Kader Verkeersveiligheid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kader Verkeersveiligheid"

Transcriptie

1 Kader Verkeersveiligheid Deel A: Hoofddocument Datum 18 oktober 2013 Status Definitieve conceptversie 1.0

2 Kader Verkeersveiligheid Kader voor het borgen van verkeersveiligheid bij Aanleg- en Onderhoudsprojecten op het Rijkswegennet Deel A: Hoofddocument Datum 18 oktober 2013 Status Definitieve conceptversie 1.0

3 Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat, Water Verkeer en Leefomgeving Informatie WVL-loket / L.H. Reijnen (WVL afd. Veiligheid) Telefoon / Fax [email protected] Uitgevoerd door WVL Opmaak Leo Reijnen Datum Status Definief concept Versiebeheer Versienummer Datum Beschrijving Uitwerking hoofdstuk 1 tot en met Uitwerking concept voor volledig rapport Opnemen van Projectopdracht, Kansen en Risico s, VVE, VVI, en protocol wegontwerp in het kader (allen in concept); indikken Verwerking opmerkingen klankbordgroep en expertisegroep. Opmerkingen ontvangen op concept van Indikken en opsplitsen kader in 2 delen Updaten rollen en verantwoordelijkheden Opnemen risicomanagement; verwijderen projectopdracht Verwerken laatste commentaren klankbordgroep / expertise groepen Leden Klankbordgroep Pieter van Vliet (WVL; voorzitter) Rutger Rebel (BS) Joost Jansen (GPO) Steven Hoven (ZD / voorzitter PAV) Saskia Zwartjes (WVL/Bundeling kaders) Niels Beenker (ARCADIS) Leo Reijnen (WVL) Alex van Loon (WVL) Leden expertisegroep Raymond Vermijs (ON) Frank Wijgerse (PPO) Bas Post (WNN) Martin Cornelisse (WNN) Evelyn Yeatman (ZN) Hans van Oijen (PPO) Tjako v/d Berg (GPO) Jaap Groot (WVL) Sander Bilstra (GPO) Henk Stoelhorst (WVL) Jeroen Weertman (WVL) Rien v/d Drift (WNZ) King Tse (WNN) Kader Verkeersveiligheid Deel A

4 Inhoudsopgave 1 Algemeen 1.1 Inleiding Achtergrond kader Uitgangspunten kader Doelstelling kader Scope kader Positionering kader Rollen en verantwoordelijkheden Toepassing en beheer van het kader 5 2 Borging Verkeersveiligheid 2.1 Inleiding Beoordelingsmomenten Verkeersveiligheidsaudit Verkeersveiligheidseisen naar projectfase Detaillering Verkeersveiligheidseisen SVIR ontwikkeling verkeersslachtoffers (monitoring) SLA-PIN Rijkswegennet (monitoring) Geen slachtoffers onder RWS medewerkers en contractanten Aanrijtijden van ambulances Aanrijtijden incident management Bijna-ongevallen Verkeersveiligheidbeleving weggebruiker klachten RPS norm EuroRAP Topkader Robuust Wegontwerp AGR VOA-beoordeling verkeersveiligheid wegontwerp (in ontwikkeling) Verkeersveilig Beheer en Onderhoud Voorkomen onbedoeld gebruik van de weg Eisen zelfredzaamheid weggebruikers Het voorkomen files/terugslag Borgen gelijkmatige doorstroming en voorkomen snelheidsverschillen Voorkomen irritatie bij de weggebruiker bij Werk In Uitvoering (WIU) Effectieve gebiedsontsluiting Veilige omleidingsroutes bij verstoringen Toepassen van verkeersveiligheidseisen 17 3 Borgen verkeersveiligheid per projectfase 3.1 Initiatieffase ( fase tot aan vaststelling startbeslissing) Verkenningsfase (zeef 1) Verkenningsfase (zeef 2) Planuitwerkingsfase Realisatiefase (Detailontwerp) Realisatiefase (gerealiseerd project voorafgaand aan openstelling) Realisatiefase (gerealiseerd project na de openstelling) Beheer- en onderhoudsfase 23 4 Risicoanalyse 4.1 Uitgangspunten Toelichting Stappen 26 5 Rollen en verantwoordelijkheden 27 Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 1

5 1 Algemeen 1.1 Inleiding Het kader Verkeersveiligheid is gericht op het beheersbaar omgaan met verkeersveiligheid in aanleg- en BOO projecten. Op 12 juli 2012 heeft het Bestuur van RWS ingestemd met het bestuursadvies van WVL ( ) om verkeersveiligheid op beheersbare wijze te verankeren in projecten. De gewenste beheersbaarheid wordt bereikt d.m.v. het: eenduidig vastleggen van verkeersveiligheidsafspraken. Europese richtlijnen, wetten en kaders die het verkeersveiligheidsrisico bepalen zijn eenduidig vastgelegd. Verouderde kaders zijn geactualiseerd en gebundeld. Dit kader stelt verkeersveiligheidseisen aan projectteams die werken aan Aanleg- en BOO-projecten. Projectteams kunnen een beroep doen op de regionale adviseurs verkeersveiligheid bij inventariseren van projectrisico s en te borgen eisen. doen wat afgesproken is: Voor betrokken interne-/externe stakeholders zijn de verantwoordelijkheden per projectfase vastgelegd en de escalatielijnen benoemd. De kwaliteit van de op te leveren producten is in relatie met de verantwoordelijkheden gespecificeerd (voor zowel opdrachtnemer als opdrachtgever). monitoren of het ook wordt gedaan: De opdrachtnemer 1 van een contract dient zich te houden aan contracteisen en verifieert dit. De opdrachtgever 2 van het contract monitort op strategische punten in het ontwerpproces het ontwerp op verkeersveiligheidsrisico s en bewaakt contractueel overeengekomen verkeersveiligheidseisen in projecten. handhaven en aanspreken op tekortkomingen: De opdrachtnemer borgt dat het eindproduct verifieerbaar is aan de hand van de in het contract gestelde eisen. Die kunnen inhoudelijk zijn (het ontwerp-/onderhoudsplan voldoet aan de contractueel overeengekomen verkeersveiligheidseisen), maar ook meer procesmatig (bv. in de projectdocumentatie is op deugdelijke wijze onderbouwd welke varianten en alternatieven zijn afgevallen en hoe daarbij het aspect veiligheid is betrokken).. De opdrachtgever spreekt de opdrachtnemer aan op tekortkomingen (contractbeheersing). De projectmanager borgt dat het kader juist wordt toegepast. Bij meningsverschillen vindt escalatie plaats. 1.2 Achtergrond kader Door de Minister van Infrastructuur en Milieu is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) de doelstelling afgesproken om te komen tot een permanente verbetering van de verkeersveiligheid. Dit moet gerealiseerd worden door het reduceren van het aantal verkeersdoden en ernstige -gewonden. De nationale doelstelling werkt voor alle betrokken decentrale overheden in gelijke mate door in provinciale en regionale doelstellingen, zodat alle betrokken decentrale overheden gezamenlijk werken om de nationale doelstelling te realiseren. De betrokken decentrale overheden werken deze doelen met bestuurlijke en maatschappelijke partners uit in provinciale en regionale maatregelpakketten. Zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer van infrastructurele projecten hebben een verantwoordelijkheid bij het realiseren van de verkeersveiligheidsdoelstelling op de weg door deze te borgen in het aanlegproces en het daar op aansluitend beheer en onderhoud. Doelstelling Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR 3 ): Het nationale doel is een permanente verbetering van de verkeersveiligheid door reductie van het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden. Het nationale doel is: Een reductie van het aantal verkeersdoden in Nederland tot maximaal 500 in 2020; Een reductie van het aantal ernstig verkeersgewonden in Nederland tot maximaal in 2020; Behoud van een plaats in de top vier van de Europese Unie. De registratie van verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden moet weer op voldoende niveau hersteld worden. 1 Daar waar in dit kader over opdrachtnemer wordt gesproken wordt hiermee de marktpartij bedoeld, tenzij specifiek is aangegeven dat hier iets anders mee wordt bedoeld. 2 Daar waar in dit kader over opdrachtgever wordt gesproken wordt de opdrachtgever van het contract met de markt bedoeld, tenzij specifiek is aangegeven dat hier iets anders mee wordt bedoeld. 3 Op 13maart 2012 vastgesteld door Minister Infrastructuur en Ruimte. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 2

6 In de SLA-PIN voor RWS is de ambitie vastgelegd om een evenredige bijdrage te leveren aan het realiseren van de SVIR doelstelling (maximaal 77 doden en 984 ernstig verkeersgewonden in 2020 op het rijkswegennet). 1.3 Uitgangspunten kader Het realiseren van ambitie door RWS gebeurt door te werken in lijn met de volgende uitgangspunten: In een vroegtijdig stadium van een infrastructureel project verankeren van uitgangspunten en afspraken in de notitie Reikwijdte en detailniveau en/of projectopdracht (verkenningenfase), Uitgangspuntennotitie (planfase) en prioriteringskader BOO (Beheer, Onderhoud en Ontwikkeling). Dit levert een enorme meerwaarde op in het voorkomen van verkeersveiligheidsknelpunten in latere stadia van een project. Conform SVIR werken aan permanente verbetering van de verkeersveiligheid. Bij aanleg van nieuwe infrastructuur worden de randvoorwaarden voor verkeersveiligheid expliciet vastgelegd. Het wegontwerp, wegaanpassingen en BOO op het rijkswegennet moet voldoen aan de eisen aan wegontwerp, verkeersmanagement en verkeersveiligheid zoals opgenomen in de werkwijzer aanleg (WWA 2.0) en wettelijke kader (Wet beheer rijkswaterstaatswerken; Wbr). In Wbr zijn met terugwerkende kracht t/m 19 december 2010 de onderstaande onderdelen in werking gesteld: Nederlandse benaming Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE) Verkeersveiligheidsaudit (VVA) Verkeersveiligheidsinspectie (VVI) Netwerk VeiligheidsManagement (NVM) Europese (RISM) benaming Road Safety Impact Assessment (RIA) Road Safety Audit (RSA) Road Safety Inspection (RSI) Network Safety Management (NSM) Voor afwijkingen dient een risicoanalyse te worden opgesteld, waarbij de consequenties van o.a. verkeerveiligheid en de beheersing van de risico s zijn beschreven. Relevante beslisinformatie over verkeersveiligheidsafwegingen dient expliciet in beeld gebracht te worden ten behoeve van het nemen van bestuurlijke beslissingen waarbij gekozen wordt tussen alternatieven en varianten (zoals bij de keuze van de kansrijke alternatieven in zeef 1 van de verkenningsfase, bij de voorkeurs-, projectbeslissing) Het volgen van de bovengenoemde uitgangspunten leidt tot een snelle, kosteneffectieve uitvoering van aanleg- en BOO-projecten en niet tot luxe en daarmee onnodig duur wegontwerp. Bij spanning tussen taakstellend budget en gewenste verkeersveiligheidsoplossing mag uitsluitend gemotiveerd worden afgeweken van de standaard/kaders richtlijnen. In dat geval worden de risico s in beeld gebracht en dienen door de interne opdrachtgever heldere keuzes te worden gemaakt. 1.4 Doelstelling kader Het kader geeft aan hoe Rijkswaterstaat de verkeersveiligheid waarborgt op het in beheer zijnde rijkswegennet. 1.5 Scope kader Het kader Verkeersveiligheid is van toepassing op alle projectfasen van Aanleg tot aan Beheer en Onderhoud proces op alle contractvormen. Fasen In het planproces worden vijf fasen onderscheiden. Onder fasen van een project wordt verstaan: Initiatieffase (beleid); Verkenningsfase (aanleg); Planuitwerkingsfase (aanleg); Realisatiefase (aanleg); Beheer en onderhoudsfase (beheer en onderhoud). Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 3

7 Contractvormen De reikwijdte van dit kader omvat alle contractvormen in aanleg- en beheer en onderhoud projecten: Prestatiecontracten; Design, Build, Finance and Maintain (DBFM) contracten; Design and Construct (D&C) contracten; Engineering & Construct (E&C) contracten; Ingenieursdiensten via de Samenwerkingsovereenkomst 1.6 Positionering kader De Structuurvisie (SVIR) is door vertaald naar werkbare topkaders (figuur 1.1): Topkader Robuust Wegontwerp; Kader Verkeersveiligheid dat gerelateerd is aan het kader Veiligheidsmanagement; Topkader Verkeersmanagement (in ontwikkeling). Figuur 1.1 Positionering Kader Verkeersveiligheid Het kader Verkeersveiligheid vloeit voort uit het kader Veiligheidsmanagement (uitgangspunten voor integrale veiligheid) in alle processen en richt zich op het gehele rijkswegennet. Het kader Verkeersveiligheid vormt de basis voor het verkeersveiligheidshoofdstuk van het Kader Integrale Veiligheid in Projecten (projectgerichte doorvertaling van het kader Veiligheidsmanagement) RWS stelt als opdrachtgever van de markt (opdrachtnemer) eisen aan alle elementen die het prestatieniveau van verkeersveiligheid op het netwerk beïnvloeden. Deze eisen zijn gerelateerd aan: Wettelijke afspraken (WVW; Wbr; bereikbaarheid voor hulpdiensten) Europese afspraken (AGR, RPS) SVIR-doelstellingen verkeersveiligheid (in samenwerking met overige wegbeheerders) SLA-afspraken (rijkswegennet) VKA-richtlijnen voor Ontwerp, Beheer en onderhoud en verkeersmanagement Vanuit het kader Verkeersveiligheid wordt een viertal (specialistische) kaders aangeroepen: Handreiking Verkeersveiligheid van het Ontwerp van Autosnelwegen (in ontwikkeling); Kader Verkeersveiligheid Spitsstroken; NetwerkVeiligheidsManagement (NVM); Handleiding afleiding (objecten langs autosnelwegen). Daar waar relevant, wordt vanuit het kader Verkeersveiligheid naar richtlijnen en kaders gerefereerd die zijn opgenomen in de Werkwijzer Aanleg (WWA). Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 4

8 1.7 Rollen en verantwoordelijkheden De Rollen en verantwoordelijkheden van stakeholders die betrokken zijn bij de uitvoering van het kader Verkeersveiligheid zijn beschreven in hoofdstuk Toepassing en beheer van het kader Dit Kader bevat de eisen en werkwijze ten aanzien verkeersveiligheid voor alle fasen en contractvormen. Niet voor alle typen projecten dienen alle onderdelen te worden doorlopen. Figuur 1.2 geeft aan welke methoden/toetsen in welke fase moeten worden uitgevoerd of moeten tenzij worden uitgevoerd. Voor de laatste categorie is een checklist beschikbaar die door de projectmanager ingevuld moet worden om te bepalen of de methode/toets op het project van toepassing is. Daar waar in het schema een cirkel is aangegeven, is de checklist van toepassing. Figuur 1.2 Gebruik naar type project Deze checklist is in figuur 1.3 weergegeven. Hieruit, en uit het schema, blijkt dat in een aantal gevallen expert judgement noodzakelijk is om de definitieve keuze te maken. De projectmanager schakelt hiervoor de adviseur verkeersveiligheid in van het Regionale Organisatieonderdeel van de opdrachtgevende HID. De genoemde methoden/toetsen worden in de volgende hoofdstukken nader toegelicht. Figuur 1.3 Checklist type projecten Checklist (invullen door projectmanager) Wijziging infrastructuur Wijziging dwarsprofiel?.. Wijziging alignement?.. Functiewijziging spitsstrook (b.v. permanent openstellen)?.. Nieuwe aansluiting? Afname van de obstakelvrije afstand?..... Wijziging verkeersbeeld Wijziging Bereikbaarheid (structureel langere reistijd > 5 minut en)? Wijziging Verkeersbewegingen en/of snelheid?.. Wijziging in regelscenario?.... Langdurige WIU > 1 jaar?. Toename verkeersstromen > 10 % of I/C > 0,7?.... Langdurige ergernissen voor de weggebruiker > 1 jaar?.... Structurele periodieke evenementen?.... Nee Ja Bij minst ens 1 maal => Ja, dan b eoordeelt d e verkeersveiligh eidsad vis eur van h et Regionaal-organisatieonderd eelof: Toets K ansen en R isico s mo et worden uitg evo erd De V erk eersv eil igh eidsbeoord eling (VVE) mo et pla atsv inden De V erk eersv eil igh eidaudit (VVA) mo et worden uit gevoerd Het kader Verkeersveiligheid wordt beheerd door RWS-WVL. De toepassing van het kader wordt jaarlijks geëvalueerd. Het kader wordt op basis van de evaluatie geoptimaliseerd/geactualiseerd. De uitvoering van het kader wordt steekproefsgewijs gevolgd. Het resultaat wordt teruggekoppeld aan verantwoordelijke interne opdrachtgevende en opdrachtnemende RWS-onderdelen. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 5

9 2 Borging Verkeersveiligheid 2.1 Inleiding De eisen in het Kader gelden voor Rijkswaterstaat bij het voorbereiden en uitvoeren van werkzaamheden onder eigen beheer én bij het voorbereiden van contracten. Wanneer Rijkswaterstaat taken en werkzaamheden door markt laat uitvoeren, moet ook de verkeersveiligheid worden geborgd. De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging van het werk. Rijkswaterstaat als opdrachtgever beheerst het contract conform de SCB-systematiek (kader Systeemgerichte Contractbeheersing van oktober 2011). De methodiek is gebaseerd op high trust, high penalty en legt de verantwoordelijkheid voor de op te leveren kwaliteit / uit te voeren herstelacties bij de opdrachtnemer. Decentrale overheden (provincie, gemeente, waterschappen) die een werk uitvoeren waarvan het beheer uiteindelijk bij Rijkswaterstaat komt, dienen zich aan dezelfde inhoudelijke kaders verkeersveiligheid te conformeren als die gelden voor Rijkswaterstaat zelf (verantwoordelijkheid opdrachtgevende HID). Dat geldt ook voor de informatie over veiligheidsaspecten (de dossiervorming). Bij de overdracht van de planvorming vanuit een decentrale overheid naar Rijkswaterstaat wordt een toets uitgevoerd op het ontwerp en de documentatie om te bezien welke lacunes en risico s er eventueel nog resteren bij overname door Rijkswaterstaat. 2.2 Beoordelingsmomenten Beoordeling van de kwaliteit van ontwerp en BOO vindt plaats op basis van: - Uitvoeringsregeling verkeersveiligheid van infrastructuur (gebaseerd op artikel 11 van de Wbr). - Interne RWS-toetsen (onderdeel van het MIRT-procedure). De beoordelingsmomenten zijn in relatie met het ontwerp- en beheer en onderhoudsproces weergegeven in figuur 2.1. De RSIM beoordelingsmomenten (dik gedrukt) zijn het: beoordelen van verkeersveiligheidseffecten in de verkenningsfase (VVE); toepassen van verkeersveiligheidsaudits in de plan- en aanlegfase (VVA-1 t/m VVA-4); het monitoren van de verkeersveiligheid in de beheer- en onderhoudsfase (NVM); het uitvoeren van verkeersveiligheidinspecties in de beheer en onderhoudsfase (VVI). Uitgangspunt bij de beoordelingen is dat deze als onderdeel van het contract worden uitgevoerd door een marktpartij (b.v. VVA). Daar waar RWS zelf opdrachtgever is van beoordelingen dient als opdrachtnemer het projectteam van RWS te worden gelezen (b.v. Light-toets). Figuur 2.1 Kwaliteitsborging in het aanleg- en BOO-proces Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 6

10 Op strategische momenten in aanleg- en beheer en onderhoudsproces voert RWS toetsen uit naar de wijze waarop de kwaliteit in het proces is geborgd en adviseren hierover de opdrachtgever en de opdrachtnemer. De RWS beoordelingsmomenten (grijs/klein gedrukt) zijn het: beoordelen van kansen en risico voor verkeersveiligheid in de verkenningsfase ten behoeve van het bepalen van kansrijke alternatieven (bij zeef 1); het uitvoeren van een Light-toets op de meest kansrijke alternatieven in de verkenningsfase (bij zeef 2), de Pre-toets (1 e moment dat voorkeursontwerp van afnemer komt) en de Voortoets (inclusief Eindtoets) op het OTB en TB in de Planuitwerkingsfase. Bij het niet kunnen voldoen aan de eisen van een contract (richtlijn) voert de opdrachtnemer verplicht een risicoanalyse uit om te bepalen of dit leidt tot verkeersveiligheidsrisico (zie hoofdstuk 4; risicoanalyse). Als het resultaat van de risicoanalyse leidt tot een aanpassing van de projectopdracht dan is hiervoor instemming vereist van de interne opdrachtgever van het project en wordt de opdracht gemuteerd: In de Verkenningsfase is dit DGB of decentrale overheid (notitie reikwijdte en detailniveau en/of de projectopdracht) In de planuitwerkingsfase is dit RWS-BS of regiopartij ( uitgangspuntennotitie ) In de realisatiefase en beheer- en onderhoudsfase is RWS-HID (prioriteringskader BOO; onderhoudscontract) 2.3 Verkeersveiligheidsaudit Voor de fase Planuitwerking tot en met Realisatie wordt een bijzondere vorm van beoordeling geïntroduceerd in de vorm van Verkeersveiligheidsaudits (VVA). Een Verkeersveiligheidsaudit is een toets om verkeersveiligheidsrisico s van een ontwerp in beeld te brengen. De toets is: onafhankelijk: de personen die de audit uitvoeren mogen op geen enkele wijze betrokken zijn bij de voorbereiding en de uitvoering van het project waarvoor een audit moet worden uitgevoerd. De auditoren moeten gecertificeerd zijn en ingeschreven zijn bij het Kwaliteitsorgaan Verkeersveiligheid (KoVa) van Rijkswaterstaat (zie deel B, bijlage A2). gedetailleerd: het ontwerp en de inrichting van de weg dient aan een kritische toets te worden onderworpen waarbij de verkeersveiligheid van alle weggebruikers in beschouwing moet worden genomen; systematisch: de audit moet op meerdere momenten in het ontwerp- en realisatieproces en op basis van de verschillende gebruikersomstandigheden van de weg(reconstructie) worden gehouden; technisch: de audit heeft betrekking op ontwerp- en inrichtingskenmerken van de weginfrastructuur die gezamenlijk het verkeersveiligheidsniveau bepalen. Figuur 2.2 toont is een vereenvoudigde weergave van de standaard audit procedure (VVA-1 tot en met VVA-4). Een vergelijkbaar proces wordt doorlopen in de beoordelingsmomenten in de Verkenningsfase en de Beheer en Onderhoudsfase. Deze standaard audit procedure is onderverdeeld in 8 stappen die hieronder op hoofdlijnen worden beschreven: Figuur 2.2 Standaard audit-/ toetsprocedure Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 7

11 Stap 1: informatieoverdracht aan de auditor/auditteam De opdrachtnemer draagt er zorg voor dat de auditor/auditteam in het bezit is van de meest recente versie van de projectopdracht, recente kaders, normen, data, checklisten en berekeningsmethodieken die relevant zijn voor de beoordeling. Verder levert de opdrachtnemer voor de beoordeling een relevante set informatie aan waarmee hij kan aantonen dat hij voldoet aan de gestelde eisen. Dit is de output uit zijn eigen ontwerp-, realisatie of BOO-proces. Stap2: Toets op actualiteit en volledigheid informatie De auditor toetst in hoeverre er informatie ontbreekt. Indien dit het geval is, vult de opdrachtnemer de ontbrekende informatie (projectdocumenten, kaderstellende documenten / contract-/ procesafspraken) aan. De auditor stelt vooraf geen eisen aan de inhoudelijke kwaliteit van de aangeleverde informatie (afwijkingen en risico s worden vermeld in het auditrapport). Stap3 Toets op normen De auditor/auditteam toetst aan de hand van de richtlijnen, human factors en verkeersveiligheidskennis of het wegontwerp voldoende veilig en begrijpelijk is voor weggebruikers. De auditor (auditteam) doet dit op basis van de aangeleverde informatie en de geldende richtlijnen en naar zijn inzicht noodzakelijk locatiebezoek en brengt daarbij risico s in kaart die hij signaleert. Stap 4: Opstellen auditrapport Het auditrapport wordt conform Deel B, hoofdstuk A.2.4 opgesteld. Hierbij refereert de auditor aan de geldende richtlijnen. Het auditrapport bevat een bondige weergave van het project en de (ontwerp/realisatie) kenmerken die de verkeersveiligheid nadelig kunnen beïnvloeden. Stap 5: Opstellen reactienota De auditor legt het auditrapport voor aan de opdrachtnemer. De auditor herstelt feitelijke onjuistheden en eventuele onduidelijkheden in het auditrapport. De opdrachtnemer formuleert vervolgens in een reactienota op het definitieve auditrapport welke verbeterpunten (wanneer, hoe en kosteninschatting) worden opgepakt en op welke punten men het niet eens is met conclusies van de auditor Stap 6: Opstellen verbetermaatregelen De opdrachtgever ontvangt het auditrapporten en reactienota en spreekt met de opdrachtnemer verbetermaatregelen af. Deze zijn gebaseerd op wijzigingsvoorstellen voor verbetermaatregelen als gevolg van het niet voldoen aan contractueel gestelde eisen en verbetermaatregelen voor risico s die niet contractueel zijn afgedekt. Stap 7: Implementatie verbetermaatregelen De opdrachtnemer implementeert de verbetermaatregelen. Deze maatregelen moeten binnen de door de tussen opdrachtgever en opdrachtnemer afgesproken randvoorwaarden (tijd en eventueel geld) zijn doorgevoerd. Stap 8: Re-audit aangepast ontwerp Indien verbetermaatregelen leiden tot een heel nieuw ontwerp dan wel een fundamenteel ander beeld opleveren ten aanzien van verkeersveiligheid, kan de opdrachtgever beslissen of er een re-audit dient plaats te vinden. Indien hiervan geen sprake is, wordt het auditproces voor deze fase afgerond en wordt de opgave voor de volgende fase vastgelegd. Het auditrapport wordt, samen met de reactienota en het uiteindelijke besluit van de opdrachtgever gearchiveerd door de Verkeersveiligheidsadviseur van het Regionaal Organisatieonderdeel. Het auditrapport met reactienota gaat niet mee ter visie, maar is wel op te vragen. Het geschetste auditproces is van toepassing op alle Verkeersveiligheidsaudits in de verschillende fasen. In Bijlage A2 van deel B wordt meer gedetailleerd ingegaan op: Competenties, opleiding en kwaliteitsborging auditors; Uitgangspunten bij het uitvoeren van audits; Auditrapportage en reactienota; Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 8

12 Eisen aan de Auditrapportage; Formats ter ondersteuning van het auditrapport. 2.4 Verkeersveiligheidseisen naar projectfase In tabel is de relatie tussen verkeersveiligheidseisen en beoordelingsmomenten weergegeven. De eisen, zijn opgedeeld naar de thema s landelijke verkeersveiligheidsindicatoren, hulpverlening, optionele normen, infrastructuur en verkeersmanagement. Figuur 2.2 Kwaliteitseisen naar projectfase 1. Kansen en Risico s Toetsen per projectfase Landelijke Verkeersveiligheidsindicatoren SVIR doelstelling verkeersslachtoffers in 2020 (monitor) * * SLA-PIN verkeersveiligheid op het integrale rijkswegennet (monitor) * Geen slachtoffers onder RWS medewerkers en contractanten * * * Hulpverlening Geborgde aanrijtijden Ambulances/Brandweer/Politie (wet) * x x x x x x Geborgde aanrijtijden Incident Management (afspraak) * x x x x x x Aanvullende verkeerveiligheidsnormen (optioneel) Verkeersveiligheidsbeleving weggebruikers x x x x meldingen/klachten x x x x Bijna ongevallen x x x x Infrastructuur (Topkader Robuust wegontwerp) Geborgde RPS norm EuroRAP (minimaal 3-sterren-norm) * * x x x x * Topkader Robuust Wegontwerp (ontwerp- en inrichtingsnormen) * * * x x x * Geborgde AGR overeenkomst (Europese overeenkomst wegontwerp) * x x x x x x VOA (beoordeling verkeersveiligheid wegontwerp) * * * x x x * Verkeersveilig Beheer en Onderhoud (risico-reductie) * Voorkomen onbedoeld gebruik van de weg * x x * Vergroten zelfredzaamheid van weggebruikers * x x x * Verkeersmanagement en netwerkmanagement Voorkomen files en terugslag * * * * x x * Doorstroming en snelheidsverschillen * * * x x * Voorkomen irritatie bij weggebruikers (Minder Hinder) * * Effectieve gebiedsontsluiting * x x x * Veilige omleidingsroutes bij verstoringen * x x * * x * 2. Lighttoets, VVH Effectbeoordeling (VVE) 3 Pretoets,.Inpassend ontwerp (VVA1), Voor- en Eindtoets 4. Detailontwerp (VVA2) 5. Voor Opening (VVA3) 6. Na Opening (VVA4) 7. Tijdens Beheer en Onderhoud (VVI) Niet alle eisen zijn in iedere fase van een project van toepassing. Algemeen geldt dat zodra een eis in beeld komt, deze door de opdrachtnemer aantoonbaar moet zijn geborgd (conform contract). Het is niet nodig om de beoordeling in volgende fases te herhalen, tenzij er significante veranderingen zijn doorgevoerd in het ontwerp of de inrichting. Er wordt volstaan met een verificatie op eventuele Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 9

13 veranderingen. Voor weinig risicovolle projecten geldt daarnaast dat op basis van expert-judgement van de verkeersveiligheidsadviseur aan een deel van de weergegeven eisen mag worden voldaan. 2.5 Detaillering Verkeersveiligheidseisen In dit hoofdstuk zijn de methode/toetsen vertaald naar eisen. Voor een toelichting van inhoudelijke eisen wordt verwezen naar activiteiten beschrijvingen in kader Verkeersveiligheid Deel B (hoofdstuk B). De vertaling naar contracteisen wordt gemaakt door het projectteam nadat de borgen verkeersveiligheidsrisico s in kaart zijn gebracht. Omdat in de praktijk is gebleken dat het 1:1 voldoen aan normen en eisen dit niet altijd mogelijk is, geldt dat daar op basis van technische, ruimtelijke of kostenafwegingen van kan worden afgeweken na besluitvorming door de opdrachtgever. Contractwijzigingen worden conform de contractueel van toepassing zijnde wijzigingsprocedures (bij D&C- en E&C-contracten volgens de UAV-GC-2005) behandeld. Bij het niet voldoen aan de eisen waar dit wel moet en kan, zijn de herstelacties geheel voor de opdrachtnemer. Landelijke verkeersveiligheidseisen SVIR ontwikkeling verkeersslachtoffers (monitoring) In de Nota Mobiliteit (NoMo) van 2004 zijn door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ambities geformuleerd voor het terugdringen van het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden die wordt nagestreefd tussen 2002 en In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is deze ambitie overgenomen en vormt het vertrekpunt van alle maatregelen die worden getroffen voor het verminderen van de verkeersonveiligheid. De landelijke doelstelling bedraagt maximaal 500 verkeersdoden en ernstig gewonden in 2020 op het hele Nederlandse wegennet. DGB is verantwoordelijk voor het behalen van de nationale doelstelling. WVL is verantwoordelijk voor de monitoring van de landelijke taakstelling en rapporteert hierover jaarlijks aan DGB. Tabel 2.4 Geïndexeerde SVIRontwikkeling 2001/2003 t/m 2020 Ref Verkeersdoden Ernstig gewonden Verkeersdoden 1.066* 500 Ernstig gewonden * * SVIR In tabel 2.4 is in de bovenste 2 regels de geïndexeerde lineaire afname weergegeven van het aantal verkeersdoden en ernstig gewonden op basis van de landelijke SVIR doelstelling. Bij de beoordeling van de ontwerpalternatieven wordt in de verkenningsfase [VVE; zeef 2] de afgeleide ontwikkeling voor het invloedsgebied van het project bepaald. Opdrachtnemer toetst of de gekozen alternatieven in lijn zijn met de SVIR ontwikkeling. Indien dit niet het geval is stelt de opdrachtnemer conform hoofdstuk 4 een risicoanalyse op en legt deze ter beoordeling voor aan de opdrachtgever. De opdrachtgever stelt in overleg met de intern opdrachtgever (DGB) mitigerende verkeersveiligheidsmaatregelen voor. Voor nadere toelichting zie B bijlage A SLA-PIN Rijkswegennet (monitoring) De SLA-indicator voor het gehele Rijkswegennet bedraagt maximaal 77 verkeersdoden en 964 ernstig gewonden in RWS-BS is verantwoordelijk voor de monitoring. WVL rapporteert jaarlijks de ontwikkeling van het aantal verkeersdoden en het aantal ernstig gewonden op het Rijkswegennet en rapporteert deze jaarlijks aan RWS-BS (product NVM) Geen slachtoffers onder RWS medewerkers en contractanten Wegwerkers vormen tijdens werkzaamheden een kwetsbare groep voor ernstige ongevallen. Onveilige situaties kunnen ontstaan door bijvoorbeeld een te hoge snelheid, onduidelijke markering of het onvoldoende naleven van verkeersveiligheidsvoorschriften. De opdrachtnemer borgt aantoonbaar (in de beschrijving en operationalisatie van het project), dat tijdens het uitvoeren van wegwerkzaamheden op Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 10

14 het rijkswegennet de integrale veiligheid (waaronder verkeersveiligheid en arbeidsveiligheid) van RWS medewerkers en contractanten wordt geborgd. Hulpverlening Aanrijtijden van ambulances Voor de aanrijtijden voor ambulances bij een ongeval zijn wettelijke normen opgesteld (Regeling Tijdelijke wet ambulancezorg; hoofdstuk 3, paragraaf 2 artikel 7 eerste lid) waaraan moet worden voldaan. Voor ernstige ongevallen geldt de zogeheten A1-urgentie. Deze houdt in dat in 95% van de gevallen de aanrijdtijd voor een ambulance maximaal 15 minuten mag bedragen vanaf de dichtstbijzijnde standplaats in de meest ongunstige verkeerssituatie (ochtend- of avondspits). De aanrijdtijd is daarbij de periode tussen de ontvangst van de melding van een ongeval bij de meldkamer tot de aankomst op de plaats van het ongeval. De norm is vooral belangrijk bij nieuwe aanleg en bij de uitvoering van wegwerkzaamheden in de BOO-fase. De opdrachtnemer toont aan dat aanrijtijd voldoet aan de wettelijke norm Aanrijtijden incident management Daarnaast zijn er ook normen voor de aanrijtijden voor hulpverlening in het kader van het Incident Management (IM) ontwikkeld waaraan moet worden voldaan. Voor de aanrijtijden voor IM is in de SLA van Rijkswaterstaat de eis opgenomen dat in 80% van de gevallen binnen 15 minuten IM ter plaatse is in de zogeheten IM+ gebieden) en binnen 30 minuten in de zogeheten IM gebieden. Evenals voor de aanrijtijden van ambulances geldt ook voor deze eis dat specifiek gelet dient te worden op een goede bereikbaarheid van alle plaatsen op het tracé. De opdrachtnemer toont aan dat aanrijtijd voldoet aan de IM norm. Voor beide aanrijtijden geldt dat deze als volgt kan worden berekend: Voor de opstarttijd wordt uitgegaan van een duur van 2 minuten. De reistijd tussen de dichtstbijzijnde ambulancepost / IM hulppost en de plaats van het ongeval wordt berekend op basis van de snelste route en de maximum snelheid van het toe leidende wegennet. Aanvullende Verkeersveiligheidsnormen (optioneel) De verkeersveiligheid van het wegennet wordt afgeleid uit de historische aantallen ernstige slachtoffers/ongevallen. Omdat deze aantallen vooral bij kleine projecten meestal klein zijn, speelt de mate van toevalligheid een grote rol. Conclusies zijn dan alleen over een langere periode zinvol. Dit heeft twee nadelen: Bij de uitbesteding van meerjarig beheer en onderhoud (zoals bij DBFM-contracten) is het aantal ernstige ongevallen op een deel van een rijksweg, een te onnauwkeurige indicator om de geleverde kwaliteit van de opdrachtnemer te monitoren. Op basis van deze cijfers kan vanuit de actualiteit niet tijdig worden bijgestuurd, wanneer als gevolg van werkzaamheden of een gewijzigd ontwerp de verkeersveiligheid verslechterd. Om hieraan tegemoet te komen, kunnen eisen worden gesteld ten aanzien van een drietal afgeleide indicatoren (2.5.6, 2.5.7, 2.5.8). Het gebruik hiervan is op dit moment nog optioneel en dient enkel te worden toegepast wanneer dit past binnen de prestatiesturing van het project. De opdrachtgever kiest of deze aanvullende eisen uitgevraagd/uitgevoerd worden en stelt benodigde informatie beschikbaar aan de opdrachtnemer (b.v meldingen) Bijna-ongevallen De eerste afgeleide indicator is het aantal bijna-ongevallen. Deze kan worden bijgehouden door bijnaongevallen te registreren, bijvoorbeeld met behulp van camera s. Op basis van de registratie kan worden bepaald hoeveel bijna-ongevallen plaatsvinden en wat hiervan de oorzaak is. Vervolgens kunnen maatregelen getroffen worden om de verkeersveiligheid te verbeteren. De opdrachtnemer rapporteert over het aantal bijna ongevallen op het tracé dat in beheer is en geeft aan de opdrachtgever aan welke maatregelen worden getroffen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Ten opzichte van de uitgangssituatie mag het aantal bijna ongevallen niet toenemen. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 11

15 2.5.7 Verkeersveiligheidbeleving weggebruiker De tweede afgeleide indicator is de verkeersveiligheidbeleving van weggebruikers. Deze kan bijvoorbeeld worden bepaald door interviews af te nemen bij frequente gebruikers van de weg. Door gerichte vragen te stellen over de wijze waarop bepaalde onderdelen worden gewaardeerd, kunnen situaties die als verkeersonveilig worden ervaren, worden geïnventariseerd en verbeterd. De opdrachtgever voert op een onaangekondigd moment een representatief onderzoek naar de verkeersveiligheidbeleving uit onder weggebruikers. Ten opzichte de uitgangssituatie dient de beleving minimaal gelijk te zijn gebleven (95% nauwkeurige steekproef) klachten De derde afgeleide indicator is het aantal geregistreerde 0800-klachten. Door Rijkswaterstaat wordt een 0800-telefoonlijn beheerd waar weggebruikers afwijkende omstandigheden kunnen signaleren en klachten kunnen melden. Het aantal geregistreerde klachten en de aard hiervan vormen een goede indicator voor de wijze waarop de weg wordt beheerd en maken tevens inzichtelijk op welke wijze het beheer kan worden verbeterd. De opdrachtnemer rapporteert meldingen en klachten aan de opdrachtgever en geeft aan welke maatregelen worden getroffen om de verkeersveiligheid te verbeteren op die wegdelen die binnen de scope van de opdrachtnemer vallen. Ten opzichte van de uitgangssituatie mag het aantal meldingen en klachten niet toenemen Infrastructuur De eisen aan het wegontwerp hebben betrekking op de fysieke kenmerken van de infrastructuur op en rondom de weg die van belang zijn voor de verkeersveiligheid. Voor eisen die gelden voor spitsstroken wordt verwezen naar het kader Veiligheid spitsstroken. Voor het beoordelen van de visuele afleiding van weggebruikers wordt verwezen naar het kader beoordelen van objecten langs auto(snel)wegen RPS norm EuroRAP Door de Minister van IenM is de ambitie geformuleerd om het wegontwerp van het Rijkswegennet op een minimaal basisniveau te brengen. Dit basisniveau komt overeen met een score van drie sterren op basis van de Europese RPS methodiek_versie 1.0 [Min IenM, 2007]. De EuroRAP methodiek is opgesteld om de slachtofferernst bij een ongeval als gevolg van infrastructuur zoveel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld het voorkomen van ongevallen met bomen, lichtmasten, andere massieve obstakels en watergangen in de directe nabijheid van de rijbaan). Hiervoor is een Europees schaalmodel (meting in sterren) opgesteld waaraan het wegontwerp/ inrichting wordt gescoord. In de score wordt rekening gehouden met wegkenmerken, zoals type kruisingen, bermbeveiliging, gescheiden rijbanen en snelheidslimieten. Voor aanlegprojecten geldt een EuroRAPnorm van ten minste 3 sterren en mag de score ten opzichte van uitgangssituatie niet verslechteren. De RPS methodiek is toegelicht in Kader Verkeersveiligheid, Deel B. Daarnaast is meer uitleg over EuroRAP te vinden op de website De methodiek wordt zowel ingezet bij het toetsen van wegontwerpen van nieuwe infrastructuur als bij het beoordelen van de verkeersveiligheid van bestaande infrastructuur. De opdrachtnemer toont middels de RPS-1 methodiek aan dat het wegontwerp ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot een lagere score en dat daarnaast het wegontwerp voldoet aan de EuroRAP norm van ten minste drie sterren Topkader Robuust Wegontwerp Bij het ontwerpen van nieuwe wegen en reconstructies van bestaande wegen dienen de afzonderlijke ontwerpelementen te voldoen aan de voor deze elementen ontwikkelde technische en uitvoeringsnormen. Voorbeelden zijn de ontwerp- en bewegwijzeringseisen zoals vermeld in NOA (ROA)en de eisen ten aanzien van bewegwijzering, spitsstroken en bermbeveiliging. De belangrijkste verkeerveiligheidsrisico s ten aanzien van infrastructuur zijn hiermee ondervangen. Voor een meer gedetailleerde toelichting wordt verwezen naar het Topkader Robuust Wegontwerp. Hierin worden alle richtlijnen aangehaald die zijn opgenomen onder de Verkeerskundige Afspraken (VkA). De opdrachtnemer toont aan dat afzonderlijke elementen van het wegontwerp van het tracé voldoen aan het Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 12

16 Topkader Robuust Wegontwerp. Reden van de afwijkingen en de gevolgen moeten expliciet door de opdrachtnemer zijn aangegeven in de ontwerpnotitie. Voor een overzicht van de VkA richtlijnen (ontwerp, inrichting en verkeersmanagement) die de verkeersveiligheid beïnvloeden wordt verwezen naar deel B AGR Op het internationale E-wegennet zijn internationale afspraken van toepassing zijn, vastgelegd in de AGR (European Agreement on Main International Traffic Arteries). De AGR is een (Europese) overeenkomst waarin sommige bepalingen (de zgn. shall bepalingen) worden beschouwd als voor een ieder bindende bepalingen, aldus de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (zaak spitsstrook Vught-Ekkersweijer, ). In Annex II van de AGR staat dat iedere mogelijke inspanning moet worden gedaan om te zorgen dat bij aanleg van nieuwe wegen en de modernisering van bestaande wegen overeenstemming wordt bereikt met de normen van de bijlagen. Afwijken van het gestelde in de AGR die nadelig zijn voor de verkeersveiligheid zijn mogelijk, maar vereisen een grondige motivering, waarbij een evenwichtige afweging dient plaats te vinden van normen ten aanzien van veiligheid van het verkeer, milieubescherming, doorstroming van het verkeer en het belang van de weggebruiker, een en ander op basis van een economische beoordeling. De opdrachtnemer toont aan dat deelelementen van het wegontwerp van het tracé voldoen aan de AGR VOA-beoordeling verkeersveiligheid wegontwerp (in ontwikkeling) De VkA normen uit Topkader Robuust Wegontwerp vormen een goede basis voor een verkeersveilig wegontwerp. Toepassing van de wegontwerprichtlijnen borgt echter nog niet dat in alle gevallen een verkeersveilige weg ontworpen wordt die duidelijk en begrijpbaar is voor alle weggebruikers. De verkeersveiligheid van een weg, wegvak of ontwerp wordt namelijk veelal bepaald door het effect van de samenhang van meerdere ontwerpelementen op de beleving van de weggebruiker. De VOA (Handreiking Verkeersveiligheid van het Ontwerp van Autosnelwegen) biedt: Verkeersveiligheidseisen aan het wegontwerp, gebaseerd op veilig verkeersgedrag (human factors); Een eenduidig instrument voor alle betrokkenen in het ontwerpproces van aanleg- en BOO projecten. Het betreft een instrument dat verkeersveiligheidknelpunten in het wegontwerp signaleert en waarmee de verkeersveiligheid van het wegontwerp beoordeeld kan worden; Ontsluiting van kennis over verkeersveiligheid om de handreiking toepasbaar te maken in projecten. In de handreiking VOA wordt op gestructureerde wijze het kwalitatieve verkeersveiligheidsrisico in beeld gebracht dat hoofdzakelijk gebaseerd is op de Human Factor (HF) principes. In de VOA worden de volgende verkeersveiligheidprincipes onderscheiden: Verwachtingspatroon, Waarnemen, Begrijpen (begrijpelijkheid), Kunnen(taakcomplexiteit), Willen (bereidwilligheid), Fysieke kracht en Vergevingsgezindheid. Op basis van deze HF-principes zijn indicatoren en eisen ontwikkeld die de grondslag vormen voor de methodische verkeersveiligheidbeoordeling Verkeersveilig Beheer en Onderhoud. Ook als een weg opengesteld is voor het wegverkeer dient de verkeersveiligheid te zijn gewaarborgd. Dat stelt eisen aan het beheer (bv. gladheidbestrijding) en onderhoud (bv. het herstellen van vorstschade) van de weg. Uitgangspunt hierbij is dat verkeersveiligheidsrisico s worden voorkomen. De eisen ten aanzien van beheer en onderhoud zijn gekoppeld aan het BOO prioriteringskader en zijn opgenomen in de Objectbeheerregimes voor: Verhardingsonderhoud; Onderhoud aan kunstwerken; Onderhoud aan DVM systemen; Vast en klein variabel onderhoud. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 13

17 Deze Objectbeheerregimes bevatten normen voor de gewenste frequentie voor het uitvoeren van onderhoud. Op basis van deze normen wordt een adviesjaar voor de uitvoering van de onderhoudsmaatregel bepaald. Ten opzichte van dit adviesjaar is slechts beperkt uitstel van maatregelen mogelijk. Met behulp van een risicotabel kan worden bepaald wat de omvang van het risico van uitstel is. Deze risicotabel is gebaseerd op de RAMSSHEEP methodiek die voor de programmering HWNdroog wordt gehanteerd. Stroefheid en spoorvorming dienen te voldoen aan de OBR-normen. (SLAafspraak). Uit de risicotabel blijkt de maximale periode waarover een onderhoudsmaatregel zonder onverantwoorde toename van het verkeersveiligheidsrisico mag worden uitgesteld. Wanneer een onderhoudsmaatregel desondanks niet tijdig plaatsvindt, schrijven de normen voor om op basis van een risico-inschatting over te gaan tot snelheidsverlaging of afzettingen. In deel B, bijlage B a is de risicotabel opgenomen. De opdrachtnemer voorkomt dat er als gevolg van achterstallig onderhoud (binnen scope contract) verkeersonveilige situaties ontstaan. Beheersing van verkeersveiligheidsrisico s vindt plaats op basis van de risicotabel in Deel B van het Kader Verkeersveiligheid (WVL, 2013). M.b.t. stroefheid en spoorvorming dient te worden voldaan aan de OBR normen Voorkomen onbedoeld gebruik van de weg De rijweg dient gebruikt te worden in de functie waarvoor deze is ontworpen. Om te voorkomen dat er gevaarlijke situaties ontstaan, dient onbedoeld gebruik voorkomen te worden. Dit dient te worden geborgd door eenduidige informatievoorziening en het treffen van aanvullende voorzieningen. Dieren op de weg In landelijk gelegen gebied dienen maatregelen te worden genomen om (ernstige)verkeersslachtoffers te voorkomen met (groot) wild dat de rijweg op kan lopen (b.v. door het buiten de obstakelvrije zone plaatsen van hekken, wildroosters, ecoducten). Indien dit niet mogelijk is dan moeten weggebruikers hiervoor tijdig worden gewaarschuwd en indien noodzakelijk snelheidsbeperkende maatregelen worden genomen. De opdrachtnemer treft voorzieningen die het voor (groot) wild onmogelijk maken om op de rijweg te komen. Voetgangers op de rijweg Het oversteken door de voetganger van de wegen waar met hoge snelheid wordt gereden leidt vaak tot ernstige ongevallen met deze voetganger. Indien hiertoe gerede kans bestaat (analyse historische ongevallen), dan valt het te overwegen om daar buiten de obstakelvrije zone voorzieningen voor te treffen (bv. hekwerk). Bij ongelijkvloerse kruisingen van de infrastructuur RWS met onderliggende weginfrastructuur, bij verzorgingsplaatsen en andere plaatsen waar voetgangers de weg over kunnen steken dient de opdrachtnemer voorzieningen te treffen die verhinderen dat personen de autosnelweg kunnen betreden Spookrijders Voorkomen moet worden dat spookrijder in verkeerde richting de weg op kan rijden (spookrijden). Het verschil tussen afrit en oprit moeten eenduidig waar te nemen zijn door de weggebruiker. Voor openstelling van een weg dienen de zichtbaarheid en positionering van markering en bebording in de praktijk getest te worden in alle lichtsituaties. Het tracé dient door de opdrachtnemer zodanig ontworpen en ingericht te worden dat weggebruikers, bedoeld en onbedoeld de weg alleen kunnen betreden en berijden daar waar de weg voor bedoeld is, zowel in richting als plaats. Routering (bewegwijzering/bebording): In de regelgeving (wet en CROW Ri-222) is vastgelegd hoe verkeerstekens en onderborden moeten worden toegepast. Deze regelgeving is ook van toepassing op elektronische borden. Voorkomen moet worden dat weggebruikers verkeerde beslissingen nemen als gevolg van onduidelijke/overvloed aan bebording en als gevolg daarvan onnodige manoeuvres uitvoeren om deze beslissingen weer te corrigeren. Bebording, markering en bebakening moeten in overeenstemming zijn met elkaar. Naast het op onafhankelijke wijze testen van de begrijpelijkheid en navolgbaarheid van bebording, toont de opdrachtnemer aan dat bij aanleg- en onderhoudsprojecten de regelgeving is toegepast. RWS blijft juridisch verantwoordelijk voor de bebording. Snelheidsregime Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 14

18 Een weg dient zodanig aangelegd te zijn dat het voor de weggebruiker duidelijk is hoe snel er maximaal mag worden gereden. Onbedoelde snelheidsoverschrijding als gevolg van afgedekte, ontbrekende en elkaar snel afwisselende snelheidsborden leiden tot verkeersonveilige situaties en moeten worden voorkomen. De vormgeving van de weg en de bebording moeten onder alle licht- en weersomstandigheden goed leesbaar en navolgbaar zijn voor weggebruikers en mag het snelheidsregime niet negatief beïnvloeden. Bij permanente snelheidsoverschrijding zorgt de opdrachtnemer voor snelheidsbeperkende maatregelen. Sluipverkeer Als gevolg van capaciteitsproblemen op een wegvak zoeken weggebruikers vaak een alternatieve route via het onderliggend wegennet. Dit wegennet is hiervoor niet ontworpen. De verkeersonveiligheid op deze wegen neemt hierdoor toe. Dit is ongewenst. De opdrachtnemer draagt er in samenwerking met de wegbeheerder van het onderliggend wegennet zorg voor dat oneigenlijk gebruik (sluiproutes) wordt voorkomen Eisen zelfredzaamheid weggebruikers Bij incidenten en ongevallen is het van belang dat weggebruikers zichzelf in veiligheid kunnen brengen. De infrastructuur dient zodanig ontworpen te zijn, dat zelfredzaamheid door weggebruikers kan plaatsvinden: Weggebruikers moeten zichzelf kunnen redden zonder zichzelf en anderen in gevaar te brengen; De infrastructuur moet bij een incident een veilig heenkomen of een vluchtroute bieden; De weg moet voorzieningen hebben waarmee weggebruikers zich bij incidenten kunnen (laten)melden bij de meldkamer van hulpdiensten. Deze aspecten spelen met name een belangrijke rol bij tunnels en het gebruik van spitsstroken. De eisen voor deze ontwerponderdelen zijn opgenomen in de volgende documenten: Ontwerp en inrichting spitsstroken (2012); Verkeersveiligheid in tunnels (in ontwikkeling; 2014). In de Verkeerskundige Afspraken (VkA) zijn normen opgenomen voor het ontwerp van vluchtstroken en de plaatsing van praatpalen en vluchtdeuren (GCW 2012). Verkeers- en Netwerkmanagement Verkeersveiligheid is gebaat bij een zo consistent en homogeen mogelijke verkeersstroom. Verstoringen kunnen optreden door structureel hoge verkeersintensiteiten, onderhoudswerkzaamheden of calamiteiten. Waar mogelijk dienen deze zoveel mogelijk te worden voorkomen. Waar dit niet mogelijk is, dienen deze verstoringen zoveel mogelijk te worden begeleid door goede informatievoorziening via bijvoorbeeld DVM-systemen en informatieborden en het inzetten van flankerende maatregelen, zoals mobiliteitsmanagement (zie ook de leidraad Minder Hinder). Al deze elementen maken onderdeel uit van verkeersmanagement. Het betreft: Het voorkomen files/terugslag Files ontstaan indien de capaciteit van een weg de intensiteit van het verkeer niet meer kan afhandelen (I/C verhouding > 0,8). Files leiden tot snelheidsverschillen en zijn soms voor de weggebruiker verrassend en onverwacht. Dit leidt tot impulsreacties als uitwijken, rijbaanwisselingen, onverwacht snel afremmen en daarmee tot een verkeersveiligheidsrisico. Files (en langzaam rijdend verkeer) dienen te worden voorkomen. Hiervoor is een pallet aan maatregelen mogelijk: Optimaliseren van de infrastructuur; Verbeteren van verkeersmanagement; Het door middel van Mobiliteitsmanagement onttrekken van verkeer. Omdat maatregelen ter bevordering van de doorstroming ook bijdragen aan het verbeteren van de reistijden (SVIR-doelstelling) is het belangrijk om beide aandachtsgebieden gelijktijdig te betrekken in het doorrekenen van de effecten binnen het invloedsgebied. Opdrachtnemer brengt I/C verhouding tijdens de ochtend- en avond spits in kaart op basis van een verkeersmodel in kaart voor 2020 en 2040 (SVIR), en toont aan dat er voldoende flankerende Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 15

19 maatregelen zijn genomen om files en terugslagfiles te voorkomen. Risico s, die vallen binnen de scope van het contract, worden vermeld in de ontwerpnotitie Borgen gelijkmatige doorstroming en voorkomen snelheidsverschillen De gelijkmatigheid en dosering van de doorstroming wordt op strategische punten in het netwerk geregeld middels DVM maatregelen (bijvoorbeeld het afkruisen stroken, aanpassen van de maximumsnelheid, het bieden van route-informatie aan de weggebruiker of het op elkaar afstemmen van VRI s). Daarnaast worden verkeers- en informatieborden gebruikt voor het bevorderen van een gelijkmatige doorstroming. Voor de inrichting, bebording en inzet van DVM-maatregelen bij het wegontwerp zijn technische normen uit de VkA richtlijnen (topkader verkeersmanagement; in ontwikkeling) beschikbaar waaraan moet worden voldaan. DVM-maatregelen dienen in het ontwerp te worden opgenomen daar waar een risico aanwezig is voor ongelijkmatige of verstoorde doorstroming. Vervolgens dienen de effecten hiervan te worden bepaald voor de doorstroming en verkeersveiligheid. Indien er sprake is van resterende risico s die in het ontwerp niet met DVM-maatregelen worden opgelost, dienen deze risico s te worden beschreven en dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen. De opdrachtnemer draagt er bij de inrichting van het rijkswegennet zorg voor dat op strategische punten in het netwerk DVM maatregelen zijn genomen die waarborgen dat het verkeer gelijkmatig en met zo min mogelijk snelheidsverschillen doorstroomt. Dit wordt aangetoond door: Het effect van voorgestelde DVM maatregelen te beschrijven tegen de achtergrond van doorstroming en verkeersveiligheid. Het risico te beschrijven van punten in het netwerk met ongelijkmatige, verstoorde doorstroming en het binnen het contract treffen van verbetermaatregelen Voorkomen irritatie bij de weggebruiker bij Werk In Uitvoering (WIU) Geïrriteerde weggebruikers reageren agressiever op het verkeer en vormen een verkeersveiligheidsrisico voor zichzelf en andere weggebruikers. Ongevallen vinden veelal plaats als gevolg van een combinatie van oorzaken. Bij veel ongevallen (90%) is een van de ongevallen het menselijk gedrag. Het is daarom, vooral bij werk in uitvoering, belangrijk om extra aandacht te besteden aan een voor de weggebruiker zo begripvol mogelijke wijze van uitvoering. De opdrachtnemer draagt bij werk in uitvoering zorg voor: dat er niet onnodig wegdelen worden afgezet. Indien wegen zijn afgezet dan is voor de weggebruiker zichtbaar dat er wordt gewerkt achter een afzetting; werk in uitvoering tijdig is aangegeven, zodat weggebruikers alternatieven hebben om het werkvak te mijden en niet onnodig in een fuik rijden; route-informatie bij werk in uitvoering, tijdig en duidelijk zichtbaar is voor de weggebruiker en conform geldende richtlijnen eisen is geplaatst/vormgegeven; dat weggebruikers op hiertoe berekende alternatieve routes en idioot proof hun bestemming kunnen bereiken binnen nader aan te geven reistijd; dat er conform de uniforme uitvoeringsrichtlijnen 96 A en B (in revisie) wordt gewerkt Effectieve gebiedsontsluiting De methode van Gebiedsgericht Benutten dient te worden ingezet om een effectieve benuttingsaanpak voor de verkeersproblematiek van het invloedsgebied op te zetten. De handleiding Gebiedsgericht Benutten (en bijbehorend werkboek) beschrijft in negen stappen hoe een effectieve aanpak wordt bereikt voor het oplossen van verkeersknelpunten in het (deel-)netwerk. Indien adequaat toegepast wordt middels dit instrument: Het aantal verkeersslachtoffers in het invloedsgebied beperkt; De bereikbaarheid vergroot; Een snelle (reistijd) en betrouwbare doorstroming gerealiseerd; Het gebruik van sluiproutes teruggebracht; Het optreden van files en terugslagfiles voorkomen. Opdrachtnemer neemt conform gebiedsgericht benutten maatregelen voor het oplossen van verkeersknelpunten en toont aan dat de maatregelen hebben geleid tot een effectievere gebiedsontsluiting. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 16

20 Veilige omleidingsroutes bij verstoringen Het inzetten van alternatieve routes is een vrij zwaar middel. Het is belangrijk om deze achter de hand te hebben wanneer zich calamiteiten (verkeersongevallen; incidenten), langdurige blokkades (Groot Onderhoud) of periodieke stremmingen (files) voordoen. Voorkomen moet worden dat weggebruikers massaal zelf op zoek gaan naar alternatieve routes, met alle verkeersveiligheids-, leefbaarheids- en verkeersproblemen van dien. De methodiek is gebaseerd op Gebiedsgericht Benutten (zie hierboven). Opdrachtnemer overlegt met verkeerscentrale, andere wegbeheerders en belanghebbenden over alternatieve routes die bij calamiteiten in snel en adequaat in gebruik kunnen worden genomen. Aangetoond word hoe regelscenario s worden ingezet, wie, wanneer, waarvoor verantwoordelijk is. 2.6 Toepassen van verkeersveiligheidseisen De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de uitvoering en het aantonen van alle eisen in het contract. Dat geldt dus ook voor eisen die door de opdrachtgever in het kader van verkeersveiligheid gesteld worden. De genoemde eisen worden, afhankelijk van de te borgen verkeersveiligheidsrisico s, door de projectorganisatie vertaald naar contracteisen. Bij het afwijken van overeengekomen eisen in het contract neemt de opdrachtnemer in overleg met de opdrachtgever verbetermaatregelen om alsnog te voldoen aan de gestelde eisen. Indien er blijvend niet kan worden voldaan aan de eisen stelt de opdrachtnemer in overleg met de opdrachtgever een wijzigingsvoorstel voor met kosteneffectieve mitigerende maatregelen op basis van risicoanalyses (conform hoofdstuk 4) of een voorstel voor minder werk (met daarin consequenties voor verkeersveiligheid, kosten en planning). De in hoofdstuk 2.5 genoemde eisen zijn verplicht (figuur 2.3). Afhankelijk van de aard en diepgang van een project mag hiervan worden afgeweken. Dit is ter beoordeling van de Regionale Organisatie onderdelen/gpo/ppo. Het projectteam legt het besluit (inclusief risicoanalyse) vast in de projectdocumentatie. Wanneer er tevens sprake is van het niet voldoen aan een contractuele eis wordt dit tussen opdrachtgever en opdrachtnemer overeengekomen in een contractwijziging. Het uitvoeren van VVE, VVA, VVI (hoofdstuk 2.2) is verplicht. Op basis van expert-judgement (zie hoofdstuk 1.8) mag hiervan worden afgeweken. Indien dit het geval legt het projectteam het besluit vast over het al dan niet uitvoeren van VVE, VVA, VVI (inclusief risicoanalyse).. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 17

21 3 Borgen verkeersveiligheid per projectfase In dit hoofdstuk zijn de beoordelingsmomenten in relatie met te borgen verkeersveiligheidseisen toegelicht. Voor detailinformatie wordt verwezen naar bijlagen die opgenomen zijn in kader verkeersveiligheid, deel B. Voor het uitvoeren van herstelmaatregelen en boeteclausules bij het afwijken van kaders geldt het kader systeemgerichte contractbeheersing (SCB). De bij een projectfase betrokken stakeholders, hun resultaatverantwoordelijkheden en rollen zijn uitgewerkt in hoofdstuk Initiatieffase ( fase tot aan vaststelling startbeslissing) Op verzoek van (DGB) adviseert de verkeersveiligheidsadviseur van de het Regionaal Organisatieonderdeel waarbinnen het project valt over risico s, kansen en aandachtspunten bij het formuleren van de projectopdracht. Indien gewenst, leveren WVL/GPO hieraan een bijdrage. Het formuleren van een advies is maatwerk en afhankelijk van karakteristieke, gebieds- en mobiliteitseigenschappen van het invloedgebied en de mogelijkheden van betrokken wegbeheerders om verkeersveiligheidsrisico s te voorkomen. Uit ervaring met eerdere aanlegprojecten [Twijnstra en Gudde, 2012] zijn vaak voorkomende aandachtspunten: Tabel 3.1 Aandachtspunten t.b.v. voortoets kansen en risico s (checklist) Conformiteit van de oplossingsrichting aan netwerkvisie en categorisering van de weg. Verkeersoplossend vermogen / verkeersafwikkeling). Ontwerpsnelheid (in relatie tot de maximumsnelheid). Ruimtereservering en inpasbaarheid in de beschikbare ruimte. Complexe knooppunten. Aantal aansluitingen (per kilometer) op het gehele tracé. Te korte weefvakken of te krappe boogstralen. Horizontale en verticale ligging van het tracé. Gebiedsanalyse verkeersongevallen De interne opdrachtgever (DGB) neemt op basis van het advies een besluit en legt het resultaat vast in de projectopdracht en ontwerpschets. Hiermee wordt voor alle betrokken stakeholders een zo eenduidig mogelijke startsituatie gedefinieerd /aan de projectmanager voldoende middelen beschikbaar gesteld voor de uitwerking van alternatieven. 3.2 Verkenningsfase (zeef 1) In het algemeen geldt dat hoe duidelijker het op te lossen probleem en hoe kleiner het plangebied, hoe gedetailleerder ingezoomd kan worden op de kansen en risico s. Voor grote omvangrijke projecten wordt het proces van vroegtijdige risicobeheersing voortgezet in de verkenningenfase. Dit kan inhouden dat er na de opdrachtverstrekking aanscherpingen plaats kunnen vinden in projectopdracht / notitie Reikwijdte en detailniveau. In de verkenningsfase [zeef 1] worden meerdere ontwerpalternatieven verkend en getrechterd naar een beperkt aantal kansrijke alternatieven die bij zeef 2 verder worden uitgewerkt. De kansen en risico s worden in beeld gebracht door de in tabel 3.1 genoemde aandachtpunten mee te nemen t.b.v. besluitvorming bij zeef 1. Omdat de ontwerpalternatieven in deze fase vaak nog in schetsvorm zijn uitgewerkt worden er bij zeef 1 nog geen expliciete eisen gesteld aan het uitwerkingsniveau. Met name de mate van oplossing die varianten bieden staat daarbij centraal. Daarbij wordt gekeken naar maakbaarheid en risicobeheersing. 3.3 Verkenningsfase (zeef 2) De (vaak 3) meest kansrijke alternatieven worden verder uitgewerkt naar een detailniveau waarop een evenwichtige alternatievenvergelijking mogelijk is [zeef 2]. Tabel 3.2 Profiel meest kansrijke ontwerpen Ontwerpalternatieven Ontwerptekeningen 1:5.000 met daarin aangegeven: Functioneel ontwerp in de vorm van Rijstroken/rijstrookschema s. Elementair ontwerp: o Boogstralen. o Grote kunstwerken. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 18

22 o Aansluitingen en knooppuntvormen. o Maximumsnelheid per rijstrook of wegvak. o Geometrie. o Divergentie- en convergentiepunten. o Standaard dwarsprofielen Rapportage van uitgevoerde (risico)analyses. Projectdocumentatie met integrale delen verkeerskundig, (verkeerscijfers), verkeerstechnisch (wegontwerp) en verkeersveiligheid met: o een motivatie ten aanzien van de ontwerpkeuzen. o een toelichting op verwachte kritieke punten ten aanzien van de eisen voor verkeersveiligheid en de wijze waarop risico s kosteneffectief ondervangen kunnen worden. o een toelichting en onderbouwing van niet te ondervangen risico s voor verkeersveiligheid. Door middel van de toets Kansen en Risico s borgt RWS dat geen onvoorziene, onoverkomelijke en onomkeerbare verkeersveiligheidsrisico s worden meegenomen naar de tweede verkenningsfase De toets Kansen en Risico s wordt uitgevoerd onder regie van de projectmanager van RWS. De verkenningsfase [zeef 2] leidt op basis van een gedegen effectenonderzoeken en bestuurlijk besluitvormingsproces tot een door betrokken stakeholders gedragen voorkeursalternatief. Omdat er vaak meerdere oplossingen zijn voor een verkeersveiligheidknelpunt geldt: Hoe kosteneffectiever hoe beter. De wijze waarop met de verkeersveiligheidseisen (hoofdstuk 2) is omgegaan dient te zijn opgenomen in de projectdocumentatie bij het voorkeursalternatief. Het detailniveau voor het ontwerp in deze bedraagt 1:2000 bij complexe/risicovolle projecten en 1:5000 bij minder complexe/risicovolle projecten (standaard). De verkeersveiligheid in de verkenningsfase [zeef 2] wordt geborgd d.m.v. Lighttoets en een Verkeersveiligheidseffectbeoordeling. De voorkeursbeslissing wordt bij ingewikkelde verkenningen (lange procedure) opgenomen in de structuurvisie. Lighttoets De door de opdrachtnemer uitgewerkte verkenningsalternatieven worden in de 2 e verkenningenfase op verkeersveiligheidsrisico s getoetst d.m.v. een Light-toets. De analyse vindt plaats op basis van expertjudgement naar de verkeersveiligheid van ontwerpelementen en de ontwerp- en inrichtingseisen [AGR, NOA en VOA]. Dit gebeurt voorafgaand aan de Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE). Het risico dat als gevolg van het moeten doorvoeren van eventuele wijzigingen in de berekeningen opnieuw moeten worden gedaan, wordt hiermee weggenomen. De Light-toets wordt onder regie van de Projectmanager van RWS uitgevoerd en is verplicht voor projecten met een verhoogd verkeersveiligheidsrisico (zie hoofdstuk 1.8). Wegontwerpen met een hoog verkeersveiligheidsrisico (bv. complexe wisselingen, beperkte objectvrije ruimte, minimum ontwerp- en zichtcriteria) dienen het uitwerkingsniveau te hebben van tabel 3.3. Bij eenvoudige, weinig risicovolle ontwerpen kan worden volstaan met het uitwerkingsniveau van tabel 3.2. Tabel 3.3 Profiel risicovolle projecten Risicovolle projecten zeef 2 Ontwerptekeningen 1: met daarin aangegeven: o Geometrie. o Grote kunstwerken. o Aansluitingen en knooppuntvormen. o Maximumsnelheid per rijstrook of wegvak. o Landschappelijke aspecten [bomen, sloten]. o Bermen [inrichting en bermbeveiliging; globaal]. o Geluidsmaatregelen o Divergentie- en convergentiepunten, Turbulentieafstanden [NOA]. o DVM o Bewegwijzering (globaal). o Lengteprofielen bij grote hoogteverschillen [>6 meter], lengteschaal 1:2.000 en hoogteschaal 1:200. o (Principe)dwarsprofielen schaal 1:200. Rapportage van uitgevoerde (risico)analyses. Projectdocumentatie met integrale delen; verkeerskundig, (verkeerscijfers), verkeerstechnisch (wegontwerp) en verkeersveiligheid met o een motivatie ten aanzien van de ontwerpkeuzen. o een VOA trade off matrix (in ontwikkeling) o een toelichting op verwachte kritieke punten ten aanzien van de eisen voor verkeersveiligheid en de wijze waarop risico s kosteneffectief ondervangen kunnen worden. o een toelichting en onderbouwing van niet te ondervangen risico s voor verkeersveiligheid. o te verwachten I/C verhoudingen, files en terugslagfiles Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 19

23 Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE) Nadat eventuele tekortkomingen als gevolg van de Light-toets door de opdrachtnemer zijn hersteld, vindt er kwantitatieve doorrekening en kwalitatieve beoordeling van ontwerpalternatieven op verkeersveiligheid plaats (zie kader Verkeersveiligheid, Deel B, Bijlage A.1). Het doel is om de uitkomsten van de VVE mee te nemen bij de vergelijking van de verschillende ontwerpalternatieven bij zeef 2 en een voorkeursalternatief te bepalen. Het invloedsgebied van ontwerpalternatieven moet minimaal voldoen aan de trend van de landelijke ontwikkeling (SVIR). Indien dit niet het geval is dient hierover expliciet besluitvorming plaats te vinden met de interne opdrachtgever (DGB) m.b.t. het al dan niet nemen van mitigerende maatregelen. 3.4 Planuitwerkingsfase In de planuitwerkingsfase wordt het voorkeursalternatief verder gedetailleerd naar een Ontwerp Tracébesluit (OTB). Andere met een OTB vergelijkbare plannen zijn: Inpassend Ontwerp (MIRT), Ontwerp Bestemmingsplan of Ontwerp Inpassingsplan. Het project wordt bij de start van de planuitwerkingsfase overgedragen van DGB (of decentrale overheid) naar RWS. Bij kleinschalige projecten kan het zijn dat een decentrale overheid verantwoordelijk is voor de planuitwerking. Ondanks dat er gekozen is voor één voorkeursalternatief dat ruimtelijk begrensd is, zijn er wel verschillende varianten mogelijk (denk bijvoorbeeld aan het verschuiven van het tracé met enkele tientallen meters, een andere rijbaanindeling en andere inpassingsmaatregelen). Geldende randvoorwaarden en uitgangspunten worden formeel vastgelegd in een uitgangspuntennotitie. De verkeersveiligheidseisen (hoofdstuk 2) worden geborgd middels een Pretoets, Verkeersveiligheidsaudit (VVA-1) en Voortoets (incl. eindtoets) op zowel OTB als TB. Uitgangspuntenoverleg. In dit overleg wordt afgesproken hoe het effectonderzoek verkeersveiligheid wordt uitgevoerd ten behoeve van OTB en eventueel het project MER. Daarbij wordt afgesproken welke informatie wordt verzameld ten behoeve van het beoordelen van de verkeersveiligheid van het wegontwerp bij de voortoets. Er worden afspraken gemaakt over het onderzoeken van eventuele mitigerende maatregelen bij het afwijken van kaders. Dat geldt ook voor het bepalen van mitigerende maatregelen bij al in de vorige fase afgesproken afwijkingen van kaders. Besluiten worden formeel vastgelegd in de uitgangspuntennotitie. Tabel 3.4 Profiel (Ontwerp) Trace Besluit Pre-toets. In de pretoets wordt het voorkeursontwerp getoetst op functionaliteit, verkeersveiligheid, uniformiteit en maakbaarheid. De afspraken in de uitgangspuntennotitie vormen het referentiekader. De Pre-toets wordt het 1 e ontwerp van de opdrachtnemer (in een zo vroeg mogelijk stadium). Na goedkeuring worden de effectenstudies uitgevoerd en wordt het OTB ontwerp opgesteld met een uitwerkingsniveau van tabel 3.4. Andere benamingen voor het TB zijn: Integraal Inpassend Ontwerp (MIRT), Bestemmingsplan of Inpassingsplan. Trace Besluit (OTB en TB): Ontwerptekeningen 1:2000 met daarin (of separaat) aangegeven: o Geometrie 3D alignement: assen hoofdrijbanen, parallel- of rangeerbanen, verbindingswegen, toe- en afritten en weefvakken; o Kunstwerken; o Aansluitingen, knooppuntvormen; o Maximum snelheid per wegvak; o Landschappelijke aspecten (bomen, sloten); o Bermen (inrichting o.a. bomen, sloten, geluidsschermen en bermbeveiliging); o Divergentie- en convergentiepunten (o.a. turbulentieafstanden NOA); o Kruin en teen talud, watergangen, onderhoudswegen en parallelwegen; o Bewegwijzering; o Bebording; o Markering; o Ruimtelijke kwaliteit en vormgeving; o DVM; Lengteprofielen bij grote hoogteverschillen (>6 meter), lengteschaal 1:1000 en hoogteschaal 1:100; Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 20

24 Dwarsprofielen schaal 1:200. I/C verhoudingen per wegvak Rapportage van uitgevoerde (risico)analyses. Projectdocumentatie met integrale delen; verkeerskundig, (verkeerscijfers), verkeerstechnisch (wegontwerp) en verkeersveiligheid met o een motivatie ten aanzien van de ontwerpkeuzen. o een VOA trade off matrix (in ontwikkeling) o een toelichting op verwachte kritieke punten ten aanzien van de eisen voor verkeersveiligheid en de wijze waarop risico s kosteneffectief ondervangen kunnen worden. o een toelichting en onderbouwing van niet te ondervangen risico s voor verkeersveiligheid. Verkeersveiligheidsaudit (VVA-1) In de VVA1-audit wordt door een onafhankelijke en gecertificeerde auditor een beoordeling gedaan van de verkeersveiligheidsrisico s van het inpassend voorkeursontwerp. De procedure en randvoorwaarden die gelden voor de uitvoering van de VVA-1 zijn toegelicht in hoofdstuk 2.3. Mede op basis hiervan voert de opdrachtnemer herstelacties uit (in samenspraak met de opdrachtgever). Voortoets(incl eindtoets): In aansluiting op de VVA toetst RWS, voordat het OTB wordt vastgesteld, of de reactienota overeenstemt met de afgesproken uitgangspunten van het project en de bevindingen van het auditrapport (primair de verantwoordelijkheid van de Projectmanager). De opdrachtnemer voert noodzakelijke herstelacties uit en actualiseert de ontwerpdocumenten. Het Programmabureau Verkenningen & Planuitwerking (PVP) controleert aan de hand van reacties van de projectorganisatie op de toetsrapportage of verbeteringen voldoende zijn opgevolgd en schakelt daarbij zonodig (verkeersveiligheids)experts van WVL in (dit is de eindtoets). Bij de vaststelling van het TB wordt opnieuw een Voortoets uitgevoerd indien er tussen OTB en TB ontwerpwijzigingen zijn doorgevoerd. De interne opdrachtgever (HID) van het Regionaal organisatieonderdeel biedt vervolgens de stukken aan de DG RWS, met inachtneming van eventuele risicopunt(en). DG RWS stuurt deze door aan DGB t.b.v. besluitvorming door de Minister (formele projectbeslissing voor het realiseren van grote aanlegprojecten). PVP bewaakt dat risico s goed in beeld zijn bij besluitvorming door DG-RWS en DGB. Voor kleine(re) projecten, die conform Management Contract worden uitgevoerd, ligt de projectbeslissing bij de verantwoordelijke HID van een Regionaal Organisatieonderdeel. 3.5 Realisatiefase (Detailontwerp) Bij het opstellen van ontwerpen in de realisatiefase (voorontwerp, detail ontwerp en uitvoeringsontwerp) wordt gebruik gemaakt van de resultaten uit de planuitwerkingsfase, aangevuld met eisen die van belang zijn voor het verkeersveilig verantwoord uitvoeren van een werk. Details in het ontwerp worden aangescherpt en er wordt een uitvoeringsplan gemaakt voor het efficiënt en verkeersveilig uitvoeren van het werk. De opdrachtnemer borgt de verkeersveiligheidseisen in zijn kwaliteitssysteem en toont dit aan het eind van de fase aan dat het ontwerp hieraan voldoet middels een door een onafhankelijke partij uit te voeren Verkeersveiligheidsaudit (VVA2). De VVA2 wordt afgenomen in de fase van het detailontwerp. Tabel 3.4 Profiel Detailontwerp Het Detailontwerp heeft het uitwerkingsniveau van een TB en bestaat uit de volgende zaken: Detailontwerp Ontwerptekeningen 1:1000 met daarin (of separaat) aangegeven: o Geometrie 3D alignement: assen hoofdrijbanen, parallel- of rangeerbanen, verbindingswegen, toe- en afritten en weegvakken; o Kunstwerken; o Aansluitingen, knooppuntvormen; o Maximum snelheid per wegvak; o Landschappelijke aspecten (bomen, sloten); o Bermen (inrichting o.a. geluidsschermen en bermbeveiliging); o Divergentie- en convergentiepunten (o.a. turbulentieafstanden NOA); o Kruin en teen talud, watergangen, onderhoudswegen en parallelwegen; o Bewegwijzering; Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 21

25 o Bebording; o Markering; o Ruimtelijke kwaliteit en vormgeving; o DVM; Lengteprofielen bij grote hoogteverschillen (>6 meter), lengteschaal 1:1000 en hoogteschaal 1:100; Dwarsprofielen schaal 1:200. I/C verhoudingen per wegvak Permanente verkeers-/mobiliteitsmaatregelen binnen het invloedsgebied Rapportage van uitgevoerde (risico)analyses. Projectdocumentatie met integrale delen; verkeerskundig, (verkeerscijfers), verkeerstechnisch (wegontwerp) en verkeersveiligheid, bijgewerkt met genomen besluiten, gerealiseerde herstelacties en openstaande risico s Te nemen maatregelen tijdens WIU: o Maximumsnelheden; o Afzettingsregime; projectfasering; bouwborden. bewegwijzering; o Verwachte verkeershinder op bouwtraject, omleidingsroutes en onderliggend wegennet o Verkeersveiligheid wegwerkers; o Flankerende maatregelen (b.v. communicatie, mobiliteitsmaatregelen) Verkeersveiligheidsaudit (VVA-2) In de VVA-2-audit wordt een beoordeling gedaan van de verkeersveiligheidsrisico s van het detailontwerp (conform hoofdstuk 2.3). Mede op basis hiervan voert de opdrachtnemer herstelacties uit (in samenspraak met de opdrachtgever). Mede op basis hiervan besluit de opdrachtgever welke herstelacties er nog dienen te worden uitgevoerd, voordat door bevoegd gezag het formele uitvoeringsbesluit kan worden gegeven. 3.6 Realisatiefase (gerealiseerd project voorafgaand aan openstelling) Tijdens de realisatiefase wordt een weg conform het detailontwerp gerealiseerd. Tijdens deze realisatie dient te worden geborgd dat de afspraken die gemaakt zijn met betrekking tot verkeersveiligheid ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Daarnaast is het van belang om ook het driedimensionale resultaat van het project (met en zonder verkeer) te beoordelen op verkeersveiligheid. Dit biedt aanvullend inzicht over de verkeersveiligheid van de weg die kan resulteren in verdere verbeteringen of het corrigeren van onvolkomenheden tijdens de realisatiefase. De opdrachtnemer borgt de opgedragen Verkeersveiligheidstaakstelling binnen zijn kwaliteitssysteem (NEN ISO 9001) en Verkeersveiligheidsaudit VVA-3. Verkeersveiligheidsaudit (VVA-3) In de VVA-3-audit wordt een beoordeling gedaan van de verkeersveiligheidsrisico s van het gerealiseerde ontwerp (conform hoofdstuk 2.3). Mede op basis hiervan voert de opdrachtnemer herstelacties uit (in samenspraak met de opdrachtgever) voordat de formele opleveringsbeslissing plaatsvindt. In VVA3 beoordeelt het Auditteam het driedimensionaal wegbeeld in samenhang met het veilig gebruik hiervan door de weggebruikers. Getoetst wordt of het ontwerp zoals dat in de Planuitwerkingsfase is ontwikkeld, in de praktijkomgeving geheel tot zijn recht komt. Het Auditteam bezoekt het projecttracé onder diverse omstandigheden (verkeersintensiteit, daglicht, duisternis, regen). Eventueel worden foto s of video s van de knelpunten gemaakt ter ondersteuning van de rapportage. De VVA3 wordt uitgevoerd voor de oplevering en de openstelling van het infrastructuurproject voor het verkeer. Dit levert voor nieuwe wegen in de regel geen probleem op, maar bij reconstructies van bestaande wegen kan het noodzakelijk zijn dat de audit in samenhang in meerdere deeltrajecten moet worden uitgevoerd. Voor elke deelaudit wordt ook een deelauditrapport opgesteld en ter beschikking van de opdrachtgever gesteld. De laatste deelaudit dient vóór de eindoplevering van het werk plaats te vinden. Alle deelrapportages worden samengevoegd tot het definitieve auditrapport. Een gefaseerde audit kan worden voorgeschreven in situaties, waarbij het gaat om een substantieel deel van de permanente eindsituatie. Bij de uitvoering van de audit dient aan alle voorschriften te worden voldaan als ware de weg in gebruik. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 22

26 3.7 Realisatiefase (gerealiseerd project na de openstelling) Nadat het werk is gerealiseerd vind er een formele opleveringsbeslissing plaats (Zeef 4) door de Minister. De Minister tekent als er geen onvoorziene verkeersveiligheidsrisico s zijn voor de BOO-fase. Bij kleinere, minder risicovolle projecten (zie hoofdstuk 1.6) tekent de Directeur Netwerkmanagement (namens de HID) van de regionale Dienst. Input is de Verkeersveiligheidsaudit VVA-4. Verkeersveiligheidsaudit (VVA-4) In de VVA-4-audit wordt een beoordeling gedaan van de verkeersveiligheidsrisico s van het gerealiseerde ontwerp (conform hoofdstuk 2.3). Mede op basis hiervan besluit de opdrachtgever welke herstelacties er nog dienen te worden uitgevoerd voor de formele overdracht van het project aan de beheerder. De VVA-4 dient na een gewenningsperiode van circa 3 maanden te worden uitgevoerd. In principe is VVA-4 sec gericht op de projectgrenzen van de Rijksweg. Alleen als de auditor ziet dat het project effect heeft tot over de projectgrenzen (invloedsgebied), moet dat effect naar het oordeel van het Auditteam worden meegenomen. Voor de uitvoering van VVA4 moeten de nodige maatregelen worden getroffen voor veilige werkomstandigheden voor het Auditteam enerzijds, terwijl anderzijds het Auditteam geen gevaar voor het wegverkeer mag opleveren. Daarnaast dient het auditteam het natuurlijke gedrag van de weggebruikers niet te beïnvloeden. Het tijdstip van de audits en de benodigde (verkeers)maatregelen dienen in overleg met de wegbeheerder te worden vastgesteld. Voor het gebruik van de vluchtstrook van autosnelwegen moet een ontheffing worden verleend. 3.8 Beheer- en onderhoudsfase Het verkeersveiligheidsrisico van een weg is na oplevering niet constant, maar neemt al naar gelang de ingrepen die invloed hebben op de weg of het feitelijk gedrag van de verkeersdeelnemer toe of af, door bijvoorbeeld (niet uitputtend): Slijtage van het wegdek als gevolg van het wegverkeer; Wijzigingen van de verkeersdeelname; voertuigonderhoud, - technologie Klimatologische omstandigheden (vorstschade, gladheid, aquaplaning); DVM systemen en borden die worden geplaatst/weggehaald/uitvallen; Groot Onderhoud (verzakkende funderingen, stroefheid /spoorvorming wegdek, uitstel onderhoud). Doorgevoerde versoberingen (vast onderhoud, verlichting); Doorvoeren van verbetermaatregelen (MeerVeilig, Beter Benutten); Demografische en economische invloeden; De verkeersveiligheid in de beheer- en onderhoudsfase wordt geborgd met behulp van de volgende monitoring en toetsingsinstrumenten: Borgen regulier beheer en onderhoud Het budget voor het onderhouden van de infrastructuur staat voortdurend onder druk. Uitstel van onderhoud mag echter niet leiden tot verkeersonveilige situaties voor weggebruikers. Voor het maken van keuzes in de onderhoudsprogrammering dient de in deel B bijlage B opgenomen risicotabel te worden gehanteerd voor het opstellen van onderhoudsplannen (opdrachtnemer prestatiecontract) en het meerjarig programmeren van maatregelen t.b.v. het Management Contract (door regionale Diensten). De risicotabel is geïntegreerd in de RAMSHEEP methodiek die als basis wordt gehanteerd voor het prioriteren van te programmeren BOO-maatregelen. Verkeersveiligheidsinspecties (VVI gericht op het voorkomen van verkeersongevallen). Periodieke beoordelingen van de kenmerken en gebreken op het gebied van verkeersveiligheid van bestaande wegen (gericht op het voorkomen van verkeersongevallen). Opdrachtgever is de wegbeheerder. De wegbeheerder neemt bij het opstellen van verbeterplannen voor zijn weggennet ook de resultaten mee van verkeersveiligheidsinspecties (VVI). Deze inspecties richten zich op relevante afwijkingen van (VKA) richtlijnen en het gebruik van de weg. Daarnaast worden in het kader van Assetmanagment nog diverse onderhoudsinspecties gedaan. Deze zijn ook relevant voor de verkeersveiligheid maar kennen een apart traject inclusief Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 23

27 prioritering en budgettering (zie vorig punt) en zijn in het kader van VVI verder buiten beschouwing gelaten. Bij latere afstemming van verbetervoorstellen verkeersveiligheid met overige werkzaamheden wordt (gepland) onderhoud weer betrokken. VVI-Inspecties worden uitgevoerd op het hele wegennet en richten zich vooral op afwijkingen van relevante (VKA) richtlijnen en op het gebruik van de weg. De afwijkingen van de (VKA) richtlijnen worden o.a door de VWM auditors 2 jaarlijks in beeld gebracht en aan de wegbeheerder aangeboden. Daarnaast zijn vaak nog andere inspectiedata aanwezig zoals RPS scores en incidentmeldingen. Het staat de wegbeheerder vrij om, landelijk of regionaal, aanvullende inspecties te laten doen en te betrekken bij het voorbereiden van verbetervoorstellen. Verbetervoorstellen als gevolg van VVI, of als gevolg van VVI en ongevalsdata, die geen onderdeel uitmaken van regulier BOO/servicepakketten, worden conform de methodiek die geldt voor het analyseren van risico s (hoofdstuk 4) en de methodiek die geldt voor het programma Meerveilig beoordeeld op kosteneffectiviteit en na goedkeuring door de DIR wegen en Verkeer meegenomen in de jaarlijkse programmeercyclus die leidt tot het MC. Zie kader verkeersveiligheid Deel B voor toelichting. SVIR ontwikkeling (monitoring) In deze toets beoordeelt WVL jaarlijks in hoe de ontwikkeling van verkeersonveiligheid op het rijkswegennet zich verloopt en of deze voldoet aan de nationale verkeersveiligheidsdoelstellingen (SVIR). Daarbij adviseert WVL na analyse van beschikbare databronnen DGB over significante ontwikkelingen en het nationale verkeerveiligheidsbeleid van het Ministerie I&M. Netwerkveiligheidsmanagement NVM (monitoring) In deze toets beoordeelt WVL in hoe de ontwikkeling van verkeersonveiligheid op het rijkswegennet verloopt en of deze voldoet aan de SLA doelstelling van RWS. Daarbij adviseert WVL na analyse van beschikbare databronnen over te nemen maatregelen. RWS-BS vertaalt het advies naar kosteneffectieve verbetermaatregelen richting Regionale Organisatieonderdelen (MeerVeilig) na besluit DGB. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 24

28 4 Risicoanalyse Het is niet altijd mogelijk om richtlijnen naar de letter te kunnen uitvoeren. Soms wordt dit ook al in de richtlijnen zelf aangegeven. Bij afwijking van richtlijnen en voor aandachtspunten uit inspecties en audits voor de reactienota wordt een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoanalyse wordt opgesteld ten behoeve van besluitvorming en wordt gedocumenteerd. Wanneer de risicoanalyse en de bespreking daarvan met de opdrachtgever leiden tot afwijkingen van het contract (aanpassing van eisen en/of nemen van mitigerende maatregelen buiten de scope van het contract) dient hiervoor een contractwijziging afgesloten te worden, conform de contractueel van toepassing zijnde wijzigingsprocedures (bij D&C- en E&C-contracten volgens de UAV-GC-2005). Wanneer het uitvoeren van deze risicoanalyse tot de verplichtingen van de opdrachtnemer behoort, dient dit te zijn vastgelegd in het contract. In de onderstaande hoofdstukken is een voorstel voor deze risicoanalyse uitgewerkt: 4.1 Uitgangspunten Een risicoanalyse wordt opgesteld bij afwijking van richtlijnen. In die gevallen geldt overigens nog steeds het uitgangspunt dat in de geest van de richtlijnen wordt gehandeld. De risicoanalyse is beslissingsondersteunend en moet helpen om te bepalen in hoeverre een beslissing tot verkeersveiligheidsrisico s leidt en wat redelijkerwijs vereist is aan compenserende en mitigerende maatregelen om risico s te beheersen. In een risicoanalyse worden drie doelgroepen onderscheiden: - personeel (in dienst bij de eigen organisatie dan wel opdrachtnemers; hiervoor geldt ook V&G), - gebruikers van het netwerk en - derden (geen gebruiker of personeel; wel aan onveiligheid van het netwerk blootgesteld). 4.2 Toelichting De risicoanalyse moet duidelijk maken in hoeverre de veiligheid van deze doelgroepen of subgroepen beïnvloed wordt. De gevolgen en kosteneffectiviteit van beheersmaatregel worden door opdrachtnemer zo kwantitatief mogelijk in kaart gebracht (verkeersslachtoffers, I/C verhouding, LCC-kosten, storingsen uitvalfrequentie) en indien dit niet mogelijk is c.q. niet in verhouding staat met het te nemen besluit, kwalitatief geschat. De risicoanalyse dient door deskundige medewerkers te worden uitgevoerd. Onder gevolgen wordt de versterkende/tegenstrijdige invloed verstaan op: - veiligheid / doorstroming / robuustheid op het netwerk t.g.v. de maatregel - de doelstelling en randvoorwaarden die gelden voor het project - wettelijke verplichtingen Onder kosteneffectiviteit wordt verstaan: De kosten voor het aanleg en onderhoud van beheersmaatregelen conform de LCC-kaders en meest recente normkosten (op te vragen bij RWS-GPO). De vervangen infrastructuur wordt hierop in mindering gebracht. De maatschappelijke baten (verminderen van het aantal ernstige verkeersslachtoffers) wordt berekend conform de MeerVeilig methodiek. De meest actuele versie van de rekensheets voor het bepalen van de kosteneffectiviteit is op te vragen bij de verkeersveiligheidsadviseur van de Regionale Organisatieonderdelen. Onder deskundige medewerkers wordt kennis en ervaring verstaan m.b.t. het: - begroten van aanlegprojecten en LCC kostenbepalingmethodiek - bepalen van de kosteneffectiviteit (conform Meer Veilig) - toepassen van VKA-normen, wetten en Europese richtlijnen - interpreteren van consequenties op het brede terrein van veiligheid / doorstroming / robuustheid Het vereiste niveau moet in verhouding zijn tot de risico s, omvang en complexiteit van de risicoanalyse (zie ook checklist HA-richtlijn, hoofdstuk 7). Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 25

29 Beheersmaatregelen moeten worden getoetst naar wat redelijkerwijs vereist kan worden. Als de afwijking van richtlijnen naar verwachting niet leidt tot een verhoogd veiligheidsrisico, zijn beheersmaatregelen niet noodzakelijk. Als dat wel het geval is moeten beheersmaatregelen overwogen worden met de volgende vuistregels voor de baten/kosten-verhouding (K/B): - K/B > 2: implementatie wordt overwogen; - K/B <1: disproportioneel; - K/B >1 en <2: kijken welke maatregelen gegeven het beschikbare budget het meeste opbrengen. 4.2 Stappen Een risicoanalyse wordt volgens de volgende 10 stappen uitgevoerd en gedocumenteerd: 1 Scope bepalen: geografisch gebied of toepassingsgebied van een beslissing; 2 Risico s identificeren voor alle populaties die redelijkerwijs een risico kunnen lopen. Als hulpmiddel zijn checklisten (bijlage 4 t/m 6) opgenomen; 3 Identificeren van criteria per populatie: risico versus risicotolerantie; 4 Beschouw de expositie / blootstelling per populatie (toename van expositie aan het ene risico kan worden gecompenseerd door afname aan een ander risico); 5 Kwantitatieve en/of kwalitatieve inschatting van de grootte van risico s; 6 Beslissingen over beheersmaatregelen; 7 Beslissing over beheersmaatregelen documenteren (ook wie de risicoanalyse heeft uitgevoerd); 8 Overdracht aan operatie; 9 Update en aanpassing als er een verandering wordt voorgesteld; 10 Monitoren van de aannamen van de risicoanalyse Om beslissingen over beheersmaatregelen te kunnen nemen kan het nodig zijn om in te schatten in hoeverre de risico s acceptabel zijn. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de risicomatrix die is beschreven in het Kader Veiligheidsmanagement. Ten aanzien van de effecten van potentiële beheersmaatregelen gelden de in paragraaf 4.1 beschreven uitgangspunten. Het implementeren van de met de opdrachtgever overeengekomen mitigerende verbetermaatregelen ten gevolge van geconstateerde risico s in toetsen en audits maakt deel uit van het contract van de opdrachtnemer Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 26

30 5 Rollen en verantwoordelijkheden Dit hoofdstuk beschrijft de rollen en verantwoordelijkheden die worden onderscheiden bij het borgen van verkeersveiligheid in projecten. Eventuele organisatorische wijzigingen / wijzigingen van taakbestanddelen ten gevolge van OP2015 worden in 2014 geactualiseerd. In deze bijlage wordt beschreven welke rollen worden onderscheiden bij de verschillende onderdelen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en marktpartijen (opdrachtnemer en auditor). Het A3 overzicht (achteraan) beschrijft de resultaatverantwoordelijkheden per projectfase. Rollen en verantwoordelijkheden Ministerie en Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Minister Infrastructuur en Milieu Minister Infrastructuur en Milieu is eindverantwoordelijk voor tijdige implementatie in de Nederlandse regelgeving en doorwerking in de uitvoeringspraktijk (inclusief de doorvertaling van de afspraken naar een werkend kwaliteitssysteem voor infrastructurele borging van de verkeersveiligheid). SG Infrastructuur en Milieu SG Infrastructuur en Milieu is verantwoordelijk voor het operationaliseren van de EU richtlijnen en geeft BS-RWS hiertoe opdracht. DG-DGB Treedt tijdens de Verkenning op namens bevoegd gezag. DGB is regelmatig tevens initiatiefnemer, maar die rol kan ook bij een regionale partij liggen of bij RWS. De initiatiefnemer bepaalt binnen de grenzen van bevoegd gezag de opgave voor verkeersveiligheid van het project en over het bijstellen van het ontwerp of opgave naar aanleiding van resultaten van toetsen en audits. HBJZ Is verantwoordelijk voor de wettelijke verankering van Europese richtlijnen Rijkswaterstaat DG-RWS Is verantwoordelijk voor de randvoorwaarden, rollen, resultaatverantwoordelijkheden en middelen t.b.v. de kwaliteitsborging van verkeersveiligheid betrokken RWS organisatie, bewaakt de voortgang en spreekt de interne organisatie daar op aan (DG-HID). Rijkswaterstaat Landelijke Organisatieonderdelen RWS-CD De Corporate Dienst toetst het wettelijk kader en adviseert hierover gevraagd en ongevraagd de betrokken delen van de RWS organisatie. CD juristen worden betrokken bij de Voortoets. WVL- Kwaliteitsorgaan Verkeersveiligheid De rol van het kwaliteitsorgaan wordt conform EU-richtlijn ingevuld door RWS-Water Verkeer en Leefomgeving (Voorzitter is HID-WVL of een namens hem gemandateerde directeur). Het kwaliteitsorgaan is verantwoordelijk voor het: Beheer van kader, richtlijn en rolverankering in uniforme procesbeschrijving; Beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde auditors (opleiding, certificering, kennisborging); Monitoren van de kwaliteit van auditproces in het algemeen (steekproeven en gehele evaluatie); Advies m.b.t. (standaard) eisen t.b.v. kwaliteitsborging aan GPO/PPO en Regionale organisatieonderdelen; Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 27

31 Advies en helpdesk voor vragen m.b.t. uitvoering van EU-richtlijnen in projecten en BOO-fase Raming van benodigde middelen voor het operationeel houden van het kwaliteitssysteem. WVL inhoudelijk advies gedurende project WVL stelt de beschikbare expertise ten aanzien van verkeersveiligheid beschikbaar voor het project. Dit gebeurt in ieder geval bij de volgende beoordelingen : Op verzoek van DGB ondersteunen bij het formuleren van de verkeersveiligheidsopgave van een aanlegproject (notitie Reikwijdte en Detailniveau en/of projectopdracht). Uitvoering projecttoetsen en beoordelen van de correcte uitvoering van de in de Uitvoeringsregeling verkeersveiligheid en weginfrastructuur voorgeschreven beoordelingen (VVE, VVA, VVI, NVM) Gevraagd en ongevraagd advies aan de uitvoeringsorganisatie tijdens de realisatie van het project Procesadvisering Aanlegprojecten en BOO-projecten. Opstellen beheren en onderhouden van het kader Verkeersveiligheid. Adviseren en toetsing van Meerveilig-projecten (op verzoek van BS/portefeuillehouder HID-NN). Dienst Programma s, Projecten en Onderhoud(PPO)/ Dienst Grote Projecten en Onderhoud (GPO) PPO Realiseert programma s tot 60 miljoen euro en de GPO programma s groter dan 60 miljoen euro en DBFM-projecten. PPO/GPO leveren na opdracht van een HID het projectmanagement en vullen het opdrachtgeverschap in richting marktpartijen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met Regionale Organisatieonderdelen. Hoofdingenieur-Directeur (HID-GPO/PPO) De HID-GPO/PPO is als hoofd van de Directie projecten verantwoordelijk voor het binnen de dienst beschikbaar stellen van voldoende middelen t.b.v. het uitvoeren van VVE en VVA. Hij/zij is bevoegd om verbetervoorstellen al dan niet door te voeren en verantwoord besluiten in T-Rapportage s en periodieke DG-HID gesprekken. Verbetervoorstellen die impact hebben op SLA afspraken zijn de verantwoordelijkheid van opdrachtgevende HID van de Regionale Organisatieonderdelen en dienen vooraf met de HID van de Regionale Organisatieonderdelen te zijn afgestemd. Inkoopmanagement (GPO-AICL) Beheerder van het contractenbuffet en zorgt vanuit die rol voor een integraal geheel van modelcontracten Stelt modelcontracten beschikbaar (waarin o.m. verkeersveiligheid is verankerd). Toets en bewaakt het contractenbuffet. Directeur/portfoliomanager ( GPO/PPO) De HID van het Regionale Organisatieonderdeel delegeert de verantwoordelijkheid voor de besluitvorming m.b.t. tijdige en correcte uitvoering en implementatie van de resultaten van VVE, VVA s en toetsen aan de (portfolio) directeur/portfoliomanager van GPO/PPO. (Portfolio) directeur/portfoliomanager verankert VVE/VVA in de projectorganisatie en bewaakt de voortgang (periodiek overleg met projectorganisatie) en stelt de scope vast. Projectorganisatie (GPO/PPO) Het document Rolprofielen IPM (d.d. 26 februari 2008) omschrijft het IPM-model of vijfrollenmodel. Vier van de vijf rollen zijn in samenhang met de verkeersveiligheidsaudit van belang: De projectmanager van Dienst Programma s Projecten en Onderhoud van Rijkswaterstaat is de persoon die de directe verantwoording draagt voor het infrastructuurproject namens de Directeur Generaal van Rijkswaterstaat in wiens opdracht de projectorganisatie het project voorbereidt en/of de realisatie begeleidt. De projectmanager is verantwoordelijk voor het tijdig en correct uitvoeren en opleveren van een VVE, VVA, inclusief de audit) en verantwoordelijk voor de daaraan gekoppelde middelen en randvoorwaarden. Technisch manager: Verantwoordelijk voor eisen, contractvoorbereiding en technische begeleiding ten aanzien van verkeersveiligheid. Hij/zij rapporteert hierover aan de projectmanager. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 28

32 Contractmanager: verantwoordelijk voor verankering van de eisen ten aanzien van verkeersveiligheid in inkoopdocumenten en de beheersing op naleving. De contractmanager rapporteert hierover aan de projectmanager. Manager projectbeheersing: advies m.b.t. integrale sturing op risico s ten aanzien van tijd, geld, kwaliteit en scope van het project. De manager projectbeheersing rapporteert hierover aan projectmanager. Verkeersveiligheidsdeskundige (PPO en GPO) Verkeersveiligheidsdeskundige ondersteunt de projectmanager en technisch manager bij de uitvoering van verkeersveiligheidseffectrapportage s, verkeersveiligheidsaudits, reactienota en de uitvoering van VVI en NSM en voert op basis van zijn/haar expertise toetsen uit. Bij projecten die onder verantwoordelijkheid van GPO/PPO worden uitgevoerd valt omgevingsmanagement onder verantwoordelijkheid van het Regionale organisatieonderdeel. Dit geldt ook voor projecten waarvan onderdelen nog in planstudie fase zijn en onderdelen die al in uitvoering zijn. Bij bestuurlijke problemen wordt afhankelijk van de projectfase de Directeuren. Netwerkontwikkeling /Netwerkmanagement geïnformeerd. Bij verschillen van inzicht wordt tijdig geëscaleerd naar het naast hogere niveau Regionale organisatieonderdelen Realisatieprojecten worden in opdracht van DG-RWS onder verantwoordelijkheid van een Regionaal Organisatieonderdeel uitgevoerd. GPO en PPO leveren hiervoor de benodigde middelen. Hoofdingenieur-Directeur (HID-Regionale Organisatieonderdeel) De HID is als hoofd van een Regionale Organisatieonderdeel verantwoordelijk opdrachtgever voor het binnen de dienst beschikbaar stellen van voldoende middelen t.b.v. het uitvoeren van verkeersveiligheidseffect-rapportages, -audits en VVI-inspecties. Hij/Zij is bevoegd om verbetervoorstellen al dan niet door te voeren en verantwoord besluiten in T-rapportages en periodieke DG-HID gesprekken. HID van een Regionale Organisatieonderdeel is integraal verantwoordelijk voor te behalen SLA-afspraken. Het landelijk opdrachtgeverschap van de MeerVeilig portefeuille is belegd bij de HID-NN (initiëren, bewaken en evalueren van landelijke MeerVeilig maatregelen). DirecteurNetwerkontwikkeling/Netwerkmanagement (Regionaal Organisatieonderdeel) De HID delegeert de verantwoordelijkheid voor de besluitvorming m.b.t. tijdige en correcte uitvoering en implementatie van de resultaten van de verkeersveiligheidseffectrapportage, -audits en -inspecties aan de Directeur Netwerkontwikkeling (VVE en VVA-1/2) en Directeur Netwerkmanagement (VVA- 3/4 en VVI) van de Regionaal Organisatieonderdeel. De Directeuren dragen zorg voor verankering in de projectorganisatie en bewaken de voortgang (periodiek overleg met projectorganisatie). Verkeersveiligheidsadviseur (Regionaal Organisatieonderdeel) Verkeersveiligheidsadviseur adviseert op basis van zijn/haar expertise gevraagd en ongevraagd over de verkeersveiligheid in alle fasen van het project aan de technisch manager, contractmanager, projectmanager, Directeur Netwerkontwikkeling, Directeur Netwerkmanagement, HID en kwaliteitsorgaan. Hoofd Wegendistrict (Regionaal Organisatieonderdeel) Bij Grootschalig Variabel Onderhoud (GVO) heeft het Hoofd van het Wegendistrict een rol bij de planvoorbereiding en de besluiten naar aanleiding van VVA s en de reactienota. Dit geldt vooral voor fase VVA-4. Hoofd wegendistrict is daarnaast verantwoordelijk voor de uitvoering van NVM, VVI en de vertaling van het resultaat van inspecties naar de landelijke programmering (na instemming directeur Netwerkmanagement). Rollen en verantwoordelijkheden marktpartijen Opdrachtnemer infrastructuurproject De organisatie, instelling of groep personen dat het ontwerp van het infrastructuurproject voorbereidt en/of de realisatie begeleidt. Dit kan een adviesbureau of aannemingsmaatschappij zijn. De Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 29

33 opdrachtnemer vervult tevens de rol van opdrachtgever van de verkeersveiligheidseffectbeoordelingen en verkeersveiligheidsaudits (auditteam de opdracht aan het auditteam). Een Auditteam is samengesteld uit een auditleider en (minstens) een auditor. Het Auditteam moet volledig onafhankelijk zijn van het infrastructuurproject de verkeersveiligheidsaudit kunnen uitvoeren. De leden van het Auditteam mogen dus geen betrokkenheid hebben met de projectorganisatie van Rijkswaterstaat en/of de opdrachtnemer van het infrastructuurproject. Auditleider De auditleider is een door het kwaliteitsorgaan verkeersveiligheidgecertificeerde auditor bij wie de eindverantwoordelijk ten aanzien van de verkeersveiligheidsaudit berust en die tevens het aanspreekpunt is voor de opdrachtgever. Auditor Een expert op de vakgebieden verkeersveiligheid, verkeerstechniek en wegontwerp die door het kwaliteitsorgaan is gecertificeerd voor het uitvoeren van Verkeersveiligheidsauditsen in het register is opgenomen. Een auditor heeft voor het kwaliteitsorgaan tijdens een examen van een training aangetoond dat hij de nodige kennis, ervaring en vaardigheden heeft om een infrastructuurproject op verkeersveiligheid te kunnen auditen. Kader Verkeersveiligheid (Deel A) 30

34 Bijlage 1: Rollen en verantwoordelijkheden Zeef 1 Zeef 2 Zeef 3 Zeef 4 Stakeholder Taakbestandeel Netwerkontwikkeling => Initiatieffase DGB Vastgesteld uitvoeringskader verkeersveiligheid Projectopdracht (startbesluit) Geborgde van wettelijke kaders (EU/wettelijke normen) Geïmplementeerde EU richtlijnen Inhoudelijke randvoorwaarden, Bijstellingsbesluiten bij afwijkingen normen en kaders, vastgelegd in Gemonitorde landelijke effecten (t.o.v. SVIR-doelstelling) de notitie Reikwijdte en detailniveau en/of opdracht RWS-BS HID-Regionaal Organisatieonderdeel (RO) DIR netwerkontwikkeling DIR netwerkmanagement Geaccordeerd uitvoeringskaders binnen RWS Gemonitorde SLA doelstelling VVH op het Rijkswegennet Vertaling SLA doelstelling naar PINS Gemonitorde project-/ productierisico s Besproken project knelpunten in DG-HID (T) gesprekken Dienst overschrijdende escalatie Productiecapaciteit t.b.v. realiseren VVH taakstelling Opdrachtgever Aanleg- en BO-projecten Monitoring verkeersveiligheidseisen (meten, evalueren en bijstellen ) t.b.v. DG-HID en DT overleg. Vroegtijdig bespreken knelpunten/ kader dat helpt bijstellen bij escalatie richting opdrachtnemers (markt) Motiveren van besluiten richting RWS-BS Project overschrijdende escalatie (na DIR) Portefeuillehouder Meer Veilig (HID-NN) Gedelegeerde bevoegdheid HID Getoetste SVIR-ontwikkeling invloedsgebied project Geïnitieerde contracten in (SCB systematiek) Bewaakte EU afspraken en toetsmomenten Toetsen kwaliteit bij overdracht naar Netwerkmanagement Project overschrijdende escalatie Gedelegeerde bevoegdheid HID Gerealiseerde veilig wegontwerp (VVA-3/4) Geborgde onderhoudscontracten (conform SCB) Gerealiseerde VVI-inspecties resulterend in een programma voor het verbeteren van de Verkeersveiligheid Toetsen kwaliteit bij overdracht naar Netwerkmanagement Project overschrijdende escalatie (Op verzoek) van DGB Beoordeelde kansen en risico s Gemonitorde netwerkeffecten (Op verzoek) van RWS-BS beoordeling kansen en risico s t.b.v. projectopdracht Samenstellen projectorganisatie + benodigde middelen Verkenningsfase (zeef 1) Verkenningsfase (zeef 2) Planuitwerkingsfase (OTB) Realisatiefase: Detailontwerp Realisatiefase: Afgeronde aanleg voor opening Realisatiefase: Weg in gebruik na opening BOO-fase Vastgestelde notitie reikwijdte en Gemonitorde VVH afspraken met Bijgestelde projectdoelstelling Bijgestelde projectdoelstelling Bijgestelde projectdoelstelling Vastgestelde evaluatie project Maatregelenpakket t.b.v. SVIR-doelstelling detailniveau en/of opdracht betrokken wegbeheerders Geëvalueerde SVIR-maatregelen Geimplementeerde wetten en afspraken Doorvertaling naar andere wegbeheerders Advies RWS notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht Advies RO ontwerpalternatieven Voorstellen tot bijstellen van Projectopdracht notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht Bijdrage advies notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht ontwerp alternatieven verbeter- / mitigerende maatregelen vastgestelde risicoanalyses Gemonitorde VVH afspraken RWS Advies RO voorkeursontwerp Vastgesteld voorkeursontwerp Gerealiseerde VVE-beoordeling Vastgestelde herstel- / mitigerende maatregelen Advies bijstelling projectopdracht Vastgestelde uitgangspuntennotitie Monitoring middels T-rapportages Advies Projectbeslissing aan DGB na afronding inpassend ontwerp Opdrachtgever Inpassend ontwerp Projectbeslissing na afronding inpassend ontwerp Advies uitgangspuntennotitie aan DG Besproken risico s, herstel- en mitigerende maatregelen (DG-HID) Vastgesteld Inpassend ontwerp Advies uitgangspuntennotitie aan HID Gerealiseerde VVA-1-beoordeling Vaststellen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Advies Projectbeslissing aan HID na afronding inpassend ontwerp Advies veilig Beheer en Onderhoud Advies veilig Beheer en Onderhoud Advies veilig Beheer en Onderhoud Advies uitvoeringsbesluit Advies bijstelling projectopdracht Monitoring middels T-rapportages Formeel vastgesteld integraal inpassend ontwerp Besproken risico s, herstel- en mitigerende maatregelen (DG-HID) Uitvoeringsbeslissingt Vastgesteld integraal inpassend Ontwerp Gerealiseerde VVA-2-beoordeling Vaststellen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Overdrachtsdossier bij projecten van netwerkontwikkeling naar netwerkbeheer binnen Regionale Organisatieonderdelen Advies veilig Beheer en Onderhoud Advies bijstelling projectopdracht Monitoring middels T-rapportages Formeel vastgesteld detailontwerp; Vastgestelde overdracht project van netwerkontwikkeling naar netmanagement) Besproken risico s, herstel- en mitigerende maatregelen (DG-HID) Geëvalueerd aanlegproject Monitoring middels T-rapportages Formeel opgeleverd aanleg project Besproken risico s, herstel- en mitigerende maatregelen (DG-HID) Opleveringsbeslissing Gemonitorde Sla-afspraken VVH Geïmplementeerd MeerVeilig programma Geïmplementeerde wetten en afspraken op het rijkswegennet Netwerkvisie (w.o. verkeersveiligheid) Geëvalueerde effectiviteit VVH-aanpak Uitgevoerd MV en VVI-programma Vastgestelde Maatregelen die opgenomen zijn in: Aanlegprojecten, BOO, Servicepakket MeerVeilig, Beter Benutten Geborgde verkeersveiligheidsrisico Beheer en onderhoudsprojecten Besproken grote risico s en Herstelmaatregelen (DG-HID) Advies veilige netwerkontwikkeling Advies veilige netwerkontwikkeling Advies veilige netwerkontwikkeling Vastgesteld detailontwerp Gerealiseerde VVA-3-beoordeling Vaststellen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Gerealiseerde VVA-4 beoordeling Vaststellen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Advies opleveringsbeslissing Ontbinden van Projectorganisatie Advies veilig netwerkbeheer Geïmplementeerde maatregelen die opgenomen zijn in: Aanlegprojecten, BOO, Servicepakket MeerVeilig, Beter Benutten Gerealiseerde Meerveilig maatregelen Gemonitorde verkeersveiligheidsrisico Beheer en onderhoudsprojecten Projectmanager GPO/PPO (Aanleg-fase) Projectleider (BOO-fase) Uitgevoerde Verkeersveiligheidsaudits Getoetst ontwerp a.d.v. Kader Verkeersveiligheid Gerealiseerde risicoanalyses Gedefinieerde verbetermaatregelen t.b.v. opdrachtnemer Genomen besluiten t.b.v. het prioriteren van te programmeren infra werk werkvloerniveau Signaleren van knelpunten + herstelacties aan DIR/HID In kaart brengen van verkeersonveiligheids- en ontwerprisico s Escalatie binnen projectscope Operationaliseren organisatie benodigde middelen, methodieken, data, medewerkers t.b.v. beoordeling kansen en risico s Synchroniseren van afspraken met: BOO programma Servicepakket MV1/2/3 Beter Benutting PVE-programma Bijdrage advies notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht Getoetste alternatieven op Maakbaarheid Onaanvaardbare VVH risico s Kansen m.b.t. verbeteren VVH Randvoorwaardelijke afspraken Uitgevoerde risicoanalyses Vastgestelde VVE-beoordeling (gedelegeerd aan Technisch Manager) Contractueel vastgestelde VVH eisen Voorkeursontwerp bij uitbesteding Gedefinieerde risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Advies uitgangspuntennotitie aan DIR Contractueel vastgestelde VVH eisen inpassend ontwerp Gerealiseerde VVA-1 audit Gedefinieerde risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Advies projectbeslissing aan DIR na afronding inpassend ontwerp Contractueel vastgestelde VVH eisen integraal inpassen ontwerp Gerealiseerde VVA-2 audit Gedefinieerde risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Contractueel vastgestelde VVH eisen detailontwerp Gerealiseerde VVA-3 audit Gedefinieerde risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Contractueel vastgestelde VVH eisen realisatiefase Gerealiseerde VVA-4 audit Gedefinieerde risico s, herstel- en mitigerende maatregelen Vaststellen risico s en herstelmaatregelen ON Gerealiseerd Servicepakket MV/1/2/3; Advies maakbaarheid en kosteneffectiviteit Meer Veilig en VVI maatregelen Geborgde (getoetste) VVH-eisen/SLA-eisen in beheer en onderhouds contracten van de opdrachtnemer Gesignaleerde risico s aan Districtshoofd Technisch manager GPO/PPO Zie Projectmanager (operationele vertaling) Contractvoorbereiding Getoetste VVH eisen / aanspreken ON Technische begeleiding en uitvoering van audits Advisering projectmanager Op verzoek van DGB adviseren over kansen en risico s Uitvoeren risicoanalyses Zie Projectmanager (operationele vertaling) Uitvoeren risicoanalyses Begeleiden VVE-beoordeling Uitvoeren risicoanalyses Beoordelen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen + bespreken met opdrachtnemer Advies uitgangspuntennotitie aan PM Begeleiden VVA-1-audit Beoordelen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen + bespreken met opdrachtnemer Begeleiden VVA-2-audit Beoordelen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen + bespreken met opdrachtnemer Begeleiden VVA-3-audit Beoordelen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen + bespreken met opdrachtnemer Begeleiden VVA-4-audit Beoordelen risico s, herstel- en mitigerende maatregelen + bespreken met opdrachtnemer nvt VVH- Adviseur Regionaal Organisatieonderdeel GPO en PPO Gevraagd en ongevraagd advies aan DIR en alle andere stakeholders, Checkt het nakomen van VVH afspraken a.d.v. kaders en risico s Spreekt betrokken verantwoordelijken er op aan. T-rapportages VVH Zie DIR netwerkontwikkeling en DIR netwerkmanagement Bewaakt en adviseert vanuit VVH relatie met Beter Benutten, Infraproviding, verkeers- en mobiliteitsmanagment. Beoordelen risico analyses Bijdrage kansen en risico s Expert-judgement verkeersveiligheid m.b.t. uit te voeren toetsen en contractueel te verankeren eisen Bijdrage advies notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht VVH- Advies voorkeursontwerp Beheer beoordelingsresultaten en VVE Voortoets ontwerp (na VVA-1) met ondersteuning van WVL op basis van reactienota en herstelmaatregelen Advies uitgangspuntennotitie aan PM VVH- Advies inpassend ontwerp aan betrokken stakeholders Beheer beoordelingsresultaten en VVA- 1-audit + reactienota Advies Projectbeslissing aan RWSorganisatie na afronding inpassend ontwerp VVH- Advies integraal inpassend ontwerp aan betrokken stakeholders Beheer beoordelingsresultaten en VVA-2 audit +reactienota Advies uitvoeringsbeslissing aan RWSorganisatie na afronding integraal inpassend ontwerp VVH-Advies detailontwerp aan betrokken stakeholders Beheer beoordelingsresultaten en VVA-3 audit +reactienota VVH-advies Realisatiefase aan betrokken stakeholders Beheer beoordelingsresultaten en VVA-4 Toetsen en adviseren m.b.t. borging verkeersveiligheid in BOO fase Uitvoeren risicoanalyses Advies aan HID, DIR, Districtshoofd m.b.t. geïnventariseerde risico s Ondersteuning en Advisering m.b.t. MV1/2/3 en VVI binnen Dienst Beheer VVH-besluiten binnen Dienst Manager projectbeheersing (PPO/GPO) T.b.v. Integrale sturing op risico Rapportage aan projectmanager nvt Check risico-inventarisatie/ haalbaarheid in notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht aan PM Check/advies risico-inventarisatie/ VVE beoordeling en vastlegging in projectdocumentatie aan PM Check/advies risico-inventarisatie VVA-1 en vastlegging in projectdocumentatie aan PM Advies uitgangspuntennotitie aan HID Check/advies risico-inventarisatie VVA-2-audit en vastlegging in projectdocumentatie aan PM Check/advies risico-inventarisatie VVA3-audit en vastlegging in projectdocumentatie aan PM Check/advies risico-inventarisatie VVA-4-audit en vastlegging in projectdocumentatie aan PM Advies afronding project aan DIR n.v.t Contractdirecteur Inkoop Juridische vertaling VVH eisen in contractdocumenten Juridische follow up bij escalatie contracten nvt Zie taakbestandeel Zie taakbestandeel Zie taakbestandeel Zie taakbestandeel Zie taakbestandeel Zie taakbestandeel Zie taakbestandeel 31

35 Stakeholder Taakbestandeel Netwerkontwikkeling => Initiatieffase Contractmanager Zie contractdirecteur inkoop (operationele vertaling). Vertaling van verkeersveiligheidseisen vanuit het kader verkeersveiligheid naar contracten marktpartijen Verwerken van wijzigingsvoorstellen als gevolg van contractuele wijzigingen. Advisering projectorganisatie over de juridische vertaling naar contracten Beheersing op naleving Verkenningsfase (zeef 1) Verkenningsfase (zeef 2) Planuitwerkingsfase (OTB) Realisatiefase: Detailontwerp Realisatiefase: Afgeronde aanleg voor opening Realisatiefase: Weg in gebruik na opening nvt Contractuele verankering VVE Contractuele verankering VVA-1 Contractuele verankering VVA-2 Contractuele verankering VVA-3 Contractuele verankering VVA-3 Contractuele verankering VVI (indien uitgevoerd door marktpartij) BOO-fase Rijkswaterstaat Districtshoofd WVM inspecteurs Rijkswaterstaat Planner Infraprovider Verkeersmanager Omgevingsmanager Auditor Marktpartij Overige wegbeheerders Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart (WVL) Zie DIR (t.b.v. verificatie op werkvloerniveau en faciliteren DIR) 1 e aanspreekpunt bij Escalatie binnen BOO-project Uitgevoerde Verkeersveiligheidsinspecties (VVI) Implementatie Beter Benutten, Meer Veilig en PVE maatregelen in de praktijk Beoordeelde maatregelen in onderhoudsplannen en servicepakketten aan risico s, kaderstellende normen en kosteneffectiviteit Overeengekomen verbetermaatregelen met opdrachtnemer Operationeel geïmplementeerde SLA normen, wettelijke normen en verkeersveiligheidseisen Advies aan DIR t.b.v. het prioriteren van te programmeren infra werk werkvloerniveau Signaleren van knelpunten + herstelacties aan DIR/HID Brengt VVH-risico s binnen District in kaart Uitgevoerde VVH inspecties Systematisch geïnventariseerde knelpunten op het rijkswegennet Advies aan lijnorganisatie nvt Advies onderhoudbaarheid ontwerp Advies VVH in beheersfase Advies onderhoudbaarheid ontwerp Advies VVH in beheersfase Advies onderhoudbaarheid ontwerp Advies VVH in beheersfase Advies onderhoudbaarheid ontwerp Advies VVH in beheersfase Advies onderhoudbaarheid ontwerp Vastgestelde uitvoeringsplanning MV 1/2/3 Advies VVH in beheersfase Advies onderhoudbaarheid bij overdracht RI naar Beheersomgeving (intake) Advies VVH in beheersfase Uitgevoerde VVI-inspecties en geïnventariseerde risico s binnen District Geprioriteerde / geïmplementeerde structurele herstelmaatregelen opgenomen in MC, via BOO, aanleg en servicepakketten (bijdrage risicobeoordeling) Ad-hoc Opgeloste VVH calamiteiten Advies VVI aan DIR. Geborgde VVH-eisen/ SLA normen in contracten van opdrachtnemer. Ontbinden van Projectorganisatie Uitgevoerde MeerVeilig maatregelen nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Vastgestelde inhoud inspectieprogramma Adviesrapport Verkeersveiligheid per regionale Dienst en Wegnummer aan DIR/Districtshoofd Risicobeheersing / prioritering programmering (checklists) nvt nvt nvt nvt nvt Risico-gericht inplannen van maatregelen (Minder Hinder) Borgen van verkeersveiligheidseisen en verwachtingen in ontwerp / BOO programmering en VM maatregelen Bewaken omgevingsafspraken met derden Toetsen verkeersveilige implementatie PVE-maatregelen Basis voor audits (rollen en verantwoordelijkheden, audioproducten, -eisen en verwachtingen t.a.v. audit, overzicht verkeersveiligheid richtlijnen (structuur en inhoud), basisdocumenten voor auditor)) Checklist voor in kaart brengen van risico s Eisen aan auditrapportage en vertaling in projectdocumentatie Toegelichte auditrapportage en risico s aan opdrachtgever en opdrachtnemer. Specificatie eisen en verwachtingen gerelateerd aan SCBsystematiek (maatwerk per projectfase) in relatie met NEN 9001 doorvertaling Basis voor verificaties, contracten en aantonen van kwaliteit van ontwerp (Uitvoeringsregeling verkeersveiligheid en weginfrastructuur) Checklist voor het in kaart brengen van projectrisico s vanuit invalshoek verkeersveiligheid Doorvertalen van contracteisen naar projectdocumenten en ontwerp / contract en inzicht in verwachtingen van RWS (t.b.v. invullen vrije innovatieve ruimte) Vastgelegde risico s, afwijkingen en herstelmaatregelen in projectdocumentatie VVH-paragraaf (voortschrijdend) Implementatie SVIR OW-deel invloedsgebied Overeenkomen VVH afspraken met RWS die invloed hebben op het rijkswegennet Invullen kwaliteitsorgaan (eisen en procedures, documentatie) Kaders en VVH eisen t.b.v. landelijke programmering aanleg, beheer en onderhoud, PVE en MV 1/2/3 Opgeleide onafhankelijke auditors (pool) T-Rapportage m.b.t. voortgang SVIR/SLA-doelen; risico s t.a.v.boo, Aanleg en Servicepakketten Kaders t.b.v. prioriteren onderhoud infrastructuur aan het netwerk (risico-management) Checken en gevraagd/ongevraagd aanspreken van interne organisatie (2 e -lijns) expertadvies RWS op verzoek (expert judgement) Programmanagement MIRT verkenningen, projectbegeleiding en advisering (programmabureau PVP) nvt nvt nvt Organiseren VVH intake deel overige wegbeheerders Op verzoek van DGB adviseren over kansen en risico s (verkeersveiligheidsexpertise) Advies m.b.t. risicoanalyses Bewaken omgevingsafspraken met derden Advisering verkeersveiligheid en ontwerp Indien uitbesteed (anders WVL experts) Uitgevoerde beoordeling notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht Samenstellen beoordelingsteam Evt. Locatiebezoek bij reconstructie bestaande situatie Indien uitbesteed (anders PM, TM, Verkeerveiligheidsadviseur): Verankerde VVH eisen en verwachtingen in uitvoeringsorganisatie (NEN) Periodieke verificatie en herstelmaatregelen Opdracht auditor t.b.v. beoordeling indien gereed (voor Zeef 1) Bijdrage notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht Advies notitie reikwijdte en detailniveau en/of opdracht Bij interne beoordeling vanuit expertise beoordelen van: Verkeersveiligheid Verkeersmanagement Ontwerp Bewaken haalbaarheid, tijd en budget (PVP) Uitgevoerde VVE, indien uitbesteed (anders Projectorganisatie) Verankerde VVH eisen en verwachtingen in uitvoeringsorganisatie (NEN) Periodieke verificatie en herstelmaatregelen Opdracht auditor t.b.v. beoordeling indien gereed (voor Zeef 2) Reactie nota Operationele wisselwerking met projectorganisatie (via projectmanager/technisch manager verkeersveiligheidsadviseur/ipm rolhouders) Advies Bijdrage VVE Bij interne beoordeling vanuit expertise beoordelen van: Verkeersveiligheid Verkeersmanagement Ontwerp Gerealiseerde lighttoets Bewaken haalbaarheid, tijd en budget (PVP) Uitgevoerde VVA-1-beoordeling + reactienota opdrachtnemer Samenstellen auditteam Evt. Locatiebezoek bij reconstructie bestaande situatie Verankerde VVH eisen en verwachtingen in uitvoeringsorganisatie (NEN) Periodieke verificatie en herstelmaatregelen Opdracht auditor t.b.v. beoordeling indien gereed (voor Zeef 3) Opdracht auditor t.b.v. beoordeling indien gereed Reactie nota Operationele wisselwerking met projectorganisatie (via projectmanager/technisch manager verkeersveiligheidsadviseur/ipm rolhouders) Advies uitvoeringsorganisatie vanuit expertise m.b.t. implementatie eisen Verkeersveiligheid Verkeersmanagement Ontwerp Gerealiseerde expertbeoordelingen: - uitgangspuntennotitie - Pretoets ontwerp - Bijdrage Voortoets (na vva-1); onder verantwoordelijkheid TM/PM op basis van reactienota/herstelmaatregelen - eindtoets (laatste controleslag ontwerp). Uitgevoerde VVA-2-beoordeling + reactienota opdrachtnemer Samenstellen auditteam Evt. Locatiebezoek bij reconstructie bestaande situatie Verankerde VVH eisen en verwachtingen in uitvoeringsorganisatie (NEN) Periodieke verificatie en herstelmaatregelen Opdracht auditor t.b.v. beoordeling indien gereed Reactie nota Operationele wisselwerking met projectorganisatie (via projectmanager/technisch manager verkeersveiligheidsadviseur/ipm rolhouders) Advies uitvoeringsorganisatie vanuit expertise m.b.t. implementatie eisen en kaders Verkeersveiligheid Verkeersmanagement Ontwerp MV1/2/3-synchronisatie met Aanleg en andersom (i.v.m. deadlines) Uitgevoerde VVA-3-beoordeling + reactienota opdrachtnemer Samenstellen auditteam Evt. Locatiebezoek bij reconstructie bestaande situatie Verankerde VVH eisen en verwachtingen in uitvoeringsorganisatie (NEN) Periodieke verificatie en herstelmaatregelen Opdracht auditor t.b.v. beoordeling indien gereed Reactie nota Operationele wisselwerking met projectorganisatie (via projectmanager/technisch manager/verkeersveiligheidsadviseur/i PM rolhouders) Advies uitvoeringsorganisatie vanuit expertise m.b.t. implementatie eisen en kaders Verkeersveiligheid Verkeersmanagement Ontwerp Risico-gericht inplannen van maatregelen (Minder Hinder) MV1/2/3-synchronisatie met BOO en andersom (i.v.m. deadlines) Uitgevoerde VVA-4-beoordeling + reactienota opdrachtnemer Samenstellen auditteam Evt. Locatiebezoek bestaande situatie Verankerde VVH eisen en verwachtingen in uitvoeringsorganisatie (NEN) Periodieke verificatie en herstelmaatregelen Opdracht auditor t.b.v. beoordeling indien gereed Reactie nota Operationele wisselwerking met projectorganisatie (via projectmanager/technisch manager /Verkeersveiligheidsadviseur) Advies uitvoeringsorganisatie vanuit expertise m.b.t. implementatie eisen en kaders Verkeersveiligheid Verkeersmanagement Ontwerp Experttoetsen (steekproeven) VVI op landelijk niveau. Risico-gerichte onderhoudsprogrammering MV1/2/3-synchronisatie met BOO en andersom (i.v.m. deadlines) Advies t.a.v. van doorvertaling verkeersveiligheidseisen en verwachtingen in BOO programmering en Verkeers-/ mobiliteitsmanagement Uitgevoerde kwaliteitsborging in prestatiecontracten (conform kader Verkeersveiligheid) Periodieke verificatie en herstelmaatregelen Operationele wisselwerking met projectorganisatie (via projectmanager /verkeersveiligheidsadviseur/ipm rolhouders) Bijdrage op MV-1/2/3 projecten / (soms uitvoering van MV-projecten) Advisering en toetsing op verzoek van HID- NN/BS m.b.t. MeerVeilig 1/2/3 Toetsen effectiviteit VVI-programma op landelijk niveau. Bijstellen kaders (indien nodig) VVH eisen t.b.v. uitvoeren VVI/NVM Gevraagd en ongevraagd advies uitvoeringsorganisatie vanuit expertise m.b.t. implementatie-eisen: Verkeersveiligheid Verkeersmanagement Ontwerp 32

36 Kader Verkeersveiligheid Deel B: Methodieken en Achtergrondinformatie Datum 9 februari Status Definitief concept versie 1.0

37

38 Kader Verkeersveiligheid Kader voor het borgen van verkeersveiligheid op basis van eisen en beoordelingsmomenten tijdens de projectfasen voor Aanleg en Onderhoud van het Rijkswegennet Deel B: Methodieken en achtergrondinformatie Datum 18 oktober Status Definitief concept versie 1.0

39 Colofon Uitgegeven door Rijkswaterstaat, Dienst Water, Verkeer en Leefbaarheid Informatie WVL-loket / L.H. Reijnen (WVL afd. Veiligheid) Telefoon / Fax [email protected] Uitgevoerd door WVL Opmaak Leo Reijnen Datum Status Definitief concept versie 1.0 Versiebeheer Versienummer Datum Beschrijving Methodieken en toeliching opnemen in apart deel B bij hoofddocument Updaten definities, factsheets, VVE, VVA, VVI Verwerken laatste commentaren klankbordgroep Leden Klankbordgroep Pieter van Vliet (WVL; voorzitter) Rutger Rebel (BS) Joost Jansen (GPO) Steven Hoven (RD-WZ / voorzitter PAV) Saskia Zwartjes (Bundeling kaders) Niels Beenker (ARCADIS) Leo Reijnen (WVL) Alex van Loon (WVL) Leden expertisegroep Raymond Vermijs (ON) Frank Wijgerse (WNZ) Bas Post (WNN) Martin Cornelisse (WNN) EvelynYeatman (ZN) Hans van Oijen (NN) Tjako v/d Berg (GPO) Jaap Groot (WVL) Sander Bilstra (GPO) Henk Stoelhorst (WVL) Jeroen Weertman (WVL) Rien v/d Drift (WNZ) King Tse (WNN Verkeersveiligheidsadviseur)

40 Inhoudsopgave ALGEMEEN 2 Bijlage A.1 Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE; in ontwikkeling) 3 Bijlage A.2 Verkeersveiligheidsaudit (VVA) 21 Bijlage A.3 Verkeersveiligheidsinspectie (VVI) 38 Bijlage B Toelichting Verkeersveiligheidseisen (aktiviteitenbeschrijvingen) 42 Bijlage C Checklist 69 Bijlage D Literatuur en referenties 73 Bijlage E Definities en afkortingen 75 1

41 ALGEMEEN Inleiding Deel B van het kader Verkeersveiligheid bevat de methodieken, een nadere specificatie van de in hoofdstuk 2.5 genoemde eisen (aktiviteitenbeschrijvingen), checklisten en algemene bijlagen (definities, afkortingen). Vanuit Deel A wordt hiernaar verwezen. De opbouw van Deel B is als volgt: Hoofdstuk nummer Toelichting Methodieken A A.1 Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE) A.2 Verkeersveiligheidsaudit (VVA) A.3 Verkeersveiligheidsinspectie (VVI) Aktiviteitenbeschrijvingen Verkeersveiligheidseisen B SVIR doelstelling verkeersslachtoffers in 2020 (monitor) SLA-PIN verkeersveiligheid op het rijkswegennet (monitor) Geen slachtoffers onder RWS medewerkers en contractanten Geborgde aanrijtijden Ambulances/Brandweer/Politie (wet) Geborgde aanrijtijden Incident Management (afspraak) Verkeersveiligheidsbeleving weggebruikers meldingen/klachten Bijna ongevallen Geborgde RPS norm EuroRAP (minimaal 3-sterren-norm) Topkader Robuust Wegontwerp Geborgde AGR richtlijnen (Europese richtlijnen wegontwerp) VOA (beoordeling verkeersveiligheid wegontwerp) Verkeersveilig Beheer en Onderhoud (risico-reductie) Voorkomen onbedoeld gebruik van de weg Vergroten zelfredzaamheid van weggebruikers Voorkomen files en terugslag Doorstroming en snelheidsverschillen Voorkomen irritatie bij weggebruikers (Minder Hinder) Effectieve gebiedsontsluiting Veilige omleidingsroutes bij verstoringen Checklist C C1 Checklist Verkeersveiligheid C2 Checklist Ontwerp en Inrichting C3 Checklist Verkeersmanagement Literatuur en referenties D Definities en afkortingen E 2

42 Bijlage A.1 Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE; in ontwikkeling) De Verkeersveiligheidseffectbeoordeling is nog ontwikkeling en zal in 2014 verder worden geactualiseerd. Centraal daarin staat het aanscherpen van de risicocijfers die worden gebruikt bij het prognosticeren van het aantal verkeersslachtoffers en de robuustheid van de methodiek in zijn geheel. Binnen de methodiek van de Verkeersveiligheidseffectbeoordeling worden delta s berekend ten opzichte van de autonome ontwikkeling en de SVIR ontwikkeling van verkeerveiligheid. Deze dienen uitsluitend als referentie te worden gezien voor het verhelderen van discrepanties met de landelijke ontwikkeling. De besluitvorming voor het nemen van eventuele mitigerende maatregelen ligt bij de opdrachtgever (DGB) 3

43 Figuur A.1.1 Stappenplan effect beoordeling verkeersveiligheid Beoordelen ongevalsrisico invloedsgebied(vve-fase) Voor het bepalen van verkeersveiligheid worden voor de ontwerpmodellen risicocijfers berekend en het invloedsgebied van het project bepaald (m.b.v. verkeersmodellen). De hieronder beschreven werkwijze is in het kader van de Wbr in 2008 in opdracht van de Dienst Verkeer en Scheepvaart (WVL) opgesteld, in 2012 geactualiseerd en in 2013 geïntegreerd in het Kader Verkeersveiligheid. De verkeersveiligheidseffectrapportagebeschrijft een methodiek voor het prognosticeren van het aantal ernstige ongevallen. De methodiek bestaat uit vijftien stappen (zie onderstaand figuur). De basis voor de berekeningen wordt gevormd door informatie uit het verkeersmodel, kengetallen van ongevalsrisico s en ongevalgegevens van de huidige situatie. Daarnaast worden ontwerptekeningen gebruikt voor de kwalitatieve beoordeling van de alternatieven 1. Bepalen noodzaak verkeersveiligheidsbeoordeling: De eerste stap betreft het besluit of een verkeerskundige D verkeersveiligheidseffectbeoordeling inderdaad noodzakelijk is. e2. Verzamelen basisgegevens: In deze stap worden de basisgegevens verzameld, benodigd voor de verkeersveiligheidsmethodiek. Het gaat hierbij om gegevens van het verkeersmodel, kencijfers, ontwerptekeningen en ongevalgegevens. m3. Inschatting effect: In deze stap wordt kwalitatief geschat wat het effect zal zijn per alternatief op basis van het e ontwerp en uitkomsten van het verkeersmodel. Het doel hiervan is voorafgaand aan de analyses op een beeld te t vormen van de verkeersveiligheidseffecten. h 4. Bepalen invloedsgebiedverkeersveiligheid:een belangrijke stap in het stappenplan is de definitie van het o invloedsgebied verkeersveiligheid. Het invloedsgebied dat binnen de planstudie wordt gebruikt is naar verwachting d groter dan het gebied waar effecten op verkeersveiligheid kunnen worden verwacht. i 5. Bepalen huidige (nul)situatie: Deze wordt op basis van SVIR-ontwikkeling 2020/2040 voor het invloedsgebied e k bepaald. 6. Bepalen huidige situatie en autonome ontwikkeling (AO): In deze stap wordt het verkeersveiligheidsniveau in m beeld gebracht voor 2020 zonder dat er maatregelen worden getroffen. a7. Kosteneffectieve maatregelen: In deze stap worden per alternatief kosteneffectieve maatregelen uitgewerkt a8. Keuze risicocijfers: Om de verkeersveiligheid per alternatief in 2020/2040 te kunnen voorspellen, is het van belang te k beschikken over het juiste risicocijfer. In deze stap wordt op basis van het wegtype bepaald of een landelijk, regionaal t of project risicocijfer wordt gebruikt. 9. Bepalen ontwikkeling alternatieven vanuit huidige situatie: In deze stap wordt ten opzichte van de SVIRontwikkeling (2020/2040) voor het invloedsgebied per alternatief de verkeersveiligheidspositie en -effecten bepaald h e met behulp van absolute ongevalcijfers, risicocijfers en maatschappelijke kosten. De verkeersprestatie en de t risicocijfers dienen hiervoor als basis. 10. Verificatie: De resultaten uit stap 9 worden besproken en gespiegeld aan de voorspelling die is opgesteld in stap 3. m o Door deze spiegeling wordt inzicht verkregen in de plausibiliteit van de berekeningen. g11. Kritische ontwerpelementen:. Op basis van een set aan relevante kenmerken worden per alternatief de kritische e ontwerpelementen onderzocht en beschreven. l 12. Leemten in kennis: In deze stap wordt uiteengezet hoe om te gaan met leemtes in kennis. In het dummy rapport, dat i voor de VVE beschikbaar is, worden de meest standaard leemten aangegeven. Project specifiek kunnen deze worden j aangevuld. k13. Effectbeschrijving: Op basis van de varianten vergeleken met de autonome ontwikkelingen en de verwachte ontwikkeling in 2020/2040 zodat inzicht ontstaat in het voor verkeersveiligheid meest optimale variant. o 14. Opstellen verkeersveiligheidsrapport: Na afronding van de berekeningen worden de werkwijze en de resultaten m verantwoord in een verkeersveiligheidsrapport dat als bijlage bij planstudie wordt gevoegd. In het rapport wordt ook de verkeersveiligheidseffectbeschrijving opgenomen. h 15. Leveren output: De gegevens van het deelonderzoek verkeersveiligheid worden geleverd aan de andere e t disciplines/fasen De methodiek maakt het mogelijk om het verkeersveiligheidsniveau tussen de referentiesituatie en projectsituatie te vergelijken. De prognose van het aantal ernstige ongevallen gebeurt op basis van de verdeling van de verkeersprestatie over de verschillende wegtypen. 4

44 Voor het in kaart brengen van de referentiesituatie wordt het aantal ongevallen /slachtoffers gehanteerd vanaf 2001 op het tracé en het invloedsgebied. Het gemiddelde aantal ernstige ongevallen wordt gebruikt om per wegtype de risicocijfers te bepalen. Deze risicocijfers zijn vervolgens gebruikt om het aantal ernstige ongevallen en daarvan afgeleid het aantal slachtoffers in de autonome ontwikkeling (referentiesituatie) en projectsituatie te prognosticeren. Ad 1: Bepalen noodzaak verkeersveiligheidseffectbeoordeling De eerste stap betreft het besluit of een verkeersveiligheidseffectbeoordeling zinvol is om uit te voeren. Wanneer bijvoorbeeld de fysieke ingreep gering is, de te nemen maatregelen nagenoeg gelijk zijn en er weinig verschil is in de verdeling van de verkeersstromen tussen de referentiesituatie en alternatieven, heeft de berekening weinig meerwaarde anders dan de mate waarin bijgedragen wordt aan de landelijke verkeersveiligheidsdoelstellingen. Indirect wordt hiermee geschat dat de alternatieven ten opzichte van de referentie weinig verschileffecten hebben op het aantal slachtoffers. In dat geval is er geen kwantitatieve input voor de MKBA. De verkeersveiligheidsspecialist voorziet in een argumentatienotitie indien er geen verschil in kwantitatief effect is. Deze notitie wordt afgestemd met de adviseur verkeersveiligheid van het Regionaal Organisatieonderdeel. Voor de verkeersveiligheidsvergelijking kunnen twee trajecten doorlopen worden: Doorlopen verkeerskundig (kwantitatief) en ontwerptechnisch onderzoek naar het verkeersveiligheidsniveau (kwalitatief). Doorlopen ontwerptechnisch onderzoek naar het verkeersveiligheidsniveau (kwalitatief). Ongeacht de levering van input voor de MKBA, wordt een kwalitatieve beoordeling uitgevoerd met betrekking tot het wegontwerp, welke als input dient voor de besluitvorming bij zeef 2 voor de planuitwerkingsfase. Criteria voor de keuze van een kwantitatieve effectbeoordeling hangt af van de volgende criteria: De planstudie moet minimaal een rijstrookuitbreiding van 5 km lengte bevatten op het rijkswegennet. * Indien niet aan criterium A wordt voldaan, dan dienen de verschillen in etmaalintensiteit tussen de autonome situatie in minimaal 1 alternatief 10% te bedragen. Dit heeft betrekking op het onderzoekstraject.* * Indien niet aan criteria A en B wordt voldaan, dan is een kwantitatieve effectbeoordeling niet van toepassing. * De gestelde grenswaarde is gebaseerd op de M.e.r.-beoordelingsplicht. Voor het wijzigen of uitbreiden van autosnelwegen of autowegen geldt een M.e.r.-beoordelingsplicht bij een projecttracélengte van 5 of meer km; **De gestelde grenswaarde van 10% is gebaseerd op praktijkervaringen met de uitvoering van deze methodiek. Een lager percentage geeft geen onderscheid van enige betekenis. Onderstaand zijn de criteria en vervolgstappen weergegeven in een beslisschema. Figuur A.1.2 Beslisschema kwalitatieve of kwantitatieve beoordeling De afweging conform bovenstaand beslisschema wordt uitgevoerd door de specialist verkeersveiligheid van de opdrachtnemer in overleg met de coördinator verkeersveiligheid van het Regionaal Organisatieonderdeel. De specialist verkeersveiligheid maakt een verantwoordingsnotitie van zijn bevindingen en argumenten. 5

45 Tabel A.1. 3 Benodigde basisgegevens Ad 2: Verzamelen basisgegevens Specifieke gegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van de methodiek zijn opgenomen in onderstaande tabel. Hierbij is aangegeven waar en bij wie de gegevens doorgaans verkrijgbaar zijn. Basisgegevens Bron Instantie I Ontwerpen en beschrijving alternatieven en - Projectleider planstudie huidige situatie II Wegkenmerken rijkswegen huidige situatie Verkeersmodel (ad 1, wegconfiguratie, snelheid, Beheerder verkeersmodel intensiteit, verkeerssamenstelling etc) III Ongevalgegevens BRON (Bestand geregistreerdeslachtofferongevallen Nederland) RWS-DID (te raadplegen met ViaStat- Online of Veras). IV Basisinformatie (risicocijfers, VOG-bestand (ad 2) WVL slachtofferongevallen, intensiteiten en verkeersprestatie) V Kencijfers maatschappelijke kosten - WVL VI Intensiteiten en verkeersprestatie alternatieven Verkeersmodel Projectleider planstudie Verkeersmodel Om een uitspraak te kunnen doen over de verkeersveiligheid per alternatief is specifieke output uit het verkeersmodel benodigd. Het beoordelen van de verkeersveiligheid kan daarom pas van start gaan zodra deze gegevens beschikbaar en plausibel zijn. Landelijk (RWS) is afgesproken dat binnen planstudies wordt gewerkt met het NRM (Nieuw Regionaal Model). In een enkel geval mag hiervan afgeweken worden als een combinatie wordt gelegd met een regionaal verkeersmodel. Bij het uitvragen van modelgegevens sluiten we om deze reden aan bij het NRM protocol van Rijkswaterstaat. Het gebruik van een ander verkeersmodel dan het NRM wordt met redenen omkleed en vastgelegd in het validatieoverleg met WVL, in verband met de uitkomsten. Van het invloedsgebied verkeersveiligheid (zie stap 4) is het noodzakelijk per link een aantal kenmerken uitgeleverd te krijgen: linktype (autosnelweg 2x2, autoweg 2x1, gebiedsontsluitingsweg etc.); verkeersintensiteit, onderverdeeld naar personenauto en middel- en zwaar vrachtverkeer; verschilplots autonome ontwikkeling en alternatieven; omrekenfactor week-/werkdag intensiteit; lengte van de link. De intensiteiten van vrachtverkeer worden niet direct gebruikt in de kwantitatieve rekenmethodiek. Ze dienen als input voor de kwalitatieve beschrijving van de kritische ontwerpelementen in stap 9. Standaard wordt in het verkeersmodel gewerkt met werkdagintensiteiten. Voor het berekenen van de verkeersprestatie in deze verkeersveiligheidsmethodiek wordt gewerkt met weekdagintensiteiten waarbij een omrekening plaatsvindt op basis van kencijfers. Deze worden aangeleverd door de beheerders van het verkeersmodel. Een voorbeeld van deze kencijfers is opgenomen in tabel A.1.4. Tabel A.1.4 Verhoudingen weekdag/ werkdag intensiteit Wegtype Verhoudingen weekdag / werkdag intensiteit Auto VW-licht VW-zwaar Stroomweg 0,94 0,83 0,76 Autoweg 0,93 0,80 80-weg 0,94 0,80 GOW 0,95 0,80 ETW 0,95 0,80 Noot Doordat het invloedsgebied verkeersveiligheid duidelijk moet zijn voordat de uitvraag om gegevens uit het verkeersmodel kan plaatsvinden, zal dit onderdeel van de stap basisgegevens, pas uitgevoerd kunnen worden nadat stap 2 is afgerond. 6

46 VOG-bestand Gekoppeld aan de VVE methode is een gevalideerd, landelijk, basisbestand voor het hoofdwegennet: het VOG bestand. In dit VOG-bestand zijn regionale risicocijfers, ongevalgegevens, intensiteiten en verkeersprestaties opgenomen die als vertrekpunt gelden binnen de methodiek verkeersveiligheid. De risicocijfers zijn afkomstig van de SWOV en RWS-WVL. De SWOV heeft risicocijfers berekend per snelheidscategorie [ RWS-WVL heeft landelijke risicocijfers berekend voor de rijkswegen. Deze cijfers zijn onderverdeeld naar wegtype, rijbanen, intensiteiten en het aantal rijstroken. Omdat de cijfers op basis van de nieuwe ongevalcijfers jaarlijks worden geactualiseerd, zijn deze niet opgenomen in dit Kader maar beschikbaar op een website [Pm bron] zodat voor iedereen altijd de meest actuele cijfers beschikbaar zijn. Ad 3: Inschatten effecten In deze stap wordt kwalitatief geschat wat het effect zal zijn per alternatief op basis van het ontwerp en uitkomsten van het verkeersmodel. Het doel hiervan is voorafgaand aan de analyses op basis van expertjudgement een beeld te vormen van de effecten van de alternatieven op het aantal slachtoffers. Dit beeld vormt in de vervolgstappen een plausibiliteitmiddel om te toetsen of de berekeningen goed zijn uitgevoerd. De effectinschatting gebeurt in samenspraak tussen de Verkeersveiligheidsadviseur van het Regionaal Organisatieonderdeel/GPO en de verkeersveiligheidsadviseur van de opdrachtnemer. Ad 4: Invloedsgebied verkeersveiligheid Naast de effecten van verkeersveiligheid op het hoofdwegennet is het ook van belang de effecten van een veranderde rijksweg op het omliggende wegennet in beeld te brengen (van sluipverkeer). Belangrijk is de selectie en indeling van het invloedsgebied verkeersveiligheid. Selectie invloedsgebied verkeersveiligheid In de effectbeschrijving worden alternatieven met behulp van o.a. het geprognosticeerde aantal slachtofferongevallen vergeleken. Het prognosticeren vindt plaats met behulp van risicocijfers gebaseerd op verkeersprestaties. De verkeersprestatie is gedefinieerd als het aantal motorvoertuigkilometers op jaarbasis. In formulevorm is dit de weglengte x etmaalintensiteit x 365 dagen. Ervan uitgaande dat de weglengte van een wegvak per alternatief hetzelfde is, wordt de verkeersprestatie in grote mate bepaald door de verkeersintensiteit. Om het invloedsgebied verkeersveiligheid te bepalen wordt daarom gekeken naar de intensiteitenverschillen tussen de alternatieven en de autonome situatie. Hierbij is het van belang het hoofdwegennet te onderscheiden van het onderliggende wegennet zodat ook het sluip- en doorgaand verkeer inzichtelijk kan worden gemaakt. Onder het onderliggende wegennet worden uitsluitend de gebiedsontsluitingswegen (GOW s binnen en buiten de kom) en regionale stroomwegen verstaan. Ervan uitgaande dat het NRM alleen de hoofdwegen bevat, zijn alle wegen in het NRM in principe het uitgangspunt. De volgende afspraken gelden: voor een planstudie gericht op A-wegen worden wegen met een intensiteit lager dan mvt/etmaal niet meegenomen in het invloedsgebied verkeersveiligheid; voor een planstudie gericht op N-wegen ligt deze grens op mvt/etmaal; het invloedsgebied verkeersveiligheid wordt gevormd door de wegen binnen het invloedsgebied waar de intensiteit 10% of meer wijzigt in een projectsituatie ten opzichte van de referentiesituatie. Samenvattend wordt het invloedsgebied verkeersveiligheid vastgesteld door: 1) per alternatief een verschilplot te maken tussen de autonome ontwikkeling met iedere alternatief. Voor een verkorte procedure kan worden volstaan met een verschilplot van één alternatief. Dit is dan het alternatief waar het grootste verschil wordt verwacht; 2) per alternatief de wegen te selecteren die 10% verschil in intensiteit opleveren met hierbij het aandachtspunt dat wegen met een lagere intensiteit dan 2.500/1.000 mvt/etmaal niet worden meegenomen; 3) de wegen met 10% verschil van alle alternatieven te combineren tot het zogenoemde concept invloedsgebied; 4) dit basis netwerk verkeerskundig sluitend te maken zodat een realistisch en actueel netwerk ontstaat. De wijze waarop het netwerk sluitend wordt gemaakt is voor ieder project anders. Van belang is dat er een logisch netwerk ontstaat. Wegen die communiceren met de weg gereconstrueerde weg dienen bijvoorbeeld 7

47 Figuur A.1.5. Afbaken van het invloedsgebied meegenomen te worden. In figuur A.1.5.is ter illustratie een voorbeeld opgenomen van een logisch sluitend invloedsgebied. Voorbeeld 1: indeling invloedsgebied verkeersveiligheid Indelen invloedsgebied verkeersveiligheid Het invloedsgebied verkeersveiligheid wordt onderverdeeld in drie delen: wegvakken op rijkswegen behorend tot het projecttracé; wegvakken op rijkswegen behorend tot het invloedsgebied van het project (rijkswegen van het zelfde wegtype als de alternatieven, niet behorend tot het projecttracé); wegvakken op het onderliggende wegennet binnen het invloedsgebied (van alle wegbeheerders). Dit onderscheid wordt gemaakt om de uiteindelijke resultaten ook te kunnen onderverdelen naar deze driedeling. Op deze wijze ontstaat inzicht in de effecten van een alternatief op het projecttracé zelf, de aansluitende rijkswegen en het onderliggende wegennet. De wegvakken worden op basis van de linkindeling van het verkeersmodel opgedeeld. Per wegvak (link) wordt een databestand (Excel) opgesteld waarbij aan ieder wegvak het wegtype, de intensiteit en de verkeersprestatie voor de huidige situatie wordt opgenomen. Zie ook tabel A.1.6. en A

48 Tabel A.1.6. Indelen wegvakken naar wegtype, intensiteit en verkeersprestatie Voorbeeld A.1.6: Exceldatabase Nr Type snelh. lengte Int OWN 3659 Stadsontsluitingsw eg 2x2 50 0, Stadsontsluitingsw eg 2x2 50 1, gemengd 2x1 50 0, gemengd 2x1 50 0, gemengd 2x1 50 0, gemengd 2x1 50 0, gemengd 2x1 50 0, Autow eg 2x2 80 1, Autow eg 2x2 80 0, km gemengd 2x1 80 3, km gemengd 2x1 80 1, w eg gesloten verkeer 80 0, w eg gesloten verkeer 80 0, Totaal 9,470 Informatie over het wegtype is te halen uit de basisinformatie die vanuit het verkeersmodel is opgevraagd. Geadviseerd wordt de output van het verkeersmodel grondig te controleren met de bijvoorbeeld luchtfoto s of de ontwerptekeningen per alternatief. In het vervolg van de aanpak wordt gerekend met de huidige risicocijfers (per wegtype). Indien het wegtype niet juist is opgenomen in de tussentijdse database, dan ontstaat extrapolatie van foutieve data. De controle is daarom essentieel. Uitgangspunten Selectie er wordt uitgegaan van de gemiddelde weekdag intensiteit; de wegen in het NRM vormen de basis; als ondergrens wordt gehanteerd wegen met een minimaal verschil van 10% in intensiteit tussen een alternatief en de autonome situatie; wegen met een lagere intensiteit dan mvt/etmaal worden bij voorkeur niet meegenomen tenzij deze in het logische verkeerskundige gebied liggen. Voor N-wegen ligt deze grens op mvt/etmaal; er wordt een sluitend netwerk opgesteld. Indien hierbij wegen worden opgenomen die niet voldoen aan de beschreven ondergrenzen, dan is het sluitende netwerk belangrijker; het invloedsgebied is voor alle alternatieven gelijk; indien sprake is van ontvlechting worden de hoofdrijbaan en parallelrijbaan als apart wegvak opgenomen. Tabel A.1.7. Benodigde basisgegevens voor het indelen van wegvakken Benodigde basisgegevens I Ontwerpen en beschrijving alternatieven II Weggeg: wegkenmerken rijkswegen huidige situatie VI Verkeersmodel: verschilplots autonome ontwikkeling en alternatieven linktype (autosnelweg 2x2, autoweg 2x1, wisselstrook etc.); verkeersintensiteit, onderverdeeld naar personen- en vrachtauto s en perioden van de dag; omrekenfactor week-/werkdag; lengte van de link. Ad 5: Nul-Situatie De verkeersveiligheidsontwikkeling die afgeleid is van de SVIR-ontwikkeling wordt in kaart gebracht voor het invloedsgebied vanuit de basisjaren van de SVIR (procentuele afname vanaf 2001/2003 tot 2020). Hiermee ontstaat een referentielijn waartegen de keuze voor de verkeersveiligheidsontwikkeling van alternatieven kan worden afgewogen (zie figuur A.1.8). 9

49 Tabel A.1.8. Geïndexeerde SVIR ontwikkeling vanaf 2001/2003 Ad 6: Huidige-situatie voor het invloedsgebied Voor de huidige situatie wordt bepaald: Stand van zaken van het aantal slachtoffers in de actuele situatie het actuele risicocijfer; de ontwikkeling van de (ernstige) slachtofferongevallen ongewijzigd beleid in 2020 en 2040 De delta bij ongewijzigd beleid ten opzichte van SVIR ontwikkeling in 2020 en De typering van het huidige verkeersveiligheidsbeeld; figuur A.1.9. Bepalen delta in 2020 bij een ongewijzigde situatie Stand van zaken van het aantal slachtoffers in de actuele situatie Het aantal ernstige slachtoffers (verkeersdoden en ernstig gewonden) die in de huidige situatie plaatsvinden worden ingewonnen uit het Bron-bestand. Dit is in de meeste gevallen het actuele jaar min 1 jaar (het registratie jaar) of het laatste jaar met een representatieve registratie (bv 2009 of 2010). Het aantal slachtoffers wordt conform figuur D.3.9. uitgezet in de tijd. De afwijking ten opzichte van SVIR (2001/2003) en het huidige aantal slachtoffers wordt hiermee inzichtelijk gemaakt. Dit geldt ook voor de ontwikkeling ten opzichte van de SVIR in 2020 (delta). Om de delta te kunnen bepalen wordt voor de ongewijzigde situatie (geen maatregelen) en de gewijzigde situatie (zie ad-6) op basis van risicocijfers het aantal slachtoffers in 2020 geschat. De opdrachtgever (DGB) kan op basis van de delta besluiten dat er eventueel aanvullende maatregelen moeten worden genomen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid (zie ook deel A hoofdstuk 4 risicomanagement) Bepalen van het actuele risicocijfer in de huidige situatie Voor deze stap wordt de database (Excel) uit stap 2 als basis gebruikt. Aan iedere link van het model worden de ongevalgegevens gekoppeld. Indien mogelijk heeft een directe koppeling in een GIS systeem de voorkeur. Aan iedere link (wegvak) in het databestand wordt gekoppeld; het aantal slachtofferongevallen en slachtoffers, opgedeeld naar ernst (dodelijk, ziekenhuisgewonden). Als rekenregel geldt hiervoor dat het gemiddelde van de laatste drie tot vijf jaar wordt genomen, dit om (incidentele) pieken af te zwakken. Voor de twee categorieën projecttracé en wegvakken op rijkswegen behorend tot het invloedsgebied worden alleen de ongevalgegevens van de hoofdrijbaan gebruikt. Voor het onderliggende wegennet worden de slachtofferongevallen op zowel de kruispunten en wegvakken gebruikt. De slachtofferongevallen op kruispunten worden toegedeeld aan het wegtype van de hoogste orde (overeenkomstig met toedeling in BRON). Op basis van de lengte en intensiteit per link kan de verkeersprestatie (VKP) worden berekend. De verkeersprestatie wordt uitgedrukt per miljoen voertuigkilometers (per jaar). De verkeersprestatie wordt als volgt berekend: Verkeersprestatie = Weglengte (km) * intensiteit (weekdag) * 365 (dagen) / 10 6 De risicocijfers worden berekend per wegtype door het aantal slachtofferongevallen te delen door de verkeersprestatie. Voor de verkeersprestatie wordt het laatste jaar gebruikt (bij slachtofferongevallen over de periode / , dan verkeersprestatie uit 2009). De risicocijfers die worden berekend voor de huidige situatie worden project risicocijfers genoemd. 10

50 Project risicocijfer per wegtype = slachtofferongevallen (gemiddelde drie jaar / vijf jaar) verkeersprestatie wegvakken (laatste jaar) Tabel A Berekening risicocijfer per wegtype Het project risicocijfer per wegtype wordt verkregen door de som van het aantal slachtofferongevallen van de afzonderlijke wegvakken (links) te delen door de som van verkeersprestatie van de afzonderlijke wegvakken. In tabel A is een berekening uitgewerkt voor een periode van 3 jaar. Tabel A.1.10: Voorbeeld 4: berekening project risicocijfer per wegtype nr type Snelheid Verkeersprestatie ZKH DOD Ern.sl.off ov.gew Autosnelweg 2x , Autosnelweg 2x , Autosnelweg 2x , Autosnelweg 2x , Autosnelweg 2x , ,72 5,00 1,00 6,00 9,00 Project risicocijfer2x2 120 = som slachtofferongevallen (gem. drie/vijf jaar) wegvakken = 6 som verkeersprestatie wegvakken (laatste jaar) = 167,72 = 0,036 Afhankelijk van welke wegtypen voorkomen in de huidige situatie wordt per wegtype een project risicocijfer berekend. Wegtypen worden per wegvak ingedeeld op basis van dezelfde vormgevingskenmerken die in stap 1 de wegvakindeling bepalen: aantal rijbanen; aantal rijstroken; snelheid; gesloten verklaring (N-wegen) Voorbeelden zijn: rijkswegen: 2x3 rijstroken 120 km/uur of 2x3 rijstroken 100 km/uur onderliggende wegen: 2x1 rijstroken 80 km/uur gesloten voor langzaam verkeer en 1x2 rijstroken 50 km/uur gemengd. Bepalen van de ontwikkeling van de (ernstige) slachtofferongevallen en slachtoffers bij ongewijzigd beleid in 2020 en 2040 Voor de ongewijzigde situatie (zonder maatregelen) wordt middels het verkeersmodel de verkeersprestatie bepaald voor 2020 en 2040 in miljoen voertuigkilometers. Dit gebeurt voor ieder wegtype binnen het invloedsgebied. Vervolgens wordt het aantal slachtoffers gesommeerd voor alle wegtypes en wordt de delta bepaald met de SVIR-ontwikkeling in Tabel A Berekenen van het aantal slachtofferongevallen per wegtype Tabel A1.11: prognose slachtofferongevallen op basis van tabel D De Verkeersprestatie in 2009 (huidige situatie) bedraagt 167,4 mlnvtgkm Een wegtype heeft in 2020 een verkeersprestatie van 226,4 mlnvtgkm. Het project risicocijfer in de bedraagt 0,036 slachtofferongevallen /mlnvtgkm. het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen voor 2009 bedraagt:167,4 * 0,036 = 6 het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen voor 2020 bedraagt: 226,4 * 0,036 = 8 Berekening Delta met de SVIR-ontwikkeling en de autonome ontwikkeling Het berekenen van de delta gebeurt met behulp van de volgende stappen: de verkeersprestaties van de verschillende wegtypen worden gesommeerd om de totale verkeersprestatie te krijgen in de autonome ontwikkeling binnen het invloedsgebied 11

51 hetzelfde wordt gedaan voor het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen. Optelling van de slachtofferongevallen per wegtypen leidt tot de totalen voor de autonome ontwikkeling van het invloedsgebied. met behulp van de totale verkeersprestatie en het totale aantal slachtofferongevallen wordt het risicocijfer ontwikkeling voor 2020 en 2040 geprognosticeerd. Het totale aantal slachtofferongevallen dat in deze stap is berekend betreft een geprognosticeerd aantal waarbij geen onderscheid is gemaakt naar dodelijke- en ziekenhuisgewonden slachtofferongevallen. De maatschappelijke kosten worden uitgedrukt in slachtoffers in plaats van slachtofferongevallen. Voor het kunnen uitvoeren van de (M)KBA is het noodzakelijk onderscheid te maken naar doden, ziekenhuisgewonden en overige gewonden. Om dit te kunnen bepalen, wordt per project de verhouding berekend tussen de ernst van het slachtoffer en het aantal slachtofferongevallen. Deze worden vervolgens geëxtrapoleerd op basis van de volgende regels: o voor het totale gebied wordt de verhouding berekend tussen het aantal doden en slachtofferongevallen; ziekenhuisgewonden en slachtofferongevallen; overige gewonden en slachtofferongevallen; o op basis van deze verhoudingen wordt het aantal doden, ziekenhuisgewonden en overige gewonden afgeleid van het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen in het planjaar. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende rekenregels: de verhouding van het aantal doden wordt direct overgenomen; de verhouding van het aantal ziekenhuisgewonden wordt met -0,8% geëxtrapoleerd naar het planjaar; de verhouding van het aantal overige gewonden wordt met -0,9% geëxtrapoleerd naar het planjaar. De delta wordt bepaald door het verschil te meten in het aantal ernstige slachtoffers van de SVIRontwikkeling en de autonome ontwikkeling. De methodiek voor het schatten van het aantal verkeersdoden en ernstig gewonden vanuit slachtofferongevallen wordt in stap 8 herhaald bij de ontwerpalternatieven (figuur A.1.12) Tabel A Schatten van het aantal verkeersdoden en ernstig gewonden Afspraken autonome ontwikkeling en alternatieven om het aantal geprognosticeerde slachtofferongevallen te verdelen/vertalen naar dodelijke en ziekenhuisgewonden slachtoffers wordt gewerkt met project afhankelijke omrekenfactoren waarbij standaard extrapolatiefactoren worden gebruikt. Benodigde basisgegevens VI Verkeersmodel (autonome ontwikkeling en per alternatief) linktype (autosnelweg 2x2, autoweg 2x1, wisselstrook etc.); load (intensiteit), onderverdeeld naar personen- en vrachtauto s en perioden van de dag; omrekenfactor week-/werkdag; lengte van de link. Voorbeeld A.1.12: database AO en alternatieven VKP Risicocijfer Ernstige ongevallen WEGTYPEN AO ALT I ALT II ALT III AO ALT I ALT II ALT III AO ALT I ALT II ALT III Autosnelw eg 2x2 226,4 328,7 0 88,99 0,014 0,010 0,010 3,2 3,3 0,0 0,9 Autosnelw eg 2x3 146, ,8 129,9 0,011 0,010 0,010 1,6 0,0 2,3 1,2 Autosnelw eg 2x4 4,855 6,59 85,3 139,3 0,020 0,020 0,020 0,018 0,1 0,1 1,7 2,5 Totaal ,9 3,4 4,0 4,6 Typering van het huidige ongevallenbeeld Nu de delta bepaald is het mogelijk om effectieve maatregelen te nemen voor het verhogen van de verkeersveiligheid. Hiervoor is het noodzakelijk om eerst inzicht te hebben in significante ongevalspatronen op het weggennet binnen het invloedsgebied. Dit beeld kan met gangbare analyse- en GIS-tools snel en effectief worden gegenereerd. Bij de analyse kan gebruik gemaakt worden van de volgende gangbare analyse methodieken: AVOC (aanpak van groepen verkeersongevallen op een locatie) AGEB (aanpak van ongevallen in een gebied) ASPE(aanpak van zelfde ongevalkenmerken) 12

52 Voor een recente periode (minimaal laatste 3-5 jaar) wordt de typering bepaald van het slachtofferongevallenbeeld op het projecttracé, de aanliggende wegvakken en het onderliggende wegennet. Hierbij kan worden gekeken naar de ongevalkenmerken aard ongeval, vervoerwijze bestuurder en de toedracht van het ongeval (zie ook checklijst verkeersveiligheid bijlage C.1). Op basis van deze variabelen wordt een beeld geschetst van de huidige verkeersveiligheidsproblematiek en significante ontwikkelingen. Bij de kwalitatieve beschrijving van de risico beïnvloedende factoren en het onderbouwen van maatregelen, kan worden terug gegrepen naar deze analyse. Omdat het gaat om het zoeken naar significante patronen mogen alle ongevallen (Dood, letsel, UMS) in de analyse worden betrokken. Ook mag er verder in de tijd worden teruggekeken als een locatie ten opzichte van de huidige situatie niet is gewijzigd en ongevalspatronen overeenstemmen. De effectberekening van maatregelen gebeurt evenwel sec op basis van ernstige slachtoffers in de periode van 3-5 jaar. Opmerking Een belangrijk aandachtspunt bij het werken met de ongevalgegevens uit de BRON database is het niveau van koppeling van de ongevallen. Ongevallen waarvan bij de registratie niet exact duidelijk is waar deze zijn gebeurd krijgen een niet exacte locatie in de database. In plaats van een exacte locatie wordt dan volstaan met bijvoorbeeld alleen de straatnaam, kruispuntnaam of gemeentenaam. Om ruis in de ongevalanalyse te voorkomen, dient voor aanvang met de werkzaamheden de slachtofferongevallen op gemeenteniveau uit de database te worden verwijderd. Ad-7) Het nemen van kosteneffectieve maatregelen Op basis van significante ongevalspatronen met ernstige slachtoffers worden maatregelen voorgesteld. Deze maatregelen moeten aantoonbaar kosteneffectief moeten zijn. Kosten voor verkeersveiligheids-maatregelen moeten in 30 jaar worden terugverdiend. De werkwijze voor het bepalen van de kosteneffectiviteit vindt plaats met behulp van de OEI-systematiek (Overzicht Effecten Infrastructuur). Deze rekenmethodiek is vanaf januari 2008 verplicht voor RWS en een vast onderdeel bij planstudies. Het bepalen van maatregelen dient bij voorkeur multidisciplinair (verkeersveiligheid, verkeers-, mobiliteitsmanagement, communicatie, infrastructuur) te gebeuren omdat er vaak meerdere oplossingen zijn voor het oplossen van een verkeersveiligheidsprobleem. Input maatschappelijke kosten WVL stelt, op basis van gegevens van de SWOV, periodiek vast wat de maatschappelijke kosten zijn van een verkeersdode, een ziekenhuisgewonde, een overige gewonde en een UMS ongeval. Deze Kencijfers vormen onderdeel van de output in stap 13. De kencijfers zijn op te vragen bij RWS-WVL of via Zie tabel A.1.13 Tabel A Benodigde basisgegevens en kencijfers maatschappelijke kosten Tabel A Benodigde basisgegevens III BRON: Ongevalgegevens V Kencijfers maatschappelijke kosten van de SWOV of WVL Tabel D3.13. Kencijfers Maatschappelijke kosten Kencijfers SWOV: maatschappelijke kosten verkeersdode: 2,47 mln. maatschappelijke kosten ziekenhuisgewonde: 0,25 mln. Tabel D3.13. Afspraken huidige situatie risicocijfers worden berekend op basis van het aantal slachtofferongevallen; als input voor het uitvoeren van een MKBA worden actuele cijfers van WVL uitgeleverd t.a.v. de maatschappelijke kosten van een verkeersode en een ziekenhuisgewonde 13

53 Toekomstige Situatie voor het invloedsgebied(per ontwerpalternatief) De verkeersveiligheidsmaatregelen worden ingebracht in de afzonderlijke ontwerpalternatieven. Per ontwerpalternatief worden de verkeersveiligheidsopgave bepaald. Dit gebeurt met behulp van de volgende stappen (zie figuur A.1.14): Bepalen risicocijfers in ontwerpalternatief; Bepalen van de ontwikkeling van de (ernstige) slachtofferongevallen en slachtoffers in 2020 en Bepalen van de delta ten opzichte van SVIR ontwikkeling in 2020 en Figuur A Verkeersveiligheidsprognose in 2020 per Ontwerpalternatief Ad 8: Keuze risicocijfers De methodiek gaat ervan uit dat alternatieven worden vergeleken op basis van een geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen in het prognosejaar (2020 en 2040). Dit prognosticeren vindt plaats op basis van de verkeersprestatie en risicocijfers. De verkeersprestatie is een die volgt uit het verkeersmodel dat wordt gedraaid per alternatief. De keuze voor het risicocijfer bepaalt dus in grote mate hoe het aantal geprognosticeerde slachtofferongevallen wordt berekend. Deze keuze is dus essentieel in het proces. De keuze voor het risicocijfer bestaat uit drie mogelijkheden. 1. Het project risicocijfer: dit risicocijfer wordt per wegtype berekend voor de huidige situatie; 2. Het regionale risicocijfer: dit risicocijfer is een gemiddeld risicocijfer van alle van hetzelfde type rijkswegen in het beheersgebied van het Regionaal Organisatieonderdeel (zie VOG-bestand); 3. Het landelijke risicocijfer: dit risicocijfer is een gemiddeld risicocijfer van alle rijkswegen per type in heel Nederland. Om het aantal slachtoffers in het planjaar te kunnen prognosticeren is een risicocijfer per wegtype benodigd. De keuze van het risicocijfer is (mede) afhankelijk van het scenario. Drie scenario s zijn mogelijk: 1. Een weg(vak) wordt in een alternatief omgebouwd of nieuw aangelegd (voorbeeld A3.15); 2. Een weg(vak) verandert niet qua vormgeving in een alternatief ten opzichte van de autonome situatie, maar wel van intensiteitsklasse (voorbeeld A3.16); 3. Een weg(vak) dat niet verandert, in aantal rijstroken en intensiteitsklasse (voorbeeld A3.17.) Scenario 1: nieuwe wegen Uitgangspunt bij scenario 1 is dat nieuwe of geconstrueerde wegen conform de meest veilige inzichten worden aangelegd. Er wordt voor nieuwe wegen dus niet gewerkt met het project risicocijfer. Voor deze wegen wordt het landelijke risicocijfer of regionale risicocijfer gekozen. De landelijke en regionale risicocijfers betreffen gemiddelden die een goede afspiegeling vormen van het verkeersveiligheidsniveau van het betreffende wegtype. Ervan uitgaande dat de nieuw aan te leggen wegen of reconstructie gebeurt conform de meest veilige inrichting is het aannemelijk dat deze qua verkeersveiligheid maximaal gelijk scoort als het gemiddelde in de regio of landelijk. Bij voorkeur wordt het regionale risicocijfer genomen omdat hier de regio specifieke situatie indirect in wordt meegenomen. Hiervoor is een aantal spelregels opgesteld: 14

54 1. Voor de desbetreffende wegvakken wordt het regionale risicocijfer per wegtype/intensiteitsklasse uit stap 3 opgezocht in het RWS-WVL VOG-bestand. Indien die in het bestand is opgenomen, dan is deze betrouwbaar. Indien het risicocijfer niet is opgenomen, dan is deze niet betrouwbaar geacht. 2. Indien deze betrouwbaar is dan wordt het regionale risicocijfer gebruikt. 3. Indien deze niet betrouwbaar is, dan wordt van hetzelfde wegtype/intensiteitsklasse het landelijke risicocijfer gebruikt. 4. Indien ook het landelijke risicocijfer niet betrouwbaar is, dan wordt geadviseerd met RWS-WVL contact op te nemen om een alternatief te bespreken. Scenario 2: niet aangepaste wegen/gereconstrueerde wegen die (alleen) veranderen in intensiteitsklasse Voor wegen die niet worden aangepast qua vormgeving maar waarbij de intensiteit in 2020 wel een klassegrens overschrijdt en voor geconstrueerde wegen die alleen veranderen in intensiteitsklasse, wordt in principe het project risicocijfer van de nieuwe klasse gebruikt. Dit om een zo optimale prognose van het aantal slachtofferongevallen te kunnen maken in Indien het project risicocijfer onvoldoende betrouwbaar is, wordt gebruik gemaakt van het regionale risicocijfer of het landelijke risicocijfer als het regionale cijfer niet betrouwbaar is. Zie spelregels. Scenario 3: een (weg)vak dat niet verandert Voor wegen die onveranderd blijven in wegconfiguratie en intensiteitsklasse, wordt gebruik gemaakt van het project risicocijfer. Indien het project risicocijfer onvoldoende betrouwbaar is, wordt gebruik gemaakt van het regionale risicocijfer of het landelijke risicocijfer conform de spelregels Betrouwbaarheid project risicocijfer Belangrijk bij het hanteren van deze spelregels is het signaleren van de betrouwbaarheid van een project risicocijfer. Een risicocijfer is opgebouwd uit ongevallen en een verkeersprestatie van een sommatie van diverse wegvakken. De verkeersprestatie is weer een afgeleide van de weglengte en de intensiteit. De betrouwbaarheid van het risicocijfer wordt in grote bepaald door het aantal ongevallen en het wegenareaal van het vergelijkbare type weg In de VVE worden risicocijfers op basis van slachtofferongevallen per wegtype berekend. Per risicocijfer kan statistisch worden bepaald of het risicocijfer betrouwbaar is en de spreiding niet te groot is. Om met de VVE niet te verzanden en te diepgaande statische analyse wordt de stelregel gehanteerd dat project risicocijfers opgebouwd uit minder dan 10 slachtofferongevallen onvoldoende betrouwbaar zijn Voorbeeld A Bepalen risicocijfer bij nieuwe wegen Voorbeeld A.1.15: Scenario 1, bepalen risicocijfer nieuwe wegen Configuratie Intensiteitsklasse RC project RC regionaal RC landelijk Autosnelweg 2x ,009 0,011 0,010 Autosnelweg 2x2 > ,010 0,008 0,012 Autosnelweg 2x ,009 0,007 In dit voorbeeld wordt een wegvak (in de huidige situatie ASW 2x2) omgebouwd naar een 2x3 in een alternatief. Uitgangspunt hierbij is dat de geconstrueerde weg conform de meest veilige inzichten wordt aangelegd met in achtneming van regionale invloeden. In dit voorbeeld wordt dus gerekend met een risicocijfer van 0,009, ervan uitgaande dat deze betrouwbaar is. 15

55 Voorbeeld A Bepalen risicocijfer bij gewijzigde intensiteitsklasse Voorbeeld A.1.16: Scenario 2, Bepalen risicocijfer voor een weg(vak) dat niet wordt aangepast maar wel verandert in intensiteitsklasse Configuratie Intensiteitsklasse RC project RC regionaal RC landelijk Autosnelweg 2x ,009 0,011 0,010 Autosnelweg 2x2 > ,010 0,008 0,012 Autosnelweg 2x ,007 0,009 0,004 In dit voorbeeld wordt een wegvak niet omgebouwd. Het betreft de autonome situatie. In de huidige situatie behoort het wegvak tot de intensiteitsklasse mvt/etmaal met een risicocijfer van 0,010 (de grijze cel). In de autonome situatie 2020 stijgt de intensiteit naar de klasse > mvt/etmaal. Dit betekent dat voor het prognosticeren van het aantal slachtofferongevallen gebruik gemaakt wordt van het project risicocijfer behorend bij de intensiteitsklasse > (=0,007). Mocht het project risicocijfer onvoldoende betrouwbaar zijn, wordt het regionale risicocijfer (0,009) of het landelijke risicocijfer (0,004) toegepast. Voorbeeld A Bepalen risicocijfer bij onveranderde weg/wegvak Voorbeeld A.1.17:Scenario 3, bepalen risicocijfer voor een (weg)vak dat niet verandert Configuratie Intensiteitsklasse RC project RC regionaal RC landelijk Autosnelweg 2x ,009 0,011 0,010 Autosnelweg 2x2 > ,010 0,008 0,012 Autosnelweg 2x ,007 0,009 0,004 In dit voorbeeld wordt een wegvak niet omgebouwd en behoudt het wegvak in de toekomstige situatie, 2020, dezelfde intensiteitsklasse als in de huidige situatie (ASW 2x2, intensiteit > ). Omdat zowel de wegconfiguratie als de intensiteitsklasse onveranderd blijven, wordt gebruik gemaakt van het huidige project risicocijfer (=0,010). Indien dit risicocijfer onvoldoende betrouwbaar is, wordt het regionale risicocijfer (0,008) of het landelijke risicocijfer (0,012) toegepast. Afspraken risicocijfers het risicocijfer wordt berekend op basis van het aantal slachtofferongevallen (dodelijke en ziekenhuisgewonden slachtofferongevallen); per wegtype wordt een project risicocijfer berekend; wegtypen worden onderscheiden op basis van het aantal rijbanen, aantal rijstroken en gesloten verklaring (N-wegen); de keuze van het risicocijfer wordt bepaald op basis van verandering in intensiteit EN/OF vormgeving; wanneer het project of regionale risicocijfer voor een wegtype niet betrouwbaar is, wordt het landelijke risicocijfer gebruikt. Hiervoor worden de standaard spelregels gehanteerd. De betrouwbaarheid van het project risicocijfer wordt bepaald aan de hand van een ondergrens van minimaal 10 slachtofferongevallen. Benodigde basisgegevens IV WVL VOG-bestand t.b.v. landelijk risicocijfers en landelijke risicocijfers van de SWOV. Bepalen van de ontwikkeling van de (ernstige) slachtofferongevallen en slachtoffers(2020/ 2040). In deze stap worden de verkeersveiligheidsniveaus van de ontwikkeling en per alternatief bepaald vanaf de huidige situatie (zie voorbeeld A.1.18). In beeld wordt gebracht het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen en het geprognosticeerde risicocijfer. De berekening wordt grotendeels op dezelfde wijze uitgevoerd als de berekeningen in de huidige situatie.als basis voor de berekening wordt het Excel databestand gebruikt dat is opgebouwd. Per wegvak worden de geprognosticeerde intensiteiten, de weglengten en de verkeersprestatie per alternatief aan de Excel met de autonome ontwikkeling (stap 5) toegevoegd (zie tabel A.1.12). Op basis hiervan kan per wegtype per alternatief en voor de autonome ontwikkeling een geprognosticeerde verkeersprestatie en het aantal slachtofferongevallen worden berekend voor 2020 en

56 Voorbeeld A Prognose slachtofferongevallen Voorbeeld A.1.18: prognose slachtofferongevallen In alternatief II wordt het projecttracé van ASW 2x2 omgebouwd tot ASW 2x3. De wegvakken behorende tot het wegtype ASW 2x2 hebben in de Autonome ontwikkeling (AO) een verkeersprestatie van 226,4 mlnvtgkm. In alternatiefii is de verkeersprestatie voor het wegtype ASW 2x3 235,8 mlnvtgkm. Het project risicocijfer in de AO is 0,014. Het gekozen risicocijfer voor het wegtype ASW 2x3 = 0,0096 slachtoffer ongevallen/mln. vtgkm. het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen per jaar voor het wegtype ASW 2x2 in de AO bedraagt: 226,4 * 0,014 = 3,2 slachtofferongevallen het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen per jaar voor het wegtype ASW 2x3 in alternatief 2 bedraagt: 235,8 * 0,0096 = 2,3 slachtofferongevallen Vervolgens worden onderstaande stappen doorlopen. Deze stappen worden afzonderlijk berekend voor de wegvakken in het projecttracé, de overige autosnelwegen en het onderliggende wegennet. Voor ieder alternatief wordt deze exercitie uitgevoerd. Prognose slachtofferongevallen per jaar voor ieder wegvak wordt per alternatief de vormgeving (wegtype) voor het planjaar bepaald; aan ieder wegtype wordt een gekozen risicocijfer gekoppeld conform stap 8; per wegtype (optelling van alle wegvakken) wordt vervolgens het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen berekend voor 2020 en 2040: Risicocijfers wegtype * verkeersprestatie wegtype = geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen per wegtype tenslotte wordt per alternatief het totale aantal slachtofferongevallen bepaald: Σslachtofferongevallen per wegtype = Σslachtofferongevallenperalternatief of de autonome ontwikkeling Berekeningrisicocijfer (geprognosticeerd) per alternatief voor 2020 en 2040 de verkeersprestaties van de verschillende wegtypen worden gesommeerd om per alternatief en voor autonome ontwikkeling de totale verkeersprestatie te krijgen. hetzelfde wordt gedaan voor het geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen. Optelling van de slachtofferongevallen per wegtypen leidt tot de totalen per alternatief. met behulp van de totale verkeersprestatie en het totale aantal slachtofferongevallen kan het risicocijfer (geprognosticeerd) per alternatief worden berekend. Risicocijfer alternatief (geprognosticeerd)= Σ geprognosticeerd aantal slachtofferongevallen per jaar Σ geprognosticeerde verkeersprestatie De geprognotiseerde cijfers voor de autonome ontwikkeling van het gebied kunnen nu onderling worden vergeleken. Voor het omrekenen van slachtofferongevallen naar verkeersdoden en ernstig gewonden wordt de methodiek gehanteerd die is uitgelegd in stap 5. Ad-9) Bepalen Delta alternatievent.o.v. verkeersveiligheidontwikkeling De mate (delta) waarin alternatieven bijdragen tot de verkeersveiligheidsontwikkeling kan nu worden bepaald (zie figuur A.1.14). De delta wordt bepaald voor 2020 en 2040 zodat deze synchroon lopen met de SVIR. Ad-10) Verificatie In deze stap worden de resultaten uit de vorige stap besproken en vergeleken aan de voorspelling die is opgesteld in stap 3. De vergelijking tussen de verwachting en de berekening geeft inzicht in de plausibiliteit van de berekening. Als afwijkingen worden gesignaleerd wordt nagegaan of deze afwijkingen te verklaren zijn. Indien dit niet het geval is, wordt de berekening in detail doorgenomen om eventuele omissies te signaleren. Indien wenselijk kan gekozen worden een aantal gevoeligheidsanalyse uit te voeren om de gevoeligheid en daarmee de 17

57 marges binnen de berekeningen in beeld te brengen. De gevoeligheidsanalyses kunnen worden uitgevoerd door andere risicocijfers te kiezen of bijvoorbeeld het invloedsgebied te verkleinen of te vergroten. De specialist verkeersveiligheid van de opdrachtnemer bespreekt met deadviseur verkeersveiligheid van de RD de plausibiliteit van de berekening. Eventuele gevoeligheidsanalyses worden uitgevoerd door de opdrachtnemer. Ad 11: Kwalitatieve beoordeling van kritische ontwerpelementen (VOA; in ontwikkeling) Het Ontwerp, daarop genomen verkeersmanagement en verkeersveiligheidsmaatregelen beïnvloeden elkaar. Situaties kunnen hierdoor verkeersonveiliger/veiliger zijn dan op het eerste oog lijkt. De kwalitatieve beoordeling vindt plaats middels de VOA methodiek(enaanvullende bronnen) en moet gezien worden als een surplus op de kwantitatieve berekening. De kwalitatieve beoordeling gebeurt op basis van expert-judgement door verkeersveiligheids-experts, ontwerp- en verkeersdeskundigen en wordt in een gezamenlijke sessie per alternatief vastgelegd in de projectdocumentatie. De uitkomst is niet optelbaar op de kwalitatieve analyse maar kan doorslaggevend zijn bij de keuze van een voorkeursalternatief. Welke kenmerken worden onderzocht? Hiervoor is een lijst samengesteld op basis van diverse bronnen: VOA methodiek Aanvullende bronnen o Handreiking toetsen wegontwerp (zie voorbeeld D.3.19); o Europese Overeenkomst inzake het internationale wegverkeer. o Checklist Verkeersveiligheid (bijlage C.1) o Checklist Ontwerp en Inrichting (bijlage C.2) o Checklist Verkeersmanagement (bijlage C.3) Voorbeeld A Kwalitatieve beoordeling d.m.v. de handreiking toetsen wegontwerp Voorbeeld A.3.19:Check aan handreiking wegontwerp convergentie- en divergentiepunten. Hierbij wordt enerzijds gekeken naar de complexiteit van de punten. Deze dienen vanuit het oogpunt van de weggebruiker zo eenvoudig mogelijk te zijn. Anderzijds wordt gekeken of de punten voldoende ver uit elkaar liggen; kans op kop-staartslachtofferongevallen als gevolg van kans op files. Wegvakken met een hoge I/C verhouding en wegvakken zonder vluchtstrook verdienen hierbij de aandacht; effect grote snelheidsverschillen. Een groot verschil in snelheid tussen voertuigen verhoogt de kans op een ongeval. Grote snelheidsverschillen kunnen voorkomen als gevolg van file op een afrit, drukke knooppunten en krappe toeritten (zeker in geval van een hoog percentage vrachtverkeer); aantallen en risico s rijstrookwisselingen. Vanuit het oogpunt verkeersveiligheid dient het aantal rijstrookwisselingen geminimaliseerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor vrachtverkeer. Voor N-wegen worden de kruispunttypen apart beoordeeld Afspraken kritische ontwerpelementen de kritische ontwerpelementen worden kwalitatief beschreven. Ze worden in de effectbeschrijving (zie volgende paragraaf) niet als criterium meegewogen. De beschreven factoren dienen enkel als advies voor volgende fase. Benodigde basisgegevens I Ontwerpen alternatieven (inclusief aansluitingen en knooppunten) VI Verkeersmodel (per alternatief) I/C verhouding per link I/C verhouding toe, afritten en verbindingsbogen Ad 12: Leemten in kennis In deze stap wordt uiteengezet hoe om te gaan met leemtes in kennis. In het dummy rapport, dat als bijlage is opgenomen, worden de meest standaard leemten aangegeven. Project specifiek kunnen deze worden aangevuld. Ad 13: Effectbeschrijving De resultaten van de voorgaande stappen dienen als input voor de effectbeschrijving van de alternatieven. De effectbepaling vindt plaats door ieder alternatief te vergelijken met de referentiesituatie (autonome ontwikkeling). 18

58 In voorbeeld A.1.20 is een overzicht gegeven van de resultaten van de verkeersveiligheidstoets op basis waarvan de effectbeschrijving plaatsvindt. Hierbij is onderscheid gemaakt naar het hoofdwegennet (rijkswegen) en het onderliggende wegennet. Het hoofdwegennet is nog onderverdeeld naar het projecttracé en de overige autosnelwegen. Indien wenselijk kunnen beiden worden opgeteld om het totaal van alle rijkswegen in beeld te brengen. Let hierbij wel op: risicocijfers kunnen niet worden opgeteld. Het totale risicocijfer dient berekend te worden door het totaal aantal slachtofferongevallen in het invloedsgebied te delen door de totale verkeersprestatie van het invloedsgebied. De uitkomsten inde onderstaande tabel zijn fictief. Voorbeeld D Resultaat weergave van effectbeschrijving Voorbeeld A.1.20: resultaat weergave HOOFDW EGENNET - PROJECTTRACE Criteria Refentie ALT I ALT II ALT III Verkeersprestatie 377,76 334,57 320,07 358,20 # slachtofferongevallen Risicocijfer slachtoffer ongevallen 0,026 0,024 0,025 0,025 HOOFDW EGENNET - OVERIGE AUTOSNELW EGEN Criteria Refentie ALT I ALT II ALT III Verkeersprestatie 218,3 209,1 206,7 237,7 # slachtofferongevallen Risicocijfer slachtoffer ongevallen 0,032 0,033 0,034 0,034 ONDERLIGGEND W EGENNET Criteria Refentie ALT I ALT II ALT III Verkeersprestatie 98,6 79,9 68,5 79,9 # slachtofferongevallen Risicocijfer slachtoffer ongevallen 0,467 0,576 0,672 0,576 Nadat de resultaten zijn gepresenteerd, is het zaak deze te beoordelen en te vertalen in een effectbeoordeling. In de projectnotie en notitie reikwijdte en detailniveau is aangeven op welke wijze de beoordeling plaats moet vinden. Een veel gebruikte indeling is deze: Tabel kwalitatieve beoordeling zeer groot negatief effect groot negatief effect geen verandering (Referentie) groot positief effect zeer groot positief effect De klassenverdeling van de scoringsmethodiek is gebaseerd op absolute en relatieve verschillen tussen de referentiesituatie en alternatieven wat betreft het totale aantal slachtofferongevallen voor het hoofdwegennet en onderliggende wegennet. Het hoofdwegennet wordt apart beschouwd van het onderliggende wegennet. Dit omdat op het onderliggend wegennet verhoudingsgewijs meer slachtofferongevallen plaatsvinden. Voor de transparantie van de beoordeling, is het advies om de beoordeling zoveel mogelijk te kwantificeren. Kortom; wanneer wordt een criteria beoordeeld als zeer groot positief effect en wanneer als groot positief effect etc? Op basis van expert judgement worden grofweg relatieve veranderingen van <2% als neutraal beschouwd, 2-5% als licht positief/negatief, 5-10% als positief/negatief en >10% als zeer positief/negatief. In voorbeeld A3.21 is weergegeven hoe de scores gekwantificeerd kunnen worden. Het betreft slechts een voorbeeld. De omschrijving (kwantificering) is voor ieder project uniek. Wel kunnen de hierboven genomen richtgetallen helpen om de scores te kwantificeren. 19

59 Voorbeeld A Weergave kwantificering beoordeling Voorbeeld A weergave kwantificering beoordeling Score Toelichting Omschrijving ++ Positief t.o.v. de referentiesituatie Een afname van het aantal slachtofferongevallen van 10 tot Licht positief t.o.v. de referentiesituatie Een afname van het aantal slachtofferongevallen van 5 tot Neutraal Een verandering in het aantal slachtofferongevallen van minder dan 5. - Licht negatief t.o.v. de referentiesituatie Een toename van het aantal slachtofferongevallen van 5 tot Negatief t.o.v. de referentiesituatie Een toename van het aantal slachtofferongevallen van 10 tot 20. Voorbeeld A Beoordeling ontwerpaltenatieven per klasse Op basis van een klassenindeling per soort weg dienen de alternatieven ten opzichte van het de autonome ontwikkeling te worden vergeleken. Hierbij dient een tabel te worden opgesteld waarin de beoordeling overzichtelijk is weergegeven. Voorbeeld 16 geeft hiervan een idee. Naast deze tabel is het belangrijk de beoordeling te beargumenteren en te verwoorden. Op basis hiervan wordt geconcludeerd welke alternatief vanuit het oogpunt verkeersveiligheid de voorkeur heeft. Voorbeeld A.1.22: resultaat weergave Projecttrace Autosnelwegen overig OWN alt I alt II alt III alt I alt II alt III alt I alt II alt III Aantal slachtoffer ongevallen Naast de kwantitatieve effectbeschrijving worden in deze stap ook de risico beïnvloedende factoren beschreven. Ad 14: Opstellen verkeersveiligheidsrapport Deze stap betreft het opstellen van de verkeersveiligheidsrapportage die als input dient voor de keuze van het voorkeursalternatief en de daaropvolgende Planuitwerking. Daarnaast dient het als verantwoording voor de toetsende instantie. Het betreft geen uitgebreide rapportage maar wel één waarin de gevolgde werkwijze, de gebruikte basisgegevens en de resultaten goed beargumenteerd worden. Ad 15: Leveren output Als laatste stap worden de gegevens van het deelonderzoek verkeersveiligheid geleverd aan de andere disciplines en fasen. Het betreft de volgende gegevens: Input voor (M)KBA. Dit betreft het theoretisch bepaalde aantal slachtoffers per alternatief aangevuld met de maatschappelijke kosten per type verkeersslachtoffer. Dit wordt geleverd aan de specialist KBA. Input voor Plan-MER. De beoordeling van het verkeersveiligheidsniveau van de alternatieven dient als input voor het Plan-MER. Inzicht in het slachtofferongevallenbeeld en de beoordeling van het wegontwerp dienen als input voor de planuitwerkingsfase De specialist verkeerveiligheid verzorgt het verspreiden van de gegevens aan de betrokken diensten/personen. De belangrijkste risico s en aandachtspunten worden na keuze van het voorkeursontwerp door de opdrachtnemer vastgelegd in de projectdocumentatie. 20

60 Bijlage A.2 Verkeersveiligheidsaudit (VVA) A.2.1 Algemeen Deze bijlage is een nadere uitwerking van Verkeersveiligheidsaudit (zie hoofdstuk 2.3. Kader Verkeersveiligheid). In deze bijlage wordt ingegaan op Competenties, opleiding en kwaliteitsborging auditors A2.2 Uitgangspunten bij het uitvoeren van audits zie A2.3 Auditrapportage en reactienota A2.4 Eisen aan de Auditrapportage A2.5 Formats ter ondersteuning van het auditrapport A2.6 A.2.2 Competenties, opleiding en kwaliteitsborging auditors In dit hoofdstuk zijn voorwaarden en eisen ten aanzien van de kwaliteitsborging van een verkeersveiligheidsaudit opgenomen. Daarin staan centraal de opleiding en de certificeringvan het Auditteam, zowel initieel als voortgezet. Vertrekpunt is Wbr artikel 11c. Hierin is bepaald dat wanneer auditoren taken uitvoeren die in de Wbr zijn vastgesteld, zij een eerste opleiding volgen, waarna zij bij goed gevolg een bekwaamheidscertificaat ontvangen. Vervolgens moeten de auditoren regelmatig bijscholingscursussen volgen. Figuur A.2.1 Stroomschema certificeringstraject Voldoende vooropleiding en werkervaring Ja Volgen initiële training verkeersveiligheidauditor Nee Aanvullende opleiding en/of werkervaring opdoen Assessment verkeersveiligheidsauditor Gezakt Certificaat verkeersveiligheidsauditor en opname in register Geslaagd Kwaliteitscontrole functioneren als auditor Bijscholing Assessment kwaliteit nog voldoende? Gezakt (certificaat niet meer geldig) Geslaagd (certificaat blijft geldig) Melding naar register In artikel 11c van de Wbr is voorgeschreven dat de auditor over de vereiste bekwaamheid en opleiding dient te beschikken. Met betrekking tot de kwaliteitsborging van de verkeersveiligheidsaudit worden de volgende stappen onderscheiden (zie figuur A.2.1): A het competentieprofiel verkeersveiligheidsauditor; A de eisen voor de opleiding verkeersveiligheidsauditor; A kwaliteitsborging van opleiding van auditoren (certificering) 21

61 A Competentieprofiel verkeersveiligheidsauditor Het competentieprofiel of het kader met eisen dient een compleet en helder beeld te geven van de competenties of bekwaamheden die vereist zijn voor het adequaat uitvoeren van de taken van een verkeersveiligheidsauditor. Het gaat met andere woorden om de vraag wat nodig is om competent of bekwaam te kunnen fungeren. Een belangrijk deel van deze competenties kunnen worden gegarandeerd door een gerichte vooropleiding en voldoende relevante werkervaring. Een ander deel van de competenties heeft te maken met de uitvoering van de verkeersveiligheidsaudit zelf. Hiervoor moeten kandidaten met de juiste achtergrond en ervaring een aanvullende opleiding volgen. Deze competenties vormen het vertrekpunt voor de inhoud van de opleiding, maar ook voor de inhoud van de toetsing (zie figuur A.2.2). Figuur A.2.2 Stroomschema competentieprofiel Competentieprofiel verkeersveiligheidsauditor Competenties vooropleiding en werkervaring Competenties verworven via aanvullende training Uitwerken in leerdoelen / eindtermen Basis inhoud initiële training auditor Basis voor de afsluitende toets / assessment Uitwerken in curriculum (output opleiding) Uitwerken in toetsspecificatiedocument Opstellen toets / assessment De kerncompetentie van een auditor uit het beoordelen van ontwerp- en inrichtingskenmerken van infrastructuurprojecten op consequenties voor de verkeersveiligheid in verschillende fasen van het ontwerp- en realisatieproces, van planvoorbereiding tot daadwerkelijke uitvoering en in gebruikname. De auditor moet in alle fasen van het MIRT-proces de beschikbare auditdocumentatie op een juiste wijze kunnen interpreteren. In de realisatieperiode en na de in de gebruikname (VVA3, VVA4 en VVI) moet hij het project ter plaatse op een adequate wijze kunnen inspecteren, geheel vanuit het zicht, de beleving en de daarbij geldende cognitieve aspecten van de gebruiker. Bij de beoordeling van een infrastructuurproject dient het Auditteam alle aspecten en omstandigheden die van invloed (kunnen) zijn op de verkeersveiligheid te herkennen voor elk van de categorieën weggebruikers. Hiervoor is niet alleen een gedegen kennis van verkeerstechniek en ontwerp-richtlijnen, verkeers- en mobiliteitsmanagement noodzakelijk, maar vooral ook kennis op het gebied van verkeersveiligheid door middel van bijvoorbeeld uitgevoerde of bestudeerde ongevallenanalyses. Daarnaast is ook kennis gewenst van het menselijke weggedrag onder diverse omstandigheden (belevingsaspecten). De verkeersveiligheidbeoordeling door de auditor moet aan vijf belangrijke criteria voldoen: objectiviteit, betrouwbaarheid, deskundigheid, onafhankelijkheid en efficiëntie. 22

62 De belangrijkste competenties van een auditor zijn: de auditor moet ervoor zorgen dat de verkeersveiligheidsaudit volgens een vaste structuur verloopt, dit is belangrijk voor een objectief en betrouwbaar oordeel; de auditor moet analytisch, planmatig en systematisch te werk kunnen gaan, maar tevens moet hij flexibel en oplossingsgericht zijn; de auditor moet de resultaten helder en duidelijk kunnen rapporteren en communiceren, zowel mondeling als schriftelijk; de auditor moet op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen en inzichten op het gebied van verkeersveiligheid en wegontwerp. Tevens moet hij in staat zijn om zijn eigen beoordelingsproces en het daaruit voortvloeiende beoordelingsresultaat te evalueren om tot kwaliteitsverbetering te komen en aldus reflectie te hebben op het eigen functioneren A Samenstelling auditteam Vooral als het gaat om complexe infrastructuurprojecten, is het gewenst om een team van deskundigen te formeren. Afhankelijk van de aard en de complexiteit van het project kunnen verschillende expertises nodig zijn, die moeilijk in één persoon te vatten zijn. Een audit dient daarom tenminste door een auditleider en een auditor te worden uitgevoerd. Zowel de auditleider als de overige auditoren in een Auditteam dienen met betrekking tot de onderstaande kennisgebieden een opleiding op minimaal hbo-niveau c.q. een vergelijkbaar denk- en werkniveau te hebben: afstudeerrichting op het gebied van verkeersveiligheid, verkeerstechniek of verkeerskundig wegontwerp; de relaties tussen verkeer-, weg- en ongevallenkenmerken; de onderlinge afstemming tussen de drie componenten van het wegsysteem: mens, voertuig en weg; de ontwerpprincipes van het concept duurzaam veilig. De eisen met betrekking tot de praktische werkervaring zijn: minimaal 5 jaren ervaring met wegontwerp en ontwerptechnische vraagstukken; continue ervaring met analyses van verkeersongevallen respectievelijk verkeersveiligheidsvraagstukken; ervaring met analyses van gedragscomponenten in het verkeerssysteem. Het Auditteam moet zodanig worden samengesteld dat het gezamenlijk over de juiste competenties en kennis beschikt. Een lijst met gecertificeerde, vakbekwame auditors is beschikbaar bij het kwaliteitsorgaan. In de bijlagen C en D zijn formats voor de offerte en de opdrachtverlening opgenomen. Voorwaarde voor de samenstelling van het auditteam is dat de auditors op geen enkele wijze betrokken zijn (geweest) bij de voorbereiding en de uitvoering van het project. Met de offerte dient de gelijktijdig een verklaring te worden ingediend dat het Auditteam op geen enkele wijze betrokken is bij het infrastructuurproject. Tevens dient het Auditteam zich te verplichten tot geheimhouding (zie bijlage G). Auditleiders en auditoren dienen in het bezit te zijn van het certificaat verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen en als zodanig geregistreerd te zijn bij het kwaliteitsorgaan. Een trainee is iemand met een relevante vooropleiding die als observator in het Auditteam meedraait om ervaring op te doen en om in de toekomst verkeersveiligheidsauditor te worden. Een trainee kan onder verantwoordelijkheid van de teamleider ondersteunende werkzaamheden uitvoeren Afhankelijk van de auditfase, de aard en de complexheid van het infrastructuurproject kan het Auditteam advies inwinnen bij specialisten (in principe ook de markt). Deze specialisten opereren onder verantwoordelijkheid van de auditleider. Voorbeelden zijn: een specialist op het gebied van verkeersregeltechniek en/of verkeersmanagement; een verkeerspsycholoog (de menskant van het ontwerp). 23

63 A De eisen voor de opleiding verkeersveiligheidsauditor Het doel van de opleiding tot verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen is: het bijbrengen van de noodzakelijke kennis en vaardigheden met betrekking tot het uitvoeren van een verkeersveiligheidsaudit; het trainen om een verkeersveiligheidsaudit op een systematische manier uit te voeren en relevante verkeersveiligheidsrisico s te herkennen. A Opleiding auditor Om tot de opleiding tot verkeersveiligheidsauditor toegelaten te kunnen worden, moeten deelnemers voldoen aan de eisen met betrekking tot de vooropleiding en werkervaring (conform paragraaf A ). De deelnemers dienen zich te onderwerpen aan een toelatingsassessment of intredetoets. Aan de hand van een gesprek met de kandidaat wordt een check gedaan op vooropleiding, wordt nagegaan of de kandidaat over voldoende werkervaring beschikt en of basiskennis en basisinzichten aanwezig zijn voor een succesvol doorlopen van de opleiding. Het kwaliteitsorgaan is verantwoordelijk voor de uitvoering van het toelatingsassessment. Het gesprek wordt gevoerd door het opleidingsinstituut een vertegenwoordiger van het kwaliteitsorgaan (gecommitteerde). De basis voor de inhoud van de opleiding tot verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen zijn de competenties, die niet door de in de voorgaande paragraaf beschreven vooropleiding én werkervaring kunnen worden gegarandeerd (zie figuur A2.2). Dit betreft niet alleen een gedegen kennis van het ontwerp- en gedragsaspecten en het auditproces, maar vooral het aanleren van vaardigheden voor het uitvoeren van audits door middel van casussen. A Opleidingscurriculum Het opleidingscurriculum zal zo opgezet moeten worden, dat er voortdurend sprake is van een afwisseling van theorie en praktijk. Bovendien dienen tussen de cursusdagen steeds perioden gepland te worden, waarin de deelnemers praktijkopdrachten moeten uitvoeren. Via het curriculum wordt vastgelegd dat in de opleiding tot auditor in ieder geval aandacht wordt besteed aan: uitleg over de context, de principes en de procedures van de verkeersveiligheidsaudit; uitleg over de opbouw en de inhoud van het Voorschrift Verkeersveiligheidsaudit; praktische oefeningen in het gebruik van het voorschrift en bespreking van die oefeningen waarbij onderscheid wordt gemaakt naar oefeningen voor deskresearchen voor praktijkonderzoek (VVA3,VVA4 en VVI); uitleg over de checklists en gebruik van de checklists in de praktijk; demonstreren, uitvoeren en bespreken van praktijkcasussen; interactie tussen auditor, opdrachtgever en ontwerpteam; opstellen van een auditrapport. A Opleidingsinstituut Op basis van het curriculum maakt een opleidingsinstituut een concrete opleiding. Het opleidingsinstituut stelt een trainingshandleiding samen. Deze handleiding ontvangen de deelnemers bij aanvang van de opleiding en wordt gedurende de opleiding als leidraad voor de training gebruikt. Het opleidingsinstituut is verantwoordelijk voor de vereiste trainingsmaterialen. De docenten worden door het opleidingsinstituut geworven en geïnstrueerd. Het opleidingsinstituut is in beginsel verantwoordelijk voor de kwaliteit van de opleiding en voor de kwaliteit van de door hen aangetrokken docenten. Het kwaliteitsorgaan houdt toezicht op de kwaliteit van de opleiding (zie A2.2.3) A Initiële toetsing De opleiding van de auditoren wordt afgesloten met een schriftelijk examen. Om te slagen voor de opleiding moet deze toets voldoende zijn en moeten ook de praktijkopdrachten die deel uitmaken van de opleiding, voldoende zijn uitgevoerd. Wanneer de praktijkopdrachten onvoldoende zijn, krijgen de deelnemers eenmalig de kans om ze over te doen. Bovendien moeten de deelnemers alle onderdelen van het programma hebben gevolgd. De kwaliteit van de opdrachten wordt beoordeeld door het opleidingsinstituut. 24

64 Met behulp van het examen en de praktijkopdrachten wordt nagegaan of de deelnemers aan de gestelde leerdoelen / eindtermen voldoen. Deelnemers die voor het examen zijn gezakt, krijgen eenmalig een herkansing. Wanneer men wederom zakt, moet de hele opleiding opnieuw worden doorlopen alvorens weer examen kan worden gedaan. In het examen ligt de nadruk op het toetsen van de praktische vaardigheden waarover een auditor moet beschikken. Wat betreft de toetsing wordt onderscheid gemaakt in het toetsen van de vereiste basiskennis en van de vereiste vaardigheden. Parallel hieraan wordt ten aanzien van de opgaven onderscheid gemaakt in casusopgaven die toetsen of de kandidaat-auditor over de vereiste kennisbasis beschikt en opgaven die toetsen of de kandidaat in de verschillende Auditfasen de verkeersveiligheidsrisico s in samenhang met het ontwerp en het gedrag kan detecteren en benoemen. Een belangrijk verschil van de casusopgaven met standaard theorieopgaven is, dat de opgaven zoveel mogelijk in een praktijksituatie worden geplaatst (bijvoorbeeld mini-casussen). Met behulp van de casusopgaven kan worden getoetst of de kandidaat: begrippen en concepten kan herkennen, begrijpen en verklaren; gebeurtenissen / situaties kan analyseren; principes op nieuwe situaties kan toepassen; de relevantie van informatie kan beoordelen; oorzaak en gevolg relaties kan interpreteren; gevolgen kan voorzien; knelpunten kan aanwijzen. Het examen wordt samengesteld aan de hand van een vooraf vastgestelde toetsmatrijs. Hierin wordt per examenthema aangegeven in welke verhouding de examenopgaven voor elk onderdeel moeten worden ontwikkeld. De beoordeling van de toets vindt plaats aan de hand van een genormeerde slaag / zak norm. De duur van het examen bedraagt circa 3 uren. Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van het kwaliteitsorgaan. Voor het opstellen en het beoordelen van de toets kan het kwaliteitsorgaan externe deskundigheid inhuren. Voorwaarde is dat voldaan wordt aan de eisen van onafhankelijkheid. Het examen mag geen enkele binding hebben met het opleidingsinstituut als het gaat om de inhoud en de normering. A Register met auditoren Geslaagde kandidaten ontvangen van het kwaliteitsorgaan het certificaat verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen. Gecertificeerde auditoren worden opgenomen in een register, dat wordt beheerd door het kwaliteitsorgaan. Opdrachtgevers kunnen het register raadplegen voor de keuze van de auditor(en).een auditor dient elke door hem uit te voeren verkeersveiligheidsaudit te melden bij het kwaliteitsorgaan. A Overgangsregeling al gecertificeerde auditoren De personen in Nederland die al een certificaat verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen hebben (op basis van een cursus die zij vóór 1 december 2010 gevolgd hebben) worden in principe erkend binnen het nieuwe regime. Voorwaarden om in het nieuwe register te worden opgenomen zijn: De auditoren dienen zich te onderwerpen aan het in paragraaf E beschreven toelatingsassessment. Hierbij wordt nagegaan of de betreffende auditor beschikt over een adequate vooropleiding en voldoende werkervaring heeft ten aanzien van rijkswegen. Als de uitkomst van de toelatingsassessment positief is, moet de auditor het schriftelijke examen afleggen zoals beschreven in paragraaf E Wanneer het examen voldoende is, krijgt de auditor een nieuw certificaat verkeersveiligheidsauditor en valt hij/ zij vervolgens onder de regels van dit nieuwe RWS-certificaat (zie paragraaf A.2.2.5). Wanneer het examen onvoldoende is, dient de betreffende persoon alsnog de opleiding verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen te volgen en vervolgens het bijbehorende traject van de initiële toetsing met voldoende resultaat te doorlopen. A Regeling buitenlandse gecertificeerde auditoren Auditoren met een buitenlands certificaat worden niet zonder meer als auditor in het Nederlandse register opgenomen. Het kwaliteitsorgaan beoordeelt of een in het buitenland gecertificeerde auditor in aanmerking komt 25

65 om, zonder Nederlandse opleiding en toets, op de lijst van auditoren te worden opgenomen. Dit hangt af van de mate waarin de buitenlandse certificering aansluit bij de Nederlandse certificering. A Kwaliteitsborging van opleiding en auditoren (certificering) A Kwaliteitsborging opleidingen De inhoud en de kwaliteit van de opleiding én de kwaliteit van de docenten wordt gecontroleerd door het kwaliteitsorgaan. Het kwaliteitsorgaan bepaald of het door het opleidingsinstituut opgestelde opleidingsprogramma aan de eisen van het opleidingscurriculum (zie paragraage2.2.3) voldoet. Tevens controleert het kwaliteitsorgaan vóór elke opleiding die het opleidingsinstituut verzorgt of de docenten voldoende gekwalificeerd zijn. Hiertoe kondigt het opleidingsinstituut tijdig bij het kwaliteitsorgaan aan, wanneer een nieuwe opleiding verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen wordt verzorgd. Het opleidingsinstituut overlegt daarbij het concrete cursusprogramma en de namen van de docenten die de verschillende onderdelen verzorgen. A Kwaliteitsborging gecertificeerde auditoren Een certificaat verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen heeft een geldigheid van 3 jaren. De geldigheid wordt opnieuw met een periode van 3 jaren verlengd, als: de auditor over de periode van 3 jaar ten minste 2 audits heeft uitgevoerd; de auditor jaarlijks heeft deelgenomen aan een bijscholingscursus (alleen aanwezigheidsverplichting, geen toetsing); de steekproefsgewijze controle van de uitgevoerde audits door het kwaliteitsorgaan voldoende kwaliteit is gebleken. De bijscholingscursus heeft het karakter van een terugkomdag (2 dagdelen), waarop belangrijke nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de verkeersveiligheidsaudit en/of het wegontwerp worden behandeld / geïnstrueerd, ervaringen worden uitgewisseld en belangrijke algemene vraagstukken worden besproken. Op basis van de aangemelde audits verricht het kwaliteitsorgaan een steekproefsgewijze controle op de kwaliteit van de uitvoering van audits. Daartoe vraagt het kwaliteitsorgaan de onderliggende stukken bij de betreffende auditor op. Voor de kwaliteitscontrole worden over een periode van drie jaren van elke auditor minimaal twee audits beoordeeld. Het is aan te bevelen dat na het behalen van het certificaat elk auditrapport wordt gecontroleerd. De beoordeelde audit moet van voldoende kwaliteit zijn. Zo niet, dan krijgt de auditor een herkansing. Als deze audit opnieuw van onvoldoende kwaliteit is, wordt het certificaat ingenomen en wordt de betreffende auditor uit het register verwijderd. De kwaliteitsborging heeft het karakter van een persoonscertificering en wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het kwaliteitsorgaan. Wanneer opdrachtgevers klachten hebben over uitgevoerde audits kunnen deze worden gemeld bij het kwaliteitsorgaan. Het kwaliteitsorgaan onderzoekt of de klachten gegrond zijn. De klachten en de geconstateerde bevindingen van het onderzoek worden geregistreerd door het kwaliteitsorgaan. Voor de melding, de behandeling en de registratie van klachten wordt door het kwaliteitsorgaan een klachtenprocedure opgesteld. A Kwaliteitsorgaan Het kwaliteitsorgaan is verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeheer van de opleidingen en de auditoren. De taken van het kwaliteitsorgaan betreffen: Het afnemen van toelatingsassessments als gecommitteerde; het selecteren en certificeren van een opleidingsinstituut; het controleren van de kwaliteit van het opleidingsprogramma én van de docenten die het programma uitvoeren; het afnemen van het schriftelijke examen verkeersveiligheidsauditor Rijkswegen als gecommitteerde; het uitgeven van certificaten aan geslaagde auditoren; het inrichten en beheren van een register met gecertificeerde auditoren; het uitvoeren van de kwaliteitsborging van de gecertificeerde auditoren door steekproefsgewijs audits te beoordelen. het registreren en behandelen van klachten over uitgevoerde audits; 26

66 invulling geven aan de plan-do-check-act cyclus. Voor het uitvoeren van de bovengenoemde taken kan het kwaliteitsorgaan externe experts inhuren. Maar ook in die gevallen blijft het kwaliteitsorgaan eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de uitbestede taak. A.2.3 Uitgangspunten bij het uitvoeren van audits A2.3.1 Verantwoordelijkheid van de auditor De auditor is verantwoordelijkheid voor het toetsen van de volgende zaken: De wijze waarop tijdens het ontwerpproces de beoordeling van het ontwerp ten aanzien van de inhoudelijke eisen is doorlopen. De aanwezigheid van verkeersveiligheidsrisico s in het wegontwerp. Het Auditteam geeft geen aanbevelingen voor mogelijke oplossingsrichtingen (geen audittaak!!). De (eind)verantwoordelijkheid voor het ontwerp en de inrichting ligt bij de opdrachtnemer van het infrastructuurproject respectievelijk de projectorganisatie. Zij beschikken over de meeste kennis van het infrastructuurproject en zijn het beste in staat om naar oplossingen te zoeken. A Locatiebezoek infrastructuurproject Indien het infrastructuurproject een nieuwe weg betreft, is een locatiebezoek tijdens het ontwerpproces (Kansen en risico s, VVE, VVA1 en VVA2) in de regel weinig zinvol. Betreft het infrastructuurproject een reconstructie van een bestaande (rijks)weg dan is een locatiebezoek gewenst. Dit levert aanvullende informatie op over de wegenstructuur, de wegomgeving en het verkeersgedrag. Tijdens het realisatieproces (VVA3 en VVA4) en de beheer en onderhoudsfase (VVI) is het locatiebezoek de belangrijkste informatiebron.hierbij moet ook rekening gehouden worden met mogelijke (veel voorkomende) weers- en lichtomstandigheden. A Checklist De checklist (Deel B bijlage C1 t/m C3) dient voor de auditor als geheugensteuntje van ontwerpelementen en aspecten. De controlelijsten zijn uitdrukkelijk geen herhaling of samenvatting van normen, richtlijnen en handboeken. Voorkomen moet worden dat de auditor de controlelijst afvinkt zonder verder het ontwerp (integraal) te beoordelen. Om die redenen zijn de lijsten globaal gehouden in de vorm van aandachtspunten, een hulpmiddel om na te gaan of bij de audit geen belangrijke aspecten over het hoofd zijn gezien vanuit het gezichtspunt van alle relevante groepen verkeersdeelnemers. De kennis en expertise van het Auditteam blijft de belangrijkste basis voor de verkeersveiligheidsaudit. Bij de opzet van de controlelijsten is uitgegaan van rijkswegen. Dit zijn wegen buiten de bebouwde kom met in de regel een stroomfunctie, maar soms ook wegen met een gebiedsontsluitingsfunctie. In samenhang met het globale karakter van de lijsten is een onderscheid naar wegcategorie niet zinvol. De indeling van de controlelijst is gelijk aan de indeling van de bevindingen in het auditrapport: 1. algemeen 2. alignement en dwarsprofiel; 3. knooppunten en aansluitingen; 4. kruispunten en kruisingen; 5. de inrichting en uitrusting zoals bebording, markering, bebakening en verlichting. 6. Doorstroming, files en terugslagfiles (i/c) 7. Bereikbaarheid/routering 8. Omleidingsroutes 9. Verkeersveiligheidsontwikkeling invloedsgebied 10. Veiligheid wegwerkers 11. Bereikbaarheid hulpdiensten A Onderbouwing van bevindingen Op basis van de beschikbaar gestelde documentatie en/of plaatselijke inspecties wordt de audit uitgevoerd. De bevindingen zijn gebaseerd op de expertises en ervaringen van de auditleider respectievelijk het Auditteam. Uiteraard maakt het Auditteam ook gebruik van normen, Richtlijnen, handboeken, rapporten en mededelingen die 27

67 zijn opgenomen binnen de verkeerskundige afspraken (VkA). Het verrichten van een audit is echter meer dan het toetsen van het ontwerp of de situatie aan de vigerende Richtlijnen. In samenhang met de lokale omstandigheden dient op basis van het totale wegbeeld de kritische onderdelen te worden opgespoord. A Omgaan met besluitvorming tijdens het ontwerpproces In de loop van het ontwerpproces worden tal van besluiten genomen door de projectmanager en de ontwerpers ten aanzien van het ontwerp. Bij de uitvoering van de audit dienen deze besluiten te worden genegeerd en dienen alle verkeersveiligheidskritieke elementen te worden gesignaleerd. Wanneer het gaat om zaken die ook tijdens een voorgaande audit zijn gesignaleerd, dienen deze enkel kort te worden opgesomd. A Omgaan met besluitvorming van voorgaande audits Besluiten die tijdens het auditproces op basis van een voorgaande auditfase zijn genomen, dienen te worden gerespecteerd. Dit betekent dat in een volgende auditfase de kritische ontwerpelementen waarover de projectmanager en/of de Directeur Wegen en Verkeer een afwijzend besluit heeft genomen, alleen in het auditrapport worden opgesomd. Indien een besluit naar aanleiding van een bevinding maar een gedeeltelijke oplossing voor het knelpunt is, dient dit door het Auditteam onder de aandacht te worden gebracht. A Leerpunten Belangrijk aspect van de verkeersveiligheidsaudit is het leereffect voor alle betrokkenen. Het samenvatten van de leerpunten is zinvol, zodat er bij volgende projecten ontwerpers en wegbeheerders hieruit lering kunnen trekken. Op dit moment is nog te weinig ervaring opgedaan om een dergelijke lijst samen te stellen. Op de bijscholingsdag van de auditoren kunnen leerpunten aan de orde worden gesteld. A.2.4 Auditrapportage en reactienota A Besluiten vóór en tijdens de audit In de loop van het ontwerpproces worden tal van besluiten genomen door de projectmanager en de ontwerpers ten aanzien van het ontwerp. Bij de uitvoering van de beoordeling van de Verkeersveiligheidsaudits dienen eventuele besluiten die als uitgangspunt voor het ontwerp en inrichting van het infrastructuurproject hebben gediend, te worden genegeerd en alle verkeersveiligheidskritieke elementen te worden gesignaleerd. Besluiten die tijdens het auditproces op basis van een voorgaande auditfase zijn genomen, worden daarna gerespecteerd. Dit betekent dat in een volgende auditfase de kritische ontwerpelementen waarover de Directeur Wegen en Verkeer een afwijzend besluit heeft genomen, alleen in het auditrapport worden opgesomd. Indien een besluit naar aanleiding van een bevinding maar een gedeeltelijke oplossing voor het knelpunt is, dient dit door het Auditteam onder de aandacht te worden gebracht. A Onderbouwing van bevindingen Op basis van de beschikbaar gestelde documentatie en/of plaatselijke inspecties wordt de audit uitgevoerd. De bevindingen zijn gebaseerd op de expertises en ervaringen van de auditleider respectievelijk het Auditteam. Het verrichten van een audit is echter meer dan het toetsen van het ontwerp of de situatie aan de vigerende Richtlijnen. In samenhang met de locale omstandigheden dient op basis van het totale wegbeeld de kritische onderdelen te worden opgespoord.elke bevinding geeft alleen de aard van het probleem weer zonder daarbij aan te geven welk onderzoek of norm daaraan ten grondslag ligt. Het Auditteam geeft in het auditrapport dus geen onderbouwing van de bevindingen. A Aanbevelingen + verbeterplan Een audit is gericht op het opsporen van kenmerken van het wegontwerp die de verkeersveiligheid in meer of minder ernstige mate negatief beïnvloeden. Het Auditteam geeft geen aanbevelingen De (eind)verantwoordelijkheid voor het ontwerp en de inrichting van de weginfrastructuur en verkeersmanagement ligt bij de opdrachtnemer van het infrastructuurproject respectievelijk de projectorganisatie. Zij beschikken over de meeste kennis van het infrastructuurproject en zijn het beste in staat om naar oplossingen te zoeken. 28

68 A Normen en checklijsten De auditor maakt bij het uitvoeren van de audit gebruik normen, afspraken, procedures en checklisten die zijn opgenomen in het Topkader robuust Wegontwerp, Kader Verkeersveiligheid en Topkader Verkeersmanagement. A Vastleggen auditresultaten Tijdens de audit hebben de auditoren diverse risico s en knelpunten voor de verkeersveiligheid in het ontwerp geïdentificeerd. Het Auditteam stelt voor elke audit van het infrastructuurproject een auditrapport samen met een weergave van de bevindingen. In het rapport worden de risico s benoemd en gewaardeerd. Niet alle bevindingen zijn immers van even groot belang. Voor het opstellen van het auditrapport kan het format in bijlage D worden gebruikt. A Toelichten auditresultaten Wanneer het auditrapport voor de opdrachtnemer/opdrachtgever van het infrastructuurproject onduidelijkheden bevat, kan het Auditteam worden gevraagd een mondelinge toelichting te geven. Het is echter niet de bedoeling dat het auditrapport ter discussie wordt gesteld en naar aanleiding daarvan wordt bijgesteld. Het rapport bevat de bevindingen van het Auditteam op grond van de beschikbaar gestelde informatie en documentatie en is in beginsel definitief op het moment dat deze ter beschikking wordt gesteld, tenzij het rapport storende interpretatiefouten bevat. In bijlage E is een format van het auditrapport gegeven A Omgaan met reactienota Op basis van het auditrapport en de eventuele toelichting die het Auditteam heeft gegeven, is de opdrachtnemer van het infrastructuurproject verantwoordelijk voor het opstellen van de reactienota. De reactienota, in bijlage G is een format van de reactienota opgenomen, geeft aan: of de bevindingen worden overgenomen en welke oplossingen daarvoor worden voorgesteld; of de voorgestelde oplossingen worden uitgevoerd in dezelfde projectfase of eventueel worden doorgeschoven naar een volgende fase in het ontwerpproces; wanneer een bevinding niet of maar gedeeltelijk wordt overgenomen dan moet dit met redenen worden omkleed. Hierbij kunnen ook andere belangen dan alleen verkeersveiligheid een rol spelen. A Aanpassen ontwerp/beheer en onderhoudplan Op basis van de reactienota worden de besluiten van directeur Wegen en Verkeer geïmplementeerd in het ontwerp/ BOO onderhoudsplan A.2.5 Eisen aan de auditrapportage en reactienota Per auditfase wordt een auditrapport opgesteld door het Auditteam. Het rapport is een bondige weergave van het project en de (ontwerp)kenmerken die de verkeersveiligheid nadelig kunnen beïnvloeden. In deze bijlage is een format opgenomen voor de auditrapportage. In dit hoofdstuk zijn de te stellen eisen aan de rapportage opgenomen. A Projectgegevens In het auditrapport worden de volgende gegevens opgenomen: een bondige omschrijving van de aard van het project; het tijdstip van de audit en de auditfase; een overzicht van de beschikbaar gestelde informatie en documentatie; de eventuele verkenning van de locatie en de omstandigheden waaronder; de namen van de auditleider en de leden van het Auditteam; de gehanteerde uitgangspunten bij de audit; een overzicht van bevindingen in de voorgaande auditfase die door de projectmanager om bepaalde redenen terzijde zijn gelegd. Deze besluiten dienen door het Auditteam te worden gerespecteerd tenzij het genomen besluit maar een gedeeltelijke oplossing is. een overzicht van kritische bevindingen in de voorgaande auditfase die door de projectmanager niet afdoende zijn opgelost. Die bevindingen komen dus in de betreffende auditfase weer gedeeltelijk terug. Een verklaring van de auditoren dat de audit conform dit Voorschrift is uitgevoerd. A Vastleggen van bevindingen Na het afronden van de audit moeten er vervolgactiviteiten plaatsvinden zoals een eventuele mondelinge toelichting van het Auditteam en de besluitvorming van het bevoegde gezag over de auditresultaten in de vorm 29

69 van een reactienota (zie ook Werkwijzer Aanleg). Om deze processen te vereenvoudigen dient het Auditteam de bevindingen te sorteren, te nummeren en te waarderen. A Sorteren en nummeren van bevindingen De bevindingen dienen in een tabel te worden opgenomen. De wijze van sortering is afhankelijk vande aard van het infrastructuurproject, maar de volgende opzet wordt voorgesteld: het nummer van de bevinding; de aard van de bevinding; de aanbeveling De nummering van de Auditfasen is als volgt: 1. Kansen en Risico s (K&R) 2. Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE) 3. inpassend ontwerp (VVA1); 4. het definitief ontwerp (VVA2); 5. de pre-opening (VVA3); 6. de after-opening (VVA4). 7. Verkeersveiligheidsinspecties (VVI) De aard van de bevinding is als volgt ingedeeld: 1. algemeen 2. alignement en dwarsprofiel; 3. knooppunten en aansluitingen; 4. kruispunten en kruisingen; 5. de inrichting en uitrusting zoals bebording, markering, bebakening en verlichting. 6. Doorstroming, files en terugslagfiles (i/c) 7. Bereikbaarheid/routering 8. Omleidingsroutes 9. Verkeersveiligheidsontwikkeling invloedsgebied 10. Veiligheid wegwerkers 11. Bereikbaarheid hulpdiensten Tabel A2.3 Rapportage auditresultaten Numme Beschrijving van het probleem r De straal van de topboog is te klein waardoor het benodigde rijzicht bij de gegeven ontwerpsnelheid te gering is De breedte van de linker redresseerstrook.. Risico Significante toename verkeersonveiligheidsrisico (eenzijdige ongevallen) bij ontwerpsnelheid t.o.v. boogstraal Richtlijn (NOA). Bevinding nr betekent: 1. 3: de auditfase omvat het integraal inpassend ontwerp; 2. 2: het betreft een ontwerpkenmerk van het alignement; 3. 5: het is de 5 e bevinding m.b.t. het alignement. Onderdeel van het rapport is een overzichtskaart, waarop de locatie van de gesignaleerde knelpunten wordt aangegeven door middel van het unieke nummer. Waar nodig kunnen bevindingen worden verduidelijkt aan de hand van foto s of tekeningen. Niet alle bevindingen van het Auditteam zijn van even groot belang. Het Auditteam dient de ernstklasse van elke bevinding conform tabel A2.4 aan te geven. 30

70 Tabel A2.4 Indeling naar ernstklassen Ernstklasse A (afwijking) EA (ernstige afwijking) Omschrijving ernstklasse Afwijking van datgene dat gebruikelijk is. Herstel is naar het oordeel van het Auditteam gewenst vanwege het negatieve verkeersveiligheid. Afwijking met een serieus ongevalrisico. Verbeteringen zijn naar het oordeel van het Auditteam dringend gewenst. Onder een afwijking wordt verstaan een verkeersveiligkritieke situatie op grond van Richtlijnen, verwachtingspatronen van de weggebruiker, uniform wegontwerp, logisch wegontwerp, terugslagfile e.d. De projectmanager en/of de ontwerper dient de ernstklasse bij de besluitvorming over de te nemen ontwerpwijzigingen of vervolgacties mee te wegen. A Aanbevelingen en besluiten Het Auditteam doet geen aanbevelingen, maar licht risico s toe. De opdrachtnemer van het infrastructuurproject is verplicht om te reageren op het auditrapport. De opdrachtnemer dient richt zich nadrukkelijk op de aangegeven oplossingsrichting van de door het Auditteam geconstateerde risico s. Het Auditteam ontvangt een kopie van de reactienota ter kennisname. Bij het samenstellen van de reactienota kan gebruik worden gemaakt van tabel 3 uit het auditrapport. In een in te voegen kolom kunnen de besluiten eenvoudig worden verwoord. A Verklaring van het Auditteam Het laatste hoofdstuk van het auditrapport is een ondertekende en gedateerde verklaring over de uitgevoerde werkzaamheden. De verklaringen met betrekking tot onafhankelijkheid en geheimhouding worden tevens als bijlage opgenomen. A.2.6 Formats ter ondersteuning van het auditrapport In deze bijlage zijn formats opgenomen die de uniformiteit vergroten voor het: A Aanvragen van offertes A Het verlenen van opdracht voor het uitvoeren van een audit A Opstellen van het auditrapport A Opstellen van Reactienota A Verklaren van onafhankelijkheid en geheimhouding door het auditteam 31

71 Offerte Project: Project ref nr: Infrastructuurproject Wegnummer + hectometrering: Opdrachtgever: Projectnaam:. Scope van het Infrastructuurproject Korte beschrijving infrastructuurproject:... Auditfase: Opmerkingen: Auditteam Bedrijf: Auditleider: Adres: Telefoonnummer: Auditteam: Naam Kosten en voorwaarden Kosten: Voorwaarden: Opmerkingen: Datum en handtekeningen: Datum: Naam: 32

72 Opdrachtverlening Project: Project ref nr: Partijen Opdrachtgever: (naam, functie, organisatie, adres) Ontwerpteam: Auditleider: Infrastructuurproject Projectbeschrijving: Auditfase(n): Opmerkingen: Toelichtingen Toelichting auditdocumentatie:. Toelichting auditrapport: Opmerkingen: Deadline Datum oplevering auditrapport: Datum en handtekeningen: Datum: Opdrachtgever: Auditleider: 33

73 Auditrapport Project: Project ref nr: Partijen Opdrachtgever: Ontwerpteam: Auditleider: Kenmerken Datum overeenkomst: Datum uitvoering audit: Datum auditrapport: Auditfase: Opmerkingen: Resultaat audit Resultaat audit: Nr Probleem Aanbeveling Conclusies/project veranderingen: Toelichting nummering (nr. x.y.z), op een overzichtskaart weer te geven: x = de auditfase (1 = IO, 2 = IIO, 3 = pre-opening, 4 = after-opening); y = aard van de bevinding z = het nummer van de bevinding De aard van de bevinding (y) kan als volgt worden ingedeeld: 1. algemeen 2. alignement; 3. dwarsprofiel tussen de projectgrenzen; 4. knooppunten en aansluitingen; 5. kruispunten en aansluitingen; 6. inrichting en uitrusting zoals bebording, markering, bebakening en verlichting. Datum en handtekeningen: Wij verklaren dat wij de ter beschikking gestelde informatie en documentatie hebben bestudeerd en/of projectlocatie hebben verkend. De verkeersveiligheidsaudit heeft tot doel om die ontwerpkenmerken op te sporen die de verkeersveiligheid negatief beïnvloeden. Andere aspecten die een rol kunnen spelen bij beslissingen rond het ontwerp en inrichting van het infrastructuurproject zijn bewust buiten beschouwing gelaten. 34

74 Datum: Auditleider:.... Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Verklaring audituitvoering Project: Project ref nr: Hierbij bevestig ik dat deze audit op d.d (datum) is uitgevoerd volgens Bijlage A.2 van het Kader Verkeersveiligheid Auditleider Naam: Functie: Organisatie: Adres: Auditteam Naam: Functie: Organisatie: Adres: Naam: Functie: Organisatie: Adres:

75 Reactienota Project: Project ref nr: Partijen Opdrachtgever: Ontwerpteam: Auditleider:... Kenmerken Datum overeenkomst: Datum audit:. Datum auditrapport: Auditfase: Opmerkingen: Resultaat audit Resultaat audit: Nr Bevinding Aanbeveling Reactie / besluit Hierbij dient de nummering van de resultaten overeen te komen met de nummering uit het auditrapport. Conclusies/project veranderingen:. Datum en handtekeningen: Datum: Projectorganisatie: Ontwerpteam: 36

76 Verklaring van voorkomen van belangenverstrengeling, onafhankelijkheid en geheimhouding Hierbij verklaren de de leden van het auditteam dat: zij voor en ten tijde van de verkeersveiligheidsaudit niet direct of indirect betrokken waren/zijn bij opdrachten voor het infrastructuurproject die verband houden met ontwerpwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een wijze die kan resulteren in belangenverstrengeling. zij als onafhankelijk deskundige de in lid 1 bedoelde audit hebben uitgevoerd. zij behoudens enige bij krachtens de wet gestelde verplichtingen tot openbaarmaking, alle direct of indirect door of vanwege de opdrachtgever met betrekking tot de verschafte kennis, gegevens, documenten in welke vorm dan ook en de resultaten van de bewerking van een en ander niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Rijkswaterstaat openbaar maken of hoe dan ook en aan wie dan ook, bekend maken. Ondertekening:, d.d. 37

77 Bijlage A.3 Verkeersveiligheidsinspectie (VVI) A.3.1 Inleiding In het deel Verkeersveiligheidsinspecties (VVI) worden de methodiek van structurele inspecties toegelicht. De VVI is de verantwoordelijkheid van de wegbeheerder en worden door RWS en externe partijen uitgevoerd. VVI resultaten zijn, naast of samen met ongevalsanalyses, een bron voor verbetervoorstellen. Vanuit doorstroming, onderhoud, milieu en natuur zijn ook ingrepen denkbaar waarmee afstemming moet worden gezocht. Slechts na een beoordeling van alle belangen kunnen integrale verbetervoorstellen ontstaan. Binnen dit kader echter staat verkeersveiligheid voorop. Het proces van integrale afstemming, prioritering en programmering valt buiten dit kader. Het PDCA-proces rondom de verbetervoorstellen dient sluitend te zijn. De geformuleerde verbetervoorstellen worden gemonitored door de VVH-adviseur van het Regionaal Organisatieonderdeel. Regionale Diensten (HID) zijn verantwoordelijk voor het formuleren van verbetervoorstellen. Zij gebruiken de beschikbaar gestelde inspectiegegevens of laten aanvullende inspecties verrichten. Het omgaan met calamiteiten, toetsen van prestatiecontracten, etc valt buiten de scope van de hieronder beschreven methodiek. A.3.2 Inspecties In onderstaand schema is weergegeven het proces van inspectie(s) tot verbetervoorstel. Er zijn diverse inspectiegegevens voorhanden (VCNL, RPS, IM, klachtenregistratie ) en afhankelijk van de situatie zijn ook aanvullende inspecties mogelijk. Het primaire doel van inspecties: Periodieke beoordelingen van de kenmerken en gebreken op het gebied van verkeersveiligheid van bestaande wegen (gericht op het voorkomen van verkeersongevallen). Inspecties zijn gericht op het vinden van relevante afwijkingen van (VKA) richtlijnen en op het (verkeerd) gebruik van de weg door de weggebruiker. Te hanteren VVI-bronnen: VCNL rapportages: Door auditors van het VCNL worden alle wegen systematisch geïnspecteerd en voorzien van een inspectierapport met bevindingen. De afwijkingen en het verkeerd gebruik van de weg die voor de inspecteurs zichtbaar zijn, worden genoteerd en krijgen een risicowaardering mee. De rapportage is het startpunt voor potentiele verbetervoorstellen. (verwijzing VCNL methodiek). RPS data: Door auditors van Mobicon is het hele wegennet voorzien van een Road Protecion Score (RPS). Afwijkingen van de minimale 3 sterren zijn zo zichtbaar en kunnen tot verbetervoorstellen leiden. (verwijzing RPS methodiek) Incident-meldingen: Door verkeerscentrale s worden incidentmeldingen bijgehouden. Deze hebben ook betrekking op verkeersonveiligheid. Hierdoor worden wegdelen zichtbaar waar vaker verkeersveiligheidsincidenten zijn. Klachtenlijn: Via de 0800 klachtenlijn worden centraal allerlei klachten over (het gebruik van) onze wegen bijgehouden. Deze, ruwe, data is per weg beschikbaar en kan als achtergrondinfo dienen voor verbetervoorstellen. Aanvullende bronnen: Naast deze landelijk beschikbare inspectiegegevens worden per regio naar behoefte nog aanvullende inspecties gedaan naar bijvoorbeeld de veiligheid van bermen, aan/afwezigheid van verlichting etc die bron kunnen zijn voor regionale verbetervoorstellen. Ontwikkeling Iedere bovengenoemde bron kent op dit moment nog verdere ontwikkeling om deze beter bruikbaar te maken voor het doel van VVI. Er is bijvoorbeeld concrete en volledige informatie nodig over het wel of niet voldoen van de weg aan relevante ontwerpcriteria. Bij nieuw aanleg wordt middels Verkeersveiligheids Audits (VVA) door gecertificeerde auditors systematisch en minutieus het ontwerp van de weg beoordeeld en worden risicovolle 38

78 afwijkingen opgemerkt. Voor bestaande wegen is zo n diepgaande toets niet beschikbaar maar wellicht wel zo gewenst. Daarnaast zijn er nieuwe inspectievormen denkbaar en zijn er nog aanzienlijke verbetermogelijkheden in de verwerking en presentatie van data. In de verdere beschrijving van VVI wordt de huidige stand van zaken uitgegaan. Volgende versies van dit kader zullen de laatste ontwikkelingen bevatten. A.3.3 Vertalen van knelpunten naar verbetermaatregelen t.b.v. MC (HIER IS in het kader van OP2015 een aangepaste werkwijze met andere actoren in ontwikkeling, onderstaand schema hier nog op aanpassen. Linda stuurt een nieuw schema) De route naar goedgekeurde maatregelen in het Management Contract bestaat uit een 7-tal stappen. Deze zijn weergegeven in figuur A.3.1. Figuur A.3.1 Stappenplan borgen verkeersveiligheid in VVI Aanpassen aan actualiteit sterk in de regio met name stap 4 tm 7 Stap 1: Verzamelen van verkeersveiligheidsinformatie (zie paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) De wegbeheerder is verantwoordelijk voor het vullen en actueel houden van informatie en voorkomt dat verouderde en/of foutieve informatie wordt gebruikt. De verkeersveiligheidsadviseur van het Regionaal Organisatieonderdeel ziet toe op het beschikbaar zijn van relevante verkeersveiligheidsinformatie. Hiertoe behoort in ieder geval per te beoordelen locatie het betreffende VCNL rapport over afwijkingen van (VKA) richtlijnen en het gebruik van de weg, de RPS score en de ongevalgegevens. Het vastleggen van knel- en verbeterpunten is een continu proces. Stap 2: Bundelen van gegevens per te beschouwen locatie 39

79 De afzonderlijke inspectie en ongevallengegevens worden gebundeld tot een geaggregeerd verkeersveiligheidsdossier per netwerkschakel. Een netwerkschakel kan zijn een hele weg, een nader te definieren (verzameling ) wegvak- of puntlocaties. Het aantal op te zetten dossiers is afhankelijk van de zwaarte van de inspectieresultaten en van de hoeveelheid (ernstige) ongevallen. Op deze wijze wordt er samenhang mogelijk met beleids- en strategische keuzes over bv onderhoud of doorstroming die op hetzelfde netwerk(schakel) niveau plaatsvinden. De bundeling van verkeersveiligheidsdata vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de verkeersveiligheidsadviseur. Het dossier wordt inhoudelijk ontdaan van niet relevante/vage informatie en geschikt gemaakt voor analyse (consistentie check). Stap 3: Verwerken tot verbetervoorstel De verkeersveiligheidsadviseur vult de informatie van de verkeersveiligheidsdossiers aan met relevante beleids-, strategische informatie en onderzoeksinformatie en zorgt voor het opstellen van een concept verbetervoorstel. Onderdeel van deze stap is het analyseren van het wegdossier op significante ongevaloorzaken en de vanuit de VVI gebleken risico s. Indien het dossier te weinig concrete informatie bevat worden er vervolgonderzoeken uitgevoerd. De verkeersveiligheidsadviseur bespreekt de bevindingen met direct betrokken stakeholders binnen het Regionaal Organisatieonderdeel en toetst samen met de omgeving de suggesties voor aanvullend onderzoek of oplossingen. Voorgestelde oplossingen worden getoetst aan programma s BB. MV, BOO en Aanleg. Indien er in deze programma s al maatregelen zijn voorzien dan wordt dit in het dossier vermeld. Op deze wijze worden doublures voorkomen. Vervolgens worden maatregelen voorzien van een prioriteit. Van de belangrijkste verbeterpunten maakt de verkeersveiligheidsadviseur factsheets ter afstemming binnen de dienst. De factsheets bevatten naast de kern van het op te lossen probleem een Kosten/Batenonderbouwing (conform OEI-methodiek) van de oplossingsrichting. Stap 4: Afstemming met overige belangen en ontwikkelingen Hierbij wordt het management van betrokken afdelingen binnen een dienst betrokken. Het betreft afdelingen die belast zijn met de onderwerpen Verkeersveiligheid, Beheer en Onderhoud, Aanlegprojecten, Milieu en omgeving, Verkeers- en Mobiliteitsmanagement en projecten van derden. De relevante factsheets worden daarbij inhoudelijk besproken en indien noodzakelijk, bijgesteld. Per factsheet wordt een advies voorbereid t.b.v. besluitvorming door de Directeur Wegen en Verkeer. Benodigde middelen (menscapaciteit, financiële randvoorwaarden, planning) en onderbouwing worden aangescherpt. De factsheet bevat: Een probleembeschrijving; Een concreet verbetervoorstel Kosten/baten (ook in termen van SFIR/sla/RPS ) Beschrijving van samenhang in het groter geheel van lopende en voorgenomen besluiten; Werkwijze (eisen, randvoorwaarden, methodieken en afstemming met omgeving); Te nemen en genomen besluiten Stap 5Vaststellen van het verbetervoorstel De resultaatverantwoordelijke Directeur stelt het verbetervoorstel vast. Zo nodig worden maatregelen nog aangescherpt. De verkeersveiligheidsadviseur neemt dit besluit op in het dossier/factsheet. Stap 6 Programmeren De in het adviesrapport Verkeerveiligheid opgenomen verbetermaatregelen worden ingebracht in de programmeerbasis van RUPS via costdrivers: Beheer en Onderhoud; Aanleg; Servicepakketten (w.o. MeerVeilig); Beter Benutten; Verkeersmanagement. Vervolgens worden de maatregelen geprogrammeerd (in RUPS) en meegenomen in de definitieve regionale en landelijke programmering en Managementcontract. Stap 7 Evaluatie 40

80 De verkeersveiligheidsadviseur volgt de voortgang van de verbetermaatregelen en levert hierover een bijdrage aan de T-Rapportage van het regionaal organisatie onderdeel. 41

81 Bijlage B Toelichting Verkeersveiligheidseisen (aktiviteitenbeschrijvingen) In deze bijlage zijn de verkeersveiligheidseisen uit hoofdstuk 2.5 van het kader verkeersveiligheid deel nader gedetailleerd in de vorm van aktiviteitenbeschrijvingen. Daarbij is het onderstaande format gehanteerd: Toelichting aktiviteitenbeschrijvingen Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Eis Type document (methode, onderzoek, richtlijn etc.)? In welke projectfase moet het worden uitgevoerd en in welke projectfase wordt de uitkomst getoetst of ge-update? *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Bij iedere eisen/methode is het planproces met toetsmomenten weergegeven. Hierbij is aangegeven in welke fase welke eis van toepassing is: De projectfases waarin de betreffende eis een rol speelt, zijn in het toelichtende figuur groen aangegeven. De bijbehorende toetsing is in geel weergegeven. Daarnaast is de fase van uitvoering ingekleurd en fase van verificatie gearceerd gekleurd om aangegeven in welke fases de eis van toepassing is Indien grijs gekleurd is, speelt de betreffende eis in die projectfase/verkeersveiligheidstoetsing geen rol. De kleuren komen overeen met de fases zoals beschreven in hoofdstuk 2 en 3 t/m 8 (zie ook figuur 2.3.1). Welke stakeholders zijn betrokken bij de uitvoering? Wat is het doel van de methode / dit onderzoek? Aan welke verkeersveiligheidseis is dit gekoppeld? Welke gegevens zijn benodigd voor uitvoering? Welke activiteiten moeten worden ondernomen? Wat wordt er opgeleverd na uitvoering? Door wie wordt dit document beheerd? Waar is het volledige document te vinden? Welke bronnen zijn gebruikt in dit document? 42

82 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: SVIR doelstelling verkeersslachtoffers in 2020 (monitor) Nationale verkeersveiligheidsdoelstelling Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Opdrachtgever: DGB Opdrachtnemer: WVL (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Betrokken: BS/GPO/PPO/RD/ wegbeheerders (provincie/ gemeente/ waterschap) 1) Van ontwerpalternatieven waarvoor een VVE moet worden uitgevoerd het invloedsgebied toetsen aan de ontwikkeling van SVIR in Het resultaat mee te nemen in de besluitvorming en besproken met betrokken wegbeheerders. 2) Landelijk monitoren Verkeersveiligheidsdoelstelling, analyseren en rapporteren van ontwikkelingen. Het aantal verkeersslachtoffers in 2020 moet in overeenstemming zijn met de landelijke SVIR doelstelling. Voor het bepalen van het invloedsgebied en de verkeersveiligheidsambitie zijn de volgende basisgegevens benodigd: Ontwerpschets (rijstrokenschema s) alternatieven Wegkenmerken huidige situatie Ongevalgegevens Basisinformatie VOG-bestand Verkeersprognoses alternatieven VVE: Het invloedsgebied moet bepaald worden door een selectie te maken van de wegen die 10% verschil in intensiteit opleveren (uitgezonderd wegen met intensiteit < 2.500/1.000 mvt/etmaal) o.b.v. het alternatief met het meeste effect ten opzichte van de referentie situatie. Het netwerk op basis van deze wegen moeten verkeerskundig sluitend gemaakt worden zodat een realistisch en actueel netwerk ontstaat. NVM: In het invloedsgebied moet de verkeersveiligheidsniveaus van de huidige situatie worden bepaald. Op basis van de gemiddelde van (basisjaar SVIR) worden de ontwikkeling van verkeersveiligheid binnen het invloedsgebied in 2020/2040 in kaart gebracht. VVE: De delta tussen de ontwikkeling op basis van SVIR en ontwerpalternatieven wordt in de kwalitatieve weging van ontwerpalternatieven meetgenomen. Verantwoordelijk opdrachtgever DGB kan besluiten om aanvullende maatregelen te nemen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid NVM: De nationale ontwikkeling van verkeersveiligheid wordt jaarlijks gemeten ten opzicht van de SVIR-trendlijn. Verantwoordelijk opdrachtgever DGB kan besluiten om op nationaal niveau aanvullende maatregelen te nemen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid Beheerder: Ministerie I&M Volledig document: Bronnen: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (2012) Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE) (2012) 43

83 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: SLA-PIN verkeersveiligheid op het rijkswegennet (monitor) SLA-PIN Betrokkenen: Opdrachtgever: BS Opdrachtnemer:WVL Betrokken: BS/GPO/PPO/RD Doelstelling: Landelijke monitoren van de SLA-doelstelling van Rijkswaterstaat, analyseren en rapporteren van ontwikkelingen op het Rijkswegennet (jaarlijks). Verkeersveiligheidseis: Het aantal ernstige verkeersslachtoffers (verkeersdoden en ernstig gewonden) in 2020 moet in overeenstemming zijn met de SLA-afspraken. Input: Voor het bepalen van het invloedsgebied en de verkeersveiligheidsambitie zijn de volgende basisgegevens benodigd: Ongevalgegevens Basisinformatie VOG-bestand Activiteiten: WVL monitored jaarlijks aan de hand van de meest recente verkeersveiligheidscijfers ontwikkeling van het aantal ernstige slachtoffers en bespreekt deze met de opdrachtgever. Het aantal ernstige verkeersslachtoffers wordt gereduceerd m.b.v. het programma MeerVeilig Output: Product Veilig over Rijkswegen Beheerder: Ministerie I&M Volledig document: Bronnen: SLA-afspraken RWS (2011) 44

84 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Geen slachtoffers onder RWS medewerkers en contractanten SLA-indicator Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Medewerkers RWS + contractanten Weggebruikers Hulpdiensten Het voorkomen van slachtoffers (doden en gewonden) onder RWS medewerkers en contractanten. De opdrachtnemer borgt aantoonbaar (in de beschrijving en operationalisatie van het project), dat tijdens het uitvoeren van wegwerkzaamheden op het rijkswegennet geen verkeersslachtoffers vallen onder RWS medewerkers en contractanten. Ontwerp van wegafzettingen, Kader Veiligheidsmanagement Aannemers en opdrachtgevers hebben beide een belangrijke verantwoordelijkheid bij het bepalen van de gewenste verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit houdt in dat: Een adequate risicoanalyse plaatsvindt van de verkeersveiligheid voorafgaand aan de uitvoering van een project. Medewerkers van RWS, politie en contractanten actief melding maken van geconstateerde onveilige situaties die dan onmiddellijk met het betreffende projectteam worden opgenomen. In de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer de verkeersveiligheid wordt bevorderd door het voorschrijven van maatregelen en het opnemen van boetebepalingen. Veiligheidsmaatregelen gehandhaafd worden via Systeem Gerichte Contractbeheersing en door indirecte handhaving van de verkeersveiligheid via Past Performance. RWS verkeersveiligheid uit de concurrentie haalt door het onderwerp niet te hanteren als gunningcriterium. Verkeersveilige wegafzettingen die voldoen aan de richtlijn WiU 2012 en de richtlijnen uit de CROW publicaties 96, 96a en 96b (in ontwikkeling) Beheersmaatregelen bij geconstateerde risico s. Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving RWS richtlijn bij WiU 2012 en de CROW WiU richtlijnen 96, 96a en 96b (in onwikkeling) 45

85 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Geborgde aanrijtijden Ambulances/Brandweer/Politie Wettelijke norm *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd * Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Opdrachtgever: GPO/PPO/ Regionaal organisatie Onderdeel Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Monitoring/bijsturing RWS-VWM Nood- en hulpdiensten De wettelijke norm voor aanrijtijden van ambulancediensten moet geborgd worden middels verkeersberekeningen. De opdrachtnemer toont aan dat aanrijdtijden van ambulances op ieder punt van het tracé binnen de wettelijke norm van 15 minuten (in 95% de gevallen) kan plaatsvinden. Standplaatsen ambulance en locatie van tracé Verkeersprognoses De aanrijtijden dienen te worden berekend vanuit de dichtstbijzijnde standplaatsen van ambulances in de meest ongunstige verkeerssituatie (ochtend- en/of avondspits planjaar). Voor deze berekening gelden de volgende voorwaarden: Voor de opstarttijd wordt uitgegaan van een duur van 2 minuten. De reistijd tussen de dichtstbijzijnde ambulancepost en de plaats van het ongeval wordt berekend op basis van de snelste route en maximumsnelheid van het toeleidende weggennet. De berekeningswijze wordt door de opdrachtnemer vastgelegd in de projectdocumentatie. Verkeersberekeningen die als basis dienen voor de borging van de aanrijtijden. Deze borging dient opgenomen te worden in de projectdocumentatie. Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving Wet Veiligheidsregio s Besluit Veiligheidsregio s 46

86 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Geborgde aanrijtijden Incident Management (afspraak) SLA-Afspraak *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD/VWM Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Monitoring/bijsturing RWS-VWM Landelijk centraal meldpunt (LCM) De norm voor aanrijtijden van IM-bergers moet geborgd worden middels verkeersberekeningen. De opdrachtnemer toont aan dat aanrijdtijden voor hulpverlening incidenten na melding van weggebruikers in 80% van de gevallen binnen 15 minuten (voor IM+ gebieden) en in 80% van de gevallen binnen 30 minuten (IM gebieden) kan plaatsvinden. Standplaatsen IM-bergers en locatie van tracé Verkeersprognoses De aanrijtijden dienen te worden berekend vanuit de dichtstbijzijnde standplaatsen van IMbergers in de meest ongunstige verkeerssituatie (ochtend- en/of avondspits planjaar). Voor deze berekening gelden de volgende voorwaarden: Voor de opstarttijd wordt uitgegaan van een duur van 2 minuten De reistijd tussen de dichtstbijzijnde standplaats en de plaats van het ongeval wordt berekend op basis van de snelste route en maximumsnelheid van toeleidende weggennet. De berekeningswijze wordt door de opdrachtnemer vastgelegd in de projectdocumentatie. Output: Verkeersberekeningen die als basis dienen voor de borging van de aanrijtijden. Deze borging dient opgenomen te worden in de projectdocumentatie. Beheerder: Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving Volledig document: Bronnen: - 47

87 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Verkeersveiligheidsbeleving weggebruikers Optioneel onderzoek *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Weggebruikers Het doel van dit onderzoek is het meten van de verkeersveiligheidsbeleving onder weggebruikers. Hier gaat het met name om het verschil in verkeersveiligheidsbeleving voor, tijdens en/of na realisatie in vergelijking met voor start van de werkzaamheden. De beleving van verkeersveiligheid moet minimaal gelijk (of andere eis naar inzicht van de opdrachtgever) zijn aan de referentiemeting. Verkeersveiligheidsbeleving van weggebruikers nul- en vervolgmetingen. De verkeersveiligheidsbeleving van weggebruikers ter plekke wordt direct voorafgaand aan de uitvoering van een werk gemeten met een enquête (0-meting). Dit gebeurt steekproefsgewijs op een niet aangekondigd moment op het tracé /invloedsgebied dat onderwerp is van het prestatiecontract. De 0-meting vormt de referentiemeting waaraan latere metingen worden getoetst. De steekproef vormt een representatieve weergave van de verkeersveiligheidsbeleving van weggebruikers (95% nauwkeurigheid). De andere toets momenten zijn: Tijdens realisatie; Na realisatie (binnen 3 maanden); Tijdens beheer en onderhoud. Output: Rapportage verkeersveiligheidsbeleving weggebruikers Beheerder: Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving Volledig document: Bronnen: - 48

88 Naam: meldingen/klachten Soort: Optioneel onderzoek Fase uitvoering en verificatie: *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Weggebruikers Doelstelling: Het doel van dit onderzoek is het verbeteren van de verkeersveiligheidssituatie als op basis van meldingen en klachten van weggebruikers over het tracé. Hier gaat het met name om het verschil in meldingen en klachten tijdens en na realisatie in vergelijking met voor start van de werkzaamheden. Verkeersveiligheidseis: De opdrachtnemer rapporteert meldingen en klachten die op het beheersgebied van toepassing zijn aan de opdrachtgever en geeft aan welke maatregelen worden getroffen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Ten opzichte de uitgangssituatie mag het aantal meldingen en klachten niet toenemen. Input: 0800-meldingen en klachten Activiteiten: Het aantal klachten van weggebruikers ter plekke wordt direct voorafgaand aan de uitvoering van een werk gemeten en geanalyseerd op het onderhoudstracé. Deze meting vormt de referentiemeting waaraan latere metingen worden getoetst. De andere toets momenten zijn: Tijdens realisatie; Na realisatie (binnen 3 maanden); Tijdens beheer en onderhoud. Output: Rapportage 0800-meldingen en klachten van weggebruikers Beheerder: RD Volledig document: Bronnen: - 49

89 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Bijna ongevallen Optioneel onderzoek *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Weggebruikers Het doel van dit onderzoek is het verbeteren van de verkeersveiligheid op het tracé op basis van het aantal en type bijna ongevallen. Hier gaat het met name om het verschil in bijnaongevallen tijdens en na realisatie in vergelijking met voor start van de werkzaamheden. De opdrachtnemer rapporteert over het aantal en de analyse van de bijna ongevallen op het tracé dat in beheer is en geeft aan de opdrachtgever aan welke maatregelen worden getroffen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Ten opzichte de uitgangssituatie mag het aantal bijna ongevallen niet toenemen. Observaties van situaties met bijna ongevallen. Het onderzoek start met het in kaart brengen van potentieel risicovolle situaties door middel van waarnemingen. Het is aan te bevelen om daarbij (indien aanwezig) ongevallen (politieregistratie) en 0800 meldingen in de analyse en onderbouwing te betrekken. Waarnemingen dienen representatief te worden uitgevoerd. Uit onderzoek blijkt dat er een waarneming van minimaal 18 uur dient plaats te vinden (de Jong et al., 2007). Dit kan bijvoorbeeld door camera s te installeren op een wijze dat manoeuvres van verkeersdeelnemers goed in kaart kunnen worden gebracht. Voor ruimtelijke interpretatie zijn meerdere camera s aan te bevelen. Opnames worden daarna geanalyseerd door een team van experts (gedrags- en verkeersveiligheidsdeskundigen), zodat opvallend verkeersgedrag kan worden vertaald naar oorzaken en vervolgens hiervoor maatregelen kunnen worden voorgesteld. De opdrachtnemer rapporteert over het aantal bijna-ongevallen op het tracé dat in beheer is en geeft aan de opdrachtgever aan welke maatregelen worden getroffen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving De Jong, M. et al., Technieken voor de observatie en analyse van verkeersconflicten, Steunpunt Verkeersveiligheid, november

90 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Geborgde RPS norm EuroRAP (minimaal 3-sterren-norm) Europese normering *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD VWM (monitoring), ANWB (systeemopzet) Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Door de norm van tenminste drie sterren voor de EuroRAP ontwerpscore wordt de slachtofferernst bij een ongeval als gevolg van infrastructuur zoveel mogelijk beperkt. De opdrachtnemer toont middels de RPS-1 methodiek aan dat het wegontwerp ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot een lagere score en dat daarnaast het wegontwerp voldoet aan de EuroRAP norm van ten minste drie sterren. Het resultaat wordt vastgelegd in de projectdocumentatie. Het wegontwerp Methode EuroRAP Lijst RPS wegen 3 sterren uit NVM In de 1 e verkenningsfase is het ontwerp nog onvoldoende uitgewerkt om deze score te kunnen bepalen. Wel is in NVM bekend welke wegvakken op het rijkswegennet niet voldoen aan de 3-sterren norm. Dit overzicht dient bij de start van het project als basis te worden gebruikt. Indien een weg niet voldoet aan 3 sterren, dat dient voor elk alternatief bepaald te worden of het aannemelijk is, dat met het nieuwe ontwerp minimaal aan een 3- sterren score wordt voldaan. In de vervolgfasen vindt een kwalitatieve beoordeling plaats voor alle ontwerpalternatieven. Omdat er geen gedetailleerde methode beschikbaar is dient in beide situaties in eerste instantie kwalitatief getoetst te worden of het ontwerp aan de norm van de RPS methodiek van EuroRAP kan voldoen (score van minimaal drie sterren en geen verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie). Van belang is hierbij voor autosnelwegen te kijken naar de omvang van de obstakelvrije berm (midden, tussen en buitenberm) en of er sprake is van een hoogteverschil tussen verharding en berm. Tevens moet de berm voldoende draagkrachtig zijn. Voor niet autosnelwegen is het ook van belang dat de kruispunt worden beoordeeld ( aantal en de vormgeving) en of er een rijrichtingscheiding is. Voor alle kenmerken geldt dat de maximum snelheid een rol speelt. Meer informatie over de wegkenmerken is te vinden in de VKA normen zie bijlage B Indien een kwalitatieve toets niet volstaat of niet voldoende duidelijkheid biedt, dan dient in tweede instantie in overleg met WVL door een externe partij een kwantitatieve toets uitgevoerd met de RPS methodiek. Een ontwerp met een EuroRAP ontwerpscore van tenminste drie sterren. Dit dient vastgelegd te worden in de projectdocumentatie. Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving

91 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Topkader Robuust Wegontwerp Richtlijn *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD WVL: monitoring, toetsen en advies Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) De Verkeerskundige Afspraken (VkA) van Rijkswaterstaat zijn opgezet om de kwaliteit van verkeerskundig ontwerp, inrichting en verkeersmanagement van rijkswegen en - vaarwegen borgen. De opdrachtnemer toont aan dat afzonderlijke elementen van het wegontwerp van het tracé voldoen aan de VKA-normen en de Basis Specificatie Weg zoals vermeld in Topkader Robuust Wegontwerp. Afwijkingen van de norm moeten expliciet zijn aangegeven in de projectdocumentatie. In Deel A van het kader verkeersveiligheid is aangegeven hoe om te gaan met afwijkingen. Wegontwerp Toetsen van afzonderlijke elementen van het wegontwerp aan de VKA-normen en de Basis Specificatie Weg zoals vermeld in Topkader Robuust Wegontwerp. Afwijkingen van de norm moeten expliciet worden aangegeven. Wegontwerp dat aantoonbaar aan VkA-normen voldoet. Afwijkingen van de norm moeten expliciet zijn aangegeven in de projectdocumentatie. Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving Bronnen Type Titel Datum/ Versie Organisatie Inrichting, bebakening en markering Componentspecificatie Markering Zie link ## RWS Componentniveau documenten Componentspecificatie Bovenbouw Zie link ## RWS Componentniveau documenten Componentspecificatie Onderbouw Zie link ## RWS Inrichting, bermbeveiliging Componentspecificatie Voertuigkering Zie link # RWS Inrichting, verlichting Componentspecificatie Openbare Verlichting Zie link ## RWS Ontwerp NOA incl. 2 errata + ROA Hoofdstuk 5 Verlichting 2007 RWS Ontwerp Uitvoeringskader verlichting 2004 RWS Ontwerp Wegontwerp in tunnels, Convergentie- en divergentiepunten in en Oktober 2009 RWS nabij tunnels (incl. bijlagen) Ontwerp Wegontwerp in Tunnels, Ontwerpaspecten alignement en profiel van vrije ruimte November 2002 RWS 52

92 Realisatie-Onderhoudsfase Voorschrift tijdelijke rijbaanverlichting Augustus 2006 RWS Ontwerp European Agreement on Main International Traffic Artreries Dec 2010 UN (AGR); internationaalverdrag wetten.overheid.nl/bwb Ontwerp Richtlijnen en voorschriften bij toepassing bus op vluchtstrook 1991 RWS Ontwerp Ontwerp en inrichting van Spitsstroken April 2013 RWS Ontwerp VeiligheidSpitsstroken, kader voor April 2013 RWS verkeersveiligheidsmaatregelen bij planvorming en realiseren spitsstroken links en rechts, inclusief een factsheet per compenserende maatregel Realisatiefase-onderhoudsfase Inrichting bedieningsknip spitsstroken Maart 2006 RWS Inrichting, bebakening en markering Afwijkende lengtemarkering incl. bijlage tabel en figuren Dec 2005 RWS Inrichting, bebakening en markering NEN 3381 Verkeerstekens; algemene eisen voor borden 1992 NEN Inrichting, bebakening en markering Nota praatpalen 1989 RWS Inrichting, bebakening en markering Instructie Montage Draadloze praatpalen KPN Nov 2007 KPN Inrichting, Bebording en ROA Bewegwijzering 2011 RWS bewegwijzering Inrichting, Bebording en bewegwijzering Specificatie bewegwijzering Programma van Eisen voor Informatiedragers, achtergrondschilden, draagconstructie en ondersteuningsconstructies m.u.v. portalen en uithouders Versie 7.2 Juli, DI, SWI Inrichting, Bebording en bewegwijzering Programma van Eisen Verkeerskundige Draagconstructies (VDC) Versie 1.0 aug 2011 RWS Inrichting, Bebording en Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek (BPS) Aug 2005 CROW bewegwijzering Inrichting, Bebording en Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen. B&M Nov 2009 WVL bewegwijzering CROW 207 Inrichting, Bebording en Richtlijn bewegwijzering ri 222 Juli 2005 CROW bewegwijzering Inrichting, bermbeveiliging Veilige inrichting van bermen, inclusief punt 1 van de Mei 1999, 2003 CROW rectificatiememo 15 juni 2003 Inrichting, bermbeveiliging aanschrijving toepassing parallelle obstakelbeveiligers Oktober 2000 RWS Ontwerp Beleidslijn Aansluitingenbeleid Februari 2007 RWS Ontwerp Ontwerp niet autosnelwegen: April 1997, integraal CROW Handboek categorisering op duurzaam Veilig basis (CROW 116) herzien in 2012 (alleen digitale Basiscriteria (CROW 164a) versie) Stroomwegen (CROW 164b) Gebiedsontsluitingswegen (CROW 164c) Erftoegangswegen (CROW 164d) Veilige inrichting van bermen niet autosnelwegen CROW 202 Ontwerp Richtlijn verzorgingsplaatsen Dec 2009 RWS Ontwerp Basiskenmerken wegontwerp (publicatie 315) 2013 CROW Inrichting, beheer en onderhoud Uitvoeringskader verzorgingsplaatsen Nov 2011 RWS Verkeersmanagement en BOO RWS-richtlijn voor verkeersmaatregelen bij wegwerkzaamheden 2012 RWS op rijkswegen en CROW 96, 96a en 96b (in ontwikkeling) Verkeersmanagement en BOO Richtlijn informatievoorziening op (berm)drips In Dec 2010 RWS overeenstemming brengen met wet- en regelgeving Verkeersmanagement en BOO Richtlijn informatievoorziening op bermdrips In Juni 2012 RWS overeenstemming brengen met wet- en regelgeving Inrichting, bebording en Richtlijn plaatsbepaling DRIPS Feb 2011 RWS bewegwijzering Inrichting, bebording en Richtlijn ontwerp bermdrip-layout In overeenstemming brengen Sept 2010 RWS bewegwijzering met wet- en regelgeving Verkeersmanagement en BOO Richtlijn informatievoorziening op autodrips In overeenstemming Dec 2008 RWS brengen met wet- en regelgeving Verkeersmanagement en BOO Richtlijn informatievoorziening op DRIPS inclusief Okt 2006 RWS standaardteksten op tekstwagens In overeenstemming brengen met wet- en regelgeving Inrichting, BOO RWS richtlijn type deklagen op toe afritten op autosnelwegen Okt 2006 RWS BOO Uitvoeringsrichtlijn Veiligheidsmaatregelen bij normoverschrijding Niet ingevuld RWS stroefheid en spoorvorming bebording aanpassen aan wetgeveing! Inrichting en BOO Verkeerkundig richtlijnen Autosnelweginstrumentatie 2000 RWS Verkeersmanagement & inrichting Het referentiekader Gebieds gericht benutten projecten 2005 RWS Verkeersmanagement & inrichting Gebiedsgericht benutten Plus Duurzaam Veilig 2007 RWS Verkeersmanagement en BOO Richtlijn Dynamisch Verkeersregelen 2009 RWS Verkeersmanagement en BOO Richtlijn eerste verkeersveiligheidsmaatregelen bij incidenten Jan 2010 RWS met eenzijdig aanrijdingsgevaar Verkeersmanagement en BOO Richtlijn eerste verkeersveiligheidsmaatregelen bij incidenten Jan 2010 RWS met tweezijdig aanrijdingsgevaar Verkeersmanagement en BOO Richtlijn Gladheidsbestrijding 2010 RWS Verkeersmanagement en BOO Richtlijnen Handelswijze bij noodschade Maart RWS Verkeersmanagement en BOO Richtlijn handelwijze vorstschade aan asfalt Niet ingevuld RWS Human factors 10 gouden regels Doorstroming CIA versie 3 Inrichting, beleid Door met Duurzaam Veilig (SWOV), 2005 Ontwerp Topkader Robuust wegontwerp 53

93 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Geborgde AGR overeenkomst Europese afspraken *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD WVL: monitoring en advies Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Doelstelling: De ontwerpen van nieuwe of gereconstrueerde wegen dienen te voldoen aan de Europese afsprakenwegontwerp (European Agreement on Main International Traffic Arteries (AGR). Deze afspraken zijn leidend en staan in principe boven de Nederlandse richtlijnen en de VkA s (zie volgende paragraaf). Van de Europese afspraken mag worden afgeweken (niet van shall bepalingen!). Indien dit het geval is (verkeersveiligheidsrisico neemt toe) dient dit expliciet te worden benoemd en te worden gemotiveerd (conform hoofdstuk 4: risico-analyse). Verkeersveiligheidseis: De Opdrachtnemer toont aan dat de elementen van het wegontwerp van het tracé voldoen aan de AGR. Afwijkingen dienen expliciet te zijn aangegeven en gemotiveerd in de projectdocumentatie. In het Topkader robuust Wegontwerp is aangegeven hoe om te gaan met afwijkingen. Input: Ontwerpen alternatieven Activiteiten: In de eerste fase van de verkenning wordt een toets uitgevoerd of de ontwerpen voldoen aan de AGR afspraken. Hierbij wordt de focus gelegd op de consistentie van het wegbeeld, het lengte profiel en het dwarsprofiel. Output: Wegontwerp dat aantoonbaar aan AGR afspraken voldoet. Afwijkingen die van de norm (toename verkeersveiligheidsrisico) moeten expliciet zijn gemotiveerd in de projectdocumentatie. Beheerder: Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving Volledig document: Bronnen: - 54

94 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: VOA (verkeersveiligheid wegontwerp Autosnelwegen) Beoordelingsnorm *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Toetsingsinstantie (GPO) Aan de hand van de VOA methodiek wordt op gestructureerde wijze het kwalitatieve verkeersveiligheidsrisico in beeld gebracht vanuit de Human Factor principes: Verwachtingspatroon, Waarnemen, Begrijpen (begrijpelijkheid), Kunnen (taakcomplexiteit), Willen (bereidwilligheid). De wegontwerp-elementen en de samenhang in het wegontwerp van het dienen te voldoen aan de Human Factor principes Verwachtingspatroon, Waarnemen, Begrijpen, Kunnen en Willen. Het verkeersveiligheidsrisico wordt bepaald conform de stappen van de beoordelingsmethodiek (VOA, hoofdstuk 6). Bestaande weg of wegontwerp In de VOA methodiek wordt een bestaande weg of een wegontwerp getoetst op verschillende verkeersveiligheidsprincipes. Daarbij wordt van het maatgevende (meest risicovolle) gedeelte van het ontwerp de score bepaald. Zie handleiding Verkeersveiligheid wegontwerp Autosnelwegen VOA trade-off matrix (onderdeel van VVE) dat is opgenomen in de projectdocumentatie. Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving 55

95 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Verkeersveilig Beheer en Onderhoud (risico-reductie) SLA-Norm Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Opdrachtgever: RD/PPO Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) VWM (inspecties) Als een weg opengesteld is voor het wegverkeer dient de verkeersveiligheid te zijn gewaarborgd. Dat stelt eisen aan het beheer (bv. gladheidbestrijding) en onderhoud (bv. het herstellen van vorstschade) van de weg. Uitgangspunt hierbij is dat verkeersveiligheidsrisico s worden voorkomen. De opdrachtnemer voorkomt dat er als gevolg van achterstallig onderhoud (binnen scope contract) verkeersonveilige situaties ontstaan. Beheersing van verkeersveiligheidsrisico s vindt plaats op basis van de onderstaande risicotabel ( a). Planning van onderhoudsmaatregelen De eisen ten aanzien van beheer en onderhoud zijn gekoppeld aan het BOO prioriteringskader en zijn opgenomen in de Objectbeheerregimes voor: Verhardingsonderhoud (o.m SLA stroefheid en Spoorvorming) Onderhoud aan kunstwerken; Onderhoud aan DVM systemen; Vast en klein variabel onderhoud. Deze objectbeheerregimes bevatten normen voor de gewenste frequentie voor het uitvoeren van onderhoud. Op basis van deze normen wordt een adviesjaar voor de uitvoering van de onderhoudsmaatregel bepaald. Ten opzichte van dit adviesjaar is slechts beperkt uitstel van maatregelen mogelijk. Met behulp van een risicotabel kan worden bepaald wat de omvang van het risico van uitstel is. Deze risicotabel is gebaseerd op de RAMSSHEEP methodiek die voor de programmering HWN-droog wordt gehanteerd [Bron RUPS]. Uit de risicotabel blijkt de maximale periode waarover een onderhoudsmaatregel zonder onverantwoorde toename van het verkeersveiligheidsrisico mag worden uitgesteld. Wanneer een onderhoudsmaatregel desondanks niet tijdig plaatsvindt, schrijven de normen voor om op basis van een risico-inschatting over te gaan tot snelheidsverlaging of afzettingen. Gladheidsbestrijding blijft een kerntaak van Rijkswaterstaat. Output: (Eventueel aangepaste) planning van onderhoudsmaatregelen Beheerder: Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving Volledig document: Bronnen: Handelswijze bij vorstschade aan asfalt (2010) Richtlijn gladheidsbestrijding (november 2011) Onderhoudsbehoefte en landelijke programmering (RUPS) Risicotabel van het Kader Verkeersveiligheid (WVL, 2013). Onderstaande matrix toont het risico bij uitstel van onderhoudsmaatregelen. Een rood veld betekent een groot verkeersveiligheids risico. Oranje een matig risico en geel een klein risico. 56

96 a Risicomatrix uitstel Beheer en Onderhoud costdriver Schadebeeld Risico bij uitstel van maatregel Verharding DVM Jaar uitstel BOO t.o.v. adviesjaar van uitvoering Krakelee (DAB) Langsonvlakheid (DAB) Rafeling (DAB) Rijspoordiepte (DAB) Stroefheid (DAB) Draagkracht (DAB) Krakelee (ZOAB) Langsonvlakheid (ZOAB) Rafeling herstellen (ZOAB) Rijspoordiepte herstellen (ZOAB) Stroefheid herstellen (ZOAB) Draagkracht (ZOAB) DRIP/GRIP vervangen bij brug/ tunnel BermDRIP/ GRIP/ Informatiepaneel vervangen Rotatiepaneel vervangen algemeen Rotatiepaneel vervangen op spitstrook MTM Matrixsignaalgeververvangen algemeen MTM bij tunnel/brug/spitstr/knoop/op- en afrit Lokale snelheidswaarschuwing vervangen Doseerinstallaties vervangen VRI vervangen Verplaatsbare vangrail wisselstrook VEVA Videocamera vervangen Videocamera tunnels/spitsstroken vervangen Sensor / verkeersteller vervangen Mistwaarschuwingssysteem Lokaal File Beveiligingssysteem vervangen MTM Onderstation (OS en WKS) algemeen MTM Onderstation (OS en WKS) in tunnels MTM Onderstation (OS en WKS) bij spitsstroken Monitoring Onderstation (MWKS) vervangen Vluchthaven AanwezigheidsDetectie vervangen Windwaarschuwingssysteem (bv. Westerschelde) Vervangen bedieningsruimte verkeerscentrale Vervangen besturingssystemen verkeerscentrale Vervangen landelijke datasystemen verkeerscentrale Vervangen systeemtechnische ruimte verkeerscentrale Vervangen pilotsystemen verkeerscentrale Kunstwerken Vervangen deklaag asfaltconstructie op/in brug/tunnel Vervangen deklaag asfalt in de RW over/onder viaduct Vervangen asfaltconstructie in de RW op/in brug/tunnel Onderhouden bitumineuze voegovergangen Vervangen enkelvoudige voegovergangen Vervangen meervoudige voegovergangen Vervangen rubber afdichtingen voegovergangen Conserveren staal hoofddraagconstructie Herstellen betonschade hoofddraagconstructie Behandeling oppervlakte/slijtlaag hoofddraagconstructie Vervangen rubber blokken oplegging Conserveren staal oplegging Vervangen geleiderailconstructie Vervangen schuifconstructie geleiderail Herstellen betonschade steunpunt Vervangen Leuning Conserveren leuning Herstellen betonschade schampkant Conserveren schampkant Herstellen betonschade bovenbouw grote KW Bovenbouw conserveren staal Onderbouw betonschade herstellen Tunneltechnische installaties vervangen Bedienings- en besturingssysteem vervangen Aandrijving vervangen Grondkerende constructie conserveren Grondkerende constructie vervangen Grondkerende constructie betonschade herstellen Herstellen betonschade bovenbouw kleine KW Vast- en RVO Bermverlaging Cleanen vluchtstrook Vegen /cleanen wegdek Onkruidsbestrijding Herstraten wegdek 57

97 Afwateringsonderhoud Naden en scheuren in wegdek Gaten in wegdek/vluchtstrook Onderzoek naar draagkracht onderlagen Gladheidsbestrijding Reinigen reflectoren en hmp bordjes Reiniging bewegwijzering Onderhoud thermoplast (wegenverf) / markering Verkeersvoorzieningen VO (onverlichte/onoverzichtelijke locaties) Verkeersvoorzieningen VO (verlichte/overzichtelijke locaties) Lichtmasten en portalen Geluidschermen/muren Verzorgingsplaatsen Kapotte hekwerken Bomen snoeien Baggeren veerverbindingen Beschoeiing langs weg Geleiderail onderhoud Verlichtingsonderhoud algemeen Verlichting in tunnels Ontsnipperingsmaatregelen Maaien bermen Onderhoud watergangen Zwerfvuil (opruimen en afvoeren anders dan op weg) Opruimen vuil / voorwerpen op de weg Vervangen mobiele bebakening Vervangen hmp borden Vervangen reflectoren beschadiging aan talud herstellen inspecties/schouwen Bermophoging bij te groot hoogteverschil asfalt - berm Onderzoek naar draagkracht bermen beschadiging aan berm herstellen 58

98 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Voorkomen onbedoeld gebruik van de weg Richtlijn *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Monitoring:VWM (inspecties) De rijweg dient gebruikt te worden in de functie waarvoor deze is ontworpen. Om te voorkomen dat er gevaarlijke situaties ontstaan, dient onbedoeld gebruik voorkomen te worden. Dit dient te worden geborgd door eenduidige informatievoorziening en het treffen van aanvullende voorzieningen. dieren op de weg: De opdrachtnemer treft voorzieningen die het voor (groot) wild onmogelijk maken om op de rijweg te komen. Indien dit niet mogelijk is, worden in overleg met de opdrachtgever mitigerende maatregelen genomen voor voorkomen/ reduceren van het aantal verkeersslachtoffers. Voetgangers: Bij ongelijkvloerse kruisingen van de infrastructuur RWS met onderliggende weginfrastructuur en bij verzorgingsplaatsen borgt opdrachtnemer dat voorzieningen worden getroffen die verhinderen dat personen de autosnelweg kunnen betreden. Spookrijders: Het tracé dient aantoonbaar door de opdrachtnemer zodanig ontworpen en ingericht te worden dat weggebruikers, bedoeld en onbedoeld de weg alleen kunnen betreden en berijden daar waar de weg voor bedoeld is, zowel in richting als plaats. Bewegwijzering/bebording: De opdrachtnemer toont aan dat de bebording op het deel van de infrastructuur dat in zijn beheer is door een onafhankelijke expert op representatieve wijze getest op begrijpelijkheid en navolgbaarheid voor weggebruikers. Snelheidsregime: De opdrachtnemer toont in de projectdocumentatie aan dat het snelheidsregime door vormgeving van de weg en bebording onder alle licht- en weersomstandigheden goed leesbaar / navolgbaar is voor weggebruikers. Indien desondanks structureel te hard wordt gereden treft de opdrachtnemer in overleg met de opdrachtgever snelheidsbeperkende maatregelen. 59

99 Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Sluipverkeer De opdrachtnemer draagt er in samenwerking met de wegbeheerder van het onderliggend wegennet zorg voor dat oneigenlijk gebruik (sluiproutes) wordt voorkomen. Noodzakelijke maatregelen voor het tegengaan van sluipverkeer worden in overleg met de opdrachtgever en beheerder van het onderliggend weggennet geïmplementeerd en gemonitord. Detailontwerp en projectdocumentatie Aantonen dat het ontwerp (incl. bebording, bewegwijzering, bebakening en markering). Indien er toch onbedoeld gebruik van de weg voorkomt, moeten corrigerende maatregelen getroffen worden. Projectdocumentatie, auditrapport Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving 60

100 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Vergroten zelfredzaamheid van weggebruikers Richtlijn *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Monitoring: VWM (inspecties) Bij incidenten en ongevallen is het van belang dat weggebruikers zichzelf in veiligheid kunnen brengen. De infrastructuur dient zodanig ontworpen te zijn, dat zelfredzaamheid door weggebruikers kan plaatsvinden: Weggebruikers moeten zichzelf kunnen redden zonder zichzelf en/of anderen in gevaar te brengen, De infrastructuur biedt bij een incident een veilig heenkomen of een vluchtroute, De weg moet voorzieningen hebben waarmee weggebruikers zich bij incidenten kunnen (laten) melden bij de meldkamer van hulpdiensten. Wegontwerp Aantonen dat het ontwerp de zelfredzaamheid van weggebruikers voldoende borgt. De voorzieningen hiervoor moeten toereikend en duidelijk zichtbaar zijn. Tunnels Tunnels dienen toegankelijk te zijn voor hulpverlening, dat betekent dat vanuit verkeersveiligheid er afdoende voorzieningen moeten zijn voor bijvoorbeeld: Het kunnen beïnvloeden van het verkeer (DVM vanuit VC); Camera s als visuele ondersteuning van beslissingen; Vluchtende weggebruikers (bv. vluchtroutes en vluchtdeuren); Gerichte communicatie en coördinatie (bv. omroepinstallatie); Achterlaten van pechvoertuigen (bv. pechhavens en vluchtstroken); Het toelaten van hulpverlening binnen de wettelijk voorgeschreven norm; Filedetectie systemen t.b.v. het bovenstrooms waarschuwen van naderende file; Werkende verlichting/noodverlichting bij calamiteiten. Concrete uitwerking staat in de Landelijke Tunnel Standaard. Vluchtstroken en pechhavens De veiligheid voor weggebruikers met pech moet gefaciliteerd worden door bijvoorbeeld voldoende brede vluchtstroken (richtlijnen asw) en pechhavens (indien er te weinig ruimte is of bij werk in uitvoering). Praatpalen Het is belangrijk dat een weg voorzieningen heeft in de vorm van praatpalen. Vooral op locaties met slecht mobiel bereik. De praatpalen vallen onder verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. Projectdocumentatie, auditrapport Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Bochholtsbureau voor beleidsontwikkeling,

101 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Voorkomen files en terugslagfiles SLA-Norm *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Monitoring: VWM (inspecties) Het voorkomen van onveilige verkeerssituaties als gevolg van files en het stabiliseren van de doorstroming van het verkeer. Opdrachtnemer toont aan dat er flankerende maatregelen zijn genomen om verkeersonveilige situaties te voorkomen als gevolg van files en terugslagfiles. Wegontwerp Verkeersprognoses Opdrachtnemer brengt I/C verhouding tijdens de ochtend- en avond spits in kaart op basis van een verkeersmodel in kaart voor 2020 en 2040 (SVIR), en toont aan dat er voldoende flankerende maatregelen zijn genomen om files en terugslagfiles te voorkomen. Risico s worden vermeld in de projectdocumentatie. Indien de terugslagfiles worden veroorzaakt door problemen op het onderliggende wegennet, dan wordt in overleg met de wegbeheerders in het invloedsgebied gezocht naar passende maatregelen. Het terugdringen van files en het stabiliseren van de doorstroming van het verkeer is op veel manieren mogelijk: Vergroten van de capaciteit van een weg (bv. extra stroken, bufferstroken, spits-, plus- en doelgroepstroken); Verminderen van de intensiteit door toepassing mobiliteitsmanagement (bv. flexwerklocaties, spitsmijden, extra OV, carpoolen, transferia, thuiswerken, aangepaste werktijden, fietsplan, bus op vluchtstrook); Regelscenario s voor het omleiden van verkeer over alternatieve routes (zie handleiding alternatieve routes bij verstoringen); Optimaliseren bewegwijzering (DVM/Bebording) zodat verkeer ver van te voren en geleidelijk kan anticiperen op strookwisseling); Doseren toestroom door toeritdosering; Zichtafstanden optimaliseren zodat weggebruikers eerder probleemsituaties herkennen; Verbeteren van doorstroming op het onderliggend weggennet, toe-/afritten en verbindingswegen zodat er geen terugslag ontstaat op de hoofdrijbaan; Bij wegwerkzaamheden tijdig alternatieven aangeven en voorkomen dat weggebruikers onnodig in een fuik rijden. Indien files niet voldoende teruggedrongen kunnen worden en de doorstroming van het 62

102 Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: verkeer niet voldoende gestabiliseerd kan worden, kunnen filebeveiligingssystemen en waarschuwingssystemen welke communiceren aan weggebruikers gebruikt worden. Dit geldt met name voor onoverzichtelijke en bochtige trajecten, bij beweegbare bruggen en bij tunnels. Verkeersmodelberekeningen en risicobeschrijving in projectdocumentatie Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving 63

103 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Doorstroming en snelheidsverschillen verkeersveiligheidsnorm *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Monitoring: VWM (inspecties) Het bevorderen en waarborgen van een homogene doorstroming. Een homogene doorstroming zorgt voor een verhoogde verkeersveiligheid. De opdrachtnemer draagt er bij de inrichting van het rijkswegennet zorg voor dat op strategische punten in het netwerk DVM maatregelen zijn genomen die waarborgen dat het verkeer gelijkmatig en met zo min mogelijk snelheidsverschillen doorstroomt. Voorgestelde DVM-maatregelen en (verwachte) doorstroming vanuit ontwerp. DVM-maatregelen dienen in het ontwerp te worden opgenomen waar een risico aanwezig is voor ongelijkmatige of verstoorde doorstroming. Vervolgens dienen de effecten hiervan te worden bepaald voor de doorstroming en verkeersveiligheid. Indien er sprake is van resterende risico s die in het ontwerp niet met DVM-maatregelen worden opgelost, dienen deze risico s te worden beschreven en dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen. Voorbeelden van specifieke (DVM) maatregelen zijn: Gelijkvloerse aansluitingen op het Onderliggend weggennet (VRI, rotonde), Tunnels (DRIPS, MTM, camera s) Spitsstroken (DRIPS, MTM en camera s) Toe- en afritten (DRIPS, MTM voor afrit en na toerit) Toeritdosering op punten met een hoge verkeersdichtheid op het hoofdwegennet (TDI s, camera s) Beweegbare bruggen (DRIPS, camera s) Onoverzichtelijke situaties (bochten, heuvels) met beperkt zicht (DRIPS, MTM) Onoverzichtelijk filegevoelige punten (filebeveiliging) Inwinsystemen t.b.v. het kunnen anticiperen van verkeerscentrale op de doorstroming. Op regioniveau dient minimaal 90% van datalussen- systemen operationeel te zijn. DVM in het kader van programma Benutten Niet overrijdbare middenbermscheiding zodat verkeer niet kan inhalen op enkelbaanswegen (voorkomen frontale botsingen) Doorgetrokken streep ter voorkoming van rijbaanwisseling. Doelgroepstrook (bv. kruipstrook voor vrachtverkeer) Inhaalverbod Beschrijving DVM-maatregelen en effect hiervan in de projectdocumentatie. Ook risico s en maatregelen hiervoor dienen te worden beschreven. Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving 64

104 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Voorkomen irritatie bij weggebruikers (Minder Hinder) Minder Hinder-Norm *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Resultaatverantwoordelijk Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: BS Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Monitoring: VWM (inspecties) Het voorkomen van irritatie bij weggebruikers bij werk-in-uitvoering zodat het verkeer veiliger wordt afgewikkeld. Geïrriteerde weggebruikers reageren agressiever op het verkeer en vormen een verkeersveiligheidsrisico voor zichzelf en andere weggebruikers. Eis werken achter afzetting De opdrachtnemer draagt bij werk in uitvoering er zorg voor dat er niet onnodig wegdelen worden afgezet. Indien wegen zijn afgezet dan is voor de weggebruiker zichtbaar dat er wordt gewerkt achter een afzetting. Eis tijdig aangeven werk in uitvoering De opdrachtnemer draagt er zorg voor dat werk in uitvoering tijdig is aangegeven, zodat weggebruikers alternatieven hebben om het werkvak te mijden en niet onnodig in een fuik rijden. Eis duidelijke route-informatie werk in uitvoering De opdrachtnemer draagt er zorg voor dat route-informatie bij Werk in Uitvoering, tijdig en duidelijk zichtbaar is voor de weggebruiker en conform geldende richtlijnen eisen is geplaatst/vormgegeven. Consequenties voor incar-systemen moeten hierin meegenomen worden (zo nodig advies om deze systemen tijdelijk uit te schakelen). Eis alternatieve routes Bij werkzaamheden zorgt de opdrachtnemer ervoor dat weggebruikers op hiertoe berekende alternatieve routes en idioot proof hun bestemming kunnen bereiken binnen nader aan te geven reistijd. Bouwfasering Ontwerp wegafzetting Aantonen dat werkzaamheden slim uitgevoerd worden en dat voor het bevorderen van doorstroming en verkeersveiligheid voor de weggebruiker zo aantrekkelijk mogelijke maatregelen ingezet worden voor het voorkomen van ergernissen. De hiervoor te hanteren werkwijze is toegelicht in de Werkwijzer Minder Hinder. De SLA-pins die gelden voor werk en uitvoering vormen de basis voor contractteksten. In figuur B.2.18.a is overzicht van maatregelen opgenomen die kunnen worden getroffen om de doorstroming zo hindervrij en daarmee zo verkeersveilig mogelijk te beïnvloeden. Uitvoeringsontwerp werk-in-uitvoering Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving Werkwijzer Minder Hinder (2009) en RWS richtlijn bij WiU 2012 en de CROW WiU richtlijnen 96, 96a en 96b (in ontwikkeling) 65

105 Figuur B.2.18.a Minder Hinder maatregelen MINDER HINDER Verkeersmanagement Mobiliteitsmanagement Communicatie Publieksgericht uitvoering Slimme maatregelen Optimaliseren doorstroming (bv slim snelheidsregime, doelgroepstroken) Verminderen verkeersdruk middels dynamische advies- / omleidingsroutes Effectiever afgestelde- / extra voorzieningen (bv. VRI s/tdi s, DRIPS) Dynamisch gebruik beschikbaar dwarsprofiel /kruispuntindeling Extra doorstromingsbevorderende voorzieningen: borden, verboden, hulpdiensten, regelscenario s, verplaatsbare barriers, camera s, falcons, lussen) Verleiden tot gratis/gereduceerd alternatief vervoer (bus, trein, fiets, metro, ov-pas) Aantrekkelijker werken (E-werken, flexplekken, werktijden, thuiswerken, ov-werken) Aantrekkelijke randvoorwaarden (fiscaal, extra kinderopvang, extra parkeervoorzieningen) Optimaliseren bezetting verkeer (carpoolen, deelauto, collectieve taxi, vanpool) Slimmer vervoer (modal shift, ketenverplaatsing, belading, logistiek en overslag) Extra info vooraf aan weggebruikers (teletekst, tv, vak(bladen), internet, free publicity) Tijdige route en reistijd alternatieven op de weg (Drips, borden, tekstkarren, , sms) Gerichte info vooraf aan bedrijven en transportorganisaties (factsheets, routealternatieven) Samenwerking met omgeving (service-providers, bedrijven, vervoerscoordinatoren) Aangename info vooraf /langs werk (smileys, reistijden ter plaatse, lengte werk) Extra tijdelijke stroken en doorsteken ter bevorderen van doorstroming (re-/linksaf, bochtverbreding, geleidelijke slingers, extra belijning, verbeterde verkanting, pech-plaatsen) Extra maatregelen ter verkorting hinderperiode (tent, nachtwerk, weekendwerk) (tijdelijke) inschuifkunstwerken ter verhoging doorstroming. 66

106 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Effectieve gebiedsontsluiting Methode *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Opdrachtgever: GPO/PPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) Monitoring: VWM (inspecties) De methode van Gebiedsgericht Benutten dient te worden ingezet om een effectieve benuttingsaanpak voor de verkeersproblematiek van het invloedsgebied op te zetten. Hierbij moet de verkeersveiligheid in acht genomen worden. Opdrachtnemer borgt dat bij het doorrekenen van de effecten van gebiedsgericht benutten de verkeersveiligheidsdoelstellingen zijn meegenomen in de maatregelen voor het oplossen van verkeersknelpunten in het netwerk en verbeteren van de doorstroming. Verkeersprognoses; Duurzaam Veilig wegcategorisering invloedsgebied De opdrachtnemer doorloopt met de stakelholders in het invloedsgebied de stappen van de methode Gebiedsgericht benutten zoals in onderstaand schema is weergegeven. Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Rapportage gebiedsgericht benutten Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving handboek gebiedsgericht benutten 67

107 Naam: Soort: Fase uitvoering en verificatie: Veilige omleidingsroutes bij verstoringen Norm *Fase van uitvoering is solide gekleurd en fase van verificatie is gearceerd gekleurd Betrokkenen: Doelstelling: Verkeersveiligheidseis: Input: Activiteiten: Output: Beheerder: Volledig document: Bronnen: Opdrachtgever: GPO/RD Opdrachtnemer (verantwoordelijk voor de correcte uitvoering) VWM (inspecties); verkeerscentrale Het inzetten van alternatieve routes is een vrij zwaar middel. Het is belangrijk om deze achter de hand te hebben wanneer zich calamiteiten (verkeersongevallen; incidenten), langdurige blokkades (Groot Onderhoud) of periodieke stremmingen (files) voordoen. Voorkomen moet worden dat weggebruikers massaal zelf op zoek gaan naar alternatieve routes, met alle verkeersveiligheids-, leefbaarheids- en verkeersproblemen van dien. Opdrachtnemer overlegt met verkeerscentrale, andere wegbeheerders en belanghebbenden over alternatieve routes bij calamiteiten in snel en adequaat in gebruik te kunnen nemen. Aangetoond word hoe regelscenario s worden ingezet, wie, wanneer, waarvoor verantwoordelijk is. Verkeersberekeningen, afzettingen en ontwerp Opdrachtnemer overlegt met verkeerscentrale, andere wegbeheerders en belanghebbenden over alternatieve routes bij calamiteiten in snel en adequaat in gebruik te kunnen nemen. Aangetoond word hoe regelscenario s worden ingezet, wie, wanneer, waarvoor verantwoordelijk is. Regelscenario s Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving CAR coördinatie alternatieve routes, notitie uitwijkroutes RWS 2007) Handleiding alternatieve routes (RWS 2005) 68

108 Bijlage C Checklist C.1 Checklist verkeersveiligheid Deze checklist behoort tot de toets wegontwerp in de VVE, VVA, VVI. Aspect Aandachtspunten Algemeen Resultaten eerdere auditfase Verkeersongevallen/slachtoffers in startsituatie Verkeersongevallenverwachting (Handreiking Verkeersveiligheid) na beëindiging van het contract Reductiepercentage slachtoffers op basis van SLA en MeerVeilig Ongevallen Aard ongeval (eenzijdig, flank, frontaal, kop-staart/ vast voorwerp) Manoeuvre (typologieën) Tijdstip van de dag (spits, s nachts, schemering, zonnestand) Maand (seizoensinvloeden). Ongevalsafloop (DOOD, LZH,LEH,LOV,UMS) Ongevalsrisico op punten en wegvakken(avoc) Ongevallenrisico binnen invloedsgebied (AGEB) Ongevallenrisico op speciale routes/ trajecten (ASPE) Locatie-soort (op-afrit, aansluiting onderliggend wegennet, verbindingsweg, parallelweg, verzorgingsplaats, vluchtstrook) Bijzondere omstandigheden (b.v file, WIU). Wegverlichting in combinatie met lichtgesteldheid Aantal betrokkenen partijen (kettingbotsingen) KP en Wegvaksoort Maximum snelheid ter plaatse / gereden snelheid Weers- en wegomstandigheden (nat weer / sneeuw, mist) Ter plaatse van kunstwerken Naar specifieke toedracht (gedragskenmerken; b.v. te hard rijden) Slachtoffers Aantal slachtoffers Letselernst (DOOD, LZH,LEH,LOV) Ziekenhuis van opname gekoppeld aan hulpverleningsnorm Leeftijd (demografische invloeden) Maatschappelijke kosten Bereikbaarheid hulpdiensten Objecten Betrokken voertuig Toedracht 69

109 C.2 Checklist Ontwerp en Inrichting Deze checklist behoort tot de toets wegontwerp in de VVE, VVA en VVI. Aspect Aandachtspunten Algemeen Resultaten eerdere auditfase Wegcategorie en ontwerpsnelheid Categorieovergangen Basiskenmerken wegontwerp en doorvertaling naar HWO Afstemming intensiteit / capaciteit Consistentie van het ontwerp Wegbeeld, beleving weggebruiker Verhardingen Werken in uitvoering Afwijkingen van de vigerende Richtlijnen Horizontaal Rechtstanden, monotonie alignement Horizontale bogen: boogstraal, opeenvolging van bogen Naderingssnelheden van en mogelijke snelheden in de boog Overgangsbogen, verkanting / verkantingsovergang, afwatering Bochtverbreding Zichtafstanden, zichtomstandigheden, zichtbaarheid wegverloop Boogdetectie, geleiding, misleiding Verwachtingspatroon weggebruiker Verticaal Zichtafstanden alignement Hellingspercentage Boven- en onderafrondingen Samenhang horizontaal en verticaal alignement, wegbeeld Dwarsprofiel Stroken: functie en breedte Profiel van vrije ruimte Verkanting, afvoer hemelwater Redresseerruimte en vluchtvoorzieningen Objectafstanden, bergingszone, vluchtruimte, obstakelvrije zone Risico s voor derden, risico s voor inzittenden, Vergevingsgezinde bermen, draagkracht bermen Afscherming van obstakels, steile taluds en watergangen Constructie en plaats in het dwarsprofiel van afschermingsvoorzieningen Ruimte voor onderhoudswerkzaamheden Positie langzaam (gemotoriseerd) (landbouw)verkeer Voorzieningen voor voetgangers en fietsers in langs- en dwarsrichting Voorzieningen openbaar vervoer Knooppunten en Onderlinge afstanden aansluitingen Herkenbaarheid discontinuïteiten Turbulentieafstanden In- en uitvoegstroken Bewegwijzering Weefvakken, snelheidsverschillen, rijstrookwisselingen Ontwerpsnelheid verbindingswegen, toe- en afritten Zicht op beslispunten Kruispunten en Type en uitrusting van het kruispunt kruisingen Herkenbaarheid, uniformiteit van kruispunten Berijdbaarheid van kruispunten Afstanden tussen kruispunten 70

110 Markering, bebording, bebakening en verlichting Gedragsaspecten Passeersnelheden van kruispunten Zichtomstandigheden, oprijzicht Voorzieningen voor fietsers, voetgangers, mensen met functiebeperking Openbare verlichting op knooppunten, kruispunten, wegvakken en/of t.h.v. discontinuïteiten Zichtbaarheid (en leesbaarheid) bebording, bewegwijzering, wegmarkering en wegmeubilair, ook in relatie tot groenvoorzieningen Zichtbaarheid bebording, bebakening, bewegwijzering en overig wegmeubilair bij duisternis of slecht weer. Hoeveelheid informatie naast en/of boven de weg Botsveilige ondersteuningen van wegmeubilair Uit: 10 Gouden regels om rekening te houden met de weggebruiker. Wat zijn de eigenschappen en (on)hebbelijkheden van de weggebruiker? Regel 1 De weggebruiker is egoïstisch. Regel 2 De weggebruiker kan niet alles tegelijk. Regel 3 Je kunt het de weggebruiker wel vertellen, maar doet hij het dan ook? Hoe kijkt de weggebruiker naar het verkeer en verkeersmaatregelen? Regel 4 De weggebruiker accepteert alleen maatregelen die hij zinvol vindt. Regel 5 De weggebruiker stelt u voor verrassingen. Regel 6 De weggebruiker heeft verwachtingen en gedraagt zich ernaar. Regel 7 Wat als het fout gaat met het systeem of de weggebruiker? Welke eisen stelt de weggebruiker aan de informatie die u hem aanbiedt? Regel 8 Vertel de weggebruiker wat écht belangrijk is. Regel 9 Breng de weggebruiker niet in de war. Aan welke eisen moet de informatieverschaffing zélf voldoen? Regel 10 Informatie moet voor de weggebruiker zichtbaar, duidelijk en begrijpelijk zijn. Duurzaam Veilig Zie ook: Handreiking Gedrag Weggebruikers [2012] Functionaliteit van wegen Monofunctionaliteit van wegen: 'stroomweg', 'gebiedsontsluitingsweg' of 'erftoegangsweg' in een hiërarchisch opgebouwd wegennet Homogeniteit van massa's en/of snelheden en richting Gelijkwaardigheid in snelheid, richting en massa bij matige en hoge snelheden. Herkenbaarheid van de vormgeving van de weg en voorspelbaarheid van wegverloop en van gedrag van weggebruikers Omgeving en gedrag van andere weggebruikers die de verwachtingen van weggebruikers ondersteunen via consistentie en continuïteit van het wegontwerp. Vergevingsgezindheid van de omgeving en van weggebruikers onderling Letselbeperking door een vergevingsgezinde omgeving en anticipatie van weggebruikers op gedrag van anderen. Statusonderkenning door de verkeersdeelnemer Vermogen om taakbekwaamheid te kunnen inschatten 71

111 C.3 Checklist Verkeersmanagement Deze checklist behoort tot de kwalitatieve toets wegontwerp in de VVE (deels),vva,vvi. Aspect Aandachtspunten Algemeen Resultaten eerdere auditfase Doorstroming en knelpunten in startsituatie Doorstroming eindsituatie (Sla norm) I/c verhoudingen binnen op traject en binnen het invloedsgebied Verkeersfunctie van wegen op het traject en binnen het invloedsgebied Voorkomen onnodige conflictpunten Alternatieve routes Regelscenario s alternatieve route in piekperiode, bij calamiteiten (ongeval, werk in uitvoering) Verkeersonveiligheid op alternatieve route (extra risico) Verantwoordelijkheden voor instellen alternatieve route Communicatie rond instellen van alternatieve route Convenant met andere wegbeheerders Bereikbaarheid Gebiedsgericht benutten Routing verkeer Idiotproof bebording Bebording bij Werk in uitvoering (communicatie andere wegbeheerders) Mobiliteitsmanagement Modal split Spitstarief, spitsmijden Doorstroming Optimaliseren van regelsystemen (VRI/TDI) Kwaliteit van informatie op Signaalgevers Hersteltijden bij storing Verkeersmodel (optimaliseren doorstroming in proefomgeving) Doelgroepverkeer Handhaving (politie, camera s, flitspalen) Slim plannen en voorbereiden van wegwerkzaamheden Permanent openstellen spitsstrook Turbo-Rotonde Minimaliseren conflictpunten 72

112 Bijlage D Literatuur en referenties Overzicht van gerelateerde documenten Documenten die in het Kader Verkeersveiligheid zijn verwerkt Effectbepaling Verkeersveiligheid Wegontwerp Kansen en Risico s (voorheen Onoverkomenlijke Belemmeringen in het wegontwerp) Verkeersveiligheidseffectbepaling (RIA/VVE) Voorschrift Verkeersveiligheidsaudit (RSA/VVA) Rollen en Verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van verkeersveiligheidsaudits (RSA/VVA) Verkeersveiligheidsinspecties (VVI) Richtlijn borgen verkeersveiligheid Veilig over Rijkswegen NSM Handleiding Afleiding Zelfstandige documenten die aan dit document zijn gekoppeld Verkeersveilig Ontwerpen Autosnelwegen VOA; Verkeersveiligheid spitsstroken; Verkeersveiligheid in tunnels. Overige literatuur Europese richtlijnen en implementatie Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur. Richtlijn 2008/96/EG. Raamwerk implementatie Europese Richtlijn verkeersveiligheid weginfrastructuur. Twijnstra Gudde. Dienst Verkeer en Scheepvaart, 2009 Wet van 2 december 2010 tot aanpassing van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken ter implementatie van Richtlijn 2008/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende het beheer van de Verkeersveiligheid van weginfrastructuur (PbEU L 319/59). Staatsblad Jaargang , Den Haag 2010 Regeling ter implementatie van richtlijn 2008/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende het beheer van de verkeersveiligheid, Nummer VENW/BSK- 2010/215198, Den Haag, 10 december 2010 Nationaal verkeersveiligheidsbeleid Nota Mobiliteit, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Structuurvisie Infrastructuur en Milieu, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012 Strategisch plan Verkeersveiligheid Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Infrastructuurmaatregelen Meer Veilig 2 en 3 ( ), Ministerie van Infrastructuur en Milieu, november Veiligheid bij wegwerkzaamheden, Brief Minister Infrastructuur en Milieu aan Tweede Kamer, 12 december Brief van Minister Eurlings aan de Tweede Kamer met het onderwerp: verkeersveiligheid, d.d. 30 oktober Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Betere communicatie vermindert irritatie, Dienst Verkeer en Scheepvaart Rijkswaterstaat, februari Ambulances binnen bereik, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2003 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). 73

113 Literatuur verkeersveiligheid Design manual for Roads and Bridges. Volume 5, Assessments and preparation of road schemes, part 2, road safety audit. The Highway Agency. London, Vergelijking van drie verkeerveiligheidsindicatoren ongevallen, conflict observatie en microsimulatie, CVS en Universiteit Hasselt, 2008 Beleving van Verkeersonveiligheid, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) Door met Duurzaam Veilig, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), 2005 Factsheet Black Spots, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), 2010 Factsheet voetgangers, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), 2012 Factsheet Spookrijden, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), 2009 VkA richtlijnen Nieuw ontwerp autosnelwegen (NOA), Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2007 Richtlijnen Ontwerp Autosnelwegen (ROA) Veilig Ontwerp autosnelwegen (VOA), Rijkswaterstaat, 2012 (concept) KBA verkeersveiligheidsmaatregelen (rekenmodule ARCADIS), 2012 Basisgegevens verkeersongevallen (RWS-DID; BRON) Basisgegevens Incidentmanagement (RWS-WVL) Basisgegevens BOO (RUPS) Risicotabellen verkeersveiligheid BOO (WVL/Regionale Diensten) Verkeersveiligheidseffectbeoordeling versie Gouden regels om rekening te houden met de weggebruiker, Rijkswaterstaat, 2010 Werkboek gebiedsgericht benutten plus duurzaam Veilig, Rijkswaterstaat, 2007 Alternatieve routes bij verstoringen, Rijkswaterstaat, 2005 Ophoogkader Verkeersveiligheid (OVO), Rijkswaterstaat, 2003 Verkeersveiligheid in planstudies, Rijkswaterstaat, 2010 Werkwijzer Minderhinder, Rijkswaterstaat, 2009 Wildongevallen: Preventieve maatregelen en hun toepassingsgebied', NOVI Verkeersacademie, 2010 Contribution factors to road Safety, PAIRC, Kader Veiligheidsmanagement RWS Literatuur verkeersveiligheidsaudits Manual of Road Safety Audit. Road Directorate. Ministry of Transport-Denmark, Road Safety Audits and Inspections. Handbook 222. Statensvegvesen Norway. Road Safety Audit Procedures for Projects. Guideline. Transfund New Zealand. Wellington, 2004 Road safty Audit Guideline. For safety checks of new road projects. PIARC, Draft Road Safety audit Guidelines. National Roads Authority, Dublin, Guidelines for Road Safety Audits ESAS. German Road and Transportation Research Association. Cologne, Factsheet Road Safety Audit and Road Safety Inspection, Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) De Verkeersveiligheidsaudit. Informatie over de mogelijkheden en de toepassing. CROW, 2001 Merkblatt für die Ausbildung und Zertifizierung der Sicherheitsauditoren von Strassen (MAZS 2007). Forschungsgesellschaftfür Strassen- und Verkehrswesen. Arbeitsgruppe Starssenentwurf Overige literatuur Uniforme administratieve voorwaarden bij geïntegreerde Contractvormen (UAV-GC), CROW, 2005 Handreiking MIRT-Verkenning, Rijkswaterstaat, 2010 Natura 2000 WWA (2.0) 74

114 Bijlage E Definities en afkortingen Een weergave van de belangrijkste definities uit het Kader Verkeersveiligheid met een korte beschrijving. E.1. Definities t.a.v. verkeersveiligheid Norm/voorschrift Een norm of voorschrift is een waarde waaraan een weg moet voldoen. Hiervan mag niet (zonder toestemming) worden afgeweken. Om toestemming te verkrijgen zal moeten worden aangetoond dat het alternatief geen nadelige invloed heeft op de verkeersveiligheid of dat er op een andere manier een compensatie wordt gerealiseerd. Een norm kan wettelijk (nationaal/europees) zijn vastgesteld of door RWS zijn vastgesteld. In het Kader Verkeersveiligheid wordt geen onderscheid gemaakt in belangrijkheid tussen deze normen. Richtlijn Een richtlijn is een advies waarmee wordt bereikt dat wanneer een weg hieraan voldoet, de weg ook zal voldoen aan de gestelde normen. Er zijn dus alternatieven mogelijk, hiervan zal wel moeten worden aangetoond dat daarmee ook de norm wordt behaald. Eis Een eis geeft invulling aan een verantwoordelijkheid ten aanzien van het borgen van verkeersveiligheid en refereert aan normen, wetten en voorschriften. Eisen zijn functioneel (b.v. audit, verificatie) of operationeel van aard. Wbr en Uitvoeringsregeling De Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) is op 2 december 2010 aangepast om de Richtlijn 2008/96/EG van het Europees Parlement en de Raad te implementeren. Aan de Wbr is een Regeling verkeersveiligheid van weginfrastructuur gekoppeld waarin artikelen uit de Wbr nader zijn toegelicht. In dit document wordt verwezen naar de Wbr (incl. Regeling). Infrastructuurproject Project voor de bouw van nieuwe weginfrastructuur of voor een ingrijpende wijziging van het bestaande wegennet met gevolgen voor de verkeersstromen/of de verkeersveiligheid. Notitie Reikwijdte en detailniveau In het verlengde van het startbesluit wordt in deze notitie door DGB (opdrachtgever) de uitgangspunten, randvoorwaarden en voorlopige normen/eisen opgenomen t.b.v. de te realiseren verkenningsfase van een infrastructureel project. De notitie vormt een bijlage van de voorgenomen projectopdracht Uitgangspuntennotitie De uitgangspuntennotitie wordt geschreven na het afronden van de verkenningsfase en GO beslissing door bevoegd gezag. In de uitgangspuntennotitie zijn de definitieve randvoorwaarden normen/eisen opgenomen die bindend zijn voor het te realiseren infrastructurele project. De notitie vormt een bijlage van de voorgenomen projectopdracht. Prioriteringskader BOO Het prioriteringskader BOO bestaat uit de afspraken en randvoorwaarden die vastgelegd zijn in het Managementcontract, SLA en SVIR, alsmede randvoorwaarden en kaders die gelden voor het beheren en onderhouden van het rijksweggenet 75

115 Definities projectfasen Aanlegproces Het Aanlegproces omvat het proces van initiatief tot en met realisatie van een Infrastructuurproject waarbij sprake is van grootschalige uitbreiding of aanpassing van de bestaande infrastructuur of de realisatie van nieuwe infrastructuur. Initiatieffase De initiatieffase vindt voorafgaand aan de start van een MIRT-verkenning plaats. In deze fase komt de startbeslissing tot stand, waarbij een zorgvuldige afweging, voorbereiding en een stevige bestuurlijke basis essentieel zijn voor een goed verloop van de verkenning. Verkenning In de Verkenning vindt een uitwerking plaats van de probleemanalyse en de mogelijke oplossingen en vindt een selectie plaats van de nader uit te werken voorkeursbeslissing. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de eerste fase van de verkenning, waarin uit een groot aantal alternatieven een voorselectie wordt gemaakt, en de tweede fase van de verkenning, waarin een meer gedetailleerde beoordeling van de resterende kansrijke alternatieven plaatsvindt, die uitmondt in een voorkeursbeslissing. Planuitwerkingsfase In de planuitwerkingsfase vindt een nadere uitwerking plaats van de voorkeursbeslissing, resulterend in een integraal inpassend ontwerp dat tevens als basis dient voor het (ontwerp-)tracébesluit ((O)TB), ontwerp bestemminsplan, ontwerp inpassingsplan of integraal ontwerp. Realisatiefase In de realisatiefase vindt een nadere uitwerking plaats van het TB, bestemmingsplan, inpassingsplan of integraal inpassend ontwerp tot een Detailontwerp en uitvoeringsplan. Vervolgens vindt de daadwerkelijke realisatie plaats. BOO-proces Het BOO-proces omvat de uitvoering van beheer en onderhoud vanaf de ingebruikname van de weg tot aan de volgende fase van reconstructie of overdracht. Definities ontwerpproces NEN 9001 De NEN 9001 is een norm die eisen stelt aan het kwaliteitsmanagementsysteem van de opdrachtnemende organisatie. De norm kan gebruikt worden om te beoordelen of de organisatie in staat is om te voldoen aan de eisen van klanten, de op het product van toepassing zijnde wet- en regelgeving en de eisen van de organisatie zelf. WVL-toetsen Door RWS Water, Verkeer en Leefbaarheid (WVL) van Rijkswaterstaat vinden gedurende de Verkenning, planuitwerking en realisatie een aantal toetsen plaats van de ontwerpproducten ten aanzien van verkeersveiligheid. Deze toetsen maken onderdeel uit van de interne kwaliteitsborging en worden toegepast om na te gaan of de eisen ten aanzien van verkeersveiligheid in het ontwerp voldoende zijn geborgd. Het gaat hierbij om de toets op Kansen en Risico s (eerste fase van de Verkenning), de lighttoets (tweede fase van de Verkenning), de pre- en eindtoets (Planuitwerkingsfase) en een beoordeling tijdens de Realisatiefase. Gate Review Het instrument Gate Review maakt standaard onderdeel uit van het kwaliteitsborgingssysteem van Rijkswaterstaat en borgt dat ontwerpproducten uit de Verkenningsfase voldoen aan de gestelde criteria, voordat wordt overgegaan naar de Planuitwerkingsfase. De toetsing vindt plaats onder regie van Dienst Infrastructuur (DI). 76

116 Projectdocumentatie Het geheel aan documenten (projectopdracht, uitgangspunten, projectdocumentatie, tekeningen, kaders, bestanden, audit-rapporten, reactienota s, contracten, werkafspraken etc) die de basis vormen voor het realiseren van een project. Definities audits en toetsen Verkeersveiligheideffectbeoordeling (VVE) De Verkeersveiligheideffectbeoordeling wordt uitgevoerd tijdens de tweede fase van de verkenning en is erop gericht om na te gaan welke effecten de alternatieven hebben ten aanzien van de verkeersveiligheid. Verkeersveiligheidsaudit De verkeersveiligheidsaudit is een onafhankelijke, gedetailleerde, systematische en technische verkeersveiligheidscontrole van het ontwerp van een infrastructuurproject in alle fasen van het project, van planning tot eerste gebruik op grond van de geldende normen, Richtlijnen, verkeerskundige afspraken en gedragscomponenten. Verkeersveiligheidsinspectie (VVI) De Verkeersveiligheidsinspectie wordt uitgevoerd tijdens de beheer en onderhoudsfase en is erop gericht om een inzicht te krijgen in de actuele staat van onderhoud van een weg en de gevolgen daarvan voor de verkeersveiligheid Toets op Kansen en Risico s (K&R) De toets op Onoverkomelijke Belemmeringen wordt uitgevoerd tijdens de eerste fase van de verkenning en is erop gericht om na te gaan in hoeverre er ten aanzien van verkeersveiligheid onoverkomelijke belemmeringen bestaan bij de uitgewerkte alternatieven. Anderzijds wordt er gekeken naar kosteneffectieve kansen en mogelijkheden die het project biedt. Indien gewenst, past de opdrachtgever de projectdoelstelling aan (inclusief de aan het project gerelateerde middelen/planning). Lighttoets De lighttoets wordt uitgevoerd in de 2 e verkenningenfase, voorafgaand aan de verkeersveiligheidsbeoordeling VVE en heeft als doel om een ontwerp te beoordelen op verkeersveiligheidsrisico s. De lighttoets wordt uitgevoerd op basis van expert-judgement. Pretoets In de pretoets wordt het voorkeursontwerp getoetst op functionaliteit, verkeersveiligheid, uniformiteit en maakbaarheid. De Pre-toets wordt in een zo vroeg mogelijk stadium van de OTB-fase uitgevoerd, voorafgaand aan de VVA-1. Na goedkeuring worden de effectenstudies uitgevoerd en wordt het OTB ontwerp opgesteld (met een uitwerkingsniveau van een integraal inpassend ontwerp). Voortoets en Eindtoets (gecombineerde toets) Het doel van de voortoets is het om na te gaan of het ontwerp van de opdrachtnemer overeenstemt met de afgesproken uitgangspunten van het project. De bevindingen van het auditrapport van de VVA-1, reactienota worden daarin meegenomen.. De opdrachtnemer voert vervolgens in overleg met de opdrachtgever de noodzakelijke herstelacties uit en actualiseert de ontwerpdocumenten. De voortoets vindt plaats na de VVA-1. In de Eindtoets wordt nagegaan of alle afwijkingen in het inpassend ontwerp zijn verwerkt. Laatste afwijkingen worden door de opdrachtnemer gecorrigeerd. De eindtoets vindt plaats voor de formele projectbeslissing van het te realiseren project. Auditdocumenten Onder de Auditdocumenten wordt de schriftelijke en mondelinge informatie over het infrastructuurproject verstaan die door de opdrachtgever ter beschikking van het Auditteam wordt gesteld. 77

117 Ontwerpnotitie Het ontwerpteam geeft in de integrale ontwerpnotitie inclusief een aparte verkeersveiligheidsparagraaf de onderbouwing van de gemaakte keuzen (onder andere afwijkingen van de Richtlijnen) waarbij de verkeersveiligheid in het geding is. De ontwerpnotitie vormt onderdeel van de projectdocumentatie. Auditrapport Het auditrapport bevat per auditfase een bondige weergave van het betreffende infrastructuurproject, de auditfase, het Auditteam, het auditproces en een beschrijving van de concrete (ontwerp)kenmerken die de verkeersveiligheid nadelig kunnen beïnvloeden aangevuld met een gradatie van de ernst van de bevinding. Reactienota De reactienota omvat de reactie van de opdrachtnemer van het infrastructuurproject op alle bevindingen en aanbevelingen in het auditrapport. In de reactienota dient te worden aangeven wat met bevindingen wordt gedaan. Voorbereidingsbesluit Het voorbereidingsbesluit omvat de voorlopige besluiten van de projectorganisatie (projectmanager) naar aanleiding van het auditrapport en de reactienota van VVA1, die ter accordering aan de Directeur Wegen en Verkeer worden voorgelegd. 78

118 E-2 Afkortingen AGR AO AVV BABW BB BOO BRON BS CBS CIV DAB DB DBFM DG DGB DRIP DVM WVL EuroRAP GGB GIS GPO GPO-ICAI HID HWN IM IPM IVON KAd KLPD LCM MER MKBA MN MV MTM NN NOA NoMo NRM NSM NVM ON OV OVO PO PPO PVE RD RISM RPS RUPS European agreement on main international traffic arteries Autonome Ontwikkeling Adviesdienst Verkeer en Vervoer Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer Beter Benutten Beheer en Onderhoud Bestand geregistreerde Ongevallen Nederland RWS-Bestuur/Bestuursstaf Centraal Bureau voor de Statistiek Centrale Informatie Voorzieneing Dicht Asfaltbeton Dagelijks Bestuur Design, Build, Finance & Maintenance (type prestatiecontract) Directeur Generaal Directoraat Generaal Bereikbaarheid Dynamisch Route informatie Paneel Dynamisch Verkeersmanagement RWS Water, Verkeer en Leefbaarheid European Road Assessment Programme Gebiedsgericht Benutten Geografisch Informatie Systeem RWS Grote Projecten en Onderhoud Inkoop-, Contrantmanagement en Leadautits van RWS Grote Projecten en Onderhoud Hoofd Ingenieur Directeur Hoofdwegennet Incident Management Integraal Project Management Instituut Veiligheidsopleidingen Nederland Kwaliteitsborging Aanbestedingsdossier Korps Landelijke Politiediensten Landelijk Centraal Meldpunt Milieueffectrapportage Maatschappelijke Kosten Baten Analyse RWS-Midden Nederland Meer Veilig Motorway Traffic Management RWS-Noord Nederland Nieuw Ontwerp Autosnelwegen Nota Mobiliteit Nieuw Regionaal Model Network Safety Management Netwerk Verkeersveiligheidsmanagement RWS Oost Nederland Openbaar Vervoer Ophoogkader Verkeersongevallen Projectschets Ontwikkeling RWS-Programma s Projecten en Onderhoud Programma Versobering en Efficiency Regionaal Organisatieonderdeel Road Infrastructure Safety Management (Europese Richtlijn Verkeersveiligheid) Road Protection Score (EuroRAP) Rijkswaterstaat Uniforme Programmering Systeem 79

119 SCB SLA SVIR RWS TDI UMS VC VKA VOA VOC VOG VOR VRI VVA VVE (RIA) VVI (RSI) VVH VWM WBR WNN WNZ ZN Systeemgerichte contractbeheersing Service Level Agreement StructuurVisie Infrastructuur en Ruimte Rijkswaterstaat Toeritdoseerinstallatie Uitsluitend Materiële Schade Verkeerscentrale Verkeerskundige Afspraken Verkeersveiligheid Ontwerp Autosnelwegen Variabel Onderhoudscontract Bestand waarin ongevallen, intensiteiten en wegkenmerken rijkswegen zijn gecombineerd Veilig over Rijkswegen Verkeersregelinstallatie Verkeersveiligheidsaudit (Road Safety Audit) Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (Road Safety Impact Assessment) Verkeersveiligheidsinspectie (Road Safety Inspection) Verkeersveiligheid RWS-Verkeer en Watermanagement Wet Beheer Rijkswaterstaatswerken RWS-West Nederland Noord RWS-West Nederland Zuid RWS-Zuid Nederland 80

Kader Verkeersveiligheid

Kader Verkeersveiligheid RWS BEDRIJFSINFORMATIE Kader Verkeersveiligheid Kader voor het borgen van verkeersveiligheid bij Aanleg- en Onderhoudsprojecten op het Rijkswegennet. Deel A: Hoofddocument Datum 19 april 2017 Status Definitief

Nadere informatie

Inventarisatie evaluaties stedelijk verkeersmanagement

Inventarisatie evaluaties stedelijk verkeersmanagement Inventarisatie evaluaties stedelijk verkeersmanagement Een overzicht van de beschikbare kennis Florence Bloemkolk, Henk Taale 21 juni 2018 Stedelijk verkeersmanagement: wat is het? CROW: Verkeersmanagement

Nadere informatie

EuroRAP Road Protection Score

EuroRAP Road Protection Score EuroRAP Road Protection Score Samenvatting Verkeersveiligheid staat hoog op de Europese en de Nederlandse agenda. Het European Road Assessment Programme (EuroRAP) wil eraan bijdragen om de verkeersveiligheid

Nadere informatie

Handreiking D&C Contracten. 26 September 2005

Handreiking D&C Contracten. 26 September 2005 Handreiking D&C Contracten 26 September 2005 Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat BIBLIOTHEEK RIJKSWATERSTAAT UTRECHT NR Z4Z).5...qo& RWS bibliotheek locatie Utrecht Postbus 20.000 3502

Nadere informatie

Certificering van verkeersveiligheidsauditoren voor het rijkswegennet

Certificering van verkeersveiligheidsauditoren voor het rijkswegennet Certificering van verkeersveiligheidsauditoren voor het rijkswegennet Auteur: Herman Moning, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart Aanbieder certificeringstraject: DTV Consultants B.V. Samenvatting

Nadere informatie

Richard van den Hout. Op weg naar een verkeersveiligere infrastructuur van de Nederlandse provinciale wegen

Richard van den Hout. Op weg naar een verkeersveiligere infrastructuur van de Nederlandse provinciale wegen Op weg naar een verkeersveiligere infrastructuur van de Nederlandse provinciale wegen 2 Agenda ANWB Ambitie 20 20 ANWB & VN decade of action Verkeersveiligheid EuroRAP basics EuroRAP Rijkswegen EuroRAP

Nadere informatie

Service Level Agreements RWS

Service Level Agreements RWS Service Level Agreements RWS Presentatie Provincie Zuid Holland Jaco vd Werf en Ron Bosman Ministerie van I&M/ RWS 4-3-2015 Agenda Aanleiding tot de SLA RWS als Asset Manager Ontwikkeling van Asset management

Nadere informatie

Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum

Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16-12-2010 / rapportnummer 2302-55 1. Oordeel over het MER Rijkswaterstaat Zuid-Holland heeft het voornemen om

Nadere informatie

N35 Nijverdal - Wierden Uitgangspunten verkeersberekeningen

N35 Nijverdal - Wierden Uitgangspunten verkeersberekeningen N35 Nijverdal - Wierden Uitgangspunten verkeersberekeningen Datum 2 november 2017 Status definitief 1 Inleiding In deze bijlage vindt u een beschrijving van de gehanteerde uitgangspunten bij het maken

Nadere informatie

DVM in Amsterdam, de ambities waargemaakt door de systemen!

DVM in Amsterdam, de ambities waargemaakt door de systemen! (Bijdragenr. 56) DVM in Amsterdam, de ambities waargemaakt door de systemen! Bert van der Veen Advin b.v. Rien Borhem Gemeente Amsterdam 1. Inleiding Om het verkeer in goede banen te leiden wordt steeds

Nadere informatie

Kader Verkeersveiligheid

Kader Verkeersveiligheid Kader Verkeersveiligheid Deel B: Methodieken en Achtergrondinformatie Datum 30 juni 2016 2013 Status Definitief concept versie 1.0 Kader Verkeersveiligheid Kader voor het borgen van verkeersveiligheid

Nadere informatie

De verkeersveiligheidsaudit is in opmars! En wat is daaruit te leren?

De verkeersveiligheidsaudit is in opmars! En wat is daaruit te leren? De verkeersveiligheidsaudit is in opmars! En wat is daaruit te leren? Dirk de Baan, Royal HaskoningDHV met bijdrage van Betty van de Wetering, Royal HaskoningDHV Samenvatting Sinds 2009 is het aantal uitgevoerde

Nadere informatie

VIND: proactief meten van de verkeersveiligheid

VIND: proactief meten van de verkeersveiligheid VIND: proactief meten van de verkeersveiligheid Hans Drolenga, Sweco Nederland B.V. Yvonne Janssen-Stans, Rijkswaterstaat Jurgen Koppen, Rijkswaterstaat Verkeersveiligheidsbeleid was in het verleden hoofdzakelijk

Nadere informatie

Assetmanagement. Resultaten maturityscan. 14 januari 2015

Assetmanagement. Resultaten maturityscan. 14 januari 2015 Assetmanagement Resultaten maturityscan 14 januari 2015 De 7 bouwstenen van Assetmanagement 2 22.Afwijkingen en herstelacties 23. Preventieve acties 24. Verbetermanagement 5.Leiderschap en betrokkenheid

Nadere informatie

Aanpak projectaudits

Aanpak projectaudits Aanpak projectaudits 1. Inleiding Veel lokale overheden werken op basis van een standaardmethodiek Projectmatig Werken. Op die manier wordt aan de voorkant de projectfasering, besluitvorming en control

Nadere informatie

Nationaal verkeerskundecongres 2016

Nationaal verkeerskundecongres 2016 Nationaal verkeerskundecongres 2016 Van verkeerskundige functies naar eisen aan C-ITS Discussiepaper Henk Taale (Rijkswaterstaat, TrafficQuest en TU Delft) Isabel Wilmink (TNO en TrafficQuest) Aroen Soekroella

Nadere informatie

Alternatieve analysemethoden voor verkeersveiligheid

Alternatieve analysemethoden voor verkeersveiligheid Alternatieve analysemethoden voor verkeersveiligheid Een overzicht van methoden uit de toolkit Samenvatting DTV Consultants heeft in opdracht van DVS een catalogus of toolkit van alternatieve analysemethoden

Nadere informatie

Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h

Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h Datum 12 december 2011 Bijlage(n) - Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h Achtergrond Het kabinet is voornemens de maximumsnelheid op autosnelwegen te verhogen naar 130

Nadere informatie

Op weg naar verkeersveiligere infrastructuur van de Nederlandse provinciale wegen

Op weg naar verkeersveiligere infrastructuur van de Nederlandse provinciale wegen Op weg naar verkeersveiligere infrastructuur van de Nederlandse provinciale wegen 1 2 ANWB & verkeersveiligheid ANWB onderschrijft VN Decade of Action for Road Safety ANWB 10 puntenplan Veilig op weg naar

Nadere informatie

VAN INFRAPROVIDER NAAR NETWERKMANAGER DBFM-A15 MaVa. Jaap Zeilmaker projectdirecteur

VAN INFRAPROVIDER NAAR NETWERKMANAGER DBFM-A15 MaVa. Jaap Zeilmaker projectdirecteur VAN INFRAPROVIDER NAAR NETWERKMANAGER DBFM-A15 MaVa Jaap Zeilmaker projectdirecteur 1-12-2011 Leitmotief niet het object staat centraal maar de functie die het object vervult. Ontwikkeling komt voort uit

Nadere informatie

Bijlage 1: Flankerende en communicatieve maatregelen

Bijlage 1: Flankerende en communicatieve maatregelen Bijlage 1: Flankerende en communicatieve maatregelen Om de veiligheid van de weggebruikers en een goede doorstroming van het verkeer te blijven waarborgen, alsmede de overlast voor de omwonenden te verminderen

Nadere informatie

Inleiding Systeemgerichte. of: SCB. Mr Joost Jansen MBA

Inleiding Systeemgerichte. of: SCB. Mr Joost Jansen MBA Inleiding Systeemgerichte Contractbeheersing of: SCB Mr Joost Jansen MBA Programma: Voorstellen Doel Management summary Introductie ti SCB ISO 9001:2008 Toetsen Afronding Protocol managementaandacht (Vragen

Nadere informatie

Notitie km snelheidslimiet Antwerpsestraatweg

Notitie km snelheidslimiet Antwerpsestraatweg Notitie 60 80 km snelheidslimiet Antwerpsestraatweg 1. INLEIDING In het kader van de herinrichting van de Antwerpsestraatweg is in samenwerking met de gemeente Bergen op Zoom een sober herinrichtingvoorstel

Nadere informatie

Door het toepassen van Systems Engineering in het akoestisch onderzoek MJPG

Door het toepassen van Systems Engineering in het akoestisch onderzoek MJPG INTEGRALE AFSTEMMING EN INFORMATIEVASTLEGGING Door het toepassen van Systems Engineering in het akoestisch onderzoek MJPG Angelina Ling en Jeroen Knoet 9 november 2016 Aanleiding lezing Het akoestisch

Nadere informatie

Documentenanalyse Veiligheidsvisitatiebezoek

Documentenanalyse Veiligheidsvisitatiebezoek Ingevuld door: Naam Instelling: Documentenanalyse Veiligheidsvisitatiebezoek In de documentenanalyse wordt gevraagd om verplichte documentatie en registraties vanuit de NTA 8009:2007 en HKZ certificatieschema

Nadere informatie

Bijlage Q2 Format vraagspecificatie

Bijlage Q2 Format vraagspecificatie Bijlage Q2 Format vraagspecificatie Behorende bij (raam)overeenkomst systeemgerichte contractbeheersing Perceel 1 Zaaknr. 31121523 Perceel 2 Zaaknr. 31121524 Perceel 3 Zaaknr. 31121525 Perceel 4 Zaaknr.

Nadere informatie

Beheer en Onderhoud. Inhoud van de presentatie

Beheer en Onderhoud. Inhoud van de presentatie Beheer en Onderhoud Inhoud van de presentatie De richtlijn Beheer en Onderhoud Opzetten van een beheersysteem Resultaten van de 3M enquête Beheer en Onderhoud 3M TSS Studiecentrum cases Case Gemeente Tiel

Nadere informatie

B73a CAR in de provincie Zuid-Holland: verkeersmanagement op alle niveaus

B73a CAR in de provincie Zuid-Holland: verkeersmanagement op alle niveaus B73a CAR in de provincie Zuid-Holland: verkeersmanagement op alle niveaus John Steendijk Provincie Zuid-Holland Jan-Willem Grotenhuis XTNT Samenvatting Coördinatie van Alternatieve Routes (CAR) wordt toegepast

Nadere informatie

Voorsprong door gebundelde kennis

Voorsprong door gebundelde kennis Advies- en ingenieursbureau dhv.nl Voorsprong door gebundelde kennis samenwerking bij complexe mobiliteitsprojecten Altijd een oplossing verder Een opdrachtgever met raad en daad bijstaan betekent meer

Nadere informatie

Ruimte voor ontwikkeling. Financiële haalbaarheid en management van gebiedsontwikkeling

Ruimte voor ontwikkeling. Financiële haalbaarheid en management van gebiedsontwikkeling Ruimte voor ontwikkeling Financiële haalbaarheid en management van gebiedsontwikkeling U WILT UW GEBIED ONTWIKKELEN. DAT ROEP VEEL VRAGEN OP: HOE PAK IK DAT AAN? EN IS HET FINANCIEEL WEL HAALBAAR IN DEZE

Nadere informatie

Snel inzicht in verkeersonveiligheid met pragmatische Human Factors-beoordeling

Snel inzicht in verkeersonveiligheid met pragmatische Human Factors-beoordeling Snel inzicht in verkeersonveiligheid met pragmatische Human Factors-beoordeling Jos Vrieling - Arcadis Hessel de Jong - Arcadis Ronald Hartman - gemeente Veenendaal Samenvatting Arcadis heeft een Human

Nadere informatie

VMS veiligheidseisen voor het ZKN-Keurmerk Een vertaling van de NTA8009:2011 naar de situatie van de zelfstandige klinieken

VMS veiligheidseisen voor het ZKN-Keurmerk Een vertaling van de NTA8009:2011 naar de situatie van de zelfstandige klinieken VMS veiligheidseisen voor het ZKN-Keurmerk Een vertaling van de NTA8009:2011 naar de situatie van de zelfstandige klinieken Leiderschap 1. De directie heeft vastgelegd en is eindverantwoordelijk voor het

Nadere informatie

De wisselwerking tussen ontwerp en verkeersveiligheid. Mattijs Bekkers en Dirk de Baan 15 april 2014

De wisselwerking tussen ontwerp en verkeersveiligheid. Mattijs Bekkers en Dirk de Baan 15 april 2014 De wisselwerking tussen ontwerp en verkeersveiligheid Mattijs Bekkers en Dirk de Baan 15 april 2014 Welkom bij de voorstelling Cast en rolverdeling: Mattijs Bekkers Ontwerpleider Faseringen bij A-Lanes-A15

Nadere informatie

Inhoud. 1. Inleiding Doorstroming Wegwerkzaamheden Informatie Aangeven maximumsnelheid Goede en slechte voorbeelden 16

Inhoud. 1. Inleiding Doorstroming Wegwerkzaamheden Informatie Aangeven maximumsnelheid Goede en slechte voorbeelden 16 Gemeenschappelijk onderzoek provincies en Rijkswaterstaat: aanvullende analyses Augustus 2013 Inhoud 1. Inleiding 4 2. Doorstroming 5 3. Wegwerkzaamheden 7 4. Informatie 11 5. Aangeven maximumsnelheid

Nadere informatie

Onderwerp Zaaknummer Uw kenmerk Datum Verkeerskundige analyse Torenlaan

Onderwerp Zaaknummer Uw kenmerk Datum Verkeerskundige analyse Torenlaan *1024661* Gemeenteraad Gemeente Hengelo Postbus 18 7550 AA Hengelo Onderwerp Zaaknummer Uw kenmerk Datum Verkeerskundige analyse Torenlaan 1010707 Geachte gemeenteraad, In de commissie Fysiek zijn vragen

Nadere informatie

Het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer wordt gewijzigd als volgt:

Het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer wordt gewijzigd als volgt: Concept tbv internetconsultatie november 2016 Besluit van tot wijziging van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en het RVV 1990 ter invoering van de mogelijkheid snorfietsers in

Nadere informatie

(Bijdragenr. 8) Verkeershinderscan wegwerkzaamheden

(Bijdragenr. 8) Verkeershinderscan wegwerkzaamheden (Bijdragenr. 8) Verkeershinderscan wegwerkzaamheden Niek Aaldenberg Provincie Overijssel Willy Hoogma Provincie Overijssel Job Birnie Goudappel Coffeng Samenvatting De verkeershinderscan wegwerkzaamheden

Nadere informatie

Visie op overdracht wegen. Provincie Zuid-Holland Dienst Beheer Infrastructuur

Visie op overdracht wegen. Provincie Zuid-Holland Dienst Beheer Infrastructuur Visie op overdracht wegen Provincie Zuid-Holland Dienst Beheer Infrastructuur Versie 2.0: 16 november 2006 Visie op overdracht wegen - definitief - 16 november 2006 2 van 7 Leeswijzer Voor u ligt de notitie

Nadere informatie

Algemene informatie ISO 9001

Algemene informatie ISO 9001 Certificeren zoals het hoort! Algemene informatie ISO 9001 Algemene informatie ISO 9001 086 versie 01.2 26-04-2019 Inleiding In deze algemene informatie leggen we u uit wat de ISO 9001 norm inhoudt en

Nadere informatie

Concretere eisen om te (kunnen) voldoen aan relevante wet- en regelgeving zijn specifiek benoemd

Concretere eisen om te (kunnen) voldoen aan relevante wet- en regelgeving zijn specifiek benoemd >>> Overgang Maatstaf 2016 Onderstaand overzicht bevat de selectie van de geheel nieuwe eisen uit de Maatstaf 2016 en de eisen waarbij extra of andere accenten zijn gelegd, inclusief een korte toelichting.

Nadere informatie

Bereikbaarheid woonwijken rondom Bentz-Berg

Bereikbaarheid woonwijken rondom Bentz-Berg Bereikbaarheid woonwijken rondom Bentz-Berg Gemeente Vianen Status concept Opdrachtgever Gemeente Vianen Kenmerk GVi1715 Contactpersoon Hans Bomers Versie/revisie 2 Datum 18 januari 2018 Opdrachtnemer

Nadere informatie

Startbeslissing. Verbreding A4 Vlietland N14. Datum 12 september 2013. De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen.

Startbeslissing. Verbreding A4 Vlietland N14. Datum 12 september 2013. De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen. Startbeslissing Verbreding A4 Vlietland N14 Datum 12 september 2013 Status Eindversie De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen. Inhoud 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Afbakening

Nadere informatie

Een praktisch boek over contracteren en aanbesteden

Een praktisch boek over contracteren en aanbesteden 1 Introductie Een praktisch boek over contracteren en aanbesteden Dit boek gaat over het contracteren en aanbesteden van bouw- en infrastructurele projecten. Over wat er nodig is om op een doordachte en

Nadere informatie

Dilemma s over provinciale wegen. Technische briefing 18 januari 2017 Chris Pit

Dilemma s over provinciale wegen. Technische briefing 18 januari 2017 Chris Pit Dilemma s over provinciale wegen Technische briefing 18 januari 2017 Chris Pit Wegennetvisie = nieuwe functionele indeling van de provinciale wegen Indeling in: Stroomwegen Gebiedsontsuitingswegen Erftoegangswegen

Nadere informatie

Besluit van Provinciale Staten

Besluit van Provinciale Staten Besluit van Provinciale Staten Vergaderdatum Maart 2015 Nummer 6773 Onderwerp Beleidsregel groepsrisicoverantwoording in inpassingsplannen 1 Besluit Provinciale Staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel

Nadere informatie

Auditstatuut. Systeemtoezicht Wegvervoer

Auditstatuut. Systeemtoezicht Wegvervoer Auditstatuut Systeemtoezicht Wegvervoer Datum: 17 januari 2013 Status: vastgesteld versie 1.0 Pagina 1 van 9 Inhoud 1 Voorwoord 3 2 Audits 4 2.1 Systeemcriteria 4 3 Traject audit 5 3.1 Self-assessment

Nadere informatie

COMPLIANCE MANAGEMENT VOLDOEN AAN WET- EN REGELGEVING COMPLIANCE MANAGEMENT. Vereenvoudigde verantwoording aan in- en externe stakeholders

COMPLIANCE MANAGEMENT VOLDOEN AAN WET- EN REGELGEVING COMPLIANCE MANAGEMENT. Vereenvoudigde verantwoording aan in- en externe stakeholders VOLDOEN AAN WET- EN REGELGEVING Vereenvoudigde verantwoording aan in- en externe stakeholders Tijdig anticiperen op veranderingen in HSE wet- en regelgeving Licence to operate Inzicht in risico s bedrijfsonderdelen

Nadere informatie

Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland

Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland OVER OOSTZAAN Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland WORMERLAND. GESCAND OP 13 SEP. 2013 Gemeente Oostzaan Datum : Aan: Raadsleden gemeente Oostzaan Uw BSN : - Uw brief van :

Nadere informatie

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Ons kenmerk

Ministerie van Infrastructuur en Milieu Ons kenmerk > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456

Nadere informatie

VORMGEVINGSPROTOCOL KWALITEITSBORGING VORMGEVING INFRASTRUCTUUR. P.W. van den Heuvel versie 23 november 2007 pagina 1 van 7

VORMGEVINGSPROTOCOL KWALITEITSBORGING VORMGEVING INFRASTRUCTUUR. P.W. van den Heuvel versie 23 november 2007 pagina 1 van 7 VORMGEVINGSPROTOCOL KWALITEITSBORGING VORMGEVING INFRASTRUCTUUR P.W. van den Heuvel versie 23 november 2007 pagina 1 van 7 Kwaliteitsborging Vormgeving Infrastructuur Inleiding De infrastructuur heeft

Nadere informatie

N237 Provincie Utrecht: MBO Systeem

N237 Provincie Utrecht: MBO Systeem (Bijdragenr. 54) N237 Provincie Utrecht: MBO Systeem ir. Mark Snoek IT&T Samenvatting Het MBO Systeem van IT&T geeft tijdens de uitgebreide werkzaamheden aan de A28 de Provincie Utrecht inzicht in de realtime

Nadere informatie

Systeemgerichte Contractbeheersing in juridisch perspectief

Systeemgerichte Contractbeheersing in juridisch perspectief Systeemgerichte Contractbeheersing in juridisch perspectief Even voorstellen Herman Gerrits Grote Projecten en Onderhoud (GPO) Inkoop Centrum GWW (ICG) 2 SCB juridisch perspectief Ontwikkelingen Beleid

Nadere informatie

Geo-Impuls. Rijkswaterstaat

Geo-Impuls. Rijkswaterstaat Geo-Impuls Impact op projecten van Rijkswaterstaat Marès van den Hark Rijkswaterstaat GPO directeur Techniek en Technisch Management voorzitter Stuurgroep Aanleiding Faalkosten bouw ca. 10 30 % van totale

Nadere informatie

Beoordelingsprotocol objectkenmerken

Beoordelingsprotocol objectkenmerken WAARDERINGSKAMER NOTITIE Betreft: Beoordelingsprotocol objectkenmerken Datum: 7 februari 2014 Bijlage(n): - BEOORDELINGSPROTOCOL OBJECTKENMERKEN Inleiding De juiste registratie van alle gegevens over een

Nadere informatie

Informatiebeveiligingsbeleid

Informatiebeveiligingsbeleid Stichting Werken in Gelderland Versiebeheer Eigenaar: Review: Bestuur juni 2019 Versie Status Aangepast Datum Door 0.1 Concept Versiebeheer 31-5-2018 Privacyzaken, Michel Rijnders 1.0 Vastgesteld Vastgesteld

Nadere informatie

Toelichting Model vraagspecificatie bestaande bouw

Toelichting Model vraagspecificatie bestaande bouw 2/7 Toelichting Model vraagspecificatie bestaande bouw Inhoud Algemeen 1 INLEIDING 1.1 Projectomschrijving 1.2 Organisatie 1.3 Scope van het werk 1.4 Randvoorwaarden 1.5 Budget 1.6 Opzet van de Vraagspecificatie

Nadere informatie

Vooraankondiging. ten behoeve van de aanbesteding Vast Onderhoudscontract DVM-keten (VODK) in het beheersgebied West Nederland Noord

Vooraankondiging. ten behoeve van de aanbesteding Vast Onderhoudscontract DVM-keten (VODK) in het beheersgebied West Nederland Noord Vooraankondiging ten behoeve van de aanbesteding Vast Onderhoudscontract DVM-keten (VODK) in het beheersgebied West Nederland Noord Datum 30 januari 2017 Status definitief Colofon Uitgegeven door InkoopCentrum

Nadere informatie

UITWERKING EVALUATIE VERKEER OP DIJKWEGEN. Aanbevelingen voor verkeersveilige dijkwegen in Lingewaard

UITWERKING EVALUATIE VERKEER OP DIJKWEGEN. Aanbevelingen voor verkeersveilige dijkwegen in Lingewaard UITWERKING EVALUATIE VERKEER OP DIJKWEGEN Aanbevelingen voor verkeersveilige dijkwegen in Lingewaard mei 2015 0 0.Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Aanbevelingen 3. Planning en kostenoverzicht 1 1. Inleiding

Nadere informatie

Verkeersveiligheidseffectbeoordeling. (O)TB/m.e.r.-beoordeling A15 Papendrecht Sliedrecht Rijkswaterstaat West Nederland Zuid

Verkeersveiligheidseffectbeoordeling. (O)TB/m.e.r.-beoordeling A15 Papendrecht Sliedrecht Rijkswaterstaat West Nederland Zuid Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE) (O)TB/m.e.r.-beoordeling A15 Papendrecht Sliedrecht Verkeersveiligheidseffectbeoordeling (VVE) (O)TB/m.e.r.-beoordeling A15 Papendrecht Sliedrecht Projectomschrijving

Nadere informatie

Programma van Eisen kwaliteitshandboek Natuurbeheer

Programma van Eisen kwaliteitshandboek Natuurbeheer Programma van Eisen kwaliteitshandboek Natuurbeheer In dit Programma van Eisen geeft de subsidiegever (in dit geval de provincie) aan, aan welke eisen een beheerder moet voldoen om voor certificering in

Nadere informatie

B71 Werkwijzer MinderHinder in de praktijk!

B71 Werkwijzer MinderHinder in de praktijk! B71 Werkwijzer MinderHinder in de praktijk! Dick de Waal Malefijt (Rijkswaterstaat Noord-Holland) Niels van den Brink (ARCADIS Nederland) Samenvatting Om de verkeershinder als gevolg van wegwerkzaamheden

Nadere informatie

Annex XV - Veiligheid en gezondheid. Tijdelijke parkeervoorziening rechtbank Amsterdam

Annex XV - Veiligheid en gezondheid. Tijdelijke parkeervoorziening rechtbank Amsterdam Annex XV - Veiligheid en gezondheid Tijdelijke parkeervoorziening rechtbank Amsterdam Versie 2.0 Datum 4 mei 2015 Status Definitief Ondertekening Paraaf Rijksvastgoedbedrijf, Paraaf Opdrachtnemer, Colofon

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Lingewaard

Aan de raad van de gemeente Lingewaard 6 Aan de raad van de gemeente Lingewaard *14RDS00194* 14RDS00194 Onderwerp Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2014-2017 1 Samenvatting In deze nieuwe Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen

Nadere informatie

Integrale veiligheid in de keten

Integrale veiligheid in de keten Ministerie van Infrastructuur en Milieu Integrale veiligheid in de keten visie van een opdrachtgever 19 april 2012 Veiligheid, samenwerking van levensbelang De film Veiligheid 2 19 april 2012 Inhoud 1.

Nadere informatie

Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk

Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 15 mei 2017 / projectnummer: 2732 1. Toetsingsadvies Inleiding De gemeente Moerdijk

Nadere informatie

SPIC Safety Performance Indicator Contractors. Dik de Weger RWS Dienst Infrastructuur Afdeling Veiligheid

SPIC Safety Performance Indicator Contractors. Dik de Weger RWS Dienst Infrastructuur Afdeling Veiligheid SPIC Safety Performance Indicator Contractors Dik de Weger RWS Dienst Infrastructuur Afdeling Veiligheid Waar gaat het eigenlijk over? Achtergrond veiligheidsmanagement bij RWS Waarom prestaties meten?

Nadere informatie

PIJLER 2 Consistente snelheidsregimes bevorderen leesbaarheid van de weg (Fiche 12)

PIJLER 2 Consistente snelheidsregimes bevorderen leesbaarheid van de weg (Fiche 12) Pagina 50 van 126 PIJLER 2 Consistente snelheidsregimes bevorderen leesbaarheid van de weg (Fiche 12) Een helder snelheidsbeleid voorkomt misverstanden én ongevallen. We zorgen voor eenduidige, geloofwaardige

Nadere informatie

Wat is je functie? (meerdere antwoorden mogelijk)

Wat is je functie? (meerdere antwoorden mogelijk) Resultaten enquête Veiligheid bij wegwerkzaamheden De drie noordelijke provincies, Rijkswaterstaat, de politie en het Openbaar Ministerie slaan de handen ineen om onveiligheid rondom wegwerkzaamheden in

Nadere informatie

ERRATA VCA 2008/5.1 1 ERRATA VCA 2008/5.1

ERRATA VCA 2008/5.1 1 ERRATA VCA 2008/5.1 ERRATA VCA 2008/5.1 1 ERRATA VCA 2008/5.1 Vanaf 1 juli 2010 is de nieuwe VCA 2008/5.1 in voegen. De VCA 2008/5.1 bestaat uit de VCA 2008/05-checklist met deze errata-lijst! PAGINA VRAAG VCA 2008/05 ERRATUM

Nadere informatie

Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming

Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming Documentcode: RvA-T021-NL Versie 3, 27-2-2015 Een RvA-Toelichting beschrijft het beleid en/of de werkwijze van de RvA met betrekking tot een

Nadere informatie

Bebording Routering. Figuur 1: Verkeersbord model K14. : Bebording routering transport gevaarlijke stoffen

Bebording Routering. Figuur 1: Verkeersbord model K14. : Bebording routering transport gevaarlijke stoffen Bebording Routering Onderwerp Auteur Versie : Bebording routering transport gevaarlijke stoffen : Marcel Reefhuis Hulpverleningsdienst Regio Twente i.s.m. Regio IJssel-Vecht, Rijkswaterstaat Wegendistrict

Nadere informatie

CO2-Prestatieladder. Energiemanagement actieplan. Rapportdatum 29 mei Autorisatie Naam Paraaf Datum. Auteur Wilma Melchers 29 mei 2015

CO2-Prestatieladder. Energiemanagement actieplan. Rapportdatum 29 mei Autorisatie Naam Paraaf Datum. Auteur Wilma Melchers 29 mei 2015 CO2-Prestatieladder Energiemanagement actieplan Opdrachtgever Rapportnummer Status Nebest Adviesgroep B.V. P0010 009 r04 v06 Definitief Rapportdatum 29 mei 2015 Autorisatie Naam Paraaf Datum Auteur Wilma

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof AA Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof AA Den Haag > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Ministerie van Infrastructuur en Milieu Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus

Nadere informatie

Beoordelingskader RgdBOEI Inspecteur Vastgoed, versie 2.0

Beoordelingskader RgdBOEI Inspecteur Vastgoed, versie 2.0 Preambule Dit beoordelingskader is toegesneden op de praktijk van de RgdBOEI Integraal Inspecteur Vastgoed. De RgdBOEI Integraal Inspecteur Vastgoed functioneert in een context samen met een RgdBOEI Adviseur.

Nadere informatie

HOLLAND OUTLET MALL De verkeersstudies kritisch beschouwd 8 DECEMBER 2016

HOLLAND OUTLET MALL De verkeersstudies kritisch beschouwd 8 DECEMBER 2016 De verkeersstudies kritisch beschouwd 8 DECEMBER 2016 BESTUURLIJKE SAMENVATTING De komst van een Factory Outlet Centre (Holland Outlet Mall) naar Zoetermeer heeft grote gevolgen voor de bereikbaarheid

Nadere informatie

Mededeling van het college aan de gemeenteraad (2013-119)

Mededeling van het college aan de gemeenteraad (2013-119) Onderwerp: Nota verkeerslichten 2013 Portefeuillehouder: Wethouder Drenth Datum: 24 oktober 2013 Aanleiding voor de mededeling Doetinchem werkt hard aan het verbeteren van haar bereikbaarheid. Het is daarbij

Nadere informatie

Brondocument theorie-examen HAP-chauffeur

Brondocument theorie-examen HAP-chauffeur Brondocument theorie-examen HAP-chauffeur Regelgeving 1. De kandidaat kan de inhoud van de volgende op het moment van examen geldende regelgeving beschrijven en op voorbeeldsituaties toepassen die specifieke

Nadere informatie

Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Berg en Dal

Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Berg en Dal GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Berg en Dal. Nr. 103855 28 juli 2016 Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Berg en Dal De raad van de gemeente

Nadere informatie

TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s

TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s TEN effecten in Den Haag, Duurzaam Dynamisch Verkeersmanagement door integrale afweging van Traffic, Emissie en Noise (TEN) bij inzet van scenario s Tanja Vonk (TNO) Arjen Reijneveld (Gemeente Den Haag)

Nadere informatie

Voor de realisatie van voornoemd project worden werkterreinen en bouwwegen ingericht.

Voor de realisatie van voornoemd project worden werkterreinen en bouwwegen ingericht. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 6117 4 februari 2016 Verkeersbesluit plaatsing verkeersborden en aanbrengen verkeerstekens op het wegdek van afrit Harlingen

Nadere informatie

Kadernota xteme inhuur

Kadernota xteme inhuur Kadernota Externe inhuur Stuknummer: b!07.00560 gemeente Den Helder Concept Kadernota xteme inhuur Inhoudsopgave Kadernota Externe inhuur 1. Inleiding 3 2. Kaders 3 2.1. Definitie 3 2.2. Reikwijdte van

Nadere informatie