Geïntegreerde Modelomgeving Waterbeheer TRIWACO 4.0
|
|
|
- Christian Vermeiren
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Geïntegreerde Modelomgeving Waterbeheer TRIWACO 4.0
2 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV RUIMTELIJKE ONTWIKKELING Entrada 301 Postbus GE Amsterdam (020) Telefoon (020) Fax Internet Arnhem KvK Documenttitel Geïntegreerde Modelomgeving Waterbeheer TRIWACO 4.0 Verkorte documenttitel Status Datum September 2007 Projectnaam TRIWACO 4.0 Projectnummer Auteur(s) Opdrachtgever Referentie J. Velstra, T. Kleinendorst, A. Niemeijer, WJ. Zaadnoordijk en B. van der Wal Voor meer informatie internet: of neem direct contact op met Wouter Swierstra ( ) productcoördinator triwaco
3 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1 2 ONZE VISIE OP HET MODELINSTRUMENTARIUM 4 3 HET MODELINSTRUMENTARIUM Inleiding Datastructuur en datastromen Dataomgeving Modelomgeving Dataomgeving Algemeen Technische achtergrond dataomgeving Modelomgeving Algemeen Technische achtergrond Databank modelgegevens (Catalog) en preprocessing Opzetten van een model en simulatierun Validatie, controle en reproduceerbaarheid resultaten Scenariomanagement Koppelen van modellen Effectmodellen 19 4 VISUALISATIE, GIS EN PRE- EN POSTPROCESSING Postprocessing Visualisatie, presentatie van parameters en resultaten 21 5 MODELLEN Oppervlaktewater Onverzadigde zone Neerslag-afvoer, ondiep grondwater Diep grondwater Zout 26 6 KOPPELEN VAN MODELLEN 27 7 CALIBRATIE, GEVOELIGHEIDSANALYSE EN BETROUWBAARHEID TRCALCON MONTECARLO PEST Representermethode 30 8 EFFECTMODELLEN Kwaliteitsmodellen Oppervlaktewater Ondiep grondwater Diep grondwater Landbouwschade Ecologie WaterNOOD 32 - i -
4 9 ONDERSTEUNING Handleiding Help-desk Training 33 - ii -
5 1 INLEIDING In dit document geven wij onze visie op een modelinstrumentarium dat nodig is om op verantwoorde wijze, binnen afzienbare termijn en tegen aanvaardbare kosten antwoord kan geven op een grote verscheidenheid aan waterbeheer gerelateerde vragen zoals het voorspellen van de effecten van een peilbesluit op grondwaterstanden, ecologie, stoftransport, zoutbelasting, nutriëntentransport en landbouwschade. Onze visie heeft geleid tot de ontwikkeling van een modelinstrumentarium dat bestaat uit twee onderdelen die nauw met elkaar zijn verbonden: de dataomgeving en de modelomgeving. De dataomgeving bevat alle informatie nodig voor het opzetten van modellen. Binnen de dataomgeving worden de verschillende bronnen van data gedefinieerd. Deze informatie wordt opgeslagen in de databank die zelf geen fysieke data hoeft te bevatten. De metadatabank bevat overigens ook links naar de resultaten van eerdere modellen. Dit is handig voor het opzetten van nieuwe (deel)modellen (randvoorwaarden) en om een overzicht te houden waar modellen en bijbehorende resultaten beschikbaar zijn binnen het beheersgebied. De dataomgeving maakt gebruik van OpenGIS, tegenwoordig OpenSpatial, waardoor vrijwel elk bestandsformaat gebruikt kan worden voor het definiëren van parameters zonder dat conversie ervan nodig is. Het betreft: Rasterkaarten (ruim 64 typen o.a. Idrisi, ESRI grids, Erdas, ) Vectorkaarten (ruim 16 typen o.a. ESRI-shape, MapInfo, AutoCAD, ) Databanken als Oracle, MySQL en Access; Overige bestandsformaten als Excel, txt en csv. Uitvoeren van bewerkingen middels Expressies en Spatial Queries De modelomgeving is ontworpen om moeiteloos en gestructureerd modellen op te zetten, te koppelen, te calibreren, scenario- en effectberekeningen uit te voeren. Dit alles in een omgeving waarbij op ieder moment de basisdata, invoergegevens en modelresultaten gevisualiseerd en bewerkt kunnen worden. De modelparameters worden in de modelomgeving samengesteld uit de informatie uit de databanken. Vervolgens kunnen de rekenprogramma s aangestuurd worden vanuit de modelleeromgeving. De modelparameters worden daartoe omgezet naar modelinvoer voor verschillende rekenprogramma s. De modelleeromgeving is zodanig gebouwd dat allerlei verschillende rekenprogramma s kunnen worden aangestuurd. Het betreft rekenprogramma s voor: Neerslag & afvoer (SOBEK-RR) Oppervlaktewater (SOBEK-CF) Onverzadigde zone (FLUZO, SWAP, metaswap) Grondwater (FLAIRS, MODFLOW-2000) Gekoppelde modellen Invoer en uitvoer van de rekenprogramma s is altijd op basis van de standaard in- en uitvoer bestanden van het betreffende programma. Dit garandeert dat modellen gemaakt binnen het modelinstrumentarium in te lezen zijn in andere modelinstrumentaria. Dus een SOBEK model gemaakt binnen het - 1 -
6 modelinstrumentarium kan zonder enige aanpassing geopend worden in de traditionele omgeving van SOBEK. Hetzelfde geldt voor een MODFLOW model dat direct in omgevingen als GMS, Visual Modflow kan worden ingelezen. Voor de omgekeerde richting, dus het inlezen van modellen gemaakt in andere modelomgevingen worden importmodules ontwikkeld. Zo ontwikkelen we momenteel een importmodule voor MicroFEM modellen. Dit heeft voor waterbeheerders als voordeel dat modellenwerk kan worden uitbesteed aan meerdere adviesbureaus. Voor adviesbureaus heeft het als voordeel dat de modellen geleverd door de waterbeheerder kunnen worden toegepast in de voor hen gebruikte modelomgeving. Uiteraard kunnen zowel waterbeheerders als adviesbureaus beschikken over het modelinstrumentarium. En verder middels koppeling of nabewerking voor onder andere: Opstellen van water- en stofbalansen op een flexibele tijdschaal voor grondwater, oppervlaktewater, onverzadigde zone en neerslag/afvoer en het poldersysteem of een combinatie hiervan; Geïntegreerd behandelen van de zoutbelasting, het oppervlaktewater (waterlopen, kunstwerken, gemalen, inlaten en beregening), bodemopbouw, drainage, infiltratie, afspoeling, vegetatie, onverzadigde zone, ondiep grondwater en neerslag-afvoer karakteristieken in landelijk en stedelijk gebied Nutriënten (transport, processen voor stikstof en fosfor en effect van lozingen of bemesting) met SPREAD, WANDA, ANIMO, Landbouwschade (verdampingsreductie, draagkracht en bedrijfsvoering) Ecologie (effectvoorspelling vegetatietypen en natuurdoeltypen) Nabewerking om invoer te genereren voor WaterNOOD (bijvoorbeeld GxG kaarten) Het modelinstrumentarium is zo opgezet dat eenvoudig nieuwe rekenprogramma s in de modelleeromgeving op te nemen zijn. Zo kunnen in de toekomst ook programma s als metaswap opgenomen worden. Modelinstrumentarium Hoogheemraadschap van Rijnland Momenteel werken we aan de implementatie van het modelinstrumentarium bij Hoogheemraadschap van Rijnland. Doelstelling is dat de medewerkers in staat zijn zelfstandig binnen één werkomgeving modellen op te zetten, te draaien en scenario s door te rekenen. Het betreft de modelcodes MODFLOW, SWAP en SOBEK, die ook gekoppeld worden. Ook hier ligt de nadruk op het databeheer en communicatie van en naar de data. Maar ook de vrijheid om modellen in andere werkomgevingen te gebruiken (bijv. standaard SOBEK of MODFLOW omgeving) zodat werk uit te besteden is aan adviesbureaus. Overeenkomst Masterplan t Gooi Dit jaar is een overeenkomst tussen Royal Haskoning en provincie Noord-Holland getekend. Royal Haskoning is hiermee verantwoordelijk voor het beheer en het up-to-date houden van het grondwatermodel t Gooi. We dragen zorg voor de aanlevering van het model (of delen ervan) aan adviesbureaus. Kennis uit deelstudies komt terug bij ons en wordt opgenomen in het grondwatermodel en bijbehorende basisgegevens. Hierdoor gaat geen nieuw opgedane kennis meer verloren en is een soort OpenSource grondwatermodel ontstaan dat steeds beter wordt en waar iedereen baat bij heeft
7 Leeswijzer Onze visie op het benodigde modelinstrumentarium zetten wij uiteen in het hierna volgende hoofdstuk 2. We hebben ruime ervaring met het toepassen van hydrologische modellen voor watergebiedsplannen, peilbesluiten, GGOR methodiek en EKRW. In hoofdstuk 3 zetten we uiteen hoe het vernieuwde modelinstrumentarium werkt. Een belangrijk deel van het modelleerwerk bestaat uit het opstellen van een modelschematisatie, voor- en nabewerkingen en visualisatie. Dit komt aan bod in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat over de modellen die worden aangestuurd vanuit de werkomgeving, hoofdstuk 6 gaat in op het koppelen van modellen. Hoofdstuk 7 beschrijft kort de calibratiemodules. In hoofdstuk 8 wordt ten slotte een selectie van effectmodellen beschreven. Hoofdstuk 9 behandeld de ondersteuning. Preview van de nieuwe modelomgeving. In één oogopslag overzicht over de voortgang van het modelproject, welke modellen zijn opgezet binnen het project en wat de onderlinge afhankelijkheden zijn
8 2 ONZE VISIE OP HET MODELINSTRUMENTARIUM Onze visie is ontwikkeld op basis van ervaringen over een periode van ruim 25 jaar ontwikkeling en toepassing van modellen. Het is belangrijk om te realiseren dat een model nooit wordt gebouwd alleen maar om een model te bouwen. Het maken van een model is een belangrijke stap in een proces waarbij vanuit een vraagstelling een advies gegeven moet worden. Om efficiënt tot een kwalitatief goed model te komen dient de hydroloog niet alleen te beschikken over kennis en ervaring, maar ook over een modelinstrument dat efficiënt databeheer combineert met uitontwikkelde en geteste modelgereedschappen. Voor het maken van een hydrologisch model is een grote hoeveelheid aan invoergegevens nodig. Alle databestanden die aan modelinvoer ten grondslag liggen dienen in een heldere, transparante wijze opgeslagen te worden. Tevens dient de relatie tussen deze databestanden en modelinvoer eenduidig omschreven te zijn. Alleen met een heldere en open datastructuur kunnen efficiënte, flexibele modellen gebouwd worden met reproduceerbare resultaten. Gebruik van GIS kaarten voor het opzetten van een model Met de introductie van Arc/Info zijn we al in begin jaren 80 begonnen om modelschematisaties op basis van GIS-kaarten (vectorkaarten) te definiëren. Dit concept maakt het mogelijk om op basis van dezelfde basisgegevens verschillende modellen te maken. Het geeft de vrijheid om ongelimiteerd te kunnen inzoomen en uitzoomen zonder informatie te verliezen en bevordert de reproduceerbaarheid en uitwisselbaarheid tussen verschillende modellen. Het modelinstrumentarium maakt optimaal gebruik van GIS maar is niet afhankelijk van één GIS pakket Door de snelle ontwikkelingen op GIS gebied is niet alleen de GIS software zelf, maar ook het formaat van de databestanden aan verandering onderhevig. Bovendien is de Application Programming Interface (API) van de GIS programmatuur van bijvoorbeeld markleider ESRI in afgelopen 25 jaar regelmatig gewijzigd (Arc SML, Avenue, VBA). Om niet afhankelijk te zijn van veranderende software van derden ten aanzien van de aansturing van het modelinstrumentarium hebben wij in de jaren 90 besloten de aansturing van modellen niet langer vanuit een commercieel GIS pakket te realiseren. Het moet eenvoudig zijn om op basis van dezelfde gegevens verschillende modellen en op verschillend detailniveau te maken Om het bovenstaande concept verder vorm te geven en reproduceerbaarheid te garanderen zijn de zogenaamde datasets geïntroduceerd en is de modelinvoer losgekoppeld van het rekennetwerk. De modelschematisatie met bijbehorende parameters wordt met GIS kaarten gedefinieerd in de eerste dataset. Het rekennetwerk wordt in de tweede dataset gedefinieerd. De twee komen samen in de derde dataset waar ze samen het model vormen. Alle datasets grijpen terug op de databank met GIS kaarten. De complete invoer voor een regionaal model kan direct overgenomen worden in een detail studie en vice versa: regionale modellen kunnen eenvoudig bijgewerkt worden als na een detailstudie meer of betere gegevens beschikbaar komen
9 Het modelinstrumentarium garandeert de reproduceerbaarheid van modelresultaten en voldoet aan de Good Modelling Practice standaard Om kwaliteitsborging en reproduceerbaarheid te kunnen garanderen moeten ook de relaties en afhankelijkheden tussen datasets en parameters duidelijk omschreven zijn. Automatische validatie van de modelinvoer (vóórdat een berekening uitgevoerd wordt) is een vereiste om aan de kwaliteitseisen te kunnen voldoen. Afwegingen en beslissingen die een modelleur maakt ten aanzien van de modelschematisatie en bewerking van invoergegevens worden in een logboek in de modelomgeving vastgelegd. Relatie met de fysische werkelijkheid Binnen het hiervoor beschreven concept past ook de definitie van parameters zelf. Iedere parameter wordt gedefinieerd op basis van de werkelijke fysische eigenschappen. Ook tijdens en na de ijking van een model behouden de ijkingparameters altijd een ondubbelzinnige relatie met de werkelijkheid. Zo kunnen de ijkingresultaten gebruikt worden voor een ander model of voor een andere toepassing. Modelcodes Een belangrijk uitgangspunt is om zoveel mogelijk gebruik te maken van modelcodes die beschikbaar zijn. Met andere woorden: alleen iets ontwikkelen als het niet beschikbaar is en/of onvoldoende is om de vraag te beantwoorden. In begin jaren 80 stond het modelleren van het watersysteem nog in de kinderschoenen. Het is in deze periode geweest dat Royal Haskoning zelf en samen met verschillende instituten de eerste versies van verschillende modellen heeft ontwikkeld. Deze modellen worden nu nog steeds onderhouden en verder ontwikkeld en zijn in de loop van de jaren aangevuld met programmacodes van derden. Voor verschillende hydrologische vraagstukken is een groot aantal modelcodes beschikbaar van uiteenlopende complexiteit. Het modelinstrumentarium moet zo flexibel en modulair opgezet zijn dat in principe elke modelcode gebruikt kan worden. Hier moet de balans gezocht worden tussen de wetenschappelijke en pragmatische benadering bij hydrologische vraagstukken. In onze visie is het modelinstrumentarium een werkomgeving waarbinnen het opzetten, toepassen en verwerken van verschillende modellen en effectmodellen op een gebruiksvriendelijke manier plaatsvindt. Gebruiksvriendelijkheid heeft in deze context een brede betekenis, namelijk: - Intuïtieve gebruikersinterface - Transparant en gestructureerd databeheer - Flexibel en modulair van opzet ten aanzien van data en modellen De visie die wij hebben is vertaald naar een modelinstrumentarium dat in de volgende hoofdstukken nader is uitgewerkt
10 3 HET MODELINSTRUMENTARIUM 3.1 Inleiding In 2006 is gestart met de ontwikkeling van een vernieuwde versie van onze huidige modelomgeving. De modelomgeving wordt vernieuwd omdat de te beantwoorden vragen veranderen en de eisen die dit stelt aan het modelinstrumentarium. De vernieuwingen zijn onder andere ingegeven vanuit specifieke vragen vanuit diverse waterbeheerders. Zo is steeds vaker een integrale aanpak (gekoppelde modellen) belangrijk om de werking van het watersysteem te begrijpen. Het modelinstrumentarium combineert databeheer, aansturing van modellen en visualisatie binnen één werkomgeving voor het modelleren van het hele watersysteem. Het modelinstrumentarium maakt het mogelijk om het hele watersysteem geïntegreerd dan wel als afzonderlijke onderdelen voor oppervlaktewater, onverzadigde zone, ondiep grondwater (drainage & infiltratie) en diep grondwater te simuleren. Naast simulatie van kwantiteit is het opzetten en aansturen van effectmodellen onderdeel van het instrumentarium. De modulaire opbouw en open structuur van het systeem verzekerd de vrijheid in de keuze van de modellen en de manier om simulaties uit te voeren: - Keuze voor eenvoudige tot geavanceerde rekenkernen Zo kan bijvoorbeeld voor de simulatie van oppervlaktewaterstroming gekozen worden uit een eenvoudige benadering met bakjes tot een geavanceerde benadering met SOBEK-CF. - Keuze uit verschillende rekenkernen of modelcodes De open en modulaire opbouw maakt het mogelijk om met het systeem vrijwel elke rekenkern of modelcode aan te sturen. Het betreft rekenkernen door anderen of door onszelf ontwikkeld. Zoals SOBEK, MODFLOW, FLUZO en (meta)swap. Maar ook analytische codes of andere rekenprogramma s, bijvoorbeeld voor tijdreeksanalyses (Menyanthes) of neurale netwerken. - Keuze voor eenvoudige tot geavanceerde manieren om modellen te koppelen Mogelijkheden om modellen te koppelen varieert van een koppeling op afstand tot volledig geïntegreerde modelberekeningen. Wij werken al jaren samen met diverse instituten, zoals het WL Delft, om de koppelingen steeds beter te maken. De samen met het WL Delft ontwikkelde koppelingstechniek (o.a. OpenMI) is niet afhankelijk van het gebruikte rekennetwerk of rekenkern en is daardoor voor vrijwel elke simulatiecode toepasbaar te maken. - Keuze voor verschillende effectmodellen De open en modulaire opbouw maakt het mogelijk om met het systeem vrijwel elk effectmodel op te nemen in het modelinstrumentarium. Het betreft modellen voor modellering van waterkwaliteit, vegetatievoorspelling (DURAVEG, NATLES), zetting, landbouwschade (o.a. BODEP), enz., maar post-processing tools om modelresultaten geschikt te maken als invoer voor externe programma s zoals GxG- en kwel-kaarten voor Waternood
11 Waarom aansturing SOBEK en andere modellen De diverse modellen die kunnen worden aangestuurd vanuit het modelinstrumentarium beschikken over voldoende functionaliteit om het model aan te sturen. Waarom dan toch de aansturing regelen binnen één modelomgeving? - Door alle modellen binnen één omgeving op te zetten is de koppeling van modellen en de onderlinge consistentie van overeenkomstige parameters. - Voor een aantal modellen ontbreekt de pre-processing of is deze beperkt. SOBEK bijvoorbeeld heeft mogelijkheden voor het aanmaken van een model. Dit is echter bewerkelijk en arbeidsintensief. Het modelinstrumentarium maakt het mogelijk om o.a. legger gegevens direct te vertalen naar een SOBEK model. - Een aantal modellen ontbeert de mogelijkheden om resultaten makkelijk inzichtelijk te maken als kaarten, grafieken etc. Ook voor deze zaken vult het modelinstrumentarium dergelijke modellen aan. Het modelinstrumentarium neemt dus de aansturing van modellen volledig of ten dele op zich. We houden ons aan de standaard bestandsformaten van de modellen. Een SOBEK model kan dus altijd nog worden bewerkt in NETTER. De modulaire opbouw zorgt ervoor dat het instrumentarium op ieder moment eenvoudig kan worden uitgebreid door toevoeging van de gewenste module. Het betreft uitbreiding met een standaard module of een op maat ontwikkelde module die geheel tegemoet komt aan de wensen van de hydroloog. De ruime keuze mogelijkheden stellen hoge eisen aan databeheer en aansturing van de programma s. Al bij de eerste versie van de modelomgeving medio jaren 90 zijn diverse technieken ontwikkeld om het databeheer, reproduceerbaarheid en consistentie binnen een modelproject te garanderen. Alom geprezen is bijvoorbeeld de introductie van scenariomanagement. Verder maakt de overzichtelijke dataopslag het mogelijk in één oogopslag te zien hoe ver de modellering is gevorderd. Ook is onmiddellijk te zien of datasets en/of parameters geactualiseerd zijn (bijvoorbeeld een aangepast waterpeil of een nieuw rekennetwerk). Ondanks de complexiteit van databeheer en aansturing van de verschillende modellen is de user interface zeer overzichtelijk en gebruiksvriendelijk. Onze ervaring is dat de gemiddelde gebruiker binnen enkele dagen bekend is met de werkmethode en zelfstandig een modelproject kan uitvoeren. Een belangrijke reden hiervoor is dat de gebruiker als vanzelf van modelschematisatie, parameterdefinitie (op basis van fysische kenmerken), runnen van het model en visualiseren van resultaten wordt geleid. Met andere woorden de werkomgeving is zodanig opgezet dat als vanzelf wordt voldaan aan Good Modelling Practice In de volgende paragrafen volgt een verdere uitleg van de algemene werking van het instrument in termen van databeheer en datastromen. Daarna zal voor afzonderlijke modelstappen een uitleg volgen van de aanpak en de onderliggende architectuur. Dit hoofdstuk heeft als doel te laten zien hoe met het modelinstrumentarium een modellering uitgevoerd wordt
12 3.2 Datastructuur en datastromen Het modelinstrumentarium bestaat uit twee onderdelen die nauw met elkaar zijn verbonden. Het eerste is de dataomgeving. Het tweede is de modelomgeving. In onderstaand figuur is schematisch het modelinstrumentarium weergegeven. De pijlen geven de richting van datastromen weer Dataomgeving Een aanzienlijk deel van de tijd bij het opzetten van een model gaat verloren aan het verzamelen van de juiste gegevens. Dit heeft natuurlijk diverse oorzaken. Een belangrijke is dat de gegevens op veel verschillende plekken binnen en buiten het waterschap staat. Een tweede oorzaak is dat het voor de aanleverende instantie (bijv. GIS afdeling) vaak niet duidelijk is welk informatie precies aangeleverd moet worden. De dataomgeving neemt deze zorg (tijdverlies en ergernis) uit handen. Binnen de metadatabank worden eenmalig de verschillende bronnen van data binnen en buiten de - 8 -
13 organisatie gedefinieerd. De metadatabank zelf bevat dus in principe geen fysieke data. De data is direct te bekijken met een bijgeleverde viewer of desgewenst ArcGIS of ander systeem. De metadatabank bevat overigens ook de resultaten van eerdere modellen. Dit is handig voor het opzetten van nieuwe modellen (randvoorwaarde) en om een overzicht te houden waar modellen en bijbehorende resultaten beschikbaar zijn binnen het beheersgebied Modelomgeving De modelomgeving is ontworpen om moeiteloos en gestructureerd modellen op te zetten, te koppelen, te calibreren, scenario- en effectberekeningen uit te voeren. Dit alles in een omgeving waarbij op ieder moment de basisdata, invoergegevens en modelresultaten gevisualiseerd en bewerkt kunnen worden. De datastromen binnen het systeem is vraaggestuurd. Dat werk zo. Afhankelijk van de modelkeuze, rekenkern dan wel effectmodel moeten diverse parameters worden ingevuld. Voor model 1 is bijvoorbeeld een maaiveld nodig. Het instrumentarium controleert eerst de beschikbaarheid in de databank met modelgegevens. Is dit niet het geval dan wordt het maaiveld opgehaald via de metadatabank. Het voordeel is dus dat het instrumentarium ervoor zorgt dat én de data niet twee keer hoeft te worden opgevraagd én dat de beide modellen van dezelfde invoer gebruik maken. Dit aspect verhoogd de reproduceerbaarheid en is van belang indien modellen gekoppeld worden of bij een scenario. Binnen een scenario worden alleen de voor het scenario gewijzigde parameter gebruikt en/of aangepast. Dit kan overigens ook een klimaatscenario zijn die al is vastgelegd en dus afkomstig uit de metadatabank. Voor de diverse situaties gelden dus net weer andere beslisregels ten aanzien van datastromen, dit is de volgende paragrafen nader uitgewerkt. De voor- en nabewerking, presentatie en visualisatie vindt plaats binnen of buiten het modelinstrumentarium. Het modelinstrumentarium wordt geleverd met een presentatiemodule waarmee bewerkingen en visualisatie van invoer en uitvoer op verschillende manieren mogelijk is (zie hoofdstuk 4). Het is ook mogelijk om binnen het modelinstrumentarium hiervoor de bij de modelcodes geleverde visualisatie en bewerkingsprogramma s aan te roepen en te gebruiken (bijvoorbeeld NETTER voor SOBEK of ArcGIS). Het gebruik van deze programma s sluit naadloos aan bij het modelinstrumentarium. De modelleur heeft de altijd de vrije keuze. De modelresultaten dienen vaak ook weer als invoer voor externe programma s. Bijvoorbeeld effectmodellen die niet zijn ondergebracht binnen het modelinstrumentarium. Door het onderbrengen van modules voor nabewerking binnen de interface kunnen de resultaten ook voor andere programma s beschikbaar worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de GxG bepaling voor Waternood. Een belangrijke traject binnen de datastromen is van de modelresultaten terug naar de metadatabank. Het betreft modelresultaten die na nabewerking beschikbaar zijn gemaakt als basisdata. Denk bijvoorbeeld aan een kaart met GxG of ontwateringsdiepte. Deze resultaten zijn dan via het intranet direct beschikbaar voor intern gebruik, maar kunnen ook weer als randvoorwaarde dienen voor nieuwe modellen
14 3.3 Dataomgeving Algemeen De dataomgeving verzorgt de datastroom vanuit de verschillende bronnen binnen én buiten de organisatie. Het betreft data dat nog geen relatie heeft met modellen maar wel daarvoor nodig is. De data mag ieder gewenst formaat hebben, o.a. shape format, grids, ASCII, Acces-databases, ORACLE, etc. Zie voor meer informatie, technische achtergrond in de volgende paragraaf. Het betreft 3 typen data: - Basisdata (o.a. legger, metingen, ) - Geïnterpreteerde data (o.a. verbreiding weerstandslaag, ) - Modelresultaten (o.a. berekende -peilen, -fluxen, -grondwaterstanden, ) Basisdata zijn gegevens zoals profielen waterlopen, boorstaten, metingen van waterstanden, maalgegevens etc. Dit zijn gegevens die ofwel intern worden gevalideerd en opgeslagen ofwel extern worden beheerd, bijvoorbeeld TNO voor DINO. Basisdata betreft ook schematisatie van bestaande modellen. Denk aan de bestaande modellen gemaakt in MODFLOW (of binnen MIPWA). Geïnterpreteerde data heeft betrekking op gegevens waarover een interpretatieslag heen is gegaan. Een voorbeeld is de weerstand en verbreiding van een weerstandslaag. De basis voor een dergelijke kaart zijn boringen. Een vlakdekkende verbreiding is een interpretatie hiervan. Resultaten van verschillende modelstudies kunnen ook worden opgenomen. Dit dient meerdere doelen. Ten eerste zijn de gegevens via het intranet toegankelijk ook voor niet-modelleurs. Ten tweede kunnen de (niet-)modelleurs direct gebruik maken van reeds uitgevoerde modelberekeningen. Tot slot vormen de modelresultaten de basis voor nieuwe berekeningen. Bijvoorbeeld de in een eerdere modellering berekende kwel/wegzijging met een regionaal grondwatermodel dient dan weer als randvoorwaarde voor een nieuw oppervlaktewatermodel
15 De aansturing van de metadatabank verloopt via een webapplicatie. De applicatie draait ofwel via het intranet ofwel op de lokale PC s. Om optimaal gebruik te maken van de dataomgeving is het raadzaam het systeem via het intranet te laten draaien. Hierdoor is het voor iedereen (of alleen daartoe gerechtigde personen) mogelijk de databank in te kijken. De voordelen van de dataomgeving zijn evident: - Data verzameling vindt maar één keer plaats. Als de link eenmaal zijn gelegd is de databank eenvoudig up-to-date te houden - De gegevens zijn voor iedereen en vanaf elke werkplek toegankelijk (alleen intranet) - Altijd een overzicht van het beheersgebied qua modellen - Modelresultaten zijn direct in kaartvorm zichtbaar te maken voor intern gebruik - Data op de verschillende plekken kunnen binnen de organisatie blijven staan en beheerd door de verschillende afdelingen en personen Ten aanzien van het laatste punt. De data hoeft niet allemaal fysiek ergens op een server te staan. Afzonderlijke componenten in deze database kunnen op verschillende computers in een verschillend formaat opgeslagen zijn, zoals INTWIS (IRIS), Oracle Spatial, Smallworld, ArcGIS of als losse shapefiles, database files of spreadsheets. Door middel van meta-informatie wordt vastgelegd welke informatie waar te vinden is en in welk formaat. Aan het zoeken, visualiseren en selecteren van informatie uit deze database liggen vaak spatial queries ten grondslag die in essentie ook GIS bewerkingen zijn. Voor gegevens van binnen de organisatie is dit aan te raden. Voor informatie van buiten de organisatie is het te overwegen de data op de lokale server op te slaan Technische achtergrond dataomgeving Door de snelle ontwikkelingen op GIS gebied is niet alleen de GIS software zelf, maar ook het formaat van de databestanden aan verandering onderhevig. Bovendien is de Application Programming Interface (API) van de GIS programmatuur van bijvoorbeeld markleider ESRI in afgelopen 25 jaar regelmatig gewijzigd (Arc SML, Avenue, VBA). Om niet afhankelijk te zijn van veranderende software van derden ten aanzien van de aansturing van het modelinstrumentarium hebben wij al in de jaren 90 besloten de aansturing van modellen niet langer vanuit een commercieel GIS pakket te realiseren. Wij hebben een eigen modelomgeving ontwikkeld die open en modulair is opgezet en met vrijwel alle grote GIS-systemen kan communiceren Specificaties Het modelinstrumentarium volgt de specificaties van het Open Gis Consortium gebruik makend van de Open Source Geospatial Data Abstraction Library (GDAL). Dit betekent dat het instrumentarium met vrijwel alle bekende GIS bestanden overweg kan en de aansluiting vindt bij bestaande standaarden (KRW-geoformats, Aquo, INTWIS, IRIS). Ook worden alle grote database systemen (Oracle, MySQL, Access, Excel) ondersteund zodat basisinformatie uit vrijwel elke gestructureerde database, spreadsheet of tekstbestand geïmporteerd kan worden in de database
16 Opslagformaat De gegevens worden in tabelvorm (boorgegevens, neerslag cijfers, grondwaterstanden) en kaartvorm (bodemkaart, AHN, monitoringslocaties, waterlopen) opgeslagen. Het verdient de voorkeur de basiskaarten op te slaan in vector formaat en niet te vergridden omdat dan informatie verloren gaat die in een later stadium nodig kan zijn (bij een detailstudie bijvoorbeeld). Informatie die in rasterformaat beschikbaar is (AHN) wordt wel als rasterbestand opgeslagen. Visualisatie Om de geo-informatie te kunnen visualiseren zou een product als bijvoorbeeld ArcGIS, ArcSDE en ArcIMS gebruikt kunnen worden. Een door ons gepropageerd alternatief echter, is aansluiting te zoeken bij het programma Open Standaarden en Open Source Software voor de overheid (OSSOS) en te kiezen voor Mapserver en MySQL. Hierdoor wordt bijgedragen aan het verhogen van de kwaliteit van overheidsinformatiesystemen op het gebied van de toegankelijkheid van informatie, transparantie van handelen, veiligheid en toekomstvastheid. Kostenbesparing en productonafhankelijkheid spelen hierbij zeker ook een rol
17 3.4 Modelomgeving Algemeen De modelomgeving draagt zorg voor een gebruiksvriendelijke en gestructureerde manier van modelleren. Wat geldt voor het hele instrumentarium geldt voor de modelomgeving in het bijzonder. De modelomgeving combineert databeheer, aansturing van modellen en visualisatie in één omgeving. De verschillende mogelijkheden van de modelomgeving wordt in deze en navolgende paragrafen uitgelegd. Als eerste volgt een uitleg voor het opzetten van een model en dient tevens als kapstok voor de uitleg over het gebruik van datasets en waar welke data wordt opgeslagen. In de paragraaf erna wordt wat dieper ingegaan op de wijze waarop de modelomgeving ervoor zorg draagt dat modellen consistent worden opgezet (zeer belangrijk bij gekoppelde modellen) en dat resultaten reproduceerbaar zijn Technische achtergrond Het computer programma voor de aansturing van het modelleringsproces (de schil ) moet aan een groot aantal eisen voldoen. Gebruikersvriendelijkheid, open, modulaire structuur en flexibiliteit zijn in deze context al eerder genoemd. Veruit de meeste in Nederland gebruikte modelcodes werken onder het besturingssysteem Windows. Om gemakkelijk aan te kunnen sluiten bij bestaande programma s is de schil ook een Windows applicatie. De applicatie zelf is geprogrammeerd in C++ en C# en draait onder het.net Framework wat voor alle Windows versies vanaf Windows 98 gratis leverbaar is. Koppelingen met databanken en het Internet worden met ADO.NET en ASP.NET gerealiseerd Databank modelgegevens (Catalog) en preprocessing De informatie die nodig is als modelinvoer wordt uit de metadatabank opgehaald en vervolgens in een standaard formaat opgeslagen in de databank modelgegevens. De informatie die in de databank modelgegevens opgeslagen is kan in principe met elke willekeurige GIS software gevisualiseerd worden. Om onafhankelijk te kunnen zijn van bepaalde GIS programmatuur bevat het modelinstrumentarium een ingebouwde functionaliteit die aangewend kan worden voor visualisatie en bewerkingen van zowel geografische informatie als tijdreeksen en het koppelen van deze informatie aan het rekennetwerk. De modelleur kan gebruik maken van deze standaard functionaliteit of hier een extern programma (zoals ArcGIS) voor inzetten. Desgewenst kunnen de invoerbestanden voor modelcodes met speciale software (zoals Netter of GMS) bewerkt worden. Het toekennen van parameterwaarden aan rekennetwerken wordt binnen de modelleeromgeving gerealiseerd door middel van een allocatie stap. Onder allocatie wordt hier verstaan een ruimtelijke interpolatie of opschaling. Deze toekenning kan rechtstreeks zijn, of door middel van interpolatie, formules, expressies of scripts. De open, modulaire structuur biedt de mogelijkheid allocatietechnieken te ontwikkelen voor speciale doeleinden of externe programmatuur te gebruiken. De laatste stap in de preprocessing is het genereren van invoerbestanden voor de rekenkernen. Het aanmaken van de invoerbestanden wordt door het
18 modelinstrumentarium verzorgd. De modelleur kan altijd in dit proces ingrijpen en de invoerbestanden handmatig bewerken alvorens de berekeningen te starten Opzetten van een model en simulatierun Eerder is al aangegeven dat het modelinstrumentarium vraaggestuurd werkt. De eerste vraag die gesteld moet worden is wat het gewenste eindresultaat dient te zijn. Naarmate namelijk de dataomgeving verder gevuld wordt met data en modelresultaten zal het vaker voorkomen dat het niet nodig is een model te maken. In die gevallen kan direct begonnen worden met bijvoorbeeld het opzetten van een effectmodel. Dataomgeving Metadatabank basisgegevens Modelomgeving Databank modelgegevens Kies modeltype: - Oppervlaktewater - Onverzadigde zone - Ondiep grondwater - Diep grondwater - Gekoppeld rekenen - Effectmodel Model 1 Modelschematisatie Rekennetwerk Berekening
19 Om het proces van modelopzet tot simulatierun te illustreren gaan we eerst uit van het opzetten van een model. We gaan eerst uit van gebruik van één rekenkern. Het is bedoeld om te laten zien hoe het opzetten van een model in zijn werk gaat. Een modellering start met de keuze welk onderdeel van het watersysteem gemodelleerd gaat worden. Naast de keuze voor een onderdeel van het watersysteem kan ook gekozen worden voor een effectmodel of gekoppelde berekening. Hierover later meer. De keuze is bijvoorbeeld voor de oppervlaktewatermodel. De gebruiker krijgt vervolgens de keuze uit enkele beschikbare rekenkernen en kiest bijvoorbeeld SOBEK. De modelomgeving genereert vervolgens de bijbehorende datasets. In dit geval is dat een dataset voor de modelschematisatie, rekennetwerk en het model. De gebruiker kiest binnen de dataset rekennetwerk voor de omtrek van het te modelleren gebied. Verder dient de gebruiker nader de schematisatie aan te geven. Dit is van belang voor het aanmaken van de juiste parameters. Op basis van de gekozen rekenkern en aanvullende gegevens genereert het programma volledig automatisch de benodigde parameters. De parameters worden gedefinieerd met GISkaarten of andere basisdata en bevinden zich of worden aangemaakt in de databank modelgegevens. De parameters zijn dus onafhankelijk van het rekennetwerk. Dit heeft als voordeel dat de keuze voor detailniveau vrij is en op ieder moment kan worden aangepast
20 Het definiëren van de bijbehorende gegevens is vraaggestuurd. Het programma controleert eerst de beschikbaarheid in de databank met modelgegevens. Is dit niet het geval dan worden de gegevens opgehaald via de metadatabank. Mocht om wat voor reden dan ook geen gegevens beschikbaar te maken zijn via deze weg dan staat het de gebruiker vrij zelf de gegevens toe te voegen. Het is ook mogelijk dat een parameter gedefinieerd wordt op basis van andere parameters. Denk aan toekennen van een drainageweerstand op basis van de formule van Bruggeman (slootafstand, bodemweerstand, waterpeil, etc). De modelomgeving biedt deze mogelijkheid. Evenals het toepassen van expressies waarmee, zoals in excel, voor het aanmaken en wijzigen van parameters. Binnen de dataset rekennetwerk hoeft de gebruiker alleen het detailniveau van het model te definiëren. Het programma weet op basis van de gekozen rekencode welk type rekennetwerk moet worden aangemaakt. Bijvoorbeeld een eindige differentie netwerk of eindige elementen. Voor een oppervlaktewatermodel worden verder nog de ligging van de waterlopen en grote waterpartijen opgenomen en voor een grondwatermodel komen daar de onttrekkingen etc. bij. Binnen de dataset model worden de GIS kaarten en andere gegevens met behulp van een door de gebruiker gedefinieerde allocator (interpolatietechniek) toegekend aan het rekengrid. Er is een hele reeks van interpolatietechnieken beschikbaar. Voor allocatie in de ruimte o.a. lineair, TIN, InvDist, Kriging, etc. Ook is het mogelijk direct de interpolatietechnieken van SURFER aan te roepen. Verder kan elke parameter zowel als vaste waarde in de tijd (bijvoorbeeld een maaiveld) of tijdsafhankelijk (bijvoorbeeld een neerslagreeks) worden gedefinieerd. De interpolatie in de tijd kan op verschillende manieren: verandering van parameterwaarde op tijdstippen opgegeven door de gebruiker, automatisch geïnterpoleerd over de rekenperiode als intensiteiten (typisch voor fluxen) of automatisch geïnterpoleerd als gemiddelden (typisch voor waterstanden). Dit is mogelijk voor iedere parameter en kan worden gebruikt om de toename infiltratieweerstand van een sloot te simuleren. Na allocatie van de parameters is het model gereed voor de eerste simulatie. De invoerbestanden worden gegenereerd in de standaard formaten voor specifieke rekenkern en indien gewenst vindt een controle van de modelinvoer plaats. Na de simulatie run zijn de modelresultaten direct te visualiseren en beschikbaar voor verdere verwerking Validatie, controle en reproduceerbaarheid resultaten Een modellering wordt opgezet als een zogenaamd 'project'. Binnen een project worden modellen (rekencode) gedefinieerd waarvoor zogenaamde datasets worden aangemaakt (met eigen directory), die elk hun eigen plaats binnen de projectstructuur hebben. Elke dataset kent daarbij zo zijn eigen invoerbestanden en afhankelijkheden. De relatie tussen alle data wordt real-time bijgehouden en vastgelegd bij het model. De status van datasets en parameters worden visueel weergegeven (zie tabel voor uitleg). Dat zorgt ervoor dat in één oogopslag duidelijk is of datasets geactualiseerd moeten worden omdat onderliggende informatie veranderd is (bijvoorbeeld een aangepaste
21 parameterkaart of een nieuw rekennetwerk waardoor een parameter opnieuw geallokeerd moet worden). Het voorgaande controleert het model in termen van data. Veel modelfouten treden op omdat aangeleverde parameterkaarten fouten bevatten. Denk bijvoorbeeld aan een stuwhoogte die ligt onder de slootbodem. Het is vaak lastig en in ieder geval vervelend om dergelijke fouten pas na het runnen van een simulatie te vinden. Er is daarom een analyzer ingebouwd die dergelijke controles uitvoert en de invoergegevens voor de diverse modellen valideert Scenariomanagement Veelal wordt een model toegepast om het effect van aanpassingen op het watersysteem te voorspellen. Deze aanpassingen betreffen over het algemeen slechts enkele parameters (zoals een ander onttrekkingsdebiet of nieuwe waterpeilen). Om reproduceerbaarheid van de resultaten te garanderen is het zogenaamde scenariomanagement geïntroduceerd. Bij een nieuw scenario maakt de modelomgeving een dataset aan waarbij alleen de veranderende parameters gedefinieerd worden (gearceerd weergegeven). Dat is dus hetzelfde als voor de in de hiervoor beschreven paragraaf voor calibratie. De parameters die ongewijzigd blijven, worden automatisch aangeroepen vanuit de definitieve versie van het (gecalibreerde) model evenals het rekennetwerk. De gewijzigde parameters zijn ook de enige parameters die daadwerkelijk in de scenario dataset aanwezig zijn. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk welke parameters gewijzigd zijn. Voordeel is : - Dat het gecalibreerde model intact blijft en er geen kopie van het model wordt gemaakt. Dit garandeert de reproduceerbaarheid van de berekeningsresultaten. - Zeer snel een klimaatscenario kan worden gedraaid (betreft slechts een enkele parameter) - Zeer snel inzicht in mogelijke ingrepen zichtbaar worden gemaakt. Indien na verloop van tijd nieuwe inzichten aanleiding is om het gecalibreerde model te wijzigen is een druk op de knop genoeg om voor alle scenario s nieuwe modelresultaten te genereren
22 3.4.7 Koppelen van modellen De modulaire opbouw en open structuur zorgt ervoor dat een koppeling van verschillende modellen binnen de modelomgeving eenvoudig is te realiseren. Zo is bijvoorbeeld de interactie tussen grondwater en individuele waterlopen (gedefinieerd als lijnelementen en onafhankelijk van het rekengrid) eenvoudig te koppelen aan de waterlopen van een oppervlaktewatermodel. Een koppeling is altijd gedefinieerd met basiskaarten (conceptueel) en werkt dus voor iedere numerieke discretisatie. Koppelen van modellen vindt plaats via een eenvoudige wizard. Er kan gekozen worden op welke wijze modellen aan elkaar worden gekoppeld: offline (sequentieel), online of online volgens OpenMI. Meer hierover in hoofdstuk 5. In termen van databeheer zorgt de modelomgeving ervoor dat parametergegevens die voor de gekoppelde modellen van belang zijn kunnen worden gedeeld. Neem als voorbeeld een parameter waarmee de diepte van de sloot wordt gedefinieerd. Het systeem zorgt ervoor dat als de diepte van een sloot in model 1 al is gedefinieerd deze kan automatisch worden gebruikt als diepte sloot voor model 2. De gegevens voor de diepte van de sloot worden dan gedeeld in de databank modelgegevens. Voordeel van deze aanpak is: - De te koppelen modellen komen altijd goed overeen - De modelomgeving neemt de modelleur een flink deel denkwerk ten aanzien van gekoppelde modellen uit handen - Als gekoppeld wordt met een bestaand model (binnen of buiten de modelomgeving) is via simpele koppeltabellen een koppeling te realiseren
23 3.4.8 Effectmodellen Met effectmodellen worden een scala aan modellen bedoeld. In feite zijn effectmodellen programma s die als invoer modelresultaten (meestal stromingsmodellen) nodig hebben en waarvoor een aantal nieuwe parameters gedefinieerd moeten worden. Onder effectmodellen wordt verstaan waterkwaliteitsmodellen, waternood, zetting, ecologie, landbouw, etc. Er zijn twee manieren om een effectmodel op te zetten. Eén manier is binnen een modelproject waarvan direct modelresultaten worden onttrokken. In onderstaande schema laat zien hoe dit werkt. Bij een nieuw effectmodel maakt de modelomgeving een dataset aan waarbij op basis van het gekozen effectmodel parameters gedefinieerd worden (gearceerd weergegeven). De parameters die overeenkomen met het model (hier model 1) worden automatisch aangeroepen vanuit dataset van dat model. Hetzelfde geldt voor het rekennetwerk (gestreepte omlijning dataset). Dataomgeving Metadatabank basisgegevens Modelomgeving Databank modelgegevens Kies modeltype: - Oppervlaktewater - Onverzadigde zone - Ondiep grondwater - Diep grondwater - Effectmodel - Gekoppeld model Model 1 Effectmodel 1a Rekennetwerk Modelschematisatie Rekennetwerk Modelschematisatie Model (Parameters gelinkt aan rekennetwerk) Model (Parameters gelinkt aan rekennetwerk) Kies modeltype: - Oppervlaktewater - Onverzadigde zone - Ondiep grondwater - Diep grondwater - Effectmodel - Gekoppeld model Effectmodel 1b Rekennetwerk Modelschematisatie Effectmodel (Parameters gelinkt aan rekennetwerk)
24 Het is echter ook mogelijk om een effectmodel te maken op basis van modelresultaten en/of informatie voorhanden in de metadatabank. Denk aan modelresultaten van eerdere modellen. In het schema is dit weergegeven als effectmodel 1b. In principe werkt dit hetzelfde zoals beschreven voor effectmodel 1a. Het verschil is dat voor dit model een rekennetwerk en dataset voor de modelschematisatie moet worden gevuld met informatie. De voordelen zijn: - Effectmodel kan op een andere schaal worden toegepast dan het model waarvan het zijn invoer krijgt aangereikt. Dit kan handig zijn voor bijvoorbeeld ecologische modellen waarbij het maaiveld een zeer belangrijke rol speelt - Indien na verloop van tijd nieuwe inzichten aanleiding is om het model (model 1) te wijzigen is een druk op de knop genoeg om nieuwe modelresultaten te genereren voor het effectmodel. - De hier gepresenteerde methodiek maakt het mogelijk vrijwel ieder effectmodel aan te sturen vanuit de modelomgeving - Effectmodel: Vegetatievoorspelling en toetsing DURAVEG Duraveg bepaalt welk type vegetatie het meest waarschijnlijk is bij het berekende. Per gebied kan getoetst worden op een aantal reeksen en iedere reeks kan uit één of een combinatie van vegetatietypen bestaan. Op deze manier krijgt men in één oogopslag een beeld van de haalbaarheid van de gewenste vegetatietypen. Voordeel van het gebruik ten opzichte van WaterNOOD is dat getoetst wordt in volgorde van meest kritische vegetatietype naar minst kritische. Het eindresultaat van een Duraveg-berekening is een kaart met voor ieder gebied waar een reeks is opgegeven, het meest geschikte vegetatietype uit die reeks. De module is succesvol toegepast als alternatief voor WaterNOOD voor het gebeid van Naardermeer en omgeving voor Waternet
25 4 VISUALISATIE, GIS EN PRE- EN POSTPROCESSING 4.1 Postprocessing Na het voltooien van de berekening worden de berekeningsresultaten geconverteerd naar de TRIWACO standaard bestandsformaat voor verder verwerking en visualisatie. De standaard visualisatiemodule biedt een uitgebreid pakket aan mogelijkheden (o.a. gebiedsdekkende weergave en animaties van parameterwaarden, thematische classificaties, isolijnen, tijdseries, dwarsdoorsneden en stroombanen). De visualisaties kunnen als GIS bestand of animatiefilmpje bewaard worden. Omdat de modeluitvoer in standaard GIS formaat beschikbaar te maken is kan uiteraard desgewenst een extern programma, zoals ArcGIS, gebruikt worden voor visualisatie. Er is een groot aantal nabewerkingprogramma s beschikbaar dat direct aan de modeluitvoer gekoppeld kan worden, bijvoorbeeld Waternood, Duraveg, Bodep, Animo en MT3D. Ook kunnen water- en stofbalansen per modelcode opgesteld worden. 4.2 Visualisatie, presentatie van parameters en resultaten TRIPLOT is de module voor de presentatie en visualisatie van zowel invoergegevens als resultaten van modelberekeningen. Daarnaast biedt TRIPLOT de mogelijkheid bewerkingen op de ingelezen parameters uit te voeren en de resultaten van deze bewerkingen op te slaan in TRIWACO parameterbestanden of te exporteren naar een GIS (ArcView/GIS) of ander formaat. Het is ook mogelijk om binnen TRIPLOT voor grondwatermodellen interactief stroombaanberekeningen uit te voeren waarbij de resultaten direct zichtbaar zijn
26 Visualisatie van resultaten en parameters TRIPLOT biedt diverse mogelijkheden om de ingelezen parameters te visualiseren. Met behulp van een klasse-indeling of door het tekenen (en inkleuren) van contourlijnen kan de verdeling van de parameters zichtbaar gemaakt worden, waarbij ook de mogelijkheid bestaat, door schaduwwerking, reliëf weer te geven. Individuele knoop/celwaarden kunnen worden opgeroepen met de "inspector" of kunnen als label bij de knooppunten zichtbaar gemaakt worden. Verwerken en weergeven van resultaten Parameters en modelresultaten worden bewerkt met behulp van expressies. Zo kan eenvoudig de verandering van een uitgangssituatie worden vergeleken met dat van een scenarioberekening. Ook kan met een druk op de knop bijvoorbeeld de ontwateringsdiepte worden bepaald. Ofwel ieder gewenste vergelijking van datasets, parameters of modelresultaat is mogelijk. Verandering van de grondwaterstand na verhoging van het peil in de sloten. Weergave is tot stand gekomen door modelresultaat van huidige situatie af te trekken van het scenario. Achtergrondkaarten De presentatie en visualisatie wordt compleet met een achtergrondkaart. Desgewenst kunnen GIS-kaarten of de voor de invoer van parameters aangemaakte kaarten als achtergrondkaart worden ingelezen. TRIPLOT ondersteund overigens diverse formats voor het inlezen van achtergrondkaarten (jpg, tiff, gif, bmp, etc.) en het 'komma gescheiden' formaat (csv). Tabellen De waarden van alle in TRIPLOT ingelezen parameters kunnen ook worden getoond in een tabel. De tabel, of een deel ervan, kan eenvoudig gekopieerd worden naar een spreadsheet, zoals Excel. Een dergelijke tabel kan ook worden gegenereerd vanuit een verticale doorsnede. In dat geval worden de parameterwaarden gegeven op regelmatige afstanden langs het profiel. Calibratie resultaten Binnen triwaco is het eenvoudig om berekende met waargenomen stijghoogten of fluxen te vergelijken. Door een bestand aan te maken met meetgegevens vergelijkt triwaco automatisch de modelresultaten en schrijft de afwijkingen naar een uitvoerbestand. Met TRIPLOT kunnen de afwijkingen van de berekende ten opzichte van de gemeten waarden, eventueel per modellaag, ruimtelijk in beeld worden gebracht
27 Weergave resultaten in grafieken Binnen triwaco is het eenvoudig om berekende stijghoogten of fluxen met waarnemingen te vergelijken. De resultaten worden, eventueel per modellaag, ruimtelijk en met tijdserie grafieken gevisualiseerd. Meetgegevens, of het verschil daarmee, kunnen ter vergelijking weergegeven worden (bijvoorbeeld de resultaten van een automatische calibratie). Meetgegevens kunnen direct uit excel worden toegevoegd met een csv bestand. De weergave van tijdseries is volledig aan te passen aan de wensen van de gebruiker. Animatie Het is nu ook mogelijk om animaties van tijdsafhankelijke resultaten, parameters, vectorvelden en nog veel meer te maken. TRIPLOT beschikt over een verschillende geavanceerde opties om ieder gewenste animatie te maken. Bijvoorbeeld kan de inspector worden opgenomen in de animatie. Een animatie kan worden opgeslagen in het standaard avi formaat die kan worden afgespeeld in een powerpoint presentatie of mediaspeler (bekijk animatie). Interactieve stroombaanberekeningen Binnen TRIPLOT kunnen met TRACE interactief stroombaanberekeningen worden uitgevoerd. Stroombanen starten vanuit een willekeurig punt, waterloop, lijn, gebied behoord allemaal tot de mogelijkheden. Het is daarbij ook mogelijk om de stroombanen te laten starten vanuit een willekeurig punt in een verticale doorsnede. Ook kan een snelheidsveld worden berekend en gepresenteerd. Het berekende snelheidsveld kan vervolgens in een apart bestand worden bewaard, waardoor vergelijking tussen verschillende scenarioberekeningen mogelijk is. Bij tijdsafhankelijke berekeningen kan bovendien de verandering van de het stromingsbeeld (snelheidsveld) in de tijd met behulp van een animatie worden gevolgd. 3D weergave op kaarten of helicopterview Opslaan en exporteren van presentaties Presentaties die met TRIPLOT zijn gemaakt kunnen worden bewaard in een apart bestand waarin alle aan te roepen parameters en de gebruikte instellingen worden opgeslagen. Op deze wijze is een presentatie eenvoudig beschikbaar voor later gebruik. Daarnaast kunnen ook resultaten van eventuele bewerkingen op parameters in triwaco parameterbestanden worden opgeslagen. De kaarten uit een presentatie kunnen ook worden geexporteerd naar een GIS (in de vorm van ArcView/GIS shape-files), naar diverse grafische formats (dxf-bestanden of bitmaps) of rechtstreeks naar een printer
28 5 MODELLEN Eerder is al aangegeven dat we als belangrijk uitgangspunt hebben om voor zover mogelijk gebruik te maken van bestaande modelcodes die beschikbaar zijn. Dat wil niet zeggen dat we zelf geen modelcodes (blijven) ontwikkelen. We willen echter voorkomen dat wielen voor de tweede keer worden uitgevonden. Tweede uitgangspunt is dat de te beantwoorden vraag bepaald welke modelcodes geschikt zijn. Het is in veel gevallen namelijk niet nodig de meest geavanceerde modelcodes en/of koppelingen in te zetten als de gestelde vraag met een eenvoudige modelcode kan worden beantwoord. 5.1 Oppervlaktewater Bakjes Oppervlaktewater kan van eenvoudig tot geavanceerd worden gemodelleerd. Een eenvoudige aanpak is op basis van bakjes. Hiervoor zijn verschillende modelcodes in omloop, als afzonderlijke codes of geïntegreerd in andere modellen veelal grondwatermodellen. Wij hebben hiervoor de modules SF (bakjes) en geavanceerd Triflow (o.a. formule van Strickler, stuwen, hellingen, afvoergebieden). In veel gevallen blijkt echter dat de grens van de mogelijkheden, voor een waterschap, snel is bereikt. SOBEK en DUFLOW Gekozen wordt dus veelal voor een geavanceerdere modelcode zoals DUFLOW en SOBEK. Het boezemsysteem is reeds in SOBEK gemodelleerd en het ligt voor de hand de ingeslagen weg te volgen. Ook omdat de verdere ontwikkeling van DUFLOW onzeker is. De mogelijkheden van SOBEK behoeven verder geen nadere uitleg. De aansturing van SOBEK binnen het modelinstrumentarium is met name gericht op onderdelen die minder goed binnen SOBEK zijn geregeld. Bijvoorbeeld om in één keer van basisgegevens uit o.a. legger te komen tot invoer van SOBEK. 5.2 Onverzadigde zone SWAP Het model SWAP behoeft geen verdere introductie. Sinds de jaren 90 is de rekencapaciteit van computers sterk toegenomen. Het gebruik van SWAP op 2D schaal in modellen komt daarmee binnen handbereik. Naast SWAP wordt momenteel door Alterra gewerkt aan metaswap. Dat is een SWAP model waarvoor alle mogelijke combinaties reeds zijn doorgerekend en resultaten uit een database worden opgehaald. Dit product is nog in ontwikkeling en is nog niet beschikbaar. FLUZO De computercapaciteit in de jaren 90 was beperkt. De toepassing van modellen als SWAP (of voorlopers zoals SWATRE) hadden een te hoge rekentijd om een 2D berekening uit te voeren. Om die reden is medio jaren 90 door Royal Haskoning in samenwerking met de Universiteit Wageningen een rekenkern ontwikkeld voor de stroming door de onverzadigde zone FLUZO. De benadering is eenvoudiger maar in de meeste gevallen ruim voldoende. Er zijn minder invoer parameters nodig en de rekentijd is veel korter. Er zijn testberekeningen uitgevoerd waarbij de resultaten zijn vergeleken
29 met o.a. SWAP en gaven zeer vergelijkbare resultaten. De modelcode wordt nog steeds verder ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over de werking van FLUZO kan worden aangeleverd. Voor een korte beschrijving word verwezen naar Neerslag-afvoer, ondiep grondwater In vrijwel alle modellen, van oppervlaktewater (SOBEK-RR en DUFLOW-RAM), onverzadigde zone (SWAP) tot grondwater (FLAIRS en MODFLOW), is het ondiepe grondwater (drainage & infiltratie) belangrijk. De betreffende modellen zijn dan ook allemaal in staat om dit op te lossen. Er is echter wel een belangrijk verschil. Met uitzondering van de grondwatermodellen wordt de afvoer/aanvoer via het drainagesysteem met een analytische vergelijking opgelost. Grondwatermodellen lossen dit systeem numeriek op. Zowel FLAIRS als MODFLOW beschikken over geavanceerde methodes om dit systeem te schematiseren. De numerieke methode is nauwkeuriger in de ruimte. Als de snelle afvoer (dus korter dan 1 dag) van belang is de analytische methode vaak beter. Binnen het modelinstrumentarium kan voor beide worden gekozen. 5.4 Diep grondwater De modellering van het diepe grondwater vindt in Nederland plaats met de modellen FLAIRS (TRIWACO), MODFLOW en MICROFEM. Deze laatste wordt echter nog weinig gebruikt bij waterschappen. Er zijn verschillen en een hoop overeenkomsten tussen de modellen. Het gaat te ver hierover al te diep in te gaan. Het belangrijkste verschil zit in de oplossingstechniek eindige elementen (FLAIRS) versus eindige differentie (MODFLOW)
30 5.5 Zout MODFLOW De laatste versie van MODFLOW is versie MODFLOW-2000/2005. De rekenkern is ontwikkeld door de USGS (geologische dienst van Amerika). Het rekent erg snel maar is vaak minder geschikt om dicht slootpatronen te schematiseren. FLAIRS Deze rekenkern is ontwikkeld door Royal Haskoning. Vanwege de oplossingstechniek rekent het langzamer dan MODFLOW maar is beter in staat om een dicht slotenpatroon te schematiseren. SEAWAT De reden om het model SEAWAT te noemen is dat dit model rekening houdt met de dichtheid van het grondwater en ook met de verandering ervan. De modelcode is een gebaseerd op MODFLOW aangevuld met stoftransport en dichtheidsvergelijking. Dit model alleen toe te passen als veranderingen over een langere periode van belang zijn omdat de rekentijden erg lang zijn. Een geïntegreerde modellering van zout in het hele watersysteem is nog niet beschikbaar. Op dit ogenblik is de uitwerking altijd vraaggestuurd en hoort eigenlijk thuis in het rijtje effectmodellen. Er spelen meestal twee vragen een belangrijke rol in de polder. De eerste is mogelijke zoutbelasting in de wortelzone en de tweede is de zoutbelasting in de sloten. Zout in wortelzone De eerste vraag kan worden opgelost door de bepaling van de neerslaglens op de percelen. Dit is een rekenmethodiek die naar 2D is doorontwikkeld door Royal Haskoning. De tweede mogelijkheid is dit binnen SWAP op te lossen. De eerste oplossing is een goede eerste benadering omdat vaak de zoute kwel beperkt is tot het drainagesysteem en sloten. Is dit niet het geval kan een model als SWAP worden ingezet. Een laatste mogelijkheid is gebruik te maken van een model als SPREAD (zie paragraaf 5.4.1, effectmodellen). Zoutbelasting in sloten De simpelste benadering is uit te gaan van geen verandering van het zoutgehalte in de ondergrond. De zoutbelasting in de sloten kan dan eenvoudig worden berekend door waterbalanstechnieken in te zetten
31 6 KOPPELEN VAN MODELLEN De open structuur maakt een geïntegreerde koppeling tussen modellen eenvoudig. Al sinds medio jaren 90 zijn in diverse studies (o.a waterschappen en provincies) koppelingen tussen modellen gerealiseerd. Onderstaande schema geeft een overzicht van modellen die in het verleden aan elkaar zijn gekoppeld. SF/ TRIFLOW SIMGRO Oppervlaktewater DUFLOW- KW SOBEK-CF Onverzadigde zone..swap TRI-FLUZO SIMGRO DUFLOW- RAM SOBEK-RR Ondiep grondwater..swap MODFLOW TRI-FLAIRS SIMGRO DUFLOW- RAM SOBEK-RR Diep grondwater MODFLOW TRI-FLAIRS SIMGRO Verder zijn er diverse manieren om modellen te koppelen. Van eenvoudig tot geavanceerd. De eenvoudige koppeling is een koppeling op afstand ofwel offline. Waarbij het modelresultaat van model 1 wordt gebruikt als invoer voor model 2. Voordeel is dat de modellen los van elkaar kunnen worden gedraaid. Model 1 Model 2 Een stap geavanceerder is om uitwisseling van data per tijdstap te laten plaatsvinden. Zoals hieronder is weergegeven. Voordeel van deze methode is dat de rekentijd zo groot is als de gekoppelde modellen afzonderlijk rekenen. Nadeel is dat er geen terugkoppeling (iteratie) binnen de tijdstap plaatsvindt. Bij grote tijdstappen kan dit een probleem geven. Model 1 t=n Model 2 t=n Model 1 t=n+1 Model 2 t=n+2 Model 1 t=n+2 Model 2 t=n+2 Royal Haskoning en WL Delft werken samen om de koppelingen efficiënter en flexibeler te maken met behulp van OpenMI. De koppelingen betreffen SOBEK-CF, SOBEK-RR, FLAIRS, FLUZO. OpenMI staat overigens voor Open Model Interface (zie kader)
32 Rekenschema voor geïntegreerde gekoppelde berekening SOBEK-CF, -RR en een grondwatermodel. De berekening verloopt met een volledig gesloten waterbalans. In deze koppeling worden per tijdstap de resultaten van de onderlinge tijdstappen uitgewisseld en vindt dus een iteratie plaats. Het verschil in tijdstapgrootte van de afzonderlijke modellen is daardoor flexibel. Dit is de meest geavanceerde en best haalbare koppelingsmethodiek. Een moeilijkheid dat nu is opgelost is dat de totale waterbalans blijft kloppen. De door ons en het WL ontwikkelde koppeling is niet afhankelijk van het gebruikte rekengrid of de rekenkern en is daardoor zeer robuust en flexibel. De voordelen zijn: - Flexibel te kiezen tijdschalen voor berekening. Bijvoorbeeld kleine tijdstappen snelle deel (Oppervlaktwater SOBEK-CF en onverzadigde zone/ondiep grondwater SOBEK-RR) met langzame deel (grondwater FLAIRS of MODFLOW) - Een eenmaal gedefinieerde koppeling blijft intact ook als een rekennetwerk of parameters worden aangepast. - De modulaire opbouw van het modelinstrumentarium heeft als voordeel dat modellen voor grondwater, onverzadigde zone en oppervlaktewater onafhankelijk van elkaar kunnen worden opgezet. De modellen kunnen dan ook onafhankelijk van elkaar worden doorgerekend. OpenMI staat voor Open Modelling Interface and Environment en is een Europese standaard voor het koppelen van hydrologische modellen. OpenMI is ontwikkeld binnen het HarmonIT project, een onderzoeksproject (gefinancierd door de Europese Commissie) ter ondersteuning van strategische planning en het opstellen van stroomgebiedsbeheersplannen zoals vereist worden door de Kaderrichtlijn Water. Zie voor meer achtergrondinformatie
33 7 CALIBRATIE, GEVOELIGHEIDSANALYSE EN BETROUWBAARHEID Binnen de modelomgeving is het eenvoudig om berekende met waargenomen stijghoogten, waterstanden en fluxen te vergelijken. Dit werkt voor alle rekenprogramma s. Door een bestand aan te maken met meetgegevens worden deze automatisch vergeleken met de modelresultaten. De afwijkingen van de berekende ten opzichte van de gemeten waarden ruimtelijk (als kaartbeelden) en in de tijd (grafieken) in beeld worden gebracht. Calibratieresultaten zijn eenvoudig te visualiseren. Er zijn diverse manieren om de resultaten te visualiseren. Als kaarten of in grafieken. In dit voorbeeld zijn de afwijkingen t.o.v. gemeten waarden geclassificeerd. Tevens weergegeven zijn de afwijkingen als waarden samen met het nummer van waarnemingsbuis. En de waarden vergeleken met peilbuisgegevens uit DINO. Hetzelfde is mogelijk voor andere modellen als SOBEK. Een model op deze wijze calibreren is een bewerkelijke en tijdrovende aangelegenheid er zijn daarom een drietal modules beschikbaar waarmee een gevoeligheidsanalyse, automatische parameteroptimalisatie en betrouwbaarheidsanalyse mogelijk is. Deze modules, TRCALCON, MONTECARLO en PEST, gebruiken verschillende methoden om tot de optimale parameterwaarden te komen. En zijn toe te passen of toepasbaar te maken voor ieder rekenprogramma binnen, maar ook buiten, het modelinstrumentarium. 7.1 TRCALCON De module TRCALCON gaat voor de parameteroptimalisatie uit van de methode Marquart-Levenberg waarbij parameterwaarden na elke berekening automatisch worden aangepast op basis van een vergelijking van de modelresultaten met de opgegeven meetwaarden. TRCALCON optimaliseert niet alleen parameterwaarden maar kan ook de betrouwbaarheid van modelresultaten bepalen. De module vindt zijn toepassing bij verschillende rekenkernen. 7.2 MONTECARLO Met MONTECARLO worden een groot aantal berekeningen uitgevoerd. De gebruiker kan zelf aangeven welke parameters bij de optimalisatie betrokken moeten worden en geeft hiervoor parameterverdelingen op. Op basis van de opgegeven parameterverdeling wordt voor elke nieuwe berekening een set met nieuwe parameterwaarden bepaald. De trekking van een waarde uit de parameterverdelingen
34 7.3 PEST geschiedt daarbij met de Latin-Hypercubemethode. Na afloop van alle berekeningen kan dan uit de resultaten die parametercombinatie worden geselecteerd die de geringste afwijking vertoont tussen de modelresultaten en de meetgegevens. De USGS (Amerikaanse Geologische dienst die ook MODFLOW ontwikkelen) calibratie en optimalisatieprogramma PEST is geschikt gemaakt voor SOBEK en maakt deel uit van het modelinstrumentarium. 7.4 Representermethode TNO-NITG werkt momenteel aan de implementatie van de representermethode in de standaard MODFLOW versie Indien deze methode beschikbaar komt om te gebruiken door derden zal deze t.z.t. worden geïmplementeerd. Inspector Contour met schaduw Tijdserie grafieken Stroombanen in dwarsdoorsnede
35 8 EFFECTMODELLEN 8.1 Kwaliteitsmodellen Wat geldt voor het gebruik voor modellen in het algemeen geldt voor kwaliteitsmodellen in het bijzonder. Maak gebruik van geteste en gevalideerde modelcodes. Kwaliteitsmodelleringen zijn namelijk zeer complex Oppervlaktewater Voor het oppervlaktewater wordt aangeraden direct gebruik te maken van de mogelijkheden van bestaande modellen te koppelen aan SOBEK (o.a. kwaliteitsmodule) Ondiep grondwater Voor de uitspoeling van nutrienten is door Royal Haskoning een generieke methodiek ontwikkeld om chemische kwaliteit van het ondiepe grondwater te berekenen. Het is een module waarbij verschillende bestaande modellen afzonderlijk dan wel in combinatie met elkaar worden aangestuurd. De module heet MD-SAT en kan relatief eenvoudig aan het modelinstrumentarium worden toegevoegd. De module integreert ruimtelijke ontwikkelingen met kennis van de bodem. Hierdoor worden de effecten van veranderend ruimtegebruik op de bodem en de grondwaterkwaliteit inzichtelijk. Het instrument kan dan ook goed worden ingezet om te bepalen welke maatregelen effectief zijn om de kwaliteit van het grondwater te verbeteren. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de huidige ondersteunde modellen. Het is ook mogelijk om het programma ANIMO te integreren. In de meeste gevallen is een programma als SPREAD voldoende
36 8.1.3 Diep grondwater Voor het diepe grondwater zijn diverse stoftransportmodellen beschikbaar. Aangeraden wordt hierop aan te sluiten. Goede voorbeelden zijn de transportmodellen uit de MODFLOW familie (MT3D, RT3D en PHT3D). daarnaast beschikken we over diverse modules voor de berekening van stoftransport, o.a. op basis van stroombanen. 8.2 Landbouwschade 8.3 Ecologie De meest toegepaste methode om landbouwschade te bepalen is met BODEP dat werkt op basis van HELP-tabellen. Het programma maakt onder andere onderdeel uit van het Waternoodinstrument. Binnen onze huidige modelomgeving kunnen we op basis van de modelresultaten BODEP gebruiken voor de berekening van landbouwschade. Het is dus ook mogelijk om BODEP op te nemen in het modelinstrumentarium. Er zijn een aantal ecologische effectvoorspellingsmodellen beschikbaar. Veel gebruikt zijn NATLES (Alterra), DURAVEG (Royal Haskoning) en modellen van KIWA. Ieder van deze modellen heeft zo zijn voor en nadelen. Beide modellen kunnen relatief eenvoudig als effectmodel worden opgenomen in het modelinstrumentarium. De modellen zijn bedoeld voor terrestrische natuur. Aquatische modellen zijn allen nog in ontwikkeling (inmiddels is een module opgenomen in Waternood). 8.4 WaterNOOD Het modelinstrumentarium beschikt over tools om op basis van modeluitvoer direct invoer voor het Waternood instrument te genereren (bijvoorbeeld GHG, GLG, GVG en kwel)
37 9 ONDERSTEUNING 9.1 Handleiding Voor het modelinstrumentarium zal een uitgebreide handleiding worden gemaakt. De handleiding is gelaagd qua opzet. Dus een eenvoudige en heldere uitleg hoe een model opgezet en gerund moet worden. Dan volgt steeds een verdiepingslag met de mathematische achtergrond van de rekenkernen (Technical Reference Manual). Ook zal een sectie worden opgenomen waarin wordt uitgelegd hoe de gebruiker zelf het modelinstrumentarium kan uitbreiden. Dus nieuwe datasets kan definiëren, modellen kan toevoegen, etc. Dit maakt het dus mogelijk om zelf een derde partij aanvullende functionaliteit te laten toe voegen. 9.2 Help-desk 9.3 Training Er is een uitstekende help-desk beschikbaar. De helpdesk functie is er voor het beantwoorden van diverse vragen van eenvoudige vragen van hoe definieer ik een parameter tot hij doet het niet. Dit laatste type vraag is soms moeilijk te beantwoorden. We vragen dan ook vaak om het hele model of een deel ervan op te sturen. De oplossing is dan meestal snel gevonden. Een hele andere categorie vragen betreft vragen over de modelschematisatie. Vragen als ik wil deze situatie modelleren hoe pak ik dat aan? Ook hier zijn we bereid mee te denken over de aanpak. Voor de toepassing en gebruik van het modelinstrumentarium worden regelmatig cursussen gegeven in binnen en buitenland. Elke cursus is uniek en wordt daarom aangepast aan de wensen, kennis en ervaring van de cursist(en). Een goede manier voor opleiding is on-the-job training. Dus begeleiding te verlenen door ervaren modelleurs bij het opzetten van de modellen. Voordeel is dat we over ruim 40 hydrologen beschikken met modelleerervaring waarvan een groot aantal ruime ervaring hebben op het gebied van watergebiedsplannen, GGOR etc. Een dergelijke aanpak is ook toegepast bij waterschap Fryslan. Daar zijn samen met de hydrologen van het waterschap modellen opgezet en is de ondersteuning middels een detachering ingevuld
Geïntegreerde Modelomgeving Waterbeheer TRIWACO 4.0
TRIWACO 4.0 Diverse opdrachtgevers November 2014 Rapport HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. RIVERS, DELTAS & COASTS Horsterweg 18A Postbus 302 6199 ZN Maastricht Airport +31 (0)88 348 78 48 Telefoon +31 (0)88
Introductie Oppervlaktewatermodellering Grondwatermodellering Hydro-GIS-analyses Hydro-Meetnetanalyses Maatwerk
Introductie Oppervlaktewatermodellering Grondwatermodellering Hydro-GIS-analyses Hydro-Meetnetanalyses Maatwerk Introductie Welkom bij AquaFlux. Wij zijn een adviesbureau op het gebied van grondwaterbeheer
Nederlands Hydrologisch Instrumentarium (NHI) een overzicht van de ontwikkeling van het Landelijk Hydrologisch Model 2004 2014
Nederlands Hydrologisch Instrumentarium (NHI) een overzicht van de ontwikkeling van het Landelijk Hydrologisch Model 2004 2014 Timo Kroon, RWS WVL stuurgroep NHI, jan 2014 Inhoud Eerste schets; wat is
1-6-2015. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. 26 mei 2015. Aanleiding en proces
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 26 mei 2015 Aanleiding en proces Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) wil inzicht hebben in de ecologische en fysischchemische waterkwaliteit van de
Kennis na het volgen van de training. Na het volgen van deze training bent u in staat:
Training Trainingscode Duur Gepubliceerd Taal Type Leermethode Kosten SF2015V8 4 dagen 02/02/2015 Nederlands & Engels Developer, basis Invidueel & klassikaal Op aanvraag Deze training richt zich op het
Afstemming Regionale modellen en NHI in 2012: Stand van zaken Grondwatermodel
Afstemming Regionale modellen en NHI in 2012: Stand van zaken Grondwatermodel Deltamodel project i.s.m. Projectteam NHI, AZURE project Wim J. de Lange Stand van zaken Grondwater Hoe doen we het Proces
Nationaal modelinstrumentarium voor integraal waterbeheer. Jan van Bakel Alterra
Nationaal modelinstrumentarium voor integraal waterbeheer Jan van Bakel Alterra Inhoud Inleiding Enige historische achtergronden Modellering hydrologie op nationale schaal Vervolg Advies aan OWO Relaties
Modelcalibratie aan metingen: appels en peren?
Essay Modelcalibratie aan metingen: appels en peren? Willem Jan Zaadnoordijk 1 en Mark Bakker 2 In dit essay presenteren we de stelling Calibratie van een grondwatermodel aan metingen moet gewantrouwd
Neerslag lenzen: sterke ruimtelijke variatie
Neerslag lenzen: sterke ruimtelijke variatie Ben van der Wal Bij natuurontwikkelingsprojecten is het van belang inzicht te krijgen in de watersamenstelling in de wortelzone. Hydrologische effecten van
Reconstructie wateroverlast Kockengen
Wateroverlast Kockengen 28 juli 2014 Verslag bijeenkomst link Playlist presentaties - link 22 november 2016 Presentatie met powerpoint (gekoppeld aan de video (ipdf) P01 Opening ipdf P02 3Di P03 HEC-RAS
ibridge/andk the analyst s connection
ibridge/andk the analyst s connection ibridge / ANDK Uiteraard weet ú als criminaliteitsanalist als geen ander dat u met behulp van de Analyst s Notebook software analyseschema s handmatig kunt opbouwen
MA!N Rapportages en Analyses
MA!N Rapportages en Analyses Auteur Versie CE-iT 1.2 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Microsoft Excel Pivot analyses... 4 2.1 Verbinding met database... 4 2.2 Data analyseren... 5 2.3 Analyses verversen... 6
gravita PSUR-C conversie en import van relaties in PSU Relatiebeheer Algemeen
gravita PSUR-C conversie en import van relaties in PSU Relatiebeheer Algemeen Het converteren van adres- en andere relatiegegevens in PSU Relatiebeheer, en wat dat betreft elke koppeling tussen verschillende
AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis
AFO 142 Titel Aanwinsten Geschiedenis 142.1 Inleiding Titel Aanwinsten Geschiedenis wordt gebruikt om toevoegingen en verwijderingen van bepaalde locaties door te geven aan een centrale catalogus instantie.
Nieuw in versie 3. 2005 P&A Group
Nieuw in versie 3 I Nieuw in versie 3 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Nieuw in Versie 3 1 1.1 Algemeen... 1 Nieuwe... opzet 1 Beveiliging... 1 Systeem... opties 2 Scherm... openen 2 1.2 Het pakket... 4 Aangehechte...
Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar
! Bijlage inlezen nieuwe tarieven (vanaf 3.2) Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar Scipio 3.303 biedt ondersteuning om gebruikers alle tarieven van de verschillende verzekeraars in één keer
IBRAHYM: de digitale waterpartner in Limburg
IBRAHYM: de digitale waterpartner in Limburg Samenwerken in de waterketen 17 juni 2015 Nila Taminiau Senior hydroloog Waterschap Peel en Maasvallei IBRAHYM (concreet) Statisch: Afmetingen beek Locatie
Handleiding module Berichtenconverter Wmo en Jeugd bètaversie
Handleiding module Berichtenconverter Wmo en Jeugd bètaversie Beheerteam istandaarden Datum 24 december 2014 Versie 0.8 Status Concept Inhoud 1 Introductie 2 2 Installatie 4 3 Het gebruik van de Berichtenconverter
Handleiding DAM Edit Design
Handleiding DAM Edit Design Datum: 7 augustus 2012 1/9 Inleiding Voordat dwarsprofielen door DAM gebruikt kunnen worden, dienen ze gecontroleerd te worden en dienen de karakteristieke punten te worden
Met deze module heeft u de mogelijkheid om gemakkelijk, snel en efficiënt uw documenten als naslag in Unit 4 Multivers te koppelen.
Handleiding Office+ Introductie Met de module Office+ gaat een lang gekoesterde wens voor vele gebruikers van Unit 4 Multivers in vervulling: eenvoudig koppelen van documenten in relatiebeheer of documentmanagement
Viewer MapGuide Open Source/Enterprise
Viewer MapGuide Open Source/Enterprise Versie 2.0, december 2012 GISkit BV Introductie Van Mapguide 6.5 MapGuide Open Source Ondanks het succes van MapGuide 6.5 had architectuur van dit product zijn beperkingen.
Tools voor canonieke datamodellering Bert Dingemans
Tools voor canonieke datamodellering Tools voor canonieke datamodellering Bert Dingemans Abstract Canonieke modellen worden al snel omvangrijk en complex te beheren. Dit whitepaper beschrijft een werkwijze
Deel 2: hydrologische modeldatabase NHI
Deel 1: vervanging MOZART DM Deel 2: hydrologische modeldatabase NHI Vervanging modelcodes Distributiemodel en Mozart Jeroen Ligtenberg (Rijkswaterstaat) DM en Mozart in het Landelijk Hydrologisch Model
Handleiding OSIRIS Self Service. Schermen en procedures in OSIRIS voor docenten en studenten
Schermen en procedures in OSIRIS voor docenten en studenten Onderhoud en versiebeheer Dit document is eigendom van de projectleider Implementatie Osiris Volg. Wijzigingen aan het document worden geïnitieerd
PTV MAP&GUIDE INTRANET WAT IS ER NIEUW?
PTV MAP&GUIDE INTRANET WAT IS ER NIEUW? Inhoud Inhoud 1 Wat heeft de nieuwe versie van PTV Map&Guide intranet u te bieden?... 3 2 Wat verandert er bij de licentieverlening?... 3 2.1 U gebruikt op dit moment
15 July 2014. Betaalopdrachten web applicatie gebruikers handleiding
Betaalopdrachten web applicatie gebruikers handleiding 1 Overzicht Steeds vaker komen we de term web applicatie tegen bij software ontwikkeling. Een web applicatie is een programma dat online op een webserver
Handleiding AHN downloaden van PDOK. 27-02-2015 Versie 1.0 Definitief
Handleiding AHN downloaden van PDOK Versie 1.0 1 van 10 Verspreiding www.ahn.nl Contact: [email protected] 2 van 10 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Bepalen welk type data nodig is... 3 3 Bepalen van welk gebied
Handleiding module Berichtenconverter Wmo en Jeugdwet
Handleiding module Berichtenconverter Wmo en Jeugdwet Beheerteam istandaarden Datum 2 januari 2015 Versie 1.0 Status Definitief Inhoud 1 Introductie 2 2 Installatie 4 3 Het gebruik van de Berichtenconverter
KRW-VSS en (UM)-Aquo. data standaarden in Delft-FEWS. Amersfoort, 23 April 2012. Marc van Dijk Deltares
KRW-VSS en (UM)-Aquo data standaarden in Delft-FEWS Amersfoort, 23 April 2012 Marc van Dijk Deltares Inhoud Inleiding tot Delft-FEWS Filosofie & integratie van data en modellen Delft-FEWS & data standaarden:
Upgrade naar People Inc 3.5.0
I Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1 1.1 Installeren... van de upgrade 2 1.2 Uitvoeren... van de upgrade 5 1.3 Installatie... Applicatie Server 9 1.4 Installatie... Gebruikers programma's 15 1.5 Afronding...
Tips & Trucs KUBUS Spexx 001: Koppeling van BIM model naar KUBUS Spexx
Tips & Trucs KUBUS Spexx 001: Koppeling van BIM model naar KUBUS Spexx Verschillende BIM-pakketten zoals Solibri Model Checker, ArchiCAD en REVIT, zijn in staat een export bestand te genereren, waarin
Mill7. homepage: support: whitepapers:
homepage: www.millogic.nl support: www.millogic.nl/support whitepapers: www.millogic.nl/support/white-papers support e-mail: [email protected] sales e-mail: [email protected] 2002 Millogic Software B.V.
Omschrijving enquête module VervangingsManager webapplicatie
Omschrijving enquête module VervangingsManager webapplicatie OnderwijsApps B.V. Innovatieweg 26-03 7007 CD DOETINCHEM Tel. 0314-368250 Postbus 704 7000 AS DOETINCHEM KvK 51377888 www.onderwijsapps.nl [email protected]
B3Partners. Beheerhandleiding Datastorelinker 4.2. Gewijzigd: 28 maart 2014. B3Partners BV Bedrijvenpark Lage Weide Zonnebaan 12c 3542 EC Utrecht
Beheerhandleiding Datastorelinker 4.2 Gewijzigd: 28 maart 2014 B3Partners B3Partners BV Bedrijvenpark Lage Weide Zonnebaan 12c 3542 EC Utrecht T 030 214 2081 F 030 2411297 E [email protected] I www.b3partners.nl
Analyse, nowcasting, forecasting & control
Analyse, nowcasting, forecasting & control Een (toekomst)visie op het gebruik van metingen en modellen in het (stedelijk) waterbeheer Fons Nelen Nelen & Schuurmans Inhoud Gebruik van modellen en metingen
Handleiding: inlezen WESP data
Modelit Rotterdamse Rijweg 126 3042 AS Rotterdam Telefoon +31 10 4623621 [email protected] www.modelit.nl Handleiding: inlezen WESP data Datum Versie 1: 18 Mei 2004 Versie 2: 25 Mei 2004 Modelit KvK Rotterdam
PSUB. gravita. Handleiding PSU Boekhouden V4 module Import INHOUD. Versie: 1.12 22 oktober 2007
gravita Hoofdkade 95, 9503 HD Stadskanaal Tel. & fax: 0599-614815 E-mail: [email protected] / www.gravita.nl Inschrijfnummer KvK: 02083322 Postbank 4491228 Fiscaalnummer 1345.68.266.B01 PSUB Handleiding
Voorbeeld kaartvervaardiging: kreekruginfiltratie De volgende 5 factoren zijn gebruikt voor het bepalen van de geschiktheid voor kreekruginfiltratie:
Verkennen van grootschalige potentie van kleinschalige maatregelen Binnen Kennis voor Klimaat worden kleinschalige maatregelen ontwikkeld om de zoetwatervoorziening te verbeteren. In deze studie worden
3) Koppeltabel voor importeren matrix maken. (grondstoffen en nutriënten)
Handleiding importeren matrix, formules en factoren van de Schothorst Feed Research (SFR) Versie 3.0 2014 Door Niek Aasman Koerhuis automatisering b.v. Wilt u gebruik maken van de formules van 2014 dan
Gebruikers handleiding. Lizard Configuration Manager ToolTip. Installatie. Instellen. Initieel instellen
Gebruikers handleiding Lizard Configuration Manager ToolTip Installatie Installeer eerst het volgende: Installeer python 2.5.2; zie de map Breda\Tooltip\lcm\install\python-2.5.2.msi Ga naar dos (run/uitvoeren
B3Partners. Beheerhandleiding Datastorelinker 4.0. Gewijzigd: 18 februari B3Partners BV Bedrijvenpark Lage Weide Zonnebaan 12c 3542 EC Utrecht
Beheerhandleiding Datastorelinker 4.0 Gewijzigd: 18 februari 2013 BV Bedrijvenpark Lage Weide Zonnebaan 12c 3542 EC Utrecht T 030 214 2081 F 030 2411297 E [email protected] I www.b3partners.nl KvK Amsterdam
Aan de slag. Het lint weergeven of verbergen Klik op Weergaveopties voor lint of druk op Ctrl+F1 om het lint weer te geven of te verbergen.
Aan de slag Microsoft Project 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies. Daarom hebben we deze handleiding samengesteld om de leercurve zo kort mogelijk te maken. Werkbalk Snelle toegang Pas dit gebied
1 Calculatie XE, 9.00 update 16 2
1 Calculatie XE, 9.00 update 16 2 1.1 Nieuw: Uitbreidingen n.a.v de ARW 2012 2 1.1.1 Beschrijving / doel 2 1.1.2 Instelling(en) 4 1.1.3 RAW inschrijfstaat rapportage 6 1.1.4 RAW inschrijfstaat rapportage
GEBOUWPRESTATIEPLATFORM PERFORMANCE DASHBOARD QUICK START GUIDE
GEBOUWPRESTATIEPLATFORM PERFORMANCE DASHBOARD QUICK START GUIDE Performance dashboard De verschillende thema`s, ofwel Kritische Prestatie Indicatoren (KPI`s), worden weergegeven in kolommen. Deze KPI`s
Technische implementatie De infrastructuur rondom Transit kent de volgende rollen:
Transit Herkent u het? Steeds dezelfde uitdagingen in migratieprojecten; meerdere variabelen, in verschillende stadia en in een blijvend veranderende omgeving, managen. Grote hoeveelheden gegevens over
Technisch Ontwerp W e b s i t e W O S I
Technisch Ontwerp W e b s i t e W O S I WOSI Ruud Jungbacker en Michael de Vries - Technisch ontwerp Website Document historie Versie(s) Versie Datum Status Omschrijving / wijzigingen 0.1 20 nov 2008 Concept
Gebruikershandleiding BBLV Applicatie Beveiligingsprogramma Handleiding voor gebruikers van het BBLV Beveiligingsprogramma versie 2.
Gebruikershandleiding BBLV Applicatie Beveiligingsprogramma Handleiding voor gebruikers van het BBLV Beveiligingsprogramma versie 2.0 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 1. Inleiding 3 1.1 Algemeen 3 1.1.1 Gegenereerde
Neerslag-afvoermodellering. met SOBEK-RR
Neerslag-afvoermodellering met SOBEK-RR Een oproep aan hydrologisch Nederland: Voor een moderne werkwijze bij databeheer en modelleren Roel Velner Theo Kleinendorst Ben van der Wal Floris Verhagen Royal
Offective > CRM > Vragenlijst
Offective > CRM > Vragenlijst Onder het menu item CRM is een generieke vragenlijst module beschikbaar, hier kunt u zeer uitgebreide vragenlijst(en) maken, indien gewenst met afhankelijkheden. Om te beginnen
Technische Documentatie WAVIX: Datastructuur en modules
Modelit Rotterdamse Rijweg 126 3042 AS Rotterdam Telefoon +31 10 4623621 [email protected] www.modelit.nl Technische Documentatie WAVIX: Datastructuur en modules Datum 8 Mei 2004 Wijzigingen 20100919 Titel
Update documentatie. versie 6.5. versie 6.5
Een nieuwe versie van Intramed: nieuwe mogelijkheden, verbeteringen en oplossingen. Met deze versie voldoet Intramed ruim op tijd aan de landelijke afspraak om per 1 mei 2012 met de vernieuwde GZ-standaard
CaseMaster SPC Subsidie aanvraag Planning en Control
CaseMaster SPC Subsidie aanvraag Planning en Control Subsidie Aanvraag Planning en Control Een subsidie adviseur verzorgt subsidie aanvragen voor bedrijven. Subsidie aanvragen zijn complex en veranderen
Stappenplan digitale kaart losse standplaatsen openbare markt
Stappenplan digitale kaart losse standplaatsen openbare markt Opmaken digitaal plan Indien je gemeente nog niet beschikt over een digitaal plan, dient dit eerste te worden opgemaakt. Hiervoor kan je terecht
Verplichtingen administratie. Brochure - Verplichtingen administratie
Brochure - Verplichtingen administratie Ontwikkeld door: Van der Heijde Automatisering B.V. Registratie van verplichtingen van debiteuren en aan crediteuren Uitgebreide structuur voor autorisatie van verschillende
Cashflow programma. Doel Verdeling van gegevens over toekomstige periodes via verschillende verdeelschema s.
Doel Verdeling van gegevens over toekomstige periodes via verschillende verdeelschema s. Om een overzicht te krijgen van de cashflow van een bedrijf, wil je dat prognoses qua inkomsten en uitgaven op een
De stappenhandleiding is in hoofdstappen verdeeld, de volgende stappen zullen aan bod komen:
VOORWOORD In deze handleiding wordt de module Vacature van OnderneemOnline stap voor stap uitgelegd. In de inhoudsopgave vindt u exact terug hoe u de module Vacature kunt beheren. De stappenhandleiding
Handleiding bij de Booktest Generator
Handleiding bij de Booktest Generator Het programma voor het maken van toetsen bij boeken. (c) 2005/2009 Visiria Uitgeversmaatschappij Twisk Inleiding Onze dank voor het aanvragen van de Booktest Generator.
Tips & Trucs KUBUS Spexx 001: Koppeling van BIM model naar KUBUS Spexx
Tips & Trucs KUBUS Spexx 001: Koppeling van BIM model naar KUBUS Spexx Verschillende BIM-pakketten zoals Solibri Model Checker, ArchiCAD en REVIT, zijn in staat een export bestand te genereren, waarin
Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC
Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC Laatste revisie: 29 juli 2009 Inhoudsopgave Inleiding... 2 1 Installatie ODBC driver... 2 2 Systeeminstellingen in AbiFire5... 3 2.1 Aanmaken extern profiel...
Website catalogus beheer
Website catalogus beheer Laatste wijziging: 17/02/2016 Uw website bevat een catalogus waarin de producten in verschillende categorieën zijn ondergebracht. Dit kan op een aantal verschillende manieren,
Calculatie tool. Handleiding. Datum Versie applicatie 01 Versie document
Calculatie tool Handleiding Auteur Bas Meijerink Datum 01-09-2016 Versie applicatie 01 Versie document 03D00 Inhoudsopgave 1. Een calculatie maken - 3-1.1 Start een nieuwe calculatie... - 3-1.2 Algemene
Elektronisch factureren
Elektronisch factureren Inleiding Elektronisch Factureren in RADAR is mogelijk vanaf versie 4.0. Deze module wordt niet standaard meegeleverd met de RADAR Update maar is te bestellen via de afdeling verkoop
Snel te implementeren. Inpasbaar in uw situatie
Everything4Office ProjectManager Software voor Project Management Snel te implementeren Inpasbaar in uw situatie Economisch zeer verantwoord Everything4Office Software, Tolnasingel 1, 2411 PV Bodegraven
Handleiding Installatie en Gebruik Privacy- en Verzend Module Stichting Farmaceutische Kengetallen
Handleiding Installatie en Gebruik Privacy- en Verzend Module Stichting Farmaceutische Kengetallen Uitgebracht door : ZorgTTP Referentie : Handleiding installatie en gebruik Privacy- en Verzend Module
SYMPOSIUM SLIM MALEN. Integrale sturing Rijnland. René van der Zwan
SYMPOSIUM SLIM MALEN Integrale sturing Rijnland René van der Zwan 14-03-2019 Korte introductie 23 30 59 René van der Zwan Beheergebied Omvang: 1.088 km 2 1.300.000 inwoners 543.000 huishoudens 29 gemeentes
Principe Maken van een Monte Carlo data-set populatie-parameters en standaarddeviaties standaarddeviatie van de bepaling statistische verdeling
Monte Carlo simulatie In MW\Pharm versie 3.30 is een Monte Carlo simulatie-module toegevoegd. Met behulp van deze Monte Carlo procedure kan onder meer de betrouwbaarheid van de berekeningen van KinPop
Uursoortfinanciering importeren
Vanaf 1 april 2018 is het mogelijk om voor de WLZ tijd te legitimeren onder Zorgprofielen (ook wel ZZP s). Omdat voorheen uursoorten niet door Zorgprofielen/ZZP s mochten worden gelegitimeerd, zal dit
Pilot Vergelijking Waternood & KRW-Verkenner
Pilot Vergelijking Waternood & KRW-Verkenner iov STOWA Ws Brabantse Delta Peter de Koning Kees Peerdeman Frans Jorna Piet van Iersel Roel Knoben Waternoodmiddag, Amersfoort, 2 maart 2010 Vraagstelling
Nationaal Water Model Wat is dat en waarom willen we het? Jeroen Ligtenberg en Edwin Snippen
Nationaal Water Model Wat is dat en waarom willen we het? Jeroen Ligtenberg en Edwin Snippen 14-juni-2016 Programma Waarom Nationaal Water Model? Historie Basisprognoses Wat is het Nationaal Water Model?
Rapporten. Labels en Rapporten in Atlantis 1. Atlantis heeft twee manieren om output te genereren: 1. labels 2. rapporten (reports)
Labels en Rapporten in Atlantis 1 Atlantis heeft twee manieren om output te genereren: 1. labels 2. rapporten (reports) Rapporten Een rapport is eigenlijk altijd een tekst bestand, die vorm wordt gegeven
Beschrijving toolset Netwerk/Protocol/Applicatie test Datum 11 januari 2012 Auteur Louis de Wolff Versie 1.0
Beschrijving toolset Netwerk/Protocol/Applicatie test Datum 11 januari 2012 Auteur Louis de Wolff Versie 1.0 Netwerk evaluatie tools Inleiding In een pakket geschakelde netwerk gebeurt de communicatie
Landelijk Indicatie Protocol (LIP)
Handleiding Landelijk Indicatie Protocol programma pagina 1 of 18 Landelijk Indicatie Protocol (LIP) Welkom bij LIP Lip is ontstaan uit een toegevoegde module aan het kraamzorg administratie pakket van
DATAMODELLERING DATA MAPPING MODEL
DATAMODELLERING DATA MAPPING MODEL Inleiding In dit whitepaper wordt de datamodelleervorm data mapping model beschreven. Deze modelleervorm staat in verhouding tot een aantal andere modelleervormen. Wil
Gebruikershandleiding Green Leaf Excel Tool Versie 1.1 (13 februari 2007)
Gebruikershandleiding Green Leaf Excel Tool Versie 1.1 (13 februari 2007) Inhoudsopgave 1 HANDLEIDING EXCEL TOOL... 3 2 TOEGEVOEGDE MENU OPTIES... 4 2.1 KEUZEOPTIE NIEUW... 5 2.2 HET INLEZEN VAN EEN GLF
Table of contents 2 / 15
Office+ 1 / 15 Table of contents Introductie... 3 Installatie... 4 Installatie... 4 Licentie... 7 Werken met Office+... 8 Instellingen... 8 Office+ i.c.m. module Relatiebeheer... 9 Office+ i.c.m. module
I N H O U D S O P G A V E
Rev 02 I N H O U D S O P G A V E 1 INLEIDING... 1 2 INSTELLINGEN DEFINIËREN... 1 2.1 Instellingen voor de export definiëren... 1 2.2 Instellingen voor de import definieren... 2 2.3 Layers toekennen...
GeoKey en Catalog Services
GeoKey en Catalog Services de sleutel tot geo-informatie Studiedag NCG 18 mei 2004 [email protected] Programma > Begrippen > Actualiteiten in meta-informatie > Visie op doorontwikkeling > GeoKey
Gebruikershandleiding MJK Link 2.15 Index
Gebruikershandleiding MJK Link 2.15 Index 1 Inleiding 2 Opstarten MJK link 2.15 3 Keuze van Hardware 4 Set-up van een nieuw processcherm. 5 Instellen communicatie 6 Bestand openen 7 Verbinding maken met
Gebruikershandleiding
Release 1.3 Gebruikershandleiding Datum: oktober 2012 All rights reserved Alle rechten zijn voorbehouden. Deze documentatie blijft eigendom van Ternair Software Solutions b.v. en is uitsluitend bedoeld
AFO 113 Authoritybeheer
AFO 113 Authoritybeheer 113.1 Inleiding Authority records die gebruikt worden in de catalogusmodule kunnen via deze AFO beheerd worden. U kunt hier records opzoeken, wijzigen, verwijderen of toevoegen.
Handleiding helpdesk. Datum: 08-10-2014 Versie: 1.0 Auteur: Inge van Sark
Datum: 08-10-2014 Versie: 1.0 Auteur: Inge van Sark Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Beheer helpdesk... 3 1.1. Settings... 3 1.2. Applicaties... 4 1.3. Prioriteiten... 5 1.4. Gebruik mailtemplates...
Handleiding. Import van Loonjournaalposten. Laatste nieuws : De meest recent toegevoegd loonpakket is : Unit4.
Laatste nieuws : De meest recent toegevoegd loonpakket is : Unit4. Als een door u gebruikt loonpakket niet genoemd wordt, gelieve dan contact op te nemen met de HelpDesk. Handleiding Import van Loonjournaalposten
Met deze handleiding kunt u in alle rust de werking van het LeadQ lead management systeem in u opnemen.
Handleiding LeadQ Lite (60 dagen Pilot) Met deze handleiding kunt u in alle rust de werking van het LeadQ lead management systeem in u opnemen. Mocht u na het lezen van deze handleiding er toch nog niet
{button Installeer Zelfstudie Bestanden, execfile(seedatauk.exe,tutorial 12.ctb;Tutorial 12.see;Design.SEE)}
# $ + K Berekenen van Volume tussen Twee Vlakken Deze zelfstudie maakt gebruik van de modules Volumes, Digitaal Terrein Model en Tekenconstructies. Opmerking: Deze zelfstudie kan niet worden voltooid met
1 van 5 28-4-2016 12:31 Introductie Het importeren van gegevens is een snelle en efficiënte manier om uw financiële en logistieke gegevens in uw administratie te krijgen. U kunt dit doen via [XML, Financiële/Logistieke
Deze zelfstudie maakt gebruik van de module Inlezen/Uitzetten. Opmerking: Deze zelfstudie kan niet worden uitgevoerd met LISCAD Lite.
* # $ + K @ Polygoon Netwerk Vereffening Uitvoeren Deze zelfstudie maakt gebruik van de module Inlezen/Uitzetten. Opmerking: Deze zelfstudie kan niet worden uitgevoerd met LISCAD Lite. Doelstelling Het
UNIT4 BUSINESS SOFTWARE. Gebruikershandleiding Unit 4 Data Collector
UNIT4 BUSINESS SOFTWARE Gebruikershandleiding Unit 4 Data Collector Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Systeemeisen... 4 3. Installatie... 5 3.1. Downloaden file... 5 3.2. Uitpakken file... 5 4. Gebruik... 6
10: Statistieken en rapportages met Excel
10: Statistieken en rapportages met Excel 1. Omschrijving van deze functie Met PlanningPME heeft u de mogelijkheid om verschillende typen rapporten te maken: Statistieken die geproduceerd worden door de
VAN KANS NAAR KAMS [18]... 2. Risicobeheersing (RI&E)... 2. Risicobeheersing (Maatregelenbeheersplan)... 2. Voortgang en Kwaliteitsbewaking...
Managementsyteem Kwaliteit, Arbo en Milieu (MSKAM) Ing. Tom Stam, Arbo-dienst Schiphol/ToRo-systems [email protected] Inhoudsopgave VAN KANS NAAR KAMS [18]... 2 Risicobeheersing (RI&E)... 2 Risicobeheersing
Hosting & support contract
Hosting & support contract FOCUSTOOL TRACK YOUR GOALS & BEHAVIORS 1. Inleiding FocusTool biedt online software voor het bijhouden van voortgang op doelen en gedrag voor teams.om meer grip te krijgen op
Gebruikershandleiding. StUF Testplatform Versie 1.3.0
Gebruikershandleiding StUF Testplatform Versie 1.3.0 Documentversie: 0.7 Datum 25 november 2014 Status In gebruik Inhoudsopgave 1 INLEIDING...3 2 GEBRUIK MAKEN VAN HET STUF TESTPLATFORM...4 2.1 INLOGGEN
Handleiding Importeren/ Exporteren Brouwvisie (& pro)
Handleiding Importeren/ Exporteren Brouwvisie (& pro) Document : Handleiding Importeren/Exporteren Brouwvisie (& Pro) Versie : 1.0 Datum : Dinsdag 16 April 2019 Auteur : Oscar Moerman 1 Inhoud 1. Inleiding...
4orange Connect. 4orange, 2015. Hogehilweg 24 1101 CD Amsterdam Zuidoost www.4orange.nl
4orange Connect 4orange, 2015 Hogehilweg 24 1101 CD Amsterdam Zuidoost www.4orange.nl 2 Inhoud Inhoud... 2 1. Achtergrond... 3 2) Browsen... 4 3) Scheduler... 4 4) Frequenties en kruistabellen... 4 5)
