Handboek Dataverzameling

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handboek Dataverzameling"

Transcriptie

1 Handboek Dataverzameling 2016

2 Versie: Datum: 7 maart 2016 Voor informatie neem contact op met: Saskia Houterman Manager Datamanagement Marloes Marteijn Business Analyst Stichting Meetbaar Beter Postbus ZA Eindhoven E: datamanagement@meetbaarbetercom T: I: wwwmeetbaarbetercom 2016 Stichting Meetbaar Beter Dit is een handboek van de stichting Meetbaar Beter De stichting stelt zich tot doel het bijdragen aan de verdere verbetering van de kwaliteit van zorg voor hartpatiënten door het ontwikkelen, verspreiden en implementeren van een kwaliteitssysteem op basis van patiëntrelevante uitkomstindicatoren 2

3 Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Definities 15 3 Coronairlijden Geconsolideerd coronairlijden Coronaire bypasschirurgie (CABG) Definitie CABG Uitkomstindicatoren CABG Initiële condities CABG Codeboek CABG Percutane coronaire interventie (PCI) Definitie PCI Uitkomstindicatoren PCI Initiële condities PCI Codeboek PCI Conservatieve behandeling Definitie conservatieve behandeling Uitkomstindicatoren conservatieve behandeling Initiële condities conservatieve behandeling Codeboek conservatieve behandeling 46 4 Aortakleplijden Geconsolideerd aortakleplijden Aortaklepvervanging (AVR) Definitie AVR Uitkomstindicatoren AVR Initiële condities AVR Codeboek AVR Transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) Definitie TAVI Uitkomstindicatoren TAVI Initiële condities TAVI Codeboek TAVI Conservatieve behandeling Definitie conservatieve behandeling Uitkomstindicatoren conservatieve behandeling Initiële condities conservatieve behandeling Codeboek conservatieve behandeling 66 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden AVR+CABG Definitie AVR+CABG Uitkomstindicatoren AVR+CABG Initiële condities AVR+CABG Codeboek AVR+CABG 72 6 Atriumfibrilleren Geconsolideerd atriumfibrilleren Katheter pulmonaal venen-isolatie Definitie katheter PVI Uitkomstindicatoren katheter PVI Initiële condities katheter PVI Codeboek Katheter PVI 80 3

4 63 Minimaal-invasieve chirurgische pulmonaal venen-isolatie Definitie minimaal-invasieve chirurgische PVI Uitkomstindicatoren minimaal-invasieve chirurgische PVI Initiële condities minimaal-invasieve chirurgische PVI Codeboek minimaal-invasieve chirurgische PVI 87 7 Mitraliskleplijden Chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden Definitie chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden Uitkomstindicatoren chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden Initiële condities chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden Codeboek chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden 93 8 Overzicht wijzigingen 96 Bijlage 1: Bijdrage handboek 111 4

5 1 Inleiding 1 Inleiding Meetbaar Beter is een wetenschappelijk onderbouwd programma dat met behulp van patiëntrelevante uitkomstindicatoren op een arts gedreven én patiëntgerichte manier werkt aan de verbetering van kwaliteit en transparantie van zorg in de deelnemende hartcentra en interventiecentra zonder cardiochirurgie (IZC) Binnen Meetbaar Beter worden de voor de patiënt meest relevante uitkomstindicatoren aan de hand van een evidence-based methodologie geselecteerd (Value Based Healthcare (VBHC) theorie) De gemeten resultaten worden volledig transparant gecommuniceerd De inzichten in de resultaten van zorg die hierdoor verkregen worden, bieden de basis voor kwaliteits- en verbetercycli In dit handboek is beschreven welke data door de aangesloten ziekenhuizen aan Meetbaar Beter aangeleverd kunnen worden en op welke wijze dit behoort te gebeuren Voor patiënten met de onderstaande medische condities kunnen in 2016 data aan Meetbaar Beter aangeleverd worden: Coronairlijden (CABG, PCI en conservatieve behandeling) Aortakleplijden (AVR, TAVI en conservatieve behandeling) Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden (AVR+CABG) Atriumfibrilleren (katheter PVI en minimaal-invasieve chirurgische PVI) Mitraliskleplijden (chirurgische behandeling mitraliskleplijden) Afspraken en verantwoordelijkheden Voor het verkrijgen van betrouwbare inzichten in de resultaten van de hartzorg is een hoogwaardige kwaliteit van het datamanagement van essentieel belang Binnen Meetbaar Beter zijn daarom duidelijke werkafspraken gemaakt over de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de gegevens, de minimale vereisten voor publicatie van gegevens en het eigenaarschap van de gegevens Daarnaast heeft Meetbaar Beter een kwaliteitssysteem vormgegeven, waarin op een systematische manier het datamanagement proces van Meetbaar Beter wordt beschreven Door te werken volgens het kwaliteitssysteem, dat datacontroles bevat en procedures voor de verwerking van de gegevens, is de kwaliteit van het datamanagement geborgd en toetsbaar Een beschrijving van dit kwaliteitssysteem wordt gepubliceerd op wwwmeetbaarbetercom Bij alle data uitwisseling wordt voldaan aan de vigerende wet- en regelgeving De deelnemende centra blijven te allen tijde eigenaar van de aangeleverde gegevens Er zijn concrete afspraken gemaakt over de analyses voor de Meetbaar Beter rapportages die opgeleverd worden vanuit Meetbaar Beter Zonder expliciete toestemming van de deelnemende centra kan en mag er naast deze analyses geen bewerking van de gegevens plaatsvinden door Meetbaar Beter De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, volledigheid en juistheid van de gegevens ligt bij de deelnemende centra Leeswijzer De beperkte sets van uitkomstindicatoren en initiële condities zijn door de outcomes teams van Meetbaar Beter geselecteerd In hoofdstuk 2 staan alle definities die generiek binnen Meetbaar Beter gehanteerd worden In hoofdstuk 3 t/m 7 worden per medische conditie alle items van de registratie in detail beschreven met de definities en coderingen zoals die gehanteerd moeten worden Deze hoofdstukken zijn zo opgebouwd dat eerst de inclusiecriteria van de medische conditie wordt weergegeven, gevolgd door een definitie van de medische behandeling, vervolgens de uitkomstindicatoren en de initiële condities en tot slot een codeboek In hoofdstuk 8 wordt een overzicht gegeven van alle wijzigingen die doorgevoerd zijn in deze nieuwste versie van het handboek ten opzichte van de eerdere versie uit 2015 Tenslotte wordt in de bijlage een overzicht 5

6 1 Inleiding gegeven van de outcomes teams, de medisch experts en het programmateam die hebben meegewerkt aan de totstandkoming en verbetering van de indicatorensets Een totaaloverzicht van de indicatorensets waarin alle uitkomstindicatoren en initiële condities zijn opgenomen, uitgesplitst naar de medische condities en behandelingen, is te vinden op de website wwwmeetbaarbetercom Hieronder worden de belangrijkste opeenvolgende stappen die tijdens de dataverzameling aan bod komen uitgebreid beschreven 1 Verzamelen van de ruwe data Toestemmingsverklaring patiënt o Door van alle patiënten prospectief expliciete toestemming te vragen (schriftelijk dan wel digitaal) voor het opvragen en gebruiken van de gegevens wordt aan alle relevante wet- en regelgeving voldaan Deze toestemming heeft betrekking op de gegevens die opgevraagd kunnen worden bij de huisarts, behandeld medisch specialist en de zorgverzekeraar Een voorbeeld van een toestemmingsverklaring kan opgevraagd worden via datamanagement@meetbaarbetercom o Alle patiënten die prospectief om toestemming is gevraagd voor het aanleveren van hun data aan Meetbaar Beter, maar daarvoor geen toestemming geven, geldt dat ze volledig geëxcludeerd worden uit het cohort Meetbaar Beter wil wel graag op de hoogte gesteld worden van het aantal patiënten dat geen toestemming heeft gegeven Indien de patiënt expliciet geen toestemming geeft voor het aanleveren van alleen de follow-up gegevens aan Meetbaar Beter, geldt dat de overige gegevens wel aangeleverd kunnen worden Definities: Binnen Meetbaar Beter worden de data verzameld volgens de vastgestelde definities Deze definities zijn beschreven in hoofdstuk 2 van het Handboek Dataverzameling 2016 Let op: De wijzigingen die zijn doorgevoerd ten opzichte van het Handboek Dataverzameling versie staan in hoofdstuk 8 Het is belangrijk dat alle personen die betrokken zijn bij de dataverzameling op de hoogte worden gesteld van deze wijzigingen Houd rekening met mogelijke aandachtspunten die tijdens de audit van vorig jaar aan het licht zijn gekomen Patiëntnummer o Vanwege veiligheid en uit privacy overwegingen geldt dat de ziekenhuizen de patiënten voorzien van een unieke code, die niet overeenkomt met de gehanteerde code in het ziekenhuis zelf of het BSN nummer o Voor de unieke code per patiënt geldt dat deze code voor alle medische behandelingen gebruikt wordt Dit in verband met de consolidatie (samenvoegen van medische behandelingen van één medische conditie) waarbij Meetbaar Beter dubbele patiënten eruit kan filteren Inclusie medische behandeling o Voor alle medische behandelingen, op de conservatieve behandeling na, geldt dat een patiënt geïncludeerd wordt zodra er een huidincisie wordt aangebracht dan wel een instrument is ingebracht met de intentie om de medische behandeling uit te voeren Verschuivende cohorten o Binnen Meetbaar Beter wordt gewerkt met verschuivende cohorten van 5 jaar Dit betekent dat voor CABG in 2015 werd gerapporteerd over de jaren en in 2016 wordt gerapporteerd over de jaren

7 1 Inleiding o De ziekenhuizen leveren elk jaar het gehele cohort aan, dus ook de patiënten die al eerder aan Meetbaar Beter zijn aangeleverd NB Eerder aangeleverde datasets worden dus niet meer door Meetbaar Beter gebruikt in een nieuwe rapportage Let op - voorbeeld: Rapportagejaar 2015 inclusieperiode : CABG uitgevoerd in 2010 en CABG reïnterventie in 2011, dan deze reïnterventie als uitkomstindicator rapporteren van de primaire CABG in 2010 Rapportagejaar 2016 inclusieperiode : de CABG reïnterventie in 2011 van de CABG uitgevoerd in 2010, is nu in dit rapportagejaar de primaire CABG Compleetheid jaren o Voor alle jaren waarvoor patiënten aangeleverd worden voor een bepaalde medische behandeling, geldt dat alle uitkomstindicatoren en initiële condities 90% bekend moeten zijn voor die betreffende aangeleverde jaren Er mogen dus wel minder jaren aangeleverd worden voor de betreffende medische behandeling, maar voor die jaren moeten de uitkomstindicatoren en initiële condities dan wel compleet zijn NB: Dit geldt niet voor uitkomstindicatoren waar een actieve follow-up voor is (zoals aangegeven in het codeboek) of variabelen waarvoor een nieuwe definitie vanaf een recente datum is ingevoerd o Een ziekenhuis dat recent is aangesloten bij Meetbaar Beter kan ervoor kiezen om voor beperkte jaren een complete dataset aan te leveren Dubbele patiënten o Voor alle medische behandelingen, op PCI na, geldt dat patiënten niet dubbel in het cohort kunnen voorkomen Dit betekent dat als een patiënt twee of meer dezelfde medische behandelingen heeft ondergaan gedurende de inclusieperiode, enkel de eerste behandeling in de betreffende inclusieperiode geïncludeerd wordt Variabelen ziekenhuis, ziekenhuis verwezen en ziekenhuis hartteam o Gezien binnen Meetbaar Beter het hartteam centraal staat bij het consolideren van een medische conditie, wordt door elk ziekenhuis geregistreerd in welk ziekenhuis de interventie cq de behandeling heeft plaatsgevonden (variabele ziekenhuis), welk ziekenhuis de patiënt heeft verwezen (variabele ziekenhuis_verwezen) en met welk hartcentrum de hartteambespreking heeft plaatsgevonden (variabele ziekenhuis_hartteam) Indien een hartteambespreking binnen een hartcentrum, dus zonder deelname van een interventiecentrum zonder cardiochirurgie (IZC), heeft plaatsgevonden, dan is het ziekenhuis waar de interventie heeft plaatsgevonden hetzelfde als het ziekenhuis waar de hartteambespreking heeft plaatsgevonden Bijvoorbeeld: 1) een patiënt ondergaat een PCI in een IZC: deze patiënt wordt door het betreffende IZC aangeleverd bij Meetbaar Beter Bij de variabele ziekenhuis wordt het IZC geregistreerd en bij de variabele ziekenhuis_hartteam wordt het hartcentrum geregistreerd waarmee de patiënt in het hartteam is besproken; 2) een patiënt ondergaat een PCI in een hartcentrum en is binnen dat hartcentrum besproken: deze patiënt wordt door het betreffende hartcentrum aangeleverd bij Meetbaar Beter Bij zowel de variabele ziekenhuis als de variabele ziekenhuis_hartteam wordt het betreffende hartcentrum geregistreerd, en 3) een patiënt die een PCI ondergaat in een hartcentrum, nadat de patiënt is verwezen vanuit een IZC en is besproken in het gezamenlijke hartteam van het hartcentrum en het IZC: Bij zowel de variabele ziekenhuis als de variabele ziekenhuis_hartteam wordt het betreffende hartcentrum geregistreerd en bij de variabele ziekenhuis_verwezen wordt het betreffende IZC geregistreerd 7

8 1 Inleiding Definitie verwezen o Onder een verwezen patiënt wordt verstaan een patiënt waarbij het verzoek om de patiënt te behandelen afkomstig is van een ander ziekenhuis dan waar de behandeling uiteindelijk wordt uitgevoerd Definitie hartteambespreking o Onder een hartteambespreking wordt verstaan een bespreking waar op zijn minst een interventiecardioloog en een cardiochirurg bij aanwezig zijn Uit deze bespreking volgt oa een behandelplan Deze informatie dient opgezocht te worden in de patiëntendossiers Hierbij mag er niet vanuit worden gegaan dat alle niet-acute patiënten besproken worden tijdens een hartteambespreking Eénjaars-uitkomstindicatoren o Voor de uitkomstindicatoren die een follow-upduur hebben van 1 jaar, bijvoorbeeld herhaalde PVI binnen 1 jaar, geldt dat er sprake is van een andere inclusieperiode De gegevens van het laatste jaar van de inclusieperiode hoeven namelijk niet aangeleverd te worden, vanwege het niet volledig zijn van de éénjaars follow-up van deze patiënten Reïnterventie-variabelen met een datum o Voor een aantal reïnterventie-uitkomstindicatoren (zoals klepreïnterventie bij AVR en coronaire reïnterventie bij CABG) is het om één van de volgende datumvelden in te voeren: datum reïnterventie: indien er een reïnterventie heeft plaatsgevonden, dan geldt dat de datum van de reïnterventie ingevuld wordt datum follow-up: indien er geen reïnterventie heeft plaatsgevonden, dan geldt dat de datum ingevuld wordt waarop met zekerheid vastgesteld kan worden dat de reïnterventie niet heeft plaatsgevonden (= datum uitvraag follow-upgegevens) Uitvoeren van follow-up voor uitkomstindicatoren: o Er is een notitie beschikbaar waarin staat beschreven hoe de kwaliteit van leven data en data betreffende follow-up uitkomstindicatoren verzameld kunnen worden (verkrijgbaar via datamanagement@meetbaarbetercom) o Voor de uitkomstindicatoren waarbij een actieve follow-up is (aangeduid in het codeboek), geldt de vereiste dat de totale populatie aantoonbaar opgevolgd moet worden Hierbij kan een ziekenhuis er niet vanuit gaan dat een patiënt altijd terugkomt naar het behandelcentrum indien er een complicatie of reïnterventie optreedt o Het retrospectief verzamelen van de follow-updata kan op verschillende manieren gedaan worden: dossieronderzoek in de verwijzende centra, versturen van brieven naar de patiënten, en/of opbellen van verwijzers of patiënten Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de vragenlijst die door Meetbaar Beter is opgesteld (verkrijgbaar via datamanagement@meetbaarbetercom) o De follow-up start op het moment van de interventie, cq bij de start van de conservatieve behandeling (datum hartteambespreking) o Gedurende de gehele follow-up blijft de patiënt in eenzelfde cohort, tenzij er een specifieke uitzondering geldt zoals bij de specifieke interventie/behandeling staat beschreven Ondergaat een patiënt een andere interventie/behandeling die buiten het huidige cohort valt, dan start ook voor die interventie/behandeling de follow-up in het andere cohort De follow-up gaat dan door in beide cohorten (tenzij er een specifieke uitzondering geldt, zoals bij de specifieke interventie/behandeling staat beschreven) TIP Voer eerst GBA-check uit voorafgaande aan het retrospectief verzamelen van follow-up data Zo kan voorkomen worden dat overleden patiënten een brief ontvangen of opgebeld worden 8

9 1 Inleiding Patiënten die zijn overleden voor bereiken volledige follow-up o Indien een patiënt is overleden vóór de volledige follow-upduur van een uitkomstindicator is bereikt (bv de patiënt overlijdt na 10 dagen en de follow-up van de betreffende uitkomstindicator is 30 dagen), dan wordt voor de betreffende uitkomstindicator geregistreerd of de uitkomst tot aan het moment van overlijden wel of niet is opgetreden Vitaliteitsgegevens / GBA-check o Voor alle medische behandelingen geldt dat er een verificatie bij de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) gedaan moet worden met op of na o De onderstaande opties zijn mogelijk bij het invullen van de vitaliteitsgegevens: Patiënt levend op : vitaliteit = levend (0), vitaliteitsdatum = Patiënt overleden op : vitaliteit = overleden (1), vitaliteitsdatum = Patiënt levend op (laatste poli-bezoek, geen GBA gegevens bekend op ): vitaliteit = lost to follow-up (2), vitaliteitsdatum = Patiënt overleden op (na einddatum ): vitaliteit = levend (0), vitaliteitsdatum = Verzamelen Kwaliteit van Leven o Er wordt vanuit gegaan dat de kwaliteit van leven gemeten wordt middels de SF36- vragenlijst (versie 2) Een ziekenhuis kan hier eventueel van afwijken en de SF12- vragenlijst (versie 2) gebruiken Meetbaar Beter wil wel graag op de hoogte gesteld worden als van het gebruik van de SF36-vragenlijst wordt afgeweken en de reden hiervoor o Uitzondering: Voor de medische conditie atriumfibrilleren geldt dat de ziektespecifieke vragenlijst AFEQT gebruikt wordt voor het meten van kwaliteit van leven o Slechts patiënten waarbij zowel een voor- als nameting beschikbaar is worden geïncludeerd in de kwaliteit van leven analyses (indien enkel een voormeting dan wel nameting beschikbaar is, dan worden deze gegevens wel aangeleverd) o De resultaten van kwaliteit van leven worden door Meetbaar Beter gerapporteerd voor 8 gezondheidsdomeinen: fysiek functioneren, rolfunctioneren fysiek, lichamelijke pijn, ervaren gezondheid, sociaal functioneren, rolfunctioneren emotioneel, geestelijke gezondheid en vitaliteit Daarnaast worden door Meetbaar Beter de resultaten op hoofddomein-niveau (dwz fysieke gezondheid en psychische gezondheid ) gerapporteerd o Voor elke patiënt moet minimaal 50% van de vragen per domein ingevuld zijn o Vanwege de vereiste nameting na één jaar worden alle patiënten die een behandeling hebben ondergaan t/m geselecteerd o Bij CABG, PCI, AVR en TAVI patiënten geldt dat het niet is om kwaliteit van leven voor spoedpatiënten aan te leveren Deze groep wordt bij het berekenen van het responspercentage geëxcludeerd o De gegevens worden door de verschillende centra op verschillende manieren verzameld: papier of internet (in het ziekenhuis of thuis ingevuld) 9

10 1 Inleiding Berekening Kwaliteit van Leven SF36 (versie 2) Hercodering De scores op de kwaliteit van leven vragen worden zodanig getransformeerd dat een hogere score duidt op een betere gezondheidstoestand Daartoe worden de volgende ruwe schaalscores gehercodeerd: Hercodering van de volgende vragen Hercodering a 9d 9e 9h 11b 11d (1=5) (2=4) (3=3) (4=2) (5=1) 7 (1=6) (2=5) (3=4) (4=3) (5=2) (6=1) Gezondheidsdimensies Vervolgens worden de scores op de vragen voor alle patiënten, die minimaal de helft van de vragen die horen bij de desbetreffende schaal hebben beantwoord, gesommeerd tot schaalscores en getransformeerd naar een honderdpuntsschaal: Sommering 8 gezondheidsdimensies Fysiek functioneren Rolfunctioneren fysiek Rekenkundige som van de vragen: 3a + 3b + 3c + 3d + 3e + 3f + 3g + 3h + 3i + 3j 4a + 4b + 4c + 4d Lichamelijke pijn Ervaren gezondheid a + 11b + 11c + 11d Sociaal functioneren Rolfunctioneren emotioneel Geestelijke gezondheid Vitaliteit Gezondheidsverandering* 2 *wordt niet gebruikt binnen MB 5a + 5b + 5c 9b + 9c + 9d + 9f + 9h 9a + 9e + 9g + 9i Om de scores op de twee hoofddomeinen te bepalen wordt het gemiddelde berekend van de scores op de volgende subschalen: Sommering 2 hoofddomeinen Fysieke gezondheid Psychische gezondheid Rekenkundige som van de items: fysiek functioneren + rolfunctioneren fysiek + lichamelijke pijn + ervaren gezondheid sociaal functioneren + rolfunctioneren emotioneel + geestelijke gezondheid + vitaliteit 10

11 1 Inleiding Berekening Kwaliteit van Leven SF12 (versie 2) Hercodering De scores op de kwaliteit van leven vragen worden zodanig getransformeerd dat een hogere score duidt op een betere gezondheidstoestand Daartoe worden de volgende ruwe schaalscores gehercodeerd: Hercodering van de volgende vragen Hercodering 1 5 6a 6b (1=5) (2=4) (3=3) (4=2) (5=1) Gezondheidsdimensies Vervolgens worden de scores op de vragen voor alle patiënten, die minimaal de helft van de vragen die horen bij de desbetreffende schaal hebben beantwoord, gesommeerd tot schaalscores en getransformeerd naar een honderdpuntsschaal: Sommering 8 gezondheidsdimensies Fysiek functioneren 2a +2b Rolfunctioneren fysiek Lichamelijke pijn 5 Ervaren gezondheid 1 Sociaal functioneren 7 Rolfunctioneren emotioneel Geestelijke gezondheid Vitaliteit *wordt niet gebruikt binnen MB Rekenkundige som van de vragen: 3a + 3b 4a + 4b 6a + 6c Om de scores op de twee hoofddomeinen te bepalen wordt het gemiddelde berekend van de scores op de volgende subschalen: 6b Sommering 2 hoofddomeinen Fysieke gezondheid Psychische gezondheid Rekenkundige som van de items: fysiek functioneren + rolfunctioneren fysiek + lichamelijke pijn + ervaren gezondheid sociaal functioneren + rolfunctioneren emotioneel + geestelijke gezondheid + vitaliteit 11

12 1 Inleiding 2 Data invoeren in Meetbaar Beter Excel databestand Automatische controles: invoerfouten kunnen tot een minimum beperkt worden doordat geautomatiseerde controles (overeenkomstig het controleprotocol) zijn ingebouwd in het Meetbaar Beter Excelbestand dat gebruikt wordt bij de data-aanlevering Het advies is om enkele weken voor de deadline van de data-aanlevering deze controles uit te voeren, zodat er nog tijd is voor het mogelijk corrigeren van de data TIPS Inventariseer of er in de nieuw aan te leveren dataset opvallende verschillen zijn bij de uitkomstindicatoren en initiële condities ten opzichte van de dataset die vorig jaar is aangeleverd Inventariseer of er in de nieuw aan te leveren dataset opvallende trends zijn over de jaren heen, die mogelijk kunnen duiden op onwaarschijnlijkheid Koppel de databestanden van de afzonderlijke medische behandelingen om te controleren of patiënten die in meerdere cohorten zijn geïncludeerd identieke initiële condities hebben (indien mogelijk) Bijvoorbeeld: een patiënt met diabetes mellitus is in zowel het PCI als CABG cohort geïncludeerd, dan geldt dat deze patiënt bij beide registraties de waarde diabetes mellitus = ja moet hebben (tenzij diagnose diabetes is veranderd tussen de twee behandelingen in) 3 Akkoord medisch specialist voor versturen data Het verdient aanbeveling om de kwaliteit van de data voorafgaande aan de data-aanlevering te laten beoordelen door een medisch specialist of een team van medisch specialisten (bijvoorbeeld tijdens een wekelijks overleg) Het ondertekend controleprotocol is voorzien van een handtekening van zowel de datamanager als 1 verantwoordelijk medisch specialist TIP Controleer de kwaliteit van de data niet alleen op basis van de gemiddelde percentages, maar check ook de ingevoerde data middels een steekproef De omvang van de steekproef is onder andere afhankelijk van de grootte van het cohort, je kan hiervoor een power berekening uitvoeren Voor hulp hierbij kan je contact opnemen met datamanagement@meetbaarbetercom 4 Data-aanlevering Per medische behandeling bestaat de data-aanlevering uit de onderstaande documenten, die beveiligd verstuurd worden naar datamanagement@meetbaarbetercom o Het Meetbaar Beter Excel databestand: elke medische behandeling heeft een uniek Excel databestand Dit Excel databestand wordt gebruikt voor de data-aanlevering Alle velden met automatische controles van de data behoren op groen te staan (correcte invoer) Slechts databestanden met enkel groene velden worden in behandeling genomen Het ziekenhuis heeft na een foutieve data-aanlevering éénmalig de mogelijkheid aangepaste data aan te leveren Indien het databestand dan nog rode velden bevat, wordt de betreffende uitkomstindicator en/of initiële conditie niet meegenomen in de rapportage Na het controleren van de concept figuren krijgt het ziekenhuis nogmaals éénmalig de mogelijkheid aangepaste data aan te leveren Bij het aanleveren van aangepaste data geldt dat het ziekenhuis expliciet benoemt welke aanpassingen zijn doorgevoerd en de redenen voor deze aanpassingen 12

13 1 Inleiding o Ondertekend controleprotocol: het controleprotocol moet volledig doorlopen worden voordat de data wordt aangeleverd aan Meetbaar Beter Vervolgens dient zowel een datamanager als een medisch specialist het controleprotocol te tekenen, waarbij wordt verklaard dat de verantwoordelijkheid is genomen voor de juiste selectie en aanlevering van de data van alle patiënten aan Meetbaar Beter, conform de door Meetbaar Beter bepaalde inclusiecriteria en definities Slechts datasets voorzien van een getekend controleprotocol kunnen door Meetbaar Beter in behandeling worden genomen Het protocol voor het beveiligd versturen van bestanden is op te vragen via datamanagement@meetbaarbetercom Voor de data-aanlevering gelden de onderstaande deadlines Voor de data-aanlevering geldt dat Meetbaar Beter ervan uit gaat dat de data door de bij Meetbaar Beter bekende datamanager wordt aangeleverd Indien de data door een ander persoon wordt aangeleverd, dan wordt Meetbaar Beter hier graag van op de hoogte gesteld Planning data-aanlevering 2016 (analyses uitgevoerd door business analyst): 1 juli: atriumfibrilleren (Tim van Kemenade) 1 aug: aortakleplijden (Daniela Veldman) AVR + CABG (Daniela Veldman) mitraliskleplijden (Marloes Marteijn) 1 sept: coronairlijden (Marloes Marteijn) Eindverantwoordelijk: manager Datamanagement (Saskia Houterman) 5 Consolidatie Voor de medische condities coronairlijden, aortakleplijden en atriumfibrilleren worden de afzonderlijke medische behandelingen door Meetbaar Beter samengevoegd tot een geconsolideerde dataset Voor de consolidatie gelden de onderstaande criteria: o Enkel centra die data voor alle afzonderlijke medische behandelingen hebben aangeleverd worden geïncludeerd in het geconsolideerde cohort van de betreffende medische conditie (bijvoorbeeld: voor de consolidatie van coronairlijden moet data aangeleverd zijn voor PCI, CABG en de conservatieve behandeling) o Voor een ziekenhuis worden enkel de jaren geïncludeerd waarvoor van alle afzonderlijke medische behandelingen data zijn aangeleverd en waarin een ziekenhuis een heel jaar volledig operationeel was 6 Standaard afspraken ontbrekende data Voor alle uitkomstindicatoren en initiële condities (excl kwaliteit van leven) geldt de norm dat maximaal 10% van de gegevens mogen ontbreken van het gehele aangeleverde cohort Bij de regressie-analyses worden ziekenhuizen geïncludeerd die maximaal 1 van de initiële condities die meegenomen worden in de regressie-analyse, meer dan 10% ontbrekende data hebben van het gehele aangeleverde cohort TIP Inventariseer in het Meetbaar Beter boek van vorig jaar per medische behandeling welke initiële condities zijn geïncludeerd bij de regressie-analyses Streef ernaar om voor alle aangeleverde patiënten van de betreffende medische behandeling deze initiële condities compleet aan te leveren ( 90% bekende gegevens van het gehele aangeleverde cohort) 13

14 1 Inleiding Let op: Initiële condities die bij 25% of meer van de centra niet voldoende aanwezig zijn, worden niet meegenomen in de regressie-analyse 7 Meetbaar Beter boek In de jaarlijkse rapportage worden de resultaten op 3 niveaus weergegeven: o Ongecorrigeerde percentages: hiermee wordt inzichtelijk hoe vaak een bepaalde uitkomst zich voordoet in de verschillende centra Voor het berekenen van de ongecorrigeerde percentages worden de werkelijke percentages genomen (exclusief onbekend) o Gesegmenteerde figuren: hiermee wordt de invloed van een initiële conditie op een uitkomstindicator inzichtelijk gemaakt Patiënten met een ontbrekende waarde op de uitkomstindicator dan wel initiële conditie worden uitgesloten Indien geen enkel ziekenhuis meer dan 3 events heeft voor een bepaalde uitkomstindicator dan bestaat de weergave enkel uit niet-gesegmenteerde ongecorrigeerde uitkomsten o Funnelplots: in een funnelplot wordt weergegeven hoe de resultaten van zorg zich verhouden tot de te verwachten resultaten van zorg op basis van de zorgzwaarte van de populatie De te verwachten resultaten worden berekend met behulp van een regressie-analyse, waarin wordt gecorrigeerd voor de gemeten initiële condities NB Er wordt niet gecorrigeerd voor samengestelde initiële condities Dit betreft de volgende initiële condities: Euroscore I, Euroscore II en CHA 2 DS 2 -VASc score 8 Onderhoudscyclus Elk jaar vindt er voor alle medische behandelingen een onderhoudscyclus plaats De onderhoudscyclus heeft als doel om de indicatorenset en/of definities verder aan te scherpen Zodra de dataverzameling is afgerond, krijgen alle betrokken personen (artsen, datamanagers en intern projectleiders) de gelegenheid om input aan te leveren Tijdens de dataverzameling bieden we ook de mogelijkheid om input te leveren Deze input kan verstuurd worden naar datamanagement@meetbaarbetercom 14

15 2 Definities 2 Definities Het is belangrijk dat alle aangesloten ziekenhuizen een uniforme definitie hanteren voor alle geselecteerde uitkomstindicatoren en initiële condities Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij de definities die gehanteerd worden in (inter)nationale vooraanstaande bronnen Hierbij is de volgende prioritering aangehouden: I Nationale bronnen (richtlijnen, beroepsverenigingen (NVVC, NVT)) II Europese bronnen (European Society for Cardiology (wwwescardioorg)) III Internationale bronnen (Amerikaanse verenigingen en/of registraties) In dit hoofdstuk worden alle algemene definities (in alfabetische volgorde) gepresenteerd die binnen Meetbaar Beter bij de verschillende medische condities gehanteerd worden Anti-aritmica (AAD) Anti-aritmica (in het Engels anti-arrhythmic drugs AAD) zijn geneesmiddelen welke antiaritmische eigenschappen hebben en daarom gebruikt worden in de behandeling van ritmestoornissen, zoals atriumfibrilleren AAD s worden onderverdeeld in 4 verschillende klassen naar Vaughan Williams, gebaseerd op hun werkingsmechanisme Klasse I: membraanstabiliserende middelen (quinidine, procainamide, disopyramide en flecainide) Klasse II: bèta-receptor blokkerende sympathicomimetica (beta-blokkers) Klasse III: actiepotentiaalverlengende middelen (amiodaron, ibutilide, sotalol) Klasse IV: calciuminstroom remmende medicatie (calcium-blokkers diltiazem en verapamil) = Belangrijk: bèta-blokkers uit klasse II en anti-aritmica uit klasse IV volgens Vaughan Williams worden bij de behandeling van atriumfibrilleren niet beschouwd als een antiaritmicum Gebruik van bèta-blokkers na zowel een katheter PVI als minimaal-invasieve chirurgische PVI wordt daarom niet beschouwd als gebruik van een AAD (bèta-blokkers zijn klasse II AAD volgens de Vaughan Williams-classificatie, maar worden binnen de elektrofysiologie niet als zodanig beschouwd) Bronvermelding: Vaughan Williams EM Classification of antidysrhythmic drugs Pharmacol Ther B 1975; 1: Farmacotherapeutisch kompas (wwwfkcvznl) Atriumfibrilleren (AF) Betreft een ritmestoornis welke gekenmerkt wordt door: 1 Irregulair RR-interval (zonder de aanwezigheid van een repetitief patroon), en 2 Afwezigheid van P-golven op het oppervlakte ECG, en 3 Variabele atriale cycluslengte (indien zichtbaar) en wordt op grond van de tijdsduur ingedeeld in volgende types: Paroxysmaal atriumfibrilleren: het voorkomen van meer dan twee episoden van atriumfibrillatie welke spontaan beëindigen binnen 7 dagen ( 7 dagen) Episoden van atriumfibrillatie die minder dan 48 uur (< 48 uur) duren en beëindigd worden door elektrische of farmacologische cardioversie worden ook als paroxysmaal atriumfibrilleren geclassificeerd 15

16 2 Definities Bloeding Persisterend atriumfibrilleren: continue atriumfibrillatie welke langer duurt dan 7 dagen Episoden van atriumfibrillatie welke na 48 uur (> 48 uur), maar binnen 7 dagen ( 7 dagen) beëindigd worden door elektrische of farmacologische cardioversie worden ook als persisterend atriumfibrilleren geclassificeerd Langdurig persisterend atriumfibrilleren: continue atriumfibrillatie welke langer duurt dan 12 maanden (> 12 maanden) Bronvermelding: Camm AJ, Kirchhof P, Lip GY et al Guidelines for the management of atrial fibrillation: the task force for the management of atrial fibrillation of the European Society of Cardiology Eur Heart J 2010; 31: PMID Calkins H, Kuck KH, Cappato R et al 2012 HRS/EHRA/ECAS expert consensus statement on catheter and surgical ablation of atrial fibrillation: recommendations for patient selection, procedural techniques, patient management and follow-up, definitions, endpoints and research trial design Heart Rhythm 2012; 9: PMID Bloedingen worden naar gelang hun ernst ingedeeld volgens de gestandaardiseerde Bleeding Academic Research Consortium (BARC) classificatie De volgende categorieën worden onderscheiden: BARC type 1: bloeding waarvoor patiënt geen medische hulp zoekt en welke geen verdere actie, follow-up of behandeling behoeft Voor Meetbaar Beter worden enkel bloedingen geregistreerd vanaf BARC type 2 BARC type 2: elke zichtbare bloeding die niet in categorie 3 tot en met 5 valt, maar wel voldoet aan tenminste één van volgende criteria: - vereist niet-chirurgische, medische behandeling door een zorgverlener, en/of - leidt tot ziekenhuisopname of extra behandeling, en/of - vereist medische nazorg of evaluatie BARC type 3a: elke zichtbare bloeding gepaard gaande met 2 tot 3 mmol/l hemoglobine daling en/of bloedtransfusie BARC type 3b: elke zichtbare bloeding gepaard gaande met 3 mmol/l hemoglobine daling en/of harttamponade en/of bloeding die chirurgische interventie vereist (uitgezonderd tanden, neus, huid en hemorroïden) en/of toediening van vasoactieve intraveneuze medicatie BARC type 3c: intracraniële bloeding (uitgezonderd microbloeding of hemorragische transformatie) en/of intra-oculaire bloeding BARC type 4: CABG-gerelateerde bloeding met ofwel peri-operatieve intracraniële bloeding binnen 48h en/of re-sternotomie voor hemostase en/of transfusie 5 eenheden volbloed of packed cells binnen 48h en/of thoraxdrainproductie 2l binnen 24h BARC type 5a: waarschijnlijk fatale bloeding zonder bevestiging bij autopsie of beeldvorming BARC type 5b: bewezen fatale bloeding door middel van autopsie of beeldvorming Bronvermelding: Mehran R, Rao SV, Bhatt DL et al Standardized bleeding definitions for cardiovascular clinical trials: a consensus report from the Bleeding Academic Research Consortium Circulation 2011; 123: PMID

17 2 Definities Body Mass Index (BMI) De Body Mass Index (BMI) is het quotiënt van het gewicht (in kg) en het kwadraat van de lengte (in meter) Afhankelijk van de waarde van de BMI is de door de WHO voorgestelde classificatie: BMI < 18,5 kg/m 2 ondergewicht 18,5 kg/m 2 BMI < 25,0 kg/m 2 normaal gewicht 25,0 kg/m 2 BMI < 30,0 kg/m 2 overgewicht BMI 30 kg/m 2 obesitas Bronvermelding: Obesity: preventing and managing the global epidemic Report of a WHO consultation World Health Organ Tech Rep Ser 2000; 894: PMID Cardiale tamponade De aanwezigheid van >5 mm pericardvocht al dan niet met klinische (CVD-verhoging, pulsus paradoxus, hypotensie) en/of echocardiografische (wijde, niet collaberende vena cava inferior, diastolische collaps van rechter atrium en/of ventrikel, >25% respiratoire variatie in mitralisklep inflowpatroon, >50% variatie in tricuspidalisklep inflow patroon) tekenen van tamponade Het betreft een cardiale tamponade als een interventie (drainage) is Bronvermelding: Maisch B, Seferovic PM, Ristic AD et al Guidelines on the diagnosis and management of pericardial disease executive summary Eur Heart J 2004; 25: PMID CHA 2 DS 2 -VASc score Stratificatiescore op een schaal van 0 tot en met 9, gebaseerd op leeftijd, geslacht en het voorkomen van hartfalen, hypertensie, diabetes, cerebrovasculaire aandoeningen en vaatlijden De score geeft een inschatting van het risico op trombo-embolische complicaties bij atriumfibrilleren Risicofactor Score C Congestief hartfalen/linker kamer dysfunctie 1 H Hypertensie 1 A 2 Leeftijd 75 jaar 2 D Diabetes mellitus 1 S 2 CVA/TIA/trombo-embolie 2 V Vaatlijden 1 A Leeftijd jaar 1 Sc Vrouwelijk geslacht 1 Bij het tot stand komen van deze stratificatiescore werd uitgegaan van de volgende definities: Hartfalen: aanwezigheid van tekenen of symptomen van ofwel rechter- (verhoogde centraal veneuze druk, hepatomegalie, oedeem) ofwel linker- (inspanningsafhankelijke kortademigheid, hoesten, vermoeidheid, orthopnoe, paroxysmale nachtelijke dyspnoe (als orthopnoe dan ook dyspnoe), cardiomegalie, crepitaties, gallop ritme, pulmonale veneuze congestie) hartfalen of 17

18 2 Definities beiden Deze tekenen of symptomen zijn bevestigd door middel van (non)invasieve methoden welke objectief aantonen dat er cardiale dysfunctie is Hypertensie: zie definitie hypertensie Diabetes mellitus: zie definitie diabetes mellitus CVA/TIA/trombo-embolie: zie definitie CVA, TIA en trombo-embolie Vaatlijden: Eerdere myocardinfarct, angina pectoris, PCI of CABG De aanwezigheid van één of meer van volgende aandoeningen: intermitterende claudicatio, voorgeschiedenis van chirurgische of percutane interventie van abdominale aorta of onderste ledematen, abdominale of thoracale vaatheelkundige chirurgie, arteriële of veneuze trombose Bronvermelding: Lip GY, Nieuwlaat R, Pisters R et al Refining clinical risk stratification for prediction stroke and thromboembolism in atrial fibrillation using a novel risk factor-based approach: the EuroHeart Survey on atrial fibrillation Chest 2010; 137: PMID Camm AJ, Kirchhof P, Lip GY et al Guidelines for the management of atrial fibrillation: the task force for the management of atrial fibrillation of the European Society of Cardiology Eur Heart J 2010; 31: PMID Cerebro Vasculair Accident (CVA) Door een neuroloog vastgestelde permanente, neurologische dysfunctie als gevolg van focale ischemie van hersenen, ruggenmerg of retina, veroorzaakt door een acuut infarct van het neurologische weefsel ten gevolge van trombose, embolie, systemische hypoperfusie of bloeding Bronvermelding: Sacco RL, Kasner SE, Broderick JP et al An updated definition of stroke for the 21st century: a statement for healthcare professionals from the American Heart Association/American Stroke Association Stroke 2013; 44: PMID Chronische Totale Occlusie (CTO) Atherosclerotische occlusie van een kransslagader die tenminste 3 maanden bestaat en waarbij een TIMI flow 0 of 1 bestaat Bronvermelding: Sianos G, Werner GS, Galassi AR et al Recanalisation of Chronic Total coronary Occlusion: 2012 consensus document from the EuroCTO club EuroIntervention 2012; 8: Diabetes mellitus Met medicatie behandelde diabetes mellitus Er zijn twee typen diabetes mellitus, maar voor Meetbaar Beter wordt daarin geen onderscheid gemaakt Diabetes mellitus type 1: terugkerende of persisterende hyperglycemie ten gevolge van een absoluut insulinetekort waarbij de behandeling bestaat uit insuline Diabetes mellitus type 2: terugkerende of persisterende hyperglycemie ten gevolge van insulineresistentie waarbij de behandeling bestaat uit dieet, orale medicatie en/of insuline NB: Zwangerschapsdiabetes ten tijde van de interventie uitsluiten 18

19 2 Definities Diabetes mellitus gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie wordt gekarakteriseerd door chronische hyperglycaemie waarbij één van de onderstaande criteria wordt aangetoond: Nuchter plasmaglucosespiegel 7,0 mmol/l ( 126 mg/dl) Plasmaglucose 11,1 mmol/l ( 200 mg/dl) twee uur na inname van 75g orale glucose als in de glucosetolerantietest (plasmaglucose meting dient niet plaats te vinden ten tijde van of kort na een glucose infuus) Symptomen van hyperglycaemie en terloops gemeten plasmaglucose 11,1 mmol/l ( 200 mg/dl) (plasmaglucose meting dient niet plaats te vinden ten tijde van of kort na een glucose infuus) Geglycosyleerd hemoglobine (HbA1c) 6,5% Bronvermelding: American Diabetes Association Diagnosis and classification of diabetes mellitus Diabetes Care 2013; 36 (Suppl 1): S67-S74 PMID Rydén L, Grant P, Anker SD et al ESC guidelines on diabetes, pre-diabetes and cardiovascular diseases developed in collaboration with the EASD Eur Heart J 2013; 34: PMID Diepe sternumwondinfectie (DSWI) Endocarditis Diepe sternumwondproblemen mediastinitis die zich ontwikkelen na de interventie: omvat spier, sternum, mediastinum en is positief als er sprake is van één of meer van de onderstaande criteria: Chirurgische drainage/refixatie Positieve wondkweken AB-therapie vanwege de sternumwond Bronvermelding: BHN Handboek v 40 (1 januari 2014) Infectieuze ontsteking van het endocardium waarbij de diagnose gesteld wordt op basis van de gemodificeerde Duke criteria (zie tabel); deze criteria zijn gebaseerd op de aanwezigheid van micro-organismen in de bloedbaan en/of het voorkomen van een vegetatie, abces of dehiscentie van een klepprothese bij echocardiografie al dan niet in aanwezigheid van klinische kenmerken (predisponerende hartafwijking, koorts, vasculaire afwijkingen en/of immunologische fenomenen) Major Duke criteria Microbiologie Ten minste twee positieve bloedkweken van micro-organismen die typisch zijn voor infectieuze endocarditis, zoals: a Streptococcen, met name Streptococcus viridans (S sanguis, S mutans, Smitis); β-hemolytische Streptococcen (S pyogenes, S agalactiae) en nonhemolytische Streptococcen (S bovis) b Stafylococcen, met name Stafylococcus aureus en coagulase negatieve stafylococcen (voornamelijk S epidermidis) c Enterococcen (Enterococcus faecium, E faecalis) d Microorganismen uit de HACEK group (Haemophilus spp, Actinobacillus actinomycetemcomitans, Cardiobacterium hominis, Eikenella corrodens, Kingella kingae), Coxiella burnetii, Gram negatieve micro-organismen en schimmels 19

20 2 Definities Micro-organismen overeenkomend met endocarditis verwekkers die herhaaldelijk geïsoleerd zijn uit de bloedkweken Met herhaaldelijk wordt het hebben afgenomen van twee positieve bloedkweken bedoeld (minimaal twaalf uur na elkaar) of het hebben afgenomen van minimaal drie positieve bloedkweken of meerdere positieve bloedkweken (met een minimale tijdspanne van 1 uur) Een enkele positieve bloedkweek waaruit Coxiella burnetii wordt geïsoleerd of een fase I IgG antilichaam titer voor C burnetii groter is dan 1:800 Echocardiografie Positieve echocoardiografische bevindingen, te weten a Een (discrete) echorijke oscillerende intracardiale massa gelokaliseerd aan dezelfde zijde als de endocardiale laesie b Een peri-annulair abces c Nieuwe dehiscentie van een kunstklepprothese d Een nieuwe klepinsufficiëntie/lekkage (toename van een reeds bestaande insufficiëntie/lekkage is niet voldoende om als criterium gebruikt te worden) Minor Duke criteria Predispositie voor endocarditis, zoals bij bepaalde hartaandoeningen of intraveneus druggebruik Koorts >38,0 C Vasculaire verschijnselen (splinterbloedingen, conjunctivale bloedingen, Janeway laesies) Immunologische verschijnselen (glomerulonefritis, Osler s noduli, Roth spots, reumafactor) Positieve bloedkweken van niet-typische micro-organismen De definitieve diagnose infectieuze endocarditis wordt gesteld bij de aanwezigheid van tenminste: 2 major criteria 1 major en 3 minor criteria 5 minor criteria voor de waarschijnlijke diagnose zijn tenminste : 1 major en 1 minor criterium 3 minor criteria Bronvermelding: Li JS, Sexton DJ, Mick N et al Proposed modification to the Duke criteria for the diagnosis of infective endocarditis Clin Infect Dis 2000; 30: Mylokanis E, Calderwood SB Infective endocarditis in adults N Engl J Med 2001; 345: Habib G, Hoen B, Tornos P et al Guidelines on the prevention, diagnosis and treatment of infective endocarditis Eur Heart J 2009; 30: PMID

21 2 Definities Ejectiefractie (= linkerventrikelejectiefractie) Ejectiefractie (EF) wordt in de fysiologie gedefinieerd als het quotiënt van slagvolume (einddiastolisch volume eindsystolisch volume) gedeeld door het einddiastolisch volume Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gebruikte methode om de ejectiefractie vast te stellen (linker kamer angiografie, SPECT, echocardiografie, MRI of CT) EF > 50% goed 30 t/m 50% matig < 30% slecht Bronvermelding: Lang, R M, Badano, L P, Mor-Avi, V, Afilalo, J, Armstrong, A, et al Recommendations for Cardiac Chamber Quantification by Echocardiography in Adults: An Update from the American Society of Echocardiography and the European Association of Cardiovascular Imaging European Heart Journal of Cardiovascular Imaging 2015; 16: EuroSCORE (logistisch) The European System for Cardiac Operative Risk Evaluation (EuroSCORE) biedt een risicostratificatie om de operatieve mortaliteit van cardiochirurgische procedures in te schatten Afhankelijk van de gekozen EuroSCORE (I of II), hangt de score af van een aantal kenmerken, te weten leeftijd, geslacht, chronisch obstructief longlijden, extracardiale atherosclerose, neurologische dysfunctie, vroegere cardiale chirurgie, serum kreatinine, actieve endocarditis, kritieke pre-operatieve toestand, onstabiele angina pectoris, linkerkamerdysfunctie, recent myocardinfarct, pulmonale hypertensie, spoedingreep, aantal cardiale ingrepen, gelijktijdige aortachirurgie en postinfarct septumruptuur Voor definities en/of berekening van de EuroSCORE I wordt verwezen naar de website en voor EuroSCORE II naar EuroSCORE I < 10 % laag 10 t/m 20% middel > 20% hoog EuroSCORE II < 5 % laag 5 t/m 10% middel > 10% hoog Hartteambespreking Onder een hartteambespreking wordt verstaan een bespreking waar op zijn minst een interventiecardioloog en een cardiochirurg bij aanwezig zijn Uit deze bespreking volgt oa een behandelplan Deze informatie dient opgezocht te worden in de patiëntendossiers Hierbij mag er niet vanuit worden gegaan dat alle niet-acute patiënten besproken worden tijdens een hartteambespreking 21

22 2 Definities Hypertensie Systolische bloeddruk 140 mmhg en/of diastolische bloeddruk 90 mmhg gemeten gedurende 2 of meer opeenvolgende momenten, onder rustomstandigheden, en/of Actueel gebruik van antihypertensieve medicatie Bronvermelding: Lip GY, Nieuwlaat R, Pisters R et al Refining clinical risk stratification for prediction stroke and thromboembolism in atrial fibrillation using a novel risk factor-based approach: the EuroHeart Survey on atrial fibrillation Chest 2010; 137: PMID Linkeratriumvolume index Het linkeratriumvolume wordt gemeten aan het einde van de ventriculaire systole, op het moment dat het atrium het grootst in volume is Het volume gemeten met behulp van Echo, CT of MRI en wordt berekend op basis van de biplane area -length methode Deze methode is gebaseerd op het linkeratriumoppervlakte gemeten in apicale 4- en 2-kamer opnames en de kortste lengte van het atrium (in ofwel apicale 4- dan wel apicale 2-kamer opname) Het linkeratriumvolume bedraagt dan 8/3 π ((A1 A2)/L) De linkeratriumvolume index wordt gemeten in ml/m 2 (geïndexeerd naar het lichaamsoppervlakte) Het linkeratriumvolume mag niet langer geleden dan 12 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld Bronvermelding: Lang RM, Bieriq M, Devereux RB et al Recommendations for chamber quantification Eur J Echocardiogr 2006; 7: PMID Meervatslijden Coronaire atherosclerose met ofwel de aanwezigheid van een hoofdstamstenose ofwel de aanwezigheid van een stenose in tenminste twee kransslagaders; de stenose dient tot tenminste 50% diameterreductie te leiden of tot een drukverval (FFR) <80% Mitralisklepinsufficiëntie In geval van insufficiëntie van de mitralisklep functioneert het sluitmechanisme van de hartklep onvoldoende, waardoor er tijdens de contractiefase van de linkerhartkamer (systole) een gedeelte van het bloed terug lekt naar de linkerboezem De mitralisklep is een complex apparaat, bestaande uit linkeratrium, annulus, klepbladen, chordae, papillairspieren en linkerventrikel myocardium Indien er afwijkingen bestaan in één of meerdere van deze componenten, kan er een insufficiëntie optreden De ernst van mitralisklepinsufficiëntie wordt bepaald volgens de echocardiografische criteria, zoals vermeld in het richtlijndocument van de European Society of Cardiology (zie bronvermelding) Omdat er verschillende nomenclatuur in den lande gebruikt wordt, onderscheiden we de volgende equivalenten: Ernst geen/mild mitralisklepinsufficiëntie matig mitralisklepinsufficiëntie ernstig mitralisklepinsufficiëntie Bronvermelding: Vahanina A, Alfieri O, Andreotti et al Guidelines on the management of valvular heart disease (version 2012) Eur Heart J 2012; 33: PMID

23 2 Definities Myocardinfarct Stijging en/of daling van een of meerdere cardiale biomarkers (bij voorkeur troponine) met ten minste één waarde boven het 99 e percentiel van de bovengrens waarbij tenminste één van de volgende symptomen aanwezig is: Symptomen passende bij ischemie (pijn op de borst; misselijkheid/braken/transpiratie; kortademigheid tgv linkerkamerfalen; duizeligheid/lichthoofdigheid/syncope), en/of Nieuwe significante ST-segment of T-golf afwijkingen of bundeltakblok, en/of Ontwikkelen van pathologische Q-golven op het elektrocardiogram, en/of Met beeldvorming aangetoond nieuw verlies van viabel myocardweefsel of nieuwe wandbewegingsstoornissen, en/of Identificatie van intracoronaire trombus bij angiografie of autopsie Speciale situaties (waaronder het periprocedurele infarct) zijn: Myocardinfarct binnen 48 uur na PCI (type 4 myocardinfarct): (voor diagnose van een myocardinfarct ná 48 uur is de algemene definitie van toepassing) De waarde van het troponine moet >5 keer de bovengrens van normaal (99 e percentiel) zijn (indien de uitgangswaarde van het troponine normaal was) óf de waarde van het troponine moet >20% stijgen ten opzicht van de uitgangswaarde (indien de uitgangswaarde van het troponine verhoogd is) waarbij tevens één van volgende symptomen: a Pijn op de borst gedurende 20 minuten b ST-segment afwijkingen passende bij ischemie of nieuwe pathologische Q-golven c Angiografisch bewijs voor verminderde flow in één der kransslagaders d Met beeldvorming aangetoond nieuw verlies van viabel myocardweefsel of nieuwe wandbewegingsstoornissen Myocardinfarct binnen 48 uur na CABG (type 5 myocardinfarct): (voor diagnose van een myocardinfarct ná 48 uur is de algemene definitie van toepassing) De waarde van het troponine moet >10 keer de bovengrens van normaal (99 e percentiel) zijn (indien de uitgangswaarde van het troponine normaal was) waarbij tevens één van volgende symptomen: a Nieuwe pathologische Q-golven of linkerbundeltakblok b Angiografisch bewijs voor nieuwe occlusie van graft of natieve kransslagader c Met beeldvorming aangetoond nieuw verlies van viabel myocardweefsel of nieuwe wandbewegingsstoornissen Overlijden aan cardiale oorzaak zonder beschikbare biomarkers: nieuwe pijn op de borst of nieuwe ST-elevatie volstaat voor de diagnose van myocardinfarct Herinfarct: heeft betrekking op een acuut myocardinfarct binnen 28 dagen na een eerder acuut myocardinfarct Indien de uitgangswaarde van het troponine verhoogd is, dient er een stijging van >20% plaats te vinden Voor wat betreft de electrocardiografische bevindingen, gelden enkel ST-elevatie 01 mv of nieuwe pathologische Q-golven als criterium (en dus niet ST-depressie of nieuw linkerbundeltakblok) Bronvermelding: Cannon CP, Battler A, Brindis RG et al American College of Cardiology key data elements and definitions for measuring the clinical management and outcomes of patients with acute coronary syndromes J Am Coll Cardiol 2001; 38: PMID Thygesen K, Alpert JS, Jaffe AS et al Third universal definition of myocardial infarction Eur Heart J 2012; 33: PMID

24 2 Definities ST segment elevation myocardial infarction (STEMI) Stijging en/of daling van cardiale biomarkers (bij voorkeur troponine) met tenminste één waarde boven het 99 e percentiel van de bovengrens met tenminste één van de volgende: symptomen passende bij ischemie (pijn op de borst; misselijkheid/braken/transpiratie; kortademigheid tgv linker kamer falen; duizeligheid/lichthoofdigheid/syncope), en/of nieuwe significante ST-segment elevatie van het J-punt in 2 opeenvolgende leads van 0,1 mv; dit geldt voor alle leads behalve V2-V3, voor deze leads gelden als grenswaarde: 0,2 mv (man 40 jaar), 0,25 mv (man <40 jaar) en 0,15 mv (vrouw), en/of ontwikkelen van pathologische Q-golven op het elektrocardiogram, en/of met beeldvorming aangetoond nieuwe verlies van viabel myocardweefsel of nieuwe wandbewegingsstoornissen, en/of identificatie van intracoronaire trombus bij angiografie of autopsie Bronvermelding: Thygesen K, Alpert JS, Jaffe AS et al Third universal definition of myocardial infarction Eur Heart J 2012; 33: PMID Nierinsufficiëntie Het voorafgaand aan de ingreep aanwezig zijn van verminderde geschatte Glomerular Filtration Rate (egfr) <60 ml/min/1,73 m 2, gemeten met behulp van de Modification of Diet in Renal Disease (MDRD) formule Het gemeten kreatinine mag niet langer geleden dan 3 maanden vóór de interventie/behandeling zijn vastgesteld De laatst gemeten waarde vóór de interventie/behandeling wordt geregistreerd Bij acute patiënten mag ook serum kreatinine tot 24 uur ( 24 uur) na de interventie geregistreerd worden Bronvermelding: Stevens PE, Levin A et al Evaluation and management of chronic kidney disease: synopsis of the kidney disease: improving global outcomes 2012 clinical practice guideline Ann Intern Med 2013; 158: PMID Non-ST segment elevation myocardial infarction (NSTEMI) Stijging en/of daling van een cardiale biomarker (bij voorkeur troponine) met ten minste één waarde boven het 99 e percentiel van de bovengrens waarbij tenminste één van de volgende: symptomen passende bij ischemie (pijn op de borst; misselijkheid/braken/transpiratie; kortademigheid tgv linker kamer falen; duizeligheid/lichthoofdigheid/syncope), en/of nieuwe significante ST-segment depressie, T-golf afwijkingen of bundel tak blok, en/of ontwikkelen van pathologische Q-golven op het elektrocardiogram, en/of met beeldvorming aangetoond nieuwe verlies van viabel myocardweefselmyocardinfarct of nieuwe wandbewegingsstoornissen, en/of identificatie van intracoronaire trombus bij angiografie of autopsie 24

25 2 Definities NYHA functionele classificatie Classificatie opgesteld door de New York Heart Association (NYHA) is gebaseerd op het inspanningsvermogen van de patiënt De volgende categorieën worden onderscheiden: Klasse I: Geen beperking van het inspanningsvermogen Voor leeftijd normale lichamelijke activiteit veroorzaakt geen overmatige vermoeidheid, palpitaties of dyspnoe Klasse II: Enige beperking van het inspanningsvermogen In rust geen klachten maar voor leeftijd normale lichamelijke inspanning veroorzaakt overmatige vermoeidheid, palpitaties of dyspnoe Klasse III: Ernstige beperking van het inspanningsvermogen In rust geen of weinig klachten maar lichte lichamelijke inspanning veroorzaakt overmatige vermoeidheid, palpitaties of dyspnoe Klasse IV: Geen enkele lichamelijke inspanning mogelijk zonder klachten; ook klachten in rust Bronvermelding: The Criteria Committee of the New York Heart Association Nomenclature and Criteria for Diagnosis of Diseases of the Heart and Great Vessels 9th ed Little, Brown & Co; Boston, Mass: 1994 pp Reanimatie Shock Hartstilstand welke cardiorespiratoire reanimatie (tenminste 2 borstcompressies, of open hart massage) en/of urgente defibrillatie vereist De reanimatie vindt plaats in de periode tussen het begin van de klachten en vóór het uitvoeren van de interventie, ongeacht de plaats waar de reanimatie gestart is (dit wil zeggen binnen of buiten het ziekenhuis) Bronvermelding: NCDR USA Data elements CathPCI Registry ( Het voorkomen van hypotensie (systolische bloeddruk 90 mmhg gedurende tenminste 30 minuten óf noodzaak tot ondersteunende maatregelen om de systolische bloeddruk 90 mmhg te behouden) waarbij tekenen aanwezig zijn van hypoperfusie van eindorganen (koude extremiteiten en/of oligurie <30 ml/u en/of hartfrequentie 60 slagen per minuut) Het betreft shock op het moment van aanvang van de interventie Dit betreft alleen de nietelectieve patiënten Bronvermelding: Cannon CP, Battler A, Brindis RG et al ACC Key data elements for measuring the clinical management and outcome of patients with acute coronary syndromes J Am Coll Cardiol 2001; 38:

26 2 Definities ST segment elevation myocardial infarction (STEMI) Stijging en/of daling van cardiale biomarkers (bij voorkeur troponine) met tenminste één waarde boven het 99 e percentiel van de bovengrens met tenminste één van de volgende: symptomen passende bij ischemie (pijn op de borst; misselijkheid/braken/transpiratie; kortademigheid tgv linker kamer falen; duizeligheid/lichthoofdigheid/syncope), en/of nieuwe significante ST-segment elevatie van het J-punt in 2 opeenvolgende leads van 0,1 mv; dit geldt voor alle leads behalve V2-V3, voor deze leads gelden als grenswaarde: 0,2 mv (man 40 jaar), 0,25 mv (man <40 jaar) en 0,15 mv (vrouw), en/of ontwikkelen van pathologische Q-golven op het elektrocardiogram, en/of met beeldvorming aangetoond nieuwe verlies van viabel myocardweefsel of nieuwe wandbewegingsstoornissen, en/of identificatie van intracoronaire trombus bij angiografie of autopsie Bronvermelding: Thygesen K, Alpert JS, Jaffe AS et al Third universal definition of myocardial infarction Eur Heart J 2012; 33: PMID Transient Ischaemic Attack (TIA) Focale neurologische symptomen die zijn vastgesteld door een neuroloog, welke korter duren dan 24 uur (< 24 uur) Bronvermelding: Lip GY, Nieuwlaat R, Pisters R et al Refining clinical risk stratification for prediction stroke and thromboembolism in atrial fibrillation using a novel risk factor-based approach: the EuroHeart Survey on atrial fibrillation Chest 2010; 137: PMID Trombo-embolie Urgentie Trombo-embolie is gedefinieerd als een ischemisch CVA, perifere embolie (een tromboembolisch event buiten de hersenen, hart, ogen en longen), of pulmonaire embolie Bronvermelding: Lip GY, Nieuwlaat R, Pisters R et al Refining clinical risk stratification for prediction stroke and thromboembolism in atrial fibrillation using a novel risk factor-based approach: the EuroHeart Survey on atrial fibrillation Chest 2010; 137: PMID De urgentie van een ingreep wordt ingedeeld in 4 verschillende categorieën: Electief: routine-opname voor de interventie Urgent: patiënten die niet electief zijn opgenomen voor de operatie maar om medische redenen wel een interventie nodig hebben binnen de huidige opname Deze patiënten kunnen niet naar huis gestuurd worden zonder een definitieve procedure Spoed: ongeplande interventie die na het besluit om te gaan opereren om medische redenen niet kan wachten tot het begin van de volgende werkdag Redding: patiënten die cardiopulmonale resuscitatie (externe cardiale massage) nodig hebben op weg naar de operatiekamer of voorafgaande aan de toediening van anesthesie Dit geldt niet voor cardiopulmonale resuscitatie die volgt na het toedienen van anesthesie 26

27 NB: Voor de registratie binnen Meetbaar Beter worden de categorieën spoed en redding samengevoegd Bronvermelding: Euroscore II calculator ( Vasculaire complicaties Major vasculaire complicaties Elke aortadissectie, aortaruptuur, annulusruptuur, linkerventrikelperforatie, of een nieuwe apicale aneurysma / pseudoaneurysma OF Incisie of incisie-gerelateerde vasculaire schade (dissectie, stenose, perforatie, ruptuur, arterioveneuze fistel, pseudoaneurysma, hematoom, onomkeerbaar zenuwletsel, compartiment syndroom, falen van het apparaat waarmee geprobeerd wordt de bloeding percutaan tot staan te brengen) die tot de dood, levensbedreigende of ernstige bloedingen, viscerale ischemie, of neurologische stoornissen leidt OF Distale embolisatie (non-cerebraal) van een vasculaire bron waarbij operatie is of resulterend in amputatie of onomkeerbare schade van een eindorgaan OF Het plaatsvinden van een niet-geplande endovasculaire of chirurgische ingreep geassocieerd met de dood, grote bloedingen, viscerale ischemie of neurologische stoornissen OF Elke nieuwe ipsilaterale ischemie in de onderste extremiteiten welke blijkt uit symptomen, lichamelijk onderzoek en / of verminderde of afwezige bloedtoevoer op het onderste extremiteitenangiogram OF Chirurgie voor incisie-gerelateerde zenuwschade OF Permanente door een incisielocatie-gebonden zenuwletsel Minor vasculaire complicaties Incisie of incisie-gerelateerde vasculaire schade (dissectie, stenose, perforatie, ruptuur, arterioveneuze fistel, pseudoaneuysma, hematoom, falen van het hulpmiddel waarmee geprobeerd wordt de bloeding percutaan te stelpen), welke niet tot de dood, levensbedreigende of grote bloedingen, viscerale ischemie, of neurologische stoornis leidt OF Distale embolisatie behandeld met embolectomie en / of trombectomie en die niet leidt tot amputatie of onomkeerbare schade van een eindorgaan OF Elke niet-geplande endovasculaire of chirurgische interventie die niet aan de criteria voor een belangrijke vasculaire complicatie voldoet OF Vasculair herstel of de noodzaak voor vasculair herstel (via chirurgie, ultrasoundguided compressie, transkatheter-embolisatie, of stent-graft) Bronvermelding: Kappetein AP, et al Updated standardized endpoint definitions for transcatheter aortic valve implantation: the Valve Academic Research Consortium-2 consensus document J Thorac Cardiovasc Surg 2013;145:6-23 Verwezen Onder een verwezen patiënt wordt verstaan een patiënt waarbij het verzoek om de patiënt te behandelen afkomstig is van een ander ziekenhuis dan waar de behandeling uiteindelijk wordt uitgevoerd 27

28 3 Coronairlijden 3 Coronairlijden Coronairlijden is gedefinieerd als coronaire atherosclerose welke leidt tot progressieve lumenvernauwing van één of meerdere kransslagaderen (coronairen) met myocardiale ischemie tot gevolg In het cohort voor de medische conditie coronairlijden worden patiënten geïncludeerd met coronairlijden waarbij een geïsoleerde CABG of PCI is uitgevoerd en patiënten met coronairlijden waarbij het multidisciplinaire hartteam heeft besloten om de patiënten conservatief te behandelen 31 Geconsolideerd coronairlijden Patiënten die gediagnosticeerd zijn met coronairlijden en een geïsoleerde CABG, geïsoleerde PCI of conservatieve behandeling hebben ondergaan, worden geïncludeerd in het cohort geconsolideerd coronairlijden De indicatorenset voor geconsolideerd coronairlijden is samengesteld uit de overlappende uitkomstindicatoren en initiële condities van de individuele medische behandelingen van coronairlijden Het totaal overzicht van de uitkomstindicatoren en initiële condities van de afzonderlijke medische behandelingen en van geconsolideerd coronairlijden is te verkrijgen via de website wwwmeetbaarbetercom De geconsolideerde dataset wordt door Meetbaar Beter samengevoegd uit de aangeleverde cohorten voor PCI, CABG en de conservatieve behandeling, en hoeft niet door de ziekenhuizen zelf als dataset aangeleverd te worden Inclusieperiode = Coronaire bypasschirurgie (CABG) 321 Definitie CABG Definitie CABG = elke patiënt waarbij het de intentie is om een geïsoleerde coronaire bypasschirurgie (CABG) te verrichten (patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat er een huidincisie heeft plaatsgevonden) Niet includeren: een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige klep- of ritmechirurgie of andere vormen van chirurgie zoals bijvoorbeeld aortabifurcatieprothese, carotischirurgie, ventrikelaneurysma of longoperatie wordt uitgevoerd een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige, geplande Bentall-procedure wordt uitgevoerd Wel includeren: een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige linker hartooramputatie wordt uitgevoerd of een LV pacemaker lead wordt geïmplanteerd een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige ongeplande Bentall-procedure wordt uitgevoerd Inclusieperiode = NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het CABG cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 28

29 3 Coronairlijden Ook dient het gebruik van extracorporale circulatie, ofwel buiten het lichaam plaatsvindende bloedsomloop, geregistreerd te worden Hierbij wordt tijdens de interventie de functie van het hart (en eventueel de longen) door een machine overgenomen Andere benamingen zijn: Cardio Pulmonary Bypass (CPB), hartlongmachine en perfusie Aangeven welk type ECC is gebruikt: 1) geen ECC: off-pump chirurgie waarbij de interventie uitgevoerd is zonder gebruik te maken van de ECC 2) ECC soort onbekend: er is gebruik gemaakt van ECC, maar het is niet bekend welk type ECC (conventionele ECC of mini-ecc) 3) CECC: conventionele ECC 4) mini-ecc: gebruik van Minimal Extracorporeal Circulation (MECC, minimale ECC) 9) onbekend 322 Uitkomstindicatoren CABG 120-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na de interventie overlijden 1-jaars mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie overlijden Lange-termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow-up duur van 5 jaar Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36-2, anders de SF12-2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Chirurgische reëxploratie Iedere rethoracotomie na het initieel sluiten van de thorax binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie Bloeding / cardiale tamponade * : rethoracotomie tgv een bloeding, tamponade (hieronder valt ook het subxyphoïdaal opheffen van een tamponade door de thoraxchirurg) Punctie valt hier niet onder Cardiale problemen: waarvoor operatie met of zonder gebruikmaking van ECC Hieronder valt revisie van anastomose, reperfusie en dergelijke Ook het verrichten van een nieuwe ingreep binnen 30 dagen (bijvoorbeeld een CABG-patiënt die na enkele dagen toch een klepvervanging of nieuwe CABG krijgt) Anders: alle andere oorzaken, uitgezonderd het openen van het sternum ivm drainage vanwege mediastinitis = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen chirurgische reëxploratie; 1) chirurgische reëxploratie en 9) onbekend Diepe sternumwondinfectie * Diepe sternumwondinfectie die zich ontwikkelt binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen diepe sternumwondinfectie; 1) diepe sternumwondinfectie en 9) onbekend 29

30 3 Coronairlijden CVA * Patiënten waarbij de neuroloog heeft vastgesteld dat een postoperatieve CVA binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie is opgetreden (exclusief TIA) 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Vrijheid van coronaire reïnterventie Patiënten die vrij zijn van reïnterventie (zowel CABG als PCI alsook CABG of PCI in combinatie met andere ingreep (in hetzelfde vat of een ander vat)) als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie 3 categorieën reïnterventie CABG: 0) geen reïnterventie CABG; 1) reïnterventie CABG en 9) onbekend 3 categorieën reïnterventie PCI: 0) geen reïnterventie PCI; 1) reïnterventie PCI en 9) onbekend Vrijheid van myocardinfarct * Patiënten die vrij zijn van een recidief myocardinfarct als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie (inclusief periprocedurele myocardinfarcten (myocardinfarct type 5, welke binnen 48 uur na de interventie optreedt): het standaard meten van biomarkers binnen 48 uur na de interventie is een vereiste) 3 categorieën: 0) geen recidief myocardinfarct; 1) recidief myocardinfarct en 9) onbekend 323 Initiële condities CABG Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Eerdere hartoperatie Patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan, waarbij opening van het pericardium heeft plaatsgevonden, voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere hartoperatie; 1) eerdere hartoperatie en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie In de rapportage worden de volgende leeftijdscategorieën gehanteerd: leeftijd <65, leeftijd 65-74, leeftijd 75 Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE I gehanteerd: laag < 10% ( 9,49), middel 10-20% (9,50-19,49), hoog > 20% ( 19,50) Logistische EuroSCORE II * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE II gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE II gehanteerd: laag < 5% ( 4,49), middel 5-10% (4,50-9,49), hoog > 10% ( 9,50) 30

31 3 Coronairlijden Meervatslijden * Patiënten met meervatslijden ten tijde van de interventie 3 categorieën: 0) geen meervatslijden; 1) meervatslijden en 9) onbekend Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Categorie onbekend = 9999 In de rapportage worden de volgende afkapwaarden voor nierinsufficiëntie aan de hand van de egfr gehanteerd: geen nierinsufficiëntie (egfr 60 ml/min/1,73 m 2 ), nierinsufficiëntie (egfr < 60 ml/min/1,73 m 2 ) Urgentie van de procedure * 4 categorieën: 1) electief; 2) urgent; 3) spoed+redding en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 31

32 3 Coronairlijden 324 Codeboek CABG NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt ziekenhuis_verwezen patïent verwezen uit een ander ziekenhuis CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC =niet verwezen 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=Albert Schweitzer ziekenhuis 16= Zuyderland 17=Canisius- Wilhelmina Ziekenhuis 18=Jeroen Bosch Ziekenhuis 19=Maasstad Ziekenhuis 32

33 3 Coronairlijden ziekenhuis_hartteam met welk hartcentrum heeft de hartteambespreking plaatsgevonden? 20=MCH Westeinde 21=Meander Medisch Centrum 22=Medisch Centrum Alkmaar 23=Rijnstate 24=Scheper Ziekenhuis 25=Tergooi 26=Elisabeth- TweeSteden Ziekenhuis 27=VieCuri Medisch Centrum 28=ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen 30=overige ziekenhuizen =geen hartteambespreking 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=VUMC 16=LUMC 99 intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj ECC gebruik van extracorporale circulatie =geen ECC 2=ECC soort onbekend 3=CECC 4=mini-ECC INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend 33

34 3 Coronairlijden diabetes diabetes mellitus =geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus urgentie kreat LVEF EuroscoreI EuroscoreII urgentie van de procedure kreatinine niveau (μmol/l) linkerventrikelejectiefractie logistische EuroSCORE I (in %, 2 decimalen) logistische EuroSCORE II (in %, 2 decimalen) =electief 2=urgent 3=spoed+redding =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% , (indien bekend) - 999,9 vorighartop eerdere hartoperatie =geen eerdere hartoperatie 1=eerdere hartoperatie multiv meervatslijden =geen meervatslijden 1=meervatslijden UITKOMSTINDICATOREN reexplor chirurgische reëxploratie DSWI diepe sternumwondinfecti e dagen 0=geen chirurgische reëxploratie 1=chirurgische reëxploratie dagen 0=geen diepe sternumwondinfectie 1=diepe sternumwondinfectie CVA CVA uur, actieve followup MI MI_dat recidief myocardinfarct gedurende follow-up (einddatum ) datum recidief myocardinfarct (einddatum jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, 0=geen CVA 1=CVA 0=geen recidief myocardinfarcti 1=recidief myocardinfarct dd-mm-jjjj 34

35 3 Coronairlijden followupmi_dat reinterv_cabg reinterv_cabg_dat followupcabg_dat reinterv_pci reinterv_pci_dat followuppci_dat vitaliteit vitaliteit_dat vraag1_t0 2015) actieve followup datum follow-up jaar tot myocardinfarct maximaal 5 (einddatum jaar, 2015) actieve follow- reïnterventie CABG verricht gedurende follow-up (einddatum ) datum reïnterventie CABG (einddatum ) datum follow-up CABG (einddatum ) reïnterventie PCI verricht gedurende follow-up (einddatum ) datum reïnterventie PCI (einddatum ) datum follow-up PCI (einddatum ) vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to followup datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen up jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup GBA-check op of na GBA-check op of na gemeten niet langer geleden dd-mm-jjjj 0=geen reïnterventie CABG 1= reïnterventie CABG dd-mm-jjjj dd-mm-jjjj 0=geen reïnterventie PCI 1= reïnterventie PCI dd-mm-jjjj dd-mm-jjjj 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj 99 35

36 3 Coronairlijden Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 vóór de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) dan maximaal 2 maanden vóór de interventie gemeten tussen maanden na de interventie 99 36

37 3 Coronairlijden 33 Percutane coronaire interventie (PCI) 331 Definitie PCI Definitie PCI (vanaf ) = elke patiënt waarbij een instrument (guide wire, ballon, trombosuctie katheter, rotablator, etc) in één van de coronairen of in de coronaire arteriële bypass graft ingebracht wordt met de intentie om een geïsoleerde percutane coronaire interventie (PCI) te verrichten Niet includeren: Geïsoleerde diagnostische metingen Regels met betrekking tot PCI: Wanneer een patiënt een herhaalde PCI na 365 dagen (>365 dagen) ondergaat, dan start nieuwe follow-up Inclusieperiode = 2015 Definitie PCI ( ) = elke patiënt waarbij een percutane coronaire interventie (PCI) wordt uitgevoerd met behulp van ballondilatatie en/of stentplaatsing Regels met betrekking tot PCI: Wanneer een patiënt een herhaalde PCI na 365 dagen (>365 dagen) ondergaat, dan start nieuwe follow-up Inclusieperiode = Uitkomstindicatoren PCI 30-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden 1-jaars mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie overlijden Lange-termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow-up duur van 5 jaar Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36-2, anders de SF12-2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Optreden van TVR Patiënten waarbij revascularisatie (gedefinieerd als behandeling door PCI of CABG) heeft plaatsgevonden in hetzelfde vat (of vaten) die behandeld waren bij de PCI, binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de PCI Een CABG van hetzelfde vat uitgevoerd 24 uur na PCI telt als TVR (urgente CABG uitgevoerd 24 uur dient geregistreerd te worden als uitkomstindicator urgente CABG) 37

38 3 Coronairlijden 3 categorieën: 0) geen TVR; 1) TVR en 9) onbekend Urgente CABG Patiënten waarbij een CABG binnen 24 uur ( 24 uur) na de interventie wordt verricht ten gevolge van acute complicaties (zoals tamponade) of voortdurende ischemie, ongeacht de vaten die zijn behandeld 3 categorieën: 0) geen urgente CABG; 1) urgente CABG en 9) onbekend Optreden van myocardinfarct * Patiënten die een STEMI of non-stemi ondergaan binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie (exclusief periprocedurele myocardinfarcten: myocardinfarct type 4, welke binnen 48 uur na de interventie optreedt) 3 categorieën: 0) geen myocardinfarct; 1) myocardinfarct en 9) onbekend 333 Initiële condities PCI Cardiogene shock * Het betreft shock bij aanvang van de interventie NB: Een electieve patiënt kan geen cardiogene shock hebben gehad 3 categorieën: 0) geen cardiogene shock; 1) cardiogene shock en 9) onbekend Chronische totale occlusie * Een chronische totale occlusie in tenminste één van de behandelde vaten, waar een geplande interventie voor geldt 3 categorieën: 0) geen chronische totale occlusie; 1) chronische totale occlusie en 9) onbekend Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Eerdere CABG Patiënten die een CABG of CABG gecombineerd met andere ingreep (bv AVR+CABG) hebben gehad voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere CABG; 1) eerdere CABG en 9) onbekend Eerder myocardinfarct * Patiënten die een myocardinfarct hebben gehad nog voor start interventie gedurende het hele leven, exclusief myocardinfarcten gedurende dezelfde opname die reden zijn voor het uitvoeren van de interventie 3 categorieën: 0) geen eerder myocardinfarct; 1) eerder myocardinfarct en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Indicatie PCI De status van de patiënt ten tijde van de interventie Electief = Routine-opname voor de interventie Non-STEMI = Patiënten met acute pijn op de borst, in afwezigheid van ST-elevatie STEMI = Patiënten met acute pijn op de borst en de aanwezigheid (>20 min) ST-elevatie 3 categorieën: 1) electief; 2) NSTEMI en instabiele angina pectoris; 3) STEMI en 9) onbekend Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie In de rapportage worden de volgende leeftijdscategorieën gehanteerd: leeftijd <50, leeftijd 50-59, leeftijd 60-69, leeftijd 70-79, leeftijd 80 38

39 3 Coronairlijden Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd Spoedpatiënten worden geëxcludeerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Meervatslijden * Patiënten met meervatslijden ten tijde van de interventie 3 categorieën: 0) geen meervatslijden; 1) meervatslijden en 9) onbekend Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Categorie onbekend = 9999 In de rapportage worden de volgende afkapwaarden voor nierinsufficiëntie aan de hand van de egfr gehanteerd: geen nierinsufficiëntie (egfr 60 ml/min/1,73 m 2 ), nierinsufficiëntie (egfr < 60 ml/min/1,73 m 2 ) Reanimatie * De reanimatie vond plaats in de periode tussen het begin van de klachten (die reden zijn voor het uitvoeren van de interventie) en vóór het uitvoeren van de interventie, ongeacht de plaats waar de reanimatie gestart is (dit wil zeggen binnen of buiten het ziekenhuis) Defibrillatie door een implanteerbare defibrillator (ICD) telt ook mee 3 categorieën: 0) geen reanimatie; 1) reanimatie en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 39

40 3 Coronairlijden 334 Codeboek PCI NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt ziekenhuis_verwezen patïent verwezen uit een ander ziekenhuis CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC =niet verwezen 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=Albert Schweitzer ziekenhuis 16=Zuyderland 17=Canisius- Wilhelmina Ziekenhuis 18=Jeroen Bosch Ziekenhuis 19=Maasstad Ziekenhuis 40

41 3 Coronairlijden ziekenhuis_hartteam met welk hartcentrum heeft de hartteambespreking plaatsgevonden? 20=MCH Westeinde 21=Meander Medisch Centrum 22=Medisch Centrum Alkmaar 23=Rijnstate 24=Scheper Ziekenhuis 25=Tergooi 26=Elisabeth- TweeSteden Ziekenhuis 27=VieCuri Medisch Centrum 28=ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen 30=overige ziekenhuizen =geen hartteambespreking 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=VUMC 16=LUMC 99 intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend diabetes diabetes mellitus =geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus indicatie indicatie van de PCI =electief 41

42 3 Coronairlijden kreat LVEF kreatinine niveau (μmol/l) linkerventrikelejectiefractie 2=NSTEMI/instabiele angina pectoris 3=STEMI =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% multiv meervatslijden =geen meervatslijden 1=meervatslijden vorigami eerder myocardinfarct =geen eerder myocardinfarct 1=eerder myocardinfarct vorigcabg eerdere CABG =geen eerdere CABG 1=eerdere CABG CTO chronische totale occlusie =geen chronische totale occlusie 1=chronische totale occlusie shock cardiogene shock =geen cardiogene shock 1=cardiogene shock reanimatie reanimatie =geen reanimatie 1=reanimatie UITKOMSTINDICATOREN emergcabg urgente CABG uur 0=geen urgente CABG 1=urgente CABG TVR optreden van TVR dagen, actieve followup MI myocardinfarct dagen, actieve followup vitaliteit vitaliteit_dat vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend GBA-check op of na GBA-check op of na =geen TVR 1=TVR 0=geen myocardinfarct 1=myocardinfarct 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj 42

43 3 Coronairlijden vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 2016; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to followup datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie gemeten tussen maanden na de interventie

44 3 Coronairlijden 34 Conservatieve behandeling 341 Definitie conservatieve behandeling Definitie conservatieve behandeling = elke patiënt die lijdt aan coronairlijden (zoals gedefinieerd op pagina 28) en waarbij het multidisciplinaire hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen vanwege een sterk verhoogd risico op mortaliteit of complicaties indien er een interventie wordt uitgevoerd Bij de patiënt is coronaire ischemie is vastgesteld op basis van MRI, FFR (<80%), stressecho of een SPECT (alléén een fietstest is dus niet voldoende bewijs) Voor deze patiënt geldt dat het niet de intentie is om een CABG dan wel PCI uit te voeren Samenvattend: De patiënt dient te voldoen aan de onderstaande criteria: 1 Patiënt die lijdt aan coronairlijden en waarbij ischemie is vastgesteld zoals hierboven gedefinieerd 2 Patiënt is besproken in een hartteam 3 Het is niet de intentie om een CABG dan wel PCI uit te voeren Het moment van hartteambespreking is de startdatum van de follow-up Voor het selecteren van de conservatief behandelde patiënten is een werkprotocol opgesteld Dit werkprotocol kan opgevraagd worden via datamanagement@meetbaarbetercom Inclusieperiode = NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het conservatieve behandeling cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 342 Uitkomstindicatoren conservatieve behandeling 1-jaars mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 1 jaar ( 365 dagen) na start conservatieve behandeling overlijden Lange-termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow-up duur van 5 jaar Pijn op de borst Patiënten die pijn scoren op de Canadian Cardiovascular Society (CCS) grading scale gemeten tussen 10 en 14 maanden na start conservatieve behandeling 6 categorieën: 0) geen pijn op de borst; 1) klasse I; 2) klasse II; 3) klasse III; 4) klasse IV en 9) onbekend Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na start conservatieve behandeling Meting vóór interventie = gemeten binnen 1 maand nadat het hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen Meting na behandeling = gemeten tussen maanden na start van de conservatieve behandeling Bij voorkeur gemeten met de SF36-2, anders de SF12-2 Vrijheid van MACE Patiënten die vrij zijn van: - Myocardinfarct * - Interventie (CABG of PCI) - Overlijden ongeacht doodsoorzaak als functie van het aantal verstreken dagen na start conservatieve behandeling 3 categorieën: 0) geen myocardinfarct; 1) myocardinfarct en 9) onbekend 44

45 3 Coronairlijden 3 categorieën: 0) geen CABG; 1) CABG en 9) onbekend 3 categorieën: 0) geen PCI; 1) PCI en 9) onbekend Optreden van myocardinfarct * Patiënten die een STEMI of non-stemi doormaken binnen 30 dagen ( 30 dagen) na start conservatieve behandeling 3 categorieën: 0) geen myocardinfarct; 1) myocardinfarct en 9) onbekend 343 Initiële condities conservatieve behandeling Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Eerdere CABG of PCI Patiënten die een CABG, CABG gecombineerd met andere ingreep (bv AVR+CABG), PCI of PCI gecombineerd met andere ingreep hebben gehad voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën eerdere CABG: 0) geen eerdere CABG; 1) eerdere CABG en 9) onbekend 3 categorieën eerdere PCI: 0) geen eerdere PCI; 1) eerdere PCI en 9) onbekend Eerder myocardinfarct * Patiënten die een myocardinfarct hebben gehad nog voor start conservatieve behandeling gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerder myocardinfarct; 1) eerder myocardinfarct en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start conservatieve behandeling In de rapportage worden de volgende leeftijdscategorieën gehanteerd: leeftijd <75, leeftijd 75-84, leeftijd 85 Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 6 maanden vóór start conservatieve behandeling zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Meervatslijden * Patiënten met meervatslijden voor start conservatieve behandeling 3 categorieën: 0) geen meervatslijden; 1) meervatslijden en 9) onbekend Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Categorie onbekend = 9999 In de rapportage worden de volgende afkapwaarden voor nierinsufficiëntie aan de hand van de egfr gehanteerd: geen nierinsufficiëntie (egfr 60 ml/min/1,73 m 2 ), nierinsufficiëntie (egfr < 60 ml/min/1,73 m 2 ) * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 45

46 3 Coronairlijden 344 Codeboek conservatieve behandeling NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt ziekenhuis_verwezen patïent verwezen uit een ander ziekenhuis CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC =niet verwezen 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=Albert Schweitzer ziekenhuis 16= Zuyderland17=Canisiu s-wilhelmina Ziekenhuis 18=Jeroen Bosch Ziekenhuis 19=Maasstad 46

47 3 Coronairlijden ziekenhuis_hartteam met welk hartcentrum heeft de hartteambespreking plaatsgevonden? Ziekenhuis 20=MCH Westeinde 21=Meander Medisch Centrum 22=Medisch Centrum Alkmaar 23=Rijnstate 24=Scheper Ziekenhuis 25=Tergooi 26=Elisabeth- TweeSteden Ziekenhuis 27=VieCuri Medisch Centrum 28=ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen 30=overige ziekenhuizen =geen hartteambespreking 1=Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC 15=VUMC 16=LUMC 99 intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend diabetes diabetes mellitus =geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus 47

48 3 Coronairlijden kreat LVEF kreatinine niveau (μmol/l) linkerventrikelejectie fractie =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% multiv meervatslijden =geen meervatslijden 1=meervatslijden vorigami eerder myocardinfarct =geen eerder myocardinfarct 1=eerder myocardinfarct vorigcabg eerdere CABG =geen eerdere CABG 1=eerdere CABG vorigpci eerdere PCI =geen eerdere PCI 1=eerdere PCI UITKOMSTINDICATOREN CCS pijn op de borst, gemeten volgens CCS-classificatie PCI PCI_dat followuppci_dat CABG CABG_dat PCI gedurende follow-up (einddatum ) datum PCI (einddatum ) datum follow-up PCI (einddatum ) CABG gedurende follow-up (einddatum ) datum CABG (einddatum maanden, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 0=geen pijn op de borst 1=klasse I 2=klasse II 3=klasse III 4=klasse IV 0=geen PCI 1=PCI dd-mm-jjjj dd-mm-jjjj 0=geen CABG 1=CABG dd-mm-jjjj 48

49 3 Coronairlijden followupcabg_dat MI MI_dat followupmi_dat vitaliteit vitaliteit_dat vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 2015) jaar, actieve followup datum follow-up CABG (einddatum ) myocardinfarct gedurende follow-up (einddatum ) datum myocardinfarct (einddatum ) datum follow-up myocardinfarct (einddatum ) vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to followup datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen vóór start conservatieve behandeling gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na start conservatieve behandeling gemeten met de SF36/SF12 (de score jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup GBA-check op of na GBA-check op of na gemeten binnen 1 maand nadat het hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen gemeten tussen maanden na start conservatieve behandeling dd-mm-jjjj 0=geen myocardinfarct 1=myocardinfarct dd-mm-jjjj dd-mm-jjjj 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj

50 3 Coronairlijden per individuele vraag dient geregistreerd te worden) 50

51 4 Aortakleplijden 4 Aortakleplijden Aortakleplijden is gedefinieerd als een medische conditie waarbij een patiënt symptomatisch is en ernstige aortaklepstenose en/of aortaklepinsufficiëntie heeft Voor ernstige aortaklepstenose dient een patiënt aan ten minste één van de onderstaande criteria te voldoen: Aortaklepstenose Aortaklepoppervlak (cm 2 ) < 1,0 Geïndexeerd klepoppervlak (cm 2 /m 2 < 0,6 BSA) Gemiddelde gradiënt (mmhg) > 40 a Maximale jet snelheid (m/s) > 4,0 a Snelheidsratio < 0,25 BSA= body surface area (lichaamsoppervlak) a Bij patiënten met normale cardiale output/transvalvulaire flow Voor aortaklepinsufficiëntie dient een patiënt aan ten minste één van de onderstaande criteria te voldoen: Aortaklepinsufficiëntie Effectieve regurgitatie 30 openingsoppervlakte (mm 2 ) Regurgitatie volume (ml/beat) 60 Bronvermelding: Guidelines on the management of valvular heartdisease (version 2012) Eur Heart J 2012; 33: In het cohort voor de medische conditie aortakleplijden worden patiënten geïncludeerd met aortakleplijden waarbij een geïsoleerde AVR of TAVI is uitgevoerd en patiënten met ernstige aortaklepstenose waarbij het multidisciplinaire hartteam heeft besloten om de patiënten conservatief te behandelen 41 Geconsolideerd aortakleplijden Patiënten die gediagnosticeerd zijn met aortakleplijden en een geïsoleerde AVR, geïsoleerde TAVI of conservatieve behandeling hebben ondergaan, worden geïncludeerd in het cohort geconsolideerd aortakleplijden De indicatorenset voor geconsolideerd aortakleplijden is samengesteld uit de overlappende uitkomstindicatoren en initiële condities van de individuele medische behandelingen van aortakleplijden Het totaal overzicht van de uitkomst indicatoren en initiële condities van de afzonderlijke medische behandelingen en van geconsolideerd aortakleplijden is te verkrijgen via de website wwwmeetbaarbetercom De geconsolideerde dataset wordt door Meetbaar Beter samengevoegd uit de aangeleverde cohorten voor AVR, TAVI en de conservatieve behandeling, en hoeft niet door de ziekenhuizen zelf als dataset aangeleverd te worden Inclusieperiode =

52 4 Aortakleplijden 42 Aortaklepvervanging (AVR) 421 Definitie AVR Definitie AVR = elke patiënt waarbij het de intentie is om een geïsoleerde aortaklepvervanging (AVR) te verrichten (patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat er een huidincisie heeft plaatsgevonden) Niet includeren: een patiënt waarbij naast de AVR een gelijktijdige CABG of ritmechirurgie of andere vormen van chirurgie wordt uitgevoerd een patiënt waarbij naast de AVR een gelijktijdige, geplande Bentall-procedure wordt uitgevoerd Wel includeren: een patiënt waarbij naast de AVR een gelijktijdige ongeplande Bentall-procedure wordt uitgevoerd Inclusieperiode = NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het AVR cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen Ook type prothese van de AVR dient geregistreerd te worden: 1) Bioprothese soort onbekend 2) Bioprothese ongestent 3) Bioprothese gestent 4) Mechanisch 5) Homograft 6) Autograft 7) Hechtingloze bioprothese 8) Overig 9) Onbekend 422 Uitkomstindicatoren AVR 120-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na de interventie overlijden Lange-termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow-up duur van 5 jaar Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen maanden na start van de conservatieve behandeling Bij voorkeur gemeten met de SF36-2, anders de SF12-2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden Diepe sternumwondinfectie * Diepe sternumwondinfectie die zich ontwikkelt binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen diepe sternumwondinfectie; 1) diepe sternumwondinfectie en 9) onbekend 52

53 4 Aortakleplijden CVA * Patiënten waarbij de neuroloog heeft vastgesteld dat een postoperatieve CVA binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie is opgetreden (exclusief TIA) 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Implantatie nieuwe permanente pacemaker Postoperatieve implantatie van een nieuwe (geen vervangende) permanente pacemaker binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie Hieronder valt ook een implantatie van ICD indien er sprake is geweest van brady-aritmieën of pauzes als indicatie voor permanente pacemaker 3 categorieën: 0) geen implantatie nieuwe permanente pacemaker; 1) implantatie nieuwe permanente pacemaker en 9) onbekend Vrijheid van klepreïnterventie Patiënten die vrij zijn van een aortaklepreïnterventie (aortaklepvervanging, aortaklepreparatie of percutane paravalvulaire lekkage (PVL) sluiting (ook niet geïsoleerde ingrepen includeren)) aan dezelfde aortaklep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie 3 categorieën: 0) geen klepreïnterventie, 1) klepreïnterventie, 9) onbekend 423 Initiële condities AVR Actieve endocarditis * Patiënten waarbij endocarditis is gediagnosticeerd aan de aortaklep voorafgaande aan de interventie 3 categorieën: 0) geen endocarditis; 1) patiënt wordt op het moment van de interventie nog behandeld met een antibiotica vanwege endocarditis en 9) onbekend Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Eerder CVA * Patiënten die een CVA hebben doorgemaakt voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven (exclusief TIA) 3 categorieën: 0) geen eerder CVA; 1) eerder CVA en 9) onbekend Eerdere hartoperatie Patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan, waarbij opening van het pericardium heeft plaatsgevonden, voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere hartoperatie; 1) eerdere hartoperatie en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie In de rapportage worden de volgende leeftijdscategorieën gehanteerd: leeftijd <65, leeftijd 65-74, leeftijd 75 Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) 53

54 4 Aortakleplijden Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE I gehanteerd: laag < 10% ( 9,49), middel 10-20% (9,50-19,49), hoog > 20% ( 19,50) Logistische EuroSCORE II * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE II gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE II gehanteerd: laag < 5% ( 4,49), middel 5-10% (4,50-9,49), hoog > 10% ( 9,50) Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Categorie onbekend = 9999 In de rapportage worden de volgende afkapwaarden voor nierinsufficiëntie aan de hand van de egfr gehanteerd: geen nierinsufficiëntie (egfr 60 ml/min/1,73 m 2 ), nierinsufficiëntie (egfr < 60 ml/min/1,73 m 2 ) Urgentie van de procedure * 4 categorieën: 1) electief; 2) urgent; 3) spoed+redding en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 54

55 4 Aortakleplijden 424 Codeboek AVR NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC hartteam hartteambespreking =geen hartteambespreking 1=hartteambespreking intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj prothese_type type prothese =bioprothese soort onbekend 2=bioprothese ongestent 3=bioprothese gestent 4=mechanisch 5=homograft 6=autograft 7=hechtingloze bioprothese 8=overig INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend diabetes diabetes mellitus =geen diabetes 55

56 4 Aortakleplijden mellitus 1=diabetes mellitus EuroscoreI logistische EuroSCORE I ,9 (in %, 2 decimalen) EuroscoreII logistische EuroSCORE II 2015 (indien - 999,9 (in %, 2 decimalen) bekend) endocarditis actieve endocarditis =geen endocarditis 1=patiënt wordt op het moment van interventie nog behandeld met een antibiotica vanwege endocarditis vorighartop eerdere hartoperatie =geen eerdere hartoperatie 1=eerdere hartoperatie kreat kreatinine niveau urgentie (μmol/l) urgentie van de procedure =electief 2=urgent 3=spoed+redding vorigcva eerder CVA =geen eerder CVA 1=eerder CVA LVEF linkerventrikelejectiefra ctie UITKOMSTINDICATOREN DSWI diepe sternumwondinfectie pacemaker implantatie nieuwe permanente pacemaker =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% dagen 0=geen diepe sternumwondinfectie 1=diepe sternumwondinfectie dagen, actieve followup CVA CVA uur, actieve followup reinterv_klep klepreïnterventie verricht gedurende follow-up jaar tot maximaal 5 jaar, 0=geen implantatie nieuwe permanente pacemaker 1=implantatie nieuwe permanente pacemaker 0=geen CVA 1=CVA 0=geen klepreïnterventie 1=klepreïnterventie 56

57 4 Aortakleplijden reinterv_klep_dat followupklep_dat vitaliteit vitaliteit_dat vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 (einddatum ) datum klepreïnterventie (einddatum ) datum follow-up klepreïnterventie (einddatum ) vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow-up datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup GBA-check op of na GBA-check op of na gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie gemeten tussen maanden na de interventie dd-mm-jjjj dd-mm-jjjj 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj

58 4 Aortakleplijden 43 Transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) 431 Definitie TAVI Definitie TAVI = elke patiënt waarbij het de intentie is om een geïsoleerde transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) te verrichten (patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat de patiënt is aangeprikt) Inclusieperiode = NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het TAVI cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen Ook de gebruikte toegangsweg van de TAVI dient geregistreerd te worden: 1) Transfemoraal 2) Transapicaal 3) Via arteria subclavia 4) Direct transaortaal 5) Transaxillair 6) Overig 9) Onbekend 432 Uitkomstindicatoren TAVI Procedurele mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 3 dagen ( 3 dagen) na de interventie overlijden 30-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden 120-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na de interventie overlijden Lange-termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow-up duur van 5 jaar Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36-2, anders de SF12-2 Van spoedpatiënten kan géén kwaliteit van leven vlak voor de interventie gemeten worden NYHA klasse * De NYHA (New York Heart Association) classificatie voor hartfalen gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 3 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen 30 en 60 dagen na de interventie 5 categorieën: 1) klasse I; 2)klasse II; 3) klasse III; 4) klasse IV en 9) onbekend Vasculaire complicaties * Patiënten waarbij binnen 30 dagen ( 30 dagen) een vasculaire complicatie optreedt (diagnose volgens de VARC-2-definitie) vanaf het begin van de interventie 58

59 4 Aortakleplijden 4 categorieën: 0) geen vasculaire complicatie; 1) major vasculaire complicatie(s); 2) minor vasculaire complicatie(s) en 9) onbekend CVA * Patiënten waarbij de neuroloog heeft vastgesteld dat een postoperatieve CVA binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie is opgetreden (exclusief TIA) 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Implantatie nieuwe permanente pacemaker Postoperatieve implantatie van een nieuwe (geen vervangende) permanente pacemaker binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie Hieronder valt ook een implantatie van ICD indien er sprake is geweest van brady-aritmieën of pauzes als indicatie voor permanente pacemaker 3 categorieën: 0) geen implantatie nieuwe permanente pacemaker; 1) implantatie nieuwe permanente pacemaker en 9) onbekend Vrijheid van klepreïnterventie Patiënten die vrij zijn van een aortaklepreïnterventie (aortaklepvervanging, aortaklepreparatie of percutane paravalvulaire lekkage (PVL) sluiting (ook niet geïsoleerde ingrepen includeren)) aan dezelfde aortaklep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie 3 categorieën: 0) geen klepreïnterventie, 1) klepreïnterventie, 9) onbekend 433 Initiële condities TAVI Eerder CVA * Patiënten die een CVA hebben doorgemaakt voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven (exclusief TIA) 3 categorieën: 0) geen eerder CVA; 1) eerder CVA en 9) onbekend Eerdere hartoperatie Patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan, waarbij opening van het pericardium heeft plaatsgevonden, voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere hartoperatie; 1) eerdere hartoperatie en 9) onbekend Frailty (vanaf ) Gemeten met behulp van de Edmonton Frail Scale voorafgaande aan de interventie De score per individuele vraag dient geregistreerd te worden Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie In de rapportage worden de volgende leeftijdscategorieën gehanteerd: leeftijd <75, leeftijd 75-84, leeftijd 85 Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE I gehanteerd: laag < 10% ( 9,49), middel 10-20% (9,50-19,49), hoog > 20% ( 19,50) 59

60 4 Aortakleplijden Logistische EuroSCORE II * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE II gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE II gehanteerd: laag < 5% ( 4,49), middel 5-10% (4,50-9,49), hoog > 10% ( 9,50) Mitralisklepinsufficiëntie * Patiënten waarbij mitralisklepinsufficiëntie is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie Gemeten bij het laatste echocardiogram tot maximaal 1 jaar vóór de interventie 4 categorieën: 1) geen/mild mitralisklepinsufficiëntie; 2) matig mitralisklepinsufficiëntie; 3) ernstig mitralisklepinsufficiëntie en 9) onbekend In de rapportage worden de volgende categorieën voor mitralisklepinsufficiëntie gehanteerd: geen/mild mitralisklepinsufficiëntie, matig/ernstig mitralisklepinsufficiëntie Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Categorie onbekend = 9999 In de rapportage worden de volgende afkapwaarden voor nierinsufficiëntie aan de hand van de egfr gehanteerd: geen nierinsufficiëntie (egfr 60 ml/min/1,73 m 2 ), nierinsufficiëntie (egfr < 60 ml/min/1,73 m 2 ) Urgentie van de procedure * 4 categorieën: 1) electief; 2) urgent; 3) spoed+redding en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 60

61 4 Aortakleplijden 434 Codeboek TAVI NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC hartteam hartteambespreking =geen hartteambespreking 1=hartteambespreking intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj procedure_type type procedure =transfemoraal 2=transapicaal 3=via arteria subclavia 4=direct transaortaal 5=transaxillair 6=overig INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend kreat kreatinine niveau (μmol/l) EuroscoreI EuroscoreII logistische EuroSCORE I (in %, 2 decimalen) logistische EuroSCORE II (in %, 2 decimalen) , (indien bekend) - 999,9 61

62 4 Aortakleplijden urgentie urgentie van de procedure =electief 2=urgent 3=spoed+redding vorigcva eerder CVA =geen eerder CVA 1=eerder CVA vorighartop eerdere hartoperatie =geen eerdere hartoperatie 1=eerdere hartoperatie vorigmitrklep mitralisklepinsufficiëntie =geen/mild mitralisklepinsufficiëntie 2=matig mitralisklepinsufficiëntie 3=ernstig mitralisklepinsufficiëntie LVEF linkerventrikelejectiefract ie UITKOMSTINDICATOREN NYHA_base NYHA klasse vóór de interventie NYHA_1 NYHA klasse na interventie =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% gemeten niet langer geleden dan maximaal 3 maanden vóór de interventie gemeten tussen dagen maanden na de interventie vasc_compl vasculaire complicaties dagen, actieve followup pacemaker implantatie nieuwe permanente pacemaker dagen, actieve followup 1=klasse I 2=klasse II 3=klasse III 4=klasse IV 1=klasse I 2=klasse II 3=klasse III 4=klasse IV 0=geen vasculaire complicatie 1=major vasculaire complicatie(s) 2=minor vasculaire complicatie(s) 0=geen implantatie nieuwe permanente pacemaker 1=implantatie nieuwe permanente pacemaker CVA CVA uur, 0=geen CVA 62

63 4 Aortakleplijden reinterv_klep reinterv_klep_dat followupklep_dat vitaliteit vitaliteit_dat vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 klepreïnterventie verricht gedurende follow-up (einddatum ) datum klepreïnterventie (einddatum ) datum follow-up klepreïnterventie (einddatum ) vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow-up datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup GBA-check op of na GBA-check op of na gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie gemeten tussen maanden na de interventie 1=CVA 0=geen klepreïnterventie 1=klepreïnterventie dd-mm-jjjj dd-mm-jjjj 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj

64 4 Aortakleplijden 44 Conservatieve behandeling 441 Definitie conservatieve behandeling Definitie conservatieve behandeling = elke patiënt die lijdt aan aortakleplijden (zoals gedefinieerd op pagina 51) en waarbij het multidisciplinaire hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen vanwege een sterk verhoogd risico op mortaliteit of complicaties, indien er een interventie wordt uitgevoerd Voor deze patiënt geldt dat het niet de intentie is om een AVR dan wel TAVI uit te voeren Samenvattend: De patiënt dient te voldoen aan de onderstaande criteria: 1 Patiënt lijdt aan aortakleplijden zoals gedefinieerd op pagina 51 2 Patiënt is besproken in een hartteam 3 Het is niet de intentie om een AVR dan wel TAVI uit te voeren Het moment van hartteambespreking is de startdatum van de follow-up Voor het selecteren van de conservatief behandelde patiënten is een werkprotocol opgesteld Dit werkprotocol kan opgevraagd worden via datamanagement@meetbaarbetercom Inclusieperiode = NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het conservatieve behandeling cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen 442 Uitkomstindicatoren conservatieve behandeling 120-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na start conservatieve behandeling overlijden Lange-termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na start conservatieve behandeling met een maximale follow-up duur van 5 jaar Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na start van de conservatieve behandeling Meting vóór interventie = gemeten binnen 1 maand nadat het hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen Meting na behandeling = gemeten tussen maanden na start conservatieve behandeling Bij voorkeur gemeten met de SF36-2, anders de SF Initiële condities conservatieve behandeling Eerdere hartoperatie Patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan, waarbij opening van het pericardium heeft plaatsgevonden, voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerdere hartoperatie; 1) eerdere hartoperatie en 9) onbekend Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) 64

65 4 Aortakleplijden Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start conservatieve behandeling In de rapportage worden de volgende leeftijdscategorieën gehanteerd: leeftijd <75, leeftijd 75-84, leeftijd 85 Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 6 maanden vóór start conservatieve behandeling zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór start conservatieve behandeling (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE I gehanteerd: laag < 10% ( 9,49), middel 10-20% (9,50-19,49), hoog > 20% ( 19,50) Logistische EuroSCORE II * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE II gemeten vóór start conservatieve behandeling (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE II gehanteerd: laag < 5% ( 4,49), middel 5-10% (4,50-9,49), hoog > 10% ( 9,50) Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Categorie onbekend = 9999 In de rapportage worden de volgende afkapwaarden voor nierinsufficiëntie aan de hand van de egfr gehanteerd: geen nierinsufficiëntie (egfr 60 ml/min/1,73 m 2 ), nierinsufficiëntie (egfr < 60 ml/min/1,73 m 2 ) * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 65

66 4 Aortakleplijden 444 Codeboek conservatieve behandeling NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt verwezen patiënt verwezen uit een ander ziekenhuis CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC =geen verwezen patiënt 1=verwezen patiënt hartteam hartteambespreking =geen hartteambespreking 1=hartteambespreking intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend EuroscoreI EuroscoreII logistische EuroSCORE I (in %, 2 decimalen) logistische EuroSCORE II (in %, 2 decimalen) , (indien bekend) - 999,9 vorighartop eerdere hartoperatie =geen eerdere hartoperatie 1=eerdere hartoperatie 66

67 4 Aortakleplijden kreat LVEF kreatinine niveau (μmol/l) linkerventrikelejectiefractie UITKOMSTINDICATOREN vitaliteit vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteit_dat vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow-up datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% GBA-check op of na GBA-check op of na gemeten binnen 1 maand nadat het hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen gemeten tussen maanden na start conservatiev e behandeling 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj

68 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden Dit betreft patiënten met zowel aortakleplijden als coronairlijden, waar de onderstaande definities voor gelden: Aortakleplijden is gedefinieerd als een medische conditie waarbij een patiënt symptomatisch is en matig/ernstige aortaklepstenose en/of aortaklepinsufficiëntie heeft Voor ernstige aortaklepstenose dient een patiënt aan ten minste één van de onderstaande criteria te voldoen: Aortaklepstenose Aortaklepoppervlak (cm 2 ) < 1,0 Geïndexeerd klepoppervlak (cm 2 /m 2 < 0,6 BSA) Gemiddelde gradiënt (mmhg) > 40 a Maximale jet snelheid (m/s) > 4,0 a Snelheidsratio < 0,25 BSA= body surface area (lichaamsoppervlak) a Bij patiënten met normale cardiale output/transvalvulaire flow Voor aortaklepinsufficiëntie dient een patiënt aan ten minste één van de onderstaande criteria te voldoen: Aortaklepinsufficiëntie Effectieve regurgitatie 30 openingsoppervlakte (mm 2 ) Regurgitatie volume (ml/beat) 60 Bronvermelding: Guidelines on the management of valvular heartdisease (version 2012) Eur Heart J 2012; 33: Coronairlijden is gedefinieerd als coronaire atherosclerose welke leidt tot progressieve lumenvernauwing van één of meerdere kransslagaderen (coronairen) met myocardiale ischemie tot gevolg 68

69 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden 51 AVR+CABG 511 Definitie AVR+CABG Definitie AVR + CABG = elke patiënt waarbij het de intentie is om een coronaire bypasschirurgie (CABG) met gelijktijdige operatieve aortaklepvervanging (AVR) te verrichten (patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat er een huidincisie heeft plaatsgevonden) Niet includeren: een patiënt waarbij aortaklepchirurgie wordt uitgevoerd in de vorm van plastieken en klepingrepen van het type overige ingreep (voorbeelden hiervan zijn onder andere: refixatie klepprothese, een ingreep in verband met paravalvulaire lekkage, het verwijderen van thrombusmassa wegens een disfunctionerende klep, verwijderen van pannus rond klepprothese, etc) Wel includeren: een patiënt waarbij een AVR en CABG wordt uitgevoerd in combinatie met een ingreep die niet als zelfstandige ingreep geregistreerd dient te worden bij de BHN, zoals een PM, ICD, lead of niet-cardiale ingreep, ongeacht de primaire oorzaak Inclusieperiode = NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het AVR + CABG cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen Ook type prothese van de AVR dient geregistreerd te worden: 1) Bioprothese soort onbekend 2) Bioprothese ongestent 3) Bioprothese gestent 4) Mechanisch 5) Homograft 6) Autograft 7) Hechtingloze bioprothese 8) Overig 9) Onbekend Ook dienen bloedtransfusies geregistreerd te worden: Patiënten die een niet-autologe bloedtransfusie krijgen vanaf start interventie t/m 3 dagen ( 3 dagen) post-ok Het aantal eenheden rood bloedcelconcentraat (RBC) die de patiënt heeft gekregen wordt geregistreerd NB: Pre-operatief gegeven bloedtransfusies tellen niet mee, per-operatief gegeven bloedtransfusies tellen wel mee Categorie onbekend =

70 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden 512 Uitkomstindicatoren AVR+CABG 30-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden 120-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 120 dagen ( 120 dagen) na de interventie overlijden Lange-termijn overleving Patiënten die overleven als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie met een maximale follow-up duur van 5 jaar Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36-2, anders de SF12-2 Diepe sternumwondinfectie * Diepe sternumwondinfectie die zich ontwikkelt binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen diepe sternumwondinfectie; 1) diepe sternumwondinfectie en 9) onbekend CVA * Patiënten waarbij de neuroloog heeft vastgesteld dat een postoperatieve CVA binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie is opgetreden (exclusief TIA) 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Vrijheid van reïnterventie Patiënten die vrij zijn van zowel coronaire reïnterventie (CABG als PCI alsook CABG of PCI in combinatie met andere ingreep (in hetzelfde vat of een ander vat)) als aortaklepreïnterventie (aortaklepvervanging, aortaklepreparatie of percutane paravalvulaire lekkage (PVL) sluiting (ook niet geïsoleerde ingrepen includeren)) aan dezelfde aortaklep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie 3 categorieën reïnterventie: 0) geen reïnterventie; 1) reïnterventie, 9) onbekend 513 Initiële condities AVR+CABG Chronische longziekte Patiënten met een gediagnosticeerde chronische longziekte voorafgaande aan de interventie waarvoor zij langdurig gebruik maken van bronchusdilatoren of steroïden 3 categorieën: 0) geen chronische longziekte; 1) chronische longziekte en 9) onbekend Diabetes mellitus * Patiënten die diabetes mellitus type 1 of type 2 hebben 3 categorieën: 0) geen diabetes mellitus; 1) diabetes mellitus en 9) onbekend Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend 70

71 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden Geslacht 3 categorieën: 1) man; 2) vrouw en 9) geen geslacht/onbekend (bv transgenders en androgyne personen) Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie In de rapportage worden de volgende leeftijdscategorieën gehanteerd: leeftijd <65, leeftijd 65-74, leeftijd 75 Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE I gehanteerd: laag < 10% ( 9,49), middel 10-20% (9,50-19,49), hoog > 20% ( 19,50) Logistische EuroSCORE II * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE II gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) Categorie onbekend = 999,99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE II gehanteerd: laag < 5% ( 4,49), middel 5-10% (4,50-9,49), hoog > 10% ( 9,50) Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule Categorie onbekend = 9999 In de rapportage worden de volgende afkapwaarden voor nierinsufficiëntie aan de hand van de egfr gehanteerd: geen nierinsufficiëntie (egfr 60 ml/min/1,73 m 2 ), nierinsufficiëntie (egfr < 60 ml/min/1,73 m 2 ) Recent myocardinfarct * Doorgemaakt myocardinfarct in de 90 dagen ( 90 dagen) voorafgaande aan de interventie 3 categorieën: 0) geen recent myocardinfarct; 1) recent myocardinfarct en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 71

72 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden 514 Codeboek AVR+CABG NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC hartteam hartteambespreking =geen hartteambespreking 1=hartteambespreking intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj prothese_type type prothese =bioprothese soort onbekend 2=bioprothese ongestent 3=bioprothese gestent 4=mechanisch 5=homograft 6=autograft 7=hechtingloze bioprothese 8=overig bloedtransfusie aantal eenheden rood bloedcelconcentraat dagen 99 INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / 72

73 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden onbekend diabetes diabetes mellitus =geen diabetes mellitus 1=diabetes mellitus EuroscoreI logistische EuroSCORE I ,9 EuroscoreII LVEF (in %, 2 decimalen) logistische EuroSCORE II (in %, 2 decimalen) linkerventrikelejectiefra ctie 2015 (indien bekend) - 999, =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% chr_longziekte chronische longziekte =geen chronische longziekte 1=chronische longziekte kreat kreatinine niveau (μmol/l) vorigmi recent myocardinfarct =geen recent myocardinfarct 1=recent myocardinfarct UITKOMSTINDICATOREN CVA CVA uur, actieve follow-up DSWI reinterv reinterv_dat followupreinterv_d at diepe sternumwondinfectie reïnterventie verricht gedurende follow-up (einddatum ) datum reïnterventie (einddatum ) datum follow-up reïnterventie (einddatum ) 0=geen CVA 1=CVA dagen 0=geen diepe sternumwondinfectie 1=diepe sternumwondinfectie jaar tot maximaal 5 jaar, actieve follow-up jaar tot maximaal 5 jaar, actieve follow-up jaar tot maximaal 5 jaar, 0=geen reïnterventie 1=reïnterventie dd-mm-jjjj dd-mm-jjjj 73

74 5 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden vitaliteit vitaliteit_dat vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow-up datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) actieve follow-up GBA-check op of na GBA-check op of na gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie gemeten tussen maanden na de interventie 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj

75 6 Atriumfibrilleren 6 Atriumfibrilleren Atriumfibrilleren is een ritmestoornis welke gekenmerkt wordt door: 1 Irregulair RR-interval (zonder de aanwezigheid van een repetitief patroon), en 2 Afwezigheid van P-golven op het oppervlakte ECG, en 3 Variabele atriale cycluslengte (indien zichtbaar) 61 Geconsolideerd atriumfibrilleren Patiënten die gediagnosticeerd zijn met atriumfibrilleren en een geïsoleerde katheter PVI of minimaal-invasieve chirurgische PVI hebben ondergaan, worden geïncludeerd in het cohort geconsolideerd atriumfibrilleren De indicatorenset voor geconsolideerd atriumfibrilleren is samengesteld uit de overlappende uitkomstindicatoren en initiële condities van de individuele medische behandelingen van atriumfibrilleren Het totaal overzicht van de uitkomstindicatoren en initiële condities van de afzonderlijke medische behandelingen en van geconsolideerd atriumfibrilleren is te verkrijgen via de website wwwmeetbaarbetercom De geconsolideerde dataset wordt door Meetbaar Beter samengevoegd uit de aangeleverde cohorten voor katheter PVI en minimaal-invasieve chirurgische PVI, en hoeft niet door de ziekenhuizen zelf als dataset aangeleverd te worden Inclusieperiode = Katheter pulmonaal venen-isolatie 621 Definitie katheter PVI Definitie katheter PVI = elke patiënt waarbij een instrument in het veneuze systeem ingebracht wordt met de intentie om een geïsoleerde endocardiale katheter pulmonaal venen-isolatie (PVI) te verrichten Niet includeren: een patiënt die een ablatie uitsluitend ter behandeling van een typische flutter (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter) ondergaat een patiënt die een geïsoleerde linkerhartoorsluiting dan wel een katheter PVI met een gelijktijdige linkerhartoorsluiting ondergaat Wel includeren: een patiënt die een katheter PVI met gelijktijdig aanbrengen van aanvullende ablatielijnen in het hart ondergaat Inclusieperiode = NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het katheter PVI cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen Ook de ablatie methode dient geregistreerd te worden: 1) Conventioneel point-by-point RF ablatie 2) PVAC RF-ablatie 3) Cryo-ablatie 4) Laser ballon 5) nmarq 6) PVAC + MASC/MAAC 7) Overig 9) Onbekend 75

76 6 Atriumfibrilleren 622 Uitkomstindicatoren katheter PVI 30-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie (advies = afnemen op de dag van opname) Meting na interventie = gemeten tussen maanden na de interventie Dient gemeten te worden met de AFEQT vragenlijst Trombo-embolische complicaties Patiënten waarbij een trombo-embolische complicatie optreedt (CVA * / TIA * / tromboembolie * ) binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie 3 categorieën: 0) geen trombo-embolische complicatie; 1) trombo-embolische complicatie en 9) onbekend Bloedingscomplicaties * Patiënten waarbij gedurende de ziekenhuisopname van de interventie een bloedingscomplicatie optreedt (volgens de BARC-classificatie vanaf BARC type 2) die gerelateerd is aan de interventie (exclusief cardiale tamponade * ) Wel includeren: Liesbloeding waarvoor chirurgische interventie Bloeding waarvoor transfusie Niet includeren: Het nogmaals aanleggen van een drukverband 3 categorieën: 0) geen bloedingscomplicatie; 1) bloedingscomplicatie en 9) onbekend Vasculaire complicaties * (vanaf ) Patiënten waarbij binnen 30 dagen ( 30 dagen) een vasculaire complicatie optreedt (diagnose volgens de VARC-2-definities) vanaf het begin van de interventie Hieronder valt onder andere: Aneurysma waarvoor radiologische interventie 3 categorieën: 0) geen vasculaire complicatie; 1) major vasculaire complicatie(s); 2) minor vasculaire complicatie(s) en 9) onbekend Cardiale tamponade * Patiënten waarbij zich binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie een cardiale tamponade ontwikkelt waarvoor een interventie (drainage) is = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen cardiale tamponade; 1) cardiale tamponade en 9) onbekend Phrenicus paralyse (vanaf ) Patiënten waarbij de phrenicus zenuw minstens 24 uur ( 24 uur) na de interventie niet functioneert Dit kan vastgesteld worden door middel van bijvoorbeeld een sniff test of xthorax met hemidiafragma hoogstand 3 categorieën: 0) geen phrenicus paralyse; 1) phrenicus paralyse en 9) onbekend Herhaalde PVI binnen 1 jaar Patiënten waarbij binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie een herhaalde ablatie wordt uitgevoerd met als doel het opheffen van atriumfibrilleren dan wel atriumtachycardie (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter en ablatie om heel andere reden bijvoorbeeld ventriculaire tachycardie worden geëxcludeerd) Dit betreft zowel een uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar als een herhaalde PVI die binnen 1 jaar na de interventie gepland is (dus op de wachtlijst is geplaatst) om uitgevoerd te worden 76

77 6 Atriumfibrilleren 3 categorieën: 0) geen herhaalde PVI binnen 1 jaar; 1) herhaalde PVI binnen 1 jaar en 9) onbekend Herhaalde PVI binnen 3 jaar Patiënten waarbij binnen 3 jaar na de interventie een herhaalde ablatie wordt uitgevoerd met als doel het opheffen van atriumfibrilleren dan wel atriumtachycardie (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter en ablatie om heel andere reden bijvoorbeeld ventriculaire tachycardie worden geëxcludeerd) Dit betreft zowel een uitgevoerde herhaalde PVI binnen 3 jaar als een herhaalde PVI die binnen 3 jaar na de interventie gepland is (dus op de wachtlijst is geplaatst) om uitgevoerd te worden 3 categorieën: 0) geen herhaalde PVI binnen 3 jaar; 1) herhaalde PVI binnen 3 jaar en 9) onbekend Outcomes team heeft besloten om deze uitkomstindicator niet te registreren voor Meetbaar Beter rapportage 2016 Aangetoond recidief AF (tot ) Patiënten waarbij tijdens de controle die plaatsvindt 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) na de interventie met behulp van een meting is aangetoond dat recidief AF + aanwezig is Indien de patiënt tussen 3 maanden en 1 jaar(12 maanden ± 2 maanden) langs is gekomen op de SEH/EHH/poli wegens AF-gerelateerde klachten en waarbij objectieve aanwijzingen zijn voor recidief AF verkregen middels een meting, dan dient dit ook als aangetoond AF geregistreerd te worden Van alle patiënten wordt ook vastgelegd welke meting is uitgevoerd Indien meerdere metingen zijn uitgevoerd, dan moet het resultaat van de meest nauwkeurige methode geregistreerd worden: reveal/pacemaker/icd boven Holter en ECG, Holter boven ECG Daarnaast dient geregistreerd te worden of de patiënt 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) na de interventie nog behandeld wordt met AAD* 3 categorieën aangetoond AF: 0) geen aangetoond recidief AF; 1) aangetoond recidief AF en 9) onbekend 6 categorieën meting: 0) geen meting uitgevoerd; 1) ECG; 2) 24 uurs Holter ; 3) eventrecorder; 4) reveal/pacemaker/icd en 9) onbekend 3 categorieën gebruik AAD: 0) geen gebruik AAD; 1) gebruik AAD en 9) onbekend + = een gedocumenteerde continue AF episode van minstens 30 s = bij gebruik van Holter > 24 uur, dan enkel het resultaat van aangetoond AF tijdens de eerste 24 uur rapporteren Let op: Indien er geen meting is uitgevoerd, dan geldt aangetoond recidief AF = onbekend Aangetoond recidief AF (vanaf ) Patiënten waarbij tijdens de controle die plaatsvindt 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) na de interventie met behulp van een 24 uurs Holter is aangetoond dat recidief AF + aanwezig is Indien de patiënt tussen 3 maanden en 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) langs is gekomen op de SEH/EHH/poli wegens AF-gerelateerde klachten en waarbij objectieve aanwijzingen zijn voor recidief AF verkregen middels een meting (zoals een ECG met AF), dan dient dit ook als aangetoond AF geregistreerd te worden Daarnaast dient geregistreerd te worden of de patiënt 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) na de interventie nog behandeld wordt met AAD* + = een gedocumenteerde continue AF episode van minstens 30 s = bij gebruik van Holter > 24 uur, dan enkel het resultaat van aangetoond AF tijdens de eerste 24 uur rapporteren Voorbeelden: - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en op basis van een ECG is geen sprake van recidief AF, en er is geen Holter uitgevoerd na 1 jaar, dan geldt aangetoond AF = onbekend - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en er op basis van een ECG is sprake van recidief AF, en er is geen Holter uitgevoerd na 1 jaar, dan geldt aangetoond AF = ja 77

78 6 Atriumfibrilleren - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en op basis van een ECG is geen sprake van recidief AF, maar bij de Holter na 1 jaar is wel sprake van recidief AF, dan geldt aangetoond AF = ja - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en op basis van een ECG is geen sprake van recidief AF, en bij de Holter na 1 jaar is ook geen sprake van recidief AF, dan geldt aangetoond AF = nee - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en er op basis van een ECG is sprake van recidief AF, en bij de Holter na 1 jaar is ook sprake van recidief AF, dan geldt aangetoond AF = ja 3 categorieën aangetoond AF: 0) geen aangetoond recidief AF; 1) aangetoond recidief AF en 9) onbekend 3 categorieën gebruik AAD: 0) geen gebruik AAD; 1) gebruik AAD en 9) onbekend 623 Initiële condities katheter PVI BMI * De lengte (in cm) en het gewicht (in kg) van de patiënt worden gemeten en daaruit wordt door MeetbaarBeter de Body Mass Index (BMI) van de patiënt bepaald Categorie onbekend = 999 In de rapportage worden de volgende categorieën voor BMI gehanteerd: BMI < 18,5, BMI 18,5-24,9, BMI 25,0 CHA 2 DS 2 -VASc Score * Laatst bepaalde CHA 2 DS 2 -VASc Score gemeten voorafgaande aan de interventie op een schaal van 0 tot en met 9 Gemeten tot maximaal 1 jaar vóór de interventie Categorie onbekend = 99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de CHA 2 DS 2 -VASc Score gehanteerd: laag 1, middel 2-4, hoog 5 Eerdere ablatie in linkeratrium Patiënten die een eerdere ablatie in het linkeratrium met als doel het opheffen van atriumfibrilleren dan wel atriumtachycardie hebben ondergaan voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven (hieronder vallen oa een katheter PVI, minimaalinvasieve chirurgische PVI, hybride behandeling en ook niet-geïsoleerde interventies) 3 categorieën: 0) geen eerdere ablatie; 1) eerdere ablatie en 9) onbekend Linkeratriumvolume index * Volume van het linker atrium gemeten bij de laatste Echo, CT of MRI in ml/m 2 tot maximaal 1 jaar vóór de interventie Categorie onbekend = 999 Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 12 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Mitralisklepinsufficiëntie * Patiënten waarbij mitralisklepinsufficiëntie is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie Gemeten bij het laatste echocardiogram tot maximaal 1 jaar vóór de interventie 4 categorieën: 1) geen/mild mitralisklepinsufficiëntie; 2) matig mitralisklepinsufficiëntie; 3) ernstig mitralisklepinsufficiëntie en 9) onbekend In de rapportage worden de volgende categorieën voor mitralisklepinsufficiëntie gehanteerd: geen/mild mitralisklepinsufficiëntie, matig/ernstig mitralisklepinsufficiëntie Type AF * (vanaf ) 78

79 6 Atriumfibrilleren De hoogst bepaalde categorie van type AF voorafgaande aan de huidige interventie 4 categorieën: 2) paroxysmaal; 3) persisterend; 4) langdurig persisterend; en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 79

80 6 Atriumfibrilleren 624 Codeboek Katheter PVI NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj ablatie_methode ablatie methode =conventioneel point-by-point RF ablatie 2=PVAC RF-ablatie 3=cryo-ablatie 4=laser ballon 5=nMARQ 6=PVAC + MASC/MAAC 7=overig INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend lengte lengte (cm) gewicht gewicht (kg) ablatieaf eerdere ablatie in linkeratrium =geen eerdere ablatie 1=eerdere ablatie 80

81 6 Atriumfibrilleren LVEF linkerventrikelejectiefractie =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% type_af type AF =paroxysmaal 3=persisterend 4=langdurig persisterend grootte_atrium linkeratriumvolume index in ml/m 2 VAS CHA 2 DS 2 -VASc Score vorigmitrklep mitralisklepinsufficiëntie =geen/mild mitralisklepinsufficiëntie 2=matig mitralisklepinsufficiëntie 3=ernstig mitralisklepinsufficiëntie UITKOMSTINDICATOREN trombo trombo-embolische complicaties uur 0=geen tromboembolische complicatie 1= tromboembolische complicatie 9= onbekend bloeding bloedingscomplicaties ziekenhuisopname vasc_compl vasculaire complicaties dagen, actieve followup 0=geen bloedingscomplicatie 1=bloedingscomplicatie 0=geen vasculaire complicatie 1=major vasculaire complicatie(s) 2=minor vasculaire complicatie(s) tamponade cardiale tamponade dagen 0=geen cardiale tamponade 1=cardiale tamponade paralyse phrenicus paralyse uur 0=geen phrenicus paralyse 1=phrenicus paralyse AF aangetoond recidief AF maanden, 0=geen aangetoond recidief AF 81

82 6 Atriumfibrilleren meting_af gebruikte meting om recidief AF aan te tonen AAD gebruik AAD tussen maanden re_pvi herhaalde PVI binnen 1 jaar re_pvi_3 herhaalde PVI binnen 3 jaar vitaliteit vitaliteit_dat vraag1_t0 Vraag22_T0 vraag1_t1 Vraag22_T1 vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow-up datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie gemeten met de AFEQT (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de AFEQT (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) actieve followup maanden, actieve followup maanden, actieve followup dagen, actieve followup jaar, actieve followup GBA-check op of na GBA-check op of na gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie 2016 gemeten tussen maanden na de interventie 1=aangetoond recidief AF 0=geen meting uitgevoerd 1=ECG 2=24 uurs holter 3=event-recorder 4=reveal/pacemaker/ ICD 0=geen gebruik van AAD 1=gebruik van AAD 0=geen herhaalde PVI binnen 1 jaar 1=herhaalde PVI binnen 1 jaar 0=geen herhaalde PVI binnen 3 jaar 1=herhaalde PVI binnen 3 jaar 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj

83 6 Atriumfibrilleren 63 Minimaal-invasieve chirurgische pulmonaal venen-isolatie 631 Definitie minimaal-invasieve chirurgische PVI Definitie minimaal-invasieve chirurgische PVI = elke patiënt waarbij het de intentie is om een minimaal-invasieve chirurgische pulmonaal venen-isolatie (PVI) te verrichten door middel van een thoracoscopische benadering (dus niet de katheter benadering: patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat er een huidincisie heeft plaatsgevonden) Wel includeren: een patiënt die een minimaal-invasieve chirurgische PVI ondergaat met een gelijktijdige linkerhartoorsluiting een patiënt die een hydride behandeling (gelijktijdige katheter PVI en minimaal-invasieve chirurgische PVI tijdens één sessie) ondergaat Inclusieperiode = NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het minimaal-invasieve chirurgische PVI cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen Ook dient geregistreerd te worden of het een hybride behandeling betreft: 1) geen hybride behandeling 2) hybride behandeling 9) onbekend 632 Uitkomstindicatoren minimaal-invasieve chirurgische PVI 30-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie (advies = afnemen op de dag van opname) Meting na interventie = gemeten tussen maanden na de interventie Dient gemeten te worden met de AFEQT vragenlijst Trombo-embolische complicaties Patiënten waarbij een trombo-embolische complicatie optreedt (CVA * / TIA * / tromboembolie * ) binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie 3 categorieën: 0) geen trombo-embolische complicatie; 1) trombo-embolische complicatie en 9) onbekend Bloedingscomplicaties * Patiënten die gedurende de ziekenhuisopname van de interventie een bloedingscomplicatie krijgen (volgens de BARC-classificatie vanaf BARC type 2) die gerelateerd is aan de interventie (exclusief cardiale tamponade * ) Wel includeren: Bloeding waarvoor transfusie 3 categorieën: 0) geen bloedingscomplicatie; 1) bloedingscomplicatie en 9) onbekend Vasculaire complicaties * * (vanaf ) Patiënten waarbij binnen 30 dagen ( 30 dagen) een vasculaire complicatie optreedt (diagnose volgens de VARC-2-definities) vanaf het begin van de interventie Hieronder valt onder andere: 83

84 6 Atriumfibrilleren Aneurysma waarvoor radiologische interventie 3 categorieën: 0) geen vasculaire complicatie; 1) major vasculaire complicatie(s); 2) minor vasculaire complicatie(s) en 9) onbekend Cardiale tamponade * Patiënten waarbij zich binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie een cardiale tamponade ontwikkelt waarvoor een interventie (drainage) is = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen cardiale tamponade; 1) cardiale tamponade en 9) onbekend Phrenicus paralyse (vanaf ) Patiënten waarbij de phrenicus zenuw minstens 24 uur ( 24 uur) na de interventie niet functioneert Dit kan vastgesteld worden door middel van bijvoorbeeld een sniff test of xthorax met hemidiafragma hoogstand 3 categorieën: 0) geen phrenicus paralyse; 1) phrenicus paralyse en 9) onbekend Herhaalde PVI binnen 1 jaar Patiënten waarbij binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie een herhaalde ablatie wordt uitgevoerd met als doel het opheffen van atriumfibrilleren dan wel atriumtachycardie (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter en ablatie om heel andere reden bijvoorbeeld ventriculaire tachycardie worden geëxcludeerd) Dit betreft zowel een uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar als een herhaalde PVI die binnen 1 jaar na de interventie gepland is (dus op de wachtlijst is geplaatst) om uitgevoerd te worden 3 categorieën: 0) geen herhaalde PVI binnen 1 jaar; 1) herhaalde PVI binnen 1 jaar en 9) onbekend Aangetoond recidief AF (tot ) Patiënten waarbij tijdens de controle die plaatsvindt 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) na de interventie met behulp van een meting is aangetoond dat recidief AF + aanwezig is Indien de patiënt tussen 3 maanden en 1 jaar(12 maanden ± 2 maanden) langs is gekomen op de SEH/EHH/poli wegens AF-gerelateerde klachten en waarbij objectieve aanwijzingen zijn voor recidief AF verkregen middels een meting, dan dient dit ook als aangetoond AF geregistreerd te worden Indien meerdere metingen zijn uitgevoerd, dan moet het resultaat van de meest nauwkeurige methode geregistreerd worden: reveal/pacemaker/icd boven Holter en ECG, Holter boven ECG Van alle patiënten wordt ook vastgelegd welke meting is uitgevoerd Daarnaast dient geregistreerd te worden of de patiënt 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) na de interventie nog behandeld wordt met AAD* 3 categorieën aangetoond AF: 0) geen aangetoond recidief AF; 1) aangetoond recidief AF en 9) onbekend 6 categorieën meting: 0) geen meting uitgevoerd; 1) ECG; 2) 24 uurs Holter ; 3) eventrecorder; 4) reveal/pacemaker/icd en 9) onbekend 3 categorieën gebruik AAD: 0) geen gebruik AAD; 1) gebruik AAD en 9) onbekend + = een gedocumenteerde continue AF episode van minstens 30 s = bij gebruik van Holter > 24 uur, dan enkel het resultaat van aangetoond AF tijdens de eerste 24 uur rapporteren Let op: Indien er geen meting is uitgevoerd, dan geldt aangetoond recidief AF = onbekend Aangetoond recidief AF (vanaf ) Patiënten waarbij tijdens de controle die plaatsvindt 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) na de interventie met behulp van een 24 uurs Holter is aangetoond dat recidief AF + aanwezig is Indien de patiënt tussen 3 maanden en 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) langs is gekomen op de SEH/EHH/poli wegens AF-gerelateerde klachten en waarbij objectieve aanwijzingen zijn voor recidief AF verkregen middels een meting (zoals een ECG met AF), dan dient dit ook als aangetoond AF geregistreerd te worden Daarnaast dient geregistreerd te worden of de patiënt 1 jaar (12 maanden ± 2 maanden) na de interventie nog behandeld wordt met AAD* + = een gedocumenteerde continue AF episode van minstens 30 s 84

85 6 Atriumfibrilleren = bij gebruik van Holter > 24 uur, dan enkel het resultaat van aangetoond AF tijdens de eerste 24 uur rapporteren Voorbeelden: - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en op basis van een ECG is geen sprake van recidief AF, en er is geen Holter uitgevoerd na 1 jaar, dan geldt aangetoond AF = onbekend - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en er op basis van een ECG is sprake van recidief AF, en er is geen Holter uitgevoerd na 1 jaar, dan geldt aangetoond AF = ja - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en op basis van een ECG is geen sprake van recidief AF, maar bij de Holter na 1 jaar is wel sprake van recidief AF, dan geldt aangetoond AF = ja - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en op basis van een ECG is geen sprake van recidief AF, en bij de Holter na 1 jaar is ook geen sprake van recidief AF, dan geldt aangetoond AF = nee - Indien patiënt tussen 3 en 14 maanden op de SEH/EHH/poli komt en er op basis van een ECG is sprake van recidief AF, en bij de Holter na 1 jaar is ook sprake van recidief AF, dan geldt aangetoond AF = ja 3 categorieën aangetoond AF: 0) geen aangetoond recidief AF; 1) aangetoond recidief AF en 9) onbekend 3 categorieën gebruik AAD: 0) geen gebruik AAD; 1) gebruik AAD en 9) onbekend 633 Initiële condities minimaal-invasieve chirurgische PVI BMI * De lengte (in cm) en het gewicht (in kg) van de patiënt worden gemeten en daaruit wordt door Meetbaar Beter de Body Mass Index (BMI) van de patiënt bepaald Categorie onbekend = 999 In de rapportage worden de volgende categorieën voor BMI gehanteerd: BMI < 18,5, BMI 18,5-24,9, BMI 25,0 CHA 2 DS 2 -VASc Score * Laatst bepaalde CHA 2 DS 2 -VASc Score gemeten voorafgaande aan de interventie op een schaal van 0 tot en met 9 Gemeten tot maximaal 1 jaar vóór de interventie Categorie onbekend = 99 In de rapportage worden de volgende categorieën voor de CHA 2 DS 2 -VASc Score gehanteerd: laag 1, middel 2-4, hoog 5 Eerdere ablatie in linkeratrium Patiënten die een eerdere ablatie in het linkeratrium met als doel het opheffen van atriumfibrilleren dan wel atriumtachycardie hebben ondergaan voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven (hieronder vallen oa een katheter PVI, minimaalinvasieve chirurgische PVI, hybride behandeling en ook niet-geïsoleerde interventies) 3 categorieën: 0) geen eerdere ablatie; 1) eerdere ablatie en 9) onbekend Linkeratriumvolume index * Volume van het linker atrium gemeten bij de laatste Echo, CT of MRI in ml/m 2 tot maximaal 1 jaar vóór de interventie Categorie onbekend = 999 Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 12 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 85

86 6 Atriumfibrilleren 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Mitralisklepinsufficiëntie * Patiënten waarbij mitralisklepinsufficiëntie is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie Gemeten bij het laatste echocardiogram tot maximaal 1 jaar vóór de interventie 4 categorieën: 1) geen/mild mitralisklepinsufficiëntie; 2) matig mitralisklepinsufficiëntie; 3) ernstig mitralisklepinsufficiëntie en 9) onbekend In de rapportage worden de volgende categorieën voor mitralisklepinsufficiëntie gehanteerd: geen/mild mitralisklepinsufficiëntie, matig/ernstig mitralisklepinsufficiëntie Type AF * (vanaf ) De hoogst bepaalde categorie van type AF voorafgaande aan de huidige interventie 4 categorieën: 2) paroxysmaal; 3) persisterend; 4) langdurig persisterend; en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 86

87 6 Atriumfibrilleren 634 Codeboek minimaal-invasieve chirurgische PVI FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=RadboudUMC intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj hybride hybride behandeling =geen hybride behandeling 1=hybride behandeling INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend lengte lengte (cm) gewicht gewicht (kg) ablatieaf LVEF eerdere ablatie in linkeratrium NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) linkerventrikelejectiefractie =geen eerdere ablatie 1=eerdere ablatie =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% type_af type AF =paroxysmaal 3=persisterend 87

88 6 Atriumfibrilleren grootte_atrium 4=langdurig persisterend linkeratriumvolume index in ml/m 2 VAS CHA 2 DS 2 -VASc Score vorigmitrklep mitralisklepinsufficiëntie =geen/mild mitralisklepinsufficiëntie 2=matig mitralisklepinsufficiëntie 3=ernstig mitralisklepinsufficiëntie UITKOMSTINDICATOREN trombo trombo-embolische complicaties uur 0=geen tromboembolische complicatie 1= tromboembolische complicatie 9= onbekend bloeding bloedingscomplicaties ziekenhuisopname vasc_compl vasculaire complicaties dagen, actieve followup 0=geen bloedingscomplicatie 1=bloedingscomplicatie 0=geen vasculaire complicatie 1=major vasculaire complicatie(s) 2=minor vasculaire complicatie(s) tamponade cardiale tamponade dagen 0=geen cardiale tamponade 1=cardiale tamponade paralyse phrenicus paralyse uur 0=geen phrenicus paralyse 1=phrenicus paralyse AF aangetoond recidief AF maanden, actieve followup meting_af gebruikte meting om recidief AF aan te tonen maanden, actieve follow- 0=geen aangetoond recidief AF 1=aangetoond recidief AF 0=geen meting uitgevoerd 1=ECG 88

89 6 Atriumfibrilleren AAD gebruik AAD tussen maanden re_pvi herhaalde PVI binnen 1 jaar re_pvi_3 herhaalde PVI binnen 3 jaar up maanden, actieve followup dagen, actieve followup jaar, actieve followup followuppvi_dat datum follow-up PVI dagen, actieve followup vitaliteit vitaliteit_dat vraag1_t0 Vraag22_T0 vraag1_t1 Vraag22_T1 vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow-up datum laatste contact Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie gemeten met de AFEQT (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de AFEQT (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) GBA-check op of na GBA-check op of na gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie 2016 gemeten tussen maanden na de interventie 2=24 uurs holter 3=event-recorder 4=reveal/pacemaker/ ICD 0=geen gebruik van AAD 1=gebruik van AAD 0=geen herhaalde PVI binnen 1 jaar 1=herhaalde PVI binnen 1 jaar 0=geen herhaalde PVI binnen 3 jaar 1=herhaalde PVI binnen 3 jaar dd-mm-jjjj 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj

90 7 Mitraliskleplijden 7 Mitraliskleplijden 71 Chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden 711 Definitie chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden Definitie chirurgische behandeling = elke patiënt waarbij het de intentie is om een geïsoleerde chirurgisch behandeling voor mitraliskleplijden te verrichten, zowel herstel als vervanging van de mitralisklep (patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat er een huidincisie heeft plaatsgevonden) = Niet includeren: een patiënt waarbij naast de chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden een gelijktijdige CABG, klep- of ritmechirurgie of andere vormen van chirurgie wordt uitgevoerd een patiënt die een papillair spierruptuur en/of actieve endocarditis * heeft Inclusieperiode= NB: Patiënt mag maar één keer voorkomen in het chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden cohort, ontdubbelen dient het ziekenhuis zelf te doen Ook dient geregistreerd te worden of de patiënt bij de huidige interventie een mitraalklepplastiek (MVP) dan wel een mitraalklepvervanging (MVR) heeft ondergaan: 1) MVP 2) MVR 9) Onbekend 712 Uitkomstindicatoren chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden Procedurele mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 3 dagen ( 3 dagen) na de interventie overlijden 30-daagse mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie overlijden 1-jaars mortaliteit Patiënten die ongeacht doodsoorzaak binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie overlijden Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de patiënt gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie Meting na interventie = gemeten tussen maanden na de interventie Bij voorkeur gemeten met de SF36-2, anders de SF

91 7 Mitraliskleplijden Mitralisklepinsufficiëntie * Patiënten met postoperatieve mitralisklepinsufficiëntie Gemeten bij de eerste postoperatieve echocardiogram na de interventie Ook de datum van de eerste postoperatieve echocardiogram dient geregistreerd te worden 4 categorieën: 1) geen/mild mitralisklepinsufficiëntie; 2) matig mitralisklepinsufficiëntie; 3) ernstig mitralisklepinsufficiëntie en 9) onbekend Chirurgische reëxploratie Iedere rethoracotomie na het initieel sluiten van de thorax binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie Bloeding / cardiale tamponade * : reëxploratie tgv een bloeding, tamponade (hieronder valt ook het subxyphoïdaal opheffen van een tamponade door de thoraxchirurg) Punctie valt hier niet onder Cardiale problemen: waarvoor operatie met of zonder gebruikmaking van extracorporele circulatie (ECC) Hieronder valt revisie van anastomose, reperfusie en dergelijke Ook het verrichten van een nieuwe ingreep binnen 30 dagen Anders: alle andere oorzaken, uitgezonderd het openen van het sternum ivm drainage vanwege mediastinitis = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen chirurgische reëxploratie; 1) chirurgische reëxploratie en 9) onbekend Diepe sternumwondinfectie * Diepe sternumwondinfectie die zich ontwikkelt binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie = Hierbij wordt er van uitgegaan dat de patiënt teruggaat naar het behandelcentrum 3 categorieën: 0) geen diepe sternumwondinfectie; 1) diepe sternumwondinfectie en 9) onbekend CVA * Patiënten waarbij de neuroloog heeft vastgesteld dat een postoperatieve CVA binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie is opgetreden (exclusief TIA) 3 categorieën: 0) geen CVA; 1) CVA en 9) onbekend Vrijheid van mitralisklepreïnterventie Patiënten die vrij zijn van een mitralisklepreïnterventie (alle mitralisklepreïnterventies, inclusief mitraclip) als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie (ook niet geïsoleerde ingrepen includeren) 3 categorieën mitralisklepreïnterventie: 0) geen klepreïnterventie; 1) klepreïnterventie, 9) onbekend 713 Initiële condities chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden Eerder AF Patiënten waarbij eerder atriumfibrilleren (AF) is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerder AF; 1) eerder AF en 9) onbekend Eerder myocardinfarct * Patiënten die een myocardinfarct hebben gehad nog voor start interventie gedurende het hele leven 3 categorieën: 0) geen eerder myocardinfarct; 1) eerder myocardinfarct en 9) onbekend Hypertensie * Patiënt waarbij hypertensie aanwezig is ten tijde van de interventie 3 categorieën: 0) geen hypertensie; 1) hypertensie en 9) onbekend Leeftijd Leeftijd in jaren op het moment van start interventie In de rapportage worden de volgende leeftijdscategorieën gehanteerd: 91

92 7 Mitraliskleplijden leeftijd <65, leeftijd 65-74, leeftijd 75 Logistische EuroSCORE I * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE I gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE I gehanteerd: laag < 10% ( 9,49), middel 10-20% (9,50-19,49), hoog > 20% ( 19,50) Logistische EuroSCORE II * Laatst bepaalde logistische EuroSCORE II gemeten vóór de interventie (continu gemeten in % met 2 decimalen nauwkeurig, bijv 25,03%) In de rapportage worden de volgende categorieën voor de EuroSCORE II gehanteerd: laag < 5% ( 4,49), middel 5-10% (4,50-9,49), hoog > 10% ( 9,50) Linkerventrikelfunctie De linkerventrikelfunctie wordt uitgedrukt als ejectiefractie (EF, in %) * De geregistreerde EF mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld De laatst gemeten EF vóór de interventie wordt geregistreerd 4 categorieën: 1) EF > 50%; 2) EF 30-50%; 3) EF < 30% en 9) onbekend Nierinsufficiëntie * Nierinsufficiëntie wordt gedefinieerd als een verminderde glomerular filtration rate (GFR) <60 ml/min/1,73 m 2 De GFR wordt door Meetbaar Beter berekend volgens de MDRD formule In de rapportage worden de volgende afkapwaarden voor nierinsufficiëntie aan de hand van de egfr gehanteerd: geen nierinsufficiëntie (egfr 60 ml/min/1,73 m 2 ), nierinsufficiëntie (egfr < 60 ml/min/1,73 m 2 ) NYHA klasse * De NYHA (New York Heart Association) classificatie voor hartfalen gemeten vóór de interventie (gemeten niet langer geleden dan maximaal 3 maanden vóór de interventie) 5 categorieën: 1) klasse I; 2) klasse II; 3) klasse III; 4) klasse IV en 9) onbekend * Uitgebreide definitie is terug te vinden in hoofdstuk 2 Definities 92

93 7 Mitraliskleplijden 714 Codeboek chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden NAAM VARIABLE OMSCHRIJVING INCLUSIE- PERIODE ALGEMEEN intv_nr specifieke code voor patiënt gerelateerd aan de behandeling (wordt in Excel bestand automatisch toegekend aan de patiënt) FOLLOW-UP DUUR patientnr patiëntnummer ziekenhuis ziekenhuis waar interventie cq behandeling plaatsvindt CODERING =Catharina 2=Antonius 3=AMC 4=UMCG 5=OLVG 6=Amphia 7=UMCU 8=Isala 9=MST 10=MCL 11=Haga 12=Erasmus MC 13=MUMC 14=Radboud UMC intv_dat datum interventie dd-mm-jjjj behandeling MVP of MVR =MVP 2=MVR INITIËLE CONDITIES geb_dat geboortedatum dd-mm-jjjj leeftijd leeftijd geslacht geslacht =man 2=vrouw 9=geen geslacht / onbekend kreat kreatinine niveau (μmol/l) EuroscoreI logistische EuroSCORE I ,9 (in %, 2 decimalen) EuroscoreII logistische EuroSCORE II 2015 (indien - 999,9 (in %, 2 decimalen) bekend) vorigaf eerder atriumfibrilleren =geen eerder AF 1=eerder AF hypertensie hypertensie =geen hypertensie 1=hypertensie NYHA_base NYHA klasse vóór de interventie =klasse I 2=klasse II 93

94 7 Mitraliskleplijden 3=klasse III 4=klasse IV vorigami eerder MI =geen eerder MI 1=eerder MI LVEF linkerventrikelejectiefractie =EF >50% 2=EF 30-50% 3=EF <30% UITKOMSTINDICATOREN mitr_insuff mitralisklepinsufficiëntie actieve followup mitr_insuff_dat reexplor DSWI datum eerste postoperatieve echocardiogram chirurgische reëxploratie diepe sternumwondinfectie dd-mm-jjjj 1=geen/mild mitralisklepinsufficiëntie 2=matig mitralisklepinsufficiëntie 3=ernstig mitralisklepinsufficiëntie dagen 0=geen chirurgische reëxploratie 1=chirurgische reëxploratie dagen 0=geen diepe sternumwondinfectie 1=diepe sternumwondinfectie CVA CVA uur, actieve followup reinterv_klep vitaliteit vitaliteit_dat mitralisklepreïnterventie vitaliteitsstatus van de patiënt op vitaliteitsdatum: indien levend ; indien overleden overlijdensdatum; indien lost to follow-up datum laatste contact jaar tot maximaal 5 jaar, actieve followup GBA-check op of na GBA-check op of na =geen CVA 1=CVA 0=geen klepreïnterventie 1=klepreïnterventie 0=levend 1=overleden 2=lost to follow-up dd-mm-jjjj 94

95 7 Mitraliskleplijden vraag1_t0 Vraag36_T0 vraag1_t1 Vraag36_T1 Score op de kwaliteit van leven vragen vóór de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) Score op de kwaliteit van leven vragen na de interventie gemeten met de SF36/SF12 (de score per individuele vraag dient geregistreerd te worden) gemeten niet langer geleden dan maximaal 2 maanden vóór de interventie gemeten tussen maanden na de interventie

96 8 Overzicht wijzigingen 8 Overzicht wijzigingen In onderstaande tabel staan alle essentiële wijzigingen weergegeven ten opzichte van de vorige versie (versie 20153), uitgesplitst naar definities en de verschillende medische condities GENERIEKE WIJZIGINGEN Omschrijving oude versie Omschrijving nieuwe versie mitraliskleplijden Medische conditie toegevoegd aan de dataverzameling intv_nr Variabele toegevoegd ziekenhuis_hartteam Codering aangepast: 0=geen hartteam 15=VUMC 16=LUMC 99 Einddatum reïnterventies Datum aangepast: CVA Patiënten waarbij zich een Definitie aangepast: postoperatieve CVA ontwikkelt binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie Patiënten waarbij de neuroloog heeft vastgesteld dat een postoperatieve CVA binnen 72 uur ( 72 uur) na de interventie is opgetreden (exclusief TIA) Linkerventrikelfunctie Ernstige Naamgeving aangepast linkerventrikeldysfunctie Mitralisklepinsufficiën Eerder mitraalkleplijden Naamgeving aangepast tie Mitralisklepinsufficiën tie Patiënten waarbij mitraalkleplijden is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven 6 categorieën: 0) graad 0; 1) graad I; 2) graad II; 3) graad III; 4) graad IV en 9) onbekend Definitie en categorieën aangepast vanwege nieuwe landelijke definitie echocardiografisten: Patiënten waarbij mitralisklepinsufficiëntie is gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie Gemeten bij de laatste echocardiogram tot maximaal 1 jaar vóór de interventie 4 categorieën: 1) geen/mild mitralisklepinsufficiëntie; 2) matig mitralisklepinsufficiëntie; 3) ernstig mitralisklepinsufficiëntie en 9) onbekend EXTRA INFO Hercodering ten opzichte van eerdere classificatie: geen/mild = graad 0 + graad I matig = graad II + graad III ernstig = graad IV 96

97 8 Overzicht wijzigingen DEFINITIES Type AF Urgentie van de procedure CHA 2 DS 2 -VASc Score - Vaatlijden CHA 2 DS 2 -VASc Score - Vaatlijden Diabetes mellitus Diabetes mellitus Ejectiefractie EuroSCORE Hypertensie Linkeratriumvolume index Omschrijving oude versie Omschrijving oude versie Perifeer vaatlijden Mitralisklepinsufficiën Mitraalkleplijden tie Non-ST segment elevation myocardial infarction ST segment elevation myocardial infarction TIA Door een neuroloog vastgestelde tijdelijke neurologische dysfunctie, als gevolg van focale ischemie van hersenen, ruggenmerg of retina, veroorzaakt door een Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast (conform BHN) Naamgeving aangepast Toegevoegd: Eerdere myocardinfarct, angina pectoris, PCI of CABG Toegevoegd: Diabetes mellitus gediagnosticeerd voorafgaande aan de interventie Toegevoegd: plasmaglucose meting dient niet plaats te vinden ten tijde van of kort na een glucose infuus Verwijderd (voor atriumfibrilleren geldt een andere tijdsperiode): De geregistreerde ejectiefractie mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie/behandeling zijn vastgesteld De laatst gemeten waarde vóór de interventie/behandeling wordt geregistreerd Toegevoegd: Categorieën voor de EuroSCORE II Onderstaande zin verwijderd: Voorgeschiedenis van hypertensie waarvoor behandeling met medicatie, dieet of lichamelijke inspanning, Toegevoegd: Het linkeratriumvolume mag niet langer geleden dan 12 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld Naamgeving aangepast Definitie toegevoegd Definitie toegevoegd Definitie aangepast: Focale neurologische symptomen die zijn vastgesteld door een neuroloog, welke korter duren dan 24 uur (< 24 uur) 97

98 8 Overzicht wijzigingen Trombo-embolie TVR acuut infarct van het neurologische weefsel ten gevolge van trombose, embolie, systemische hypoperfusie of bloeding Plotse vasculaire insufficiëntie geassocieerd met klinische, radiologische en/of pathologische aanwijzingen voor occlusie van een bloedvat, in afwezigheid van andere verklarende aandoeningen zoals atherosclerose Trombo-embolie is gedefinieerd als een ischemisch CVA, perifere embolie (een trombo-embolisch event buiten de hersenen, hart, ogen en longen), of pulmonaire embolie Definitie verwijderd CORONAIRLIJDEN Definitie coronairlijden Omschrijving oude versie Dit betreft patiënten met coronairlijden waarbij een CABG of PCI is uitgevoerd en patiënten met coronairlijden die besproken zijn in een hartteam CORONAIRE BYPASSCHIRURGIE (CABG) Omschrijving oude versie Definitie CABG elke patiënt die voor de eerste keer een geïsoleerde coronaire bypasschirurgie (CABG) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode ( ), zonder gelijktijdige klepof ritmechirurgie of andere vormen van chirurgie zoals bijvoorbeeld aortabifurcatieprothese, carotischirurgie, ventrikelaneurysma of longoperatie = Een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige Bentallprocedure of linker hartooramputatie wordt Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: In het cohort voor de medische conditie coronairlijden worden patiënten geïncludeerd met coronairlijden waarbij een geïsoleerde CABG of PCI is uitgevoerd en patiënten met coronairlijden waarbij het multidisciplinaire hartteam heeft besloten om de patiënt conservatief te behandelen Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: elke patiënt waarbij het de intentie is om een geïsoleerde coronaire bypasschirurgie (CABG) te verrichten (patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat er een huidincisie heeft plaatsgevonden) Niet includeren: een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige klep- of ritmechirurgie of andere vormen van chirurgie zoals bijvoorbeeld aortabifurcatieprothese, carotischirurgie, ventrikelaneurysma of longoperatie wordt uitgevoerd een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige, geplande Bentall-procedure wordt uitgevoerd Wel includeren: 98

99 8 Overzicht wijzigingen ECC Vrijheid van coronaire reïnterventie Vrijheid myocardinfarct van 30-daagse over- /ondersterfte Eerdere hartoperatie Meervatslijden Logistische Euroscore II Linkerventrikelfunctie uitgevoerd, wordt niet geïncludeerd in het CABG cohort Periode vrij van coronaire reïnterventie: Patiënten die vrij zijn van reïnterventie (zowel CABG als PCI (in hetzelfde vat of een ander vat)) als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Periode vrij van myocardinfarct: Patiënten die vrij zijn van een recidief myocardinfarct als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige linker hartooramputatie wordt uitgevoerd of een LV pacemaker lead wordt geïmplanteerd een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige ongeplande Bentallprocedure wordt uitgevoerd Procesindicator toegevoegd Definitie aangepast: Patiënten die vrij zijn van reïnterventie (zowel CABG als PCI alsook CABG of PCI in combinatie met andere ingreep (in hetzelfde vat of een ander vat)) als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Naamgeving aangepast Toegevoegd: inclusief periprocedurele MI: het standaard meten van biomarkers binnen 48 uur na de interventie is een vereiste Naamgeving aangepast Uitkomstindicator verwijderd Initiële conditie toegevoegd Initiële conditie toegevoegd Initiële conditie toegevoegd Verwijderd: Spoedpatiënten worden geëxcludeerd PERCUTANE CORONAIRE INTERVENTIE (PCI) Omschrijving oude versie Optreden van TVR Elke CABG uitgevoerd 24 uur na PCI telt als TVR Optreden van MI Definitie PCI Omschrijving oude versie elke patiënt waarbij binnen de vastgestelde rapportageperiode ( ) een percutane coronaire interventie (PCI) wordt uitgevoerd met behulp van ballondilatatie en/of Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: Een CABG van hetzelfde vat uitgevoerd 24 uur na PCI telt als TVR Toegevoegd: exclusief periprocedurele myocardinfarcten: myocardinfarct type 4, welke binnen 48 uur na de interventie optreedt Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast (vanaf ): elke patiënt waarbij een instrument (guide wire, ballon, trombosuctie katheter, rotablator, etc) in één van de coronairen of in de coronaire arteriële bypass graft ingebracht wordt met de intentie om een geïsoleerde percutane 99

100 8 Overzicht wijzigingen Lange-termijn overleving Angiografisch niet succesvol Optreden van TVR Urgente CABG Optreden van myocardinfarct Chronische totale occlusie stentplaatsing Patiënten die een STEMI of non-stemi ondergaan binnen 30 dagen ( 30 dagen) na de interventie Patiënten die een myocardinfarct krijgen tijdens de interventie worden ook meegeteld In geval van meerdere myocardinfarcten, dan alleen het eerste myocardinfarct tellen Een chronische totale occlusie van het behandelde vat, waar een geplande interventie voor geldt Eerdere CABG Patiënten die een CABG hebben gehad voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven Eerder myocardinfarct Meervatslijden Reanimatie De reanimatie vond plaats in de periode tussen het begin van de klachten en vóór het uitvoeren van de interventie, ongeacht de plaats waar de coronaire interventie (PCI) te verrichten Niet includeren: Geïsoleerde diagnostische metingen Uitkomstindicator toegevoegd Uitkomstindicator verwijderd Informatie verwijderd: Een geplande CABG of PCI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van dezelfde laesie wordt niet als TVR geregistreerd Informatie verwijderd: Een geplande CABG welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van dezelfde laesie wordt niet als urgente CABG geregistreerd Toegevoegd: exclusief periprocedurele myocardinfarcten Definitie aangepast: Een chronische totale occlusie in tenminste één van de behandelde vaten, waar een geplande interventie voor geldt Definitie aangepast: Patiënten die een CABG of CABG gecombineerd met andere ingreep (bv AVR+CABG) hebben gehad voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven Toegevoegd: exclusief myocardinfarcten gedurende dezelfde opname die reden zijn voor het uitvoeren van de interventie Toegevoegd: ten tijde van de interventie Definitie aangepast: De reanimatie vond plaats in de periode tussen het begin van de klachten (die reden zijn voor het uitvoeren van de interventie) en vóór het uitvoeren van de 100

101 8 Overzicht wijzigingen reanimatie gestart is (dit wil zeggen binnen of buiten het ziekenhuis) interventie, ongeacht de plaats waar de reanimatie gestart is (dit wil zeggen binnen of buiten het ziekenhuis) Defibrillatie door een implanteerbare defibrillator (ICD) telt ook mee Cardiogene shock Shock Naamgeving aangepast Cardiogene shock Urgentie van de procedure Indicatie PCI TVR_dat CONSERVATIE BEHANDELING Omschrijving oude versie Definitie conservatieve behandeling Definitie conservatieve behandeling Lange-termijn overleving Eerdere CABG of PCI Meervatslijden Het moment van diagnose (positieve test) is de startdatum van de follow-up Patiënten die een CABG of PCI hebben gehad voorafgaande aan de conservatieve behandeling gedurende het hele leven Toegevoegd: NB: Een electieve patiënt kan geen cardiogene shock hebben gehad Initiële conditie verwijderd Initiële conditie toegevoegd Verwijderd uit codeboek Omschrijving nieuwe versie Toegevoegd: waarbij het multidisciplinaire hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen vanwege een sterk verhoogd risico op mortaliteit of complicaties, indien er een interventie wordt uitgevoerd Definitie aangepast: Het moment van hartteambespreking is de startdatum van de follow-up Uitkomstindicator toegevoegd Definitie aangepast: Patiënten die een CAB, CABG gecombineerd met andere ingreep (bv AVR+CABG),PCI of PCI gecombineerd met andere ingreep hebben gehad voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven Toegevoegd: ten tijde van de interventie 101

102 AORTAKLEPLIJDEN Definitie aortakleplijden Omschrijving oude versie Omschrijving nieuwe versie Toegevoegd: en/of aortaklepinsufficiëntie heeft (criteria voor aortaklepinsufficiëntie toegevoegd) Definitie aortakleplijden Dit betreft patiënten met aortakleplijden waarbij een AVR of TAVI is uitgevoerd, en patiënten met ernstige aortaklepstenose die besproken zijn in een hartteam Definitie aortakleplijden Hartteam AORTAKLEPVERVANGING (AVR) Omschrijving oude versie Definitie AVR elke patiënt die voor de eerste keer een geïsoleerde aortaklepvervanging (AVR) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode ( ), zonder gelijktijdige CABG of andere hartchirurgie = een patiënt waarbij naast de AVR een gelijktijdige aortaklepplastiek of geplande Bentall-procedure wordt uitgevoerd, wordt niet geïncludeerd in het AVR cohort Type prothese NYHA-klasse Implantatie permanente pacemaker nieuwe Definitie aangepast: In het cohort voor de medische conditie aortakleplijden worden patiënten geïncludeerd met aortakleplijden waarbij een geïsoleerde AVR of TAVI is uitgevoerd, en patiënten met ernstige aortaklepstenose waarbij het multidisciplinaire hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen Toegevoegd: Criteria voor aortaklepinsufficiëntie Variabele toegevoegd aan codeboek Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: elke patiënt waarbij het de intentie is om een geïsoleerde aortaklepvervanging (AVR) te verrichten (patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat er een huidincisie heeft plaatsgevonden) Niet includeren: een patiënt waarbij naast de CABG een gelijktijdige CABG of ritmechirurgie of andere vormen van chirurgie wordt uitgevoerd een patiënt waarbij naast de AVR een gelijktijdige, geplande Bentallprocedure wordt uitgevoerd Wel includeren: een patiënt waarbij naast de AVR een gelijktijdige ongeplande Bentallprocedure wordt uitgevoerd Categorieën toegevoegd: 7=hechtingloze bioprothese 8=overig Uitkomstindicator verwijderd Toegevoegd: Hieronder valt ook een implantatie van ICD indien er sprake is geweest van brady-aritmieën of pauzes als indicatie 102

103 voor permanente pacemaker Vrijheid van Periode vrij van Definitie aangepast: klepreïnterventie klepreïnterventie: Patiënten die vrij zijn van een Patiënten die vrij zijn van een klepreïnterventie (AVR of TAVI) aan dezelfde klep als functie aortaklepreïnterventie (aortaklepvervanging, aortaklepreparatie of percutane paravalvulaire lekkage (PVL) van het aantal verstreken sluiting (ook niet geïsoleerde ingrepen dagen na de interventie includeren)) aan dezelfde aortaklep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Naamgeving aangepast Actieve endocarditis Endocarditis Naamgeving aangepast Actieve endocarditis Patiënten waarbij endocarditis Definitie en categorieën aangepast: is gediagnosticeerd Patiënten waarbij endocarditis is voorafgaande aan de gediagnosticeerd aan de aortaklep interventie gedurende het hele leven voorafgaande aan de interventie 3 categorieën: 0) geen endocarditis; 1) 4 categorieën: 0) geen patiënt wordt op het moment van de endocarditis; 1) endocarditis in interventie nog behandeld met een de voorgeschiedenis; 2) antibiotica vanwege endocarditis en 9) patiënt wordt op het moment onbekend van de interventie nog behandeld met een AB vanwege endocarditis en 9) onbekend Eerder CVA Logistische Euroscore II Linkerventrikelfunctie TRANSKATHETER AORTAKLEPIMPLANTATIE (TAVI) Omschrijving oude versie Definitie TAVI elke patiënt die voor de eerste keer binnen de vastgestelde rapportageperiode ( ) een transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) ondergaat Toegangsweg Vasculaire complicaties Implantatie nieuwe permanente pacemaker Toegevoegd: Exclusief TIA Initiële conditie toegevoegd Verwijderd: Spoedpatiënten worden geëxcludeerd Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: elke patiënt waarbij het de intentie is om een geïsoleerde transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) te verrichten (patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat de patiënt is aangeprikt) Categorie toegevoegd: 6=overig Toegevoegd: vanaf het begin van de interventie Toegevoegd: Hieronder valt ook een implantatie van ICD indien er sprake is geweest van brady-aritmieën of pauzes als indicatie voor permanente pacemaker 103

104 Vrijheid van klepreïnterventie Periode vrij van klepreïnterventie: Patiënten die vrij zijn van een klepreïnterventie (AVR of TAVI) aan dezelfde klep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Definitie aangepast: Patiënten die vrij zijn van een aortaklepreïnterventie (aortaklepvervanging, aortaklepreparatie of percutane paravalvulaire lekkage (PVL) sluiting (ook niet geïsoleerde ingrepen includeren)) aan dezelfde aortaklep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Naamgeving aangepast Frailty Nieuwe vragenlijst (vanaf ): Gemeten met behulp van de Edmonton Frail Scale De score per individuele vraag dient geregistreerd te worden Eerder CVA Logistische Euroscore II Linkerventrikelfunctie CONSERVATIE BEHANDELING Omschrijving oude versie verwezen Definitie conservatieve behandeling Definitie conservatieve behandeling Logistische Euroscore II Omschrijving oude versie Het moment van diagnose is de startdatum van de follow-up GECOMBINEERD AORTAKLEPLIJDEN EN CORONAIRLIJDEN Omschrijving oude versie Definitie gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden AVR + CABG Hartteam Prothese type Omschrijving oude versie Toegevoegd: Exclusief TIA Initiële conditie toegevoegd Verwijderd: Spoedpatiënten worden geëxcludeerd Omschrijving nieuwe versie Variabele toegevoegd aan codeboek Omschrijving nieuwe versie Toegevoegd: waarbij het multidisciplinaire hartteam het besluit heeft genomen om de patiënt conservatief te behandelen vanwege een sterk verhoogd risico op mortaliteit of complicaties, indien er een interventie wordt uitgevoerd Definitie aangepast: Het moment van hartteambespreking is de startdatum van de follow-up Initiële conditie toegevoegd Omschrijving nieuwe versie Definitie toegevoegd Omschrijving nieuwe versie Variabele toegevoegd aan codeboek Procesindicator toegevoegd 104

105 Bloedtransfusie nodig Bloedtransfusie nodig Patiënten die een bloedtransfusie krijgen vanaf start interventie t/m 3 dagen ( 3 dagen) post-ok Implantatie permanente pacemaker Vrijheid van reïnterventie Vrijheid van reïnterventie nieuwe Logistische Euroscore II Periode vrij van reïnterventie: Patiënten die vrij zijn van een AVR, PCI of een CABG reïnterventie als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Verwijderd als uitkomstindicator Toegevoegd als procesindicator Definitie aangepast: Patiënten die een niet-autologe bloedtransfusie krijgen vanaf start interventie t/m 3 dagen ( 3 dagen) post- OK Toegevoegd: Hieronder valt ook een implantatie van ICD indien er sprake is geweest van brady-aritmieën of pauzes als indicatie voor permanente pacemaker Definitie aangepast: Patiënten die vrij zijn van zowel coronaire reïnterventie (CABG of PCI alsook CABG of PCI in combinatie met andere ingreep (in hetzelfde vat of een ander vat)) als aortaklepreïnterventie (aortaklepvervanging, aortaklepreparatie of percutane paravalvulaire lekkage (PVL) sluiting (ook niet geïsoleerde ingrepen includeren)) aan dezelfde aortaklep als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie Naamgeving aangepast Variabelen AVR, CABG en PCI in het codeboek samengevoegd tot 1 variabele: reinterventie Initiële conditie toegevoegd 105

106 ATRIUMFIBRILLEREN Vasculaire complicaties Eerdere ablatie in linkeratrium Eerdere ablatie in linkeratrium Omschrijving oude versie gedurende de ziekenhuisopname Eerdere ablatie voor AF Patiënten die een eerdere ablatie (zowel katheter PVI als mimimaal-invasieve chirurgische PVI) vanwege atriumfibrilleren hebben ondergaan voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: binnen 30 dagen Naamgeving aangepast Definitie aangepast: Patiënten die een eerdere ablatie in het linkeratrium met als doel het opheffen van atriumfibrilleren dan wel atriumtachycardie hebben ondergaan voorafgaande aan de interventie gedurende het hele leven (hieronder vallen oa een katheter PVI, minimaalinvasieve chirurgische PVI, hybride behandeling en ook niet-geïsoleerde interventies) Omschrijving Omschrijving oude versie nieuwe versie Kwaliteit van leven Kwaliteit van leven van de Definitie aangepast: patiënt gemeten vóór en na de Kwaliteit van leven van de patiënt interventie gemeten vóór en na de interventie Meting vóór interventie = Meting vóór interventie = gemeten niet gemeten niet langer geleden langer geleden dan maximaal 2 maanden dan maximaal 2 maanden vóór vóór de interventie (advies = afnemen op de interventie Meting na de dag van opname) Meting na interventie = gemeten tussen interventie = gemeten tussen maanden na de maanden na de interventie interventie Dient gemeten te worden met de AFEQT Bij voorkeur gemeten met de vragenlijst SF36-2, anders de SF12-2 Trombo-embolische binnen 1 jaar Definitie aangepast: complicaties binnen 72 uur Bloedingscomplicaties Voorbeelden toegevoegd: Wel includeren: Liesbloeding waarvoor chirurgische interventie Bloeding waarvoor transfusie Niet includeren: Het nogmaals aanleggen van een drukverband (alleen voor katheter PVI) Vasculaire Uitkomstindicator toegevoegd (vanaf 1- complicaties ) Phrenicus paralyse Uitkomstindicator toegevoegd (vanaf ) Cardiale tamponade Toegevoegd: Hierbij wordt er van uitgegaan dat de 106

107 Herhaalde PVI binnen 1 jaar Herhaalde PVI binnen 1 jaar Aangetoond recidief AF (tot ) een herhaalde PVI (katheter PVI of chirurgische PVI) wordt uitgevoerd Er worden een aantal elementen voor deze uitkomstindicator verzameld (onafhankelijk van een wel/niet uitgevoerde herhaalde PVI binnen 1 jaar) welke gemeten worden tussen maanden na de interventie: - Aangetoond AF: 0) geen aangetoond AF; 1) aangetoond AF en 9) onbekend) patiënt teruggaat naar het behandelcentrum Definitie aangepast: een herhaalde ablatie wordt uitgevoerd met als doel het opheffen van atriumfibrilleren dan wel atriumtachycardie Definitie aangepast (onderste stuk verwijderd): Een geplande herhaalde PVI welke onderdeel is van het initiële behandelingsplan (=staged procedure) met als doel het opheffen van atriumfibrilleren en wordt uitgevoerd binnen 3 maanden na de eerste interventie wordt niet als herhaalde PVI geregistreerd Er wordt vanuit gegaan dat de eerste interventie op zichzelf niet adequaat genoeg is om de klachten te verhelpen en het uitvoeren van een geplande herhaalde PVI binnen 3 maanden na de eerste interventie is Definitie aangepast (tot ) Patiënten waarbij met behulp van een meting is aangetoond dat recidief AF + aanwezig is tussen maanden na de interventie Indien er tussen 3 en 10 maanden objectieve aanwijzingen zijn voor recidief AF waarvoor patiënten langs zijn gekomen op SEH/EHH/poli en verkregen middels een meting, dan dient dit ook als aangetoond AF geregistreerd te worden Van alle patiënten wordt ook vastgelegd welke meting is uitgevoerd Daarnaast dient geregistreerd te worden of de patiënten tussen maanden nog behandeld worden met AAD* 3 categorieën aangetoond AF: 0) geen aangetoond recidief AF; 1) aangetoond recidief AF en 9) onbekend 6 categorieën meting: 0) geen meting uitgevoerd; 1) ECG; 2) 24 uurs Holter ; 3) event-recorder; 4) reveal/pacemaker/icd en 9) onbekend 3 categorieën gebruik AAD: 0) geen gebruik AAD; 1) gebruik AAD en 9) onbekend + = een gedocumenteerde continue AF episode van minstens 30 s = bij gebruik van Holter > 24 uur, dan 107

108 Aangetoond recidief AF (vanaf ) Duur persisterend AF CHA 2 DS 2 -VASc Score Linkerventrikelfunctie Linkeratriumvolume index Type AF De geregistreerde ejectiefractie mag niet langer dan 6 maanden vóór de interventie/behandeling zijn vastgesteld enkel het resultaat van aangetoond AF tijdens de eerste 24 uur rapporteren Let op: Indien er geen meting is uitgevoerd, dan geldt aangetoond recidief AF = onbekend Definitie aangepast (vanaf ): Patiënten waarbij met behulp van een meting is aangetoond dat recidief AF + aanwezig is tussen maanden na de interventie Dit moet gemeten worden middels een 24 uurs Holter Indien er tussen 3 en 10 maanden andere objectieve aanwijzingen zijn voor recidief AF waarvoor patiënten langs zijn gekomen op SEH/EHH/poli en verkregen met een meting (zoals een ECG met AF), dan dient dit ook als aangetoond AF geregistreerd te worden Daarnaast dient geregistreerd te worden of de patiënten tussen maanden nog behandeld worden met AAD* + = een gedocumenteerde continue AF episode van minstens 30 s = bij gebruik van Holter > 24 uur, dan enkel het resultaat van aangetoond AF tijdens de eerste 24 uur rapporteren Voorbeeld: Indien patiënt op 3, 6, 12 maanden een ECG heeft zonder recidief AF, dan geldt aangetoond AF = onbekend (geen 24 uurs Holter) 3 categorieën aangetoond AF: 0) geen aangetoond recidief AF; 1) aangetoond recidief AF en 9) onbekend 3 categorieën gebruik AAD: 0) geen gebruik AAD; 1) gebruik AAD en 9) onbekend Initiële conditie verwijderd Toegevoegd: Gemeten tot maximaal 1 jaar vóór de interventie Definitie aangepast: De geregistreerde EF mag niet langer dan 12 maanden vóór de interventie zijn vastgesteld Toegevoegd: tot maximaal 1 jaar vóór de interventie Categorieën verwijderd: 1=eerste episode van AF 5=permanent AF 108

109 KATHETER PVI Definitie katheter PVI Definitie katheter PVI Ablatie methode Omschrijving oude versie een patiënt die een katheter PVI met gelijktijdig aanbrengen van aanvullende ablatielijnen ondergaat Omschrijving oude versie een patiënt die een katheter PVI krijgt ter behandeling van een typische flutter (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter) wordt niet geïncludeerd in het katheter PVI cohort Ook een patiënt waarbij een geïsoleerde LAA sluiting wordt verricht wordt niet geïncludeerd in het katheter PVI cohort Een patiënt waarbij tijdens de katheter PVI procedure een LAA sluiting wordt verricht wordt wel geïncludeerd in het katheter PVI cohort MINIMAAL-INVASIEVE CHIRURGISCHE PVI Omschrijving oude versie Definitie minimaalinvasieve chirurgische PVI Hybride behandeling elke patiënt die voor de eerste keer een wegens atriumfibrilleren uitgevoerde minimaal-invasieve chirurgische pulmonaal venen isolatie (PVI) ondergaat binnen de vastgestelde rapportageperiode ( ) door middel van een thoracoscopische benadering (dus niet de katheter benadering) met of zonder box laesie = Dit betreft minimaal-invasieve chirurgische PVI ingrepen waarbij alleen een ritme ingreep wordt verricht (met of zonder gelijktijdige LAA resectie) en niet in combinatie met andere ingrepen zoals klep- of coronairchirurgie Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: een patiënt die een katheter PVI met gelijktijdig aanbrengen van aanvullende ablatielijnen in het hart ondergaat Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: Niet includeren: een patiënt die een ablatie uitsluitend ter behandeling van een typische flutter (cavotricuspidale isthmus afhankelijke flutter) ondergaat een patiënt die een geïsoleerde linkerhartoorsluiting dan wel een katheter PVI met een gelijktijdige linkerhartoorsluiting ondergaat Wel includeren: een patiënt die een katheter PVI met gelijktijdig aanbrengen van aanvullende ablatielijnen ondergaat Categorieën toegevoegd: 4=Laser ballon 5=nMARQ 6=PVAC + MASC/MAAC 7=overig Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: elke patiënt waarbij het de intentie is om een minimaal-invasieve chirurgische pulmonaal venen-isolatie (PVI) te verrichten door middel van een thoracoscopische benadering (dus niet de katheter benadering: patiënt dient geïncludeerd te worden vanaf het moment dat er een huidincisie heeft plaatsgevonden) Wel includeren: een patiënt die een minimaalinvasieve chirurgische PVI ondergaat met een gelijktijdige linkerhartoorsluiting een patiënt die een hydride behandeling (gelijktijdige katheter PVI en minimaal-invasieve chirurgische PVI tijdens één sessie) ondergaat Procesindicator toegevoegd 109

110 MITRALISKLEPLIJDEN Definitie chirurgische behandeling voor mitraliskleplijden Mitralisklepinsufficiën tie Vrijheid van mitralisklepreïnterven tie Vrijheid van mitralisklepreïnterven tie Omschrijving oude versie elke patiënt waarbij het de intentie is om een chirurgisch behandeling voor mitraliskleplijden te verrichten Patiënten met postoperatieve mitralisklepinsufficiëntie Gemeten bij het laatste echocardiogram tot maximaal 1 jaar na de interventie Klepreïnterventie binnen 1 jaar Patiënten waarbij een mitralisklepreïnterventie heeft plaatsgevonden binnen 1 jaar ( 365 dagen) na de interventie (alle mitralisklepreïnterventies, niet alleen mitraclip) Omschrijving nieuwe versie Definitie aangepast: elke patiënt waarbij het de intentie is om een geïsoleerde chirurgisch behandeling voor mitraliskleplijden te verrichten Definitie aangepast: Patiënten met postoperatieve mitralisklepinsufficiëntie Gemeten bij de eerste postoperatieve echocardiogram na de interventie Ook de datum van de eerste postoperatieve echocardiogram dient geregistreerd te worden Naamgeving aangepast Definitie aangepast: Patiënten die vrij zijn van een mitralisklepreïnterventie (alle mitralisklepreïnterventies, inclusief mitraclip) als functie van het aantal verstreken dagen na de interventie (ook niet geïsoleerde ingrepen includeren) 110

111 Bijlage 1: Bijdrage handboek Bijlage 1: Bijdrage handboek Outcomes team coronairlijden Dr A Hirsch Dr G Brueren Dr B van Straten Dr M Magro Dhr E Daeter Dr B Rensing Dr E Lipsic Outcomes team aortakleplijden Dr M Vis Dr P den Heijer Dr G Brueren Dr B van Straten Dr D Veldman-Schulz Dhr T de Kroon AMC Catharina Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis St Antonius Ziekenhuis St Antonius Ziekenhuis UMCG AMC Amphia Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis St Antonius Ziekenhuis Outcomes team gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden Dr G Brandon Bravo Bruinsma Isala Dhr J Koster UMCG Dhr T Waterbolk UMCG Outcomes team atriumfibrilleren Dr P van Dessel Dhr A Driessen Mevr U Hopman-van Zaanen Dr T Simmers Dr P van der Voort Dhr Y Stevenhagen Dr W Stooker Dr J de Jong Dr J Balt Dr L Boersma Dr Y Blaauw Outcomes team mitraliskleplijden Dhr D Buitelaar Dr E Kedhi Dr T Markou Dr J Timmer Dr A van den Heuvel Dr J van Melle Dr E Lipsic Mevr I Wijdh-den Hamer AMC AMC AMC Catharina Ziekenhuis Catharina Ziekenhuis MST OLVG OLVG St Antonius Ziekenhuis St Antonius Ziekenhuis UMCG Isala Isala Isala Isala UMCG UMCG UMCG UMCG 111

112 Bijlage 1: Bijdrage handboek Medisch Experts Meetbaar Beter Dhr J Matola Dr P Houthuizen Dr M Soliman Programma team Meetbaar Beter Dhr D van Veghel Dr P van der Nat Dr S Houterman Dhr T van Kemenade Mevr M Marteijn Dr D Veldman-Schulz Programma Directeur Manager Ontwikkeling & Implementatie Manager Datamanagement Business Analyst Business Analyst Business Analyst 112

Indicatorensets Meetbaar Beter

Indicatorensets Meetbaar Beter Indicatorensets Meetbaar Beter 2015 Uitkomstindicatoren Uitkomstindicator Definitie Coronairlijden Aortakleplijden Atriumfibrilleren PCI CB AVR TAVI CB Procedurele 30-daagse 120-daagse 1-jaars 30-daagse

Nadere informatie

5.3. Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden

5.3. Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden 5.3 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden 98 5.3 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden Patiënten die de diagnose gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden krijgen, kunnen worden

Nadere informatie

5.4. Atriumfibrilleren

5.4. Atriumfibrilleren 5.4 Atriumfibrilleren 112 5.4 Atriumfibrilleren Atriumfibrilleren is binnen Meetbaar Beter gedefinieerd als een ritmestoornis die gekenmerkt wordt door een irregulair RR interval (zonder de aanwezigheid

Nadere informatie

Handboek Dataverzameling: Asymptomatisch aortakleplijden

Handboek Dataverzameling: Asymptomatisch aortakleplijden Handboek Dataverzameling: Asymptomatisch aortakleplijden 2016 Versie: 2016.1 Datum: 09 juni 2016 Voor informatie neem contact op met: Saskia Houterman Manager Datamanagement Marloes Marteijn Business Analyst

Nadere informatie

Definitieboek Meetbaar Beter

Definitieboek Meetbaar Beter Definitieboek Meetbaar Beter Definitieboek Meetbaar Beter - versie 16 mei 2014 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Definities 4 Definitieboek Meetbaar Beter - versie 16 mei 2014 2 1. Inleiding Meetbaar Beter

Nadere informatie

6ATRIUMFIBRILLEREN. Hiërarchie gecombineerd voor Atriumfibrilleren

6ATRIUMFIBRILLEREN. Hiërarchie gecombineerd voor Atriumfibrilleren ATRIUMFIBRILLEREN Atriumfibrilleren is binnen Meetbaar Beter gedefinieerd als een ritmestoornis die gekenmerkt wordt door een irregulair RR interval (zonder de aanwezigheid van een repetitief patroon),

Nadere informatie

Indicatorensets Meetbaar Beter

Indicatorensets Meetbaar Beter Indicatorensets Meetbaar Beter 2016 2015 Uitkomstindicatoren Uitkomstindicator PCI CB AVR TAVI CB Procedurele mortaliteit 30-daagse mortaliteit 120-daagse mortaliteit 1-jaars mortaliteit Lange-termijn

Nadere informatie

Handboek Dataverzameling

Handboek Dataverzameling Handboek Dataverzameling 2015 Versie: 20153 Datum: 30 maart 2015 Voor informatie neem contact op met: Saskia Houterman Manager Datamanagement Marloes Marteijn Business Analyst Stichting Meetbaar Beter

Nadere informatie

GECOMBINEERD AORTAKLEPLIJDEN EN 5CORONAIRLIJDEN

GECOMBINEERD AORTAKLEPLIJDEN EN 5CORONAIRLIJDEN GECOMBINEERD AORTAKLEPLIJDEN EN CORONAIRLIJDEN Patiënten die de diagnose gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden krijgen, kunnen worden behandeld middels coronaire bypasschirurgie (CABG) en een

Nadere informatie

CORONAIRLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Coronairlijden

CORONAIRLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Coronairlijden Coronairlijden CORONAIRLIJDEN is binnen Meetbaar Beter gedefinieerd als coronaire atherosclerose welke leidt tot progressieve lumenvernauwing van één of meerdere kransslagaderen (coronairen) met myocardiale

Nadere informatie

MANUAL. Dataverzameling Meetbaar Beter. Atriumfibrilleren. Manual dataverzameling Meetbaar Beter - Atriumfibrilleren versie 16 mei

MANUAL. Dataverzameling Meetbaar Beter. Atriumfibrilleren. Manual dataverzameling Meetbaar Beter - Atriumfibrilleren versie 16 mei MANUAL Dataverzameling Meetbaar Beter Atriumfibrilleren Manual dataverzameling Meetbaar Beter - Atriumfibrilleren versie 16 mei 2014 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Definities 4 3. Atriumfibrilleren

Nadere informatie

AORTAKLEPLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Aortakleplijden

AORTAKLEPLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Aortakleplijden AORTAKLEPLIJDEN Aortakleplijden is binnen Meetbaar Beter gedefinieerd als een medische conditie waarbij een patiënt symptomatisch is en ernstige aorta klep stenose en/of aortaklepinsufficiëntie heeft.

Nadere informatie

Handboek Dataverzameling

Handboek Dataverzameling Handboek Dataverzameling 207 Versie: 2072 Datum: 0 januari 207 Voor informatie neem contact op met: Saskia Houterman Manager Datamanagement Marloes Marteijn Business Analyst Stichting Meetbaar Beter Postbus

Nadere informatie

Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter

Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter Kwaliteitssysteem datamanagement Meetbaar Beter Datum: 20 juli 2017 Versie : 0.10 Kwaliteitssysteem Meetbaar Beter versie 0.10.docx Pagina 1 van 8 Voorwoord Het aantal centra dat is aangesloten bij Meetbaar

Nadere informatie

Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter

Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter Kwaliteitssysteem datamanagement Meetbaar Beter Datum: 22 maart 2016 Versie : 0.8 Kwaliteitssysteem Meetbaar Beter versie 0.8 Pagina 1 van 8 Voorwoord Het aantal centra dat is aangesloten bij Meetbaar

Nadere informatie

CEL 2010 0049. Indicatorenset DM

CEL 2010 0049. Indicatorenset DM CEL 2010 0049 Indicatorenset DM Deze indicatorenset Diabetes Melitus is vervaardigd in opdracht van ZN en wordt ingebracht bij Zichtbare Zorg als de door zorgverzekeraars gewenste indicatorenset. Zorgverzekeraars

Nadere informatie

Atriumfibrilleren, je zou er hartkloppingen van krijgen!

Atriumfibrilleren, je zou er hartkloppingen van krijgen! Atriumfibrilleren, je zou er hartkloppingen van krijgen! ATRIUMFIBRILLEREN EN ANTISTOLLING RECENTE ONTWIKKELINGEN WETENSCHAPPELIJKE BIJEENKOMST 2012 Drs. S Rutten- de Jong, cardioloog Elkerliek ziekenhuis

Nadere informatie

Handleiding NHR data-aanlevering DOTTERCENTRA - PCI. Definitief / 20 juni 2018 / versie

Handleiding NHR data-aanlevering DOTTERCENTRA - PCI. Definitief / 20 juni 2018 / versie Handleiding NHR data-aanlevering 2013-2017 DOTTERCENTRA - PCI Definitief / 20 juni 2018 / versie 2018.0.4 Versie: 2018.0.4 Datum: 20 juni 2018 Voor informatie neem contact op met: Nederlandse Hart Registratie

Nadere informatie

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 197 198 Samenvatting In het proefschrift worden diverse klinische aspecten van primaire PCI (Primaire Coronaire Interventie) voor de behandeling van een hartinfarct onderzocht.

Nadere informatie

TAVI (Un) limited. transcatheter aorta valve implantation. NVVC 1 April 2016. Anjo van Staaveren Verpleegkundig specialist TAVI team

TAVI (Un) limited. transcatheter aorta valve implantation. NVVC 1 April 2016. Anjo van Staaveren Verpleegkundig specialist TAVI team TAVI (Un) limited transcatheter aorta valve implantation NVVC 1 April 2016 Anjo van Staaveren Verpleegkundig specialist TAVI team Disclosure (potentiële) belangenverstrengeling geen Zijn er grenzen aan

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren Acute en Electieve PCI registratie (NHR) Versie:

Factsheet Indicatoren Acute en Electieve PCI registratie (NHR) Versie: Factsheet Indicatoren Acute en Electieve PCI registratie (NHR) Versie: 2017.2 Datum Versie Mutatie Eigenaar 31-01-2017 2017.1 Eerste concept NVVC 11-10-2017 2017.2 Definitieve versie verslagjaar 2018 NVVC

Nadere informatie

Gender differences in heart disease. Dr Danny Schoors

Gender differences in heart disease. Dr Danny Schoors Gender differences in heart disease Dr Danny Schoors Women are meant to be loved, not to be understood Oscar Wilde (1854-1900) 2 05/01/16 Inleiding Cardiovasculaire ziekte 7 tot 10 jaar later dan bij mannen

Nadere informatie

Chronisch Atriumfibrilleren

Chronisch Atriumfibrilleren Chronisch Atriumfibrilleren Wanneer terugverwijzen naar de huisarts? Dr. C.J.H.J. Kirchhof, cardioloog Alrijne Zorggroep, Leiderdorp Disclosure potential conflicts of interest Geen Atriumfibrilleren 165

Nadere informatie

Verplichte indicatoren die moeten worden aangeleverd aan Zorginstituut Nederland

Verplichte indicatoren die moeten worden aangeleverd aan Zorginstituut Nederland Zorginstituut Nederland Kwaliteitsinstituut Eekholt 4 1112 XH Diemen Postbus 320 1110 AH Diemen www.zorginstituutnederland.nl T +31 (0)20 797 89 20 [email protected] Oplegger indicatorenset

Nadere informatie

MANUAL. Dataverzameling Meetbaar Beter. Aortakleplijden. Manual dataverzameling Meetbaar Beter Aortakleplijden versie 16 mei

MANUAL. Dataverzameling Meetbaar Beter. Aortakleplijden. Manual dataverzameling Meetbaar Beter Aortakleplijden versie 16 mei MANUAL Dataverzameling Meetbaar Beter Aortakleplijden Manual dataverzameling Meetbaar Beter Aortakleplijden versie 16 mei 2014 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Definities 4 3. Aortakleplijden 5 4. Aortakleplijden

Nadere informatie

Belangrijke Veiligheidsinformatie over EFIENT (prasugrel)

Belangrijke Veiligheidsinformatie over EFIENT (prasugrel) Belangrijke Veiligheidsinformatie over EFIENT (prasugrel) EFIENT (prasugrel) behoort tot de farmacotherapeutische groep van de bloedplaatjesaggregatieremmers (heparine niet meegerekend), een groep waaronder

Nadere informatie

Handleiding NHR data-aanlevering DOTTERCENTRA - PCI. Definitief / 21 maart 2018 / versie

Handleiding NHR data-aanlevering DOTTERCENTRA - PCI. Definitief / 21 maart 2018 / versie Handleiding NHR data-aanlevering 2013-2017 DOTTERCENTRA - PCI Definitief / 21 maart 2018 / versie 2018.0.2 Versie: 2018.0.2 Datum: 21 maart 2018 Voor informatie neem contact op met: Nederlandse Hart Registratie

Nadere informatie

Duitsland 1,7 miljoen patiënten met hartfalen 2. Europa 6,5 miljoen patiënten met hartfalen 3. VS 5,1 miljoen patiënten met hartfalen 1

Duitsland 1,7 miljoen patiënten met hartfalen 2. Europa 6,5 miljoen patiënten met hartfalen 3. VS 5,1 miljoen patiënten met hartfalen 1 Functionele mitrale regurgitatie VS 5,1 miljoen patiënten met hartfalen 1 Duitsland 1,7 miljoen patiënten met hartfalen 2 Europa 6,5 miljoen patiënten met hartfalen 3 Hartfalen is een aandoening die wereldwijd

Nadere informatie

5-jaars Follow-up van de FAME studie

5-jaars Follow-up van de FAME studie 5-jaars Follow-up van de FAME studie WCN Congres 2015, Amsterdam 20-11-2015 Drs. L.X. van Nunen namens de FAME studiegroep Potential conflicts of interest Ik, Lokien X. van Nunen, heb GEEN conflicts of

Nadere informatie

Zorgpad Atriumfibrilleren (AF)

Zorgpad Atriumfibrilleren (AF) Zorgpad Atriumfibrilleren (AF) Highlights Ziekenhuizen 2017 Hans Ros, ziekenhuisapotheker Inhoud Wat is AF? Hoe ontstaat een CVA (beroerte)? Behandeling AF: 4 peilers Orale antistolling 1 2016 ESC Guidelines

Nadere informatie

Nieuwe guidelines voor preventie. Cardio 2013 Johan Vaes

Nieuwe guidelines voor preventie. Cardio 2013 Johan Vaes Nieuwe guidelines voor preventie Cardio 2013 Johan Vaes Waarom is preventie nodig? CV ziekten blijven belangrijkste doodsoorzaak Zowel mannen als vrouwen Overlijden voor 75 j is ten gevolge van CV ziekten

Nadere informatie

Kent u de cijfers van uw hart?

Kent u de cijfers van uw hart? Kent u de cijfers van uw hart? CHOLESTEROL? GEWICHT/ BUIKOMTREK? UW? BLOEDDRUK? SUIKERGEHALTE? V.U.: Dr Freddy Van de Casseye - Elyzeese-Veldenstraat 63-1050 Brussel Belgische Cardiologische Liga www.cardiologischeliga.be

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren Bariatrische Chirurgie (DATO) Start registratie: 2014

Factsheet Indicatoren Bariatrische Chirurgie (DATO) Start registratie: 2014 Factsheet en Bariatrische Chirurgie (DATO) 2017 Start registratie: 2014 Inclusie & exclusie criteria DATO Inclusie De patiënten die geregistreerd dienen te worden zijn die patiënten die een chirurgische

Nadere informatie

Peer Review. Hartrevalidatie

Peer Review. Hartrevalidatie Peer Review Hartrevalidatie Inhoudstafel Inleiding Inleidende kennistest Toelichting Intercollegiaal overleg INLEIDENDE KENNISTEST 1. Welke van onderstaande eigenschappen is geen cardiovasculaire risicofactor?

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren Bariatrische Chirurgie (DATO) 2016

Factsheet Indicatoren Bariatrische Chirurgie (DATO) 2016 Factsheet en Bariatrische Chirurgie (DATO) 2016 Start registratie: 2015 Inclusie & exclusie criteria DATO Inclusie De patiënten die geregistreerd dienen te worden zijn die patiënten die een chirurgische

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016 Factsheet en CVA (CVAB) 2016 Registratie gestart: 2014 In- en exclusiecriteria Definities: - CVA (Beroerte): intracerebrale bloeding of herseninfarct. - Intracerebrale bloeding: spontane bloeding in het

Nadere informatie

Uitgevoerd onderzoek in de huisartsenpraktijk

Uitgevoerd onderzoek in de huisartsenpraktijk Uitgevoerd onderzoek in de huisartsenpraktijk ELLEN BANIERINK ANIOS INTERNE GENEESKUNDE 06-12-2016 Inhoud Aanleiding Vorming onderzoeksvoorstel Het onderzoek Praktisch gezien Planning Verloop Problemen

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren Beroerte (CVAB)

Factsheet Indicatoren Beroerte (CVAB) Factsheet en Beroerte (CVAB) A. Beschrijving CVAB 2014 [2.6.; 15-01- 2015] Registratie gestart: 2014 Nr Type Uitvraag Bron. indicator over (jaar) 1. Percentage TIA- en CVA patiënten ingevuld in de CVAB

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Mammacare

Werkinstructies voor de CQI Mammacare Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de ervaren kwaliteit van zorg rondom het onderzoek en/of behandeling van een goedaardige of kwaadaardige borstafwijking

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Reumatoïde Artritis

Werkinstructies voor de CQI Reumatoïde Artritis Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de ervaren kwaliteit van reumazorg te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden gebruikt

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren Bariatrische chirurgie (DATO) 2016

Factsheet Indicatoren Bariatrische chirurgie (DATO) 2016 Factsheet en Bariatrische chirurgie (DATO) 2016 Start registratie: 2014 Inclusiecriteria Inclusie De patiënten die geregistreerd dienen te worden zijn die patiënten die een chirurgische interventie ondergaan

Nadere informatie

Hartfalen. Duo-avonden 20-4-2015. Jaco Houtgraaf, cardioloog

Hartfalen. Duo-avonden 20-4-2015. Jaco Houtgraaf, cardioloog Hartfalen Duo-avonden 20-4-2015 Jaco Houtgraaf, cardioloog Opbouw presentatie Inleiding Wat is het? Hoe ziet het eruit? Hoe ontstaat het? Behandeling Waar op te letten? Symptomen / klachten / dieet / vocht

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren Heupprothese (LROI)

Factsheet Indicatoren Heupprothese (LROI) Factsheet en Heupprothese (LROI) 9 september 2015 Beschrijving van indicatoren Registratie gestart: 1 januari 2007 Inclusiecriteria: Alle geplaatste totale heupprothesen en kop-halsprothesen in de LROI

Nadere informatie

The Box wearables in de zorg voor myocardinfarct patienten. Dr. Saskia LMA Beeres, cardioloog

The Box wearables in de zorg voor myocardinfarct patienten. Dr. Saskia LMA Beeres, cardioloog The Box wearables in de zorg voor myocardinfarct patienten Dr. Saskia LMA Beeres, cardioloog Myocardinfarct MISSION! Infarct Protocol Sinds 2004 Doel: verlenen zorg volgens internationale richtlijnen voor

Nadere informatie

ACUUT CORONAIR SYNDROOM

ACUUT CORONAIR SYNDROOM ACUUT CORONAIR SYNDROOM Doelen ACS pathofysiologie begrijpen Risicofactoren voor ACS kunnen herkennen Diagnostische stappen kunnen volgen 12 februari 2015 Esther de Haan, verpleegkundig specialist cardiologie

Nadere informatie

Prof. dr. F. C. Visser Cardioloog Erasmus Medisch Centrum. Electrocardiografische & fysiologische veranderingen tijdens inspanning

Prof. dr. F. C. Visser Cardioloog Erasmus Medisch Centrum. Electrocardiografische & fysiologische veranderingen tijdens inspanning Prof. dr. F. C. Visser Cardioloog Erasmus Medisch Centrum Electrocardiografische & fysiologische veranderingen tijdens inspanning Indicaties voor inspannings ECG Evaluatie van patienten met pijn op de

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 198 Het eerste deel van dit proefschrift beschrijft de effectiviteit van clopidogrel en tirofiban in patiënten met een acuut hart infarct verwezen voor een spoed dotter behandeling. In hoofdstuk 1 werd

Nadere informatie

Meetbaar Beter Boek Deelnemende hartcentra 2014

Meetbaar Beter Boek Deelnemende hartcentra 2014 Meetbaar Beter Boek 2014 Inzicht in kwaliteit van zorg voor mensen met hartaandoeningen Meetbaar Beter heeft zich in 2014 in meerdere dimensies succesvol doorontwikkeld. Het aantal hartcentra dat zich

Nadere informatie

NOAC s. Bossche Samenscholingsdagen 2014 N. Péquériaux Laboratoriumarts/Medisch leider trombosedienst M. Jacobs Cardioloog

NOAC s. Bossche Samenscholingsdagen 2014 N. Péquériaux Laboratoriumarts/Medisch leider trombosedienst M. Jacobs Cardioloog NOAC s Bossche Samenscholingsdagen 2014 N. Péquériaux Laboratoriumarts/Medisch leider trombosedienst M. Jacobs Cardioloog Antistollingsmedicatie Toegepast ter preventie en behandeling van arteriële en

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies 080237 Henneman boek.indb 171 03-11-2008 10:57:48 172 Samenvatting en conclusies In de algemene introductie van dit proefschrift worden de verschillende niet-invasieve technieken

Nadere informatie

Richtlijnen voor de behandeling van voorkamerfibrillatie. Dr E Raymenants Cardiologie St Maarten

Richtlijnen voor de behandeling van voorkamerfibrillatie. Dr E Raymenants Cardiologie St Maarten Richtlijnen voor de behandeling van voorkamerfibrillatie Dr E Raymenants Cardiologie St Maarten Inhoud o Epidemiologie Prevalentie Prognose Associatie met CV en andere aandoeningen o Definities & types

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Heup-/Knieoperatie

Werkinstructies voor de CQI Heup-/Knieoperatie Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond een vervangende heupof knieoperatie te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst

Nadere informatie

Triage van pijn op de borst en uitsluiten van een ACS in de ambulancezorg door middel van de HEART-score en het high sensitive Troponine T

Triage van pijn op de borst en uitsluiten van een ACS in de ambulancezorg door middel van de HEART-score en het high sensitive Troponine T Triage van pijn op de borst en uitsluiten van een ACS in de ambulancezorg door middel van de HEART-score en het high sensitive Troponine T Rudolf Tolsma Verpleegkundig specialist acute zorg Perspectief

Nadere informatie

Cerebro Vascular Audit Benchmark CVAB3

Cerebro Vascular Audit Benchmark CVAB3 pagina 1 Cerebro Vascular Audit Benchmark CVAB3 Vetgedrukte items zijn verplicht CVAB3 - Ziekenhuis, versie: 2015-10-26 - v3.0.2 Patiënt Burgerservicenummer Voorletters Tussenvoegsels Achternaam Geboortedatum

Nadere informatie

Bij de behandeling en begeleiding van CVRM neemt de diëtist als zorgaanbieder binnen de zorgketen de dieetadvisering 1 op zich.

Bij de behandeling en begeleiding van CVRM neemt de diëtist als zorgaanbieder binnen de zorgketen de dieetadvisering 1 op zich. Bijlage 1: samenwerkingsafspraken diëtisten binnen DBC CVRM GHC Uitgangspunten Cardio Vasculair Risico Management (CVRM) staat voor de diagnostiek, behandeling en follow-up van risicofactoren voor hart-

Nadere informatie

regio uw praktijk 2004 43.8 56.2 % % jaar 6.9 jaar 15.9 66.5 8.2 9.4 % % % 67.8 54.1 17.6 % % % 7.1 4.4 81.8 148.5 29.9 mmhg

regio uw praktijk 2004 43.8 56.2 % % jaar 6.9 jaar 15.9 66.5 8.2 9.4 % % % 67.8 54.1 17.6 % % % 7.1 4.4 81.8 148.5 29.9 mmhg Algemene gegevens -5 In het onderstaande overzicht kunt u de gegevens uit uw praktijk van 5 (laatste kolom) vergelijken met die van 5 huisartspraktijken uit de regio (eerste kolom) en uw eigen praktijk

Nadere informatie

Dobutamine Stress MRI

Dobutamine Stress MRI Naam promovendus: Th.J.A. Kuijpers Promotiedatum: 9 februari 2005 Naam promotor: Prof. Dr. M. Oudkerk Titel proefschrift: Dobutamine Stress MRI Dobutamine Stress MRI In de afgelopen vijf jaar heeft de

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI CVA

Werkinstructies voor de CQI CVA Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg na een CVA of beroerte te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden

Nadere informatie

Behandeling van Voorkamerfibrillatie anno 2014 Dr Peter Geelen

Behandeling van Voorkamerfibrillatie anno 2014 Dr Peter Geelen Behandeling van Voorkamerfibrillatie anno 2014 Dr Peter Geelen Arrhythmia Unit, Hartcentrum OLV Aalst Atriale Fibrillatie Atriale fibrillatie is de meest voorkomende hartritmestoornis: Eén kans op 4 om

Nadere informatie

Longembolie 15-2-2011

Longembolie 15-2-2011 1 ECG veranderingen worden veroorzaakt door: Verhoging van de druk in de rechterkamer Rechterkamer dilatatie met clockwise rotation en verplaatsing van het septum naar boven 3. Verhoogde druk in rechterboezem

Nadere informatie

BETER ZELFMANAGEMENT BIJ HARTPATIENTEN: ROL VAN EHEALTH-TOEPASSINGEN

BETER ZELFMANAGEMENT BIJ HARTPATIENTEN: ROL VAN EHEALTH-TOEPASSINGEN BETER ZELFMANAGEMENT BIJ HARTPATIENTEN: ROL VAN EHEALTH-TOEPASSINGEN ehealth bij hartrevalidatie: meer deelnemers, minder terugval, beter eindresultaat? KNMG ehealth congres Donderdag 28 juni 2018 Evoluon

Nadere informatie

De oudere patiënt met comorbiditeit

De oudere patiënt met comorbiditeit De oudere patiënt met comorbiditeit Dr. Arend Mosterd cardioloog Meander Medisch Centrum, Amersfoort Dr. Irène Oudejans klinisch geriater Elkerliek ziekenhuis, Helmond Hartfalen Prevalentie 85 plussers

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Hartfalen

Werkinstructies voor de CQI Hartfalen Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van hartfalenzorg te meten vanuit het perspectief van patiënten met chronisch hartfalen. De vragenlijst kan

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Parkinson versie 1.0

Werkinstructies voor de CQI Parkinson versie 1.0 Werkinstructies voor de CQI Parkinson versie 1.0 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Parkinson bedoeld? De CQI Parkinson is bedoeld om de kwaliteit van de zorg voor te meten vanuit het perspectief van

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Gehandicaptenzorg Lichamelijk. Gehandicapten

Werkinstructies voor de CQI Gehandicaptenzorg Lichamelijk. Gehandicapten CQI zorg Werkinstructies voor de CQI zorg In de vernieuwde werkwijze kwaliteitskader zorg heeft pijler 2B betrekking op het meten van cliëntervaringen. De CQI zorg maakt geen deel uit van een instrumentenwaaier

Nadere informatie

Vakgroepoverleg praktijkondersteuners. 5 juni 2014

Vakgroepoverleg praktijkondersteuners. 5 juni 2014 Vakgroepoverleg praktijkondersteuners 5 juni 2014 Te bespreken Het vrouwenhart, begeerd maar miskend Hartfalen Consultvoering Het vrouwenhart, begeerd maar miskend Afname sterfte hart/vaatziekten sinds

Nadere informatie

VERSIEBEHEER Documentnummer Boek Atriumfibrilleren Versienummer 1.0. Datum

VERSIEBEHEER Documentnummer Boek Atriumfibrilleren Versienummer 1.0. Datum VERSIEBEHEER Documentnummer Boek Atriumfibrilleren Versienummer 1.0 Status DEFINITIEF Datum 13-07-2017 Auteur Paul Cremers GELDIGHEID DOCUMENT De inhoud van dit document is geldig tot 12 maanden nadat

Nadere informatie

Myocard infarct Diagnostiek en transmurale afspraken OLVG regio. dr. Geert-Jan Geersing Huisarts Buitenhof Prof.dr. Freek Verheugt Cardioloog OLVG

Myocard infarct Diagnostiek en transmurale afspraken OLVG regio. dr. Geert-Jan Geersing Huisarts Buitenhof Prof.dr. Freek Verheugt Cardioloog OLVG Myocard infarct Diagnostiek en transmurale afspraken OLVG regio dr. Geert-Jan Geersing Huisarts Buitenhof Prof.dr. Freek Verheugt Cardioloog OLVG Presentatie vandaag Epidemiologie myocardinfarct Diagnostiek

Nadere informatie

Aanlevering NHR datasets 2019 Pacemaker- en ICD registratie. Definitief / 30 november 2018 / versie

Aanlevering NHR datasets 2019 Pacemaker- en ICD registratie. Definitief / 30 november 2018 / versie Aanlevering NHR datasets 2019 Pacemaker- en ICD registratie Definitief / 30 november 2018 / versie 2019.1.0 Versie: 2019.1.0 Datum: 30 november 2018 Voor informatie neem contact op met: Nederlandse Hart

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Huisartsenzorg Overdag

Werkinstructies voor de CQI Huisartsenzorg Overdag Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg in de huisartspraktijk tijdens kantooruren te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst

Nadere informatie

ACUTE CORONAIRE SYNDROMEN

ACUTE CORONAIRE SYNDROMEN ACUTE CORONAIRE SYNDROMEN Definitie, pathofysiologie, symptomatologie en diagnostiek Dr. Marcel Daniëls Jeroen Bosch Ziekenhuis s-hertogenbosch ACUTE CORONAIRE SYNDROMEN pathofysiologie Definitie symptomatologie

Nadere informatie

Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA)

Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA) Inhoud Verpleegkunde Cardiologie Han van der Borgh Verpleegkundige aspecten bij: Angina Pectoris Acuut coronair syndroom Prinz Metal Decompensatie cordis Cardiogene shock P.C.I./STENT/ spoed CABG in perifeer

Nadere informatie

Staken antihypertensiva bij ouderen. Groot Haags Geriatrie Referaat oktober 2016 Marielle Hofman, aios geriatrie

Staken antihypertensiva bij ouderen. Groot Haags Geriatrie Referaat oktober 2016 Marielle Hofman, aios geriatrie Staken antihypertensiva bij ouderen Groot Haags Geriatrie Referaat oktober 2016 Marielle Hofman, aios geriatrie 2 Vragen Zou u antihypertensiva staken bij een geriatrische patiënt met hypertensie en een

Nadere informatie

Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling

Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling Doel: In het verleden zijn er te weinig concrete afspraken gemaakt over de tijdstippen waarop de aan NCDR deelnemende centra hun data aanleveren en op welke

Nadere informatie

Obesitas bij ortopedische ingrepen: challenge of contra-indicatie? Co-assistent: Philippe Leire Promotor: Dr. A. Kumar

Obesitas bij ortopedische ingrepen: challenge of contra-indicatie? Co-assistent: Philippe Leire Promotor: Dr. A. Kumar Obesitas bij ortopedische ingrepen: challenge of contra-indicatie? Co-assistent: Philippe Leire Promotor: Dr. A. Kumar Kaart toenemende demografie obesitas The influence of obesity on total joint arthroplasty.

Nadere informatie

Versie juni

Versie juni HARTFALEN Apeldoornse/Zutphen TWA Inleiding Hartfalen is een veel voorkomende aandoening. Tussen 20 en 30% van de bevolking krijgt te maken met hartfalen, meestal als zij ouder zijn dan 70 jaar. Momenteel

Nadere informatie

CVRM: patiënten selectie en registratie!! cvrm(anagement!!) Registratie 8-1-2013. Maak een (verbeter)plan!!

CVRM: patiënten selectie en registratie!! cvrm(anagement!!) Registratie 8-1-2013. Maak een (verbeter)plan!! CVRM: patiënten selectie en registratie!! Sandwichcursus huisartsen/praktijkondersteuners 13 december 2012 Organisatie: Zorggroep Synchroon en WDH Uden-Veghel en Oss cvrm(anagement!!) Maak een (verbeter)plan!!

Nadere informatie

Hoe hartfalen te herkennen. Mark Valk, huisarts onderzoeker

Hoe hartfalen te herkennen. Mark Valk, huisarts onderzoeker Hoe hartfalen te herkennen Mark Valk, huisarts onderzoeker vroegdiagnostiek hartfalen Leusden 24 april 2012 2 Disclosure Geen belangenverstengeling Komt het vaak voor? 0,8% tussen de 55 en 64 jaar 3% tussen

Nadere informatie

Cardiologie Polikliniek Atriumfibrilleren (AF-poli)

Cardiologie Polikliniek Atriumfibrilleren (AF-poli) Cardiologie Polikliniek Atriumfibrilleren (AF-poli) Uw afspraak U wordt verwacht op: datum:. tijdstip:... Inhoudsopgave Inleiding... 1 De AF-poli... 1 Atriumfibrilleren... 2 Het ontstaan van atriumfibrilleren...

Nadere informatie