Bradycardiepulsgenerators Help-handleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bradycardiepulsgenerators Help-handleiding"

Transcriptie

1 Bradycardiepulsgenerators Help-handleiding VOOR DE VOLGENDE PULSGENERATORS: Identity ADx Verity Identity Victory Integrity ADx Zephyr

2 2008 St. Jude Medical Cardiac Rhythm Management Division. All Rights Reserved. Tenzij anders vermeld, geeft aan dat de naam een handelsmerk is, of onder licentie is, van St. Jude Medical Inc. of een van haar dochterondernemingen.

3 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1. Menu Tools ? -toets Tools PDF s Voorkeuren Audiovoorkeuren Printervoorkeuren Scherm printen Scherm exporteren Hoofdstuk 2. Hartritmeweergave Hartritmeweergave ECG Markers Tabel met markers EGM EGM-bronnen Instructies voor het instellen van de hartritmeweergave Golfvormregeling Weergave aanpassen ECG-configuratie EGM-configuratie Capture bevriezen Hoofdstuk 3. Scherm FastPath Summary Scherm FastPath Summary Waarschuwingen Patiëntgegevens Trends wissen Opmerkingen Hoofdstuk 4. Episodes Episode-directory Episodes printen Episodes wissen Logs AMS- of AT/AF-logs Episode-informatie Hoofdstuk 5. Diagnostische gegevens Frequenties Hartfrequentiehistogram Gebeurtenissen Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding i

4 Diagnostische gegevens van mode-switches AMS-samenvatting V. frequenties tijdens AMS AMS Log AT/AF-histogrammen AT/AF-samenvatting AT/AF-log Diagnostische gegevens van AF Suppression AT/AF Burden Trend AF-onderdrukking AT/AF-definitie Diagnostische gegevens printen Capaciteit van diagnostische gegevens Hoofdstuk 6. Tests Capture en waarneming V. Capture-test Testvoorbeelden Test uitvoeren Instructies voor een V. capture-test V. Capture-test Testvoorbeelden Test uitvoeren Instructies voor de V. capture-test Follow-up EGM Deze sessie Laatste sessie Testopties Aanvullende parameters V. AutoCapture-setup Testvoorbeelden Test uitvoeren Instructies voor de V. AutoCapture Setup-test Deze sessie Testresultaatberichten Termen bij testresultaten Deze sessie Testresultaatberichten Laatste sessie Aanvullende parameters A. capture-test Test uitvoeren Instructies voor de A. capture-test A. capture-test Test uitvoeren Instructies voor de A. capture-test Follow-up EGM Deze sessie Deze sessie ii Inhoudsopgave

5 Laatste sessie Testopties Aanvullende parameters ACap Confirm Setup Testvoorbeelden Test uitvoeren Instructies voor de ACap Confirm Setup-test Deze sessie Testresultaatberichten Laatste sessie Aanvullende parameters ACap Confirm niet aanbevolen Waarnemingstests Test uitvoeren Instructies voor een waarnemingstest Waarnemingstests Test uitvoeren Instructies voor een waarnemingstest Follow-up EGM Deze sessie Laatste sessie Testopties Aanvullende parameters AV-delays Batterij en elektroden Magneetfrequentie Elektrode-impedantie Sensor Automatische drempel herstellen Frequentierespons-optimalisatie Frequentierespons-optimalisatie: test starten Frequentierespons-optimalisatie: programmeren Frequentierespons-optimalisatie: inspanning Frequentierespons-optimalisatie: gegevens ophalen Frequentierespons-optimalisatie: resultaten Geen bruikbare responsgegevens verzameld Frequentierespons-optimalisatie annuleren Ongeldige frequentieresponsparameters QuickOpt -timing-optimalisering QuickOpt -optimaliseringswizard Bezig met uitvoeren van metingen Optimaliseringsmetingen succesvol Automatische meting was niet succesvol QuickOpt -optimalisering: Handmatige test QuickOpt -timingcylus-optimalisering: atriale waarneming Instructies voor de handmatige QuickOpt -optimaliseringsmeting Freeze-capture van QuickOpt -optimalisering Handmatige meting was niet succesvol Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding iii

6 Metingen waren niet succesvol NIPS NIPS-interactie met andere parameters Instructies voor NIPS en S1 Burst-tests NIPS-venster Koppelingsinterval S1-telling S1-cyclus S2-cyclus S3-cyclus S4-cyclus NIPS-testparameters V. back-up frequentie Pulsamplitude Pulsduur Pulsconfiguratie Sinus Node Recovery Delay (SNRD) Tijdelijke stimulatie (Temporary Pacing) Hoofdstuk 7. Bradycardieparameters Basiswerking Mode Magneetrespons Sensor Drempel Slope Max. sensorfrequentie Reactietijd Hersteltijd Frequenties Basisfrequentie Rustfrequentie Maximum tracking-frequentie Hysteresisfrequentie Hysteresis tracking-frequentie Geavanceerde hysteresis-functies Zoekinterval Cyclustelling Interventiefrequentie Interventieduur Hersteltijd Delays Gestimuleerd AV -delay Waargenomen AV -delay Frequentiegevoelig AV-delay Kortste AV-delay Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding V. intrinsieke voorkeur (VIP ) VIP zoekinterval iv Inhoudsopgave

7 VIP zoekcycli Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie Capture en waarneming Capture en waarneming parameter ACap Confirm V. AutoCapture Pulsamplitude Pulsduur Amplitudebewaking Gevoeligheid Back-up pulsconfiguratie ER-gevoeligheid Samplingfrequentie Zoekfrequentie Venster Automatische capture-instellingen AutoCapture gestimuleerd/waargenomen AV-delay Elektrodes Type elektrode Pulsconfiguratie Waarnemingsconfiguratie Parameter elektrodebewaking Venster Elektrodebewaking Bovengrens Refractaire perioden en blanking A. refractaire periode (PVARP) Ruisrespons A. absolute refractaire periode V. refractaire periode Frequentiegevoelige PVARP/VREF Kortste PVARP/VREF Post-ventriculaire atriale blanking (PVAB) V. Blanking V. veiligheidsstandby Crosstalk PVC-opties PMT-opties Beats > PMT Auto Detect PMT -detectiefrequentie AT/AF-detectie en respons Auto Mode Switch Atriale tachycardie-detectiefrequentie AMS-basisfrequentie Parameter AF Suppression Overdrive-stimulatiecycli Maximale AF-onderdrukkingsfrequentie Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding v

8 Hoofdstuk 8. Episode-instellingen Opgeslagen EGM-configuratie Sampling-optie Aantal opgeslagen episodes Kanaal EGM-configuratie Registratiebereik Episode-triggers Atriale trigger Trigger-type Hoge A. frequentie-trigger Opeenvolgende cycli Hoge V. frequentie-trigger PVC-trigger Opeenvolgende PVC s Geavanceerde hysteresis-trigger PMT-detectie-trigger Magneetplaatsing-trigger Hoofdstuk 9. Wrap-up overzicht Wrap-up overzicht Gegevens exporteren Diagnostische gegevens wissen Beginwaarden herstellen Hoofdstuk 10. Mode-beschrijvingen DDD DDI DVI DOO VDD VVI VVT VOO AAI AAT AOO ODO, OVO en OAO Frequentie-gemoduleerde modes Hoofdstuk 11. Aanvullende programmeringsinformatie Technische ondersteuning Bradycardiepulsgenerators Hoofdprogrammeringsvenster Selectie van pulsgeneratorparameters en -instellingen Batch-opslag en automatische programmering Preview van veranderingen Tijdelijke programmering starten Bediening in noodsituaties vi Inhoudsopgave

9 Printmenu Rapporten Instellingen voor het samenvattingsrapport Instellingen voor testresultaten Instellingen voor Wrap up -rapporten Instellingen Back-up VVI Indicator voor electieve vervanging (ERI) ERI wissen Einde levensduur Hoofdstuk 12. Foutmeldingen en informatieberichten No PSA Wand Communication (Geen communicatie met PSA-telemetriekop) Help Problem with Media Device (Probleem met media-apparaat) No Media Detected (Geen media gedetecteerd) Media Invalid or Not Present (Media ongeldig of niet aanwezig) Sustained Interruption (Aanhoudende onderbreking) Older Device (Ouder apparaat) Device Not Supported (Apparaat niet ondersteund) Telemetry Interruption (Onderbreking telemetrie) Episodes Not Supported (Episodes niet ondersteund) Episodes Collection Disabled (Episodeverzameling uitgeschakeld) Diagnostics Cannot Be Cleared or Retrieved (Diagnostische gegevens kunnen niet worden gewist of opgehaald) Programming Interrupted (Programmering onderbroken) Temporary Programming Interrupted (Tijdelijke programmering onderbroken) Test Interrupted (Test onderbroken) Test Cannot Start (Test start niet) Reset Auto Threshold Not Complete (Herstel automatische drempel niet volledig) Battery & Leads Not Available in Off Modes (Batterij en elektroden niet beschikbaar in Off-modes) Specify Lead Type\Leads Uncoded (Specificeer type elektrode\elektroden niet gecodeerd) Invalid Parameters Detected (Ongeldige parameters gedetecteerd) Perform V. AutoCapture Setup (Voer V AutoCapture Setup uit) Perform ACap Confirm Setup (Voer ACap Confirm Setup uit) Lead Type for V. AutoCapture (Elektrodetype voor V. AutoCapture) Lead Type-instellingen voor ACap Confirm Stimulatieconfiguratie voor ACap Confirm Stimulatie/Waarnemingsconfiguraties voor V. AutoCapture AutoCapture Setup Test Incomplete (AutoCapture Setup Test onvolledig) Toetsenbord op het scherm Emergency VVI Programming Interrupted (VVI-programmering voor noodsituaties onderbroken) Backup VVI Procedure Interrupted (Back-up VVI-procedure ondebroken) Help Not Provided (Geen Help aanwezig) Test Cannot Be Run (Test kan niet worden uitgevoerd) Requires Connection to Computer (Verbinding met computer vereist) BVVI Session Must Be Ended (BVVI-sessie moet worden beëindigd) Unable to Restore Original Parameters (Oorspronkelijke parameters kunnen niet worden hersteld) Clear Paper Jam (Papier vrijmaken) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding vii

10 Appendix A. Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators.. A-1 Identity ADx en Identity tweekamerpulsgenerators (modellen 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) A-1 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen A-1 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties A-3 Identity ADx en Identity eenkamer-pulsgenerators (modellen 5180, 5172) A-6 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen A-6 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties A-7 Identity ADx VDR pulsgenerator (Model 5480) A-8 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen A-8 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties A-10 Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen A-12 NIPS-opties A-13 Fysieke specificaties A-13 Röntgen-identificatie A-14 Appendix B. Technische gegevens Integrity ADx pulsgenerators B-1 Integrity ADx tweekamer pulsgenerators (modellen 5366, 5360) B-1 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen B-1 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties B-3 Integrity ADx eenkamer pulsgenerators (Model 5160) B-6 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen B-6 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties B-7 Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen B-8 NIPS-opties B-9 Fysieke specificaties B-9 Röntgen-identificatie B-10 Appendix C. Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators C-1 Verity ADx XL tweekamer pulsgenerators (modellen 5357, 5356, 5256) C-1 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen C-1 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties C-3 Verity ADx XL eenkamer pulsgenerators (modellen 5157, 5156, 5056) C-5 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen C-5 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties C-6 Verity ADx XL VDR pulsgenerators (modellen 5456, 5456i) C-8 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen C-8 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties C-9 Fysieke specificaties C-11 Röntgen-identificatie C-12 Appendix D. Technische gegevens Victory pulsgenerators D-1 Victory tweekamer pulsgenerators (modellen 5816, 5810) D-1 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen D-1 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties D-3 Victory Single Chamber Devices (Model 5610) D-6 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen D-6 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties D-7 Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen D-8 viii Inhoudsopgave

11 NIPS-opties D-9 Fysieke specificaties d-10 Röntgen-identificatie D-10 Appendix E. Technische gegevens Zephyr pulsgenerators E-1 Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) E-1 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen e-1 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties e-3 Zephyr eenkamer pulsgenerators (modellen 5626, 5620) E-6 Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen e-6 Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties e-7 Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen e-9 NIPS-opties E-10 Fysieke specificaties e-10 Röntgen-identificatie E-11 Index Index-1 Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding ix

12 x Inhoudsopgave

13 1. MENU TOOLS Inhoud:? -toets (Help) Tools Voorkeuren Scherm printen Scherm exporteren? -TOETS De? toets opent een venster met Help-informatie of, bij sommige pulsgenerators, context-gevoelige hulp. U kunt de Helpfunctie tevens activeren door Tools > Educational Materials > Help te selecteren. Toegang vanaf: Help -toets TOOLS Het menu Tools geeft toegang tot een aantal tools van de programmer, waaronder: PSA. Opent de PSA-toepassing. Zie de Referentiehandleiding bij de Merlin PCS PSA-telemetriekop. Session Records (Sessiegegevens): - Session Records. Opent gearchiveerde gegevens (alleen bij tachycardieapparaten). - PDF s. Opent het venster PDFs om rapporten die als PDF s op de harde schijf van de programmer zijn opgeslagen te beheren. Educationale Materials (Educatieve materialen): - Help. Opent koppelingen naar de online Help voor alle ondersteunde pulsgenerators. - Demos (Demo s). Opent pulsgeneratordemonstraties. Maintenance (Onderhoud). Opent hulpprogramma s voor het onderhoud van de programmer (alleen voor gebruik door personeel van St.Jude Medical). Clinical Studies (Klinische studies). Opent informatie over studies (alleen voor gebruik door St. Jude Medical-personeel). Voorkeuren. Opent de Merlin PCS-instellingen voor taal, datum, notatie, geluid etc. Customer Support (Klantondersteuning). Geeft contactinformatie voor Technische ondersteuning. Scherm printen. Drukt af wat zichtbaar is op het scherm. Scherm exporteren. Exporteert een beeld naar een USB-stick of diskettestation. Toegang vanaf: Tools-toets PDF S Telkens wanneer u een Print-toets selecteert om een rapport te creëren, slaat de Merlin PCS-programmer het rapport op als PDF (portable document file) 1. Dit bestand kan worden geëxporteerd naar een flash-station dat Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 1-1

14 aangesloten is op één van de USB-poorten van de programmer. U moet Adobe Acrobat Reader of Adobe Reader op uw pc installeren om de PDF te kunnen bekijken 2. Vanuit het venster PDFs kunt u het volgende doen: Het aantal PDF s op de harde schijf van de programmer controleren dat niet geëxporteerd is. Alle opgeslagen PDF s exporteren. De meest recente PDF s exporteren (die in de laatste actuele sessie of demosessie zijn gecreëerd, inclusief uw huidige sessie). Alle PDF s wissen. Wanneer u één van de Export-toetsen selecteert, verschijnt het scherm Export Data. De bestandsnaamgeving en opslag van de PDF s is als volgt: Alle PDF s worden opgeslagen in een map met de naam PDFs. Naam van de submap: Date of PDF creation Naam van de sub-submap: Patient Name_Model Number_Device Serial Number (gelezen vanuit de patiëntgegevens) Bestandsnaam: Device name_device Model Number_Device Serial Number_Reportname.pdf Voorbeeld: in de map PDFs bevindt zich een submap met de naam In deze submap bevindt zich een sub-submap met de naam John Smith_PromoteRF_ _ In deze sub-submap zit de PDF met de naam: PromoteRF_ _201399_TestResults.pdf met de testresultaten voor John Smith op 22/03/2008. Het Merlin PCS kan maximaal 30 submappen Date of PDF creation met PDF s opslaan. Als er 30 submappen zijn opgeslagen op de programmer, dan wordt de oudste submap gewist wanneer er een nieuwere submap wordt gecreëerd. Toegang vanaf: menu Tools > Session Records > PDFs VOORKEUREN In het venster Preferences (Voorkeuren) kunt u het volgende voor de programmer instellen: Datum en tijd De taal op het scherm en voor de Helpfunctie Notatie voor datum, tijd en getallen De frequentie van het ECG Notch Filter Audiovoorkeuren Printervoorkeuren. De ECG Notch Filter-frequentie reduceert ECG-interferentie die afkomstig is uit de wisselstroomfrequentie van de programmer. Neem contact op met uw plaatselijke instantie voor de frequentie van uw plaatselijke stroomvoorziening. NB Het is belangrijk om de juiste datum en tijd in te stellen, omdat de diagnostische gegevens, tests en andere functies van de pulsgenerator de datum en tijd van de programmer gebruiken. Toegang vanaf: menu Tools > Preferences 1. De programmer creëert geen PDF voor schermbevriezingen die geprint worden vanaf het opstartscherm, de Scherm printen-functie, real-time printen of de Helpfunctie op het scherm. 2. Adobe, Acrobat en Adobe Reader zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. 1-2 Menu Tools

15 Audiovoorkeuren Het venster Audio Preferences (Audiovoorkeuren) bestaat uit twee panelen: General audio (Algemene audio). Selecteer de On-toets om audio-cues voor programmeractiviteit toe te staan. U kunt ook een volumeniveau selecteren. De Off-toets schakelt alle geluiden uit (behalve Charging Audio). Charging Audio (Audio tijdens opladen, alleen bij tachycardiepulsgenerators). Selecteer de On-toets voor een audio-cue wanneer de condensatoren zich opladen tijdens een programmeersessie. Toegang vanaf: menu Tools > Preferences> tab Audio Printervoorkeuren Telkens wanneer u een Print-toets selecteert om een rapport te creëren, slaat de Merlin PCS-programmer het rapport op als PDF (portable document file) 3. Dit bestand kan worden geëxporteerd naar een flash-station dat aangesloten is op één van de USB-poorten van de programmer. U moet Adobe Acrobat Reader of Adobe Reader op uw pc installeren om de PDF te kunnen bekijken. Selecteer Tools > Session Records > PDF s om het aantal opgeslagen PDF s te bekijken en om PDF s te exporteren of te wissen. Het venster Printer Preferences (Printervoorkeuren) bestaat uit twee panelen: Selected Printer (Geselecteerde printer). U heeft drie keuzes: - PDF Only (zonder papier). Verzendt rapporten als een PDF (papierloos printen) naar de harde schijf van de programmer zonder papieren documenten. - Internal & PDF. Verzendt het rapport naar de interne printer van de programmer en creëert tegelijkertijd een PDF op de harde schijf. - External & PDF. Verzendt het rapport naar een externe USB-printer en creëert tegelijkertijd een PDF op de harde schijf. Voordat rapporten naar een externe printer kunnen worden verzonden, moet u de externe printer eerst aansluiten op één van de USB-poorten op de programmer. Zie de Merlin PCS Gebruikershandleiding voor meer informatie over het aansluiten van een externe printer. Number of Paper Copies (Aantal papieren exemplaren). Hiermee selecteert u hoeveel rapporten er worden geprint door de interne of externe printer wanneer u op een Print-toets drukt. NB Ondersteunde printers. Het Merlin PCS kan via verschillende laserjetprinters afdrukken. Neem contact op met uw St. Jude Medical-vertegenwoordiger of met de Technische ondersteuning voor een lijst met compatibele printers. Toegang vanaf: menu Tools > Preferences > tab Printer SCHERM PRINTEN De toets Print Screen drukt af wat zichtbaar is op het huidige scherm. Om het beeld naar een externe printer te verzenden gaat u naar het Tools Menu > Preferences > tab Printer en selecteert u de knop External. Deze functie creëert geen PDF. Toegang vanaf: menu Tools > toets Print Screen 3. De programmer creëert geen PDF voor schermbevriezingen die geprint worden vanaf het opstartscherm, de Scherm printen-functie, real-time printen of de Helpfunctie op het scherm. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 1-3

16 SCHERM EXPORTEREN Via de toets Export Screen wordt het venster Gegevens exporteren geopend, waarin u het huidige scherm kunt opslaan als een elektronisch bestand (.png) en dit kunt verzenden naar een opslagapparaat (diskettestation, flash-station of computer) dat is aangesloten op een van de USB-poorten van de programmer. Het Merlin PCS detecteert alle aangesloten apparaten en vraagt u om een apparaat te selecteren voor ontvangst van de gegevens. Toegang vanaf: menu Tools > toets Export Screen 1-4 Menu Tools

17 2. HARTRITMEWEERGAVE Inhoud van dit hoofdstuk: Hartritmeweergave ECG Markers EGM Instructies voor het instellen van de hartritmeweergave Golfvormregeling Weergave aanpassen ECG-configuratie EGM-configuratie Capture bevriezen. HARTRITMEWEERGAVE In het Rhythm Display (Hartritmeweergave) in het Hoofdprogrammeringsvenster worden maximaal vijf golfvormen gelijktijdig weergegeven die apart kunnen worden geconfigureerd, verplaatst en aangepast. U kunt een golfvorm slepen en neerzetten naar een andere positie. U kunt de weergave ook bevriezen of afdrukken in real-time. In de hartritmeweergave kunnen drie types golfvormen worden getoond: ECG (elektrocardiogram) Markers EGM (intracardiaal elektrogram). De bedieningen voor het Rhythm Display zijn: Golfvormregeling-toetsen, die worden geopend met de gelabelde witte toetsen aan de linkerkant van het display toets Weergave aanpassen toets Capture bevriezen Zie Instructies voor het instellen van de hartritmeweergave. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 2-1

18 ECG Het Rhythm Display kan maximaal vijf ECG-golfvormen tegelijk weergeven vanuit zeven mogelijke ECG-vectoren. De bedieningen voor het Rhythm Display zijn: de toets Weergave aanpassen, waarmee de bron en configuratie van de golfvorm worden geselecteerd Golfvormregeling-toetsen, waarmee de versterking en bron van de golfvorm worden ingesteld. Een gebruikelijke ECG-setup ziet u hieronder in Figuur R (Rood) 2. L (Geel) 3. N (Zwart) 4. F (Groen) 5. C (Wit) Figuur 2-1. Kleurcoderingen en de positie van de ECG-kabelaansluitingen MARKERS Markers zijn symbolen waarmee gestimuleerde en waargenomen gebeurtenissen, intervallen, refractaire periodes en algoritme-activiteit worden aangegeven. Markers kunnen worden bekeken op een van de vijf golfvormen. Markers kunnen worden geconfigureerd vanuit het venster Weergave aanpassen als: Basic: hierbij worden alleen alfabetische markers langs een tijdlijn weergegeven (Figuur 2-2) Full: hierbij worden numerieke intervallen en refractaire periodes onder de basismarkers weergegeven (Figuur 2-3 en Figuur 2-4) Zie Tabel met markers voor een lijst van alle markers. De? markertoets opent dit Helpvenster. Figuur 2-2. Basismarkerconfiguratie 2-2 Hartritmeweergave

19 Figuur 2-3. Volledige markerconfiguratie Refractaire periode 914 A-A interval Gestimuleerd/ waargenomen AV-delay V-V interval Figuur 2-4. Markers voor intervallen en refractaire periodes De markerconfiguratie kan op twee manieren worden gewijzigd: Selecteer de toets Weergave aanpassen en selecteer de gewenste configuratie. Selecteer de markertoets Golfvormregeling aan de linkerkant van het Rhythm Display en selecteer de gewenste configuratie. TABEL MET MARKERS Marker Beschrijvingen Kleur AMS Auto mode-switch-gebeurtenis Groen >AMS AMS-inschakeling gedetecteerd Groen <--AMS AMS-uitschakeling gedetecteerd Groen AP Atriaal gestimuleerd Blauw (gestimuleerd) AS Atriaal waargenomen Rood (waargenomen) AS Atriaal waargenomen binnen de refractaire periode Rood (waargenomen) APP Atriale puls gevolgd door een back-up veiligheidspuls (ACap Confirm) Blauw (gestimuleerd) AT/AF Er is een AT/AF-gebeurtenis gedetecteerd Groen AutoCapture Het AutoCapture -stimulatiesysteem is in werking Groen HAR Hoge atriale frequentie gedetecteerd Groen HVR Hoge ventriculaire frequentie gedetecteerd Groen HYS Hysteresisfrequentie wordt gestart door de zoektimer of door een waargenomen gebeurtenis Groen Magnet Magneetplaatsing gedetecteerd Groen PMT Pacemaker-geïnduceerde tachycardie gedetecteerd Groen Tabel 2-1. Markers Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 2-3

20 Marker Beschrijvingen Kleur PVC Premature ventriculaire contractie gedetecteerd Groen VP Ventriculair gestimuleerd Blauw (gestimuleerd) VPP Ventriculaire puls gevolgd door een backup-veiligheidspuls (AutoCapture -stimulatiesysteem) Blauw (gestimuleerd) VS Ventriculair waargenomen Rood (waargenomen) VS VSP Ventriculair waargenomen binnen de refractaire periode Ventriculaire veiligheidsstandby-hartslag (ventriculair waargenomen gebeurtenis gevolgd door een gestimuleerde hartslag) Rood (waargenomen) VS (rood) P (blauw) Tabel 2-1. Markers (vervolg) EGM EGM s (intracardiale elektrogrammen) tonen de elektrische activiteit van het hart zoals die wordt waargenomen door de pulsgenerator. De vorm en afmeting van de golfvorm is afhankelijk van de beschikbare bron (EGM-configuratie) en de versterkingsinstelling. Het aantal en type configuratie is afhankelijk van het type pulsgenerator en de geïmplanteerde elektroden. Zie EGM-bronnen. Het Rhythm Display kan maximaal twee EGM-golfvormen tegelijk weergeven in verschillende configuraties. De EGM-bedieningen zijn: De toets Weergave aanpassen, waarmee de bron en configuratie van de golfvorm worden geselecteerd De Golfvormregeling-toetsen, waarmee de versterking en de bron van de golfvorm worden geselecteerd. EGM-bronnen Unipolaire elektroden A. Unipolar Tip (Atip Case) A. Sense Amp V. Unipolar Tip (Vtip Case) V. Sense Amp Atip Vtip. Unipolaire/Bipolaire elektroden A. Bipolar (Atip Aring) A. Unipolar Tip (Atip Case) A. Unipolar Ring (Aring Case) A. Sense Amp V. Bipolar (Vtip Vring) V. Unipolar Tip (Vtip Case) V. Unipolar Ring (Vring Case) V. Sense Amp Vtip Atip Vring Atip Vtip Aring 2-4 Hartritmeweergave

21 Vring Aring. INSTRUCTIES VOOR HET INSTELLEN VAN DE HARTRITMEWEERGAVE 1. Selecteer de toets Adjust Display aan de rechterkant van het Rhythm Display. Het venster Weergave aanpassen verschijnt. 2. Ga naar positie Selecteer uit de vier beschikbare toetsen de bron die u positie 1 wilt zien (ECG, EGM of Markers). De programmer selecteert een standaardconfiguratie voor de bron. 4. Selecteer de Configuratie-toets. Als u ECG of EGM heeft geselecteerd voor Source, wordt het venster ECG-configuratie of EGM-configuratie geopend. Als u Markers heeft kozen, selecteert u de toets Basic of Full. 5. Kies de configuratie. 6. Herhaal deze stappen voor de resterende golfvormen. 7. Om de standaard doorloopsnelheid te veranderen, selecteert u de toets Sweep Speed en kiest u een snelheid. 8. Om het ECG-filter in te stellen (om elektromagnetische storing te verminderen) selecteert u de toets ECG Filter. 9. Om de instellingen voor Autogain te vernieuwen, selecteert u de toets Update Auto Gains (Automatische versterkingen bijwerken). GOLFVORMREGELING Met de golfvormregelingstoetsen aan de linkerkant van het Rhythm Display kunt u de weergave van de golfvorm regelen. Selecteer een van de toetsen om de regelingen te activeren. Een toets voor Markers opent drie andere toetsen. Toetsen voor de EGM- of ECG-bron openen vier aanvullende knoppen: Figuur 2-5. Golfvormregelingstoetsen 1 De toets Configuration opent het venster ECG-configuratie, EGM-configuratie of de selectietoetsen voor Markers (Basic of Full). 2 Met de toets AutoGain kan de programmer de versterking voortdurend en automatisch instellen. 3 Via de toetsen Plus (+) en Min (-) kunt u de versterking handmatig instellen. Toegang vanaf: Rhythm Display > toets Waveform Control Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 2-5

22 WEERGAVE AANPASSEN In het venster Adjust Display (Weergave aanpassen) kunt u het volgende veranderen: De bron voor elke golfvorm in het venster Rhythm Display (ECG, Markers of EGM) De configuratie van de golfvorm De doorloopsnelheid Het ECG-filter om elektromagnetische storing te reduceren. Zie Instructies voor het instellen van de hartritmeweergave. Toegang vanaf: Rhythm Display > toets Adjust Display ECG-CONFIGURATIE In het venster ECG Configuration wordt de ECG-vector op het Hartritmeweergave gewijzigd. Zie ECG. Toegang vanaf: Adjust Display > toets Configuration EGM-CONFIGURATIE In het venster EGM Configuration wordt de EGM-bron op de Hartritmeweergave gewijzigd. Beschikbare instellingen zijn afhankelijk van de geprogrammeerde instelling voor Type elektrode. Zie EGM-bronnen. Toegang vanaf: Adjust Display > toets Configuration CAPTURE BEVRIEZEN Met de toets Freeze bevriest u de meest recente 30 seconden van de golfvorm en laat u de gegevens verschijnen in het venster Freeze Capture. In het geheugen van de programmer kunnen maximaal zes vastleggingen worden opgeslagen. De bedieningen in het venster Freeze Capture zijn onder andere: Golfvormregeling-toetsen, waaronder de knop Hide, waarmee de geselecteerde golfvorm wordt verborgen De toets Restore Channels (Kanalen herstellen), waarmee de verborgen golfvormen worden hersteld Toets Sweep Speed (Doorloopsnelheid) De toets Show Calipers, waarmee calipers worden weergegeven die met toetsen kunnen worden verplaatst om tijdmetingen van een gedeelte van de bevriezing weer te geven De toets Hide Calipers, die omgewisseld wordt naar de toets Show Calipers Scroll-toetsen U kunt de bevroren golfvorm onmiddellijk afdrukken (selecteer de toets Print), of aan het einde van de sessie (selecteer de toets Print with Wrap-up). Toegang vanaf: Freeze -toets 2-6 Hartritmeweergave

23 3. SCHERM FASTPATH SUMMARY Inhoud van dit hoofdstuk: Scherm FastPath Summary Waarschuwingen Patiëntgegevens Trends wissen Opmerkingen. SCHERM FASTPATH SUMMARY Selecteer een willekeurige toets op het scherm FastPath Summary voor meer informatie. Waarschuwingen. Opent een lijst met condities die moeten worden gecontroleerd. Battery Status. Opent het venster Batterij en elektroden. Parameters. Opent het venster Bradycardieparameters. EGMs. Opent het venster Episodes. Event Counts. Opent het venster met diagnostische gegevens van Frequenties. Mode Switch of AT/AF Summary. Opent het venster Diagnostische gegevens van mode-switches of AT/AF-histogrammen. Test Results. De toetsen Capture en Sense openen een venster voor een specifieke test (zie Tests). De Lead Impedance-knoppen openen het venster Elektrode-impedantie (Victory, Zephyr pulsgenerators) of het venster Batterij en elektroden (Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators). End Session. Opent een venster waarmee u Rapporten kunt printen die nog niet geprint zijn, en waarmee u de sessie kunt beëindigen. Print. Print een samenvattingsrapport (verder beschreven in Instellingen voor het samenvattingsrapport), dat de volgende gegevens bevat: - Alle informatie op het scherm Summary - Alle huidige parameterinstellingen - Alle diagnostische gegevens - Alle episode-instellingen en gegevens. Groen A-pictogram. Geeft een automatische procedure aan (bijvoorbeeld AutoCapture ). U kunt de inhoud van de afgedrukte informatie in het samenvattingsrapport wijzigen door de toets Printmenu boven het scherm FastPath Summary te selecteren, en vervolgens Summary Report te selecteren. Zie Instellingen voor het samenvattingsrapport. Toegang vanaf: toets FastPath Summary Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 3-1

24 WAARSCHUWINGEN Het venster Alerts (Waarschuwingen) geeft een lijst met condities die gedetecteerd zijn in de huidige programmeersessie. De lijst bevat toetsen die gerelateerde vensters openen. Waarschuwingen die nog niet zijn bekeken worden vetgedrukt weergegeven; waarschuwingen die zijn bekeken worden in normaal lettertype weergegeven. Toegang vanaf: toets FastPath Summary PATIËNTGEGEVENS Het venster Patient Data geeft informatie over de pulsgenerator weer en stelt u in staat om aanvullende gegevens op te slaan in het geheugen van de pulsgenerator. In Victory en Zephyr pulsgenerators bevat het venster Patient Data de toets Trends wissen om langetermijn-trendgegevens te wissen. Voer informatie in met het toetsenbord op het scherm, dat geopend wordt wanneer u één van de gegevensinvoertoetsen op het scherm Patient Data selecteert, of met een USB-toetsenbord dat aangesloten is op één van de USB-poorten. De gegevensinvoertoetsen zijn de volgende: Device Implant Date (Datum implantatie van de pulsgenerator). Patient Name (Naam van de patiënt). De eerste paar tekens verschijnen op het Hoofdprogrammeringsvenster. Patient ID (Patiëntnummer). Lead Information (Elektrode-informatie). Lead Type (Type elektrode). Opent het venster met Elektrodes-parameters. Toegang vanaf: Hoofdprogrammeringsvenster Trends wissen Selecteer deze toets op het venster Patient Data om de volgende trendgegevens te wissen uit het geheugen van de pulsgenerator: AutoCapture-trend en follow up EGM s (zie het V. Capture Follow-up EGM) ACap Confirm-trend en follow up EGM s (alleen bij Zephyr-pulsgenerators, zie het A. Capture Follow-up EGM) Amplitude-trend en follow up EGM s (zie de tab Follow-up EGM Sense Test) Elektrode-impedantietrend (zie Elektrode-impedantie). De trendgegevens zijn levenslange gegevens en mogen niet worden gewist, tenzij een of beide elektroden opnieuw zijn gepositioneerd. Om diagnostische gegevens te wissen, zie Diagnostische gegevens wissen. Beschikbaar in: Victory, Zephyr pulsgenerators Toegang vanaf: Hoofdprogrammeringsvenster > venster Patient Data OPMERKINGEN In het venster Note (Opmerkingen) kan extra informatie over de patiënt worden ingevoerd. De eerste paar woorden van de Opmerking verschijnen in het Hoofdprogrammeringsvenster. Als u het vakje Highlight At Every Follow-up (Markeren bij elke follow-up) selecteert, wordt het potloodpictogram op het hoofdprogrammeringsvenster gemarkeerd. Zie Rapporten. Toegang vanaf: Hoofdprogrammeringsvenster 3-2 Scherm FastPath Summary

25 4. EPISODES De toets Episodes opent een venster met de: Episode-directory Logs. EPISODE-DIRECTORY Het venster Episode Directory geeft alle EGM-episodes weer (opgeslagen EGM s) die geregistreerd zijn door de pulsgenerator. Elk onderdeel in de lijst is een toets waarmee een Episode-informatie-venster geopend kan worden. Wanneer het venster Episodes Directory voor het eerst wordt geopend, toont het de episodes die zijn vastgelegd sinds de laatste follow-up ( nieuwe episodes). Om alle episodes ( nieuwe en oude ) te bekijken selecteert u de toets Include Old Episodes. De directory bevat zes kolommen. De lijst kan opnieuw worden gesorteerd door een van de eerste vier kolomtitels te kiezen: Waarschuwingen. Het waarschuwingspictogram geeft aan dat er waarschuwing bij de episode hoort. Datum. Tijd. Type. Geeft aan welke van de geprogrammeerde Episode-triggers de episode heeft getriggerd. Print-pictogram. Geeft aan dat de episode is geselecteerd voor afdrukken. Status. Geeft een van de volgende toestanden aan: - Pictogram Blauwe cirkel met pijl. De episode-informatie wordt opgehaald. - EGM-pictogram. De episode-informatie zijn opgehaald en kunnen worden bekeken. - Pictogram Gewist. De episode is uit de pulsgenerator gewist. - Oud EGM. De episode is bekeken in een vorige sessie. - Geen EGM. De episode is beschadigd en kan niet worden gelezen. Zie Episode-instellingen. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 4-1

26 NB Episodes zijn niet beschikbaar als de pulsgenerator is geprogrammeerd met een programmer Model 3510/3500 voor het verzamelen van Event Record-gegevens. Event Record-gegevens moeten worden bekeken op een programmer Model 3510/3500. Als u episodeverzameling inschakelt met het Merlin PCS, worden alle Event Record-gegevens gewist uit het geheugen van de pulsgenerator. Toegang vanaf: Episodes > Episode Directory Episodes printen U kunt episodes printen vanuit het venster Episode Directory of vanuit het venster Wrap-up overzicht. Om alle episodes te printen selecteert u de toets Select All for Printing in de Episode Directory. Om ze te printen terwijl u de directory bekijkt, selecteert u de toets Print Selected. Anders kunnen de episodes worden geprint in Wrap-up door de toets Print Reports te seleteren in het venster Wrap-up Overview. Eén enkele episode printen gaat als volgt: 1. Selecteer de episode in de directory. Het venster Episode Detail wordt geopend. De toets Select for Printing is standaard geselecteerd. 2. Sluit de episode om terug te keren naar de Episode Directory. 3. Selecteer de toets Print Selected om de episodes onmiddellijk te printen. Als de episode niet wordt geprint vanuit de directory, wordt deze opgeslagen in het Wrap up Summary Report (zie ook Instellingen voor Wrap up -rapporten). Episodes wissen Alle episodes wissen gaat als volgt: 1. Selecteer de toets Wrap-up overzicht. 2. Selecteer de toets Clear Diagnostics. 3. Selecteer de toets Episodes en de toets Clear Selected. LOGS Het venster Episodes Log (Episode-registratie) bevat een lijst van alle vastgelegde episodes per trigger-type en een toets om de AMS- of AT/AF-logs te bekijken. De lijst bevat drie kolommen met de volgende informatie: Laatst gelezen geprogrammeerde triggers Tellingen of aantal episodes dat is opgetreden voor elk triggertype Aantal EGM s (episodes) dat momenteel beschikbaar is voor elk triggertype Elke trigger in de lijst is een toets waarmee het venster Episode-triggers wordt geopend. Elk EGM is een toets waarmee een Episode-informatie wordt geopend. Toegang vanaf: Episodes > Logs AMS- of AT/AF-logs Selecteer de toets AMS Log of AT/AF Log om het AMS Log of het AT/AF-log weer te geven. De toets AMS Logs is beschikbaar als de parameter Auto Mode Switch is ingeschakeld. Anders is het AT/AF Log beschikbaar. 4-2 Episodes

27 Om de Logs-weergave te actualiseren selecteert u de toets Read Diagnostics (Diagnostische gegevens lezen) in het venster Diagnostische gegevens. EPISODE-INFORMATIE Het venster Episode Detail geeft de EGM- en Markers-gegevens weer die voorafgaan aan en volgen op een geregistreerde triggergebeurtenis, met informatie over de datum, tijd, type trigger en waarschuwingsstatus. U kunt het uiterlijk van de golfvorm op dezelfde wijze veranderen als bij een bevroren golfvorm (zie Capture bevriezen). Andere regelingen in het venster Detail zijn: De toets Select for Printing, waarmee de episode in het episoderapport wordt geplaatst (zie Rapporten) Pijltoetsen om naar de vorige of volgende episode te gaan De toets Restore Channels, waarmee verborgen golfvormen worden weergegeven. De totale tijd die weergegeven wordt in het venster Detail is afhankelijk van de instellingen van de parameters Kanaal en Aantal opgeslagen episodes. Informatie over episodelengte vindt u in deze tabel (Tabel 8-1). Zie Episode-triggers. Toegang vanaf: Episodes > Episode Directory Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 4-3

28 4-4 Episodes

29 5. DIAGNOSTISCHE GEGEVENS De toets Diagnostics (Diagnostische gegevens) opent een venster met drie tabs: Frequenties Diagnostische gegevens van mode-switches of AT/AF-histogrammen Diagnostische gegevens van AF Suppression. Zie tevens: Diagnostische gegevens printen Capaciteit van diagnostische gegevens. FREQUENTIES De tab Rates (Frequenties) bevat de toets Read Diagnostics (Diagnostische gegevens lezen) voor het bijwerken van de diagnostische gegevens, de datum van de laatste sessie en de laatste keer dat de gegevens gelezen zijn 1, en twee diagnostische displays: Hartfrequentiehistogram Gebeurtenissen. Zie Diagnostische gegevens printen. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Toegang vanaf: Diagnostics > Rates Hartfrequentiehistogram Het Heart Rate Histogram (Hartfrequentiehistogram) geeft de verdeling van alle geregistreerde gestimuleerde en waargenomen gebeurtenissen per frequentie (min ) en andere frequentie-gerelateerde informatie weer 2. Elke staaf vertegenwoordigt het tijdspercentage dat de intrinsieke of gestimuleerde frequentie van de patiënt binnen een specifiek frequentiebereik viel. Elke staaf is verdeeld in gekleurde segmenten, waarmee het deel wordt aangeven dat werd gestimuleerd of waargenomen of een PVC was. Indien de parameter Sensor is geprogrammeerd op On of Passive, verschijnt er een gele markering in elk frequentiebereik. De positie van de markering op de staafgrafiek vertegenwoordigt het percentage gestimuleerde gebeurtenissen die zouden optreden indien de frequentie uitsluitend werd bepaald door respons op de activiteitssensor. (Dit vervangt het sensor-geïndiceerde frequentiehistogram op de programmer Model 3510/3500.) Gebeurtenissen Het display Events (Gebeurtenissen) bevat een staafdiagram waarin het percentage van de totale gesamplede tijd wordt aangegeven voor elk type gebeurtenis. Een Events-display met een AS-VS gebeurtenistype van 94% geeft dus aan dat gedurende de laatste sampling-periode (aangegeven onder de staaf), 94% van alle 1. Last Read: Today geeft aan dat de gegevens op of na 12:00 AM op de sessiedatum gelezen zijn. 2. Als de pulsgenerator een mode-switch heeft uitgevoerd, registreert het hartfrequentiehistogram geen gebeurtenissen. Victory en Zephyr pulsgenerators registreren gebeurtenissen tijdens mode switch in het diagnostische venster V. frequenties tijdens AMS. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 5-1

30 gebeurtenissen van het AS-VS type was. De percentageberekening is gebaseerd op de telling van de gebeurtenissen, gedeeld door de totale tellingen van het histogram. Types gebeurtenissen van tweekamer-pulsgenerators zijn 3 : AS-VP. Atriaal waargenomen, ventriculair gestimuleerd AS-VS. Atriaal waargenomen, ventriculair waargenomen AP-VP. Atriaal gestimuleerd, ventriculair gestimuleerd AP-VS. Atriaal gestimuleerd, ventriculair waargenomen PVC. Premature ventriculaire contractie (een ventriculair waargenomen gebeurtenis na een VS- of VP-gebeurtenis). Types gebeurtenissen van eenkamer-pulsgenerators zijn: AS. Atriaal waargenomen AP. Atriaal gestimuleerd VS. Ventriculair waargenomen VP. Ventriculair gestimuleerd Boven het gebeurtenisdiagram staat een samenvatting van alle gestimuleerde gebeurtenissen, die beschreven worden in de onderstaande tabel (Tabel 5-1). Gebeurtenis-samenvattingssymbool Tweekamer-modes Eenkamer-modes AP AP-VP + AP-VS AP VP AS-VP + AP-VP VP AV-geleiding AP-VS + AS-VS 1 n.v.t Tabel 5-1. Verklaring van gebeurtenis-samenvattingsgegevens 1. VS+[AS-VS] in VDD-mode. NB Afronding. Waarden >0 maar <1 worden afgerond op <1. Waarden van 1 tot 10 worden afgerond op het dichtstbijliggende eencijferige decimale getal. Waarden tussen 10 en 99 worden afgerond op het dichtstbijliggende gehele getal. Getallen groter dan 99 en kleiner dan 100 worden aangegeven als >99. Rapporten. Het Extended Diagnostics Report (zie Instellingen voor het samenvattingsrapport) geeft het totaal aantal tijdens de sampling-periode getelde gebeurtenissen, evenals meer gedetailleerde percentages voor elke gebeurtenistelling in elk frequentiebereik. DIAGNOSTISCHE GEGEVENS VAN MODE-SWITCHES De tab Mode Switch bevat de toets Read Diagnostics voor het bijwerken van de diagnostische gegevens, de data van de laatste sessie en en de laatste keer dat de gegevens gelezen zijn 4, en de: AMS-samenvatting De toets AMS Log, die het venster AMS Log opent V. frequenties tijdens AMS (alleen bij Victory, Zephyr tweekamer-pulsgenerators). Zie Diagnostische gegevens printen. 3. VDD-mode-gebeurtenissen omvatten AS-VP, AS-VS en PVE. 4. Last Read: Today geeft aan dat de gegevens op of na 12:00 AM op de sessiedatum gelezen zijn. 5-2 Diagnostische gegevens

31 Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Toegang vanaf: Diagnostics > Mode Switch NB Beschikbaarheid. In Identity ADx, Zephyr en Victory tweekamer-pulsgenerators is het venster met diagnostische gegevens van mode-switches alleen beschikbaar bij bepaalde combinaties van Auto Mode Switch- en Atriale trigger-instellingen. Zie de onderstaande tabel voor een lijst met de vereiste instellingen. Selecteer de toets Read Diagnostics na elke verandering in de programmering om het histogram te bekijken. Diagnostische gegevens van mode-switches wissen. Door herprogrammering van de parameter Atrial Trigger van AMS naar AT/AF worden de diagnostische gegevens van mode-switches gewist. U kunt de diagnostische gegevens ook wissen vanuit het venster Diagnostische gegevens wissen (zie Wrap-up overzicht). Instelling atriale trigger Instelling van de parameter Auto Mode Switch Weergegeven histogram AT/AF Off of Enabled AT/AF Episode AMS Enabled Auto Mode Switch High A. Rate Enabled Auto Mode Switch High A. Rate Off AT/AF Episode Figuur 5-1. Beschikbaarheid van Auto Mode Switch- en AT/AF episode-histogrammen op basis van geprogrammeerde instellingen AMS-samenvatting De AMS Summary bevat informatie over mode switch-activiteit, inclusief twee histogrammen: Peak Atrial Rate (Piek atriale frequentie) Iedere staaf vertegenwoordigt het aantal mode switch-episodes dat is opgetreden bij een atriale frequentie binnen het frequentiebereik. Duration (Duur). Elke staaf vertegenwoordigt het aantal episodes dat is opgetreden in een enkel tijdsduurbereik. Percentage mode-switch is de tijd die de pulsgenerator heeft doorgebracht in mode-switch, gedeeld door de totale gesamplede tijd. V. frequenties tijdens AMS Het paneel V Rates During AMS, dat alleen bij Victory en Zephyr tweekamer-pulsgenerators beschikbaar is, bevat een histogram van ventriculaire activiteit tijdens mode-switches. Gebruik dit histogram om te bepalen of het mode-switch-algoritme succesvol hoge ventriculaire stimulatie heeft onderdrukt. Elke staaf vertegenwoordigt het percentage van de totale tijd dat ventriculaire gebeurtenissen binnen een specifiek frequentiebereik vielen. Elke staaf is verdeeld in gestimuleerde (VP) en waargenomen (VS) gebeurtenissen. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 5-3

32 NB Afronding. Waarden >0 maar <1 worden afgerond op <1. Waarden van 1 tot 10 worden afgerond op het dichtstbijliggende eencijferige decimale getal. Waarden tussen 10 en 99 worden afgerond op het dichtstbijliggende gehele getal. Getallen groter dan 99 en kleiner dan 100 worden aangegeven als >99. Rapporten. Het Extended Diagnostics Report (zie Instellingen voor het samenvattingsrapport) geeft het totaal aantal tijdens de sampling-periode getelde gebeurtenissen, evenals meer gedetailleerde percentages voor elke gebeurtenistelling in elk frequentiebereik. AMS LOG Het AMS Log geeft een lijst met alle mode switch-gebeurtenissen die zijn opgeslagen in het geheugen van de pulsgenerator. Het log bevat vijf kolommen. Om de sorteringsvolgorde te veranderen, klikt u op de toets bovenaan de gewenste kolom. EGM. Een EGM-pictogram geeft aan dat er een episode is opgeslagen met de log-invoer. Selecteer de pictogramtoets om de Episode-informatie te bekijken. Date Time Peak Atrial Rate Duration Capaciteit. Bij Identity DR Model 5370 en 5376 kan het AMS Log maximaal 16 gebeurtenissen bevatten. Nieuwere gebeurtenissen overschrijven de oudere gebeurtenissen (continue registratie). In Victory en Zephyr tweekamer-modellen en in Identity ADx DR modellen 5480, 5386 en 5380, kan het AMS Log maximaal 32 gebeurtenissen bevatten. De eerste 16 gebeurtenissen zijn vastgelegd in het geheugen van de pulsgenerator (maar kunnen worden gewist). De volgende 16 gebeurtenissen worden continu geregistreerd. Dat wil zeggen, wanneer het geheugen vol is, worden er nog steeds nieuwe gebeurtenissen geregistreerd die oudere gebeurtenissen overschrijven. NB Afronding. Waarden >0 maar <1 worden afgerond op <1. Waarden van 1 tot 10 worden afgerond op het dichtstbijliggende eencijferige decimale getal. Waarden tussen 10 en 99 worden afgerond op het dichtstbijliggende gehele getal. Getallen groter dan 99 en kleiner dan 100 worden aangegeven als >99. Rapporten. Het Extended Diagnostics Report (zie Instellingen voor het samenvattingsrapport) geeft het totaal aantal tijdens de sampling-periode getelde gebeurtenissen, evenals meer gedetailleerde percentages voor elke gebeurtenistelling in elk frequentiebereik. Toegang vanaf: Diagnostics > Mode Switch > AMS Log 5-4 Diagnostische gegevens

33 AT/AF-HISTOGRAMMEN De tab AT/AF Histograms bevat de toets Read Diagnostics voor het bijwerken van de diagnostische gegevens, de datum van de laatste sessie en de laatste keer dat de gegevens gelezen zijn 5, en informatie over AT/AF-gebeurtenissen (atriale gebeurtenissen die geregistreerd zijn op hogere frequenties dan de Atriale tachycardie-detectiefrequentie). Het venster is onderverdeeld in drie delen: AT/AF-samenvatting De toets AT/AF Log, die het venster AT/AF-log opent De toets Episode Triggers, die het venster Episode-triggers opent. Zie AT/AF-definitie, Diagnostische gegevens printen. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Toegang vanaf: Diagnostics > AT/AF Histograms NB Beschikbaarheid. In Identity ADx, Zephyr en Victory tweekamer-pulsgenerators, is het venster met diagnostische gegevens van mode-switches alleen beschikbaar bij bepaalde combinaties van Auto Mode Switch- en Atriale trigger-instellingen. Zie de onderstaande tabel voor een lijst met de vereiste instellingen. Selecteer de toets Read Diagnostics na elke verandering in de programmering om het histogram te bekijken. Diagnostische gegevens van AT/AF wissen. Door herprogrammering van de parameter Atrial Trigger van AT/AF naar AMS worden de diagnostische gegevens van AT/AF gewist. Instelling atriale trigger Instelling van de parameter Auto Mode Switch Weergegeven histogram AT/AF Off of Enabled AT/AF Episode AMS Enabled Auto Mode Switch High A. Rate Enabled Auto Mode Switch High A. Rate Off AT/AF Episode Figuur 5-2. Beschikbaarheid van Auto Mode Switch- en AT/AF episode-histogrammen op basis van geprogrammeerde instellingen AT/AF-samenvatting Het venster AT/AF Summary geeft het percentage van de totale gesampelde tijd weer die is doorgebracht in AT/AF, het totaal aantal AT/AF-episodes en twee histogrammen: Peak A Rate. Elke staaf vertegenwoordigt het aantal AT/AF-gebeurtenissen dat is opgetreden bij een atriale frequentie binnen het frequentiebereik. Duration. Elke staaf vertegenwoordigt het aantal AT/AF-gebeurtenissen dat is opgetreden in één tijdsduurbereik. 5. Last Read: Today geeft aa dat de gegevens op of na 12:00 AM (middernacht) op de sessiedatum zijn gelezen. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 5-5

34 NB Afronding. Waarden >0 maar <1 worden afgerond op <1. Waarden van 1 tot 10 worden afgerond op het dichtstbijliggende eencijferige decimale getal. Waarden tussen 10 en 99 worden afgerond op het dichtstbijliggende gehele getal. Getallen groter dan 99 en kleiner dan 100 worden aangegeven als >99. Rapporten. Het Extended Diagnostics Report (zie Instellingen voor het samenvattingsrapport) geeft het totaal aantal tijdens de sampling-periode getelde gebeurtenissen, evenals meer gedetailleerde percentages voor elke gebeurtenistelling in elk frequentiebereik. AT/AF-LOG Het AT/AF Log vermeldt alle AT/AF-gebeurtenissen die zijn opgeslagen in het geheugen van de pulsgenerator. Het log bevat vijf kolommen. Om de volgorde van het log te veranderen, selecteert u de toets bovenaan de gewenste kolom. EGM. Een EGM-pictogram geeft aan dat er een episode is opgeslagen met de log-invoer. Selecteer de pictogramtoets om de Episode-informatie te bekijken. Date. Time. Peak Atrial Rate. Duration. Capaciteit. Het AT/AF Log kan maximaal 32 gebeurtenissen bevatten. De eerste 16 gebeurtenissen zijn vastgelegd in het geheugen van de pulsgenerator (maar kunnen worden gewist). De volgende 16 gebeurtenissen worden continu geregistreerd. Dat wil zeggen, wanneer het geheugen vol is, worden nog steeds nieuwe gebeurtenissen geregistreerd die oudere gebeurtenissen overschrijven. Toegang vanaf: Diagnostics > AT/AF Histograms > AT/AF Log DIAGNOSTISCHE GEGEVENS VAN AF SUPPRESSION De tab AF Suppression bevat de toets Read Diagnostics voor het bijwerken van de diagnostische gegevens, de datum van de laatste sessie en de laatste keer dat de gegevens gelezen zijn 6, en twee displays: AT/AF Burden Trend AF-onderdrukking. Zie AT/AF-definitie, Diagnostische gegevens printen. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR; Identity DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Toegang vanaf: Diagnostics > AF Suppression NB De diagnostische gegevens van AF Suppression worden alleen verzameld wanneer Parameter AF Suppression op On geprogrammeerd is. 6. Last Read: Today geeft aan dat de gegevens op of na 12:00 AM op de sessiedatum gelezen zijn. 5-6 Diagnostische gegevens

35 AT/AF Burden Trend Het venster AT/AF Burden Trend toont het percentage van de totale tijd waarin AT/AF werd gedetecteerd, het totaal aantal AT/AF-episodes en twee lijngrafieken die maximaal zes maanden met AT/AF-gegevens weergeven: Weekly Percentages (Wekelijkse percentages). Elk punt is gelijk aan het tijdspercentage waarin de patiënt in AT/AF was gedurende een periode van zeven dagen. Weekly Episode Counts (Wekelijkse episodetellingen). Elk punt is gelijk aan het aantal AT/AF-episodes dat geregistreerd is in een periode van zeven dagen. AF-onderdrukking Het AF Suppression Histogram toont het percentage van de totale tijd die is doorgebracht in Parameter AF Suppression -overdrive-stimulatie en een grafiek van alle atriale waargenomen (AS) en atriale gestimuleerde (AP) overdrive-gebeurtenissen op verschillende frequentiebereiken. De meerderheid van gestimuleerde gebeurtenissen geeft een correcte werking van het AF Suppression-algoritme aan. Iedere staaf van het histogram geeft het tijdspercentage weer waarin atriale gebeurtenissen werden opgeslagen in een enkel bereik van 20 min, en is verdeeld in gedeeltes die atriale waargenomen gebeurtenissen vertegenwoordigen (in rood) en atriale gestimuleerde (overdrive) gebeurtenissen (in blauw). AT/AF-definitie AT/AF (atriale tachycardie/atriale fibrillatie) wordt gedefinieerd als een gemiddelde atriale frequentie die hoger is dan de Atriale tachycardie-detectiefrequentie (ATDR)-instelling. Om te bepalen of AT/AF is opgetreden, berekent de pulsgenerator een gemiddelde atriale frequentie. Indien dat gemiddelde en de huidige frequentie hoger zijn dan de instelling van de parameter ATDR, registreert de pulsgenerator een enkele AT/AF-episode. De berekening maakt geen onderscheid tussen tachycardie en fibrillatie. Zie Atriale trigger. NB Afronding. Waarden >0 maar <1 worden afgerond op <1. Waarden van 1 tot 10 worden afgerond op het dichtstbijliggende eencijferige decimale getal. Waarden tussen 10 en 99 worden afgerond op het dichtstbijliggende gehele getal. Getallen groter dan 99 en kleiner dan 100 worden aangegeven als >99. Rapporten. Het Extended Diagnostics Report (zie Instellingen voor het samenvattingsrapport) geeft het totaal aantal tijdens de sampling-periode getelde gebeurtenissen, evenals meer gedetailleerde percentages voor elke gebeurtenistelling in elk frequentiebereik. DIAGNOSTISCHE GEGEVENS PRINTEN De diagnostische gegevens worden geprint met het samenvattingsrapport, en kunnen in een korte of uitgebreide vorm worden afgedrukt. Zie voor meer informatie Instellingen voor het samenvattingsrapport. CAPACITEIT VAN DIAGNOSTISCHE GEGEVENS De Diagnostische gegevens van AF Suppression kunnen maximaal gebeurtenissen in een enkele frequentiebereik-bin bevatten. Nieuwe gegevens overschrijven oudere gegevens in een continue gegevensverzameling (first in, first out). De Frequenties, Diagnostische gegevens van mode-switches en AT/AF-histogrammen kunnen maximaal gebeurtenissen in een enkele frequentiebereik-bin bevatten. Als een enkele bin voor een histogram vol raakt, stopt het apparaat met verzamelen van gegevens voor alle diagnostiek. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 5-7

36 Het apparaat registreert elke gebeurtenis. Als de stimulatiefrequentie constant zou gebleven op 60 min, dan zou het geheugen voor ritmediagnostiek binnen ongeveer 194 dagen vol raken. Gebeurtenissen die echter optreden in verschillende frequentiebereiken resulteren in een veel langere periode van gegevensverzameling. 5-8 Diagnostische gegevens

37 6. TESTS Het venster Tests bevat de volgende tabs: Capture en waarneming Batterij en elektroden Sensor QuickOpt -timing-optimalisering (alleen Zephyr DR pulsgenerators) NIPS Tijdelijke stimulatie (Temporary Pacing). CAPTURE EN WAARNEMING Het venster Capture & Sense Test geeft recente resultaten van capture- en waarnemingstests. Selecteer een toets om een test te starten. Een groene toets geeft aan dat de test niet is uitgevoerd in de huidige sessie. Een blauwe toets geeft aan dat de test is uitgevoerd. V. Capture-test (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) V. Capture-test (Victory, Zephyr pulsgenerators) A. capture-test (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx, Victory pulsgenerators) A. capture-test (Zephyr pulsgenerators) Waarnemingstests (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) Waarnemingstests (Victory, Zephyr pulsgenerators) Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense V. CAPTURE-TEST (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) Testvoorbeelden Figuur 6-1. Tests: venster V. Capture Test: Start V. AutoCapture-drempeltest Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-1

38 Figuur 6-2. Tests: venster V. Capture Test: Einde V. AutoCapture-drempeltest Zie Instructies voor een V. capture-test. De V. Capture Test meet de ventriculaire capture-drempel om te helpen een adequate Pulsamplitude-instelling te bepalen. Er zijn twee testmethoden beschikbaar: Afname, wordt gebruikt voor handmatige tests AutoCapture, wordt gebruikt voor automatische tests in pulsgenerators met V. AutoCapture. Het venster Ventricular Capture Test bevat maximaal drie tabs: Test uitvoeren, wordt gebruikt om de test in te stellen en te starten Deze sessie, rapporteert de resultaten van de huidige sessie Laatste sessie, rapporteert de resultaten van de laatste sessie. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle Test uitvoeren Het venster Perform Test (Test uitvoeren) bevat een testtoets en: Huidige permanente instellingen voor de Pulse Amplitude (alleen Decrement), Mode, Basisfrequentie en Paced/Sensed AV Delay (tweekamer-modes)-parameters. Selecteer de toets... voor meer instellingen. De toets Testopties. Hiermee kiest u de capture-testmethode. De toets Aanvullende parameters. Opent een venster om andere testparameters tijdelijk in te stellen. De toets V. AutoCapture-setup. Voert de V. AutoCapture Setup-procedure uit om ervoor te zorgen dat het V. AutoCapture -stimulatiesysteem goed kan werken 1. Toets Start Temporary. Instructies voor een V. capture-test Afname De methode Decrement (Afname) bepaalt handmatig de V. capture-drempel. NB U kunt de V. AutoCapture-setup-test uitvoeren wanneer Test Option is ingesteld op Decrement. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Ventricle. 1. Bij de programmer Model 3510/3500 wordt deze test ER Sensitivity Test genoemd. De optie V. AutoCapture Setup is niet beschikbaar als de testmethode Decrement is geselecteerd. 6-2 Tests

39 3. Als de AutoCapture Test Methode wordt aangegeven op de toets Testopties of als u de instelling Number of Cycles/Step wilt wijzigen, selecteer dan de toets Options. Ga anders door naar stap Selecteer voor de parameter Test Method de instelling Decrement. 5. Selecteer de instelling voor de parameter Number of Cycles/Step. Deze parameter bepaalt hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Pulsamplitude-instelling verlaagt naar de volgende stap. 6. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 7. Controleer de tijdelijke instellingen voor de Pulse Amplitude 2, Mode en Basisfrequentie voor de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Controleer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze opnieuw moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 8. Om de test te beginnen selecteert u de toets Hold to Test. De puslgenerator levert de startpuls voor het geprogrammeerde Number of Cycles/Step. Nadat de cycli zijn verstreken, wordt de instelling van Pulse Amplitude verlaagd tot de volgende instelling, totdat u de test beëindigt of tot de pulsgenerator 0,25 V bereikt. 9. Controleer het EGM op capture-verlies. Wanneer dit gebeurt, laat u de testtoets los. Het venster Deze sessie verschijnt met de testresultaten en een toets voor het programmeren van de Pulse Amplitude-instelling. NB U kunt de test op elk willekeurig moment stoppen door de toets Hold to Test los te laten. AutoCapture De AutoCapture-methode bepaalt automatisch de V. capture-drempel wanneer V. AutoCapture is geprogrammeerd op On. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Ventricle. 3. Als de testmethode Decrement wordt aangegeven op de toets Testopties, selecteer dan de toets Options. Ga anders door naar stap Selecteer de instelling AutoCapture voor de parameter Test Method. NB Wanneer u de testknop V. AutoCapture-setup selecteert, wordt de testmethode automatisch gereset op de instelling AutoCapture. 5. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 6. Controleer de tijdelijke instellingen voor de Mode- en Base Rate-instellingen van de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Controleer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze opnieuw moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 7. Selecteer de toets Start Test. 2. De parameter Pulse Amplitude is niet programmeerbaar als V. AutoCapture op On staat. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-3

40 U kunt de test via de golfvorm volgen. Selecteer de toets Cancel om de test te stoppen. Wanneer de test uitgevoerd is, verschijnt het venster Deze sessie met de testresultaten. NB Met de toets Cancel wordt de test afgebroken en worden er geen resultaat vastgelegd. Voordat u de AutoCapture-methode van de V. Capture Test uitvoert, dient u de V. AutoCapture-setup-test uit te voeren om een juiste instelling voor de parameter ER-gevoeligheid te verzekeren als u de test niet eerder heeft uitgevoerd. V. CAPTURE-TEST (Victory, Zephyr pulsgenerators) Testvoorbeelden Figuur 6-3. Tests: venster V. Capture Test: Start V. AutoCapture-drempeltest Figuur 6-4. Tests: venster V. Capture Test: Einde V. AutoCapture-drempeltest Zie Instructies voor de V. capture-test. De V. Capture Test meet de ventriculaire capture-drempel om te helpen een adequate Pulsamplitude-instelling te bepalen. Er zijn twee testmethoden beschikbaar: Afname, wordt gebruikt voor handmatige tests AutoCapture, wordt gebruikt voor automatische tests in pulsgenerators met V. AutoCapture. Het venster Ventricular Capture Test bevat maximaal vier tabs: Test uitvoeren, wordt gebruikt om de test in te stellen en te starten Follow-up EGM, geeft de meest recente out of clinic, automatische capture-drempelmetingen (Follow up EGM) die geregistreerd zijn binnen de afgelopen 24 uur. Deze sessie, rapporteert de resultaten van de huidige sessie Laatste sessie, rapporteert de resultaten van de vorige programmeringsessie 6-4 Tests

41 Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle Test uitvoeren Het venster Perform Test (Test uitvoeren) bevat een testtoets en: De huidige permanente instelling voor de testgerelateerde parameters. Selecteer de toets... voor meer instellingen. De toets Testopties. Hiermee kiest u de capture-testmethode. De toets Aanvullende parameters. Opent een venster om andere testparameters tijdelijk in te stellen. De toets V. AutoCapture-setup. Voert de V. AutoCapture Setup-procedure uit om te verzekeren dat het AutoCapture -stimulatiesysteem goed kan werken. Toets Start Temporary. Instructies voor de V. capture-test Afname De methode Decrement (Afname) bepaalt handmatig de V. capture-drempel. NB U kunt de V. AutoCapture-setup-test uitvoeren wanneer Test Option is ingesteld op Decrement. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Ventricle. Het venster Follow-up EGM verschijnt. 3. Selecteer de tab Perform Test. 4. Als de AutoCapture Test Methode wordt aangegeven op de toets Testopties of als u de instelling Number of Cycles/Step wilt wijzigen, selecteer dan de toets Options. Ga anders door naar stap Selecteer voor de parameter Test Method de instelling Decrement. 6. Selecteer de instelling voor de parameter Number of Cycles/Step. Deze parameter bepaalt hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Pulsamplitude-instelling verlaagt naar de volgende stap. 7. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 8. Controleer de tijdelijke instellingen voor de Pulse Amplitude 3, Mode en Basisfrequentie voor de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Controleer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze opnieuw moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 9. Om de test te beginnen selecteert u de toets Hold to Test. De puslgenerator levert de startpuls voor het geprogrammeerde Number of Cycles/Step. Nadat de cycli zijn verstreken, wordt de instelling van Pulse Amplitude verlaagd tot de volgende instelling, totdat u de test beëindigt of tot de pulsgenerator 0,25 V bereikt. 10. Controleer het EGM op capture-verlies. Wanneer dit gebeurt, laat u de testtoets los. Het venster Deze sessie verschijnt met de testresultaten en een toets voor het programmeren van de Pulse Amplitude-instelling. 3. De parameter Pulse Amplitude is niet programmeerbaar als V. AutoCapture op On staat. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-5

42 NB U kunt de test op elk willekeurig moment stoppen door de toets Hold to Test los te laten. AutoCapture De AutoCapture-methode bepaalt automatisch de V. capture-drempel wanneer V. AutoCapture is geprogrammeerd op On. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Ventricle. Het venster Follow-up EGM verschijnt. 3. Selecteer de tab Perform Test. 4. Als de testmethode Decrement wordt aangegeven op de toets Options, selecteer dan de toets Testopties. Ga anders door naar stap 7. NB Wanneer u de testknop V. AutoCapture-setup selecteert, wordt de testmethode automatisch gereset op de instelling AutoCapture. 5. Selecteer de instelling AutoCapture voor de parameter Test Method. 6. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 7. Controleer de tijdelijke instellingen voor de Mode- en Base Rate-instellingen van de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Controleer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze opnieuw moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 8. Selecteer de toets Start Test. U kunt de test via de golfvorm volgen. Selecteer de toets Cancel om de test te stoppen. Wanneer de test uitgevoerd is, verschijnt het venster Deze sessie met de testresultaten. NB Met de toets Cancel wordt de test afgebroken en worden er geen resultaat vastgelegd. Voordat u de AutoCapture-methode van de V. capture-test uitvoert, dient u de V. AutoCapture-setup-test uit te voeren om een goede AutoCapture-werking te verzekeren. FOLLOW-UP EGM Het venster Follow up EGM is beschikbaar wanneer V. AutoCapture op On staat. Het venster bevat: Een Follow up EGM met vijf complexen uit de meest recente out of clinic automatische capture-drempelmeting die gebruikt werd om capture te identificeren (de complexen worden chronologisch weergegeven van links naar rechts) De AutoCapture Trend, een lijngrafiek met maximaal 52 weken gemeten capture-drempelmetingen 4 4. Samples worden iedere zeven dagen vastgelegd. 6-6 Tests

43 De huidige geprogrammeerde instellingen voor de parameters V. Pulsduur en V. Pulsamplitude (het groene A-symbool geeft automatische werking aan) Print-toets NB Als de tab Today aangeeft, betekent dit dat de EGM s de afgelopen 24 uur zijn opgenomen. Anders geeft de tab de datum van de laatste registratie. Alleen automatische, out of clinic metingen worden opgeslagen in de Auto- Capture Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > Today/[Datum] DEZE SESSIE Dit venster bevat de golfvorm van de V. Capture Test die geregistreerd is tijdens de meest recente programmeringssessie. U kunt de golfvorm bekijken, wijzigen of afdrukken, net als een andere Capture bevriezen. De Afname-methode. Als er een handmatige testmethode is gebruikt, geeft het venster het volgende weer: Een Capture Lost -vlaggetje op de golfvorm in de programmeringsstap (verticale lijn) naast het punt waar de test werd beëindigd. Wanneer dit vlaggetje niet correct is ingesteld, raakt u de strook waar de capture werd verloren aan om het vlaggetje opnieuw in te stellen. Als de V. AutoCapture-instelling op On staat, de instelling voor Automatic V. Pulsamplitude Als de V. AutoCapture-instelling op Off staat de veiligheidsmarge (verhouding tussen de V. Pulse Amplitude-instelling en de gemeten capture-drempel), de instelling voor V. Pulsduur en een toets om de parameter V. Pulse Amplitude te programmeren De veiligheidsmarge wordt oranje gemarkeerd wanneer de verhouding minder is dan 2:1 of blauw als de verhouding groter is dan 2:1. AutoCapture-methode. Als de AutoCapture testmethode is gebruikt, geeft het venster het volgende weer: De instellingen voor Automatic V. Pulse Amplitude en V. Pulse Width. De AutoCapture Trend, een lijngrafiek met gemeten capture-drempelmetingen door de tijd heen 5. Victory en Zephyr pulsgenerators leggen iedere zeven dagen drempel-samples in de trend vast. In Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators is de Sampling Rate programmeerbaar. Om de Samplingfrequentie voor de trend te programmeren selecteert u Parameters > Capture en waarneming. NB Alleen automatische, out of clinic metingen worden opgeslagen in de Auto- Capture Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab This Session 5. Bij Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators werd dit diagnostische gegeven op de programmer Model 3510/3500 de V. AutoCapture Long Term Threshold Record genoemd. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-7

44 LAATSTE SESSIE Het venster Last Session bevat de resultaten van de laatst geregistreerde V. Capture-test. Als de AutoCapture testmethode is gebruikt, geeft het venster tevens het volgende weer: De AutoCapture Trend, een lijngrafiek met gemeten capture-drempelmetingen door de tijd heen 6. Victory en Zephyr pulsgenerators leggen iedere zeven dagen drempel-samples in de trend vast. In Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators is de Sampling Rate programmeerbaar. Om de Samplingfrequentie voor de trend te programmeren selecteert u Parameters > Capture en waarneming. NB In Victory en Zephyr pulsgenerators worden alleen automatische, out of clinic metingen opgeslagen in de AutoCapture Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab Last Session TESTOPTIES Selecteer in het venster Test Options een methode om de ventriculaire capture te bepalen. De opties zijn: Afname, waarmee handmatig wordt getest op capture-drempel. Number Cycles/Step. Deze parameter bepaalt hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Pulsamplitude-instelling verlaagt naar de volgende stap. AutoCapture, die automatisch de capture-drempel meet en de parameter Pulse Amplitude instelt op 0,25 V boven de gemeten capture-drempel. AutoCapture is de standaardoptie als de parameter V. AutoCapture is ingeschakeld. De parameter V. AutoCapture hoeft niet ingeschakeld te zijn om deze testmethode te kunnen gebruiken. NB Als de methode AutoCapture is geselecteerd, dient u eerst de V. AutoCapture-setup-test te starten om te verzekeren dat het AutoCapture -stimulatiesysteem kan werken. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab Test Settings > toets Options AANVULLENDE PARAMETERS Het venster Additional Parameters stelt tijdelijk andere testparameters in. Tijdelijk geprogrammeerde parameterinstellingen worden hersteld wanneer de test eindigt of wordt geannuleerd. Tot de parameters die tijdelijk kunnen worden geprogrammeerd behoren: Pulsconfiguratie Pulsduur V. refractaire periode Back-up pulsconfiguratie(alleen bij de AutoCapture-methode) Mode 6. Bij Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators werd dit diagnostische gegeven op de programmer Model 3510/3500 de V. AutoCapture Long Term Threshold Record genoemd. 6-8 Tests

45 Basisfrequentie AutoCapture gestimuleerd/waargenomen AV-delay (alleen bij de Zephyr AutoCapture-methode) Starting Pulsamplitude (alleen bij de methode Decrement) Gestimuleerd AV -delay (alleen bij de methode Decrement) Waargenomen AV -delay (alleen bij de methode Decrement). Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab Test Settings > toets Additional Parameters V. AUTOCAPTURE-SETUP Testvoorbeelden Figuur 6-5. V. AutoCapture Setup testresultatenvenster in de Identity ADx pulsgenerator Zie Testvoorbeelden. De V. AutoCapture Setup-test 7 : Bepaalt of het stimulatiesysteem het AutoCapture -stimulatiesysteem kan laten werken. Programmeert de parameter V. AutoCapture op On of Off. Stelt de parameter ER-gevoeligheid in (alleen bij Identity ADx, Identity, Integrity ADx, en Verity ADx-pulsgenerators). Programmeert tijdelijk de parameters Mode en Basisfrequentie, evenals Aanvullende parameters voor de test. Geeft testresultaten weer. NB V. AutoCapture hoeft niet ingeschakeld te zijn om deze setup uit te voeren. Voer de V. AutoCapture Setup-test uit wanneer V. AutoCapture voor het eerst wordt geprogrammeerd op On. Dit venster bevat maximaal drie tabs: Test uitvoeren, wordt gebruikt om de test in te stellen en te starten Deze sessie, rapporteert de resultaten van de huidige sessie Laatste sessie, rapporteert de resultaten van de laatste sessie. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab Perform Test > toets AutoCapture Setup 7. In de programmer Model 3510/3500 wordt deze test E/R Sensitivity Test genoemd. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-9

46 Test uitvoeren Het venster Perform Test bevat de toets Start Test en de: Huidige permanente instelling voor de parameters Mode en Base Rate (en in sommige modellen de parameters Paced/Sensed AV Delay). Selecteer de toets... voor meer instellingen. De toets Aanvullende parameters. Opent een venster om andere testparameters tijdelijk in te stellen. Toets Start Temporary. Instructies voor de V. AutoCapture Setup-test De AutoCapture Setup uitvoeren: 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Ventricle. 3. Selecteer de tab Perform Test. 4. Selecteer de toets AutoCapture Setup. Het venster V. AutoCapture Setup verschijnt. 5. Selecteer de tijdelijke testinstellingen voor de parameters Mode en Base Rate. Selecteer de toets... voor meer opties. Selecteer de toets Additional Parameters voor meer keuzes. NB In de Victory en Zephyr pulsgenerators worden de tijdelijke waarden die u geselecteerd heeft voor Pulse Width, Backup Pulse Configuration, V. Pulse Configuration (alleen bij Zephyr pulsgenerators) en AutoCapture Paced/Sensed AV Delay (alleen bij Zephyr pulsgenerators) in het venster Aanvullende parameters permanent geprogrammeerd wanneer de V. AutoCapture Setup-test succesvol is en wanneer u de parameter V. AutoCapture op On programmeert in het resultatenvenster (Deze sessie). Alle andere parameters worden teruggezet op hun permanente instellingen wanneer de test eindigt of wordt geannuleerd. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. NB In de meeste gevallen is geen parameteraanpassing nodig. De test kan vragen om bepaalde parameters aan te passen als er sprake is van fusieslagen of onvoldoende gestimuleerde activiteit. 6. Selecteer de toets Start Test. Het statusbericht Test in Progress verschijnt rechtsboven. De programmer programmeert de permanente instellingen tijdelijk opnieuw om te verzekeren dat de pulsgenerator het ventrikel stimuleert en intrinsieke activiteit onderdrukt. De pulsgenerator meet de evoked response-gevoeligheid, die weergegeven wordt boven het V. EGM, en de elektrodepolarisatie-amplitude, die tussen haakjes boven de markers weergegeven wordt 8. Druk op de toets Cancel om de test te stoppen. Als de test voltooid is, verschijnen de testresultaten in het venster Deze sessie. 8. Niet weergegeven bij Victory en Zephyr pulsgenerators Tests

47 DEZE SESSIE Het venster This Session bevat de: AutoCapture Setup Test-aanbevelingen (op de tab) Testgolfvorm bevriezen (om deze aan te passen, zie Capture bevriezen) Testresultaten (Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators), zie Testresultaatberichten Toetsen om de ER-gevoeligheid te programmeren (alleen bij Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators) en om de V. AutoCapture-parameters te programmeren De toetsen Print en Program. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab Test Settings > toets AutoCapture Setup > tab This Session Testresultaatberichten De volgende berichten kunnen verschijnen in het venster This Session: Bericht Recommended Not Recommended The Lead Polarization safety margin is below 1,7:1. The Lead Polarization is too high Safety margins not met The Evoked Response safety margin is below 1,8:1 Interpretatie Het geïmplanteerde stimulatiesysteem kan het AutoCapture-stimulatiesysteem succesvol toepassen. Het geïmplanteerde stimulatiesysteem kan het AutoCapture-stimulatiesysteem niet succesvol toepassen. De verhouding tussen de instelling voor evoked response-gevoeligheid en de elektrodepolarisatie is te klein voor een betrouwbare werking van het AutoCapture-stimulatiesysteem. De elektrodepolarisatie (achtergrondruis) is groter dan 4 mv en stoort de waarneming van de evoked response. De elektrodepolarisatie is te hoog, de evoked response is te laag, of er wordt niet voldaan aan de evoked response veiligheidsmarge. De verhouding van de gemeten evoked response is minder dan 180% groter dan de instelling voor E/R Sensitivity Tabel 6-1. V. AutoCapture Setup-testberichten Termen bij testresultaten 9 Measured Evoked Response (Gemeten Evoked Response). De signaalsterkte van de respons van het myocardum op de door het apparaat afgegeven puls. Safety Margin (Veiligheidsmarge). De verhouding tussen de evoked response en de aanbevolen instelling voor ER Sensitivity. Het AutoCapture-stimulatiesysteem kan pas goed functioneren wanneer deze verhouding minstens 1,8:1 bedraagt. Measured Lead Polarization (Gemeten elektrodepolarisatie). De signaalsterke van de achtergrondruis in het hart. Safety Margin (Veiligheidsmarge). De verhouding tussen de instelling van E/R Sensitivity en de gemeten elektrodepolarisatie. Voor een betrouwbare werking van het AutoCapture stimulatiesysteem, moet deze verhouding minimaal 1,7:1 zijn. 9. Deze termen worden alleen weergegeven bij Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-11

48 DEZE SESSIE Het venster This Session bevat de: AutoCapture Setup Test-aanbevelingen (op de tab) Testgolfvorm bevriezen (om deze aan te passen, zie Capture bevriezen) Testresultaten, zie Testresultaatberichten Een toets om de parameter V. AutoCapture te programmeren De toetsen Print en Program. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab Test Settings > toets AutoCapture Setup > tab This Session Testresultaatberichten De volgende berichten kunnen verschijnen in het venster This Session: Bericht Recommended (V. Pulse Configuration) Not Recommended (V. Pulse Configuration) Safety margins not met Test cannot be run due to insufficient paced activity or possible fusion beats. Interpretatie Het geïmplanteerde stimulatiesysteem kan het AutoCapture-stimulatiesysteem succesvol toepassen bij de huidige instelling voor V. Pulse Configuration. Het geïmplanteerde stimulatiesysteem kan het AutoCapture-stimulatiesysteem niet succesvol toepassen bij de huidige instelling voor V. Pulse Configuration. De verhouding tussen de instelling voor evoked response-gevoeligheid en de elektrodepolarisatie is onvoldoende voor een betrouwbare werking van het AutoCapture-stimulatiesysteem. Het systeem is niet in staat om gestimuleerde activiteit correct waar te nemen. Tabel 6-2. V. AutoCapture Setup-testberichten LAATSTE SESSIE Het venster Last Session rapporteert de resultaten van de laatst vastgelegde V. AutoCapture-setup-test. Zie Testresultaatberichten. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab Test Settings > toets AutoCapture Setup > tab Last Session AANVULLENDE PARAMETERS In het venster Additional Parameters kunt u aanvullende testparameters instellen. NB In de Victory en Zephyr pulsgenerators worden de tijdelijke waarden die u geselecteerd heeft voor Pulse Width en Backup Pulse Configuration (alleen bij Zephyr pulsgenerators) vanuit het venster Additional Parameters permanent geprogrammeerd als de V. AutoCapture Setup-test succesvol is en als u de parameter V. AutoCapture op On programmeert in het resultatenvenster (Deze sessie). Alle andere parameters worden teruggezet op hun permanente instellingen wanneer de test eindigt of wordt geannuleerd Tests

49 Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Ventricle > tab Test Settings > toets AutoCapture Setup > tab Perform Test > toets Additional Parameters A. CAPTURE-TEST (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx, Victory pulsgenerators) Zie Instructies voor de A. capture-test. De A. capture-test meet de atriale capture-drempel om een geschikte instelling voor A. Pulsamplitude te helpen bepalen. Het venster Atrial Capture Test bevat maximaal drie tabs: Test uitvoeren, wordt gebruikt om de test in te stellen en te starten Deze sessie, rapporteert de resultaten van de huidige sessie Laatste sessie, rapporteert de resultaten van de laatste sessie. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium Test uitvoeren Het venster Perform Test bevat de knop Hold to Test en: De huidige permanente instellingen voor de parameters Mode, Basisfrequentie, Paced/Sensed AV Delay (tweekamer modes) en de beginpulsamplitude. Selecteer de toets... voor meer instellingen. De toets Testopties. Stelt de parameter Number of Cycles/Step in. De toets Aanvullende parameters. Opent een venster om andere testparameters tijdelijk in te stellen. Toets Start Temporary. Instructies voor de A. capture-test 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Atrium. 3. Wanneer u de instelling voor de parameter Number of Cycles/Step wilt wijzigen (aangegeven op de toets Testopties), selecteert u de toets Options. Ga anders door naar stap Selecteer de instelling voor de parameter Number of Cycles/Step. Deze parameter bepaalt hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Pulsamplitude-instelling verlaagt naar de volgende stap. 5. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 6. Controleer de tijdelijke instellingen voor de Pulse Amplitude, Mode en Basisfrequentie voor de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Controleer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze opnieuw moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 7. Om de test te beginnen selecteert u de toets Hold to Test. De puslgenerator levert de startpuls voor het geprogrammeerde Number of Cycles/Step. Nadat de cycli zijn verstreken, wordt de instelling van Pulse Amplitude verlaagd tot de volgende instelling, totdat u de test beëindigt of tot de pulsgenerator 0,25 V bereikt. 8. Controleer het EGM op capture-verlies. Wanneer dit gebeurt, laat u de testtoets los. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-13

50 Het venster Deze sessie verschijnt met de testresultaten en een toets voor het programmeren van de A. Pulse Amplitude-instelling. NB U kunt de test op elk willekeurig moment stoppen door de toets Hold to Test los te laten. A. CAPTURE-TEST (Zephyr pulsgenerators) Zie Instructies voor de A. capture-test. De A. capture-test meet de atriale capture-drempel om een geschikte instelling voor Pulsamplitude te helpen bepalen. Er zijn twee testmethoden beschikbaar: Afname, wordt gebruikt voor handmatige tests ACap Confirm, wordt gebruikt voor automatische tests bij pulsgenerators met parameter ACap Confirm Het venster Atrial Capture Test bevat maximaal vier tabs: Test uitvoeren, wordt gebruikt om de test in te stellen en uit te voeren Follow-up EGM, geeft de meest recente out of clinic, automatische capture-drempelmetingen (Follow up EGM). Deze sessie, rapporteert de resultaten van de huidige sessie Laatste sessie, rapporteert de resultaten van de vorige programmeringsessie Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium Test uitvoeren Het venster Perform Test (Test uitvoeren) bevat een testtoets en: De huidige permanente instellingen voor de parameters Starting Pulse Amplitude (alleen bij Decrement), het Paced/Sensed AV Delay (alleen bij Decrement), Mode en Basisfrequentie. Selecteer de toets... voor meer instellingen. De toets Testopties. Hiermee kiest u de capture-testmethode. De toets Aanvullende parameters. Opent een venster om andere testparameters tijdelijk in te stellen. De toets ACap Confirm Setup. Voert de ACap Confirm Setup-procedure om te verzekeren dat de functie ACap Confirm goed kan werken. Instructies voor de A. capture-test Afname De methode Decrement (Afname) bepaalt handmatig de A. capture-drempel. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Atrium. 3. Als de instelling voor ACap Confirm Test Method wordt aangegeven op de toets Testopties of als u de instelling voor Number of Cycles/Step wilt veranderen, selecteert u de toets Options. Ga anders door naar stap Selecteer voor de parameter Test Method de instelling Decrement. 5. Selecteer de instelling voor de parameter Number of Cycles/Step Tests

51 Deze parameter bepaalt hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Pulsamplitude-instelling verlaagt naar de volgende stap. 6. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test geeft de testinstellingen weer. Een blauwe toets geeft een permanente instelling aan. Een groene toets geeft een tijdelijke instelling aan. Witte toetsen geven aanvullende, niet-geprogrammeerde instellingen aan. 7. Om een parameter opnieuw in te stellen selecteert u één van de witte tijdelijke toetsen of de toets... voor aanvullende instellingen. Selecteer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of er andere testparameters gereset moeten worden. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 8. Om de test te beginnen selecteert u de toets Hold to Test. De pulsgenerator levert pulsen op de instelling voor Starting Pulse Amplitude gedurende de instelling voor Number of Cycles/Step. Nadat de cycli zijn verstreken, verlaagt de pulsgenerator de Pulse Amplitude met 0,25 V en telt deze cycli voordat de Pulse Amplitude-instelling opnieuw verlaagd wordt. De instelling blijft afnemen tot u de toets Hold to Test loslaat, of tot de instelling 0,25 V bereikt. 9. Controleer het EGM op capture-verlies. Wanneer dit gebeurt, laat u de testtoets los. Het venster Deze sessie verschijnt met de testresultaten en een toets om de instelling Pulse Amplitude te programmeren. NB U kunt de test op elk gewenst moment stoppen door de toets Hold to Test los te laten. ACap Confirm De ACap Confirm-methode bepaalt automatisch de A. capture-drempel. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Atrium. 3. Als de toets Testopties de instelling Decrement weergeeft voor de parameter Test Method, selecteert u de toets Options. Ga anders door naar stap Selecteer de instelling ACap Confirm voor de parameter Test Method. NB Wanneer u de testknop ACap Confirm Setup selecteert, wordt de parameter Test Method automatisch gereset op de instelling ACap Confirm. 5. Sluit het venster Test Options. 6. Als de toets ACap Confirm Setup rood omlijnd is (dit geeft aan dat de test niet uitgevoerd is of dat ACap Confirm niet aanbevolen wordt), selecteer dan de toets en voer de setup uit voordat u teruggaat naar stap 7. Zie ACap Confirm Setup. Het venster Perform Test geeft de testinstellingen weer. Een blauwe toets geeft een permanente instelling aan. Een groene toets geeft een tijdelijke instelling aan. Witte toetsen geven aanvullende, niet-geprogrammeerde instellingen aan. 7. Om een parameter opnieuw in te stellen selecteert u één van de witte tijdelijke toetsen of de toets... voor aanvullende instellingen. Selecteer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of er andere testparameters gereset moeten worden. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-15

52 8. Selecteer de toets Start Test. U kunt de test via de golfvorm volgen. Wanneer de test uitgevoerd is, verschijnt het venster Deze sessie met de testresultaten. NB Met de toets Cancel wordt de test afgebroken en worden er geen resultaat vastgelegd. Voordat u de ACap Confirm-methode van de A. Capture Test gebruikt, dient u de ACap Confirm Setup-test uit te voeren om de functie ACap Confirm correct te kunnen laten werken. FOLLOW-UP EGM Het venster Follow up EGM is beschikbaar wanneer parameter ACap Confirm is ingesteld op On of Monitor. Het venster bevat: Een Follow up EGM met vijf complexen uit de meest recente out of clinic automatische capture-drempelmeting die gebruikt werd om capture te identificeren (de complexen worden chronologisch weergegeven van links naar rechts) De ACap Confirm Trend, een lijngrafiek van maximaal 52 weken gemeten capture-drempelmetingen inclusief het gemiddelde en het bereik van de capture-drempels 10 De huidige geprogrammeerde instellingen voor relevante parameters (het groene A-symbool geeft automatische werking aan) Print-toets. NB Als de tab Today aangeeft, betekent dit dat de EGM s de afgelopen 24 uur zijn opgenomen. Anders geeft de tab de datum van de laatste registratie. Alleen automatische, out of clinic metingen worden opgeslagen in de ACap Confirm Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab Today/[Datum] DEZE SESSIE Dit venster bevat de resultaten van de A. Capture Test die geregistreerd zijn tijdens deze programmeersessie. U kunt de golfvorm bekijken, wijzigen of afdrukken, net als een andere Freeze Capture. De test stelt een Capture Lost -vlaggetje in bij de programmeringsstap (verticale lijn) naast het punt waar de test werd beëindigd. Wanneer dit vlaggetje niet correct is ingesteld, raakt u de strook waar de capture werd verloren aan om het vlaggetje opnieuw in te stellen. Het venster geeft de Safety Margin (verhouding tussen de A. Pulse Amplitude-instelling en de gemeten atriale capture-drempel), de instelling voor de parameter A. Pulsduur en een toets voor programmering van de parameter A. Pulsamplitude weer. Zie Testopties. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab This Session 10. Samples worden iedere zeven dagen vastgelegd Tests

53 DEZE SESSIE Dit venster bevat de A. Capture Test golfvorm die vastgelegd is tijdens de meest recente programmeringssessie. U kunt de golfvorm bekijken, wijzigen of afdrukken, net als een andere Capture bevriezen. De methode Afname. Als er een handmatige testmethode is gebruikt, geeft het venster het volgende weer: Een Capture Lost -vlaggetje op de golfvorm in de programmeringsstap (verticale lijn) naast het punt waar de test werd beëindigd. Wanneer dit vlaggetje niet correct is ingesteld, raakt u de strook waar de capture werd verloren aan om het vlaggetje opnieuw in te stellen. De huidige instelling voor A. Pulsduur. Als de ACap Confirm-instelling On is, de automatische A. Pulsamplitude-instelling. Als de parameter ACap Confirm-instelling Off of Monitor is, een toets om de parameter A. Pulse Amplitude te programmeren en de huidige Safety Margin (verhouding tussen de A. Pulse Amplitude-instelling en de gemeten capture-drempel). De veiligheidsmarge wordt oranje gemarkeerd wanneer de verhouding minder is dan 2:1 of blauw als de verhouding groter is dan 2:1. De methode ACap Confirm. Als de testmethode ACap Confirm is gebruikt, geeft het venster het volgende weer: De testgolfvorm en de besturingen Relevante parameterinstellingen De ACap Confirm Trend, een lijngrafiek met maximaal 52 weken van gemeten capture-drempelmetingen inclusief het gemiddelde en het bereik van de capture-drempels 11. NB Alleen automatische, out of clinic metingen worden opgeslagen in de ACap Confirm Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab This Session LAATSTE SESSIE Het venster Session bevat de resultaten van de laatst geregistreerde A. Capture-test (zie A. capture-test or A. capture-test (alleen bij Zephyr pulsgenerators). Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab Last Session TESTOPTIES Selecteer in het venster Options een instelling voor de parameter Number of Cycles/Step. Deze parameter bepaalt hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Pulsamplitude-instelling verlaagt naar de volgende stap. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab Test Settings > toets Options 11. Samples worden iedere zeven dagen vastgelegd. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-17

54 AANVULLENDE PARAMETERS Het venster Additional Parameters stelt tijdelijk andere testparameters in. Permanent geprogrammeerde parameterinstellingen worden hersteld wanneer de test eindigt of wordt geannuleerd. Tot de parameters die tijdelijk kunnen worden geprogrammeerd behoren: A. Pulsconfiguratie A. Pulsduur A. refractaire periode (PVARP) Mode Basisfrequentie Starting A. Pulsamplitude (alleen bij de testmethode Decrement) A. Back-up pulsconfiguratie (alleen bij de testmethode ACap Confirm) Gestimuleerd AV -delay (alleen bij de testmethode Decrement) Waargenomen AV -delay (alleen bij de testmethode Decrement). Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab Test Settings > toets Additional Parameters ACAP CONFIRM SETUP (Zephyr pulsgenerators) Testvoorbeelden Figuur 6-6. ACap Confirm Setup testresultatenvenster in de Zephyr DR pulsgenerator Zie Testvoorbeelden. De ACap Confirm Setup-test: Bepaalt of het stimulatiesysteem de ACap Confirm-functie kan laten werken in het atrium. Stelt de parameter ACap Confirm in op On, Off of Monitor voor latere programmering. Programmeert tijdelijk de parameters Mode en Basisfrequentie parameters, evenals Aanvullende parameters voor de test. Geeft voorgaande testresultaten weer. NB De parameter ACap Confirm hoeft niet geprogrammeerd te worden op On of Monitor om de setup uit te voeren. Voer de ACap Confirm Setup-test uit wanneer de parameter ACap Confirm voor het eerst is geprogrammeerd op On of Monitor Tests

55 Dit venster bevat maximaal drie tabs: Test uitvoeren, wordt gebruikt om de test in te stellen en te starten Deze sessie, rapporteert de resultaten van de huidige sessie Laatste sessie, rapporteert de resultaten van de laatste sessie. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab Perform Test > toets ACap Confirm Setup Test uitvoeren Het venster Perform Test bevat de toets Start Test en de: Huidige permanente instellingen voor de parameters Mode en Base Rate. Selecteer de toets... voor meer instellingen. De toets Aanvullende parameters. Opent een venster om andere testparameters tijdelijk in te stellen. Toets Start Temporary. Instructies voor de ACap Confirm Setup-test De ACap Confirm Setup uitvoeren gaat als volgt: 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Capture Atrium. 3. Selecteer de toets ACap Confirm Setup. Het venster Perform Test geeft de testinstellingen weer. Een blauwe toets geeft een permanente instelling aan. Een groene toets geeft een tijdelijke instelling aan. Witte toetsen geven aanvullende, niet-geprogrammeerde instellingen aan. 4. Om een parameter opnieuw in te stellen selecteert u één van de witte tijdelijke toetsen of de toets... voor aanvullende instellingen. Selecteer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of er andere testparameters gereset moeten worden. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Programmeer de parameter Base Rate om te zorgen voor atriale stimulatie tijdens de Setup Test. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. NB De tijdelijke waarden die u geselecteerd heeft voor Pulse Width en Backup Pulse Configuration vanuit het venster Aanvullende parameters worden permanent geprogrammeerd als de ACap Confirm Setup-test succesvol is en als u de parameter ACap Confirm op On of Monitor programmeert vanuit het resultatenvenster (Deze sessie). Alle andere parameters worden teruggezet op hun permanente instellingen wanneer de test eindigt of wordt geannuleerd. 5. Selecteer de toets Start Test. De programmer programmeert de testinstellingen tijdelijk om ervoor te zorgen dat de pulsgenerator het atrium stimuleert en intrinsieke activiteit onderdrukt. Tijdens de test wordt de parameter A. EGM Configuration ingesteld op A. Unipolar Tip, en wordt de parameter V. EGM Configuration uitgeschakeld. Wanneer de test uitgevoerd is, verschijnen de resultaten in het venster Deze sessie. NB Met de toets Cancel wordt de test afgebroken en worden er geen resultaat vastgelegd. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-19

56 DEZE SESSIE Het venster This Session bevat de: ACap Confirm Setup Test-aanbevelingen (op de tab) Testgolfvorm bevriezen (om deze aan te passen, zie Capture bevriezen) Testresultaten, zie Testresultaatberichten parameter ACap Confirm De toetsen Print en Program. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab Test Settings > toets ACap Confirm Setup > tab This Session Testresultaatberichten De volgende berichten kunnen verschijnen in het venster This Session: Bericht Recommended (A. Pulse Configuration) Not Recommended (A. Pulse Configuration) Safety margins not met ACap Confirm Setup canceled due to insufficient atrial paced activity or possible fusion: In order to complete the test, the device must be able to pace at a rate below 120 min. Interpretatie Het geïmplanteerde stimulatiesysteem kan de ACap Confirm-functie succesvol toepassen bij de huidige instelling voor A. Pulse Configuration. Het geïmplanteerde stimulatiesysteem kan de ACap Confirm-functie niet succesvol toepassen bij de huidige instelling voor A. Pulse Configuration. De verhouding tussen de instelling voor evoked response-gevoeligheid en de elektrodepolarisatie is onvoldoende voor een betrouwbare werking van de ACap Confirm-functie. Er zijn fusieslagen of twee opeenvolgende P golven gedetecteerd tijdens de test. Tabel 6-3. ACap Confirm Setup-testberichten LAATSTE SESSIE Het venster Last Session rapporteert de resultaten van de laatst vastgelegde ACap Confirm Setup-test. Zie Testresultaatberichten. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab Test Settings > toets ACap Confirm Setup > tab Last Session AANVULLENDE PARAMETERS In het venster Additional Parameters kunt u aanvullende testparameters instellen Tests

57 NB De tijdelijke waarden die u geselecteerd heeft voor Pulse Width en Backup Pulse Configuration vanuit het venster Additional Parameters worden permanent geprogrammeerd als de ACap Confirm Setup-test succesvol is en als u de parameter ACap Confirm op On of Monitor programmeert vanuit het resultatenvenster (Deze sessie). Alle andere parameters worden teruggezet op hun permanente instellingen wanneer de test eindigt of wordt geannuleerd. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Capture/Atrium > tab Test Settings > toets ACap Confirm Setup > tab Perform Test > toets Additional Parameters ACAP CONFIRM NIET AANBEVOLEN De test heeft uitgewezen dat de marge tussen de evoked response en de elektrodepolarisatie niet voldoende is om de ACap Confirm-parameter toe te passen. Let op het getal (n) na de tekst Safety Margins not met (n) als u contact opneemt met de Technische ondersteuning. WAARNEMINGSTESTS (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) Zie Instructies voor een waarnemingstest Waarnemingsdrempeltests meten de atriale of ventriculaire signaalamplitude en helpen om geschikte instelling voor Gevoeligheid te bepalen. Er zijn twee testmethoden beschikbaar: Increment, wordt gebruikt voor handmatige tests Automatic, wordt gebruikt voor automatische tests. Zie Testopties. Het venster Sense Test bevat maximaal drie tabs: Test uitvoeren, wordt gebruikt om de test in te stellen Deze sessie, rapporteert de resultaten van de huidige sessie Laatste sessie, rapporteert de resultaten van de laatste sessie. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Sense/Ventricle of Sense/Atrium Test uitvoeren Het venster Perform Test (Test uitvoeren) bevat een testtoets en: De huidige permanente instellingen voor de parameters Starting Sensitivity (alleen bij Increment), Mode, Basisfrequentie en Paced/Sensed AV Delay (tweekamer modes). Selecteer de toets... voor meer instellingen. De toets Testopties. Hiermee kiest u de waarnemingstestmethode. De toets Aanvullende parameters. Opent een venster om andere testparameters tijdelijk in te stellen. Toets Start Temporary. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-21

58 Instructies voor een waarnemingstest Increment De methode Increment bepaalt handmatig de signaalamplitude. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Sense Atrium of Sense Ventricle. 3. Als de automatische testmethode wordt aangegeven op de toets Testopties of als u de instelling van de parameter Number of Cycles/Step wilt veranderen voor de Increment-test, selecteer dan de toets Options. Ga anders door naar stap Als Test Method selecteert u Increment. 5. Selecteer de instelling voor de parameter Number of Cycles/Step. Deze parameter bepaalt hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Gevoeligheid-instelling verlaagt naar de volgende stap Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 7. Controleer de tijdelijke instellingen voor de parameters Starting Sensitivity, Mode, Basisfrequentie en Paced/Sensed AV Delay van de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Selecteer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 8. Om de test te beginnen selecteert u de toets Hold to Test. De pulsgenerator neemt waar op de begininstelling voor Sensitivity gedurende het geprogrammeerde Number of Cycles/Step. Nadat de cycli zijn verstreken wordt de Sensitivity-waarde verhoogd (mv-waarde) 12 tot de volgende instelling, totdat u de toets Hold to Test loslaat of tot de pulsgenerator de minimale Sensitivity-instelling bereikt en de test automatisch beëindigt. 9. Controleer het ECG op waarnemingsverlies. Als dit gebeurt, laat u de toets Hold to Test los. Het venster Deze sessie verschijnt met de testresultaten. Automatic De methode Automatic bepaalt de signaalamplitude automatisch. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Sense Atrium of Sense Ventricle. 3. Als de toets Options Increment aangeeft als de testoptie, selecteer dan de toets Testopties. Als Automatic wordt vermeld, ga dan door naar stap Als testmethode selecteert u Automatic. 5. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 6. Controleer de tijdelijke instellingen voor de parameters Mode, Base Rate en Paced/Sensed AV Delay van de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Selecteer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 12. Wanneer de Sensitivity-instelling (mv) wordt verhoogd, neemt de feitelijke gevoeligheid van de pulsgenerator af. Naarmate de test dus voortgaat, is de pulsgenerator steeds minder in staat om intrinsieke activiteit waar te nemen Tests

59 7. Om de test te beginnen selecteert u de toets Start Test. Terwijl de test wordt uitgevoerd, verhoogt de programmer de Gevoeligheid-instelling (mv-instelling) 12 vanuit de huidige geprogrammeerde instelling. U kunt de test via de golfvorm volgen. De test wordt automatisch voltooid, en het venster Deze sessie verschijnt met de testresultaten. WAARNEMINGSTESTS (Victory, Zephyr pulsgenerators) Zie Instructies voor een waarnemingstest. Waarnemingsdrempeltests meten de atriale of ventriculaire signaalamplitude en helpen om geschikte instelling voor Gevoeligheid te bepalen. Er zijn twee testmethoden beschikbaar: Increment, wordt gebruikt voor handmatige tests Automatic, wordt gebruikt voor automatische tests Zie Testopties. Het venster Sense Test bevat maximaal vier tabs: Test uitvoeren, wordt gebruikt om de test in te stellen Follow-up EGM rapporteert de meest recente automatische out of clinic metingen Laatste sessie, rapporteert de resultaten van de laatste sessie. Deze sessie, rapporteert de resultaten van de huidige sessie Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Sense/Ventricle of Sense/Atrium Test uitvoeren Het venster Perform Test (Test uitvoeren) bevat een testtoets en: Huidige permanente instelling voor de parameters Starting Sensitivity (bij Increment), Mode, Basisfrequentie en Paced/Sensed AV Delay (tweekamer-modes). Selecteer de toets... voor meer instellingen. De toets Testopties. Hiermee kiest u de waarnemingstestmethode. De toets Aanvullende parameters. Opent een venster om andere testparameters tijdelijk in te stellen. Toets Start Temporary. Instructies voor een waarnemingstest Increment De methode Increment bepaalt handmatig de signaalamplitude. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Sense Atrium of Sense Ventricle. 3. Als de automatische testmethode wordt aangegeven op de toets Testopties of als u de instelling van de parameter Number of Cycles/Step wilt veranderen voor de Increment-test, selecteer dan de toets Options. Ga anders door naar stap Selecteer als testmethode Increment. 5. Selecteer de instelling voor de parameter Number of Cycles/Step. Deze parameter bepaalt hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Gevoeligheid-instelling verlaagt naar de volgende stap Wanneer de Sensitivity-instelling (mv) wordt verhoogd, neemt de feitelijke gevoeligheid van de pulsgenerator af. Naarmate de test dus voortgaat, is de pulsgenerator steeds minder in staat om intrinsieke activiteit waar te nemen. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-23

60 6. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 7. Controleer de tijdelijke instellingen voor de parameters Starting Sensitivity, Mode, Basisfrequentie en Paced/Sensed AV Delay van de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Selecteer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 8. Om de test te beginnen selecteert u de toets Hold to Test. De pulsgenerator neemt waar op de begininstelling voor Sensitivity gedurende het geprogrammeerde Number of Cycles/Step. Nadat de cycli zijn verstreken wordt de Sensitivity-waarde verhoogd (mv-waarde) tot de volgende instelling, totdat u de toets Hold to Test loslaat of tot de pulsgenerator de maximale Sensitivity-instelling bereikt en de test automatisch beëindigt. 9. Controleer het ECG op waarnemingsverlies. Als dit gebeurt, laat u de toets Hold to Test los. Het venster Deze sessie verschijnt met de testresultaten. Automatic De methode Automatic bepaalt automatisch de signaalamplitude. 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de toets Sense Atrium of Sense Ventricle. 3. Als de toets Options Increment aangeeft als de testoptie, selecteer dan de toets Testopties. Als de optie Automatic vermeld wordt, gaat u door naar stap Selecteer als testmethode Automatic. 5. Sluit het venster Test Options. Het venster Perform Test verschijnt. 6. Controleer de tijdelijke instellingen voor de parameters Mode, Base Rate en Paced/Sensed AV Delay van de test en stel de parameters indien nodig opnieuw in. Selecteer de toets Aanvullende parameters om te bepalen of deze moeten worden ingesteld. Selecteer indien nodig de toets Golfvormregeling op de Hartritmeweergave om de golfvorm opnieuw in te stellen. Om de pulsgenerator te programmeren op de tijdelijke instellingen voordat de test begint, selecteert u de toets Start Temporary. 7. Om de test te beginnen selecteert u de toets Start Test. Terwijl de test wordt uitgevoerd, verhoogt de programmer de Gevoeligheid-instelling (mv-instelling) 13 vanuit de huidige geprogrammeerde instelling. U kunt de test via de golfvorm volgen. De test wordt automatisch voltooid, en het venster Deze sessie verschijnt met de testresultaten. FOLLOW-UP EGM Het venster Follow up EGM is beschikbaar als de parameter A. of V. Amplitudebewaking op enig moment voor de programmeersessie op On stond. Het venster bevat: Een Follow up EGM met vijf complexen uit de meest recente out of clinic automatische P golf- of R golfmeting (de complexen worden chronologisch weergegeven van links naar rechts). De Amplitude Trend, een lijngrafiek met de gemiddelde wekelijkse waarnemingsdrempelmetingen door de tijd heen. De Trend geeft de Waarnemingsconfiguratie-instelling weer die geprogrammeerd was op het tijdstip dat de wekelijkse sample werd genomen. De huidige geprogrammeerde instellingen voor de parameter A. of V. Gevoeligheid (het groene A-symbool geeft automatische bewaking aan). Print-toets Tests

61 NB Als de tab Today aangeeft, betekent dit dat de EGM s de afgelopen 24 uur zijn opgenomen. Anders geeft de tab de datum van de laatste registratie. Alleen automatische, out-of-clinic metingen worden opgeslagen in de Amplitude Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Sense/Ventricle of Sense/Atrium > tab Today/[Datum] DEZE SESSIE Het venster This Session bevat de resultaten van de Sense Test die vastgelegd zijn tijdens deze programmeersessie. U kunt de golfvorm bekijken, wijzigen of afdrukken, net als een andere Capture bevriezen. Het venster bevat tevens: Een toets voor programmering van de parameters A. of V. Sensitivity. De Safety Margin (verhouding tussen de gemeten signaalamplitude en de Gevoeligheid-instelling). De veiligheidsmarge wordt oranje gemarkeerd wanneer de verhouding minder is dan 2:1 of blauw als de verhouding groter is dan 2:1. De methode Increment. Als er een handmatige testmethode is gebruikt, toont het venster tevens: Een Sensing Lost -vlaggetje op de golfvorm in de programmeringsstap (verticale lijn) naast het punt waar de test werd beëindigd. Wanneer dit vlaggetje niet correct is ingesteld, raakt u de strook aan waar waarneming werd verloren om het vlaggetje opnieuw in te stellen. De methode Automatic. Als er een automatische testmethode is gebruikt, toont het venster tevens: De Amplitude Trend, een lijngrafiek met de gemiddelde wekelijkse waarnemingsdrempelmetingen door de tijd heen. Het venster geeft de Trend weer als de parameter A. of V. Amplitudebewaking op enig moment voor de programmeersessie op On stond. De Trend geeft de Waarnemingsconfiguratie-instelling weer die geprogrammeerd was op het tijdstip dat de wekelijkse sample werd genomen. NB Alleen automatische, out-of-clinic metingen worden opgeslagen in de Amplitude Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Sense/Ventricle of Sense/Atrium > tab This Session Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-25

62 LAATSTE SESSIE Het venster Last Session bevat de resultaten van de laatst geregistreerde Sense-tests. In Victory en Zephyr pulsgenerators, als de testmethode Automatic is gebruikt, geeft het venster tevens het volgende weer: De Amplitude Trend, een lijngrafiek met de gemiddelde wekelijkse waarnemingsdrempelmetingen door de tijd heen. Het venster geeft de Trend weer als de parameter Amplitudebewaking op enig moment voor de programmeersessie op On stond. De Trend geeft de Waarnemingsconfiguratie-instelling weer die geprogrammeerd was op het tijdstip dat de wekelijkse sample werd genomen. NB Alleen automatische, out-of-clinic metingen worden opgeslagen in de Amplitude Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Sense/Ventricle of Sense/Atrium > tab Last Session TESTOPTIES Selecteer in het venster Options een methode om de waarnemingsdrempel te bepalen. De opties zijn: Automatic, waarmee automatisch de signaalamplitude wordt gemeten en een geschikte Gevoeligheid-instelling voor latere programmering wordt opgeslagen Increment, waarmee handmatig de signaalamplitude wordt gemeten Number of Cycles/Step (Aantal cycli per stap). Als de toets Increment is geselecteerd, bepaalt deze parameter hoeveel gestimuleerde en waargenomen cycli de programmer telt voordat deze de Gevoeligheid-instelling verhoogt naar de volgende stap. 14. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Sense/Ventricle of Sense/Atrium > tab Test Settings > toets Options AANVULLENDE PARAMETERS Het venster Additional Parameters stelt tijdelijk andere testparameters in. Permanent geprogrammeerde parameterinstellingen worden hersteld wanneer de test eindigt of wordt geannuleerd. Tot de parameters die tijdelijk kunnen worden geprogrammeerd behoren: Waarnemingsconfiguratie V. refractaire periode of A. refractaire periode (PVARP) Gevoeligheid Mode Basisfrequentie Gestimuleerd AV -delay Waargenomen AV -delay. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Sense/Ventricle of Sense/Atrium > tab Test Settings > toets Additional Parameters 14. Wanneer de Sensitivity-instelling (mv) wordt verhoogd, neemt de feitelijke gevoeligheid van de pulsgenerator af. Naarmate de test dus voortgaat, is de pulsgenerator steeds minder in staat om intrinsieke activiteit waar te nemen Tests

63 AV-DELAYS Met het venster AV Delays kunt u de volgende parameters programmeren tijdens de waarnemingstest: Gestimuleerd AV -delay Waargenomen AV -delay. Toegang vanaf: Tests > Capture & Sense > toets Sense Ventricle of Sense Atrium > tab Perform Test > toets Paced/Sensed AV Delay... BATTERIJ EN ELEKTRODEN Het venster Battery & Leads (Batterij en elektroden) bevat het volgende: Estimated longevity data (gegevens over de verwachte levensduur), waaronder batterijstroom, batterij-impedantie en Magneetfrequentie. Lead data (Elektrodegegevens), waaronder de meest recente elektrode-impedantieberekeningen, en de amplitude, stroom en configuratie van de puls. In Victory en Zephyr pulsgenerators opent elke Leads Impedance-toets het venster A. of V. Elektrode-impedantie om jaarlijkse elektrode-impedantietrends te bekijken. De toets Update All Values (Alle waarden bijwerken), waarmee de batterij- en elektrodegegevens opnieuw gemeten worden. Toegang vanaf: Tests > Battery & Leads Magneetfrequentie Magnet Rate (Magneetfrequentie, soms ook wel de Battery Test Rate genoemd) correspondeert met de batterijspanning van het apparaat en is een indicatie van de levensduur. Als de batterij bijna leeg is daalt de magneetfrequentie geleidelijk van de Beginning of Life (BOL) van 98,6 min naar ongeveer 86,3 min, wat Indicator voor electieve vervanging (ERI) aangeeft. Magneetfrequenties op 66 min wijzen op Einde levensduur. De tabel hieronder (Tabel 6-4) geeft representatieve magneetfrequenties en de corresponderende batterijspanning bij benadering. Magnet Rate (min ) Spanning 98,6 (BOL) 2,80 96,0 2,71 93,7 2,66 91,5 2,61 89,3 2,57 87,3 2,52 86,3 (ERI) 2,50 84,4 2,46 82,6 2,44 80,9 2,41 79,2 2,39 77,6 2,37 76,1 2,34 74,6 2,32 Tabel 6-4. Magneetfrequenties tussen BOL en EOL en corresponderende batterijspanningswaarden 1 Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-27

64 Magnet Rate (min ) Spanning 73,2 2,30 71,8 2,28 70,5 2,27 69,2 2,23 Tabel 6-4. Magneetfrequenties tussen BOL en EOL en corresponderende batterijspanningswaarden 1 (vervolg) 1. Niet alle magneetfrequenties worden weergegeven. ELEKTRODE-IMPEDANTIE Het venster Lead Impedance bevat de: 1-Year Impedance Trend, een lijngrafiek met de gemiddelde wekelijkse elektrode-impedantiemetingen door de tijd heen. Het venster geeft de Trend weer als de Parameter elektrodebewaking op enig moment voor de programmeersessie op de Monitor of Polarity Switch-instellingen was geprogrammeerd. De parametertoets Lead Monitoring waarmee de instellingen voor de Parameter elektrodebewaking worden gerapporteerd en het programmeringsvenster voor Elektrodes wordt geopend. De toetsen Update Values en Print. Beschikbaar in: Victory; Zephyr pulsgenerators Toegang vanaf: Tests > Battery & Leads > toets A. of V. Lead Impedance NB Alleen automatische, out of clinic metingen worden opgeslagen in de 1 Year Impedance Trend. Metingen die verkregen zijn tijdens een programmeringssessie worden in de trend aangegeven met een groene stip, maar worden niet opgeslagen in het geheugen. SENSOR Het venster Sensor bevat één of twee toetsen: De toets Automatische drempel herstellen. Dit is een door de programmer gestuurde procedure voor het wissen en opnieuw berekenen van de Measured Average Sensor (Gemiddelde gemeten sensor)-gegevens, die worden gebruikt voor het instellen van automatische Drempel-instellingen. Measured Average Sensor-gegevens worden afgeleid uit het activiteitsniveau van de patiënt gedurende de voorgaande 18 uur. Zie de instructies voor Automatische drempel herstellen hieronder. Frequentierespons-optimalisatie 15. Dit is een door de programmer gestuurde procedure voor het veranderen van de instellingen van de Sensor-parameter om een optimale frequentierespons op de activiteit van de patiënt te bereiken. De procedure verzamelt gegeven over de respons van de patiënt op inspanning, en biedt een grafische weergave van de effecten van de herziene Sensor-parameterinstellingen. Zie de instructies voor Frequentierespons-optimalisatie hieronder. Toegang vanaf: Tests > Sensor NB De procedure Auto Set werkt niet op het Merlin PCS. Gebruik de programmer Model 3510/ Bij de programmer Model 3510/3500 werd deze procedure Prediction Model genoemd Tests

65 Automatische drempel herstellen 1. Selecteer de toets Tests. 2. Selecteer de tab Sensor. 3. Selecteer de toets Reset Auto Threshold. 4. Laat de patiënt tijdens de procedure circa 30 s rusten. 5. Selecteer de toets Start Procedure. Terwijl de programmer de activiteitsgegevens uit de pulsgenerator wist, geeft het scherm gedurende circa 30 s een aftelling weer. De toets Done verschijnt wanneer de procedure is voltooid. 6. Selecteer de toets Done. Frequentierespons-optimalisatie 1. Selecteer vanuit het venster Tests > Sensor de toets Perform Test. NB De procedure Rate Response Optimization wist de opgeslagen episodes uit de pulsgenerator. U kunt deze procedure niet uitvoeren voordat u de episodes hebt gelezen. U kunt de episodes printen na de procedure. Zie Episodes. 2. Selecteer de toets Start Test. De programmer schakelt episode-opslag tijdelijk uit en wist de episodes uit de pulsgenerator. 3. Haal de telemetriekop weg van de patiënt. Laat de patiënt normale inspanning leveren, zoals twee tot tien minuten op de gang wandelen. 4. Wanneer de patiënt de inspanning heeft uitgevoerd, plaatst u de telemetriekop weer boven de patiënt en selecteert u de toets Stop Test. De programmer herstelt de eerder geprogrammeerde instellingen (inclusief episode-opslag) en geeft het venster Rate Response Optimization Results weer. 5. Om te zien hoe een andere instelling de respons op inspanning zou veranderen, selecteert u een van de frequentierespons-parametertoetsen aan de rechterkant. De gemodelleerde lijn in de grafiek geeft aan hoe de nieuwe instellingen de frequentierespons van de pulsgenerator zouden veranderen. 6. Wanneer u tevreden bent met de nieuwe instellingen, selecteert u de toets Program. Zo niet, selecteer dan de toets Clear Selected. Selecteer de toets Print om de resultaten te printen. FREQUENTIERESPONS-OPTIMALISATIE: TEST STARTEN Rate Response Optimization (RRO) is een door de programmer gestuurde procedure voor het verzamelen van gegevens over de respons van de patiënt op inspanning, en voor het bekijken van de effecten van verschillende Sensor-parameterinstellingen op de frequentierespons van de pulsgenerator. NB De procedure Rate Response Optimization wist de opgeslagen episodes uit de pulsgenerator. U kunt deze procedure niet uitvoeren voordat u de episodes hebt gelezen. U kunt de episodes printen na de procedure. Zie Episodes. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-29

66 Dit scherm geeft twee toetsen weer: De toets Cancel. De toets Start Test. Selecteer deze om de pulsgenerator tijdelijk opnieuw te programmeren om episodeverzameling uit te schakelen en activiteitsgegevens te verzamelen terwijl de patiënt inspanning levert. Toegang vanaf: Tests > Sensor > toets Rate Response Optimization Perform Test FREQUENTIERESPONS-OPTIMALISATIE: PROGRAMMEREN De programmer programmeert de gegevensverzamelingsparameter van de pulsgenerator tijdelijk om het apparaat in staat te stellen om activiteitssensorgegevens te verzamelen. Toegang vanaf: Tests > Sensor > toets Rate Response Optimization Perform Test FREQUENTIERESPONS-OPTIMALISATIE: INSPANNING De programmer wacht tot de patiënt wat lichamelijke activiteit uitvoert, zoals door een gang lopen. Wanneer u op de toets Stop Test drukt, verzamelt de programmer de activiteitsgegevens en creëert een grafiek van de frequenties. Episodeverzameling wordt hervat. Als er geen gegevens worden verzameld, wordt u gevraagd om de test opnieuw te starten. Toegang vanaf: Tests > Sensor > toets Rate Response Optimization Perform Test FREQUENTIERESPONS-OPTIMALISATIE: GEGEVENS OPHALEN De programmer creëert het frequentieresponsmodel vanuit de verzamelde activiteitsgegevens. Toegang vanaf: Tests > Sensor > toets Rate Response Optimization Perform Test FREQUENTIERESPONS-OPTIMALISATIE: RESULTATEN Het venster Rate Response Optimization Results geeft een grafische weergave van de effecten van de herziene Sensor-parameterinstellingen over de frequentierespons van de pulsgenerator op de inspanning van de patiënt. Gebruik deze tool om de Sensor-parameterinstellingen te wijzigen om de optimale frequentierespons te bereiken. Het venster bevat twee panelen: Sensor Parameter Settings. Dit paneel geeft elke parameter, de gebruikte instellingen tijdens de test (Tested) en toetsen om de parameterinstellingen te wijzigen om te kijken hoe de respons geoptimaliseerd zou kunnen worden (Modeled). Telkens wanneer de instellingen in de kolom Modeled verschillen van die in de kolom Tested, verschijnt er een groene lijn op het Rate Response Model om het effect op de stimulatiefrequentie van de patiënt te illustreren. Rate Response Model. Deze grafiek kan maximaal drie lijnen bevatten: - Blauw. Illustreert hoe de stimulatiefrequentie van de patiënt veranderd is tijdens inspanning op de huidige geprogrammeerde Sensor-parameterinstellingen. - Rood. Illustreert de gemeten intrinsieke frequentie tijdens de test. - Groen. Illustreert hoe de stimulatiefrequentie van de patiënt zou reageren als de Modeled parameterinstellingen van kracht zouden zijn geweest. Zie de instructies voor Frequentierespons-optimalisatie Tests

67 Toegang vanaf: Tests > Sensor > toets Rate Response Optimization Perform Test GEEN BRUIKBARE RESPONSGEGEVENS VERZAMELD De programmer kon geen bruikbare gegevens uit de vorige inspanningsstap detecteren. Wanneer u de toets Restart Test selecteert, verzoekt de programmer u om inspanningsgegevens te verzamelen. FREQUENTIERESPONS-OPTIMALISATIE ANNULEREN Bevestig dat u de test wilt annuleren en de permanente geprogrammeerde instellingen wilt herstellen. Als u de toets Resume Test selecteert, gaan de inspanningsgegevens niet verloren. ONGELDIGE FREQUENTIERESPONSPARAMETERS Er is een fout opgetreden die heeft geleid tot een ongeldige instelling voor een frequentieresponsparameter. Wanneer u de toets Close selecteert, wordt het venster Rate Response Optimization Results weergegeven zonder gegevens. Start de test opnieuw. QUICKOPT -TIMING-OPTIMALISERING Met het venster QuickOpt Timing Optimization kunt u de instellingen voor de parameters Gestimuleerd AV -delay en Waargenomen AV -delay optimaliseren op basis van de duur van het atriale waarnemingssignaal. De optimaliseringsprocedure is alleen beschikbaar in de DDD-mode. Het venster bevat twee actieve toetsen: Perform Test. Hiermee wordt de QuickOpt -optimaliseringswizard geopend om de duur van het atriale waarnemingssignaal automatisch te meten en nieuwe Delay-instellingen voor te stellen. Manual Testing & Results. Deze toets opent de QuickOpt -optimalisering: Handmatige test en eventuele vorige optimaliseringsresultaten. Beschikbaar in: Zephyr DR pulsgenerators Toegang vanaf: Tests > tab Timing Optimization QUICKOPT -OPTIMALISERINGSWIZARD Het venster QuickOpt Timing Cycle Optimization Wizard start de automatische QuickOpt-procedure. Nadat u de toets Start Test heeft geselecteerd, verandert de programmer tijdelijk de parameters Base Rate, Gestimuleerd AV -delay en Waargenomen AV -delay 16. De programmer herstelt de permanente instellingen nadat de metingen zijn uitgevoerd. Met de toets Cancel Test keert u terug naar het venster QuickOpt -timing-optimalisering. NB De QuickOpt-optimaliseringsresultaten worden alleen voor de duur van de sessie opgeslagen op de programmer. De resultaten worden gewist op het eind van de sessie. Zie ook: Instructies voor de handmatige QuickOpt -optimaliseringsmeting. 16. Overige parameters die tijdelijk worden uitgeschakeld tijdens meting zijn Sensor, AF Suppression en Negative AV/ PV Hysteresis. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-31

68 Beschikbaar in: Zephyr DR pulsgenerators Toegang vanaf: Tests > tab Timing Optimization > toets Perform Test BEZIG MET UITVOEREN VAN METINGEN... De programmer is bezig met het meten van de duur van de atriale waarnemingssignalen. De tijdelijke instellingen op het dialoogvenster zijn nu van kracht. Na het meten van acht geldige waarnemingssignalen worden de permanente instellingen hersteld. De toets op het venster is: Cancel Test. Hiermee keert u terug naar het venster QuickOpt -timing-optimalisering. OPTIMALISERINGSMETINGEN SUCCESVOL De programmer is nu gereed voor het programmeren van de optimale instellingen voor Gestimuleerd AV -delay en Gestimuleerd AV -delay. In het venster worden de volgende selectievakjes en toetsen weergegeven: Selectievakjes: - Sensed AV Delay. Selecteer deze toets om de voorgestelde instelling te selecteren (op te slaan voor latere programmering) of te deselecteren (de parameter onveranderd te laten). Om de instelling permanent te programmeren, selecteert u de toets Program Optimal Values hieronder. - Paced AV Delay. Selecteer deze toets om de voorgestelde instelling te selecteren (op te slaan voor latere programmering) of te deselecteren (de parameter onveranderd te laten). Om de instelling permanent te programmeren, selecteert u de toets Program Optimal Values hieronder. Toetsen: - Done. Sluit dit venster zonder de parameters Sensed AV Delay of Paced AV Delay te programmeren en keert terug naar het venster QuickOpt -timing-optimalisering. - Print. Print een kopie van de Freeze-capture van QuickOpt -optimalisering. - Program Optimal Values. Programmeert de geoptimaliseerde instellingen voor de parameters Sensed AV Delay of Paced AV Delay permanent. Als de programmering van invloed is op de instelling van een andere parameter, geeft de programmer het venster Preview van veranderingen weer. AUTOMATISCHE METING WAS NIET SUCCESVOL De programmer was niet in staat om acht geldige atriale waarnemingssignaalmetingen te verwerven binnen 30 s na het starten van de procedure met de automatisch geprogrammeerde instellingen voor de parameters Base Rate, Paced AV Delay en Sensed AV Delay. Om de meting opnieuw te starten selecteert u de parametertoetsen om de testinstellingen te veranderen om atriaal waargenomen signalen aan te moedigen, en selecteert u vervolgens de toets Continue. Met de toets Cancel Test stopt u de meting en opent u het venster QuickOpt -timing-optimalisering. QUICKOPT -OPTIMALISERING: HANDMATIGE TEST Het venster QuickOpt Timing Cycle Optimization bevat regelingen om de duur van de atriale waarnemingssignalen te meten en om de pulsgeneratorinstellingen voor Gestimuleerd AV -delay en Waargenomen AV -delay te optimaliseren. Het venster bevat de volgende toetsen en selectievakjes: Perform Test: A Sense or A Sense xxx ms. Selecteer deze toets om de handmatige A Sense-metingsregelingen te openen (QuickOpt -timingcylus-optimalisering: atriale waarneming). De toets geeft tevens eventuele eerdere QuickOpt-metingen weer Tests

69 EGM. Nadat het atriale waarnemingssignaal is gemeten, selecteert u deze toets om de Freeze-capture van QuickOpt -optimalisering van de meting te openen. Paced AV Delay: Selecteer deze toets om de voorgestelde instelling te selecteren (op te slaan voor latere programmering) of te deselecteren (de parameter onveranderd te laten). Om de instelling permanent te programmeren, selecteert u de toets Program Optimal Values hieronder. Sensed AV Delay: Selecteer deze toets om de voorgestelde instelling te selecteren (op te slaan voor latere programmering) of te deselecteren (de parameter onveranderd te laten). Om de instelling permanent te programmeren, selecteert u de toets Program Optimal Values hieronder. Program Optimal Values. Na een succesvolle meting selecteert u deze toets om de geselecteerde aanbevolen instellingen te programmeren. Print Report. Na een succesvolle meting selecteert u deze toets om de resultaten te printen. Beschikbaar in: Zephyr DR pulsgenerators Toegang vanaf: Tests > tab Timing Optimization > toets QuickOpt Optimization QUICKOPT -TIMINGCYLUS-OPTIMALISERING: ATRIALE WAARNEMING Het venster QuickOpt Timing Cycle Optimization: A Sense geeft het volgende weer: De toets Start Test om het meten van de duur van het atriale waarnemingssignaal te beginnen. Deze toets verandert in de toets Stop Test, die verschijnt als er acht cycli zijn gemeten. Aanvullende toetsen om relevante parameters tijdens de test te veranderen. De toets Cancel Temporary om de tijdelijke parameterinstellingen te annuleren. Zie Instructies voor de handmatige QuickOpt -optimaliseringsmeting. Beschikbaar in: Zephyr DR pulsgenerators Toegang vanaf: Tests > tab Timing Optimization > toets QuickOpt Optimization > toets A Sense Instructies voor de handmatige QuickOpt -optimaliseringsmeting 1. Selecteer vanuit het venster Tests de tab Timing Optimization. 2. Selecteer de toets QuickOpt Optimization. Het venster QuickOpt Timing Cycle Optimization wordt geopend. 3. Selecteer de toets Perform Test: A Sense (als er deze sessie nog geen meting is uitgevoerd) of de toets A Sense xxx ms. (als er deze sessie een eerdere meting is uitgevoerd). Het venster QuickOpt Timing Cycle Optimization: A Sense wordt geopend. Groene toetsen geven tijdelijk geprogrammeerde instellingen weer. 4. Selecteer een beschikbare parametertoets om de instelling tijdelijk te wijzigen tijdens de test. Om het onderliggende ritme bloot te leggen, stelt u een lage Base Rate en lange Paced/Sensed AV Delay-instellingen in. 5. Selecteer de toets Start Test. De programmer stelt de tijdelijke instellingen in en begint met het meten van atriale waarnemingssignalen. Voor de procedure zijn tenminste acht cycli nodig om de optimale instelling te berekenen. Het aantal gemeten cycli verschijnt in het venster. Nadat er acht cycli succesvol gemeten zijn, wordt de toets Stop Test weergegeven. De metingen gaan door tot u de toets Stop Test selecteert. 6. Selecteer na acht cycli de toets Stop Test. Het venster QuickOpt Timing Cycle Optimization verschijnt (zie QuickOpt -optimalisering: Handmatige test). U kunt de voorgestelde instellingen verwerpen (stap 7) of accepteren (stap 8). Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-33

70 7. Om de voorgestelde instelling te verwerpen, deselecteert u het vakje naast de parameter en selecteert u de X rechtsboven in het scherm om het te sluiten en terug te keren naar het venster Quick- Opt -timing-optimalisering. 8. Om een voorgestelde instelling te accepteren, selecteert u het selectievakje Paced AV Delay of Sensed AV Delay. Selecteer vervolgens de toets Program Optimal Values. Als andere parameters beïnvloed worden door deze wijziging, verschijnt het venster Preview van veranderingen met alle voorgestelde wijzigingen. 9. Selecteer de toets Program om de nieuwe instellingen te programmeren of de toets Discard Changes om de voorgestelde wijzigingen te verwerpen. FREEZE-CAPTURE VAN QUICKOPT -OPTIMALISERING Het venster QuickOpt Freeze Optimization Capture bevat maximaal de meest recente 30 s van het EGM, markergegevens en oppervlakte-ecg van de QuickOpt-optimaliseringsmeting. Het venster is ingedeeld als een willekeurige andere Capture bevriezen, waarbij u verschillende aspecten van het scherm kunt veranderen en de resultaten kunt printen. Het venster bevat tevens de gemiddelde meting, de acht gebruikte metingen en de optimale waarden voor de Paced/Sensed AV Delay-parameters. Beschikbaar in: Zephyr DR pulsgenerators Toegang vanaf: Tests > tab Timing Optimization > toets QuickOpt Optimization > toets EGM HANDMATIGE METING WAS NIET SUCCESVOL De instellingen die gebruikt zijn in de handmatige QuickOpt -timingcyclus-optimalisering konden niet succesvol acht geldige atriale waarnemingssignalen opwekken nadat de test werd gestopt. Druk op de toets Continue om het venster QuickOpt -optimalisering: Handmatige test te openen en de testparameterinstellingen te veranderen. Om het onderliggende ritme te helpen blootleggen, stelt u een lage Base Rate en lange Paced/Sensed AV Delay-instellingen in. U kunt ook de automatische test uitvoeren wanneer u het handmatige testvenster sluit en de toets Perform Test selecteert vanuit de tab Timing Optimization van het venster Tests. METINGEN WAREN NIET SUCCESVOL De programmer probeerde de atriale waarnemingssignalen te meten en dit is niet gelukt. Om het onderliggende ritme bloot te leggen, stelt u een lage Base Rate en lange Paced/Sensed AV Delay-instellingen in. Selecteer de toets Done om naar het venster QuickOpt -timing-optimalisering te navigeren. NIPS Zie Instructies voor NIPS en S1 Burst-tests. NIPS-interactie met andere parameters NIPS-venster NIPS-testparameters. Met het venster NIPS kunt u de Niet-invasieve geprogrammeerde stimulatie (NIPS)-tests uitvoeren voor alle beschikbare stimulatiekamers. NIPS maakt gebruik van het circuit van de pulsgenerator om asynchrone elektrische pulsen af te geven aan het myocardium volgens nauwkeurige intervallen en een vooraf bepaald patroon, om de klinische aritmie van een patiënt te reproduceren en/of te beëindigen. Met het venster NIPS kunt u tevens de S1 Burst-test uitvoeren, die onafgebroken stimuli op het geprogrammeerde S1 Cycle-interval afgeeft zolang de toets S1 Burst wordt geselecteerd Tests

71 Voor beide tests is een ononderbroken telemetrieverbinding tijdens stimulatie noodzakelijk. Een onderbroken telemetrie beëindigt de test en herstelt de permanent geprogrammeerde parameters. Toegang vanaf: Tests > NIPS Beschikbaar in: Identity ADx; Identity ; Integrity ADx; Victory ; Zephyr pulsgenerators WAARSCHUWING NIPS mag uitsluitend worden uitgevoerd door artsen die opgeleid zijn in tachycardie-inductie en reversieprotocollen. Tijdens het uitvoeren van NIPS dient er reanimatie-apparatuur beschikbaar te zijn. Tot de risico s die gepaard gaan met het gebruik van de programmer voor het uitvoeren van niet-invasieve elektrofysiologische tests behoren onder meer de kans op inductie van snelle of langzame hartfrequenties (wat een licht gevoel in het hoofd, kortademigheid, pijn in de borst en bewustzijnsverlies tot gevolg kan hebben) en de inductie of verergering van tachyaritmieën, waardoor farmacologische of elektrische schokbehandeling noodzakelijk wordt. Zorg voor een intraveneuze lijn voordat u met NIPS begint, om ervoor te zorgen dat er in een noodsituatie voldoende veneuze toegang is. Controleer de stimulatie-capturedrempels voordat u NIPS uitvoert. Houd altijd voldoende veiligheidsmarges in acht bij het kiezen van outputpuls-parameterinstellingen. Als cardioversie of defibrillatie noodzakelijk is, dient u ervoor te zorgen dat de paddles in een anterieure-posterieure positie worden geplaatst, of dusdanig dat zij zich loodrecht ten opzichte van het pad tussen het hart en de pulsgenerator bevinden, om zo de kans op schade aan het circuit van de pulsgenerator zo klein mogelijk te houden. De prestaties van de pulsgenerator dienen na de toepassing van defibrillatie of cardioversie zorgvuldig te worden geverifieerd, omdat er kans bestaat dat er wijzigingen in het stimulatiesysteem zijn opgetreden, en wel in het bijzonder van de drempel. LET OP Ventriculaire back-up stimulatie wordt afgegeven in de VOO-mode. NIPS-interactie met andere parameters Indicator voor electieve vervanging (ERI). NIPS is niet beschikbaar wanneer de pulsgenerator in ERI is. Pulse Amplitude. Tijdens ventriculaire NIPS is de output ingesteld op de voor NIPS huidig geprogrammeerde Pulse Amplitude en pulsfrequentie-instellingen. V. AutoCapture Pacing System. Als het V. AutoCapture-stimulatiesysteem ingeschakeld is, wordt dit tijdelijk uitgeschakeld tijdens NIPS. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-35

72 V. AutoCapture Off. Bij atriale NIPS, wanneer de parameter V. AutoCapture op Off is geprogrammeerd, wordt ventriculaire back-up stimulatie ingesteld op de permanent geprogrammeerde V. Pulse Width en V. Pulse Amplitude. V. AutoCapture On. Bij atriale NIPS, wanneer de parameter V. AutoCapture op On staat, wordt de V. Pulse Amplitude-instelling voor ventriculaire back-up stimulatie geprogrammeerd op 3,5 of 4,5 V (afhankelijk van de laatst gemeten capture-drempel) en op de permanent geprogrammeerde V. Pulse Width-instelling. Instructies voor NIPS en S1 Burst-tests NB Om de huidig geprogrammeerde NIPS-parameters te printen selecteert u de toets Print Settings. NIPS 1. Plaats de telemetriekop boven de pulsgenerator. 2. Selecteer de toets Tests. 3. Selecteer de tab NIPS. 4. Selecteer de toets Atrial of Ventricular NIPS. Het NIPS testscherm verschijnt. 5. Selecteer de drukknop NIPS en stel de parameters Koppelingsinterval, S1-telling, S1-cyclus-lengte en S2 tot en met S4 cyluslengte in. 6. Selecteer de toets Test Parameters om aanvullende parameters te programmeren. 7. Selecteer de toets Start NIPS. De pulsreeks begint voor de geprogrammeerde S1 Count. De pulsreeks wordt geannuleerd als de telemetrieverbinding wordt verbroken. S1 Burst 1. Plaats de telemetriekop boven de pulsgenerator. 2. Selecteer de toets Tests. 3. Selecteer de tab NIPS. 4. Selecteer de toets Atrial of Ventricular NIPS. Het NIPS testscherm verschijnt. 5. Selecteer de drukknop S1 Burst en stel de parameters Koppelingsinterval en de S1-cyclus-lengte in. 6. Houd de toets S1 Burst ingedrukt voor de gewenste duur. De programmer geeft de duur van de S1 Burst weer. 7. Laat de toets S1 Burst los wanneer de test is voltooid. NIPS-VENSTER Zie Instructies voor NIPS en S1 Burst-tests. Vanuit het venster NIPS doet u het volgende: Kies het type NIPS-test dat u wilt uitvoeren (NIPS of S1 Burst). Stel aanvullende testopties is met de toets NIPS-testparameters. Druk de huidige geprogrammeerde NIPS-testparameters af met de toets Print Settings. Start de test. Stel de NIPS-testparameters in, waaronder: 6-36 Tests

73 - Koppelingsinterval - S1-telling - S1-cyclus - S2-cyclus - S3-cyclus - S4-cyclus. Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS Koppelingsinterval De parameter Coupling Interval bepaalt het interval tussen de laatst gestimuleerde of waargenomen gebeurtenis en de eerst afgegeven S1-stimulus. Wanneer het apparaat is geprogrammeerd op de DDD(R)- of DDI(R)-mode, is het kortste beschikbare koppelingsinterval tijdens NIPS gelijk aan de hoogste van de Gestimuleerd AV -delay- of Waargenomen AV -delay-instelling plus 30 ms. Instellingen: (ms) in stappen van 10 (Nominaal: 500) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS S1-telling De parameter S1 Count stelt het aantal stimuli in dat afgegeven wordt in de S1-reeks. De eerste stimulus wordt afgegeven na het geprogrammeerde koppelingsinterval. Instellingen: 1 25 in stappen van 1 (Nominaal: 8) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS S1-cyclus De parameter S1 Cycle is de lengte van de gestimuleerde cyclus tussen de S1-stimuli. Instellingen: (ms) Off; in stappen van 10 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS S2-cyclus De parameter S2 Cycle is de lengte van de gestimuleerde cyclus na afgifte van de S1-reeks. Instellingen: (ms) Off; in stappen van 10 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS S3-cyclus De parameter S3 Cycle is de lengte van de gestimuleerde cyclus na afgifte van de S2-reeks. Instellingen: (ms) Off; in stappen van 10 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS S4-cyclus De parameter S4 Cycle is de lengte van de gestimuleerde cyclus na afgifte van de S3-reeks. Instellingen: (ms) Off; in stappen van 10 (Nominaal: Off) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-37

74 Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS NIPS-TESTPARAMETERS Zie Instructies voor NIPS en S1 Burst-tests. Met het venster NIPS Test Parameters kunt u de volgende NIPS-parameters instellen: V. back-up frequentie Pulsamplitude Pulsduur Pulsconfiguratie Sinus Node Recovery Delay (SNRD). V. back-up frequentie De parameter V. Backup Rate is de stimulatiefrequentie van de stimulus die afgegeven wordt aan het ventrikel tijdens A. NIPS (VOO-stimulatie). Tijdens de afgifte van atriale NIPS worden de parameters V. Pulse Amplitude en V. Pulse Width van de back-up stimulatie ingesteld op de huidige geprogrammeerde instellingen. Instellingen: (min ) Off; 30; in stappen van 5 (50) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial NIPS > Test Parameters Pulsamplitude De parameter Pulse Amplitude is de hoeveelheid elektrische spanning die tijdens NIPS-tests wordt afgegeven aan het myocardium. Deze is onafhankelijk van de huidig geprogrammeerde instelling voor de parameter Pulsamplitude. Instellingen: (V) 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 (Nominaal: 3,5) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS > Test Parameters Pulsduur De parameter NIPS Pulse Width is de duur van de puls gedurende NIPS-tests. Deze is onafhankelijk van de huidig geprogrammeerde instelling voor de parameter Pulsduur. Instellingen: (ms) 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 (Nominaal: 0,4) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS > Test Parameters Pulsconfiguratie De parameter NIPS Pulse Configuration stelt de anode en kathode van de puls in gedurende NIPS-tests. De NIPS-instelling voor deze parameter is onafhankelijk van de huidig geprogrammeerde instelling voor de parameter Pulsconfiguratie. Instellingen: Unipolar (tip case); Bipolar (tip ring) (Nominaal: Unipolar) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS > Test Parameters Sinus Node Recovery Delay (SNRD) De parameter Sinus Node Recovery Delay is de toegestane tijd tussen de laatste atriale NIPS-puls en de hervatting van normale atriale stimulatie. De vertraging zorgt voor een periode zonder externe stimulatie, waardoor de sinusknoop kan herstellen van de stimuli Tests

75 Instellingen: (s) 1 5 in stappen van 1 (Nominaal: 1) Toegang vanaf: Tests > NIPS > Atrial of Ventricular NIPS > Test Parameters TIJDELIJKE STIMULATIE (TEMPORARY PACING) Gebruik dit scherm om geselecteerde parameters tijdelijk te programmeren. Selecteer nadat u een andere parameterinstelling heeft gekozen de toets Start Temporary (Start tijdelijk) om de tijdelijke instellingen te initiëren. U kunt een tijdelijk geprogrammeerde instelling wijzigen of aanvullende tijdelijke instellingen toevoegen gedurende tijdelijke stimulatie. Als u de permanente instellingen wilt herstellen, selecteert u de toets Cancel Temporary (Tijdelijk annuleren) of selecteert u een ander scherm. Selecteer de toet Discard Changes (Veranderingen weggooien) om alle instellingen op de permanent geprogrammeerde waarden te resetten. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 6-39

76 6-40 Tests

77 7. BRADYCARDIEPARAMETERS Het venster Brady Parameters geeft alle programmeerbare bradycardieparameters weer, onderverdeeld in zeven groepen. Kies de gewenste toets om parameterinstellingen te wijzigen. De toetsen zijn: Basiswerking Frequenties Delays Capture en waarneming (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) Capture en waarneming (Victory, Zephyr pulsgenerators) Elektrodes Refractaire perioden en blanking AT/AF-detectie en respons. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady BASISWERKING Vanuit het venster Basic Operation kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: Mode Magneetrespons Sensor Drempel Slope Max. sensorfrequentie Reactietijd Hersteltijd. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation MODE De parameter Mode bepaalt de basiswerking van het apparaat. Voor timing-diagrammen en mode-beschrijvingen, zie Mode-beschrijvingen. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation MAGNEETRESPONS De parameter Magnet Response bepaalt hoe het apparaat reageert wanneer er een magneet boven wordt geplaatst. De instellingen zijn Off (geen respons) en Battery Test, waardoor het apparaat asynchroon stimuleert op de magneetfrequentie, een indicatie van de batterijstatus. Wanneer de magneet wordt verwijderd, keert de stimulatiefrequentie terug naar de geprogrammeerde Basisfrequentie of Sensor-geindiceerde frequentie. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-1

78 De programmer geeft de magneetfrequentie weer in het venster Batterij en elektroden. Zie Magneetfrequentie. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: Off; Battery Test (Nominaal: Battery Test) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation NB Interacties met algoritmes. Wanneer de parameter Magnet Response is geprogrammeerd op de instelling Battery Test, wordt telemetrie uitgeschakeld wanneer een magneet boven het apparaat wordt gehouden en zijn de volgende functies tijdelijk buiten werking (ze worden hersteld wanneer de magneet wordt verwijderd): Algoritmes van het V. AutoCapture -stimulatiesysteem Rustfrequentie en Hysteresisfrequentie Frequentie-gemoduleerde stimulatie PVC-opties PMT-opties Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding of V. intrinsieke voorkeur (VIP ) Auto Mode Switch Parameter AF Suppression -algoritme AT/AF-detectie De volgende functies worden geannuleerd terwijl een magneet boven de pulsgenerator wordt gehouden (als de parameter Magnet Response is geprogrammeerd op de instelling Battery Test) NIPS Automatische drempel herstellen Elke tijdelijke programmering Geavanceerde hysteresis-functies Batterij en elektroden-statusverzameling Gestimuleerd AV -delay. In tweekamer-modes wordt de parameter Paced AV Delay tijdelijk geprogrammeerd op 120 ms tijdens toepassing van een magneet. Indicator voor electieve vervanging (ERI). Bij ERI wordt de parameter Magnet Response automatisch geprogrammeerd op de instelling Battery Test. V. AutoCapture. Wanneer de parameter V. AutoCapture is ingeschakeld en de parameter Magnet Response is ingesteld op de instelling Battery Test, dan schakelt een magneettoepassing het apparaat naar de High Outpute Mode. Wanneer de magneet wordt verwijderd, gaat het apparaat terug naar de eerder geprogrammeerde instellingen en begint een Treshold Search. Episode-triggers. Als de parameter Magneetplaatsing-trigger geprogrammeerd is op On en de parameter Magnet Response ingesteld is op Battery Test, slaat de pulsgenerator de episode na een vertraging van twee seconden op, en voert deze een Battery Test uit na een vertraging van vijf seconden. SENSOR De parameter Sensor schakelt frequentiegevoelige stimulatie in, waardoor de pulsgenerator de frequentie kan verhogen of verlagen op basis van acitiviteitssensorgegevens. 7-2 Bradycardieparameters

79 Bij de instelling Passive activeert het apparaat frequentiegevoelige stimulatie niet, maar registreert het diagnostische gegevens die kunnen worden gelezen in Frequenties. Beschikbaar in: Identity ADx DR, SR, VDR; Identity ; Integrity ADx; Verity ADx DR, SR, VDR; Victory ; Zephyr pulsgenerators Instellingen: On; Off; Passive (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity Nominaal: Off; Victory, Zephyr Nominaal: Passive) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation NB Indicator voor electieve vervanging (ERI). Wanneer de pulsgenerator ERI bereikt, wordt Sensor automatisch opnieuw op Off geprogrammeerd, waardoor frequentie-gemoduleerde stimulatie wordt uitgeschakeld. ODO, OVO en OAO modes zijn niet beschikbaar wanneer Sensor is geprogrammeerd op On. DREMPEL De parameter Threshold is het trigger-punt waarbij een bepaald activiteitsniveau invloed heeft op de Sensor-geïndiceerde frequentie. Een lagere Threshold-instelling laat de sensor reageren op lagere activiteitsniveaus, terwijl een hogere instelling de sensor alleen laat reageren op hogere activiteitsniveaus. De Auto -instellingen stellen de parameter Threshold automatisch boven of onder de waarde voor Measured Average Sensor (MAS), een berekening van de activiteit van de patiënt over de afgelopen 18 uur. Een instelling van Auto (+1,0) stelt de parameter Threshold dus automatisch in op 3,0 wanneer de MAS-waarde 2,0 is. De MAS-waarde wordt continue bijgewerkt met nieuwe sensorgegevens. De MAS-waarde verschijnt onder de toets Threshold in het venster Basic Operation. Om de MAS-waarde te wissen en opnieuw te berekenen, selecteert u de toets Automatische drempel herstellen in het venster Tests > Sensors. Beschikbaar in: Identity ADx DR, SR, VDR; Identity; Integrity ADx Verity ADx DR, SR, VDR; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0); 1 7 in stappen van 0,5 (Nominaal: Auto+0,0) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation SLOPE De parameter Slope wijst een vlakkere (lage instelling) of steilere (hoge instelling) slope toe aan de sensorfrequentie-respons. Lagere instellingen, of een vlakkere respons, beperken de reactie op activiteit tot kleine toenames in de stimulatiefrequentie. Hogere instellingen, of een steilere respons, laten de frequentie toenemen met hogere stimulatiefrequenties. De figuur hieronder (Figuur 7-1) toont de verschillende instellingen voor de parameter Slope. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-3

80 Toename van de frequentie (min -1 ) Slope Lage activiteit Figuur 7-1. Slope Sensorniveau Slope 1 Hoge activiteit De Auto -instellingen stellen de parameter Slope in boven of onder een berekening van de activiteit van de patiënt over de afgelopen zeven dagen, de Auto Slope. Een instelling van Auto (+1,0) stelt de parameter Slope automatisch in op 14 wanneer de Auto Slope 13 is. De Auto Slope-waarde wordt weergegeven onder de toets Slope in het venster Basic Operation. Beschikbaar in: Identity ADx DR, SR, VDR; Identity; Integrity ADx Verity ADx DR, SR, VDR; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3); 1 16 (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity Nominaal: 8; Victory, Zephyr Nominaal: Auto (+2) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation MAX. SENSORFREQUENTIE De parameter Max Sensor Rate (Max. sensorfrequentie) is de hoogste stimulatiefrequentie die toegestaan is door frequentiegevoelige stimulatie. Het is ook de hoogste Sensor-geïndiceerde frequentie die geregistreerd kan worden bij de instelling Passive. Beschikbaar in: Identity ADx DR, SR, VDR; Identity; Integrity ADx Verity ADx DR, SR, VDR; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (min ) in stappen van 5; in stappen van 10 (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity Nominaal: 110; Victory, Zephyr Nominaal: 130) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation NB Parameter AF Suppression. Behalve bij Victory en Zephyr pulsgenerators beperkt MSR de hoogst toegestane atriale frequentie wanneer atriale stimulatie wordt aangestuurd door het AF Suppression -algoritme. In Victory en Zephyr pulsgenerators wordt deze functie bestuurd door de parameter Maximale AF-onderdrukkingsfrequentie. Interacties met algoritmes. De interactie van een aantal algoritmes kan de pulsgenerator toestaan de instellingen voor Maximum tracking-frequentie en MSR te negeren. Hiertoe behoren AF Suppression, V. AutoCapture, Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding, Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie, V. veiligheidsstandby, V. intrinsieke voorkeur (VIP ) en alle ventriculair-gebaseerde algoritmes. Deze interactie komt waarschijnlijk eerder voor in gevallen waar het operationele Gestimuleerd AV -delay aanzienlijk afwijkt van de geleidingstijd van de patiënt. Neem voor meer informatie over maximumfrequentiegedrag contact op met Technische ondersteuning. 7-4 Bradycardieparameters

81 REACTIETIJD De parameter Reaction Time (Reactietijd) regelt hoe snel verhogingen in de Sensor-geïndiceerde frequentie voorkomen. Een zeer snelle instelling maakt snelle frequentieverhogingen mogelijk, terwijl een langzame instelling de frequentie alleen langzaam laat verhogen. Beschikbaar in: Identity ADx DR, SR, VDR; Identity; Integrity ADx Verity ADx DR, SR, VDR; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Very Fast; Fast; Medium; Slow (Nominaal: Fast) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation NB Slope. Verhogingen van de reactietijd worden beperkt door de Slope-instelling. Tracking en getriggerde werking worden niet beïnvloed door de instelling voor Reaction Time. HERSTELTIJD De parameter Recovery Time (Hersteltijd) regelt hoe snel verlagingen in de Sensor-geïndiceerde frequentie voorkomen. Een snelle instelling maakt snelle frequentieverlagingen mogelijk, terwijl een zeer langzame instelling de frequentie alleen langzaam laat verlagen. Beschikbaar in: Identity ADx DR, SR, VDR; Identity; Integrity ADx Verity ADx DR, SR, VDR; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Fast; Medium; Slow; Very Slow (Nominaal: Medium) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Basic Operation NB Slope. Verhogingen van de hersteltijd worden beperkt door de Slope-instelling. Tracking en getriggerde werking worden niet beïnvloed door de instelling voor Recovery Time. FREQUENTIES Vanuit het venster Rates (Frequenties) kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: Basisfrequentie Rustfrequentie Max. sensorfrequentie Maximum tracking-frequentie Hysteresisfrequentie Zoekinterval Cyclustelling Interventiefrequentie Interventieduur Hersteltijd. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-5

82 BASISFREQUENTIE De parameter Base Rate (Basisfrequentie) stelt de minimale stimulatiefrequentie van de patiënt in. Gewoonlijk kunnen frequenties alleen beneden de basisfrequentie komen wanneer Rustfrequentie of Hysteresisfrequentie is geprogrammeerd. In atriale modes wordt het Base Rate-interval gemeten van een atriale stimulus tot de volgende atriale stimulus zonder dat er daartussen een atriale gebeurtenis wordt waargenomen. In ventriculaire modes wordt het interval gemeten van een ventriculaire stimulus tot de volgende ventriculaire stimulus zonder dat er daartussen een ventriculaire gebeurtenis wordt waargenomen. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: (min ) 30; in stappen van 5; in stappen van 10 (Nominaal: 60) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates NB Indicator voor electieve vervanging (ERI). Wanneer de batterijspanning afneemt naar ERI, wordt het feitelijke stimlatie-interval 100 ms langer dan het geprogrammeerde Base Rate-interval. De geprogrammeerde versus de werkelijke stimulatiefrequenties voor de Base Rate bij ERI worden weergegevn in deze tabel (Tabel 11-3). RUSTFREQUENTIE Met de parameter Rest Rate (Rustfrequentie) kan de pulsgenerator de stimulatiefrequentie verlagen tot een frequentie beneden de Basisfrequentie-instelling terwijl de patiënt slaapt of lange tijd rust. Wanneer de parameter Rest Rate is geprogrammeerd, analyseert de pulsgenerator activiteitsgegevens over een periode van zeven dagen. Wanneer de pulsgenerator waarneemt dat de patiënt 15 tot 20 minuten niet actief is geweest, schakelt deze de stimulatiefrequentie van de instelling Base Rate naar de instelling Rest Rate. Wanneer het apparaat activiteit waarneemt, wordt stimulatie hervat op Base Rate-instelling of op de Sensor-geïndiceerde frequentie. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Verity ADx DR, SR, VDR; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (min ) Off; in stappen van 5; 140; 150 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates NB Post implantatie. Programmeer de Rest Rate de eerste zeven dagen na de implantatie niet, om betrouwbare activiteitsgegevens te kunnen verzamelen. Testen. De parameter Rest Rate wordt tijdelijk uitgeschakeld tijdens een V. Capture-test, een V. AutoCapture-setup, een ACap Confirm Setup, een A. capture-test en NIPS. Hysteresisfrequentie wordt uitgeschakeld wanneer Rest Rate in werking is. Mode-switch. Terwijl het apparaat op de AMS-basisfrequentie werkt, werkt de parameter Rest Rate op de Base Rate-instelling. 7-6 Bradycardieparameters

83 MAXIMUM TRACKING-FREQUENTIE De parameter Max Track Rate (MTR) is de maximale door de pulsgenerator toegestane ventriculaire stimulatiefrequentie. Wanneer het apparaat in de DDD(R)-mode een atriaal ritme waarneemt dat sneller dan de MTR-instelling is, dan wordt het Waargenomen AV -delay verlengd om er voor te zorgen dat de ventriculaire stimulatiefrequentie de MTR-instelling niet overschrijdt Pauzes die af en toe plaatsvinden (Wenckebach-gedrag) kunnen optreden in overeenstemming met normaal hoge-frequentiegedrag. Als hulp bij het programmeren geeft de programmer, indien de parameter MTR is geprogrammeerd, de intrinsieke atriale frequentie weer waarbij 2:1 AV-block plaatsvindt. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (min ) in stappen van 5; in stappen van 10 (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity Nominaal: 110; Victory, Zephyr Nominaal: 130) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates NB Max. sensorfrequentie. De MTR kan overschreden worden als de Max Sensor Rate hoger wordt geprogrammeerd dan de MTR. Interacties met algoritmes. De interactie van een aantal algoritmes kan de pulsgenerator toestaan de instellingen voor MTR en Max. sensorfrequentie te negeren. Hiertoe behoren AF Suppression, V. AutoCapture, Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding, Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie, V. veiligheidsstandby, V. intrinsieke voorkeur (VIP ) en alle ventriculair-gebaseerde algoritmes. Deze interactie komt waarschijnlijk eerder voor in gevallen waar het operationele Gestimuleerd AV -delay aanzienlijk afwijkt van de geleidingstijd van de patiënt. Neem voor meer informatie over maximumfrequentiegedrag contact op met Technische ondersteuning. HYSTERESISFREQUENTIE De parameter Hysteresis Rate (Hysteresisfrequentie) is een frequentie onder de instelling voor Basisfrequentie, die gebruikt wordt wanneer de voorkeur wordt gegeven aan het intrinsieke ritme van de patiënt in plaats van stimulatie. Wanneer de parameter Hysteresis Rate is geprogrammeerd, verlaagt het apparaat de stimulatiefrequentie van de Base Rate-instelling tot de instelling Hysteresis Rate wanneer het intrinsieke activiteit waarneemt. Wanneer geen intrinsieke activiteit wordt waargenomen, schakelt het apparaat terug naar de Base Rate-instelling. Werking in de Hysteresis Rate-instelling wordt getriggerd door een P-golf in de atriale modes [DDD(R), VDD(R), AAI(R), AAT(R)] en een R-golf in de ventriculaire modes [DDI(R), DVI(R), VVI(R), VVT(R)]. Zie Geavanceerde hysteresis-functies. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: (min ) Off; in stappen van 5; in stappen van 10 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-7

84 NB Frequentie-gemoduleerde modes. Hysteresis Rate wordt uitgeschakeld wanneer de pulsgenerator sensoractiviteit waarneemt. Parameter AF Suppression. Hysteresis Rate wordt automatisch geprogrammeerd op Off wanneer AF Suppression is geprogrammeerd op On. Rustfrequentie heeft voorrang boven de Hysteresis Rate. Hysteresis tracking-frequentie Wanneer VDD(R) mode is geprogrammeerd, is de niet-programmeerbare Hysteresis Tracking Rate de minimum intrinsieke atriale frequentie waarbij P--golven kunnen worden getraceerd. Deze frequentie is gelijk aan het huidige geprogrammeerde Hysteresis Rate-interval en het Waargenomen AV -delay. Wanneer de VDD(R)-mode is geprogrammeerd, verschijnt de waarde van de Hysteresis Tracking Rate onder de knop Hysteresis Rate op het programmer-scherm. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Geavanceerde hysteresis-functies Er zijn bij sommige pulsgenerators tot maximaal vijf extra parameters beschikbaar wanneer de parameter Hysteresis Rate is ingeschakeld. Deze parameters zijn: Zoekinterval Cyclustelling Interventiefrequentie Interventieduur Hersteltijd. ZOEKINTERVAL De parameter Search Interval geeft de pulsgenerator aan om het stimulatie-interval periodiek met het geprogrammeerde aantal minuten te verlengen om te zoeken naar intrinsieke activiteit. Als u dus 5, selecteert, verlaagt de pulsgenerator de stimulatiefrequentie elke vijf minuten tot de instelling voor Hysteresisfrequentie om te zoeken naar intrinsieke activiteit. Wanneer het apparaat tijdens het zoeken een intrinsieke slag waarneemt, wordt de frequentie verlaagd tot de geprogrammeerde instelling voor Hysteresis Rate. Als er tijdens het Hysteresis Rate-interval geen intrinsieke slag wordt gedetecteerd, levert het apparaat een puls aan het einde van het interval en begint het met stimulatie op de Basisfrequentie-instelling. Als er tussen zoekopdrachten een eigen hartslag optreedt, werkt het apparaat op de Hysteresis Rate-frequentie. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: (min) Off; 5; 10; 15; 30 (Nominaal: 5 min) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates NB Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding. Wanneer Search Interval is geprogrammeerd, wordt deze instelling tevens gebruikt als zoekfrequentie voor AutoIntrinsic Conduction Search. 7-8 Bradycardieparameters

85 CYCLUSTELLING Gebruikt in combinatie met Zoekinterval is de parameter Cycle Count het aantal cycli dat het apparaat telt wanneer het zoekt naar intrinsieke activiteit. De parameter Cycle Count bepaalt tevens het aantal cycli waarmee de intrinsieke frequentie van de patiënt onder de geprogrammeerde Hysteresisfrequentie-instelling mag dalen voordat het algoritme op de Interventiefrequentie-instelling begint te stimuleren, wanneer de parameter Intervention Rate is ingeschakeld. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: (Identity ADx SR, Identity SR, Integrity ADx SR, Verity ADx) (cycli) 1; 2; 3 (Nominaal: 1) (Identity ADx DR, Identity ADx DC, Identity DR, Integrity ADx DR, Victory, Zephyr) (cycli) 1 16 (Nominaal: 1) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates INTERVENTIEFREQUENTIE Gebruik deze functie om in te grijpen wanneer de intrinsieke frequentie van de patiënt onder de Hysteresisfrequentie-instelling daalt en snel tot een hogere stimulatiefrequentie moet worden bijgesteld. Wanneer de parameter Intervention Rate is ingeschakeld, begint het apparaat te stimuleren op de Intervention Rate-instelling wanneer de stimulatiefrequentie tot onder de Hysteresisfrequentie-instelling daalt gedurende een periode die langer is dan de Cyclustelling-instelling. De instelling Intervention Rate blijft van kracht gedurende de tijd die ingesteld is door de parameter Interventieduur. De frequentie keert vervolgens terug naar de Basisfrequentie-instelling langs een tijdsas die beschreven wordt door de parameter Hersteltijd. Wanneer de parameter Intervention Rate op Off geprogrammeerd is, stimuleert het apparaat op de geprogrammeerde Base Rate-instelling wanneer de intrinsieke frequentie onder de Hysteresis Rate-instelling zakt. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity DR; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (min ) Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; Intrinsic+30; in stappen van 10 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates NB Episodes. Wanneer de parameter Intervention Rate is ingeschakeld, programmeert deze automatisch de Geavanceerde hysteresis-trigger op On bij pulsgenerators die deze functie hebben. INTERVENTIEDUUR De parameter Intervention Duration bepaalt het aantal minuten dat het apparaat werkt op de Interventiefrequentie-instelling. Na deze tijdsduur verlaagt het apparaat de frequentie volgens de geprogrammeerde Hersteltijd -parameter totdat de Basisfrequentie-instelling of sensorgeïndiceerde frequentie is bereikt en de normale werking op de Hysteresis Rate wordt hervat. De parameter Intervention Duration kan niet worden geprogrammeerd wanneer de parameter Intervention Rate is uitgeschakeld. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity DR; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (min) 1 10 (Nominaal: 3) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-9

86 HERSTELTIJD De parameter Recovery Time (Hersteltijd) bepaalt hoe snel het apparaat de stimulatiefrequentie van de instelling Interventiefrequentie verlaagt tot de instelling Basisfrequentie na een geavanceerde hysteresisinterventie. Deze parameter werkt tevens met de parameter Sensor en kan worden gewijzigd in het venster Basiswerking. De parameter Sensor hoeft echter niet ingeschakeld te zijn om te parameter Recovery Time te programmeren. De parametertoets Recovery Time is niet actief in dit venster wanneer de parameter Intervention Rate is uitgeschakeld. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Verity ADx; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Fast; Medium; Slow; Very Slow (Nominaal: Medium) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Rates DELAYS Vanuit het venster Delays kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: Gestimuleerd AV -delay Waargenomen AV -delay Frequentiegevoelig AV-delay Kortste AV-delay Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding V. intrinsieke voorkeur (VIP ) VIP zoekinterval VIP zoekcycli Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays GESTIMULEERD AV -DELAY De parameter Paced AV Delay is het interval tussen een gestimuleerde atriale gebeurtenis en een ventriculaire puls. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (ms) 25; in stappen van 10; in stappen van 25; 350 (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity Nominaal: 170; Victory, Zephyr Nominaal: 200) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays 7-10 Bradycardieparameters

87 NB Lang Paced AV Delay. Wees voorzichtig bij het programmeren van een lang Paced AV Delay of Sensed AV Delay, aangezien deze parameters met 100 ms worden verlengd na verlies van capture wanneer V. AutoCapture is geprogrammeerd op On. Deze verlenging reduceert het fusie-geïnduceerd zoeken van de drempel 1. Basisfrequentie. Het langste programmeerbare Paced AV Delay wordt bepaald door de instelling voor Base Rate. De maximale instellingen voor Paced en Sensed AV Delay voor alle geprogrammeerde Base Rate-instellingen worden weergegeven in de onderstaande tabel (Tabel 7-1). 1. Alleen bij Identity ADx DR, Identity DR, Integrity ADx DR en Verity ADx DC, DR pulsgenerators. In Victory DR en Zephyr DR pulsgenerators is het Paced AV Delay beperkt tot 350 ms. Base Rate (min ) Maximum Sensed/Paced AV Delay (ms) Base Rate (min ) Maximum Sensed/Paced AV Delay (ms) Tabel 7-1. Maximale instellingen voor Paced AV Delay en Sensed AV Delay bij elke Base Rate-instelling WAARGENOMEN AV -DELAY De parameter Sensed AV Delay is het interval tussen een waargenomen atriale gebeurtenis en een ventriculaire puls. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (ms) 25; in stappen van 10; in stappen van 25 (Nominaal: 150) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays NB Lang Sensed AV Delay. Wees voorzichtig bij het programmeren van een lang Paced AV Delay of Sensed AV Delay, aangezien deze parameters met 100 ms worden verlengd na verlies van capture wanneer V. AutoCapture is geprogrammeerd op On. Deze verlenging reduceert het fusie-geïnduceerd zoeken van de drempel 1. Basisfrequentie. Het langste programmeerbare Sensed AV Delay wordt bepaald door de instelling voor Base Rate. De maximale instellingen voor Paced en Sensed AV Delay voor alle geprogrammeerde Base Rate-instellingen worden weergegeven in de onderstaande tabel (Tabel 7-1). 1. Alleen bij Identity ADx DR, Identity DR, Integrity ADx DR en Verity ADx DC, DR pulsgenerators. In Victory DR en Zephyr DR pulsgenerators is het Paced AV Delay beperkt tot 350 ms. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-11

88 FREQUENTIEGEVOELIG AV-DELAY De parameter Rate Responsive AV Delay verhoogt of verlaagt de instelling voor Gestimuleerd AV -delay of Waargenomen AV -delay aan de hand van wijzigingen in de Sensor-geïndiceerde frequentie of de waargenomen intrinsieke frequentie. Een instelling op Low verandert de instelling voor Paced/Sensed AV Delay met één ms voor elke verandering van één min in de Basisfrequentie. Een instelling op High verandert de instelling voor Paced/Sensed AV Delay met drie ms voor elke verandering van één min in de Base Rate. Naarmate dus de stimulatiefrequentie omhoog gaat, verlaagt het apparaat zowel de instelling voor Paced als voor Sensed AV Delay tot de Max. sensorfrequentie, Maximum tracking-frequentie of Kortste AV-delay-instelling is bereikt. Het algoritme begint te werken wanneer de frequentie boven de 90 min of een basisfrequentie die ingesteld is boven de 90 min komt. Wanneer de sensorgeïndiceerde frequentie of waargenomen intrinsieke atriale frequentie tot onder de 90 min daalt, eindigt het algoritme. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: Off; Low; Medium; High (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays NB Sensor. De parameter Rate Responsive AV Delay is beschikbaar bij alle Sensor-instellingen. FARI. De parameter Rate Responsive AV Delay is gebaseerd op het Filtered Atrial Rate Interval (FARI) en verandert niet abrupt wanneer er Wenckebach hoge-frequentiegedrag optreedt. Zie Auto Mode Switch. KORTSTE AV-DELAY De parameter Shortest AV Delay definieert het minimale AV Delay voor de instellingen Frequentiegevoelig AV-delay en Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (ms) in stappen van 5; in stappen van 10 (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity Nominaal: 70; Victory, Zephyr Nominaal: 100) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays NB Indicator voor electieve vervanging (ERI). Wanneer de pulsgenerator ERI bereikt, wordt de parameter Shortest AV Delay automatisch op 70 ms geprogrammeerd. 1. Hoewel 30 ms kan worden geprogrammeerd kunnen de werkelijke Sensed AV Delay-instellingen niet lager zijn dan 40 ms. Werkelijke Paced AV Delay-instellingen kunnen 30 ms bereiken Bradycardieparameters

89 AUTOMATISCH ZOEKEN NAAR INTRINSIEKE GELEIDING De parameter AutoIntrinsic Conduction Search (AICS) bepaalt de tijd waarmee de pulsgenerator periodiek het Paced/Sensed AV Delay verlengt om te zoeken naar intrinsieke geleiding. Het algoritme verlengt het Paced/Sensed AV Delay elke vijf minuten of met de Zoekinterval-instelling. Een Waargenomen AV -delay van 150 ms wordt dus verlengd tot 250 ms bij een AICS-instelling van 100 ms. Als er tijdens de verlenging een R-golf wordt waargenomen, wordt de ventriculaire puls onderdrukt en blijft de Paced/Sensed AV Delay-verlenging gehandhaafd totdat het zoekinterval afloopt. Als er tijdens een verlenging geen R-golf wordt waargenomen, wordt de geprogrammeerde instelling voor Paced/Sensed AV Delay hersteld tot het zoekinterval afloopt. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR pulsgenerators Instellingen: ((ms): Off; +10 ms tot +120 in stappen van 10 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays NB Werkingscondities. AICS werkt niet: Wanneer de Basisfrequentie 90 min is en Frequentiegevoelig AV-delay is ingeschakeld Wanneer de intrinsieke atriale frequentie of de Sensor geïndiceerde frequentie 90 min is. PVC s hebben geen invloed op deze functie. V. AutoCapture. Als AICS is ingeschakeld en V. AutoCapture is geprogrammeerd op On, dan wordt de instelling voor AICS automatisch geprogrammeerd op 100 ms Als AICS is ingesteld op 100 ms, dan wordt de AICS-instelling niet veranderd door programmering van V. AutoCapture op On. V. INTRINSIEKE VOORKEUR (VIP ) De parameter V. Intrinsic Preference (VIP ) verlengt de ventriculaire alertperiode van de pulsgenerator (d.w.z de parameter Paced/Sensed AV Delay) periodiek bij ventriculaire gebeurtenissen, zodat de pulsgenerator ventriculaire stimulatie kan verlagen. De instelling voor de VIP-parameter is gelijk aan de mate van verlenging van de parameter Paced/Sensed AV Delay. Als de parameter Paced/Sensed AV Delay bijvoorbeeld is ingesteld op 150 ms en de VIP-parameter op 50 ms, dan stelt het apparaat periodiek het totale AV Delay in op 200 ms. Wanneer het apparaat gedurende deze verlengde alertperiode intrinsieke geleiding waarneemt, dan houdt het algoritme het verlengde AV Delay aan tot er geen intrinsieke slag meer wordt gedetecteerd. Voordat het apparaat terugkeert naar het geprogrammeerde Paced/Sensed AV Delay, mag geen intrinsieke geleiding meer worden gedetecteerd gedurende het aantal cycli dat gespecificeerd is door de parameter VIP zoekcycli. Wanneer geen intrinsiek ritme wordt gevonden, wordt er een nieuwe zoekopdracht uitgevoerd met het interval dat gespecificeerd is door de parameter VIP zoekinterval. Beschikbaar in: Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: ((ms): Off; 50; 75; 100; 125; 150; 160; 170; 180; 190; 200 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-13

90 NB Hoge Basisfrequentie. De VIP-parameter werkt niet wanneer de Basisfrequentie is ingesteld op 110 min. PVC s hebben geen invloed op deze functie. V. AutoCapture. Als de VIP-parameter is ingeschakeld en de V. AutoCapture-parameter geprogrammeerd is op On, dan wordt de VIP-instelling automatisch geprogrammeerd op een minimuminstelling van 100 ms 1. Paced/Sensed AV Delay. De instellingen voor VIP en Paced/Sensed AV Delay kunnen niet hoger zijn dan 450 ms. Opeenvolgende R golven. Wanneer er drie opeenvolgende R golven optreden binnen de Paced/Sensed AV Delay-instelling, verlengt het VIP-algoritme het Paced/Sensed AV Delay met de waarde van de VIP-instelling. De volgende situaties schakelen de VIP-parameter uit: Als de Mode DDD(R) of VDD(R) is en de Base Rate 110 min is Als de atriale frequentie of de atriale gestimuleerde frequentie 110 min is Als de parameter Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie is ingeschakeld Als de Geavanceerde hysteresis-functies gestart zijn Als er een magneet wordt toegepast. 1. Als VIP is ingesteld op 100 ms, dan wordt deze instelling niet veranderd door programmering van V. AutoCapture op On. VIP ZOEKINTERVAL De parameter Search Interval bepaalt hoe vaak het apparaat zoekt naar intrinsieke geleiding wanneer de parameter V. intrinsieke voorkeur (VIP ) is ingeschakeld. Beschikbaar in: Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: 30 s; 1 min; 3 min; 5 min; 10 min; 30 min (Nominaal: 1 min) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays VIP ZOEKCYCLI De parameter Search Cycles bepaalt hoeveel cycli het verlengde Paced/Sensed AV Delay van kracht blijft bij het zoeken naar intrinsieke geleiding wanneer de parameter V. intrinsieke voorkeur (VIP ) is ingeschakeld. Beschikbaar in: Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (cycli) 1; 2; 3 (Nominaal: 1) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays NEGATIEVE AV-HYSTERESIS MET ZOEKFUNCTIE De parameter Negative AV Hysteresis/Search (Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie) stelt de pulsgenerator in staat om de instelling voor Gestimuleerd AV -delay en Waargenomen AV -delay telkens wanneer een R-golf wordt gedetecteerd te verlagen, om intrinsieke geleiding te ontmoedigen en ventriculaire stimulatie aan te moedigen. De instelling is de mate waarin het Paced/Sensed AV Delay wordt verlaagd na detectie van een R-golf Bradycardieparameters

91 Wanneer de parameter Negative AV Hysteresis with Search is ingeschakeld, verkort een gedetecteerde R-golf het Paced/Sensed AV Delay. Dit blijft 32 cycli na detectie van de R-golf van kracht. Wanneer binnen deze tijd geen andere R-golf wordt gedetecteerd, dan wordt het permanent geprogrammeerde Paced/Sensed AV Delay hersteld. Als een wel andere R-golf wordt gedetecteerd tijdens de periode van 32 cycli, blijft de verkorte instelling voor Paced/Sensed AV Delay gedurende 256 cycli van kracht. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (ms) Off; -10 tot -110 in stappen van 10 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Delays NB Sensor. Sensorgestuurde verhogingen van de stimulatiefrequentie of de instelling voor kunnen het Paced/Sensed AVFrequentiegevoelig AV-delayDelay negeren of verder verkorten tot voorbij de instelling voor Negative AV Hysteresis with Search. Kortste AV-delay. Negative AV Hysteresis with Search kan het Paced/Sensed AV Delay niet verkorten tot een instelling onder het kortste AV Delay. V. AutoCapture. Als V. AutoCapture is geprogrammeerd op On, dan wordt Negative AV Hysteresis with Search opgeschort na twee opeenvolgende capture-verliezen. Wanneer capture weer is hersteld, wordt het algoritme hervat. Wanneer Negative AV Hysteresis with Search is geprogrammeerd, annuleert dit de Paced/Sensed AV Delay-verlenging van 100 ms na verlies van capture. Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding (AICS) of V. intrinsieke voorkeur (VIP ). Negative AV Hysteresis kan niet worden ingeschakeld wanneer AICS of VIP is ingeschakeld. CAPTURE EN WAARNEMING (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) Vanuit het venster Capture & Sense kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: V. AutoCapture Pulsamplitude Pulsduur Amplitudebewaking Gevoeligheid Back-up pulsconfiguratie ER-gevoeligheid Samplingfrequentie Zoekfrequentie. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense CAPTURE EN WAARNEMING (Victory, Zephyr pulsgenerators) Vanuit het venster Capture & Sense kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: parameter ACap Confirm (alleen bij Zephyr pulsgenerators) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-15

92 V. AutoCapture Pulsamplitude Pulsduur Amplitudebewaking Gevoeligheid Back-up pulsconfiguratie Venster Automatische capture-instellingen. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense PARAMETER ACAP CONFIRM De parameter ACap Confirm meet periodiek de atriale capture-drempel en stelt de A. Pulsamplitude-instelling automatisch boven de gemeten drempel in. In de onderstaande tabel tabel ziet u de hoeveelheid extra spanning boven de gemeten drempel die de functie ACap Confirm toevoegt aan de atriale capture-drempel. De pulsgenerator meet de capture-drempel wanneer de automatische A. capture-test wordt uitgevoerd en iedere acht of 24 uur, afhankelijk van de instelling van de parameter Zoekfrequentie (toegankelijk vanuit het Venster Automatische capture-instellingen op het parametervenster Capture en waarneming). De parameter ACap Confirm heeft drie instellingen: On. De pulsgenerator meet de drempel, past de A. Pulse Amplitude-instelling automatisch aan en registreert de drempelmeting in de Threshold Trend (Deze sessie) en het Follow-up EGM. Monitor. De pulsgenerator meet en registreert alleen de A. capture-drempel in de Threshold Trend maar past de A. Pulse Amplitude-instelling niet aan. Off. De pulsgenerator meet of registreert de capture-drempel niet en en past de A. Pulse Amplitude-instelling niet automatisch aan. NB Om ervoor te zorgen dat het stimulatiesysteem de functie ACap Confirm kan uitvoeren, dient u de ACap Confirm Setup-test uit te voeren voordat u de parameter ACap Confirm programmeert op On of Monitor. Atriale capture-drempel (V) 1 Extra amplitude (V) 1,5 1,0 2 1,625 2,25 1,5 2,375 3,0 2,0 3,125 3,875 Vast ingesteld op 5,0 V Tabel 7-2. Mate van verhoging van de Pulse Amplitude over de gemeten atriale capture-drempel 1. In stappen van 0,125 V. 2. Bij de instellingen 1,125 en 1,375 is de extra verhoging van de pulsamplitude 1,125 V. Om de ACap Confirm-functie te laten werken moet u: Een bipolaire stimulatie-elektrode met een lage polarisatie in het atrium implanteren. De parameter A. Type elektrode instellen op Uni/Bi of Bipolar. De parameter A. Pulsconfiguratie instellen op Bipolar. De ACap Confirm Setup uitvoeren Bradycardieparameters

93 Wanneer de parameter ACap Confirm geprogrammeerd is op de instelling On of Monitor, treedt er een aantal wijzigingen in de programmering op: De programmer geeft de A. Automatic Pulse Amplitude en aanvullende ACap Confirm-parameters weer; A. Pulse Amplitude wordt niet beschikbaar. De programmer reset de parameters A. Back-up pulsconfiguratie en A. Zoekfrequentie voor latere programmering. De programmer reset de A. Pulse Configuration-instelling op Bipolar voor latere programmering (als deze is ingesteld op Unipolar). De parameter Automatic Pulse Amplitude wordt ingesteld op de laatst gemeten capture-drempel plus de hoeveelheid in de tabel hierboven. Als de capture-drempel niet is gemeten, wordt de parameter Automatic Pulse Amplitude ingesteld op 5,0 V. De A. Pulsduur-instelling verandert niet wanneer de parameter ACap Confirm wordt geprogrammeerd op On of Monitor. Wanneer de parameter ACap Confirm wordt geprogrammeerd op Off of Monitor, wordt de parameter A. Pulse Amplitude ingesteld op 3,5 V, tenzij de parameter Automatic Pulse Amplitude 3,5 V of groter is, wanneer deze is ingesteld op 5,0 V. Beschikbaar in: Zephyr pulsgenerators Instellingen: On; Monitor; Off (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense NB Hoge Base Rate-instellingen. De functie ACap Confirm werkt niet bij intrinsieke atriale frequenties of Base Rate-instellingen van of hoger dan 120 min. Als de pulsgenerator deze hoge frequenties detecteert, probeert het een uur later capture-meting uit te voeren. Vertragingen in het zoeken naar de drempel. De pulsgenerator vertraagt een geplande zoekopdracht naar de atriale drempel als één van de volgende condities bestaat: Auto Mode Switch-entry Automatische P en R golfmeting (zie Amplitudebewaking) Elektrodebewakingsmeting (zie Parameter elektrodebewaking) Verwerking van opgeslagen EGM (zie Opgeslagen EGM-configuratie) Zoeken naar de V. AutoCapture-drempel. Indicator voor electieve vervanging (ERI). De pulsgenerator programmeert de parameter ACap Confirm op Off wanneer deze ERI bereikt. De pulsgenerator stelt de A. Pulse Amplitude in op tweemaal het gemiddelde van de laatste vier drempelmetingen, tot maximaal 5,0 V, met een minimum van 2,0 V. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-17

94 V. AUTOCAPTURE De parameter V. AutoCapture stelt de V. Pulse Amplitude van de pulsgenerator automatisch in op 0,25 V boven de gemeten capture-drempel en biedt verificatie van capture bij iedere puls. Als capture tweemaal achter elkaar wordt verloren, geeft de pulsgenerator een back-up veiligheidspuls van 4,5 V (5,0 V bij Victory en Zephyr pulsgenerators) voor elk verlies van capture en begint te zoeken naar een nieuwe capture-drempel. Als er geen verlies van capture wordt gedetecteerd, zoekt de pulsgenerator elke acht uur naar een lagere capture-drempel. (In Victory en Zephyr pulsgenerators kan er iedere acht of 24 uur een Threshold Search worden geprogrammeer door de parameter Zoekfrequentie in te stellen.) Als er een lagere drempel wordt gevonden tijdens het zoeken naar de drempel, verlaagt de pulsgenerator de Automatic Pulse Amplitude naar 0,25 V boven de nieuwe capture-drempel. Om het AutoCapture -stimulatiesysteem te kunnen gebruiken dient u: Een bipolaire stimulatie-elektrode met een lage polarisatie in het ventrikel te implanteren (Zephyr pulsgenerators kunnen de V. AutoCapture-parameter laten werken met een unipolaire of bipolaire stimulatie-elektrode). Het V. Type elektrode in te stellen op Uni/Bi of Single Pass VDD 2 (Zephyr pulsgenerators kunnen de V. AutoCapture-parameter laten werken op elke Lead Type-instelling behalve Uncoded). De V. AutoCapture-setup uit te voeren. Programmeer een geschikte ER-gevoeligheid (alleen bij Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx). De telemetriekop of de magneet van de pulsgenerator te verwijderen. Wanneer V. AutoCapture is geprogrammeerd op On, treedt er een aantal wijzigingen in de programmering op: V. Pulsconfiguratie wordt automatisch geprogrammeerd op Unipolar en V. Waarnemingsconfiguratie wordt automatisch geprogrammeerd op Bipolar (alleen bij Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators). De programmer geeft de Automatic Pulse Amplitude en aanvullende AutoCapture-parameters weer; A. Pulse Amplitude wordt niet beschikbaar. Automatic Pulse Amplitude wordt ingesteld op de laatst gemeten capture-drempel plus 0,25 V tot maximaal 4,5 V (5,0 V in Victory en Zephyr pulsgenerators). Als de capture-drempel niet is gemeten, wordt Automatic Pulse Amplitude ingesteld op 4,5 V (5,0 V in Victory en Zephyr puslgenerators). De AutoCapture Trend-gegevens worden gewist (in Identity ADx, Identity, Integrity ADx, en Verity ADx pulsgenerators). De V. Pulsduur-instelling verandert niet wanneer V. AutoCapture is geprogrammeerd op On. Wanneer V. AutoCapture is geprogrammeerd op Off, wordt V. Pulse Amplitude ingesteld op 3,5 V, tenzij de Automatic Pulse Amplitude 3,5 V of groter is, wanneer deze wordt ingesteld op 4,5 V (5,0 V in Victory en Zephyr pulsgenerators). Beschikbaar in: Alle pulsgenerators 3 Instellingen: On; Off (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense 2. Alleen bij VDR modellen. 3. V. AutoCapture is niet beschikbaar in Verity ADx M/S Model 5357 en Bradycardieparameters

95 NB Telemetrieverbinding. Als de telemetriekop boven de pulsgenerator wordt gehouden, wordt het AutoCapture-stimulatiesysteem opgeschort en wordt de automatische pulsamplitude op 1,25 V boven de laatst gemeten drempel ingesteld. Zodra de telemetriekop wordt verwijderd, wordt het AutoCapture-stimulatiesysteem weer actief, er wordt begonnen met een drempelzoektocht en de automatische pulsamplitude wordt ingesteld op 0,25 V boven de gemeten drempel. Interacties met andere functies. Het AutoCapture-stimulatiesysteem kan onder bepaalde omstandigheden worden opgeschort. Als deze omstandigheden eindigen, zoekt het apparaat naar de capture-drempel en wordt de normale werking hervat. Ruisrespons. Een verlenging van de refractaire periode vanwege ruis zal de werking van het AutoCapture-stimulatiesysteem opschorten De pulsgenerator schakelt over naar de High-Output mode (4,5 V) 1 tot de ruis stopt. Het zoeken naar de drempel begint nadat de ruis is gestopt. Magneetrespons. Wanneer er een magneet boven de pulsgenerator wordt gehouden, schakelt het apparaat over naar de High-Output Mode (indien Magnet Response is ingesteld op Battery Test). Wanneer de magneet wordt verwijderd, begint het apparaat te zoeken naar de capture-drempel en herstelt het de eerder geprogrammeerde parameters. Gestimuleerd AV -delay en Waargenomen AV -delay. Om intrinsieke geleiding tijdens capture-verificatie en zoeken van de drempel te voorkomen, wordt Paced AV Delay automatisch geprogrammeerd op 50 ms en Sensed AV Delay op 25 ms in alle pulsgenerators behalve de Zephyr 2. De geprogrammeerde instellingen worden hersteld nadat het zoeken is voltooid. Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding (AICS) en V. intrinsieke voorkeur (VIP ). Als de AICS- of VIP-parameter is ingeschakeld en V. AutoCapture staat op On, dan wordt de instelling voor AICS of VIP gewijzigd in een minimum van 100 ms 3. Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie. Twee opeenvolgende capture-verliezen schakelen de parameter Negative AV Hysteresis uit en herstellen de parameters Paced AV Delay en Sensed AV Delay naar hun geprogrammeerde instellingen. Wanneer capture weer is hersteld, wordt de Negative AV hysteresis-instelling hersteld. Wanneer Negative AV Hysteresis is ingeschakeld, heeft verlies van capture geen verlenging van 100 ms van het Paced AV Delay en Sensed AV Delay tot gevolg. PMT-opties. Het apparaat zoekt niet naar een nieuwe drempel tot het PMT Detection algoritme is voltooid. V. veiligheidsstandby. Als de pulsgenerator crosstalk detecteert terwijl V. Safety Standby is ingeschakeld, dan gaat het apparaat over in de High Output Mode voor die stimulatiecyclus. Hoge sinusfrequenties tijdens het zoeken naar de drempel hebben tot gevolg dat het apparaat overschakelt naar de High Output Mode totdat de frequentie afneemt, wanneer een nieuwe zoekopdracht naar de drempel begint. Hysteresisfrequentie en VVI-mode. Als V. AutoCapture wordt ingeschakeld wanneer de VVI Mode is ingesteld en de Hysteresis Rate op Off staat, wordt de Hysteresis Rate ingesteld op 10 min onder de Basisfrequentie om fusieslagen te voorkomen. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-19

96 Lang Paced/Sensed AV Delay. Wees voorzichtig bij het programmeren van een lang Paced AV Delay of Sensed AV Delay omdat deze parameters met 100 ms worden verlengd na verlies van capture, om fusie-geïnduceerd zoeken naar de drempel te verminderen. Indicator voor electieve vervanging (ERI). V. AutoCapture wordt uitgeschakeld wanneer de pulsgenerator ERI bereikt. De V. Pulse Amplitude wordt ingesteld op tweemaal het gemiddelde van de laatste vier drempelmetingen tot maximaal 5,0 V ,0 V in Victory en Zephyr pulsgenerators. 2. De parameter AutoCapture gestimuleerd/waargenomen AV-delay is programmeerbaar in Zephyr pulsgenerators. 3. Als AICS of VIP is ingesteld boven de 100 ms, dan verandert de instelling niet. Wanneer Negative AV Hysteresis is ingeschakeld, blijft AICS uitgeschakeld wanneer V. AutoCapture is geprogrammeerd op On. 4. En een minimuminstelling van 2,0 V in Victory en Zephyr pulsgenerators. PULSAMPLITUDE De parameter Pulse Amplitude bepaalt hoeveel elektrisch potentiaal er tijdens de stimulus op het myocardium wordt toegepast. Voor een chronisch, stabiel elektrodesysteem wordt er een minimale marge van 2:1 aanbevolen tussen de Pulse Amplitude-instelling en de gemeten capture-drempel voor patiënten die van een pacemaker afhankelijk zijn. Capture-drempels dienen regelmatig te worden gemeten om een juiste veiligheidsmarge aan te houden. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: (V) 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity Nominaal: 3,5; Victory, Zephyr Nominaal: 2,5) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense NB V. AutoCapture. Pulse Amplitude wordt automatisch ingesteld wanneer V. AutoCapture op On staat. ACap Confirm. De parameter Pulse Amplitude wordt automatisch ingesteld wanneer de parameter parameter ACap Confirm is ingesteld op On. Indicator voor electieve vervanging (ERI). Naarmate de spanning van de batterij vermindert, zal de werkelijke pulsamplitude (weergegeven op het venster Batterij en elektroden-tests) afnemen t.o.v. de geprogrammeerde instelling. Als het apparaat ERI nadert, dienen de waarden van de gemeten gegevens zorgvuldig worden nagekeken om voor juiste stimulatie te zorgen. PULSDUUR De parameter Pulse Width (Pulsduur) bepaalt hoelang de pulsamplitude wordt toegepast op het myocardium. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: (ms) 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 (Nominaal: 0,4) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense 7-20 Bradycardieparameters

97 AMPLITUDEBEWAKING De parameter Amplitude Monitoring schakelt de automatische dagelijkse meting van atriale of ventriculaire intrinsieke signalen in of uit. De instelling On schakelt dagelijkse (iedere 23 uur) out of clinic meting van intrinsieke signalen in. Alle dagelijkse metingen worden verzameld in een wekelijks gemiddelde en vermeld in de Amplitude Trend-gegevens en de Follow up EGM s op het waarnemingstestvenster Follow-up EGM 4. De instelling Off schakelt signaalbewaking en toevoeging van gegevens aan de Amplitude Trend en Follow up EGM s uit. NB Beschikbaarheid van modes. Amplitude Monitoring is alleen beschikbaar in DDD(R), DDI(R), VDD(R), en AAI(R)-modes. Bewakingseisen. Bewaking wordt alleen uitgevoerd als er voldoende intrinsieke gebeurtenissen zijn en de frequentie 120 min is. Als de test niet kan worden uitgevoerd, zullen elk uur pogingen hiertoe worden gedaan tot een succesvolle meting heeft plaatsgevonden. Beschikbaar in: Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: On; Off (Nominaal: On) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense GEVOELIGHEID De parameter Sensitivity bepaalt de signaalamplitude waarop de waarnemingsversterkers van het apparaat zullen reageren. Hoe hoger de mv-instelling, hoe lager de gevoeligheid. Het apparaat detecteert alle signalen die gelijk zijn aan of groter zijn dan de geprogrammeerde mv-instelling voor de gevoeligheid. Om potentiële complicaties te vermijden die gepaard gaan met undersensing, dient een waarnemingsmarge te worden aangehouden van twee tot vier keer de intrinsieke cardiale amplitude (bijvoorbeeld voor een intrinsiek signaal van 4 mv moet de gevoeligheid op 1 of 2 mv worden geprogrammeerd). Voor P- of R-golven met een lage amplitude kan een hoge Sensitivity-instelling nodig zijn (lage mv-instelling) om ervoor te zorgen dat alle geldige signalen worden waargenomen. Als het apparaat reageert op ongewenste signalen of interferentie, kan een lagere Sensitivity-instelling (hogere mv-instelling) helpen deze ongewenste signalen uit te filteren. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: (Atriaal) (mv) 0,1; 0,2; 0,3; 0,4; 0,5; 0,75; 1,0; 1,25; 1,5; 1,75; 2,0; 2,5; 3,0; 3,5; 4,0; 5,0 (Nominaal: 0,5) 5 (Ventriculair) (mv) 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 (Nominaal: 2,0) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense 4. P golven worden gemeten tot maximaal 5,0 mv, R golven worden gemeten tot maximaal 12 mv. Bij eenkamer-pulsgenerators worden R golven gemeten tot maximaal 12 mv. 5. Bij Identity DR modellen 5370 en 5376 is de nominale instelling voor A. Sensitivity 1,0 mv. De instellingen 0,1 0,4 mv zijn niet beschikbaar in een unipolaire Sense-configuratie. Bij Verity ADx XL DR Model 5357 M/S is de standaardinstelling voor A. Sensitivity 1,0 mv. Alle eenkamer-pulsgenerators gebruiken de V. Sensitivity instellingen. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-21

98 BACK-UP PULSCONFIGURATIE Met de parameter Backup Pulse Configuration kunt u de polariteitsconfiguratie van de back-up veiligheidspuls voor de parameters parameter ACap Confirm en V. AutoCapture programmeren op de bipolaire of unipolaire instellingen. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators 6 Instellingen: Unipolar; Bipolar (Nominaal: Bipolair) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense ER-GEVOELIGHEID De parameter ER Sensitivity bepaalt hoe gevoelig de pulsgenerator is voor evoked response (ER)-signalen, die opgewekt worden door het myocardium als reactie op de stimulatiepuls. V. AutoCapture gebruikt deze signalen om de capture-drempel te bepalen. Hoewel de parameter ER Sensitivity programmeerbaar is, wordt aanbevolen om de instelling te gebruiken die voorgesteld worden door de V. AutoCapture-setup-test. Een testresultaat van 49,7 mv of hoger geeft aan dat V. AutoCapture moet worden geprogrammeerd op Off. Zie V. AutoCapture Setup Termen bij testresultaten. De beschikbare instellingen voor deze parameter zijn afhankelijk van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een instelling weergegeven worden. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Verity ADx pulsgenerators Instellingen: (mv) 1,2 49,3 (Nominal: 49,7) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense SAMPLINGFREQUENTIE De parameter Sampling Rate is de frequentie waarmee automatische capture-drempelmetingen in de Auto- Capture Trend worden ingevoerd. Zie V. Capture-test. De AutoCapture Trend is een grafische weergave van de capture-drempel door de tijd die beschikbaar is wanneer de parameter V. AutoCapture is geprogrammeerd op On. Het apparaat kan 128 samples opslaan. Wanneer het geheugen vol is, worden de oudste (eerst geregistreerde) samples vervangen door de meest recente. In de onderstaande tabel (Tabel 7-3) wordt de capaciteit voor iedere instelling van de parameter Sampling Rate weergegeven. Samplingfrequentie Totale registratietijd Samplingfrequentie Totale registratietijd 1 uur 5,3 dagen 4 dagen 512 dagen 1,5 uur 8 dagen 7 dagen 896 dagen 8 uur 42,6 dagen 14 dagen 1792 dagen 24 uur 128 dagen 30 dagen 3840 dagen Tabel 7-3. AutoCapture Trend-capaciteit bij iedere Sampling Rate-instelling Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Verity ADx pulsgenerators Instellingen: 1 uur; 1,5 uur; 8 uur 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen (Nominaal: 8 uur) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense 6. V. AutoCapture is niet beschikbaar in Verity ADx M/S Model 5357 en Bradycardieparameters

99 ZOEKFREQUENTIE De parameter Search Frequency selecteert de timing van het automatische zoeken naar de drempel wanneer V. AutoCapture op On staat of wanneer parameter ACap Confirm is ingesteld op Monitor of On. Beschikbaar in: Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (uur) 8; 24 (Nominaal: 8) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense VENSTER AUTOMATISCHE CAPTURE-INSTELLINGEN Vanuit het venster Automatic Capture Settings kunt u de instellingen van de volgende parameters veranderen: parameter ACap Confirm (alleen bij Zephyr pulsgenerators) V. AutoCapture Back-up pulsconfiguratie Zoekfrequentie AutoCapture gestimuleerd/waargenomen AV-delay. Beschikbaar in: Victory; Zephyr pulsgenerators Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense > toets Automatic Capture Settings AUTOCAPTURE GESTIMULEERD/WAARGENOMEN AV-DELAY De parameter AutoCapture Paced/Sensed AV Delay stelt de parameters Paced AV Delay en Sensed AV Delay in die gebruikt worden wanneer de pulsgenerator een V. AutoCapture zoekopdracht naar de drempel of capture-herstel uitvoert. NB De aanbevolen instelling voor deze parameter is 50/25. Fusie wordt waarschijnlijker bij langere delays en kan onnauwkeurige drempelzoekresultaten veroorzaken. Beschikbaar in: Zephyr pulsgenerators Instellingen: 50/25; 100/70; 120/100 (Nominaal: 50/25) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Capture & Sense > toets AutoCapture Settings ELEKTRODES Vanuit het venster Leads kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: Type elektrode Pulsconfiguratie Waarnemingsconfiguratie Parameter elektrodebewaking Venster Elektrodebewaking Bovengrens. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-23

100 Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Leads TYPE ELEKTRODE De parameter Lead Type stelt het polariteitstype van de elektrode in en beperkt beschikbare instellingen voor waarneming- en pulsconfiguraties om ongeschikte programmering te voorkomen. Het apparaat wordt in de instelling Uncoded verzonden die alle mogelijke puls- en waarnemingsconfiguraties toelaat, maar bepaalde parameters (bijvoorbeeld V. AutoCapture) niet toestaat. De programmer vraagt u om deze instelling te wijzigen in een specifiek elektrodetype. De beschikbare instellingen voor de parameter Lead Type worden toegelicht in de volgende tabel (Tabel 7-4). Lead Type-instelling Bipolar Unipolar Uni/Bi Single Pass VDD Uncoded Definitie Beperkt puls- en waarnemingsconfiguraties tot uitsluitend bipolair. Beperkt pulsconfiguratie tot Unipolar en waarnemingsconfiguratie tot Unipolar Tip of Unipolar Ring. Maakt alle puls- en waarnemingsconfiguraties mogelijk (Unipolar of Bipolar stimulatie; en Bipolar, Unipolar Tip of Unipolar Ring-waarneming). Alleen bij VDR-pulsgenerators. Wordt gebruikt voor single pass VDD-elektroden. Maakt alle puls- en waarnemingsconfiguraties mogelijk. Vraagt om de keuze van een specifiek type elektrode. Tabel 7-4. Instellingen voor Lead Type Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: Single Pass VDD 7 ; Bipolar Only; Unipolar; Uni/Bi; Uncoded (Nominaal: Uncoded) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Leads PULSCONFIGURATIE De parameter Pulse Configuration stelt de anode en kathode voor de stimulatiepuls van de pulsgenerator in. De Type elektrode-instelling van de pulsgenerator beperkt de instellingen die beschikbaar zijn voor de parameter Pulse Configuration. Instelling Anode Kathode Unipolar Case Elektrodetip Bipolar Ring Elektrodetip Tabel 7-5. Pulsconfiguratie Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: Unipolar (tip case); Bipolar (tip ring) (Nominaal: Unipolar) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Leads 7. Alleen beschikbaar voor V. Lead Type in VDR-pulsgenerators Bradycardieparameters

101 WAARNEMINGSCONFIGURATIE De parameter Sense Configuration stelt de anode en kathode voor het waarnemingscircuit in. De Type elektrode-instelling van de pulsgenerator beperkt de instellingen die beschikbaar zijn voor de parameter Sense Configuration. Instelling Anode Kathode Unipolar Tip Case Elektrodetip Unipolar Ring Case Ring Bipolar Ring Elektrodetip Tabel 7-6. Sense Configuration Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: Unipolar Tip 8 ; Bipolar; Unipolar Ring (Nominaal: Unipolar) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Leads PARAMETER ELEKTRODEBEWAKING Met de parameter Lead Monitoring is automatische controle van elektrode impedantiewaarden en automatische overschakeling van de Pulsconfiguratie- en Waarnemingsconfiguratie-instellingen mogelijk wanneer een elektrodemeting buiten bereik valt (de bereikinstellingen zijn programmeerbaar). De instellingen zijn: Off. Schakelt de functie elektrodebewaking uit. Monitor. De pulsgenerator meet de elektrode-impedantie eenmaal per dag en verzamelt de gegevens in de Lead Impedance Trend (zie Elektrode-impedantie). Om de Bovengrens van de elektrode-impedantie in te stellen, selecteert u de toets onder de toets Lead Monitoring in het venster Leads, waardoor het venster Lead Monitoring wordt geopend. Polarity Switch. De pulsgenerator: - Meet de elektrode-impedantie eenmaal per dag - Verzamelt de gegevens in de Lead Impedance Trend (zie Elektrode-impedantie). Bij de instelling Polarity Switch verandert de pulsgenerator de volgende parameterinstellingen als het apparaat impedantiewaarden meet buiten de onder- of Bovengrens: - Pulse en Sense Configuration van Bipolar naar Unipolar. - Pulsamplitude tot een minimum van 5 V - V. Gevoeligheid tot een maximum van 2,0 mv - A. Sensitivity tot een maximum van 1,0 mv. De instelling Polarity Switch is niet beschikbaar als: - De parameter A. of V. Type elektrode is ingesteld op Uncoded, Unipolar of Bipolar Only - A. of V. pulsconfiguratie is ingesteld op Unipolar Als de gebruiker een van deze condities programmeert, dan wordt de parameter Lead Impedance automatische geprogrammeerd op de instelling Monitor. Beschikbaar in: Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Off; Monitor; Polarity Switch (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Leads 8. In Verity ADx modellen 5157M/S en 5357M/S is de enige beschikbare instelling Unipolar. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-25

102 NB Implantatiedatum. Wanneer de gebruiker een implantatiedatum instelt (zie Patiëntgegevens), programmeert de programmer automatisch de parameter Lead Monitoring van de instelling Off naar Monitor. Ondergrens. Deze instelling is 200 en is niet programmeerbaar. Pulse Amplitude is ingesteld op minimaal 2,5 V tijdens bewaking van de elektrode. Er wordt een extra 1,0 V toegevoegd als het AutoCapture -stimulatiesysteem is ingeschakeld wanneer elektrode-impedantiemeting plaatsvindt. Instelling Unipolar. De elektrode-impedantiemeting wordt alleen gemeten in de stimulatie-configuratie. Als er dus een bipolaire elektrode wordt geprogrammeerd op de unipolaire pulsconfiguratie, dan wordt een buitengeleider of isolatiestoring niet ontdekt door elektrodebewaking. Bewaking tijdens waargenomen gebeurtenissen. Tijdens gestimuleerde gebeurtenissen worden impedantiemetingen genomen. Tijdens intrinsieke activiteit treedt getriggerde stimulatie 20 ms na elke waargenomen gebeurtenis op om elektrode-impedantiemeting mogelijk te maken. Unipolaire storing. Wanneer het elektrodebewakingsalgoritme de stimulatieconfiguratie naar Unipolar overschakelt en er tevens een storing in de unipolaire configuratie is, dan wordt de stimulatiefunctie niet hersteld. Opschorting van meting. Elektrode-impedantiemeting wordt onderdrukt wanneer: De gemiddelde intrinsieke frequentie in de respectieve kamers hoger is dan 170 bpm Vijf of meer PVC s zijn gedetecteerd 1 Bij gebruik van een magneet 2 1. Wanneer alleen atriale elektrode-impedantie wordt gemeten. 2. Elektrode-impedantiemeting wordt voltooid zodra de magneet is verwijderd. VENSTER ELEKTRODEBEWAKING Vanuit het venster Lead Monitoring kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: Parameter elektrodebewaking Bovengrens. BOVENGRENS De parameter Upper Limit stelt de maximale normale elektrode-impedantiewaarde in die door de pulsgenerator kan worden gemeten wanneer de Parameter elektrodebewaking is ingeschakeld. Elke gemeten impedantiewaarde boven deze instelling stelt een hoge impedantie-waarschuwing in. Als de instelling voor de parameter Lead Monitoring Polarity Switch is, verandert de pulsgenerator tevens de parameter Pulsconfiguratie van Bipolar in Unipolar. NB Ondergrens. Deze instelling is 200 en is niet programmeerbaar. Beschikbaar in: Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: ( ) 750; 1000; 1250; 1500; 1750; 2000 (Nominaal: 2000) 7-26 Bradycardieparameters

103 Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Leads > toets Lower Limit/Upper Limit REFRACTAIRE PERIODEN EN BLANKING Vanuit het venster Refractories & Blanking kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: A. refractaire periode (PVARP) A. absolute refractaire periode V. refractaire periode Frequentiegevoelige PVARP/VREF Kortste PVARP/VREF Post-ventriculaire atriale blanking (PVAB) V. Blanking V. veiligheidsstandby PVC-opties PMT-opties PMT -detectiefrequentie. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking A. REFRACTAIRE PERIODE (PVARP) De parameter A. Refractory Period stelt het deel van de stimulatiecyclus in dat niet reageert op signalen van het atriale waarnemingscircuit om ongewenste respons op stimuli te vermijden. In tweekamer modes wordt de parameter A. Refractory aangeduid als de PVARP-parameter (post-ventriculaire atriale refractaire periode). In de AAI(R)- en AAT(R)-modes begint de A. Refractory Period na een P-golf of een atriale stimulus. In de VDD(R), DDD(R) en DDI(R)-modes begint de PVARP na een R-golf of een ventriculaire stimulus 9. De A. Refractory Period bestaat uit twee segmenten: (1) een absolute refractaire periode van 60 ms, tijdens welke alle signalen naar het apparaat worden geblokkeerd; en (2) een relatieve refractaire periode of ruissampling-periode, dit is de geprogrammeerde instelling minus 60 ms. Wanneer het apparaat gedurende de relatieve refractaire periode ruis waarneemt, dan wordt de refractaire periode verlengd om ongewenste stimulatie te vermijden. Zie Ruisrespons. In Identity ADx, Integrity ADx, Zephyr en Victory modellen kan de instelling voor A. Refractory Period automatisch aangepast worden aan veranderingen in de stimulatiefrequentie. Zie Frequentiegevoelige PVARP/VREF. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (ms) in stappen van 25 (Nominaal: 275) 10 Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking 9. Het atriale kanaal is ook refractair tijdens het Sensed/Paced AV Delay. Zodoende is bij DDD(R) en DDI(R) de totale atriale refractaire periode (TARP) = Sensed/Paced AV Delay + PVARP. In VDD(R) is de totale atriale refractaire periode (TARP) = Sensed AV Delay + PVARP. 10. Bij AAI- en AAT-modes is de nominale A. Refractory Period 400 ms. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-27

104 RUISRESPONS Elektromagnetische interferentie of ruis van tenminste 400 Hz (niet veroorzaakt door myopotentialen) die waargenomen is tijdens de relatieve refractaire periode triggert een ruisrespons. Ruis die gedetecteerd wordt in het ventriculaire kanaal tijdens werking in de DDD- of DDI-mode verlengt zowel de ventriculaire als de atriale refractaire periode. De ruisrespons is een verlenging van de refractaire periode gedurende een extra 150 ms (ruis-sampling periode). De eerste 75 ms zijn een absolute refractaire periode en de laatste 75 ms zijn een relatieve refractaire peiode 11. Als tijdens de relatieve periode geen ruis wordt gedetecteerd, hervat de pulsgenerator zijn normale werking. Bij aanhoudende ruis wordt een extra ruis-samplingperiode van 150 ms toegevoegd. Als voortdurend ruis wordt waargenomen, keert de pulsgenerator terug naar asynchrone werking op de geprogrammeerde Base Rate-instelling of de sensorgeïndiceerde frequentie en gaat door tot de ruis stopt. De pulsgenerator hervat vervolgens normale werking. LET OP Waargenomen atriale gebeurtenissen die sneller optreden dan de ruissampling-periode, starten de ruisrespons van het apparaat op het atriale kanaal (DVI-stimulatie). Hoge atriale frequenties leiden dus tot asynchrone stimulatie wanneer frequenties van sneller dan 600 min worden waargenomen In Identity pulsgenerators leiden hoge atriale frequenties tot asynchrone stimulatie wanneer frequenties van sneller dan 400 min worden waargenomen. A. ABSOLUTE REFRACTAIRE PERIODE De parameter A. Absolute Refractory Period is een programmeerbaar gedeelte van de A. Refractory Period dat gebruikt kan worden om far field gebeurtenissen in de AAI(R)- en AAT(R)-modes te blanken 12. Deze is niet beschikbaar in tweekamer modes. De A. Absolute Refractory Period begint na een atriaal gestimuleerde of waargenomen gebeurtenis in de atriale alertperiode. Er worden geen gebeurtenissen gedetecteerd tijdens de absolute refractaire periode. Dit wordt gevolgd door de relatieve refractaire periode, die gelijk is aan de geprogrammeerde A. Refractory Period-instelling minus de A. Absolute Refractory Period-instelling. Zie A. refractaire periode (PVARP). Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR; Integrity ADx DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (ms) 60; 80; in stappen van 25 (Nominaal: 60) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking V. REFRACTAIRE PERIODE De parameter V. Refractory Period stelt het deel van de stimulatiecyclus in dat niet reageert op signalen van het ventriculaire waarnemingscircuit om ongewenste respons op stimuli te vermijden. In de modes DDI(R), VDD(R), DDD(R), VVI(R) en VVT(R) begint de V. Refractory Period na een R-golf, PVC of ventriculaire stimulus. De V. Refractory Period bestaat uit twee segmenten: (1) een absolute refractaire periode van 60 ms, tijdens welke alle signalen naar het apparaat worden geblokkeerd; en (2) een relatieve refractaire periode of ruissampling-periode, dit is de geprogrammeerde instelling minus 60 ms. Wanneer het apparaat gedurende de relatieve refractaire periode ruis waarneemt, dan wordt de refractaire periode verlengd om ongewenste stimulatie te vermijden. Zie Ruisrespons. 11. In alle pulsgenerators behalve Identity pulsgenerators is de relatieve periode voor het atriale kanaal 25 ms. 12. Deze parameter is alleen beschikbaar in tweekamer Identity ADx en Integrity ADx pulsgenerators Bradycardieparameters

105 In Identity ADx, Integrity ADx, Zephyr en Victory modellen kan de instelling voor V. Refractory Period automatisch aangepast worden aan veranderingen in de stimulatiefrequentie. Zie Frequentiegevoelige PVARP/VREF. Beschikbaar in: Alle pulsgenerators Instellingen: (ms) in stappen van 25 (Nominaal: 250) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking FREQUENTIEGEVOELIGE PVARP/VREF De parameter Rate Responsive PVARP/VREF verandert automatisch de instellingen voor Refractory Period als reactie op verhogingen of verlagingen in het gefilterde atriale frequentie-interval (FARI) 13. De instelling Low wijzigt de instellingen voor Refractory Period met één ms bij elke wijziging van één min in de stimulatiefrequentie. De instelling High wijzigt de instellingen voor Refractory Period met drie ms bij elke wijziging van één min in de stimulatiefrequentie. Naarmate derhalve de stimulatiefrequentie omhoog gaat, verlaagt het apparaat beide Refractory Period-instellingen totdat de Max. sensorfrequentie, Maximum tracking-frequentie of Kortste PVARP/VREF-instelling is bereikt. Het algoritme begint te werken wanneer de intrinsieke frequentie of stimulatiefrequentie boven de 90 min komt. Wanneer de frequentie onder de 90 min daalt, wordt het algoritme opgeschort. De stimulatiefrequentie wordt bepaald door de hoogste van de volgende frequenties: Basisfrequentie, Sensor geïndiceerde frequentie, AMS Base Rate, Interventiefrequentie of Parameter AF Suppression gestuurde frequentie. De parameter Rate Responsive PVARP/VREF is beschikbaar in de modes DDD(R), VDD(R), DDI(R), DVI(R), VVI(R) en AAI(R). Als de mode is ingesteld op VVI, wordt deze parameter Rate Responsive Ventricular Refractory genoemd. In de AAI-mode wordt deze parameter Rate Responsive Atrial Refractory genoemd. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity DR; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Off; Low; Medium; High (Identity ADx, Identity DR, Integrity ADx Nominaal: Off; Victory, Zephyr Nominaal: Low) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking 13. In eenkamer-modes en de DVI-mode wordt deze parameter Rate Responsive V. Refractory of Rate Responsive A. Refractory genoemd, afhankelijk van de instelling voor Lead Type. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-29

106 NB Sensor. De parameter Rate Responsive PVARP/VREF is beschikbaar bij alle Sensor-instellingen. Spreiding tussen PVARP en VREF. Terwijl het de refractaire periodes wijzigt, probeert het algoritme een spreiding van 25 ms te houden tussen PVARP en VREF. Als PVARP ingesteld is op een waarde van > 25 ms boven VREF, wordt de PVARP ingekort tot deze 25 ms groter is dan de VREF-instelling. Daarna zullen PVARP en VREF gelijktijdig afnemen, maar hun spreiding van 25 ms behouden. Als het verschil tussen instellingen voor PVARP en VREF minder is dan 25 ms, dan veranderen beide waarden gelijktijdig. Intrinsieke frequentiewijzigingen en mode. In DDI(R) reageert het algoritme alleen op wijzigingen in de stimulatiefrequentie, niet de intrinsieke frequentie. In DVI(R), VVI(R) en AAI(R)-modes wijzigt Rate Responsive PVARP/VREF alleen de VREF of AREF (Atriale refractaire periode) en wordt niet beïnvloed door wijzigingen in de intrinsieke frequentie. De refractaire periode begint korter te worden wanneer de stimulatiefrequentie hoger wordt dan 90 min. Mode-switch-gedrag. Wanneer de pulsgenerator is overgeschakeld naar de DDI(R) of VVI(R)-mode, wordt de parameter PVARP automatisch geprogrammeerd op de huidige Post-ventriculaire atriale blanking (PVAB)-instelling, die de Rate Responsive PVARP negeert. (VREF blijft ongewijzigd.) Gedrag van het AF Suppression-algoritme. Als de parameter Rate Responsive PVARP/VREF wordt ingesteld op Off of Low, wordt deze automatisch geprogrammeerd op High (Victory, Zephyr pulsgenerators) of Medium (Identity ADx, Integrity ADx pulsgenerators) wanneer de Parameter AF Suppression is geprogrammeerd op On. KORTSTE PVARP/VREF De parameter Shortest PVARP/VREF stelt de laagst mogelijke lengte in voor de parameters A. Refractory, PVARP en/of V. Refractory Period wanneer de parameter Frequentiegevoelige PVARP/VREF is ingeschakeld. Als de mode is ingesteld op VVI, wordt deze parameter Shortest Ventricular Refractory genoemd. In de AAI-mode wordt deze parameter Shortest Atrial Refractory genoemd. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity DR; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (ms) in stappen van 10 (Identity ADx DR, Identity DR, Integrity ADx DR, pulsgenerators Nominaal: 200; Victory, Zephyr pulsgenerators: Nominaal: 170) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking 7-30 Bradycardieparameters

107 POST-VENTRICULAIRE ATRIALE BLANKING (PVAB) De parameter PVAB stelt de periode in gedurende welke atriale far field gebeurtenissen na een ventriculaire puls worden verwijderd uit de atriale frequentieberekening (d.w.z. het Filtered Atrial Rate Interval 14 ). Deze far field gebeurtenissen kunnen niet worden gebruikt om de stimulatiefrequentie te verhogen. A V gebeurtenis Far-field Absoluut gedeelte van PVARP Alert op AV-delay PVAB P-golven PVARP Totale atriale refractaire periode A Atriaal kanaal Vent. blanking Ventriculaire refractaire periode Alert op R-golven Ventriculair kanaal De parameter V. Blanking stelt de periode in waarin alle ventriculaire gebeurtenissen na een atriale puls worden geëlimineerd uit de berekening van de ventriculaire stimulatiefrequentie. Blanking van het ventriculaire kanaal verkleint de kans dat een atriale puls de ventriculaire output ongewenst blokkeert. Waargenomen P-golven worden niet beïnvloed door de parameter V. Blanking. Zephyr pulsgenerators hebben ook een Auto instelling, waarin de pulsgenerator de eerste 12 ms van de V. blankingperiode als een absolute refractaire periode instelt, gevolgd door een alert-periode van 12 ms waarin de pulsgenerator alert is op signalen in het ventriculaire kanaal. Als de pulsgenerator geen signaal waarneemt, beëindigt deze de V. blankingperiode op het eind van de extra 12 ms. Als de pulsgenerator een ventriculair signaal waarneemt in die periode, verhoogt deze de blankingperiode met nogmaals 12 ms. Voort- Crosstalkdetectievenster (VSS) Alert op R-golven Absoluut gedeelte van ventriculaire refractaire periode Figuur 7-2. Post-ventriculaire atriale blanking (PVAB) (AV-stimulatie) Als de PVAB-instelling te lang is, is het mogelijk dat de pulsgenerator geen gebeurtenissen meer kan waarnemen in periodes van zeer hoge atriale frequenties, wat zou kunnen leiden tot een vertraagde mode switch. Een korte PVAB-instelling kan waarneming van de far-field ventriculaire evoked response toestaan, wat zou kunnen leiden tot een vertraging in het verlaten van een mode-switch of een mode-switch bij een lagere atriale frequentie. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (ms) 60; 70; 80; 85; 95; 100; 110; 115; 125; 130; 140; 150; 155; 165; 170; 180; 185; 195; 200 (Identity ADx DR, Identity DR, Integrity ADx DR, Verity ADx pulsgenerators Nominaal: 100; Victory, Zephyr pulsgenerators: Nominaal: 150) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking NB Refractaire periodes en PVC s. Terwijl atriaal waargenomen gebeurtenissen binnen de PVAB-periode niet gebruikt worden in de berekening van de FARI, kunnen ze wel gebruikt worden voor het verlengen van de A. refractaire periode (PVARP) (als onderdeel van de Ruisrespons van het apparaat) en om PVC s te detecteren voor het PVC-opties-algoritme. V. BLANKING 14. Het apparaat maakt gebruik van het Filtered Atrial Rate Interval (FARI) in plaats van de werkelijk gemeten atriale frequentie bij het berekenen van algoritmes als Auto Mode Switch en Rate Responsive AV Delay. Zie voor meer informatie over FARI Auto Mode Switch. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-31

108 durende waarneming van ventriculaire signalen voegt extra intervallen van 12 ms toe aan de blankingperiode (op het punt van waarneming), tot de blankingperiode een maximum van 52 ms bereikt of tot de pulsgenerator geen ventriculaire signalen meer waarneemt. Als de refractaire intervalcyclus is beëindigd, keert de pulsgenerator terug naar de normale alert-status. Als de parameter V. veiligheidsstandby op On staat wanneer de blankingperiode zijn maximum van 52 ms bereikt, dan begint de pulsgenerator een crosstalk-detectievenster van 12 ms. Als er een atriale gebeurtenis wordt gedetecteerd tijdens dat venster, geeft de pulsgenerator 120 ms na de atriale gebeurtenis een ventriculaire puls af. Zie Crosstalk. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx, Victory) (ms) in stappen van 4 (Nominaal: 12)) (Zephyr) (ms) Auto; in stappen van 4 (Nominaal: Auto) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking NB De lengte van de door de gebruiker geselecteerde V. blankingperiode wordt afgetrokken van het crosstalk-detectievenster dat is ingesteld door de parameter V. veiligheidsstandby. In Zephyr pulsgenerators is de Auto-instelling niet beschikbaar wanneer de parameter Hoge V. frequentie-trigger is ingeschakeld. Wanneer de parameter High V. Rate Trigger is ingeschakeld, wordt een V. blanking-instelling van Auto automatisch geprogrammeerd op 12 ms en wordt V. veiligheidsstandby automatisch geprogrammeerd op On. V. VEILIGHEIDSSTANDBY De parameter V. Safety Standby schakelt onmiddellijk na de V. Blanking-periode een crosstalk-detectievenster in, waarin de detectie van een atriale puls in het ventriculaire kanaal 120 ms na de gebeurtenis een ventriculaire puls triggert 15. Dit algoritme zorgt ervoor dat een atriale puls die gedetecteerd wordt door het ventriculaire kanaal de ventriculaire stimulatie niet onderdrukt. Het crosstalk-detectievenster is open gedurende 64 ms min de geprogrammeerde instelling voor V. Blanking-periode, die het eerste gedeelte van het crosstalk-detectievenster (Figuur 7-3) in beslag neemt. Ventriculaire blankingperiode Crosstalk-detectievenster Normale waameming 64 ms 120 ms AV-delay Atriale outputpuls Ventriculaire outputpuls Figuur 7-3. Crosstalk-detectievenster tijdens het Paced AV Delay Als er een andere ventriculaire gebeurtenis wordt gedetecteerd nadat het crosstalk-detectievenster is gesloten, dan neemt de pulsgenerator aan dat de tweede puls een R golf is en wordt de ventriculaire puls onderdrukt. Zie Crosstalk. 15. Wanneer het Paced AV Delay of Rate Responsive AV Delay korter is dan 120 ms, wordt de V. puls afgegeven met dat interval Bradycardieparameters

109 Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: Off; On (Nominaal: On) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking CROSSTALK Crosstalk is de onwenselijke detectie van een atriale output puls door het ventriculaire kanaal die de ventriculaire puls onderdrukt. Iedere tweekamerpulsgenerator die een groot aantal mogelijke programmeerbare atriale outputs en ventriculaire gevoeligheden biedt, kan onderhevig zijn aan crosstalk. Klinisch wordt crosstalk geïdentificeerd door atriale stimulatie zonder ventriculaire kanaal-output; crosstalk treedt op bij de volgende geprogrammeerde instellingen: Hoge A. Pulsamplitude Hoge V. Gevoeligheid Korte V. Blanking Snelle stimulatiefrequenties Unipolaire waarnemings- en pulsconfiguraties. Crosstalk kan worden geëlimineerd door verlaging van de A. Pulse Amplitude, verlaging van de V. Sensitivity of verhoging van de V. Blanking Period, zolang de instellingen maar verenigbaar zijn met een veilige functionering van de pulsgenerator van de patiënt. PVC-OPTIES De parameter PVC Options detecteert en reageert op premature ventriculaire contracties (PVC s) wanneer de pulsgenerator in de DDD(R)- of VDDD(R)-mode is. Het PVC Options-algoritme detecteert een PVC wanneer: (1) een R-golf niet voorafgegaan wordt door een atriale gebeurtenis; of (2) een P-golf wordt gedetecteerd in het relatieve refractaire gedeelte van de A. refractaire periode (PVARP)-periode maar niet wordt gevolgd door een R-golf binnen 280 ms van de atriale gebeurtenis. Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators in de DDD(R)- of VDD(R)-modes bieden de +PVARP on PVC-instelling als respons op een PVC-bevestiging. De respons bestaat uit een constante verlenging van de PVARP-instelling tot 480 ms, gevolgd door een atriale alertperiode van 330 ms tot er een P-golf wordt gevolgd buiten de verlengde PVARP-periode. De +PVARP on PVC-instelling is ook een responsoptie die beschikbaar is in VDD(R)-modes in Victory en Zephyr pulsgenerators. In deze instelling voegt het apparaat wanneer het een PVC bevestigt, 125 ms toe aan de huidige PVARP-instelling, tot maximaal 550 ms. Victory en Zephyr pulsgenerators bieden in DDD(R)-modes de instelling A Pace on PVC als een respons op een PVC-bevestiging. De response bestaat uit een verlenging van de PVARP-instelling tot 480 ms (150 ms absoluut, 330 ms relatief). Atriale activiteit die waargenomen wordt tijdens het relatieve deel van de refractaire periode wordt beschouwd als een retrograde P-golf. Als de pulsgenerator binnen de volgende 330 ms geen verdere atriale activiteit detecteert, geeft het een A puls af, gevolgd door een V puls na de geprogrammeerde Gestimuleerd AV -delay-instelling. Als de pulsgenerator wel atriale activiteit waarneemt tussen 120 en 330 ms na de retrograde P golf, dan hervat het apparaat normale DDD-timing. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx) Off; +PVARP on PVC (Nominaal: +PVARP on PVC) (Victory, Zephyr) Off; A Pace on PVC (Nominaal: Off) 16 Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking 16. Wanneer Victory en Zephyr pulsgenerators zijn ingesteld op VDD(R)-modes, is de enige beschikbare instelling +PVARP on PVC. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-33

110 NB Episodes. Identity ADx DR, Identity DR, Zephyr DR en Victory DR pulsgenerators kunnen een episode opslaan na detectie van opeenvolgende PVC s. Zie PVC-trigger. Diagnostische gegevens. Het venster Frequenties rapporteert het aantal PVC s dat gedetecteerd is door de pulsgenerator. Magneetrespons. Als Magneetrespons is geprogrammeerd op Battery Test, dan wordt de PVC-respons opgeschort als er een magneet boven de pulsgenerator wordt gehouden. PMT-OPTIES De parameter PMT Options biedt twee algoritmes voor detectie van en respons op pacemaker-geïnduceerde tachycardie (PMT): 10 Beats > PMT Auto Detect. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: Off; 10 Beats > PMT; Auto Detect 17 (Nominaal: Off) (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity pulsgenerators Nominal: Off; Victory, Zephyr pulsgenerators: Nominaal: Auto Detect) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking 10 Beats > PMT Detectie. Als het apparaat tien opeenvolgende AS-VP gebeurtenissen telt op een frequentie die hoger is dan de PMT -detectiefrequentie, bevestigt het PMT. Respons. Na de tiende AS-VP gebeurtenis, stelt het apparaat de instelling voor A. refractaire periode (PVARP) gedurende één cyclus op 480 ms. Dit zorgt ervoor dat de pulsgenerator niet reageert op retrograde P-golven, en de PMT effectief beëindigt. Hierop volgt een atriale alertperiode van 330 ms. Na verlenging van de PVARP-instelling, wordt PMT-detectie voor de duur van 256 cycli opgeschort, waarna deze hervat wordt. Auto Detect Detectie (Identity DR-pulsgenerators). Als de pulsgenerator acht opeenvolgende VP-AS intervallen boven de PMT -detectiefrequentie-instelling detecteert die ongeveer gelijk zijn in tijdsduur (met andere woorden een snelle en stabiele stimulatiefrequentie), dan doet het apparaat het volgende: Het verkort het Waargenomen AV -delay met 50 ms (als het AS-VP interval 100 ms is). Het verlengt het Sensed AV Delay met 50 ms (als het AS-VP interval < 100 ms is). Als het volgende VP-AS interval binnen 16 ms na de voorgaande acht intervallen valt, concludeert het apparaat dat PMT aanwezig is en het begint de respons. Als het interval niet stabiel is, wordt het detectie-algoritme herhaald na 256 cycli. Detectie (Identity ADx, Integrity ADx, Verity ADX, Victory en Zephyr pulsgenerators). Als de pulsgenerator acht opeenvolgende P P intervallen boven de PMT -detectiefrequentie detecteert, dan berekent het apparaat de stabiliteit van de acht VP-AS intervallen. Als het apparaat vaststelt dat de VP-AS intervallen stabiel zijn, dan werkt het apparaat bij het negende interval als volgt: Het verkort het Waargenomen AV -delay met 50 ms (als het AS-VP interval 100 ms is). 17. Auto Detect is niet beschikbaar in VDD(R) mode Bradycardieparameters

111 Het verlengt het waargenomen AV-delay-interval met 50 ms (als het AS-VP interval < 100 ms is). Als het tiende VP-AS interval bijna gelijk is aan het negende VP-AS interval, dan concludeert het apparaat dat PMT aanwezig is en begint het de respons. Als het negende en tiende interval meer dan 16 ms van elkaar verschillen, dan concludeert het apparaat dat er geen PMT aanwezig is en wordt het detectiealgoritme herhaald na 256 cycli. Respons. Het apparaat onderdrukt de ventriculaire output en levert een atriale puls van 330 ms nadat er een retrograde P-golf is gedetecteerd, gevolgd door normale werking 18. NB Auto Mode Switch en Magneetrespons. Beide PMT-algoritmes worden opgeschort tijdens een Auto Mode Switch of tijdens gebruik van een magneet (als de Magnet Response is geprogrammeerd op Battery Test). 10 Beats > PMT. Als er een P golf wordt gedetecteerd in de absolute refractaire periode van 480 ms, wordt deze geteld in de berekening FARI, maar niet weergegeven op de markers. Een tweede P golf die gedetecteerd wordt in de periode van 480 ms wordt noch geteld, noch weergegeven Gebeurtenissen die in de PVAB-periode voorkomen worden eveneens niet geteld en niet weergegeven. PMT -DETECTIEFREQUENTIE De parameter PMT Detection Rate (PMT-detectiefrequentie) bepaalt op welke frequentie het apparaat alert wordt op de aanwezigheid van pacemaker-geïnduceerde tachycardie (PMT) wanneer de parameter PMT-opties is ingeschakeld. De instellingen beginnen op 90 min (of hoger als de parameter Basisfrequentie is geprogrammeerd boven de 90 min ) en zijn niet hoger dan de Maximum tracking-frequentie (MTR)-instelling. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (min ) in stappen van 5; in stappen van 10 (Nominaal: 110) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets Refractories & Blanking NB Interactie met Basisfrequentie. De parameter PMT Detection Rate kan niet op een lagere instelling geprogrammeerd worden dan de Base Rate, en wordt automatisch geprogrammeerd op een instelling van 10 min boven de Base Rate als u probeert om de Base Rate gelijk aan of boven de PMT Detection Rate te programmeren. Interactie met Max Track Rate (MTR). De parameter PMT Detection Rate kan niet op een hogere waarde dan de MTR worden geprogrammeerd. De PMT Detection Rate wordt automatisch geprogrammeerd op een instelling die gelijk is aan de MTR als u probeert om de MTR te programmeren op een lagere instelling dan de PMT Detection Rate. AT/AF-DETECTIE EN RESPONS Vanuit het venster AT/AF Detection & Response kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: Auto Mode Switch 18. De atriale puls kan worden onderdrukt als er een P-golf wordt gedetecteerd tijdens een alertperiode van 210 ms na de absolute ventriculaire refractaire periode van 60 ms. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-35

112 Atriale tachycardie-detectiefrequentie AMS-basisfrequentie Parameter AF Suppression Overdrive-stimulatiecycli Maximale AF-onderdrukkingsfrequentie. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets AT/AF Detection & Response AUTO MODE SWITCH De parameter Auto Mode Switch (AMS) voorkomt dat timing-modes op atriale basis atriale tachycardieën volgen en pacemaker-geïnduceerde tachycardie (PMT) veroorzaken. Het Auto Mode Switch algoritme schakelt de mode van DDD(R) of VDD(R) naar een ventriculaire-timing mode (DDI, DDIR, VVI of VVIR) wanneer de atriale frequentie de Atriale tachycardie-detectiefrequentie (ATDR)-instelling overschrijdt. In mode-switch stimuleert de pulsgenerator in het ventrikel op de AMS-basisfrequentie-instelling. In plaats van de feitelijke atriale frequentie te gebruiken, die niet altijd onderscheid kan maken tussen aanhoudende tachycardie en intermitterende snelle cycli, gebruikt AMS het Filtered Atrial Rate Interval (FARI), dat gebaseerd is op een vergelijking van de huidige atriale frequentie met een constant bijgewerkte gemiddelde frequentie. Wanneer de tachyaritmie minder wordt en het FARI tot onder de Maximum tracking-frequentie (MTR)-instelling of de Sensor geïndiceerde frequentie daalt (de snelste), schakelt de pulsgenerator terug naar de DDD(R)- of VDD(R)-mode. Het voorbeeld in de onderstaande afbeelding (Figuur 7-4) geeft het gedrag van de pulsgenerator weer in de DDD-mode met de AMS-parameter ingesteld op DDI en de ATDR-parameter op 210 min. Aanvankelijk stijgt de atriale frequentie snel van 70 min tot boven de 200 min, terwijl FARI geleidelijker stijgt. De ventriculaire frequentie stijgt tot het de MTR-instelling bereikt. Wanneer het FARI de ATDR-instelling overschrijdt, schakelt het apparaat naar DDI-mode. De ventriculaire frequentie daalt van de MTR-instelling naar de AMS Base Rate instelling. Terwijl de tachycardie minder wordt, volgt de FARI een minder steile daling dan de werkelijke atriale frequentie. Wanneer het FARI onder de MTR-instelling komt, schakelt de mode terug naar DDD. De ventriculaire frequentie wordt dan bepaald door de atriale frequentie. 200 Atriale tracking DDD Auto Mode Switchinvoer Ventriculaire timing DDI Atriale tracking DDD ATDR Gestimuleerde frequentie (min -1 ) Atriale frequentie Basisfrequentie Gefilterde atriale frequentie AMSbasisfrequentie MTR Basisfrequentie 0 Tijd Gefilterde atriale frequentie (FARI) Intrinsieke atriale frequentie AMS-basisfrequentie (Ventriculaire frequentie) Figuur 7-4. Auto Mode Switch Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators 7-36 Bradycardieparameters

113 Instellingen: (Identity ADx VDR, Verity ADx VDR) Off; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VVIR (Nominaal: Off) (Identity ADx DR, Identity ADx DC, Identity DR, Integrity ADx DR, Verity ADx DR) Off; DDD to DDI; DDD to DDIR; DDDR to DDI; DDDR to DDIR; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VVIR (Nominaal: Off) (Verity DC) Off; DDD to DDI; VDD to VVI (Nominaal: Off) (Victory DR, Zephyr DR) Off; DDD to DDI; DDD to DDIR; DDDR to DDI; DDDR to DDIR; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VVIR (Nominaal: DDIR Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets AT/AF Detection & Response NB Diagnostische gegevens. Wanneer de parameter Auto Mode Switch is ingeschakeld, zet deze de diagnostische gegevensverzameling van AT/AF Histograms terug op mode-switch-gegevens. Zie Diagnostische gegevens van mode-switches. Episodes. Het apparaat kan episodes van AMS Entry en/of Exit opslaan. PVARP gedurende mode-switch. Tijdens een mode switch wordt de A. refractaire periode (PVARP) vervangen door de geprogrammeerde instelling van de Post-ventriculaire atriale blanking (PVAB). De laagste beschikbare PVAB-periode tijdens een mode switch (en dus de laagste PVARP) is 110 ms. Rustfrequentie. Terwijl het apparaat op de AMS-basisfrequentie werkt, werkt de parameter Rest Rate op de Base Rate-instelling. ATRIALE TACHYCARDIE-DETECTIEFREQUENTIE De parameter Atrial Tachycardia Detection Rate (ATDR) stelt de atriale frequentie in waarop de pulsgenerator een mode-switch uitvoert wanneer de parameter Auto Mode Switch is ingeschakeld. Een mode-switch komt voor wanneer het gefilterde atriale frequentie-interval (FARI) de geprogrammeerde ATDR-instelling voorbijgaat. Het apparaat schakelt terug naar de atriale mode wanneer het FARI tot onder de Maximum tracking-frequentie (MTR)-instelling of de Sensor geïndiceerde frequentie daalt. De parameter ATDR is altijd beschikbaar, omdat deze tevens wordt gebruikt als de drempel voor de AT/AF-instelling voor de parameter Atriale trigger, en wordt weergegeven op het scherm Trigger Options. Atriale gebeurtenissen met frequenties die hoger zijn dan de ATDR-instelling worden geregistreerd in de diagnostische gegevens van AT/AF-samenvatting en AF-onderdrukking. Zie AT/AF-definitie. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (min ) in stappen van 5; in stappen van 10; in stappen van 25 (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity Nominaal: 225; Victory, Zephyr Nominaal: 180) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets AT/AF Detection & Response AMS-BASISFREQUENTIE De parameter AMS Base Rate stelt de ventriculaire stimulatiefrequentie in wanneer de pulsgenerator van een atriale-timing mode is overgeschakeld naar ventriculaire timing. Wanneer het apparaat terugkeert naar DDD(R)- of VDD(R)-modes, hervat het apparaat stimulatie op de geprogrammeerde Basisfrequentie-instelling. De parameter AMS Base Rate is alleen beschikbaar wanneer de parameter Auto Mode Switch is ingeschakeld. Tenzij de parameter AMS Base Rate is geprogrammeerd op een specifieke instelling, wordt deze automatisch geprogrammeerd op dezelfde waarde als de permanent geprogrammeerde Base Rate instelling. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-37

114 Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Verity ADx DC, DR, VDR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (min ) Base Rate +0 tot Base Rate +35 in stappen van 5 19 (Identity ADx DR, Identity DR, Integrity ADx DR, Verity ADx pulsgenerators Nominaal: 60; Victory, Zephyr Devices: Nominaal: 80) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets AT/AF Detection & Response PARAMETER AF SUPPRESSION Met de parameter AFSuppression kan de pulsgenerator het atrium stimuleren met frequenties die sneller zijn dan de intrinsieke atriale frequentie teneinde paroxismale of persistente atriale fibrillatie (AF) te onderdrukken. Het algoritme AF Suppression is beschikbaar in AAI(R) en DDD(R) modes. Wanneer het algoritme twee P-golven detecteert binnen een venster van 16 cycli, verhoogt het apparaat de stimulatiefrequentie om de intrinsieke geleiding te overstimuleren. Na stimulatie op de AF Suppression-frequentie gedurende het aantal cycli dat ingesteld is door de parameter Overdrive-stimulatiecycli, verlaagt de pulsgenerator de frequentie tot deze nog twee P-golven waarneemt en overdrive-stimulatie hervat. Als er niet twee P-golven worden waargenomen, wordt de werking hervat op de Basisfrequentie-instelling, de Rustfrequentie-instelling of de Sensor geïndiceerde frequentie. Diagnostische gegevens over AF Suppression kunt u vinden in Diagnostische gegevens van AF Suppression. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR; Identity DR; Integrity ADx DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: On; Off (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets AT/AF Detection & Response 19. Deze vertegenwoordigen formules voor de berekening van AMS Base Rate-instellingen. De werkelijke instellingen worden getoond als numerieke frequenties Bradycardieparameters

115 NB Auto Mode Switch. Als er een mode-switch plaatsvindt, wordt AF Suppression-algoritme uitgeschakeld en de frequentie ingesteld op de Base Rate, AMS-basisfrequentie of de sensorgeïndiceerde frequentie. Tests. AF Suppression wordt tijdens waarnemingstests en NIPS tijdelijk uitgeschakeld. Hysteresisfrequentie wordt automatisch geprogrammeerd op Off wanneer AF Suppression is geprogrammeerd op On. Max. sensorfrequentie en Maximale AF-onderdrukkingsfrequentie. AF Suppression verhoogt atriale frequenties niet boven de instellingen voor deze parameters. Frequentie-gemoduleerde stimulatie. De gestimuleerde frequentie neemt toe tot de sensor geïndiceerde frequentie wanneer deze groter is dan de huidige AF Suppression-frequentie. Frequentiegevoelig AV-delay. Als één van beide parameters op Off of Low is ingesteld, wordt deze automatisch op Medium geprogrammeerd wanneer AF Suppression op On is ingesteld. Frequentiegevoelige PVARP/VREF. Als deze parameter is ingesteld op Off of Low, wordt deze automatisch geprogrammeerd op Medium (Identity ADx, Identity en Integrity ADx pulsgenerators) of High (Victory en Zephyr puslgenerators) wanneer AF Suppression is geprogrammeerd op On. Indicator voor electieve vervanging (ERI). Bij ERI wordt AF Suppression uitgeschakeld. Magneetrespons. AF Suppression wordt opgeschort bij gebruik van een magneet. Na de onderbreking werkt de pulsgenerator op de Base Rate of de sensor geïndiceerde frequentie (de hoogste). Na verwijdering van de magneet start AF Suppression opnieuw bij de waarneming van twee opeenvolgende P-golven. OVERDRIVE-STIMULATIECYCLI De parameter Overdrive Pacing Cycles is het aantal cycli dat de pulsgenerator de stimulatiefrequentie verhoogt voordat het AF Suppression -algoritme de frequentie begint te verlagen tot de Basisfrequentie-instelling, de Rustfrequentie-instelling of de Sensor geïndiceerde frequentie. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR; Identity DR; Integrity ADx DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (cycli) 15; 20; 25; 30; 35; 40 (Nominaal: 15) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets AT/AF Detection & Response MAXIMALE AF-ONDERDRUKKINGSFREQUENTIE De parameter Maximum AF Suppression Rate is de bovengrens die de AF Suppression gestuurde frequentie kan bereiken. De parameter Maximum AF Suppression Rate kan niet worden geprogrammeerd op een frequentie boven de Max. sensorfrequentie, en de programmer geeft geen instellingen boven de Max Sensor Rate weer. Beschikbaar in: Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (min ) in stappen van 5; in stappen van 10 (Nominaal: 120) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Brady > toets AT/AF Detection & Response Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 7-39

116 7-40 Bradycardieparameters

117 8. EPISODE-INSTELLINGEN Het venster Episode Settings bevat twee toetsen die gebruikt kunnen worden voor het programmeren van de episode-triggers en de manier waarop episodes worden geconfigureerd: Opgeslagen EGM-configuratie. Deze parameters bepalen het aantal, de lengte en de opmaak van episodes. Episode-triggers. Deze parameters bepalen welke gebeurtenissen een episode triggeren. Voor informatie over diagnostische gegevens van episodes, zie Episodes. NB Episode-instellingen zijn niet beschikbaar wanneer de pulsgenerator geprogrammeerd is om Event Record-gegevens te verzamelen. Event Record-gegevens moeten worden bekeken op een programmer Model 3510/3500. Wanneer episodeverzameling wordt ingeschakeld, worden alle Event Record-gegevens uit het geheugen gewist. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings OPGESLAGEN EGM-CONFIGURATIE Vanuit het venster Stored EGM kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: Sampling-optie Aantal opgeslagen episodes Kanaal EGM-configuratie Registratiebereik. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Stored EGM Configuration SAMPLING-OPTIE De parameter Sampling Option bepaalt hoe de pulsgenerator episodes behandelt als het geheugen vol is. Er zijn twee opties: Freeze geeft het apparaat opdracht om te stoppen met het verzamelen van extra gegevens. Continuous zorgt ervoor dat een nieuw opgeslagen EGM over het oudste opgeslagen EGM geschreven wordt. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity ; Integrity ADx; Victory ; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Freeze; Continuous (Nominaal: Freeze) 1 Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Stored EGM Configuration 1. De optie Continuous is niet beschikbaar in Integrity ADx pulsgenerators (modellen 5366, 5360 en 5160). Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 8-1

118 NB Episodes wissen. Alle episode-gegevens worden gewist wanneer de Sampling Option-instelling wordt gewijzigd. AANTAL OPGESLAGEN EPISODES De parameter Number of Stored Episodes stelt het totaal aantal episodes dat opgeslagen is in de pulsgenerator in. Indirect stelt deze parameter tevens de lengte van elke episode in. Een lage instelling maakt langere episodes mogelijk. Een hoge instelling heeft kortere episodes tot gevolg. De duur van elke episode wordt tevens bepaald door de instelling van de parameter Kanaal. Gebruikelijke tijdsduren voor elke instelling vindt u in de volgende tabel (Tabel 8-1). De programmer geeft de maximale duur van de episodes weer onder de toets Number of Stored Episodes. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: 1; 2; 4; 8; 12 (Nominaal: 4) 2 Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Stored EGM Configuration NB Episodes wissen. Alle episodegegevens worden gewist wanneer de instelling Number of Stored Episodes wordt gewijzigd. KANAAL De parameter Channel bepaalt het aantal EGM-kanalen dat geregistreerd wordt in de episode (een of twee). Het geregistreerde EGM-type wordt bepaald door de parameter EGM-configuratie. De beschikbare opties zijn afhankelijk van de geprogrammeerde Mode. De instelling van de parameter Channel heeft tevens invloed op de lengte van de episodes. De onderstaande tabel (Tabel 8-1) geeft de duur van een gebruikelijke episode weer (op basis van een nominale frequentie van 60 min ) voor elke instelling van Aantal opgeslagen episodes en Channel. De feitelijke maximale duur op basis van de geprogrammeerde instellingen van het apparaat wordt weergegeven onder de toets Number of Stored Episodes. Aantal opgeslagen EGM s Twee kanalen Geschatte duur (in seconden) Een kanaal Tabel 8-1. Duur van een gebruikelijke episode voor elke instelling van Aantal opgeslagen EGM s en Kanaal Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Dual; Single (Nominaal: Dual voor tweekamer-modes; Single voor eenkamer-modes) 2. Integrity ADx pulsgenerators (modellen 5366, 5360, 5160) kunnen slechts vier EGM s registreren. 8-2 Episode-instellingen

119 Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Stored EGM Configuration EGM-CONFIGURATIE De parameter EGM Configuration stelt de EGM-bron van het kanaal in. Er zijn twee EGM-configuratieparameters (atriaal en ventriculair) beschikbaar wanneer de parameter Kanaal is ingesteld op Dual. Wanneer de parameter Channel is ingesteld op Single, is er slechts één ECG-configuratieparameter beschikbaar. Wanneer V. AutoCapture geprogrammeerd is op On, wordt de parameter V. EGM Configuration automatisch geprogrammeerd op de instelling V Bipolar en is hij niet programmeerbaar 3. Welke instellingen beschikbaar zijn voor EGM Configuration is afhankelijk van de instellingen voor de parameters Type elektrode en Kanaal. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (Identity ADx; Identity; Integrity ADx) (Atriaal) Aring Vtip; A Unipolar Ring; Aring Vring; A. Bipolar; Atip Vtip; A Unipolar Tip; Atip Vring (Nominaal: A Bipolar) (Ventriculair) Vring Atip; V Unipolar Ring; Vring Aring; V Bipolar; Vtip Aring; V Unipolar Tip; Vtip Aring (Nominaal: V Bipolar) Instellingen: (Victory, Zephyr) (Atriaal) A Bipolar; A Unipolar Tip; A Unipolar Ring; Atip Vtip; Aring Vtip; (Nominaal: A Bipolar) (Ventriculair) V Bipolar; V Unipolar Tip; V Unipolar Ring; Atip Vtip; Aring Vtip; Aring Vring (Nominaal: V Bipolar) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Stored EGM Configuration REGISTRATIEBEREIK De parameter Recording Range (Registratiebereik) stelt de EGM-versterking in voor de opgeslagen episode. Er zijn twee parameters voor EGM Recording Range (atriaal en ventriculair) beschikbaar wanneer de parameter Kanaal is ingesteld op Dual. Wanneer de parameter Channel is ingesteld op Single, is er één parameter voor EGM Recording Range beschikbaar. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (Atrial) (mv) ±15,0; ±7,5; ±3,0; ±1,5 (Nominaal: ±3,0) (Ventriculair) (mv) ±15,0; ±7,5; ±3,0; ±1,5 (Nominaal: ±15,0) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Stored EGM Configuration EPISODE-TRIGGERS Vanuit het venster Episode Triggers kunt u de instellingen voor de volgende parameters veranderen: Atriale trigger Trigger-type Hoge A. frequentie-trigger Opeenvolgende cycli Hoge V. frequentie-trigger PVC-trigger Opeenvolgende PVC s Geavanceerde hysteresis-trigger 3. In Zephyr pulsgenerators kan de parameter V. EGM Configuration automatisch geprogrammeerd worden op V. Bipolar of V. Unipolar, afhankelijk van de instelling van de parameter V. Pulse Configuration. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 8-3

120 PMT-detectie-trigger Magneetplaatsing-trigger. Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers ATRIALE TRIGGER De parameter Atrial Trigger heeft drie instellingen om atriale gebeurtenisepisodes vast te leggen: AMS. Deze instelling registreert een episode wanneer de pulsgenerator overschakelt naar en/of van een mode switch. De parameter Auto Mode Switch moet ingeschakeld zijn om deze trigger beschikbaar te laten zijn. Wanneer de AMS-trigger wordt geselecteerd, verschijnt de parameter Trigger-type, waarmee u kunt kiezen of een episode wordt getriggerd na een AMS Entry, AMS Exit of beide 4. AT/AF. Deze instelling registreert een episode wanneer de stimulatiefrequentie de Atriale tachycardie-detectiefrequentie (ATDR)-instelling overschrijdt. Wanneer de AT/AF-instelling wordt geselecteerd, geeft het venster de ATDR-instelling weer. Wanneer deze trigger is ingesteld, registreert het apparaat gegevens in de AT/AF-histogrammen. Zie AT/AF-definitie. High Atrial Rate (Hoge atriale frequentie). Deze instelling registreert een episode wanneer de atriale frequentie de frequentie die ingesteld is door de parameter Hoge A. frequentie-trigger overschrijdt en wanneer de hoge atriale frequentie langer duurt dan het aantal Opeenvolgende cycli. Deze gerelateerde parameters verschijnen wanneer de instelling High Atrial Rate is geselecteerd. Deze instelling heeft geen invloed op diagnostische-gegevensverzameling of mode-switching. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (Identity ADx DR, VDR, Victory, Zephyr) Off; AMS; AT/AF; High Atrial Rate (Nominaal: Off) (Identity DR) Off; AMS; High Atrial Rate (Nominaal: Off) (Identity ADx SR, Identity SR) Off; High Atrial Rate (Nominaal: Off) (Integrity ADx) Off; AMS (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers NB Auto Mode Switch. Wanneer u de parameter Auto Mode Switch op Off programmeert, wordt de parameter A. Episode Trigger (indien ingeschakeld) automatisch geprogrammeerd op Off. De pulsgenerator schakelt diagnostische gegevensverzameling over van Diagnostische gegevens van mode-switches naar AT/AF-histogrammen. Wissen van diagnostische gegevens. Door de parameter A. Episode Trigger opnieuw te programmeren worden de diagnostische gegevens gewist. TRIGGER-TYPE Met de parameter Trigger Type selecteert u het type Auto Mode Switch (AMS)-gebeurtenis dat een episode triggert. Deze parameter wordt beschikbaar wanneer de AMS-instelling voor de parameter Atriale trigger is gekozen. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Integrity ADx DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: (Identity ADx, Identity, Victory, Zephyr) Entry & Exit; Exit; Entry (Nominaal: Entry) (Integrity ADx) Entry (Nominaal: Entry) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers > AMS Atrial Trigger 4. Integrity ADx modellen 5366 en 5360 leveren een AMS Entry-trigger, maar geen AMS Exit-trigger. 8-4 Episode-instellingen

121 HOGE A. FREQUENTIE-TRIGGER De parameter High A. Rate Trigger triggert een episode wanneer de gemeten atriale frequentie hoger is dan de instelling, gedurende een periode die langer is dan het aantal Opeenvolgende cycli. Deze parameter wordt beschikbaar wanneer de instelling High Atrial Rate voor de parameter Atriale trigger is gekozen. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (min ) Off; 125; 150; 175; 200; 225; 250; 275; 300 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers > High Atrial Rate Atrial Trigger OPEENVOLGENDE CYCLI De parameter Consecutive Cycles stelt het aantal hoge-frequentiecycli in die de pulsgenerator moet tellen voordat er een episode wordt vastgelegd. Deze parameter wordt beschikbaar wanneer de instelling High Atrial Rate voor de parameter Atriale trigger en/of de parameter Hoge V. frequentie-trigger wordt gekozen. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: 2; 3; 4; 5; 10; 15; 20 (Nominaal: 5) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers > High A. Rate Atrial Trigger of High Ventricular Rate Trigger HOGE V. FREQUENTIE-TRIGGER De parameter High V. Rate Trigger triggert een episode wanneer de gemeten ventriculaire frequentie hoger is dan de instelling, gedurende een periode die langer is dan het aantal Opeenvolgende cycli. NB Bij Zephyr pulsgenerators geldt: als u de parameter High V. Rate Trigger inschakelt, wordt de parameter V. Blanking automatisch geprogrammeerd op 12 ms, en wordt de parameter V. veiligheidsstandby automatisch geprogrammeerd op On. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: (min ) Off; 125; 150; 175; 200; 225; 250; 275; 300 (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers PVC-TRIGGER De parameter PVC Trigger registreert een episode wanneer de pulsgenerator een aantal opeenvolgende PVC s telt van gelijk aan of groter dan de parameter Opeenvolgende PVC s. Om deze trigger beschikbaar te laten zijn, moet Mode worden geprogrammeerd op DDD(R) of VDD(R). (PVC-opties hoeft niet geprogrammeerd te worden op On.) Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: Off; On (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 8-5

122 OPEENVOLGENDE PVC S De parameter Consecutive PVC s stelt het aantal opeenvolgende PVC s in dat moet worden geteld voordat de parameter PVC-trigger een episode opslaat. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: 2; 3; 4; 5 (Nominaal: 2) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers GEAVANCEERDE HYSTERESIS-TRIGGER De parameter Advanced Hysteresis Trigger triggert een episode wanneer de pulsgenerator een daling in de intrinsieke frequentie detecteert die het Interventiefrequentie-algoritme triggert (zie Geavanceerde hysteresis-functies). Deze trigger wordt beschikbaar en wordt automatisch geprogrammeerd op On wanneer de parameter Intervention Rate is ingeschakeld. Beschikbaar in: Identity ADx; Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: On; Off (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers PMT-DETECTIE-TRIGGER De parameter PMT Detection Trigger registreert een episode wanneer het algoritme PMT-opties een pacemaker geïnduceerde tachycardie (PMT) detecteert. Om deze trigger beschikbaar te laten zijn, moet de parameter PMT Options worden geprogrammeerd op de instelling 10 Beats > PMT of Auto Detect. Beschikbaar in: Identity ADx DC, DR, VDR; Identity DR; Victory DR; Zephyr DR pulsgenerators Instellingen: On; Off (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers MAGNEETPLAATSING-TRIGGER De parameter Magnet Placement Trigger triggert een episode wanneer er gedurende tenminste één seconde een magneet boven de pulsgenerator wordt gehouden 5. Zie Magneetrespons. Beschikbaar in: Identity ADx; Identity; Integrity ADx Victory; Zephyr pulsgenerators Instellingen: Off; On (Nominaal: Off) Toegang vanaf: toets Parameters > tab Episodes Settings > toets Episode Triggers 5. Als Magnet Response op Battery Test is ingesteld en de magneet wordt vijf seconden of langer boven het apparaat gehouden, begint er een batterijtest. 8-6 Episode-instellingen

123 9. WRAP-UP OVERZICHT Inhoud van dit hoofdstuk: Wrap-up overzicht Gegevens exporteren Diagnostische gegevens wissen Beginwaarden herstellen. WRAP-UP OVERZICHT In het venster Wrap-up overzicht worden de batterijgegevens, de teststatus en wijzigingen in de sessieprogrammering weergeven en de follow-up sessiebeheertoetsen, waaronder: Het paneel Session Notes, waarin de status van routine follow up-taken wordt weergegeven De toets Selected Reports, waarmee de rapporten worden weergegeven die geselecteerd zijn voor afdruk, en waarmee het venster Rapporten wordt geopend De toets Beginwaarden herstellen, waarmee het apparaat wordt geprogrammeerd op de instellingen die gelezen zijn aan het begin van de sessie De toets Diagnostische gegevens wissen, waarmee de episodes, diagnostische gegevens of beide worden gewist uit het geheugen De toets Gegevens exporteren, waarmee een venster wordt geopend om gegevens te exporteren naar een USB-apparaat of pc De toets Print Reports (Rapporten afdrukken), waarmee de rapporten onder de toets Selected Reports (Geselecteerde rapporten) worden afgedrukt Het vakje Clear After Printing (Wissen na afdrukken), waarmee de geselecteerde diagnostische gegevens na het afdrukken automatisch worden gewist. Wanneer u op de toets Wrap up Overview drukt, werkt de programmer de Batterij en elektroden-gegevens bij. Toegang vanaf: toets Wrap up Overview GEGEVENS EXPORTEREN In het venster Export Data worden de pulsgenerators weergegeven die op dit moment met de programmer verbonden zijn, zodat u een scherm-capture of patiënt tracking database-gegevens kunt exporteren. Het exporteren van gegevens gaat als volgt: 1. Steek de USB-connector van een apparaat in een van de drie USB-poorten op de programmer. Het apparaat kan een USB-diskettestation, een USB-flash-station of een pc zijn die aangesloten is op het Merlin PCS via een 9 pins seriële-naar-usb-aansluitkabel. Het diskettestation moet worden aangesloten via het USB-station, niet via een externe stroombron. 2. Selecteer de toets Export Data. De programmer geeft alle aangesloten apparaten weer. 3. Selecteer het gewenste apparaat. Als er geen apparaat wordt gedetecteerd, selecteer dan de toets Redetect Media. 4. Selecteer de toets Export. De programmer controleert het apparaat en schrijft er gegevens naar weg. Het venster Export Data dat opgeroepen is via het venster Wrap up Overview wordt gesloten als de gegevens geëxporteerd zijn. Als Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 9-1

124 er gegevens worden geëxporteerd vanuit het menu Tools, moet u de toets Close selecteren om terug te keren naar het vorige venster. Toegang vanaf: toets Wrap up Overview > toets Export Data DIAGNOSTISCHE GEGEVENS WISSEN Het venster Clear Diagnostics wist diagnostische gegevens, episodes of beide uit het geheugen. De door de programmer tijdens de sessie verzamelde gegevens blijven beschikbaar tot de toets End Session wordt geselecteerd. Selecteer de toets Save Selections (Selecties opslaan) om uw voorkeuren te registreren voor toekomstige programmeersessies. Toegang vanaf: toets Wrap up Overview > toets Clear Diagnostics BEGINWAARDEN HERSTELLEN De toets Restore Initial Values (Beginwaarden herstellen) herprogrammeert de instellingen die gelezen werden tijdens de eerste ondervraging. Wanneer u op de toets Program drukt, gaan alle wijzigingen die uitgevoerd zijn tijdens de sessie verloren. Toegang vanaf: toets Wrap up Overview > toets Restore Initial Values 9-2 Wrap-up overzicht

125 10. MODE-BESCHRIJVINGEN St. Jude Medical pulsgenerators kunnen op de volgende behandelingsmodes worden geprogrammeerd. Alle modes kunnen tevens worden geprogrammeerd om te werken met frequentiemodulatie (R). Zie Frequentie-gemoduleerde modes. Tweekamer Atriaal Ventriculair Off-modes DDD AAI VVI ODO, OVO en OAO DDI AAT VVT DVI AOO VOO DOO VDD Tabel Beschikbare modes DDD (Tweekamer-stimulatie, -waarneming en -onderdrukking; atriale tracking) Zie Timing-diagram DDD-mode. De DDD-mode is een tweekamer-, atriale timing-mode waarin toe- of afnames in de waargenomen atriale frequentie worden herhaald door overeenkomstige veranderingen in de ventriculaire frequentie. Waargenomen P-golven of R-golven onderdrukken outputpulsen, terwijl er geen intrinsieke activiteit gedurende de alertperiode is die resulteert in afgegeven pulsen. Er zijn vier stimulatietoestanden: 1. AS. Een waargenomen atriale gebeurtenis (AS) onderdrukt een A. puls en begint het Waargenomen AV -delay en reset de timing van het apparaat. Het A. waargenomen kanaal wordt refractair tot het einde van de A. refractaire periode (PVARP) terwijl het V. kanaal alert wordt op R-golven. 2. AP. Gedurende de atriale alertperiode wordt er geen atriale waargenomen gebeurtenis gedetecteerd, en de pulsgenerator geeft een atriale puls (AP) af aan het einde van de alertperiode. Hierdoor wordt het Gestimuleerd AV -delay gestart, waarbij het A. kanaal refractair is op atriale waargenomen gebeurtenissen, terwijl het V. kanaal alert wordt op R-golven. 3. VS. Gedurende het Paced/Sensed AV Delay neemt het V. kanaal een ventriculaire waargenomen gebeurtenis (VS) waar en onderdrukt de puls maar reset de timing niet. De V.V. refractaire periode en PVARP beginnen en gaan door totdat de perioden aflopen. Vervolgens worden beide kanalen alert op waargenomen gebeurtenissen. 4. VP. Het V. kanaal neemt geen signalen waar gedurende het Paced/Sensed AV Delay en geeft een ventriculaire puls (VP) af aan het einde van het delay. De V. Refractory Period en PVARP beginnen en houden aan tot de periode afloopt. Vervolgens worden beide kanalen alert op waargenomen gebeurtenissen. Indicaties. Gebruik van DDD is geïndiceerd in gevallen waarin sprake is van AV-geleidingsafwijkingen met een normale of abnormale sinusknoopfunctie en als de patiënt baat kan hebben bij een hoge mate van ventriculaire stimulatie. Contra-indicaties. Gebruik van DDD met Auto Mode Switch ingesteld op Off is contra-geïndiceerd wanneer er sprake is van chronische atriale tachyaritmieën of stille atria. De Auto Mode Switch-functie van het apparaat kan de pulsgenerator echter automatisch overschakelen op DDI-stimulatie bij atriale tachyaritmieën. Retrograde geleiding is weliswaar geen contra-indicatie, maar het is wel noodzakelijk om zorgvuldig een juiste waarde voor de parameter A. refractaire periode (PVARP) in te stellen. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 10-1

126 NB Gegarandeerde atriale alertperiode. In Identity ADx, Zephyr en Victory pulsgenerators is tenminste 125 ms van het V A interval aangewezen als een gegarandeerde atriale alert-periode om competitieve atriale stimulatie te minimaliseren. AP AS AS AP geprogrammeerde frequentie A V VS VS VP VP Blanking-periode refractaire periode alertperiode PVARP outputpuls AV/PV-delay Waargenomen gebeurtenis Figuur Timing-diagram DDD-mode DDI (Tweekamer-stimulatie, ventriculaire waarneming en onderdrukking; geen atriale tracking) Zie Timing-diagram DDI-mode. De DDI mode is een non-tracking tweekamer-mode waarin waargenomen atriale activiteit geen verandering in timing veroorzaakt. Atriale tachycardieën resulteren niet in verhoogde stimulatiefrequenties. Er zijn vier stimulatietoestanden: 1. AS. Een waargenomen atriale gebeurtenis (AS) onderdrukt de A. puls en begint een atriale refractaire periode die eindigt bij de V. puls. Het V. kanaal blijft alert op R-golven behalve gedurende de V. en na een A. puls. 2. AP. Gedurende de atriale alertperiode wordt er geen atriale waargenomen gebeurtenis gedetecteerd, en de pulsgenerator geeft een atriale puls (AP) af aan het einde van de alertperiode. Hierdoor wordt het gestart, waarbij het A.Gestimuleerd AV -delay kanaal refractair is op atriale waargenomen gebeurtenissen. Het V. kanaal blijft alert op R-golven behalve gedurende de V. en na een A. puls. 3. VS. Gedurende de V. alertperiode van het Paced AV Delay detecteert het kanaal een ventriculaire waargenomen gebeurtenis (VS), onderdrukt de puls en reset de timing. De V. refractaire periode en PVARP beginnen en blijven van kracht totdat de perioden aflopen. Vervolgens worden beide kanalen alert op waargenomen gebeurtenissen. 4. VP. Het V. kanaal neemt geen waargenomen gebeurtenis waar gedurende de alertperiode van het Paced AV Delay en geeft een puls (VP) af aan het einde van het delay. De V. Refractory Period en PVARP beginnen en blijven van kracht tot de periode afloopt. Vervolgens worden beide kanalen alert op waargenomen gebeurtenissen. Indicaties. Gebruik van DDI is geïndiceerd in gevallen waarin tweekamer-stimulatie noodzakelijk is en waarin er een specifieke reden bestaat waarom atriale tracking niet gewenst is Mode-beschrijvingen

127 Contra-indicaties. Gebruik van DDI is contra-geïndiceerd bij AV-block met een normale sinusknoopfunctie en stille atria of chronische atriale fibrillatie of boezemfladderen. NB Gegarandeerde atriale alertperiode. Tenminste 125 ms van het V-A interval is toegewezen als een gegarandeerde atriale alertperiode om competitieve atriale stimulatie tot een minimum te beperken. AP PVC AP AS A V Blanking-periode refractaire periode alertperiode PVARP geprogrammeerde frequentie VS VS VP VP Figuur Timing-diagram DDI-mode outputpuls AV-delay Waargenomen gebeurtenis DVI (Tweekamer-stimulatie; ventriculaire waarneming, onderdrukking) Zie Timing-diagram DVI-mode. De DVI-mode is een tweekamer-mode waarin waargenomen atriale activiteit wordt genegeerd, hoewel het apparaat het atrium kan stimuleren. De DVI-mode heeft drie toestanden: 1. AP. Aan het einde van het atriale escape-interval levert het apparaat een atriale puls. Hierdoor wordt het Gestimuleerd AV -delay gestart, gedurende welk het V. kanaal alert blijft op waargenomen gebeurtenissen. 2. VS. Gedurende het Paced AV Delay detecteert het V. kanaal een ventriculair waargenomen gebeurtenis (VS), onderdrukt de puls en reset de timing. De V. refractaire periode begint en blijft van kracht tot de periode afloopt. Vervolgens wordt het V. kanaal alert op R golven. 3. VP. Het V. kanaal neemt geen waargenomen gebeurtenis waar gedurende het Paced AV Delay en geeft een puls (VP) af aan het einde van het delay. De V. Refractory Period begint en houdt aan tot de periode afloopt. Vervolgens wordt het V. kanaal alert op R golven. Indicaties. Gebruik van DDI is geïndiceerd in gevallen waarin atriale en ventriculaire stimulatie noodzakelijk is en waarin er een specifieke reden bestaat waarom atriale waarneming niet gewenst is. Contra-indicaties. Gebruik van DVI is contra-geïndiceerd wanneer er sprake is van competitieve intrinsieke atriale ritmes of stille atria. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 10-3

128 AP AP AP AP A V VP VS VP VS Blanking-periode refractaire periode alertperiode outputpuls Paced AV Delay Waargenomen gebeurtenis Figuur Timing-diagram DVI-mode DOO (Asynchrone tweekamer-stimulatie) Zie Timing-diagram DOO-mode. De DOO-mode zorgt, onafhankelijk van de intrinsieke activiteit, voor stimulatie in het atrium en ventrikel met de geprogrammeerde Base Rate en Gestimuleerd AV -delay. LET OP De DOO(R)-mode is in eerste instantie bedoeld voor tijdelijk gebruik. Langdurig gebruik kan leiden tot competitieve stimulatie, hetgeen mogelijk gevaarlijke tachyaritmieën tot gevolg kan hebben. Indicaties. De DOO-mode is geïndiceerd wanneer stimulatie in atrium en ventrikel noodzakelijk is en wanneer er daarbij sprake is van significante elektromagnetische of elektromyogene ruis waardoor de pulsgenerator onjuist kan worden onderdrukt of getriggerd. Contra-indicaties. Het gebruik van DOO is contra-geïndiceerd wanneer er sprake is van een competitief intrinsiek hartritme Mode-beschrijvingen

129 AP AP AP A V geprogrammeerde frequentie geprogrammeerde frequentie VP VP VP refractaire periode AV-delay outputpuls Figuur Timing-diagram DOO-mode VDD (Ventriculaire stimulatie; Tweekamer-waarneming en onderdrukking; atriale tracking) Zie Timing-diagram VDD-mode. De VDD-mode is een tweekamer atriale tracking-mode zonder atriale output, waarin ventriculaire stimulatie gesynchroniseerd is met intrinsieke atriale activiteit. Het apparaat neemt waar in beide kamers maar stimuleert alleen in het ventrikel. De mode houdt een atriaal alert-venster dat gelijk is aan het Waargenomen AV -delay + 25 ms aan (preferentiële P-golf waarneming). Als de overige timing-cycli inbreuk maken op het atriale alert-venster, dan wordt de A. refractaire periode (PVARP) ingekort. Er zijn drie stimulatietoestanden: 1. AS. Een waargenomen atriale gebeurtenis tijdens het V-V interval start het Sensed AV Delay en kan het V-V interval verlengen terwijl AV synchronie wordt aangehouden. Het is mogelijk een sinusritme te volgen dat lager is dan de geprogrammeerde Base Rate. 2. VS. Als het atriale kanaal een waargenomen gebeurtenis detecteert, en het V. kanaal een waargenomen gebeurtenis detecteert tijdens het Sensed AV Delay, dan reset het apparaat de V-V timing. 3. VP. Als er geen atriale of ventriculaire gebeurtenissen worden waargenomen, stimuleert het apparaat het ventrikel (VVI-stimulatie). Indicaties. Gebruik van VDD is geïndiceerd voor AV-block met normale sinusfunctie. Contra-indicaties. Gebruik van VDD is contra-geïndiceerd bij sinusknoopdysfunctie, chronische atriale flutter of fibrillatie, onvoldoende atriale waarneming of stille atria. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 10-5

130 AS AS A V geprogrammeerde frequentie VP VP VS VS refractaire periode alertperiode PVARP outputpuls PV-delay Waargenomen gebeurtenis Figuur Timing-diagram VDD-mode VVI (Ventriculaire stimulatie, waarneming en onderdrukking) Zie Timing-diagram VVI-mode. In de VVI-mode stimuleert het apparaat het ventrikel op de geprogrammeerde frequentie wanneer er geen waargenomen gebeurtenis wordt gedetecteerd. Wanneer het apparaat gedurende de alertperiode een waargenomen gebeurtenis detecteert, wordt er geen puls geleverd en wordt de timing van het apparaat naar het begin van de ventriculaire refractaire periode teruggezet. Indicaties. Het gebruik van VVI is geïndiceerd voor symptomatische bradycardie van iedere mogelijke etiologie. Dit kan onder andere zijn: AV-block of sinusknoopdisfunctie en de verschillende uitingen van sinusknoopdisfunctie, zoals sinusknooparrest, sinusbradycardie en brady-tachycardiesyndroom. Contra-indicaties. Het gebruik van VVI is contra-geïndiceerd indien er sprake is van pacemakersyndroom. geprogrammeerde frequentie VP VP VS refractaire periode alertperiode outputpuls Waargenomen gebeurtenis Figuur Timing-diagram VVI-mode 10-6 Mode-beschrijvingen

131 VVT Zie Timing-diagram VVT-mode. (Ventriculaire stimulatie, waarneming en triggering) Wanneer er in VVT-mode geen sprake is van ventriculair waargenomen gebeurtenissen, stimuleert het apparaat het ventrikel met de geprogrammeerde frequentie. Wanneer het apparaat gedurende de alertperiode een waargenomen gebeurtenis detecteert, geeft het een puls af synchroon met de waargenomen gebeurtenis. Indicaties. De VVT-mode kan nuttig zijn om ongewenste blokkering van de puls als gevolg van elektromagnetische of elektromyogene interferentie te voorkomen. VVT kan eveneens worden gebruikt om de plaats van waarneming te identificeren in een complex en voor de evaluatie en het beheer van aritmieën die opgewekt worden door stimulatie van de borstwand. Contra-indicaties. Het gebruik van VVT is contra-geïndiceerd indien er sprake is van pacemakersyndroom. geprogrammeerde frequentie VP VP VS/VP refractaire periode alertperiode outputpuls Waargenomen gebeurtenis Figuur Timing-diagram VVT-mode VOO Zie Timing-diagram VOO-mode. (Ventriculaire asynchrone stimulatie) In de VOO-mode stimuleert het apparaat het ventrikel met de geprogrameerde frequentie, onafhankelijk van het intrinsieke hartritme. LET OP De VOO(R)-mode is bedoeld voor tijdelijk gebruik. Langdurig gebruik kan leiden tot competitieve stimulatie, hetgeen mogelijk gevaarlijke ventriculaire tachyaritmieën tot gevolg kan hebben. Indicaties. Het gebruik van VOO kan geïndiceerd zijn voor patiënten bij wie er sprake is van elektromagnetische interferentie of elektromyogene ruis en die voortdurend ventriculaire stimulatie nodig hebben. Contra-indicaties. Het gebruik van VOO is contrageïndiceerd bij patiënten bij wie er sprake is van een competitief intrinsiek hartritme en bij wie zich naar verwachting pacemakersyndroom zal voordoen tijdens ventriculaire eenkamer-stimulatie. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 10-7

132 VP geprogrammeerde frequentie refractaire periode geprogrammeerde frequentie VP outputpuls Figuur Timing-diagram VOO-mode VP AAI Zie Timing-diagram AAI-mode. (Atriale stimulatie, waarneming en onderdrukking) In de AAI-mode stimuleert de pulsgenerator het atrium met de geprogrammeerde frequentie als er geen atriale gebeurtenissen worden waargenomen. Wanneer het apparaat gedurende de alertperiode een waargenomen gebeurtenis detecteert, wordt er geen puls geleverd en wordt de timing van het apparaat naar het begin van de atriale refractaire periode teruggezet. Indicaties. Het gebruik van AAI is geïndiceerd bij symptomatische bradycardie die veroorzaakt wordt door sinusknoopdisfunctie. Contra-indicaties. Het gebruik van AAI is contra-geïndiceerd wanneer er sprake is van AV-geleidingsafwijkingen, chronische atriale fibrillatie of atriale flutter. AP AP AS geprogrammeerde frequentie refractaire periode alertperiode outputpuls Waargenomen gebeurtenis Figuur Timing-diagram AAI-mode AAT Zie Timing-diagram AAT-mode. (Atriale stimulatie, waarneming en triggering) De AAT-mode stimuleert het atrium met de geprogrammeerde frequentie, wanneer er geen sprake is van atriaal waargenomen gebeurtenissen. Wanneer het apparaat gedurende de alertperiode een waargenomen gebeurtenis detecteert, geeft het synchroon met de waargenomen gebeurtenis een puls af. Indicaties. De AAT-mode kan nuttig zijn om ongewenste blokkering van de puls als gevolg van elektromagnetische of elektromyogene interferentie te voorkomen. AAT kan eveneens worden gebruikt om de plaats van waarneming te identificeren in een complex en voor de evaluatie en het beheer van aritmieën die opgewekt worden door stimulatie van de borstwand. Contra-indicaties. Het gebruik van AAT is contra-geïndiceerd in gevallen waarin er sprake is van AV-geleidingsafwijkingen, atriale fibrillatie of atriale flutter Mode-beschrijvingen

133 AP AP AS/AP geprogrammeerde frequentie refractaire periode alertperiode outputpuls Waargenomen gebeurtenis Figuur Timing-diagram AAT-mode AOO Zie Timing-diagram AOO-mode. (Atriale asynchrone stimulatie) In de AOO-mode zorgt de pulsgenerator voor stimulatie in het atrium met de geprogrammeerde frequentie ongeacht het intrinsieke ritme. LET OP De AOO(R)-mode is in eerste instantie bedoeld voor tijdelijk gebruik. Langdurig gebruik kan leiden tot competitieve stimulatie, hetgeen mogelijk gevaarlijke atriale tachyaritmieën tot gevolg kan hebben. Indicaties. Het gebruik van AOO kan geïndiceerd zijn voor patiënten bij wie er sprake is van elektromagnetische interferentie of elektromyogene ruis en die voortdurend atriale stimulatie nodig hebben. Contra-indicaties. Het gebruik van AOO is contra-geïndiceerd wanneer er sprake is van competitief intrinsiek hartritme of AV-geleidingsafwijkingen. AP AP AP geprogrammeerde frequentie geprogrammeerde frequentie refractaire periode outputpuls Figuur Timing-diagram AOO-mode ODO, OVO EN OAO LET OP ODO-, OVO- en OAO-modes worden niet aanbevolen voor patiënten die afhankelijk zijn van hun pacemaker, of patiënten die zelfs een korte onderbreking van de pacemakerfunctie niet kunnen verdragen. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 10-9

134 In deze modes is stimulatie uitgeschakeld terwijl de pulsgenerator doorgaat met detecteren en opslaan van waargenomen gebeurtenissen. Deze modes zijn vooral geschikt voor tijdelijke diagnostische evaluatie en het opslaan van intrinsieke activiteit. Wanneer deze modes echter zijn geprogrammeerd, geeft de programmer geen Markers of de gemeten frequentie weer. De programmer geeft EGM s weer bij Victory en Zephyr pulsgenerators. Deze modes zijn niet beschikbaar wanneer Sensor is geprogrammeerd op On. FREQUENTIE-GEMODULEERDE MODES De functie van frequentie-gemoduleerde modes (Sensor On) is het veranderen van de stimulatiefrequentie voor aanpassing aan veranderingen in de activiteit, in overeenstemming met de geprogrammeerde parameters. Frequentiemodulatie kan in elke mode worden ingeschakeld. Zie voor meer informatie over het programmeren van de Sensor Sensor. Indicaties. Indicaties voor frequentie-gemoduleerde modes zijn hetzelfde als voor modes zonder frequentie-modulatie, behalve dat frequentie-gemoduleerde modes ook geïndiceerd zijn wanneer een verhoging van de stimulatiefrequentie gewenst is tijdens activiteit. Contra-indicaties. Contra-indicaties voor frequentiegemoduleerde modes zijn hetzelfde als voor modes zonder frequentie-modulatie, behalve dat frequentie-gemoduleerde modes ook contra-geïndiceerd zijn als stimulatiefrequenties boven de geprogrammeerde Base Rate niet goed zouden worden verdragen Mode-beschrijvingen

135 11. AANVULLENDE PROGRAMMERINGSINFORMATIE Inhoud van dit hoofdstuk: Technische ondersteuning Bradycardiepulsgenerators Hoofdprogrammeringsvenster Selectie van pulsgeneratorparameters en -instellingen Preview van veranderingen Tijdelijke programmering starten Bediening in noodsituaties Printmenu Rapporten Instellingen voor het samenvattingsrapport Instellingen voor testresultaten Instellingen voor Wrap up -rapporten Instellingen Back-up VVI Indicator voor electieve vervanging (ERI) Einde levensduur. TECHNISCHE ONDERSTEUNING St. Jude Medical Cardiac Rhythm Management Division beschikt over een telefoondienst die 24 uur per dag bereikbaar is voor vragen van technische aard en voor ondersteuning: (gratis in Noord-Amerika) (Zweden). Neem voor verdere hulp contact op met uw plaatselijke St. Jude Medical-vertegenwoordiger. BRADYCARDIEPULSGENERATORS Raadpleeg de Merlin PCS Start Up Referentiehandleiding voor een lijst met alle bradycardie- en tachycardiepulsgenerators die ondervraagd kunnen worden door het Merlin PCS met de software Model De pulsgenerators in de onderstaande tabel (Tabel 11-1) worden besproken in dit helpsysteem. Oudere bradycardiepulsgenerators worden besproken in de Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators Referentiehandleiding. Deze tabel geeft tevens aan of de telemetriekop van de programmer gebruikt moet worden met de magneet geïnstalleerd of verwijderd. NB Wanneer u niet op de hoogte bent van de modelnaam of -nummer van de geïmplanteerde pulsgenerator, ondervraag het apparaat dan zonder de magneet. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 11-1

136 Pulsgenerator Modelnummer Magneet Identity ADx DC 5286 Verwijderen Identity ADx DR 5380 Verwijderen Identity ADx XL DR 5386 Verwijderen Identity DR 5370 Verwijderen Identity XL DR 5376 Verwijderen Identity ADx SR 5180 Verwijderen Identity SR 5172 Verwijderen Identity ADx VDR 5480 Verwijderen Integrity ADx DR 5360 Verwijderen Integrity ADx XL DR 5366 Verwijderen Integrity ADx SR 5160 Verwijderen Verity ADx XL DC 5256 Verwijderen Verity ADx XL DR 5356 Verwijderen Verity ADx XL DR M/S 5357 Verwijderen Verity ADx XL SC 5056 Verwijderen Verity ADx XL SR 5156 Verwijderen Verity ADx XL SR M/S 5157 Verwijderen Verity ADx XL VDR 5456, 5456i Verwijderen Victory XL DR 5816 Verwijderen Victory DR 5810 Verwijderen Victory SR 5610 Verwijderen Zephyr XL DR 5826 Verwijderen Zephyr DR 5820 Verwijderen Zephyr XL SR 5626 Verwijderen Zephyr SR 5620 Verwijderen Tabel Bradycardiepulsgenerators die besproken worden in dit helpsysteem HOOFDPROGRAMMERINGSVENSTER Het hoofdprogrammeringsvenster is het bovenste deel van het scherm met de volgende toetsen:? -toets. Opent het Help-menu op het scherm. Tools-menu. Opent een menu voor de PSA-toepassing, voorkeuren en andere functies. Patiëntgegevens. Opent een venster om informatie over de patiënt naar het geheugen te schrijven en te bewerken. Opmerkingen. Opent een venster voor aanvullende patiëntgegevens. Measured Hart Rate (Gemeten hartfrequentie). Geeft de huidige gemeten frequentie weer. Hartritmeweergave. Geeft de real time golfvormen weer. De toets Weergave aanpassen. Opent een venster om de Rhythm Display aan te passen. De toets Capture bevriezen. Bevriest de Rhythm Display en opent een venster om de bevroren golfvorm aan te passen en af te drukken Aanvullende programmeringsinformatie

137 De toets Print Instellingen. Opent het venster Print Settings. Een pictogram zonder kabel geeft aan dat de programmer gebruikmaakt van de interne printer. Een pictogram met een kabel geeft aan dat de programmer is aangesloten op een externe printer (zie Figuur 11-1 hieronder). Het PDF -pictogram geeft aan dat printen zonder papier (PDF) is geselecteerd. Zie PDF s. Om van printer te veranderen selecteert u Tools > Preferences > Printer (Printervoorkeuren). Figuur Printerpictogrammen: 1. (links) interne printer in gebruik; 2. (midden) externe printer aangesloten; 3. (rechts) PDF-printen zonder papier geselecteerd SELECTIE VAN PULSGENERATORPARAMETERS EN -INSTELLINGEN Om de instelling voor een parameter te wijzigen raakt u de gewenste parametertoets aan. Er verschijnt een selectievenster voor instellingen. Als niet alle instellingen op het scherm passen, gebruikt u de pijltoetsen omhoog en omlaag om aanvullende instellingen te bekijken. Het algemene bereik van instellingen wordt gewoonlijk aangegeven boven en onder in het venster. De huidige permanent geprogrammeerde instelling wordt gemarkeerd met een klein pacer-pictogram. Selecteer de gewenste instelling. Hierdoor wordt de instelling opgeslagen in het geheugen van de programmer (of wordt de instelling als batch opgeslagen); de parameter wordt niet geprogrammeerd. Selecteer de toetsen Program of Tijdelijke programmering starten om de nieuwe instelling in werking te laten treden. Zodra een instelling is geselecteerd, verschijnt het selectievenster van de instelling. Om het instellingsselectievenster te verlaten voordat een nieuwe instelling is opgeslagen sluit u het venster. Batch-opslag en automatische programmering De programmer kan verschillende parameterinstellingen in een batch in het geheugen opslaan voordat ze permanent of tijdelijk worden geprogrammeerd (of geannuleerd) Wanneer u een parameterinstelling wijzigt, wordt de parametertoets groen, net als de toetsen van alle automatisch geprogrammeerde parameters. Dit geeft aan dat de instelling is opgeslagen om later te kunnen worden geprogrammeerd. De toetsen Program en Preview zijn gemarkeerd. De toets Preview toont een getal waarmee het aantal parameters voor permanente programmering wordt aangegeven. Wanneer een instelling als batch is opgeslagen, kunt u de volgende toetsen selecteren: Program programmeert de instelling permanent. Preview van veranderingen opent het venster Preview met de handmatig geselecteerde en automatisch geprogrammeerde instellingen. Discard Changes in het venster Preview verwijdert de wijzigingen uit het geheugen. Tijdelijke programmering starten programmeert de instellingen tijdelijk. PREVIEW VAN VERANDERINGEN Het venster Preview Changes geeft alle opgeslagen parameters en instellingen die geselecteerd zijn voor programmering. Het bevat tevens de: toets Discard Changes om alle voorgestelde parameterwijzigingen te verwerpen toets Program om de vermelde parameters permanent te programmeren toets Tijdelijke programmering starten om de vermelde parameters tijdelijk te programmeren Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 11-3

138 TIJDELIJKE PROGRAMMERING STARTEN Wanneer de toets Start Temporary is geselecteerd in het venster Preview Changes, verdwijnt de toets Discard Changes, worden de groene markeringen oranje en werkt de pulsgenerator werkt met deze instellingen totdat de: toets Cancel Temporary wordt geselecteerd, waarmee alle permanent geprogrammeerde instellingen hersteld worden en het venster Preview Changes opnieuw geopend wordt of de toets Program wordt geselecteerd, waarmee de tijdelijke instellingen permanent geprogrammeerd worden. Wanneer telemetrie verloren gaat terwijl tijdelijke instellingen zijn geprogrammeerd, werkt het apparaat met de permanent geprogrammeerde instellingen. De programmer vraagt u om verder te gaan of de sessie af te sluiten. Als telemetrie per ongeluk verloren gaat, selecteert u de toets Continue wanneer de telemetriekop boven de pulsgenerator is. U kunt tevens veel parameters tijdelijk programmeren via het venster Tijdelijke stimulatie (Temporary Pacing) (Tijdelijke stimulatie). BEDIENING IN NOODSITUATIES De console heeft twee toetsen voor noodsituaties: Shock. Selecteer deze toets om het scherm Shock weer te geven (niet ondersteund bij bradycardiepulsgenerators). VVI. Selecteer deze toets om de pulsgenerator automatisch te resetten op de voorgedefinieerde high output instellingen 1. PRINTMENU Het venster Print Menu bevat twee tabs: Rapporten Instellingen. RAPPORTEN Met het venster Reports kunt u een rapport in de printwachtrij selecteren om te printen, het rapport configureren en alle geselecteerde rapporten afdrukken. Om de gegevens die worden geprint in het samenvattingsrapport, testrapport of Wrap up rapport te veranderen of om de episodes of bevroren ritmeweergaven te bekijken, selecteert u de blauwe toets aan de rechterkant. Om een rapport te selecteren voor afdrukken selecteert u het aankruisvakje aan de linkerkant. Er zijn maximaal vijf rapporttypes beschikbaar: Summary Report. Selecteer de blauwe toets om het venster Instellingen voor het samenvattingsrapport te openen om de afdrukopties te wijzigen. Een volledig samenvattingsrapport kan o.a. alle Scherm FastPath Summary-informatie, alle huidige parameter-instellingen, alle diagnostische gegevens, alle episode-instellingen, een vermelding van elke episode en een freeze-capture van de hartritmeweergave op het moment van afdrukken bevatten. Episodes. Selecteer de blauwe toets om het venster Episode-directory te openen. U kunt elke episode of geselecteerde episodes afdrukken. 1. De Emergency VVI-instellingen voor elke pulsgenerator worden vermeld in de appendices Technische gegevens voor elke pulsgenerator Aanvullende programmeringsinformatie

139 Test Results. Selecteer de blauwe toets om het venster Instellingen voor testresultaten te openen om de afdrukopties te wijzigen. Het rapport bevat de Rhythm Display en gegevens van alle uitgevoerde Tests. Freeze. Selecteer de blauwe toets om het venster Capture bevriezen te openen. Het rapport drukt elke geselecteerde Freeze Capture af. Wrap up Report. Selecteer de blauwe toets om het venster Instellingen voor Wrap up -rapporten te openen om de afdrukopties te wijzigen. Naar aanleiding van de instellingen kan het Wrap-up overzicht de informatie in het venster Wrap-up overzicht en alle huidige parameterinstellingen omvatten. Toegang vanaf: toets Print > tab Reports INSTELLINGEN VOOR HET SAMENVATTINGSRAPPORT Met het venster Summary Report Settings kunt u de inhoud van de informatie in het samenvattingsrapport wijzigen. Er zijn drie selectievakjes: Include Extended Diagnostics. Selecteer dit vakje om de volgende gegevens aan het samenvattingsrapport toe te voegen: - Frequenties. Een tabel met het totale tijdspercentage voor iedere gebeurtenis per frequentiebereik-bins voor de Hartfrequentiehistogram- en Gebeurtenissen-samenvattingen. - AMS-samenvatting. Het totaal aantal AMS-episodes in elk frequentiebereik 2. - AMS Log. Alle Log-entries (wanneer het vakje niet wordt aangekruist worden alleen belangrijke AMS Log-episodes opgenomen). - AT/AF-samenvatting. Het totaal aantal AT/AF-episodes in elk frequentiebereik 3. - AT/AF-log. Alle Log-entries (wanneer het vakje niet wordt aangekruist worden alleen belangrijke AMS Log-episodes opgenomen). - AT/AF Burden Trend. Het feitelijke aantal en de duur van AT/AF-episodes voor elke week. - AF-onderdrukking. Een tabel met het tijdspercentage waarin het apparaat in AS- of AP-toestand verkeerde (AF Suppression -gestuurde stimulatie) voor elke frequentiebereik-bin 4. Include Presenting Rhythm Freeze. Selecteer dit aankruisvakje om een afdruk van de Freeze Capture-gegevens toe te voegen die genomen zijn tijdens de eerste ondervraging. Save These Settings (Deze instellingen opslaan). Registreert uw voorkeuren voor toekomstige programmeersessies. Toegang vanaf: toets Print > tab Reports tab > toets Summary Report INSTELLINGEN VOOR TESTRESULTATEN Het venster Test Result Settings stelt het formaat van de afdruk van de testresultaten in, en stelt u in staat om het aantal grote testafdrukken te beperken tot één per sessie. Er zijn twee druktoetsen: Small Freezes, waarmee u maximaal vier testresultaten per pagina kunt plaatsen. Large Freezes, waarmee u maximaal twee testresultaten per pagina kunt plaatsen. In Identity ADx, Identity, Integrity ADx en Verity ADx pulsgenerators geldt: wanneer de toets Large Freezes is geselecteerd, kunt u ook een vakje selecteren om het aantal testafdrukken te beperken tot één per sessie. Wanneer u dus een testscherm afdrukt tijdens een sessie, dan wordt dit niet opnieuw afgedrukt met het rapport Test Results. Via het vakje Save These Settings worden uw voorkeuren voor toekomstige programmeersessies geregistreerd. 2. Om de diagnostische gegevens van AMS af te drukken moet de parameter Auto Mode Switch ingeschakeld zijn of moet A. Trigger ingesteld zijn op AMS. 3. Om het venster AT/AF Histograms af te drukken moet de parameter A. Trigger ingesteld zijn op AT/AF. 4. Om de AF Suppression diagnostiek af te drukken, moet de parameter AF Suppression ingeschakeld zijn. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 11-5

140 Bij Victory en Zephyr pulsgenerators zijn er twee extra selectievakjes: Include Capture and Sense drukt Capture en waarneming-testresultaten, AutoCapture Trend (zie de tab Follow-up EGM V. Capture Test en Follow-up EGM) en Amplitude Trend (zie de tab Follow-up EGM Sense Test), en follow up EGM s af (als de parameter Amplitudebewaking op On staat). Include Battery & Leads drukt gegevens af van het venster Batterij en elektroden (batterijspanning, stroom en impedantie, Magneetfrequentie, resterende levensduur) en van het venster Elektrode-impedantie (elektrode-impedantiemetingen en impedantietrends (als de Parameter elektrodebewaking ingeschakeld is). Toegang vanaf: toets Print > tab Reports > toets Test Results INSTELLINGEN VOOR WRAP UP -RAPPORTEN Met het venster Wrap up Report Settings kunt u de hoeveelheid informatie in het Wrap up-rapport veranderen. Er zijn drie selectievakjes: Include Full Parameters Report. Selecteer dit vakje om de begin- en huidige instellingen van alle geprogrammeerde parameters te printen. Wanneer dit vakje niet wordt geselecteerd, worden alleen de gegevens op het scherm Wrap-up overzicht afgedrukt. Print Second Copy for Patient. Selecteer dit vakje om een extra exemplaar van het Wrap up Report af te drukken. Save These Settings (Deze instellingen opslaan). Registreert uw voorkeuren voor toekomstige programmeersessies. Toegang vanaf: toets Print > tab Reports > toets Wrap up Report INSTELLINGEN Met het venster Settings kunt u de printvoorkeuren instellen. Selecteer de toets Printervoorkeuren om de bestemming van het rapport (interne of externe printer) en het aantal exemplaren van het rapport te wijzigen. Selecteer de gewenste vakjes om: De naam en het nummer van de patiënt toe te voegen aan de titels van de afgedrukte rapporten. De informatie is afkomstig uit het geheugen van de pulsgenerator en kan worden bekeken in het venster Patiëntgegevens. De Clinic Name (naam van het ziekenhuis) toe te voegen aan de titel van het afgedrukte rapport. Selecteer de blauwe toets om het toetsenbord op het scherm te openen om de informatie in het geheugen van de programmer in te voeren. Automatisch het samenvattingsrapport af te drukken bij de eerste ondervraging. Zie Rapporten. Toegang vanaf: toets Print > tab Settings 11-6 Aanvullende programmeringsinformatie

141 BACK-UP VVI In zeldzame gevallen kan de pulsgenerator terugkeren naar Backup VVI-werking op de geprogrammeerde instelling in de onderstaande tabel (Tabel 11-2). Deze instellingen zijn niet programmeerbaar. Parameter Instelling Mode Base Rate Pulse Configuration Sense Configuration Pulse Amplitude Pulse Width Refractory Sensitivity VVI 67,5 min Unipolar Unipolar Tip 4,0 V minimaal 0,6 ms 335 ms 2,0 mv Tabel Backup VVI-instellingen Wanneer het apparaat terugkeert naar Backup VVI-werking, geeft de programmer een pop up bericht weer dat de pulsgenerator Backup VVI werkt. Druk op de toets Continue en volg de aanwijzigen op het scherm. In de meeste gevallen kunnen de eerder geprogrammeerde instellingen worden hersteld. De programmer voert een korte procedure uit (ongeveer vijf minuten) om de eerder geprogrammeerde instellingen te herstellen. Wanneer de procedure is voltooid, print de programmer een apparaatstatusrapport af. Dit overzicht dient te worden teruggestuurd aan de op het rapport aangegeven vestiging van St. Jude Medical. Voer de gebruikelijke follow-up tests uit en controleer de herstelde parameterinstellingen. Wanneer de routine de geprogrammeerde instellingen niet kan herstellen, neem dan contact op met St. Jude Medical Technische ondersteuning. INDICATOR VOOR ELECTIEVE VERVANGING (ERI) ERI (synoniem gebruik met RRT) is het punt waarop de batterijspanning nog maar nominaal drie maanden nauwkeurig kan werken voor End of Life (EOL). Wanneer de pulsgenerator tekenen vertoont die op ERI duiden, zoals hieronder beschreven wordt, dient deze zo snel mogelijk te worden vervangen. Er zijn een aantal indicaties voor deze conditie: Het stimulatie-interval neemt toe met 100 ms boven de Basisfrequentie om stroomverlies te verminderen (het verschil tussen de geprogrammeerde Base Rate en de werkelijke stimulatiefrequenties bij ERI vindt u in de onderstaande tabel (Tabel 11-3). De programmer geeft op het scherm een melding weer dat het apparaat ERI heeft gedetecteerd Op het venster Batterij en elektroden verschijnt de toets ERI wissen. De Sensor wordt geprogrammeerd op Off. De batterijspanning neemt af tot 2,5 V. De batterij-impedantie stijgt. De Magneetrespons wordt automatisch geprogrammeerd op Battery Test. De Magneetfrequentie bedraagt ongeveer 86,3 min of minder. Het Kortste AV-delay wordt geprogrammeerd op 70 ms. De V. AutoCapture wordt geprogrammeerd op Off (de V. Pulsamplitude wordt gereset op tweemaal het gemiddelde van de vorige vier capture-drempelmetingen tot maximaal 5,0 V en minimaal 2,0 V 5 ). 5. Alleen Victory en Zephyr pulsgenerators garanderen een minimum van 2,0 V. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 11-7

142 De parameter parameter ACap Confirm wordt geprogrammeerd op Off. Als de parameter op On staat, stelt de pulsgenerator de A. Pulse Amplitude in op tweemaal het gemiddelde van de laatste bier drempelmetingen tot 5,0 V, met een minimum van 2,0 V. Als de parameter is ingesteld op Monitor, wordt de A. Pulse Configuration niet gewijzigd. De volgende functies werken niet langer bij ERI: - Rustfrequentie - Verzameling van Diagnostische gegevens 6 - NIPS ERI wissen Selecteer de toets Clear ERI in het venster Batterij en elektroden als u vermoedt dat de ERI-melding voortijdig is afgegeven. In geval van extreme kou, abnormaal hoge output- en frequentie-instellingen of blootstelling aan EMI-bronnen zoals elektrische cauterisatie en defibrillatie bestaat de mogelijkheid dat ERI foutief wordt weergegeven. Om ERI te wissen selecteert u de toets Clear ERI. Om na te gaan of de ERI-melding voortijdig is afgegeven verwijdert u de telemetriekop van het apparaat en plaatst u deze opnieuw. Als er werkelijk sprake is van ERI, zal de ERI-melding opnieuw verschijnen 7. WAARSCHUWING Bij ERI is de nominale levensduur van het apparaat circa drie maanden. Het apparaat moet onmiddellijk worden vervangen. LET OP High-output instellingen of hoge frequenties kunnen ertoe leiden dat ERI vroegtijdig wordt bereikt Indien de programmer een ERI-waarschuwingsmelding weergeeft, dient u het apparaat volledig te controleren. NB Automatisch geprogrammeerde parameters. De geprogrammeerde parameters die automatisch bij ERI geprogrammeerd zijn, worden niet op de initiële instellingen hersteld wanneer Clear ERI wordt geselecteerd. Ondervraag het apparaat en programmeer het opnieuw. Episodes. Bij ERI worden alle episodes gewist en wordt het apparaat opnieuw geprogrammeerd op Event Recording 1. 1 Event Records kunnen alleen worden bekeken op een programmer Model 3510/ Met uitzondering van de gemiddelde gemeten batterijspanning en -stroom (en in Victory- en Zephyr-pulsgenerators elektrodebewaking). 7. Als de batterijspanning tussen de 2,5 en 2,35 V ligt, kan de ERI alert-waarschuwing met 23 uur vertraagd worden. Neem contact op met St. Jude Medical Technische ondersteuning Aanvullende programmeringsinformatie

143 Geprogrammeerde frequentie Werkelijke frequentie bij ERI (intervaltoename van 100 ms) Geprogrammeerde frequentie Werkelijke frequentie bij ERI (intervaltoename van 100 ms) 45 41, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,5 Tabel Geprogrammeerde stimulatiefrequenties en werkelijke stimulatiefrequenties (in min ) bij ERI EINDE LEVENSDUUR Wanneer de output-pulsamplitude van de pulsgenerator tot 50% van de geprogrammeerde instelling daalt, heeft het apparaat End of Life (EOL) bereikt. Normaliter gebeurt dit wanneer de batterijspanning gedaald is tot een waarde beneden 2,0 V. Raadpleeg de betreffende referentiehandleiding voor meer informatie over EOL-condities. Een Magnet Rate van 66 min wijst op EOL. Zie voor meer informatie Magneetrespons. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 11-9

144 11-10 Aanvullende programmeringsinformatie

145 12. FOUTMELDINGEN EN INFORMATIEBERICHTEN NO PSA WAND COMMUNICATION (GEEN COMMUNICATIE MET PSA-TELEMETRIEKOP) Als een foutmelding verschijnt nadat u de verbinding heeft gecontroleerd, kan er sprake zijn van een mechanisch probleem in de PSA-telemetriekop of -adapter, een programmerstoring, een softwareprobleem of elektromagnetische interferentie. Als u beschikt over een andere PSA-telemetriekop of -adapter, sluit deze dan aan en selecteer de toets Retry (Opnieuw). Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met uw St. Jude Medical vertegenwoordiger of de Technische ondersteuning. HELP De Help-functie biedt contextgevoelige informatie over de programmer- en pulsgeneratorfuncties. Als u de toets? selecteert tijdens een sessie, verschijnt er een klein Help-venster met contextgevoelige informatie. U kunt: Door de pagina bladeren De toets See More (Meer zien) selecteren om de informatie weer te geven in het grote Help-venster met een inhoudsopgave, index en zoekfunctie De toets Search (Zoeken) selecteren om de zoekfunctie te openen in het grote Help-venster Het grote Help-venster bevat: Pictogrammen voor drie navigatietoetsen (Terug, Vooruit, Home) en een Print-toets Tabbladen voor een inhoudsopgave, een index en een zoekfunctie Een onderwerpvenster met actieve hyperlinks naar andere onderwerpen. Print. Selecteer het pictogram Print om het hele onderwerp af te drukken. Search. Selecteer het tabblad Search (Zoeken) om naar een specifieke term te zoeken. Selecteer vervolgens het toetsenbordpictogram op de toets Search (Zoeken). Typ de zoekterm in en selecteer de toets Done (Gereed). Het tabblad Search (Zoeken) wordt geopend met een lijst van alle resultaten waarin de term voorkomt. Table of Contents and Index (Inhoudsopgave en Index). Selecteer een woord om het onderwerp weer te geven. PROBLEM WITH MEDIA DEVICE (PROBLEEM MET MEDIA-APPARAAT) Het media-apparaat functioneert niet goed omdat het apparaat is beschadigd, niet wordt herkend door de programmer, of bezig is. De programmer kan alleen met USB-flash-stations, diskettestations en seriële poort-adapters communiceren. Neem contact op met uw St. Jude Medical vertegenwoordiger of Technische ondersteuning voor een lijst met apparaten die compatibel zijn met het Merlin PCS. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 12-1

146 NO MEDIA DETECTED (GEEN MEDIA GEDETECTEERD) Redenen voor dit foutbericht kunnen zijn: Het media-apparaat word niet door de programmer ondersteund. Neem contact op met uw St. Jude Medical vertegenwoordiger of Technische ondersteuning voor een lijst met alle ondersteunde pulsgenerators. De USB-poort functioneert niet. Gebruik een andere poort. De apparaat-connector is niet volledig aangebracht in de poort. MEDIA INVALID OR NOT PRESENT (MEDIA ONGELDIG OF NIET AANWEZIG) Redenen voor dit foutbericht kunnen zijn: De apparaat-connector is niet volledig aangebracht in de poort. Het media-apparaat is vol. Selecteer een ander apparaat of wis voldoende gegevens zodat er ruimte ontstaat voor het bestand en probeer het nogmaals. Het media-apparaat is beveiligd tegen schrijven of de juiste schrijf/leestoestemming ontbreekt. Selecteer een ander apparaat, verwijder de schrijfbeveiliging of wijzig de toestemming en probeer het nogmaals. De patiënt-tracking-software of de doel-pc werkt niet. Start de pc en de patiënt-tracking-software opnieuw op. De USB-poort functioneert niet. Gebruik een andere poort. De kabel van het diskettestation of de seriële aansluiting functioneert niet. Controleer of vervang de kabel. SUSTAINED INTERRUPTION (AANHOUDENDE ONDERBREKING) De programmer kan het apparaat gedurende 15 minuten niet succesvol ondervragen en de ondervraging is gestopt. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Selecteer de knop End Session (Einde sessie) of verhelp het probleem en selecteer de knop Continue Session (Sessie vervolgen). OLDER DEVICE (OUDER APPARAAT) De programmer kan niet met het apparaat communiceren omdat voor het apparaat wellicht een magneet vereist is. Andere mogelijke redenen voor dit foutbericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst Foutmeldingen en informatieberichten

147 De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de knop Interrogate (Ondervragen). DEVICE NOT SUPPORTED (APPARAAT NIET ONDERSTEUND) De programmer kan niet met het apparaat communiceren omdat het niet wordt ondersteund of niet kan worden geidentificeerd. Probeer het apparaat te ondervragen met een programmer Model 3510/3500. TELEMETRY INTERRUPTION (ONDERBREKING TELEMETRIE) De telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de knop Interrogate (Ondervragen). EPISODES NOT SUPPORTED (EPISODES NIET ONDERSTEUND) Het apparaat ondersteunt het vastleggen van episodes niet. Het apparaat ondersteunt echter wel Event Records. Om Event Records in te zien ondervraagt u het apparaat met een St. Jude Medical programmer Model 3510/3500. EPISODES COLLECTION DISABLED (EPISODEVERZAMELING UITGESCHAKELD) Het apparaat kan de ECG-configuratie of versterking niet instellen wanneer een of meer elektroden niet gecodeerd zijn. Stel Lead Type (Type Elektrode) in op Unipolar, Bipolar of Uni/Bi. DIAGNOSTICS CANNOT BE CLEARED OR RETRIEVED (DIAGNOSTISCHE GEGEVENS KUNNEN NIET WORDEN GEWIST OF OPGEHAALD) De diagnostische gegevens konden niet worden gewist of opgehaald omdat de telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 12-3

148 De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de toets Continue Session (Sessie vervolgen). PROGRAMMING INTERRUPTED (PROGRAMMERING ONDERBROKEN) Het apparaat kon niet worden geprogrammeerd omdat de telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de toets Program. TEMPORARY PROGRAMMING INTERRUPTED (TIJDELIJKE PROGRAMMERING ONDERBROKEN) Het apparaat kon niet tijdelijk worden geprogrammeerd omdat de telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de toets Continue Session (Sessie vervolgen). TEST INTERRUPTED (TEST ONDERBROKEN) De test is geannuleerd omdat de telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de toets Continue Session (Sessie vervolgen) Foutmeldingen en informatieberichten

149 TEST CANNOT START (TEST START NIET) De test start niet omdat de telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de toets Continue Session (Sessie vervolgen). RESET AUTO THRESHOLD NOT COMPLETE (HERSTEL AUTOMATISCHE DREMPEL NIET VOLLEDIG) De procedure kon niet worden afgesloten omdat de telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Selecteer de toets Close en herstel de telemetrie. BATTERY & LEADS NOT AVAILABLE IN OFF MODES (BATTERIJ EN ELEKTRODEN NIET BESCHIKBAAR IN OFF-MODES) Batterij en elektroden-informatie kan niet worden bijgewerkt terwijl het apparaat is geprogrammeerd op ODO, OVO of OAO-modes omdat hiervoor een afgegeven puls nodig is. Zie voor meer informatie ODO, OVO en OAO. SPECIFY LEAD TYPE\LEADS UNCODED (SPECIFICEER TYPE ELEKTRODE\ELEKTRODEN NIET GECODEERD) De parameter Type elektrode moet gespecificeerd worden om een aantal parameters te programmeren, waaronder Waarnemingsconfiguratie, Pulsconfiguratie, parameter ACap Confirm en V. AutoCapture. Om de parameter V. AutoCapture te programmeren stelt u de parameter Lead Type in op Uni/Bi. (De Zephyr pulsgenerator kan de parameter V. AutoCapture laten werken met behulp van Uni/Bi, Bipolar Only of Unipolar elektrodetypes.) Om de parameter ACap Confirm te programmeren stelt u de parameter Lead Type in op Uni/Bi of Bipolar Only. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 12-5

150 INVALID PARAMETERS DETECTED (ONGELDIGE PARAMETERS GEDETECTEERD) De programmer heeft een of meer ongeldige prameters gedetecteerd, hetgeen tevens de geregistreerde diagnostische gegevens en episodes ongeldig maakt. Door de toets Program Nominals (Nominale waarden programmeren) te selecteren, worden standaard of nominale instellingen in het apparaat ingesteld. Zie voor een lijst van nominale instellingen Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators, Technische gegevens Integrity ADx pulsgenerators, Technische gegevens Victory pulsgenerators, Technische gegevens Zephyr pulsgenerators of Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators. PERFORM V. AUTOCAPTURE SETUP (VOER V AUTOCAPTURE SETUP UIT) Als u een van deze parameters verandert, kunt u veranderen hoe de pulsgenerator evoked response meet. Dit kan leiden tot onjuiste waarneming of captured beat. Om ervoor te zorgen dat alle V. AutoCapture gerelateerde instellingen correct zijn, dient u de V. AutoCapture-setup-test uit te voeren. Selecteer de tab Tests > Ventricular Capture Test > AutoCapture Setup. PERFORM ACAP CONFIRM SETUP (VOER ACAP CONFIRM SETUP UIT) Door de instelling voor A. Pulsduur of parameter ACap Confirm te veranderen, kan veranderd worden hoe de pulsgenerator evoked response meet, en dit kan leiden tot onjuiste detectie van een vastgelegde slag. Om ervoor te zorgen dat alle ACap Confirm gerelateerde instellingen correct zijn, dient u de ACap Confirm Setup-test uit te voeren. Selecteer de tab Tests > Atrium Capture Test > AutoCapture Setup. LEAD TYPE FOR V. AUTOCAPTURE (ELEKTRODETYPE VOOR V. AUTOCAPTURE) Om de parameter V. AutoCapture te gebruiken moet de instelling voor V. Type elektrode zodanig zijn dat de vereiste instellingen voor de parameters V. Pulsconfiguratie en V. Waarnemingsconfiguratie mogelijk zijn. Stel V. Lead Type in op de correcte instelling in de onderstaande tabel, voor het pulsgeneratormodel. Pulsgenerator V. Pulse Configuration V. Sense Configuration Lead Type-instelling Identity ADx DR, SR Unipolar Bipolar Uni/Bi Identity DR, SR Unipolar Bipolar Uni/Bi Identity ADx VDR Unipolar Bipolar Uni/Bi of Single Pass VDD Integrity ADx DR, SR Unipolar Bipolar Uni/Bi Verity ADx DR, SR Unipolar Bipolar Uni/Bi Verity ADx VDR Unipolar Bipolar Uni/Bi of Single Pass VDD Victory DR, SR Unipolar Unipolar of Bipolar Uni/Bi Zephyr DR, SR Unipolar of Bipolar Unipolar of Bipolar Uni/Bi, Bipolar Only of Unipolar Tabel Vereiste instellingen voor V. AutoCapture per pulsgeneratormodel 12-6 Foutmeldingen en informatieberichten

151 LEAD TYPE-INSTELLINGEN VOOR ACAP CONFIRM Voor de functie parameter ACap Confirm moet de parameter A. Pulsconfiguratie ingesteld zijn op Bipolar. Om deze configuratie in te stellen, moet u eerst de parameter A. Type elektrode programmeren op Uni/Bi of Bipolar Only. Selecteer de toets View Leads om de Lead Type-instelling te veranderen en programmeer de parameter ACap Confirm vervolgens op On of Monitor. Selecteer de toets Cancel als u de functie ACap Confirm niet wilt gebruiken. STIMULATIECONFIGURATIE VOOR ACAP CONFIRM Voor de functie parameter ACap Confirm moet de parameter A. Pulsconfiguratie ingesteld zijn op Bipolar. Selecteer de toets Continue om de A. Pulse Configuration-instelling op Bipolar op te slaan voor latere programmering. Selecteer de toets Cancel als u de Pulse Configuration-instelling niet wilt veranderen of als u de functie ACap Confirm niet wilt gebruiken. STIMULATIE/WAARNEMINGSCONFIGURATIES VOOR V. AUTOCAPTURE In sommige pulsgenerators (zie de tabel hieronder) V. AutoCapture moet de parameter V. Pulsconfiguratie ingesteld zijn op Unipolar en de parameter V. Waarnemingsconfiguratie ingesteld zijn op Bipolar (configuraties in Victory en Zephyr pulsgenerators kunnen anders ingesteld worden). In deze pulsgenerators verandert programmering van V. AutoCapture op On automatisch de stimulatie- en/of waarnemingsconfiguratie, zodat Auto- Capture correct kan werken. Druk op Continue om de stimulatie- en/of waarnemingsconfiguratie opnieuw te programmeren. Druk op Cancel om V. AutoCapture uit te schakelen. Pulsgenerator V. Pulse Configuration V. Sense Configuration Lead Type-instelling Identity ADx DR, SR Unipolar Bipolar Uni/Bi Identity DR, SR Unipolar Bipolar Uni/Bi Identity ADx VDR Unipolar Bipolar Uni/Bi of Single Pass VDD Integrity ADx DR, SR Unipolar Bipolar Uni/Bi Verity ADx DR, SR Unipolar Bipolar Uni/Bi Verity ADx VDR Unipolar Bipolar Uni/Bi of Single Pass VDD Victory DR, SR Unipolar Unipolar of Bipolar Uni/Bi Zephyr DR, SR Unipolar of Bipolar Unipolar of Bipolar Uni/Bi, Bipolar Only of Unipolar Tabel Vereiste instellingen voor V. AutoCapture per pulsgeneratormodel AUTOCAPTURE SETUP TEST INCOMPLETE (AUTOCAPTURE SETUP TEST ONVOLLEDIG) De test kon niet worden afgesloten omdat de programmer: Niet genoeg Evoked Response- en/of polarisatiewaarden kon verzamelen om de test af te sluiten. De frequentie niet boven Max Track Rate of Max Sensor Rate kon verhogen. Niet kon communiceren met het apparaat door elektromagnetische storing. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 12-7

152 TOETSENBORD OP HET SCHERM Gebruik het toetsenbord op het scherm om gegevens in te voeren. Special Char-toets (Speciaal teken). Selecteer deze toets en selecteer vervolgens de toets om het speciale teken weer te geven (in groen gemarkeerd op de toets). Inactieve toetsen. Als het apparaatgeheugen een teken niet ondersteunt, kan het zijn dat de toets wordt weergegeven op het toetsenbord, maar niet actief is. Herhalingstoetsen. De meeste toetsen op het toetsenbord op het scherm worden niet herhaald als u ze ingedrukt houdt. Uitzonderingen hierop vormen de pijltoetsen, de spatietoets, de Enter-toets en de Backspace-toets. Extern toetsenbord. U kunt een extern toetsenbord via een van de USB-poorten aansluiten op de programmer. Beide toetsenborden kunnen tegelijkertijd worden gebruikt. EMERGENCY VVI PROGRAMMING INTERRUPTED (VVI-PROGRAMMERING VOOR NOODSITUATIES ONDERBROKEN) Emergency VVI programming (VVI-programmering voor noodsituaties) kan niet worden gestart omdat de telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de toets Continue Session, of neem contact op met Technische ondersteuning voor meer informatie. BACKUP VVI PROCEDURE INTERRUPTED (BACK-UP VVI-PROCEDURE ONDEBROKEN) De Backup VVI procedure kon niet worden afgesloten omdat de telemetrie tussen het apparaat en de programmer is onderbroken. Redenen voor dit bericht kunnen zijn: De telemetriekop is buiten het bereik van het apparaat. De telemetriekop is van de programmer verplaatst. De telemetriekop Model 3530 (voor de programmer Model 3510/3500) is aangesloten op de programmer. Er is een magneet in de telemetriekop geplaatst. Andere elektronische apparatuur in de buurt interfereert met de telemetrie. Verhelp het probleem en selecteer de toets Continue Session, of neem contact op met Technische ondersteuning voor meer informatie Foutmeldingen en informatieberichten

153 HELP NOT PROVIDED (GEEN HELP AANWEZIG) Het Merlin PCS biedt geen contextgevoelige hulp voor dit onderwerp. Selecteer de toets See More (Meer zien) om de inhoudsopgave te bekijken. TEST CANNOT BE RUN (TEST KAN NIET WORDEN UITGEVOERD) De startinstelling voor de test is de max. of min. waarde en kan niet worden verhoogd of verlaagd. Reset de startinstelling en start de test opnieuw. REQUIRES CONNECTION TO COMPUTER (VERBINDING MET COMPUTER VEREIST) Voordat u gegevens kunt exporteren naar een computer-database, moet u de seriële poort van de computer aansluiten op een USB-poort van het Merlin PCS via een USB-naar-seriële adapter. Neem voor meer informatie contact op met Technische ondersteuning. BVVI SESSION MUST BE ENDED (BVVI-SESSIE MOET WORDEN BEËINDIGD) U heeft ervoor gekozen de Backup VVI-procedure te annuleren. Als u de procedure opnieuw wilt uitvoeren, ondervraagt u het apparaat opnieuw. Verwijder de telemetriekop niet voordat alle foutmeldingen zijn verwijderd. Neem voor meer informatie contact op met Technische ondersteuning. UNABLE TO RESTORE ORIGINAL PARAMETERS (OORSPRONKELIJKE PARAMETERS KUNNEN NIET WORDEN HERSTELD) Er is een fout opgetreden tijdens het herstellen van nieuwe pacer-software, en de Backup VVI-procedure kan niet worden voltooid. Neem voor meer informatie contact op met Technische ondersteuning. CLEAR PAPER JAM (PAPIER VRIJMAKEN) Voer de volgende stappen uit: Open de printerkop en papierkap van de printer. Verwijder het geblokkeerde papier Plaats het bovenste vel op de roller, met het zwarte vakje het dichtst bij de hendel van de programmer. Sluit de printerkop en papierkap van de printer. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding 12-9

154 12-10 Foutmeldingen en informatieberichten

155 A. TECHNISCHE GEGEVENS IDENTITY ADX EN IDENTITY PULSGENERATORS De onderstaande technische gegevens omvatten: Identity ADx en Identity tweekamer- pulsgenerators (modellen 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Identity ADx en Identity eenkamer-pulsgenerators (modellen 5180, 5172) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Identity ADx VDR pulsgenerator (Model 5480) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen NIPS-opties Fysieke specificaties Röntgen-identificatie. IDENTITY ADX EN IDENTITY TWEEKAMER- PULSGENERATORS (MODELLEN 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode DDD VVI DDD Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor 2 Off Off Off Max Sensor Rate 110 min Geen verandering 110 min Threshold 2 Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope 2 Geen verandering 8 Reaction Time 2 Geen verandering Fast Recovery Time 2 Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Tabel A-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Identity ADx en Identity tweekamer-pulsgenerators (modellen 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding A-1

156 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Max Tracking Rate 110 min 110 min Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 3 Cycle Count 1 Intervention Rate Off Intervention Duration 3 min Recovery Time Medium Delays Paced AV Delay 170 ms 170 ms Sensed AV Delay 150 ms 150 ms Rate Responsive AV Delay Off Off Shortest AV Delay 70 ms 70 ms AutoIntrinsic Conduction Search Off Off Negative AV Hysteresis w/search Off Off Capture en waarneming V. AutoCapture Off Off Off A. Pulse Amplitude 2,5 V 3,5 V V. Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3,5 V A. Pulse Width 0,4 ms 0,4 ms V. Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms A. Sensitivity 0,5 mv 4 0,5 mv 4 V. Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar ER Sensitivity 49,7 mv Sampling Rate 8 uur Elektroden A. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering V. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering A. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 5 V. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 5 Unipolar 5 A. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 5 V. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 5 Unipolar Tip 5 Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) 275 ms 275 ms A. Absolute Refractory Period 6 Geen verandering 60 ms V. Refractory 250 ms 325 ms 250 ms Tabel A-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Identity ADx en Identity tweekamer-pulsgenerators (modellen 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) (vervolg) A-2 Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators

157 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Rate Responsive PVARP/VREF 7 Off Off Off Shortest PVARP/VREF ms Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 100 ms 100 ms V. Blanking 12 ms 12 ms V. Safety Standby On On PVC Options +PVARP on PVC +PVARP on PVC PMT Options Off Off PMT Detection Rate 110 min AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch Off Off Atrial Tachycardia Detection Rate 225 min 225 min AMS Base Rate 60 min 8 AF Suppression Off Off Overdrive Pacing Cycles 15 cycles Tabel A-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Identity ADx en Identity tweekamer-pulsgenerators (modellen 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) (vervolg) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze standaard- of nominale instellingen gebruiken. 2. Niet programmeerbaar in Model Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 4. De standaardinstelling voor A. Sensitivity in Model 5376 en 5370 is 1,0 mv. 5. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaardinstellingen bipolair. 6. Alleen beschikbaar in AAI(R-) en AAT(R)-modes in Model 5386, 5380 en Alleen beschikbaar in Identity ADx pulsgenerators (Model 5386, 5380 en 5286). 8. Tenzij AMS Base Rate geprogrammeerd is op een specifieke instelling, wordt deze automatisch geprogrammeerd als gelijk aan de permanent geprogrammeerde Base Rate-instelling. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Basiswerking Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Mode 1 AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); VDD(R); OVO; DOO(R); DVI(R); DDI(R); DDD(R); ODO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor 2 On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope ; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time 2 Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Tabel A-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Identity ADx en Identity tweekamer-pulsgenerators (modellen 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding A-3

158 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Recovery Time 2 Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 3 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min + 30/- 8 ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Max Tracking Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Hysteresis Rate 4 Off; in stappen van 5; 140; 150 min + 25/- 8 ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 min ± 4 sec Cycle Count 1 16 cycli n.v.t Intervention Rate Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; Intrinsic+30; in stappen van 10 min ±16ms 5 Intervention Duration 1 10 min ± 4 sec Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Delays Paced AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25; 350 ms ± 16 Sensed AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25 ms + 25/- 8 Rate Responsive AV Delay Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest AV Delay in stappen van 5; in stappen van 10 ms ± 16 AutoIntrinsic Conduction Search Off; +10 tot +120 in stappen van 10 ms ± 8 Negative AV Hysteresis w/search Off; -10 tot -110 in stappen van 10 ms ± 8 Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t A. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 6 V. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 6 A. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 V. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 A. Sensivity 9 0,1 7 ; 0,2 7 ; 0,3 7 ; 0,4 7 ; 0,5; 0,75; 1,0; 1,25; 1,5; 1,75; 2,0; 2,5; 3,0; 3,5; 4,0; 5,0 mv ± 30% 8 V. Sensitivity 9 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 10 Backup Pulse Configuration Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t ER Sensitivity 11 Set 1: 1,2 49,3 in stappen van 2,4 mv ± 30% Set 2: 1,2 24,7 in stappen van 1,2 mv ± 30% Set 3: 1,4 9,9 in stappen van 0,5 mv ± 30% Sampling Rate 1 uur; 1,5 uur; 8 uur; 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen n.v.t n.v.t Elektroden A. Lead Type Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t V. Lead Type Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t A. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t Tabel A-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Identity ADx en Identity tweekamer-pulsgenerators (modellen 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) A-4 Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators

159 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie V. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t A. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t V. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) in stappen van 25 ms ± 16 A. Absolute Refractory Period 12 60; 80; in stappen van 25 ms ± 16 V. Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms PVARP/VREF 14 Shortest PVARP/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 60; 70; 80; 85; 95; 100; 110; 115; 125; 130; 140; 150; 155; 165; 170; 180; 185; 195; 200 ms ± 16 V. Blanking in stappen van 4 ms ± 8 V. Safety Standby Off; On n.v.t n.v.t PVC Options Off; +PVARP on PVC n.v.t n.v.t PMT Options Off; 10 Beats > PMT; Auto Detect n.v.t n.v.t PMT Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch 15 Off; DDD to DDI; DDD to DDIR; DDDR to DDI; DDDR to DDIR; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VIIR n.v.t n.v.t Atrial Tachycardia Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10; in stappen van 25 min ±16ms AMS Base Rate Base Rate +0 to Base Rate +35 in stappen van 5 16 min ±16ms AF Suppression On; Off n.v.t n.v.t Overdrive Pacing Cycles in stappen van 5 cycli n.v.t Tabel A-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Identity ADx en Identity tweekamer-pulsgenerators (modellen 5386, 5380, 5376, 5370, 5286) 1. Frequentiegevoelige modes zijn niet beschikbaar in Model Niet programmeerbaar in Model De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 4. De hoogste beschikbare instelling voor Hysteresis Rate wordt 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate. 5. Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 6. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 7. Met uitzondering van VDD(R) zijn de instellingen 0,1 to 0,4 mv niet beschikbaar wanneer A. Sense Configuration is ingesteld op Unipolar. 8. Bij instellingen van 0,75 mv en lager is de tolerantie ± 50%. 9. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 10. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 11. De waarden die beschikbaar zijn voor ER Sensitivity hangen af van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een programmeringsoptie weergegeven worden. Standaardinstelling is Set Alleen beschikbaar in AAI(R-) en AAT(R)-modes in Model 5386, 5380 en In tweekamer-modes is de maximale V. Refractory Period 325 ms. 14. Alleen beschikbaar bij de modellen 5386, 5380 en Frequentiegevoelige instellingen (b.v. DDI to DDIR) zijn niet beschikbaar in Model Deze vertegenwoordigen formules voor de berekening van AMS Base Rate -instellingen. De werkelijke instellingen worden getoond als numerieke frequenties. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding A-5

160 IDENTITY ADX EN IDENTITY EENKAMER-PULSGENERATORS (MODELLEN 5180, 5172) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode VVI VVI VVI Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Off Off Off Max Sensor Rate 110 min Geen verandering 110 min Threshold Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Geen verandering 8 Reaction Time Geen verandering Fast Recovery Time Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 2 Cycle Count 1 Intervention Rate 3 Off Intervention Duration 3 3 min Recovery Time 3 Medium Capture en waarneming V. AutoCapture Off Off Off Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3,5 V Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar ER Sensitivity 49,7 mv Sampling Rate 8 uur Elektroden Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 4 Unipolar 4 Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 4 Unipolar Tip 4 Refractaire perioden en blanking Tabel A-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Identity ADx en Identity eenkamer-pulsgenerators (modellen 5180, 5172) A-6 Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators

161 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Refractory 325 ms 325 ms 325 ms Rate Responsive AREF/VREF 3 Off Off Off Shortest AREF/VREF ms Tabel A-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Identity ADx en Identity eenkamer-pulsgenerators (modellen 5180, 5172) (vervolg) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 3. Alleen beschikbaar in Model Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaardinstellingen bipolair. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Basiswerking Mode AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); OVO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min + 30/- 8 ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min + 25/- 8 ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 min ± 4 sec Cycle Count 1; 2; 3 cycli n.v.t Intervention Rate 3 Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; Intrinsic+30; in stappen van 10 min ±16ms 4 Intervention Duration min ±4sec Recovery Time 3 Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 5 Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 Sensitivity 6 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 7 Tabel A-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Identity ADx en Identity eenkamer-pulsgenerators (modellen 5180, 5172) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding A-7

162 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Backup Pulse Configuration Unipolar, Bipolar n.v.t n.v.t ER Sensitivity 8 Set 1: 1,2 49,3 in stappen van 2,4 mv ± 30% Set 2: 1,2 24,7 in stappen van 1,2 mv ± 30% Set 3: 1,4 9,9 in stappen van 0,5 mv ± 30% Sampling Rate 1 uur; 1,5 uur; 8 uur; 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen n.v.t n.v.t Elektroden Lead Type Uncoded; A. Unipolar; V. Unipolar; A. Bipolar Only; V. Bipolar Only; A. Uni/Bi; V. Uni/Bi n.v.t n.v.t Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Refractaire perioden en blanking Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive AREF/VREF 3 Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest AREF/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Tabel A-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Identity ADx en Identity eenkamer-pulsgenerators (modellen 5180, 5172) (vervolg) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogste beschikbare instelling voor Hysteresis Rate wordt 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate. 3. Alleen beschikbaar in Model Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 5. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Bij de instelling 0,0 V is de tolerantie 0 75 mv. 6. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 7. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 8. De waarden die beschikbaar zijn voor ER Sensitivity hangen af van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een programmeringsoptie weergegeven worden. Standaardinstelling is Set 1. IDENTITY ADX VDR PULSGENERATOR (MODEL 5480) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode VDD VVI VDD Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Off Off Off Max Sensor Rate 110 min Geen verandering 110 min Threshold Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Geen verandering 8 Reaction Time Geen verandering Fast Recovery Time Geen verandering Medium Frequenties Tabel A-5. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Identity ADx VDR pulsgenerators (Model 5480) A-8 Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators

163 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Max Tracking Rate 110 min 110 min Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 2 Cycle Count 1 Intervention Rate Off Intervention Duration 3 min Recovery Time Medium Delays Sensed AV Delay 150 ms 150 ms Rate Responsive AV Delay Off Off Shortest AV Delay 70 ms 70 ms AutoIntrinsic Conduction Search Off Off Negative PV Hysteresis w/search Off Off Capture en waarneming V. AutoCapture Off Off Off V. Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3 5 V V. Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms A. Sensitivity 0,5 mv 0,5 mv V. Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar ER Sensitivity 49,7 mv Sampling Rate 8 uur Elektroden A. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering V. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering V. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 3 Unipolar 3 A. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 V. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 Unipolar Tip 3 Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) 275 ms 275 ms V. Refractory 250 ms 325 ms 250 ms Rate Responsive PVARP/VREF Off Off Off Shortest PVARP/VREF 200 ms Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 100 ms 100 ms Tabel A-5. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Identity ADx VDR pulsgenerators (Model 5480) (vervolg) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding A-9

164 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 PVC Options +PVARP on PVC +PVARP on PVC PMT Options Off Off PMT Detection Rate 110 min AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch Off Off Atrial Tachycardia Detection Rate 225 min 225 min AMS Base Rate 60 min 4 Tabel A-5. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Identity ADx VDR pulsgenerators (Model 5480) (vervolg) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 3. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaardinstellingen bipolair. 4. Tenzij AMS Base Rate geprogrammeerd is op een specifieke instelling, wordt deze automatisch geprogrammeerd als gelijk aan de permanent geprogrammeerde Base Rate-instelling. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Basiswerking Mode OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); VDD(R); OVO; ODO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min + 30/- 8 ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Max Tracking Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min + 25/- 8 ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 min ± 4 sec Cycle Count 1 16 cycli n.v.t Intervention Rate Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; Intrinsic+30; in stappen van 10 min ±16ms 3 Intervention Duration 1 10 min ± 4 sec Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Tabel A-6. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Identity ADx VDR pulsgenerators (Model 5480) A-10 Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators

165 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Delays Sensed AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25 ms + 25/- 8 Rate Responsive AV Delay Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ± 16ms Shortest AV Delay in stappen van 5; in stappen van 10 ms ± 16 AutoIntrinsic Conduction Search Off; +10 tot +120 in stappen van 10 ms ± 8 Negative PV Hysteresis w/search Off; -10 tot -110 in stappen van 10 ms ± 8 Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t V. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 4 V. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 A. Sensivity 7 0,1 5 ; 0,2 5 ; 0,3 5 ; 0,4 5 ; 0,5; 0,75; 1,0; 1,25; 1,5; 1,75; 2,0; 2,5; 3,0; 3,5; 4,0; 5,0 mv ± 30% 6 V. Sensitivity 7 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 8 Backup Pulse Configuration Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t ER Sensitivity 9 Set 1: 1,2 49,3 in stappen van 2,4 mv ± 30% Set 2: 1,2 24,7 in stappen van 1,2 mv ± 30% Set 3: 1,4 9,9 in stappen van 0,5 mv ± 30% Sampling Rate 1 uur; 1,5 uur; 8 uur; 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen n.v.t n.v.t Elektroden A. Lead Type Uncoded; A. Unipolar; A. Bipolar Only; A. Uni/Bi n.v.t n.v.t V. Lead Type Uncoded; V. Unipolar; V. Bipolar Only; V. Uni/Bi; Single Pass VDD n.v.t n.v.t V. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t A. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t V. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) in stappen van 25 ms ± 16 V. Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive PVARP/VREF Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest PVARP/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 60; 70; 80; 85; 95; 100; 110; 115; 125; 130; 140; 150; 155; 165; 170; 180; 185; 195; 200 ms ± 16 PVC Options Off; +PVARP on PVC n.v.t n.v.t PMT Options Off; 10 Beats > PMT n.v.t n.v.t PMT Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms AT/AF Detection & Response Tabel A-6. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Identity ADx VDR pulsgenerators (Model 5480) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding A-11

166 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Auto Mode Switch Off; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VIIR n.v.t n.v.t Atrial Tachycardia Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10; in stappen van 25 min ±16ms AMS Base Rate Base Rate +0 to Base Rate +35 in stappen van 5 11 min ±16ms Tabel A-6. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Identity ADx VDR pulsgenerators (Model 5480) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogste beschikbare instelling voor Hysteresis Rate wordt 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate. 3. Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 4. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie ± 75 mv. 5. Met uitzondering van VDD(R) zijn de instellingen 0,1 to 0,4 mv niet beschikbaar wanneer A. Sense Configuration is ingesteld op Unipolar. 6. Bij instellingen van 0,75 mv en lager is de tolerantie ± 50%. 7. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 8. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 9. De waarden die beschikbaar zijn voor ER Sensitivity hangen af van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een programmeringsoptie weergegeven worden. Standaardinstelling is Set In VDD(R), is de maximale V. Refractory Period 325 ms. 11. Deze vertegenwoordigen formules voor de berekening van AMS Base Rate -instellingen. De werkelijke instellingen worden getoond als numerieke frequenties. EPISODECONFIGURATIE- EN TRIGGER-INSTELLINGEN A Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie Configuratie Sampling Options Freeze; Continuous n.v.t n.v.t No. of Stored Episodes 1; 2; 4; 8; 12 n.v.t n.v.t Channel Single; Dual 2 n.v.t n.v.t A. EGM Configuration 3 Aring Vtip; A Unipolar Ring; Aring Vring; A Bipolar; Atip Vtip; A Unipolar Tip; Atip Vring n.v.t n.v.t A. EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% V. EGM Configuration 4 Ventricular: Vring Atip; V Unipolar Ring; Vring Aring; V Bipolar; Vtip Aring; V Unipolar Tip; Vtip Aring n.v.t n.v.t V. EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% Episode-triggers Atrial Trigger AT/AF 6 ; High A. Rate; AMS; 5 Off n.v.t n.v.t Trigger Type Entry & Exit; Exit; Entry n.v.t n.v.t High A. Rate Trigger Off; in stappen van 25 min ±16ms Consecutive Cycles 2; 3; 4; 5; 10; 15; 20 n.v.t n.v.t High V. Rate Trigger Off; in stappen van 25 min ±16ms Consecutive Cycles 2; 3; 4; 5; 10; 15; 20 n.v.t n.v.t PVC Trigger 5 On; Off n.v.t n.v.t Consecutive PVCs 5 2; 3; 4; 5 n.v.t n.v.t Tabel A-7. Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen voor Identity Adx en Identity pulsgenerators A-12 Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators

167 Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie Advanced Hysteresis Trigger 6 On; Off n.v.t n.v.t PMT Detection Trigger 5 On; Off n.v.t n.v.t Magnet Placement Trigger On; Off n.v.t n.v.t Tabel A-7. Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen voor Identity Adx en Identity pulsgenerators (vervolg) 1. Standaardinstellingen zijn vetgedrukt. 2. De standaardinstelling voor eenkamer-modes is Single. 3. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer de parameter A. Lead Type is ingesteld op Uni/Bi of Bipolar Only en de parameter Channel is ingesteld op Dual. Wanneer A. Lead Type unipolair is, dan is de standaardinstelling A Unipolar Tip. Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 4. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer de parameter V. Lead Type is ingesteld op Uni/Bi of Bipolar Only en de parameter Channel is ingesteld op Dual. Wanneer V. Lead Type unipolair is, dan is de standaardinstelling V Unipolar Tip. Als de parameter V. Lead Type is ingesteld op Single Pass VDD zijn de opties: Vring Adist; Vring Aprox; Vtip Adist; Vtip Aprox; V Unipolar Ring; V Bipolar; V Unipolar Tip; Aprox Vtip; Aprox Case; Aprox Vring; Adist Aprox; Adist Vtip; Adist Case; Adist Vring. (Atriale standaardinstelling is Adist Vring; Ventriculaire standaardinstelling is V Bipolar.) Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 5. Niet beschikbaar in eenkamer-modes. 6. Alleen beschikbaar bij Model 5386, 5380 en NIPS-OPTIES Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie Stimulation Chamber Atrial 2 ; Ventricular n.v.t n.v.t Coupling Interval in stappen van 10 (500) ms ± 8 S1 Count 1 25 in stappen van 1 (8) n.v.t n.v.t S1 4, S2, S3 en S4 Cycle Off; in stappen van 10 (500) 5 ms ± 6 V. Backup Rate (VOO -stimulatie) 6 Off; 30; in stappen van 5 (50) min ±30ms Sinus Node Recovery Delay 1 5 in stappen van 1 sec ± 100 ms Tabel A-8. NIPS-opties voor Identity ADx en Identity puslgenerators 1. Standaardinstellingen zijn vetgedrukt. 2. Atriale instelling is niet beschikbaar in VDD(R) mode. 3. Tijdens atriale NIPS in tweekamer-modes wordt het kortste Coupling Interval beperkt door het geprogrammeerde Paced/Sensed AV Delay. 4. S1 Burst Cycle wordt toegepast bij de vooraf geprogrammeerde S1 cycluslengte. 5. De standaardinstelling voor S2, S3 en S4 is Off. 6. Niet beschikbaar in eenkamer-modes. FYSIEKE SPECIFICATIES Materiaal can Titaan Titaan Titaan Coating behuizing Zonder coating Zonder coating Zonder coating Materiaal connector Polymeercomposiet Polymeercomposiet Polymeercomposiet Afmetingen 1 (mm) 44(h) x 52(l) x 6(d) 43(h) x 44(l) x 6(d) 41(h) x 44(l) x 6(d) Tabel A-9. Fysieke specificaties voor Identity ADx en Identity pulsgenerators Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding A-13

168 Gewicht 1 (g) 23, Volume 2 (cm³) 11 8,5 7,9 Stroombron 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel Fabrikant Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9918 Wilson Greatbatch, Model WG 9918 Elektrodeconnector 3 IS-1 compatibel IS-1 4 IS-1 4 Röntgen-identificatiecode VV VV VV Tabel A-9. Fysieke specificaties voor Identity ADx en Identity pulsgenerators 1. Deze waarden zijn nominaal. 2. ± 0,5 cm³. 3. Geschikt voor alle IS-1, VS-1, en 3,2 mm elektroden. 4. Is alleen geschikt voor IS-1 elektroden (korte pinnen). RÖNTGEN-IDENTIFICATIE Röntgen-identificatiecodes worden weergegeven in de tabel Fysieke specificaties. Figuur A-1. Röntgenopname van Identity ADx XL DR Model 5386, Identity XL Model 5376 en Identity ADx XL DC Model 5286 Figuur A-2. Röntgenopname van Identity ADx DR Model 5380, Identity DR Model 5370 en Identity ADx VDR Model 5480 A-14 Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators

169 Figuur A-3. Röntgenopname van Identity ADx SR Model 5180 en Identity SR Model 5172 Figuur A-4. De onderstaande technische gegevens omvatten Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding A-15

170 A-16 Technische gegevens Identity ADx en Identity pulsgenerators

171 B. TECHNISCHE GEGEVENS INTEGRITY ADX PULSGENERATORS De onderstaande technische gegevens omvatten: Integrity ADx tweekamer pulsgenerators (modellen 5366, 5360) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Integrity ADx eenkamer pulsgenerators (Model 5160) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen NIPS-opties Fysieke specificaties Röntgen-identificatie. INTEGRITY ADX TWEEKAMER PULSGENERATORS (MODELLEN 5366, 5360) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode DDD VVI DDD Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Off Off Off Max Sensor Rate Geen verandering 110 min Threshold Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Geen verandering 8 Reaction Time Geen verandering Fast Recovery Time Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Max Tracking Rate 110 min 110 min Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 2 Tabel B-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Integrity ADx tweekamer pulsgenerators (modellen 5366, 5360) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding B-1

172 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Cycle Count 1 Intervention Rate Off Intervention Duration 3 min Recovery Time Medium Delays Paced AV Delay 170 ms 170 ms Sensed AV Delay 150 ms 150 ms Rate Responsive AV Delay Off Off Shortest AV Delay 70 ms 70 ms AutoIntrinsic Conduction Search Off Off Negative AV Hysteresis w/search Off Off Capture en waarneming V. AutoCapture Off Off Off A. Pulse Amplitude 2,5 V 3,5 V V. Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3,5 V A. Pulse Width 0,4 ms 0,4 ms V. Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms A. Sensitivity 0,5 mv 0,5 mv V. Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar ER Sensitivity 49,7 mv Sampling Rate 8 uur Elektroden A. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering V. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering A. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 3 V. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 3 Unipolar 3 A. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 V. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 Unipolar Tip 3 Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) 275 ms 275 ms A. Absolute Refractory Period 4 Geen verandering 60 ms Rate Responsive PVARP/VREF Off Off Off V. Refractory 250 ms 325 ms 250 ms Shortest PVARP/VREF 200 ms Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 100 ms 100 ms Tabel B-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Integrity ADx tweekamer pulsgenerators (modellen 5366, 5360) (vervolg) B-2 Technische gegevens Integrity ADx pulsgenerators

173 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 V. Blanking 12 ms 12 ms V. Safety Standby On On PVC Options +PVARP on PVC +PVARP on PVC PMT Options Off Off PMT Detection Rate 110 min AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch Off Off Atrial Tachycardia Detection Rate 225 min 225 min AMS Base Rate 60 min 5 AF Suppression Off Off Number of Overdrive Pacing Cycles 15 cycli Tabel B-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Integrity ADx tweekamer pulsgenerators (modellen 5366, 5360) (vervolg) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 3. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaardinstellingen bipolair. 4. Alleen beschikbaar in AAI(R) en AAT(R) modes. 5. Tenzij AMS Base Rate geprogrammeerd is op een specifieke instelling, wordt deze automatisch geprogrammeerd als gelijk aan de permanent geprogrammeerde Base Rate-instelling. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Basiswerking Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Mode AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); VDD(R); OVO; DOO(R); DVI(R); DDI(R); DDD(R); ODO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min + 30/- 8 ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Max Tracking Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Tabel B-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Integrity ADx tweekamer pulsgenerator (modellen 5366, 5360) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding B-3

174 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min + 25/- 8 ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1 16 cycli n.v.t Intervention Rate Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; Intrinsic+30; in stappen van 10 min ±16ms 3 Intervention Duration 1 10 minuten ± 4 sec Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Delays Paced AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25; 350 ms ± 16 Sensed AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25 ms + 25/- 8 Rate Responsive AV Delay Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ± 16ms Shortest AV Delay in stappen van 5; in stappen van 10 ms ± 16 AutoIntrinsic Conduction Search Off; +10 tot +120 in stappen van 10 ms ± 8 Negative AV Hysteresis w/search Off; -10 tot -110 in stappen van 10 ms ± 8 Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t A. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 4 V. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 4 A. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 V. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 A. Sensivity 7 0,1 5 ; 0,2 5 ; 0,3 5 ; 0,4 5 ; 0,5; 0,75; 1,0; 1,25; 1,5; 1,75; 2,0; 2,5; 3,0; 3,5; 4,0; 5,0 mv ± 30% 6 V. Sensitivity 7 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 8 Backup Pulse Configuration Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t ER Sensitivity 9 Set 1: 1,2 49,3 in stappen van 2,4 mv ± 30% Set 2: 1,2 24,7 in stappen van 1,2 mv ± 30% Set 3: 1,4 9,9 in stappen van 0,5 mv ± 30% Sampling Rate 1 uur; 1,5 uur; 8 uur; 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen n.v.t n.v.t Elektroden A. Lead Type Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t V. Lead Type Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t A. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t V. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t A. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t V. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) in stappen van 25 ms ± 16 Tabel B-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Integrity ADx tweekamer pulsgenerator (modellen 5366, 5360) (vervolg) B-4 Technische gegevens Integrity ADx pulsgenerators

175 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie A. Absolute Refractory Period 10 60; 80; in stappen van 25 ms ± 16 V. Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive PVARP/VREF Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest PVARP/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 60; 70; 80; 85; 95; 100; 110; 115; 125; 130; 140; 150; 155; 165; 170; 180; 185; 195; 200 ms ± 16 V. Blanking in stappen van 4 ms ± 8 V. Safety Standby Off; On n.v.t n.v.t PVC Options Off; +PVARP on PVC n.v.t n.v.t PMT Options Off; 10 Beats > PMT; Auto Detect n.v.t n.v.t PMT Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch Off; DDD to DDI; DDD to DDIR; DDDR to DDI; DDDR to DDIR; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VIIR n.v.t n.v.t Atrial Tachycardia Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10; in stappen van 25 min ±16ms AMS Base Rate Base Rate +0 to Base Rate +35 in stappen van 5 12 min ±16ms AF Suppression On; Off n.v.t n.v.t Number of Overdrive Pacing Cycles in stappen van 5 cycli n.v.t Tabel B-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Integrity ADx tweekamer pulsgenerator (modellen 5366, 5360) (vervolg) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogste beschikbare instelling voor Hysteresis Rate wordt 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate. 3. Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 4. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 5. Met uitzondering van VDD(R) zijn de instellingen 0,1 to 0,4 mv niet beschikbaar wanneer A. Sense Configuration is ingesteld op Unipolar. 6. Bij instellingen van 0,75 mv en lager is de tolerantie ± 50%. 7. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 8. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 9. De waarden die beschikbaar zijn voor ER Sensitivity hangen af van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een programmeringsoptie weergegeven worden. Standaardinstelling is Set Alleen beschikbaar in AAI(R) en AAT(R) modes. 11. In tweekamer-modes is de maximale V. Refractory Period 325 ms. 12. Deze vertegenwoordigen formules voor de berekening van AMS Base Rate -instellingen. De werkelijke instellingen worden getoond als numerieke frequenties. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding B-5

176 INTEGRITY ADX EENKAMER PULSGENERATORS (MODEL 5160) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode VVI VVI VVI Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Off Off Off Max Sensor Rate Geen verandering 110 min Threshold Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Geen verandering 8 Reaction Time Geen verandering Fast Recovery Time Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 2 Cycle Count 1 Intervention Rate Off Intervention Duration 3 min Recovery Time Medium Capture en waarneming V. AutoCapture Off Off Off Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3,5 V Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar ER Sensitivity 49,7 mv Sampling Rate 8 uur Elektroden Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 3 Unipolar Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 Unipolar Tip Refractaire perioden en blanking Tabel B-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Integrity ADx SR pulsgenerators (Model 5160) B-6 Technische gegevens Integrity ADx pulsgenerators

177 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Refractory 325 ms 325 ms 325 ms Rate Responsive AREF/VREF Off Off Off Shortest AREF/VREF 200 ms Tabel B-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Integrity ADx SR pulsgenerators (Model 5160) (vervolg) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 3. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaardinstellingen bipolair. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Basiswerking Mode AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); OVO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min +30/-8ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min +25/-8ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1; 2; 3 cycli n.v.t Intervention Rate Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; Intrinsic+30; in stappen van 10 min ±16ms 3 Intervention Duration 1 10 minuten ± 4 sec Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 4 Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 Sensitivity 5 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 6 Backup Pulse Configuration Unipolar, Bipolar n.v.t n.v.t Tabel B-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Integrity ADx SR pulsgenerators (Model 5160) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding B-7

178 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie ER Sensitivity 7 Set 1: 1,2 49,3 in stappen van 2,4 mv ± 30% Set 2: 1,2 24,7 in stappen van 1,2 mv ± 30% Set 3: 1,4 9,9 in stappen van 0,5 mv ± 30% Sampling Rate 1 uur; 1,5 uur; 8 uur; 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen n.v.t n.v.t Elektroden Lead Type Uncoded; A. Unipolar; V. Unipolar; A. Bipolar Only; V. Bipolar Only; A. Uni/Bi; V. Uni/Bi n.v.t n.v.t Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Refractaire perioden en blanking Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive AREF/VREF Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ± 16 ms Shortest AREF/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Tabel B-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Integrity ADx SR pulsgenerators (Model 5160) (vervolg) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogste beschikbare instelling voor Hysteresis Rate wordt 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate. 3. Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 4. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 5. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 6. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 7. De waarden die beschikbaar zijn voor ER Sensitivity hangen af van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een programmeringsoptie weergegeven worden. Standaardinstelling is Set 1. EPISODECONFIGURATIE- EN TRIGGER-INSTELLINGEN Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie Configuratie Sampling Option Freeze n.v.t n.v.t No. of Stored Episodes 4 n.v.t n.v.t Channel Single; Dual 2 n.v.t n.v.t A. EGM Configuration 3 Aring Vtip; A Unipolar Ring; Aring Vring; A Bipolar; Atip Vtip; A Unipolar Tip; Atip Vring n.v.t n.v.t A. EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% V. EGM Configuration 4 Vring Atip; V Unipolar Ring; Vring Aring; V Bipolar; Vtip Aring; V Unipolar Tip; Vtip Aring n.v.t n.v.t V. EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% Episode-triggers Atrial Trigger AMS; 5 Off n.v.t n.v.t Trigger Type Entry n.v.t n.v.t Tabel B-5. Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen voor Integrity ADx-pulsgenerators B-8 Technische gegevens Integrity ADx pulsgenerators

179 Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie High V. Rate Trigger Off; in stappen van 25 min ±16ms Consecutive Cycles 2; 3; 4; 5; 10; 15; 20 n.v.t n.v.t Magnet Placement Trigger On; Off n.v.t n.v.t Tabel B-5. Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen voor Integrity ADx-pulsgenerators (vervolg) 1. Standaardinstellingen zijn vetgedrukt. 2. De standaardinstelling voor eenkamer-modes is Single. 3. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer de parameter A. Lead Type is ingesteld op Uni/Bi of Bipolar Only en de parameter Channel is ingesteld op Dual. Wanneer A. Lead Type unipolair is, dan is de standaardinstelling A Unipolar Tip. Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 4. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer de parameter V. Lead Type is ingesteld op Uni/Bi of Bipolar Only en de parameter Channel is ingesteld op Dual. Wanneer V. Lead Type unipolair is, dan is de standaardinstelling V Unipolar Tip. Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 5. Niet beschikbaar in eenkamer-modes. NIPS-OPTIES Parameter Instelling 1 Eenheden Tolerantie Stimulation Chamber Atrial; Ventricular n.v.t n.v.t Coupling Interval in stappen van 10 (500) ms ± 8 S1 Count 1 25 in stappen van 1 (8) n.v.t n.v.t S1 3, S2, S3 en S4 Cycle Off; in stappen van 10 (500) 4 ms ± 6 V. Backup Rate (VOO -stimulatie) 5 Off; 30; in stappen van 5 (50) min ±70ms Sinus Node Recovery Delay 1 5 in stappen van 1 sec ± 100 ms Tabel B-6. NIPS-opties voor Integrity ADx pulsgenerators 1. Standaardinstellingen zijn vetgedrukt. 2. Tijdens atriale NIPS in tweekamer-modes wordt het kortste Coupling Interval beperkt door het geprogrammeerde Paced/Sensed AV Delay. 3. S1 Burst Cycle wordt toegepast bij de vooraf geprogrammeerde S1 cycluslengte. 4. De standaardinstelling voor S2, S3 en S4 is Off. 5. Niet beschikbaar in eenkamer-modes. FYSIEKE SPECIFICATIES Materiaal can Titaan Titaan Titaan Coating behuizing Zonder coating Zonder coating Zonder coating Materiaal connector Polymeercomposiet Polymeercomposiet Polymeercomposiet Afmetingen 1 (mm) 44(h) x 52(l) x 6(d) 43(h) x 44(l) x 6(d) 41(h) x 44(l) x 6(d) Gewicht 1 (g) 23, Volume 2 (cm³) 11 8,5 7,9 Stroombron 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel Tabel B-7. Fysieke specificaties voor Integrity ADx pulsgenerators Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding B-9

180 Fabrikant Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9918 Wilson Greatbatch, Model WG 9918 Elektrodeconnector IS-1 compatibel 3 IS-1 4 IS-1 4 Röntgen-identificatiecode VV VV VV Tabel B-7. Fysieke specificaties voor Integrity ADx pulsgenerators (vervolg) 1. Deze waarden zijn nominaal. 2. ± 0,5 cm³). 3. Geschikt voor alle IS-1, VS-1, en 3,2 mm elektroden. 4. Is alleen geschikt voor IS-1 elektroden (korte pinnen). RÖNTGEN-IDENTIFICATIE Röntgen-identificatiecodes worden weergegeven in de tabel Fysieke specificaties. Figuur B-1. Röntgenopname van Integrity ADx XL DR Model 5366 Figuur B-2. Röntgenopname van Integrity ADx DR Model 5360 B-10 Technische gegevens Integrity ADx pulsgenerators

181 Figuur B-3. Röntgenopname van Integrity ADx SR Model 5160 Figuur B-4. Röntgen-identificatiecode voor Integrity ADx devices Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding B-11

182 B-12 Technische gegevens Integrity ADx pulsgenerators

183 C. TECHNISCHE GEGEVENS VERITY ADX XL PULSGENERATORS De onderstaande technische gegevens omvatten: Verity ADx XL tweekamer pulsgenerators (modellen 5357, 5356, 5256) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Verity ADx XL eenkamer pulsgenerators (modellen 5157, 5156, 5056) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Verity ADx XL VDR pulsgenerators (modellen 5456, 5456i) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Fysieke specificaties Röntgen-identificatie. VERITY ADX XL TWEEKAMER PULSGENERATORS (MODELLEN 5357, 5356, 5256) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode DDD VVI DDD Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor 2 Off Off Off Max Sensor Rate min Geen verandering 110 min Threshold 2 Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope 2 Geen verandering 8 Reaction Time 2 Geen verandering Fast Recovery Time 2 Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate 2 Off Off Off Max Tracking Rate 110 min 110 min Hysteresis Rate Off Off Off Tabel C-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Verity ADx XL tweekamer pulsgenerators (modellen 5357, 5356, 5256) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding C-1

184 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Search Interval Off 3 Cycle Count 1 Delays Paced AV Delay 170 ms 170 ms Sensed AV Delay 150 ms 150 ms Rate Responsive AV Delay Off Off Shortest AV Delay 70 ms 70 ms AutoIntrinsic Conduction Search Off Off Negative AV/PV Hysteresis w/search Off Off Capture en waarneming V. AutoCapture 4 Off Off Off A. Pulse Amplitude 2,5 V 3,5 V V. Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3,5 V A. Pulse Width 0,4 ms 0,4 ms V. Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms A. Sensitivity 0,5 mv 5 0,5 mv 5 V. Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration 4 Bipolar ER Sensitivity 4 49,7 mv Sampling Rate 8 uur Elektroden A. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering V. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering A. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 6 V. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 6 Unipolar 6 A. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 6 V. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 6 Unipolar Tip 6 Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) 275 ms 275 ms V. Refractory 250 ms 325 ms 250 ms Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 100 ms 100 ms V.Blanking 12ms 12ms V. Safety Standby On On PVC Options +PVARP on PVC +PVARP on PVC PMT Options Off Off PMT Detection Rate 110 min Tabel C-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Verity ADx XL tweekamer pulsgenerators (modellen 5357, 5356, 5256) (vervolg) C-2 Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators

185 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch Off Off Atrial Tachycardia Detection Rate 225 min 225 min AMS Base Rate 60 min 7 Tabel C-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Verity ADx XL tweekamer pulsgenerators (modellen 5357, 5356, 5256) (vervolg) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Niet beschikbaar bij model Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 4. Niet beschikbaar in Model 5357M/S 5. In Model 5357M/S zijn de verzend- en standaardinstellingen voor A. Sensitivity 1,0 mv. 6. Als Lead Type bij Model 5356 en 5256 is ingesteld op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaardinstellingen Bipolar, 7. Tenzij AMS Base Rate geprogrammeerd is op een specifieke instelling, wordt deze automatisch geprogrammeerd als gelijk aan de permanent geprogrammeerde Base Rate-instelling. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Basiswerking Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Mode 1 AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); VDD(R); OVO; DOO(R); DVI(R); DDI(R); DDD(R); ODO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor 3 On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope ; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time 3 Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time 3 Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 2 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min + 30/- 8 ms Rest Rate 3 Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Max Tracking Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Hysteresis Rate 4 Off; in stappen van 5; 140; 150 min + 25/- 8 ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1; 2; 3 cycli n.v.t Delays Tabel C-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Verity ADx XL tweekamer pulsgenerators (modellen 5357, 5356, 5256) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding C-3

186 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Paced AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van of 25; 350 ms ± 16 Sensed AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25 ms + 25/- 8 Rate Responsive AV Delay Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/ min ±16ms Shortest AV Delay in stappen van 5; in stappen van 10 ms ± 16 AutoIntrinsic Conduction Search Off; +10 tot +120 in stappen van 10 ms ± 8 Negative AV/PV Hysteresis w/search Off; -10 tot -110 in stappen van 10 ms ± 8 Capture en waarneming V. AutoCapture 5 On; Off n.v.t n.v.t A. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 6 V. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 6 A. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 V. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 A. Sensitivity 9 0,1 7 ; 0,2 7 ; 0,3 7 ; 0,4 7 ; 0,5; 0,75; 1,0; 1,25; 1,5; 1,75; 2,0; 2,5; 3,0; 3,5; 4,0; 5,0 mv ± 30% 8 V. Sensitivity 9 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 10 Backup Pulse Configuration 5 Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t ER Sensitivity 11 5 Set 1: 1,2 49,3 in stappen van 2,4 mv ± 30% Set 2: 1,2 24,7 in stappen van 1,2 mv ± 30% Set 3: 1,4 9,9 in stappen van 0,5 mv ± 30% Sampling Rate 1 uur; 1,5 uur; 8 uur; 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen n.v.t n.v.t Elektroden A. Lead Type 12 Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t V. Lead Type 12 Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t A. Pulse Configuration 13 Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t V. Pulse Configuration 13 Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t A. Sense Configuration 14 Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t V. Sense Configuration 14 Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) in stappen van 25 ms ± 16 V. Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 60; 70; 80; 85; 95; 100; 110; 115; 125; 130; 140; 150; 155; 165; 170; 180; 185; 195; 200 ms ± 16 V. Blanking in stappen van 4 ms ± 8 V. Safety Standby Off; On n.v.t n.v.t PVC Options Off; +PVARP on PVC n.v.t n.v.t PMT Options Off; 10 Beats > PMT; Auto Detect n.v.t n.v.t Tabel C-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Verity ADx XL tweekamer pulsgenerators (modellen 5357, 5356, 5256) (vervolg) C-4 Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators

187 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie PMT Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch 16 Off; DDD to DDI; DDD to DDIR; DDDR to DDI; DDDR to DDIR; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VIIR n.v.t n.v.t Atrial Tachycardia Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10; in stappen van 25 min ±16ms AMS Base Rate Base Rate +0 to Base Rate +35 in stappen van 5 17 min ±16ms Tabel C-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Verity ADx XL tweekamer pulsgenerators (modellen 5357, 5356, 5256) (vervolg) 1. Frequentiegevoelige modes zijn niet beschikbaar in Model De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 3. Niet beschikbaar bij Model De hoogste beschikbare instelling voor Hysteresis Rate wordt 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate. 5. Niet beschikbaar in Model 5357M/S 6. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 7. Met uitzondering van VDD(R) zijn de instellingen 0,1 to 0,4 mv niet beschikbaar wanneer A. Sense Configuration is ingesteld op Unipolar. 8. Bij instellingen van 0,75 mv en lager is de tolerantie ± 50%. 9. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 10. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 11. De waarden die beschikbaar zijn voor ER Sensitivity hangen af van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een programmeringsoptie weergegeven worden. Standaardinstelling is Set De instellingen Bipolar Only en Uni/Bi zijn niet beschikbaar in Model 5357M/S. 13. De instelling Bipolar is niet beschikbaar in Model 5357M/S. 14. De instellingen Bipolar en Unipolar Ring zijn niet beschikbaar in Model 5357M/S. 15. In tweekamer-modes is de maximale V. Refractory Period 325 ms. 16. Frequentiegevoelige instelling (b.v. DDI to DDIR) zijn niet beschikbaar in Model Deze vertegenwoordigen formules voor de berekening van AMS Base Rate -instellingen. De werkelijke instellingen worden getoond als numerieke frequenties. VERITY ADX XL EENKAMER PULSGENERATORS (MODELLEN 5157, 5156, 5056) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode VVI VVI VVI Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor 2 Off Off Off Max Sensor Rate min Geen verandering 110 min Threshold 2 Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope 2 Geen verandering 8 Reaction Time 2 Geen verandering Fast Tabel C-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Verity ADx XL eenkamer pulsgenerators (modellen 5157, 5156, 5056) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding C-5

188 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Recovery Time 2 Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate 2 Off Off Off Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 3 Cycle Count 1 Capture en waarneming V. AutoCapture 4 Off Off Off Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3,5 V Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration 4 Bipolar ER Sensitivity 4 49,7 mv Sampling Rate 8 uur Elektroden Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 5 Unipolar 5 Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 5 Unipolar Tip 5 Refractaire perioden en blanking Refractory 325 ms 325 ms 325 ms Tabel C-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Verity ADx XL eenkamer pulsgenerators (modellen 5157, 5156, 5056) (vervolg) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Niet beschikbaar bij Model Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 4. Niet beschikbaar in Model 5157M/S 5. Als Lead Type bij Model 5156 en 5056 is ingesteld op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaardinstellingen Bipolar. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Basiswerking Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Mode 1 AOO(R); AAI(R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); OVO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor 3 On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Tabel C-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Verity ADx XL eenkamer pulsgenerators (modellen 5157, 5156, 5056) C-6 Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators

189 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Threshold in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope ; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time 3 Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time 3 Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 2 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min + 30/- 8 ms Rest Rate 3 Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Hysteresis Rate 4 Off; in stappen van 5; 140; 150 min + 25/- 8 ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1; 2; 3 cycli n.v.t Capture en waarneming V. AutoCapture 5 On; Off n.v.t n.v.t Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 6 Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 Sensitivity 7 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 8 Backup Pulse Configuration 5 Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t ER Sensitivity 9 5 Set 1: 1,2 49,3 in stappen van 2,4 mv ± 30% Set 2: 1,2 24,7 in stappen van 1,2 mv ± 30% Set 3: 1,4 9,9 in stappen van 0,5 mv ± 30% Sampling Rate 1 uur; 1,5 uur; 8 uur; 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen n.v.t n.v.t Elektroden Lead Type 10 Uncoded; V. Unipolar; V. Bipolar Only; V. Uni/Bi; A. Unipolar; A. Bipolar Only; A. Uni/Bi n.v.t n.v.t Pulse Configuration 11 Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t Sense Configuration 12 Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Refractaire perioden en blanking Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Tabel C-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Verity ADx XL eenkamer pulsgenerators (modellen 5157, 5156, 5056) (vervolg) 1. Frequentiegevoelige modes zijn niet beschikbaar in Model De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 3. Niet beschikbaar bij model De hoogste beschikbare instelling voor Hysteresis Rate wordt 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate. 5. Niet beschikbaar in Model 5157M/S 6. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 7. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 8. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 9. De waarden die beschikbaar zijn voor ER Sensitivity hangen af van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een programmeringsoptie weergegeven worden. Standaardinstelling is Set Bipolar Only en Uni/Bi instellingen zijn niet beschikbaar in Model 5157M/S. 11. De instelling Bipolar is niet beschikbaar in Model 5157M/S. 12. De instellingen Bipolar en Unipolar Ring zijn niet beschikbaar in Model 5157M/S. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding C-7

190 VERITY ADX XL VDR PULSGENERATORS (MODELLEN 5456, 5456I) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode VDD VVI VDD Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Off Off Off Max Sensor Rate 110 min Geen verandering 110 min Threshold Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Geen verandering 8 Reaction Time Geen verandering Fast Recovery Time Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Max Tracking Rate 110 min 110 min Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 2 Cycle Count 1 Delays Sensed AV Delay 150 ms 150 ms Rate Responsive AV Delay Off Off Shortest AV Delay 70 ms 70 ms AutoIntrinsic Conduction Search Off Off Negative PV Hysteresis w/search Off Off Capture en waarneming V. AutoCapture Off Off Off V. Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3,5 V V. Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms A. Sensitivity 0,5 mv 0,5 mv V. Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar ER Sensitivity 49,7 mv Sampling Rate 8 uur Elektroden Tabel C-5. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Verity ADx XL VDR pulsgenerators (Model 5456, 5456i) C-8 Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators

191 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 A. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering V. Lead Type Uncoded Geen verandering Geen verandering V. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 3 Unipolar 3 A. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 V. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 Unipolar Tip 3 Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) 275 ms 275 ms V. Refractory 250 ms 325 ms 250 ms Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 100 ms 100 ms PVC Options +PVARP on PVC +PVARP on PVC PMT Options Off Off PMT Detection Rate 110 min AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch Off Off Atrial Tachycardia Detection Rate 225 min 225 min AMS Base Rate 60 min 4 Tabel C-5. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Verity ADx XL VDR pulsgenerators (Model 5456, 5456i) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 3. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaardinstellingen bipolair. 4. Tenzij AMS Base Rate geprogrammeerd is op een specifieke instelling, wordt deze automatisch geprogrammeerd als gelijk aan de permanent geprogrammeerde Base Rate-instelling. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Basiswerking Mode OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); VDD(R); OVO; ODO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min + 30/- 8 ms Tabel C-6. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Verity ADx XL VDR pulsgenerators (Model 5456, 5456i) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding C-9

192 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Max Tracking Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min + 25/- 8 ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1; 2; 3 cycli n.v.t Delays Sensed AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25 ms + 25/- 8 Rate Responsive AV Delay Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest AV Delay in stappen van 5; in stappen van 10 ms ± 16 AutoIntrinsic Conduction Search Off; +10 tot +120 in stappen van 10 ms ± 8 Negative PV Hysteresis w/search Off; -10 tot -110 in stappen van 10 ms ± 8 Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t V. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 3 V. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 A. Sensitivity 6 0,1 4 ; 0,2 4 ; 0,3 4 ; 0,4 4 ; 0,5; 0,75; 1,0; 1,25; 1,5; 1,75; 2,0; 2,5; 3,0; 3,5; 4,0; 5,0 mv ± 30% 5 V. Sensitivity 6 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 7 Backup Pulse Configuration Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t ER Sensitivity 8 Set 1: 1,2 49,3 in stappen van 2,4 mv ± 30% Set 2: 1,2 24,7 in stappen van 1,2 mv ± 30% Set 3: 1,4 9,9 in stappen van 0,5 mv ± 30% Sampling Rate 1 uur; 1,5 uur; 8 uur; 24 uur; 4 dagen; 7 dagen; 14 dagen; 30 dagen n.v.t n.v.t Elektroden A. Lead Type Uncoded; A. Unipolar; A. Bipolar Only; A. Uni/Bi n.v.t n.v.t V. Lead Type Uncoded; V. Unipolar; V. Bipolar Only; V. Uni/Bi; Single-Pass VDD n.v.t n.v.t V. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t A. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t V. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) in stappen van 25 ms ± 16 V. Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 60; 70; 80; 85; 95; 100; 110; 115; 125; 130; 140; 150; 155; 165; 170; 180; 185; 195; 200 ms ± 16 PVC Options Off; +PVARP on PVC n.v.t n.v.t PMT Options Off; 10 Beats > PMT n.v.t n.v.t PMT Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms AT/AF Detection & Response Tabel C-6. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Verity ADx XL VDR pulsgenerators (Model 5456, 5456i) C-10 Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators

193 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Auto Mode Switch Off; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VIIR n.v.t n.v.t Atrial Tachycardia Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10; in stappen van 25 min ±16ms AMS Base Rate Base Rate +0 to Base Rate +35 in stappen van 5 10 min ±16ms Tabel C-6. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Verity ADx XL VDR pulsgenerators (Model 5456, 5456i) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogste beschikbare instelling voor Hysteresis Rate wordt 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate. 3. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 4. Met uitzondering van VDD(R) zijn de instellingen 0,1 to 0,4 mv niet beschikbaar wanneer A. Sense Configuration is ingesteld op Unipolar. 5. Bij instellingen van 0,75 mv en lager is de tolerantie ± 50%. 6. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 7. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 8. De waarden die beschikbaar zijn voor ER Sensitivity hangen af van de gemeten evoked response; elk van de drie waardesets, die gebaseerd zijn op de evoked-response metingen, kan als een programmeringsoptie weergegeven worden. Standaardinstelling is Set In tweekamer-modes is de maximale V. Refractory Period 325 ms. 10. Deze vertegenwoordigen formules voor de berekening van AMS Base Rate -instellingen. De werkelijke instellingen worden getoond als numerieke frequenties. FYSIEKE SPECIFICATIES M/S 5157M/S 5456i Materiaal can Titaan Titaan Titaan Titaan Titaan Coating behuizing Zonder coating Zonder coating Paryleen Paryleen Zonder coating Materiaal connector Polymeercomposiet Polymeercomposiet Polymeercomposiet Polymeercomposiet Polymeercomposiet Afmetingen 1 (mm) 44(h) x 52(l) x 6(d) 42(h) x 52(l) x 6(d) 45(h) x 52(l) x 6(d) 42,5(h) x 52(l) x 6(d) 42(h) x 52,6(l) x 6(d) Gewicht 1 (g) 23, ,5 Volume 2 (cm³) 11 10, ,4 Stroombron 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel Fabrikant Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Elektrodeconnector IS-1 compatible 3 IS-1 compatibel 3 5/6 mm (M/S) 4 5/6 mm (M/S) 4 Vierpolig, in line 5 Röntgen-identificatiecode VV VV VV VV VV Tabel C-7. Fysieke specificaties voor Verity ADx XL pulsgenerators 1. Deze waarden zijn nominaal. 2. ± 0,5 cm³. 3. Geschikt voor alle IS-1, VS-1 en 3,2 mm elektroden. 4. Geschikt voor 5 en 6 mm elektrodetips. 5. Alleen geschikt voor vierpolige, in line elektrodepinnen als bij de AV Plus DX elektrodemodellen 1328C en 1358C. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding C-11

194 RÖNTGEN-IDENTIFICATIE Röntgen-identificatiecodes worden weergegeven in de tabel Fysieke specificaties. Figuur C-1. Röntgenopname van Verity ADx XL DR Model 5356, Verity ADx XL DC Model 5256 en Verity ADx XL VDR Model 5456 Figuur C-2. Röntgenopname van Verity ADx XL SR Model 5156 en Verity ADx XL SC Model 5056 Figuur C-3. Röntgenopname van Verity ADx XL DR Model 5357M/S C-12 Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators

195 Figuur C-4. Röntgenopname van Verity ADx XL SR Model 5157M/S Figuur C-5. Röntgenopname van Verity ADx XL VDR Model 5456i Figuur C-6. Röntgen-identificatiecode voor Verity pulsgenerators Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding C-13

196 C-14 Technische gegevens Verity ADx XL pulsgenerators

197 D. TECHNISCHE GEGEVENS VICTORY PULSGENERATORS De onderstaande technische gegevens omvatten: Victory tweekamer pulsgenerators (modellen 5816, 5810) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Victory Single Chamber Devices (Model 5610) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen NIPS-opties Fysieke specificaties Röntgen-identificatie. VICTORY TWEEKAMER PULSGENERATORS (MODELLEN 5816, 5810) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode DDD VVI DDD Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Passive Off Passive Max Sensor Rate 130 min Geen verandering 130 min Threshold Auto (+ 0,0) Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Auto (+2) Geen verandering Auto (+2) Reaction Time Fast Geen verandering Fast Recovery Time Medium Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Max Tracking Rate 130 min 130 min Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval 5 min Cycle Count 1 Tabel D-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Victory tweekamer pulsgenerators (modellen 5816, 5810) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding D-1

198 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Intervention Rate Off Intervention Duration 3 min Recovery Time Medium Delays Paced AV Delay 200 ms 200 ms Sensed AV Delay 150 ms 150 ms Rate Responsive AV Delay Off Off Shortest AV Delay 100 ms 100 ms Ventricular Intrinsic Preference (VIP) Off Off VIP Search Interval 1 min VIP Search Cycles 1 cycus Negative AV/PV Hysteresis w/search Off Off Capture en waarneming V. AutoCapture Off Off Off A. Pulse Amplitude 2,5 V 2,5 V V. Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 2,5 V A. Pulse Width 0,4 ms 0,4 ms V. Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms A. Amplitude Monitoring On Geen verandering On V. Amplitude Monitoring On Geen verandering On A. Sensitivity 0,5 mv 0,5 mv V. Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar Search Frequency 8 uur Elektroden A. Lead Type Uncoded Geen verandering Uncoded V. Lead Type Uncoded Geen verandering Uncoded A. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 2 V. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 2 Unipolar 2 A. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 2 V. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 2 Unipolar Tip 2 A. Lead Monitoring Off 3 Off 3 V. Lead Monitoring Off 3 Geen verandering Off 3 V. Upper Limit 2000 Geen verandering 2000 Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) 275 ms 275 ms Tabel D-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Victory tweekamer pulsgenerators (modellen 5816, 5810) D-2 Technische gegevens Victory pulsgenerators

199 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 A. Absolute Refractory Period 4 Geen verandering 60 ms V. Refractory 250 ms 325 ms 250 ms Rate Responsive PVARP/VREF Low Off Low Shortest PVARP/VREF 170 ms 170 ms Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 150 ms 150 ms V. Blanking 12 ms 12 ms V. Safety Standby On On PVC Options A Pace on PVC 5 A Pace on PVC 5 PMT Options Auto Detect Auto Detect PMT Detection Rate 110 min 110 min AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch DDIR DDIR Atrial Tachycardia Detection Rate 180 min 180 min AMS Base Rate 80 min 80 min AF Suppression Off Off Overdrive Pacing Cycles 15 cycli Maximum AF Suppression Rate 120 min Tabel D-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Victory tweekamer pulsgenerators (modellen 5816, 5810) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze standaard- of nominale instellingen gebruiken. 2. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaard -instellingen bipolair. 3. Zodra het apparaat een elektrode detecteert, schakelt de instelling automatisch van Off naar Monitor. 4. Alleen beschikbaar in AAI(R) en AAT(R) modes. 5. In de VDD-mode is de instelling +PVARP on PVC. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Basiswerking Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Mode AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); VDD(R); OVO; DOO(R); DVI(R); DDI(R); DDD(R); ODO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Tabel D-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Victory tweekamer pulsgenerators (modellen 5816, 5810) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding D-3

200 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min +30/-8ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Max Tracking Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min +25/-8ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1 16 cycli n.v.t Intervention Rate Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; min ±16ms 4 Intrinsic+30; in stappen van 10 3 Intervention Duration 1 10 minuten ± 4 sec Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Delays Paced AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25; 350 ms ± 16 Sensed AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25 ms + 25/- 8 Rate Responsive AV Delay Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ± 16ms Shortest AV Delay in stappen van 5; in stappen van 10 ms ± 16 Ventricular Intrinsic Preference (VIP) Off; 50; 75; 100; 125; 150; 160; 170; 180; 190; 200 ms ± 8 VIP Search Interval 30 sec; 1, 3, 5, 10, 30 minuten sec; minuten ± 4 sec VIP Search Cycles 1; 2; 3 n.v.t cycli Negative AV Hysteresis w/search Off; -10 tot -110 in stappen van 10 ms ± 8 Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t A. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 5 V. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 5 A. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 V. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 A. Amplitude Monitoring On; Off n.v.t n.v.t V. Amplitude Monitoring On; Off n.v.t n.v.t A. Sensitivity 8 0,1 6 ; 0,2 6 ; 0,3 6 ; 0,4 6 ; 0,5; 0,75; 1,0; 1,25; 1,5; 1,75; 2,0; 2,5; 3,0; 3,5; 4,0; 5,0 mv ± 30% 7 V. Sensitivity 8 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 9 Backup Pulse Configuration Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t Search Frequency 8; 24 uur ± 30 sec Elektroden A. Lead Type Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t V. Lead Type Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t A. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t V. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t Tabel D-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Victory tweekamer pulsgenerators (modellen 5816, 5810) D-4 Technische gegevens Victory pulsgenerators

201 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie A. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t V. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t A. Lead Monitoring Off; Monitor; Polarity Switch n.v.t n.v.t V. Lead Monitoring Off; Monitor; Polarity Switch n.v.t n.v.t V. Upper Limit 750, 1000, 1250, 1500, 1750, 2000 ± 15% Refractories & Blanking A. Refractory (PVARP) in stappen van 25 ms ± 16 A. Absolute Refractory Period 10 60; 80; in stappen van 25 ms ± 16 V. Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive PVARP/VREF Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ± 16ms Shortest PVARP/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 60; 70; 80; 85; 95; 100; 110; 115; 125; 130; 140; 150; 155; 165; 170; 180; 185; 195; 200 ms ± 16 V. Blanking in stappen van 4 ms ± 8 V. Safety Standby Off; On n.v.t n.v.t PVC Options Off; A Pace on PVC; +PVARP on PVC 12 n.v.t n.v.t PMT Options Off; 10 Beats > PMT; Auto Detect n.v.t n.v.t PMT Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch Off; DDD to DDI; DDD to DDIR; DDDR to DDI; DDDR to DDIR; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VIIR n.v.t n.v.t Atrial Tachycardia Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10; in stappen van 25 min ±16ms AMS Base Rate Base Rate +0 to Base Rate +35 in stappen van 5 13 min ±16ms AF Suppression On; Off n.v.t n.v.t Maximum AF Suppression Rate in stappen van 5; 160; 170; 180 min ± 16 ms Overdrive Pacing Cycles in stappen van 5 cycli n.v.t Tabel D-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Victory tweekamer pulsgenerators (modellen 5816, 5810) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogst beschikbare instelling voor Hysteresis Rate parameter is 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate-instelling. 3. Als de parameter Base Rate lager dan 60 min is geprogrammeerd, is de laagst beschikbare instelling voor Intervention Rate 60 min. 4. Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 5. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 6. Met uitzondering van VDD(R) zijn de instellingen 0,1 to 0,4 mv niet beschikbaar wanneer A. Sense Configuration is ingesteld op Unipolar. 7. Bij instellingen van 0,75 mv en lager is de tolerantie ± 50%. 8. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 9. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 10. Alleen beschikbaar in AAI(R) en AAT(R) modes. 11. In tweekamer-modes is de maximale V. Refractory Period 325 ms. 12. Alleen beschikbaar in VDD(R)-modes. 13. Deze vertegenwoordigen formules voor de berekening van AMS Base Rate -instellingen. De werkelijke instellingen worden getoond als numerieke frequenties. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding D-5

202 VICTORY SINGLE CHAMBER DEVICES (MODEL 5610) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode VVI VVI VVI Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Passive Off Passive Max Sensor Rate 130 min Geen verandering 130 min Threshold Auto (+ 0,0) Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Auto (+2) Geen verandering Auto (+2) Reaction Time Fast Geen verandering Fast Recovery Time Medium Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 2 Cycle Count 1 Intervention Rate Off Intervention Duration 3 min Recovery Time Medium Capture en waarneming V. AutoCapture Off Off Off Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 2,5 V Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms Amplitude Monitoring On Geen verandering On Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar Search Frequency 8 uur Elektroden Lead Type Uncoded Geen verandering Uncoded Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 3 Unipolar 3 Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 Unipolar Tip 3 Lead Monitoring Off 4 Geen verandering Off 4 Upper Limit 2000 Geen verandering 2000 Refractaire perioden en blanking Tabel D-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Victory eenkamer pulsgenerators (Model 5610) D-6 Technische gegevens Victory pulsgenerators

203 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Refractory 325 ms 325 ms 325 ms Rate Responsive AREF/VREF Off Off Off Shortest AREF/VREF 200 ms Tabel D-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Victory eenkamer pulsgenerators (Model 5610) (vervolg) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 3. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI- en standaard -instellingen bipolair. 4. Zodra het apparaat een elektrode detecteert, schakelt de instelling automatisch van Off naar Monitor. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Basiswerking Mode AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); OVO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min +30/-8ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min +25/-8ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1 16 cycli n.v.t Intervention Rate Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; min ±16ms 4 Intrinsic+30; in stappen van 10 3 Intervention Duration 1 10 minuten ± 4 sec Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 5 Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 Sensitivity 6 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 7 Amplitude Monitoring On; Off n.v.t n.v.t Tabel D-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Victory eenkamer pulsgenerators (Model 5610) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding D-7

204 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Backup Pulse Configuration Unipolar, Bipolar n.v.t n.v.t Search Frequency 8, 24 uur n.v.t Elektroden Lead Type Uncoded; A. Unipolar; V. Unipolar; A. Bipolar Only; V. Bipolar Only; A. Uni/Bi; V. Uni/Bi n.v.t n.v.t Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Lead Monitoring Off; Monitor; Polarity Switch n.v.t n.v.t Upper Limit 750; 1000; 1250; 1500; 1750; 2000 ± 15% Refractaire perioden en blanking Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive AREF/VREF Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest AREF/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Tabel D-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Victory eenkamer pulsgenerators (Model 5610) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogst beschikbare instelling voor Hysteresis Rate parameter is 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate-instelling. 3. If the Base Rate setting is programmed lower than 60 min, the lowest available Intervention Rate setting is 60 min. 4. Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 5. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 6. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 7. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. EPISODECONFIGURATIE- EN TRIGGER-INSTELLINGEN Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie Configuratie Sampling Options Freeze; Continuous n.v.t n.v.t No. of Stored Episodes 1; 2; 4; 8; 12 n.v.t n.v.t Channel Single; Dual 2 n.v.t n.v.t EGM Configuration 3 VBipolar; V Unipolar Tip; V Unipolar Ring; Atip Vtip; Aring Vtip; Aring Vring; A. Bipolar; A Unipolar Tip; A Unipolar Ring n.v.t n.v.t EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% A. EGM Configuration 4 ABipolar; A Unipolar Tip; A Unipolar Ring; Atip Vtip; Aring Vtip n.v.t n.v.t A. EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% V. EGM Configuration 5 VBipolar; V Unipolar Tip; V Unipolar Ring; Atip Vtip; Aring Vtip; Aring Vring n.v.t n.v.t V. EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% Episode-triggers Atrial Trigger AT/AF; High Atrial Rate; AMS; 6 Off n.v.t n.v.t Trigger Type Entry & Exit; Exit; Entry n.v.t n.v.t Tabel D-5. Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen voor Victory-pulsgenerators D-8 Technische gegevens Victory pulsgenerators

205 Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie High A. Rate Trigger Off; in stappen van 25 min ±16ms Consecutive Cycles 2; 3; 4; 5; 10; 15; 20 n.v.t n.v.t High V. Rate Trigger Off; in stappen van 25 min ±16ms Consecutive Cycles 2; 3; 4; 5; 10; 15; 20 n.v.t n.v.t PVC Trigger 6 On; Off n.v.t n.v.t Consecutive PVCs 6 2; 3; 4; 5 n.v.t n.v.t Advanced Hysteresis Trigger On; Off n.v.t n.v.t PMT Detection Trigger 6 On; Off n.v.t n.v.t Magnet Placement Trigger On; Off n.v.t n.v.t Tabel D-5. Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen voor Victory-pulsgenerators (vervolg) 1. Standaardinstellingen zijn vetgedrukt. 2. De standaardinstelling voor eenkamer-modes is Single. 3. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer beide Lead Type-parameters zijn ingesteld op Uni/Bi of Bipolar en de parameter Channel is ingesteld op Single. Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 4. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer de parameter A. Lead Type is ingesteld op Uni/Bi of Bipolar Only en de parameter Channel is ingesteld op Dual. Wanneer A. Lead Type unipolair is, dan is de standaardinstelling A Unipolar Tip. Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 5. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer de parameter V. Lead Type is ingesteld op Uni/Bi of Bipolar Only en de parameter Channel is ingesteld op Dual. Wanneer V. Lead Type unipolair is, dan is de standaardinstelling V Unipolar Tip. Als de parameter V. Lead Type is ingesteld op Single Pass VDD zijn de opties: Vring Adist; Vring Aprox; Vtip Adist; Vtip Aprox; V Unipolar Ring; V Bipolar; V Unipolar Tip; Aprox Vtip; Aprox Case; Aprox Vring; Adist Aprox; Adist Vtip; Adist Case; Adist Vring. (Atriale standaardinstelling is Adist Vring; Ventriculaire standaardinstelling is V Bipolar.) Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 6. Niet beschikbaar in eenkamer-modes. NIPS-OPTIES Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie Stimulation Chamber Atrial 2 ; Ventricular n.v.t n.v.t Coupling Interval in stappen van 10 (500) ms ± 8 S1 Count 1 25 in stappen van 1 (8) n.v.t n.v.t S1 4, S2, S3 en S4 Cycle Off; in stappen van 10 (500) 5 ms ± 6 V. Backup Rate (VOO -stimulatie) 6 Off; 30; in stappen van 5 (50) min ±30ms Sinus Node Recovery Delay 1 5 in stappen van 1 sec ± 100 ms Tabel D-6. NIPS-opties voor Victory-pulsgenerators 1. Standaardinstellingen zijn vetgedrukt. 2. Atriale instelling is niet beschikbaar in VDD(R) mode. 3. Tijdens atriale NIPS in tweekamer-modes wordt het kortste Coupling Interval beperkt door het geprogrammeerde Paced/Sensed AV Delay. 4. S1 Burst Cycle wordt toegepast bij de vooraf geprogrammeerde S1 cycluslengte. 5. De standaardinstelling voor S2, S3 en S4 is Off. 6. Niet beschikbaar in eenkamer-modes. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding D-9

206 FYSIEKE SPECIFICATIES Materiaal can Titaan Titaan Titaan Coating behuizing Zonder coating Zonder coating Zonder coating Materiaal connector Polymeercomposiet Polymeercomposiet Polymeercomposiet Afmetingen 1 (mm) 44(h) x 52(l) x 6(d) 43(h) x 44(l) x 6(d) 41(h) x 44(l) x 6(d) Gewicht 1 (g) 23, Volume 2 (cm³) 11 8,5 7,9 Stroombron 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel Fabrikant Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9918 Wilson Greatbatch, Model WG 9918 Elektrodeconnector IS-1 compatibel 3 IS-1 4 IS-1 4 Röntgen-identificatiecode VW VW VW Tabel D-7. Fysieke specificaties voor Victory pulsgenerators 1. Deze waarden zijn nominaal. 2. ± 0,5 cm³. 3. Geschikt voor alle IS-1, VS-1, en 3,2 mm elektroden. 4. Is alleen geschikt voor IS-1 elektroden (korte pinnen). RÖNTGEN-IDENTIFICATIE Röntgen-identificatiecodes worden weergegeven in de tabel Fysieke specificaties. Figuur D-1. Röntgenopname van Victory XL DR Model 5816 D-10 Technische gegevens Victory pulsgenerators

207 Figuur D-2. Röntgenopname van Victory DR Model 5810 Figuur D-3. Röntgenopname van Victory SR Model 5610 Figuur D-4. Röntgen-identificatiecode voor Vctory pulsgenerators Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding D-11

208 D-12 Technische gegevens Victory pulsgenerators

209 E. TECHNISCHE GEGEVENS ZEPHYR PULSGENERATORS De onderstaande technische gegevens omvatten: Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Zephyr eenkamer pulsgenerators (modellen 5626, 5620) - Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen - Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Episodeconfiguratie- en trigger-instellingen NIPS-opties Fysieke specificaties Röntgen-identificatie. ZEPHYR TWEEKAMER PULSGENERATORS (MODELLEN 5826, 5820) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode DDD VVI DDD Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Passive Off Passive Max Sensor Rate 130 min Geen verandering 130 min Threshold Auto (+ 0,0) Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Auto (+2) Geen verandering Auto (+2) Reaction Time Fast Geen verandering Fast Recovery Time Medium Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Max Tracking Rate 130 min 130 min Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval 5 min Cycle Count 1 Tabel E-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding E-1

210 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Intervention Rate Off Intervention Duration 3 min Recovery Time Medium Delays Paced AV Delay 200 ms 200 ms Sensed AV Delay 150 ms 150 ms Rate Responsive AV Delay Off Off Shortest AV Delay 100 ms 100 ms Ventricular Intrinsic Preference (VIP) Off Off VIP Search Interval 1 min VIP Search Cycles 1 cyclus Negative AV/PV Hysteresis w/search Off Off Capture en waarneming ACap Confirm Off Off Off V. AutoCapture Off Off Off A. Pulse Amplitude 2,5 V 2,5 V V. Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 2,5 V A. Pulse Width 0,4 ms 0,4 ms V. Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms A. Amplitude Monitoring On Geen verandering On V. Amplitude Monitoring On Geen verandering On A. Sensitivity 0,5 mv 0,5 mv V. Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv AutoCapture A. Backup Pulse Configuration Bipolar V. Backup Pulse Configuration Bipolar A. Search Frequency 8 uur V. Search Frequency 8 uur V. AutoCapture Paced/Sensed AV Delay 50/25 ms Elektroden A. Lead Type Uncoded Geen verandering Uncoded V. Lead Type Uncoded Geen verandering Uncoded A. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 2 V. Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 2 Unipolar 2 A. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 2 V. Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 2 Unipolar Tip 2 Tabel E-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) E-2 Technische gegevens Zephyr pulsgenerators

211 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 A. Lead Monitoring Off 3 Off 3 V. Lead Monitoring Off 3 Geen verandering Off 3 V. Upper Limit Geen verandering 2000 Refractaire perioden en blanking A. Refractory (PVARP) 275 ms 275 ms A. Absolute Refractory Period 4 Geen verandering 60 ms V. Refractory 250 ms 325 ms 250 ms Rate Responsive PVARP/VREF Low Off Low Shortest PVARP/VREF 170 ms 170 ms Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 150 ms 150 ms V. Blanking Auto Auto V. Safety Standby On On PVC Options A Pace on PVC 5 A Pace on PVC 5 PMT Options Auto Detect Auto Detect PMT Detection Rate 110 min 110 min AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch DDIR DDIR Atrial Tachycardia Detection Rate 180 min 180 min AMS Base Rate 80 min 80 min AF Suppression Off Off Overdrive Pacing Cycles 15 cycli Maximum AF Suppression Rate 120 min Tabel E-1. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze standaard- of nominale instellingen gebruiken. 2. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI - en standaard -instellingen bipolair. 3. Zodra het apparaat een elektrode detecteert, schakelt de instelling automatisch van Off naar Monitor. 4. Alleen beschikbaar in AAI(R) en AAT(R) modes. 5. In de VDD-mode is de instelling +PVARP on PVC. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Basiswerking Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Mode AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); VDD(R); OVO; DOO(R); DVI(R); DDI(R); DDD(R); ODO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Tabel E-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding E-3

212 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min + 30/- 8 ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Max Tracking Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min + 25/- 8 ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1 16 cycli n.v.t Intervention Rate Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; min ±16ms 4 Intrinsic+30; in stappen van 10 3 Intervention Duration 1 10 minuten ± 4 sec Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Delays Paced AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25; 350 ms ± 16 Sensed AV Delay 25; in stappen van 10; in stappen van 25 ms + 25/- 8 Rate Responsive AV Delay Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest AV Delay in stappen van 5; in stappen van 10 ms ± 16 Ventricular Intrinsic Preference (VIP) Off; 50; 75; 100; 125; 150; 160; 170; 180; 190; 200 ms ± 8 VIP Search Interval 30 sec; 1, 3, 5, 10, 30 min sec; minuten ± 4 sec VIP Search Cycles 1; 2; 3 n.v.t cycli Negative AV Hysteresis w/search Off; -10 tot -110 in stappen van 10 ms ± 8 Capture en waarneming ACap Confirm On; Monitor; Off n.v.t n.v.t V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t A. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 5 V. Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 5 A. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 V. Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 A. Amplitude Monitoring On; Off n.v.t n.v.t V. Amplitude Monitoring On; Off n.v.t n.v.t A. Sensitivity 8 0,1 6 ; 0,2 6 ; 0,3 6 ; 0,4 6 ; 0,5; 0,75; 1,0; 1,25; 1,5; 1,75; 2,0; 2,5; 3,0; 3,5; 4,0; 5,0 mv ± 30% 7 V. Sensitivity 8 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 9 Tabel E-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) (vervolg) E-4 Technische gegevens Zephyr pulsgenerators

213 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie AutoCapture A. Backup Pulse Configuration Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t V. Backup Pulse Configuration Unipolar; Bipolar n.v.t n.v.t A. Search Frequency 8; 24 uur ± 30 sec V. Search Frequency 8; 24 uur ± 30 sec V. AutoCapture Paced/Sensed AV Delay 120/100; 100/70; 50/25 ms/ms ± 8 Elektroden A. Lead Type Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t V. Lead Type Uncoded; Unipolar; Bipolar Only; Uni/Bi n.v.t n.v.t A. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t V. Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t A. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t V. Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t A. Lead Monitoring Off; Monitor; Polarity Switch n.v.t n.v.t V. Lead Monitoring Off; Monitor; Polarity Switch n.v.t n.v.t V. Upper Limit 750, 1000, 1250, 1500, 1750, 2000 ±15% Refractories & Blanking A. Refractory (PVARP) in stappen van 25 ms ± 16 A. Absolute Refractory Period 10 60; 80; in stappen van 25 ms ± 16 V. Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive PVARP/VREF Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest PVARP/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Post Ventricular Atrial Blanking (PVAB) 60; 70; 80; 85; 95; 100; 110; 115; 125; 130; 140; 150; 155; 165; 170; 180; 185; 195; 200 ms ± 16 V. Blanking Auto; in stappen van 4 ms ± 8 V. Safety Standby Off; On n.v.t n.v.t PVC Options Off; A Pace on PVC; +PVARP on PVC 12 n.v.t n.v.t PMT Options Off; 10 Beats > PMT; Auto Detect n.v.t n.v.t PMT Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms AT/AF Detection & Response Auto Mode Switch Off; DDD to DDI; DDD to DDIR; DDDR to DDI; DDDR to DDIR; VDD to VVI; VDD to VVIR; VDDR to VVI; VDDR to VIIR n.v.t n.v.t Atrial Tachycardia Detection Rate in stappen van 5; in stappen van 10; in stappen van 25 min ±16ms AMS Base Rate Base Rate +0 to Base Rate +35 in stappen van 5 13 min ±16ms Tabel E-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) (vervolg) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding E-5

214 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie AF Suppression On; Off n.v.t n.v.t Maximum AF Suppression Rate in stappen van 5; 160; 170; 180 min ±16ms Overdrive Pacing Cycles in stappen van 5 cycli n.v.t Tabel E-2. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Zephyr tweekamer pulsgenerators (modellen 5826, 5820) (vervolg) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogst beschikbare instelling voor Hysteresis Rate parameter is 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate-instelling. 3. Als de parameter Base Rate lager dan 60 min is geprogrammeerd, is de laagst beschikbare instelling voor Intervention Rate 60 min. 4. Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 5. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. 6. Met uitzondering van VDD(R) zijn de instellingen 0,1 to 0,4 mv niet beschikbaar wanneer A. Sense Configuration is ingesteld op Unipolar. 7. Bij instellingen van 0,75 mv en lager is de tolerantie ± 50%. 8. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 9. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. 10. Alleen beschikbaar in AAI(R) en AAT(R) modes. 11. In tweekamer-modes is de maximale V. Refractory Period 325 ms. 12. Alleen beschikbaar in VDD(R)-modes. 13. Deze vertegenwoordigen formules voor de berekening van AMS Base Rate -instellingen. De werkelijke instellingen worden getoond als numerieke frequenties. ZEPHYR EENKAMER PULSGENERATORS (MODELLEN 5626, 5620) Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Basiswerking Mode VVI VVI VVI Magnet Response Battery Test Battery Test Battery Test Sensor Passive Off Passive Max Sensor Rate 130 min Geen verandering 130 min Threshold Auto (+ 0,0) Geen verandering Auto (+ 0,0) Slope Auto (+2) Geen verandering Auto (+2) Reaction Time Fast Geen verandering Fast Recovery Time Medium Geen verandering Medium Frequenties Base Rate 60 min 70 min 60 min Rest Rate Off Off Off Hysteresis Rate Off Off Off Search Interval Off 2 Cycle Count 1 Tabel E-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Zephyr eenkamer pulsgenerators (modellen 5626, 5620) E-6 Technische gegevens Zephyr pulsgenerators

215 Parameter Verzendinstellingen Emergency VVI-instellingen Standaard (nominale) instellingen 1 Intervention Rate Off Intervention Duration 3 min Recovery Time Medium Capture & Sense V. AutoCapture Off Off Off Pulse Amplitude 2,5 V 7,5 V 3,5 V Pulse Width 0,4 ms 0,6 ms 0,4 ms Amplitude Monitoring On Geen verandering On Sensitivity 2,0 mv 2,0 mv 2,0 mv Backup Pulse Configuration Bipolar Search Frequency 8 uur Elektroden Lead Type Uncoded Geen verandering Uncoded Pulse Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar 3 Unipolar 3 Sense Configuration Zie verpakkingsetiket Unipolar Tip 3 Unipolar Tip 3 Lead Monitoring Off 4 Geen verandering Off 4 Upper Limit 2000 Geen verandering 2000 Refractaire perioden en blanking Refractory 325 ms 325 ms 325 ms Rate Responsive AREF/VREF Off Off Off Shortest AREF/VREF 200 ms Tabel E-3. Verzend-, Emergency VVI- en standaardinstellingen voor Zephyr eenkamer pulsgenerators (modellen 5626, 5620) 1. Indien parameters niet eerder zijn geprogrammeerd en niet automatisch worden geprogrammeerd, zal de pulsgenerator deze nominale instellingen gebruiken. 2. Wanneer Intervention Duration is geprogrammeerd op On, wordt Search Interval automatisch geprogrammeerd op een standaardinstelling van 5 min. 3. Als Lead Type is geprogrammeerd op Bipolar Only dan zijn de Emergency VVI- en standaard -instellingen bipolair. 4. Zodra het apparaat een elektrode detecteert, schakelt de instelling automatisch van Off naar Monitor. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties Basiswerking Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Mode AOO(R); AAI (R); AAT(R); OAO; VOO(R); VVI(R); VVT(R); OVO n.v.t n.v.t Magnet Response Off; Battery Test n.v.t n.v.t Sensor On; Off; Passive n.v.t n.v.t Max Sensor Rate in stappen van 5; in stappen van 10 min ±16ms Tabel E-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Zephyr eenkamer pulsgenerators (modellen 5626, 5620) Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding E-7

216 Parameter Instellingen Eenheden Tolerantie Threshold 1 7 in stappen van 0,5; Auto (-0,5); Auto (+0,0); Auto (+0,5); Auto (+1,0); Auto (+1,5); Auto (+2,0) n.v.t n.v.t Slope 1 16; Auto (-1); Auto (+0); Auto (+1); Auto (+2); Auto (+3) n.v.t n.v.t Reaction Time Very Fast; Fast; Medium; Slow n.v.t n.v.t Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Frequenties Base Rate 30 1 ; in stappen van 5; in stappen van 10 min +30/-8ms Rest Rate Off; in stappen van 5; 140; 150 min ±16ms Hysteresis Rate 2 Off; in stappen van 5; 140; 150 min +25/-8ms Search Interval Off; 5; 10; 15; 30 minuten ± 4 sec Cycle Count 1 16 cycli n.v.t Intervention Rate Off; Base Rate; Intrinsic+0; Intrinsic+10; Intrinsic+20; min ±16ms 4 Intrinsic+30; in stappen van 10 3 Intervention Duration 1 10 minuten ± 4 sec Recovery Time Fast; Medium; Slow; Very Slow n.v.t n.v.t Capture en waarneming V. AutoCapture On; Off n.v.t n.v.t Pulse Amplitude 0,0 4,0 in stappen van 0,25; 4,5 7,5 in stappen van 0,5 V ± 30% 5 Pulse Width 0,05; 0,1 1,5 in stappen van 0,1 ms ± 0,04 Sensitivity 6 0,5 5,0 in stappen van 0,5; 6 10 in stappen van 1,0; 12,5 mv ± 30% 7 Amplitude Monitoring On; Off n.v.t n.v.t Backup Pulse Configuration Unipolar, Bipolar n.v.t n.v.t Search Frequency 8, 24 uur n.v.t Elektroden Lead Type Uncoded; A. Unipolar; V. Unipolar; A. Bipolar Only; V. Bipolar Only; A. Uni/Bi; V. Uni/Bi n.v.t n.v.t Pulse Configuration Unipolar (tip-case); Bipolar (tip-ring) n.v.t n.v.t Sense Configuration Unipolar Tip (tip-case); Bipolar (tip-ring); Unipolar Ring (ring-case) n.v.t n.v.t Lead Monitoring Off; Monitor; Polarity Switch n.v.t n.v.t Upper Limit 750; 1000; 1250; 1500; 1750; 2000 ± 15% Refractaire perioden en blanking Refractory in stappen van 25 ms ± 16 Rate Responsive AREF/VREF Off; Low (1); Medium (2); High (3) ms/min ±16ms Shortest AREF/VREF in stappen van 10 ms ± 16 Tabel E-4. Programmeerbare parameters, instellingen en toleranties voor Zephyr eenkamer pulsgenerators (modellen 5626, 5620) (vervolg) 1. De werkelijke stimulatiefrequentie bij de instelling van 30 min is 31 min. 2. De hoogst beschikbare instelling voor Hysteresis Rate parameter is 5 min onder de geprogrammeerde Base Rate-instelling. 3. Als de parameter Base Rate lager dan 60 min is geprogrammeerd, is de laagst beschikbare instelling voor Intervention Rate 60 min. 4. Tolerantie is voor vaste waarden. Voor intrinsieke waarden is de tolerantie ± 5 min. 5. Toleranties zijn gemeten met impedanties van 500 en hoger. Voor de 0,0 V instelling is de tolerantie 0 75 mv. E-8 Technische gegevens Zephyr pulsgenerators

217 6. Sensitivity heeft betrekking op een haversine testsignaal van 20 ms. 7. Bij de instelling van 0,5 mv is de tolerantie ± 50%. EPISODECONFIGURATIE- EN TRIGGER-INSTELLINGEN Parameter Instellingen 1 Configuratie Eenheden Tolerantie Sampling Options Freeze; Continuous n.v.t n.v.t No. of Stored Episodes 1; 2; 4; 8; 12 n.v.t n.v.t Channel Single; Dual 2 n.v.t n.v.t EGM Configuration 3 VBipolar; V Unipolar Tip; V Unipolar Ring; Atip Vtip; Aring Vtip; Aring Vring; A. Bipolar; A Unipolar Tip; A Unipolar Ring n.v.t n.v.t EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% A. EGM Configuration 4 ABipolar; A Unipolar Tip; A Unipolar Ring; Atip Vtip; Aring Vtip n.v.t n.v.t A. EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% V. EGM Configuration 5 VBipolar; V Unipolar Tip; V Unipolar Ring; Atip Vtip; Aring Vtip; Aring Vring n.v.t n.v.t V. EGM Recording Range ± 15,0; ± 7,5; ± 3,0; ± 1,5 mv ± 20% Episode-triggers Atrial Trigger AT/AF; High Atrial Rate; AMS; 6 Off n.v.t n.v.t Trigger Type Entry & Exit; Exit; Entry n.v.t n.v.t High A. Rate Trigger Off; in stappen van 25 min ±16ms Consecutive Cycles 2; 3; 4; 5; 10; 15; 20 n.v.t n.v.t High V. Rate Trigger Off; in stappen van 25 min ±16ms Consecutive Cycles 2; 3; 4; 5; 10; 15; 20 n.v.t n.v.t PVC Trigger 6 On; Off n.v.t n.v.t Consecutive PVCs 6 2; 3; 4; 5 n.v.t n.v.t Advanced Hysteresis Trigger On; Off n.v.t n.v.t PMT Detection Trigger 6 On; Off n.v.t n.v.t Magnet Placement Trigger On; Off n.v.t n.v.t Tabel E-5. Episodeconfiguratie en trigger-instellingen voor Zephyr pulsgenerators 1. Standaardinstellingen zijn vetgedrukt. 2. De standaardinstelling voor eenkamer-modes is Single. 3. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer beide Lead Type-parameters zijn ingesteld op Uni/Bi of Bipolar en de parameter Channel is ingesteld op Single. Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 4. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer de parameter A. Lead Type is ingesteld op Uni/Bi of Bipolar Only en de parameter Channel is ingesteld op Dual. Wanneer A. Lead Type unipolair is, dan is de standaardinstelling A Unipolar Tip. Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 5. Deze instellingen zijn beschikbaar wanneer de parameter V. Lead Type is ingesteld op Uni/Bi of Bipolar Only en de parameter Channel is ingesteld op Dual. Wanneer V. Lead Type unipolair is, dan is de standaardinstelling V Unipolar Tip. Als de parameter V. Lead Type is ingesteld op Single Pass VDD zijn de opties: Vring Adist; Vring Aprox; Vtip Adist; Vtip Aprox; V Unipolar Ring; V Bipolar; V Unipolar Tip; Aprox Vtip; Aprox Case; Aprox Vring; Adist Aprox; Adist Vtip; Adist Case; Adist Vring. (Atriale standaardinstelling is Adist Vring; Ventriculaire standaardinstelling is V Bipolar.) Zie voor meer informatie EGM-configuratieEGM-configuratie. 6. Niet beschikbaar in eenkamer-modes. Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding E-9

218 NIPS-OPTIES Parameter Instellingen 1 Eenheden Tolerantie Stimulation Chamber Atrial 2 ; Ventricular n.v.t n.v.t Coupling Interval in stappen van 10 (500) ms ± 8 S1 Count 1 25 in stappen van 1 (8) n.v.t n.v.t S1 4, S2, S3 en S4 Cycle Off; in stappen van 10 (500) 5 ms ± 6 V. Backup Rate (VOO -stimulatie) 6 Off; 30; in stappen van 5 (50) min ±30ms Sinus Node Recovery Delay 1 5 in stappen van 1 sec ± 100 ms Tabel E-6. NIPS-opties voor Zephyr pulsgenerators 1. Standaardinstellingen zijn vetgedrukt. 2. Atriale instelling is niet beschikbaar in VDD(R) mode. 3. Tijdens atriale NIPS in tweekamer-modes wordt het kortste Coupling Interval beperkt door het geprogrammeerde Paced/Sensed AV Delay. 4. S1 Burst Cycle wordt toegepast bij de vooraf geprogrammeerde S1 cycluslengte. 5. De standaardinstelling voor S2, S3 en S4 is Off. 6. Niet beschikbaar in eenkamer-modes. FYSIEKE SPECIFICATIES Materiaal can Titaan Titaan Titaan Titaan Coating behuizing Zonder coating Zonder coating Zonder coating Zonder coating Materiaal connector Polymeercomposiet Polymeercomposiet Polymeercomposiet Polymeercomposiet Afmetingen 1 (mm) 44(h) x 52(l) x 6(d) 43(h) x 44(l) x 6(d) 42(h) x 52(l) x 6(d) 41(h) x 44(l) x 6(d) Gewicht 1 (g) 23, Volume 2 (cm³) 11 8,5 10,4 7,9 Stroombron 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel 1 lithiumjodiumcel Fabrikant Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9918 Wilson Greatbatch, Model WG 9438 Wilson Greatbatch, Model WG 9918 Elektrodeconnector IS-1 compatibel 3 IS-1 4 IS-1 compatibel 3 IS-1 4 Röntgen-identificatiecode VW VW VW VW Tabel E-7. Fysieke specificaties voor Zephyr pulsgenerators 1. Deze waarden zijn nominaal. 2. ± 0,5 cm³. 3. Geschikt voor alle IS-1, VS-1, en 3,2 mm elektroden. 4. Is alleen geschikt voor IS-1 elektroden (korte pinnen). E-10 Technische gegevens Zephyr pulsgenerators

219 RÖNTGEN-IDENTIFICATIE Röntgen-identificatiecodes worden weergegeven in de tabel Fysieke specificaties. Figuur E-1. Röntgenopname van Zephyr XL DR Model 5826 Figuur E-2. Röntgenopname van Zephyr DR Model 5820 Figuur E-3. Röntgenopname van Zephyr XL SR Model 5626 Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding E-11

220 Figuur E-4. Röntgenopname van Zephyr SR Model 5620 Figuur E-5. Röntgen-identificatiecode voor Zephyr pulsgenerators E-12 Technische gegevens Zephyr pulsgenerators

221 INDEX A A Pace on PVC 7-33 A. absolute refractaire periode (A. Absolute Refractory Period) 7-28 A. capture-test 6-13, 6-14 Aanvullende parameters (Additional Parameters) 6-18 ACap Confirm Option 6-15 Deze sessie (This Session) 6-16, 6-17 Instructies 6-13, 6-14 Laatste sessie (Last Session) 6-17 Opties 6-17 A. refractaire periode (PVARP) 7-27 A. Trigger 8-4 AAI-mode 10-8 Aantal cycli per stap (Number of Cycles/Step) Waarnemingstests (Sense Tests) 6-26 Aantal cycli/stap (Number of Cycles/Step) A. capture-test 6-17 V. capture-test 6-8 Aantal opeenvolgende cycli (Number of Consecutive Cycles) 8-4 Aantal opgeslagen episodes (Number of Stored Episodes) 8-2 Aanvullende parameters (Additional Parameters) A. capture-test 6-18 ACap Confirm Setup-test 6-20 V. AutoCapture Setup-test 6-12 V. capture-test 6-8 Waarnemingstests (Sense Tests) 6-26, 6-27 AAT-mode 10-8 ACap Confirm 7-16 ACap Confirm niet aanbevolen 6-21 ACap Confirm Setup-test 6-18 Aanvullende parameters (Additional Parameters) 6-20 Instructies 6-19 Laatste sessie (Last Session) 6-20 Testresultaatberichten 6-20 ACap Confirm Trend 6-17 AF-onderdrukking (AF Suppression) 7-38 Diagnostische gegevens 5-6 AICS, zie Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding Algemene audio (General Audio) 1-3 Alle waarden bijwerken (Update All Values), Batterij en elektroden (Battery & Leads) 6-27 Alles selecteren voor afdrukken (Select All for Printing) 4-2 Amplitude Trend 6-24 Amplitudebewaking (Amplitude Monitoring) 7-21 AMS Basisfrequentie (Base Rate) 7-37 Histogram, zie Diagnostische gegevens van mode-switches Log 5-4 Samenvatting 5-3 Trigger 8-4 AMS, zie Auto Mode Switch AOO-mode 10-9 AT/AF Definitie 5-7 Detectie- en responsparameters 7-35 Histogrammen 5-5 Log 5-6 Samenvatting 5-5 Trigger 8-4 Atriale tachycardie-detectiefrequentie (Atrial Tachycardia Detection Rate) 7-37 Audio tijdens opladen (Charging Audio) 1-3 Audiovoorkeuren (Audio Preferences) 1-3 Auto Detect 7-34 Auto Mode Switch 7-36 Auto Mode Switch Histogram, zie Diagnostische gegevens van mode-switches AutoCapture gestimuleerd/waargenomen AV-delay (AutoCapture Paced/Sensed AV Delay) 7-23 AutoCapture Setup-test 6-9 AutoCapture Trend 6-7 AutoCapture, zie V. AutoCapture Automatisch zoeken naar intrinsieke geleiding (AutoIntrinisc Conduction Search) 7-13 Automatische drempel herstellen (Reset Auto Threshold) 6-29 Automatische programmering 11-3 Automatische pulsamplitude (Automatic Pulse Amplitude) 7-17, 7-18 Auto-set 6-28 AV-delay, zie Gestimuleerd AV-delay Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding Index-1

222 B Back-up pulsconfiguratie (Backup Pulse Configuration) 7-22 Back-up veiligheidspuls (Backup Safety Pulse) 7-18 Back-up VVI 11-7 Saving Device Data Failed (Opslag van de gegevens van het apparaat mislukt) 12-8 Basisfrequentie (Base Rate) 7-6 Intervallen bij ERI 11-7 Basiswerking parameters 7-1 Batch-opgeslagen parameters 11-3 Batterij en elektroden (Battery & Leads) Off-modes 12-5 Tests 6-27 Batterijspanning bij ERI 11-7 Batterijtest (Battery Test) 7-1 Batterijtestfrequentie, zie Magneetfrequentie Bediening in noodsituaties (Emergency Operation) 11-4 Beginning-of-Life (BOL) (Aanvang levensduur) 6-27 Beginwaarden herstellen (Restore Initial Values) 9-2 Beginwaarden, herstellen 9-2 Bovengrens (Upper Limit) 7-26 Bradycardieparameters 7-1 AT/AF-detectie en respons (AT/AF Detection & Response) 7-35 Basiswerking (Basic Operation) 7-1 Capture & Sense (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx) 7-15 Capture & Sense (Victory, Zephyr) 7-15 Delays 7-10 Elektroden (Leads) 7-23 Frequenties (Rates) 7-5 Refractaire perioden en blanking (Refractories & Blanking) 7-27 C Calipers 2-6 Capture en waarneming (Capture & Sense) Parameters (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx) 7-15 Parameters (Victory, Zephyr) 7-15 Tests 6-1 Cardioversie 6-35 Celspanningswaarden, batterijtest (Battery Test) 6-27 Configuratie, Opgeslagen EGM Crosstalk 7-33 Crosstalk-detectievenster 7-32 Cyclustelling (Cycle Count) 7-9 Index-2 D Datuminstelling 1-2 Datumnotatie 1-2 DDD-mode 10-1 DDI-mode 10-2 Defibrillatie 6-35 Delays-parameters 7-10 Deze sessie (This Session) A. capture-test 6-16, 6-17 ACap Confirm Setup 6-20 V. AutoCapture Setup 6-11, 6-12 V. capture-test 6-7 Waarnemingstests (Sense Tests) 6-25 Diagnostische gegevens 5-1 AF-onderdrukking (AF Suppression) 5-6 AT/AF-histogrammen 5-5 Capaciteit 5-7 Frequenties (Rates) 5-1 Kunnen niet worden gewist of opgehaald 12-3 Mode-switch 5-2 Printen 5-7 Programmering onderbroken 12-4 Diagnostische gegevens van mode-switches (Mode Switch Diagnostics) 5-2 Diagnostische gegevens wissen (Clear diagnostics) 9-2 DOO-mode 10-4 Drempel (Threshold) 7-3 Drempelzoekfrequentie (Threshold Search Frequency), zie Zoekinterval Duur, diagnostische gegevens van mode-switches 5-3 DVI-mode 10-3 E ECG 2-2 Configuratie 2-6 Kleurcoderingen 2-2 Notch Filter 1-2 ECG Notch Filter 1-2 Educatieve materialen (Educational Materials) 1-1 EGM-configuratie, Opgeslagen EGM-configuratie 8-3 Einde levensduur (End-of-Life) 11-9 Elektrode-impedantietrend (Lead Impedance Trend) 6-28 Elektrodeparameters 7-23 Elektrodepolarisatie, Gemeten 6-11 EOL 11-9 Episodeconfiguratie, zie Opgeslagen EGM-configuratie Index

223 Episode-directory 4-1 Episode-informatie (Episode Detail) 4-3 Episode-logs 4-2 Episodes 4-1 Episodes niet ondersteund 12-3 Episodeverzameling uitgeschakeld 12-3 Episodes wissen (Clear Episodes) 4-2 Episode-triggers 8-3 AMS 8-4 AT/AF 8-4 Atriaal 8-4 Geavanceerde hysteresis (Advanced Hysteresis) 8-6 Hoge atriale frequentie 8-5 Hoge ventriculaire frequentie 8-5 Magneetplaatsing (Magnet Placement) 8-6 Opeenvolgende cycli (Consecutive Cycles) 8-5 Opeenvolgende PVC s (Consecutive PVCs) 8-6 PMT-detectie 8-6 PVC 8-5 ER Sensitivity-test, zie V. AutoCapture Setup-test ER-gevoeligheid (ER Sensitivity) 7-22 ERI wissen (Clear ERI) 11-8 Event Record (Gebeurtenisregistratie) 4-2 Evoked response, Gemeten 6-11 Extern afdrukken (External Printing) 1-3 F Follow-up EGM V. capture-test 6-6, 6-16 Waarnemingstest (Sense Test) 6-24 Foutmeldingen en informatieberichten 12-1 Freeze-toets 2-6 Frequentie-gemoduleerde modes Frequentiegevoelig AV-delay (Rate Responsive AV Delay) 7-12 Frequentiegevoelige PVARP/VREF (Rate Responsive PVARP/VREF) 7-29 Frequentierespons-optimalisatie (Rate Response Optimization) 6-29 Gegevens ophalen (Retrieving Data) 6-30 Inspanning (Exercise) 6-30 Programmeren 6-30 Resultaten (Results) 6-30 Test starten 6-29 Frequenties (Rates) Diagnostische gegevens 5-1 Parameters 7-5 G Geavanceerde hysteresis (Advanced Hysteresis) 7-8 Trigger 8-6 Gebeurtenissen, diagnostische gegevens over frequentie 5-1 Gefilterd atriaal frequentie-interval (Filtered Atrial Rate Interval) 7-36 Gegevens exporteren (Export Data) 9-1 Gegevens over verwachte levensduur (Estimated Longevity Data) 6-27 Gemeten elektrodepolarisatie (Measured Lead Polarization) 6-11 Gemeten evoked response (Measured Evoked Response) 6-11 Gemeten gemiddelde sensorwaarde (Measured Average Sensor) 6-28 Gestimuleerd AV-delay (Paced AV Delay) 7-10 Getalnotatie 1-2 Gevoeligheid (Sensitivity) 7-21 Golfvormregelingstoetsen 2-5 H Hartfrequentiehistogram (Heart Rate Histogram) 5-1 Hartritmeweergave 2-1 Instructies voor instellen 2-5 Help 12-1? -toets 1-1 Hersteltijd (Recovery Time) 7-5 Advanced Hysteresis 7-10 Hide-toets 2-6 High-Output Mode 7-19 Hoge atriale frequentie-trigger (High A. Rate Trigger) 8-5 Hoge ventriculaire frequentie-trigger (High V. Rate Trigger) 8-5 Hoofdprogrammeringsvenster 11-2 Hysteresis tracking-frequentie 7-8 Hysteresisfrequentie (Hysteresis Rate) 7-7 Cyclustelling (Cycle Count) 7-9 Geavanceerde functies (Advanced Functions) 7-8 Hersteltijd (Recovery Time) 7-10 Interventieduur (Intervention Duration) 7-9 Interventiefrequentie (Intervention Rate) 7-9 Zoekinterval (Search Interval) 7-8 Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding Index-3

224 I Include Battery & Leads, instellingen voor testresultaten 11-6 Include Capture and Sense, instellingen voor testresultaten 11-6 Indicator 11-7 Instellingen voor testresultaten (Test Result Settings) 11-5 Instellingen, Printmenu 11-6 Instructies A. capture-test 6-13, 6-14 ACap Confirm Setup-test 6-19 NIPS en S1 Burst 6-36 Rhythm Display-setup 2-5 Sense Tests (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-22 V. AutoCapture Setup-test 6-10 V. Capture Test (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-2 V. capture-test (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-5 Waarnemingstests (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-23 Interventieduur (Intervention Duration) 7-9 Interventiefrequentie (Intervention Rate) 7-9 K Kanaal (Channel), Opgeslagen EGM-configuratie 8-2 Klinische studies (Clinical Studies) Menutoets Tools 1-1 Koppelingsinterval, NIPS 6-37 Kortste AV-delay (Shortest AV Delay) 7-12 Kortste PVARP/VREF (Shortest PVARP/VREF) 7-30 L Laatste sessie (Last Session) A. capture-test 6-17 ACap Confirm Setup-test 6-20 V. AutoCapture Setup-test 6-12 V. capture-test 6-8 Waarnemingstests (Sense Tests) 6-26 Langetermijn-drempelregistratie, zie AutoCapture Trend Large Freezes, instellingen voor testresultaten 11-5 Logs AMS 5-4 AT/AF 5-6 Episodes 4-2 M Magneet 11-1 Magneetfrequentie (Magnet Rate) 6-27 Magneetplaatsing, Episode-triggers 8-6 Magneetrespons (Magnet Response) 7-1 Markers 2-2 Max. sensorfrequentie (Max Sensor Rate) 7-4 Maximale AF-onderdrukkingsfrequentie (Maximum AF Suppression Rate) 7-39 Maximum tracking-frequentie (Max Track Rate) 7-7 Media-apparaat Geen media gedetecteerd 12-2 Media ongeldig of niet aanwezig 12-2 Probleem 12-1 Mode 7-1 Beschrijvingen 10-1 Monitor-instelling, elektrodebewaking 7-25 N Naam van het ziekenhuis 11-6 Negatieve AV-hysteresis met zoekfunctie (Negative AV Hysteresis with Search) 7-14 Niet-invasieve geprogrammeerde stimulatie, zie NIPS NIPS 6-34 Instructies 6-36 Interactie met andere parameters 6-35 Koppelingsinterval (Coupling Interval) 6-37 Pulsamplitude (Pulse Amplitude) 6-38 Pulsconfiguratie (Pulse Configuration) 6-38 Pulsduur (Pulse Width) 6-38 S1-cyclus (S1 Cycle) 6-37 S1-telling (S1 Count) 6-37 Testparameters 6-38 Testvenster 6-36 O OAO-, OVO- en ODO-modes 10-9 Opeenvolgende cycli (Consecutive Cycles) 8-5 Opeenvolgende PVC s (Consecutive PVCs) 8-6 Opgeslagen EGM s, zie Episodes Opgeslagen EGM-configuratie (Stored EGM Configuration) 8-1 Aantal opgeslagen episodes (Number of Stored Episodes) 8-2 EGM-configuratie 8-3 Kanaal (Channel) 8-2 Registratiebereik (Recording Range) 8-3 Sampling-optie (Sampling Option) 8-1 Opmerkingen (Note) 3-2 Index-4 Index

225 Opties A. capture-test 6-17 V. capture-test 6-8 Waarnemingstest (Sense Test) 6-26 Ouder apparaat 12-2 Overdrive-stimulatiecycli (Overdrive Pacing Cycles) 7-39 P Paced/Sensed AV Delay, AutoCapture 7-23 Parameter Lead Monitoring 7-25 Parameters Ongeldig 12-5 Selectie 11-3 Parameters voor Refractories & Blanking 7-27 Patiëntgegevens (Patient Data) 3-2 Patiënt-tracking-software 9-1 PDF's 1-1 Piek atriale frequentie (Peak A Rate) AT/AF-samenvatting (AT/AF Summary) 5-5 Diagnostische gegevens van mode-switches (Mode Switch Diagnostics) 5-3 +PVARP on PVC 7-33 PMT-detectiefrequentie (PMT Detection Rate) 7-35 PMT-detectie-trigger (PMT Detection Trigger) 8-6 PMT-opties (PMT Options) 7-34 Polarity Switch 7-25 Post-ventriculaire atriale blanking (PVAB) 7-31 Preview van veranderingen (Preview Changes) 11-3 Printerpictogram 11-3 Printervoorkeuren (Printer Preferences) 1-3 Programmering onderbroken 12-4 PSA-telemetriekop-toepassing Geen communicatie 12-1 PSA-telemetriekoptoepassing 1-1 Pulsamplitude (Pulse Amplitude) 7-20 NIPS 6-38 Pulsconfiguratie (Pulse Configuration) 7-24 NIPS 6-38 Pulsduur (Pulse Width) 7-20 NIPS 6-38 PVAB, zie Post-ventriculaire atriale blanking PVARP, zie A. refractaire periode PVC-opties (PVC Options) 7-33 PVC-trigger 8-5 PV-delay, zie Waargenomen AV-delay Q QuickOpt-optimalisering 6-31 Atriale waarneming (A Sense) 6-33 Capture bevriezen (Freeze Capture) 6-34 Handmatige test 6-32 Instructies 6-33 Wizard 6-31 R Rapporten (Reports) 11-4 Rapporten afdrukken (Print Reports) 11-4 Reactietijd (Reaction Time) 7-5 Refractaire periode, zie A. refractaire periode of V. refractaire periode Registratiebereik (Recording Range) 8-3 Risico s van elektrofysiologische tests 6-35 Ruisrespons (Noise Response) 7-28 Rustfrequentie (Rest Rate) 7-6 Röntgen-identificatie Identity ADx en Identity pulsgenerators A-14 Integrity ADx pulsgenerators B-10 Verity ADx XL pulsgenerators C-12 Victory-pulsgenerators D-10 Zephyr pulsgenerators E-11 S S1-cyclus (S1 Cycle) 6-37 S1-telling (S1 Count) 6-37 Samenvattingsrapport 3-1 Instellingen 11-4 Samenvattingsscherm 3-1 Samplingfrequentie, AutoCapture Trend 7-22 Sampling-optie, Opgeslagen EGM-configuratie 8-1 Scherm exporteren (Export Screen) 1-4 Scherm FastPath Summary 3-1 Scherm printen (Print Screen) 1-3 Sensor 7-2 Tests 6-28 Sensordrempel, zie Drempel Sensor-geïndiceerd frequentiehistogram (Sensor-Indicated Rate Histogram) 5-1 Sinus Node Recovery Delay 6-38 Slope 7-3 Small Freezes, instellingen voor testresultaten 11-5 SNRD, zie Sinus Node Recovery Delay Status, Episode Directory 4-1 Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding Index-5

226 T Taalinstelling 1-2 Technische gegevens Identity ADx en Identity A-1 Integrity ADx B-1 Verity ADx XL C-1 Victory D-1 Zephyr E-1 Technische gegevens Identity ADx en Identity A-1 Technische gegevens Integrity ADx B-1 Technische gegevens Verity ADx XL C-1 Technische gegevens Zephyr E-1 Technische ondersteuning 11-1 Telemetrie, aanhoudende onderbreking 12-2 Test uitvoeren (Perform Test) A. capture-test 6-13, 6-14 ACap Confirm Setup 6-19 Sense Tests (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-21 V. AutoCapture Setup 6-10 V. Capture Test (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-2 V. capture-test (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-5 Waarnemingstests (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-23 Testoptie ACap Confirm 6-15 Testoptie AutoCapture V. Capture Test (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-3 V. capture-test (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-6 Testoptie Auto-Decrement, V. capture-test 6-2 Testoptie Auto-Increment, Sense Tests 6-22 Testoptie Automatic, Sense Tests 6-24 Testoptie Auto-Measure, Sense Tests 6-22 Test-optie Increment (Victory, Zephyr puslgenerators) 6-23 Testopties (Test Options) A. capture-test 6-17 V. capture-test 6-8 Waarnemingstests (Sense Tests) 6-26 Testresultaten, printmenu 11-5 Tests A. Capture 6-13, 6-14 ACap Confirm Setup-test 6-18 Batterij en elektroden (Battery & Leads) 6-27 NIPS 6-34 Sense (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-21 Sense (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-23 Sensor 6-28 Test onderbroken 12-4 Test start niet 12-4 V. AutoCapture Setup-test 6-9 V. Capture (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-4 V. Capture (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-1 Tests-toets Beats > PMT 7-34 Tijdelijke programmering 11-4 Programmering onderbroken 12-4 Tijdelijke stimulatie (Temporary Pacing) 6-39 Tijdinstelling 1-2 Tijdnotatie 1-2 Tijdsduur, AT/AF-samenvatting 5-5 Toets Hide Calipers (Calipers verbergen) 2-6 Toets Include Old Episodes (Oude episodes opnemen) 4-1 Toets Maintenance 1-1 Toets Preview 11-3 Toets Restore Channels (Kanalen herstellen) 2-6 Toets Start Temporary 6-3 Toetsenbord op het scherm 12-8 Tools-toets 1-1 Trends wissen (Clear Trends) 3-2 Triggers, zie Episode-triggers 8-3 Type elektrode (Lead Type) 7-24 Uncoded (Niet-gecodeerd) 12-5 Type elektrode bipolair (Bipolar) 7-24 Type elektrode niet-gecodeerd (Uncoded) 7-24 Type elektrode Single-Pass VDD 7-24 Type elektrode Uni/Bi 7-24 Type elektrode unipolair (Unipolar) 7-24 V V. AutoCapture 7-18 V. AutoCapture langetermijn-drempelregistratie, zie AutoCapture Trend V. AutoCapture Setup-test 6-9 Aanvullende parameters (Additional Parameters) 6-12 Instructies 6-10 Laatste sessie (Last Session) 6-12 Termen bij testresultaten 6-11 Testresultaatberichten 6-11, 6-12 V. back-up-frequentie (V. Backup Rate) 6-38 V. Blanking 7-31 V. Capture Test (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-1 V. capture-test Aanvullende parameters (Additional Parameters) 6-8 Index-6 Index

227 Deze sessie (This Session) 6-7 Instructies (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-2 Instructies (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-5 Laatste sessie (Last Session) 6-8 Optie AutoCapture (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-3 Optie AutoCapture (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-6 Opties 6-8 Testoptie Auto-Decrement 6-2 V. capture-test (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-4 V. frequenties tijdens AMS 5-3 V. intrinsieke voorkeur (VIP) 7-13 V. ondersteunde stimulatie (NIPS) 6-35 V. refractaire periode (V. Refractory Period) 7-28 V. veiligheidsstandby (V. Safety Standby) 7-32 VDD-mode 10-5 Veiligheidsmarge, AutoCapture Setup-test 6-11 Venster Automatische capture-instellingen (Automatic Capture Settings Window) 7-23 Venster Capture bevriezen 2-6 Venster Lead Impedance 6-28 Venster Lead Monitoring 7-26 Victory Technische gegevens D-1 VIP, zie V. intrinsieke voorkeur VIP-zoekcycli 7-14 VIP-zoekinterval 7-14 VOO-mode 10-7 Voorkeuren (Preferences) 1-2 Voorspellingsmodel (Prediction Model) 6-28 VVI-mode 10-6 VVI-programmering voor noodsituaties onderbroken 12-8 VVT-mode 10-7 Optie Automatic (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-24 Optie Auto-Measure 6-22 Optie Increment (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-23 Victory, Zephyr pulsgenerators 6-23 Waarschuwingen (Alerts) 3-2 Weergave aanpassen (Adjust Display) 2-6 Wrap-up overzicht (Wrap-up Overview) 9-1 Wrap-up-rapport 11-5 Instellingen 11-6 Z Zoekcycli (Search Cycles), V. intrinsieke voorkeur 7-14 Zoekfrequentie (Search Frequency) 7-23 Zoekinterval (Search Interval), hysteresisfrequentie 7-8 Zoekinterval (Search Interval), V. intrinsieke voorkeur 7-14 W Waargenomen AV-delay (Sensed AV Delay) 7-11 Waarnemingsconfiguratie (Sense Configuration) 7-25 Waarnemingstests (Sense Tests) Aanvullende parameters (Additional Parameters) 6-26, 6-27 Deze sessie (This Session) 6-25 Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators 6-21 Instructies (Identity ADx, Identity, Integrity ADx, Verity ADx pulsgenerators) 6-22 Instructies (Victory, Zephyr pulsgenerators) 6-23 Laatste sessie (Last Session) 6-26 Optie Auto-Increment 6-22 Merlin PCS Bradycardiepulsgenerators CSH-handleiding Index-7

228 Index-8 Index

229

230 Fabrikant: St. Jude Medical Cardiac Rhythm Management Division Valley View Court Sylmar, CA USA Tachycardie Ontwikkeling: 701 E. Evelyn Avenue Sunnyvale, CA USA Erkende Europese vertegenwoordiger en Productie: St. Jude Medical AB Veddestavägen 19 SE Järfälla Zweden St. Jude Medical Europe, Inc. The Corporate Village Avenue Da Vinci laan, 11, Box F-1 B-1935 Zaventem België NL March 2008 Art /A

Supplement bij de Help-handleiding Tachycardiepulsgenerators

Supplement bij de Help-handleiding Tachycardiepulsgenerators Supplement bij de Help-handleiding Tachycardiepulsgenerators VOOR DE VOLGENDE PULSGENERATORS: Atlas Convert Atlas + Convert + Epic Epic II Epic + Epic II+ Atlas II Photon Atlas II+ Photon µ 2008 St. Jude

Nadere informatie

Help-handleiding Tachycardiepulsgenerators

Help-handleiding Tachycardiepulsgenerators Help-handleiding Tachycardiepulsgenerators VOOR DE VOLGENDE PULS- GENERATORS: Current Current RF Promote Promote RF 2008 St. Jude Medical Cardiac Rhythm Management Division. All Rights Reserved. Tenzij

Nadere informatie

Opstartscherm. Merlin Patient Care System. Helphandleiding

Opstartscherm. Merlin Patient Care System. Helphandleiding Opstartscherm Merlin Patient Care System Helphandleiding Tenzij anders aangegeven, geeft aan dat de naam een handelsmerk is van, of in licentie is gegeven aan St. Jude Medical of een van zijn dochterbedrijven.

Nadere informatie

Opstartscherm. Merlin Patient Care System. Helphandleiding

Opstartscherm. Merlin Patient Care System. Helphandleiding Opstartscherm Merlin Patient Care System Helphandleiding Tenzij anders aangegeven, geeft aan dat de naam een handelsmerk is van, of in licentie is gegeven aan St. Jude Medical of een van haar dochterbedrijven.

Nadere informatie

Helphandleiding. Bewakingsapparaten. Bij de volgende apparaten: SJM Confirm implanteerbare hartmonitor Confirm Rx Injecteerbare hartmonitor

Helphandleiding. Bewakingsapparaten. Bij de volgende apparaten: SJM Confirm implanteerbare hartmonitor Confirm Rx Injecteerbare hartmonitor Bewakingsapparaten Merlin Patient Care System Helphandleiding Bij de volgende apparaten: SJM Confirm implanteerbare hartmonitor Confirm Rx Injecteerbare hartmonitor Tenzij anders aangegeven, geeft aan

Nadere informatie

Handleiding Icespy MR software

Handleiding Icespy MR software Handleiding Icespy MR software Versie 4.40.04 Wij danken u voor de aanschaf van deze IceSpy producten en adviseren u om deze handleiding goed door te nemen. 2 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van de software...

Nadere informatie

Beknopte handleiding SQ Vieuw software

Beknopte handleiding SQ Vieuw software Beknopte handleiding SQ Vieuw software Het startscherm met de verschillende opties: - Logger Set-up : het programmeren van de datalogger naar een gewenste configuratie - Download Data: het halen van data

Nadere informatie

Setupprogramma. Gebruikershandleiding

Setupprogramma. Gebruikershandleiding Setupprogramma Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie

Nadere informatie

Veelgestelde vragen voor Eee Pad TF201

Veelgestelde vragen voor Eee Pad TF201 Veelgestelde vragen voor Eee Pad TF201 DU6915 Bestanden beheren... 2 Hoe krijg ik toegang tot mijn gegevens die opgeslagen zijn op microsd, SD-kaart en USB-apparaat?... 2 Hoe verplaats ik het geselecteerde

Nadere informatie

I. Specificaties. II Toetsen en bediening

I. Specificaties. II Toetsen en bediening I. Specificaties Afmetingen Gewicht Scherm Audioformaat Accu Play time Geheugen 77 52 11mm (W*H*D) 79g 1,3inch OLED-scherm MP3: bitrate 8Kbps-320Kbps WMA: bitrate 5Kbps-384Kbps FLAC:samplingrate 8KHz-48KHz,16bit

Nadere informatie

Priva Blue ID Network scanner / Syslog Tool

Priva Blue ID Network scanner / Syslog Tool Priva Blue ID Network scanner / Syslog Tool Versie 1.3.15.0 Bladzijde 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Introductie:... 3 Systeemeisen:... 4 Installeren op een SX100:... 5 De Werking:... 6 Scannen van

Nadere informatie

Memeo Instant Backup Introductiehandleiding. Stap 1: Maak uw gratis Memeo-account. Stap 2: Sluit een opslagapparaat aan op de pc

Memeo Instant Backup Introductiehandleiding. Stap 1: Maak uw gratis Memeo-account. Stap 2: Sluit een opslagapparaat aan op de pc Inleiding Memeo Instant Backup is een eenvoudige oplossing voor een complexe digitale wereld. De Memeo Instant Backup maakt automatisch en continu back-ups van uw waardevolle bestanden op de vaste schijf

Nadere informatie

Gebruikershandleiding FSW-terminal server

Gebruikershandleiding FSW-terminal server Gebruikershandleiding FSW-terminal server Uitgegeven door: Helpdesk DIOS Lokatie: 1B01, naast de Servicedesk Faculteit Sociale Wetenschappen Pieter de la Court gebouw Wassenaarseweg 52 2333 AK Leiden Versie:

Nadere informatie

Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding

Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de ipad SHARP CORPORATION 27 April, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... 4 3 Installatie en starten van de applicatie...

Nadere informatie

MyNice Welcome MyNice Welcome app to control your home

MyNice Welcome MyNice Welcome app to control your home MyNice Welcome MyNice Welcome app to control your home NL - Aanwijzingen en aanbevelingen voor installatie en gebruik ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN NEDERLANDS Volledige en originele instructies INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort.

OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort. SCHERM DEFIBRILLATOR OVERZICHT APPARAAT Knop Type patiënt Indicator Klaar voor gebruik USB-poort Therapieknop Overzicht apparaat AED Off Uit Monitor Display Kies energie Laden-knop Pacemaker Knop Lead

Nadere informatie

Elbo Technology BV Versie 1.1 Juni 2012. Gebruikershandleiding PassanSoft

Elbo Technology BV Versie 1.1 Juni 2012. Gebruikershandleiding PassanSoft Versie 1.1 Juni 2012 Gebruikershandleiding PassanSoft Versie 1.1 Juni 2012 2 Inhoud: Opstart scherm PassanSoft... 1 Het hoofdmenu van PassanSoft wordt geopend... 4 Verklaring extra knoppen weergegeven

Nadere informatie

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00 WWW.TECHGROW.NL TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER software versie: 1.00 HANDLEIDING TechGrow HS-1 handleiding GEFELICITEERD! U heeft de TechGrow HS-1 Portable CO 2 Meter aangeschaft. De HS-1 CO 2 Meter

Nadere informatie

Summa Cutter Tools. 1 Cutter tools. Met dit programma kunnen twee dingen geïnstalleerd worden:

Summa Cutter Tools. 1 Cutter tools. Met dit programma kunnen twee dingen geïnstalleerd worden: Summa Cutter Tools 1 Cutter tools Met dit programma kunnen twee dingen geïnstalleerd worden: 1. Plug-in voor Corel (vanaf versie 11) en Adobe Illustrator (vanaf versie CS). De plug-in voor Corel installeert

Nadere informatie

VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING TMC 212. Toro Modulaire Controller REGENAUTOMAAT

VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING TMC 212. Toro Modulaire Controller REGENAUTOMAAT VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING TMC 212 Toro Modulaire Controller REGENAUTOMAAT INHOUD Pagina Instellen van tijd en datum. 2. Bekijken of wijzigen beregeningsschema. 3. Bekijken of wijzigen programma starttijden.

Nadere informatie

Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding

Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Sharpdesk Mobile V1.1 Gebruikershandleiding Voor de iphone SHARP CORPORATION April 27, 2012 1 Inhoudsopgave 1 Overzicht... 3 2 Ondersteunde besturingssystemen... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Installatie

Nadere informatie

Nieuwe implementatie op Came Connect

Nieuwe implementatie op Came Connect Nieuwe implementatie op Came Connect 1. GEAVANCEERD BEHEER OP AFSTAND Sinds 16/07/2018 is het mogelijk om op het platform Came Connect Automatiseringen rfbedieningen/keypads/transponders te configureren

Nadere informatie

samaritan PAD en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO

samaritan PAD en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO samaritan PAD en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd en belichaamt geen enkele toezegging van HeartSine Technologies

Nadere informatie

::FOTO S IMPORTEREN, ARCHIVEREN EN BEHEREN

::FOTO S IMPORTEREN, ARCHIVEREN EN BEHEREN ::FOTO S IMPORTEREN, ARCHIVEREN EN BEHEREN 2 ::01 FOTO S IMPORTEREN, ARCHIVEREN EN BEHEREN Het gevolg van digitaal fotograferen is vaak een enorme hoeveelheid foto s die ergens ongeordend op de vaste schijf

Nadere informatie

samaritan PAD, AED en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO

samaritan PAD, AED en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO samaritan PAD, AED en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd en belichaamt geen enkele toezegging van HeartSine Technologies

Nadere informatie

samaritan PAD en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO

samaritan PAD en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO samaritan PAD en PDU Gebruikershandleiding voor Saver EVO De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd en belichaamt geen enkele toezegging van HeartSine Technologies

Nadere informatie

MR-TEMPERATUURLOGGER HANDLEIDING VERSIE 4.40.04

MR-TEMPERATUURLOGGER HANDLEIDING VERSIE 4.40.04 MR-TEMPERATUURLOGGER HANDLEIDING VERSIE 4.40.04 INHOUDSOPGAVE: 1. Installeren van software 2 2. Communicatie tussen de PC en de logger 3 3. Programmeren van de logger 3 3.1 Algemene instellingen 3 3.2

Nadere informatie

PC Docking Station voor gebruik met (RA109, RP109, RS109 / RA107, RP107, RS107) CD-ROM met on-line Help informatie OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD

PC Docking Station voor gebruik met (RA109, RP109, RS109 / RA107, RP107, RS107) CD-ROM met on-line Help informatie OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING INHOUD PC Docking Station voor gebruik met (RA109, RP109, RS109 / RA107, RP107, RS107) CD-ROM met on-line Help informatie Model Nr.: RZ910 Gebruiksaanwijzing INHOUD Over deze gebruiksaanwijzing... 1 PC-vereisten...

Nadere informatie

TA72 Configuration Manager

TA72 Configuration Manager TA72 Configuration Manager CM-UM-NL V1.0 2016.12 nl Gebruikershandleiding DEZE PAGINA IS MET OPZET LEEG GELATEN TA72 Configuration Manager Inhoud nl 3 Inhoud 1 Omschrijving... 5 1.1 Kenmerken... 5 1.2

Nadere informatie

Veelgestelde vragen voor Transformer TF201 DU7211

Veelgestelde vragen voor Transformer TF201 DU7211 Veelgestelde vragen voor Transformer TF201 DU7211 Bestanden beheren... 2 Hoe krijg ik toegang tot mijn gegevens die opgeslagen zijn op microsd, SD-kaart en USB-apparaat?... 2 Hoe verplaats ik het geselecteerde

Nadere informatie

Uitleg externe tijdelijke pacemaker

Uitleg externe tijdelijke pacemaker Uitleg externe tijdelijke pacemaker De eerste externe pacemaker (1958) drs. M. van Trigt Sr. Therapy Sales Specialist Medtronic Trading NL BV 1 Externe tijdelijke tweekamerpacemaker Marcel van Trigt 10

Nadere informatie

Computer Setup (Computerinstellingen) Handleiding

Computer Setup (Computerinstellingen) Handleiding Computer Setup (Computerinstellingen) Handleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze

Nadere informatie

Download de WAE Music app

Download de WAE Music app NEDERLANDS 3 5 12 2 6 1 8 7 9 10 11 13 4 1. Laad de speaker volledig op voor eerste gebruik Laad de WAE Outdoor 04Plus FM speaker volledig op voordat u hem de eerste keer gebruikt. Sluit de micro-usb connector

Nadere informatie

HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding

HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Opstarten en inloggen, overzicht startscherm, uitleg symbolen Hoofdstuk 2: aanmaken relaties Hoofdstuk 1: Opstarten

Nadere informatie

SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding

SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding SenseAir psense-ii: Gebruikshandleiding NETVOEDING/BATTERIJEN De psense-ii gebruikt vier oplaadbare penlite (AA) batterijen. Om de batterijen te plaatsen of te vervangen moet je met een schroevendraaier

Nadere informatie

Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows)

Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Inhoudsopgave Installeren van het stuurprogramma... Pagina 1 Verwijderen van het stuurprogramma... Pagina 3 Problemen

Nadere informatie

Mapsource. handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl

Mapsource. handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl Mapsource handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl Inhoud deel 1 Schermindeling Menu s Werkbalken Statusbalk tabbladen Kaartmateriaal Kaartmateriaal selecteren Kaartmateriaal verwijderen

Nadere informatie

3. Werken met mappen en bestanden in Finder

3. Werken met mappen en bestanden in Finder 61 3. Werken met mappen en bestanden in Finder In dit hoofdstuk leert u werken met de mappen en bestanden die op uw Mac staan. Een bestand is een verzamelnaam voor alles wat op de computer is opgeslagen.

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Foto s importeren, archiveren en beheren Hoofdstuk 2: Werken met Camera Raw

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Foto s importeren, archiveren en beheren Hoofdstuk 2: Werken met Camera Raw INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Foto s importeren, archiveren en beheren 2 Foto s van camera of kaartlezer importeren 3 Foto s uit bestanden en mappen ophalen 6 Werkruimten van Organizer 7 Foto s sorteren en

Nadere informatie

Setupprogramma Gebruikershandleiding

Setupprogramma Gebruikershandleiding Setupprogramma Gebruikershandleiding Copyright 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. De informatie in deze documentatie

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing voor de DS150E. Dangerfield March. 2009V3.0 Delphi PSS

Gebruiksaanwijzing voor de DS150E. Dangerfield March. 2009V3.0 Delphi PSS Gebruiksaanwijzing voor de DS150E 1 INHOUD Hoofdonderdelen...3 Installatie....5 Configuratie Bluetooth...26 Diagnostisch programma...39 Schrijven naar ECU (OBD)...86 Scannen...89 Onderhoudsgeschiedenis...94

Nadere informatie

TAB09-410 NOBLE 97ic FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES

TAB09-410 NOBLE 97ic FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES TAB09-410 NOBLE 97ic FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Pagina 1 van 9 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet zullen alle gebruikersinstellingen, door de gebruiker

Nadere informatie

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel

Hulp krijgen. Systeemberichten. Aanmelden/Afmelden. Pictogrammen op het bedieningspaneel Hulp krijgen Voor informatie/assistentie, raadpleegt u het volgende: Handleiding voor de gebruiker voor informatie over het gebruik van de Xerox 4595. Ga voor online hulp naar: www.xerox.com Klik op de

Nadere informatie

Back-up Online van KPN Handleiding Mac OS X 10.6 en hoger. Mac OS X Client built 2013 13.0.0.13196

Back-up Online van KPN Handleiding Mac OS X 10.6 en hoger. Mac OS X Client built 2013 13.0.0.13196 Back-up Online van KPN Handleiding Mac OS X 10.6 en hoger Mac OS X Client built 2013 13.0.0.13196 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Systeemeisen... 3 2 Installatie... 4 3 Back-up Online configureren...

Nadere informatie

Handleiding Reborn Laptop -1-

Handleiding Reborn Laptop -1- 1. Wat u moet doen voor u Reborn Laptop installeert 2 2. Systeemvereisten 2 3. Installeren 3 4. Menu opties 4 4.1 Instellingen 4 4.2 Recovery mode 5 4.3 Wachtwoord 6 4.4 CMOS instellingen 6 4.5 Uitgebreide

Nadere informatie

Fiery Driver Configurator

Fiery Driver Configurator 2015 Electronics For Imaging, Inc. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. 16 november 2015 Inhoud 3 Inhoud Fiery Driver Configurator...5 Systeemvereisten...5

Nadere informatie

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL Innovative Growing Solutions Datalogger DL-1 software-versie: 1.xx Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL DL-1 Datalogger gebruikershandleiding Bedankt voor het aanschaffen van de TechGrow

Nadere informatie

Online Handleiding Start

Online Handleiding Start Online Handleiding Start Klik op "Start". Inleiding Deze handleiding beschrijft de printerfuncties van de e-studio6 multifunctionele digitale systemen. Voor informatie over de volgende onderwerpen raadpleeg

Nadere informatie

Printen vanuit Vetware

Printen vanuit Vetware INSTELLEN VAN PRINTERS IN VETWARE Instellen van een default Citrix printer Voordat je gaat printen uit Vetware moet elke gebruiker een default Citrix printer ingesteld hebben. Zie hiervoor Default printer

Nadere informatie

Nederlands Italiano Español

Nederlands Italiano Español Nederlands Italiano Español Installatie Download Manager Aansluiten op uw PC Opmerking: u moet over de rechten van systeembeheerder beschikken om het programma onder Windows 2000 en XP te installeren.

Nadere informatie

Road Sensor Control Software voor Retroreflectometer LTL - XL

Road Sensor Control Software voor Retroreflectometer LTL - XL LTL-XL RSC Road Sensor Control Software voor Retroreflectometer LTL - XL DELTA Venlighedsvej 4 2970 Hørsholm Denemarken Tel. +45 72 19 40 00 [email protected] www.delta.dk/roadsensors DISCLAIMER De

Nadere informatie

1. Introductie 2. Omschrijving 2 Omschrijving van de onderdelen (voorzijde) 2. 2. Algemeen 3

1. Introductie 2. Omschrijving 2 Omschrijving van de onderdelen (voorzijde) 2. 2. Algemeen 3 HANDLEIDING Digitale Harddisk Recorder DVR DigitAll CCTV Doornseweg 2a Tel.: 0183-4016346 1. Introductie 2 Omschrijving 2 Omschrijving van de onderdelen (voorzijde) 2 2. Algemeen 3 Opstarten systeem 3

Nadere informatie

Getting Started Guide Nederlands

Getting Started Guide Nederlands Getting Started Guide Nederlands Inhoud De technologie van PrintShop Mail... 2 Systeemvereisten voor PrintShop Mail... 4 Inhoud van de cd-rom... 5 PrintShop Mail installeren (Windows)... 6 PrintShop Mail

Nadere informatie

Uw TOSHIBA Windows -pc of tablet upgraden naar Windows 10

Uw TOSHIBA Windows -pc of tablet upgraden naar Windows 10 Uw TOSHIBA Windows -pc of tablet upgraden naar Windows 10 Geachte klant, In dit document wordt uitgelegd hoe u bepaalde TOSHIBA Windows-pc's of tablets waarop Windows 7 of 8.1 vooraf is geïnstalleerd kunt

Nadere informatie

11/05 HD2302.0. Lees ook het engelse boekje

11/05 HD2302.0. Lees ook het engelse boekje REV. 1.3 11/05 HD2302.0 Lees ook het engelse boekje Photo-Radiometer HD2302 - - HD2302.0 1. Ingang voor sensoren, 8-pole DIN45326 connector. 2. Batterij symbool: displays de batterij spanning. 3. Functie

Nadere informatie

Bluetooth Software Update Manual for Windows 7 IVE-W530BT

Bluetooth Software Update Manual for Windows 7 IVE-W530BT Bluetooth Software Update Manual for Windows 7 IVE-W530BT 1 Introductie Deze handleiding beschrijft de stappen die nodig zijn voor het bijwerken van de Head Units Bluetooth firmware. Lees alle waarschuwingen

Nadere informatie

Samsung Auto Backup FAQ

Samsung Auto Backup FAQ Samsung Auto Backup FAQ Installatie V: Ik heb het Samsung externe harde schijfstation aangesloten maar er gebeurt niets. A: Controleer de verbinding met de USB-kabel. Als het Samsung externe harde schijfstation

Nadere informatie

Shell Card Online e-invoicing Service Gebruikershandleiding. Versie 2.8

Shell Card Online e-invoicing Service Gebruikershandleiding. Versie 2.8 Gebruikershandleiding Versie 2.8 november 2012 Inhoud 1 Voor toegang tot Shell Card Online e-invoicing Service... 3 1.1 Inloggen in Shell Card Online... 3 1.2 Wat als u uw wachtwoord bent vergeten... 3

Nadere informatie

Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382

Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382 Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382 Overzicht U kunt een onderdeel slechts wijzigen wanneer het knippert in het display. Duw de knoppen

Nadere informatie

Publiceren basisrooster

Publiceren basisrooster Publiceren basisrooster Inleiding Op deze pagina DESKTOP In dit hoofdstuk laten we u zien hoe u het rooster kunt publiceren zodat het zichtbaar wordt in het portal en in de app. Ook ziet u hoe u eenvoudig

Nadere informatie

Bluetooth Software Update Manual Using an Android Device IVE-W530BT

Bluetooth Software Update Manual Using an Android Device IVE-W530BT Bluetooth Software Update Manual Using an Android Device IVE-W530BT 1 Introductie Deze handleiding beschrijft de stappen die nodig zijn voor het bijwerken van de Head Units Bluetooth firmware. Lees alle

Nadere informatie

Gebruikshandleiding. www. cardiosaver.nl

Gebruikshandleiding. www. cardiosaver.nl Gebruikshandleiding www. cardiosaver.nl Inhoudsopgave Pag. 1. Beoogd gebruik 3 2. Licentie 3 3. Beperkte aansprakelijkheid 3 4. Beperkte garantie 3 5. Installatie 3 6. Opstarten 4 7. Bestand laden 5 8.

Nadere informatie

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren Automatisch activeren via internet

Nadere informatie

Bedieningspaneel. Drukknoppen en Ds

Bedieningspaneel. Drukknoppen en Ds Bedieningspaneel Dit hoofdstuk bechrijft de het bedieningspaneel en de funktie van de LEDS. Note: de labels van de knoppen en de leds kunnen iets afwijken van de tekst echter de funkties blijven hetzelfde

Nadere informatie

Opencockpits FMC V3 Handleiding Prosim737

Opencockpits FMC V3 Handleiding Prosim737 Opencockpits FMC V3 Handleiding Prosim737 Stap 1. Voorbereidingen Als eerste sluit de CDU aan op de computer waar ook de ProsimCDU module is geïnstalleerd. De volgende aansluitingen dienen gemaakt te worden:

Nadere informatie

Welkom bij payleven. Bovenop Magneetstriplezer. Voorkant. Bluetooth-symbool. Batterij indicator. USBpoort. Aan/uit

Welkom bij payleven. Bovenop Magneetstriplezer. Voorkant. Bluetooth-symbool. Batterij indicator. USBpoort. Aan/uit Welkom bij payleven Samen met onze gratis app en uw eigen smartphone of tablet bent u nu klaar om pin- en creditcardbetalingen te accepteren. Hier volgt een uitleg van de verschillende mogelijkheden en

Nadere informatie

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc.

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc. STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE Rev D Firmware Version 1.20 Addendum 2013 Line 6, Inc. Inhoudsopgave Appendix D: Fader View... D 1 Fader View Werkbalk...D 2 Menu voor het toewijzen van Faders...D 3 Menu

Nadere informatie

Handleiding Artsenviewer Radiologie

Handleiding Artsenviewer Radiologie Handleiding Artsenviewer Radiologie Het Heilig Hart Ziekebhuis Leuven biedt u de mogelijkheid om via een webbased applicatie onderzoeken, uitgevoerd op de afdeling Radiologie, te raadplegen. Wij hopen

Nadere informatie

1 Inleiding 1 / 24. DATUM UITGIFTE : 24-1-2014 DATUM HERZIENING : 18-7-2014 Gebruikershandleiding ivms-4200-client 2.0 HIKVISION

1 Inleiding 1 / 24. DATUM UITGIFTE : 24-1-2014 DATUM HERZIENING : 18-7-2014 Gebruikershandleiding ivms-4200-client 2.0 HIKVISION 1 / 24 1 Inleiding Deze verkorte handleiding beschrijft de meest gebruikte mogelijkheden voor het live bekijken van beelden, evenals het opvragen van opgenomen beelden. Mochten er vragen, opmerkingen of

Nadere informatie

Doe het zelf installatiehandleiding

Doe het zelf installatiehandleiding Doe het zelf installatiehandleiding Inleiding Deze handleiding helpt u bij het installeren van KSYOS TeleDermatologie. De installatie duurt maximaal 30 minuten, als u alle onderdelen van het systeem gereed

Nadere informatie

Handleiding installatie en gebruik TMS 5 Software

Handleiding installatie en gebruik TMS 5 Software Handleiding installatie en gebruik TMS 5 Software Installatie Deze handleiding beschrijft de installatie van en het werken met de Telidsoft 5.6.4 software. De uitleg geldt zowel voor de installatie CD-rom

Nadere informatie

VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING REGENAUTOMAAT

VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING REGENAUTOMAAT VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING REGENAUTOMAAT INHOUD Pagina Instellen van tijd en datum. 2. Bekijken of wijzigen beregeningsschema. 3. Bekijken of wijzigen programma starttijden. 5. Bekijken of wijzigen stations

Nadere informatie

CycloAgent v2 Handleiding

CycloAgent v2 Handleiding CycloAgent v2 Handleiding Inhoudsopgave Inleiding...2 De huidige MioShare-desktoptool verwijderen...2 CycloAgent installeren...4 Aanmelden...8 Uw apparaat registreren...8 De registratie van uw apparaat

Nadere informatie

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00. Uitgifte datum: 01-11-2014

TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00. Uitgifte datum: 01-11-2014 WWW.TECHGROW.NL TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER software versie: 1.00 Uitgifte datum: 01-11-2014 HANDLEIDING TechGrow HS-1 handleiding GEFELICITEERD! U heeft de TechGrow HS-1 Portable CO 2 meter aangeschaft.

Nadere informatie

7 Serie. The Future Starts Now. Digitale thermometers Temp7. Temp7 PT100. Temp7 NTC. Temp7 K/T

7 Serie. The Future Starts Now. Digitale thermometers Temp7. Temp7 PT100. Temp7 NTC. Temp7 K/T 7 Serie Digitale thermometers Temp7 Temp7 PT100 Temp7 NTC Temp7 K/T Voor Pt100 RTD elektrodes 0,1 C van -99,9 tot +199,9 C / 1 C van -200 tot +999 C Voor NTC 30K elektrodes 0,1 C van -50,0 tot +150,0 C

Nadere informatie

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel

Xerox ColorQube 8700 / 8900 Bedieningspaneel Bedieningspaneel Beschikbare services kunnen variëren afhankelijk van uw printerinstellingen. Zie de Handleiding voor de gebruiker voor meer informatie over functies en instellingen. 3 5 Ontgrendeling

Nadere informatie

Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt

Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt Op basis van klanten-,product-,barcodegegevens wordt automatisch een barcode document aangemaakt Pagina 1 van 56 Inhoud van deze help 1. Algemeen 1.1 Inhoud van deze box. 1.2 Minimum systeemvereisten 2.

Nadere informatie

Gebruikershandleiding MxControlCenter

Gebruikershandleiding MxControlCenter Gebruikershandleiding MxControlCenter Handleiding voor het gebruik van Mxcontrolcenter In deze handleiding wordt er vanuit gegaan dat uw installateur het programma heeft geïnstalleerd en gereed heeft gemaakt

Nadere informatie

Bluetooth Software Update Handleiding voor Windows 7. Geschikt voor 2012 producten CDE-13xBT & CDE-W235BT & CDA-137BTi

Bluetooth Software Update Handleiding voor Windows 7. Geschikt voor 2012 producten CDE-13xBT & CDE-W235BT & CDA-137BTi Bluetooth Software Update Handleiding voor Windows 7 Geschikt voor 2012 producten CDE-13xBT & CDE-W235BT & CDA-137BTi 1 Introductie Deze handleiding beschrijft de benodigde stappen om de Bluetooth firmware

Nadere informatie

Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP

Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP Brother SmartUI Control Center Het Control Center van Brother is een hulpprogramma waarmee u gemakkelijk

Nadere informatie

EmbroideryDesign Store

EmbroideryDesign Store EmbroideryDesign Store Wat kan ik met Buzztools? 1 Bekijken en afdrukken van je borduurpatronen (van vele merkenborduurbestanden) vanaf harde schijf of cd rom. Ook alle ingezipte patronen kunnen bekeken

Nadere informatie

Inloggen in AccountView online voor Mac OS 23 juni 2017 versie 9.1 en hoger

Inloggen in AccountView online voor Mac OS 23 juni 2017 versie 9.1 en hoger Inloggen in AccountView online Welkom bij eserviceware! Deze handleiding begeleidt u bij de stappen die nodig zijn voor het inloggen in AccountView online. Wanneer u gebruik maakt van een Apple computer,

Nadere informatie

Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding

Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding De Hanwell temperatuur / vochtigheid datalogger Hanwell Hanlog32USB software (W200) USB set up communicatie kabel Y055 Verschillende mogelijkheden: -starten

Nadere informatie

TAB10-201 XENTA 10ic 10 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES

TAB10-201 XENTA 10ic 10 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES TAB10-201 XENTA 10ic 10 TABLET FIRMWARE UPGRADE INSTRUCTIES Page 1 of 10 VOORDAT U BEGINT: BACKUP BELANGRIJKE GEGEVENS! Bij het upgraden van uw Yarvik tablet naar Android 4.1.1 zullen alle gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

Openingscherm ABC PC programma; ABC Server. Verklaring iconen. Openen van Loggegevens: Grafiek LCD scherm Openen van scherm voor instellen gegevens

Openingscherm ABC PC programma; ABC Server. Verklaring iconen. Openen van Loggegevens: Grafiek LCD scherm Openen van scherm voor instellen gegevens Openingscherm ABC PC programma; ABC Server Code voor gebruikersniveau Verklaring iconen Openen van ABC bedieningsscherm op PC. De schermen en bediening is gelijk aan het LCD Openen van Loggegevens: Grafiek

Nadere informatie

APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19

APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 APT-200 Tweeweg handzender Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 www.satel.eu BELANGRIJK Uw rechten op garantie vervallen

Nadere informatie

Inloginstructie epraktijk

Inloginstructie epraktijk Inloginstructie epraktijk Voor het inloggen op epraktijk is Java niet langer vereist. Het enige wat u nodig heeft is een recente versie van één van de volgende internetbrowsers: Internet Explorer Firefox

Nadere informatie

3. Werken met mappen en bestanden in Finder

3. Werken met mappen en bestanden in Finder 61 3. Werken met mappen en bestanden in Finder In dit hoofdstuk leert u werken met de mappen en bestanden die op uw Mac staan. Een bestand is een verzamelnaam voor alles wat op de computer is opgeslagen.

Nadere informatie

Gebruikers handleiding. JupiterPro. P2000 alarmontvanger

Gebruikers handleiding. JupiterPro. P2000 alarmontvanger Gebruikers handleiding JupiterPro P2000 alarmontvanger Inhoudsopgave: Functie toetsen. 3 Opties en functies. 4 Het scherm... 5 Ontvangen en lezen van de meldingen.. 6 Prioriteit per capcode selecteren

Nadere informatie

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO Wat u met de combinatie FC-300/GT-PRO kunt doen U kunt GT-PRO Patch wijzigingen aanbrengen. Nadat u gereed bent met Instellingen voor de FC-300 maken (Voorbereidingen voor het gebruik van de combinatie),

Nadere informatie

Gebruikershandleiding voor de WNDR4500

Gebruikershandleiding voor de WNDR4500 Gebruikershandleiding voor de WNDR4500 Handleiding voor het gebruik van met de WNDR4500-router ReadySHARE Printer ReadySHARE-toegang Desktop NETGEAR Genie Time Machine 2012 NETGEAR, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

b. verbind je laptop ook met het smartboard via de usb kabel. Deze kabel sluit je aan op het usb kabel aan de rechterkant van het bord.

b. verbind je laptop ook met het smartboard via de usb kabel. Deze kabel sluit je aan op het usb kabel aan de rechterkant van het bord. Workshop 1 Smartboard training Het SMART Board starten 1 Zorg ervoor dat het Smartboard en de projector zijn aangesloten op de computer: a. verbind je laptop met de beamerkabel of VGA kabel met het smartboard.

Nadere informatie

The Nike+ SportWatch GPS Powered by TomTom

The Nike+ SportWatch GPS Powered by TomTom The Nike+ SportWatch GPS Powered by TomTom Overzicht Welkom bij de Nike+ SportWatch GPS ontworpen in samenwerking met TomTom. Het horloge werkt met GPS en een Nike+ Sensor om afstand, snelheid, verstreken

Nadere informatie

Handleiding Sportlink Club

Handleiding Sportlink Club Handleiding Sportlink Club Dit document is automatisch gegenereerd. We raden u aan de handleiding online te raadplegen via www.sportlinkclub.nl/support. 1. Installatiehandleiding.........................................................................................

Nadere informatie

Handleiding. Vanaf BFC Software Versie: MTD Hardware Versie: 5.2 Document Versie: van 16 Handleiding BFC Versie:

Handleiding. Vanaf BFC Software Versie: MTD Hardware Versie: 5.2 Document Versie: van 16 Handleiding BFC Versie: Handleiding Vanaf BFC Software Versie: 1.0.4.3 MTD Hardware Versie: 5.2 Document 1 van 16 Handleiding BFC Inhoudsopgave: Introductie... 3 Installeren van de benodigde software... 3 1. Installeren van Microsoft

Nadere informatie

DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding

DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu 1. Aan de slag: Het uiterlijk bekijken: Sensor voor afstandsbediening 2. Knoppen en aansluitingen: (1). Menu/Terug;

Nadere informatie