Handreiking MIRT-verkenning
|
|
|
- Dennis Christiaens
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Handreiking MIRT-verkenning ruim een jaar onderweg Ministerie van Infrastructuur en Milieu De Handreiking MIRT-verkenning is sinds mei 2010 in gebruik. Sindsdien zijn verschillende wetten, regels en beleid gewijzigd, die van invloed zijn op de MIRT-verkenning. De basis van de Handreiking MIRT-verkenning blijft echter in tact, want de indeling in vier fasen verandert niet. Daarom geen volledige actualisatie van de handreiking op dit moment, maar een update met daarin de belangrijkste wijzigingen. Deze update geeft deze wijzigingen weer en gaat in op de veranderde handelswijze met betrekking tot de MIRT-verkenning. De laatste versie van de huidige handreiking is te vinden op: tracemer.nl onder Kaders en handreikingen. 1. Juli 2011 Voor de MIRT-verkenning moet tevens rekening worden gehouden met een wijziging in de overlegfrequentie van het BO-MIRT. Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De afdeling van het Ministerie van I&M die zich bezighoudt met het MIRT is per 1 januari 2012 te vinden bij DG Ruimte en Water, directie Nederland concurrerend, bereikbaar, Gebieden en Projecten. Deze afdeling houdt zich ook bezig met leefbaar en veilig Sneller&Beter. MIRT De MIRT Spelregels zijn geactualiseerd. Per 1 januari 2012 vervangen de geactualiseerde spelregels de versie van 1 januari Het aantal beslismomenten is teruggebracht van vijf naar vier, waarbij de separate uitvoeringsbeslissing is vervallen: Beslismoment 1: Startbeslissing (verkenningsfase) Beslismoment 2: Voorkeursbeslissing (verkenningsfase) Beslismoment 3: Projectbeslissing (planuitwerkingsfase) Beslismoment 4: Opleveringsbeslissing (realisatiefase) De actualisatie betreft naast de verandering in het aantal beslismomenten een eenduidiger gebruik van terminologie, de verdere vernatting in het kader van de start van het Deltaprogramma, Dit is een uitgave van het het integreren vanendemilieu uitkomsten van Sneller&Beter (met name Ministerie van Infrastructuur procesontwerp) Postbus ex Den Haag en de gewijzigde Tracéwet. Voorheen vonden de BO-MIRT overleggen elk half jaar plaats. Vanaf 1 januari 2012 alleen in het najaar. Start- en voorkeursbeslissingen kunnen nu het hele jaar genomen worden door de Minister, ook buiten het BO-MIRT. Het projectspecifieke BO wordt hierdoor belangrijker. De voortgang van het project zal dus ook buiten het BO-MIRT besproken worden. Bij het samenstellen van het projectspecifieke BO moet hiermee rekening worden gehouden, vooral in verband met de overlegfrequentie.
2 2. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Toekomstige plannen over ruimte en mobiliteit staan beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR beschrijft het kabinet in welke infrastructuurprojecten zij de komende jaren wil investeren. Tot 2020 zijn de infrastructurele keuzes al gemaakt. Op 14 juni 2011 heeft de Minister de SVIR aangeboden aan de Tweede Kamer. In de eerste helft van 2012 wordt de structuurvisie naar verwachting definitief vastgesteld. De SVIR heeft als belangrijk uitgangspunt de decentralisatie van ruimtelijk beleid. Dat betekent dat samenwerking tussen overheden belangrijker wordt. In de SVIR zijn drie hoofddoelen geformuleerd voor de middellange termijn (2028): - Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; - Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; - Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Deze drie hoofddoelen zijn onderverdeeld in dertien nationale belangen. Een belangrijk signaal vanuit alle nationale belangen is de aandacht voor integraal werken en het belang van een samenhangend beleid voor ruimte en mobiliteit. Het rijk maakt ter ondersteuning van de regio s aan de hand van de gebiedsagenda s per landsdeel samenwerkingsafspraken over integrale ruimtelijke en mobiliteitsopgaven. Zo krijgen de stedelijke regio s rondom de mainports, brainports en greenports een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak. Dit wordt besproken in de landsdelige BO MIRTs. Voor de projectgebonden structuurvisie in de MIRT-verkenning heeft de SVIR in zoverre invloed dat er nadrukkelijk gewezen wordt op zo goed en zo veel mogelijk integraal en gebiedsgericht werken. Het rijk zal incidenteel toetsen of de nationale belangen uit de SVIR doorwerken in plannen van decentrale overheden. De SVIR is opgesteld door het rijk en werkt dus ook door in structuurvisies die verplicht zijn door de Tracéwet. 3. Tracéwet In de Handreiking MIRT-verkenning is al uitgegaan van de gewijzigde Tracéwet (zie p. 15 handreiking). Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige Tracéwet zijn: 1. Wettelijke verankering van de verkenningsfase. 2. Verantwoording over burgerparticipatie verplicht. 3. Rijksinfrastructuur kan ook in een Wro besluit geregeld worden. 4. Opleveringstoets. De wijzigingen in de Tracéwet hebben geen invloed op de beschrijving van de MIRT-verkenning zoals deze in de handreiking staat. Wel is er nu ook een verkorte tracéwetprocedure mogelijk bij de Tracéwet, hierover meer hieronder. Omgevingswijzer De duurzaamheidsscan is doorontwikkeld tot de Omgevingswijzer, ook wel bekend als Synergiemeter en bevat nu 12 in plaats van 14 thema s. Het is een hulpmiddel van het Steunpunt Gebiedsontwikkeling ten behoeve van integrale afweging. De Omgevingswijzer maakt op een laagdrempelige manier het begrip duurzaamheid concreet, is een check op de volledigheid van de visie en visualiseert diverse oplossingsrichtingen. Momenteel wordt het instrument tevens door- 0ontwikkeld voor de overige MIRT fasen. Meer informatie: Steunpunt Gebiedsgericht Werken/ Programma Duurzame Gebiedsontwikkeling. Thema 12 Economische baten voor bevolking Thema 11 Economische baten voor bedrijvigheid Thema 10 Financiële baten Thema 09 Mobiliteit en toegankelijkheid Thema 08 Welvaart en welzijn Thema 07 Sociale betrokkenheid Thema 01 Water Thema 06 Openbare ruimte en functie Thema 02 Bodem Thema 03 Energie Thema 04 Ecologie en biodiversiteit Thema 05 Bouw Rijkswaterstaat
3 Beperkte sectorale verkenningen Bij verkenningen met een beperkte sectorale opgave kan het toch zinvol zijn om een structuurvisie te maken. Een mogelijk knelpunt bij sectorale opgaven is dat de voorkeur van het bevoegd gezag nergens eerder formeel is vastgelegd (bijvoorbeeld in een beleidsplan). Dit kan overigens ook spelen bij integrale opgaven. Wanneer dit formele kader ontbreekt, kan deze discussie tot aan de vergunningverlening, waterwet-projectplan, Tracébesluit of bestemmingsplan voortslepen. Dit zorgt voor veel discussie en vertraging. Door een structuurvisie op te stellen gaat hier in ieder geval een zelfbindende werking voor het bevoegd gezag van uit. Deze partij moet zich dan committeren aan het voorkeursalternatief. Dit kan het rijk, de provincie of de gemeente zijn. Wie bevoegd gezag is en of er een plan-m.e.r. moet worden opgesteld is afhankelijk van de opgave. De hier beschreven ervaring is opgedaan door RWS in het natte werkveld. Voor vragen hierover kun je contact opnemen met het Programmabureau HoofdWaterSysteem van de Waterdienst. 4. Verkorte Tracéwetprocedure Bij problemen/ambities die louter lijninfrastructuur of beheergebied van RWS betreffen en waar over de oplossing overeenstemming bestaat, zowel bestuurlijk als in de omgeving van het project, kan de verkorte tracéwetprocedure worden gebruikt, op basis van de nieuwe Tracéwet. Dit kan bijvoorbeeld als er links en/of rechts een rijstrook bij komt (maximaal 2 rijstroken in totaal). Dit betekent dat de initiatiefnemers al duidelijk voor ogen hebben dat er bijvoorbeeld geen invloed is op een Natura 2000-gebied, er geen verschil van mening met omwonenden bestaat en dat er geen alternatieven voor de oplossing onderzocht hoeven worden. Bij de verkorte tracéwetprocedure wordt de start- en voorkeursbeslissing tegelijkertijd genomen en mondt het proces direct uit in een projectbeslissing. Er wordt dus geen verkenning uitgevoerd. In de startbeslissing wordt bepaald of een verkorte tracéwetprocedure gevolgd wordt. Het Tracébesluit dient binnen 2 jaar te worden vastgesteld. Als het Tracébesluit m.e.r.-plichtig is, dan wordt de verkorte Tracéwetprocedure met een project-m.e.r. doorlopen. Er hoeft dan geen plan-m.e.r. te worden opgesteld. dient de Tracéwetprocedure met structuurvisie en plan-m.e.r. te worden gevolgd. Op deze manier worden latere vertragingen voorkomen. 5. Publieksparticipatie in de MIRT-verkenning Wanneer je wilt komen tot een maatschappelijk gedragen voorkeursbeslissing is het belangrijk om alle relevante partijen in de verkenningsfase te betrekken. Een participatieplan maakt helder wanneer welke partijen betrokken moeten worden. Een goed participatieplan kijkt naar het integrale proces, en wordt dan ook in een vroeg stadium opgesteld. Het participatieplan moet gelinkt worden of opgenomen zijn in het plan van aanpak dat in de startfase wordt uitgewerkt. Het CPP adviseert bij complexe(re) projecten ook een (digitaal) participatieplan beschikbaar te stellen. Op deze manier weet het brede publiek wie, wanneer, waarover betrokken wordt en kan daarop reageren. Ook kan men zich als geïnteresseerde aanmelden. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) daarentegen is een abstracte onderzoeksagenda en slecht te begrijpen voor het publiek. Uit onderzoek van het Centrum Publieksparticipatie (CPP) blijkt dat het vragen om zienswijzen op de NRD reactief is en de verhoudingen verhardt. Op basis van de opgedane ervaringen concludeert het CPP dat bij een voornemenprocedure een kennisgeving (op basis van Tracewet en/of Wet milieubeheer; p.36 in handreiking) met daarin een beschrijving van het voorgenomen proces tot aan het MER volstaat. De NRD wordt niet meer ter visie gelegd bij IenM-projecten. De analyse en verbetervoorstellen van het CPP zijn in oktober 2011 aan het Infrastructuur en Ruimte Overleg (IRO) voorgelegd. Het IRO stemde in met zowel de vijf uitgangspunten voor de kennisgeving als de procesmatige invulling van de voornemenprocedure (zie hieronder). Een publieksvriendelijke kennisgeving voldoet aan de volgende voorwaarden: 1. Een heldere titel zonder juridische termen. Bij een hoog ambitieniveau voor participatie ligt vraagstelling in de titel voor de hand (Wat vindt u van?). 2. Een kaartje of beeld dat de titel ondersteunt. 3. Een maximale grootte: half tabloid (A4) met maximaal 550 woorden. Rijkshuisstijl lettertype Serif corpsgrootte 8, interlinie De kennisgeving geeft antwoord op de volgende vragen: > Waarom dit project? Wat is het wettelijk kader? > Wat is er tot nu toe aan participatie gedaan en gaat er nog gebeuren? > Hoe kunt u reageren en waar vindt u meer informatie? 5. Gerichte vragen aan het publiek. Het is belangrijk om je bewust te zijn van de snelheid van het traject. De verkorte tracéwetprocedure heeft tot doel echt snel te zijn en leent zich daarom niet voor informele stappen. Er kan zogezegd, niet uit de stappen uit het normale verkenningstraject worden geshopt. Als toch dergelijke stappen gewenst zijn, dan
4 Voorbeeld vormvrije m.e.r.-beoordeling Bij de start van een Verkenning wordt de aanpak van de opgave gezien in de aanleg van een spitsstrook van minder dan 5 kilometer, uitbreiding van woningbouw met minder dan 2000 huizen en de aanleg van een natuur/waterbergingsgebied van minder dan 100 ha. Deze spitsstrook, woningbouw en landinrichting vallen onder de grens van de D-lijst uit het gewijzigde Besluit m.e.r. Het is dan verplicht om goed uit te leggen of er geen wezenlijke milieu-effecten verwacht worden. Dit gebeurt middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Indien er toch wezenlijke milieueffecten verwacht worden dan dient een volledige m.e.r.- procedure doorlopen te worden. Ook moeten in de scope optionele blokken worden opgenomen, die kunnen vervallen bij budgettekort. Denk bij de invulling van de blokken aan de afweging tussen need to have en nice to have aspecten, zoals het aanbieden van walstroom (nice to have) bij ligplaatsen (need to have) voor binnenvaartschepen. Of bijvoorbeeld de aanleg van een extra rijstrook (need to have) met wegverlichting (nice to have). Life Cycle Cost (LCC) is verder ontwikkeld. Daarnaast wordt in het kader van bezuinigingen nog meer gestuurd op het goed inschatten van de risico s in ramingen. De eis aan de kostenraming (inclusief BTW) bij het voorkeursalternatief blijft een nauwkeurigheid van 25% om te komen tot een passend richtinggevend budget. In de raming moeten aanleg, B&O en vervanging (LCC) worden meegenomen. Er is inmiddels een SSK-ramingsformat bij RWS (DVS) beschikbaar waarmee RWS-projecten hun LCC inzichtelijk kunnen maken. Studies rondom verkenningen 6. Besluit m.e.r. Op 1 april 2011 is het Besluit milieu-effectrapportage gewijzigd. Het aantal situaties waarvoor een m.e.r. verplicht moet worden uitgevoerd is verminderd (bijlage C bij het Besluit). Er zijn nu meer situaties waarbij eerst beoordeeld moet worden of een project-m.e.r. moet worden uitgevoerd in de planuitwerkingsfase (bijlage D). Per activiteit is een grens benoemd. Voor verkenningen waarbij activiteiten verkend worden die op de D-lijst staan en die boven de genoemde grens uitkomen, moet altijd een plan-m.e.r. worden uitgevoerd als een structuurvisie wordt opgesteld. Als de activiteit niet boven de in het Besluit m.e.r. genoemde grens uitkomt (bijlage D), moet er wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er geen wezenlijke milieu-effecten worden verwacht. Hier is geen wettelijke procedure aan verbonden. Als uit de beoordeling komt dat wezenlijke milieu-effecten te verwachten zijn, dan moet alsnog een m.e.r. worden opgesteld. Als geen wezenlijke milieu-effecten worden verwacht, moet wel in het moederbesluit gemotiveerd worden waarom geen m.e.r. is uitgevoerd. Voor 1 april 2011 schreef het Besluit geen beoordeling voor als de activiteit onder de grenswaarden uit de D-lijst bleef. Zie verder links op: mer/specialkids/nieuws/wijziging-besluit-0/ 7. Raming Om te komen tot een doelmatig, sober en realistisch ontwerp moet in alle projectfases bewust met de kosten worden omgegaan. De versterking van dit kostenbewustzijn en het risicodenken wordt vormgegeven door de inzet op risicomanagement binnen RWS. Daarnaast is tussen de beleidsdirecties en RWS afgesproken geen Voorkeursbesluit (VKB) meer te nemen bij teveel kennisonzekerheid, of in de raming een onzekerheidsreserve toe te voegen. Recent zijn enkele studies gedaan rond verkenningen. In januari 2012 worden twee rapporten gepubliceerd, die opvraagbaar zijn bij Programmabureau Verkenningen en Planstudies RWS (Dienst Verkeer en Scheepvaart): - Ex-ante analyse nieuwe stijl MIRT-verkenning Door Pieter Marijt is als afstudeeropdracht vanuit de TU Delft een brede analyse gedaan van MIRT-verkenningen. Een brede literatuurstudie en 20 interviews met projectteamleden uit vijf verschillende projecten hebben resultaten opgeleverd uit alle aspecten van Sneller&Beter om mee te nemen in nieuwe verkenningen. - Kwaliteitsborging in verkenningen Door DHV is een studie gedaan om structuur te geven aan kwaliteitsborging rondom verkenningen. Dit is een eerste aanzet tot een handreiking en biedt informatie over hoe kwaliteitsborging door de verkenning heen vorm te geven. 8. Bijlage Zinvolle effectbepaling in Verkenningen In de Handreiking MIRT-verkenning zijn bijlagen Zinvolle effectbepaling in Verkenningen opgenomen. Omdat ZEB nog in ontwikkeling is, zijn in de handreiking concepten opgenomen. Op de volgende pagina een update over de stand van zaken van de in de handreiking genoemde thema s. De stukken zijn door RWS opgesteld. Voor meer informatie over de bijlagen en handreikingen kunt u contact opnemen met het betreffende Steunpunt. Een overzicht van alle steunpunten vindt u in Appendix 4 van de Handreiking MIRT-verkenning. In de tabel op de volgende pagina zijn alleen contactgegevens vermeld als deze afwijken van de in Appendix 4 genoemde contactgegevens. Handreiking MIRT-verkenning - ruim een jaar onderweg
5 Thema Status per dec Status per december 2011 Verkeer Concept Naam: Handreiking Effectbepaling verkeer in verkenningen Status: Inhoud blijft ongewijzigd relevant Contactgegevens: Lucht Concept Naam: Handreiking Lucht in verkenningen Geluid Concept Status: Inhoud is ongewijzigd Natuur Concept Naam: Natuur in verkenningen Status: Werkdocument, planning vaststelling: in 2012 Contactgegevens: Steunpunt Natuur Tel: Ondergrond Concept Status: Inhoud is ongewijzigd Water Concept Naam: Water in Handreiking verkenningen Status: Inhoud is ongewijzigd Verkeersveiligheid Concept Naam: Procesbeschrijving Verkeersveiligheidseffectberekening Naam: Dummy rapportage Verkeersveiligheidseffectberekening Naam: Handleiding Verkeersveiligheid (valt onder Procesbeschrijving) Status: Concept (in ontwikkeling) Externe veiligheid Concept Naam: Handreiking voor verkenningen op de weg (EV) Status: In afrondingsfase, planning vaststelling: in januari 2012 (na januari 2012) Tunnelveiligheid Concept Status: Het concept is wel al verder in ontwikkeling maar nog niet vastgesteld. Er is voortgang ten aanzien van wetgeving en tunnelstandaard. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Steunpunt Tunnelveiligheid (zie Appendix 4). Klimaatverandering Concept Naam: Handreiking Klimaat in Planvorming Status: Inhoud is ongewijzigd, wel in ontwikkeling, vaststelling gepland voor eerste helft van 2012 Gezondheid Concept Naam: Handreiking Gezondheid in Verkenningen Te vinden via: Werkwijzer Aanleg Contactgegevens: Vragen via het Steunpunt Geluid, Bodem, Lucht en Klimaat (zie Appendix 4) Ruimtelijke kwaliteit Concept Naam: Handreiking Ontwerpen in het MIRT, de handreiking helpt bij het vormgeven van ruimtelijke kwaliteit in de verkenningsfase. Gewijzigde contactgegevens: Steunpunt Gebiedsgericht Werken (ipv Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit): [email protected] Zie ook: Steunpunt_Natuur/ Ontwerpen in het MIRT via de link: Documenten/906_Ontwerpen_in_het_MIRT.pdf Duurzaamheid Concept Naam: Omgevingswijzer bevat nu twaalf in plaats van veertien thema s (zie ook los kader) OEI bij MIRT-verkenningen Geen concept Naam: OEI bij MIRT-verkenningen Status: Ongewijzigd. Wordt momenteel aangepast aan de nieuwste ontwikkelingen van het LCC. Plan-mer Geen concept Nieuw: Handreiking Advies Reikwijdte en Detailniveau MER (werkdocument). Gewijzigde contactgegevens: Inmiddels is het Tracé/m.e.r.-centrum (TMC) opgegaan in het PVP. Rijkswaterstaat
6 Dit is een uitgave van Rijkswaterstaat Kijk voor meer informatie op of bel (ma t/m zo uur, gratis) januari 2012 dvs0112ju029
Startbeslissing. Verbreding A4 Vlietland N14. Datum 12 september 2013. De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen.
Startbeslissing Verbreding A4 Vlietland N14 Datum 12 september 2013 Status Eindversie De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen. Inhoud 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Afbakening
Tracéwet en Wro procedure voor MIRT-projecten MIRT 1
Enkelzijdig_Voorzijde MIRT 1 uitmondend in een Rijksinpassingsplan (*0) op basis de WET RUIMTELIJKE ORDENING omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen of in werking hebben van een m.e.r.- plichtige
Handreiking MIRT-verkenning
Handreiking MIRT-verkenning Handreiking MIRT-verkenning Datum december 2010 Status definitief Handreiking MIRT-verkenning december 2010 Colofon Titel: Handreiking MIRT-verkenning Uitgegeven door: Projectdirectie
MIRT-procedure. Initiatief Verkenning Planuitwerking Realisatie Beheer
MIRT-procedure #onzea2 Initiatief Verkenning Planuitwerking Realisatie Beheer Definiëring en afbakening van het probleem en het proces van de verkenningsfase Kern van de verkenningsfase is trechteren:
Tracébesluit A1 Apeldoorn-Zuid - Beekbergen Samenvatting
Tracébesluit A1 Apeldoorn-Zuid - Beekbergen Samenvatting Datum Maart 2015 Status Tracébesluit Pagina 2 van 7 Aanpassingen A1 Apeldoorn-Zuid Beekbergen Voor u ligt de samenvatting van het Tracébesluit A1
Klankbordgroep PHS deelgebied Boxtel Haaren / Esch
Klankbordgroep PHS deelgebied Boxtel Haaren / Esch PHS Meteren - Boxtel Bijeenkomst 7 maart 2016 In opdracht van Ministerie van Infrastructuur en Milieu Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) Doelstellingen:
LCC. Toepassing binnen RWS
LCC Toepassing binnen RWS Programma Introductie Kader LCC Normkosten Modellen met levensduurkosten Wat is LCC? LCC = Life Cycle Cost Onder Life Cycle Cost verstaan we de kosten die optreden gedurende de
(Ontwerp) Notitie Reikwijdte en Detailniveau Project Calandbrug
(Ontwerp) Notitie Reikwijdte en Detailniveau Project Calandbrug (Plan-MER-fase) Publiekssamenvatting In 2020 is de Calandbrug 50 jaar oud en daarmee aan het einde van de technische levensduur. Samen met
Integrale MIRT / HWBP verkenning Meer Maas Meer Venlo
Integrale MIRT / HWBP verkenning Meer Maas Meer Venlo Raadinformatiemarkt 4 april 2018 Opgave MMMV komen tot één integraal besluit over een integraal voorkeursalternatief voor de opgave voor hoogwaterveiligheid
Nieuwsbrief project Theemswegtracé
Nieuwsbrief project Theemswegtracé mei 2016 Van Calandbrug naar Theemswegtracé Met de investeringsbeslissing door Havenbedrijf Rotterdam gaat het project een nieuwe fase in. De nadruk verschuift hiermee
Nieuwe Westelijke Oeververbinding (NWO)
Nieuwe Westelijke Oeververbinding (NWO) Participatie Stefan van der Voorn 22-12-2011 Inhoudsopgave presentatie Het proces aanleg Sneller en Beter De Verkenning Ruit Rotterdam De Nieuwe Westelijke Oeververbinding
N35 Nijverdal Wierden. Van verkenning naar planuitwerking
N35 Nijverdal Wierden Van verkenning naar planuitwerking Wat u in deze brochure leest De publicatie van het voornemen om een milieueffectrapport (MER) voor de N35 tussen Nijverdal en Wierden op te stellen
MIRT-Verkenning A20 Nieuwerkerk aan den IJssel - Gouda
MIRT-Verkenning A20 Nieuwerkerk aan den IJssel - Gouda Informatiebijeenkomst Inhoud De MIRT-Verkenning A20 Nieuwerkerk a/d IJssel - Gouda Drie alternatieven Voorlopig voorkeursalternatief Resultaten onderzoek
Verdubbeling N33. Zuidbroek Appingedam
Verdubbeling N33 Zuidbroek Appingedam De provincie Groningen en de regio hebben zich gezamenlijk ingezet voor de verdubbeling van de rijksweg N33 tussen Zuidbroek en Appingedam. Dit moet een stimulans
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 15 mei 2017 / projectnummer: 2732 1. Toetsingsadvies Inleiding De gemeente Moerdijk
Verkenning A4. Burgerveen-N14
Verkenning A4 Burgerveen-N4 Voor een betere bereikbaarheid van de Randstad Duurzaamheidssessies Effectstudies Ideeën betrokken overheden Consulting kids Informatiebijeenkomsten Groslijst Meekoppelkansen
Ontwikkeling MIRT. Totstandkoming MIRT. MIRT als samenhangend investeringsprogramma
Ontwikkeling MIRT Totstandkoming MIRT MIRT als samenhangend investerings programma Onderdelen MIRT Beleidsterreinen MIRT Projectenboek nieuwe stijl, leeswijzer Gerealiseerde projecten 2010 Totstandkoming
Startbeslissing. Verdubbeling N33 Zuidbroek - Appingedam. Datum: 26 augustus De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Datum: 26 augustus 2015 De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Melanie Schultz van Haegen. IENM/BSK-2015/136657 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Eemsdelta/Energyport is in de Structuurvisie Infrastructuur
Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking. Samenvatting
Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking Samenvatting Samenvatting Handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd,
Milieu Effect Rapportage onderzoeksreactor PALLAS. Procedure en rol ANVS en Ministerie van I&M
Milieu Effect Rapportage onderzoeksreactor PALLAS Procedure en rol en Ministerie van I&M Inhoud 1. Informatieavond 2. en Minister van Infrastructuur en Milieu 3. Milieueffectrapport (MER) 4. Inspraak 5.
SPOORBOEKJE Bestuurlijke Besluitvorming. MIRT Verkenning Haaglanden Infrastructuur en ruimte
SPOORBOEKJE Bestuurlijke Besluitvorming MIRT Verkenning en ruimte 2020 2040 2 november 2011 Een bereikbare toekomst begint vandaag 1/11 Colofon MIRT Verkenning Grote Marktstraat 43 Postbus 66 2501 CB Den
de haven, en maatregelen die uit dit Masterplan volgen direct een MIRT-planstudie (of vergelijkbaar proces) kan starten.
RANDSTADURGENT REGIO ROTTERDAM EN HAVEN: DUURZAAM BEREIKBAAR (MIRT-VERKENNING RUIT ROTTERDAM) DOEL Het project REGIO ROTIERDAM EN HAVEN: DUURZAAM BEREIKBAAR (MIRT-Verkenning Ruit Rotterdam) heeft 2 doelen.
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
1 oktober 2014 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Presentatie aan bewoners Vughterpoort Vertegenwoordiging gemeente s-hertogenbosch Sonja de Jong, projectmanager Inleiding en rol gemeente Proces en planning
KBA bij MIRT-verkenningen
KBA bij MIRT-verkenningen Kader voor het invullen van de OEI-formats Datum 1 september 2012 Status Definitief KBA bij MIRT-verkenningen Kader voor het invullen van de OEI-formats Datum 1 september 2012
Voorbeelden toepassen Besluit m.e.r.
Voorbeelden toepassen Besluit m.e.r. Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Hier vindt u twee voorbeelden voor het toepassen van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (onderdeel C en D): Een
Rapport. Rapport betreffende een klacht over Rijkswaterstaat, vallend onder de minister van Infrastructuur en Milieu uit Den Haag.
Rapport Rapport betreffende een klacht over Rijkswaterstaat, vallend onder de minister van Infrastructuur en Milieu uit Den Haag. Datum: 10 september 2011 Rapportnummer: 2011/271 2 Klacht Verzoekster klaagt
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem
Omgevingswerkgroep Dijkversterking Thorn-Wessem 5 maart 2018 Met de omgeving, voor de omgeving Programma Welkom Stand van zaken project Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De procedure Alternatieven
Omgevingswijzer. De Omgevingswijzer maakt duurzaamheid inzichtelijk in het MIRT
Omgevingswijzer De Omgevingswijzer maakt duurzaamheid inzichtelijk in het MIRT 2 3 4 De benadering: Integrale duurzaamheid 5 Wat is de Omgevingswijzer? Operationaliseert duurzaamheid ten behoeve van het
PUNT NR. 9 VAN DE AGENDA VAN DE VERGADERING VAN HET ALGEMEEN BESTUUR D.D. 19 december 2013.
PUNT NR. 9 VAN DE AGENDA VAN DE VERGADERING VAN HET ALGEMEEN BESTUUR D.D. 19 december 2013. Zwolle, 20 november 2013 Nr. Bestuur-4232 Aan het algemeen bestuur Onderwerp: HWBP Plannen van Aanpak Verkenningsfase
Startbeslissing. Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Sliedrecht. Capaciteitsverruiming A15 Papendrecht. Datum. Kenmerk IENM/BSK-2015/162912
Ministerie van Infrastructuur en Milieu Startbeslissing Capaciteitsverruiming A15 Papendrecht / / / - - Datum Kenmerk IENM/BSK-2015/162912 DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, mw. drs. M.H. Schultz
Mededeling. Voortgangsrapportage Verbetering doorstroming N307 Roggebot - Kampen
PROVINCIE FLEVOLAND Mededeling Onderwerp Voortgangsrapportage Verbetering doorstroming N307 Roggebot - Kampen Kern mededeling: In de vergadering van de commissie Economie en Bereikbaarheid van 14 oktober
Participatie in het huidige en het toekomstige omgevingsrecht
Participatie in het huidige en het toekomstige omgevingsrecht Henk Gierveld Universiteit Utrecht Ministerie van Waterstaat Participatie Wat is participatie? Niet hetzelfde als inspraak Waarom participeert
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Opdrachtgever: Gemeente Horst aan de Maas projectnummer: 934.00.00.01.00.00 Datum: 17-04-2015 A a n l e i d i n g n i e u w b e s t e m m i n g s p l a n Voor het buitengebied
Notitie Hoe verhoudt de Gebiedsvisie A15-A12 zich tot de afspraken in de bestuursovereenkomst
Projectbureau ViA15 Datum: 22 oktober 2008 Notitie Hoe verhoudt de Gebiedsvisie A15-A12 zich tot de afspraken in de bestuursovereenkomst Op 28 augustus 2008 heeft projectbureau ViA15 formeel de met erratum
Participatieplan. Participatie en communicatie. MIRT Verkenning A20 Nieuwerkerk a/d IJssel Gouda. Datum 28 september 2017
Participatieplan Participatie en communicatie MIRT Verkenning A20 Nieuwerkerk a/d IJssel Gouda Datum 28 september 2017 Status Definitief Colofon Ministerie van Infrastructuur en Milieu DG Bereikbaarheid
Delfts Doen! Delftenaren maken de stad
Inhoud A Delfts Doen! Delftenaren maken de stad 1 Delfts Doen! Delftenaren maken de stad P lannen maken in de stad doe je niet alleen. Een goed initiatief vraagt samenwerking en afstemming met bewoners,
Voorstel ontwikkeling duurzaamheidsparagraaf Zoetermeer. 1. Inleiding
Voorstel ontwikkeling duurzaamheidsparagraaf Zoetermeer 1. Inleiding Zoetermeer wil zich de komende jaren ontwikkelen tot een top tien gemeente qua duurzaam leefmilieu. In het programma duurzaam Zoetermeer
Principenota Sixhaven en omgeving fase 1 gebiedsontwikkeling pbrm versie 0 23 oktober 2017
Principenota Sixhaven en omgeving fase 1 gebiedsontwikkeling pbrm versie 0 23 oktober 2017 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Bestaande situatie 3. Opgave voor het plangebied 4. Krachtenveldanalyse en risicoverkenning
ADVIES ONTWERP PIP N629 OOSTERHOUT-DONGEN
ADVIES ONTWERP PIP N629 OOSTERHOUT-DONGEN 17 mei 2018 Uitgebracht aan: het College van Gedeputeerde Staten Noord-Brabant Mevrouw N. Wester, programmamanager milieu en gezondheid van Provincie Noord-Brabant
Omgevingsvisie provincie Noord-Brabant
Omgevingsvisie provincie Noord-Brabant Tussentijds advies over de inhoud van het milieueffectrapport 12 december 2017 / projectnummer: 3198 1. Tussentijds advies over de inhoud van het MER Inleiding De
Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE
Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Aanleiding en doel 1.3. Plangebied 1.4. Leeswijzer 2. PLANBESCHRIJVING 2.1. Bestaande situatie 2.2. Gewenste
Van intentieovereenkomst naar omgevingsvergunning
Van intentieovereenkomst naar omgevingsvergunning U wilt een locatie ontwikkelen of een bouwproject starten dat niet past in het bestemmingsplan. Daarvoor zijn formele afspraken met de gemeente nodig.
Naam: N18 Varsseveld-Enschede <2009 2009 2013. Regio( s): Achterhoek. Contactpersoon: M. de Vos 026-359 9703 Subthema: Rijksinfra
RV15 Naam: N18 Varsseveld-Enschede
Voldoende afstand tot windturbines en belangrijke kabels en leidingen. archeologische vindplaatsen, natuurgebieden, etc.).
Hoe vindt de trechtering van groot concept zoekgebied naar voorkeursalternatief plaats? Om tot een voorkeurslocatie voor het station en voorkeurslocatie voor de kabelcircuits te komen worden een aantal
Nieuwe aanpak voor planstudie Hoevelaken
Nieuwe aanpak voor planstudie Hoevelaken Vervroegd betrekken van de markt December 2011 Nieuwe aanpak voor planstudie Hoevelaken Aanleiding Knooppunt Hoevelaken heeft een vaste plaats in de file top-25.
Windpark Greenport Venlo
Windpark Greenport Venlo Opstart m.e.r.-procedure Toelichting participatie Geliskensdijkweg, Boekend (impressie o.b.v. IOB) 23 februari 2017 Pijlers van het windpark; het programma van vandaag M.e.r.-procedure
Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum
Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16-12-2010 / rapportnummer 2302-55 1. Oordeel over het MER Rijkswaterstaat Zuid-Holland heeft het voornemen om
Betere bereikbaarheid door een robuust wegennetwerk in de regio Arnhem-Nijmegen. Startnotitie
Betere bereikbaarheid door een robuust wegennetwerk in de regio Arnhem-Nijmegen Startnotitie Het probleem Er is een bereikbaarheidsprobleem in de regio Arnhem Nijmegen na 2020. Het Rijk, de provincie en
MIRT-Verkenning A20 Nieuwerkerk aan den IJssel - Gouda
MIRT-Verkenning A20 Nieuwerkerk aan den IJssel - Gouda Tussenresultaten Inhoud Waar staan we nu, vervolgstappen en planning? NRD januari 2018 en zienswijzen Drie alternatieven A20 Resultaten van het onderzoek:
Ruimtelijke onderbouwing Bûtewei 14A Ureterp (agrarische bedrijfswoning) Gemeente Opsterland
Ruimtelijke onderbouwing Bûtewei 14A Ureterp (agrarische bedrijfswoning) Gemeente Opsterland INHOUDSOPGAVE pagina HOOFDSTUK 1 INLEIDING 5 1.1 Aanleiding voor het plan 5 1.2 Plangebied 5 1.3 Leeswijzer
Startbeslissing. MIRT verkenning A2 t Vonderen - Kerensheide. Datum 16 mei De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Startbeslissing MIRT verkenning A2 t Vonderen - Kerensheide Datum 16 mei 2013 Status Eindversie De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen. Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding
Vormvrije m.e.r.-beoordeling bij Structuurvisie Zuidplas 2030
Vormvrije m.e.r.-beoordeling bij Structuurvisie Zuidplas 2030 Colofon Titel: Vormvrije m.e.r.-beoordeling bij Structuurvisie Zuidplas 2030 Documentnummer: A12.003139 Status: Vastgesteld door de gemeenteraad
MIRT-verkenning Varik-Heesselt
MIRT-verkenning Varik-Heesselt Toetsingsadvies over de notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen 12 mei 2017 / projectnummer: 3137 1. Advies over notitie kansrijke oplossingsrichtingen De provincie Gelderland,
Bestuursrechtelijke rechtsbescherming Opmerkingen
Factsheet: rechtsbescherming tegen besluiten op grond van de Omgevingswet Bij het vormgeven van de rechtsbescherming onder de Omgevingswet is aangesloten bij het bestaande wettelijke stelsel. Onderstaande
1. Bevolkingsontwikkeling (demografie):
PLANOLOGIE VAN STAD & LAND BNB Huub Hooiveld Eikelhof, 2017 Wat hebben we de vorige keer gedaan? Praktisch: www.planvanhuub.nl Literatuur Handout colleges Definitie van ruimtelijke ordening Wensen Afwegen
Plan van aanpak uitwerking gebiedsgerichte risicobenadering of MLV
memo Opdrachtgever: DPNH, DPV, STOWA Plan van aanpak uitwerking gebiedsgerichte risicobenadering of MLV Voorstel voor uitwerking in de regionale deltaprogramma s Auteurs: B. Kolen (HKV) R. Ruijtenberg
VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD
VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD Onderwerp: Zienswijze op Regionale Agenda 2015-2018 MRE Registratienummer: 00529485 Op voorstel B&W d.d.: 18 november 2014 Datum vergadering: 9 december 2014 Portefeuillehouder:
Omgevingsvisie Delft
Omgevingsvisie Delft De Omgevingsvisie Omgevingswet Aangenomen in 1 e en 2 e kamer In werking: 2020/2021 Omgevingsvisie loopt vooruit op de Omgevingswet Nieuwe instrumenten Omgevingsvisie Omgevingsplan
NET OP ZEE HOLLANDSE KUST (WEST BETA)
NET OP ZEE HOLLANDSE KUST (WEST BETA) Werksessie onshore 14-maart-2019 Opening Arcadis 2016 27-3-2019 Opening 1. Opening, toelichting agenda, doel van de dag en spelregels door facilitator 2. Voorstelronde
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Corridor Amsterdam - Alkmaar
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Corridor Amsterdam - Alkmaar Gemeenteraad Castricum 25 juni 2014 Robert de Jong (IenM) Inhoud presentatie Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Maatregelen
Klaar voor de toekomst!
Klaar voor de toekomst! Den Haag Rotterdam Dordrecht Moerdijk Zierikzee Voorwoord Breda Middelburg Vlissingen Goes Bergen op Zoom Roosendaal De politiek heeft na een uitgebreide verkenning besloten om
Samenvatting Startnotitie Tracénota/MER aansluiting Nuth. Een nieuwe aansluiting van de Buitenring Parkstad Limburg op de A76 ter hoogte van Nuth
Samenvatting Startnotitie Tracénota/MER aansluiting Nuth Een nieuwe aansluiting van de Buitenring Parkstad Limburg op de A76 ter hoogte van Nuth Nuth Schinnen Vaesrade Hoensbroek A76 A76 N298 N298 Nuth
De Omgevingswet vanaf 2021 Wordt alles anders?
De Omgevingswet vanaf 2021 Wordt alles anders? Lex de Savornin Lohman, Natuur en milieufederatie Noord-Holland Omgevingswet Omgevingswet algemeen Veranderingen: Bestemmingsplannen Omgevingsplan, de nieuwe
Ontwikkelas Weert Roermond Studie N280-West. Toelichting effectenstudies Informatiebijeenkomst 12 januari 2011
Ontwikkelas Weert Roermond Studie N280-West Toelichting effectenstudies Informatiebijeenkomst 12 januari 2011 1 Effectenstudies Doelstellingen regiovisie ontwikkelas N280: Doorstromingsproblemen Leefbaarheids-
Inleiding Omgevingswet CROW bijeenkomst Omgevingswet en Mobiliteit
Inleiding Omgevingswet CROW bijeenkomst Omgevingswet en Mobiliteit Katja Stribos programmamanager Implementatieprogramma Aan de slag met de Omgevingswet 30 maart 2017 Inhoud 1. Stelselherziening onderdelen
DUURZAME INFRASTRUCTUUR
DUURZAME INFRASTRUCTUUR wisselwerking van stad, spoor, snelweg en fietspad TON VENHOEVEN VENHOEVENCS architecture+urbanism Krimp werkgelegenheid Percentage 65+ Woon-werkverkeer Grondprijzen 2007, Toegevoegde
Doel Verbeteren van de ontsluiting van Mainport Rotterdam door verbreding van de A15 Maasvlakte - Vaanplein
Ontsluiting Mainport Rotterdam (A15 MaVa) Doel Verbeteren van de ontsluiting van Mainport Rotterdam door verbreding van de A15 Maasvlakte - Vaanplein Camiel Eurlings, de minister van Verkeer en Waterstaat
