Buitenspelen, ja leuk!
|
|
|
- Lucas ter Linde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
2 Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE 1
3 Titel: Subtitel: Omschrijving: Opdrachtgever: Opdrachtnemer: Opgesteld door: "Buitenspelen, ja leuk!" Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn Beleidsplan voor en analyse van speelruimte gemeente Alphen aan den Rijn OBB Ingenieursbureau Postbus AV Deventer ing. J.P. Oost ing. E.G. Oost-Mulder Datum: oktober 2010 Project: Aantal pagina s: 138 2
4 INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING Beleidsuitgangspunten Samenvatting analyse speelruimte Overzicht financiële consequenties Aandachtspunten uit de raadscommissie Kop 7 voor witregel in inhoudsopgave INLEIDING Waarom een speelruimteplan? Doelstelling en visie Inspraak op de planvorming Begripsbepaling Leeswijzer voor het speelruimteplan Kop 7 ingevoegd voor witregel in inhoudsopgave DEEL I SPEELRUIMTEBELEID BELEID SPEELRUIMTE Het recht op speelruimte Het belang van speelruimte Speelruimte, voor wie? De relatie informele en formele speelruimte De informele speelruimte Vormgeving informele speelruimte De formele speelruimte Vormgeving formele speelruimte Samen werken aan speelruimte Vooruitzien in speelruimte De zorg voor speelvoorzieningen Periode en evaluatie speelruimtebeleid Kop 7 ingevoegd voor witregel in inhoudsopgave DEEL II NIEUWE SPEELRUIMTE REALISATIE BASISNETWERK EN KOSTEN Uitwerken in 3 modellen Realiseren basisnetwerk Eenmalige en bijkomende kosten Bijkomende kosten valdempende ondergronden Vervangingswaarde Raming structurele kosten Onderverdeling gemeente en participatie SPEELRUIMTE IN ALPHEN AAN DEN RIJN Speelruimte voor de kinderen Speelruimte voor de jeugdigen In gesprek met jongeren Voorzieningen voor jongeren Bewonersparticipatie in de praktijk CONCLUSIES, AANBEVELINGEN EN BESLISPUNTEN Enkele conclusies Enkele aanbevelingen De belangrijkste beslispunten 60 3
5 Kop 6 ingevoegd voor pagina in inhoudsopgave 60 DEEL III ANALYSE PER WIJK LEESWIJZER ANALYSE SPEELRUIMTE Bij het lezen van de analyse Leeftijden en termen Onderverdeling wijken en buurten Opbouw teksten Tekstwolken naast de tekst Secundaire speelplekken SPELEN IN RIDDERVELD 2 (WIJK 4) Spelen in westelijk Ridderveld 2 (wijk 4 west) Spelen in midden Ridderveld 2 (wijk 4 midden) Spelen in oostelijk Ridderveld 2 (wijk 4 oost) SPELEN IN RIDDERVELD 1 EN HEIMANSWETERING (WIJK 3) De speelruimte op de bedrijfsterreinen De speelruimte in de buurt Ericapark De speelruimte in de Weidebloemenbuurt De speelruimte in de Stromenbuurt De speelruimte in de buurt Groenoord De speelruimte in de buurt Preludeweg De speelruimte in de Componistenbuurt De speelruimte in de Planetenbuurt De speelruimte in de Edelstenenbuurt SPELEN IN ZEGERSLOOTGEBIED (WIJK 8) SPELEN IN LAGE ZIJDE (WIJK 2) De speelruimte in de buurt Nieuwe Sloot De speelruimte in de buurt Lijsterlaan De speelruimte in de buurt Van Boetzelaerstraat De speelruimte in de buurt Beerendrecht SPELEN IN HOGE ZIJDE EN BOMENBUURT (WIJK 1) De speelruimte in de buurt Rijnhaven De speelruimte in de Zeeheldenbuurt De speelruimte in de buurt Emmalaan De speelruimte in de Bomenbuurt De speelruimte in de buurt Bospark De speelruimte in de buurt Burgemeester Visserpark De speelruimte in de buurt Paradijslaan De speelruimte in de buurt Hazeveld De speelruimte in de buurt Gouwsluis 96 4
6 Kop 6 ingevoegd voor pagina in inhoudsopgave SPELEN IN KERK EN ZANEN (WIJK 5) De kinderen in de buurt Europaplein De kinderen in Evenaar-West/Oude Wereld/Evenaar-Oost De kinderen in de buurt Archeon De kinderen in de buurt Polderpeil De jeugd in de buurt Europaplein De jeugd in Evenaar-West/Oude Wereld/Evenaar-Oost De jeugd in de buurt Archeon De jeugd in de buurt Polderpeil De jongeren in Kerk en Zanen SPELEN IN AARLANDERVEEN (WIJK 9) SPELEN IN ZWAMMERDAM (WIJK 10) De kinderen in Zwammerdam De jeugd en de jongeren in Zwammerdam SPELEN BUITENGEBIED EN OP BEDRIJFSTERREINEN Het woonwagenkamp Kop 7 ingevoegd voor witregel inhoudsopgaven DEEL IV BIJLAGEN 108 BIJLAGE I. BEGRIPPENLIJST 110 BIJLAGE II. AANTAL EN KOSTEN SPEELTOESTELLEN 111 BIJLAGE III. GEGEVENSTABEL BUURTEN 113 BIJLAGE IV. SPEELPLEKKEN EN MAATREGELEN 117 BIJLAGE V. INFORMELE ONTMOETING JONGEREN 127 BIJLAGE VI. SPEELAANLEIDINGEN 129 BIJLAGE VII. RESULTATEN ENQUÊTE 131 BIJLAGE VIII. BRONNEN 134 BIJLAGE IX. TEKENING 135 TABELLEN Tabel 1 Nieuwe en secundaire plekken per leeftijd 8 Tabel 2 Aanpassingen per wijk Model 2A 9 Tabel 3 Overzicht kosten 10 Tabel 4 Normen informele speelruimte 23 Tabel 5 Normen formele speelruimte 28 Tabel 6 Vergelijk variant 2 en analyse 44 Tabel 7 Kosten realisatie basisnetwerk 46 Tabel 8 Inventarisatie en vervangingswaarde 48 Tabel 9 Structurele kosten 48 Tabel 10 Plekken gemeente en Participatie 49 Tabel 11 Onderverdeling huidige structurele kosten 49 Tabel 12 Beslisboom analyse speelruimte 113 5
7 1. SAMENVATTING Allereerst worden hieronder de belangrijkste beleidsuitgangspunten weergegeven die met dit speelruimteplan worden vastgesteld. Vervolgens wordt kort beschreven wat het toepassen van de uitgangspunten betekent voor het huidige speelruimteniveau en wat de financiële gevolgen zijn. Vervolgens wordt aangegeven hoe invulling is gegeven aan de aandachtspunten uit de commissievergadering Beleidsuitgangspunten Aan de hand van voorliggend speelruimteplan zal er voor het spelen ten eerste een verandering van denken over de openbare ruimte moeten plaatsvinden bij het bestuur, de ambtenaren en de burgers. De kern daarvan is: bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte moet de bespeelbaarheid in ogenschouw worden genomen. Beleidsuitgangspunt 1. Beleidsuitgangspunt 2. Beleidsuitgangspunt 3. Beleidsuitgangspunt 4. Beleidsuitgangspunt 5. Beleidsuitgangspunt 6. Beleidsuitgangspunt 7. Beleidsuitgangspunt 8. Beleidsuitgangspunt 9. Beleidsuitgangspunt 10. Beleidsuitgangspunt 11. Beleidsuitgangspunt 12. Beleidsuitgangspunt 13. Beleidsuitgangspunt 14. Beleidsuitgangspunt 15. Beleidsuitgangspunt 16. Beleidsuitgangspunt 17. De belangrijkste uitgangspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij de inrichting, het beheer en het onderhoud van bestaande en nieuwe woonwijken: (blz.) De 0- tot 18-jarigen in gemeente Alphen aan den Rijn hebben recht op informele en formele speelruimte. 19 Om voldoende ontwikkelingsmogelijkheden aan de doelgroep te bieden wordt een gevarieerd aanbod aan speelruimte en speelfuncties gerealiseerd. 20 Door basisvoorzieningen aan te bieden zorgt gemeente Alphen aan den Rijn voor voldoende speelruimte. 21 Gemeente Alphen aan den Rijn hanteert normen voor hoeveelheid informele speelruimte. 24 Bij ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. 26 Gemeente Alphen aan den Rijn hanteert normen voor hoeveelheid formele speelruimte. 27 Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekening gehouden met medegebruik van de doelgroep met een beperking. 31 Door middel van een speelparagraaf wordt bij elk nieuw beleid de invloed op de speelruimte aangegeven. 32 Door bewonersparticipatie worden burgers en de doelgroep bij speelruimte betrokken. 32 Speeltuinverenigingen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in overleg in het basisnetwerk betrokken. 34 Schoolpleinen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in het basisnetwerk betrokken. 35 Waar mogelijk wordt de behoefte aan speelruimte samen met de woningbouwvereniging en projectontwikkelaar ingevuld. 36 Toekomstige (bestemmings)plannen worden getoetst aan de normen voor speelruimte. 37 Bij klachten inzake onveilige en onwenselijke situaties worden binnen 3 dagen passende maatregelen genomen. 38 Het onderhoud van de speelvoorzieningen in gemeente Alphen aan den Rijn wordt op het niveau schoon, heel, veilig uitgevoerd. 38 De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. 39 Dit speelruimteplan wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar en na vijf jaar geëvalueerd. 40 6
8 1.2. Samenvatting analyse speelruimte Het toepassen van de beleidsuitgangspunten Indien de beleidsuitgangspunten en de richtlijnen voor informele en formele speelruimte voor gemeente Alphen aan den Rijn worden gehanteerd, dan moeten er verschillende maatregelen genomen worden. In de raadscommissie van 5 april 2005 is door de commissie de voorkeur uitgesproken voor variant 2. In het raadsbesluit is besloten om variant 2 uit te werken met 3 keuzemogelijkheden. Deze variant is gebaseerd op een theoretische toepassing van de normen van OBB Ingenieursbureau. Daarvoor is allereerst model 2A Landelijke normeringen uitgewerkt aan de hand van landelijk gehanteerde normen voor informele en formele speelruimte. In hoofdstuk 7 tot en met 16 is de analyse van de huidige speelruimte weergegeven met voorstellen hoe te komen tot een basisnetwerk van voorzieningen. Naast deze speelplekken in het basisnetwerk kunnen er ook extra speelplekken gehandhaafd blijven via Participatie, met dien verstande dat er voor deze speeltoestellen geen vervangingsbudget (meer) gereserveerd wordt. Gezien de doorsnijding van de gemeente door de Rijn, spoorbanen en drukke wegen zijn de meeste buurten vrij opzichzelfstaand voor met name de kinderen en de jeugd. Voor het opstellen van de keuzemogelijkheden wordt daarom uitgegaan van een gelijke spreiding van speelplekken. De keuzemogelijkheid zit dan vooral in de inrichting van de speelplekken. Model 2B Versobering landelijke normen houdt in dat: o er geen nieuwe voetbalkooien worden gerealiseerd; o er geen duurdere toestellen die medegeschikt zijn voor gehandicapten geplaatst worden; o het gemiddeld aantal speeltoestellen per speelplek met één wordt verlaagd. Model 2C Opplussen landelijke normen is een opwaardering van de landelijke normen door: o in totaal 16 voetbalkooien te realiseren; o het kiezen voor grotere, meer gevarieerde toestellen door de gemiddelde toestelprijs voor de aanschaf van nieuwe toestellen te verhogen met 20%. Het gevolg van de analyse is dat er is iets minder speelplekken, maar speelplekken gevarieerder en specifieker per leeftijdscategorie worden ingericht. Het speelruimteplan roept op om de gehele openbare ruimte beter bespeelbaar te maken. Daartoe worden in de analyse voorstellen gedaan om op 21 locaties maatregelen te nemen en om 903 zit- en ontmoetingsaanleidingen en speelaanleidingen te plaatsen. Speelaanleidingen zijn objecten die niet specifiek voor het spelen geplaatst zijn, maar een scala aan speelmogelijkheden bieden. De voorstellen zoals in de analyse genoemd, hebben tot gevolg dat het aantal speelplekken afneemt van 212 naar 206. Daarbij moeten 31 nieuwe speelplekken worden aangelegd en worden 37 speelplekken als secundair aangewezen. Secundaire plekken of toestellen hebben geen functie (meer) in het voorgestelde basisnetwerk speelvoorzieningen. Deze toestellen kunnen eventueel verplaatst (hergebruikt) of op termijn niet meer vervangen worden. 7
9 Wijzigingen speelplekken Huidig Secundair Nieuwe Basisnetwerk Totaal Gemeente Participatie Totaal Gemeente Participatie plekken 0 tot en met 5 jaar tot en met 11 jaar tot en met 11 jaar tot en met 18 jaar tot en met 18 jaar tot en met 18 jaar Totaal Huidige lege plekken 44 Lege plekken die helemaal kunnen verdwijnen 39 Lege plekken die worden heringericht 5 Plekken in participatie die secundair worden 15 Plekken in participatie die in het basisnetwerk worden betrokken 37 Tabel 1 Nieuwe en secundaire plekken per leeftijd Verder moeten sommige plekken uitgebreider of gevarieerder worden ingericht. Op andere speelplekken moeten meer of minder aanpassingen plaatsvinden (toestellen erbij, verplaatsen of op termijn verwijderen en niet herplaatsen). De nieuwe en te verbeteren plekken zorgen ervoor dat het totaal aantal toestellen toeneemt van 721 naar 874. Daarnaast moeten 28 speelplekken specifieker voor een bepaalde leeftijdscategorie ingericht worden zodat deze beter aansluiten bij het spelgedrag van de doelgroep Bewonersparticipatie De participatie van bewoners bij speelplekken is aanzienlijk. Van het totale vrijwilligersbestand houdt 10% zich bezig met speelplaatsen. In de huidige situatie worden er 52 speelplaatsen door vrijwilligers onderhouden. Het betrekken van bewoners en gebruikers van het openbare gebied, zoals de gemeente dit al geruime tijd doet, heeft diverse voordelen opgeleverd (zie paragraaf 5.5). In dit speelruimteplan wordt bewonersparticipatie verder uitgewerkt in een participatieladder: Niet interactief: Trede 0. Gesloten autoritair: geen participatie mogelijk Trede 1. Informeren: participanten worden geïnformeerd over besluit Trede 2. Raadplegen: uitwisseling van argumentatie maar bestuur beslist. Interactief: Trede 3. Adviseren: Trede 4. Coproduceren: participanten geven open advies; randvoorwaarden als criteria voor toetsing; uitwisseling alternatieve concepties, probleemdefinities en oplossingsrichtingen randvoorwaarden komen in proces tot stand; oplossingen door gemeente en participanten bepaald Trede 5. Meebeslissen: evenwichtige inbreng; participanten voeren werkzaamheden uit Trede 6. Bepalen: participanten handelen volledig autonoom. Voor het opstellen van de analyse van speelruimte is uitgegaan van trede 3; voor ontwerpen en realisatie van speelplekken wordt uitgegaan van trede 4; voor het onderhoud wordt uitgegaan van trede 5. Bewonersparticipatie komt nadrukkelijk aan de orde in de navolgende situaties: 8
10 Wijk het invullen van de lege plekken (totaal 44 stuks); het continueren van de participatie op die locaties die secundair worden (15 stuks); het continueren van de participatie op de locaties die in het basisnetwerk worden betrokken (37 stuks); het in brede zin betrekken van bewoners, partners, verenigingen en organisaties bij het opstellen en uitvoeren van het speelruimteplan; het meehelpen en ondersteunen bij beheer en (ook sociale) controle van het basisnetwerk Wijzigingen per wijk Deel Het aantal jarigen In de huidige situatie aanwezig In de analyse voorgesteld om nieuw te realiseren In de analyse als secundair aangewezen Het aantal in het basisnetwerk De kosten voor de nieuwe plekken en de maatregelen. Plekken Toestellen Plekken Toestellen Aanleidingen Maatregelen Plekken Toestellen Plekken Toestellen 4. Ridderveld 2 3. Ridderveld 1 en Heimanswetering west midden oost oost west midden Zegerslootgebied Lage Zijde Hoge Zijde en Bomenbuurt noord midden zuid Kerk en Zanen I en II III Aarlanderveen Zwammerdam Buiten kom/bedrijfsterreinen Besparing door hergebruik toestellen --/ Uitvoeringkosten Afrondingsverschil 200 Totaal Tabel 2 Aanpassingen per wijk Model 2A 9
11 1.3. Overzicht financiële consequenties Eenmalige kosten realiseren basisnetwerk Model 2A Model 2B Model 2C het verbeteren informele speelruimte: 903 speel- en zitaanleidingen het realiseren van 31 zoekgebieden + verbeteren plekken: nieuwe toestellen de bijkomende kosten veiligheidsondergrond 45% het hergebruik van 31 van de in totaal 243 secundaire toestellen (besparing) subtotaal I de bijkomende (her)inrichtingskosten waarvan circa 70% ten laste van speelvoorzieningen de kosten voor de uitvoering van het speelruimteplan 4% van de eenmalige investeringskosten subtotaal II achterstallige kosten Attractiebesluit (rubbertegels) totaal eenmalige kosten Structurele kosten Raming Raming basisnetwerk huidig Noodzakelijk voor huidige niveau Model 2A Model 2B Model 2C Inventaris: aantal speelplekken aantal speeltoestellen aanschafwaarde toestellen aanschafwaarde ondergronden aanschafwaarde totaal Jaarlijkse kosten: 2 onderhoud op niveau heel-schoon-veilig 85% beheer vervanging budgetten totaal Tabel 3 Overzicht kosten Al met al zijn er in gemeente Alphen aan den Rijn diverse maatregelen noodzakelijk om aan het voorgestelde beleid uit deel I te voldoen. De vervangingswaarde van de speeltoestellen in het voorgestelde basisnetwerk bedraagt De huidige waarde van de toestellen bedraagt Dit betekent dat er extra geïnvesteerd moet worden om het basisnetwerk te bereiken en een herverdeling van voorzieningen over de buurten en leeftijdscategorieën te laten plaatsvinden. De belangrijkste financiële consequenties van het voorgestelde beleid en ook de wijze van uitvoering staan uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 4. 1 De achterstallige kosten voor het Attractiebesluit (rubbertegels) zijn niet in de inventarisatie van het huidige beeld opgenomen, maar wel in die van het Basisnetwerk. 2 De kostenplaatsen Kapitaalslasten Onderhoud Recreatieve voorzieningen zijn niet in de raming opgenomen. 10
12 Voor de aanpassing van het huidige speelvoorzieningenniveau in één keer is nodig voor: het verbeteren informele speelruimte: 903 speel- en zitaanleidingen; het realiseren van 31 zoekgebieden + verbeteren plekken: nieuwe toestellen; het hergebruik van 31 van de in totaal 243 secundaire toestellen (besparing); de bijkomende (her)inrichtingskosten waarvan circa 70% ten laste van speelvoorzieningen. Daarbij is rekening gehouden met de bijkomende kosten veiligheidsondergrond 45%. Verder zijn er nog achterstallige kosten voor de uitvoering van het Attractiebesluit ter hoogte van voor het aanbrengen van rubbertegels. In de bijkomende kosten is ook een bedrag opgenomen voor het verwijderen en bespeelbaar herinrichten van de 37 secundaire speelplekken. Aangezien deze kosten sterk per speelplek verschillen en afhankelijk zijn van de uitvoeringswijze en het ambitieniveau voor de achterblijvende ruimte betreft dit slechts een raming. Naast de genoemde kosten kunnen er nog overige uitvoeringskosten ontstaan. Denk daarbij aan kosten voor het opstellen van inrichtingsschetsen, het opstellen van een uitvoeringsplan, het verplaatsen van toestellen en het voorbereiden van het plaatsen van banken en speelaanleidingen. De totale hoogte en verdeling van deze kosten is sterk afhankelijk van de wijze van uitvoering. Voor de raming is uitgegaan van 4% van de kosten van de eenmalige investering. Gezien de normen moet er minimaal beschikbaar zijn om het huidige speelvoorzieningenniveau te onderhouden, te beheren en te vervangen. In hoofdstuk 4 is een nadere toelichting van de financiële consequenties beschreven. 11
13 1.4. Aandachtspunten uit de raadscommissie In de raadscommissie van 21 april zijn wensen en aandachtspunten naar voren gebracht. Hieronder kort hoe hieraan invulling is gegeven. (blz.) Commissiepunt I. Betrekken doelgroep/bewoners/buurt- en speeltuinverenigingen: het speelruimteplan is onder brede inspraak opgesteld. 13 Commissiepunt II. Het speelruimteplan is opgesteld in relatie tot het vastgestelde beleid zoals jongeren, sport en bewonersparticipatie. 15 Commissiepunt III. Kwaliteit boven kwantiteit; meer variatie: de normen voor (in)formele Commissiepunt IV. speelruimte gaan uit van kwalitatieve en gevarieerde speelruimte. 27 Toepassen voetbalkooien in plaats van trapveld: in analyse worden voorstellen gedaan om naast de huidige 5 voetbalkooien 8 nieuwe te realiseren. Dit naast (informele) trapveldjes die aanvullend nodig blijven. 29 Commissiepunt V. De wettelijke aansprakelijkheid volgens het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen is geconcretiseerd in het speelruimteplan. 30 Commissiepunt VI. Commissiepunt VII. Commissiepunt VIII. Commissiepunt IX. Commissiepunt X. Commissiepunt XI. Toepassen toestellen voor gehandicapten: er wordt geadviseerd om geen specifieke gehandicapten toestellen toe te passen, maar te voorkomen dat er belemmeringen zijn om op een speelplek te komen en op centralere plekken toestellen te kiezen die medegeschikt zijn voor gehandicapten. 31 Opnemen van (openbare) schoolpleinen: hieraan wordt met het beleidsuitgangspunt en in de analyse vormgegeven. Er worden 8 voorgestellen gedaan om een schoolplein in het basisnetwerk te betrekken. 35 Flexibiliteit door uitwisseling speeltoestellen: bij het realiseren van een duurzaam basisnetwerk van speelplekken zal het nauwelijks voorkomen dat toestellen verplaatst hoeven te worden. Speelplekken voor jongeren en jeugd blijven altijd op dezelfde plaats en voor kinderen blijkt dat een speelplek vaak net zo lang noodzakelijk is als de levensduur van de meeste toestellen. 37 Formaliseren speelplekken in bestemmingsplan: bestemmingsplannen wel toetsen aan het speelruimteplan, maar niet exact de locaties bestemmen omdat dit de realisatie van nieuwe plekken bemoeilijkt. 37 Meer aandacht schenken aan de oudere jeugd. In de analyse worden aan de hand van de normen voor (in)formele speelruimte verscheidene voorstellen gedaan voor verbeteringen voor jongeren. 57 Woonomgevinganalyse beperken tot veiligheid en bereikbaarheid: te beperkt voor een goede analyse van speelruimte. Uit rondgangen komen meer belangrijke aspecten: waar liggen sociale barrières, in welke buurten is minder informele speelruimte, wat zijn de grootste problemen, hoe is het gesteld met hondenpoep enzovoort. 65 Kop 7 voor witregel in inhoudsopgave 12
14 Commissiepunt I. Betrekken doelgroep/bewoners/buurt- en speeltuinverenigingen: het speelruimteplan is onder brede inspraak opgesteld. 2. INLEIDING Dit rapport Buitenspelen, ja leuk! geeft het beleid van gemeente Alphen aan den Rijn inzake de openbare speelvoorzieningen. In dit beleidsplan worden de relevante richtlijnen, een analyse van de huidige situatie en de speelruimte, het wenselijk en het huidig basisnetwerk speelvoorzieningen, de te nemen maatregelen en het te voeren beleid weergegeven. Om het leesgemak van deze beleidsnota te verhogen is een leeswijzer opgenomen Waarom een speelruimteplan? In gemeente Alphen aan den Rijn leeft de wens om het huidig speelruimtebeleid Spelen betekent delen uit 1995 te actualiseren en bestuurlijk vast te stellen. Daarbij wil de gemeente inzicht in een passende speelstructuur, gerelateerd aan de aantallen en leeftijden, en een overzicht per wijk om passend beheer, onderhoud en vervanging te kunnen toepassen. In de raadsvergadering van 21 april 2005 zijn de kaders gesteld voor het opstellen van een nieuw speelruimteplan. (zie ook besluit 2005/3097). Met dit besluit is ingestemd met het invulling geven aan variant 2, met het verzoek om deze uit te werken in drie modellen. In variant 2 is uitgegaan van de normen zoals die door OBB Ingenieursbureau zijn ontwikkeld en van drie modellen voor jaarlijkse budgetten Doelstelling en visie Het doel is te komen tot een praktisch en breed gedragen speelruimteplan. In dit plan moeten de beleidsuitgangspunten voor spelen worden vastgelegd en worden geschetst welke aanpassingen nodig zijn om hieraan te voldoen. De bijbehorende visie is dat er in de openbare ruimte voldoende en veilige speelruimte is. Naast deze zogenaamde informele speelruimte moet er een evenredig verdeeld aanbod van formele speelvoorzieningen aanwezig zijn. Beide dienen aan te sluiten bij het aantal, de leeftijd en de behoefte van doelgroep per wijk. Voor het aanbod van formele speelvoorzieningen dienen er voldoende financiële middelen te zijn, zodat het mogelijk is passend beheer, onderhoud en vervanging uit te voeren Inspraak op de planvorming Ambtelijke werkgroep speelruimteplan Diverse onderdelen van het speelruimtebeleid hebben raakvlakken met verscheidene verantwoordelijkheden. Daarom is het plan in breed overleg opgesteld en is een ambtelijke werkgroep ingesteld met vertegenwoordiging vanuit alle afdelingen die betrokken zijn bij spelen: Inrichting Openbare Ruimte, Stadsbeheer, Welzijn en Onderwijs. Via deze werkgroep is ook de woningcorporatie WonenCentraal betrokken bij het opstellen van het speelruimteplan KinderKlankBord Het KinderKlankBord is een middel om te weten te komen wat de jeugd belangrijke speelruimte en -mogelijkheden vindt. Dit instrument bestaat uit drie onderdelen: de rondgang, de speelmogelijkhedenenquête en het maken van een buurtplattegrond. Rondgang: om een indruk te krijgen hoe de jeugd haar woonomgeving gebruikt om te spelen, werd voor het opstellen van het speelruimtebeleidsplan een rondwandeling met jeugd gemaakt. Per buurt werd van één of meer geselecteerde scholen de hulp van vier tot zes jeugdigen ingeroepen. Zij gingen groepsgewijs éénmalig onder begeleiding van OBB Ingenieursbureau een halfuurtje de buurt in. 13
15 De jeugdigen nam de medewerker van het bureau op sleeptouw door hun buurt naar hun favoriete en minst geliefde speelplekken en vertelden ondertussen over de aanwezige speelruimte in de buurt. Verder werd gesproken over waar ze veel spelen als ze niet op de speelplekken spelen, waar de informele speelruimten en -plekken liggen, of en hoe ze het schoolplein gebruiken, wat ze vaak spelen, welke routes ze gebruiken en wat gevaarlijke punten zijn. Ook kwam aan de orde of ze op een sport of andere vereniging zitten, of ze liever buiten of binnen spelen en of er nog dingen voor hen georganiseerd worden. met de jeugd de buurt in! Er werd gekeken waar ze niet mogen of kunnen spelen, hoe ze in het groen, bij het water en op de straat kunnen spelen, wat ze goede en slechte speelplekken vinden en waar ze naar toe gaan om spannende dingen te doen of hutten te bouwen. Verder gaf de jeugd aan wat de grote problemen zijn bij het spelen, wat ze het meest zouden missen als ze zouden verhuizen of waar ze behoefte aan hebben. Enquête: aan alle scholen is in veelvoud een enquêteformulier toegezonden. Deze enquête gaat over de verschillende buitenspeelmogelijkheden. De enquêteformulieren werden onder begeleiding van de leerkrachten vanaf groep vier ingevuld. Aan de hand van deze formulieren werd bepaald welke speelmogelijkheden en functies de jeugd zelf belangrijk vindt. Buurtplattegrond: alle scholen werd verzocht mee te werken aan het maken van een buurtplattegrond. Dit is een opdracht die de leerkrachten met de jeugd uitvoerden. De leerkracht werd gevraagd een kringgesprek over buitenspelen te houden. De kinderen kregen vervolgens de opdracht om in groepjes van ongeveer zeven kinderen op een groot vel (bijvoorbeeld flip-overformaat) een eigen plattegrond van de buurt te tekenen. Hierin werden foto s, tekeningen en citaten over allerhande plekken in de buurt, waarmee ze goede of minder goede ervaringen hebben, teken je buurt verwerkt. Het kon daarbij zowel gaan over hun eigen kamer, verkeer, ravotgroen, winkels, sport- en kinderclubs als over speelplekken. De plattegrond hoefde niet geografisch juist te zijn, maar moest wel laten zien waar de jeugdigen een belevingswaarde hebben liggen Inspraak jongeren Ook de jongeren van 12 tot en met 18 jaar verblijven in de openbare ruimte. Er is dus een behoefte aan speel-, ontmoetings- en sportmogelijkheden te verwachten. Om de verschillende (on)mogelijkheden om buiten leeftijdsgenoten te ontmoeten en eventuele problemen in beeld te brengen, zijn enkele gesprekken gevoerd met de Jongerenraad, de wijkagenten en met enkele jongeren in het veld Inspraak belanghebbenden en speeltuinen In de locale pers (Witte Weekblad) en op internet heeft een beschrijving van het opstellen van het speelruimteplan en de kinderrondgangen gestaan. Aan de hand hiervan konden de belangstellenden per of brief reageren over de speelruimte in hun buurt. Tevens werden ze uitgenodigd voor de inloopavond waar ze hun reactie konden toelichten. Aan de buurt- en wijkorganisaties en de speeltuinverenigingen is specifiek gevraagd hun mening te geven over de bespeelbaarheid van hun omgeving en de speelplekken. Hiervoor zijn buurtenquêtes toegezonden. Tevens werden deze organisaties uitgenodigd voor de inloopavond waar ze hun reactie konden toelichten. Ook werd de correspondentie van bewoners en de weergave van meldingen/verzoeken/klachten uit de voorgaande anderhalf jaar Vragenformulier meegenomen in de planvorming. 14
16 Wij vinden het prettig dat u naar onze mening vraagt reactie nav WitteWeekblad Overige beleidsvelden Het speel- Commissiepunt II. ruimteplan is opgesteld in relatie tot het vastgestelde beleid zoals jongeren, sport en bewonersparticipatie Veldinventarisatie Om een goede indruk te krijgen van de bespeelbaarheid van de verschillende buurten heeft een aanvullende uitgebreide veldinventarisatie plaatsgevonden. Hierin werd gekeken waar de jeugd speelt (zowel speelplekken als informele speelruimte) en welke routes ze gebruiken. Er werd ook gekeken naar bereikbaarheid van speelplekken, speelwaarde, geschiktheid voor leeftijdscategorieën, welke fysieke en sociale barrières er (kunnen) zijn en dergelijke. Naast het ambtelijk overleg en de inspraak zijn beleidsstukken, onderzoeken en rapporten van gemeente Alphen aan den Rijn, die relevant zijn voor spelen, bij het opstellen van het speelruimteplan betrokken: het vigerende speelruimteplan Spelen betekent verdelen (augustus 1995), de nota Integraal Jongeren Beleid (IJB), de nota Jongerenwerk /Shelterbeleid, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (maart 2005), de Sportnota Altijd actief (2004), de Structuurvisie Verkeer en vervoer, artikelen over Wat te doen met 10 miljoen en het rapport Inventarisatieonderzoek speelruimten VVD (maart 2003). Het definitieve speelruimteplan wordt aan de raadscommissie gepresenteerd Begripsbepaling Speelruimte Het is belangrijk om te realiseren dat ruimte de bepalende factor is bij het spelen en niet zozeer de aanwezigheid van speeltoestellen. Speelruimte betreft ten eerste de ruimte die fysiek aanwezig is om te spelen, zowel in de openbare ruimte als op ingerichte speelplekken. Ten tweede gaat speelruimte over de spreekwoordelijke ruimte die de doelgroep gegund wordt, met andere woorden: "waar mag hij of zij spelen?" wordt op gespeeld (In)formele speelruimte Binnen de openbare ruimte kan ook onderscheid gemaakt worden tussen informele en formele speelruimte. Met informele speelruimte wordt de ruimte aangeduid waar de doelgroep leeft, woont en (veilig) kan spelen, zoals de straat, de stoep, het plantsoen en het water, maar waar geen specifieke speeltoestellen staan. Met formele speelruimte wordt de ruimte aangeduid die specifiek en exclusief is ingericht voor de speelfunctie (de speelplekken met voorzieningen). In dit speelruimteplan staat de formele speelruimte niet los van de informele speelruimte Speelaanleiding en speeltoestel Bij speelruimte wordt onderscheid gemaakt tussen speelaanleidingen en speeltoestellen. Speelaanleidingen zijn objecten die niet specifiek voor het spelen geplaatst zijn, maar een scala aan speelmogelijkheden bieden in de informele en formele speelruimte. Speeltoestellen zijn die voorzieningen in de formele speelruimte die specifiek voor het spelen geplaatst zijn en gemaakt zijn voor een bepaalde speelmogelijkheid. In Bijlage VI wordt nader ingegaan op het begrip speelaanleiding. 15
17 Basisnetwerk van speelvoorzieningen In de analyse wordt gesproken over een basisnetwerk van speelvoorzieningen. Het basisnetwerk van speelvoorzieningen is het beeld van speelplekken dat recht doet aan een eerlijke verdeling van speelvoorzieningen over de leeftijdscategorieën van de doelgroep en buurten Secundaire voorzieningen Er wordt gesproken over secundaire speelplekken of toestellen De als secundair aangeduide voorzieningen hebben geen functie (meer) in het voorgestelde basisnetwerk van speelvoorzieningen. De onderhoudskosten voor deze toestellen moeten beperkt blijven tot inspectiekosten. De toestellen kunnen eventueel in participatie gegeven worden of als dit niet het geval is worden verplaatst (hergebruikt). Deze toestellen zullen op termijn niet meer vervangen worden Leeftijdsaanduidingen In het speelruimteplan wordt de volgende indeling in leeftijdscategorieën gehanteerd. kinderen = van 0 tot en met 5 jaar jeugd = van 6 tot en met 11 jaar jongeren = van 12 tot en met 18 jaar doelgroep = van 0 jaar tot en met Leeswijzer voor het speelruimteplan Bovenstaande doelstelling en visie zijn uitgewerkt in het speelruimteplan. Na de samenvatting in hoofdstuk 1 en een inleiding in hoofdstuk 2 beslaat deel I van dit rapport het eigenlijke speelruimtebeleid. In hoofdstuk 3 wordt het te voeren beleid voor de speelruimte voor 2006 tot en met 2015 beschreven. Vooral dit deel van het speelruimteplan is het gedeelte dat bestuurlijk moet worden vastgesteld. Deel II geeft de nieuwe speelruimte in gemeente Alphen aan den Rijn weer. In hoofdstuk 4 worden de financiële aspecten van de speelruimte beschreven. Het hoofdstuk 5 worden de bovenwijkse aspecten van speelruimte en een verslaf van de inspraak weergegeven. De belangrijkste conclusies, aanbevelingen en beslispunten zijn in hoofdstuk 6 opgenomen. Deel III is de uitwerking van het voorgestelde beleid. In de hoofdstukken 7 tot en met 16 wordt aan de hand van het geformuleerde beleid een analyse gemaakt van de mate waarin de aanwezige speelruimte voldoet aan de geformuleerde beleidsuitgangspunten. Met andere woorden: hoe ziet het basisnetwerk speelvoorzieningen eruit? Daarbij worden de noodzakelijke aanpassingen en financiële consequenties beschreven. Dit deel biedt een leidraad voor de aanpassingen aan de speelruimte in gemeente Alphen aan den Rijn. In deel IV worden de bijlagen weergegeven. Deze tabellen bevatten (norm)cijfers, ramingen en voorbeelden behorende bij de huidige en wenselijke speelsituatie in gemeente Alphen aan den Rijn. Kop 7 ingevoegd voor witregel in inhoudsopgave 16
18 DEEL I SPEELRUIMTEBELEID Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn 17
19 18
20 Beleidsuitgangspunt 1. De 0- tot 18-jarigen in gemeente Alphen aan den Rijn hebben recht op informele en formele speelruimte. op zeer laagdrempelige wijze toegang te bieden tot sportmogelijkheden. Het gaat hierbij niet alleen om trap- en basketbalveldjes, skateparken en speelplaatsen maar ook om de woonomgeving als geheel.. sportnota 3. BELEID SPEELRUIMTE Dit speelruimteplan "Buitenspelen, ja leuk!" gaat over het spelen in gemeente Alphen aan den Rijn. Wat is er natuurlijker dan spelen? Spel is onlosmakelijk verbonden met leven, met samenzijn, met het functioneren als individu en met het functioneren als lid van een groep. "Natuurlijk", roept iedereen, "spel is belangrijk en er moet ruimte zijn voor spel, veilig spel wel te verstaan." In voorliggend hoofdstuk worden de beleidsaspecten inzake de speelruimte weergegeven Het recht op speelruimte Kinderen, jeugdigen en jongeren (de doelgroep) hebben recht op speelruimte. Er is (nog) geen expliciete wet die overheden verplicht om speelplekken aan te leggen. Wel is een dergelijke verplichting te ontlenen aan de Universele verklaring van de rechten van de mens waarin staat geschreven dat ieder mens recht heeft op vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid. Maar nog belangrijker is het verdrag inzake de Rechten van het kind dat werd aangenomen door de Verenigde Naties op 20 november Het omvat alle kinderrechten, geldt wereldwijd en heeft dezelfde kracht als een wet in Nederland. Het verdrag is eigenlijk een contract tussen de overheden en hun minderjarige bevolking. Het is de plicht van elke overheid om daarmee rekening te houden. Lid 1 van Artikel 31 uit dit verdrag luidt: De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven. In het kader van het participatiebeleid in gemeente Alphen aan den Rijn kan gesteld worden dat de ouders in grote mate de verantwoordelijkheid dragen voor hun kinderen en de belangen van hun kinderen. Burger en gemeente zijn daarom samen verantwoordelijk voor de invulling van dit recht op (in)formele speelruimte Het belang van speelruimte Spelen is in al haar vormen van wezenlijk belang voor de ontplooiing van de opgroeiende doelgroep en is de basis voor haar geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Om de ontwikkeling maximaal te kunnen stimuleren, is het nodig inzicht te hebben in de functies die spelen daarbij heeft. Tijdens het spel spelen ingewikkelde, mentale processen een belangrijke rol. Door te spelen verkent het kind zijn omgeving. Hij of zij ontmoet andere kinderen, jeugdigen en jongeren, bekende en onbekende volwassenen, allerlei materialen, allerlei mogelijkheden, structuren en situaties. Dit alles is onderdeel van het opgroeien en het ontwikkelen van zijn of haar lichamelijke en geestelijke vermogens. Het omgaan met de voorwerpen en situaties in zijn of haar omgeving is een belangrijke voorwaarde voor de latere ontwikkeling van de waarneming, het denken, het probleem oplossen en de geheugenfuncties. Door tijdens het spelen grenzen te verleggen leert de doelgroep meer zelfvertrouwen te hebben in zichzelf. Zelfvertrouwen is erg belangrijk bij het leggen van sociale contacten. 19
21 Beleidsuitgangspunt 2. Om voldoende ontwikkelingsmogelijkheden aan de doelgroep te bieden wordt een gevarieerd aanbod aan speelruimte en speelfuncties gerealiseerd. Globaal kunnen er drie typen ontwikkeling worden onderscheiden: Het spel bevordert de motorisch-lichamelijke ontwikkeling: De ontwikkeling van de grove en fijne motoriek, vaardigheden opdoen, zoals lopen, zwemmen, springen, klimmen en klauteren, manipulatie van kleine voorwerpen en materialen, werpen, vangen. Maar ook visuele, auditieve en tastwaarnemingen zoals geheugen, discriminatie, analyse, synthese, waarnemen van textuur, temperatuur, trillingen. Het spel bevordert de sociaal-emotionele ontwikkeling: Ontwikkeling op sociaal en emotioneel vlak; ontwikkeling van zelfbeeld: behorende tot een groep (familie, etnische groep); ontwikkeling van eigen gevoelens: angst, drift en vriendschap; Ontwikkeling van zelfstandigheid: het maken van eigen keuzes, trouw blijven aan eigen keuzes, uitvoeren van eigen keuzes, met of zonder hulp van anderen; Ontwikkeling van sociale vaardigheden: het omgaan met anderen (het leggen, onderhouden en beëindigen van contacten), het omgaan met regels, het omgaan met gezagsverhoudingen; Ontwikkeling van sociale zelfredzaamheid: zorgen voor uiterlijke verschijningsvorm en lichamelijke verzorging, vaardig worden in het zorgen voor de omgeving; Ontwikkeling van waarden en normen: Het ontwikkelen van waarden en normen is van groot belang en staat ook centraal in de visie van de overheid. Het spel bevordert de cognitief-psychische ontwikkeling: Logisch denken en probleemoplossen zoals classificatie, in serie zetten, oorzaakgevolg; Structurering van ruimte zoals grenzen van wat is hoog, laag, ver, dichtbij, hard of zacht worden daarbij verlegd, kennis van eigen lichaam; Structurering van tijd beleven: dag en nacht, seizoenen en het afwachten van een regenbui, dag-, week-, jaarindeling/seizoenen, heden/verleden/toekomst, opeenvolging van gebeurtenissen, activiteiten en werkzaamheden; Creatieve competentie vindt overal plaats. Randvoorwaarden zijn uitdaging en variatie. De aanwezigheid van een uitdagende en gevarieerde speelruimte verruimt de mogelijkheden op dit gebied. Daarnaast analyseren, beoordelen, vormgeven. Bron: samenvatting diverse pedagogische boeken Ieder mens is uniek en heeft een eigen ontwikkelingspatroon. Dit is ook afhankelijk van bijvoorbeeld cultuur of beperking. Daarom is het bij het realiseren van speelruimte belangrijk om rekening te houden met deze verschillen en daar de speelmogelijkheden en speelfuncties op af te stemmen. Om een evenwichtig aanbod in de verschillende speelfuncties te hebben is het belangrijk ervoor te zorgen dat er voldoende speelmogelijkheden zijn (door inrichting, toestellen, aanleidingen en ruimte) en dat er voldoende variatie in speeltoestellen en -functies voorkomt Speelruimte, voor wie? Het is van belang te weten welke doelgroepen er gebruik maken van informele en formele speelruimte en hoe deze doelgroepen de speelruimte gebruiken. Men moet ervan uitgaan dat baby s zo gauw ze gaan lopen tot en met de jongeren van circa achttien jaar gebruik maken van de aanwezige speelruimte. De scheidslijnen van de leeftijdscategorieën zijn niet haarscherp, maar bij de beoordeling van een speelruimte wordt een indeling van leeftijdscategorieën gehanteerd naar de schoolindeling. De kinderen (0 tot en met 5 jaar) Voor kinderen tot en met circa drie jaar is de speelplek zeker een plaats waar hij of zij onder begeleiding van een oudere veilig kan liggen, kruipen, staan of rondstruinen. Het alleen en zelfstandig spelen van een dergelijk jong kind vindt plaats in de besloten omgeving van de woning, bijvoorbeeld in de tuin, de woonkamer of eventueel direct bij de voordeur. 20
22 Vissen, zitten Beleidsuitgangspunt 3. Door basisvoorzieningen aan te bieden zorgt gemeente Alphen aan den Rijn voor voldoende speelruimte. Als de kinderen naar groep één en twee van de basisschool gaan worden ze langzaamaan steeds zelfstandiger en willen en mogen ze meer hun omgeving verkennen. Dat gebeurt eerst dicht bij huis zodat de ouders nog enig zicht op het kind hebben, maar al snel verder de straat in waar het kind steeds meer nieuwe mogelijkheden vindt om te spelen. Binnen de bebouwde kom van gemeente Alphen aan den Rijn wonen circa kinderen. De jeugdigen (6 tot en met 11 jaar) De groep die in dit rapport als jeugdigen wordt aangeduid, betreft de kinderen uit de groepen drie tot en met acht van de basisschool. Op deze leeftijd gaan ze steeds meer op ontdekkingstocht uit en doen ze dit vaker in groepsverband. Jeugdigen uit de onderbouw mogen vaak nog geen drukke straten oversteken en moeten dichter bij huis blijven. Vanaf een jaar of acht echter zwermen ze uit over de gehele buurt. Het schoolplein is voor hen vaak een belangrijke speel- en ontmoetingsplek. Binnen gemeente Alphen aan den Rijn wonen circa jeugdigen. De jongeren (12 tot en met 18 jaar) Eenmaal op het voortgezet onderwijs treedt er meestal weer een gedrags- en interesseverandering op. De jongeren blijken de al dan niet daartoe ingerichte openbare ruimte vaak te gebruiken om zich te verzamelen, rond te hangen en te sporten. Ze verplaatsen zich hiervoor zelfstandig over de gehele wijk en stad. In gemeente Alphen aan den Rijn wonen circa jongeren De relatie informele en formele speelruimte Als kinderen, jeugdigen of jongeren willen spelen, kunnen zij in een gevarieerde omgeving met gras, struiken, bomen, pleinen, stoepen en water vrijwel alle vormen van spel uitoefenen. Denk daarbij maar eens aan hoe Dik Trom (in het gelijknamige boek van C. Joh. Kieviet) zich kostelijk vermaakt met zijn vriendjes in de straten, rondom, op en in het water en struinend door de weilanden. Speeltoestellen kunnen daarom gezien worden als een vervanging van de mogelijkheden die van nature aanwezig zijn. Men ziet dan ook vaak dat de noodzaak van speelplekken toeneemt naarmate de fysieke ruimte om te spelen afneemt. Uiteraard zal gestreefd moeten worden naar zoveel mogelijk informele speelruimte. Het zou ideaal zijn als iedereen voldoende natuurlijke informele ruimte in zijn omgeving heeft om te spelen zonder dat hiervoor speciale voorzieningen aangebracht hoeven te worden. De praktijk is echter dat dit op veel plaatsen niet het geval is. De ruimte om te spelen binnen het bebouwde gebied neemt steeds verder af; het (auto)verkeer, de verdichting van de woningen, voorzieningen voor volwassenen, hondenpoep, bezuinigingen en onveiligheid door criminaliteit en vandalisme (sociale veiligheid) leggen een steeds groter beslag op de beschikbare openbare speelruimte. Dit terwijl er steeds meer kinderen en jeugdigen in steden wonen. De normentabellen voor informele en formele speelruimte in Tabel 4 en Tabel 5 zijn dusdanig opgesteld dat zowel de hier gestelde hoeveelheid informele als formele ruimte in een buurt aanwezig dient te zijn voor een evenwichtig aanbod aan basisvoorzieningen. 21
23 Informeel spel kinderen In Bijlage III is aan de hand van een beslisboom een toelichting op het toepassen van de normen weergegeven. Bij het toepassen van de normen bepaalt de omvang van de aanwezige doelgroep binnen de actieradius, plus de hoeveelheid informele speelruimte of er een formele speelplek noodzakelijk is! In de praktijk blijkt verder dat als er veel informele speelruimte is, de norm van 30 kinderen binnen de actieradius van een plek bijna nooit gehaald wordt. Is er zeer veel informele speelruimte dan zal het dus niet nodig zijn om speelplekken aan te bieden. Speelruimte blijft echter maatwerk per buurt! 3.5. De informele speelruimte De informele speelruimte in een buurt of wijk laat zich niet makkelijk kwantificeren. De hoeveelheid informele speelruimte wordt in ieder geval bepaald door de opbouw van de buurt. De hoeveelheid, structuur en samenstelling van het openbaar groen, het water en de wegen bepalen de bespeelbaarheid. Is er veel groen en water en zijn er 30-kilometerwegen met stoepen, zijn deze toegankelijk en nodigen ze uit tot medegebruik door kinderen, dan zal er veel informele speelruimte zijn. Is er weinig groen en water, zijn de wegen druk en is het moeilijk voor kinderen om er gebruik van te maken, dan zal er minder informele speelruimte zijn. Uiteraard is het veiligheidsgevoel dat de kinderen en ouders op straat ervaren erg belangrijk voor het durven en mogen spelen. Als laatste speelt de vrijheid om te spelen die aan kinderen gegund wordt een rol. Als een kind van zijn of haar ouders ergens niet mag komen, waar zijn of haar vriendjes wel mogen komen, dan is de speelruimte van dit kind kleiner dan dat van zijn of haar vriendjes. Om een indruk te krijgen van wat bedoeld wordt met informele speelruimte voor kinderen is het goed eens buiten te gaan kijken. De kinderen zullen dicht bij huis, bij wijze van spreken onder het keukenraam, bezig zijn om materialen en bewegingen te leren kennen. Omdat een jong kind geen gevaren kan onderscheiden, is het belangrijk dat er geen of zeer weinig auto s, brommers en fietsers rijden over de in gebruik zijnde informele speelruimte. Daarom zijn de tuin, de oprit en de stoep en in mindere mate de straat en het grasveldje aangrenzend aan de voordeur de belangrijkste bron van informele speelruimte. Voor een dergelijk jong kind valt al heel wat te beleven op twintig vierkante meter! Informeel spel jeugdigen Informeel ontmoeten jongeren De jeugd gaat steeds verder de buurt in. Hun verkenningsgebied is vrijwel de gehele openbare ruimte. Wanneer men door een buurt loopt waar veel jeugdigen wonen, zal men vrijwel in ieder plantsoen, langs iedere sloot, op elk stuk rustige verharding en op menig blinde muur de sporen van spel aantreffen. Van groot belang voor deze leeftijdsgroep is de mogelijkheid een balletje te trappen. Per omgeving moet er een verharding of grasveldje van minimaal 50 vierkante meter aanwezig zijn, waar na schooltijd en na het eten met een groepje van vijf jeugdigen gevoetbald kan worden. Daarnaast moet er voldoende plantsoen en ruigte zijn waar ze dingen kunnen doen als verstoppen, bloemen plukken voor moeder of vader, hutten bouwen en nog veel meer avonturen kunnen beleven. 22
24 Normen Oppervlakte (minimaal) Ligging Geschikt voor Minimale eisen Verkeer Kinderen 0 tot en met 5 jaar LEEFTIJDSCATEGORIE Jeugdigen 6 tot en met 11 jaar 20 m 2 per kind. 20 m 2 per jeugdige; 10 m 2 voor spelen op straat en 10 m 2 voor spelen in het groen. Aaneengesloten ruimte direct grenzend aan woning. Leren fietsen en skaten, takjes en steentjes zoeken, krijten, in zon/schaduw zitten. Doodlopend, ontsluiting voor maximaal 15 tot 20 woningen. Niet bij fietsdoorgang. Binnen/rand buurt, eind van de straat, veldje bij de flats, pleintje achter huizen, overzichtelijk bereikbaar. In groepjes; verstoppertje, speurtocht door buurt, balletje trappen, kastanjes en eikels zoeken, hut bouwen. Max. 30 km en max. 12 auto s per uur. Geen constante stroom van brommers en fietsers. Overlast Nvt Niet direct bij muur of raam van woning/gebouw. Schoon Gras of verharding; geen poep, afval, prikkende of giftige struiken. Ruimte Geborgen, maar niet te benauwd (vnl. stoepen en hofjes). Potentieel geschikte ruimten Tuin/erf (Grote) eigen tuin is goud waard. Grasveld/gazon Mits droog en schoon. Gras of verharding; geen poep, afval, prikkende of giftige struiken. Grotere ruimten voor spelvormen en verkeersluwe buurt voor bereikbaarheid. Indien groot en uitdagend genoeg. Mits geen poep. Bosjes/ruigten Niet aantrekkelijk. Ideaal om te verstoppen en hutten te bouwen. Stoep/hofje Mits groot genoeg. Voor verplaatsing belangrijk. Plein/ parkeerplaats Geschikt als er apart rustig hoekje is. Mits overzichtelijk en weinig rijdende en geparkeerde auto s. Jongeren 12 tot en met 18 jaar 1 ontmoetingsplek per 15 jongeren (ca 15 m 2 met aanleiding). In eigen sociale omgeving/buurt, op hoek van straat, pleintje. Elkaar ontmoeten, zitten kletsen, showen, kijken naar voorbijgangers. Brommertje en fiets. Niet op de rijbaan. Niet direct voor de deur van woningen. Minder van belang, wel schone kleren kunnen houden. Overzichtelijk met zitaanleiding. Nee Geschikt, mits paadje naar plek toe. Mits open kant naar weg of plein. Afhankelijk van situatie. Mits auto kan passeren zonder dat ze moeten verkassen. Sloten/poelen Nee Zeer geschikt. Nvt Vijvers/meren Nee Geschikt, vissen, schaatsen. Zwemwater, vissen, schaatsen. Winkelcentrum Nee Eventueel Ja Tabel 4 Normen informele speelruimte 23
25 Beleidsuitgangspunt 4. Gemeente Alphen aan den Rijn hanteert normen voor hoeveelheid informele speelruimte. Niet alleen door woonwerkverkeer, neemt het autogebruik toe, maar ook voor het doen van boodschappen of sociale en recreatieve doeleinden structuurvisie Verkeer en vervoer ontwerpen kinderen en wegen Spelen op straat Voor de jongeren is het ontmoeten van leeftijdsgenoten zeer belangrijk. Dit gebeurt voor een groot deel in de openbare ruimte. Hoe vaak zijn er na schooltijd niet diverse groepjes jongeren in de buurt te vinden die met elkaar de laatste nieuwtjes staan uit te wisselen! Als indicator kan genomen worden dat per groep ergens in de buurt een plek met een aanleiding gevonden moet kunnen worden waar de jongeren leeftijdsgenoten kunnen ontmoeten. Door het toepassen van de normen wordt invulling gegeven aan een evenredige verdeling van informele speelruimte over de doelgroepen en buurten. Bij weinig informele speelruimte moeten maatregelen getroffen worden die de openbare ruimte beter bespeelbaar maken. In Tabel 4 zijn de normen voor informele ruimte samengevat. Voor voorbeelden van speelaanleidingen wordt verwezen naar Bijlage VI. Voor een verdere indeling van informele speelruimte voor jongeren is het goed om Bijlage V te lezen Vormgeving informele speelruimte Spelen op de straat De toename van de automobiliteit zorgt ervoor dat zowel het rijdend verkeer als de geparkeerde auto s een groot beslag leggen op de bespeelbare ruimte van gemeente Alphen aan den Rijn. Door het toepassen van woonerven, verkeersveiligheidsmaatregelen en het invoeren van 30-kilometerzones zijn veel buurten van gemeente Alphen aan den Rijn al beter bespeelbaar geworden. Maar niet alleen de snelheid waarmee verkeer door de straat rijdt heeft invloed op de mogelijkheid om op straat te spelen. Minstens zo belangrijk is de frequentie waarmee het spel gestoord wordt door passerende en geparkeerde auto s. Daarom is het voor de speelruimte niet altijd voldoende om verkeersremmende maatregelen te nemen. Op eenvoudige wijze kunnen verkeerstechnische elementen aangepast worden zodat ze als nevenfunctie spelen krijgen. Het maakt bijvoorbeeld niet uit welk soort verharding wordt toegepast. In plaats van standaardtegels 30 x 30 grijs kan gedacht worden deze af te wisselen met gekleurde tegels zodat er vakken of patronen ontstaan. Ook is het mogelijk om in de verharding tegels met cijfers of voetsporen van dieren te leggen. Door het toepassen van bepaalde betonelementen als poefs, bollen en palen, die ook geschikt zijn voor (bok)springen, balanceren en zitten, kan de bespeelbaarheid van de straten vergroot worden. Daarnaast kan er veel speelruimte ontsloten worden door onnodige verkeersstromen te voorkomen, veilige oversteekpunten te creëren, meer centraal te parkeren en hofjes toe te passen in nieuwbouwsituaties en bij herinrichting ook in bestaande situaties. In straten waar de doelgroep woont, zou ruimte moeten zijn voor autoloze dagen, speelstraten en de nationale straatspeeldag. Bij het ontwerp en onderhoud van gemeentelijke wegen en bijbehorende voorzieningen wordt rekening gehouden met de veiligheid en bespeelbaarheid. 24
26 Spelen in het groen je kan je hond leren om op een krant zijn behoefte te doen. Martin Gaus, dierentrainer interview radio Spelen in het groen Groenvoorzieningen zijn al van oudsher een belangrijk onderdeel van de woonomgeving. De doelgroep is voor het spelen doorgaans aangewezen op dit groen. Gelukkig zijn diverse buurten ruim opgezet met veel stukjes beplanting en groen, zoals diverse buurten in Ridderveld I en II. Maar er zijn ook buurten met minder groen en dichtere bebouwing, zoals in Kerk en Zanen, Hoge zijde en Lage Zijde. In siergroen mag veelal niet gespeeld worden. Zo zijn in diverse buurten (o.a. Polderpeil) juist struiken met dorens toegepast waardoor er niet gespeeld kan en mag worden. De ballen raken lek als er op het naastgelegen veld gevoetbald wordt. Hondenpoep vormt over het algemeen een groot probleem voor spelen. Daar waar hondenpoep ligt kan eigenlijk de speelruimte voor een groot gedeelte afgeschreven worden. Tijdens de rondgang gaven de jeugdigen regelmatig aan last te hebben van hondenpoep. In de praktijk blijkt dat hekken en borden slechts beperkt of zelfs in het geheel niet helpen. Het beleid moet erop gericht zijn om de hondenbezitters op hun verantwoordelijkheden (tot o.a. het opruimen) te wijzen. Een hond kan zeker leren waar en wanneer de behoefte te doen (hij doet het toch ook niet in huis!). Het huidige beleid met betrekking tot het uitlaten van honden wordt momenteel geëvalueerd met behulp van groepen bewoners, hondenbezitters en diverse betrokken medewerkers van de gemeente. Het ziet er naar uit dat er gekozen gaat worden voor een verbreding van de opruimplicht en een intensivering van het toezicht op de naleving hiervan. hier is onze geheime hut rondgang jeugd honden kunnen de bordjes niet lezen rondgang jeugd Vaak zijn door eenvoudige aanpassingen aan het ontwerp en ingrepen in het onderhoud situaties te creëren die de bespeelbaarheid aanzienlijk vergroten. Hierbij staan variatie en toegankelijkheid voorop. Denk eens aan hoogteverschillen in het gazon, vaker toepassen van bloemenmengsels en het gefaseerd maaien van gras. In heestervakken en blokhagen kunnen uitsparingen worden gemaakt waar kinderen en jeugdigen hun hutje kunnen hebben. Het is vaak mogelijk om hagen op verschillende hoogten te snoeien en niet recht maar golvend aan te planten, groenblijvers in bosplantsoen toe te passen enzovoorts. Daarnaast kan door aan de groenvoorzieningen de nevenfunctie spelen te geven aan bewoners duidelijk worden gemaakt dat overal en altijd zal worden gespeeld en dat bij klachten het belang wordt afgewogen tussen de benodigde speelruimte en de andere functies van het groen. Bij het opstellen en actualiseren van groenplannen moet aandacht aan speelruimte besteed worden. Bij het ontwerp en het onderhoud van gemeentelijk groen wordt rekening gehouden met de bespeelbaarheid. 25
27 Bij het water Spelen in, op en met water Ook, of juist water daagt kinderen, jeugdigen en soms ook jongeren uit tot spel. Bij, in of op het water spelen ze met modder, spatten ze elkaar nat, laten ze bootjes varen, wordt gevist en vlotgevaren en worden veel meer spelen verzonnen. Sommige volwassenen hebben hier misschien hun bedenkingen bij; ze voorzien vieze en natte kleren. Ook zien veel volwassenen risico s; hun kinderen lopen wellicht sneller een verkoudheid op of ze glijden uit met alle gevolgen van dien. Toch zou het jammer zijn als deze bezwaren het spelen met water onmogelijk zouden maken. Door een juiste inrichting en een passend beheer van al dan niet formele waterspeelplekken zijn de risico s te voorkomen of te beperken. Vooral het talud, de diepte, de waterkwaliteit en de onoverzichtelijkheid van water zijn veiligheidsaspecten waarmee rekening moet worden gehouden. Door bijvoorbeeld het aanleggen van plasbermen krijgt het kind of jeugdige die het water inloopt eerst natte voeten. Hij of zij heeft dan nog de keuze om door te gaan of terug te lopen. Hekwerken langs het water kunnen ook een schijnveiligheid geven; begeleiders zijn geneigd om minder op te letten, na jaren blijken er vaak openingen in de hekken te ontstaan, kinderen gebruiken de hekken als speelaanleiding en belemmeren hulpverleners. Dit betekent dat deze zo min mogelijk worden toegepast. Door bij het ontwerp en beheer van waterpartijen, vlonders, sloten, steigers, dammen, bruggen enzovoorts rekening te houden met zowel vaar- en schaatsroutes als het spelen met water, wordt er veel uitdagende speelruimte ontsloten. Of zo bij het water? Bij het ontwerp en onderhoud van gemeentelijk oppervlaktewater en bijbehorende voorzieningen wordt rekening gehouden met de veiligheid en bespeelbaarheid. Het plan voor de waterhuishouding van gemeente Alphen aan den Rijn vormt geen belemmering voor het verbeteren van de bespeelbaarheid van water Spelen op braakliggende terreinen Ondanks de hoge bebouwingsdichtheid liggen er soms terreinen braak in afwachting van nieuwbouw of omdat een plek even geen invulling heeft. Meestal verruigen deze terreinen en bieden zij veel avontuurlijke speelruimte voor hutten bouwen, graven, (fiets)crossen enzovoort. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in de nieuwbouw voor Schans II waar de jeugd veel soorten spel weet te ontwikkelen. Indien enigszins mogelijk zou dit op dergelijke terreinen moeten worden toegestaan. De gemeente heeft hierbij natuurlijk wel de verplichting om te zorgen dat het niet te onveilig wordt. Daartoe zal per situatie nagegaan moeten worden op welke wijze dit mogelijk is en of het terrein in eigendom is van de gemeente. Hierbij kan gedacht worden aan een periodieke controle van het terrein, maar ook aan het organiseren via omwonenden/betrokkenen. Braakliggende terreinen van de gemeente worden waar mogelijk als tijdelijke informele speelruimte aangewezen Anders denken over de openbare ruimte De wijze waarop een buurt of wijk is opgebouwd bepaalt hoeveel Beleidsuitgangspunt 5. Bij ontwerp en onderhoud van de ruimte er is om spelen. Daarom is het belangrijk om te blijven nagaan in hoeverre de openbare ruimte geschikt is om te spelen. Speelaanleidingen hebben hierin een belangrijke rol. Die geven aan dat er openbare ruimte wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid gespeeld kan en mag worden, stimuleren dat er gespeeld wordt en verhoogd kan worden. vergroten de bespeelbaarheid van de openbare ruimte. 26
28 Plantsoen niet betreden buiten paden. Hoe kom je er dan? Uit de gehele paragraaf 3.6 kan geconcludeerd worden dat het uitgangspunt bij de vormgeving van de openbare ruimte dient te zijn dat er een verandering in het denken moet plaatsvinden bij het bestuur, de ambtenaren en de burgers. De kern van deze verandering is dat bij het nemen van een maatregel in de openbare ruimte de invloed hiervan op de bespeelbaarheid in ogenschouw wordt genomen. In onderstaande subparagrafen wordt een toelichting gegeven op de bespeelbaarheid van verschillende onderdelen van de openbare ruimte. Aandachtspunt hierbij is de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In de APV, vastgesteld maart 2005, zijn enkele punten opgenomen die strijdig zijn met voorgestelde beleidspunt(en) voor speelruimte. Zo wordt onder Betreden van plantsoenen gesteld dat het verboden is zich te bevinden in het plantsoen De formele speelruimte De hoeveelheid formele speelruimte laat zich makkelijker kwantificeren. De laatste jaren is er door verschillende organisaties die betrokken zijn bij speelruimte intensief samengewerkt om te komen tot het opstellen van richtlijnen voor de aanleg en het onderhoud van speelvoorzieningen. Vooral het uitgeven van het Handboek Veiligheid van Speelvoorzieningen heeft bijgedragen aan het totstandkomen van landelijk aanvaarde normen en richtlijnen. Dit handboek heeft onder andere geleid tot het vastleggen van de afstand die de doelgroep tot een speelvoorziening kan afleggen en de wenselijke oppervlakte van een speelvoorziening. Naast dit handboek geven vooral ervaringscijfers inzicht in hoe een speelplek functioneert. Hierdoor konden door OBB Ingenieursbureau normen gesteld worden voor het aantal kinderen van een bepaalde leeftijdscategorie dat binnen een actieradius woont en een speelplek zelfstandig zou moeten kunnen bereiken, zonder elkaar op de speelplek in de weg te lopen. De belangrijkste normen en richtlijnen zijn in Tabel 5 samengevat weergegeven. Beleidsuitgangspunt 6. Gemeente Alphen aan den Rijn hanteert normen voor hoeveelheid formele speelruimte. Commissiepunt III. Kwaliteit boven kwantiteit; meer variatie: de normen voor (in)formele speelruimte gaan uit van kwalitatieve en gevarieerde speelruimte. De oppervlakten voor de speelplekken zoals in Tabel 5 genoemd betreffen de oppervlakte van het speelterrein zelf. Daarnaast moet er nog ruimte zijn voor paden er naar toe, de omliggende beplanting, de toegangen en de omgeving. Bij de normen voor formele speelruimte moet benadrukt worden dat jonge kinderen tot en met drie jaar niet zelfstandig, maar onder begeleiding van een ouder/verzorger op een openbare speelplek spelen. Deze heel jonge kinderen kunnen goed gebruik maken van de speelplekken die ingericht zijn voor de kinderen tot en met vijf jaar. Het plaatsen van een speeltoestel waarop kinderen van nul tot en met drie jaar zonder begeleiding kunnen spelen, is geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Door het toepassen van de normen wordt invulling gegeven aan een evenredige verdeling van speelvoorzieningen over de doelgroepen en de buurten/wijken. 27
29 Kinderen 0 tot en met 5 jaar LEEFTIJDSCATEGORIE Jeugdigen Jongeren 6 tot en met 11 jaar 12 tot en met 18 jaar 1. Relatie leeftijd, spelbereik en verzorgingsgebied Afstand tot woning 100 meter 300 tot 400 meter > meter Niveau Straat/blok Buurt Wijk/stad Minuten lopen 2 minuten 5 minuten 15 minuten Verzorgingsgebied 3 hectare 50 hectare 300 hectare 2. Aantal per speelplek Aantal woonachtig 15 tot tot tot 100 binnen actieradius 3. Inrichting speelplek Oppervlakte 100 tot 500 m tot m tot m 2 Voorzieningen Voorbeelden voorzieningen Voorbeelden aanleidingen Stimulatie en begeleiding ontwikkeling 3 toestellen 3 aanleidingen bank, afvalbak Zandbak Huisje Wip(veer) Glijbaantje Schommel Betonpoefs Betonbielzen Verschillende bodemmaterialen Hoogteverschillen Bankjes Veel variatie Veel fantasie Duidelijke grenzen Grove motoriek 3 toestellen 4 aanleidingen Trapveld Klimtoestel Schommel Kabelbaan Duikelrek Betonpoefs Paaltjes Hoogteverschillen Bosjes (verstoppen) Zand en water Meting resultaten Groepsbesef Toename creativiteit Grotere doelgerichtheid 4 toestellen 4 aanleidingen Trapveld Skateboardbaan Basketbalveld Zitaanleidingen Schommel Betonpoefs Banken Muurtjes Pad of plein van glad asfalt Informele ontmoeting Zoekt bevestiging Sportieve krachtmeting Keuzes maken Tabel 5 Normen formele speelruimte 3.8. Vormgeving formele speelruimte Ontwerpen en aanleggen van speelvoorzieningen Het valt buiten het kader van dit speelruimteplan om alle richtlijnen voor het technisch ontwerp van een speelplek en de omgeving te beschrijven. Hiervoor wordt verwezen naar uw eigen ervaringen, inspraakresultaten en de diverse richtlijnen zoals onder andere beschreven in het Handboek Veiligheid van Speelgelegenheden en de toesteldocumentatie die door de leveranciers van speelvoorzieningen bij een toestel wordt geleverd. Uitgangspunt is dat gemeente Alphen aan den Rijn haar speelplekken door een deskundig ontwerper laat inrichten. Enkele aspecten waarover de ontwerper zal nadenken, zijn bijvoorbeeld de functie en mogelijkheden van een toestel. Formele speelruimte 3 Door het toepassen van voetbalkooien in plaats van velden wordt de benodigde oppervlakte veel beperkter. 28
30 Aangeraden wordt om een gevarieerd aanbod aan speelmogelijkheden te realiseren. Zo kan bijvoorbeeld bij speelplekken voor jongeren ook eenvoudig een stang aanwezig zijn waaraan ze zich kunnen optrekken zodat jongeren gestimuleerd worden om te bewegen. Ook zal per situatie gekeken moeten worden of er verlichting op de plek aanwezig moet zijn en hoe de gewenste beschutting en openheid bereikt wordt. Commissiepunt IV. Toepassen voetbalkooien in plaats van trapveld: in analyse worden voorstellen gedaan om naast de huidige 5 voetbalkooien 8 nieuwe te realiseren. Dit naast (informele) trapveldjes die aanvullend nodig blijven. Omdat de speelplekken in gemeente Alphen aan den Rijn een groot gedeelte van het jaar drassig zijn (veengrond) wordt voorgesteld een gedeelte van de voetbalvelden te verharden en er een hekwerk omheen te plaatsen zodat een voetbalkooi ontstaat. Met het oog op de wettelijke aansprakelijkheid en onderhoudstechnische aspecten worden alleen gecertificeerde speeltoestellen aangeschaft. Bij de keuze van een type toestel dient ook goed gekeken te worden naar de toekomstige beheer- en onderhoudskosten en de afschrijvingstermijn. Voor de ruimte en het aantal speeltoestellen dat per speelplek aanwezig moet zijn, is in Tabel 5 een aantal richtlijnen gegeven. Daarbij moet men onderscheid maken tussen de specifieke speeltoestellen en de speelaanleidingen. In Bijlage IV en Bijlage V wordt meer informatie gegeven over het ontwerpen en aanleggen van speelaanleidingen. In onderstaande subparagrafen wordt een toelichting gegeven op de bespeelbaarheid van de speelplek Veiligheid en uitdaging! De doelgroep (en hun ouders) moeten erop kunnen rekenen dat de speciaal tot spelen aangebrachte speelvoorzieningen veilig zijn. Daarmee wordt overigens niet bedoeld dat alle risico s vermeden kunnen worden. Risico s zijn nooit volledig uit te sluiten en tevens zijn ze een wezenlijk onderdeel van het spelen en horen ze bij het leerproces en de ontwikkeling. De risico s dienen echter beheersbaar en herkenbaar te zijn voor de doelgroep. Dit betekent niet dat er hekken van een meter hoog geplaatst worden om te voorkomen dat kinderen de weg oprennen, maar dat gekozen wordt voor een voethek (buis op circa 30 centimeter) of speelaanleidingen, zoals boomstammen of een muurtje aan de kant waar de auto s rijden. De wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen is in het bijzonder geregeld in het Besluit Veiligheid van Attractie- en Speeltoestellen van maart 1997 en de Europese Normen (o.a. NEN- EN tot en met en 1177). In dit zogenoemde Attractiebesluit zijn de wettelijke bepalingen voor aansprakelijkheid en veiligheid vastgelegd. Indien er sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die het speeltoestel voorhanden heeft altijd als eerste aansprakelijk. Deze verantwoordelijkheid is conform en aanvullend op de risicoaansprakelijkheid die wordt omschreven in het Burgerlijk Wetboek. Het aanbieden van onveilige speeltoestellen wordt gezien als het plegen van een onrechtmatige daad. Er is (gelukkig) nog weinig jurisprudentie rondom de aansprakelijkstelling voor speeltoestellen aanwezig. Vooralsnog moet ervan worden uitgegaan dat de eigenaar van het speeltoestel als eerste aansprakelijk is. 29
31 Commissiepunt V. De wettelijke aansprakelijkheid volgens het Warenwetbesluit Attractieen speeltoestellen is geconcretiseerd in het speelruimteplan. Indien de eigendomssituatie van een speeltoestel niet via een contract of overeenkomst is vastgelegd, is de eigenaar van de ondergrond in principe de eigenaar van het toestel. De vastlegging in een contract of overeenkomst kan impliciet of expliciet zijn. De verantwoordelijkheid voor een speeltoestel dat niet in eigendom is bij de eigenaar van de ondergrond is vergelijkbaar met die voor bijvoorbeeld gebouwen die verhuurd worden of in erfpacht zijn uitgegeven. De gemeente blijft dus verantwoordelijk voor de correcte plaatsing (volgens certificaat) van een toestel, zelfs als dit door de leverancier geplaatst zou zijn. Vervolgens is de gemeente ervoor verantwoordelijk dat het toestel blijft voldoen aan het gestelde in het bij het toestel behorende certificaat. Degene die het toestel voorhanden heeft, moet kunnen aantonen dat alles in het werk is gesteld om de veiligheid te waarborgen. Om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen is een aantal handelingen noodzakelijk. De inspectie van speeltoestellen en de registratie van relevante gegevens in een logboek zijn daarbij verplichte handelingen. Wettelijke verplichting: de gemeente is gehouden het Attractiebesluit uit te voeren. Indien een speeltoestel op gemeentelijke grond wordt geplaatst door bijvoorbeeld een particulier of speeltuinvereniging, wordt het toestel automatisch eigendom van de gemeente. De juridische term hiervoor is natrekking. De gemeente kan bij ongevallen medeaansprakelijk worden gesteld. Daarom kan de gemeente de plaatsing van toestellen door derden op gemeentelijk eigendom niet gedogen zonder dat de aansprakelijkheid goed geregeld is. Een mogelijkheid om deze aansprakelijkheid te regelen, is het afsluiten van een overeenkomst (opstalrecht) tussen de gemeente en de plaatser van het toestel. Voorbeelden hiervan zijn het vestigen van een opstalrecht waarbij de aansprakelijkheid bij de plaatser blijft, of het aangaan van een beheercontract waarin afspraken worden gemaakt over beheer, onderhoud en aansprakelijkheid. Verder is van belang dat de nieuwe richtlijnen van het Politie Keurmerk per januari 2006 gereed zijn. Deze bevatten ook opmerkingen die relatie hebben tot de speelplekken Het combineren van leeftijdscategorieën Er zijn diverse speelplekken ingericht met toestellen die geschikt zijn voor zowel kinderen als jeugdigen. Soms staan hier ook nog toestellen voor jongeren. Dit geeft vooral problemen als de ruimte te klein is. Omdat er toestellen voor jeugdigen en jongeren staan, gaan zij de plek (terecht) als de die van hen beschouwen. De toestellen voor de jongste kinderen bieden hun echter geen uitdaging meer; op een wipveer zijn ze wel uitgespeeld en ze zijn al op alle mogelijke manieren van de glijbaan afgegleden. Men kan het de jeugdigen en jongeren dan niet kwalijk nemen dat ze de aanwezige toestellen voor kinderen wel gebruiken in hun proces van grenzen verkennen; eens kijken met hoeveel ze op een wipveer kunnen. Een ander nadeel van het combineren van leeftijdsgroepen is dat jongere jeugd mogelijk ongewenst gedrag van de oudere jeugd en jongeren overneemt. Aan de andere kant is het combineren van leeftijdsgroepen op één speelplek zowel voor sociale als lichamelijke ontwikkeling aan te raden. Een speelplek kan immers functioneren als ontmoetingsplek voor jong en oud uit de hele buurt. 30
32 Beleidsuitgangspunt 7. Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekening gehouden met medegebruik van de doelgroep met een beperking. Commissiepunt VI. Toepassen toestellen voor gehandicapten: er wordt geadviseerd om geen specifieke gehandicapten toestellen toe te passen, maar te voorkomen dat er belemmeringen zijn om op een speelplek te komen en op centralere plekken toestellen te kiezen die medegeschikt zijn voor gehandicapten. Het combineren van leeftijdscategorieën kan alleen dan gerealiseerd worden als er voldoende ruimte is. Daarnaast moet er binnen deze ruimte een zonering aangebracht worden, met in elke zone voor de verschillende leeftijdscategorieën de voorzieningen. Op deze wijze zullen de verschillende leeftijdsgroepen hun eigen plek en uitdagingen hebben. De jeugdigen en jongeren zullen dan wel respect hebben voor de speelplek voor de kinderen en de toestellen weinig of niet misbruiken. Voldoende ruimte en duidelijke zonering en uitdagende voorzieningen per leeftijdsgroep maken een gezamenlijke speelplek tot een succes. Verschillende leeftijdscategorieën kunnen in zones over de speelplek verspreid worden met ieder hun eigen voorzieningen. Voorgesteld wordt om gecombineerde speelplekken aan te leggen indien er voldoende ruimte is Integratie van de doelgroep met beperkingen Binnen de doelgroep wonen verspreid over gemeente Alphen aan den Rijn ook mensen die in meer of mindere mate een beperking hebben. Ook voor hen is het belangrijk om samen met anderen te kunnen spelen. Meestal kan door kleine aanpassingen bij het ontwerp al voorkomen worden dat een speelplek voor hen niet geschikt is. Daarbij kan gedacht worden aan de toegankelijkheid van de plek, of de keuze van een bepaald toestel. Zo kan bijvoorbeeld overwogen worden om een netschommel toe te passen in plaats van een schommel met traditionele zitting, of een glijbaan met een breder glijvlak toe te passen, enzovoort. Een dergelijk toestel heeft zowel voor de doelgroep met als zonder een beperking grote speelwaarde. Ook over de breedte van de toegang van de speelplek zal nagedacht moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat heel stigmatiserend en juist scheidend bijvoorbeeld op een plek een rolstoelschommel staat waarop alleen de kinderen met een beperking zouden kunnen en mogen spelen. Dit betekent dus niet dat iedere speelplek en ieder speeltoestel voor alle vormen van beperking geschikt moeten zijn, maar wel dat nagedacht moet worden hoe een speelplek voor een brede doelgroep mogelijk geschikt kan zijn Samen werken aan speelruimte Het creëren van speelruimte is een zorg van de hele gemeente; binnen de gemeentelijke organisatie moeten afdelingen hiervoor samenwerken. Maar ook andere personen en instanties hebben invloed op de inrichting van de (buiten)ruimte: bewoners, buurtverenigingen, scholen, sportverenigingen en private partijen zoals projectontwikkelaars en de woningcorporaties hebben een verantwoordelijkheid De taakverdeling bij de gemeente De gemeente is verantwoordelijk voor het speelruimtebeleid voor zowel kinderen, jeugd en jongeren en draagt zorg voor tijdige evaluatie van dit beleid. Dit betekent dat er initiatief genomen moet worden voor de uitvoering van de beleidsuitgangspunten en de realisatie van het basisnetwerk aan speelvoorzieningen. Daarbij dient er afstemming plaatst te (blijven) vinden van de realisatiekosten en de jaarlijkse budgetten, zodat er passend beheer, onderhoud en vervanging van het basisnetwerk kan plaatsvinden door dit zelf uit te voeren of uit te besteden. 31
33 Beleidsuitgangspunt 8. Door middel van een speelparagraaf wordt bij elk nieuw beleid de invloed op de speelruimte aangegeven. Beleidsuitgangspunt 9. Door bewonersparticipatie worden burgers en de doelgroep bij speelruimte betrokken. De gemeente is ook verantwoordelijk voor het stimuleren van activiteiten die het buitenspelen bevorderen. Zo wordt het buitenspelen gestimuleerd door bijvoorbeeld het promoten van en meewerken aan de landelijke Straatspeeldag (Stichting Kinderen Voorrang), het stimuleren van sport, het meewerken aan de organisatie van de huttenbouwweek enzovoorts. In de ISV-wijken lopen experimenten met de sport- en spelbus. Deze trend zal worden uitgebreid. Uiteindelijk is het doel dat de sport- en spelactiviteiten binnen de wijken worden georganiseerd. De gemeente faciliteert daarbij door het verstrekken van materialen en advies. Het stimuleren en coördineren van participatie met betrekking tot de speelruimte hoort ook bij de verantwoordelijkheden. Dit varieert van het informeren over ontwikkelingen tot aan het meebeslissen bij de inrichting. De gemeente moet speeltuinparticipanten ondersteunen met raad en zo nodig daad. Aanbevolen wordt om na te gaan of alle betrokken afdelingen op de hoogte zijn van hun verantwoordelijkheden in het kader van dit speelruimtebeleid. Om te bereiken dat speelruimte in het beleid van alle afdelingen een plaats krijgt en houdt, wordt voorgesteld om in alle beleidsnotities over de openbare ruimte een speelparagraaf op te nemen. In de toelichting op het besluitenformulier moet een paragraaf worden opgenomen over of en hoe het voorgestelde beleid invloed heeft op de bespeelbaarheid van de openbare ruimte De rol van bewoners Ook de omwonenden van speelplekken hebben een taak in het aanbieden van speelruimte. Allereerst moeten zij accepteren dat er in de buurt en op de speelplekken gespeeld wordt. Maar zij zijn ook degenen die dagelijks langs de speelplekken lopen. In het kader van burgerplicht mag van bewoners verwacht worden dat ze de speelplekken niet vervuilen en dat ze ernstige gebreken en gevaren op speelplekken zien en deze ook melden aan de gemeente. Belangrijke voorwaarde voor deze bereidheid en alertheid is betrokkenheid bij de speelplekken. Betrokkenheid kan gestimuleerd worden door de burgers en de doelgroep vanaf het begin te betrekken bij de totstandkoming van de speelplekken en bij het onderhoud van bestaande speelplekken. Gemeente Alphen aan den Rijn wil optimaal gebruikmaken van het huidige vrijwilligersnetwerk en dit netwerk zo mogelijk uitbreiden. 32
34 Deze bewonersparticipatie kan onderverdeeld worden in een participatieladder: Niet interactief: Trede 0. Gesloten autoritair: geen participatie mogelijk Trede 1. Informeren: participanten worden geïnformeerd over besluit Trede 2. Raadplegen: uitwisseling van argumentatie maar bestuur beslist. Interactief: Trede 3. Adviseren: Trede 4. Coproduceren: participanten geven open advies; randvoorwaarden als criteria voor toetsing; uitwisseling alternatieve concepties, probleemdefinities en oplossingsrichtingen randvoorwaarden komen in proces tot stand; oplossingen door gemeente en participanten bepaald Trede 5. Meebeslissen: evenwichtige inbreng; participanten voeren werkzaamheden uit Trede 6. Bepalen: participanten handelen volledig autonoom. Aan de hand van dit speelruimteplan is het basisnetwerk van speelvoorzieningen bepaald. Om een goede analyse te laten maken is door de speelruimtedeskundige veel benodigde informatie verkregen van de doelgroep, belanghebbenden en bewoners; dit valt onder trede 3 Adviseren. Het ontwerpen van de nieuwe en te verbeteren speelplekken binnen het basisnetwerk is een zaak van goede afweging van belangen. Bij de inrichting van de speelplekken worden door de gemeente randvoorwaarden zoals leeftijdscategorie, variëteit, creativiteit en financien gesteld. Binnen deze randvoorwaarden is er voor de doelgroep en voor de omwonenden ruimte om mee te beslissen over de inrichting; dit valt onder trede 4 Coproduceren. Nadat de speelplek ontworpen is, zal deze gerealiseerd moeten worden. Ook hier is het goed mogelijk dat burgers participeren bij de realisatie; dit valt onder trede 4 Coproduceren. Participatie geldt zeker voor het realiseren van speelaanleidingen als heuveltjes, muurtjes, balken enzovoort. Ten aanzien van het plaatsen van speeltoestellen wordt opgemerkt dat dit strikt volgens het toestelcertificaat moet gebeuren. Alle speelplekken en -toestellen zullen voldoende onderhoud en beheer moeten krijgen, zodat de inrichting veilig en duurzaam instandgehouden wordt. De gemeente is voor de speelplekken in de openbare ruimte aansprakelijk en verantwoordelijk. Een gedeelte van het onderhoud aan speelplekken en toestellen kan wel door bewoners plaatsvinden. In het kader van het participatiebeleid is hier ook ruimte voor en wordt dit gestimuleerd; dit valt onder trede 5 Meebeslissen. Overigens blijft speelruimte een afweging van belangen van alle partijen en van het algemeen belang. Draagvlak betekent dus niet dat één enkel oordeel leidt tot het wel of niet uitvoeren van maatregelen. Bij het onderhoud van toestellen in participatie wordt onderscheid gemaakt tussen voorzieningen in het basisnetwerk en de secundaire toestellen. 33
35 Beleidsuitgangspunt 10. Speeltuinverenigingen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in overleg in het basisnetwerk betrokken. Bij participatieonderhoud van speelplekken in het basisnetwerk kan er, vergelijkbaar met de werkwijze bij groen in participatie, een beloning tegenover staan. Bij groen in participatie wordt bijvoorbeeld beplanting toegepast die mooier, maar meer onderhoudsintensief is. Voor spelen kan gedacht worden om een beloningencatalogus op te stellen met daarin speelaanleidingen (zonder keuringsverplichting en inspectie) zoals betonpoefs, banken, kleurige verharding, tegels met cijfers, letters etc., knikkertegels, hinkeltegels, materiaal om hutten te bouwen of vuurtje te stoken, boomstammen, kuubje zand, enzovoort. Bovenop het basisnetwerk kunnen er nog speeltoestellen staan op secundaire speelplekken. Dit zijn speelplekken in buurten waar (te) weinig kinderen (meer) wonen om aan een evenredige verdeling van voorzieningen over buurten en kinderen recht te doen. Omdat het budget voor spelen daar ingezet moet worden waar de noodzaak het grootst is, worden secundaire speeltoestellen niet langer onderhouden en vervangen. Bewoners kunnen er echter wel voor kiezen om zelf het onderhoud uit te voeren en eventueel de vervanging op zich te nemen. De beloning bestaat hier in eerste instantie uit het feit dat de speelplek blijft bestaan. Ook zal de gemeente eenmaal per jaar een veiligheidsinspectie uitvoeren om de bewoners te ondersteunen bij het veilig houden van de toestellen. Bij (blijvende) onveilige situaties is de gemeente genoodzaakt in te grijpen. Bewoners kunnen op secundaire plekken eventueel zelf toestellen vervangen en (bij)plaatsen. Deze toestellen dienen wel te voldoen aan het Attractiebesluit. Ook bij toestellen die door derden zijn aangeschaft, is de gemeente genoodzaakt en gemachtigd (blijvende) onveilige situaties op een voor haar passende wijze op te lossen. De gemeente Alphen aan den Rijn dient als permanent adviesorgaan en zorgt dat participanten desgewenst noodzakelijke kennis wordt bijgebracht. De vrijwilligershelpdesk die de gemeente aan het opzetten is, zal hierin een functie kunnen vervullen. Uit de analyse van de speelruimte (deel II) blijkt dat van de 52 speelplekken die nu via participatie onderhouden worden er 37 in het basisnetwerk worden opgenomen en 15 secundair blijven De rol van een speeltuinvereniging Er zijn vier speeltuinverenigingen in gemeente Alphen aan den Rijn. Deze hebben verschillende openingstijden en zijn s avonds en in het weekend beperkt geopend. De toegangskosten bedragen 0,50 voor niet-leden. Uit de analyse blijkt dat alle vier de speeltuinen in meer of mindere mate goed in het basisnetwerk speelvoorzieningen kunnen worden opgenomen. Dit betekent dat er investerings- en onderhoudsgelden niet in de openbare ruimte, maar voor de speeltuinen worden aangewend. Wel moeten afspraken gemaakt worden over toegangstijden en -kosten. Verder wordt aanbevolen om na te gaan hoe de veiligheidsaspecten en aansprakelijkheid zijn geregeld. Als de ondergrond van de gemeente is, dan is de gemeente mogelijk medeaansprakelijk, zeker als de speeltuinverenigingen in het basisnetwerk zijn betrokken. 34
36 Beleidsuitgangspunt 11. Schoolpleinen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in het basisnetwerk betrokken. Commissiepunt VII. Opnemen van (openbare) schoolpleinen: hieraan wordt met het beleidsuitgangspunt en in de analyse vormgegeven. Er worden 8 voorgestellen gedaan om een schoolplein in het basisnetwerk te betrekken Spelen op het schoolplein De (speel)ruimten bij peuterspeelzalen, basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs met hun voorzieningen vormen vaak een belangrijk deel van de speelruimte van de jeugdigen. Voor, tijdens en na schooltijd spelen jeugdigen er, en de weg er naartoe is hun goed bekend. In gemeente Alphen aan den Rijn is het huidige beleid om rondom de schoolpleinen een hoog hek neer te zetten. Tijdens de inventarisatie van de speelruimte werden hekken geplaatst bij enkele scholen waar dit nog niet het geval was. Het is wenselijk om daar waar nodig en mogelijk de speelruimten bij scholen te betrekken in het basisnetwerk speelvoorzieningen. Gezocht wordt naar win-win situaties. Vooral in een buurt waar geen of weinig ruimte aanwezig is om speelplekken te realiseren, kunnen schoolpleinen een oplossing bieden. Andersom maken de scholen ook gebruik van de openbare speelplekken tijdens de pauzes, bijvoorbeeld van het veld tussen de Marketentster en de Zadelmaker [04.15]. Openbaarheid betekent niet noodzakelijk dat er geen hekken mogen staan. Gedacht moet ook worden aan sleutelbeheer door omwonenden, extra toezicht door politie, het langer openstellen van schoolpleinen enzovoort. Doel van de gemeente is het stimuleren van het zelfregulerend vermogen van de wijk. Bij het opstellen van de analyse zijn de schoolpleinen zoveel mogelijk in het basisnetwerk speelvoorzieningen betrokken. Als een schoolterrein in het basisnetwerk wordt opgenomen, dan zullen er met het schoolbestuur duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over de verantwoordelijkheden, het beheer, het onderhoud en de vervanging van de speeltoestellen. Als een schoolplein niet specifiek in het basisnetwerk wordt betrokken, betekent dit niet dat het plein afgesloten moet worden, maar dat het onderhoud, het beheer en de vervanging van de toestellen niet vanuit het budget openbare speelvoorzieningen moet plaatsvinden Spelen op de sportvelden In gemeente Alphen aan den Rijn liggen enkele sportcomplexen nabij de woonbuurten. De sportvelden en het groen er omheen kunnen voor het spelen van de jeugdigen en jongeren een betekenis hebben. Allereerst is daar natuurlijk de ruimte om met een groep(je) vrienden een wedstrijdje te spelen op de velden. Daarnaast bieden de grasvlakten ook de ruimte om te vliegeren, een boemerang uit te proberen of om een zweefvliegtuigje te laten vliegen. Aanbevolen wordt om sportcomplexen en de omliggende groenstroken die kunnen voorzien in de behoefte aan informele speelruimte in overleg met de vereniging bespeelbaar te maken. Daarvoor moeten de velden wel opengesteld zijn voor het gebruik buiten de trainings- en wedstrijduren. Aan de andere kant moet de speeldruk (met name op de goals) in evenwicht zijn met het herstellend vermogen van het gras. Verder moet er aandacht zijn voor vandalisme; indien het medegebruik van sportvelden leidt tot schade aan gebouwen zal een heroverweging gemaakt kunnen worden. Aan de hand van de analyse van de speelruimte worden enkele voorstellen gedaan om in het bijzonder de informele bespeelbaarheid van het groen rondom de sportvelden te verbeteren. 35
37 Beleidsuitgangspunt 12. Waar mogelijk wordt de behoefte aan speelruimte samen met de woningbouwvereniging en projectontwikkelaar ingevuld. Leefruimte plannen Samen met de wooncorporatie en projectontwikkelaar In gemeente Alphen aan den Rijn zijn de woningcorporatie Wonen- Centraal en diverse projectontwikkelaars actief. Doordat zij mede bepalen hoe woonbuurten er uitzien, zijn ook zij medeverantwoordelijk voor het aanbieden van speelruimte. Indien de woningcorporatie of de projectontwikkelaar en de gemeente zich gezamenlijk kunnen inzetten voor de hoeveelheid speelruimte in de buurten waar de corporatie of ontwikkelaar actief is, zal dit ten eerste de doelgroep ten goede komen. Daarnaast kan het basisnetwerk speelvoorzieningen door afstemming en wederzijdse overdracht van kennis nog beter en eventueel uitgebreider aansluiten op de specifieke situatie. Op deze wijze kunnen er aantrekkelijker en hoogwaardiger buurten worden gerealiseerd. De beleidsuitgangspunten uit dit speelruimteplan moeten in een Programma van Eisen voor het ontwikkelen van (woon)gebieden zijn opgenomen Vooruitzien in speelruimte Structuur van speelplekken In Tabel 5 worden normen gegeven voor het aantal kinderen in de verschillende leeftijdscategorieën dat binnen een actieradius moet wonen voordat er een speelplek gerealiseerd dient te worden. Meestal wonen in nieuwe buurten veel kinderen en neemt dit aantal in de loop der jaren af. De speelplekken voor deze leeftijdsgroep dienen dan ook om de vijf jaar geëvalueerd te worden op kinderaantal. In veel buurten vindt na circa 25 jaar wel weer een verjonging plaats, maar de zeer hoge kinderaantallen per buurt komen dan meestal niet meer voor. Zelden wonen er in een buurt die ouder is dan 20 jaar meer dan 25 kinderen binnen een actieradius van een speelplek. Concreet betekent dit in veel gevallen dat in een nieuwbouwwijk waar veel kinderen (komen te) wonen eerst drie tot vijf speelplekken met overlappende actieradius nodig zijn. Na verloop van tijd kan de meest centrale plek als basisvoorziening dienen. Deze centrale plek moet dan ook voor de hele buurt bereikbaar en zichtbaar zijn en mag groter dan de andere zijn. De overige vier speelplekken kunnen meer gericht zijn op de direct aanwonende kinderen. De ervaring leert dat een speelplek voor kinderen ongeveer even lang noodzakelijk is als de levensduur van de meeste toestellen. Doordat de jeugdigen en jongeren vanuit een grotere omgeving (buurt/wijk) gebruik maken van één of enkele speelplekken, varieert het aantal kinderen dat binnen de actieradius woont veel minder. Uit onderzoek en ervaring blijkt dat er rond een centraal gelegen, goed functionerende speelplek voor deze leeftijdscategorieën vrijwel nooit te weinig jeugdigen of jongeren wonen, zelfs niet in de loop van 25 jaar. Dit betekent dat voor de jeugdigen en voor de jongeren over het algemeen duurzame speelplekken verspreid over de buurten aangelegd kunnen worden. Het is belangrijk hiervoor een goede, permanente structuur neer te leggen, omdat deze plekken groter, uitdagend en aantrekkelijk moeten zijn. De normen in Tabel 4 en Tabel 5 bieden daarvoor de uitgangspunten. 36
38 Beleidsuitgangspunt 13. Toekomstige (bestemmings)- plannen worden getoetst aan de normen voor speelruimte. Commissiepunt VIII. Flexibiliteit door uitwisseling speeltoestellen: bij het realiseren van een duurzaam basisnetwerk van speelplekken zal het nauwelijks voorkomen dat toestellen verplaatst hoeven te worden. Speelplekken voor jongeren en jeugd blijven altijd op dezelfde plaats en voor kinderen blijkt dat een speelplek vaak net zo lang noodzakelijk is als de levensduur van de meeste toestellen. Commissiepunt IX. Formaliseren speelplekken in bestemmingsplan: bestemmingsplannen wel toetsen aan het speelruimteplan, maar niet exact de locaties bestemmen omdat dit de realisatie van nieuwe plekken bemoeilijkt Stedenbouwkundige plannen In stedenbouwkundige plannen wordt het gebruik van de ruimte grotendeels vastgelegd. Het blijkt dat als er in de stedenbouwkundige plannen onvoldoende rekening is gehouden met de noodzaak van speelruimte, er in de toekomst problemen te verwachten zijn. Zo komt het regelmatig voor dat ergens een speelplek noodzakelijk is, maar het bestemmingsplan dit niet toestaat en een enkeling de realisatie ervan kan tegenhouden. Ook is er een duidelijke relatie tussen het ontbreken van sport- en ontmoetingsvoorzieningen voor de jongeren en de overlast en het vandalisme in een wijk. Dit is ook eenvoudig te verklaren uit het feit dat de jongeren dan wel aangewezen zijn op de speelplekjes voor de kinderen, ze niet naar hun eigen plek te verwijzen zijn en ze het gevoel hebben dat er niets voor hen gedaan wordt. Het is dus zeer belangrijk dat in het programma van eisen voor het opstellen van stedenbouwkundige en bestemmingsplannen de normen voor speelruimte c.q. het speelruimtebeleid worden opgenomen. Een bestemmingsplan heeft sterke invloed op de soort en hoeveelheid speelruimte. Er moet in een bestemmingsplan voldoende beleidsvrijheid zijn om op nieuwe ontwikkelingen en behoeften in te springen zonder dat hiervoor het plan moet worden aangepast. Dit betekent dat de voorschriften voor openbare ruimte zodanig zijn opgesteld dat er voor het realiseren van een nieuwe speelplek geen bestemmingswijziging nodig is. In gemeente Alphen aan den Rijn worden hiertoe speeltoestellen in de bestemming Groen en Verblijfsdoeleinden toegestaan. Daarnaast kunnen in bestemmingsplannen eventueel locaties aangegeven worden die potentie hebben om als speelplek te worden ingericht. Zeker de grotere speelplekken voor jeugdigen en jongeren zijn duurzaam op een locatie die meer ruimte heeft en centraal ligt in de buurt. Voor speel-, sport- en ontmoetingsplekken is het van belang om te voorkomen dat aan de hand van bestemmingsplanvoorschriften de aanleg hiervan wordt bemoeilijkt. Voorgesteld wordt om in de toelichting op bestemmingsplannen voor woonwijken het te verwachten kinderaantal in de verschillende leeftijdscategorieën voor de komende twintig jaar aan te geven. Daarbij moet dan vermeld worden hoe invulling wordt gegeven aan de normen zoals in voorliggend speelruimteplan zijn vastgesteld. In een nieuwe woonbuurt is nog niet altijd de doelgroep (in het bijzonder de jongeren) aanwezig die gebruik zal gaan maken van de speelplekken. In veel gevallen is het echter wenselijk om de speelplekken wel aan te leggen zodat men al weet waar men aan toe is als mensen in de buurt komen wonen. Indien gekozen wordt om de aangewezen speelplekken niet gelijk te realiseren moet de ruimte in ieder geval wel gereserveerd blijven voor spelen. Dit wordt ook gewaarborgd door de bestemming Groen of Verblijfsdoeleinden. Dergelijke plekken kunnen dan goed als informele speelplek dienen, zeker als er hoogteverschillen aangebracht zijn, er speelaanleidingen aanwezig zijn en er passend onderhoud wordt uitgevoerd De zorg voor speelvoorzieningen In Bijlage II is een overzicht gegeven van het aantal en de waarde van de huidige speeltoestellen. Hierbij zijn ook de jaarlijkse kosten voor het onderhoud, de vervanging en het beheer opgenomen. 37
39 Beleidsuitgangspunt 14. Bij klachten inzake onveilige en onwenselijke situaties worden binnen 3 dagen passende maatregelen genomen. Meldingen en klachten Beleidsuitgangspunt 15. Het onderhoud van de speelvoorzieningen in gemeente Alphen aan den Rijn wordt op het niveau schoon, heel, veilig uitgevoerd Klachtafhandeling en ideeën De gemeente kan niet altijd en overal zijn. De omwonenden en gebruikers van de speelplekken hebben ook een verantwoordelijkheid om gevaarlijke en onwenselijke zaken op speelplekken en aan speeltoestellen te melden. In gemeente Alphen aan den Rijn kunnen bewoners hun meldingen, klachten en ideeën indienen via een centraal Servicecentrum op internet of via de telefoon Vanuit dit centrale punt worden de klachten en vragen doorgegeven aan de mensen die de klacht kunnen oplossen of reactie kunnen geven op de vragen. Bij MAS meldingen wordt er binnen 3 dagen gereageerd. Dit wil overigens niet zeggen dat de klacht dan meteen verholpen is. Een snelle klachtafhandeling is van groot belang voor het veilig houden van in het bijzonder de speeltoestellen. Het is verplicht dat van de klacht, het gebrek en de genomen actie een aantekening in het logboek wordt opgenomen Het onderhouden en beheren van speelvoorzieningen Nadat er speelvoorzieningen gerealiseerd zijn, zal er voldoende budget beschikbaar moeten zijn om de speeltoestellen en de inrichting van de speelruimte te beheren, te onderhouden en op termijn te vervangen. Het onderhoud bestaat uit de werkzaamheden die aan het toestel en de omgeving uitgevoerd moeten worden, inclusief de inspecties die door de onderhoudsmedewerkers worden uitgevoerd. Het beheer bestaat uit de overige werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden om de speelvoorzieningen in stand te houden, zoals aansturing van onderhoud, opstellen en uitvoeren van het speelruimtebeleid, inspraak enzovoort. Deze werkzaamheden worden doorgaans op kantoor uitgevoerd. Het onderhoud van de toestellen gebeurt in relatie met het participatiebeleid (zie paragraaf 3.9.2), het vervangingsschema en het gebruik van het toestel (zie paragraaf ). Door het uitvoeren van het onderhoud op het niveau goed, kan uitgegaan worden van een levensduur die iets boven het gemiddelde ligt. Daardoor is het jaarlijks budget dat noodzakelijk is om de toestellen te vervangen ook lager. Gezien de samenstelling van het huidige speeltoestellenbestand kan met het onderhoudsniveau schoon, heel, veilig een goede balans tussen onderhouds- en vervangingskosten bereikt worden. Bij de keuze van een type toestel dient ook goed gekeken te worden naar de toekomstige beheer- en onderhoudskosten en de afschrijvingstermijn. In verband met veiligheidseisen en garantiebepalingen van de leveranciers, worden voor vervanging van onderdelen zoveel mogelijk originele onderdelen gebruikt of onderdelen die een hogere kwaliteit voor de veiligheid hebben. In Bijlage II Aantal en kosten speeltoestellen wordt een overzicht gegeven van de onderhoudskosten voor de verschillende typen speelvoorzieningen. In de berekening van deze normen voor de jaarlijkse onderhoudskosten is uitgegaan van het hoogste onderhoudsniveau. In een ideale situatie betekent dit onder andere dat de speeltoestellen altijd optimaal in de verf zitten, er altijd proper uitzien, in perfecte technische staat verkeren en dat te allen tijde graffiti verwijderd is. Voor een gemeente is het echter voldoende en meer realistisch om het onderhoud van de speeltoestellen op een lager niveau uit te voeren. De ondergrens daarbij is het acceptatieniveau waarbij een toestel blijft voldoen aan de veiligheidsnormen en aan de eisen van algemene welstand. 38
40 Beleidsuitgangspunt 16. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. Ter vergelijking is in Bijlage II per toestel het optimale niveau weergegeven en wordt onder de totaaltelling het voor gemeente Alphen aan den Rijn gekozen onderhoudsniveau van 85% weergegeven. Ook in de overige financiële tabellen van het speelruimteplan wordt dit onderhoudsniveau aangehouden Het vervangen van speelvoorzieningen In gemeente Alphen aan den Rijn wordt een afschrijvingstermijn van 15 jaar gebruikt voor alle speeltoestellen. Veel speeltoestellen hebben volgens ervaringscijfers een technische levensduur van tussen de acht en twintig jaar. Daarbij is uiteraard geen rekening gehouden met vandalisme, wel met slijtage door intensief gebruik en eventuele speelschade. Om een goed vervangingsbeleid te kunnen voeren is een flexibel vervangingsschema noodzakelijk. In principe wordt een toestel vervangen nadat de afschrijvingstermijn is verstreken. Het moment van de daadwerkelijke vervanging van een toestel wordt mede bepaald door de staat van het toestel. Wanneer blijkt dat een toestel na de gestelde afschrijvingstermijn nog één of meer jaren veilig kan functioneren, kan de vervanging worden uitgesteld. Indien blijkt dat een toestel voor de gestelde afschrijvingstermijn niet meer veilig is of de onderhoudskosten te hoog worden, bijvoorbeeld door vandalisme, dan moet de vervanging vervroegd worden uitgevoerd (flexibele vervanging). Bij de keuze van het type toestel wordt uitgegaan van de doelgroep van de betrokken speelplek, waarbij de wenselijke speelmogelijkheden, de benodigde speelfuncties en de actuele bevolkingssamenstelling van de buurt in ogenschouw worden genomen. Dit kan ook betekenen dat de herinvestering op een andere speelplek in de gemeente plaatsvindt. Belangrijk daarbij is dat bij vervanging van speeltoestellen in principe toestellen worden geplaatst met minimaal eenzelfde vervangingswaarde. Met eenzelfde vervangingswaarde wordt bedoeld de geïndexeerde financiële vervangingswaarde. Dit betekent overigens niet dat er eenzelfde type toestel moet worden geplaatst. Integendeel, het kan voorkomen dat de veiligheidsruimte van een toestel zo groot is, dat het toestel niet op de speelplek past en dus voor een ander toestel gekozen moet worden. Het kan zelfs voorkomen dat meerdere toestellen vervangen worden door één ander toestel voor een geheel andere leeftijdscategorie op een andere locatie, zodat invulling gegeven kan worden aan de voorstellen uit de analyse van dit speelruimteplan. Kern is dat de totale waarde van de toestellen in gemeente Alphen aan den Rijn niet moet stijgen zonder dat er voldoende onderhouds-, beheer- en vervangingsbudgetten beschikbaar zijn De benodigde budgetten Bij het vaststellen van de budgetten voor aanleg, onderhoud, beheer en vervanging van speelvoorzieningen zal er gezocht moeten worden naar de juiste onderlinge verhouding tussen deze posten. Indien dit niet het geval is, zullen bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe speelplekken de onderhoudskosten steeds verder stijgen, zonder dat daarvoor budget aanwezig is en dus de staat van onderhoud en de veiligheid afneemt. De onderhouds-, beheer- en vervangingsbudgetten moeten daarom aangepast worden nadat er extra of duurdere speeltoestellen zijn geplaatst of speeltoestellen zijn verwijderd. 39
41 Beleidsuitgangspunt 17. Dit speelruimteplan wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar en na vijf jaar geëvalueerd. Bij de aanleg van nieuwe speelplekken binnen uit- of inbreidingsbuurten worden de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld voor zowel de realisatiekosten (éénmalig) als voor de structurele kosten. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van werkelijke kosten, inclusief voorbereidings- en inspraakkosten. Het budget voor het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt gebaseerd op het gekozen onderhoudsniveau (zie paragraaf ). De speeltoestellen kunnen daarbij in een goede staat worden gehouden. De hoogte van het beheerbudget wordt gebaseerd op de totale vervangingswaarde van de speelvoorzieningen. In de huidige situatie wordt het beheerpercentage geschat op 4% van de vervangingswaarde. Dit ligt iets hoger dan het landelijk gemiddelde doordat er in gemeente Alphen aan den Rijn meer afstemming plaatsvindt in het kader van participatie. Omdat de investeringen in speelvoorzieningen jaarlijks variëren en de afschrijvingstermijnen van de verschillende typen toestellen niet gelijk zijn, variëren de werkelijke kosten voor vervanging per jaar. Aan de hand van de afschrijvingstermijn, het plaatsingsjaar en de vervangingswaarde kunnen voor de komende jaren de benodigde budgetten worden bepaald. De budgetten die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van openbare speelruimte moeten jaarlijks worden geïndexeerd. Ze verder de analyse van de financiële aspecten hoofdstuk Periode en evaluatie speelruimtebeleid Het voorliggend speelruimteplan geeft het beleid weer voor de wijze waarop men de komende tien jaar met de speelruimte in het openbare gebied dient om te gaan. De gemeente is in beweging. Daarom zal na vijf jaar een evaluatie van het voorliggend speelruimtebeleid en de voortgang van de uitwerking plaatsvinden. Tegelijkertijd zullen opnieuw de demografische gegevens en de aanwezige speelruimte per wijk of buurt conform de werkwijze van dit plan tegen elkaar worden afgezet. Kop 7 ingevoegd voor witregel in inhoudsopgave 40
42 41
43 DEEL II NIEUWE SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn 42
44 43
45 4. REALISATIE BASISNETWERK EN KOSTEN Aan de hand van de normen zoals in Bijlage II Aantal en kosten speeltoestellen en de beschreven maatregelen uit Bijlage IV Speelplekken en maatregelen worden in dit hoofdstuk gevolgen voor het speelvoorzieningenniveau en de eenmalige en de structurele kosten weergegeven. De genoemde bedragen zijn exclusief btw Uitwerken in 3 modellen In de raadscommissie van 5 april 2005 is door de commissie de voorkeur uitgesproken voor variant 2. In het raadsbesluit is besloten om variant 2 uit te werken met 3 keuzemogelijkheden. Deze variant is gebaseerd op een theoretisch toepassing van de normen van OBB Ingenieursbureau. Daarvoor is allereerst model 2A. Landelijke normeringen uitgewerkt aan de hand van landelijk gehanteerde normen voor informele en formele speelruimte (zie hoofdstuk 7 tot en met 16). Bij het opstellen van deze analyse bleek dat gemeente Alphen aan den Rijn door de Rijn sterk doorsneden is door de Rijn, de spoorbaan en de structuur van de drukke wegen en watergangen die gedeeltelijk verhoogd liggen. Daardoor zijn er voor het spelen van met name de jeugd, maar ook de jongeren de buurten veelal afzonderlijk te onderscheiden. Met andere woorden, de jeugd blijft veel meer in hun eigen buurt dan in een stad met een doorlopende opbouw. Verder bleek dat in Kerk en Zanen er weinig speelvoorzieningen per leeftijdscategorie zijn, en dat er ook nog eens weinig ruimte in de buurten aanwezig is om nieuwe speelplekken te realiseren. Dit betekent dat bij het concreet analyseren per buurt en per wijk verschillen ontstaan in het voorgestelde aantal speelplekken ten opzichte van de theoretische benadering. Theoretisch Analyse variant 2 Leeftijdcategorie Leeftijdcategorie Leeftijdcategorie Tabel 6 Vergelijk variant 2 en analyse In de theoretische berekening voor het raadsbesluit kon geen rekening gehouden worden gedeelten waar wel kinderen wonen maar geen speelplekken behoeven te zijn omdat de kinderdichtheid te laag is (gekozen voor centrale speelplekken) en waar de kinderdichtheid zo hoog is dat er maar plaats is voor één uitgebreid ingerichte speelplek. Voor het opstellen van de keuzemogelijkheden wordt daarom uitgegaan van een gelijke spreiding van speelplekken. De keuzemogelijkheid zit dan met name in de inrichting van de speelplekken. Het model 2B Versobering landelijke normen gaat uit van een gelijke spreiding van speelplekken als 2A, maar met is een versobering middels: o geen nieuwe voetbalkooien worden gerealiseerd; o geen duurdere toestellen plaatsen die medegeschikt zijn voor gehandicapten; o het gemiddeld aantal speeltoestellen per speelplek met één te verlagen. 44
46 Het model 2C Opplussen landelijke normen gaat uit van een gelijke spreiding van speelplekken als 2A, maar hierbij een opwaardering van de landelijke normen middels: o o in totaal 16 voetbalkooien te realiseren; de gemiddelde toestelprijs voor de aanschaf van nieuwe toestellen te verhogen met 20% Realiseren basisnetwerk Verandering in denken In hoofdstuk 7 tot en met 16 van dit speelruimteplan is een analyse gegeven van de speelruimte zoals die nu in gemeente Alphen aan den Rijn aanwezig is. Daarbij is het voorgestelde beleid toegepast op de situatie in de buurten. Er zijn per buurt voorstellen gedaan waarmee zowel de informele als de formele speelruimte verbeterd kunnen worden. De kosten hiervoor zijn geraamd en weergegeven in Tabel 7. De maatregelen voor het verbeteren van de informele speelruimte zijn niet exact te ramen. Het belangrijkste is dat er een omslag in denken komt bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Bij ontwikkelingen moet nagedacht worden of en hoe kinderen medegebruik kunnen maken van de inrichting van de openbare ruimte. Veel van de maatregelen die het spelen ten goede komen, hoeven geen extra geld te kosten. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk om grond die vrijkomt bij bouwwerkzaamheden te gebruiken om de speelwaarde van een speelplek of plantsoen te verhogen. Ook kan bij (her)bestrating van een rustige weg bijvoorbeeld lijnen en vakken worden gestraat met een andere kleur betonklinker. De enige kosten hiervoor zijn het aanwijzen van de gewenste vormen en mogelijk iets hogere materiaalkosten Verbeteren informele ruimte Om de informele speelruimte te verbeteren worden speelaanleidingen toegepast; voor de jonge kinderen en jeugdigen om op te spelen en voor de jeugdigen en jongeren om op te zitten en te ontmoeten. Deze aanleidingen zijn een teken voor de gebruikers dat de ruimte gebruikt mag worden voor spel. Niet alleen bij zoekgebieden, maar ook bij de bestaande speelplekken moeten nog speelaanleidingen worden toegevoegd. Dit om de bestaande ruimte op en om de speelplek nog aantrekkelijker en uitdagender te maken voor spel. Het speelruimteplan roept op om de gehele openbare ruimte beter bespeelbaar te maken. Daartoe worden in de analyse voorstellen gedaan om op 21 locaties maatregelen te nemen en om 903 zit- en ontmoetingsaanleidingen en speelaanleidingen te plaatsen. Voor de gemiddelde aanlegprijs van een speelaanleiding is uitgegaan van 200 per stuk Nieuwe en te verbeteren plekken De voorstellen zoals in de analyse genoemd, hebben tot gevolg dat het aantal speelplekken afneemt van 212 naar 206. Daarbij moeten 31 nieuwe speelplekken worden aangelegd en worden 37 speelplekken als secundair aangewezen. Bij een nieuw aan te leggen plek wordt uitgegaan van gemiddeld drie tot vier toestellen en aanleidingen per plek. Ook op bestaande locaties wordt van deze drie tot vier toestellen uitgegaan. Staan er veel meer toestellen dan worden deze secundair en staan er minder of te weinig voor de doelgroep dan worden er toestellen bijgeplaatst. 45
47 Verder moeten sommige plekken uitgebreidere of gevarieerder worden ingericht. Op andere speelplekken moeten meer of minder aanpassingen plaatsvinden (toestellen erbij, verplaatsen of op termijn verwijderen en niet herplaatsen). De nieuwe en te verbeteren plekken zorgen ervoor dat het totaal aantal toestellen toeneemt van 721 naar 874. Daarnaast moeten bijna dertig speelplekken specifieker voor een bepaalde leeftijdscategorie ingericht worden zodat deze beter aansluiten bij het spelgedrag van de doelgroep. De gemiddelde toestelprijs zonder veiligheidsondergrond bedraagt in gemeente Alphen aan den Rijn voor alle toestellen samen Voor de raming van nieuwe toestellen is uitgegaan van 212 kleine toestellen ( 900 per stuk) en van 184 wat grotere toestellen ( per stuk). Voor het aanbrengen van eventuele valdempende ondergronden wordt uitgegaan van 45% van de totale investering in speeltoestellen Eenmalige en bijkomende kosten Eenmalige kosten realiseren basisnetwerk Model 2A Model 2B Model 2C het verbeteren informele speelruimte: 903 speel- en zitaanleidingen het realiseren van 31 zoekgebieden + verbeteren plekken: nieuwe toestellen de bijkomende kosten veiligheidsondergrond 45% het hergebruik van 31 van de in totaal 243 secundaire toestellen (besparing) subtotaal I de bijkomende (her)inrichtingskosten waarvan circa 70% ten laste van speelvoorzieningen de kosten voor de uitvoering van het speelruimteplan 4% van de eenmalige investeringskosten subtotaal II achterstallige kosten Attractiebesluit (rubbertegels) totaal eenmalige kosten Tabel 7 Kosten realisatie basisnetwerk Omvormen van de speelvoorzieningen De raming van de eenmalige kosten gaat uit van het plaatsen van toestellen. Daarnaast zijn er ook nog bijkomende kosten. Deze kosten zijn afhankelijk van de locatie en plannen voor de plek en zijn grof geraamd. Daarbij kan gedacht worden aan het aanbrengen of aanpassen van groen en bestrating op en rondom een speelplek, het nemen van verkeersmaatregelen, het plaatsen van speelaanleidingen enzovoort. Daarnaast is per secundaire speelplek een bedrag geraamd om de vrijgekomen speelplek opnieuw (informeel bespeelbaar) heringerichte. In veel gevallen bestaat dit alleen uit het opnemen van het toestel en valdempende ondergrond en gras inzaaien of enkele nieuwe tegels aanbrengen. Er zijn echter ook enkele locaties waar een grotere herinrichting nodig zal zijn. Aangezien deze kosten sterk verschillen per speelplek en afhankelijk zijn van de uitvoeringswijze en het ambitieniveau voor de achterblijvende ruimte betreft dit een grove raming. Deze kosten behoren niet volledig uit het speelvoorzieningenbudget te worden betaald. Het betreft hier inrichtingen en maatregelen die binnen het kader van wegen en groen zouden moeten vallen. Naar schatting zou maximaal 70% van de kosten vanuit het speelvoorzieningenbudget moeten komen. 46
48 Daarbij moet gedacht worden aan koppeling aan lopende projecten en renovaties. Als er in een bepaalde buurt een herinrichting van wegen of groen voorzien is, kan het uitvoeren van het speelruimteplan hieraan gekoppeld worden. Naast de genoemde kosten kunnen er nog overige uitvoeringskosten ontstaan. Denk daarbij aan het opstellen van inrichtingsschetsen, het opstellen van een uitvoeringsplan en bestek. In de raming is uitgegaan van 4% van de kosten van de eenmalig kosten Bezuiniging door hergebruik secundaire toestellen Van de huidige toestellen zijn 243 toestellen als secundair aangewezen. De reden hiervoor kan zijn dat de speelplek waar ze staan secundair wordt, ze teveel zijn op een plek of dat ze niet geschikt zijn voor de leeftijdscategorie in het basisnetwerk. Van deze toestellen is er aan de hand van de leeftijd, het type en de staat van onderhoud een inschatting gemaakt of het toestel geschikt is om nog te verplaatsen. Aan de hand van de leeftijd van de toestellen is de verwachting dat 31 toestellen kunnen worden hergebruikt om het basisnetwerk te realiseren, waardoor er een besparing ontstaat op de investeringskosten Uitvoeringssnelheid en eenmalige investering Opgemerkt moet worden dat de werkelijke eenmalige kosten sterk afhankelijk zijn van de snelheid waarmee de voorstellen uitgevoerd worden, door wie de werkzaamheden worden uitgevoerd, of er werk met werk gemaakt kan worden enzovoort. Als alles in de loop der jaren via de reguliere vervanging zou gaan, kost het natuurlijk minder en wordt dit uit de lopende budgetten betaald. Als de geraamde investering niet in één keer wordt gedaan, kan naar inschatting het basisnetwerk in negen jaar gerealiseerd worden via de reguliere vervanging. Hierbij moeten de investeringen in de nieuwe toestellen via het vervangingsbudget worden gerealiseerd. Deze werkwijze heeft tot gevolg dat er achter de feiten (lees de actuele kinderaantallen) aangelopen wordt. Aan de hand van deze sterfhuisconstructie kan het voorkomen dat op een oude speelplek één of enkele toestellen nog enkele jaren staan te wachten totdat ze via reguliere vervanging elders worden herplaatst. Deze speelplekken zullen niet erg aantrekkelijk zijn en uitlokken tot vandalisme. Verder zijn er meer klachten en vragen vanuit bewoners te verwachten, enerzijds omdat er geen speelplekken zijn in gebieden waar doelgroep woont, anderzijds komen er klachten over de slecht uitziende speelplekken en zijn er vragen of deze niet opgeknapt kunnen worden Bijkomende kosten valdempende ondergronden In het kader van het Attractiebesluit is er ruim vierkante meter rubbertegels toegepast als valdempende ondergrond. Daarnaast moet er in de huidige situatie nog circa vierkante meter rubbertegels aangebracht worden. Hiervan ligt 417 vierkante meter onder secundaire toestellen. Door invulling te geven aan de voorstellen uit de analyse wordt bespaart omdat er niet hoeft te worden geïnvesteerd in secundaire toestellen. Dit betekent dat secundaire toestellen waar valdempende ondergrond ontbreekt, niet in participatie kunnen worden gegeven c.q. blijven. Omdat er enkele secundaire toestellen in participatie recent zijn vervangen is en het niet haalbaar wordt geacht dat deze verwijderd worden, is een stelpost van 215 vierkante meter rubbertegels opgenomen. Voor het realiseren van de resterende vierkante meter is nog noodzakelijk (achterstallige kosten Attractiebesluit). 47
49 4.5. Vervangingswaarde Aan de hand van de inventarisatie en de normen uit Bijlage II is de totale vervangingswaarde berekend voor zowel de huidige situatie als het basisnetwerk. In onderstaande tabel staat dit weergegeven. Inventaris Huidige situatie Basisnetwerk Totaal Gemeente Participatie Model 2A Model 2B Model 2C aantal speelplekken aantal speeltoestellen aanschafwaarde toestellen aanschafwaarde ondergronden aanschafwaarde totaal Tabel 8 Inventarisatie en vervangingswaarde 4.6. Raming structurele kosten Aan de hand van de aanwezige toesteltypen en de geformuleerde onderhoudsbedragen in de normen kan het huidige onderhoudsbudget worden berekend. In het beleidsdeel wordt een onderhoudsniveau van 85% aangehouden (zie ook Bijlage II). Om het beheerbudget te bepalen is een ervaringsgetal geformuleerd op basis van reeds opgestelde beleidsplannen. Dit percentage ligt op 4% van de aanschafwaarde. Binnen dit beheerbudget vallen alle bureauzaken als gegevensbeheer, werkvoorbereiding, klachtenafhandeling en beleidstechnische werkzaamheden. Het vervangingsbudget is berekend aan de hand van de levensduur en de aanschafwaarde van een toestel. In principe wordt een toestel vervangen nadat de afschrijvingstermijn is verstreken. Het moment van de daadwerkelijke vervanging van een toestel wordt mede bepaald door de staat van het toestel. Wanneer blijkt dat een toestel na de gestelde afschrijvingstermijn nog één of meer jaren veilig kan functioneren, kan de vervanging worden uitgesteld. Indien blijkt dat een toestel voor de gestelde afschrijvingstermijn niet meer veilig is of de onderhoudskosten te hoog worden, bijvoorbeeld door vandalisme, dan moet de vervanging vervroegd worden uitgevoerd (flexibele vervanging). Hiervoor is een flexibel vervangingsschema noodzakelijk. Er kan van het genoemde budget een fonds worden gevormd waaruit de vervangingen betaald kunnen worden. Structurele kosten Raming huidig voorzieningenniveau 5 Raming Totaal Gemeente Participatie Model 2A Model 2B Model 2C onderhoud op niveau heel-schoon-veilig 85% beheer n.v.t vervanging budgetten totaal Tabel 9 Structurele kosten 4 De achterstallige kosten voor het Attractiebesluit (rubbertegels) zijn niet in de inventarisatie van het huidige beeld opgenomen, maar wel in die van het Basisnetwerk. 5 De kostenplaatsen Kapitaalslasten, Onderhoud Recreatieve voorzieningen zijn niet in de raming opgenomen. 48
50 De structurele kosten voor de modellen zijn geraamd aan de hand van verdeling van budgetten die uit de raming van het huidige beeld naar voren komen. Verder wordt opgemerkt dat de eisen aan het onderhoud van een speeltoestel en speelomgeving de laatste jaren sterk zijn toegenomen en dat de toestellen zelf aanzienlijk duurder zijn geworden. Het is de verwachting dat het huidige budget hierop aangepast moet worden Onderverdeling gemeente en participatie Wijzigingen speelplekken Huidig Secundair Nieuwe Basisnetwerk Totaal Gemeente Participatie Totaal Gemeente Participatie plekken 0 tot en met 5 jaar tot en met 11 jaar tot en met 11 jaar tot en met 18 jaar tot en met 18 jaar tot en met 18 jaar Totaal Huidige lege plekken 44 Lege plekken die helemaal kunnen verdwijnen 39 Lege plekken die worden heringericht 5 Plekken in participatie die secundair worden 15 Plekken in participatie die in het basisnetwerk worden betrokken 37 Tabel 10 Plekken gemeente en Participatie In Tabel 11 is aangegeven hoe de raming van de huidige structurele kosten onderverdeeld wordt over de toestellen in onderhoud bij de gemeente en de toestellen die via participatie worden onderhouden. Aantal Aanschafwaarde Jaarlijkse kosten toestellen Onderhoud Afschrijving Beheer Toestellen 251 plekken gemeente plekken participatie Subtotaal I Ondergronden 251 plekken gemeente m plekken participatie m Subtotaal II m Totaal toestellen+ondergronden 251 plekken gemeente plekken participatie Totaal Tabel 11 Onderverdeling huidige structurele kosten 49
51 De jeugd verteld je kan je hond leren om op een krant zijn behoefte te doen. Martin Gaus, dierentrainer interview radio 1 5. SPEELRUIMTE IN ALPHEN AAN DEN RIJN In dit hoofdstuk wordt per leeftijdscategorie de belangrijkste aspecten beschreven die betrekking hebben op de hele gemeente en de belangrijkste punten die bij de verschillende inspraak naar voren kwamen Speelruimte voor de kinderen Voor de kinderen heeft de inspraak voornamelijk via de ouders en betrokkenen plaatsgevonden; zij reageerden via de buurtenquête, de enquête in het Witte Weekblad, via het vragenformulier op internet en de meldingen van de afgelopen anderhalf jaar. De resultaten hiervan zijn in de analyse verwerkt Speelruimte voor de jeugdigen In gesprek met jeugdigen Met de jeugd is uitgebreid gesproken tijdens de rondgangen. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de analyse. Verder hebben diverse jeugdigen buurtplattegronden gemaakt die in de analyse zijn betrokken. Daarnaast hebben jeugdigen een enquêteformulier over speelmogelijkheden ingevuld. De resultaten hiervan zijn in grafieken weergegeven in Bijlage VII Speelruimte in het groen Op diverse plekken in de wijken van gemeente Alphen aan den Rijn liggen watergangen, de spoorlijn en drukke wegen. Deze vormen voor veel kinderen en jeugdigen een fysieke en emotionele barrière voor het spelen in het buitengebied. Er liggen over diverse buurten verspreid grotere velden en groene speelplekken. Daarnaast zijn er enkele watergangen, groenstroken en groen rondom de Zegerslootplas waar in meer of mindere mate gespeeld kan worden. Veel kinderen van ongeveer 8 tot 14 jaar vinden het namelijk aantrekkelijk om in het groen te spelen. Om verstoppertje te spelen, hutten te bouwen of soldaatje te spelen zijn bosjes natuurlijk de uitgelezen plek, maar niet overal mag dit en is dit goed mogelijk. In een aantal buurten zijn veel struiken met prikkels toegepast, waarschijnlijk om te voorkomen dat kinderen er spelen. Dit levert nog eens de opmerking op dat de bal lek gaat en dat we er niet in kunnen. Voorgesteld wordt om bij de aanleg, het beheer en het onderhoud van het groen, maar ook op de formele speelplekken, rekening te (blijven) houden met en ruimte te bieden voor spelen in het groen. Het medegebruik van groen door spelende jeugd vereist duidelijkheid voor de jeugd zelf en naar bewoners. Goede voorlichting en inspraak kunnen de klachten verminderen. Uiteraard moeten jeugdigen aangesproken worden op zaken als vandalisme, het achterlaten van zwerfvuil en diefstal Speelruimte en honden Hondenpoep is over het algemeen een groot probleem voor spelen. Daar waar hondenpoep ligt kan eigenlijk de speelruimte voor een groot gedeelte afgeschreven worden. In de praktijk blijkt dat hekken en borden slechts beperkt of zelfs in het geheel niet helpen. Tijdens de rondgang gaven de jeugdigen regelmatig aan last te hebben van hondenpoep. In de analyse wordt het een aantal keren genoemd als tijdens de inventarisatie inderdaad relatief veel hondenpoep werd aangetroffen. Dit is natuurlijk een momentopname. Het hondenbeleid moet erop gericht zijn om de hondenbezitters op hun verantwoordelijkheden (tot o.a. het opruimen) te wijzen. Een hond kan zeker leren waar en wanneer hij zijn behoefte kan doen (hij doet het toch ook niet in huis!). 50
52 Sta je net lekker te voetballen moet je weer aan de kant. rondgang Het huidige beleid met betrekking tot het uitlaten van honden wordt momenteel geëvalueerd met behulp van groepen bewoners, hondenbezitters en diverse betrokken medewerkers van de gemeente. Het ziet er naar uit dat er gekozen gaat worden voor een verbreding van de opruimplicht en een intensivering van het toezicht op de naleving hiervan. Wellicht kan ten aanzien van het hondenbeleid op langere termijn bereikt worden dat er minder overlast zal zijn door het bij herhaling verkondigen dat het niet geaccepteerd (meer) is dat honden zomaar in de speelruimte van kinderen hun behoefte doen Speelruimte en verkeer Naast de hondenpoep leggen ook auto s een grote ruimteclaim op de speelruimte. Zeker de doorgaande wegen en de buurtontsluitingswegen zijn veel te druk voor kinderen en jeugdigen tot en met 9 jaar om tijdens het spelen zelfstandig over te steken. Ouders gebruiken deze wegen dan ook vaak als speelgrens voor hun kinderen. De rijdende auto, maar ook de brommer en de fietser kan de jeugd storen bij het spelen op de straat. In de gemeente is hierover, ook in het kader van de verkeersveiligheid en leefbaarheid, al nagedacht. In drukke gebieden zijn diverse wegen als eenrichtingsweg aangeduid, verkeersremmende maatregelen aangebracht en dergelijke. Naast de rijdende auto kan ook de geparkeerde auto een grote ruimteclaim leggen op de speelruimte. In gemeente Alphen aan den Rijn is dit een probleem dat ook tot klachten bij bewoners leidt (voetballen op auto s). Met name de informele speelruimte van kinderen en jeugdigen wordt door geparkeerde auto s beïnvloed, maar ook bijvoorbeeld het oversteken van een weg wordt minder overzichtelijk. Een goede oplossing is centraal parkeren zodat elders in de straat parkeervrije zones liggen. De parkeerplaatsen zijn overdag vaak leeg zodat er hier een grotere aaneengesloten speelruimte ontstaat. Ook kunnen parkeerplaatsen van bedrijven in de buurt in het weekend een goede speelplek vormen Overige speelmogelijkheden Er zijn in gemeente Alphen aan den Rijn voor de doelgroep verschillende voorzieningen die een relatie hebben met het spelen en bewegen. De belangrijkste die tijdens de rondgang genoemd werden, zijn de sport- en muzieklessen, de verschillende kinderboerderijen en speeltuinverenigingen. Ook de jaarlijkse huttenbouw, de sport- en spelbus en de buurtfeesten en -barbecues werden regelmatig genoemd tijdens de rondgangen. Daarnaast is er de bibliotheek en het zwembad waar de jeugdigen naartoe gaan. Het blijkt dat de jeugd de skatebaan in het Europapark goed kent en veel jeugdigen die skaten tot hun hobby rekenen (de echte skaters) gaan daar ook heen. Wel zijn er enkele verzoeken, telefoontjes en brieven van jeugdigen die vragen naar een skatevoorziening bij hen in de buurt. Het valt daarbij op dat dit vaak jeugdigen zijn die (net) niet oud genoeg zijn om naar de skatebaan in het Europapark te kunnen of mogen. Voor deze groep moet het skaten veelal gezien worden als opvolger van het rolschaatsen en is het meer trend/seizoensgebonden. Het grootste deel van deze groep is echter niet toe aan voorzieningen zoals een halfpipe. Voor hen is het belangrijk dat ze genoeg ruimte in de buurt hebben om te skaten. Dit kan op de straten en stoepen. 51
53 De bespeelbaarheid kan vergroot worden door op reeds aanwezige verharding en op sommige speelplekken enkele eenvoudige streetelementen of kleine schansjes aan te brengen als speelaanleiding. In het bijzonder kan gedacht worden aan het aanbrengen van eenvoudige streetelementen langs en op de asfaltpaden rondom de Zegerslootplas [M 08.01]. Dit voorstel past ook in de visie dat sporten in de openbare ruimte, zoals verwoord in de sportnota van gemeente Alphen aan den Rijn. Voor het echte skaten wordt geadviseerd de toestellen op één skatepark te concentreren zodat dit ook echt aantrekkingskracht heeft en skaters elkaar kunnen ontmoeten en trucs kunnen leren. De locatie in het Europapark ligt hiervoor goed centraal in gemeente Alphen aan den Rijn. Aandachtspunt bij iedere skateplek blijft dat er geen negatieve sfeer ontstaat doordat niet-skaters deze plek gaan/moeten gebruiken als ontmoetingsplek en de skaters wegjagen. Zover bekend is dit in gemeente Alphen aan den Rijn nergens het geval. Naast deze voorzieningen worden ook tal van activiteiten ontplooid die meer speelruimte geven aan kinderen. Deze activiteiten zijn: Speel-o-theek; Straatspeeldag (elk jaar op 1 juni: bewoners mogen dan hun straat afsluiten om kinderen te laten spelen); Huttenbouw (elk jaar in de zomervakantie); Sport- en spelbus; sport- en spelactiviteiten. Deze activiteiten dragen bij aan een goede ontwikkeling van de kinderen en zorgen ook voor een gezonde portie lichaamsbeweging In gesprek met jongeren Jongerenraad Tijdens het opstellen van de analyse van de speelruimte is met de Jongerenraad van gemeente Alphen aan den Rijn een gesprek gevoerd. Hieruit kwam een aantal dingen naar voren. Het is belangrijk om rekening te houden met verschillende soorten groepen, met verschillende behoeften. Er zijn jongeren die gewoon ergens willen kunnen zitten, er zijn jongeren die skaten, anderen gaan voetballen en basketballen en er is een gedeelte dat niet echt meer buiten komt. Een conclusie van de Jongerenraad is dat er voor sporten (voetbal) op zich wel voldoende ruimte is, maar een en ander verbeterd zou moeten worden. Zo kan bijvoorbeeld veel gedaan worden met verlichting. Vooral in de winterperiode kan er vanaf uur geen gebruik meer gemaakt worden van de voorzieningen. Met een tijdklok kan geregeld worden dat de verlichting rond uur uitgaat. Ook moeten er voldoende vuilnisbakken zijn, die ook geleegd worden. Aandacht werd gevraagd voor de wens van de jongeren in Zwammerdam om een voetbalkooi. Door de skaters werd aangegeven dat zij graag één centrale voorziening zouden hebben, het liefst in het Europapark. Daarnaast moeten er plekken zijn waar jongeren gewoon kunnen zitten. Op zich is men al blij met de shelter in het Europapark, onder de Albert Schweitzerbrug, in het Weteringpark en het Zegerslootgebied. Dit is echter niet genoeg voor de verschillende groepen; er is behoefte aan meer voorzieningen. 52
54 Verder werd er aandacht gevraagd voor de jongeren die nu bij elkaar komen in het Vivaldihof. Zij veroorzaken geen overlast, maar nu de school wordt afgesloten met een hek komen ze in de kou te staan. Het is belangrijk om voor hen iets te doen voordat ze naar plekken gaan waar overlast wordt ervaren. Ook bij de Kraaienhorst/Eikenhorst is een groep die (nog) geen overlast veroorzaakt, maar waarvoor iets gedaan moet worden Wijkagenten Met de wijkagenten is gesproken over de verschillende mogelijkheden en problemen rondom jongerenvoorzieningen. Een conclusie was dat langzamerhand de positieve effecten van verschillende maatregelen merkbaar worden. De verschillende voetbalkooien en ontmoetingsplekken, zoals de shelter onder de Albert Schweitzerbrug, blijken daarbij goed te werken. Net als door de Jongerenraad wordt er door de wijkagenten aandacht gevraagd voor de groep die nu in het Vivaldihof bij de school staat en geen overlast veroorzaakt maar die door het afsluiten van de school geen plek meer heeft, en voor de groep bij de Kraaienhorst/Eikenhorst die een voorziening op een meer geschikte locatie nodig heeft. Een shelter bij de Nieuwedijk is zeer wenselijk. Volgens de wijkagenten is het belangrijk dat voorzieningen voor jongeren snel (en eventueel mobiel) gerealiseerd kunnen worden. Volgens hen zouden shelters op voorraad moeten staan zodat die op verzoek snel geplaatst kunnen worden. Informele ontmoeting Verder werd aandacht gevraagd voor jongeren ouder dan 18 jaar, die met auto s rondhangen (vooral om hun geluidsinstallaties met elkaar te vergelijken). Nu komen ze op verschillende punten bij elkaar. Wellicht is het een idee om daar een speciale voorziening voor te realiseren. Aangezien ze buiten de doelgroep van het speelruimteplan vallen, wordt dit idee niet verder uitgewerkt, maar meegegeven aan de afdeling Welzijn en Onderwijs Gesprekken in het veld en actueel Tijdens de inventarisatie van speelruimte zijn er in het veld enkele gesprekken gevoerd over de (on)mogelijkheden om leeftijdsgenoten te ontmoeten en te sporten. Tijdens het opstellen van de analyse werd door de skaters het evenement Pimp my park georganiseerd. Daarbij werd aangegeven dat zij graag het liefst in het Europapark één centrale skatevoorziening zouden hebben Voorzieningen voor jongeren Informele ontmoetingsmogelijkheden Voor de jongeren kun je niet echt spreken van spelen; het verblijf van deze leeftijdscategorie in de openbare ruimte richt zich op het sporten en ontmoeten van leeftijdsgenoten. Het ontmoeten gebeurt veelal informeel, op spontaan ontstane plekken en veel minder op speciale speel- en ontmoetingsplekken. In Bijlage V is een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende soorten en eisen waaraan de informele ontmoetingsmogelijkheden moeten voldoen. De volgende categorieën zijn te onderscheiden: Whats-Upplek = kleine plek voor 5 tot 10 jongeren die bij elkaar komen en bijpraten; Stay-Aroundplek = plek waar jongeren echt afspreken en zitten te praten of ander activiteiten doen; No-Problemplek = plek verder buiten de bebouwde omgeving zodat hier geen overlast voor omwonenden te verwachten is. 53
55 Beleidsvoornemen: Het verantwoord inrichten van de wijksport- kwantitatieve als in kwalitatieve zin. sportnota inmiddels verouderd en vaak te klein of te incompleet om de sporters voldoende uitdaging te bieden. Het Europapark wordt met haar centrale ligging en reeds aanwezige voorzieningen (Vert Ramp, klein streetparkje, basketbalveld, Jop, speelplaatsen voor de allerjongsten) gezien als de ideale plek om de nieuwe skatevoorziening te realiseren. Verzoek Pimp my park De jongeren kiezen voor ontmoeting meestal plekken waar ze een beetje kunnen zitten om met elkaar te praten. Dat zijn plaatsen in het zicht, maar waar ze ook een beetje privacy hebben. Door vanuit deze visie met jongeren om te gaan, geeft men hun fysiek een plaats ín de maatschappij en niet langs de rand van de maatschappij. Enkele kenmerken van geschikte locaties voor het informele ontmoeten voor de jongeren zijn: met de fiets/scooter gemakkelijk bereikbaar; langs routes naar school of sport; bij een straatlantaarn; in het zicht langs de weg zodat vrienden kunnen zien dat je 'er bent'; in het zicht zodat toezichthouders snel kunnen zien wat er gebeurt zonder te hoeven uitstappen; niet in de open vlakte; niet te dicht bij de woningen; ergens op kunnen zitten en/of tegenaan hangen. In de analyse is per buurt aangegeven welke informele ontmoetingsmogelijkheden aanwezig zijn en wat er gedaan kan worden om meer ontmoetingsmogelijkheden te creëren Formele ontmoetingsmogelijkheden A. Basket- en voetbalvoorzieningen in de buurt In de analyse wordt uitgegaan van een goede verdeling van sporten ontmoetingsvoorzieningen voor jongeren, gerelateerd aan de buurten en wijken plus de bovenwijkse voorzieningen. Visie hierbij is dat een gedeelte van de jongeren gewoon in hun eigen wijk in de openbare ruimte wil sporten en leeftijdsgenoten wil ontmoeten. In de analyse worden daarom per buurt de sport- en ontmoetingsmogelijkheden beschreven. B. Bovenwijkse voet- en basketbalvoorzieningen Er zijn echter ook voorzieningen met een meer wijkgericht karakter zoals de verhardingen met hekwerken waar goed voetbal en soms ook basketbal gespeeld kan worden. Er zijn in de huidige situatie vijf van deze voetbalkooien: in de Stuyvesantlaan [01.08], bij de Vliestroom/Marsdiep Basisschool [03.11], op het Argoplein/Argostraat [03.34], in het Topaasplantsoen [03.48] en in het Europapark [05.16]. In de analyse per buurt wordt verder ingegaan op een aantal nieuw te realiseren voetbalkooien. Deze zijn veelal ook nodig om voor de jeugd meer speelruimte te realiseren. Het gaat om zeven voetbalkooien: het realiseren van een kooi aan de Nieuwedijk [01.36] en aan de J.W.C. Bloemstraat 02.08, het verbeteren van het voetbalveld aan de Korenmolen [02.19], het realiseren van de voorgenomen voetbalkooi in het Weteringpark [04.02], het plaatsen van hekwerk op de bestaande verharding aan de Lemelerberg [04.27], het realiseren van een (kunstgras) voetbalveld aan de Havixhorst/eiland [04.34], het verbeteren van het veld aan de Loevestein [04.48] en een nieuwe voetbalkooi in Zwammerdam [Z 10.01]. C. Bovenwijkse skatevoorzieningen De bovenwijkse voorzieningen in gemeente Alphen aan den Rijn zijn de skatevoorzieningen en shelters. Er zijn vier plekken waar skatevoorzieningen aanwezig zijn: aan de A. Verweystraat [02.17], in het Weteringpark [04.04], in het Europapark [05.15] + [05.17] en in het Zegerslootgebied [08.02]. Een groep skaters heeft begin september 2005 onder de naam Pimp my park gepleit voor uitbreiding/vernieuwing van de voorziening in het Europapark. 54
56 De voorziening in het Europapark ligt centraal en goed in het zicht, zeker in verhouding tot de andere plekken. Het is de ervaring dat één uitgebreid skatepark jongeren meer aanspreekt dan verspreid liggende voorzieningen. Voorgesteld wordt om na te gaan hoe hieraan invulling kan worden geven. Of het meteen haalbaar is om de gepresenteerde voorstellen van de skaters te realiseren hangt af van bijvoorbeeld extra fondswerving. In het kader van het openbare speelvoorzieningenniveau is er eventueel geld beschikbaar via de reguliere vervanging van de overige skatetoestellen. Dit duurt echter nog een paar jaar. Bij vervanging van de halfpipes in het Weteringpark [04.04] en het Zegerslootgebied [08.02] worden dan geen grote skatetoestellen meer neergezet, maar hoogstens enkele kleinere voorzieningen die meer een functie hebben voor de jeugd uit de omliggende buurten. Verder is de voorziening aan de A. Verweystraat [02.17] als secundair aangewezen (zie paragraaf 11.3). De toestellen kunnen op de voorgestelde plek in het Europapark herplaatst worden. Aandachtspunten zijn verder: o een drinkwatertappunt. Jongeren nemen wel een fles water mee, maar op een warme dag is die snel op. o een toiletmogelijkheden. Ze verblijven er immers al snel een paar o uur. een bezem(hok) om eventuele rommel op de baan weg te vegen. D. Bovenwijkse ontmoetingsvoorzieningen In september 1999 heeft de gemeenteraad het shelterbeleid vastgesteld. Het shelterbeleid beoogt een netwerk van minstens vijf shelters te plaatsen op de volgende locaties: Weteringpark, Europapark, Zegersloot, Schelfhorst en een nader te bepalen locatie in overleg met jongeren, politie en ambulant jongerenwerk. Als uitgangspunten voor het shelterbeleid worden gehanteerd: geen koppeling aan specifieke groepen, geen ad hoc verzoeken honoreren; shelters uitsluitend plaatsen in grootschalige groenlobben in nabijheid van grootschalige speelplekken zoals skatebaan, voetbalkooi, basketbalveld; vandalismebestendige, duurzame en representatieve materialen gebruiken; regelmatige monitoring van het gebruik, door politie, gemeente en ambulant jongerenwerk; plaatsingbepaling en keuze van het type shelter in nauwe samenspraak met jongeren. De essentie van een dergelijke aanpak is dat vanuit de gemeente positief en niet ad hoc op problemen met jongeren wordt gereageerd. Het shelterbeleid gaat uit van het vergroten van de keuzemogelijkheden voor jongeren om gebruik te maken van verschillende voorzieningen. Het ambulant jongerenwerk speelt een belangrijke rol bij een effectieve uitvoering van het shelterbeleid. Zij heeft op locatie contacten met de jongeren en vaak ook al met de politie en buurtbewoners. Het ambulant jongerenwerk heeft een taak in het leiden van shelterjongeren naar andere jongerenactiviteiten, en kan signaleren dat er wat activiteiten betreft witte plekken zijn in het aanbod. Tijdens de jongerenconferentie op 15 januari 2000 werd door jongeren aangegeven dat het aantal van vijf shelters niet als voldoende wordt gezien met betrekking tot de verschillende groepen jongeren. Aanbevelingen shelterbeleid: Het initiatief tot plaatsing van een shelter op de reeds aangegeven plaatsen ligt bij de gemeente. In overleg met jongeren, buurtbewoners, ambulant jongerenwerk en politie worden de shelters geplaatst. Bezoeken van de shelters en afstemming met andere jongerenwerkactiviteiten vinden plaats vanuit de nieuwe welzijnsorganisatie. Bron: nota Jongerenwerk
57 Ten opzichte van het gestelde in het shelterbeleid over in nabijheid van grootschalige speelplekken wordt van het speelruimteplan opgemerkt dat hieraan risico s verbonden zijn. Indien blijkt dat een (dominante, agressieve) groep jongeren gebruik gaat maken van een shelter nabij een andere grootschalige speelplek kan hier snel een negatieve sfeer ontstaan. Daardoor kunnen, mogen of willen de gebruikers van die speelplek geen gebruik meer maken van bijvoorbeeld de skatebaan, de voetbalkooi en dergelijke. Er zijn diverse voorbeelden in het land dat een goed werkende skateplek werd ingenomen door groepen die geen ruimte gunnen aan de skaters. Verder aandachtspunt is dat de politie makkelijk zicht op een dergelijke locatie moet hebben. Ze moet er zogezegd toevallig langs kunnen rijden, zonder dat de jongeren meteen weten/het gevoel hebben dat de politie hen in de gaten houdt. Als de politie speciaal een doodlopend straatje of park moet inrijden om te controleren, is dat niet alleen voor de politie onhandig, het is voor de jongeren een teken dat er wel weer iemand gebeld zal hebben. Het blijkt dat inmiddels vier shelters zijn geplaatst: in het Weteringpark [04.04] in het Zegerslootgebied [08.01], onder de Albert Schweitzerbrug [01.0?] en in het Europapark [05.14]. Uit de gesprekken met de politie blijken de voorzieningen een positief effect te hebben. Deze shelters fungeren voor de jongeren dus ook als no-problemplek voor de verschillende wijken. Zie voor een nadere beschrijving de betrokken buurten waar deze shelters staan Overige voorzieningen voor jongeren Naast de voorzieningen in de buitenruimte vinden ook allerlei georganiseerde activiteiten voor jongeren plaats. De voorzieningen in de buitenruimte en de georganiseerde activiteiten vullen elkaar aan en/of kunnen wederzijds een alternatief zijn. In Alphen aan den Rijn is in 1997 gestart met ambulant jongerenwerk. De aanpak in Alphen aan den Rijn is vooral gericht op jongeren op straat of hanggroepen. Tijdens de miniconferentie van 15 januari 2000 is gebleken dat de werkers niet alleen contacten op straat onderhouden, maar ook een redelijke grote groep weten te mobiliseren. Ook is het ambulant jongerenwerk nauw betrokken bij de uitvoering van het shelterbeleid. Er wordt aangegeven dat er met name voor tieners weinig wordt georganiseerd in de eigen buurt. Van welzijnsorganisaties zoals buurtcentra en wijkverenigingen zal worden gevraagd, zelf, of met ondersteuning van jongerenwerkers vanuit de nieuwe welzijnsorganisatie, activiteiten te organiseren die aansluiten bij wensen van tieners uit de buurt. De activiteiten waar jongeren naar eigen zeggen behoefte aan hebben zijn recreatieve activiteiten zoals biljarten, darten, fitnessen. Een aantal buurt- en wijkverenigingen organiseren activiteiten, zoals open inloop, tienerdisco, computercursus en knutselclub. De activiteiten zijn bedoeld voor jeugdigen en jongeren variërend in de leeftijd van 10 tot 16 jaar. Ook van belang zijn de activiteiten die worden georganiseerd door sportverenigingen, scholen, scouting en kerken. In het kader van het jongerenwerkbeleid blijft het Kasteel een belangrijke vindplaats waarop o.a. het ambulant jongerenwerk, zowel voor contactlegging met jongeren als voor gezamenlijke projecten, actief blijft. Het huidige gebouw van Stichting Madonna aan de Olympiaweg zal als locatie onderdeel gaan uitmaken van de nieuwe welzijnsorganisatie. De functie die het gebouw krijgt, is die van stedelijk tienercentrum, bedoeld voor jongeren tot 18 jaar. Voor jongeren die buiten de eigen buurt activiteiten willen ondernemen en andere jongeren na schooltijd willen ontmoeten, heeft een stedelijk tienercentrum een belangrijke functie. Bron: nota Jongerenwerk
58 Commissiepunt X. Meer aandacht schenken aan de oudere jeugd. In de analyse worden aan de hand van de normen voor (in)formele speelruimte verscheidene voorstellen gedaan voor verbeteringen voor jongeren. Het gebouw aan de Olympiaweg maakt inmiddels onderdeel uit van de verschillende stichtingen die al een aantal jaren samen in de stichting welzijn Alphen aan den Rijn functioneren. Het gebouw is al een stedelijk tienercentrum. De stichting Madonna bestaat niet meer. De nota Jongerenwerk geeft aan dat er vooral voor tieners van 12 tot 17 jaar te weinig wordt georganiseerd. In dit speelruimteplan worden voorstellen gedaan tot verbeterde en nieuwe sporten ontmoetingsplekken. Hiervan kunnen de jongeren voor hun, al dan niet georganiseerde, activiteiten gebruikmaken. In de nota Intergraal Jongeren Beleid (IJB) wordt de noodzaak van voorzieningen voor jongeren aangeduid. Doel: het realiseren van kwalitatief voldoende formele en informele speelruimte voor de jeugd van 0 tot en met 23 jaar. Dit dient ontwikkeld te worden samen met jeugdigen, ouders, bewoners en maatschappelijke organisaties. Een nota speelruimtebeleid moet een bijdrage leveren aan instandhouden van een aanbod aan formele speelen sportvoorzieningen, waarbij vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Bron: nota Intergraal Jongeren Beleid (IJB) 5.5. Bewonersparticipatie in de praktijk De participatie van bewoners in gemeente Alphen aan den Rijn bij speelplekken is aanzienlijk. Van het totale vrijwilligersbestand houdt 10% zich bezig met speelplaatsen. In de huidige situatie worden er 52 speelplaatsen door vrijwilligers onderhouden. Daarnaast worden er nog andere participatievormen in de praktijk gebracht, zoals: Bewoners worden geïnformeerd (trede 1)over wat er gaat gebeuren en praten mee (trede 2) over mogelijke effecten van de voorziening en het managen van nadelige effecten. Specifieke doelgroepen worden als ervaringsdeskundigen ingezet om de voorzieningen te detailleren. Hiermee worden adviezen gegeven (trede 3) inzake de ontwikkelingen en gevolgde trends. Incidenteel worden er activiteiten georganiseerd met betrekking tot sport en spel maar ook onderhoud, bijvoorbeeld bij voetbalkooien en skatebanen. Bewoners denken mee (trede 3) over de inrichting van het speelterrein en de omheining, bijvoorbeeld het speelterrein Doornenburg [04.55]. Omwonenden en schoolbestuur werken gezamenlijk aan de inrichting van het schoolplein coproductie (trede 4) en helpen bij inrichting en beheer, bijvoorbeeld bij het schoolplein Honingzwam. Bewoners stellen geld beschikbaar voor de speelplaats, denken mee over de inrichting, beslissen mee (trede 5) over wat er komt en doen en helpen mee (trede 5) met het plaatsen van toestellen en voeren onderhoud uit, bijvoorbeeld de speelplaats Leeuwenburg [04.58]. Er zijn geen concrete voorbeelden van ultieme participatie met wijkbudget dat naar eigen inzicht kan worden besteed, zodat bewoners zelf de verdeling en inrichting in hun wijk bepalen. Verder zijn er diverse varianten waarbij op kleinere onderdelen sprake is van participatie: o schoonmaken speelterrein (helpende handjes); o knippen haag; o tijdens wijkacties borstelen ondergrond of schilderen van een bank; o organiseren van een voetbaltoernooi of een skatemanifestatie door de buurt. Het betrekken van bewoners en gebruikers van het openbare gebied, zoals de gemeente dit al geruime tijd doet, heeft diverse voordelen opgeleverd: 57
59 het bevorderen van de sociale cohesie, c.q. versterken van de sociale relaties en samenhang in buurten en wijken; daarmee het verbeteren van het veiligheidsgevoel (doordat men elkaar leert kennen); het stimuleren van de zelfverantwoordelijkheid van de bewoners voor hun leef- en woonsituatie; het vergroten van het draagvlak voor de voorzieningen; het bevorderen van het zorgvuldig ruimtegebruik; het creëren van binding met de wijk; het verbeteren van de kwaliteit van de voorzieningen. Participatie vergroot de mogelijkheden qua inrichting en beheer en zorgt voor een gunstige prijs-kwaliteitverhouding met betrekking tot beheer; meer sociale controle op de woonomgeving en meer alertheid van omwonenden; verbetering relatie tussen bestuur en burgers; wijknetwerk van vrijwilligers, als communicatiemiddel gebruikt met betrekking tot beheer en inrichting van de woonomgeving; optimaal gebruikmaken van ervaring en deskundigheid in de wijken. Concrete voordelen: uiteindelijk minder tijdverlies aan controlerondes; door eigen inbreng betere beleving van kwaliteit van de voorzieningen; verkorte tijdsduur van processen (bij aanvang intensiever tijdbeslag dat zich later terugverdient); voorzieningen die aansluiten bij de behoeftes van wijken; minder vandalisme; minder klachten over het beheer en de inrichting. Door de aanpak van de gemeente Alphen aan den Rijn is er een netwerk van vrijwilligers ontstaan ter grootte van participanten. Daarnaast wijst de stadsmonitor uit dat het overgrote deel van de alphenaren zich medeverantwoordelijk voelt voor hun buurt. De trend is nog altijd opgaand. Er is dus sprake van een relatief gunstig participatieklimaat in Alphen aan den Rijn. Een dergelijk klimaat dient gekoesterd en optimaal benut te worden te worden. 58
60 6. CONCLUSIES, AANBEVELINGEN EN BESLISPUNTEN 6.1. Enkele conclusies Uit de analyse van de speelruimte in gemeente Alphen aan den Rijn blijkt dat in het verleden al aandacht besteed is aan de kinderen en jeugd. Reden hiervoor is waarschijnlijk dat het speelruimteplan Spelen betekent verdelen uit 1995 al geleid heeft tot aanpassingen in het openbare speelvoorzieningenniveau. Wel moet een en ander geactualiseerd worden naar waar de kinderen tegenwoordig wonen, kunnen de speelplekken uitgebreider en gevarieerder en moet er meer aandacht voor jongeren komen. Met name in Lage en Hoge Zijde en Kerk en Zanen zijn te weinig speelplekken. Ook kan een aantal speelplekken specifieker voor één leeftijdscategorie ingericht worden. De participatie van bewoners bij speelplekken is redelijk hoog. Er worden redelijk veel participatieplekken in het basisnetwerk opgenomen. Verder blijkt dat vervanging op een voldoende niveau plaatsvindt, maar dat het beheer en onderhoud een achterstand hebben opgebouwd door te weinig budget. Daarnaast moeten de budgetten en de toerekening van kosten duidelijker worden ingedeeld om een beter overzicht te hebben. Er moet nog aanvullende valdempende ondergronden bij diverse speeltoestellen worden aangebracht om te voldoen aan de laatste norm volgens het Attractiebesluit Enkele aanbevelingen In dit speelruimteplan worden voorstellen gedaan ter verbetering van de speelruimte in Alphen aan den Rijn. De belangrijkste daarvan zijn verwoordt in de beleidsuitgangspunten en analyse. Naast het vaststellen van het speelruimtebeleid en het uitvoeren van de voorstellen zijn enkele aanbevelingen weergegeven Speeltoestellen in gemeentelijke grond Aanbevolen wordt om na te gaan hoe de veiligheidsaspecten en aansprakelijkheid is geregeld rondom speeltoestellen die op gemeentelijke grond staan, maar niet door de gemeente onderhouden worden. Als de ondergrond eigendom is van de gemeente, dan is de gemeente mogelijk medeaansprakelijk. Dit dot zich mogelijk voor bij de speeltuinverenigingen, de schoolpleinen bij openbare scholen en kinderdagverblijven en de sportcomplexen De Algemene Plaatselijke Verordening Diverse voorstellen in het speelruimtebeleid lopen niet parallel met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Aanbevolen wordt om bij de volgende herziening van de APV, de APV te toetsen aan de beleidsuitgangspunten voor het spelen Opheffen speelplekken Wanneer de toestellen door het secundair worden van een plek verwijderd worden, wordt aanbevolen deze ruimten beschikbaar te houden, zodat bij een grote toename van de doelgroep de speelplek weer ingericht kan worden en kan worden opgenomen in het basisnetwerk. Als dit in de voorlichting benadrukt wordt, zullen er bovendien minder bezwaren te verwachten zijn. 59
61 Prioritering en uitvoeringssnelheid In het algemeen is het creëren van plekken voor kinderen het meest eenvoudig, omdat deze minder ruimte vergen en op minder weerstand van omwonenden stuiten dan speelplekken voor de jeugd en de jongeren. Aanbevolen wordt om bij de aanpassing van de speelruimte in gemeente Alphen aan den Rijn veel aandacht te besteden aan de verbetering van de speelruimte voor jeugd en jongeren. De voorstellen voor formele en informele speelruimte per buurt en per leeftijdscategorie hangen nauw met elkaar samen. Dat in de analyse diverse speelplekken als secundair (ondergeschikt) zijn aangewezen, mag er niet toe leiden dat plekken worden opgeheven zonder dat er geïnvesteerd wordt in verbetering van de speelruimte. Er moet een keuze gemaakt worden hoe en wanneer het basisnetwerk bereikt moet zijn. De snelste manier om het basisnetwerk te bereiken is om dit bedrag in één keer te investeren en secundaire toestellen te verwijderen. Indien de investeringen in de nieuwe toestellen via de voorgestelde budgetten uitgevoerd moeten worden, dan duurt het circa negen jaar voordat het basisnetwerk bereikt is. Geadviseerd wordt om het basisnetwerk in enkele jaren te realiseren. Dit is mogelijk door het ter beschikking stellen van voldoende budget om de toestellen aan te schaffen en de secundaire toestellen in één of enkele jaren te verwijderen. Dit is om te voorkomen dat er achter de feiten (lees de actuele kinderaantallen) aangelopen wordt De belangrijkste beslispunten De belangrijkste beslispunten uit dit speelruimteplan zijn: o De beleidsuitgangspunten; o De drie modellen; o De participatie(ladder); o Het onderhoudsniveau; o De uitvoeringssnelheid. Kop 6 ingevoegd voor pagina in inhoudsopgave 60
62 61
63 DEEL III ANALYSE PER WIJK Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn 62
64 63
65 7. LEESWIJZER ANALYSE SPEELRUIMTE In dit hoofdstuk worden de geformuleerde beleidspunten vertaald naar de situatie in de verschillende wijken en buurten van de gemeente. Er wordt geanalyseerd hoeveel informele en formele speelruimte er is (huidige situatie) en hoeveel dit moet zijn voor een evenredige verdeling van speelruimte en -voorzieningen over de doelgroep en de buurten/wijken (basisvoorziening). In Bijlage IV staan tabellen met daarin de maatregelen die voor het realiseren van dit basisnetwerk nodig zijn Bij het lezen van de analyse Aangeraden wordt om bij het lezen van de analyse de tekening uit Bijlage IX en de tabel met speelplekken uit Bijlage IV van de betreffende buurt erbij te houden. Regelmatig wordt een gebied aangeduid met straatnamen. Het is daarom handig om tijdens het lezen een straatnamenkaart bij de hand te houden. In de analysetekst staan de speelpleknummers tussen haakjes [**.**]. Dit zijn de nummers van de huidige speelplekken. Deze corresponderen met de speelpleknummers op de tekeningen. Daarnaast staan er aanduidingen als [Z **.**] in de tekst. Dit zijn de nieuwe plekken/zoekgebieden. Verder zijn met [M **.**] de voorgestelde maatregelen ter verbetering van de informele speelruimte aangeduid Leeftijden en termen In de tekst wordt gesproken over drie leeftijdscategorieën zoals ook beschreven in het beleidsplan: kinderen = van 0 tot en met 5 jaar jeugd = van 6 tot en met 11 jaar jongeren = van 12 tot en met 18 jaar doelgroep = van 0 tot en met 18 jaar In de analyse wordt bij de informele ontmoetingsmogelijkheden voor jongeren onderscheid gemaakt in verschillende categorieën. Zie Bijlage V voor een uitvoerige beschrijving hiervan. Whats-Upplek = kleinere plek voor 5 tot 10 jongeren die bij elkaar komen en bijpraten; Stay-Aroundplek = plek waar jongeren echt afspreken en zitten te praten of ander activiteiten doen; No-Problemplek = plek ver buiten de bebouwde omgeving zodat hier geen overlast voor omwonenden te verwachten is Onderverdeling wijken en buurten Bij het opstellen van de analyse is zoveel mogelijk rekening gehouden met de buurtindeling en naamgeving zoals die in gemeente Alphen aan den Rijn gehanteerd (gaan) worden. De buurtnamen sluiten aan bij de statistische onderverdeling en worden ook gebruikt op bijvoorbeeld de internetpagina van gemeente Alphen aan den Rijn. De wijknamen en onderverdeling komen uit de beheergegevens van de speelplekken. 64
66 Commissiepunt XI. Woonomgevinganalyse beperken tot veiligheid en bereikbaarheid: te beperkt voor een goede analyse van speelruimte. Uit rondgangen komen meer belangrijke aspecten: waar liggen sociale barrières, in welke buurten is minder informele speelruimte, wat zijn de grootste problemen, hoe is het gesteld met hondenpoep enzovoort. Tekstwolken. bron Voor de doelgroep kunnen grenzen overigens heel anders liggen; naast harde grenzen zoals wegen en watergangen, zijn ook sociale of gevoelsmatige en andere moeilijk te definiëren barrières belangrijk. Door de rondgangen met de jeugd is een beeld van deze grenzen verkregen. Door bovengenoemde indeling is het mogelijk dat enkele, in de analyse gehanteerde grenzen iets anders lopen dan verwacht. Soms is het nodig om de buurten te beschrijven in kleinere blokken. Deze zogenoemde speelbuurten ontstaan doordat de ruimtelijke opbouw verschilt, er een drukke weg of spoorlijn ligt of er een sociale barrière is. Dit zijn vaak grenzen die door ouders ook als fysieke grenzen meegegeven worden aan de kinderen en jeugdigen bij het zelfstandig spelen. De kinderen tot en met 8 jaar moeten vaak binnen deze buurtjes blijven Opbouw teksten De analyse is opgesteld aan de hand van de normen uit Tabel 4 en Tabel 5. Aan de hand van de hoeveelheid informele ruimte en de exacte verdeling van de doelgroep over de buurt worden de normen voor formele speelruimte toegepast. Zo wordt gekeken hoeveel jeugdigen binnen de actieradius van een speelplek moeten wonen, wil deze plek gerechtvaardigd zijn. Daarnaast wordt gekeken naar de gebieden waar veel kinderen, jeugdigen en jongeren wonen, maar geen speelplek aanwezig is. Per wijk en buurt wordt zonodig eerst aangegeven welke bijzonderheden van belang kunnen zijn bij de analyse. Doordat iedere buurt een eigen opbouw heeft en de plekken voor de verschillende leeftijden nauw met elkaar verweven zijn, is er in enkele gevallen voor gekozen om de analyse volgens een andere indeling te schrijven Tekstwolken naast de tekst In de linkerkantlijn staan tekstwolken. In deze wolken staan opmerkingen die de doelgroep maakte tijdens de rondgangen, op de buurtplattegronden en de enquêteformulieren. Ook zijn dit reacties uit de vragenformulieren, de inloopavond, klachtenmeldingsformulieren van afgelopen jaar en reacties die naar aanleiding van de oproep in het Witte Weekblad zijn ontvangen of relevante opmerkingen van anderen. De wolkjes hebben betrekking op de buurt, speelplek en/of het aspect dat daarnaast wordt beschreven Secundaire speelplekken In de analyse worden plekken aangeduid als secundair. Secundair betekent dat de speelplek of een aantal speeltoestellen op een speelplek geen functie (meer) heeft in het basisnetwerk speelvoorzieningen. In relatie met het participatiebeleid moet er een keuze gemaakt worden ten aanzien van de wijze en snelheid waarmee de secundaire speeltoestellen en plekken opgeheven worden. Indien de toestellen via participatie kunnen worden onderhouden, kunnen ze blijven staan totdat ze aan vervanging toe zijn. Als er echter geen vrijwilligers zijn om de secundaire toestellen te onderhouden, zullen ze opgeheven moeten worden, c.q. ergens anders herplaatst worden om invulling te geven aan het basisnetwerk. Een voordeel van het langzaam verwijderen van speeltoestellen is dat deze langer ter beschikking van de doelgroep blijven. 65
67 Een nadeel is dat één of een enkel toestel dat niet uitgebreid onderhouden wordt een negatieve invloed kan hebben op het aanzicht van de openbare ruimte. Daarnaast is het in één keer verwijderen van de secundaire toestellen organisatorisch eenvoudiger en voorkomt dit dat er iedere keer opnieuw uitleg moet worden gegeven. Voorgesteld wordt om de secundaire speeltoestellen die niet onder participatie vallen op kort termijn (in één tot enkele jaren) te verwijderen. Wanneer de toestellen door het secundair worden van een plek verwijderd worden, is het erg belangrijk dat er een bespeelbare ruimte achterblijft die niet wordt gebruikt voor parkeren, siergroen of om honden uit te laten. Zeker in de buurten met een hoge kinderdichtheid is het van belang dat deze ruimten als informele speelruimte beschikbaar blijven. Ook moet indien van toepassing de locatie in het bestemmingsplan als speelplek aangewezen blijven om bij een toename van de doelgroep weer als speelplek ingericht te kunnen worden. Als dit in de voorlichting benadrukt wordt, zullen er bovendien minder bezwaren gemaakt worden bij het opheffen van een plek. 66
68 Rondom de jachthaven er is weinig voor kleine kinderen. meldingsformulier de pomp is altijd stuk rondgang 8. SPELEN IN RIDDERVELD 2 (WIJK 4) Uit de rondgangen blijkt dat de Eisenhouwerlaan en de Vaarsloot wijk 4 in drie gedeelten scheiden: Wijk 4 west Heuvelweg, Weteringpark en Ambachtenbuurt; Wijk 4 midden Herenweg en Horstenbuurt; Wijk 4 oost Burgenbuurt, Steinenbuurt en Paddenstoelenbuurt. Daarbij vormt het westelijk gedeelte voor de jeugd en de jongeren min of meer één gedeelte en zij worden daarom in aparte paragrafen beschreven. Voor het oostelijk gedeelte worden de jongeren in één paragraaf beschreven Spelen in westelijk Ridderveld 2 (wijk 4 west) De kinderen in de buurt Heuvelweg (wijk 4 west) Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat in de Marga Klompéstraat en de Marie Houtmanstraat nauwelijks kinderen wonen. Tussen de Marie Houtmanstraat en de watergang wonen iets meer dan 35 kinderen. Voor hen is het prima spelen in de autoloze straatjes voor de woningen. Er zijn in dit gedeelte aan de Marie Houtmanstraat [04.06], de J. Smitstraat [04.08] en de B. Perkstraat [04.09] eenvoudige speelplekjes met veel wipveren. Vooralsnog worden deze drie speelplekken als één gerekend en blijven ze ongewijzigd. Naar verwachting zal het aantal kinderen in dit gedeelte echter verder afnemen. Bij vervanging van de toestellen zal nagegaan moeten worden of het kinderaantal niet onder de 20 is gekomen. Als dit het geval is zullen de speelplekken secundair worden. Indien het kinderaantal in dit gedeelte van de buurt boven de 25 blijft, kan met de buurt overlegd worden of er niet beter één aantrekkelijke, gevarieerde speelplek kan komen in de groenstrook lang de J. de Bosch Kemperstraat. In het gedeelte tussen de watergang en de toegang van het buurtje bij de J. de Bosch Kemperstraat wonen circa 40 kinderen. Deze kinderen kunnen rondom het huis voldoende informele speelruimte vinden op de stoepen, in de steegjes en in de tuinen. Voorgesteld wordt om voor de kinderen de centrale plek aan de S. Groenewegstraat [04.16] te verbeteren. De eenvoudige plek aan de W. Druckerstraat [04.17] wordt dan als secundair aangewezen. Rondom de speelplek aan de J. de Bosch Kemperstraat [04.18] wonen nog geen 10 kinderen. Zij kunnen voldoende informele speelruimte vinden op de grasvelden en de straat. De speelplek wordt dan ook als secundair aangewezen. Verder kunnen de kinderen onder begeleiding gemakkelijk naar de waterspeelplek in het Weteringpark [04.05] De kinderen in de buurt Weteringpark (wijk 4 west) In het woonbuurtje in de buurt Weteringpark is voor de kinderen ruim voldoende informele speelruimte te vinden in de tuinen, de rustige straten en de veldjes. Er wonen hier verspreid nog geen 30 kinderen en naar verwachting zal dit aantal niet veel stijgen. Er kan dus niet ingegaan worden op het verzoek op een meldingsformulier om een speelplekje te realiseren. De kinderen kunnen onder begeleiding gemakkelijk naar de waterspeelplek in het Weteringpark [04.05] en naar andere voorzieningen in de omliggende buurten. 67
69 Bewoners vragen of parkeerplaatsen mogelijk zijn. meldingsformulier [04.10] we zijn al een tijd bezig geweest om het pleintje weer terug te krijgen. handtekeningen op gehaald iemand tegen was en rare verhalen in de buurt rond bazuinde en leugens verteld tegen de politie bij ons zoveel kinderen waarom gunt deze man het plezier van onze kids niet vragenformulier [04.20] De kinderen in de Ambachtenbuurt (wijk 4 west) Doordat er diverse autovrije en -luwe gedeelten zijn is het voor de kinderen in de Ambachtenbuurt goed mogelijk om dicht bij huis informele speelruimte te vinden. Op de enkele plekken waar weinig informele speelruimte aanwezig is, blijken ook weinig kinderen te wonen. Ook rond de speelplek aan de Bezembinder [04.13] wonen nauwelijks kinderen, nog geen vijf. Deze speelplek wordt dus als secundair aangewezen. De speelplek aan de Marketentster [04.11] en de Lijndraaier [04.14] hebben een functie voor circa 30 kinderen. Deze worden specifiek voor hen aangewezen. In het gedeelte tussen de Stoelmatter en de Zadelmaker wonen circa 35 kinderen. De voormalige speelplek aan de Poortwachter [04.10] ligt te ongunstig voor het grootste gedeelte van deze kinderen. Voorgesteld wordt om centraal een nieuwe speelplek nabij de Zadelmaker 123/Stoelmatter 170 voor deze kinderen te realiseren [Z 04.01]. In het gedeelte tussen de Klepperman en de Zadelmaker wonen meer dan 40 kinderen. Er ligt een speelplek aan de Klepperman [04.23], maar door de ligging tussen de woningen heeft deze een functie voor net iets meer dan 10 kinderen. Deze plek wordt dan ook als secundair aangewezen. De (voormalige) speelplek aan de Klepperman [04.20] ligt centraal. Voorgesteld wordt om deze locatie opnieuw in te richten voor kinderen. Daarmee wordt invulling gegeven aan de wensen zoals geuit in enkele vragenformulieren. Rondom de speelplek aan de Marketentster [04.21] wonen ruim 25 kinderen en deze wordt voor kinderen aangewezen. In diverse vragen- en meldingsformulieren wordt gevraagd de speelplek aan de Lijndraaier [04.22] te verbeteren voor kinderen. Aangezien hier bijna 40 kinderen omheen wonen, kan ingegaan worden op dit verzoek. Verder kunnen de kinderen onder begeleiding gemakkelijk naar de speelplek in het Weteringpark [04.05] De jeugd in Ridderveld 2 (wijk 4 west) Door de verscheidene (tussen)paden, de veldjes en pleintjes, de watergangen, het Weteringpark en de overige groenstroken is in de het weteringpark is het beste. waar iedereen mag komen, dus niet buurten Heuvelweg, Weteringpark en Ambachtenbuurt voldoende het park informele speelruimte voor de jeugd te vinden. Voor het voetballen het weteringpark is eigenlijk de zijn ze meer aangewezen op de basket- en voetbalveldjes. enige speelplek voor ons Gezien het aantal jeugdigen nu (bijna 400) moeten er vijf tot zeven ik kom elke dag in het park speelplekken zijn. De verwachting is dat het aantal jeugdigen tot circa 340 zal afnemen waarvoor er vier tot vijf speelplekken nodig zijn. meer dingen voor ouder dan 10 Voorgesteld wordt om met vier goed ingerichte speelplekken en rondgang (mede)gebruik van enkele, al dan niet eenvoudige, sportvelden invulling aan de normen te geven. In de huidige situatie staan er 5 toestellen die specifiek geschikt zijn voor de jeugd. Daarnaast staan er nog circa 10 toestellen voor hen die ze moeten delen met de kinderen. Deze staan dan ook nog eens op locaties die eigenlijk alleen geschikt zijn voor kinderen. Met de jongeren deelt de jeugd nog circa 10 sporttoestellen. graag een vast slagbalveld. rondgang [04.15] Uit de rondgangen kwam niet echt duidelijk naar voren of de jeugd nu liever het veld tussen Marketentster en de Zadelmaker [04.15] als goed ingerichte plek zouden willen hebben of juist het Weteringpark [04.01]. Daarbij speelde mee dat de scholen op zomerse dagen (zoals tijdens de rondgang) ook gebruikmaken van het veld [04.15] om te gymmen. 68
70 eventueel geschikt voor een soort voetbalkooi of iets dergelijks vragenformulier of het grasveld geasfalteerd kan worden om een klein skatepark te maken meldingsformulier Tjalk Voorgesteld wordt om in het Weteringpark [04.01] een aantrekkelijke speelplek te maken. Daarbij moet gekeken moeten worden of en hoe de Kalkovenweg beter oversteekbaar gemaakt kan worden. Als tweede plek kan het veld aan de Zadelmaker [04.15], bijvoorbeeld met een vast slagbalveld en enkele toestellen langs de rand, als speelplek voor de jeugd ingericht worden. Verder moet nagegaan worden of door het verplaatsen van de doelen, en daarmee de schietrichting, het aantal ballen dat op de weg komt verminderd kan worden. Als derde plek moet de speelplek aan de Wagenmaker [04.24] opnieuw worden ingericht voor de jeugd. De vierde plek voor de jeugd kan op het voetbalveld aan de Klompenmaker [04.30] gerealiseerd worden. Een andere optie is om met één of beide basisscholen een nieuwe openbare speelplek te realiseren in plaats van [04.24] en/of [04.30]. Verder kan de jeugd in het Weteringpark medegebruik maken van de (voorgenomen) voetbalkooi [04.02], het (te verbeteren) basketbalveld [4.03], (voorlopig nog) de skatebaan [04.04] en van het basketbalveld aan de Bezembinder [04.12]. Aan de J. de Bosch Kemperstraat ligt een basketbalveld [04.07] en een voetbalveld [04.19] en aan de Wagenmaker [04.25] een voetbalveldje, die door de ligging en grootte voornamelijk een functie hebben voor jeugd uit de buurt zelf. Voorgesteld wordt om deze drie plekken als eenvoudige (informele) speelruimte te handhaven. Aan de wens om bij de Tjalk een nieuwe speelplek te realiseren, kan dus niet worden voldaan De jongeren in Ridderveld 2 (wijk 4 west) Voor de huidige 565 jongeren moeten er gezien de normen vijf tot zes sport- en ontmoetingsplekken zijn. Het aantal zal naar verwachting afnemen tot circa 480 waarvoor vier tot vijf plekken noodzakelijk zijn. wanneer komt de voetbalkooi in Voorgesteld wordt om de (voorgenomen) voetbalkooi [04.02] bij het het Weteringpark er nou eens. Dit Weteringpark te realiseren. Samen met de overige voorzieningen vormt dit dan twee formele plekken. Verder kan het basketbalveld duurt mij te lang. Waar hikt het [04.03] verbeterd worden met zitaanleidingen. op? meldingsformulier juli 2005 Als derde plek kan het basketbalveldje aan de Bezembinder [04.12] worden verbeterd. Verder moeten er bij de speelplek aan de Klompenmaker [04.30] zitaanleidingen, met name aan de kant van de Eisenhouwerlaan, worden geplaatst. Er zijn enkele meldingen van jongeren die op plekjes voor kinderen rondhangen. Dit was ook een reden dat de speelplek aan de Klepperman niet heringericht werd voor kinderen. Dat jongeren op de speelplekken voor kinderen zitten, wijst op een tekort aan eigen (informele) ontmoetingsmogelijkheden. Volgens de norm voor informele ruimte moeten er elf Whats- Upplekken, zeven Stay-Aroundplekken en één No-Problemplek zijn. Het Weteringpark geeft invulling aan de No-Problemplek en twee Stay-Aroundplekken. De speelplekken [04.12] en [04.30] dien ook als een Stay-Aroundplek. De overige drie Stay-Aroundplekken moeten samen met de jongeren en de buurt worden ingevuld [M 04.01]. De Whats-Upplekken zijn verspreid over de buurten te vinden, bij de diverse bankjes en boven op de tunnel. 69
71 8.2. Spelen in midden Ridderveld 2 (wijk 4 midden) De kinderen in de buurt Herenweg (wijk 4 midden) In de buurt Herenweg wonen in de omgeving Lemelerberg/Pietersberg/Grebbeberg circa 40 kinderen. Doordat er enkele rustige staatjes en groenstroken zijn waar kinderen kunnen spelen, wordt voldaan aan de norm voor informele speelruimte. Rondom het speelplekje aan de Pietersberg 9-27 [04.28] wonen net 15 kinderen, rondom Pietersberg [04.29] nog geen 15. Naar verwachting zal het kinderaantal bij de speelplekken aan de Pietersberg langzaam afnemen. Voor de kinderen ligt de speelplek aan de Lemelerberg [04.26] eigenlijk wat decentraal. In dit gedeelte van de buurt zou één centrale aantrekkelijke speelplek voor kinderen ideaal zijn. In de buurt is echter geen ruimte om een dergelijke plek te realiseren, of er moet met de buurt tot overeenstemming komen om een speelplek midden in de Pietersberg te realiseren. De vraag is of hiervoor draagvlak is te vinden. Daarom wordt voorgesteld om de toestellen aan de Pietersberg [04.28] en [04.29] niet meer te vervangen en te komen tot één aantrekkelijke speelplek waar kinderen, al dan niet met begeleiding, naartoe kunnen. Hiervoor komt de speelplek aan de Lemelerberg [04.26] in aanmerking. In het gedeelte van de buurt Herenweg nabij het winkelcentrum wonen verspreid nog 24 kinderen. Rondom het winkelcentrum is niet veel informele speelruimte voor kinderen te vinden. De meeste kinderen wonen aan het Koningshof, waar net iets meer informele speelruimte is. Er wordt daardoor nog aan de norm voldaan. Mede gezien het verkeer is er eigenlijk geen plek waar meer dan 20 kinderen zelfstanding naartoe kunnen gaan. De speelplek aan het Tsarenhof/Koningshof [04.31] heeft daardoor voornamelijk een functie voor 10 kinderen. Voor ouders met kinderen is het circa 150 meter (anderhalve minuut) lopen om naar de speelplek aan de Schelfhorst/Binkhorst [04.37] te gaan. Voorgesteld wordt om de plek aan het Tsarenhof/Koningshof [04.31] als secundair aan te wijzen en de plek aan de Schelfhorst/Binkhorst [04.37] te verbeteren en beter bereikbaar te maken vanuit de Herenweg De kinderen in de Horstenbuurt (wijk 4 midden) De kinderen in de Horstenbuurt kunnen goed spelen in de rustige straatjes, op de veldjes, op de pleintjes en in de steegjes. een wipkip te vinden die achter Vanuit de omgeving Tarthorst (hogere huisnummers) en omgeving de bosjes staat en uit het zicht Magerhorst zijn diverse inspraakreacties gekomen waarin aangegeven werd dat er veel kinderen wonen, maar dat er nauwelijks ge- vragenformulier [04.41] schikte speelplekken zijn. De analyse van de statistische gegevens en de huidige situatie komen hiermee overeen. In de omgeving Tarthorst (lagere huisnummers) wonen meer dan 30 kinderen. Voor hen is de speelplek aan de Schelforst [04.37] goed te bereiken. organiseer een bijeenkomst waarbij de jongeren zelf kunnen aangeven wat ze met deze plekken zouden willen. nooit een antwoord op is gekomen. Deze kinderen/jongeren voelen zich ernstig in de steek gelaten. Luister eens naar ze! vragenformulier In de hogere nummers van de Tarthorst e.o. wonen ruim 20 kinderen en rondom de Magerhorst ruim 20. Voorgesteld wordt om voor hen een nieuwe speelplek nabij of op het schoolplein aan te leggen [Z 04.02]. Het verborgen plekje aan Schelfhorst [04.41] wordt hiermee secundair en de voormalige speelplekken aan de Wulverhorst [04.39] en de Tarthorst [04.40] worden niet heringericht. 70
72 In de omgeving van de Kraaienhorst en de Eikenhorst wonen nu ruim 60 kinderen. Naar verwachting zal dit aantal langzaam afnemen. De speelplek aan de Kraaienhorst [04.46] ligt dan het meest centraal en gunstig (in zicht) voor kinderen. Voorgesteld wordt om de speelplek aan de Kraaienhorst [04.46] te verbeteren als centrale (blijvende) speelplek voor kinderen. De komende zes jaar kan dan de speelplek aan de Eikenhorst [04.45] nog voor kinderen dienen, maar daarna hoeft de speelplek niet langer voor de kinderen ingericht te blijven. glijbaan bij gras niet geschikt om kleine kinderen alleen heen te laten gaan vragenformulier [04.45] In het gedeelte Lokhorst/Aalhorst wonen nu net iets meer dan 20 kinderen. Gezien de hoeveelheid informele speelruimte en de verwachting dat het aantal kinderen hier afneemt, hoeft hier geen nieuwe speelplek gerealiseerd te worden. Daar is een boom neergelegd, dat is slim gedaan want dan kost het geen toestel rondgang [04.36] Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat de helft van de kinderen (circa 160) binnen de ring Brinkhorst/Aalhorst/Broekhorst woont. Zij hebben twee speelplekken met in totaal ruim 10 toestellen waar ze (mede)gebruik van kunnen maken. Het is de verwachting dat het aantal kinderen in de loop van de jaren zal teruglopen, maar verspreid over dit gedeelte zullen er altijd toch wel 80 kinderen wonen. Voor kinderen is het park minder geschikt om speelplekken aan te leggen. Binnen deze ring wonen zowel in de noordwesthoek als de noordoosthoek ruim 30 kinderen. Voor hen kunnen de huidige speelplekken aan de Havixhorst [04.32] en [04.36] specifiek ingericht blijven. In de zuidwesthoek wonen bijna 40 kinderen en in de zuidoosthoek circa 50. Voorgesteld om in beide hoeken een speelplek te realiseren [Z 04.03] en [Z 04.04]. Er wordt dan meteen invulling gegeven aan de wens op een meldingsformulier om hier een speelplekje te realiseren De jeugd en de jongeren in Ridderveld 2 (wijk 4 midden) Tijdens de rondgang kwam duidelijk naar voren dat het park binnen de Havixhorst eigenlijk de belangrijkste speelplek is voor de jeugd uit zowel de Herenbuurt als de Horstenbuurt. Voetballen bij boom nu kantoren gebouwd en hebben het veld verpest. rondgang Basketbalpaal moet weer terug rondgang [04.35] Door de drie bedrijfscomplexen is de informele speelruimte voor de jeugd uit de buurt Herenweg afgenomen. Doordat er rustige straatjes en enkele groenstroken zijn waar de jeugd kan spelen, wordt nog voldaan aan de norm voor informele speelruimte. In het gedeelte nabij het winkelcentrum vindt de jeugd in en rondom de buurt voldoende informele speelruimte. In de Horstenbuurt is het voor de jeugd goed mogelijk om te spelen op de straten, in de groenstroken en in het park. Ook zijn er diverse veldjes en pleintjes waar ze een balletje kan trappen. Een groot probleem dat tijdens de rondgangen en uit vragenformulieren naar voren kwam, is de hondenpoep op de velden. Nagegaan moeten worden hoe dit verbeterd kan worden. Voor de circa 270 jeugdigen uit de Horstenbuurt (toenemend tot huidig kinderaantal van 330) en de ruim 70 jeugdigen uit de buurt Herenweg moeten er vijf speelplekken zijn. Voor de 85 jongeren in de Herenweg en 390 jongeren (afnemend) in de Horstenbuurt moeten er vier sport- en ontmoetingsplekken zijn. Voorgesteld wordt om een echt aantrekkelijke centrale speel- en sportplek voor jeugd en jongeren aan te leggen in het park Havixhorst/eiland [04.34] en [04.35]. In de buurten zelf komen dan vier aanvullende plekken voor jeugdigen en drie voor jongeren. 71
73 idee een speelkooi te plaatsen net zoals andere plekken in Gemeente Alphen aan den Rijn. [ 04.27] reactie via Witte Weekblad In de buurt Herenweg blijken op de speelplek aan de Lemelerberg [04.26] regelmatig jongeren te komen. Dit komt ook omdat er een basketbalveld naast ligt. De plek aan de Lemelerberg [04.26] is eigenlijk de enige geschikte locatie voor de circa 70 jeugdigen en 85 jongeren in de buurt Herenweg. Daarom wordt voorgesteld om in te gaan op het verzoek hier een voetbalkooi te realiseren op het bestaande asfalt [04.27]. Om voldoende zonering op deze beperkte locatie mogelijk te maken, moet voor de jongeren richting de dijk/het water nog een zitgelegenheid gerealiseerd worden. Hiermee wordt in de buurt invulling gegeven aan de norm voor informele speelruimte voor jongeren. In de Horstenbuurt bleek de speelplek aan de Schelforst [04.37] ook aantrekkingskracht te hebben op de jeugd. Voorgesteld wordt om deze speelplek met toestellen voor de jeugd te verbeteren. Verder moeten de voetbaldoelen op het grasveld ernaast [04.38] dichter bij elkaar geplaatst worden zodat de jeugd hier beter kan voetballen. Om voor de jeugd voldoende speel- en sportplekken te realiseren, moet het voetbalveld aan de Magerhorst/Schelfhorst [04.42] worden verbeterd en voor de jongeren het basketbalveld aan de Magerhorst [04.43] worden verbeterd. Uit het overleg met de wijkagent blijkt dat de jongeren nu regelmatig op de speelplek aan de Eikenhorst [04.45] zitten. Voorgesteld wordt om samen met deze groep jongeren een zitgelegenheid bij het voetbalveld aan de Eikenhorst [04.44] te realiseren zodat ze om te zitten niet meer op de speeltoestellen zijn aangewezen. De plek aan de Eikenhorst [04.45] kan dan verder verbeterd worden voor de jeugdigen. Er wordt met de voorstellen invulling gegeven aan het verzoek op een vragenformulier meer te doen voor kinderen vanaf 9 jaar. Volgens de norm voor informele ruimte moeten voor de jongeren in de Horstenbuurt één No-Problemplek, vier Stay-Aroundplekken en acht Whats-Up plekken zijn. Door het realiseren van de sportplek in het Havixhorst/eiland [04.34] wordt invulling gegeven aan een No- Problemplek en een Stay-Aroundplek. Verder dienen de sport- en ontmoetingsplekken [04.43] en [04.44] als Stay-Aroundplek. De Whats-Upplekken zijn verspreid over de buurten te vinden: de diverse bankjes, langs de Dijksloot en het winkelcentrum Spelen in oostelijk Ridderveld 2 (wijk 4 oost) De kinderen en jeugd in de Burgenbuurt (wijk 4 oost) Voor de kinderen is er in de hofjes, op de grasvelden en de rustige straten voldoende informele speelruimte te vinden. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat aan de Walenburg nog geen 5 kinderen wonen, een speelplek is daar dus niet noodzakelijk. Aan de Sterkenburg en de Sandenburg wonen in totaal ruim 50 kinderen. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat rondom de speelplek aan de Sandenburg [04.53] maar net iets meer dan 15 kinderen wonen en naar verwachting zal dit aantal verder afnemen. Deze speelplek [04.53] wordt dan ook als secundair aangewezen. De toestellen kunnen dan nog een tijdje blijven staan, maar worden niet meer vervangen. 72
74 Het was een leuk zonnig speeltuintje waar jonge peuters en kleuters gezellig konden spelen met en op het toen nog aanwezige speeltuinmeubilair. reactie via Witte Weekblad Bij de andere speelplek aan de Sandenburg [04.57] wonen meer dan 30 kinderen. Voorgesteld wordt om deze plek goed ingericht te houden voor kinderen, zodat deze ook een functie kan gaan krijgen als de speelplek [04.53] opgeheven is. Rondom de speelplek aan de Leeuwenburg [04.58] wonen net iets meer dan 15 kinderen en naar verwachting zal dit aantal verder afnemen. Deze speelplek wordt als secundair aangewezen. De toestellen kunnen dan nog een tijdje blijven staan, maar worden niet meer vervangen. In het gedeelte rondom de Engelenburg en de Doornenburg wonen in totaal circa 40 kinderen. Nergens in de buurt wonen zoveel kinderen bij elkaar dat de norm voor een speelplek wordt gehaald. Voorgesteld wordt om de speelplek aan de Doornenburg [04.55] als centrale speelplek voor kinderen goed ingericht te (onder)houden. De voormalige speelplek aan de Engelenburg [04.54] wordt niet heringericht. Uit de inspraakreacties kwam naar voren dat men ontevreden is over het groenonderhoud van de (voormalige) speelplekken. Het blijkt tot nu toe niet mogelijk om dit via participatie te verbeteren. Voorgesteld wordt om te kijken hoe het onderhoud verbeterd kan worden... willen graag eens praten over de mogelijkheden ter verbetering van speelgelegenheden in onze wijk. vragenformulier.door hangjongeren wat geluidsoverlast geeft. Graag andere bestemming voor het pleintje. meldingsformulier [04.50]. Veel hondepoep in de omgeving van de school, bij de sloot en op het grasveld. vragenformulier Voor de circa 100 jeugdigen is er in en rondom de Burgenbuurt voldoende informele speelruimte te vinden in de groenstroken, op de veldjes, langs de Dijksloot enzovoort. Voor het voetballen zijn er enkele pleintjes en trapvelden. Er moet voor de jeugdigen één goede speelplek zijn. Voorgesteld wordt om de speelplek aan de Doornenburg [04.55] voor hen te verbeteren. Zo mogelijk wordt hiervoor het schoolplein van de Vrije School in het basisnetwerk betrokken. Voor het voetballen kan de jeugd naar het trapveld aan de Doornenburg [04.56] en de voorgestelde voetbalkooi aan de Loevestein [04.48] De kinderen en jeugd in de Steinenbuurt (wijk 4 oost) In de Steinenbuurt kunnen de kinderen in de tussenpaden en tuinen, op de stoepen en grasveldjes voldoende informele speelruimte vinden. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat de ruim 80 kinderen redelijk gelijkmatig verspreid over de buurt wonen, vooral ten westen van de Batenstein. Met de speelplekken aan de Ravestein [04.50] en de Weerdestein [04.52] kan een goede dekking worden gerealiseerd. Daarvoor moeten deze plekken verbeterd worden en moet voor de jeugd/jongeren die op speelplek aan de Ravestein [04.50] hangen een andere locatie worden aangewezen. Voor de ruim 80 jeugdigen is er in en rondom de buurt voldoende informele speelruimte te vinden in de groenstroken, op de trapveldjes en op enkele pleintjes. In een inspraakreactie wordt aangegeven dat hondenpoep een probleem is voor het spelen. Nagegaan moet worden hoe hierin verbetering kan komen. Voor hen moet er één goede speelplek zijn. In de huidige situatie kunnen ze sporten op het veldje aan de Loevestein [04.48] en aan de Elzekrulzoom [04.61]. Voorgesteld wordt om de speelplek aan de Elzekrulzoom [04.61] te verbeteren met toestellen voor de jeugd (zie ook over de jeugd van de Paddestoelenbuurt paragraaf 8.3.3). Voor het (informeel) voetballen kunnen op het veld aan de Loevestein [04.47] twee eenvoudige voetbaldoelen herplaatst worden. 73
75 Bovenstaande voorstellen betekenen dat de voormalige speelplekken aan de Groenestein [04.49], [04.51] en de Elzekrulzoom [04.60] niet worden heringericht De kinderen en jeugd in de Paddestoelenbuurt (wijk 4 oost) In de Paddestoelenbuurt kunnen de kinderen doorgaans goed op De wijk bestaat uit een aantal kleine straat spelen. Er is dus voldoende informele speelruimte voor hen. In steekjes waar af en toe een auto rijdt. In een inspraakreactie wordt aandacht gevraagd voor de situatie in de deze steekjes spelen veel kleine kinderen. Morielje. In deze straat is minder informele speelruimte aanwezig dan buurtenquête in andere delen van de buurt, doordat er harder en meer wordt gereden en meer geparkeerd. Voorgesteld wordt om na te gaan of/hoe het parkeren en de verkeerssituatie verbeterd kan worden [M 04.04]. ieder blok heeft eigen speeltuin, hier kunnen we niet overeenstemming krijgen over m.n. onderhoud, hierdoor is het niet aantrekkelijk om te spelen. er is te veel verscheidenheid in bewoners, ouderen, leefdtijden van kinderen lopen te ver uiteen vragenformulier Eekhoorntjesbrood Aan de Houtzwam bij het mini speeltuintje wordt volop geparkeerd wat niet mag. (woonerf). buurtenquête wie is aansprakelijk bij ongelukken als er gedoogd wordt? inspraakreactie Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat in het gedeelte rond de Koraalzwam ruim 45 kinderen wonen. In diverse buurtenquêtes werd aangegeven dat men liever één centrale plek voor kinderen zou hebben op het veld in het midden van de buurt. Voorgesteld wordt om hierop in te gaan door de speelplek aan de Houtzwam [04.62] om te vormen tot een aantrekkelijke speelplek voor kinderen. De speelplek aan de Koraalzwam [04.65] wordt dan als secundair aangewezen en de voormalige speelplekken [04.63] en [04.64] niet heringericht. In het gedeelte rondom rond de Honingzwam wonen 50 kinderen, voornamelijk ten westen van de Morielje. In dit gedeelte zijn twee eenvoudige speelplekjes aanwezig die niet voldoen aan de norm voor formele speelruimte. Indien er een ruimte is waar één centrale buurtspeelplek kan worden gerealiseerd, dan heeft dit de voorkeur. Voorgesteld wordt om na te gaan of de buurt en de school Het Spectrum [Z 04.05] positief tegenover het idee staan om een gedeelte van het schoolplein tot een speelplek voor kinderen om te vormen. De speelplekken aan de Dennevlam [04.68] en de Koningsmantel [04.69] worden dan secundair. Indien dit niet mogelijk blijkt, moeten er verspreid over dit gedeelte van de buurt op verscheidene plekken in de buurt enkele toestellen voor kinderen worden geplaatst. In dat geval kan tegemoetgekomen worden aan een inspraakreactie om ook in de Morielje een toestel te plaatsen. In de Morielje wonen echter nog geen 5 kinderen. Bij een centrale plek kan voor hen geen specifieke speelplek worden gerealiseerd c.q. de voormalige speelplek hier [04.70] wordt dan niet heringericht. De voormalige speelplek aan de Stuifzwam [04.67] wordt ook niet heringericht. De ruim 40 kinderen die rond het Eekhoorntjesbrood wonen hebben veel informele speelruimte voorhanden, maar geen speelplek. Voorgesteld wordt om in overleg met de buurt hier een centrale speelplek te realiseren [Z 04.06]. Het zou goed zijn wat meer ruimte te ontwikkelen voor oudere jeugd zodat zij niet op de speeltoestellen voor de jongere kinderen hoeven te gaan zitten. buurtenquête Rondom de Aardster wonen ruim 30 kinderen, voor wie de speelplek [04.59] goed kan voorzien. 74
76 16-18 jaar is niets voor en worden daardoor baldadig en maken spullen voor de kinderen stuk buurtenquête De enige gebruikers zijn jongeren, zij hangen daar wat rond en laten flink wat afval achter. reactie via Witte Weekblad Voor de jeugdigen is er in de Paddestoelenbuurt niet veel groen om in te spelen. Rond de buurt ligt een groenstrook en er zijn wat pleintjes waar ze voetballen. Voor de ruim 200 jeugdigen zijn er weinig voorzieningen aanwezig; er staat een enkel duikelrek, een evenwichtsbalk en een basketbalpaal. Gezien de normen moeten er twee tot drie speelplekken zijn. Omdat het aantal jeugdigen afneemt, wordt uitgegaan van twee goed ingerichte speelplekken. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat meer dan de helft van de jeugd in het gedeelte rondom de Honingzwam woont. Hier is echter geen ruimte om een goede speelplek te maken. Daarom wordt voorgesteld om het voetbalveld aan de Elzekrulzoom [04.61] en het basketbalveld aan het Elfenbankje [04.66] met toestellen en speelaanleidingen voor de jeugd te verbeteren De jongeren in Ridderveld 2 (wijk 4 oost) Er zijn diverse inspraakreacties waaruit blijkt dat de jongeren plekken zoeken om bij elkaar te komen. Voor de ruim 480 jongeren moeten er gezien de normen vier tot vijf sport- en ontmoetingsplekken zijn. Het aantal zal naar verwachting afnemen waardoor vier plekken noodzakelijk zijn. Gezien de verdeling van jongeren over de buurt wordt voorgesteld om de speelplek aan de Doornenburg [04.56] te verbeteren voor jongeren, op de bestaande verharding aan de Loevestein een voetbalkooi te realiseren [04.48], zit- en ontmoetingsaanleidingen aan te brengen tussen het water en het trapveld aan de Elzekrulzoom [04.61], en zit- en ontmoetingsaanleidingen aan te brengen op het basketbalveld aan het Elfenbankje [04.66]. Volgens de norm voor informele ruimte moeten er één No- Problemplek, vijf Stay-Aroundplekken en tien Whats-Upplekken zijn. De voetbalkooi [04.48] kan invulling geven aan de No-Problemplek. De speelplekken [04.56] en [04.61] dienen ook als een Stay-Aroundplek. De overige drie Stay-Aroundplekken moeten samen met de jongeren en de buurten worden ingevuld [M 04.02], [M 04.03] en [M 04.05]. De Whats-Upplekken zijn verspreid over de buurten te vinden: de bankjes en langs de Dijksloot. 75
77 rustig zitten 9. SPELEN IN RIDDERVELD 1 EN HEIMANSWETERING (WIJK 3) 9.1. De speelruimte op de bedrijfsterreinen Onder deze wijk vallen ook de kinderen die op de bedrijfsterrein en wonen in de Heimanswetering, de Nuovaweg, De Heul en Rijnoord. In deze buurten hoeven gezien de kleine kinderaantallen geen speelplekken aanwezig te zijn De speelruimte in de buurt Ericapark In de buurt Ericapark is er voor de kinderen net voldoende informele speelruimte te vinden op de parkeerpleinen, de veldjes en dergelijke. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat aan de weg Ericapark geen kinderen wonen. Rondom de speelplek aan de Lupinesingel [03.52] wonen net iets meer dan 20 kinderen. Voorgesteld wordt om in te gaan op het verzoek op een meldingsformulier om de plek op te knappen. De inrichting kan eenvoudig blijven omdat naar verwachting het aantal kinderen hier verder zal afnemen. Aan de Wederikstraat wonen nog geen 15 kinderen en aan de Lupinesingel, huisnummers hoger dan 484, wonen 11 kinderen. Gezien de norm voor formele speelruimte hoeft er voor deze straten geen eigen speelplek te zijn. De meeste van de kinderen aan de Wederikstraat wonen op de even nummers, het dichtst bij de speelplek aan de Lupinesingel [03.58]. Voorgesteld wordt om deze speelplek als centrale speelplek voor dit gedeelte van de buurt aan te wijzen en de speelplek aan de Wederikstraat [03.54] als secundair. Voor de jeugdigen in de buurt Ericapark is er voldoende informele speelruimte te vinden in de groenstroken, op de grasvelden, in het Zegerslootgebied enzovoort. Er hoeft voor de circa 40 jeugdigen gezien de norm voor formele speelruimte geen specifieke speelplek te zijn. Wel kunnen de schommel en tennistafel op de speelplek aan de Lupinesingel [03.58] en de basketbalpaal op speelplek aan Wederikstraat [03.55] mede voor hen blijven staan. Ook het huidig aantal jongeren in de buurt Ericapark haalt de norm voor een speelplek niet en zal naar verwachting de komende jaren verder afnemen. Voorgesteld wordt om het basketbalveld aan de Lupinesingel [03.50] eenvoudig ingericht te houden als basissportvoorziening voor jeugd en jongeren. Deze plek kan dan ook invulling geven aan de Whats-Upplek die er in de buurt moet zijn. De fundatie langs de Dijksloot is een Stay- Aroundplek. Er kan dan ook niet ingegaan worden op het verzoek om deze weg te halen. De voormalige speelplekken aan de Lupinesingel [03.51] en de Wederikstraat [03.56] en [03.57] worden niet heringericht De speelruimte in de Weidebloemenbuurt In de hofjes, op de tussenpaden en de grasveldjes kunnen de kinderen voldoende informele speelruimte vinden. Op één buurtenquête Met ali speele in de boom is leuk Ik vint spriktouwen leuk werd aangegeven dat er niet zoveel bewoners met jonge kinderen buurtplattegrond wonen, op een andere buurtenquête uit hetzelfde gedeelte werd aangegeven er wonen veel gezinnen met kinderen in alle leeftijden. De ene buurtenquête spreekt over zijn de speelplekken niet toereikend, de andere over wel goed, de speelplekken. Uit de buurtenquête blijkt dat de (speelplek bij de) kinderboerderij een functie vervult. 76
78 meestal gaan ze naar de kinderboerderij met de kinderen buurtenquête spelen veel overlast voetballende jarigen. buurtenquête Groot probleem: de prikkelbosjes, de bal gaat lek en als je er in valt. rondgang.. met gemeente in overleg over voetbalkooi Inventarisatieonderzoek VVD Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat er meer dan 40 kinderen aan de Akkerwinde en Zeewinde wonen. Voorgesteld wordt om voor hen het gras rondom de speelplek aan de Akkerwinde [03.72] beter bespeelbaar te maken met speelaanleidingen en groen. Hoewel het aantal kinderen aan de Boterbloem even lijkt toe te nemen, wonen er maar net 15 kinderen. Gezien de hoeveelheid informele speelruimte wordt de norm (circa 20) nog niet gehaald en kan er voor hen geen eigen speelplek aangelegd worden. Aan het Grashof wonen ruim 20 kinderen, aan het Helmhof bijna 10 en aan het Klaverhof nog 2. Voor hen ligt de speelplek aan de Grashof [03.71] het meest centraal. Voorgesteld wordt om deze speelplek te verbeteren en de speelplek aan de Klaverhof [03.69] als secundair aan te wijzen. In het gedeelte omsloten door de Korenbloemweg - Boterbloemweg Pinksterbloemweg Veldbloemweg wonen de circa 100 kinderen redelijk gelijkmatig verspreid, met uitzondering van de Kamillestraat. Met de speelplekken aan de Bremstraat [03.61], de Klaproosstraat [03.64], de Hoefbladstraat [03.65] en de Wikkestraat [03.68] kan een goede spreiding worden bereikt. Voor de jeugd in de Weidebloemenbuurt zijn verspreid over de buurt plekken vinden om hutten te bouwen en even te voetballen, hoewel buurtbewoners daar wel eens wat overlast van ervaren. Ook kunnen de meer avontuurlijke jeugdigen redelijk gemakkelijk naar het Zegerslootgebied om hutten te bouwen, te fietsen, varen, vissen enzovoort. Gezien de hoeveelheid informele speelruimte kan met twee goed ingerichte speelplekken voor de jeugd volstaan worden. In de huidige situatie staan er op enkele speelplekken nog enkele toestellen gericht op de jeugd; een echte eigen plek hebben ze niet. Voorgesteld wordt om de centraal gelegen (huidige lege) speelplek aan de Klaproosstraat [03.67] tot een aantrekkelijke speelplek voor de jeugd om te vormen. Verder kan de jeugd nog (mede)gebruik maken van de sportveldjes aan de Korenbloemweg [03.60], het Klaverhof [03.70] en de Akkerwinde [03.73]. Het aantal van 290 jongeren in de Weidebloemenbuurt zal naar verwachting de komende iets afnemen. Er zal daarom uitgegaan worden van twee sport- en ontmoetingsplekken. Volgens de norm voor informele ruimte moeten er drie Stay-Around plekken en zes Whats- Upplekken zijn. De Whats-Upplekken zijn verspreid over de buurt te vinden op bankjes, bij bruggetjes enzovoort. Er is eigenlijk geen enkele aantrekkelijke sport- en ontmoetingsplek in deze buurt, wel zijn de voorzieningen in het Zegerslootgebied [08.01] en [08.04] goed bereikbaar. Voorgesteld wordt om de centrale plek naast de Klaproosstraat [03.67] voor jongeren te verbeteren in samenhang met de verbetering voor de jeugd. Daarbij kan het voetbalgedeelte in bijvoorbeeld kunstgras uitgevoerd worden. Er wordt dus gedeeltelijk ingegaan op het verzoek om in de Weidebloemenbuurt een voetbalkooi te realiseren. Door het voetbalveld aan de Akkerwinde [03.73] als Stay-Aroundplek te verbeteren, kan verder invulling gegeven worden aan de norm voor (in)formele speelruimte. 77
79 voor de aller kleinste kinderen...voldoet voor ouders met kinderen tot ca. 6 jaar buurtenquête [03.09] De voormalige speelplekken aan de Klaproosstraat [03.62], de Hoefbladstraat [03.63] en de Bremstraat [03.66] worden niet heringericht en de plekken aan de Korenbloemweg [03.60] en het Klaverhof [03.70] worden als secundair aangewezen De speelruimte in de Stromenbuurt De Stromenbuurt is rijk aan informele speelruimte voor kinderen en jeugd doordat er veel pleintjes, tussenpaden en groenstroken zijn. Ook parkeren en rijden de auto s deels buiten de leefruimte. Voor de ruim 20 kinderen aan de Lauwers kan speelplek [03.01] goed voorzien. In een buurtenquête wordt aangegeven dat er onderhoud aan de toestellen nodig is en dat er een plek voor de jeugd zou moeten komen. Aangezien er hier 30 jeugdigen wonen, wordt de norm voor een eigen speelplek (bij ruime informele speelruimte circa 60) niet gehaald. voldoende: nee, achter Vliestroomflat oneven e.e.a. nodig. [03.12] Inventarisatieonderzoek VVD buurtplattegrond er is behoefte aan volwaardige speelplaats voor kinderen van 2 12 jaar Inventarisatieonderzoek VVD.. weg gestuurd door seniore bewoners. buurtenquête Voor de circa 20 kinderen aan de Stortemelk kan de speelplek [03.09] nog voorzien. Aangezien het goed mogelijk is dat in de toekomst het aantal kinderen afneemt, moet bij grote onderhouds- of vervangingskosten nagegaan worden of aan de Stortemelk nog 15 kinderen wonen. Rondom de speelplek aan de Vliestroom [03.10] wonen bijna 50 kinderen, rondom het Marsdiep [03.12] wonen ruim 30 kinderen. Deze plekken kunnen iets uitgebreider ingericht worden. Er kan invulling gegeven worden aan opmerkingen in het Inventarisatieonderzoek van de VVD-fractie. Gezien de ligging heeft de (uitgebreide) speelplek aan de Wielingen [03.07] een functie voor slechts 7 kinderen en 13 jeugdigen. Deze plek wordt als secundair aangewezen. In het gedeelte Grevelingen/Krammer/Volkerak/Haringvliet wonen bijna 70 kinderen. Zij hebben de beschikking over één speelplek aan de Krammer [03.06]. Gezien dit kinderaantal bij ruime hoeveelheid informele speelruimte zouden er ten minste twee tot drie goed gespreide speelplekken voor kinderen moeten zijn. Het is echter de verwachting dat, voordat die twee nieuwe plekken zijn gerealiseerd, het kinderaantal weer is afgenomen. Daarom wordt voorgesteld om de centraal gelegen speelplek aan de Krammer [03.06] als uitgebreide buurtspeelplek voor kinderen in te richten. Daarvoor dient de plek uitgebreid te worden. De omliggende ruimte kan van speelaanleidingen worden voorzien en het groen moet meer open gemaakt worden, zodat ook ouders uit de andere straten de plek beter kunnen vinden. Uit de inspraakreacties en meldingen valt op dat er op verschillende plaatsen een tekort aan voetbalmogelijkheden voor in het bijzonder de jeugd wordt ervaren, ook nu er een voetbalkooi is. Verspreid over de buurt moeten voor de circa 200 jeugdigen twee tot drie uitgebreide speelplekken aanwezig zijn. In de huidige situatie hebben de jeugdigen eigenlijk alleen twee voetbaldoeltjes op het gras [03.05], een verhard veldje met een basketbalpaal zonder bord of basket [03.04], een tafeltennistafel en een schommel op decentraal gelegen plek [03.07] en een voetbalkooi [03.11] die ze moeten delen met jongeren. Echt leuke speeltoestellen voor hen zijn er nauwelijks in de buurt. 78
80 Voorgesteld wordt om invulling te geven aan de normen voor formele speelruimte door een nieuwe speelplek c.q. zone te realiseren bij het Borndieppad [Z 03.01]. Om verder te voorzien in de behoefte aan voetbalmogelijkheid en om te voorkomen dat de jeugd constant wordt weggestuurd, kunnen met eenvoudige doelpalen de voormalige plekken aan de Lauwers [03.03] en de Stortemelk [03.08] als informele speelruimte versterkt worden. Het sporten op de plekken aan de Grevelingen [03.04] en [03.05] kan met eenvoudige maatregelen voor de jeugd aantrekkelijker worden gemaakt. Voor speelplek [03.04] is onlangs na een overleg met omwonenden gekozen voor het aanbrengen van een volleybalnet. Voor de jeugd zou er nog wel iets meer mogen komen, bijvoorbeeld een tennistafel of minidoeltjes. Voor de bijna 270 jongeren in de Stromenbuurt moeten er twee sporten ontmoetingsplekken zijn. De voetbalkooi aan de Vliestroom / Marsdiep Basisschool [03.11] is daarvoor een belangrijke plek. Deze kan ook als een van de drie noodzakelijke Stay-Aroundplekken dienen. Om verder te voldoen aan de normen moet er een nieuwe sport- en ontmoetingsplek voor de buurt worden gerealiseerd, mogelijk gezamenlijk met het voortgezet onderwijs. Deze kan dan ook als Stay- Aroundplek [Z 03.02] dienen. Daarnaast moet met de jongeren nog een locatie gevonden worden voor een Stay-Aroundplek, bijvoorbeeld bij de ingang van de buurt. De voormalige speelplek aan de [03.02] wordt niet heringericht De speelruimte in de buurt Groenoord Voor de circa 40 kinderen in de buurt Groenoord is er voldoende informele speelruimte te vinden op de straten en in de plantsoenen. Het blijkt dat de meeste kinderen (circa 20) in het middengedeelte met de oneven huisnummers wonen. De speelplek Groenoord [03.13] ligt centraal, dus deze wordt als basisvoorziening voor de buurt aangewezen. Omdat naar verwachting het kinderaantal in dit gedeelte van de buurt zal afnemen, kan worden overwogen om bij de herinrichting van het schoolplein [Z 03.03] hier een basisvoorziening voor de kinderen van de hele buurt te realiseren. Als er een hek komt om de school dan is er eigenlijk niets meer te doen. grootste probleem: oude mensen die zeuren. rondgang Tijdens de rondgang bleek dat de iets oudere jeugdigen door de hele buurt kunnen en mogen komen en alle steegjes en tussendoorgangen kennen. Een echte eigen leuke speelplek hebben de 62 jeugdigen eigenlijk niet. In verband met de uitbreiding van de J.P Sweelinckschool is het plein niet meer beschikbaar en wordt er over een hek rond het plein gesproken. Aangezien de jeugd in de buurt Groenoord ook een eigen speelplek moet hebben, wordt voorgesteld om het schoolplein toch zodanig te ontwerpen dat dit in het openbare speelvoorzieningenniveau wordt betrokken [Z 03.03)]. Voor een goed ontwerp moet ook buiten de huidige grenzen van het plein gedacht worden, dus ook de groenstroken en eventueel de stoep worden erbij betrekken. Verder kunnen door een doordacht ontwerp eventuele problemen zoals ballen op het dak en gebruik door jongeren voorkomen worden. 79
81 buurtplattegrond De parkeerplaatsen hebben altijd een grote aantrekkingskracht op voetballertjes (6-11 jr) en dat wekt vaak irritatie De verkeerssituatie bij de montessorischool is onveilig als de kinderen massaal worden gebracht en gehaald. buurtenquête De diverse buurtplattegronden en tekeningen geven een goed beeld van de toestellen en inrichting zoals de kinderen graag willen. Verder ligt er nog een grasveldje in Groenoord [03.14]. Voorgesteld wordt om met een eenvoudig voetbaldoel de jeugd de ruimte te geven om ergens in hun eigen buurt te kunnen voetballen. Voor de ruim 80 jongeren in de buurt Groenoord hoeft er geen specifieke sport- en ontmoetingsplek te zijn. Wel moet er een Stay- Aroundplek zijn. Onder de brug blijkt al een dergelijke plek te zijn, mede doordat daar nu een lamp aanwezig is. Verder zijn er in de buurt genoeg Whats-Upplekken te vinden De speelruimte in de buurt Preludeweg Tussen de flats, op de pleintjes, in de rustige straten en op de paden is voor de kinderen en de jeugd voldoende informele speelruimte te vinden. Uit het veldbezoek en de buurtenquête blijkt dat de speelplek aan de Serenadestraat [03.16] de meeste aantrekkingskracht heeft. Dit komt waarschijnlijk ook doordat de andere speelplekken summier zijn ingericht. Voor de speelplek aan de Preludeweg [03.19] liggen vergevorderde plannen tot vernieuwing. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat: o de meeste kinderen in het zuidelijk deel van de buurt wonen; o rondom de speelplek aan de Serenadestraat [03.16] iets meer dan 15 kinderen wonen; o in geen van de flats zoveel kinderen wonen dat de norm voor een speelplek (circa 20) wordt gehaald. Flat Kinderen Jeugd A 10 7 B 12 4 C 6 4 D 3 3 E 9 10 F 9 1 Er is genoeg ruimte in de buurt om te spelen, maar de kinderen moeten wel de preludeweg oversteken om op de meest populaire plek te komen. [03.16] buurtenquête Voorgesteld wordt om de speelplek aan de Preludeweg [03.19] te vernieuwen als centrale speelplek voor kinderen. Verder moet gekeken worden of de verkeerssituatie van de Preludeweg verbeterd kan worden. Het aantal kinderen rondom de speelplek aan de Serenadestraat [03.16] zal naar verwachting verder afnemen. Vooralsnog kan deze speelplek ingericht blijven, maar over circa vijf jaar wonen hier waarschijnlijk minder dan 15 kinderen. Deze speelplek wordt daarom als secundair aangewezen, waarbij de speeltoestellen nog wel een aantal jaren moeten blijven staan. Rondom de speelplek aan de Concertweg [03.15] wonen nog geen 10 kinderen. De plek [] blijkt ook beperkt gebruikt te worden. Deze twee plekken worden als secundair aangewezen. Rondom de speelplek aan de Cantatestraat - Zwembad [03.20] wonen 6 kinderen (Nocturnepad=0, Cantatestraat=1, Serenadestraat=5). Deze plek wordt als secundair aangewezen. Wel is het zwembad (in buurtbeheer) een goed voorbeeld van hoe informele speelruimte samen met de buurt kan worden ingevuld. De circa 80 jeugdigen kunnen (mede)gebruik maken van het voetbalveld [03.17] en het basketbalveld [03.18] aan de Cantatestraat. Een echte speelplek met toestellen als schommels en klimrekken is er niet. Voorgesteld wordt om de speelplek [03.17] voor de jeugd te verbeteren en zo mogelijk het schoolplein hierin te betrekken. 80
82 Voor de circa 100 jongeren in de buurt Preludeweg kan het basketbalveld Cantatestraat [03.18] verbeterd worden. Dit dient dan gelijk als een Stay-Aroundplek. In de buurt zijn voldoende Whats-Upplekken te vinden De speelruimte in de Componistenbuurt Door de opbouw van de buurt met grasveldjes, groenstroken, tussenpaden en dergelijke is er voldoende informele speelruimte voor kinde-..spelen de kinderen veel op de grasveldjes, die helaas sterk vervuild zijn door hondenpoep. Er komen veel mensen uit omliggende hele buurt te kunnen komen, hutten te bouwen en boompje te klimren en jeugd te vinden. Tijdens de rondgang bleek de jeugd door de wijken hun hond uitlaten in deze wijk, omdat die hier makkelijk los kan lopen. men. Wel staat deze informele speelruimte onder druk door de honden. Voorgesteld wordt om hier het hondenpoepbeleid beter te handhaven. in onze wijk wordt veel gespeeld op de De speelplek aan het Vivaldihof [03.22] heeft een functie voor circa voetpaden/fietspaden die door de wijk 15 kinderen uit het Bartokhof, 10 uit het Vivaldihof en 5 uit het Verdihof. Daarnaast is de plek nog bereikbaar voor de 15 wat oudere kin- lopen, kinderen in basisschoolleeftijd op allerlei voertuigen rijden hier rondjes rond deren uit de Schuberthof en de 5 kinderen (al dan niet onder begeleiding) vanuit het Pijperhof. Voorgesteld wordt om deze plek te ver- de huizen. reactie via Witte Weekblad beteren als centrale speelplek. klimmen!. ruimte zat voor de kinderen om op de schoolpleintjes te spelen. Helaas is dit onmogelijk daar er "hoge" hekken omheen staan/komen. reactie via Witte Weekblad Nabij de speelplek Pijperhof [03.24] en het Obrechthof [03.29] wonen 5 kinderen en deze worden als secundair aangewezen. Nabij de voormalige speelplek aan het Sweelinckplein [03.23] wonen inmiddels helemaal geen kinderen meer en deze wordt dus niet opnieuw ingericht. Aan het Rossinihof en Donizettihof wonen samen bijna 30 kinderen. Voorgesteld wordt om voor hen centraal een nieuwe plek [Z 03.04] te realiseren waarvan de kinderen uit de Obrechthof (2) en het Valeriusplein (2) al dan niet onder begeleiding naar toe kunnen. Door als derde speelplek het Händelhof [03.27] voor kinderen aan te wijzen (te verbeteren) kan een goede duurzame spreiding van speelplekken bereikt worden. Rondom de speelplek aan de Fideliohof/Rigolettohof [03.37] wonen iets minder dan 20 kinderen. Omdat het de verwachting is dat het kinderaantal hier de komende paar jaar af zal nemen, wordt de plek als secundair aangewezen. De toestellen kunnen nog een paar jaar blijven staan. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat aan het Carmenplein 1 kind woont, aan het Valeriusplein 2 en aan het Aïdaplein 12 kinderen wonen. Dit betekent dat de speelplekken aan het Carmenplein [03.38] en het Aïdaplein [03.53] als secundair moeten worden aangewezen. Dit sluit enerzijds aan bij wensen geuit op meldings en vragenformulieren om de plek aan het Carmenplein [03.38] op te heffen. Anderzijds werd tijdens een bewonersavond gesteld dat de plek aan het Carmenplein [03.38] zou moeten blijven. Wellicht is dit te verklaren uit het feit dat de speelplek nu veel gebruikt wordt door jongeren waarop de mensen vanuit het Carmenplein het meeste zicht hebben, maar dat de kinderen (belanghebbenden) juist aan het Aïdaplein wonen. Hoewel er veel informele speelruimte voor de jeugd is, wordt niet echt aan de normen voldaan met één basketbalbaal [03.21], twee voetbaldoelen op drie plekken [03.25], [03.26], [03.28] en enkele verspreid staande toestellen (klimtoestel, draaitoestel, duikelrek) op verschillende speelplekjes die een uitstraling voor kinderen hebben. Gezien het kinderaantal moeten er twee aantrekkelijke speelplekken voor de jeugd zijn. 81
83 Voldoende: Nee, er is niets voor oudere jeugd.. wordt regelmatig bezocht door rokende en dealende jeugd [03.38] Inventarisatieonderzoek VVD Doordat twee schoolpleinen afgesloten zijn en één zal worden afgesloten, blijft er weinig echte aantrekkelijke speelruimte over. Voorgesteld wordt om in de groenstrook samen met één of meerdere scholen een aantrekkelijke formele speelplek te realiseren [Z 03.05], desnoods met sleutelbeheer zodat de speelplek ook s avonds en in de weekenden open kan zijn. Dan kunnen de sportvoorzieningen aan het Vivaldihof [03.21], het Händelhof [03.28], het Liszthof [03.25] en [03.26] (mede) voor de jeugd geschikt blijven. Ik vermoed dat er te weinig plekken zijn voor opgroeiende jeugd en jongeren in onze wijk. Eerst hingen ze rond bij het kinderdagverblijf toen daar een hek voor kwam verplaatsten ze zich naar de fietsenstalling en bij mooi weer op de kinderspeelveldje. Het bankje dat bij het speelveldje van het Startblok stond heeft het moeten ontgelden en er ligt regelmatig rotzooi op het speelveldje (zoals de glasscherven). Een eigen plek in onze wijk waar ze droog kunnen staan bij regen zou prima zijn. reactie via Witte Weekblad Wij denken daarbij niet zozeer aan toestellen maar gewoon aan RUIMTE waar kinderen hun spel kunnen spelen, bijv. verstoppertje, speeltentjes opzetten Dat is namelijk waar het in onze buurt straks aan ontbreekt. reactie via Witte Weekblad bal afgepakt door een mevrouw en pas terug als ie jarig was. Voor de bijna 200 jongeren in de Componistenbuurt moeten twee sport- en ontmoetingsplekken zijn. Verder moeten er voor de informele ontmoetingsmogelijkheden twee Stay-Aroundplekken en vier Whats-Upplekken zijn. De Whats-Upplekken zijn aanwezig, ingerichte sport- en ontmoetingsplekken niet echt. Voorgesteld wordt om de plekken aan de Liszthof [03.25] en de Händelhof [03.28] voor jongeren te verbeteren. Uit de gesprekken met de Jongerenraad en de wijkagenten kwam naar voren dat er een groep jongeren nabij de school aan het Vivaldihof verblijft (Stay-Aroundplek) zonder dat ze overlast veroorzaakt. Nu de school achter de hekken gaat, dreigt ook de ontmoetingsmogelijkheid voor hen te verdwijnen. Voorgesteld wordt om met de jongeren en de school te kijken of er mogelijkheden zijn om hierin nog wat te wijzigen of een geschikte andere Stay-Around plek te realiseren [M 03.01] eventueel gecombineerd met het zoekgebied [Z 03.05] De speelruimte in de Planetenbuurt In de hofjes kunnen de kinderen voldoende informele speelruimte vinden. Rondom de parkeerpleinen en drukkere straten kan een kind van vier niet gemakkelijk alleen op straat spelen. De kinderdichtheid in deze gedeelten is daarbij redelijk hoog. Bij reconstructies van de buurt moet gekeken worden of de informele bespeelbaarheid verbeterd kan worden. Door de matige informele bespeelbaarheid van de buurt zijn speelplekken voor kinderen, die goed geïntegreerd zijn met de openbare ruimte van belang. Rondom de verschillende speelplekken wonen over het algemeen veel kinderen: Venusplein [03.43] ruim 70 Herculesstraat [03.31] ruim 40 Argoplein/Argostraat [03.35] ruim 40 Plutoplein [03.36] circa 40 Orionstraat [03.39] ruim 20 Ceresstraat [03.33] circa 20 Voorgesteld wordt om deze plekken goed ingericht te houden voor kinderen en te verbeteren met speelaanleidingen. Rondom de speelplek aan de Poolsterstraat [03.40] wonen minder dan 15 kinderen en deze moet dan ook als secundair worden aangewezen. Er kan dus niet ingegaan worden op de oproep in het Inventarisatieonderzoek van de VVD waarin staat: er zijn genoeg kinderen in de flat. In de omgeving van de Vestastraat wonen bijna 30 kinderen. In een inspraakreactie (via Witte Weekblad) wordt verzocht om een deel van het Kom erbij terrein geschikt te maken voor spelen, zonder specifieke toestellen. Voorgesteld wordt om hierop in te gaan [M 03.02] en daarnaast de speelplek aan de Herculesstraat [03.31] beter bereikbaar te maken vanuit de Pallasstraat. 82
84 dit hek volgt exact de officiële terreingrenzen waardoor de speelruimte versnipperd raakt. reactie via Witte Weekblad niet voetballen in de speeltuin, oude vrouw uit Plutostraat nr x pakt de bal af. niet voetballen want in de kooi zijn grote jongens. rondgang Tijdens de rondgang konden de jeugdigen enkele plekken noemen waar ze hutten bouwen, bij het water spelen en een balletje kunnen trappen. Doordat dit groen veelal rondom de flats ligt, wordt er veel op hen gelet. Het is belangrijk dat bij het beheer en onderhoud van het groen voldoende (spreekwoordelijke) speelruimte voor de jeugd blijft. Uit de rondgang en diverse inspraakreacties (via Witte Weekblad) blijkt dat de jeugd ook veel speelt op het schoolplein van de Mare, maar dat dit nu onmogelijk wordt doordat er een groot hek omheen komt. Voor de ruim 270 jeugdigen in de Planetenbuurt zijn vier goede speelplekken nodig. Naar verwachting zal het aantal jeugdigen de komende jaren toenemen naar 300 waarvoor vijf speelplekken nodig zijn. Voor een goede spreiding van speelplekken over de buurt wordt voorgesteld om in het oostelijk en midden gedeelte de plekken met toestellen aan het Venusplein [03.43] en het Argoplein/Argostraat [03.35] (mede) voor de jeugd te bestemmen. In het westelijk gedeelte kan samen met de Mare [Z 03.06] aantrekkelijke speelruimte gerealiseerd worden. Dit geeft dan invulling aan het realiseren van een evenementenplein voor jong en oud, ergens aan de kop van de Sterrenlaan, zoals in het kader van ISV-buurten is opgenomen. Voor het voetballen kan de jeugd (mede)gebruik maken van de voetbalkooi op het Argoplein/Argostraat [03.34] en het veldje aan de Poolsterstraat [03.41]. De voormalige speelplekken in de Junostraat [03.30] en aan het Venusplein [03.42] worden hiermee niet opnieuw ingericht. Voor de 340 jongeren in de Planetenbuurt moeten er drie sport- en ontmoetingsplekken zijn. De voetbalkooi op het Argoplein/Argostraat [03.34] en het verbeteren van het basketbalveld aan de Sterrenlaan [03.32] en het voetbalveld aan de Poolsterstraat [03.41] kan hieraan invulling geven. Hiermee zijn drie van de vier benodigde Stay-Aroundplekken ingevuld. De vierde plek is te vinden aan de rand van de wijk. Verder zijn er nog diverse plekken waar bijvoorbeeld banken staan waarmee invulling wordt gegeven aan de Whats-Upplekken De speelruimte in de Edelstenenbuurt Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat meer dan de helft van de circa 220 kinderen in de Diamantstraat (80) en de Briljantstraat (45) woont. De informele speelruimte voor deze kinderen bestaat voornamelijk uit de parkeerplaatsen en de speelplekken. Bij aanpassingen aan de openbare ruimte mag de hoeveelheid informele speelruimte hier niet (verder) achteruitgaan. In de laagbouw wonen minder kinderen. Zij kunnen op de stoepen, achterpaden en tuinen voldoende informele speelruimte vinden. Voor deze kinderen moeten er gezien de normen minimaal zeven speelplekken zijn. De kinderen wonen geconcentreerd in de Diamantstraat en de Briljantstraat bij de speelplekken in het Topaasplantsoen [03.49] en de Parelstraat [03.45]. Aangezien hier zeer veel kinderen wonen, moeten deze speelplekken zeer uitgebreid en ingericht voor kinderen zijn. De openbare ruimte wordt hierin betrokken. 83
85 Verder blijken er nog bijna 30 kinderen in de Juweelstraat te wonen. Het is hier moeilijk om een plek aan te wijzen waar een speelplek kan worden gerealiseerd. Hoewel de speelplek aan de Barnsteenstraat [03.59] eigenlijk net iets te ver ligt, wordt voorgesteld om deze ook voor de kinderen aan de Juweelstraat te verbeteren. Indien uit overleg met de buurt blijkt dat het in plaats van deze optie ook mogelijk is om in de Juweelstraat (bijvoorbeeld ter hoogte van huisnummers 13-36) een speelplek te realiseren, kan hier ook voor gekozen worden. In dat geval ontstaat er een meer centrale speelplek. Voor de ruim 200 jeugdigen is er in de Edelstenenbuurt niet veel informele speelruimte. Wel kunnen de wat meer avontuurlijke jeugdigen redelijk gemakkelijk naar het Zegerslootgebied om hutten te bouwen, te fietsen, varen, vissen enzovoort. Naar verwachting zal het aantal jeugdigen niet sterk toenemen, voorgesteld wordt om met drie uitgebreid ingerichte plekken invulling te geven aan de norm voor formele speelruimte. De speelplek in het Topaasplantsoen [03.49] moet voor de jeugd goed ingericht blijven. In het zuidelijk gedeelte van de buurt kan het voetbalveldje aan de Edelsteensingel [03.74] verbeterd worden voor de jeugd. Als derde speelplek kan in het oostelijk gedeelte de speelplek aan de Parelstraat [03.44] en [03.45] verbeterd worden. In een inspraakreactie (via Witte Weekblad) wordt gevraagd om de speelplek aan de Barnsteenstraat [03.59] uit te breiden voor de jeugd. Het blijkt dat er in de Barnsteenstraat nog geen 20 jeugdigen wonen. Als de kinderen nog iets ouder zijn kunnen ze goed naar de speelplekken in het Topaasplantsoen [03.48] en [03.49]. Op het verzoek wordt dan ook niet ingegaan. Verder kunnen de jeugdigen nog een gedeelte van de tijd medegebruik maken van de voetbalkooi in het Topaasplantsoen [03.48] en eventueel van het voetbalveldje in Zegersloot [08.04]. Voor de ruim 300 jongeren in de Edelstenenbuurt moeten drie sporten ontmoetingsplekken zijn. Met de basketbal- en voetbalvoorzieningen in het Topaasplantsoen [03.47] en [03.48] is al in twee plekken voorzien. Daarnaast kan de plek aan de Edelsteensingel [03.74] verbeterd worden met zitaanleidingen. Met deze drie plekken wordt ook invulling gegeven aan de behoefte aan een No-Problemplek [03.48] in deze hele wijk en de drie Stay- Aroundplekken die er moeten zijn. Er zijn in de buurt voldoende Whats-Upplekken te vinden. De voormalige speelplek aan de Parelstraat [03.46] wordt niet heringericht. 84
86 10. SPELEN IN ZEGERSLOOTGEBIED (WIJK 8) Het Zegerslootgebied is voor kinderen een avontuurlijke natuurlijke speelruimte. Deze heeft niet alleen aantrekking op kinderen uit de naastliggende wijken; waarschijnlijk komen er ook jeugdigen vanuit de rest van gemeente Alphen aan den Rijn om hutten te bouwen, te vissen, te skaten, in de natuur te spelen enzovoort. Verder is er voor en samen met een groep mountainbikers een parcours aangelegd zonder dat hiervoor toestellen nodig zijn. Dit biedt een leuke vorm van informele speelruimte. Er zullen ook kinderen en jeugdigen met hun ouders naar het Zegerslootgebied komen om te spelen. De speelplek Heempark [08.03] heeft hierin een functie. Wel wordt opgemerkt dat kinderen en hun begeleiders niet de (natuurlijke) speelmogelijkheden van het hele park over het hoofd mogen zien, doordat deze functies met speeltoestellen zijn nagebootst op de speelplek. Verder ligt er op de Oosterbegraafplaats [08.06] nog een speelplekje voor kinderen. Deze plek heeft geen functie in het kader van het openbare speelvoorzieningenniveau. Gezien de bijzondere ligging bij de kindergraven hebben de wipveren wellicht een functie. De gebruikssporen van het gras zijn minimaal en er kan aan de beheerder van de begraafplaats gevraagd worden of er sowieso wel eens gespeeld wordt. Indien besloten wordt deze speelplek te handhaven, moeten de toestellen als extra op het basisnetwerk aangemerkt worden. De fitpoint/shelter [08.01] en de voetbalvelden [08.04] en [08.07] in het Zegerslootgebied hebben voornamelijk een functie voor de (dag) recreatie en voor de jeugd en de jongeren uit de direct aanliggende wijken. Voorgesteld wordt om deze plekken eenvoudig ingericht te handhaven. Voor de skateboardbaan [08.02] wordt genoemd dat één uitgebreide centrale voorziening in het Europapark meer aansluit bij de behoefte van skaters. De voormalige plek in Zegersloot (naast BBS) [08.05] wordt niet heringericht. 85
87 11. SPELEN IN LAGE ZIJDE (WIJK 2) De speelruimte in de buurt Nieuwe Sloot Voor de kinderen is er doorgaans voldoende informele speelruimte te.. vind ik het verder een kindvriendelijke vinden op de paden, de veldjes, de pleinen en in de rustige straten. woonwijk. Uit diverse inspraakreacties blijkt dat de Ruisdaelstraat voor kinderen reactie via Witte Weekblad onveilig is. Voorgesteld wordt om na te gaan of en hoe deze straat veiliger voor kinderen kan worden gemaakt, door voorlichting en controle en eventueel maatregelen [M 02.01]. Voor de jeugd is het redelijk mogelijk om op straat een balletje te trappen. Voor avontuurlijk spelen in het groen is weinig ruimte in de buurt zelf. Wel kunnen ze in de groenstrook en het water tussen de Rembrandtlaan en de Oranje Nassausingel spelen (hoewel daar weinig sporen van kinderspel zijn te vinden). Voor de bijna 100 kinderen moeten er drie speelplekken zijn. Gezien de verdeling van de kinderen over de buurt (grootste gedeelte in het noorden) wordt echter voorgesteld om met twee uitgebreid ingerichte speelplekken voor kinderen invulling te geven aan de normen. Voor de circa 70 jeugdigen (toenemend) voldoet één speelplek. Wordt nagenoeg niet meer gebruikt door kinderen uit de doelgroep. [02.13] reactie via Witte Weekblad Uit de inspraakreacties blijken de speelplekken aan de Van Eeghenstraat [02.01], [02.02] en [02.03] een belangrijke functie te hebben. Voorgesteld wordt om deze plekken gezamenlijk tot een speelplek van 0 tot en met 11 jaar aan te wijzen. In het zuiden van de buurt ligt aan de C. de Vlamingstraat [02.04] een speelplekje dat specifiek ingericht wordt voor kinderen. Voorgesteld wordt om na te gaan of dit meer centraal, bijvoorbeeld naar de Van Reedestraat, kan worden verplaatst. Verder kan het voetbalveldje aan de C. de Vlamingstraat [02.05] eenvoudig ingericht blijven voor de jeugd. Voor de circa 80 jongeren in de buurt Nieuwe Sloot hoeft geen specifieke sport- en ontmoetingsplek te zijn. Om te voorzien in de norm voor Stay-Aroundplekken wordt voorgesteld het veldje aan de C. de Vlamingstraat [02.06] en de Van Eeghenstraat [02.02] met zit- en ontmoetingsaanleidingen in te richten. Verder zijn er voldoende Whats- Upplekken aan te wijzen De speelruimte in de buurt Lijsterlaan De buurt rondom de Lijsterlaan heeft wat pleintjes en stoepen waar kinderen informele speelruimte kunnen vinden, maar erg veel is het niet. Doordat de circa 110 kinderen evenredig verspreid over de buurt wonen, is er net voldoende om aan de normen te voldoen. Indien het kinderaantal (sterk) toeneemt, zal gekeken moeten worden hoe de openbare ruimte beter bespeelbaar kan worden gemaakt. Vooralsnog zal de benodigde speelruimte dus meer met speelplekken ingevuld moeten worden. Door de evenredige spreiding van kinderen is er ten westen van de Lijsterlaan eigenlijk nergens een gedeelte waar meer dan 20 kinderen binnen de actieradius wonen. De meeste kinderen wonen aan de Fazantstraat. Voorgesteld wordt om in het westelijk deel de speelplek Fazantstraat [02.10] specifiek voor kinderen in te richten als een buurtvoorziening. Het onderhoudsniveau en de lichtinval op van deze speelplek zijn aandachtspunten. Verder moet als basisvoorziening voor de rest van de kinderen uit de buurt een hoekje van het schoolplein van de Bonifaciusschool mede voor jonge kinderen ingericht worden [Z 02.01]. 86
88 De voormalige speelplek aan de Gruttostraat [02.09] wordt niet heringericht. Rondom de speelplek aan de Leeuwerikstraat [02.13] wonen nog geen 10 kinderen. Deze plek wordt als secundair aangewezen. Ten oosten van de Lijsterlaan wonen circa 25 kinderen rondom de speelplekken aan de Raafstraat [02.11] en de Nachtegaalstraat [02.12]. Omdat het de verwachting is dat het kinderaantal hier zal afnemen, wordt de speelplek aan de Raafstraat [02.11] als centrale speelplek voor kinderen in dit gedeelte van de buurt aangewezen. Verder moet er in noordelijk gedeelte een nieuwe centrale speelplek komen voor circa 25 kinderen. Voorgesteld wordt om een nieuwe speelplek in de Kievitstraat-Talingstraat te realiseren [Z 02.02] hier spring ik met mijn fiets van de stoep af hier skieler ik graag (bij de Rank) buurtplattegrond Tijdens de rondgang kwam sterk naar voren dat de buurt Lijsterlaan voor veel jeugdigen een barrière vormt. Aan weerszijden van de Lijsterlaan wonen nog geen 50 jeugdigen. Gezien het aantal kinderen wordt verwacht dat het aantal jeugdigen de komende zes jaar zal toenemen. De informele speelruimte voor de jeugd is beperkt, met name in het oostelijke deel. Groen om in te ravotten en veldjes en pleintjes waar een balletje getrapt kan worden, zijn nagenoeg niet te vinden. Wel werd op enkele buurtplattegronden aangegeven dat er gefietst en geskatet kan worden. Verder is er voor de jeugd alleen een voetbalveldje aan de J.W.C. Bloemstraat [02.08], waar ook de jongeren gebruik van maken. Voorgesteld wordt om in het westelijk gedeelte het schoolplein van de Bonifaciusschool mede voor jeugd in te richten [Z 02.01]. Daarnaast kan de jeugd medegebruik maken van het voetbalveld aan de J.W.C. Bloemstraat [02.08]. De voormalige speelplek aan de J.W.C. Bloemstraat [02.07] wordt niet heringericht, maar moet als informele speelruimte beschikbaar blijven. In het oostelijk gedeelte van de buurt kan de speelplek aan de Nachtegaalstraat [02.12] (op termijn) met enkele toestellen voor de jeugd worden ingericht (schommel, draaitoestel). Uit de diverse inspraakreacties blijkt dat jongeren in de buurt een grote invloed hebben op de speelruimte van kinderen doordat ze de speelplekken bezetten en bevuilen. Dit is mede het gevolg van het ontbreken van voorzieningen voor de 100 jongeren in de buurt en mogelijk het verdwijnen van de basketbalpaal aan de J.W.C. Bloemstraat [02.07]. Dit betekent dat de voorstellen voor speelplekken voor kinderen en jeugd pas tot hun recht kunnen komen als de plekken voor de jongeren gerealiseerd zijn. Voorgesteld wordt om de enige plek waar wat ruimte is, J.W.C. Bloemstraat [02.08], te verbeteren voor jongeren uit deze en omliggende buurten door er een voetbalkooi te realiseren. Naast deze Stay-Aroundplek moeten er nog twee Whats-Upplekken komen. Aangezien de jongeren nu op de speelplekken van de kinderen verblijven, wordt voorgesteld om, samen met de jongeren, op twee plekken enkele banken neer te zetten [M 02.02] De speelruimte in de buurt Van Boetzelaerstraat Op de vragenformulieren en de reacties naar aanleiding van het Witte Weekblad komt diverse keren naar voren dat jongeren bezit nemen van de schaarse speelruimte voor kinderen. De ruim 170 jongeren hebben nu geen enkele speelruimte in de buurt. Het is dus belangrijk om bij de realisatie van onderstaande voorstellen na te gaan hoe voor hen iets gerealiseerd kan worden. 87
89 Maak van het Toussaintplein maar een leuk speelveld! Er is nu toch zoveel parkeergelegenheid in het centrum gekomen, dat die 40 plaatsjes er ook niet meer toe doen! reactie via Witte Weekblad Voor de bijna 190 kinderen in de buurt rondom de buurt Van Boetzelaerstraat is er niet veel informele speelruimte; de auto s nemen een grote plaats in het straatbeeld en er zijn weinig veldjes en pleintjes. In de inspraakreacties wordt regelmatig beschreven dat het verkeer voor onveilige situaties zorgt. Voorgesteld wordt om (bij een renovatie van de buurt) te kijken hoe de verkeersafwikkeling beter kan, en of er wellicht meer rustige straten kunnen worden gerealiseerd [M 02.03]. Het is duidelijk dat de buurt aan het verjongen is; met name rondom het Toussaintplein wonen nu weer veel kinderen: ruim 30. Voorgesteld wordt om in deze omgeving een nieuwe speelplek te realiseren [Z 02.03]. In het winkelgedeelte van de buurt wonen niet veel kinderen. Rondom de speeltuin- en buurtvereniging Bloemhof wonen iets meer dan 20 kinderen. Voorgesteld wordt om deze speeltuin voor de kinderen in het openbare speelvoorzieningenniveau te betrekken [Z 02.04]. Verder kan de speelplek aan de Hofzichtstraat [02.14] meer open (sociale veiligheid) en intensiever onderhouden worden voor de circa 20 kinderen die hier omheen wonen. Rondom het speelplekje aan de A. Verweystraat [02.15] wonen nog geen 15 kinderen en dit kleine plekje wordt als secundair aangewezen. Als het kinderaantal ook in dit gedeelte van de buurt toeneemt, wordt geadviseerd om een nieuwe speelplek te maken. Die kan meer tussen de woningen maar in ieder geval aan de kant van de Jan Luykenstraat gerealiseerd worden, zodat de plek beter bij de buurt aansluit. Voor de circa 160 jeugdigen zijn er grasveldjes en struiken te vinden om te voorzien in de norm voor informele speelruimte. Ook trekt een gedeelte van de jeugd naar het Park Rijnstroom. Een echt aantrekkelijke eigen speelplek voor de jeugd is er niet, alleen een voetbalveldje en wat skate-elementen aan de A. Verweystraat [02.16] en [02.17]. Gezien de norm voor formele speelruimte moeten er in deze buurt tenminste twee speelplekken voor de jeugd zijn. Voorgesteld wordt om de speeltuin- en buurtvereniging Bloemhof ook voor de jeugd in het openbare speelvoorzieningenniveau te betrekken [Z 02.04]. Tijdens de rondgangen en de diverse inspraak werd nergens aangegeven dat de skate-elementen aan A. Verweystraat [02.17] voor deze buurt een belangrijke functie hebben. Voorgesteld wordt om de skate-elementen te verplaatsen naar in het Europapark [05.15] + [05.17] om te komen tot een aantrekkelijke skatepark (zie paragraaf 13.9). De speelplek [02.17] moet dan worden omgevormd tot een aantrekkelijke speelplek met speelaanleidingen, klimtoestel en schommel. Tijdens de inspraak kwam naar voren dat aan de A. Verweystraat nabij speelplek [02.17] regelmatig jongeren op de bank zitten en er overlast van hen wordt ervaren. Men verzoekt om de bank weg te halen. Voorgesteld wordt om hierop in te gaan, mits er in de buurt Van Boetzelaerstraat ten minste één Stay-Aroundplek en één sport- en ontmoetingsplek voor de circa 170 jongeren worden gerealiseerd. In de huidige situatie is er niet veel ruimte voor dergelijke plekken te vinden. Wellicht dat er op het Aarplein een combinatie mogelijk is. Voorgesteld wordt om met de buurt en de jongeren naar een mogelijkheid op zoek te gaan [Z 02.05]. 88
90 verkeersremmende speelplek De tweede benodigde Stay-Aroundplek kan gevonden worden in het Park Rijnstroom. De benodigde Whats-Upplekken zijn verspreid over de buurt te vinden op de banken en pleintjes, maar er moet op gelet worden dat het aantal van deze plekken niet verder afneemt De speelruimte in de buurt Beerendrecht Voor de kinderen is er in de buurt Beerendrecht in het algemeen op de tussenpaden, pleintjes en stoepen voldoende informele speelruimte te vinden. Doordat de Stellingmolen en Korenmolen lange rechte straten zijn, wordt hier hard gereden. Nagegaan moet worden of het voor de leefbaarheid van de buurt niet wenselijk is om de verkeersstromen zoveel mogelijk buiten de buurt (via de Oranje Nassausingel) te laten verlopen. Voor de kinderen kan met de speelplekken aan de Papiermolen [02.20], de Standaardmolen [02.21], de Moutmolen [02.22] en de Rosmolen [02.23] een goede spreiding worden bereikt. Wel moeten enkele van deze speelplekken verbeterd worden voor kinderen. De speelplek aan de Papiermolen [02.20] kan uitgebreid worden en bij de speelplek aan de Moutmolen [02.22] kan ingegaan worden op het verzoek om een barrière te plaatsen om te voorkomen dat kinderen de straat oprennen. Daarbij kan gedacht worden aan een voethek of een muurtje. Een andere oplossing is om bij renovatie van de wegen midden op de kruising een groot speelobject te plaatsen zodat er een verkeersremmende speelplek ontstaat. Deze grotere plek zal meer recht doen aan de hoge speeldruk. geen ontmoetingsplek voor kinderen tussen de 12 en 18 jaar. vragenformulier Voor de jeugd in de buurt Beerendrecht is het goed mogelijk om zich door de buurt te verplaatsen en hutten te bouwen. Op diverse plekken kan even een balletje worden getrapt, hoewel de auto s in toenemende mate bezit lijken nemen van de leefruimte. In de buurt Beerendrecht lijkt de grootste piek aan jeugdigen te zijn geweest; circa zes jaar geleden waren er nog meer dan 300 jeugdigen, nu zijn er ruim 200 en over zes jaar waarschijnlijk circa 175. Het is logisch dat de vernieuwde speelplek aan de Moutmolen [02.22] veel waardering oogst; het is, voor het eerst dat er speeltoestellen voor jeugd in de buurt worden geplaatst. Gezien de normen en de verwachte afname moeten er drie speelplekken voor deze leeftijdscategorie zijn. Over de speelplek aan de Korenmolen [02.19] zijn de reacties in de vragenformulieren verdeeld; de één spreekt over zeer veel gevoetbald en zou er een hek omheen willen en een andere reactie is wordt sporadisch gebruikt en zou er een gedeelte voor kleine kinderen van willen inrichten. Gezien de noodzaak van voldoende speelplekken voor de jeugd wordt voorgesteld om hier een voetbalkooi te realiseren voor jeugd en jongeren. In de buurt zelf is eigenlijk geen ruimte om een derde speelplek voor de jeugd te realiseren. Voorgesteld wordt om in het Park Rijnstroom een speelplek te realiseren in plaats van de voormalige speelplek aan de Tuinstraat [02.18]. Gezien de normen moeten er voor de circa 400 jongeren in de buurt Beerendrecht drie tot vier sport- en ontmoetingsplekken, één No- Problemplek, vier Stay-Aroundplekken en acht Whats-Upplekken zijn. In de huidige situatie is er nauwelijks (in)formele speelruimte in de buurt zelf. In het Park Rijnstroom biedt het herinrichten van de (al dan niet verplaatste) voormalige speelplek aan de Tuinstraat [02.18] de gelegenheid om een sport- en ontmoetingsplek en No-Problemplek te realiseren. In het park zijn enkele Whats-Upplekken aan te wijzen. 89
91 Verder wordt voorgesteld om het voetbalveld aan de Korenmolen [02.19] ook voor de jongeren om te vormen tot een voetbalkooi. Als derde plek wordt voorgesteld om op de hoek van de Oranje Nassausingel en de Paltrokmolen een basketbalveldje in combinatie met een Stay-Aroundplek te realiseren [Z 02.06]. Als vierde Whats-Upplek kan het groenstrookje aan de Rijn dienen. Er zijn weinig Whats-Upplekken in de buurt zelf, maar rondom de buurt zijn een aantal plekken te vinden waar de jongeren gewoon even een half uurtje bij elkaar komen, bijvoorbeeld bij de brug en het Park Rijnstroom. 90
92 Moeder tegen kindje van 3 jaar: Wil je niet even spelen in de speeltuin. Kindje: Nee tijdens inventarisatie [01.01] speelplek? als de juf meegaat mogen we tijdens de pauze ook naar de voetbalkooi. maar als de groten hier komen worden we weggejaagd rondgang [01.08] Van Riebeekstraat en Banckertstraat worden voorjaar 2006 opgeknapt. En er zijn plannen om ergens een nieuw speeltoestel te plaatsen, exacte locatie is nog niet bekend. ISV-buurten 12. SPELEN IN HOGE ZIJDE EN BOMENBUURT (WIJK 1) De speelruimte in de buurt Rijnhaven De informele speelruimte voor kinderen in de buurt Rijnhaven is voldoende te vinden in de straten en op de stoepen. Er wonen nu nog geen 10 kinderen in de buurt. Voorgesteld wordt om de speelplek aan de Warande [01.01]als buurtvoorziening voor kinderen te handhaven, omdat er in de toekomst mogelijk meer kinderen komen te wonen. Er kan dus geen invulling worden gegeven aan de op een vragenformulier geuite wens om meer toestellen te plaatsen. Als het kinderaantal in deze buurt toegenomen is tot circa 25 kan de plek aangepast worden. Het huidige ontwerp past totaal niet bij de visie op spelen zoals verwoord in deel I van dit speelruimteplan. Deze speelplek is nu net een gevangenis, met zelfs een slot op het hek zodat kinderen echt opgesloten kunnen worden. Het hek (dat nagenoeg zeker duurder is dan de twee toestellen) zal waarschijnlijk geplaatst zijn om te voorkomen dat kinderen de weg oprennen. Bij een dergelijk ontwerp menen sommige ouders dat ze hun kind niet in de gaten hoeven houden; er staat immers een hek omheen. In de praktijk kan de toegangspoort ook openstaan en het kind ontsnappen. De auto s rijden gewoon hard langs deze speelplek omdat het hek voor hen een sfeer geeft van je kunt hard blijven rijden. Voor de veiligheid zou het beter zijn geweest als het huisje midden op de kruising geplaatst was, met een paar stenen bollen eromheen (zie ook foto verkeersremmende plek paragraaf 11.4). De automobilisten (die vrijwel allemaal zelf in het buurtje wonen) zouden dan begrijpen dat ze rustig aan moeten doen. Er ontstaat dan veel meer speelruimte en met het geld voor het hekwerk kunnen leuke speelaanleidingen gerealiseerd worden. Voor de nog geen 20 huidige jeugdigen is voldoende informele speelruimte te vinden. Als het aantal toeneemt, zal er echter te weinig ruimte voor hen zijn. Voorgesteld wordt om in ieder geval het groen rondom de wijk niet (verder) teveel als siergroen te beheren. Dit geldt vooral voor het stukje groen tussen de Hoorn, huisnummer 17 en 19. Voor de 20 jongeren in de buurt Rijnhaven hoeft er niet specifiek een sport- en ontmoetingsplek te zijn. Zij kunnen voldoende informele ontmoetingsaanleidingen vinden in de buurten er omheen. De shelter bij de Albert Schweitzerbrug [01.0?] is een sport- en ontmoetingsplek en No-Problemplek en heeft een functie voor jongeren uit meerdere buurten De speelruimte in de Zeeheldenbuurt Voor de kinderen in de Zeeheldenbuurt is er op de pleintjes, veldjes, achterpaden tussen de huizen en de flats voldoende informele speelruimte te vinden. De Jan Pieterszoon Coenlaan en de Van Nesstraat delen de buurt in vieren. Het blijkt dat de circa 100 kinderen evenredig verdeeld over deze delen wonen. Met de vier huidige speelplekken aan de Van Heutszstraat [01.05], de Banckertstraat [01.06], de Van de Doesstraat [01.15] en de J.W. Frisostraat [01.17] kan een goede spreiding van speelplekken verkregen worden. Tijdens de rondgang lieten de jeugdigen enkele plekken zien waar ze hutten bouwen en eventueel ook nog een balletje kunnen trappen. Ook werd op een buurtplattegrond het grasveld aan de Zoutmanstraat getekend als plek om te spelen. Een echte eigen aantrekkelijke speelplek voor de meer dan 100 jeugdigen is er echter niet, behalve de voetbalkooi aan de Stuyvesantlaan [01.08]. 91
93 Voldoende plekken: ja Inventarisatieonderzoek VVD Grootste probleem: Mensen die zeuren rondgang Voorgesteld wordt om het voetbalveld aan de Stuyvesantlaan [01.07], dat sinds de komst van de voetbalkooi niet meer gebruikt wordt, om te vormen tot een aantrekkelijke speelplek voor de jeugd. Hierbij wordt ook het groen betrokken. Voor de circa 100 jongeren uit de Zeeheldenbuurt en jongeren uit omliggende buurten moet de voetbalkooi aan de Stuyvesantlaan [01.08] verbeterd worden met zitaanleidingen (Stay-Around). Verder zijn de twee benodigde Whats-Upplekken te vinden bij de diverse banken, portieken en straathoeken. De voormalige speelplekken aan de Zoutmanstraat [01.03] en aan de J.W. Frisostraat [01.16] worden niet heringericht De speelruimte in de buurt Emmalaan De 240 kinderen wonen verspreid over de buurt Emmalaan en kunnen op de (achter)paden, de pleintjes en de grasveldjes voldoende informele speelruimte vinden. In het noorden van de buurt wonen rondom de speelplek aan de Kleiwerf [01.04] ruim 40 kinderen. Voorgesteld wordt om deze speelplek uitgebreid voor kinderen in te richten. Het speelplekje aan de achterpaden van het Norenwerk [01.10] ligt achteraf en heeft in de huidige situatie een donkere, weinig aantrekkelijke uitstraling. Aangezien rondom deze plek meer dan 20 kinderen wonen, wordt voorgesteld deze speelplek te verbeteren en meer open te maken. Ook rondom de speelplekken aan de H. de Grootstraat [01.11] en de M. de Ruijterstraat [01.13] wonen meer dan 20 kinderen, zodat deze speelplekken ook voor hen worden bestemd. Ten zuiden van de Jan Nieuwenhuijzenstraat wonen verspreid iets meer dan 20 kinderen. Er valt geen centrale speelplek aan te wijzen die deze kinderen zelfstandig kunnen bereiken. Voor hen wordt voorgesteld om de speeltuinvereniging Kindervreugd in het openbare speelvoorzieningenniveau te betrekken [Z 01.01]. De voormalige speelplek aan de Jan Nieuwenhuijzenstraat [01.14] wordt niet heringericht. Rondom de speelplek aan de Steenstraat [01.18] wonen nauwelijks 15 kinderen. Voorgesteld wordt om op deze speelplek de toestellen in de toekomst niet meer te vervangen. De rondgang met de jeugd ging door de hele buurt. Er werden verschillende plekjes aangewezen waar gevoetbald en een enkele hut gebouwd kan worden, maar de informele speelruimte voor de jeugd blijkt in deze buurt onder druk te staan. Vooral het veld met de groenstroken aan de Tolstraat bleek voor de kinderen die met de rondgang meegingen interessant. Verder werden op de buurtplattegronden veldjes en bosjes getekend zoals aan de Kleiwerf. De groep jeugdigen kende alle speelplekken in de buurt, maar kon niet echt één leuke plek speelplek aanwijzen. Wel zouden ze graag zien dat het stenen veld aan de Steenstraat [01.19] verbeterd wordt om te voetballen en dat ervoor gezorgd wordt dat de grote jongens ons niet wegjagen. Over de speeltuinvereniging vertelden de jeugdigen tijdens de rondgang dat ze het saai vinden, je moet er betalen, het is nooit open en als je wilt voetballen dan komt de bal iedere keer bij de kleintjes en moet je weg met de bal. Aan de andere kant wordt de speeltuin ook op diverse buurtplattegronden getekend en zou die groter moeten zijn volgens de jeugdigen. 92
94 scan buurtplattegrond [01.12] In speeltuin Vreugdenoord mogen we niet voetballen dat is voor kinderen onder de 11 jaar (omdat we te hard schoppen. Op het Hazeveld ligt vaak hondpoep en er staan geen doeltjes. reactie via Witte Weekblad Gezien de norm voor formele speelruimte moeten er voor de jeugdigen drie speelplekken zijn, en doordat hun aantal toeneemt over zes jaar vier plekken. In de buurt Emmalaan is eigenlijk nergens een plek aan te wijzen waar voor de jeugd een grote aantrekkelijke eigen plek te realiseren is. De enige mogelijkheden liggen in het sportterrein van het college aan de Tolstraat, het plein van basisschool Groen van Prinsterer en de speeltuinvereniging [Z 01.01]. Voorgesteld wordt om te kijken hoe de speeltuinvereniging voor de jeugd verbeterd kan worden. De basketbalpaal aan het Norenwerk [01.09] heeft nauwelijks een functie omdat deze op gras staat. Voorgesteld wordt om samen met de voorgestelde verbetering van speelplek [01.10] voor de kinderen ook de speelplek [01.09] te verbeteren voor de jeugd. Om verder in de norm voor formele speelruimte voor de jeugd te voorzien, moeten de sport- en speelplekken aan de M. de Ruijterstraat [01.12] en [01.13] en de Steenstraat [01.19] (mede) voor de jeugd goed ingericht worden. Voor de circa 250 jongeren in de buurt Emmalaan moeten er twee goede sport- en ontmoetingsplekken en twee Stay-Aroundplekken zijn. Hiervoor kan in het noorden de voetbalplek aan het Pannewerk [01.02] dienen en in het zuiden kan het voetbalveld aan de Steenstraat [01.19] verbeterd worden De speelruimte in de Bomenbuurt In de Bomenbuurt is het voor de kinderen onvoldoende mogelijk om op straat te spelen. Dit komt doordat er in de rechte straten veel verkeer is, dat hard kan rijden. Wel zijn er redelijk brede stoepen en (achter)tuinen. Voorgesteld wordt om bij een reconstructie van de buurt te kijken hoe de verkeersafwikkeling anders kan, zodat er meer leefruimte in de buurt ontstaat. Voor de jeugd is het redelijk goed mogelijk om in de buurt plekken te vinden om te voetballen en hutten te bouwen. Aandachtspunt dat tijdens de rondgang naar voren kwam, is dat de jeugd de verkeerssituatie bij de Eikenlaan/Prinses Beatrixstraat/Prinses Irenelaan onoverzichtelijk en gevaarlijk vindt. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat circa 100 kinderen redelijk gelijkmatig over de buurt verspreid wonen. Door het uitgebreid voor kinderen inrichten van de speelplekken aan de Kastanjestraat [01.24], de Meidoornstraat [01.27] en de Ahornstraat [01.29] kan een goede verdeling bereikt worden. Voor de ruim tachtig jeugdigen moet er één speelplek zijn. Hiervoor kan de speelplek gezamenlijk met het voetbalveld aan de Ahornstraat [01.29] en [01.30] verbeterd ingericht worden. Omdat het aantal jeugdigen de komende jaren zal toenemen, kan het voetbalveld aan de Kastanjestraat [01.26] eenvoudig ingericht blijven. De voormalige speelplek aan de Esdoornstraat [01.28] wordt niet heringericht. Voor de bijna 100 jongeren uit de Bomenbuurt kan het basketbalveld aan de Kastanjestraat [01.25] verbeterd worden met een Stay- Aroundinrichting, zodat aan de norm voor formele en informele sporten ontmoetingsmogelijkheden wordt voldaan. Verder kunnen de jongeren naar de voetbalkooi aan de Stuyvesantlaan [01.08]. 93
95 In de speeltuin speel ik het liefst met de schommel Er is dus behoefte aan een speeltuin voor jonge en oudere kinderen maar ook behoefte aan een veldje om te kunnen voetballen. reactie via Witte Weekblad Ons idee is een voetbalveldje/trapveldje met 2 doeltjes meldingsformulier De speelruimte in de buurt Bospark Voor de circa 20 kinderen die in de buurt Bospark wonen, is er voldoende informele speelruimte te vinden op de stoepen, veldjes en in de straten. De speelplek aan de C. de Bourbonstraat [01.21] is redelijk nieuw, er wonen echter maar 15 kinderen in die omgeving. Voorgesteld wordt om op termijn in het Bospark [01.31] zelf of bij de kinderboerderij een speelplek te realiseren met een meer bovenbuurts karakter. De jeugd en de jongeren kunnen naar de voorzieningen in de omliggende buurten. De voormalige speelplek aan de Dillenburgstraat [01.20] wordt niet heringericht De speelruimte in de buurt Burgemeester Visserpark De informele speelruimte voor kinderen in de buurt rondom het Burgemeester Visserpark voldoet (nog) aan de normen omdat de ruim 90 kinderen verspreid over de buurt Burgemeester Visserpark wonen. Door de spreiding van kinderen over de buurt is er nergens een gedeelte aan te wijzen waar er meer dan circa 20 kinderen binnen een actieradius van een speelplek wonen. Voorgesteld wordt om in het noorden de speelplek aan de Javastraat [01.22] als basisvoorziening voor de buurt aan te wijzen Hier kunnen de kinderen al dan niet met hun begeleider naartoe. Overwogen kan worden om in het zuiden van de buurt een basisvoorziening voor kinderen te realiseren op het Stadhuisplein [Z 01.02]. Deze heeft dan een veel grotere functie dan alleen voor de kinderen uit de buurt; de plek is ook voor bezoekers aan het gemeentehuis. Aan de Nassaustraat wonen nog geen 10 kinderen, zodat de speelplek [01.23] als secundair aangewezen moet worden. De jeugd kan redelijk goed door de hele buurt komen, waarbij de grote wegen en de Rijn de barrières vormen. Het is in de verschillende straten en pleintjes mogelijk om een balletje te trappen en er zijn plekken te vinden waar ze in het groen kan spelen. De hoeveelheid informele speelruimte is echter beperkt. Naar verwachting zal het huidig aantal jeugdigen (70) iets toenemen. Er is gezien de hoeveelheid informele speelruimte één speelplek nodig. Van de huidige speelplek aan de Nassaustraat [01.23] is het niet de verwachting dat van deze plek een aantrekkelijke speelplek met voetbalgelegenheid voor de jeugd uit de hele buurt gemaakt kan worden. Voorgesteld wordt om te zoeken naar een locatie voor een goede plek voor de jeugd, bijvoorbeeld het schoolterrein van Het Palet aan de Javastraat of in het Burgemeester Visserpark [Z 01.03]. Dit zoekgebied zal ook moeten dienen als sport- en ontmoetingsplek voor de circa 100 jongeren in de buurt Burgemeester Visserpark. Voor de informele ontmoeting zijn voldoende Stay-Around- en Whats- Upplekken te vinden in en rondom de buurt. Met bovenstaande voorstellen wordt grotendeels invulling gegeven aan de wensen die in een inspraakreactie (via Witte Weekblad) en een meldingsformulier werden geuit. 94
96 Bij gebrek aan gemeentelijke voorzieningen zijn wij uiteraard lid geworden van de speeltuinvereniging vragenformulier Die man doet alsof de straat van hem is en jaagt ons weg. rondgang De speelruimte in de buurt Paradijslaan De bijna 20 kinderen in het buurtje aangeduid als Paradijslaan wonen zo verspreid dat er nog geen 10 binnen de actieradius van een speelplek wonen. Aangezien er ook voldoende informele speelruimte aanwezig is, hoeft er geen specifieke speelplek aanwezig te zijn. Verder kunnen ze met een begeleider naar de (voorgestelde) plekken in de omliggende buurten. De jeugd en jongeren worden bij de buurten Burgemeester Visserpark en Hazeveld ingedeeld De speelruimte in de buurt Hazeveld Ten noorden van het parkje Hazeveld wonen bijna 100 kinderen. Door verkeersmaatregelen als eenrichtingsstraten en afsluitingen is al meer informele speelruimte gerealiseerd, maar gezien het kinderaantal blijft de bespeelbaarheid van de straten een aandachtspunt. Bij een renovatie kan wellicht de verkeerssituatie verder verbeterd worden. Voor de circa 100 kinderen moeten, gezien de norm voor formele speelruimte en de matige informele speelruimte, er vier speelplekken zijn. In de huidige situatie zijn er twee eenvoudig ingerichte speelplekken aanwezig. De speelplek aan de Oranjestraat [01.33] kan uitgebreid(er) ingericht worden omdat er meer dan 40 kinderen rondom wonen. Verder moet de speelplek aan de Dijkstraat [01.34] verbeterd worden voor de ruim 30 kinderen die daar omheen wonen. Mogelijk kan dit een verkeersremmende speelplek op de kruising worden of de verkeerssituatie moet worden aangepast. Verder kan er een centrale speelplek voor kinderen in het plantsoen van het Hazeveld aangelegd worden [Z 01.04]. Deze plek heeft dan tevens een functie voor een gedeelte van de ruim 80 kinderen die ten zuiden van het parkje wonen. Verder naar het zuiden ligt de speeltuinvereniging Vreugdenoord. Voorgesteld wordt om deze voor kinderen in het openbare speelvoorzieningenniveau te betrekken [Z 01.05]. De voormalige speelplek aan de Hedastraat [01.32] ligt ten opzichte van de spreiding van de kinderen niet centraal en wordt niet heringericht. Tijdens de rondgang met de jeugdigen kwam duidelijk naar voren dat ze moeite hebben om een plek te vinden waar ze kunnen voetballen of hutten bouwen. Wel heeft de speeltuinvereniging Vreugdenoord een belangrijke functie voor hen. Voorgesteld wordt om deze speelplek in het openbare speelvoorzieningenniveau te betrekken [Z 01.05]. De speeltuin heeft nu redelijk ruime openingstijden: dagelijks tot 17:30 uur. Omdat vooral in de zomer de kinderen ook s avonds buitenspelen, kan overlegd worden of het terrein in de zomer ook op de avonden beschikbaar kan zijn voor kinderen. In de buurt Hazeveld wonen bijna 120 jongeren. Gezien de norm voor (in)formele sport- en ontmoetingsruimte moet er minimaal één plek zijn. In de buurt zelf is hiervoor nauwelijks ruimte. Voorgesteld wordt om te zorgen dat er twee goede Stay-Aroundplekken zijn (boven de norm). De jongeren kunnen verder naar de voorgestelde plek in de buurt Burgemeester Visserpark [Z 01.03] en de voorgestelde voetbalkooi aan de Nieuwedijk [01.36] in de buurt Gouwsluis. De twee Stay-Aroundplekken moeten samen met de jongeren ingevuld worden [M 01.01]. 95
97 Het zou heel fijn zijn als u wat aandacht aan deze buurt zou willen schenken, zeker nu er alleen maar wordt bij gebouwd en er alleen maar kinderen bijkomen. reactie via Witte Weekblad of een voetbalveld zonder risico dat de bal de weg oprolt. reactie via Witte Weekblad De speelruimte in de buurt Gouwsluis Voor de kinderen in de buurt Gouwsluis is er op de pleintjes, de tussenpaden en een enkele rustige straat voldoende informele speelruimte te vinden. Gezien het aantal en de verdeling van de kinderen over deze gerekte buurt moeten er ten minste drie goede speelplekken voor de bijna 140 kinderen zijn en één voor de circa 80 jeugdigen. In de huidige situatie zijn er twee speelplekjes voor de kinderen waar toestellen voor de jeugd staan en één voetbalveld nabij het water. Dit tekort aan speelplekken komt ook naar voren in de diverse reacties in meldingsformulieren, vragenformulieren en tijdens de informatieavond. Voorgesteld wordt om de speelplekken aan de F. van Bourgondiëstraat [01.35] en de Prinsenlaan [01.38] uitgebreid voor kinderen in te richten en daarnaast in te gaan op de verzoeken en plannen om aan de Baljuwstraat een speelplekje voor kinderen te maken [Z 01.06]. Daarnaast kan ingegaan worden op de wens om voor de jeugd het voetbalveld aan de Nieuwedijk [01.36] te verbeteren door hier een voetbalkooi te plaatsen en wat extra toestellen, zoals een klimtoestel of schommel, te plaatsen. Omdat het aantal jeugdigen in de toekomst naar verwachting zal toenemen, wordt voorgesteld om op de speelplekken F. van Bourgondiëstraat [01.35] en de Prinsenlaan [01.38] ook enkele toestellen voor de jeugd te handhaven. De voormalige speelplek aan de Prinsenlaan [01.37] wordt niet heringericht omdat deze vrijwel naast de speelplek [01.38] ligt. Door het realiseren van de voorgestelde voetbalkooi aan de Nieuwedijk [01.36] voor de circa 110 jongeren uit de buurten Gouwsluis en Hazeveld wordt voldaan aan de wens uit het vragenformulier. Naast deze Stay-Aroundplek zijn ook de benodigde twee Whats- Upplekken in de buurt te vinden, bijvoorbeeld langs de Rijn en diverse verspreid staande banken. Kop 6 ingevoegd voor pagina in inhoudsopgave 96
98 Onder begeleiding of de wat oudere kinderen is er voldoende in het Europapark. buurtenquête Weinig variatie op speelplekken voor 0-5 jaar, aanbod beperkt zich tot (vaak) een veerwip. Behoefte aan toestellen met meer uitdaging voor zowel de kleintjes als de groten. vragenformulier 13. SPELEN IN KERK EN ZANEN (WIJK 5) Voor de buurten Evenaar-West, Oude Wereld en Evenaar-Oost is de analyse vrijwel gelijk. Om te voorkomen dat drie keer dezelfde teksten worden gelezen, zijn deze buurten voor de kinderen in één paragraaf beschreven. Uit de rondgangen kwam duidelijk naar voren dat de jeugd en de jongeren door heel Kerk en Zanen I en II komen (Europaplein, Oude Wereld, Evenaar-West en Oost). Dit komt ook doordat de scholen en de speelplekken in het Europapark midden in de wijk liggen. De jeugd uit Kerk en Zanen III (Archeon en Polderpeil) komen ook in het Europapark, maar spelen veel meer in hun eigen buurt. Verder zijn er nieuwe buurten in aanbouw en planning. In een inspraakreactie (via Witte Weekblad) wordt aandacht gevraagd voor het eerste deel van L Universa. Hierin zou geen ruimte zijn ingepland voor speelplekken. Nieuwbouwplannen moeten getoetst worden aan de hand van de beleidsuitgangspunten in voorliggend speelruimteplan (deel I). Het is onbekend in hoeverre de plannen zijn uitgewerkt, maar bij verdere ontwikkeling moeten uitgangspunten voor spelen meegenomen worden De kinderen in de buurt Europaplein Voor de kinderen in de buurt Europaplein is er voldoende informele speelruimte te vinden op de grasveldjes, tussenpaden en in de hofjes. In deze buurt wonen ruim 70 kinderen, in tegenstelling tot wat er in een buurtenquête staat: Er zijn weinig kinderen en voldoende speelruimte. Een andere buurtenquête geeft juist aan: voor zo n grote buurt verwacht je een goede speeltuin waar je meer hebt. Met de speelplekken aan de Brabantstraat [05.09] en de Zeelandstraat [05.10] wordt voldoende invulling gegeven aan de norm voor formele speelruimte. Wel kunnen deze plekken gevarieerder worden ingericht De kinderen in Evenaar-West/Oude Wereld/Evenaar-Oost Voor de kinderen in de buurten Evenaar-West, Oude Wereld en Evenaar-Oost is er op de diverse veldjes, pleintjes, tussenpaden en tuinen doorgaans ruim voldoende informele speelruimte. Uit de statistische gegevens blijkt dat rondom de speelplekken veel kinderen wonen: Frankrijkpark/Belgiëpark [05.03] bijna 100 Perupark 16 [05.04] plus Braziliëstraat [05.06] circa 170 Marokkostraat [05.07] plus Zambiapark [05.08] circa 150 Vuurlaan [05.22] plus Aardepad [05.24] circa 115 Athenestraat/Brusselpark [05.21] circa 85 Japanstraat [05.25] en Chinastraat [05.26] bijna 120 Dit betekent dat er relatief veel kinderen per speelplek zijn. Veel van de speelplekken zijn eenvoudig ingericht. Het is opvallend dat er over deze plekken niet veel inspraakreacties (3) zijn gekomen dat er meer voor kinderen moet komen. Sterker nog, diverse keren is aangegeven dat er voldoende voor kinderen zou zijn, in tegenstelling tot de statistische gegevens. De opbouw van de buurten is zodanig dat kinderen redelijk snel zelfstandig naar de plekken kunnen en de actieradius van de plekken vrijwel de hele buurt dekken. 97
99 Omdat naar verwachting het kinderaantal zal afnemen (nu 10% minder kinderen dan jeugd), wordt voorgesteld om de tien genoemde speelplekken uitgebreid in te richten als centrale speelplekken. Aangezien het kinderaantal in de verschillende buurten nooit zo laag zal worden dat er geen plek voor hen noodzakelijk meer is, betekent dit dat met deze plekken een duurzaam beeld wordt gerealiseerd... vragen wij om een glijbaantje. Heeft u nog wat geld over? reactie nav Witte Weekblad [05.23] Er liggen tussen de Zuiderkeerkring, de Kaninefatendreef en de Marezatendreef nog twee gedeelten ingesloten, waar in beide bijna 70 kinderen wonen. In het gedeelte tussen de Zuiderkeerkring en de Marezatendreef ligt een speelplekje [05.23]. Voorgesteld wordt om dit mede voor kinderen in te richten. In een inspraakreactie (via Witte Weekblad) wordt gevraagd om een glijbaantje. Hieraan kan invulling gegeven worden omdat het immers een speelplek voor meer dan 70 kinderen is. Verder moet samen met de bewoners uit het gedeelte tussen de Zuiderkeerkring en de Kaninefatendreef nagegaan worden hoe en waar er voor de circa 70 kinderen die hier wonen ook een speelplek kan komen [Z 05.01]...iedere kant van het fietspad zodat de kleine kinderen steeds oversteken, maar het aan één kant. buurtenquête Europark Gezien het grote kinderaantal moet de bespeelbaarheid van de buurt verder worden benadrukt met speelaanleidingen zoals gekleurde poefs, paaltjes, speeltegels en andere elementen [M 05.02]. Daarnaast kunnen de speelplekken in de buurt Europapark voor de kinderen met hun ouders een belangrijke functie vervullen. Deze moeten aantrekkelijker worden gemaakt, door één centrale plek te realiseren die veel aantrekkingskracht heeft De kinderen in de buurt Archeon In de nieuwe buurt Archeon wonen 35 kinderen. Doordat bij de meeste huizen tuinen zijn, is er voldoende informele speelruimte. de meeste lanen zijn recht en doorlopend; zo kan er niet echt goed op straat gespeeld worden. Als het kinderaantal verder toeneemt, zal er te weinig informele speelruimte ontstaan. Samen met de buurt moet eens gekeken worden of het niet veel prettiger is om aan een rustige er zijn bij ons helemaal geen speeldoodlopende straat te wonen, waar geleefd kan worden. en ontmoetingsplekken voor kinderen, ongelofelijk in zo n kinderrijke park Bruggooi [Z 05.09]. Aangezien in alle buurten meer dan 60 kinde- Uit de vragenformulieren blijkt dat er een speelplek voorzien is in het buurt! vragenformulier ren één speelplek delen, zal deze speelplek waarschijnlijk voorzien in de behoefte aan speelruimte. Tot de tijd dat deze plek gerealiseerd is, kunnen de kinderen met een begeleider naar de speelplekken in Oude Wereld. Wellicht is het een idee dat de bewoners op de hoogte worden gesteld wanneer de speelplek in Bruggooi gereed zal zijn en waar de speelplekken in de omgeving liggen De kinderen in de buurt Polderpeil Voor de kinderen in de buurt Polderpeil is minder informele speelruimte aanwezig dan bijvoorbeeld in de buurten Evenaar-West en -Oost. De kinderen kunnen goed spelen op de pleintjes, tussenpaden, veldjes en stoepen zodat aan de norm voor informele speelruimte wordt voldaan. Met 570 kinderen heeft de buurt Polderpeil de meeste kinderen in één buurt en de grootste kinderdichtheid (23 kinderen per hectare). Voorgesteld wordt om de speelplekken aan de Spuisluis [05.27], het Ik geloof niet zo in aparte speeltuinen. Kavelpad [05.28], de Dijkgraaf [05.29] en de Schutsluis (achter nr. 14) Meer in groen en speelruimte waarbinnen [05.30] te verbeteren voor kinderen. kinderen hun fantasie gebruiken... geef ze een bal, een boom om in te klimmen ruimte om te rennen. 98 vragenformulier Polderpeil 1-87
100 Ik bouw geen hutten want die worden door de gemeente gesloopt rondgang Omdat in de omgeving aan de Polderpeil 1-87 bijna 50 kinderen wonen, wordt voorgesteld om in te gaan op het verzoek in het vragenformulier om op het grasveld een speelplek te realiseren [Z 05.07]. Daarbij moet in eerste instantie gedacht worden aan speelaanleidingen, variatie en struiken. Hiermee wordt invulling gegeven aan een andere reactie dat men liever geen speelplek voor de deur heeft, maar dat kinderen in het groen kunnen spelen De jeugd in de buurt Europaplein Voor de circa 30 jeugdigen in de buurt Europaplein is er voldoende informele speelruimte te vinden. Voor hen hoeft er in hun eigen buurt geen speelplek te zijn omdat de norm hiervoor niet wordt gehaald. Ook als in de toekomst het aantal jeugdigen toeneemt (de huidige 70 kinderen), kunnen ze nog goed gebruikmaken van de voorzieningen in het Europapark. Aandachtspunt blijft daarbij de oversteekbaarheid van de Noorderkeerkring. Het is de vraag of deze doorgaand zou moeten zijn voor auto s. De Europalaan en Australiëlaan zijn echt ingericht voor autoverkeer en het is goed mogelijk deze wegen te gebruiken zonder dat het veel extra tijd kost De jeugd in Evenaar-West/Oude Wereld/Evenaar-Oost Tijdens de rondgang werd de groenstrook bij het Weteringpad aangewezen als plek om hutten te bouwen, te vissen en oorlogje te spelen. Ook het water en de groenstrook langs het Kroospad/de Alphense Wetering biedt speelmogelijkheden. Het verkeer op de Afrikalaan, Argentiniësingel en Amerikalaan zal naar verwachting toenemen naarmate de nieuwbouw gereedkomt. In deze straten liggen rotondes waar de jeugd elke dag minstens vier keer moet oversteken om naar school en de speelplekken te gaan. Daarom moet gekeken worden of deze route veiliger kan [M 05.03]. is het mogelijk om bij ons in de buurt iets te plaatsen voor meisjes van 5-12 jaar.? meldingsfor- Tijdens de rondgang vertelden de jeugdigen: We mogen op veel plekken niet voetballen, maar doen het toch. Ditzelfde valt ook te lezen in diverse inspraakreacties. Daarin wordt dan juist gepleit dat het voetballen in het plantsoen moet worden ontmoedigd... door beplanting en/of parkeervakken. Men moet zich realiseren dat Kerk en Zanen met ongeveer 14 kinderen en 15 jeugdigen per hectare de grootste kinder- en jeugddichtheid heeft. Als ervan uitgegaan wordt dat per stilstaande auto (één per woning) minimaal 15 vierkante meter wordt gereserveerd en daarnaast nog ruimte voor de rijdende auto, lijken we meer speelruimte te geven aan een vervoermiddel dan aan de kinderen. In een inspraakreactie wordt de opmerking gemaakt dat het plantsoen niet bedoeld is om in te spelen en dat ze in het Europapark moeten spelen. Moeten de meer dan kinderen, jeugdigen en 900 jongeren in Kerk en Zanen dan met zijn allen naar het Europapark? Er kan dus niet worden ingegaan op het verzoek om het voetballen in de buurten te ontmoedigen. De enkele speeltoestellen op speelplekken voor kinderen in de wijk, zoals de touwpiramide in het Frankrijkpark/Belgiëpark [05.01], het klimtoestel in het Perupark 2 [05.05], het draaitoestel aan de Marezatendreef [05.23] en de evenwichtsbalk aan de Athenestraat/Brusselpark, [05.21] vinden ze maar oersaaie plekken, liever hebben ze voetbaldoelen en schommels. Wel blijken ze in het Europapark de (water)speelplek en het (mede)gebruik van de skatebaan en de voetbalkooi te waarderen. 99
101 Op het resterende grasveld liggen een aantal boomstammen om het voetballen van grotere jongens onmogelijk te maken. reactie via Witte Weekblad [05.23] Gezien de normen moeten er in Evenaar-West vier tot zes speelplekken voor de jeugd zijn, in Oude Wereld zes tot zeven en in Evenaar- Oost drie tot vier. De voorzieningen in het Europapark, met name de waterspeelplek en de skatebaan geven hieraan al gedeeltelijk invulling. In de buurten moet echter ook voldoende (in)formele speelruimte zijn. Daarom wordt voorgesteld om te voldoen aan de wens om meer te kunnen voetballen in de buurten. Hiervoor moeten per buurt ten minste twee speelplekken worden uitgebreid met kleine voetbaldoeltjes en enkele toestellen zoals een schommel en een draaitoestel. Om te voorkomen dat de bal te ver doorrolt kunnen er dijkjes in het gras gemaakt worden, vergelijkbaar met de huidige situatie bij de Korenmolen [02.19]. Om dit te realiseren komen in aanmerking het Frankrijkpark/Belgiëpark [05.02], het Perupark 2 [05.05], het Zambiapark [05.08], de Marezatendreef [05.23], het Athenestraat/Brusselpark [05.21], de Chinastraat [05.26] en het voorgestelde zoekgebied aan de Kaninefatendreef [Z 05.01]. Verder kan in Evenaar-West de groenstrook langs het Weteringpad [Z 05.02] met enkele toestellen de bespeelbaarheid verhogen en invulling geven aan de normen voor (in)formele bespeelbaarheid. In Oude Wereld moeten er verder één tot twee speelplekken zijn. Aangezien hiervoor nauwelijks ruimte is, wordt voorgesteld om in de groenstrook langs het Kroospad één goed ingericht speelvoetbalveld te realiseren [Z 05.03]. Hier wordt nu al een gedeelte als trapveld onderhouden. Voor de jeugd in Evenaar-Oost zijn met deze voorstellen net voldoende speelplekken gerealiseerd De jeugd in de buurt Archeon In de buurt Archeon wonen ruim 45 jeugdigen. Doordat er in de buurt En helaas rijd niet iedereen nog gebouwd wordt, kunnen ze avontuurlijke informele speelruimte voorzichtig. vragenformulier vinden. Even een balletje trappen is echter niet goed mogelijk. Voorgesteld wordt om bij de verdere inrichting van de openbare ruimte te kijken hoe hieraan invulling kan worden gegeven. Uit de vragenformulieren blijkt dat er een speelplek voorzien is in het park Bruggooi [Z 05.09]. Indien deze plek (mede) voor jeugdigen wordt ingericht, kan met deze speelplek voorzien worden in de behoefte aan speelruimte. Tot de tijd dat deze gerealiseerd is, kan de jeugd naar de speelplekken in Oude Wereld en het Europapark. Wellicht is het een idee dat de bewoners op de hoogte worden gesteld wanneer de speelplek in Bruggooi gereed is en waar de speelplekken in de omgeving liggen... wil graag twee locaties Inventarisatieonderzoek VVD twee keer een bal lek Mogen niet voetballen nergens huttenbouwen Europapark te ver De jeugd in de buurt Polderpeil In de huidige situatie wonen er circa 270 jeugdigen in Polderpeil. Aangezien er nu ook 570 kinderen wonen, is het de verwachting dat het aantal jeugdigen de komende zes jaar zal verdubbelen! De twee rondgangen in Polderpeil en omgeving gingen rechtstreeks naar het grasveld aan de Schouw/Duikerpad. De kinderen vertelden dat ze erg veel last hebben van de prikkelstruiken en dat ze er soms worden weggestuurd. Verder kunnen ze hutten bouwen, vissen en spelen bij de groenstroken en het water rondom de buurt. Omdat er weinig informele speelruimte voor de jeugd is, wordt voorgesteld om het groen in de buurt beter bespeelbaar te maken [M 05.07]. Verder moet er meer voetbalgelegenheid komen. In de buurt zelf is weinig ruimte om dit via informele speelruimte te verkrijgen. De behoefte aan formele sportruimte is daardoor groter. 100
102 voetbaldoel prikkelstruiken waardoor zélfs leren ballen stukgaan, dat lijkt niet kindvriendelijk. vragenformulier Uit de rondgangen bleek dat de speelplekken in het Europapark vooral een functie hebben voor de oudste categorie jeugd (vanaf circa 10 jaar) en jeugd die specifiek skaten als hobby heeft. Voor de wat jongere jeugdigen is het te ver of ze mogen er niet heen. Bij het huidige aantal jeugdigen zijn er gezien de normen vier speelplekken nodig en in de toekomst zelf acht tot tien plekken! De jeugd heeft het kleinste aantal toestellen per jeugdige van gemeente Alphen aan den Rijn (1,5 per 100 jeugdigen). Voor de 270 jeugdigen zijn er: een meerdelig duikelrek, een evenwichtsbalk, een wip en een klein draaitoestel. Deze staan op speelplekken die eigenlijk voor kinderen zijn. Het is niet voor niets dat veel inspraakreacties vragen om meer speelruimte voor de jeugd. Voorgesteld wordt om het grasveld aan het Kavelpad samen met de speelplek [05.28] te verbeteren voor kinderen. Naast voetbaldoeltjes en speeltoestellen moet ook gedacht worden aan heuveltjes en groen. Daarbij kan als referentie gekeken worden hoe in het Brusselpark de informele speelruimte aantrekkelijk is voor de jeugd. een speeltuintje voor de allerkleinsten en bijvoorbeeld een voetbaldoel zou hier gezien de leeftijdsopbouw op zijn plaats zijn. Vragenformulier Polderpeil 1-87 De grotere kinderen gaan hier toch mee spelen wat de speeltuin niet ten goede komt. vragenformulier het bezorgt ook veel overlast omdat het ook (hang) jongeren aantrekt. moet je s morgens eens komen kijken wat een rotzooi. Wij zijn ook bang dat hoe meer speelplekken hoe meer rotzooi het trekt buurtenquête Het voorgestelde zoekgebied aan Polderpeil 1-87 [Z 05.07] wordt ook voor de jeugd. Daarbij moet in eerste instantie aan doeltjes, speelaanleidingen, variatie in hoogtes en beplanting gedacht worden. Dan wordt rekening gehouden met een andere reactie waarin gesteld wordt dat er hier liever geen speelplek voor de deur moet komen, maar dat de kinderen in het groen kunnen spelen. Verder wordt voorgesteld om in te gaan op het verzoek in een vragenformulier om tussen de Afrikalaan en Renaissance een speelplek te realiseren [Z 05.08]. Verder kan het plein aan de Spuisluis [05.27] met enkele toestellen voor de jeugd aangevuld worden en wordt de speelplek in het Europapark als voorziening voor de jeugd meegerekend De jongeren in Kerk en Zanen Er wonen in heel Kerk en Zanen nu bijna jongeren. De aantallen jeugdigen en kinderen zullen binnen de huidige bebouwing over circa zes jaar opgelopen zijn tot circa jongeren en over twaalf jaar tot Daarnaast wordt de wijk verder uitgebreid. In het huidige voorzieningenniveau hebben de jongeren beschikking over 17 toestellen op één locatie die ook aantrekkingskracht hebben op jongeren uit andere wijken. Verder is het grootste deel van de wijk nog zo nieuw dat het ontbreekt aan banken, zitaanleidingen en overhoekjes waar de jongeren elkaar informeel kunnen ontmoeten. Stelregel hierbij is hoe nieuwer, hoe minder fysieke en spreekwoordelijke ruimte. Is het dan vreemd dat er in toenemende mate overlast van jongeren wordt ervaren? Uit ervaringen in wijken in Nederland uit de jaren met dergelijke jongerenaantallen bij zo weinig (in)formele sport- en ontmoetingsruimte, is het de verwachting dat de overlast (veel) verder zal oplopen. Dit is slechts gedeeltelijk op te lossen door het treffen van voorzieningen in de buitenruimte en gesprekken te voeren met jongeren. Naast tolerantie van bewoners zal nagegaan moeten worden hoe voorzien kan worden in de tijdsbesteding van jongeren, bijvoorbeeld binnenvoorzieningen, stimuleren (sport)verenigingsleven, jongerenactiviteiten, georganiseerde jeugdactiviteiten enzovoort. 101
103 Door het ontbreken van fysieke ruimte in de buurten zelf blijft het Europapark de belangrijkste formele speelplek. De shelter, de skatebaan en de voetbalkooi dienen als de twee No-Problemplekken en drie van de tien Stay-Aroundplekken die er in deze wijk moeten zijn. Voor de overige Stay-Aroundplekken moeten per buurt samen met de jongeren locaties gevonden worden waar groepjes van twee of drie banken geplaatst kunnen worden [M 05.01], [M 05.04], [M 05.05] [M 05.06] en [M 05.08]. Gezien de norm voor formele sport- en ontmoetingsplekken moeten er ten minste negen plekken voor jongeren zijn. De voorzieningen in het Europapark, zoals het voetbalveld [05.11], de skateplek [05.15]+ [05.17], de voetbalkooi [05.16] en het basketbalveld [05.19] dienen goed (verbeterd) ingericht te zijn. Als deze (vier) plekken goed ingericht zijn, kunnen ze door de centrale ligging als zes plekken invulling geven aan de norm voor formele sport- en ontmoetingsplekken. Er kan dus ingegaan worden op het verzoek om het basketbalveld te verbeteren. Ook wordt voorgesteld om het skatepark als bovenwijkse voorziening verder uit te breiden. Dit is de wens geuit door de skaters tijdens het evenement Pimp my park dat de jongeren organiseerden tijdens het opstellen van voorliggende analyse. Voorgesteld wordt om na te gaan hoe hieraan invulling kan worden gegeven. Of het meteen haalbaar is om de gepresenteerde voorstellen van de skaters te realiseren, hangt van bijvoorbeeld extra fondswerving af. In het kader van het openbare speelvoorzieningenniveau is er geld beschikbaar via de reguliere vervanging van de overige skatetoestellen. Dit duurt echter nog een paar jaar. Daarnaast moeten er in de buurten ten minste nog drie plekken voor jongeren zijn. Wellicht dat dit te combineren valt met de voorgestelde voorzieningen voor de jeugd in de groenstrook langs het Weteringpad [Z 05.02], tussen de Afrikalaan en Renaissance [Z 05.08] en de voorgenomen speelplek in het park Bruggooi [Z 05.09]. Wellicht is het mogelijk om in de nieuwe uitbreidingswijken voldoende ruimte te reserveren voor de jeugd en de jongeren. 102
104 Spelen op: Eigen erf 4 Straat 14 Hofjes 5 Schoolplein 5 Speeltuin 5 Erf buren/vrienden 8 Thuis 12 Buurtplattegrond groep 6,7,8 ze missen de skatebaan, die moest wijken voor het tennisveld! Dus graag een nieuwe skatebaan buurtplattegrond 14. SPELEN IN AARLANDERVEEN (WIJK 9) In Aarlanderveen is voor de kinderen voldoende informele speelruimte te vinden en er is een speelplekje aanwezig aan de M. Bogaardhof [09.01]. Er wonen circa dertig kinderen verspreid over het dorp en binnen een straal van 200. Binnen de actieradius van de plek zelf wonen niet voldoende kinderen om de norm te halen. Er wordt echter voorgesteld om deze speelplek als basisvoorziening voor de kinderen te behouden. Op de wijkplattegrond wordt door de jeugd uit groepen 6, 7 en 8 diverse keren aangegeven dat ze op eigen erf, thuis of bij de buren op het erf spelen. De jeugd die in het dorp woont, speelt vaak op het schoolplein, op de straten en ook in de speeltuin. Er is voldoende informele speelruimte om aan de norm te voldoen. Er zijn in Aarlanderveen ongeveer 50 jeugdigen, waarbij de jeugdigen die binnen een straal van 400 meter rond het dorp wonen worden meegeteld. Gezien de ruime hoeveelheid informele speelruimte wordt de norm voor een speelplek niet gehaald. Om voor hen toch een soort basisvoorziening te creëren, wordt voorgesteld om gedeeltelijk invulling te geven aan de wens van een skatevoorziening. Die kan gerealiseerd worden door een kleine mobiele schans/element ter beschikking te stellen aan bijvoorbeeld de Buurten Speeltuinvereniging van Aarlanderveen, de school, een vereniging, een kerk of een instelling die een plein heeft waarop geskatet kan worden. Voor de maximaal 70 jongeren die in en rondom Aarlanderveen wonen, zijn er voldoende informele ontmoetingsmogelijkheden aanwezig. Er hoeft voor hen geen speciale voorziening aanwezig te zijn. 103
105 15. SPELEN IN ZWAMMERDAM (WIJK 10) Zwammerdam wordt (voor de statistische gegevens) verdeeld in Dorp en De Burcht, waarbij de Steekterweg de scheiding vormt. Doordat de kinderen vanuit De Burcht naar school deze weg moeten oversteken, zullen zij gemakkelijker naar Dorp gaan dan andersom. Tijdens de inventarisatie werd de kruising in de Steekterweg tot een rotonde verbouwd. Uit onderzoek blijkt dat kinderen en jeugdigen bij het oversteken op een rotonde moeilijker overzicht kunnen krijgen. Voorgesteld wordt om, nadat de rotonde een tijdje in werking is, na te gaan of de kinderen en jeugdigen voldoende veilig kunnen oversteken [M 10.01]. glijbaan kunnen de kleuters en peuters niet opklimmen. De zandbak is te In het oude gedeelte van Dorp is minder informele speelruimte aan De kinderen in Zwammerdam hoog voor jonge kinderen. wezig dan in de rest van Zwammerdam omdat hier nauwelijks tuinen vragenformulier en stoepen zijn. In het oude gedeelte blijken echter ook weinig kinderen te wonen. In Zwammerdam Dorp en De Burcht is voldoende informele speelruimte voor kinderen te vinden om aan de normen te voldoen. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat binnen de actieradius van speelplekken aan de Buitendorpstraat [10.01] en de Kerkstraat [10.02] zo weinig kinderen wonen, dat de norm eigenlijk niet wordt gehaald. Omdat er verspreid over Dorp toch circa 65 kinderen wonen, wordt voorgesteld beide plekken te behouden voor kinderen. In een vragenformulier wordt gesteld dat diverse toestellen op de speelplek [10.01] aan de hoge kant zouden zijn. Gezien de specificaties van de leveranciers en ervaring kan hierover opgemerkt worden dat dit meevalt. In De Burcht wonen circa 30 kinderen. Voor hen zijn aan de Dr. Schreuderstraat twee plekken aanwezig: centraal in de buurt [10.04] en bij huisnummer 53 [10.05]. Zij hebben hiermee het meeste aantal toestellen per kind van heel gemeente Alphen aan den Rijn: ongeveer per drie kinderen een toestel. Dit is drie keer zoveel als het huidige gemiddelde! Voorgesteld wordt om de meest centrale en gevarieerd ingerichte speelplek [10.04] voor kinderen te bestemmen. De speelplek naast Dr. het veldje.. maar we willen meer Schreuderstraat 53 [10.05] wordt dan secundair. 104
106 niet het park verbouwen. Ik wil als het moet al mijn geld geven De jeugd en de jongeren in Zwammerdam Voor de circa 65 jeugdigen is er in Dorp net voldoende informele speelruimte te vinden, omdat ze door het hele dorp en het park bij de Zwammerdamse brug kunnen komen. Er zijn niet veel plekken waar ze kunnen voetballen. De circa 40 jeugdigen in De Burcht hebben voldoende informele speelruimte in en om het buurtje. Voor de circa 150 jongeren in Zwammerdam zijn er op diverse locaties aanleidingen te vinden die invulling geven aan de normen voor informele speelruimte. Een echte eigen speelplek hebben de jeugdigen en jongeren niet. Tijdens de rondgang werd gepleit voor een speelplekje voor de jeugd op het grasveld aan de Buitendorpstraat. Op enkele buurtplattegronden wordt gevraagd naar een voetbalkooi in het park of op de vrachtwagenparkeerplaats. Ook de Jongerenraad geeft aan dat de jongeren in Zwammerdam graag een voetbalkooi zouden willen. Aangezien er voor de circa 150 (afnemend tot 130) jongeren een eigen speelplek moet zijn, wordt voorgesteld een nieuwe sport- en speelplek te realiseren voor de jeugd en de jongeren van Zwammerdam [Z 10.01]. Daarbij is het de vraag of het park en de vrachtwagenparkeerplaats de meest geschikte locatie is. Wellicht kan de kooi gerealiseerd worden nabij de rotonde, zodat deze voor iedereen bereikbaar en zichtbaar is. Voorgesteld wordt om samen met de jeugd en de jongeren naar een geschikte locatie te zoeken. Verder kan het trapveldje aan de Dr. Schreuderstraat [10.03] als informele speelruimte eenvoudig ingericht blijven. De voormalige speelplek aan de Vosholstraat [10.06] wordt niet heringericht. 105
107 Geen kinderen speeltoestellen dus niet nodig. Inventarisatieonderzoek VVD Euromarkt 16. SPELEN BUITENGEBIED EN OP BEDRIJFSTERREINEN Buiten de bebouwde kom en op bedrijfsterreinen is in het algemeen ruim voldoende informele speelruimte aanwezig. Daar wonen nergens zoveel kinderen bij elkaar dat de norm voor een speelplek wordt gehaald Het woonwagenkamp Aan het Goudse Rijpad ligt een speelplek die voornamelijk een functie heeft voor het woonwagenkamp [11.01]. Uit onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat hier circa 15 kinderen en nog geen 10 jeugdigen wonen. Gezien de ruime hoeveelheid informele speelruimte wordt de norm voor een speelplek niet gehaald en moet de plek als secundair worden aangewezen. Aangezien de plek net nieuw is, wordt voorgesteld om de toestellen niet actief te verwijderen, zodat de plek de komende jaren nog wel zal blijven bestaan. Kop 7 ingevoegd voor witregel inhoudsopgaven 106
108 107
109 DEEL IV BIJLAGEN Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn 108
110 109
111 BIJLAGE I. Acceptatieniveau Actieradius Basisnetwerk Cognitief-psychische Ontwikkeling Motorisch-lichamelijke Ontwikkeling Openbare ruimte Primaire speelplek Secundaire speelplek Sociaal-emotionele Ontwikkeling Speelfunctie Speelmogelijkheid Speelplek Speelvoorziening(en) Speelvoorzieningenniveau Zoekgebied BEGRIPPENLIJST Het onderhoudsniveau waarop een toestel technisch nog blijft voldoen aan de veiligheidsnormen en aan de eisen voor algemene welstand Norm voor de afstand die een kind kan en mag afleggen om bij een speelplek te komen Het na te streven speelvoorzieningenniveau dat voortkomt uit het vergelijken van de huidige situatie ten opzichte van de normen voor speelruimte Ontwikkeling van o.a. ruimtelijke oriëntatie, verbalisatie, intelligentie, geheugen, concentratie, foutwaarneming en logisch denken Ontwikkeling van o.a. evenwicht, houding, coördinatie, kracht, snelheid, ritme, tempo, uithoudingsvermogen en omgaan met eventuele afwijkingen/aandoeningen Alle ruimte die geen privé- of overgangsruimte (=portiek/achterpaden/galerij, waar men enige verantwoordelijkheid ervaart) is, wordt openbare ruimte genoemd, bijvoorbeeld grasvelden, plantsoenen, parken, wegen, braakliggende terreinen en waterpartijen Speelplek die in het basisnetwerk voor één of meer leeftijdscategorieën van belang is om te handhaven De speelplek vervult geen functie in het belang van het basisnetwerk speelvoorzieningen en kan binnen de beleidstermijn komen te vervallen Ontwikkeling van o.a. zelfvertrouwen, samenwerking, zelfstandigheid, foutverwerking, dynamiek, compensatietechnieken en sfeergevoeligheid De functie die het spelen heeft voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld coördinatie, concentratie, zelfvertrouwen, etc. Een mogelijkheid om te spelen zoals klimmen of schommelen Specifiek voor spelen ingerichte plek in de openbare ruimte Het geheel van voorzieningen die getroffen zijn, waardoor gespeeld kan worden, zoals het aanleggen van speelplekken en het plaatsen van speeltoestellen De mate waarin speelvoorzieningen binnen de gemeente zijn aangelegd Een aangewezen gebied waar een speelplek voor de betrokken leeftijdscategorie aanwezig moet zijn om aan het basisnetwerk te voldoen 110
112 BIJLAGE II. AANTAL EN KOSTEN SPEELTOESTELLEN In deze bijlage is een overzicht gegeven van de typen speelvoorzieningen waarin de toestellen zijn verdeeld met daarbij behorende normcijfers. Gekozen is voor typen toestellen om zo de ramingen overzichtelijk te maken. De gebruikte normen zijn gemiddelden voor alle toestellen die binnen dit type vallen. De voornaamste redenen voor de onderscheiding van de typen zijn gebruik (speelmogelijkheid), leeftijd en aanschafwaarde. Per type is in de eerste kolommen weergegeven: de leeftijdscategorie die over het algemeen van het toesteltype gebruik maakt; de gemiddelde vervangingstermijn (levensduur) van het toesteltype; de geraamde aanschafwaarde van het toesteltype (nieuwwaarde exclusief BTW en exclusief kosten voor ontwerp, plaatsing e.d.); de gemiddelde onderhoudskosten per jaar voor het toestel (gebaseerd op max. 10% van de aanschafwaarde (i.v.m. levensduur) en de vandalismegevoeligheid van het toesteltype). In de volgende kolommen wordt het aantal toestellen binnen dit type doorgerekend met de genoemde normen. Hierdoor wordt inzicht verkregen in de totale aanschafwaarde en de bijbehorende onderhouds- en vervangingsbudgetten. De genoemde normcijfers van de toesteltypen in de tabel gaan uit van een onderhoudsniveau van 100%. Dit betekent onder andere dat de speeltoestellen altijd optimaal in de verf zitten, er altijd proper uitzien, in perfecte technische staat verkeren en dat graffiti regelmatig verwijderd wordt. In het beleid wordt echter een onderhoudsniveau bepaald. Dit niveau wordt verrekend met het totaalbudget. Een onderhoudsniveau zoals in paragraaf beschreven betekent dat 85% van de berekende normbudgetten nodig is voor vervanging en onderhoud. 111
113 112
114 BIJLAGE III. GEGEVENSTABEL BUURTEN In deze bijlage staan per buurt de normen voor informele en formele speelruimte uitgewerkt voor de verschillende leeftijdscategorieën. De tabel kan als samenvatting en toelichting voor de analyse van informele en formele speelruimte gezien worden. Op basis van deze cijfers en de daadwerkelijke inrichting van de buurt en de inspraak die heeft plaatsgevonden, wordt het basisnetwerk bepaald. Tabel 12 Beslisboom analyse speelruimte Toelichting op de beslisboom: het gaat erom dat er een evenredige verdeling van informele en formele speelruimte ontstaat. Genoeg informele ruimte is daar waar kinderen goed kunnen spelen op de stoep en de straten, in het groen en langs het water. Daar zijn minder speelplekken nodig dan in buurten waar kinderen aan drukke straten met smalle stoepjes wonen. Om te bepalen of er voldoende informele ruimte is, wordt gekeken naar de uitgangspunten in de normentabel voor informele speelruimte, bijvoorbeeld voor de jongste doelgroep per kind minimaal 20 m² aan stoep, grasveld of plein, aansluitend aan de woning. Is er genoeg informele ruimte dan moeten er circa 30 kinderen bij elkaar wonen om een speelplek voor te behouden of aan te leggen. Is er echt te weinig informele ruimte dan moeten er circa 15 kinderen bij elkaar wonen om een speelplek voor te behouden of aan te leggen. 113
115 114
116 115
117 116
118 BIJLAGE IV. SPEELPLEKKEN EN MAATREGELEN In deze bijlage staat weergegeven welke rol de plek speelt in het basisnetwerk en welke acties nodig zijn om deze rol te kunnen vervullen. In de tabel staan de huidige plekken, de nieuw te maken plekken (zoekgebieden) en de te nemen overige maatregelen. De eerste vier kolommen bieden gegevens over de inventaris in de huidige situatie en in het basisnetwerk. In de eerste kolom staat een speelpleknummer. Betreft de plek een zoekgebied of maatregel dan is dit aangegeven met respectievelijk een Z of een M. De tweede kolom is de locatie waar de speelplek te vinden is. De locatienaam is overgenomen uit de beheergegevens van gemeente Alphen aan den Rijn. Aan de hand van de aanwezige speeltoestellen, de uitstraling en de aanwezige ruimte op de locaties is per speelplek de huidige leeftijdscategorie bepaald. Dit is weergegeven in de derde kolom. In de vierde kolom genaamd categorie wordt, is aangegeven voor welke leeftijdscategorie de speelplek in het basisnetwerk ingericht moet worden. In de vijfde kolom genaamd 'eigendom', is aangegeven of de speelplek in participatie wordt beheerd. De laatste kolommen bevatten gegevens over de maatregelen die genomen moeten worden om de plek te laten voldoen aan de eisen van het basisnetwerk. Ook hier wordt uitgegaan van de normen voor informele en formele ruimte. In de kolom 'maatregelen' wordt kort aangeduid wat de kern is van de maatregelen die genomen moeten worden. In aansluiting hierop staat in de kolom nieuwe aanleidingen en de kolom nieuwe toestellen hoeveel aanleidingen en/of toestellen er nodig zijn bij deze maatregel. Als laatste is er een raming gegeven van bijkomende kosten die voor een deel ten laste van spelen komen, maar voor 70% ten laste van groen en wegen moeten komen. 117
119 118
120 119
121 120
122 121
123 122
124 123
125 124
126 125
127 126
128 Kiss and greet What s Up What s Up Stay Around BIJLAGE V. INFORMELE ONTMOETING JONGEREN Als norm voor hangen kan gesteld worden dat voor elke 15 (hang)jongeren uit de hangleeftijd er één plek in de openbare ruimte aan te wijzen moet zijn waar hij of zij kan ontmoeten met andere (hang)jongeren. Vervolgens kan gesteld worden dat voor 50% van het hangen geen specifieke voorzieningen noodzakelijk zijn. Dit gebeurt op plekken in de buurt waar 2 tot 4 jongeren even een kwartiertje staan te kletsen, afscheid nemen of afspreken om op elkaar te wachten als ze samen ergens heen gaan (Kiss and Greet). De ontmoetingsplekken die een inrichting vereisen, zijn onder te verdelen in drie categorieën. Plek categorie I: What s-up Dit zijn kleinere plekken voor 5 tot 10 jongeren die bij elkaar komen en bijpraten. s Zomers is te zien dat er jongeren langs deze plekken (brom)fietsen op zoek naar een praatje. Aantal: 30% van de plekken Ligging: goed gespreid over de dorpen langs doorgaande routes (echt in de buurt) en niet te dicht op woningen; in zicht zodat er snel gezien kan worden wie er op de plek aanwezig is; Verkeer: op voldoende afstand van doorgaande weg (2 tot 10 meter); Locatie: verharde ruimte met plek voor 5 tot 10 jongeren en wat fietsen en scooters; Inrichting: verhard gedeelte goed bereikbaar; een aantal zit- en ontmoetingsaanleidingen, afvalbakken en eventueel verlichting; gemakkelijk te verwijderen en herplaatsen en passend in straatbeeld; Regels: APV! aanvullende regels door jongeren en omwonenden zo nodig op te stellen; bij overtreding verwijzen naar plek categorie II; Flexibiliteit: meer locaties categorie I aanwijzen dan inrichten. Op deze manier kan de plek eventueel nog eens verplaatst worden naar een andere locatie als de overlast te groot wordt (de jongeren houden zich niet aan de regels) of als de jongeren er helemaal niet meer komen. Toets: Geen toets bestemmingsplan nodig. Voorzieningen vallen onder straatmeubilair of speeltoestellen. Functie en gebruik passen binnen huidige bestemmingen. Plek categorie II: Stay-Around Dit betreft grotere plekken voor 10 tot circa 40 jongeren waar jongeren echt afspreken om bij elkaar te komen en te zitten praten of ander activiteiten te ontplooien. Vaak gaan deze plekken samen met goed ingerichte sportplekken (bijvoorbeeld skateplekken), maar als die er te weinig zijn, kunnen de plekken ook apart goed functioneren (de JOP). Aantal: Ligging: Verkeer: 20% van de plekken min de No-Problemplekken; op voldoende afstand van woningen, bijvoorbeeld aan de rand van het dorp of in een groter park/plantsoen; in de omgeving van andere geluidsbron; op/bij formele sport/speelplek; goed bereikbaar, maar niet te dicht bij de doorgaande weg; 127
129 Stay Around Locatie: Inrichting: Regels: Flexibiliteit: Toets: groot genoeg voor een grotere groep jongeren met fietsen/scooters en groot genoeg voor een aantal voorzieningen; afwegen of auto er of niet mag en kan komen (trekt oudere jongeren aan); zit- en ontmoetingsaanleidingen en beschutting in de vorm van wandje of beplanting; verharde ondergrond; verlichting; duurzaam en vandalismebestendig; APV en in overleg met omwonenden of andere betrokkenen aanvullende regels m.b.t. gedrag opstellen. De plek moet geen overmatige input vergen om in stand te houden. inrichting plek voor langere termijn; bij overmatig vandalisme en teveel overlast een welzijnstraject doorlopen met daders ; Geen toets bestemmingsplan nodig. Voorzieningen vallen onder straatmeubilair of speeltoestellen. Functie en gebruik passen binnen huidige bestemmingen. No Problem No Problem Plek categorie III: No-Problem Dit zijn plekken die zo ver buiten de bebouwde omgeving liggen dat hier geen overlast voor omwonenden te verwachten is. De jongeren kunnen bij problemen in de buurt altijd naar deze plekken verwezen worden. Aantal: voor elke 500 jongeren één No-Problemplek; Ligging: op voldoende afstand van woningen, zodat verwachte overlast op basis van ligging kan worden uitgesloten; Verkeer: goed bereikbaar, maar niet te dicht bij de doorgaande weg (minimaal 50 meter afstand); Locatie: groot genoeg voor een grotere groep jongeren met fietsen/scooters en groot genoeg voor een aantal voorzieningen; afwegen of auto er wel of niet mag en kan komen (trekt oudere jongeren aan); Inrichting: zit- en ontmoetingsaanleidingen en beschutting in de vorm van een overkapping; eventueel mogelijkheden voor graffiti; verharde ondergrond; verlichting; duurzaam en vandalismebestendig; Regels: APV en in overleg met jongeren, politie, gemeente jongerenwerk andere regels m.b.t. gedrag opstellen. De plek moet geen overmatige input vergen om in stand te houden. Flexibiliteit: inrichting plek voor langere termijn; bij overmatig vandalisme en teveel overlast een welzijnstraject doorlopen met daders ; Toets: Geen toets bestemmingsplan nodig. Voorzieningen vallen onder straatmeubilair of speeltoestellen. Mits geen bouwvergunning nodig is. Is dit het geval dan ook bestemmingsplantoets. 128
130 Speelaanleiding Speelaanleiding Speelaanleiding Speelaanleiding BIJLAGE VI. SPEELAANLEIDINGEN Speelaanleidingen zijn objecten in de openbare ruimte die aanleiding geven tot spel. Zij kunnen bewust als bespeelbaar element zijn geplaatst, maar ook onderdeel zijn van een tot ander doel ingericht stuk van de openbare ruimte. De opzet van deze aanleidingen is dat ze veel speelwaarde hebben, niet onder het Attractiebesluit vallen en hooguit een risicoanalyse vergen. Speelaanleiding bewust als bespeelbaar element geplaatst Vaak komen speelaanleidingen voor op en rondom de speelplek of worden ze gebruikt om kinderen te (bege)leiden. Voorbeelden hiervan zijn allerlei soorten verharding, knikkertegels, hinkeltegels, gekleurde tegels en tegels met cijfers, letters en dierenvoetstappen. Door het aanbrengen van deze verharding of patronen en door het gebruik van verschillende soorten verharding kunnen tal van speelmogelijkheden ontstaan. Een ander voorbeeld zijn betonelementen zoals poefs, bielzen, palen, bollen en muurtjes, al dan niet gekleurd. Deze elementen bieden tal van mogelijkheden zoals erop klimmen, eraf en erover springen, op zitten, een touw aan vastknopen, tegen voetballen, bokspringen enzovoorts. Meer natuurlijke speelaanleidingen zijn bomen en boomstammen, grasheuveltjes, hagen en struiken. Ook het beschilderen van muren op een speelplek kan aanleiding geven tot spel. Speelaanleiding als onderdeel van de openbare ruimte Voor het inrichten van de openbare ruimte worden tal van elementen gebruikt. Soms zijn deze elementen voor kinderen aantrekkelijk om mee te spelen. Echter lang niet altijd worden hiervoor elementen gekozen die ook bespeelbaar zijn. Als er toch een paal geplaatst moet worden, waarom dan niet een paal met een ronde kop in plaats van een scherpe? Waarom niet wat groenblijvers in het bosplantsoen? De kern van het denken over speelaanleidingen is, om bij elk plan of elke actie in de openbare ruimte na te gaan of de elementen die gebruikt worden ook geschikt zijn voor medegebruik door kinderen. Natuurlijk kan het voorkomen dat dit om bijvoorbeeld veiligheidsredenen niet mogelijk is. Uitgangspunt is echter de bespeelbaarheid en het moet gemotiveerd worden als hiervoor niet wordt gekozen. Voorbeelden van dit soort speelaanleidingen zijn: afscheidingen zoals hekwerken, muurtjes, hagen en bielzen; straatmeubilair zoals banken en andere zitelementen; betonelementen zoals betonpoefs/bollen, paaltjes, stoepranden en parkeerbanden en sierelementen kunst; toepassen van groenblijvers (hulst, laurier); toepassen van vruchtdragende bomen (eik, kastanje, beuk); toepassen van vruchtdragende struiken; toepassen van (gedraineerd) gazon; toepassen van hoogteverschillen in gras en verharding. 129
131 Speelaanleiding Speelaanleiding Veel van dergelijke elementen kunnen voor de kinderen een aanleiding vormen om te zitten of aan te hangen, maar ook om vanaf, over of op te springen. Ze kunnen er een elastiek aan vast maken, hutten mee bouwen, ze gebruiken hen als evenwichtsbalk enzovoorts. Een ruimte als speelaanleiding Door veel kinderen wordt een braakliggend terrein met een bult zand en ruigte hoog gewaardeerd. Daar zijn veel speelmogelijkheden en functies aanwezig. Niet alleen braakliggend terrein, maar ook hoeken plantsoen en straat zijn soms favoriet bij een groep kinderen. Eenvoudige aanpassingen aan beheer en onderhoud en duidelijke voorlichting naar burgers kunnen deze speelruimte behouden. Voorbeelden hiervan zijn: hutten niet opruimen (zeker niet in vakanties); stukken ruigte zo lang mogelijk laten bestaan; waarschuwingsborden voor automobilisten plaatsen; niet op elke klacht van omwonenden over spelende kinderen ingaan. Sturen in het medegebruik van het openbaar groen kan door sortimentskeuze. Struiken met grote doornen zijn absoluut niet aantrekkelijk voor kinderen en planten met giftige vruchten/bladen/schors mogen niet worden toegepast. Andere eenvoudige voorbeelden van het beter bespeelbaar maken van openbaar groen zijn hoogteverschillen in het gazon (werken ook goed antivoetbal), vaker toepassen van bloemenmengsels en het gefaseerd maaien van gras. In heestervakken en blokhagen kunnen uitsparingen worden gemaakt waar kinderen hun hutje kunnen hebben. Hagen kunnen op verschillende hoogten gesnoeid en niet recht maar golvend aangeplant worden. Het toepassen van groenblijvers in bosplantsoen of solitair draagt ook bij aan de bespeelbaarheid van openbaar groen. Samengevat Juist het aanbrengen van hoogteverschillen, randen en eenvoudige objecten prikkelen de fantasie van kinderen om zelf spelen te verzinnen of bestaande spelen aan te passen. Anders gezegd: speelaanleidingen vergroten de speelruimte. 130
132 BIJLAGE VII. RESULTATEN ENQUÊTE 131
133 132
134 133
135 BIJLAGE VIII. BRONNEN Aantal kinderen Gemeente Alphen aan den Rijn 2 november 2004 Inventarisatie inventarisatiegegevens juli 2005 gemeente Alphen aan den Rijn Oppervlakten digitale kaart gemeente Alphen aan den Rijn Wijk / buurt / straat / speelpleknaam / speelpleknummer inventarisatiegegevens gemeente Alphen aan den Rijn overzicht buurten gemeente Alphen aan den Rijn; internet overzicht wijken gemeente Alphen aan den Rijn; gegevens spelen straatnamenkaart Alphen aan den Rijn Stadsgids gemeente Alphen aan den Rijn 2004/2005 Toetsing normen speelruimte door OBB Ingenieursbureau Aalsmeer / Alkemade / gemeente Alphen aan den Rijn / Apeldoorn / Amsterdam; stadsdeel Slotervaart-Overtoomse Veld / Brielle / Capelle aan den IJssel / De Bilt / De Wolden / Delfzijl / Deventer / Diepenheim / Drechterland / Epe / Gendringen / Gemert-Bakel / Hendrik-Ido- Ambacht / Hillegom / Horst aan de Maas / Houten / Lith / Maartensdijk / Maassluis / Maastricht; Witte Vrouwenveld-Wyckerpoort / Maassluis/ Millingen aan de Rijn / Nieuwkoop / Opmeer / Raalte-Heino / Soest / Twenterand / Waddinxveen / Vianen / Westvoorne / Weert / Wierden / Zutphen; Wijk A. 134
136 BIJLAGE IX. TEKENING 135
137 136
138 * * * EINDE SPEELRUIMTEPLAN * * * 137
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Oost-Gelre BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Oost-Gelre BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Buitenspelen.kom. Speelruimteplan. gemeente Dronten. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Dronten BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Dronten BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau
Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen
Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau 787.03 0 Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen
Ruimte voor Spelen. Speelruimteplan gemeente Baarn. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Ruimte voor Spelen Speelruimteplan gemeente Baarn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Ruimte voor Spelen Speelruimteplan gemeente Baarn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Titel: Subtitel:
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Schiedam BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Schiedam BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Commissie Bestuurlijk Domein. Commissie Ruimtelijk Domein. Commissie Sociaal en Economisch Domein. Informerende Commissie. Bespreken.
Raad VOORBLAD Onderwerp Speelruimtebeleid Agendering Commissie Bestuurlijk Domein x Gemeenteraad Commissie Ruimtelijk Domein Lijst ingekomen stukken x Commissie Sociaal en Economisch Domein Informerende
Buitenspelen.kom. Speelruimteplan. gemeente Boxtel. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Boxtel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Boxtel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard BELEIDSPLAN, BEHEERVISIE voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard BELEIDSPLAN, BEHEERVISIE
*Z0230DEDA67* Raadsvoorstel. Aan de raad. : Speelruimteplan Beverwijk, Beverwijk speelt buiten
Raadsvoorstel Documentnummer Afdeling Onderwerp *Z0230DEDA67* Aan de raad : INT-15-22008 : Ruimte : Speelruimteplan Beverwijk, Beverwijk speelt buiten Inleiding Hoe staat het met de speelruimte in Beverwijk,
Buiten zijn, ja leuk!
Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar BELEIDSPLAN voor en ANALYSE
Buitengewoon... Spelen!
Buitengewoon... Spelen! Speelruimteplan gemeente Giessenlanden BELEIDS- en BEHEERPLAN voor SPEELRUIMTE Buitengewoon... Spelen! Speelruimteplan gemeente Giessenlanden BELEIDS- en BEHEERPLAN voor SPEELRUIMTE
RAADSVOORSTEL Agendanummer 7.4. Onderwerp: Nota Speelruimtebeleid Spelen in Moerdijk
VANWEGE STAKEN VAN STEMMEN BIJ HET AMENDEMENT VAN ONAFHANKELIJK MOERDIJK OVER DIT ONDERWERP WORDT DIT OPNIEUW GEAGENDEERD IN DE RAADSVERGADERING VAN 25 FEBRUARI 2010. RAADSVOORSTEL Agendanummer 7.4 Raadsvergadering
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk NOORD
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk NOORD Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het beleid
Samen spelen samen ontmoeten
Samen spelen samen ontmoeten Speelruimteplan gemeente Doesburg BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Samen spelen samen ontmoeten Speelruimteplan gemeente Doesburg BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van
Samen buitenspelen.kom
Kerkplein 2 T (0343) 56 56 00 Postbus 200 F (0343) 41 57 60 3940 AE Doorn E [email protected] Samen buitenspelen.kom Speelruimtebeleidsplan 2009 2018 Datum 3 maart 2009 Afdeling Afdeling Openbare Ruimte
Bijlagen. Bijlage 1: Het belang van speelruimte. Bijlage 2: Vervangingswaarde van speeltoestellen
Bijlagen Bijlage 1: Het belang van speelruimte Bijlage 2: Vervangingswaarde van speeltoestellen Bijlage 3: Berekening bijdrage Speeltoestellen op Schoolpleinen Bijlage 4: Exploitatie begroting Speeltoestellen
Spelen Bewegen Ontmoeten
Spelen Bewegen Ontmoeten gemeente Leusden Speelruimteplan 2012-2022 Titel: Opdrachtgever: Opdrachtnemer: Opgesteld door: Speelruimteplan Gemeente Leusden OBB Ingenieursbureau Postbus 805 7400 AV Deventer
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente BELEIDSPLAN en ANALYSE voor SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente BELEIDSPLAN en ANALYSE voor SPEELRUIMTE Titel: Subtitel: Omschrijving:
Speelplan 2017 Gemeente Velsen
Speelplan 2017 Gemeente Velsen Inleiding Elk jaar wordt u het investeringsplan voor speelplekken voorgelegd; het zogenoemde Speelplan. Het Speelplan toont een overzicht van de speelplekken die in aanmerking
Aanpassing Speelruimtebeleidsplan (2012) Advies Jongerenraad Utrechtse Heuvelrug (JRUH)
Aanpassing Speelruimtebeleidsplan (2012) Advies Jongerenraad Utrechtse Heuvelrug (JRUH) Advies op de uitgangspunten (memo 12 november) 1. Speelplekken zijn heel, veilig en uitdagend en bij voorkeur ook
Spelend door de tijd. Speelruimteplan. gemeente Leiderdorp
Spelend door de tijd Speelruimteplan gemeente Leiderdorp BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE 2013-2022 Spelend door de tijd Speelruimteplan gemeente Leiderdorp BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk WEST
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk WEST Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het beleid
Uitvoeringsplan speelplekken Nieuwland
1 De speelruimtevisie van de gemeente Amersfoort is vertaald naar zeven spelregels voor goed buitenspelen. Deze zijn in 2017 opgesteld in samenwerking met de gemeenteraad en kinderen uit de gemeente. In
Quickscan speelruimte. gemeente Leerdam
Quickscan speelruimte gemeente Leerdam 1 Titel: "Quickscan Speelruimte gemeente Leerdam" Opdrachtgever: Gemeente Leerdam Opdrachtnemer: OBB Ingenieursbureau Postbus 805 7400 AV Deventer 0570 61 60 05 [email protected]
Buiten is zoveel te beleven! Schommelen op een speelplek, hutten bouwen in de bosjes, voetballen op het veldje en een rondje skaten door de buurt.
Inspraaknotitie DENK MEE OVER SPELEN (SPEELRUIMTEPLAN) Buiten is zoveel te beleven! Schommelen op een speelplek, hutten bouwen in de bosjes, voetballen op het veldje en een rondje skaten door de buurt.
(semi-)openbare gebouwen
datu,m: 13 februari 2017 A32 N924 VERKEER BEBOUWING OPENBAAR GROEN SPEELPLEKKEN Spoorlijn Woningen Waterwegen A en N wegen Scholen Kattebos Entree s van de wijk (semi-)openbare gebouwen Wijkontsluiting
Uitvoeringsnotitie Speelruimtebeleid Gemeente Hoogeveen Afdeling Mens en Werk
Uitvoeringsnotitie Speelruimtebeleid 2007-2010 Gemeente Hoogeveen Afdeling Mens en Werk 1. Inleiding...2 2. Het belang van een gemeentelijk integraal speelruimtebeleid...2 3. Missie en doelstellingen van
Speelvisie gemeente Anna Paulowna
Speelvisie gemeente Anna Paulowna 2009-2012 Anna Paulowna, 10 februari 2009 Samenvatting De nota Speelvisie Gemeente Anna Paulowna 2009-2012 stelt de kaders van het speelbeleid. De speelvisie beschrijft
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk OOST-ZUID
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk OOST-ZUID Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het
Speelplan 2016 Gemeente Velsen
Speelplan 2016 1 Speelplan 2016 Gemeente Velsen Inleiding Elk jaar wordt u het investeringsplan voor speelplekken voorgelegd; het zogenoemde Speelplan. Het Speelplan toont een overzicht van de speelplekken
SAMENVATTING. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht januari 10 1
SAMENVATTING Het huidige speelruimtebeleid is vastgelegd in het beleidsplan Speelvoorzieningen, dat in 1995 is geschreven. Dit beleidsplan is sterk gericht op het beheer en de veiligheid van speelvoorzieningen.
CONCEPT VISIE SPEELRUIMTE IN KERKEHOUT WASSENAAR 1. INLEIDING 2. SPEELRUIMTEANALYSE
CONCEPT VISIE SPEELRUIMTE IN KERKEHOUT WASSENAAR 1. INLEIDING Veel van de speeltoestellen in Kerkehout beginnen al iets ouder te worden en zijn aan vervanging toe. Ook de samenstelling van de wijk verandert
Buiten zijn, ja leuk!
Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Maasdriel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Maasdriel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Uitwerking van oplossingen m.b.t. herinrichting
Bijlage 2 straten Uitwerking van oplossingen m.b.t. herinrichting In deze bijlage zijn principe-oplossingen uitgewerkt, waarin door herinrichting van straten ruimte wordt gecreëerd voor extra parkeerplaatsen.
Let op! De beschreven voorstellen zijn nog niet definitief. Hier kunnen dus geen rechten aan ontleend worden.
Project Uitvoeringsplan Aalten Onderwerp Toelichting Uitvoeringsplan Aalten Oost en Aalten Zuid Datum 19 september 2016 STATUS Op basis van de speelruimtenota is in 2015 al een eerste agenda opgesteld
Gevraagde beslissing Vaststellen van het beleidsplan Spelen, bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden.
Raadsvoordracht Onderwerp: Beleid Spelen, bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden 2019 Datum: 23 april 2019 Portefeuillehouder: Jorrit Nuijens & Jeroen Klaasse Afdeling: Ruimtelijk beheer Steller: Ilse
Dordrecht SPEELPLEK OP VERZOEK. Interim beleid speelvoorzieningen Gemeente Dordrecht Sector Stadswerken
SPEELPLEK OP VERZOEK Interim beleid speelvoorzieningen Gemeente Dordrecht Sector Stadswerken 1 Interimbeleid speelvoorzieningen Dordrecht De sector Stadswerken heeft een interim beleid speelplekken geformuk
SOCIALE WIJKPROFIELEN
SOCIALE WIJKPROFIELEN De sociale wijkprofielen geven een beknopt beeld van de bevolkingssamenstelling van de onderscheiden wijken: wat is de leeftijdopbouw, de samenstelling van de huishoudens en de etnische
Speelplaatsenbeleid Gemeente Bergen
Speelplaatsenbeleid 2012-2022 Gemeente Bergen 24 januari 2012 Voorwoord Bergen streeft naar een aantrekkelijke woonomgeving met voldoende ruimte voor veilig spelen en bewegen in eerste instantie voor de
Straten in Groningen
Straten in Groningen Laura de Jong Januari 2017 Marjolein Kolstein www.os-groningen.nl Inhoud Inhoud... 1 Samenvatting... 2 1. Inleiding... 3 2. Resultaten... 4 2.1 Verschillende groepen... 4 2.2 Tevredenheid
Goed spelen. Voorstel voor een ruimer speelruimtebeleid
Goed spelen Voorstel voor een ruimer speelruimtebeleid Voorwoord De raadsfracties van het CDA en de PvdA zijn al geruime tijd bezig met onderzoek naar speelgroen in de gemeente Leeuwarden. In veel wijken
Paraaf Hoofd : Medeparaaf : Doorkiesnummer : 0320-278496
Besprekingsverslag Bespreking op : 21 september 2015 Tijdsduur : Van 19:00 uur tot 21:00 uur B&W A B&W B MT In/te : Stadhuis Verslagdatum : 23 september 2015 Paraaf Hoofd : Naam steller : L. Dikken Medeparaaf
Notitie Speelplekkenbeleid gemeente Leek. Stapstenen in Oostindie (foto: Arcadis) Natuurlijk Spelen!
Notitie Speelplekkenbeleid gemeente Leek Stapstenen in Oostindie (foto: Arcadis) Natuurlijk Spelen! Leek oktober 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Inleiding pagina 2 Hoofdstuk 2: Visie op speelplekken pagina
Buitenspelen in Zoeterwoude. Beleidsplan spelen 2015-2024
Buitenspelen in Zoeterwoude Beleidsplan spelen 2015-2024 Afdeling Ruimtelijk Beheer M. Rodenbach april 2015 Inhoud Samenvatting... 3 Beleidsuitgangspunten... 3 Analyse speelruimte... 3 Uitvoering speelruimtebeleid...
Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade
Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid
Waar kun je buiten spelen?
Speelruimteplan Waar kun je buiten spelen? Inhoudsopgave: Aanleiding Veiligheidseisen Het belang van spelen Ruimtelijke spreiding Doelgroepen Actualiteit speelplekken Spreiding speeltoestellen per kern
Spelen goed voor elkaar! Speelruimteplan 2014-2023
Spelen goed voor elkaar! Speelruimteplan 2014-2023 - Spelen goed voor elkaar! Speelruimteplan 2014-2023 Gemeente Dalfsen Titel: Spelen goed voor elkaar! Subtitel: Speelruimteplan 2014-2023 Opdrachtgever:
Inleiding Elk jaar wordt het investeringsplan voor speelplekken vastgesteld; het zogenoemde Speelplan.
Speelplan 2018 Speelplan 2018 Inleiding Elk jaar wordt het investeringsplan voor speelplekken vastgesteld; het zogenoemde Speelplan. Het Speelplan toont een overzicht van de speelplekken die in aanmerking
Voordat ik daarmee begin wil ik graag mezelf voorstellen.
Juli 2017 heeft u een motie ingediend. In deze presentatie geef ik graag een terugkoppeling op de motie, aan de hand van verhalen en beelden uit de praktijk, met daarin bijzonder aandacht voor de samenwerking
SPEELRUIMTEBELEID GEMEENTE SOMEREN 2012 SPELEN DOEN WE ZELF
- 1 - SPEELRUIMTEBELEID GEMEENTE SOMEREN 2012 SPELEN DOEN WE ZELF 0. INLEIDING 1. ALGEMENE VISIE OP SPELEN 2. HUIDIGE SPEELPLAATSENBELEID 3. SPELEN DOEN WE ZELF :BELEIDSUITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN
Ruimte voor jongeren Appendix Speelruimte Beleidsplan 2009
Ruimte voor jongeren Appendix Speelruimte Beleidsplan 2009 Gemeente Helmond Ruimte voor jongeren Appendix Speelruimte Beleidsplan 2009 Vastgesteld: 21 juli 2009 Samenvatting In het Speelruimtebeleidsplan
VOORBLAD VOOR RAADSBUNDEL, bundelnummer: 13 11ini01642
VOORBLAD VOOR RAADSBUNDEL, bundelnummer: 13 11ini01642 1. Onderwerp: Speelruimtebeleid 2. Voor welke raadscyclus: 3. Agendering: 4. Behandelwijze: 5. Indien raadsrotonde, hoeveel behandeltijd is naar schatting
Uitvoeringsplan Spelen Aalsmeer 2014-2017
Uitvoeringsplan Spelen Aalsmeer 2014-2017 Colofon Versie : Definitief Datum : Januari 2014 Afdeling : Wijkbeheer Uitvoeringsplan Spelen Aalsmeer 2 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...5 1.1 Voorafgaand proces...5
Analyse Enquête Speelruimte en Speelinfrastructuur gemeenten 2017
Branchevereniging Spelen en Bewegen, 20/3/17 Respondenten en De Onderzoekerij Over de analyse van de antwoorden is contact geweest met De Onderzoekerij. Zij gaven aan dat met behulp van platte analyse
speelruimte beleidsplan
speelruimte beleidsplan Gemeente Barneveld Januari 2009 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Geschiedenis 3 3. Doel 3 4. Afwegingen 3 4.1 gebieden die buiten het onderzoek vallen 3 4.2 normen 4 5. Doelgroepen
Voortgangsrapportage Speelruimteplan
PROGRAMMA 7 MAART 2015 13.00 uur Welkomstwoord wethouder Jo Schlangen 13.10 uur Korte toelichting stand van zaken 13.30 uur Start rondgang speelplekken 14.45 uur Korte pauze Eijgelshoven 15.15 uur Vervolg
Kindvriendelijke publieke ruimte in Turnhout. Kind & Samenlevings vzw & Fris in het landschap
Kindvriendelijke publieke ruimte in Turnhout Kind & Samenlevings vzw & Fris in het landschap Waar moet het naartoe met de publieke ruimte voor kinderen en jongeren? Kind & Samenlevings vzw & Fris in het
Rapportage Online onderzoek naar buiten spelen
Rapportage Online onderzoek naar buiten spelen februari 2010 In opdracht van: pag. 1 Conclusies Favoriete activiteiten Buiten spelen duidelijk veel populairder dan binnen spelen : 59% noemt buiten spelen
Beleidsplan Spelen 2016-2025 1
Beleidsplan Spelen 2016-2025 1 Inhoud 1. Algemeen... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Aanleiding... 3 1.3 Begripsbepalingen... 3 1.4 Wettelijk kader... 3 1.5 Vormen van spelen... 4 2 Visie en ambitie... 5 2.1
Speelruimtebeleid Echt - Susteren 2012-2020. Speelruimte voor de jeugd van Echt Susteren
Speelruimtebeleid Echt - Susteren 2012-2020 Speelruimte voor de jeugd van Echt Susteren Speelruimtebeleidsplan - Echt-Susteren 2012-2020 Colofon Echt-Susteren, oktober 2011 Status: definitief Gemeente
Bovenwijkse ballcourt en overdekte Jongeren Ontmoetingsplek (JOP) in de Schaarstraat
Raadsvoorstel Datum 4 juli 2017 Agenda nr.: (in te vullen door griffie) raadsvergadering: Portefeuillehouders: Wethouder Schoneveld Registratiecode: (in te vullen door griffie) Onderwerp: Aan de raad van
Speelruimtebeleid. gemeente Lochem
Speelruimtebeleid gemeente Lochem Nieuwe rollen, nieuwe verantwoordelijkheden ANALYSE SPEELRUIMTE en SUBSIDIEREGELING Speelruimtebeleid gemeente Lochem Nieuwe rollen, nieuwe verantwoordelijkheden ANALYSE
Raadsvoorstel. Onderwerp Vaststellen vervolgtraject project herinrichting Loswal fase 1
Raadsvoorstel Onderwerp Vaststellen vervolgtraject project herinrichting Loswal fase 1 Raadsvergadering 17 december 2009 Agendapunt Portefeuillehouder G.J. Bos Afdeling Ambtenaar Ruimte en Wonen C. Rijnen
Natuurlijk buiten spelen!
Natuurlijk buiten spelen! Beleidskader voor een beweegvriendelijke woonomgeving Versie dd 23/10/17 2 Samenvatting Sinds de vaststelling van het Speelruimtebeleidsplan 2003-2010 is veel geïnvesteerd in
Verkoop Openbaar Groen
Beleidsnotitie Verkoop Openbaar Groen [Concept - Versie] Datum: Januari 2014 Naam: Beleidsnotitie Verkoop Openbaar Groen, afdeling Omgeving Sectie: Openbaar Groen 1 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING... 3 1.1
Schetsontwerp Starterswoningen Achterweg 90 Voormalig Cultureel Centrum, Nieuwe Wetering.
Schetsontwerp Starterswoningen Achterweg 90 Voormalig Cultureel Centrum, Nieuwe Wetering. 1 September 2014 Schetsontwerp Starterswoningen Achterweg 90 Voormalig Cultureel Centrum, Nieuwe Wetering. Project:
Buurtenquête Stevenfenne
Buurtenquête Stevenfenne Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede een
3 Speelruimte in de gemeente Brummen
3 Speelruimte in de gemeente Brummen 3.1 Verschillende soorten speelruimte Zoals gezegd spelen kinderen altijd en overal en dus niet alleen daar waar volwassenen dat als zodanig gepland hebben. Een belangrijk
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Dit hoofdstuk presenteert in vogelvlucht de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De bedoeling van dit hoofdstuk is een beeld te geven van hoe de wet in elkaar
Reactienota. Behorende bij de Structuurvisie "Wernhout 2025"
Reactienota Behorende bij de Structuurvisie "Wernhout 2025" 1. Inleiding De ontwerp structuurvisie "Wernhout 2025" is op dinsdag 22 oktober 2013 gepresenteerd aan de bewoners en de Dorpsraad van Wernhout.
Beheerplan spelen 2015-2018
Beheerplan spelen 2015-2018 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 1.1 Doel 1 1.2 Doelstelling 1 1.3 Resultaat 1 2 Kaders 2 2.1 Wettelijke kaders 2 2.2 Beleidskaders 3 2.3 Normen en richtlijnen 3 3 Kwantiteit en
2. De opbrengstpotentie van het huidige schoolterrein aan het Ot en Sienpad
Keuzenotitie scholencomplex Ot en Sienpad Huissen De Financiële aspecten. Naast de algemene notitie met de bijbehorende 6 bijlagen waarin de voor- en nadelen en de omgeving factoren en de financiële gevolgen
UITVOERINGSPROGRAMMA SPEELRUIMTE 2012-2020
UITVOERINGSPROGRAMMA SPEELRUIMTE 2012-2020 In de Nota Speelruimte 2013 2020 onderkent de gemeente Bussum het belang van speelen ontmoetingsruimte. Kinderen hebben immers recht op (buiten) spelen. De gemeente
Wijkschouw Stadsveld Zuid
Wijkschouw Stadsveld Zuid Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
Kinderen spelen voor hun ontspanning, maar spelen is ook goed voor de persoonlijke ontwikkeling van het kind.
1 2 Kinderen spelen voor hun ontspanning, maar spelen is ook goed voor de persoonlijke ontwikkeling van het kind. Een van de ontwikkelingen is de emotionele ontwikkeling. Een voorbeeld van het opdoen van
Buurt-voor-Buurt Onderzoek Jeugd Zwolle 2016
Buurt-voor-Buurt Onderzoek Jeugd Zwolle 2016 Status: definitief februari 2017 Voor informatie of nadere toelichting kunt u contact opnemen met Madelinde Tuk Senior adviseur/onderzoeker Gemeente Zwolle,
Scholen in het groen. Nieuwe wijken krijgen veel te weinig en te kleine speelhoekjes! Veldjes missen we echt.
Nieuwe wijken krijgen veel te weinig en te kleine speelhoekjes! Veldjes missen we echt. Scholen in het groen 1 Scholen in het groen Opgroeien in een groene omgeving is belangrijk voor kinderen en draagt
