Het einde van het Tina-meisje
|
|
|
- Hendrik Janssen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Het einde van het Tina-meisje 24 maart 2012 Rijksuniversiteit Groningen Maatschappelijke master Geschiedenis Masterscriptie Marah Jojanneke Michel Studentnummer: Begeleider: dr. S.I. (Susan) Aasman Tweede lezer: prof. dr. C.W. (Mineke) Bosch
2 Een onderzoek naar de aanwezigheid en representatie van het schoonheidsideaal in het meisjesblad Tina 2
3 Inhoudsopgave Inleiding 4 De ontwikkeling van het schoonheidsideaal en de rol van media en meisjesbladen 14 Het onbereikbare ideaal 14 De rol van de media 20 Meisjesbladen 25 De geschiedenis van meisjestijdschriften in Nederland: van vormend en onderwijzend naar pure ontspanning 32 De opkomst van het jeugdtijdschrift 33 Seksespecifieke tijdschriften: de meisjesbladen 35 Eigentijdse meisjesbladen 39 Tina 49 De aanwezigheid van het schoonheidsideaal in Tina: een kwantitatieve en kwalitatieve analyse 58 Kwantitatieve analyse 62 Kwalitatieve analyse 68 De cover van Tina 79 Conclusie 84 Literatuuropgave 89 Bijlagen I. Transcript interview met Joan Lommen door Marah Michel II. Dalende oplagecijfers jeugdtijdschriften 3
4 Inleiding I had my breast augmentation, I had a tommy tuck, I had liposuction, and Brazilian bud augmentation. [ ] And then I had the laser-vagina rejuvenation and the labiaplasty. 1 Het is een aantal jaar geleden dat ik dit citaat in de documentaire Beperkt Houdbaar (2007) van Sunny Bergman optekende. Twee zusjes van begin dertig jaar vertellen daarin aan Bergman dat ze aan een groot deel van hun lijf iets hebben laten doen door een plastisch chirurg. Naar eigen zeggen omdat zij druk voelen van buitenaf, ze moeten aan het huidige ideaal van schoonheid voldoen omdat ze anders de concurrentie in hun vakgebied niet aankunnen. Hun beroep? Accountant. Ik bleek niet de enige persoon op wie de documentaire indruk maakte. Bergman riep aan het slot van haar documentaire kijkers op tot het ondernemen van actie: ze konden op haar site het manifest Seks moet weer haute couture worden ondertekenen, konden beperkt houdbaar plakbandrollen bestellen om over reclameposters te plakken en Bergman gaf de kijkers zelfs de mogelijkheid een juridische klacht in te dienen tegen de cosmetische industrie voor de geleden psychische schade. Ruim negenhonderd mensen reageerden daadwerkelijk op deze laatste oproep. Van hen zei 33% schade te hebben geleden die gerelateerd is aan de dwang van het schoonheidsideaal en reclames van cosmeticaproducten, ruim 15% gaf aan hierdoor last te hebben van depressies, 6% zei dankzij deze druk te lijden aan anorexia en bijna 16% gaf aan seksuele remmingen te hebben. Negentien procent van de respondenten zei daadwerkelijk een rechtszaak te willen beginnen. 2 Fysieke schoonheid speelt al zo lang de mens bestaat een rol in het leven van diezelfde mensen. De ideale schoonheid is een fenomeen dat altijd aan verandering onderhevig is geweest. Lang geleden was schoonheid vooral een zaak van de rijken en welvarenden in de samenleving, schoonheid was gekoppeld aan een voluptueus lichaam, een uiterlijk dat dankzij goede voeding rijkdom en welvaart uitstraalde. Door de eeuwen heen werd dit ideaal steeds slanker. In de negentiende eeuw uitte dit zich in de trend van een ultradunne taille die met behulp van een korset kon worden verkregen, in de 1 Documentaire Beperkt houdbaar van Sunny Bergman (2007). Via: Kijk en Luister, Maatschappij, Vrouw, Beperkt Houdbaar , 11:14. 2 Documentaire Na beperkt houdbaar van Sunny Bergman (2007).Via: Kijk en Luister, Maatschappij, Vrouw, Na Beperkt Houdbaar , 12:42. 4
5 afgelopen eeuw ontstond een slankheidsideaal waarbij een zeer laag lichaamspercentage vet gewenst is. Dus terwijl schoonheid vroeger een koppeling maakte met de overlevingskansen van een persoon, is die koppeling vandaag de dag helemaal niet meer aanwezig: het ultradunne ideaal stelt vooral meisjes bloot aan levensbedreigende ziekten als anorexia nervosa. Maar het schoonheidsideaal maakte niet alleen een ontwikkeling door op het gebied van de omvang van het menselijk lijf. Dankzij de stijgende welvaart vanaf de negentiende eeuw groeide de aandacht voor uiterlijke verzorging van het lichaam, mooie tanden en een gezonde huid werden steeds belangrijker. Deze ontwikkeling werd in gang gezet door de medische vooruitgang maar werd al snel beheerst door de almaar groeiende cosmetische industrie. Schoonheid heeft altijd een andere rol gespeeld in het leven van vrouwen dan van mannen. Mannen ontleenden van oudsher hun status aan de heldhaftigheid die zij toonden in gevechten en oorlogen, met de opkomst van de moderne kennismaatschappij namen hun denkvermogen en leidinggevende capaciteiten een grotere statusverlenende rol in. Natuurlijk zal uiterlijk ook van belang zijn geweest bij de populariteit van mannen, maar ze werden eerder beoordeeld op andere capaciteiten dan vrouwen. Voor vrouwen speelde het uiterlijk, naast voorplanting en de rol van verzorgende echtgenoot, een belangrijke rol. De komst van de kennismaatschappij en de strijd die de vrouwenbeweging vanaf het einde van de negentiende eeuw voerde, bracht verandering. Vrouwen spelen meer dan ooit een rol in de publieke sfeer dankzij hun inhoudelijke capaciteiten in plaats van enkel het zijn van een goede, zorgende echtgenote of mooie vrouw. Toch heeft zich een opvallend fenomeen voorgedaan: terwijl vrouwen meer dan ooit maatschappelijke waardering krijgen dankzij hun inhoud, lijkt fysieke schoonheid ook meer dan ooit een prominente rol in het leven van vrouwen te spelen. Een verklaring voor deze ontwikkeling is dat de ideale schoonheid in de moderne consumptiemaatschappij zo nadrukkelijk en sturend aanwezig is, dat vrouwen de druk voelen hieraan te voldoen. Strak afgetrainde popsterren of zeer magere modellen en filmsterren domineren de beelden in de massaproductie van de commerciële cultuur, de popular culture. 3 Magazines, televisie en films zijn gevuld met dit geconstrueerde en 3 John Storey, Cultural theory and popular culture. An introduction (Harlow 2009, fifth edition) 6. Storey betoogt dat popular culture vanuit een zestal definities kan worden bekeken. Op elke van de definities is 5
6 onrealistische ideaalbeeld en, nog opvallender, een afwijkend uiterlijk is uitzondering. Daar bovenop komt dat deze beelden de populaire cultuur niet alleen domineren, maar dat ze haar kijkers en lezers ook vertellen dat het perfecte uiterlijk binnen het bereik van iedereen ligt. Zalfjes, crèmes tegen rimpels en cellulitis, make-up, verschillende diëten, de consument krijgt dagelijks allerlei ongevraagde adviezen op zich afgevuurd door de media. De druk om te investeren in deze middelen wordt op deze manier steeds groter en bovendien ligt dat ideale uiterlijk, mede dankzij de opkomst van betaalbare cosmetische chirurgie, binnen het bereik van steeds meer mensen. Was een scheve neus vroeger een onveranderbaar feit, tegenwoordig kan een plastisch chirurg met een relatief lichte ingreep de neus in de gewenste vorm brengen. Dit continue nastreven van het ideale uiterlijk kan ernstige gevolgen hebben. Vooral jonge meiden zijn een kwetsbare groep, zij zijn psychisch niet zo weerbaar als volwassenen en kunnen zware druk voelen om aan het ideaal te voldoen. Dit uit zich bijvoorbeeld in een hoog percentage eetstoornissen onder jonge meiden. Meenakshi Gigi Durham doet in haar boek The Lolita effect onderzoek naar de seksualisering van meisjes in de media en zegt over de invloed van het huidige schoonheidsideaal op jonge meiden: The message to its viewers is that it can, in fact, be achieved [het huidige schoonheidsideaal], if only the girls who want it try hard enough. If the diet enough, if the exercise enough, it they buy clothes that minimize bulges en maximize cleavage, if the consume the right low-calorie foods, if they follow the dictates of the magazines whose siren calls offer the allure of Lose 10 pounds fast if they just want it badly enough it will happen. 4 In veel onderzoeken blijken wetenschappers te wijzen naar de rol die de populaire media spelen in het in stand houden van het huidige schoonheidsideaal en de negatieve invloed die dit op (jonge) meiden heeft. Een specifiek medium dat op dit gebied aandacht verdient, is het meisjestijdschrift. Deze seksespecifieke tijdschriften nemen een bijzondere positie in omdat zij zich als populair medium op grote schaal richten op meisjes als specifieke doelgroep. En het is juist de doelgroep van deze bladen die vatbaar is voor meningen en opvattingen die zij gebruiken bij de vorming van hun identiteit. In wel wat aan te merken. De gemeenschappelijke deler van deze verschillende definities is dat popular culture als reactie op de industrialisatie en urbanisatie is opgekomen (12). 4 Meenakshi Gigi Durham, The Lolita effect. The media sexualization of young girls and what we can do about it (Woodstock & New York 2008)
7 deze vormende fase spelen de magazines de rol van vertrouwde en intieme vriendin. 5 Wat is de invloed van deze meisjesbladen op het zelfbeeld van haar lezeressen, in hoeverre dragen zij een schoonheidsideaal uit dat meisjes willen naleven? In december 2010 vroeg Volkskrant columniste Hanna Bervoets zich af in hoeverre het meisjesblad Tina sinds haar jeugd aan verandering onderhevig is geweest. Over de stripfiguren in het tijdschrift schreef zij: Meteen denk ik aan strips over kostschoolmeisjes die, althans in mijn herinnering allemaal op Kim Feenstra [Nederlands topmodel] leken. Allen gezegend met een symmetrisch gezicht, lange benen en golvend haar dat, gelet op de Nederlandse genenpool, uitzinnig vaak rood was. 6 Tot een bevredigend antwoord op haar vraag kwam Bervoets niet, zij concludeerde enkel dat ze nog steeds veel roodharige meisjes in de stripverhalen in Tina voorbij zag komen. Met een bestaansgeschiedenis van ruim veertig jaar is Tina bij uitstek een medium om de ontwikkeling van de beeldvorming van meisjes in de afgelopen veertig jaar te onderzoeken. Welke uiterlijke veranderingen hebben de real-life personen, de geportretteerde modellen en lezeressen, maar ook de stripfiguren door de jaren heen doorgemaakt? Is er überhaupt meer aandacht gekomen voor uiterlijk in het blad? In deze scriptie zoek ik antwoord op de vraag: is de aandacht voor het uiterlijk van meisjes in Tina gedurende haar bestaan toegenomen en welke verandering heeft het schoonheidsideaal dat het blad uitdraagt het blad door de jaren heen doorgemaakt? Vrouwenmagazines zijn de laatste decennia veelvuldig gebruikt als object van wetenschappelijk onderzoek. Via deze bladen probeert men antwoord te vinden op vragen op het gebied van genderrollen en patronen, langlopende magazines bevatten immers een schat aan materiaal op het gebied van maatschappelijke ontwikkelingen. Deze toegenomen aandacht voor vrouwenmagazines is te plaatsen binnen de opkomst van de cultural studies. De bakermat van deze nieuwe onderzoektak ligt in het Groot- Brittannië van de jaren zestig van de vorige eeuw. Britse wetenschappers pleitten voor onderzoek dat zich naast de hoge cultuur als kunst, literatuur en filosofie, ook zou richten op lage cultuur als populaire muziek en televisie. De opkomst van deze nieuwe 5 Jennifer P. Ogle en Elizabeth Thornburg, An alternative voice amidst teen zines: An analysis of bodyrelated content in Girl Zone in: Journal of Family and Consumer Sciences 95 (2003) Hanna Bervoets, Tina in: Volkskrant magazine ( ) 57. 7
8 tak van onderzoek was een soort vrijvechten van de verstikkende dominantie van de aandacht voor de hoge cultuur in het land. 7 De nieuwe wetenschap vond al snel zijn weg naar de Verenigde Staten. In dat land was men echter niet zozeer bezig met een strijd tussen hoge en lage cultuur, maar met een strijd voor gelijke rechten voor grote groepen minderheden. De dominantie binnen de culturele studies kwam door de Amerikaanse invloed te liggen op minderheden: jongeren en allochtonen werden object van onderzoek, maar ook vrouwen werden voor het eerst een volwaardig onderzoeksobject. Culturele studies onderscheidde zich vanaf het begin van haar bestaan methodologisch van andere wetenschappelijke disciplines. Het vakgebied heeft niet één vastomlijnde onderzoeksmethode ontwikkeld, maar ontleent invloeden aan andere vakgebieden zoals geschiedenis, sociologie, antropologie en filosofie. Dit komt de culturele studies regelmatig op kritiek te staan van andere vakgebieden, wat is een wetenschappelijk studie immers zonder methodologisch kader? In het handboek Culturele studies. Theorie in de praktijk van Jan Baetens e.a. wordt deze bijzondere positie van culturele studies toegelicht en een praktische oplossing geboden door de lezer een aantal zeer diverse casestudies als voorbeeld te tonen. De schrijvers benoemen expliciet de bijzondere positie van de onderzoeker binnen de culturele studies en benadrukken dit impliciet door het gebruik van de casestudies. Elk onderzoek is uniek en de onderzoeker speelt daarin een grote rol: [ ] culturele studies [is] een betrokken, zelfs geëngageerde vorm van cultuurstudie die een belangrijke plaats toekent aan de maatschappelijke rol van de onderzoek(st)er. 8 Met deze kritische stellingname pretendeert de onderzoeker binnen het veld van culturele studies niet het laatste woord te hebben of het superego van de humanities te zijn, 9 maar een kritische kijk op de constant veranderende cultuur van samenlevingen en maatschappijen te bieden. Het toenemend onderzoek naar de vrouwenmagazines kan dus goed worden geplaatst binnen de opkomst van de culturele studies. De cultuurwetenschappers nemen veelal een kritische houding aan ten opzichte van de inhoud van de magazines en zoeken antwoord op de vraag wat het succes van deze bladen verklaart. Het onderzoeksgebied kreeg mede dankzij voorloper Joke Hermes ook in Nederland ruimschoots aandacht. 7 Jan Baetens et al., Culturele studies. Theorie in de praktijk (Nijmegen 2009) 9, Baetens, Culturele studies, Ibidem, 10. 8
9 Opvallend is daarentegen de gebrekkige aandacht voor meisjestijdschriften binnen het Nederlandse wetenschappelijke onderzoek, zeker als je het afzet tegen de aandacht die het medium binnen de Angelsaksische culturele studies heeft gekregen. De eerste Angelsaksische studies richtten zich in de jaren zeventig op de genderrollen die de meisjesbladen uitdroegen, veelal vanuit een (zeer) feministisch perspectief. Grondlegger Angela McRobbie erkende als eerste de bijzondere positie die meisjesbladen innemen in de leefwereld van hun lezeressen in haar onderzoek naar het Britse meisjesblad Jackie. In haar boek concludeerde ze dat het in Jackie enkel draaide om één einddoel: het verkrijgen van de juiste man. Zelfontplooiing van de meisjes diende enkel dat doel. 10 In McRobbies onderzoek komt zeer duidelijk de cultuurkritiek op genderrollen in de jaren zeventig naar voren. De afgelopen twee decennia is de focus in het Angelsaksische onderzoek verschoven van genderrollen naar de invloed en de mate waarin het dwingende schoonheidsideaal in de bladen naar voren komt. Later in deze scriptie zal uitgebreid worden ingegaan op een aantal van deze onderzoeken. In Nederland is vanaf de jaren negentig een voorzichtige opwaartse trend waarneembaar van onderzoek naar meisjesbladen, hoewel zeer divers van aard. Marjoke Rietveld-van Wingerden, docent aan de Vrije Universiteit, heeft hier een pioniersrol in gespeeld. Zij deed in haar proefschrift uitgebreid onderzoek naar historische jeugdbladen en publiceerde enkele jaren later ook een uitgebreide bibliografie op dit gebied. Dit onderzoek was historisch van aard en had speciale aandacht voor de pedagogische rol van de bladen in hun tijd. In de jaren negentig volgden een aantal studies naar eigentijdse meisjesbladen vanuit sociaalwetenschappelijk onderzoek, deze richtten zich vooral op de seksualisering in de meisjesbladen en onderzochten daarom tijdschriften die adolescenten meisjes als doelgroep hebben. De seksualisering van meisjes in de media, maar ook in het straatbeeld, is de laatste jaren een hot item in het maatschappelijke debat. Meisjes en jonge vrouwen worden steeds vaker op erotiserende wijze afgebeeld, seks en seksualiteit zijn in toenemende mate aanwezig. Meidenidolen als Rihanna en Katy Perry kruipen bijvoorbeeld in weinig verhullende kleding rond op het podium en videoclips. Rihanna s nummer S&M, waarin sadomasochisme wordt verheerlijkt met teksten als sticks and stones may brake my bones, but chains and whips excite me, werd in 2011 een 10 Angela McRobbie, Feminism and youth culture (Londen 2000, 2de druk). 9
10 internationale pophit. 11 De maatschappelijke onrust zorgde er zelfs voor dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2009 een uitgebreid onderzoek liet uitvoeren: Seksualisering, reden tot zorg? 12 In deze scriptie wordt echter niet zozeer naar de seksualisering van meisjes in Tina gekeken, hoewel de scheidslijn met het schoonheidsideaal dun is. Seks en seksualiteit spelen in Tina een bescheiden rol. De doelgroep van dit blad is een jong meidenpubliek dat nog nauwelijks de puberteit heeft bereikt, dus de stripverhalen en andere rubrieken zijn gemaakt voor een jong en onschuldig publiek. In dit onderzoek wordt vanuit de interpretatie van de lezeressen gekeken naar de manier waarop schoonheid in het blad wordt gerepresenteerd. Dat daarbij de scheidslijn met seksualisering af en toe wordt gezocht en soms wordt overschreden, is begrijpelijk omdat de doelgroep van Tina qua leeftijd tijdens haar bestaan heeft gevarieerd. Kritisch wetenschappelijk Nederlands onderzoek naar de rol van meisjesbladen in het schoonheidsideaal ontbreekt. 13 Deze scriptie is een eerste poging de lacune in Nederland op te vullen. Het onderzoek in deze scriptie is cultuurhistorisch van aard: er wordt onderzoek gedaan naar alledaagse praktijken over een langere periode. Tientallen oude jaargangen van Tina worden doorgenomen en onderzocht op de aanwezigheid van het schoonheidsideaal. Daarbij wordt getracht de stripverhalen te plaatsen binnen hun tijdsgeest. Onderzoek naar de opkomst en het bestaan van naoorlogse meisjesbladen ontbreekt nog volledig, deze scriptie probeert ook deze hiaat op te vullen. Een verklaring voor deze hiaat is dat Nederland, in vergelijking met landen als Amerika en Groot- Brittannië, pas laat een traditie opbouwde binnen dit seksespecifieke medium. In 1967 was Tina het eerste naoorlogse meisjesblad dat op de Nederlandse markt verscheen en het was een groot succes: na twee jaar bestaan had Tina al meer dan lezeressen die het blad wekelijks lazen. 14 Mede dankzij dit succes waagden anderen zich op de markt, Club ( ) en Anita ( ) richtten zich ook op de meidendoelgroep maar 11 Bekijk de clip via zoekterm: Rihanna S&M. 12 Hanneke de Graaf et.al., Seksualisering: reden tot zorg? Een verkennend onderzoek onder jongeren (Utrecht 2008). Dit onderzoek werd uitgevoerd door de Rutgers Nisso Groep, het Nederlands Jeugdinstituut en MOVISIE. 13 Van der Morren stipt het in haar boek wel kort aan, hoewel dit niet het belangrijkste object van onderzoek in haar studie is. Lees hierover meer in hoofdstuk twee. Annette van der Morren, Wat een meisje weten moet. Een studie naar Yes en haar lezeressen (Amsterdam 2001) NL Stripgeschiedenis, Tijdschriften, Tina , 10:43. 10
11 wisten slechts een aantal jaar te overleven. Zo kon het dat Nederland in 1990 nog steeds slechts drie specifieke meisjesbladen kende: Tina, Yes en Penny. De afgelopen twintig jaar is het aantal Nederlandse meisjesbladen echter explosief gegroeid met de komst van onder andere Fancy, MeidenMagazine, Girlz, ELLEGirl, CosmoGirl en Help, hoe overleef ik Het is dringen op de tijdschriftenmarkt voor meisjes. Via een tijdschrift als Tina is veel informatie in te winnen over de leefwereld van meisjes de afgelopen decennia. Bovendien heeft het blad, overigens samen met Penny (1978-heden), verreweg de langste bestaansgeschiedenis van de Nederlandse meisjestijdschriften. Wat verklaart het succes van dit blad? Tina bestond in eerste instantie uit romantische stripverhalen die in realistische stijl 15 waren getekend en rechtstreeks uit de Britse meidenbladen werden overgenomen. Toen het Nederlandse meisjesblad succesvol bleek, kregen ook Nederlandse tekenaars en auteurs steeds meer ruimte om hun kunsten te etaleren in het tijdschrift. Naast de strips vonden steeds meer andere rubrieken hun weg naar het blad: quizjes, interviews, mode en ook een zogenaamde help-rubriek werden opgenomen in Tina. Toch zijn de strips altijd een belangrijk onderdeel van Tina gebleven. Ondanks de populariteit van Tina bij haar lezeressen was er regelmatig kritiek te horen op het blad, met name in de jaren zeventig toen de vrouwen van de tweede feministische golf hun strijd fel voerden. MVM in actie tegen Tina stond in 1975 in Gezin en Samenleving opgetekend 16 en in het maandblad School stelde Ilona Fennema-Zboray de vraag: Is Tina wel zo leuk?. 17 Maar desondanks bleef het blad populair bij haar lezeressen en bestaat het tot vandaag de dag. Zoals eerder genoemd wordt in deze scriptie gestart met een historische schets van de ontwikkeling van het westerse schoonheidsideaal, waarbij de nadruk op de ontwikkelingen in de laatste twee decennia zal worden gelegd. Daarnaast wordt besproken wat de invloed is van media in dit proces: spelen zij inderdaad de vaak aan hen toegekende prominente rol in de socialisatie van jongeren en het verspreiden van het schoonheidsideaal? Wat vertellen Angelsaksische onderzoeken ons over de invloed van 15 De term realistisch is een term die in de stripwereld wordt gebruikt als oppositie van karikaturaal. Later in de scriptie zal deze terminologie worden geëxpliciteerd. 16 Inge de Wilde, MVM in aktie tegen Tina in: Gezin en samenleving 41 (maart 1975) afl. 3, Fennema-Zboray, Ilona M., Is Tina wel zo leuk? in: School: maandblad waarin school en thuis elkaar ontmoeten 2 ( ) afl. 13,
12 het schoonheidsideaal in de media op jongeren? Ook zal in dit hoofdstuk al specifiek worden gekeken naar de rol van vrouwen- en meisjesmagazines, waarbij het werk van de eerder genoemde Angela McRobbie een prominente rol speelt. Daarnaast krijgt het onderzoek van Leslie Ballentine en Jennifer Ogle naar het Engelse tijdschrift Jackie een prominente plek omdat het een belangrijke bron van inspiratie is geweest voor deze scriptie. In hoofdstuk twee wordt de historische ontwikkeling van meisjesbladen in Nederland besproken, waarbij de focus op de naoorlogse meisjesbladen komt te liggen. Een aparte paragraaf is daarnaast gewijd aan het bestaan van Tina zelf: hoe kan het succes van dit blad worden verklaard? Via artikelen uit tijdschriften en kranten en met behulp van oude edities van het tijdschrift zelf wordt in kaart gebracht welke ontwikkelingen en veranderingen Tina door de jaren heen heeft doorgemaakt. Ook is de huidige hoofdredactrice Joan Lommen geïnterviewd over onder andere de huidige koers van het blad. 18 Het laatste hoofdstuk wordt gewijd aan een analyse van de bronnen met betrekking tot het schoonheidsideaal. Zoals eerder in deze inleiding al werd genoemd bestaat binnen de culturele studies geen vastomlijnde methodologie voor onderzoek, wat veel ruimte laat voor de creativiteit van de onderzoeker. Bovendien staat het onderzoek naar stripverhalen nog in de kinderschoenen. In 2006 stelden Hillary Chute en Marianne de Koven dat er little rigorous critical apparatus [is] for any genre of comics. 19 Dankzij toenemende aandacht voor het medium werd in 2010 wel de Journal of Graphic Novels and Comics opgericht, wat perspectief biedt voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek maar wat momenteel nog geen oplossing biedt voor een onderzoek naar stripverhalen in combinatie met het schoonheidsideaal. Het onderzoek in deze scriptie is opgedeeld in twee deelonderzoeken: een kwantitatieve en kwalitatieve analyse. Bij de kwantitatieve analyse wordt gekeken naar alle rubrieken buiten de strips om, deze rubrieken worden geturfd op de aanwezigheid van aandacht voor het uiterlijk van meisjes. Deze analysemethode is geïnspireerd op het 18 Zie voor het transcript van het interview met Joan Lommen, , bijlage I. 19 Hilary Chute en Marianne de Koven, Introduction: graphic narrative, in: Modern Fiction Studies 52 (2006) afl. 4, 770. De auteurs noemen het stripverhaal Maus van Art Spiegelman als uitzondering, over deze strips zijn tientallen studies verschenen. 12
13 eerder genoemde onderzoek van Ballentine en Ogle. Uit deze analyse zal blijken of de aandacht voor het uiterlijk van meisjes in het tijdschrift door de jaren heen is toegenomen. Met de kwalitatieve analyse zullen de stripverhalen worden geanalyseerd op het uitdragen van een schoonheidsideaal: hebben de meisjes in de strips een uiterlijke verandering doorgemaakt en speelt het uiterlijk een rol in de verhaallijnen van de strips? Deze analyse wordt gemaakt met behulp van de theorie van Chris Vos uit zijn boek Bewegend verleden. Hoewel dit boek gericht is op analysetechnieken van bewegende beelden en strips niet in deze categorie zijn te plaatsen, is bij gebrek aan beter alternatief toch gebruikt gemaakt van een deel van deze analysemethode. Eerst ontleed ik de filmgrammatica en narratieve laag binnen de stripverhalen en vervolgens breng ik diepgang aan met behulp van de analyse van de symbolische laag. In deze laatste fase van onderzoek kijk ik naar welke sociale relaties en opposities door de karakters in de stripverhalen worden onderhouden, welke maatschappelijke stereotypen zichtbaar zijn en of er een maatschappelijk probleem wordt neergezet waar de karakters stelling in nemen. Bij de beantwoording van deze vragen wordt vooral gefocust op de rol van het uiterlijk en schoonheid in het verhaal. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk wordt gewijd aan de cover van Tina die door de jaren heen altijd een zeer herkenbare rol heeft gespeeld. Op welke manier draagt de cover, als uithandbord van het tijdschrift, bij aan het schoonheidsideaal dat Tina uitdraagt? Tot slot wordt in de conclusie antwoord gegeven op de vraag die centraal staat in deze scriptie: is de aandacht voor het uiterlijk van meisjes in Tina gedurende haar bestaan toegenomen en welke verandering heeft het schoonheidsideaal dat het blad uitdraagt het blad door de jaren heen doorgemaakt? 13
14 De ontwikkeling van het schoonheidsideaal en de rol van media en meisjesbladen Fysieke schoonheid is geen eigentijds fenomeen, maar speelt al eeuwenlang een rol in het leven van mensen. Zelfs Plato en Aristoteles filosofeerden in de Oudheid over schoonheid, waarop Aristoteles concludeerde: Beauty is a greater recommendation than any letter of introduction. 20 Maar wat is fysieke schoonheid? De standaard wordt in grote mate bepaald door de maatschappij: haar voorkeuren dicteren het schoonheidsideaal van dat moment. 21 Dit betekent dat de ideeën over ideale schoonheid meebewegen met de ontwikkelingen die een samenleving doormaakt. In dit hoofdstuk wordt besproken op welke manier het vrouwelijke schoonheidsideaal is geëvolueerd tot het schoonheidsideaal wat vandaag de dag wordt gehanteerd en welke ontwikkelingen invloed hebben gehad op dit proces. De nadruk zal daarbij liggen op het eigentijdse schoonheidsideaal en de rol die de media in dit proces hebben gespeeld. Het onbereikbare ideaal In de Westerse samenleving gold traditioneel een voorkeur voor ronde vrouwelijke vormen, een voluptueus lichaam was een teken van rijkdom, gezondheid en jeugdigheid. 22 De Grieken en Romeinen zetten de standaard voor dit figuur en hun geestverwanten in de Renaissance namen het over. Schoonheid, dat in de donkere middeleeuwen van ondergeschikt belang was geraakt, werd een belangrijk thema voor de humanisten. Nancy Etcoff, als psychologe werkzaam aan de Universiteit van Harvard, betoogt dat in deze periode grote waarde aan uiterlijke schoonheid werd gehecht, maar dat bovenal gold dat ugliness was a sign of the bad, mad or dangerous. 23 Dit beeld zou tot ver in de 18 e eeuw standhouden. Het nastreven van de ideale schoonheid via kleding 20 Citaat afkomstig uit: Nancy L. Etcoff., Survival of the prettiest. The science of beauty (New York 1999) Janet Polivly, David M. Garner en Paul E. Garfinkel, Causes and consequences of the current preference for thin female physiques in: C.P. Herman, M.P. Zanna en E.T. Higgins (eds), Physical appearance, stigma and social behavior: The Ontario symposium vol.3 (Londen 1986) Polivly, Garner en Garfinkel, Causes and consequence, Etcoff, Survival of the prettiest,
15 en andere decoraties was slechts weggelegd voor de rijken en welgestelden in de samenleving, voor het gewone volk was het minder eenvoudig te bereiken. Vrouwen en meisjes moesten net als mannen hard werken om in hun onderhoud te kunnen voorzien. Deze sociaaleconomische achterstand zorgde vaak voor een uiterlijke verruwing en dit robuuste uiterlijk was a sign of indelicacy that suggested a lower-class origins and a rough way of life. 24 De negentiende eeuw bracht verandering op verschillende vlakken: in het Victoriaanse tijdperk transformeerde de ideale vrouwelijke schoonheid van een goed gevormde vrouw naar een vrouw met een zeer smalle taille, een ideaal dat met behulp van een korset kon worden bereikt. Met dikke lagen kleding werden daarnaast onrealistisch brede heupen gecreëerd en de vrouwen werden vanwege de kuisheid vaak volledig bedekt. In dezelfde periode steeg onder invloed van de Industriële Revolutie de welvaart van steeds meer mensen, zij konden hun geld langzamerhand ook aan andere zaken dan primaire levensbehoeften uitgeven. Op deze manier kwam het nastreven van het ideale uiterlijk in het bereik van steeds meer meisjes en vrouwen te liggen. De eerste investeringen die ouders in hun tienerdochters deden, hadden betrekking op de huid: dankzij de vooruitgang in de gezondheidzorg en hygiëne werden ziekten als de pokken en tuberculose steeds zeldzamer. Deze ziektebeelden gingen vaak gepaard met een lelijke bobbelige huid, maar nu ze verdwenen kwam de nadruk van schoonheid te liggen op het bezitten van een schoon gezicht, gevrijwaard van biologische oneffenheden. De investeringen uitten zich volgens Joan Jacobs Brumberg, auteur van het boek The body project, voornamelijk in de aankoop van speciale zalfjes en poedertjes. Een enkele keer brachten ouders en hun kinderen een bezoek aan een nieuwe, speciaal op de huid gerichte arts: de dermatoloog. 25 De toenemende aandacht voor de huid werd versterkt doordat steeds meer gezinnen de beschikking kregen over spiegels in hun huishouden. Meisjes en vrouwen kregen nu uitgebreid de mogelijkheid zichzelf te aanschouwen in de spiegel, wat er ook voor zorgde dat de aandacht voor schone en mooie tanden toenam. In 1908 introduceerde de Parijse designer Paul Poiret een nieuw silhouet dat tot op de dag van vandaag invloed heeft op de standaard van het ideale lichaam. Poiret 24 Joan Jacobs Brumberg, The body project. An intimate history of American girls (New York 1997) xix/xx. 25 Brumberg, The body project,
16 bevrijdde de vrouw van het korset en de dikke lagen kleding die zij droeg, en verlegde daarmee de aandacht naar de benen van de vrouw. Het nieuwe modieuze figuur was verder slank, langgerekt en had relatief platte borsten: een jongensachtige en beweeglijke vrouw. 26 In de twee decennia die volgden werd dit figuur zeer populair, mede dankzij de opkomst van nieuwe media: de populaire fotografie werd via advertenties in magazines steeds meer zichtbaar in het dagelijks leven en er verschenen films met bewegende beelden. José Theunissen schrijft in haar boek De ideale vrouw: [ ] de gevierde, plompe actrices uit het theater [maakten] plaats voor een beweeglijke, jeugdig ogende verschijning die op het doek veel beter leek over te komen. 27 De meisjes en jonge vrouwen gingen zich spiegelen aan nieuwe (film)sterren, vrouwen als Marlene Dittrich, Jean Harlow en Mae West bezaten dat wat de meisjes nastreefden in hun zoektocht naar de ideale schoonheid. Onder invloed van deze ontwikkelingen ontstond een nieuwe trend: vele meisjes en vrouwen gingen op dieet. Daarnaast werd van hun verwacht dat zij het zichtbare haar op hun armen en benen voortaan zouden verwijderen. Brumberg, die in haar boek onderzoek doet naar de ontwikkeling van het schoonheidsideaal via dagboeken van honderden Amerikaanse meisjes uit de negentiende en twintigste eeuw, concludeert: What American woman did not realize at the time was that their stunning new freedom actually implied the need for greater internal control of the body, an imperative that would intensify and become even more powerful by the end of the twentieth century. 28 Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een nieuw schoonheidsideaal. Christiaan Dior, het was opnieuw een Franse modeontwerper die de trend zette, bracht in 1947 zijn New Look op de markt. Dior legde het accent op vrouwelijke rondingen, voluptueuze borsten werden weer toegestaan, maar dit uiterlijk werd gecombineerd met een zeer slanke taille: de wespentaille. 29 Om dit onrealistische ideaal 30 te kunnen bereiken moesten veel vrouwen weer een korset gaan dragen, een speciaal taillekorset. Daarnaast konden ze speciale opblaasbare bh s kopen waarmee ze hun borsten het gewenste volume 26 José Theunissen (red.), De ideale vrouw (Amsterdam 2004) Theunissen, De ideale vrouw, Brumberg, The body project, Andere tijden, februari 2008, Het ideale figuur : Op de website van Andere tijden staan de volgende cijfers: het nieuwe ideaalbeeld had een borstomvang van 89 centimeter, een taille van 53 centimeter en een heupwijdte van 88 centimeter. De oude ideaalmaten waren 85 cm borstomvang, 58 cm taille en 88 cm heupwijdte. Zie: Andere tijden, februari 2008, Het ideale figuur, Wespentaille en opblaasbare bh :12. 16
17 konden geven. Het levende voorbeeld van deze ideaalvrouw was de nieuwe filmster Marilyn Monroe. In de jaren zestig en zeventig volgde een periode van opstand en rebellie van de nieuwe generatie tegen hun ouders. De vrouwen streden hun feministische strijd die grote invloed op het schoonheidsideaal had: jonge vrouwen namen nadrukkelijk afstand van de mode en het dwingende ideaal van schoonheid, ze lieten het haar op hun lichaam groeien en vormloze flower-power kleding domineerde het straatbeeld. De bh werd zelfs een symbool van de opstand tegen de onderdrukking: vrouwen besloten massaal zonder het kledingstuk te leven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist Twiggy, het jongensachtige meisjes zonder vrouwelijke vormen en met een kort kapsel, het meest populaire media icoon was in deze periode. Toch bleek het schoonheidsideaal, toen de kruitdampen van deze periode eind jaren zeventig verdwenen, sterker en krachtiger aanwezig te zijn dan ooit tevoren. De afgelopen drie decennia heeft het zich kunnen ontwikkelen tot een zeer dwingend en sturend ideaal dat zich vooral via de media en reclame-industrie verspreidt: zij vertellen vrouwen dat ze via het investeren van geld en hard werk de ideale schoonheid kunnen bereiken. Etcoff zegt over deze trend: People do extreme things in the name of beauty. They invest so much of their resources in beauty and risk so much for it, one would think that lives depend on it. 31 Volgens de Utrechtse professor Liesbeth Woertman is het huidige ideaalbeeld dat we op het moment met elkaar hanteren een heel onrealistisch en een gemanipuleerd en geretoucheerd beeld. Door het aanbieden van die duizenden en duizenden perfecte beelden is het verschil tussen dat beeld en de feitelijke schoonheid 32 veel groter geworden. 33 Het huidige schoonheidsideaal verlangt van meisjes en vrouwen dat ze bovenal zeer slank zijn, ze moeten lange benen hebben en een goed gevormde kont en borsten. Daarnaast moeten zij een symmetrisch gezicht met grote ogen en een kleine neus bezitten, alsook onnatuurlijk witte tanden op een nette rij. Tenslotte mogen er geen zichtbare sporen van veroudering aanwezig zijn in het gezicht: rimpels zijn niet gewenst. Ondanks de investeringen die vrouwen en meisjes in hun lichaam maken, ligt het 31 Etcoff, Survival of the prettiest, Woertman bedoelt met feitelijke schoonheid dat wanneer je naar beelden van vroeger kijkt, je ziet dat mensen feitelijk minder mooi waren: ze hadden een slecht gebit en een lelijkere huid. Omdat meer mensen investeren in hun uiterlijk is die feitelijke schoonheid veel hoger komen te liggen. 33 Woertman deed deze uitspraak in de documentaire Beperkt houdbaar van Sunny Bergman (2007). 17
18 ideaalbeeld voor velen van hen nog steeds buiten bereik omdat het simpelweg onbereikbaar is. Vooral het huidige slankheidideaal is iets wat veel vrouwen bezighoudt. Naomi Wolf, auteur van het zeer feministische boek The beauty myth, haalt in haar boek een onderzoek aan van het magazine Glamour waarin Amerikaanse vrouwen naar hun zelfbeeld werd gevraagd: 75% van de respondenten tussen de achttien en vijfendertig jaar vond zichzelf te dik, terwijl slechts 25% van hen dat in medische zin was. But more heartbreaking, vervolgt Wolf, the Glamour respondents chose losing lb. [ongeveer 4-7 kilo] above success in work or in love. 34 Ook recent Nederlands onderzoek naar vrouwen en de mate van tevredenheid over hun lichaam wijst uit dat bijna 70% van hen ernaar verlangt slanker te zijn, ondanks het gegeven dat de meeste respondenten hun uiterlijk positief evalueerden. Verder bleek driekwart van de vrouwen wel eens op dieet te zijn, 14,1% van hen lijnt altijd of vaak. De onderzoeksters concludeerden dat volwassen vrouwen behoorlijk tevreden zijn met hun uiterlijk, maar dat datzelfde uiterlijk niet voldoet aan het culturele schoonheidsideaal: Het idee van het maakbare lichaam viert hoogtij en maakt dat velen daarbij streven naar meer tevredenheid. 35 Er bestaat ook een groep meiden en vrouwen die zich in hun streven naar het slanke ideaal, in tegenstelling tot de onderzoeksgroep uit het vorige onderzoek, niet meer tevreden voelt in haar eigen lichaam. Een deel van deze groep ontwikkelt een stoornis in hun eetpatroon waarbij te weinig (anorexia nervosa) of juist te veel wordt gegeten en dit daarna weer wordt uitgespuugd (boulimia nervosa). In 2003 werd het aantal Nederlandse meiden en jonge vrouwen met een van deze stoornissen geschat op De piek lag daarbij in de leeftijdsgroep jaar. Daarnaast bestond nog een groep van meiden en vrouwen met een eetstoornis die net niet aan de criteria van anorexia of boulimia voldeden. 36 Twintig procent van hen geneest na behandeling niet en blijft chronisch last houden van de stoornis of overlijdt. Een andere deel van deze ontevreden meiden en vrouwen neemt in hun streven naar schoonheid de toevlucht tot plastische chirurgie. 34 Naomi Wolf, The beauty myth (Londen 1990) Liesbeth Woertman en Femke van den Brink, Tevreden met het uiterlijk, maar de perfectie lokt in: Psychologie en gezondheid 36 (2008) afl. 5, Zie voor cijfers: Nationaal Kompas Volksgezondheid, Gezondheid en ziekte, Ziekten en aandoeningen, Psychische stoornissen, Eetstoornissen :10. 18
19 Een voorbeeld van de variatie aan esthetische ingrepen die vrouwen kunnen ondergaan werd in de inleiding genoemd. Het is een zorgwekkende trend dat de ingrepen binnen het bereik van steeds meer meisjes komen te liggen, onder meer omdat de risico s en gevolgen van zulke ingrepen nog niet helemaal duidelijk zijn. Een van de bekendste promotors van plastische chirurgie, de Amerikaanse Jocelyn Wildenstein, kreeg de bijnaam Catwoman vanwege de associatie die haar gezicht met een kat oproept. In januari 2011 stierf de Duitse society Carolin Berger nadat ze in coma was geraakt wegens complicaties tijdens de zesde borstvergrotende operatie die ze onderging. 37 Dat dit niet enkel buitenlandse taferelen zijn en dat zulke gevallen ook in het nuchtere Nederland voorkomen, blijkt uit het bericht in april 2007 dat een 21-jarige vrouw in Utrecht om het leven kwam tijdens een liposuctie, een ingreep waarbij ongewenst vet wordt weggezogen. Beelden van deze vrouw tonen een mooi, blond en slank meisje. 38 Het meest recente schandaal heeft een groter bereik: tienduizenden vrouwen bleken een onveilig borstimplantaat te hebben gekregen waardoor de kans op abnormale borstgroei aanwezig is. De vrouwen wordt inmiddels aanbevolen de implantaten te laten verwijderen. 39 In deze verschillende voorbeelden ondergingen de vrouwen operaties aan zichtbare lichaamsdelen als hun gezicht, buik en borsten. De nieuwste trend op het gebied van plastische chirurgie zijn de correcties aan de minder publiekelijke schaamlippen. 40 Vrouwen laten hierbij hun schaamlippen straktrekken naar het voorbeeld dat ze kennen uit de sterk geretoucheerde pornografische beelden. Zijn de plastisch chirurgen en de jonge vrouwen met deze rage niet veel te ver doorgeslagen? Uiterlijke schoonheid is door de jaren heen belangrijk geweest voor meisjes en jonge vrouwen. Brumberg concludeert in haar onderzoek naar de meisjesdagboeken echter dat er een belangrijke verandering heeft plaatsgevonden: When girls in the nineteenth century thought about ways to improve themselves, they almost always focused on their internal character and how it was reflected in outward behavior. [ ] Girls today are 37 Realityster dood na zesde borstvergroting in: De Gelderlander (22 januari 2011). 38 Vrouw overlijdt na liposuctie in: NRC Handelsblad (18 april 2007) 2. Voor de beelden van de vrouw zie de uitzending van Zembla Borsten voor je verjaardag (xxx). Via: Afleveringen, Zoek: Borsten, Borsten voor je verjaardag 17-juni : , 13: Zie voor meer informatie hierover de documentaires Beperkt houdbaar en Borsten voor je verjaardag. 19
20 concerned with the shape and appearance of their bodies as a primary expression of their individual identity. 41 Verderop zegt ze: Adolescent girls today face the issues girls have always faced Who am I? Who do I want to be? but their answers, more than ever before, revolve around the body. 42 Het is onmiskenbaar dat vandaag de dag veel nadruk op schoonheid ligt, waarbij het onrealistische schoonheidsideaal door de samenleving in stand wordt gehouden. In deze paragraaf is een aantal keer gewezen op de rol die de (massa)media hebben gespeeld in de opkomst en instandhouding van het schoonheidsideaal, maar in hoeverre is deze aanname waar? Hoeveel invloed hebben de media op de creatie van het schoonheidsideaal en de verspreiding ervan? In de volgende paragraaf wordt eerst de invloed van media in het algemeen besproken, vervolgens zal worden ingegaan op de specifieke rol van meisjesmagazines in dit proces. De rol van de media De huidige media zijn zeer dominant aanwezig in ieders leven, van jong tot oud hebben dagelijks te maken met televisie, kranten, radio, internet of magazines. Op deze manier speelt de media een belangrijke rol in de socialisatie van mensen, vooral jonge mensen. De cultuurcriticus Douglas Kellner zegt over de rol van de media in onze samenleving: Radio, television, film, and other products of media culture provide materials out of which we forge our identities, our sense of selfhood; our notion of what it means to be male or female; our sense of class, of ethnicity and race, of nationality, of sexuality, of us and them. Media images help shape our view of the world and our deepest values: what we consider good or bad, positive or negative, moral of evil. Media stories provide the symbols, myths and resources through which we constitute a common culture. 43 De eerder genoemde Brumberg sluit zich aan bij Kellners opvatting dat de media een overheersende rol spelen in de socialisatie van jongeren, maar gaat daarbij nog een stap 41 Brumberg, The body project, xxi. 42 Ibidem, xxiv. 43 Citaat van Douglas Kellner afkomstig uit: Meenakshi Gigi Durham, The Lolita effect,
21 verder door te beweren dat de media hierin de rol die moeders vroeger speelden hebben overgenomen. Deze bewering illustreert ze met de ontwikkeling van de eerste menstruatie bij meisjes: werd een meisje in de negentiende eeuw na haar eerste menstruatie door haar moeder ingewijd in de wereld van vruchtbaarheid en reproductie, in de loop van de twintigste eeuw is de menstruatie tot niets meer verworden dan een hygienic crisis. Menarche has become more of an economic ritual than a social one. 44 Brumberg ziet in deze ontwikkeling de bevestiging dat de culturele prioriteiten van moeders tegenwoordig in de externe, fysieke aspecten van hun dochters liggen, in plaats van vroeger toen de focus op de interne ontwikkeling van hun dochters lag. Een grote rol in deze verschuiving dicht zij toe aan de media en agressieve reclame-industrie. Vanuit de opvatting dat de media een onmiskenbare rol spelen in de socialisatie van jongeren, werd in 2008 het boek The changing portayal of adolescents in the media since 1950 samengesteld. Meerdere vooraanstaande academici verleenden hun bijdrage aan dit boek, waarin zij zoeken naar een antwoord op de vraag in welke mate de beeldvorming en het gedrag van adolescenten in de media invloed hebben op de socialisatie van deze groep. De academici wijzen op positieve aspecten, zoals de invloed van computerspelletjes op de cognitieve flexibiliteit van kinderen en de mogelijkheden die internet deze doelgroep biedt, maar although the media send many helpful messages to youth, the influences are often counterbalanced by much less helpful but more frequent content that supports opposing tendencies. 45 Hiermee bedoelen zij de invloed op het gebied van gewelddadigheid en alcohol- en sigarettengebruik. Daarnaast wijzen ze op twee grote negatieve gevolgen die voornamelijk betrekking hebben op het vrouwelijke deel van deze doelgroep: de conservatieve rollen die meisjes in verhalen, films en series nog steeds vervullen, en de vrouw die met behulp van het onrealistische schoonheidsideaal als lustobject wordt neergezet. 46 Naar beide van deze negatieve gevolgen van de beeldvorming van meisjes in de media is veel onderzoek gedaan. Vooral de manier waarop media vrouwen in bepaalde genderrollen plaatsen heeft de afgelopen veertig jaar veel aandacht gehad. Deze stroom in de literatuur startte met The feminine 44 Brumberg, The body project, 61. Lees verder over dit thema hoofdstuk 2: Sanatizing puberty. 45 Patrick E. Jamieson en Daniel Romer, The changing portrayal of adolescents in the media since 1950 (New York 2008) Jamieson en Romer, The changing portrayal of adolescents, hoofdstuk 5 en 6. 21
22 mystique van Betty Friedan, 47 en werd gevolgd door onder andere het werk van de eerder genoemde Naomi Wolf. Omdat dit onderzoek zich richt op het schoonheidsideaal in de media, zal verder niet worden ingegaan op het onderzoek naar genderrollen in de media. Wel wil ik hier nog noemen dat dankzij de aanhoudende aandacht voor dit thema in de literatuur zelfs op politiek niveau werd gesproken over dit onderwerp: in 1999 bracht de Europese Unie een transnationaal rapport uit over genderrollen in de media, waarin meer dan duizend studies naar het onderwerp sinds 1990 werden samengebracht. In het rapport werd geconcludeerd dat de beeldvorming van vrouwen niet langer monolithic stereotyping is, maar dat the most that can be said is that change in media gender images is hesistant and contigent. 48 Terug naar het schoonheidsideaal. De opkomst van de massamedia had niet alleen economisch een grote impact, ook bleek dat deze media een invloedrijke rol zouden spelen op het gebied van de socialisatie van kinderen en jongeren. Maar in hoeverre kan je hen verantwoordelijk houden voor de aanhoudende zoektocht naar schoonheid door meisjes? Is er daadwerkelijk een verband tussen de twee? Meerdere onderzoeken tonen aan dat de blootstelling aan de ideale lichamen in de media verband houdt met een toenemende ontevredenheid bij meisjes over het lichaam. 49 Een opvallend onderzoek dat ik hier wil noemen, werd uitgevoerd door Anne Becker et al. De onderzoekers keken naar de impact van de introductie van Westerse televisie op het eiland Fiji en zijn vrouwelijke adolescente inwoners. Deze introductie vond in 1995 plaats en enkele weken later begonnen de onderzoekers met het testen van de meisjes. Voor de introductie van de Westerse televisie was Fiji een medianaïeve populatie waar meisjes met eetproblemen zeldzaam waren (er was slechts één geval van anorexia nervosa gerapporteerd in de jaren negentig). Bovendien hechtten de inwoners van Fiji veel waarde aan een robuust uiterlijk, slank zijn was niet van betekenis in hun schoonheidsideaal. Ondanks deze sterke, 47 Betty Friedan, The feminine mystique (New York 1963). 48 European Commission, Images of woman in the media. Report on existing research in the European Union (Luxemburg 1999) 7, Marika Tiggeman en Amanda S. Pickering, Role of television in adolescent women s body dissatisfaction and drive for thinness in: International journal of eating disorders 20 (1996) ; Lisa M. Groesz, Michael P. Levine en Sarah K. Mumen, The effect of experimental presentation of thin media images on body satisfaction: A meta-analytic review in: International journal of eating disorders 31(2002)
23 cultureel bepaalde ideeën over schoonheid, bleek uit het onderzoek onder meer dat de Westerse mediabeelden een sterke negatieve impact op het lichaamsbeeld van de meisjes hadden en dat de meisjes na de introductie een verhoogd risico hadden op het ontwikkelen van verstoorde eetpatronen. 50 Uit bovenstaande blijkt dat meerdere onderzoeken hebben uitgewezen dat er een relatie bestaat tussen media en het lichaamsbeeld van meisjes, maar wat is het dat de media doen waardoor het zelfbeeld van de jonge meisjes wordt verstoord? De media bieden de kijkers en lezers duizenden beelden aan van de onrealistische schoonheid. In 1986 deden Brett Silverstein et al. onderzoek naar deze beelden. In twee deelonderzoeken keken zij naar de ontwikkeling van vrouwelijke lichamen in magazines en films. In het eerste onderzoek werden foto s 51 van vrouwen in de magazines Vogue en Ladies Home Journal vanaf het begin van de 20 ste eeuw tot de jaren tachtig geanalyseerd. Datzelfde deden ze in hun analyse van achtendertig populaire filmsterren in de vorige eeuw. De resultaten, die in twee grafieken werden verwerkt, tonen een zichtbare trend van slanker wordende lichaamsbeelden van vrouwen, met uitzondering van een opwaartse trend in de jaren vijftig. Hieruit concludeerden de onderzoekers dat de beelden van vrouwen in de media duidelijke meer noncurvaceous waren dan in het verleden. 52 Ook al is het onderzoek enigszins gedateerd, het bevestigt wel de beschrijving van de ontwikkeling van het slankheidsideaal uit de eerste paragraaf: vanaf het begin van de vorige eeuw streefden vrouwen voor het eerst naar een slanker lichaam, de naoorlogse periode met Marilyn Monroe zorgde voor een minder slank ideaal, maar daarna werd het ideaal voor vrouwen steeds slanker. Een recenter Amerikaans onderzoek uit 2003 kwam met concrete cijfers: een op de drie vrouwen op televisie is te dun, afgemeten aan de Body Mass Index (BMI), tegenover 5% van de vrouwen in de realiteit. Daarnaast zijn 3 op de 100 vrouwen op televisie te zwaar, tegenover 1 op de 5 in de werkelijkheid. Interessanter resultaat van het onderzoek is dat dikkere vrouwen negatiever worden neergezet dan dunne karakters: ze 50 Anne E. Becker, et al., Eating behaviors and attitudes following prolonged exposure to television among ethnic Fijian adolescent girls in: British journal of psychiatry 180 (2002) Omdat exacte maten niet van foto s zijn af te meten, keken de onderzoekers naar de verhouding tussen breedte van de borsten en de heupen (hip-to-waist ratio). 52 Brett Silverstein, et al., The role of mass media in promoting a thin standard of attractiveness for woman in: Sex Roles 14 (1986)
24 hebben minder interacties met vrienden of partners, daten minder, hebben minder seks, worden vaker etend afgebeeld en zijn vaker object van humor. 53 Dus naast het gegeven dat meisjes en jonge vrouwen dagelijks veel beelden van de ideale, nauwelijks bereikbare, schoonheid tot zich krijgen, krijgen ze ook de boodschap mee dat wanneer je aan het slankheidideaal voldoet, je leven leuker, socialer en opwindender is dan wanneer je niet aan deze maatstaven voldoet. Wat is het belang van de media in het verspreiden en in stand houden van dit ongezonde schoonheidsideaal? Meerdere auteurs wijzen op de wederzijdse afhankelijkheid van de media en de cosmetische industrie. Volgens Meenakshi Gigi Durham, professor journalistiek en massacommunicatie, zijn meerdere industrieën afhankelijk van de meisjes die het schoonheidsideaal nastreven: de mode-, dieet-, sportschool-, cosmetischeen plastisch chirurgische industrie genereren multi-billion-dollar winsten. Tegelijkertijd zijn het deze industrieën die adverteren in de media en het schoonheidsideaal promoten. Ze creëren daar een onbereikbaar beeld van ideale schoonheid en geven zoals uit Durhams citaat in de inleiding van deze scriptie blijkt de boodschap aan hun kijkers en lezers dat het schoonheidsideaal binnen bereik ligt, zolang de meiden er maar hard genoeg voor werken. 54 De media, en dan vooral de magazines, zijn in hun bestaan afhankelijk van de reclame-inkomsten van de industrieën die deze boodschappen verspreiden. Je zult van de magazines simpelweg niet snel een negatief of kritisch geluid horen over deze industrieën, omdat diezelfde industrieën niet zullen adverteren in een blad dat kritiek op hen heeft. Alle schuld kun je echter niet bij de media leggen. Wij als consument accepteren deze beelden, wij kijken immers naar de televisieprogramma s, gaan naar de films en lezen de magazines die gretig gebruik maken van het schoonheidsideaal. Er zal ook een rol voor de consument zijn weggelegd om verandering te brengen in het ideaal. Vanuit de industrieën zelf is wel steeds vaker een kritisch geluid te horen: in 2006 bracht de 53 B.S. Greenberg, et al., Portrayals of overweight and obese individuals on commercial television in: American Journal of Public Health 93 (2003) Durham, The Lolita effect,
25 Spaanse modeweek het bericht naar buiten dat ze modellen met een BMI 55 onder de 18 zouden weren op het festival. Het cosmetica merk Dove oogstte veel lof met hun campagne voor ware schoonheid, waarbij ze gebruik maakten van modellen met een maatje en rimpel meer. In deze paragraaf is gekeken naar de rol van de media in het verspreiden en in stand houden van het schoonheidsideaal. In de scriptie wordt echter onderzoek gedaan naar een specifiek medium, het meisjesblad Tina. Daarom zal in de volgende paragraaf worden bekeken wat de rol is van de meisjesbladen in dit proces. Meisjesbladen De meisjesbladen vormen een aparte groep binnen de media: het belangrijkste onderscheid is dat zij zich richtten op een doelgroep die doorgaans weinig middelen ter beschikking heeft om te kunnen besteden. Daarnaast is de groep meisjes en tieners, meer dan volwassenen, vatbaar voor meningen en opvattingen die zij kunnen gebruiken bij de vorming van hun eigen identiteit. Zoals in de inleiding van deze scriptie al werd genoemd spelen de magazines in deze vormende fase spelen de magazines de rol van vertrouwde en intieme vriendin. 56 De meeste artikelen in de meisjesbladen gaan over schoonheid en mode, blijkt uit een Amerikaans onderzoek uit Daarnaast zijn de bladen voor bijna de helft gevuld met reclameartikelen, waarvan de meeste betrekking hebben op schoonheidsproducten. 57 Onderzoek onder tieners en adolescenten die frequent modebladen lezen, wijst uit dat zij twee tot drie keer zo vaak zullen gaan diëten als niet frequente lezers. Ook blijken de magazines in grote mate hun ideeën over het ideale lichaam vorm te geven. 58 Uit Australisch onderzoek van Hayley Dohnt en Marika Tiggeman is gebleken dat zelfs meisjes in de leeftijd van 5-8 jaar vatbaar zijn voor het schoonheidsideaal dat in de magazines wordt verspreid. Hoewel veel meisjes in hun onderzoek aangaven nog niet te kunnen lezen, bleek 69% wel eens in de magazines van hun moeders of oudere zussen te 55 De BMI kun je berekenen met de volgende rekensom: (lengte x lengte) : gewicht. Een BMI tussen de wordt als gezond beschouwd. Informatie afkomstig van de Hartstichting. 56 Ogle en Thornburg, An alternative voice amidst teen zines, Ellis D. Evans, et al., Content analysis of contemporary teen magazines for adolescent females in: Youth and society 3 (1991) Alison E. Field en Lilian Cheung, Exposure to the mass media and weight concerns among young girls in: Pediatrics 103 (1999) afl. 3,
26 kijken. Deze groep had een hoger bewustzijn over diëten ontwikkeld en of potentially greater concern is the finding that young girls who had greater exposure to woman s magazines [ ] were less satisfied with their appearance. 59 Uit voorgaande kan worden geconcludeerd dat magazines een groot bereik onder en invloed op kinderen hebben. Er zijn echter ook subgroepen die minder vatbaar zijn voor de boodschap van het schoonheidsideaal in magazines. In Amerika blijkt de groep Afrikaans-Amerikaanse meiden anders te reageren op de magazines dan haar blanke leeftijdsgenoten: zij beschouwen het ideaal vaak als fictioneel en onrealistisch en ontlenen hun lichaamsidentiteit aan de culturele waarden. 60 Helaas is er geen onderzoek gedaan naar het bereik onder en de invloed van meisjesbladen op Nederlandse meisjes. Er zijn in het verleden twee grote kwalitatieve Angelsaksische onderzoeken gedaan naar de inhoud van meisjesbladen, waarvan een zich specifiek richtte op de aanwezigheid van en de boodschap over de ideale schoonheid. Angela McRobbie was eind jaren zeventig de eerste die in de golf van onderzoek naar genderrollen in de media het belang van meisjesbladen in dit proces onderkende. 61 In het Britse tijdschrift Jackie ontdekte zij vier overheersende thema s: romantiek, mode en schoonheid, het persoonlijke leven en popmuziek. Zoals ik in de inleiding ook al zei draaide het volgens McRobbie binnen deze thema s slechts om één doel: het verkrijgen van de juiste man. Ondanks haar focus op genderrollen, is het onderzoek bruikbaar voor deze scriptie in verband met haar analyse van de geportretteerde meisjes in het blad. In die analyse concludeerde McRobbie: The messages stemming from these images [de dominantie, centrale afbeeldingen] are clear. First, if you look good, you feel good and are guaranteed to have a good time. Second, looking as good as this you can expect to be treated as something special, even precious. 59 Hayley Dohnt en Marika Tiggemann, Body images concerns in young girls. The role of peers and media prior to adolescence in: Journal of Youth and Adolescence 35 (2006) Lisa Duke, Get real! Cultural relevance and resistance to the mediated feminine ideal in: Psychology and marketing 19 (2002) afl. 2, McRobbies onderzoek werd ook sterk bekritiseerd vanwege de scherpe feministische ondertoon, ze nam zelf later ook een minder scherpe toon aan. Voor meer onderzoek naar genderrollen in meisjesbladen, zie: Katie Pierce, A feminist theoretical perspective on the socialization of teenage girls through Seventeen magazine in: Sex Roles 23 (1990) ; Katie Pierce, Socialization of teenage girls through teenmagazine fiction: the making of a new woman or an old lady? in: Sex Roles 29 (1993) 59-68; Jennifer A. Schlenker, Sandra L. Caron en William A. Halteman, A feminist analysis of Seventeen magazine: content analysis from 1945 to 1995 in: Sex Roles 38 (1998) ; Tineke Willemsen, Widening the gender gap: teenage magazines for girls and boys in: Sex Roles 38 (1998)
27 And third, beauty like this is the girls passport to happiness. 62 Daarnaast wijst ze, al in 1977, op de conflictueuze boodschap in Jackie: het ideaalbeeld dat de meisjes kregen voorgespiegeld, dat waarmee ze een succesvol leven werd beloofd, was niet reëel en het zou (veel) investeringen van de meisjes vergen om te kunnen worden bereikt. Een recenter en beter bruikbaar onderzoek komt uit de Verenigde Staten. Leslie Ballentine en Jennifer Ogle onderzochten de jaargangen van het meisjesblad Seventeen, op de aanwezigheid en de boodschap van het schoonheidsideaal. 63 Seventeen is een blad dat zich richt op meiden tussen de 12 en 24 jaar, onder de groep jarigen heeft ze een bereik van 87% van de Amerikaanse meiden. 64 De onderzoekers telden in eerste instantie het aantal lichaam gerelateerde artikelen per jaargang en analyseerden daarna de boodschap die deze artikelen uitdroegen. Opvallend is dat het aantal lichaam gerelateerde artikelen midden jaren negentig een piek bereikte en daarna een daling inzette. Deze piek lag op 33 lichaam gerelateerde artikelen in 1996, in 2002 waren dit er slechts negen. Overigens is het laatste onderzoekjaar weer een stijging waarneembaar: in 2003 telden de onderzoeksters 18 lichaam gerelateerde artikelen. 65 De onderzoekers verdeelden de artikelen vervolgens in twee categorieën: The making of body problems en The unmaking of body problems. De makers van Seventeen creëren, volgens Ballentine en Ogle eerst een body of desire, dat wordt omschreven als: smooth, trim, toned, tight, long, lean, flat, strong, young, sexy, healthy, clean and free of odor and certain types of hair: the über body. Wanneer de lezers het moeilijk te bereiken ideaalbeeld hebben gevormd, worden ze via verbale afschrik technieken - the girl you fear to be of those nasties met betrekking tot heupvet - gewezen op de probleemgebieden van hun eigen lichaam. 66 Vervolgens biedt Seventeen haar lezer, ingedeeld onder The unmaking of body problems, oplossingen aan: via work-outs, diëten of de aankoop van cosmetische producten kunnen de lezers deze problemen verhelpen en een stapje dichter bij het überlichaam komen. Wat de onderzoeksters verraste, was dat in een aantal artikelen zelfs reclame werd gemaakt voor plastische 62 McRobbie, Feminism and youth culture, Leslie W. Ballentine en Jennifer P. Ogle, The making and unmaking of body problems in seventeen magazine, in: Family and consumer sciences research journal 33 (2005) Ballentine en Ogle, The making and unmaking, Ibidem, Ibidem,
28 chirurgie, terwijl de lezeressen soms nog zeer jonge meisjes zijn. Er bleken echter ook artikelen te zijn die een tegengeluid lieten horen, waarin auteurs hun kritiek op de culturele druk op meisjes uitten en hen verschillende strategieën boden deze druk te weerstaan. In een aantal artikelen werd de nadruk op de schoonheid van gevarieerde lichaamsvormen en maten gelegd, anderen lieten een zeer kritisch geluid horen ten opzichte van het schoonheidsideaal en industrie of ten opzichte van de risico s en gevolgen van het najagen van het schoonheidsideaal. In deze artikelen en in het gegeven dat het aantal lichaamsgerelateerde artikelen een daling doormaakte, zagen de auteurs a sign that perhaps Seventeen is taking a more postmodern approach or one that values bodies that have previously been devaluated to its content. 67 Ondanks dit voorzichtige optimisme uitten de onderzoekers hun zorgen over de boodschap die meisjes met betrekking tot hun lichaam ontvangen in het blad en pleitten ze voor vervolgonderzoek, met name aan de kant van de ontvangers: de meisjes zelf. Hebben de bladen werkelijk invloed op de meisjes zoals in de onderzoeken wordt gesuggereerd? De kritiek op dergelijke onderzoeken ligt precies op dat laatste punt. Kan worden aangenomen dat de meisjes de boodschappen in magazines klakkeloos overnemen? Interessant is hier het proefschrift van Joke Hermes te noemen. Zij trok in de jaren tachtig, als reactie op de stroom feministische onderzoeken naar genderrollen in de media, de aanname in twijfel dat vrouwen die vrouwenbladen lezen daardoor worden beïnvloed in hun denkbeelden en ideeën. Ook al kwam haar doelgroep, volwassen vrouwen, niet overeen met de doelgroep uit dit onderzoek, het is van belang te noemen omdat Hermes hiermee een van de eersten was die onderzoek deed naar lezeressen van magazines. Uit de interviews die ze afnam met deze lezeressen, bleek dat zij de magazines vooral easily to put down vonden en dat de bladen verder weinig culturele waarde hadden of betekenisvol waren voor de vrouwen. 68 Elizabeth Frazer deed een aantal jaren eerder een onderzoek waarbij ze verschillende groepen meisjes een aantal stripverhalen uit Jackie liet lezen, waarna ze met de meiden in gesprek ging. Zij noteerde in haar bevindingen dat Jackie is read lazily en above al, though, they read the story as 67 Ballentine en Ogle, The making and unmaking, Joke Hermes, Woman s magazines. Easily put down (Amsterdam 1993). 28
29 a work of fiction. 69 Frazer concludeerde dat de meiden kritiek hadden op het onrealistische verloop van de verhalen en er zelfs om lachten. Lisa Duke en Peggy Kreshel deden ruim tien jaar later eenzelfde onderzoek, via diepte-interviews met tien respondenten, met het verschil dat zij de meiden volledige magazines lieten lezen in plaats van enkel de stripverhalen. Ook dit onderzoek werd gedaan vanuit een sceptische houding tegenover de feministische literatuur. Toch concludeerden Duke en Kreshel dat het schoonheidsideaal in de magazines wel degelijk invloed op de meisjes had, maar met mate: Although girls were aware of the beauty equals success message inherent in these magazines, they showed little interest in giving the medium carte blanche to access their value systems. 70 Uit de resultaten van bovenstaande studies kan worden aangenomen dat de invloed van magazines op meisjes (en vrouwen) minder groot is dan in een aantal feministische studies wordt gesuggereerd en het is van belang om dit tijdens dit onderzoek in het achterhoofd te houden. De reeks genoemde onderzoeken wil ik afsluiten met een recent onderzoek van Maggie Wykers en Barrie Gunter. Ook zij menen dat de invloed van magazines op hun lezeressen mede door de literatuur en het onderzoek vanuit het feministische perspectief wordt overschat. Zij wijzen op de rol die psychologische, biologische en sociale factoren spelen in de vorming van het zelfbeeld door meisjes en de mate waarin zij streven naar het schoonheidsideaal. Wykers en Gunter ageren tegen het beeld van de media als vormer van het schoonheidsideaal, maar zeggen wel dat ze een versterkende en verspreidende rol spelen. De ideale schoonheid is niet het ultieme doel voor de bladen volgens hen, maar, wat McRobbie jaren eerder ook al concludeerde, het verkrijgen van een heteroseksuele relatie met de ideale man: The means is looks and is told to us directly and indirectly, but the end is love. 71 Ondanks de kritische houding ten opzichte van het bestaande onderzoek uitten Wykers en Gunter, net als voorgaande onderzoekers, wel sterk hun zorgen over de groeiende aanwezigheid van het schoonheidsideaal: 69 Elizabeth Frazer, Teenage girls reading Jackie in: Media Culture Society 9 (1987) Citaten van pagina 414 en Lisa L. Duke en Peggy J. Kreshel, Negotiating femininity. Girls in early adolescence read teen magazine in: Journal of communication inquiry 22 (1998) Maggie Wykes en Barrie Gunter, The media and body image. If looks could kill (Londen 2005) 97. Zij zijn niet de enigen met dit standpunt, ook de eerder genoemde McRobbie en Evans et al. namen dit standpunt in. 29
30 Those false standard [over wat mooi is en wat niet] serve powerful ideological and commercial interest groups which profit from encouraging the beauty aesthetic [ ]. Girls are now expected to do it all in competition with men, yet are immersed in a sex-saturated culture that seems only to measure feminine success according to looks it is perhaps testimony to the strength and imagination of the great majority of women that they survive the onslaught, and an awful testimony to our culture that for some the thin aesthetic is a death sentence. 72 In dit hoofdstuk is gebleken dat het huidige schoonheidsideaal voor meisjes en vrouwen nooit in de geschiedenis zo ver van de feitelijke schoonheid van diezelfde meisjes en vrouwen heeft gelegen. Het ideaalbeeld lijkt onrealistischer dan ooit maar ligt desondanks in het bereik van een toenemend aantal meiden: zij investeren steeds meer middelen in de mode-, cosmetische-, dieet- en zelfs plastische industrie om het ideaal na te jagen. De rol van media als televisie en magazines als boodschapper van dit beeld is evident, bovendien vertellen zij de meisjes dat ze met het ideale uiterlijk een leuker en succesvoller leven zullen hebben. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de meisjes die zij aanspreken minder gelukkig zijn met hun uiterlijk na blootstelling aan de media. Waarom wordt dit beeld naar aanleiding van zulke onderzoeken niet aangepast? De media en de schoonheidsindustrieën bevinden zich in een situatie van wederzijdse afhankelijkheid: zonder media hebben de industrieën geen podium waarop ze hun producten kunnen promoten, zonder de reclame-inkomsten uit de industrieën zullen veel bladen niet kunnen overleven. De meisjesbladen bezetten een aparte positie binnen de mediawereld. Uit een aantal onderzoeken blijkt dat deze magazines de fysieke ideaalbeelden uitdragen en de meisjes advies geven hoe dit ideaal te bereiken. Ook blijkt de invloed van magazines op het zelfbeeld van de meisjes wel degelijk aanwezig. Toch wordt vanuit verschillende hoeken gepleit voor meer onderzoek naar de meisjes zelf: op welke manier kijken zij naar de ideaalbeelden in de magazines en in hoeverre laten zij zich hierdoor beïnvloeden? In Nederland is, zoals genoemd in de inleiding, weinig onderzoek gedaan naar de meisjesbladen, laat staan naar de ontwikkeling en het uitdragen van het 72 Wykes en Gunter, The media and body image,
31 schoonheidsideaal. Het bestaande onderzoek naar eigentijdse Nederlandse meisjesbladen wordt in het volgende hoofdstuk, over de geschiedenis van meisjesbladen in Nederland, besproken. 31
32 De geschiedenis van meisjestijdschriften in Nederland: van vormend en onderwijzend naar pure ontspanning In Nederland is op wetenschappelijk niveau weinig aandacht voor kindertijdschriften geweest. In 1964 verscheen de studie Een onderzoek naar de kwaliteit van het Nederlandse kindertijdschrift, waarin W.H.J. Niemöller stelde dat de kinderliteratuur het onderwerp van talrijke publicaties was, maar dat aan het kindertijdschrift in deze onderzoekingen, geschriften en artikelen evenwel onvoldoende aandacht [wordt] besteed. 73 Na Niemöllers publicatie verschenen enkele inventarisaties van eigentijdse kindertijdschriften, 74 de een uitgebreider dan de ander, maar in 1987 constateerde Nettie Heimeriks dat er ook geen ter zake doende publikaties [bestaan] over het ontstaan, gebruik en functie van vroege Nederlandstalige kindertijdschriften. 75 Het proefschrift dat Marjoke Rietveld-van Wingerden in 1992 schreef over het jeugdtijdschrift in de periode , was een eerste stap in het opvullen van deze lacune. Drie jaar na het verschijnen van haar proefschrift bracht Rietveld-van Wingerden een ruim driehonderd pagina s tellende bibliografie uit over de kindertijdschriften in die onderzoeksperiode. Uit haar werk is op te maken dat het gebrek aan aandacht voor het jeugdtijdschrift niet rijmt met het enorme succes van dit fenomeen: vanaf het einde van de achttiende eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog verschenen circa 250 jeugdtijdschriftentitels. 76 In dit hoofdstuk wordt de geschiedenis van het Nederlandse jeugdtijdschrift beschreven, voor een groot deel aan de hand van Rietveld-van Wingerden. De focus komt echter op de eigentijdse meisjesbladen komen te liggen aangezien Tina hier onderdeel van uitmaakt. De slotparagraaf wordt gewijd aan het onderzoeksobject zelf. 73 W.H.J. Niemöller, Een onderzoek naar de kwaliteit van het Nederlandse kindertijdschrift (Groningen 1964) Zie bijvoorbeeld: Piet van den Boom, Regina Buyze en Will Tinnemans, Wat verschijnt er zoal? in: Jeugdwerk nu 6 (1982) 11-15; of: Riana Luiks-Kramer, Tijdschriften voor jonge kinderen. Een inventarisatie (Den Haag 1986). 75 Nettie Heimeriks, Kindervrienden. Enkele tijdschriften uit de achttiende eeuw bekeken in: Leesgoed. Tijdschrift over kinderboeken 1 (februari 1987) Marjoke Rietveld-van Wingerden, Voor de lieve kleinen. Het jeugdtijdschrift in Nederland (Den Haag 1992) 1. 32
33 De opkomst van het jeugdtijdschrift In de achttiende eeuw ontstond het fenomeen tijdschrift in een periode waarin nieuwe verlichte denkbeelden zich over Europa verspreidden. Het gedachtegoed van de Verlichting was gebaseerd op de rede, ware kennis zou binnen het bereik van de mensen liggen door het gebruik van het verstand. Bovendien ontstond bij de verlichte denkers de behoefte de samenleving te scholen en te beschaven. Om dit doel te bereiken startten zij met de verspreiding van tijdschriften waardoor actuele denkbeelden en wetenschappelijke kennis binnen het bereik van een breder publiek kwamen te liggen. Daarom wordt het tijdschrift ook wel de uitvinding van de Verlichting genoemd. In het kielzog van deze ontwikkeling ontstond in de tweede helft van de achttiende eeuw ook het kindertijdschrift dat zou gaan fungeren als doorgeefluik van normen en waarden. 77 De trend werd gezet in Engeland, waar in 1751 The lilliputian magazine or the young gentlemen and lady s golden library verscheen, wat wordt beschouwd als het eerste kindertijdschrift van Europa. De inhoud van de periodiek bestond uit rijmpjes, raadsels, verhalen en muziek. 78 Vanaf 1756 schreef Mme Leprice de Beaumont het kwartaalblad Magasin des enfants dat tot in Rusland werd gelezen. Een jaar later verscheen de eerste vertaalde versie op de Nederlandse markt: Magazijn der kinderen. Doel van Mme Leprice de Beaumont was de jeugd voorzien van modern leesmateriaal, dit probeerde ze te bereiken door de verhalen in een dialoogvorm tussen een gouvernante en haar zeven vrouwelijke pupillen van vijf tot dertien jaar op te tekenen. 79 In eerste instantie verschenen alleen dergelijke vertaalde kindertijdschriften in Nederland. Opvallend is dat bij een aantal van deze vertaalde tijdschriften al een scheiding tussen de seksen van het lezerspubliek plaatsvond: zo verschenen van de hand van Mme Leprice de Beaumont Magazijn der jonge juffrouwen, voor oudere meisjes, en Le mentor moderne voor jongens (waarvan niet duidelijk is of deze periodiek ook in het Nederlands is vertaald). Voor de vertaalde tijdschriften van de Engelse James Fordyce, Vriend der jonge juffrouwen en Vriend der jonge heeren, gold hetzelfde. 80 Dit is opvallend te 77 Bea Ros, Jeugdtijdschriften in: Lexicon jeugdliteratuur 31 (februari 1993) Rietveld-van Wingerden, Voor de lieve kleinen, Marjoke Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschriften in Nederland en Vlaanderen Bibliografie (Leiden 1995) Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschriften. Bibliografie, 17; Rietveld-van Wingerden, Voor de lieve kleinen,
34 noemen omdat de ontwikkeling van seksespecifieke kindertijdschriften in Nederland pas in de tweede helft van de negentiende eeuw zou plaatsvinden. De introductie van het eerste niet-vertaalde Nederlandse kindertijdschrift kon dankzij deze stormachtige ontwikkelingen niet lang uitblijven. In 1781 verscheen het Weeklijks nieuwspapier voor kinderen dat door A. van der Kroe te Amsterdam werd uitgegeven. Buiten deze informatie is er weinig bekend over dit tijdschrift. 81 Hierna verschenen achtereenvolgens Geschenk voor de jeugd ( ) en Weekblad voor Neerlands Jongelingschap ( ), waarvan nu nog verschillende exemplaren in de Koninklijke Bibliotheek zijn in te zien. Het laatste blad kenmerkte zich door zijn grote variatie in stijl: naast verhalen, dialogen en fabels, kwamen ook versjes en briefwisselingen voorbij. 82 Hiermee sprong het Weekblad voor Neerlands Jongelingschap in op de trend: De jeugdtijdschriften pasten binnen het nieuwe opvoedkundige denken, aangezien daarin de leerstof met spelelementen en met variatie konden worden aangeboden en de dosering van de leerstof gemakkelijk te realiseren was, aldus Rietveld-van Wingerden. 83 Tot 1830 veranderde er weinig aan de inhoud en de toon van de periodieken: ze werden vooral gezien als aanvulling op school, voor particulieren waren de blaadjes daarnaast vaak te kostbaar. In deze periode vonden echter drie belangrijke ontwikkelingen plaats die voor een positieve stimulans in de populariteit van het jeugdtijdschrift zorgden. Ten eerste, zo betoogt Esther Goedegebuure in haar doctoraalscriptie over het eerste Nederlandse jeugdtijdschrift voor meisjes, speelde de economische opleving in Nederland een belangrijke rol. De opleving kwam de boekhandels ten goede, een bedrijfstak waar het tijdschrift in grote mate afhankelijk van was vanwege de reclame en distributie van de bladen. Lezers tekenden zich in bij de boekhandels en konden op besproken tijdstippen hun nummers zelf ophalen. 84 Daarnaast veranderde de stijl van de jeugdtijdschriften: ze oogden aantrekkelijker en bevatten meer verhalen en illustraties. De nadruk kwam nu op spelend leren te liggen. Een verklaring voor deze inhoudelijke verandering is volgens Rietveld-van Wingerden dat de 81 Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschriften. Bibliografie, Ibidem, Rietveld-van Wingerden, Voor de lieve kleinen, Esther Goedegebuure, Lelie- en Rozeknoppen ( ). Het burgerlijk cultuurideaal herijkt (Groningen 1995) 8. 34
35 tijdschriften vanaf 1830 niet meer nodig waren op school maar dat ze te schools waren voor thuis. De verandering was noodzakelijk om de bladen bij het publiek in trek te houden. 85 Tot slot hadden de ontwikkelingen in de druktechniek een positieve invloed: het drukken van tijdschriften werd eenvoudiger en goedkoper waardoor ze op grotere schaal te produceren waren. Deze met elkaar samenhangende ontwikkelingen hadden tot gevolg dat het aantal jeugdtijdschriften in Nederland steeg en dat ook het bereik toenam: het spreidingsgebied werd van Holland en enkele omliggende florerende steden uitgebreid naar het noorden en oosten. 86 Vanaf 1850 was het jeugdtijdschrift bovendien niet meer alleen gericht op kinderen uit welgestelde gezinnen, maar er verschenen ook tijdschriften die zich op kinderen uit een lagere sociaaleconomische klasse richtten. Deze laatste ontwikkeling was een eerste teken dat de groei die het jeugdtijdschrift in deze periode doormaakte, zou zorgen voor een belangrijke impuls die lange tijd doorwerkte binnen de jeugdtijdschriften: differentiatie. De differentiatie in de kinderbladen uitte zich in eerste instantie via het geloof. Vanaf 1849 ontstonden de eerste orthodox-protestantse jeugdtijdschriften, later volgden rooms-katholieke, vrijzinnig-protestantse en joodse tijdschriften. 87 Daarnaast werd steeds vaker rekening gehouden met de leeftijd van kinderen, er ontstonden tijdschriften voor specifieke leeftijdsgroepen. Interessant en van belang voor deze scriptie is de scheiding der seksen die in de tijdschriften zou gaan plaatsvinden. Dat Nederland al bekend was met seksespecifieke kinderbladen bleek uit de verspreiding van de tijdschriften van Mme Leprice de Beaumont in het eind van de achttiende eeuw, toch zou dit fenomeen zich pas een eeuw later verder ontwikkelen en een groeiend aandeel in de tijdschriftenmarkt innemen. Seksespecifieke tijdschriften: de meisjesbladen De opkomst van de seksespecifieke tijdschriften in Nederland kan volgens Marjoke Rietveld-van Wingerden met behulp van twee motieven worden verklaard. Bij het eerste 13 Rietveld-van Wingerden, Voor de lieve kleinen, Marjoke Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschrift in Nederland in: Boekenpost 1 ( ) afl. 5, Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschrift in Nederland, 10. In haar boek Voor de lieve kleinen wijdt Rietveld-van Wingerden een heel hoofdstuk (4. Protestantisme en het jeugdtijdschrift) aan de rol van jeugdtijdschriften voor de protestanten. 35
36 motief ligt de nadruk op het verschil tussen jongens en meisjes en hun toekomstige rol in de maatschappij. Meisjes moesten worden gevormd: er werd van hen verwacht dat zij zich konden gedragen in gezelschap en algemene kennis bezaten, later werd ook de kennis van het huishouden en over het opvoeden van kinderen van belang geacht. Deze vorming kon via de blaadjes plaatsvinden. Daarnaast speelde de opvatting dat meisjes andere behoeften hebben dan jongens en anders geaard zijn ook een belangrijke rol in de differentiatie. Meisjes willen lezen over andere meisjes en typische meisjeszaken. Rietveld-van Wingerden voegt hier aan toe dat deze motieven verschillende belangen dienden: Het eerste motief werkte [ ] het sterkst door in de motivatie van het bestaan van meisjestijdschriften; het tweede motief werd gebruikt om het bestaan van jongenstijdschriften te verdedigen. 88 De nieuwe meisjesbladen kenden een weifelende start met de komst van Flora. Tijdschrift voor jonge dames ( ). Volgens Rietveld-van Wingerden had dit blad geen nadrukkelijke pedagogische aspiraties, maar wilde het de meisjes slechts van goede lectuur voorzien. De verhalen moesten tegenwicht bieden aan de in opkomst zijnde romans waarvan men de inhoud verderfelijk vond voor de meisjesziel. 89 In 1850 werd de doelgroep echter verbreed en werd het van een specifiek meisjes- tot een damesblad. De Gracieuse. Tijdschrift voor jonge dames ( ) onderging hetzelfde lot. Voor de jongens was Bato. Tijdschrift voor jongens ( ) het eerste seksespecifieke tijdschrift. Dit blad wist zijn levensduur als specifiek jongenstijdschrift tot vier jaar te rekken, maar zag zich vanaf 1868 gedwongen te transformeren tot algemeen jeugdtijdschrift. Pas in de jaren tachtig van de negentiende eeuw zette de seksespecifieke ontwikkeling binnen de jeugdtijdschriften zich op succesvolle wijze voort: binnen drie decennia verschenen zeven specifieke meisjesbladen, gericht op meisjes van verschillende leeftijd en afkomst. In een onderzoek naar de opkomst van meisjesbladen in deze periode, zocht Annemarie Vermeulen naar een verklaring voor dit succes. Ze wijst onder andere op het groeiende leespubliek vanwege de stijgende geletterdheid in de samenleving en op de toenemende zorgen over de invloed van jeugdliteratuur op de jeugd, wat steeds vaker enkel op ontspanning gericht was en waar de jeugdtijdschriften 88 Rietveld-van Wingerden, Voor de lieve kleinen, Marjoke Rietveld-van Wingerden, Kneedbare meisjes en weetgierige jongens. Nederlandse tijdschriften voor meisjes en jongens ( ) in: Literatuur zonder leeftijd 23 (2009) afl. 9,
37 een aantrekkelijk alternatief voor waren. Ook wijst ze op de invloed van de eerste feministische revolutie op de emancipatie van vrouwen. Het aantal vrouwelijke schrijfsters nam toe en zij werden een belangrijke producent van boeken en tijdschriften voor vrouwen en de jeugd. Daarnaast bleken de vrouwentijdschriften in dezelfde periode enorm succesvol, wat de ontwikkeling van meisjesbladen zou kunnen hebben gestimuleerd. Ten slotte wijst Vermeulen op de discrepantie tussen de stijging in het belang dat aan onderwijs voor meisjes werd gehecht, en de daadwerkelijke mogelijkheden voor meisjes om aan (vervolg)onderwijs deel te nemen. De tijdschriften werden gezien als medium waar zij de benodigde kennis konden opdoen en gevormd konden worden. 90 Onder invloed van deze ontwikkelingen gaf Catherina Alberdingk Thijm in 1882 Lelie- en Rozeknoppen. Weekblad voor meisjes ( ) uit. Lelie- en Rozenknoppen werd gekenmerkt door het burgerlijk cultuurideaal van waaruit het de lezeressen de juiste deugden en persoonlijke ontwikkeling wilde bijbrengen. Volgens de eerder genoemde Goedegebuure, die onderzoek deed naar dit tijdschrift, nam het daarbij een zeer belerende toon aan en werden er vaak serieuze onderwerpen aangesneden. 91 Dit nadrukkelijk aanwezige vormingsideaal ontdekte Vermeulen ook bij de andere meisjestijdschriften die deze periode ontstonden, maar zij benadrukt dat er daarnaast ook ruimte was voor ontspanning, voor de jongere meisjes overigens meer dan voor de oudere meisjes. 92 De meeste van deze eerste meisjesbladen bestonden een aantal jaar, sommigen hielden hierna op te bestaan, anderen kozen voor een overlevingsstrategie waarbij hun doelgroep werd verruimd naar algemeen damesblad. In de periode die volgde ontwikkelde de jeugdtijdschriftenmarkt zich langzaam tot een markt waarbij de bladen in een hokje van de verzuiling waren te plaatsen. Deze ontwikkeling had te maken met de toegenomen vrijheid en rechten voor het kind: de arbeidstijd van kinderen werd gereglementeerd, hun werkdag werd verkort en leerplicht werd wettelijk vastgelegd. De vrije tijd die deze maatregelen tot gevolg hadden zorgden voor de opkomst van massale vrijetijdsbesteding en een vrijetijdsindustrie die zich richtte op het kind. De verschillende zuilen probeerden via het verenigingswezen hun invloed op 90 Annemarie Vermeulen, Waarom een meisjescourant? Over de eerste tijdschriften voor meisjes in Nederland (Rotterdam 1994) Goedegebuure, Lelie- en Rozeknoppen, Vermeulen, Waarom een meisjescourant?,
38 de kinderen te behouden. 93 Rietveld-van Wingerden zegt hierover: Die [zuilen] waren druk doende met de uitbouw van het eigen onderwijs, waarbij een tijdschrift als zinvolle vrijetijdsbesteding en ter ondersteuning van de pedagogische intenties meer dan welkom was. 94 Vele van deze tijdschriften waren dan ook verbonden aan een jeugdvereniging of bond. Desondanks verschenen ook tijdschriften die niet binnen de hokjes pasten: een aantal meisjestijdschriften legden een sterke nadruk op de algemene ontwikkeling van hun doelgroep vanuit het streven de emancipatie van deze meisjes te bevorderen. Een voorbeeld van zo n tijdschrift was Leven en werken. Maandblad voor meisjes en jonge vrouwen ( ). In de eerste uitgave richtten de twee redacteuren E.C. Knappert en Annie Salomons, voorvechters van vrouwenemancipatie, zich tot de lezeressen: De leider van de Wereldbibliotheek 95 heeft ons beiden gevraagd de redactie op ons te nemen van een maandblad, dat bestemd zou zijn voor meisjes en jonge vrouwen uit verschillenden maatschappelijke levenskring, die werken moeten of willen werken met de bedoeling haar te helpen in haar drang naar ontwikkeling, in haar behoefte naar levensmoed en levensvreugde. 96 Leven en werken 97 en haar opvolger Droom en Daad. Maandblad voor jonge meisjes ( ), wisten uiteindelijk niet te overleven omdat hun bereik onder de beoogde doelgroep te klein was. Veel minder zwaar op de hand was volgens Rietveld-van Wingerden het alternatief Meisjesleven. Maandblad voor meisjes ( ). Hierin stonden verhalen en artikelen over de dagelijkse leefwereld van meisjes, die de nodige luchtigheid bevatten. 98 Artikelen gingen over onderwerpen die we uit de huidige meisjesbladen kennen: sport, muziek en mode, en gezien het succes waren het blijkbaar deze onderwerpen waar de meisjes over wilden lezen. In het laatste decennium voor de Tweede Wereldoorlog werd het ontspanningsaanbod in de bladen voor de jeugd nog groter door de introductie van strips, die in korte tijd aan populariteit wonnen. 93 Peter Selten, Het derde opvoedingsmilieu. Honderd jaar jeugd in Nederland, in: Van de straat: 150 jaar jeugdcultuur in Nederland Jeugd en Samenleving 2-3 (februari-maart 1991) Rietveld-van Wingerden, Kneedbare meisjes en weetgierige jongens, De Wereldbibliotheek was een literaire uitgeverij die zich ten doel stelde zo veel mogelijk mensen te bereiken met kwalitatief goede en goedkope lectuur. 96 Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschriften. Bibliografie, Vanaf 1926 was het geen specifiek meisjesblad meer, het werd een tijdschrift voor vrouwen en meisjes. 98 Rietveld-van Wingerden, Kneedbare meisjes en weetgierige jongens,
39 Zo is er een trend waarneembaar van meisjesbladen die sterk waren gericht op de vorming van haar lezeressen, naar meisjesbladen die langzamerhand meer waren gericht op het vermaak en de ontspanning van haar lezeressen. Het ontstaan en de ontwikkeling van tijdschriften voor meisjes is niet altijd even eenvoudig verlopen. Toch zijn ze in de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog succesvoller geweest dan de jongenstijdschriften: het aantal verschenen titels voor jongens en meisjes is ongeveer gelijk, maar de meisjestijdschriften kenden een langere levensduur. 99 Met de komst van de oorlog kwam de jeugdtijdschriftenproductie, die vanwege de recessie in het voorgaande decennium al in zwaar weer terecht was gekomen, bijna geheel plat te liggen. Uitzondering hierop was een blaadje als Contact ( ), dat de kans zag zichzelf tijdens de oorlog ondergronds voort te zetten. 100 De opkomst van de strips in de vooroorlogse periode werd een halt toegeroepen door het uitbreken van de oorlog, maar dit verhinderde de strips niet na de oorlog hun definitieve doorbraak in de Nederlandse jeugdtijdschriften te beleven. Eigentijdse meisjesbladen De overzichtelijke vooroorlogse situatie van een jeugdcultuur die zich veilig binnen de muren van jeugdverenigingen ontwikkelde, hield niet lang stand in het Nederland van na de oorlog. Aanvankelijk was het culturele klimaat uiterst behouden en dit kon in de eerste jaren eenvoudig standhouden vanwege de onzekere periode van wederopbouw in Nederland. Naarmate de wederopbouw een groter succes werd, bleek de nieuwe generatie jongeren zich steeds minder te willen conformeren aan deze van boven opgelegde leefwijzen. De jeugd ging zich rebels gedragen en al in 1952 verscheen een rapport over de maatschappelijke verwildering van jeugd. In het regeringsrapport werd het gedrag van verwildering onderzocht en werden resultaten besproken die konden worden toegepast in de bestrijding der massificatie van de jeugd. 101 De uitkomsten van het rapport hebben niet het beoogde effect gehad omdat de ontwikkelingen die in gang waren gezet, niet te stoppen waren. Dankzij de stijgende welvaart hadden ook jongeren de 99 Rietveld-van Wingerden, Voor de lieve kleinen, Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschriften. Bibliografie, Martinus J. Langeveld, Maatschappelijke verwildering der Jeugd. Rapport betreffende het onderzoek naar de geestesgesteldheid van de massajeugd. In opdracht van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap samengesteld (Den Haag 1952) 9. 39
40 beschikking over steeds meer economische middelen en in combinatie met de toegenomen vrije tijd in de jaren vijftig ontstonden verschillende vermaak-, cultuur- en vrijetijdsindustrieën waar de jeugd tijd en geld in investeerde. Socioloog Jan Lenders concludeert dat het gesloten cultuurpatroon van de verzuilde samenleving plaats[maakte] voor een open en modern cultuurpatroon met sterk individualistische accenten. 102 Er ontstond in Nederland een consumptiemaatschappij. De jeugd zocht zijn toevlucht van de traditionele pedagogische en morele autoriteiten in de vrijetijdssector: 103 zij bezochten massaal verderfelijke films uit Hollywood en luisterden naar nieuwe muziekstijlen als rock n roll. De oudere generatie gruwelde van dit soort van vermaak en uitten hun zorgen voor culturele vervlakking en achteruitgang. 104 De strips, beeldromans en comics, die voor de oorlog al aan een opmars bezig waren, kunnen ook onder de noemer van de nieuwe ontspanningscultuur worden geplaatst. De strips vulden voor de oorlog slechts kleine rubrieken of enkele pagina s van een jeugdtijdschrift, na de oorlog ontstonden nieuwe bladen die in zijn geheel met strips werden gevuld. Robbedoes, dat vanaf 1939 bestond maar zich tijdens de oorlog gedwongen zag tijdelijk te stoppen, was een van de eerste bladen die bijna volledig gevuld was met strips. Na Robbedoes verschenen ook Donald Duck (1952-heden) en Sjors van de Rebellenclub ( ). W.H.J. Niemöller, die aan het begin van het hoofdstuk al even werd genoemd, oordeelde in 1964 over Robbedoes: Artistieke interpretatie ontbreekt. Bovendien worden situaties en personages met een overspannen emotionaliteit geladen: verwrongen gezichten, sterren, strepen, uitroeptekens, interjecties als wamm, vroum, waaaawm, woep, smak, etc. [ ] Een aaneenschakeling van ontstellende en geladen acties als autorijden, botsingen, neerstortende en brandende vliegtuigen, vecht- en schietpartijen, vervangt dikwijls het verhaal. [ ] Er is sprake van een oneerlijk heldendom, een lichtzinnig omgaan met menselijke tragiek en ellende (oorlogen) en een onwaarachtige moraal. Maar dikwijls ook 102 Jan Lenders, Maatschappelijke ontwikkelingen en jeugdcultuur vanaf 1945 in: Van de straat: 150 jaar jeugdcultuur in Nederland Jeugd en Samenleving 2-3 (februari-maart 1991) Lenders, Maatschappelijke ontwikkelingen en jeugdcultuur, Hoven, Het goede en het mooie,
41 nog van een platvloerse, smaakbedervende humor en een overvloedig gebruik van Gods naam in situaties, welke dit gebruik niet rechtvaardigen. 105 Men maakte zich serieus zorgen over de opkomst van deze nieuwe tijdschriften, met name over de verderfelijke invloed die de strips op de jeugd zouden hebben. De kritiek bereikte eind jaren veertig, begin jaren vijftig zijn hoogtepunt. Peter van den Hoven, die de geschiedenis van het literaire kindertijdschrift Kris-Kras schreef, stelt: Niet alleen vindt men dat strips de leeslust bederven en een funeste invloed hebben op het lezen van goede leesboeken, maar ook het voorstellingsvermogen, de fantasie, zou door de overmaat aan prikkelende beelden op den duur afgestompt worden. 106 Van den Hoven illustreert zijn gedachtegang met een citaat van Annie M.G. Schmidt, dat volgens hem in die periode veelvuldig en met hartgrondige instemming werd geciteerd: In de speeltuin circuleert een kinderblad. Het is een Walt Disney-achtig tijdschrift, dat hoofdzakelijk door strips wordt gevuld. Het is niet onzedelijk, het is niet verderfelijk, het is alleen maar lelijk. Afschuwelijk lelijk, het is smakeloos, en het is lorrig. Maar alle kinderen vliegen erop af omdat het kleurig is en omdat het gek is. Ze moeten om de dierkarikaturen lachen, ze vinden het allemaal erg lollig. Ze gieren om de banale grapjes, want ze hebben nooit iets beters waar ze om lachen kunnen. Ik kijk het prul even in en moet niet lachen. Ik moet huilen. Huilen omdat dit blaadje in een oplaag van meer dan honderdduizend exemplaren verspreid wordt in ons land, terwijl er geen geld is voor een goed kinderblad. Deze kinderen zullen behalve het stripblad ook nog de strips in de krant bekijken. En de strips in het damesblad van hun moe. En verder niets. Ze gaan later naar de films, of kijken naar de televisie, en zien daar ook een soort strips, even smakeloos, even banaal, even harteloos, even cliché. Deze kinderen worden stripkinderen en later worden het stripmensen. 107 Eind jaren vijftig, begin jaren zestig begon de kritische houding ten opzichte van het stripverhaal enigszins af te zwakken. Ook de kritische Niemöller zag een positieve rol weggelegd voor de strip in het kindertijdschrift, echter enkel wanneer de beeldverhalen 105 Niemöller, Een onderzoek naar de kwaliteit van Nederlandse kindertijdschrift, Hoven, Het goede en het mooie, Citaat afkomstig uit: Hoven, Het goede en het mooie,
42 kwantitatief in een harmonische verhouding staan tot de andere inhoudsaspecten en een werkelijke inhoudsvariatie aanwezig is. 108 De omslag in de houding is volgens Van den Hoven te wijten aan de opkomst van de televisie waardoor de houding van mensen ten opzichte van het (bewegende) beeld milder werd. Ook de toename van het gebruik van strips op verschillende manieren en een stijging van het aantal wetenschappelijke artikelen over strips in relatie met kunst en literatuur droegen bij aan deze omslag. 109 Desondanks introduceerde Nederland in 1966 nog een opvallend fenomeen: in navolging van de Verenigde Staten, dat in 1954 de zogenaamde Comics Code had vastgelegd, verscheen in Europa eenzelfde reglement. De Amerikaanse Comics Code moest zorgen voor eerbied in strips voor bestaande verhoudingen, een positieve houding ten opzichte van gezag en autoriteit, afwijzing van pornografische en andere zedenschendende verhalen, bestraffing van de misdaad en beloning van alles was goed, edel en rechtschapen genoemd kan worden. 110 De Morele Code van het Europees Verbond van Uitgevers van Jeugdtijdschriften, dat door de zes landen van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap werd vastgelegd, had een vergelijkbare strekking als zijn Amerikaanse voorbeeld. Tijdschriften die aan de eisen van de Morele Code voldeden kregen een klein vignet op hun cover met daarop de tekst: Dit jeugdtijdschrift houdt zich aan de morele code. 111 Ook al zwakte de houding van critici ten opzichte van de strip zelf af, onvrede over de nieuwe tijdschriften bleef bestaan. Kritiek was er op het feit dat deze bladen enkel het vermaak van de jeugd leken te dienen en de jonge lezers nauwelijks meer iets leken te leren. Kris-Kras, het literaire jeugdtijdschrift waar Van den Hoven onderzoek naar deed, verscheen in 1954 als een in die tijd noodzakelijk geacht tegengewicht tegen de snel groeiende invloed van stripverhalen en oppervlakkig geschreven jeugdboeken. 112 Vele (later) bekende auteurs en illustratoren, zoals onder andere de eerder genoemde zeer 108 Niemöller, Een onderzoek naar de kwaliteit van Nederlandse kindertijdschrift, Hoven, Het goede en het mooie, Ibidem, Ibidem, Van den Hoven heeft alle artikelen waaruit de morele code bestond opgenomen in zijn boek. 112 Ibidem,
43 kritische Annie M.G. Schmidt, 113 verleenden hun medewerking aan het blad, maar dat bleek geen garantie voor succes: na twaalf jaar bestaan met constant financiële problemen zag het tijdschrift zich gedwongen op te heffen. Van den Hoven wijdt het uitblijven van succes aan het feit dat het blad, dat sterk gericht was op de woordcultuur, niet won van de opkomende visuele media en het dus moest afleggen tegen de invloed van de commerciële (strip)tijdschriften als Donald Duck, Robbedoes, Eppo en Tina [ ]. 114 Marit Hazeleger, die in 1986 haar scriptie over Nederlandse kindertijdschriften schreef, stelt in Leesgoed dat vanaf dat moment een steeds grotere hoeveelheid tamelijk inhoudsloze periodieken de markt [overspoelde]. 115 Terug naar de meisjesbladen. In juni 1967 verscheen het eerste naoorlogse meisjesblad, de Tina, op de tijdschriftenmarkt. De laatste paragaaf van dit hoofdstuk zal worden gewijd aan Tina en haar levensweg, voor nu is het van belang te wijzen op haar pioniersrol als eerste naoorlogse tijdschrift voor meisjes. Het tijdstip van verschijning kan, gezien de bovenstaande besproken ontwikkelingen op het gebied van jeugdcultuur in de jaren vijftig en zestig, laat worden genoemd. Deze trage ontwikkeling valt ook op wanneer de vergelijking wordt gemaakt met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, waar de meisjestijdschriften een snelle groei doormaakten direct na de oorlog. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de meisjes in de jaren vijftig en zestig betrekkelijk onzichtbaar zijn geweest in vergelijking met hun mannelijke leeftijdsgenoten, aangezien jongens een overheersende rol speelden in het openbare leven. 116 Er was wel een groep meisjes die zich in deze periode zou ontwikkelen tot de dragers van de tweede feministische revolutie, maar dit betrof veelal de groep hogeropgeleide meisjes. Psychologe Jeannette Doornenbal wijst op een grote groep meisjes die zich aan het zicht van hun ouders, docenten en jongens onttrokken en een eigen cultuur ontwikkelden: de 113 Andere namen zijn: Mies Bouwhuis, Hella Haasse, Thea Beckman, Tonke Dragt, Paul Biegel, Annie M.G. Schmidt, Fiep Westendorp en Thé Tjong-Khing. Voor meer namen lees Van den Hoven, Het goede en het mooie, Hoven, Het goede en het mooie, Marit Hazeleger, Stand van zaken in: Leesgoed. Tijdschrift over kinderboeken 1 (februari 1987) Annemieke van Drenth en Yolanda te Poel, Samen-meisje-zijn : constanten en veranderingen in jeugdwerk en meisjescultuur van de jaren vijftig en zestig in: Tijdschrift voor vrouwenstudies 13 (1992) afl. 2,
44 Teenybopp-, oftewel de slaapkamercultuur. 117 Hierin speelde de romantische liefde tussen jonge vrouwen en mannen een belangrijke rol, vriendinnen wijdden hele middagen aan het praten over jongens en liefde. De pedagogen Annemieke van Drenth en Yolanda te Poel wijzen op de fictie die, gebaseerd op dit thema, ontstond: filmbeelden, songteksten en boeken waarin meisjes zowel een actieve zelfstandige rol in de toenadering tot hun uitverkorenen als een zorgende en dienende rol in relatie tot hun omgeving [vervulden], sprongen in op de vraag die bij deze meisjes leefde. 118 De commerciële meisjestijdschriften waren op die manier ook een bevrediger van de behoeften en verlangens die onder de slaapkamermeisjes leefden. Het eerste meisjesblad Tina werd aanvankelijk gevuld met enkel (buitenlandse) strips, maar door de jaren heen ontwikkelde het zich tot een eenvoudig te consumeren ontspanningsblad met naast de strips ook vlotgeschreven teksten en niet-controversiële verhalen. Daarmee zette Tina, samen met Club ( ), Penny (1978-heden) en Anita ( ), de trend voor de meisjesbladen nieuwe stijl: de van oorsprong vormende functie van de meisjesbladen was nauwelijks meer aanwezig, de tijdschriften richtten zich met hun commerciële oogmerk enkel nog op het vermaak van hun lezeressen, met als doel het eigen lezerspubliek te vergroten. Voor het bereiken van dit doel werd de lezeres ook steeds duidelijker betrokken bij het tijdschrift: Bijna elk blad kent een speciale rubriek waar lezers hun mening in kwijt kunnen, vragen stellen of problemen kunnen voorleggen aan deskundigen. Ze krijgen vaak toch wel erg oppervlakkige en nietszeggende antwoorden, aldus Hazeleger in Deze ontwikkelingen leidden tot een hoge onderlinge gelijkenis tussen de meisjesbladen. Dr. Inge de Wilde, die veel heeft gepubliceerd over vrouwengeschiedenis, bestempelde dit in Gezin en samenleving als een monotonie die zelfs in de damesbladen niet geëvenaard wordt. 120 De opkomst van deze nieuwe meisjesbladen leidde in de jaren zeventig tot veel kritiek vanuit de samenleving, met name de feministische hoek liet zich gelden. De (strip)verhalen zouden rolbevestigend zijn en daarnaast zouden de lezeressen in de 117 Jeannette Doornenbal, Meisjesculturen en meidenbladen in: Moer (1984) afl. 1-2, Drenth en Te Poel, Samen-meisje-zijn, Hazeleger, Stand van zaken, Inge de Wilde, Ik wou een kindertijdschrift. O, u bedoelt de Donald Duck. Kindertijdschriften. Een miljoen exemplaren per week in: Gezin en samenleving 41 (maart 1975) afl. 3, 2. 44
45 tijdschriften niets leren over de wereld om hen heen. Het tijdschrift Jeugdwerk Nu legde in een themanummer over kindertijdschriften de hoofdredacteur van het meisjesblad Club, Paul Cormont, in een interview het vuur aan de schenen: waarom leerden de meisjes niet hoe werkeloosheid tot stand komt, waarom er woningnood is, wat hun toekomst hun zal brengen? 121 De meeste kritiek die in deze periode op de meisjesbladen werd geuit had betrekking op de onrealistische verhaallijnen die de strips in de bladen hadden: Weesmeisjes, ongelukkige liefdes die toch weer happy eindigen, zielige dieren en boze tantes: hét geijkte recept voor een smeuïg verhaal, dat ieder meisje voor een fors deel van haar zakgeld tot over de oren in de onwerkelijkheden doet belanden. 122 Een aantal van de bladen werd zelfs niet opgenomen in bibliotheekcollecties omdat ze de kwaliteitseisen niet haalden. In twaalf Anitanummers die ik heb gelezen staan verhalen die we in boekvorm ook niet zouden accepteren, aldus Riana Luiks vanuit haar functie als staffunctionaris Jeugdzaken bij de Utrechtse bibliotheekorganisatie in Toch was er langzamerhand ook een minder kritisch geluid te horen, wat net als een decennium eerder kan worden verklaard door het alsmaar groeiende media-aanbod voor de jeugd en daarnaast de minder scherpe toon waarop het feministische debat werd gevoerd. In 1984 schreef psychologe Jeannette Doornenbal in het onderwijsblad Moer: En toch vind ik het moeilijk om negatief te schrijven over iets waar meisjes zelf zoveel plezier aan beleven. Het is net zoiets als Dallas, waar je eigenlijk ook niet van genieten mag, of Bouquet. 124 In de jaren tachtig beleefde de gehele jeugdtijdschriftenmarkt een moeilijke periode. Oplageaantallen liepen terug en sommige bladen zagen zich gedwongen op te heffen. 125 Universitair docent Journalistiek Peter Vasterman zoekt een deel van de verklaring hiervoor in de slechte economische situatie op dat moment, maar ook in het feit dat het 121 Will Tinnemans, Club: Wij zijn een vriendin van onze lezeressen in: Jeugdwerk nu 6 (1982) Dit citaat is afkomstig van: Van den Boom, Buyze en Tinnemans, Wat verschijnt er zoal?,14. Maar zie ook: Tinnemans, Club, 4-6; Luiks-Kramer, Tijdschriften voor jonge kinderen, en dan specifiek bij de geanalyseerde meisjestijdschriften. 123 Regina Buijze, Bibliotheken en scholen. Magere informatie in jeugdtijdschriften in: Jeugdwerk nu 6 (1982) Doornenbal, Meisjesculturen en meidenbladen, De gezamenlijke oplage van Donald Duck, Tina, Anita en Eppo liep van 1983 tot 1987 terug met vijfentwintig procent. De Anita en Eppo zagen zich gedwongen op te heffen. Informatie uit: Peter Vasterman, Lezen naar leefstijl. De vlottende positie van het tijdschrift in de beeldcultuur in: Jo Bardoel en Jan Bierhoff (red.), Media, feiten en structuren (Groningen 1994, achtste druk)
46 aantal jongeren in Nederland afnam. Daarnaast meent hij dat in deze periode bleek dat leeftijd als segmentatiecriterium niet meer voldeed: binnen de leeftijdsgroepen waar de bladen zich op richtten, bleken grote verschillen te bestaan qua interesses en ervaringshorizon. 126 Segmentatie naar mentaliteit was voor de bladen de oplossing om de crisis te boven te komen. Uitgeverij Oberon sprong volgens Vasterman op succesvolle wijze in op de vraag die leefde bij het jonge publiek. De uitgeverij bracht in 1986 met succes het nieuwe blad Yes voor de groep lager opgeleide wij-meisjes, die eigenlijk buiten het segment van Club, voor hoger opgeleide, individualistische, trendsettende ikmeisjes, vielen. 127 Er kwam nu ook oog voor de grotere groep vijftien tot vierentwintig jarigen die niet voorop liepen, die zich sterk op hun eigen groep oriënteerden en enigszins conservatief waren ingesteld. In zijn artikel uit 1994 concludeerde Vasterman dat de dip in de tijdschriftenmarkt wel weer te boven was, maar hij voorzag dat de gouden tijden van het gat in de markt, toen er met veel gemak allerlei nieuw bladen werden gelanceerd, voorlopig verleden tijd was. 128 Die voorspelling kwam echter niet uit: in de jaren negentig en het eerste decennium van de nieuwe eeuw explodeerde het aantal meisjesbladen. Fancy, Girlz!, CosmoGirl!, ElleGirl, Meidenmagazine, Stars, Hoe overleef ik verschenen een voor een op de tijdschriftenmarkt voor meisjes. De meisjesbladen werden steeds sneller : kortere teksten, grotere foto s en veel aandacht voor wat vandaag, op dit moment cool, hip en vet is. 129 Een blik op de omslag van een aantal van deze bladen leert dat het Engelse taalgebruik tegenwoordig in is, je vindt er titels als: Quizzen to the max, Be a boy magnet, Toys for boys, Dress like a star en In de shopping: Iris. 130 De opvallende toename van meisjesbladen bleef niet onopgemerkt. Werd eerder al genoemd dat het Nederlands onderzoek naar jeugdtijdschriften zeer schaars is, de laatste twee decennia verschenen drie uitgebreide studies naar de eigentijdse meisjestijdschriften. Joost de Bruin onderzocht de rol van seksualiteit in onder andere 126 Vasterman, Lezen naar leefstijl, Ibidem. Met dit succes sneed Oberon zich overigens zelf in de vingers: twee jaar na de start van Yes werd hun uitgave Club opgeheven. 128 Ibidem, Anne Visser, Jeugdtijdschriften in: Marieke van Delft en Nel van Dijk, Magazine. 150 jaar Nederlandse publiekstijdschriften (Den Haag/Zwolle 2006) Deze titels zijn afkomstig van de covers van: Fancy 2 (februari 2011), Girlz! 3 (3 februari-2 maart 2011), Tina 8 (2011). 46
47 meisjesbladen en concludeerde niet alleen dat seksualiteit in de bladen explicieter aanwezig is dan ooit te voren, maar ook dat de benadering van seksualiteit mannelijker is geworden. Volgens De Bruin stoerder, harder en grover. 131 Geert de Jong en Jan Jonkers deden een godsdienstige peiling naar levensbeschouwelijke elementen in Yes en velden daarbij een zeer kritisch oordeel: Het tijdschrift wil graag een grote vriendin zijn van haar lezeressen, maar Yes zou heel goed onder de categorie verkeerde vrienden geschaard kunnen worden. Ze houdt je voor dat je zelfstandig bent, maar houdt je ondertussen klein, ze wil vertrouwenspersoon zijn maar over veel zaken niet praten, ze wil naast je staan maar in slechts een zeer beperkt deel van het leven. Bovendien heeft deze vriendin ook nog andere vrienden de adverteerders- en voor die vrienden wil ze jou als vriendin nog wel eens belazeren. 132 Meest relevant voor deze scriptie is de studie van Annette van der Morren naar het tijdschrift Yes ( ). Ondanks het gegeven dat de doelgroep van Yes (17-24 jaar) afwijkt van die van Tina, wordt Van der Morren hier genoemd vanwege haar waarde voor het onderzoek naar Nederlandse meisjesbladen. Bijzonder is dat zij een belangrijk deel van haar studie wijdt aan onderzoek naar de Yes lezeressen zelf, via 122 enquêtes en twaalf interviews. Van der Morren typeert Yes als een vakblad voor de persoonlijke levenssfeer van meisjes. 133 De meeste ruimte van die persoonlijke levenssfeer wordt besteed aan twee domeinen: de persoon zelf, dus de lezeres, en daarnaast haar relatie tot een partner. Binnen het eerste domein speelt het thema uiterlijk een prominente en aanwezige rol, zowel in de journalistieke rubrieken als de consumptie- en advertentierubrieken draait het vaak om het uiterlijk van het meisjes. Van der Morren concludeert dat de boodschap uit deze verschillende rubrieken is dat Yes het werken aan een verzorgd uiterlijk nastrevenswaardig vindt en de lezeressen hierover tips geeft. Daarnaast draagt het blad de boodschap uit dat lezeressen geen onrealistische eisen aan 131 Joost de Bruin, De spanning van seksualiteit. Plezier en gevaar in jongerenbladen (Amsterdam 1999). 132 Geert de Jong en Jan Jonkers, Seks en uiterlijk zijn het belangrijkste in je leven. De boodschap van het tijdschrift Yes aan meisjes in: Jeugd en samenleving 24 (1994) afl. 2, Annette van der Morren, Wat een meisje weten moet. Een studie naar Yes en haar lezeressen (Amsterdam 2001)
48 hun uiterlijk moeten stellen en dat niet slechts één uiterlijk normaal is. Eetstoornissen en extreem lijnen worden door het tijdschrift dan ook actief afgeraden, een mooi uiterlijk moet van binnenuit komen. 134 Toch wijst Van der Morren, net als de onderzoekers in de Angelsaksische studies uit het vorige hoofdstuk, op de dubbele boodschap die zij tijdens haar analyse constateerde: enerzijds zijn de modellen die Yes gebruikt net zo slank als in andere bladen, anderzijds adviseert het blad de meisjes nooit een crashdieet of iets dergelijks te volgen om dat perfecte lichaam te kunnen bereiken. Zo kan een blad als Yes, in weerwil van alle goede bedoelingen in de journalistieke rubrieken, in de commerciële rubrieken het slankheidsideaal bevestigen, wat een negatieve bijdrage kan zijn aan het zelfbeeld van meisjes, al komt dit niet expliciet naar voren in de interviews, aldus Van der Morren. 135 Wel gaven de lezeressen in de interviews aan dat ze de modellen in het blad te dun vinden en dat zij zichzelf daar niet in herkennen. Hoewel de lezeressen van Yes zeiden het blad nog lange tijd te willen blijven lezen, trok uitgever Sanoma in december 2010 de stekker uit het tijdschrift wegens gebrek aan winstpotentieel. 136 Daarmee paste Yes binnen de opnieuw ingezette trend van dalende oplagecijfers van de jeugdtijdschriften. 137 Deze trend zou kunnen worden verklaard vanuit de opkomst van het internet. Net als kranten ervaren ook veel tijdschriften de concurrentie van de digitale wereld, wat bovendien vaak oneerlijke concurrentie is aangezien de potentiële lezeressen niet hoeven te betalen voor het aanbod op internet en wel voor een abonnement op hun favoriete tijdschrift. Met de bespreking van Van der Morren, en daarmee de samenkomst van de thema s schoonheidsideaal en meisjestijdschriften, wordt deze paragraaf afgesloten. Uit bovenstaande is gebleken dat het fenomeen meisjestijdschrift al in de achttiende eeuw voor het eerst in Nederland werd geïntroduceerd, maar dat het haar definitieve doorbraak pas in de tweede helft van de negentiende eeuw kende. Het meisjestijdschrift ontwikkelde zich vanaf die periode van een vormend en onderwijzend medium naar een medium dat zich steeds meer richtte op de ontspanning van de meisjes. De laatste twee decennia heeft 134 Morren, Wat een meisje weten moet, Ibidem, Nieuws, Onze merken, Alle persberichten, Zoekterm: Yes, Weekblad Yes stopt per 1 januari om 10:14 bekeken. 137 Zie bijlage II. 48
49 een explosie plaatsgevonden in het aantal meisjestijdschriften op de Nederlandse markt. Toch hebben deze bladen het mede dankzij de concurrentie van internet erg zwaar, in de zomer van 2011 werd bekend gemaakt dat het meidenblad Fancy in november van dat jaar voor het laatst zou verschijnen en Yes verdween dus al eerder van de markt. In de volgende paragraaf zal, voordat de analyse van het schoonheidsideaal in de Tina wordt besproken, nader worden ingegaan op het tijdschrift zelf: welke veranderingen en ontwikkelingen heeft de Tina doorgemaakt? Welke strategieën hebben de makers van het tijdschrift door de jaren heen toegepast wat het ongekende succes van Tina heeft opgeleverd? Met een leeftijd van drieënveertig jaar is Tina immers verreweg het langst lopende meisjestijdschrift in de geschiedenis van Nederland. Tina Tina is vandaag de dag een tijdschrift voor meiden van zeven tot twaalf jaar. Tinameiden zijn gewone, leuke, spontane meiden die graag lachen met vriendinnen, experimenteren met make-up, wegdromen bij een romantische tv-serie, zwijmelen over hun idool en winkelen met haar vriendinnen of moeder. Haar hobby s zijn voornamelijk lezen, sporten en computeren. Ze droomt over het ontmoeten van een ster, later beroemd worden of over de leukste jongen van de klas, aldus uitgeverij Sanoma op haar website. 138 In 2010 had Tina een oplagecijfer van per editie, 139 daarnaast vermeldt Sanoma op haar website voor adverteerders dat de website per maand pageviews heeft en een uniek bereik van personen kent. 140 Ook organiseert het blad jaarlijks een Tina-dag, dat september 2011 voor de twintigste keer werd georganiseerd. Op de laatste Tina-dag kwamen in Attractiepark Duinrell te Wassenaar ruim meiden in de leeftijd van zeven tot en met veertien jaar af. 141 Kortom, Tina is vandaag de dag een multimediaal format met een groot bereik onder Onze media, T, Tina , 09: Oplagen, opvraagmodule, publiekstijdschriften, Tina, totaal verspreide oplage, , 09: Onze media, T, Tina, Online, Bereik , 09:44. Een uniek bereik meet in tegenstelling tot het aantal pageviews niet exact hoe vaak een website is bezocht, maar hoeveel verschillende personen de website hebben bezocht. Als een meisjes van elf jaar de website dertig keer per maand bezoekt telt dat dus voor dertig pageviews, maar voor het unieke bereik slechts als één Onze media, T, Tina, Event , 09:44. 49
50 jonge meisjes, maar hoe heeft het tijdschrift zich vanaf 1967 ontwikkeld tot dit multimediale format? Op 10 juni 1967 verscheen de eerste Tina, het grootste weekblad voor meisjes, op de Nederlandse markt. Over haar ontstaan is weinig bekend. Kees Kousemaker, een Nederlandse deskundige op het gebied van stripverhalen die jaren van zijn leven wijdde aan het maken van een comiclopedia, schreef een uitgebreide geschiedbeschrijving van Tina. Volgens hem was het blad in eerste instantie een vertaling van het Britse blad Princess Tina. 142 De Britse comicsdeskundige George Khoury meent dat Tina, als compagnon van het Britse meisjesblad Princess, in 1967 van start ging in een phenomenally ambitious attempt om een pan-europees avonturenblad voor meisjes te maken. De stripverhalen zouden slechts gekopieerd te hoeven worden en in verschillende talen vertaald. Khoury zegt: It was a massive success in Holland but, curiously, failed at home and was soon incorporated into Princess (as Princess Tina). 143 Welke persoon of uitgever achter deze grootschalige plannen zat, vertelt Khoury niet in zijn boek. Volgens Kousemaker was het de Britse uitgeverij IPC Media die Tina als concept voorlegde aan de directeur van de Haarlemse uitgeverij Spaarnestad, Wouter Stuifbergen. Hij zag kennelijk potentie in het blad en stelde Jaap Klarenbeek aan als redacteur. Klarenbeek zou in de eerste periode de strips in zijn eentje vertalen. 144 Na twee jaar bestaan verschenen voor het eerst ook strips in Tina van Nederlandse tekenaars: mannelijke tekenaars als Nico van Dam en Bert Bus leverden met regelmaat werk aan het blad maar toch bleven veel strips van Engelse en Spaanse afkomst. Tina bleek al snel een groot succes: volgens Kousemaker telde de oplage al na twee jaar exemplaren. 145 Toen Tina van Spaarnestad overging naar uitgeverij Oberon, een Haarlemse uitgeverij die zich richtte op kinder- en sporttijdschriften, werd een poging gedaan het blad verder te professionaliseren en inhoudelijk minder afhankelijk van haar Engelse voorbeeld te maken. 146 In een artikel uit januari 1973 in Stripschrift NL Stripgeschiedenis, Tijdschriften, Tina , 10: George Khoury ed. True Brit: a celebration of the great comic book artists of the UK (Raleigh, 2004) 15. Over het blad Princess (Tina) is verder geen informatie te vinden. 144 Meer informatie over Jaap Klarenbeek heb ik niet kunnen vinden. De gegeven informatie is alleen gebaseerd op de comiclopedia van Kousemaker. NL Stripgeschiedenis, Tijdschriften, Tina , 10: Ibidem. 146 Over uitgeverij Oberon heb ik ook niet meer informatie kunnen vinden. 50
51 hield toenmalig hoofdredacteur Frans Buissink een vurig betoog voor deze ontwikkeling. Hij wees op het belang van het aantrekken van nieuwe tekenaars en schrijvers voor de Tina, want de tekeningen uit de Engelse Princess Tina konden kwalitatief natuurlijk beter volgens hem. Wat willen we nou van een land met een schilderkunstige traditie, die het niet kan halen bij die in Nederland en België, aldus Buissink. 147 Onder andere Thé Tjong-Khing, Piet Wijn, Patty Klein en Lo Hartog van Banda werden bereid gevonden om mee te werken aan de Nederlandse Tina. Buissink, die zich in zijn artikel ook afvroeg waarom het zo lang duurde voor de meisjesbladen na de oorlog in Nederland verschenen, pleitte voor een inhaalslag van de meisjesstrip en de ontwikkeling van specialistenwerk op dit gebied. Op naar een nieuw vakmanschap, besloot hij zijn betoog. 148 Het was uitgeverij Oberon die in 1972 voor het eerst, door middel van onderzoek, een profiel van Tina s lezeres liet schetsen. Het meisje bleek een sportieve veertienjarige, die graag op vakantie ging, veel muziek beluisterde en mavo of havo deed. 149 De lezeressen verslonden de strips, waarmee het blad grotendeels was gevuld. Af en toe verschenen informatieve teksten over bijvoorbeeld dieren of werd een nieuwe serie als Boeiende bladzijden uit beroemde boeken geïntroduceerd. Ook puzzelrubriekjes werden regelmatig afgedrukt. Een brievenrubriek, waarin de lezeres met het blad kon communiceren, bestond nog niet in de eerste jaren, wel werd er aan binding gedaan door het uitschrijven van bijvoorbeeld tekenwedstrijden. Zo deelde het blad haar lezeressen bij de uitslag van de Tina s teken trollen wedstrijd in 1968 mee dat wel veertienduizend meisjes uit het hele land en zelfs een paar uit Spanje en Suriname hebben meegedaan aan Tina s teken een Trol wedstrijd. 150 Wat opvalt bij het doorbladeren van de eerste jaargangen van Tina is de stijl waarin de stripverhalen zijn getekend. De personages in de strips lijken, in vergelijking met bekende stripfiguren uit bijvoorbeeld Donald Duck maar ook Robbedoes, mensen van vlees en bloed. Het is dit onderscheid dat Ab Kragtwijk in 1982 in het blad Leestekens, een blad over de toepassing van boeken in onderwijs, beschrijft: de onderverdeling tussen zogenaamde realistische versus karikaturale strips binnen de stripwereld. Deze 147 Frans Buissink, Tina en de Nederlandse meisjesstrips in: Stripschrift (januari-februari 1973) Buissink, Tina en de Nederlandse meisjesstrips, Ik heb het originele onderzoek van Oberon niet kunnen achterhalen. De genoemde informatie is afkomstig uit het artikel: Inge de Wilde, Ik wou een kindertijdschrift., Tina 24 (1968)
52 onderverdeling uit zich in verschillende taal- en tekenstijlen: karikaturale strips zijn vaker visueler, daarin wordt met uitroeptekens en vraagtekens gewerkt in plaats van de strip via een tekst te expliciteren. 151 Het is een categorisering die binnen de stripwereld is aangebracht en nog steeds wordt gebruikt om het onderscheid tussen verschillende tekenstijlen te duiden. 152 Dit betekent overigens niet dat de figuren uit de Tina strips daadwerkelijk realistische figuren zijn, het zijn fictieve figuren met een onrealistisch uiterlijk. De categorisering realistisch versus karikaturaal zal echter in het verdere verloop van deze scriptie wel worden aangehouden. In hetzelfde artikel poneerde Ab Kragtwijk de stelling dat het verschil realistisch versus karikaturaal ook het onderscheid tussen strips voor meisjes en strips voor jongens duidt. Kragtwijk maakte een analyse van Tina in een vergelijking met het jongensblad Eppo: In Tina is de beeldverkadering veel conventioneler [dan in de Eppo]. De patronen zijn vrij statisch en de vormen en grootte van de tekeningen variëren slechts volgens vaste patronen. Visualiseringsstreepjes en snelheidstreepjes komen beperkt voor. Het kleurengebruik is afgestemd op de sfeer: dus veel warme tinten. Naast het feit dat er meer tekst in Tina aanwezig is, zijn de zinnen veel vaker volledig; losse woorden worden met mate gebruikt. [ ] De personages uit de Tina-wereld zijn veel meer meisjes van vlees en bloed en ze staan, min of meer, op gelijke voet met de lezers. Ze worden in hun doen en laten geleid door interne problemen en het zoeken naar oplossingen. Ze vragen zich geregeld af hoe ze dat (een deelprobleem) nu weer op moeten lossen. Het antwoord ligt niet meteen klaar. Ze staan op gelijke voet met de lezers omdat de emotionele problemen die het hoofdfiguurtje moet oplossen in abstrakte zin identiek zijn aan die van de lezeres. 153 Aan het eind van zijn analyse concludeerde Kragtwijk dat er in 1982 slechts twee strips in Tina verschenen die je het opschrift karikaturaal mee kon geven : Noortje en Eduard en Emily, maar dan nog hadden deze strips volgens hem een sterke realistisch 151 Ab Kragtwijk, Meisjesstrips en jongensstrips in: Leestekens 3 ( ) Dit blijkt uit navraag bij Joan Lommen en Thom Roep, hoofdredacteuren kinderbladen bij Sanoma Media. 153 Kragtwijk, Meisjesstrips en jongensstrips,
53 inslag. 154 Tien jaar eerder had voormalig hoofdredacteur Frans Buissink ook al geprobeerd het verschil tussen jongens- en meisjesstrips te duiden: Haar [de Tinalezeres] avontuur heeft geen verre landen en vreemde volkeren nodig. Zoals een hoofdfiguur uit een mannelijke strip graag wisselt van decor, wisselt zijn vrouwelijke collega uit Tina graag van kleding en kapsel. 155 De eerder genoemde Lo Hartog van Banda zei in het artikel van Kragtwijk over het verschil: Dat maken van strips voor meisjes bleek een heel andere benadering te vereisen. Als je dezelfde aktie hebt, dan schrijf je dat voor de jongens vanuit de aktie, en voor de meisjes vanuit de emotie, van binnenuit. 156 Het lukte de redactie in Tina in die eerste jaren kennelijk goed om een herkenbaar product voor meisjes af te leveren: in 1975 bereikte Tina een oplagecijfer van Achteraf bekeken zouden dit de hoogtijdagen van het meisjesblad blijken. In de loop van de jaren zeventig kreeg Tina, passend binnen de eerder genoemde kritiek op meisjesbladen in het algemeen, veel kritiek vanuit de feministische hoek te verduren. In 1979 werd in een inventarisatie van het jeugdtijdschrift over Tina opgetekend: De vaak klichématig getekende strips, de simpele tekst en de sentimenteel-romantische inhoud (meisjes in verdrukking, ouders als boosdoeners, knap meisjes tenmidden van beroemdheden) geven een sterk vertekend, eenzijdig beeld van de werkelijkheid. 158 Een werkgroep van Man Vrouw Maatschappij (MVM) kwam na een analyse van een jaargang Tina s in aktie tegen het ontbreken van artikelen over maatschappelijk relevante onderwerpen als scholing, beroepskeuze en emancipatie. Wij zijn van mening, aldus MVM in Gezin en Samenleving, dat een uitgever moet beseffen dat hij ook een opvoedende taak heeft, zodra hij een blad uitgeeft voor jongeren. Hij mag zich er niet van afmaken met een blad vol romantische verhalen, die ver bezijden de dagelijkse, voor kinderen uiterst belangrijke, zaken liggen. 159 Ilona Fennema-Zboray, oprichtster van het literaire jeugdtijdschrift Kris-Kras reageerde zeer verheugd op de aktie van MVM en voorspelde, onder druk van de publieke opinie, een grootschalige koerswijziging van 154 Kragtwijk, Meisjesstrips en jongensstrips, Buissink, Tina en de Nederlandse meisjesstrips, Kragtwijk, Meisjesstrips en jongensstrips, Inge de Wilde, Ik wou een kindertijdschrift., Thea Andreae, Riana Luiks-Kramer en Herman Verschuren, red., Buiten het boekje. Inventarisatie van het jeugdtijdschrift (Den Haag 1979, 3e druk) Inge de Wilde, MVM in aktie tegen Tina in: Gezin en samenleving 41 (maart 1975) afl. 3, 5. 53
54 Tina, die als voorbeeld voor de andere meisjesbladen zou dienen. 160 Deze groep idealisten zou met hun hoop de kracht van de commerciële markt onderschatten. Hoofdredactrice Rudy Jansen reageerde in de aflevering van Gezin en samenleving op de kritiek: Als je in Tina opvoedende informatie zou opnemen, zoals MVM dat voorstelt, dan zouden er veel meisjes hun abonnement opzeggen [ ] en dat is niet acceptabel voor ons concern. We zijn geen filantropische instelling. 161 Tina ging ongeacht de kritiek verder met de koers die ze voer en er waren ook niet alleen negatieve geluiden over het tijdschrift te horen. De eerder genoemde kritische Riana Luiks, toenmalig staffunctionaris Jeugdzaken bij de Utrechtse bibliotheekorganisatie, meende in 1982 dat Tina net iets minder rolbevestigend [is] dan de andere meisjesbladen. 162 In een inventarisatie van het jeugdblad uit 1982 in Jeugdwerk Nu werd Tina genoemd als kwalitatief de minst slechte van de meisjesbladen. 163 Aan het begin van de jaren tachtig leek Tina dan ook onbeschadigd uit het voorgaande decennium te zijn gekomen: met een oplagecijfer van in 1982 deed het blad het, mede gezien de toegenomen concurrentie, nog steeds erg goed. Vanaf de jaren tachtig zouden langzaamaan steeds meer wijzigingen plaatsvinden in het concept van de Tina. In 1984 transformeerde het blad van een stripblad-voor-meisjes in een meisjesblad-met-strips 165, vanaf dit moment was er ook ruimte voor interviews, reportages en artikelen over mode en popsterren. Het vervolgverhaal verspreid over meerdere nummers verdween grotendeels. Toenmalig hoofdredactrice Anne-Marie Tassier zei in een interview met het dagblad Trouw dat dit was te wijten aan de televisiegeneratie die veel ongeduldiger was geworden: De meisjes willen niet meer maandenlang wachten op de afloop van een verhaal. Daarom zijn wij nu de enige in Europa die complete stripverhalen voor meisjes maken. 166 Ook de getekende meisjes 160 Fennema-Zboray, Ilona M., Is Tina wel zo leuk? in: School: maandblad waarin school en thuis elkaar ontmoeten 2 ( ) afl. 13, p Inge de Wilde, Oberon-direkteur Norbert van den Berg: Waarom lopen onderzoekers de deur niet bij me plat? in: Gezin en samenleving 41 (maart 1975) afl. 3, Buijze, Magere informatie in jeugdtijdschriften,9. Naast Tina schaarde Luiks ook Oberon-uitgave Club in het rijtje kwalitief de minst slechten. 163 Van den Boom, Buijze en Tinnemans, Wat verschijnt er zoal?, Ibidem, Joop Bouma, Liever wel een happy-end : twintig jaar Tina, stripweekblad voor meisjes in: Trouw (18 augustus 1987) Bouma, Liever wel een happy-end, 2. 54
55 verdwenen deze periode van de cover van het blad, zij maakten plaats voor gefotografeerde lezeressen. Een verklaring voor deze verandering heb ik niet kunnen vinden in de literatuur, wellicht werd deze verandering doorgevoerd om te onderstrepen dat de stripverhalen niet meer het meest prominente onderdeel van het blad waren maar de andere rubrieken waarin de lezeres vaak centraal stond. Een decennium later verschenen steeds vaker karikaturale strips in het blad, een ontwikkeling die er toe heeft geleid dat vandaag de dag nauwelijks nog realistische strips in het tijdschrift zijn te vinden. Dit valt wellicht te verklaren uit de daling van de gemiddelde leeftijd van de lezeressen: werd het blad in 1972 nog vooral door veertienjarige meisjes gelezen, nu is de kerndoelgroep gedaald naar acht- tot tienjarigen. Onder deze groep meisjes is de vraag naar de romantische, realistische verhalen waarschijnlijk minder groot. Terwijl het blad de roerige jaren zeventig met veel succes had overleefd, kreeg Tina het in de jaren tachtig moeilijker vanwege de economische recessie en toenemende concurrentie van televisie, dat zich als medium steeds meer op het kind als specifieke doelgroep ging richten. Na dit decennium zag Tina haar oplagecijfer ruim gehalveerd: in 1991 werden wekelijks nog blaadjes verspreid onder lezeressen. 167 In 2005 lag dat cijfer op en dat is in 2010 nog verder afgenomen naar de eerder genoemde In een poging de kelderende oplagecijfers een halt toe te roepen fuseerde de redactie van Tina in 2008 met de gehele kinderbladenredactie van Sanoma, Joan Lommen werd aangesteld als hoofdredacteur. Lommen vertelt in het interview dat er vanaf dat moment een bewuste keuze werd gemaakt om niet meer te problematiseren in het blad. De oude Help-rubriek was een van de eerste slachtoffers van deze koerswijziging. 169 De dramatische, soap-achtige verhaallijnen in de strips verdwenen bijna helemaal. Tina ging iets lager in de leeftijd zitten, en dan moet je het niet over loverboys en dat soort dingen hebben, want dat is nog te vroeg, aldus Lommen. 170 Tina ging zich nu richten op meisjes in de doelgroep van acht tot twaalf, ook het aantal stripverhalen nam per aflevering weer toe. De koerswijziging wierp zijn vruchten af: de dalende oplagecijfers bleken niet alleen te stabiliseren, er was zelfs weer een voorzichtige 167 Marjoke Rietveld-van Wingerden, Tina in: M. van Delft, N. van Dijk en R. Storm (red.), Magazine! 150 jaar Nederlandse publiekstijdschriften (Zwolle/Den Haag 2007) Rietveld- van Wingerden, Tina, Interview met Joan Lommen afgenomen door mijzelf op , zie bijlage I. 170 Interview Lommen, 7. 55
56 stijging waarneembaar. De kracht van Tina is volgens Lommen ook te vinden in de looptijd van het blad, ouders en misschien al wel grootouders kopen het tijdschrift vanuit hun eigen jeugdsentiment voor hun (klein)kinderen. Hetzelfde geldt voor de Tina-dag: die bestaat inmiddels vijfentwintig jaar en is door die herkenbaarheid ook moeilijk te kopiëren door concurrenten. Een opvallende wijziging die de nieuwe redactie verder doorvoerde was zichtbaar op de cover: de gefotografeerde lezeres maakte plaats voor (inter)nationale film- en popsterren. Het dertigste nummer in 2008 telde het laatste covermodel. Volgens Lommen werd dit besluit puur vanuit een kostenoverweging genomen: [ ] als jij iedere keer meiden moet gaan fotograferen, moet je een studio afhuren, een fotograaf, dat is hartstikke duur. 171 Ook opvallend is de eerder genoemde afname van realistische strips, niet specifiek in de laatste paar jaar, maar het is een trend die al eerder werd ingezet. Zo verloor Tina wat Kragtwijk eerder het onderscheid tussen meisjes- en jongensstrips noemde. Lommen zegt dat het een stijl is die de lezeressen niet meer kunnen behappen. Vroeger toen je daar mee begon was het misschien belangrijk dat realistische, dat je je daarin kon inleven als lezer, want er was natuurlijk niet zo veel. En dat is nu veel minder belangrijk geworden [ ]. Kinderen zijn gewend aan abstraheren. 172 Ik denk dat de populariteit van de karikaturale stripverhalen te maken met het tempo waarin de huidige westerse samenleving informatie tot zich neemt. Karikaturale strips zijn zeer visueel, met één oogopslag is duidelijk waar de strip om draait en de lezers behoeven dus maar weinig tekst ter explicitatie. De strips passen zo goed binnen de huidige consumptiecultuur waarin we veel beelden tot ons nemen en tekst steeds minder prominent aanwezig is. In dit hoofdstuk is gebleken dat de meisjesbladen een lang en woelig leven hebben gekend. Waren de eerste blaadjes in de achttiende eeuw en haar opvolgers een eeuw later vooral gericht op de vorming van haar lezeressen, in de loop van de eeuw veranderde dat naar een steeds sterkere nadruk op vermaak. De macht van de consument werd duidelijker: zij bepaalden waar ze voor wilden betalen, voldeed een product niet dan 171 Interview Lommen, Ibidem,
57 liepen ze over naar een concurrent. Tina heeft als eerste moderne meisjesblad een voorbeeldrol bekleed binnen dit specifieke genre, de meisjesbladen die volgden keken naar Tina als voorbeeld. Toch conformeerde Tina zich in de jaren tachtig en negentig meer naar de snelle meisjesbladen, de strips werden van ondergeschikt belang. Het laatste decennium heeft het blad een duidelijke verjonging doorgemaakt en ook het aantal stripverhalen nam weer. Deze veranderingen bleven niet zonder gevolg: de lezeres heeft haar weg naar het blad weer teruggevonden, de oplagecijfers zitten sinds lange tijd weer in de lift. In het volgende hoofdstuk zal de aanwezigheid van het schoonheidsideaal in Tina worden onderzocht, welke rol speelde schoonheid in het blad door de jaren heen? 57
58 De aanwezigheid van het schoonheidsideaal in Tina: een kwantitatieve en kwalitatieve analyse Voordat in dit hoofdstuk de analyse van de Tina wordt besproken, wordt de methode van onderzoek worden toegelicht. De eerste aanname voorafgaand aan het onderzoek is dat het aantal lichaam gerelateerde rubrieken, dus rubrieken waarin het uiterlijk een rol speelt als mode, make-up, diëten etc., in Tina is toegenomen sinds haar oprichting in de jaren zestig tot op heden. Deze aanname is na bestudering van het eerder genoemde onderzoek van Ballentine en Ogle tot stand gekomen en zal met behulp van een kwantitatieve analyse van zowel de journalistieke als de consumptie- en advertentierubrieken worden bevestigd of verworpen. 173 In tien jaargangen wordt geturfd in hoeveel van deze rubrieken de focus primair op het lichaam lag. Bijvoorbeeld rubrieken die problemen met het uiterlijk behandelen alsook rubrieken die gericht zijn op de bestrijding van die problemen, zoals cosmeticaproducten en diëten. Het aantal geturfde lichaam gerelateerde rubrieken wordt verwerkt in een staafdiagram. Vanuit de veronderstelling dat het blad is meegegaan in de trend van toenemend belang van schoonheid voor vrouwen en meisjes in de wereld, is mijn aanname dat de uitkomsten een kwantitatieve toename van de aanwezigheid van schoonheid in het blad zullen laten zien. Maar deze rubrieken bepalen niet alleen het beeld van Tina. De stripverhalen nemen een prominente plek in het blad in en dus zal tijdens de kwalitatieve analyse worden bekeken welke rol schoonheid en het uiterlijk van meisjes innemen in de stripverhalen De kwalitatieve onderzoeksmethode die op de strips zal worden toegepast is gebaseerd op de theorie uit het boek Bewegend verleden van dr. Chris Vos, docent Media en Cultuur aan de Erasmus Universiteit. 174 Vos schreef zijn boek vanwege het gebrek aan analysemethoden voor audiovisuele bronnen. Hoewel Vos zich dus voornamelijk op de analyse van het bewegende beeld heeft gericht, zijn een aantal zaken die hij noemt bruikbaar voor de analyse van strips. In de inleiding legt Vos de nadruk op vijf velden die 173 Ballentine en Ogle pasten deze kwantitatieve analyse ook toe in hun onderzoek naar het magazine Seventeen. Zij analyseerden de volledige jaargangen van 1992 tot en met Zie voor resultaten: Ballentine en Ogle, The making and unmaking, Chris Vos, Bewegend verleden (Amsterdam 2004). 58
59 betrokken moeten worden bij de analyse van (bewegend) beeld: de algemeen maatschappelijke context van het beeld, de historische context van het beeld, de geschiedenis van de productie van het beeld, de receptie van het beeld en het beeld zelf. De eerste vier velden zijn voor de Tina in het vorige hoofdstuk al aan bod gekomen, het laatste aspect, de analyse van de strip zelf, moet in dit hoofdstuk worden gemaakt om tot een succesvolle analyse van de Tina en de rol van het schoonheidsideaal in het blad te komen. De analyse van de strip zelf bestaat uit drie lagen die hieronder worden besproken: de filmische laag, de narratieve laag en de symbolische laag. De filmische laag heeft betrekking op de manier waarop filmische middelen zijn gebruikt, bijvoorbeeld de manier waarop de film is gemonteerd en het geluid dat daar onder is gezet. Dit technische film aspect is voor de analyse van de strip minder relevant, hoewel de manier waarop een reeks stripbeelden achter elkaar wordt geplaatst hier wel binnen valt en dus ook wordt meegenomen in dit onderzoek. Beter bruikbaar is de filmgrammatica die volgens Vos bestaat uit onderling afgesproken regels en codes. 175 Onder deze codes vallen de mise-en-scène en de beelduitsneden. Met mise-en-scène wordt alles wat binnen het beeldkader is geconstrueerd verstaan, dus de decors, de locatie, de make-up, kleding, positionering van acteurs etc. Een deel hiervan kan onder de genrecodes worden geschaard, zoals de positionering van de acteurs en bijvoorbeeld het lichtgebruik, maar een ander deel valt onder maatschappelijke conventies als kleding- en haarstijl. Deze maatschappelijke conventies moeten bij de analyse van het schoonheidsideaal in de Tina worden benoemd. Daarbij is het van belang te letten op de beelduitsneden, hierdoor wordt bepaald hoe de mise-en-scène in beeld wordt gebracht en dus waar de nadruk op wordt gelegd door de makers van de strip. Wordt de hoofdpersoon bijvoorbeeld via een close-up in beeld gebracht, via een medium shot waarbij ook een deel van haar lijf en armen te zien zijn of juist met behulp van een long-shot waarbij de lezer een totaalbeeld van de situatie krijgt voorgeschoteld. Dit filmische aspect is goed toe te passen in de analyse van stripverhalen. Tijdens de analyse van de narratieve laag wordt het verhaal nader bekeken, waarbij wordt ingezoomd op de vertelstructuur. De narratieve laag zal in dit onderzoek niet centraal staan omdat het beeld een belangrijker rol speelt in de analyse van het 175 Vos, Bewegend verleden,
60 schoonheidsideaal. Wel bruikbaar is Vos zijn stelling dat het conflict de motor is van de plot: ieder karakter staat voor een bepaalde waarde en krijgt zijn betekenis door zijn opponent en de tegenstelling tussen de twee karakters. De schurk kan niet bestaan zonder zijn tegenvoeter de held, liefde niet zonder jaloezie. 176 Vos beschrijft vervolgens de vijf stadia waarin de meeste verhalen zijn opgebouwd: er is een beginsituatie, er ontstaat een conflict, de slechterik lijkt vaak aan de winnende hand, dan volgt er een keerpunt in het verhaal ten gunste van de goede persoon en het verhaal sluit vervolgens af met de ondergang van de slechterik en het happy-end voor de hoofdrolspeler. Voor de analyse in dit onderzoek is het dus van belang deze vijf stadia in de gaten te houden: welk figuur bekleedt de rol van de slechterik en wie van de goede persoon? Tussen welke personages bestaat het conflict? Omdat de analyse van de filmische en narratieve laag al snel beschrijvend zou kunnen worden, brengt Vos diepgang in het audiovisueel onderzoek aan door een derde laag te onderzoeken: de symbolische of ideologische laag. Tijdens deze stap wordt gekeken hoe maatschappelijke normen en waarden worden verwerkt en gereflecteerd in het beeld. Vos maakt gebruikt van theorieën van de structuralisten Vladimir Propp, Claude Lévi-Strauss en Roland Barthes. Zij ontdekten geformaliseerde structuren binnen sprookjes maar bijvoorbeeld ook in primitieve samenlevingen. Propp gaf het begrip functies inhoud: hij ondervond in zijn onderzoek naar sprookjes dat personages inwisselbaar zijn en dat de gebeurtenissen in verschillende verhalen hetzelfde patroon volgen. Hij concludeerde dat je die gebeurtenissen daarom kan beschrijven in functies, die in elk sprookje terug te vinden zijn. Lévi-Strauss borduurde voort op dit idee en stelde dat het bij de analyse om de verhouding tussen die functies gaat, in tegenstelling tot Propp die zich op de chronologie van de functies richtte. De verhoudingen tussen de functies hebben vorm in de binaire oppositie: elk teken bestaat uit de gratie van zijn tegenstelling.' 177 Een zelfstandig persoon herken je bijvoorbeeld doordat je weet wat een afhankelijk persoon is. De Amerikaanse socioloog Will Wright benadrukte in een onderzoek naar Westernfilms uit 1975 vervolgens het belang van de relatie tussen oppositie en functie: opposities geven volgens hem een beeld van fundamentele sociale 176 Vos, Bewegend verleden, Ibidem,
61 typen die niet zo snel zullen veranderen, zij zijn immers diep in de maatschappij geworteld. De functies daarentegen, dus de interactie tussen de karakters, zullen wel veranderen en volgens Wright zal die verandering een weerspiegeling zijn van de veranderingen binnen de sociale instituties van de maatschappij. 178 Als je Wrights theorie toepast zou je dus in de functies de ontwikkeling van het schoonheidsideaal in Tina terugvinden. Terug van theorie naar de praktijk. Bij de analyse van de symbolische laag wordt dus gekeken naar maatschappelijke thema s die aan bod komen in het verhaal, de sociale relaties tussen de karakters en de toepassing van stereotypen. Tijdens deze kwalitatieve analyse wordt een veertigtal strips onderzocht op deze onderwerpen. In de eerste fase probeer ik de strip zonder interpretatie van mij als onderzoeker te beschrijven. Dus: wat is er te zien in de afbeelding? Denk aan personages, kleurgebruik en omgeving. Vervolgens wordt antwoord gezocht op de volgende vragen in een poging de filmgrammatica en narratieve laag binnen de strips te ontleden: 1. Welke maatschappelijke conventies zijn zichtbaar in de mise-en-scène van de strip met betrekking tot het uiterlijk van vrouwen/meisjes en welke rol speelt de beelduitsnede hierin? Wanneer wordt het uiterlijk van het meisjes sterker benadrukt dan normaal? 2. Zijn er verhalen die expliciet om het uiterlijk van de meisjes in de strips draaien? In het bezit zijnde van deze informatie, wordt diepgang aangebracht via een analyse van de symbolische laag, waarin antwoord wordt gezocht op de volgende concrete vragen: 1. Welke karakters spelen een rol in het verhaal en welke sociale relaties/opposities onderhouden die karakters? Toegespitst op het schoonheidsideaal zal dan moeten worden gekeken hoe de karakters qua uiterlijk worden neergezet. 2. Welke maatschappelijke stereotypen zijn terug te vinden in de karakters? Welk meisjes krijgt begerenswaardige stereotypen mee en wie niet? 3. Speelt een maatschappelijk thema of probleem een rol in de relatie tussen de opposities? Welke positie nemen de opposities in? 178 Vos, Bewegend verleden,
62 Na deze analyse wordt nog aandacht besteed aan de cover van Tina, vervolgens kan de onderzoeksvraag worden beantwoord: is de aandacht voor het uiterlijk van meisjes in Tina gedurende haar bestaan toegenomen en welke verandering heeft het schoonheidsideaal dat het blad uitdraagt het blad door de jaren heen doorgemaakt? Kwantitatieve analyse Het eerste deel van het onderzoek wordt dus gewijd aan wat hier de kwantitatieve analyse wordt genoemd. Tijdens deze analyse wordt van alle rubrieken buiten de strips om geturfd of de focus primair op het lichaam of uiterlijk van de lezeres ligt. Hierbij is gekeken naar advertentierubrieken waarbij bijvoorbeeld het anti-puistjes middel Clearasil is geturfd, maar ook de nieuwe hippe kledinglijn van de C&A is meegenomen in de telling. Daarnaast zijn de journalistieke rubrieken meegenomen, als verhalen en quizjes, alsook de consumptieve rubrieken waarin de focus primair op de verkoop van een product ligt. Een journalistieke rubriek is als lichaam gerelateerd geturfd wanneer er ingezonden schoonheidsproblemen van lezeressen werden behandeld, bij consumptieve rubrieken kan worden gedacht aan modereportages en make-up adviezen. Gedurende het onderzoek is besloten slechts halve jaargangen te turven, dit omdat het werk zeer tijdrovend bleek en bovenal omdat na de analyse van de volledige eerste drie jaargangen bleek dat de halve jaargangen ook representatief waren. 179 In staafdiagram 1 staan de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Daarin is te zien dat het aantal lichaam gerelateerde rubrieken vanaf het begin gestaag toenam, met Staafdiagram De volledige jaargangen 1967 (waarbij het tweede deel van 1967 en het eerste deel van 1968 werd geturfd), 1972 en 1977 telden alle drie bijna precies dubbel zoveel lichaam gerelateerde artikelen als een het halve jaar van die jaargang. Verder is van het jaargang 1967 het tweede deel van het jaar geturfd omdat het eerste nummer van Tina pas op 10 juni verscheen. 62
63 uitzondering van de jaargang 1972, tot het in 1987 zijn absolute piek bereikte met 51 rubrieken. Daarna nam de aandacht voor het uiterlijk in deze rubrieken in stappen af. De resultaten zullen hieronder worden geëxpliciteerd in woord en beeld. Tijdens de analyse van de eerste jaargang Tina s wordt bevestigd wat er in de literatuur is opgetekend: het tijdschrift was volledig gevuld met strips, slechts enkele pagina s werden gewijd aan dierenweetjes en andere wist-je-datjes, een groter 10- minutenverhaal, puzzels Afbeelding 1. Gebruikt je grote zus weleens lippenstift? (nr ) of kledingpatronen voor de poppen van de lezeressen. De enkele moderubriek die in deze jaargang was te vinden, was niet eens op de lezeres zelf gericht: De nieuwste jurk voor jouw Barbie. De enige rubriek die is meegenomen in de telling is te zien in afbeelding 1. Het is een wist-je-datje over lippenstift met daarbij een afbeelding van een meisje dat voor een spiegel haar lippen stift. Opvallend is dat de lezeres in de tekst niet direct op haar eigen ervaring wordt aangesproken, maar op die van haar zus: Gebruikt je grote zus weleens lippenstift? Dan moet je haar eens vragen of ze weet [ ]. 180 In dit eerste lichaam gerelateerde artikel werd het meisje dus nog niet zozeer op haar eigen schoonheid aangesproken, maar indirect via haar zus. Op deze manier werd nog een zekere afstand tussen de lezeres en schoonheid gecreëerd. Wel werd de lezeres erop gewezen dat het gebruik van lippenstift inmiddels de gewoonste zaak van de wereld [is] In: Tina 2 (1967) Ibidem. 63
64 Als je de resultatentabel bekijkt dan is het grote verschil tussen de jaargangen 1967 en 1972 het eerste dat opvalt. Hoewel Tina in 1972 nog zeer sterk op Tina uit 1967 leek, vrijwel alleen met strips gevuld, is dit verschil te verklaren door de aanwezigheid van de vaste rubriek Mini-boetiek in Deze rubriek bood elke week nieuwe hippe kledingpatronen die de lezeresjes bij het blad konden bestellen. Vaak hadden de getekende meisjes eindeloos lange en slanke benen, een zeer smalle taille en opvallend grote ogen (zie afbeelding 2). Toch werd naast deze rubriek nog steeds weinig aandacht aan het uiterlijk van het meisje besteed. Pas in de jaargang 1977 verschenen voor het eerst lichaam gerelateerde reclameadvertenties. Er werd geadverteerd voor schoonheidsproducten als middelen tegen wratten en puistjes, de advertenties waren echter nog gevrijwaard van gepukkelde pubergezichten en slechts gevuld met tekst en een afbeelding van het product (zie afbeelding 3). Afbeelding 2. 'Mini-boetiek' met kledingpatronen voor lezeressen (nr. 12, 1972) Afbeelding 3. Reclame middel tegen puistjes (nr.3, 1977) In de jaargang 1987 zijn de in het vorige hoofdstuk besproken veranderingen die Tina doormaakte, goed zichtbaar. Het aandeel strips werd steeds kleiner en in die plaatst verschenen mode- en beautyrubrieken. Er kwam zelfs een speciale rubriek die aan schoonheidsproblemen van de lezeressen werd gewijd. Daarin werden problemen als Help, ik zit onder de puistjes, Ik kan niet tegen makeup en Wat moet ik met dat lange haar? behandeld. Binnen dit onderzoek was dit de enige jaargang waar een speciale rubriek aan de problemen rondom het uiterlijk van de lezeressen werd gewijd. Ook was er deze jaargang zeer veel ruimte voor mode waarin de lezeressen vaak in de 64
65 nieuwste rage werden afgebeeld. De hiervoor gebruikte modellen en meisjes waren over het algemeen niet opvallend dun of knap, maar toch kreeg de redactie een klacht van een lezeres: Daniëlle is kwaad. Waarom staan er altijd van die superslanke meiden in Tina? Zij is toevallig mollig en wil er ook mooi uitzien. 182 Deze klacht verraste mij enigszins, juist omdat ik had vastgesteld dat de aandacht voor het uiterlijk van meisjes weliswaar was toegenomen, maar dat de meisjes in het blad geen onbereikbare schoonheid bezaten. Ze waren mijns inziens niet opvallend dun en droegen bijvoorbeeld regelmatig een beugel of bril. Misschien is deze inschattingsfout te wijten aan de huidige cultuur waarin wij zoveel perfecte en geretoucheerde beelden tot ons krijgen, dat de oudere beelden daarbij al snel veel minder perfect aandoen. Tina reageerde op de klacht van lezeres Daniëlle door haar als model te gebruiken voor een moderubriek. De teksten die zij daar bij plaatsten waren echter weinig flatteus: Nou, kom maar op dan, we zullen effe laten zien dat dikkerds er wel degelijk leuk bij kunnen lopen! Ook plaatste de redactie van Tina een kadertje bij de modereportage van Daniëlle waarin een voorbeeld van een stevigere popster werd geplaatst. Onder de kop ( Een dikkerd met dijken van hits ) schreven zij: Soms lijkt het wel of de Afbeelding 4. Dikkerd Daniëlle (nr. 20, 1987) popwereld alleen bestaat uit superslanke, hartstikke mooie types. Alison Moyet bewijst dat het anders kan: ze is zacht gezegd aan de mollige kant, en zit daar gelukkig helemaal niet mee. 183 Ondanks de positieve intentie van de toenmalige Tina-redactie door Daniëlle als model te gebruiken, kan het stuk dankzij de woordkeus nog wel kwetsend zijn overgekomen bij lezeressen. Met 51 geturfde artikelen was 1987 het jaar waarin de meeste lichaam gerelateerde artikelen in Tina werden geplaatst. De jaargang 1992 was qua inhoud vergelijkbaar met dat piekjaar, er werd alleen iets minder aandacht besteed aan mode waardoor het aantal geturfde artikelen daalde. Opvallend is wel dat in deze jaargang de 182 Wat is dat mooi, die mollige meiden mode! in: Tina 20 (15 mei 1987) Wat is dat mooi, die mollige meiden mode! in: Tina 20 (15 mei 1987)
66 enige expliciet seksueel getinte reclameadvertentie werd geteld. Waar in de meeste gevallen een jonge meid bij een reclame voor puistjes of maandverband werd geplaatst, verscheen nu plots een halfnaakte vrouw in een enigszins erotische pose in Tina die reclame maakte voor zonnebrandcrème (zie afbeelding 5). Een opvallende en verrassende keuze, zowel van de kant van Tina als van de zonnebrandproducent. Zelfs op de redactie van Tina, waar ik mijn onderzoek heb uitgevoerd, werd zeer verbaasd gereageerd op de Afbeelding 5. Bruin in een dag (nr. 18, 1992) aanwezigheid van deze advertentie in het tijdschrift. De jaargangen 1987 en 1992 sprongen er qua aandacht voor het uiterlijk duidelijk uit. De toon in de volgende jaargang 1997 werd al een stuk speelser en kinderlijker. De nadruk kwam nu op thema s als vriendschappen te liggen, meisjes konden quizjes invullen over allerlei onderwerpen. De beauty-rubriek verdween, maar in de rubriek O jee! Wat nou? verscheen nog wel met regelmaat een beauty-probleem. Dit probleem werd niet meer met de voorheen gebruikelijke naam en woonplaats van de lezeres ondertekend, maar op een nieuwe, kinderlijker trend: Wat kan ik doen? Een zielige Vis. Die kinderlijke trend komt duidelijk naar voren in alle rubrieken, Tina verschoof haar doelgroep in deze periode zonder twijfel naar een jonger publiek. Deze opvallende ontwikkeling is ook duidelijk zichtbaar in twee vergelijkbare artikelen over bh s voor jonge meisjes (zie afbeelding 6). De meisjes op de foto s bij het artikel uit 1987 zijn expliciet uitdagend en zelfverzekerd afgebeeld terwijl de modellen in 1997 bescheiden achter een plant worden gepositioneerd zodat ze niet kwetsbaar open en bloot het centrum van de foto innemen. Het verschil tussen de afbeeldingen in deze twee artikelen is exemplarisch voor de ontwikkeling die het meisjesblad dit decennium doormaakte wat betreft aandacht voor het uiterlijk: Tina transformeerde van een uitdagend blad voor 66
67 tienermeisjes in een onschuldig meisjesblad waarin uiterlijk een steeds minder prominente en expliciete positie in nam. Afbeelding 6. Mijn eerste BH (plaatje links en midden - nr , plaatje rechts - nr ) In de volgende jaargangen verdwenen vervolgens eerst de anti-puistjes reclames, een duidelijk gevolg van de doelbewuste verjonging van het blad: meisjes die nog niet in de puberteit zijn hebben immers nog geen last van een onzuivere huid. De maandverband en tampon reclameadvertenties werden steeds spaarzamer, in 2010 is zelfs geen enkele advertentie meer geturfd waarin het primair draaide om het lichaam van de lezeres. De afgebeelde modellen en lezeressen in het blad oogden daarnaast steeds jonger en speelser. In de jaargang 2010 waren, zoals eerder vermeld, de lezeressen van de cover verdwenen, zij hadden plaatsgemaakt voor (inter)nationale sterren. Deze sterren stonden nu ook centraal in de moderubrieken in tegenstelling tot een aantal jaar eerder toen de lezeressen of onbekende jonge modellen nog werden aangekleed, opgemaakt en gefotografeerd. Op deze manier ontstond dus de contradictie binnen het tijdschrift dat de meisjes die wel in Tina werden afgebeeld jonger en kinderlijker waren, maar de steeds prominenter aanwezige sterren het heersende schoonheidsideaal representeerden. Er was dus wel meer (onbereikbare) schoonheid aanwezig in het blad, maar of dat invloed heeft op de eigenwaarde van de lezeressen is de vraag. Plaatsen zij deze sterren niet eerder in een fictieve droomwereld, ver van hun eigen wereld? Uit deze kwantitatieve analyse blijkt dat Tina de eerste jaren van haar bestaan een stripblad was met maar weinig aandacht voor het uiterlijk van het meisje. Toch vonden 67
68 adverteerders geleidelijk hun weg naar het blad met reclame voor middelen tegen puistjes en wratten. Langzaamaan ontwikkelde Tina zich tot een blad waarin meer aandacht voor het uiterlijk van de lezeres kwam: er werd advies gegeven over onzekerheden en kleding, superslimme beautyplannen werden met grote foto s aangeboden aan de lezeres. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig bereikte de aandacht voor en de aanwezigheid van het uiterlijk in Tina zijn hoogtepunt. Als je bedenkt dat de verhouding strips versus overige rubrieken in die periode nog ruim in het voordeel van de strips lag, is het relatieve aantal lichaam gerelateerde rubrieken nog groter dan de feitelijke telling. Hierna daalde de aandacht voor en de aanwezigheid van het uiterlijk echter weer geleidelijk. De aanname vanuit de literatuurstudie dat het aantal lichaam gerelateerde artikelen in Tina zou zijn toegenomen in de loop van haar bestaan, moet dus worden verworpen. Het is alsnog interessant te kijken welke ontwikkeling de aanwezigheid van schoonheid in de stripverhalen heeft doorgemaakt. Afbeelding 7. Links een onschuldiger lichaam gerelateerd artikel over haarknipjes (nr. 8, 2002), rechts een van de weinige lichaam gerelateerde rubrieken in 2010 expliciet gericht op het uiterlijk (nr. 2, 2010) Kwalitatieve analyse In de kwalitatieve analyse van Tina wordt de symbolische laag in de stripverhalen geanalyseerd. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van dezelfde jaargangen als tijdens de kwantitatieve analyse. Van elk gewogen jaargang zijn vervolgens twee strips uit de vijftiende en vijfendertigste aflevering geanalyseerd. Tijdens dit proces is, zoals in de inleiding van deze paragraaf werd genoemd, gekeken welke maatschappelijke conventies 68
69 en sociale relaties zichtbaar zijn en hoe de verschillende karakters qua uiterlijk worden neergezet, welke karakters de begerenswaardige innerlijke en uiterlijke stereotypen meekrijgen etc. Er is in het verleden regelmatig kritiek geweest op de Tina-meisjes uit de strips. In de inleiding van deze scriptie werd al genoemd dat Hanna Bervoets onlangs haar column in Volkskrant Magazine wijdde aan dit thema. In 1987 sprak toenmalig hoofdredactrice Anne-Marie Tassie zich in een interview met Trouw uit over het vaak gehoorde verwijt dat de hoofdpersonen in de Tina-strips uitsluitend van die onberispelijke schoonheden zijn. Tassier ontweek een direct antwoord op de vraag en zei: Een van de meest populaire beeldverhalen in Tina is Noortje. En deze Noortje is een heel gewoon meisje, ze heeft sproeten en vindt zichzelf te dik. 184 Is de kritiek in het verleden terecht geweest en is er een typisch Tina-meisje te destilleren uit de stripverhalen door de jaren heen? In de eerste jaargang zijn alle stripverhalen, zoals genoemd in het vorige hoofdstuk, van buitenlandse makelij. Het zijn veelal droomverhalen over prinsen en prinsessen, kostschoolmeisjes en fotomodellen. Qua beeld is het opvallend dat de gezichten nog niet heel duidelijk zijn getekend: je ziet wel dat de vrouwelijke personages grote ogen hebben en een kleine neus, maar het is nog niet zo gedetailleerd getekend als later het geval zou zijn. Ook in closeups zijn de gezichten vaak weinig verfijnd getekend. De personages zijn nog echt meisjes. Ten eerste blijkt dat uit hun omgeving: de meisjes wonen nog thuis bij vader en moeder die bepalen wat ze wel en niet mogen doen met hun leven, of ze leven als brave meisjes in een kostschool waar 184 Bouma, Liever wel een happy-end, 2. Afbeelding 8. Een plaatje van twee verschillende stripverhalen uit 1967 (boven: Barbie - het modelmeisje - nr , onder: De school in de zon - nr ) 69
70 de docent een prominente rol speelt. Daarnaast ontbreekt de sexappeal, de figuur Barbie uit afbeelding 8 is hier een goed voorbeeld van. In het verhaal is Barbie aangenomen op de modellenschool, maar zij is niet de onberispelijk en onbereikbare schoonheid die je zou verwachten bij een meisje dat naar de modellenschool gaat. Het groene, hooggesloten jurkje maakt dat ze in combinatie met het kapsel eerder ouwelijk aandoet. Het onderste plaatje uit afbeelding 8 toont drie kostschoolmeisjes en hun lerares (de lerares is aan het woord in deze afbeelding). Goed is te zien dat het onderscheid tussen jong en oud(er) wordt gemaakt via de nachtjaponnen: de nachtjapon van de meisjes is hooggesloten, bedrukt met plaatjes en heeft mauwen terwijl hun docente in haar roze nachtjapon zelfs een voorzichtig decolleté heeft. Uit beide voorbeelden blijkt dat de meisjes nog weinig geseksualiseerd worden geportretteerd. Vaak dragen de meisjes in deze jaargang hun haar bijvoorbeeld in twee staarten met daar omheen grote en kleurrijke strikken. In de volgende jaargang 1972 blijkt schoonheid al wel een groter thema te zijn, niet alleen in de tekeningen zelf, maar ook in de verhaallijnen. Wellicht is dit te herleiden naar het feit dat nu ook Nederlandse tekenaars voor Tina gingen werken. Van hen verwacht je misschien minder bekrompenheid, een meer open houding ten opzichte van seksualiteit. Dit is echter moeilijk te achterhalen omdat er in deze periode nog niet bij de stripverhalen werd vermeld wie de tekenaar en auteur van het verhaal waren. Een voorbeeld van het toegenomen sexappeal in de stripverhalen is te vinden in de strip Mijn broer is voetballer uit 1972 (afbeelding 9). Het personage waar de lezers zich mee zal identificeren is hoofdpersoon Fanny, zij heeft het begerenswaardige karakter: ze wil het beste voor iedereen en zal het liefst de wereld nog behoeden voor haar ondergang. Daarnaast is Fanny ook qua uiterlijk aantrekkelijk. Ze heeft een volle bos oranje haren, mooie grote ogen, een kleine neus en volle lippen. Toch wordt deze Fanny Afbeelding 9. Beelden uit Mijn broer is voetballer 70 (nr. 15, 1972)
71 overschaduwd door haar oppositie in het verhaal, ze wordt meer doorsnee. De oppositie is een sexy, blonde vamp, die net iets vollere lippen en een mooiere bos met haren heeft. Bovendien krijgt dit personage de sexappeal toebedeeld: Fanny wordt afgebeeld met een bedekkende coltrui terwijl haar oppositie uitdagend de auto uit stapt met ontblote onderbenen. Fanny wordt tegenover haar oppositie een girl-next-door, terwijl ze zonder Afbeelding 10. Meisjesachtige meisjes in de stripverhalen (rechts: Peggy's wereldje -nr , links: Anke's verboden vriendschap -nr ) 71 de oppositie een meer begerenswaardig uiterlijk zou hebben gehad. In afbeelding 9 is overigens ook goed het verschil tussen de eerste twee geanalyseerde jaargangen zichtbaar: de gezichtskenmerken van de verschillende personages zijn veel gedetailleerder getekend dan in de strips uit Ondanks de toegenomen sexappeal in Tina in 1972, zijn dit jaargang toch ook nog veel figuren aanwezig die echt als jonge meisjes worden neergezet (zie afbeelding 10). Deze meiden hebben vaak wel een prachtig volwassen gezicht, met mooie grote ogen en volle lippen, maar dragen meestal twee staarten in hun haar met grote strikken. De ouders, en dan vooral de vaders, van deze meisjes zijn veelal prominent aanwezig; zij het als strenge en gezaghebbende partij dan wel als begripvolle en warme ouders. Naast de staarten in hun haar, dragen de meisjes kniekousen met een kort rokje en wordt hun bovenlijf vaak bedekt. Dit roept sterk het beeld van een onschuldig kostschoolmeisje op. Dus ondanks een voorbeeld als de strip Mijn broer is voetballer, ontbrak in 1972 toch nog vaak de sexappeal bij de personages in de verhalen. In de jaargang 1977 zijn de meiden in de stripverhalen duidelijk volwassener geworden. De meisjes met staarten in hun haar en opgetrokken kniekousen zijn grotendeels verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor volwassener meiden die zich kleden naar de nieuwste kledingrages. De tekenaars zijn zichtbaar beïnvloed door de
72 hippiemode: jongens lopen op kleine hakjes en hebben lang haar, de meiden dragen broeken met wijde pijpen of rokken met een bloemetjes motief. Striptitels als Audrey en Afbeelding 4. Invloed van mode op stripverhalen (links: Hare Koninklijke hoogheid Anita - nr , midden: Tina en het helse licht - nr , rechts: Audrey en de spinozems - nr ) de Spinozems verwijzen duidelijk ook naar deze periode. De mannelijke personages in de stripverhalen zijn nu vaker vriendjes van de meiden dan een vaderfiguur. Bij een strip als Tina en Debbie zijn daarnaast helemaal geen ouderfiguren meer in beeld, onduidelijk is of de meiden bijvoorbeeld samenwonen als studenten, of dat er toch nog ouders in huis wonen maar dat zij niet in beeld zijn. Een aantal stripfiguren in deze jaargang zijn echt prachtige vrouwen. Neem Audrey, het hoofdpersonages uit Audrey en de Spinozems. Zij is wat je verwacht van een onberispelijke schoonheid: grote blauwe ogen, volle lippen en een kleine neus. Ze heeft prachtige golvende lange haren en een slank figuur. Daarnaast is Audrey talentvol en zingt ze met succes in een popgroep. Ondanks dat de analyse interessanter wordt door de duidelijkere aanwezigheid van schoonheid in de strips, wordt het vanaf deze jaargang ook lastiger: stripverhalen van Engelse, Nederlandse en Spaanse makelij wisselen af zodat er geen eenduidig beeld meer is af te leiden uit de strips. De Engelse verhalen zijn vaker sprookjesachtig en meer fantasierijk, ze gaan over geheime prinsessen of undercover popsterren, terwijl de Nederlandse verhalen (die ook vaak werden getekend door Spaanse kunstenaars) een realistischer verhaallijn hebben wat er voor zorgt dat de figuren meer waarheidsgetrouw overkomen. Het onderscheid tussen personagers wordt in de meeste gevallen gemaakt via de haarkleur. Opvallend is daarbij dat de blonde meiden vaker een prominentere rol spelen, zij het als negatieve oppositie (de knappe vriendin waar alle jongens op vallen, of het 72
73 jaloersmakende mooiste meisje van de klas), zij het als positief en vriendelijk hoofdpersonage. Zo zie je in afbeelding 12 twee personages uit verschillende strips. Het bovenste meisje vertolkt in haar verhaal de rol van negatieve oppositie als gemene baas die jaloers is op het talentvolle meisje onder haar. Zij gaat over lijken om dat talent af te pakken en er van te profiteren. De onderste figuur is de eerder genoemde succesvolle en begerenswaardige Audrey uit Aydrey en de Spinozems. Hoewel beide personages qua uiterlijk dus vrijwel identiek zijn, dragen ze qua persoonlijkheid twee geheel verschillende boodschappen uit. De onbereikbaar mooie schoonheid blijkt dus zowel door de positieve als negatieve oppositie te worden verbeeld. Ondanks het gegeven dat deze blondines vaak een prominente rol vervullen, zijn de bruinharige, meestal naar oranje neigende personages waar Bervoets over sprak, ook kenmerkend voor Tina. Dit zijn vaak vriendelijke en zachtaardige meiden die bij wijze van spreken het liefst de hele wereld of mensheid van de ondergang zouden willen redden. Het zijn vaker de girl-next-door meisjes die niet het sexappeal bezitten wat de eerder genoemde blondines wel hebben. Dit komt mijns inziens door een combinatie van innerlijk en misschien toch ook die haarkleur welke niet wordt geassocieerd met sexappeal zoals de blonde haarkleur. Voorbeeld van zo n typisch Tina-meisje is het personages Tina uit de langlopende strip Tina en Debbie (afbeelding 13). Lief, aardig, met een mooi gezicht en lijf, maar ze legt het qua uiterlijke begerenswaardigheid af tegen de Audreys in Tina. Afbeelding 5. Boven: negatieve oppositie Pat uit Doeschka en Don (nr. 15, 1982). Onder positieve oppositie Audrey uit Audrey en de Spinozems (nr. 15, 1977) 73
74 Afbeelding 6. Tina uit Tina en Debbie (nr. 30, 1997) Wat opvalt is dat de meiden die in de stripverhalen figureren bijna nooit uitgesproken lelijk of anders zijn. Ze hebben op een enkele uitzondering na bijna allemaal het eerder beschreven ideale uiterlijk. Als er een keer een minder knap of qua uiterlijk minder begerenswaardig meisje een prominente rol krijgt toebedeeld in de strips, draagt zij of kort haar of een bril. Echt stevige, mollige meiden ben ik in de eerste drie decennia van mijn analyse niet tegengekomen. Slechts één keer ben ik een zeer uitgesproken afwijkend uiterlijk tegengekomen. In de strip Leugentje om eigen bestwil uit 1982 (afbeelding 14) vervult een erg agressieve en kwaadaardige meid de rol van negatieve oppositie, waarin zij het leven van de brave hoofdpersoon zuur maakt. Als kapsel kreeg zij van haar makers een soort stekels mee in een felle groene en gele kleur. Dit rare kapsel maakte haar in combinatie met haar agressieve lichaamstaal bijna afstotelijk. Ik ben zulke types niet vaker tegengekomen en ben ook benieuwd of dit soort strip wel aansloeg bij de lezeressen. Zij waren immers wel gewend aan de opposities binnen de verhaallijnen maar deze uitgesproken agressiviteit kwamen zij niet vaak tegen in hun tijdschrift. In de eerste drie decennia is het lastig een eenduidige ontwikkeling te beschrijven wat betreft het schoonheidsideaal in de Afbeelding14. Geel- en groenharige oppositie in Leugentje om eigen bestwil (nr. 15, 1982) stripverhalen in Tina. Voor een groot deel is dit te wijten aan het gebruik van verschillende stijlen, de strips waren zoals eerder genoemd van de hand van verschillende tekenaars van wisselende afkomst. Bovendien werden en worden veel oude strips herplaats, wat in elke editie weer zorgt voor een diversiteit aan tekenstijlen. Navraag bij Joan Lommen leert dat de oude stripverhalen vandaag de dag alleen nog vanwege 74
75 financiële redenen worden gebruikt. Puur kostenoverweging, aldus Lommen. Zij vindt het eigenlijk niet meer kunnen dat de oude strips worden herplaats omdat ze zijn gericht op een oude doelgroep en de strips, met name de kleding en kapsels, zeer gedateerd zijn. 185 Ondanks deze obstakels in de analyse kan worden geconcludeerd dat het schoonheidsideaal dat Tina de eerste drie decennia in haar stripverhalen uitdraagt, wordt belichaamd door de vaak succesvolle, niet altijd even aardige, onberispelijke schoonheden met hun lange golvende haren, schone gezichten met zeer grote ogen, het slanke postuur en de eindeloos lange benen. Vanaf halverwege de jaren negentig vindt er langzaamaan een zeer opvallende en ingrijpende verandering plaats in de beeldtaal van de stripverhalen in Tina. De strips, die in de eerste drie decennia meestal in het hokje realistisch kunnen worden geschaard, maken langzaam plaats voor steeds meer karikaturale stripverhalen. De verfijnde, gedetailleerde, bijna realistisch getekende meisjes, waarvan hun gedrag en handelingen met grote hoeveelheden tekst moest worden geëxpliciteerd, verdwijnen ten faveure van de steeds karikaturaler wordende stripfiguren. Grote leestekens en onrealistische verhoudingen in het gezicht bepalen vanaf dit moment steeds duidelijker het beeld dat Tina in haar stripverhalen uitdraagt. De transitie vond stapsgewijs plaats en is duidelijk waarneembaar als je verschillende strips uit wisselende jaargangen naast elkaar zet, maar ook binnen bepaalde langlopende stripverhalen is deze transitie waar te nemen. In afbeelding 15 zijn beelden van verschillende stripverhalen uit de jaargangen 1997, 2002, 2007 en 2010 opgenomen. Twee opvallende veranderingen, die ook het verschil tussen de karikaturale en realistische strips voor een belangrijk deel duiden, zijn goed zichtbaar. Ten eerste zie je dat de gezichtskenmerken van de personages steeds minder waarheidsgetrouw worden. Dit begint met de disproportionele grote mond, met daarin geen afzonderlijk zichtbare tanden maar een wit blok. Ook de ogen worden minder gedetailleerd: hadden de oude personages veelal ogen met een pupil en iris, de personages in de nieuwe strips hebben meestal alleen een zwart stipje als pupil én iris. In de strip Suus&Sas zie je daarnaast dat de wenkbrauwen zich bijvoorbeeld niet meer vlak boven de ogen bevinden, maar meestal boven de haargrens. Wenkbrauwen vormen een 185 Interview Joan Lommen,
76 belangrijke rol in het toekennen van emoties, 186 door hen los te koppelen van de ogen heeft de tekenaar veel meer vrijheid om emoties groter te maken, te overdrijven. Dit past duidelijk binnen de karikaturale stijl van stripverhalen. Ook zie je in afbeelding 15 een toename van leestekens en een afname van tekst waarmee het verhaal moet worden geëxpliciteerd. Grote lappen tekst zijn immers niet meer nodig omdat de overdreven emoties en de leestekens het verhaal vertellen. Afbeelding 15. Vanuit de afbeelding linksboven met de klok mee: Micky. Een vriendje uit Amerika (nr ), Birgit ontmaskert (nr. 35, 2002), Sfinx (nr. 15, 2007), Suus&Sas (nr. 35, 2010) Ik vraag mij tijdens de analyse af of de karikaturalisering van de stripverhalen in Tina tot gevolg heeft dat de lezeressen zich niet meer kunnen en zullen identificeren met de personages in de strips omdat deze fysiek zo ver van hen af staan. Lommen bekijkt het vanuit een ander perspectief. Zij meent juist dat de eigentijdse lezeres de stijl van de realistische strips niet meer kan behappen. Dat is gekras en dat is zwart, dat spreekt ze veel minder aan. Het is makkelijk om strips te hebben met kinderen met grote ogen enzo, 186 Jan Baetens, The graphic novel (Leuven 2001)
77 dat is toegankelijker dan dat je die ouderwetse strips hebt. 187 Op dit punt ben ik het eens met Lommen, de ouderwetse strips in realistische tekenstijl kunnen wel eens niet meer behapbaar zijn voor lezeressen in deze tijd. Ze zijn gewend beelden tot zich te nemen waarin de emotie duidelijk zichtbaar is, die zonder veel tekst nodig te hebben om de emotie te expliciteren, eenvoudig zijn te herkennen of benoemen. Maar nog steeds blijft de vraag of lezeressen zich kunnen identificeren met deze karikaturale figuren die zo ver van hun eigen fysieke verschijning af staan. Het is niet eenvoudig te beoordelen wat de impact van de stripverhalen is op het zelfbeeld van de lezeressen en of er verschil bestaat tussen de impact van realistische en karikaturale strips. Een bevredigend antwoord op deze vragen is misschien te vinden bij de lezeressen zelf, maar in dit onderzoek is geen tijd en ruimte hen te ondervragen. Joan Lommen stelt in het interview, naar mijn mening terecht, dat van de karikaturale karakters ook niet eenduidig is te zeggen of ze mooi zijn of niet. Dit in tegenstelling tot de Afbeelding 16. Voorbeeld van een hedendaagse karikaturale strip in Tina: Zusje van (nr. 15, 2007) personages uit de realistische strips. Hoewel ik het daar mee eens ben, kan wel worden vastgesteld dat in de karikaturale stripverhalen meer ruimte is voor afwijking van het typische Tina-meisje zoals we haar kennen uit de eerste decennia. Feitelijk is deze Tinameid nu een exotische verschijning geworden naast personages uit populaire verhalen als Suus&Sas en Roos. De personages in de stripverhalen zijn diverser geworden. Zo is er vandaag de dag bijvoorbeeld ruimte voor een terugkerende strip waarin een dikker meisje de hoofdrol speelt: Tamara. Lommen en haar redactie hanteren slechts één voorwaarde voor het plaatsen van strips en dat is dat ze niet willen problematiseren in Tina. Dit geldt 187 Interview Joan Lommen,
78 naast de stripverhalen overigens ook voor andere rubrieken. Er moet vooral gelachen worden om Tina, het blad moet dienen ter ontspanning en niet vol staan met problemen van stripfiguren of lezeressen. Dit betekent dat er weinig soap-achtige elementen en verhaallijnen in de strips zijn terug te vinden. 188 Als ik na het interview met Lommen aangeef dat ik mij lastig kan voorstellen dat in een strip als Tamara niet wordt geproblematiseerd, vertelt Lommen mij dat zij als hoofdredacteur ook wel eens een aflevering weigert omdat ze de strip gewoon niet leuk, Afbeelding 17. Het betreffende beeld uit de strip Tamara die door Joan Lommen werd afgekeurd om te worden geplaatst in Tina. of zelfs tegen het kwetsende aan vindt. In een onlangs geweigerde aflevering die ze mij toont (zie afbeelding 17) praten twee jongens over het feit dat alles tegenwoordig politiek correct moet zijn. Je mag volgens hen nooit meer eens iets zeggen over ras, godsdienst etc. Het enige waar je volgens de jongens nog wat over kan zeggen is (in de strip dikgedrukt en met blokletter geschreven): dikke troela s. In dezelfde afbeelding zie je hoofdpersoon Tamara met een boos maar ook rood en beschaamd gezicht voor een kwetsende tekening van de betreffende jongens staan. Vooral het gegeven dat alle jongeren in de bus om de kwetsende tekst en tekening van de twee jongens lachen viel mij op. Het draagt de boodschap uit dat niet alleen twee flauwe, puberende jongens deze grap leuk vinden, maar alle jongeren. En dat roept het beeld op dat deze grap ontzettend leuk is, terwijl het eigenlijk alleen kwetsend is. In dit soort gevallen zet Lommen haar veto in die zij als hoofdredactrice heeft, volledig in lijn met de inhoudelijke ideeën over het tijdschrift. 188 Interview Joan Lommen,
79 Uit de kwalitatieve analyse van de strips in Tina blijkt dat het tijdschrift in de eerste drie decennia bestond uit vrouwelijke personages met een slank figuur en lange benen, een gezicht met grote ogen, een kleine neus en volle lippen. In de eerste jaren werden de meisjes qua uiterlijk nog vrij kinderlijk geportretteerd en waren de ouderfiguren vaak op een moraliserende manier aanwezig in de strips. Midden jaren zeventig werden de meiden volwassen. Wat betreft het uiterlijk waren de stripfiguren, behalve een bruine of blauwe oogkleur, nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Hét uiterlijke verschil tussen personages werd gemaakt via het haar. Sommige van de personages hadden kort haar of droegen hun haar in twee staarten, maar de meeste bezaten een volle bos met golvende haren. De blonde personages verbeeldden vaak de ideale, maar voor de meeste meisjes onbereikbare, schoonheid. Toch waren deze blonde Tina-meisjes qua persoonlijkheid niet in een hokje te plaatsen: speelden zij de ene keer een kwaadaardige negatieve oppositie, de volgende keer waren zij de meest begerenswaardige lieve, leuke en populaire figuur. Een speciale rol was er in deze periode weggelegd voor de oranjeharige Tina-meisjes, zij verbeeldden vaak het girl-next-door meisje. De laatste twee decennia heeft Tina zich ontwikkeld van een tijdschrift gevuld met realistische stripverhalen naar een tijdschrift met bijna enkel karikaturale stripverhalen. De personages in die strips liggen zo ver af van de werkelijkheid, dat het de vraag is of lezeressen zich zullen identificeren met deze personages, hoewel dit zonder lezeressenonderzoek, ook niet met zekerheid is te zeggen van de realistische stripverhalen. Schoonheid en een eventueel ideaal zijn minder prominent aanwezig, van de karikaturale figuren is immers veel minder eenvoudig te bepalen of ze mooi of lelijk zijn. Positief gevolg van de karikaturalisering van de stripverhalen in Tina is dat de strips een diverser beeld aan personages tonen: het eenzijdige uiterlijk van de meisjes in Tina uit de eerste decennia is verdwenen. De cover van Tina Voordat een conclusie wordt getrokken is er nog een interessant fenomeen in Tina dat aandacht verdient in deze scriptie, en dat is de cover van het blad. De cover heeft een dubbelfunctie, aldus Gerard Unger, hoogleraar typografie aan de Universiteit Leiden, 79
80 onmiddellijk duidelijk maken wat er in het blad staat èn aandacht trekken. 189 Eigentijdse vrouwen- en meisjesbladen zijn op een traditionele manier in elkaar gezet. Er staat vaak één persoon op de cover, meestal een vrouw of meisje, met een sprekend gezicht. Dat is het dominante beeld van de cover. Haar ogen kijken de lezer heel sterk aan zodat deze figuur het eerste is wat je ziet. Daar over- en omheen staan vaak veel koppen in verrassende kleurencombinaties. Unger: Als ik kijk naar damesbladen [ ] en naar tienerbladen, denk ik: goeie genade, hoe hebben ze het in hemelsnaam voor elkaar gekregen. Kleurencombinaties, arrangementen van foto s en lettertypes, dan vraag je je af hoe iemand daar ooit wijs uit kan worden, en het verrassende vind ik dan altijd dat het hyperbewust in elkaar gezet blijkt te zijn [ ]. En ik moet erkennen dat het ook werkt. 190 De cover van Tina is altijd zeer herkenbaar geweest, het concept is slechts drie keer in het ruim veertigjarige bestaan van het blad gewijzigd. Vanaf de eerste uitgave tot halverwege de jaren tachtig was de cover van Tina gevuld met een medium shot van een getekend meisje. Dit meisje komt sterk overeen met de eerder beschreven Tina-meisjes in de realistische stripverhalen, het meisje met het symmetrische en schone gezicht. Het meisje als getekende fantasie. In afbeelding 18 zijn twee voorbeelden uit 1970 en 1976 opgenomen. Duidelijk zichtbaar is dat het meisje uit 1970 erg kinderlijk is geportretteerd in vergelijking met het meisje uit Het eerste meisje lijkt door de combinatie van een stropdas met blouse en jasje op een kostschoolmeisje, en heeft bovendien een open maar onschuldige gezichtsuitdrukking meegekregen. Het tweede meisje komt duidelijk ouder over, ze kijkt op een Afbeelding 18. Boven cover nr. 8 uit 1970, onder cover nr zelfbewuste manier naar de lezer en is bevrijd van de kostschoolkledij. Deze observatie 189 Piet Hagen en Monica Schokkenbroek, De cover als deur naar het tijdschrift in: De Journalist 103 (1998) Hagen en Schokkenbroek, De cover als deur naar het tijdschrift,
81 komt sterk overeen met de analyse dat de personages in de stripverhalen steeds volwassener werden in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Daarnaast is het opvallend dat er nog weinig ruimte is voor andere zaken op de cover, er wordt nauwelijks promotie gemaakt voor bepaalde rubrieken of stripverhalen in het blad zelf. De verkoop van het blad rust dus bijna enkel op de schouders van een gefantaseerde getekende Tina-meid. Halverwege de jaren tachtig ontwikkelde Tina een nieuw coverformat, een zeer herkenbare formule die ruim twintig jaar het gezicht van het blad zou bepalen: de gefotografeerde Tina-lezeres. Alle lezeressen werden in het blad uitgenodigd om zich op te geven voor hun vereeuwiging op de cover. Op deze manier kreeg het gefantaseerde, getekende Tinameisje een real-life equivalent in de lezeres, de Tina-lezeres werd hét Tina-meisje. De fantasie verdween op deze manier echter wel van de cover. In overeenkomst Afbeelding 19. Links: cover uit 1989, rechts: cover uit 2001 met de resultaten uit de kwantitatieve analyse, was eind jaren tachtig, begin jaren negentig ruimte voor een uitdagende blik of gewaagde pose op de cover. In afbeelding 19 is bijvoorbeeld een cover uit 1989 te zien met daarop een lezeres die een weinig verhullende bikini draagt. Het past in de piek die de aandacht voor het uiterlijk in deze periode bereikte. Gedurende de jaren negentig wordt het meisje op de cover, in de lijn der verwachtingen, weer kinderlijker: ze draagt regelmatig twee staartjes of vlechten in haar haren, soms heeft ze een beugel en meestal lacht ze de lezeres met een onschuldige lach tegemoet. Ook moet de lezeres de cover delen met een toenemende hoeveelheid tekst en afbeeldingen van popsterren stripverhalen. Deze teksten en afbeeldingen worden zelfs zo prominent dat de lezeres lijkt te verdwijnen achter de grote hoeveelheid teksten en plaatjes die de cover nu rijk is (zie de cover uit 2001, afbeelding 19). Desondanks, en dat benoemt Gerard Unger overigens ook, wordt de blik van ons als lezer nog steeds als eerste naar het portret van het meisje getrokken. 81
82 In 2008 stopte Tina met dit zeer herkenbare coverformat, zoals eerder genoemd puur vanuit financiële overwegingen. In het nieuwste format krijgen internationale pop- of filmsterren en bekende Nederlanders een prominente plek op de cover van het blad toebedeeld. Soapster en TMF-vj Sascha Visser had in februari 2008 zelfs de eer om als eerste man in de geschiedenis van Tina de cover van het blad te sieren. De redactie verklaarde deze keuze door te stellen dat Visser hét meidenidool van dat moment was. 191 Sindsdien verschijnen regelmatig mannen op de cover van het tijdschrift, maar in meerderheid zijn het nog steeds vrouwelijke sterren. In afbeelding 20 is een voorbeeld te zien van een eigentijdse cover, met in dit geval popster Katy Perry gekleed in een weinig verhullende jurk. Wel moet op Afbeelding 20. Popster Katy Perry op de cover van Tina (nr. 11, 2011) deze plek worden opgemerkt dat de sterren ook dikwijls meer bedekkende kleding dragen. Interessant is dat Tina met het plaatsen van de popsterren op haar cover weer terugkeert naar een onbereikbare fantasiewereld. Net als in de tijd dat de mooie getekende, maar onrealistische en dus onbereikbare, meisjes op de cover stonden. Was het toen de kunstenaar, dus de tekenaar, die het ideaalbeeld creëerde, vandaag de dag is het met behulp van de nieuwe media een gemanipuleerd en geretoucheerd ideaalbeeld geworden. De onbereikbare gefantaseerde, ideale schoonheid is met behulp van nieuwe mediatechnieken een mens van vlees en bloed geworden, maar desondanks lijkt ze nog verder van de realiteit af te liggen dan de getekende Tina-meisjes. Lezeressen konden vroeger misschien nog het onderscheid maken tussen henzelf en een getekend ideaalbeeld, dat was immers geen realiteit maar getekende fictie. Als dat ideaal buiten bereik van de lezeressen lag was dat waarschijnlijk te accepteren, want het was geen werkelijkheid. De sterren die vandaag de dag op de cover staan zijn echte mensen van vlees en bloed, het begerenswaardige uiterlijk dat zij bezitten lijkt voor de lezeressen bereikbaar. Toch ligt dat ideaal slecht binnen het bereik van een enkeling, want het is een geconstrueerd en geretoucheerd beeld. De vraag is in welke mate de lezeressen de popsterren beschouwen 191 Tina voor het eerst gesierd met een man in: Algemeen Dagblad (4 februari 2008). 82
83 als een realiteit, in plaats van een gemanipuleerde, geretoucheerde en dus onbereikbare fantasie. Wederom zal alleen een lezeressenonderzoek antwoord kunnen bieden. Op zowel de oude als de nieuwe cover wordt een fysiek ideaalbeeld gecreëerd dat slechts voor enkele lezeressen ooit te verwezenlijken is. Het verschil is dat Tina het ideaalbeeld voor het eerst niet meer zelf creëert of bepaalt, maar afhankelijk is van de rage en populariteit van een artiest op dat moment. Hét Tina-meisje is niet alleen bijna helemaal verdwenen uit de stripverhalen zelf, zij is ook van de cover en dus als uithangbord van het blad verdwenen. De vraag die rest is of het Tina-meisje nog wel bestaat? 83
84 Conclusie De verbeelding van fysieke schoonheid is een tijdloos fenomeen, hoewel het in elke periode werd gekenmerkt door een ander ideaal. De voorkeuren van een maatschappij dicteren het schoonheidsideaal van dat moment. De laatste decennia is het slankheidsideaal steeds nadrukkelijker aanwezig: ultradunne modellen, pop- en filmsterren zetten in de duizenden beelden die wij via de populaire media tot ons nemen de standaard. Daarnaast is schoonheid in de huidige tijd maakbaar geworden. Dankzij de cosmetische en chirurgische industrie ligt het ideale uiterlijk - mits men over voldoende middelen beschikt - binnen ieders bereik. Al die perfecte en bovendien onrealistische beelden dringen binnen in ons dagelijks leven met als gevolg dat er druk ontstaat om aan dit ideaal te voldoen. Jonge meiden zijn in dit proces een kwetsbare groep, zij zijn minder weerbaar dan volwassenen en meer dan enige andere leeftijdsgroep bezig met het vormen van een eigen identiteit. De media als televisie en magazines zijn niet alleen de boodschapper van het ideaalbeeld, zij blijken de meisjes ook te vertellen dat ze met een ideaal uiterlijk een leuker en succesvoller leven tegemoet zullen gaan. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de meisjes na blootstelling aan verschillende media minder gelukkig zijn met hun uiterlijk dan daarvoor. De meisjesbladen vormen een aparte categorie binnen de media: zij richtten zich op een doelgroep die doorgaans weinig middelen ter beschikking heeft om te kunnen besteden en hun lezeressen zijn meer dan volwassenen vatbaar voor meningen en opvattingen die zij kunnen gebruiken bij de vorming van hun eigen identiteit. In verschillende Angelsaksische onderzoeken naar deze jonge lezeressen komen zorgwekkende resultaten naar voren. De meiden zijn minder tevreden met hun lichamelijke verschijning dan niet-lezeressen en hebben een grotere kans in de toekomst op dieet te gaan in hun streven te voldoen aan het slankheidsideaal. Helaas is er in Nederland weinig onderzoek gedaan naar de meisjesbladen en bij slechts een enkele studie zijn ook de lezeressen als onderzoekcategorie betrokken. Het fenomeen meisjesblad heeft zich in Nederland ontwikkeld van een vormend en onderwijzend medium naar een medium dat zich steeds meer richtte op de ontspanning van meisjes. De laatste twee decennia is het aantal meisjesbladen op de Nederlandse markt geëxplodeerd: 84
85 vlotte, snelle en inhoudelijk weinig onderscheidende blaadjes strijden om de gunst van de Nederlandse lezeressen. Langer lopende meidenbladen als Fancy en Yes delven, mede dankzij de toegenomen concurrentie van internet, het onderspit. Tina blijkt het afgelopen decennium ook te kampen hebben gehad met dalende oplagecijfers. Het langstlopende meisjesblad in de Nederlandse geschiedenis kende gedurende haar bestaan wel vaker moeilijke perioden, maar de toegenomen concurrentie maakte haar bestaan wel steeds lastiger. Na de samenvoeging van Tina met de redactie van de andere kinderbladen van uitgeverij Sanoma en het aanstellen van de nieuwe hoofdredacteur Joan Lommen een aantal jaar geleden, sloeg Tina een andere weg in. Problemen komen nog nauwelijks aan de orde in het blad en de stripverhalen, ooit de enige basis van Tina, kregen hun prominente positie weer terug. Bovendien heeft het blad dankzij haar looptijd een ongekende voorsprong op concurrenten: vanuit een jeugdsentiment kopen moeders of zelfs oma s het blad dat ze vroeger met veel plezier hebben gelezen voor hun (klein)dochter. Tina is vandaag de dag een veilig en onschuldig blad, meisjes kunnen er nog meisje zijn. De hoofdvraag waar in deze scriptie antwoord op is gezocht, is of de aandacht voor het uiterlijk in Tina gedurende haar bestaan is toegenomen en wat het schoonheidsideaal is dat Tina uitdraagt. Ik ging het onderzoek vanuit de literatuurstudie in met de aanname dat de aandacht voor het uiterlijk zou zijn toegenomen gedurende het bestaan van het blad, vanuit de simpele analyse dat het uiterlijk de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker aanwezig is in populaire media. Deze aanname was goed te meten via de kwantitatieve analyse van de journalistieke-, consumptie- en advertentierubrieken. Daaruit bleekt dat Tina in de eerste jaren een tijdschrift was dat weinig aandacht aan het uiterlijk van meisjes besteedde. Geleidelijk vonden adverteerders hun weg naar het blad, in eerste instantie met anti-puistjes en wratten middelen, later volgde de make-up en vooral de kledingrubrieken. De aandacht voor het uiterlijk, en de aanwezigheid van het uiterlijk in het blad bereikte eind jaren tachtig, begin jaren negentig haar hoogtepunt. De modellen en meisjes in het blad werden zelfverzekerd en soms uitdagend neergezet, in de gewogen jaargangen stond zelfs eenmaal een reclamemodel in een bijna naakte, enigszins erotische pose afgebeeld. De redactie ging ongenuanceerd om met meisjes die afweken van het 85
86 toen al steeds sterker wordende slankheidsideaal, zij werden weggezet met termen als dikkerd of op zijn zachts gezegd mollig. Vanaf halverwege de jaren negentig maakte Tina een duidelijke verjonging door, de afgebeelde lezeressen en modellen oogden steeds jonger en speelser. Er was steeds minder aandacht voor het uiterlijk. Werden de meiden vroeger nog aangespoord zich strak te trainen voor het bikiniseizoen, de laatste jaren worden de lichaam gerelateerde rubrieken gewijd aan kinderlijke haarknipjes. Bovendien is er steeds meer ruimte voor (inter)nationale sterren. Ook de lezeres verdween van de cover en maakte plaatst voor deze idolen. Binnen het tijdschrift ontstond op deze manier een contradictie: de meisjes die in Tina werden afgebeeld werden steeds jonger en kinderlijker, maar ook minder menselijk en realistisch, terwijl de steeds prominenter aanwezige sterren het onbereikbare en onrealistische schoonheidsideaal representeerden. De vraag is echter of deze afbeeldingen invloed hebben op de eigenwaarde van de lezeressen, zien zij deze geretoucheerde en onrealistische figuren als bereikbare en nastrevenswaardige werkelijkheid of plaatsen zij hen in een fictieve droomwereld ver af van hun eigen bestaan? Tijdens de kwalitatieve analyse werd eenzelfde trend ontwaard. De stripfiguren in de strips uit de eerste drie decennia werden gekenmerkt door een uiterlijke gelijkenis: de jonge vrouwelijke personages hadden meestal een zeer slank figuur met lange benen, een symmetrisch gezicht met grote ogen, een kleine neus en volle lippen. De eerste jaren werden de meisjes qua uiterlijk nog vrij kinderlijk geportretteerd met hoog opgetrokken kniekousen en staarten met grote strikken in het haar, bovendien waren hun ouders vaak op een moraliserende manier aanwezig in de strips. Midden jaren zeventig werden de meiden meer volwassen en werden ze ook uitdagender afgebeeld, de seksualisering van de stripfiguren en geportretteerde lezeressen was in deze periode het meest zichtbaar. Passend binnen het ontworstelen aan het jonge, onschuldige meisjes imago. Qua uiterlijk waren de meiden vaak enkel via hun haarkleur en kapsel te herkennen, wat mij doet denken aan paspoppen met hun identieke uiterlijk. Kortgeleden las ik in de krant dat modehuis Hennes & Mauritz op hun site altijd werkt met een gefotoshopt standaard lichaam. Met één druk op de knop wordt het model een andere huidkleur of kapsel gegeven, maar altijd is dat gefotoshopte lijf de basis van de afbeelding. Wat H&M nu 86
87 doet met haar internetmodellen is wat Tina deed met haar stripfiguren in de jaren zeventig en tachtig. Het was en is een uiterlijke monotonie grenzend aan perfectie, maar tegelijkertijd zeer onrealistisch. De typische Tina-meisjes waren qua persoonlijkheid overigens niet te betrappen op deze eenzijdigheid: speelden zij de ene keer een kwaadaardige oppositie, de volgende keer waren ze de meest begerenswaardige, lieve, leuke en populaire figuur. Een speciale rol was weggelegd voor het oranjeharige Tinameisje, zij verbeeldden vaak het girl-next-door meisje waarbij het begerenswaardige uiterlijk in mindere mate aanwezig was. De laatste twee decennia zijn de stripverhalen steeds karikaturaler geworden, het uiterlijk van de stripfiguren ligt zo ver af van de werkelijkheid dat het de vraag is de lezeressen zich überhaupt zullen identificeren met deze figuren. Schoonheid en een ideaal zijn minder prominent aanwezig, van de karikaturale figuren is immers veel minder eenvoudig te bepalen of ze mooi zijn of juist een afwijkend uiterlijk te hebben. Gevolg van deze karikaturalisering is dat de fysieke monotonie uit de stripverhalen in verdwenen, het beeld dat Tina vandaag de dag uitdraagt is veel diverser geworden. Het schoonheidsideaal dat Tina vandaag de dag in haar blad uitdraagt wordt gekenmerkt door een contradictie. Enerzijds worden de lezeressen en modellen in de verschillende rubrieken jong en kinderlijk afgebeeld en wordt de meerderheid van de stripfiguren karikaturaal neergezet, anderzijds zijn de sterren die het heersende dwingende schoonheidsideaal representeren steeds prominenter aanwezig. Sinds 2008 zijn zij zelfs letterlijk het uithangbord van het blad met hun vaste plek op de cover. De lezeressen krijgen op deze manier een dubbele boodschap voorgespiegeld op het gebied van uiterlijke vertoning. De vraag is wat zij hier mee doen. Ik pleit, zoals ik in de scriptie al meerdere malen aangaf, voor een lezeressenonderzoek vanuit sociaalwetenschappelijk oogpunt. Wat is de invloed van een blad als Tina op het zelfbeeld van haar lezeressen? Als historicus ben ik opgeleid om processen te beschrijven en analyseren, veranderingen waar te nemen en hier een verklaring voor te zoeken, ik hoop met deze scriptie een interessant historisch kader te hebben geschetst voor dergelijk onderzoek. Ik wil het slot van deze scriptie wijden aan een bijzonder stripfiguur uit Tina: Noortje, uit het gelijknamige stripverhaal. Patty Klein en Jan Steeman leveren deze strip 87
88 Afbeelding 21. Noortje in Noortje (nr. 35, 2010) al vanaf 1975 tot en met vandaag de dag en dat maakt Noortje de langstlopende strip in Tina. Jarenlang sierde zij de achterkant van het blad, maar sinds een aantal jaar heeft ze plaats gemaakt voor het populaire, karikaturale Suus&Sas (afbeelding 14, pagina 75). Noortje is een van de weinige typische Tina-meisjes die het blad nog rijk is, hoewel ze nooit de rol van onbereikbare schoonheid vervulde, maar geschaard kon worden onder het roodharige girlnext-door type. Je grappige en onhandige vriending. Ook was Noortje als strip altijd meer karikaturaal dan de andere stripverhalen, dankzij grote leestekens en weinig tekst. In de huidige Tina plaatst je haar naast strips als Suus&Sas weer eerder in het hokje realistisch. Feit is dat Klein en Steeman beiden inmiddels de zeventig jaar zijn gepasseerd en hun tweewekelijkse bijdrage ongetwijfeld binnen afzienbare tijd zal stoppen. Ik denk dat het lot van de strip dan eenzelfde toekomst als de andere oude realistische stripverhalen is beschoren: zodra de redactie het zich financieel kan veroorloven worden deze stripverhalen niet meer herplaatst. Hét Tina-meisje is dan verleden tijd, zowel het roodharige girl-next-door meisje als de blonde femme fatale zoals afgebeeld op het voorblad van deze scriptie. De prachtige meisjes met de eindeloos lange benen, hun symmetrische gezicht en grote ogen zijn dan verworden tot een historisch fenomeen. 88
89 Literatuuropgave Boeken Andreae, Thea, Riana Luiks-Kramer en Herman Verschuren (red.), Buiten het boekje. Inventarisatie van het jeugdtijdschrift (Den Haag 1979, 3e druk). Baetens, Jan, The graphic novel (Leuven 2001). Baetens, Jan, et al., Culturele studies. Theorie in de praktijk (Nijmegen 2009). Bruin, Joost de, De spanning van seksualiteit. Plezier en gevaar in jongerenbladen (Amsterdam 1999). Brumberg, Joan Jacobs, The body project. An intimate history of American girls (New York 1997). Durham, Meenakshi Gigi, The Lolita effect. The media sexualization of young girls and what we can do about it (Woodstock & New York 2008). Etcoff, Nancy L., Survival of the prettiest. The science of beauty (New York 1999). European Commission, Images of woman in the media. Report on existing research in the European Union (Luxemburg 1999). Friedan, Betty, The feminine mystique (New York 1963). Goedegebuure, Esther, Lelie- en Rozeknoppen ( ). Het burgerlijk cultuurideaal herijkt (Groningen 1995). Graaf, Hanneke de, et.al., Seksualisering: reden tot zorg? Een verkennend onderzoek onder jongeren (Utrecht 2008). Hermes, Joke, Woman s magazines. Easily put down (Amsterdam 1993). Jamieson, Patrick E., en Daniel Romer, The changing portrayal of adolescents in the media since 1950 (New York 2008). Khoury, George, ed., True Brit: a celebration of the great comic book artists of the UK (Raleigh, 2004). Langeveld, Martinus J., Maatschappelijke verwildering der Jeugd. Rapport betreffende het onderzoek naar de geestesgesteldheid van de massajeugd. In opdracht van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap samengesteld (Den Haag 1952). Luiks-Kramer, Riana, Tijdschriften voor jonge kinderen. Een inventarisatie (Den Haag 1986). McRobbie, Angela, Feminism and youth culture (Londen 2000, 2de druk). Morren, Annette van der, Wat een meisje weten moet. Een studie naar Yes en haar lezeressen (Amsterdam 2001). Niemöller, W.H.J., Een onderzoek naar de kwaliteit van het Nederlandse kindertijdschrift (Groningen 1964). Rietveld-van Wingerden, Marjoke, Jeugdtijdschriften in Nederland en Vlaanderen Bibliografie (Leiden 1995). Rietveld-van Wingerden, Marjoke, Voor de lieve kleinen. Het jeugdtijdschrift in Nederland (Den Haag 1992). 89
90 Storey, John, Cultural theory and popular culture. An introduction (Harlow 2009, fifth edition). Theunissen, José (red.), De ideale vrouw (Amsterdam 2004). Vermeulen, Annemarie, Waarom een meisjescourant? Over de eerste tijdschriften voor meisjes in Nederland (Rotterdam 1994). Wolf, Naomi, The beauty myth (Londen 1990). Wykes, Maggie, en Barrie Gunter, The media and body image. If looks could kill (Londen 2005). Artikelen Ballentine, Leslie W., en Jennifer P. Ogle, The making and unmaking of body problems in seventeen magazine, in: Family and consumer sciences research journal 33 (2005) Becker, Anne E., et al., Eating behaviors and attitudes following prolonged exposure to television among ethnic Fijian adolescent girls in: British journal of psychiatry 180 (2002) Bervoets, Hanna, Tina in: Volkskrant magazine ( ) 57. Boom, Piet van den, Regina Buyze en Will Tinnemans, Wat verschijnt er zoal? in: Jeugdwerk nu 6 (1982) Bouma, Joop, Liever wel een happy-end : twintig jaar Tina, stripweekblad voor meisjes in: Trouw (18 augustus 1987) 2. Buijze, Regina, Bibliotheken en scholen. Magere informatie in jeugdtijdschriften in: Jeugdwerk nu 6 (1982) 9. Buissink, Frans, Tina en de Nederlandse meisjesstrips in: Stripschrift (januari-februari 1973) 22. Chute, Hilary, en Marianne de Koven, Introduction: graphic narrative in: Modern Fiction Studies 52 (2006) afl. 4, Dohnt, Hayley, en Marika Tiggemann, Body images concerns in young girls. The role of peers and media prior to adolescence in: Journal of Youth and Adolescence 35 (2006) Doornenbal, Jeannette, Meisjesculturen en meidenbladen in: Moer (1984) afl. 1-2, Drenth, Annemieke van, en Yolanda te Poel, Samen-meisje-zijn. Constanten en veranderingen in jeugdwerk en meisjescultuur van de jaren vijftig en zestig in: Tijdschrift voor Vrouwenstudies 13 (1992) Duke, Lisa, Get real! Cultural relevance and resistance to the mediated feminine ideal in: Psychology and marketing 19 (2002) 2, Duke, Lisa L., en Peggy J. Kreshel, Negotiating femininity. Girls in early adolescence read teen magazine in: Journal of communication inquiry 22 (1998) Evans, Ellis D., et al., Content analysis of contemporary teen magazines for adolescent females in: Youth and society 3 (1991)
91 Fennema-Zboray, Ilona M., Is Tina wel zo leuk? in: School: maandblad waarin school en thuis elkaar ontmoeten 2 ( ) afl. 13, 10. Field, Alison E., en Lilian Cheung, Exposure to the mass media and weight concerns among young girls in: Pediatrics 103 (1999) 3, Frazer, Elizabeth, Teenage girls reading Jackie in: Media Culture Society 9 (1987) Greenberg, B.S., et al., Portrayals of overweight and obese individuals on commercial television in: American Journal of Public Health 93 (2003) Groesz, Lisa M., Michael P. Levine en Sarah K. Mumen, The effect of experimental presentation of thin media images on body satisfaction: A meta-analytic review in: International journal of eating disorders 31(2002) Hagen, Piet, en Monica Schokkenbroek, De cover als deur naar het tijdschrift in: De Journalist 103 (1998) Hazeleger, Marit, Stand van zaken in: Leesgoed. Tijdschrift over kinderboeken 1 (februari 1987) 5. Heimeriks, Nettie, Kindervrienden. Enkele tijdschriften uit de achttiende eeuw bekeken in: Leesgoed. Tijdschrift over kinderboeken 1 (februari 1987) Jong, Geert de, en Jan Jonkers, Seks en uiterlijk zijn het belangrijkste in je leven. De boodschap van het tijdschrift Yes aan meisjes in: Jeugd en samenleving 24 (1994) afl. 2, Kragtwijk, Ab, Meisjesstrips en jongensstrips in: Leestekens 3 ( ) Lenders, Jan, Maatschappelijke ontwikkelingen en jeugdcultuur vanaf 1945 in: Van de straat: 150 jaar jeugdcultuur in Nederland Jeugd en Samenleving 2-3 (februarimaart 1991) Ogle, Jennifer P., en Elizabeth Thornburg, An alternative voice amidst teen zines: An analysis of body-related content in Girl Zone in: Journal of Family and Consumer Sciences 95 (2003) Pierce, Katie, Socialization of teenage girls through teen-magazine fiction: the making of a new woman or an old lady? in: Sex Roles 29 (1993) Pierce, Katie, A feminist theoretical perspective on the socialization of teenage girls through Seventeen magazine in: Sex Roles 23 (1990) Polivly, Janet, David M. Garner en Paul E. Garfinkel, Causes and consequences of the current preference for thin female physiques in: C.P. Herman, M.P. Zanna en E.T. Higgins (eds), Physical appearance, stigma and social behavior: The Ontario symposium Volume 3 (Londen 1986) Realityster dood na zesde borstvergroting in: De Gelderlander (22 januari 2011). Rietveld-van Wingerden, Marjoke, Jeugdtijdschrift in Nederland in: Boekenpost 1 ( ) afl. 5,
92 Rietveld-van Wingerden, Marjoke, Kneedbare meisjes en weetgierige jongens. Nederlandse tijdschriften voor meisjes en jongens ( ) in: Literatuur zonder leeftijd 23 (2009) afl. 9, 65. Rietveld-van Wingerden, Marjok, Tina in: M. van Delft, N. van Dijk en R. Storm (red.), Magazine! 150 jaar Nederlandse publiekstijdschriften (Zwolle/Den Haag 2007) 136. Ros, Bea, Jeugdtijdschriften in: Lexicon jeugdliteratuur 31 (februari 1993) 1. Schlenker, Jennifer A., Sandra L. Caron en William A. Halteman, A feminist analysis of Seventeen magazine: content analysis from 1945 to 1995 in: Sex Roles 38 (1998) Selten, Peter, Het derde opvoedingsmilieu. Honderd jaar jeugd in Nederland, in: Van de straat: 150 jaar jeugdcultuur in Nederland Jeugd en Samenleving 2-3 (februari-maart 1991) Silverstein, Brett, et al., The role of mass media in promoting a thin standard of attractiveness for woman in: Sex Roles 14 (1986) Tina voor het eerst gesierd met een man in: Algemeen Dagblad (4 februari 2008). Tinnemans, Will, Club: Wij zijn een vriendin van onze lezeressen in: Jeugdwerk nu 6 (1982) 4-5. Tiggeman, Marika, en Amanda S. Pickering, Role of television in adolescent women s body dissatisfaction and drive for thinness in: International journal of eating disorders 20 (1996) Vasterman, Peter, Lezen naar leefstijl. De vlottende positie van het tijdschrift in de beeldcultuur in: Bardoel, Jo en Jan Bierhoff (red.), Media, feiten en structuren (Groningen 1994, achtste druk) Visser, Anne, Jeugdtijdschriften in: Marieke van Delft en Nel van Dijk, Magazine. 150 jaar Nederlandse publiekstijdschriften (Den Haag/Zwolle 2006) 135. Chris Vos, Bewegend verleden (Amsterdam 2004). Vrouw overlijdt na liposuctie in: NRC Handelsblad (18 april 2007) 2. Wilde, Inge de, Ik wou een kindertijdschrift. O, u bedoelt de Donald Duck. Kindertijdschriften. Een miljoen exemplaren per week in: Gezin en samenleving 41 (maart 1975) afl. 3, 2. Wilde, Inge de, MVM in aktie tegen Tina in: Gezin en samenleving 41 (maart 1975) afl. 3, 5. Wilde, Inge de, Oberon-direkteur Norbert van den Berg: Waarom lopen onderzoekers de deur niet bij me plat? in: Gezin en samenleving 41 (maart 1975) afl. 3, 16. Willemsen, Tineke, Widening the gender gap: teenage magazines for girls and boys in: Sex Roles 38 (1998) Woertman, Liesbeth en Femke van den Brink, Tevreden met het uiterlijk, maar de perfectie lokt in: Psychologie en gezondheid 36 (2008) 5,
93 Internet Andere tijden, februari 2008, Het ideale figuur :09. Gezondheid en ziekte, Ziekten en aandoeningen, Psychische stoornissen, Eetstoornissen :10. Afleveringen, Zoek: Borsten, Borsten voor je verjaardag 17-juni :10. Nieuws, Onze merken, Alle persberichten, Zoekterm: Yes, Weekblad Yes stopt per 1 januari :14. Onze media, T, Tina , 09:19. Oplagen, opvraagmodule, publiekstijdschriften, Tina, totaal verspreide oplage, , 09:35. Onze media, T, Tina, Online, Bereik , 09:44. Onze media, T, Tina, Event , 09:44. NL Stripgeschiedenis, Tijdschriften, Tina , 10: , 13:42. Kijk en Luister, Maatschappij, Vrouw, Beperkt Houdbaar , 11:14. Kijk en Luister, Maatschappij, Vrouw, Na Beperkt Houdbaar , 12: , 15:04. Primaire bronnen Tina Interview Joan Lommen, huidig hoofdredactrice Tina Documentaire Beperkt Houdbaar van Sunny Bergman (2007) Fancy 2 (februari 2011) Girlz! 3 (februari-maart 2011) Bijlagen I. Transcript interview Joan Lommen door Marah Michel II. Dalende oplagecijfers jeugdtijdschriften 93
94 Bijlagen 94
95 Bijlage I. Transcript interview met Joan Lommen door Marah Michel Het is negenentwintig juni 2011, ik ben Marah Michel en ik interview vandaag Joan Lommen, hoofdredactrice van het kindertijdschrift Tina. Ik interview haar in Hoofddorp, in het gebouw van Sanoma, de uitgeverij van Tina. Ja, hij loopt Ehm, nou omdat het een historisch interview is, wou ik graag eerst even terugnemen naar de jeugd, kort. Ehm, waar ben je geboren? In Limburg, Tegelen. Tegelen. En wanneer? Achtenvijftig. En wat voor gezinssamenstelling eh Ik had eh één zusje wat ouders was, twee jaar ouder en een broertje wat acht jaar jonger is dan mij. O, een heel verschil, leeftijdsverschil. Ja, nou het was een nakomertje. Oké [lacht], dat werd ook zo eh Dat werd ook zo gezegd ja. O, oke. Oke, eh... waren jullie, kwamen jullie als kinderen in aanmerking met, met kindertijdschriften. Ja, we hadden een [lacht] abonnement op Tina. Op Tina? Ja [lacht]. Oke, want achtenvijftig, o ja, dat kon wel. Ja, net toen die uitkwam, toen hebben we een abonnement gekregen ja. En je zus las die ook? Ja, dat denk ik wel, dat kan ik me niet meer zo goed herinneren, maar ik denk wel dat die hem ook las ja. Ja, dat ligt wel voor de hand natuurlijk. En direct eh bij uitkomst hadden jullie er een gekregen. Ja. Ja. 95
96 En was dat jullie idee of?weet je dat nog? Nee ik denk dat mijn moeder dat je had natuurlijk zo n bladenman die altijd langskwam en wij hadden een winkel dus die man kwam ook gewoon binnen. O oke ja. [lacht] ik bedoel dat was niet zo dat je een deur moest bellen en dat je hem kon laten staan. En toen eh, ja ik denk dat dat samen met de Libelle is binnengekomen toen. Mijn moeder had de Libelle en ja En jullie kregen de Tina. En wij kregen de Tina ja. En eh, heb je er nog herinneringen aan, van de Tina zelf, toen? Ja, we vonden het vreselijk leuk natuurlijk, nou moet ik eerlijk zeggen dat ik liever de Donald Duck had, maar ja, dat was meer iets voor jongetjes vond mijn moeder. Maar eh ja, ik vond dat erg leuk. Peggy&Jeroen. Dat is mij vooral heel erg bijgebleven. Er was ook niet zoveel toen hè? Al helemaal niet qua strips. Dus eh, ja je vond het al gauw mooi. En waarom vond je Donald Duck dan leuker? Ja, dat weet ik niet, dat vond ik eh, dat vond ik wat stouter. Ik heb ook toen ik zakgeld ging krijgen, toen ging ik ook zelf de Pep en Sjors kopen, dus eh En de Tina hadden jullie, bleven jullie gewoon houden al die tijd. Ja. Ja. Ja, die hebben we heel lang gehad, ja. Oke. En weet je nog tot wanneer ongeveer, dat je die las? Nou, ja dat durf ik niet te zeggen dertien, veertien, ik weet het niet. O ja. Oke, nou leuk. Ik dacht misschien was het al te laat zeg maar, maar Nee hoor, nee. Nee. Ehm, nou je bent gaan studeren op een gegeven moment. Wat eh, heb je gestudeerd? Aardrijkskunde en Nederlands. O, én Nederlands? [lacht] 96
97 Afgemaakt allebei? Ja, ja. Oke. Ehm, toen je eh Eerst aardrijkskunde? Allebei tegelijk. Nou eh, goed! [lacht] Eh, wist je altijd dat je journalistiek, of journalistiek, ja, dat je dat in wilde eh Ja, eigenlijk wel, want ik wou eigenlijk naar de school voor journalistiek in Utrecht maar daar werd ik voor uitgeloot. En toen dacht ik nou dan ga ik een maatschappelijk vak doen en ik ga Nederlands doen, want dan kan je journalist worden en je kan heel goed schrijven. Dacht ik [lacht]. En waarom wilde je graag, waarom wilde je journalist worden? Dat weet ik niet. Ik dacht altijd later dan ga ik bij de Libelle werken. Dat heb ik als kind altijd gedacht. Nou ben ik nooit bij de Libelle gaan werken uiteindelijk, gelukkig, want ik zou dat nou ook helemaal niet meer leuk vinden. Maar ik had eh Ja ik weet niet, ik vond het leuk om te schrijven, en ik dacht ook van, ik vond het ook leuk om iets, iets met kinderen te gaan doen, weet je wel. Nou Maar ja dat eh en toen zag ik op een gegeven moment die advertentie voor Donald Duck was er toen, toen dacht ik: ja dat is helemaal wat ik wil eigenlijk. Want eh, je bedenkt niet van, God later wil ik redacteur van de Donald Duck worden. Nee. Je weet niet eens dat zoiets bestaat. Nee. En tijdens je studietijd zag je die advertentie voor de Donald Duck, of Ja, toen was ik net, net klaar zo n beetje. Oke. Dus meteen daarop gesolliciteerd. Ja. En aangenomen. Ja. Geen ander werk meer gedaan tussendoor? 97
98 Nee, alleen vakantiewerk [lacht]. Wauw, oke. Eh, dus je bent eigenlijk eh, ingerold in de Donald Duck meteen, als redacteur? Ja, leerling-redacteur heette dat toen nog. Dat bestaat nu niet meer. Nou dat ging heel snel toen Wat voor werkzaamheden deed je dan aan het begin? Vertalen, wat die jongens nu doen [wijst naar redactie]. Oke. Buitenlandse strips vertalen. Ja. Alleen maar vertalen? Ja, vertalen, redigeren, eh, bedenken, grappen bedenken, ja O, wel iets uitgebreider? Ja. En, hoe ja, hoe was het verloop van je carrière daarna? Leerling-redacteur, redacteur, chef-redacteur, adjunct-hoofdredacteur, hoofdredacteur [lacht]. Oke, dus je bent nu een aantal jaar hoofdredacteur? Eh, ja Van een aantal titels, ja. Adjunct Sinds? Eh Jeetje, daar vraag je me wat. Een jaar of drie ofzo? Zoiets ja. Van welke titels? Eh [denkt na]. Nou officieel, ik denk, het is wel wat lastig want we verdelen het met z n tweeën [hoofdredacteur Thom Roep]. Eigenlijk zitten we er niet zo mee hoor, eh, we laten ons er niet zo op voorstaan. Ik denk Nickolodeon, Tina, Zo zit dat!, eh Duck Out weet ik niet. DYou uiteraard, eigenlijk is Thom [Roep] meer de stripman en ik doe de andere titels. Dus met strips, is Donald Duck, en wat is er Ja, maar van Donald Duck ben ik wel adjunct-hoofdredacteur nog steeds hoor, dus van alle andere titels ben ik adjunct-hoofdredacteur. 98
99 Wat, wat is dan het verschil? Ja dat de eindverantwoordelijkheid ligt bij de een of bij de ander. Dus als je ruzie hebt, dan eh, het laatste woord is voor die of voor die. En voor de rest? Voor de rest maakt het eigenlijk niet zoveel uit. Jullie doen eigenlijk veel samen, Thom en jij? Ja, ja Thom die zit eigenlijk nog meer op de boeken en ik op de tijdschriften. Dus ik maak alle planningen enzo en ik doe alle planken en dat soort dingen. Alle planken? Eh, de indeling. Oke. [pakt een stencil waar een voorbeeldplank opstaat] Dit is een plank. De indeling van een gewoon Dat je per pagina zegt van wat er in komt, ja, ja. Oke. En dat doe je helemaal zelf al die eh, planken Ja. Ja. En eh, hoeverre, wat heeft de redactie dan nog voor invloed voor wat er in komt? Eh, dan heb je het over de Tina hè? Bijvoorbeeld, ja nou ja, ja. Nou voor Tina eh nou eigenlijk een heleboel. Kijk de strips die liggen vast, die heb ik ook al aangekocht, maar de redactionele pagina s liggen niet vast. Ik zet allen [wijst weer naar de voorbeeldplank]: hier komt een interview van drie pagina s bijvoorbeeld en hier komt de shopping en hier komen de tips. En wat zij er dan precies in zetten Dat is aan hun? Dat is aan de redactie, ja. Oke. En in hoeverre wil je daar nog inspraak in hebben? Eh, nou, ik weet wel dat het goed komt. Ik bedoel, als je nou een nieuwe redactie had enzo, maar daar kan ik wel op vertrouwen dat het goed. En Mariëlla die loopt 99
100 ook binnen. Die zegt, bijvoorbeeld net kwam ze binnen zegt ze van ja, moeten we nou Johnny Depp op de cover zetten of niet?. Wat denk je? Dan zeg ik: nou laten we dat maar niet doen. Want? Nou, ik denk dat, ik weet het is, het is een foto van Johnny Depp zelf hè? Dus eh, niet als piraat. En dan is het eigenlijk gewoon een oude man die hun vader kon zijn en dan moet je niet doen. Nee. Hoever zit je nog in die wereld, ja ehm hoeverre kan je je daar nog in verplaatsen want Hoever ben je op de hoogte van die eh sterren enzo? Nou ja, dat is best lastig. Ja. Dat is echt eh want omdat je ook zoveel bladen hebt, heb je ook een heleboel doelgroepen. Bij Nickolodeon moet je weten wat voor series daarbij horen, voor XD moet je het weten, dan hebben we Duck Out dat is een voetbalblad dus daar moet je ook van op de hoogte blijven. Donald hebben we net gehad, die glossy. Nou dat is weer actualiteit enzovoorts. Dan heb je Tina wat natuurlijk weer heel anders is. Ja, dat is best een klus. Ja Hoe doe je dat hoe hou je je daarvan op de hoogte? Ja kijk ik merk dat eh de redactie kijken heel graag naar Idols en eh Holland s Next Top Model en eh dan denk ik: mooi, dat hoef ik dus niet te doen [lacht]. Maar ja eh, ik kijk ook heel veel films. Gister de laatste Harry Potter nog gezien. Ja en niet dat ik dat nou zo zelf zo leuk vindt maar, ja je moet je daar gewoon, je moet jezelf heel erg blijven verversen daarin. Ja. Ja. Maar heeft het wel je interesse dan die ja zoals wat je zegt van Johnny Depp enzo? Nou Johnny Depp vind ik nog wel leuk, maar die Nederlandse sterren ja daar heb ik wel problemen dat vind ik wel moeilijk. Dat is niet echt mijn ding. 100
101 En ook die nieuwe, zoals die Justin Bieber en Selena Gomez enzo? Ja, ja dat neem ik voor kennisgeving aan. Ik bedoel ik eh, ik verdiep me er wel in, ik weet er wel wat van, maar het is niet mijn ding. Maar zolang het maar op de redactie gebeurd is het goed hè? Zo n Tess en zo n Kristel [redacteuren] die vinden dat geweldig dus die eh, die volgen dat allemaal wel. Ja. Maar je kan niet alles volgen, kan niet, dat kan niet. Nee daarom, maar ik zit me zo te bedenken, want dat is best wel eh ook dat verschil tussen de bladen, Nickelodeon en eh best wel weten wat er speelt gewoon bij die eh, jeugd. Ja. Oke. Ehm, wat voor signatuur probeer jij op je hoofdredacteurschap te drukken, bij Tina? Bij Tina. Of kan je dat niet zo specifiek En dan bedoel je op het blad neem ik Ja, ja. Eh [denkt na] wat wij gedaan hebben is eigenlijk het wat minder serieus te maken, een beetje minder zwaar. Dus eigenlijk vooral lang leven de lol. Eh, 2008 hè, was je Toen stond er nog een Help-rubriek in en dat soort dingen, dat hebben we er eigenlijk uitgedaan. Dus eh ja. Problemen komen ze niet meer tegen, de lezeressen. Nee veel minder En, en daar, dat is bewust gedaan. Maar waarom? Omdat er al zoveel bladen zijn die dat doen en omdat we iets lager qua leeftijd zijn gaan zitten. We zijn nu van acht tot twaalf, ja en dan moet je het niet over loverboys en, en dat soort dingen gaan hebben, want dat is, dat is nog te vroeg. Maar worden de meisjes tegenwoordig niet steeds jonger oud? 101
102 Ja, maar niet vanaf hun twaalfde. Dat geloof ik niet. Het is wel zo Ja, want ik heb een poosje stage gelopen in groep acht. Nou, ik was echt verbaasd hoe groot die meiden al zijn. En ben je dan niet bang om hun ook zeg maar te verliezen in de doelgroep. Nee, want het eh, het blijkt juist te werken. Dus eh misschien, kijk wij denken heel vaak Randstand, maar je moet ook denken, meer hè? Ja op de Veluwe enzo denken ze heel anders, en zitten ze heel anders in elkaar en het zijn ook de ouders die het blad kopen, niet de kinderen, hè? Dus Tina is een heel veilig blad feitelijk, wat je aan je kind kunt geven zonder dat je zelf in de gaten moet houden van wat staat er eigenlijk allemaal in en moet ik daar eens over gaan praten en eh Ja. Want jullie zijn duidelijk verjongt, dat is mij ook wel opgevallen, maar zitten jullie nog eigenlijk, is er nou echt een blad waar jullie heel erg mee concurreren in die leeftijdsgroep? Nou, alle bladen zitten allemaal wel in dezelfde pot te roeren. De Hitkrant, de Meiden, de Girlz Maar zijn die niet net wat ouder, want die hebben wel die problemen en iets meer make-up en Ja, in feite wel, maar ja natuurlijk op papier is dat zo, en op papier positioneer je je ook zo, en maar ja, in de praktijk loopt dat toch wel allemaal door elkaar. En waarschijnlijk heeft dat ook niet zozeer met leeftijd te maken maar met mentaliteit, of met, met interesses of met opleiding misschien ook wel. Tja, en Tina is natuurlijk ook voornamelijk een stripblad. Ja, dat is wel het onderscheid. Ja, dat is absoluut het onderscheid ja. Oke. Waar ben je het meest trots op wat je nu als hoofdredacteur bij Tina hebt bereikt? Nou, toen Tina hier naar toe kwam zal ik maar zeggen [lacht], toen was het eigenlijk eh toen ging de oplage zo [geeft neerwaartse lijn aan met haar hand], dus die ging echt, die kelderde naar beneden. En toen was mijn opdracht, mijn 102
103 opdracht, de opdracht van het team was, om die val te beperken. Dus om te zorgen dat, ja dat kan je niet zien hè op eh? [geeft met haar hand een rechte lijn na de neergaande lijn weer]. Nee maar ik kan het wel eh, ik zet het tussen haakjes Dus om het een beetje te remmen, zo. En wat we dus feitelijk gedaan hebben is dit [geeft ligt opgaande lijn weer met haar hand]. Dus de oplage die stijgt weer. Nou dat is natuurlijk fantastisch. Dus we hebben enerzijds én een oplagestijging en een kostenbesparing, dus het gaat eigenlijk weer heel goed met Tina. Want hiervoor was Tina een aparte redactie. Ja. Die zaten gewoon ergen anders eh, zelfstandig? Ja. Ja. Eh, en in hoeverre zijn er nu vaste medewerkers echt voor de Tina? Is het echt een vast clubje of zijn, gaat het ook door elkaar heen? Nou kijk, als je op papier kijkt hè? Dan moet er altijd een paar mensen aan toegeschreven worden die echt honderd procent dat zijn er twee. Twee fulltime banen die met Tina bezig zijn? Ja. Ja. Maar in de praktijk zijn er meer mensen die daar mee bezighouden. In de praktijk doen die twee ook andere dingen en doen anderen ook weer iets aan Tina, dus eh Precies. Dus dat is echt een meerwaarde geweest die fusie lijkt mij? Ja, absoluut ja. Kijk als je meerdere titels hebt, eh dan, je kan een keer iemand sturen naar een interview met Spangas, om eens wat te noemen, dat kan je plaatsen, daar kan je dingen van plaatsen in eh, Tina, je kan voor Nickolodeon er iets voor doen, je kan voor DYou iets doen. Dus eh, ja Oke. Ehm, Tina bestaat ruim veertig jaar, hoe verklaart u nou het succes van het blad? Want er zijn heel veel meisjesbladen gesneuveld door de tijd heen, echt veel, en wat is de kracht van Tina? 103
104 Ik denk ook dat dat de tweede generatie is, de tweede of de derde generatie nu inmiddels. Dus dat ouders die het vroeger ook gelezen hebben het ook kopen voor hun kind hè? Dus jeugdsentiment. Dat is eigenlijk ook het succes van Donald Duck hè? Dat o, dat heb ik vroeger ook gelezen, o leuk, leuk, leuk, weet je wel? Ja. Wat niet wegneemt dat het in de loop van de jaren toch een behoorlijk stoffige naam had gekregen, en ik hoop dat we dat weer een beetje opgevijzeld hebben. Ja. Dat is wel grappig want ik vertel het veel aan mensen dat ik dit ga, onderzoek doe, en dan zeggen mensen O, is dat een stripblad?. Dus het wordt helemaal niet meer eh wordt niet meer echt geassocieerd met een stripblad. Dat vind ik wel grappig want jij zegt nou wel o, het is echt duidelijk een stripblad Ja, dat hebben we ook net weer teruggebracht. Die strips, ja Ja, dus eerst was het wel minder dan eh geworden. Ja. Ja. Oke. Ehm even kijken [denkt na]. Nou daar hebben we het net al een beetje over gehad dat die dat er heel veel concurrentie is, ook van internet denk ik de laatste jaren, dat het daardoor ook moeizamer is geworden Ja, het is gewoon ja, het is enerzijds is het, is het erg druk geworden in het schap waar het meiden betreft. En anderzijds heb je natuurlijk gewoon een concurrentie in tijdsbesteding hè? Dus MSN en Facebook, en wat is het allemaal, ja Ja. En Tina onderscheid zich dus door die strips, en door die herkenning met die ouders Ja. Ja. Welke, ja welke plek, ja dat was mijn vraag, neemt het in in de tijdschriftenmarkt? Een beetje Nou de strip, de strips. Ja. Ehm, vervult, vroeger was Tina, was het eerste blad na de oorlog wat voor meisjes verscheen, ehm, nou dat was wel een voorbeeldfunctie voor andere 104
105 bladen, of daarna ontstond Club en Penny. Vervult het nu nog een voorbeeldrol denk je? Kijken andere bladen nog naar wat jullie doen? Poe [denkt na]. Dat zou ik niet weten, of ze nu nog naar ons Ja je kijkt allemaal naar elkaar. Dus ik denk het wel. We zitten allemaal naar elkaar te kijken en je baalt als wij eh Justin Bieber hebben en zij hebben dat ook, Hitkrant heeft dat in dezelfde week. En wat wij natuurlijk jaloersmakend hebben dat is die Tinadag, dat is natuurlijk een geweldig evenement. Dus ik kan me voorstellen dat mensen, dat concurrentie daar echt met grote ogen naar kijkt, van eh Verwacht je ook dat zij het gaan eh overnemen, of kopiëren? Nou ja, doe het maar [lacht] dat is niet zo makkelijk hoor. Ja. Jullie zijn een soort multimediaal merk geworden ofzo en eh Ja, dat was ook de bedoeling ja Ja, nou dat vind ik ook heel sterk, maar voor andere bladen is dat wel moeilijk denk ik om te evenaren. Ja. Kijk, die Tina-dag die bestaat inmiddels, ik geloof vijfentwintig jaar dit jaar, nou ja dus je hebt echt wel een naam opgebouwd. Dus nu begint zo langzamerhand ook die tweede generatie te spelen hè? Van vroeger ging ik Ja precies. We hebben hier ook meiden lopen die zeggen O, Tina-dag, leuk! Ik ga helpen want ik ging vroeger ook altijd naar de Tina-dag, weetje wel? [lacht] Ja en ja, om dat helemaal nieuw op te bouwen, ja dat eh, voor een ander eh, tijdschrift dat is lastig. En bovendien: Tina is, heeft natuurlijk een hele veilige uitstraling. Dus daar kun je je kinderen ook heen sturen. Ja. Ja, ja precies. Ehm Ik had een paar inhoudelijke vragen. Noortje is een van de populairste strips? Een van de, ja. Ja, en ook een heel lang lopende strip. Wat verklaart denk je haar succes? Ja, dat is een hele goeie [lacht], wisten we dat maar, ja Het is onvoorstelbaar, ik snap het zelf ook niet. Ik denk dat het heel, heel ongecompliceerd is, en heel eh 105
106 [denkt na] lach of ik schiet grappen. Het is, want ik krijg altijd een scenariotje binnen en dan denk ik van eh nou ja, nou dit is wel zo voor de hand liggend, dit kan niet! En dan zie ik het getekend, en dan denk je: o ja, het kan eigenlijk best, ja best leuk. Ja [denkt na]. Ja het is eh, kijk Noortje is ook niet mooi, dus ik denk dat veel meisjes zich daar ook wel in herkennen, maar ze is wel grappig, wat ze zelf ook wel zouden willen zijn. Dus ja, zoiets zal het wel zijn, ik weet het niet [stilte] Maar we denken natuurlijk wel eens over na, want de tekenaar van Noortje en de scenariste die zijn behoorlijk op leeftijd. Ja, ik hoorde het van Thom. Dus, we denken wel eens van ja, daar moeten we toch eens iets eh, iets anders op gaan verzinnen. Ja, om dat er toch in te houden. Want hij, ze leveren nu nog maar een keer in de twee weken en een keer in de dus een keer in de twee weken krijgen we een nieuwe strip en een keer in de twee weken is het een herplaatsing van vroeger. Omdat ja, dat eh, dat trekken ze niet meer [lacht]. Maar, het allerpopulairste is Suus&Sas hè? Dat is het aller Ja? Want jullie doen veel lezersonderzoeken, of hoe? Ja. Ja, regelmatig? Ja, nou die strips doen we eigenlijk elke week wordt dat gemonitord op de eh Op wat voor groep dan? Of hoe groot? Op internet, dus op de site. Kan je een polletje invullen en cijfers geven. En hoeveel meiden doen daar aan mee? Nou, varieert tussen de twee- en de vierhonderd zo n beetje. Oke. Dus Suus&Sas is nu het populairst? Ja. Je kunt ook zeggen dat het komt doordat ze achterop staan, dat zal ongetwijfeld een rol spelen. Want Noortje staat nu niet meer achterop. Noortje staat nu niet meer achterop. Het heeft vroeger achterop gestaan. 106
107 Ja, heel lang ja Dus Suus&Sas is het populairst, en wat is er nog meer eh? Eh, nou ja Roos vinden ze heel leuk, eh Zusje van iets minder. Nick&Simon tot mijn grote verbazing dat ze dat toch ook heel erg leuk vinden. Wat je bij Tina heel erg ziet is dat eh, als iets nieuw is moeten die meiden daar heel erg aan wennen, dus in het begin zie je van nou, dat eh, kunnen ze nog niet aan en naarmate je het langer plaatst vinden ze, beginnen ze het ook leuker te vinden. Wat natuurlijk ook logisch is want het zijn caracters die je moet leren kennen enzo, dus eh Ja. Ik vond het wel ook een heel sterke zet Nick&Simon. Die zijn echt heel populair vooral bij die meisjes leeftijd, ja. Het is wel, ik denk wel dat de concurrentie daar ook wel jaloers op is. Ze waren vorige week nog op de redactie. Heb je, dat heb je gemist [lacht] Heb ik gemist, wanneer waren ze er? Hè nee, maar echt eh leuk, echt eh slim. Maar het slaat dus ook wel aan die strip? Ja. Want het is ook om jongens ge, eh zij zijn de hoofdrol zeg maar, hoofdpersonages zeg maar zijn jongens. En dat is wel, niet heel vaak Ja, ja ach het is een beetje Peppie en Cokkie vind ik af en toe hoor. Maar eh ja, kijk dit is natuurlijk wel iets waar we over nadenken, dat doen we met marketing hè? Dus we hadden die jongens als op de Tina-dag, en dan denk je: kun je daar iets meer mee? Want die werden steeds populairder. Zullen we een strip gaan doen, is dat haalbaar? Nou dan ga je daar een heleboel pers bij betrekken enzovoorts, enzovoorts. Dus dat is echt wel niet iets wat je even uit de hoge hoed haalt, maar waar je wel degelijk over nadenkt. Waar een strategie achter zit. Ja. Ehm, er worden ook weer oude strips herplaats, dus ook van Noortje maar ook wel andere, eh Worden er, moeten jullie ook veel aanpassingen maken op het gebied van tekst of beeld of kan dat, of? Eigenlijk kan het helemaal niet meer vind ik. 107
108 Die oude strips? Ja. Maar ze zijn er nog wel. Ja. Puur kostenoverweging. Oke. Maar waarom vind je het niet meer kunnen dan die oude strips? Omdat het ehm, het is en gericht op een oude doelgroep en het is heel gedateerd, alle kleding en, en de kapsel enne, dus ja eigenlijk kan het niet meer. En omdat het om de oudere doelgroep is, ja. O ja, kosten gerelateerd, daarom doen jullie het vooral. Ja het is herdruk, dus dat, dat ja als je alles nieuw moet maken, het maken van een strippagina kost ongeveer duizend euro Eén pagina? Ja. Ja, oke. Maar het is wel het streven om zoveel mogelijk te verminderen, of tot helemaal niet? Of zit dat er niet in? Nou ja je hebt, je kan drie dingen doen: je hebt herdruk en je hebt eigen productie zoals dat heet, en je kan uit het buitenland kopen. Doen jullie veel, kopen jullie veel? Ja, dat proberen we dus: Tamara en Galop. En dat soort dingen, dat komt allemaal uit het buitenland. Oke. Ehm ik had een vraag, ja ik vind dat er heel erg onderscheid is, en dat is vooral de laatste jaren zichtbaar, of ja heel erg, als je die lijn trekt met vroeger, tussen, ik weet niet of jullie het zo noemen dus of het qua vakterm het klopt, maar tussen realistische strips, die oudere strips zijn realistischer En karikaturaal. Ja. Noemen jullie dat ook zo? Ja. 108
109 Oke, dan weet ik dat in ieder geval voor mijn verhaal. Ehm zijn die realistische strips nog wel in trek bij lezeressen? Wat ik zie ze ook niet meer die nieuwe zijn ook niet meer echt Nee klopt. Nee, wij merkten inderdaad eh dat is een stijl die zij niet meer kunnen behappen. Dat is gekras en dat is zwart, en dat is, dat spreekt ze veel minder aan. Ja Het is makkelijk om strips te hebben, met kinderen met grote ogen enzo, dat is toegankelijker, dan dat je die ouderwetse strips hebt. Maar je hebt natuurlijk ook die scheidslijn, want, want eh Noortje is dat karikaturaal of is dat, hè? Dat zit er, dat zit er tussen in feitelijk. Nou Nick&Simon ook zo n eentje, is dat karikaturaal of is dat realistisch, zit er ook tussen in. Ja, tussen in. Maar zoals Suus&Sas is duidelijk eh Karikaturaal ja, maar Tina&Debbie dat is wel echt weer realitisch. Tina, ja. Ja precies. Maar ik, ik merk gewoon dat ze dat karikaturale eigenlijk leuker vinden, dus eh ja Ja, ik dacht: misschien is het ook jonger ofzo? Of zal dat er niet meer te maken hebben? Nee, dat hoeft niet, nee. [denk na] Nee, ik denk dat eh, vroeger toen je daar mee begon, was het misschien belangrijk dat realistische weet je wel? Dat je je daarin kon inleven als, als lezer, want er was natuurlijk niet zo veel. En nu is dat veel minder belangrijk geworden. Dan ben je, dan ben je Kinderen zijn gewend aan, aan abstraheren ofzo, weet je wel? Je hebt Avatars en je hebt poppetjes op de computer en, en daar kun je jezelf ook in inleven, dus eh Ja, oke. Maar het is dus, ik dacht dus misschien omdat er geen realistische strips, dat ligt dus ook daar, dat jullie niet herplaatsen omdat ook omdat het zeg maar verouderd is dus wat jij zei, maar ook omdat dat het niet meer in trek is? Ja. 109
110 Ja, oke. Ehm, met die lezeressenonderzoeken jullie monitoren dus op de, op de site. Doen jullie ook extra onderzoek eens in de zoveel tijd, of een groot, groter lezersonderzoek? Ja, ja niet, niet structureel. Maar we hebben laatst een stagiaire gehad en die heeft weer een onderzoek gedaan enzo, dus dan ja En wat eh, wat doen jullie met die resultaten? Nou ja, wat doen we met die resultaten? [denkt na] Ja, in overweging nemen. Kijk eh, uit dat laatste onderzoek bleek dat eh de strips toch het populairst zijn en dan merk je dat ze voor die interviews, die zijn eigenlijk helemaal niet zo populair. Dus dan ga je afwegen van ja moet je daar dan wel zoveel geld en moeite insteken in die interviews. Anderzijds is het zo dat als je het blad alleen maar vol zet met strips, dan is dat hetzelfde als elke dag pizza eten hè? Dan is het ook niet meer Dan kun je, dan als je af en toe geen stamppot krijgt dan vind je, vind je pizza niet meer lekker. Snap je wat ik bedoel? [lacht] Ja, ik snap het. Dus het is niet echt een overweging om echt die interviews eruit te halen? Ja, nou ja, goed je denkt er over na hè? Jij vraagt wat doe je met die onderzoeken, ja je denkt er over na. Maar je moet niet klakkeloos doen wat er uit zo n onderzoek komt. Nee. Maar ligt het dan ook niet aan de mensen die er worden geïnterviewd of? Nou ja, vaak is Kijk wat ik inmiddels weet van kinderen is dat als je kinderen vraagt van: nou wat zou je nog meer willen lezen in Tina? Nou, of in welk blad dan ook. Dan gaan ze al die dingen op noemen die ze kennen van andere bladen. Dus dan, nou een horoscoop en een poster en een test en moppen en puzzels, maar dat wil niet zeggen dat ze dat echt willen, of dat ze dat echt lezen, maar dan gaan ze gewoon die dingen noemen Wat ze kennen 110
111 Die ze kennen, ja. Dus daar moet je gewoon heel erg mee oppassen [Lommen stoot mij per ongeluk aan onder de tafel en biedt haar excuses aan met kinderen]. Dus eh ja, nooit klakkeloos doen wat er uit zo n onderzoek komt. Nee. Als je iets mocht veranderen in de Tina inhoudelijk, zonder dat je rekening hoeft te houden met winstoogmerk, verkoopcijfers, wat zou je dan veranderen? Eh ja, dan zou ik wat meer strips zelf willen gaan maken, ja. Zelf hier, hier laten maken? Ja, ja precies. Zelf ontwikkelen en eh zelf laten maken. Dan gaat die eh, herdruk er dan allemaal uit. Heb je zelf ideeën over strips, bedenk je dat zelf, verhalen of eh? Nou, ja goed, je moet een wereld bedenken hè, dat eerst natuurlijk. Maar ja, daar komen we wel uit, ja. Daar zou je wel zin in hebben zeg maar? Ja hoor, ja. Het is eigenlijk het leukste wat er is [lacht]. Leuk, nou ehm mijn onderzoek richt zich dus op ontwikkeling, ja ik heb zeg maar onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het schoonheidsideaal en de invloed van media daarop. En wat er uit Angelsaksisch onderzoek blijkt dat meisjesbladen daar ook veel invloed hebben op meisjes en dat schoonheidsideaal, dat ze het best wel actief uitdragen. Het leek mij leuk om dat in Tina te onderzoeken omdat het al zo n lang lopend blad is, dat is gewoon voor een historicus in wording is dat leuk om eh, te onderzoeken. Zijn jullie als redactie bewust bezig met, met het thema, met schoonheid? Want ik heb gemerkt in het blad dat er minder aandacht voor is en dat leek me ook wel gekoppeld aan de leeftijd, dacht ik, maar zijn eh zijn jullie daar bewust mee bezig? Of wat, wat voor beeld willen jullie uitdragen naar de meisjes? Eigenlijk, niet Kijk drie jaar geleden stonden er lezeressen op de cover. Daar zijn we mee opgehouden, we hebben dus, we zijn er sterren op gaan zetten. Dat was, ook, een kostenoverweging, want als jij iedere keer meiden moet gaan fotograferen, moet je studio afhuren, moet je fotograaf, dat is hartstikke duur. Nou 111
112 dat is met sterren niet zo, want dat kan je zo inkopen. Dus nou ja, of dat om het schoonheidsideaal gaat weet ik niet, het is een, was een financiële overweging. We hebben een keer per jaar hebben we dan een Tina-meid, die wordt eh, die wordt op de Tina-dag wordt die, nou ja die wordt eigenlijk geselecteerd op, door Ellen onze vormgeefster, die heeft dan zoiets van ja, acteert het een beetje leuk, ziet het er een beetje leuk uit, is het een beetje ondeugend, tja En dan heeft ze iemand uitgezocht en dan krijgen we daar discussie over van ik vind die leuker, ik vind die leuker, maar ja we zijn er niet zo heel erg mee bezig. Ik bedoel eh ja Dat hoort ook niet bij meiden van acht tot twaalf. Alles is goed. Ja. Een beugel is ook goed. Ja, nou ja, nou maar ja daar ben ik het mee eens hoor. Daarom denk ik ook dat verjonging daarin een heel grote rol in heeft gespeeld omdat in nou ja eind jaren tachtig, begin jaren negentig was het echt op het hoogtepunt, de aanwezigheid van het schoonheidsideaal, ook in andere rubrieken. En dan werden er ook wel teksten gebruikt dat ik dacht van hmm, dat zou nu niet meer kunnen. Maar dat ja, dat komt ook door die verjonging. Maar jullie zijn daar dus helemaal niet bezig want, omdat jij zei bij Noortje ja misschien omdat zij minder mooi dat het daarom, of dat ze niet zo n standaard schoonheid is, dat daarom Ja precies Populairder is. En die, die karikaturale figuurtjes, daarvan kan je al helemaal niet bepalen of die nou mooi zijn of niet. Nee, nee. Dus eh, ja ik vind ook dat het geen rol zou moeten spelen. We doen ook heel weinig aan cosmetica. Dat blijft dan hangen op de nagellak en eh, ja wat is het lipgloss Haarclipjes ofzo 112
113 Ja precies. Dat kan nog wel. Maar ja, ik stel me zo voor dat we in een leeftijd bezig zijn die nauwelijks nog weet hoe je mascara moet opbrengen enzo. En ja, ik, ik, het is misschien ook wel iets persoonlijks dat eh ja, ik vind dat niet horen. In die leeftijdsgroep hebben we het daar niet over. Het is gewoon lang leven de lol. En we zijn nog niet bezig met pukkels en mee-eters en ongesteld zijn enne god ik ben lelijk of whatever, dat eh Ja en als je zo n help-rubriek hebt, dan heb je dat waarschijnlijk snel van die vragen, tenminste dat heb ik ook gezien maar ook bijvoorbeeld inderdaad maandverband reclame waren heel lang gewoon pertinent aanwezig. En nu echt de laatste eh, nou wat eh, tien jaar, vijftien jaar is het in een keer bijna helemaal verdwenen. Dat vond ik ook wel Ja, het is iets minder geworden. We hebben laatst ook maandverband bij het blad gehad toen kregen we ook allerlei brieven van ouders Ja, dat, dat vind ik dan overdreven hoor, hè? Bedoel ik heb ook gezegd, ja luister u kind is dan negen maar er zijn genoeg meisjes van negen die zijn wel al ongesteld en ik merk ook dat kinderen dat leuk vinden omdat ze dan, of omdat er ook ouders zijn die vinden dat leuk want het is voor hun een aanleiding om met het kind te gaan praten daarover. Dus eh Ja. Ik vind ongesteld ook wat anders, ik heb het niet als schoonheids geturfd. Nee, nee, dat is het niet. Weetje, het ging dan echt om, maar ook moderubrieken en dan inderdaad cosmetica-rubrieken. Dat is echt veel minder geworden, ja. Ja en die mode die we hebben, die shopping, is zoveel mogelijk low-budget. Dus dat is echt bij de Bristol en bij de Kruidvat en bij, moet je eens kijken. Ja, omdat ik vind dat het ook binnen hun bereik moet zijn natuurlijk hè? Qua budget ook. Ja, dat is wel goed. Maar dat was vroeger ook wel gewoon, bij C&A enzo heb ik ook gezien. Maar je zag nooit heel dure kleding ofzo. Nee En ja, ja, wat is schoonheidsideaal. God, we hebben wel eens een foto van een cover, dat je denkt van: nou moet dit nu, of Lady Gaga die er heel extreem opstaat, 113
114 dat je zegt van misschien kunnen we het wat positiever houden. Maar dat doe je voornamelijk voor de ouders hè? Ja, maar ik vind ook niet perse, dat heb ik ook niet meegenomen in het schoonheidsideaal. Nee, ja precies, wat bedoel je daar mee? Ja, ja precies. Want die meisjes die vroeger op de cover stonden waren vaak ook mooi en die getekende vroeger waren ook altijd heel mooie meisjes. Maar ik heb echt puur geturfd in de andere rubrieken van hoe vaak gaat het over mode, cosmetica, uiterlijk O ja, zo, ja. En eh, in de advertenties. Ja, en nu kijk ik dus naar de strips en hoe daar de meisjes in worden afgebeeld. Maar het wordt gewoon veel karikaturaler, dus dat is moeilijker te zeggen of Het gaat ook niet om het uiterlijk. Het gaat om eh. Nee precies, want het gaat ook nooit om het uiterlijk in de strips om leuk. Ja Tamara hè, die is dik. [lacht] Oke. O ja? Ja. O die heb ik nog niet gezien. Die is van de laatste jaren? Ja, ja. Ja, die is echt eh Dan moet ik daar nog even naar kijken. Want het is weinig, weinig, het is weinig het onderwerp van een strip, ook vroeger. Terwijl toen was er dus wel meer aandacht voor het uiterlijk in het blad zelf. Ja, ja we willen gewoon niet problematiseren. Dat is het eigenlijk. Op geen een vlak, dus ook niet Soms moet het, want je hebt bijvoorbeeld dat openings eh, die Lucky Girls, weet je wel met die paarden? Dat gaat dan, dat is wel een soort soap. Maar dat heb je al gauw. Kijk als je een verhaal hebt van vijf pagina s, dat moet wel ergens over gaan, dat kan niet allemaal maar lachen gieren brullen zijn, dus dan krijg je toch 114
115 een beetje die, die onderwerpen die dan raken aan soapachtige dingen. Maar, ja we willen niet problematiseren. He, en de vervolgverhalen zijn eigenlijk ook zijn allemaal best verkorte strips geworden eh, dat is ook bewust ge? Ja. Dat is bewust, ja. Want? Nou ja, dat je dan elke week kan instappen in principe. En anders ja dat is niet meer van deze tijd dat je een, een verhaal hebt wat je twintig weken lang moet lezen, dat zijn ze vergeten. Best wonderlijk, want echt twee pagina s en dan, nou wat wordt er verteld eigenlijk? Bijna niks. En dan: volgende week weer verder. Ja precies, ja. Dan denk ik nou Maar het is best lastig om die strips te vinden hoor. Want de meesten zijn toch nog van die, van die lange strips. Ja, kan me voorstellen. Maar kijk nou eens naar, naar eh, de series op tv hè? Wat, wat gebeurt er met de series? De meeste mensen kijken een aflevering en denken: god wat leuk zeg, maar nu ga ik de box kopen dan kijk ik ze allemaal achter elkaar. Mensen hebben dat geduld niet meer om elke week een aflevering te kijken. Nee. Nee ehm nou: slotvraag. Hoe zie jij je toekomst bij Tina? Wat, heb je nog andere ambities? Of, ja je zit hier al altijd of, in Sanoma, bij Donald Duck. Wil jij hier blijven en eh? Ja. Ja? [lacht] ja. Heb je dan nog wensen of eh wil je nog grote veranderingen teweeg brengen, of eh? Hmm grote veranderingen teweeg brengen 115
116 Nou ja grote veranderingen Nee, niet grote veranderingen. Ik wil gewoon dat we ons staande houden. Ook met eh Donald Duck. Dat vind ik toch wel verschrikkelijk leuk. Zestig jaar en ik hoop dat het er minstens vijfenzeventig worden dat eh ja. Gaat het nog goed met Donald Duck? Ja, hartstikke goed. Ja, Donald Duck is echt een grote vis hoor. Ja, ik kan me ook niet voorstellen ik, ik ken zoveel mensen die daar lid van zijn vergeleken met Tina. Ja Ja, maar ook in dit bedrijf, het is, het is de tweede of de derde titel. Dus eh Binnen Sanoma? Ja, ja. Woow. Ja. Nou ja, volgens mij lezen ook gewoon volwassen mannen het nog. Ja, dat is ook zo, ja. Dus dat is het gewoon. Best wel een sterk mannenblad eigenlijk. Nou ja, wat je ja, als je mij vraagt wat zijn je persoonlijke ambities? Ja, ik ben 53 joh, [lacht], en dan heb ik zoiets van we willen het hier met z n allen gezellig houden en we willen leuk werk doen, we willen leuke blaadjes maken, we willen dat de kinderen het leuk vinden. Maar ja eh, ik wil geen directeur worden ofzo, dat hoeft allemaal niet. Je bent wel tevreden zo? Ja, hoor, ja [lacht]. Oke, nou, ja dat was eigenlijk wat ik wilde weten. Wil je nog iets kwijt over Tina of heb je nog iets gemist? Nee [denkt na] Nou het is wel leuk dat als jij zo vraagt, dan, dat is voor mezelf ook goed om dingen op een rijtje te zetten. Soms heb je dat zelf helemaal niet zo helder, en als jij het dan vraagt denk je: o ja, zo, zo zat het, zo... hè, je spreekt het niet uit. 116
117 Ja, kan ik me voorstellen. Dat, dat problematiseren van wat ik nu net zei, denk ik: ja, zo zat het ook ja, dat wilden we niet meer. Nee, maar ach ja tja het is veel. We maken hier heel veel, en dat is lastig. En de markt is lastig en tijdschriften überhaupt is lastig, dus eh, ja het is je vak, en ik vind het, vind het hartstikke leuk, we vinden het allemaal leuk hier, dus ja. Oke, nou leuk. Bedankt voor het interview. [lacht] Graag gedaan. 117
118 Bijlage II. Dalende oplagecijfers jeugdtijdschriften Kernoplagen van acht jeugdtijdschriften in de periode (1998 = 100). De grafiek is afkomstig van de website De cijfers voor deze grafiek zijn afkomstig van het HOI, het Instituut voor Media Auditing, dat de oplagecijfers van Nederlandse dagbladen, publiekstijdschriften en vaktijdschriften publiceert. De site heeft de oplagecijfers van een aantal jeugdtijdschriften in 2006 in een grafiek gezet, naar aanleiding van de opheffing van tijdschrift Break Out! wegens dalende oplagecijfers Zoeken: Break Out, Break Out! verdwijnt. Wie volgt? , 10:
Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and
Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers
S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g
S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven
Comics FILE 4 COMICS BK 2
Comics FILE 4 COMICS BK 2 The funny characters in comic books or animation films can put smiles on people s faces all over the world. Wouldn t it be great to create your own funny character that will give
Geslacht, Emotionele Ontrouw en Seksdrive. Gender, Emotional Infidelity and Sex Drive
1 Geslacht, Emotionele Ontrouw en Seksdrive Gender, Emotional Infidelity and Sex Drive Femke Boom Open Universiteit Naam student: Femke Boom Studentnummer: 850762029 Cursusnaam: Empirisch afstudeeronderzoek:
ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM
Read Online and Download Ebook ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM DOWNLOAD EBOOK : ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK STAFLEU
Academisch schrijven Inleiding
- In this essay/paper/thesis I shall examine/investigate/evaluate/analyze Algemene inleiding van het werkstuk In this essay/paper/thesis I shall examine/investigate/evaluate/analyze To answer this question,
Het Asterix project: methodologie van onderzoek bij zeldzame ziekten. Charlotte Gaasterland, Hanneke van der Lee PGO support meeting, 20 maart 2017
Het Asterix project: methodologie van onderzoek bij zeldzame ziekten Charlotte Gaasterland, Hanneke van der Lee PGO support meeting, 20 maart 2017 Er is veel vraag naar nieuwe medicijnen voor zeldzame
Uit huis gaan van jongeren
Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan
Ooglid correcties. Wens chirurgie, Martin Janssen (Janssen kliniek Oisterwijk)
Wens chirurgie, Martin Janssen (Janssen kliniek Oisterwijk) Het is altijd goed om naar aanleiding van de uitnodiging te spreken over wenschirurgie, om zelf eens terug te kijken op je eigen vakgebied, om
Value based healthcare door een quality improvement bril
Rotterdam, 7 december 2017 Value based healthcare door een quality improvement bril Ralph So, intensivist en medisch manager Kwaliteit, Veiligheid & Innovatie 16.35-17.00 uur Everybody in healthcare really
Inleiding. (leerlingbegeleider op een vmbo-school)
9 1 Inleiding Er was eens een meisje Zij klopte op mijn deur. Ik deed open en zij zei: Ik heb een eetprobleem. Kom binnen, zei ik, wat moedig dat je hier komt om hulp te vragen. Dat is de eerste stap.
De causale Relatie tussen Intimiteit en Seksueel verlangen en de. modererende invloed van Sekse en Relatietevredenheid op deze relatie
Causale Relatie tussen intimiteit en seksueel verlangen 1 De causale Relatie tussen Intimiteit en Seksueel verlangen en de modererende invloed van Sekse en Relatietevredenheid op deze relatie The causal
Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën
Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual
RECEPTEERKUNDE: PRODUCTZORG EN BEREIDING VAN GENEESMIDDELEN (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM
Read Online and Download Ebook RECEPTEERKUNDE: PRODUCTZORG EN BEREIDING VAN GENEESMIDDELEN (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM DOWNLOAD EBOOK : RECEPTEERKUNDE: PRODUCTZORG EN BEREIDING VAN STAFLEU
Onderzoek Dunne modellen?
Onderzoek Dunne modellen? 27 juli 2015 Over het onderzoek Aan dit online onderzoek, gehouden van 1 juli tot 16 juli 2015, deden 1.472 jongeren mee die uitgaan. De uitslag is na weging representatief voor
Keuzetwijfels in de Emerging Adulthood rondom Studie- en Partnerkeuze. in Relatie tot Depressie
1 Keuzetwijfels in de Keuzetwijfels in de Emerging Adulthood rondom Studie- en Partnerkeuze in Relatie tot Depressie Open Universiteit Nederland Masterscriptie (S58337) Naam: Ilse Meijer Datum: juli 2011
Seksualisering: beeldvorming en opvattingen
Seksualisering: beeldvorming en opvattingen What s up? Congres Seks over de grens 26 januari 2009 Hanneke Felten en Kristin Janssens (MOVISIE) Inhoud van deze workshop 1. Seksualisering: wat is het? 2.
Communication about Animal Welfare in Danish Agricultural Education
Communication about Animal Welfare in Danish Agricultural Education Inger Anneberg, anthropologist, post doc, Aarhus University, Department of Animal Science Jesper Lassen, sociologist, professor, University
Wij beloven je te motiveren en verbinden met andere studenten op de fiets, om zo leuk en veilig te fietsen. Benoit Dubois
Wij beloven je te motiveren en verbinden met andere studenten op de fiets, om zo leuk en veilig te fietsen. Benoit Dubois Wat mij gelijk opviel is dat iedereen hier fietst. Ik vind het jammer dat iedereen
Summary 124
Summary Summary 124 Summary Summary Corporate social responsibility and current legislation encourage the employment of people with disabilities in inclusive organizations. However, people with disabilities
Puzzle. Fais ft. Afrojack Niveau 3a Song 6 Lesson A Worksheet. a Lees de omschrijvingen. Zet de Engelse woorden in de puzzel.
Puzzle a Lees de omschrijvingen. Zet de Engelse woorden in de puzzel. een beloning voor de winnaar iemand die piano speelt een uitvoering 4 wat je wil gaan doen; voornemens 5 niet dezelfde 6 deze heb je
De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim
De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:
Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur
Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen
LONDEN MET 21 GEVARIEERDE STADSWANDELINGEN 480 PAGINAS WAARDEVOLE INFORMATIE RUIM 300 FOTOS KAARTEN EN PLATTEGRONDEN
LONDEN MET 21 GEVARIEERDE STADSWANDELINGEN 480 PAGINAS WAARDEVOLE INFORMATIE RUIM 300 FOTOS KAARTEN EN PLATTEGRONDEN LM2GS4PWIR3FKEP-58-WWET11-PDF File Size 6,444 KB 117 Pages 27 Aug, 2016 TABLE OF CONTENT
Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.
Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary
Teksten van de liederen die gospelkoor Inspiration tijdens deze Openluchtdienst zingt.
Don t you worry There s an eternity behind us And many days are yet to come, This world will turn around without us Yes all the work will still be done. Look at ever thing God has made See the birds above
Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon
Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety
Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation
Duurzaam gedrag via subtiele beïnvloeding: De kracht van nudging 1 december 2017
Duurzaam gedrag via subtiele beïnvloeding: De kracht van nudging 1 december 2017 [email protected] @timsmitstim https://www.feeling.be/psycho-relatie/man-achter-nudging-wint-nobelprijs-wat-het-precies
Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit
1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why
Borstkanker: Stichting tegen Kanker (Dutch Edition)
Borstkanker: Stichting tegen Kanker (Dutch Edition) Stichting tegen Kanker Click here if your download doesn"t start automatically Borstkanker: Stichting tegen Kanker (Dutch Edition) Stichting tegen Kanker
Design Psychology. Opdracht 3 - Stijl en tijdperk. Joyce Karreman
Design Psychology Opdracht 3 - Stijl en tijdperk Joyce Karreman 0793350 Stijl en tijdperk - Onderzoek Kunstenaar: Roy Lichtenstein Stijl: Pop-art Biografie Roy Lichtenstein is een Amerikaanse Pop-art kunstenaar.
Chapter 4 Understanding Families. In this chapter, you will learn
Chapter 4 Understanding Families In this chapter, you will learn Topic 4-1 What Is a Family? In this topic, you will learn about the factors that make the family such an important unit, as well as Roles
Externalisering van het migratiebeleid en de schaduwzijde van de EU-Turkije Deal.
Externalisering van het migratiebeleid en de schaduwzijde van de EU-Turkije Deal. Ilse van Liempt, Sociale Geografie en Planologie, Universiteit Utrecht 1 Een ramp? Een crisis? Ilse van Liempt, Sociale
De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering
De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering The relation between Mindfulness and Psychopathology: the Mediating Role of Global and Contingent
Buy Me FILE 5 BUY ME BK 2
Buy Me FILE BUY ME BK Can you resist all those incredible products that all seem to be screaming: Buy Me! Every day we see them on TV during the commercial break: the best products in the world. How would
Impact van de ingebruikname van de DSM-5
Impact van de ingebruikname van de DSM-5 Eetstoornissen als casus Frédérique Smink Daphne van Hoeken H. Wijbrand Hoek Lunchbijeenkomst NIVEL 18 maart 2014 Disclosure belangen (potentiële) belangenverstrengeling
Disclosure belofte. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Doel van de patient staat centraal
Disclosure: belofte Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen Ik zal aan de patiënt geen schade doen Ik luister en zal hem goed inlichten Disclosure: belofte Ik stel het belang
Engels op Niveau A2 Workshops Woordkennis 1
A2 Workshops Woordkennis 1 A2 Workshops Woordkennis 1 A2 Woordkennis 1 Bestuderen Hoe leer je 2000 woorden? Als je een nieuwe taal wilt spreken en schrijven, heb je vooral veel nieuwe woorden nodig. Je
Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten
Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents
17 augustus 2015. Onderzoek: Dunne modellen?
17 augustus 2015 Onderzoek: Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 45.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de
Controller waar gaat gij heen?
Controller waar gaat gij heen? Business partner? Of ook politieagent? Concerncontrol binnen de Gemeente Seminar de Reehorst Ede 15 maart 2018 [email protected] Achtergrond / aanleiding seminar Seminar concern
(1) De hoofdfunctie van ons gezelschap is het aanbieden van onderwijs. (2) Ons gezelschap is er om kunsteducatie te verbeteren
(1) De hoofdfunctie van ons gezelschap is het aanbieden van onderwijs (2) Ons gezelschap is er om kunsteducatie te verbeteren (3) Ons gezelschap helpt gemeenschappen te vormen en te binden (4) De producties
Print & Tablets A healthy future together. Nancy Detrixhe, Research Manager
Print & Tablets A healthy future together. Nancy Detrixhe, Research Manager Tijdschriften lezen. Totale consumptie van magazine content stijgt. Since I began reading magazines in electronic form,
Media en seksualiteit. Hoeveel invloed heeft seks op TV en internet op onze jeugd?
Media en seksualiteit Hoeveel invloed heeft seks op TV en internet op onze jeugd? Gezonde seksuele ontwikkeling Puberteit 13-15 jaar: -Zelfstandig willen zijn -Nieuwsgierig naar seks -SMS en chat -Zoenen
Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief
Samenvatting Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief Stabiliteit en verandering in gerapporteerde levensgebeurtenissen over een periode van vijf jaar Het belangrijkste doel van dit longitudinale,
Kunstfilosofisch Kwartet
Kunstfilosofisch Kwartet dr. Rob van Gerwen Departement Wijsbegeerte Universiteit Utrecht Chassé Breda, februari-maart 2016 Inhoudsopgave Website http://www.phil.uu.nl/~rob/ 1 Kunst 1 1.1 Vooraf.................................................
Fysieke Activiteit bij 50-plussers. The Relationship between Self-efficacy, Intrinsic Motivation and. Physical Activity among Adults Aged over 50
De relatie tussen eigen-effectiviteit 1 De Relatie tussen Eigen-effectiviteit, Intrinsieke Motivatie en Fysieke Activiteit bij 50-plussers The Relationship between Self-efficacy, Intrinsic Motivation and
Dutch survival kit. Vragen hoe het gaat en reactie Asking how it s going and reaction. Met elkaar kennismaken Getting to know each other
Dutch survival kit This Dutch survival kit contains phrases that can be helpful when living and working in the Netherlands. There is an overview of useful sentences and phrases in Dutch with an English
Samen leren leven: Wereldbeelden in perspectief
Samen leren leven: Wereldbeelden in perspectief Ph.D.; Onderzoeker, auteur, sociaal ondernemer www.annickdewitt.com [email protected] In deze presentatie I Het ideaal: Samen leren leven II De condities:
Keulen in de media Een onderzoek naar de berichtgeving over de gebeurtenissen in Keulen in Nederlandse dagbladen
Keulen in de media Een onderzoek naar de berichtgeving over de gebeurtenissen in Keulen in Nederlandse dagbladen Internet: www.nieuwsmonitor.org Onderzoekers Nel Ruigrok [email protected] +
It-servicemanagement op basis van Itil 2011 Editie (Dutch Edition)
It-servicemanagement op basis van Itil 2011 Editie (Dutch Edition) Click here if your download doesn"t start automatically It-servicemanagement op basis van Itil 2011 Editie (Dutch Edition) It-servicemanagement
Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015
Programma Open dag zaterdag 28 februari 2015 Program Open Day Saturday 28 February 2015 Tijd 09.15 09.45 Je bent op de Open dag, wat nu? Personal welcome international visitors 10.00 10.45 Je bent op de
geschiedenis (nieuwe stijl) en geschiedenis en staatsinrichting (oude stijl)
geschiedenis (nieuwe stijl) en geschiedenis en staatsinrichting (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 23 juni 9.00 12.00 uur 20 04 Voor dit examen
IN DE BAN VAN DE ORIËNT
IN DE BAN VAN DE ORIËNT Oriëntalisten Edward Saïd Interview Michael Zeeman met Edward Said Leven & Werken, VPRO, 2000 https://www.youtube.com/watch?v=676fb7exzys Edward Saïd (1935 2003) Geboren op 1
Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.
Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine
Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder?
Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Paul Louis Iske Professor Open Innovation & Business Venturing, Maastricht University De wereld wordt steeds complexer Dit vraagt om
Mentaal Weerbaar Blauw
Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.
Read this story in English. My personal story
My personal story Netherlands 32 Female Primary Topic: SOCIETAL CONTEXT Topics: CHILDHOOD / FAMILY LIFE / RELATIONSHIPS IDENTITY Year: 1990 2010 marriage/co-habitation name/naming court/justice/legal rights
Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma.
University of Groningen Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. Verbakel, N. J. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite
20 twenty. test. This is a list of things that you can find in a house. Circle the things that you can find in the tree house in the text.
9006625806_boek.indd 1 31/08/16 15:26 1 6 test This is a list of things that you can find in a house. Circle the things that you can find in the tree house in the text. living room kitchen bedroom toilet
Verslaving als vrouwenzaak Over de werking, kracht en uitdagingen van een specifieke behandelgroep voor vrouwen met afhankelijkheidsproblemen.
22 oktober 2015 Verslaving als vrouwenzaak Over de werking, kracht en uitdagingen van een specifieke behandelgroep voor vrouwen met afhankelijkheidsproblemen. Inleiding Groep B een therapiegroep voor vrouwen
De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria
De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:
Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten
Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking
Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.
Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties
Academisch schrijven Inleiding
- In dit essay/werkstuk/deze scriptie zal ik nagaan/onderzoeken/evalueren/analyseren Algemene inleiding van het werkstuk In this essay/paper/thesis I shall examine/investigate/evaluate/analyze Om deze
Social media plan. bit. creations
Social media plan bit. creations 1 2 INDEX Communicatiestrategie PR Duncan Laurence 2017 Social Media plan Posters Albumcover Duncoin 5 6 8 11 12 13 3 4 PRODUCT Communicatiedoel coole dingen maken voor
COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS
COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking
De Rol van Sense of Coherence bij de Glucoseregulatie bij Mensen met Diabetes Type 1
De Rol van Sense of Coherence bij de Glucoseregulatie bij Mensen met Diabetes Type 1 The Role of Sense of Coherence in Glucose regulation among People with Diabetes Type 1 Marja Wiersma Studentnummer:
Latijn en Grieks in de 21ste eeuw
Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het
De grondbeginselen der Nederlandsche spelling / Regeling der spelling voor het woordenboek der Nederlandsche taal (Dutch Edition)
De grondbeginselen der Nederlandsche spelling / Regeling der spelling voor het woordenboek der Nederlandsche taal (Dutch Edition) L. A. te Winkel Click here if your download doesn"t start automatically
Girls Talk+ Ontwikkeling en evaluatie van een counselingsprogramma over relaties en seksualiteit voor meisjes met een lichte verstandelijke beperking
Girls Talk+ Ontwikkeling en evaluatie van een counselingsprogramma over relaties en seksualiteit voor meisjes met een lichte verstandelijke beperking Willy van Berlo 1 Wie is wie? Ontwikkelaars: Annelies
De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior
De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:
Seksuele vorming in (V)SO
Welkom Van kwetsbaar naar weerbaar: Seksuele vorming in (V)SO Presentatie door Esther van Efferen Wiersma & Tim Micklinghoff Inhoud Het project Van kwetsbaar naar weerbaar Bijzondere doelgroepen Leerlijn
Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum
Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden
Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen?
Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen? Marjolein Kolstein Juli 2017 www.os-groningen.nl BASIS VOOR BELEID Inhoud Samenvatting 2 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding van het onderzoek
Werkmap: Lichaamsbeeld
1 Werkmap: Lichaamsbeeld Op één van de eerste bladzijden van haar dagboek beschrijft Vanessa zichzelf en hoe ze haar lichaam ziet en ervaart. We lezen het even opnieuw door: 2 Onder zelfbeeld verstaan
Grammatica overzicht Theme 5+6
Past simple vs. Present perfect simple Past simple: Ww + ed OF 2 e rijtje van onregelmatige ww. I walked I went Ontkenningen past simple: Did not + hele ww He did not walk. Present perfect: Have/has +
!!!! Wild!Peacock!Omslagdoek!! Vertaling!door!Eerlijke!Wol.!! Het!garen!voor!dit!patroon!is!te!verkrijgen!op! Benodigdheden:!!
WildPeacockOmslagdoek VertalingdoorEerlijkeWol. Hetgarenvoorditpatroonisteverkrijgenopwww.eerlijkewol.nl Benodigdheden: 4strengenWildPeacockRecycledSilkYarn rondbreinaaldnr8(jekuntnatuurlijkookgewonebreinaaldengebruiken,maar
Joe Speedboot Tommy Wieringa
Joe Speedboot Tommy Wieringa Thank you very much for downloading. As you may know, people have search numerous times for their chosen books like this, but end up in harmful downloads. Rather than enjoying
Understanding and being understood begins with speaking Dutch
Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.
een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant
Vragenlijst in te vullen en op te sturen voor de meeloopochtend, KABK afdeling fotografie Questionnaire to be filled in and send in before the introduction morning, KABK department of Photography Stuur
