Buiten zijn, ja leuk!
|
|
|
- Rosalia Molenaar
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
2 Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau
3 Titel: "Buiten zijn, ja leuk!" Subtitel: Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar Omschrijving: Beleidsplan voor en analyse van speelruimte Opdrachtgever: Gemeente Mook en Middelaar Opdrachtnemer: OBB Ingenieursbureau Postbus AV Deventer Opgesteld door: drs. Maartje Kunen Datum: december 2008 Project: Aantal pagina s: 102 OBB Ingenieursbureau
4 INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING Algemeen Beleidsuitgangspunten Analyse van de speelruimte in Mook en Middelaar Prioritering INLEIDING Waarom een speelruimteplan? Doelstelling en visie Wijze van inspraak op het speelruimteplan Begripsbepaling Leeswijzer voor het speelruimteplan Kop 7 ingevoegd voor witregel in inhoudsopgave DEEL I SPEELRUIMTEBELEID BELEID SPEELRUIMTE Het recht op spelen Minister Dekker: 'Kinderen verdienen speelruimte' Spelen is leren Speelruimte, voor wie? De relatie informele en formele speelruimte De informele speelruimte Vormgeving informele speelruimte De formele speelruimte Vormgeving formele speelruimte Samen werken aan speelruimte Duurzame speelruimte De zorg voor speelvoorzieningen Periode en evaluatie speelruimtebeleid p 7 ingevoegd voor witregel in inhoudsopgave DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE LEESWIJZER ANALYSE SPEELRUIMTE Bij het lezen van de analyse Kinderaantallen Leeftijden en termen Onderverdeling buurten Opbouw tekst Tekstwolken naast de tekst Secundaire speelplekken BOVENWIJKSE ASPECTEN VAN SPEELRUIMTE Kinderaantallen Georganiseerd sport en spel Hondenpoepprobleem Voorzieningen voor jongeren ANALYSE PER KERN: MIDDELAAR & PLASMOLEN Kinderaantallen Spelen in Middelaar, Kinderen en Jeugd Spelen in Plasmolen, Kinderen en Jeugd Jongeren in Middelaar en Plasmolen ANALYSE PER KERN: MOLENHOEK Kinderaantallen 64 OBB Ingenieursbureau
5 7.2. Spelen in Molenhoek, Kinderen en Jeugd Jongeren in Molenhoek ANALYSE PER KERN: MOOK Kinderaantallen Spelen in Mook, Kinderen en Jeugd Jongeren in Mook 80 DEEL IV BIJLAGEN 82 BIJLAGE I. SPEELPRIKKELS 84 BIJLAGE II. INFORMELE ONTMOETING JONGEREN 86 BIJLAGE III. PROGRAMMA VAN EISEN 89 BIJLAGE IV. GEGEVENSTABEL BUURTEN 93 BIJLAGE V. SPEELPLEKKEN EN MAATREGELEN 94 BIJLAGE VI. AANTAL EN KOSTEN SPEELTOESTELLEN 98 BIJLAGE VII. KAART 100 TABELLEN Tabel 1 Overzicht kinderaantallen Mook en Middelaar 6 Tabel 2 Uitgangspunten informele speelruimte 26 Tabel 3 Normen formele speelruimte 31 Figuur 4 Verloop kinderpiek 40 Tabel 5 Kinderaantallen Middelaar en Plasmolen 56 Tabel 6 Kinderaantallen Molenhoek 64 Tabel 7 Kinderaantallen Mook 74 Tabel 11 Verkorte normentabel 90 Figuur 12 Verloop kinderpiek 91 Tabel 13 Kosten per plek 92 OBB Ingenieursbureau
6 1. SAMENVATTING 1.1. Algemeen De gemeente Mook en Middelaar heeft de wens om te komen tot gemeentelijk integraal speelruimtebeleid. Met voorliggend beleidsplan wordt invulling gegeven aan het realiseren van uitnodigende speelplekken ten behoeve van spelen, bewegen en ontmoeten. Dit speelruimtebeleid is op interactieve wijze tot stand gekomen, onder andere met behulp van het kinderklankbord, gesprekken met jongeren en enquêtes. Informele speelruimte in Middelaar Uit recent onderzoek (2008) van het Verwey-Jonker Instituut, Kinderen in Tel, dat jaarlijks de leefsituatie van kinderen onder de loep neemt, blijkt dat kinderen in de gemeente Mook en Middelaar (zeker die in Middelaar) zo n beetje de meeste speelruimte van Nederland tot hun beschikking hebben. Per hectare wonen gemiddeld 34 kinderen (van 0 tot en met 17 jaar). Uit de analyse blijkt ook dat de kinderen in Middelaar relatief veel speelplekken tot hun beschikking hebben, ook ten opzichte van de andere twee kernen in de gemeente. Slechts gemiddeld 44 kinderen delen in Middelaar een speelplek, ten opzichte van 68 in Mook en 51 in Molenhoek. Echter, niet alleen het aantal kinderen wat een speelplek deelt of de oppervlakte van een speelplek is van belang bij de beoordeling van de situatie in de gemeente. Kwaliteit van de speelplekken is een andere belangrijke factor. Door rondgangen met basisschoolleerlingen, enquêtes, gesprekken met jongeren enzovoorts zijn ook de speel- en ontmoetingsplekken op kwaliteit gewaardeerd Beleidsuitgangspunten Aan de hand van voorliggend speelruimteplan zal er voor het spelen ten eerste een verandering van denken over de openbare ruimte moeten plaatsvinden bij het bestuur, de ambtenaren en de burgers. De kern daarvan is: bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte moet de bespeelbaarheid in ogenschouw worden genomen. De belangrijkste uitgangspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij de inrichting, het beheer en het onderhoud van bestaande en nieuwe woonwijken zijn de volgende: Beleidsuitgangspunt 1. In Mook en Middelaar hebben kinderen, jeugd en jongeren recht op speelruimte. 20 Beleidsuitgangspunt 2. Mook en Middelaar onderkent het belang van speelruimte en stimuleert zowel het informele als het formele spelen. 20 Beleidsuitgangspunt 3. De gemeente biedt voldoende ontwikkelingsmogelijkheden door gevarieerde inrichting, aantrekkelijke speeltoestellen en speelprikkels. 21 Beleidsuitgangspunt 4. De gemeente wil, om nu en in de toekomst de kwantiteit en kwaliteit te waarborgen, de normen voor informele en formele speelruimte hanteren. 23 OBB Ingenieursbureau
7 Beleidsuitgangspunt 5. Bij ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte wordt gestreefd naar maximale bespeelbaarheid. 27 Beleidsuitgangspunt 6. Speelplekken worden door een deskundige ontworpen. 32 Beleidsuitgangspunt 7. Bij het ontwerpen en realiseren van speelplekken wordt rekening gehouden met medegebruik van de doelgroep met een beperking. 35 Beleidsuitgangspunt 8. De gemeente wil de bewustwording van bespeelbare openbare ruimte vergroten door een speelparagraaf toe te voegen aan (nieuw) beleid voor de openbare ruimte. 35 Beleidsuitgangspunt 9. Schoolpleinen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in overleg met schoolbesturen in het openbare speelvoorzieningenniveau betrokken. 37 Beleidsuitgangspunt 10. Sportvelden en de omliggende groenstroken die kunnen voorzien in de behoefte aan informele speelruimte worden in overleg met de verenigingen bespeelbaar gemaakt. 37 Beleidsuitgangspunt 11. Waar mogelijk wordt de behoefte aan speelruimte samen met de woningcorporatie en/of projectontwikkelaar ingevuld. 38 Beleidsuitgangspunt 12. Nieuwe ruimtelijke plannen worden getoetst aan de normen voor speelruimte. 40 Beleidsuitgangspunt 13. Bij meldingen inzake onveilige en onwenselijke situaties worden binnen 2*24 uur passende maatregelen genomen. 42 Beleidsuitgangspunt 14. De gemeente wil een minimaal onderhoudsniveau van 85% waarborgen. 42 Beleidsuitgangspunt 15. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. 43 Beleidsuitgangspunt 16. Dit speelruimteplan wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar en na vijf jaar geëvalueerd Analyse van de speelruimte in Mook en Middelaar De huidige situatie van de speel- en ontmoetingsruimte in Mook en Middelaar is beschreven in de hoofdstukken 6, 7 en 8. Om tot een streefbeeld te komen zijn de beleidsuitgangspunten en normen voor informele- en formele speelruimte, zoals genoemd in Tabel 2 en Tabel 3, toegepast op de huidige situatie. In deze paragraaf wordt kort per kern beschreven wat de belangrijkste constateringen en voorgestelde maatregelen zijn. Voor de volledigheid is hieronder een overzicht van het aantal kinderen, jeugdigen en jongeren weergegeven. Leeftijdsklasse Middelaar Plasmolen Molenhoek Mook 0 tot en met tot en met tot en met Totaal Tabel 1 Overzicht kinderaantallen Mook en Middelaar OBB Ingenieursbureau
8 Middelaar en Plasmolen In Middelaar liggen vijf speelplekken verspreid over de kern. Gezien de grote hoeveelheid informele speelruimte in Middelaar zijn twee formele speelplekken voldoende in deze kern. Daarnaast is ook het schoolplein een openbare speelvoorziening. Omdat de speelplek aan het Kerkpad [KE30] zeer gewaardeerd wordt door zowel ouders als kinderen en jeugd wordt geadviseerd deze te behouden. Evenals het trapveldje aan de Bouwsteeg [BU20]. De speelplek aan de Burchtstraat [BU10] is een kleine plek met veel toestellen. Geadviseerd wordt deze plek specifiek geschikt te maken voor kinderen en toestellen voor de jeugd niet meer te vervangen. Voor jongeren is het trapveldje aan de Witteweg [EL290] een interessante plek die verder ingericht dient te worden als Stay Around plek voor de kernen Middelaar en Plasmolen. Speelplek bij de Pannenkoekenbakker in Plamolen In Plasmolen ligt geen enkele speelplek in de openbare ruimte. Wel zijn er speelplekken bij horeca- en recreatie bedrijven. Geadviseerd wordt om met deze ondernemers in gesprek te gaan om te bekijken of er mogelijkheden zijn de speelplekken open te stellen voor de kinderen en de jeugd uit Plasmolen [M1]. Gezien de grote hoeveelheid aan informele speelruimte in de vorm van bossen, doodlopende straatjes en de Mookerplas heeft dit geen hoge prioriteit. Groene speelplek in Molenhoek Molenhoek In de analyse is Molenhoek opgesplitst in het noordelijk en het zuidelijk deel. De Heumensebaan vormt de scheiding van deze delen. In het Noordelijk deel liggen zeven speelplekken vrij dicht bij elkaar. Volgens de normen zijn twee speelplekken voor kinderen en één speelplek voor jeugdigen voldoende in het noordelijk deel van Molenhoek. Er liggen twee interessante, groene speelplekken voor kinderen en jeugdigen in het noordelijk deel, namelijk de Toverdans [TR270] en de plek tussen de Singel en de Begijnenhof [BE230]. Geadviseerd wordt om deze twee plekken als centrale voorzieningen in het noordelijk deel van Molenhoek te handhaven. De drie speelplekken aan de Bongerd zijn als secundair aangewezen evenals de speelplek aan de Heumensebaan [TH220]. OBB Ingenieursbureau
9 Voor de jeugd en met name voor de jongeren is De Kuil [RE280] een interessante sport en ontmoetingsplek. Geadviseerd wordt om op deze plek in te richten als Stay Aroundplek voor jongeren. Tevens kan deze plek gebruikt worden als No Problemplek gezien de ideale ligging. Jongeren hebben zelf ideeën over de inrichting van deze plek. Een goede zitplek en een trapveldje zijn hier voorbeelden van. Verder zijn er in het noordelijk deel van Molenhoek geen voorzieningen voor jongeren. Geadviseerd wordt om nog een Stay Aroundplek aan te leggen in dit deel van de kern, bijvoorbeeld op de hoek van de Singel en de Beukenlaan [M5]. In het zuidelijk deel van Molenhoek liggen acht speelplekken, waaronder het schoolplein van de basisschool, wat ook door jongeren als ontmoetings- en sportplek gebruikt wordt. In het zuidelijk deel is veel informele ruimte om te spelen en te ontmoeten. De Middelweg en de Stationsstraat vormen barrières voor kinderen en jeugdigen in dit deel van de kern. Daardoor ontstaan speelbuurten met name voor kinderen en de jongste jeugdigen. In de analyse is elke speelbuurt apart onder de loep genomen. Het Meuleveld in Molenhoek In de buurt rondom de basisschool aan de Esdoornlaan liggen vier speelplekken, waaronder het schoolplein. De verdeling van de speelplekken is niet optimaal gezien de spreiding van de kinderen en jeugdigen. Derhalve wordt geadviseerd om op plekken waar geen ruimte is voor een speelplek, zoals op de hoek van de Lijsterhof en de Heidoorn enkele speelprikkels te realiseren. Om de speelmogelijkheden in deze speelbuurt wat uit te breiden wordt geadviseerd om op de T splitsing van de Keizershof een speelvoorziening voor kinderen te realiseren [Z1] en de bestaande speelplek aan de Keizershof [KZ190] te vernieuwen. De speelplek aan de Keurvorsstraat [KV210] werd door de jeugd tijdens de rondgang als leukste speelplek bestempeld. Deze plek kan nog interessanter en avontuurlijker gemaakt worden door op verschillende wijzen boomstammen te plaatsen. Ook het Meuleveld [ME180] wordt gewaardeerd door de jeugd en de jongeren. Echter, het ontbreken van doelen maakt een echt potje voetbal onmogelijk. Geadviseerd wordt om twee demontabel partaaldoelen te plaatsen op het Meuleveld. Door het realiseren van een echt trapveldje wordt dit grote veld tevens een goede Stay Aroundplek voor jongeren. Het schoolplein van de basisschool [ES200] behoort ook tot het openbaar speelvoorzieningenniveau. Gezien de ontwikkelingen van de Brede school in Molenhoek zijn richtlijnen gegeven voor de oppervlakte van het toekomstig schoolplein. Tevens moet dit een plek blijven waar jong en oud kunnen spelen en ontmoeten, zoals dit nu ook het geval is. In de speelbuurt rondom de Chopinstraat ligt één speelplek [CH160]. Deze speelplek behoeft geen aanpassingen. OBB Ingenieursbureau
10 In de speelbuurt rondom de Stifstraat ligt een trapveldje [ST150]. Gezien de toekomstige ontwikkelingen in deze buurt kan worden aangesloten bij het nieuw te ontwikkelen speelterrein binnen de nieuwbouw van Plan Mom. Deze nieuwe speelplek wordt ingericht voor kinderen, jeugdigen en jongeren. Gezien het huidig kinderaantal wat in de toekomst door de uitbreiding uiteraard zal stijgen, wordt geadviseerd om in de Hertogstraat enkele speelprikkels voor kinderen[m2] aan te leggen. In de speelbuurt rondom de Passionistenstraat liggen twee speelplekken. De speelplek aan de Dominicanessenstraat [D#] is ingericht voor kinderen en jeugdigen. De jeugd geeft echter aan het geen interessante plek te vinden. Geadviseerd wordt dan ook om het duikelrek en de schommels te verplaatsen naar de Kloostertuin [KL170] zodat deze plek voor de jeugd ook interessant wordt. De Kloostertuin wordt de centrale speel- en ontmoetingsplek voor kinderen, jeugdigen en jongeren in de buurt. Geadviseerd wordt om de toestellen voor kinderen te vervangen, enkele toestellen voor jeugdigen toe te voegen en het ontmoeten meer te faciliteren. Voor de jeugd en jongeren kan het voetbalveldje worden verhard en afgebakend met boomstammen zodat de honden minder snel op het voetbalveldje komen. Daarnaast is de Kloostertuin een interessante plek om kleinschalige skatevoorzieningen te plaatsen. Hiermee is een veelzijdige Stay Aroundplek voor jongeren te realiseren Mook Voor de analyse is Mook verdeeld in vier buurten. Een van die buurten ligt tussen de Maas, de Rijksweg en de Kerkstraat. In deze buurt zijn geen speelvoorzieningen. Geadviseerd wordt om aan de Maas, bij de oude veerstoep, het veldje geschikt te maken als trapveldje en de inham om te spelen met water [Z4]. Zo ontstaat een interessante plek, ook voor jeugdigen en jongeren uit andere delen van Mook om te spelen, te sporten en te ontmoeten aan de Maas. We hebben maar een goaltje hier, we gebruiken de struiken aan de andere kant als goal In het noordelijk deel van Mook (Maasveld) liggen vier speelplekken voor kinderen, waarvan er ook twee interessant zijn voor de jeugd. Volgens de normen zijn dit te veel plekken, ook gezien de mogelijkheden voor informeel spel, bijvoorbeeld op straat. Geadviseerd wordt om twee plekken in te richten als centrale voorziening voor jeugd en kinderen. De plek aan de Gouwenstraat [FR110] en de plek aan de Merovingenstraat [FR120] zijn hiervoor het meest geschikt. Plek [FR110] dient een speelplek voor kinderen en jeugdigen te blijven met de leuke uitdagende toestellen. Plek [FR120] kan derhalve ingericht worden als trapveldje met doelen. Het klimrek wat er nu staat kan hergebruikt worden op de nieuwe speelplek aan de Maas bijvoorbeeld. OBB Ingenieursbureau
11 Tevens wordt geadviseerd om de plekken [GG100] aan de Gouwstraat en [KA130] aan de Karolingenstraat secundair te maken, gezien het kleine aantal kinderen wat deze speelplek zelfstandig kan bereiken [GG100] en de voorzieningen die er in de buurt al zijn [KA130]. Plek [KA140] is een speelplek voor kinderen. Geadviseerd wordt om deze plek te handhaven. Tevens is in het noorden van Mook, bij de milieustraat, onlangs een jongeren ontmoetingsplek gerealiseerd. Deze plek wordt gewaardeerd door de jongeren, ze geven echter wel aan een trapveldje te missen in de buurt. Geadviseerd wordt om met de voetbalclub in overleg te gaan of er mogelijkheden zijn aldaar voor een trapveldje voor de jongeren [M6]. De derde buurt in Mook, Oud Mook, bevat één speelplek die in de loop der jaren zal verdwijnen met de ontwikkelingen van het centrumplan Mook. Geadviseerd wordt dan ook om in dit centrumplan ruimte op te nemen voor een speelplek voor alle leeftijden (0-18) [Z3]. Daarnaast wordt geadviseerd om het veldje aan de Mortel formeel in te richten als speel- en ontmoetingsplek [Z2] door een trapveldje te creëren, eventueel met behulp van bomen of boomstammen als doelpalen om een groene uitstraling te behouden. In het zuidelijk deel van Mook ligt de wijk Lindeboom. In deze wijk liggen zes speelplekken. Gezien de hoeveelheid aan informele ruimte (woonerven, parkeerplaatsen en grasveldjes) ligt het aantal speelplekken ruim boven de norm. Geadviseerd wordt om twee speelplekken in te richten als centrale basisvoorziening voor de wijk waar kinderen en jeugdigen terecht kunnen. Plek [LI80] is hiervoor het meest geschikt gezien de grote waardering van de jeugd voor deze plek. Plek [LI160] ligt het meest centraal in de wijk en is derhalve ook een geschikte speelplek om te handhaven. De overige drie plekken [LI70], [LI150] en [LI165] kunnen als secundair aangemerkt worden. Geadviseerd wordt om het trapveldje aan de Cuijksesteeg [CU310] het Crossveldje te handhaven als Stay Aroundplek voor de jongeren en voor de oudere jeugd uit Lindeboom om een balletje te trappen. Dit is de leukste speelplek in Lindeboom Daarnaast hebben jongeren uit Mook aangegeven dat ze een plek missen in Mook om te zwemmen. Geadviseerd wordt om samen met de jongeren en de jongerenwerkster te zoeken naar een geschikte plek aan de Maas waar de jongeren kunnen zwemmen en kunnen ontmoeten [M4] Prioritering In de vorige paragraaf is de analyse per kern kort samengevat weergegeven. Als gevolg van de analyse zijn een aantal maatregelen en zoekgebieden geformuleerd per kern en soms per speelbuurt. Ook voor een aantal bestaande speelplekken wordt geadviseerd om aanpassingen te doen. OBB Ingenieursbureau
12 In het algemeen geldt dat met name plekken voor jongeren ontbreken in de verschillende kernen. Het aanleggen van voorzieningen voor jongeren heeft dan ook de hoogste prioriteit. OBB Ingenieursbureau
13 2. INLEIDING Dit rapport Buiten zijn, ja leuk! geeft het beleid van gemeente Mook en Middelaar inzake de openbare speelvoorzieningen. In dit beleidsplan worden de relevante richtlijnen, een analyse van de huidige situatie en de speelruimte, het wenselijke en het huidige openbare speelvoorzieningenniveau, de te nemen maatregelen en het te voeren beleid weergegeven Waarom een speelruimteplan? In de gemeente Mook en Middelaar is het huidige speelruimtebeleid niet vastgelegd in een specifieke nota. De gemeente Mook en Middelaar heeft de wens om te komen tot gemeentelijk integraal speelruimtebeleid. Met het beleidsplan wordt invulling gegeven aan het realiseren van uitnodigende speelplekken ten behoeve van spelen, bewegen en ontmoeten. De gemeente wil duidelijke normen voor speelruimte die van toepassing zijn op nieuwe wijken en in de omgang met projectontwikkelaars kunnen worden gehanteerd Doelstelling en visie Met dit plan willen we komen tot een praktisch en breed gedragen speelruimteplan. In dit plan worden de beleidsuitgangspunten voor spelen vastgelegd en wordt geschetst welke aanpassingen nodig zijn om hieraan te voldoen. De bijbehorende visie is dat er in de openbare ruimte voldoende en veilige speelruimte is. Naast deze zogenaamde informele speelruimte moet er een evenredig verdeeld aanbod van formele speelvoorzieningen aanwezig zijn. De speelstructuur dient aan te sluiten op het aantal, de leeftijd en de behoefte van de verschillende leeftijdsgroepen per buurt. Het plan dient als uitgangspunt voor het realiseren van uitnodigende speelplekken ten behoeve van spelen, bewegen en ontmoeten. Voor het aanbod van formele speelvoorzieningen dienen er voldoende financiële middelen te zijn, zodat het mogelijk is passend beheer, onderhoud en vervanging uit te voeren. Dit speelruimteplan gaat over de gemeentelijke voorzieningen in de openbare ruimte waar kinderen, jeugd en jongeren die in de buurten en wijken wonen gebruik van kunnen maken Wijze van inspraak op het speelruimteplan In week 17 (2008) heeft de inspraak van kinderen, jongeren en omwonenden plaatsgevonden, onder andere door de kinderrondgangen en het invullen van enquêtes. In de navolgende paragrafen wordt hierop specifiek ingegaan KinderKlankBord Het KinderKlankBord is een middel om te weten te komen wat de jeugd belangrijke speelruimte en -mogelijkheden vindt. Dit instrument bestaat uit de rondgang en het maken van een buurtplattegrond. OBB Ingenieursbureau
14 Rondgang: om een indruk te krijgen hoe de jeugd haar woonomgeving gebruikt om te spelen, werd voor het opstellen van het speelruimtebeleidsplan een rondwandeling met jeugd gemaakt. Via de drie basisscholen zijn ongeveer zes jeugdigen per school onder begeleiding van OBB een (half)uurtje de buurt in geweest. Rondwandeling in Molenhoek De jeugdigen namen de opsteller van het speelruimteplan op sleeptouw door hun buurt naar hun favoriete en minst geliefde speelplekken en vertelden ondertussen over de aanwezige speelruimte in de buurt. Verder werd gesproken over waar ze veel spelen als ze niet op de speelplekken spelen, waar de informele speelruimten en -plekken liggen, of en hoe ze het schoolplein gebruiken, wat ze vaak spelen, welke routes ze gebruiken en wat gevaarlijke punten zijn. Ook kwam aan de orde of ze op een sport- of andere vereniging zitten, of ze liever buiten of binnen spelen en of er nog dingen voor hen georganiseerd worden. Verder gaven de jeugdigen aan wat de grote problemen zijn bij het spelen, wat ze het meest zouden missen als ze zouden verhuizen of waar ze behoefte aan hebben. Enquête Naast de rondgang is ook een enquête ingevuld door de kinderen van verschillende groepen van de basisscholen. Aan de hand van deze formulieren is informatie verkregen over de buitenspeelmogelijkheden in de gemeente Mook en Middelaar. Kinderen hebben zelf bepaald welke speelmogelijkheden en functies zij belangrijk vinden Inspraak jongeren Ook de jongeren van 12 tot en met 18 jaar verblijven in de openbare ruimte. Er is dus een behoefte aan speel-, ontmoetings- en sportmogelijkheden te verwachten. Op 24 april heeft in jeugdhonk Pellus te Mook een gesprek plaatsgevonden met ongeveer 15 jongeren uit de gemeente, de jongerenwerkster en de buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente. De jongeren hebben naast het gesprek ook een enquête ingevuld Inspraak belanghebbenden De correspondentie van bewoners en de weergave van mondelinge verzoeken / klachten uit de voorgaande twee à drie jaar zijn meegenomen in de planvorming. Op deze manier wordt daar waar nodig invulling gegeven aan bestaande wensen wanneer deze passen binnen het voorgestelde speelruimtebeleid. Daarnaast hebben alle inwoners van de gemeente de mogelijkheid gekregen om een enquête in te vullen die was geplaatst op de gemeentelijke website. Dit speelruimteplan is met de belanghebbenden besproken tijdens een informatieavond. Daarnaast is het plan, na goedkeuring door B&W, ter inzage gelegd. OBB Ingenieursbureau
15 Ambtelijke werkgroep speelruimteplan Diverse onderdelen van het speelruimtebeleid hebben raakvlakken met verscheidene verantwoordelijkheden. Daarom is het plan in breed overleg opgesteld en is een ambtelijke werkgroep ingesteld met vertegenwoordiging vanuit alle bureaus die betrokken zijn bij spelen, zoals de bureaus Welzijn, Verkeer, Onderwijs, Ruimtelijke inrichting, bouw- en milieuzaken, beheer, onderhoud en realisatie openbare ruimte (BOR). Tevens heeft de betrokken wethouder aan het projectgroepoverleg deelgenomen. Daarnaast is overleg geweest met de jongerenwerkster die actief is in de gemeente en is gesproken met de buitengewoon opsporingsambtenaar die dikwijls contact heeft met de jongeren in de gemeente Veldinventarisatie Om een goede indruk te krijgen van de bespeelbaarheid van de verschillende buurten heeft een aanvullende uitgebreide veldinventarisatie plaatsgevonden. Hierin werd gekeken waar de jeugd speelt (zowel speelplekken als informele speelruimte) en welke routes ze gebruiken. Er werd ook gekeken naar bereikbaarheid van speelplekken, speelwaarde, geschiktheid voor leeftijdscategorieën, welke fysieke en sociale barrières er (kunnen) zijn en dergelijke Begripsbepaling Speelruimte Het is belangrijk om te realiseren dat ruimte de bepalende factor is bij het spelen en niet zozeer de aanwezigheid van speeltoestellen. Speelruimte betreft ten eerste de ruimte die fysiek aanwezig is om zelfstandig te spelen, zowel in de openbare ruimte als op ingerichte speelplekken. Ten tweede gaat speelruimte over de spreekwoordelijke ruimte die de doelgroep gegund wordt, met andere woorden: "waar mag hij of zij spelen?" (In)formele speelruimte Binnen de openbare ruimte kan ook onderscheid gemaakt worden tussen informele en formele speelruimte. Met informele speelruimte wordt de ruimte aangeduid waar de doelgroep leeft, woont en (veilig) kan spelen, zoals de straat, de stoep, het plantsoen en het water, maar waar geen specifieke speeltoestellen staan. Met formele speelruimte wordt de ruimte aangeduid die specifiek en exclusief is ingericht voor de speelfunctie (de speelplekken met voorzieningen). In dit speelruimteplan staan de formele speelruimte en de informele speelruimte niet los van elkaar, maar vullen zij elkaar aan. Wanneer er veel informele ruimte voorhanden is, wordt de behoefte aan formele ruimte kleiner. OBB Ingenieursbureau
16 Speelprikkel en speeltoestel Bij speelruimte wordt onderscheid gemaakt tussen speelprikkels en speeltoestellen. Speelprikkels zijn objecten die niet specifiek voor het spelen geplaatst zijn, maar een scala aan speelmogelijkheden bieden in de informele en formele speelruimte. Speeltoestellen zijn die voorzieningen in de formele speelruimte die specifiek voor het spelen geplaatst zijn en gemaakt zijn voor een bepaalde speelmogelijkheid. In Bijlage I wordt nader ingegaan op het begrip speelprikkel Streefbeeld In de analyse wordt gesproken over een streefbeeld. Dit is de verdeling van speelplekken die recht doet aan een eerlijke verdeling van speelvoorzieningen over de leeftijdscategorieën van de doelgroep en buurten Secundaire voorzieningen Er wordt gesproken over secundaire speelplekken of toestellen. De als secundair aangeduide voorzieningen hebben geen functie (meer) in het voorgestelde openbaar speelvoorzieningenniveau. De onderhoudskosten voor deze toestellen moeten beperkt blijven tot inspectiekosten. De toestellen kunnen eventueel in participatie worden gegeven aan (een groep) bewoners die bij de desbetreffende speelplek wonen. Hierbij wordt de zorg voor (klein) onderhoud aan de speelplek bij de participanten neergelegd. De gemeente vervangt de toestellen niet meer, zij voert alleen nog inspecties uit in het kader van de veiligheid. Wanneer een toestel gebreken vertoont, wordt het verwijderd. Een andere mogelijkheid is om de toestellen van de secundaire voorziening te plaatsen (hergebruiken) op een andere speelplek Leeftijdsaanduidingen In het speelruimteplan wordt de volgende indeling in leeftijdscategorieën gehanteerd. doelgroep = van 0 tot en met 23 jaar kinderen = van 0 tot en met 5 jaar jeugd = van 6 tot en met 11 jaar jongeren = van 12 tot en met 18 jaar Hierbij wordt opgemerkt dat (normen voor) speel-, sport- en ontmoetingsvoorzieningen voornamelijk gericht zijn op de kinderen, jeugd en jongeren. De groep 19 tot en met 23 jaar is veel minder in de openbare ruimte en kan gebruikmaken van de voorzieningen voor de jongeren. OBB Ingenieursbureau
17 2.5. Leeswijzer voor het speelruimteplan Bovenstaande doelstelling en visie zijn uitgewerkt in het speelruimteplan. Na de samenvatting in hoofdstuk 1 en een inleiding in hoofdstuk 2 beslaat deel I van dit rapport het eigenlijke speelruimtebeleid. In hoofdstuk 3 wordt voor 2009 tot en met 2018 het te voeren beleid voor de speelruimte beschreven. Vooral dit deel van het speelruimteplan is het beleidsgedeelte dat bestuurlijk moet worden vastgesteld. Deel II is de uitwerking van het voorgestelde beleid. In de hoofdstukken 4 tot en met 8 wordt aan de hand van het geformuleerde beleid een analyse gemaakt van de mate waarin de aanwezige speelruimte voldoet aan de geformuleerde beleidsuitgangspunten. Met andere woorden: hoe ziet het openbare speelvoorzieningenniveau eruit? Daarbij worden de noodzakelijke aanpassingen en financiële consequenties beschreven in hoofdstuk 9. Dit deel biedt een leidraad voor de aanpassingen aan de speelruimte in Mook en Middelaar. In deel III worden de bijlagen weergegeven. Deze tabellen bevatten (norm)cijfers, ramingen en voorbeelden behorende bij de huidige en wenselijke speelsituatie in Mook en Middelaar. Kop 7 ingevoegd voor witregel in inhoudsopgave OBB Ingenieursbureau
18 OBB Ingenieursbureau
19 DEEL I SPEELRUIMTEBELEID Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar OBB Ingenieursbureau
20 OBB Ingenieursbureau
21 Beleidsuitgangspunt 1. In Mook en Middelaar hebben kinderen, jeugd en jongeren recht op speelruimte. Beleidsuitgangspunt 2. Mook en Middelaar onderkent het belang van speelruimte en stimuleert zowel het informele als het formele spelen. 3. BELEID SPEELRUIMTE Dit speelruimteplan "Buiten zijn, ja leuk!" gaat over het spelen in de gemeente Mook en Middelaar. Wat is er natuurlijker dan spelen? Spel is onlosmakelijk verbonden met leven, met samenzijn, met het functioneren als individu en met het functioneren als lid van een groep. "Natuurlijk", roept iedereen, "spel is belangrijk en er moet ruimte zijn voor spel, veilig spel wel te verstaan." In voorliggend hoofdstuk worden de beleidsaspecten inzake de speelruimte weergegeven Het recht op spelen Kinderen, jeugdigen en jongeren (de doelgroep) hebben recht op speelruimte. Er is (nog) geen expliciete wet die overheden verplicht om speelplekken aan te leggen. Wel is er het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind dat werd aangenomen door de Verenigde Naties op 20 november Het omvat alle kinderrechten, geldt wereldwijd en heeft dezelfde kracht als een wet in Nederland. Het verdrag is eigenlijk een contract tussen de overheden en hun minderjarige bevolking. Het is de plicht van elke overheid om daarmee rekening te houden. Lid 1 van Artikel 31 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind: De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven Minister Dekker: 'Kinderen verdienen speelruimte' In april 2006 heeft toenmalig minister Dekker, een beleidsbrief (VROM kenmerk NIB 2005/217590) aan alle Nederlandse gemeenten gezonden met betrekking tot speelruimte. Dit naar aanleiding van een initiatiefwet voor speelruimte die was ingediend. In deze brief wordt de zorg van de regering uitgesproken over het feit dat de kinderen ogenschijnlijk minder buiten spelen en dat dit zou komen door een tekort aan speelruimte en ontwikkelingsmogelijkheden. De gemeenten wordt verzocht invulling te geven aan de 3%- norm: drie procent van de voor wonen bestemde gebieden zou ingericht moeten worden als speelruimte. Specifiek aandachtspunt is de verantwoordelijkheid voor een integrale ruimtelijke ontwikkeling. Dus er dienen niet alleen speelplekken gemaakt te worden, ook trapveldjes, sportvelden, parken, waterkanten, natuurgebieden, schoolpleinen en pleinen moeten geschikt en bereikbaar zijn voor kinderen om te spelen. De minister vraagt ook om ruimte voor informeel spel. OBB Ingenieursbureau
22 Uit recent onderzoek (2008) van het Verwey-Jonker Instituut, Kinderen in Tel, dat jaarlijks de leefsituatie van kinderen onder de loep neemt, blijkt dat kinderen in de gemeente Mook en Middelaar (zeker die in Middelaar) zo n beetje de meeste speelruimte van Nederland tot hun beschikking hebben. Per hectare wonen gemiddeld 34 kinderen (van 0 tot en met 17 jaar). Uit de analyse blijkt ook dat de kinderen in Middelaar relatief veel speelplekken tot hun beschikking hebben, ook ten opzichte van de andere twee kernen in de gemeente. Slechts gemiddeld 44 kinderen delen in Middelaar een speelplek, ten opzichte van 68 en 51 in Mook en Molenhoek. spelen is leren 3.3. Spelen is leren Spelen is in al haar vormen van wezenlijk belang voor de ontplooiing van de opgroeiende doelgroep en is de basis voor haar geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Om de ontwikkeling maximaal te kunnen stimuleren, is het nodig inzicht te hebben in de functies die spelen daarbij heeft. Tijdens het spel spelen ingewikkelde, mentale processen een belangrijke rol. Door te spelen verkent het kind zijn omgeving. Hij of zij ontmoet andere kinderen, jeugdigen en jongeren, bekende en onbekende volwassenen, allerlei materialen, allerlei mogelijkheden, structuren en situaties. Het omgaan met de voorwerpen en situaties in zijn of haar omgeving is een belangrijke voorwaarde voor de latere ontwikkeling van de waarneming, het denken, het probleemoplossen en de geheugenfuncties. Door tijdens het spelen grenzen te verleggen leert de doelgroep meer vertrouwen te hebben in zichzelf. Zelfvertrouwen is erg belangrijk bij het leggen van sociale contacten. Beleidsuitgangspunt 3. De gemeente biedt voldoende ontwikkelingsmogelijkheden door gevarieerde inrichting, aantrekkelijke speeltoestellen en speelprikkels. Ieder mens is uniek en heeft een eigen ontwikkelingspatroon. Dit is ook afhankelijk van bijvoorbeeld cultuur of beperking. Daarom is het bij het realiseren van speelruimte belangrijk om rekening te houden met deze verschillen en daar de speelmogelijkheden en speelfuncties op af te stemmen. Om een evenwichtig aanbod in de verschillende speelfuncties te hebben, is het belangrijk ervoor te zorgen dat er voldoende speelmogelijkheden zijn. Dit kan door veel te variëren in de inrichting van de speelplek met hoogteverschillen, materialen, toestellen en speelprikkels. Deze variatie zorgt er tevens voor dat er op de speelplek altijd voldoende uitdaging is voor de kinderen om er weer terug te komen. De variatie op de speelplek kan een aanvulling zijn op de al geboden speelfuncties in de openbare ruimte, zoals het bouwen van hutten in het bos. OBB Ingenieursbureau
23 3.4. Speelruimte, voor wie? Het is van belang te weten welke doelgroepen gebruikmaken van informele en formele speelruimte en hoe deze doelgroepen de speelruimte gebruiken. Men moet ervan uitgaan dat baby s zo gauw ze gaan lopen tot en met de jongeren van circa achttien jaar gebruikmaken van de aanwezige speelruimte. De scheidslijnen van de leeftijdscategorieën zijn niet haarscherp, maar bij de beoordeling van een speelruimte wordt een indeling van leeftijdscategorieën gehanteerd naar de schoolindeling. De kinderen (0 tot en met 5 jaar) Voor kinderen tot en met circa drie jaar is de speelplek zeker een plaats waar hij of zij onder begeleiding van een oudere veilig kan liggen, kruipen, staan of rondstruinen. Het alleen en zelfstandig spelen van een dergelijk jong kind vindt plaats in de besloten omgeving van de woning, bijvoorbeeld in de tuin, de woonkamer of eventueel direct bij de voordeur. Als de kinderen naar groep één en twee van de basisschool gaan, worden ze langzaamaan steeds zelfstandiger en willen en mogen ze hun omgeving verder verkennen. Dat gebeurt eerst dicht bij huis, zodat de ouders nog enig zicht op het kind hebben, maar al snel verder de straat in waar het kind steeds meer nieuwe mogelijkheden vindt om te spelen. Binnen de bebouwde kom van de gemeente Mook en Middelaar wonen circa 533 kinderen 1. De jeugdigen (6 tot en met 11 jaar) De groep die in dit rapport als jeugdigen wordt aangeduid, betreft de kinderen uit de groepen drie tot en met acht van de basisschool. Op deze leeftijd gaan ze steeds meer op ontdekkingstocht uit en doen ze dit vaker in groepsverband. Jeugdigen uit de onderbouw mogen vaak nog geen drukke straten oversteken en moeten dichter bij huis blijven. Vanaf een jaar of acht zwermen ze echter uit over de gehele buurt of kern. Het schoolplein is voor hen vaak een belangrijke speel- en ontmoetingsplek. Binnen de bebouwde kom van de gemeente Mook en Middelaar wonen circa 635 jeugdigen. De jongeren (12 tot en met 18 jaar) Eenmaal op het voortgezet onderwijs treedt er meestal weer een gedrags- en interesseverandering op. De jongeren blijken de al dan niet daartoe ingerichte openbare ruimte vaak te gebruiken om zich te verzamelen, rond te hangen en te sporten. Ze verplaatsen zich hiervoor zelfstandig over de gehele kern. Binnen de bebouwde kom van de gemeente Mook en Middelaar wonen circa 747 jongeren. 1 Aantallen kinderen, jeugd en jongeren via geboortedata uit Gemeentelijke Basis Administratie, peildatum OBB Ingenieursbureau
24 De groep van 19 tot en met 23 jaar gebruikt de openbare ruimte veel minder. Een groot deel van deze oudere jongeren zal gaan studeren (verhuizen) of werken en hun vrijetijdsbesteding vindt in toenemende mate binnen plaats, zoals in het café of sportcentrum. Wel zal een aantal (nog) gebruikmaken van de voorzieningen voor de jongeren. In de (concept) toekomstvisie van de gemeente Mook en Middelaar wordt gesteld dat investeren in jeugd en jongeren van groot belang is om een evenwichtige leeftijdsopbouw te behouden. Investeren in ontmoetings- en ontplooiingsmogelijkheden voor de wat oudere jeugd met bijvoorbeeld een hangplek wordt hierin specifiek genoemd De relatie informele en formele speelruimte Als kinderen, jeugdigen of jongeren willen spelen, kunnen zij in een gevarieerde omgeving met gras, struiken, bomen, pleinen, stoepen en water vrijwel alle vormen van spel uitoefenen. Speeltoestellen kunnen dan ook gezien worden als een vervanging van de mogelijkheden die van nature aanwezig zijn. Men ziet dan ook vaak dat de noodzaak van speelplekken toeneemt naarmate de fysieke ruimte om te spelen afneemt. Uiteraard zal gestreefd moeten worden naar zoveel mogelijk informele speelruimte. Het zou ideaal zijn als iedereen voldoende natuurlijke informele ruimte in zijn omgeving heeft om te spelen zonder dat hiervoor speciale voorzieningen aangebracht hoeven te worden. De praktijk is echter dat dit op veel plaatsen niet het geval is. De ruimte om te spelen binnen het bebouwde gebied neemt steeds verder af door een toename van het autobezit, de verdichting en inbreiding van woonwijken, hondenpoep en bezuinigingen. Daarnaast vormt onveiligheid door criminaliteit en vandalisme (sociale veiligheid) ook dikwijls een probleem. Beleidsuitgangspunt 4. De gemeente wil, om nu en in de toekomst de kwantiteit en kwaliteit te waarborgen, de normen voor informele en formele speelruimte hanteren. De normentabellen voor informele en formele speelruimte in Tabel 2 op pagina 26 en Tabel 3 op pagina 31 zijn dusdanig opgesteld dat zowel de hier gestelde hoeveelheid informele als formele ruimte in een buurt aanwezig dienen te zijn voor een evenwichtig aanbod aan basisvoorzieningen. Bij het toepassen van de normen bepaalt de omvang van de aanwezige doelgroep binnen de actieradius, plus de hoeveelheid informele speelruimte of er een formele speelplek noodzakelijk is. In de praktijk blijkt verder dat als er veel informele speelruimte is, de norm van 30 kinderen binnen de actieradius van een plek bijna nooit gehaald wordt. Dus hoe groener een buurt is, des te meer informele speelruimte er is en des te minder formele speelruimte nodig is. Is er zeer veel informele speelruimte dan zal het dus niet nodig zijn om speelplekken aan te bieden. Speelruimte blijft echter maatwerk per buurt! Beleidsuitgangspunt 4 is verder uitgewerkt in paragraaf 3.6 en in paragraaf 3.8. OBB Ingenieursbureau
25 3.6. De informele speelruimte Kwantiteit en kwaliteit De informele speelruimte in een buurt laat zich niet makkelijk kwantificeren. De hoeveelheid informele speelruimte wordt in ieder geval bepaald door de opbouw van de buurt. De hoeveelheid, structuur en samenstelling van het openbaar groen, het water en de wegen bepalen de bespeelbaarheid. Is er veel groen en water en zijn er 30 kilometerwegen met stoepen en doodlopende straten, zijn deze toegankelijk en nodigen ze uit tot medegebruik, dan is er veel informele speelruimte. Is er weinig groen en water, zijn de wegen druk en is het moeilijk om ze over te steken of erlangs te spelen, dan is er minder informele speelruimte. Uiteraard spelen zaken als het aantal kinderen, jeugd en jongeren, het veiligheidsgevoel en de kwaliteit van de informele ruimte een belangrijke rol in de kwantificering van de informele ruimte. Ook heeft elke leeftijdscategorie zijn eigen eisen en wensen met betrekking tot de informele speelruimte Informeel spel kinderen De kinderen spelen dicht bij huis, bij wijze van spreken onder het keukenraam. Dit is vaak goed te zien aan het speelgoed dat op een mooie zomerdag rondom het huis ligt: een fiets, een bal, stoepkrijt en veel rommeldingetjes als stokken, stenen, doeken en klein speelgoed van binnen. Meestal spelen de kinderen op zichzelf of met een buurmeisje of -jongen. Voor een jong kind valt al heel wat te beleven op 20 vierkante meter! Omdat een kind geen of moeilijk gevaren kan inschatten, is het belangrijk dat er geen of zeer weinig auto s, brommers en fietsers rijden door hun informele speelruimte. Daarom zijn de tuin, de oprit, de stoep, de (doodlopende) straat, het achterplein en het grasveldje aangrenzend aan de voordeur de belangrijkste bron van informele speelruimte. Belangrijke factor in dit alles is de dichtheid van de bebouwing en het soort woningen dat aanwezig is. Zo is het spelen op eigen erf bij een flatwoning niet echt aan de orde, maar zijn de vaak grote (groene) ruimtes tussen flats uitermate geschikt voor spelen wanneer deze vrij van verkeer zijn Informeel spel jeugd De jeugd gaat steeds verder de buurt en kern in. Hun verkenningsgebied is vrijwel de gehele openbare ruimte. Wanneer men door een buurt loopt waar veel jeugdigen wonen, zal men vrijwel in ieder plantsoen, langs iedere sloot, op elk stuk rustige verharding en op menige blinde muur de sporen van spel aantreffen. De jeugd speelt meer in groepjes met jeugd van school of uit de buurt. Per jeugdige is circa 10 vierkante meter groene en 10 vierkante meter verharde ruimte nodig, maar dan wel gebundeld met de ruimte van vijf andere jeugdigen, zodat er ruimtes van circa 50 vierkante meter ontstaan. OBB Ingenieursbureau
26 Van groot belang voor deze leeftijdsgroep is de mogelijkheid om balspelen te doen. Per speelbuurt (loopafstand tot 350 meter) moet er een verharding of grasveldje van minimaal 50 vierkante meter aanwezig zijn, waar na schooltijd en na het eten met een groepje van circa vijf jeugdigen gevoetbald kan worden. Zowel de jongens als de meisjes vinden dit belangrijk. Daarnaast moet er voldoende plantsoen en ruigte zijn waar ze bloemen kunnen plukken en hutten bouwen. De parken en pleinen in de buurten bieden hiervoor veel mogelijkheden en zijn dan ook erg populair speelterrein. Ook verkeersluwe wegen, stoepen, hofjes en pleintjes voor straatspelen als knikkeren, touwtjespringen, speurtochten en tik- en verstopspelen zijn nodig voor deze leeftijdsgroep. Verder groeit in deze leeftijd onder de meisjes de behoefte aan kletsplekjes Informeel spel jongeren Voor de jongeren is het ontmoeten van leeftijdsgenoten zeer belangrijk. Dit gebeurt voor een groot deel in de openbare ruimte. Vaak zijn er na schooltijd diverse groepjes jongeren in de buurt te vinden die met elkaar de laatste nieuwtjes staan uit te wisselen. Als indicator kan dienen dat per groep van circa 15 jongeren ergens in de buurt een plek met een ontmoetingsaanleiding gevonden moet kunnen worden waar de jongeren leeftijdsgenoten kunnen ontmoeten. Voor een verdere indeling van informele speelruimte voor jongeren is het goed om Bijlage II te lezen. Schoolpleinen zijn populaire ontmoetingsplekken. Dit is omdat hier een aantal succesfactoren voor ontmoeting samenkomen: in zicht maar ook mogelijkheden om uit zicht te staan, in enkele gevallen een overkapping, verhard terrein dat veelal geschikt is voor klein balspel, bereikbaar met de brommer of fiets en een centrale ligging in de buurt. Het is belangrijk dat jongeren aan de ruimte kunnen aflezen welke regels er globaal gelden. Een enkel bankje dicht op de huizen biedt minder mogelijkheden dan een overkapping achter het buurthuis met meerdere banken. Dit begrijpen de jongeren ook. Door te zorgen voor variatie en voor voldoende ontmoetingsplekken kan er gestuurd worden op de ontmoetingsplekken die de jongeren kiezen. Ook zijn er dan meer mogelijkheden voor verwijzing door een buurtbewoner of wijkagent Uitgangspunten voor informele speelruimte Door het toepassen van de uitgangspunten wordt invulling gegeven aan een evenredige verdeling van informele speelruimte over de doelgroepen en buurten. Bij weinig informele speelruimte moeten maatregelen getroffen worden die de openbare ruimte beter bespeelbaar maken. In Tabel 2 4 zijn de uitgangspunten voor informele ruimte samengevat. Voor voorbeelden van speelprikkels wordt verwezen naar Bijlage I. OBB Ingenieursbureau
27 Copyright OBB Uitgangspunten Oppervlakte (minimaal) Ligging Geschikt voor Kinderen 0 tot en met 5 jaar LEEFTIJDSCATEGORIE Jeugdigen 6 tot en met 11 jaar 20 m 2 per kind 20 m 2 per jeugdige; 10 m 2 voor spelen op straat en 10 m 2 voor spelen in het groen Aaneengesloten ruimte direct grenzend aan woning Leren fietsen en skaten, rommelen, fantasiespel (koken, hutje), stoepkrijten, in zon/schaduw zitten Binnen/rand buurt, eind van de straat, veldje bij de flats, pleintje achter huizen, overzichtelijk bereikbaar In groepjes; verstoppertje, speurtocht door buurt, touwspringen, balletje trappen, kastanjes zoeken, hut bouwen Minimale eisen Verkeer Doodlopend, ontsluiting voor maximaal 15 tot 20 woningen. Niet bij fietsdoorgang Max. 30 km en beperkt aantal auto s per uur; geen constante stroom van brommers en fietsers Overlast N.v.t. Niet direct bij muur of raam van woning Schoon Ruimte Gras of verharding; geen poep, afval, prikkende of giftige struiken Geborgen, maar niet te benauwd (vnl. stoepen en hofjes) Gras of verharding; geen poep, afval, prikkende of giftige struiken Grotere ruimten voor spelvormen en verkeersluwe buurt voor bereikbaarheid Jongeren 12 tot en met 18 jaar 1 ontmoetingsplek per 15 jongeren (ca. 15 m 2 met ontmoetingsaanleiding) In eigen sociale omgeving/buurt, op hoek van straat, pleintje; beschut min of meer in zicht Elkaar ontmoeten, zitten kletsen, showen, competitie, kijken naar voorbijgangers; brommertje en fiets Niet op de rijbaan. Niet direct voor de deur van woningen Minder van belang, wel schone kleren kunnen houden Overzichtelijk met zitaanleiding Potentieel geschikte ruimten Tuin/erf (Grote) eigen tuin is Indien groot en uitdagend Nee goud waard genoeg Grasveld/gazon Mits droog en schoon Mits geen poep Geschikt, mits paadje naar plek toe Bosjes/ruigten Niet aantrekkelijk Ideaal verstoppertje en hutten bouwen Mits open kant naar weg of plein Stoep/hofje Mits groot genoeg Voor verplaatsing Afhankelijk van situatie Plein/ Geschikt als er apart Mits overzichtelijk en weinig Mits auto kan passeren rijdende en gepar- zonder dat ze moeten rustig hoekje is parkeerplaatkeerde auto s verkassen Sloten/poelen Nee Zeer aantrekkelijk N.v.t. Vijvers/meren Nee Aantrekkelijk voor vissen, varen, schaatsen Zwemwater, vissen, schaatsen Winkelcentrum Nee Eventueel Ja Strand/zee Nee Strandspelen/zwemmen Ontmoeten/zwemmen/- sporten Tabel 2 Uitgangspunten informele speelruimte OBB Ingenieursbureau
28 Beleidsuitgangspunt 5. Bij ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte wordt gestreefd naar maximale bespeelbaarheid Vormgeving informele speelruimte Anders denken over de openbare ruimte De wijze waarop een buurt is opgebouwd bepaalt hoeveel ruimte er is om te spelen. Daarom is het belangrijk om te blijven kijken in hoeverre de openbare ruimte geschikt is om te spelen. Speelprikkels hebben hierin een belangrijke rol. Die geven aan dat er gespeeld kan en mag worden, stimuleren dat er gespeeld wordt en vergroten de bespeelbaarheid van de openbare ruimte. Zie voor voorbeelden hiervan Bijlage I. Uit de gehele paragraaf 3.7 kan geconcludeerd worden dat het uitgangspunt bij de vormgeving van de openbare ruimte dient te zijn dat er een verandering in het denken moet plaatsvinden bij het bestuur, de ambtenaren en de burgers. De kern van deze verandering is dat bij het nemen van een maatregel in de openbare ruimte de invloed hiervan op de bespeelbaarheid in ogenschouw wordt genomen. Het is hierbij van groot belang dat er gecommuniceerd wordt naar omwonenden, zodat het duidelijk is waar kinderen, jeugd en jongeren kunnen en mogen spelen. In onderstaande subparagrafen wordt een toelichting gegeven op de bespeelbaarheid van verschillende onderdelen van de openbare ruimte Spelen op de straat De toename van de automobiliteit zorgt ervoor dat zowel het rijdend verkeer als de geparkeerde auto s een groot beslag leggen op de openbare ruimte. In het algemeen geldt voor de gemeente Mook en Middelaar dat de wegen in de bebouwde kom ingericht zijn als 30 km zones. De gebiedsontsluitingswegen zijn 50 km wegen. De Rijksweg N271 is de belangrijkste doorlopende weg in de gemeente. Hier mag 80 km/uur gereden worden. De straten zijn dusdanig ingericht dat het wegbeeld in overeenstemming is met de functie. Voor 30 km zones vergroot dat de informele speelruimte in de buurten, maar ook de verplaatsingsmogelijkheden door de buurt. Spelen op de Singel in Molenhoek Niet alleen de snelheid waarmee verkeer door de straat rijdt heeft invloed op de mogelijkheid om op straat te spelen. Minstens zo belangrijk is de frequentie waarmee het spel gestoord wordt door passerende en geparkeerde auto s. Daarom is het voor de speelruimte niet altijd voldoende om verkeersremmende maatregelen te nemen. Doodlopende of verkeersluwe straten zijn van groot belang voor de kinderen en jeugd. De aantrekkelijkheid van het spelen op straat kan op eenvoudige wijze worden vergroot. Zo kunnen verkeerstechnische elementen een speelfunctie krijgen door deze net iets aan te passen of anders te plaatsen. Het maakt bijvoorbeeld niet uit welk soort verharding wordt toegepast. In plaats van standaardtegels 30 x 30 grijs kan gedacht worden deze af te wisselen met gekleurde tegels, zodat er vakken of patronen ontstaan. OBB Ingenieursbureau
29 alle struiken waarin je hutten kon bouwen zijn gekapt en er kwamen prikkelstruiken voor terug rondgang jeugd Je kan je hond leren om op een krant zijn behoefte te doen. Martin Gaus, dierentrainer interview radio 1 Daarnaast kan er veel speelruimte ontsloten worden door onnodige verkeersstromen te voorkomen, veilige oversteekpunten te creëren, meer centraal te parkeren en hofjes toe te passen in nieuwbouwsituaties en bij herinrichting ook in bestaande situaties. In straten waar de kinderen en jeugd wonen, zou ruimte moeten zijn voor autoloze dagen, speelstraten en de Nationale Straatspeeldag. Ouders en gemeente kunnen hier samen vorm aan geven Spelen in het groen Openbaar groen is al van oudsher een belangrijk onderdeel van de woonomgeving. De kinderen, jeugd en jongeren zijn voor het spelen doorgaans aangewezen op dit groen. Denk bij het groenbeheer ook eens aan hoogteverschillen in het gazon, vaker toepassen van bloemenmengsels en het gefaseerd maaien van gras. In heestervakken en blokhagen kunnen uitsparingen worden gemaakt waar kinderen en jeugdigen hun hutje kunnen hebben. Het is vaak mogelijk om hagen op verschillende hoogten te snoeien en niet recht, maar golvend aan te planten, groenblijvers in bosplantsoen toe te passen enzovoort. Daarnaast kan door aan het openbaar groen de nevenfunctie spelen te geven aan bewoners duidelijk gemaakt worden dat overal en altijd zal worden gespeeld en dat bij klachten het belang wordt afgewogen tussen de benodigde speelruimte en de andere functies van het groen. Bij het opstellen en actualiseren van groenplannen moet aandacht aan speelruimte besteed worden. In de gemeente Mook en Middelaar is spelen in het groen op diverse plekken mogelijk Spelen en hondenpoep Hondenpoep vormt in de gemeente Mook en Middelaar een zeer groot probleem in alle kernen. Tijdens de rondgangen gaven de jeugdigen unaniem aan last te hebben van hondenpoep op formele en informele speelplekken. Daar waar hondenpoep ligt kan de speelruimte eigenlijk voor een groot deel worden afgeschreven. Verboden voor honden Momenteel is er in de gemeente Mook en Middelaar nog geen specifiek hondenpoepbeleid. Wel zijn er regels omtrent hondenpoep vastgesteld in de APV. OBB Ingenieursbureau
30 In de APV van de gemeente Mook en Middelaar staat het volgende over honden en hondenpoep: Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak en speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; c. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander indentificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. Tevens staat in de APV dat de eigenaar of houder van een hond verplicht is om ervoor te zorgen dat de hond niet poept op de weg, of op de stoep, op de kinderspeelplaats, zandbak, speelweide, picknickplaats of wandelpark. Bij speelplekken staan bordjes dat de speelplek verboden is voor honden. De bordjes werken echter niet naar behoren. Er blijven hondenbezitters gebruik maken van de speelplek als zijnde hondentoilet Spelen in, op en met water Ook, of juist water daagt kinderen, jeugdigen en soms ook jongeren uit tot spel. Bij, in of op het water spelen ze met modder, spatten ze elkaar nat, laten ze bootjes varen, wordt gevist en vlotgevaren en worden veel meer spelen verzonnen. Sommige volwassenen hebben hier misschien hun bedenkingen bij: ze voorzien vieze en natte kleren. Ook zien veel volwassenen risico s: hun kinderen lopen wellicht sneller een verkoudheid op of ze glijden uit met alle gevolgen van dien. De Maas in Mook Toch zou het jammer zijn als deze bezwaren het spelen met water onmogelijk zouden maken. Door een juiste inrichting en een passend beheer van al dan niet formele waterspeelplekken zijn de risico s te voorkomen of te beperken. Vooral het talud, de diepte, de waterkwaliteit en de overzichtelijkheid van water zijn veiligheidsaspecten waarmee rekening moet en kan worden gehouden. Een voorbeeld van een geschikte inrichting is een zeer flauw talud met ondiep water langs de kant en zonder beplanting of riet. Vaak maakt een steiger of ander vlak deel direct langs het water het spelen gemakkelijker en veiliger. Hekwerken langs het water kunnen een schijnveiligheid geven; begeleiders zijn geneigd om minder op te letten, na jaren blijken er vaak openingen in de hekken te ontstaan, kinderen gebruiken de hekken als speelprikkel en hekken belemmeren hulpverleners. Dit betekent dat deze zo min mogelijk moeten worden toegepast. OBB Ingenieursbureau
31 De gemeente Mook en Middelaar ligt voor een groot deel aan de rivier de Maas. In Mook is de Maaskade recentelijk vernieuwd. Aan de kade in Mook zijn voor kinderen diverse mogelijkheden om te spelen aan en in het water. De jongeren geven daarnaast aan dat er behoefte is aan een plek waar gezwommen kan worden in de zomer. Ideeën voor spelen aan het water in Mook zijn nader uitgewerkt in paragraaf Door bij het ontwerp en beheer van waterpartijen, vlonders, sloten, steigers, dammen, bruggen enzovoort rekening te houden met zowel vaar- en schaatsroutes, vissen, zwemmen als het spelen langs de waterkant, wordt er veel uitdagende speelruimte ontsloten Spelen op braakliggende terreinen Ondanks de hoge bebouwingsdichtheid liggen er soms terreinen braak in afwachting van nieuwbouw of omdat een plek even geen invulling heeft. Meestal verruigen deze terreinen en bieden zij veel avontuurlijke speelruimte voor hutten bouwen, graven, (fiets)crossen enzovoort. Indien enigszins mogelijk zou dit op dergelijke terreinen moeten worden toegestaan. De gemeente heeft hierbij natuurlijk wel de verplichting om te zorgen dat het niet onveilig wordt. Daartoe zal per situatie nagegaan moeten worden op welke wijze dit mogelijk is en of het terrein in eigendom is van de gemeente. Hierbij kan gedacht worden aan een periodieke controle van het terrein, maar ook aan organisatie via omwonenden/betrokkenen. Braakliggende terreinen van de gemeente worden waar mogelijk als tijdelijke informele speelruimte toegestaan De formele speelruimte De hoeveelheid formele speelruimte laat zich makkelijker kwantificeren. De laatste jaren is er door verschillende organisaties die betrokken zijn bij speelruimte intensief samengewerkt om te komen tot het opstellen van richtlijnen voor de aanleg en het onderhoud van speelvoorzieningen. Vooral het uitgeven van het Handboek Veiligheid van Speelvoorzieningen heeft bijgedragen aan het tot stand komen van landelijk aanvaarde normen en richtlijnen. Dit handboek heeft onder andere geleid tot het vastleggen van de afstand die de doelgroep tot een speelvoorziening kan afleggen en de wenselijke oppervlakte van een speelvoorziening. OBB Ingenieursbureau
32 Copyright OBB Kinderen 0 tot en met 5 jaar LEEFTIJDSCATEGORIE Jeugdigen 6 tot en met 11 jaar Jongeren 12 tot en met 18 jaar 1. Relatie leeftijd, spelbereik en verzorgingsgebied Afstand tot woning 100 meter 300 tot 400 meter > meter Niveau Straat/blok Buurt Kern/stad Minuten lopen 2 minuten 5 minuten 15 minuten Verzorgingsgebied 3 hectare 50 hectare 300 hectare 2. Aantal per speelplek Aantal woonachtig 15 tot tot tot 100 binnen actie- radius 3. Inrichting speelplek Oppervlakte 100 tot 500 m tot m tot m 2 Voorzieningen 3 toestellen 3 speelprikkels bank, afvalbak 3 toestellen 4 speelprikkels 4 toestellen 4 speelprikkels Voorbeelden voorzieningen Voorbeelden speelprikkels en zitaanleidingen Stimulatie en begeleiding ontwikkeling Zandbak Huisje Wip(veer) Glijbaantje Schommel Betonpoefs Betonbielzen Verschillende bodemmaterialen Hoogteverschillen Bankjes Veel variatie Veel fantasie Duidelijke grenzen Grove motoriek Trapveld Klimtoestel Schommel Kabelbaan Duikelrek Betonpoefs Paaltjes Hoogteverschillen Bosjes (verstoppen) Zand en water Meting resultaten Groepsbesef Toename creativiteit Grotere doelgerichtheid Tabel 3 Normen formele speelruimte Trapveld Skateboardbaan Basketbalveld Zitaanleidingen Schommel Betonpoefs Banken Muurtjes Pad of plein van glad asfalt Informele ontmoeting Zoekt bevestiging Sportieve krachtmeting Keuzes maken Naast dit handboek geven onderzoek en ervaringscijfers inzicht in hoe een speelplek functioneert. Hierdoor konden door OBB normen gesteld worden voor het aantal kinderen van een bepaalde leeftijdscategorie dat binnen een actieradius woont en een speelplek zelfstandig zou moeten kunnen bereiken, zonder elkaar op de speelplek in de weg te lopen. De belangrijkste normen en richtlijnen zijn in Tabel 3 samengevat weergegeven. De oppervlakten voor de speelplekken zoals in Tabel 3 genoemd betreffen de oppervlakte van het speelterrein zelf. Daarnaast moet er nog ruimte zijn voor paden ernaartoe en de toegangen, de omliggende beplanting en de omgeving. 2 Bij minder dan 15 kinderen kan een speelplek opgeheven worden en bij meer dan 30 kinderen kan een extra speelplek overwogen worden of een extra grote aangelegd worden. OBB Ingenieursbureau
33 Beleidsuitgangspunt 6. Speelplekken worden door een deskundige ontworpen. "Jongens krijgen een Cruijff veld en wij moeten het doen met een bankje." Opmerking onderzoek PJ partners Bij de normen voor formele speelruimte moet benadrukt worden dat jonge kinderen tot en met drie jaar niet zelfstandig, maar onder begeleiding van een ouder/verzorger op een openbare speelplek spelen. Deze heel jonge kinderen kunnen goed gebruik maken van de speelplekken die ingericht zijn voor de kinderen tot en met vijf jaar. Het plaatsen van een speeltoestel waarop kinderen van nul tot en met drie jaar zonder begeleiding kunnen spelen, is geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Door het toepassen van de normen wordt invulling gegeven aan een evenredige verdeling van speelvoorzieningen over de doelgroepen en de buurten. Deze normen kunnen gezien worden als een aanvulling op de informele normen. Daar waar veel informele ruimte is, zijn minder formele speelplekken nodig Vormgeving formele speelruimte Ontwerpen en aanleggen van speelvoorzieningen Het valt buiten het kader van dit speelruimteplan om alle richtlijnen voor het technisch ontwerp van een speelplek en de omgeving te beschrijven. Hiervoor wordt verwezen naar eigen ervaringen, inspraakresultaten en de diverse richtlijnen zoals onder andere beschreven in het Handboek Veiligheid van Speelgelegenheden en de toesteldocumentatie die door de leveranciers van speelvoorzieningen bij een toestel wordt geleverd. Uitgangspunt is dat speelplekken door een deskundige worden ingericht. Enkele aspecten waarover de ontwerper zal nadenken, zijn bijvoorbeeld de functie en mogelijkheden van een toestel. De gemeente zal zelf het ontwerp beoordelen. Geadviseerd wordt om bij keuze voor het type valdempende ondergrond uit te gaan van de omgeving van de speelplek (bijvoorbeeld natuur tegenover verharde omgeving), het gewenste beeld (kleur en vorm), het te verwachten gebruik (leeftijdscategorie) enzovoort. De voorkeur gaat daarbij uit van een kunststof ondergrond zoals kunstgras of rubbertegels. De behoefte van meisjes in de openbare ruimte vraagt speciale aandacht. Veel speelplekken zijn sterk op spelvormen van jongens gericht. Voor de ruimte en het aantal speeltoestellen dat per speelplek aanwezig moet zijn, is in Tabel 3 een aantal richtlijnen gegeven. Daarbij moet men onderscheid maken tussen de specifieke speeltoestellen en de speelprikkels. OBB Ingenieursbureau
34 Veiligheid en uitdaging! De doelgroep (en hun ouders) moeten erop kunnen rekenen dat de speciaal tot spelen aangebrachte speelvoorzieningen veilig zijn. Daarmee wordt overigens niet bedoeld dat alle risico s vermeden kunnen worden. Risico s zijn nooit volledig uit te sluiten en tevens zijn ze een wezenlijk onderdeel van het spelen en horen ze bij het leerproces en de ontwikkeling. De risico s dienen echter beheersbaar en herkenbaar te zijn voor de doelgroep. De wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen is in het bijzonder geregeld doordat op 26 maart 1997 het Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen in werking is getreden. Per 1 september 2003 is dit ondergebracht in de Warenwet als het besluit Attractie- en speeltoestellen. Daarnaast zijn er Europese Normen (o.a. NEN-EN tot en met en 1177) van belang. In dit zogenoemde Attractiebesluit zijn de wettelijke bepalingen voor aansprakelijkheid en veiligheid vastgelegd. Indien er sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die het speeltoestel voorhanden heeft altijd als eerste aansprakelijk. Deze verantwoordelijkheid is conform en aanvullend op de risicoaansprakelijkheid die wordt omschreven in het Burgerlijk Wetboek. Het aanbieden van onveilige speeltoestellen wordt gezien als het plegen van een onrechtmatige daad. Er is (gelukkig) nog weinig jurisprudentie rondom de aansprakelijkstelling voor speeltoestellen aanwezig. Vooralsnog moet ervan worden uitgegaan dat de eigenaar van het speeltoestel als eerste aansprakelijk is. De gemeente heeft de wettelijke verplichting het Attractiebesluit uit te voeren en moet kunnen aantonen dat zij alles in het werk heeft gesteld de toestellen veilig te plaatsen en in stand te houden. De eigenaar van het toestel moet kunnen aantonen dat alles in het werk is gesteld om de veiligheid te waarborgen. Om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen is een aantal handelingen noodzakelijk, waaronder de inspectie van speeltoestellen en de registratie van relevante gegevens in een logboek. Indien een speeltoestel op gemeentelijke grond wordt geplaatst door bijvoorbeeld een particulier, school of speeltuinvereniging, wordt het toestel automatisch eigendom van de gemeente. De juridische term hiervoor is natrekking. De gemeente kan bij ongevallen medeaansprakelijk worden gesteld. Daarom kan de gemeente de plaatsing van toestellen door derden op gemeentelijk eigendom niet gedogen zonder dat de aansprakelijkheid goed geregeld is. OBB Ingenieursbureau
35 Een mogelijkheid om deze aansprakelijkheid te regelen, is het afsluiten van een overeenkomst (opstalrecht) tussen de gemeente en de plaatser van het toestel. Voorbeelden hiervan zijn het vestigen van een opstalrecht waarbij de aansprakelijkheid bij de plaatser blijft, of het aangaan van een beheercontract waarin afspraken worden gemaakt over beheer, onderhoud en aansprakelijkheid Het combineren van leeftijdscategorieën Er zijn veel speelplekken ingericht met toestellen die geschikt zijn voor zowel kinderen als jeugdigen. Soms staan hier ook nog toestellen voor jongeren. Dit geeft vooral problemen als de ruimte te klein is. Omdat er toestellen voor jeugdigen en jongeren staan, gaan zij de plek (terecht) als van hen beschouwen. De toestellen voor de jongste kinderen bieden hun echter geen uitdaging meer; op een wipveer zijn ze wel uitgespeeld en ze zijn al op alle mogelijke manieren van de glijbaan afgegleden. Men kan het de jeugdigen en jongeren dan niet kwalijk nemen dat ze de aanwezige toestellen voor kinderen gebruiken in hun proces van grenzen verkennen: eens kijken met hoeveel ze op een wipveer kunnen. Een ander nadeel van het combineren van leeftijdsgroepen is dat jongere jeugd mogelijk ongewenst gedrag van de oudere jeugd en jongeren overneemt. De toverdans in Molenhoek, een ruime gecombineerde speelplek. Aan de andere kant is het combineren van leeftijdsgroepen op één speelplek, zowel voor sociale als lichamelijke ontwikkeling, aan te raden. Een speelplek kan immers functioneren als ontmoetingsplek voor jong en oud uit de hele buurt. Het combineren van leeftijdscategorieën kan alleen dan gerealiseerd worden als er voldoende ruimte is. Daarnaast moet er binnen deze ruimte een zonering aangebracht worden, met in elke zone voor de verschillende leeftijdscategorieën de voorzieningen. Op deze wijze zullen de verschillende leeftijdsgroepen hun eigen plek en uitdagingen hebben. De jeugdigen en jongeren zullen dan wel respect hebben voor de speelplek voor de kinderen en de toestellen weinig of niet misbruiken. Voldoende ruimte en duidelijke zonering en uitdagende voorzieningen per leeftijdsgroep maken een gezamenlijke speelplek tot een succes. De toverdans in Molenhoek is een goed voorbeeld van een gecombineerde speelplek waarbij een zonering is aangepast en waar voldoende ruimte beschikbaar is. Voorgesteld wordt om alleen gecombineerde speelplekken aan te leggen indien er ruimte is voor voldoende toestellen en goede zonering. OBB Ingenieursbureau
36 Beleidsuitgangspunt 7. Bij het ontwerpen en realiseren van speelplekken wordt rekening gehouden met medegebruik van de doelgroep met een beperking. Beleidsuitgangspunt 8. De gemeente wil de bewustwording van bespeelbare openbare ruimte vergroten door een speelparagraaf toe te voegen aan (nieuw) beleid voor de openbare ruimte Integratie van de doelgroep met beperkingen Binnen de doelgroepen wonen verspreid over Mook en Middelaar ook mensen die in meer of mindere mate een beperking hebben. Ook voor hen is het belangrijk om samen met anderen te kunnen spelen. Dit betekent dus niet dat iedere speelplek en ieder speeltoestel voor alle vormen van beperking geschikt moeten zijn, maar wel dat nagedacht moet worden over hoe een speelplek voor een brede doelgroep geschikt kan zijn. Zo kan bijvoorbeeld overwogen worden om een netschommel toe te passen in plaats van een traditionele schommel. Een dergelijk toestel heeft zowel voor de doelgroep met als zonder een beperking grote speelwaarde Samen werken aan speelruimte Het creëren van speelruimte is een zorg van de hele gemeente; binnen de gemeentelijke organisatie moeten afdelingen hiervoor samenwerken. Maar ook andere personen en instanties hebben invloed op de inrichting van de (buiten)ruimte: bewoners, wijkverenigingen, scholen, sportverenigingen en private partijen zoals projectontwikkelaars en de woningcorporaties hebben een verantwoordelijkheid De taakverdeling bij de gemeente De gemeente is verantwoordelijk voor het speelruimtebeleid voor zowel kinderen, jeugd als jongeren en draagt zorg voor tijdige evaluatie van dit beleid. Dit betekent dat er initiatief genomen moet worden voor de uitvoering van de beleidsuitgangspunten en de realisatie van het openbaar speelvoorzieningenniveau. Daarbij dient er afstemming plaatst te (blijven) vinden van de realisatiekosten en de jaarlijkse budgetten, zodat er passend beheer, onderhoud en vervanging van het speelvoorzieningenniveau kan plaatsvinden door dit zelf uit te voeren of uit te besteden. In de gemeente Mook en Middelaar is de afdeling Sociale Zaken en Welzijn momenteel verantwoordelijk voor het speelruimtebeleid. Uitvoering en onderhoud van speelruimten is de taak van de afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR). Daarnaast worden door medewerkers van bureau BOR de onderhoudswerkzaamheden en controles en inspecties uitgevoerd. De gegevens worden direct in een digitaal loboeksysteem verwerkt. Het speelruimteplan dient bij de verschillende afdelingen onder de aandacht te blijven / worden gebracht om de betrokkenheid bij het speelruimtebeleid te vergroten. OBB Ingenieursbureau
37 De rol van bewoners Ook de omwonenden van speelplekken hebben een taak in het aanbieden van speelruimte. Allereerst moeten zij accepteren dat er in de buurt en op de speelplekken gespeeld wordt. Maar zij zijn ook degenen die dagelijks langs de speelplekken lopen. In het kader van burgerplicht mag van bewoners verwacht worden dat ze de speelplekken niet vervuilen en dat ze ernstige gebreken en gevaren op speelplekken zien en deze ook melden aan de gemeente. Belangrijke voorwaarde voor deze bereidheid en alertheid is betrokkenheid bij de speelplekken. Bij grote wijzigingen in de inrichting van de speelplek wordt bewoners de mogelijkheid geboden om mee te denken over de inrichting. In de (concept) toekomstvisie voor de gemeente Mook en Middelaar wordt gesteld dat een speeltuin die door de buurt beheerd wordt, beter voldoet aan de wensen van de gebruikers en ook minder last heeft van vandalisme, omdat de buurt zich er gezamenlijk verantwoordelijk voor voelt. Kleinere maatregelen in het kader van onderhoud, reguliere vervanging en het veilig houden van de toestellen worden zonder overleg met bewoners uitgevoerd. Indien een speelterrein aan vervanging toe is, wordt uitgebreid met buurtbewoners (zowel ouders als kinderen) gepraat over een nieuwe invulling. Het jaar voordat de toestellen vervangen moeten worden, wordt dit in de buurt aangegeven en wordt er een werkgroep opgericht waarin gepraat wordt over de wensen van de omwonenden. Een vertegenwoordiger van een door de gemeente gekozen leverancier (bijvoorbeeld Boer, Vaamo, Speelmaatje, ABC of Velopa) neemt ook zitting in de werkgroep om de omwonenden te informeren. Ook bij het uitvoeren van het speelruimtebeleid worden de bewoners uitgenodigd voor inspraak door middel van bijvoorbeeld een enquête, een inloopavond en de reguliere inspraakprocedure Spelen op het schoolplein De (speel)ruimten bij basisscholen met hun voorzieningen vormen vaak een belangrijk deel van de speelruimte. De situatie in de verschillende kernen van de gemeente is niet eenduidig. De inrichting van de schoolpleinen loopt ook uiteen. Alle schoolpleinen zijn afgezet met een hek of een omheining van planten. In Middelaar en Molenhoek is het schoolplein ook buiten schooltijd toegankelijk. In Mook is het schoolplein afgesloten, onder andere omdat het compleet ommuurd is. In Molenhoek wordt het schoolplein veel gebruikt door jeugdigen en jongeren buiten schooltijd. Vooral s avonds blijkt het voor jongeren een interessante ontmoetingsplek. OBB Ingenieursbureau
38 Beleidsuitgangspunt 9. Schoolpleinen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte worden in overleg met schoolbesturen in het openbare speelvoorzieningenniveau betrokken. Het is wenselijk om daar waar nodig en mogelijk de speelruimten bij scholen te betrekken in het openbaar speelvoorzieningenniveau. Gezocht wordt naar win-winsituaties. Vooral in een buurt waar geen of weinig ruimte aanwezig is om speelplekken te realiseren, kunnen schoolpleinen een oplossing bieden. Andersom maken de scholen ook gebruik van de openbare speelplekken tijdens de gymles bijvoorbeeld. Openbaarheid betekent niet noodzakelijk dat er geen hekken mogen staan. Gedacht kan worden aan sleutelbeheer door omwonenden, extra toezicht door politie, het langer openstellen van schoolpleinen enzovoort. Doel van de gemeente is het stimuleren van het zelfregulerend vermogen van de buurt. Bij het opstellen van de analyse zijn de schoolpleinen waar nodig in het openbare speelvoorzieningenniveau betrokken. Als een schoolterrein in het openbare speelvoorzieningenniveau wordt opgenomen, dan zullen er met het schoolbestuur duidelijke afspraken (convenant) gemaakt moeten worden over de verantwoordelijkheden, het beheer, het onderhoud en de vervanging van de speeltoestellen. Als een schoolplein niet specifiek in het openbare speelvoorzieningenniveau wordt betrokken, betekent dit niet dat het plein afgesloten moet worden, maar dat het onderhoud, het beheer en de vervanging van de toestellen niet vanuit het budget openbare speelvoorzieningen moet plaatsvinden. De gemeente zal verantwoordelijk zijn voor wat met de speeltoestellen in het kader van het openbare speelvoorzieningenniveau te maken heeft, zoals aanschaf, beheer en onderhoud. De school draagt zorg voor eventuele overige speelvoorzieningen en pleinonderhoud (vegen en vuilruimen) Spelen op de sportcomplexen In Mook en Middelaar liggen sportcomplexen aan de rand van de kern. De kinderen in Middelaar geven aan wel eens op het sportpark te spelen. Nabij het sportcomplex in Mook, de Maasvallei, is recentelijk een jongerenontmoetingsplek gerealiseerd waar veelvuldig gebruik van gemaakt wordt. Beleidsuitgangspunt 10. Sportvelden en de omliggende groenstroken die kunnen voorzien in de behoefte aan informele speelruimte worden in overleg met de verenigingen bespeelbaar gemaakt. De sportvelden en het groen eromheen kunnen voor het spelen van de jeugdigen en jongeren een betekenis hebben. Allereerst is daar natuurlijk de ruimte om met een groep(je) vrienden een wedstrijdje te spelen op de velden. Daarnaast bieden de grasvlakten ook de ruimte om te vliegeren, een boemerang uit te proberen of om een zweefvliegtuigje te laten vliegen. Daarvoor moeten de velden wel opengesteld zijn voor het gebruik buiten de trainings- en wedstrijduren. Aan de andere kant moet de speeldruk (vooral op de goals) in evenwicht zijn met het herstellend vermogen van het gras. Verder moet er aandacht zijn voor vandalisme; indien het medegebruik van sportvelden leidt tot schade aan gebouwen zal een heroverweging gemaakt kunnen worden. OBB Ingenieursbureau
39 Beleidsuitgangspunt 11. Waar mogelijk wordt de behoefte aan speelruimte samen met de woningcorporatie en/of projectontwikkelaar ingevuld. Het openstellen van de sportcomplexen en het deeltijds opvangen van de jeugd die "even op de velden komt voetballen" kan een stimulans zijn om lid te worden van de verenigingen. Het openstellen kan onder voorwaarden en tijdsgebonden. Naar aanleiding van de analyse wordt voorgesteld om samen met de sportverenigingen na te gaan of de complexen opgesteld kunnen worden voor de jeugd. Wellicht kan worden aangesloten bij recente ontwikkelingen en plannen van r.k.s.v. Eendracht Spelen bij recreatiegebieden De gemeente Mook en Middelaar is een toeristische gemeente en bevat derhalve diverse recreatiegebieden. De Mookerplas tussen Middelaar en Plasmolen is een van deze gebieden die voor alle leeftijdsgroepen interessant is. Het gebied is het gehele jaar opengesteld en biedt mogelijkheden voor jong en oud, als wandelen, fietsen, spelen, zwemmen, sporten, ontmoeten enz. Naast het recreatiegebied de Mookerplas zelf zijn er in en rondom Plasmolen diverse toeristische voorzieningen waar mogelijkheden tot spelen zijn. Zo wordt in Plasmolen voorgesteld om voor het spelen bij recreatiepark of pannenkoekenrestaurant afspraken te maken met ondernemers Samen met de woningcorporatie en/of projectontwikkelaar In de gemeente Mook en Middelaar zijn woningcorporatie Maasland en Destion actief. Doordat deze mede bepalen hoe woonwijken er uitzien, zijn ook zij medeverantwoordelijk voor het aanbieden van speelruimte. Momenteel zijn er nog geen afspraken tussen de gemeente en de corporaties ten aanzien van speelruimte. Wel is het zo dat woningcorporaties graag met de gemeente mee willen werken indien de gemeente wensen heeft ten aanzien van speelruimte. Juist corporaties kijken verder dan hun eigen portemonnee en hebben oog voor het maatschappelijk belang. Indien de woningcorporatie en de gemeente zich gezamenlijk kunnen inzetten voor de speelruimte, zal dit ten eerste de doelgroep ten goede komen. Daarnaast kunnen er aantrekkelijker en hoogwaardiger buurten worden gerealiseerd. Hierbij gaat het om het aanbieden van voorzieningen die passen bij de woonwensen van de te huisvesten doelgroep. Naast woningcorporaties zijn ook projectontwikkelaars actief in de gemeente. Ook zij zijn mede verantwoordelijk voor het aanbieden van speelruimte. De beleidsuitgangspunten uit dit speelruimteplan moeten in een Programma van Eisen voor het (her)ontwikkelen / renoveren van (woon)gebieden worden opgenomen (zie ook Bijlage III). De gemeente geeft randvoorwaarden mee waaraan het ontwerp van de speelruimte moet voldoen. Daarnaast toetst en beoordeelt ze zelf het ontwerp van de speelruimte. OBB Ingenieursbureau
40 3.11. Duurzame speelruimte Structuur van speelplekken In Tabel 5 worden normen gegeven voor het aantal kinderen in de verschillende leeftijdscategorieën dat binnen een actieradius moet wonen voordat er een speelplek gerealiseerd dient te worden. Meestal wonen in nieuwe buurten veel kinderen en neemt dit aantal in de loop der jaren af. De speelplekken voor deze leeftijdsgroep dienen dan ook om de vijf jaar geëvalueerd te worden op kinderaantal. In veel buurten vindt na circa 25 jaar wel weer een verjonging plaats, maar de zeer hoge kinderaantallen per buurt komen dan meestal niet meer voor. Zelden wonen er in een buurt die ouder is dan 20 jaar, meer dan 25 kinderen binnen een actieradius van een speelplek. Concreet betekent dit, dat in een nieuwbouwwijk waar veel kinderen (komen te) wonen eerst drie tot vijf speelplekken met overlappende actieradius nodig zijn. Na verloop van tijd kan de meest centrale plek als basisvoorziening dienen. Deze centrale plek moet aantrekkelijk zijn voor meerdere buurten c.q. de hele kern. Dit houdt in: goed bereikbaar; goed zichtbaar (mensen weten de plek te vinden); voldoende ruimte; extra veel toestellen en speelprikkels. De overige vier speelplekken kunnen meer gericht zijn op de direct aanwonende kinderen of kunnen komen te vervallen. De ervaring leert dat een speelplek voor kinderen ongeveer even lang noodzakelijk is als de levensduur van de meeste toestellen. Geadviseerd wordt een duurzaam netwerk aan speelplekken te bieden met een stevige inrichting en een centrale ligging. Dit houdt in dat 70% van de locaties van speelplekken vastligt en duurzaam ingericht kan worden. Doordat de jeugdigen en jongeren vanuit een grotere omgeving (meerdere buurten/kern) gebruik maken van één of enkele speelplekken, varieert het aantal jeugdigen en jongeren dat binnen de actieradius woont veel minder. Uit onderzoek en ervaring blijkt dat er rond een centraal gelegen, goed functionerende speelplek voor deze leeftijdscategorieën vrijwel nooit te weinig jeugdigen of jongeren wonen, zelfs niet in de loop van 25 jaar. Dit betekent dat voor de jeugdigen en voor de jongeren over het algemeen duurzame speelplekken verspreid over de buurten aangelegd kunnen worden. Het is belangrijk hiervoor een goede, permanente structuur neer te leggen, omdat deze plekken groter, uitdagend en aantrekkelijk moeten zijn. De normen in Tabel 2 en Tabel 3 bieden daarvoor de uitgangspunten. OBB Ingenieursbureau
41 Beleidsuitgangspunt 12. Nieuwe ruimtelijke plannen worden getoetst aan de normen voor speelruimte Aantal kinderen Van belang is het aantal kinderen, jeugd en jongeren op het piekmoment. De kinderpiek begint circa vier jaar na de realisatie van het grootste aandeel woningen in een fase. De piek duurt voor elke leeftijdscategorie ongeveer zes jaar. Meestal begint aan het eind van de kinderpiek ook meteen de jeugdpiek en ongeveer vier jaar na de jeugdpiek de jongerenpiek. In een schema ziet dit er als volgt uit: kinderpiek (0-5 jaar) jeugdpiek (6-11 jaar) jongerenpiek (12-18 jaar) jaar na aanleg Figuur 4 Verloop kinderpiek De bewering dat de leeftijdsgroepen opschuiven is dus niet volledig juist. Er komen namelijk vaak ook veel mensen wonen die al kinderen hebben. Het maximale voorzieningenniveau zal hier dus op afgestemd dienen te worden. Na de piek kan het voorzieningenniveau dan weer wat dalen of als er ruimte is, omgevormd worden tot voorzieningen voor oudere leeftijdsgroepen en uiteindelijk informele speelruimte. Het aantal kinderen, jeugd en jongeren op het piekmoment kan vaak worden achterhaald uit prognoses voor scholen of uit andere nieuwbouwwijken in de gemeente waar de kinderpiek reeds is begonnen (zie Figuur 6). Door deze kinderaantallen uit te zetten tegen het aantal woningen kan een inschatting worden gemaakt van het aantal kinderen in een buurt. Dit kinderaantal kan vervolgens weer getoetst worden aan de normentabellen Tabel 2 en Tabel 3. Zo kan het aantal speelplekken per leeftijdsgroep worden bepaald en kan geschat worden hoeveel ruimte hiervoor nodig is. Ook kan een aantal vierkante meters informele speelruimte worden uitgerekend Stedenbouwkundige plannen en bestemmingsplannen In stedenbouwkundige plannen wordt het gebruik van de ruimte grotendeels vastgelegd. Het blijkt dat wanneer er in de stedenbouwkundige plannen onvoldoende rekening is gehouden met de noodzaak van speelruimte, er in de toekomst problemen te verwachten zijn. Zo komt het regelmatig voor dat ergens een speelplek noodzakelijk is, maar het bestemmingsplan dit niet toestaat en een enkeling de realisatie ervan kan tegenhouden. Ook is er een duidelijke relatie tussen het ontbreken van sport- en ontmoetingsvoorzieningen voor de jongeren en de overlast en het vandalisme in een buurt. Dit is eenvoudig te verklaren uit het feit dat de jongeren dan aangewezen zijn op de speelplekjes voor de kinderen, dat ze niet naar hun eigen plek te verwijzen zijn en dat ze het gevoel hebben dat er niets voor hen gedaan wordt. OBB Ingenieursbureau
42 Het is dus zeer belangrijk dat in het Programma van Eisen voor het opstellen van stedenbouwkundige plannen en bestemmingsplannen de normen voor speelruimte c.q. het speelruimtebeleid worden opgenomen. Een bestemmingsplan heeft sterke invloed op de soort en hoeveelheid speelruimte. Er moet in een bestemmingsplan voldoende beleidsvrijheid zijn om op nieuwe ontwikkelingen en behoeften in te springen zonder dat hiervoor het plan moet worden aangepast. Dit betekent dat de voorschriften voor openbare ruimte zodanig zijn opgesteld dat er voor het realiseren van een nieuwe speelplek geen bestemmingswijziging nodig is. Daarnaast kunnen in bestemmingsplannen eventueel locaties aangegeven worden die potentie hebben om als speelplek te worden ingericht. Zeker de grotere speelplekken voor jeugdigen en jongeren zijn duurzaam op een locatie die meer ruimte heeft en centraal ligt in de buurt. Voor speel-, sport- en ontmoetingsplekken is het van belang om te voorkomen dat aan de hand van bestemmingsplanvoorschriften de aanleg hiervan wordt bemoeilijkt. Voorgesteld wordt om in de toelichting op bestemmingsplannen voor woonwijken het te verwachten kinderaantal in de verschillende leeftijdscategorieën voor de komende twintig jaar aan te geven. Daarbij moet dan vermeld worden hoe invulling wordt gegeven aan de normen zoals in voorliggend speelruimteplan zijn vastgesteld. In een nieuwe woonbuurt is nog niet altijd de doelgroep (in het bijzonder de jongeren) aanwezig die gebruik zal gaan maken van de speelplekken. In veel gevallen is het echter wenselijk om de speelplekken wel aan te leggen, zodat men al weet waar men aan toe is als mensen in de buurt komen wonen. Indien ervoor gekozen wordt om de potentiële speelplekken niet meteen te realiseren, moet de ruimte in ieder geval wel gereserveerd blijven voor spelen. Dergelijke plekken kunnen dan goed als informele speelplek dienen, zeker als er hoogteverschillen aangebracht zijn, er speelprikkels aanwezig zijn en er passend onderhoud wordt uitgevoerd De zorg voor speelvoorzieningen In Bijlage VI is een overzicht gegeven van het aantal en de waarde van de huidige speeltoestellen. Hierbij zijn ook de jaarlijkse kosten voor het onderhoud, de vervanging en het beheer opgenomen Klachtafhandeling en ideeën De gemeente kan niet altijd en overal zijn. De omwonenden en gebruikers van de speelplekken hebben ook een verantwoordelijkheid om gevaarlijke en onwenselijke zaken op speelplekken en aan speeltoestellen te melden. Via de gemeentelijke website kunnen inwoners klachten en ideeën kenbaar maken. Daarnaast is het ook mogelijk om de gemeente telefonisch te benaderen voor klachten of ideeën. OBB Ingenieursbureau
43 Beleidsuitgangspunt 13. Bij meldingen inzake onveilige en onwenselijke situaties worden binnen 2*24 uur passende maatregelen genomen. Een snelle klachtafhandeling is van groot belang voor het veilig houden van in het bijzonder de speeltoestellen. Indien de gemeente een klacht ontvangt over een kapot toestel wordt direct actie ondernomen en wordt de klacht opgenomen in het logboek. De afdeling BOR en de buitendienst zorgt voor de afhandeling. Ideeën, wensen of verzoeken komen terecht bij een medewerker van de afdeling BOR. Deze behandelt de zaken intern en geeft de burger een duidelijk antwoord Het onderhouden en beheren van speelvoorzieningen Nadat er speelvoorzieningen gerealiseerd zijn, zal er voldoende budget beschikbaar moeten zijn om de speeltoestellen en de inrichting van de speelruimte te beheren en te onderhouden. In 2008 is voor de gemeente een beheerrapport opgesteld wat de huidige situatie inzichtelijk maakt en tevens de benodigde budgetten ten aanzien van beheer, onderhoud en vervanging weergeeft. Het onderhoud bestaat uit de werkzaamheden die aan het toestel en de omgeving uitgevoerd moeten worden. Het beheer bestaat uit de overige werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden om de speelvoorzieningen in stand te houden. Het onderhoud van de toestellen gebeurt in relatie met het vervangingsschema en het gebruik van het toestel. Bij de keuze van een type toestel dient ook goed gekeken te worden naar de toekomstige beheer- en onderhoudskosten en de afschrijvingstermijn. In verband met veiligheidseisen en garantiebepalingen van de leveranciers, worden voor vervanging van onderdelen zoveel mogelijk originele onderdelen gebruikt of onderdelen die een hogere kwaliteit voor de veiligheid hebben. Beleidsuitgangspunt 14. De gemeente wil een minimaal onderhoudsniveau van 85% waarborgen. In Bijlage VI wordt een overzicht gegeven van de onderhoudskosten voor de verschillende typen speelvoorzieningen. In de berekening van deze normen voor de jaarlijkse onderhoudskosten is uitgegaan van het hoogste onderhoudsniveau. In een ideale situatie betekent dit onder andere dat de speeltoestellen altijd optimaal in de verf zitten, er altijd proper uitzien, in perfecte technische staat verkeren en dat te allen tijde graffiti verwijderd is. Voor een gemeente is het echter voldoende en meer realistisch om het onderhoud van de speeltoestellen op een lager niveau uit te voeren. De ondergrens daarbij is het acceptatieniveau waarbij een toestel blijft voldoen aan de veiligheidsnormen en net aan de eisen van algemene welstand. Dit niveau kan op een schaal van 0 tot en met 100% uitgedrukt worden met 60%. OBB Ingenieursbureau
44 Deze wip in Molenhoek is onlangs nieuw geplaatst in overleg met omwonenden. Beleidsuitgangspunt 15. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema. Door de gemeente Mook en Middelaar is gekozen voor een onderhoudsniveau van 85%. Ook in de overige financiële tabellen van het speelruimteplan is dit onderhoudsniveau aangehouden Het vervangen van speelvoorzieningen Veel speeltoestellen hebben volgens ervaringscijfers een technische levensduur van tussen de acht en twintig jaar. Daarbij is uiteraard geen rekening gehouden met vandalisme, wel met slijtage door intensief gebruik en eventuele speelschade. In de gemeente Mook en Middelaar hebben de toestellen een gemiddelde afschrijvingstermijn van 13 jaar. Dit is binnen het landelijk gemiddelde tussen de 12 en 15 jaar. Om een goed vervangingsbeleid te kunnen voeren is een flexibel vervangingsschema noodzakelijk. In principe wordt een toestel vervangen nadat de afschrijvingstermijn is verstreken. Het moment van de daadwerkelijke vervanging van een toestel wordt mede bepaald door de staat van het toestel. Wanneer blijkt dat een toestel na de gestelde afschrijvingstermijn nog één of meer jaren veilig kan functioneren, kan de vervanging worden uitgesteld. Indien blijkt dat een toestel voor de gestelde afschrijvingstermijn niet meer veilig is of de onderhoudskosten te hoog worden, bijvoorbeeld door vandalisme, dan moet de vervanging vervroegd worden uitgevoerd (flexibele vervanging). Bij de keuze van het type toestel wordt uitgegaan van de doelgroep van de betrokken speelplek, waarbij de wenselijke speelmogelijkheden, de benodigde speelfuncties en de actuele bevolkingssamenstelling van de buurt in ogenschouw worden genomen. Dit kan ook betekenen dat de herinvestering op een andere speelplek in de gemeente plaatsvindt. Het is daarbij belangrijk dat bij vervanging van speeltoestellen in principe toestellen worden geplaatst met minimaal eenzelfde vervangingswaarde. Met eenzelfde vervangingswaarde wordt bedoeld de geïndexeerde financiële vervangingswaarde. Dit betekent overigens niet dat er eenzelfde type toestel moet worden geplaatst. Integendeel, het kan voorkomen dat de veiligheidsruimte van een toestel zo groot is, dat het toestel niet op de speelplek past en dus voor een ander toestel gekozen moet worden. Het kan zelfs voorkomen dat meerdere toestellen vervangen worden door één ander toestel voor een geheel andere leeftijdscategorie op een andere locatie, zodat invulling gegeven kan worden aan de voorstellen uit de analyse van dit speelruimteplan. OBB Ingenieursbureau
45 Beleidsuitgangspunt 16. Dit speelruimteplan wordt vastgesteld voor een periode van tien jaar en na vijf jaar geëvalueerd De benodigde budgetten Kern is dat de totale waarde van de toestellen niet moet stijgen zonder dat er voldoende onderhouds-, beheer- en vervangingsbudgetten beschikbaar zijn. Bij het vaststellen van de budgetten voor aanleg, onderhoud, beheer en vervanging van speelvoorzieningen zal er gezocht moeten worden naar de juiste onderlinge verhouding tussen deze posten. Indien dit niet het geval is, zullen bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe speelplekken de onderhoudskosten steeds verder stijgen, zonder dat daarvoor budget aanwezig is en dus de staat van onderhoud en de veiligheid afneemt. De onderhouds-, beheeren vervangingsbudgetten moeten daarom aangepast worden nadat er extra of duurdere speeltoestellen zijn geplaatst of speeltoestellen zijn verwijderd. Bij de aanleg van nieuwe speelplekken binnen uit- of inbreidingswijken worden de benodigde financiële middelen beschikbaar gesteld voor zowel de realisatiekosten (eenmalig) als voor de structurele kosten. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van werkelijke kosten, inclusief voorbereidings- en inspraakkosten. Het budget voor het onderhoud van de speelvoorzieningen wordt gebaseerd op het gekozen onderhoudsniveau (zie paragraaf ). De speeltoestellen kunnen daarbij in een goede staat worden gehouden. De hoogte van het beheerbudget wordt gebaseerd op de totale vervangingswaarde van de speelvoorzieningen. In de huidige situatie wordt het beheerpercentage geschat op 3,5% van de vervangingswaarde. Omdat de investeringen in speelvoorzieningen jaarlijks variëren en de afschrijvingstermijnen van de verschillende typen toestellen niet gelijk zijn, variëren de werkelijke kosten voor vervanging per jaar. Aan de hand van de afschrijvingstermijn, het plaatsingsjaar en de vervangingswaarde kunnen voor de komende jaren de benodigde budgetten worden bepaald. De budgetten die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van openbare speelruimte moeten jaarlijks worden geïndexeerd Periode en evaluatie speelruimtebeleid Het voorliggend speelruimteplan geeft het beleid weer voor de wijze waarop men de komende tien jaar met de speelruimte in het openbare gebied dient om te gaan. De gemeente is in beweging. Daarom zal na vijf jaar een evaluatie van het voorliggend speelruimtebeleid en de voortgang van de uitwerking plaatsvinden. Tegelijkertijd zullen opnieuw de demografische gegevens en de aanwezige speelruimte per buurt conform de werkwijze van dit plan tegen elkaar worden afgezet. Mogelijk kunnen bij deze evaluatie de jeugd en jongeren weer meehelpen, bijvoorbeeld in de vorm van een buurtschouw, enquête, via de buurtvereniging of jongerenwerkster. p 7 ingevoegd voor witregel in inhoudsopgave OBB Ingenieursbureau
46 OBB Ingenieursbureau
47 DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar OBB Ingenieursbureau
48 OBB Ingenieursbureau
49 4. LEESWIJZER ANALYSE SPEELRUIMTE In de analyse worden de geformuleerde beleidsuitgangspunten vertaald naar de situatie in de verschillende kernen van de gemeente. In Bijlage IV is een overzicht van de aantallen per kern weergegeven. In Bijlage V zijn per speelplek de maatregelen weergegeven die voor realisatie van dit openbare speelvoorzieningenniveau nodig zijn Bij het lezen van de analyse Aangeraden wordt om bij het lezen van de analyse het wijkoverzicht uit Bijlage IV, de tabel met speelplekken uit Bijlage V en de kaart uit Bijlage VII erbij te houden. Regelmatig wordt een gebied aangeduid met straatnamen. Het is daarom handig om tijdens het lezen ook een straatnamenkaart bij de hand te houden. In de tekst staan de speelpleknummers tussen haakjes [***]. Dit zijn de nummers van de huidige speelplekken. Deze corresponderen met de speelpleknummers op de kaarten. Daarnaast staan er aanduidingen als [Z **] in de tekst. Dit zijn de nieuwe plekken/zoekgebieden. Verder zijn met [M **] de voorgestelde maatregelen ter verbetering van de informele speelruimte aangeduid Kinderaantallen Uit de Gemeentelijke Basis Administratie blijkt dat op in de gemeente Mook en Middelaar 533 kinderen, 635 jeugdigen en 747 jongeren woonden. Naar inschatting betekent dit dat het aantal jeugdigen de komende zes jaar zal afnemen, tot circa 550. Het aantal jongeren zal ongeveer gelijk blijven. Doordat deze categorie uit 7 leerjaren bestaat, moet gerekend worden 1/7 maal de huidige jongeren, plus de jeugd. Per kern is rekening gehouden met een prognose: het aantal blijft gelijk, neemt af of neemt toe. Hierop is het voorzieningenniveau voor de komende tien jaar afgestemd Leeftijden en termen In de tekst wordt gesproken over drie leeftijdscategorieën zoals ook beschreven in het beleidsplan: kinderen = van 0 tot en met 5 jaar jeugd = van 6 tot en met 11 jaar jongeren = van 12 tot en met 18 jaar 4.4. Onderverdeling buurten Bij het opstellen van de analyse is zoveel mogelijk rekening gehouden met de buurtindeling en naamgeving zoals die in gemeente Mook en Middelaar gehanteerd worden. OBB Ingenieursbureau
50 Voor de doelgroep kunnen grenzen van buurten overigens heel anders liggen; naast harde grenzen, zoals wegen, watergangen en grote groengebieden, zijn ook sociale of gevoelsmatige barrières belangrijk. Door de rondgangen met de jeugd is een beeld van deze grenzen verkregen. Door bovengenoemde indeling is het mogelijk dat enkele in de analyse gehanteerde grenzen iets anders lopen dan verwacht. Soms is het nodig om meer buurten te beschrijven in één blok. Deze zogenoemde speelbuurten ontstaan doordat de ruimtelijke opbouw verschilt, er een drukke weg of spoorlijn ligt of er een sociale barrière is. Dit zijn vaak grenzen die door ouders als fysieke grenzen meegegeven worden aan de kinderen en jeugdigen bij het zelfstandig spelen. De jeugd moet vaak binnen deze speelbuurten blijven Opbouw tekst Per kern wordt de speelruimte voor kinderen en jeugdigen omschreven. In Mook en Middelaar wordt hierbij een onderverdeling gehanteerd in het noordelijk en het zuidelijk deel van de kern. Daarna wordt voor de hele kern de analyse van sport- en ontmoetingsvoorzieningen voor jongeren beschreven. Binnen de (sub)paragrafen wordt zonodig eerst aangegeven welke bijzonderheden van belang zijn bij de analyse. Daarna wordt de informele en dan de formele speelruimte beschreven, zoals hierboven aangegeven. Tekstwolken. bron 4.6. Tekstwolken naast de tekst In de linkerkantlijn staan tekstwolken. In deze wolken staan opmerkingen die de jeugd maakte tijdens de rondgangen. Ook zijn dit reacties uit brieven en verzoeken, gesprekken met jongeren op straat of overige relevante opmerkingen. De wolkjes hebben betrekking op de buurt, speelplek en/of het aspect dat ernaast wordt beschreven Secundaire speelplekken In de analyse worden plekken aangeduid als secundair. Secundair betekent dat de speelplek of een aantal speeltoestellen op een speelplek geen functie (meer) heeft in het openbare speelvoorzieningenniveau. Toestellen kunnen hier blijven staan totdat ze aan vervanging toe zijn. Het kan ook zijn dat gezien de kosten de secundaire toestellen verwijderd moeten worden of ergens anders herplaatst worden om invulling te geven aan het openbare speelvoorzieningenniveau. Een voordeel van het langzaam verwijderen van speeltoestellen is dat deze langer ter beschikking van de doelgroep blijven. Een nadeel is dat één of een enkel toestel dat niet uitgebreid onderhouden wordt een negatieve invloed kan hebben op het aanzicht van de openbare ruimte. Het in één keer verwijderen van alle secundaire toestellen is organisatorisch het meest eenvoudig en voorkomt dat er iedere keer opnieuw uitleg moet worden gegeven aan bewoners en de doelgroep. OBB Ingenieursbureau
51 Wanneer de toestellen door het secundair worden van een plek verwijderd worden, is het erg belangrijk dat er een bespeelbare ruimte achterblijft die niet wordt gebruikt voor parkeren, siergroen of om honden uit te laten. Zeker in de buurten waar op langere termijn weer een hogere kinderdichtheid is te verwachten, is het van belang dat deze ruimten als informele speelruimte beschikbaar blijven. Dit zou kunnen worden vastgelegd in het bestemmingsplan (zie ), maar ook door de wijze van (her)inrichting. Door een aantrekkelijke informeel bespeelbare ruimte met speelprikkels te maken, is het duidelijk dat er gepeeld kan (blijven) worden. OBB Ingenieursbureau
52 OBB Ingenieursbureau
53 5. BOVENWIJKSE ASPECTEN VAN SPEELRUIMTE In dit hoofdstuk worden per leeftijdscategorie de belangrijkste aspecten beschreven die betrekking hebben op de hele gemeente en de belangrijkste punten die bij de verschillende inspraakmogelijkheden naar voren kwamen Kinderaantallen In alle kernen is een daling te zien in het aantal jeugdigen. Het aantal jeugdigen en jongeren ligt beduidend hoger dan het aantal kinderen. Dat betekent dat het aantal jeugdigen en jongeren de komende vijf jaren ook zal afnemen. Derhalve dient te worden afgewogen of investeringen voor deze doelgroepen voldoende rendabel zijn Georganiseerd sport en spel In de gemeente Mook en Middelaar wordt actief aan sport gedaan. Veel van de jeugdigen zijn lid van een of meer sportclubs in de gemeente of daarbuiten. Voorbeelden van sporten die veel kinderen doen zijn voetballen, tennissen, korfballen, paardrijden, judo, enzovoort. Naast de reguliere sportclubs wordt ook door buurtverenigingen of het jongerenwerk zo af en toe iets georganiseerd, bijvoorbeeld met Koninginnedag. Tijdens de rondgang in Mook bleek dat er voorheen wel eens huttenbouwweken georganiseerd werden, maar dat dit nu niet meer mogelijk is door een tekort aan vrijwilligers. Een deel van de jeugd vindt dit erg jammer. In Mook is daarnaast nog een scouting actief waar veel kinderen lid van zijn. Tevens wordt in de gemeente ook de mogelijkheid geboden om een straatspeeldag te organiseren Hondenpoepprobleem In de gehele gemeente is hondenpoep op zowel formele als informele speelplekken een groot probleem. Tijdens de rondgangen werd door de jeugd aangegeven dat er op plekken niet meer gespeeld werd vanwege de hondenpoep. Ook ouders meldden in de enquête dat hun kinderen regelmatig met poep onder de schoenen thuiskomen van het buitenspelen. Ondanks dat in de gehele gemeente verbodsbordjes staan bij speeltuintjes, speelbosjes en speelveldjes worden honden toch op deze plekken uitgelaten en mogen ze van hun baasje hun behoefte hier doen. Om de kwalitatieve speelruimte geschikt te houden voor kinderen en jeugd is het van groot belang dat er een goede balans ontstaat tussen hondenuitlaatplekken en bijvoorbeeld speelgroen. Het moet duidelijk zijn welk veldje geschikt is voor spelen en welk voor het uitlaten van honden. Voor de jeugd kan een grasveldje worden afgeschreven als speelveld of trapveld wanneer er hondenpoep ligt. Het veld zal niet of nauwelijks meer gebruikt worden. Het hondenpoepprobleem is een hot issue en er moet zeker, op korte termijn, iets aan gedaan worden! OBB Ingenieursbureau
54 We willen graag bankjes om op te zitten. (gesprek jongeren) 5.4. Voorzieningen voor jongeren Informele ontmoetingsmogelijkheden Voor de jongeren kun je niet echt spreken van spelen; het verblijf van deze leeftijdscategorie in de openbare ruimte richt zich op het sporten en ontmoeten van leeftijdsgenoten. Het ontmoeten gebeurt veelal informeel, op spontaan ontstane plekken en veel minder op speciale speel- en ontmoetingsplekken. In Bijlage VIII is een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende soorten en eisen waaraan de informele ontmoetingsmogelijkheden moeten voldoen. De volgende categorieen zijn te onderscheiden: Kiss & greetplek = willekeurig gekozen afspreek- of afscheidsplekken, van nature aanwezig What s Upplek in de openbare ruimte; = kleine plek voor 5 tot 10 jongeren die bij elkaar komen; Stay Aroundplek = plek waar jongeren echt afspreken en zitten te praten of andere activiteiten doen; No Problemplek = plek verder buiten de bebouwde omgeving, zodat hier geen overlast voor omwonenden te verwachten is. De jongeren kiezen voor ontmoeting meestal plekken waar ze een beetje kunnen zitten om met elkaar te praten. Dat zijn plaatsen in het zicht, maar waar ze ook een beetje privacy hebben. Door vanuit deze visie met jongeren om te gaan, geeft men hun fysiek een plaats ín de maatschappij en niet langs de rand van de maatschappij. Enkele kenmerken van geschikte locaties voor het informele ontmoeten van de jongeren zijn: met de fiets/scooter gemakkelijk bereikbaar; langs routes naar school of sport; bij een straatlantaarn (timer); in het zicht langs de weg, zodat vrienden kunnen zien dat je 'er bent'; in het zicht, zodat toezichthouders snel kunnen zien wat er gebeurt zonder te hoeven uitstappen; niet in de open vlakte; niet te dicht bij de woningen; ergens op kunnen zitten en/of tegenaan hangen. In de analyse is per buurt aangegeven welke informele ontmoetingsmogelijkheden aanwezig zijn en wat er gedaan kan worden om meer ontmoetingsmogelijkheden te creëren Formele ontmoetingsmogelijkheden In de analyse wordt uitgegaan van een goede verdeling van sport- en ontmoetingsvoorzieningen voor jongeren, gerelateerd aan de buurten en wijken. Visie hierbij is dat een deel van de jongeren gewoon in hun eigen wijk in de openbare ruimte wil sporten en leeftijdsgenoten wil ontmoeten. In de analyse worden daarom per wijk de sport- en ontmoetingsmogelijkheden beschreven. OBB Ingenieursbureau
55 De inrichting en ligging van enkele van deze voorzieningen zal echter een grotere aantrekkingskracht hebben dan alleen op de jongeren uit eigen wijk. Deze zogenoemde bovenwijkse locaties trekken ook jongeren uit andere wijken aan. De skatevoorzieningen en goede verharde voetbalplekken fungeren vaak als dit soort ontmoetingspunten. OBB Ingenieursbureau
56 Kaart streefbeeld en huidige situatie Middelaar OBB Ingenieursbureau
57 6. ANALYSE PER KERN: MIDDELAAR & PLASMOLEN Middelaar en Plasmolen worden van elkaar gescheiden door het recreatiegebied De Mookerplas. Omdat in Plasmolen geen formele openbare speelvoorzieningen zijn, wordt dit dorp in de analyse gecombineerd met de kern Middelaar Kinderaantallen In Middelaar, de kleinste officiële kern van de gemeente, wonen 221 kinderen, jeugdigen en jongeren. In Tabel 5 is een overzicht gegeven van de verdeling in leeftijdsklassen die in dit speelruimteplan gehanteerd worden. In Plasmolen wonen 59 kinderen, jeugdigen en jongeren. Leeftijdsklasse Middelaar Plasmolen 0 tot en met 5 jaar tot en met 11 jaar tot en met 18 jaar Totaal Tabel 5 Kinderaantallen Middelaar en Plasmolen 6.2. Spelen in Middelaar, Kinderen en Jeugd De kern Middelaar is als het ware in tweeën verdeeld door een agrarisch gebied dat van het noordwesten naar het zuidoosten dwars door de kern heen loopt. Uit de rondgang blijkt dat de jeugd in Middelaar in het hele dorp mag komen en dit ook daadwerkelijk doet. Het hele dorp vormt daarmee één speelbuurt voor de jeugd. De informele speelruimte in de kern bestaat voornamelijk uit stoepen, tuinen, bosjes aan de rand van de kern waar hutten worden gebouwd en het agrarisch gebied middenin de kern waar jeugd door de maïs of over het veld struint. De meeste wegen in de kern zijn aangemerkt als 30 km/uur zone, maar niet allemaal als zodanig ingericht. Enkele wegen zijn lang en recht en er wordt hard gereden in bijvoorbeeld de Elzenstraat en op de Witterweg. Deze straten bieden dan ook geen mogelijkheden om te spelen. De Burchtstraat bijvoorbeeld biedt wel mogelijkheden om op straat te spelen, zoals stoepkrijten of tennissen. Spelen in de Burchtstraat. In Middelaar liggen vijf formele speelplekken verspreid door het dorp. Volgens de normen voor formele speelruimte zouden de 46 kinderen en 89 jeugdigen voldoende hebben aan één a twee speelplekken, gezien de grote hoeveelheid informele speelruimte in Middelaar. Uit gedetailleerd onderzoek naar de specifieke plek waar de kinderen wonen, blijkt dat slechts 27 kinderen in de buurt ten westen van de Bouwsteeg wonen, waar maar liefst drie speelplekken zijn gesitueerd. Datzelfde geldt voor de jeugd, waarvan het merendeel, 56 jeugdigen ten westen van de Bouwsteeg woont. OBB Ingenieursbureau
58 In Middelaar staan daarnaast ook relatief veel toestellen per speelplek, namelijk circa 6, ten opzichte van de andere twee kernen in de gemeente, circa 5 in Molenhoek en circa 3 in Mook. Het gemiddeld aantal kinderen per speelplek, namelijk 44, is in Middelaar bovendien relatief laag ten opzichte van de andere twee kernen, 51 en 68 in Molenhoek en Mook. de goal is kapot! Die tracktor mag echt niet weg! De prikstruiken moeten weg. Het schoolplein [DO40] is een openbare speelvoorziening, geschikt voor kinderen en jeugd van nul tot en met elf jaar. Dicht bij het schoolplein ligt het speelveldje aan de Bouwsteeg [BU20] dat momenteel is ingericht voor kinderen, jeugd en jongeren. Omdat de kinderen tevens gebruik kunnen maken van de speeltoestellen op het schoolplein wordt geadviseerd het speelhuisje en de wipkip aan de Bouwsteeg secundair te maken en het veldje in te richten als sportveld voor de jeugd. De versleten doelen dienen op korte termijn te worden vervangen. Wellicht is het een optie om te kiezen voor iets kleinere doelen, mididoelen, en deze iets dichter bij elkaar te plaatsen, omdat dit veld voornamelijk door de jeugd en de wat jongere jongeren gebruikt wordt. De basketbalpaal wordt nauwelijks gebruikt, aangezien het op de grasondergrond lastig basketballen is. Ditzelfde is ook opgemerkt door de dorpsraad en door de jeugd tijdens de rondgang. Voorgesteld wordt om deze basketbalpaal te verwijderen. De jeugd heeft tijdens een overleg in november 2007 aangegeven graag een verhard veldje te hebben op de Bouwsteeg. Echter, de jeugd kan op het schoolplein voetballen op een verhard veldje en daarnaast nog sporten op het veld aan de Witteweg en bij t Ravothoekje. Voor circa 90 jeugdigen is het niet rendabel om een dergelijk verhard sportveldje aan te leggen als er alternatieven zijn, zoals het schoolplein in dit geval. Naast de speelvoorzieningen aan de Bouwsteeg ligt er aan het kerkpad [KE30] een echte familiespeelplek, aldus de dorpsraad van Middelaar en Plasmolen, die in februari 2008 een eigen speeltuinvisie heeft geschreven en waar in dit speelruimteplan rekening mee gehouden is. In het Ravothoekje, zoals deze plek heet, kunnen kinderen en jeugd zich prima vermaken. Tijdens de rondgang bleek dan ook dat dit een erg gewaardeerde speelplek is. Naast speeltoestellen en bankjes staan ook op dit speelveld twee doelen en een basketbalpaal. Het sportveldje is echter, aldus de dorpsraad, alles behalve egaal. Geadviseerd wordt om de doelen niet meer te vervangen, aangezien aan de Bouwsteeg, op het schoolplein en aan de Witteweg gevoetbald kan worden en daarmee zijn ruim voldoende mogelijkheden aanwezig. Tevens wordt op verzoek van de kinderen en de dorpsraad geadviseerd om de prikstruiken te vervangen door andere struiken/bomen waarin bijvoorbeeld huttenbouwen mogelijk is. OBB Ingenieursbureau
59 De basketbalbaal op deze plek functioneert ook niet naar behoren door de grasondergrond. Ook deze basketbalpaal dient te worden verwijderd. De speelplek aan de Burchtstraat [BU10] is ingericht voor kinderen en jeugd. Er staan relatief veel toestellen op deze vrij kleine speelplek, die daardoor vooral interessant is voor kinderen. De kinderen en jeugd rondom deze speelplek kunnen ook gebruikmaken van de speelvoorzieningen op het schoolplein of van het trapveldje aan de Bouwsteeg. Volgens de normen zou deze speelplek, ook gezien de grote hoeveelheid informele speelmogelijkheden, secundair gemaakt kunnen worden. Echter, uit de visie van de dorpsraad blijkt dat ze het beschutte, knusse, speelplekje graag willen behouden. Derhalve wordt geadviseerd om de speelplek specifiek geschikt te maken voor kinderen en toestellen die specifiek voor de jeugd geschikt zijn niet meer te vervangen. trapveldje Witteweg / Elzenstraat Het trapveldje aan de Witteweg/Elzenstraat [EL290] is in 2000 aangelegd als tijdelijk trapveld op verzoek van buurtvereniging de Kamp. Het veldje heeft geen bestemming speelterrein. Dit veldje wordt, gezien de ligging, voornamelijk gebruikt door de wat oudere jeugd en de jongeren. Op dit veldje hebben de jeugd en jongeren last van hondenpoep en auto s die hard rijden op de Elzenstraat. De jongeren zouden graag wat bankjes hebben om het ontmoeten te faciliteren. Op deze manier wordt de plek interessanter voor hen. Ook voor passanten is het volgens de dorpsraad gewenst om op deze plek enkele bankjes te plaatsen. Geadviseerd wordt om deze plek inderdaad te verbeteren met twee banken. OBB Ingenieursbureau
60 Kaart streefbeeld en huidige situatie Plasmolen OBB Ingenieursbureau
61 6.3. Spelen in Plasmolen, Kinderen en Jeugd Net als Middelaar is ook Plasmolen als het ware in tweeën te delen. In het oostelijk deel staan voornamelijk grote vrijstaande woningen in een bosrijke omgeving. De jeugd geeft aan dat ze graag klimmen in de klimboom. Daarnaast beschikken de meeste huishoudens over een grote tuin waarin de kinderen kunnen spelen. In het oostelijk deel bestaat het stratenpatroon voornamelijk uit smalle, vriendelijke, doodlopende straatjes. Het westelijk deel bestaat voornamelijk uit recreatieparken en vele andere recreatie- en horecavoorzieningen. speeltuin bij Molendal In Plasmolen zijn geen formele speelplekken. De kinderen, jeugdigen en jongeren zijn aangewezen op de informele speelruimte en voorzieningen elders. Voor de oudere jeugd en jongeren vormt dit geen probleem. Zij kunnen bijvoorbeeld op de fiets naar Middelaar, naar het trapveldje aan de Witteweg [EL290]. Voor de kinderen is dit lastiger, omdat ze minder mobiel zijn en dus een kleinere actieradius hebben. Bij recreatiepark Meeussen bungalowverhuur Molendal is een speeltuintje gerealiseerd waar ook dikwijls kinderen uit Plasmolen komen spelen. Het speeltuintje is bedoeld voor gasten van het recreatiepark, maar het personeel van het park stuurt de kinderen uit Plasmolen niet weg. Ook bij het pannenkoekenhuis aan de Witteweg ligt een speeltuintje voor de gasten van het restaurant. Vooralsnog komen hier geen kinderen uit Plasmolen spelen. Op de camping aan de Witteweg is eveneens een speeltuin gevestigd. Deze is niet openbaar toegankelijk voor de kinderen uit Plasmolen. Wellicht kan de gemeente afspraken maken met de recreatieen horecaondernemers over het openstellen voor de kinderen uit Plasmolen van de speeltuintjes die bij deze voorzieningen behoren, om op deze manier te voldoen aan de behoefte van de kinderen [M1]. OBB Ingenieursbureau
62 6.4. Jongeren in Middelaar en Plasmolen In Middelaar wonen circa 86 jongeren. Veel van deze jongeren ontmoeten elkaar op informele plekken, de zogenaamde Kiss & Greet- en What s upplekken, zoals het kerkplein. In Plasmolen wonen 24 jongeren. Deze jongeren maken veel gebruik van de informele ontmoetingsplekken in Plasmolen, bijvoorbeeld bij de parkeerplaats tegenover de Bowling in Plasmolen of het bankje aan de Witteweg. Deze plekken liggen ver van de bestaande woningen af en er zijn dan ook geen klachten van dorpsbewoners over deze plekken. De dorpsraad is voorstander van het gedogen van het ontmoeten op deze Kiss & Greet- en What s Upplekken als Stay Aroundplek. Volgens de normen zouden in Middelaar en Plasmolen, voor 110 jongeren, twee What s Upplekken en één Stay Aroundplek beschikbaar moeten zijn. Momenteel ontmoeten de jongeren op diverse What s Upplekken. Omdat het merendeel van de jongeren in Middelaar woont, wordt geadviseerd om te zoeken naar een Stay Aroundplek voor jongeren in deze kern. De jongeren uit Plasmolen kunnen gebruik maken van de What s Upplekken in hun eigen kern of kunnen naar Middelaar komen als ze willen sporten en ontmoeten. Ook de dorpsraad van Middelaar en Plasmolen geeft aan dat het gewenst is om de jongeren te faciliteren in hun behoefte om elkaar te ontmoeten. Op de parkeerplaats bij de Witteweg is momenteel een trapveldje dat door de oudere jeugd en de jongeren gebruikt wordt. Op deze plek is dus al voorzien in een sportmogelijkheid. Geadviseerd wordt om hier enkele bankjes of ander zitmogelijkheden te plaatsen zodat ook het ontmoeten gefaciliteerd wordt. Daarmee is de Stay Aroundplek voor jongeren in Middelaar gecreëerd. Om de plek nog interessanter te maken zou een klein deel van de parkeerplaats ingericht kunnen worden als basketbalveld. Met de jongeren kunnen afspraken gemaakt worden over het gebruik van de Stay Aroundplek, bijvoorbeeld over de tijden waarop ze aanwezig mogen zijn op deze plek. Parkeerplaats en trapveldje Witteweg [EL290] Naast mogelijkheden in de buitenruimte opteert de dorpsraad voor een jeugdhonk in bijvoorbeeld het gemeenschapshuis. De jongeren zelf geven ook aan dat er behoefte is aan een binnenruimte waar ook activiteiten georganiseerd worden. Samen met de jongeren, de jongerenwerkster en de dorpsraad kan gezocht worden naar een geschikte locatie. In het plan Hart voor Middelaar dient een voorziening voor jongeren overwogen te worden. OBB Ingenieursbureau
63 OBB Ingenieursbureau
64 Kaart streefbeeld en huidige situatie Molenhoek OBB Ingenieursbureau
65 groen tussen de Singel en de Begijnenhof 7. ANALYSE PER KERN: MOLENHOEK Voor de analyse is de kern in tweeën gesplitst, in een noordelijk en een zuidelijk deel. Het noordelijk deel behelst het deel tussen de Heumensebaan en de Lierweg. Het zuidelijke deel beslaat het deel tussen de Heumensebaan, de Ringbaan, de Rijksweg en de Lindelaan Kinderaantallen In Molenhoek wonen de meeste kinderen, jeugdigen en jongeren van de gemeente. In Tabel 6 is het aantal kinderen per leeftijdsklasse weergegeven. Leeftijdsklasse Aantal 0 tot en met 5 jaar tot en met 11 jaar tot en met 18 jaar 402 Totaal Tabel 6 Kinderaantallen Molenhoek 7.2. Spelen in Molenhoek, Kinderen en Jeugd Noordelijk deel Molenhoek is een dorp met een groene uitstraling. Met name in het noordelijk deel zijn een aantal bosjes zeer geschikt om in te spelen, zoals het bosje tussen de Singel en de Begijnenhof. Ook de noordelijke en westelijke rand van het dorp zijn groen. De opzet van de straten en stoepen in het noordelijk deel is minder ruim dan in het zuidelijk deel. De woningen zijn kleiner van omvang en hebben grotendeels kleine tuintjes (met uitzondering van de Kastanjelaan, de Bongerd en de Bovensteweg). Nagenoeg alle wegen in de kern zijn aangemerkt en ingericht als 30 km zone. Daarnaast zijn er enkele woonerven aan de Bongerd waar regelmatig op straat wordt gespeeld. Ik speel meestal op het pleintje voor ons huis De belangrijkste en toegangswegen als de Ringbaan, Stationsstraat, Middelweg en Heumensebaan zijn lange, rechte wegen waar de maximumsnelheid dikwijls wordt overschreden door automobilisten en brommerrijders. Deze wegen vormen voor de jongere kinderen dan ook een barrière. In het noordelijk deel van Molenhoek liggen 7 formele speelplekken, vrij dicht bij elkaar. Er wonen in het noordelijk deel iets meer dan 60 kinderen en ongeveer 80 jeugdigen. Veel van de kinderen hebben binnen hun actieradius meer dan één speelplek liggen. Volgens de normen zouden in het noordelijk deel twee speelplekken voor kinderen en één speelplek voor jeugdigen voldoende zijn. OBB Ingenieursbureau
66 Momenteel liggen er twee interessante speelplekken in het groen die grotendeels voorzien in de behoefte van speelplekken voor kinderen en jeugd. Het betreft de speelplek aan de Toverdans [TR270] en de speelplek tussen de Singel en de Begijnenhof [BE230], waarbij de omgeving van de plek goed is geïntegreerd. Uit de enquête en de rondgang blijkt dat deze plekken door de jeugd en door ouders erg gewaardeerd worden. Als aanvulling voor de jeugd, voornamelijk als plek om te kunnen voetballen, fungeert het sportveld in De Kuil [RE280]. Met deze drie speelplekken is ruim voldoende aanbod voor de jeugd in het noordelijk deel van Molenhoek. Uit gedetailleerd onderzoek naar de exacte plek waar de kinderen en jeugdigen wonen, blijkt dat er circa 23 kinderen in de omgeving van de Toverdans wonen. Rondom de speelplek tussen de Singel en de Begijnenhof wonen circa 30 kinderen. Voor het grootste deel van de kinderen voorzien deze twee plekken in de behoefte. Slechts voor een klein aantal kinderen aan de Bongerd en aan de Oude Bovensteweg zijn deze plekken niet of lastig zelfstandig te bereiken. Klimboom bij de Toverdans [TR270] Een van de veldjes aan de Bongerd. De plekken aan de Bongerd [BO250] en [BO240] liggen tegen de Beukenlaan aan. Rondom beide speelplekken wonen slechts 7 kinderen binnen de actieradius van 100 meter. Dit is een dermate klein aantal dat het niet rendabel is om in deze plekjes specifiek voor kinderen te investeren. Tevens wonen er in de directe nabijheid van de plekjes aan de Bongerd slechts 25 kinderen die ook relatief eenvoudig de andere speelplekken in de wijk kunnen bereiken. De plek [BO250] is specifiek ingericht met toestellen voor kinderen. Uit de enquête en het ontbreken van speelsporen blijkt dat de toestellen matig of nauwelijks worden gebruikt, evenals het klimtoestel op plek [BO240], dat volgens ouders in de buurt en correspondentie van twee jongens uit de buurt gedateerd en stuk is. De grasveldjes daarentegen worden wat intensiever gebruikt, maar zijn qua omvang te klein om fatsoenlijk een potje te kunnen voetballen. Voor een potje voetbal kunnen de jeugdigen terecht op het sportveldje naast sportpark De Lier dat binnen hun actieradius ligt. Geadviseerd wordt om de toestellen op deze veldjes te verwijderen en indien mogelijk te hergebruiken. Plek [BO240] kan op verzoek van ouders en een aantal kinderen ingezaaid worden met gras, zodat er ruimte is voor informeel spel of spelen. Plek [BO250] dient te worden voorzien van enkele speelprikkels. OBB Ingenieursbureau
67 Het speelveldje [BO260] tussen de Lierweg en de Bongerd ligt erg verscholen achter en tussen het groen. In de omgeving van het speelplekje wonen nauwelijks kinderen en jeugdigen. Geadviseerd wordt om deze speelplek secundair te maken. Deze plek kan net als de omgeving worden beplant. Speelveldje tussen de Lierweg en de Bongerd Het speelplekje aan de Heumensebaan [TH220] wordt tevens secundair. De kinderen die rondom dit speelplekje wonen, kunnen met hetzelfde gemak de speelplek aan de Toverdans bereiken. De toestellen zijn in 2007 geplaatst. Geadviseerd wordt om deze toestellen niet actief te verwijderen maar te kiezen voor een uitsterfconstructie op deze plek Zuidelijk deel Ook in het zuidelijk deel van Molenhoek zijn bosjes te vinden waarin gespeeld kan worden, bijvoorbeeld bij de Kloostertuin [KL170]. Uit de enquêtes blijkt echter dat er rondom deze bosjes en het trapveldje dat er ligt veel jongeren vertoeven. Kinderen en jeugd gaan er daardoor niet graag naartoe. De opzet van de straten en stoepen is ruim, in diverse straten wordt dan ook gespeeld. Doordat de Middelweg en de Stationsstraat het zuidelijk deel van de kern doorkruisen en een barrière vormen, ontstaan er als het ware speelbuurten voor de jongere jeugd waarbinnen zij spelen. Dit zijn de buurt rondom de Chopinstraat, de buurt rondom de Stiftstraat, de buurt rondom de basisschool en de buurt tussen de Lindenlaan, Middelweg en de Stationsstraat. Het zuidelijk deel is dus onder te verdelen in vier speelbuurten voor de jongere jeugd. De oudere jeugd heeft een grotere actieradius en kan dus wat verder dan alleen binnen de eigen speelbuurt spelen. informele speelruimte achter de Keizershof Speelbuurt 1: rondom de basisschool In de buurt rondom de Basisschool aan de Esdoornlaan liggen vijf formele speelvoorzieningen, inclusief de speelplaats van de school zelf. Gedetailleerd onderzoek naar de exacte woonplaats van de kinderen wijst uit dat juist in het deel waar de meeste kinderen wonen, rondom de hofjes en de Stadhouderlaan en de Keizershof, geen speelplek is gesitueerd. In het deel waar de minste kinderen wonen, rondom de Keurvorststraat en de Esdoornlaan en de Stationsstraat, zijn vier speelplekken aangelegd. De verdeling van de speelplekken binnen deze speelbuurt is dus niet optimaal, gezien het aantal omwonende kinderen. Datzelfde geld voor de jeugd. De meeste jeugd woont in dezelfde omgeving als de kinderen, juist daar waar geen speelvoorzieningen zijn. Omdat rondom de hofjes geen formele speelmogelijkheden zijn, zoeken de kinderen zelf naar andere speelmogelijkheden. Er wordt bijvoorbeeld gespeeld op straat in de Eikenlaan en achter de Keizershof, of op de parkeerterreinen die grenzen aan de garageboxen van de hofjes. In de hoek tussen de Singel, de Stationsstraat en de Heumen- OBB Ingenieursbureau
68 sebaan wonen circa 37 kinderen en 38 jeugdigen die zijn aangewezen op slechts één formele speelplek. Om de speelmogelijkheden wat uit te breiden, wordt geadviseerd om in de Eikenlaan de beplanting in twee delen van de berm te vervangen door verharding, zodat de stoep breder wordt [M3]. De delen tussen de Berkenhof en de Essenhof en de berm tussen de Lijsterhof en de Heidoornhof zijn hiervoor het meest geschikt, gezien het aantal kinderen dat er omheen woont. In en/of op de verharding kunnen speelprikkels als een knikkerpotje of pleinplakkers worden aangebracht. Dit is de leukste speelplek,je kunt er klimmen, zitten, fietscrossen, glijden, boomklimmen, hutten bouwen, picknicken en voetballen. [KV210] We gebruiken de struiken als goals. Een minicontainer en een boom gebruiken we als doelpalen. Soms maken we goals van jassen. Komen er nog goals op het Meuleveld? Wanneer komen er nu eens een of 2 goals op het Meuleveld? De speelplek achter de Keizershof [KZ190] is specifiek ingericht voor kinderen. Op het pleintje rondom de garageboxen wordt door de jeugd veel gevoetbald. Ook jongeren ontmoeten elkaar op dit pleintje. De speelplek zelf biedt niet veel mogelijkheden en uitdaging. Door de plek te vernieuwen met een interessant draai- en zwaaitoestel voor de jeugd wordt deze aantrekkelijker. Daarnaast biedt de groenvoorziening op de T-splitsing van de Keizershof mogelijkheden om een voorziening voor de kinderen te realiseren [Z1]. Deze locatie ligt tevens voor veel kinderen aan de schoolroute. In overleg met omwonenden dient de speelplek te worden ingericht met groene elementen om de groene uitstraling te behouden. De speelplek aan de Keurvorststraat [KV210] werd tijdens de rondgang door nagenoeg alle jeugdigen bestempeld als de leukste speelplek in de buurt. Ook kinderen uit andere buurten spelen op deze veelzijdige speelplek die zowel voor jongens als meisjes interessant is. Uit de enquête blijkt dat het speelterrein de afgelopen jaren steeds kleiner is geworden, doordat omwonenden grond van de speeltuin annexeren door afrasteringen en hekjes te plaatsen. De kinderen geven aan dat de glijbaan niet meer glijt. Dit dient te worden verholpen. Ook deze speelplek is geïntegreerd in de omgeving en er is gewerkt met hoogteverschillen. De kinderen maken hier dankbaar gebruik van, bijvoorbeeld met hun crossfietsen. Met enkele boomstammen zou deze plek nog interessanter gemaakt kunnen worden. Door de boomstammen op verschillende wijzen te plaatsen, kunnen ze op diverse manieren gebruikt worden: om op te zitten, om overheen te klimmen, als stapstenen of als evenwichtsbalk. Ook zouden de boomstammen zo geplaatst kunnen worden dat ze dienen als een trap voor de glijbaan. Tussen de Keurvorststraat en de Brandenburgerstraat ligt het evenemententerrein Het Meuleveld [ME180]. Het terrein is gedeeltelijk ingericht als speelplek voor kinderen. De jeugdigen uit verschillende buurten gaan er vaak voetballen. Het trapveldje in De Kuil ligt te ver weg voor de kinderen en de jeugd in deze buurt. Datzelfde geldt voor het trapveldje aan de Stiftstraat. OBB Ingenieursbureau
69 Uit vele verzoeken, handtekeningenacties en opmerkingen van de jeugd tijdens de rondgang blijkt dat doelpalen voor een potje voetbal op Het Meuleveld ontbreken. Omwonenden hebben zelf een herinrichtingsvoorstel gedaan voor Het Meuleveld. Geadviseerd wordt om op Het Meuleveld twee demontabele portaaldoelen te plaatsen. Deze kunnen bij evenementen eenvoudig worden verwijderd. Met het plaatsen van de doelen op 20 meter afstand van de randen van het veldje kan tevens de rest van het veld in overleg met de omwonenden opnieuw worden ingericht. Ik vind het niet prettig om alleen op het schoolplein te spelen, omdat er vaak grotere kinderen met vuur spelen. Dat vind ik best eng. (meisje 10 jaar) Soms jagen ze kleuters weg en maken ze die bang. Op de speelplaats van de basisschool aan de Esdoornlaan [ES200] kan ook gevoetbald worden. De ruimte is hiervoor echter beperkt. De speelplaats is ook buiten schooltijd toegankelijk. Hier wordt dankbaar gebruik van gemaakt door de kinderen en de jeugd uit de buurt, maar ook door de jongeren uit Molenhoek. In de namiddag en de avonduren gebruiken zij de speelplaats als ontmoetingsplek. (Zie ook paragraaf 7.3 over jongeren). Kinderen en jeugd vanuit heel Molenhoek maken gebruik van de speelplaats van de school. Inmiddels zijn er plannen voor de bouw van een Brede School in Molenhoek [ES200]. Voor de oppervlakte van de speelplek dient gerekend te worden met een norm van 10 m² of meer speelruimte per kind voor een kwalitatief goede buitenruimte. Een en ander blijkt uit een onderzoek van Hoekstra, van Liempd en de Vos in Vrijbuiten, buitenspeelruimte voor 4 tot 12 jarigen 3. Het schoolplein bij de Brede School dient een speel- en ontmoetingsplek te zijn voor de kinderen en jeugd in de eerste plaats, maar ook voor de jongeren. Een Brede School met een breed plein. Speelbuurt 2: Rondom de Chopinstraat Deze speelbuurt wordt begrenst door de Rijksweg, de Ringbaan, de Middelweg en de Stationsstraat. Binnen deze speelbuurt wonen circa 29 kinderen en 31 jeugdigen. Er ligt één formele speelplek aan de Chopinstraat [CH160], ingericht voor kinderen en jeugdigen. Er wordt ook gevoetbald. De buurt is ruim van opzet met brede straten en stoepen. Tevens is er aan de Mozartstraat en aan de Kuilseweg een groen veldje gelegen. Deze speelbuurt behoeft geen aanpassingen. 3 Hoekstra, E., van Liempd, I., de Vos, F., (2000), Vrijbuiten, buitenspeelruimte voor 4 tot 12 jarigen, werkboek voor buienschoolse opvang en basisscholen, Elsevier bedrijfsinformatie bv. OBB Ingenieursbureau
70 Wij hebben wel de kuil bij het pad van Mom maar er ligt veel hondenpoep en de goals zijn kapot. (jongen 11 jaar) De kinderen klagen regelmatig over de hondenpoep! (ouder) Veldje aan de Stifstraat In de Dominicanessenstraat is een speeltuintje, daar staan best wel kinderachtige dingen. (meisje 11 jaar) Het speeltuintje aan de Dominicanessenstraat is alleen voor de kleintjes. (meisje 9 jaar). Speelbuurt 3: Rondom de Stiftstraat De speelbuurt rondom de Stiftstraat wordt begrenst door de Stationsstraat, de Rijksweg en de Middelweg. In deze buurt wonen circa 28 kinderen en 16 jeugdigen. De enige speelvoorziening in deze buurt is het trapveldje aan de Stiftstraat. Voor jeugdigen en jongeren is dit een interessante plek, voor de kinderen is deze plek minder interessant. Er wordt gevoetbald en er worden hutten gebouwd op de helling. Deze mogelijkheden moeten behouden blijven. Wel wordt er regelmatig over hondenpoep geklaagd door de jeugd. Omdat er naast het veldje geen speelplekken zijn, spelen de kinderen en de jeugd ook veel op straat in bijvoorbeeld de Johan van Kleefstraat. Uit de enquête blijkt dat ouders in deze buurt graag speelruimte voor hun kinderen zouden zien in bijvoorbeeld de groene berm van de Hertogstraat. Enkele bewoners hebben hierover overleg gehad. Het merendeel van de 28 kinderen in deze buurt, namelijk 26, kan een eventuele speelplek in de Hertogstraat zelfstandig bereiken. De berm voor de woningen met nummer zes tot en met twaalf zou hiervoor het meest geschikt zijn. Deze plek kan in overleg met omwonenden als speelplek voor kinderen worden ingericht met enkele speelprikkels zoals betonpoefs, stapstenen en dergelijke [M2]. Tevens zou ook een deel van de berm ten behoeve van het spelen verhard kunnen worden, zodat een brede stoep ontstaat. In het gebied tussen de Stifstraat en de Rijksweg worden de komende jaren circa 60 woningen gebouwd. Dit plangebied heet plan Mom. Binnen dit plangebied is speelruimte voor 0 tot 18 jarigen opgenomen. Hiervoor heeft de gemeente een bijdrage van gevraagd aan de ontwikkelaar van dit gebied. De verwachting is dat in dit gebied het aantal kinderen, jeugdigen en jongeren zal toenemen. Een grote basisvoorziening voor de wijk is van groot belang. Bij de inrichting van de nieuwe speelplek dient rekening te worden gehouden met de behoeften van de verschillende leeftijdsgroepen en dient een zonering op de speelplek aangebracht te worden. Naar verwachting duurt het nog wel een aantal jaren voordat deze speelplek is aangelegd. Geadviseerd wordt om de maatregel toch op korte termijn uit te voeren. In het zuidelijke puntje van Mook tussen de Rijksweg en de Lindelaan wonen wonen circa 20 kinderen en circa 40 jeugdigen. Deze groep is aangewezen op de informele speelmogelijkheden in hun ruim opgezette buurt en op het spelen in hun eigen achtertuin. OBB Ingenieursbureau
71 De huishoudens in dit gebied beschikken veelal over grote achtertuinen of erven. Tevens kunnen de jeugdigen en kinderen die wonen in het noordelijk deel van de Franciscanenstraat en het Hoeveveld uitwijken naar de speelplek aan de Dominicanessenstraat en de Kloostertuin. Speelbuurt 4: Rondom de Passionistenstraat De speelbuurt rondom de Passionistenstraat wordt begrenst door de Stationsstraat, de Middelweg en de Lindenlaan. Binnen deze speelbuurt wonen circa 75 kinderen en circa 80 jeugdigen. Er liggen twee formele speelplekken, aan de Dominicanessenstraat [D#] en aan de Kloostertuin [KL170]. De speelplek aan de Dominicanessenstraat [D#] is ingericht met toestellen voor kinderen en jeugd. Uit de enquêtes en tijdens de rondwandeling is gebleken dat de jeugd het geen interessante speelplek vindt. De jeugd speelt derhalve regelmatig op straat rondom deze speelplek of wijkt uit naar een andere plek in de buurt, bijvoorbeeld naar de Kloostertuin [KL170]. Het is dan ook aan te bevelen de toestellen die minder geschikt zijn voor kinderen en meer voor de jeugd, zoals de schommels en het duikelrek, te verplaatsen naar de speelplek aan de Kloostertuin [KL170]. Aan de Kloostertuin [KL170] ligt een speelplek die momenteel specifiek is ingericht met toestellen voor kinderen. Ouders en kinderen klagen over de slechte staat van onderhoud van deze plek. Ook gebruiken jongeren de plek en de omgeving van de speelplek als ontmoetingsruimte. Tevens worden in het bosje nabij de speelplek vele honden uitgelaten, terwijl dit verboden is volgens de bordjes, met alle gevolgen van dien. De omgeving van de speelplek is voor jeugd interessant om te gaan voetballen of lekker rond te struinen in de bosjes. De Kloostertuin [KL170] is een interessante plek om geschikt te maken als speel- en ontmoetingsplek voor alle doelgroepen. Er is voldoende ruimte en de plek bezit al hoogteverschillen. Het voetbalveldje zou eventueel kunnen worden verhard en afgebakend met enkele boomstammen, zodat ook de overlast van hondenpoep wat afneemt. Daarnaast kan de huidige speelplek worden heringericht met onder andere de schommel en het duikelrek van de Dominicanessenstraat [D#]. Tevens is de Kloostertuin [KL170] een geschikt locatie voor een kleinschalige skatevoorzieningen voor jeugd en jongeren. Kinderen die wonen aan de Hoeveveld en aan de Fransiscanessenstraat zijn aangewezen op de informele speelruimte in hun buurt. Grote vrijstaande woningen met ruime tuinen bieden hier een uitkomst. De jeugd kan uitwijken naar de vernieuwde plek aan de Kloostertuin [KL170]. OBB Ingenieursbureau
72 7.3. Jongeren in Molenhoek Er wonen circa 426 jongeren in Molenhoek. Omdat jongeren geen specifieke actieradius hebben, zij komen in het hele dorp en daarbuiten, is het niet relevant om een scheiding te maken tussen noord en zuid molenhoek, zoals dat bij de analyse voor kinderen en jeugd wel gedaan is. In Molenhoek wordt door jongeren in de middag- en avonduren veel gebruik gemaakt van de speelplaats bij de Basisschool. Het plein is verhard, er is ruimte en een doel en een hekwerk. Uitermate geschikt voor een potje voetbal, volgens de jongeren. Kinderen, omwonenden en ouders klagen hierover. Uit een gesprek met de jongeren 4 blijkt dat ze zich niet gerealiseerd hebben dat het voetballen overdag voor overlast zorgt. Daarnaast is het soms lastig wanneer jongeren en de oudere jeugd gelijktijdig van de voorziening gebruik willen maken. Volgens de normen zouden er in Molenhoek ongeveer acht What s Upplekken en vijf StayAround plekken moeten zijn, waarvan er één geschikt is als No Problemplek. Momenteel is er in Molenhoek geen specifieke plek voor jongeren. De Kiss & Greet- en enkele What s upplekken zijn er wel, bijvoorbeeld bij het winkelcentrum of de bankjes bij speelplekken. Dit zijn echter geen plekken waar de jongeren voor langere tijd kunnen blijven hangen en dingen kunnen ondernemen. Een dergelijke Stay Around- en No Problemplek ontbreekt in Molenhoek. Indien doelen op Het Meuleveld geplaatst worden, wordt deze plek ook voor jongeren interessanter om te ontmoeten en te sporten. Daarmee vormt het Meuleveld een Stay Aroundplek. Nabij Het Meuleveld ligt het centrumgebied van Molenhoek met daarin de school en het winkelcentrum. Dit is een interessante plek voor jongeren waar vanalles te zien is en waar ze gezien kunnen worden. Ze kunnen er wat eten en drinken kopen en de laatste nieuwtjes uitwisselen op de bankjes. Het dient duidelijk gemaakt te worden aan passanten dat jongeren hier mogen zitten tot een uur of tien [M4]. In het noordelijk deel van Molenhoek kan bijvoorbeeld op de hoek van de Singel en de Beukenlaan tevens een Stay Aroundplek gecreëerd worden voor jongeren waar ze tot tien uur s avonds kunnen verblijven [M5]. 4 Op 10 juni 2008 is een vergadering geweest met enkele jongeren uit Molenhoek, de jongerenwerkster, de beleidsmedewerker welzijn en de wethouder van de gemeente Mook en Middelaar. Op deze vergadering is gesproken over voorzieningen en activiteiten in Molenhoek OBB Ingenieursbureau
73 Daarnaast moet er de mogelijkheid zijn voor jongeren om uit te wijken naar een No ProblemPlek. Een dergelijke plek zou kunnen worden gecreëerd bij het veldje in De Kuil (sportpark De Lier). Hier zijn de jongeren niemand tot last en kunnen ze lekker blijven zitten. Door een dergelijke plek aan te wijzen wordt voorkomen dat de jongeren door het dorp gaan zwerven en het gevoel hebben dat ze overal weggejaagd worden. De jongeren gaven in een gesprek al aan dat ze dit een prettige plek vinden om te sporten en te ontmoeten. Elementen voor de invulling van deze Stay Aroundplek zijn door de jongeren ook al gesuggereerd: een kunstgrasveldje, een aantal bankjes en basketbalpalen. Geadviseerd wordt om samen met de jongeren en de jongerenwerkster deze plek in te richten als Stay Around- en tevens als No Problemplek. Een vierde Stay Aroundplek is het trapveldje aan de Stiftstraat en een vijfde is de Kloostertuin. Het veldje aan de Stiftstraat [ST150] bevat momenteel nog geen voorzieningen om te zitten. Geadviseerd wordt om deze plek niet verder te ontwikkelen als Stay Aroundplek, aangezien er de komende jaren een en ander gaat veranderen rondom dit veldje met de komst van de nieuwbouwwoningen. De Kloostertuin [KL170] is een geschikte Stay Aroundplek. De jongeren kunnen er voetballen, gezellig kletsen en de bosjes in als ze niet gezien willen worden. Het ontmoeten van jongeren dient tevens meegenomen te worden bij de ontwikkeling van een nieuwe speelplek binnen het nieuwbouwplan Mom tussen de Stifstraat en de Rijksweg. Indien de ruimte hiervoor te klein is, kan worden uitgeweken naar het einde van de Stationsstraat waar ontmoeten eventueel gefaciliteerd zou kunnen worden. Ook met het oog op het nieuwe station aan de Maaslijn is dit een geschikte Stay Aroundplek voor jongeren. Hier kun je zien en gezien worden. Bij de ontwikkeling van het station kan aansluiting worden gezocht. In Molenhoek is daarnaast nog een jeugdhonk in het gemeenschapshuis waar de jongeren kunnen ontmoeten. Met deze maatregelen zijn er vier Stay Aroundplekken in Molenhoek aangewezen, verspreid over de kern. Gezien het flink dalende aantal jongeren de komende jaren moet dat voldoende zijn. OBB Ingenieursbureau
74 Kaart streefbeeld en huidige situatie Mook noord OBB Ingenieursbureau
75 De auto s stoppen helemaal niet voor ons en stoplichten waren te duur! (meisje 11 jaar) Ik mag niet zelf de Rijksweg oversteken. 8. ANALYSE PER KERN: MOOK Mook is te verdelen in drie delen. Het noordelijk deel, met onder andere de wijk Maasveld, het centrum deel waar de voorzieningen als basisschool, winkelcentrum, jeugdhonk, enz. liggen en het zuidelijk deel, de wijk Lindeboom Kinderaantallen In Mook wonen circa kinderen jeugdigen en jongeren. In Tabel 7 is het aantal per leeftijdsklasse weergegeven. Leeftijdsklasse Aantal 0 tot en met 5 jaar tot en met 11 jaar tot en met 18 jaar 234 Totaal 615 Tabel 7 Kinderaantallen Mook 8.2. Spelen in Mook, Kinderen en Jeugd Mook is een langgerekt dorp dat zich ten noorden en ten zuiden van de Rijksweg N271 heeft ontwikkeld. Deze Rijksweg vormt voor kinderen en jeugd een grote barrière. Ondanks de oversteekplekken die zijn gecreëerd, geeft de jeugd aan dat het oversteken van de Rijksweg een groot probleem is. In het noordelijk deel van Mook wonen slechts zeven kinderen, twee jeugdigen en vier jongeren ten zuiden van de Rijksweg. In Oud Mook zijn dat er iets meer, respectievelijk zeven, veertien en zevenentwintig. De wijk Lindeboom ligt geheel ten zuiden van de Rijksweg. Volgens de normen voor formele speelruimte zouden voor de bovengenoemde kinderaantallen geen specifieke voorzieningen gecreëerd hoeven te worden. Temeer omdat er veel informele speelruimte is, bijvoorbeeld aan de Maas, op het Raadhuisplein, op het plein bij de Maassteate, de parkeerplaats bij de kapper of in de grote tuinen die vele huishoudens bezitten Spelen ten zuiden van de rijksweg, spelen aan de Maas Met de bouw van de Maassteate zijn ook de Maaskades vernieuwd. Destijds is niet specifiek rekening gehouden met spelen langs de Maas. Ter hoogte van Maasdijk nummer 40, van de Middelweerd, ligt een inham in de kade. Hiernaast ligt een veldje waar door kinderen en jeugd regelmatig wordt gespeeld en gevoetbald. OBB Ingenieursbureau
76 Door op dit veldje twee doelpalen neer te zetten wordt aangegeven dat er op deze plek gespeeld en gevoetbald mag worden. Tevens is de inham heel geschikt om te spelen aan en met het water of om te vissen [Z02]. Deze inham is de plek waar voorheen de veerpond tussen Mook en Cuijk gevaren heeft. Een idee zou kunnen zijn om een trekpondje of een pontonbrug in de inham te maken om het gebied voor spelen aantrekkelijk te maken, of om een kleine steiger aan te leggen in de inham. Het gebied wordt dan niet alleen voor de kinderen, jeugd en jongeren uit Mook interessant, maar ook voor de passerende toeristen Het Noordelijk deel van Mook / Maasveld In dit deel van het dorp, begrensd door de Overkwartierstraat in het zuiden, wonen circa 68 kinderen en circa 63 jeugdigen. De wijk is grotendeels ruim opgezet met ruime tuinen bij de woningen. Er wordt op straat geskelterd, gefietst en gevoetbald. In de huidige situatie zijn vier plekken speciaal voor kinderen ingericht en twee voor de jeugd. Volgens de normen voor formele speelruimte zijn dit meer dan voldoende plekken voor kinderen. Voor jeugd ontbreekt het slechts aan een goed veld om te voetballen. Op plek [FR120] aan de Merovingenstraat wordt veel gevoetbald door de jeugd, ergens anders in de wijk zijn hiervoor geen mogelijkheden. De plek is momenteel niet optimaal ingericht voor een volwaardig potje voetbal. De kinderen gebruiken de struiken als doelpalen omdat er slechts één doel op het veldje staat. Daarnaast staat er een klimtoestel op het veldje en zijn er rondom het veldje mogelijkheden om hutten te bouwen in de struiken en bomen die er staan. Plek [FR110] aan de Gouwenstraat ligt op kleine afstand. Deze plek is ingericht met diverse speeltoestellen voor nul tot en met elf jarigen. Er is gebruik gemaakt van hoogteverschillen met daarop een taludglijbaan. Er staat tevens een bankje om even uit te rusten of waar ouders of jongeren elkaar kunnen ontmoeten. Om de jeugd beter te voorzien wordt geadviseerd om de plek aan de Merovingenstraat [FR120] in te richten als trapveldje en het klimelement dat er staat actief te verwijderen en te hergebruiken aan bijvoorbeeld de Maaskade. De basketbalpaal kan worden hergebruikt bij de Stay Aroundplek voor jongeren nabij de Milieustraat. Als de jeugd wil spelen met en op toestellen kunnen ze terecht op de plek aan de Gouwenstraat [FR110]. Deze twee plekken liggen centraal in de wijk en zijn voor de jeugd goed te bereiken. OBB Ingenieursbureau
77 Verspreid over de wijk liggen nog drie speelplekjes, deze plekjes zijn voor de jeugd totaal niet interessant. Een van de plekken werd tijdens de rondgang voorbij gelopen en niet opgemerkt. Voor de kinderen daarentegen is de plek [KA140] aan de Karolingenstraat wel belangrijk. Rondom het pleintje waarop deze plek ligt, wonen circa 39 kinderen binnen een straal van ongeveer 120 meter. In het straatje naar deze plek toe zijn tevens nog twee toestellen voor kinderen en jeugd geplaatst. Daarmee wordt ook in de behoefte voor kinderen voorzien in Noord Mook. De plekken [KA130] en [GG100] zijn derhalve overbodige luxe en dienen secundair gemaakt te worden. Temeer omdat binnen het bereik van plek [GG100] slechts negen kinderen wonen en de kinderen die rondom plek [KA130] wonen, kunnen gebruik maken van plek [KA140]. OBB Ingenieursbureau
78 Kaart streefbeeld en huidige situatie Mook zuid OBB Ingenieursbureau
79 Oud Mook Oud Mook wordt in dit plan begrensd door de Overkwartierstraat in het noorden en de Mortel en de Rijksweg in het zuiden. In dit deel van het dorp wonen circa 59 kinderen en circa 68 jeugdigen die samen één speelplek [JU90] delen naast het jeugdhonk en de basisschool. Het schoolplein van de basisschool is na schooltijd niet toegankelijk. Omdat het aantal speelplekken in Oud Mook minimaal is, is het raadzaam om met school in overleg te treden over het openstellen van het schoolplein voor kinderen en jeugd uit de buurt. Er dient dan rekening te worden gehouden met het feit dat het schoolplein grotendeels ommuurd is. Wellicht biedt de ruimte aan de voorzijde van de school mogelijkheden? Tijdens de rondgang werd aangegeven dat het terrein bij de BSO, aan de Gelrestraat, niet toegankelijk is voor kinderen uit de buurt. Momenteel is het terrein een zandvlakte met een hek eromheen. Vanuit de buurt tussen de Overkwartierstraat en de Groesbeekseweg, kunnen circa 13 kinderen dit veldje zelfstandig bereiken. Deze kinderen hebben momenteel geen speelplek in de buurt. Geadviseerd wordt om met de BSO in overleg te treden over de mogelijkheid om het veldje op te nemen in het openbare speelvoorzieningen niveau [Z5] zodat de kinderen van de BSO samen met de kinderen uit de buurt op deze plek kunnen spelen. Omdat de kinderen en de jeugd in deze wijk weinig formele speelruimte hebben, zoeken ze zelf mogelijkheden om te spelen op informele plekken. Bijvoorbeeld op het veldje aan de Mortel. Op dit veldje worden de bomen als doelpalen gebruikt voor een potje voetbal. Door het bankje dat achter de bomen staat te verwijderen, functioneren de bomen beter als doel. Aan de andere zijde van het veldje kunnen nogmaals twee bomen of palen worden geplaatst, zodat een voetbalveldje ontstaat [Z2]. Hiermee wordt tevens aangegeven dat het toegestaan is om op dit veldje te voetballen en te spelen. Ook voor dit gebied is een nieuwbouwplan in ontwikkeling, rondom de Mortel. Geadviseerd wordt om in dit nieuwbouwplan speelruimte voor kinderen op te nemen, gezien het huidige tekort hieraan in deze wijk. Naast dit veldje wordt ook de parkeerplaats bij het winkelcentrum door de jeugd en de jongeren gebruikt om te spelen, te skaten en te ontmoeten. OBB Ingenieursbureau
80 We hebben heel veel speelplekjes, we kunnen beter één leuke hebben dan allemaal saaie. De speelplek langs en voor Pellus [JU90] is een kleine plek die momenteel toestellen bevat voor alle leeftijdsgroepen. Door het grasveldje naast Pellus in te richten als plek voor jongeren en de plek nabij de weg voor jeugd en kinderen is wel een scheiding ontstaan. De ruimte blijft echter te klein voor een gecombineerde speelplek. Het is aan te bevelen de wipveer die er staat te verwijderen (en te hergebruiken) en indien het klimtoestel vervangen dient te worden hiervoor in de plaats een uitdagend zwaai- en draaitoestel voor de jeugd te plaatsen. De plek is daarnaast uitermate geschikt om in te richten als Stay Aroundplek voor jongeren, gezien de ligging naast jeugdhonk Pellus. Gezien de huidige ontwikkeling van het Centrumplan Mook blijft deze speelplek [JU90] niet op deze locatie liggen. Geadviseerd wordt om in het centrumplan van Mook een speelplek op te nemen [Z3] voor alle leeftijdsgroepen. Wellicht dat gezocht kan worden naar ruimte rondom het winkelgebied, zodat de plek ook een bovenwijkse functie kan vervullen. Of misschien kan een relatie gelegd worden met het nieuwe jeugdhonk. Indien geen ruimte gevonden kan worden voor een speelplek kan in dit gebied gewerkt worden met speelaanleidingen Lindeboom Lindeboom ligt in het zuidoosten van Mook en wordt begrenst door de Rijksweg, de Cuijksesteeg en de Kerkstraat. Lindeboom bestaat voornamelijk uit woonerven met daarbinnen vijf speelplekken voor 29 kinderen en 33 jeugdigen die in de wijk wonen. Volgens de normen voor formele speelruimte zouden, gezien de mogelijkheid om op straat, op de parkeerplaatsen of in de groene randen van de wijk te spelen, een à twee speelplekken voldoende zijn. Een van de speelplekken in Lindeboom [LI65] is specifiek ingericht voor kinderen. De overige speelplekken zijn ingericht voor kinderen en jeugd. Geadviseerd wordt het aantal formele speelplekken te reduceren naar twee, één geschikt voor de kinderen en één geschikt voor de jeugd. Tijdens de rondgang werd plek [LI180] aangemerkt als leukste speelplek van Lindeboom. Deze plek dient aantrekkelijk te blijven voor de jeugd. Uit gedetailleerd onderzoek naar de exacte woonplek van de kinderen blijkt dat er binnen het bereik van plek [LI70] nog geen tien kinderen wonen. De plekken [LI160] daarentegen is voor veel meer kinderen (20) zelfstandig te bereiken. Omdat plek [LI160] het meest centraal ligt in de wijk en omdat deze door het merendeel van de kinderen in de wijk zelfstandig te bereiken is, wordt geadviseerd om deze plek specifiek voor kinderen interessant te maken. OBB Ingenieursbureau
81 De plekken [LI170], [LI150] en [LI165] dienen secundair gemaakt te worden. Toestellen specifiek voor de jeugd, zoals her meerdelig duikelrek, kunnen eventueel worden verplaatst naar plek [LI180]. Aan de oostzijde van de Cuijksesteeg ligt het Crossveldje [CU310]. Op dit veldje wordt door de jeugd en de jongeren veel gevoetbald. Geadviseerd wordt om dit veld specifiek aan te merken als veldje voor de jongeren. De jeugd kan tevens medegebruik maken van het Crossveldje. Momenteel wordt er geklaagd over hondenpoep op en verkeersonveiligheid rondom het veldje. Een veilige oversteekplek aan de Cuijksesteeg is hier volgens de jeugd en ouders gewenst (enquêtes) Jongeren in Mook In geheel Mook wonen 234 jongeren verspreid over het gehele dorp. Volgens de normen zouden er in Mook vijf What s Upplekken en drie Stay Aroundplekken beschikbaar moeten zijn. De jongeren geven aan elkaar te ontmoeten aan de Maaskade, op het veldje aan de Frankenstraat, bij de stort en op het Crossveldje. Er zijn daarnaast voldoende Kiss & Greetplekken en What s Upplekken, bijvoorbeeld voor het winkelcentrum, bij de bushalte aan de Rijksweg enzovoort. Onlangs zijn er door de jongerenwerkster met de jongeren afspraken gemaakt over het ontmoeten en voetballen op het veldje aan de Frankenstraat. Op dit veldje mag niet meer gevoetbald worden. Als alternatieve ontmoetingsplek is bij de Milieustraat en het sportpark Maasvallei een jongerenontmoetingsplek gecreëerd door middel van een tafel met twee bankjes. De jongeren geven aan dit een prettige plek te vinden, maar dat ze wel de ruimte om een potje te voetballen en een afdak missen. De locatie is prima voor een Stay Aroundplek, de juiste ingrediënten ontbreken echter nog. Naar wens van de jongeren zelf, dient de plek bij de Milieustraat te worden uitgebreid met sportvoorzieningen als een basket of een voetbalveldje. Geadviseerd wordt om met de sportvereniging, die aangrenzend aan deze ontmoetingsplek velden heeft, in gesprek te gaan en te bekijken of er mogelijkheden zijn voor de jongeren om te sporten op de velden [M6]. Een tweede Stay Aroundplek in Mook is het Crossveldje [CU310] aan de Cuijksesteeg. Hier komt de oudere jeugd bij elkaar om te voetballen, maar ook de jongere jongeren komen hier. Het trapveldje wordt door jeugd, jongeren en ouders zeer goed gewaardeerd. Momenteel staan er twee doeltjes. Geadviseerd wordt om enkele bankjes toe te voegen aan het veldje om het ontmoeten te faciliteren. OBB Ingenieursbureau
82 Naast het ontmoeten en voetballen vinden de jongeren uit Mook zwemmen ook erg leuk. Momenteel missen ze een plek waar ze lekker kunnen zwemmen. De Maaskade wordt in de zomer gebruikt om vanaf te duiken. Een steiger aan de Maas zou in de zomer een interessante Stay Aroundplek voor jongeren zijn. Geadviseerd wordt om samen met de jongeren en de jongerenwerkster te zoeken naar een geschikte plek aan de Maas waar de jongeren kunnen zwemmen en kunnen ontmoeten [M4]. Ook in Mook zal de komende jaren het aantal jongeren teruglopen. Derhalve zijn drie Stay Aroundplekken ruim voldoende voor de jongeren in Mook. OBB Ingenieursbureau
83 DEEL IV BIJLAGEN Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Mook en Middelaar OBB Ingenieursbureau
84 OBB Ingenieursbureau
85 BIJLAGE I. SPEELPRIKKELS Speelprikkels zijn objecten in de openbare ruimte die aanleiding geven tot spel. Zij kunnen bewust als bespeelbaar element zijn geplaatst, maar ook onderdeel zijn van een tot ander doel ingericht stuk van de openbare ruimte. De opzet van deze speelprikkels is dat ze veel speelwaarde hebben, niet onder het Attractiebesluit vallen en hooguit een risicoanalyse vergen. Speelprikkel bewust als bespeelbaar element geplaatst Vaak komen speelprikkels voor op en rondom de speelplek of worden ze gebruikt om kinderen te (bege)leiden. Voorbeelden hiervan zijn allerlei soorten verharding, knikkertegels, hinkeltegels, gekleurde tegels en tegels met cijfers, letters en dierenvoetstappen. Door het aanbrengen van deze verharding of patronen en door het gebruik van verschillende soorten verharding kunnen veel speelmogelijkheden ontstaan. Een ander voorbeeld zijn betonelementen zoals poefs, bielzen, palen, bollen en muurtjes, al dan niet gekleurd. Deze elementen bieden tal van mogelijkheden zoals erop klimmen, eraf en erover springen, erop zitten, er een touw aan vastknopen, ertegen voetballen, erover bokspringen enzovoort. Meer natuurlijke speelprikkels zijn bomen en boomstammen, grasheuveltjes, hagen en struiken. Ook het beschilderen van muren op een speelplek kan een prikkel geven tot spel. Speelprikkel als onderdeel van de openbare ruimte Voor het inrichten van de openbare ruimte worden allerlei elementen gebruikt. Soms zijn deze elementen voor kinderen aantrekkelijk om mee te spelen. Echter lang niet altijd worden hiervoor elementen gekozen die ook bespeelbaar zijn. Als er toch een paal geplaatst moet worden, waarom dan niet een paal met een ronde kop in plaats van een scherpe? Waarom niet wat groenblijvers in het bosplantsoen? De kern van het denken over speelprikkels is om bij elk plan of elke actie in de openbare ruimte na te gaan of de elementen die gebruikt worden ook geschikt zijn voor medegebruik door kinderen. Natuurlijk kan het voorkomen dat dit om bijvoorbeeld veiligheidsredenen niet mogelijk is. Uitgangspunt is echter de bespeelbaarheid en het moet gemotiveerd worden als hiervoor niet wordt gekozen. Voorbeelden van dit soort speelprikkels zijn: afscheidingen, zoals hekwerken, muurtjes, hagen en bielzen; straatmeubilair, zoals banken en andere zitelementen; betonelementen, zoals betonpoefs/bollen, paaltjes, stoepranden en parkeerbanden en sierelementen kunst; toepassen van groenblijvers (hulst, laurier); toepassen van vruchtdragende bomen (eik, kastanje, beuk); toepassen van vruchtdragende struiken; toepassen van (gedraineerd) gazon; OBB Ingenieursbureau
86 toepassen van hoogteverschillen in gras en verharding. Veel van dergelijke elementen kunnen voor de kinderen een speelprikkel vormen om op te zitten of aan te hangen, maar ook om vanaf, over of op te springen. Ze kunnen er een elastiek aan vast maken, hutten mee bouwen, ze gebruiken ze als evenwichtsbalk enzovoort. Een ruimte als speelprikkel Door veel kinderen wordt een braakliggend terrein met een bult zand en ruigte hoog gewaardeerd. Daar zijn veel speelmogelijkheden en functies aanwezig. Niet alleen braakliggend terrein, maar ook hoeken plantsoen en straat zijn soms favoriet bij een groep kinderen. Eenvoudige aanpassingen aan beheer en onderhoud en duidelijke voorlichting naar burgers kunnen deze speelruimte behouden. Voorbeelden hiervan zijn: hutten niet opruimen (zeker niet in vakanties); stukken ruigte zo lang mogelijk laten bestaan; waarschuwingsborden voor automobilisten plaatsen; niet op elke klacht van omwonenden over spelende kinderen ingaan. Sturen in het medegebruik van het openbaar groen kan door sortimentskeuze. Struiken met grote doornen zijn absoluut niet aantrekkelijk voor kinderen en planten met giftige vruchten/bladen/schors mogen niet worden toegepast. Andere eenvoudige voorbeelden van het beter bespeelbaar maken van openbaar groen zijn hoogteverschillen in het gazon (werken ook goed antivoetbal), vaker toepassen van bloemenmengsels en het gefaseerd maaien van gras. In heestervakken en blokhagen kunnen uitsparingen worden gemaakt waar kinderen hun hutje kunnen hebben. Hagen kunnen op verschillende hoogten gesnoeid en niet recht maar golvend aangeplant worden. Het toepassen van groenblijvers in bosplantsoen of solitair draagt ook bij aan de bespeelbaarheid van openbaar groen. Samengevat Juist het aanbrengen van hoogteverschillen, randen en eenvoudige objecten prikkelen de fantasie van kinderen om zelf spelen te verzinnen of bestaande spelen aan te passen. Anders gezegd: speelprikkels vergroten de speelruimte. OBB Ingenieursbureau
87 BIJLAGE II. Kiss & Greet What s Up What s Up INFORMELE ONTMOETING JONGEREN Als norm voor hangen kan gesteld worden dat voor elke 15 (hang)jongeren uit de hangleeftijd er één plek in de openbare ruimte aan te wijzen moet zijn waar zij kunnen ontmoeten met andere (hang)jongeren. Vervolgens kan gesteld worden dat voor 50% van het hangen geen specifieke voorzieningen noodzakelijk zijn. Dit gebeurt op plekken in de buurt waar 2 tot 4 jongeren even een kwartiertje staan te kletsen, afscheid nemen of afspreken om op elkaar te wachten als ze samen ergens heen gaan (Kiss & Greet). De ontmoetingsplekken die wel een inrichting vereisen, zijn onder te verdelen in drie categorieen. Plek categorie I: What s Up Dit zijn kleinere plekken voor 5 tot 10 jongeren die bij elkaar komen en bijpraten. s Zomers is te zien dat er jongeren langs deze plekken (brom)fietsen op zoek naar een praatje. Aantal: 30% van de plekken; Ligging: goed gespreid over de dorpen langs doorgaande routes (echt in de buurt) en niet te dicht op woningen; in zicht zodat er snel gezien kan worden wie er op de plek aanwezig is; Verkeer: op voldoende afstand van doorgaande weg (2 tot 10 meter); Locatie: verharde ruimte met plek voor 5 tot 10 jongeren en wat fietsen en scooters; Inrichting: verhard gedeelte goed bereikbaar; een aantal zit- en ontmoetingsaanleidingen, afvalbakken en eventueel verlichting; gemakkelijk te verwijderen en herplaatsen en passend in straatbeeld; Regels: APV en aanvullende regels door jongeren en omwonenden zo nodig op te stellen; bij overtreding verwijzen naar plek categorie II; Flexibiliteit: meer locaties categorie I aanwijzen dan inrichten. Op deze manier kan de plek eventueel nog eens verplaatst worden naar een andere locatie als de overlast te groot wordt (de jongeren houden zich niet aan de regels) of als de jongeren er helemaal niet meer komen; Toets: geen toets bestemmingsplan nodig. Voorzieningen vallen onder straatmeubilair of speeltoestellen. Functie en gebruik passen binnen huidige bestemmingen. OBB Ingenieursbureau
88 Stay Around #invoegen Stay Around Stay Around Plek categorie II: Stay Around Dit betreft grotere plekken voor 10 tot circa 40 jongeren waar jongeren echt afspreken om bij elkaar te komen en te zitten praten of andere activiteiten te ontplooien. Vaak gaan deze plekken samen met goed ingerichte sportplekken (bijvoorbeeld skateplekken), maar als die er te weinig zijn, kunnen de plekken ook apart goed functioneren. Aantal: Ligging: Verkeer: Locatie: Inrichting: Regels: Flexibiliteit: Toets: 20% van de plekken minus de No-Problemplekken; op voldoende afstand van woningen, bijvoorbeeld aan de rand van het dorp of in een groter park/plantsoen; in de omgeving van een andere geluidsbron; op of bij formele sport-/speelplek; goed bereikbaar, maar niet te dicht bij de doorgaande weg; groot genoeg voor een grotere groep jongeren met fietsen/scooters en groot genoeg voor een aantal voorzieningen; afwegen of auto er of niet mag en kan komen (trekt achttienplussers aan); zit- en ontmoetingsaanleidingen en beschutting in de vorm van wandje of beplanting; verharde ondergrond; verlichting; duurzaam en vandalismebestendig; APV en in overleg met omwonenden of andere betrokkenen aanvullende regels m.b.t. gedrag opstellen. De plek moet geen overmatige input vergen om in stand te houden; inrichting plek voor langere termijn; bij overmatig vandalisme en teveel overlast een welzijnstraject doorlopen met daders ; geen toets bestemmingsplan nodig. Voorzieningen vallen onder straatmeubilair of speeltoestellen. Functie en gebruik passen binnen huidige bestemmingen. Plek categorie III: No Problem Dit zijn plekken die zo ver buiten de bebouwde omgeving liggen dat hier geen overlast voor omwonenden te verwachten is. De jongeren kunnen bij problemen in de buurt altijd naar deze plekken verwezen worden. Aantal: Ligging: Verkeer: Locatie: voor elke 500 jongeren één No-Problemplek; op voldoende afstand van woningen, zodat verwachte overlast op basis van ligging kan worden uitgesloten; goed bereikbaar, maar niet te dicht bij de doorgaande weg (minimaal 50 meter afstand); groot genoeg voor een grotere groep jongeren met fietsen/scooters en groot genoeg voor een aantal voorzieningen; afwegen of auto er wel of niet mag en kan komen (trekt oudere jongeren aan); No Problem OBB Ingenieursbureau
89 No Problem Inrichting: Regels: Flexibiliteit: Toets: zit- en ontmoetingsaanleidingen en beschutting in de vorm van een overkapping; eventueel mogelijkheden voor graffiti; verharde ondergrond; verlichting; duurzaam en vandalismebestendig; een jongerensoos kan onder voorwaarden ook als No Problemplek aangeduid worden; APV en in overleg met jongeren, politie, gemeente jongerenwerk andere regels m.b.t. gedrag opstellen. De plek moet geen overmatige input vergen om in stand te houden; inrichting plek voor langere termijn; bij overmatig vandalisme en teveel overlast een welzijnstraject doorlopen met daders ; geen toets bestemmingsplan nodig. Voorzieningen vallen onder straatmeubilair of speeltoestellen. Mits geen bouwvergunning nodig is. Is dit het geval dan ook bestemmingsplantoets. OBB Ingenieursbureau
90 BIJLAGE III. PROGRAMMA VAN EISEN Kinderen hebben recht op zowel de informele als formele speelruimte. Deze dienen dan ook in voldoende mate aanwezig te zijn voor de leeftijdsgroepen 0 tot en met 5 jaar (peuters en kleuters), 6 tot en met 11 jaar (basisschooljeugd) en 12 tot en met 18 jaar (jongeren). Voor alle leeftijdsgroepen moet het basisnetwerk aan voorzieningen worden gerealiseerd of anders in ruimte gereserveerd en aangemerkt worden. In nieuwbouwsituaties moet tevens voor de eerste tien jaar aangegeven worden hoe de piekaantallen kinderen, jeugd en jongeren opgevangen worden. Gebiedsgericht Voor een stedebouwkundige ontwikkeling zal aan de hand van het speelruimteplan bij het ontwerp van de openbare ruimte rekening moeten worden gehouden met het realiseren van informele bespeelbaarheid. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling zal er invulling gegeven moeten worden aan de normen voor formele speelruimte. Daarbij zal de relatie met de behoefte en het aanbod aan speelruimte van omliggende buurten en wijken in beeld moeten worden gebracht. Bij het ontwikkelen van (zeer) grote gebieden (> 150 woningen) zal binnen het plangebied volledig invulling gegeven moeten worden aan speel- en sportvoorzieningen voor de kinderen, jeugd en jongeren die in het plangebied komen te wonen. Bij kleine plangebieden (circa 65 woningen) zal alleen een speelplek voor de kinderen binnen het plangebied zelf nodig zijn. De jeugd en jongeren uit het plangebied kunnen dan naar speelplekken in naastgelegen buurten. Vanuit het plan zal dan een bijdrage noodzakelijk zijn om deze speelplek(ken) te verbeteren. Het kan ook voorkomen dat in de direct naastliggende buurt net niet voldoende kinderen wonen voor een eigen speelplek. De uitbereiding kan dan net de doorslag geven dat er wel een speelplek in of nabij het plangebied noodzakelijk is. Er zal dus per stedenbouwkundig plan een verdeelsleutel opgesteld moeten worden aan de hand van het aantal (te verwachten) kinderen, jeugd en jongeren in het plangebied en het aanbod/tekort in de naastliggende buurten. Traject planvorming Er kan in drie fasen gewerkt worden aan een goede verdeling van speelvoorzieningen. OBB Ingenieursbureau
91 Fase 1 globale planvorming In deze fase dient aangegeven te worden hoeveel informele en formele ruimte geboden wordt per kind dat er komt wonen. De gemeente hanteert hiervoor normen volgens het speelruimteplan. De 3%-norm kan daarbij als minimum voor formele speelruimte worden gezien. De 3%-norm wordt ook toegepast als er nog geen gegevens beschikbaar zijn met betrekking tot het aantal kinderen of aantal woningen, met in het achterhoofd de normentabel. Leeftijdsgroep Informeel formeel 0-5 jaar peuters en kleuters 6-11 jaar basisschooljeugd jaar jongeren 20 m2 per kind aansluitend aan woning (tuin, stoep, plein, grasveldje) 50 m2 per 5 jeugdigen speelgroen en 50 m2 per 5 jeugdigen grasveld of plein (voetbal, straatspel) 1 ontmoetingsplek per 30 jongeren (zithoek) Tabel 8 Verkorte normentabel 1 speelplek per 35 kinderen Opp: m2 Loopafstand: ca. 100 m 3 toestellen en 4 speelprikkels 1 speelplek per 70 jeugdigen Opp: m2 Loopafstand: ca. 350 m 3 toestellen en 4 speelprikkels 1 sportplek per 100 jongeren Opp: m2 Loopafstand: geen, daar waar jongeren wonen 4 sporttoestellen en 4 zitaanleidingen Fase 2 (concept) stedenbouwkundig plan In deze fase dient het aantal kinderen dat naar verwachting in de toekomst in het projectgebied komt te wonen, aangegeven te worden. Op basis daarvan kan gesteld worden: 1) hoeveel (in)formele speelruimte er in het basisnetwerk totaal aanwezig dient te zijn en waar deze in grote lijnen komt te liggen (blok-, buurt- en wijkniveau); 2) bij nieuwbouw: hoeveel tijdelijke voorzieningen (voor de eerste 10 jaar bovenop het basisnetwerk) nodig zijn om de kinderpiek op te vangen. Fase 3 uitwerking stedenbouwkundig plan In deze fase dient op plekniveau aangegeven te worden: 1) waar de verschillende speelplekken komen te liggen en voor welke leeftijd deze plekken zijn; 2) wat in grote lijnen de omvang en inrichting is van deze speelruimte en de kosten voor realisatie (in verband met reservering beheer- en onderhoudsgelden en later vervangingsreservering). OBB Ingenieursbureau
92 Toelichtingen bij programma van eisen Aantallen kinderen, jeugd en jongeren Er zijn drie verschillende ingangen om het aantal kinderen dat in de toekomst in het projectgebied komt te wonen in te schatten. Afhankelijk van het bouwprogramma kan de opsteller van het stedenbouwkundig plan een prognose geven van de gemiddelde gezinssamenstelling (CBS-gegevens) en daarmee het verwachte aantal kinderen op lange termijn. Dit aantal kinderen kan gebruikt worden voor het basisnetwerk aan voorzieningen. Vaak wordt ten behoeve van de onderwijsvoorzieningen een prognose gemaakt voor de basisgeneratie (leeftijdsgroep die naar de basisschool gaat, circa 4 tot en met 12 jaar). Deze prognoses worden met name opgesteld in nieuwbouwsituaties en grote reconstructies. Dit aantal kinderen kan gebruikt worden voor zowel het basisnetwerk als de piekvoorzieningen. Er kan op basis van eerder gerealiseerde nieuwbouw- en/of reconstructieprojecten in de gemeente nagegaan worden hoeveel kinderen er per woning gemiddeld wonen (bevolkingsgegevens) in verschillende jaren na realisatie. Deze kunnen vertaald worden naar een prognose van het aantal kinderen per woning voor het betreffende project. Dit aantal kan gebruikt worden voor zowel het basisnetwerk als de piekvoorzieningen. Kinderpiek bij nieuwbouw Bij nieuwbouwsituaties is een duidelijke kinderpiek aanwezig. De kinderpiek begint circa vier jaar na de realisatie van het grootste aandeel woningen. De piek duurt voor elke leeftijdscategorie ongeveer zes jaar. Meestal begint aan het eind van de kinderpiek ook gelijk de jeugdpiek en ongeveer vier jaar na de jeugdpiek meteen de jongerenpiek. In een schema ziet dit er als volgt uit: kinderpiek (0-5 jaar) jeugdpiek (6-11 jaar) jongerenpiek (12-18 jaar) jaar na aanleg Figuur 9 Verloop kinderpiek Het voorzieningenniveau dient hier de eerste tien jaar dus op afgestemd te worden. Kosten per plek Voor de aanschaf en aanlegkosten kan uitgegaan worden van onderstaande tabel. OBB Ingenieursbureau
93 0-5 jaar 6-11 jaar jaar gemiddeld gemiddeld aantal toestellen per plek ,3 gemiddeld aantal speelprikkels per plek gemiddelde prijs per toestel gemiddelde prijs per speelprikkel % kosten ondergrond tov toestel 35% 65% 35% 45% gemiddelde prijs per toestel incl. ondergrond gemiddelde aanschafwaarde per speelplek (speelvoorzieningen samen) % kosten groen/verhardingen e.d. tov speelvoorzieningen 20% 20% 20% 20% gemiddelde kosten groen/verhardingen e.d totale investeringswaarde per plek % kosten overige uitvoeringskosten tov voorzieningen 20% 20% 20% 20% gemiddelde aanlegkosten er plek totale kosten aanschaf en aanleg speelplek Tabel 10 Kosten per plek Op de helft van de plekken voor 6- tot en met 18-jarigen dient een trapveldje aanwezig te zijn. De verharde trapvelden (eventueel kooien) zijn een voorziening voor jongeren van jaar. Hiervan dient er voor elke circa 500 jongeren een te zijn. OBB Ingenieursbureau
94 BIJLAGE IV. GEGEVENSTABEL BUURTEN kern uitgangspunten doorrekenen normen voor speelruimte streef inventarisatie kwantitatief informeel formeel beeld plk tst kinderen oppvl kind/ha kind/plek kind/plek ha/plek verschil knd per tst per tst per 0-5jr: 20m2/ plekken plek 100 knd plek 6-11jr: 20m2 / huidig en 12-18jr: 1 st / streefbeeld [aantal] [ha] [aant/ha] [plek] [plek] [plek] [plek] [plek] [aantal] [plek] [aantal] [aantal] [aantal] Middelaar ,2 14,0 6,2 0 t/m 5 jaar m ,3 32,6 5,0 6 t/m 11 jaar m ,8 25,8 4,6 12 t/m 18 jaar st ,0 15,1 6,5 Molenhoek ,9 6,9 4,7 0 t/m 5 jaar m ,6 13,9 3,2 6 t/m 11 jaar m ,3 15,5 4,5 12 t/m 18 jaar st ,0 4,2 5,7 Mook ,3 6,2 3,2 0 t/m 5 jaar m ,5 11,4 2,0 6 t/m 11 jaar m ,8 13,6 3,5 12 t/m 18 jaar st ,0 3,0 2,3 Plasmolen n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0 t/m 5 jaar m n.v.t. n.v.t. n.v.t. 6 t/m 11 jaar m n.v.t. n.v.t. n.v.t. 12 t/m 18 jaar st n.v.t. n.v.t. n.v.t. Totaal ,8 7,3 4,3 0 t/m 5 jaar ,5 14,3 2,9 6 t/m 11 jaar ,4 15,9 4,2 12 t/m 18 jaar ,3 5,0 4,6 OBB Ingenieursbureau
95 BIJLAGE V. SPEELPLEKKEN EN MAATREGELEN In deze bijlage staat weergegeven welke rol de plek speelt in het openbare speelvoorzieningenniveau en welke acties nodig zijn om deze rol te kunnen vervullen. In de tabel staan de huidige plekken, de nieuw te realiseren plekken (zoekgebieden) en de te nemen maatregelen. De eerste drie kolommen bieden gegevens over de inventaris in de huidige situatie. In de eerste kolom staat een speelpleknummer. Betreft de plek een zoekgebied of maatregel dan is dit aangegeven met respectievelijk een Z of een M. De tweede kolom is de locatie waar de speelplek te vinden is. De locatienaam is overgenomen uit de beheergegevens van gemeente Mook en Middelaar. Aan de hand van de aanwezige speeltoestellen, de uitstraling en de aanwezige ruimte op de locaties is per speelplek de huidige leeftijdscategorie bepaald. Dit is weergegeven in de derde kolom. In de vierde kolom, genaamd categorie wordt, is aangegeven voor welke leeftijdscategorie de speelplek in het openbare speelvoorzieningenniveau ingericht moet worden. De laatste kolommen bevatten gegevens over de maatregelen die genomen moeten worden om de plek te laten voldoen aan de eisen van het openbare speelvoorzieningenniveau. Ook hier wordt uitgegaan van de normen voor informele en formele ruimte. In de kolom 'maatregelen' wordt kort aangeduid wat de kern is van de maatregelen die genomen moeten worden. In aansluiting hierop staat in de kolom nieuwe speelprikkels en de kolom nieuwe toestellen hoeveel speelprikkels en/of toestellen er nodig zijn bij deze maatregel. Als laatste is er een raming gegeven van bijkomende kosten die voor een deel ten laste van spelen komen, maar voor 85% ten laste van spelen moeten komen. OBB Ingenieursbureau
96 spnr locatie kern categorie beheer maatregelen huidig wordt huidig BU10 BU10 Burchtstraat 47 Middelaar 6 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente wip en klimelement niet meer vervangen BU20 BU20 Burchtstraat 1 Middelaar 0 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente speelhuisje en wipkip niet meer vervangen, voetbaldoelen vervangen voor mididoel op korte termijn, basketbalpaal verplaatsen naar Witteweg DO40 DO40 Dorpsstraat 38 B.S. Middelaar 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente geen maatregelen EL290 EL290 Elzenstraat 1 Middelaar 6 t/m 18 jaar 12 t/m 18 jaar gemeente Stay Around plek voor jongeren ontwikkelen d.m.v. bankjes en basketbalpalen KE30 KE30 Kerkpad Middelaar 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente voetbaldoelen niet meer vervangen M1 Plasmolen west maatregel Plasmolen n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. afspraken maken met de recreatieen horeca ondernemers over het gebruik van de speeltuintjes door kinderen uit Plasmolen BE230 BE230 Begijnenhof 15 Molenhoek 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente geen aanpassing, onlangs vernieuwd BO240 BO240 Bongerd 35 Molenhoek 0 t/m 5 jaar secundair gemeente toestellen verwijderen, gras inzaaien BO250 BO250 Bongerd 55 Molenhoek 0 t/m 11 jaar secundair gemeente toestellen verwijderen, speelprikkels aanbrengen BO260 BO260 Bongerd 34 Molenhoek 0 t/m 5 jaar secundair gemeente toestellen verwijderen, wipveer en duikelrek hergebruiken, ruimte beplanten CH160 CH160 Chopinlaan 9 Molenhoek 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente geen aanpassing D# Dominicanessenstraat 21 Molenhoek 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente schommel en duikelrek verplaatsen naar [KL170], hiervoor in de plaats gras inzaaien OBB Ingenieursbureau
97 spnr locatie kern categorie beheer maatregelen huidig wordt huidig ES200 ES200 Esdoornlaan/ BS de Grote Lier Molenhoek 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente ontwikkeling Brede School! KL170 KL170 Kloostertuin 10 Molenhoek 0 t/m 5 jaar 0 t/m 18 jaar gemeente inrichten plek voor kinderen en jeugd, bijplaatsen toestellen D#, boomstammen rondom trapveld, realiseren sport- en/of skatevoorzieningen jeugd en jongeren en ontmoetingsplek KV210 KV210 Keurvorststraat 32 Molenhoek 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente met boomstammen verschillende speelmogelijkheden maken KZ190 KZ190 Keizershof 32 Molenhoek 0 t/m 5 jaar 6 t/m 11 jaar gemeente huidige toestellen verwijderen, o.a. uitdagend zwaai of draai toestel plaatsen ME180 ME180 Meulenveld Molenhoek 0 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente herinrichting veldje, demontabele portaaldoelen plaatsen, ontmoetingsplek realiseren RE280 RE280 Lierweg Recreatieveld "De Lier" Molenhoek 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente trapveld optimaliseren, Stay Aroundplek > No Problemplek ontwikkelen met zitmogelijkheden, overkapping en basketbalveldje. ST150 ST150 Stiftstraat 25 Molenhoek 6 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente realiseren ontmoetingsplek, mogelijkheden hutten bouwen behouden(overwegen snoeiafval, bult zand of hout neerleggen in vakanties), trapveld afbakenen met boomstammen TH220 TH220 Toverdans/Heumensebaan 93 Molenhoek 0 t/m 11 jaar secundair gemeente toestellen niet meer vervangen, uitsterfconstructie TR270 TR270 Toverdans/Ringbaan 50 Molenhoek 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente geen aanpassing Z1 Tsplitsing Keizershof zoekgebied Molenhoek geen 0 t/m 5 jaar n.v.t. inrichten speelplek voor kinderen in overleg met omwonenden OBB Ingenieursbureau
98 spnr locatie kern categorie beheer maatregelen huidig wordt huidig M2 Hertogstraat maatregel Molenhoek n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. op hoek met J. van Kleefstraat aanbrengen speelprikkels eventueel stukje verharden, haag of hek plaatsen M3 Eikenlaan maatregel Molenhoek n.v.t. 0 t/m 5 jaar n.v.t. op twee locaties beplanting vervangen door tegels of gras en hier speelprikkels aanbrengen M4 Centrumgebied maatregel Molenhoek n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. verbeteren / aanwijzen ontmoetingsplek Stay Around M5 Singel / Beukenlaan maatregel Molenhoek n.v.t. 12 t/m 18 jaar n.v.t. realiseren eenvoudige ontmoetingsplek What's Up CU310 CU310 Cuyksesteeg Mook 6 t/m 18 jaar 12 t/m 18 jaar gemeente hondenpoep en autos weren! Bankjes t.b.v. Stay Around plek jongeren FR110 FR110 Frankenstraat 8 Mook 0 t/m 11 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente geen aanpassing FR120 FR120 Frankenstraat 12 Mook 6 t/m 18 jaar 0 t/m 11 jaar gemeente doel plaatsen en geschikt maken als trapveldje voor de jeugd, basketbalpaal verplaatsen naar Stay Aroundplek Milieustraat en Klimelement naar Maaskade GG100 GG100 Gouwen 34 Mook 0 t/m 5 jaar secundair gemeente toestellen verwijderen JU90 JU90 Julianastraat 2 Mook 0 t/m 18 jaar 6 t/m 18 jaar gemeente kinderen kunnen terecht voor Pellus, plek geschikt maken voor jeugd en jongeren, verharding bij basket, picknicktafel, pannakooi, klimtoestel vervangen t.z.t. voor draai en zwaai toestel, wip verwijderen KA130 KA130 Karolingenstaat 14 Mook 0 t/m 5 jaar secundair gemeente duikelrek niet meer vervangen, wip verwijderen KA140 KA140 Karolingenstraat 56 Mook 0 t/m 5 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente geen aanpassing LI50 LI50 Lindeboom 137 Mook 0 t/m 11 jaar secundair gemeente toestellen niet meer vervangen LI60 LI60 Lindeboom 177 Mook 0 t/m 11 jaar 0 t/m 5 jaar gemeente aantrekkelijk maken voor kinderen LI65 LI65 Lindeboom 165 Mook 0 t/m 5 jaar secundair gemeente toestellen niet meer vervangen OBB Ingenieursbureau
99 BIJLAGE VI. AANTAL EN KOSTEN SPEELTOESTELLEN In deze bijlage is een overzicht gegeven van de typen speelvoorzieningen waarin de toestellen zijn verdeeld met daarbij behorende normcijfers. Gekozen is voor typen toestellen om zo de ramingen overzichtelijk te maken. De gebruikte normen zijn gemiddelden voor alle toestellen die binnen dit type vallen. De voornaamste redenen voor de onderscheiding van de typen zijn gebruik (speelmogelijkheid), leeftijd en aanschafwaarde. Per type is in de eerste kolommen weergegeven: de leeftijdscategorie die over het algemeen van het toesteltype gebruik maakt; de gemiddelde vervangingstermijn (levensduur) van het toesteltype; de geraamde aanschafwaarde van het toesteltype (nieuwwaarde exclusief BTW en exclusief kosten voor ontwerp, plaatsing e.d.); de gemiddelde onderhoudskosten per jaar voor het toestel (gebaseerd op max. 10% van de aanschafwaarde (i.v.m. levensduur) en de vandalismegevoeligheid van het toesteltype). In de volgende kolommen wordt het aantal toestellen binnen dit type doorgerekend met de genoemde normen. Hierdoor wordt inzicht verkregen in de totale aanschafwaarde en de bijbehorende onderhouds- en vervangingsbudgetten. De genoemde normcijfers van de toesteltypen in de tabel gaan uit van een onderhoudsniveau van 100%. Dit betekent onder andere dat de speeltoestellen altijd optimaal in de verf zitten, er altijd proper uitzien, in perfecte technische staat verkeren en dat graffiti regelmatig verwijderd wordt. In het beleid wordt echter een onderhoudsniveau bepaald. Dit niveau wordt verrekend met het totaalbudget. Een onderhoudsniveau zoals in paragraaf beschreven betekent dat 85% van de berekende normbudgetten nodig is voor vervanging en onderhoud. OBB Ingenieursbureau
100 type toestel normen totaal huidige situatie eenheid leeftijds- vervang. aanschaf- onderhoud aantal omvang aanschaf- onderhoud afschrijving beheer categorie termijn waarde per jaar toestellen waarde per jaar per jaar per jaar wipveer stuk 0 t/m 5 jaar meerpersoons wipveer stuk 0 t/m 5 jaar wip stuk 0 t/m 11 jaar enkel duikelrek stuk 6 t/m 11 jaar meerdelig duikelrek stuk 6 t/m 11 jaar brug stuk 6 t/m 11 jaar schommel stuk 0 t/m 11 jaar speciale schommel stuk 6 t/m 11 jaar evenwichtsbalk stuk 0 t/m 11 jaar bokspringpaal set 6 t/m 11 jaar balanceertoestel stuk 6 t/m 11 jaar glijbaan laag stuk 0 t/m 5 jaar glijbaan hoog stuk 0 t/m 11 jaar taludglijbaan stuk 0 t/m 11 jaar zandspeeltoestel stuk 0 t/m 5 jaar zandbak stuk 0 t/m 5 jaar draaitoestel klein stuk 0 t/m 11 jaar draaitoestel groot stuk 6 t/m 11 jaar klimelement stuk 0 t/m 11 jaar speelhuisje laag stuk 0 t/m 5 jaar combinatie klein jong stuk 0 t/m 5 jaar combinatie klein oud stuk 6 t/m 11 jaar combinatie klein stuk 0 t/m 11 jaar combinatie groot jong stuk 0 t/m 5 jaar combinatie groot oud stuk 6 t/m 11 jaar combinatie groot stuk 0 t/m 11 jaar uitgebreide speelcombinatie stuk 0 t/m 11 jaar tafeltennistafel stuk 6 t/m 18 jaar voetbaldoel stuk 6 t/m 18 jaar basketbalpaal stuk 6 t/m 18 jaar volleybalset stuk 12 t/m 18 jaar kabelbaan stuk 6 t/m 11 jaar skateboard groot stuk 6 t/m 18 jaar skateboard middel stuk 6 t/m 18 jaar skateboard klein stuk 6 t/m 18 jaar waterspeeltoestel stuk 0 t/m 5 jaar speelprikkel/poef/betonelemestuk 0 t/m 11 jaar kruipbuis stuk 0 t/m 18 jaar Jeu de boulesbaan stuk 6 t/m 18 jaar multidoel(wand) stuk 6 t/m 18 jaar klimwand stuk 6 t/m 18 jaar Voetbalkooi stuk 6 t/m 18 jaar boomschors m2 n.v.t , gegoten vloer m2 n.v.t , houtsnippers m2 n.v.t , rubber tegels m2 n.v.t , veiligheidsgras m2 n.v.t , zand m2 n.v.t , grind m2 n.v.t , onderhoud 100% totaal toestellen totaal ondergronden totaal speelvoorzieningen onderhoud 85% OBB Ingenieursbureau
101 BIJLAGE VII. KAART OBB Ingenieursbureau
102 * * * EINDE SPEELRUIMTEPLAN * * * OBB Ingenieursbureau
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk NOORD
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk NOORD Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het beleid
Buitenspelen.kom. Speelruimteplan. gemeente Boxtel. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Boxtel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Boxtel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Oost-Gelre BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Oost-Gelre BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente BELEIDSPLAN en ANALYSE voor SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente BELEIDSPLAN en ANALYSE voor SPEELRUIMTE Titel: Subtitel: Omschrijving:
Buitenspelen.kom. Speelruimteplan. gemeente Dronten. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Dronten BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen.kom Speelruimteplan gemeente Dronten BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau
Commissie Bestuurlijk Domein. Commissie Ruimtelijk Domein. Commissie Sociaal en Economisch Domein. Informerende Commissie. Bespreken.
Raad VOORBLAD Onderwerp Speelruimtebeleid Agendering Commissie Bestuurlijk Domein x Gemeenteraad Commissie Ruimtelijk Domein Lijst ingekomen stukken x Commissie Sociaal en Economisch Domein Informerende
Samen spelen samen ontmoeten
Samen spelen samen ontmoeten Speelruimteplan gemeente Doesburg BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Samen spelen samen ontmoeten Speelruimteplan gemeente Doesburg BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van
Ruimte voor Spelen. Speelruimteplan gemeente Baarn. BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Ruimte voor Spelen Speelruimteplan gemeente Baarn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Ruimte voor Spelen Speelruimteplan gemeente Baarn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Titel: Subtitel:
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Schiedam BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Schiedam BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen
Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE OBB Ingenieursbureau 787.03 0 Kwaliteit door buitenspel! Speelruimteplan gemeente Waddinxveen
RAADSVOORSTEL Agendanummer 7.4. Onderwerp: Nota Speelruimtebeleid Spelen in Moerdijk
VANWEGE STAKEN VAN STEMMEN BIJ HET AMENDEMENT VAN ONAFHANKELIJK MOERDIJK OVER DIT ONDERWERP WORDT DIT OPNIEUW GEAGENDEERD IN DE RAADSVERGADERING VAN 25 FEBRUARI 2010. RAADSVOORSTEL Agendanummer 7.4 Raadsvergadering
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Alphen aan den Rijn BELEIDSPLAN voor en ANALYSE
Samen buitenspelen.kom
Kerkplein 2 T (0343) 56 56 00 Postbus 200 F (0343) 41 57 60 3940 AE Doorn E [email protected] Samen buitenspelen.kom Speelruimtebeleidsplan 2009 2018 Datum 3 maart 2009 Afdeling Afdeling Openbare Ruimte
Quickscan speelruimte. gemeente Leerdam
Quickscan speelruimte gemeente Leerdam 1 Titel: "Quickscan Speelruimte gemeente Leerdam" Opdrachtgever: Gemeente Leerdam Opdrachtnemer: OBB Ingenieursbureau Postbus 805 7400 AV Deventer 0570 61 60 05 [email protected]
Buitengewoon... Spelen!
Buitengewoon... Spelen! Speelruimteplan gemeente Giessenlanden BELEIDS- en BEHEERPLAN voor SPEELRUIMTE Buitengewoon... Spelen! Speelruimteplan gemeente Giessenlanden BELEIDS- en BEHEERPLAN voor SPEELRUIMTE
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk OOST-ZUID
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk OOST-ZUID Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het
Spelen Bewegen Ontmoeten
Spelen Bewegen Ontmoeten gemeente Leusden Speelruimteplan 2012-2022 Titel: Opdrachtgever: Opdrachtnemer: Opgesteld door: Speelruimteplan Gemeente Leusden OBB Ingenieursbureau Postbus 805 7400 AV Deventer
Buitenspelen, ja leuk!
Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard BELEIDSPLAN, BEHEERVISIE voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Lingewaard BELEIDSPLAN, BEHEERVISIE
CONCEPT VISIE SPEELRUIMTE IN KERKEHOUT WASSENAAR 1. INLEIDING 2. SPEELRUIMTEANALYSE
CONCEPT VISIE SPEELRUIMTE IN KERKEHOUT WASSENAAR 1. INLEIDING Veel van de speeltoestellen in Kerkehout beginnen al iets ouder te worden en zijn aan vervanging toe. Ook de samenstelling van de wijk verandert
Spelend door de tijd. Speelruimteplan. gemeente Leiderdorp
Spelend door de tijd Speelruimteplan gemeente Leiderdorp BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE 2013-2022 Spelend door de tijd Speelruimteplan gemeente Leiderdorp BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE. Samenspel. Advies voor. speelplekken en speeltuinen. Wijk WEST
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen Wijk WEST Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid opgedeeld in een rapport met het beleid
Buiten zijn, ja leuk!
Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Maasdriel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE Buiten zijn, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Maasdriel BELEIDSPLAN voor en ANALYSE van SPEELRUIMTE
(semi-)openbare gebouwen
datu,m: 13 februari 2017 A32 N924 VERKEER BEBOUWING OPENBAAR GROEN SPEELPLEKKEN Spoorlijn Woningen Waterwegen A en N wegen Scholen Kattebos Entree s van de wijk (semi-)openbare gebouwen Wijkontsluiting
SAMENVATTING. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht januari 10 1
SAMENVATTING Het huidige speelruimtebeleid is vastgelegd in het beleidsplan Speelvoorzieningen, dat in 1995 is geschreven. Dit beleidsplan is sterk gericht op het beheer en de veiligheid van speelvoorzieningen.
Aanpassing Speelruimtebeleidsplan (2012) Advies Jongerenraad Utrechtse Heuvelrug (JRUH)
Aanpassing Speelruimtebeleidsplan (2012) Advies Jongerenraad Utrechtse Heuvelrug (JRUH) Advies op de uitgangspunten (memo 12 november) 1. Speelplekken zijn heel, veilig en uitdagend en bij voorkeur ook
*Z0230DEDA67* Raadsvoorstel. Aan de raad. : Speelruimteplan Beverwijk, Beverwijk speelt buiten
Raadsvoorstel Documentnummer Afdeling Onderwerp *Z0230DEDA67* Aan de raad : INT-15-22008 : Ruimte : Speelruimteplan Beverwijk, Beverwijk speelt buiten Inleiding Hoe staat het met de speelruimte in Beverwijk,
Buiten is zoveel te beleven! Schommelen op een speelplek, hutten bouwen in de bosjes, voetballen op het veldje en een rondje skaten door de buurt.
Inspraaknotitie DENK MEE OVER SPELEN (SPEELRUIMTEPLAN) Buiten is zoveel te beleven! Schommelen op een speelplek, hutten bouwen in de bosjes, voetballen op het veldje en een rondje skaten door de buurt.
Straten in Groningen
Straten in Groningen Laura de Jong Januari 2017 Marjolein Kolstein www.os-groningen.nl Inhoud Inhoud... 1 Samenvatting... 2 1. Inleiding... 3 2. Resultaten... 4 2.1 Verschillende groepen... 4 2.2 Tevredenheid
Buurtenquête Stevenfenne
Buurtenquête Stevenfenne Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede een
Uitvoeringsnotitie Speelruimtebeleid Gemeente Hoogeveen Afdeling Mens en Werk
Uitvoeringsnotitie Speelruimtebeleid 2007-2010 Gemeente Hoogeveen Afdeling Mens en Werk 1. Inleiding...2 2. Het belang van een gemeentelijk integraal speelruimtebeleid...2 3. Missie en doelstellingen van
Jeugd in de buitenruimte. Speelruimtebeleid
Jeugd in de buitenruimte Speelruimtebeleid Speelruimtebeleid in Zeewolde versie 7 jul. 14 1 Jeugd in de buitenruimte Speelruimtebeleid Opgesteld door: M.M. Frelier, OBB ingenieursbureau, E.G.Oost-Mulder,
Kansen voor spelen! Speelruimtebeleidsplan. gemeente Heerhugowaard
Kansen voor spelen! Speelruimtebeleidsplan Kansen voor spelen! Speelruimtebeleidsplan 2011-2016 Analyse van en beleid voor de speelruimte 1 INHOUDSOPGAVE 1. inleiding 3 1.1. Aanleiding 3 1.2. Doel 3 1.3.
Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade
Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade Samenspel Advies voor speelplekken en speeltuinen gemeente Kerkrade Leeswijzer: Deze internetversie van het speelruimteplan is voor leesbaarheid
Speelvisie gemeente Anna Paulowna
Speelvisie gemeente Anna Paulowna 2009-2012 Anna Paulowna, 10 februari 2009 Samenvatting De nota Speelvisie Gemeente Anna Paulowna 2009-2012 stelt de kaders van het speelbeleid. De speelvisie beschrijft
Wijkschouw Stadsveld Zuid
Wijkschouw Stadsveld Zuid Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
Rapportage Online kwantitatief onderzoek Spelen op schoolpleinen
Rapportage Online kwantitatief onderzoek Spelen op schoolpleinen Onderzoeksresultaten augustus 2010 ter attentie van: Jantje Beton Joost Vonk - Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Inleiding... 3 2 Samenvatting...
Uitvoeringsplan speelplekken Nieuwland
1 De speelruimtevisie van de gemeente Amersfoort is vertaald naar zeven spelregels voor goed buitenspelen. Deze zijn in 2017 opgesteld in samenwerking met de gemeenteraad en kinderen uit de gemeente. In
Analyse Enquête Speelruimte en Speelinfrastructuur gemeenten 2017
Branchevereniging Spelen en Bewegen, 20/3/17 Respondenten en De Onderzoekerij Over de analyse van de antwoorden is contact geweest met De Onderzoekerij. Zij gaven aan dat met behulp van platte analyse
Buurtenquête De Posten - Oosterveld
Buurtenquête De Posten - Oosterveld Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in
Actualisatie speelruimteplan
Actualisatie speelruimteplan 2018-2028 > Gemeente Utrechtse Heuvelrug ANALYSE > VISIE > SCENARIO > ACTIES > OBB 0 1. INLEIDING Het beschikbare budget voor spelen moet zo goed mogelijk afgestemd zijn op
Project: Aanpak openbare ruimte Taagdreef en omgeving. Hier komt tekst. Utrecht.nl
Project: Aanpak openbare ruimte Taagdreef en omgeving Hier komt tekst Hier 29 oktober komt ook 2018 tekst Programma avond Korte inleiding Terugblik Resultaten van de enquête Uit elkaar in groepen - Hildebranddreef
Wijkschouw Voortman, Amelink en Ankrot
Wijkschouw Voortman, Amelink en Ankrot Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten
Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte gemeente Sliedrecht SPEELRUIMTE IN KWALITEIT
te Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte gemeente Sliedrecht SPEELRUIMTE IN KWALITEIT Uitvoeringsbeleid speel- en sportruimte gemeente Sliedrecht SPEELRUIMTE IN KWALITEIT Titel: Speelruimte in kwaliteit
Speelplan 2017 Gemeente Velsen
Speelplan 2017 Gemeente Velsen Inleiding Elk jaar wordt u het investeringsplan voor speelplekken voorgelegd; het zogenoemde Speelplan. Het Speelplan toont een overzicht van de speelplekken die in aanmerking
Uitwerking van oplossingen m.b.t. herinrichting
Bijlage 2 straten Uitwerking van oplossingen m.b.t. herinrichting In deze bijlage zijn principe-oplossingen uitgewerkt, waarin door herinrichting van straten ruimte wordt gecreëerd voor extra parkeerplaatsen.
Van R. Pitlo Verzonden Referentie Kenmerk Z-18944/WS/UIT Datum 20 juli 2015 Pagina 1 van 3 Bijlage(n)
Van R. Pitlo Verzonden Referentie Kenmerk Z-18944/WS/UIT-24546 Datum 20 juli 2015 Pagina 1 van 3 Bijlage(n) Onderwerp uitslag ontwerpkeuze speelplek 1 Duivenvoordelaan Geachte heer, mevrouw, Onlangs heeft
Wijkschouw Boswinkel en De Braker
Wijkschouw Boswinkel en De Braker Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
Speelruimteplan Gorinchem. Een leven lang plezier!
Speelruimteplan 2016-2025 Gorinchem Een leven lang plezier! Speelruimteplan 2016-2025 Gorinchem Een leven lang plezier! Actualisatie beleid en analyse van speelruimte Titel: Speelruimteplan Subtitel: Speelruimteplan
Buurtenquête Horstlanden-Veldkamp
Buurtenquête Horstlanden-Veldkamp Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
Leefbaarheid in Winssen: resultaten van een enquêteonderzoek
Leefbaarheid in Winssen: resultaten van een enquêteonderzoek Hogeschool van Arnhem en Nijmegen i.s.m. Krachtig Winssen 20 September 2017 1. Krachtige Kernen 2. Diepte-interviews 3. Exploratieve workshop
Speelplan 2016 Gemeente Velsen
Speelplan 2016 1 Speelplan 2016 Gemeente Velsen Inleiding Elk jaar wordt u het investeringsplan voor speelplekken voorgelegd; het zogenoemde Speelplan. Het Speelplan toont een overzicht van de speelplekken
Let op! De beschreven voorstellen zijn nog niet definitief. Hier kunnen dus geen rechten aan ontleend worden.
Project Uitvoeringsplan Aalten Onderwerp Toelichting Uitvoeringsplan Aalten Oost en Aalten Zuid Datum 19 september 2016 STATUS Op basis van de speelruimtenota is in 2015 al een eerste agenda opgesteld
Speelplaatsenbeleid Gemeente Bergen
Speelplaatsenbeleid 2012-2022 Gemeente Bergen 24 januari 2012 Voorwoord Bergen streeft naar een aantrekkelijke woonomgeving met voldoende ruimte voor veilig spelen en bewegen in eerste instantie voor de
Buurtenquête Glanerbrug-Zuid
Buurtenquête Glanerbrug-Zuid Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
In de periode 2011-2015 wordt voor iedere Enschedese buurt een wijkbeheerplan opgesteld.
Buurtenquête Pathmos Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede een wijkbeheerplan
Buurtenquête Stroinkslanden Zuid
Buurtenquête Stroinkslanden Zuid Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
3 Speelruimte in de gemeente Brummen
3 Speelruimte in de gemeente Brummen 3.1 Verschillende soorten speelruimte Zoals gezegd spelen kinderen altijd en overal en dus niet alleen daar waar volwassenen dat als zodanig gepland hebben. Een belangrijk
Wijkschouw Bothoven deel D
Wijkschouw Bothoven deel D Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
Buurtenquête Getfert-Perik
Buurtenquête Getfert-Perik Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
Recreëren in Alblasserdam
Recreëren in Alblasserdam Uitkomsten Bewonerspanel Alblasserdam Inhoud Deze factsheet biedt ten eerste inzicht in het gebruik en de waardering van recreatiemogelijkheden en voorzieningen in Alblasserdam
Buurtenquête Wooldrik, Leuriks-Oost
Buurtenquête Wooldrik, Leuriks-Oost Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in
Gevraagde beslissing Vaststellen van het beleidsplan Spelen, bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden.
Raadsvoordracht Onderwerp: Beleid Spelen, bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden 2019 Datum: 23 april 2019 Portefeuillehouder: Jorrit Nuijens & Jeroen Klaasse Afdeling: Ruimtelijk beheer Steller: Ilse
Startnotitie Actieplan spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte van Woudenberg 2016-2020
2015 Startnotitie Actieplan spelen, sporten en ontmoeten in de buitenruimte van Woudenberg 2016-2020 Afdeling Beleid en Ontwikkeling Demiencke Brinkman 24-03-2015 Inhoud 1. Inleiding... 3 2.Opdracht 2.1.
INSPRAAKRAPPORTAGE. Herinrichting Pleiadenplantsoen
INSPRAAKRAPPORTAGE Herinrichting Pleiadenplantsoen Gemeente Velsen Oktober 2018 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 2 1.1 Inspraakprocedure 2 1.2 Leeswijzer 2 2. INSPRAAKREACTIES EN ANTWOORDEN 3 2.1 Inspreekthema
ONTWIKKELVISIE CENTRUM ROCKANJE DECEMBER 2014
ONTWIKKELVISIE CENTRUM ROCKANJE DECEMBER 2014 1. Inleiding De visie heeft betrekking op het dorpscentrum van Rockanje. Met het dorpscentrum wordt in de eerste plaats bedoeld het Dorpsplein. Dit plein moet
Speelruimtebeleid. gemeente Lochem
Speelruimtebeleid gemeente Lochem Nieuwe rollen, nieuwe verantwoordelijkheden ANALYSE SPEELRUIMTE en SUBSIDIEREGELING Speelruimtebeleid gemeente Lochem Nieuwe rollen, nieuwe verantwoordelijkheden ANALYSE
Beleidsregel bed & breakfast en/of gastenverblijf. Vastgesteld door burgemeester en wethouders op 26 augustus Bekendgemaakt op 3 september 2014
Beleidsregel bed & breakfast en/of gastenverblijf Vastgesteld door burgemeester en wethouders op 26 augustus 2014 Bekendgemaakt op 3 september 2014 Inwerkingtreding op 4 september 2014 Wijzigingen vastgesteld
Wijkschouw Helmerhoek-Noord
Wijkschouw Helmerhoek-Noord Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
Buurtenquête Walhof, Roessingh, t Sander
Buurtenquête Walhof, Roessingh, t Sander Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten
Drie schoollocaties in Malden
Stedenbouwkundige verkenning Stedenbouwkundige verkenning 1 Drie schoollocaties in Malden december 2017 Stedenbouwkundige Verkenning Drie schoollocaties Malden Opgesteld door: Buro Dwarsstraat Arjan van
Buitenspelen, ja leuk!
DEEL II ANALYSE SPEELRUIMTE Buitenspelen, ja leuk! Speelruimteplan gemeente Maassluis OBB Ingenieursbureau 746.03 37 OBB Ingenieursbureau 746.03 38 4. SPEELRUIMTE IN MAASSLUIS In dit hoofdstuk wordt aan
Wijkschouw Bothoven deel C
Wijkschouw Bothoven deel C Aanleiding De gemeente Enschede wil bewoners meer zeggenschap geven over het onderhoud en de veiligheid in de eigen buurt. Daarom is besloten om voor alle buurten in Enschede
Speelruimteplan Gorinchem. Een leven lang plezier!
Speelruimteplan 2018-2027 Gorinchem Een leven lang plezier! Speelruimteplan 2018-2027 Gorinchem Een leven lang plezier! Actualisatie beleid en analyse van speelruimte Titel: Speelruimteplan Subtitel: Speelruimteplan
Conclusies spel II. Buurtpleinenspel Wat ging vooraf
Conclusies spel II Buurtpleinenspel 06.11. 18 Wat ging vooraf Het Burgemeester Hoekstrapark is het grootste park (ca 1 hectare groot) van de wijk Rokkeveen, centraal gelegen in de wijk. De speelvoorzieningen
Aanvraag omgevingsvergunning Venusstraat 2 te IJmuiden
Aanvraag omgevingsvergunning Venusstraat 2 te IJmuiden Inspraakrapportage 6 juni 2017 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Inspraakprocedure 1.2 Leeswijzer 2. Verwerking inspraakreacties 3. Conclusie 1. Inleiding
Spelen goed voor elkaar! Speelruimteplan 2014-2023
Spelen goed voor elkaar! Speelruimteplan 2014-2023 - Spelen goed voor elkaar! Speelruimteplan 2014-2023 Gemeente Dalfsen Titel: Spelen goed voor elkaar! Subtitel: Speelruimteplan 2014-2023 Opdrachtgever:
Buitenspelen. Kwaliteit van de speelomgeving in de eigen buurt
Buitenspelen Kwaliteit van de speelomgeving in de eigen buurt Index 1. Opzet onderzoek p. 3 2. Buitenspelen p. 5 3. Favoriete speelplekken en spellen p. 10 4. Buitenspelen in de buurt p. 15 5. Wat maakt
Speelruimtenota Neder-Betuwe. Evaluatie en actualisatie beleid, analyse en beheer en onderhoud van speelruimte
Speelruimtenota 2015-2025 Neder-Betuwe Evaluatie en actualisatie beleid, analyse en beheer en onderhoud van speelruimte Speelruimtenota 2015-2025 Neder-Betuwe Evaluatie en actualisatie beleid, analyse
