DE SPELLING VAN DE ENGELSE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DE SPELLING VAN DE ENGELSE"

Transcriptie

1 Universiteit Gent Academiejaar DE SPELLING VAN DE ENGELSE WERKWOORDEN Een onderzoek naar de regels voor de spelling van de Engelse werkwoorden van verleden tot heden Promotor : Prof. Dr. Johan De Caluwe Verhandeling voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte voor het verkrijgen van de graad van master in de taal- en letterkunde: Nederlands - Engels door Ann Declerck

2 De taal is van de mensen. De mensen zijn niet van de taal. Urbanus

3 Woord vooraf Graag zou ik enkele mensen in het bijzonder willen bedanken voor hun steun en hulp gedurende het voorbije academische jaar waarin ik aan deze masterproef heb gewerkt. Allereerst natuurlijk Prof. Dr. Johan De Caluwe, want zonder hem was er nooit een masterproef gekomen. Hij heeft mij van in het begin enthousiast ondersteund in mijn ideeën en geholpen waar hij kon. Bedankt voor al uw steun en de tijd die u voor mij hebt vrijgemaakt. Daarnaast wil ik ook mijn ouders bedanken die me altijd hebben gesteund in de keuzes die ik heb gemaakt en mijn mama in het bijzonder omdat zij heeft ook de tijd heeft vrijgemaakt om deze masterproef na lezen. Ten slotte wil ik ook mijn vriend, Maarten Van Looy, bedanken voor het nalezen en voor de vele debatten over dit onderwerp die tot nieuwe inzichten hebben geleid. 3

4 Inhoud Woord vooraf Inleiding De spelling Het begin van de Nederlandse spelling De beginselen van de Nederlandse spelling Het verschil tussen Nederland en Vlaanderen De optimale spelling De nieuwe spelling De groene spelling De alternatieve witte spelling Hoe is de witte spelling ontstaan? Wat maakt de witte spelling anders? De opkomst van de Engelse werkwoorden in de nieuwe spelling De spellingregels van de Engelse werkwoorden in De hoofdregel De uitzonderingsregels Methode Het diachrone onderzoek Het aanleggen van een lijst De keuze voor het Groene Boekje Het synchrone onderzoek Het aanleggen van een lijst De lijst van Timmers Andere naslagwerken De opgenomen werkwoorden Het continuüm van de Engelse werkwoorden Vernederlandste uitgang Vernederlandsing volgens de uitzonderingsregels van het Groene Boekje Vernederlandsing van een deel van het werkwoord Engelse leenvertalingen Vernederlandste werkwoorden

5 De indeling in categorieën De criteria De samengestelde en afgeleide werkwoorden Het expressiviteitspartikel Toetsen van de gegevens met Google Werken met Google Werkwijze De resultaten Werkwoorden die sinds 1866 zijn opgenomen in de Woordenlijst ICT-werkwoorden die recent in onze taal zijn opgenomen Twijfelachtige werkwoorden Moeilijke werkwoorden Werkwoorden met fricatief (+ e) Conclusie De categorisering van de werkwoorden Enkelvoudige werkwoorden De Nederlandse stam en het Engelse woord zijn gelijk De stam eindigt op -e Het Engelse woord eindigt op een /oo/-klank 45 a) Het Engelse woord eindigt met een -e b) Het Engelse woord eindigt met een -o De stam eindigt op een fricatief (+ -e) De stam eindigt niet met een dubbele medeklinker De stam behoudt de dubbele eindmedeklinkers De stam eindigt op -y Het werkwoord is afgeleid van een Engelse woord met partikel Het werkwoord is gedeeltelijk vernederlandst a) Enkel een metathesis van -le naar -el b) Enkel het partikel is vernederlandst Het werkwoord is een letterwoord, initiaalwoord of verkorting Samengestelde werkwoorden Engels substantief/adjectief/bijwoord + Engels werkwoord Nederlands substatief + Engels werkwoord Nederlands ongeleed bijwoord + Engels werkwoord Expressiviteitspartikel + Engels werkwoord Nederlands geleed bijwoord + Engels werkwoord Latijns/ Grieks substantief + Engels werkwoord Afgeleide werkwoorden Nederlands voorvoegsel + Engels substantief/werkwoord Engels voorvoegsel + Engels werkwoord Latijns/ Grieks voorvoegsel + Engels werkwoord. 54 5

6 5. Diachroon onderzoek: de evolutie van de Engelse werkwoorden De stijging van het aantal werkwoorden De veranderingen in de spelling Veranderende spellingpolitieken Synchroon onderzoek: de resultaten Spellingproblemen en suggesties Aanvullingen bij de bestaande regels Aanvulling bij de hoofdregel Aanvulling bij de eerste uitzonderingsregel Aanvulling bij de tweede uitzonderingsregel Andere aanvullingen Metathesis Werkwoorden afgeleid van een afkorting Opmerkingen bij de regels van het Groene Boekje De spelling gaat in tegen de uitspraakregels De spelling gaat in tegen andere spellingregels van het Nederlands Woorden met dubbele schrijfwijze in het Engels Sterke werkwoorden Evaluatie van de spelling Evaluatie op basis van de lijst Evaluatie op basis van een vergelijking met het witte alternatief. 66 a) De hoofdregel b) Uitzonderingsregel één c) Uitzonderingsregel twee d) Verdere aanvullingen e) Conclusie Besluit Verder onderzoek Algemene conclusies Bibliografie Bijlagen Bijlage 1 De synchrone lijst van de Engelse werkwoorden Bijlage 2 De indeling van de werkwoorden Bijlage 3 De samengestelde en afgeleide werkwoorden 129 Bijlage 4 De diachrone lijst van de Engelse werkwoorden Bijlage 5 Vergelijking Groene en Witte Boekje

7 0. Inleiding In oktober 2005 werd een nieuwe editie van de Woordenlijst Nederlandse Taal ofwel het Groene Boekje uitgegeven. Op 1 augustus 2006 werd deze nieuwe spelling officieel van kracht in het openbare leven. Ongeveer een jaar na de ingangsdatum van de spelling 2005, was het tijd om na te beginnen denken over een onderwerp voor een masterproef. Dit leek ons het ideale moment voor een evaluatie van die nieuwe spelling. Door het korte tijdbestek enerzijds en om niet nodeloos te herschrijven wat al is gezegd in eerdere scripties en artikelen over de tussenletter-n- anderzijds, viel de keuze van het onderwerp van deze masterproef uiteindelijk op de spelling van de Engelse werkwoorden. Er zijn heel wat (hand)boeken op de markt die de spellingregels van deze werkwoorden uitleggen. Dit toont duidelijk aan dat de spelling van de Engelse werkwoorden toch iets is waarmee de gemiddelde taalgebruiker het moeilijk heeft en waarover hij graag wat meer uitleg krijgt. Zelden bieden deze naslagwerken echter meer dan dat, zoals onderzoek naar de toepasbaarheid van de spellingregels of een volledige inventarisatie van de werkwoorden die onder de noemer Engelse werkwoorden vallen. Dit is dan ook wat we met deze masterproef willen bereiken. We willen een overzicht creëren van welke werkwoorden nu precies Engelse werkwoorden zijn, welke regels er bestaan om deze werkwoorden correct te spellen en hoe adequaat deze regels zijn, gezien de enorme toename van Engelse werkwoorden in de Woordenlijst van het nieuwe Groene Boekje. We beginnen in hoofdstuk één met het bespreken van het fenomeen spelling. Voor we kunnen beginnen met een masterproef over de huidige spellingregels van de Engelse werkwoorden, moeten we eerst onderzoeken wat de kenmerken van een goede spelling zijn. In dit hoofdstuk bekijken we ook hoe de problemen met de spelling zijn ontstaan. We belichten daarbij ook het verschil tussen Nederland en Vlaanderen die wel een eenheidsspelling hebben, maar geen eenheidsuitspraak. In hoofdstuk twee zetten we de algemene veranderingen uiteen in de opmaak van het Groene Boekje van 2005 en de specifieke veranderingen in de regels van deze nieuwe spelling. Daarna schetsen we kort de belangrijkste punten van kritiek op de nieuwe spelling 7

8 en de gevolgen ervan, zoals het ontstaan van een alternatieve witte spelling. We bespreken ook welke zaken veranderd zijn in de spelling van de Engelse werkwoorden ten opzichte van de vorige spelling. Vervolgens onderzoeken we of er problemen ontstaan in de nieuwe spelling door de grote opkomst van de Engelse werkwoorden waardoor een correcte en logische spelling van deze werkwoorden aan belang lijkt te winnen. We eindigen dit hoofdstuk met een bespreking van de spellingregels zoals ze in 2005 in het Groene Boekje werden geformuleerd. In hoofdstuk drie beschrijven we de verschillende stappen die we hebben genomen om het materiaal te verzamelen. We onderscheiden twee delen. Enerzijds het diachrone deel, waarin we de spelling van de werkwoorden in vorige spellingen bekijken en de toename van deze werkwoorden in de laatste woordenlijsten. Anderzijds het synchrone deel, waarin we onderzoeken welke Engelse werkwoorden er nu in onze taal worden gebruikt en hoe zij de huidige spellingregels volgen. Dit doen we aan de hand van lijsten. Hoe we tot deze lijsten komen, leggen we in dit hoofdstuk uitvoerig uit. Daarnaast onderzoeken we met Google hoe vaak bepaalde werkwoorden voorkomen en welke invloed dit uitoefent op hun (correcte) gebruik. In hoofdstuk vier komen we tot de kern van deze masterproef. De hoofdregel voor de spelling van de Engelse werkwoorden zegt dat de stam van het een Engels werkwoord soms wordt aangepast aan de Nederlandse spelling. Wanneer de stam wordt aangepast en hoe, wordt echter niet gezegd. Dit is één van de zaken die we in deze masterproef willen ophelderen door de werkwoorden in te delen in categorieën volgens de aanpassingen die zijn gemaakt bij de overname uit het Engels en de kenmerken van hun vervoeging in het Nederlands. Er wordt een gedetailleerde beschrijving gegeven van de categorieën waarin we de werkwoorden uit de synchrone lijst hebben ingedeeld. We maken een onderscheid tussen de gewone Engelse werkwoorden die gevormd zijn door aan een Engels grondwoord -en toe te voegen en de samengestelde en afgeleide werkwoorden die apart in het Nederlands zijn ontstaan door de combinatie van twee elementen. In hoofdstuk vijf bespreken we het diachrone onderzoek van deze masterproef. We zetten de resultaten van onze diachrone lijst om in cijfers om zo de evolutie van de Engelse werkwoorden te bekijken. We onderscheiden enerzijds de evolutie van het aantal Engelse werkwoorden in onze taal en anderzijds de evolutie van de spelling. Om de eventuele 8

9 veranderingen in de spelling te kunnen plaatsen, geven we daarna een korte toelichting bij de verschillende Woordenlijsten. In het zesde hoofdstuk bespreken we dan de resultaten van het synchrone onderzoek. Eerst bespreken we welke problemen er zich nu precies voordoen bij de huidige spellingregels en we geven suggesties hoe het eventueel beter kan. Daarna evalueren we de huidige spelling op basis van drie zaken. Eerst bekijken we het aandeel van de besproken problemen in het totale aantal werkwoorden en daarna vergelijken we met het Witte Boekje om te zien of één van beide een beter alternatief heeft uitgewerkt. In het laatste hoofdstuk ten slotte vatten we de belangrijkste conclusies van ons onderzoek samen. We geven ook aan op welke vlakken er nog verder onderzoek is gewenst. 9

10 HOOFDSTUK 1: De spelling In deze masterproef zullen we onder andere de regels voor de spelling van de Engelse werkwoorden onderzoeken. Voor we hieraan kunnen beginnen is het echter belangrijk dat we eerst het fenomeen spelling onderzoeken. Voor we conclusies trekken over de adequaatheid van de regels is het immers belangrijk dat we weten wat de grenzen van de spelling zijn en aan welke eisen een goede spelling moet voldoen Het begin van de Nederlandse spelling Het schrift is ontstaan lang nadat de gesproken taal is ontstaan. Door het schrift kon wat vluchtig werd gezegd, langer worden onthouden. Het is dus de schrijftaal die de gesproken taal volgt en niet andersom. Dit is de basis voor heel wat van de problemen met spelling. Toen men het Nederlands wilde neerschrijven, heeft men daarvoor geen nieuw alfabet bedacht, maar gebruik gemaakt van het bestaande Latijnse alfabet. Aangezien beide talen andere klanken kennen, is dit alfabet al van in het begin ontoereikend geweest om de vele Nederlandse klanken neer te schrijven. Een volledig fonologische schrijftaal, waarbij één klank door één letter wordt gerepresenteerd, was dus van in het begin onmogelijk. Doordat de geschreven taal een reflectie is van de gesproken taal die uit verschillende dialecten bestond, ontstond er ook in de schrijftaal grote variatie. Al van in het begin was men echter op zoek naar een voorbeeld om te volgen zodat de geschreven teksten gemakkelijker te lezen zouden zijn door anderen. Toen volgde men de schrijftaal van het politiek en economisch belangrijkste gebied. Natuurlijk is het Nederlands enorm geëvolueerd sinds de eerste pogingen om het neer te schijven. Die evolutie in de gesproken taal gebeurt langzaam en haast onopgemerkt door de taalgebruiker. De taalgebruiker staat er echter meestal niet voor open om zijn geschreven taal aan te passen aan het veranderde gesproken taal. De redenen hiervoor worden uitgelegd in 1.4. Hierdoor worden sommige woorden etymologisch gespeld. De verschillende spellingen bijvoorbeeld van de [ε i ], namelijk <ei> en <ij>, zijn ontstaan doordat er vroeger ook twee verschillende klanken waren. Het verschil in de uitspraak is verdwenen, maar de spelling is onveranderd bewaard. 10

11 Uit het bovenstaande blijkt dat eenheid en stabiliteit heel belangrijk is voor de taalgebruiker. Wanneer men iets schrijft, wil men iets communiceren en om de aandacht niet af te leiden van de boodschap is er eenheid in de drager van die boodschap nodig. Het is namelijk zo dat wanneer de lezer het woordbeeld niet meteen herkent, hij zich zal concentreren op dat woordbeeld zelf en niet meer op de betekenis van wat er staat. Al in 1805 deed Matthys Siegenbeek in ons taalgebied een eerste poging om voor meer eenheid in de geschreven taal te zorgen met zijn Verhandeling over de Nederduitsche spelling. Later volgden er nog verschillende pogingen om de taal vast te leggen in woordenlijsten beginnend met de Woordenlijst van De Vries en Te Winkel. Het duurde echter tot 1954 voor de Nederlandse en Belgische overheden zelf het initiatief namen door de opdracht te geven voor het maken van het eerste Groene Boekje. Vandaag is het de Nederlandse Taalunie die in het Nederlandstalige gebied voor de eenheid in de schrijftaal zorgt door de spelling te beregelen. De beginselen waarop de Nederlandse spelling is gebaseerd, zijn echter al die jaren hetzelfde gebleven De beginselen van de Nederlandse spelling In onze spelling hanteren we drie beginselen. In de Leidraad van het Groene Boekje van 2005 zijn ze als volgt geformuleerd: beginsel van de standaarduitspraak We spellen een woord met de klanken die we horen in de standaarduitspraak van dat woord. beginsel van de gelijkvormigheid We spellen een woord of woorddeel zo veel mogelijk op dezelfde wijze. beginsel van de etymologie De spelling van een woord wordt soms bepaald door zijn herkomst. (het Groene Boekje 2005: 16-17) Zoals we hierboven hebben gezegd, is het probleem bij de toepassing van het eerste beginsel dat er meer klanken zijn dan letters in het alfabet. In het Nederlands kennen we bijvoorbeeld zestien klinkers 1. We hebben echter maar vijf klinkertekens <a,e,i,o,u> om die weer te geven. We kunnen deze klinkertekens wel combineren, maar toch blijft er een tekort: pet en de bijvoorbeeld worden wel met dezelfde klinker geschreven, maar worden elk toch anders uitgesproken. Bovendien wordt het eerste beginsel vaak opgeheven door de andere twee beginselen. Er is echter geen strikte hiërarchie die bepaalt wanneer het eerste 1 Deze zestien vocalen zijn [e:], [ø], [o:], [a:], [i:], [y:], [u:], [i], [y], [u], [I], [Λ], [ε], [ə], [ ], [ ]. 11

12 beginsel door welk van de andere twee beginselen wordt doorbroken. Sommigen pleiten daarom voor een vereenvoudiging van de spelling door een fonologische spelling te hanteren die dus enkel werkt met het eerste beginsel. Zo nam Kollewijn in zijn Nederlandse Woordelijst volgens de beginselen van de Vereniging tot Vereenvoudiging van onze Schrijftaal in 1913 woordbeelden op als sitroen, Kersmis en innerlik. Intuïtief lijkt een fonologische spelling de beste oplossing voor de meeste spellingproblemen, maar veel taalgebruikers hebben problemen met bovenstaande woordbeelden. Vormen zoals sjampanje of odeklonje zijn voor de meeste taalgebruikers dus helemaal onaanvaardbaar. Ten slotte zorgt een fonologische spelling ervoor dat de oorsprong van woorden van vreemde herkomst verloren gaat. Hierdoor kan er gemakkelijker verwarring ontstaan over de betekenis. Een Engels werkwoord als stacken opeenstapelen zou fonologisch kunnen worden gespeld als stekken. Hierdoor kan de taalgebruiker die het Engelse woord stack wel kent, de betekenis van het werkwoord niet zomaar meer achterhalen en anderzijds kan er verwarring ontstaan met het Nederlandse stekken prikken, vastgrijpen Het verschil tussen Nederland en Vlaanderen Niet alleen de vreemde woordbeelden houden ons tegen een fonologische spelling te hanteren. Een strikt fonologische spelling is, zoals gezegd, niet te realiseren met de letters in ons alfabet. Bovendien moeten we ons ook afvragen wat de standaarduitspraak precies is. De Nederlandse Taalunie beregelt de spelling voor het hele Nederlandstalige gebied. Dat zijn Nederland, Vlaanderen en sinds kort ook Suriname. Het taalgebruik in deze verschillende delen binnen het Nederlandse taalgebied verschilt dan ook in grote mate. Een fonologische eenheidspelling voor het hele taalgebied zou onvermijdelijk de keuze betekenen voor de uitspraak van een bepaalde groep en het aanleren van de spelling zou voor de rest van de taalgebruikers opnieuw problemen opleveren omdat zij een andere uitspraak hebben. Door het verschil in uitspraak tussen Nederland en Vlaanderen is het problematisch om spellingregels op de uitspraak van woorden te baseren. Later in deze masterproef zullen we zien dat dit echter het geval is bij één van de spellingregels van de Engelse werkwoorden. Deze regel zegt dat bij woorden die in het Engels eindigen op een dubbele medeklinker (to stress, to pass) de stam wordt vernederlandst en de medeklinker enkel wordt geschreven (ik stres) tenzij dit een andere uitspraak oproept (ik pass). 12

13 In Vlaanderen is het echter zo dat woorden veel gemakkelijker worden vernederlandst in de uitspraak dan in Nederland, waar de Engelse uitspraak langer behouden blijft. Voor de werkwoorden passen de bal doorspelen en baseballen baseball spelen houdt dit in dat er in Vlaanderen al lang geen verschil meer is met passen (kleren uitproberen) of (voet)ballen. Toch moeten deze twee Engelse werkwoorden hun dubbele medeklinker ook in Vlaanderen behouden omdat de vorm in Nederland anders een andere uitspraak oproept. Niet alleen in de uitspraak van woorden bestaat er een verschil tussen Nederland en Vlaanderen, ook in het gebruik. In Nederland gebruikt men veel sneller een Engels woord voor iets waar ook een Nederlands alternatief voor bestaat. Daardoor klinken veel van de werkwoorden uit onze lijst de Vlaamse taalgebruiker misschien onbekend in de oren omdat ze enkel in Nederland worden gebruikt. Vlaanderen is daarenboven nog altijd beïnvloed door het Frans bij de vorming van woorden en men zal sneller voor een Frans alternatief kiezen. Dit verklaart waarom men in Nederland het Engelse recyclen gebruikt en in Vlaanderen vooral het Franse recycleren De optimale spelling De vraag is nu of er zoiets bestaat als de optimale spelling en zo ja wat de kenmerken ervan zijn. In deze masterproef zullen we immers trachten enkele suggesties te doen om de regels voor de spelling van de Engelse werkwoorden indien mogelijk te verbeteren. Voor we dit kunnen doen, moeten we eerst weten wat de kenmerken zijn van een goede spelling. Vandendriessche (2007: 12-20) bespreekt twee zaken waarmee rekening moet worden gehouden bij de spelling: de leerbaarheid en de bruikbaarheid. Men is tot de vaststelling gekomen dat een fonologische spelling inderdaad sneller leerbaar is door kinderen. Wat de bruikbaarheid betreft, ligt een fonologische spelling niet zo voor de hand. Onder de bruikbaarheid van de spelling verstaan we het lezen en het schrijven. Voor lezen en schrijven bestaan twee spellingstrategieën, namelijk een visuele en een klankvormende strategie. Bij de klankvormende strategie wordt letter per letter een woord gevormd door het woord inwendig uit te spreken. Dit is de strategie van de beginnende lezer en schrijver. Een geoefende taalgebruiker heeft echter een grote predispositie voor de visuele strategie waarbij het woordbeeld wordt gememoriseerd. Bij het spellen ziet de taalgebruiker het woord als het ware inwendig voor zich en schrijft hij het vervolgens volledig op. Ook de 13

14 lezer herkent het woord in zijn geheel en niet de letters op zich. Belangrijk voor het onderwerp van deze masterproef is dat vreemde woorden, zoals computer en champagne, voornamelijk aan de hand van de visuele strategie moeten worden aangeleerd, geschreven en gelezen omdat ze anders worden uitgesproken dan geschreven. Het belang van de visuele spellingstrategie, die gebruik maakt van gememoriseerde woordbeelden, verklaart waarom we zoveel belang hechten aan stabiele woordbeelden. Zelfs moeilijke woorden waarvan de schrijfwijze niet overeenstemt met de uitspraak, zoals manoeuvre, kunnen zo aan de meeste taalgebruikers worden aangeleerd. Bij iedere spellinghervorming zijn het echter de regels die veranderen en gesystematiseerd worden. Volgens Verhoeven zijn enkel de best geschoolden in staat om van de visuele strategie over te schakelen op een regelstrategie (Vandendriessche 2007: 15). De meeste taalgebruikers zouden bij een spellingverandering dus meer hebben aan een aparte lijst met woorden waarvan de spelling is veranderd, die kan worden gememoriseerd in plaats van de (ingewikkelde) regels te moeten leren. Met betrekking tot de Engelse werkwoorden betekent dit dat veel taalgebruikers bijna twee jaar na de invoering van de nieuwe spelling niet weten dat barbecueën met een trema wordt geschreven. Waarschijnlijk kennen veel taalgebruikers de regel niet die deze schrijfwijze beregelt, hoewel de nieuwe schrijfwijze van het vroegere *barbecuen niet zo moeilijk te memoriseren is. De optimale spelling is dus niet noodzakelijk een fonologische spelling, maar wel een stabiele spelling. Voor het schrijven is een stabiele 1/1-verhouding tussen gesproken en geschreven woord belangrijk, zelfs belangrijker dan een fonologische weergave. Voor het lezen is gelijkvormigheid een gemak, maar biedt het principe van de analogie geen meerwaarde. Deze psychologische predisposities bestaan dus voor het leren, het schrijven en het lezen. Een optimale spelling vindt een balans tussen deze drie parameters. (Vandendriessche 2007: 20) Toch is volgens ons een spelling zonder regels geen goed idee. De regels moeten wel helder zijn geformuleerd en tot een minimum worden beperkt. Men moet kunnen terugvallen op duidelijke regels en naar analogie van een voorbeeld bij de regels een woord correct kunnen spellen, wanneer men een woord wil schrijven dat men niet vaak gebruikt en waarvan men dus niet de kans heeft gehad het woordbeeld te memoriseren. Er zullen natuurlijk altijd woorden zijn waarbij voorkennis is vereist, zoals eau de cologne. Als men niet weet dat dit woord van Franse oorsprong is, zal men de schrijfwijze nooit correct kennen. 14

15 HOOFDSTUK 2: De nieuwe spelling 2.1. De groene spelling 2005 Al in 1995 kondigde de Nederlandse Taalunie aan dat de Woordenlijst Nederlandse Taal ofwel het Groene Boekje om de tien jaar zou worden geactualiseerd. Voor de nieuwe uitgave van 2005 hield dit in dat de in onbruik geraakte woorden werden verwijderd, net als veel samenstellingen die door hun doorzichtigheid niet voor problemen zorgen bij de taalgebruiker. Daarnaast werden er ook nieuwe trefwoorden opgenomen die ofwel frequent voorkomen ofwel voor spellingproblemen (kunnen) zorgen (het Groene Boekje 2005: 5). Het was echter niet de bedoeling om verder iets aan de bestaande spellingregels te veranderen. Toch vond het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie dat dit voor een van de regels wel noodzakelijk was omdat die op veel verzet stuitte. Men schrapte één van de vijf uitzonderingen op de hoofdregel van de tussenletter-n-. Deze regel luidde als volgt: als het eerste deel een dierennaam is en het tweede deel een plantkundige naam, wordt er geen tussenletter-n- geschreven (het Groene Boekje 1998: 25). Door het schrappen van deze regel werden woorden als paardebloem en kattekruid na tien jaar opnieuw paardenbloem en kattenkruid. Naast de Woordenlijst, werd ook de Leidraad waarin de regels beschreven staan, volledig herzien. De Leidraad werd volledig herschreven door Ludo Permentier. De regels zijn opnieuw geformuleerd en ingedeeld in verschillende hoofdstukken zodat de Leidraad gemakkelijker door de taalgebruiker kan worden geconsulteerd voor het opzoeken van de regels wanneer een twijfelgeval niet is opgenomen in de Woordenlijst. Hierdoor werd de Leidraad maar liefst drie keer zo lang als in Maar het ging duidelijk niet enkel om een herformulering. Hoewel dit niet in het Woord vooraf van het Groene Boekje 2005 wordt vermeld, zijn er ook andere aanpassingen aan de spellingregels gemaakt. Permentier beschrijft deze aanpassingen wel in de inleiding van zijn Leidraad: [W]aar uit de praktijk is gebleken dat er onduidelijkheden bestonden, en zeker waar er schijnbare of echte tegenspraak bestond tussen de regels, werden ze anders verwoord. Daarbij worden enkele kwesties die in de vorige edities niet uitputtend waren behandeld, nu duidelijker beschreven. Het gaat bijvoorbeeld om het al dan niet aaneenschrijven van diverse soorten woordgroepen en samenstellingen (50 eurobiljet, Middellands Zeegebied, pseudoklassiek, re-integratie, 2 In 1995 was de Leidraad 36 pagina s lang, in 2005 telde hij 106 pagina s. 15

16 accountmanager), om het gebruik van hoofdletters en puntjes in afkortingen (ADSL, aids) en om de schrijfwijze van namen van talen en dialecten (het Standaardnederlands, het New Yorks). (het Groene Boekje 2005: 14) Er zijn echter nog meer zaken veranderd in de spelling van Wim Daniëls beweert zelfs dat er meer dan veertig spellingregels zijn aangepast (Daniëls 2006: 5). Hoewel dit bijvoorbeeld nergens wordt vermeld, blijkt ook de spelling van enkele Engelse werkwoorden te zijn aangepast. Zo wordt de infinitief van barbecuen nu als barbecueën geschreven. Het werkwoord housen kreeg een vaste stam die verplicht eindigt op -e, zoals in het Engelse woord waarvan het afkomstig is. Ten slotte kregen werkwoorden zoals briefen er een extra vervoeging bij: terwijl in 1995 enkel briefde/gebriefd mogelijk was, kan je nu ook briefte/gebrieft schrijven barbecuen barbecueën housen housde gehousd housen housede gehoused housede gehoused housete gehouset briefen briefde gebriefd briefen briefde gebriefd briefte gebrieft Deze aanpassingen zijn relatief klein en zijn door het grote publiek onopgemerkt gebleven. Dit kwam voornamelijk doordat enkele andere aanpassingen op heel wat verzet stuitten zoals het schrijven van de afleiding ideeënloos als ideeëloos naar analogie met grenzeloos en zedeloos. Zoals we in het eerste hoofdstuk zagen, is de beste spelling een stabiele spelling en dus volgde er opnieuw, net als in 1995, een golf van protest tegen de veranderingen. Ondertussen is de controverse rond de nieuwe spelling uit de media verdwenen, al heeft ze in Nederland wel grote gevolgen gehad De alternatieve witte spelling Hoe is de witte spelling ontstaan? Het protest ontstond in Nederland vlak na het verschijnen van de nieuwe editie van het Groene Boekje. Enkele grote tijdschriften en kranten voelden zich verkeerd voorgelicht over de nieuwe spelling. Hoewel er steeds was gezegd dat er slechts één regel ging veranderen, bleken er, zoals hierboven gezegd, heel wat meer veranderingen te zijn doorgevoerd. 16

17 Een van de spellingveranderingen waarover de protesterende groepen niet te spreken zijn, betreft de kwestie dat tijdperken voortaan een kleine letter krijgen. Benamingen als Middeleeuwen en Mesolithicum zijn in het Groene Boekje veranderd in middeleeuwen en mesolithicum. Andere zaken die irriteren, zijn spellingvormen als re-integreren versus reïncarneren, havoër naast vwo er en Eskimo naast indiaan. Ook meer op zichzelf staande kwesties hebben ergernis opgewekt, zoals het veranderen van appèl in appel. (Daniëls 2006: 5-6). Vanzelfsprekend zochten de protestgroepen een alternatief voor de nieuwe spelling. Teruggaan naar 1995 of 1954 bleek geen optie omdat de regels van deze spellingen ook niet optimaal waren en de woordenlijsten ondertussen verouderd zijn. De zoektocht eindigde bij het Genootschap Onze Taal, dat voorstelde om zelf een spellinggids uit te brengen. Al in 1995 had het Genootschap Onze Taal Spellingwijzer Onze Taal uitgebracht, een boekje waarin de officiële spellingregels op een overzichtelijke manier werden uitgelegd en dat óók een woordenlijst bevatte. Het boekje werd toen al door zijn witte omslag het Witte Boekje genoemd. In 2005 herzag het genootschap het Witte Boekje volledig naar aanleiding van de nieuwe spelling en bracht het in augustus 2006 ook onder deze naam op de markt. Het Genootschap steunde bij deze uitgave niet langer op de regels van het Groene Boekje, maar ontwierp zijn eigen regels aan de hand van enquêtes bij de abonnees van het tijdschrift Onze Taal. De media in Nederland, zoals de Volkskrant, NRC Handelblad, HP/De Tijd en andere, die ontevreden waren met de nieuwe spelling, besloten zich te verenigen onder het platform de witte spelling en voortaan enkel de witte spelling te hanteren Wat maakt de witte spelling anders? Het Witte Boekje definieert zichzelf als een flexibel alternatief voor wie daar behoefte aan heeft (het Witte Boekje 2006: 6). Met dat flexibele bedoelen ze het volgende: De basis van de spelling blijft voor iedereen gelijk. De witte spelling legt de regels wel duidelijker uit, en geeft daarnaast ruimere regels voor kwesties waarin veel mensen de officiële regels onnodig streng vinden. En de witte spelling is niet bang om uitzonderingen toe te laten als iedereen die heel gewoon vindt. (het Witte Boekje 2006: 6) Het Witte Boekje vertrekt daarmee vanuit het taalgevoel van de taalgebruiker zelf. Dit is een heel ander uitgangspunt dan dat van de spellingcommissie die in opdracht van de Nederlandse Taalunie het Groene Boekje maakt. Haar doel is het proberen creëren van een sluitend spellingsysteem. Het resultaat zijn echter vaak woordbeelden waarmee de 17

18 taalgebruiker niet is vertrouwd en die dus het taalgevoel ofwel de visuele spellingstrategie ondermijnen, wat taalonzekerheid oplevert bij de taalgebruikers. Dit verschillende uitgangspunt van beide spellingen, is de drijfveer achter de meeste verschillen tussen het Groene en het Witte Boekje. Dat blijkt ook duidelijk uit de laatste zin uit bovenstaand citaat. Het Witte Boekje is niet bang om uitzonderingen toe te laten, als die heel gewoon zijn voor de taalgebruiker. Een van die uitzonderingen is de spelling van ideeënloos. In de groene spelling 1995 werd deze met -n- geschreven afleiding als een uitzondering beschouwd op de hoofdregel dat afleidingen zonder tussenletter-n- worden geschreven. Deze uitzondering bestond juist omdat de taalgebruiker zó gewoon was aan het woordbeeld dat hij het niet verkeerd zou schrijven, hoewel het een uitzondering op de regel was. In 2005 werd deze uitzondering weggelaten om zo tot een meer sluitend spellingsysteem te komen. We moeten nu dus ideeëloos schrijven, naar analogie met afleidingen zoals grenzeloos. Dit is echter een spelling die voor vele taalgebruikers totaal onnatuurlijk aanvoelt. Het Genootschap ontdekte via de enquêtes waarop de spelling grotendeels is gebaseerd dat ook andere afleidingen zoals wolkeloos en punteloos door de taalgebruiker liever mét tussenletter-n- geschreven worden, terwijl grenzeloos voor de meeste taalgebruikers dan weer helemaal geen probleem vormt. Zij staan deze vormen dan ook toe. Door het gebruik van beide vormen door elkaar toe te staan, krijgt men geen sluitende taalregel, maar komen de woordbeelden wel overeen met het taalgevoel van de meerderheid van de taalgebruikers. De behoefte aan stabiele woordbeelden was een van de uitgangspunten van de witte spelling. Toch beweert de witte spelling niet regelloos te zijn, omdat een spellinggids juist wordt gekocht omdat de taalgebruiker uitsluitsel wil. Of men hierin is geslaagd, lag niet binnen het bereik van deze masterproef. Wel vermeldt het Witte Boekje bij ieder lemma in de woordenlijst of het afwijkt van de spelling van het Groene Boekje, waardoor de taalgebruiker nog steeds vrij is om te kiezen welke spelling hij wil volgen. De taalgebruiker is er zich zo ook van bewust wanneer hij afwijkt van de officiële spelling. Ook wat de spelling van de Engelse werkwoorden betreft, houdt het Witte Boekje er een andere mening op na dan het Groene Boekje. Dit wordt verder besproken in hoofdstuk zes, waar we zullen bekijken of één van beide spellingen een beter alternatief heeft uitgewerkt. 18

19 2.3. De opkomst van de Engelse werkwoorden in de nieuwe spelling Bij de herziening van het Groene Boekje in 2005 werden er heel wat nieuwe trefwoorden in de Woordenlijst opgenomen. Wanneer we nagaan welke Engelse werkwoorden er in de Woordenlijst voorkomen, valt al meteen op dat dit er in 2005 een pak meer zijn dan in Na het maken van een inventaris van alle Engelse werkwoorden die in 1995 en in 2005 voorkwamen in de Woordenlijst, zien we in 2005 een stijging van het totaal met tweede derde ten opzichte van Onze taal wordt dagelijks overspoeld door Engelse woorden door de globalisering en de stijgende toegankelijkheid van het internet voor iedereen. We kunnen dus wel veronderstellen dat er ook steeds meer Engelse werkwoorden onze taal zullen binnendringen. Het is dan ook belangrijk dat er in het Nederlands goede regels bestaan om deze werkwoorden te spellen en te vervoegen. Door de commotie die bij iedere nieuwe spelling ontstaat over de beregeling van de tussenletter-n- zou men bijna gaan vergeten dat fouten tegen deze regels door de taalgebruiker als minder ergerlijk worden beschouwd dan fouten tegen de werkwoordspelling (Van der Westen 2005). Wanneer een lezer zich begint te ergeren aan de spelling in een tekst gaat de boodschap verloren. Dit is ten allen tijde te vermijden. Daarom is het belangrijk dat er bijzondere aandacht wordt besteed aan de spelling van de (Engelse) werkwoorden De spellingregels van de Engelse werkwoorden in 2005 Volgens de Leidraad van het Groene Boekje worden de Engelse werkwoorden vervoegd zoals de Nederlandse werkwoorden. De enige opmerking hierbij is dat de stam soms wordt aangepast aan de Nederlandse spelling. Deze aanpassingen zijn echter niet altijd doorzichtig, waardoor ze het grootste probleem vormen bij het spellen van de Engelse werkwoorden. Wanneer de stam wel en wanneer hij niet wordt aangepast aan het Nederlands wordt immers niet gezegd. Dit is een van de zaken die we in deze masterproef willen ophelderen door de werkwoorden in te delen in categorieën naargelang hun aanpassingen. Dat is echter voor het volgende hoofdstuk, eerst geven we nog een overzicht van de spellingregels zoals ze in de Leidraad van het Groene Boekje (2005: 80-84) terug zijn te vinden. 3 In 1995 werden 192 Engelse werkwoorden opgenomen in de Woordenlijst en in 2005 waren dat er al 333. Deze cijfers zijn gebaseerd op eigen onderzoek van de Woordenlijsten dat terug te vinden is in bijlage vijf. 19

20 De hoofdregel De hoofdregel luidt: De stam van een werkwoord van Engelse herkomst schrijven we op dezelfde manier als in het Engels. Die vorm gebruiken we zoals de stam van een inheems woord. (het Groene Boekje 2005: 81) Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to delete deleten deletete heeft gedeletet wissen event eventen eventte heeft geëvent tot een belangrijke gebeurtenis maken Voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord geldt de regel van t kofschip. Deze regel zegt dat een werkwoord in de verleden tijd en in het voltooid deelwoord een -t(e) krijgt als de stam eindigt op een van de stemloze medeklinkers die voorkomen in t kofschip. Het gaat hierbij om de laatste klank die we horen als we de stam uitspreken, niet om de laatste letter die staat geschreven. Het Groene Boekje vermeldt dat aan de stemloze medeklinkers van t kofschip de klanken /sj/ en /tsj/ moeten worden toegevoegd voor de spelling van Engelse werkwoorden zoals bridgen. Het Groene Boekje vermeldt bij deze eerste regel ook dat het soms onduidelijk is of de klank voorafgaand aan -en tot t kofschip behoort en dus stemloos is of dat het om een stemhebbende medeklinker gaat. In briefen en golfen bijvoorbeeld zeggen sommige taalgebruikers een /f/ (zoals in het Engels) en andere een /v/ (in overeenstemming met de uitspraakregels van het Nederlands). Dit verschil in uitspraak hangt af van regio tot regio en soms van individu tot individu. In dat geval, zo zegt het Groene Boekje, mogen door de dubbele uitspraakmogelijkheden ook twee spellingen worden gehanteerd in de vervoeging. In het volgende hoofdstuk zullen we aan de hand van Google proberen te achterhalen of er een voorkeur voor één van beide uitgangen bestaat. Infinitief Onvoltooid verleden tijd Voltooid deelwoord bridgen bridgede of bridgete gebridged of gebridget briefen briefde of briefte gebriefd of gebrieft golfen golfde of golfte gegolfd of gegolft leasen leasede of leasete geleased of geleaset Het moet worden opgemerkt dat, afhankelijk van de editie van het Groene Boekje, het aantal werkwoorden varieert die worden gerekend tot deze categorie van werkwoorden waarvan de eindmedeklinker van de stam stemhebbend en stemloos kan worden uitgesproken. In 1995 bijvoorbeeld konden bridgen, (de)briefen, cruisen en housen enkel stemhebbend uitgesproken worden en dus enkel een -d(e) krijgen in de verleden tijd en het 20

21 voltooid deelwoord. In de spelling van 2005 is men hiervan teruggekomen en kunnen bridgen, (de)briefen, cruisen en housen net als leasen en (midget)golfen zowel met -d(e) als -t(e) worden geschreven De uitzonderingsregels Op de hoofdregel gelden twee uitzonderingsregels. De eerste zegt dat als het woord in het Engels eindigt op een dubbele medeklinker, we de stam vernederlandsen en slechts een enkele medeklinker schrijven, tenzij dit een andere uitspraak oproept. Bij het Engelse werkwoord crossen van to cross kunnen we zo, zonder dat de uitspraak verandert, de tweede <s> laten vallen. Dit kan volgens de regel echter niet bij het werkwoord passen. Hier spreken we de <a> anders uit dan in het Nederlands en dus moet de dubbele <ss> blijven staan om dit uitspraakverschil aan te geven. Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis crossen croste heeft gecrost veldrijden passen passte heeft gepasst de bal doorspelen De tweede uitzonderingsregel zegt dat als het woord in het Engels in de laatst uitgesproken lettergreep een lange /oo/ of een daaraan verwante klank heeft, we de stam vernederlandsen en de /oo/-klank ook lang schrijven, bijvoorbeeld bij het werkwoord quoten. Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis quoten quootte heeft gequoot citeren storen stoorde heeft gestoord opslaan Deze regels lijken vrij eenvoudig, maar dat komt deels doordat ze niet volledig zijn. Zo wordt bijvoorbeeld nergens vermeld wanneer een stam nu wel en wanneer niet aan het Nederlands wordt aangepast. Verder volgen de meeste werkwoorden de regels wel, maar we moeten ook beseffen dat door de toestroom van nieuwe Engelse werkwoorden in onze taal er steeds meer diversiteit onder de werkwoorden ontstaat en steeds meer werkwoorden dus niet meer in de regels zullen passen. In hoofdstuk zes evalueren we de huidige spelling en bespreken we welke zaken eventueel kunnen worden aangepast bij een volgende herziening van het Groene Boekje. 21

22 HOOFDSTUK 3: Methode In het vorige hoofdstuk hebben we het doel en de relevantie van deze masterproef uitgelegd. Nu gaan we over tot de beschrijving van de stappen die we hebben doorlopen om tot ons onderzoeksmateriaal te komen. Wat het eigenlijke onderzoeksmateriaal precies inhoudt, wordt in het volgende hoofdstuk uitvoeriger besproken Het diachrone onderzoek Het aanleggen van een lijst Zowel voor het diachrone als voor het synchrone deel van deze masterproef werd een lijst aangelegd van Engelse werkwoorden. Het was gemakkelijker om eerst de synchrone lijst te maken op basis van verschillende naslagwerken. Onze diachrone lijst werd gedeeltelijk gebaseerd op deze synchrone lijst. Dit wil zeggen dat we aan de hand van de synchrone lijst hebben onderzocht welke Engelse werkwoorden ook voorkomen in het Groene Boekje Bij het aanleggen van de diachrone lijst zijn we dus omgekeerd chronologisch te werk gegaan door te vertrekken van de huidige Woordenlijst en zo steeds verder in het verleden terug te gaan tot de Woordenlijst van De Engelse werkwoorden uit het Groene Boekje van 2005 en hun vervoeging vormden het uitgangspunt van onze diachrone lijst. Daarna werd met behulp van de cd-rom 200 jaar spelling van het Nederlands voor de Woordenlijsten van 1995, 1954, 1904, 1879 en 1866 nagegaan of de werkwoorden die in de Woordenlijst van 2005 voorkomen nog steeds als lemma zijn opgenomen. Een steekproef wees uit dat er in eerdere Woordenlijsten nooit andere Engelse werkwoorden zijn opgenomen dan de werkwoorden die vandaag in de Woordenlijst zijn opgenomen. Het was dus onnodig om de Woordenlijsten op het voorkomen van meer werkwoorden te checken dan diegene die in 2005 waren opgenomen. Wanneer een werkwoord in een Woordenlijst werd aangetroffen, werd nagegaan of er verschillen in de spelling van de infinitief of de vervoeging van het werkwoord voorkwamen. Indien er verschillen waren, werd dit met een nummer aangeduid in de lijst en onderaan de lijst werd weergeven wat de verschillen precies zijn. 22

23 In 2005 bijvoorbeeld is het werkwoord babysitten als volgt opgenomen: babysitten, babysitte, gebabysit (het Groene Boekje 2005: 180) In 1995 is dit lemma ook opgenomen, alleen wordt dan nog geen vervoeging gegeven. Deze verandering is in de lijst dus enkel aangeduid met een cijfer. Onderaan de lijst vinden we bij dit cijfer het lemma zoals het in 1995 was opgenomen: babysitten. (het Groene Boekje 1998: 110) Het doel van deze lijst was om enerzijds zicht te krijgen op de veranderingen in de spelling van de Engelse werkwoorden en te achterhalen of er een bepaalde politiek van vernederlandsing werd gevoerd of niet. Anderzijds wilden we de opmars van de Engelse werkwoorden in onze taal aantonen. Zoals gezegd neemt het Groene Boekje enkel frequent gebruikte woorden op of woorden die voor spellingproblemen zorgen. Het Groene Boekje biedt dus geen totaalbeeld van onze woordenschat, maar het kan wel een zekere indicatie geven van het aantal Engelse werkwoorden. Bovendien kunnen we er bij de meeste Engelse werkwoorden (die immers niet voor speciale spellingproblemen zorgen) van uitgaan dat als het werkwoord het Groene Boekje toch haalt, het frequent in onze taal wordt gebruikt De keuze voor het Groene Boekje Aangezien het Groene Boekje dus geen totaalbeeld van de Nederlandse woordenschat op een bepaald moment biedt, kan men zich afvragen waarom we dan niet voor een ander naslagwerk, zoals Van Dale, hebben gekozen voor het aanleggen van de lijst. Dit was echter een bewuste keuze, gemaakt op basis van twee redenen. Ten eerste gaat deze masterproef over spelling en hoewel Van Dale altijd een toonaangevend naslagwerk is geweest, wijkt het vaak af van de officiële spellingregels. Dit betekent wel dat de diachrone lijst veel kleiner is dan de synchrone lijst, omdat het Groene Boekje veel minder woorden opneemt in de Woordenlijst. Ten tweede moest het mogelijk zijn om diachroon onderzoek te verrichten. Wegens de beperkte tijd, moest het onderzoek bij voorkeur digitaal kunnen gebeuren. Sinds kort kan dit voor de Woordenlijst Nederlandse Taal. Het Genootschap Onze Taal bracht in 2005 de cd-rom 200 jaar spelling van het Nederlands uit. Op deze cd-rom zijn de elf Woordenlijsten die zijn uitgegeven tussen 1866 en 1995 digitaal raadpleegbaar. De Woordenlijst van 2005 is natuurlijk gewoon online raadpleegbaar. Dit is niet het geval voor Van Dale, waarvan enkel de twee laatste edities op cd-rom beschikbaar zijn.

24 3.2. Het synchrone onderzoek Het aanleggen van een lijst De lijst van Timmers Het eerste wat moest gebeuren bij een onderzoek naar de spelling van de Engelse werkwoorden, is het aanleggen van een lijst van alle Engelse werkwoorden die momenteel in onze taal aanwezig zijn. Deze lijst is in de eerste plaats louter een inventarisatie van alle Engelse werkwoorden in onze taal. Daarnaast zal de lijst ook dienen als het vertrekpunt voor verder onderzoek. De voornaamste bron was het boek van Timmers (2000) Faxen faxte gefaxt. De spelling van ruim 1500 oorspronkelijk vreemde werkwoorden, aangezien dit boek de meest uitgebreide lijst bevat van vreemde werkwoorden. Bovendien wordt van alle lemma s ook de betekenis en de oorsprong gegeven. De betekenis is van heel groot belang, want dit is soms het enige onderscheid tussen een Nederlands en een Engels werkwoord, zoals bij het werkwoord dopen. Als inheems werkwoord betekent het dompelen of door het ceremonieel van de doop in een geloofsgemeenschap opnemen. Recent is in onze taal een nieuw werkwoord ontstaan dat hetzelfde woordbeeld heeft, doordat van het Engelse woord dope een werkwoord is gemaakt met de betekenis dope geven of dope toevoegen aan (Van Dale 1999: 795). Beide werkwoorden zijn in hun infinitief en vervoeging niet van elkaar te onderscheiden, dus is het noodzakelijk dat er een betekenis bij wordt gegeven om te weten of het om een Engels werkwoord gaat. Naast de betekenis geeft Timmers ook de oorsprong en het grondwoord van de werkwoorden omdat ze in haar boek niet alleen Engelse werkwoorden behandelt, maar vreemde werkwoorden in het algemeen, zoals de titel van haar boek al aangeeft. Die kennis over de oorsprong van de werkwoorden hebben we gebruikt voor de indeling van de werkwoorden in categorieën (cf. hoofdstuk vier). In bepaalde gevallen hebben we echter de aanduidingen die Timmers geeft niet volledig gevolgd. Het gaat dan voornamelijk over de samengestelde en afgeleide werkwoorden. We hebben namelijk geprobeerd een onderscheid te maken tussen twee types samengestelde en afgeleide werkwoorden. Enerzijds onderscheiden we de werkwoorden die volledig uit het Engels zijn overgenomen, zoals benchmarken (prestaties systematisch vergelijken). In het Engels komt benchmark, waarvan ons werkwoord benchmarken

25 afkomstig is, voor als werkwoord, substantief en zelfs in de ing-vorm benchmarking (Longman 2003: 127). We hebben deze werkwoorden onder de noemer enkelvoudige werkwoorden samengebracht, waarmee we bedoelen dat ze in hun geheel uit het Engels zijn overgenomen. Anderzijds onderscheiden we de werkwoorden waarvan enkel de delen uit het Engels zijn overgenomen en waarmee dan in het Nederlands een Engels werkwoord is gevormd, zoals brainpicken (iets proberen op te steken van deskundige). In het Engels komt de vorm *brainpick of *brainpicking nergens voor. Men gebruikt beide delen wel vaak samen in de uitdrukking to pick someone s brain (Longman 2003: 1233) dat hetzelfde betekent als brainpicken. In het Nederlands hebben we beide delen onafhankelijk van het Engels samengevoegd tot een werkwoord. Timmers maakt het onderscheid niet altijd correct tussen werkwoorden die in het Nederlands zijn samengesteld uit aparte delen en werkwoorden die in het geheel zijn overgenomen uit het Engels. Van het werkwoord kitesurfen bijvoorbeeld zegt Timmers dat het in het Nederlands is gevormd uit kite + surfen. Uit eigen onderzoek is echter gebleken dat de vorm kitesurfing wel degelijk in het Engels wordt gebruikt en dus geven we in de lijst deze vorm bij de oorsprong. Het is natuurlijk niet altijd honderd procent zeker dat ons werkwoord uit die vorm afkomstig is. Het was niet mogelijk dit ook te onderzoeken binnen deze masterproef, toch leek het ons nuttig dit onderscheid proberen te maken. We hebben dit gedaan op basis van onze kennis van het Engels. Bij twijfel werd het internet geraadpleegd en werd er op Engelstalige pagina s gezocht naar aanvaardbare voorbeelden van het gebruik van de samenstelling. Oorsprong Engels werkwoord Betekenis to benchmark benchmarken prestaties systematisch vergelijken to pick + brain brainpicken iets proberen op te steken van deskundige Een ander probleem is dat Timmers bij samengestelde en afgeleide werkwoorden de samenstelling van de delen niet altijd consequent weergeeft. Ze lijkt bij het weergeven van het basiswerkwoord willekeurig te kiezen voor de Engelse of de vernederlandste vorm. In onze lijst gebruiken we beide vormen, maar daarmee wordt consequent een verschil aangeduid. Wanneer het tweede lid van een samengesteld of afgeleid werkwoord ook afzonderlijk als werkwoord in onze lijst voorkomt, dan gebruiken we het vernederlandste werkwoord bij het weergeven van de delen van de samenstelling of afleiding, bijvoorbeeld ont + stressen. Stressen kan in het Nederlands immers ook als afzonderlijk werkwoord voorkomen. Wanneer het tweede lid niet apart als werkwoord in de lijst voorkomt, 25

26 gebruiken we het Engelse woord om de oorsprong aan te geven, bijvoorbeeld out + to bargain, omdat *bargainen niet afzonderlijk voorkomt in het Nederlands. Doordat dit onderscheid wordt gemaakt, weet een raadpleger van de lijst van samengestelde werkwoorden bij het werkwoord ontstressen dat stressen afzonderlijk ook kan voorkomen in het Nederlands en is opgenomen in onze lijst van enkelvoudige werkwoorden. Bij alle enkelvoudige werkwoorden wordt ook het grondwoord gegeven, meestal is het gelijk aan dat van Timmers, maar hier en daar werd het volgens ons eigen inzicht en onderzoek aangepast. Binnen iedere categorie zijn de werkwoorden eerst onderverdeeld volgens oorsprong en dan alfabetisch gerangschikt. Een laatste opmerking bij het boek van Timmers is dat zij nog de spelling van 1995 hanteert, aangezien haar boek in 2000 werd uitgegeven. Bij het weergeven van de spelling in onze lijst hebben we ons gebaseerd op de spelling die nu van kracht is. Zo hebben we bijvoorbeeld het lemma barbecueën in onze lijst opgenomen terwijl Timmers nog barbecuen schrijft. Tenslotte gaat het hier om de synchrone lijst. Oudere schrijfwijzen zijn terug te vinden in onze diachrone lijst. Los van de spelling van 1995 gebruikt Timmers soms haar eigen spelling bij bepaalde werkwoorden. In tegenstelling tot werkwoorden als rugbyen of bandyen, spelt ze worriën zonder <y>. Nochtans is er niets in het grondwoord dat deze andere schrijfwijze rechtvaardigt. Het werkwoord is niet opgenomen in het Groene Boekje, maar als we de regels correct toepassen, moet dit werkwoord als worryen worden gespeld. Ook vervoegt ze werkwoorden als golfen enkel met -t(e). In 1995 was dit een van de werkwoorden die zowel met -d(e) als -t(e) kon worden geschreven Andere naslagwerkwerken Deze eerste versie van de lijst werd nadien verder aangevuld met andere naslagwerken. Uit Ik googel, jij googelt van Den Boon (2007) konden we maar liefst 139 Engelse werkwoorden toevoegen aan onze lijst die nog niet voorkwamen in de lijst van Timmers. Dit heeft ongetwijfeld ook te maken met het feit dat Den Boon zijn lijst zeven jaar later dan Timmers heeft uitgebracht en in die tijd zijn er natuurlijk heel wat Engelse werkwoorden bijgekomen. Daarnaast waren ook Vraagbaak Nederlands van Tiggeler (2005) en Welgespeld. Werkwoordspelling voor hoger onderwijs. van Van der Westen (2005) goede bronnen. 26

27 Ten slotte werden tijdens het onderzoek nog enkele werkwoorden toegevoegd die voorkomen in het Groene Boekje 2005 en in Van Dale Jaarboek taal, maar die niet zijn opgenomen in de andere lijsten zoals fotoshoppen, fotofucken, ijsracen, jobben, wilfen, De opgenomen werkwoorden Zoals gezegd, werd er bij het aanleggen van de lijst, kritisch onderzocht welke werkwoorden in aanmerking kwamen om te worden opgenomen in onze lijst en welke niet. Werkwoorden waarvan de oorsprong niet duidelijk is, werden niet opgenomen in de lijst. Het werkwoord seizen bijvoorbeeld is volgens Timmers lijst ofwel uit het Engels ofwel uit het Frans afkomstig en werd bijgevolg niet opgenomen in onze lijst. Als het werkwoord echter door andere naslagwerken wel uitdrukkelijk als Engels werkwoord wordt beschouwd, werd besloten het werkwoord wél op te nemen in de lijst, wat het geval was voor grillen. In sommige gevallen biedt Timmers extra informatie bij de oorsprong van de werkwoorden. Zo vermeldt ze wanneer een Engels woord oorspronkelijk van het Latijn afkomstig is. Dit is echter geen relevante informatie voor ons onderzoek, omdat het grondwoord waarvan het Engels werkwoord afkomstig is, wel aan het Engels werd ontleend en niet aan het Latijn. Space komt dan wel van het Latijn spatium, maar ons werkwoord spacen baseert zich duidelijk op de Engelse woordvorm. Daarnaast beweert Timmers van enkele werkwoorden die we aan het Engels hebben ontleend, dat ze eerst door het Engels aan het Nederlands werden ontleend, zo bijvoorbeeld hustlen, dat volgens Timmers van het Nederlandse husselen komt. Ook hier werd geen rekening mee gehouden, het gaat immers in essentie toch om een ontlening van een Engelse woordvorm. Het belangrijkste criterium voor de opname van werkwoorden in de lijst is natuurlijk dat het basiswoord een Engels werkwoord is. Funskiën werd niet opgenomen omdat skiën van oorsprong een Noors werkwoord is (Timmers 2005: 140). Samengestelde of afgeleide werkwoorden waarvan het basiswoord een Engels werkwoord is, maar het eerste lid niet, zoals zaalhockeyen, werden dus wel opgenomen. 27

28 Het continuüm van de Engelse werkwoorden Bij het maken van de lijst van Engelse werkwoorden, werd al snel duidelijk dat precies moest worden gedefinieerd wat er onder Engelse werkwoorden wordt verstaan. Ten eerste zijn niet alle Engelse werkwoorden immers nog als zodanig herkenbaar. Timmers vermeldt in haar lijst bijvoorbeeld het werkwoord hieuwen, afkomstig van het Engelse to heave. Dit werkwoord komt niet voor in onze lijst omdat het te veel vernederlandst is en dus niet meer relevant voor deze masterproef omdat de spelling volgens de spellingregels van de inheemse werkwoorden verloopt. Maar waar ligt de grens? Wanneer is een werkwoord teveel vernederlandst om nog relevant te zijn voor een masterproef over de spelling van de Engelse werkwoorden? In principe zijn alle Engelse werkwoorden in zekere mate vernederlandst doordat er -(e)n aan hun infinitief wordt toegevoegd en ze worden vervoegd volgens de regels van het Nederlands. Hieronder zullen we proberen het continuüm van de Engelse werkwoorden weer te geven met aan de ene kant de meer typische Engelse werkwoorden zoals carpoolen en hacken en aan de andere kant werkwoorden zoals uitvinden en doe-het-zelven. We geven de criteria op basis waarvan de werkwoorden wel of niet worden opgenomen in de lijst. In het continuüm laten we voor alle duidelijkheid de samengestelde en afgeleide werkwoorden buiten beschouwing omdat de basiswoorden vaak al apart in een categorie volgens de kenmerken van hun vervoeging zijn opgenomen. In paragraaf worden de samengestelde en afgeleide werkwoorden wel besproken. 1. VERNEDERLANDSTE UITGANG Aan de ene kant van het continuüm vinden we de werkwoorden die het minst vernederlandst zijn zoals carpoolen en hacken. Aan deze werkwoorden wordt enkel de uitgang (e)n toegevoegd en verder blijft de stam volledig hetzelfde als in het Engels. Infinitief Stam Engels grondwoord Betekenis acten ik act to act optreden; fungeren biken ik bike bike fietsen buzzen ik buzz to buzz zoemen copyen ik copy to copy kopiëren back-uppen ik back-up to back up reservekopie maken Deze werkwoorden zijn in bijlage twee te vinden in respectievelijk categorie één, twee, zes, zeven en acht. 28

29 2. VERNEDERLANDSING VOLGENS DE UITZONDERINGSREGELS VAN HET GROENE BOEKJE Het Groene Boekje beregelt twee uitzonderingen op de basisregel dat alleen de uitgang wordt vernederlandst. De eerste zegt dat als het woord in het Engels eindigt op een dubbele medeklinker, we de stam vernederlandsen en slechts een enkele medeklinker schrijven. Dit is één van de grondbeginselen van de Nederlandse taal. Het werkwoord billen in rekening brengen bijvoorbeeld verliest dus de dubbele <ll> van het Engelse grondwoord bill en de stam wordt bil. Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis billen bilde heeft gebild in rekening brengen tossen toste heeft getost kruis of munt werpen De tweede uitzonderingsregel zegt dat als het woord in het Engels (choke, score) in de laatst uitgesproken lettergreep een lange /oo/ heeft, we de stam vernederlandsen en de /oo/-klank ook lang schrijven. Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis choken chookte heeft gechookt blokkeren scoren scoorde heeft gescoord een doelpunt maken Deze werkwoorden worden vervoegd naar analogie met enkele Nederlandse werkwoorden die dezelfde kenmerken hebben. Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis smoken smookte heeft gesmookt roken; rook ontwikkelen koken kookte heeft gekookt spijzen bereiden Ondanks de op het eerste gezicht ingrijpende veranderingen in de stam, leunen de werkwoorden die de uitzonderingsregels volgen nog vrij dicht aan bij de Engelse werkwoorden. Er worden enkel zaken veranderd die essentieel zijn voor de spelling van onze taal. 3. VERNEDERLANDSING VAN EEN DEEL VAN HET WERKWOORD Naast de vernederlandsingen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan enkele basisregels van de Nederlandse taal, kunnen werkwoorden ook op andere manieren worden vernederlandst. Een eerste voorbeeld dat we in onze lijst terugvinden, is de metathesis van de -le naar de -el. Het werkwoord puzzelen bijvoorbeeld komt van het 29

30 Engelse werkwoord to puzzle. In het Nederlands is zo een stamuitgang op -le zeer ongewoon en bovendien wordt hij in de uitspraak ook vaak omgekeerd uitgesproken (cf. infra). Daarom vindt deze omkering vaak plaats bij veel werkwoorden die al wat langer in onze taal zijn. Een tweede gedeeltelijke vernederlandsing is die van het Engelse partikel. Het werkwoord afkicken bijvoorbeeld komt van het Engelse werkwoord to kick off. Aan het werkwoord zelf is niets veranderd, alleen het Engelse partikel off is vernederlandst naar af en op de typisch Nederlandse plaats aan het werkwoord toegevoegd, namelijk vooraan. Door deze aanpassingen valt het de taalgebruiker vaak niet meer op dat hij met een in oorsprong Engels werkwoord van doen heeft. 4. ENGELSE LEENVERTALINGEN Een leenvertaling is een woord dat aan een vreemde taal is ontleend in letterlijke vertaling en analoge constructie (Van Dale 1999: 1838). Voor de Engelse werkwoorden betekent dit dat elk deel van het werkwoord letterlijk is vertaald uit het Engels. Een duidelijk voorbeeld is het werkwoord doe-het-zelven dat een leenvertaling is van do-it-yourself. Op het eerste gezicht lijkt dit geen Engels werkwoord, maar dat komt dus doordat elk deel afzonderlijk werd vertaald uit het Engels. Het enige elementen die nog Engels zijn, zijn de manier waarop het werkwoord is gestructureerd en de betekenis. Engels grondwoord Nederlandse leenvertaling Werkwoord baseball honkbal honkballen to cough up ophoesten ophoesten brain washing hersenspoeling hersenspoelen Een speciaal geval zijn de leenvertalingen die reeds bestaan in het Nederlands. In dat geval wordt op het eerste gezicht enkel de betekenis overgenomen, maar eigenlijk gaat het om twee aparte werkwoorden. Het is niet zo dat de Engelse leenbetekenis afgeleid is van de inheemse betekenis of eraan is toegevoegd. Toevallig bestaat er in het Engels een werkwoord waarvan de leenvertaling overeenkomt met een reeds bestaand Nederlands werkwoord. De leenvertaling uitvinden bestaat al in het Nederlands en betekent bedenken, verzinnen. 30

31 Het Engelse werkwoord to find out betekent in het Engels ergens achter komen, achterhalen en die betekenis is bij de leenvertaling aan het werkwoord uitvinden toegevoegd. Engels woord Betekenis Nederlands werkwoord Betekenis to find out achterhalen uitvinden bedenken, verzinnen to dope dope geven dopen door het ceremonieel van de doop opnemen in geloofsgemeenschap Deze werkwoorden zijn uiteindelijk niet in onze lijst opgenomen omdat ze door hun vertaling in feite Nederlandse werkwoorden zijn en bijgevolg dus niet kunnen bijdragen aan een onderzoek naar de kenmerken van de spelling van de Engelse werkwoorden. 5. VERNEDERLANDSTE WERKWOORDEN Aan de andere kant van het continuüm bevinden zich de volledig vernederlandste woorden. Dit zijn werkwoorden zoals hieuwen, klikken en kwissen. Ook deze werkwoorden zijn volgens Timmers gewoon Engelse werkwoorden, respectievelijk afkomstig van de werkwoorden to heave, to click en to quiz, maar hun spelling is ondertussen volledig vernederlandst. Deze werkwoorden werden niet opgenomen in de definitieve lijst om drie redenen. Ten eerste waren de meeste werkwoorden ook elders in de lijst opgenomen in hun minder aan het Nederlands aangepaste spelling (bijvoorbeeld quizzen). Ten tweede worden sommige van deze werkwoorden enkel gebruikt in jongerentaal (bijvoorbeeld kalkoenen in plaats van cocoonen of bezen in plaats van basen). De derde en belangrijkste reden is dat deze werkwoorden, net als de leenvertalingen, door hun aangepaste spelling en uitspraak niet kunnen bijdragen aan een onderzoek naar de spelling van de Engelse werkwoorden. De grens tussen vernederlandste en niet-vernederlandste werkwoorden is soms echter moeilijk te trekken. Sommige werkwoorden hebben slechts heel beperkte veranderingen in de spelling ondergaan. Typen bijvoorbeeld wordt wel nog steeds geschreven zoals in het Engels, maar niet langer zo uitgesproken met /ai/ maar met /ie/ of /ei/. Door dit verschil in uitspraak, werd ook de spelling van de stam vernederlandst van type- naar typ-. Om een duidelijke grens te kunnen trekken, werd besloten dat enkel de werkwoorden die een wijziging in hun spelling hebben ondergaan ten opzichte van het grondwoord die hierboven in het continuüm in één tot drie werd beschreven, zijn opgenomen in onze lijst. 31

32 Alles wat daarbuiten valt wordt door ons niet als een Engels werkwoord beschouwd en is dus niet opgenomen in de lijst. Dit is dus het geval bij het werkwoord typen. De werkwoorden teletypen en monotypen werden wel in de lijst opgenomen omdat hier zowel de Engelse uitspraak als de Engelse spelling (stam geschreven als type-) behouden bleef. 32

33 De indeling in categorieën De criteria Zodra de lijst van Engelse werkwoorden zo volledig mogelijk was, konden we er verder mee aan de slag. We besloten de werkwoorden in te delen op basis van hun gemeenschappelijke kenmerken: enerzijds de vorm van het grondwoord waar ze van afkomstig zijn en anderzijds hun vervoeging. Zo konden we in de eerste plaats nagaan hoe uniform de spelling van deze werkwoorden is. Immers, hoe meer categorieën we zouden moeten maken gebaseerd op de vervoeging, hoe minder uniform de spelling. Daarnaast zou ook duidelijk worden of er werkwoorden bestaan die volledig op zichzelf staan en buiten alle categorieën vallen en of deze werkwoorden ook de typische werkwoorden zijn die als moeilijk worden ervaren door de taalgebruiker. Bij ieder werkwoord uit de lijst werd dus eerst louter gekeken naar de uiterlijke vorm van het woord waarvan het afkomstig is: zijn er speciale eigenschappen die het onderscheiden van de andere? Of verandert er iets in de vorm van het woord bij het creëren van de Nederlandse infinitief? Daarna werd gekeken naar de specifieke bijzonderheden in de vervoeging. Op die basis werden er tien categorieën gevormd. Daarna werd binnen iedere categorie een onderscheid gemaakt op basis van de woordsoort van het woord waar het werkwoord van afkomstig is. De meest voor de hand liggende woordsoort zijn de werkwoorden, drummen bijvoorbeeld komt van to drum. Maar ook andere woordsoorten zijn mogelijk. Het werkwoord podcasten is bijvoorbeeld afkomstig van het substantief podcast, soften is afkomstig van het bijvoeglijk naamwoord soft, allrounden is afkomstig van het bijwoord all-round en bodybuilden komt van de ing-vorm 4 body building. Ten slotte is het ook mogelijk dat een werkwoord zowel van een werkwoord als van een substantief afkomstig is. Het Engelse werkwoord backen bijvoorbeeld kan zowel van het Engelse back rug komen als van to back teruggaan. Het werkwoord heeft in het Nederlands dan ook verschillende betekenissen die op beide grondwoorden terug gaan. Zo kan het betekenen als back spelen, in dat geval is het afgeleid van het werkwoord to back. Het kan echter ook betekenen dekking geven dat waarschijnlijk afkomstig is van het substantief back. 4 Voortaan noemen we deze vormen die eindigen op ing, de ing-vorm. In het Engels staan deze vormen bekend als de present participle. 33

34 Opvallend is dat een zogenaamd Engels werkwoord dus helemaal geen werkwoord hoeft te zijn. Deze term betekent dus gewoon dat de basis is afgeleid van een Engels woord en in het Nederlands tot een werkwoord is omgevormd De samengestelde en afgeleide werkwoorden Speciale categorieën zijn die van de samengestelde en afgeleide werkwoorden. In deze categorieën bevinden zich werkwoorden die in het Engels (meestal) niet voorkomen als werkwoord, maar die in het Nederlands door de samenvoeging van een Engels of Nederlands eerste lid met een Engels tweede lid toch als Engels werkwoord kunnen worden beschouwd. Engels eerste lid + Engels werkwoord = Engels werkwoord mind + surfen = mindsurfen ontspanningsoefeningen doen channel + hoppen = channelhoppen met de afstandbediening van kanaal naar kanaal gaan Nederlands eerste lid + Engels werkwoord = Engels werkwoord ijs + surfen = ijssurfen zich voortbewegen op een surfplank met schaatsen schuim + partyen = schuimpartyen deelnemen aan een schuimparty Ook in de andere categorieën komen soms samengestelde of afgeleide werkwoorden voor, maar die zijn dan rechtstreeks overgenomen uit het Engels en worden daar ook als samenstelling gebruikt. Het werkwoord broadcasten bijvoorbeeld komt als samengesteld werkwoord to broadcast voor in het Engels. Belangrijk om hierbij op te merken is dat het Nederlands dus de merkwaardige mogelijkheid bezit om bijvoorbeeld twee substantieven uit het Engels over te nemen, ze te combineren en vervolgens in het Nederlands als een werkwoord te gebruiken (bijv. brainpicken). Het vormen van samenstellingen en afleidingen is dan ook een zeer productief proces van woordvorming in het Nederlands. 34

35 Het expressiviteitsartikel In het Nederlands verschijnen de laatste jaren steeds vaker partikels bij werkwoorden zonder dat deze een echte betekenis lijken toe te voegen aan het werkwoord. In zin (a) en (b) zou men evengoed de werkwoorden leveren en checken kunnen gebruiken. Toch vinden we het om een of andere reden logisch dat er een partikel aan deze werkwoorden wordt toegevoegd. (a) We kunnen de ANWB-atlas pas vanaf begin maart weer uitleveren. (b) Alle mogelijkheden werden afgecheckt. (Onze Taal 2006: 140) Deze partikels behoren tot de ongelede bijwoorden. Normaal gezien drukken deze bijwoorden een resultaat uit. Zo geeft uit in uitbroeden het resultaat (gewoonlijk het beëindigen) van de werking van het werkwoord aan: door het broeden komt het ei uit en dit betekent ook het einde van het broeden (ANS 1997: 628). De bijwoorden die aan de werkwoorden worden toegevoegd, zoals af, op, of uit hebben echter vaak een heel vage resultatieve betekenis en ze worden toegevoegd aan werkwoorden die zelf al een resultaat benoemen. De partikels lijken dan ook overbodig, maar dat zijn ze niet, ze onderstrepen het resultaat van de handeling nog eens: de handeling wordt echt tot het einde uitgevoerd. De functie van deze partikels is dan ook niet het toevoegen van nieuwe informatie, maar het uitdrukken van extra expressiviteit. Het tijdschrift Onze Taal (2006: ) heeft het partikel daarom het expressiviteitspartikel gedoopt. Het is opvallend dat dit expressiviteitspartikel ook voorkomt bij de Engelse werkwoorden. Werkwoorden zoals afchecken, nachecken, uittesten en uitprinten klinken ons heel vertrouwd in de oren. Van Dale (1999: 85) geeft voor afchecken volgende verklaring: grondig controleren, m.n. door onderlinge vergelijking van verschillende gegevens, syn. nagaan, checken. Van Dale geeft dus aan dat de twee werkwoorden synoniem zijn. De ANS vermeldt bij elk van de ongelede bijwoorden die als expressiviteitspartikel kunnen worden gebruikt echter een duidelijke resultatieve betekenis (ANS 1997: ). Af kan een perfectief betekenismoment toevoegen aan het oorspronkelijke werkwoord. Het nieuwe werkwoord duidt dan het voltooien aan van de werking (tot het einde toe). Na heeft duidt een aanvullende betekeniscomponent controlerende activiteit aan op de basisbetekenis in 35

36 ruimte en tijd volgend op. Uit betekent gericht op een resultaat (gewoonlijk het beëindigen) van een werking. Er blijft dus een zeker betekenisverschil bij deze werkwoorden met expressiviteitspartikel dat uitdrukt dat bijvoorbeeld het checken echt grondig en volledig is gebeurd Onderzoek van de werkwoorden met Google. Van een aantal werkwoorden die tijdens het onderzoek werden verzameld, begonnen we ons af te vragen hoe vaak ze eigenlijk voorkomen. Van sommige werkwoorden is het duidelijk dat ze behoren tot een specifiek domein zoals ICT (backtracken stappen terug doen in een programma ) of sport (bodychecken een reglementaire duw geven ). Het is dus logisch dat iemand die niet vertrouwd is met dit domein de werkwoorden misschien niet kent. Van sommige werkwoorden vroegen we ons echter af of ze niet al te snel als Engels werkwoord in een door ons geraadpleegde lijst waren opgenomen. Van een werkwoord als sueën vervolgen kunnen we ons bijvoorbeeld afvragen hoe vaak het wordt gebruikt, aangezien er een perfect Nederlands alternatief bestaat. Om dit te onderzoeken deden we een beroep op Google. We weten dat we voorzichtig moeten omspringen met de interpretatie van de absolute cijfers bij deze onderzoeksmethode. De cijfers geven ons echter wel een indicatie van het gebruik van de werkwoorden en tonen aan of de werkwoorden überhaupt wel voorkomen. Daarnaast is Google iets beter geschikt voor de relatieve vergelijking van cijfers door bijvoorbeeld het aantal pagina s van twee varianten van een bepaald (werk)woord te vergelijken. We hebben ervoor gekozen beide methodes te gebruiken Werken met Google Wanneer we een werkwoord googelen, moeten we ons eerst van een aantal zaken bewust zijn. Ten eerste is het internet een groot corpus waarvan we niet weten of het representatief is voor het totale taalgebruik omdat we de oorsprong van de teksten niet kennen. Er zit ook heel wat ruis op de informatie die we van Google krijgen bij iedere zoekactie, bijvoorbeeld door pagina s waarop het werkwoord niet in de juiste context voorkomt. Dit hoeft echter geen groot probleem te zijn, aangezien een paar onjuistheden gemakkelijk verloren gaan in de massa gegevens. In 2005 telde Google immers al meer dan tien miljard pagina s. 36

37 Ten tweede zegt het getal dat we na een zoekactie krijgen niet zo veel. Enerzijds geeft Google ons niet het aantal keren dat het werkwoord werkelijk voorkomt op het internet. We krijgen enkel het aantal pagina s waarop de infinitief minstens één keer voorkomt. Vaak liggen de werkelijke aantallen dus veel hoger. Anderzijds weten we niet hoeveel pagina s er in totaal zijn en dus op hoeveel pagina s onze infinitief niet voorkomt. Er is dus geen basis voor vergelijking. Ten slotte veranderen de cijfers ook iedere dag. Elke dag verdwijnen er pagina s en komen er nieuwe pagina s bij op het internet en dus kan eenzelfde zoekactie op twee opeenvolgende dagen een ander resultaat geven (Onze Taal 2006: ). De absolute cijfers zijn dus niet zeer betrouwbaar, maar ze geven zoals gezegd wel een indicatie van het gebruik. Van sommige werkwoorden vroegen we ons bijvoorbeeld af of ze wel degelijk voorkomen in het taalgebruik. Indien deze werkwoorden niet worden teruggevonden met Google wil dit niet zeggen dat ze helemaal niet voorkomen in het taalgebruik, maar dat ze ofwel echt zelden voorkomen ofwel dat ze enkel in een specifieke context worden gebruikt. Voor het vergelijken van relatieve aantallen tussen twee varianten van eenzelfde woord(groep), bijvoorbeeld googelen versus googlen, is het internet iets betrouwbaarder, maar ook hier moeten we opletten om niet in dezelfde valkuilen te trappen. Al deze zaken in acht genomen, moeten we dus voorzichtig zijn om harde conclusies uit de cijfers te trekken. We doen dit onderzoek met Google dan ook niet om er harde conclusies uit te trekken, maar wel om onze vermoedens te toetsen Werkwijze We hebben ons onderzoek uitgevoerd op 11 april Bij onze zoekacties in de pagina s in het Nederlands hebben we voornamelijk gewerkt met infinitieven. Enkel bij de vergelijking van twee varianten hebben we ook gewerkt met vervoegingen. We onderzochten telkens tien werkwoorden uit verschillende groepen: werkwoorden die al sinds 1866 in onze taal voorkomen, (recente) werkwoorden uit de ICT-wereld, twijfelachtige werkwoorden waarvan het niet zeker is dat het substantief ook echt als werkwoord voorkomt, moeilijk te spellen werkwoorden en ten slotte werkwoorden die eindigen op een fricatief (+e). Alle werkwoorden zijn naar best vermogen en volledig willekeurig gekozen. 37

38 De resultaten 1. WERKWOORDEN DIE SINDS 1866 ZIJN OPGENOMEN IN DE WOORDENLIJST Hieronder volgen vijf werkwoorden die al sinds 1866, het jaar waarin de eerste Woordenlijst is verschenen, in onze taal voorkomen. In dat jaar stonden er vijftien Engelse werkwoorden in de Woordenlijst. Omdat we enkel met werkwoorden konden werken die niet als zelfstandig naamwoord in het meervoud (planten is ook het meervoud van het zelfstandig naamwoord plant ) kunnen voorkomen, kwamen we tot slechts vier werkwoorden. We rangschikten de werkwoorden van het laagste naar het hoogste aantal pagina s. drillen africhten bluffen opscheppen hoppen wisselen, overstappen overlappen gedeeltelijk samenvallen Het valt bij deze werkwoorden meteen op dat de aantallen allemaal vrij hoog liggen en dat deze werkwoorden dus allemaal frequent in onze taal worden gebruikt. 2. ICT-WERKWOORDEN DIE RECENT IN ONZE TAAL ZIJN OPGENOMEN De volgende tien werkwoorden zijn werkwoorden die (recent) via ICT in onze taal terecht zijn gekomen. Het zijn werkwoorden die hun Engelse schrijfwijze zo veel mogelijk hebben behouden. crosslinken een crosslink tot stand brengen 289 displayen zichtbaar maken op beeldscherm 685 clicken een muisknop indrukken 4990 unzippen een gecomprimeerd bestand terugbrengen 9190 debuggen fouten opsporen en corrigeren podcasten digitaal uitzenden, m.n. met een Ipod scrollen over het scherm laten bewegen internetten zich op het internet bewegen upgraden software moderniseren downloaden data binnenhalen Het is al meteen duidelijk dat de distributie van deze werkwoorden anders ligt dan bij de Engelse werkwoorden die al lang in onze taal zitten. Werkwoorden zoals downloaden en internetten zitten net als die werkwoorden ondertussen al vrij diep in onze taal verankerd. Het grootste deel van de taalgebruikers weet ook wat ze betekenen. 38

39 Werkwoorden zoals crosslinken of debuggen komen echter enkel voor in specifieke computertaal tussen kenners van de materie. Deze werkwoorden komen dus minder vaak voor en de gemiddelde taalgebruiker kent niet altijd de betekenis. Van een werkwoord zoals clicken kunnen we vermoeden dat het lage aantal te maken heeft met het feit dat het vernederlandste klikken ondertussen de bovenhand heeft genomen. 3. TWIJFELACHTIGE WERKWOORDEN De volgende tien werkwoorden zijn werkwoorden die volgens ons niet vaak voorkomen. De werkwoorden waren ons voor dit onderzoek onbekend. Van sommige werkwoorden vermoeden we dat het substantief veel gebruikelijker is dan het werkwoord, bijvoorbeeld van steeplechase. ambushmarketen verkoop richten op doelgroep 1 backsellen de afgeleide vraag vergroten 1 roadpricen rekeningrijden 1 steeplechasen deelnemen aan een hindernisren 2 brainpicken iets opsteken van een deskundige 48 masqueraden zich anders voordoen dan men is 91 moshen dansen op heavy-metal muziek 755 stand-uppen aan stand-up comedy doen 1320 barebacken seks zonder condoom hebben 1510 parsen syntactisch analyseren 9170 Uit ons onderzoek blijk dus inderdaad dat niet alle werkwoorden die in onze lijst zijn opgenomen even frequent worden gebruikt. Bij het aanleggen van onze lijst hebben we ons op enkele bronnen gebaseerd en hebben we aangenomen dat deze hun onderzoek correct hebben verricht. Het lag niet binnen het bereik van deze masterproef om te onderzoeken of dit correct is gebeurd en dus of alle werkwoorden wel degelijk in het taalgebruik voorkomen. Met dit onderzoek aan de hand van Google hebben we wel geprobeerd een indicatie van het gebruik te geven. Het is, zoals gezegd, niet omdat een werkwoord niet terug te vinden is met Google, dat het niet bestaat. Als een werkwoord echter niet of slechts op één pagina voorkomt, dan is het in ieder geval een laagfrequent werkwoord. In vergelijking met de werkwoorden uit de eerste groep, kunnen al deze werkwoorden, met uitzondering van parsen, als laagfrequente werkwoorden worden beschreven. 39

40 4. MOEILIJKE WERKWOORDEN De volgende tien werkwoorden behoren volgens ons tot de moeilijk te schrijven werkwoorden. We hebben telkens de correcte vorm (vet gedrukt) opgenomen en een alternatieve vorm die het logische alternatief vormt. re-engineeren reorganiseren 426 reëngineeren 7 quootte citeren 484 quotete 294 worryen zich zorgen maken 9 worriën 4 bullyen intimideren, pesten 168 bulliën 2 ge- d per elektronische post versturen 587 ge- d 4000 queueën een rij vormen 78 queuen 566 barbecueën vlees roosteren op een open vuur barbecuen leasede huren 160 leasde 624 googelen iets opzoeken met Google googlen recycelen grondstoffen hergebruiken 1860 recyclen Van de eerste vier werkwoorden is het grootste aantal pagina s terug te vinden met de correcte schrijfwijze. Het valt vooral op dat de taalgebruiker helemaal nog niet klaar is om werkwoorden met een -y, zoals worryen, met -ie te schrijven, zoals Timmers (2000: 51) beweert. We zien echter wel dat werkwoorden eindigend op fricatief +e, zoals leasen bij voorkeur zonder -e geschreven worden in de stam zoals Timmers doet. De volgende vier werkwoorden werden het vaakst teruggevonden in de verkeerde spelling. Het werkwoord en kunnen we als een hoogfrequent werkwoord beschouwen. Het weglaten van het liggend streepje in de infinitief en het voltooid deelwoord is dus waarschijnlijk niet te wijten aan een gebrek aan kennis van de correcte spelling (vergelijk met re-engineeren dat wel correct wordt geschreven). Het is juist doordat het werkwoord zo vaak voorkomt, dat de taalgebruiker het waarschijnlijk gemakkelijker vindt om het soms zonder liggend streepje te schrijven. Ook de nieuwe schrijfwijze van barbecueën is nog niet ingeburgerd geraakt. Deze resultaten zouden ook te verklaren kunnen zijn doordat de spelling nog niet zó lang geleden is veranderd en er misschien nog veel pagina s tussen de resultaten zitten die dateren van voor 2005, maar dit is met Google niet te achterhalen. Ten slotte blijkt uit de laatste twee werkwoorden dat de taalgebruiker voor bepaalde werkwoorden op -le een voorkeur heeft voor de vorm op -el (googelen) en bij andere werkwoorden kiest voor de vormen op -le (recyclen). 40

41 5. WERKWOORDEN MET FRICATIEF (+ E) Van sommige werkwoorden kan de eindmedeklinker van de stam op twee manieren worden uitgesproken. In dat geval kan het werkwoord in de verleden tijd en het voltooid deelwoord zowel met -t(e) als -d(e) worden vervoegd. We vroegen ons af of de taalgebruiker een voorkeur heeft voor een bepaalde vorm. Hieronder zijn tien werkwoorden in de verleden tijd weergegeven. In de linkerkolom vinden we de vorm op -t(e) terug en in de rechterkolom de vorm op -d(e). De vet gedrukte vorm is de vorm die het grootste aantal pagina s representeert. De meerderheid van deze werkwoorden wordt dus het liefst met -d(e) vervoegd. golfte golf spelen 333 golfde basete zuivere cocaïne roken 10 basede 71 briefte instrueren 992 briefde 951 freelancete als freelancer werken 116 freelancede 7 leasete huren 79 leasede 160 pleasete behagen - pleasede 4 pledgete beloven, zweren 1 pledgede - bridgete bridge spelen 71 bridgede 168 housete dansen op housemuziek 28 housede 54 cruisete een cruise maken; doorkruisen 33 cruisede Conclusie Het is in ieder geval duidelijk geworden dat niet alle werkwoorden even frequent worden gebruikt in het Nederlands. Het is dan ook van belang dat vooral de frequent gebruikte werkwoorden correct en efficiënt beregeld zijn aan de hand van een hoofdregel. Van de laagfrequente Engelse werkwoorden is het daarenboven mogelijk dat ze na een tijdje automatisch uit de taal verdwijnen. Dit kan ten eerste worden veroorzaakt doordat het concept verdwijnt. Zo was wappen internetten via de gsm enkele jaren geleden een trendy begrip, maar onder andere wegens de hoge kosten wordt het nu haast niet meer gebruikt. Dit werkwoord is dus aan het verdwijnen. Een ander werkwoord dat nu zijn opgang aan het maken is, is podcasten digitaal uitzenden, m.n. met een Ipod. Dit is een typisch werkwoord dat binnen een decennium mogelijk niet meer zal worden gebruikt, omdat er een efficiëntere techniek is ontwikkeld. Een tweede mogelijkheid die we al hebben aangehaald is dat het werkwoord wordt vervangen door een vernederlandst alternatief. Zo schrijft niemand nog clicken, maar gebruiken we nu klikken. 41

42 Ten slotte kan een werkwoord ook verdrongen worden door een ander, niet-engels alternatief. Zo zegt men in Vlaanderen eerder recycleren dan recyclen zoals in Nederland. Door de jarenlange invloed van het Frans op het Vlaams, klinkt dit voor ons veel natuurlijker. 42

43 HOOFDSTUK 4: De categorisering van de werkwoorden Op het eerste gezicht kan de spelling van de Engelse werkwoorden in het Nederlands nogal verwarrend lijken. Soms valt de -e die op het einde van de Engelse infinitief staat weg in de Nederlandse stam, soms blijft ze staan (vgl. ik date, van to date ik compoos, van to compose). Sommige werkwoorden krijgen zowel een -d(e) als een -t(e) uitgang in de verleden tijd en in het voltooid deelwoord (golfde/golfte), andere niet (filmde of hopte). Bepaalde werkwoorden zijn ook scheidbaar en andere dan weer niet (vgl. logde in, van inloggen inputte, van inputten). Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis daten datete heeft gedatet uitgaan composen compoosde heeft gecompoosd componeren golfen golfde/golfte heeft gegolfd/gegolft golf spelen filmen filmde heeft gefilmd bewegende beelden vastleggen hoppen hopte heeft gehopt van de ene naar de andere plaats gaan inloggen logde in heeft ingelogd zich aanmelden inputten inputte heeft geïnput gegevens inbrengen in een pc Om duidelijk te maken waar al deze schijnbare onregelmatigheden precies vandaan komen, verdeelden we de werkwoorden in categorieën volgens hun oorsprong en de karakteristieken van hun vervoeging Enkelvoudige werkwoorden Niet alle werkwoorden in het Nederlands zijn, zoals eerder gezegd, afkomstig van Engelse werkwoorden. Ook substantieven (benchmark test standaardtest ), adjectieven (blank leeg, blanco ) en bijwoorden 5 (after nadien ) komen in aanmerking om in het Nederlands te worden gebruikt als werkwoord. Een wat speciale categorie is die van de werkwoorden afgeleid van een ing-vorm. In dat geval zijn we uitgegaan van de onderliggende Engelse basisvorm om het werkwoord in een categorie in te delen. Bodybuilden is bijvoorbeeld afkomstig van body building. De onderliggende basisvorm van building is build. 5 De grens tussen adjectief en bijwoord wordt in het Engels getrokken op basis van andere criteria dan in het Nederlands. Omdat het verschil voor deze scriptie echter niet relevant is, worden de woorden verder benoemd met de categorie van hun Nederlandse vertaling. 43

44 Bij iedere categorie geven we telkens enkele werkwoorden ter illustratie. Deze werkwoorden en nog veel meer zijn terug te vinden in bijlage twee. 1. DE NEDERLANDSE STAM EN HET ENGELSE WOORD ZIJN GELIJK Deze categorie is de meest voor de hand liggende aangezien het Engelse woord volledig hetzelfde is als de stam in het Nederlands. Er wordt dus enkel -en toegevoegd om tot de Nederlandse infinitief te komen. Voor de vervoeging van al deze werkwoorden gelden dezelfde regels als in het Nederlands, beschreven in hoofdstuk één. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to act acten actte heeft geact handelen; acteren slow slowen slowde heeft geslowd langzaam dansen telemarketing telemarketen telemarkette heeft getelemarket telefonisch verkopen Bij enkele werkwoorden kan er wel iets in de infinitief veranderen. Het gaat om een van de basisprincipes van onze spelling, namelijk de verdubbeling van de medeklinkers om de klinker in de voorafgaande lettergreep kort te houden. Bij het werkwoord droppen bijvoorbeeld zijn beide p s nodig voor de uitspraak. *dropen zou immers spontaan met een lange /oo/ uitgesproken worden. Dit principe geldt enkel voor de infinitief en niet in de vervoeging. Bij dropte en gedropt doet dit probleem zich immers niet voor. Omdat de stam dus hetzelfde blijft als het Engelse woord, zijn deze werkwoorden ook opgenomen in deze categorie. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to drop droppen dropte heeft gedropt achterlaten shot shotten shotte heeft geshot met drugs injecteren dip/to dip dippen dipte heeft gedipt een dip hebben 2. DE STAM EINDIGT OP -E Na categorie één, is dit de tweede grootste categorie. Het verschil tussen deze categorie en de eerste wordt in het Groene Boekje niet gemaakt. Nochtans is er een belangrijk verschil in de vervoeging. In het Engels eindigen vele (werk)woorden op een -e. In het Nederlands wordt deze -e behouden in de stam en wordt dus enkel een -n toegevoegd om tot een infinitief te komen. In de vervoeging zijn deze werkwoorden het meest herkenbaar als Engelse werkwoorden door hun unieke woordbeeld dat niet voorkomt in de spelling van de inheemse werkwoorden (facete, gefacet). Voor de werkwoorden afgeleid van een ing-vorm geldt deze keer dat de 44

45 basisvorm ook eindigt op -e en er dus enkele een -n moet worden toegevoegd om tot een Nederlandse infinitief te komen. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis face facen facete heeft gefacet onder ogen zien to delete deleten deletete heeft gedeletet verwijderen haistyling haistylen haistylede heeft gehairstyled het haar opmaken Het grootste probleem met deze vormen is dat de geschreven vorm vaak niet overeen stemt met de uitspraak. De stam klinkt als /dieliete/, maar wordt geschreven als delete. Doordat er telkens een lettergreep moet geschreven of gelezen worden die je niet mag uitspreken, vormt het schrijven en herkennen van deze woorden soms een probleem. 3. HET ENGELSE WOORD EINDIGT OP EEN /OO/-KLANK a) Het Engelse woord eindigt op een -e Dit is eigenlijk een uitzonderingscategorie op categorie twee. De regel die deze werkwoorden volgen, is ook opgenomen in het Groene Boekje als een uitzonderingsregel op de hoofdregel. Het Groene Boekje negeert daarbij dat de werkwoorden in deze categorie eindigen op -e in het Engels en dat deze -e verdwijnt in het Nederlands. Dit is echter logisch omdat het Groene Boekje ook het onderscheid tussen categorie één en twee niet maakt. Het is ook niet van groot belang omdat de taalgebruiker meestal enkel de Nederlandse infinitief kent en niet weet of er -n of -en aan de het Engelse woord is toegevoegd om tot die infinitief te komen. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to choke choken chookte heeft gechookt blokkeren to score scoren scoorde heeft gescoord een doelpunt maken b) Het Engelse woord eindigt op een -o De werkwoorden in deze subcategorie voldoen ook aan de voorwaarde die in de uitzonderingsregel van het Groene Boekje wordt vermeld, we horen immers ook een /oo/-klank in de laatste lettergreep. Het Groene Boekje zegt dat we dan in de vervoeging de /oo/-klank ook dubbel moeten schrijven. Dit geldt wel in a) waar het Engelse woord eindigt op -e, maar niet voor deze werkwoorden waarvan het Engelse woord eindigt -o. In de verleden tijd krijgen we dan ook een open lettergreep 45

46 waardoor de /oo/ slechts enkel wordt geschreven. Deze werkwoorden worden in de Leidraad van het Groene Broekje dus compleet genegeerd. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis bingo bingoën bingode heeft gebingood bingo spelen polo poloën polode heeft gepolood polo spelen 4. DE STAM EINDIGT OP EEN FRICATIEF (+ -E) Deze vierde categorie valt in het Groene Boekje eigenlijk ook onder hoofdregel één. In deze categorie vinden we de werkwoorden waarbij er alternantie optreedt tussen stemhebbende en stemloze medeklinkers afhankelijk van de spreker. Het gaat hierbij respectievelijk om de /v/ en de /f/, de /z/ en de /s/ en de /dzj/ en de /tsj/. De uitspraak heeft, zoals eerder gezegd, invloed op de vorming van de verleden tijd en het voltooid deelwoord dat dan respectievelijk op -d(e) of -t(e) eindigt. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis golf golfen golfde/te heeft gegolfd/t golf spelen to please pleasen pleasede/te heeft gepleased/t behagen to pledge pledgen pledgede/te heeft gepledged/t een eed afleggen Het Groene Boekje aanvaardt beide spellingen, maar in andere naslagwerken wordt soms gekozen voor één van beide uitspraken en dus ook voor één bepaalde vervoeging als de correcte. Een bijkomende reden voor verwarring in deze categorie is dat enkele werkwoorden in de Engelse spelling eindigen op een -e. In het Groene Boekje blijft deze -e dan behouden. Maar het Witte Boekje en andere naslagwerken zoals Timmers (2000) laten deze -e dan vaak vallen als dit geen effect heeft op de uitspraak, wat heel wat verschillende woordbeelden tot gevolg heeft. We vergelijken de vervoeging van het werkwoord leasen (ver)huren van het Groene Boekje, het Witte Boekje en Timmers. Dit werkwoord is afkomstig van het Engelse werkwoord to lease, dus mét -e. Het Groene Boekje (2005) vervoegt als volgt: Infinitief Stam Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis leasen ik lease leasede/te heeft geleased/t (ver)huren 46

47 In de lijst van Timmers, die bedoeld is als aanvulling op het Groene Boekje (1995), valt de -e in de stam weg. Infinitief Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis leasen lease leaste heeft geleast (ver)huren Zij baseert zich bij haar keuze voor de uitspraak op /s/ niet op het Groene Boekje van 1995, want hoewel leasen toen wel zonder -e werd geschreven, kon het zowel met -d(e) als met -t(e) worden vervoegd. Het Witte Boekje maakt de verwarring nog groter door de stam wel op -e te laten eindigen, maar deze -e weg te laten vallen in de vervoeging. De reden hiervoor wordt later besproken in hoofdstuk zes. Infinitief Stam Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis leasen ik lease leasde/te heeft geleasd/t (ver)huren 5. DE STAM EINDIGT NIET MET EEN DUBBELE MEDEKLINKER De werkwoorden in deze categorie volgen de eerste uitzonderingsregel van het Groene Boekje. Als het woord in het Engels eindigt op een dubbele medeklinker, vernederlandsen we de stam en schrijven we een enkele medeklinker. Zo wordt de sport basketball in het Engels met dubbele l geschreven. De Nederlandse stam heeft er echter maar één nodig en dus wordt het werkwoord vervoegd als basketbalde, gebasketbald. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to dress dressen dreste heeft gedrest aankleden, opmaken basketball basketballen basketbalde heeft gebasketbald basket spelen hairdressing hairdressen hairdreste heeft gehairdrest het haar opmaken 6. DE STAM BEHOUDT DE DUBBELE EINDMEDEKLINKER Deze werkwoorden volgen de hoofdregel voor de spelling van de Engelse werkwoorden. Aan de spelling van het Engelse woord verandert in deze categorie immers niets en er wordt gewoon -en toegevoegd om tot de Nederlandse infinitief te komen. Het enige verschil met de eerste categorie is dat de woorden in het Engels eindigen op een dubbele medeklinker, waardoor ze in principe onder categorie vijf vallen. De reden waarom deze werkwoorden hun dubbele eindmedeklinker wél behouden, is dat hun uitspraak (nog) niet aan het Nederlands is aangepast. Eens dat wel gebeurt, vervalt ook de dubbele medeklinker. Het werkwoord pullen wordt momenteel met een /oe/-klank uitgesproken. Timmers (2000:187) vergelijkt als 47

48 volgt: Zodra dit werkwoord gaat rijmen op vullen, kan de tweede l in de vervoeging vervallen. Zolang de dubbele medeklinker aan het eind van het werkwoord echter blijft behouden, zijn deze werkwoorden in strijd met één van de drie beginselen van de Nederlandse spelling, namelijk het beginsel van gelijkvormigheid. Dit beginsel zegt dat we geen dubbele medeklinker schrijven aan het eind van een woord. De enige uitzonderingen hierop vormen uitheemse (werk)woorden zoals jazz of ik baseball (het Groene Boekje 2005: 16-17). Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to pull pullen pullde heeft gepulld trekken to buzz buzzen buzzde heeft gebuzzd zoemen pushball pushballen pushballde heeft gepushballd pushball spelen 7. DE STAM EINDIGT OP Y Deze categorie biedt weinig problemen voor de spelling, maar heeft net als categorie twee een uniek woordbeeld, eigen aan de spelling van de Engelse werkwoorden. In deze categorie vinden we alle woorden terug die in het Engels eindigen op een -y, zoals to party en rugby. De Engelse vorm is in het Nederlands gelijk aan de stam en dus worden deze werkwoorden verder normaal vervoegd. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to reply replyen replyde heeft gereplyd antwoorden to party partyen partyde heeft gepartyd feesten rugby rugbyen rugbyde heeft gerugbyd rugby spelen Verwacht wordt, onder andere door Timmers, dat deze werkwoorden in de toekomst vernederlandst zullen worden door het vervangen van de <y> door <ie>. Timmers schrijft het werkwoord worryen nu als worriën. 48

49 8. HET WERKWOORD IS AFGELEID VAN EEN ENGELS WOORD MET PARTIKEL Deze categorie bestaat uit werkwoorden die in het Engels voorkomen met een vast partikel, zoals to back up. Dit werkwoord betekent een reservekopie maken en kan in deze betekenis niet zonder het partikel up voorkomen. To back komt ook als werkwoord voor in het Engels, maar dan in de heel andere betekenis als back spelen of dekking geven. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to back up back-uppen back-upte heeft geback-upt reservekopie maken to chill out chill-outen chill-outte heeft gechill-out uitrusten set-up set-uppen set-upte heeft geset-upt een voorzet geven De werkwoorden werden in een aparte categorie ondergebracht omdat ze toch verschillen van andere werkwoorden met een partikel. Zo zijn er de werkwoorden die net als deze werkwoorden in het Engels een vast partikel hebben zoals to kick off, maar waarvan het partikel wordt vernederlandst in het Nederlandse werkwoord afkicken. Het partikel zal zich dan ook als een Nederlands partikel gaan gedragen. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to kick off afkicken kickte af heeft afgekickt van de drugs afraken 9. HET WERKWOORD IS GEDEELTELIJK VERNEDERLANDST In de paragraaf over het aanleggen van de lijst van Engelse werkwoorden, gaven we al aan dat vernederlandste Engelse werkwoorden niet meer binnen het bereik van deze masterproef vallen. We hebben echter twee uitzonderingen toegelaten van groepen werkwoorden die systematisch en in beperkte mate worden vernederlandst. a) Enkel een metathesis van -le naar -el De werkwoorden in deze subcategorie zijn maar gedeeltelijk vernederlandst. Het enige dat verandert, is de omkering van de -le. Dit proces noemen we een metathesis. Hierdoor blijft de Engelse oorsprong van de werkwoorden vaak nog duidelijk zoals bij shuffelen, battelen of settelen. Soms zijn we de oorsprong echter al lang vergeten zoals bij puzzelen. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to shuffle shuffelen shuffelde heeft geshuffeld wisselen, schudden to battle battelen battelde heeft gebatteld uitdagen to settle settelen settelde heeft gesetteld zich vestigen to puzzle puzzelen puzzelde heeft gepuzzeld piekeren, oplossen 49

50 b) Enkel het Engelse partikel is vernederlandst Bij deze groep werkwoorden is alleen het Engelse partikel vernederlandst. Het partikel up wordt in het Nederlands bijvoorbeeld op in het werkwoord oppeppen (to pep up) en out wordt uit in uitfaden (to fade out). Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to pep up oppeppen pepte op heeft opgepept energie geven to fade out uitfaden fadede uit heeft uitgefaded tot nul terugbrengen Bij de partikels out en up is de vernederlandsing gemakkelijk te herkennen. Bij het partikel in is dit wat moeilijker omdat het in het Nederlands en het Engels hetzelfde wordt geschreven, maar de vervoeging van de werkwoorden met het partikel in verraadt dat het partikel in onze gedachten toch is vernederlandst. Het partikel wordt in de verleden tijd en het voltooid deelwoord immers op dezelfde manier gesplitst van het werkwoord als bij de werkwoorden uitfaden en oppeppen, waar de partikels duidelijk vernederlandst zijn. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to plug in inpluggen plugde in heeft ingeplugd aansluiten Wanneer het partikel nog Engels zou zijn zou de vervoeging waarschijnlijk *inplugde, *geïnplugd zijn, naar analogie met werkwoorden zoals outbargainen waarvan het partikel out rechtstreeks uit het Engels is overgenomen. We zien dat in dit geval het partikel in de verleden tijd niet gesplitst wordt van het werkwoord en dat de ge- in het voltooid deelwoord helemaal vooraan wordt geplaatst in plaats van na het partikel. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to outbargain outbargainen outbargainde heeft geoutbargaind voordeliger aanbieden Een laatste opmerking bij deze categorie hoort bij het werkwoord afkicken. Uit de lijst van Timmers blijkt impliciet dat dit werkwoord een afleiding is van kicken (en dus thuishoort bij de afgeleide werkwoorden) doordat ze bij het werkwoord afkicken enkel verwijst naar kicken. Daarmee stelt ze het werkwoord gelijk aan werkwoorden zoals aftypen. In dit geval is dit niet juist omdat het werkwoord to kick off in het Engels wel degelijk bestaat, in tegenstelling tot *to type off. Engels woord Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to kick off afkicken kickte af heeft afgekickt van de drugs afraken 50

51 10. HET WERKWOORD IS EEN LETTERWOORD, INITIAALWOORD OF VERKORTING In deze categorie komen initiaalwoorden, letterwoorden of verkortingen van woorden voor. De enige voorwaarde is dat de afgekorte woorden Engelse woorden zijn en dat de afkorting in het Engels ook gebruikt wordt. gsm bijvoorbeeld staat voor Global System for Mobile Communication, maar de afkorting zelf wordt niet gebruikt in het Engels. Bijgevolg hebben we de afkorting ook niet overgenomen uit het Engels en kan gsm en niet als een Engels werkwoord worden beschouwd. Maccen daarentegen, dat een verkorting is van Macintosh, wordt als substantief MAC wel in het Engels gebruikt. Afkorting Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis flex(ibel) flexen flexte heeft geflext meegaand zijn HTLM htlm en htlm de heeft ge-htlm d HyperText Markup Language 51

52 4.2. De samengestelde werkwoorden Onder samengestelde Engelse werkwoorden verstaan we werkwoorden die bestaan uit de combinatie van een substantief, adjectief, bijwoord of werkwoord als eerste deel en een Engels werkwoord als tweede deel. Het eerste deel kan zowel uit het Nederlands als uit het Engels afkomstig zijn, het tweede deel kan daarentegen enkel uit het Engels komen om nog te kunnen spreken van een Engels werkwoord. We behandelen deze werkwoorden apart omdat we hier de werkwoorden niet langer indelen op basis van de vervoeging en spellingkenmerken, maar op basis van de samenstelling van de delen doordat het tweede lid van de samenstelling vaak ook afzonderlijk in de lijst terug te vinden is. 1. ENGELS SUBSTANTIEF/ADJECTIEF/BIJWOORD + ENGELS WERKWOORD Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord brain + picken brainpicken brainpickte heeft gebrainpickt car + pullen carpullen carpullde heeft gecarpulld 2. NEDERLANDS SUBSTATIEF + ENGELS WERKWOORD Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord sneeuw + surfen sneeuwsurfen sneeuwsurfte heeft gesneeuwsurft schuim + partyen schuimpartyen schuimpartyde heeft geschuimpartyd 3. NEDERLANDS ONGELEED BIJWOORD + ENGELS WERKWOORD Engelse werkwoorden kunnen door taalgebruikers vrij gecombineerd worden met bijwoorden om zo tot nieuwe werkwoorden te komen. Volgende bijwoorden zijn de ongelede bijwoorden: aan, achter, af, bij, binnen, boven, buiten, door, heen, in, langs, mee, mis, na, neer, om, onder, op, over, rond, samen, tegen, terecht, terug, thuis, toe, uit, verder, voor, voort, weer, weg Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord door + spacen doorspacen spacete door heeft doorgespacet in + zoomen inzoomen zoomde in heeft ingezoomd 4. EXPRESSIVITEITSPARTIKEL + ENGELS WERKWOORD Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord af + checken afchecken checkte af heeft afgecheckt uit + testen uittesten testte uit heeft uitgetest 52

53 5. NEDERLANDS GELEED BIJWOORD + ENGELS WERKWOORD Volgende bijwoorden zijn de gelede bijwoorden: aaneen, achteraan, achteraf, achterna, achterom, achterop, achterover, achteruit, bijeen, dooreen, ineen, omhoog, omlaag, omver, onderuit, opeen, opzij, uiteen, vooraf, voorbij, voorop, voorover, vooruit Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord achterna + surfen achternasurfen surfte achterna heeft achternagesurft omhoog + scrollen omhoogscrollen scrolde omhoog heeft omhooggescrold 6. LATIJNS/ GRIEKS SUBSTANTIEF + ENGELS WERKWOORD Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord aqua + joggen aquajoggen aquajogde heeft geaquajogd ego + surfen egosurfen egosurfte heeft geëgosurft Het werkwoord sellen komt van het Engelse werkwoord to sell. Regel twee zegt dat de dubbele eindmedeklinker weg moet tenzij dit voor uitspraakproblemen zorgt. Voor het werkwoord sellen is dit niet het geval: sellen - selde - geseld. Bij samenstellingen met het werkwoord sellen zoals hardsellen en backsellen wordt dit echter wel een probleem voor de stam. Door onze Nederlandse regels zijn we geneigd om de laatste lettergreep in ik backsel en ik hardsel met een sjwa uit te spreken (Timmers 2000: 59). Maar zoals in het vorige puntje werd besproken, kan er altijd uitspraakverwarring optreden en is kennis van het woord en de context noodzakelijk. Ook het Nederlandse woord bommelding wordt om dezelfde reden vaak verkeerd uitgesproken. Ook Den Boon is van mening dat het schrijven van backsellen met enkele <l> de juiste keuze is (Den Boon 2007:17). 53

54 4.3. De afgeleide werkwoorden Afgeleide werkwoorden zijn werkwoorden die bestaan uit de combinatie van een voorvoegsel en een werkwoord. Dit werkwoord kan van oorsprong een werkwoord of een substantief zijn. Hier hebben we de werkwoorden opgedeeld volgens de oorsprong van het voorvoegsel. 1. NEDERLANDS VOORVOEGSEL + ENGELS SUBSTANTIEF/WERKWOORD Opvallend in deze categorie is dat er net als bij de inheemse werkwoorden geen ge- geschreven wordt voor het voltooid deelwoord. Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord her + starten herstarten herstartte herstart ver+ soapen versoapen versoapte versoapt 2. ENGELS VOORVOEGSEL + ENGELS WERKWOORD Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord de + bouncen debouncen debouncete gedebouncet out + to bargain outbargainen outbargainde geoutbargaind 3. LATIJNS/ GRIEKS VOORVOEGSEL + ENGELS WERKWOORD Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord aqua + joggen aquajoggen aquajogde geaquajogd ego + surfen egosurfen egosurfte geëgosurft 54

55 HOOFDSTUK 5: Diachroon onderzoek: de evolutie van de Engelse werkwoorden 5.1. De stijging van het aantal werkwoorden In hoofdstuk twee legden we reeds uit hoe we tot onze diachrone lijst zijn gekomen. Wanneer we deze lijst bekijken (zie bijlage vier), valt ons meteen de enorme stijging van de Engelse werkwoorden op in de laatste jaren. Wanneer we het aantal werkwoorden weergeven in een grafiek, is deze stijging nog duidelijker (zie grafiek 1) aantal werkwoorden jaar Grafiek 1: De Engelse werkwoorden in de Woordenlijsten Nederlandse Taal Onze telling van de Engelse werkwoorden begint bijna honderdveertig jaar geleden bij de eerste Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal die in 1866 door De Vries en Te Winkel werd uitgebracht. We eindigen in 2005 bij de laatst uitgebrachte Woordenlijst. Daartussen hebben we vier andere Woordenlijsten onderzocht. Het aantal werkwoorden in iedere Woordenlijst is aangeduid op de zwarte lijn in de grafiek. We zien op de grafiek duidelijk dat het aantal Engelse werkwoorden dat opgenomen in de Woordenlijsten exponentieel begint te stijgen vanaf Tussen 1995 en 2005 overstijgt de toename in het aantal werkwoorden de grijze trendlijn die de verwachte stijging aanduidt. Een andere manier om de grote groei gedurende de laatste decennia aan te tonen is door te berekenen hoeveel werkwoorden er ieder jaar gemiddeld zijn bijgekomen gedurende de laatste honderdveertig jaar. We doen dit door het aantal opgenomen werkwoorden te delen 55

56 door het aantal jaren dat verstreken is tussen twee Woordenlijsten. Voor het interval tussen de Woordenlijsten tussen 1866 tot 1954 blijft het aantal werkwoorden dat er per jaar is bijgekomen minder dan één per jaar 6. Tussen 1954 en 1995 kwamen er gemiddeld drie werkwoorden per jaar bij en tussen 1995 en 2005 gemiddeld veertien werkwoorden per jaar. Er is dus duidelijk sprake van een stijging van de Engelse werkwoorden in de Woordenlijsten. jaartal aantal werkwoorden Tabel 1: De Engelse werkwoorden in de Woordenlijsten Nederlandse Taal 5.2. De veranderingen in de spelling Naast een stijging in het aantal werkwoorden, blijkt uit onze lijst (zie bijlage vier) ook dat er hier en daar veranderingen in de spelling zijn opgetreden. Deze veranderingen zijn in de lijst aangeduid met een cijfer in de kolom van het jaar waarin de verandering plaatsvond. Onder aan de lijst vinden we het lemma en de vervoeging ervan terug zoals het in het respectievelijke jaar is opgenomen. Tegen alle verwachtingen in is er slechts een klein aantal werkwoorden veranderd. De spelling is dus blijkbaar al die tijd redelijk stabiel gebleven en hetzelfde principe van onveranderlijke overname van de Engelse spelling is altijd gehanteerd. In 2005 werden wel een paar zaken veranderd, maar deze werkwoorden maken nog geen vier procent uit van het totale aantal Engelse werkwoorden babysitten babysitte gebabysit 1995 babysitten - - barbecueën barbecuen bridgen bridgede/te gebridged/t bridgen bridgede gebridged briefen briefde/te gebriefd/t briefen briefde gebriefd cruisen cruisede/te gecruised/t cruisen cruisde gecruisd housen housede/te gehoused/t housen housde/te gehousd/t intapen tapete in ingetapet intapen - - leasen leasede/te geleased/t leasen leasde/te geleasd/t uitfaden fadede uit uitgefaded uitfaden - - voltanken tankte vol volgetant voltanken - volgetankt 6 Tussen 1866 en 1879 kwam er één werkwoord bij op 13 jaar. Dat is 0.07 werkwoorden per jaar. Tussen 1879 en 1904 kwamen er 4 werkwoorden bij op 25 jaar. Dat is 0.16 werkwoorden per jaar. Tussen 1904 en 1954 kwamen er 44 werkwoorden bij op 50 jaar. Dat is 0.88 werkwoorden per jaar. 7 In 2005 waren er volgens ons onderzoek 350 Engelse werkwoorden opgenomen in het Groene Boekje. 56

57 Bovendien zijn de veranderingen niet eens zo verscheiden. Het gaat voornamelijk om veranderingen in de spelling van de werkwoorden die eindigen op een fricatief en om toevoegingen van spellingen van de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Deze toevoegingen zouden erop kunnen wijzen dat de werkwoorden beter zijn ingeburgerd doordat nu meerdere vormen kunnen worden gebruikt. Het kan natuurlijk ook gewoon een aanvulling zijn van vroeger vergeten vormen. De aanpassingen aan de spelling van de werkwoorden op een fricatief +e, zoals housen en cruisen, wijzen er duidelijk op dat de hoofdregel voor de spelling van de werkwoorden van vreemde herkomst beter wordt nageleefd. Deze regel zegt dat de Nederlandse stam gelijk is aan het Engelse woord. Vroeger was de stam van de Engelse woorden house en to cruise echter ik hous en ik cruis, nu is dat, in overeenstemming met de regel, ik house en ik cruise geworden Veranderende spellingpolitieken De eerste Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche Taal was zoals gezegd uitgegeven door De Vries M. en Te Winkel L.A., leden van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. De volgende twee uitgaves werden herzien en vermeerderd door De Vries alleen. De vierde tot de zesde uitgave werden bezorgd door Kluyver A. en de zevende uitgave door Beets A. De regels waarop al deze Woordenlijsten waren gebaseerd bleven echter onveranderd. In de regels vinden we niets terug over de vervoeging van de werkwoorden, maar deze is wel bij alle werkwoorden in de lijst gegeven. Bij ieder woord is al datgene aangeteekend, wat men behoort te weten om de spelling ook in de verbogene en afgeleide vormen te kennen: ( ) bij de werkwoorden de sterke of zwakke vervoeging, het gebruik van het hulpwoord hebben of zijn, en de aanwijzing, waar dit te pas kwam, of zij scheidbaar of onscheidbaar worden gebezigd. (De Vries en Te Winkel 1866: 9) Over de opname van woorden van vreemde herkomst wordt het volgende geschreven: Ook in het opnemen der meest gebruikelijke bastaardwoorden moesten wij met eenige ruimte te werk gaan, ( ) dat wij de vreemdelingen, die geen misbruik maken van ons vertrouwen, volgaarne in ons midden toelaten; hen geheel als burgers erkennen, zoodra zij getoond hebben dit te begeeren; maar hen ook, in het tegenovergestelde geval, vrijlaten zich te vertoonen in hunne nationale kleederdracht, die hun zoo goed staat, in plaats van hun, ongastvrij en onwellevend, een Nederlandsen gewaad op te dringen, dat niet voor hunne leden geschapen is. (De Vries en Te Winkel 1866: 8) 57

58 Dit citaat is belangrijk om aan te tonen dat er dus zeker geen politiek bestond tegen het opnemen van vreemde (werk)woorden in de Woordenlijst. Het lage aantal Engelse werkwoorden kan dus worden verklaard door het feit dat ze gewoon niet werden gebruikt. Waarschijnlijk heeft de gastvrijheid ten opzichte van vreemde woorden voornamelijk betrekking op de Franse woorden. Wat de spellingregels voor deze werkwoorden betreft is er weinig veranderd: De door ons aangenomen regels voor het schrijven der vreemde en bastaardwoorden zijn geheel in overeenstemming met de heerschende richting in ons spellingstelsel, waarin zich overal het streven openbaart om de uitspraak juist voor te stellen en de afleiding te doen uitkomen, voor zooverre deze het recht verstand der woorden kan bevorderen. Beide, de uitspraak en de afleiding der vreemde woorden, kunnen natuurlijk slechts door de oorspronkelijke spelling in het licht worden gesteld; doch, waar de uitspraak te zeer gewijzigd is en de kennis der etymologie geen nut kan doen, zou de oorspronkelijke spelling veeleer nadeelig werken, en is dus het volgen der Nederl. regels het rationeelst. (De Vries en Te Winkel 1866: 46) In 1954 werd een compleet nieuwe spelling van kracht die voor het eerst in opdracht van de Nederlandse en Belgische regering werd samengesteld. De Woordenlijst krijgt nu haar definitieve naam die ze vandaag nog steeds draagt Woordenlijst van de Nederlandse Taal. De formulering van de regels lijkt ook al veel meer op de regels zoals we ze nu kennen, maar de vervoeging van de werkwoorden komt nog steeds niet aan bod in de regels. Over de vreemde en bastaardwoorden schrijft men dat er niets wordt veranderd. Het spreekt vanzelf, dat we aan de spelling van deze woorden in het algemeen niets hebben veranderd. ( ) In het algemeen zijn we uitgegaan van de overweging, dat we niet door een te sterke vernederlandsing het gebruik van bastaardwoorden dienden aan te moedigen. (Woordenlijst van de Nederlandse Taal 1954: 46) In 1990 werd een Herziene Woordenlijst van de Nederlandse taal uitgebracht. Deze herziening gebeurde door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie dat zich ook in de toekomst over de Woordenlijst zou buigen bij iedere nieuwe uitgave. In 1980 werd de Nederlandse Taalunie opgericht en in 1995 werd op haar initiatief een nieuwe Woordenlijst Nederlandse taal uitgebracht. Voor de eerste keer werd bij de formulering van de regels wel speciale aandacht besteed aan de spelling van de werkwoorden en de werkwoorden van Engelse herkomst. Dat er specifiek over de Engelse werkwoorden regels werden geformuleerd toont aan dat men toen ook besefte dat deze werkwoorden in steeds grotere aantallen in onze taal voorkwamen. 58

59 HOOFDSTUK 6: Synchroon onderzoek: de resultaten In het bovenstaande hebben we alle bijzonderheden van de nieuwe spelling (en de oude spellingen) onderzocht. De vraag die aan het begin van deze masterproef is gesteld, namelijk of de spelling van de Engelse werkwoorden adequaat genoeg is, zullen we in dit hoofdstuk proberen te beantwoorden. Zoals we zien bestaat er immers een evolutie naar het gebruik van steeds meer Engelse werkwoorden in onze taal. Het is dus van belang dat de spelling van de Engelse werkwoorden niet langer als perifeer wordt beschouwd, maar als even belangrijk als de spelling van de inheemse werkwoorden met volledige en adequate regels. In wat volgt zullen we proberen aan te tonen op welke vlakken er enige verbetering van de spelling wenselijk zou zijn Spellingproblemen en suggesties Aanvullingen bij de bestaande spellingregels Aanvulling bij de hoofdregel De stam van een werkwoord van Engelse herkomst schrijven we op dezelfde manier als in het Engels. Die vorm gebruiken we zoals de stam van een inheems woord. (het Groene Boekje 2005: 81) De hoofdregel zoals hij is geformuleerd in de Leidraad van het Groene Boekje is een goede regel waaraan vrijwel niets zou kunnen worden verbeterd zonder op nieuwe problemen te stuiten. Het is logisch om de werkwoorden te baseren op het Engelse grondwoord omdat dit een politiek is die al sinds de eerste Woordenlijst wordt gehanteerd voor alle vreemde woorden (cf. supra). Het enige probleem dat de taalgebruiker kan hebben is dat hij niet weet wat dit grondwoord is en dus niet weet wat de Nederlandse stam is. Dit is immers niet altijd duidelijk uit de infinitief. Uit de infinitief alleen weet de taalgebruiker niet dat de stam van ejecten, ik eject (zonder e) is en de stam van daten, ik date (met e). Maar dit is ook het geval in het Nederlands. De taalgebruiker moet ook leren dat de stam van lopen, ik loop is en de stam van vrezen, ik vrees is. 59

60 Bij de hoofdregel wordt ook opgemerkt dat bij sommige werkwoorden zoals golfen de stam op twee manieren kan worden uitgesproken, waardoor twee uitgangen mogelijk zijn. Ook hieraan dient niets te worden veranderd. De resultaten van ons onderzoek tonen wel aan dat de vorm met -d(e) het vaakst wordt gebruikt. Een tweede opmerking die hier in de Leidraad zou kunnen worden opgenomen is dat bij sommige werkwoorden de stam toch een klein beetje verandert. Deze veranderingen gebeuren om de werkwoorden beter te laten overeenstemmen met de andere spellingregels in onze taal en bevorderen dus de cohesie binnen de spelling als een geheel. Toch is het beter om op te merken dat deze veranderingen optreden om de oplettende taalgebruiker niet op het verkeerde been te zetten. Het gaat hierbij dan ook niet altijd om het effectief veranderen van letters, maar om het al dan niet aaneenschrijven of het gebruik van hoofdletters. - het aaneenschrijven van het grondwoord: egotrippen (ego trip) - het weglaten van een liggend streepje: cherrypicken (to cherry-pick) - het toevoegen van een liggend streepje: back-uppen (to back up) - het weglaten van een hoofdletter: bostonnen (Boston) Aanvulling bij de eerste uitzonderingsregel Als het woord in het Engels eindigt op een dubbele medeklinker, vernederlandsen we de stam en schrijven we een enkele medeklinker, tenzij dit een andere uitspraak oproept. (het Groene Boekje 2005: 84) Van de eerste uitzonderingsregel wordt nooit echt afgeweken. Het laatste deel van deze regel tenzij dit een andere uitspraak oproept zorgt echter wel voor heel wat verwarring. Ten eerste is deze regel immers gebaseerd op de uitspraak en die kan natuurlijk variëren. Zoals we in hoofdstuk één hebben besproken, is vooral het verschil tussen Nederland en Vlaanderen vrij groot. In Vlaanderen wordt de uitspraak van klinkers gemakkelijker vernederlandst dan in het Noorden, zoals bij het werkwoord passen de bal naar een ploeggenoot spelen. Verder kan er bij sommige werkwoorden geen onderscheid worden gemaakt tussen de stam van het Engelse werkwoord zonder dubbele eindmedeklinker, zoals kil in de eerst persoon van het werkwoord killen, en een bestaand Nederlands woord zoals het adjectief kil. Hier ontstaat de verwarring natuurlijk enkel wanneer de woorden in isolatie 60

61 voorkomen, want in een zin wordt immers vlug duidelijk of het om een adjectief of om een werkwoord gaat. Ten slotte geldt de vernederlandsing van de dubbele eindmedeklinkers enkel voor de werkwoorden (ik gril, ik stres) en niet voor substantieven ( de grill, de stress ). Voor nietgespecialiseerde taalgebruikers is de reden voor deze verschillende schrijfwijze niet altijd duidelijk, wat leidt tot verwarring. De stam van deze werkwoorden altijd met dubbele medeklinker schrijven is geen oplossing voor deze verwarring. Bij werkwoorden zoals boycotten zou het woordbeeld van de verleden tijd er immers ongewoon uitzien: *boycottte. Deze schrijfwijze wordt ook niet verhinderd door het beginsel van gelijkvormigheid, dat de uitheemse woorden als uitzondering vermeldt (het Groene Boekje 2005: 71). Het zou veel logischer zijn om, ongeacht de uitspraak, de dubbele eindmedeklinker weg te laten vallen. Enerzijds omdat de groep van de werkwoorden waarbij de dubbele eindmedeklinker wél behouden blijft veel kleiner is dan de groep waarbij de tweede eindmedeklinker vervalt 8. Anderzijds omdat ook bij de andere Engelse werkwoorden zonder dubbele medeklinker er enige kennis van het Engels vereist is voor het correct uitspreken ervan zoals bij beamen (digitale berichten versturen) dat kan worden verward met beamen (bevestigen). Of dat socceren, met /k/ wordt uitgesproken en niet met /ks/ zoals in accent of dat de <a> in blanken (een signaal tijdelijk onderbreken) een /e/ representeert. Als we deze piste zouden volgen, moet enkel het laatste deel van deze uitzonderingsregel worden geschrapt. Daardoor zullen negen werkwoorden een andere stam krijgen, maar volgens ons weegt het ongemak van de wijziging van deze woordbeelden niet op tegen de verwarring die anders ontstaat bij meer dan veertig werkwoorden Aanvulling bij de tweede uitzonderingsregel Als het woord in het Engels in de laatst uitgesproken lettergreep een lange /oo/ of een daaraan verwante klank heeft, vernederlandsen we de stam en schrijven we oo met dubbel klinkerteken. (het Groene Boekje 2005: 84) In deze regel wordt slechts één voorwaarde genoemd om de stam te vernederlandsen, namelijk dat het woord in het Engels in de laatst uitgesproken lettergreep een lange /oo/- klank moet hebben zoals in to choke. Zoals we hebben gezien dekt deze regel niet de hele 8 Er zijn slechts negen werkwoorden aangetroffen waarbij de dubbele eindmedeklinker behouden blijft en vierendertig waarbij de eindmedeklinker enkel wordt geschreven. 61

62 lading werkwoorden die in de voorwaarde worden genoemd. Er zou nog een tweede voorwaarde aan deze regel moeten worden gekoppeld. De eerste groep bestaat uit werkwoorden die in het Engels allemaal worden gespeld met een -e op het eind. Deze werkwoorden voldoen aan de regel. Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis to joke joken jookte heeft gejookt schertsen to choke choken chookte heeft gechookt de choke bedienen Daarnaast bestaat er echter nog een groep van werkwoorden die in het Engels eindigen op -o zoals in bingo. Deze werkwoorden worden in het Nederlands anders vervoegd: Oorsprong Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis bingo bingoën bingode heeft gebingood bingo spelen polo poloën polode heeft gepolood polo spelen De stam van deze werkwoorden wordt dus niet met dubbele <oo> gespeld (ik bingo), omdat we met een open lettergreep te maken hebben. Alleen in het voltooid deelwoord wordt de /o/ verdubbeld omdat we dan wel een gesloten lettergreep hebben en de /o/ anders kort zou worden uitgesproken. Met deze groep werkwoorden wordt in het Groene Boekje echter geen rekening gehouden. De regel zou dus bijvoorbeeld moeten worden opgesplitst in twee subregels voor elk van de groepen werkwoorden. Ten slotte zijn er enkele werkwoorden die wel eindigen op een lange /oo/-klank, maar waarvan de /o/ niet wordt verdubbeld. Dit komt voor wanneer de <o> voor de <w> staat, zoals in showen, omdat de /oo/ dan toch korter wordt uitgesproken. Voor de gewone taalgebruiker is dit verschil in de klank misschien niet altijd duidelijk en dus kan het Groene Boekje deze werkwoorden misschien beter ook vermelden bij de tweede regel. Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Betekenis showen showde heeft geshowd een show geven blowen blowde heeft geblowd hasj of wiet roken flowen flowde heeft geflowd versieren 62

63 Andere aanvullingen Een goede spelling is volgens ons een spelling met zo weinig mogelijk regels die een zo groot mogelijk aantal woorden beregelt zonder daarbij al te veel tegen het taalgevoel van de taalgebruiker in te gaan. Het is dus zeker niet onze bedoeling te pleiten voor extra regels bij een herziening van de huidige spelling. We willen echter wel dat de regels die er zijn zo volledig mogelijk en toch zo eenvoudig mogelijk zijn. Daarom vinden we het noodzakelijk om uitzonderingsregel twee te optimaliseren en pleiten we voor een vereenvoudiging van uitzonderingsregel één. Hieronder bespreken we nog twee zaken die in de Leidraad kunnen worden opgenomen om de volledigheid te verbeteren. 1. METATHESIS Een grote groep van de Engelse werkwoorden gaat terug op een grondwoord dat eindigt op -le. Bij sommige werkwoorden uit deze groep is een metathesis van de stam opgetreden naar -el, zoals bij puzzelen, scrambelen en settelen. Bij andere werkwoorden is de oorspronkelijke stam behouden: restylen, recyclen en samplen. Sommige werkwoorden zoals googelen/googlen of disabelen/disablen kunnen op beide manier geschreven worden. Opvallend is dat de meeste van deze werkwoorden op -el voorafgegaan worden door een dubbele medeklinker. Waarschijnlijk vergemakkelijkt de vernederlandsing daardoor. Daarnaast valt het op dat de werkwoorden die een metathesis hebben ondergaan al langer in onze taal zijn opgenomen en (mede door de metathesis) niet zo gemakkelijk meer als een Engels werkwoord worden herkend. Deze werkwoorden kunnen dan ook enkel met /el/ worden uitgesproken. Zo kan je bijvoorbeeld enkel /puzzelen/ en niet /puzzlen/ zeggen. De groep werkwoorden op -le kunnen in de infinitief zowel met /el/ als /le/ worden uitgesproken (zowel /recycelen/ als /recyclen/), maar hun stam kan enkel met /el/ worden uitgesproken (ik /recycel/. Daardoor is het waarschijnlijk dat ook deze werkwoorden op termijn ook in de spelling vernederlandst zullen worden door een metathesis van -le naar - el te ondergaan. Maar voorlopig en zolang er nieuwe werkwoorden van dit type in onze taal worden opgenomen, zal deze groep werkwoorden waarschijnlijk verdeeld blijven in de schrijfwijze. Het is echter een vrij grote groep werkwoorden die dus zeker een vermelding verdient in de regels. Ons voorstel is om deze werkwoorden als derde uitzondering te formuleren op de hoofdregel. Deze werkwoorden kunnen echter ook als opmerking bij de hoofdregel worden behandeld. 63

64 2. DE WERKWOORDEN AFGELEID VAN EEN AFKORTING Ook de werkwoorden afgeleid van een afkorting, komen in de Leidraad van het Groene Boekje nergens aan bod, noch bij de afkortingen, noch bij de werkwoorden. Hoewel de vervoeging niet zo moeilijk is, is een aparte behandeling bij de hoofdregel misschien wel handig voor de taalgebruiker om een overzicht te krijgen van de te volgen regels. Nu moet hij die afleiden uit de vervoegingen in de Woordenlijst. Initiaalwoorden zoals sms en worden geschreven met kleine letters en de uitgang wordt voorafgegaan door een apostrof voor de leesbaarheid. Sinds de nieuwe spelling van 2005 wordt, ook voor de duidelijkheid, het voltooid deelwoord voorafgegaan door een liggend streepje (sms te - ge-sms t). Bij letterwoorden (pinnen) en verkortingen (flexen) vervalt de apostrof en het liggend streepje en verloopt de vervoeging normaal Opmerkingen bij de regels van het Groene Boekje In het vorige stuk hebben we aangegeven hoe de regels in de Leidraad van het Groene Boekje kunnen worden geoptimaliseerd om een zo groot mogelijk aantal van de Engelse werkwoorden te beregelen. In dit stuk geven we nog enkele opmerkingen bij de regels. Deze opmerkingen zijn in geen geval bedoeld om ook te worden opgenomen in de regels. Ze zijn er om de lezer van deze masterproef attent te maken op enkele bijzonderheden en gevolgen van de regels. 1. DE SPELLING GAAT IN TEGEN DE UITSPRAAKREGELS VAN NEDERLANDS Wanneer de hoofdregel correct wordt gevolgd, leidt dit in sommige gevallen tot het zondigen tegen andere regels van de Nederlandse spelling. Bij het werkwoord socceren bijvoorbeeld, blijft de Engelse schrijfwijze met cc behouden. Wanneer in een Nederlands woord <cc> voor een <e> staat, wordt deze normaal gezien als /ks/ uitgesproken zoals in accent en niet als /k/ (Timmers 2000: 53). 2. DE SPELLING GAAT IN TEGEN ANDERE SPELLINGREGELS VAN HET NEDERLANDS Naast de uitspraakregels wordt er ook gezondigd tegen andere spellingregels van het Nederlands. Zo wordt een dubbele klinker normaal gezien enkel geschreven in een open lettergreep. Dit is niet het geval bij bijvoorbeeld de Engelse werkwoorden keepen en zoomen. Het verschil in spelling toont echter ook een verschil in uitspraak. De dubbele 64

65 klinker in keepen spreken we immers uit als een /ie/ en in zoomen als een /oe/ (Timmers 2000: 52). 3. WOORDEN MET DUBBELE SCHRIJFWIJZE IN HET ENGELS In het Engels bestaan ook woorden die op meerdere wijzen kunnen worden gespeld, bijvoorbeeld de groep van woorden die ofwel op -ze ofwel op -se kunnen eindigen. In het Nederlands werd voor alle werkwoorden consequent gekozen voor de vorm op -ze: equalizen, optimizen, organizen, randomizen, socializen, visualizen en customizen. We spreken deze werkwoorden immers ook uit met een stemhebbende medeklinker. Er zijn werkwoorden die hiervan lijken af te wijken, zoals merchandisen, maar deze werkwoorden kennen in de Engelse spelling ook enkel de vorm op -se. 4. STERKE WERKWOORDEN Het is opvallend dat er bij de Engelse werkwoorden geen sterke werkwoorden zitten. Alle werkwoorden worden dus als zwakke werkwoorden vervoegd. Een werkwoord als inswingen wordt dus vervoegd als swingde in en ingeswingd en nooit als *swong in of *ingeswongen De evaluatie van de spelling In het eerste deel van dit hoofdstuk hebben we enkele mogelijke aanvullingen op en opmerkingen bij de spelling besproken. In dit deel zullen we het gewicht van deze optimalisering van de spelling minimaliseren. We zullen aantonen dat het grootste deel van de werkwoorden de bestaande regels volgt. Toch zijn onze aanvullingen van belang, want zoals gezegd, blijft het aantal Engelse werkwoorden groeien en kunnen kleine onvolmaaktheden op termijn leiden tot grote onregelmatigheden Evaluatie op basis van de lijst Globaal gezien is de beregeling van de spelling van de Engelse werkwoorden helemaal niet zo slecht. Dit kunnen we besluiten uit onze inventaris van de Engelse werkwoorden. In totaal hebben we 1377 werkwoorden verzameld. Van dat totaal kunnen we voor de beoordeling van de spellingregels de samengestelde en afgeleide werkwoorden aftrekken. 65

66 Het tweede lid van deze werkwoorden, dat belangrijk is voor de vervoeging, is immers vaak al elders opgenomen in de lijst. Dan houden we 1205 werkwoorden over. De werkwoorden uit categorie één en twee, die de hoofdregel perfect volgen, maken 81 % uit van het totale aantal werkwoorden 9. Ook de werkwoorden uit categorie vier, zeven en acht volgen de hoofdregel. Uitzonderingsregel één beregelt in totaal vierenveertig werkwoorden en uitzonderingsregel twee beregelt dertien werkwoorden correct. Alles samen zijn de regels goed voor bijna 92 % van alle werkwoorden. De overige 8 % omvat onder andere de werkwoorden die gedeeltelijk vernederlandst zijn, zoals oppeppen, dat van het Engelse werkwoord to pep up komt. Daarnaast omvat het ook enkele werkwoorden die we als uitzonderingen kunnen beschouwen doordat ze weinig of geen kenmerken gemeenschappelijk hebben met andere werkwoorden en dus moeilijk in te delen zijn in een categorie, zoals picknicken, aerobiccen of inswingen. Het werkwoord aerobiccen komt bijvoorbeeld van het Engelse aerobics. Dit werkwoord volgt de hoofdregel niet, anders zou het *aerobicsen zijn. Noch oppeppen, noch aerobiccen zijn echter werkwoorden waar de taalgebruiker bij de vervoeging problemen mee heeft. Hoewel we dus over uitzonderingen spreken, wegens vormelijke kenmerken bij de omzetting uit het Engels, volgen deze werkwoorden in het Nederlands de regels wel. Algemeen kan dus worden gesteld dat de spellingregels voor de Engelse werkwoorden louter op basis van de cijfers zeker niet slecht zijn te noemen, maar er is ook nog ruimte voor verbetering. Met de aanvullingen op de spelling die we eerder hebben genoemd, zouden immers al 96% van de werkwoorden worden beregeld Evaluatie op basis van een vergelijking met het witte alternatief In het Witte Boekje worden de Engelse werkwoorden niet apart behandeld. Ze worden wel vrij uitvoerig besproken, maar tussen de spellingregels van de inheemse werkwoorden in. Hieronder vatten we de regels zoals ze in het Witte Boekje voorkomen samen. Dit is nodig omdat de grootste tekortkoming van het Witte Boekje ongetwijfeld de ontoegankelijkheid van de regels is. Alle regels van de Engelse werkwoorden worden gewoon door elkaar opgesomd, zonder enige vorm van hiërarchie. Hieronder proberen we de kern van de regels weer te geven en vergelijken we meteen met het Groene Boekje om de verschillen weer te geven. 9 In de eerste twee categorieën bevinden zich 981 werkwoorden. 66

67 De hoofdregel De hoofdregel wordt in het Witte Boekje kort aangehaald, niet als regel op zich, maar om te verklaren waarom de vervoeging er bij werkwoorden waarvan de stam eindigt op -e soms raar uit kan zien. Dat vreemde woordbeeld ontstaat doordat ook van oorsprong anderstalige werkwoorden zoveel mogelijk de Nederlandse vervoegingsregels volgen. Daarom is de verleden tijd van updaten updatete (update + te), net als zweette (zweet + te) van zweten. (het Witte Boekje 2006: 95) Daarna geeft het Witte Boekje de goede raad om zulke woordbeelden te omzeilen door ze te vervangen door andere werkwoorden of woordgroepen zoals een update gedaan of geactualiseerd. Aangezien het Witte Boekje de hoofdregel niet duidelijk formuleert, wordt er het volgende aan toegevoegd: Bij sommige - vaak uit het Engels geleende - werkwoorden is het nodig een extra e toe te voegen om een goede uitspraak te behouden. Een voorbeeld is racen. Het is niet ik rac, jij ract, enz. (want dat levert de uitspraak [rak(t)] op), maar: ik race, jij racet. (het Witte Boekje 2006: 92) Deze regel komt niet voor in het Groene Boekje, omdat die door de hoofdregel overbodig wordt gemaakt. De hoofdregel in het Witte Boekje, zo kunnen we uit deze regel besluiten, moet dus wel anders luiden, namelijk dat de stam gelijk is aan de infinitief zonder -en, zoals bij de meeste inheemse werkwoorden. Deze impliciete hoofdregel verklaart ook waarom het volgende wordt geschreven: Een extra e komt ook bij de ik-vorm van de volgende werkwoorden, omdat die vorm zonder e minder goed herkenbaar is en wat kaal aanvoelt: browsen ik browse housen ik house leasen ik lease releasen ik release 10 Het gaat bij deze werkwoorden dus alleen om de ik-vorm. Bij de overige personen (jij, hij, zij, enz.) wordt die e niet geschreven: jij browst, zij houst, zij (re)least. (het Witte Boekje 2006: 93) Het Witte Boekje legt dus in tegenstelling tot wat het beweert, de regels helemaal niet duidelijker uit. Ten eerste laat de formulering en overzichtelijkheid heel wat te wensen over en ten tweede creëert het drie regels waar het Groene Boekje volstaat met één hoofdregel. Bovendien zorgt de laatste regel voor werkwoorden zoals leasen zoals eerder 10 Uit dit lijstje is het werkwoord douchen weggelaten, omdat douche van het Italiaanse doccia komt, dat via het Frans in onze taal is terecht gekomen. 67

68 al gezegd voor grote inconsistentie omdat de stam niet gelijk is aan de vorm van de eerste persoon, iets wat bij geen enkel ander werkwoord het geval is. Ten slotte vermeldt ook het Witte Boekje de werkwoorden die eindigen op een fricatief die stemhebbend of stemloos kan worden uitgesproken. Deze regel is hetzelfde, de veranderingen in de werkwoorden komen voort uit de bovenstaande regels. Van oorsprong Engelse werkwoorden als briefen, browsen, golfen, leasen kunnen op grond van de bestaande variatie in uitspraak (f of v, s of z) ook een dubbele vervoeging krijgen: briefte/briefde, gebrieft/gebriefd browste/ browsde, gebrowst/gebrowsd golfte/golfde, gegolft/gegolfd leaste/leasde, geleast/geleasd (het Witte Boekje 2006: 96) Uitzonderingsregel één Bij Engelse werkwoorden die in het Engels op een dubbele medeklinker eindigen, mag een van die klinkers worden weggelaten als die niet nodig is voor de uitspraak in het Nederlands. Zowel hij crosst als hij crost is dus goed. Deze regel geeft veel meer vrijheid dan het Groene Boekje en laat de keuze dus volledig vrij voor de taalgebruiker. Bij sommige van oorsprong Engelse werkwoorden die hun Engelse uitspraak hebben behouden, blijft (vanwege die uitspraak) een dubbele medeklinker aan het einde staan: ik baseball, baseballde, gebaseballd. Zo zijn de woorden ook in de woordenlijst opgenomen. Maar wie voor een Nederlandse uitspraak kiest mag in de spelling één l weglaten. Het is echter wel volleybal, volleybalde, gevolleybald (met één l) omdat bal hierin altijd op z n Nederlands wordt uitgesproken. (het Witte Boekje 2006: 95) Deze regel werkt natuurlijk de consistentie van een spelling niet in de hand. Zoals we zien is de taalgebruiker vrij om te kiezen voor een enkele medeklinker als zijn uitspraak dit verantwoord, dit is dus weer een argument om alle werkwoorden met enkele eindmedeklinker te schrijven zodat ze niet meer indruisen tegen de beginsels van onze spelling. 68

69 Uitzonderingsregel twee De tweede uitzonderingsregel van het Groene Boekje die zegt dat werkwoorden eindigend op een lange /oo/-klank, lang moeten worden geschreven, wordt niet vermeld in de regels van het Witte Boekje. Toch worden de werkwoorden in de woordenlijst wel zo vervoegd (het Witte Boekje 2006: 518). quoten ik quoot, (jij/hij) quoot, quootte, gequoot Verdere aanvullingen Het Witte Boekje is wel vrij volledig in de verdere aanvullingen en vermeldt hier zaken zoals de metathesis van -le naar -el en de vervoeging van werkwoorden die afkortingen zijn. Dit zijn zaken waarin het Groene Boekje tekort schiet. Maar ook hier geldt dezelfde commentaar als bij de andere regels van het Witte Boekje: de formulering van de regels en het geven van voorbeelden gebeurt niet op transparante wijze en met veel redundantie waardoor de boodschap minder duidelijk overkomt. Het uitgangspunt is dat de Engels uitziende vorm in elk geval goed is: ik google, hij samplet, zij handlede. Daarnaast mag de volgorde -le ook in -el veranderen als dat geen leesbaarheidsprobleem oplevert: hij googelt, ik sampel. Die verandering is vrij algemeen doorgevoerd bij settelen (settlen): jullie zijn gesetteld. Waar de vernederlandste spelling uitspraakproblemen oplevert, vervalt die optie, zoals bij handlen (handelen) en recyclen (niet recyelen). (het Witte Boekje 2006: 96) Werkwoorden waarvan de stam een afkorting is, krijgen een apostrof voor de vervoegingsuitgang: sms te, msn de. Het voltooid deelwoord van zulke werkwoorden krijgt die apostrof ook en er komt een streepje na ge-: ge-sms t, ge-msn d. Als een werkwoord met een afkorting plus een streepje begint, zoals en, komt er in het voltooid deelwoord ook een streepje na ge: ge- d. Let op: ook een zelfstandig naamwoord waarin ge vóór de afkorting staat, krijgt een streepje: het onophoudelijke ge-sms. (het Witte Boekje 2006: 95) 69

70 Conclusie De algemene conclusie is dat het Groene Boekje wat de Engelse werkwoorden betreft een betere beregeling biedt dan het Witte Boekje. De inconsistenties uit de vorige spelling zijn er uit gezuiverd en de regels zijn gemakkelijk te leren. Er zijn ook relatief weinig uitzonderingen op de regels. Het Witte Boekje biedt wel regels voor enkele kwesties die in het Groene Boekje over het hoofd zijn gezien, zoals de beregeling van de werkwoorden afkomstig van een afkorting en van de werkwoorden die eindigen op -le/-el. Het Groene Boekje kan nog worden aangevuld deze kwesties die het over het hoofd heeft gezien en onze aanbeveling om de laatste zin van de eerste uitzonderingsregel weg te laten vallen en in de tweede uitzonderingsregel de werkwoorden die eindigen op -o op te nemen. In dat geval zou het Groene Boekje een heel goede en consistente beregeling van de Engelse werkwoorden bieden die opgewassen is tegen de toevloed aan nieuwe werkwoorden. Het Witte Boekje heeft een nog iets verdere weg af te leggen. Eerst en vooral zijn de regels allesbehalve overzichtelijk gepresenteerd. Daardoor is het ook niet duidelijk wat de regels precies zijn en wat bijkomende opmerkingen zijn. Daarnaast vinden we de hoofdregel van het Groene Boekje ook veel gemakkelijker en logischer. Die hoofdregel maakt extra regels over het al dan niet toevoegen van een extra -e overbodig en zorgt niet voor inconsistentie in de stam van werkwoorden zoals leasen (ik lease, maar hij least). Door de verschillen in de regels zijn er natuurlijk ook enkele verschillen tussen de Woordenlijsten. Deze verschillen worden weergegeven in bijlage vijf. Naast de verschillen in spelling zien we dat, althans op het vlak van de Engelse werkwoorden, het Witte Boekje niet vollediger is zoals Daniëls ( ) beweert. Althans toch niet wat de werkwoorden betreft; in het Groene Boekje zijn immers meer werkwoorden opgenomen dan in het Witte Boekje. 70

71 HOOFDSTUK 7: Besluit 7.1. Algemene conclusies In deze masterproef over de spelling van de Engelse werkwoorden hebben we drie zaken behandeld. Ten eerste hebben we een overzicht proberen te geven van de Engelse werkwoorden die in het verleden en het heden in onze taal aanwezig waren en zijn. Daarnaast hebben we ook de regels voor de spelling van deze werkwoorden en de alternatieven die ervoor bestaan uitgelegd en ten slotte hebben we proberen aan te tonen op welke vlakken er eventueel nog een verbetering van de spelling mogelijk is. Met onze synchrone en diachrone lijst hebben we respectievelijk kunnen aantonen dat de Engelse werkwoorden momenteel in niet te verwaarlozen aantallen in onze taal aanwezig zijn (we telden 1377 werkwoorden in totaal) en dat deze aanwezigheid een vrij recent verschijnsel is. Ontlening aan het Engels is er altijd al geweest, dat bewijst onze diachrone lijst die teruggaat tot 1866, maar nog nooit was die ontlening zo groot als de voorbije tien jaar. Vroeger had het Frans de belangrijkste invloed op onze taal, nu is dat het Engels geworden. De overschakeling van een Romaanse naar een Germaanse taal als basis voor de ontlening van werkwoorden leidt onvermijdelijk tot aanpassingen in de werkwoordvorming. In de loop van ons onderzoek zijn we tot de conclusie gekomen dat de beregeling van de vele Engelse werkwoorden helemaal niet zo slecht is. De huidige regels hebben immers betrekking op 92% van de werkwoorden. Toch is er nog wat ruimte voor verbetering, zeker met het oog op de toekomst, want telkens opnieuw zullen Engelse werkwoorden in onze taal worden opgenomen, waardoor een grotere diversiteit zal ontstaan die mogelijk leidt tot een verminderde adequaatheid van de regels. In totaal hebben we vier aanpassingen in de spelling voorgesteld. Deze veranderingen zijn louter gebaseerd op ons theoretisch onderzoek aan de hand van de werkwoorden en kunnen dus afwijken van de voorkeur van de gemiddelde taalgebruiker. Verder onderzoek bij de taalgebruiker is dus gewenst wanneer deze aanpassingen werkelijk in de spelling zouden worden doorgevoerd. Dit zou de optimale werkwijze moeten zijn bij iedere wijziging in de spelling.

72 Onze eerste aanpassing is een vereenvoudiging van de regels. We stellen voor om het deel van de eerste uitzonderingsregel weg te laten vallen, dat zegt dat een dubbele eindmedeklinker moet worden geschreven bij werkwoorden waar het wegvallen van de tweede medeklinker voor uitspraakproblemen zou zorgen (passen, pullen). Zo krijgen alle werkwoorden een enkele medeklinker op het einde van de stam (ik pas en ik pul net zoals ik stres en ik sel). De tweede aanpassing is een aanvulling van uitzonderingsregel twee. Er geldt één voorwaarde bij deze regel: als het werkwoord eindigt op een lange /oo/-klank en alle werkwoorden die aan deze voorwaarde voldoen moeten met dubbele oo geschreven worden (choken, ik chook). In de praktijk bestaat er echter een groep werkwoorden die wel aan de voorwaarde voldoen, maar anders worden vervoegd (bingo, ik bingo). Uitzonderingsregel twee moet dus vollediger geformuleerd worden met inclusie van alle werkwoorden die aan de voorwaarde voldoen, zodat de regel de taalrealiteit volgt. Onze derde voorgestelde aanpassing zou kunnen worden geformuleerd ofwel als een derde uitzonderingsregel ofwel als een opmerking bij de hoofdregel. Het gaat om een beregeling van de werkwoorden die eindigen op -le. Momenteel bestaat hiervoor nog geen regel en misschien is het ook niet mogelijk om een sluitende regel te bedenken die voor iedereen goed is. Ons voorstel is om alle werkwoorden te vernederlandsen naar -el omdat zowel de werkwoorden geschreven met -el als die met -le in de stam met -el worden uitgesproken. Deze aanpassing zal zeker voor discussie zorgen bij taalgebruikers die bijvoorbeeld recyclen liever met -le blijven schrijven, wat volgens Google de meest gebruikte schrijfwijze is, maar op termijn zal deze regel voor minder verwarring zorgen. Een laatste aanpassing is de toevoeging van enkele opmerkingen bij de hoofdregel. Ten eerste is het niet bij alle werkwoorden zo dat er helemaal niets aan het Engelse woord verandert bij de vorming van de Nederlandse stam. Vaak gebeuren er kleine aanpassingen zoals het schrijven of weglaten van een liggend streepje zodat het werkwoord meer uniform is met de andere Nederlandse (werk)woorden. Daarnaast zijn er nog de werkwoorden die afkomstig zijn van een afkorting. De schrijfwijze hangt dan af van het feit of de afkorting een letterwoord (pinnen), initiaalwoord (sms en) of een verkorting (flexen) van een woord is. De regels om deze werkwoorden te schrijven staan noch bij de werkwoorden, noch bij de afkortingen beschreven. 72

73 Met deze aanpassingen aan de spellingregels zijn ongeveer 96% van alle werkwoorden in onze lijst beregeld. Er blijven nog enkele werkwoorden over zoals de werkwoorden die gedeeltelijk vernederlandst zijn, zoals oppeppen en de uitzonderingen waaronder aerobiccen. Noch oppeppen, noch aerobiccen zijn echter werkwoorden waar de taalgebruiker bij de spelling problemen mee heeft. Hoewel we dus over uitzonderingen spreken, wegens vormelijke kenmerken bij de omzetting uit het Engels, volgen deze werkwoorden in het Nederlands de regels wel. Met de aanpassingen die werden voorgesteld in de regels, worden in totaal 96% van de Engelse werkwoorden beregeld en van de werkwoorden die daar niet onder vallen, zorgt de spelling voor heel weinig problemen. In deze masterproef hebben we de regels voor de spelling van de Engelse werkwoorden kritisch onderzocht en getracht ze te verbeteren. In het begin van deze masterproef stelden we de vraag naar de optimale spelling. We hebben gezien dat de taalgebruiker niet leest of schrijft aan de hand van deze regelstrategie, maar aan de hand van de visuele strategie. De taalgebruiker memoriseert met andere woorden de woordbeelden. De beste spelling is dus een stabiele spelling. Ons diachrone onderzoek heeft aangetoond dat de spelling van de Engelse werkwoorden redelijk stabiel is. Ook wij hadden niet de intentie woordbeelden te veranderen. We stelden uiteindelijk wel voor om één regel weg te laten waardoor de stam van negen werkwoorden verandert. Onze andere suggesties zijn louter voorstellen om de regels in overeenstemming te brengen met de praktijk omdat de taalgebruiker volgens ons terug moet kunnen vallen op goede regels voor het spellen van (werk)woorden die men niet vaak gebruikt en dus niet heeft gememoriseerd Verder onderzoek In deze masterproef hebben we geprobeerd de belangrijkste knelpunten van de huidige spelling van de Engelse werkwoorden op een rijtje te zetten door de werkwoorden in te delen in categorieën op basis van hun gemeenschappelijke kenmerken. Aan de hand van enkele bevindingen hebben we daarna geprobeerd adviezen te formuleren voor een verbetering van de spelling. We zijn er ons echter van bewust dat er ook verder onderzoek moet gebeuren om te vermijden dat bij een eventuele aanpassing van de spelling niet (opnieuw) de verkeerde keuzes worden gemaakt. We kunnen ons ten slotte ook afvragen of een nieuwe spelling wel wenselijk is. Immers, veel van de spellingproblemen in onze taal komen voort uit het feit dat taalgebruikers graag blijven vasthouden aan bepaalde 73

74 woordbeelden. Zolang we een vreemd woordbeeld hanteren, zullen er dus altijd problemen blijven bestaan doordat de spellingsystemen en de uitspraak van twee talen in één woord worden gecombineerd, bijvoorbeeld een Engelse stam met een Nederlandse uitgang: hij datet. Met een intelligent ontwerp van de spellingregels kunnen de problemen natuurlijk wel tot een minimum worden beperkt en dat is waar naar moet worden gestreefd. In ons onderzoek hebben we het voornamelijk gehad over spellen en daarbij houden we rekening met de speller, diegene die de tekst moet schrijven. Een even belangrijk aspect van de spelling is natuurlijk het gemak van de lezer. We hebben bijvoorbeeld voorgesteld om de dubbele medeklinker aan het einde van de stam van werkwoorden zoals pullen trekken weg te laten vallen. Verder onderzoek is nodig om te onderzoeken of het wegvallen van deze eindmedeklinker toch voor leesproblemen bij de lezer zou zorgen. Wij geloven van niet, althans niet in Vlaanderen waar de werkwoorden sowieso al vrij vernederlandst zijn, maar we zijn niet op de hoogte van de problemen die zo een aanpassing kan opleveren in Nederland. Een ander terrein voor verder onderzoek zijn spellingvormen zoals deletete. Deze vorm is het gevolg van het gevolg van de politiek die we al sinds De Vries en Te Winkel volgen, namelijk de vreemdelingen ( ) vrijlaten zich te vertoonen in hunne nationale kleederdracht ( ) in plaats van hun, ongastvrij en onwellevend, een Nederlandsen gewaad op te dringen. De taalgebruiker komt echter voor moeilijkheden te staan omdat het woordbeeld niet overeenstemt met de uitspraak /dieliete/. Verder onderzoek kan aantonen in welke mate deze vormen voor ongemak zorgen en of een schrijfwijze die dichter bij de uitspraak ligt een oplossing biedt. In deze masterproef hebben we ook een onderscheid proberen te maken tussen wat wel en niet als een Engels werkwoord kan worden beschouwd. Zo hebben we de Engelse leenvertalingen en -betekenissen en alle werkwoorden die vernederlandst zijn op de vermelde categorieën na, niet als Engels werkwoord beschouwd. Het gevolg hiervan is dat werkwoorden als boksen en typen niet in onze lijst werden opgenomen. We zijn er ons van bewust dat de grens in andere lijsten zoals die van Timmers en Den Boon op een andere wijze is getrokken. Waar hun grens ligt wordt echter niet precies gespecificeerd. Ook hier is er dus ruimte voor verder onderzoek. Beschouwt de gemiddelde taalgebruiker woorden als boksen en typen nog als Engelse werkwoorden? Ziet de taalgebruiker een verschil met werkwoorden als bluffen en killen? Het is duidelijk dat er op dit gebied nog heel wat plaats is voor verder onderzoek. Met deze masterproef hopen we alvast een stap in die richting te hebben genomen. 74

75 Bibliografie Primair ANS. Haeseryn W., Romijn K., Geerts G., Algemene Nederlandse Spraakkunst, Deurne, Plantijn, Den Boon T., Van Dale jaarboek taal Utrecht, Van Dale Lexicografie, Heemskerk J.,Zonneveld W. Uitspraakwoordenboek. Utrecht, Spectrum, Het Groene Boekje. Renkema J., Woordenlijst Nederlandse Taal. Den Haag, SDU, Het Groene Boekje. Permentier L., Woordenlijst Nederlandse Taal. Tielt, Lannoo, Het Witte Boekje. Daniëls W., Spellinggids van het Nederlands. Utrecht, Spectrum, Kollewijn R.A., Buitenrust Hettema F., Salverde De Grave J.J., Nederlandse Woordelijst. Zwolle, Tjeenk Willink, Longman. Dictionary of Contemporary English. Essex, Pearson Education Limited, Van Dale, Geerts G., Geeraerts D., Vos E., Van der Sijs N. Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal. Utrecht, Van Dale Lexicografie, Secundair Blom, C., Eerst nachecken, dan uitprinten, Onze Taal, jaargang 75 (2006), p Coppen, P.-A., Vertrouwen op een blinde scheidsrechter. Google als taalonderzoeker, Onze Taal, jaargang 75 (2006), p Daniëls, W. Het groen-witte verschillen-boekje. s-hertogenbosch, Adr. Heinen Uitgevers, Den Boon, T. Ik googel, jij googelt. Nijmegen, BnM, Tiggeler, E., Vraagbaak Nederlands. Van spelling tot stijl: snel een helder antwoord op praktijkvragen over taal. Dan Haag, SDU, Timmers, C., Faxen faxte gefaxt. De spelling van ruim 1500 oorspronkelijk vreemde werkwoorden. Den Haag, SDU, Vandendriessche, L., De lariekoek van ape(n)kool. Een psycholinguïstisch en morfologisch onderzoek naar een optimale spellingsregel voor de sjwe op de morfeemgrens van samenstellingen. (Scriptie) Universiteit Gent, Van der Westen, W., Welgespeld. Werkwoordspelling voor hoger onderwijs. Bussum, Coutinho, Digitaal Genootschap Onze Taal, 200 jaar spelling van het Nederlands. Cd-rom, Den Haag, 2005.

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv 2 Noordhoff Uitgevers bv 2 Noordhoff Uitgevers bv Noordhoff Uitgevers bv 3 Standaardspelling. Spellingwet.2 Vereenvoudiging?.3 Woordenlijst en woordenboek.4 Regels leren noodzaak? In dit hoofdstuk leer

Nadere informatie

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands. Doelgroep Gevarieerde Spelling Gevarieerde Spelling is bedoeld voor leerlingen

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 vmbo de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 vmbo de betekenis

Nadere informatie

EEN E MAIL STUREN NAAR EEN DOCENT

EEN E MAIL STUREN NAAR EEN DOCENT Monitoraat op maat Academisch Nederlands 1 EEN E MAIL STUREN NAAR EEN DOCENT De communicatie tussen een student en een docent verloopt vaak per e mail. Een groot voordeel van het medium is namelijk de

Nadere informatie

Verandert de spelling alweer?

Verandert de spelling alweer? Nederlandse Taalunie Verandert de spelling alweer? Wat u moet weten over de spellingaanpassingen In oktober 2005 is de nieuwe Woordenlijst Nederlandse Taal verschenen. Vanaf 1 augustus 2006 wordt die Woordenlijst

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

Werkwoordspelling. Zomercursus Taal. Bijzondere gevallen 1. Bijzondere gevallen 1. De drie strategieën

Werkwoordspelling. Zomercursus Taal. Bijzondere gevallen 1. Bijzondere gevallen 1. De drie strategieën Werkwoordspelling Eerste les PV tegenwoordige tijd PV verleden tijd Voltooid deelwoord Bijvoeglijk gebruikt Tweede les Je achter de pv Gebiedende wijs Aansporing met u Engelse werkwoorden Zomercursus Taal

Nadere informatie

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar Hieronder vindt u de leerplandoelen taalbeschouwing die we met onze evaluatie in kaart willen brengen. Ze staan in dezelfde volgorde

Nadere informatie

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen Van elk kaartje wordt in deze toelichting kort beschreven wat erop staat. Een spellingregel wordt extra

Nadere informatie

JAARGANG 8 / NUMMER 3 NOVEMBER 2013. Mede mogelijk dankzij:

JAARGANG 8 / NUMMER 3 NOVEMBER 2013. Mede mogelijk dankzij: JAARGANG 8 / NUMMER 3 NOVEMBER 2013 Partners: Mede mogelijk dankzij: VRAAG 1 Verwarrende werkwoorden Schrijfster Joke van Leeuwen heeft met haar boek Feest van het begin de AKO Literatuurprijs gewonnen.

Nadere informatie

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING werkwoordspelling.com M.Kiewit Schematisch overzicht Stap 1: De persoonsvorm De persoonsvorm is het werkwoord dat op de eerste plaats komt te staan als

Nadere informatie

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven of om dubbelzinnigheid te voorkomen. Een nietzelfstandig

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Op het einde van de negentiende eeuw werd het Nederlands een van de officiële talen in België. Maar welk Nederlands? Er waren twee kampen.

Op het einde van de negentiende eeuw werd het Nederlands een van de officiële talen in België. Maar welk Nederlands? Er waren twee kampen. 1 Op het einde van de negentiende eeuw werd het Nederlands een van de officiële talen in België. Maar welk Nederlands? Er waren twee kampen. De particularisten pleitten voor een eigen Nederlands pleitten,

Nadere informatie

Inleiding 7. Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9

Inleiding 7. Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9 INHOUD Inleiding 7 Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9 Les 1 Stap voor stap op weg naar minder spellingfouten 11 1.1 Juist spellen is... 11 1.2 Stappenplan goed spellen 13 1.3 Hardnekkige spellingproblemen

Nadere informatie

Eisen Nederlands, vormgeving, APA. Pagina 1 van 10. Eisen Nederlands, vormgeving en bronvermelding AMA

Eisen Nederlands, vormgeving, APA. Pagina 1 van 10. Eisen Nederlands, vormgeving en bronvermelding AMA Pagina 1 van 10 Eisen Nederlands, vormgeving en bronvermelding AMA Versie: 8 juni 2015 Pagina 2 van 10 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Eisen Nederlands 3 Eisen vormgeving 4 Eisen bronvermelding 5 Procedure

Nadere informatie

Visuele Leerlijn Spelling

Visuele Leerlijn Spelling Visuele Leerlijn Spelling www.gynzy.com Versie: 15-08-2018 Begrippen Klanken & Letters Klank (begrip) Klinker of medeklinker (begrip) Korte of lange klank (begrip) Tweetekenklank (begrip) Lange-, korte-,

Nadere informatie

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica. Basis Werkwoordspelling is een programma voor het leren

Nadere informatie

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS (ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgd schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen (d, t of dt). Tijdens deze uitleg kun je oefenen

Nadere informatie

Thema 2. Rennen voor geld

Thema 2. Rennen voor geld Thema 2 Rennen voor geld Les 2.1 Berlijnse calorieën zekerheden zebra s onmiddellijk Les 1 reis, ijs Sjoerd vertelt zijn opa dat hij rondjes gaat lopen op een sportterrein. Wat een ander woord voor terrein?

Nadere informatie

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: Spelling 1. Werkwoorden: tegenwoordige tijd A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema: ik - je/u/hij/ze t we/jullie/ze en bijvoorbeeld: ik drink ik bied je drinkt je biedt

Nadere informatie

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen

Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen Verslag van dataverzameling in functie van het onderzoek van de NTU naar het schrijfleven van leerlingen Data verzameld in de derde graad van de basisschool en verslag opgesteld door Amber Van Geit Opleiding:

Nadere informatie

Eindverslag SLB module 12

Eindverslag SLB module 12 Eindverslag SLB module 12 Marthe Verwater HDT 3C 0901129 Inhoudsopgave: Eindreflectie.. Blz.3 Reflectieverslag les 1.. Blz.4 Reflectieverslag les 2.. Blz.6 Reflectieverslag les 3.. Blz.8 2 Eindreflectie

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands Grammatica en Spelling blok 2

Samenvatting Nederlands Grammatica en Spelling blok 2 Samenvatting Nederlands Grammatica en Spelling blok 2 Samenvatting door Babette 1149 woorden 23 juni 2016 9,5 3 keer beoordeeld Vak Methode Nederlands Op niveau Grammatica Vaak zie je aan een zin of de

Nadere informatie

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van Samenvatting Het is niet eenvoudig om te leren spellen. Om een woord te kunnen spellen moet een ingewikkeld proces worden doorlopen. Als een kind een bepaald woord nooit eerder gelezen of gespeld heeft,

Nadere informatie

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen. Vaktips Frans 1. D O E L S T E L L I N G E N De Franse taal leren verstaan, lezen, spreken en schrijven. Om dit te bereiken, moet je: Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en

Nadere informatie

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010

Taalbeschouwelijke termen bao so 2010 1 Bijlage: Vergelijking taalbeschouwelijke termen leerplannen basisonderwijs en secundair onderwijs In deze lijst vindt u in de linkerkolom een overzicht van de taalbeschouwelijke termen uit het leerplan

Nadere informatie

Eigen vaardigheid Taal

Eigen vaardigheid Taal Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht

Nadere informatie

ZORG VOOR EEN LEERBARE SPELLING

ZORG VOOR EEN LEERBARE SPELLING ZORG VOOR EEN LEERBARE SPELLING Foto: Anda van Riet De discussies over het Witte en Groene Boekje en over details verhullen dat er iets wezenlijk mis is met de Nederlandse spelling. De verregaande regeldrift

Nadere informatie

Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica.

Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica. Basisspelling Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica. Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Onderdeel: Grammatica zinsdelen 1F Grammaticale kennis: onderwerp, lijdend voorwerp, hoofdzin, bijzin, gezegde, persoonsvorm. 1E Grammaticale kennis: meewerkend voorwerp. 2E Grammaticale kennis: bijwoordelijke

Nadere informatie

De teksten van de vormingspakketten die de sociaal adviseurs gebruiken worden gescreend op klare taal door de collega s van diversiteitsmanagement.

De teksten van de vormingspakketten die de sociaal adviseurs gebruiken worden gescreend op klare taal door de collega s van diversiteitsmanagement. De teksten van de vormingspakketten die de sociaal adviseurs gebruiken worden gescreend op klare taal door de collega s van diversiteitsmanagement. Hierbij ter informatie de 20 Tips voor klare taal van

Nadere informatie

D of T Bingo! www.meesterklaas.nl. Welke regels hebben jullie gehanteerd? Omdat hij werd gestoord, wendde hij zijn gezicht naar de deur.

D of T Bingo! www.meesterklaas.nl. Welke regels hebben jullie gehanteerd? Omdat hij werd gestoord, wendde hij zijn gezicht naar de deur. Lees de zinnen voor in willekeurige volgorde. De leerlingen moeten vervolgens het d/t woord in die zin juist invullen. Wanneer een leerling alle zinnen als eerst heeft roept hij of zij INGO! Zijn alle

Nadere informatie

Thema 4. Straatmuzikanten

Thema 4. Straatmuzikanten Thema 4 Straatmuzikanten Les 4.1 tinnen ideeën pakketten resultaat passage Les 1 de, jarig Een man met korte, grijze haren, een snor en een aktetas stootte met zijn voet tegen het geldbakje. Waar hoor

Nadere informatie

Thema 10. We ruilen van plek

Thema 10. We ruilen van plek Thema 10 We ruilen van plek Les 10.1 1. zakenreis 2. industrieën 3. raketten 4. percentage 5. demonstratie Les 1 gouden, ziekenhuis In het ankerverhaal staat dat de moeder van Gaby Pak kersen geeft in

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2015-2016 Onderdeel: Spelling week 1 t/m week 3 1 & 2 Digitale methode 1F Spelling: verdubbeling en verenkeling. 1F Spelling: vorming van het bijvoeglijk naamwoord. 1F Werkwoordspelling waarvan een deel

Nadere informatie

Als eerste bedankt voor het aanschaffen van deze PDF waarin ik je handige tips en trucs zal geven over het schrijven van een handleiding.

Als eerste bedankt voor het aanschaffen van deze PDF waarin ik je handige tips en trucs zal geven over het schrijven van een handleiding. Bedankt! Als eerste bedankt voor het aanschaffen van deze PDF waarin ik je handige tips en trucs zal geven over het schrijven van een handleiding. Graag zou ik je willen vragen mij een email te sturen

Nadere informatie

Hoe spel ik een werkwoord?

Hoe spel ik een werkwoord? Ik wandel, wandel jij Hij wandelt, jij wandelt Wij wandelen Wandel noemen we de ik-vorm. Daar komt soms wat bij: bjvoorbeeld een t (hij, zij, het, men, jij wandelt) of en (wij, zij, jullie wandelen) Ik

Nadere informatie

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016

Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016 Klankzuivere werkwoorden vervoegen Methode voor beelddenkers Juf Kitty 2016 Inleiding Waarom klopt het niet als je werdt schrijft? Is het kookte of kookde? Als je onvoldoende Nederlands spreekt als tweede

Nadere informatie

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag De probleemstelling is eigenlijk het centrum waar het werkstuk om draait. Het is een precieze formulering van het onderwerp dat je onderzoekt. Omdat de probleemstelling

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2. Werkwoordspelling op maat Werkwoordspelling op maat besteedt aandacht aan het hele algoritme van de spelling van regelmatige werkwoorden en ook aan de verleden tijd van onregelmatige werkwoorden. Doelgroepen

Nadere informatie

Mijn kind heeft een LVB

Mijn kind heeft een LVB Mijn kind heeft een LVB Wat betekent een licht verstandelijke beperking nu precies? Informatie voor ouders van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 23 jaar

Nadere informatie

ogen en oren open! Luister je wel?

ogen en oren open! Luister je wel? ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak

Nadere informatie

Onderdeel: Spelling Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Onderdeel: Spelling Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing: Onderdeel: Spelling week 1 t/m week 3 1 & 2 Digitale methode 1F Spelling: verdubbeling en verenkeling. 1F Spelling: vorming van het bijvoeglijk naamwoord. 1F Werkwoordspelling waarvan een deel zuiver morfologisch

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing

Programma van Inhoud en Toetsing Onderdeel: Grammatica zinsdelen (RTTI) Lesperiode: 1 Aantal lessen per week: 4 Hoofdstuk: 1, 2,3 & 5 Theorie blz 28, 68, 108, 188, 189 De leerling moet de volgende zinsdelen kennen: persoonsvorm onderwerp

Nadere informatie

TOETSTIP 9 SEPTEMBER 2005

TOETSTIP 9 SEPTEMBER 2005 TOETSTIP 9 SEPTEMBER 25 Bepaling wat en waarom je wilt meten Toetsopzet Materiaal Betrouwbaarheid Beoordeling Interpretatie resultaten TIP 9: HOE KAN IK DE COMPLEXITEIT VAN EEN (TOETS)TAAK NAGAAN? Bij

Nadere informatie

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed. Regels werkwoordspelling In dit bestand worden de 5 werkwoordsvormen uitgelegd. Het gaat om: 1. Tegenwoordige tijd 2. Verleden tijd 3. Voltooid deelwoord 4. Onvoltooid deelwoord 5. Bijvoeglijk gebruikt

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 5 en 6 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1.

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 5 en 6 van de basisschool, het praktijkonderwijs, vmbo bbl en mbo 1. Spelling op maat 2 De programma s Spelling op maat 1, 2 en 3 vormen een complete leerlijn voor de spelling die op de basisschool moet worden aangeleerd. Spelling op maat 2 is het tweede deel van deze leerlijn.

Nadere informatie

1 Werkwoorden. Voor deze aanbieding geld: op = op!!!

1 Werkwoorden. Voor deze aanbieding geld: op = op!!! 1 Werkwoorden Vrijwel iedereen is zich ervan bewust dat de spelling van de werkwoordsvormen in het Nederlands een valkuil is. Wie heeft zich nooit afgevraagd: d of t of dt? Gelukkig zijn er een paar regels

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing

Programma van Inhoud en Toetsing Onderdeel: Grammatica zinsdelen (RTTI) Lesperiode: 1 Hoofdstuk: 1, 2,3 & 5 Theorie blz 28, 68, 108, 188, 189 De leerling moet de volgende zinsdelen kennen: persoonsvorm onderwerp werkwoordelijk gezegde

Nadere informatie

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau Vaardigheden Wat zijn vaardigheden? Vaardigheden geven aan waar iemand bedreven in is. Ze zijn meestal aan te leren. Voorbeelden van vaardigheden zijn typen en kennis van het Nederlands. Wat meet Q1000

Nadere informatie

DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE

DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE Versiedatum: 30-8-2008 Jan Blaas Blz. 1 van 7 Versiedatum: 30-8-08 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 Hoe groot is de invloed van pech

Nadere informatie

Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I

Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I Deze leidraad heeft tot doel om studenten uitleg te geven bij het opmaken van hun onderzoeksvoorstel voor de masterscriptie. Er wordt

Nadere informatie

Onderdeel: Spelling Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Onderdeel: Spelling Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing: Vak: Nederlands Klas: IG2 MH/HV Onderdeel: Spelling week 1 t/m week 4 Aantal lessen per week: 2 Methode: Nieuw Nederlands 5 e editie Hoofdstuk: 1 & 2 Blz. 33 t/m 35 Digitale methode 1F Spelling: verdubbeling

Nadere informatie

Vragenlijst. Uw bijdrage helpt te weten waar de noden van ouderen liggen zodat er beter op hen kan ingespeeld worden.

Vragenlijst. Uw bijdrage helpt te weten waar de noden van ouderen liggen zodat er beter op hen kan ingespeeld worden. Vragenlijst Beste mevrouw, meneer In het kader van mijn thesis Digitale vaardigheden van 65-plussers heb ik deze vragenlijst opgesteld voor zowel gebruikers als niet-gebruikers van internet Dit werk kan

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2016-2017 Vak: Nederlands Klas: vmbo-tl 2 Onderdeel: Spelling 1 & 2 Digitale methode 1F Spelling: verdubbeling en verenkeling. 1F Spelling: vorming van het bijvoeglijk naamwoord. 1F Werkwoordspelling waarvan

Nadere informatie

De spelling van de werkwoorden

De spelling van de werkwoorden De spelling van de werkwoorden Tegenwoordige tijd Opdracht 7, wb. p. 52 Om welke reden schrijf je beland in zin b zonder t en bevindt in zin f met t? In beide zinnen is het onderwerp je, maar in zin b

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 --------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 7, 3

Nadere informatie

150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft!

150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! Scott de Jong http://www.positiefleren.nl - 1 - Je leest op dit moment versie 2.0 van het Ebook: 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft.

Nadere informatie

Snelspelwijzer Onze Taal

Snelspelwijzer Onze Taal Wim Daniëls in samenwerking met Genootschap Onze Taal Snelspelwijzer Onze Taal Uitgeverij Unieboek Het Spectrum bv, Houten Antwerpen Inhoudsopgave Inleiding 7 I Algemene regels 9 II Klinkers 19 III Medeklinkers

Nadere informatie

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1

veilig leren Veilig leren lezen Artikelen - Letterkennis, aanpak b/d-probleem lezen Auteur: Susan van der Linden Stap 1 veilig leren lezen Letterkennis Aanpak b/d-probleem Auteur: Susan van der Linden De letters b en d zijn voor veel kinderen een bron van verwarring. Dit komt door hun gelijke vorm. Toch kunt u dit probleem

Nadere informatie

Wetenschapscommunicatie. Sessie 2: schriftelijke rapporting

Wetenschapscommunicatie. Sessie 2: schriftelijke rapporting Wetenschapscommunicatie Sessie 2: schriftelijke rapporting Aandachtspunten (PDF) Voorbeeldtekstjes Wat is er slecht aan deze tekstjes? Wat zou jij verbeteren? (gebruik aandachtspunten als leidraad) Schrijfopdracht

Nadere informatie

Stap 4: Indeling maken

Stap 4: Indeling maken Stap 1: Het kiezen van een onderwerp Kies een onderwerp dat je aanspreekt of waar je veel van af weet of waar je graag meer over te weten wilt komen. Klaar? Kleur vakje 1 van het stappenblad. Stap 2: Materiaal

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) 2015-2016 Onderdeel: Spelling Lesperiode: week 1 t/m week 3 Aantal lessen per week: 4 Methode: Nieuw Nederlands 5 e editie Hoofdstuk: 1F Spelling: verdubbeling en verenkeling. 1F Spelling: vorming van

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend

Nadere informatie

Werkwoordspelling zonder ballast

Werkwoordspelling zonder ballast Persoonsvormen correct leren schrijven Werkwoordspelling zonder ballast Dolf Janson De spelling van werkwoorden heeft een slechte naam. Het wordt door velen als moeilijk of ingewikkeld gezien. Leerlingen

Nadere informatie

Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling

Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling Basisspelling Het Muiswerkprogramma Basisspelling bestrijkt de basisregels van de Nederlandse spelling; regels die op de basisschool worden aangeleerd en waarmee in het voortgezet onderwijs nog wordt geoefend.

Nadere informatie

Vak: Nederlands EBR Klas: IG 2 mh/hv Onderdeel: Leesvaardigheid Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Vak: Nederlands EBR Klas: IG 2 mh/hv Onderdeel: Leesvaardigheid Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing: Vak: Nederlands EBR Klas: IG 2 mh/hv Onderdeel: Leesvaardigheid Lesperiode: 5 Nieuw Nederlands 5 e editie Hoofdstuk: 4 Blz. 127 t/m 12 Nieuw Nederlands Online H 1 t/m 4, onderdeel Lezen extra en Test Nieuwsbegrip

Nadere informatie

Deze site gaat je niet gelukkig maken...

Deze site gaat je niet gelukkig maken... naam wachtwoord login informatie aanmelden Deze site gaat je niet gelukkig maken... Dat wil zeggen dat je hier niet leert hoe je een leven zonder teleurstelling, pijn, somberheid, angst, onzekerheid of

Nadere informatie

VSO leerlijn Engels (uitstroom arbeid)

VSO leerlijn Engels (uitstroom arbeid) VSO leerlijn Engels (uitstroom arbeid) LEERLIJN ENGELS VSO Leerlijnen Kerndoelen 1.1. Taalbegrip 1. De leerling leert vertrouwde woorden en basiszinnen te begrijpen die zichzelf, zijn/haar familie en directe

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

EWALD VERVAET NAAR PSYCHOLOGIE VAN 3 TOT 8 JAAR SCHOOL

EWALD VERVAET NAAR PSYCHOLOGIE VAN 3 TOT 8 JAAR SCHOOL EWALD VERVAET NAAR PSYCHOLOGIE VAN 3 TOT 8 JAAR SCHOOL Inhoud Voorwoord (prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer) 9 Inleiding Van peuterspeelzaal naar school 12 Bij de vijfde druk 19 I A PEUTERS, KLEUTERS EN

Nadere informatie

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D RESEARCH CONTENT Loïs Vehof GAR1D INHOUD Inleiding ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ blz. 2 Methode -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS (ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 2 NEDERLANDS 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je op een juiste manier in meervoud schrijven. - Hoofdletters op een juiste manier gebruiken. - Onbepaalde hoofdtelwoorden

Nadere informatie

Bijlage interview meisje

Bijlage interview meisje Bijlage interview meisje Wat moet er aan de leerlingen gezegd worden voor het interview begint: Ik ben een student van de Universiteit van Gent. Ik wil met jou praten over schrijven en taken waarbij je

Nadere informatie

HC zd. 42 nr. 31. dia 1

HC zd. 42 nr. 31. dia 1 HC zd. 42 nr. 31 weinig mensen zullen zeggen dat ze leven voor het geld geld maakt niet gelukkig toch zeggen we er graag achteraan: wel handig als je het hebt want waar leef ik voor? een christen mag zeggen:

Nadere informatie

Op de foto is een bord te zien van een doner kebab tent bij het station van hoofddorp. Op dit bord hebben ze geprobeerd te communiceren met de

Op de foto is een bord te zien van een doner kebab tent bij het station van hoofddorp. Op dit bord hebben ze geprobeerd te communiceren met de Op de foto is een bord te zien van een doner kebab tent bij het station van hoofddorp. Op dit bord hebben ze geprobeerd te communiceren met de mensen, maar naar mijn mening komt dit niet goed over bij

Nadere informatie

Hoe kunt u het spellingprobleem van uw studenten oplossen?

Hoe kunt u het spellingprobleem van uw studenten oplossen? Hoe kunt u het spellingprobleem van uw studenten oplossen? Software Nederlandse Spelling Online (SNS Online) Wat is SNS Online? Spelling is bij veel studenten een probleem! Uit onderzoek bij achttienjarigen

Nadere informatie

-1- - ictzorg Springplank -

-1- - ictzorg Springplank - -1- - ictzorg Springplank - BABBELBANK http://www.ictenzorg.be/babbelbank/ Een gratis praat-en-kijk-pakket dat zich richt naar anderstalige nieuwkomers en taalzwakke kinderen met als doel het thematisch

Nadere informatie

bankbiljet BBQ Hoe moet ik dat spellen? Hoe schrijf je dat woord voluit? 4 verkleinwoord na -y 5 letter- of cijferwoord

bankbiljet BBQ Hoe moet ik dat spellen? Hoe schrijf je dat woord voluit? 4 verkleinwoord na -y 5 letter- of cijferwoord Ludo Permentier Nederlands voor 4 verkleinwoord na -y Als er voor een y aan het eind van een woord een medeklinker komt, en we spreken de y uit als ie, gebruiken we een apostrof om een verkleinwoord te

Nadere informatie

De termen kunnen de documenten terugvindbaar maken, maar de termen zijn niet geschikt om de documenten op onderwerp op te bergen.

De termen kunnen de documenten terugvindbaar maken, maar de termen zijn niet geschikt om de documenten op onderwerp op te bergen. 1. Inleiding Voor u ligt de eerste editie van de thesaurus van termen op het gebied van antroposofie, vrijeschool onderwijs, begeleiding van het vrijeschoolonderwijs en verwante onderwerpen die is ontwikkeld

Nadere informatie

Islam voor iedereen. Is de bijbel een openbaring van God. auteur: Shabir Ally. revisie: Abdul-Jabbar van de Ven. revisie: Yassien Abo Abdillah

Islam voor iedereen. Is de bijbel een openbaring van God. auteur: Shabir Ally. revisie: Abdul-Jabbar van de Ven. revisie: Yassien Abo Abdillah Is de bijbel een openbaring van God ] لونلدية - dutch [ nederlands - auteur: Shabir Ally revisie: Abdul-Jabbar van de Ven revisie: Yassien Abo Abdillah Kantoor voor da'wa Rabwah (Riyad) 2013-1434 Islam

Nadere informatie

GRATIS content TIPS & ideeën die jij zelf kan gebruiken voor je eigen (bedrijfs)website! #SchrijvenVoorBedrijven JasperVerelst.be

GRATIS content TIPS & ideeën die jij zelf kan gebruiken voor je eigen (bedrijfs)website! #SchrijvenVoorBedrijven JasperVerelst.be GRATIS content TIPS & ideeën die jij zelf kan gebruiken voor je eigen (bedrijfs)website! #SchrijvenVoorBedrijven JasperVerelst.be - Ik schreef al meer dan 100 commerciële bedrijfswebsites voor ondernemingen

Nadere informatie

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

Een overtuigende tekst schrijven

Een overtuigende tekst schrijven Een overtuigende tekst schrijven Taalhandeling: Betogen Betogen ervaarles Schrijftaak: Je mening geven over een andere manier van herdenken op school instructieles oefenlesles Lesdoel: Leerlingen kennen

Nadere informatie

Voorwoord! Wie wil ik helpen?!

Voorwoord! Wie wil ik helpen?! Voorwoord Allereerst dankjewel dat je mijn boek hebt gekocht of gekregen en dat je dit ook leest. Dit toont dat jij vooruit wil in het leven en dat je ook actiegericht bent. En actiegerichte mensen halen

Nadere informatie

SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL

SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL Bij werken, zowel betaald als vrijwillig, hoort leiding krijgen of leiding geven. De vraag wat effectief leiderschap is houdt dan ook veel mensen bezig. De meningen hierover

Nadere informatie

Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode?

Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode? Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode? 1. Inleiding In de media was de afgelopen weken uitgebreid aandacht voor de casus van de studente verpleegkunde die geacht werd

Nadere informatie

Communiceren met de achterban

Communiceren met de achterban 1 Communiceren met de achterban Je wilt weten hoe je het beste communiceert met de achterban. Je wilt direct aan de slag en snel resultaten. Je hebt een hoe-vraag. Zoals iedereen. Maar als je werkelijk

Nadere informatie

als iets niet letterlijk is bedoeld.

als iets niet letterlijk is bedoeld. Kernwoordenlijst Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanhalingstekens Accenttekens Achtervoegsel Afbreekteken Gebruik je voor een citaat of als iets niet letterlijk is bedoeld. Gebruik je om iets nadruk te geven

Nadere informatie

Verwijzen naar digitale bronnen

Verwijzen naar digitale bronnen Verwijzen naar digitale bronnen Aanvulling op de Leidraad voor juridische auteurs 2013 I. Bennigsen mr. dr. L.D. van Kleef-Ruigrok 2 februari 2015 1 1 Inleiding In de Leidraad voor juridische auteurs 2013

Nadere informatie

De presentatie: basisprincipes

De presentatie: basisprincipes De presentatie: basisprincipes Een presentatie is eigenlijk een voordracht of spreekbeurt. De belangrijkste soorten: a Een uiteenzetting: je verklaart bv. hoe taal ontstaan is, behandelt het probleem van

Nadere informatie

MAGDA? REGELS OP SCHOOL EN DE WERKVLOER. Magda op school? Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. materialen. Doelen STERKE SCHAKELS

MAGDA? REGELS OP SCHOOL EN DE WERKVLOER. Magda op school? Inhoud. Doelgroep. Vakgebied. materialen. Doelen STERKE SCHAKELS MAGDA? REGELS OP SCHOOL EN DE WERKVLOER Jongeren krijgen op school, op de werkplek, in de klas met allerlei regels en afspraken te maken. Zijn de afspraken en regels duidelijk genoeg voor hen? Wat vinden

Nadere informatie

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland

Nadere informatie