APOTHEEKSTAGE
|
|
|
- Melissa Devos
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 APOTHEEKSTAGE Faculteit Farmaceutische Wetenschappen KU Leuven Gert Laekeman Karlien Van Heuverswyn Ann Verhulst
2 INHOUDSTAFEL VOORWOORD 4 DOELSTELLINGEN VAN DE STAGE 5 PRAKTISCHE RICHTLIJNEN 8 STAGEPLANNING: DE BASISPRINCIPES 8 STAGEPLANNING: HET ELEKTRONISCHE STAGEPLAN 10 FORMALITEITEN BIJ DE START VAN DE STAGE 14 VERZEKERINGEN TIJDENS DE STAGE 15 WETTELIJKE REGELINGEN TIJDENS DE STAGE 16 CONTACT STAGECOÖRDINATIE 21 EINDE VAN DE STAGE 24 INHOUDELIJKE ONDERSTEUNING 25 OPBOUW VAN DE STAGE: START- EN INITIATIEFASE 25 ACHTERGROND VAN DE STAGIAIR 32 WERKCOLLEGE GENEESMIDDELENKENNIS 40 OPDRACHTEN 41 STAGEOPDRACHTEN 41 PROTOCOLLEREN VAN MAGISTRALE BEREIDINGEN 58 STAGEDAGBOEK/ STAGEPORTFOLIO 60 MASTERPROEF FARMACEUTISCHE ZORG 62 MASTERPROEF GENEESMIDDELENONTWIKKELING 64 TOETS MAXIMALE DOSISSEN 65 EVALUATIE 67 EVALUATIE DOOR DE STAGEMEESTER 69 KENNISMAKINGSSTAGE 98 LINKS EN LITERATUUR 104 2
3 Legende Groene tekst: enkel van toepassing voor de stagiairs Farmaceutische Zorg (FZ) Blauwe tekst: enkel van toepassing voor de stagiairs Geneesmiddelenontwikkeling (GO) 3
4 Voorwoord Beste stagemeester Binnenkort gaat de apotheekstage opnieuw van start. Bijna 155 stagiairs staan te popelen om klaargestoomd te worden voor het apothekersberoep en hun rol in de eerste lijn op te nemen. Met deze bundeling van informatie willen wij een houvast bieden bij praktische vragen én suggesties geven over hoe de eerste weken van de stage in te vullen. Uiteraard is niets praktischer dan de praktijk zelf en willen wij erover waken dat studenten de (leer)kansen die zich dagdagelijks in de praktijk voordoen, ten volle kunnen benutten. Daarom willen wij vanuit de universiteit geen keurslijf opleggen, maar aan iedere stagiair en stagemeester de kans geven om de stage naar eigen wens en goeddunken in te vullen. Net daarom opteren wij er voor om aan de stagiairs bij aanvang van het stagejaar geen door de universiteit opgelegde stagopdrachten mee te geven. Er is tijdens de eerste stageweken slechts één opdracht: Observeer, handel en leer in de praktijk. Op donderdag 10 september 2015 verwachten wij vervolgens alle stagiairs in Leuven voor een stagedag. Vertrekkend van de ervaringen die de stagiairs reeds opgedaan hebben, zal het vervolg van de stage verder gepland worden. De stage in de apotheek neemt 10% van de totale studietijd van de opleiding tot apotheker in beslag. Nadat in de eerste vier jaar van de opleiding hoofdzakelijk theoretische kennis werd verworven, komt het er voor studenten nu op aan die kennis ook toe te passen. Voor het eerst komt een student in contact met de meest onvoorspelbare praktijksituaties en moet zij/hij opereren buiten het soms overgestructureerde kader van de universiteit. We willen hier dan ook benadrukken dat elke stagiair verantwoordelijkheid zal moeten opnemen in het bereiken van de einddoelstellingen van de stage. We willen de stagiairs een stagetijd rijk aan deugddoende ervaringen toewensen. Stagemeesters wensen we nu reeds te bedanken voor de begeleiding. Namens de universitaire stagebegeleiding, Prof. Gert Laekeman (academisch coördinator van de apotheekstage) Apr. Karlien Van Heuverswyn (facultair administratief stagecoördinator) Mevr. Ann Verhulst (administratief medewerker stagecoördinatie) 4
5 Doelstellingen van de stage ALGEMEEN De globale doelstelling van de apotheekstage is dat de stagiair na het doorlopen van de stage zelfstandig kan functioneren als officina-apotheker. Wat we verstaan onder zelfstandig functioneren staat hieronder uitgeschreven. Het gaat om 7 grote rubrieken, van afleveren van geneesmiddelen tot administratie en logistiek. Deze doelstellingen werden vertaald in criteria, die gebruikt worden bij het evalueren van de stage. GENEESMIDDELEN AFLEVEREN MET AANDACHT VOOR DE PATIËNT Op basis van een voorschrift geneesmiddelen correct afleveren met aandacht voor klinische en therapeutische aspecten. Correcte en gepaste informatie over geneesmiddelen verstrekken, op maat van de patiënt. Proactief medicatiegebruik bewaken op het vlak van posologie, interacties, contra-indicaties en nevenwerkingen. Speciale aandacht geven aan eerste en tweede uitgifte van geneesmiddelen. Therapietrouw bewaken (over- en ondergebruik, ) Patiënten ondersteunen bij het zoeken naar mogelijkheden voor het correct gebruiken van geneesmiddelen. Constructief gebruik maken van de informatie die in het farmaceutisch dossier van de patiënt beschikbaar is (o.a. medicatiehistoriek). Deskundig advies verlenen bij vragen rond zelfzorg: uitgebreide vraagstelling, aftoetsen van mogelijke conclusies met patiënt, voorstellen van geneesmiddelen en adviseren van de patiënt over het correct gebruik ervan. GENEESMIDDELEN KWALITATIEF BEREIDEN Gepaste bereidingswijze voorstellen bij magistrale bereidingen zodat de therapeutische werking van het geneesmiddel gegarandeerd is. Aanvaardbare bereidingswijze neerschrijven onder de vorm van een bereidingsprotocol. Veiligheid garanderen door controle van dosissen. Consequent toepassen van de principes die aan de grondslag liggen van de bereiding van geneesmiddelen. 5
6 Aanpassingen maken in de keuze en/of hoeveelheden van hulpstoffen in het kader van de in te stellen therapie, comfort van de patiënt en/of stabiliteit van het product. Kwaliteit van werkwijzen en eindproducten garanderen (o.a. controles). HANTEREN VAN INFORMATIEBRONNEN Vlot en efficiënt informatie zoeken. Informatie correct interpreteren en vertalen naar de praktijk. De beroepsactualiteit volgen. ADMINISTRATIE & LOGISTIEK Vlot omgaan met de aanwezige apotheeksoftware. Correct uitvoeren van administratieve taken bij afleveren van geneesmiddelen. Apotheek beheren (product beheer, opvolgen van bestellingen door patiënten, plaatsen van bestellingen, verhuur apparatuur, ). Kennen en toepassen van de wetgeving over beroepsaangelegenheden. HOUDING Stipt zijn Nauwkeurig werken Zich leergierig opstellen Flexibel reageren Zich constructief kritisch gedragen Gestructureerd werken Gemotiveerd zijn Vriendelijk zijn Verantwoordelijkheid opnemen voor eigen leerproces COMMUNICATIE Efficiënt communiceren met patiënten en/of hun familieleden leden van het apotheekteam artsen verpleegkundigen, hulpverleners, gezondheidswerkers, collega apothekers 6
7 PRAKTIJKKENNIS Vakliteratuur doornemen Theorie en praktijk in elkaar laten overvloeien Oplossingen zoeken voor problemen of vragen Wetenschappelijk handelen Einddoelstelling van de stage: Zelfstandig functioneren als officina-apotheker 7
8 Praktische richtlijnen Stageplanning: De basisprincipes VASTE STAGEPERIODE Er is een vaste stageperiode van toepassing die geldt voor alle studenten. Deze vaste stageperiode gaat van start op maandag 7 september 2015 en eindigt op zaterdag 21 mei Vóór de start van deze vaste stageperiode mag de stagiair maximaal vier weken stage lopen. Deze weken voorafname kunnen nadien, tijdens de vaste stageperiode, als extra vakantie opgenomen worden. Maandag 6 juli 2015 is de vroegst mogelijke datum om de voorafname te starten. De vaste stageperiode omvat 36 weken, bestaande uit: Stage in de apotheek (minimaal 26 weken of 130 dagen) Bijkomende activiteiten (maximaal 10 weken of 50 dagen): - Lesdagen op vrijdag (max 22 dagen) - Introductiedag op donderdag 10 september 2015 (in Leuven) - Masterproef (max 15 dagen, max 14 dagen) - Werkcollege geneesmiddelenkennis (max 5 dagen) - Externe activiteiten (georganiseerd door beroepsverenigingen, APB ) (max 4 dagen) - Vakantie (max 5 dagen) Meer toelichting over deze bijkomende activiteiten vind je op verder in deze map. Hoe en wanneer de bijkomende activiteiten ingepland worden, kan grotendeels door de stagiair zelf bepaald worden. Voorafgaand overleg met de stagemeester is uiteraard essentieel. Tot 20 dagen bijkomende vakantie, bij voorafname stage vóór 7 september
9 AANWEZIGHEID IN DE STAGEAPOTHEEK Wanneer geen lessen of andere bijkomende activiteiten gepland zijn, loopt de stagiair wekelijks minstens 38u stage in de apotheek. In een week waarin er op vrijdag lessen doorgaan, zou de stagiair minimaal 30 uur stage moeten lopen. Hoe de uren exact verdeeld worden over de openingsuren van de stageapotheek, spreken stagiair en stagemeester af vóór de stage start. Ten laatste tijdens de eerste week van de stage voert de stagiair dit uurrooster in op het elektronische stageplan. In de periode van 7 september 2015 tot 21 mei 2016 is de stagiair op de ingevulde aanwezigheidsuren steeds aanwezig in de stageapotheek, tenzij één van de bijkomende activiteiten (vooraf!) ingevuld werden op het stageplan. Voor toelichting over de bijkomende activiteiten: zie verder. AFWEZIGHEDEN Officiële feestdagen: Zijn vooraf ingevuld op het stageplan. Deze afwezigheden moeten niet ingehaald worden, ze tellen mee als stagedagen. Ziekte: Afwezigheden omwille van ziekte worden (in de mate van het mogelijke) de dag zelf op het stageplan ingevuld. Vanaf twee dagen ziekte brengt de stagiair een doktersattest binnen bij de stagecoördinatie met vermelding van s-nummer en opleidingsjaar. Bij meer dan 5 dagen afwezigheid omwille van ziekte moeten deze afwezigheden ingehaald worden in overleg met de stagecoördinator en de stagemeester. Begrafenis, huwelijk, e.d. van een naast familielid ( Kort verzuim ) Worden niet beschouwd als afwezigheid mits het binnenbrengen van een officieel document. Kan enkel in overleg met de stagecoördinatie ingevuld worden op het stageplan! 9
10 Stageplanning: Het elektronische stageplan HET ELEKTRONISCHE STAGEPLAN Het elektronisch stageplan is een hulpmiddel om het verloop van het stagejaar goed te plannen. Elke stagiair heeft de verantwoordelijkheid dit stageplan tijdig in te vullen, uiteraard steeds in overleg met de stagemeester. Op het stageplan werden al een aantal vaste data ingevuld, zoals bijvoorbeeld de lesdagen. Andere activiteiten moeten nog toegevoegd worden, afhankelijk van de persoonlijke situatie. Wij raden alle stagiairs aan om het elektronisch stageplan zoveel mogelijk op voorhand, maar ten laatste bij het begin van elke maand gedetailleerd in te vullen en maandelijks omhoog te hangen in de stageapotheek (met behulp van een excelfile, printscreen, snipping tool,...) Inloggen op stageplan: via Toledo of via INVULLEN VAN HET STAGEPLAN Onderdeel Status en uurrooster Ten laatste tijdens de eerste week van de stage vult de stagiair de uurroosters in en stuurt het stageplan ter goedkeuring door naar de stagecoördinatie (door het betreffende vakje aan te vinken). Gaat het om een nieuwe stageapotheek voor de KU Leuven, dan vult de stagiair eerst de openingsuren van de stageapotheek in. Bij wijzigingen aan reeds vooraf ingevulde openingsuren, stuurt de stagiair een mail naar Vervolgens vult de stagiair, in overleg met de stagemeester, het rooster met de aanwezigheidsuren in. In een week waarin geen lesdagen of andere bijkomende activiteiten gepland zijn, loopt de stagiair loopt 38 à 42 uur stage verspreid over de openingsuren. In een week waar les gepland is op vrijdag, wordt verondersteld dat de stagiair op de resterende dagen minimaal 30 uur stage loopt. Er kan geen stage gelopen worden op momenten waarop de apotheek gesloten is (vb. vakantieperiode), ook tijdens de middagsluiting niet. Indien de apotheek doorlopend open is, wordt minimaal een halfuur middagpauze gerekend. De ingevulde uurrooster is van toepassing voor het volledige stagejaar. Wanneer het stageplan is ingevuld en doorgestuurd naar de stagecoördinatie, duurt het ongeveer één week vooraleer het goedgekeurd wordt. Onderdeel Activiteiten invoeren De stagiair kan in het stageplan afwezigheden en bijkomende activiteiten per halve of per volledige dag invullen. Afwezigheden kunnen gewijzigd worden tot de dag vooraleer ze plaatsvinden. Nadien kunnen deze niet meer gewijzigd worden. Om goed overzicht te behouden, is het belangrijk deze activiteiten steeds TIJDIG in te vullen en te communiceren naar je stagemeester. 10
11 Onderdeel Algemene opmerkingen bij het stageplan Bij opmerkingen kan de stagiair invullen wanneer aan de stageopdrachten gewerkt werd, welke avondbijscholingen gevolgd werden, wanneer er een wachtdienst werd meegelopen, wanneer er occasionele wijzigingen/omwisselingen waren in het uurrooster, wanneer de kennismakingsstage plaatsvond, Wanneer bij uitzondering wordt afgeweken van het weekschema op het stageplan (bijvoorbeeld stage op een zondag of op een vrije namiddag) en de stagemeester wenst hiervoor compensatie te geven, kan dit enkel gebeuren binnen de 2 weken. De stagiair meldt de omwisseling bij het tabblad opmerkingen. Het is niet de bedoeling om hier een systeem van te maken (bijvoorbeeld overuren opsparen om zo de stagetijd te verkorten). Het stageplan is toegankelijk voor de leden van de universitaire stagebegeleiding voor het plannen van stagebezoeken en kan ook gecontroleerd worden door de verantwoordelijke Farmaceutisch Inspecteur van het FAGG. Op het stageplan moet steeds kunnen nagegaan worden wanneer de stagiair aan- of afwezig is in de apotheek. Het is de verantwoordelijkheid van de stagiair om dit correct bij te houden! VOORAFNAME STAGE Wie stage wenst te lopen vóór de start van de officiële stageperiode 7 september 2015 vult deze stagedagen in op het stageplan als voorafname stage. De voorafname start ten vroegste op 6 juli 2015 en bedraagt maximaal 20 dagen. De studenten die tijdens de voorafname aan hun masterproef willen werken, melden dit aan de stagecoördinatie via mail ([email protected]); vermeldt duidelijk over welke dagen het gaat. Bij de invulling op het stageplan vermeld je bij reden: stage of masterproef. Deze planning kan doorgegeven worden aan de promotoren van de masterproeven. Hou rekening met het maximaal aantal dagen die je tijdens het stagejaar aan de masterproef mag spenderen. TOELICHTING BIJKOMENDE ACTIVITEITEN EN AFWEZIGHEDEN Zoals eerder vermeld, loopt de stagiair in de periode van 7 september 2015 tot 21 mei 2016 steeds stage, tenzij een van onderstaande activiteiten (vooraf!) werden ingevuld op het stageplan: Lesdagen op vrijdag (maximaal 22 dagen): Tijdens het stagejaar komen de studenten van eind september tot maart elke vrijdag naar Leuven om lessen bij te wonen. Deze lesvrijdagen werden reeds vooraf ingevuld op het stageplan. Indien er geen les doorgaat (bvb. tijdens de kerstvakantie, lesvrije week, verschil FZ/GO), worden studenten verondersteld stage te lopen. De studenten 11
12 Geneesmiddelenontwikkeling hebben in maart 2 lesvrijdagen meer dan de studenten Farmaceutische Zorg. De studenten FZ worden die lesvrijdagen dan ook op de stageplaats verwacht. Masterproef (maximaal 15 dagen, maximaal 14 dagen) Stagiairs werken tijdens het stagejaar aan hun masterproef. Het werken aan de masterproef kan al dan niet in de apotheek gebeuren (afhankelijk van het specifieke project waarbij de stagiair betrokken is), maar wordt in beide gevallen genoteerd in het stageplan. Het werken aan de masterproef gebeurt zo veel mogelijk in blokken van een week, en de planning wordt steeds (ruim) vooraf met de stagemeester besproken. Wanneer stagiairs aan hun masterproef werken hangt af van de masteropleiding. Onderstaande tabel verduidelijkt de regels voor het opnemen van deze dagen. Verduidelijk steeds bij reden je activiteiten met betrekking tot de masterproef vb. voorbereiding eindrapport of verdediging. Werkcollege geneesmiddelenkennis (maximaal 5 dagen) Het werkcollege geneesmiddelenkennis vindt plaats in Leuven. In het totaal neemt het werkcollege geneesmiddelenkennis maximaal vijf dagen in beslag. Het exacte programma zal later via Toledo bekend worden gemaakt en op de introductiedag verduidelijkt worden. De stagiair meldt de planning op voorhand aan de stagemeester en vult deze in op het elektronisch stageplan. 12
13 Bijwonen van externe activiteiten (maximaal 4 dagen) Tijdens het stagejaar worden door beroepsverenigingen, APB, heel wat activiteiten voor stagiairs georganiseerd die verband houden met de apotheekpraktijk. Deze activiteiten zijn een aanvulling op het studiepakket van de universiteit en de begeleiding door de stagemeester. De stagiairs worden aangemoedigd om deel te nemen aan deze stageactiviteiten. Er worden dan ook vier dagen voor voorzien. De stagiairs vinden de uitnodigingen voor de verschillende activiteiten terug op de toledopagina van de apotheekstage onder de knop externe activiteiten. Het volgen van een activiteit rond tarifering geldt als verplichte stageactiviteit. De aanwezigheidslijsten worden opgevraagd bij de beroepsverenigingen. Wij raden de stagiair sterk aan om aan de externe activiteiten deel te nemen, maar ook om kritisch te zijn bij de keuze ervan! Op het stageplan zal de stagiair moeten aanduiden aan welke activiteit hij/zij zal deelnemen. Als er een interessante activiteit doorgaat die niet op de lijst staat, stuurt de stagiair een mail naar [email protected] en zal de activiteit toegevoegd worden. Ook 's avonds worden beroepsactiviteiten georganiseerd waarop stagiairs welkom zijn. Aangezien avondactiviteiten buiten de stage-uren vallen, kunnen deze niet meetellen als stage. Er wordt echter allerminst afgeraden om aan deze activiteiten deel te nemen! Deelname aan een avondactiviteit kan op het stageplan vermeld worden bij het tabblad 'opmerkingen'. Tijd nodig om opdrachten af te werken of te studeren, vakantiedagen, snipperdagen, sluiting van de stageapotheek buiten de officiële feestdagen (5 dagen, uit te breiden tot maximaal 25 dagen mits voorafname van stage in de zomermaanden) worden op voorhand gemeld aan de stagemeester en ingevuld op het elektronisch stageplan als vakantie of compensatie voorafname. TWEEDE STAGEPLAATS Als de stagiair op twee plaatsen stage loopt (Erasmus of verandering van stageplaats), moet er ook voor de tweede stageplaats een stageplan ingevuld worden (tijdens de 1e week van de 2 e stageperiode!). Ook de definitieve stageovereenkomst moet opnieuw opgemaakt en ingediend worden. 13
14 Formaliteiten bij de start van de stage In de eerste week van de stage wordt de definitieve stageovereenkomst in drievoud ingevuld en ondertekend. Eén exemplaar is voor de stagiair, het tweede is voor de stagemeester en het derde wordt aan de stagecoördinatie bezorgd. Zie eveneens verder. De stagiair vult in overleg met de stagemeester het elektronische stageplan in. Meer informatie over het invullen van dit stageplan is verder in deze map terug te vinden op. Tijdens de eerste week van de stage vindt een verwachtingsgesprek tussen stagiair en stagemeester plaats (zie kader). De stagiair maakt een verslag van dit gesprek, post dit op Toledo, en stuurt dit per mail naar zijn/haar coach. De namen van de coaches worden begin juli bekend gemaakt via de toledopagina van de apotheekstage. Verwachtingsgesprek bij de start van de stage Bij aanvang van de stage is een gesprek tussen stagemeester en stagiair onontbeerlijk. Laat dit gesprek ten laatste tijdens de eerste week van de stage plaatsvinden. Belangrijk is dat in dit gesprek zowel verwachtingen van stagemeester, als van stagiair aan bod kunnen komen. Het gesprek handelt zowel over inhoudelijke als over praktische onderwerpen. Volgende topics kunnen tijdens het gesprek aan bod komen: Wat jij verwacht van de student (aanpak, initiatief, leren, ) Wat de student van jou verwacht (begeleiding, input, ) Wat is het thema van de masterproef? Hoe kan dit ingebed worden in de apotheekpraktijk? Wat zijn de ideeën van de stagemeester daarover? Op welke momenten zal er aan de masterproef gewerkt worden? Wat betekent dit voor de continuiteit van de stage? Praktische stageplanning (stage in zomer, vakantie, masterproef, ) Afspraken omtrent uurregeling, zaterdagwerk, wachtdienst, het maken van opdrachten, Inhoudelijke planning eerste stageweken De stagiair maakt een verslag van dit gesprek en post dit ten laatste 1 week na aanvang van de stage op Toledo. Daarnaast wordt het verslag per mail aan de coach van de stageplaats bezorgd en wordt de promotor van de masterproef op de hoogte gebracht van de planning omtrent de masterproef. 14
15 Verzekeringen tijdens de stage Tijdens de stage zijn de stagiairs verzekerd door de KU Leuven. Voor actuele informatie omtrent deze verzekeringen wordt verwezen naar de webpagina van de KU Leuven hieromtrent: Wij raden stagemeesters aan op voorhand contact op te nemen met hun verzekeringsmaatschappij om na te gaan of er dekking voorzien is in geval van fouten door de stagiair. Bij stagemeesters die voor burgerlijke aansprakelijkheid verzekerd zijn via Curalia is dit voorzien in de polis en is contact opnemen dus niet noodzakelijk. 15
16 Wettelijke regelingen tijdens de stage Geen organisatie zonder regels Dus ook de stage niet. Hieronder volgt een opsomming van regels waaraan de stagiairs, stagebegeleiding en stagemeesters zich moeten houden. Het is de bedoeling dat zowel stagemeesters als stagiairs deze grondig doornemen. Het facultair stagereglement voor apotheekstage De wettelijke titel van apotheker kan slechts verkregen worden nadat de student het bewijs heeft geleverd dat hij/zij gedurende ten minste zes maanden studiestage heeft gelopen in een apotheek. Deze studiestage dient te gebeuren in overeenstemming met het stagereglement. 1. Ten laatste eind november van het kalenderjaar dat het opnemen van het opleidingsonderdeel apotheekstage voorafgaat, meldt de aspirant-stagiair de naam van de door hem gekozen apotheker aan de Subcommissie Apotheekstage van de KU Leuven die beslist over het al of niet aanvaarden van die keuze. De Subcommissie kan toelating verlenen voor een deel van de studiestage in een ziekenhuisapotheek na een gemotiveerde aanvraag. 2. De apotheker die de studiestage leidt, verder stagemeester genoemd, dient aan volgende voorwaarden te voldoen: o De stagemeester is de apotheker die in de stageapotheek effectief de didactische begeleiding van de stagiair op zich neemt. Adjunct-apothekers kunnen dus ook aanvaard worden als stagemeester. Toestemming van de provisor is in dit geval verplicht. o Beroepsgebonden voorwaarden: De stagemeester heeft minimaal vier jaar voltijdse (of een equivalent hiervan) beroepservaring in een apotheek en is minimaal vier jaar ingeschreven bij de Orde der Apothekers. De Provinciale Raad van de Orde der Apothekers en het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten geven gunstig advies over de betrokken apotheker. De adviezen worden jaarlijks ingewonnen. De stagemeester is minimum vier vijfde van de stage-uren aanwezig in de stageapotheek. In de stageapotheek zijn niet meer dan twee voltijdse assistenten (of een equivalent hiervan) per apotheker. Een stagemeester kan niet meer dan 1 apotheker in opleiding tegelijk begeleiden. 16
17 Er mag tussen de stagemeester of de eigenaar van de apotheek en de stagiair geen verwantschap zijn tot en met de vierde graad. Deze voorwaarde geldt tevens voor alle andere personeelsleden van de stageapotheek. Indien niet meer aan voorvermelde voorwaarden is voldaan, meldt de stagemeester dit onmiddellijk aan de Subcommissie Apotheekstage/stagecoördinator, die vervolgens een ad hoc oplossing voorstelt. o Inhoudelijke voorwaarden: De stagemeester respecteert de wet van 1 mei 2006 en het K.B. van 21 januari over het begrip Farmaceutische Zorg. De stagemeester is bereid mee te werken aan onderzoeksprojecten lopende aan de universiteit in het kader van de opleiding tot apotheker. De stagemeesters volgt bijscholing bepaald door KB en registreert deze via daartoe ter beschikking gestelde portfolio of via het kwaliteitshandboek van de stageapotheek. De stagemeester verbindt zicht beroepshalve aan de Code van de Farmaceutische Plichtenleer. o Materiële voorwaarden: De stagemeester stelt voldoende uitrusting ter beschikking van de stagiair zoals beschreven in het KB van In de stageapotheek zijn de nodige naslagwerken raadpleegbaar. Een overzicht van aanbevolen naslagwerken wordt hiertoe ter beschikking gesteld. De stagiair heeft in de stageapotheek vrije toegang tot elektronische wetenschappelijke databanken. 3. De stagemeester moet aanvaard worden door de Subcommissie Apotheekstage van de KU Leuven. Deze aanvaarding dient ieder jaar te worden hernieuwd. 4. De studiestage bedraagt minstens zes maanden of 26 weken. Dagen die tussentijds besteed worden aan de universiteit of andere afwezigheden worden niet in mindering gebracht, maar dienen wel ter kennis gebracht te worden van de Subcommissie Apotheekstage via het elektronische stageplan (zie punt 6). 1 KB 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, BS januari KB 8 juli 2014 houdende de voortgezette opleiding van de officina-apothekers, BS juli KB 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, BS januari
18 5. Gedurende de studiestage moet de stagiair aanwezig zijn tijdens de normale openingsuren van de apotheek met een minimum van 38 uur per week, afgezien van de weken met lessen of opdrachten (af te spreken met de stagemeester en de stagecoördinatie). Iedere voorziene afwezigheid dient vooraf ingevuld te worden op het elektronische stageplan. De dag- en uurregeling worden ingevuld op het elektronische stageplan van de stagiair tijdens de eerste week van de studiestage. De studiestage eindigt ten laatste 2 weken vóór de opening van de examenzittijd. 6. De studiestage wordt bekrachtigd door een getuigschrift. Dit wordt ondertekend door de stagemeester. De Subcommissie Apotheekstage bezorgt een oningevuld exemplaar van dit getuigschrift aan de stagemeester. Dit getuigschrift, voorzien van de vereiste handtekening, wordt per aangetekend schrijven opgestuurd naar de Voorzitter van de Subcommissie Apotheekstage (Stagecoördinatie PB421 O&N2 Campus GHB Herestraat Leuven). De uiterste verzendingsdatum is de startdatum van de tweede examenperiode of, voor studenten die zich enkel voor de derde examenzittijd inschrijven, de startdatum van de derde examenperiode van het lopend academiejaar. 7. De stagemeester mag te allen tijde rapporteren over de verrichte studiestage aan de Voorzitter van de Subcommissie Apotheekstage. Vóór de start van de tweede examenperiode, of, voor studenten die zich enkel voor de derde examenzittijd inschrijven, de start van de derde examenperiode, dient de stagemeester het eindrapport over de verrichte studiestage in. De Subcommissie Apotheekstage stelt daartoe een rapportsjabloon ter beschikking. 8. De stagiair dient opdrachten te vervullen in het kader van de studiestage. Data voor het binnenleveren en instructies voor het uitvoeren van de opdrachten worden bekendgemaakt via Toledo. 9. De studiestage gebeurt onder toezicht van de Subcommissie Apotheekstage. De farmaceutische inspecteur houdt toezicht op de naleving van de farmaceutische wetgeving in casu de farmaceutische handelingen gesteld door de stagiair. In dit verband dient er op gewezen te worden dat de stagiair beschouwd wordt als nietgediplomeerd personeel. Hij mag de farmaceutische handelingen slechts stellen in aanwezigheid van de stagemeester of een andere apotheker die een rechtstreeks en daadwerkelijk toezicht uitoefent op de stagiair. 10. Een studiestage die niet overeenstemt met dit reglement wordt als niet-regelmatig beschouwd. Goedgekeurd door de Faculteitsraad op 20 mei
19 DE GEDRAGSREGELS Situering Deze regels zijn dikwijls impliciet aanwezig in andere reglementen of behoren tot de algemene beleefdheid. Het is niet overbodig om deze te expliciteren. Regels Een stagiair is nog geen apotheker en moet bij twijfel steeds de stagemeester of de adjunctapotheker raadplegen. De stagemeester (of zijn afgevaardigde) is bevoegd om alle handelingen die de stagiair uitvoert in de apotheek te controleren. Een stagiair dient zich aan de zwijgplicht te houden, alle informatie over patiënten, cliënten, personeel of de werking van de apotheek mag onder geen enkel beding de apotheek verlaten. Bij het uitvoeren van opdrachten, zoals het maken van een medicatiehistoriek, zal de stagiair de gegevens anonimiseren. De stagiair draagt de kleding die voorgeschreven wordt door de stagemeester. Bij het begin van het stagejaar ontvangt iedere stagiair een naamplaatje met de vermelding: naam stagiair apotheker in opleiding. Dikwijls is de woning van de stagemeester verbonden aan de apotheek. De privacy van de eigenaar of provisor moet steeds bewaard blijven. Het is in ieders voordeel om strikte afspraken te maken over het gebruik van de private gedeeltes van de woning. De student is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces en zijn stageplanning. Hij/zij overlegt tijdig met de stagemeester over zijn aan- of afwezigheid op de stage, meldt tijdig de deadlines van de stageopdrachten, 19
20 DE DEONTOLOGISCHE REGELS OF DE CODE VAN DE FARMACEUTISCHE PLICHTENLEER Situering De stagiair is nog geen apotheker. Toch moet de stagiair zich tijdens de stage verplicht houden aan de code van de farmaceutische plichtenleer die de orde der apothekers opgesteld heeft. We raden de stagiairs aan om deze regels grondig door te nemen. Regels Zie DE DEFINITIEVE STAGEOVEREENKOMST Situering Na het ondertekenen van dit document zijn de stagiairs en stagemeesters juridisch in regel met de arbeidswetgeving (arbeidsinspectie!), bovendien zijn de stagiairs hiermee verzekerd tegen lichamelijke ongevallen zowel tijdens de stage als op de weg van en naar de stageplaats als in burgerlijke aansprakelijkheid tijdens de stageactiviteiten. Deze overeenkomst werd standaard opgemaakt voor een periode van 6 maanden in te vullen tussen 6/07/2015 en 31/05/2016. Meer over verzekeringen vindt u eveneens hierboven. In de stageovereenkomst staan een aantal praktische afspraken die belangrijk zijn voor stagemeesters en stagiairs. Gelieve dit document dus grondig door te lezen vooraleer het te ondertekenen. Deze overeenkomst wordt in 3-voud opgemaakt en ondertekend door de 3 partijen. Eén exemplaar is voor de stagemeester, één exemplaar voor de stagiair en één exemplaar voor de universiteit. De stagiair verzamelt alle handtekeningen en bezorgt een volledig ondertekende kopie aan de stagecoördinator. De stagiair ontvangt voor aanvang van de stage (eind juni) drie blanco exemplaren van de definitieve stageovereenkomst. 20
21 Contact stagecoördinatie INFORMATIE-UITWISSELING: Alle informatie voor de stagemeesters staat gegroepeerd op onze stagewebsite: Stagemeesters worden bovendien op de hoogte gehouden via . Wijzigingen van het adres van de stageapotheek worden doorgegeven aan Alle informatie voor de huidige stagiairs staat op de community apotheekstage op Toledo. We vragen aan de stagiairs om minstens éénmaal per week, op zondagavond, deze community te bekijken. We houden de stagiairs op de hoogte via berichten op Toledo. Let op, informatie, deadlines,... van de andere opleidingsonderdelen (maar gelinkt met de stage) staan op Toledo onder het desbestreffende vak! CONTACT: Stagecoördinatie: Bij vragen of problemen over: Inhoudelijke invulling van de stage Beheer stagemeestersbestand Bezoek aan en coaching van stageplaatsen Coördinatie perifere stageactiviteiten vanuit de universiteit kunnen zowel stagemeesters als stagiairs terecht bij de stagecoördinatie: Apr. Karlien Van Heuverswyn (Stagecoördinator) Mevr. Ann Verhulst (Administratief medewerker) Tel: 016/ of 016/ Fax: 016/ De stagecoördinatie bevindt zich in lokaal Alle briefwisseling kan verstuurd worden naar volgend adres: Stagecoördinatie Faculteit Farmaceutische Wetenschappen. O&N II, Herestraat 49 bus 421 BE-3000 Leuven 21
22 Ook bij de academisch coördinator van de apotheekstage (Prof. Gert Laekeman) kan u steeds terecht voor vragen. ADRESBESTANDEN Stagemeesters die een stagiair van de KU Leuven begeleiden, worden opgenomen in een adresbestand waarbij wij hun naam, adres, adres en telefoonnummer opslaan. We stellen de gegevens gedurende 5 jaar ter beschikking van toekomstige stagiairs als voorkeurstageplaatsen. Indien een stagemeester hiermee niet akkoord is of zijn/haar gegevens uit dit bestand wil laten schrappen, kan dit door een te sturen naar [email protected]. 22
23 COACHING VAN STAGEPLAATSEN Aan elke stageplaats wordt een coach toegewezen. Het kan hier gaan om een betrokken docent, medewerker, een ervaren stagemeester of een begeleider van de universiteit. Deze coach staat in voor contact met de stageplaats, waaronder het geven van feedback over tussentijdse evaluaties, en fungeert als aanspreekpunt voor vragen. Contacten met de stageplaats kunnen plaatsvinden door middel van een telefonisch contact, een mailcontact of een bezoek aan de stageplaats. De bedoeling van deze contacten is het contact met de stageplaats, en op die manier ook de begeleiding van de stage, te verbeteren. Bovendien wordt op die manier een beeld verkregen van de stageplaats als leeromgeving. Onderwerpen die aan bod kunnen komen tijdens deze stagecontacten zijn het verloop van de stage, de begeleiding van de stagiair, de wijze van protocollering. Eventuele opmerkingen en of vragen over de stage kunnen ook besproken worden. Stagebezoeken zijn in geen geval controles van de stageplaats, wij willen graag als een team de stagiair begeleiden en op dezelfde golflengte zitten om de stagiairs te laten groeien tot een zelfstandige apotheker. De gegevens van de stagecoaches, kan u terugvinden in onderstaande kader maar ook op Toledo. Prof. Gert Laekeman [email protected] t Prof. Pieter Annaert [email protected] t Prof. Luc Hombroeckx [email protected] Prof. Ludo Willems [email protected] Apr. Marc Naegels [email protected] Apr. Michael Ceulemans [email protected] Apr. Frank Vanderstichele [email protected] Prof. Veerle Foulon [email protected] t Apr. Eric Zwaenepoel [email protected] Apr. Karlien Van Heuverswyn (stagecoördinator) [email protected] t Apr. Valérie De Vriese [email protected] Prof. Peter Declercq [email protected] Apr. Tine Martens [email protected] 23
24 Einde van de stage FORMALITEITEN BIJ HET EINDE VAN DE STAGE De stagiair: verifieert of het stageplan volledig ingevuld werd. De stage beëindigen vóór 21 mei kan slechts indien dit ook effectief geregistreerd werd op het stageplan. Indien dit niet het geval is, wordt de stagiair verwacht stage te lopen tot en met 21 mei De stagemeester: maakt de eindbeoordeling van de stagiair met het eindevaluatieformulier. Instructies omtrent het invullen van deze evaluatie zullen ten gepaste tijde meegedeeld worden. De evaluatie dient ingevuld te worden vóór 31 mei vult het stagecertificaat in om de stageperiode te bevestigen. Het ingevulde formulier wordt aangetekend opgestuurd naar onderstaand adres. De uiterste verzendingsdatum is 31 mei Stagecoördinatie Faculteit Farmaceutische Wetenschappen O&N2 Campus GHB PB421 Herestraat Leuven De stagemeester ontvangt een uitnodiging voor de promotie van zijn/haar stagiair. 24
25 Inhoudelijke ondersteuning Opbouw van de stage: Start- en initiatiefase We willen graag zowel stagemeester als stagiair stapsgewijs doorheen de zes maanden stage loodsen. Dit doen we door een structuur aan te bieden die ruimte laat voor persoonlijke inspiratie en interpretatie van stagemeester en stagiair. Het volgen van de richtlijnen over de initiatiefase is allerminst een verplichting. Elke stagesituatie is anders en heeft zijn eigen bijzonderheden. Met de informatie op de volgende pagina s wordt enkel een suggestie gegeven over wat een mogelijke aanpak kan zijn. Tijdens de eerste weken van de stage zal de stagiair kennismaken met de werking van de apotheek, de eerste bereidingen maken en de eerste ervaringen opdoen bij het helpen van patiënten. Wij willen graag enkele tips en ideeën geven over hoe dit stapsgewijs kan aangepakt worden. Op donderdag 10 september 2015 worden de studenten verwacht in Leuven op een introductiedag, waarbij, vertrekkend van hun eerste stage-ervaringen, verdere plannen over het vervolg van de stage gemaakt zullen worden. De eerste weken van de stage worden zo veel mogelijk gevrijwaard van door de universiteit opgelegde stageopdrachten zodat stagiairs ten volle de kans krijgen om de werking van de apotheek te leren kennen. VERLOOP START- EN INITIATIEFASE Tijdens de eerste week van de stage vindt een verwachtingsgesprek tussen stagiair en stagemeester plaats. Bespreking van de verwachtingen van beide partijen is het hoofdthema van dit gesprek. Ook afspraken in verband met uurregeling, zaterdagwerk, wacht, inhalen van afwezigheden, het maken van taken, het menselijk beeld van beide partijen (hobby s, 25
26 interesses, ) kunnen aan bod komen. De stagiair post een verslag van dit gesprek op Toledo, en stuurt dit tevens per mail naar zijn/haar coach. Tijdens de eerste weken van de stage zal de stagiair de kans krijgen om kennis te maken met de apotheek. Er wordt van hem/haar verwacht dat hij/zij zich inwerkt in de praktijk. A) Afleveren van geneesmiddelen Hoe is de apotheek ingericht? Hoe worden patiënten ontvangen? Hoe staan de specialiteiten gerangschikt? Hoe ziet de bibliotheek eruit? Welke elektronische bestanden kunnen geraadpleegd worden? Het leren kennen van de specialiteitsnamen, therapeutische classificatie, wettelijke codes en de plaatscodes gebeurt best door het actief wegzetten van geneesmiddelen. Dit werk dient in de mate van het mogelijke zonder tijdsdruk te gebeuren zodat het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium steeds kan geraadpleegd worden bij het wegzetten van een onbekend geneesmiddel. Ook nazicht van vervaldata kan voor dit doel aan de stagiair opgelegd worden. In deze fase maakt de stagiair ook kennis met de geautomatiseerde bestelling, de controle van de aankoop en de voorraadbeheersing. De stagiair wordt in de mate van het mogelijke gestimuleerd door de stagemeester om vragen te stellen over deze laatste 3 vaardigheden. Wij raden aan om deze opdracht te laten overheersen in deze fase van de stage, maar zeker te laten doorlopen gedurende de verdere stage, zonder dat deze opdracht de stage gaat overheersen. Het blijft een leerstage. Dagelijks selecteert de stagemeester een aantal (afgeleverde) voorschriften en legt ze voor aan de stagiair. Deze moet die dan ontcijferen, eventueel plaatscodes noteren, problemen detecteren en opmerkingen noteren over de manier van aflevering die volgens hem/haar passen bij dit voorschrift. De stagemeester controleert nadien. Dit kan ook perfect geïntegreerd worden in de dagdagelijkse praktijk door de stagiair bestellingen voor rusthuizen e.d klaar te laten zetten of afgeleverde voorschriften te laten nakijken (pretarificatie). In deze fase is er plaats om wat uitleg te geven over het geneeskundig voorschrift. Waar op te letten bij niet-reglementair voorschrift (te oud voorschrift, verkeerd formulier, valse naam, gestolen voorschrift). De stagiairs volgen minimum één opleidingsmoment in verband met tarificatie georganiseerd door een beroepsvereniging met tarificatiedienst. De data waarop deze infomomenten doorgaan worden gecommuniceerd via de Toledopagina van de stage. Nadien gaan we nog een stapje verder en worden de voorgelegde voorschriften ook effectief ingebracht in de computer (eventueel onder de middagpauze) zodat er inzicht in het 26
27 computerprogramma verkregen wordt. Problemen die zich bij deze activiteit voordoen kunnen aan de stagemeester voorgelegd worden. Bij een interessante aflevering is het aan te raden de stagiair enkele malen naast de stagemeester te laten staan. Hieronder verstaan we o.a. bij de aflevering van aerosolapparaten, O2-therapie, incontinentiemateriaal, bloeddrukmeters, Vervolgens kan gestart worden met het deeltijds afleveren (enkel op kalme momenten) onder begeleiding van de stagemeester. De stagemeester of de adjunct staat in de mate van het mogelijke naast de stagiair zonder zelf een andere patiënt te woord te staan. De stagiair begroet de patiënt, neemt het voorschrift aan, bekijkt het, neemt de geneesmiddelen, controleert de juistheid, controleert op interacties, geeft raadgevingen voor het juiste gebruik, vraagt of alles duidelijk is, brengt de geneesmiddelen in de computer, levert af en ontvangt. De keuze van zelfzorggeneesmiddelen blijkt voor sommige stagiairs een struikelblok. Het naslagwerk adviezen voor zelfzorg wordt veelvuldig geraadpleegd. De stagiairs bekijken best elk hoofdstuk grondig en zoeken uit welke zelfzorggeneesmiddelen voorradig zijn in de stageapotheek. Doelstellingen Inzicht in en kritische kijk op de organisatie en inrichting van een apotheek verkrijgen. Leren kennen van specialiteitsnamen, wettelijke codes en de verschillende therapeutische klassen. Inzicht krijgen in de voorraadbeheersing. De stagiair vertrouwd maken met het medisch voorschrift en alle daaraan gekoppelde problemen, desgewenst vooraleer hij/zij patiënten moet te woord staan. Aanleren van de administratieve aspecten van het medisch voorschrift Vertrouwd maken met het afleverprogramma Kritische kijk op de aflevermethode genereren B) Magistrale en officinale bereidingen Kennis van de maximale dosissen wordt getoetst tijdens de 3 e les Farmaceutische wetgeving en deontologie (L.Hombroeckx). De stagiair garandeert de kwaliteit van de magistrale bereidingen door bij elke magistrale bereiding door hem/haar gemaakt een uitgebreid protocol bij te voegen. We beschouwen volgende vaardigheden als essentieel: o Een goede bereidingsmethode opzoeken en deze bespreken met de stagemeester voordat de stagiair aan de bereiding begint o Hygiënische maatregelen treffen om de kwaliteit van de bereiding te optimaliseren 27
28 o o o o Correct uitrekenen van de af te wegen hoeveelheden en noteren van berekende theoretische hoeveelheden op bereidingsprotocol Nauwkeurig afwegen Afwerken van de bereiding: aandacht voor etikettering, bewaring en houdbaarheid Een bereidingsprotocol maken bij elke magistrale bereiding. Bereidingsprotocols Hier toch wat meer uitleg over het maken van een bereidingsprotocol. Toekomstige apothekers moeten meer dan ooit oog hebben voor kwaliteitszorg en daarom vragen we van de stagiairs om een bereidingsprotocol te maken bij elke magistrale bereiding. Dit kadert in het bredere perspectief van de kwaliteitszorg in de apotheek. Een stagiair zou op zijn minst moeten leren dat de principes van GMP niet enkel theorie zijn, maar wel degelijk hun nut hebben in de officina. Tip voor de stagiairs: Zoek samen met je stagemeester naar een werkbare oplossing voor het opstellen van deze protocols. Noteer houdbaarheid en bewaringsvoorschriften op het afgeleverde preparaat. Beheer van de grondstoffen. Identificatie, schikking, vervaldatum, bewaring, Op welke manier gebeurt dit in de stageapotheek? Wat zijn de wettelijke voorschriften? De student begint met het leren van de maximale dosissen, zodat hij/zij al notie heeft van de producten die in de lijst voorkomen. In deze fase worden de bereide gelulen aan een test van gelijkvormigheid van massa onderworpen. We raden aan deze oefeningen in volgende fasen ook uit te voeren. Ook de gelijkmatigheid van gehalte kan gecontroleerd worden. Het is een aanzet tot geregelde controle van gewicht voor andere bereidingen. Men besteedt veel aandacht aan het maken van een goed bereidingsprotocol. Doelstellingen Bewust maken van de belangrijkheid van dosissen bij grondstoffen. Kritisch onderzoek over magistrale bereidingen stimuleren. In de beroepspraktijk toepassen wat reeds in praktische oefeningen aangeleerd werd. Kennis krijgen van een manier van grondstofbeheer. De stagiair het belang van juiste dosering aanleren. Controle op nauwkeurigheid Belang van gelijkmatigheid van gehalte laten inzien. De stagiairs laten uitzoeken hoe deze gelijkmatigheid het best tot stand komt. 28
29 C) Andere vaardigheden Wanneer er in dit stadium of in een andere fase een wachtvergadering of interdisciplinair overleg of een bijscholing plaatsvindt wordt aangeraden de stagiair hierop mee te nemen. Doelstelling De toegang naar apotheekoverstijgende contacten versoepelen door deze reeds in de stage in te bouwen. Tijdsduur van de initiatiefase Op donderdag 10 september 2015 worden stagiairs verwacht op een introductiedag van de stage. Hierbij zal gestart worden van de ervaringen die stagiairs opgedaan hebben tijdens de initiatiefase. Waarom de stagiair niet direct voor de leeuwen gooien? Vanuit didactisch oogpunt is dit niet beste manier om het opleidingsproces op gang te brengen. We geven daarvoor nog enkele redenen. Het komt het zelfvertrouwen van de stagiair niet ten goede. Het vertrouwen van de patiënt in deze stagiair en eventueel in de stageapotheek komt in het gedrang. Een stagemeester verwoordde haar manier van vertrouwen geven aan de patiënt mooi door te zeggen: eerst ziet de patiënt mij alleen, daarna ziet deze mij afleveren met een stagiair die naast me staat, daarna levert de stagiair af en ik sta er naast en als laatste levert de stagiair volledig alleen af. Er gaat veel tijd verloren omdat praktisch elke handeling van de stagiair voorafgegaan wordt door een vraag aan de stagemeester of adjunct. Voor de meeste stagiairs is het starten met afleveren een cruciale fase in de stage. Afhankelijk van de persoonlijkheid van de stagiair, de aard van de stageapotheek, en de instelling van de stagemeester wordt het tijdstip bepaald waarop gestart wordt met afleveren. Toch willen wij met aandrang vragen om ten laatste twee maanden na aanvang van de stage te starten met het afleveren van geneesmiddelen. Reflectie aan het einde van de initiatiefase Kennis De stagiair kent de indeling van het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium en kan de meest courante geneesmiddelen plaatsen. 29
30 De stagiair weet of een grondstof op de lijst van de maximale dosissen staat of niet (toets maximale dosissen, beschikbaar op Toledo). Vaardigheden Voordat men tot de volgende fase overgaat, moet de stagiair toch minstens één week de hem voorgelegde voorschriften zo goed als foutloos (90%) op papier kunnen uitvoeren. De stagiair kent de plaatsen van de geneesmiddelen. De stagiair is in staat een eenvoudige magistrale bereiding volledig zelfstandig uit te voeren. De stagemeester evalueert. Taken De stagiair rapporteert over de uitgevoerde activiteiten (administratief luik, galenisch, geneesmiddelen en eigen initiatieven) in het stageportfolio en/of stagedagboek. Ervaringen worden meegenomen naar de introductiedag op 10 september
31 NUTTIGE TAKEN VOOR DE STAGIAIR Reflecteer en wees kritisch! Lees de vakpers! Op de website van APB staan actuele praktijkgerelateerde artikels. Stagiairs krijgen een gratis paswoord. Ga naar de lescycli van IPSA ( Stagiairs krijgen gratis toegang. Wanneer je een interessante aflevering (o.a. aflevering van aerosolapparaten, O2 therapie, incontinentiemateriaal, bloeddrukmeters, ) hebt gedaan of zien uitvoeren door je stagemeester kan het nuttig zijn om dit te noteren in het stagedagboek: Hoe gaat men te werk bij een aflevering op voorschrift in de stageapotheek? Noteer hierbij de realiteit en je kritische opmerkingen die je bij deze manier van werken hebt. Beheer van de grondstoffen. Identificatie, schikking, vervaldatum, bewaring, Op welke manier gebeurt dit in de stageapotheek? Wat zijn de wettelijke voorschriften? Hoe zou jij het doen? Deel dit (op een beleefde manier) mee aan je stagemeester. Onderwerp een lot magistraal bereide gelulen aan een test van gelijkvormigheid van massa. Vermeld de resultaten op je protocolbladen. Homeopathie en fytotherapie. Hierover kan je via allerlei bronnen kennis verwerven. Contacteren van arts. We stellen ons als doel dat je tijdens de opleiding minimum 1x zelf een arts gecontacteerd hebt. Bijvoorbeeld naar aanleiding van een probleem met een voorschrift of bij het maken van de medicatiehistoriek. Het onderhoud met een arts dient zorgvuldig voorbereid te worden samen met je stagemeester. De gevolgde werkwijze (probleemstelling, mogelijke oplossingen aangeboden aan arts, verloop van telefonisch gesprek of gesprek in vivo en het uiteindelijke resultaat). Maak een reflectie. Maak een vergelijking tussen 2 verschillende toedieningsvormen van één specialiteit (bvb. Imodium en Imodium instant). Deze oefening kan als voorbereiding dienen op het examen casuïstiek. De samenstelling van een cosmetisch product kan besproken worden. Bij elk bestanddeel worden de functie en de eigenschappen ervan vermeld cfr. cursus dermatologie. De stagiair kan tijdens de stage één gefundeerde manier uitwerken hoe hij/zij een werkzaamheid eventueel later in zijn eigen apotheek zou organiseren (opstellen van een goed afleveringsprotocol, schikking van de apotheek, regeling van de werkuren, ). Dit kan, maar moet niet noodzakelijk uitgaan van de situatie in de stageapotheek. Hij/zij kan hierover verslag uitbrengen bij de stagemeester. Organiseer onder een middagpauze een apotheekteamvergadering. Je bereidt een korte presentatie voor over een praktijkgerelateerd onderwerp en presenteert dit voor het ganse apotheekteam. Voorzie eventueel een lunch. 31
32 Achtergrond van de stagiair DE OPLEIDING De huidige opleiding tot apotheker duurt 5 jaar en is onderverdeeld in een 3-jarige bachelor en een 2-jarige master. De bacheloropleiding is voor iedereen aan de faculteit farmaceutische wetenschappen dezelfde en bestaat vooral uit basisvakken, opgedeeld in 5 grote lijnen: Basiswetenschappen Het geneesmiddel: aangrijpingspunten en werkingsmechanisme Het geneesmiddel: ontwikkeling, productie en analyse Farmaceutisch werkveld Mens en maatschappij Na deze 3-jarige opleiding kiest de student ofwel voor de Master in de Farmaceutische Zorg ofwel voor de Master in de Geneesmiddelenontwikkeling. De opleiding Bachelor in de farmaceutische wetenschappen (3 jaar) Master in Farmaceutische Zorg (2 jaar) Master in Geneesmiddelen ontwikkeling (2 jaar) MASTER IN FARMACEUTISCHE ZORG De Master in Farmaceutische Zorg richt zich vooral tot studenten die verder willen gaan in patiëntenzorg, als officina-apotheker of als ziekenhuisapotheker. In het eerste jaar van deze masteropleiding krijgen studenten opleidingsonderdelen als farmacotherapie, farmaco-economie en toxicologie. Daarnaast krijgen ze een uitgebreide module farmaceutische zorg waarin zowel communicatie met patiënten als zelfzorgadviezen, dermofarmaca, geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, fytofarmaca, medische materialen en medische toepassingen van ioniserende straling aan bod komen. In dit eerste jaar van de masteropleiding lopen studenten ook 4 weken stage in een ziekenhuis, ofwel op een klinische afdeling ofwel in de ziekenhuisapotheek. 32
33 Het tweede jaar van de masteropleiding bestaat grotendeels uit een stage in een openbare apotheek. Daarnaast volgen de studenten een aantal opleidingsonderdelen (georganiseerd op vrijdag) en werken ze aan hun masterproef. Wat kennen en kunnen de studenten Master in de Farmaceutische Zorg vóór ze aan hun stage beginnen? Op het vlak van magistrale bereidingen o hebben studenten theoretische kennis van formulering, bereiding en controle van geneesmiddelvormen o kunnen ze de voornaamste geneesmiddelenvormen bereiden o kunnen ze informatie opzoeken om een geschikte bereidingsmethode op te stellen o kunnen ze protocollen opstellen, bevindingen rapporteren, Op het vlak van geneesmiddelen o hebben studenten inzicht in de wisselwerking tussen geneesmiddel en organisme o hebben ze theoretische kennis van de verschillende klassen van geneesmiddelen, m.i.v. indicaties, nevenwerkingen, risico s van overdosering, o kennen ze een aantal productnamen (beperkt, gebaseerd op de ervaring in het ziekenhuis) o hebben ze inzicht in behandelingsschema s, medicatieprofielen, Op het vlak van adviezen voor zelfzorg o kennen ze de verschillende adviezen, m.i.v. de criteria voor de keuze van een bepaalde aanpak o kunnen ze een apotheker-patiënt gesprek voeren, met aandacht voor vraagstelling (WHAM), keuze en adviesverstrekking Wat betreft dermofarmaca en geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik kennen ze de verschillende types van producten, m.i.v. de indicaties en de bijhorende adviezen Wat betreft fytofarmaca kennen ze de toepassingen van de verschillende geneesmiddelen, m.i.v. de evidentie voor dit gebruik Wat betreft medische materialen voor de thuiszorg hebben ze een overzicht van de verschillende materialen en hun toepassingen Wat betreft farmaceutisch werkveld o hebben ze inzicht in hoe patiënten met geneesmiddelen omgaan (patiënteninterview) o hebben ze inzicht in het belang van communicatie o hebben ze geleerd schriftelijke informatie voor patiënten op te stellen o kennen ze de principes van medische beeldvorming 33
34 o kennen ze de principes van staalname, bepaling van klinisch biologische parameters en standaardwaarden Algemeen kunnen studenten o literatuur opzoeken o wetenschappelijke artikels interpreteren o een rapport schrijven o onderzoeksvragen stellen o onderzoeksopdrachten uitvoeren o werken in groep o bevindingen presenteren MASTER IN GENEESMIDDELENONTWIKKELING De Master in Geneesmiddelenontwikkeling richt zich vooral tot studenten die verder willen gaan in het wetenschappelijk onderzoek, aan de universiteit of in de industrie. In het eerste jaar van deze masteropleiding krijgen studenten opleidingsonderdelen als farmacotherapie, farmaco-economie, toxicologie en farmaceutische biotechnologie. Daarnaast krijgen ze vorming rond de fysicochemische aspecten van geneesmiddelen, en kunnen ze kiezen uit een groot aantal onderzoeksgerichte opleidingsonderdelen. In het tweede semester van dit opleidingsjaar doen studenten onderzoekswerk in een laboratorium van de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen of van de Faculteit Geneeskunde. Ze werken er meestal samen met doctoraatsstudenten en voeren in het kader van lopend onderzoek experimenten uit. Het tweede jaar van de masteropleiding bestaat grotendeels uit een stage in een openbare apotheek. Daarnaast volgen de studenten een aantal opleidingsonderdelen (georganiseerd op vrijdag) en werken ze aan een onderzoeksvoorstel. Wat kennen en kunnen de studenten Master in de Geneesmiddelenontwikkeling vóór ze aan hun stage beginnen? Op het vlak van magistrale bereidingen o hebben studenten theoretische kennis van formulering, bereiding en controle van geneesmiddelvormen o kunnen ze de voornaamste geneesmiddelenvormen bereiden o kunnen ze informatie opzoeken om een geschikte bereidingsmethode op te stellen o kunnen ze protocollen opstellen, bevindingen rapporteren, o kunnen ze een probleem analyseren en een oplossing voorstellen Op het vlak van geneesmiddelen 34
35 o hebben studenten inzicht in de wisselwerking tussen geneesmiddel en organisme o hebben ze theoretische kennis van de verschillende klassen van geneesmiddelen, m.i.v. indicaties, nevenwerkingen, risico s van overdosering, Wat betreft farmaceutisch werkveld o kennen ze de principes van staalname, bepaling van klinisch biologische parameters en standaardwaarden Algemeen kunnen studenten o onderzoeksvragen stellen o een onderzoeksopdracht uitvoeren o literatuur opzoeken o wetenschappelijke artikels interpreteren o een rapport schrijven o werken in groep o bevindingen presenteren STUDENTENKENMERKEN Zoals blijkt uit het hoofdstuk over de huidige opleiding tot apotheker, hebben studenten die aan hun stage beginnen al heel wat voorkennis zowel theoretisch als op vlak van vaardigheden. Toch kunnen studenten onderling nog heel erg verschillen. Motivatie We gaan er van uit dat de meeste studenten gemotiveerd aan hun stage beginnen, dat ze er zin in hebben. Sommigen hebben een duidelijk doel voor ogen, anderen zien de stage eerder als een oriënterende periode waarin ze kunnen ontdekken waar ze met hun opleiding naar toe willen. Sommige studenten zijn intrinsiek gemotiveerd; het doel van het uitvoeren van de activiteiten is voor hen gelegen in de activiteiten zelf (bereidingen maken om bereidingen te maken, gepaste uitleg geven bij het afleveren van geneesmiddelen om daar voldoening uit te halen). Nieuwsgierigheid, interesse tonen, genoegen scheppen in het oplossen van problemen, zijn uitingen van intrinsiek gemotiveerd gedrag. Extrinsieke motivatie verwijst naar de mate waarin studenten gemotiveerd zijn voor activiteiten omdat ze verwachten dat deze activiteiten leiden naar bepaalde gevolgen (score, diploma, ). Als het leren voornamelijk gericht is op het behalen van goede resultaten, of als studenten enkel bepaalde activiteiten uitvoeren om hun diploma te behalen, wijst dit eerder op extrinsieke motivatie. 35
36 Voorkennis Er zijn studenten die in de afgelopen jaren heel goede resultaten behaalden; anderen hadden het een stuk moeilijker. De resultaten op zich zeggen overigens niet zo veel: de ene student kan over heel veel theoretische voorkennis beschikken, maar niet zo goed zijn in het vertalen van die kennis naar de praktijk, terwijl een andere student juist wel over een aantal vaardigheden beschikt die in de apotheekomgeving van belang zijn maar dan weer de theoretische onderbouw mist. Metacognitie Studenten kunnen ook verschillen in de manier waarop zij hun eigen denken en leren zien. Dit noemen we metacognitie. De metacognities van studenten bepalen mee hoe ze functioneren en reageren op initiatieven van het begeleidingsteam. Zo hebben studenten hun eigen opvattingen over hun vermogen tot onthouden, leren, redeneren, enz., bijvoorbeeld: Mijn geheugen is een echte zeef. Daarnaast hebben ze ook opvattingen over een bepaald probleem of een bepaalde taak, bijvoorbeeld: Zelf een manier bedenken om een bereiding te maken is iets wat alleen de slimste studenten kunnen. Studenten hebben ook een idee over de effectiviteit van bepaalde strategieën, bijvoorbeeld: De beste manier om je voor te bereiden op het examen geneesmiddelenkennis is het gecommentarieerd geneesmiddelenrepertorium van buiten te leren. Metacognitieve leeractiviteiten zijn de denkactiviteiten waarmee studenten hun leerproces (proberen te) sturen. Het gaat om activiteiten waarmee studenten hun leerproces plannen, de stand van zaken in hun leerproces bewaken en terugblikken op het leerproces. Hier kunnen we een onderscheid maken tussen drie types studenten: de zelfgestuurde student bepaalt zelf op welke wijze hij de doelstellingen zal bereiken en bewaakt zijn leerresultaten. Hij zal, bijvoorbeeld, zelf bijkomende informatiebronnen raadplegen. De extern gestuurde student laat zich in sterke mate leiden door de stagemeester. Hij zal er nooit zelf aan denken om bijkomende informatiebronnen te raadplegen. De stuurloze student is niet in staat zijn leerproces te reguleren. Leerstijl Elke student heeft ook zijn eigen leerstijl. Misschien was jij als stagiair iemand die vooral veel leerde van wat jouw stagemeester je vertelde; de student die bij jou stage komt lopen, kan iemand zijn die vooral leert door dingen zelf te doen. Volgens Kolb kunnen we 4 soorten leerstijlen onderscheiden. De bezinner kijkt hoe anderen een probleem aanpakken en denkt eerst na voordat hij iets doet. Hij ziet veel oplossingen, omdat hij een probleem vanuit veel standpunten kan bekijken. Daardoor neemt hij beslissingen soms traag. De denker is goed in 36
37 logisch denken en redeneren. Hij probeert algemene regels te ontdekken en leert het liefst uit boeken. Het is belangrijker dat ideeën logisch zijn, dan dat ze praktisch uitvoerbaar zijn. De beslisser plant een taak en voert die uit. Hij is niet zo geïnteresseerd in theorie. Hij doet het goed in conventionele intelligentietesten. Houdt zich liever bezig met technische problemen dan met mensen. De doener houdt van experimenteren en lost problemen op door iets uit te proberen. Hij past zich goed aan aan nieuwe situaties. Soms kan een doener druk overkomen in zijn dadendrang. Wat vaststaat, is dat wanneer studenten leren, zij een hele reeks activiteiten uitvoeren. OMGAAN MET STUDENTENKENMERKEN Motivatie De mate waarin studenten gemotiveerd zijn voor de stage is iets waar je als begeleidingsteam rekening moet mee houden. Bij studenten motivatie opwekken, kan echter ook als doel worden vooropgesteld: je wil studenten het belang van bepaalde aspecten van het beroep doen inzien, hen stimuleren om ontwikkelingen in dit domein verder te blijven volgen, Hoe kan je inspelen op motivatie? o zelf een motiverend voorbeeld zijn. Dit kan door: o op een enthousiaste wijze je beroep uit te oefenen o uitdrukkelijk interesse te tonen voor je beroep o de actualiteit i.v.m. je beroep te volgen en ter sprake te brengen o de intellectuele nieuwsgierigheid van studenten wekken. Dit kan door: o de stagiair vragen en casussen voor te leggen en hen te stimuleren zelf op zoek te gaan naar antwoorden, al dan niet in cursussen die eerder in de opleiding aan bod kwamen o onverwachte en ongewone vragen te stellen zoals: Wat klopt niet in deze bereiding?, Waarom lijkt de combinatie van deze geneesmiddelen niet logisch? o laten aanvoelen dat leren belangrijker is dan presteren. Dit kan door: o te laten aanvoelen dat fouten maken een deel is van het leerproces o samen na te denken waarom iets fout liep o eigen fouten toe te lichten en aan te geven hoe je daaruit leerde o aan te geven dat je blij bent dat de student tijd neemt om iets op te zoeken en informatie te verwerken o duidelijk te laten aanvoelen dat de stagiair geen extra werkkracht is, maar een student die de ruimte krijgt om te leren 37
38 o o positieve feedback geven. Dit kan door: o de feedback te richten op het feit dat de student vooruitgang maakt o aan te geven hoe de student bepaalde lacunes kan wegwerken studenten de mogelijkheid te geven bepaalde keuzes te maken, bijvoorbeeld waar ze in een bepaalde periode de nadruk willen op leggen Voorkennis Als je de kloof tussen voorkennis en nagestreefde competenties niet te groot wil maken, doe je er goed aan om de voorkennis van de stagiair in kaart te brengen. We bedoelen daarmee niet alleen de hoeveelheid voorkennis (meer of minder compleet), maar ook de structuur van de voorkennis (sommige studenten kennen hooguit enkel eigenschappen van een bepaald geneesmiddel terwijl anderen dit veel beter kunnen duiden), de beschikbaarheid van de voorkennis (het al of niet actief kunnen inzetten van de voorkennis) en de correctheid van de voorkennis (voorkennis kan juist, minder juist of helemaal verkeerd zijn). Dit kan je doen door: o de student over een bepaald onderwerp te laten brainstormen (Wat weet je al van dit geneesmiddel? Waarvoor wordt het gebruikt? Welke informatie zou je meegeven aan patiënten? Waarom?) o samen met de student te associëren bij een bepaald onderwerp (Waaraan doet dit voorschrift jou denken? Aan welke aandoening zou deze patiënt kunnen lijden?) Deze en andere technieken kan je toepassen bij het begin van de stage, de voorbereiding van een tussentijdse evaluatie (zie evaluaties), Het is belangrijk dat je op basis hiervan feedback formuleert, en samen met de student nadenkt hoe tekorten in voorkennis kunnen weggewerkt worden. De informatie die je met behulp van deze technieken verwerft, is dus niet alleen belangrijk voor jou als begeleider, maar ook voor de student: het maakt duidelijk waar je naar toe wil werken. Metacognitie Onderzoek heeft aangetoond dat studenten die sterk zijn op het vlak van metacognitieve leeractiviteiten en over goed uitgesproken metacognitieve opvattingen beschikken, betere studieresultaten behalen dan studenten bij wie dit niet het geval is. Het is dus van belang de nodige aandacht te besteden aan het ontwikkelen van deze metacognitie. Dit kan je doen door: o de stagiair bij het begin van een bepaalde taak, module, te laten identificeren wat hij al weet en wat hij nog moeten opzoeken i.v.m. het probleem o de stagiair aan te moedigen om een taak te plannen, inclusief het inschatten van de nodige tijd, welke hulpmiddelen nodig zijn, 38
39 o o o de stagiair te motiveren om een stagedagboek bij te houden waarin hij nota neemt over onduidelijkheden, commentaar geeft over hoe hij met een bepaalde taak omging, elke opdracht af te sluiten door samen met de student na te gaan of en hoe bepaalde strategieën ook in andere situaties kunnen gebruikt worden de stagiair te stimuleren om stil te staan bij wat hij heeft geleerd in het doorlopen proces Leerstijl Inspelen op de leerstijl van de student en op de verschillende activiteiten die met leren gepaard gaan, kan je doen door: o te zorgen voor een veilige en uitdagende leeromgeving. De stagiair moet aanvoelen dat leren belangrijker is dan presteren o de leerstijl van de student te respecteren: een bezinner moet je niet meteen aan de balie laten werken; wellicht leert die het meest van een tijdje te observeren en te reflecteren over hoe jij het aanpakt, een doener steekt waarschijnlijk het meest op van het zelf te proberen, en daarna met jou te overlopen hoe het liep o te expliciteren hoe je zelf leert, hoe je omgaat met nieuwe informatie, hoe je problemen aanpakt, o de student te stimuleren om mentaal actief te zijn op de stageplaats; dit is een voorwaarde om te kunnen leren. o het ritme van de student te respecteren; geef begeleiding en instructies wanneer de stagiair het nog niet helemaal zelf kan. o aandacht te hebben voor de manier waarop de stagiair tot een bepaald resultaat is gekomen. 39
40 Werkcollege Geneesmiddelenkennis Van de huidige apotheker wordt verwacht dat hij/zij het geneesmiddelengebruik van patiënten kan opvolgen, interacties kan opsporen, verantwoord advies kan geven, in staat is om te overleggen met artsen en andere zorgverleners, antwoorden kan formuleren op farmacotherapeutische vragen, en bij dit alles vlot gebruik kan maken van apotheeksoftware, boeken en databanken. De stage in de officina is de belangrijkste schakel in de ontwikkeling van deze competenties. Het Werkcollege Geneesmiddelenkennis is bedoeld ter ondersteuning en terugkoppeling op deze stage. Stagiairs worden uitgedaagd om actief op zoek te gaan naar antwoorden op vragen uit de praktijk, en krijgen input om vaardigheden die onontbeerlijk zijn voor de professionele loopbaan, tijdens hun stage maximaal te ontwikkelen. Het werkcollege wordt vorm gegeven door medewerkers van het Onderzoekscentrum voor Farmaceutische Zorg en Farmaco-economie, en door apothekers uit de praktijk. Studenten nemen er een actieve rol in op en bepalen mee de inhoud door het inbrengen van ervaringen uit de praktijk. Niet alle studenten volgen alle werkcolleges; er is ruimte voor eigen invulling van het traject. De werkcolleges vormen een aansluiting op de instructiedag; op 10 september krijgen stagiairs meer info over de concrete organisatie en mogelijkheden. Alle informatie, verwachte voorbereiding,... zal ook beschikbaar zijn op Toledo. WAT KAN ER AAN BOD KOMEN? Communicatietrainingen, zowel gericht op het begeleiden van patiënten bij vragen rond zelfzorg als op een gesprek bij eerste of herhaalde aflevering van geneesmiddelen op voorschrift. Patiënteninterview, met focus op de pathologie en de gebruikte geneesmiddelen, hoe de patiënt zijn/haar ziekte ervaart en welke impact dit heeft op het dagelijkse leven. Farmacotherapeutische vragen: Hoe pak je een vraag uit de praktijk aan? Welke bronnen kan je raadplegen om snel een betrouwbaar antwoord te formuleren? Hoe kan je medewerkers in de apotheek informeren over de gegevens die je hebt gevonden en hoe begeleid je op basis van deze gegevens de patiënt? Opvolgen van geneesmiddeleninteracties: Hoe kan je in de praktijk interacties opsporen? Welke bronnen kan je raadplegen om informatie over deze interacties te vinden en het risico correct in te schatten? Hoe ga je om met een interactiemelding? Wie contacteer je en welke voorstellen formuleer je? Medisch farmaceutisch overleg: hoe kijken arts en apotheker naar het medicatieprofiel van een patiënt? Welke veranderingen kunnen voorgesteld worden, en op basis van welke informatie? Hoe kunnen arts en apotheker afspraken maken over de opvolging van eventuele wijzigingen? Hoe kunnen artsen en apothekers samenwerken in de eerste lijn? 40
41 Opdrachten Stageopdrachten Meer informatie over de stageopdrachten werd gegeven ter gelegenheid van de introductiedag voor stagiairs die doorging in Leuven op donderdag 10 september Net zoals voorgaande jaren zullen de stageopdrachten zich situeren in de domeinen van farmacotherapie en patiëntenbegeleiding, magistraal, en kwaliteitszorg. De opdrachtfiches staan ook op Toledo beschikbaar. OPDRACHT MEDICATIEHISTORIEK ALGEMEEN Onder een medicatiehistoriek verstaan we een diepgaande reflectie over het medicatieprofiel van een patiënt met aandacht voor aanbevelingen aan de patiënt. Het maken van de medicatiehistoriek biedt de gelegenheid om de hieronder vermelde leerdoelen te bereiken. Deze leerdoelen worden gescoord in een individueel evaluatierapport, gebaseerd op verschillende dimensies. LEERDOELEN Met het maken van een medicatiehistoriek worden volgende leerdoelen beoogd: 1. De student kan op een gepaste en professionele manier communiceren met patiënten en met andere gezondheidswerkers (voornamelijk huisarts) over het medicatiegebruik / therapieplan. ( dimensie analyse van de patiënt: informatie over de pathologie vraagt interdisciplinair overleg). 2. De student is in staat om de belangrijkste elementen in de benadering van de patiënt te rapporteren. ( dimensie Structuur-formaat: de aandacht gaat naar een overzichtelijke indeling van de inhoudelijke elementen. Voor de elementen: zie rapportering). 41
42 3. De student denkt kritisch na over de rationaliteit van farmacotherapie ( dimensie kritische zin). 4. De student is in staat om wetenschappelijke informatie naar een praktijkboodschap voor de patiënt te vertalen ( dimensie aanbevelingen patiënt). 5. De student kan selectief gebruik maken van bronnen en kennis ( dimensie gebruik kennis). 6. De student maakt een synthese uit een groot aantal gegevens ( dimensie synthese). 7. De student kan ordelijk rapporteren en vlot schrijven ( dimensie schrijfvaardigheid). Deze leerdoelen worden gescoord bij de schriftelijke terugkoppeling. OPTIES Er zijn verschillende opties voor het uitwerken van de opdracht medicatiehistoriek: A. Ofwel wordt de medicatie van één bepaalde patiënt bestudeerd. De patiënt wordt in samenspraak met de stagemeester gekozen uit het patiëntenbestand van de apotheek. De stagiair heeft een gesprek met de patiënt en met de behandelende arts. B. Ofwel wordt het medicatiegebruik van meerdere patiënten besproken in het kader van een patiënt-gerichte masterproef. Voor optie B neemt de stagiair vooraf contact op met Prof. G. Laekeman als coördinator van de opdracht. ROL VAN DE STAGEMEESTER De stagemeester ondersteunt de stagiair bij de keuze van patiënt, faciliteert het contact met de arts, en geeft desgewenst terugkoppeling over de opdracht vooraleer de stagiair deze inlevert. Indien de medicatiehistoriek uitgewerkt wordt zoals onder optie B, verleent de stageplaats de nodige faciliteiten om het onderzoek te kunnen uitvoeren. De stagemeester ondertekent de papieren versie van de opdracht. Deze handtekening betekent niet noodzakelijk dat de stagemeester instemt met de inhoud van het rapport. Ze bevestigt enkel dat de stagemeester op de hoogte is van de keuze van de patiënt(en) en de extractie van gegevens. Het is mogelijk dat een medicatiehistoriek ter publicatie wordt aangeboden voor farmaceutische tijdschriften. In dat geval wordt vooraf toestemming gevraagd aan de stagemeester en stagiair. Beide kunnen als co-auteurs optreden. De tekst wordt dan ingekort en herwerkt in functie van de instructies voor publicatie. Deze herwerkte versie wordt niet gepubliceerd alvorens stagemeester 42
43 en stagiair hun toestemming hebben gegeven. Persoonlijke gegevens van patiënten worden geanonimiseerd, sterk gereduceerd of weggelaten (bijvoorbeeld geografische situering, werkomgeving en voorafgaande historiek). INSTRUCTIES VOOR HET OPSTELLEN VAN DE MEDICATIEHISTORIEK BIJ OPTIE A4 Fase I: voorbereiding en verzamelen gegevens: Overleg met de stagemeester over de keuze van de patiënt. Vraag toestemming aan de behandelende arts om de patiënt te mogen bespreken. Verzamel de gegevens (medische voorgeschiedenis, klinische parameters,...) die nodig zijn voor analyse van het medicatiegebruik. Plan een gesprek met de arts over de patiënt (cf. aspecten van rapportering). Zoek contact met de patiënt of zijn omgeving voor een gesprek over de medicatie: hoe gebruikt de patiënt zijn geneesmiddelen? Wat is het effect van de medicatie? Zijn er eventuele knelpunten of vragen? Fase II: analyse en voorstellen van aanpak: Analyseer de gegevens die je verzameld hebt: gegevens uit het farmaceutisch dossier van de patiënt; gegevens uit het gesprek met de patiënt; klinische gegevens. Formuleer een aantal voorstellen voor aanpak. Fase III: overleg met arts: Bespreek met de arts je bevindingen en voorstel van aanpak. Fase IV: gesprek met de patiënt: Koppel, indien nodig, terug naar de patiënt. Voer eventuele interventies uit (vb. opstellen medicatieschema) en ga na hoe de patiënt hier op reageert. Fase V: rapportering: Maak gebruik van een 12-punt letter en 1,5 interlinie voor alle rubrieken. Beperk het verslag tot 4 Deze instructies zijn een hulp voor de stagiair om inhoud en omvang van de verschillende delen te sturen. Werken in een geleide omgeving moet de beoordeling en discussie binnen een aanvaardbaar tijdschema mogelijk maken zonder aan transparantie in te boeten. 43
44 10 bladzijden, inhoudstafel en eventuele annexen inbegrepen. Een titelpagina telt niet mee in deze 10 pagina s. Situering van de patiënt Suggestie om dit onderdeel te beperken tot 1 pagina Dit deel moet antwoord geven op volgende vragen: Welke is de leeftijd en het geslacht van de patiënt? In welke omstandigheden leeft de patiënt (zelfstandig, geïnstitutionaliseerd, bij ouders, mantelzorg omgeving)? In welke mate is de patiënt nog beroepsmatig actief? Welk gezondheidsprobleem heeft de patiënt? In welke mate zijn er in het verleden complicaties opgetreden? Hoe verwerkt de patiënt de problematiek? Analyse Suggestie om dit onderdeel te beperken tot 2 pagina s a. Overzicht van de medicatie Geef een overzicht van de medicatie (groepeer per therapeutische groep of per aandoening). Vermeld het aantal afgeleverde verpakkingen gedurende het voorbije jaar. Specifieer naam, sterkte en grootte van de verpakkingen. Lever deze gegevens aan bij voorkeur onder tabelvorm. b. Analyse van de medicatie Dit deel moet antwoord geven op de vragen: In welke mate hebben / hadden de gebruikte geneesmiddelen effect? Welke informatie heb je verzameld omtrent het medicatiegebruik van de patiënt? Wat weet je over zijn/haar therapietrouw? In hoeverre heb je commentaar bij de keuze van de geneesmiddelen? Waar zie je mogelijke risico s? Zijn er potentiële of vastgestelde geneesmiddel-gerelateerde problemen? 44
45 Aanbevelingen Suggestie om dit onderdeel te beperken tot 1 pagina Geef aan hoe je de patiënt verder zou begeleiden bij zijn geneesmiddelengebruik. Geef aan welke suggesties je zou formuleren naar de arts. Uitkomsten Suggestie om dit onderdeel te beperken tot 1/2 pagina Beschrijf de resultaten van het overleg met de patiënt en de arts. Welke aanbevelingen werden weerhouden? Wat is het resultaat? Wat is de impact van de analyse door de apotheker? Referenties Alle geciteerde referenties komen hier terecht. Bij voorkeur: auteurs, titel artikel / boek, jaartal, volume, pagina s. Ofwel volgens nummering (nummer geciteerd in tekst), ofwel alfabetisch volgens eerste auteur (auteur geciteerd in tekst: auteur et al. jaartal). 45
46 INSTRUCTIES VOOR HET OPSTELLEN VAN DE MEDICATIEHISTORIEK BIJ OPTIE B! De stagiair neemt vooraf contact op met Prof. G. Laekeman! Fase I: verzameling van gegevens Verzamel de gegevens van de patiënten die je geïncludeerd hebt in de studie waaraan je hebt deelgenomen. Fase II: analyse Analyseer de medicatieprofielen en de gegevens over het medicatiegebruik. Welke zijn mogelijke knelpunten? Fase III: aanbevelingen Formuleer een aantal aanbevelingen voor de begeleiding van dit type patiënten. Vermijd algemeenheden. Maak eventueel een onderverdeling van patiënten volgens specifieke problematiek of maak een selectie van casussen. Formuleer vervolgens concrete raadgevingen voor deze subgroep(en). Fase IV: rapportering Maak gebruik van een 12-punt letter en 1,5 interlinie voor alle rubrieken. Beperk het verslag tot 10 bladzijden, inhoudstafel en eventuele annexen inbegrepen. Een titelpagina telt niet mee in deze 10 pagina s. Situering van de patiëntengroep Suggestie om dit onderdeel te beperken tot 1 pagina. Dit deel moet antwoord geven op volgende vragen: Welke is de leeftijd en het geslacht van de patiënten? Welk(e) gezondheidsprobleem hebben de patiënten? Analyse Suggestie om dit onderdeel te beperken tot maximum 2 pagina s. 46
47 a. Overzicht van de medicatie Geef een overzicht van de veel gebruikte medicatie (groepeer per therapeutische groep of per aandoening). b. Analyse van de medicatie Dit deel moet antwoord geven op de vragen: Welke informatie heb je verzameld omtrent het medicatiegebruik van de patiënten? Wat weet je over therapietrouw? Zijn er potentiële of vastgestelde geneesmiddel-gerelateerde problemen? In hoeverre heb je commentaar bij de keuze van de geneesmiddelen? Waar zie je mogelijke risico s? Aanbevelingen Suggestie om dit onderdeel te beperken tot 1 pagina. Geef aan hoe je deze patiëntengroep zou begeleiden bij het geneesmiddelengebruik. Geef aan welke suggesties je zou formuleren naar de behandelende artsen. Uitkomsten Suggestie om dit onderdeel te beperken tot ½ pagina. Geef eventueel outcomes van de interventies (vb. Informatie over risico, specifieke begeleiding,...) Referenties Alle geciteerde referenties komen hier terecht. Bij voorkeur: auteurs, titel artikel / boek, jaartal, volume, pagina s. Ofwel volgens nummering (nummer geciteerd in tekst), ofwel alfabetisch volgens eerste auteur (auteur geciteerd in tekst: auteur et al. jaartal). 47
48 PRAKTISCH De indiendatum voor deze opdracht is: - 06 december 2015 (studenten Farmaceutische Zorg) - 27 maart 2016 (studenten Geneesmiddelenontwikkeling). Schriftelijke terugkoppeling zal gebeuren in functie van de gekozen indiendatum. De stagiairs geven tijdig hun rapport ter inzage aan de stagemeester. De stagemeester ondertekent de medicatiehistoriek. De medicatiehistoriek wordt ingeleverd als papieren versie (bij de stagecoördinatie) en als elektronische versie (via Toledo). De essentie van het verslag bestaat erin aan te tonen dat de student in staat is een of meerdere medicatieschema s kritisch te analyseren, geneesmiddel-gerelateerde problemen te detecteren en een voorstel voor aanpak te formuleren. Elke stagiair krijgt een schriftelijk verslag over de medicatiehistoriek. Dat verslag bevat een kwalitatief gedeelte, met commentaar op de inhoud en vorm, suggesties en vragen ter overweging. Deze vragen moeten niet noodzakelijk beantwoord worden, maar dienen als overweging voor de praktijk. Laat ons weten in welke mate de commentaar behulpzaam en relevant was door te mailen naar [email protected] Het verslag bevat ook een kwantitatief gedeelte, met een score op 10 voor elk van de leerdoelen. Het totaal wordt berekend op 20. Deze opdracht telt mee voor 4/35 van de totaal puntenaantal voor de stage. VERANTWOORDELIJKE DOCENT [email protected] 48
49 OPDRACHT INTEGRALE KWALITEITSZORG ALGEMEEN De opdracht Integrale Kwaliteitszorg (IKZ) bestaat uit het beschrijven, doorlichten en/of aanpassen van een onderdeel van het kwaliteitssysteem van de stage-apotheek of alternatieve stageplaats. De nadruk ligt op het aspect continue verbetering, zoals behandeld in 8.5 van de ISO-9001 norm voor kwaliteitsmanagement systemen, en in het hoofdstuk F11 Zelfevaluatie van de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken. LEERDOELEN Leren denken in processen en in staat zijn die te vertalen in praktische procedures die in overeenstemming zijn met de wetgeving en de principes van IKZ. Een kritische blik ontwikkelen op het kwaliteitssysteem, d.m.v. interne audits of tevredenheidsenquêtes, en het uitwerken van een performantie-indicator. Ondersteunen van de integrale kwaliteitszorg op de stageplaats. ACHTERGRONDINFORMATIE Op 30 januari 2009 werd het Koninklijk besluit houdende onderrichtingen voor de apothekers gepubliceerd. Art. 3 bepaalt: "Iedere apotheker moet in de uitoefening van zijn beroep de beginselen en richtsnoeren voor de goede officinale farmaceutische praktijken, zoals opgenomen in bijlage I bij dit besluit, naleven." De bewuste bijlage I is de "Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken" die het kwaliteitssysteem beschrijft dat moet worden opgebouwd in de apotheek. Art. 51 bepaalt dat de verschillende hoofdstukken moesten afgewerkt zijn ten laatste op 1/1/2012. In principe beschikt iedere stage-apotheek dus sinds die datum over een kwaliteitshandboek dat alle wettelijk vereiste hoofdstukken bevat. In de praktijk blijkt de concrete invulling hiervan vaak te wensen over te laten omdat kwaliteitszorg niet altijd als een prioriteit wordt gezien of omdat de praktische uitwerking niet op een pragmatische manier gebeurt. In de industrie zijn kwaliteitssystemen al langer een dagdagelijkse realiteit, en zijn meestal gebaseerd op de ISO-9001 norm of op sector-specifieke normen zoals GMP. Elk kwaliteitssysteem, in de officina of daarbuiten, pril of meer matuur, staat voor de volgende uitdagingen: Regelmatige toetsing van de geschreven documentatie aan de voortdurend evoluerende praktijk. Is de documentatie volledig, is ze (nog) up to date, is ze goed bruikbaar of moet ze worden geherformuleerd,? 49
50 Hoe kan de kwaliteit verder worden verbeterd, en welke indicatoren zijn er om die verbetering op te volgen? In hoeverre voelt de klant de verbetering van de kwaliteit, en is het kwaliteitssysteem wel voldoende geënt op de wensen van de klant? KWALITEITSZORG DOORHEEN HET STAGEJAAR Er zullen 3 lessen IKZ gegeven worden doorheen het stagejaar. Les 1 Inleiding en theorie over wat IKZ eigenlijk inhoudt, de algemene principes, de noodzaak voor kwaliteitsbeheer,... (vrijdag 13 november 2015). Les 2 Uitgebreide toelichting en verduidelijking bij de stageopdracht: wat is het doel van de opdracht? Hoe pak je de opdracht het best aan? Hoe overleg je hierover met je stagemeester? Tijdens deze les zullen eveneens voorbeelden getoond worden ter verduidelijking van de verwachtingen. (vrijdag 20 november 2015). NB: Discussieforum Toledo Na de toelichting van de opdracht kan je, in overleg met je stagemeester, aan de slag. Tijdens deze periode gebruik je het discussieforum (OPO integrale kwaliteitszorg ) om vragen te stellen aan je medestudenten en prof. Declercq. Les 3 De laatste les IKZ op vrijdag 11 december 2015 is vooral bedoeld als moment voor feedback op voorstellen voor het uitwerken van de opdracht. Gerichte vragen worden vooraf doorg d naar Prof. Declercq ([email protected]) en zullen tijdens deze sessie behandeld worden. Vragen dienen vóór 10 december gesteld te worden! INVULLING STAGEOPDRACHT Aangezien IKZ op elke (stage)plaats anders ingevuld wordt, is het voor de stageopdracht essentieel om deze rechtstreeks te linken aan de werkplek/stageplaats. Overleg met de stagemeester en apotheekteam, of andere begeleider (industrie of andere), is dus absoluut noodzakelijk. De opdracht geeft studenten de mogelijkheid om zelf een kwaliteitsaspect in de stageplaats aan te kaarten en te optimaliseren. De opdracht is echter niet precies afgelijnd; studenten zijn samen met de stagemeester en (apotheek)team verantwoordelijk voor de specifieke invulling ervan. Hiertoe moet een keuze worden gemaakt uit volgende drie opties: 50
51 Het uitvoeren van een interne audit. Dat is een doorlichting van (een deel van) het kwaliteitssysteem (vb. voorraadbeheer, farmaceutische zorg, galenica,...) waarbij wordt nagegaan of de praktijk overeenstemt met de geschreven procedures, en of de procedures overeenstemmen met de wetgeving en de state of the art. Elke significante discrepantie moet aanleiding geven tot een oorzaken-analyse, een actieplan ter correctie ( SMART geformuleerd) en een opvolging van de effectiviteit van de verbeteracties. Het uitvoeren van een tevredenheidsenquête bij de patiënten van de apotheek of van de organisatie. Hierbij moet worden gepolst naar aspecten van de dienstverlening die significant zijn voor de klant en/of voor de wetgever, op een dusdanige manier dat de conclusies kunnen vertaald worden in een actieplan, analoog aan een actieplan volgend op een interne audit. Het uitvoeren van een risicoanalyse. Dit is een preventief instrument waarbij een proces wordt doorgelicht, op zoek naar incidenten die zich zouden kunnen voordoen. Aan de hand van een score, die o.a. rekening houdt met de ernst van de gevolgen indien een incident zich zou voordoen, wordt een prioriteitslijst opgemaakt voor preventieve acties. Dit kan bv. worden toegepast op een moeilijke bereiding die je hebt uitgewerkt op je stageplaats: wat zijn de risico s die de kwaliteit van deze bereiding bedreigen, hoe hou je die risico s onder controle en zorg je dus ervoor dat de kwaliteit behouden blijft als je vertrekt na je stage? Bij elk van die opties hoort ook het uitwerken van een performantie-indicator. Dat is een numerieke indicator m.b.t. de kwaliteit, die moet toelaten om verbeteringsacties te evalueren op langere termijn. Zonder dergelijke indicatoren is het zeer moeilijk om continue kwaliteitsverbetering te sturen en te objectiveren. Deze indicator dient dus aan te sluiten bij, of te volgen uit, de gekozen optie (cfr. hierboven). Als bv. een interne audit wordt uitgevoerd van de bereidingen, kan het percentage correct gevulde gelules een performantie-indicator zijn. De voorgestelde indicator moet evenwel nieuw zijn voor de stageplaats, en moet kort worden beschreven (wat wordt gemeten en hoe?) en verantwoord (hoe kan de meting en opvolging van de indicator bijdragen tot kwaliteitsverbetering?). Idealiter moet worden aangetoond dat de indicator in de praktijk effectief leidt tot kwaliteitsverbetering. Dat kan aan de hand van initiële metingen, waaruit een actieplan wordt afgeleid (kort te beschrijven), waarvan de effectiviteit moet blijken uit nieuwe metingen. PLANNING Tijdens de les van 20 november 2015 zal uitgelegd worden wat van de stageopdracht exact verwacht wordt. Volgend op deze les hebben studenten 14 dagen tijd om samen met de stagemeester na te denken over de invulling van de opdracht. Tijdens deze periode kunnen 51
52 studenten het discussieforum gebruiken om vragen te stellen aan elkaar en aan prof. Declercq. Na de les van 11 december 2015 zou het voor studenten duidelijk moeten zijn wat ze gaan uitvoeren en op welke manier. In de maand die daarop volgt kan, in en buiten de stageplaats, de opdracht afgewerkt worden. Ten laatste op vrijdag 31 januari 2016 wordt het schriftelijk verslag, gehandtekend door de stagemeester met vermelding gelezen en goedgekeurd, ingediend op de Stagecoördinatie. HET VERSLAG MAG MAXIMAAL 5000 WOORDEN BEVATTEN (TITELPAGINA, INHOUDSTAFEL, TABELLEN EN FIGUREN NIET MEEGEREKEND). Daarnaast moet ook een elektronische kopie (handtekening stagemeester hoeft daar niet bij) worden verstuurd naar EVALUATIE Het schriftelijk ingediende document, in te dienen ten laatste op vrijdag 31 januari 2016, zal dienst doen als evaluatiedocument voor het onderdeel Integrale Kwaliteitszorg. Er zal een punt gegenereerd worden dat voor 4/35 punten zal meetellen voor het OPO Apotheekstage. ROL VAN DE STAGEMEESTER De stagemeester stelt de stageplaats ter beschikking van de stagiair voor het maken van deze opdracht. De stagemeester kadert het werk van de stagiair in de Integrale Kwaliteitszorg van de stageplaats. De stagemeester geeft zijn/haar goedkeuring aan het rapport vooraleer de stagiair dit inlevert. ROL VAN DE DOCENT Tijdens de contactmomenten zal een korte introductie worden gegeven over kwaliteitssystemen. Daarna zal de docent ingaan op de technieken die kunnen worden gehanteerd bij het uitvoeren van de IKZ opdracht. 52
53 OPDRACHT FORMULERINGSONDERZOEK DOELSTELLINGEN Studenten kunnen: - de veiligheid van hun magistrale en officinale bereidingen garanderen door controle van de dosissen; - kennis over de eigenschappen van hulpstoffen en activa toepassen bij het ontwikkelen van een mogelijke bereidingswijze; - een aanvaardbare bereidingswijze neerschrijven onder de vorm van een consistent en ondubbelzinnig bereidingsprotocol; - garanderen dat door hen bereidde geneesmiddelen voldoen aan de nodige kwaliteitscriteria, o.a. door een systematische aanpak en het definiëren en uitvoeren van in- en end-process controles; - magistrale en officinale bereidingen optimaliseren, en hierbij de therapeutische werking en kwaliteit van het eindproduct blijven garanderen; gebruik maken van betrouwbare (evidencebased) informatiebronnen om een gefundeerde bereidingsaanpak te formuleren; - de relevante theoretische inzichten toepassen op moeilijke bereidingen uit de praktijk; - redeneren over de voor- en nadelen van alternatieve bereidingswijzen, alsook een opinie vormen over bereidingen die ze terugvinden in formularia; - aan de hand van een groepsdiscussie komen tot een concrete aanpak voor een moeilijke bereiding; - beknopt toelichten wat de essentiële stappen zijn in een bereidingsaanpak, en daarbij kennis van zaken uitstralen (op basis van oa. terminologie en communicatievaardigheden); - structurele feedback geven aan medestudenten; - gekregen feedback verwerken en constructief gebruiken. WERKVORMEN EN OPDRACHTEN 1. Introductie: Instructieworkshop Strategische aanpak van een niet-alledaagse bereiding in de apotheek (10/09/2015) Volgende onderdelen komen aan bod tijdens de workshop: Theoretische inleiding: Hoe ga ik om met een moeilijke bereiding? Voorbeeldbereidingen Oefenmoment De stagiairs ontvangen, ter voorbereiding van de workshop, 1 à 2 weken vóór de introductiedag slides met theoretische uitleg via Toledo. 53
54 Studenten nemen naar de instructieworkshop een formule mee van een moeilijke bereiding. Deze zal tijdens het oefenmoment gebruikt worden om zich de methodiek om met een moeilijke bereiding om te gaan, eigen te leren maken. 2. Stageopdracht formuleringsonderzoek Stagiairs werken gedurende het stagejaar twee keer een formuleringsopdracht uit (met bijhorende verdiepingssessie). a. Groepsindeling en planning Bij de start van het stagejaar worden studenten verdeeld in groepen van 6 à 7 studenten. Het document met de groepsindeling is terug te vinden op Toledo (community Apotheekstage onder stage opdrachten ). Daarnaast is per groep een groepspagina voorzien (zie groups ). Ook de bijhorende planning is hierbij terug te vinden (tijdstip verdiepingssessie). b. Insturen moeilijke bereidingen uit de stagepraktijk Ten laatste 6 weken vóór het plaatsvinden van de verdiepingssessie stuurt elke groep drie moeilijke bereidingen in via de groepspagina op Toledo ( file exchange ). Voor studenten Farmaceutische Zorg: Wees je ervan bewust dat de eerste formuleringsopdracht zeer snel aanvat. Concreet betekent dit dat de studenten die als eerste starten eind september/begin oktober al hun drie moeilijke bereidingen/groep zullen moeten insturen! c. Bekendmaking uit te werken bereiding door begeleidingsteam Ten laatste 2 weken later (= minstens 4 weken vóór de verdiepingssessie) maakt het begeleidingsteam bekend rond welke bereiding de groep gedurende 4 weken zal werken. d. Periode van maken van testbereidingen, opzoeken informatie, overleg... (4 weken) In de loop van een periode van vier weken werken studenten in groep de bereiding uit. De opdracht gebeurt deels door overleg via Toledo, sociale media, mail, skype, telefoon, persoonlijk contact, etc., en deels in de stageapotheek (maken van testbereidingen, ). Studenten bepalen onderling wie welke testbereidingen maakt, wat juist zal onderzocht worden enzovoort. Per student zou dit niet meer dan twee dagen in beslag mogen nemen. Het verdient de voorkeur dat alle studenten testbereidingen maken in hun stageapotheek en nemen de relevante testbereiding(en) mee naar de verdiepingssessie. Er wordt één finale testbereiding ingediend. Ter voorbereiding van de verdiepingssessie stelt elke groep een prefinale versie (> 90% klaar) van een powerpoint presentatie (max 10 slides excl. titel en referenties) en protocolblad op. De prefinale versies van deze documenten worden opgeladen op de groepspagina Toledo, ten laatste 3 dagen voor de verdiepingssessie. Het titelblad bevat de namen en foto s van de groepsleden. De laatste slide bevat een take-home message die de groep wenst te benadrukken in het kader van de gemaakte opdracht. e. Verdiepingssessie (2 uur per formuleringsopdracht) 54
55 De verdiepingssessie vormt het slotmoment van de formuleringsopdracht. Tijdens het eerste uur van de verdiepingssessie wordt per groep overlegd wat de finale bereiding theoretisch zou zijn. Kort overleg met het begeleidingsteam is ook nog mogelijk. Hiervoor worden de testbereidingen in groep vergeleken en kan de opgezochte informatie samen met de kennis die opgedaan werd door het iteratief proces van bereiden gebruikt worden om tot een groepsconsensus te komen. Het voorlopig protocolblad wordt vervolgens vervolledigd en de powerpoint presentatie wordt aangevuld (1 laptop per groep dient meegebracht te worden). Tijdens het tweede uur stelt elke groep gedurende 7 minuten zijn of haar bereiding voor aan de andere groepen en wordt verduidelijkt waarom zij voor een bepaalde formulering gekozen hebben (uitleggen iteratief proces van bereiden, evalueren en bijsturen). Dit gebeurt aan de hand van een powerpointvoorstelling (max 10 slides excl. titel en referenties). Na de presentatie zullen medestudenten en het begeleidingsteam vragen stellen aan de groep. Het geven van feedback is hier een onmisbaar element van het leerproces. Bovendien zal elke groep een vraag opstellen aangaande de voorgestelde opdracht. Iedere groep formuleert antwoorden op de gestelde vragen. Deze antwoorden (max 1/3 A4 per antwoord) worden neergeschreven en afgegeven op het einde van de sessie. Studenten geven op het einde van de verdiepingssessie het protocolblad (hardcopy) af samen met de testbereiding die het meeste aanleunt bij de groepsconsensus. Na de sessie (max 24 u nadien) posten zij op de groepspagina de finale powerpointpresentatie, een e- versie van het protocol en de antwoorden op de vragen. Elke student vult zijn portfolio aan met de presentatie en een elektronische versie van het finale protocolblad. Na de tweede verdiepingsessie vul je binnen de week de peer assessement via de toledopagina van je groep. De vragen die door het begeleidingsteam gesteld worden zullen richtinggevend zijn voor de vragen over magistrale competenties tijdens het examen casuïstiek dat plaatsvindt in de examenperiode van juni De opdrachten formuleringsonderzoek dienen als uitgangspunt bij de selectie van casussen met magistrale bereidingen voor het examen casuïstiek. Na deze verdiepingssessie is de formuleringsopdracht klaar. Een uitgebreid verslag hoeft niet ingeleverd te worden. Achterliggende informatie bij de specifieke bereiding kan tijdens het discussiemoment bevraagd worden door de groep of begeleidingsteam. 55
56 OPTIONEEL: FORMULERINGSONDERZOEK 3 Indien de eerste twee opdrachten op een weinig succesvolle manier uitgevoerd worden, zal vanuit het begeleidingsteam voorgesteld worden om een derde opdracht uit te voeren, en dit met het oog op het bereiken van de startcompetenties van een beginnende apotheker die betrekking hebben tot het maken van bereidingen. De schriftelijke weergave zal samen met de bereiding ingediend worden tegen vrijdag 29 april EVALUATIE De evaluatie van de magistrale component binnen het stagejaar bestaat uit volgende onderdelen: Evaluatie stageopdracht formuleringsonderzoeken (onderdeel OPO Apotheekstage) o protocolblad formuleringsopdrachten (2x) respecteren deadlines opladen Toledo consistentie o presentatie formuleringsopdrachten (2x) inhoudelijk presentatievaardigheden o stellen en beantwoorden van vragen tijdens verdiepingssessies (2x) o Antwoorden op vragen van andere groepen (document tijdig op te laden Toledo) o Hoe hoog leg ik de lat voor mezelf? (bijv. bij insturen van moeilijke bereidingen,..) (2x) o inzet en motivatie tijdens de contactmomenten (2x) o peer assessment Evaluatie competenties in verband met magistrale bereidingen - juni 2016 (OPO Apotheekstage: beoordeling door stagemeester en examen casuïstiek) BEGELEIDINGSTEAM Prof. Pieter Annaert (verantwoordelijk docent) Apr. Jari Rubbens Apr. Tom De Vocht Apr. Neel Deferm LEERMATERIAAL Magistrale en officinale bereidingen uit de stageplaats Naslagwerken: Martindale, Merck, Memento, Nationaal Formularium, Online literatuur en databanken (PubMed, Drugbank, Chemicalize etc.) 56
57 LOKALEN VERDIEPINGSSESSIES Vergaderzalen en seminarielokalen GHB (exacte verdeling zie Toledo) ROL VAN DE STAGEMEESTER Ter beschikking stellen van tijd, grondstoffen en opzoekmogelijkheden om deze opdrachten te kunnen uitvoeren. De stagemeester en het apotheekteam worden actief betrokken bij het leerproces, om te beginnen door het mee aanbrengen van moeilijke of interessante bereidingen uit de praktijk. Na afloop van de opdrachten zal elke stagemeester kunnen beschikken over de volledig uitgewerkte protocols van de bereidingen die besproken werden tijdens de verdiepingssessie waaraan zijn/haar stagiair deelnam. De opdracht wordt op die manier afgerond door een overleg tussen de stagiair en de stagemeester en het apotheekteam. Op de volgende pagina s zijn drie activiteiten beschreven die sowieso doorlopend tijdens de stage verwacht worden van stagiairs (1) protocolleren van magistrale en officinale bereidingen en (2) bijhouden van een stageportfolio/ stagedagboek (3) het begeleiden van de studenten van de kennismakingsstage in een openbare apotheek. Daarnaast worden nog een aantal opdrachten belicht die tijdens het stagejaar plaatsvinden, maar strikt genomen geen deel uitmaken van de stage: Masterproef (Farmaceutische Zorg/Geneesmiddelenontwikkeling) Toets Maximale Dosissen 57
58 Protocolleren van magistrale bereidingen LEERDOELEN Kwaliteit van de magistrale en officinale bereidingen garanderen Implementeren van kwaliteitsnormen ( GMP-like ) in de praktijk. BELANG Het respecteren van goede praktijken bij het formuleren van geneesmiddelen, houdt onder meer in dat alle gegevens met betrekking tot de uitvoering van een bereiding, die noodzakelijk zijn om de kwaliteit ervan te verzekeren, schriftelijk bijgehouden worden. Een systeem van opvolging aan de hand van een protocol laat toe om de omstandigheden te traceren waaronder een bereiding uitgevoerd en afgeleverd werd. Het laat eveneens toe om elk geneesmiddel dat niet conform is (als dusdanig of door aanwezigheid van een niet-conforme grondstof) terug te vinden en een doeltreffende intrekkingsprocedure op te starten. Uit TMF INHOUD De stagemeester is eindverantwoordelijke voor de magistrale bereidingen die afgeleverd worden in zijn/haar apotheek. Het is vanzelfsprekend dat de kwaliteit van alle bereidingen die de stagiair maakt, gegarandeerd is. Daarom vragen we aan de stagiairs om een protocol (schriftelijke neerslag) te maken van elke door hen bereidde magistrale formule. Om dit praktisch optimaal te organiseren kunnen de stagiairs en de stagemeesters samen zoeken naar een werkbare oplossing. Men kan ervoor opteren om standaardprotocols op te maken voor veel voorkomende bereidingen. Daarnaast kunnen protocols gekoppeld worden aan de magistrale software, of kan een andere systematische aanpak worden uitgewerkt om de protocols elektronisch te bewaren. Onderaan deze fiche is een blanco protocolblad bijgevoegd. Het protocol goed/correct maken betekent alle vakken invullen. Een met een bereiding overeenkomstig protocol wordt gemaakt in de stageapotheek, deze thuis maken of overschrijven is niet nuttig. Aanvullen of optimaliseren van veel voorkomende protocols kan eventueel wel na de stage-uren. 58
59 ROL VAN DE STAGEMEESTER De stagemeester denkt mee na om een werkbaar en efficiënt systeem voor protocollering op punt te stellen in de stageapotheek. VOORBEELD VAN EEN PROTOCOLBLAD, MET MINIMUM TE VERMELDEN INFORMATIE PROTOCOLBLAD Naam: Preparaat: R/ Chargegrootte: Datum: GRONDSTOFFEN EN VERPAKKING CHARGE - NUMMER HOEVEEL- HEID GEWOGEN GEMETEN BEREIDINGSWIJZE IN-PROCESS CONTROLES BEWARING: HOUDBAARHEID: CONTROLE EINDPRODUKT verpakking en etikettering: uiterlijk: resultaten: OPMERKINGEN EINDBEOORDELING 59
60 Stagedagboek/ Stageportfolio ALGEMEEN We vragen de stagiairs om op één of andere manier een schriftelijke neerslag te maken van de stage, als werkinstrument om de stage intensiever te doorlopen. Een stagedagboek laat enerzijds toe om de stage beter te structureren, en kan anderzijds fungeren als verzameling van interessante informatie, die ook na de stage nog nuttig kan zijn. Bij stagebezoeken kan een bezoeker naar dit dagboek/portfolio vragen en het even doornemen. De studenten worden niet geëvalueerd op de uitgebreidheid van hun stageportfolio. Er zal wel een evaluatie (lees: punten) gegeven worden op de geposte reflecties en het accuraat bijhouden van een stageplanning. Er wordt een blanco stageportfolio aangeboden aan de studenten via Toledo. Dit bouwt verder op het portfolio uit 1 e master. Het kan gedeeld worden met de stagemeester, de stagecoach en de stagecoördinatie. De stagiair kan dit ook nog raadplegen na afstuderen en is zo een eerste aanzet om levenslang te blijven leren. LEERDOELEN Structuur brengen in het leerproces op de werkvloer Creëren van een werkinstrument waar de stagiair zich op kan baseren bij het maken van reflecties, tussentijdse evaluaties met de stagemeester en voorbereiding van terugkommomenten PRAKTISCH De stagiair houdt op één of andere manier een neerslag bij van de stage. Mogelijke rubrieken: Waar heb ik vandaag aandacht aan besteed? Wat heb ik geleerd? Wat moet ik nog opzoeken? Wat wil ik bespreken met de stagemeester? Wat neem ik mee naar het werkcollege geneesmiddelenkennis? In de marge De stagiair kan op verschillende manieren vorm geven aan het stagedagboek. Het kan gaan om: het neerschrijven van losse gedachten en/of onopgeloste vragen in een schriftje dat in de schortzak steekt het maken van een gemeenschappelijk logboek waarin zowel de stagemeester als de stagiair een ruimte heeft het aanleggen van een map met verschillende rubrieken waarin de stagiair interessante items noteert een weblog waarin de stagiair elke dag noteert wat er op de stageplaats gebeurt een combinatie van bovenstaande vormen 60
61 Verplicht terug te vinden in het stageportfolio zijn: Het verwachtingsgesprek, de reflecties Accurate stageplanning ROL VAN DE STAGEMEESTER Het lijkt ons interessant dat de stagemeester inzage krijgt in dit dagboek. Dit dagboek is onder meer een handig instrument voor de tussentijdse evaluaties. Hierover worden best per stageplaats afspraken gemaakt tussen stagemeester en stagiair. 61
62 Masterproef Farmaceutische Zorg De Masterproef Farmaceutische Zorg bestaat uit 4 grote onderdelen en loopt over twee jaar: tijdens jaar 1, het jaar voorafgaand aan de stage, maakt elke student individueel een literatuurwerk. Op basis van de literatuurstudies definiëren de studenten onderzoekvragen en werken ze een geschikte methodologie uit om hierop een antwoord te vinden, het projectplan. Tijdens jaar 2 wordt het project in groep uitgevoerd. Dit kan in de officina (stageapotheek) plaatsvinden, maar dit is niet strikt noodzakelijk. De studenten schrijven in groep een rapport over het uitgevoerde onderzoek. Als afsluiting van de masterproef schrijft elke student individueel een eindrapport waarin de gevonden informatie (literatuur) en de verkregen resultaten (project) kritisch worden besproken. De rapporten worden ingediend in maart/april JAAR 1 JAAR 2 (= stagejaar) LITERATUUR PROJECT- PLAN ONDERZOEKS PROJECT EINDRAPPORT Groepen van max 10 studenten; 1 thema per groep VOORBEELD VAN EEN THEMA Veiligheid van COX-2 inhibitoren en NSAID s in de behandeling van osteoarthrose in ambulante zorg VOORBEELDEN VAN MOGELIJKE ONDERZOEKSVRAGEN: Voor welke indicaties worden COX-2 inhibitoren voorgeschreven? Hoe therapietrouw zijn patiënten op COX-2 inhibitoren? Levenskwaliteit bij patiënten op COX-2 inhibitoren? Economische aspecten van het gebruik van COX-2 inhibitoren? Wat wordt verwacht van de stagemeester? Interesse in het project waaraan de student meewerkt Bereidheid om data of gegevens ter beschikking te stellen Ondersteuning bij het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van het onderzoek in de stageapotheek (vb. faciliteren van patiëntencontacten, ) 62
63 Kritische reflectie over het onderzoeksopzet en/of de verwerking van de resultaten, wanneer de student daarom vraagt Praktisch? De totale begrootte tijd nodig voor het uitvoeren van de masterproef bedraagt 250 uur (160 uur voor het projectwerk en 90 uur voor het individueel rapport). In de stageplanning zijn standaard drie weken (15 dagen) voorzien waarop studenten vrij mogen nemen om aan de masterproef te werken. Wanneer deze dagen opgenomen kunnen worden staat beschreven hierboven beschreven. Bespreek dit steeds ruim op voorhand met de stagemeester. Op het stageplan kan dit ingegeven worden als voorbereiding masterproef. Voor bijkomende dagen (bovenop de 15 standaarddagen) die nodig zijn voor het afwerken van de masterproef kan vrijaf genomen worden op de stage door dit in te geven in de stageplanning als verlof of als compensatie voorafname. Wat mag de stagemeester van de masterproef verwachten? Betrokkenheid bij en informatie over een project dat relevant is voor de beroepsomgeving Uitnodiging om de voorstelling van de eindresultaten van het project bij te wonen 63
64 Masterproef Geneesmiddelenontwikkeling De masterproef geneesmiddelenontwikkeling is gespreid over het eerste en tweede masterjaar, en bestaat uit twee grote delen. In een eerste fase voert de student experimenteel onderzoek uit aan een onderzoekslaboratorium van de KU Leuven. Hij/zij schrijft dit onderzoekswerk uit en stelt de resultaten van het onderzoek voor op een seminarie. Tijdens het tweede jaar is het de bedoeling dat de student een onderzoeksvoorstel formuleert. Het uitgangspunt van dit onderzoeksvoorstel is wat er verder zou kunnen gebeuren als de student nog een jaar op het labo zou blijven. JAAR 1 JAAR 2 (= stagejaar) ONDERZOEKS WERK ONDERZOEKS PROJECT SCHRIJVEN Praktisch onderzoek in een laboratorium Vaak gelinkt met doctoraatsonderzoek Individueel werk Onderzoeksrapport Literatuuronderzoek Schrijven van een onderzoeksvoorstel Integratie van eigen experimenteel werk en theoretische mogelijkheden Praktisch? Voor het tweede deel van de masterproef zijn max. 14 dagen voorzien in de stageplanning. De student kan, in samenspraak met de promotor en de stagemeester, zelf beslissen wanneer hieraan gewerkt wordt, rekening houdend met de data voor indiening en verdediging. Het is aan te raden van de 14 dagen die voorzien zijn, 8 dagen als geheel en zo vroeg mogelijk in te plannen. Daarna moet er feedback komen van de promotor, teksten moeten aangepast worden, de presentatie moet voorbereid worden. De resterende 6 dagen kunnen dan gebruikt worden voor de voorbereiding en verdediging van de masterproef en voor zelfstudie farmaceutische zorg, adviezen zelfzorg geneesmiddelen (in nauw overleg met de stagemeester). De stagiair vult deze dagen in op het stageplan als voorbereiding masterproef. De onderzoeksvoorstel dient in oktober 2015 ingeleverd te worden. De verdediging zal midden november 2015 plaatsvinden. Exacte data worden later nog gecommuniceerd. 64
65 Toets maximale dosissen De toets maximale dosissen vindt plaats in het kader van opleidingsonderdeel Farmaceutische wetgeving en deontologie. VERANTWOORDELIJKE DOCENT LEERDOELEN Stagiairs vertrouwd maken met maximale dosissen. INHOUD 1. Op de derde lesvrijdag krijgen de stagiairs een schriftelijke toets over de lijst van maximale dosissen uit de farmacopee. Het betreft maximale dosissen die mogen gebruikt worden in bereidingen. Enkel de stoffen die als grondstof beschikbaar zijn en/of die in een farmaceutische specialiteit voorkomen werden weerhouden in de lijst. Deze dosissen moeten gekend zijn. Om het memoriseren van deze dosissen te ondersteunen is een elektronische toets beschikbaar op Toledo (farmaceutische wetgeving en deontologie). 2. De giftlijsten die toegevoegd zijn aan het Regentsbesluit van 6 februari 1946 houdende reglement op het bewaren en de verkoop van giftstoffen zijn ook bijgevoegd. De nadruk wordt gelegd op het feit dat de dosissen hierin vermeld uitsluitend verband houden met het bewaren, het afleveren en het etiketteren van genoemde stoffen. Deze laatste lijst kan dus als ondersteuning gebruikt worden bij het correct bewaren, afleveren en etiketteren tijdens de stage. De dosissen vermeld in het Regentsbesluit van 6 februari 1946 moeten NIET gekend zijn. Enkel van de onderstreepte en vetgedrukte stoffen moet de lijst gekend zijn waartoe ze behoren. Er worden op het examen enkel toepassingsvragen hierover gesteld. Indien de dosissen noodzakelijk zijn worden die erbij gegeven. Een elektronische toets is eveneens beschikbaar op Toledo (farmaceutische wetgeving en deontologie). Op het examen van juni 2016 worden vragen gesteld van de materies vermeld onder punten 1 en 2. Tevens dient de stagemeester de aandacht te vestigen van de stagiair op het al dan niet 65
66 voorschriftplichtig zijn van farmaceutische specialiteiten en magistrale bereidingen, de al dan niet verplichte bewaring in de gifkas en de etikettering. Voorbeeld: ergotaminetartraat 2 mg Coffeine 50 mg Fac gelule N 1 dt XX >>Dosissen zijn OK, voorschriftplichtig, bewaring in gifkas en verplicht doodshoofd. ROL VAN DE STAGEMEESTER Bij het uitvoeren van bereidingen dient de stagiair er op attent gemaakt te worden steeds de dosissen te controleren, ook voor stoffen die geen maximale dosis hebben in de Farmacopee. In de apotheek worden immers vele andere stoffen aangewend (zowel in bereidingen als in farmaceutische specialiteiten) die geen maximale dosis hebben maar waarvan gebruikelijke dosissen bestaan. 66
67 Evaluatie ALGEMEEN De studietijd van studenten wordt uitgedrukt in studiepunten. Vanuit de faculteit werden er aan de stage 35 studiepunten toegekend. Dit is meer dan ¼ van de studietijd van de masteropleiding (120 studiepunten). De apotheekstage is dus naast de masterproef (24 studiepunten voor studenten Farmaceutische Zorg en 29 studiepunten voor studenten Geneesmiddelenontwikkeling) het grootste onderdeel van de masteropleiding in onze faculteit. Het spreekt voor zich dat de evaluatie van deze stage dus zeer belangrijk is. PUNTENVERDELING De studenten krijgen één eindpunt voor de stage. Op een totaal van 35 punten wordt het eindpunt van de stage als volgt bepaald: 1. Evaluatie door de stagemeester (11/35): De stagemeester evalueert de stagiair aan de hand van een evaluatieformulier (zie hieronder). 2. Stageopdrachten (12/35) Meer informatie volgt tijdens de introductiedag op donderdag 10 september Zoals de voorgaande jaren zullen er nog steeds opdrachten rond bereidingen (Formuleringsonderzoek), patiëntenbegeleiding (Medicatiehistoriek) en kwaliteitszorg (Opdracht Integrale kwaliteitszorg) georganiseerd worden. Er wordt hiervoor vertrokken vanuit de praktijk en de opdrachten kunnen flexibel ingevuld worden. 3. Examen casuïstiek (10/35) Tijdens de examenzittijd in juni leggen stagiairs het examen casuïstiek af. Het examen is ontstaan vanuit de bekommernis de stagiairs met een reëel voorschrift voor een patiënt te confronteren. De dagelijkse stagepraktijk moet de stagiair hierop voorbereiden. Na het examen moet de stagiair aangetoond hebben welke wetenschappelijke aspecten bij een aflevering aan bod kunnen komen en hoe hij/zij deze aspecten in de praktijk vertaalt. Gedetailleerde informatie over het verloop van dit examen zal verschijnen op de toledopagina van de apotheekstage. De kandidaten moeten hun apotheekstage volledig beëindigd hebben vooraleer ze het examen casuïstiek kunnen afleggen. 4. Stagemanagement (2/35) Elke student houdt een stageportfolio bij. Dit portfolio bevat minstens een gedetailleerde stageplanning, en drie reflecties (bij de start van de stage, en na elke tussentijdse evaluatie). Het 67
68 portfolio wordt gedeeld met de stagemeester, stagecoach en stagecoördinator. Het portfolio wordt beoordeeld op inhoud en volledigheid door de stagecoach. Het eindpunt is niet noodzakelijk het resultaat van een mathematische verwerking van deze deelpunten. Bij onvoldoendes op één of meerdere onderdelen kan het totaal lager zijn dan de som van de onderdelen. 68
69 Evaluatie door de stagemeester De stagemeester evalueert de stagiair aan de hand van een evaluatieformulier. Dit gebeurt tussentijds (2x) en aan het einde van de stage. De 45 topics van het tussentijds en het eindevaluatieformulier zijn dezelfde. Ze geven de basiscompetenties weer die een officinaapotheker moet bezitten bij het begin van zijn/haar loopbaan, en dus ook bij het einde van de stage. Omdat tussentijdse evaluaties een ander doel hebben dan de eindevaluatie, verschilt de vraagstelling enigszins. Bij de tussentijdse evaluatie wordt gepeild of de stagiair een bepaalde competentie al dan niet heeft verworven. Bij de eindevaluatie wordt nagegaan met welke frequentie de stagiair deze competentie effectief toepast in de praktijk. Hieronder wat meer informatie over de verschillende evaluatiemomenten. TUSSENTIJDSE EVALUATIE Een stage is een groeiproces en moet dan ook gepast geëvalueerd worden. Het is belangrijk om tijdig en gestructureerd feedback te geven op het functioneren van de stagiair. Het doel van het tussentijds evaluatieformulier is als instrument te dienen om de groei in competentie te meten en te bewaken. Er worden géén punten uit gedestilleerd. De focus van de tussentijdse evaluatie ligt vooral op de vraag of de stagiair bepaalde competenties verworven heeft. Dit moet toelaten vlot werkpunten te kunnen identificeren. Om dit na te gaan, vragen we naar bepaalde competenties, en naar de frequentie van bepaalde handelingen en gedragingen van de stagiair. We verwachten dat de stagiair de tussentijdse evaluaties zelfstandig inplant samen met de stagemeester en dit na ongeveer 2 maanden én na ongeveer 4 maanden stage. De periodes voor het indienen van de tussentijdse evaluaties zijn de volgende: Eerste tussentijdse evaluatie: na 40 à 50 dagen effectieve stage Tweede tussentijdse evaluatie: na 80 à 90 effectieve stage Gedetailleerde instructies zullen op een later tijdstip verspreid worden. 69
70 EINDEVALUATIEFORMULIER Doel: Met het eindevaluatieformulier peilen we naar de frequentie van dezelfde handelingen en gedragingen als bij de tussentijdse evaluaties; bij de eindevaluatie gaat het echter om het functioneren van de stagiair tijdens de laatste 4 weken van de stage. Op basis van deze ingevulde vragenlijst beschikt de stagecommissie over informatie die essentieel is voor de eindbeoordeling van de stagiair. Praktisch: Het is belangrijk dat de stagemeester alle vragen zo objectief mogelijk beantwoordt. De stagemeester houdt daarbij ook zijn/haar eigen functioneren voor ogen, evenals dat van eventuele andere apothekers op de stageplaats. Altijd alles goed doen is bijna onmogelijk. Deze beoordeling gaat over de laatste 4 weken van de stage. Samen met uw stagiair maakt u best tijdig afspraken over deze periode en waken jullie er samen over dat er minstens 4 weken zijn tussen de tweede tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie. Dat geeft de stagiair nog voldoende tijd om de gegeven feedback te verwerken. Aan het eind van de stage wordt het eindevaluatieformulier aan de stagemeesters bezorgd. Gedetailleerde instructies zullen later volgen. Aarzel niet om ons te contacteren wanneer u vragen heeft. 70
71 Op de volgende pagina s vindt u een overzicht van de stellingen die bij de eindevaluatie bevraagd worden. Afleveren van geneesmiddelen Stelling 1: De stagiair levert op basis van een voorschrift het juiste geneesmiddel af. Kruis aan in deze kolom. Nooit De stagiair maakt voortdurend fouten. Er is geen vertrouwen van de stagemeester. Bijna nooit Er worden veel fouten gemaakt. Continue controle door de stagemeester is noodzakelijk. Soms Dikwijls De student maakt regelmatig fouten. Er is een grote waakzaamheid van de stagemeester vereist. - De student maakt af en toe een fout. - De afleveringen verlopen technisch correct. Problemen worden echter niet gedetecteerd. Bijna altijd - Voorschriften worden op een correcte manier verwerkt. De student maakt zelden een fout. - De student detecteert problemen en meldt deze aan de stagemeester. Altijd - Voorschriften worden op een correcte manier verwerkt en afgewerkt. - De student interpreteert voorschriften kritisch met betrekking tot de patiënt. - Als er een probleem is, zoekt de student daarvoor zelfstandig een oplossing. 71
72 Stelling 2: De informatie die de stagiair geeft, is relevant voor de patiënt. De relevantie van de gegeven informatie wordt beoordeeld, niet de volledigheid of wijze van overbrengen. Relevante informatie is correcte informatie op maat van de patiënt (rekening houdend met informatiebehoefte, kennis, voorgeschiedenis, ). Niet-relevante informatie is te veel informatie die niet van toepassing is voor de patiënt, of slechte keuze van informatie-elementen (wat noodzakelijk is wordt niet verteld, bijzaken worden wel vermeld). Kruis aan in deze kolom. Nooit De student geeft ofwel geen ofwel irrelevante informatie aan patiënten. Bijna nooit De student geeft weinig of geen relevante informatie aan patiënten. Soms Dikwijls De student is niet altijd in staat om relevante van minder relevante informatie te onderscheiden. - Af en toe wordt niet-relevante informatie meegegeven. - Er wordt niet altijd rekening gehouden met de historiek en de context van de patiënt. Bijna altijd - De student geeft relevante informatie aan de patiënt. - Dit is meestal het geval; soms echter wordt de context niet in rekening gebracht. Altijd - De informatie die de student geeft, is steeds relevant. - De student houdt altijd rekening met de context en historiek van de patiënt. - Deze werkwijze is een constante in het handelen van de stagiair. 72
73 Stelling 3: De informatie die de stagiair geeft, is begrijpelijk voor de patiënt. Bij deze competentie is voornamelijk de communicatie van stagiair naar patiënt belangrijk: taalgebruik, manier van overbrengen, Kruis aan in deze kolom. Nooit De student geeft ofwel geen ofwel niet-begrijpelijke informatie aan patiënten. Bijna nooit De student komt zelden begrijpelijk over. Soms De student heeft het soms moeilijk zich in een verstaanbare taal uit te drukken. Dikwijls In de meeste gevallen gebruikt de student begrijpelijke taal. Bijna altijd De student geeft uitleg in een verstaanbare taal (geen academisch taalgebruik) en houdt rekening met de patiënt die hij/zij voor zich heeft. Altijd De stagiair past zich zeer vlot aan de patiënt aan en slaagt er altijd in om informatie op een heldere manier over te brengen. Deze werkwijze is een constante in het handelen van de stagiair. 73
74 Stelling 4: De informatie die de stagiair aan de patiënt geeft, is correct. Bij deze competentie is de kennis van de student van belang. Kruis aan in deze kolom. Nooit Er wordt ofwel geen ofwel foutieve informatie gegeven. Bijna nooit - Er wordt zeer vaak foutieve informatie gegeven. - De stagemeester moet zeer vaak corrigeren. Soms Dikwijls - De informatie die de student geeft is soms correct, maar soms ook niet. - Er is veel bijsturing nodig. - De student geeft meestal correcte informatie aan patiënten. - Wanneer patiënten verdere vragen hebben, blijft de student het antwoord vaak schuldig. - Er is af en toe bijsturing nodig. Bijna altijd - De student geeft correcte informatie aan de patiënten en beantwoordt vragen. - Bijsturing is slechts sporadisch nodig. Altijd - De student gaat verder dan enkel objectief correct zijn. Hij is in staat de relativiteit van het correct zijn van informatie in vraag te stellen en er naar te handelen. - Bijsturing is niet meer nodig. - De student zoekt zelfstandig of in overleg naar oplossingen bij vragen. 74
75 Stelling 5: De stagiair gaat na of de patiënt de gegeven informatie begrepen heeft. Vraagt de student zich af of de patiënt de gegeven informatie begrepen heeft? Treedt de student in gesprek met de patiënt (geen eenrichtingsverkeer) om na te gaan of deze de gegeven informatie begrijpt? Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 6: De stagiair controleert de posologie van een geneesmiddel vooraleer het af te leveren. Kruis aan in deze kolom. Nooit Er gebeurt geen controle van de posologie. Bijna nooit - De posologie wordt zelden gecontroleerd. - De kennis van de posologie van geneesmiddelen is ondermaats. Soms Dikwijls - De student denkt er niet altijd aan om de posologie te controleren. - De stagiair beschikt over onvoldoende kennis van de posologie van geneesmiddelen. - Er gebeurt meestal een controle van de posologie. - Er is nog onvoldoende kennis van de posologie om zich kritisch vragen te stellen bij de voorgeschreven dosering. Bijna altijd - De controle van de posologie gebeurt op systematische wijze. - De juiste posologie is gekend, of wordt opgezocht. - De student tracht rekening te houden met patiëntspecifieke factoren. Altijd - De student gaat verder dan enkel het controleren van de posologie. De voorgeschreven posologie wordt kritisch bekeken. - Er wordt rekening gehouden met patiëntspecifieke factoren. 75
76 Stelling 7: De stagiair geeft voldoende informatie aan de patiënt opdat deze zijn geneesmiddel correct kan innemen. Deze stelling gaat over de hoeveelheid informatie die de stagiair aan de patiënt geeft; uiteraard houdt de stelling ook in dat de gegeven informatie correct is. Kruis aan in deze kolom. Nooit De student geeft geen of foutieve informatie aan de patiënt. Bijna nooit De student geeft te weinig of foutieve informatie aan de patiënt. Altijd Bijna altijd Dikwijls Soms - De student geeft wel wat informatie, maar dit is onvoldoende om het geneesmiddel correct te kunnen innemen. - Vragen blijven onbeantwoord. - De student denkt er niet altijd aan informatie op de verpakking aan te brengen. - De student geeft de basisinformatie die nodig is voor een goed gebruik van het geneesmiddel. - Wat gezegd wordt, is correct, maar niet altijd volledig. - Er wordt informatie op de verpakking aangebracht. - De stagiair geeft voldoende informatie. Er wordt rekening gehouden met de patiënt. - De student brengt duidelijke informatie aan op de verpakking en personaliseert dit geneesmiddel. - De stagiair geeft systematisch voldoende informatie op maat van de patiënt, zelfs onder tijdsdruk. - Er is aandacht voor de context van de patiënt, het geheel wordt niet uit het oog verloren (vb. aandacht voor therapietrouw). 76
77 Stelling 8: De stagiair negeert ernstige interacties Deze stelling gaat over de bereidheid tot het behandelen van en nadenken over interacties. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 9: De stagiair handelt interacties op een professionele manier af. Deze stelling gaat over de manier waarop een interactie, die opgemerkt werd door de stagiair (al of niet ondersteund door software), afgehandeld wordt. Kruis aan in deze kolom. Nooit De stagiair besteedt geen aandacht aan interactiemeldingen. Bijna nooit - De stagiair besteedt slechts sporadisch aandacht aan gemelde interacties. - Er is weinig tot geen interesse voor het opvolgen van interacties. Soms - Het afhandelen van interacties gebeurt op onregelmatige basis. - De student heeft het moeilijk om gepast te reageren op een interactiemelding. Dikwijls - De stagiair besteedt aandacht aan interactiemeldingen - De stagiair formuleert vragen bij de ernst en relevantie van de interactie. Bijna altijd De stagiair formuleert constructieve voorstellen voor de aanpak van gemelde interacties. Altijd De stagiair werkt probleemoplossend, met interdisciplinaire interventie indien nodig. 77
78 Stelling 10: De stagiair informeert de patiënt over relevante nevenwerkingen Hierbij gaat het over de kennis van relevante nevenwerkingen, en over in staat zijn om deze informatie op een gepaste wijze over te brengen. Kruis aan in deze kolom. Nooit De stagiair geeft geen informatie over nevenwerkingen. Bijna nooit De stagiair informeert patiënten zelden over nevenwerkingen. Soms Dikwijls - De stagiair geeft op onregelmatige basis informatie over nevenwerkingen. - De stagiair heeft het moeilijk relevante nevenwerkingen te selecteren. - De stagiair kent de relevante nevenwerkingen, of zoekt op indien nodig, - De student geeft frequent informatie over nevenwerkingen; wat gezegd wordt, is correct. Bijna altijd De stagiair informeert de patiënten op systematische wijze over relevante nevenwerkingen. Altijd De stagiair heeft aandacht voor de context van de patiënt en verliest het geheel niet uit het oog. 78
79 Stelling 11: Bij een eerste uitgifte legt de stagiair uit wat de patiënt van de medicamenteuze behandeling kan verwachten. Kruis aan in deze kolom. Nooit Er wordt geen aandacht besteed aan eerste uitgifte. Bijna nooit Er wordt onvoldoende aandacht besteed aan eerste uitgifte. Soms Dikwijls De student beschikt nog niet over voldoende kennis om bij eerste uitgifte de nodige informatie aan de patiënt te kunnen geven. - De student is in staat om de te bespreken aspecten aan bod te laten komen. - Wat gezegd wordt, is correct, maar niet voldoende. Bijna altijd - De stagiair besteedt uitgebreid aandacht aan eerste uitgifte. - De stagiair beschikt over de nodige kennis en past deze ook toe. Altijd - De stagiair heeft aandacht voor de context van de patiënt. - De student neemt zelf initiatief om extra informatie te geven en hij/zij bepaalt zelfstandig de informatie-elementen. 79
80 Stelling 12: Bij een tweede uitgifte stelt de stagiair vragen aan de patiënt om te weten te komen of het therapeutisch doel bereikt werd. Onder tweede uitgifte begeleiding wordt verstaan het nagaan of de medicatie werkt, maar ook het nagaan of er geen problemen zijn met de medicatie. Kruis aan in deze kolom. Nooit De stagiair besteedt geen aandacht aan tweede uitgifte begeleiding. Bijna nooit De stagiair besteedt zeer weinig aandacht aan tweede uitgifte begeleiding. Soms De stagiair besteedt op onregelmatige basis aandacht aan tweede uitgifte begeleiding. Dikwijls De stagiair vraagt de patiënt naar zijn/haar ervaringen met het geneesmiddel. Bijna altijd De stagiair vraagt de patiënt naar zijn/haar ervaringen met het geneesmiddel. Bij problemen stelt de stagiair een oplossing voor. Altijd De stagiair vraagt patiënten systematisch naar hun ervaringen met het geneesmiddel. De student pakt geneesmiddelgerelateerde problemen op een patiëntgerichte manier aan. 80
81 Stelling 13: De stagiair stelt passende vragen vooraleer over te gaan tot de aflevering van een zelfzorggeneesmiddel. Onder passende vragen worden minstens de WHAM-vragen verstaan: Voor wie is het geneesmiddel bestemd? Hoelang heeft de patiënt al last en hoe worden de klachten omschreven? Welke acties heeft de patiënt al ondernomen? Neemt de patiënt nog andere medicatie? Kruis aan in deze kolom. Nooit Er worden geen vragen gesteld. Bijna nooit Er worden nagenoeg geen vragen gesteld. Soms Er worden onvoldoende vragen gesteld. Dikwijls - De stagiair kent de passende vragen. - De student stelt wel vragen, maar is niet volledig. Bijna altijd De stagiair stelt passende vragen, en zoekt informatie op indien nodig. Altijd De stagiair neemt ruim de tijd om de passende vragen te stellen, en gaat gericht in op de antwoorden. 81
82 Stelling 14: De stagiair levert zelfstandig een geschikt zelfzorggeneesmiddel af. Kruis aan in deze kolom. Nooit - De stagiair is niet in staat om zelfstandig het juiste zelfzorggeneesmiddel af te leveren. Bijna nooit - De student is meestal niet in staat om zelfstandig het juiste zelfzorggeneesmiddel af te leveren. - De stagemeester moet zeer vaak corrigeren. Soms Dikwijls - Bij courante problemen twijfelt de student vaak over de keuze van een geschikt zelfzorggeneesmiddel, of geeft de student nog vaak een minder geschikt zelfzorggeneesmiddel mee. - Er is veel bijsturing nodig. - Bij alledaagse problemen is de student in staat om zelfstandig een geschikt zelfzorggeneesmiddel af te leveren. Bij minder alledaagse problemen twijfelt de student, of geeft hij een minder geschikt zelfzorggeneesmiddel mee. - Er is af en toe bijsturing nodig. Bijna altijd - De stagiair handelt bijna alle vragen probleemloos en op een correcte wijze af. - Bijsturing is slechts sporadisch nodig. Altijd - Zowel alledaagse als moeilijkere problemen worden goed behandeld. - Bijsturing is niet meer nodig. 82
83 Bereiden van geneesmiddelen Stelling 15: De bereidingsprotocols die de stagiair maakt, zijn bruikbaar in de stageapotheek Onder bruikbaarheid wordt verstaan: 1) het protocol kan gebruikt worden om de kwaliteit van een gemaakte bereiding te traceren en 2) iemand anders kan op basis van dit protocol probleemloos een vergelijkbare bereiding maken. Kruis aan in deze kolom. Nooit - Er worden geen protocols gemaakt. De bereidingen die de stagiair maakt, zijn niet controleerbaar of traceerbaar. Bijna nooit - Er worden slechts uitzonderlijk protocols gemaakt. - De protocols die de stagiair maakt, voldoen niet om de kwaliteit van de bereiding te garanderen. Soms Dikwijls - Slechts voor een minderheid van de bereidingen maakt de stagiair een protocol. - De protocols zijn vaak onvolledig of onjuist. - De kwaliteit van de door de stagiair zelfstandig gemaakte bereidingen kan dikwijls niet worden geverifieerd. - Voor het merendeel van de bereidingen, doch niet voor alle, worden protocols gemaakt. - Dit gebeurt op een correcte en duidelijke manier. - De kwaliteit en de traceerbaarheid van deze bereidingen kan gegarandeerd worden; er zijn echter nog heel wat bereidingen waarvoor geen protocol beschikbaar is en waarvan de kwaliteit dus niet geverifieerd kan worden. Bijna altijd - Er worden correcte en duidelijke protocols opgesteld voor de meeste magistrale en officinale bereidingen. - Slechts uitzonderlijk wordt er een onvolledig of onjuist protocol opgesteld. Altijd - Er worden correcte en duidelijke protocols opgesteld voor alle magistrale en officinale bereidingen. - De bereidingen die de stagiair maakt zijn hierdoor volledig verifieerbaar en traceerbaar. 83
84 Stelling 16: De bereidingen die de stagiair maakt, zijn kwalitatief in orde. Kwaliteit slaat op voorbereiding, berekeningen, bereiding, afwerking en controle. Kruis aan in deze kolom. Nooit De stagiair is niet in staat afleverbare bereidingen te maken. Bijna nooit Soms - Kwaliteit van een bereiding kan slechts gegarandeerd worden wanneer de bereiding onder volledig toezicht van de stagemeester wordt gemaakt - De stagiair maakt frequent fouten bij het maken van bereidingen. De stagiair maakt regelmatig bereidingen die niet afleverbaar zijn of waarvan de kwaliteit onvoldoende is De bereidingen die door de stagiair worden gemaakt, dienen dikwijls te worden opnieuw gemaakt Dikwijls Af en toe maakt de stagiair een bereiding die kwalitatief niet in orde is. Controle door de stagemeester blijft noodzakelijk. Bijna altijd Er doen zich zo goed als nooit nog kwaliteitsproblemen voor met bereidingen die zelfstandig door de stagiair worden gemaakt Altijd Alle bereidingen die de stagiair maakt, zijn kwalitatief in orde. De stagiair voert zelf de nodige controles uit. 84
85 Stelling 17: De stagiair zoekt zelfstandig naar oplossingen bij het maken van magistrale bereidingen. Met deze stelling wordt nagegaan in hoeverre de stagiair zelfstandig bereidingen maakt, en naar oplossingen zoekt indien zich problemen voordoen. Kruis aan in deze kolom. Nooit De stagiair is niet in staat om op zelfstandige wijze een bereiding te maken. Bijna nooit - De stagiair blijkt weinig kennis of inzicht te hebben in de basisprincipes aangaande het maken van bereidingen. - Alle bereidingswijzen moeten stap voor stap uitgelegd worden Altijd Bijna altijd Dikwijls Soms - De stagiair heeft hulp nodig bij het maken van de meeste bereidingen (zelfs veel voorkomende bereidingen) - De stagiair detecteert slechts af en toe problemen in voorgeschreven magistrale bereidingen - De stagiair heeft zelden hulp nodig bij het maken van bereidingen - Problemen in voorgeschreven bereidingen worden meestal gedetecteerd. - De stagiair suggereert bijna altijd een mogelijke aanpak voor deze problemen, maar heeft soms wat meer tijd nodig voor de uitwerking hiervan - Slechts uitzonderlijk heeft de stagiair begeleiding nodig bij het maken van bereidingen. - Eventuele problemen in voorgeschreven bereidingen worden zo goed als altijd gedetecteerd. - In de meeste gevallen wordt er ook meteen een aangepaste aanpak uitgewerkt - De stagiair heeft geen begeleiding meer nodig bij het maken van kwalitatief hoogstaande, volledig afgewerkte bereidingen - De stagiair identificeert voor elke bereiding de problemen en werkt onmiddellijk een aangepaste aanpak uit, rekening houdend met mogelijke alternatieven. 85
86 Stelling 18: De stagiair controleert doseringen bij bereidingen Onder doseringen worden zowel de maximale als de gebruikelijke doseringen bedoeld. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 19: De stagiair is kritisch ten opzichte van zichzelf bij het maken van bereidingen Onder kritisch zijn wordt verstaan: de eigen aanpak in vraag stellen, suggesties geven voor een verbeterde aanpak van een voorgestelde bereidingswijze Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 86
87 Stelling 20: De stagiair besteedt de nodige aandacht aan verpakking, etikettering en bewaring van magistrale bereidingen Kruis aan in deze kolom. Nooit - Verpakking en etikettering laten altijd te wensen over en doen op onaanvaardbare manier afbreuk aan de kwaliteit van de bereiding Bijna nooit - Verpakking en etikettering zijn dikwijls niet in orde en bijna altijd doen er zich problemen voor, zelfs met courante bereidingen Altijd Bijna altijd Dikwijls Soms - Verpakking en etikettering zijn niet altijd in orde. Er doen zich soms problemen voor, zelfs voor de meest courante bereidingen - Verpakking en etikettering van de meest courante bereidingen zijn steeds in orde, zowel op vlak van wetgeving als in het kader van houdbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en veiligheid - Verpakking en etikettering van minder courante bereidingen vragen af en toe bijsturing - Verpakking en etikettering van de meest courante bereidingen zijn steeds in orde, zowel op vlak van wetgeving als in het kader van houdbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en veiligheid - Verpakking en etikettering van minder courante bereidingen vragen uitzonderlijk bijsturing - Verpakking en etikettering zijn steeds perfect in orde, zowel op vlak van wetgeving als in het kader van houdbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en veiligheid 87
88 Administratie en logistiek Stelling 21: De stagiair heeft problemen met het gebruik van het softwareprogramma. Heeft de stagiair problemen met het uitvoeren van administratieve taken (uitgestelde aflevering, BVAC, tarificatie, ), toepassingen van farmaceutische zorg (interacties, patiëntenhistoriek, ), invoeren van magistrale bereidingen, zoeken naar oplossingen indien problemen zich voordoen,? Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 22: De stagiair voert administratieve taken bij het afleveren foutloos uit. Met administratieve taken wordt bedoeld: alle taken zodanig dat een voorschrift klaar is om te verzenden naar tarificatie. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 23: De stagiair vergeet producten te bestellen Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 88
89 Stelling 24: De stagiair volgt beloofde bestellingen en bereidingen op. Bovenop het opvolgen van eigen bestellingen en bereidingen, wordt hier gepeild naar de zin voor initiatief voor het opvolgen van alle bestellingen en bereidingen in de apotheek. Neemt de stagiair mee verantwoordelijkheid op voor het gangbare systeem? Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 89
90 Hanteren van informatiebronnen Stelling 25: De stagiair neemt aangeboden vakliteratuur door. Het gaat hier zowel om literatuur die de stagiair op eigen naam krijgt toegestuurd (vb. Folia), als om literatuur die door het apotheekteam onder de aandacht van de stagiair wordt gebracht. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 26: De stagiair gebruikt gepaste informatiebronnen ter ondersteuning van de praktijk. Onder informatiebronnen worden zowel boeken, tijdschriften als elektronische bronnen verstaan. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 90
91 Correcte opbouwende attitude Stelling 27: Nadat de stagiair een bereiding gemaakt heeft, is de bereidingsruimte een slagveld. Is de stagiair een echte sloddervos? Laat hij/zij producten en materiaal rondslingeren? Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 28: De stagiair werkt nauwkeurig Met deze stelling wordt gepeild naar nauwkeurigheid in alle facetten van het beroep; geen rekenfouten maken, steeds het attestnummer op het voorschrift aanbrengen,. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 29: De stagiair is leergierig De stagiair zoekt informatie op, is bereid om bij te leren, stelt vragen, volgt vorming, Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 30: De stagiair roept de hulp in van een apotheker wanneer nodig De stagiair voelt goed aan wat hij/zij zelf kan aanpakken en wanneer overleg nodig is. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 91
92 Stelling 31: De stagiair respecteert de aanwezigheidsuren Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 32: De stagiair is flexibel De student past zich vlot aan wisselende omstandigheden aan (bijvoorbeeld meer of minder patiënten, meer of minder personeel, andere taakinvulling dan gepland, ) Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 92
93 Stelling 33: De stagiair is constructief kritisch ten opzichte van de werking van de stageapotheek De stagiair denkt mee na over de werking van de stageapotheek, doet suggesties voor vernieuwingen/veranderingen, Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 34: De stagiair is constructief kritisch ten opzichte van zichzelf De stagiair is kritisch ten opzichte van zijn eigen kennen en kunnen. Hij/zij zoekt zelf strategieën om de einddoelstellingen te halen. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 35: De stagiair pakt taken op een gestructureerde manier aan Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 36: De stagiair werkt verschillende taken tegelijkertijd correct af De stagiair kan een bereiding onderbreken om een patiënt te helpen, en nadien probleemloos de draad van de bereiding weer opnemen. Bij het afleveren kan de stagiair zowel administratieve als patiëntgerichte taken tot een goed einde brengen. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 93
94 Stelling 37: De stagiair heeft een professioneel voorkomen De stagiair is een net en verzorgd iemand. Houding, blik, stemgebruik, stralen vertrouwen uit. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 38: Een eenmalige uitleg volstaat voor de stagiair De student verwerkt vlot nieuwe informatie. De student houdt zijn aandacht bij de uitleg. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 39: De stagiair zet zich voor 100% in Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 94
95 Professionele communicatie Stelling 40: De stagiair is vriendelijk tegen de patiënten. Met vriendelijk wordt hier vooral empathie bedoeld. Leeft de stagiair zich in in de situatie van de patiënt? Bouwt de stagiair een vertrouwensrelatie op met de patiënten? Kruis aan in deze kolom. Nooit De student is onvriendelijk en toont geen interesse in de patiënt. De student gaat contact uit de weg. Bijna nooit De student is onvriendelijk en toont weinig interesse in de patiënt. De student gaat contact uit de weg. Soms De stagiair is niet communicatief. Hij heeft het moeilijk zich in te leven in de situatie van patiënten. Dikwijs De stagiair heeft een correcte houding en toont respect voor de patiënt. Bijna altijd De stagiair voert op een vlotte en respectvolle wijze gesprekken met patiënten. Het gesprek biedt een toegevoegde waarde voor de patiënt. Altijd - De stagiair toont interesse in de patiënt en boezemt vertrouwen in. - De stagiair komt goed over, ook bij moeilijke klanten. Stelling 41: De stagiair heeft een negatieve invloed op de sfeer in de stageapotheek. Voorbeelden: de stagiair zet het apotheekpersoneel op tegen de stagemeester; de stagiair is niet collegiaal; de stagiair maakt de sfeer in de apotheek gespannen, Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 95
96 Stelling 42: De stagiair communiceert op een positieve manier met de leden van het apotheekteam. De student integreert zich in het team en heeft respect voor de medewerkers en de hiërarchie. De student overlegt met het team en past zich aan. Eventuele problemen worden op een gezonde manier aangekaart. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 43: De stagiair verwijst door naar een arts indien nodig. Kruis aan in deze kolom. Nooit De stagiair negeert problemen die een doorverwijzing noodzakelijk maken. Bijna nooit De student verwijst te laat of te weinig door. Soms De student durft niet altijd door te verwijzen, of wijst veel te snel door. Doorverwijzen gebeurt niet altijd op een gepaste manier. Dikwijls De student verwijst door bij de meest dringende problemen, maar doet dit niet altijd op een gepaste manier. Bijna altijd De student onderkent goed problemen en verwijst gepast door. Hij brengt deze problemen of aandachtspunten op een duidelijke manier over aan de patiënt. Altijd De student maakt altijd een correcte inschatting van de problemen. De doorverwijzingen zijn van die aard dat de patiënt niet twijfelt aan het advies. 96
97 Stelling 44: De stagiair communiceert op een correcte manier met een arts over een administratief probleem. Deze stelling kan slechts beoordeeld worden indien de stagiair de kans gekregen heeft om met een arts te communiceren. Onder een administratief probleem wordt verstaan: attest, onduidelijk voorschrift, dosis, Onder correct communiceren wordt verstaan: professioneel, voorbereid, verzorgd taalgebruik, stijlvol, genuanceerd, beleefd. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. Stelling 45: De stagiair communiceert op een correcte manier met een arts over een farmacotherapeutisch probleem. Deze stelling kan slechts beoordeeld worden indien de stagiair de kans gekregen heeft om met een arts te communiceren! Onder farmacotherapeutisch probleem wordt verstaan: nevenwerking, interactie, posologie, product uit handel, De stagiair denkt na vooraleer te bellen, en kan een zinnig alternatief voorstellen. Er vindt vooraf overleg met de stagemeester plaats. Nooit Bijna nooit Soms Dikwijls Bijna altijd Altijd Kruis hier aan. 97
98 Kennismakingsstage STAGES IN DE OPLEIDING FARMACEUTISCHE WETENSCHAPPEN Stage lopen is een belangrijk en essentieel onderdeel van de opleidingen aan de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen. Deze stages kaderen in het thema farmaceutisch werkveld, dat doorheen het hele curriculum aanwezig is. Vanaf werd aan de KU Leuven gradueel een nieuw opleidingsprogramma ingevoerd. In deze vernieuwde opleiding krijgen studenten in eerste bachelor een inleiding op de rol van de apotheker in het opleidingsonderdeel Het geneesmiddel van ontwikkeling tot aflevering. In tweede bachelor lopen de studenten gedurende 3 dagen stage in een officina. Dit geeft hen de kans kennis te maken met de beroepsomgeving van de apotheker in een openbare apotheek. In derde bachelor kunnen studenten kiezen voor een stage in een ziekenhuisapotheek, in een farmaceutisch bedrijf of in een klinisch laboratorium. In de master in de farmaceutische zorg lopen studenten in het eerste jaar 4 weken stage in een ziekenhuisapotheek of op een klinische afdeling van een ziekenhuis; in het tweede jaar van de masteropleiding lopen ze 6 maanden stage in een openbare apotheek, wat hen toelaat na afstuderen de titel van apotheker te dragen. Studenten in de master in de geneesmiddelenontwikkeling lopen in het eerste jaar van deze opleiding een volledig semester stage op een onderzoeksafdeling van de universiteit. In het tweede jaar kunnen deze studenten kiezen voor een stage van 6 maanden in een openbare apotheek, of voor een stage van 6 maanden in een farmaceutisch bedrijf. MASTER IN DE FZ BACHEROLOPLEIDING 1ste master 2de master 1ste bach 2de bach 3de bach MASTER IN DE GO 98
99 1ste master 2de master 1. Het geneesmiddel: van ontwikkeling tot aflevering 2. Kennismakingsstage in een apotheek 3. Kennismakingsstage in een ziekenhuisapotheek, klinisch laboratorium of farmaceutisch bedrijf 4. Stage in een ziekenhuis: ziekenhuisapotheek of patiëntenafdeling 5. Stage in een openbare apotheek 6. Stage op een onderzoeksafdeling 7. Stage in een openbare apotheek of in een farmaceutisch bedrijf 6 7 KENNISMAKINGSSTAGE IN EEN OPENBARE APOTHEEK Dit opleidingsonderdeelbestaat uit 3 dagen stage in een officina-apotheek en een aantal verwerkingsopdrachten. Introductiesessie Voorafgaand aan de stage wonen de studenten een introductiesessie bij waarin doelstellingen en opdrachten van de stage toegelicht worden. Er wordt ook aandacht geschonken aan praktische aspecten, o.a. het gebruik van Toledo. Daarnaast denken studenten in kleine groepjes na over hun verwachten over deze stage, en reflecteren ze over hun beeld van de rol van de apotheker in de gezondheidszorg. Stage in een officina-apotheek (3 dagen; tweede semester) Studenten lopen drie dagen stage in een officina-apotheek. Elke student wordt toegewezen aan een apotheek waar een student van het laatste jaar stage doet. De verdeling gebeurt op basis van de woonplaats van de student. Een lijst met verdeling van de stageplaatsen, evenals een overzicht van de data waarop de stage kan doorgaan, zal in de loop van het eerste semester beschikbaar zijn op Toledo; wisselen of aanpassen kan mits mededeling aan de verantwoordelijke docent. De begeleiding van de student gebeurt voornamelijk door de stagiair (student laatste jaar), onder supervisie van de verantwoordelijke apotheker (stagemeester). Het hoofdaccent ligt op het kijken naar de verschillende aspecten van het beroep van officinaapotheker: afleveren van geneesmiddelen: geneesmiddelen op voorschrift, OTC bereiden van geneesmiddelen: op voorschrift, huisbereidingen communicatie: met patiënten, met artsen, administratie: aankoop en verkoop, terugbetaling, wetgeving, deontologie van het apothekersberoep 99
100 Deze observatieopdrachten vormen het startpunt voor de verwerkingsopdrachten die verbonden zijn aan dit opleidingsonderdeel. De studenten krijgen een duidelijke handleiding bij deze observatieopdrachten, zodat ze weten wat van hen verwacht wordt. Deze handleiding is ook beschikbaar voor stagemeesters via de website van de stage ( De studenten houden ook een logboek bij waarin ze enerzijds de observaties noteren en anderzijds bedenkingen, ideeën en vaststellingen opschrijven. Na de stage heeft de student: kennis verworven over de verschillende aspecten van het beroep van officina-apotheker (aflevering, bereiding, administratie, overleg, ) een praktijkbasis verworven waarop nieuwe theoretische kennis kan geënt worden een kennisbasis verworven waarop de latere leerstage in het vijfde opleidingsjaar kan verder bouwen Terugkommomenten (april mei 2016) De studenten worden ingedeeld in kleine groepjes. Per groepje wisselen de studenten, op basis van de observaties en de bijhorende verwerkingsopdrachten, ervaringen uit. De studenten worden hierbij begeleid door studenten van het laatste jaar. Door actieve deelname aan de terugkommomenten heeft de student: inzicht verworven in de verschillende aspecten van het beroep van officina-apotheker een (beperkt) overzicht van de rol van de apotheker en die van andere deskundigen in de gezondheidszorg geleerd ervaringen uit te wisselen in groep en eigen inzichten te toetsen aan die van anderen Interviews De studenten nemen, individueel, een aantal korte interviews af: van een patiënt met een chronische aandoening (familielid, buur, vriend, ) van hun eigen huisarts of van hun eigen apotheker De focus van de interviews ligt op het omschrijven van de rol van de apotheker. Wat verwacht een patiënt van de apotheker? Welke begeleiding wil hij/zij bij het gebruik van de medicatie? Hoe ziet een arts de rol van de apotheker? Welke samenwerkingsmogelijkheden ziet hij/zij? Hoe zien apothekers hun rol evolueren? Evaluatie 100
101 De studenten worden beoordeeld door de begeleiders betrokken bij dit opleidingsonderdeel. Deze beoordeling resulteert in een pass / fail. 101
102 ROL VAN LAATSTEJAARSSTUDENTEN (STAGIAIRS) IN DE KENNISMAKINGSSTAGE Stage Elke student van tweede bachelor wordt toegewezen aan een student van het laatste jaar (stagiair). Sommige stagiairs krijgen twee studenten toegewezen, anderen één. Een aantal stagiairs krijgen mogelijk geen studenten toegewezen, maar worden intensief ingeschakeld in de begeleiding van de verwerkingsopdrachten. Stagiairs van het laatste jaar zijn het eerste aanspreekpunt voor de studenten van tweede bachelor. Ze coördineren de afspraken tussen student en stagemeester/stageapotheek, ze geven een introductie in de werking van de apotheek en ze stimuleren de studenten om vragen te stellen. De stagiairs evalueren de stage van de studenten van tweede bachelor op een aantal criteria. Verwerkingsopdrachten De stagiairs die geen of slechts één student begeleiden op de stageplaats kunnen worden ingeschakeld voor één of meerdere terugkommomenten. Voorafgaand aan deze terugkommomenten nemen de stagiairs de opdrachten door die de studenten hebben ingestuurd. Ze selecteren een aantal topics en bereiden die inhoudelijk voor. Ter voorbereiding van de terugkommomenten nemen ze deel aan een sessie waarin de doelstellingen en werkwijze van de terugkommomenten worden toegelicht. Achteraf is een debriefing voorzien waarin de stagiairs kunnen reflecteren over de ingestuurde opdrachten, de inzet van de studenten, de onderwerpen die aan bod kwamen. De stagiairs evalueren de inzet van studenten op een aantal criteria. Plaats in de eigen opleiding De dagen waarop een stagiair studenten tweede bachelor begeleidt in de apotheek, tellen mee als volwaardige stagedagen. Voor het voorbereiden en modereren van terugkommomenten wordt per moment 1 dag stage geteld. ROL VAN DE STAGEMEESTER IN DE KENNISMAKINGSSTAGE De begeleiding van de studenten tweede bachelor wordt toevertrouwd aan de stagiairs van het laatste jaar. Op het moment waarop de kennismakingsstage doorgaat, hebben zij al heel wat weken stage achter de rug en zijn zij in principe in staat om de basishandelingen in een apotheek correct uit te voeren. Uit de feedback die we vorige jaren van stagiairs kregen, leren we dat het voor hen heel motiverend en interessant is om studenten te begeleiden. Enerzijds ontdekt een 102
103 stagiair op die manier dat hij/zij toch al heel wat dingen onder de knie heeft; anderzijds wordt hij/zij uitgedaagd om een aantal aspecten grondiger te bekijken. De kennismakingsstage is een bijkomende prikkel om nog meer uit de stage te halen. Vanzelfsprekend is ook de inzet van de stagemeester cruciaal voor het welslagen van deze kennismakingsstage. We verwachten van stagemeesters dat zij open staan voor dit initiatief, dat zij voor de student van tweede bachelor een motiverend voorbeeld zijn en dat zij hem/haar uitdagen te reflecteren over de rol van de apotheker. Een deugddoende kennismakingsstage is richtinggevend voor de verdere opleiding! 103
104 Links en literatuur Onderstaande lijst biedt een opsomming van enkele interessante literatuurwerken en links. Over bronnen wordt meer informatie gegeven in het kader van de werkcolleges. BASISBRONNEN VOOR DE STAGEAPOTHEEK The Martindale: The Complete Drug Reference, Pharmaceutical Press Therapeutisch Magistraal Formularium Nationaal Formularium VI o Website van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) o Bijsluiters Gecommentarieerd geneesmiddelenrepertorium ( Delphi ( Inloggen met Doccheck paswoord o Belgische specialiteiten: info over samenstelling, CNK, firma, eerste uitgifte, contraindicaties, van alle Belgische specialiteiten o VOS (Voorschrijven op Stofnaam): samenstelling, toedieningsvorm, sterkte, prijzen, morfologische kenmerken van originele en generieke geneesmiddelen o Buitenlandse specialiteiten: samenstelling, land van oorsprong, lijst van overeenkomstige Belgische of buitenlandse specialiteiten o Farmaceutische grondstoffen: korte beschrijving van de farmaceutische grondstoffen, fysicochemische eigenschappen, o Interacties: Voor het opsporen van interacties tussen Belgische specialiteiten. ANDERE INTERESSANTE LINKS o inloggen met IPSA-paswoord o Overzicht lessencycli o Edupharma 104
105 o Minerva: Tijdschrift voor Evidence Based Medicine o Bespreking en duiding van publicaties uit de internationale literatuur o Website met het Farmacotherapeutisch Kompas, een boek met up-to-date geneesmiddeleninformatie o Patiëntegerichte informatie o Website van de Europees Agentschap voor Geneesmiddelen (EMA) o Via Human medicines toegang tot productinformatie van geneesmiddelen o Website van de faculteit farmaceutische wetenschappen van de KU Leuven o Plantengids KULAK o Ook mogelijk om cybele in te typen in google en de eerste link te volgen o Geneesmiddelen voor en tijdens de zwangerschap en bij borstvoeding INTERESSANTE LITERATUUR EN LINKS (THEMATISCH) Geneesmiddelen interacties o Stockley s Drug Interactions 10th Edition Baxter K, Preston C, Eds. Pharmaceutical Press, London. ISBN o Stockley s Drug Interactions Pocket Companion 1st Edition Preston C. Pharmaceutical Press London. ISBN o Commentaren Medicatiebewaking Editie Stichting Health Base, Houten. ISBN Geneesmiddelen structuren en eigenschappen o Extra Pharmacopoeia Martindale 38th Edition Pharmaceutical Press, London. ISBN o Informatorium Medicamentorum uitgave KNMP, den Haag. ISBN
106 o The Merck Index 15th Edition Merck Sharp & Dohme Corp., a subsidiary of Merck & Co., Inc., Whitehouse Station, N.J., U.S.A. ISBN Geneesmiddelenvoorlichting o Geneesmiddelen, wat de bijsluiter niet vertelt 3de Editie2012. Laekeman G, Leyssens L. ACCO Leuven. ISBN Interacties tussen geneeskrachtige planten en geneesmiddelen o Stockley s Herbal Medicines Interactions 2nd Edition Williamson E, Driver S, Baxter K. Eds. Pharmaceutical Press London. ISBN Zelfzorggeneesmiddelen o Zelfzorgadvies in de apotheek. Storms V, Foulon V. Acco, Communicatie in de apotheek o Communicatie in de apotheek. G. Laekeman, L. Leemans. Acco, ISBN Depressie o Farmaceutische Zorg voor patiënten met depressie 1ste uitgave Liekens S, Foulon V. ACCO ISBN EHBO o EHBO eerste hulp bij ongevallen P. Broos, S. Nijs, M. Sabbe en F. Stockmans Acco, 2005, ISBN Geneeskrachtige planten o Groot Handboek van Geneeskrachtige Planten 4de druk Verhelst G. Ed. BVBA Mannavita, Wevelgem. ISBN APPLICATIONS (NIET LIMITATIEF) Medibase o Doccheck paswoord vereist o BCFI als applicatie, met foto s van geneesmiddelverpakkingen FK o Application met het Farmacotherapeutisch Kompas, een boek met up-to-date geneesmiddeleninformatie 106
INDUSTRIESTAGE PRAKTISCHE INFO VOOR DE START VAN DE STAGE. Faculteit Farmaceutische Wetenschappen. KU Leuven.
INDUSTRIESTAGE 2017-2018 PRAKTISCHE INFO VOOR DE START VAN DE STAGE Faculteit Farmaceutische Wetenschappen KU Leuven Paul Declerck Karlien Van Heuverswyn Ann Verhulst Algemene informatie De industriestage
APOTHEEKSTAGE
APOTHEEKSTAGE 2017-2018 Faculteit Farmaceutische Wetenschappen KU Leuven Karlien Van Heuverswyn Ann Verhulst Veerle Foulon INHOUDSTAFEL VOORWOORD 3 DOELSTELLINGEN VAN DE STAGE 4 PRAKTISCHE RICHTLIJNEN
TUSSENTIJDSE EVALUATIE
TUSSENTIJDSE EVALUATIE Doel Een stage is een groeiproces en moet dan ook gepast geëvalueerd worden. Het is belangrijk om tijdig en gestructureerd feedback te geven op het functioneren van de stagiair.
Evaluatie stagemeester industriestage
Evaluatie stagemeester industriestage 2016-2017 Naam stagemeester & stageplaats: Naam student: Datum: Beste stagemeester Rond deze tijd, na ongeveer 3 maand stage, willen wij graag de stagiair feedback
Stagemeester worden?
1 Stagemeester worden? Farmaceutische Wetenschappen 2 Stagemeester worden? Deze brochure is bedoeld voor apothekers die overwegen om stagemeester te worden voor de KU Leuven. Concrete richtlijnen over
Apotheekstage : Eerste tussentijdse evaluatie
Apotheekstage 2015-2016: Eerste tussentijdse evaluatie Beste stagemeester Beste stagiair Rond deze tijd, na 40 à 50 dagen effectieve stage, willen wij graag de stagiair feedback geven op zijn kennen en
Vorming voor beginnende stagemeesters
Vorming voor beginnende stagemeesters Apr. Karen Pieters (Stagecoördinator) Prof. Gert Laekeman (Voorzitter van de Stagecommissie) Prof. Veerle Foulon (Lid Stagecommissie) Apr. Marc Naegels (Ervaren stagemeester)
APOTHEEKSTAGE. Kan er een beeld voorzien worden? informatiebrochure voor kandidaat-stagemeesters
APOTHEEKSTAGE Kan er een beeld voorzien worden? informatiebrochure voor kandidaat-stagemeesters 1 2 Beste collega, U ontvangt deze brochure omdat u gecontacteerd werd door een van onze studenten met de
Modulair stageplan. Een leidraad bij de opbouw van de apotheekstage. Stagecommissie Faculteit Farmaceutische Wetenschappen K.U.
Een leidraad bij de opbouw van de apotheekstage Stagecommissie Faculteit Farmaceutische Wetenschappen K.U.Leuven Inleiding Wat is het doel van het modulair stageplan? Het modulair stageplan is bedoeld
Interuniversitaire. Permanente Vorming Arbeidsgeneeskunde
Interuniversitaire Permanente Vorming Arbeidsgeneeskunde Inleiding De GSO-er (geneesheer-specialist in opleiding) in de Arbeidsgeneeskunde moet 2 jaar stage doen in een erkende stagedienst onder de begeleiding
Nieuwsbrief Apotheekstage 16-17
Nieuwsbrief Apotheekstage 16-17 10 JANUARI 2017 VOLUME 2, NUMMER 2 Beste stagemeester Graag bezorgen we u via deze weg onze tweede nieuwsbrief van dit stagejaar. Intussen hebben de stagiairs dank zij jullie
Dit document bevat 5 delen:
Faculteit Geneeskunde en Farmacie Vakgroep Huisartsgeneeskunde Department of Family Medicine Gebouw K, 1 e verdieping Laarbeeklaan 103 1090 Brussels (Belgium) Tel: Fax: Mail: Web: +32-2-477 43 11 +32-2-477
Examen casuïstiek SITUERING DOELSTELLING VERLOOP VAN HET EXAMEN
Examen casuïstiek SITUERING Tijdens de examenzittijd in juni leggen de stagiairs het examen casuïstiek af. Dit examen maakt deel uit van de evaluatie van de stage. Het examen is ontstaan vanuit de bekommernis
OVEREENKOMST VOOR DE STAGE MASTER KUNSTWETENSCHAPPEN
OVEREENKOMST VOOR DE STAGE MASTER KUNSTWETENSCHAPPEN - Gegevens organisatie/ bedrijf Naam:..... Adres maatschappelijke zetel: Ondernemingsnummer: Hierbij vertegenwoordigd door:... Functie vertegenwoordiger:.....
Overeenkomst ter vervanging
Overeenkomst ter vervanging Tussen enerzijds de heer/mevrouw... wonende te... en anderzijds de heer/mevrouw... apotheker, wonende te... werd overeengekomen wat volgt : Art. 1. - De eerste ondergetekende
Stage-avond De competente (beginnende) apotheker
Stage-avond 2015-2016 De competente (beginnende) apotheker Doel stage-avond Welke competenties verwachten we? Hoe geven we feedback om dit niveau te bereiken? Doel stage-avond Helpen om het beeld van een
Arbeidsovereenkomst voor adjunct-apotheker (onbepaalde duur)
Arbeidsovereenkomst voor adjunct-apotheker (onbepaalde duur) Tussen enerzijds de heer/mevrouw... wonende te... hierna genoemd eerste ondergetekende of werkgever en anderzijds de heer/mevrouw... apotheker,
UNIVERSITEIT GENT VAKGROEP ORTHOPEDAGOGIEK. Bijzondere orthopedagogiek van personen met een mentale, psychische, fysieke of sensoriële handicap II
UNIVERSITEIT GENT VAKGROEP ORTHOPEDAGOGIEK Bijzondere orthopedagogiek van personen met een mentale, psychische, fysieke of sensoriële handicap II 2DE LICENTIE ORTHOPEDAGOGIEK ACADEMIEJAAR 2001-2002 1.
EINDEVALUATIE APOTHEEKSTAGE
EINDEVALUATIE APOTHEEKSTAGE 2015-2016 Naam stagiair: Naam stagemeester: Persoonlijk identificatienummer: Datum: Handtekening stagemeester: Stempel apotheek: Evaluatie stage 2015-2016 2 Beste stagemeester,
Informatie voor docenten
Informatie voor docenten Overzicht stagemogelijkheden FEB-studenten die een stage willen verrichten, hebben volgende mogelijkheden. 1. Stageproject (Internship project) als studenten stage lopen in een
STAGEVOORBEREIDING PXL HEALTHCARE PROFESSIONELE BACHELOR IN DE VERPLEEGKUNDE
STAGEVOORBEREIDING PXL HEALTHCARE PROFESSIONELE BACHELOR IN DE VERPLEEGKUNDE 2018-2019 Voorbereiding van de stage 1. Vastleggen van de stageplaats De stageplanner doet een voorstel van stageplaats. De
Contract van adjunct- apotheker (bepaalde duur)
Contract van adjunct- apotheker (bepaalde duur) Tussen enerzijds de heer/mevrouw... wonende te... hierna genoemd eerste ondergetekende of werkgever en anderzijds de heer/mevrouw... apotheker, wonende te...
Contract van Adjunct- apotheker (Bepaalde duur)
Contract van Adjunct- apotheker (Bepaalde duur) Tussen enerzijds de heer/mevrouw... wonende te... en anderzijds de heer/mevrouw... apotheker, wonende te... wordt overeengekomen: Art. 1 - De eerste ondergetekende
STAGEOVEREENKOMST
Specifieke Lerarenopleiding KU Leuven Academisch Vormingscentrum voor Leraren Krakenstraat 3 - bus 5205 3000 Leuven STAGEOVEREENKOMST 2016-2017 Preservicetraining (stage) Specifieke Lerarenopleiding Gegevens
Een conceptueel kader voor de implementatie van praktijkgericht onderzoek in de opleiding van studenten farmaceutische wetenschappen aan de K.U.
NVFO 2009 Een conceptueel kader voor de implementatie van praktijkgericht onderzoek in de opleiding van studenten farmaceutische wetenschappen aan de K.U.Leuven V. Foulon, S. Simoens, G. Laekeman en P.
Zelfevaluatie hoofdstuk logistiek
Vragenlijst: Deze tool laat u toe om door middel van een aantal vragen een balans op te maken van de kwaliteit binnen uw apotheek, teneinde deze waar nodig te verbeteren. Kies bij elke vraag het meest
Arbeidsovereenkomst voor adjunct-apotheker (onbepaalde duur)
Arbeidsovereenkomst voor adjunct-apotheker (onbepaalde duur) Tussen enerzijds de heer/mevrouw... wonende te... en anderzijds de heer/mevrouw... apotheker, wonende te... werd overeengekomen wat volgt :
VRIJWILLIGE STAGEOVEREENKOMST (ONBEZOLDIGD)
VRIJWILLIGE STAGEOVEREENKOMST (ONBEZOLDIGD) Voor personen die ingeschreven zijn als student aan de Universiteit Gent en die in het kader van hun universitaire studies bij een bedrijf of andere overheidsinstelling
STAGEPLAN WIJZIGING - ONDERBREKING voor de kandidaat Algemeen Tandarts
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU DIRECTORAAT-GENERAAL GEZONDHEIDSBEROEPEN OPLEIDING ALGEMEEN TANDARTS ERKENNING ALGEMEEN TANDARTS Erkenningscommissie
Begeleidingsdocument
Student naam FOTO voornaam hogeschool Stagebegeleider naam voornaam Stageplaats instelling afdeling Stagementor naam voornaam Stageperiode van tot PAGINA 1/20 2. INDIVIDUEEL STAGETRAJECT Schrijf neer welke
ONDERZOEKSGROEP KLINISCHE PSYCHOLOGIE
FACULTEIT PSYCHOLOGIE EN PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN ONDERZOEKSGROEP KLINISCHE PSYCHOLOGIE TIENSESTRAAT 102 B 3000 LEUVEN Brochure Permanente Vorming in de Psychologische Interventies 1. Wat is de Permanente
Infosessie stage communicatiewetenschappen. Stagecoördinator Eva Koppen
Infosessie stage communicatiewetenschappen Stagecoördinator Eva Koppen [email protected] [email protected] Stagecoördinator? Voor alle vragen of opmerkingen in verband met de stage
STAGEREGLEMENT WERKPLEKLEREN FBO
Campus Schoonmeersen Gebouw B Valentin Vaerwyckweg 1 BE-9000 Gent T +32 9 243 22 00 [email protected] www.hogent.be/fbo STAGEREGLEMENT WERKPLEKLEREN FBO Academiejaar 2015-2016 art. 1 Algemene bepalingen 1
BEOORDELINGSFORMULIER VOOR DE STAGEBEGELEIDER
FACULTEIT LETTEREN KU Leuven Opleiding musicologie prof. dr. David Burn BLIJDE-INKOMSTSTRAAT 21 bus 3313 B-3000 LEUVEN BEOORDELINGSFORMULIER VOOR DE STAGEBEGELEIDER Gelieve dit formulier uiterlijk twee
Zelfevaluatie hoofdstuk personeel
Vragenlijst: Deze tool laat u toe om door middel van een aantal vragen een balans op te maken van de kwaliteit binnen uw apotheek, teneinde deze waar nodig te verbeteren. Kies bij elke vraag het meest
Academiejaar 2013/2014. navorming. Mentor Klinisch Onderwijs. Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Academiejaar 2013/2014 navorming Mentor Klinisch Onderwijs Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen Navorming Mentor Klinisch Onderwijs Deze opleiding is een samenwerking van het departement Gezondheid en
6. Wachtdienstregeling. Inleiding. SUGGESTIEvragen
6. Wachtdienstregeling Inleiding Huisartsen en apothekers moeten de continuïteit van zorg verzekeren, ze zijn beiden dan ook wettelijk, moreel en deontologisch verplicht om deel te nemen aan de wachtdienst.
Stagehandleiding Master Letterkunde
Stagehandleiding Master Letterkunde Studenten van de master Letterkunde kunnen een onderzoeksstage volgen als onderdeel van hun opleiding. Voor studenten van de masterprogramma s Literair Bedrijf en Europese
KB 21 januari 2009: onderrichtingen der apothekers Checklist Internet
KB 21 januari 2009: onderrichtingen der apothekers Checklist Internet In 2006 maakte de Belgische wetgever bij de hervorming van de Geneesmiddelenwet een opening voor verkoop op afstand, volgens het vrij
Stichtse Vrije School Voortgezet onderwijs Socrateslaan 24 3703 GL Zeist Telefoon: 030-692 3054 mail: [email protected]
STAGE-INOFRMATIEBOEK Klas 11 2013/2014 Stageboekje van : Klas : Stagebegeleider : Stageplaats bij Naam instelling : Straat : Plaats : Telefoonnummer : Stagebegeleider : Stichtse Vrije School Voortgezet
STAGEOVEREENKOMST 1 PRAKTISCHE INSTRUCTIES:
B.I.V. - stageovereenkomst 2012 - Pagina 1/6 Luxemburgstraat 16 B 1000 BRUSSEL Tel. : 02/505.38.50 Fax : 02/503.42.23 www.biv.be STAGEOVEREENKOMST 1 PRAKTISCHE INSTRUCTIES: 1. Vul drie exemplaren van de
STAGE Prof.dr.T.Defloor Stageverantwoordelijke
Master in de Verpleegkunde en Vroedkunde Academiejaar 2005-2006 STAGE Prof.dr.T.Defloor Stageverantwoordelijke De masterproef omvat een stage (3 stp) en een scriptie (15 stp). Slagen voor deze stage is
KB 21 januari 2009: Onderrichtingen der apothekers Checklist Internet
KB 21 januari 2009: Onderrichtingen der apothekers Checklist Internet In 2006 maakte de Belgische wetgever bij de hervorming van de Geneesmiddelenwet een opening voor verkoop op afstand, volgens het vrij
2.1. Beslissing tot uitvoering Weigering van uitvoering van een magistrale bereiding
8. Bereidingen INFO-FICHE - KB 2009 1. BEGRIPPENKADER Een magistrale bereiding is elk geneesmiddel voor menselijk of diergeneeskundig gebruik dat in de apotheek volgens een voorschrift voor een bepaalde
Deze stageperiode start met een aantal observatie- en participatiedagen in de stageschool en enkele stagevoorbereidingsdagen op de hogeschool.
Stageperiode 1B Situering Stageperiode 1B valt in het 2 de semester. De studenten lopen deze stage per twee in één stageklas. De duo s lopen per semester stage in een ander leerjaar. De studenten lopen
TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3
TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3 VOORWOORD Als stageteam Toegepaste Psychologie zijn wij zeer verheugd dat uw instelling onze student(en) een stageplaats biedt en zo participeert in het opleiden
Individuele stageovereenkomst
Individuele stageovereenkomst Tussen Het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel, met zetel te 2440 Geel, Dokter Sanodreef 4, met KBO-nummer 0850465613, vertegenwoordigd door de heer Pieter Jans, Administrateur-generaal,
STAGEOVEREENKOMST 1 2
B.I.V. - stageovereenkomst - 2010 - Pagina 1/6 Luxemburgstraat 16 B 1000 BRUSSEL Tel. : 02/505.38.50 Fax : 02/503.42.23 www.biv.be STAGEOVEREENKOMST 1 2 1 WAARSCHUWING Door dit model te gebruiken erkennen
Stage Arabistiek en Islamkunde. Colin van den Akker Stagecoördinator Arabistiek en Islamkunde
Stage Arabistiek en Islamkunde Colin van den Akker Stagecoördinator Arabistiek en Islamkunde Deze presentatie Administratie voor de stage Opvolging tijdens de stage Evaluatie na de stage Vragen en opmerkingen
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Koninkrijk België TANDARTSEN. Orthodontie O Eerste aanvraag O
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu Koninkrijk België TANDARTSEN Aanvraag erkenning als stagemeester-coördinator en als universitair opleidingscentrum Orthodontie O Eerste
ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR STUDENTEN
ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR STUDENTEN Tussen de ondergetekenden : de werkgever : vertegenwoordigd door de student : Geboren op / / te wordt overeengekomen hetgeen volgt : Artikel 1 : De werkgever werft de
Naam student: School: Praktijk fase 1- Attitudes mentor. Mentor(en): Leeftijd kleuters: Maandagen observeren en participeren 2015
Naam student: School: Mentor(en): Leeftijd kleuters: Praktijk fase 1- Attitudes mentor Maandagen observeren en participeren 2015 Beste mentor : Gelieve per attitude (beslissingsvermogen, relationele gerichtheid,
RICHTLIJNEN EVALUATIE STAGES 3 e master Diergeneeskunde. Geachte stagegever,
RICHTLIJNEN EVALUATIE STAGES 3 e master Diergeneeskunde Geachte stagegever, Om de studenten een eerlijke score te kunnen geven voor hun afstudeerstage of keuzevak stage, vragen wij u om het evaluatieformulier
FACULTEIT GENEESKUNDE. Patiëntenzorgstage. KU Leuven.
FACULTEIT GENEESKUNDE Patiëntenzorgstage KU Leuven [email protected] Wat is de patiëntenzorgstage? De patiëntenzorgstage zorgt voor een eerste kennismaking van de student met de patiënt in
De opvangvoorziening is open van maandag tot vrijdag, telkens van 7u tot 8u10. En Van 15u30 tot 18u. Op woensdag van 7u tot 8u10 en van 12u tot 18u.
Openingsuren- tarieven De opvangvoorziening is open van maandag tot vrijdag, telkens van 7u tot 8u10. En Van 15u30 tot 18u. Op woensdag van 7u tot 8u10 en van 12u tot 18u. Tarieven 0,74 per begonnen halfuur
Stagewijzer. Stagiairs
Stagewijzer Stagiairs Stagewijzer voor stagiairs De gemeente Emmen vindt het belangrijk om te investeren in toekomstige jonge professionals. We besteden daarom veel zorg aan de werving en begeleiding van
Masterproef Geneesmiddelenontwikkeling
Masterproef Geneesmiddelenontwikkeling Overzicht van te bespreken items: - experimenteel werk - beoordeling masterproef deel 1 - schrijven van masterproef deel 1 - belangrijke data - schrijven van masterproef
Personeelslid van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen, die de studentstagiair tijdens de stage daadwerkelijk begeleidt.
reglement STAGEREGLEMENT versie Koninklijke Academie voor Schone Kunsten 2013-2014 pagina s 7 Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Geldig voor academiejaar 2013-2014 Hoofdstuk 1 Omschrijvingen Art.
Infosessie stage communicatiewetenschappen. Stagecoördinator Eva Koppen
Infosessie stage communicatiewetenschappen Stagecoördinator Eva Koppen [email protected] [email protected] Stagecoördinator? Voor alle vragen of opmerkingen in verband met de stage
Word jij de accountant van morgen? Michèle Van Maele
Word jij de accountant van morgen? Michèle Van Maele 1 Inhoud 1) Accountant Wat doen we? Kenmerken Voordelen Evolutie - uitdagingen 2) Hoe accountant worden? 2 Wat doet een accountant? 1) In een kantoor
Coordinatie--erkenningscriteria--geneesheren-specialisten--Nucleaire-geneeskunde--BIJZONDERE-CRITERIA--MB doc
19 JULI 1996. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten voor de specialiteit van de nucleaire geneeskunde.
Individuele dienstverleningsovereenkomst Rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) volwassenen 1
Begeleidingscentrum Spermalie - Het Anker maakt deel uit van vzw De Kade maatschappelijke zetel: Potterierei 42, 8000 Brugge, www.de-kade.be Versie 1/3/2018 Individuele dienstverleningsovereenkomst Rechtstreeks
Lijnprojectstage en opdrachten uit het officina-werkboek voor de studenten 2 de en 3 de Bachelor Farmaceutische Wetenschappen
OVERZICHT Department of Toxicology, Dermato-Cosmetology and Pharmacognosy Lijnprojectstage en opdrachten uit het officina-werkboek voor de studenten 2 de en 3 de Bachelor Farmaceutische Wetenschappen Kristien
ongewettigde afwezigheid van meer dan 25% aanleiding geven tot de quotatie afwezig voor het volledige opleidingsonderdeel.
Beste student, Ibamaflex biedt nu de mogelijkheid om je afwezigheden digitaal te melden en de bewijsstukken te scannen en op te laden. Het is dan ook de bedoeling dat je dit voortaan via deze weg doet.
Infosessie 8 mei 2017 Erasmus: verder verloop
Infosessie 8 mei 2017 Erasmus: verder verloop 1. Learning agreement a. Basisprincipes voor het kiezen van vakken b. Hoe vakken kiezen? c. Voor hoeveel studiepunten d. Hoe geef je het programma door aan
Stageovereenkomst voor een onbezoldigde preservice stage in de lerarenopleiding
FACULTEIT PSYCHOLOGIE EN PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN Lerarenopleiding Stageovereenkomst voor een onbezoldigde preservice stage in de lerarenopleiding Tussen (naam school/inrichtende macht) met maatschappelijke
Aanvraagdossier master en master-na-master opleidingen
Master en master-na-master opleidingen Lees eerst zorgvuldig onderstaande informatie: Alle aanvragen worden behandeld door de Dienst Inschrijvingen. Dit neemt ongeveer twee maanden in beslag. We vragen
Toegewezen opleidingsonderdelen Faculteit Farmaceutische Wetenschappen
Toegewezen opleidingsonderdelen Faculteit Farmaceutische Wetenschappen 008-009 Het Groepsbestuur verleent positief advies bij de toewijzing van onderstaande opleidingsonderdelen of onderwijsleeractiviteiten
AFSPRAKEN- EN INFORMATIENOTA Rechten en plichten van de organisatie en de vrijwilliger stadsbestuur Turnhout dienst.
AFSPRAKEN- EN INFORMATIENOTA Rechten en plichten van de organisatie en de vrijwilliger stadsbestuur Turnhout dienst. Hoewel de wet het ons niet letterlijk verplicht om een informatienota op te stellen,
Stageovereenkomst. Gezien de Raad het modelcontract van het stagetype hierna aanpast met de minimum verplichtingen van de partijen.
Stageovereenkomst Gezien de wet van 17 mei 2002 wat betreft de erkenning en bescherming van het beroep van de auto-expert en met de oprichting van het instituut van de auto-experts( na opvolging van de
CVO PANTA RHEI - Schoonmeersstraat GENT
identificatie opleiding Fiscale wetenschappen modulenaam Projectwerk code module E1 goedkeuring door aantal lestijden 40 studiepunten datum goedkeuring structuurschema / volgtijdelijkheid link: inhoud
Beoordelingsformulier voor de stagebegeleider
FACULTEIT LETTEREN K.U.Leuven Onderzoekseenheid Kunstwetenschappen BLIJDE-INKOMSTSTRAAT 21 bus 3313 B-3000 LEUVEN Beoordelingsformulier voor de stagebegeleider Gelieve dit formulier uiterlijk twee weken
Stagemap het preoperatief consult (POC)
Stagemap het preoperatief consult (POC) Voettekst 1/7 Inhoud Welkom... 3 Voorstelling van de preoperatieve consultatie... 4 1 Het preoperatief consult... 4 Stageverloop... 5 2 Uurrooster studenten... 5
Zelfevaluatie hoofdstuk Huisapotheker
Vragenlijst: Deze tool laat u toe om door middel van een aantal vragen een balans op te maken van de kwaliteit binnen uw apotheek, teneinde deze waar nodig te verbeteren. Kies bij elke vraag het meest
STAGEREGLEMENT FBO. Algemene bepalingen
Campus Schoonmeersen Gebouw B Valentin Vaerwyckweg 1 BE-9000 Gent T +32 9 243 22 00 [email protected] www.hogent.be/fbo STAGEREGLEMENT FBO Academiejaar 2015-2016 art. 1 Algemene bepalingen 1 De Onderwijs-
TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3
TOEGEPASTE PSYCHOLOGIE PRAKTIJKGIDS JAAR 3 VOORWOORD Als stageteam zijn wij zeer verheugd dat uw instelling onze student(en) een stageplaats biedt en zo participeert in het opleiden van studenten tot professionals.
STAGEOVEREENKOMST 1. 1. Vul drie exemplaren van de stageovereenkomst volledig in en onderteken ze allen.
B.I.V. - stageovereenkomst 2015-2 - Pagina 1/6 Luxemburgstraat 16 B 1000 BRUSSEL Tel. : 02/505.38.50 Fax : 02/503.42.23 www.biv.be STAGEOVEREENKOMST 1 PRAKTISCHE INSTRUCTIES: 1. Vul drie exemplaren van
Departement Burger en Vrije Tijd Binnenschoolse Opvang. administratief
FUNCTIEBESCHRIJVING: Begeleider binnenschoolse opvang 1. FUNCTIEBENAMING Naam van de functie Afdeling Niveau/rang Graad Begeleider Departement Burger en Vrije Tijd Binnenschoolse Opvang E1-E3 administratief
Gedeeld farmaceutisch dossier : FAQ
Gedeeld farmaceutisch dossier : FAQ Vindt U hier geen antwoord op uw vraag? Gelieve uw vragen door te mailen naar [email protected] en wij geven U zo spoedig mogelijk een antwoord. Wat is een
De realisatie van uw eigen Kwaliteitshandboek
De realisatie van uw eigen Kwaliteitshandboek Hoe ondersteunt de BV mij hierin? KB 2009: implementatie Hoe begin IK eraan? KB 2009: Onderrichtingen der apothekers = wettekst van 20 pagina s + 5 bijlagen
Vzw Kinderopvang Leuven Professor Roger Van Overstraetenplein 1 3000 Leuven
Vzw Kinderopvang Leuven Professor Roger Van Overstraetenplein 1 3000 Leuven BINNENSCHOOLSE KINDEROPVANG Huishoudelijk reglement 2012-2013 Inhoud Inhoud... 2 1. Voorwoord... 3 2. Algemeen... 4 2.1 Administratieve
Na ingave van uw doc-check paswoord, opent u uw kwaliteitshandboek door te klikken op het APB-nr van de apotheek.
Basisprincipes My quality assistant in 1-2-3 onder de knie! Via http://www.myqualityassistant.be/ kan u (na ingave van uw doc-check paswoord) inloggen in uw eigen online kwaliteitshandboek. Bij problemen
Bijzondere examenreglementen
Bijzondere examenreglementen Versie goedgekeurd door de Academische raad d.d. 14.05.2007 Examenreglement van de K.U.Leuven 2007-2008 Onderafdeling 1 - Bijzondere bepalingen in verband met de verhandeling
Stagefolder 2014-2015 Laurentius Praktijkschool
1 Stageorganisatie Laurentius Praktijkschool De stages zijn een belangrijk onderdeel van het schoolprogramma in VO 3, 4 /5 groep. De school heeft al vele jaren contacten met stagebedrijven en instellingen
