Buitenspelen, ja leuk!
|
|
|
- Stijn Bakker
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard BELEIDSPLAN, BEHEERVISIE voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
2
3 Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard BELEIDSPLAN, BEHEERVISIE voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau
4 Titel: Subtitel: Omschrijving: Opdrachtgever: Opdrachtnemer: Opgesteld door: "Buitenspelen, ja leuk!" Speelruimteplan gemeente Lingewaard Beleidsplan voor en analyse van speelruimte Gemeente Lingewaard OBB Ingenieursbureau Postbus AV Deventer ing. E.G. Oost-Mulder ing. P.J. Wegdam Datum: maart 2007 Project: Aantal pagina s: 147 OBB Ingenieursbureau
5 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING SPEELRUIMTEPLAN Waarom een speelruimteplan? Doelstelling en visie Inspraak op de planvorming Begripsbepaling Leeswijzer 8 2. SAMENVATTING Speelruimtebeleid Beheervisie Analyse speelruimte Maatregelen in een notendop Financiële consequenties Ten slotte 16 DEEL I SPEELRUIMTEBELEID BELEID SPEELRUIMTE Het recht op speelruimte Het belang van speelruimte Speelruimte, voor wie? De relatie informele en formele speelruimte De informele speelruimte Vormgeving informele speelruimte De formele speelruimte Vormgeving formele speelruimte Samen werken aan speelruimte Speeltuinverenigingen Vooruitzien in speelruimte De zorg voor speelvoorzieningen Periode en evaluatie speelruimtebeleid 43 DEEL II BEHEERVISIE SPELEN HUIDIGE INVENTARIS Opbouw speelplekken Toestellen Materiaalkeuze Ondergronden Conclusies en aanbevelingen DE VEILIGHEID VAN SPEELVOORZIENINGEN Veiligheid en uitdaging! Veiligheidssituatie Lingewaard De veiligheidsinspecties De logboeken Conclusies en aanbevelingen 54 OBB Ingenieursbureau
6 Kop 6 inhoud nieuwe pagina HET ONDERHOUDEN VAN SPEELVOORZIENINGEN Structureel of inspectief onderhoud Onderhoudswerkzaamheden Het onderhoudsniveau Onderhoud op korte- en lange termijn Conclusies en aanbevelingen HET VERVANGEN VAN SPEELVOORZIENINGEN Levensduur Jaar van vervanging Rol van de wijkplatforms Aandachtspunten bij vervanging Conclusies en aanbevelingen HET BEHEREN VAN SPEELVOORZIENINGEN Beheer Beleid Uitvoering beleid Uitvoeringsbegeleiding Inspraak Ontwerp Klachtafhandeling en wensen 64 DEEL III ANALYSE SPEELRUIMTE SPEELRUIMTE IN LINGEWAARD Leeswijzer analyse Ruimte voor de jeugd Ruimte voor de jongeren SPELEN IN ANGEREN Speelruimte in Angeren Jongeren in Angeren Aandachtspunten/kenmerken Angeren SPELEN IN DOORNENBURG Speelruimte in Doornenburg noord Speelruimte in Doornenburg zuid Jongeren in Doornenburg Aandachtspunten/kenmerken Doornenburg SPELEN IN HAALDEREN Speelruimte in oud Haalderen Speelruimte in nieuw Haalderen Jongeren in Haalderen Aandachtspunten/kenmerken Haalderen SPELEN IN BEMMEL Speelruimte in Klaverkamp West Speelruimte in Klaverkamp/ Klein Rome Speelruimte in Boswei en Centrum Speelruimte in Het Hoog Speelruimte in Oostervelden Speelruimte in Klappenburg Speelruimte in Essenpas Jongeren in Bemmel Aandachtspunten/kenmerken Bemmel 86 OBB Ingenieursbureau
7 Kop 6 nieuwe pagina inhoud SPELEN IN HUISSEN Speelruimte in Tabakshof Speelruimte in t Zand Speelruimte in Binnenveld Speelruimte in Bloemstraat Speelruimte in t Kempke Speelruimte in De Laak Speelruimte in Centrum Huissen Speelruimte in Brouwersland Speelruimte in Hofmeesterij Speelruimte in Kampstuk Speelruimte in Loovelden Speelruimte in Johannahoeve Speelruimte in Rietbaan Speelruimte in Zilverkamp Jongeren in Huissen Aandachtspunten/kenmerken Huissen SPELEN IN GENDT Speelruimte in Lootakkers Speelruimte in De Bonkelaar Speelruimte in Centrum/Vleumingen Speelruimte in Dries Speelruimte in Walburgen Speelruimte in de nieuwbouw Speelruimte in Hulhuizen Jongeren in Gendt Aandachtspunten/kenmerken Gendt 102 DEEL IV RAMING KOSTEN DE BENODIGDE BUDGETTEN Vaststellen budgetten Vervangingswaarde Structurele budgetten Achterstand in vervanging REALISATIE STREEFBEELD Realiseren streefbeeld Eenmalige en bijkomende kosten Structurele kosten WERK MET WERK MAKEN Omvormen van speelvoorzieningen Fasering over vijf jaar Besparingen Raming kosten en budgetten komende vijf jaar 114 OBB Ingenieursbureau
8 Kop 6 nieuwe pagina inhoud 114 DEEL V BIJLAGEN 115 BIJLAGE I. BEGRIPPENLIJST 117 BIJLAGE II. GEGEVENSTABEL BUURTEN 119 BIJLAGE III. AANTAL EN KOSTEN SPEELTOESTELLEN 123 BIJLAGE IV. SPEELPLEKKEN EN MAATREGELEN 127 BIJLAGE V. INFORMELE ONTMOETING JONGEREN 135 BIJLAGE VI. SPEELPRIKKELS 139 BIJLAGE VII. MODEL LOGBOEK ATTRACTIEBESLUIT 141 BIJLAGE VIII. WERKZAAMHEDEN TOESTELLEN 143 BIJLAGE IX. TEKENING 145 TABELLEN Tabel 1 Wijzigingen speelplekken per leeftijdsgroep 13 Tabel 2 Vervangingswaarde en structurele budgetten 13 Tabel 3 Eenmalige kosten realisatie streefbeeld 14 Tabel 4 Structurele budgetten gemeente en speeltuinver. 15 Tabel 5 Raming kosten en budgetten komende vijf jaar 16 Tabel 6 Normen voor informele speelruimte 24 Tabel 7 Normen voor formele speelruimte 28 Tabel 8 Aantal plekken en toestellen per kern 47 Tabel 9 Aantal plekken per leeftijdsgroep 48 Grafiek 10 Toestellen naar plaatsingsjaar 59 Grafiek 11 Aantal te vervangen toestellen 60 Tabel 12 Vervangingswaarde speelvoorzieningen 105 Tabel 13 Benodigde structurele budgetten per jaar 106 Grafiek 14 Vervangingskosten naar vervangingsjaar 107 Tabel 15 Wijzigingen per kern 109 Tabel 16 Raming eenmalige realisatiekosten 110 Tabel 17 Raming structurele budgetten huidig en streefbeeld 111 Grafiek 18 Type vervangingskosten naar vervangingsjaar 113 Tabel 19 Raming kosten en budgetten eerste vijf jaar 114 OBB Ingenieursbureau
9 1. INLEIDING SPEELRUIMTEPLAN Dit rapport Buitenspelen, ja leuk! geeft de visie van Lingewaard inzake de openbare speelvoorzieningen. In dit beleidsplan worden de relevante richtlijnen, een analyse van de huidige situatie en de speelruimte, het wenselijk en het actueel speelvoorzieningenniveau, de te nemen maatregelen en het te voeren beleid en een visie op beheer weergegeven. Om het leesgemak van deze beleidsnota te verhogen is een leeswijzer opgenomen Waarom een speelruimteplan? De gemeente Lingewaard leeft heeft uitgesproken om de huidige speelvoorzieningen te analyseren. De gemeente heeft inzicht in de inventaris en veiligheidssituatie van de speelvoorzieningen door middel van een inspectie. Het ontbreekt echter aan normen voor de kwantiteit en kwaliteit van deze voorzieningen en aan een visie op beleid en beheer. Door het vastleggen van normen en randvoorwaarden voor de speelruimte wordt een beleidsvisie geformuleerd. Door hieraan een beheervisie te koppelen wordt meer duidelijk over de wijze waarop deze in stand worden gehouden. De gevolgen van het toepassen van de uitgangspunten uit de beleidsvisie worden in de analyse weergegeven. Dan wordt het duidelijk of er voldoende speelplekken en speeltoestellen zijn, of deze op de juiste plaats aanwezig zijn en passen bij de leeftijden van en de aantallen kinderen, jeugdigen en jongeren in de betreffende buurt, wijk of kern Doelstelling en visie In de gemeente Lingewaard leeft de wens om voldoende gevarieerde speelvoorzieningen voor alle jeugdigen in elke wijk te hebben, waarbij het aanbod invulling geeft aan de vraag naar speelruimte. Het doel is te komen tot een praktisch en breed gedragen plan, waarin een beeld wordt geschetst van de aanpassingen aan de openbare ruimte die nodig zijn om te voldoen aan de behoefte van de doelgroep en aan de wet- en regelgeving voor de speelruimte in de gemeente Lingewaard. De achterliggende visie hierbij is dat er in de openbare ruimte voldoende en veilige speelruimte is. Naast deze zogenaamde informele speelruimte moet er een evenredig verdeeld aanbod van formele speelvoorzieningen aanwezig zijn. Beide dienen aan te sluiten bij het aantal, de leeftijd en de behoefte van jeugd. Voor het aanbod van formele speelvoorzieningen dienen er voldoende financiële middelen te zijn, zodat het mogelijk is passend beheer, onderhoud en vervanging uit te voeren Inspraak op de planvorming Voorliggend speelruimteplan is in een ambtelijke werkgroep opgesteld met vertegenwoordiging vanuit de afdelingen Bestuurlijk-Juridische Zaken en Communicatie, Ruimtelijk Beheer, Ruimtelijke Ontwikkeling en Welzijn en Onderwijs. OBB Ingenieursbureau
10 Aan de wijkplatforms is specifiek gevraagd hun mening te geven over de bespeelbaarheid van hun omgeving en de speelplekken. Hiertoe zijn drie informatieavonden met workshops gehouden voor de wijkplatforms waarbij het definitieve concept speelruimteplan gepresenteerd aan de wijkplatform leden. Op deze avonden zijn de gegronde bezwaren geïnventariseerd en daar waar wenselijk verwerkt in het plan Begripsbepaling Speelruimte Het is belangrijk om te realiseren dat ruimte de bepalende factor is bij het spelen en niet zozeer de aanwezigheid van speeltoestellen. Speelruimte betreft ten eerste de ruimte die de jeugd fysiek gegeven wordt om te spelen, zowel in de openbare ruimte als op ingerichte speelplekken. Ten tweede gaat speelruimte over de spreekwoordelijke ruimte die de jeugd gegund wordt, met andere woorden: "waar mag hij of zij spelen?" (In)formele speelruimte Binnen de openbare ruimte kan ook onderscheid gemaakt worden tussen informele en formele speelruimte. Met informele speelruimte wordt de ruimte aangeduid waar de jeugd leeft, woont en (veilig) kan spelen, zoals de straat, de stoep, het plantsoen en het water, maar waar geen specifieke speeltoestellen staan. Met formele speelruimte wordt de ruimte aangeduid die specifiek en exclusief is ingericht voor de speelfunctie (de speelplekken met voorzieningen). In dit speelruimteplan staat de formele speelruimte niet los van de informele speelruimte Speelprikkel en speeltoestel Bij speelruimte wordt onderscheid gemaakt tussen speelprikkels en speeltoestellen. Speelprikkels zijn objecten die niet specifiek voor het spelen geplaatst zijn, maar een scala aan speelmogelijkheden bieden in de informele en formele speelruimte. Speeltoestellen zijn die voorzieningen in de formele speelruimte die specifiek voor het spelen geplaatst zijn en gemaakt zijn voor een bepaalde speelmogelijkheid. In Bijlage VI wordt nader ingegaan op het begrip speelprikkel Leeswijzer Het speelruimteplan bestaat uit vijf delen. Deel I bevat de beleidsvoornemens. In deel II wordt het huidige beheer van de speelvoorzieningen geëvalueerd. Vervolgens wordt in Deel III het beleid toegepast en een analyse van de aanwezige speelruimte per kern weergegeven. In deel IV worden de budgetten, ramingen en financiële consequenties van het bijsturen van het beheer en het nieuwe beleid weergegeven. OBB Ingenieursbureau
11 2. SAMENVATTING In deze samenvatting is getracht kort weer te geven wat de huidige en gewenste visies zijn op de speelruimte. Tevens wordt kort weergegeven welke gevolgen deze visies hebben op de huidige speelruimte en -voorzieningen en wat de financiële consequenties van het verbeteren van deze speelruimte zijn Speelruimtebeleid Duidelijke visie op spelen kan vertaald worden in beleid. Door deze spelregels te stellen, kan structureel worden gewerkt aan het verbeteren en veilig in stand houden van de speelruimte. De speelruimte voor kinderen zal daarmee toenemen in kwantiteit en kwaliteit, wat kinderen meer zal uitdagen tot spel en ontmoeting. Het is bekend dat het buiten spelen van kinderen leidt tot een versterking van de sociale samenhang in de buurt en een gezonder bewegingspatroon bij de kinderen. Beleidsvoornemen 1. De jeugd in Lingewaard heeft recht op informele en formele speelruimte. 19 Beleidsvoornemen 2. Om voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de jeugd te bieden wordt een gevarieerd aanbod aan speelruimte en - mogelijkheden gerealiseerd. 20 Beleidsvoornemen 3. Lingewaard hanteert normen voor hoeveelheid informele speelruimte. 23 Beleidsvoornemen 4. Bij het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte wordt nagegaan of en hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. 25 Beleidsvoornemen 5. Lingewaard hanteert normen voor hoeveelheid formele speelruimte. 28 Beleidsvoornemen 6. De gemeente is gehouden het Attractiebesluit uit te voeren. 30 Beleidsvoornemen 7. Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekening gehouden met medegebruik door jeugdigen met een handicap. 31 Beleidsvoornemen 8. De speelruimte wordt samen met de woningbouwvereniging Beleidsvoornemen 9. gerealiseerd. 33 De doelgroep, hun ouders en de omwonenden worden via de wijkplatforms betrokken bij het ontwikkelen van speelruimte. 34 Beleidsvoornemen 10. Schoolpleinen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in overleg met de school in het openbare speelvoorzieningenniveau betrokken. 34 Beleidsvoornemen 11. Speeltuinverenigingen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in overleg in het openbare speelvoorzieningenniveau betrokken. 35 Beleidsvoornemen 12. Toekomstige (bestemmings)plannen worden getoetst aan de normen voor speelruimte. 39 Beleidsvoornemen 13. Bij klachten inzake onveiligheid worden binnen één werkdag maatregelen genomen en bij onwenselijke situaties binnen drie werkdagen. 40 Beleidsvoornemen 14. Het onderhoud van de speelvoorzieningen in Lingewaard wordt op het niveau 70% uitgevoerd. 41 Beleidsvoornemen 15. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. 42 Beleidsvoornemen 16. Dit speelruimteplan wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar en om de vijf jaar geëvalueerd. 43 OBB Ingenieursbureau
12 Speeltuinverenigingen Het nadenken over speelruimtebeleid noodzaakt tot het nadenken over speeltuinenbeleid. Binnen het huidige speelruimtebeleid is een voornemen opgenomen over het betrekken van speeltuinverenigingen in het openbaar speelvoorzieningenniveau. Hieraan zitten natuurlijk wel randvoorwaarden. Denk alleen al aan de wettelijke verplichtingen in het kader van de veiligheid. In dit speelruimteplan zijn voorstellen gedaan die de basis kunnen vormen voor verdere invulling van het speeltuinenbeleid en de benodigde budgetten. Aan verdere visievorming en beleid met betrekking tot de speeltuinen dient door de gemeente op korte termijn vormgegeven te worden in samenwerking met de speeltuinverenigingen. Dit om te voorkomen dat scheve verhoudingen in subsidies leiden tot verdere ongelijkheid in verdeling van speelvoorzieningen over de kinderen en tot onveiligheid van voorzieningen Advies/conclusie speelruimtebeleid Door dit beleid vigerend te maken, kan voorkomen worden dat in de toekomst de kinderen tekortgedaan worden in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Het draagt bij tot een evenredige verdeling van de speelruimte over de kinderen en buurten van Lingewaard Beheervisie De consequentie van het stellen van beleidsvoornemens is dat de huidige werkwijzen met betrekken tot het veilig in stand houden van speelvoorzieningen hieraan getoetst dienen te worden. Hoe wegen de kosten op tegen de baten en is dit beeld wenselijk? Bij de evaluatie van het huidige beheer kwam naar voren dat er onvoldoende frequent en structureel wordt gewerkt aan het veilig in stand houden van het huidige speelvoorzieningenniveau en dat hiervoor onvoldoende budgetten beschikbaar zijn. Dit valt te concluderen aan de hand van drie belangrijke aandachtspunten op het gebied van veilig in stand houden van voorzieningen: 1. vervanging 2. onderhoud 3. veiligheid Vervanging Uit analyse van het toestellenbestand blijkt dat van de circa 673 speeltoestellen de helft ouder is dan 10 jaar en bijna een kwart van de toestellen ouder dan 15 jaar, terwijl de gemiddelde vervangingstermijn van de toestellen in Lingewaard 12 jaar is. Er kan geconcludeerd worden dat er een achterstand in het vervangen van de toestellen is ter grootte van bijna 30% van het huidige toestellenbestand (196 toestellen). OBB Ingenieursbureau
13 Deze achterstand is grotendeels verklaarbaar door het ontbreken van een structureel vervangingsbudget. Het ouder worden van het toestellenbestand brengt met zich mee dat er sneller en vaker gebreken aan het toestel ontstaan en dit vaak ook grotere gebreken zijn. Dit zal sneller en vaker leiden tot onveilige situaties en hogere kosten voor het onderhoud Onderhoud Het is normaal dat er onderhoud aan de voorzieningen gepleegd moet worden. Dit onderhoud dient gericht te zijn op het veilig in stand houden van de speelvoorziening: ongevallen dienen voorkomen te worden en de speelvoorziening draait of schommelt zoals het hoort en ziet er onderhouden uit. Uit analyse van het onderhoud blijkt dat er alleen onderhoud plaatsvindt naar aanleiding van een veiligheidsinspectie of een melding. Dit houdt in dat er alleen onderhouden wordt als er een gebrek is geconstateerd. De gebreken worden opgelost, maar er vinden geen maatregelen plaats ter voorkoming van deze gebreken. Uit analyse van het onderhoud blijkt ook dat dit relatief duur is. Uitgaande van een gemiddelde levensduur van 12 jaar mag het onderhoud aan een speelvoorziening niet structureel meer kosten dan 1/12 deel van de toestelprijs. Gezien de leeftijd van het toestellenbestand en het groot aantal gebreken, geconstateerd bij de laatste inspectie, moet goed overwogen worden of dit de juiste werkwijze is Veiligheid Uit analyse van de inspectiegegevens blijkt dat er aan 50% van de toestellen een of meerdere gebreken met een veiligheidsrisico is geconstateerd. Aan circa een vijfde deel van deze onveilige toestellen zat een hoog veiligheidsrisico, wat inhoudt dat een kind ernstig letsel kan oplopen. Dit is landelijk gezien vrij veel. Er mogen geen gebreken met een hoog veiligheidsrisico voorkomen, maar gemiddeld loopt dit bij veel gemeenten op naar 5%. In totaal mogen niet meer dan 20-30% van de toestellen gebreken vertonen. De twee belangrijkste oorzaken zijn een te lage inspectiefrequentie en een ouder wordend toestellenbestand. Op dit moment wordt er eenmaal per jaar een inspectie uitgevoerd door een extern deskundige, maar dit dient circa vier keer per jaar te gebeuren. Deze drie extra inspecties hoeven niet zo uitgebreid te zijn als de jaarlijkse inspectie en kunnen goed gecombineerd worden met een stukje klein onderhoud Advies/conclusie beheervisie De achterstand in vervanging dient binnen vijf jaar opgelost te zijn, waarbij de oudste toestellen als eerste vervangen dienen te worden. OBB Ingenieursbureau
14 Geadviseerd wordt om vaker te inspecteren (ieder kwartaal) en deze inspecties te combineren met klein onderhoud inclusief een stukje preventief onderhoud. De jaarlijkse inspectie kan daarbij gebruikt worden als controle op de drie kwartaalinspecties en zal tevens de richtlijn zijn voor het uitvoeren van groot onderhoud. Daarnaast dient er tijdig vervangen te worden en niet te lang aan een oud toestel opgeknapt te worden Analyse speelruimte Het toepassen van de beleidsvoornemens Indien de beleidsvoornemens en de richtlijnen voor informele en formele speelruimte voor Lingewaard worden gehanteerd, dan kan de speelruimte op verschillende punten worden verbeterd. Hiertoe is een uitgebreide analyse gemaakt van de aanwezige speelruimte in de verschillende kernen van Lingewaard en is een zogenoemd streefbeeld geformuleerd. De conclusie is dat er minder speelplekken nodig zijn, maar dat de speelplekken beter en specifieker per leeftijdscategorie ingericht dienen te worden Maatregelen in een notendop Al met al zijn er in Lingewaard diverse maatregelen noodzakelijk om het streefbeeld te realiseren. Verbeteren informele bespeelbaarheid: het nadenken over de inrichting en het beheer van het groen, het water en de wegen; het aanbrengen van 341 speelprikkels, zit- en ontmoetingsaanleidingen; het nemen van 23 maatregelen om de openbare ruimte beter bespeelbaar te maken. Verbeteren formele speelplekken: het zoeken naar mogelijkheden om 21 nieuwe speelplekken aan te leggen; het opheffen van 49 speelplekken; dit betekent dat het aantal speelplekken afneemt van 163 naar 135. het aanpassen van het aantal speeltoestellen van 673 naar 643 ; het specifieker naar leeftijd inrichten van circa 25 plekken zodat ruimte beter aansluit bij spelgedrag; het in meer of mindere mate aanpassen van circa 50 huidige speelplekken (toestellen erbij, verplaatsen of op termijn verwijderen en niet herplaatsen). OBB Ingenieursbureau
15 Wijzigingen speelplekken Huidig Secundair Totaal Gemeente Speeltuinver. Totaal Gemeente Speeltuinver. Nieuw Streefbeeld 0 tot en met 5 jaar tot en met 11 jaar tot en met 11 jaar tot en met 18 jaar tot en met 18 jaar tot en met 18 jaar Totaal Tabel 1 Wijzigingen speelplekken per leeftijdsgroep Er kan met minder plekken bij zowel de gemeente als de speeltuinverenigingen in de speelbehoefte worden voorzien. Wel zijn de bestaande plekken zuinig en saai ingericht. Dit vraagt om aanpassingen. In de nieuwbouw is onvoldoende rekening gehouden met de grotere kinderaantallen en de benodigde informele ruimte. Hier dienen nieuwe speelplekken gerealiseerd te worden Financiële consequenties Structurele budgetten Aan de hand van de inventarisatie is de totale vervangingswaarde berekend voor het huidige toestellenbestand. Deze vervangingswaarde en ervaringscijfers van de gemeente Lingewaard en OBB maken het mogelijk de noodzakelijke budgetten voor het veilig in stand houden van het huidige speelvoorzieningenniveau te ramen voor de lange termijn. Budget gemeente Raming OBB huidig 2007 Gemeente Speeltuinver. aantal speelplekken aantal speeltoestellen vervangingswaarde toestellen vervangingswaarde ondergronden vervangingswaarde toestellen plus ondergronden Structurele budgetten per jaar onderhoud op niveau 70% Beheer Vervanging budgetten totaal Tabel 2 Vervangingswaarde en structurele budgetten Uit Tabel 2 blijkt dat tot op heden onvoldoende budget in de begroting is opgenomen voor het vervangen, beheren en onderhouden van speelvoorzieningen. 1 Prijspeil OBB Ingenieursbureau
16 Dit tekort leidt er met name toe dat de vervanging niet planmatig wordt uitgevoerd en waarschijnlijk het onderhoud ook niet op het gewenst niveau wordt uitgevoerd. Dat het huidige budget lager is dan het geraamde budget valt te verklaren uit het feit dat de eisen aan het onderhoud van een speeltoestel en de speelomgeving de laatste jaren sterk zijn toegenomen, er meer veiligheidsondergronden zijn aangelegd en dat de toestellen zelf aanzienlijk duurder zijn geworden. Daarnaast worden naast de structurele subsidies op adhocbasis nog bijdragen geleverd aan het inspecteren en onderhouden van toestellen in de speeltuinen. Het is te zien dat er in verhouding in de speeltuinen veel speeltoestellen staan die samen ruim een kwart van de vervangingswaarde vormen, terwijl hier in verhouding niet een kwart van het aantal kinderen woont of de speeltuinlocaties een kwart van de buurten bestrijken Achterstallige vervanging De totale vervangingswaarde van de achterstallige toestellen tot en met 2006 is voor de toestellen in beheer bij de gemeente en voor de toestellen in beheer bij speeltuinverenigingen. Om de achterstand in een keer weg te werken is dus een aanzienlijke eenmalige investering in toestellen nodig. Daar komen uitvoeringskosten, uren begeleiding en inspraak bij, die al snel oplopen tot 20% van de vervangingswaarde (circa ). Er wordt uitgegaan van een situatie zonder noemenswaardige achterstand in het vervangen van ondergronden Eenmalige investering streefbeeld Voor de aanpassing van het huidige speelvoorzieningenniveau is eenmalig nodig voor: Eenmalige kosten realiseren streefbeeld het verbeteren informele speelruimte voor 0 tot en met 18 jaar: 341 speel- en zitaanleidingen het realiseren van 21 zoekgebieden + verbeteren plekken: 158 nieuwe toestellen het hergebruik van 28 van de in totaal 188 secundaire toestellen (besparing) de bijkomende kosten veiligheidsondergrond 25% subtotaal de bijkomende (her)inrichtingskosten waarvan circa 80% ten laste van speelvoorzieningen komt de kosten voor de uitvoering van het speelruimteplan 8% van de eenmalige investeringskosten totaal Tabel 3 Eenmalige kosten realisatie streefbeeld Naast de genoemde kosten voor speelruimte kunnen er nog overige uitvoeringskosten ontstaan. Bij renovatie van speelruimte zullen ook groen en verhardingen betrokken zijn. OBB Ingenieursbureau
17 Circa 80% van de kosten komt voor rekening van spelen en de rest is voor groen en verhardingen. Verder zullen er kosten gemaakt worden voor het begeleiden van de uitvoering. In deze raming is uitgegaan van 8% van de kosten van de eenmalige investering Aanpassing structurele budgetten De vervangingswaarde van de speeltoestellen in het voorgestelde streefbeeld bedraagt De huidige waarde van de toestellen bedraagt Dit betekent dat er geïnvesteerd dient te worden in speeltoestellen. Ondanks dat het aantal toestellen iets afneemt, zal de gemiddelde toestelprijs en daarmee de totale vervangingswaarde stijgen. Dit komt doordat de toestellen die verdwijnen veel goedkoper zijn dan de nieuwe toestellen die worden geplaatst. De kosten voor onderhoud en de vervangingsreservering dienen hierop aangepast te worden. Deze zullen iets hoger liggen dan de geraamde bedragen voor het huidige beheer en onderhoud. Structurele budgetten per jaar Raming huidig niveau Raming streefbeeld Gemeente Speeltuinver. Gemeente Speeltuinver. onderhoud op niveau 70% beheer vervanging budgetten totaal Tabel 4 Structurele budgetten gemeente en speeltuinver Fasering en besparingen Het gaat om grote investeringen in speelruimte die nodig zijn in Lingewaard. Deze leveren ook dermate veel werk op dat dit niet in een jaar uit te voeren is. Voorgesteld wordt om binnen vijf jaar de achterstallige vervanging weg te werken, gelijktijdig met het uitvoeren van de maatregelen om het streefbeeld te bereiken. Door deze twee zaken te combineren kan er namelijk een behoorlijke besparing op de vervanging worden gerealiseerd en wordt dit geld op een betere plek geïnvesteerd. Er kan bespaard worden op toestellen die niet nodig zijn in het streefbeeld en nu op de lijst voor achterstallige vervanging staan. Ook bij de reguliere vervanging kan worden bespaard, omdat plekken en toestellen niet vervangen hoeven te worden volgens het streefbeeld. Hierbij kan bespaard worden over een langere periode. Daarnaast zijn de uitvoeringskosten voor het wegwerken van de achterstallige vervanging à niet nodig omdat dit werk dan binnen de uitvoeringskosten van het speelruimteplan valt. OBB Ingenieursbureau
18 In totaal kan dus een besparing van ongeveer worden gerealiseerd. De kosten voor de komende vijf jaar zullen er dan ongeveer uitzien zoals weergegeven in Tabel realisatie streefbeeld inhalen vervanging regulier onderhoud regulier beheer regulier vervanging totaal Tabel 5 Raming kosten en budgetten komende vijf jaar Daarna kan met de budgetten zoals genoemd in paragraaf onder raming streefbeeld worden gezorgd voor voldoende budget om de speelvoorzieningen veilig in stand te houden Ten slotte In de gemeente Lingewaard loopt het spelen iets achter op andere gemeenten in Nederland. Dit is te zien aan: achterstand in vervanging; veel dezelfde toestellen (waarvan bijna 1/3 wipveren) met een oud(erwets) karakter; veel kleine plekjes met weinig uitdaging in inrichting; speelruimte vaak in restruimte in plaats van op goed doordachte locaties; geen speelruimteplan voor nieuwbouwsituaties; ingewikkelde constructies met speeltuinverenigingen waar in verhouding veel geld naar toe gaat. Dit leidt ertoe dat een goede visie op en renovatie van de speelruimte noodzakelijk is. Er moet ingesprongen worden op het feit dat veel van nature aanwezige speelruimte is weggenomen door de verdichting in de inrichting voor volwassenen zoals autowegen, parkeerplaatsen, hondenuitlaatstroken en huizen. Dit kan in de eerste plaats door de openbare ruimte meer functioneel te gaan inrichten en weer ruimte te creëren voor de kinderen, in de tweede plaats door kwantitatief en kwalitatief goede speelplekken te bieden. Vooral in nieuwbouwsituaties kan dit relatief eenvoudig worden gerealiseerd. Op dit moment gebeurt dit echter nog niet, wat een tekort aan informele en formele speelruimte als gevolg heeft. In sommige nieuwbouwbuurten leidt dit al tot klachten van bewoners en kinderen. De kinderen worden echter jongeren en als deze laatste groep geen ruimte heeft, gaat ze zich vervelen en rondhangen op de plekken voor de kinderen en op straat. Dit leidt vaak tot (onnodig) vandalisme en veel klachten van bewoners. OBB Ingenieursbureau
19 DEEL I SPEELRUIMTEBELEID Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard OBB Ingenieursbureau
20 OBB Ingenieursbureau
21 Beleidsvoornemen 1. De jeugd in Lingewaard heeft recht op informele en formele speelruimte. 3. BELEID SPEELRUIMTE Dit speelruimteplan "Buitenspelen, ja leuk!" gaat over het spelen in gemeente Lingewaard. Wat is er natuurlijker dan spelen? Spel is onlosmakelijk verbonden met leven, met samenzijn, met het functioneren als individu en met het functioneren als lid van een groep. "Natuurlijk", roept iedereen, "spel is belangrijk en er moet ruimte zijn voor spel, veilig spel wel te verstaan." In voorliggend hoofdstuk worden de beleidsaspecten inzake de speelruimte weergegeven Het recht op speelruimte Jeugdigen hebben recht op speelruimte. Er is (nog) geen expliciete wet die overheden verplicht om speelplekken aan te leggen. Wel is een dergelijke verplichting te ontlenen aan de Universele verklaring van de rechten van de mens waarin staat geschreven dat ieder mens recht heeft op vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid. Maar nog belangrijker is het verdrag inzake de Rechten van het kind dat werd aangenomen door de Verenigde Naties op 20 november Het omvat alle kinderrechten, geldt wereldwijd en heeft dezelfde kracht als een wet in Nederland. Het verdrag is eigenlijk een contract tussen de overheden en hun minderjarige bevolking. Het is de plicht van elke overheid om daarmee rekening te houden. Lid 1 van Artikel 31 uit dit verdrag luidt; De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven. De gemeente onderkent haar verantwoordelijkheden hierbij. Zij zal het initiatief nemen om het complexe aanbod aan voorzieningen in kaart te brengen en in beweging te houden (zonder zelf aan elke schakel een (financiële) bijdrage te leveren). {Nota Integraal Jeugdbeleid} 3.2. Het belang van speelruimte Spelen in al haar vormen is van wezenlijk belang voor de ontplooiing van de opgroeiende jeugd en is de basis voor haar geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Om de ontwikkeling maximaal te kunnen stimuleren, is het nodig inzicht te hebben in de functies die spelen daarbij heeft. Tijdens het spel spelen ingewikkelde, mentale processen een belangrijke rol. Door te spelen verkent het kind zijn omgeving. Hij of zij ontmoet andere kinderen, jeugdigen en jongeren, bekende en onbekende volwassenen, allerlei materialen, allerlei mogelijkheden, structuren en situaties. Spelen is ontmoeten OBB Ingenieursbureau
22 Spelen is deelnemen aan Dit alles is onderdeel van het opgroeien en het ontwikkelen van zijn of haar lichamelijke en geestelijke vermogens. Het omgaan met de voorwerpen en situaties in zijn of haar omgeving is een belangrijke voorwaarde voor de latere ontwikkeling van de waarneming, het denken, het probleem oplossen en de geheugenfuncties. Door tijdens het spelen grenzen te verleggen leert het kind, de jeugd en de jongere meer zelfvertrouwen te hebben in zichzelf. Zelfvertrouwen is erg belangrijk bij het leggen van sociale contacten. Globaal kunnen er drie typen ontwikkeling worden onderscheiden: Het spel bevordert de motorisch-lichamelijke ontwikkeling: De ontwikkeling van de grove en fijne motoriek, vaardigheden opdoen, zoals lopen, zwemmen, springen, klimmen en klauteren, manipulatie van kleine voorwerpen en materialen, werpen, vangen. Maar ook visuele, auditieve en tastwaarnemingen zoals geheugen, discriminatie, analyse, synthese, waarnemen van textuur, temperatuur, trillingen. Het spel bevordert de sociaal-emotionele ontwikkeling: Ontwikkeling op sociaal en emotioneel vlak; ontwikkeling van zelfbeeld: behorende tot een groep (familie, etnische groep); ontwikkeling van eigen gevoelens: angst, drift en vriendschap; Ontwikkeling van zelfstandigheid: het maken van eigen keuzes, trouw blijven aan eigen keuzes, uitvoeren van eigen keuzes, met of zonder hulp van anderen; Ontwikkeling van sociale vaardigheden: het omgaan met anderen (het leggen, onderhouden en beëindigen van contacten), het omgaan met regels, het omgaan met gezagsverhoudingen; Ontwikkeling van sociale zelfredzaamheid: zorgen voor uiterlijke verschijningsvorm en lichamelijke verzorging, vaardig worden in het zorgen voor de omgeving; Ontwikkeling van waarden en normen: Het ontwikkelen van waarden en normen is van groot belang en staat ook centraal in de visie van de overheid. Het spel bevordert de cognitief-psychische ontwikkeling: Logisch denken en probleemoplossen zoals classificatie, in serie zetten, oorzaakgevolg; Structurering van ruimte zoals grenzen van wat is hoog, laag, ver, dichtbij, hard of zacht worden daarbij verlegd, kennis van eigen lichaam; Structurering van tijd beleven: dag en nacht, seizoenen en het afwachten van een regenbui, dag-, week-, jaarindeling / seizoenen, heden/verleden/toekomst, opeenvolging van gebeurtenissen, activiteiten en werkzaamheden; Creatieve competentie vindt overal plaats. Randvoorwaarden zijn uitdaging en variatie. De aanwezigheid van een uitdagende en gevarieerde speelruimte verruimt de mogelijkheden op dit gebied. Daarnaast analyseren, beoordelen, vormgeven. Beleidsvoornemen 2. Om voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de jeugd te bieden wordt een gevarieerd aanbod aan speelruimte en - mogelijkheden gerealiseerd. Bron: verschillende wetenschappelijke studies over de ontwikkeling van kinderen Ieder mens is uniek en heeft een eigen ontwikkelingspatroon. Dit is ook afhankelijk van bijvoorbeeld cultuur of handicaps. Daarom is het bij het realiseren van speelruimte belangrijk om rekening te houden met deze verschillen en daar de speelmogelijkheden en speelfuncties op af te stemmen. Om een evenwichtig aanbod in de verschillende speelfuncties te hebben is het belangrijk ervoor te zorgen dat er voldoende speelmogelijkheden zijn (door inrichting, toestellen, speelprikkels en ruimte) en dat er voldoende variatie in speeltoestellen en - functies voorkomt Speelruimte, voor wie? Het is van belang te weten welke doelgroepen er gebruik maken van informele en formele speelruimte en hoe deze doelgroepen de speelruimte gebruiken. Men moet ervan uitgaan dat baby s zo gauw ze gaan lopen tot en met de jongeren van circa achttien jaar gebruik maken van de aanwezige speelruimte. De scheidslijnen van de leeftijdscategorieën zijn niet haarscherp, maar bij de beoordeling van een speelruimte wordt een indeling van hieronder beschreven leeftijdscategorieën gehanteerd. OBB Ingenieursbureau
23 Leeftijdsaanduidingen In het speelruimteplan wordt de volgende indeling in leeftijdscategorieën gehanteerd. kinderen = van 0 tot en met 5 jaar jeugd = van 6 tot en met 11 jaar jongeren = van 12 jaar tot en met 18 kinderen Jeugd Jongeren De kinderen (0 tot en met 5 jaar) Voor kinderen tot en met circa drie jaar (peuters) is de speelplek een plaats waar hij of zij onder begeleiding van een oudere veilig kan liggen, kruipen staan, of rondstruinen. Het alleen en zelfstandig spelen van een dergelijk jong kind vindt plaats in de besloten omgeving van de woning, bijvoorbeeld in de tuin, de woonkamer of eventueel direct bij de voordeur. Als de kinderen naar groep één en twee van de basisschool gaan (kleuters) worden ze langzaamaan steeds zelfstandiger en willen en mogen ze meer hun omgeving verkennen. Dat gebeurt eerst dicht bij huis zodat de ouders nog enig zicht op het kind hebben, maar als snel verder de straat in waar het kind steeds meer nieuwe mogelijkheden vindt om te spelen. Binnen de bebouwde kom van de gemeente Lingewaard wonen circa kinderen. De jeugd (6 tot en met 11 jaar) De groep die in dit rapport als jeugdigen wordt aangeduid betreft de kinderen uit de groepen drie tot en met acht van de basisschool. Op deze leeftijd gaan ze steeds meer op ontdekkingstocht uit en doen ze dit vaker in groepsverband. Jeugdigen uit de onderbouw mogen vaak nog geen drukke straten oversteken en moeten dichter bij huis blijven. Vanaf een jaar of acht echter zwermen ze uit over de gehele buurt. Het schoolplein is voor hen vaak een belangrijke speel- en ontmoetingsplek. Binnen de gemeente Lingewaard wonen circa jeugdigen. De jongeren (12 jaar en ouder) Eenmaal op het voortgezet onderwijs treedt er meestal weer een gedrags- en interesseverandering op. De jongeren blijken de al dan niet daartoe ingerichte openbare ruimte vaak te gebruiken om zich te verzamelen, rond te hangen en te sporten. Ze verplaatsen zich hiervoor zelfstandig over de gehele wijk en kern. In de gemeente Lingewaard wonen circa jongeren De relatie informele en formele speelruimte Als kinderen, jeugdigen of jongeren willen spelen, kunnen zij in een gevarieerde omgeving met gras, struweel, bomen en water vrijwel alle vormen van spel uitoefenen. Denk daarbij maar eens aan hoe Dik Trom (in het gelijknamige boek van C. Joh. Kieviet) zich kostelijk vermaakt met zijn vriendjes in de straten, rondom, op en in het water en struinend door de weilanden. OBB Ingenieursbureau
24 Informeel spel kinderen Speeltoestellen kunnen daarom gezien worden als een vervanging van de mogelijkheden die van nature aanwezig zijn. Men ziet dan ook vaak dat de noodzaak van speelplekken toeneemt naarmate de fysieke ruimte om te spelen afneemt. Uiteraard zal gestreefd moeten worden naar zoveel mogelijk informele speelruimte. Het zou ideaal zijn als iedereen voldoende natuurlijke informele ruimte in zijn omgeving heeft om te spelen zonder dat hiervoor speciale voorzieningen voor aangebracht hoeven te worden. De praktijk is echter dat dit niet (meer) op veel plaatsen het geval is. De ruimte om te spelen binnen het bebouwde gebied neemt steeds verder af; het (auto)verkeer, de verdichting van de woningbouw, voorzieningen voor volwassenen en honden en onveiligheid door criminaliteit en vandalisme (sociale veiligheid) leggen een steeds groter beslag op de beschikbare openbare speelruimte. Om hen toch voldoende mogelijkheden te bieden om zich te ontwikkelen, zal er gezocht moeten worden naar vervangende speelruimte. Deze kan (voor een gedeelte) worden gevonden in formele speelplekken. De normentabellen voor informele en formele speelruimte in Tabel 6 en Tabel 7 zijn dusdanig opgesteld dat zowel de hier gestelde hoeveelheid informele als formele ruimte in een buurt aanwezig dient te zijn. In de praktijk blijkt verder dat als er veel informele speelruimte is, de norm van 30 kinderen binnen de actieradius van een plek bijna nooit gehaald wordt. Is er zeer veel informele speelruimte dan zal het dus niet nodig zijn om speelplekken aan te bieden. Speelruimte blijft echter maatwerk per buurt. Er is in dit speelruimteplan rekening gehouden met basisvoorzieningen voor kinderen en jeugd. Als bijvoorbeeld in een grotere buurt verspreid meer dan 30 kinderen wonen, dan wordt één speelplek als basisvoorziening voor hen aangeduid. Voorwaarde hierbij is dat het aannemelijk is dat die ruim 30 kinderen onder begeleiding van een verzorger dan ook langs een veilige route naar deze plek zullen gaan De informele speelruimte De informele speelruimte in een buurt of wijk laat zich niet makkelijk kwantificeren. De hoeveelheid informele speelruimte wordt in ieder geval bepaald door de opbouw van de buurt. De hoeveelheid, structuur en samenstelling van het openbaar groen, het water en de wegen bepalen de bespeelbaarheid. Is er veel groen en water en zijn er 30-kilometerwegen met stoepen, zijn deze toegankelijk en nodigen ze uit tot medegebruik door kinderen, dan zal er veel informele speelruimte zijn. Is er weinig groen en water, zijn de wegen druk en is het moeilijk voor kinderen om er mede gebruik van te maken dan zal er minder informele speelruimte zijn. Uiteraard is het veiligheidsgevoel dat de kinderen en ouders op straat ervaren erg belangrijk voor het durven en mogen spelen. OBB Ingenieursbureau
25 Als laatste speelt de vrijheid om te spelen die aan kinderen gegund wordt een rol. Als een kind van zijn of haar ouders ergens niet mag komen, waar zijn of haar vriendjes wel mogen komen, dan is de speelruimte van dit kind kleiner dan dat van zijn of haar vriendjes. Om een indruk te krijgen van wat bedoeld wordt met informele speelruimte voor kinderen is het goed eens buiten te gaan kijken. Informeel spel jeugd Informeel ontmoeten jongeren Beleidsvoornemen 3. Lingewaard hanteert normen voor hoeveelheid informele speelruimte. De kinderen zullen dicht bij huis, bij wijze van spreken onder het keukenraam, bezig zijn om materialen en bewegingen te leren kennen. Omdat een jong kind geen gevaren kan onderscheiden, is het belangrijk dat er geen of zeer weinig auto s, brommers en fietsers over de in gebruik zijnde informele speelruimte rijden. Daarom zijn de tuin, de oprit en de stoep en in mindere mate de straat en het grasveldje aangrenzend aan de voordeur de belangrijkste bron van informele speelruimte. Voor een dergelijk jong kind valt al heel wat te beleven op twintig vierkante meter! De jeugdigen gaan steeds verder de buurt in. Hun verkenningsgebied is vrijwel de gehele openbare ruimte. Wanneer men door een buurt loopt waar veel jeugdigen wonen, zal men vrijwel in ieder plantsoen, langs iedere sloot, op elk stuk rustige verharding en op menig blinde muur de sporen van spel aantreffen. Van groot belang voor deze leeftijdsgroep is de mogelijkheid een balletje te trappen en een stuk openbaar groen om in te verstoppen en te ontdekken. Per omgeving moet er een verharding of grasveldje van minimaal 50 vierkante meter aanwezig zijn, waar na schooltijd en na het eten met een groepje van vijf jeugdigen gevoetbald kan worden. Daarnaast moet er voldoende plantsoen en ruigte zijn waar ze dingen kunnen doen als verstoppen, bloemen plukken voor moeder, hutten bouwen en nog veel meer avonturen kunnen beleven. Voor de jongeren is het ontmoeten van leeftijdsgenoten zeer belangrijk. Dit gebeurt voor een groot deel in de openbare ruimte. Hoe vaak zijn er na schooltijd niet diverse groepjes jongeren in de buurt te vinden die met elkaar de laatste nieuwtjes staan uit te wisselen! Als indicator kan genomen worden dat per groep ergens in de buurt een plek met een aanleiding gevonden moet kunnen worden waar de jongeren leeftijdsgenoten kunnen ontmoeten. Door het toepassen van de normen wordt invulling gegeven aan een evenredige verdeling van informele speelruimte over de jeugdigen en buurten. Bij weinig informele speelruimte moeten maatregelen getroffen worden die de openbare ruimte beter bespeelbaar maken. In Tabel 6 zijn de normen voor informele ruimte samengevat. OBB Ingenieursbureau
26 Normen Oppervlakte (minimaal) Ligging Geschikt voor Minimale eisen Verkeer Kinderen 0 tot en met 5 jaar LEEFTIJDSCATEGORIE Jeugdigen 6 tot en met 11 jaar 20 m 2 per kind. 20 m 2 per jeudige; 10 m 2 voor spelen op straat en 10 m 2 voor spelen in het groen. Aaneengesloten ruimte direct grenzend aan woning. Leren fietsen en skaten, takjes en steentjes zoeken, krijten, in zon/ schaduw zitten. Doodlopend, ontsluiting voor maximaal 15 tot 20 woningen. Niet bij fietsdoorgang. Binnen speelbuurt, eind van de straat, veldje bij de flats, pleintje achter huizen, overzichtelijk bereikbaar. In groepjes; verstoppertje, speurtocht door buurt, balletje trappen, kastanjes en eikels zoeken, hut bouwen. Max. 30 km en max. 12 auto s per uur. Geen constante stroom van brommers en fietsers. Overlast Nvt Niet direct bij muur of raam van woning/ gebouw. Schoon Ruimte Gras of verharding; geen poep, afval, prik- of giftige struiken. Geborgen, maar niet te benauwd (vnl. stoepen en hofjes). Potentieel geschikte ruimten Tuin / erf (Grote) eigen tuin is goud waard. Grasveld / gazon schoon. Mits droog en Bosjes / ruigten Niet aantrekkelijk. Gras of verharding; geen poep, afval, prikkende of giftige struiken. Grotere ruimten voor spelvormen en verkeersluwe buurt voor bereikbaarheid. Indien groot en uitdagend genoeg. Mits geen poep. Ideaal om te verstoppen en hutten te bouwen. Stoep / hofje Mits groot genoeg. Voor verplaatsing belangrijk. Plein / Geschikt als er Mits overzichtelijk en parkeerplaats apart rustig hoekje weinig rijdende en is. geparkeerde auto s. Jongeren 12 tot en met 18 + jaar 1 ontmoetingsplek per 15 jongeren (ca 15 m 2 met aanleiding). In eigen sociale omgeving/buurt, op hoek van straat, pleintje. Elkaar ontmoeten, zitten kletsen, showen, kijken naar voorbijgangers. Brommertje en fiets. Niet op de rijbaan. Niet direct voor de deur van woningen. Minder van belang, wel schone kleren kunnen houden. Overzichtelijk met zitaanleiding. Nee Geschikt, mits paadje naar plek toe. Mits open kant naar weg of plein. Afhankelijk van situatie. Mits auto kan passeren zonder dat ze moeten verkassen. Sloten / poelen Nee Zeer geschikt. Nvt Vijvers / meren Nee Geschikt, vissen, Zwemwater schaatsen. Winkelcentrum Nee Matig Ja Tabel 6 Normen voor informele speelruimte OBB Ingenieursbureau
27 Beleidsvoornemen 4. Bij het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte wordt nagegaan of en hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. CROW Handboek ontwerpen voor kinderen en wegen Spelen op straat 3.6. Vormgeving informele speelruimte De wijze waarop een buurt of wijk is opgebouwd bepaalt hoeveel ruimte er is om te spelen. Daarom is het belangrijk om te blijven nagaan in hoeverre de openbare ruimte geschikt is om te spelen. Speelprikkels hebben hierin een belangrijke rol. Zij geven aan dat er gespeeld kan en mag worden, stimuleren dat er gespeeld wordt en vergroten de bespeelbaarheid Anders denken over de openbare ruimte Uit de gehele paragraaf 3.6 kan geconcludeerd worden dat het uitgangspunt bij de vormgeving van de openbare ruimte dient te zijn dat er een verandering in het denken moet plaatsvinden bij het bestuur, de ambtenaren en de burgers. Kern van deze verandering is dat bij het nemen van een maatregel in de openbare ruimte de invloed hiervan op de bespeelbaarheid in ogenschouw wordt genomen. In onderstaande subparagrafen wordt een toelichting gegeven op de bespeelbaarheid van verschillende onderdelen van de openbare ruimte Spelen op de straat De toename van de automobiliteit zorgt ervoor dat zowel het rijdend verkeer als de geparkeerde auto s een groot beslag leggen op de bespeelbare ruimte van Lingewaard. Door het toepassen van verkeersveiligheidsmaatregelen en het invoeren van 30-kilometerzones zijn buurten al beter bespeelbaar geworden. Maar niet alleen de snelheid waarmee verkeer door de straat rijdt heeft invloed op de mogelijkheid om op straat te spelen. Minstens zo belangrijk is de frequentie waarmee het spel gestoord wordt door passerende auto s. Daarom is het voor de speelruimte niet altijd voldoende om verkeersremmende maatregelen te nemen. Op eenvoudige wijze kunnen verkeerstechnische elementen aangepast worden zodat ze als nevenfunctie spelen krijgen. Het maakt bijvoorbeeld niet uit welk soort verharding wordt toegepast. In plaats van standaardtegels 30 x 30 grijs kan gedacht worden deze af te wisselen met gekleurde tegels zodat er vakken of patronen ontstaan. Ook is het mogelijk om in de verharding tegels met cijfers of voetsporen van dieren te leggen. Door het toepassen van bepaalde betonelementen als poefs, bollen en palen, die ook geschikt zijn voor (bok)springen, balanceren en zitten, kan de bespeelbaarheid van de straten vergroot worden. Daarnaast kan er veel speelruimte ontsloten worden door onnodige verkeersstromen te voorkomen (eenrichtingsverkeer, verkeersremmers), veilige oversteekpunten te creëren, meer centraal te parkeren en hofjes toe te passen in nieuwbouwsituaties en bij herinrichting ook in bestaande situaties. Natuurlijk moet in elke straat waar jeugdigen wonen ruimte zijn voor autoloze dagen, speelstraten en de nationale straatspeeldag. Bij het ontwerp en onderhoud van gemeentelijke wegen en bijbehorende voorzieningen wordt rekening gehouden met de veiligheid en bespeelbaarheid. OBB Ingenieursbureau
28 Spelen in het groen je kan je hond leren om op een krant zijn behoefte te doen. Martin Gaus, dierentrainer interview radio 1 Bij het water Speeleiland Hellevoetsluis Spelen in het groen Groenvoorzieningen zijn al van oudsher een belangrijk onderdeel van de woonomgeving. De jeugdigen zijn voor het spelen doorgaans aangewezen op dit groen. Gelukkig zijn diverse buurten ruim opgezet met veel stukjes beplanting en groen, maar er zijn ook buurten met minder groen en dichtere bebouwing. Daarnaast leggen hondenpoep en siergroen een groot beslag op de bespeelbare ruimte. Vaak zijn door eenvoudige aanpassingen aan het ontwerp en ingrepen in het onderhoud situaties te creëren die de bespeelbaarheid aanzienlijk vergroten. Hierbij staan variatie en toegankelijkheid voorop. Denk eens aan hoogteverschillen in het gazon, vaker toepassen van bloemenmengsels en het gefaseerd maaien van gras. In heestervakken en blokhagen kunnen uitsparingen worden gemaakt waar kinderen en jeugdigen hun hutje kunnen hebben. Het is vaak mogelijk om hagen op verschillende hoogten te snoeien en niet recht maar golvend aan te planten, groenblijvers in bosplantsoen toe te passen enzovoorts. Daarnaast kan door aan de groenvoorzieningen de nevenfunctie spelen te geven aan bewoners duidelijk worden gemaakt dat overal en altijd zal worden gespeeld en dat bij klachten het belang wordt afgewogen tussen de benodigde speelruimte en de andere functies van het groen. Bij het opstellen en actualiseren van groenplannen moet aandacht aan speelruimte besteed worden. Bij het ontwerp en het onderhoud van gemeentelijk groen wordt rekening gehouden met de bespeelbaarheid Spelen in, op en met water Ook, of juist water daagt kinderen, jeugdigen en soms ook jongeren uit tot spel. Bij, in of op het water spelen ze met modder, spatten ze elkaar nat, laten ze bootjes varen, wordt gevist en vlotgevaren en worden veel meer spelen verzonnen. Sommige volwassenen hebben hier misschien hun bedenkingen bij; ze voorzien vieze en natte kleren. Ook zien veel volwassenen risico s; kinderen lopen wellicht sneller een verkoudheid op of ze glijden uit met alle gevolgen van dien. Toch zou het jammer zijn als deze bezwaren het spelen met water onmogelijk zouden maken. Door een juiste inrichting en een passend beheer van al dan niet formele waterspeelplekken zijn de risico s te voorkomen of te beperken. Vooral het talud, de diepte, de waterkwaliteit en de onoverzichtelijkheid van water zijn veiligheidsaspecten waarmee rekening moet worden gehouden. Door bijvoorbeeld het aanleggen van plasbermen krijgt de jeugdige die het water inloopt eerst natte voeten. Hij of zij heeft dan nog de keuze om door te gaan of terug te lopen. Door bij het ontwerp en beheer van waterpartijen, sloten, steigers, dammen, bruggen enzovoorts rekening te houden met zowel vaar- en schaatsroutes als het spelen met water, wordt er veel uitdagende speelruimte ontsloten. OBB Ingenieursbureau
29 Bij het ontwerp en onderhoud van gemeentelijk oppervlaktewater en bijbehorende voorzieningen wordt rekening gehouden met de veiligheid en bespeelbaarheid voor de jeugd. In de gebiedvisie voor water en de uitwerking hiervan moet dus aandacht zijn voor bespeelbaarheid Spelen op braakliggende terreinen Ondanks de hoge bebouwingsdichtheid in sommige delen van Lingewaard liggen er soms terreinen braak in afwachting van nieuwbouw of omdat een plek even geen invulling heeft. Meestal verruigen deze terreinen en bieden zij veel avontuurlijke speelruimte voor hutten bouwen, graven, (fiets)crossen enzovoort. Indien enigszins mogelijk zou dit op dergelijke terreinen moeten worden toegestaan. De gemeente heeft hierbij natuurlijk wel de verplichting om te zorgen dat het niet te onveilig wordt. Daartoe zal per situatie nagegaan moeten worden op welke wijze dit mogelijk is en of het terrein in eigendom is van de gemeente. Hierbij kan gedacht worden aan een periodieke controle van het terrein, maar ook aan het Braak liggende tijdelijke struinruimte organiseren via omwonenden/betrokkenen. Braakliggende terreinen van de gemeente worden waar mogelijk als tijdelijke informele speelruimte aangewezen voor de jeugd. Handboek veiligheid 3.7. De formele speelruimte De hoeveelheid formele speelruimte laat zich makkelijker kwantificeren. De laatste jaren is er door verschillende organisaties die betrokken zijn bij speelruimte intensief samengewerkt om te komen tot het opstellen van richtlijnen voor de aanleg en het onderhoud van speelvoorzieningen. Vooral het uitgeven van het Handboek Veiligheid van Speelvoorzieningen heeft bijgedragen aan het totstandkomen van landelijk aanvaarde normen en richtlijnen. Onder andere dit handboek heeft geleid tot het vaststellen van normen voor de afstand die de jeugd van een bepaalde leeftijd tot een speelvoorziening kan afleggen en de wenselijke oppervlakte van een speelvoorziening. Naast dit handboek geven vooral ervaringscijfers inzicht in hoe een speelplek functioneert. Hierdoor konden door OBB Ingenieursbureau normen gesteld en getoetst worden voor het aantal jeugdigen van een bepaalde leeftijdscategorie dat binnen een actieradius woont en een speelplek zelfstandig zou moeten kunnen bereiken, zonder elkaar op de speelplek in de weg te lopen. De belangrijkste normen en richtlijnen zijn in Tabel 7 samengevat weergegeven. OBB Ingenieursbureau
30 Kinderen 0 tot en met 5 jaar LEEFTIJDSCATEGORIE Jeugdigen Jongeren 6 tot en met 11 jaar 12 tot en met 18 + jaar 1. Relatie leeftijd, spelbereik en verzorgingsgebied Afstand tot woning 100 meter 300 tot 400 meter > meter Niveau Straat / blok Buurt Wijk / Kern Minuten lopen 2 minuten 5 minuten 15 minuten Verzorgingsgebied 3 hectare 50 hectare 300 hectare 2. Aantal per speelplek Aantal woonachtig 15 tot tot tot 100 binnen actieradius 3. Inrichting speelplek Oppervlakte 100 tot 500 m tot m tot m 2 Voorzieningen Voorbeelden voorzieningen Voorbeelden speelprikkels Stimulatie en begeleiding ontwikkeling 3 toestellen 3 speelprikkels bank, afvalbak Zandbak Huisje Wip(veer) Glijbaantje Schommel Betonpoefs Betonbielzen Verschillende bodemmaterialen Hoogteverschillen Veel variatie Veel fantasie Duidelijke grenzen Grove motoriek 3 toestellen 4 speelprikkels Trapveld Klimtoestel Schommel Kabelbaan Duikelrek Betonpoefs Paaltjes Hoogteverschillen Bosjes (verstoppen) Zand en water Meting resultaten Groepsbesef Toename creativiteit Grotere doelgerichtheid Tabel 7 Normen voor formele speelruimte 4 toestellen 4 zit- en ontmoetingsaanleidingen Trapveld Skateboardbaan Basketbalveld Zitaanleidingen Schommel Betonpoefs Banken Muurtjes Pad of plein van glad asfalt Informele ontmoeting Zoekt bevestiging Sportieve krachtmeting Keuzes maken Beleidsvoornemen 5. Lingewaard hanteert normen voor hoeveelheid formele speelruimte. niet vergeten te kijken waar al speelplekken zijn, flauw als er twee dicht bij elkaar zijn. {uit een kinderrondgang} De oppervlakten voor de speelplekken zoals in Tabel 7 genoemd betreffen de oppervlakte van het speelterrein zelf. Daarnaast moet er nog ruimte zijn voor paden er naar toe, de omliggende beplanting, de toegangen en dergelijke (de omgeving). Bij de normen voor formele speelruimte moet benadrukt worden dat jonge kinderen tot en met drie jaar niet zelfstandig, maar onder begeleiding van een ouder/verzorger op een openbare speelplek spelen. Deze heel jonge kinderen kunnen goed gebruik maken van de speelplekken die ingericht zijn voor de kinderen tot en met vijf jaar. Het plaatsen van een speeltoestel waarop kinderen van nul tot en met drie jaar zonder begeleiding kunnen spelen, is geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Door het toepassen van de normen wordt invulling gegeven aan een evenredige verdeling van speelvoorzieningen over de jeugdigen en buurten. Door het toepassen van de normen bepaalt dus de omvang van de aanwezige doelgroep binnen de actieradius, plus de hoeveelheid informele speelruimte of er een speelplek noodzakelijk is! OBB Ingenieursbureau
31 Speelplek Huissen 3.8. Vormgeving formele speelruimte Het ontwerpen en aanleggen van speelvoorzieningen Het valt buiten het kader van dit speelruimteplan om alle richtlijnen voor het technisch ontwerp van een speelplek en de omgeving te beschrijven. Om kort te zijn verwijzen wij u hier naar uw eigen ervaringen, inspraakresultaten en de diverse richtlijnen zoals onder andere beschreven in het Handboek Veiligheid van Speelgelegenheden en de toesteldocumentatie die door de leveranciers van speelvoorzieningen bij een toestel wordt geleverd. Uitgangspunt is dat Lingewaard haar speelplekken door een deskundig ontwerper blijft inrichten. Enkele aspecten waarover de ontwerper zal nadenken, zijn bijvoorbeeld de functie en mogelijkheden van een toestel. Aangeraden wordt om een gevarieerd aanbod aan speelmogelijkheden te realiseren. Zo kan bijvoorbeeld bij speelplekken voor jongeren ook eenvoudig een stang aanwezig zijn waaraan ze zich kunnen optrekken zodat jongeren gestimuleerd worden om te bewegen. Ook zal per situatie gekeken moeten worden of er verlichting op de plek aanwezig moet zijn en hoe de gewenste beschutting en openheid bereikt wordt. Met het oog op de aansprakelijkheid en onderhoudstechnische aspecten worden alleen gecertificeerde speeltoestellen aangeschaft. Bij de keuze van een type toestel dient ook goed gekeken te worden naar de toekomstige beheer- en onderhoudskosten en de afschrijvingstermijn. Voor de ruimte en het aantal speeltoestellen dat per speelplek aanwezig moet zijn, is in Tabel 7 een aantal richtlijnen gegeven. Daarbij moet men onderscheid maken tussen de specifieke speeltoestellen en de speelprikkels. In Bijlage VI wordt meer informatie gegeven over het ontwerpen en aanleggen van speelprikkels. In onderstaande subparagrafen wordt een toelichting gegeven op de bespeelbaarheid van de speelplek Veiligheid en uitdaging! De jeugd (en hun ouders) moeten erop kunnen rekenen dat de aangebrachte speeltoestellen veilig zijn. Daarmee wordt overigens niet bedoeld dat alle risico s vermeden kunnen worden. Risico s zijn nooit volledig uit te sluiten en tevens zijn ze een wezenlijk onderdeel van het spelen en horen ze bij het leerproces. De risico s dienen echter beheersbaar en herkenbaar te zijn voor de jeugd. Speelplek Haalderen OBB Ingenieursbureau
32 Speelplek Angeren Speelplek Bemmel Beleidsvoornemen 6. De gemeente is gehouden het Attractiebesluit uit te voeren. De wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen is in het bijzonder geregeld in het Besluit Veiligheid van Attractie- en Speeltoestellen van maart 1997 en de Europese Normen (o.a. NEN-EN tot en met en 1177). In dit zogenoemde Attractiebesluit zijn de wettelijke bepalingen voor aansprakelijkheid en veiligheid vastgelegd. Indien er sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die het speeltoestel voorhanden heeft altijd als eerste aansprakelijk. Deze verantwoordelijkheid is conform en aanvullend op de risicoaansprakelijkheid die wordt omschreven in het Burgerlijk Wetboek. Het aanbieden van onveilige speeltoestellen wordt gezien als het plegen van een onrechtmatige daad. Er is (gelukkig) nog weinig jurisprudentie rondom de aansprakelijkstelling voor speeltoestellen aanwezig. Vooralsnog moet ervan worden uitgegaan dat de eigenaar van het speeltoestel als eerste aansprakelijk is. Indien de eigendomssituatie van een speeltoestel niet via een contract of overeenkomst is vastgelegd, is de eigenaar van de ondergrond in principe de eigenaar van het toestel. De vastlegging in een contract of overeenkomst kan impliciet of expliciet zijn. De verantwoordelijkheid voor een speeltoestel dat niet in eigendom is bij de eigenaar van de ondergrond is vergelijkbaar met die voor bijvoorbeeld gebouwen die verhuurd worden of in erfpacht zijn uitgegeven. De gemeente blijft dus verantwoordelijk voor de correcte plaatsing (volgens certificaat) van een toestel, zelfs als dit door de leverancier geplaatst zou zijn. Vervolgens is de gemeente ervoor verantwoordelijk dat het toestel blijft voldoen aan het gestelde in het bij het toestel behorende certificaat. Degene die het toestel voorhanden heeft moet kunnen aantonen dat alles in het werk is gesteld om de veiligheid te waarborgen. Om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen is een aantal handelingen noodzakelijk. De inspectie van speeltoestellen en de registratie van relevante gegevens in een logboek zijn daarbij verplichte handelingen. Indien een speeltoestel op gemeentelijke grond wordt geplaatst door bijvoorbeeld een particulier of speeltuinvereniging, wordt het toestel automatisch eigendom van de gemeente (natrekking). Dit betekent dat de gemeente bij ongevallen ten minste medeaansprakelijk kan worden gesteld. Daarom kan de gemeente de plaatsing van toestellen door derden op gemeentelijk eigendom niet gedogen zonder dat de aansprakelijkheid goed geregeld is. Een mogelijkheid om deze aansprakelijkheid te regelen, is het afsluiten van een overeenkomst (opstalrecht) tussen de gemeente en de plaatser van het toestel. Voorbeelden hiervan zijn het vestigen van een opstalrecht waarbij de aansprakelijkheid bij de plaatser blijft, of het aangaan van een beheercontract waarin afspraken worden gemaakt over beheer, onderhoud en aansprakelijkheid. OBB Ingenieursbureau
33 Het combineren van leeftijdscategorieën Er zijn diverse speelplekken ingericht met toestellen die geschikt zijn voor zowel kinderen als jeugdigen. Soms staan hier ook nog toestellen voor jongeren. Dit geeft vooral problemen als de ruimte te klein is. Omdat er toestellen voor jeugdigen en jongeren staan, gaan zij de plek (terecht) als voor hen beschouwen. De toestellen voor de jongste kinderen bieden hun echter geen uitdaging meer; op een wipveer zijn ze wel uitgespeeld en ze zijn al op alle mogelijke manieren van de glijbaan afgegleden. Men kan het de jeugdigen en jongeren dan niet kwalijk nemen dat ze de aanwezige toestellen voor kinderen wel gebruiken in hun proces van grenzen verkennen; eens kijken met hoeveel ze op een wipveer kunnen. Een ander nadeel van het combineren van leeftijdsgroepen is dat jongere jeugd mogelijk ongewenst gedrag van de oudere jeugd overneemt. Aan de andere kant is het combineren van leeftijdsgroepen op één speelplek zowel voor sociale als lichamelijke ontwikkeling aan te raden. Een speelplek kan immers functioneren als ontmoetingsplek voor jong en oud uit de hele buurt. Het combineren van leeftijdscategorieën kan alleen dan gerealiseerd worden als er voldoende ruimte is. Daarnaast moet er binnen deze ruimte een zonering aangebracht worden, met in elke zone voor de verschillende leeftijdscategorieën de voorzieningen. Op deze wijze zullen de Ruimte voor combinatie leeftijden verschillende leeftijdsgroepen hun eigen plek en uitdagingen hebben. De jeugd en jongeren zullen dan wel respect hebben voor de speelplek voor de kinderen en de toestellen weinig of niet misbruiken. Voldoende ruimte en duidelijke zonering en uitdagende voorzieningen per leeftijdsgroep maken een gezamenlijke speelplek tot een succes. Voorgesteld wordt om alleen gecombineerde speelplekken aan te leggen indien er voldoende ruimte is, zodat de verschillende leeftijdscategorieën in zones over de speelplek verspreid kunnen worden met ieder hun eigen voorzieningen. Beleidsvoornemen 7. Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekening gehouden met medegebruik door jeugdigen met een handicap Samen op de speelplek Verspreid over Lingewaard wonen jeugdigen die in meer of mindere mate een handicap hebben. Ook voor hen is het belangrijk om te kunnen spelen. Veelal kan door kleine aanpassingen bij het ontwerp al voorkomen worden dat een speelplek voor hen niet geschikt is. Daarbij kan gedacht worden aan de toegankelijkheid van de plek, of de keuze van een bepaald toestel. Zo kan bijvoorbeeld overwogen worden om een netschommel toe te passen in plaats van een schommel met traditionele zitting. Een dergelijke schommel heeft zowel voor jeugdigen zonder een beperking als voor jeugdigen met een beperking een grote speelwaarde. Een voorbeeld hiervan zijn de draaimolen en de mandschommel in de speeltuin van Doornenburg. OBB Ingenieursbureau
34 Dit betekent dus niet dat iedere speelplek en ieder speeltoestel voor alle vormen van beperking geschikt moeten zijn, maar wel dat nagedacht moet worden hoe een speelplek voor zoveel mogelijk jeugd geschikt kan zijn Samen werken aan speelruimte Het creëren van speelruimte is een zorg van de gemeente, maar ook van andere instanties die invloed hebben op de inrichting van de (buiten)ruimte en de opvoeding van jeugdigen. Instanties en personen die hierin zoal een rol spelen zijn bijvoorbeeld de buurt (gebruikers, omwonenden en ouders), de basisschool, de sportvereniging, de winkeliersvereniging en private partijen als projectontwikkelaars en de speeltuinvereniging van Gendt Binnen het gemeentelijk apparaat De gemeente zal moeten bevorderen dat haar jeugd zich kan ontwikkelen tot mensen met een volwaardige plaats in de maatschappij. Zoals uit voorgaande paragrafen blijkt, gaat spelen over de hele openbare ruimte. Het welzijn van jeugdigen hangt samen met het al dan niet geschikt zijn van hun woonomgeving om goed in op te groeien. De gemeente zal er dus voor moeten zorgen dat er een netwerk is van basisvoorzieningen. Dit bestaat uit woonmilieus waarin de jeugd ruimte heeft om te kunnen spelen, sporten en ontmoeten. De speelplekken binnen dit netwerk van basisvoorzieningen zullen voldoende onderhoud en beheer moeten krijgen, zodat de inrichting veilig en duurzaam in stand wordt gehouden. Speelruimte is niet alleen de fysieke ruimte die voor de jeugd wordt ingericht. Ook de speelruimte die de jeugd gegund wordt in spreekwoordelijke zin is van belang voor het opgroeien. Zo wordt c.q. kan het buitenspelen gestimuleerd worden door bijvoorbeeld het promoten van en meewerken aan de landelijke Straatspeeldag (Stichting Kinderen Mandschommel Doornenburg Voorrang), het stimuleren van sport, het ondersteunen van buurt(speel)werk met raad en daad, het meewerken aan de organisatie van de kinderdorp enzovoorts. De gemeente is verantwoordelijk voor het speelruimtebeleid en de uitvoering daarvan. De betrokken afdelingen van het gemeentelijk apparaat werken mee bij het opstellen van dit beleid. De betrokken afdelingen nemen bij de uitvoering van het beleid zelf het initiatief en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van de primaire voorzieningen voor de jeugd. De realiserende afdeling dient te zorgen voor afstemming van de realisatiekosten en de onderhouds- en beheerbudgetten tussen de betrokken afdelingen. De gemeente moet zorg dragen voor passend beheer, onderhoud en vervanging van speelvoorzieningen in de openbare ruimte door dit zelf uit te voeren of uit te besteden. OBB Ingenieursbureau
35 Beleidsvoornemen 8. De speelruimte wordt samen met de woningbouwvereniging gerealiseerd. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van de speelvoorzieningen in de openbare ruimte. De gemeente is verantwoordelijk voor het stimuleren van activiteiten die het buitenspelen bevorderen. De gemeente is verantwoordelijk voor communicatie met de burgers met betrekking tot de speelruimte Samen met de woningbouwvereniging In de gemeente Lingewaard zijn twee woningbouwverenigingen actief. Voor Gendt is dit Woonstichting Gendt en voor de andere kernen Lingewaard Wonen. Doordat zij mede bepalen hoe woonbuurten er uitzien, zijn zij ook medeverantwoordelijk voor het aanbieden van speelruimte voor de jeugd. In de huidige situatie is het zo dat alleen de bouwpercelen in eigendom zijn van de woningbouwvereniging. De openbare ruimte rondom deze percelen is van de gemeente. De gemeente is dan ook eerste verantwoordelijke voor de aanleg van speelplekken en tevens eigenaar en beheerder. Wel wordt de woningbouwvereniging aangesproken als co-financier voor de aanleg. De gemeente neemt dan vervolgens het beheer en onderhoud voor haar rekening. Deze constructie werkt goed en vraagt niet om een wijziging. Een voorbeeld van een goede samenwerking is de herinrichting van de speeltuin in de Johannahoeve. Met een gezamenlijk budget en gezamenlijke inzet voor de inspraak is een mooie speeltuin ontstaan en zijn bewoners hierover tevreden De rol van burgers Ook de omwonenden van speelplekken hebben een taak in het aanbieden van speelruimte. Allereerst moeten zij accepteren dat er kinderen, jeugdigen en jongeren in de buurt en op de speelplekken spelen. Maar ook zijn zij degenen die dagelijks langs de speelplekken komen. In het kader van burgerplicht mag van hen verwacht worden dat ze ernstige gebreken en gevaren op speelplekken zien en deze ook melden aan de gemeente. Het ontwerpen en aanleggen van openbare speelvoorzieningen is een zaak van overwegen en overleggen. Bij de belangenafweging komen aspecten naar voren, zoals de wensen van de doelgroep, omwonenden en beheerder. De jeugd en de ouders zullen de speelplek bij goede inspraak eerder als eigen beschouwen. Ervaring leert dat door deze betrokkenheid de speelplek meer wordt gebruikt en ook vandalisme wordt verminderd. OBB Ingenieursbureau
36 Beleidsvoornemen 9. De doelgroep, hun ouders en de omwonenden worden via de wijkplatforms betrokken bij het ontwikkelen van speelruimte. Natuurlijk kan niet voor elke wijziging op de speelplek de hele buurt worden gehoord, maar er kan getracht worden de direct omwonenden te informeren via de gemeentelijke internetpagina, de locale krant(jes) en eventueel een brief. Bij grotere projecten waarbij aanzienlijke veranderingen optreden, is inspraak noodzakelijk. De gemeente als deskundige stelt hierbij natuurlijk de randvoorwaarden afhankelijk van het vigerend beleid, beheer en beschikbare budgetten. In de gemeente Lingewaard zijn wijkplatforms actief die fungeren als klankbord voor de buurt of het dorp waar zij actief zijn. Via deze wijkplatforms wordt in ieder geval de planvorming en de inrichting omtrent speelplekken kortgesloten. Naast de gemeente en het wijkplatform is vaak nog een derde partij betrokken zoals bijvoorbeeld een school of de politie. Naast de inspraak via de wijkplatforms zijn er nog de reguliere procedures voor inspraak Spelen op het schoolplein De (speel)ruimten bij peuterspeelzalen, basisscholen en voortgezet onderwijs met hun voorzieningen vormen vaak een belangrijk deel van de speelruimte van de jeugd. Voor, tijdens en na schooltijd speelt en ontmoet de jeugd er en met de weg er naartoe is ze goed bekend. In Lingewaard zijn de schoolpleinen voor een deel openbaar toegankelijk. Beleidsvoornemen 10. Schoolpleinen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in overleg met de school in het openbare speelvoorzieningenniveau betrokken. Trapveld bij schoolplein Het is wenselijk om daar waar mogelijk de speelruimten bij scholen te betrekken in het openbare speelvoorzieningenniveau. Vooral in een buurt waar geen of weinig ruimte aanwezig is om speelplekken te realiseren, kunnen schoolpleinen een oplossing bieden. Andersom maken de scholen ook gebruik van de openbare speelplekken tijdens de pauzes, bijvoorbeeld bij de St. Jozefschool in Huissen. Bij het opstellen van de analyse zijn de schoolpleinen zoveel mogelijk in het openbare speelvoorzieningenniveau betrokken. Als een schoolterrein in het openbare speelvoorzieningenniveau wordt opgenomen, dan zullen er met het schoolbestuur duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over de verantwoordelijkheden, het beheer, het onderhoud en de vervanging van de speeltoestellen. Dit kan in de vorm van een contract. Als een schoolplein niet specifiek in het openbare speelvoorzieningenniveau wordt betrokken, betekent dit niet dat het plein afgesloten moet worden, maar dat het onderhoud, het beheer en de vervanging van de toestellen niet vanuit het budget openbare speelvoorzieningen moet plaatsvinden. OBB Ingenieursbureau
37 Speeltuin Doornenburg Spelen op de sportvelden In Lingewaard liggen enkele sportcomplexen nabij de woonbuurten. De sportvelden kunnen voor het spelen van de basisschooljeugd en jongeren een betekenis hebben. Allereerst is daar natuurlijk de ruimte om met een groep(je) vrienden een wedstrijdje te houden op de velden. Daarnaast bieden de grasvlakten ook de ruimte om te vliegeren, je boemerang uit te proberen of om een zweefvliegtuigje te laten vliegen. Vooralsnog is er in de gemeente Lingewaard voldoende vrije ruimte voor deze activiteiten buiten de sportvelden om. Mocht de behoefte aan vrije ruimte dichter bij huis verder toenemen kan in overleg met de sportvereniging gekeken worden wat de mogelijkheden zijn. Vooralsnog vervullen de sportverenigingen meer een rol in breedtesportprojecten Speeltuinverenigingen De speeltuinverenigingen vormen een specifiek onderdeel van het aanbieden van openbare speelruimte. Er zijn drie speeltuinverenigingen in Lingewaard met alledrie een verschillend karakter. Speeltuinvereniging Gendt beheert de openbare speelplekken voor de gemeente. Dit zijn circa 20 speelplekken verspreid over Gendt. De speelplekken zijn te allen tijde toegankelijk en bieden voorzieningen voor kinderen van 0 tot en met 18 jaar. Speeltuinvereniging Doornenburg is een speeltuin met openingstijden van tot uur in de zomer en tot zonsondergang in de winter. Zij bieden met name voorzieningen voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar. De gemeente is eigenaar van de ondergrond en dus verantwoordelijk voor de veiligheid. De Sport- en speeltuinvereniging Hulhuizen heeft een speeltuin nabij de sportvelden. De speeltuin ligt niet op gemeentelijke ondergrond en heeft beperkte openingstijden. Beleidsvoornemen 11. Speeltui nverenigingen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in overleg in het openbare speelvoorzieningenniveau betrokken. Uit de analyse blijkt dat de speeltuinen in meer of mindere mate een functie kunnen vervullen in het openbaar speelvoorzieningenniveau. Dit betekent dat er investerings- en onderhoudsgelden niet in de openbare ruimte, maar voor de speeltuinen worden aangewend. Wel moeten dan afspraken gemaakt worden over toegangstijden en -kosten. Verder wordt aanbevolen om na te gaan hoe de veiligheidsaspecten en aansprakelijkheid zijn geregeld. Als de ondergrond van de gemeente is, dan is de gemeente mogelijk medeaansprakelijk, zeker als de speeltuinverenigingen in het openbaar speelvoorzieningen zijn betrokken. De gemeente zal in het kader van de stimulering van buitenspel de betrokken verenigingen met raad terzijde staan. Verder dient de gemeente met gedegen subsidiebeleid en speeltuinenbeleid te komen. OBB Ingenieursbureau
38 Benadering speeltuinen als openbare speelruimte Binnen het voorgestelde beleid worden de speeltuinen aangewezen als benodigde speelruimte. In plaats van zelf plekken aan te leggen wijst de gemeente de speeltuin aan als speelplek. Dit betekent dat de gelden die voor een speelplek nodig zouden zijn besteed kunnen worden in de speeltuin. Voor alledrie de speeltuinen levert dit een verschillend beeld op. Zo is de speeltuin van speeltuinvereniging Hulhuizen voor een zeer klein deel nodig om te voorzien in de openbare speelruimte en zijn de plekken van speeltuinvereniging Gendt bijna allemaal nodig. Op basis van het aandeel dat de speeltuin heeft in de openbare ruimte kunnen subsidiegelden worden toegekend Subsidie en onkosten De toekenning van gelden is op te splitsen in een uit te keren subsidie aan de speeltuinvereniging en in onkosten die de gemeente maakt voor de speeltuinvereniging. Op deze wijze zorgt de gemeente ervoor: te voldoen aan het attractiebesluit en ondersteunt zij hierin de speeltuinen; een reële vergoeding te geven voor speeltoestellen die ook echt nodig zijn; dat de kostenstructuur vergelijkbaar is met die van het openbare speelvoorzieningenniveau, waardoor er geen scheve vergoedingen ontstaan en alle kinderen evenredige kwaliteit en kwantiteit aan speelruimte aangeboden krijgen Verdeling subsidie en onkosten Bij het bepalen van de hoogte van de uit te keren subsidie en de te dragen onkosten door de gemeente kunnen vier delen onderscheiden worden. Onduidelijk is nog in hoeverre de gemeente de speeltuin als sociale factor in de wijk wil subsidiëren. Hiertoe ontbreekt duidelijk beleid. In eerste instantie is hiervoor Deel IV opgesteld. Deel I basisbedrag (budget Ruimtelijk Beheer) Aan de hand van de normen uit het speelruimteplan is vastgesteld in hoeverre de speeltuinvereniging invulling geeft aan het openbaar speelvoorzieningenniveau. Hierbij is het aantal speelplekken en toestellen vastgesteld die de gemeente zou plaatsen indien er geen speeltuinverenigingen aanwezig zouden zijn. De vergoedingen vallen uiteen in: A. Bijdragen aan de speeltuinverenigingen - vergoeding voor onderhoud - 3x een kwartaalinspectie B. Door de gemeente te maken kosten ten bate van speeltuinverenigingen - uitvoeren van jaarinspectie - doen van een reservering voor vervanging (afspraken over uitkeren ervan maken) OBB Ingenieursbureau
39 Deel II veiligheid (Budget Ruimtelijk Beheer) De gemeente wil graag dat de kinderen veilig kunnen spelen en de speeltuinverenigingen niet al te grote risico s lopen ten aanzien van aansprakelijkheid. Daarom verzorgt zij ook een jaarlijkse inspectie voor de speeltoestellen die bovenop het openbare speelvoorzieningen niveau zijn geplaatst in de speeltuinen (te maken kosten door gemeente). Als de toestellen op gemeentelijk ondergrond staan kan de gemeente (uiteindelijk) aansprakelijk worden gesteld bij een ongeval. Daarom moeten duidelijke afspraken maken over hoe om te gaan met gebreken die niet opgelost worden door de speeltuinvereniging. Hiervoor zal een contract opgesteld worden. Deel III algemeen onderhoud (Budget Ruimtelijk Beheer) Een bedrag voor algemeen onderhoud van de speeltuin. Indien er geen speeltuin zou zijn, zou de gemeente onderhoud van de speelplekken van het openbaar speelvoorzieningenniveau moeten rekenen. De speeltuin ontvangt een bijdrage voor onderhoud van het groen, verhardingen, meubilair, hekwerken e.d. in de speeltuinen. Dit op basis van het aantal plekken dat nodig is in het openbaar speelvoorzieningenniveau. Deel IV stimulering activiteiten (Budget Speeltuinverenigingen) Een bedrag voor de stimulering van een vereniging voor het werk als sociale motor in de buurt. Dit bedrag zou je dan weer verder uit kunnen splitsen naar: C. Bijdagen aan de speeltuinverenigingen - Vaste bijdrage voor het in stand houden van vereniging en administratiekosten D. Reservering activiteitengeld speeltuinverenigingen - Reservering voor bijdragen aan activiteiten met een nog nadere vast te stellen maximum. Aan te vragen met begroting en voorzien van evaluatie. Het overige beheer en onderhoud van de toestellen en veiligheidsondergronden komt op de schouders van de speeltuinverenigingen. Wordt besloten ook hier bijdragen voor te verlenen dan zal dit niet van de post openbare speelvoorzieningen moeten komen. Bovenstaande uitgangspunten voor de subsidiering van speeltuinverenigingen leveren globaal het volgende kostenplaatje op. Let op er is weer onderscheid gemaakt in uit te keren budgetten aan de speeltuinverenigingen en de te maken (overige) kosten door de gemeente. OBB Ingenieursbureau
40 inventaris kern Doornenburg Hulhuizen Samenspel wijk/buurt (noord) plek toestel oppervlak aantal kinderen 0 tot tot tot gewenste bijdrage in plekken en toestellen aan 0 tot formeel openbare speelvoorzieningenniveau 6 2 ingedeeld per leeftijdscategorie tot tot Totaal opnemen in totaal plek openbaar speelvoorzieningeniveau totaal toestel totaal aanleiding waarde toestellen waarde ondergronden Bijdrage aan speeltuinverenigingen Deel I onderhoud per jaar toestellen onderhoud per jaar ondergronden kwartaalinspectie (3*) totaal Deel I Deel II totaal Deel II Deel III totaal Deel III Deel IV totaal Deel IV Totaal vaste jaarlijkse bijdrage speeltuinvereniging Kosten door gemeente Deel I jaarinspectie vervangingsreservering toestellen vervangingsreservering ondergronden totaal Deel I Deel II totaal Deel II (jaarinspectie) Deel III Deel IV totaal Deel IV P.M. P.M. Totaal jaarlijkse kosten gemeente Uitgangspunten bij berekening bijdragen en kosten gemiddelde toestelprijs 2.190,00 gemiddelde onderhoudskosten 4% onderhoudskosten per toestel 87,60 onderhoudskosten per ondergrond per toestel gem. 27,38 gemiddelde levensduur 12 jaar inspectieprijs per toestel 22,50 kwartaal inspectieprijs per toestel 15,00 onderhoudsbijdrage per plek 175,00 subsidie administratiekosten 130,00 OBB Ingenieursbureau
41 Leefruimte plannen Beleidsvoornemen 12. Toekomstige (bestemmings)plannen worden getoetst aan de normen voor speelruimte Vooruitzien in speelruimte Structuur van speelplekken In Tabel 7 worden normen gegeven voor het aantal jeugdigen dat binnen een actieradius moet wonen voordat er een speelplek gerealiseerd wordt. Meestal wonen in nieuwe buurten veel kinderen en neemt dit aantal in de loop der jaren af. De speelplekken voor deze leeftijdsgroep dienen dan ook om de vijf jaar geëvalueerd te worden op kinderaantal. In veel buurten vindt na circa 25 jaar wel weer een verjonging plaats, maar de zeer hoge kinderaantallen per buurt komen dan meestal niet meer voor. Zelden wonen er in een buurt die ouder is dan 20 jaar meer dan 25 kinderen binnen een actieradius van een speelplek. Concreet betekent dit in veel gevallen dat in een nieuwbouwwijk waar veel kinderen (komen te) wonen eerst vijf speelplekken met overlappende actieradius nodig zijn, en na verloop van tijd de meest centrale plek als basisvoorziening kan dienen. Deze centrale plek moet dan ook voor de hele buurt bereikbaar en zichtbaar zijn en mag groter dan de andere zijn. De overige vier speelplekken kunnen wel meer gericht zijn op de direct aanwonende kinderen. Doordat de jeugdigen en jongeren vanuit een grotere omgeving (buurt/wijk) gebruik maken van één of enkele speelplekken, varieert het aantal kinderen dat binnen de actieradius woont veel minder. Uit onderzoek en ervaring blijkt dat er rond een centraal gelegen, goed functionerende speelplek voor deze leeftijdscategorieën vrijwel nooit te weinig jeugdigen of jongeren wonen, zelfs niet in de loop van 25 jaar. Dit betekent dat voor de jeugdigen en voor de jongeren over het algemeen duurzame speelplekken verspreid over de buurten aangelegd kunnen worden. Het is belangrijk hiervoor een goede, permanente structuur neer te leggen, omdat deze plekken groter, uitdagend en aantrekkelijk moeten zijn. De normen in Tabel 6 en Tabel 7 bieden daarvoor de uitgangspunten Stedenbouwkundige plannen In stedenbouwkundige plannen wordt het gebruik van de ruimte grotendeels vastgelegd. Het blijkt dat als er in de stedenbouwkundige plannen onvoldoende rekening is gehouden met de noodzaak van speelruimte, er in de toekomst problemen te verwachten zijn. Zo komt het regelmatig voor dat ergens een speelplek noodzakelijk is, maar het bestemmingsplan dit niet toestaat en een enkeling de realisatie ervan kan tegenhouden. Ook is er een duidelijke relatie tussen het ontbreken van sporten ontmoetingsvoorzieningen voor de jongeren en de overlast en vandalisme in een wijk. Dit is ook eenvoudig te verklaren uit het feit dat de jongeren dan wel aangewezen zijn op de speelplekjes voor de kinderen, ze niet naar hun eigen plek te verwijzen zijn en ze het gevoel hebben dat er niets voor hen gedaan wordt. OBB Ingenieursbureau
42 Essenpas Bemmel Beleidsvoornemen 13. Bij klachten inzake onveiligheid worden binnen één werkdag maatregelen genomen en bij onwenselijke situaties binnen drie werkdagen. Het is dus zeer belangrijk dat in het programma van eisen voor het opstellen van stedenbouwkundige en bestemmingsplannen de normen voor speelruimte c.q. het speelruimtebeleid worden opgenomen. Een bestemmingsplan heeft sterke invloed op de soort en hoeveelheid speelruimte. Er moet in een bestemmingsplan voldoende beleidsvrijheid zijn om op nieuwe ontwikkelingen en behoeften in te springen zonder dat hiervoor het plan moet worden aangepast. Dit betekent dat de voorschriften voor openbare ruimte zodanig zijn opgesteld dat er voor het realiseren van een nieuwe speelplek geen bestemmingswijziging nodig is. Daarnaast kunnen in bestemmingsplannen eventueel locaties aangegeven worden die potentie hebben om als speelplek te worden ingericht. Zeker de grotere speelplekken voor jeugdigen en jongeren zijn duurzaam op een locatie die meer ruimte heeft en centraal ligt in de buurt. Voor speel-, sport- en ontmoetingsplekken is het van belang om te voorkomen dat aan de hand van bestemmingsplanvoorschriften de aanleg hiervan wordt bemoeilijkt. Voorgesteld wordt om in de toelichting op bestemmingsplannen voor woongebieden het te verwachten kinderaantal in de verschillende leeftijdscategorieën voor de komende twintig jaar aan te geven. Daarbij moet dan vermeld worden hoe invulling wordt gegeven aan de normen zoals in voorliggend speelruimteplan zijn vastgesteld. In een nieuwe woonbuurt is nog niet altijd de jeugd aanwezig die gebruik zal gaan maken van de speelplekken. In veel gevallen is het echter wenselijk om de speelplekken wel aan te leggen zodat men al weet waar men aan toe is als mensen in de buurt komen wonen. Indien gekozen wordt om de aangewezen speelplekken niet gelijk te realiseren moet de ruimte in ieder geval wel gereserveerd blijven voor spelen. Dergelijke plekken kunnen dan goed als (ruige) informele speelplek dienen, zeker als er hoogteverschillen aangebracht zijn, er speelprikkels aanwezig zijn en er passend onderhoud wordt uitgevoerd De zorg voor speelvoorzieningen Klachtafhandeling en ideeën De gemeente kan niet altijd en overal zijn. De gebruikers van de speelplekken hebben ook een verantwoordelijkheid om gevaarlijke en onwenselijke zaken op speelplekken en aan speeltoestellen te melden. Van belang voor de klachtafhandeling is dat duidelijk is waar de bewoners hun klachten en ideeën kunnen indienen en dat dit een centraal punt is. De gemeentewinkel voert de melding c.q. klacht in in Corsa (registratieprogramma). Alle afdelingen hebben een coördinator Corsa die de melding, vraag en/of klacht weer uitzet bij de juiste persoon op de afdeling. OBB Ingenieursbureau
43 Beleidsvoornemen 14. Het onderhoud van de speelvoorzieningen in Lingewaard wordt op het niveau 70% uitgevoerd. Speelplek Bemmel Een snelle klachtafhandeling is van groot belang voor het veilig houden van in het bijzonder de speeltoestellen. Het streven is dan ook om binnen drie dagen passende maatregelen te nemen. Verder kunnen wensen en ideeën per een brief of per telefoon via de algemene adressen aan de gemeente worden doorgegeven. Het is verplicht dat van de klacht, het gebrek en de genomen actie een aantekening in het logboek wordt opgenomen Het onderhouden en beheren van speelvoorzieningen Nadat er speelvoorzieningen gerealiseerd zijn, zal er voldoende budget beschikbaar moeten zijn om de speeltoestellen en de inrichting van de speelruimte te beheren en te onderhouden. Het onderhoud bestaat uit de werkzaamheden die aan het toestel en de omgeving uitgevoerd moeten worden. Het beheer bestaat uit de overige werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden om de speelvoorzieningen in stand te houden. Het onderhoud van de toestellen gebeurt in relatie met het vervangingsschema en het gebruik van het toestel (zie ook paragraaf ). Door het uitvoeren van het onderhoud op het niveau goed, kan uitgegaan worden van een levensduur die iets boven het gemiddelde ligt. Daardoor is het jaarlijks budget dat noodzakelijk is om de toestellen te vervangen ook lager. Gezien de samenstelling van het huidige speeltoestellenbestand kan met het onderhoudsniveau goed een goede balans tussen onderhouds- en vervangingskosten bereikt worden. Bij de keuze van een type toestel dient ook goed gekeken te worden naar de toekomstige beheer- en onderhoudskosten en de afschrijvingstermijn. In verband met veiligheidseisen en garantiebepalingen van de leveranciers, worden voor vervanging van onderdelen zoveel mogelijk originele onderdelen gebruikt of onderdelen die een hogere kwaliteit voor de veiligheid hebben. In Bijlage III wordt een overzicht gegeven van de onderhoudskosten voor de verschillende typen speelvoorzieningen. In de berekening van deze normen voor de jaarlijkse onderhoudskosten is uitgegaan van het hoogste onderhoudsniveau. In een ideale situatie betekent dit onder andere dat de speeltoestellen altijd optimaal in de verf zitten, er altijd proper uitzien, in perfecte technische staat verkeren en dat te allen tijde graffiti verwijderd is. Voor een gemeente is het echter voldoende en meer realistisch om het onderhoud van de speeltoestellen op een lager niveau uit te voeren. De ondergrens daarbij is het acceptatieniveau waarbij een toestel blijft voldoen aan de veiligheidsnormen en net aan de eisen van algemene welstand. Dit niveau kan op een schaal van 0 tot en met 100% uitgedrukt worden met 60%. OBB Ingenieursbureau
44 Speelplek Angeren Beleidsvoornemen 15. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. In Bijlage III is het aantal en de waarde van de huidige speeltoestellen weergegeven, plus de jaarlijkse kosten voor het onderhoud, de vervanging en het beheer per toestel het optimale niveau weergegeven en wordt onder de totaaltelling het voor Lingewaard gekozen onderhoudsniveau van 70% berekend. Ook in de overige financiële tabellen van het speelruimteplan wordt dit onderhoudsniveau aangehouden Het vervangen van speelvoorzieningen Veel speeltoestellen hebben volgens ervaringscijfers een technische levensduur tussen de tien en twintig jaar. Daarbij is uiteraard geen rekening gehouden met vandalisme, wel met slijtage door intensief gebruik en eventuele speelschade. Om een goed vervangingsbeleid te kunnen voeren is een flexibel vervangingsschema noodzakelijk. In principe wordt een toestel vervangen nadat de afschrijvingstermijn is verstreken. Het moment van de daadwerkelijke vervanging van een toestel wordt mede bepaald door de staat van het toestel. Wanneer blijkt dat een toestel na de gestelde afschrijvingstermijn nog één of meer jaren veilig kan functioneren, kan de vervanging worden uitgesteld. Indien blijkt dat een toestel voor de gestelde afschrijvingstermijn niet meer veilig is of de onderhoudskosten te hoog worden, bijvoorbeeld door vandalisme, dan moet de vervanging vervroegd worden uitgevoerd (flexibele vervanging). Bij de keuze van het type toestel wordt uitgegaan van de doelgroep van de betrokken speelplek, waarbij de wenselijke speelmogelijkheden, de benodigde speelfuncties en de actuele bevolkingssamenstelling van de buurt in ogenschouw worden genomen. Dit kan ook betekenen dat de herinvestering op een andere speelplek in de gemeente plaatsvindt. Belangrijk daarbij is dat bij vervanging van speeltoestellen in principe toestellen worden geplaatst met minimaal eenzelfde vervangingswaarde. Met eenzelfde vervangingswaarde wordt bedoeld de geïndexeerde financiële vervangingswaarde. Dit betekent overigens niet dat er eenzelfde type toestel moet worden geplaatst. Integendeel, het kan zelfs voorkomen dat meerdere toestellen vervangen worden door één ander toestel voor een geheel andere leeftijdscategorie op een andere locatie, zodat invulling gegeven kan worden aan de voorstellen uit de analyse van dit speelruimteplan. Kern is dat de totale waarde van de toestellen in Lingewaard niet moet stijgen zonder dat er voldoende onderhouds-, beheer- en vervangingsbudgetten beschikbaar zijn. OBB Ingenieursbureau
45 Speelplek Huissen Beleidsvoornemen 16. Dit speelruimteplan wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar en om de vijf jaar geëvalueerd De benodigde budgetten Bij het vaststellen van de budgetten voor aanleg, onderhoud, beheer en vervanging van speelvoorzieningen zal er gezocht moeten worden naar de juiste onderlinge verhouding tussen deze posten. Indien dit niet het geval is zullen bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe speelplekken de onderhoudskosten steeds verder stijgen, zonder dat daarvoor budget aanwezig is en dus de staat van onderhoud en de veiligheid afneemt. De onderhouds-, beheer- en vervangingsbudgetten moeten daarom aangepast worden nadat er extra of duurdere speeltoestellen zijn geplaatst of speeltoestellen zijn verwijderd. Bij de aanleg van nieuw speelplekken binnen uit- of inbreidingsbuurten worden de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld voor zowel de realisatiekosten (éénmalig) als voor de structurele kosten. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van werkelijke kosten, inclusief voorbereidings- en inspraakkosten. Het budget voor het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt gebaseerd op het gekozen onderhoudsniveau (zie paragraaf ). De speeltoestellen kunnen daarbij in een goede staat worden gehouden. De hoogte van het beheerbudget wordt gebaseerd op de totale vervangingswaarde van de speelvoorzieningen. In de huidige situatie wordt het beheerpercentage geschat op 3,5% van de vervangingswaarde. Dit ligt iets onder het landelijk gemiddelde doordat er in Lingewaard relatief korte reisafstanden tussen de wijken zijn. Omdat de investeringen in speelvoorzieningen jaarlijks variëren en de afschrijvingstermijnen van de verschillende typen toestellen niet gelijk zijn, variëren de werkelijke kosten voor vervanging per jaar. De gemiddelde afschrijvingstermijn van de huidige speelvoorzieningen bedraagt in Lingewaard ongeveer 12 jaar. Aan de hand van de afschrijvingstermijn, het plaatsingsjaar en de vervangingswaarde kunnen voor de komende jaren de benodigde budgetten worden bepaald. De budgetten die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van openbare speelruimte moeten jaarlijks worden geïndexeerd Periode en evaluatie speelruimtebeleid Het voorliggend speelruimteplan geeft het beleid weer hoe men de komende tien jaar met de speelruimte in het openbare gebied dient om te gaan. De gemeente is in beweging. Daarom zal iedere vijf jaar een evaluatie van het voorliggend speelruimtebeleid en de voortgang van de uitwerking plaatsvinden. Tegelijkertijd zullen opnieuw de demografische gegevens en de aanwezige speelruimte per wijk of buurt conform de werkwijze van dit plan tegen elkaar worden afgezet. OBB Ingenieursbureau
46 OBB Ingenieursbureau
47 DEEL II BEHEERVISIE SPELEN Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard OBB Ingenieursbureau
48 OBB Ingenieursbureau
49 4. HUIDIGE INVENTARIS In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in het huidige toestellenbestand, de omvang, de soort veiligheidsondergronden en de samenstelling daarvan. Deze samenstelling bepaalt de huidige investeringswaarde van het toestellenbestand Opbouw speelplekken Momenteel zijn er in Lingewaard 163 speelplekken en speeltuinen ingericht. Deze speelplekken en speeltuinen zijn niet allemaal in eigendom en beheer bij de gemeente. In totaal zijn er 140 speelplekken in beheer bij de gemeente en 23 speelplekken in beheer bij speeltuinverenigingen. Van de 23 speelplekken, niet in beheer van de gemeente, liggen er 22 in Gendt. Dit zijn gewone speelplekken in de openbare ruimte, die worden onderhouden en beheerd door de speeltuinvereniging Gendt. De speeltuinvereniging zorgt ook voor de veiligheidsinspecties en de vervanging van de toestellen. De andere plek is de speeltuin van speeltuinvereniging Doornenburg. De gemeente doet hier de jaarlijkse inspectie en springt bij met onderhoudswerkzaamheden. Kern Aantal plekken Aantal toestellen Angeren 8 30 Bemmel Doornenburg 7 53 Gendt Haalderen 4 30 Huissen Tabel 8 Aantal plekken en toestellen per kern Naast deze plekken ligt er nog een speeltuin in het buurtschap Hulhuizen. Deze speeltuin (inclusief ondergrond) is in eigendom en beheer van de speeltuinvereniging Hulhuizen. Deze speeltuinvereniging wordt voor het beheerplan verder buiten beschouwing gelaten. OBB Ingenieursbureau
50 Niet alle plekken zijn voor dezelfde leeftijdsgroepen ingericht. Leeftijdsgroep huidig Totaal Gemeente Speeltuinver. 0 tot en met 5 jaar tot en met 11 jaar tot en met 11 jaar tot en met 18 jaar tot en met 18 jaar tot en met 18 jaar Totaal Tabel 9 Aantal plekken per leeftijdsgroep In de tabel is te zien dat er in verhouding veel minder speelplekken zijn voor de leeftijd van 12 tot en met 18 jaar. De speelplekken zijn over het algemeen eenvoudig ingericht. De omgeving wordt doorgaans weinig betrokken bij de plek, waardoor de plekken een wat kaal uiterlijk hebben. Ook is er weinig aandacht voor speelprikkels in de omgeving van de speelplek Toestellen Huidig toestellenbestand In totaal staan er 673 toestellen op de speelplekken en in de speeltuinen. Van deze toestellen zijn er 132 in beheer bij een speeltuinvereniging. Gemiddeld staan er vier toestellen per plek en zijn er zeven toestellen per 100 kinderen. De opbouw van het toestellenbestand is redelijk gevarieerd. Wat wel opvalt is dat er zeer veel wipveren staan: in totaal ruim 25%. Verder valt op dat er bijna geen uitdagende zwaai-, draai- en schommeltoestellen en grote uitdagende combinaties voor de jeugd van 8 tot en met 14 jaar (samen nog geen 5%) zijn. De gemiddelde toestelprijs is 1.910, wat overeenkomt met de leeftijd en het type toestel dat voorkomt. Dit is een vrij lage gemiddelde toestelprijs. Voor nieuwere toestellenbestanden ligt de gemiddelde toestelprijs tussen de en Het totale toestellenbestand vertegenwoordigt momenteel een waarde van Daarbij moet opgemerkt worden dat een groot deel van de toestellen al op leeftijd raakt of is. Een groot gedeelte van het toestellenbestand is ouder dan 10 jaar (50%) of zelfs 15 jaar (25%). Vervanging van toestellen is dan ook de komende jaren aan de orde (zie ook hoofdstuk 7). In Bijlage III is een compleet overzicht gegeven van het aantal en de waarde van de huidige speeltoestellen. Hierbij zijn ook de jaarlijkse kosten voor het onderhoud, de vervanging en het beheer opgenomen. Op deze manier wordt duidelijk waar OBB Ingenieursbureau
51 welke investering gevraagd wordt bij vervanging van de toestellen en wordt een beeld gegeven van de terugkerende kosten voor onderhoud en beheer Materiaalkeuze De materiaalkeuze bepaalt voor een groot deel de aanschafwaarde, vervangingstermijn en afschrijving van het toestellenbestand. Tegenwoordig worden meer duurzame materialen toegepast bij speeltoestellen zoals kunststof, roestvrij staal en aluminium. De vraag naar deze vaak ook onderhoudsarmere materialen stijgt. In de toekomst zal de levensduur van de toestellen dan ook toenemen en het onderhoud zal goedkoper en specialistischer worden. Het huidige toestellenbestand is qua materiaal gevarieerd. Het grootste deel van de aanwezige toestellen is van hout. Daarnaast staan er veel toestellen van metaal en kunststof of een combinatie van deze materialen. De leeftijd van het huidige toestellenbestand verklaart wel het grotere aandeel hout; tien tot vijftien jaar geleden werden er nog weinig toestellen van metaal en kunststof aangeboden Toestelleveranciers Er wordt gewerkt met verschillende speeltoestelleveranciers, onder wie Kompan, Nijha, IJreka, Metaplus, Velopa Omniplay, Yalp en Boer. Veruit de meeste toestellen zijn van Kompan en in Gendt staat veel van Nijha. Er is niet bewust gekozen voor een vaste groep leveranciers. Wel is bewust gekozen voor een groep leveranciers die toestellen kan aanbieden van hout tot rvs en voor jonge en oudere kinderen. Om niet te veel verschillende relaties te moeten onderhouden groeit het aantal leveranciers niet verder. Wel valt er eens een leverancier af voor wie dan een nieuwe in de plaats kan komen. Voorop staat dat er kwaliteit geleverd moet worden en dat de leveranciers zelf de toestellen kunnen plaatsen Ondergronden Speeltoestellen dienen veilig te zijn voor het verwachte gebruik (zie hoofdstuk 5). De veiligheid wordt voor een groot deel bepaald door het type ondergrond. Doordat de speelplekken vooral in het groen zijn geplaatst, staan veel toestellen op gras. Door het groot aandeel kleinere en dus lagere toestellen is plaatsing op de aanwezige grasondergrond voldoende en is geen aanvullende veiligheidsondergrond nodig. Waar de hoogte van de toestellen leidt tot een verplichte veiligheidsondergrond wordt deze op dit moment doorgaans uitgevoerd in zand. In totaal ligt er nu circa 6700 m2 zandondergrond en wordt er naar aanleiding van de veiligheidsinspectie eind 2006 en begin 2007 nog eens 2200 m2 zandondergrond aangelegd. OBB Ingenieursbureau
52 Het zand past goed bij de ligging van de speelplekken in de groengebieden en biedt tevens extra speelmogelijkheden voor de kinderen. Bij uitbreiding van het areaal veiligheidsondergrond kunnen gras en zand toegepast blijven worden. Als dit in het ontwerp wordt aangegeven en de omstandigheden zijn er naar (drassig, stenig) dan wordt er kunstgras toegepast. Dit is duurder in aanschaf, maar iets goedkoper in onderhoud en het heeft een langere levensduur. Op dit moment hebben de ondergronden samen (inclusief de ondergronden die nu worden aangelegd) een vervangingswaarde van circa Conclusies en aanbevelingen Het aantal plekken voor jongeren is minimaal. In de toekomst dient hier meer aandacht voor te komen. Een groot gedeelte van het toestellenbestand is ouder dan 10 jaar (50%) of zelfs 15 jaar (25%). Oude toestellen zijn vaak duurder in beheer en onderhoud en sneller onveilig. Vervanging is dan ook nodig. De toestellen missen uitdaging voor de jeugd van 8 tot en met 14 jaar. Hier zal de komende jaren, en zeker bij nieuwe plekken, op gelet moeten worden. Op dit moment zijn de kosten voor de valondergronden gebaseerd op 100% zandondergronden. Als het aandeel kunstgras toeneemt, dient dit inzichtelijk gemaakt te worden in het kader van de vervangingsreservering en het onderhoud. OBB Ingenieursbureau
53 5. DE VEILIGHEID VAN SPEELVOORZIENINGEN 5.1. Veiligheid en uitdaging! In het speelbeleid wordt uitgesproken dat de doelgroep (en de ouders) erop moeten kunnen rekenen dat de speciaal tot spelen aangebrachte speelvoorzieningen veilig zijn. De risico s dienen wel beheersbaar en herkenbaar te zijn voor de doelgroep. De wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen is in het bijzonder geregeld in het Besluit Veiligheid van Attractie- en Speeltoestellen van maart 1997 en de Europese Normen (o.a. NEN-EN tot en met en 1177). In dit zogenoemde Attractiebesluit zijn de wettelijke bepalingen voor aansprakelijkheid en veiligheid vastgelegd Veiligheidssituatie Lingewaard Ook gemeente Lingewaard heeft zich aan het Attractiebesluit te houden. Om een beeld te krijgen van de huidige veiligheidssituatie zijn er in 2006 veiligheidsinspecties uitgevoerd door SpeelTopVeilig (STV) en door ABOS. ABOS heeft in opdracht van Nijha de speelplekken in Gendt beoordeeld en STV in opdracht van de gemeente de overige speelplekken. Uit deze inspectie kwam onder andere naar voren dat van de circa 673 speeltoestellen er circa 80 (ongeveer 10%) een gebrek met een hoog veiligheidsrisico vertonen. Daarnaast is bij circa 270 toestellen (ongeveer 40%) een gebrek gevonden met een laag veiligheidsrisico. Alle gebreken zijn intussen verholpen. De gebreken waren grofweg onder te verdelen naar: te kleine valruimte of onvoldoende valdemping (42% van de toestellen); kleine gebreken, toestel na reparatie weer veilig (30% van de toestellen); oude toestellen die niet aan de huidige veiligheidsnormen voldoen (13% van de toestellen); toestel ernstig verrot (5% van de toestellen); toestel na verplaatsen veilig (5% van de toestellen); beklemmingsgevaar in toestel (< 1% van de toestellen). De gebreken met een hoog veiligheidsrisico zijn opgelost. In totaal was er aan 50% van het toestellenbestand een gebrek met een veiligheidsrisico geconstateerd. Dit is landelijk gezien vrij veel. Eigenlijk mogen er geen gebreken met een hoog veiligheidsrisico voorkomen, maar gemiddeld loopt dit bij veel gemeenten op naar 5%. In totaal mogen eigenlijk niet meer dan 20-30% van de toestellen gebreken vertonen. Als er vaker geïnspecteerd wordt, zullen de percentages in Lingewaard gaan dalen. OBB Ingenieursbureau
54 5.3. De veiligheidsinspecties Algemene werkwijze Over het algemeen worden er drie verschillende typen inspecties onderscheiden, waarbij wordt gekeken naar het toestel en naar de eventueel aanwezige veiligheidsondergrond: technische inspectie (circa 1 keer per jaar); operationele inspectie (circa 4 keer per jaar); visuele inspectie (dagelijks/wekelijks). De technische inspectie is de meest uitgebreide inspectie. Hiervoor wordt vaak een gespecialiseerd bedrijf ingeschakeld. Dit bedrijf bekijkt in detail aan de hand van de huidig geldende normen of er afwijkingen aan het toestel zijn. Bij de operationele inspectie (ook wel beheerinspectie genoemd) wordt nagegaan of het toestel veilig en bespeelbaar is. Het is een vrij technische inspectie op detailonderdelen die van belang zijn voor het veilig functioneren van de speelmogelijkheden van het toestel. Iemand die een toestel onderhoudt, is goed in staat deze inspectie uit te voeren. Deze inspectie vereist kennis van het toestel en van het gebruik. Bij de visuele inspectie wordt niet zozeer naar het technische deel van het toestel gekeken, maar meer naar het visueel ontbreken van onderdelen of visuele beschadigingen die het veilig spelen in de weg staan. Ook het verwijderen van glas, graffity en andere rommel op/in de veiligheidsondergrond valt hieronder. Deze inspectie kan in principe ook deels door bewoners worden uitgevoerd Werkwijze Lingewaard Er wordt eenmaal per jaar een operationele inspectie gecombineerd met de technische inspectie door een extern bureau 2. Bij deze inspectie wordt meer gedetailleerd en specifiek gekeken naar de toestellen aan de hand van de geldende normen. De speeltuinvereniging Gendt bepaalt zelf wie de inspecties uitvoert in Gendt 3. De dagelijkse c.q. wekelijkse visuele inspecties vinden in grote mate onbewust plaats. Dit kan gebeuren door wijk- of groenbeheerders die in de buurt van een speelplek/-toestel aan het werk zijn of door ouders die met hun kinderen op een plek spelen. Hierbij gaat het doorgaans om gebreken die opvallen en die voor een leek te herkennen zijn. Bij deze inspectie is het echter wel zaak dat wanneer er een constatering plaats vindt hier melding van gemaakt wordt. Tussentijds vinden verder geen operationele inspecties plaats. 2 In 2006 het laatst uitgevoerd door SpeelTopVeilig. 3 In 2006 het laatst uitgevoerd door ABOS i.o.v. Nijha. OBB Ingenieursbureau
55 5.4. De logboeken Algemene werkwijze De logboeken kunnen van belang zijn voor de wettelijke aansprakelijkheid bij ongevallen. Wordt de gemeente aansprakelijk gesteld dan zal de gekeken worden naar de werkzaamheden die de gemeente heeft uitgevoerd om het toestel veilig te houden. Naast een logboek zal hierbij ook het kennisniveau van de medewerker beoordeeld worden. In het logboek dienen globaal de volgende gegevens bijgehouden te worden: eigendomsgegevens van het toestel; aantekeningen betreffende inspectie en onderhoud; keuringsrapport van het toestel; gegevens betreffende ongevallen. De eigendoms- en keuringsgegevens hoeven slechts eenmalig te worden vastgelegd en ongevallen zullen, als het goed is, weinig tot niet gebeuren. De inspecties en onderhoudswerkzaamheden vergen echter regelmatige administratieve handelingen. Zo dienen bij elke inspectie de datum, de naam van de inspecteur, de eventueel geconstateerde gebreken en de te nemen vervolgacties opgenomen te worden in het logboek, al dan niet voorzien van een onderverdeling naar ernst van het mogelijke gevaar dat het gebrek oplevert. Dit bepaalt voor een groot deel de snelheid waarmee een gebrek verholpen dient te worden. Het verhelpen van beknellingsgevaar is immers dringender dan het verwijderen van wat splinters. Wanneer een gebrek is verholpen, dient dit in het logboek opgetekend te worden. Op deze manier kan inzichtelijk gemaakt worden wat de gemeente heeft gedaan om het toestel aan de normen te laten voldoen. Voor het model logboek zoals opgenomen in het Attractiebesluit 1997 zie Bijlage VII Werkwijze Lingewaard De inspecterende bedrijven registreren alle inspecties die zij doen. Deze worden of op papier of op cd-rom aan de gemeente overhandigd. In deze rapporten wordt vastgelegd welke gebreken geconstateerd zijn en de maatregelen die uitgevoerd moeten worden om de gebreken te verhelpen. De controle of een gebrek verholpen is, wordt bij de volgende inspectieronde uitgevoerd. Via een melddesk (Corsa) worden meldingen geregistreerd die bij de gemeente binnenkomen. De melding komt in eerste instantie terecht bij coördinator Corsa. Deze coördinator zorgt ervoor dat de melding bij de aangewezen persoon binnen de gemeente terechtkomt. Van de meldingen wordt geen specifieke aantekening gemaakt in een logboek. OBB Ingenieursbureau
56 5.5. Conclusies en aanbevelingen Het aantal toestellen met gebreken zou bij de jaarlijkse hoofdinspectie eigenlijk lager moeten liggen. Gezien de leeftijdsopbouw van het toestellenbestand en het groot aantal gebreken moet nagegaan worden of het niet veiliger is de toestellen eerder te vervangen, vaker te inspecteren of toch meer preventief onderhoud uit te voeren. Met de invoering van het Attractiebesluit is er veel bepaald over het onderhouden en veilig houden van speelvoorzieningen. In Lingewaard is hier niet bewust invulling aangegeven, maar komt er wel een keer per jaar een extern specialistisch bedrijf de inspectie uitvoeren. De wijze van inspecteren met externen werkt goed op deze manier, wordt ook als prettig ervaren en behoeft geen aanpassingen. Wel is het raadzaam om vaker te inspecteren. Dit kan door eigen medewerkers of door externen worden gedaan. Het is van belang dat hier continuïteit in komt. De registratie van gebreken en reparaties is verre van optimaal. Er is geen overzichtelijk logboek per toestel aanwezig. Ook vindt er geen terugkoppeling van reparaties plaats. Dit heeft nadelen voor de gemeente en het inspecterend bedrijf. Zij weten beiden niet wat de precieze stand van zaken is van het betreffende toestel. Deze logboekregistratie dient dan ook verbeterd te worden. Kop 6 inhoud nieuwe pagina OBB Ingenieursbureau
57 6. HET ONDERHOUDEN VAN SPEELVOORZIENINGEN Het onderhoud bestaat uit de werkzaamheden die fysiek aan het toestel en de omgeving uitgevoerd moeten worden, inclusief de inspecties die door de onderhoudsmedewerkers worden uitgevoerd Structureel of inspectief onderhoud Onder structureel onderhoud wordt verstaan preventief onderhoud (voorkomen dat er gebreken zijn) en het in optimale esthetische staat houden van een speeltoestel. In de gemeente Lingewaard vindt dergelijk (jaarlijks terugkerend) structureel onderhoud niet plaats. Er vindt alleen onderhoud aan toestellen en ondergronden plaats wanneer er een gebrek is geconstateerd. Dit wordt ook wel inspectief onderhoud genoemd. Het is geen bewuste keuze van de gemeente om deze werkwijze te hanteren. Zowel het klein als het groot onderhoud worden naar aanleiding van de inspectie door een gespecialiseerd bedrijf uitgevoerd. In een enkel geval wordt Technisch Wijkbeheer ingeschakeld een probleem op te lossen Onderhoudswerkzaamheden Inspectief onderhoud De reparaties die voortkomen uit de beheerinspecties of jaarlijkse hoofdinspectie worden uitbesteed aan een extern bedrijf aan de hand van een lijst van gebreken. Op deze lijst gaat het om werkzaamheden voor klein en groot onderhoud zoals: toestellen rechtzetten; bouten en moeren vastdraaien; spijkers of andere uitstekende delen verwijderen; splinters wegschuren; losse onderdelen verwijderen; kleine toestellen verwijderen; kleine (eenvoudige) onderdelen vervangen; kleine werkzaamheden verrichten aan groen, verhardingen en (veiligheids)ondergronden; vervangen van toestellen; vervangen van onderdelen van toestellen, bijvoorbeeld bovenbouw van een wipveer; specialistisch reparatiewerk aan toestellen; opheffen van stabiliteitsproblemen; opheffen van beklemmings- en verstikkingsgevaar; grote hoeveelheid werk aan (veiligheids)ondergronden van toestellen; grote hoeveelheid reparaties aan toestellen. Omdat voor een groot deel van deze acties specialistische kennis nodig is, wordt dit werk uitbesteed. De lijst met gebreken wordt daarvoor naar meerdere bedrijven gestuurd. Deze vaak gespecialiseerde bedrijven kunnen dan een offerte uitbrengen voor het veilig maken van de toestellen. Meestal krijgt de laagste inschrijver opdracht om het werk uit te voeren. OBB Ingenieursbureau
58 In verband met veiligheidseisen en garantiebepalingen van de leveranciers worden voor vervanging van onderdelen zoveel mogelijk originele onderdelen gebruikt of onderdelen die een hogere kwaliteit voor de veiligheid hebben. Veel leveranciers hebben dan ook een bepaling in hun (garantie)voorwaarden dat alleen originele onderdelen volstaan om garantie te blijven houden op een toestel Onderhoud buiten inspecties om De Technisch Wijkbeheer van de gemeente heeft uren beschikbaar om te besteden aan het onderhoud van speeltoestellen. Deze uren worden niet op reguliere basis besteed. Vaak worden ad hoc werkzaamheden gedaan. In de meeste gevallen gaat het hierbij om werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden naar aanleiding van een klacht/melding of een kleine renovatie naar aanleiding van overleggen met de wijkplatforms. In veel gevallen blijkt het moeilijk om werkzaamheden aan speeltoestellen door de Technisch Wijkbeheer te laten uitvoeren. Als er andere werkzaamheden zijn, blijft het werk aan de speelvoorzieningen vaak liggen. Voor speeltoestellen is echter continuïteit in onderhoud van belang voor het veilig in stand houden van de toestellen en het tevreden houden van de gebruikers (verloedering voorkomen). Daarvoor zou meer regulier onderhoud uitgevoerd moeten worden volgens een vast schema. Een voorbeeld van een dergelijk schema van werkzaamheden is opgenomen in Bijlage VIII Het onderhoudsniveau De wijze van onderhoud zoals beschreven in voorgaande paragrafen moet ervoor zorgen dat de plek en het toestel schoon (als nieuw), heel en veilig zijn. Dit houdt in dat zolang het toestel altijd schoon is, goed in de verf zit, altijd goed functioneert en voldoet aan de geldende veiligheidseisen de gemeente een dikke 10 krijgt. De gemeente Lingewaard streeft dit 100% onderhoudsniveau niet na. Er kan van uitgegaan worden dat de werkzaamheden die ervoor zorgen dat een toestel altijd veilig is een onderhoudsniveau van circa 60% vertegenwoordigen. Een lager onderhoudsniveau is bij spelen niet verantwoord. De werkzaamheden die voor de veiligheid zorgen, bieden ook een bepaalde mate van heelheid en schoonheid. Worden daarnaast meer werkzaamheden gedaan om het toestel heel en schoon te houden dan kan dit onderhoudsniveau toenemen. Op dit moment is het onderhoudsniveau iets lager dan %. Op alle onderdelen veilig, heel en schoon kan beter worden gescoord. De wens is om de werkzaamheden te intensiveren en te verbeteren naar een totaal onderhoudsniveau van ongeveer 70% en dit onderhoudsniveau te laten aansluiten bij het beeldkwaliteitsniveau van het groenonderhoud. OBB Ingenieursbureau
59 6.4. Onderhoud op korte- en lange termijn Het onderhoud vindt nu plaats naar aanleiding van de inspecties die uitgevoerd worden. Meer dan een derde van de toestellen voldeed niet aan de norm, maar kan met behulp van een reparatie hier wel weer aan voldoen. Deze reparaties bestaan voornamelijk uit: het aanpassen van gebreken in de veiligheidsondergrond, bijvoorbeeld het ontbreken van valdempende ondergrond, het aanwezig zijn van obstakels in de valruimte, het niet voldoen van de laagdikte van het valdempende materiaal, of een te klein oppervlak; het verwijderen of verplaatsen (en vervangen?) van toestellen; het repareren van toestellen door werkzaamheden uit te voeren als omschreven in paragraaf De gemeente en speeltuinvereniging Gendt hebben een groot deel van deze werkzaamheden reeds laten uitvoeren. Alleen het aanpassen van de veiligheidsondergronden moet nog gebeuren. Op deze manier wordt het aandeel goedgekeurde toestellen snel verhoogd van de huidige 70% naar de gewenste 100%. Op deze manier wordt voorkomen dat de kans op ongevallen extra vergroot is. Aan de hand van de afgelopen jaren is een inschatting gemaakt van de verwachte kosten. Er zijn verscheidene invloeden op de kosten te onderscheiden, zoals: de materiaalkeuze. Houten speeltoestellen zijn doorgaans sneller onderhevig aan aantasting. Hierbij gaat het om houtrot, brandschade (vandalisme) en stabiliteitsproblemen (door uitdroging van het hout). Toestellen van metaal en kunststof zijn hier vaak minder gevoelig voor en zijn tevens minder slijtagegevoelig. de leeftijd van het toestel. Voor ieder toestel is er een verwachte levensduur (vervangingstermijn) beschreven. Aan het eind van deze termijn kunnen de kosten voor onderhoud oplopen doordat het toestel al een heel leven achter zich heeft en dus eerder slijtage ondervindt. In Lingewaard is een groot deel van de toestellen aan het eind van zijn levensduur. de mate van vandalisme. Wanneer een toestel regelmatig op een niet geëigende manier wordt gebruikt (vandalisme), zal het eerder gerepareerd moeten worden. Het is van belang om hiervoor een inschatting te maken op de lange termijn (levensduur toestel) en hier budget voor te reserveren. De wens is om de komende jaren zowel een deel van de inspecties (operationele inspecties) als het klein en groot onderhoud in een bestek te zetten en voor meerdere jaren aan te besteden. De gemeente controleert dit werk dan door eenmaal per jaar een technische inspectie te laten uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf. OBB Ingenieursbureau
60 6.5. Conclusies en aanbevelingen Er wordt inspectief onderhoud en geen preventief onderhoud aan de toestellen uitgevoerd. Onderhoud en de kosten ervan zijn dus afhankelijk van de uitkomsten van de inspectie. Meestal werkt deze vorm van onderhoud goed, vooral als er een wat nieuwer toestellenbestand is. Bij het ouder worden van het toestellenbestand treden er echter meer gebreken op aan de toestellen, gebreken die ook de veiligheid in gevaar kunnen brengen. Blijft men dan met inspectief onderhoud werken, dan zullen er elke inspectieronde meer en grotere gebreken komen en is er dus meer onderhoudswerk nodig. Naast de veiligheid van het toestel moet er gekeken worden of de onderhoudskosten opwegen tegen de vervangingsreservering. Uitgaande van een gemiddelde levensduur van 12 jaar mag het onderhoud per jaar dus structureel niet meer kosten dan 1/12 deel van de toestelprijs. Gezien de leeftijd van het toestellenbestand en het groot aantal gebreken, geconstateerd bij de laatste inspectie, moet goed overwogen worden of inspectief onderhoud de juiste werkwijze is. Geadviseerd wordt om eerder te vervangen en vaker klein onderhoud uit te voeren inclusief een stukje preventief onderhoud. Het klein en groot onderhoud wordt uitbesteed. Deze werkwijze bevalt de gemeente goed en kan zo worden voortgezet. Wel moet er een betere link komen met een logboek per speeltoestel. Als er drie keer per jaar extra geïnspecteerd wordt, is het raadzaam om hier meteen het klein onderhoud in te laten meenemen. OBB Ingenieursbureau
61 7. HET VERVANGEN VAN SPEELVOORZIENINGEN 7.1. Levensduur In gemeente Lingewaard heeft een toestel een gemiddelde levensduur van circa 12 jaar. Veel speeltoestellen hebben volgens ervaringscijfers een theoretische levensduur van tussen de 8 en 20 jaar. Daarbij is uiteraard geen rekening gehouden met vandalisme, wel met slijtage door gebruik en eventuele speelschade. Aantal toestellen naar plaatsingsjaar opgesplitst naar gemeente en speeltuinverenigingen aantal gemeente aantal speeltuinver Grafiek 10 Toestellen naar plaatsingsjaar Uit Grafiek 10 blijkt dat er veel toestellen voor 1995 zijn geplaatst, met als piekjaren de jaren negentig. Dit houdt in dat een substantieel deel van de toestellen de afschrijvingstermijn van circa 12 jaar genaderd of gepasseerd is (circa 35%). Het effect hiervan is dat ook de theoretische levensduur van de toestellen al bereikt of gepasseerd is. Er zijn zelfs nog toestellen uit de tachtiger jaren te vinden. Vanaf 1995 is er veel geïnvesteerd in de speelplekken van speeltuinverenigingen met een piek in Jaar van vervanging Het moment van de daadwerkelijke vervanging van een toestel wordt mede bepaald door de staat van het toestel. Wanneer blijkt dat een toestel na de gestelde afschrijvingstermijn nog één of meer jaren veilig kan functioneren, kan de vervanging worden uitgesteld. Indien blijkt dat een toestel voor de gestelde afschrijvingstermijn niet meer veilig is of de onderhoudskosten te hoog worden, bijvoorbeeld door vandalisme, dan moet de vervanging vervroegd worden uitgevoerd (flexibele vervanging). OBB Ingenieursbureau
62 250 Aantal toestellen naar vervangingsjaar opgesplitst naar gemeente en speeltuinverenigingen inclusief Gendt v oor aantal gemeente aantal speeltuinv er Grafiek 11 Aantal te vervangen toestellen Door voor het huidige toestellenbestand het plaatsingsjaar te verhogen met de theoretische levensduur zoals in de normen in de bijlagen omschreven, wordt zichtbaar in welk jaar het toestel vervangen moet worden. Grafiek 11 geeft deze situatie weer voor de komende 15 jaar. Hierbij valt direct op dat circa 200 toestellen hun theoretische levensduur reeds zijn gepasseerd en eigenlijk al vervangen hadden moeten zijn. Dit is circa 32% van het totale toestellenbestand. Het in een keer vervangen van al deze toestellen is kostbaar en niet nodig. Er zullen immers toestellen zijn die langer dan hun gemiddelde levensduur meegaan. De achterstand in vervanging kan in ongeveer vijf jaar worden weggewerkt Rol van de wijkplatforms De wijkplatforms hebben een platformbudget. Dit budget mag in het kader van het integraal veiligheidsbudget besteed worden aan de verbetering van de leefbaarheid, verkeersveiligheid en sociale ontmoeting. Dit budget wordt door de wijkplatforms vaak besteed aan verbetering van de speelruimte. Hierdoor is vanaf 2000 een deel van de vervanging betaald uit deze budgetten. Er is echter geen garantie dat deze budgetten in de toekomst ook weer beschikbaar komen. Toch zullen de toestellen wel vervangen moeten worden. OBB Ingenieursbureau
63 7.4. Aandachtspunten bij vervanging Bij de keuze van het type toestel wordt uitgegaan van de doelgroep van de betrokken speelplek, waarbij de wenselijke speelmogelijkheden, de benodigde speelfuncties en de actuele bevolkingssamenstelling van de buurt in ogenschouw worden genomen. Dit kan ook betekenen dat de herinvestering op een andere speelplek in de gemeente plaatsvindt. Belangrijk daarbij is dat bij vervanging van speeltoestellen in principe toestellen worden geplaatst met minimaal eenzelfde vervangingswaarde. Met eenzelfde vervangingswaarde wordt bedoeld de geïndexeerde financiële vervangingswaarde. Dit betekent overigens niet dat er eenzelfde type toestel moet worden geplaatst. Het kan daarbij ook voorkomen dat meerdere toestellen vervangen worden door één ander toestel voor een geheel andere leeftijdscategorie op een andere locatie, zodat invulling gegeven kan worden aan de voorstellen uit de analyse bij deze beheervisie. Bij vervanging worden de toestellen in principe door de leveranciers geplaatst. In enkele gevallen, waar het gaat om kleinere en eenvoudige toestellen, plaatst of verplaatst Technisch Wijkbeheer de toestellen zelf. Door de leveranciers te laten plaatsen kan ervan worden uitgegaan dat de toestellen goed worden geplaatst en er niet snel problemen met stabiliteit optreden. Bijkomend voordeel van het plaatsen door leveranciers is de garantie die wordt afgegeven, zodat bij gebreken minder discussie kan ontstaan over aansprakelijkheid door eventueel foutief plaatsen vanuit de eigen dienst Conclusies en aanbevelingen Er is een achterstand in vervanging van de toestellen. Deze achterstand leidt tot meer onveilige situaties en hogere onderhoudskosten aan de toestellen. Met het oog hierop dient de achterstandssituatie zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vijf jaar te worden opgelost. Kern is dat de totale waarde van de toestellen niet moet stijgen zonder dat er voldoende onderhouds-, beheer- en vervangingsbudgetten beschikbaar zijn. Dit is vooral bedoeld om te voorkomen dat een (grote) investering wordt gedaan voor een speelvoorziening die niet onderhouden of in de toekomst vervangen kan worden. Het is immers niet de bedoeling dat een voorziening vanaf plaatsing slechts in kwaliteit achteruit gaat en/of verwijderd moet worden na een korte tijd. Het budget van de wijkplatforms dat besteed wordt aan spelen mag niet uit armoede hieraan uitgegeven worden. De gemeente dient een basisniveau aan te bieden en de wijkplatforms kunnen dit met hun budget opwaarderen. De kosten voor beheer en onderhoud kunnen vaak wel gedragen worden door de gemeente. Er wordt echter geen vervangingsreservering gedaan voor deze opplustoestellen. OBB Ingenieursbureau
64 8. HET BEHEREN VAN SPEELVOORZIENINGEN Het beheer bestaat uit de overige werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden om de speelvoorzieningen in stand te houden, zoals aansturing van onderhoud, opstellen en uitvoeren van het speelruimtebeleid, inspraak enzovoort. Deze werkzaamheden worden doorgaans op kantoor uitgevoerd Beheer Onder beheer vallen alle activiteiten met betrekking tot speelvoorzieningen, die niet bij onderhoud of beleid horen. Bijna al deze activiteiten worden grotendeels uitgevoerd door de afdeling Ruimtelijk Beheer. Hieronder vallen onder meer: het uitvoeren van het speelruimtebeleid; het opstellen van een beheervisie; het aansturen van het onderhoud; het waarborgen van veiligheid van de toestellen; het afhandelen van klachten; het verzorgen van de inspraak. Veel van deze activiteiten vinden op kantoor plaats en bestaan uit kosten door het maken van uren. Hierdoor zijn deze kosten minder zichtbaar. Toch zijn dit onmisbare schakels in het geheel: zonder deze acties wordt immers geen uitvoering gegeven aan het gestelde beleid, en worden bestaande voorzieningen niet onderhouden Beleid De gemeente Lingewaard zal moeten bevorderen dat haar kinderen zich kunnen ontwikkelen tot mensen met een volwaardige plaats in de maatschappij. Het welzijn van kinderen hangt sterk samen met het al dan niet geschikt zijn van hun woonomgeving om goed in op te groeien. Het speelruimtebeleid vervult dan ook een belangrijke rol in het verkrijgen van woonmilieus waarin kinderen voldoende ruimte hebben om te kunnen spelen en op te groeien. Na of tijdens de realisatie van een nieuwe wijk worden speelplekken aangelegd. Hiervoor is een goede visie nodig op de kwaliteit en kwantiteit van de speelplekken. De afdeling Ruimtelijk Beheer zorgt voor deze visie op de speelruimte en is de stimulator achter de uitvoering van het beleid in de richting van alle sectoren en afdelingen die met speelruimte te maken krijgen. Speelruimte is niet alleen de fysieke ruimte die voor kinderen wordt ingericht. Ook de speelruimte die kinderen gegund wordt in spreekwoordelijke zin is van belang voor het opgroeien. Zo kan het buitenspelen gestimuleerd worden door bijvoorbeeld het promoten van en meewerken aan de landelijke Straatspeeldag (Stichting Kinderen Voorrang), het stimuleren van sport, het ondersteunen van buurt(speel)werk met raad en daad, enzovoorts. Hiertoe is in Lingewaard een buurtsportwerkster aangesteld en worden diverse activiteiten aangeboden in het kader van breedtesport. OBB Ingenieursbureau
65 Verder is er een duidelijk verband tussen het Jeugd- en Jongerenbeleid en de sport- en ontmoetingsvoorzieningen voor de jongeren. De afdeling Welzijn en Onderwijs is verantwoordelijk voor het stimuleren van activiteiten die het buitenspelen bevorderen, waarbij soms het initiatief genomen wordt voor de realisatie van sport- en ontmoetingsvoorzieningen voor jongeren Uitvoering beleid De afdeling Ruimtelijk Beheer is verantwoordelijk voor de daadwerkelijke uitvoering van het beleid. Zij draagt zorg voor het dagelijks onderhoud en beheer van de speelplekken Uitvoeringsbegeleiding Op dit moment wordt er weinig aan uitvoering van het speelruimtebeleid gedaan. Veel van het werk wordt gecoördineerd vanuit de binnendienst. Wel worden er ad hoc werkzaamheden uitgevoerd. In de toekomst moeten de uitvoering van het speelruimtebeleid en de veiligheidsinspecties meer gestructureerd worden. Het opstellen van de nodige bestekken en de planvorming hiervoor kan door de binnendienst worden uitgevoerd. Het toezicht houden op de uit te voeren werkzaamheden kan echter ook door de opzichter van Technisch Wijkbeheer worden gedaan. Denk daarbij aan een medewerker die verantwoordelijk is voor: het bijhouden van de logboeken; onderhouden van relaties met leveranciers; jaarlijkse nacalculatie; afhandeling klachten m.b.t. speeltoestellen; begeleiden van inspraak/buurtcontactpersoon voor spelen; aanleveren randvoorwaarden voor ontwerpen nieuwe speelplekken; toezicht houden op de bestekken voor veiligheid en klein onderhoud; toezicht houden op uitvoering groot onderhoud door derden. In een lopende situatie zonder achterstand en met alleen kleinschalige renovaties (plekje hier, plekje daar) kunnen deze werkzaamheden in Lingewaard met een 0,5 fte worden ingevuld Inspraak Inspraak is van groot belang voor het welzijnsgevoel van de gebruikers van de openbare ruimte. Ook zorgt betrokkenheid van burgers vaak voor een betere zorg voor hun woonomgeving. In het kader van spelen wordt dan ook samengewerkt met wijkplatforms. Er zijn wijkplatforms in elk dorp en elke wijk van gemeente Lingewaard. Wanneer er wijzigingen worden aangebracht op een speelplek, dan worden de wijkplatforms hierover geïnformeerd. De afdeling Ruimtelijk Beheer heeft een coördinator wijkplatforms en speelt de informatie door aan de betrokkenen. Betreft het grotere wijzigingen, dan wordt er een ontwerp gemaakt en in overleg met de wijkplatforms hieraan vormgegeven. OBB Ingenieursbureau
66 8.6. Ontwerp Op dit moment wordt er weinig aandacht besteed aan het ontwerpen van speelplekken. Hierdoor zijn veel plekken gewoon aangelegd als een aantal toestellen in een bestaand grasveld. De omgeving van de speelplek is daarbij weinig betrokken bij de speelplek. In de toekomst moeten er betere ontwerpen worden gemaakt waarin de uitgesproken visie op beleid en beheer tot uitdrukking komt. Bij voorkeur dient hiervoor een specialist te worden ingeschakeld Klachtafhandeling en wensen De gemeente kan niet altijd en overal zijn. De omwonenden en gebruikers van de speelplekken hebben ook een verantwoordelijkheid om gevaarlijke en onwenselijke zaken op speelplekken en aan speeltoestellen te melden. Bewoners kunnen hun meldingen, klachten en ideeën indienen via of per telefoon. De klachten worden geregistreerd in een melddesk (Corsa). Vanuit dit centrale punt worden de klachten en vragen doorgegeven aan de coördinatoren Corsa bij de verschillende gemeentelijke afdelingen. Deze coördinatoren spelen de wens of klacht vervolgens door naar de persoon die hieraan het beste invulling kan geven. Bij meldingen wordt er binnen 3 dagen gereageerd. Dit wil overigens niet zeggen dat de klacht dan meteen verholpen is. Is er sprake van gevaarlijke situaties dan zal binnen één werkdag actie worden ondernomen. Bij onwenselijke situaties is dit binnen drie dagen. Overige situaties worden passend opgelost. Een snelle klachtafhandeling is van groot belang voor het veilig houden van in het bijzonder de speeltoestellen. Het is verplicht dat van de klacht, het gebrek en de genomen actie een aantekening in het logboek wordt opgenomen. OBB Ingenieursbureau
67 DEEL III ANALYSE SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard OBB Ingenieursbureau
68 OBB Ingenieursbureau
69 9. SPEELRUIMTE IN LINGEWAARD In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de geformuleerde beleidspunten de situatie in de verschillende wijken en buurten van de gemeente getoetst. Er wordt geanalyseerd hoeveel informele en formele speelruimte er is (huidige situatie) en hoeveel dit zou moeten zijn voor een evenredige verdeling van speelruimte en -voorzieningen over de jeugd en de buurten (streefbeeld). In de bijlagen staan tabellen met daarin de maatregelen die voor het realiseren van dit streefbeeld nodig zijn Leeswijzer analyse Bij het lezen Aangeraden wordt om bij het lezen van de analyse de streefbeeldtekening uit Bijlage IX en de tabel met speelplekken uit Bijlage IV van de betreffende buurt erbij te houden. Regelmatig wordt een gebied aangeduid met straatnamen. Het is daarom handig om tijdens het lezen een straatnamenkaart bij de hand te houden. In de analysetekst staan de speelpleknummers tussen haakjes [*]. Daarnaast staan er aanduidingen als [Z*] in de tekst. Dit zijn de nummers van de nieuwe speelplekken (zoekgebieden). Deze corresponderen met de speelpleknummers op de tekeningen. Verder zijn met [M*] de voorgestelde maatregelen ter verbetering van de informele speelruimte aangeduid Leeftijden In de tekst wordt gesproken over drie leeftijdscategorieën zoals ook beschreven in het beleidsplan: kinderen = van 0 tot en met 5 jaar jeugd(igen) = van 6 tot en met 11 jaar jongeren = van 12 tot en met 18 jaar Onderverdeling buurten Bij het opstellen van de analyse is zoveel mogelijk rekening gehouden met de buurtindeling en naamgeving zoals die in Lingewaard gehanteerd wordt. Soms is het nodig om de buurten te beschrijven in kleinere of grotere blokken. Deze zogenoemde speelbuurten ontstaan doordat de ruimtelijke opbouw verschilt, er een drukke weg ligt of er een sociale barrière is. Dit zijn vaak grenzen die door ouders ook als fysieke grenzen meegegeven worden aan de kinderen bij het zelfstandig spelen. De kinderen tot en met 8 jaar moeten vaak binnen deze buurtjes blijven Opbouw teksten De analyse is opgesteld aan de hand van de normen uit Tabel 6 en Tabel 7. Aan de hand van de hoeveelheid informele ruimte en de exacte verdeling van de kinderen en jeugdigen over de buurt worden de normen voor formele speelruimte toegepast. OBB Ingenieursbureau
70 Zo wordt gekeken hoeveel kinderen en jeugdigen binnen de actieradius van een speelplek moeten wonen, wil deze plek gerechtvaardigd zijn. Daarnaast wordt gekeken naar de gebieden waar wel veel kinderen, jeugd en jongeren wonen, maar geen speelplek aanwezig is. Per buurt wordt zonodig eerst aangegeven welke bijzonderheden van belang kunnen zijn bij de analyse, zoals opvallende demografische ontwikkelingen of ligging. Vervolgens wordt per speelbuurt de informele en formele speelruimte voor kinderen en jeugdigen geanalyseerd. In een aparte paragraaf wordt de speelruimte voor de jongeren beschreven Secundaire speelplekken In de analyse worden plekken aangeduid die kunnen komen te vervallen. In de tabel met speelplekken uit Bijlage IV van de betreffende buurt staat dan bij categorie wordt secundair. Secundair betekent dat de speelplek of een aantal speeltoestellen op een speelplek geen functie (meer) heeft voor het optimale speelvoorzieningenniveau. Er moet een keuze gemaakt worden ten aanzien van de snelheid waarmee de secundaire speeltoestellen en plekken opgeheven worden. Een voordeel van het slechts langzaam verwijderen van speeltoestellen is dat deze langer ter beschikking van de kinderen en jeugdigen blijven. Een nadeel is dat één of een enkel toestel dat niet uitgebreid onderhouden wordt een negatieve invloed kan hebben op het aanzicht van de openbare ruimte. Daarnaast is het in één keer verwijderen van de secundaire toestellen organisatorisch eenvoudiger en voorkomt dit dat er iedere keer opnieuw uitleg moet worden gegeven. Voorgesteld wordt om de secundaire speeltoestellen redelijk voortvarend (in één tot enkele jaren) te verwijderen. Wanneer de toestellen door het secundair worden van een plek verwijderd worden, is het erg belangrijk dat er een bespeelbare ruimte achterblijft die niet wordt gebruikt voor parkeren, siergroen of om honden uit te laten. Zeker in de buurten met een hoge kinderdichtheid is het van belang dat deze ruimten als informele speelruimte beschikbaar blijven. Ook moet indien van toepassing de locatie in het bestemmingsplan als speelplek aangewezen blijven om bij een toename van jeugd weer als speelplek ingericht te kunnen worden. Als dit in de voorlichting benadrukt wordt, zullen er bovendien minder bezwaren gemaakt worden bij het opheffen van een plek. OBB Ingenieursbureau
71 9.2. Ruimte voor de jeugd Groene speelruimte Op diverse plekken in de gemeente Lingewaard liggen recreatieve wateren en natuur. Deze zijn voor de bewoners en hun kinderen goed toegankelijk en brengen belangrijke natuurspeelmogelijkheden met zich mee. Ook gaan de dorpen vaak geleidelijk over in het buitengebied waar ook van alles beleefd kan worden. Verder liggen in diverse buurten grotere parken en groenvoorzieningen zoals in Zilverkamp, Lootakkers en het Hoog. Daarnaast liggen er langs de randen van de buurt grotere groenstroken en sportcomplexen waar in meer of mindere mate gespeeld kan worden. Veel kinderen van ongeveer 8 tot 14 jaar vinden het aantrekkelijk om in het groen te spelen. Voor verstoppertje spelen, hutten bouwen of soldaatje spelen zijn bosjes natuurlijk de uitgelezen plek, maar niet overal is dit goed mogelijk. Bijvoorbeeld in Klappenburg en de centrumgebieden van Huissen en Gendt is dit het geval. Voorgesteld wordt om bij de aanleg, het beheer en het onderhoud van het groen, maar ook op de formele speelplekken, meer rekening te houden met en ruimte te bieden voor spelen in het groen. Voorbeelden van mogelijkheden zijn opgenomen in Bijlage VI. Verder biedt het uiterwaardengebied en Park Lingezegen in Lingewaard mogelijkheden om een natuurspeelplek te realiseren. In overleg met de beherende instanties zou hierover gesproken kunnen worden. Dit is zeker in het belang van de kinderen uit de gemeente. Het medegebruik van groen door spelende jeugd vereist duidelijkheid voor de jeugd zelf en naar bewoners. Goede voorlichting en inspraak kunnen de klachten verminderen. Uiteraard kunnen de jeugdigen wel aangesproken worden op zaken als vandalisme, het achterlaten van zwerfvuil en diefstal Speelruimte en honden Hondenpoep is over het algemeen een groot probleem voor spelende jeugd. Daar waar hondenpoep ligt kan eigenlijk de speelruimte voor een groot gedeelte afgeschreven worden. In de praktijk blijkt dat hekken en borden slechts beperkt of zelfs in het geheel niet helpen. Het beleid moet erop gericht zijn om de hondenbezitters op hun verantwoordelijkheden (tot o.a. het opruimen) te wijzen. Een hond kan zeker leren waar en wanneer de behoefte te doen (hij doet het toch ook niet in huis!). Wellicht kan op langere termijn bereikt worden dat er minder overlast is door het bij herhaling verkondigen dat het niet geaccepteerd (meer) is dat honden zomaar in de speelruimte van kinderen hun behoefte doen. Voorgesteld wordt om in het kader van de speelruimte het huidige hondenpoepbeleid opnieuw onder de aandacht van hondenbezitters te brengen en de handhaving hiervan te intensiveren. OBB Ingenieursbureau
72 Speelruimte en verkeer Naast de hondenpoep leggen ook auto s een grote ruimteclaim op de speelruimte. Zeker de doorgaande wegen en de buurtontsluitingswegen zijn veel te druk voor kinderen en jeugdigen tot en met 9 jaar om tijdens het spelen zelfstandig over te steken. Ouders gebruiken deze wegen dan ook vaak als speelgrens voor hun kinderen. De rijdende auto, maar ook de brommer en fietser kan de jeugd storen bij het spelen op de straat. In de gemeente is hierover, ook in het kader van de verkeersveiligheid en leefbaarheid, al nagedacht. Er zijn in drukke gebieden diverse wegen als eenrichtingsweg aangeduid, verkeersremmende maatregelen aangebracht en er zijn buurten waar veel wegen dood lopen. Naast de rijdende auto kan ook de geparkeerde auto een grote ruimteclaim leggen op de speelruimte. In Lingewaard is dit een probleem dat ook tot klachten leidt (voetballen op auto s). Vooral de informele speelruimte van kinderen en jeugdigen wordt door geparkeerde auto s beïnvloed. Als alle auto s in de buurt geparkeerd staan is de informele ruimte vaak teruggebracht naar de helft. Maar ook bijvoorbeeld het oversteken van een weg wordt hierdoor onoverzichtelijker. Een goede oplossing is centraal parkeren zodat elders in de straat parkeervrije zones liggen. De parkeerplaatsen zijn overdag vaak leeg zodat er hier een grotere aaneengesloten speelruimte ontstaat. Ook kunnen parkeerplaatsen van bedrijven in de buurt in het weekend een goede speelplek vormen. In Klein Rome zijn afgesproken parkeer regimes. Deze zouden bekeken kunnen worden of ze ook aansluiten op het spelgedrag van de kinderen Bovenwijkse voorzieningen Er zijn in Lingewaard voor de jeugd weinig bovenwijkse voorzieningen. De belangrijkste zijn in de zomer de zwembaden zoals Walburgen in Gendt en het Zwanebad in Huissen. De overige speelruimten hebben qua inrichting geen bovenwijks karakter. Wel zijn er soms georganiseerde activiteiten in vakanties, zoals kinderdorp, die een grote aantrekking hebben op kinderen uit de omgeving. Het zou goed zijn om te kijken of het mogelijk is ergens een natuurspeelplek te realiseren in één van de natuurgebieden langs de rivieren samen met de beheerders van deze gebieden. Andere mogelijkheid zijn het Slingerbos bij Huissen en de Ward in Bemmel Ruimte voor de jongeren Informele ontmoetingsmogelijkheden De (hang)jongeren horen erbij! Zij vormen bijna tien procent van de bevolking. Ze hebben net als iedere andere burger recht op het gebruik van de openbare ruimte. OBB Ingenieursbureau
73 Kiss and greet What s Up Het gehele niveau van voorzieningen 4 bepaalt hoeveel jongeren er rondhangen op straat. Bij onvoldoende gevarieerd aanbod aan laagdrempelige en goedkope voorzieningen zal het rondhangen op straat toenemen. Over het algemeen beginnen jongeren met rondhangen als ze naar de middelbare school gaan en stopt deze behoefte als ze gaan studeren of werken. Ze nemen dan deel aan reguliere verenigingsvormen. Het is bekend dat de jongeren die buiten deze groep vallen nog wel rondhangen op straat en dat binnen deze groep zich vaak de probleemjongeren bevinden. De jongeren willen graag kiezen uit veel mogelijkheden. Ze hebben dan minder het gevoel dat ze gestuurd worden. Voor de kleinere groepen met wisselende samenstelling zijn daarom veel locaties nodig. De inrichting hoeft echter niet specifiek te zijn. Als ze willen sporten, zoeken ze hiervoor wel een voorziening op. Mobiliteit is voor deze groep helemaal geen probleem. Kiss and Greet Als norm voor hangen stellen wij dat voor elke 15 jongeren uit de hangleeftijd er één plek in de openbare ruimte aan te wijzen moet zijn waar zij andere jongeren kunnen ontmoeten. Vervolgens kan gesteld worden dat voor 50% op de benodigde locaties geen specifieke voorzieningen noodzakelijk zijn. De ontmoeting gebeurt op plekken in de buurt waar 2 tot 4 jongeren even een kwartiertje staan te kletsen, afscheid nemen of afspreken om op elkaar te wachten als ze samen ergens heen gaan. De ontmoetingsplekken die wel een inrichting vereisen, zijn onder te verdelen in drie categorieën. De indeling in categorieën is gebaseerd op het kunnen verwijzen bij overlast en de mate van inrichting. What s Up Na een Kiss-and-Greetplek worden kleinere locaties onderscheiden voor 5 tot 10 jongeren die bij elkaar komen en bijpraten. s Zomers is te zien dat er jongeren langs deze plekken lopen/fietsen/scooteren op zoek naar een praatje. Voor het aantal locaties per wijk moet gedacht worden aan circa 2/3 van de locaties waarvoor een inrichting nodig is. Stay Around Stay Around De Stay-Aroundplekken zijn grotere locaties voor circa 10 tot 40 jongeren waar jongeren echt afspreken om bij elkaar te komen en te zitten praten of andere activiteiten te ontplooien. De plekken zijn succesvol in combinatie met een sportplek, maar functioneren ook goed los van formele plekken. Voor het aantal locaties per wijk moet gedacht worden aan circa 1/3 van de locaties waarvoor een inrichting nodig is. 4 Denk aan voorzieningen als jongerencentra/-werk, bioscopen, disco, cafés, eettentjes, sportscholen, indoor skate, ijsbanen, maar ook aan tijdelijke voorzieningen als kermis, evenementen en toernooien. OBB Ingenieursbureau
74 No Problem In een wijk of dorp moet er voor elke 500 jongeren één No- Problemplek aanwezig zijn. Dit zijn plekken waar geen overlast voor omwonenden te verwachten is, doordat ze verder van de woningen liggen en niet gelijk in zicht van bewoners. Ook deze plekken functioneren goed samen met ingerichte sportplekken. De locatie moet ruim genoeg zijn voor een grotere groep jongeren met fietsen/scooters en voor een aantal voorzieningen. No Problem Meer toelichting op de jongerenontmoetingsplekken is te vinden in Bijlage V. Hier wordt dieper ingegaan op de inrichting van deze plekken en de toetsing aan bijvoorbeeld het bestemmingsplan of bouwbesluit Overlast en hangplekken Ook in Lingewaard zullen verschillende groepen jongeren zijn die rondhangen en overlast veroorzaken. De redenen dat deze groep(en) in Lingewaard rondhangen zijn verschillend. De belangrijkste redenen die ze vaak zelf aangeven, zijn dat ze gewoon graag willen rondhangen en dat hiervoor onvoldoende voorzieningen zijn. Alles bij elkaar is het maar een klein percentage van de jongeren dat de overlast veroorzaakt. Vaak is door goede communicatie met deze jongeren wel verandering te brengen in hun gedrag, zeker als er vuilnisbakken zijn en de jongerenwerker en omwonenden zich ervoor inzetten. Het is wel goed om een aantal bovenwijkse ontmoetingsvoorzieningen te hebben waar meer mogelijk is dan sporten en ontmoeten. Hiernaar kan doorverwezen worden wanneer zich in de woonbuurten extreme overlast voordoet. Voor de klachten over dealen en het kleine percentage probleemjongeren is via het speelruimteplan niet meteen een oplossing te bieden. Hiervoor dienen speciale begeleidingstrajecten opgezet te worden. Indien zich op formele of informele plekken voor jongeren overlast zou voordoen, dan moet de dialoog tussen de omwonenden, jongerenwerk, de gemeente (wijkbeheer), de politie én de jongeren gezocht worden. Vaak blijkt dat een dergelijk groepje er eigenlijk niet perse op uit is om overlast te veroorzaken; vaak gaat dit onbewust. Als de jongeren op een normale manier op hun gedrag worden aangesproken, is de oplossing vaak al gevonden. Daarnaast blijkt het goed te werken als de jongeren verantwoordelijkheden krijgen en hier ook aan gehouden worden. Er moet door de overheden niet getolereerd worden dat er vernielingen plaatsvinden. Uiteraard moeten jongeren hun grenzen verkennen, maar ze moeten dan ook op deze grenzen gewezen worden, zo nodig door het bevoegd gezag. OBB Ingenieursbureau
75 10. SPELEN IN ANGEREN Speelruimte in Angeren In Angeren wonen 183 kinderen en 195 jeugdigen. In het nieuwere deel van Angeren Viswei/De Steeg is op dit moment een piek aan kinderen en jeugd. In de toekomst zal het aantal weer wat afnemen. De informele ruimte voor kinderen is nu wat krap maar zal in de toekomst ruim voldoende zijn. De jeugd heeft voldoende informele ruimte op de straten en door de uitloop richting de sportvelden (ruigte en ruimte). Door nu voldoende formele speelruimte te bieden kan het tijdelijke tekort aan informele ruimte worden opgevangen. De speelplek [2-01] De Steeg biedt nu en in de toekomst het meeste ruimte voor de jeugd. Op deze plek moet wat uitdaging zijn in de vorm van sportmogelijkheden en avontuurlijk spel. Op dit moment is de plek te saai. Door betere zonering kan hierin verandering worden gebracht. Plek [2-02] De Steeg voorziet in de behoefte maar dient te worden uitgebreid. In de omgeving van de Emmastraat wonen de kinderen en jeugd erg verspreid. Hierdoor is er eigenlijk geen locatie aan te wijzen waar voldoende kinderen binnen de actieradius van een speelplek wonen. Aangezien de meeste woningen tuinen hebben en er overal stoepen liggen is er voldoende informele ruimte al is een autovrije plek wel nodig. Speelplek [2-03] Irenestraat biedt hiervoor de meeste ruimte, maar ligt decentraal en achteraf. Speelplek [2-04] Emmastraat ligt het meest centraal, maar biedt minder ruimte. Een goede optie is om de speeltoestellen voor kinderen en jeugd aan te brengen op plek [2-04] Emmastraat en op plek [2-03] Irenestraat een trapveldje te maken. Een andere optie is om te kijken of het schoolplein aan de Julianastraat als openbare speelvoorziening voor kinderen en jeugd aangewezen kan worden. De plek [2-04] kan dan komen te vervallen en plek [2-03] wordt een trapveldje met een enkel toestel. Ten noorden van de Kerkstraat wonen iets meer kinderen, maar in de tuinen, op de straat, stoepen, parkeerplaatsen en veldjes kan goed worden gespeeld. Echter als alle auto s er staan zijn de kinderen en jeugd aangewezen op de speelplekken. Voor de jeugd moet dan ook een trapveld aanwezig zijn. Speelplek [2-05] Glazemakershof ligt mooi centraal in de buurt en is voor kinderen en jongere jeugd goed bereikbaar. Op deze plek moeten de toestellen voor deze leeftijdsgroepen staan. Voor het trappen van een balletje kan de jeugd dan naar plek [2-06] Duimeling. OBB Ingenieursbureau
76 In de omgeving Molenstraat/Zahnstraat/Grundel wonen geen kinderen en er is informele speelruimte genoeg. In de Rosmalenstraat en Past. Versteegstraat wonen respectievelijk 12 en 9 kinderen. De informele ruimte buiten de tuinen om is beperkt en ook voor een speelplek is geen ruimte. Voorgesteld wordt om hier speelprikkels in de verharding van de stoepen aan te brengen [M 2-01]. In deze omgeving liggen de speelplekken [2-07] Christinastraat en [2-08] Grundel. Voor de in totaal circa 30 zeer verspreid wonende kinderen is één speelplek ruim voldoende. Hiervoor is plek [2-08] het beste ingericht. In de omgeving van plek [2-07] wonen circa 5 kinderen en de plek valt binnen de loopcirkel van plek [2-08]. Plek [2-07] Christinastraat kan komen te vervallen Jongeren in Angeren Voor de 168 jongeren in Angeren zijn vijf locaties nodig waar ze elkaar informeel kunnen ontmoeten en één à twee formele sport- en ontmoetingsplekken. Voor de formele ontmoetingsplekken is het lastig locaties aan te wijzen. Alle bestaande trapveldjes zijn sowieso al bij de jeugd in gebruik en ze liggen soms ook niet ideaal. Daarom wordt voorgesteld om op drie locaties verspreid over de kern ook de jongeren te laten sporten en ontmoeten. Hiervoor zijn de plekken [2-03] Irenestraat, [2-06] Duimeling en [2-08] Grundel geschikt. Door hier te zorgen voor eenvoudige ontmoetingsplekken hebben de jongeren voldoende mogelijkheden. Naast deze drie plekken dienen er dan nog twee meer informele ontmoetingsplekken te zijn met enkele zit- en ontmoetingsaanleidingen specifiek voor de jongeren. Deze kunnen in overleg met de jongeren worden vormgegeven [M 2-02]. Eventueel geschikte plekken hiervoor zijn op de kruising Jan Joostenstraat/Kampsestraat, kruising Kerkstraat/Jan Joostenstraat, voor de bibliotheek en op/bij de sportvelden Aandachtspunten/kenmerken Angeren Angeren heeft voldoende speelruimte voor alle leeftijden. Er treden dan ook geen grote wijzigingen op. In verhouding heeft Angeren veel plekken voor de jeugd. Dit komt doordat er op de speelplekken te weinig ruimte is om te voorzien in de sportbehoefte en de toestelbehoefte. Door dit op te splitsen heeft de jeugd dus twee keer zo veel plekken als elders in Lingewaard. Maar het voorzieningenniveau is hierop aangepast. Een bijkomend nadeel is dat deze leeftijdsgroep hun plek altijd moet delen met de kinderen of de jongeren. Aandachtspunt is plek [2-03] Irenestraat dat ook dienst doet en moet blijven doen als bouwspeelplek. OBB Ingenieursbureau
77 11. SPELEN IN DOORNENBURG Speelruimte in Doornenburg noord In Doornenburg noord wonen 92 kinderen en 90 jeugdigen. Voor hen is, doordat ze gespreid wonen, voldoende informele speelruimte aanwezig. Er liggen tuinen bij de huizen, stoepen langs de weg en er zijn stukjes gras en pleintjes waar ze terecht kunnen. In de omgeving Slangenburgstraat is minder informele ruimte. Bij een toename in kinderen zal dit gecompenseerd moeten worden met formele speelruimte. Nu kan volstaan worden met het aanbrengen van speelprikkels in de stoepen en in het Slangenburgplantsoen [M 3-01]. De kinderen en jeugd kunnen goed terecht op de speeltuin aan de van Heekstraat [3-02], al ligt deze wat decentraal. Er staan hier veel toestellen. Zou dit aantal toestellen als norm worden gehanteerd dan moeten er op andere speelplekken zeker twee maal zo veel toestellen komen. Voorgesteld wordt om in de loop van de jaren minder met toestellen te werken en meer met speelprikkels zoals boomstronken, keien en poefs en de inrichting van informele speelruimte zoals hoogteverschillen, bossages, zand en water. Dit biedt tevens meer uitdaging en variatie in speelmogelijkheden. Voor de jeugd zijn er weinig grotere ruimten waar ze kunnen sporten. De speelplekken spelen hierin dus een belangrijke rol. Ook ontbreken bosjes voor ruig spel en hutten bouwen. Ook dit dient deels (vanwege tuinen en buitengebied) op de speelplekken te worden gecompenseerd. De plek [3-01] van Heekstraat kan goed voorzien in de nodige sportruimte en het avontuurlijk spel voor de jeugd. Hiervoor zou meer hoogteverschil, ruigte en bossage voor de jeugd aangebracht kunnen worden. Plek [3-03] is nodig, omdat hier meer kinderen wonen. Neemt het aantal kinderen echter verder af dan is vervanging van de toestellen niet nodig Speelruimte in Doornenburg zuid In Doornenburg zuid wonen 77 kinderen en 70 jeugdigen. In Scherpe Hoek is de informele ruimte krap. In dit stukje woonerf kunnen ze wel terecht op straat, maar als alle auto s hier staan geparkeerd zijn ze aangewezen op de aanwezige speelplekken. Deze plekken zijn dan echt nodig om voldoende speelruimte te bieden. De speelplek [3-04] De Kamp voorziet in een sportbehoefte voor de jeugd. Om de plek goed voor deze leeftijdsgroep in te richten kunnen een aantal toestellen voor hen worden bijgeplaatst. Gezien het grote aantal kinderen in Scherpe Hoek zijn de paar toestellen voor kinderen hier ook van belang. Gezien het grote aantal kinderen in de omgeving van plek [3-05] Scherpehoek, is deze plek zeker nodig om in de behoefte te voorzien. In de toekomst moet de plek meer ingericht worden voor kinderen in plaats van jeugd. OBB Ingenieursbureau
78 De kinderen en jeugd uit de omgeving Mulderswei hebben voldoende speelruimte in de tuinen, op de stoepen en in het plantsoen. Naar verwachting zal het aantal kinderen niet veel verder toenemen. Plek [3-06] Nieuwenburgh is de centrale speellocatie voor kinderen in deze buurt. Het aantal toestellen is hier niet op afgestemd. In de toekomst zou het beter zijn deze plek voor kinderen aan te wijzen en niet plek [3-07]. De inrichting zou gezien het aantal kinderen hier actief op aangepast moeten worden. Plek [3-07] Hoppenhof ligt eigenlijk te decentraal voor de kinderen. Dit wordt bevestigd door het ontbreken van speelsporen bij de veertoestellen. Voorgesteld word daarom om de toestellen voor kinderen te verplaatsen naar [3-06] en deze plek meer voor de jeugd aan te wijzen Jongeren in Doornenburg Voor de 138 jongeren in Doornenburg dienen er vier locaties te zijn waar ze elkaar informeel kunnen ontmoeten. Drie daarvan zijn al aanwezig op de plekken [3-01], [3-04] en bij het gemeenschapshuis. In Doornenburg zuid moet nog een plek worden aangewezen en ingericht met wat zitaanleidingen [M 3-02]. Voor de jongeren kan voorzien worden in de behoefte met één plek en een extra mogelijkheid voor het trappen van een balletje. Hiervoor kan plek [3-01] worden aangewezen en op plek [3-04] kunnen ze mede gebruik maken van de voetbalmogelijkheden Aandachtspunten/kenmerken Doornenburg Doornenburg heeft voldoende speelruimte voor alle leeftijden. Er treden dan ook geen grote wijzigingen op. De plekken kunnen wel iets beter afgestemd worden op de leeftijd. De kinderen in Doornenburg Zuid wonen nogal verspreid ook hier is de speelruimte voor de jeugd opgesplitst in toestelplekken en sportplekken net als in Angeren. Aandachtspunt is de speeltuin in Doornenburg Noord. Dit is belangrijke speelruimte, maar is qua inrichting niet ideaal en is niet in zijn geheel als openbare speelvoorziening aan te merken. Er moet nagegaan worden welke verantwoordelijkheden de gemeente en de speeltuinvereniging in deze heeft en welke budgetten hiervoor beschikbaar zijn. OBB Ingenieursbureau
79 12. SPELEN IN HAALDEREN Speelruimte in oud Haalderen Aan de oostkant van de Huchtstraat ligt de oude kern van Haalderen. Er wonen hier circa 75 kinderen en 65 jeugdigen verspreid over dit deel van Haalderen. De helft daarvan woont ten zuiden van de Biezenkampstraat. Zij hebben hier veel informele speelruimte in de tuinen rond de begraafplaats, kerk, school en het dorpshuis. Door de barrièrewerking van de Biezenkampstraat voor kinderen en jongere jeugd is de speeltuin [4-02] Notenboomstraat eigenlijk te ver weg. Er zal dus centraal een nieuwe locatie gevonden moeten worden. Plek [4-01] Pater Rikkenstraat ligt hiervoor te decentraal en is te klein. Voorgesteld wordt om te kijken of het schoolplein aangewezen kan worden als openbare speelruimte voor kinderen en jeugd. Een andere optie is de herinrichting van het Mariaplein [Z4-05]. Als er een nieuwe plek gevonden is kan plek [4-01] Pater Rikkenstraat komen te vervallen. De andere helft van de kinderen en jeugd woont ten noorden van de Biezenkampstraat. De informele ruimte is hier voldoende doordat er niet zo veel kinderen wonen en doordat er al veel verkeersmaatregelen zijn genomen. De tuinen, stoepen en enkele groenstroken en pleinen zorgen voor voldoende mogelijkheden en ruimte om elkaar te ontmoeten en te spelen. In deze buurt ten noorden van de Biezenkampstraat is eigenlijk geen locatie aan te wijzen waar er genoeg kinderen binnen de actieradius van een speelplek wonen. De speeltuin [4-02] Notenboomstraat kan echter door de krachtige inrichting als centrale speelplek dienstdoen voor de kinderen en jeugd. De inrichting zou in de loop van de jaren wat aangepast kunnen worden. Beter zoneren, minder toestellen en meer speelprikkels en bespeelbare ruimte zijn daarbij belangrijke aandachtspunten Speelruimte in nieuw Haalderen Aan de westkant van de Huchtstraat ligt de nieuwbouwbuurt van Haalderen. Er wonen hier circa 75 kinderen en 60 jeugdigen. Bij verdere uitbreiding zal dit aantal snel toenemen. De kinderpiek in deze nieuwbouwbuurt is nog niet op zijn grootst en zal de komende jaren nog oplopen tot tegen de 100. Op zich is er voldoende informele speelruimte in de tuinen en op straat te vinden, maar het ontbreekt aan wat grotere ruimten voor de jeugd om te ontmoeten, een balletje te trappen of een hut te bouwen. Zeker als alle auto s er staan zijn de kinderen en jeugd aangewezen op de speelplekken. Er zou wat gedaan kunnen worden aan bevordering van de bespeelbaarheid op straat door speelprikkels in de verharding aan te brengen [M 4-01]. De speelplek [4-03] De Halden ligt decentraal en er wonen niet zoveel kinderen omheen. Maar aangezien het kinderaantal in deze omgeving nog zal toenemen door verdere nieuwbouw kan de plek blijven bestaan. De plek [4-04]Hoge Zandsestraat ligt mooi centraal en wordt te zien aan de speelsporen goed gebruikt. Beide plekken zijn noodzakelijk om in de speelbehoefte van de kinderen te OBB Ingenieursbureau
80 voorzien. Wat ontbreekt in deze nieuwere buurt van Haalderen is een goede speelplek voor de jeugd en jongeren tot 14 jaar. Er zijn geen mogelijkheden voor voetbal en avontuurlijk spel. Hiervoor moeten ze naar het speelterrein aan de Notenboomstraat [4-02]. Dit is echt te ver en bij verdere toename van het aantal jeugdigen en jongeren gaat dit zeker overlast veroorzaken. Er moet dus gezocht worden naar een grotere centrale speelplek in dit deel van Haalderen [Z 4-05] Jongeren in Haalderen In Haalderen wonen circa 150 jongeren. Voor hen moet minimaal één goede sport- en ontmoetingsplek aanwezig zijn. Daarnaast is het nodig om verspreid over Haalderen vier extra informele ontmoetingsplekken te hebben en nog een trapveldje waar ze mede gebruik van kunnen maken. Het dorp leent zich goed voor informele ontmoeting en er zijn verschillende locaties aan te wijzen waar de jongeren al ontmoeten zoals bij cafetaria Moos en de visvijvers aan de van der Mondeweg. Voorgesteld wordt om in het dorp nog een paar locaties aan te wijzen zoals op de plek [Z 4-06], het Mariaplein [Z4-05], bij het dorpshuis en op de hoek Huchtstraat en Past. V.d. Weijstraat. Uiteraard kan in overleg met de jongeren voor andere locaties worden gekozen. Als formele sport- en ontmoetingsruimte wordt de speeltuin [4-02] Notenboomstraat aangewezen. Deze speeltuin moet dusdanig ingericht worden dat er ook daadwerkelijk een aantrekkelijke plek voor jongeren blijft bestaan waar ze kunnen voetballen en basketballen. Verder kunnen de jongeren dan gebruik maken van de nieuw te vinden plek [Z 4-06] in de nieuwbouw van Haalderen. Overwogen kan worden om de speeldruk wat te verdelen tot het gereedkomen van plek [Z4-06] Aandachtspunten/kenmerken Haalderen De voorzieningen in Haalderen zijn niet optimaal. De plekken liggen over het algemeen nogal decentraal voor met name de kinderen. Een kans om dit te verbeteren is de herinrichting van het Mariaplein. Voor de jeugd zijn te weinig goede voorzieningen en moeten dus aanpassingen worden gedaan. Aandachtspunt is de nieuwbouw van Haalderen. Er woont al voldoende jeugd voor een speelplek, maar nergens is een speelplek of is fatsoenlijke ruimte voor een speelplek. Het aantal jeugdigen zal nog toenemen en ook zullen er de komende jaren meer jongeren komen. Wordt er voor deze oudere leeftijdsgroepen geen speelruimte gevonden dan kan dit tot problemen leiden in de buurt en op de huidige speelplek in de vorm van overlast en vandalisme. Aandachtspunt is ook de inrichting van de speeltuin aan de Notenboomstraat [4-02]. Deze is niet optimaal. Beter zoneren en renoveren lijkt nodig. Overleg moet er ook zijn over welke verantwoordelijkheden de gemeente en de speeltuinvereniging in deze heeft. OBB Ingenieursbureau
81 13. SPELEN IN BEMMEL Speelruimte in Klaverkamp West Klaverkamp West valt voor het spelen onder te verdelen in vier speelbuurtjes. De watergangen en wegen zijn te grote barrières om over te steken voor kinderen en jeugd tot 8 jaar. Deze buurten zijn omgeving Bonenkamp, omgeving De Rosmolen, omgeving De Gaard en omgeving De Plak. In de omgeving van De Gaard wonen circa 25 kinderen. Dit aantal zal in de toekomst nog wat afnemen. De kinderen en jeugd hebben hier voldoende informele speelruimte in de tuin, op straat en in het groen in en rond de buurt. Echter ook hier geldt dat als de auto s er staan is er weinig speelruimte over. Er moet daarom een goede speelplek komen voor kinderen. De speelplek [5-22] De Gaard 37 kan hierin voorzien. Speelplek [5-21] De Gaard kan dan speciaal ingericht worden voor de jeugd. In de omgeving De Rosmolen wonen circa 15 kinderen. Deze kinderen hebben in de tuin en op straat en in het groen voldoende informele speelruimte. Een speelplek aanleggen zou hier niet nodig zijn, maar er ligt een speelplek [5-23] De Rosmolen 25. Deze speelplek ligt decentraal waardoor er circa 10 kinderen in de buurt wonen. Op de plek zijn tevens geen speelsporen te vinden. Voorgesteld wordt om deze plek te laten vervallen en in plaats daarvan wat speelprikkels aan te brengen bij De Gracht [M5-09]. Mocht het kinderaantal echter weer wat oplopen tot 25 kan er een plek aan De Gracht worden gerealiseerd. Dit is een centralere locatie. In omgeving Bonenkamp wonen circa 50 kinderen en dit blijft voorlopig ook wel zo. In de tuinen en op straat en rondom de buurt langs het water hebben de kinderen en jeugd wel voldoende informele speelruimte. Al wordt dit wat krap als alle auto s er staan. De speelplekken [5-24] Oeverkamp en [5-25] Bonenkamp zijn dan ook nodig om in de behoefte aan speelruimte te voorzien. In de omgeving De Plak wonen bijna geen kinderen en jeugd. Tevens hebben de huizen hier grote tuinen of kan er goed op straat worden gespeeld. Om toch een sociaal ontmoetingspunt te hebben wordt voorgesteld wat speelprikkels aan te brengen op de hoek Warmoeziershof/De Plak [M 5-10] Speelruimte in Klaverkamp/ Klein Rome In deze nieuwbouwbuurt wonen zeer veel kinderen en jeugd en dit aantal zal nog iets toenemen om daarna weer af te nemen. Het huidige voorzieningenniveau is gezien dit feit dan ook te laag. In totaal wonen er op dit moment 327 kinderen en 254 jeugdigen. OBB Ingenieursbureau
82 De informele speelruimte is op dit moment voor beide leeftijdsgroepen onvoldoende. De autoluwe wegen, de groenvoorzieningen en tuinen maken veel goed en zullen na de kinderpiek wel voldoende informele ruimte bieden. Het voorstel is dan ook om de informele ruimte voor de komende tien jaar te compenseren met formele speelruimte. Na deze tien jaar kunnen dan weer een aantal speelplekken verdwijnen en blijven centrale locaties liggen Speelruimte voor kinderen De huidige plekken [5-15] Pomona, [5-16] Diana 20, [5-17] Junoplein 5 en [5-18] Ceres 62 zijn nodig om in de behoefte aan speelruimte voor kinderen te voorzien. Vooral de plekken [5-15] en [5-18] moeten beter afgestemd worden op de hoge speeldruk van respectievelijk circa 55 en circa 45 kinderen. Het aantal toestellen moet op alle plekken omhoog. In de Saturnushof wonen circa 30 kinderen en is er geen speelruimte. Ze kunnen wel gebruik maken van de plekken [5-16] en [5-17]. In de omgeving Groenestraat/ t Rietland wonen bij elkaar bijna 50 kinderen. Ook voor deze kinderen is er geen speelplek direct in de buurt. Aangezien er geen speellocaties zijn aan te wijzen in de woonbuurten zelf wordt voorgesteld om tijdelijk een tweetal kleine speelruimten te maken met een enkel toestel en wat speelprikkels in de groenstrook langs de Floralaan en de Parksingel [Z 5-09 en Z5-10]. Als de kinderpiek voorbij is kunnen deze speelruimten weer verdwijnen (ca. 10 jaar). Verder dienen dan in de straten van Saturnushof, Groenestraat en t Rietland speelprikkels aangebracht te worden in de verharding [M 5-06]. In de omgeving Bloemenstraat wonen ruim 80 kinderen. De speelplekken liggen enigszins decentraal en de verkeerssituatie is niet optimaal voor goede bereikbaarheid van de plekken. De fruithoven dienen beter bespeelbaar gemaakt te worden voor de kinderen [M 5-07] en de weg kan autovrij gemaakt worden ter hoogte van de huizen nr 1-3 Pruimenhof en Perenhof [M 5-08]. Dit voorkomt doorgaand verkeer in de straat en alle woningen blijven ontsloten. Hiermee zou duurzame speel- en ontmoetingsruimte gerealiseerd kunnen worden voor alle leeftijden. De speelplek [5-19] Fruitlaan-Bloemenstraat kan, als de voornoemde informele ruimte wordt gerealiseerd, voorzien in de behoefte voor de kinderen. Wel moet het toestelniveau voorlopig wat omhoog tot de kinderpiek voorbij is Speelruimte voor de jeugd Voor de jeugd is de speelruimte nu al krap, maar over een jaar of vijf zijn er nog meer plekken nodig. Kijken we naar het huidige aantal jeugdigen dan zou met drie tot vier plekken in de behoefte worden voorzien. In de komende 10 jaar zijn circa 6 plekken nodig. Voorgesteld wordt om twee goede sportlocaties aan te wijzen. Er ligt er reeds één in de groenstrook achter Pomoda/Diana [5-14] Sportpark - Ressensestraat 30. Deze kan worden verbeterd met een extra combi-trapveld voetbal/basketbal. Een tweede trapveld kan OBB Ingenieursbureau
83 worden gerealiseerd aan de Fruitlaan/Herckenrathweg [Z 5-11]. Voor het avontuurlijk spel wordt voorgesteld om aan de parksingel bij de vijver met eiland een avontuurlijke plek te maken met een touwbrug of pont naar het eiland [Z-09]. Verder kan bijvoorbeeld een taludglijbaan of kabelbaan aangebracht worden. Verder kunnen maaskeien of klimkeien aangebracht worden en een enkel draai/schommeltoestel. De andere drie plekken kunnen bestaan uit plek [5-20] Kruidenstraat-Parksingel, plek [5-17] Junoplein en plek [5-15] Pomona. Hier moeten de plekken gedeeld worden met de kinderen Speelruimte in Boswei en Centrum Voor de circa 93 kinderen en 80 jeugdigen in Boswei en Centrum is voldoende informele speelruimte aanwezig. De tuinen en plantsoenen, de stoepen, schoolpleinen, parkeerplaatsen en het parkgebied rondom het gemeentehuis spelen daarin een grote rol. Ook wonen er niet zo veel kinderen in deze buurten. De meeste kinderen wonen in het zuidelijk deel van de buurt Boswei. Genoeg kinderen zelfs om een speelplek voor te hebben. De speelplek [5-12] van Ambestraat 26 ligt hiervoor te ver weg. Rondom deze plek wonen ook geen kinderen meer. Voorgesteld wordt om hier het doel te laten staan en alle toestellen te verwijderen en eventueel her te gebruiken. Een nieuwe centrale plek zou dan kunnen worden gerealiseerd in het park nabij Cuperstraat 11 [Z 5-08]. Door hier een plek te maken voor kinderen en jeugd zal er duurzaam voorzien worden in de behoefte aan speelruimte voor Boswei en Centrum en is er tevens een speelvoorziening in het park. Speciale aandacht moet er zijn voor de inbreiding langs de Herckenrathweg (grachtenpanden). Op dit moment wonen hier al 12 kinderen en dit aantal zal wellicht nog toenemen. Bij 20 kinderen of meer is een speelplek nodig Speelruimte in Het Hoog Het Hoog valt voor het zelfstandig spelen van de circa 170 kinderen en 170 jeugdigen onder te verdelen in twee speelbuurten. Het Hoog Noord ten noorden van de Deellaan en Het Hoog Zuid ten zuiden van de Deellaan Speelruimte in Het Hoog noord De kinderen en jeugd van Het Hoog noord hebben ruim voldoende informele speelruimte in en rondom hun buurt. De autoluwe wegen, de vele plantsoenen en grasvelden, de pleintjes en parkeerplaatsen bieden voldoende speelmogelijkheden. Echter wanneer alle auto s hier geparkeerd staan zijn er weinig grotere ruimten meer te vinden voor het trappen van een balletje. Hiervoor is de jeugd dan op de speelplekken en het park Tuinlaan aangewezen. De kinderen hebben dan een veilig gelegen speelplekje nodig. Aangezien het kinderaantal de laatste jaren nogal is afgenomen en nu stabiliseert kan met een aantal centraal gelegen speelplekken goed worden voorzien in de behoefte. OBB Ingenieursbureau
84 De speelplek [5-26] Oortlaan 2 is qua inrichting en ligging de beste plek in dit deel van Het Hoog noord. Rondom plek [5-27] t Erf 35 wonen eigenlijk geen kinderen meer. Deze plek kan dan ook komen te vervallen. De speelplek [5-28] Tuinlaan ligt niet echt centraal, maar door de ruimte en inrichting heeft zij voldoende aantrekkingskracht voor de kinderen uit omgeving Tuinlaan en geeft zij voldoende invulling van de behoefte. Een beetje uitdaging aanbrengen in ruimte zou de aantrekkingskracht versterken en een nog betere plek ervan maken. De plekken [5-29] De Zicht en [5-31] Zeishof 28 zijn klein en liggen niet centraal genoeg voor alle kinderen in deze buurt. De plek [5-30] De Zicht-Deellaan ligt wel centraal. Hier is tevens ruimte om voor de kinderen nog een speelhoekje bij te maken. De centrale plek voor de jeugd is plek [5-28] Tuinlaan, maar op deze plek [5-30] kan een trapveldje en enkel toestel blijven bestaan Speelruimte in Het Hoog zuid De informele speelruimte van Het Hoog zuid is wat betreft de tuinen, straten, grasveldjes, plantsoenen en pleintjes hetzelfde als Het Hoog noord. Maar in zuid ontbreken de grote parken rondom de buurt. Zeker voor de jeugd is hierdoor minder informele ruimte aanwezig en zal zeker één goede plek voor hen aanwezig moeten zijn. Voor de kinderen zijn er op dit moment te veel plekken. Twee plekken kunnen dan ook komen te vervallen. Hiervoor komen [5-33] Gersthof en [5-34] Hoogselaan in aanmerking. Er wonen hier bijna geen kinderen meer en de plek is klein of ligt achteraf. De plek [5-34] Hoogselaan kan wel aangewezen worden als plek voor de jeugd Hiervoor zijn dan wel wat aanpassingen aan de inrichting nodig. Plek [5-35] Moutlaan ligt ten opzichte van waar de kinderen wonen het meest centraal, maar de ruimte is klein en de plek weinig uitdagend. Ten zuiden van deze plek worden nieuwe huizen gebouwd aan De Gruit, hier komt tevens een speelplek [5-38]. Na realisatie van deze plek kan de plek aan de Moutlaan als secundair worden aangewezen. De jeugd woont erg verspreid over de buurt. In principe zou één goede speelruimte voldoende zijn. In overleg met de school kan gekeken worden of hier ruimte is voor medegebruik. In het park kan dan nog een extra sportmogelijkheid worden gemaakt en wat avontuurlijke speelruimte worden gerealiseerd. Deze optie heeft de voorkeur. Vooralsnog worden de speelplekken [5-32] en [5-34] nog voor de jeugd aangewezen. OBB Ingenieursbureau
85 13.5. Speelruimte in Oostervelden In Oostervelden is weer een kleine groei te zien in het aantal kinderen. Maar grote pieken worden hier niet verwacht. Op dit moment wonen de circa 75 kinderen en 60 jeugdigen verspreid over de buurt. Zij hebben hier voldoende informele speelruimte op de grasvelden, stoepen, pleintjes en in de tuinen. Ook de bosstroken rondom de buurt zijn ideale speelruimte voor de jeugd. Voor de kinderen kan met twee plekken worden voorzien in de behoefte en voor de jeugd met één plek. Aangezien de informele ruimte voor kinderen in het middendeel van de buurt aanzienlijk groter is en hier ook minder kinderen en jeugd woont, kan met de twee bestaande plekken [5-05] Viermorgen 57 en [5-37] Poeldrik prima in de behoefte worden voorzien. Voor de jeugd is één plek voldoende maar de helft van hen wonen rond plek [5-05] Viermorgen 57 en de andere helft rond plek [5-37] Poeldrik. Voorgesteld wordt om vooralsnog geen wijzigingen aan te brengen. In de toekomst kan overwogen worden om bij de Poeldrik nr 146 een centrale plek voor jeugd te maken. Op de beide andere plekken hoeven dan geen toestellen voor de jeugd meer te staan Speelruimte in Klappenburg Er wonen in Klappenburg circa 124 kinderen en 122 jeugdigen. Het is een wat grotere en oudere woonwijk met lange rechte straten met stoepen en parkeerstroken. Het aandeel rijtjeshuizen is hier wat groter en de tuinen zijn wat minder groot. De informele speelruimte is in deze buurt dan ook aanzienlijk kleiner dan in de rest van Bemmel. Ten zuiden van de Wardstraat is echter wel voldoende informele speelruimte. De speelplek [5-10] Dr. R.van Oppenraaijstraat kan in al zijn eenvoud blijven liggen. Ten noorden van de Wardstraat zijn dan nog drie speelplekken nodig. Circa 40 kinderen wonen rond de school aan de Dr. Rudolf van Oppenraaijstraat. Aangezien hier nergens ruimte is om een speelplek te realiseren wordt voorgesteld om het schoolplein en het naastliggende grasveldje aan te wijzen als speelruimte voor de kinderen en jeugd [Z 5-07]. In overleg met de school zal vorm gegeven moeten worden aan de openbaarheid van het plein voor spelen. Hierbij kan gedacht worden aan afspraken over tijd en vergoedingen voor speeltoestellen. Lukt dit niet dan in hoekje op gras speelplek voor kinderen realiseren. Voor de kinderen van de Bouwhof en Oostervelden is één speelplek voldoende. Speelplek [5-06] Bouwhof ligt te ver achteraf en de toestellen zijn oud. Er wonen hier weinig kinderen. Voorgesteld wordt om plek [5-07] aan te wijzen als centrale plek voor kinderen in deze hoek van de buurt Klappenburg. Wel kan er voor de kinderen van de Bouwhof een oversteekpunt worden gemarkeerd over de Oostervelden [M 5-02]. OBB Ingenieursbureau
86 In de omgeving van [5-08] Meidoornstraat, [5-09] Ds. Israelstraat 4 en [5-11] Sportlaan wonen praktisch geen kinderen en jeugd meer en zij kunnen tevens naar de aangewezen centrale plekken. Deze plekken kunnen dan ook komen te vervallen. Wel is het belangrijk dat deze ruimte als informele speelruimte gehandhaafd blijft. Wel is het belangrijk om de bespeelbaarheid en veiligheid van de straten te verbeteren. Hiervoor kunnen verkeersmaatregelen worden genomen zoals eenrichtingsverkeer en het afsluiten van wegen (bijv. de Accacialaan, Lijsterbesstraat en Meidoornstraat bij de aansluiting op de Wardstraat) [M 5-02]. Voor de jeugd zijn twee goede speelplekken nodig. Op dit moment liggen er twee scholen in de buurt. Beide schoolpleinen [Z 5-07] Dr. Rudolf van Oppenraaijstraat en [5-36] Flierenhofstraat zouden zich prima lenen als speelruimte voor de jeugd. Door op [5-07] Oostervelden 35 en [5-11] een klein trapveldje te hebben kan daar het sporten plaatsvinden. De spelvormen rond de toestellen kunnen dan tot uur s avonds op de schoolpleinen worden uitgeoefend. In overleg met de scholen dient hieraan vorm te worden geven. Lukt dit niet dan moeten de plekken [5-07] en [5-11] aantrekkelijker te worden ingericht voor de jeugd. Een andere en betere optie is om een speelplek te maken voor de jeugd bij de herinrichting van De Ward [Z 5-06]. De omvang van het gebied leent zich prima voor een speelplek voor de jeugd. Plek [5-11] zou dan kunnen komen te vervallen evenals het zoekgebied voor de jeugd [Z 5-07] bij het schoolplein Speelruimte in Essenpas In deze buurt in aanbouw is nog niet geheel duidelijk hoeveel kinderen er (komen te) wonen. Vooralsnog is een flinke stijging in kinderaantallen waar te nemen tot 185 en zijn er 90 jeugdigen. De kinderen hebben hier veel informele speelruimte en ook de jeugd kan tot nu toe redelijk uit de voeten. Er zijn grote wadi s en er zijn nog stukken bouwterrein waar lekker gestruind kan worden. Neemt het aantal kinderen en jeugd echter verder toe en is de buurt klaar dan zal de informele ruimte krap zijn en zijn er zeker goede speelplekken nodig om de kinderpieken op te vangen. De huidige speelplekken [5-01] van Nispenlaan hoek sportveld [5-02] Waterwolf 9, [5-03] Leidijk 59, [5-04] Meander 64 voldeden tot nu toe aan de behoefte. Maar toenemende kinderaantallen vragen om meer plekken of meer ruimte. In de Dwarsdijk wonen nu al 42 kinderen en is nog geen speelruimte. En ook in de bestaande blokken moeten 45 kinderen het soms doen met één toestel. Voorgesteld wordt om een zoekgebied aan te wijzen voor speelplekken voor kinderen in de Meander [Z 5-01], De Leidijk [Z 5-02] en de Dwarsdijk [Z 5-03]. Over een jaar of drie tot vijf zijn er nog één a twee speelplekken nodig voor de jeugd. Verstandig is om hiervoor vast ruimte te reserveren. Naast de plek [5-01] van Nispenlaan hoek sportveld moet er op korte termijn een plek komen voor de jeugd van de Leidijk en Dwarsdijk (tussen de buurten in of op de kop bij de Waaldijk) [Z 5-04]. OBB Ingenieursbureau
87 13.8. Jongeren in Bemmel Het aantal jongeren in Bemmel loopt weer op. Op dit moment zijn er circa elfhonderd kinderen wat betekent dat er over een jaar of tien ongeveer twaalfhonderd jongeren zullen zijn. Dit komt vooral door de twee nieuwbouwbuurten die op dit moment in aanbouw zijn. Momenteel wonen er 884 jongeren in Bemmel. De kern biedt op veel plaatsen ruimte voor jongeren om elkaar informeel te ontmoeten. Op de hoek van de straat kunnen ze vaak best een praatje maken zonder dat ze gelijk van hun sokken worden gereden. Ook zijn er velden en pleinen waar ze in wat grotere groepjes een balletje kunnen trappen, kunnen skaten of met de fiets en scooter bij elkaar kunnen staan. Gekeken naar het aantal jongeren zouden hiervoor op circa 29 locaties ook wat voorzieningen moeten zijn. Deze voorzieningen zouden een prikkel moeten bieden om juist daar af te spreken, even te zitten en bij te praten of wat actiever bezig te zijn. Voorgesteld wordt om deze 29 locaties echt aan te wijzen samen met de jongeren [M 5-04]. Op 18 van deze locaties is het voldoende een zitaanleiding o.i.d. te hebben. In veel van deze locaties is al voorzien buiten. Een voorbeeld hiervan is aan de Klappenburgstraat naast de school of boven aan de dijk bij de Sportlaan/Waaldijk. Om toch een aantal goed over het dorp gespreide locaties te krijgen wordt voorgesteld om nog vijf locaties samen met de jongeren te realiseren [M 5-05]. Naast de 18 locaties met zitaanleidingen is het nodig 11 wat beter ingerichte ontmoetingsplekken te hebben. Deze plekken liggen vaak op een formele plek zoals bijvoorbeeld de skatebaan. In plaats van een enkele zitaanleiding moet hier meer gedacht worden aan een groepje banken en in een enkel geval een overkapping o.i.d. afhankelijk van de wensen van de groep jongeren die er veel gebruik van (gaat) maken. Deze plekken moeten in ieder geval aanwezig zijn op de plekken waar ook formele voorzieningen voor de jongeren zijn. Gezien het aantal jongeren zou dit op acht locaties het geval moeten zijn. De bestaande plekken [5-07] Oostervelden, [5-11] Sportlaan, [5-13] van Ambestraat, [5-14] Sportpark Ressensestraat, [5-25] Bonenkamp, [5-28] Tuinlaan en [5-34] Hoogselaan kunnen hierin met een goede zonering en eventueel aangepaste inrichting goed in voorzien. In de omgeving van Essenpas is het verder van groot belang dat hier een achtste formele plek voor jongeren wordt gevonden. Dit zou eventueel ook ingepland kunnen worden bij de reconstructie van De Ward [Z 5-06]. Op deze wijze ontstaat een goede spreiding van locaties in en nabij de kern. De groei in jongeren moet opgevangen worden bij de nieuwbouwbuurten. Het zoekgebied [Z 5-06] moet direct een dubbele plek worden evenals de plek [5-14] Sportpark Ressensestraat. Verder kan met zoekgebied [Z 5-11] (Fruitlaan/ Herckenrathweg of Ceres) worden voorzien in de behoefte. Dan blijven er nog twee ontmoetingslocaties te realiseren over. Voorgesteld wordt om in de omgeving van het centrum en in de Essenpas elk één te maken [M 5-03] en [M 5-01]. OBB Ingenieursbureau
88 Tevens is het raadzaam om met deze aantallen jongeren in een kern een soort plek aan te wijzen waarheen altijd verwezen kan worden als er problemen zijn met jongeren in de buurten. Gezien de gunstige ligging en toch nodige aanpassingen zou dit op plek [5-14] Sportpark kunnen. In de toekomst moet er een tweede zogenoemde No Problem plek komen Aandachtspunten/kenmerken Bemmel De bestaande speelplekken in Bemmel kunnen bijna allemaal in hun huidige vorm blijven bestaan. Op een enkele locatie kan een plek verdwijnen of dient een plek beter afgestemd te worden op de leeftijd van de omwonende kinderen en/of jeugd. Een belangrijk aandachtspunt in Bemmel zijn de beide nieuwbouwbuurten Klein Rome/Klaverkamp en Essenpas. Het aantal kinderen is hier groot en zal nog verder toenemen. Op dit moment voldoen en de kwantiteit en kwaliteit van de informele en formele speelruimte in deze buurten niet. De kinderpiek dient op korte termijn te worden opgevangen met (tijdelijke) formele speelvoorzieningen. Daarnaast neemt het aantal jeugdigen en jongeren straks snel toe. Hiervoor zijn op dit moment bijna geen voorzieningen. Dit zal binnen enkele jaren leiden tot overlast op de bestaande plekken en in de buurten in de vorm van geluidsoverlast en vandalisme bij o.a. speelplekken. Ook voor deze leeftijdsgroepen zal op korte termijn al wat moeten gebeuren. Reconstructie van De Ward kan zeer uitdagende speelruimte bieden voor alle leeftijden. Voor Essenpas zou hier in eerste instantie de oplossing liggen in ruimte voor de jongeren. Voor Klappenburg zou het betekenen dat een aantal andere speelplekken dan niet meer gehandhaafd hoeven te worden. Het is zaak in Bemmel aandacht te besteden aan het informele ontmoeten van jongeren en mogelijke sturing hierin door middel van de inrichting van de openbare ruimte. In overleg met jongeren en jongerenwerk kan naar aanleiding van dit plan hieraan verder invulling worden gegeven. Kop 6 nieuwe pagina inhoud OBB Ingenieursbureau
89 14. SPELEN IN HUISSEN Speelruimte in Tabakshof In dit stukje nieuwbouw wonen 45 kinderen en 34 jeugdigen. Er is hier in de tuinen en op de rustige straten voldoende informele speelruimte. Ook dankzij het feit dat bijna alle auto s op eigen erf staan geparkeerd. Voorlopig kan met een centrale speelplek voor 0 tot en met 11 jaar in de behoefte worden voorzien [Z 1-05] Tabakshof Speelruimte in t Zand In deze oudere buurt van Huissen zijn de kinderaantallen afgenomen de laatste tien jaar. Het aantal kinderen en jeugd zal voorlopig tussen de 60 en 70 blijven. Dit betekent dat de speelruimte hier duurzaam op kan worden afgestemd. De informele speelruimte in deze buurt is overdag nog net voldoende, maar als alle auto s er staan wordt het erg krap en zijn de kinderen en jeugd aangewezen op de aanwezige groenstroken, pleinen en speelplekken. Hiervan zijn er niet zo veel dus deze moeten als formele of informele speelruimte worden vastgelegd. Het meest duurzaam is om in deze buurt een dekkend speelplekkennetwerk te maken. De bestaande plekken [1-76] Dennenstraat en [1-79] Berkenstraat zijn leuke plekken en kunnen hiervoor worden aangewezen. De plek [1-77] Beukenstraat is hiervoor te klein en de loopcirkel overlapt die van de eerder genoemde plekken. Deze plek kan dan ook komen te vervallen. De plek [1-81] Eikenstraat ligt te decentraal en er wonen dan ook nooit meer genoeg kinderen om een speelplek te rechtvaardigen. Deze plek kan ook komen te vervallen. Het opheffen van de plekken [1-77] en [1-81] kan pas gebeuren als het plekkennetwerk dekkend is. Hiervoor moet nog een spelplek worden gevonden in de omgeving van de Eikenstraat/Hazelaarstraat [Z 1-04]. Hier wonen op dit moment ook meer dan 20 kinderen. Voor de jeugd kan met één goede speelplek en een goed trapveld worden voorzien in de behoeft. Met enige aanpassingen kunnen de plekken [1-78] Vlierstraat en [1-80] v. Wijkstraat bij school hiertoe dienst doen Speelruimte in Binnenveld In dit deel van Huissen is en wordt in kleinere buurtjes uitgebreid met nieuwbouw. Dit is ook te zien aan de kinderaantallen die weer toenemen. Langs de randen van de buurt staan vrijstaande woningen met grote tuinen en een enkel origineel pand van voor de uitbreiding. Ook staan er nog stukken met oudere bebouwing zoals aan het Binnenveld. OBB Ingenieursbureau
90 De nieuwbouw is over het algemeen ruim opgezet met veel ruimte om op straat te verblijven en pleinen, maar wel weinig groenvoorziening met gebruiksmogelijkheden. Zeker overdag is er voldoende informele speelruimte. In sommige delen van de buurt neemt deze ruimte sterk af door de auto s die er s avonds staan geparkeerd. Er dienen ter compensatie daarom wel voldoende speelplekken te zijn met mogelijk wat groene ruimte om in te struinen. De bestaande plekken [1-65] Binnenveld, [1-66] Binnenveld, [1-67] Koelhuisstraat, [1-74] Baron van Spittaellaan en [1-75] Witte Wievenpad kunnen hierin met wat kleine aanpassingen voorzien. Door de decentrale ligging, kleine ruimte en afnemende kinderaantallen hoeven de toestellen op plek [1-64] Koelhuisstraat niet meer vervangen te worden. De kinderen kunnen tevens gemakkelijk bij plek [1-66] Binnenveld komen. Wel dient de ruimte als informele ruimte beschikbaar te blijven. Dit kan door het aanbrengen van wat knikkertegels of een hinkelset. De plekken [1-66] Binnenveld, [1-67] Koelhuisstraat en [1-75] Witte Wievenpad zijn daarnaast ook ingericht voor de jeugd. Dit is ruim voldoende. Het trapveld [1-75a] Trapveld zal bij uitbreiding van de nieuwbouw in Binnenveld verdwijnen. Bij verdere toename van het aantal kinderen in de nieuwbouw zullen ook hier speelplekken moeten komen Speelruimte in Bloemstraat Deze buurt is net als Binnenveld een mengeling van originele oudbouw met nieuwbouwbuurtjes er tussen. Ook hier is het weer goed te zien aan de kinderaantallen die van 30 al weer opgelopen zijn naar 67. Ook deze piek zal zich nog doorzetten bij verdere nieuwbouw. De informele speelruimte is voldoende door de grote tuinen en verkeersluwe straten. Ook de geplande bouwgebieden leveren voor de jeugd spannende speelruimte. Op dit moment ligt in de buurt de plek [1-72] Meester Linssenhof. Er wonen bijna geen kinderen in deze hof, maar de plek kan voorlopig als een soort basisvoorziening blijven bestaan. Aan de andere zijde van de Struifstraat is echter een tekort aan speelruimte en op korte termijn zouden hier twee speelplekken moeten komen. Eén van deze plekken in de omgeving Bloemstraat en één van deze plekken waar nu de Black Alicante of Boskoopsglorie ophoudt. [Z 1-02] en [Z 1-03]. Op het laatstgenoemde zoekgebied [Z 1-03] dienen ook wat voorzieningen voor de jeugd te komen. Een klein veldje waar een balletje kan worden getrapt en wat uitdagende toestellen. De plekken in het Slingerbos [1-71] en [1-73] zijn meer bovenwijkse voorzieningen. Wel kan plek [1-73] Bloemstraat bij parkeerplaats de eerste piek aan oudere jeugd en jongeren opvangen. Een nieuwe plek voor deze leeftijd kan dus nog zeker een jaar of 10 worden uitgesteld. OBB Ingenieursbureau
91 14.5. Speelruimte in t Kempke Er wonen hier zeer weinig kinderen. Het kinderaantal loopt weer iets op. De informele speelruimte in de tuinen, op de straten en rond de flats is ruim voldoende. Voor de 23 kinderen en 21 jeugdigen kan de plek [1-71] Koperslagerstraat dienst doen Speelruimte in De Laak De Laak bestaat voor een deel uit buitengebied. In de Wilhelminastraat wonen bijna alle kinderen en jeugd uit deze buurt (respectievelijk 42 en 33). Wel valt op dat het aantal kinderen iets toeneemt. Op de doodlopende en brede straten op de pleinen en plantsoentjes en in de tuinen is voldoende informele speelruimte te vinden voor de kinderen en jeugd. De bestaande speelplek [1-63] Wilhelminastraat kan verder prima voorzien in de behoefte aan speelruimte. Wel zou hier iets voor de kleinere kinderen bij kunnen komen Speelruimte in Centrum Huissen In het (oude) centrum van Huissen wonen bijna geen kinderen. Echter aan rustige informele ruimte is, behalve op zondag, een tekort. De meeste ruimte is bezet door verkeer en winkels. Wel zijn er veel pleinen en parkeerplaatsen die op zondag prachtige mogelijkheden bieden. Er moet zeker een basisvoorziening zijn voor de kinderen (circa 25) en jeugd (circa 25) waar ze terecht kunnen buiten de zondag om. Rondom de plekken [1-69] Terpweide en [1-70] Gasthuisstraat wonen praktisch geen kinderen. Dit is ook te zien aan het ontbreken van speelsporen op de plekken. Een concentratie van de kinderen in centrum woont rond de plek [1-68] Walstraat. Deze plek is aantrekkelijk genoeg om als basisvoorziening te dienen voor alle kinderen uit centrum. De plek [1-69] Terpweide blijft vooralsnog gehandhaafd als boventallige plek, omdat deze plek veel gebruikt wordt. De plek [1-70] Gasthuisstraat wordt secundair Speelruimte in Brouwersland Deze buurt is een oudere buurt van Huissen. De kinderaantallen nemen nog steeds af en zullen gezien de vele nieuwbouw ook nog wel wat af blijven nemen tot ongeveer 50. Echter de Burgen bestaan uit nieuwbouw en de verwachting is dat hier nog wel wat kinderen bijkomen. In de oudbouw is de informele speelruimte minimaal, maar er wonen weinig kinderen. Zeker als alle auto s er staan is er alternatieve ruimte nodig. Het zou goed zijn om in deze buurt wat gekleurde speelprikkels te plaatsen om te laten weten dat er kinderen spelen op straat. Ook woensdagmiddagse en zondagse speelstraten zouden hier een oplossing zijn [M 1-02]. Omdat de kinderen en jeugd erg verspreid wonen over de buurt is er nergens een plek aan te wijzen waar genoeg kinderen binnen de actieradius wonen. Voorgesteld wordt om gezien de ontwikkelingen in de buurt twee centrale grote speelplekken te maken die de moeite waard zijn om te bezoeken. OBB Ingenieursbureau
92 De bestaande speelplekken [1-59] Brandenburg 5 en [1-60] Julianastraat hebben hiervoor de meeste ruimte, beste ligging en al een goede inrichting. Door de plek [1-60] Julianastraat nog wat aantrekkelijker in te richten is het tevens mogelijk om de plekken [1-58] v. Kleefplein en [1-62] Muntstraat op te heffen. Daar komt bij dat plek [1-58] erg klein is en plek [1-62] erg dicht bij plek [1-60] ligt. De plek [1-61] Muntstraat skatebaan is een meer bovenwijkse voorziening Speelruimte in Hofmeesterij Hofmeesterij is al wat oudere nieuwbouw. Opvallend is dat deze buurt over veel informele ruimte beschikt en dat er op voorhand na is gedacht over speelruimte met de nadruk op ruimte. Zowel voor kinderen, jeugd en jongeren is vooruitgedacht. Grote parkstroken omsluiten deze buurt en de nog te bouwen buurten van Loovelden. Veel wegen lopen dood en er wordt zo veel als mogelijk op eigen erf geparkeerd. Ideale speelomstandigheden voor kinderen. De huidige formele voorzieningen zijn dan ook bijna overbodig. Het kinderaantal zal echter nog wel wat oplopen. Maar niet zoveel dat er op plek [1-56] Hofmeesterij een speelplek voor kinderen nodig is. Deze plek kan dan ook komen te vervallen. Plek [1-55] Hofmeesterij voorziet in de belangrijkste behoefte aan formele speelruimte voor kinderen. Bij toename van kinderen moet gezocht worden naar speelplekken in de groenstroken ter hoogte van de Dorsmolen en op het uiteinde van de Hofmeesterij. De jeugd heeft twee trapvelden en een tafeltennistafel ter beschikking. Qua ruimte is dit prachtig, alleen qua variatie en uitdaging is dit minimaal. Er moeten echt wat uitdagende toestellen komen voor deze leeftijd en op plek [1-57] Hofmeesterij wat avontuurlijke groenvoorzieningen waarin gespeeld kan worden. Eigenlijk is één speelplek voldoende voor de jeugd op dit moment voorgesteld wordt om plek [1-54] Hofmeesterij in te richten met wat leuke toestellen en plek [1-57] Hofmeesterij met toestellen, sport en avontuurlijk spel. Plek [1-53] Doormanstraat is voor de jeugd niet echt nodig maar een trapveld is nooit te veel. Wel kan gekozen worden met kleinere of andere (niet beklimbare) doelen toe te passen Speelruimte in Kampstuk In deze buurt is het kinderaantal sterk afgenomen de laatste 12 jaar tot nog maar 30 kinderen. Gezien de ruimtelijke opbouw van deze wat oudere buurt met veel stoepen, achterpaden en kleine plantsoenen en pleinen is er ruim voldoende informele speelruimte voor de kinderen en jeugd. Nergens in de buurt wonen eigenlijk voldoende kinderen om een speelplek voor te handhaven. Gezien het aantal kinderen en de duidelijk favoriete speelplek [1-52] Kampstuk wordt voorgesteld deze plek iets te verbeteren en aan te wijzen als buurtspeelplek voor alle kinderen. OBB Ingenieursbureau
93 De bestaande plek [1-51] Kennedystraat kan dan komen te vervallen. De plek [1-50] Rooseveltstraat heeft een inrichting voor de jeugd. Echter in deze buurt zal dit aantal van 45 afnemen naar 30. Eigenlijk niet genoeg voor een speelplek. Ook voor deze leeftijdsgroep wordt plek [1-52] Kampstuk aangewezen als buurtspeelplek. De plek [1-50] Rooseveltstraat kan dan ook komen te vervallen. Voor het trappen van een balletje kan de oudere jeugd terecht op plek [1-53] Doormanstraat. Als de buurt het anders wil is ook een optie om [1-50] de centrale speelplek voor kinderen te maken en [1-52] de centrale speelplek voor de jeugd Speelruimte in Loovelden Deze buurt/wijk is nog in ontwikkeling en nadert nu het stadium om over speelplekken te gaan denken. Op dit moment wonen in Loovelden 1 en 2 ongeveer 90 kinderen en 60 jeugdigen. Genoeg om drie speelplekken te maken voor de kinderen en één voor de jeugd. In de omgeving van de Hofmeesterij is reeds voorzien in wat speelruimte ook voor de jeugd uit Loovelden. Voor de kinderen worden de zoekgebieden [Z 1-07, Z 1-08 en Z 1-09]. Bij verdere ontwikkelingen dienen de kinderaantallen jaarlijks bekeken te worden en hier de inrichting van speelruimte op aangepast te worden. In ieder geval voor elke 30 kinderen en 80 jeugdigen een speelplek maken Speelruimte in Johannahoeve Een groot deel van deze buurt is gesloopt en is nieuw gebouwd. De huidige kinderaantallen en de grote tuinen en verkeersluwe wegen zorgen ervoor dat er voldoende informele speelruimte is en er daardoor niet echt een speelplek nodig is. Wel is het kinderaantal zo groot (circa 23) dat nu de nieuwbouw gereed is en er maar tien kinderen bij komen er een speelplek in deze buurt moet zijn. Aangezien dit wel de verwachting is, is hier een speelplek gerealiseerd. Voor de 32 jeugdigen hoeft vooralsnog niets te komen zij kunnen naar het park van Zilverkamp [1-37], naar de Rietbaan [1-49] en naar de Walstraat [1-68]. Afhankelijk van de bezetting van de nieuwbouw zou over een jaar of 12 gekeken moeten worden of voor hen een plek noodzakelijk is Speelruimte in Rietbaan Rietbaan is een woonbuurt van de jaren negentig. Nieuw maar al ingewoond. Het aantal kinderen en jeugd ligt rond de 35 en zal niet verder toenemen aangezien hier niet zo veel huizen staan. De bestaande speelplek ligt mooi centraal en kan goed voorzien in de behoefte aan speelruimte. De informele speelruimte is hier ook voldoende door de autoluwe wegen en het parkeren op eigen erf en voldoende pleintjes en plantsoentjes en, belangrijk voor de kinderen, de eigen tuinen. Voor de jeugd ligt tevens het park van Zilverkamp om de hoek. OBB Ingenieursbureau
94 Speelruimte in Zilverkamp De wijk Zilverkamp is een typische jaren zeventig wijk. Grote groene ruimten doorweven de woonbuurten. Zoals in veel van deze wijken is de eerste kinderpiek hier voorbij en in dit geval is ook de grootste piek in jongeren al voorbij. Meestal volgt hierna nog weer een kleinere kinderpiek van startende gezinnen die hier komen wonen. Dit is ook te zien in fase twee en vier waar het aantal kinderen ten opzichte van de jeugdigen al weer wat toeneemt. Echter deze opleving zal nooit zo groot zijn als de eerste piek. In fase één en drie daalt het kinderaantal nog steeds. De informele speelruimte in deze buurten is ruim voldoende. Goed bereikbare grote groenstroken bieden de mogelijkheid voor vele spelvormen voor de jeugd. Van het trappen van een balletje en het bouwen van hutten tot fietsen/skaten en picknicken. Ook het water biedt veel speelprikkels zoals rommelen, vissen en schaatsen. Ook de meeste straten zijn goed bespeelbaar. Zeker die straten die wat verder van de ingangen van de buurten liggen. Echter in deze wijk is net als veel andere jaren zeventig wijken geen rekening gehouden met het massale autogebruik. Als alle auto s hier geparkeerd staan zijn de kinderen aangewezen op de speelplekken en groenzones. Het is het meest duurzaam in deze buurten om goed gespreid liggende speelplekken aan te wijzen die aantrekkelijk genoeg zijn om naar toe te gaan. Dit betekent dat alle kleine plekjes met een enkele wipveer of een huisje zullen verdwijnen. Minder plekken maar beter ingericht Zilverkamp 1 e fase Er wonen hier 128 kinderen en 142 jeugdigen. Extra aandachtspunt in deze buurt is het scholencomplex en het winkelcentrum. Dit brengt extra informele speelruimte, maar ook extra verkeersdruk met zich mee. Hierdoor hebben de kinderen die tussen de Wagenweg en Nielant wonen minder uitloopmogelijkheden. Voorgesteld wordt om in deze buurt wat speelprikkels in de verharding en plantsoenen te verwerken [M 1-01]. Er zijn vier goed gespreid liggende en ingerichte speelplekken nodig voor de kinderen. De plekken die hiervoor de beste spreiding bieden en de meeste ruimte en mogelijkheden zijn [1-28] Schamel, [1-31] Schans, [1-33] Appelbongerd en [1-35] Schoren. Tevens is de inrichting al gedeeltelijk op deze leeftijdsgroep afgestemd, maar zullen er zeker maatregelen genomen moeten worden deze plekken te verbeteren. Zeker plek [1-28] verdient daarbij extra aandacht vanwege de hoogste speeldruk. Voor de jeugd zijn drie goede plekken nodig de meeste ruimte en beste dekking bieden de plekken [1-28] Schamel, [1-32] Waterlinie en [1-38] Citadel. Hier is zeker aanpassing in de inrichting nodig. Voorgesteld wordt tevens om plek [1-32] om te vormen tot avontuurlijke natuurspeelplek. OBB Ingenieursbureau
95 De plekken [1-25] Sportdreef, [1-26] Landslag, [1-27] Dissel, [1-29] Bakboord, [1-30] Thuishaven, [1-34] Perenbongerd en [1-36] Scheprad kunnen na het opwaarderen van de plekken die blijven dan ook komen te vervallen. Er wonen hier niet genoeg kinderen, er is weinig ruimte en de inrichting en ligging zijn onvoldoende. Ze vallen tevens bijna geheel binnen de loopcirkels van de blijvende plekken Zilverkamp 2 e fase Er wonen hier 43 kinderen en 39 jeugdigen. Deze buurt heeft in verhouding tot het aantal kinderen zeer veel informele speelruimte op straat en in de omliggende groenstroken. Aangezien er een licht stijgende lijn in de kinderaantallen zit wordt voorgesteld een duurzaam speelplekkenbeeld te realiseren waarmee een goede spreiding over de buurt ontstaat. Dit betekent twee plekken voor de kinderen en één voor de jeugd. Er woont eigenlijk niet genoeg jeugd om een uitgebreide plek voor te realiseren, maar door de geïsoleerde ligging tussen het water en de wegen moet er zeker voor de jongere jeugd tot 10 jaar een basisvoorziening aanwezig zijn. De meest centrale en geschikte plek hiervoor is [1-44] Grevenveld. Eventueel kan gekozen worden deze plek nieuw te realiseren in de groenstrook tussen Griend en [Z 1-05] Landouwen. Hier dient namelijk ook een plek voor de kinderen te komen voor een optimale spreiding en ligging. De tweede plek voor de kinderen kan dan plek [1-45] Grevenveld worden. Alle plekken dienen voldoende aantrekkelijk ingericht te zijn. De overige plekken [1-39] Huurland, [1-40] Paalrij, [1-41] Merkpaal, [1-42] Paalgrens, [1-43] De Steen, [1-46] Binnendijk, [1-47] Binnendijk en [1-48] Binnendijk kunnen komen te vervallen. Voornamelijk omdat er gewoon geen kinderen meer wonen, maar daarnaast ook omdat ze overlappen in loopcirkel en geen ruimte bieden. De plekken [1-39] Huurland, [1-41] Merkpaal en [1-42] Paalgrens kunnen pas verdwijnen als het zoekgebied [Z 1-05] Landouwen gerealiseerd is Zilverkamp 3 e fase Ook in deze buurt is weer ruim voldoende informele speelruimte door de groenstroken en verkeersluwe straten. Zilverkamp 3 e fase valt voor kinderen uiteen in vier speelbuurtjes. Dit komt door de ruimtelijke opbouw van de buurt. De eerste buurt is de omgeving van Silo. Deze buurt ligt extra geïsoleerd ten opzichte van de rest door de doorlopende groenstrook en het water. Er moet in deze buurt gezien deze ligging en het aantal kinderen en jeugd voor beide leeftijdsgroepen een plek zijn. Hiervoor worden plek [1-02] Deel en [1-03] Deel aangewezen. Opgemerkt dient te worden dat plek [1-03] Deel een verre van ideale inrichting en ruimte heeft. OBB Ingenieursbureau
96 Als het kinderaantal verder afneemt hoeft deze plek niet te blijven bestaan en kunnen enkele voorzieningen voor kinderen op plek [1-02] Deel bijgeplaatst worden. Deze plek wordt nu in eerste instantie als plek voor de jeugd aangewezen. Plek [1-01] Stulp heeft geen functie voor de openbare speelruimte en kan komen te vervallen. De tweede buurt is de omgeving Wildzang. Hier liggen eigenlijk vijf goede speelplekken voor kinderen en jeugd terwijl, gezien het kinderaantal, één plek per leeftijdsgroep voldoende is. Plek [1-04] Holthuizerdreef ligt het meest decentraal en heeft daardoor nog een functie voor de kinderen die hier (te ver van andere plekken) wonen. Verder moet voor de kinderen gekozen worden tussen plek [1-06] Holthuizerdreef en plek [1-13] Wildzang. Waarbij plek [1-13] het meest centraal ligt en plek [1-06] het meest open. De bewoners kunnen het beste aangeven welke plek ze willen houden. In dit plan is in eerste instantie voor plek [1-13] Wildzang gekozen vanwege de spreiding. De derde buurt is de omgeving Kuunskop. Plek [1-08] Kuunskop ligt voor deze kinderen veruit het meest centraal. De vierde buurt is de omgeving Kolk. Ook hier liggen meerdere plekken. Echter plek [1-05] Hazeleger ligt het meest centraal en biedt met de andere aangewezen plekken de beste spreiding over de kinderen en buurt. Dat betekent dat plek [1-10] Hazeleger-Kolk en [1-11a] Waterkiep kunnen komen te vervallen. De jeugd komt wel door de hele buurt. Ook in deze buurt moet gezocht worden naar een optimale spreiding van de plekken, waarbij de actieradia elkaar zo min mogelijk overlappen. Naast plek [1-02] Deel worden de plekken [1-09] Kuunskop en plek [1-05] Hazeleger voor hen aangewezen. Deze plekken bieden voldoende ruimte liggen goed gespreid over de buurten en kinderen en hebben deels al een geschikte inrichting. Naast deze plekken zullen de plekken [1-07] Wildzang en [1-11b] blijven bestaan voor jongeren met een trapveld waar de jeugd ook gebruik van kan maken. Dit betekent dat ook plek [1-12] Waterkiep kan komen te vervallen Zilverkamp 4 e fase In deze buurt wonen nog redelijk veel kinderen (168) en er is ook een lichte toename te zien ten opzichte van de jeugd (159). Maar ook hier is veel informele speelruimte. Net als in Zilverkamp fase 3 ligt hier ook een buurtje wat geïsoleerd waardoor hier een soort basisvoorzieningen nodig zijn voor de kinderen. Het gaat hier om de omgeving Schaapsdam. De plekken [1-14] Uivernest en [1-15] Bessenmaat bieden beide speelruimte aan circa 20 kinderen. Eigenlijk zou een centrale goed ingerichte plek de beste optie zijn, maar nergens is hiervoor de ruimte. Plek [1-16] Bessenmaat ligt te decentraal en er wonen bijna geen kinderen deze plek kan komen te vervallen. OBB Ingenieursbureau
97 Gezien het aantal kinderen zijn dan in de rest van de buurt nog vier speelplekken nodig. Een goede spreiding is ook hier van belang. De plekken [1-18] Reigerbos, [1-19] Zwanenveld, [1-21] Ulkenpad en [1-23] Beemd liggen het best gespreid, bieden ruimte en mogelijkheden als plek voor kinderen. De plek [1-20] Zwanenveld kan na herinrichting van de aangewezen plekken dan ook komen te vervallen. De jeugd is wat mobieler De meeste mogelijkheden en beste spreiding wordt gerealiseerd als de bestaande plekken [1-17] Reigerbos,[1-19] Zwanenveld en [1-22] Dullert voor hen worden aangewezen. Tevens kan de jeugd uit omgeving Schaapskamp snel terecht op de plek [1-17]. Enige aanpassingen in de inrichting zijn wel noodzakelijk Jongeren in Huissen Op dit moment wonen er circa jongeren in Huissen. Dit aantal zal afnemen tot maar door de nieuwbouw weer toenemen. Dit is echter in te schatten door de kinderaantallen tijdig te evalueren. Als er kinderen zijn dan zullen er 10 jaar iets meer dan jongeren zijn. In Huissen is het voor de jongeren goed mogelijk elkaar informeel te ontmoeten op de straten, pleinen en in de plantsoenen. Hiervoor zijn op verschillende plaatsen in de kern ook al voorzieningen. Uitgaande van de norm moeten er 56 locaties aan te wijzen zijn waar de jongeren elkaar informeel kunnen ontmoeten No Problem Drie van deze locaties moeten zogenoemde No Problem plekken zijn. De No Problem plekken moeten een goede spreiding hebben over de kern, niet te dicht op de woningen liggen en ruimte voor een goede formele voorziening bieden. Voor de zuidkant van Huissen kan plek [1-73] Bloemstraat bij parkeerplaats hiervoor aangewezen worden. Voor Huissen Noord (m.n. Zilverkamp) kan gekozen worden tussen plek [1-32] Waterlinie of [1-37] Scheprad. De jongeren weten zelf het beste welke plek dit moet zijn. De jongeren uit Centrum kunnen goed naar plek [1-73]. Maar voor de jongeren van De Laak, Brouwersland, Kampstuk, Hofmeesterij en Zuidzijde Loostraat moet een plek komen. Op dit moment ligt er een leuke skatebaan op plek [1-61] Muntstraat die op dit moment deze functie waarschijnlijk heeft. Ook de plekken [1-53] Doormanstraat of [1-57] Warmoezerij zouden deze functie kunnen krijgen. In overleg met de jongeren en bewoners moet er een No Problemplek aangewezen worden aan deze kant van Huissen Stay Around Op 17 locaties in Huissen moeten voorzieningen zijn voor de jongeren om elkaar informeel te ontmoeten. Dit kunnen een aantal bankjes bij elkaar zijn of een afdakje met zitaanleidingen, of een bestaand plein bijvoorbeeld in het centrum waar banken staan en jongeren in een groepje wat kunnen praten. OBB Ingenieursbureau
98 Op veel locaties in Huissen zijn deze plekken al te vinden. Met name op de formele speelplekken zijn veel ontmoetingsmogelijkheden. Eigenlijk zou op elke formele plek dan ook een ontmoetingsmogelijkheid aanwezig moeten zijn. In totaal zullen ongeveer nog twee locaties gevonden moeten worden voor een dergelijke ontmoetingsplek buiten het formele beeld om [M 1-03]. In ieder geval moet één daarvan in het centrum liggen Formele sport/spelplekken Op dit moment is het voldoende om 15 formele sport- en spellocaties voor de jongeren aan te wijzen. Voor Huissen is dit geen grote opgave want goed gespreid voer de kern zijn veel van deze plekken al aanwezig. De plekken [1-07] Wildzang, [1-11b] Holthuizerdreef 187, [1-17] Reigerbos, [1-24] Dullert, [1-32] Waterlinie, [1-37] Scheprad, [1-53] Doormanstraat, [1-57] Warmoezerij, [1-60] Julianastraat, [1-61] Muntstraat, [1-67] Koelhuisstraat, [1-73] Bloemenstraat bij parkeerplaats en [1-80] v. Wijkstraat bij school kunnen voorzien in de behoefte. Neemt niet weg dat er nog twee locaties gevonden moeten worden. Eén in de omgeving Centrum/Johannahoeve en één kan vanwege de goede spreiding van de bestaande plekken gebruikt worden om plek [1-73] Bloemenstraat bij parkeerplaats op te waarderen. De inrichting van deze plekken biedt vaak al mogelijkheid voor het trappen van een balletje. Bij de inrichting moet meer variatie aangeboden worden en de mogelijkheid zijn om elkaar te ontmoeten. Te denken valt aan anders voetballen (panna), basketbalmogelijkheden en af en toe een groepstoestel of ander uitdagend zwaai/draaitoestel What s up Dit zijn de kleine zitmogelijkheden verspreid over de kern. Een bank, wat poefs of andere dingen. Voorbeelden van deze zithoeken zijn al te vinden bij de speelplekken [1-78], [1-66], [1-49] en [1-12]. Ook in het centrum en in Zilverkamp zijn al meerdere mogelijkheden aanwezig. Voor een compleet overzicht dient er een inventarisatie gemaakt te worden van alle banken en andere zitmogelijkheden. Op basis daarvan kan dan besloten worden of nog meer locaties aangewezen dienen te worden. Het is overigens niet verkeerd om meer dan de nodige 34 locaties te hebben. Dit maakt het namelijk mogelijk om vaker jongeren door te wijzen naar een andere locatie als er eens kleine problemen zijn met omwonenden. Naar schatting kunnen er nog vijf locaties worden ingericht op verzoek van jongeren [M 1-04] Aandachtspunten/kenmerken Huissen De bestaande speelplekken in Huissen kunnen bijna allemaal in hun huidige vorm blijven bestaan. Op een enkele locatie kan een plek verdwijnen of dient een plek beter afgestemd te worden op de leeftijd van de omwonende kinderen en/of jeugd. OBB Ingenieursbureau
99 Een uitzondering hierop is Zilverkamp. Zilverkamp heeft een grote kinderpiek gehad waar de speelvoorzieningen op afgestemd waren. Echter deze kinderen zijn nu jongeren en de voorzieningen zijn nog steeds meer gericht op kinderen. Dit betekent dat er te veel plekken zijn voor kinderen en te weinig (uitdagende) voor de jeugd en jongeren. Daarom moeten voor de jeugd en jongeren grotere en centraal gelegen speelplekken ingericht worden, die voldoende aantrekkingskracht hebben voor de gebruikers uit de omgeving. Voor de kinderen kan dan met een dekkend speelplekkennetwerk duurzaam worden voorzien in de behoefte. In tegenstelling tot Bemmel lijkt de nieuwbouw in Huissen wel ruimte te bieden voor informeel spel en voldoende speelplekken. Echter geldt ook hier dat er geen rekening is gehouden met een toenemend aantal jongeren, wat tot overlast kan leiden. Het is zaak in Huissen aandacht te besteden aan het informele ontmoeten van jongeren en mogelijke sturing hierin door middel van de inrichting van de openbare ruimte. In overleg met jongeren en jongerenwerk kan naar aanleiding van dit plan hieraan verder invulling worden gegeven. Bij inbreiding en nieuwbouw (Loovelden) blijft het zaak de kinderaantallen in de gaten te houden. In principe moet er voor elke kinderen een speelplek komen afhankelijk van de hoeveelheid informele speelruimte die er in de betreffende buurt is. Het kinderaantal in Loovelden begint aardig op te lopen en het realiseren van speelplekken is op korte termijn nodig. OBB Ingenieursbureau
100 15. SPELEN IN GENDT Speelruimte in Lootakkers Lootakkers valt voor het spelen van kinderen onder te verdelen in twee speelbuurten. De grens is de brede groenstrook midden door de buurt. De oudere jeugd komt wel over deze grens maar de kinderen en jongere jeugd niet. Over de hele buurt is voldoende informele speelruimte te vinden voor de kinderen en jeugd. De meeste huizen hebben tuinen en veel wegen lopen dood. Ook zijn er verspreid over de buurt kleine plantsoenen en parkeerplaatsen. In deze buurt geldt echter wel dat als alle auto s hier staan geparkeerd er voldoende uitwijkmogelijkheden moeten zijn. Gezien het aantal van circa 105 kinderen en 180 jeugdigen zijn er dan ook respectievelijk vier en drie speelplekken nodig. De komende vijf jaar zal het kinderaantal nog wat afnemen en zal het aantal jeugdigen zakken naar circa 105. In deze buurt is het dus zaak om nu de speelplekken goed gespreid aan te leggen zodat ze duurzaam ingericht kunnen worden. In beide speelbuurten zijn twee speelplekken nodig. Ten westen van de groenstrook kunnen de plekken [6-12] Langakker en [6-15] Richterstraat 15 hiervoor aangewezen worden. Plek [6-14] Hanzestraat krijgt dan speciaal een functie voor de jeugd van 6 tot en met 11 jaar. De plekken [6-10b] Dwarsakker en [6-13] Langakker 85 zijn gezien het aantal kinderen niet nodig. Ten oosten van de groenstrook kunnen de plekken [6-10a] Distelakker 2 en [6-11] Schoutstraat dienst doen als speelplekken voor zowel de kinderen als de jeugd Speelruimte in De Bonkelaar In deze vrij nieuwe buurt is op dit moment een piek in het aantal kinderen die nog even zal aanhouden. Er wonen op dit moment 103 kinderen en 76 jeugdigen. De tuinen bij de huizen die hier staan zijn ruim, veel wegen lopen dood en er zijn veel stoepen en achterpaden. Groenvoorzieningen zijn er verder weinig, evenals overhoekjes waar ruimte is voor het bouwen van een hut. Als s avonds alle auto s aanwezig zijn is er minder ruimte meer voor de kinderen om op straat te spelen en zijn ze wel meer aangewezen op de speelplekken en de tuinen. De bestaande speelplekken [6-08] De Wieken 4, [6-09] De Windroos en [6-20] De Vang Peperbus zijn zeker nodig. De eerste twee voor de leeftijdsgroep 0 tot en met 11 jaar en de laatste voor de leeftijdsgroep 0 tot en met 5 jaar. Dan moet er eigenlijk nog een speelplek voor de kinderen zijn. Dit kan door een tijdelijke plek te maken bij De Vang/De Kruigang of door speelprikkels aan te brengen verspreid door de buurt [M 6-01]. Bij de inrichting van de bestaande plekken moet meer aandacht komen voor spelen in het groen en het werken met speelprikkels. Als de kinderpiek voorbij is kan voor beide leeftijdsgroepen weer een plek komen te vervallen. OBB Ingenieursbureau
101 15.3. Speelruimte in Centrum/Vleumingen In het centrumdeel van Gendt wonen niet zo heel veel kinderen. Tevens hebben zij buiten winkeltijden om veel informele ruimte op de parkeerplaatsen om te spelen. Wel ontbreekt het aan tuinen en groene ruimte voor ze. Overdag rijdt er door de Dorpsstraat veel verkeer waardoor het voor de jonge jeugd en kinderen niet altijd even veilig is. De kinderen die ten oosten van de Dorpsstraat wonen kunnen goed spelen op het Julianaplein en naar de speelplek [6-05] Berkhof. De kinderen die aan de westkant van de Dorpsstraat wonen kunnen naar de speelplekken [6-16] Gerwardstraat, [6-17] Schoolstraat 42 en [6-18] Thorbeckeplein net als de kinderen van Vleumingen. In de omgeving van de Christinastraat wonen net 15 kinderen wat net niet genoeg is voor een speelplek. Wel zou hier met enkele speelprikkels in het groen en de verharding wat meer ruimte geclaimd kunnen worden voor spelende kinderen [M 6-02]. Het kinderaantal in deze buurt is aan het afnemen. Op dit moment wonen er circa 95 kinderen en 115 jeugdigen. Gezien de beperkte informele speelruimte in de noordoostkant van Vleumingen door kleine tuinen, veel auto s op straat en weinig pleinen en plantsoenen is speelplek [6-16] Gerwardstraat nodig voor de kinderen en jeugd. De inrichting dient hierop afgestemd te worden. De speelplek [6-17] Schoolstraat 42 ligt eigenlijk te veel achteraf om als centrale speelplek te dienen. Het zou beter zijn als deze speelplek in de toekomst werd verplaatst naar het grasveld langs de Hendrik Braamstraat, zodat de kinderen die ten oosten van deze straat wonen hier gemakkelijker heen kunnen. De speeltuin [6-18] Thorbeckeplein is belangrijke speelruimte voor kinderen en jeugd uit het zuiden van deze buurt en waarschijnlijk ook voor de kinderen en jeugd uit Walburgen. De speeltuin moet zeker blijven bestaan en zelfs wat verbeterd worden Speelruimte in Dries In de Hoven van Dries wonen de mensen dicht op elkaar. Wel is de wegenstructuur zodanig van opzet dat er niet hard gereden wordt en er stoepjes liggen tussen de huizen waar autovrij gespeeld kan worden. Maar voor de jeugd zijn deze ruimten zeker te klein en voor de kinderen eigenlijk ook. Er dienen dan ook voldoende speelruimten te zijn die wel ruimte bieden voor sport- en spel. In totaal wonen 50 van de 90 kinderen in de Hoven van Dries. Tussen de huizen is eigenlijk geen ruimte voor een goed ingerichte speelplek. Daarom kunnen de plekken [6-06] Peppelhof en [6-07] Eshof komen te vervallen. Wel dienen hier wat speelprikkels in verharding te worden aangebracht, zodat de ruimte gereserveerd blijft voor spel. Bijvoorbeeld een hinkelset, knikkertegels of gekleurde verhardingen [M 6-03]. De speelplek [6-04] Wilgenhof moet de centrale speelplek worden voor de kinderen uit de Hoven. De plek moet daarvoor worden uitgebreid met toestellen en speelprikkels, zodat de gebruiksdruk wordt opgevangen. OBB Ingenieursbureau
102 De tweede plek voor de kinderen van de Hoven en de Dijkstraat zal dan plek [6-05] Berkhof zijn. Deze inrichting kan iets minder zijn dan plek [6-04]. De overige 40 kinderen wonen verspreid over de Dries, Dijkstraat, Essenpasstraat, Burchtgraafstraat en ten zuiden van de Burchtgraafstraat. De kinderen die aan de Dries wonen kunnen gebruik maken van plek [6-08] De Wieken 4. Voornamelijk omdat ze aan de oneven kant van deze weg wonen. Dan blijven er nog 31 kinderen over. Van deze 31 kinderen wonen er zeven in de Dijkstraat. Dan zijn er circa 25 kinderen over in het zuidwestelijk deel van Dries. Hiervan wonen er circa 15 rondom speelplek [6-01] Kerkepad. Deze speelplek kan dan ook blijven bestaan. Echter neemt het kinderaantal verder af dan kan de plek komen te vervallen. Een meer centrale locatie zou het grasveld aan de Burchtgraafstraat zijn. Daar wonen op dit moment meer kinderen omheen. Voor de jeugd kan met één goede speelplek worden voorzien in de behoefte. De speelplek [6-03] Eikhof komt hiervoor het meest in aanmerking. De toestellen op plek [6-21] Kleine Raalt kunnen verdwijnen, maar het doel en het duikelrek kan hier blijven staan. Dit omdat het aantal jeugdigen de komende tijd gaat toenemen en een tweede plek voor hen dan nodig is Speelruimte in Walburgen In Walburgen wonen 17 kinderen en 22 jeugdigen. Gezien de informele speelruimte in de tuinen en in het groen en op het schoolplein is het voor deze kinderen niet echt nodig een speelplek aan te bieden. Echter daar waar een concentratie van 15 of meer kinderen zou zijn is een speelplek gezien de norm wel gerechtvaardigd. Op dit moment wonen er 10 kinderen in de Burg. v.d. Meulenlaan. In het stukje nieuwbouw wonen op dit moment nog geen kinderen. Waarschijnlijk komt het hier nooit zover dat een speelplek nodig is. Vanaf 10 kinderen in één straat zouden wat speelprikkels aangebracht kunnen worden zoals een knikkertegel. De speelplek [6-19] Kommerdijk ligt te ver van de bebouwde kom om een functie te vervullen in het openbaar speelvoorzieningenniveau. Eigenlijk hoort deze plek niet bij het budget voor openbare speelvoorzieningen maar meer bij recreatie of iets dergelijks Speelruimte in de nieuwbouw In Gendt staat uitbreiding van de wijk Lootakkers in de planning en een stuk nieuwbouw genaamd Vleumingen-West. Voor de uitbreiding De Bongerd dient rekening gehouden te worden met één speelplek voor kinderen en jongere jeugd tot negen jaar. Voor Vleumingen-West zijn twee speelplekken voor kinderen nodig en een voor de oudere jeugd. Hier kan ook de oudere jeugd van Lootakkers heen naast dat ze naar plek [6-14] Hanzestraat kunnen. OBB Ingenieursbureau
103 15.7. Speelruimte in Hulhuizen In Hulhuizen en omgeving wonen circa 115 kinderen, jeugd en jongeren. Voor deze leeftijdsgroepen is er een speeltuin aanwezig die in beheer en eigendom is van de speeltuinvereniging Hulhuizen. De gemeente zal via het speeltuinenbeleid haar bijdrage leveren. Gezien de normen en de hoeveelheid informele ruimte zouden twee doelen en twee toestelletjes voor de kinderen op zijn plek zijn als basisvoorziening Jongeren in Gendt In totaal wonen in Gendt circa 470 jongeren. In Gendt zijn voldoende mogelijkheden voor hen om elkaar informeel te ontmoeten. Op 10 locaties moeten er ook daadwerkelijk wat eenvoudige voorzieningen zijn om even te zitten praten (What s Up). Deze zijn wel te vinden in het dorp. Op vier locaties moeten echt zit- en ontmoetingsaanleidingen zijn om wat langer en met meer mensen bij elkaar te komen en te zitten praten (Stay Around). Het mooiste zou zijn als dit gecombineerd wordt met de formele sport- en spelplekken voor de jongeren. Van deze formele sport- en spelplekken zijn er voldoende waar de jongeren terecht kunnen. De plekken liggen tevens goed gespreid over de buurten waar de jongeren wonen. Dit zijn de plekken [6-03] Eikhof, [6-11] Schoutstraat en het trapveld [Z 6-02] aan de Langstraat, [6-18] Thorbeckeplein en als laatste plek [6-21] Kleine Raalt. Deze laatste plek zou voor het trappen van een balletje geschikt zijn. Voor het echte ontmoeten zou het beter zijn als er een plek komt op het Julianaplein. Hier zouden dan tevens wat streetelementen of pannakooitje geplaatst kunnen worden [Z 6-01]. Verder dient een paar jaar na de realisatie van de nieuwbouw De Bongerd en Vleumingen-West een jongerenplek aan de Westkant van Gendt gerealiseerd te worden. Mochten er problemen zijn met geluidsoverlast en groepen jongeren met name in de zomer zou het wijs zijn een zogenoemde No Problem plek te hebben. Hiervoor zal een van de formele plekken aangewezen kunnen worden. De nieuwe plek in het centrum of het trapveld aan de Langstraat lijken hiervoor geschikt. Ook kan hiervoor een nieuwe plek gezocht worden verder buiten het dorp zoals bij de sportvelden. De inrichting hoeft niet spectaculair te zijn als er maar een plek is waarnaar de jongeren verwezen kunnen worden als ze zich niet naar behoren gedragen in het dorp. OBB Ingenieursbureau
104 15.9. Aandachtspunten/kenmerken Gendt De bestaande speelplekken in Gendt kunnen bijna allemaal in hun huidige vorm blijven bestaan. Op een enkele locatie kan een plek verdwijnen of dient een plek beter afgestemd te worden op de leeftijd van de omwonende kinderen en/of jeugd. Bij nieuwbouw (De Bongerd en Vleumingen-West) blijft het zaak de kinderaantallen in de gaten te houden. In principe moet er voor elke kinderen en jeugdigen een speelplek komen afhankelijk van de hoeveelheid informele speelruimte die er in de betreffende buurt is. OBB Ingenieursbureau
105 DEEL IV RAMING KOSTEN Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard OBB Ingenieursbureau
106 OBB Ingenieursbureau
107 16. DE BENODIGDE BUDGETTEN Voor onderhoud, beheer en vervanging van de huidige speelvoorzieningen is geld nodig. Hiervoor zijn bij de gemeente Lingewaard verschillende budgetten gereserveerd. Hoe staan deze in verhouding tot de voorgestelde budgetten aan de hand van de normen? De genoemde bedragen zijn exclusief btw en prijspeil Vaststellen budgetten Bij het vaststellen van de budgetten voor aanleg, onderhoud, beheer en vervanging van speelvoorzieningen zal er gezocht moeten worden naar de juiste onderlinge verhouding tussen deze posten. Indien dit niet het geval is, zullen bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe speelplekken de onderhoudskosten steeds verder stijgen, zonder dat daarvoor budget aanwezig is en dus de staat van onderhoud en de veiligheid afneemt. De onderhouds-, beheer- en vervangingsbudgetten moeten daarom aangepast worden nadat er extra of duurdere speeltoestellen zijn geplaatst of speeltoestellen zijn verwijderd. Aan de hand van de vervangingswaarde, de afschrijvingstermijn, het plaatsingsjaar, de geraamde onderhoudskosten en ervaringscijfers kunnen voor de komende jaren de benodigde budgetten in grote lijnen worden bepaald. De budgetten die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van openbare speelruimte moeten jaarlijks worden geïndexeerd. Als basis voor deze berekeningen is Bijlage III gebruikt Vervangingswaarde Aan de hand van de inventarisatie is de totale vervangingswaarde berekend voor de huidige situatie. In onderstaande tabel staat dit weergegeven. Inventaris Huidig Gemeente Speeltuinver. aantal speelplekken aantal speeltoestellen vervangingswaarde toestellen vervangingswaarde ondergronden vervangingswaarde toestellen plus ondergronden Tabel 12 Vervangingswaarde speelvoorzieningen Structurele budgetten Onderhoud, beheer en vervanging In Bijlage VIII zijn de werkzaamheden uitgezet per type materiaal van het toestel en de leeftijd. Deze lijst van werkzaamheden gekoppeld aan de inventaris geeft een beeld van de werkzaamheden die aan een toestel uitgevoerd zouden moeten worden. OBB Ingenieursbureau
108 Structurele budgetten per jaar Omdat het exacte gebrek moeilijk te voorspellen is, kunnen de onderhoudskosten slechts op grote lijnen worden geraamd. Hierbij wordt gebruikgemaakt van gemiddelde onderhoudskosten per type toestel. Aan de hand van de aanwezige toesteltypen en de geformuleerde onderhoudsbedragen in de normen kan het huidige onderhoudsbudget worden berekend. In de beheervisie (paragraaf 6.3) wordt een onderhoudsniveau van 70% aangegeven. Voor het beheer is een ervaringsgetal geformuleerd op basis van reeds opgestelde beleids- en beheerplannen. Dit landelijk gemiddelde percentage ligt op 3,5% van de aanschafwaarde. Binnen dit beheerbudget vallen alle bureauzaken als gegevensbeheer, werkvoorbereiding, klachtenafhandeling en beleidstechnische werkzaamheden. Het vervangingsbudget is berekend aan de hand van de levensduur en de aanschafwaarde van een toestel. Het gaat hierbij om een gemiddeld bedrag over een lange termijn, waarbij wordt uitgegaan van een situatie zonder achterstand. Huidig Budget Raming OBB 2005 noodzakelijk huidig niveau gemeente Noodzakelijk huidig niveau speeltuinver. onderhoud op niveau 70% beheer vervanging budgetten totaal Tabel 13 Benodigde structurele budgetten per jaar Tekort aan budget In de huidige begroting 2007 is in totaal opgenomen voor met name onderhoud en beheer en een klein deel vervanging door vandalisme. Gezien de normen moet er minimaal beschikbaar zijn om het huidige speelvoorzieningenniveau te onderhouden, te beheren en te vervangen. Daarnaast is er een budget van nodig om de speeltoestellen in beheer bij speeltuinverenigingen (Gendt en Doornenburg) op het gewenste niveau in stand te houden. Uit Tabel 13 blijkt dat tot op heden onvoldoende budget in de begroting is opgenomen voor het vervangen en beheren van speelvoorzieningen. Dit tekort leidt er vooral toe dat de vervanging niet planmatig wordt uitgevoerd en waarschijnlijk het onderhoud ook niet op het gewenste niveau wordt uitgevoerd. Dat het huidige budget lager is dan het geraamde budget valt te verklaren uit het feit dat de eisen aan het onderhoud van een speeltoestel en de speelomgeving de laatste jaren sterk zijn toegenomen, er meer veiligheidsondergronden zijn aangelegd en dat de toestellen zelf aanzienlijk duurder zijn geworden. OBB Ingenieursbureau
109 Daarnaast stelt de gemeente structureel budgetten ter beschikking aan de speeltuinverenigingen en levert zij op adhocbasis nog bijdragen aan het onderhoud. Ook worden de inspecties van speeltuinvereniging Doornenburg een keer per jaar door de gemeente gedaan en worden er af en toe speeltoestellen vervangen bij de speeltuinen. Dus de gemeente draagt ook nog een deel van de Achterstand in vervanging Uit de beheervisie blijkt dat er een achterstand is in het vervangen van de toestellen. Dit was ook al te voorspellen aangezien er geen structurele budgetten voor vervanging waren gereserveerd. Om voldoende aan de geraamde vervangingsreservering te hebben, zal eerst de achterstand in vervanging weggewerkt moeten worden. In Grafiek 14 zijn de vervangingskosten per jaar weergegeven, uitgaande van de gemiddelde vervangingstermijn en de geïnventariseerde plaatsingsjaren. Dit is berekend met een gemiddelde aanschafwaarde van het toestel zonder plaatsingskosten en btw. Het is dus de benodigde investering in toestellen voor het betreffende jaar. De plaatsingskosten en btw komen hier nog bovenop. Deze zijn afhankelijk van de wijze van uitvoering Vervangingskosten naar vervangingsjaar opgesplitst naar gemeente en speeltuinverenigingen inclusief ondergronden v oor v erv.waarde gemeente v erv.waarde speeltuin Grafiek 14 Vervangingskosten naar vervangingsjaar De totale vervangingswaarde van deze achterstallige toestellen tot en met 2006 is voor de toestellen in beheer bij de gemeente en voor de toestellen in beheer bij speeltuinverenigingen. Om de achterstand in een keer weg te werken is dus een aanzienlijke eenmalige investering in toestellen nodig. OBB Ingenieursbureau
110 Daar komen uitvoeringskosten, uren begeleiding en inspraak bij, die al snel zullen oplopen tot 20% van de vervangingswaarde (circa ). Er wordt van uitgegaan dat er geen noemenswaardige achterstand is in het vervangen van ondergronden. Hiervan wordt ieder jaar een vijftiende deel vernieuwd (levensduur 15 jaar). Verder ontbreken in deze grafiek nog de gegevens van de vervangen toestellen. In de komende jaren zal de achterstallige vervanging moeten worden weggewerkt. Deze toestellen komen dan circa 12 jaar later weer in het vervangingsschema terecht. Dus vanaf 2019 is dan weer een piek te verwachten ter hoogte van een vijfde van de huidige piek, bovenop wat al vervangen moet worden in het betreffende jaar. OBB Ingenieursbureau
111 17. REALISATIE STREEFBEELD Aan de hand van de normen zoals in Bijlage III en de beschreven maatregelen uit Bijlage IV worden in dit hoofdstuk de eenmalige en de structurele kosten weergegeven van het realiseren en in stand houden van het streefbeeld. De genoemde bedragen zijn exclusief btw en prijspeil Realiseren streefbeeld Verbeteren informele ruimte In hoofdstuk 9 van dit speelruimteplan is een analyse gegeven van de speelruimte zoals die nu in Lingewaard aanwezig is. Daarbij is het voorgestelde beleid toegepast op de situatie in de buurten. Er zijn per buurt voorstellen gedaan waarmee zowel de informele als de formele speelruimte verbeterd kunnen worden. De kosten hiervoor zijn geraamd en weergegeven in Bijlage IV en samengevat in Tabel 15. kern huidig nieuw secundair Streef kosten plek toestel plek toestel prikkel maatr. plek toestel plek toestel Angeren Bemmel Doornenburg Gendt Haalderen Huissen Tabel 15 Wijzigingen per kern De maatregelen voor het verbeteren van de informele speelruimte zijn niet exact te ramen. Het belangrijkste is dat er een omslag in denken komt bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Bij ontwikkelingen moet nagedacht worden of en hoe kinderen medegebruik kunnen maken van de inrichting van de openbare ruimte. Veel van de maatregelen die het spelen ten goede komen hoeven geen extra geld te kosten. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk om grond die vrijkomt bij bouwwerkzaamheden te gebruiken om de speelwaarde van een speelplek of het plantsoen te verhogen Speelprikkels Om de informele speelruimte te verbeteren worden speelprikkels toegepast; voor de jonge kinderen en jeugdigen om op te spelen en voor de jeugdigen en jongeren om op te zitten en ontmoeten. Deze speelprikkels zijn een teken voor de gebruikers dat de ruimte gebruikt mag worden voor spel. Niet alleen bij zoekgebieden, maar ook bij de bestaande speelplekken zijn vaak nog speelprikkels toegevoegd. Dit is om de bestaande ruimte op en om de speelplek nog aantrekkelijker en uitdagender te maken voor spel. Voor de gemiddelde aanlegprijs van een speelprikkel is uitgegaan van 250 per stuk. OBB Ingenieursbureau
112 Gemiddelde toestelprijzen In het streefbeeld wordt een aantal nieuwe speelplekken voorgesteld. Bij een nieuw aan te leggen plek wordt uitgegaan van gemiddeld drie tot vier toestellen en speelprikkels per plek. Ook op bestaande locaties wordt van deze drie tot vier toestellen uitgegaan. Staan er veel meer toestellen dan worden deze secundair en staan er minder of te weinig voor de doelgroep dan worden er toestellen bijgeplaatst. De gemiddelde toestelprijs zonder veiligheidsondergrond bedraagt in Lingewaard circa Dit is onder het landelijk gemiddelde. Geïndexeerd dient voor nieuwe toestellen minimaal een gemiddelde toestelwaarde van te worden gehanteerd. Voor het aanbrengen van eventuele valdempende ondergronden wordt uitgegaan van 25% van de totale investering in speeltoestellen Bezuiniging door hergebruik secundaire toestellen Van de huidige toestellen zijn 188 toestellen als secundair aangewezen. De reden hiervoor kan zijn dat de speelplek waar ze staan secundair wordt, ze teveel zijn op een plek of dat ze niet geschikt zijn voor de leeftijdscategorie in het streefbeeld. Van deze toestellen is er aan de hand van de leeftijd, het type en de staat van onderhoud een inschatting gemaakt of het toestel geschikt is om nog te verplaatsen. Geschat is dat 28 toestellen kunnen worden hergebruikt om het streefbeeld te realiseren, waardoor er een besparing ontstaat op de investeringskosten Eenmalige en bijkomende kosten In onderstaande tabel zijn de eenmalige en bijkomende kosten voor de realisatie van het streefbeeld weergegeven in aansluiting op paragraaf Eenmalige kosten realiseren streefbeeld het verbeteren informele speelruimte voor 0 tot en met 18 jaar: 341 speel- en zitaanleidingen het realiseren van 21 zoekgebieden + verbeteren plekken: 158 nieuwe toestellen het hergebruik van 28 van de in totaal 188 secundaire toestellen (besparing) de bijkomende kosten veiligheidsondergrond 25% subtotaal de bijkomende (her)inrichtingskosten waarvan circa 80% ten laste van speelvoorzieningen komt de kosten voor de uitvoering van het speelruimteplan 8% van de eenmalige investeringskosten totaal Tabel 16 Raming eenmalige realisatiekosten OBB Ingenieursbureau
113 De bijkomende (her)inrichtingskosten behoren niet volledig uit het speelvoorzieningenbudget te worden betaald. Het betreft hier ook inrichtingen en maatregelen die in het kader van wegen en groen zouden moeten vallen. Naar inschatting zou maximaal 80% van de kosten vanuit het speelvoorzieningenbudget moeten komen Structurele kosten Vervangingswaarde Aan de hand van de inventarisatie en de normen zoals in Bijlage III weergegeven, is de totale vervangingswaarde berekend voor zowel de huidige situatie als het streefbeeld. In onderstaande tabel staat dit weergegeven. Dit zijn de bedragen inclusief de speeltuinverenigingen. In deze vervangingswaarde is voor het streefbeeld een stelpost opgenomen van 25% voor de veiligheidsondergronden. Te zien is dat er minder plekken en ook minder toestellen zullen zijn, maar dat de vervangingswaarde gaat toenemen. Dit komt met name door de indexering van de gemiddelde toestelprijs, waardoor deze toeneemt van naar Er komen namelijk duurdere maar ook betere, grotere en duurzamere toestellen te staan. Ook de toename aan oppervlak te veiligheidsondergronden en de aanschafprijs daarvan speelt een rol Raming structurele kosten In paragraaf 0 staan de structurele budgetten voor de huidige situatie weergegeven. Na uitvoering van de maatregelen die nodig zijn om het streefbeeld te realiseren zullen er andere budgetten nodig zijn om dit beeld in stand te houden. Bij de raming van het streefbeeld zijn dezelfde verhoudingen tussen vervangingswaarde, onderhoudskosten en beheerkosten gebruikt als die in het huidige beeld naar voren komen. Structurele budgetten per jaar Raming huidig niveau Raming streefbeeld gemeente Speeltuinen gemeente Speeltuinen onderhoud op niveau 70% beheer vervanging budgetten totaal Tabel 17 Raming structurele budgetten huidig en streefbeeld De toename in de jaarlijkse budgetten is verklaarbaar door de toename aan vervangingswaarde. Voor de speeltuinen zou een kleine bezuiniging mogelijk zijn. Er is een kleine toename in budgetten ondanks de grote investeringen in 21 nieuwe plekken op locaties. OBB Ingenieursbureau
114 18. WERK MET WERK MAKEN Omvormen van speelvoorzieningen De raming van de eenmalige kosten voor het streefbeeld gaat uit van het plaatsen van toestellen en alle nog bijkomende kosten. Deze kosten zijn grof geraamd, omdat ze sterk afhankelijk zijn van de locatie en de plannen voor de plek. Er kan hierbij gedacht worden aan het aanbrengen of aanpassen van groen en bestrating op en rondom een speelplek, het nemen van verkeersmaatregelen, het plaatsen van speelprikkels enzovoort. Daarnaast is per secundaire speelplek een bedrag geraamd om de vrijgekomen speelplek opnieuw (informeel bespeelbaar) in te richten. In veel gevallen bestaat dit alleen uit het opnemen van het toestel en gras inzaaien of enkele tegels aanbrengen. Er zijn echter ook enkele locaties waar een grotere herinrichting nodig zal zijn. Aangezien deze kosten per speelplek sterk verschillen en afhankelijk zijn van de uitvoeringswijze en het ambitieniveau voor de achterblijvende ruimte betreft dit slechts een grove raming. Daarbij moet verder nog gedacht worden aan koppeling aan lopende projecten en renovaties. Als er in een bepaalde buurt een herinrichting van wegen of groen voorzien is, kan het realiseren van het speelruimteplan wellicht hieraan gekoppeld worden. Naast de genoemde kosten kunnen er nog overige uitvoeringskosten ontstaan. Denk daarbij aan het opstellen van inrichtingsschetsen, het opstellen van een uitvoeringsplan, het verplaatsen van toestellen en het voorbereiden van het plaatsen van banken en speelprikkels Uitvoeringssnelheid en eenmalige investering Er moet opgemerkt worden dat de werkelijke eenmalige kosten sterk afhankelijk zijn van de snelheid waarmee de voorstellen kunnen worden uitgevoerd, door wie de werkzaamheden worden uitgevoerd, of er werk met werk gemaakt kan worden enzovoort. Als alles in de loop der jaren via de reguliere vervanging zou gaan, kost het natuurlijk minder of wordt het uit de lopende budgetten betaald. Als de geraamde investering niet in één keer wordt gedaan, duurt het lang voordat het streefbeeld gerealiseerd is. Hierbij moeten de investeringen in de nieuwe toestellen via het vervangingsbudget worden gerealiseerd. Deze werkwijze heeft tot gevolg dat er achter de feiten (lees de actuele kinderaantallen) aangelopen wordt, zeker gezien het gegeven dat er in Lingewaard geen structureel vervangingsbudget is. Het voorstel is om in vijf jaar het streefbeeld te realiseren en dit te combineren met het wegwerken van de achterstand in vervanging. OBB Ingenieursbureau
115 18.2. Fasering over vijf jaar Voor de komende vijf jaar zijn de kosten voor het uitvoeren van de maatregelen uit het streefbeeld en het wegwerken van de achterstand geraamd. Hierbij zijn de speeltuinen buiten beschouwing gelaten. Over subsidies en bijdragen aan speeltuinverenigingen zal in een apart beleid een besluit genomen moeten worden Vervanging In onderstaande grafiek is het vervangingsschema weergegeven tot en met De achterstallige vervanging wordt in vijf jaar weggewerkt. Door na deze vijf jaar een bijpassende vervangingsreservering te doen (zwarte lijn) kan er rekening worden gehouden met grotere vervangingen later Inhaal Ondergronden Regulier 2e ronde Regulier 1e ronde Reserv ering Grafiek 18 Type vervangingskosten naar vervangingsjaar Bij dit model worden alle toestellen geplaatst voor 1990 vervangen in 2007, en de toestellen geplaatst in 1990 vervangen in De toestellen geplaatst in 1991 tot en met 1996 volgen dan in de jaren daarna. Vanaf 2015 komen de toestellen voor de tweede maal toe aan reguliere vervanging, bijvoorbeeld een toestel met een levensduur van acht jaar geplaatst of vervangen in Uitvoering maatregelen streefbeeld De grote investeringen in nieuwe plekken zitten met name in het realiseren van plekken in de nieuwbouw Essenpas, Loovelden en Bloemstraat. De overige maatregelen zijn van toepassing op bestaande plekken. Dit houdt in renovaties, een aantal nieuwe plekken realiseren en een aantal plekken verwijderen. Het is handig om de uitvoering van dit plan te koppelen aan de vervanging om zo op de uitvoeringskosten en toestelkosten te besparen. De totale kosten voor de uitvoering bedragen , verspreid over vijf jaar zou er gemiddeld per jaar nodig zijn. OBB Ingenieursbureau
116 18.3. Besparingen Door de maatregelen uit het streefbeeld uit te voeren en deze ook nog eens optimaal te combineren met het vervangingsschema kan bespaard worden op de eenmalige kosten en de uitvoeringskosten Vervanging secundaire toestellen Door de maatregelen voor het streefbeeld uit te voeren hoeven niet alle toestellen die nu achterstallig zijn vervangen te worden. Hiermee kan bespaard worden op toestellen die secundair aangewezen zijn in het streefbeeld. Deze toestellen zijn niet nodig om te voorzien in het voorzieningenniveau. Ook bij de reguliere vervanging kan worden bespaard, omdat plekken en toestellen volgens het streefbeeld niet vervangen hoeven te worden. Hierbij kan bespaard worden over een langere periode (regulier 1 e ronde) Werk met werk op de plek Op alle plekken waar achterstallige vervanging dient plaats te vinden zijn ook kleinere en grotere maatregelen nodig in het kader van het streefbeeld. Hierdoor kunnen de uitvoeringskosten van het streefbeeld gerekend worden en kunnen die van het wegwerken van de vervanging komen te vervallen. Hiermee was een bedrag van circa gemoeid voor inspraak, planvorming en begeleiding uitvoering. Ook op veel plekken waar reguliere vervanging dient plaats te vinden zijn beheerkosten te besparen, omdat hiervoor al uitvoeringskosten voor het uitvoeren van het streefbeeld zijn. Deze besparing is moeilijk te berekenen en zal niet hoog zijn Raming kosten en budgetten komende vijf jaar Uitgaande van de fasering, berekeningen uit voorgaande hoofdstukken en de besparingen zouden voor de volgende vijf jaar de volgende budgetten beschikbaar moeten komen realisatie streefbeeld inhalen vervanging regulier onderhoud regulier beheer regulier vervanging totaal Tabel 19 Raming kosten en budgetten eerste vijf jaar Kop 6 nieuwe pagina inhoud OBB Ingenieursbureau
117 DEEL V BIJLAGEN Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard OBB Ingenieursbureau
118 OBB Ingenieursbureau
119 Acceptatieniveau Actieradius Cognitief-psychische Ontwikkeling Motorisch-lichamelijke Ontwikkeling Openbare ruimte Primaire speelplek Referentiebeeld Secundaire speelplek Sociaal-emotionele Ontwikkeling Speelfunctie Speelmogelijkheid Speelplek Speelvoorziening(en) Speelvoorzieningenniveau Streefbeeld Zoekgebied BIJLAGE I. BEGRIPPENLIJST Het onderhoudsniveau waarop een toestel technisch nog blijft voldoen aan de veiligheidsnormen en aan de eisen voor algemene welstand. Norm voor de afstand die een kind kan en mag afleggen om bij een speelplek te komen. Ontwikkeling van o.a. ruimtelijke oriëntatie, verbalisatie, intelligentie, geheugen, concentratie, foutwaarneming en logisch denken. Ontwikkeling van o.a. evenwicht, houding, coördinatie, kracht, snelheid, ritme, tempo, uithoudingsvermogen en omgaan met eventuele afwijkingen/aandoeningen. Alle ruimte die geen privé- of overgangsruimte (=portiek/achterpaden/galerij, waar men enige verantwoordelijkheid ervaart) is, wordt openbare ruimte genoemd, bijvoorbeeld grasvelden, plantsoenen, parken, wegen, braakliggende terreinen en waterpartijen. Speelplek die in het streefbeeld voor één of meer leeftijdscategorieën van belang is om te handhaven. Het volgens de normen ideale speelvoorzieningenniveau. De speelplek vervult geen functie in het belang van het na te streven speelvoorzieningenniveau en kan binnen de beleidstermijn komen te vervallen. Ontwikkeling van o.a. zelfvertrouwen, samenwerking, zelfstandigheid, foutverwerking, dynamiek, compensatietechnieken en sfeergevoeligheid. De functie die het spelen heeft voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld coördinatie, concentratie, zelfvertrouwen, etc. Een mogelijkheid om te spelen zoals klimmen of schommelen. Specifiek voor spelen ingerichte plek in de openbare ruimte. Het geheel van voorzieningen die getroffen zijn, waardoor gespeeld kan worden, zoals het aanleggen van speelplekken en het plaatsen van speeltoestellen. De mate waarin speelvoorzieningen binnen de gemeente zijn aangelegd. Het na te streven speelvoorzieningenniveau dat voortkomt uit het vergelijken van de huidige situatie ten opzichte van de normen voor speelruimte. Een aangewezen gebied waar een speelplek voor de betrokken leeftijdscategorie aanwezig zou moeten zijn om aan het streefbeeld te voldoen. OBB Ingenieursbureau
120 BIJLAGE II. GEGEVENSTABEL BUURTEN In deze bijlage staan per buurt de normen voor informele en formele speelruimte uitgewerkt voor de verschillende leeftijdscategorieën. De tabel kan als samenvatting en toelichting voor de analyse van informele en formele speelruimte gezien worden. Op basis van deze cijfers en de daadwerkelijke inrichting van de buurt en de inspraak die heeft plaatsgevonden, wordt het streefbeeld bepaald. OBB Ingenieursbureau
121 kern buurt uitgangspunten doorrekenen normen voor speelruimte streef inventarisatie kwantitatief informeel formeel beeld plekken kinderen oppvl kind/ha kind/plekkind/plekha/plek tst verschil knd per tst per tst per 0-5jr: 20m2/ plekken plek 100 knd plek 6-11jr: 20m2 / t.o.v jr: 1 st / streef totaal gemeente speeltuinve [aantal] [ha] [aant/ha] [plek] [plek] [plek] [plek] [plek] [aantal] [plek] [aantal] [aantal] [aantal] Angeren Angeren ,4 2, ,3 5,5 3,8 0 t/m 5 jaar 183 2,3 3660m ,0 26,1 12,6 3,3 6 t/m 11 jaar 195 2,5 3900m ,0 39,0 6,7 2,6 12 t/m 18 jaar 168 2,1 11st ,0 168,0 3,0 5,0 Bemmel Centrum Bemmel ,5 1, ,5 11,2 6,0 0 t/m 5 jaar 38 1,1 760m ,0 38,0 10,5 4,0 6 t/m 11 jaar 33 0,9 660m ,0 16,5 33,3 5,5 12 t/m 18 jaar 36 1,0 2st ,0 36,0 19,4 7,0 Boswei ,1 1, ,0 3,2 5,0 0 t/m 5 jaar 55 1,4 1100m ,0 n.v.t. 5,5 n.v.t. 6 t/m 11 jaar 47 1,2 940m ,0 47,0 6,4 3,0 12 t/m 18 jaar 56 1,5 4st ,0 n.v.t. 3,6 n.v.t. Het Hoog ,1 4, ,6 9,0 4,7 0 t/m 5 jaar 169 3,9 3380m ,0 15,4 23,7 3,6 6 t/m 11 jaar 170 3,9 3400m ,0 42,5 14,7 6,3 12 t/m 18 jaar 240 5,6 16st ,0 240,0 3,8 9,0 Klappenburg ,9 2, ,3 4,7 3,0 0 t/m 5 jaar 124 2,1 2480m ,0 31,0 11,3 3,5 6 t/m 11 jaar 122 2,1 2440m ,0 40,7 8,2 3,3 12 t/m 18 jaar 140 2,4 9st ,0 140,0 0,7 1,0 Oostervelden ,7 2, ,5 5,1 5,0 0 t/m 5 jaar 75 3,2 1500m ,0 37,5 8,0 3,0 6 t/m 11 jaar 60 2,5 1200m ,0 30,0 11,7 3,5 12 t/m 18 jaar 60 2,5 4st ,0 n.v.t. 3,3 n.v.t. Essenpas ,3 2, ,5 4,0 3,5 0 t/m 5 jaar 185 4,2 3700m ,0 61,7 7,0 4,3 6 t/m 11 jaar 90 2,0 1800m ,0 90,0 10,0 9,0 12 t/m 18 jaar 71 1,6 5st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. De Houtakker 9 23,9 0, n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0 t/m 5 jaar 2 0,1 40m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6 t/m 11 jaar 4 0,2 80m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12 t/m 18 jaar 3 0,1 0st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Klaverkamp/Klein Rome , ,1 3,1 3,3 0 t/m 5 jaar 327 6,3 6540m ,0 65,4 5,5 3,6 6 t/m 11 jaar 254 4,9 5080m ,0 127,0 6,7 8,5 12 t/m 18 jaar 155 3,0 10st ,0 155,0 2,6 4,0 Klaverkamp West ,5 5, ,6 7,6 5,8 0 t/m 5 jaar 126 5,6 2520m ,0 31,5 17,5 5,5 6 t/m 11 jaar 134 6,0 2680m ,0 33,5 11,9 4,0 12 t/m 18 jaar 123 5,5 8st ,0 123,0 2,4 3,0 OBB Ingenieursbureau
122 kern buurt uitgangspunten doorrekenen normen voor speelruimte streef inventarisatie kwantitatief informeel formeel beeld plekken kinderen oppvl kind/ha kind/plekkind/plekha/plek tst verschil knd per tst per tst per 0-5jr: 20m2/ plekken plek 100 knd plek 6-11jr: 20m2 / t.o.v jr: 1 st / streef totaal gemeente speeltuinve [aantal] [ha] [aant/ha] [plek] [plek] [plek] [plek] [plek] [aantal] [plek] [aantal] [aantal] [aantal] Doornenburg Doornenburg Noord ,7 2, ,0 14,0 12,0 0 t/m 5 jaar 92 2,4 1840m ,0 46,0 29,3 13,5 6 t/m 11 jaar 90 2,4 1800m ,0 45,0 32,2 14,5 12 t/m 18 jaar 76 2,0 5st ,0 38,0 7,9 3,0 Doornenburg Zuid ,1 3, ,3 8,1 4,3 0 t/m 5 jaar 77 3,5 1540m ,0 19,3 15,6 3,0 6 t/m 11 jaar 70 3,2 1400m ,0 23,3 15,7 3,7 12 t/m 18 jaar 62 2,8 4st ,0 n.v.t. 3,2 n.v.t. Gendt Centrum Gendt/Vleumingen ,8 3, ,0 7,5 8,7 0 t/m 5 jaar 105 3,1 2100m ,0 35,0 17,1 6,0 6 t/m 11 jaar 117 3,5 2340m ,0 58,5 15,4 9,0 12 t/m 18 jaar 126 3,7 8st ,0 126,0 4,0 5,0 Dries , ,9 8,1 3,0 0 t/m 5 jaar 98 4,9 1960m ,0 14,0 13,3 1,9 6 t/m 11 jaar 79 4,0 1580m ,0 39,5 22,8 9,0 12 t/m 18 jaar 81 4,1 5st ,0 n.v.t. 3,7 n.v.t. Lootakkers ,6 6, ,6 7,4 4,5 0 t/m 5 jaar 131 5,6 2620m ,0 18,7 19,1 3,6 6 t/m 11 jaar 180 7,6 3600m ,0 36,0 12,2 4,4 12 t/m 18 jaar 174 7,4 12st ,0 87,0 2,3 2,0 De Bonkelaar ,5 4, ,0 6,5 5,0 0 t/m 5 jaar 103 5,6 2060m ,0 34,3 11,7 4,0 6 t/m 11 jaar 75 4,1 1500m ,0 75,0 9,3 7,0 12 t/m 18 jaar 53 2,9 4st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Walburgen 62 28,9 0, ,0 4,8 3,0 0 t/m 5 jaar 17 0,6 340m ,0 17,0 17,6 3,0 6 t/m 11 jaar 22 0,8 440m ,0 n.v.t. 9,1 n.v.t. 12 t/m 18 jaar 23 0,8 2st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Haalderen Haalderen ,8 1, ,5 7,2 7,5 0 t/m 5 jaar 148 1,9 2960m ,0 37,0 15,5 5,8 6 t/m 11 jaar 124 1,6 2480m ,0 124,0 14,5 18,0 12 t/m 18 jaar 146 1,9 10st ,0 146,0 3,4 5,0 Huissen Centrum Huissen ,8 1, ,3 8,0 3,0 0 t/m 5 jaar 27 1,3 540m ,0 9,0 29,6 2,7 6 t/m 11 jaar 26 1,3 520m ,0 26,0 15,4 4,0 12 t/m 18 jaar 59 2,8 4st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Johannahoeve 97 10,1 3, ,0 4,1 4,0 0 t/m 5 jaar 23 2,3 460m ,0 23,0 17,4 4,0 6 t/m 11 jaar 32 3,2 640m ,0 n.v.t. 9,4 n.v.t. 12 t/m 18 jaar 42 4,2 3st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. OBB Ingenieursbureau
123 kern buurt uitgangspunten doorrekenen normen voor speelruimte streef inventarisatie kwantitatief informeel formeel beeld plekken kinderen oppvl kind/ha kind/plekkind/plekha/plek tst verschil knd per tst per tst per 0-5jr: 20m2/ plekken plek 100 knd plek 6-11jr: 20m2 / t.o.v jr: 1 st / streef totaal gemeente speeltuinve [aantal] [ha] [aant/ha] [plek] [plek] [plek] [plek] [plek] [aantal] [plek] [aantal] [aantal] [aantal] Huissen Rietbaan 85 7,3 3, ,0 8,2 7,0 0 t/m 5 jaar 34 4,7 680m ,0 34,0 14,7 5,0 6 t/m 11 jaar 32 4,4 640m ,0 32,0 12,5 4,0 12 t/m 18 jaar 19 2,6 1st ,0 n.v.t. 5,3 n.v.t. Zilverkamp 1e fase ,2 4, ,9 7,4 2,5 0 t/m 5 jaar 128 3,4 2560m ,0 11,6 17,2 2,0 6 t/m 11 jaar 142 3,8 2840m ,0 28,4 14,8 4,2 12 t/m 18 jaar 205 5,5 14st ,0 68,3 3,4 2,3 Zilverkamp 2e fase , ,8 17,2 2,2 0 t/m 5 jaar 43 2,2 860m ,0 5,4 48,8 2,6 6 t/m 11 jaar 39 2,0 780m ,0 19,5 17,9 3,5 12 t/m 18 jaar 46 2,3 3st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Zilverkamp 3e fase ,9 2, ,4 13,4 4,1 0 t/m 5 jaar 125 2,3 2500m ,0 12,5 29,6 3,7 6 t/m 11 jaar 130 2,4 2600m ,0 18,6 22,3 4,1 12 t/m 18 jaar 171 3,2 11st ,0 57,0 7,6 4,3 Zilverkamp 4e fase ,7 4, ,8 7,8 3,7 0 t/m 5 jaar 168 4,3 3360m ,0 18,7 16,7 3,1 6 t/m 11 jaar 159 4,1 3180m ,0 31,8 11,9 3,8 12 t/m 18 jaar 199 5,1 13st ,0 99,5 3,0 3,0 De Laak ,9 1, ,0 3,7 5,0 0 t/m 5 jaar 42 1,4 840m ,0 42,0 9,5 4,0 6 t/m 11 jaar 33 1,1 660m ,0 33,0 9,1 3,0 12 t/m 18 jaar 59 1,9 4st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 't Kempke , n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0 t/m 5 jaar 23 3,8 460m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6 t/m 11 jaar 21 3,5 420m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12 t/m 18 jaar 18 3,0 1st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Brouwersland ,7 3, ,2 6,8 3,6 0 t/m 5 jaar 67 2,7 1340m ,0 16,8 13,4 2,3 6 t/m 11 jaar 83 3,4 1660m ,0 27,7 18,1 5,0 12 t/m 18 jaar 116 4,7 8st ,0 116,0 6,0 7,0 Kampstuk ,2 4, ,3 5,6 3,0 0 t/m 5 jaar 30 2,7 600m ,0 15,0 26,7 4,0 6 t/m 11 jaar 45 4,0 900m ,0 22,5 11,1 2,5 12 t/m 18 jaar 85 7,6 6st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Hofmeesterij ,8 2, ,0 10,6 3,8 0 t/m 5 jaar 55 2,3 1100m ,0 27,5 14,5 4,0 6 t/m 11 jaar 47 2,0 940m ,0 15,7 34,0 5,3 12 t/m 18 jaar 78 3,3 5st ,0 39,0 6,4 2,5 OBB Ingenieursbureau
124 kern buurt uitgangspunten doorrekenen normen voor speelruimte streef inventarisatie kwantitatief informeel formeel beeld plekken kinderen oppvl kind/ha kind/plekkind/plekha/plek tst verschil knd per tst per tst per 0-5jr: 20m2/ plekken plek 100 knd plek 6-11jr: 20m2 / t.o.v jr: 1 st / streef totaal gemeente speeltuinve [aantal] [ha] [aant/ha] [plek] [plek] [plek] [plek] [plek] [aantal] [plek] [aantal] [aantal] [aantal] Huissen Binnenveld ,8 6, ,3 7,4 3,9 0 t/m 5 jaar 133 6,7 2660m ,0 22,2 16,5 3,7 6 t/m 11 jaar 119 6,0 2380m ,0 29,8 11,8 3,5 12 t/m 18 jaar 114 5,8 8st ,0 57,0 2,6 1,5 Bloemstraat ,1 1, ,3 9,4 4,3 0 t/m 5 jaar 67 1,6 1340m ,0 33,5 11,9 4,0 6 t/m 11 jaar 34 0,8 680m ,0 17,0 29,4 5,0 12 t/m 18 jaar 38 0,9 3st ,0 38,0 10,5 4,0 Tabakshof 115 7,1 5, n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0 t/m 5 jaar 45 6,3 900m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6 t/m 11 jaar 34 4,8 680m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12 t/m 18 jaar 36 5,1 2st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 't Zand ,9 3, ,7 12,9 5,0 0 t/m 5 jaar 69 3,3 1380m ,0 17,3 26,1 4,5 6 t/m 11 jaar 63 3,0 1260m ,0 21,0 28,6 6,0 12 t/m 18 jaar 100 4,8 7st ,0 100,0 3,0 3,0 Looveer 6 0,001 0, n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0 t/m 5 jaar 2 0,0 40m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6 t/m 11 jaar 3 0,0 60m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12 t/m 18 jaar 1 0,0 0st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Loovelden ,001 0, n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0 t/m 5 jaar 7 0,0 140m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6 t/m 11 jaar 5 0,0 100m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12 t/m 18 jaar 7 0,0 0st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Loovelden ,001 0, n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0 t/m 5 jaar 83 0,0 1660m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6 t/m 11 jaar 54 0,0 1080m ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12 t/m 18 jaar 23 0,0 2st ,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. Totaal , ,7 7,2 4,1 0 t/m 5 jaar , ,0 24,4 14,8 3,6 6 t/m 11 jaar , ,0 37,6 13,6 5,1 12 t/m 18 jaar , ,0 118,9 3,3 4,0 OBB Ingenieursbureau
125 BIJLAGE III. AANTAL EN KOSTEN SPEELTOESTELLEN In deze bijlage is een overzicht gegeven van de typen speelvoorzieningen waarin de toestellen zijn verdeeld met daarbij behorende normcijfers (prijspeil 2007). Gekozen is voor typen toestellen om zo de ramingen overzichtelijk te maken. De gebruikte normen zijn gemiddelden voor alle toestellen die binnen dit type vallen. De voornaamste redenen voor de onderscheiding van de typen zijn gebruik (speelmogelijkheid), leeftijd en aanschafwaarde. Per type is in de eerste kolommen weergegeven: de leeftijdscategorie die over het algemeen van het toesteltype gebruik maakt; de gemiddelde vervangingstermijn (levensduur) van het toesteltype; de geraamde aanschafwaarde van het toesteltype (nieuwwaarde exclusief btw en exclusief kosten voor ontwerp, plaatsing e.d.); de gemiddelde onderhoudskosten per jaar voor het toestel (gebaseerd op max. 10% van de aanschafwaarde (i.v.m. levensduur) en de vandalismegevoeligheid van het toesteltype). In de volgende kolommen wordt het aantal toestellen binnen dit type doorgerekend met de genoemde normen. Hierdoor wordt inzicht verkregen in de totale aanschafwaarde en de bijbehorende onderhouds- en vervangingsbudgetten. De genoemde normcijfers van de toesteltypen in de tabel gaan uit van een onderhoudsniveau van 100%. Dit betekent onder andere dat de speeltoestellen altijd optimaal in de verf zitten, er altijd proper uitzien, in perfecte technische staat verkeren en dat graffiti regelmatig verwijderd wordt. In het beleid wordt echter een onderhoudsniveau bepaald. Dit niveau wordt verrekend met het totaalbudget. Een onderhoudsniveau zoals in paragraaf beschreven betekent dat 70% van de berekende normbudgetten nodig is voor vervanging en onderhoud. In de tweede tabel staan dezelfde normcijfers, maar nu geven ze de totalen weer voor secundaire toestellen en her te gebruiken toestellen. OBB Ingenieursbureau
126 speeltuinvereniging gemeente type toestel totaal huidige situatie Lingewaard eenheid vervanging- aanschaf- onderhoud aantal omvang aanschaf- onderhoud afschrijving beheer aantal omvang aanschaf- onderhoud afschrijving beheer aantal omvang aanschaf- onderhoud afschrijving beheer termijn waarde per jaar toestellen waarde per jaar per jaar per jaar toestellen waarde per jaar per jaar per jaar toestellen waarde per jaar per jaar per jaar wipveer stuk meerpersoons wipveer stuk wip stuk enkel duikelrek stuk meerdelig duikelrek stuk brug stuk schommel stuk speciale schommel stuk evenwichtsbalk stuk bokspringpaal stuk glijbaan laag stuk glijbaan hoog stuk zandspeeltoestel stuk zandbak stuk loopton stuk draaitoestel klein stuk draaitoestel groot stuk klimelement stuk speelhuisje laag stuk combinatie klein jong stuk combinatie klein oud stuk combinatie klein stuk combinatie groot jong stuk combinatie groot oud stuk combinatie groot stuk uitgebreide speelcombinatie stuk speelelement jongeren/overkapping stuk tafeltennistafel stuk voetbaldoel stuk basketbalpaal stuk voetbal-basketbaldoel stuk volleybalset stuk kabelbaan stuk skateboard groot stuk skateboard middel stuk skateboard klein stuk speelaanleiding/poef/betonelement/diverse stuk valdempmende zandondergronden m totaal toestellen in Lingewaard onderhoud 100% totaal toestellen in Lingewaard onderhoud 70% gemeente speeltuinvereniging totaal ondergronden in Lingewaard onderhoud 100% totaal ondergronden in Lingewaard onderhoud 70% gemeente speeltuinvereniging totaal voorzieningen: onderhoud 100% totaal voorzieningen in Lingewaard onderhoud 70% gemeente speeltuinvereniging
127 speeltuinvereniging Hergebruik totaal gemeente speeltuinvereniging Als secundair aangewezen totaal gemeente type toestel eenheid vervanging- aanschaf- onderhoud aantal aanschaf- aantal aanschaf- aantal aanschaf- aantal aanschaf- aantalaanschaf- aantal aanschaftermijn waarde per jaar toestellen waarde toestellen waarde toestellen waarde toestellen waarde toestellen waarde toestellen waarde wipveer stuk meerpersoons wipveer stuk wip stuk enkel duikelrek stuk meerdelig duikelrek stuk brug stuk schommel stuk speciale schommel stuk evenwichtsbalk stuk bokspringpaal stuk glijbaan laag stuk glijbaan hoog stuk zandspeeltoestel stuk zandbak stuk loopton stuk draaitoestel klein stuk draaitoestel groot stuk klimelement stuk speelhuisje laag stuk combinatie klein jong stuk combinatie klein oud stuk combinatie klein stuk combinatie groot jong stuk combinatie groot oud stuk combinatie groot stuk uitgebreide speelcombinatie stuk speelelement jongeren/overkapping stuk tafeltennistafel stuk voetbaldoel stuk basketbalpaal stuk voetbal-basketbaldoel stuk volleybalset stuk kabelbaan stuk skateboard groot stuk skateboard middel stuk skateboard klein stuk speelaanleiding/poef/betonelement/diverse stuk valdempmende zandondergronden m totaal toestellen in Lingewaard onderhoud 100% totaal toestellen in Lingewaard onderhoud 70% gemeente speeltuinvereniging totaal ondergronden in Lingewaard onderhoud 100% totaal ondergronden in Lingewaard onderhoud 70% gemeente speeltuinvereniging totaal voorzieningen: onderhoud 100% totaal voorzieningen in Lingewaard onderhoud 70% gemeente speeltuinvereniging 125
128 OBB Ingenieursbureau
129 BIJLAGE IV. SPEELPLEKKEN EN MAATREGELEN In deze bijlage staat weergegeven welke rol de plek speelt in het streefbeeld en welke acties nodig zijn om deze rol te kunnen vervullen. In de tabel staan de huidige plekken, de nieuw te maken plekken (zoekgebieden) en de te nemen overige maatregelen. De eerste vier kolommen bieden gegevens over de inventaris in de huidige situatie en in het streefbeeld. In de eerste kolom staat een speelpleknummer. Betreft de plek een zoekgebied of maatregel dan is dit aangegeven met respectievelijk een Z of een M. De tweede kolom is de locatie waar de speelplek te vinden is. De locatienaam is overgenomen uit de inspectie van gemeente Lingewaard. Aan de hand van de aanwezige speeltoestellen, de uitstraling en de aanwezige ruimte op de locaties is per speelplek de huidige leeftijdscategorie bepaald. Dit is weergegeven in de derde kolom. In de vierde kolom genaamd 'streefbeeld', is aangegeven voor welke leeftijdscategorie de speelplek in het streefbeeld ingericht moet worden. In de vijfde kolom genaamd 'eigendom', is aangegeven of de speelplek op gemeentelijke ondergrond ligt of op ondergrond van de speeltuinvereniging Gendt. De laatste kolommen bevatten gegevens over de maatregelen die genomen moeten worden om de plek te laten voldoen aan de eisen van het streefbeeld. Ook hier wordt weer uitgegaan van de normen voor informele en formele ruimte. In de kolom 'maatregelen' wordt kort aangeduid wat de kern is van de maatregelen die genomen moeten worden. In aansluiting hierop staat in de kolom nieuwe speelprikkels en de kolom nieuwe toestellen hoeveel speelprikkels en/of toestellen er nodig zijn bij deze maatregel. OBB Ingenieursbureau
130 spnr locatie buurt categorie beheer maatregelen nieuw huidig wordt prikkels tst 2-01 De Steeg Angeren 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Zoneren en duidelijk stuk maken voor jeugd met uitdagende toestellen. Twee wipveren niet meer vervangen De Steeg Angeren 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Bijplaatsen combi Irenestraat Angeren 0 t/m 11 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Verwijderen toestellen en realiseren minitrapveld Emmastraat Angeren 0 t/m 5 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen Glazemakershof Angeren 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Bijplaatsen meisjestoestel Duimeling Angeren 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Blijven zorgen voor goed trapveld. Bijplaatsen zit- en ontmoetingsaanleidingen voor jongeren meer richting de dijk Christinastraat Angeren 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen verwijderen Grundel Angeren 0 t/m 11 jaar 0 t/m 18 jaar gemeente Brug en Evenwichtsbalk niet meer vervangen. Hiervoor in de plaats eventueel een schommel plaatsen. Wat zit- en ontmoetingsaanleidingen voor jeugd en jongeren aanbrengen. 4 1 M 2-01 Rosmalenstraat/Past. Versteegsstraat maatregel Angeren n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding (stoepen). M 2-02 twee plekken in dorp maatregel Angeren n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. Aanbrengen zit- en ontmoetingsaanleidingen van Nispenlaan hoek sportveld Essenpas 6 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Geen Waterwolf 9 Essenpas 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen Leidijk 59 Essenpas 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen Meander 64 Essenpas 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Bijplaatsen toestel voor M 5-01 Essenpas maatregel Essenpas n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. Aanbrengen zit- en ontmoetingsaanleidingen. 3 Z 5-01 Meander zoekgebied Essenpas geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor 0-5. Z 5-02 Leidijk zoekgebied Essenpas geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor 0-5. Z 5-03 Dwarsdijk zoekgebied Essenpas geen 0 t/m 5 jaar gemeente Hier worden/zijn bespeelbare kunstobjecten geplaatst. Z 5-04 Leidijk/Dwarsdijk zoekgebied Essenpas geen 6 t/m 11 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplek voor Z 5-06 De Ward zoekgebied Essenpas geen 6 t/m 18 jaar gemeente Realiseren aantrekkelijke sport en ontmoetingsplek voor jongeren in overleg met jongeren. Geen skatebaan, maar wel voetbal en andere sporten. Verder avontuurlijke plek voor de jeugd met uitdagen klim-, zwaai- en draaitoestellen en veel natuurlijke speelaanleidingen door hoogteverschillen, zandbulten en andere aanleidingen als boomstammen, keien e.d. toe te passen. Samen met jeugd- en jongerenbeleid Viermorgen 57 Oostervelden 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen. Trapveld handhaven voor jeugd Bouwhof Klappenburg 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen verwijderen en/of hergebruiken Oostervelden 34 Klappenburg 0 t/m 18 jaar 0 t/m 18 jaar gemeente In parkgebied goed gezoneerd speelplekken voor alle leeftijdsgroepen bieden. Toestellen voor de jeugd verplaatsen en uitdagende schommel of draaitoestel bijplaasen. Basket verplaatsen en stukje verharding maken en een trapveldje met zit- en ontmoetingsmogelijkheden Meidoornstraat Klappenburg 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen niet meer vervangen. Plek pas verwijderen als het zoekgebied bij schoolplein gerealiseerd is. Speelaanleidingen aanbrengen om aan te geven dat dit informele speelruimte blijft Ds. Israelstraat 4 Klappenburg 6 t/m 11 jaar secundair gemeente Basketbalpaal verwijderen en enkele speelaanleidingen aanbrengen voor Dr. R.van Oppenraaijstraat Klappenburg 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Twee toestellen en wat speelaanleidingen zijn hier voldoende gezien het aantal kinderen Sportlaan Klappenburg 6 t/m 11 jaar secundair gemeente Te decentraal. Ooivaarsnest verwijderen en eventueel hergebruiken. Tijdelijk plaatsen twee doelen. Na realisatie van plek in De Ward kan deze plek komen te vervallen M 5-02 verkeersmaatregelen Klappenburg maatregel Klappenburg n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Markeren oversteekpunt voor kinderen en jeugd van Bouwhof naar speelplek [5-07] en mogelijk op de kop afzetten van wegen. 14 Z 5-07 Dr. R.van Oppenraaijstraat school zoekgebied Klappenburg geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg schoolplein openbaar voor Lukt dit niet dan plekje maken voor 0-5 in grasveldje bij school voor winkels van Ambestraat 26 Boswei 6 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Verwijderen zandbak en glijbaan. Verplaatsen basket. Doel laten staan en bijplaatsen zitaanleiding van Ambestraat Centrum Bemmel 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Geen (voldoende zit- en ontmoetingsaanleidingen?). M 5-03 omgeving centrum maatregel Centrum Bemmel n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. Aanbrengen zit- en ontmoetingsaanleidingen. OBB Ingenieursbureau
131 spnr locatie buurt categorie beheer maatregelen nieuw huidig wordt prikkels tst M 5-04 verspreid over Bemmel op 29 locaties maatregel Centrum Bemmel n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. Quickscan als richtlijn hanteren en locaties globaal vastleggen zodat jongeren niet zomaar weggestuurd kunnen worden. Locaties categoriseren zodat goed doorverwijssysteem ontstaat en goede afspraken gemaakt kunnen worden over gedragsregels. Aanwijzen in overleg met bewoners, jongeren en professionals. M 5-05 Verspreid over Bemmel op 5 locaties maatregel Centrum Bemmel n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. Aanbrengen eenvoudige zit- en ontmoetingsaanleidingen. Z 5-08 Cuperstraat zoekgebied Centrum Bemmel geen 0 t/m 5 jaar gemeente Realiseren speelplekje voor 0-5 in overleg met omwonenden Sportpark - Ressensestraat 30 Klaverkamp/Klein Rome 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Een Jop bijplaatsen. Voor de jeugd zorgen voor voldoende uitdagende speelruimte door meer met hoogteverschillen en groen te doen Pomona Klaverkamp/Klein Rome 0 t/m 5 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Toestelplek voor Bijplaatsen tafeltennistafel en twee grote toestellen voor 0-5 jaar Diana 20 Klaverkamp/Klein Rome 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen. In toekomst alleen toestellen 0-5 toepassen Junoplein 5 Klaverkamp/Klein Rome 0 t/m 5 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Toestel bijplaatsen 0-5 en drie toestellen voor Ceres 62 Klaverkamp/Klein Rome 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Entertoestel verplaatsen naar [5-14]. Hiervoor in de plaats combi 0-5 en nog een toestel plaatsen Fruitlaan- Bloemenstraat Klaverkamp/Klein Rome 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Bijplaatsen 3 toestellen Kruidenstraat-Parksingel Klaverkamp/Klein Rome 6 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Schommel- of draaitoestel bijplaatsen. 1 M 5-06 Saturnushof, Groenestraat en t Rietland M 5-07 Fruithoven M 5-08 Kruidenstraat/Bloemenstraat Z 5-09 Floralaan Z 5-10 Parksingel Z 5-11 Fruitlaan/Herckenrathweg of Ceres maatregel Klaverkamp/Klein Rome maatregel Klaverkamp/Klein Rome maatregel Klaverkamp/Klein Rome zoekgebied Klaverkamp/Klein Rome zoekgebied Klaverkamp/Klein Rome zoekgebied Klaverkamp/Klein Rome n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding. n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Beter bespeelbaar maken door toepassen speelaanleidingen. n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Afzetten weg met paaltjes zodat autovrije ruimte ontstaat. geen 0 t/m 5 jaar gemeente Realiseren speelplekje voor 0-5 in overleg met omwonenden. geen 0 t/m 11 jaar gemeente Realiseren speelplekje voor 0-5 in overleg met omwonenden en maken avontuurlijke speelruimte voor jeugd. Brug/pont naar eiland en paar uitdagende toestellen. geen 6 t/m 18 jaar gemeente Realiseren speelplek voor jeugd en jongeren met trapveld en enkele uitdagende toestellen De Gaard Klaverkamp West 6 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Twee enkele duikelrekken niet meer vervangen. Hiervoor in de plaats tafeltennistafel plaatsen of ander uitdagend toestel De Gaard 37 Klaverkamp West 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen De Rosmolen 25 Klaverkamp West 0 t/m 11 jaar secundair gemeente Verwijderenklimtoestel. Combi opnemen en herplaatsen op Oortlaan. Wipveren opnemen en herplaatsen op De Gracht Oeverkamp Klaverkamp West 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Bij vervanging toestellen voor 0-5 toepassen Bonenkamp Klaverkamp West 0 t/m 18 jaar 0 t/m 18 jaar gemeente Geen. Denk aan zonering M 5-09 De Gracht maatregel Klaverkamp West n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen en twee wipveren van [5-23]. M 5-10 De Plak/Warmoeshof maatregel Klaverkamp West n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding Oortlaan 2 Het Hoog 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Speelplek voor 0-5 van maken. Tafeltennis verplaatsen of niet meer vervangen. Bijplaatsen combi van [5-23] t Erf 35 Het Hoog 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Glijhuis en wipveren verplaatsen. Zandbak verwijderen. Enkele speelaanleidingen aanbrengen om ruimte als informele speelruimte te handhaven Tuinlaan Het Hoog 0 t/m 18 jaar 0 t/m 18 jaar gemeente Baskets vervangen door combi doel/baskets. Verharding omheinen en ziten ontmoetingsaanleidingen aanbrengen. Speelruimte voor de kinderen en jeugd uitdagender maken door groen erbij te betrekken en uitdagende toestellen te plaatsen De Zicht Het Hoog 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Wipveren, glijbaan en evenwichtsbalk verplaatsen naar [5-30]. Overige toestellen verwijderen. Ruimte met speelaanleidingen aankleden zodat goede informele speelruimte achterblijft De Zicht - Deellaan Het Hoog 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Realiseren speelhoek voor 0-5 en bijplaatsen uitdagend toestel Zeishof 28 Het Hoog 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Veerhobbels verwijderen en in opslag. Zandbak dichtstraten. Enkele speelaanleidingen aanbrengen Rijplaan Het Hoog 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen. Meer uitdaging aanbrengen in toekomst Gersthof Het Hoog 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen verwijderen of niet meer vervangen Hoogselaan Het Hoog 0 t/m 5 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Toestellen voor 0-5 verwijderen. Schommel laten staan en bijmaken klein trapveldje en bijplaatsen klimtoestel OBB Ingenieursbureau
132 spnr locatie buurt categorie beheer maatregelen nieuw huidig wordt prikkels tst 5-35 Moutlaan Het Hoog 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Klimtoestel verwijderen en wipveren naar De Gruit De Gruit Het Hoog 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Nieuwe plek. Wordt gerealiseerd bij nieuwbouw. Bijplaatsen wipveren van [5-35] Flierenhofstraat Centrum Bemmel 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen. Overleg over openbaarheid plein Poeldrik Oostervelden 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Bij grotere vervangingsronde grote combi 0-11 in zand plaatsen van Heekstraat Doornenburg Noord 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Aantrekkelijker maken voor jeugd en jongeren door in plaats van 1 groot veld twee kleinere velden te maken bestaande doelen en twee nieuwe minidoelen. Tevens voor jeugd stuk ruigte maken (hoogteverschillen, water, bosplantsoen) en voor jongeren een zit- en ontmoetingsplek en basketbalveldje van Heekstraat Doornenburg Noord 0 t/m 18 jaar 0 t/m 11 jaar speeltuinvereniging Speeltuinvereniging Homoetstraat nr.6-34 Doornenburg Noord 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen De Kamp Doornenburg Zuid 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Toestellen bijplaatsen voor 6-11 als op plek [3-05] de toestellen vervangen worden voor toestellen voor 0-5. Bijplaatsen duikelrek van [3-05] 3-05 Scherpehoek Doornenburg Zuid 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Bij vervanging toestellen toepassen meer voor 0-5. Duikelrek verplaatsen naar [3-04] en bijplaatsen toestel voor 0-5] 3-06 Nieuwenburgh Doornenburg Zuid 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Dit moet centrale speelplek voor 0-5 worden. Toestellen van [3.07] voor deze leeftijd hier bijplaatsen. Twee wipveren (konijn en motor) niet meer vervangen en combi voor 0-5 nieuw plaatsen. Duikelrek verplaatsen naar [3.07] Hoppenhof Doornenburg Zuid 0 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Te decentraal voor 0-5. Toestellen voor 0-5 (peuterschommel, evenwichtsbalk en veerwip) verplaatsen naar [3.06]. Combi vervangen door toestel meer voor Bijplaatsen duikelrek van [3.06]. M 3-01 Slangenburgstraat maatregel Doornenburg Noord n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding en plantsoen verspreid over Slangenburg. M 3-02 Sportveld Pannerdenseweg maatregel Doornenburg Zuid n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. Aanbrengen zit- en ontmoetingsaanleidingen en kijken of sportveld mede gebruikt kan worden door jongeren Pater Rikkenstraat Haalderen 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Geen kinderen, geen speelsporen. Toestellen niet meer vervangen als er nieuwe centrale plek is in de omgeving van school/mariaplein [Z4-05] Notenboomstraat Haalderen 0 t/m 18 jaar 0 t/m 18 jaar gemeente Aantal toestellen is veel en er is weinig gedaan met de speelruimte. In toekomst minder toestellen, maar meer met speelaanleidingen en de ruimte doen). Hiervoor ontwerp/plan laten maken. De ruimte meer zoneren per leeftijdsgroep. De nadruk op jeugd en jongeren leggen. Na realisatie speelplek [Z4-05] kan het aantal toestellen voor kinderen worden teruggebracht De Halden Haalderen 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Combi bij gereedkomen [Z 4-06] vervangen door toestel voor Hoge Zandsestraat Haalderen 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Inrichting meer afstemmen op 0-5 en op hoge speeldruk. Duikelrekken verplaatsen naar [Z 4-06]. M 4-01 nieuwe deel Haalderen maatregel Haalderen n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding (stoepen). Z 4-05 schoolplein of Mariaplein zoekgebied Haalderen geen 0 t/m 5 jaar gemeente Realiseren speelplek voor kinderen in overleg buurt/school. Z 4-06 centraal in nieuwbouw zoekgebied Haalderen geen 6 t/m 11 jaar gemeente Realiseren speelplek voor jeugd met trapveld en uitdagende speelruimte en toestellen voor jongens en meisjes. In overleg met buurt. Is reeds plan voor nabij [4-03] Stulp Zilverkamp 3e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Deel Zilverkamp 3e fase 6 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Geen Deel Zilverkamp 3e fase 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen. Bij vervanging vervangen op plek [1-02]!!! 1-04 Holthuizerdreef Zilverkamp 3e fase 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen Hazeleger Zilverkamp 3e fase 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Uitdagende speelplek voor 0-11 maken. Bijplaatsen 2 toestellen Holthuizerdreef Zilverkamp 3e fase 0 t/m 11 jaar secundair gemeente Tafeltennistafel verplaatsen naar [1-09]. Toestellen verwijderen (mits plek [1-13] primair wordt anders toestellen laten staan Wildzang Zilverkamp 3e fase 12 t/m 18 jaar12 t/m 18 jaar gemeente Geen Kuunskop Zilverkamp 3e fase 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Toestellen voor 6-11 niet meer vervangen. Ook meer variatie maken in toestel en ruimte Kuunskop Zilverkamp 3e fase 0 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Maken trapveldje en bijplaatsen tafeltennistafel van OBB Ingenieursbureau
133 spnr locatie buurt categorie beheer maatregelen nieuw huidig wordt prikkels tst 1-10 Hazeleger-Kolk Zilverkamp 3e fase 0 t/m 11 jaar secundair gemeente Toestellen verwijderen als hergebruik nodig is. Anders niet meer vervangen. Ruimte als informele speelruimte achterlaten a Waterkiep Zilverkamp 3e fase 12 t/m 18 jaar secundair gemeente Geen. Niet van gemeente Waterkiep Zilverkamp 3e fase 0 t/m 11 jaar secundair gemeente Verwijderen wipveren en duikelrek. Doel laten staan tot niet meer kan Wildzang Zilverkamp 3e fase 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen Uivernest Zilverkamp 4e fase 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Bijplaatsen toestel voor 0-5 en aantrekkelijker maken plek door speelaanleidingen in de verharding aan te brengen Bessenmaat Zilverkamp 4e fase 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Eén van de wipveren vervangen door huisje of ander klim/glij/huis toestel Bessenmaat Zilverkamp 4e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Reigerbos Zilverkamp 4e fase 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Bijplaatsen uitdagende toestellen (schommel, draai, kabelbaan) en zorgen voor avontuurlijke aanleidingen (bosjes, boomstammen, hoogteverschil). Voor jongeren ontmoetingshoekje maken en zit/hang toestel plaatsen Reigerbos Zilverkamp 4e fase 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Plek aantrekkelijker maken door speelaanleidingen in en op verharding aan te brengen. Gekleurde poefs, een hinkelbaan of letterslang (pleinplakkers) Zwanenveld Zilverkamp 4e fase 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Glijbaan/combi plaatsen los van zandbak voor 0-11 jaar in het gras. Aantrekkelijker maken door toepassen van verschillende speelaanleidingen Zwanenveld Zilverkamp 4e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Ulkenpad Zilverkamp 4e fase 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Realiseren speelplek voor 0-5. Bijplaatsen toestellen bij zandbak in verharding en gras Dullert Zilverkamp 4e fase 0 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Glijbaan, zandbak en wipveren niet meer vervangen. Uitdagend toestel bijplaatsen voor jeugd en jongeren. Plaatsen 2 picknickbanken in omgeving van trapveld [1-24] Beemd Zilverkamp 4e fase 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Bij vervanging meer toestellen voor 0-5 toepassen Ulkenpad Zilverkamp 4e fase 12 t/m 18 jaar12 t/m 18 jaar gemeente Geen Sportdreef Zilverkamp 1e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Landslag Zilverkamp 1e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Dissel Zilverkamp 1e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Schamel Zilverkamp 1e fase 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen. Net gerenoveerd Bakboord Zilverkamp 1e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Thuishaven Zilverkamp 1e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Schans Zilverkamp 1e fase 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Duikelrek niet meer vervangen. Nu combi in zand bijplaatsen en secundaire wipveer Waterlinie Zilverkamp 1e fase 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Sport- en ontmoetingsplek voor jongeren en avontuurlijke natuurspeelplek voor de jeugd maken voor Zilverkamp fase1 en Appelbongerd Zilverkamp 1e fase 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Bijplaatsen secundaire toestellen van elders uit deze buurt (huisje, wipveer) en bijplaatsen combi in zand Perenbongerd Zilverkamp 1e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Schoren Zilverkamp 1e fase 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Duikelrek niet meer vervangen. Nu combi in zand bijplaatsen en secundaire wipveer Scheprad Zilverkamp 1e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Scheprad Zilverkamp 1e fase 12 t/m 18 jaar12 t/m 18 jaar gemeente Sport- en ontmoetingsplek voor jongeren maken met overkapping voor Zilverkamp fase1 en 4, Rietbaan en Johannahoeve Citadel Zilverkamp 1e fase 6 t/m 18 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Bijplaatsen twee uitdagende toestellen voor de jeugd. Kabelbaan, combi of draaitoestel. M 1-01 Landslag en drieslag maatregel Zilverkamp 1e fase n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding en plantsoen Huurland Zilverkamp 2e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Paalrij Zilverkamp 2e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Merkpaal Zilverkamp 2e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Paalgrens Zilverkamp 2e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten De Steen Zilverkamp 2e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Grevenveld Zilverkamp 2e fase 6 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Maken trapveldje en bijplaatsen uitdagende combi in zand en secundaire schommel Grevenveld Zilverkamp 2e fase 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Bijplaatsen combi in zand en secundaire wipveer en glijbaan. OBB Ingenieursbureau
134 spnr locatie buurt categorie beheer maatregelen nieuw huidig wordt prikkels tst 1-46 Binnendijk Zilverkamp 2e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Binnendijk Zilverkamp 2e fase 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten Binnendijk Zilverkamp 2e fase 6 t/m 11 jaar secundair gemeente Toestel verwijderen en en ruimte als informele speelruimte achterlaten. Z 1-05 Tussen Griend en Landouwen zoekgebied Zilverkamp 2e fase geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor Rietbaan Rietbaan 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen Rooseveltstraat Kampstuk 6 t/m 11 jaar secundair gemeente Toestellen niet meer vervangen Kennedystraat Kampstuk 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen verwijderen en ruimte als informele speelruimte handhaven Doormanstraat Kampstuk 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Als plek [1-50] en [1-51] verdwijnen hier 4 toestellen voor 0-11 bijplaatsen Park Johannahoeve Johannahoeve 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen. Is net nieuw Doormanstraat Hofmeesterij 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Geen Hofmeesterij Hofmeesterij 6 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Bijplaatsen leuke toestellen voor Hofmeesterij Hofmeesterij 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen Hofmeesterij Hofmeesterij 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen niet meer vervangen Warmoezerij Hofmeesterij 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Ruimte aantrekkelijker maken voor de jeugd door hoogteverschillen en groen aan te brengen en leuke toestellen bij te plaatsen. 4 3 Z 1-07 nieuwbouw Loovelden zoekgebied Loovelden 1 geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor 0-5. Z 1-08 nieuwbouw Loovelden zoekgebied Loovelden 1 geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor 0-5. Z 1-09 nieuwbouw Loovelden zoekgebied Loovelden 1 geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor v. Kleefplein Brouwersland 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen niet meer vervangen Brandenburg 5 Brouwersland 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen Julianastraat Brouwersland 0 t/m 11 jaar 0 t/m 18 jaar gemeente Geen Muntstraat Brouwersland 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Geen Muntstraat Brouwersland 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen niet meer vervangen of verwijderen na gereedkomen plek [1-60]. M 1-02 oudbouw Brouwersland maatregel Brouwersland n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding en kijken of tijdelijke speelstraten geregeld kunnen worden met buurtbewoners Wilhelminastraat De Laak 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Bijplaatsen toestel voor 0-5. Iets van combi in zand en een secundaire wipveer van elders Koelhuisstraat Binnenveld 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen niet meer vervangen. T.z.t. een hinkelset of paar knikkertegels leggen Binnenveld Binnenveld 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen Binnenveld Binnenveld 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen Koelhuisstraat Binnenveld 0 t/m 18 jaar 0 t/m 18 jaar gemeente Geen Walstraat Centrum Huissen 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen Terpweide Centrum Huissen 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Eigenlijk boventallig. Geen Gasthuisstraat Centrum Huissen 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen verwijderen en evt. hergebruiken M 1-03 op twee plaatsen in Huissen maatregel Centrum Huissen n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. Aanwijzen Stay Around plek. 4 1 M 1-04 op vijf plaatsen in Huissen maatregel Centrum Huissen n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. Op verzoek van jongeren aanwijzen What's 8 Up plek Koperslagerstraat Bloemstraat 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen Meester Linssenhof Bloemstraat 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen Bloemenstraat bij parkeerplaats Bloemstraat 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Geen. Z 1-02 Bloemstraat zoekgebied Bloemstraat geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor 0-5. Z 1-03 Black Allicante/Boskoopsglorie zoekgebied Bloemstraat geen 0 t/m 11 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor Baron van Spittaellaan Binnenveld 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen Witte Wievenpad Binnenveld 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente Geen. Zorgen dat plein ook geschikt blijft voor straatspel. 1-75a Trapveld Binnenveld 6 t/m 18 jaar secundair gemeente Toestellen niet meer vervangen Dennenstraat 't Zand 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Klimtoestel niet meer vervangen. Meer met speelaanleidingen doen Beukenstraat 't Zand 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen verwijderen na realisatie zoekgebied Eikenstraat/Hazelaarstraat Vlierstraat 't Zand 6 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente Plek opwaarderen en renoveren. Uitdagende speelruimte voor deze leeftijdsgroep maken. Omgeving bij speelplek betrekken Berkenstraat 't Zand 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente Geen v. Wijkstraat bij school 't Zand 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente Geen Eikenstraat 't Zand 0 t/m 5 jaar secundair gemeente Toestellen verwijderen na realisatie zoekgebied Eikenstraat/Hazelaarstraat. Z 1-04 Eikenstraat/Hazelaarstraat zoekgebied 't Zand geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor 0-5. Z 1-06 Tabakshof zoekgebied Tabakshof geen 0 t/m 5 jaar gemeente In overleg met bewoners realiseren speelplekje voor b Holthuizerdreef 187 Zilverkamp 3e fase 12 t/m 18 jaar12 t/m 18 jaar gemeente Geen. Niet van gemeente Kerkepad Dries 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar speeltuinvereniging Geen Langstraat Lootakkers 12 t/m 18 jaar12 t/m 18 jaar speeltuinvereniging Trapveld verbeteren en aanbrengen zit- en ontmoetingsaanleidingen Eikhof Dries 0 t/m 11 jaar 0 t/m 18 jaar speeltuinvereniging Wipveer verplaatsenen aanbrengen zit- en ontmoetingsaanleidingen. OBB Ingenieursbureau
135 spnr locatie buurt categorie beheer maatregelen nieuw huidig wordt prikkels tst 6-04 Wilgenhof Dries 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar speeltuinvereniging Plek uitbreiden/verbeteren met toestellen en speelaanleidingen in overleg met bewoners Berkhof Dries 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar speeltuinvereniging Bijplaatsen kleine combi voor Peppelhof Dries 0 t/m 5 jaar secundair speeltuinvereniging Toestellen verwijderen na verbetering [6-05] Eshof Dries 0 t/m 5 jaar secundair speeltuinvereniging Toestellen verwijderen na verbetering [6-05]. M 6-03 Peppelhof/Eshof maatregel Dries n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding (stoepen) De Wieken 4 De Bonkelaar 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar speeltuinvereniging Geen De Windroos De Bonkelaar 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar speeltuinvereniging Uitdagend toestel voor 6-11 plaatsen (schommel/draai/klim) en plaatsen twee minidoeltjes voor het trappen van een balletje. M 6-01 De Vang/De Kruigang maatregel De Bonkelaar n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding (stoepen). 6-10a Distelakker 2 Lootakkers 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar speeltuinvereniging Plek heeft opknapbeurt nodig. Zorgen voor voldoende toestellen voor b Dwarsakker Lootakkers 0 t/m 5 jaar secundair speeltuinvereniging Verwijderen toestellen Schoutstraat Lootakkers 0 t/m 18 jaar 0 t/m 18 jaar speeltuinvereniging Bij vervanging gezellige toestelhoek voor 0-5 maken en gezoneerd toestelplek voor Bij trapveld ontmoetingsvoorzieningen aanbrengen voor jongeren Langakker Lootakkers 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar speeltuinvereniging Bijplaatsen toestellen van 6-14 en schommel Langakker 85 Lootakkers 0 t/m 5 jaar secundair speeltuinvereniging Toestellen hergebruiken of niet meer vervangen Hanzestraat Lootakkers 0 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar speeltuinvereniging Toestellen voor 0-5 verwijderen Richterstraat 15 Lootakkers 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar speeltuinvereniging Duikelrek en doel niet meer vervangen Gerwardstraat Centrum Gendt/Vleumingen 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar speeltuinvereniging Grote combi voor 0-11 bijplaatsen Schoolstraat 42 Centrum Gendt/Vleumingen 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar speeltuinvereniging Plek bij vervanging verplaatsen naar grasveld bij Hendrik Braamstraat Thorbeckeplein Centrum Gendt/Vleumingen 0 t/m 18 jaar 0 t/m 18 jaar speeltuinvereniging Geen. Let op goede zonering. Zorgen voor zit- en ontmoetingsaanleidingen voor jongeren en maken klein trapveld met minidoelen bij basketbalveld in. M 6-02 omgeving Christinastraat maatregel Centrum Gendt/Vleumingen n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Aanbrengen speelaanleidingen in verharding (stoepen). M 6-03 van Dwarsakker naar Distelakker maatregel Lootakkers n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. Maken looproute en oversteek naar speelplek Distelakker. Z 6-01 Centrum Gendt zoekgebied Centrum Gendt/Vleumingen geen 12 t/m 18 jaar speeltuinvereniging Realiseren sport- en ontmoetingsplek in overleg met jongeren Kommerdijk Walburgen 0 t/m 5 jaar secundair speeltuinvereniging PM. Overleg over budgetten De Vang - Peperbus De Bonkelaar 0 t/m 5 jaar 0 t/m 11 jaar speeltuinvereniging Plek langzamerhand gaan uitbreiden met voorzieningen voor de jeugd. Zorgen voor voldoende uitdagende speelmogelijkheden (zand, hoogteverschil, bosjes, toestellen etc) voor 0-11 jaar Kleine Raalt Dries 0 t/m 11 jaar 6 t/m 11 jaar speeltuinvereniging Evenwichtsbalk, triodraai en wipveer verwijderen OBB Ingenieursbureau
136 OBB Ingenieursbureau
137 BIJLAGE V. INFORMELE ONTMOETING JONGEREN Voldoende plekken en goede spreiding Let erop dat er voldoende plekken zijn en dat deze goed over de wijk gespreid liggen: circa 1 plek per 15 jongeren. Drie typen plekken De plekken kunnen onderverdeeld worden in drie typen: type A: Kiss and greet; type B: What s up en type C: Stay around. Afspreken Uitwisselen Verblijven Plek type A: Kiss and greet 50% betreft eenvoudige plekken voor 2 tot 4 jongeren waar ze even een kwartiertje staan te kletsen en afscheid nemen of afspreken om op elkaar te wachten als ze samen ergens heen gaan. Dit zijn vaak hoeken van straten met een iets bredere stoep of herkenningspunt (boom, bank, speciaal gebouw). Het verkeer mag hier niet te druk zijn omdat de jongeren vaak deels op de weg staan. Het moet een plek zijn op de route van en naar school, sportclub, kerk, muziekvereniging enzovoorts. Plek type B: What s up 30% van de plekken bestaat uit wat grotere plekken voor 5 tot 10 jongeren waar ze bij elkaar komen en bijpraten. Er is hiervoor een grotere locatie nodig waar 10 jongeren en een stuk of 5 scooters en 5 fietsen op/in passen. Het is van belang dat deze locatie in het zicht ligt zodat iedereen snel kan zien wie er op de plek aanwezig is. Verscheidene plekken voor verschillende groepen zijn van belang. s Zomers is te zien dat er jongeren langs deze plekken (brom)fietsen op zoek naar een praatje. Op deze locaties zouden enkele voorzieningen moeten zijn of komen. Er moeten meer plekken type B zijn dan er nu als zodanig zijn ingericht. Op deze manier kan een plek eventueel nog eens verplaatst worden naar een andere locatie als de overlast te groot wordt of de jeugd er helemaal niet meer komt. Plek type C: Stay around 20% van de plekken zijn wat grotere plekken voor 5 tot circa 20 jongeren waar ze echt afspreken om bij elkaar te komen en te zitten praten of om andere activiteiten te ontplooien. Vaak gaan deze plekken samen met goed ingerichte sportplekken (bijvoorbeeld om te skaten), maar als er van deze laatste te weinig zijn, kunnen de plekken ook apart goed functioneren. De plekken zijn duurzaam ingericht voor ontmoeting en er mag hier meer dan op andere ontmoetingsplekken. Muziek bijvoorbeeld mag en er is een soort beschutte plek zodat jongeren er ook met wat slechter weer kunnen rondhangen. OBB Ingenieursbureau
138 Overlast Er zijn verschillende typen overlast te onderscheiden, die over het algemeen als probleem worden ervaren door bewoners: geluidsoverlast, verkeersoverlast en gedragsoverlast (aanstootgevende zaken zoals vandalisme, maken van onacceptabele troep, racistische uitingen en seksuele uitingen). Een groot gedeelte van de overlast is te ondervangen door een goede locatie te kiezen en regels af te spreken. Op plekken van type A is vaak geen overlast, omdat de jongeren hier overdag ontmoeten wanneer het merendeel van de mensen niet thuis is; ze hier met weinig jongeren samenkomen; ze hier niet lang blijven staan. Wanneer wel overlastsituaties gaan ontstaan, doordat de plek zich ontwikkelt tot een plek type B, dan moeten de jongeren verwezen worden naar een plek die wel geschikt is voor plek type B. Op plekken van type B kan overlast worden verwacht. Een lichte mate van overlast is af en toe ook toegestaan, want wat door een bewoner als overlast wordt ervaren hoeft door jongeren niet zo bedoeld te zijn en het is hun plek! Door goede locaties te kiezen op voldoende afstand van een woning, kan een gedeelte van de geluidsoverlast worden ondervangen. Bij een afstand van 20 meter of meer wordt de geluidsoverlast niet als direct naast de deur en dreigend ervaren. Door voldoende afstand van een doorgaande weg te houden, kan verkeersoverlast worden voorkomen. Deze afstand kan variëren van 2 (hek ertussen) tot 10 meter. De plek moet niet te ver van de weg liggen omdat het zichtbaar zijn, wat op deze plekken van belang is, dan wegvalt. Aan gedragsoverlast kan worden gewerkt door voor de plek duidelijke gedragsregels te maken en deze te controleren op naleving (controle door de buurt en eventueel de politie). De regels op deze plekken zijn gerelateerd aan het medegebruik van de openbare ruimte, dus geen harde muziek, motorlawaai, vandalisme en racistische en seksuele uitingen. Ook de inrichting van de plek kan een gedeelte van de gedragsoverlast ondervangen, bijvoorbeeld: een bord met daarop de regels (houd het bij 3 tot 5 basisregels); een afvalbak; in zicht plaatsen van de plek zodat er altijd controle (op afstand) mogelijk is door de buurt. OBB Ingenieursbureau
139 Op plekken van type C kan zeker overlast worden verwacht. Door goede locaties te kiezen kan worden voorkomen dat sprake is van met name geluidsoverlast en verkeersoverlast. De afstand tot woningen moet groot zijn om geen geluidsoverlast te ondervinden. Bij een afstand van 200 meter en meer zal er minimale overlast zijn, zeker als er ook nog hoogteverschillen en groenvoorzieningen tussen de plek en de woningen liggen. Verkeersoverlast kan worden voorkomen door de plek op voldoende afstand van een doorgaande weg te plaatsen. Door meer dan 50 meter van een doorgaande weg te blijven, zullen er over het algemeen geen problemen optreden. Aan gedragsoverlast kan worden gewerkt door duidelijke gedragsregels voor de plek te maken en deze te controleren op naleving (controle door buurt, politie en gemeente). Ook de inrichting van de plek kan een gedeelte van deze overlast ondervangen, bijvoorbeeld: een bord met daarop de regels (houd het bij 3 tot 5 basisregels); een afvalbak; gedeeltelijk toepassen van vandalismebestendig materiaal; in zicht plaatsen van de plek zodat er altijd controle (op afstand) mogelijk is door derden en politie; zonodig verlichting aanbrengen. Tips om overlast te verminderen: Maak een plek waar jongeren graffiti kunnen aanbrengen en zorg dat deze muur mobiel is, zodat hij wat kan rouleren door de wijk, en dat deze schoon te maken of over te verven is. Gebruik met georganiseerd jeugdwerk de bestaande informele en formele plekken zodat ze bekend zijn/worden bij de jongeren. Geef de plekken een naam (met een naambordje) die de jongeren willen. Zo maken ze zich de plek meer eigen. Vraag tevens jongeren te helpen bij het realiseren van de 50% ingerichte ontmoetingsplekken en bij het opstellen van de regels. Realiseer de voorzieningen in één buurt/wijk op hetzelfde moment. Zijn er in eerste instantie maar een of twee goede locaties dan trekt iedereen daar naartoe en ontstaan er overlastsituaties. Vooral in de zomer is dit iets om rekening mee te houden. Ook als er weinig tot geen formele sport- en ontmoetingsplekken zijn, zal er sneller overlast plaatsvinden op de informele plekken. Criteria plek type A Ligging: op de routes van en naar school, sport, kerk, muziek Verkeer: geen druk verkeer Locatie: bredere stoep of andere (verharde) ruimte voor 2 tot 4 jongeren met evt. fiets/scooter; herkenningspunt (boom, bank, gebouw (flat, winkel), hekwerk) OBB Ingenieursbureau
140 Inrichting: Regels: Flexibiliteit: geen specifieke inrichting, maar door herkenningspunt aan te brengen kan het zo gaan functioneren niet nodig; geen overlast te verwachten. Bij overlast verwijzen naar plek type B of C plek wordt zelf gekozen door jongeren en verschuift dus altijd door de buurt. Kan een beetje gestuurd worden door herkenningspunten aan te brengen Criteria type B Ligging: Verkeer: Locatie: Inrichting: Regels: Flexibiliteit: Criteria type C Ligging: Verkeer: Locatie: Inrichting: Regels: Flexibiliteit: gespreid over de wijk langs doorgaande routes (wel echt in de buurt); niet te dicht op woningen, bijv. plein, parkeerplaats, groenstrook, winkelcentrum op voldoende afstand van doorgaande weg (2 tot 10 meter) verharde ruimte met plek voor 5 tot 10 jongeren en wat fietsen en scooters een aantal zit- en ontmoetingsaanleidingen zoals banken, hekwerk of poefs en afvalbakken. Gemakkelijk te verwijderen en herplaatsen en passend in straatbeeld regels m.b.t. geluid en gedrag. Bij overtreding verwijzen naar plek type C De jongeren moeten zich aan de regels houden. Worden de regels te vaak overtreden of kunnen er geen afspraken worden gemaakt met bepaalde groepen, dan plek tijdelijk opheffen c.q. verplaatsen naar andere locatie. Voorwaarde is dus dat er meer locaties in de wijk aangewezen zijn dan er ingericht worden. op voldoende afstand van woningen (bij voorkeur 200 meter of meer), bijvoorbeeld aan de rand van de wijk, in het park, bij de sportvelden en bij formele sport/skateplekken. Afwegen of auto er wel of niet mag en kan komen (trekt oudere jongeren aan) goed bereikbaar, maar niet te dicht bij de doorgaande weg (minimaal 50 meter afstand) groot genoeg voor een grotere groep jongeren (tot 25) en groot genoeg voor een aantal voorzieningen zit- en ontmoetingsaanleidingen en beschutting in de vorm van wandje of overkapping; eventueel mogelijkheden voor graffiti; verharde ondergrond; duurzaam en vandalismebestendig regels m.b.t. gedrag. De plek moet geen overmatige input vergen om in stand te houden. Vandalisme is niet toegestaan evenals racistische en seksistische uitingen plek wordt voor langere termijn ingericht. Bij overmatig vandalisme en teveel overlast een welzijnstraject doorlopen. OBB Ingenieursbureau
141 Speelprikkel? Speelprikkel? Speelprikkel? Speelprikkel? BIJLAGE VI. SPEELPRIKKELS Speelprikkels zijn objecten in de openbare ruimte die aanleiding geven tot spel. Zij kunnen bewust als bespeelbaar element zijn geplaatst, maar ook onderdeel zijn van een tot ander doel ingericht stuk van de openbare ruimte. De opzet van deze speelprikkels is dat ze veel speelwaarde hebben, niet onder het Attractiebesluit vallen en hooguit een risicoanalyse vergen. Speelprikkel bewust als bespeelbaar element geplaatst Vaak komen speelprikkels voor op en rondom de speelplek of worden ze gebruikt om kinderen te (bege)leiden. Voorbeelden hiervan zijn allerlei soorten verharding, knikkertegels, hinkeltegels, gekleurde tegels en tegels met cijfers, letters en dierenvoetstappen. Door het aanbrengen van deze verharding of patronen en door het gebruik van verschillende soorten verharding kunnen tal van speelmogelijkheden ontstaan. Een ander voorbeeld zijn betonelementen zoals poefs, bielzen, palen, bollen en muurtjes, al dan niet gekleurd. Deze elementen bieden tal van mogelijkheden zoals erop klimmen, eraf en erover springen, op zitten, een touw aan vastknopen, tegen voetballen, bokspringen enzovoorts. Meer natuurlijke speelprikkels zijn bomen en boomstammen, grasheuveltjes, hagen en struiken. Ook het beschilderen van muren op een speelplek kan een prikkel geven tot spel. Speelprikkel als onderdeel van de openbare ruimte Voor het inrichten van de openbare ruimte worden tal van elementen gebruikt. Soms zijn deze elementen voor kinderen aantrekkelijk om mee te spelen. Echter lang niet altijd worden hiervoor elementen gekozen die ook bespeelbaar zijn. Als er toch een paal geplaatst moet worden, waarom dan niet een paal met een ronde kop in plaats van een scherpe? Waarom niet wat groenblijvers in het bosplantsoen? De kern van het denken over speelprikkels is, om bij elk plan of elke actie in de openbare ruimte na te gaan of de elementen die gebruikt worden ook geschikt zijn voor medegebruik door kinderen. Natuurlijk kan het voorkomen dat dit om bijvoorbeeld veiligheidsredenen niet mogelijk is. Uitgangspunt is echter de bespeelbaarheid en het moet gemotiveerd worden als hiervoor niet wordt gekozen. Voorbeelden van dit soort speelprikkels zijn: afscheidingen zoals hekwerken, muurtjes, hagen en bielzen; straatmeubilair zoals banken en andere zitelementen; betonelementen zoals betonpoefs/bollen, paaltjes, stoepranden en parkeerbanden en sierelementen kunst; toepassen van groenblijvers (hulst, laurier); toepassen van vruchtdragende bomen (eik, kastanje, beuk); toepassen van vruchtdragende struiken; toepassen van (gedraineerd) gazon; toepassen van hoogteverschillen in gras en verharding. OBB Ingenieursbureau
142 Speelprikkel? Speelprikkel? Speelprikkel? Veel van dergelijke elementen kunnen voor de kinderen een prikkel vormen om te zitten of aan te hangen, maar ook om vanaf, over of op te springen. Ze kunnen er een elastiek aan vast maken, hutten mee bouwen, ze gebruiken hen als evenwichtsbalk enzovoorts. Een ruimte als speelprikkel Door veel kinderen wordt een braakliggend terrein met een bult zand en ruigte hoog gewaardeerd. Daar zijn veel speelmogelijkheden en functies aanwezig. Niet alleen braakliggend terrein, maar ook hoeken plantsoen en straat zijn soms favoriet bij een groep kinderen. Eenvoudige aanpassingen aan beheer en onderhoud en duidelijke voorlichting naar burgers kunnen deze speelruimte behouden. Voorbeelden hiervan zijn: hutten niet opruimen (zeker niet in vakanties); stukken ruigte zo lang mogelijk laten bestaan; waarschuwingsborden voor automobilisten plaatsen; niet op elke klacht van omwonenden over spelende kinderen ingaan. Sturen in het medegebruik van het openbaar groen kan door sortimentskeuze. Struiken met grote doornen zijn absoluut niet aantrekkelijk voor kinderen en planten met giftige vruchten/bladen/schors mogen niet worden toegepast. Andere eenvoudige voorbeelden van het beter bespeelbaar maken van openbaar groen zijn hoogteverschillen in het gazon (werken ook goed antivoetbal), vaker toepassen van bloemenmengsels en het niet maaien van stroken of hoekjes gras. In heestervakken en blokhagen kunnen uitsparingen worden gemaakt waar kinderen hun hutje kunnen hebben. Hagen kunnen op verschillende hoogten gesnoeid en niet recht maar golvend aangeplant worden. Het toepassen van groenblijvers in bosplantsoen of solitair draagt ook bij aan de bespeelbaarheid van openbaar groen. Samengevat Juist het aanbrengen van hoogteverschillen, randen en eenvoudige objecten prikkelen de fantasie van kinderen om zelf spelen te verzinnen of bestaande spelen aan te passen. Anders gezegd: speelprikkels vergroten de speelruimte. OBB Ingenieursbureau
143 BIJLAGE VII. MODEL LOGBOEK ATTRACTIEBESLUIT Bijlage III. Behorende bij artikel 14 van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Deze bijlage bevat een MODEL LOGBOEK met in ieder geval: a. de volgende gegevens: de naam en het adres van de eigenaar en degene die het attractie- of speeltoestel voorhanden heeft; een beschrijving van het attractie- of speeltoestel; naam van de fabrikant en van de importeur; bouwjaar; serie- of typeaanduiding; serienummer, voorzover van toepassing. b. de volgende aantekeningen betreffende inspecties en onderhoud: data en de tijdstippen waarop inspecties en voor de veiligheid relevant onderhoud hebben plaatsgevonden, alsmede de naam van degene die de inspecties of het onderhoud heeft uitgevoerd; hierbij geconstateerde gebreken of veranderingen in de staat van het toestel die de veiligheid in gevaar kunnen brengen; de naam van degene die een reparatie uitvoert; de vervanging van voor de veiligheid kritieke onderdelen, alsmede de leverancier van deze onderdelen. c. de volgende gegevens omtrent keuringen: de datum en de uitslag van de keuring; de aangewezen instelling die de keuring heeft verricht; geldigheidsduur van het certificaat of merk van goedkeuring; relevante informatie voor het beheer van de attractie, naar aanleiding van de keuring. d. voor attractietoestellen die reeds in gebruik zijn op het moment van de inwerkingtreding van het besluit de volgende gegevens omtrent de resultaten van het onderzoek voor zover van toepassing: de datum en de uitslag van het onderzoek; de aangewezen instelling die het onderzoek heeft verricht; de datum van het eerstvolgende onderzoek; relevante informatie voor het beheer van het attractietoestel, naar aanleiding van het onderzoek. e. gegevens over opgetreden ongevallen, indien van toepassing: oorzaak of vermoedelijke oorzaak; opgetreden persoonlijk letsel; naar aanleiding van het ongeval genomen maatregelen. OBB Ingenieursbureau
144 OBB Ingenieursbureau
145 BIJLAGE VIII. WERKZAAMHEDEN TOESTELLEN materiaal leeftijd werkzaamheid freqentie type klein onderhoud toestel per jaar bouten/moeren vastdraaien hout 0-3 jr functionele+visuele inspectie 2 voorzien uitstekende delen verwijderen visuele inspectie 10 voorzien schuren/glad maken klein onderhoud 4 voorzien bijverven/coaten vandalisme klein 1 onvoorzien losse onderdelen verwijderen of vastzetten 4-8 jr functionele+ visuele inspectie 4 voorzien kleine (eenvoudige) onderdelen vervangen visuele inspectie 8 voorzien oplossen kleine schade veiligheid en vandalisme klein onderhoud 6 voorzien aanharken en vuilruimen veiligheidsondergrond groot onderhoud 1 voorzien aanvullen kleine hoeveelheden ondergrond vandalisme klein/middel 2 onvoorzien 9-12 jr functionele + visuele inspectie 4 voorzien visuele inspectie 12 voorzien klein onderhoud 8 voorzien groot onderhoud 2 voorzien vandalisme klein/middel/groot 2 onvoorzien verwijderen/vervangen eenmalig voorzien kunststof 0-3 jr functionele+visuele inspectie 2 voorzien groot onderhoud visuele inspectie 10 voorzien specialistisch of groot reparatiewerk klein onderhoud 2 voorzien funderings- en stabiliteitsproblemen oplossen vandalisme klein 1 onvoorzien vervangen grote onderdelen toestel 4-10 jr functionele+ visuele inspectie 4 voorzien oplossen grote schade veiligheid en vandalisme visuele inspectie 8 voorzien bezanden ondergrond klein onderhoud 3 voorzien vervangen delen ondergrond groot onderhoud 1 voorzien verwijderen toestel vandalisme klein/middel 2 onvoorzien jrfunctionele + visuele inspectie 4 voorzien visuele inspectie 8 voorzien klein onderhoud 5 voorzien groot onderhoud 1 voorzien vandalisme klein/middel 2 onvoorzien verwijderen/vervangen eenmalig voorzien rvs 0-5 jr functionele+visuele inspectie 2 voorzien visuele inspectie 10 voorzien klein onderhoud 2 voorzien vandalisme klein 1 onvoorzien 6-18 jr functionele+ visuele inspectie 4 voorzien visuele inspectie 8 voorzien klein onderhoud 3 voorzien groot onderhoud 1 voorzien vandalisme klein/middel 1 onvoorzien verwijderen/vervangen eenmalig voorzien houtsnippers 0-15 jr visuele inspectie 4 voorzien klein onderhoud 4 voorzien aanvullen 2 voorzien verwijderen/vervangen eenmalig voorzien zand 0-15 jr visuele inspectie 4 voorzien klein onderhoud 4 voorzien aanvullen 2 voorzien verwijderen/vervangen eenmalig voorzien OBB Ingenieursbureau
146 OBB Ingenieursbureau
147 BIJLAGE IX. TEKENING OBB Ingenieursbureau
148 * * * EINDE SPEELRUIMTEPLAN * * * OBB Ingenieursbureau
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Oost-Gelre BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Oost-Gelre BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen
Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau 787.03 0 Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk NOORD
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk NOORD Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het beleid
Commissie Bestuurlijk Domein. Commissie Ruimtelijk Domein. Commissie Sociaal en Economisch Domein. Informerende Commissie. Bespreken.
Raad VOORBLAD Onderwerp Speelruimtebeleid Agendering Commissie Bestuurlijk Domein x Gemeenteraad Commissie Ruimtelijk Domein Lijst ingekomen stukken x Commissie Sociaal en Economisch Domein Informerende
Buitenspelen.kom. Speelruimteplan. gemeente Boxtel. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Boxtel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Boxtel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau
*Z0230DEDA67* Raadsvoorstel. Aan de raad. : Speelruimteplan Beverwijk, Beverwijk speelt buiten
Raadsvoorstel Documentnummer Afdeling Onderwerp *Z0230DEDA67* Aan de raad : INT-15-22008 : Ruimte : Speelruimteplan Beverwijk, Beverwijk speelt buiten Inleiding Hoe staat het met de speelruimte in Beverwijk,
Buitenspelen.kom. Speelruimteplan. gemeente Dronten. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Dronten BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Dronten BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau
Ruimte voor Spelen. Speelruimteplan gemeente Baarn. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Ruimte voor Spelen Speelruimteplan gemeente Baarn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Ruimte voor Spelen Speelruimteplan gemeente Baarn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Titel: Subtitel:
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Schiedam BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Schiedam BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
RAADSVOORSTEL Agendanummer 7.4. Onderwerp: Nota Speelruimtebeleid Spelen in Moerdijk
VANWEGE STAKEN VAN STEMMEN BIJ HET AMENDEMENT VAN ONAFHANKELIJK MOERDIJK OVER DIT ONDERWERP WORDT DIT OPNIEUW GEAGENDEERD IN DE RAADSVERGADERING VAN 25 FEBRUARI 2010. RAADSVOORSTEL Agendanummer 7.4 Raadsvergadering
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk WEST
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk WEST Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het beleid
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE
(semi-)openbare gebouwen
datu,m: 13 februari 2017 A32 N924 VERKEER BEBOUWING OPENBAAR GROEN SPEELPLEKKEN Spoorlijn Woningen Waterwegen A en N wegen Scholen Kattebos Entree s van de wijk (semi-)openbare gebouwen Wijkontsluiting
Buitengewoon... Spelen!
Buitengewoon... Spelen! Speelruimteplan gemeente Giessenlanden BELEIDS- en BEHEERPLAN voor SPEELRUIMTE Buitengewoon... Spelen! Speelruimteplan gemeente Giessenlanden BELEIDS- en BEHEERPLAN voor SPEELRUIMTE
Uitvoeringsnotitie Speelruimtebeleid Gemeente Hoogeveen Afdeling Mens en Werk
Uitvoeringsnotitie Speelruimtebeleid 2007-2010 Gemeente Hoogeveen Afdeling Mens en Werk 1. Inleiding...2 2. Het belang van een gemeentelijk integraal speelruimtebeleid...2 3. Missie en doelstellingen van
Spelen Bewegen Ontmoeten
Spelen Bewegen Ontmoeten gemeente Leusden Speelruimteplan 2012-2022 Titel: Opdrachtgever: Opdrachtnemer: Opgesteld door: Speelruimteplan Gemeente Leusden OBB Ingenieursbureau Postbus 805 7400 AV Deventer
Bijlagen. Bijlage 1: Het belang van speelruimte. Bijlage 2: Vervangingswaarde van speeltoestellen
Bijlagen Bijlage 1: Het belang van speelruimte Bijlage 2: Vervangingswaarde van speeltoestellen Bijlage 3: Berekening bijdrage Speeltoestellen op Schoolpleinen Bijlage 4: Exploitatie begroting Speeltoestellen
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente BELEIDSPLAN en ANALYSE voor SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente BELEIDSPLAN en ANALYSE voor SPEELRUIMTE Titel: Subtitel: Omschrijving:
Buiten zijn, ja leuk!
Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar BELEIDSPLAN voor en ANALYSE
CONCEPT VISIE SPEELRUIMTE IN KERKEHOUT WASSENAAR 1. INLEIDING 2. SPEELRUIMTEANALYSE
CONCEPT VISIE SPEELRUIMTE IN KERKEHOUT WASSENAAR 1. INLEIDING Veel van de speeltoestellen in Kerkehout beginnen al iets ouder te worden en zijn aan vervanging toe. Ook de samenstelling van de wijk verandert
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk OOST-ZUID
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk OOST-ZUID Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het
Samen spelen samen ontmoeten
Samen spelen samen ontmoeten Speelruimteplan gemeente Doesburg BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Samen spelen samen ontmoeten Speelruimteplan gemeente Doesburg BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van
Uitvoeringsplan speelplekken Nieuwland
1 De speelruimtevisie van de gemeente Amersfoort is vertaald naar zeven spelregels voor goed buitenspelen. Deze zijn in 2017 opgesteld in samenwerking met de gemeenteraad en kinderen uit de gemeente. In
Speelplan 2016 Gemeente Velsen
Speelplan 2016 1 Speelplan 2016 Gemeente Velsen Inleiding Elk jaar wordt u het investeringsplan voor speelplekken voorgelegd; het zogenoemde Speelplan. Het Speelplan toont een overzicht van de speelplekken
Waar kun je buiten spelen?
Speelruimteplan Waar kun je buiten spelen? Inhoudsopgave: Aanleiding Veiligheidseisen Het belang van spelen Ruimtelijke spreiding Doelgroepen Actualiteit speelplekken Spreiding speeltoestellen per kern
Samen buitenspelen.kom
Kerkplein 2 T (0343) 56 56 00 Postbus 200 F (0343) 41 57 60 3940 AE Doorn E [email protected] Samen buitenspelen.kom Speelruimtebeleidsplan 2009 2018 Datum 3 maart 2009 Afdeling Afdeling Openbare Ruimte
SAMENVATTING. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht januari 10 1
SAMENVATTING Het huidige speelruimtebeleid is vastgelegd in het beleidsplan Speelvoorzieningen, dat in 1995 is geschreven. Dit beleidsplan is sterk gericht op het beheer en de veiligheid van speelvoorzieningen.
Aanpassing Speelruimtebeleidsplan (2012) Advies Jongerenraad Utrechtse Heuvelrug (JRUH)
Aanpassing Speelruimtebeleidsplan (2012) Advies Jongerenraad Utrechtse Heuvelrug (JRUH) Advies op de uitgangspunten (memo 12 november) 1. Speelplekken zijn heel, veilig en uitdagend en bij voorkeur ook
Quickscan speelruimte. gemeente Leerdam
Quickscan speelruimte gemeente Leerdam 1 Titel: "Quickscan Speelruimte gemeente Leerdam" Opdrachtgever: Gemeente Leerdam Opdrachtnemer: OBB Ingenieursbureau Postbus 805 7400 AV Deventer 0570 61 60 05 [email protected]
Speelplan 2017 Gemeente Velsen
Speelplan 2017 Gemeente Velsen Inleiding Elk jaar wordt u het investeringsplan voor speelplekken voorgelegd; het zogenoemde Speelplan. Het Speelplan toont een overzicht van de speelplekken die in aanmerking
Uitwerking van oplossingen m.b.t. herinrichting
Bijlage 2 straten Uitwerking van oplossingen m.b.t. herinrichting In deze bijlage zijn principe-oplossingen uitgewerkt, waarin door herinrichting van straten ruimte wordt gecreëerd voor extra parkeerplaatsen.
Speelvisie gemeente Anna Paulowna
Speelvisie gemeente Anna Paulowna 2009-2012 Anna Paulowna, 10 februari 2009 Samenvatting De nota Speelvisie Gemeente Anna Paulowna 2009-2012 stelt de kaders van het speelbeleid. De speelvisie beschrijft
UITWERKING EVALUATIE VERKEER OP DIJKWEGEN. Aanbevelingen voor verkeersveilige dijkwegen in Lingewaard
UITWERKING EVALUATIE VERKEER OP DIJKWEGEN Aanbevelingen voor verkeersveilige dijkwegen in Lingewaard mei 2015 0 0.Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Aanbevelingen 3. Planning en kostenoverzicht 1 1. Inleiding
Beheerplan spelen 2015-2018
Beheerplan spelen 2015-2018 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 1.1 Doel 1 1.2 Doelstelling 1 1.3 Resultaat 1 2 Kaders 2 2.1 Wettelijke kaders 2 2.2 Beleidskaders 3 2.3 Normen en richtlijnen 3 3 Kwantiteit en
speelruimte beleidsplan
speelruimte beleidsplan Gemeente Barneveld Januari 2009 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Geschiedenis 3 3. Doel 3 4. Afwegingen 3 4.1 gebieden die buiten het onderzoek vallen 3 4.2 normen 4 5. Doelgroepen
Goed spelen. Voorstel voor een ruimer speelruimtebeleid
Goed spelen Voorstel voor een ruimer speelruimtebeleid Voorwoord De raadsfracties van het CDA en de PvdA zijn al geruime tijd bezig met onderzoek naar speelgroen in de gemeente Leeuwarden. In veel wijken
Spelend door de tijd. Speelruimteplan. gemeente Leiderdorp
Spelend door de tijd Speelruimteplan gemeente Leiderdorp BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE 2013-2022 Spelend door de tijd Speelruimteplan gemeente Leiderdorp BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van
Versie: 24 mei Beheerplan Wegen Waterland
Versie: 24 mei 2012 Beheerplan Wegen Waterland 2013 2017 Inhoudsopgaven 1. Inleiding 3 2. Kaders en wetgeving 4 2.1. Wetgeving 4 2.2. Richtlijnen 4 3. Huidige situatie 5 3.1. Areaal 5 3.2. Globale visuele
UITVOERINGSPROGRAMMA SPEELRUIMTE 2012-2020
UITVOERINGSPROGRAMMA SPEELRUIMTE 2012-2020 In de Nota Speelruimte 2013 2020 onderkent de gemeente Bussum het belang van speelen ontmoetingsruimte. Kinderen hebben immers recht op (buiten) spelen. De gemeente
Speelplaatsenbeleid Gemeente Bergen
Speelplaatsenbeleid 2012-2022 Gemeente Bergen 24 januari 2012 Voorwoord Bergen streeft naar een aantrekkelijke woonomgeving met voldoende ruimte voor veilig spelen en bewegen in eerste instantie voor de
2. De opbrengstpotentie van het huidige schoolterrein aan het Ot en Sienpad
Keuzenotitie scholencomplex Ot en Sienpad Huissen De Financiële aspecten. Naast de algemene notitie met de bijbehorende 6 bijlagen waarin de voor- en nadelen en de omgeving factoren en de financiële gevolgen
Bijlage 2 - Notitie verkeer quickscan locatieonderzoek onderwijshuisvesting
Bijlage 2 - Notitie verkeer quickscan locatieonderzoek onderwijshuisvesting Mark van der Leest 15 oktober 2015 De gemeenteraad heeft op 2 juli 2015 het college opgedragen om een vergelijkend onderzoek
Beleidsplan Spelen 2016-2025 1
Beleidsplan Spelen 2016-2025 1 Inhoud 1. Algemeen... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Aanleiding... 3 1.3 Begripsbepalingen... 3 1.4 Wettelijk kader... 3 1.5 Vormen van spelen... 4 2 Visie en ambitie... 5 2.1
Paraaf Hoofd : Medeparaaf : Doorkiesnummer : 0320-278496
Besprekingsverslag Bespreking op : 21 september 2015 Tijdsduur : Van 19:00 uur tot 21:00 uur B&W A B&W B MT In/te : Stadhuis Verslagdatum : 23 september 2015 Paraaf Hoofd : Naam steller : L. Dikken Medeparaaf
Kinderen spelen voor hun ontspanning, maar spelen is ook goed voor de persoonlijke ontwikkeling van het kind.
1 2 Kinderen spelen voor hun ontspanning, maar spelen is ook goed voor de persoonlijke ontwikkeling van het kind. Een van de ontwikkelingen is de emotionele ontwikkeling. Een voorbeeld van het opdoen van
Buiten is zoveel te beleven! Schommelen op een speelplek, hutten bouwen in de bosjes, voetballen op het veldje en een rondje skaten door de buurt.
Inspraaknotitie DENK MEE OVER SPELEN (SPEELRUIMTEPLAN) Buiten is zoveel te beleven! Schommelen op een speelplek, hutten bouwen in de bosjes, voetballen op het veldje en een rondje skaten door de buurt.
Startnotitie Actieplan spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte van Woudenberg 2016-2020
2015 Startnotitie Actieplan spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte van Woudenberg 2016-2020 Afdeling Beleid en Ontwikkeling Demiencke Brinkman 24-03-2015 Inhoud 1. Inleiding... 3 2.Opdracht 2.1.
Buitenspelen 2013 Kwaliteit van de speelomgeving in de eigen buurt
Kwaliteit van de speelomgeving in de eigen buurt Inhoudsopgave 1 Opzet onderzoek 5 2 Buitenspelen 7 3 Favoriete speelplekken en spellen 13 4 Geschiktheid buurt voor buitenspelen 18 5 Wat maakt buitenspelen
Beleidsplan wegen peilpunten
Beleidsplan wegen 2015-2019 peilpunten Peilpunten Vaststellen kwaliteitsniveau Vaststellen kernprestatie-indicator onderhoud wegen Integraal werken Toegankelijkheid Duurzaamheid Burgerbetrokkenheid Peilpunt
SPEELRUIMTEBELEID GEMEENTE SOMEREN 2012 SPELEN DOEN WE ZELF
- 1 - SPEELRUIMTEBELEID GEMEENTE SOMEREN 2012 SPELEN DOEN WE ZELF 0. INLEIDING 1. ALGEMENE VISIE OP SPELEN 2. HUIDIGE SPEELPLAATSENBELEID 3. SPELEN DOEN WE ZELF :BELEIDSUITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN
Heerhugowaard Stad van kansen. Bestuursdienst I advies aan Burgemeester en Wethouders
Heerhugowaard Stad van kansen Bestuursdienst I advies aan Burgemeester en Wethouders Reg.nr: BW13-0053 Sector/afd.: Stadsbeheer/Wijkbeheer Portefeuillehouder: L.H.M. Dickhoff Casenr.: Cbb 130041 Steller/tst.:
Raadsvoorstel. 1. Aanleiding
Raadsvoorstel Aan : Raad van Geertruidenberg Raadsvergadering : 27 november 2014 Agendanummer : 09 Datum collegebesluit : 9 september 2014 Onderwerp : Evaluatie beleidsuitgangspunten en vervangingsplannen
Buurtenquête De Posten - Oosterveld
Buurtenquête De Posten - Oosterveld Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in
Straten in Groningen
Straten in Groningen Laura de Jong Januari 2017 Marjolein Kolstein www.os-groningen.nl Inhoud Inhoud... 1 Samenvatting... 2 1. Inleiding... 3 2. Resultaten... 4 2.1 Verschillende groepen... 4 2.2 Tevredenheid
Scholen in het groen. Nieuwe wijken krijgen veel te weinig en te kleine speelhoekjes! Veldjes missen we echt.
Nieuwe wijken krijgen veel te weinig en te kleine speelhoekjes! Veldjes missen we echt. Scholen in het groen 1 Scholen in het groen Opgroeien in een groene omgeving is belangrijk voor kinderen en draagt
Dordrecht SPEELPLEK OP VERZOEK. Interim beleid speelvoorzieningen Gemeente Dordrecht Sector Stadswerken
SPEELPLEK OP VERZOEK Interim beleid speelvoorzieningen Gemeente Dordrecht Sector Stadswerken 1 Interimbeleid speelvoorzieningen Dordrecht De sector Stadswerken heeft een interim beleid speelplekken geformuk
Vraag 4 Wordt er rekening gehouden met de omliggende woningen en is er een regeling voor ontstane schade tgv de bouwwerkzaamheden?
Reactieformulieren informatieavond Dijsselbloem/turnhal A. Planning Vraag 1 Is er duidelijkheid in de planning te geven? Activiteit Planning Opstellen Programma van eisen Juli 2014 Augustus 2014 Aanbesteding
Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen.
Onderbouwrapport In het onderbouwrapport waarderen wij alle genoemde aspecten ten opzichte van de leeftijd. Een waardering wordt uitgedrukt in een cijfer. U kunt via de beknopte omschrijvingen in het rapport
Parkeren dichtbij huis. Handleiding voor bewoners om parkeeren ruimteproblemen in de wijk aan te pakken
Parkeren dichtbij huis Handleiding voor bewoners om parkeeren ruimteproblemen in de wijk aan te pakken 1 Parkeerproblemen in de woonwijk In veel woonwijken worden de bewoners dagelijks geconfronteerd met
Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein
Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein Inspectieresultaten 2010 31 augustus 2011 Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein - Inspectieresultaten 2010 31 augustus 2011 Colofon Projectnaam
Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte gemeente Sliedrecht SPEELRUIMTE IN KWALITEIT
te Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte gemeente Sliedrecht SPEELRUIMTE IN KWALITEIT Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte gemeente Sliedrecht SPEELRUIMTE IN KWALITEIT Titel: Speelruimte in kwaliteit
peuterspeelzaal totaal nieuwbouw brede school uitbreiding buurthuis bibliotheek (in buurthuis) grote zaal (in buurthuis)
Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Verheeskade 197 Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2521 DD Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuwarden Amsterdam Postbus
Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade
Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid
Binnen het verkeersplan staan nog negen punten die nader moeten worden uitgewerkt.
Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Verheeskade 197 Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2521 DD Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuwarden Amsterdam Postbus
Pedagogisch beleidsplan
Pedagogisch beleidsplan Het kinderdagverblijf en buitenschoolsopvang De Bosuil is een opvang in de natuur. Onze opvang is gevestigd op een mooie locatie aan de rand van het bos in Amerongen, waar de kinderen
Speelnatuur op school. Bouwstenen voor Waterproef schoolpleinen 9 november 2015
Speelnatuur op school Bouwstenen voor Waterproef schoolpleinen 9 november 2015 Inhoud! Waarom groene schoolspeelplaatsen: visie! Hoe pak je het aan?! Even aanstippen: klimaat en water op school! WORKSHOP:
Verkoop Openbaar Groen
Beleidsnotitie Verkoop Openbaar Groen [Concept - Versie] Datum: Januari 2014 Naam: Beleidsnotitie Verkoop Openbaar Groen, afdeling Omgeving Sectie: Openbaar Groen 1 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING... 3 1.1
Analyse Enquête Speelruimte en Speelinfrastructuur gemeenten 2017
Branchevereniging Spelen en Bewegen, 20/3/17 Respondenten en De Onderzoekerij Over de analyse van de antwoorden is contact geweest met De Onderzoekerij. Zij gaven aan dat met behulp van platte analyse
Zelfbeheer Openbaar Groen
Beleidsnotitie Zelfbeheer Openbaar Groen Datum: Januari 2014 Naam: Beleidsnotitie Zelfbeheer Openbaar Groen, afdeling Omgeving Sectie: Openbaar Groen VOORWOORD In het kader van Oldebroek voor mekaar wordt
Van R. Pitlo Verzonden Referentie Kenmerk Z-18944/WS/UIT Datum 20 juli 2015 Pagina 1 van 3 Bijlage(n)
Van R. Pitlo Verzonden Referentie Kenmerk Z-18944/WS/UIT-24546 Datum 20 juli 2015 Pagina 1 van 3 Bijlage(n) Onderwerp uitslag ontwerpkeuze speelplek 1 Duivenvoordelaan Geachte heer, mevrouw, Onlangs heeft
Buitenspelen. Kwaliteit van de speelomgeving in de eigen buurt
Buitenspelen Kwaliteit van de speelomgeving in de eigen buurt Index 1. Opzet onderzoek p. 3 2. Buitenspelen p. 5 3. Favoriete speelplekken en spellen p. 10 4. Buitenspelen in de buurt p. 15 5. Wat maakt
Naar aanleiding van de avond met de klankbordgroep is de keuze gemaakt om te zoeken naar avontuurlijk spelen / spelen in het groen in plaats van het
1 2 Naar aanleiding van de avond met de klankbordgroep is de keuze gemaakt om te zoeken naar avontuurlijk spelen / spelen in het groen in plaats van het traditionele spelen. Ook is op die avond gesproken
Registratienummer collegebesluit: 15.21548
Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders Raadsvoorstel Portefeuillehouder: G.A.H. Elkhuizen Opgesteld door: Claudia Baars-Roubos afdeling Beheer Openbare Ruimte Besluitvormende vergadering:
Memo. Verhouding auto-fiets 2015
Uit de verkeerstellingen van de gemeente blijkt dat op deel twee op een werkdag gemiddeld 1.400 1 motorvoertuigen rijden waarvan 4% a 5% vrachtverkeer betreft. Op deel drie rijden gemiddeld per werkdag
1 Inleiding. 2 Interne wegenstructuur. Kerkdriel Noord. Gemeente Maasdriel. Verkeerseffecten woningen fase 1. 18 september 2015 MDL013/Fdf/0074.
Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Casuariestraat 9a Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2511 VB Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuwarden Amsterdam Postbus
Inleiding Elk jaar wordt het investeringsplan voor speelplekken vastgesteld; het zogenoemde Speelplan.
Speelplan 2018 Speelplan 2018 Inleiding Elk jaar wordt het investeringsplan voor speelplekken vastgesteld; het zogenoemde Speelplan. Het Speelplan toont een overzicht van de speelplekken die in aanmerking
GEMEENTE HOOGEVEEN. Voorstel voor burgemeester en wethouders. Onderwerp: Inzet kredieten speeltuinverenigingen 2007, restant 2006 en 2008
Onderwerp: Inzet kredieten speeltuinverenigingen 2007, restant 2006 en 2008 Voorgesteld besluit: 1. Het in 2007 beschikbare krediet (7001782) ad. 21.600,- in te zetten voor vervanging en verbetering van
Waardekijksessie Vogelenbuurt, Driel
Waardekijksessie Vogelenbuurt, Driel Op vrijdag 12 december heeft de gemeente in samenwerking met Tauw een waardekijksessie georganiseerd voor de bewoners van de Vogelenbuurt in Driel. De deelnemende bewoners
Tracé Fietsroute Plus
Bijlage 1 Tracé Fietsroute Plus Inleiding In deze bijlage treft u nadere informatie over de Fietsroute Plus aan. U leest hier wat de belangrijkste kenmerken van een snelle fietsroute zijn en welke bijzondere
Aanpassingsplan Speelplekken Westpolder/het Eiland
Aanpassingsplan Speelplekken Westpolder/het Eiland Speelplekken Westpolder/het Eiland Inrichting van speelruimte is gebaseerd op: 1. participatie van de kinderen en inspraak van betrokkenen, In Westpolder/het
R-89-25 Ir. A. Dijkstra Leidschendam, 1989 Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV
SCHEIDING VAN VERKEERSSOORTEN IN FLEVOLAND Begeleidende notitie bij het rapport van Th. Michels & E. Meijer. Scheiding van verkeerssoorten in Flevoland; criteria en prioriteitsstelling voor scheiding van
Buurtschouw Herdersveld, 22 mei 2015
Buurtschouw Herdersveld, 22 mei 2015 Inleiding Op 22 mei 2015 is de derde buurtschouw uitgevoerd. De twee eerdere zijn gehouden in januari 2014 en april 2013. In november 2014 is een enquête gehouden over
