari 2002), Didam (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Dirksland, Epe, Franekeradeel, Gennep, Hendrik-Ido- Ambacht, Kampen, Kollumerland en Nieuwkruisland, Leeuwarden, Lochem (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Menaldumadeel, Nijefurd, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Purmerend, Rijswijk, Scherpenzeel, Schoonhoven, Sint-Michielsestel, Sliedrecht, Sneek, Steenberen, Steenwijk (na herindelin; vanaf 1 januari 2003: Steenwijkerland), Tytsjerksteradiel, Veldhoven, Venlo (na herindelin), Vuht, Waeninen, Waterinen (in verband met herindelin tot 1 januari 2004), Winterswijk, Wûnseradiel, Wymbritseradiel, Zwijndrecht (in verband met herindelin tot 1 januari 2003); per 1 januari 2002: Aalsmeer, Aalten (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Achtkarspelen, Alblasserdam, Alphen-Chaam, Ambt Montfort, Arcen en Velden, Baarn, Beesel, Bellinwedde, Bemmel (vanaf 1 januari 2003: Linewaard), Berambacht, Boarnsterhim, Boderaven, Breukelen, Brielle, Castricum (na herindelin), De Lier (in verband met herindelin tot 1 januari 2004), De Marne, De Ronde Venen, Den Helder, Doetinchem (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Donen, Doneradeel, Doorn, Drimmelen, Dronten, Echt (in verband met herindelin tot 1 januari 2003), Edam-Volendam, Eemsmond, Eiberen (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Etten-Leur, Gendrinen (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Graafstroom, Graft-De Rijp, Gulpen-Wittem, Hattem, Heerde, Heerenveen, Helden, Hellendoorn, Horst aan de Maas, Hummelo en Keppel (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), IJsselstein, Laren, Lelystad, Lith, Littenseradiel, Loenen, Lopik, Maarn, Maarssen, Maasbracht, Maasbree, Maasdonk, Maasland (in verband met herindelin tot 1 januari 2004), Meijel, Nederweert, Noordoostpolder, Ooststellinwerf, Opsterland, Overbetuwe, Renkum, Renswoude, Roerdalen, Scheemda, Schiermonnikoo, Schipluiden (in verband met herindelin tot 1 januari 2004), Smallinerland, Swalmen, Terschellin, Uiteest, Uithoorn, Urk, Valkenbur (Z-H), Veenendaal, Vehel, Velsen, Vianen, Vlatwedde, Vlieland, Vlist, Wehl (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Weststellinwerf, Winschoten, Winsum, Zaltbommel, Zandvoort, Zeevan, Zevenhuizen-Moerkapelle en Zundert; per 1 januari 2003: Arnhem, Bolsward, Borculo (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Bussum, Dinxperlo (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Echt-Susteren (na herindelin), Emmen, Gouda, Heiloo, Landerd, Leidschendam-Voorbur (na herindelin), Moordrecht, Muiden, Naarden, Neede (in verband met herindelin tot 1 januari 2005), Oostflakkee, Ouderkerk, Pekela, Tilbur, Tubberen, Venray en Zwijndrecht (na herindelin); per 1 januari 2004: Ameland, Amstelveen, Barneveld, Beren (N-H), Bernisse, Boxmeer, Landraaf, Meerlo-Wanssum, Midden-Delfland (na herindelin), Papendrecht, Vaals, Waalwijk, Wassenaar, Wormerland en Zijpe; Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

222 per 1 januari 2005: Boekel, Rijnwaarden, Westland (na herindelin) en Woensdrecht; daarnaast zullen in de loop van het eerste kwartaal van 2005 met teruwerkende kracht tot 1 januari 2005 worden aanewezen de emeente Onderbanken en de nieuwe, uit herindelinen ontstane emeenten Aalten, Berkelland, Doetinchem, Groenlo, Lochem, Montferland en Oude IJsselstreek; per 1 januari 2001: de emeenschappelijke reelin Schadeveroedinsschap HSL-Zuid, A16 en A4; per 1 januari 2002: het Recreatieschap Voorne-Putten-Rozenbur, het (Natuur- en) Recreatieschap Harinvliet, het Recreatieschap Rottemeren, het Recreatieschap Midden-Delfland, het (Natuur- en) Recreatieschap Krimpenerwaard en het Havenschap Delfzijl/ Eemshaven; per 1 januari 2003: het Instituut Zorverzekeraar Ambtenaren (IZA), Interemeentelijk samenwerkinsoraan Midden-Holland, Interemeentelijk Samenwerkinsverband Goeree-Overflakkee, Interprovinciale ziektekostenreelin (IZR), Natuur- & Recreatieschap Reeuwijkse Plassen en omevin, Recreatieschap Hiltlandbos, Reio Parkstad Limbur, Reionale Sociale Dienst Alblasserwaard-Oost/Vijfheerenlanden, ReinUnie, Weschap Tunnel Dordtse Kil en Werkvoorzieninschap Oostelijk Zuid-Limbur; per 1 januari 2004: de emeenschappelijke reelin Gewest Eemland. 4. Andere bestuursoranen De hiervoor enoemde wijziin van de Wet Nationale ombudsman, per 30 juni 1998, betekent dat de Nationale ombudsman zelf dient te besluiten of hij een bepaalde instantie aanmerkt als een bestuursoraan, dit tot het moment dat er eventueel op dit terrein een alemene reelin tot stand komt. Vooralsno kan aanknopin worden evonden bij de enumeratieve lijst van het hiervoor enoemde aanwijzinsbesluit zoals dat van kracht was tot de wijziin van de Wet Nationale ombudsman van 30 juni Voorbeelden van bestuursoranen die niet hiërarchisch ondereschikt zijn aan een minister: A. op het terrein van het Ministerie van Justitie Raden voor rechtsbijstand Commissie tot beheer van het schadefonds eweldsmisdrijven Centraal oraan opvan asielzoekers Nederlandse orde van advocaten en Orden van advocaten in de arrondissementen Landelijk Bureau Innin Onderhoudsbijdraen (LBIO) Klachtencommissie verunninhouders interlandelijke adoptie Collee beschermin persoonseevens Koninklijke Notariële Beroepsoranisatie Collee van toezicht auteurs- en naburie rechten B. op het terrein van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Kiesraad Nederlands Instituut voor brandweer en rampenbestrijdin Landelijk selectie- en opleidinsinstituut politie (LSOP) Kapittel der Militaire Willems-Orde Hoe Raad van Adel C. op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (zie voor de betekenis van * hiervoor onder 2B.) de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen* de Open Universiteit* Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

223 de openbare universiteiten* de Koninklijke Bibliotheek* de Nederlandse Oranisatie voor toeepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO* de Centrale commissie vaststellin examenopaven en beoordelinsnormen* het Nederlands Instituut voor Oorlosdocumentatie* de Nederlandse oranisatie voor het wetenschappelijk onderzoek* Informatie Beheer-Groep Commissariaat voor de Media Nederlandse Omroep Stichtin, voor zover belast met prorammacoördinatie en zendtijdindelin Rechtspersonen als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (met name de fondsen op de verschillende terreinen van cultuur) Nederlandse oranisatie voor internationale samenwerkin in het hoer onderwijs (Nuffic) Academische ziekenhuizen bij openbare universiteiten* D. op het terrein van het Ministerie van Financiën De Nederlandsche Bank N.V., met uitzonderin van bepaalde taken Pensioen- en Verzekerinskamer, met uitzonderin van bepaalde taken Stichtin Autoriteit Financiële Markten Stichtin Maror-elden overheid Stichtin Waarborfonds Motorverkeer E. op het terrein van het Ministerie van Volkshuisvestin, Ruimtelijke Ordenin en Milieubeheer Huurcommissies Stichtin Bureau Architectenreister (SBA) KIWA N.V. Dienst voor het kadaster en de openbare reisters Stichtin Waarborfonds Eien Woninen F. op het terrein van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat Dienst weverkeer (RDW) Centraal Bureau Rijvaardiheidsbewijzen (CBR) Houders van een erkennin voor de periodieke keurin van motorrijtuien, aanhanwaens en opleers (zn. APK-keurinsstations) Stichtin Nationale en Internationale Wevervoer Oranisatie (NIWO) Stichtin Inschrijvin Eien Vervoer (SIEV) Stichtin Innovam, opleidinsinstituut voor het motorvoertui-, tweewieler- en aanverwant bedrijf Commissie van beroep als bedoeld inartikel 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuien 1993 Instellinen belast met de afifte van vaarbewijzen en met het afnemen van examens voor het vaarbewijs (waaronder de ANWB) Raad voor de Transportveiliheid Luchtverkeersleidin Nederland Commissie Milieuhyiëne Luchtvaartterrein Eelde G. op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten Examenbureau van de Nederlandse Orde van Accountants-administratieconsulenten Kamers van Koophandel en Fabrieken Nederlands Meetinstituut B.V. (NMi B.V.) Koninklijk Nederlands Instituut van Reisteraccountants (NIvRA) Stichtin Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf Nederland Waarbor Platina, Goud en Zilver N.V. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

224 Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit (OPTA) H. op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Landinrichtinscommissies en Centrale Landinrichtinscommissies Grondkamers Commissie Beheer Landbouwronden de openbare landbouwhoescholen Staatsbosbeheer Stichtin Fonds MKZ-AI I. op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkeleenheid Uitvoerinsinstituut werknemersverzekerinen (UWV) Centrale oranisatie werk en inkomen (CWI) Sociale verzekerinsbank (SVB) J. op het terrein van het Ministerie van Volksezondheid, Welzijn en Sport Collee ter Beoordelin van Geneesmiddelen (CBG) Collee van Toezicht op de Zorverzekerinen (CTZ) Collee Tarieven Gezondheidszor (COTG) Pensioen- en Uitkerinsraad (PUR) Stichtin Het Gebaar Raad voor de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen Commissie van Beroep inzake de Overansreelin Gezondheidszorpsycholoen Reionale indicatieoranen in de zin van de AWBZ Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

225 BIJLAGE 6 ARTIKEL 78a VAN DE GRONDWET Hoofdstuk 4. Raad van State, Alemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste collees van advies (...) Artikel 78a 1. De Nationale ombudsman verricht op verzoek of uit eien bewein onderzoek naar edrainen van bestuursoranen van het Rijk en van andere bij of krachtens de wet aanewezen bestuursoranen. 2. De Nationale ombudsman en een substituut-ombudsman worden voor een bij de wet te bepalen termijn benoemd door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Op eien verzoek en weens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslaen. In de evallen bij de wet aanewezen kunnen zij door de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden eschorst of ontslaen. De wet reelt overiens hun rechtspositie. 3. De wet reelt de bevoedheid en werkwijze van de Nationale ombudsman. 4. Bij of krachtens de wet kunnen aan de Nationale ombudsman ook andere taken worden opedraen. (...) (Het opschrift van hoofdstuk 4 is ewijzid, en artikel 78a is inevoed, bij de wet van 25 februari 1999, Stb. 133, in werkin etreden op 25 maart 1999.) Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

226 BIJLAGE 7 WET NATIONALE OMBUDSMAN 7.1 Wet Nationale ombudsman Wet van 4 februari 1981, Stb 35, laatstelijk ewijzid bij de wet van 24 januari 2002, Stb. 53. Wij Beatrix, bij de ratie Gods, Koninin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overwein enomen hebben, dat er behoefte bestaat aan een bijzondere voorzienin tot onderzoek van de wijze waarop de overheid zich in een bepaalde aaneleenheid jeens de burer heeft edraen en dat het in verband hiermede wenselijk is over te aan tot de instellin van het ambt van Nationale ombudsman en tot wijziin van een aantal wetten; Zo is het, dat Wij, de Raad van State ehoord, en met emeen overle der Staten-Generaal, hebben oedevonden en verstaan, elijk Wij oedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I. WET NATIONALE OMBUDSMAN BEGRIPSBEPALINGEN EN TOEPASSINGSBEREIK Artikel 1 Deze wet verstaat onder: a. ombudsman: de Nationale ombudsman, bedoeld in artikel 2; b. ambtenaar: een ambtenaar, een ewezen ambtenaar, een persoon met wie door een bestuursoraan een arbeidsovereenkomst is esloten naar burerlijk recht, ook na beëindiin van de arbeidsovereenkomst, een dienstplichti militair, ook na het einde van de dienstplicht, alsmede andere personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het bestuursoraan, ook na het beëindien van de werkzaamheden. Artikel 1a 1. Deze wet is van toepassin op de edrainen van de volende bestuursoranen: a. Onze Ministers; b. bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen, die overeenkomsti artikel 1b zijn aanewezen; c. bestuursoranen aan welke bij of krachtens wettelijk voorschrift een taak met betrekkin tot de politie is opedraen, voor zover het de uitoefenin van die taak betreft; d. bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen voor zover het de edrainen van voor hen werkzame buitenewoon opsporinsambtenaren betreft; e. andere bestuursoranen, voor zover niet bij alemene maatreel van bestuur uitezonderd. 2. [Vervallen per 30 juni 2003.] 3. In afwijkin van het eerste lid is deze wet niet van toepassin op edrainen van de Commissie elijke behandelin, bedoeld in de Alemene wet elijke behandelin. 4. Een edrain van een ambtenaar, verricht in de uitoefenin van zijn functie, wordt aanemerkt als een edrain van het bestuursoraan onder wiens verantwoordelijkheid hij werkzaam is. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

227 Artikel 1b 1. Bij ministerieel besluit worden de bestuursoranen van provincies, emeenten, waterschappen en emeenschappelijke reelinen aanewezen, waarop deze wet van toepassin is. 2. Een aanwijzin als bedoeld in het eerste lid eschiedt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken op verzoek van het bestuur van de desbetreffende provincie, emeente, emeenschappelijke reelin of het desbetreffende waterschap. Op verzoek van of namens de provincies onderscheidenlijk de waterschappen eschiedt de aanwijzin van de provincies onderscheidenlijk de waterschappen ezamenlijk. 3. Het verzoek om aanwijzin wordt voor 1 juli van het jaar voorafaand aan het jaar waarin de aanwijzin in moet aan bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken inediend. Onze Minister van Binnenlandse Zaken bevestit onverwijld de ontvanst van het verzoek. 4. De aanwijzin van de daarvoor in aanmerkin komende bestuursoranen eschiedt telkens met inan van 1 januari van het desbetreffende jaar. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in afwijkin van de eerste volzin de aanwijzin van bestuursoranen op een ander tijdstip doen inaan, indien omstandiheden van drinende aard daartoe nopen. Het aanwijzinsbesluit wordt in de Staatscourant bekendemaakt. 5. De aanwijzin eschiedt voor een periode van vier jaar. Deze periode wordt telkens met twee jaar verlend, tenzij het bestuur van de desbetreffende provincie, emeente, emeenschappelijke reelin of het desbetreffende waterschap voor 1 januari van het jaar voorafaand aan het jaar waarin de verlenin plaats zal vinden aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken heeft verzocht de aanwijzin te beëindien. Onze Minister van Binnenlandse Zaken bevestit onverwijld de ontvanst van het verzoek. Van de beëindiin van de aanwijzin wordt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken mededelin edaan in de Staatscourant. Artikel 1c 1. De rechtspersoon waartoe het inevole artikel 1b aanewezen bestuursoraan behoort, is een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen veroedin verschuldid ter dekkin van de kosten die zijn verbonden aan het beschikbaar stellen van de klachtvoorzienin bij de Nationale ombudsman aan het desbetreffende bestuursoraan. 2. Bij of krachtens alemene maatreel van bestuur worden nadere reels esteld omtrent: a. de berekenin van de te betalen veroedin; b. de wijze van betalin van de verschuldide veroedin; c. het tijdstip waarop de verschuldide veroedin dient te zijn voldaan. HOOFDSTUK I. DE NATIONALE OMBUDSMAN Artikel 2 1. Er is een Nationale ombudsman. 2. De ombudsman wordt benoemd door de Tweede Kamer der Staten- Generaal. Bij de benoemin slaat de Tweede Kamer zodani acht op een aanbevelin, daartoe in ezamenlijk overle opemaakt door de vice-president van de Raad van State, de president van de Hoe Raad der Nederlanden en de president van de Alemene Rekenkamer en Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

228 bevattende de namen van ten minste drie personen, als zij zal diensti oordelen. 3. De benoemin eschiedt voor de duur van zes jaren. 4. Indien de Tweede Kamer voornemens is de ombudsman opnieuw te benoemen, kan zij bepalen dat het tweede lid, tweede volzin, buiten toepassin blijft. 5. Indien blijkt dat de Tweede Kamer niet tijdi tot de benoemin van een nieuwe ombudsman zal kunnen komen, voorziet de Tweede Kamer zo spoedi moelijk in de waarnemin van het ambt van ombudsman. Artikel 10, vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstie toepassin. Artikel 3 1. De Tweede Kamer ontslaat de ombudsman met inan van de eerstvolende maand na die waarin hij de vijfenzestijarie leeftijd bereikt. 2. De Tweede Kamer ontslaat de ombudsman voorts: a. op zijn verzoek; b. wanneer hij uit hoofde van ziekten of ebreken blijvend oneschikt is zijn functie te vervullen; c. bij de aanvaardin van een ambt of betrekkin bij deze wet onverenibaar verklaard met het ambt van ombudsman; d. bij het verlies van het Nederlanderschap; e. wanneer hij bij een onherroepelijk eworden rechterlijke uitspraak weens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatreel is opeled die vrijheidsbenemin tot evol heeft; f. wanneer hij inevole een onherroepelijk eworden rechterlijke uitspraak onder curatele is esteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsanerinsreelin natuurlijke personen van toepassin is verklaard, hij surséance van betalin heeft verkreen of weens schulden is eijzeld;. wanneer hij naar het oordeel van de Tweede Kamer door handelen of nalaten ernsti nadeel toebrent aan het in hem te stellen vertrouwen. Artikel 4 1. De Tweede Kamer stelt de ombudsman op non-activiteit ineval: a. hij zich in voorlopie hechtenis bevindt; b. hij bij een no niet onherroepelijk eworden rechterlijke uitspraak weens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatreel is opeled die vrijheidsbenemin tot evol heeft; c. hij onder curatele is esteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsanerinsreelin natuurlijke personen van toepassin is verklaard, hij surséance van betalin heeft verkreen of weens schulden is eijzeld inevole een no niet onherroepelijk eworden rechterlijke uitspraak. 2. De Tweede Kamer kan de ombudsman op non-activiteit stellen, indien teen hem een erechtelijk vooronderzoek ter zake van misdrijf wordt inesteld of indien er een ander ernsti vermoeden is voor het bestaan van feiten of omstandiheden die tot ontsla, anders dan op ronden vermeld in artikel 3, tweede lid onder b, zouden kunnen leiden. 3. In het eval, bedoeld in het tweede lid, eindit de non-activiteit na drie maanden. De Tweede Kamer kan de maatreel echter telkens voor ten hooste drie maanden verlenen. 4. De Tweede Kamer beëindit de non-activiteit zodra de rond voor de maatreel is vervallen. 5. De Tweede Kamer kan bij de beslissin waarbij de ombudsman op non-activiteit wordt esteld, bepalen dat tijdens de duur van de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

229 non-activiteit een salaris of slechts een edeelte van het salaris zal worden enoten, in het laatste eval onder aanwijzin van het edeelte dat zal worden enoten. 6. Indien de non-activiteit anders dan door ontsla is eëindid, kan de Tweede Kamer beslissen, dat het niet enoten salaris alsno eheel of edeeltelijk zal worden uitbetaald, in het laatste eval onder aanwijzin van het edeelte dat zal worden uitbetaald. Artikel 5 1. De ombudsman kan niet bekleden: a. het lidmaatschap van publiekrechtelijke collees waarvoor de keuze eschiedt bij krachtens wettelijk voorschrift uiteschreven verkiezinen; b. een openbare betrekkin waaraan een vaste belonin of toelae is verbonden; c. het lidmaatschap van vaste collees van advies en bijstand aan de Reerin; d. het beroep of ambt van advocaat, procureur of notaris. 2. De ombudsman vervult een betrekkinen waarvan de uitoefenin onewenst is met het oo op een oede vervullin van zijn ambt of op de handhavin van zijn onpartijdiheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Artikel 6 De bepalinen van de Alemene pensioenwet politieke ambtsdraers zijn van overeenkomstie toepassin op de ombudsman, met dien verstande dat deze wordt elijkesteld met een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, doch de verrekenin van de inkomsten plaatsvindt overeenkomsti artikel 9 van die wet. Artikel 7 Wij reelen bij alemene maatreel van bestuur de aanspraken in eval van ziekte, alsmede de overie rechten en verplichtinen van de ombudsman die deel uitmaken van zijn rechtspositie, voor zover niet bij de wet ereeld. Artikel 8 Alvorens zijn ambt te aanvaarden let de ombudsman in de handen van de Voorzitter der Tweede Kamer af: a. de eed of verklarin en belofte dat hij tot het verkrijen van zijn benoemin rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of onder welk voorwendsel ook, aan iemand iets heeft eeven of beloofd, alsmede dat hij om iets in zijn ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk van iemand eni eschenk of enie belofte heeft aanenomen of zal aannemen; b. de eed of belofte van trouw aan de Grondwet. Artikel 9 1. De Tweede Kamer benoemt op verzoek van de ombudsman zo nodi een of meer personen tot substituut-ombudsman. De ombudsman maakt daartoe een aanbevelin op, die de namen van ten minste drie personen bevat. 2. De benoemin van een substituut-ombudsman eschiedt voor de duur van de ambtstermijn van de ombudsman op wiens verzoek hij is benoemd. De Tweede Kamer kan op voordracht van de nieuwe Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

230 ombudsman de ambtstermijn van een substituut-ombudsman verlenen voor de duur van ten hooste zes maanden. 3. Indien de Tweede Kamer voornemens is een substituut-ombudsman opnieuw te benoemen, kan zij bepalen dat het eerste lid, tweede volzin, buiten toepassin blijft. 4. De artikelen 3 tot en met 8, 18 tot en met 24 en 27, vijfde lid, zijn van overeenkomstie toepassin op een substituut-ombudsman. 5. De ombudsman reelt de werkzaamheden van een substituut-ombudsman. 6. De ombudsman kan bepalen dat de bevoedheden, bedoeld in de artikelen 25, 26, 27, eerste tot en met vierde lid, en 28, derde lid, tevens worden uiteoefend door een substituut-ombudsman. De ombudsman kan voor de uitoefenin van die bevoedheden richtlijnen vaststellen. Artikel De ombudsman reelt zijn vervanin door een substituut-ombudsman, voor het eval dat hij tijdelijk niet in staat is zijn ambt te vervullen. 2. Indien een substituut-ombudsman aanwezi of beschikbaar is, voorziet de Tweede Kamer zo spoedi moelijk in de vervanin van de ombudsman. In dat eval eindit de vervanin wanneer de ombudsman weer in staat is zijn ambt te vervullen of, indien de ombudsman op non-activiteit is esteld, op het tijdstip dat de non-activiteit eindit. 3. Indien de ombudsman overlijdt of inevole artikel 3 wordt ontslaen, blijven de substituut-ombudsmannen, in afwijkin van het bepaalde in artikel 9, tweede lid, eerste volzin, in functie tot het tijdstip waarop een nieuwe ombudsman in functie is etreden. De Tweede Kamer voorziet in dat eval zo spoedi moelijk in de waarnemin van het ambt van ombudsman door een substituut-ombudsman. 4. Indien een substituut-ombudsman aanwezi of beschikbaar is, voorziet de Tweede Kamer zo spoedi moelijk in de waarnemin van het ambt van ombudsman. 5. De waarnemin eindit van rechtswee op het tijdstip waarop een nieuwe ombudsman in functie is etreden. 6. Op deene die krachtens het tweede of het vierde lid de ombudsman vervant of het ambt van ombudsman waarneemt, zijn de artikelen 2, tweede lid, tweede volzin, derde en vierde lid, 3, eerste lid, 6 en 9 van deze wet niet van toepassin. 7. Indien de in het zesde lid bedoelde vervaner respectievelijk waarnemer een betrekkin of lidmaatschap als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen b en c, bekleedt of aat bekleden, is hij voor de duur van de vervanin respectievelijk de waarnemin in die betrekkin of dat lidmaatschap van rechtswee op non-activiteit esteld. Artikel Te zijner ondersteunin beschikt de ombudsman over een bureau. 2. De tot het bureau behorende personen worden door Ons op voordracht van de ombudsman benoemd, bevorderd, eschorst en ontslaen. 3. Wij bepalen in welke evallen tot het bureau behorende personen door de ombudsman worden benoemd, bevorderd, eschorst en ontslaen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

231 HOOFDSTUK II. HET ONDERZOEK Artikel Een ieder heeft het recht de ombudsman schriftelijk te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursoraan zich in een bepaalde aaneleenheid jeens een natuurlijk persoon of rechtspersoon heeft edraen, tenzij sedertdien meer dan een jaar is verstreken. Indien binnen een jaar nadat de edrain plaatsvond die edrain aan het oordeel van een rechterlijke instantie, dan wel inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin aan het oordeel van een andere instantie is onderworpen, eindit de termijn een jaar na de datum waarop in die procedure een uitspraak is edaan waarteen een beroep meer openstaat, of de procedure op een andere wijze is eëindid. 2. De verzoeker dient alvorens het verzoek te doen, over de edrain een klacht in bij het betrokken bestuursoraan, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden everd. Indien de klacht binnen een jaar nadat de edrain plaatsvond is inediend, eindit de in het eerste lid bedoelde termijn een jaar na de kennisevin door het bestuursoraan van de bevindinen van het onderzoek. 3. Het verzoekschrift dient te bevatten: a. de naam en het adres van de verzoeker; b. zo duidelijk moelijk, een omschrijvin van de edrain waarop het verzoekschrift betrekkin heeft en mededelin wie zich aldus heeft edraen en jeens wie de edrain heeft plaatsevonden; c. de rieven met betrekkin tot de edrain; d. de wijze waarop een klacht is inediend en zo moelijk de bevindinen van het onderzoek naar de klacht door het betrokken bestuursoraan. 4. Indien het verzoekschrift in een vreemde taal is esteld en een vertalin voor een oede behandelin van de klacht noodzakelijk is, kan de Nationale ombudsman besluiten het verzoekschrift niet in behandelin te nemen, mits de verzoeker de eleenheid heeft ehad binnen een door de ombudsman estelde termijn het verzoekschrift met een vertalin aan te vullen. 5. Tenzij artikel 16 van toepassin is, is de ombudsman bevoed en, tenzij artikel 14 van toepassin is, ook verplicht aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid evol te even. Artikel 13 Indien naar het oordeel van de ombudsman ten aanzien van de in het verzoekschrift bedoelde edrain voor de verzoeker een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin openstaat, verwijst hij hem onverwijld naar de bevoede instantie en draat hij het verzoekschrift, nadat daarop de datum van ontvanst is aanetekend, aan die instantie over. Voor de toepassin van de reelin waarop de openstaande voorzienin berust, wordt het verzoekschrift beschouwd als te voldoen aan de in die reelin voorkomende bepalinen met betrekkin tot de wijze van indienin en adresserin en wordt voorts het tijdstip, waarop het verzoekschrift door de ombudsman is ontvanen, beschouwd als het tijdstip waarop de zaak bij de in die reelin bedoelde instantie aanhani is emaakt. Deze instantie stelt de verzoeker in de eleenheid, binnen derti daen nadat zij hiervan mededelin heeft edaan, zijn verzoekschrift overeenkomsti de voor die voorzienin eldende reels aan te vullen of te wijzien en voor zover nodi het voor behandelin verschuldide recht te voldoen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

232 Artikel 14 De ombudsman is niet verplicht een onderzoek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, in te stellen of voort te zetten, indien: a. het verzoekschrift te laat is inediend of niet voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 12, derde en vierde lid; b. het verzoek kennelijk onerond is; c. het belan van de verzoeker of het ewicht van de edrain kennelijk onvoldoende is; d. de verzoeker een ander is dan deene jeens wie de edrain heeft plaatsevonden; e. een verzoekschrift, dezelfde edrain betreffende, bij hem, dan wel bij een tot de behandelin van verzoekschriften bevoede commissie uit de Eerste of Tweede Kamer of uit de verenide veraderin der Staten-Generaal, in behandelin is of behoudens indien een nieuw feit of een nieuwe omstandiheid bekend is eworden en zulks tot een ander oordeel over de bedoelde edrain zou hebben kunnen leiden door hem is afedaan of daarover door de betrokken commissie haar conclusie op een verzoekschrift aan de Eerste of Tweede Kamer dan wel de verenide veraderin der Staten-Generaal is vooresteld; f. een verzoekschrift, dezelfde edrain betreffende, inevole een wettelijk ereelde klachtvoorzienin bij een onafhankelijke klachtinstantie in behandelin is of daardoor is afedaan;. ten aanzien van de edrain voor de verzoeker een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin heeft openestaan en hij daarvan een ebruik heeft emaakt; h. ten aanzien van de edrain anders dan inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin door een rechterlijke instantie uitspraak is edaan; i. niet is voldaan aan het vereiste van artikel 12, tweede lid, tenzij van de verzoeker redelijkerwijs niet kan worden everd dat hij de uitkomst van de behandelin van de klacht door het bestuursoraan verder afwacht; j. en zolan ten aanzien van een edrain van het bestuursoraan die nauw samenhant met het onderwerp van het verzoekschrift een procedure aanhani is bij een rechterlijke instantie, dan wel inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin bij een andere instantie; k. en zolan het verzoekschrift betrekkin heeft op een edrain die nauw samenhant met een onderwerp, waaromtrent anders dan inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin een procedure bij een rechterlijke instantie aanhani is. Artikel 15 Tenzij artikel 16 van toepassin is, is de ombudsman bevoed uit eien bewein een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursoraan zich in een bepaalde aaneleenheid heeft edraen. Artikel 16 De ombudsman is niet bevoed een onderzoek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, of artikel 15 in te stellen of voort te zetten: a. indien de aaneleenheid behoort tot het alemeen reerinsbeleid, daaronder berepen het alemeen beleid ter handhavin van de rechtsorde, of tot het alemeen beleid van het betrokken bestuursoraan; b. betreffende alemeen verbindende voorschriften; c. zolan ten aanzien van de edrain een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin openstaat, tenzij artikel 6:12 van de Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

233 Alemene wet bestuursrecht van toepassin is, of inevole een zodanie voorzienin een procedure aanhani is; d. zolan ten aanzien van de edrain anders dan inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin een procedure bij een rechterlijke instantie aanhani is, dan wel beroep openstaat teen een uitspraak die in een zodanie procedure is edaan; e. indien ten aanzien van de edrain inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin door een rechterlijke instantie uitspraak is edaan; f. in aaneleenheden betreffende belastinen en andere heffinen, indien ten aanzien van de edrain een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin heeft openestaan;. ten aanzien van edrainen waarop de rechterlijke macht toeziet. Artikel Indien de ombudsman op rond van artikel 14 of artikel 16 een evol eeft aan een verzoek tot het instellen van een onderzoek, dan wel het onderzoek niet voortzet, doet hij daarvan zo spoedi moelijk schriftelijke mededelin aan de verzoeker onder vermeldin van de redenen. In het eval dat hij een onderzoek niet voortzet doet hij de hiervoor bedoelde mededelin tevens aan het betrokken bestuursoraan en, in voorkomend eval, aan de betrokken ambtenaar. Met het oo op het bepaalde in het derde lid neemt hij daarbij artikel 19, vierde lid, laatste volzin, van deze wet en het bepaalde in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, in acht. 2. Indien de ombudsman op rond van artikel 14, onderdeel i, een evol eeft aan een verzoek tot onderzoek, dan wel het onderzoek niet voortzet, wijst hij verzoeker tevens op de moelijkheid het betrokken bestuursoraan, de betrokken instellin of dienst die, of het betrokken bedrijf dat onder verantwoordelijkheid van dat oraan werkzaam is, dan wel de betrokken ambtenaar, alsno van zijn rieven met betrekkin tot de edrain in kennis te stellen en in de eleenheid te stellen zijn of haar zienswijze daarop te even. 3. De ombudsman eeft aan een ieder die daarom verzoekt, afschrift of uittreksel van de mededelin, bedoeld in het eerste lid. Met betrekkin tot de daarvoor in rekenin te brenen veroedinen en met betrekkin tot de kosteloze verstrekkin is het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in burerlijke zaken van overeenkomstie toepassin. Artikel De ombudsman stelt het bestuursoraan en deene, op wiens edrain het onderzoek betrekkin heeft, alsmede in het eval, bedoeld in artikel 12, eerste lid, de verzoeker in de eleenheid schriftelijk dan wel mondelin en al dan niet in elkaars teenwoordiheid een en ander ter beoordelin van de ombudsman hun standpunt toe te lichten. 2. De betrokkenen kunnen zich doen verteenwoordien of doen bijstaan door een raadsman. De ombudsman kan weieren bepaalde personen die van het verlenen van rechtseleerde hulp hun beroep maken en niet advocaat of procureur zijn, als verteenwoordier toe te laten. Artikel Het bestuursoraan, deene op wiens edrain het onderzoek betrekkin heeft, etuien en de verzoeker verstrekken de ombudsman de inlichtinen die deze ten behoeve van een onderzoek behoeft en zijn op een daartoe strekkend verzoek verplicht daartoe voor hem te verschijnen. Gelijke verplichtinen rusten op ieder collee, met dien Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

234 verstande dat het collee bepaalt wie zijner leden aan de verplichtinen zal voldoen, tenzij de ombudsman één of meer bepaalde leden aanwijst. Betrokkenen kunnen zich doen bijstaan door een raadsman. 2. De verplichtin om voor de ombudsman te verschijnen eldt niet voor Onze Ministers. Wanneer een minister zelf niet verschijnt, laat hij zich verteenwoordien. 3. Inlichtinen die betrekkin hebben op het beleid, evoerd onder de verantwoordelijkheid van een minister of een ander bestuursoraan kan de ombudsman bij de daarbij betrokken ambtenaren slechts inwinnen door tussenkomst van de minister onderscheidenlijk dat oraan. 4. De inevole het eerste lid operoepen personen kunnen zich van het verstrekken van inlichtinen verschonen weens ambts- of beroepseheim, doch alleen voor zover betreft heteen waarvan de wetenschap aan hen als zodani is toevertrouwd. Ambtenaren kunnen zich slechts met verwijzin naar de hun inevole de Ambtenarenwet onderscheidenlijk de Militaire Ambtenarenwet 1931 en de Politiewet 1993 opelede eheimhoudinsplicht verschonen voor zover het verstrekken van de verlande inlichtinen in strijd is met enie andere wettelijke bepalin tot eheimhoudin of met het belan van de Staat. De ombudsman kan ter stavin van het beroep op het verschoninsrecht overlein vraen van een bijzondere schriftelijke last van het oraan, welks tussenkomst voor het verstrekken van inlichtinen in het derde lid is vooreschreven. Dit oraan kan bepalen, dat de eheimhoudinsplicht slechts wordt opeheven met betrekkin tot het verschaffen van inlichtinen aan de ombudsman onder de voorwaarde dat het eheime karakter daarvan wordt ehandhaafd. 5. Het oraan door welks tussenkomst de inlichtinen worden inewonnen, kan zich bij het horen van de ambtenaren doen verteenwoordien. Artikel De ombudsman is bevoed ten dienste van het onderzoek werkzaamheden aan deskundien op te draen. Hij is voorts bevoed in het belan van het onderzoek deskundien en tolken op te roepen. Zij die als deskundie of als tolk zijn operoepen, zijn verplicht voor de ombudsman te verschijnen en hun diensten als zodani te verlenen. 2. Op deskundien, tevens ambtenaren, zijn het derde, vierde en vijfde lid van artikel 19 van overeenkomstie toepassin. 3. De tolken en deskundien zijn verplicht tot eheimhoudin van heteen hun ter zake van hun dienstverlenin ter kennis komt. Artikel Oproepinen inevole de artikelen 19 en 20 eschieden bij aanetekende brief. 2. De ombudsman kan bevelen, dat personen die, hoewel wettelijk operoepen, niet zijn verschenen, door de openbare macht voor hem worden ebracht om aan hun verplichtinen te voldoen. Artikel De ombudsman kan bevelen, dat etuien niet zullen worden ehoord en tolken niet tot de uitoefenin van hun taak zullen worden toeelaten dan na het afleen van eed of belofte. 2. Zij leen in dat eval in handen van de ombudsman de eed of belofte af; indien zij worden ehoord als etuie: dat zij zullen zeen de ehele waarheid en niets dan de waarheid; de tolken: dat zij hun plichten als tolk met nauwezetheid zullen vervullen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

235 3. De deskundien zijn verplicht hun taak onpartijdi en naar beste weten te verrichten. Artikel De inevole deze wet operoepenen ontvanen desverland voor reis- en verblijfkosten alsmede weens tijdverzuim en daarmede verband houdende noodzakelijke kosten, veroedin uit s Rijks kas overeenkomsti het bij en krachtens de Wet tarieven in burerlijke zaken bepaalde. 2. Voor zover bij alemene maatreel van bestuur niet anders is bepaald, ontvanen de in het eerste lid bedoelde personen die in openbare dienst zijn een veroedin als bedoeld in het eerste lid, indien zij zijn operoepen in verband met hun taak als zodani. 3. De ombudsman beroot de inevole dit artikel verschuldide veroedin. Artikel Aan de ombudsman worden op diens schriftelijk verzoek ten behoeve van een onderzoek bescheiden, ebezid bij de vervullin van de overheidstaak in de aaneleenheid waarop het onderzoek betrekkin heeft, al dan niet in afschrift, overeled. Artikel 19, derde en vierde lid, is van overeenkomstie toepassin. 2. De ombudsman kan, voor zover dit naar zijn oordeel ten behoeve van het onderzoek is vereist, zonder toestemmin, met uitzonderin van woninen, alle plaatsen betreden waar het bestuursoraan, wiens edrain onderzocht wordt, zijn taak verricht. Voor het betreden van woninen is toestemmin van de bewoner vereist. 3. Onze Ministers kunnen aan de ombudsman het betreden van bepaalde plaatsen verbieden, indien dit naar hun oordeel de veiliheid van de staat zou schaden. Artikel De ombudsman deelt, alvorens het onderzoek te beëindien, zijn bevindinen schriftelijk mede aan het betrokken bestuursoraan en, in voorkomend eval, aan de ambtenaar wiens edrain voorwerp van onderzoek is eweest, alsmede, in het in artikel 12, eerste lid, bedoelde eval aan de verzoeker. 2. De ombudsman stelt het bestuursoraan, de ambtenaar en de verzoeker in de eleenheid zich binnen een door hem te stellen termijn omtrent de bevindinen te uiten. Artikel De ombudsman beoordeelt of het bestuursoraan zich in de door hem onderzochte aaneleenheid al dan niet behoorlijk heeft edraen. 2. Indien ten aanzien van de edrain waarop het onderzoek van de ombudsman betrekkin heeft anders dan inevole een wettelijk ereelde administratiefrechtelijke voorzienin door een rechterlijke instantie uitspraak is edaan, neemt de ombudsman de rechtsronden waarop die uitspraak steunt of mede steunt, in acht. Artikel Wanneer een onderzoek is afesloten, stelt de ombudsman een rapport op, waarin hij zijn bevindinen en zijn oordeel weereeft. Met het oo op het bepaalde in het vierde lid neemt hij daarbij artikel 19, Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

236 vierde lid, laatste volzin van deze wet en het bepaalde in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, in acht. 2. De ombudsman zendt zijn rapport aan het betrokken bestuursoraan en, in voorkomend eval, aan de ambtenaar wiens edrain voorwerp van onderzoek is eweest. Indien het onderzoek berustte op een verzoekschrift als bedoeld in artikel 12, zendt hij zijn rapport tevens aan de verzoeker. 3. Zo hij daartoe aanleidin ziet, kan de ombudsman aan het betrokken oraan zijn zienswijze over eventueel te nemen maatreelen bekendmaken. 4. De ombudsman eeft aan een ieder die daarom verzoekt afschrift of uittreksel van een rapport als bedoeld in het eerste lid. Met betrekkin tot de daarvoor in rekenin te brenen veroedinen en met betrekkin tot kosteloze verstrekkin is het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in burerlijke zaken van overeenkomstie toepassin. Tevens let hij een zodani rapport ter inzae op een door hem daarvoor aan te wijzen plaats. 5. Voor het overie is de ombudsman verplicht tot eheimhoudin van heteen hem bij de uitoefenin van zijn taak is bekend eworden, voor zover dat uit de aard der zaak volt. Artikel De ombudsman zendt jaarlijks een versla van zijn werkzaamheden aan de beide Kamers der Staten-Generaal en aan Onze Ministers. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstie toepassin met dien verstande dat de ombudsman bij het versla eevens kan voeen, slechts ter vertrouwelijke kennisnemin door de leden van de Staten-Generaal en Onze Ministers. 2. Hij draat er zor voor dat het versla openbaar wordt emaakt en alemeen verkrijbaar wordt esteld. 3. De ombudsman kan ook dadelijk na het afsluiten van een onderzoek de beide Kamers der Staten-Generaal inlichten omtrent zijn bevindinen en oordeel, zo dikwijls hij de eerdere kennisnemin daarvan voor de Kamers van belan acht of één der Kamers dit verzoekt. HOOFDSTUK III. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 29 De voordrachten voor door Ons te nemen besluiten ter uitvoerin van deze wet worden edaan door Onze Minister van Binnenlandse Zaken. Artikel 30 Artikel 12 vindt een toepassin ten aanzien van edrainen van de bij ministerieel besluit aanewezen bestuursoranen, bedoeld in artikel 1b, die hebben plaatsevonden voordat dat besluit in werkin is etreden. Artikel 30a Tot een jaar na inwerkintredin van een besluit als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder e, dan wel na de beëindiin van een aanwijzin als bedoeld in artikel 1b kan met betrekkin tot een edrain van het desbetreffende bestuursoraan die heeft plaatsevonden: a. voordat het desbetreffende bestuursoraan is uitezonderd bij een besluit als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder e, dan wel b. voordat de aanwijzin van het desbetreffende bestuursoraan als bedoeld in artikel 1b is beëindid, Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

237 een verzoekschrift als bedoeld in artikel 12 bij de Nationale ombudsman worden inediend. Artikel 31 Deze wet kan worden aanehaald als: Wet Nationale ombudsman. (Artt. II t/m XV: wijziin van diverse wetten en een bepalin over de inwerkintredin; hier niet openomen.) 7.2 Besluit bestuursoranen WNo en Wob Besluit van 11 september 1998, Stb. 580, houdende uitzonderin respectievelijk aanwijzin van bestuursoranen als bedoeld in de Wet Nationale ombudsman en de Wet openbaarheid van bestuur (Besluit bestuursoranen WNo en Wob), laatstelijk ewijzid bij besluit van 4 februari 2004, Stb. 67. Artikel 1 Als bestuursoraan als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet Nationale ombudsman onderscheidenlijk artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet openbaarheid van bestuur, zijn uitezonderd: a. de Nederlandse Omroep Stichtin, enoemd in artikel 16 van de Mediawet, voor zover belast met andere werkzaamheden dan welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met de coördinatie van de proramma s van de instellinen die zendtijd hebben ekreen voor de landelijke omroep, onderscheidenlijk met het indelen van de zendtijd van de instellinen die zendtijd hebben verkreen voor de landelijke omroep; b. De Nederlandsche Bank N.V., voor zover belast met de werkzaamheden die voortvloeien uit dan wel verband houden met haar taken op rond van de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 3 van de Bankwet 1998, en haar taken en bevoedheden inevole artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998; c. de Pensioen- & Verzekerinskamer, voor zover belast met werkzaamheden die voortvloeien uit dan wel verband houden met haar taken en bevoedheden inevole de Wet toezicht verzekerinsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekerinsbedrijf, de Pensioen- en Spaarfondsenwet, de Wet verplichte deelnemin in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de Wet betreffende verplichte deelnemin in een beroepspensioenreelin en de Wet tot invoerin van een leeftijdsrens voor het notarisambt en oprichtin van een notarieel pensioenfonds; d. de Stichtin Autoriteit Financiële Markten, voor zover belast met werkzaamheden die voortvloeien uit dan wel verband houden met haar taken en bevoedheden inevole de Wet toezicht beleinsinstellinen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekerinsbedrijf en de Wet toezicht verzekerinsbedrijf Artikel 2 [Hier niet openomen, omdat dit artikel zijn betekenis heeft verloren als evol van het vervallen van artikel 1a, tweede lid, WNo per 30 juni 2003.] Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

238 Artikel 3 Dit besluit treedt in werkin met inan van de da na de datum van de uitifte van het Staatsblad waarin het wordt eplaatst [14 oktober 1998] en werkt teru tot en met 30 juni Artikel 4 Dit besluit wordt aanehaald als: Besluit bestuursoranen WNo en Wob. Aantekenin De onderdelen b, c en d van artikel 1 zijn ewijzid bij besluit van 4 februari 2004, Stb. 67, dat op 25 februari 2004 in werkin is etreden en teruwerkt tot en met 1 september Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman Besluit van 4 september 1998, Stb. 547, houdende reels over de veroedinen die verschuldid zijn terzake van door de Nationale ombudsman ontvanen klachten (Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman), zoals ewijzid bij besluit van 14 september 2001, Stb Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. rechtspersoon: rechtspersoon waartoe het inevole artikel 1b van de wet aanewezen bestuursoraan behoort; c. verzoekschrift: schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet; d. wet: Wet Nationale ombudsman. Artikel 2 1. De rechtspersoon is per verzoekschrift dat door de Nationale ombudsman wordt ontvanen over edrainen van een bestuursoraan dat tot die rechtspersoon behoort, een veroedin verschuldid ter rootte van 874,89 [ten aanzien van verzoekschriften die zijn ontvanen in de periode 1 september 2003 tot en met 31 auustus 2004: 1005 (aanpassin bij besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 oktober 2004, Stcrt. 202)]; 2. In afwijkin van het eerste lid kan bij ministerieel besluit ten aanzien van de rechtspersoon worden bepaald dat een per verzoekschrift edifferentieerde veroedin is verschuldid, te weten: a. een veroedin ter rootte van 2717,24 [ten aanzien van verzoekschriften die zijn ontvanen in de periode 1 september 2003 tot en met 31 auustus 2004: 3119 (aanpassin bij besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 oktober 2004, Stcrt. 202)] indien het een verzoekschrift betreft dat leidt tot een onderzoek als bedoeld in artikel 12 van de wet, en b. een veroedin ter rootte van 184,23 [ten aanzien van verzoekschriften die zijn ontvanen in de periode 1 september 2003 tot en met 31 auustus 2004: 212 (aanpassin bij besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 oktober 2004, Stcrt. 202)] in de overie evallen. 3. In afwijkin van het eerste en tweede lid bepaalt Onze Minister, de Nationale ombudsman ehoord, in het eval dat twee of meer Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

239 verzoekschriften dezelfde edrain betreffen, dat eenmaal de voor een derelijk verzoekschrift eldende veroedin is verschuldid. Artikel 3 1. Het ministerieel besluit, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt eeven op verzoek van de desbetreffende rechtspersoon. 2. Het in het eerste lid bedoelde ministeriële besluit heeft een eldiheidsduur van twee jaar. Deze eldiheidsduur wordt telkenmale met een periode van twee jaar verlend, tenzij de desbetreffende rechtspersoon voor 1 december van het jaar voorafaand aan het jaar waarin de verlenin plaats zal vinden, aan Onze Minister heeft verzocht de toepassin van artikel 2, tweede lid, ten aanzien van hem te beëindien. 3. Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt voor 1 december van het jaar voorafaand aan het jaar met inan waarvan het bestuursoraan van de rechtspersoon inevole artikel 1b van de wet is aanewezen, bij Onze Minister inediend. 4. Indien het in het eerste lid bedoelde verzoek niet voor de in het derde lid bedoelde datum wordt edaan, kan dat verzoek iedere periode van twee jaar na die datum worden inediend, uiterlijk voor 1 december van het jaar waarin een periode van twee jaar eindit. De toepassin van artikel 2, tweede lid, vindt dan plaats met inan van 1 januari van het jaar volend op het einde van de periode van twee jaar. Artikel 4 1. De veroedin, bedoeld in artikel 2, dient jaarlijks achteraf en uiterlijk op 30 november van het desbetreffende kalenderjaar te zijn voldaan aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Onze Minister stelt jaarlijks vast hoeveel de rechtspersoon in het totaal aan veroedinen is verschuldid, erekend over de periode 1 september van het voorafaande jaar tot en met 31 auustus van het desbetreffende jaar. Deze vaststellin eschiedt terstond na de laatstenoemde datum. Artikel 5 1. Bij ministeriële reelin worden de bedraen, bedoeld in artikel 2, aanepast overeenkomsti het door het Centraal Bureau voor de Statistiek in het kader van de Nationale Rekeninen vastestelde prijsindexcijfer van de consumptie van de overheid van de activiteit alemeen bestuur, volens de jaar-op-jaarmethode. 2. De in het eerste lid bedoelde aanpassin vindt voor het eerst plaats in het jaar 2000 ten aanzien van de verzoekschriften die zijn ontvanen in de periode 1 september 1999 tot en met 31 auustus 2000, op basis van het in dat lid bedoelde prijsindexcijfer 1999 ten opzichte van Vervolens vindt ieder jaar de aanpassin op overeenkomstie wijze plaats. Artikel 6 [Overansbepalin.] Artikel 7 Dit besluit treedt in werkin met inan van de da na de datum van uitifte van het Staatsblad waarin het wordt eplaatst [23 september 1998] en werkt teru tot en met 30 juni Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

240 Artikel 8 Dit besluit kan worden aanehaald als Veroedinenbesluit Wet Nationale ombudsman. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

241 BIJLAGE 8 KLACHTREGELING BUREAU NATIONALE OMBUDSMAN HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 1. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de Nationale ombudsman zich in een bepaalde aaneleenheid jeens hem of haar heeft edraen, een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman. 2. Een edrain van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de Nationale ombudsman, wordt aanemerkt als een edrain van de Nationale ombudsman. 3. Een klaer en een beklaade kunnen zich ter behartiin van hun belanen in de klachtprocedure laten bijstaan of door een emachtide laten verteenwoordien. De Nationale ombudsman kan van een emachtide een schriftelijke machtiin verlanen. 4. De Nationale ombudsman kan bijstand of verteenwoordiin door een persoon teen wie ernstie bezwaren bestaan, weieren. Die persoon en deene voor wie hij optreedt worden van de weierin onverwijld schriftelijk in kennis esteld. 5. Het vierde lid is niet van toepassin ten aanzien van advocaten en procureurs. 6. Onder klacht wordt niet verstaan: een rief over een beslissin, door of namens de Nationale ombudsman enomen over zijn bevoedheid om een verzoekschrift in behandelin te nemen, of over de ontvankelijkheid van een verzoeker; een rief over een onderzoeksbeslissin van de Nationale ombudsman of over een oordeel van de Nationale ombudsman over de behoorlijkheid van een edrain. Artikel 2 De Nationale ombudsman draat zor voor een behoorlijke behandelin van mondeline en schriftelijke klachten over zijn edrainen. HOOFDSTUK 2 DE BEHANDELING VAN KLAAGSCHRIFTEN Artikel 3 1. Indien een schriftelijke klacht betrekkin heeft op een edrain jeens klaer en voldoet aan de vereisten van het tweede lid, zijn de artikelen 4 tot en met 12 van toepassin. 2. Het klaaschrift bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datekenin; c. een omschrijvin van de edrain waarteen de klacht is ericht. 3. Indien het klaaschrift in een vreemde taal is esteld en een vertalin voor een oede behandelin van het klaaschrift noodzakelijk is, dient de indiener zor te draen voor een vertalin. Artikel 4 1. Zodra de Nationale ombudsman naar tevredenheid van de klaer aan diens klacht teemoet is ekomen, vervalt de verplichtin tot het verder toepassen van dit hoofdstuk. 2. Het naar tevredenheid van de klaer teemoetkomen aan een schriftelijke klacht wordt schriftelijk bevestid door de Nationale ombudsman. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

242 Artikel 5 1. De Nationale ombudsman bevestit de ontvanst van het klaaschrift binnen twee weken na ontvanst. 2. De ontvanstbevestiin bevat in ieder eval de volende eevens: a) de datum waarop de klacht is ontvanen; b) de termijn waarbinnen de klacht zal worden afehandeld; c) de naam en het telefoonnummer van de klachtbehandelaar; d) de procedure van hoor en wederhoor; e) de moelijkheid om de tekst van de klachtreelin op te vraen of via internet te lezen. Artikel 6 1. De behandelin van de klacht eschiedt door een persoon die niet bij de edrain waarop de klacht betrekkin heeft, betrokken is eweest. 2. Het eerste lid is niet van toepassin indien de klacht betrekkin heeft op een edrain van de Nationale ombudsman zelf. Artikel 7 1. De Nationale ombudsman is niet verplicht de klacht te behandelen indien zij betrekkin heeft op een edrain: a) waarover reeds eerder een klacht is inediend die met inachtnemin van de artikelen 4 en volende is behandeld; b) die laner dan een jaar voor de indienin van de klacht heeft plaatsevonden; c) waarteen door de klaer bezwaar emaakt had kunnen worden; d) waarteen door de klaer beroep kan of kon worden inesteld; e) die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een bestuursrechter onderworpen is, dan wel onderworpen is eweest of, f) zolan terzake daarvan een opsporinsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolin aande is, dan wel indien de edrain deel uitmaakt van de opsporin of vervolin van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporinsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolin aande is. 2. De Nationale ombudsman is niet verplicht de klacht te behandelen indien het belan van de klaer dan wel het ewicht van de edrain kennelijk onvoldoende is. 3. Van het niet in behandelin nemen van de klacht wordt de klaer zo spoedi moelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvanst van het klaaschrift schriftelijk in kennis esteld. Artikel 8 Aan deene op wiens edrain de klacht betrekkin heeft wordt een afschrift van het klaaschrift alsmede van de daarbij meeezonden stukken toeezonden. Artikel 9 1. De Nationale ombudsman stelt de klaer en deene op wiens edrain de klacht betrekkin heeft, in de eleenheid te worden ehoord. In overle met betrokkene kan het horen telefonisch plaatsvinden. 2. Van het horen van de klaer en deene op wiens edrain de klacht betrekkin heeft kan worden afezien indien de klacht kennelijk onerond is dan wel indien betrokkenen hebben verklaard een ebruik te willen maken van het recht te worden ehoord. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

243 3. Van het horen wordt een versla emaakt. Artikel De Nationale ombudsman handelt de klacht af binnen zes weken of indien hoofdstuk 3 van toepassin is binnen tien weken na ontvanst van het klaaschrift. 2. De Nationale ombudsman kan de afhandelin voor ten hooste vier weken verdaen. Van de verdain wordt schriftelijk mededelin edaan aan de klaer en aan deene op wiens edrain de klacht betrekkin heeft. Artikel 11 De Nationale ombudsman stelt de klaer en de beklaade schriftelijk en emotiveerd in kennis van de bevindinen van het onderzoek naar de klacht, zijn oordeel daarover alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 12 De Nationale ombudsman draat zor voor de reistratie van de bij hem inediende schriftelijke klachten. De ereistreerde klachten worden jaarlijks epubliceerd. HOOFDSTUK 3 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR EEN KLACHTADVIESPROCEDURE Artikel 13 De in dit hoofdstuk ereelde procedure voor de behandelin van klachten wordt in aanvullin op hoofdstuk 2 evold indien dat bij besluit door de Nationale ombudsman is bepaald. Artikel Bij besluit van de Nationale ombudsman wordt een persoon of commissie belast met de behandelin van en de adviserin over klachten. 2. De Nationale ombudsman kan de persoon of commissie slechts in het alemeen instructies even. Artikel Bij het bericht van ontvanst, bedoeld in artikel 5, wordt vermeld dat een persoon of commissie over de klacht zal adviseren. 2. Het horen eschiedt door de in artikel 13 bedoelde persoon of commissie. Indien een commissie is inesteld, kan deze het horen opdraen aan de voorzitter of een lid van de commissie. 3. De persoon of commissie beslist over de toepassin van artikel 9, tweede lid. 4. De persoon of commissie zendt een rapport van bevindinen, verezeld van een advies en eventuele aanbevelinen, aan de Nationale ombudsman. Het rapport bevat een versla van het horen. Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

244 Artikel 16 Indien de conclusies van de Nationale ombudsman afwijken van het advies, wordt in de conclusies de reden voor die afwijkin vermeld en wordt het advies meeezonden met de kennisevin bedoeld in artikel 11. HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN Artikel 17 De reelin wordt op verzoek aan belanstellenden ter beschikkin esteld. Artikel 18 Deze reelin treedt in werkin met inan van de da volend op de da waarop de Nationale ombudsman de reelin heeft ondertekend. w.. Mr. R. Fernhout Den Haa, 30 december 2003 Tweede Kamer, veraderjaar , , nrs

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Veraderjaar 2002 2003 28 825 Jaarversla Nationale ombudsman 2002 Nr. 2 JAARVERSLAG INHOUDSOPGAVE Deel I WOORD VOORAF 8 AANDACHTSPUNTEN 9 KERNJAARVERSLAG 1 De overheid,

Nadere informatie

ONVZ Zorgplan Internationaal 2016

ONVZ Zorgplan Internationaal 2016 ONVZ Zorplan 2016 U staat op het punt uw of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. Of u wilt onze tandartsverzekerin. Wat u ook kiest, u bent bij ons in oede handen. Welkom bij ONVZ. Zonder

Nadere informatie

ONVZ Zorgplan Internationaal 2015

ONVZ Zorgplan Internationaal 2015 ONVZ Zorplan 2015 U staat op het punt uw of een van de verzekerinen aan te vraen. U wilt onze tandartsverzekerin of het Privé Zorpakket. Wat u ook kiest, u bent bij ons in oede handen. Welkom bij ONVZ.

Nadere informatie

Aanmeldformulier collectieve zorgverzekering 2016

Aanmeldformulier collectieve zorgverzekering 2016 Aanmeldformulier collectieve zorverzekerin 2016 Welkom bij PNOzor. Je staat op het punt jouw basisverzekerin of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. Wat je ook kiest, je bent bij ons in oede

Nadere informatie

ONVZ Vrije Keuze Zorgplan 2016

ONVZ Vrije Keuze Zorgplan 2016 ONVZ Vrije Keuze Zorplan 2016 U staat op het punt uw basisverzekerin of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. U wilt onze tandartsverzekerin of het Privé Zorpakket. Wat u ook kiest, u bent

Nadere informatie

Aanmeldformulier zorgverzekering 2015

Aanmeldformulier zorgverzekering 2015 Aanmeldformulier zorverzekerin 2015 Welkom bij PNOzor. Je staat op het punt jouw basisverzekerin of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. Wat je ook kiest, je bent bij ons in oede handen. Bedankt

Nadere informatie

Paraaf hoofd afdeling Paraaf Beheer: Paraaf portefeuillehouder: (financiële beoordeling)

Paraaf hoofd afdeling Paraaf Beheer: Paraaf portefeuillehouder: (financiële beoordeling) Aan de directie van de Veiliheidsreio Flevoland Aan het bestuur van de Veiliheidsreio Flevoland Lelystad : 27 auustus 2008 Onderwerp : Voortansrapportae reionaliserin brandweer Nummer : Van Steller : Brandweer

Nadere informatie

KONINKLIJK BESLUIT van 8 JANUARI 1992 betreffende de voedingswaarde-etikettering van voedingsmiddelen (Stbl. 21.II.1992)

KONINKLIJK BESLUIT van 8 JANUARI 1992 betreffende de voedingswaarde-etikettering van voedingsmiddelen (Stbl. 21.II.1992) KONINKLIJK BESLUIT van 8 JANUARI 1992 betreffende de voedinswaarde-etiketterin van voedinsmiddelen (Stbl. 21.II.1992) Wijziinen: K.B. 1 april 2004 (Stbl. 15.VI.2004) Gelet op de wet van 24 januari 1977

Nadere informatie

Beantwoording technische vragen van raadsfracties over de jaarrekening 2006 gemeente Maasdriel.

Beantwoording technische vragen van raadsfracties over de jaarrekening 2006 gemeente Maasdriel. Beantwoordin technische vraen van raadsfracties over de jaarrekenin 2006 emeente Maasdriel. Inleidin. De door raadsfracties estelde technische vraen zijn in dit overzicht verzameld en voorzien van een

Nadere informatie

Collectieve Arbeidsovereenkomst Energie- en Nutsbedrijven Juni 2005

Collectieve Arbeidsovereenkomst Energie- en Nutsbedrijven Juni 2005 Collectieve Arbeidsovereenkomst Enerie- en Nutsbedrijven Juni 2005 Deze CAO loopt van 1 april 2005 tot en met 31 maart 2007. 1 Raam-CAO voor de Enerie- en Nutsbedrijven INHOUD blz. Hoofdstuk 1. Alemene

Nadere informatie

KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE. Jaarverslag

KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE. Jaarverslag KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE 2014 Jaarverslag 2014 INHOUDSOPGAVE Ministerie van Algemene Zaken 3 Ministerie van Buitenlandse Zaken 4 Ministerie van Veiligheid en Justitie 5 Openbaar Ministerie 5 CJIB

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan. For happy kids!

Pedagogisch beleidsplan. For happy kids! Pedaoisch beleidsplan Inhoudsopave B 1. Voorwoord blz. 3 2. Beripsbepalin blz. 3 3. Alemene visie blz. 4 4. Kindbeeld blz. 5 5. Pedaoische visie blz. 5 6. Werkwijze astouderbureau blz. 8 7. Wet-en reelevin

Nadere informatie

B P V - g i d s. 2010-2011 (augustus 2010) (BOL-2+3+4) Techniek & ICT. BPV-gids-aug-2010---01 zonder foto's # 1-37

B P V - g i d s. 2010-2011 (augustus 2010) (BOL-2+3+4) Techniek & ICT. BPV-gids-aug-2010---01 zonder foto's # 1-37 B P V - i d s 2010-2011 (auustus 2010) (BOL-2+3+4) Techniek & ICT BPV-ids-au-2010---01 zonder foto's # 1-37 BPV-ids (BOL-2+3+4) Afdelin / opleidin: Bouw- en Civiele Techniek (bol-4) Elektrotechniek (E)

Nadere informatie

SAMEN WERKEN AAN EEN VEILIG ALMERE VOORTGANGSRAPPORTAGE 2 E HELFT 2014 2

SAMEN WERKEN AAN EEN VEILIG ALMERE VOORTGANGSRAPPORTAGE 2 E HELFT 2014 2 3 8 7 veili veili 4 leeswijzer ACTIEPROGRAMMA VEILIGHEID 2015-2018 veili 1 veili 11 33 veili leeswijzer 22 3 5 veili 8 2 veili eili TWEEDE HELFT 2014 6 7 veili VOORTGANGSRAPPORTAGE 5 veili veili 4 44 6

Nadere informatie

Het schoolondersteuningsprofiel. van. De Fakkel

Het schoolondersteuningsprofiel. van. De Fakkel Het schoolondersteuninsprofiel van De Fakkel Het Schoolondersteuninsprofiel van De Fakkel Januari 2014 Deel I Ondersteuninsprofiel 1 Typerin van de school 2 Kenetallen 3 De kwaliteit van onze basisondersteunin

Nadere informatie

Notitie klassenmanagement

Notitie klassenmanagement Notitie klassenmanaement Inhoudsopave Inhoudsopave... 2 Inleidin; Korte omschrijvin en motivatie van klassenmanaement.... 3 Motivatie klassenmanaement... 4 1. Voorkomen en reuleren van edrasproblemen....

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Beheer en onderhoud

Hoofdstuk 7 Beheer en onderhoud hoofds tuk 7 Hoofdstuk 7 Beheer en onderhoud 7.1 Inleidin 7.1.1 Beheer en onderhoud hoofdwatersystemen, rijksween en hoofdvaarween Sinds 1 januari 2006 is Rijkswaterstaat een aentschap. Rijkswaterstaat

Nadere informatie

AUTOFISCALITEIT BEDRIJVEN

AUTOFISCALITEIT BEDRIJVEN AUTOFISCALITEIT In samenwerkin met Eurofleet Consult stellen wij u hieronder een overzicht van de aandachtspunten voor 2014 voor *. Omwille van de duidelijkheid hebben wij een onderscheid emaakt tussen:

Nadere informatie

Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert.

Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie van de CVOM stelselmatig niet op zijn correspondentie reageert. Beoordeling I. Bevindingen 1. Op 3 oktober 2006 werd aan verzoekers

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER SEPAY TRANSACTIEDIENST

AANVRAAGFORMULIER SEPAY TRANSACTIEDIENST PQID AANVRAAGFORMULIER SEPAY TRANSACTIEDIENST Overeenkomst t.b.v. transactieverwerkin tussen SEPAY B.V. en Eindebruiker. Alle velden voorzien van een ster (*) dienen te worden inevuld. Onvolledi inevulde

Nadere informatie

Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger.

Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger. Rapport Ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid Een onderzoek naar de verwerking van een adreswijziging van een burger. Oordeel Op basis van het onderzoek is van oordeel dat de klacht over de minister

Nadere informatie

Uitvoering certificatie GMP + - regeling diervoedersector 2004

Uitvoering certificatie GMP + - regeling diervoedersector 2004 Uitvoerin certificatie GMP + - reelin diervoedersector 2004 Kwaliteitsreeks nr 108 Oktober 2005 Productschap Diervoeder Uitvoerin certificatie GMP + - reelin diervoedersector 2004 Kwaliteitsreeks nr 108

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan hem als advocaat een machtiging van zijn cliënt heeft gevraagd om stukken bij de IND te kunnen opvragen,

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Examen samenvatting

Samenvatting Nederlands Examen samenvatting Samenvattin Nederlands Examen samenvattin Samenvattin door een scholier 2518 woorden 21 mei 2006 6,3 100 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Centraal examen Nederlands Examen Samenvattin: Blz. 40: De

Nadere informatie

PNO Ziektekosten verzekeringen 2012

PNO Ziektekosten verzekeringen 2012 PNO Ziektekosten verzekerinen 2012 U staat op het punt uw basisverzekerin of een van de aanvullende verzekerinen aan te vraen. Wat u ook kiest, u bent bij ons in oede handen. Welkom bij PNO Ziektekosten.

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel Openbaar

Alleen ter besluitvorming door het College Actief informeren van de Raad. Collegevoorstel Openbaar Colleevoorstel Openbaar Onderwerp Beleinen fossiele industrie en oproep divestment: reactie ABP Proramma Duurzaamheid BW-nummer Portefeuillehouder H. Tiemens Samenvattin Op 15 november 2016 heeft de fractie

Nadere informatie

Vitaal werkgebied aan het IJ

Vitaal werkgebied aan het IJ Vitaal werkebied aan het IJ Ontwikkelinsvisie Minervahaven Minervahaven: Planebied in het rode kader 2 Vitaal werkebied aan het IJ Ontwikkelinsvisie Minervahaven Inbo Adviseurs Stedenbouwkundien Architecten

Nadere informatie

Vervoort Peter. Loopband TEST

Vervoort Peter. Loopband TEST 0 Vervoort Peter Loopband TEST 1 Beste Peter, Op datum van heb je een inspanninstest afeled bestaande uit 7 stappen Deze lactaattest werd afeled op een Loopband. De duur van elke stap was 5 min. Het doel

Nadere informatie

Nota Binnensportaccommodaties

Nota Binnensportaccommodaties Nota Binnensportaccommodaties Inhoudsopave Hoofdstuk 1 Inleidin 1.1 Doel... 1.2 Sportaccommodaties... 1.3 Betekenis van sport... 1.4 Procesmatie behandelin nota... 1.5 Leeswijzer... Hoofdstuk 2 Classificerin

Nadere informatie

Nieuwsbrief JAARGANG 11 - JANUARI 2008

Nieuwsbrief JAARGANG 11 - JANUARI 2008 Nieuwsbrief JAARGANG 11 - JANUARI 28 Interview Henk Teels van de Woonbond Het afelopen jaar heeft Henk Teels van de Woonbond (de belanenbehartier van huurdersoranisaties) eholpen om het overle tussen de

Nadere informatie

Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van t/m heden

Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van t/m heden Wet op de bijzondere opsporingsdiensten Geldend van 01-01-2013 t/m heden Wet van 29 mei 2006 tot vaststelling van regels met betrekking tot de bijzondere opsporingsdiensten en de instelling van het functioneel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht

Nadere informatie

Royal Wel-Thuis Inboedelverzekering Verzekeringsvoorwaarden WTI 02

Royal Wel-Thuis Inboedelverzekering Verzekeringsvoorwaarden WTI 02 Royal Wel-Tuis Inboedelverzekerin Verzekerinsvoorwaarden WTI 02 Artikel 1 Verzekerde zaken Verzekerd zijn: inboedel a de inboedel, waaronder wordt verstaan alle roerende zaken die tot de partiuliere uisoudin

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel

Nadere informatie

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord-Nederland. Datum: 28 juli 2014

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord-Nederland. Datum: 28 juli 2014 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord-Nederland. Datum: 28 juli 2014 Rapportnummer: 2014/082 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat de politie-eenheid

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) hem geen uitstel van betaling voor onbepaalde tijd verleent ten aanzien van de aan hem opgelegde schadevergoedingsmaatregel,

Nadere informatie

Nieuwsbrief van de maand juni 2010 van de cliëntenraad sociale zekerheid te Hulst.

Nieuwsbrief van de maand juni 2010 van de cliëntenraad sociale zekerheid te Hulst. Neuwsbref van de maand jun 2010 van de clëntenraad socale zekerhed te Hulst. Geachte lezers. De Clëntenraad socale zekerhed te Hulst probeert het mnmabeled van Hulst ten unste van u te beïnvloeden. Het

Nadere informatie

De heer dr. K.H.D.M. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG. Geachte heer Dijkhoff,

De heer dr. K.H.D.M. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG. Geachte heer Dijkhoff, De heer dr. K.H.D.M. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Geachte heer Dijkhoff, In 2014 ontving de Nationale ombudsman 36.278 verzoeken van burgers en bedrijven,

Nadere informatie

De heer mr. H.J. Bolhaar Voorzitter van het College van Procureurs-generaal Postbus EH DEN HAAG. Geachte heer Bolhaar,

De heer mr. H.J. Bolhaar Voorzitter van het College van Procureurs-generaal Postbus EH DEN HAAG. Geachte heer Bolhaar, De heer mr. H.J. Bolhaar Voorzitter van het College van Procureurs-generaal Postbus 20305 2500 EH DEN HAAG Geachte heer Bolhaar, In 2013 ontving de Nationale ombudsman 38.033 klachten van burgers en bedrijven,

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december Rapportnummer: 2013/198

Rapport. Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december Rapportnummer: 2013/198 Rapport Rapport over een klacht over het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) te Leeuwarden. Datum: 20 december 2013 Rapportnummer: 2013/198 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat zij op 22 mei 2013

Nadere informatie

Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40.

Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) zond verzoeker hiervoor op 4 november 2006 een beschikking met een sanctiebedrag van 40. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat de officier van justitie bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) op geen enkele wijze heeft gereageerd op zijn herhaalde schriftelijke verzoek

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke

Nadere informatie

Rapport. Datum: 17 november 1999 Rapportnummer: 1999/470

Rapport. Datum: 17 november 1999 Rapportnummer: 1999/470 Rapport Datum: 17 november 1999 Rapportnummer: 1999/470 2 Klacht Op 13 januari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Drachten, ingediend door de heer J. Veninga te Drachten,

Nadere informatie

Een onderzoek naar een klacht over de afwikkeling van in beslag genomen voorwerpen.

Een onderzoek naar een klacht over de afwikkeling van in beslag genomen voorwerpen. Rapport Een onderzoek naar een klacht over de afwikkeling van in beslag genomen voorwerpen. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over de regionale politie-eenheid Oost-Brabant en het parket

Nadere informatie

Tentamen Wiskunde A CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE. Datum: 16 januari 2015 13.30 16.30 uur Aantal opgaven: 7

Tentamen Wiskunde A CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE. Datum: 16 januari 2015 13.30 16.30 uur Aantal opgaven: 7 CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE Tentamen Wiskunde A Datum: 16 januari 2015 Tijd: 13.30 16.30 uur Aantal opaven: 7 Lees onderstaande aanwijzinen s.v.p. oed door voordat u met het tentamen beint.

Nadere informatie

MICROBIOLOGISCHE BEOORDELING VAN VLEES EN VLEESWAREN

MICROBIOLOGISCHE BEOORDELING VAN VLEES EN VLEESWAREN De rol van de microbioloie in de vleeswarenindustrie Zesde deel M6 MICROBIOLOGICHE BEOORDELING VAN VLEE EN VLEEWAREN Auteur : F.K. tekelenbur TNO Voedin Zeist oktober 1999 blad 1 van 16 INHOUDOPGAVE 1

Nadere informatie

w.herzog @ versatel. nl Technisch Beleid VVH 2010-2015

w.herzog @ versatel. nl Technisch Beleid VVH 2010-2015 1 Beleid 2010-2015 Om het beoefenen van de volleybalsport te willen bevorderen beseft Volleybalvereniin Harderwijk ( VVH ) dat er voldoende keuzemoelijkheden moeten zijn voor leden om op hun eien niveau

Nadere informatie

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl) Wiskunde B1 (nieuwe stijl) Eamen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 2 Woensda 18 juni 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit eamen zijn maimaal 8 punten te behalen; het eamen bestaat uit 16 vraen.

Nadere informatie

Sector-CAO Kabel & Telecom 2007 2008

Sector-CAO Kabel & Telecom 2007 2008 Sector-CAO Kabel & Telecom 2007 2008 Collectieve arbeidsovereenkomst voor de Kabel- & Telecombedrijven Deze CAO loopt van tot en met 31 maart 2008 SECTOR-CAO KABEL & TELECOM 1 Sector-CAO Kabel & Telecom

Nadere informatie

Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag

Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag RAPPORT Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag Een onderzoek naar een afwijzing van het Openbaar Ministerie in Den Haag om kosten na vrijspraak te vergoeden. Oordeel Op basis van het onderzoek

Nadere informatie