Milestone. XProtect Smart Client 5.5 Gebruikershandleiding
|
|
|
- David Coppens
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Milestone XProtect Smart Client 5.5 Gebruikershandleiding
2 Doelgroep voor deze handleiding Deze handleiding is bedoeld voor gebruikers van MilestoneXProtect Smart Client. In deze handleiding worden gedetailleerde beschrijvingen gegeven van de installatie, de configuratie en het gebruik van Smart Client. Daarnaast wordt aan de hand van een aantal praktische voorbeelden duidelijk gemaakt hoe gebruikers algemene taken in Smart Client kunnen uitvoeren. Afhankelijk van het type Milestone-bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt, afhankelijk van uw gebruikersrechten en afhankelijk van uw taak binnen uw organisatie, zijn bepaalde functies in Smart Client mogelijk niet voor u beschikbaar. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Tip: als u weet dat de beheerder van het bewakingssysteem de noodzakelijke weergaven al voor u heeft geconfigureerd, kunt u een gedeelte van deze handleiding overslaan. Na de installatie (op pagina 15) en het aanmelden (op pagina 18) bij XProtect Smart Client, kunt u direct doorgaan naar de hoofdstukken over het weergeven van livebeelden (op pagina 62) en opgenomen beelden (op pagina 115). Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Informatie voor gebruikers van XProtect Analytics Als uw organisatie gebruikmaakt van XProtect Analytics (een intelligente en zeer intuïtieve oplossing voor beeldanalyse, waaronder kentekenherkenning, bescherming van grenzen, detectie van achtergelaten voorwerpen, enzovoort), kunt u in Smart Client beelden samen met analysegegevens weergeven. Het weergeven van dergelijke analysegegevens in Smart Client wordt niet behandeld in deze handleiding. Raadpleeg de afzonderlijke documentatie voor XProtect Analytics op voor meer informatie hierover. Informatie voor gebruikers van XProtect Transact Als uw organisatie gebruikmaakt van XProtect Transact (een aanvullende oplossing om derving te voorkomen door videobeelden te combineren met transactiegegevens van verkooppunten of geldautomaten), kunt u in Smart Client beelden op basis van tijd aan transactiegegevens koppelen en weergeven. Het weergeven van dergelijke transactiegegevens in Smart Client wordt niet behandeld in deze handleiding. Raadpleeg de afzonderlijke documentatie voor XProtect Transact op voor meer informatie hierover. Pagina 2 Doelgroep voor deze handleiding
3 Copyright, handelsmerken, enzovoort Copyright 2010 Milestone Systems A/S. Handelsmerken XProtect is een gedeponeerd handelsmerk van Milestone Systems A/S. Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. Alle overige handelsmerken die in dit document worden genoemd, zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaars. Vrijwaring Dit Help-systeem is alleen bedoeld voor algemene informatiedoeleinden en bij het samenstellen ervan is gepaste zorgvuldigheid in acht genomen. Alle risico s die mogelijk voortkomen uit het gebruik van deze informatie liggen bij de gebruiker en niets hierin moet worden opgevat als het vertegenwoordigen van enige vorm van garantie. Milestone Systems A/S behoudt zich het recht voor op wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving. Alle namen van personen en organisaties die worden gebruikt in de voorbeelden van dit Help-systeem zijn fictief. Elke overeenkomst met bestaande organisaties of personen, dood of levend, is onbedoeld en berust op puur toeval. Dit product kan gebruikmaken van software van derden waarop mogelijk specifieke voorwaarden en bepalingen van toepassing zijn. Wanneer dit het geval is, kunt u meer informatie vinden in het bestand 3rd_party_software_terms_and_conditions.txt in de installatiemap van het Milestone-bewakingssysteem. Pagina 3 Copyright, handelsmerken, enzovoort
4 Inhoud INLEIDING Wat zijn de mogelijkheden met Smart Client? INVLOED VAN UPDATES OP DE HELP INSTALLATIE Minimale systeemvereisten Downloaden en installeren vanaf server Installeren vanaf dvd Installeren op de achtergrond (alleen voor systeembeheerders) AANMELDEN EN AFMELDEN Aanmelden Als u zich voor de eerste keer aanmeldt: beschikbare weergaven bepalen 19 Aanmelden bij verschillende computers Foutberichten bij aanmelden Afmelden GEBRUIKERSRECHTEN INSTELLINGEN EN WEERGAVEN Persoonlijke en gedeelde weergaven Verschil tussen persoonlijke en gedeelde weergaven Direct beelden weergeven zonder weergaven in te stellen Controleren of gedeelde weergaven beschikbaar zijn Eigen weergaven maken Weergaven instellen Weergaven maken en beheren Pagina 4 Inhoud
5 Persoonlijke weergaven maken Gedeelde weergaven maken Nummers aan weergaven toewijzen De naam van weergaven of groepen wijzigen Weergaven gebruiken op verschillende computers Camera s Camera s toevoegen aan weergaven Camera-eigenschappen aanpassen Beeldkwaliteit en Behouden indien gemaximaliseerd Fisheye-splitsmodus Hoogte-breedteverhouding behouden Bijwerken bij beweging Geluid bij bewegingsdetectie Geluid bij gebeurtenis Weergave-instellingen Buffer voor livebeelden Overal toepassen Overlayknoppen toevoegen Carrousels toevoegen aan weergaven Hotspots toevoegen aan weergaven Kaarten Kaarten toevoegen aan weergaven Nieuwe kaart aan een weergave toevoegen Elementen toevoegen aan kaarten Hotzones toevoegen aan kaarten Tekst op kaarten toevoegen en bewerken Kaartoverzicht Eigenschappen van kaarten aanpassen Statusvisualisatie Alarmen Inhoud voor alarmafhandeling toevoegen aan weergaven Pagina 5 Inhoud
6 Alarmlijst toevoegen Alarmvoorbeeld toevoegen Alarmen en kaarten combineren Smart Wall Smart Wall-inhoud toevoegen aan weergaven HTML, statische beelden en aanvullende inhoud HTML-pagina s toevoegen aan weergaven Eigenschappen van de HTML-pagina aanpassen Statische beelden toevoegen aan weergaven Andere inhoud toevoegen aan weergaven Matrix Matrix-inhoud toevoegen aan weergaven MIP-plug-ins LIVEBEELDEN Livebeelden worden niet noodzakelijkerwijs opgenomen Livebeelden weergeven in meerdere vensters Weergaven en bijbehorende inhoud Weergave selecteren Cameranamen en gekleurde aanduidingen Hotspotposities Carrouselposities Kaartposities Matrix-posities Smart Wall-posities Snelmenu s van camera s Cameraberichten Cameraposities vergroten Privacymaskers Schakelen tussen camera s in cameraposities Pagina 6 Inhoud
7 Beelden verzenden tussen weergaven Alarmen afhandelen in modus Live Alarmlijst Alarmvoorbeeld Alarmen op kaarten Liveaudio Luisteren Spreken Geselecteerde audioapparaten vastzetten Alleen apparaten van huidige weergave vermelden Audio met camera in modus Afspelen Veelgestelde vragen over liveaudio Markeringen toevoegen Markeringen toevoegen via deelvenster Markering Snelle markering Markering met details Markeringen toevoegen via overlayknop Markeringen toevoegen via snelmenu van camerapositie Digitale zoom gebruiken bij livebeelden Digitale zoom inschakelen en uitschakelen Digitale zoomfuncties Gebeurtenissen handmatig activeren Favoriete fisheye-posities definiëren Kaart Kaartposities Interactie met kaarten Kaartoverzicht Statusvisualisatie op kaarten Statusdetails op kaarten Beelden verzenden naar Matrix-ontvangers MIP-plug-ins Pagina 7 Inhoud
8 Uitvoer handmatig activeren Afspelen tijdens weergave van livebeelden PTZ (draaien/kantelen/zoomen) gebruiken PTZ-voorkeurposities PTZ-verkenning stoppen Opnemen tijdens weergave van livebeelden Opnamen starten op meerdere camera s Hoe kan ik controleren of een opname plaatsvindt? Beeldenverkenner Sequence Explorer starten Miniatuurweergave Selectie en status van camera s Tijdsintervallen weergeven Beeldenreeksen weergeven Markeringen weergeven Smart Wall Smart Wall-posities Smart Wall-scherm weergeven in Smart Client Beelden van weergaven verzenden naar Smart Wall Afzonderlijke beelden kopiëren Geluidssignalen verwerken BEELDEN AFSPELEN Weergaven en bijbehorende inhoud Weergave selecteren Cameranamen en gekleurde aanduidingen Hotspotposities Carrouselposities Kaartposities Matrix-posities Cameraposities vergroten Pagina 8 Inhoud
9 Snelmenu s van camera s Cameraberichten Privacymaskers Schakelen tussen camera s in cameraposities Beelden verzenden tussen weergaven Smart Wall in modus Afspelen Afspeelfuncties Tijdlijnvenster Tijdnavigatie Opname zoeken Beeldenverkenner Waarschuwingen Slim zoeken Onafhankelijk afspelen Alarmen afhandelen in modus Afspelen Alarmlijst Alarmvoorbeeld Alarmen op kaarten Opgenomen audio Geselecteerde audioapparaten vastzetten Alleen apparaten van huidige weergave vermelden Veelgestelde vragen over liveaudio Markeringen Markeringen toevoegen Markeringen zoeken Digitale zoom gebruiken bij opgenomen beelden Digitale zoomfuncties Digitale zoom inschakelen en uitschakelen Digitale zoom in geëxporteerd bewijsmateriaal Digitale zoom in afgedrukt bewijsmateriaal Beelden als bewijsmateriaal exporteren Exporteren in AVI- en JPEG-indeling Pagina 9 Inhoud
10 Exporteren in database-indeling Veelgestelde vragen over exporteren De zelfstandige Viewer-toepassing gebruiken Door fisheye-beelden navigeren Beelden verzenden naar Matrix-ontvangers MIP-plug-ins Bewijsmateriaal afdrukken PTZ-besturing Afzonderlijke beelden kopiëren OPTIES Dialoogvenster Opties openen Opties voor Toepassing Opties voor Deelvensters Opties voor Functies Joystickopties Joystickinstellingen zijn gekoppeld aan specifieke computer Toetsenbordopties Een sneltoetscombinatie verwijderen Geavanceerde opties Taalopties SERVERSTATUS WEERGEVEN IN MEDEDELINGENVENSTER167 BERICHTEN VAN CAMERA S, SERVERS EN SYSTEEM Berichten in cameraposities Systeemberichten in geel lint Knipperend rood pictogram in mededelingenvenster Pagina 10 Inhoud
11 PLUG-INS EN AANVULLENDE PRODUCTEN MIP-plug-ins Belangrijke informatie over plug-ins VERSCHILLEN TUSSEN BEWAKINGSSYSTEMEN Verbinding met XProtect Corporate-bewakingssysteem Verbinding met XProtect Enterprise-bewakingssysteem Verbinding met XProtect Professional-bewakingssysteem Verbinding met XProtect Essential-bewakingssysteem Verbinding met XProtect Go-bewakingssysteem VERKLARENDE WOORDENLIJST Pagina 11 Inhoud
12 Inleiding Smart Client biedt zeer veel functies voor externe toegang tot bewakingssystemen. Smart Client moet lokaal op de computer worden geïnstalleerd. Voorbeeld van Smart Client: klik op een gemarkeerd gedeelte voor meer informatie Wat zijn de mogelijkheden met Smart Client? Voor sommige van de onderstaande functies zijn mogelijk bepaalde gebruikersrechten vereist. Bepaalde functies zijn mogelijk alleen beschikbaar indien deze worden ondersteund door het bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie. Uw individuele gebruikersrechten (op pagina 21) bepalen welke van de volgende functies u kunt gebruiken, en hoe en wanneer u ze kunt gebruiken. Livebeelden van camera s in het bewakingssysteem weergeven. Opnamen van camera s in het bewakingssysteem afspelen met een aantal geavanceerde navigatiehulpmiddelen, inclusief een zeer intuïtief tijdlijnvenster. Opnamen afspelen tijdens het weergeven van livebeelden. Dit is erg handig als u snel wilt terugspoelen om iets te controleren dat u zojuist live hebt gezien. Audio in beide richtingen gebruiken: vanuit Smart Client kunt u luisteren naar liveopnamen van microfoons die op camera s zijn aangesloten en live tot toehoorders spreken via luidsprekers die op camera s zijn aangesloten. Op deze manier staat u rechtstreeks in contact met toehoorders. U kunt uiteraard ook naar audio-opnamen luisteren wanneer u opgenomen beelden afspeelt. Een onbeperkt aantal weergaven maken en hiertussen schakelen. Elke weergave kan beelden bevatten van maximaal 100 camera s van meerdere servers tegelijk (afhankelijk van het type Milestonebewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt). Weergaven kunnen worden geplaatst in persoonlijke groepen (alleen toegankelijk voor de gebruiker die deze heeft gemaakt) of in gedeelde groepen (gedeeld met andere gebruikers). Zowel persoonlijke als gedeelde weergaven gebruiken op elke computer waarop Smart Client is geïnstalleerd. Speciale weergaven maken voor breedbeeldschermen. Meerdere beeldschermen en zwevende vensters gebruiken om verschillende weergaven tegelijk te tonen. Snel een of meer camera s van een weergave vervangen door andere camera s. Beelden van meerdere camera s achter elkaar weergeven in één camerapositie (een zogenaamde carrousel). Pagina 12 Inleiding
13 Beelden van geselecteerde camera s vergroot en/of in hogere kwaliteit weergeven in een bepaalde hotspot. Handmatig zorgen dat het bewakingssysteem gaat opnemen wanneer iets uw aandacht trekt tijdens het bekijken van livebeelden. Matrix-beelden ontvangen en verzenden. HTML-pagina s en statische beelden (zoals foto s) toevoegen aan weergaven. PTZ-camera s (Pan/Tilt/Zoom, draaien/kantelen/zoomen) en fisheye-camera s (360 -weergave) besturen. Digitale zoom gebruiken bij zowel livebeelden als opgenomen beelden. Handmatig gebeurtenissen van het bewakingssysteem activeren. Handmatig externe uitvoer (zoals lichten of sirenes) activeren. Geluidssignalen gebruiken om de aandacht te vestigen op gedetecteerde beweging of systeemgebeurtenissen. Snelle overzichten verkrijgen van beeldenreeksen, zelfs meerdere beeldenreeksen van meerdere camera s tegelijk. Snelle overzichten verkrijgen van gedetecteerde waarschuwingen of systeemgebeurtenissen. Geselecteerde gedeelten van beeldopnamen snel doorzoeken op beweging (zogenaamd slim zoeken). Lege gedeelten overslaan bij het afspelen van opnamen. Verschillende joysticks configureren en gebruiken. Beelden afdrukken met optionele opmerkingen. Beelden kopiëren om vervolgens te plakken in tekstverwerkers, berichten, enzovoort. Opnamen exporteren (bijvoorbeeld voor gebruik als bewijsmateriaal) in AVI-indeling (videofragment), JPEG-indeling (stilstaand beeld) en database-indeling voor Milestone-bewakingssystemen. De AVI- en database-indelingen kunnen ook audio bevatten. Vooraf geconfigureerde en aanpasbare sneltoetsen gebruiken om algemene acties te versnellen. Taalversie selecteren, ongeacht de taal van het hoofdbewakingssysteem. Een fysiek overzicht verkrijgen van het volledige bewakingssysteem. Verzamelingen aan de muur bevestigde schermen beheren (ook bekend als videowalls of videomuren). Deze worden vaak gebruikt bij commandocentrums, stadstoezicht, verkeersregelcentrales, enzovoort. Belangrijke incidenten markeren. en nog veel meer... Pagina 13 Inleiding
14 Invloed van updates op de Help De vertaalde Help-bestanden worden regelmatig bijgewerkt. Soms kan Smart Client echter nieuwe functies krijgen (of kunnen bestaande functies worden gewijzigd) voordat de volgende bijgewerkte vertaling van het Helpbestand gepland staat. Hieronder kunt u zien of er afwijkingen zijn tussen deze versie van het vertaalde Helpbestand en uw versie van Smart Client: Er zijn geen afwijkingen. Dit vertaalde Help-bestand komt overeen met de nieuwste versie van Smart Client. Pagina 14 Invloed van updates op de Help
15 Installatie Minimale systeemvereisten Hieronder vindt u de minimale systeemvereisten voor het uitvoeren van Smart Client: Besturingssysteem Microsoft Windows XP Professional (32-bits of 64-bits*), Windows Server 2003 (32-bits of 64-bits*), Windows Server 2008 R1/R2 (32-bits of 64-bits*), Windows Vista Business (32-bits of 64-bits*), Windows Vista Enterprise (32- bits of 64-bits*), Windows Vista Ultimate (32-bits of 64-bits*), Windows 7 Professional (32-bits of 64-bits*), Windows 7 Enterprise (32-bits of 64-bits*) of Windows 7 Ultimate (32-bits of 64-bits*). * Wordt uitgevoerd als een 32-bits toepassing. CPU R A M -geheugen Netwerk Grafische adapter Vaste schijf Intel Core2 Duo, minimaal 2,4 GHz (krachtiger CPU aanbevolen wanneer met Smart Client een groot aantal camera s en meerdere weergaven en beeldschermen worden gebruikt). Minimaal 1 GB (meer RAM-geheugen aanbevolen wanneer met Smart Client een groot aantal camera s en meerdere weergaven en beeldschermen worden gebruikt). Ethernet (100 Mbps of hoger aanbevolen). AGP of PCI Express, minimaal , 16-bits kleuren. 100 MB vrije ruimte. Softw are Microsoft.NET Framework 3.5 met Service Pack 1. DirectX 9.0 of nieuwer. Tip: als u wilt controleren welke versie van DirectX op een computer is geïnstalleerd, klikt u op Start, selecteert u Uitvoeren... en typt u dxdiag. Wanneer u op OK klikt, wordt het venster Diagnostisch hulpprogramma van DirectX geopend. De versiegegevens vindt u onder aan het tabblad Systeem. Wanneer DirectX moet worden bijgewerkt, zijn de nieuwste versies van DirectX beschikbaar via http: // Downloaden en installeren vanaf server Smart Client moet op de computer zijn geïnstalleerd voordat u er gebruik van kunt maken. Doorgaans downloadt u Smart Client vanaf de server van het bewakingssysteem en installeert u de toepassing vervolgens op uw computer. Het kan ook voorkomen dat de beheerder van het bewakingssysteem u vraagt Smart Client vanaf dvdrom te installeren (raadpleeg Installeren vanaf dvd-rom (op pagina 16) ). Tip: bij beheerders van het bewakingssysteem kan Smart Client automatisch op de server van het bewakingssysteem worden geïnstalleerd als onderdeel van de serverinstallatie. Ga als volgt te werk om Smart Client vanaf de server van het bewakingssysteem te downloaden en te installeren: 1. Controleer of uw computer voldoet aan de minimale systeemvereisten (op pagina 15) voor Smart Client. Pagina 15 Installatie
16 2. Open een Internet Explorer-browser (versie 6.0 of hoger) en maak verbinding met de server van het bewakingssysteem via de URL of het IP-adres dat is opgegeven door de systeembeheerder. Als er verbinding is met de server van het bewakingssysteem, krijgt u een welkomstpagina te zien. 3. Selecteer de gewenste taal in het menu rechtsboven op de welkomstpagina. Ga vervolgens naar het gedeelte Installatieprogramma s voor Smart Client op de welkomstpagina en klik op de koppeling voor de gewenste taalversie van Smart Client. 4. Afhankelijk van uw beveiligingsinstellingen kunt u een of meer beveiligingswaarschuwingen ontvangen (Wilt u dit bestand uitvoeren of opslaan?, Wilt u deze software uitvoeren? of soortgelijke meldingen; de precieze tekst hangt af van de browserversie). Wanneer dit het geval is, accepteert u de beveiligingswaarschuwingen (door te klikken op Uitvoeren of soortgelijke knoppen - de precieze knopnamen hangen af van de browserversie). 5. De wizard Smart Client installeren wordt gestart. Klik in de wizard op Volgende en volg de installatieinstructies. In de wizard wordt een installatiepad voorgesteld. Normaal gesproken kunt u gewoon verder gaan en het voorgestelde installatiepad gebruiken. Als u echter eerder met Smart Client gebruik hebt gemaakt van aanvullende producten, zoals XProtect Analytics of XProtect Transact, moet u Belangrijke informatie over plug-ins (op pagina 173) lezen. Tip: als u, nadat u Smart Client hebt geïnstalleerd, meerdere taalversies wilt kunnen selecteren, kunt u mogelijk zogenaamde taalpakketten installeren. Raadpleeg Andere taalversies verkrijgen voor meer informatie. Installeren vanaf dvd Smart Client moet op de computer zijn geïnstalleerd voordat u er gebruik van kunt maken. Doorgaans wordt Smart Client vanaf de server van het bewakingssysteem gedownload en vervolgens op de computer geïnstalleerd (raadpleeg Downloaden en installeren vanaf server (op pagina 15) ). Het kan ook voorkomen dat de beheerder van het bewakingssysteem u vraagt Smart Client vanaf dvd te installeren. Ga als volgt te werk om Smart Client vanaf dvd te installeren: 1. Controleer of uw computer voldoet aan de minimale systeemvereisten (op pagina 15) voor Smart Client. 2. Plaats de dvd met bewakingssysteemsoftware en wacht enkele seconden. Selecteer de gewenste taal en klik vervolgens op de koppeling XProtect Smart Client installeren. Tip: afhankelijk van uw beveiligingsinstellingen kunt u een of meer beveiligingswaarschuwingen ontvangen (Wilt u dit bestand uitvoeren of opslaan?, Wilt u deze software uitvoeren? of soortgelijke meldingen - de precieze tekst hangt af van de browserversie). Wanneer dit het geval is, accepteert u de beveiligingswaarschuwingen (door te klikken op Uitvoeren of soortgelijke knoppen - de precieze knopnamen hangen af van de browserversie). 3. Wanneer de installatiewizard is gestart, klikt u op Volgende om door te gaan met de installatie en volgt u de stappen in de installatiewizard. In de wizard wordt een installatiepad voorgesteld. Normaal gesproken kunt u gewoon verder gaan en het voorgestelde installatiepad gebruiken. Als u echter eerder met Smart Client gebruik hebt gemaakt van aanvullende producten, zoals XProtect Analytics of XProtect Transact, moet u Belangrijke informatie over plug-ins (op pagina 173) lezen. Installeren op de achtergrond (alleen voor systeembeheerders) Deze informatie is alleen bedoeld voor beheerders van het bewakingssysteem. Beheerders van het bewakingssysteem kunnen Smart Client distribueren op computers van gebruikers met hulpmiddelen zoals Microsoft Systems Management Server (SMS). Pagina 16 Installatie
17 Dergelijke hulpmiddelen stellen systeembeheerders in staat op lokale netwerken databases van hardware en software samen te stellen. De databases kunnen vervolgens, naast andere toepassingsmogelijkheden, worden gebruikt voor het distribueren en installeren van softwaretoepassingen, zoals Smart Client, via lokale netwerken. Raadpleeg de afzonderlijke beheerdersdocumentatie bij de serversoftware van uw bewakingssysteem voor meer informatie over installeren op de achtergrond (indien beschikbaar). Pagina 17 Installatie
18 Aanmelden en afmelden Aanmelden 1. Dubbelklik op de snelkoppeling van Smart Client op het bureaublad. Als er geen snelkoppeling naar Smart Client beschikbaar is op het bureaublad, selecteert u Smart Client vanuit het menu Start van Windows (hoe u dit precies doet, hangt af van de locatie waar en de manier waarop Smart Client op uw computer is geïnstalleerd, maar doorgaans selecteert u Start > Alle programma s > Milestone XProtect Smart Client > Smart Client). 2. Terwijl Smart Client wordt geladen, wordt een opstartscherm weergegeven. Dit duurt normaal gesproken slechts enkele seconden. 3. Het aanmeldingsvenster van Smart Client wordt weergegeven. 4. Geef uw aanmeldingsgegevens op in de volgende velden: Serveradres: typ de URL of het IPadres van de server van het bewakingssysteem, zoals opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem. Internetverbindingen kunnen verschillende poorten gebruiken voor verschillende doeleinden. Daarom kan de URL of het IP-adres een poortnummer bevatten (bijvoorbeeld http: // : 80 waarin : 80 het poortnummer aangeeft). Als u zich eerder hebt aangemeld, kunt u eenvoudig de gewenste server selecteren in de lijst Serveradres. Verificatie: maak een keuze uit verschillende methoden voor verificatie (het proces waarin wordt gecontroleerd dat u bent wie u zegt te zijn): Niet alle bewakingssystemen ondersteunen alle drie verificatiemethoden. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over welke verificatiemethode u moet gebruiken. o o o Windows-verificatie (huidige gebruiker): hiermee wordt u geverifieerd via uw huidige Windows-aanmelding en hoeft u geen gebruikersnaam of wachtwoord op te geven. Dit is de standaardverificatiemethode van Smart Client, dat wil zeggen: de methode die automatisch wordt gebruikt als u geen andere methode selecteert. Windows-verificatie: hiermee wordt u geverifieerd via uw Windows-aanmelding, maar moet u wel uw Windows-gebruikersnaam en -wachtwoord opgeven. Basisverificatie: deze methode kan alleen worden gebruikt wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Gebruikersnaam: alleen vereist als de verificatiemethode Windows-verificatie of Basisverificatie is geselecteerd. Als u Windows-verificatie gebruikt, typt u uw Windowsgebruikersnaam. Als u Basisverificatie gebruikt, typt u de gebruikersnaam die u hebt ontvangen van de beheerder van het bewakingssysteem. Bij de gebruikersnaam wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. Er is dus een verschil tussen bijvoorbeeld amanda en Amanda. Wachtwoord: alleen vereist als de verificatiemethode Windows-verificatie of Basisverificatie is geselecteerd. Als u Windows-verificatie gebruikt, typt u uw Windows-wachtwoord. Als u Basisverificatie gebruikt, typt u het wachtwoord dat u hebt ontvangen van de beheerder van het bewakingssysteem. Pagina 18 Aanmelden en afmelden
19 Wachtwoord onthouden: beschikbaar als u Windows-verificatie of Basisverificatie gebruikt. Hiermee hebt u de keuze om uw wachtwoord op te slaan, zodat u zich een volgende keer eenvoudig kunt aanmelden door te klikken op Verbinden. Afhankelijk van het soort organisatie en werkomgeving kunnen beveiligingsbeperkingen van toepassing zijn. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over het veilig gebruik van deze functie. Automatisch aanmelden: indien geselecteerd, wordt u automatisch aangemeld bij Smart Client wanneer u zich bij Windows aanmeldt. Als u Windows-verificatie gebruikt, is automatisch aanmelden alleen beschikbaar als u Wachtwoord onthouden hebt geselecteerd. Afhankelijk van het soort organisatie en werkomgeving kunnen beveiligingsbeperkingen van toepassing zijn. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over het veilig gebruik van deze functie. Wanneer u klaar bent, klikt u op Verbinden. Tip: als tijdens het aanmelden een probleem optreedt, krijgt u een foutbericht te zien. Raadpleeg Foutberichten bij aanmelden (op pagina 19) voor meer informatie. 5. Alleen van toepassing als u zich eerder hebt aangemeld. Als u zich voor de eerste keer aanmeldt, gaat u verder met stap 6. Afhankelijk van de configuratie kan u worden gevraagd of u de laatstgebruikte weergave(n) in Smart Client wilt herstellen. U hebt de volgende opties: Hoofdweergave: schakel dit selectievakje in als u de laatstgebruikte weergave in het hoofdvenster van Smart Client wilt herstellen. Als het selectievakje is uitgeschakeld, wordt aanvankelijk geen weergave getoond. In dat geval moet u zelf de gewenste weergave selecteren. Ontkoppelde weergaven: alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde Milestone-bewakingssystemen en alleen als u de laatste keer dat u bij de betreffende computer was aangemeld weergaven in ontkoppelde vensters hebt gebruikt (raadpleeg Meerdere vensters gebruiken voor meer informatie). Schakel dit selectievakje in als u de laatstgebruikte weergaven in ontkoppelde vensters wilt herstellen. 6. Na enkele seconden wordt het Smart Client-venster weergegeven. Het Smart Client-venster bevat drie tabbladen: Live, Afspelen en Instellingen. Het tabblad Live wordt gebruikt om livebeelden weer te geven, het tabblad Afspelen wo rdt gebruikt om opgenomen beelden te doorzoeken en het tabblad Instellingen wordt gebruikt om Smart Client te configureren. Afhankelijk van uw gebruikersrechten hebt u mogelijk niet tot alle drie tabbladen toegang. Als u zich voor de eerste keer aanmeldt: beschikbare weergaven bepalen Als u zich voor de eerste keer hebt aangemeld, moet u bepalen of er weergaven bestaan. Weergaven bepalen hoe beelden worden weergegeven en zij zijn dan ook vereist om Smart Client te kunnen gebruiken. Mogelijk zijn er al een of meer weergaven voor u gemaakt en anders moet u zelf weergaven maken. Raadpleeg Persoonlijke en gedeelde weergaven (op pagina 22) voor meer informatie over weergaven, inclusief hoe u kunt bepalen of er al weergaven voor u zijn gemaakt. Aanmelden bij verschillende computers Uw gebruikersinstellingen worden centraal in het bewakingssysteem opgeslagen. Dit houdt in dat u uw aanmelding kunt gebruiken op elke computer waarop Smart Client is geïnstalleerd. Foutberichten bij aanmelden Als tijdens het aanmelden bij Smart Client een probleem optreedt, krijgt u een van de volgende foutberichten te zien: Pagina 19 Aanmelden en afmelden
20 Wegens uw gebruikersrechten kunt u zich op dit moment niet aanmelden. Gebruikersrechten kunnen afhankelijk zijn van het tijdstip, de dag van de week, enzovoort. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over uw gebruikersrechten. o o Oorzaak: u hebt geprobeerd u aan te melden op een tijdstip dat niet wordt toegestaan vanwege uw gebruikersrechten. Ac t i e : wacht tot een tijdstip waarop u zich met uw gebruikersrechten kunt aanmelden. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over uw gebruikersrechten. U hebt toegang tot geen van de toepassingsonderdelen (Live, Afspelen en Instellingen). Neem contact op met de systeembeheerder. o o Oorzaak: u hebt momenteel voor geen enkel onderdeel van Smart Client toegangsrechten en u kunt zich daarom niet aanmelden. Ac t i e : raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem, die uw toegangsrechten zo nodig kan wijzigen. Kan geen verbinding maken. Controleer het serveradres. o o Oorzaak: het is niet gelukt verbinding te maken met de server van het bewakingssysteem op het opgegeven serveradres. Ac t i e : controleer of het serveradres dat u hebt getypt juist is. Houd er rekening mee dat het voorvoegsel http: // en een poortnummer doorgaans verplichte onderdelen zijn van het serveradres (bijvoorbeeld http: // : 80 waarin : 80 het poortnummer aangeeft). Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Kan geen verbinding maken. Controleer de gebruikersnaam en het wachtwoord. o o Oorzaak: het is niet gelukt u aan te melden met de gebruikersnaam en/of het wachtwoord dat u hebt opgegeven. Ac t i e : controleer of de gebruikersnaam die u hebt getypt juist is en typ uw wachtwoord vervolgens opnieuw om er zeker van te zijn dat dit geen fouten bevat. Houd er rekening mee dat bij gebruikersnamen en wachtwoorden onderscheid kan worden gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters (er kan dus een verschil zijn tussen bijvoorbeeld Amanda en amanda). Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Kan geen verbinding maken. Het maximale aantal clients is al verbonden. o o Oorzaak: het maximale aantal externe clients dat gelijktijdig met de server van het bewakingssysteem kan zijn verbonden, is bereikt. Ac t i e : wacht zo mogelijk enige tijd voordat u opnieuw verbinding maakt. Als u dringend toegang moet krijgen tot de server van het bewakingssysteem, neemt u contact op met de beheerder van het bewakingssysteem die mogelijk het toegestane aantal gelijktijdig verbonden clients kan vergroten. Nieuwe Client beschikbaar. Upgrade wordt aanbevolen/is vereist. U kunt de nieuwe versie downloaden van... o o Oorzaak: er is een nieuwe versie van Smart Client beschikbaar. Bij dit bericht wordt doorgaans vermeld of de update wordt aanbevolen of is vereist (bijvoorbeeld omdat belangrijke nieuwe functies niet werken in uw huidige versie van Smart Client). Het bericht bevat meestal ook informatie over de locatie waar u de nieuwe versie kunt downloaden. Ac t i e : volg de instructies in het bericht. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Afmelden Als u zich wilt afmelden bij Smart Client, klikt u op de knop Afmelden in de bovenbalk van Smart Client. Pagina 20 Aanmelden en afmelden
21 Gebruikersrechten De rechten van individuele gebruikers van het bewakingssysteem worden centraal opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem. Uw individuele gebruikersrechten bepalen welke functies van Smart Client u kunt gebruiken. In principe kan de beheerder van het bewakingssysteem de rechten van individuele gebruikers beperken tot: toegang tot Smart Client toegang tot elk van de drie hoofdgebieden van Smart Client: de tabbladen Live, Afspelen en Instellingen het gebruik van specifieke functies in de tabbladen van Smart Client het maken van weergaven (deze bepalen de manier waarop beelden van een of meer camera s worden weergegeven) het weergeven van beelden van specifieke camera s De gebruiksmogelijkheden van de verschillende functies van Smart Client kunnen dus sterk verschillen van gebruiker tot gebruiker. Wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174), kunnen gebruikersrechten zelfs afhankelijk zijn van het tijdstip, de dag van de week, enzovoort. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat u beelden van een specifieke camera kunt weergeven op bepaalde tijden van maandag tot vrijdag, maar niet buiten deze tijden. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over uw gebruikersrechten. Pagina 21 Gebruikersrechten
22 Instellingen en weergaven Persoonlijke en gedeelde weergaven De manier waarop beelden in Smart Client worden getoond, wordt een weergave genoemd. Een weergave kan beelden van maximaal 100 camera s bevatten, afhankelijk van het bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Smart Client kan een onbeperkt aantal weergaven verwerken, zodat u kunt schakelen tussen beelden van verschillende cameraverzamelingen. Om een goed overzicht te houden, worden alle weergaven in mappen geplaatst die groepen worden genoemd. Een groep kan een willekeurig aantal weergaven bevatten en indien gewenst ook subgroepen. U kunt uw weergaven gebruiken op elke computer waarop Smart Client is geïnstalleerd. Dit is mogelijk doordat informatie over uw weergaven centraal op de server van het bewakingssysteem wordt opgeslagen als onderdeel van uw gebruikersgegevens. Voorbeeld: een weergave in Smart Client met beelden van zes verschillende camera s (de weergave is rood gemarkeerd) Verschil tussen persoonlijke en gedeelde weergaven Weergaven kunnen persoonlijk of gedeeld zijn: Persoonlijke weergaven zijn alleen toegankelijk voor de gebruiker die deze heeft gemaakt. Gedeelde weergaven stellen meerdere gebruikers van Smart Client in staat dezelfde weergaven te delen. Dit is mogelijk doordat alle weergaven worden opgeslagen op de server van het bewakingssysteem. Afhankelijk van het type bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt, kunnen gedeelde weergaven worden gedeeld door alle gebruikers van Smart Client of kan toegang tot bepaalde gedeelde weergaven worden toegewezen aan bepaalde groepen gebruikers van Smart Client. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie. Direct beelden weergeven zonder weergaven in te stellen Veel gebruikers van Smart Client zullen direct beelden kunnen weergeven in Smart Client, zonder de noodzaak eerst weergaven in te stellen: Persoonlijke weergaven: wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174) (voornamelijk kleine bewakingssystemen met weinig camera s) kan door de server van het bewakingssysteem automatisch een enkele persoonlijke weergave worden gegenereerd met alle camera s van het systeem. Een dergelijke weergave wordt een standaardweergave genoemd. Als u toegang hebt tot een standaardweergave, kunt u direct beelden weergeven in Smart Client, aangezien de standaardweergave automatisch wordt getoond wanneer u zich voor de eerste keer aanmeldt bij Smart Client. Gedeelde weergaven: mogelijk zijn er al gedeelde weergaven gemaakt door de beheerder van het bewakingssysteem of door collega s. Als er al gedeelde weergaven bestaan en u hebt toegang tot deze Pagina 22 Instellingen en weergaven
23 weergaven en tot de camera s die deze bevatten, kunt u direct beelden weergeven in Smart Client. Raadpleeg Controleren of gedeelde weergaven beschikbaar zijn hieronder. Raadpleeg Livebeelden weergeven (op pagina 62) en Opgenomen beelden weergeven (op pagina 115) voor meer informatie over het weergeven van beelden. Controleren of gedeelde weergaven beschikbaar zijn Doorgaans is via de beheerder van het bewakingssysteem bekend of u toegang tot gedeelde weergaven hebt. Als dit niet het geval is, kunt u als volgt snel bepalen of er gedeelde weergaven voor u beschikbaar zijn: Voor deze methode moet u gebruikersrechten hebben voor toegang tot het tabblad Live en/of Afspelen van Smart Client. De meeste gebruikers hebben toegang tot ten minste één van deze tabbladen. 1. Ga naar het tabblad Live of Afspelen van Smart Client. 2. Kijk in het deelvenster Weergaven van het tabblad Live of Afspelen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster Weergaven nog steeds niet beschikbaar is, opent u het dialoogvenster Opties (op pagina 159), selecteert u het tabblad Deelvensters (op pagina 160), stelt u Weergaven voor de modus Live in op Beschikbaar en klikt u op OK. Voorbeeld: de pijl geeft het deelvenster Weergaven aan 3. Het deelvenster Weergaven bevat altijd een map op het hoogste niveau met de naam Persoonlijk. De map Persoonlijk op het hoogste niveau biedt toegang tot persoonlijke weergaven. De inhoud ervan is afhankelijk van de mogelijke weergaven die u voor uzelf hebt gemaakt. Andere mappen op het hoogste niveau in het deelvenster Weergaven bieden toegang tot gedeelde weergaven. De namen van dergelijke andere mappen op het hoogste niveau zijn afhankelijk van wat is geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Het feit dat het deelvenster Weergaven een of meer mappen op het hoogste niveau bevat voor toegang tot gedeelde weergaven, houdt niet automatisch in dat er daadwerkelijk gedeelde weergaven beschikbaar zijn. U kunt een map op het hoogste niveau uitvouwen om te controleren of hierin gedeelde weergaven beschikbaar zijn. Eigen weergaven maken Wanneer u toegang hebt tot een standaardweergave of gedeelde weergaven, is het niet nodig meer weergaven in Smart Client te maken, tenzij u... eigen persoonlijke weergaven wilt maken weergaven wilt maken om met anderen te delen als gedeelde weergaven Pagina 23 Instellingen en weergaven
24 Als u zelf weergaven wilt maken, kunt u in het tabblad Instellingen van Smart Client groepen en weergaven maken, en opgeven welke camera s elke weergave moet bevatten. Raadpleeg Weergaven maken en beheren (op pagina 24) voor meer informatie. Voor het maken van weergaven zijn bepaalde gebruikersrechten vereist. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Weergaven instellen Weergaven maken en beheren Het maken en bewerken van weergaven (op pagina 22) doet u in het tabblad Instellingen van Smart Client. Voor toegang tot het tabblad Instellingen kunnen bepaalde gebruikersrechten zijn vereist. Afhankelijk van uw gebruikersrechten kunt u de volgende soorten weergaven maken en bewerken: Persoonlijke en gedeelde Persoonlijke, maar niet gedeelde Gedeelde, maar niet persoonlijke Persoonlijke noch gedeelde (in dit geval gaat u uit van gedeelde weergaven die door anderen worden gemaakt) Doorgaans kunnen slechts enkele gebruikers binnen een organisatie gedeelde weergaven maken en bewerken. De beheerder van het bewakingssysteem kan bijvoorbeeld een aantal gedeelde weergaven maken en beheren: wanneer een bepaalde gebruiker van Smart Client zich aanmeldt, zijn de gedeelde weergaven automatisch beschikbaar en is het in principe niet nodig dat deze gebruiker meer weergaven maakt. Welke weergaven kunt u maken en bewerken? Ga als volgt te werk om snel te bepalen in welke mappen op het hoogste niveau in het deelvenster Weergaven u met uw gebruikersrechten weergaven kunt maken en bewerken: 1. Selecteer een van de tabbladen van Smart Client. 2. Kijk in het deelvenster Weergaven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). In mappen op het hoogste niveau die niet zijn voorzien van een hangslotpictogram kunt u weergaven maken en bewerken. Als een map op het hoogste niveau is voorzien van een hangslotpictogram, is de map beveiligd: u kunt alle weergaven in de map op het hoogste niveau met hangslot wel gebruiken, maar u kunt hierin geen nieuwe weergaven maken of bestaande weergaven bewerken. De mogelijkheid om weergaven en groepen te bewerken is afhankelijk van uw gebruikersrechten. Als u een weergave of groep kunt maken, kunt u deze in principe ook bewerken. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over uw gebruikersrechten. Persoonlijke weergaven maken Als u voor het eerst een persoonlijke weergave wilt maken, moet u eerst in de groep Persoonlijk op het hoogste niveau een groep maken en kunt u vervolgens in deze groep de gewenste weergave maken. Als u eerder een persoonlijke weergave hebt gemaakt, kunt u de nieuwe weergave maken in een bestaande groep of kunt u een nieuwe groep maken voor de weergave. Pagina 24 Instellingen en weergaven
25 Een groep maken De onderstaande afbeeldingen dienen slechts als voorbeeld. 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de map Persoonlijk op het hoogste niveau. 3. Klik op de knop Nieuwe groep maken: 4. Er is een nieuwe groep gemaakt. De nieuwe groep heeft de naam Nieuwe groep. 5. Overschrijf de standaardnaam Nieuwe groep met een groepsnaam naar keuze. U kunt vervolgens een weergave maken in de groep. Een weergave maken in de groep De onderstaande afbeeldingen dienen slechts als voorbeeld. 1. Selecteer de groep waarin u de weergave wilt maken in het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. 2. Klik op de knop Nieuwe weergave maken: 3. Selecteer de gewenste indeling voor de nieuwe weergave. U kunt kiezen uit indelingen voor het tonen van maximaal 100 (10 10) camera s in een enkelvoudige weergave. Voor een goed overzicht worden beschikbare indelingen gegroepeerd op hoogte-breedteverhouding (4: 3 of 16: 9) en op het feit of de indeling is geoptimaliseerd voor normale inhoud of voor inhoud in staande modus (waarbij de hoogte groter is dan de breedte). 4. Er is een nieuwe weergave gemaakt in de groep die u hebt geselecteerd. De nieuwe weergave heeft de standaardnaam Nieuwe weergave plus een aanduiding van de geselecteerde indeling. Pagina 25 Instellingen en weergaven
26 5. Overschrijf de standaardnaam met een weergavenaam naar keuze. U kunt vervolgens camera s aan de weergave toevoegen. Tip: een groep kan een onbeperkt aantal weergaven bevatten. Ook kunt u indien gewenst een willekeurig aantal subgroepen maken. Gedeelde weergaven maken Houd er bij het maken van een gedeelde weergave rekening mee dat mogelijk niet alle gebruikers toegang hebben tot alle camera s in het bewakingssysteem, afhankelijk van de gebruikersrechten. Bepaalde functies die u in de gedeelde weergave kunt opnemen, worden mogelijk niet ondersteund in eerdere versies van Smart Client. Zorg daarom altijd dat de gebruikers waarmee u een weergave deelt met dezelfde versie van Smart Client werken als uzelf. U kunt controleren welke versie van Smart Client u gebruikt door te klikken op de knop rechtsboven in het Smart Client-venster: Als u een weergave wilt maken in een gedeelde groep op het hoogste niveau, moet u eerst in de gewenste gedeelde groep op het hoogste niveau een groep maken en kunt u vervolgens in deze groep de gewenste weergave maken. Als u eerder een gedeelde weergave hebt gemaakt, kunt u de nieuwe weergave maken in een bestaande groep of kunt u een nieuwe groep maken voor de weergave. Een groep maken De onderstaande afbeeldingen dienen slechts als voorbeeld. 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de gewenste gedeelde map op het hoogste niveau (in dit voorbeeld heet de betreffende map Gedeeld). 3. Klik op de knop Nieuwe groep maken: 4. Er is een nieuwe groep gemaakt. De nieuwe groep heeft de naam Nieuwe groep. 5. Overschrijf de standaardnaam Nieuwe groep met een groepsnaam naar keuze. Pagina 26 Instellingen en weergaven
27 U kunt vervolgens een weergave maken in de groep. Een weergave maken in de groep De onderstaande afbeeldingen dienen slechts als voorbeeld. 1. Selecteer de groep waarin u de weergave wilt maken in het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. 2. Klik op de knop Nieuwe weergave maken: 3. Selecteer de gewenste indeling voor de nieuwe weergave. U kunt kiezen uit indelingen voor het tonen van maximaal 100 (10 10) camera s in een enkelvoudige weergave. Voor een goed overzicht worden beschikbare indelingen gegroepeerd op hoogte-breedteverhouding (4: 3 of 16: 9) en op het feit of de indeling is geoptimaliseerd voor normale inhoud of voor inhoud in staande modus (waarbij de hoogte groter is dan de breedte). 4. Er is een nieuwe weergave gemaakt in de groep die u hebt geselecteerd. De nieuwe weergave heeft de standaardnaam Nieuwe weergave plus een aanduiding van de geselecteerde indeling. 5. Overschrijf de standaardnaam met een weergavenaam naar keuze. U kunt vervolgens camera s aan de weergave toevoegen. Tip: een groep kan een onbeperkt aantal weergaven bevatten. Ook kunt u indien gewenst een willekeurig aantal subgroepen maken. Camera s en andere inhoud toevoegen aan weergaven Raadpleeg de volgende onderwerpen voor informatie over het toevoegen van inhoud aan weergaven: Camera s toevoegen aan weergaven (op pagina 29) Carrousels toevoegen aan weergaven (op pagina 36) Hotspots toevoegen aan weergaven (op pagina 38) HTML-pagina s toevoegen aan weergaven (op pagina 56) Kaarten toevoegen aan weergaven (op pagina 39) Matrix-inhoud toevoegen aan weergaven (op pagina 59) Smart Wall-inhoud toevoegen aan weergaven (op pagina 54) Statische beelden toevoegen aan weergaven (op pagina 58) Andere inhoud toevoegen aan weergaven (op pagina 58) Nummers aan weergaven toewijzen In het tabblad Instellingen kunt u nummers toewijzen aan weergaven. Met dergelijke nummers kunnen gebruikers weergaven selecteren met de standaardsneltoetsen van Smart Client. Pagina 27 Instellingen en weergaven
28 De onderstaande afbeeldingen dienen slechts als voorbeeld. Mappen op het hoogste niveau kunnen andere namen hebben in uw versie. 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de gewenste weergave in het deelvenster Weergaven. 3. Geef het gewenste nummer op in het veld Nummer en druk op Enter op het toetsenbord. 4. Het opgegeven nummer wordt tussen haakjes weergegeven voor de weergavenaam. Dit is ook het geval in de tabbladen Live en Afspelen, zodat gebruikers snel een weergavenummer kunnen vinden. 5. Herhaal bovenstaande stappen voor andere weergaven, indien gewenst. De naam van weergaven of groepen wijzigen 1. Selecteer de gewenste weergave of groep in het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. 2. Klik op de knop Naam wijzigen: 3. Overschrijf de bestaande groepsnaam met een nieuwe naam naar keuze. Weergaven of groepen wijzigen BELANGRIJK: als u een groep verwijdert, worden ook alle weergaven en subgroepen in de groep verwijderd. 1. Selecteer de gewenste weergave of groep in het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. 2. Klik op de knop Verwijderen: U wordt gevraagd te bevestigen dat u de geselecteerde weergave of groep wilt verwijderen. Weergaven gebruiken op verschillende computers Uw gebruikersinstellingen, inclusief informatie over uw weergaven, worden centraal op de server van het bewakingssysteem opgeslagen. Dit houdt in dat u zowel uw persoonlijke als uw gedeelde weergaven kunt gebruiken op elke computer waarop Smart Client is geïnstalleerd, mits u zich met uw eigen gebruikersnaam en wachtwoord aanmeldt bij Smart Client. Pagina 28 Instellingen en weergaven
29 Wijzigingen in het bewakingssysteem kunnen van invloed zijn op weergaven Van tijd tot tijd kan de beheerder van het bewakingssysteem wijzigingen aanbrengen in camera- of gebruikerseigenschappen in het bewakingssysteem. Wanneer dit het geval is, worden dergelijke wijzigingen pas van kracht als u zich opnieuw aanmeldt bij Smart Client nadat de wijzigingen zijn aangebracht. Het kan bij dergelijke wijzigingen soms nodig zijn dat u weergaven opnieuw maakt. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Camera s Camera s toevoegen aan weergaven 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de gewenste weergave in het deelvenster Weergaven. Wanneer u een weergave selecteert, wordt de indeling van de geselecteerde weergave in het hoofdonderdeel van het Smart Client-venster getoond. Voorbeeld: indeling van geselecteerde weergave in hoofdonderdeel 3. V o u w Camera s uit in het tabblad Instellingen van het deelvenster Systeemoverzicht (mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren via de sneltoetsbalk) en vouw vervolgens de gewenste server uit om een lijst weer te geven van beschikbare camera s van die server. Doorgaans wordt slechts één enkele server weergegeven, maar wanneer verbinding wordt gemaakt met een groot bewakingssysteem, kan een hiërarchie van meerdere servers worden weergegeven (zoals in de onderstaande voorbeeldafbeelding). Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen lijst met camera s van die server weergeven. Voorbeeld: meerdere servers in een hiërarchie Pagina 29 Instellingen en weergaven
30 4. Selecteer de gewenste camera in de lijst en sleep de camera naar de gewenste positie in de weergave. Wanneer u een camera naar een positie in de weergave hebt gesleept, worden in de geselecteerde positie beelden van de camera weergegeven, mits een verbinding kan worden gemaakt. Als geen verbinding kan worden gemaakt, wordt in de geselecteerde positie de naam van de camera weergegeven. Tip: als beelden gedeeltelijk zwart zijn, komt dit doordat privacymaskers (op pagina 72) worden gebruikt. 5. Wanneer de camerapositie is geselecteerd, kunt u hiervoor de eigenschappen (zoals kwaliteit, framesnelheid, enzovoort) opgeven in het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen. Raadpleeg Camera-eigenschappen aanpassen (op pagina 30) voor meer informatie. Herhaal bovenstaande stappen voor alle gewenste camera s in de weergave. Tip: als u alle camera s onder een server wilt gebruiken, kunt u de betreffende serverkoppeling naar de weergave slepen. Hiermee worden automatisch alle camera s van de server, te beginnen bij de geselecteerde positie, in de weergave geplaatst. Zorg dat er voldoende posities in de weergave beschikbaar zijn. Tip: u kunt eenvoudig wijzigen welke camera s de weergave bevat. U kunt een specifieke camerapositie wissen door te klikken op de wisknop en vervolgens een andere camera naar de vrijgekomen positie slepen. U kunt ook een positie overschrijven door een andere camera naar de positie te slepen. Camera-eigenschappen aanpassen In het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen kunt u een aantal instellingen voor specifieke camera s aanpassen. Zorg dat het deelvenster Eigenschappen wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Eigenschappen: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Als u de eigenschappen van een camera wilt aanpassen, selecteert u de gewenste camera in de weergave (de geselecteerde positie wordt aangegeven door een dikke rand), en brengt u vervolgens de wijzigingen aan in het deelvenster Eigenschappen. Voor toegang tot het tabblad Instellingen kunnen bepaalde gebruikersrechten zijn vereist. Cameranaam In het veld Cameranaam wordt de naam van de geselecteerde camera weergegeven. Het veld is alleen-lezen. Beeldkwaliteit en Behouden indien gemaximaliseerd In de lijst Beeldkwaliteit kunt u de kwaliteit van de beelden tijdens weergave bepalen, maar de keuze heeft ook invloed op de gebruikte bandbreedte. Als Smart Client wordt gebruikt via internet of met een langzame netwerkverbinding of als er andere redenen zijn om de gebruikte bandbreedte te beperken, kunt u de beeldkwaliteit aan de serverzijde verlagen door bijvoorbeeld Laag of Gemiddeld te selecteren. Wanneer u een lagere beeldkwaliteit selecteert, worden beelden van de geselecteerde camera op de server van het bewakingssysteem opnieuw gecodeerd in een JPEG-indeling voordat de beelden naar Smart Client worden verzonden. Hierbij worden de onderstaande methoden gebruikt: Volledig: de standaardinstelling, waarmee de volledige kwaliteit van de oorspronkelijke beelden wordt geboden. Zeer hoog (voor megapixel): de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 640 pixels (VGA) en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. Hoog: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 320 pixels (QVGA) en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. Pagina 30 Instellingen en weergaven
31 Gemiddeld: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 200 pixels en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. Laag: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 160 pixels en een JPEGkwaliteitsniveau van 20%. De hoogte wordt aangepast op basis van de breedte en de hoogte-breedteverhouding van de oorspronkelijke beelden. De geselecteerde beeldkwaliteit is van toepassing op zowel livebeelden als opgenomen beelden en op zowel JPEG als MPEG. Voor MPEG worden bij weergave van livebeelden echter alleen sleutelframes opnieuw gecodeerd, terwijl bij weergave van opgenomen beelden alle frames opnieuw worden gecodeerd. Hoewel met een lagere beeldkwaliteit de gebruikte bandbreedte wordt beperkt, worden op de server van het bewakingssysteem extra bronnen aangesproken, doordat beelden opnieuw worden gecodeerd. Tip: als u snel de gebruikte bandbreedte wilt beperken voor alle camera s in de weergave, verlaagt u de beeldkwaliteit voor één camera en klikt u vervolgens op de knop Overal toepassen. Behouden indien gemaximaliseerd Tijdens weergave van livebeelden of opgenomen beelden kunt u dubbelklikken op een bepaalde camerapositie in een weergave om deze te vergroten (raadpleeg Cameraposities vergroten (op pagina 72) ). In dat geval worden beelden van de camera standaard in volledige kwaliteit weergegeven, ongeacht de geselecteerde beeldkwaliteit. Als u wilt zorgen dat de geselecteerde beeldkwaliteit ook van toepassing is op vergrote beelden, schakelt u het selectievakje Behouden indien gemaximaliseerd direct onder de lijst Beeldkwaliteit in. Framesnelheid Hiermee kunt u een framesnelheid voor de geselecteerde camera selecteren. U kunt kiezen uit Onbeperkt (standaardinstelling), Gemiddeld of Laag. Het resultaat van een selectie kan als volgt worden weergegeven: Resultaat Onbeperkt Gemiddeld Laag JPEG Alle frames verzenden Elk 4e frame verzenden Elk 20e frame verzenden MPEG (I-frame) Alle frames verzenden Alle frames verzenden Alle frames verzenden MPEG (P-frame) Alle frames verzenden Geen frames verzenden Geen frames verzenden Voorbeeld: als u in Smart Client de optie Framesnelheid instelt op Laag en de beheerder van het bewakingssysteem de camera zo heeft geconfigureerd dat de toevoer van JPEG-beelden plaatsvindt met een framesnelheid van 20 frames per seconde, is het resultaat een gemiddelde van 1 frame per seconde als beelden van deze camera in het tabblad Live van Smart Client worden weergegeven. Als de beheerder de camera heeft geconfigureerd met een toevoer van slechts 4 frames per seconde, en in Smart Client de optie Framesnelheid is ingesteld op Laag, is het resultaat een gemiddelde van 0,2 frames per seconde als beelden van deze camera in het tabblad Live worden weergegeven. Fisheye-splitsmodus Deze is alleen beschikbaar als de geselecteerde camera een fisheye-camera is. Fisheye is een technologie waarmee panoramische beelden van 360 graden kunnen worden gemaakt en weergegeven. Smart Client ondersteunt maximaal vier verschillende standpunten van één fisheye-camera. In de lijst Fisheye-splitsmodus kunt u de gewenste splitsmodus selecteren: Niet splitsen: hiermee wordt één standpunt weergegeven. Twee bij twee: hiermee worden vier verschillende standpunten tegelijk weergegeven. In elk van de tabbladen van Smart Client wordt een fisheye-camera weergegeven zoals opgegeven, met een dan wel vier standpunten van hetzelfde beeld. Pagina 31 Instellingen en weergaven
32 Twee bij twee: tabblad Live met vier verschillende standpunten van één fisheye-camera. In dit voorbeeld zijn de vier standpunten van de fisheyecamera ter verduidelijking vergroot. Tip: wanneer verschillende standpunten van een fisheye-camera worden weergegeven in het tabblad Live of Afspelen, kunt u apart door elk standpunt navigeren door in een standpunt te klikken of met behulp van de knoppen in het deelvenster PTZ-besturing van het tabblad Live of Afspelen. Hoogte-breedteverhouding behouden Als u dit selectievakje inschakelt, worden beelden niet aangepast aan de grootte van de camerapositie. In plaats hiervan worden beelden weergegeven in de hoogte-breedteverhouding waarin deze zijn opgenomen. Hierdoor kunnen rond de beelden van bepaalde camera s horizontale of verticale zwarte balken worden weergegeven. Als u dit selectievakje uitschakelt, worden beelden aangepast aan de grootte van de positie in de weergave. Dit kan leiden tot licht vervormde beelden, maar u voorkomt hiermee dat zwarte balken rond de beelden worden weergegeven. Voorbeeld: hetzelfde beeld met Hoogte-breedteverhouding behouden ingeschakeld (links) en uitgeschakeld (rechts) Bijwerken bij beweging Als u dit selectievakje inschakelt, worden beelden van de geselecteerde camera in het tabblad Live van Smart Client alleen bijgewerkt wanneer beweging wordt gedetecteerd. Afhankelijk van de gevoeligheid van bewegingsdetectie die voor een camera is geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem, kan het CPUgebruik hierdoor aanzienlijk worden teruggebracht. Wanneer beelden alleen bij beweging worden bijgewerkt, wordt het bericht Geen beweging en een stilstaand beeld in de camerapositie van de weergave getoond totdat beweging wordt gedetecteerd. Het stilstaande beeld wordt bedekt met een grijze laag, zodat eenvoudig is vast te stellen welke camera s geen beweging hebben. Pagina 32 Instellingen en weergaven
33 Geluid bij bewegingsdetectie Tijdens weergave van camerabeelden in het tabblad Live kan een geluidssignaal worden afgespeeld wanneer beweging wordt gedetecteerd. Altijd uit: er worden geen geluidssignalen afgespeeld bij gedetecteerde beweging. Altijd aan: telkens wanneer beweging op de camera wordt gedetecteerd, wordt een geluidssignaal afgespeeld. Worden geluidssignalen vaak afgespeeld? Als u Altijd aan selecteert, hangt het aantal geluidssignalen bij beweging af van de gevoeligheid van bewegingsdetectie van de betreffende camera. Als bewegingsdetectie voor de camera zeer gevoelig is, worden mogelijk zeer vaak geluidssignalen afgespeeld. De gevoeligheid van bewegingsdetectie van een camera wordt op de server van het bewakingssysteem geconfigureerd. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Als u voor meerdere camera s geluidssignalen inschakelt, worden mogelijk ook meer geluidssignalen afgespeeld, opnieuw afhankelijk van de gevoeligheid van bewegingsdetectie van de camera s. Kan ik het geluidssignaal wijzigen? Voor de geluidssignalen in Smart Client wordt standaard een eenvoudig geluidsbestand gebruikt. Dit geluidsbestand, Notification.wav, bevindt zich in de installatiemap van Smart Client (doorgaans is dit C: \Program Files\Milestone\Milestone Smart Client). Als u een ander WAV-bestand als geluidssignaal wilt gebruiken, geeft u dit bestand de naam Notification.wav en overschrijft u het oorspronkelijke bestand in de installatiemap van Smart Client met dit bestand. Het bestand Notification.wav wordt zowel gebruikt voor meldingen bij gebeurtenissen als voor meldingen bij bewegingsdetectie. Het is niet mogelijk om verschillende geluidsbestanden voor verschillende camera s te gebruiken of om onderscheid te maken tussen meldingen bij gebeurtenissen en meldingen bij bewegingsdetectie. Geluid bij gebeurtenis Deze functie is alleen beschikbaar als Smart Client wordt gebruikt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Ook wanneer u Smart Client gebruikt met een bewakingssysteem dat deze functie ondersteunt, kunt u de functie pas gebruiken als meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Tijdens weergave van camerabeelden in het tabblad Live kan een geluidssignaal worden afgespeeld wanneer gebeurtenissen optreden die zijn gerelateerd aan de geselecteerde camera. Altijd uit: er worden geen geluidssignalen afgespeeld wanneer gebeurtenissen optreden die zijn gerelateerd aan de camera. Altijd aan: telkens wanneer een gebeurtenis optreedt die is gerelateerd aan de camera, wordt een geluidssignaal afgespeeld. Wat is een gebeurtenis? Een gebeurtenis is een vooraf gedefinieerd voorval dat optreedt in het bewakingssysteem. Afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kunnen gebeurtenissen worden veroorzaakt door invoer vanuit externe sensoren die op camera s zijn aangesloten, door gedetecteerde beweging, door gegevens die van andere toepassingen worden ontvangen of handmatig via gebruikersinvoer. Gebeurtenissen worden door het bewakingssysteem gebruikt om acties te starten. De meeste gebeurtenissen in het bewakingssysteem worden doorgaans automatisch gegenereerd. Gedetecteerde beweging kan bijvoorbeeld worden gedefinieerd als een gebeurtenis die vervolgens een actie start, zoals een camera die gaat opnemen. Worden geluidssignalen vaak afgespeeld? Als u Altijd aan selecteert, hangt het aantal geluidssignalen bij gebeurtenissen af van de aard van de gebeurtenissen die zijn gerelateerd aan de betreffende camera en van de hoeveelheid gebeurtenissen. Gebeurtenissen worden op de server van het bewakingssysteem geconfigureerd. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Als u voor meerdere camera s geluidssignalen inschakelt, worden mogelijk ook meer geluidssignalen afgespeeld, opnieuw afhankelijk van de configuratie van gebeurtenissen in het bewakingssysteem. Kan ik het geluidssignaal wijzigen? Voor de geluidssignalen in Smart Client wordt standaard een eenvoudig geluidsbestand gebruikt. Dit geluidsbestand, Notification.wav, bevindt zich in de installatiemap van Smart Client (doorgaans is dit C: \Program Files\Milestone\Milestone Smart Client). Als u een ander WAV-bestand als geluidssignaal wilt gebruiken, geeft u dit bestand de naam Notification.wav en overschrijft u het oorspronkelijke bestand in de installatiemap van Smart Client met dit bestand. Het bestand Notification.wav wordt zowel gebruikt voor meldingen bij gebeurtenissen als voor meldingen bij bewegingsdetectie. Het is niet mogelijk om Pagina 33 Instellingen en weergaven
34 verschillende geluidsbestanden voor verschillende camera s te gebruiken of om onderscheid te maken tussen meldingen bij gebeurtenissen en meldingen bij bewegingsdetectie. Weergave-instellingen Standaardweergave-instellingen gebruiken: standaardinstellingen (zoals gedefinieerd in het dialoogvenster Opties (op pagina 159) ) gebruiken voor het weergeven van de titelbalk en liveaanduiding voor de geselecteerde camera. Als u niet het standaardgedrag wenst voor de geselecteerde camera, schakelt u het selectievakje uit en selecteert u of u de titelbalk en/of live-aanduiding wilt weergeven (zoals hieronder beschreven). Titelbalk weergeven: hiermee wordt een titelbalk boven in elke camerapositie weergegeven. Met de titelbalk kunnen gebruikers snel camera s herkennen. Wanneer de titelbalk wordt weergegeven in het tabblad Live, wordt hierin ook informatie weergegeven over gedetecteerde beweging en gebeurtenissen, of de camera bezig is met opnemen, enzovoort. Raadpleeg ook Cameranamen en gekleurde aanduidingen (op pagina 64). Opmerking: als u ervoor kiest detitelbalk niet weer te geven, krijgen gebruikers geen visuele bewegings- en gebeurtenisaanduidingen te zien. Als alternatief voor deze visuele aanduidingen kunt u geluidssignalen gebruiken. Live-aanduiding weergeven: hiervoor moet Titelbalk weergeven zijn ingeschakeld. Hiermee wordt een knipperende groene aanduiding getoond in de titelbalk wanneer deze wordt weergegeven in het tabblad Live. De aanduiding knippert telkens wanneer een nieuw beeld van de camera wordt ontvangen, zodat eenvoudig is te zien dat de beelden live zijn. Vaak blijkt uit de beelden zelf dat deze live zijn, maar de live-aanduiding kan van pas komen wanneer er weinig gebeurt binnen het weergavegebied van de camera. Buffer voor livebeelden Dit gedeelte van het deelvenster Eigenschappen is mogelijk niet zichtbaar. Als u dit wilt weergeven, gaat u naar het tabblad Functies van het dialoogvenster Opties (op pagina 159) en zorgt u dat Instellingen > Buffer voor livebeelden bewerken is ingesteld op Beschikbaar. Als u livebeelden zeer vloeiend wilt weergeven, zonder enige vervorming ( jitter ), kunt u een buffer voor livebeelden opbouwen. Wat is vervorming ( jitter )? Jitter zijn kleine variaties in de videobeelden die de kijker kan waarnemen als onregelmatige beweging, bijvoorbeeld bij beelden van een persoon die loopt. Vermijd zo mogelijk het gebruik van een buffer voor livebeelden. Met een buffer voor livebeelden kan het geheugengebruik aanzienlijk toenemen voor elke camera die in een weergave wordt getoond. Als een buffer voor livebeelden niet noodzakelijk is, houdt u het bufferniveau zo laag mogelijk. Wanneer livebeelden worden opgeslagen in een buffer, worden deze vloeiend weergegeven zonder enige vervorming ( jitter ). Het opbouwen van de buffer leidt echter tot een kleine vertraging in de weergave van livebeelden. Deze vertraging is doorgaans geen probleem voor degene die de beelden bekijkt. De vertraging kan echter duidelijk merkbaar worden als het om een PTZ-camera gaat en met name als u de camera met een joystick bestuurt. Doordat u de buffergrootte voor livebeelden kunt regelen, kunt u bepalen of u prioriteit geeft aan vloeiend weergegeven livebeelden (vereist een buffer en leidt daarmee tot een kleine vertraging) of aan directe PTZ- en joystickbesturing (vereist geen buffer, maar kan door het ontbreken hiervan leiden tot kleine vervormingen ( jitter ) in livebeelden). Als u een buffer voor livebeelden wilt gebruiken, schakelt u Standaardbuffer voor livebeelden in en selecteert u vervolgens de gewenste buffer, van 2 frames tot 2 seconden. Overal toepassen Met de knop Overal toepassen kunt u snel de camera-instellingen voor de geselecteerde camera toepassen op alle camera s in de weergave. Pagina 34 Instellingen en weergaven
35 Overlayknoppen toevoegen Het is mogelijk om luidsprekers, gebeurtenissen en uitvoer te activeren, PTZ-camera s te verplaatsen, indicatoren van camera s te wissen, enzovoort, via knoppen die als een laag over de beelden worden weergegeven wanneer u in het tabblad Live de muisaanwijzer op specifieke cameraposities in weergaven plaatst. Vandaar de naam overlayknoppen. De overlayknoppen dienen als een handig alternatief voor andere manieren van activeren. U kunt gebeurtenissen bijvoorbeeld ook activeren in het tabblad Live door deze te selecteren in een algemene lijst. Met overlayknoppen kunt u gebeurtenissen, enzovoort, echter daar activeren waar u deze nodig hebt: in de camerapositie zelf. Tip: naast het activeren van luidsprekers, gebeurtenissen, enzovoort, kunt u met overlayknoppen ook een groot aantal camerafuncties activeren, zoals scherpstellen, diafragma, extra opdrachten, enzovoort. In eerdere versies van Smart Client kon u deze functies alleen activeren via aangepaste sneltoetsen. U kunt aan elke camerapositie zoveel knoppen toevoegen als u wenst: 1. Selecteer het deelvenster Overlayknoppen van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Overlayknoppen: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de gewenste actie in het deelvenster Overlayknoppen. Sleep de actie vervolgens naar de gewenste camerapositie. 3. Wanneer u de muisknop boven de gewenste positie loslaat, wordt de overlayknop weergegeven. In het tabblad Instellingen heeft de knop vijf handgrepen die u kunt slepen om grootte van de knop aan te passen. De handgrepen worden alleen getoond wanneer knoppen worden weergegeven in het tabblad Instellingen, niet wanneer deze worden weergegeven in het tabblad Live. Tip: wanneer u de grootte van een knop aanpast, worden hulplijnen weergegeven. Hulplijnen zijn erg handig als u meerdere knoppen wilt uitlijnen. 4. Indien gewenst, kunt u de tekst van de overlayknop wijzigen: Dubbelklik op de knoptekst, overschrijf de bestaande tekst en druk vervolgens op Enter op het toetsenbord. Knoptekst wordt altijd aangepast aan de grootst mogelijke ruimte op de knop. Kan ik een overlayknop toevoegen voor een actie als ik zelf niet over de rechten beschik om deze actie uit te voeren? Ja. Op deze manier kunt u knoppen beschikbaar maken in gedeelde weergaven, waar collega s met de vereiste rechten de knoppen kunnen gebruiken, ook als u zelf niet over de rechten beschikt om deze te gebruiken. Wanneer u een knop toevoegt voor een actie die u met uw rechten zelf niet kunt uitvoeren, wordt de knop lichter gekleurd weergegeven in het tabblad Instellingen en wordt deze niet weergegeven wanneer u het tabblad Live gebruikt. Collega s met de vereiste rechten kunnen de knop uiteraard wel gebruiken in het tabblad Live. Wat gebeurt er als mijn rechten wijzigen nadat ik een overlayknop heb toegevoegd? Wijzigingen in uw rechten hebben invloed op de manier waarop u reeds toegevoegde knoppen kunt gebruiken. Voorbeeld: U hebt een knop toegevoegd voor een actie die u met uw rechten kunt uitvoeren. De knop is voor u dus zichtbaar in de tabbladen Instellingen en Live. Nadat u de knop hebt toegevoegd, wijzigt de beheerder van het bewakingssysteem uw rechten, zodat u niet langer de actie kunt uitvoeren die aan de knop is gekoppeld. Nadat uw rechten zijn gewijzigd, wordt de knop lichter gekleurd weergegeven in het tabblad Instellingen en wordt deze niet weergegeven wanneer u het tabblad Live gebruikt. Hoe kan ik een overlayknop verwijderen? Klik met de rechtermuisknop op de knop in het tabblad Instellingen en selecteer Verwijderen. Worden overlayknoppen weergegeven in geëxporteerde beelden? Nee, bij het exporteren (op pagina 151) van beelden worden overlayknoppen niet toegevoegd aan de export. Pagina 35 Instellingen en weergaven
36 Carrousels toevoegen aan weergaven Een carrousel wordt gebruikt om beelden van meerdere camera s achter elkaar weer te geven in één weergavepositie. U kunt opgeven welke camera s de carrousel moet bevatten en wat het interval tussen camerawisselingen moet zijn. Fisheye-camera s (speciale camera s voor een 360 -weergave) kunnen niet worden opgenomen in een carrousel. 1. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Sleep de koppeling Carrousel vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave. Wanneer u de muisknop boven de gewenste positie loslaat, wordt het venster Carrouselinstellingen geopend. Tip: de positie is omgeven door een dunne groene rand. De groene rand geeft aan dat de positie wordt gebruikt voor een carrousel. De groene rand is ook zichtbaar wanneer de weergave in het tabblad Afspelen of Live wordt gebruikt. Dunne groene rand geeft carrousel aan 2. Geef in het venster Carrouselinstellingen op welke camera s de carrousel moet bevatten door links in het venster de gewenste camera s van de gewenste servers te selecteren. Klik vervolgens op de knop Toevoegen om de geselecteerde camera s toe te voegen aan de lijst rechts in het venster. Als bij een server een rood pictogram wo rdt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen lijst met camera s van die server weergeven. 3. Indien gewenst, kunt u camera s in de lijst Geselecteerde camera s naar boven en beneden verplaatsen om de volgorde van camera s in de carrousel te bepalen. 4. Definieer hoe lang elke camera in de carrousel moet worden weergegeven. U kunt dit met een gemeenschappelijke standaardinstelling doen of voor elke camera afzonderlijk. 5. Klik op OK om het venster Carrouselinstellingen te sluiten. 6. Zorg dat de gewenste positie in de weergave is geselecteerd en ga vervolgens naar het deelvenster Eigenschappen links in het tabblad Instellingen. Geef in het deelvenster Eigenschappen de volgende instellingen voor de carrousel op: Beeldkwaliteit: met deze instelling, die van toepassing is op alle camera s in de carrousel, kunt u de kwaliteit van de beelden bepalen. De keuze heeft echter ook invloed op de gebruikte bandbreedte. Als Smart Client wordt gebruikt via internet of met een langzame netwerkverbinding of als er andere redenen zijn om de gebruikte bandbreedte te beperken, kunt u de beeldkwaliteit aan de serverzijde verlagen door bijvoorbeeld Laag of Gemiddeld te selecteren. Wanneer u een lagere beeldkwaliteit selecteert, worden beelden op de server opnieuw gecodeerd in een JPEG-indeling volgens de onderstaande methoden: Pagina 36 Instellingen en weergaven
37 o o o Volledig: de standaardinstelling, waarmee de volledige kwaliteit van de oorspronkelijke beelden wordt geboden. Zeer hoog (voor megapixel): de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 640 pixels (VGA) en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. Hoog: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 320 pixels (QVGA) en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. o Gemiddeld: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 200 pixels en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. o Laag: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 160 pixels en een JPEG-kwaliteitsniveau van 20%. De hoogte wordt aangepast op basis van de breedte en de hoogte-breedteverhouding van de oorspronkelijke beelden. De geselecteerde beeldkwaliteit is van toepassing op zowel JPEG als MPEG. Voor MPEG worden echter alleen sleutelframes opnieuw gecodeerd. tijdens weergave van livebeelden kunt u dubbelklikken op een carrousel (of op een andere camerapositie in een weergave) om deze te vergroten (raadpleeg Cameraposities vergroten (op pagina 72) ). In dat geval worden beelden van camera s in de carrousel standaard in volledige kwaliteit weergegeven, ongeacht de geselecteerde beeldkwaliteit. U kunt deze standaardinstelling voor carrousels niet opheffen. Hoewel met een lagere beeldkwaliteit de gebruikte bandbreedte wordt beperkt, worden op de server van het bewakingssysteem extra bronnen aangesproken, doordat beelden opnieuw worden gecodeerd. Framesnelheid: hiermee kunt u een framesnelheid voor de carrousel selecteren. U kunt kiezen uit Onbeperkt (standaardinstelling), Gemiddeld of Laag. Deze instelling is van toepassing op alle camera s in de carrousel. Het resultaat van een selectie wordt in de onderstaande tabel weergegeven: Resultaat Onbeperkt Gemiddeld Laag JPEG Alle frames verzenden Elk 4e frame verzenden Elk 20e frame verzenden MPEG (I-frame) Alle frames verzenden Alle frames verzenden Alle frames verzenden MPEG (P-frame) Alle frames verzenden Geen frames verzenden Geen frames verzenden Voorbeeld: als u in Smart Client de optie Framesnelheid instelt op Laag en de beheerder van het bewakingssysteem de camera heeft geconfigureerd met een toevoer van JPEG-beelden met een framesnelheid van 20 frames per seconde, is het resultaat een gemiddelde van 1 frame per seconde als beelden van deze camera in de carrousel worden weergegeven. Als de beheerder de camera heeft geconfigureerd met een toevoer van slechts 4 frames per seconde, en in Smart Client de optie Framesnelheid is ingesteld op Laag, is het resultaat een gemiddelde van 0,2 frames per seconde als beelden van deze camera in de carrousel worden weergegeven. Hoogte-breedteverhouding behouden: als u dit selectievakje inschakelt, blijft de oorspronkelijke hoogte-breedteverhouding van de camera behouden. U voorkomt hiermee dat beelden worden vervormd, maar er kunnen zwarte balken boven en onder de beelden worden weergegeven. Als u dit selectievakje uitschakelt, worden beelden aangepast aan de grootte van de carrousel. Dit kan leiden tot licht vervormde beelden, maar u voorkomt hiermee dat zwarte balken rond de beelden worden weergegeven. Deze instelling is van toepassing op alle camera s in de carrousel. Tip: als u later instellingen in het venster Carrouselinstellingen wilt bewerken, selecteert u de gewenste carrouselpositie in de weergave en klikt u op de knop Carrouselinstellingen in het deelvenster Eigenschappen. Tip: u kunt meerdere carrousels in één weergave gebruiken. Pagina 37 Instellingen en weergaven
38 Hotspots toevoegen aan weergaven Met een hotspot kunnen gebruikers een camera in de weergave selecteren en beelden van de geselecteerde camera vergroot en/of in hogere kwaliteit in de hotspot van de weergave weergeven. Voor de hotspot selecteert u doorgaans een van de grotere posities van de weergave, bijvoorbeeld de grote positie in een 1+7-weergave: Voordelen van het gebruik van een hotspot Het feit dat u beelden vergroot kunt weergeven in de hotspot bepaalt op zichzelf niet het nut van de hotspot. U kunt beelden van een willekeurige camera in een weergave namelijk ook vergroten door op de gewenste positie te dubbelklikken. Wat de hotspot nuttig maakt, is de mogelijkheid om een lage beeldkwaliteit en/of framesnelheid te gebruiken voor camera s in de normale posities van een weergave en een hoge beeldkwaliteit en/of framesnelheid voor de hotspot. Op deze manier worden beelden van een camera alleen in hoge kwaliteit en/of met hoge framesnelheid weergegeven wanneer gebruikers de camera selecteren voor weergave in de hotspot. Hiermee kan aanzienlijk worden bespaard op de bandbreedte. De hotspot toevoegen 1. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Sleep de koppeling Hotspot vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave en laat de muisknop boven de gewenste positie los. Tip: de positie is omgeven door een dunne oranje rand. De oranje rand geeft aan dat de positie wordt gebruikt voor een hotspot. De oranje rand is ook zichtbaar wanneer de weergave in het tabblad Afspelen of Live wordt gebruikt. 3. Wanneer de hotspotpositie is geselecteerd, kunt u de eigenschappen ervan opgeven in het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen: Beeldkwaliteit: met deze instelling kunt u de kwaliteit van de beelden bepalen, maar de keuze heeft ook invloed op de gebruikte bandbreedte. Als Smart Client wordt gebruikt via internet of met een langzame netwerkverbinding of als er andere redenen zijn om de gebruikte bandbreedte te beperken, kunt u de beeldkwaliteit aan de serverzijde verlagen door bijvoorbeeld Laag of Gemiddeld te selecteren. Wanneer u een lagere beeldkwaliteit selecteert, worden beelden op de server opnieuw gecodeerd in een JPEG-indeling volgens de onderstaande methoden: o o o Volledig: de standaardinstelling, waarmee de volledige kwaliteit van de oorspronkelijke beelden wordt geboden. Zeer hoog (voor megapixel): de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 640 pixels (VGA) en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. Hoog: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 320 pixels (QVGA) en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. o Gemiddeld: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 200 pixels en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. o Laag: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 160 pixels en een JPEG-kwaliteitsniveau van 20%. De hoogte wordt aangepast op basis van de breedte en de hoogte-breedteverhouding van de oorspronkelijke beelden. De geselecteerde beeldkwaliteit is van toepassing op zowel livebeelden als opgenomen beelden en op zowel JPEG als MPEG. Voor MPEG worden bij weergave van livebeelden Pagina 38 Instellingen en weergaven
39 echter alleen sleutelframes opnieuw gecodeerd, terwijl bij weergave van opgenomen beelden alle frames opnieuw worden gecodeerd. tijdens weergave van livebeelden of opgenomen beelden kunt u dubbelklikken op een hotspot (of op een andere camerapositie in een weergave) om deze te vergroten (raadpleeg Cameraposities vergroten (op pagina 72) ). In dat geval worden beelden van de camera in de hotspot standaard in volledige kwaliteit weergegeven, ongeacht de geselecteerde beeldkwaliteit. Als u wilt zorgen dat de geselecteerde beeldkwaliteit ook van toepassing is op vergrote beelden, schakelt u het selectievakje Behouden indien gemaximaliseerd direct onder de lijst Beeldkwaliteit in. Hoewel met een lagere beeldkwaliteit de gebruikte bandbreedte wordt beperkt, worden op de server van het bewakingssysteem extra bronnen aangesproken, doordat beelden opnieuw worden gecodeerd. Framesnelheid: hiermee kunt u een framesnelheid voor de hotspot selecteren. U kunt kiezen uit Onbeperkt (standaardinstelling), Gemiddeld of Laag. Deze instelling is van toepassing op alle camera s in de hotspot. Het resultaat van een selectie kan als volgt worden weergegeven: Resultaat Onbeperkt Gemiddeld Laag JPEG Alle frames verzenden Elk 4e frame verzenden Elk 20e frame verzenden MPEG (I-frame) Alle frames verzenden Alle frames verzenden Alle frames verzenden MPEG (Pframe) Alle frames verzenden Geen frames verzenden Geen frames verzenden Voorbeeld: als u in Smart Client de optie Framesnelheid instelt op Laag en de beheerder van het bewakingssysteem de camera heeft geconfigureerd met een toevoer van JPEG-beelden met een framesnelheid van 20 frames per seconde, is het resultaat een gemiddelde van 1 frame per seconde als beelden van deze camera in de hotspot worden weergegeven. Als de beheerder de camera heeft geconfigureerd met een toevoer van slechts 4 frames per seconde, en in Smart Client de optie Framesnelheid is ingesteld op Laag, is het resultaat een gemiddelde van 0,2 frames per seconde als beelden van deze camera in de hotspot worden weergegeven. Hoogte-breedteverhouding behouden: als u dit selectievakje inschakelt, blijft de oorspronkelijke hoogte-breedteverhouding van de camera behouden. U voorkomt hiermee dat beelden worden vervormd, maar er kunnen zwarte balken boven en onder de beelden worden weergegeven. Als u dit selectievakje uitschakelt, worden beelden aangepast aan de grootte van de hotspot. Dit kan leiden tot licht vervormde beelden, maar u voorkomt hiermee dat zwarte balken rond de beelden worden weergegeven. Deze instelling is van toepassing op alle camera s in de hotspot. Kaarten Kaarten toevoegen aan weergaven De kaartfunctie is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Met een kaart krijgt u een fysiek overzicht van uw bewakingssysteem: welke camera s zijn waar geplaatst en in welke richting wijzen ze? Ook kunt u kaarten gebruiken voor navigatie van een groot naar een gedetailleerd perspectief. Een kaart van een stad kan bijvoorbeeld hotzones (op pagina 44) hebben die wijzen naar meer gedetailleerde kaarten van buurten en straten. Afbeeldingsbestanden die u wilt gebruiken als kaarten, worden geüpload via Smart Client en opgeslagen in het bewakingssysteem. Op deze manier kunnen andere gebruikers ook kaarten zien. Een afbeeldingsbestand wordt altijd gebruikt voor een specifieke kaart en moet niet worden gedeeld tussen verschillende kaarten. Pagina 39 Instellingen en weergaven
40 Welke indelingen en grootten van afbeeldingsbestanden kan ik gebruiken voor kaarten? U kunt de volgende standaardindelingen voor afbeeldingsbestanden gebruiken: bmp gif jpg png tif tiff jpeg wm p De grootte en de resolutie van het afbeeldingsbestand moeten bij voorkeur onder 10 MB respectievelijk 10 megapixel liggen. Als u afbeeldingsbestanden gebruikt die groter zijn dan 10 MB en/of 10 megapixel, kan dit de prestaties van Smart Client beïnvloeden. U kunt geen afbeeldingsbestanden gebruiken die groter zijn dan 20 MB en/of 20 megapixel. Kaarten worden weergegeven in Smart Client op basis van de eigenschappen van het grafische bestand en volgens Microsoft-standaarden. Als een kaart klein wordt weergegeven, kunt u inzoomen. Nieuwe kaart aan een weergave toevoegen 1. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Sleep de koppeling Kaart vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave en laat de muisknop los. 3. Selecteer Nieuwe kaart maken in het venster Kaartinstellingen. 4. Voer een naam in voor de kaart in het veld Naam. De naam wordt weergegeven in de titelbalk van de kaartpositie. Tip: als u het veld Naam leeg laat en klikt op Bladeren..., wordt het veld Naam automatisch ingevuld met de naam van het afbeeldingsbestand wanneer u een afbeeldingsbestand selecteert. 5. Klik op Bladeren... om te bladeren naar het afbeeldingsbestand dat u als kaart wilt gebruiken. 6. Klik op Openen om het afbeeldingsbestand te selecteren. 7. Klik op OK. Bestaande kaart aan een weergave toevoegen 1. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Sleep de koppeling Kaart vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave en laat de muisknop boven de gewenste positie los. 3. Selecteer Bestaande kaart gebruiken in het venster Kaartinstellingen dat wordt weergegeven. 4. Selecteer de gewenste kaart in de lijst met kaarten. Pagina 40 Instellingen en weergaven
41 Tip: een plusteken naast een kaartnaam geeft aan dat de kaart een of meer subkaarten heeft. Wanneer u een kaart selecteert met een plusteken naast de kaartnaam, worden de bijbehorende subkaarten met alle toegevoegde elementen automatisch toegevoegd in de kaartweergave. 5. Klik op OK. Wanneer verbinding wordt gemaakt met een bewakingssysteem dat Milestone Federated Architecture ondersteunt, kunt u alleen kaarten toevoegen van de server van het bewakingssysteem waarbij u bent aangemeld. Milestone Federated Architecture is een hiërarchische structuur van gerelateerde, maar fysiek gescheiden bewakingssystemen. Een dergelijke structuur kan bijvoorbeeld betrekking hebben op winkelketens met veel afzonderlijke, maar gerelateerde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie over welke bewakingssystemen ondersteuning bieden voor Milestone Federated Architecture. Kaart uit een weergave verwijderen Klik met de rechtermuisknop op de kaart in de weergave en selecteer Kaart verwijderen. Hiermee wordt de volledige kaart verwijderd, inclusief toegevoegde elementen die camera s, microfoons, luidsprekers, enzovoort vertegenwoordigen. De kaart wordt alleen verwijderd uit de weergave. Het afbeeldingsbestand blijft bestaan in het bewakingssysteem en kan worden gebruikt om een nieuwe kaart te maken. U kunt een kaart ook verwijderen via het Kaartoverzicht (op pagina 47). Snelmenu van kaarten Naast de algemene snelmenu-items (op pagina 48) bevat het snelmenu van kaarten ook de volgende items: Basiskaart instellen waarmee het venster Kaartinstellingen wordt geopend. Kaart verwijderen waarmee de kaart uit de weergave wordt verwijderd, inclusief alles wat is ingesteld op die specifieke kaart. Werkset (op pagina 39) Kaartoverzicht (op pagina 47) Elementkiezer (op pagina 43) Lettertypeselectie (op pagina 45) Kleurselectie (op pagina 46) Statusvisualisatie (op pagina 93) Kaartwerkset Met de kaartwerkset kunt u de kaart (op pagina 39) configureren: wanneer u Camera, Server, Microfoon, Luidspreker, Gebeurtenis of Uitvoer selecteert, wordt de Elementkiezer (op pagina 43) geopend met een lijst van camera s, servers, microfoons, luidsprekers, gebeurtenissen of uitvoer, en kunt u deze elementen op de kaart plaatsen. Camera Server Microfoon wanneer u Camera, Server, Microfoon, Luidspreker, Gebeurtenis of Uitvoer selecteert, wordt de Elementkiezer (op pagina 43) geopend met een lijst van camera s, servers, microfoons, luidsprekers, gebeurtenissen of uitvoer, en kunt u deze elementen op de kaart plaatsen. Luidspreker Pagina 41 Instellingen en weergaven
42 gebeurtenis Uitvoer Hotzone Tekst Plug-in Kleurkiezer Kleurvulling Selectie Kaartoverzicht Hiermee activeert u het hulpmiddel voor het tekenen van hotzones (op pagina 44) en kunt u hotzones op de kaart plaatsen. Hiermee opent u het teksthulpmiddel (op pagina 45) en kunt u bewerkbare tekstvakken op de kaart plaatsen. Hiermee opent u de elementkiezer (op pagina 43) met een lijst van plugins (indien deze worden gebruikt binnen uw organisatie) en kunt u een plug-inelement op de kaart plaatsen. Hiermee opent u het kleurselectiehulpmiddel en activeert u de kleurkiezer, en kunt u een al bestaande kleur op de kaart gebruiken (op pagina 47). Hiermee opent u het kleurselectiehulpmiddel en kunt u de kleur van teksten, achtergronden, hotzones, enzovoort wijzigen (op pagina 46). Hiermee opent u het selectiehulpmiddel en kunt u de elementen op de kaart selecteren, de kaart verschuiven en in-/uitzoomen op de kaart. Hiermee opent u het kaartoverzicht (op pagina 47) en kunt u navigeren tussen verschillende kaarten. Elementen toevoegen aan kaarten Hoe kan ik elementen toevoegen 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. Wanneer de weergave wordt getoond, klikt u met de rechtermuisknop op de kaart en selecteert u Werkset (op pagina 39). 3. Klik in de werkset op het gewenste elementicoon om de Elementkiezer (op pagina 43) te openen. De volgende elementen zijn beschikbaar in de Elementkiezer: Camera Gebeurtenis Opnameserver Uitvoer Microfoon Plug-inelement Luidspreker 4. Selecteer het gewenste element in het venster Elementkiezer en sleep dit naar de gewenste positie op de kaart. Laat vervolgens de muisknop los. Tip: u kunt altijd elementen verplaatsen op de kaart. Pagina 42 Instellingen en weergaven
43 Tip: u kunt de grootte van nieuwe iconen aanpassen voordat u deze aan de kaart toevoegt (raadpleeg Eigenschappen van kaarten aanpassen (op pagina 48) ). Tip: als een kaart een bepaalde kleur bevat waardoor elementen op de kaart moeilijk zichtbaar zijn, kunt u een tekstvak maken en dit vullen met een kleur die duidelijk uitkomt op de kaart. Voeg de gewenste elementen toe aan de map en sleep deze vervolgens in het tekstvak. Specifieke functies en contextmenu voor camera s Een vaste camera wordt op de kaart weergegeven met een gekoppelde weergavezone die de weergavehoek van de camera weergeeft. De hoek op de kaart moet zeer waarschijnlijk worden aangepast aan de werkelijke weergavehoek van de camera. U kunt de hoek aanpassen door deze te slepen naar de gewenste grootte en positie. Een PTZ-camera wordt op de kaart weergegeven met de PTZ-voorkeurposities die voor de camera zijn gedefinieerd in het bewakingssysteem. De voorkeurposities worden weergegeven als gekleurde hoeken die worden geprojecteerd vanuit het PTZ-camerapictogram. Elke hoek vertegenwoordigt een bepaalde voorkeurpositie. De hoeken moeten zeer waarschijnlijk worden aangepast aan de werkelijke weergavehoeken van de voorkeurposities van de camera. U kunt een hoek aanpassen door deze te slepen naar de gewenste grootte en positie. Als een camera meer dan 25 voorkeurposities heeft, worden aanvankelijk geen hoeken weergegeven aangezien de hoeken te klein zouden zijn om van nut te zijn. U kunt in dat geval de gewenste hoeken afzonderlijk toevoegen door de voorkeurposities van de gewenste camera vanuit het venster Elementkiezer (op pagina 43) naar de kaart te slepen. U kunt met de rechtermuisknop klikken op afzonderlijke voorkeurposities van een PTZ-camera. Hiermee krijgt u de optie Ga naar voorkeurpositie [voorkeurpositie] te zien waarmee u de camera naar een eerder gedefinieerde voorkeurpositie kunt sturen. Naast de algemene snelmenu-items (op pagina 48) bevat het contextmenu van camera s ook Livevoorbeeld, waarmee u een livevoorbeeld van de camera kunt weergeven. Verder kunt u de weergavezone van een vaste camera in- en uitschakelen. Gebeurtenis- en uitvoericonen aanpassen Wanneer een gebeurtenis aan een kaart wordt toegevoegd, wordt deze standaard als een schakelaar weergegeven. Wanneer uitvoer aan een kaart wordt toegevoegd, wordt deze standaard als een lamp weergegeven. Naast de algemene snelmenu-items (op pagina 48) bevat het snelmenu van gebeurtenissen en uitvoer ook Icoontype selecteren, waarmee u kunt selecteren of het gebeurtenisicoon of uitvoericoon moet worden weergegeven als een lamp, deur, poort of schakelaar. Wanneer u het gebeurtenis- of uitvoericoon wijzigt in een icoon dat beter past bij de werkelijke gebeurtenis/uitvoer, krijgen eindgebruikers sneller een overzicht van de daadwerkelijk inhoud van de kaart. Elementkiezer Het venster Elementkiezer wordt weergegeven wanneer u een van de volgende elementen selecteert in de kaartwerkset (op pagina 39) : Camera (op pagina 42) Server (op pagina 42) Microfoon (op pagina 42) Pagina 43 Instellingen en weergaven
44 Luidspreker (op pagina 42) Gebeurtenis (op pagina 42) Uitvoer (op pagina Uitvoer ) De elementkiezer geeft een lijst weer van camera s wanneer u klikt op Camera in de werkset, een lijst van servers wanneer u klikt op Server in de werkset, enzovoort. Raadpleeg de afzonderlijke Help-onderwerpen over elementen voor informatie over het toevoegen van een element aan de kaart. Met het filter van Elementkiezer kunt u snel een gewenst element vinden: wanneer u een zoekcriterium typt, wordt tijdens het typen in Elementkiezer de lijst met weergegeven elementen aangepast aan het zoekcriterium. Elementen selecteren en verplaatsen Met het selectiehulpmiddel kunt u elementen op een kaart selecteren en verplaatsen, of de kaart verschuiven. 1. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. 2. Wanneer de weergave wordt getoond, klikt u op het selectiehulpmiddel in de werkset (op pagina 39). 3. Klik op het gewenste element op de kaart om dit te selecteren. Elementen verplaatsen Wanneer u het gewenste element hebt geselecteerd, klikt u erop en sleept u het element naar de nieuwe positie op de kaart. Laat vervolgens de muisknop los. Elementen draaien Wanneer u het gewenste element hebt geselecteerd, plaatst u de muisaanwijzer op een van de formaatgrepen van het element. Wanneer de muisaanwijzer van een wijsvinger verandert in een kromme pijl, klikt u op het element en sleept u dit om het naar de nieuwe positie te draaien. Laat vervolgens de muisknop los. Elementen verwijderen van kaarten 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. 3. Klik met de rechtermuisknop op het niet-gewenste element op de kaart (camera, hotzone, server, gebeurtenis, uitvoer, microfoon of luidspreker) en selecteer [Element] verwijderen. Hotzones toevoegen aan kaarten Hotzones zijn gebieden die op kaarten zijn gemarkeerd en die naar andere kaarten leiden. Een gebouw op een kaart kan bijvoorbeeld zijn gemarkeerd als een hotzone. Wanneer u op deze hotzone klikt, wordt u vervolgens naar een meer gedetailleerde plattegrond van het gebouw geleid. Een hotzone aan een kaart toevoegen: Pagina 44 Instellingen en weergaven
45 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. Wanneer de weergave wordt getoond, klikt u met de rechtermuisknop op de kaart en selecteert u Werkset. 3. Selecteer het hotzonehulpmiddel in de werkset (op pagina 39) : 4. Verplaats de muisaanwijzer naar de kaart. De muisaanwijzer toont nu het hotzonepictogram en een klein wit kruis om aan te geven dat het tekenen van hotzones is ingeschakeld: Teken de hotzone: klik op de kaart op het punt waar u het tekenen van de hotzone wilt beginnen. Het beginpunt wordt nu aangegeven met een grote blauwe stip, of anker, op de kaart: Met het hulpmiddel voor het tekenen van hotzones kunt u alleen rechte lijnen maken. Als u een afgeronde rand van de hotzone wenst, moet u een aantal kleinere rechte lijnen tekenen. 5. Klik op het beginpunt van de hotzone om het tekenen van de hotzone te voltooien. De omtrek van de hotzone wordt nu weergegeven als een stippellijn, wat aangeeft dat er geen subkaart aan de hotzone is gekoppeld. Tip: u kunt de omtrek van een hotzone wijzigen door de ankers van de hotzone te slepen. 6. Voeg een subkaart toe aan de hotzone: klik met de rechtermuisknop op de hotzone en selecteer Subkaart selecteren. Het venster Kaartinstellingen (op pagina 39) wordt nu geopend. Tip: u kunt ook dubbelklikken op de hotzone met stippellijn om het venster Kaartinstellingen te openen. 7. Wijzig desgewenst de kleurvulling van de hotzone met het kleurhulpmiddel (op pagina 46). Het gebruik van verschillende kleuren voor hotzones helpt gebruikers aangrenzende hotzones te onderscheiden. Wanneer verbinding wordt gemaakt met een bewakingssysteem dat Milestone Federated Architecture ondersteunt, kunnen om technische redenen en omwille van de prestaties maximaal 20 hotzones in een enkele kaart wijzen naar kaarten van andere servers van het bewakingssysteem dan de server waar u bent aangemeld. Deze beperking geldt niet voor hotzones die wijzen naar kaarten die horen bij de server waar u bent aangemeld. Milestone Federated Architecture is een hiërarchische structuur van gerelateerde, maar fysiek gescheiden bewakingssystemen. Een dergelijke structuur kan bijvoorbeeld betrekking hebben op winkelketens met veel afzonderlijke, maar gerelateerde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie over welke bewakingssystemen ondersteuning bieden voor Milestone Federated Architecture. Tekst op kaarten toevoegen en bewerken U kunt overal op de kaart tekst toevoegen. Dit kan zeer handig zijn, bijvoorbeeld om gebruikers te informeren over bijzondere situaties. Voorbeeld: u hebt zeven camera s in een magazijn, maar een ervan wordt tijdelijk verwijderd voor onderhoud. U kunt gebruikers van Smart Client hiervan op de hoogte stellen door een tekst op de kaart toe te voegen. 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. Pagina 45 Instellingen en weergaven
46 3. Wanneer de weergave wordt getoond, selecteert u het teksthulpmiddel in de werkset (op pagina 39). 4. Geef de tekstinstellingen op in het venster Lettertypeselectie. Tip: u kunt de tekstinstellingen altijd bewerken. Klik op het gewenste tekstvak en selecteer het teksthulpmiddel in de werkset. Wijzig vervolgens de tekstinstellingen voor het geselecteerde tekstvak. 5. Klik op de kaart op de locatie waar u de tekst wilt plaatsen. 6. Typ de tekst. Met de Enter-toets op het toetsenbord kunt u het tekstvak naar beneden uitbreiden. Tip: met het hulpmiddel kleurvulling kunt u de kleur van tekst en achtergrond wijzigen (op pagina 46). Tip: u kunt een tekstvak naar wens verplaatsen. Klik op het selectiehulpmiddel kaart en sleep het naar de gewenste locatie. Op de kaart worden geen livebeelden weergegeven. De kaart is een stilstaand beeld. Kleur wijzigen van teksten, achtergronden, hotzones, enzovoort, klik op het tekstvak op de Het wijzigen van de kleur van teksten, achtergronden, hotzones, enzovoort op kaarten is zeer nuttig om kaartelementen van elkaar te onderscheiden. 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. 3. Selecteer op de gewenste kaart het element waarop u de kleurwijziging wilt toepassen. 4. Selecteer het hulpmiddel kleurvulling in de werkset (op pagina 39). Het venster Kleurselectie wo r d t geopend. Tip: met het hulpmiddel kleurkiezer 47). kunt u een bestaande kleur van de kaart gebruiken (op pagina 4. Alleen van toepassing voor tekstelementen: selecteer of de kleurwijziging van toepassing is op tekst of op achtergrond. 5. Selecteer de gewenste kleur in het kleurenpalet. In het vak VOORBEELD wordt een voorbeeld van de geselecteerde kleur weergegeven. 6. Klik op het gewenste kaartelement om dit met de nieuwe kleur te vullen. Kleurverloop aanpassen Met de schuifregelaar Kleurverloop kunt u aanpassen hoe de elementkleur afneemt van links naar rechts. Als u de schuifregelaar volledig naar rechts sleept, neemt de elementkleur vrijwel direct af. Als u de schuifregelaar volledig naar links sleept, neemt de elementkleur vrijwel niet af. Sleep de schuifregelaar Kleurverloop naar het gewenste niveau en klik vervolgens op het gewenste kaartelement om kleur en verloop toe te passen. Doorzichtigheid aanpassen Met de schuifregelaar Doorzichtigheid kunt u de doorzichtigheid van de kleurvulling aanpassen. Als u de schuifregelaar Doorzichtigheid volledig naar rechts sleept, wordt de kleurvulling volledig doorzichtig. Als u de schuifregelaar Doorzichtigheid volledig naar links sleept, wordt de kleurvulling volledig ondoorzichtig. Sleep de schuifregelaar Doorzichtigheid naar het gewenste niveau en klik vervolgens op het gewenste kaartelement om kleur en doorzichtigheid toe te passen. Op de kaart worden geen livebeelden weergegeven. De kaart is een stilstaand beeld. Pagina 46 Instellingen en weergaven
47 Geavanceerde kleurwijziging U kunt kaartelementen vullen met elke gewenste kleur. Klik op de knop Geavanceerd van het venster Kleurselectie om de geavanceerde kleurselectieopties te openen. Selecteer de hoofdkleurtint met de kleurschuifregelaar en sleep de kleurcirkel vervolgens naar de gewenste nuance. - of - Typ de hexadecimale kleurcode in het veld Hexadecimale notatie. Bestaande kleur van de kaart gebruiken De kleur van tekstachtergronden, weergavezones van camera s, hotzones, enzovoort kunt u wijzigen met het kleurhulpmiddel (op pagina 46). Naast de vooraf gedefinieerde kleuren kunt u met de kleurkiezer een specifieke kleur in de kaart selecteren. 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. Wanneer de weergave wordt getoond, klikt u met de rechtermuisknop op de kaart en selecteert u Werkset. 3. Klik in de werkset (op pagina 39) op het kleurkiezerpictogram om de kleurkiezer te activeren. Het venster Kleurselectie wordt geopend. 4. Klik in de kaart op de gewenste kleur. 5. De kleur die in de kaart is geselecteerd, wordt nu weergegeven in het voorbeeldvak van het venster Kleurselectie. 6. Selecteer het hulpmiddel kleurvulling in de werkset als u de geselecteerde kleur wilt toepassen op een kaartelement (op pagina 46). Kaartoverzicht Het kaartoverzicht biedt een overzicht van de kaarthiërarchie die is ingesteld in Smart Client. Een plusteken naast een kaart geeft aan dat een of meer subkaarten aan de kaart zijn gekoppeld als hotzones (op pagina 44). Wanneer u klikt op een kaart in het kaartoverzicht, wordt de geselecteerde kaart direct in de weergave getoond. Kaartoverzicht openen: 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. 3. Wanneer de weergave wordt getoond, selecteert u het pictogram Kaartoverzicht in de bovenbalk van de kaartpositie. - of - Klik met de rechtermuisknop op de kaart (buiten een element) en selecteer Kaartoverzicht. - of - Als de werkset (op pagina 39) is geopend, klikt u in het tabblad Instellingen op het pictogram Kaartoverzicht in de werkset. Pagina 47 Instellingen en weergaven
48 Het laden van inhoud in het kaartoverzicht kan enige tijd in beslag nemen wanneer verbinding wordt gemaakt met een zeer groot bewakingssysteem dat veel kaarten bevat. Snelmenu van kaarten U kunt het snelmenu openen door met de rechtermuisknop te klikken op een kaart of kaartelement in het tabblad Instellingen. De inhoud van het snelmenu verschilt afhankelijk van het kaartelement waarop u klikt met de rechtermuisknop. Er zijn andere functies beschikbaar in het snelmenu wanneer kaarten worden weergegeven de livemodus. De volgende functies zijn echter altijd aanwezig in het snelmenu: [...] verwijderen: hiermee kunt u het geselecteerde element of de geselecteerde kaart verwijderen. Kaart hier centreren: hiermee centreert u de kaart rond de positie waar u hebt geklikt. Inzoomen Uitzoomen Zoomen naar standaardgrootte: hiermee zoomt u naar de standaardgrootte waarin de kaart werd ingesteld. Basiskaart: hiermee kunt u snel naar de basiskaart gaan. Terug: hiermee kunt u snel naar de vorige kaart gaan. Verder: hiermee kunt u snel naar een kaart gaan die u al eerder in deze sessie hebt weergegeven. Het snelmenu dat wordt weergegeven als u met de rechtermuisknop op de kaart zelf klikt, biedt ook andere functies, zoalsbasiskaart instellen (waarmee u het afbeeldingsbestand kunt wijzigen (op pagina 39) dat voor de kaart wordt gebruikt), Werkset (op pagina 39), Kaartoverzicht (op pagina 47), Elementkiezer (op pagina 43), Lettertypeselectie (op pagina 45), Kleurselectie (op pagina 46) en Statusvisualisatie (op pagina 93). Snelmenu s voor afzonderlijke elementen kunnen andere inhoud hebben. Raadpleeg Elementen toevoegen aan kaarten (op pagina 42) voor meer informatie over snelmenu s voor specifieke elementen. Eigenschappen van kaarten aanpassen In het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen kunt u een aantal instellingen voor afzonderlijke kaarten aanpassen. Zorg dat het deelvenster Eigenschappen wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Eigenschappen: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Als u de eigenschappen van een kaart wilt aanpassen, selecteert u de gewenste kaart in de weergave (de geselecteerde positie wordt aangegeven door een dikke rand), en brengt u vervolgens de wijzigingen aan in het deelvenster Eigenschappen. Voor toegang tot het tabblad Instellingen kunnen bepaalde gebruikersrechten zijn vereist Basiskaart In het veld Basiskaart wordt de naam weergegeven van de basiskaart. Dit is de kaart die de basis vormt van de specifieke kaartweergave. Het veld is alleen-lezen, maar u kunt de basiskaart wijzigen door te klikken op de selectieknop. Het venster Kaartinstellingen (op pagina 39) wordt nu geopend. Icoongrootte en Naam In de keuzelijst Icoongrootte kunt u de grootte selecteren van nieuwe elementen die u aan de kaart toevoegt, variërend van Uiterst klein tot Zeer groot. Als u de grootte wilt aanpassen van iconen die zich al op de kaart bevinden, kunt u de formaatgrepen in de hoeken van het icoon slepen. Pagina 48 Instellingen en weergaven
49 Met het selectievakje Naam kunt u aangeven of namen van elementen worden weergegeven bij het toevoegen van nieuwe elementen. Tip: als u een element op de kaart hebt toegevoegd en de elementnaam wordt niet weergegeven, kunt u met de rechtermuisknop klikken op het gewenste element en Naam inschakelen om de elementnaam weer te geven op de kaart. Ook kunt u de elementnaam verwijderen als u deze niet wilt weergeven op de kaart. Klik met de rechtermuisknop op de naam en selecteer Tekst verwijderen. Draaien en zoomen toestaan Als dit selectievakje is ingeschakeld, mogen gebruikers de kaart draaien en zoomen in de livemodus (op pagina 89). Kaart automatisch maximaliseren en Time-out Schakel dit selectievakje in als u de functie Kaart automatisch maximaliseren wilt inschakelen. Kaart automatisch maximaliseren wo r dt gebruikt in weergaven met twee of meer weergaveposities, waarbij een van de weergaveposities een kaart is. In de livemodus wordt de kaart automatisch op volledige schermgrootte gemaximaliseerd wanneer Smart Client gedurende een aantal seconden niet wordt gebruikt. Deze tijdsperiode wordt gedefinieerd in Time-out.Het maximale aantal seconden is Bij aanwijzen met de muis Als dit selectievakje is ingeschakeld, kunnen gebruikers livebeelden bekijken in een klein voorbeeldvenster wanneer de muisaanwijzer op een camera wordt geplaatst. Standaardweergave-instellingen, Titelbalk en Live-aanduiding Deze instelling heeft niet echt betrekking op de positie van de kaart zelf, maar op het uiterlijk van de kleine zwevende vensters waarin u beelden kunt weergeven als u de muisaanwijzer plaatst op een camera-element op een kaart in het tabblad Live: Schakel Standaardweergave-instellingen gebruiken in als u wilt dat de instellingen van het kleine zwevende venster gelijk zijn aan de overige weergaven. Als u dit niet wenst, schakelt u het selectievakje uit. In dat geval krijgt u toegang om de instellingen Titelbalk en Live-aanduiding op te geven. Als u het selectievakje Titelbalk inschakelt, wordt een titelbalk met de naam van de camera weergegeven in het zwevende venster. Als u het selectievakje Live-aanduiding inschakelt, wordt in de titelbalk ook de live-aanduiding weergegeven, die groen knippert telkens wanneer het beeld wordt bijgewerkt. U kunt Live-aanduiding alleen inschakelen als u ook Titelbalk hebt ingeschakeld.raadpleeg Cameranamen en gekleurde aanduidingen (op pagina 64) voor meer informatie. Statusvisualisatie Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt statusvisualisatie (op pagina 93) ingeschakeld. Pagina 49 Instellingen en weergaven
50 Ondersteuning van statusdetails Als dit selectievakje is ingeschakeld, kunt u statusdetails weergeven op camera s en servers (op pagina 93) in de livemodus. Statusvisualisatie definiëren en inschakelen In het venster Statusvisualisatie kunt u het visuele uiterlijk van de statusindicatie op kaarten definiëren. U kunt drie statustypen definiëren: Aandacht vereist: wanneer een element een probleem heeft, maar nog wel werkt, bijvoorbeeld wanneer onvoldoende schijfruimte beschikbaar is op de server. De standaardweergavekleur is geel. Niet operationeel: wanneer een fout optreedt in een element, bijvoorbeeld als een server geen verbinding kan maken met een microfoon of luidspreker. De standaardweergavekleur is rood. Alarmen: wanneer een alarm (op pagina 51) optreedt in een element. De standaardweergavekleur is wit. Voorbeeld van camera met status Niet operationeel Verder wordt in Smart Client de status Uitgeschakeld/status onbekend grijs weergegeven wanneer een element bijvoorbeeld is uitgeschakeld op de server van het bewakingssysteem. Ook wanneer de server niet kan worden bereikt en het dus niet mogelijk is om statusinformatie te verkrijgen, wordt het element weergegeven als Uitgeschakeld/status onbekend. U kunt de grijze kleur niet wijzigen. Als u andere kleuren, lijnen, enzovoort wilt aanpassen, gaat u als volgt te werk: 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de gewenste weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. Wanneer de weergave wordt getoond, klikt u met de rechtermuisknop ergens op de kaart buiten toegevoegde elementen en selecteert u Statusvisualisatie. Het venster Statusvisualisatie wordt geopend. 3. Klik in het gewenste gedeelte van het venster Statusvisualisatie op het vak Kleur om het venster Kleurselectie te openen. Selecteer hierin de kleur voor de lijn van de statusvisualisatie. Klik vervolgens opnieuw op het vak Kleur in het venster Statusvisualisatie om het vak Kleur met de geselecteerde kleur te vullen. Gebruik niet dezelfde kleur voor verschillende statustypen, anders kunnen gebruikers het verschil niet meer zien. 4. Selecteer een lijnopmaak in de lijst Lijn. 5. Selecteer een lijndikte in de lijst Dikte. 6. Definieer hoe snel de statusvisualisatie moet knipperen door de snelheid in de lijst Knippersnelheid te selecteren. 7. Schakel in het deelvenster Eigenschappen in Smart Client het selectievakje Statusvisualisatie in om de statusvisualisatie in de livemodus weer te geven. Tip: de statusvisualisatie is van toepassing op alle kaarten. U hoeft het uiterlijk van de statusvisualisatie niet voor elke afzonderlijke kaart te definiëren. Pagina 50 Instellingen en weergaven
51 Alarmen Inhoud voor alarmafhandeling toevoegen aan weergaven De alarm- en kaartfuncties zijn alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174). Wat is de alarmfunctie? Met de alarmfunctie kunt u een centraal overzicht krijgen van gebeurtenissen en de technische status van het bewakingssysteem binnen uw organisatie, zowel op kleine als op grote afstand. Op de server van het bewakingssysteem kan vrijwel elk type gebeurtenis of technisch probleem worden ingesteld om een alarm te activeren. Op deze manier hebt u in Smart Client de beschikking over een krachtig beheerhulpmiddel, waarmee u een direct overzicht kunt krijgen van gebeurtenissen en mogelijke technische problemen, naast de volgende mogelijkheden: alarmen kunnen worden gefilterd meerdere gebruikers kunnen dezelfde alarmgroep afhandelen dynamische alarmafhandeling op basis van rollen: gebruikers kunnen alarmen op verschillende manieren weergeven en afhandelen grafische hiërarchische overzichten van bewakingssystemen en de bijbehorende status centraal technisch overzicht van alle onderdelen: servers, camera s en externe apparaten centraal aanmelden van alle binnenkomende alarmen en systeeminformatie ondersteuning voor plug-ins voor aangepaste integratie van andere systemen, zoals toegangsbeheersystemen In Smart Client kunt u zich concentreren op het afhandelen van alarmen. U kunt niet instellen waardoor alarmen worden geactiveerd. Dit wordt volledig bepaald door de beheerder van het bewakingssysteem als onderdeel van de configuratie van het bewakingssysteem. De enige instelling voor alarmen in Smart Client is het maken van een of meer weergaven die geschikt zijn voor alarmafhandeling. Doorgaans maakt u een specifieke weergave voor de alarmafhandeling. Vervolgens voegt u hier een alarmlijstpositie, een alarmvoorbeeldpositie (voor het bekijken van beelden die aan specifieke alarmen zijn gekoppeld) en meestal ook een kaartpositie (voor geografische weergave van alarmaanduidingen) aan toe. U kunt dergelijke posities echter ook toevoegen aan een van de bestaande weergaven. Alarmlijst toevoegen 1. Selecteer een nieuwe of bestaande weergave in het tabblad Instellingen (raadpleeg bij twijfel Weergaven maken en beheren (op pagina 24) ). Alarmlijsten zijn vrij breed, dus met name weergaveindelingen met brede posities zijn geschikt voor het weergeven van alarmlijstinhoud. In dit voorbeeld wordt een weergave geselecteerd waarin de brede positie aan de onderzijde kan worden gebruikt voor het weergeven van de alarmlijst: 2. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 3. Sleep de koppeling Alarmlijst vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave. Pagina 51 Instellingen en weergaven
52 4. De alarmlijst wordt nu weergegeven in de gewenste positie. Als er alarmen zijn in het bewakingssysteem, worden deze direct weergegeven in de alarmlijst. Het afhandelen van alarmen vindt echter voornamelijk plaats in het tabblad Live van Smart Client. Indien gewenst, kunt u de eigenschappen van de alarmlijst wijzigen. Wanneer de alarmlijst is geselecteerd, worden de eigenschappen weergegeven in het deelvenster Eigenschappen links in het tabblad Instellingen: Navigatiestructuur weergeven: hiermee bepaalt u of de navigatiestructuur aan de linkerzijde van de alarmlijst wel of niet wordt weergegeven. U wordt aangeraden deze optie ingeschakeld te laten, aangezien de navigatiestructuur een zeer goed overzicht biedt van de prioriteit en status van alarmen en van het aantal alarmen voor elke prioriteit en status (raadpleeg Alarmen afhandelen in modus Live (op pagina 74) voor meer informatie over prioriteiten en statuswaarden). Max. op te halen rijen: hiermee bepaalt u het maximale aantal regels dat wordt opgehaald en in de alarmlijst wordt weergegeven. Standaard worden maximaal 100 regels in de alarmlijst weergegeven, dat wil zeggen: 100 alarmen tegelijk. Dit biedt een goede reactietijd, aangezien het ophalen en weergeven van grote aantallen alarmen enige tijd kan duren. Uiteraard kunnen er meer dan 100 alarmen zijn. Als u meer dan de eerste 100 alarmen wilt weergeven, kunt u met de knoppen rechtsboven in de alarmlijst bladeren naar de volgende alarmen, die vervolgens worden opgehaald en weergegeven. U kunt het maximale aantal rijen instellen van 1 tot 999, maar onthoud: hoe meer alarmen in de lijst, hoe langer het duurt om de lijst weer te geven. Als u het aantal wijzigt, wordt het aantal rijen in de lijst pas bijgewerkt nadat u een ander element selecteert dan het veld Max. op te halen rijen, bijvoorbeeld een rij in de alarmlijst. 5. Voeg andere gewenste inhoud toe aan de andere posities van de weergave, bijvoorbeeld een alarmvoorbeeld en een kaart. Alarmvoorbeeld toevoegen 1. Selecteer de gewenste weergave in het tabblad Instellingen. Doorgaans is dit een weergave waaraan u al een alarmlijstpositie hebt toegevoegd (zie hierboven). U kunt echter ook een specifieke weergave maken (op pagina 24) voor het alarmvoorbeeld en deze weergave vervolgens gebruiken in een zwevend venster. 2. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 3. Sleep de koppeling Alarmvoorbeeld vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave. Pagina 52 Instellingen en weergaven
53 4. Het alarmvoorbeeld wordt nu weergegeven in de gewenste positie. Als aan een alarm in het bewakingssysteem beelden zijn gekoppeld, worden in het alarmvoorbeeld beelden weergegeven van het alarm dat in de alarmlijstpositie is geselecteerd. Doorgaans zijn beelden van slechts één camera aan een alarm gekoppeld, maar afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kunnen voor een enkel alarm gekoppelde beelden van maximaal 16 gerelateerde camera s worden weergegeven. In dat geval bestaat de alarmvoorbeeldpositie uit meerdere kleinere posities: een voor elke gekoppelde camera. Dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn als meerdere camera s een incident vanuit verschillende hoeken belichten. Alarmvoorbeeldpositie met vier camera s Als er geen beelden aan een alarm zijn gekoppeld, wordt het alarmvoorbeeld grijs weergegeven. Indien gewenst, kunt u de eigenschappen van het alarmvoorbeeld wijzigen. Wanneer het alarmvoorbeeld is geselecteerd, worden de eigenschappen weergegeven in het deelvenster Eigenschappen links in het tabblad Instellingen: Dubbele camera s weergeven: in de alarmvoorbeeldpositie wordt weergegeven wat in de alarmlijst is geselecteerd. Aangezien u meerdere alarmen in de alarmlijst kunt selecteren, kunnen beelden van dezelfde camera meerdere malen in het alarmvoorbeeld worden weergegeven als bepaalde geselecteerde alarmen betrekking hebben op dezelfde camera. Met deze instelling kunt u bepalen of beelden van dergelijke dubbele camera s meerdere malen in het alarmvoorbeeld moeten worden weergegeven of dat beelden van deze camera s slechts eenmaal moeten worden weergegeven. Broncamera s voor gebeurtenis weergeven: hiermee bepaalt u of in het alarmvoorbeeld beelden (indien aanwezig) moeten worden weergegeven van de camera waarvoor het alarm is ingesteld op de server van het bewakingssysteem. Onder normale omstandigheden moet u deze instelling altijd ingeschakeld houden. Gerelateerde camera s weergeven: hiermee bepaalt u of in het alarmvoorbeeld beelden van gerelateerde camera s moeten worden weergegeven. Er kunnen voor een enkel alarm gekoppelde beelden van maximaal 16 gerelateerde camera s worden weergegeven. U kunt in Smart Client niet het aantal gerelateerde camera s bepalen. Het aantal kan per alarm verschillen en wordt opgegeven als onderdeel van de configuratie van het bewakingssysteem. Overlay weergeven: deze eigenschap is alleen van toepassing als u het alarmvoorbeeld gebruikt in combinatie met een plug-in waarin overlaygegevens kunnen worden weergegeven, zoals lijnen die de paden van bewegende objecten volgen, en dergelijke. Dit is geen standaardfunctionaliteit in Smart Client. 5. Voeg andere gewenste inhoud toe aan de andere posities van de weergave, bijvoorbeeld een kaart. Alarmen en kaarten combineren Een kaart kan zeer handig zijn om een alarm weer te geven op basis van de geografische locatie van de camera, server of ander apparaat waardoor het alarm is geactiveerd. Als gebruiker van Smart Client kunt u dan direct zien waar een alarm vandaan komt. U kunt praktisch elk soort afbeelding gebruiken als kaart en u kunt kaarten groeperen in hiërarchieën, zodat u door kaarten kunt navigeren van een groot naar een gedetailleerd perspectief, bijvoorbeeld van provincieniveau naar stadsniveau, van stadsniveau naar straatniveau, van straatniveau naar huisniveau en van huisniveau naar kamerniveau. Pagina 53 Instellingen en weergaven
54 Het gebruik van kaarten is geen voorwaarde om alarmen te kunnen afhandelen in Smart Client, maar kaarten kunnen in de meeste gevallen waardevolle ondersteuning bieden voor gebruikers die omgaan met alarmen en hieraan een prioriteit moeten toewijzen. Wit is de (standaard)kleur voor alarmen Kort gezegd kunnen kaarten grafische elementen bevatten die camera s, servers, enzovoort vertegenwoordigen. In camera-elementen worden miniatuurbeelden weergegeven zodra de gebruiker van Smart Client de muisaanwijzer erop plaatst. In combinatie met alarmen worden de grafische elementen op kaarten standaard weergegeven met een zeer herkenbare witte cirkel eromheen als een alarm optreedt. Als bijvoorbeeld een alarm optreedt dat aan een bepaalde camera is gekoppeld, wordt direct een witte cirkel weergegeven rond het grafische element dat deze camera vertegenwoordigt. Vervolgens kan de gebruiker op het camera-element klikken en niet alleen beelden van de camera weergeven, maar ook het alarm afhandelen via het getoonde menu. U kunt de witte kleur wijzigen als deze kleur niet geschikt is voor de achtergrond van uw kaart (zie hieronder). Stel dat de camera waaraan een alarm is gekoppeld zich op een kaart op straatniveau bevindt, maar u geeft een kaart op provincieniveau weer. Hoe kunt u het alarm dan waarnemen? Dit is geen probleem, aangezien u hotzones kunt definiëren. Dit zijn grafische voorstellingen die verschillende niveaus in een kaarthiërarchie aan elkaar koppelen. Als een alarm wordt gedetecteerd op de kaart op straatniveau, wordt de hotzone op de kaart op provincieniveau wit om aan te geven dat er een alarm is op een kaart op lager niveau, ook als zich hiertussen nog kaartniveaus bevinden, zoals in dit voorbeeld het stadsniveau. Kleur van alarmvisualisatie op kaarten wijzigen Als wit geen geschikte kleur is om alarmen aan te geven op uw kaart (doorgaans als de kaart een voornamelijk witte achtergrond heeft) kunt u de kleur wijzigen. Klik met de rechtermuisknop op de kaart en selecteer Statusvisualisatie. In het dialoogvenster Statusvisualisatie kunt u niet alleen de kleur wijzigen maar ook het soort lijn, de breedte van de lijn en de knippersnelheid voor de alarmvisualisatie. Raadpleeg Kaarten toevoegen aan weergaven (op pagina 39) voor meer informatie over het toevoegen van kaartinhoud. Smart Wall Smart Wall-inhoud toevoegen aan weergaven Smart Wall is een aanvullend product. Dit is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot Smart Wall-functies mogelijk beperkt. Met Smart Wall kunt u verzamelingen beheren van aan de muur bevestigde schermen (ook bekend als videowall of videomuur). Deze worden vaak gebruikt bij commandocentrums, stadstoezicht, verkeersregelcentrales, enzovoort. Pagina 54 Instellingen en weergaven
55 Voorbeeld In principe hoeft u niets te doen om de Smart Wall-functionaliteit te gebruiken in Smart Client: Afhankelijk van uw gebruikersrechten kunt u een Smart Wall van uw organisatie rechtstreeks selecteren vanaf de tabbladen Live en Afspelen zonder dat u iets hoeft te configureren in het tabblad Instellingen. Smart Wall-eigenschappen worden zelfs volledig gedefinieerd op de server van het bewakingssysteem, dus er zijn geen eigenschappen voor Smart Walls die u kunt definiëren in het tabblad Instellingen. Desgewenst kunt u echter wel het tabblad Instellingen van Smart Client gebruiken om Smart Wall-inhoud toe te voegen aan weergaven. Hiermee krijgt u een uitstekend grafisch overzicht van een of meer Smart Walls wanneer de weergave wordt gebruikt in het tabblad Live: 1. Selecteer een nieuwe of bestaande weergave (raadpleeg bij twijfel Weergaven maken en beheren (op pagina 24) ). Weergave-indelingen met brede posities zijn met name geschikt voor het weergeven van Smart Wall-inhoud. In dit voorbeeld wordt een weergave geselecteerd waarin de brede positie aan de onderzijde kan worden gebruikt voor het weergeven van Smart Wall-inhoud: Tip: naast de weergave zijn ook andere weergave-indelingen specifiek ontworpen met het oog op Smart Walls. In de 1 3-weergave kunnen bijvoorbeeld drie verschillende Smart Walls tegelijk grafisch worden weergegeven. 2. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 3. Sleep de koppeling Smart Wall vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave. 4. Vervolgens wordt een grafische voorstelling van de Smart Wall weergegeven in de gewenste positie: Als uw organisatie over meerdere Smart Walls beschikt, selecteert u de gewenste Smart Wall in het menu Smart Wall linksboven in de positie: Als de gewenste Smart Wall beschikt over meerdere voorkeurinstellingen (dit zijn vooraf gedefinieerde Pagina 55 Instellingen en weergaven
56 instellingen die bepalen welke camera s worden weergegeven en hoe inhoud wordt gestructureerd op elk scherm in de Smart Wall), selecteert u de gewenste voorkeurinstelling in het menu Voorkeurinstelling: De menu s Smart Wall en Voorkeurinstelling worden ook weergegeven in de tabbladen Live en Afspelen, dus gebruikers kunnen vervolgens desgewenst verschillende Smart Walls en/of voorkeurinstellingen selecteren. Waarom is het menu Voorkeurinstelling leeg nadat ik een selectie heb gemaakt? Wanneer u een selectie maakt, wordt deze selectie uiteraard toegepast. Aangezien de voorkeurinstelling echter handmatig kan worden gewijzigd door andere gebruikers of automatisch via vooraf gedefinieerde regels in het bewakingssysteem, is niet bekend hoe lang de Smart Wall uw geselecteerde voorkeurinstelling behoudt. Daarom blijft het menu Voorkeurinstelling leeg nadat u een selectie hebt gemaakt. 5. Voeg andere gewenste inhoud toe aan de andere posities van de weergave. Tip: maakt uw organisatie ook gebruik van de kaartfunctie (op pagina 66)? In dat geval kunnen gebruikers in het tabblad Live een camera snel weergeven op de Smart Wall van uw organisatie door de gewenste camera rechtstreeks vanuit de kaart te slepen naar een positie op een scherm in de grafische voorstelling van de Smart Wall. HTML, statische beelden en aanvullende inhoud HTML-pagina s toevoegen aan weergaven U kunt HTML-pagina s voor uiteenlopende doeleinden gebruiken in weergaven: webpagina s van bedrijven, onlinerouteplanners, linkverzamelingen, e-learningpagina s, enzovoort. Voorbeeld: webpagina van bedrijf in een weergave De HTML-pagina toevoegen 1. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Pagina 56 Instellingen en weergaven
57 2. Sleep de koppeling HTML-pagina vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave. Wanneer u de muisknop boven de gewenste positie loslaat, wordt het venster URL openen geopend. 3. Typ de locatie van de gewenste HTML-pagina (bijvoorbeeld http: // in het veld Openen van het venster URL openen. - of - Als de HTML-pagina lokaal op de computer is opgeslagen, geeft u de locatie op de computer op (bijvoorbeeld C: \mijnbestanden\mijnwebpagina.htm), of klikt u op de knop Bladeren... om naar de gewenste HTML-pagina te bladeren. 4. Klik op OK. Eigenschappen van de HTML-pagina aanpassen Nadat u een HTML-pagina aan een weergave hebt toegevoegd, kunt u als volgt de eigenschappen ervan wijzigen: 1. Selecteer de geïmporteerde HTML-pagina in de weergave in het tabblad Instellingen. In het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen worden eigenschappen van de geselecteerde HTML-pagina weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Eigenschappen: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Indien gewenst, kunt u de volgende eigenschappen wijzigen: URL: klik op de knop Nieuw... om een nieuwe URL of locatie van de gewenste HTML-pagina op te geven. Schaal aanpassen: selecteer de gewenste schaalwaarde van de HTML-pagina. De optimale schaalwaarde is volledig afhankelijk van de inhoud van de geïmporteerde HTML-pagina en de manier waarop u deze wilt weergeven. Als vuistregel geldt dat bij een hoge schaalwaarde, zoals , tekst op de HTML-pagina relatief klein wordt weergegeven en een groot deel van de inhoud zonder scrollen zichtbaar is. Bij een lage schaalwaarde, zoals , wordt tekst op de HTML-pagina relatief groot weergegeven en is een relatief klein deel van de inhoud zichtbaar zonder te scrollen. Voorbeelden van dezelfde HTML-pagina met verschillende schaalwaarden HTML-scripts inschakelen: selecteer deze functie alleen als de HTML-pagina specifiek is gemaakt voor navigatie of het activeren van functies in Smart Client zelf (raadpleeg HTML-pagina s gebruiken voor navigatie voor voorbeelden van dergelijke HTML-pagina s). Indien geselecteerd, wordt een clientscript voor het navigeren en beheren van functies in Smart Client toegevoegd aan de HTML-pagina. U kunt het clientscript niet gebruiken voor HTML-pagina s die niet voor dergelijke doeleinden worden gebruikt. Dit kan er zelfs toe leiden dat een HTML-pagina niet goed functioneert. Pagina 57 Instellingen en weergaven
58 Taakbalk verbergen: standaard wordt een eenvoudige navigatiebalk boven elke geïmporteerde HTML-pagina ingevoegd. De navigatiebalk heeft vier knoppen. Van links naar rechts zijn dit Vorige, Volgende, Vernieuwen en Start: Als u niet wilt dat de navigatiebalk wordt weergegeven, kunt u deze verbergen door Taakbalk verbergen te selecteren. Het zicht op Smart Client niet verliezen door het klikken op koppelingen Wanneer een geïmporteerde HTML-pagina koppelingen bevat, wordt sterk aangeraden dat deze het kenmerk target='blank' bevatten (voorbeeld: <a href="anderewebpagina.htm" target="blank">koppeling</a>). Op deze manier worden de koppelingen in afzonderlijke vensters geopend. Dit voorkomt dat u het zicht op het Smart Client-venster zelf verliest doordat een koppeling naar een webpagina in hetzelfde browservenster wordt geopend als Smart Client. Statische beelden toevoegen aan weergaven U kunt statische beelden in weergaven gebruiken voor uiteenlopende doeleinden: voor bedrijfslogo s, voor foto s van gezochte personen, enzovoort. 1. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Sleep de koppeling Beeld vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave. 3. Laat de muisknop boven de gewenste positie los. Wanneer u de muisknop loslaat, kunt u het bestand met het gewenste statisch beeld selecteren. Tip: als u van plan bent plattegronden of kaarten toe te voegen aan een weergave, kunt u ook overwegen de zeer flexibele kaartfunctie (op pagina 39) van Smart Client te gebruiken. De kaartfunctie is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Andere inhoud toevoegen aan weergaven Op bepaalde bewakingssystemen kunt u mogelijk meer soorten inhoud toevoegen aan weergaven in Smart Client. Dit kan het geval zijn wanneer uw organisatie gebruikmaakt van aanvullende producten die de mogelijkheden van het bewakingssysteem uitbreiden. Voorbeelden: XProtect Transact, dat wordt gebruikt om transacties van kassa s, geldautomaten, enzovoort bij te houden en te koppelen aan beeldopnamen. XProtect Analytics, een intelligente en zeer intuïtieve oplossing voor beeldanalyse, waaronder kentekenherkenning, bescherming van grenzen, detectie van achtergelaten voorwerpen, enzovoort. Plug-ins zijn ontwikkeld voor een betere integratie tussen Smart Client en toepassingen van derden, zoals toegangsbeheersystemen, branddetectiesystemen, logistieke systemen, enzovoort. Raadpleeg de documentatie bij het aanvullende product voor informatie over het toevoegen van dergelijke speciale inhoud aan weergaven in Smart Client. Pagina 58 Instellingen en weergaven
59 Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem.als eerder toegevoegde inhoud voor aanvullende producten niet meer werkt in Smart Client, kunt u de oplossing zoeken onder Belangrijke informatie over plug-ins (op pagina 173). Matrix Matrix-inhoud toevoegen aan weergaven Het toevoegen van Matrix-inhoud aan weergaven is alleen mogelijk wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Uitleg van Matrix Matrix is een functie in het bewakingssysteem voor gedistribueerde weergave van beelden vanaf een willekeurige camera in het bewakingssysteem naar een willekeurig beeldscherm (de zogenaamde Matrix-ontvanger) in een netwerk. Bij een standaardconfiguratie van Matrix worden livebeelden automatisch in de gewenste Matrixontvanger getoond wanneer gedefinieerde gebeurtenissen optreden, bijvoorbeeld wanneer beweging wordt gedetecteerd, of wanneer een andere gebruiker belangrijke livebeelden wil delen. U kunt Matrix-inhoud toevoegen aan Smart Client-weergaven, mits Matrix op de server van het bewakingssysteem is geconfigureerd. Wanneer bepaalde gebeurtenissen optreden, of wanneer andere gebruikers iets belangrijks met u willen delen, worden livebeelden van bepaalde camera s vervolgens automatisch in de Matrix-posities van uw weergaven getoond. Welke gebeurtenissen of camera s in de Matrixinstellingen worden gebruikt, is volledig afhankelijk van de Matrix-configuratie van de server van het bewakingssysteem en van hetgeen andere gebruikers met u willen delen. U hebt hier geen controle over in Smart Client. U kunt Matrix-inhoud echter wel aan zoveel weergaveposities toevoegen als u wenst. Op deze manier kunt u livebeelden bekijken van meerdere Matrix-bronnen tegelijk. Voorbeeld: Als een weergave meerdere Matrixposities bevat, worden de posities altijd geordend: een van de posities is de primaire Matrix-positie, een andere de secundaire Matrix-positie, enzovoort. Wanneer de eerste beeldgegevens vanuit Matrix worden ontvangen, worden de beeldgegevens automatisch in de primaire Matrix-positie in de weergave getoond. Wanneer de volgende beeldgegevens vanuit Matrix worden ontvangen, wordt het principe first in, first out toegepast: de daarvoor ontvangen beeldgegevens worden snel naar de secundaire Matrix-positie van de weergave overgebracht en de meest recente beeldgegevens worden in de primaire Matrix-positie van de weergave getoond, enzovoort. Op deze manier kunt u altijd de meest recente beeldgegevens bekijken, terwijl de laatste daarvoor ontvangen beeldgegevens in de weergave behouden blijven. De posities worden automatisch geordend: de eerste Matrix-positie die u aan de weergave toevoegt, wordt automatisch de primaire Matrix-positie van de weergave, de volgende positie die u toevoegt, wordt automatisch de secundaire, enzovoort. Indien gewenst, kunt u de volgorde van de Matrix-posities handmatig wijzigen in het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen. Matrix-inhoud toevoegen 1. Selecteer het deelvenster Systeemoverzicht van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Systeemoverzicht: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Sleep de koppeling Matrix vanuit het deelvenster Systeemoverzicht naar de gewenste positie in de weergave en laat de muisknop boven de gewenste positie los. Tip: de positie is omgeven door een dunne blauwe rand. De blauwe rand geeft aan dat de positie wordt gebruikt voor Matrix-inhoud. De blauwe rand is ook zichtbaar wanneer de weergave in het tabblad Afspelen of Live wordt gebruikt. Pagina 59 Instellingen en weergaven
60 3. Wanneer de Matrix-positie is geselecteerd, kunt u de eigenschappen ervan opgeven in het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen: Beeldkwaliteit: met deze instelling kunt u de kwaliteit van de videobeelden tijdens weergave bepalen, maar de keuze heeft ook invloed op de gebruikte bandbreedte. Als Smart Client wordt gebruikt via internet of met een langzame netwerkverbinding of als er andere redenen zijn om de gebruikte bandbreedte te beperken, kunt u de beeldkwaliteit aan de serverzijde verlagen door bijvoorbeeld Laag of Gemiddeld te selecteren. Wanneer u een lagere beeldkwaliteit selecteert, worden beelden op de server opnieuw gecodeerd in een JPEG-indeling volgens de onderstaande methoden: o o o Volledig: de standaardinstelling, waarmee de volledige kwaliteit van de oorspronkelijke beelden wordt geboden. Zeer hoog (voor megapixel): de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 640 pixels (VGA) en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. Hoog: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 320 pixels (QVGA) en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. o Gemiddeld: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 200 pixels en een JPEG-kwaliteitsniveau van 25%. o Laag: de beelden worden opnieuw gecodeerd naar een uitvoerbreedte van 160 pixels en een JPEG-kwaliteitsniveau van 20%. De hoogte wordt aangepast op basis van de breedte en de hoogte-breedteverhouding van de oorspronkelijke beelden. De geselecteerde beeldkwaliteit is van toepassing op zowel livebeelden als opgenomen beelden en op zowel JPEG als MPEG. Voor MPEG worden bij weergave van livebeelden echter alleen sleutelframes opnieuw gecodeerd, terwijl bij weergave van opgenomen beelden alle beelden opnieuw worden gecodeerd. Tijdens weergave van livebeelden of opgenomen beelden kunt u dubbelklikken op een Matrixpositie (of op een andere camerapositie in een weergave) om deze te vergroten (raadpleeg Cameraposities vergroten (op pagina 72) ). In dat geval worden beelden van camera s in de Matrixpositie standaard in volledige kwaliteit weergegeven, ongeacht de geselecteerde beeldkwaliteit. Als u wilt zorgen dat de geselecteerde beeldkwaliteit ook van toepassing is op vergrote beelden, schakelt u het selectievakje Behouden indien gemaximaliseerd direct onder de lijst Beeldkwaliteit in. Hoewel met een lagere beeldkwaliteit de gebruikte bandbreedte wordt beperkt, worden op de server van het bewakingssysteem extra bronnen aangesproken, doordat beelden opnieuw worden gecodeerd. Framesnelheid: hiermee kunt u een framesnelheid voor de Matrix-positie selecteren. U kunt kiezen uit Onbeperkt (standaardinstelling), Gemiddeld of Laag. Deze instelling is van toepassing op alle camera s in de Matrix-positie. Het resultaat van een selectie wordt in de onderstaande tabel weergegeven: Resultaat Onbeperkt Gemiddeld Laag JPEG Alle frames verzenden Elk 4e frame verzenden Elk 20e frame verzenden MPEG (I-frame) Alle frames verzenden Alle frames verzenden Alle frames verzenden MPEG (Pframe) Alle frames verzenden Geen frames verzenden Geen frames verzenden Voorbeeld: als u in Smart Client de optie Framesnelheid instelt op Laag en de beheerder van het bewakingssysteem de camera heeft geconfigureerd met een toevoer van JPEG-beelden met een framesnelheid van 20 frames per seconde, is het resultaat een gemiddelde van 1 frame per seconde als beelden van deze camera in de Matrix-positie worden weergegeven. Als de beheerder de camera heeft geconfigureerd met een toevoer van slechts 4 frames per seconde, en in Smart Pagina 60 Instellingen en weergaven
61 Client de optie Framesnelheid is ingesteld op Laag, is het resultaat een gemiddelde van 0,2 frames per seconde als beelden van deze camera in de Matrix-positie worden weergegeven. Hoogte-breedteverhouding behouden: als u dit selectievakje inschakelt, blijft de oorspronkelijke hoogte-breedteverhouding van de camera behouden. U voorkomt hiermee dat beelden worden vervormd, maar er kunnen zwarte balken boven en onder de beelden worden weergegeven. Als u dit selectievakje uitschakelt, worden beelden aangepast aan de grootte van de Matrix-positie. Dit kan leiden tot licht vervormde beelden, maar u voorkomt hiermee dat zwarte balken rond de beelden worden weergegeven. Deze instelling is van toepassing op alle camera s in de geselecteerde Matrix-positie. Matrix-venster: hiermee kunt u de volgorde van een Matrix-positie wijzigen.1 is de primaire positie, waarin altijd videobeelden van de meest recente gebeurtenis worden weergegeven. 2 is de secundaire positie, waarin altijd videobeelden van de daarvoor gedetecteerde gebeurtenis worden weergegeven. 3 is de tertiaire positie, waarin altijd videobeelden van de gedetecteerde gebeurtenis vóór de gebeurtenis in positie 2 worden weergegeven, enzovoort. Het geselecteerde nummer kan niet hoger zijn dan het totale aantal Matrix-posities in de weergave: als de weergave slechts één Matrix-positie bevat, moet de positie nummer 1 hebben en als de weergave bijvoorbeeld vier Matrixposities bevat, moeten deze de nummers 1 tot en met 4 hebben. Verbindingsinstellingen...: deze knop is alleen beschikbaar wanneer Matrix-positie 1 van een weergave is geselecteerd. Andere Matrix-posities in de weergave nemen de verbindingsinstellingen over die zijn opgegeven voor positie 1. Als u klikt op de knop Verbindingsinstellingen..., kunt u de TCP-poort en het Wachtwoord opgeven die worden gebruikt bij het overbrengen van Matrix-beelden van de server van het bewakingssysteem naar de Smart Client-weergave. De TCP-poort die standaard voor Matrix wordt gebruikt, is Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over het poortnummer of wachtwoord dat moet worden gebruikt. 4. Herhaal bovenstaande stappen als u meer Matrix-posities aan de weergave wilt toevoegen. MIP-plug-ins Smart Client kan het deelvenster MIP-plug-ins bevatten. Dit deelvenster wordt gebruikt voor het omgaan met functionaliteit van plug-ins, doorgaans voor toepassingen van derden zoals toegangsbeheersystemen en dergelijke, die via Smart Client kan worden bestuurd. Als het deelvenster MIP-plug-ins geen inhoud heeft, komt dit doordat Smart Client geen functionaliteit van plug-ins bevat die via dit deelvenster kan worden bestuurd. Pagina 61 Instellingen en weergaven
62 Livebeelden Livebeelden worden weergegeven in het tabblad Live van Smart Client. Wanneer u het tabblad Live van Smart Client selecteert, wordt verbinding gemaakt tussen Smart Client en de server van het bewakingssysteem, en worden livebeelden van camera s getoond in de geselecteerde weergave (op pagina 22). Voor toegang tot het tabblad Live kunnen bepaalde gebruikersrechten zijn vereist. De opnameserver van het bewakingssysteem moet actief zijn om livebeelden in Smart Client weer te geven. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het weergeven van livebeelden vanaf bepaalde camera s mogelijk beperkt. Voorbeeld: tabblad Live waarin beelden van zes camera s worden getoond Het tabblad Live biedt vele functies, waaronder audio (op pagina 79), carrousels (op pagina 65), hotspots (op pagina 65), Matrix (op pagina 66), camerasnelmenu s (op pagina 71), PTZ-besturing (op pagina 96), digitale zoom (op pagina 84), activeren van gebeurtenissen (op pagina 86), activeren van uitvoer (op pagina 94) en snel afspelen (op pagina 95). Livebeelden worden niet noodzakelijkerwijs opgenomen Wanneer livebeelden van een bepaalde camera worden weergegeven, worden de videogegevens van de camera niet noodzakelijkerwijs opgenomen. Dit is een van de voordelen van een digitaal bewakingssysteem dat op IP is gebaseerd. In tegenstelling tot de vroegere analoge bewakingssystemen, waar alles op band werd opgenomen ongeacht de relevantie, kunt u met een digitaal IP-bewakingssysteem veel gerichter opnemen. Door gerichte opnamen worden bewakingspersoneel, rechercheurs, enzovoort verlost van het zoeken naar een bepaald incident in schijnbaar eindeloze hoeveelheden opnamen. In plaats hiervan kunnen opnamen van een bepaald incident snel en moeiteloos in de beperkte hoeveelheid opnamen worden gevonden met de geavanceerde zoekfuncties van Smart Client. In feite doorlopen livevideogegevens van camera s de server van het bewakingssysteem. Indien nodig worden de videogegevens op de server opgeslagen (opgenomen) en anders worden de videogegevens eenvoudig genegeerd. Videogegevens worden doorgaans op de server opgeslagen (opgenomen): volgens een schema (bijvoorbeeld elke ochtend van tot uur) - en/of - wanneer het bewakingssysteem bepaalde gebeurtenissen detecteert (voorbeelden: beweging doordat een persoon een kamer binnengaat, een sensor die registreert dat een venster wordt geopend, gebruikersinvoer). De opname-instellingen van de server van het bewakingssysteem worden opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem. Als gebruiker van Smart Client kunt u echter ook opnamen starten terwijl u livebeelden van een camera bekijkt (mits u over de vereiste gebruikersrechten beschikt). Raadpleeg Opnemen tijdens weergave van livebeelden (op pagina 98) voor meer informatie. Pagina 62 Livebeelden
63 Tip: tijdens het bekijken van livebeelden in het tabblad Live van Smart Client kunt u snel controleren of de videogegevens van een camera worden opgenomen door te kijken in de blauwe balk direct boven de camerabeelden (indien beschikbaar, raadpleeg Camera-eigenschappen aanpassen (op pagina 30) ). Als de videogegevens van de camera worden opgenomen, wordt in de balk Opname weergegeven. In sommige gevallen wordt Opname slechts gedurende korte perioden weergegeven. Dit komt doordat camera s zo kunnen zijn geconfigureerd dat deze alleen opnemen wanneer er beweging is, wanneer een deur wordt geopend, of iets vergelijkbaars, wat kan leiden tot veel korte opnameperioden. Livebeelden weergeven in meerdere vensters Smart Client ondersteunt het gebruik van meerdere vensters wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Dit is met name nuttig als op uw computer meer dan één fysiek beeldscherm is aangesloten, maar u kunt ook specifieke weergaven naar afzonderlijke vensters verzenden vanuit de tabbladen Live en Afspelen. Op deze manier kunt u meerdere weergaven tegelijk bekijken. Raadpleeg Meerdere vensters gebruiken voor meer informatie. Weergaven en bijbehorende inhoud Weergave selecteren U kunt op drie manieren een weergave selecteren: De gewenste weergave selecteren in het deelvenster Weergaven van het tabblad Live. Mogelijk moet u het deelvenster Weergaven maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). De gewenste weergave selecteren in de lijst Weergaven boven in het venster. Als weergavenummers zijn toegewezen (raadpleeg Weergaven maken en beheren (op pagina 24) ), kunt u een weergave ook selecteren met sneltoetsen (raadpleeg Standaardsneltoetsen gebruiken). De afbeeldingen dienen slechts als voorbeeld. Mappen en weergaven kunnen andere namen hebben in uw versie. Pagina 63 Livebeelden
64 Cameranamen en gekleurde aanduidingen Indien geconfigureerd (in het dialoogvenster Opties (op pagina 159) en als onderdeel van camera-eigenschappen (op pagina 30) in het tabblad Instellingen), kunt u elke camerapositie in de weergaven van het tabblad Live herkennen aan een balk boven in de camerapositie. Camerapositie met detail van balk met cameranaam en gekleurde aanduidingen In de balk wordt de naam van de camera weergegeven, evenals de naam van het apparaat waarop de camera is aangesloten. Eerst wordt tussen vierkante haken de apparaatnaam weergegeven, gevolgd door de cameranaam. Verder wordt in de balk Live weergegeven wanneer livebeelden worden getoond, Opname als beelden van de betreffende camera worden opgenomen en Gestopt als de camera is gestopt en liveweergave niet mogelijk is. Een camera kan door verschillende oorzaken zijn gestopt. Doorgaans is de camera zo geconfigureerd dat deze alleen gedurende bepaalde uren van de dag beschikbaar is. Andere mogelijke oorzaken zijn onderhoud aan camera of netwerk, of een wijziging in de configuratie van de server van het bewakingssysteem en dergelijke. Als bij alle camera s Gestopt wordt weergegeven, kan dit betekenen dat de verbinding met de server van het bewakingssysteem is verbroken. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. De balk is donkerblauw. Wanneer u een bepaalde camera in de weergave selecteert, wordt de balk van de geselecteerde camerapositie lichtblauw. Donkerblauw: camera is niet geselecteerd Lichtblauw: camera is geselecteerd Elke balk bevat maximaal drie gekleurde aanduidingen: Gebeurtenisaanduiding (de linkeraanduiding, continu geel ): deze gaat branden wanneer bepaalde gebeurtenissen optreden die zijn gedefinieerd door de beheerder van het bewakingssysteem. Klik ergens in het beeld om deze aanduiding weer uit te schakelen. De aanduiding kan zwart zijn als voor de betreffende camera geen gebeurtenisaanduiding is opgegeven, of wanneer geen opgegeven gebeurtenissen zijn opgetreden. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Opmerking: deze functie is alleen beschikbaar als Smart Client wordt gebruikt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Ook wanneer u Smart Client gebruikt met een bewakingssysteem dat deze functie ondersteunt, kunt u de functie pas gebruiken als meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Bewegingsaanduiding (de middelste aanduiding, continu rood ): deze gaat branden wanneer in het beeld beweging wordt gedetecteerd. Klik ergens in het beeld om deze aanduiding weer uit te schakelen. De aanduiding kan zwart zijn als geen beweging is gedetecteerd. Live-aanduiding (de rechteraanduiding, knipperend groen ): deze knippert telkens wanneer een nieuw beeld van de camera wordt ontvangen. U kunt deze aanduiding uitschakelen. Raadpleeg Opties voor Toepassing (op pagina 159) en Camera-eigenschappen aanpassen (op pagina 30). Tip: indien geconfigureerd (als onderdeel van specifieke camera-eigenschappen in het tabblad Instellingen van Smart Client), kunnen de aanduidingen voor gebeurtenis ( ) en beweging ( ) vergezeld gaan van geluidssignalen. Raadpleeg Camera-eigenschappen aanpassen (op pagina 30) voor meer informatie. Pagina 64 Livebeelden
65 Hotspotposities Als een weergave een hotspot bevat, kunt u een camera selecteren in de weergave zelf of in een andere geopende weergave en kunt u beelden van de geselecteerde camera vergroot en/of in hogere kwaliteit in de hotspot weergeven. Wanneer een weergave een hotspot bevat, bevindt deze zich doorgaans (maar niet altijd) in een van de grotere posities van de weergave, bijvoorbeeld in de grote positie in een 1+7-weergave: Als een positie in een van de weergaven een hotspot bevat, kunt u deze herkennen aan de hand van de volgende kenmerken: Wanneer u cameraposities in de weergave selecteert, wordt de selectie in de hotspot weergegeven. Een hotspot is omgeven door een dunne oranje rand. Voordelen van het gebruik van een hotspot Het feit dat u beelden vaak vergroot kunt weergeven in de hotspot bepaalt op zichzelf niet het nut van de hotspot. U kunt beelden van een willekeurige camera in een weergave namelijk ook vergroten door op de gewenste camerapositie te dubbelklikken. Wat de hotspot nuttig maakt, is de mogelijkheid om een lage beeldkwaliteit en/of framesnelheid te gebruiken voor camera s in de normale posities van een weergave en een hoge beeldkwaliteit en/of framesnelheid voor de hotspot. Op deze manier worden beelden van een camera alleen in hoge kwaliteit en/of met hoge framesnelheid weergegeven wanneer u de camera selecteert voor weergave in de hotspot. Dit kan de bandbreedte van de externe verbinding aanzienlijk beperken. U kunt hotspots configureren in het tabblad Instellingen van Smart Client. Hotspot gebruiken Voorwaarde: ten minste een van de weergaven die u gebruikt, moet een hotspot bevatten. Zoek bij twijfel naar de oranje rand die een hotspotpositie aangeeft. Selecteer een camerapositie in een weergave om automatisch beelden van de camera in de hotspot weer te geven. Carrouselposities Een carrousel wordt gebruikt om beelden van meerdere camera s achter elkaar weer te geven in één weergavepositie. Als een positie in een van de weergaven een carrousel bevat, kunt u deze herkennen aan de hand van de volgende kenmerken: Een carrousel geeft beelden van verschillende camera s achter elkaar weer. Een carrousel is omgeven door een dunne groene rand. U kunt een carrousel vergroten door te dubbelklikken op de carrouselpositie. Wanneer u de muisaanwijzer op de blauwe balk boven aan een carrouselpositie plaatst, krijgt u toegang tot knoppen waarmee u de carrousel kunt onderbreken en waarmee u de draairichting ervan kunt wijzigen: Voorbeeld: Een carrousel is geconfigureerd om eerst camera A weer te geven, vervolgens camera B, vervolgens camera C, enzovoort. Door de richting van de carrousel te wijzigen kunt u zorgen dat eerst camera C wordt weergegeven, vervolgens camera B, vervolgens camera A, enzovoort. U kunt carrousels configureren in het tabblad Instellingen van Smart Client. Pagina 65 Livebeelden
66 Kaartposities De kaartfunctie is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). In een kaartpositie worden geen livebeelden weergegeven. Een kaart is altijd een stilstaand beeld. Met een kaart krijgt u een fysiek overzicht van uw bewakingssysteem: welke camera s zijn waar geplaatst en in welke richting wijzen ze? Ook kunt u kaarten gebruiken voor navigatie. U kunt kaarten groeperen in hiërarchieën, zodat u door kaarten kunt navigeren van een groot naar een gedetailleerd perspectief, bijvoorbeeld van provincieniveau naar stadsniveau, van stadsniveau naar straatniveau, van straatniveau naar huisniveau en van huisniveau naar kamerniveau. In deze gevallen kunt u klikken op hotzones om naar onderliggende kaarten te gaan. Een hotzone is doorgaans gekleurd, zodat deze eenvoudig is te herkennen. Kaarten bevatten doorgaans elementen die camera s, microfoons, enzovoort vertegenwoordigen. Via deze elementen kan interactie met de werkelijke fysieke apparaten plaatsvinden. U kunt bijvoorbeeld beelden van een camera weergeven door de muisaanwijzer te plaatsen op het element dat de camera vertegenwoordigt, of u kunt klikken op de voorkeurposities van een PTZ-camera om de camera tussen deze posities te verplaatsen. Raadpleeg Interactie met kaarten (op pagina 89) voor meer informatie. Kaart met camera-elementen en hotzone Tip: kaarten hoeven niet geografisch van aard te zijn, hoewel dit vaak wel het geval is. Afhankelijk van de behoeften van uw organisatie kunt u ook foto s en andere soorten afbeeldingsbestanden gebruiken als kaarten. Een kaartpositie in een weergave kunt u herkennen aan de navigatiebalk boven in de positie. Met de navigatiebalk van de kaartpositie kunt u eenvoudig navigeren tussen kaarten die u hebt weergegeven. Met de knop Basiskaart gaat u naar de basiskaart. Met de knop Terug gaat u naar de vorige kaart. Met de knop Verder kunt u een van de kaarten weergeven die u al eerder in de huidige sessie hebt weergegeven. Met de knop Kaartoverzicht (het wereldbolpictogram) opent u het Kaartoverzicht (op pagina 47). Matrix-posities Het gebruik van Matrix-inhoud in weergaven is alleen mogelijk wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Matrix is een functie in het bewakingssysteem voor gedistribueerde weergave van beelden vanaf een willekeurige camera in het bewakingssysteem naar een willekeurig beeldscherm (de zogenaamde Matrix-ontvanger) in een netwerk. Bij een standaardconfiguratie van Matrix worden videobeelden automatisch in de gewenste Matrixontvanger getoond wanneer gedefinieerde gebeurtenissen optreden (bijvoorbeeld wanneer beweging wordt gedetecteerd) of wanneer een andere gebruiker belangrijke beelden wil delen. Pagina 66 Livebeelden
67 U kunt livebeelden vanuit Matrix bekijken in het tabblad Live van Smart Client, mits Matrix op de server van het bewakingssysteem is geconfigureerd en een of meer speciale Matrix-posities voor de weergave zijn gedefinieerd. Wanneer bepaalde gebeurtenissen optreden, of wanneer andere gebruikers belangrijke livebeelden met u willen delen, worden livebeelden van bepaalde camera s automatisch in de Matrix-posities van uw weergaven getoond. Welke gebeurtenissen of camera s in de Matrix-instellingen worden gebruikt, is volledig afhankelijk van de Matrixconfiguratie van de server van het bewakingssysteem en van hetgeen andere gebruikers met u willen delen. U hebt hier geen controle over in Smart Client. Als een positie in een van de weergaven Matrix-inhoud bevat, kunt u deze herkennen aan de hand van de volgende kenmerken: Wanneer vooraf gedefinieerde gebeurtenissen optreden of wanneer andere gebruikers belangrijke livebeelden met u willen delen, worden automatisch livebeelden weergegeven. Er kunnen beelden van verschillende camera s worden weergegeven, afhankelijk van de opgetreden gebeurtenissen of van hetgeen andere gebruikers met u willen delen. Matrix-inhoud is omgeven door een dunne blauwe rand. U kunt een Matrix-positie vergroten door erop te dubbelklikken, net als bij andere cameraposities. Een weergave kan meerdere Matrix-posities bevatten. Op deze manier kunt u livebeelden bekijken van meerdere Matrix-bronnen tegelijk. Voorbeeld: Als een weergave meerdere Matrix-posities bevat, worden de posities altijd geordend: een van de posities is de primaire Matrix-positie, een andere de secundaire Matrix-positie, enzovoort. Wanneer de eerste beeldgegevens vanuit Matrix worden ontvangen, worden de beeldgegevens automatisch in de primaire Matrix-positie in de weergave getoond. Wanneer de volgende beeldgegevens vanuit Matrix worden ontvangen, wordt het principe first in, first out toegepast: de daarvoor ontvangen beeldgegevens worden snel naar de secundaire Matrix-positie van de weergave overgebracht en de meest recente beeldgegevens worden in de primaire Matrix-positie van de weergave getoond, enzovoort. Op deze manier kunt u altijd de meest recente beeldgegevens bekijken, terwijl de laatste daarvoor ontvangen beeldgegevens in de weergave behouden blijven. Welke de primaire positie, secundaire positie, enzovoort van een weergave zijn, wordt bepaald in het tabblad Instellingen van Smart Client. Smart Wall-posities XProtect Smart Wall is een aanvullend product. Dit is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot Smart Wall-functies mogelijk beperkt. Met Smart Wall kunt u verzamelingen beheren van aan de muur bevestigde schermen (ook bekend als videowall of videomuur). Deze worden vaak gebruikt bij commandocentrums, stadstoezicht, verkeersregelcentrales, enzovoort. Voorbeeld Als uw organisatie gebruikmaakt van Smart Wall, kunnen bepaalde Smart Client-weergaven posities bevatten met grafische voorstellingen van Smart Walls. Dergelijke posities zijn geen voorwaarde voor het gebruik van Smart Wall aangezien u afzonderlijke Smart Wall-schermen kunt weergeven (op pagina 112) in Smart Client door deze te selecteren in het deelvenster Weergaven van het tabblad Live. Weergaven met Smart Wall-posities bieden echter wel een uitstekend overzicht. Bovendien hebben deze posities andere voordelen, zoals de mogelijkheid om snel belangrijke beelden van de Smart Walls van uw organisatie Pagina 67 Livebeelden
68 weer te geven. U kunt namelijk volledige Smart Client-weergaven, of enkele camera s vanuit kaarten (op pagina 66). rechtstreeks naar de grafische voorstelling van een Smart Wall slepen. Voorbeeld: grafische voorstelling van Smart Wall in weergavepositie Gewenste Smart Wall en voorkeurinstelling selecteren Als uw organisatie beschikt over meerdere Smart Walls, selecteert u de gewenste Smart Wall in het menu Smart Wall linksboven in de Smart Wall-positie: Als de gewenste Smart Wall beschikt over meerdere voorkeurinstellingen (dit zijn vooraf gedefinieerde instellingen die bepalen welke camera s worden weergegeven en hoe inhoud wordt gestructureerd op elk scherm in de Smart Wall), selecteert u de gewenste voorkeurinstelling in het menu Voorkeurinstelling: Waarom is het menu Voorkeurinstelling leeg nadat ik een selectie heb gemaakt? Wanneer u een selectie maakt, wordt deze selectie uiteraard toegepast. Aangezien de voorkeurinstelling echter handmatig kan worden gewijzigd door andere gebruikers of automatisch via vooraf gedefinieerde regels in het bewakingssysteem, is niet bekend hoe lang de Smart Wall uw geselecteerde voorkeurinstelling behoudt. Daarom blijft het menu Voorkeurinstelling leeg nadat u een selectie hebt gemaakt. Indeling van een Smart Wall-scherm wijzigen U kunt op verschillende manieren de inhoud en indeling van schermen in een Smart Wall wijzigen: U kunt een camera vanuit een bestaande Smart Client-weergave, zowel een persoonlijke als een gedeelde, verzenden naar een Smart Wall: klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie, selecteer Naar Smart Wall verzenden, selecteer de gewenste Smart Wall, selecteer het gewenste scherm en selecteer ten slotte de gewenste positie op het scherm. U kunt een bestaande weergave in Smart Client snel weergeven op een scherm in een Smart Wall door de gewenste weergave rechtstreeks vanuit het deelvenster Weergaven te slepen naar het gewenste Pagina 68 Livebeelden
69 scherm in de grafische voorstelling van de Smart Wall. Dit is van toepassing op zowel persoonlijke als gedeelde weergaven. Klik in de grafische voorstelling van de Smart Wall met de rechtermuisknop op het gewenste scherm, selecteer Weergave-indeling wijzigen, selecteer de gewenste schermverhouding (4: 3 of 16: 9) en selecteer ten slotte de gewenste weergave-indeling. Selecteer een andere voorkeurinstelling voor de Smart Wall (dit kan van invloed zijn op alle schermen in de Smart Wall). In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Walls. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Camera s vanuit deelvenster Camera s naar Smart Walls slepen U kunt een camera snel weergeven op de Smart Wall van uw organisatie door de gewenste camera rechtstreeks vanuit het deelvenster Camera s (op pagina 73) in het tabblad Live te slepen naar een positie op een scherm in de grafische voorstelling van de Smart Wall. Zorg hiervoor dat het deelvenster Camera s wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Camera s: Als het deelvenster Camera s nog steeds niet beschikbaar is, opent u het dialoogvenster Opties (op pagina 159), selecteert u het tabblad Deelvensters (op pagina 160), stelt u Camera s voor de modus Live in op Beschikbaar en klikt u op OK. De camera s in de lijst in het deelvenster Camera s zijn gegroepeerd op de server waartoe de camera s behoren. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen camera s van die server selecteren. In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Walls. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Camera s vanuit kaarten naar Smart Walls slepen Maakt uw organisatie ook gebruik van de kaartfunctie (op pagina 66)? In dat geval kunt u een camera snel weergeven op de Smart Wall van uw organisatie door de gewenste camera rechtstreeks vanuit de kaart te slepen naar een positie op een scherm in de grafische voorstelling van de Smart Wall. Pagina 69 Livebeelden
70 Dit geldt voor camera s op kaarten in dezelfde weergave als de Smart Wall-positie en ook voor camera s van kaarten in andere weergaven, zoals weergaven in zwevende vensters of op secundaire beeldschermen. In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Walls. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Beelden van Smart Wall-schermen verzenden naar Smart Client-weergaven Op dezelfde manier als bij beelden verzenden tussen weergaven (op pagina 74) in Smart Client zelf, kunt u ook beelden verzenden vanaf afzonderlijke schermen in een Smart Wall naar weergaven in Smart Client: Klik in de grafische voorstelling van de Smart Wall met de rechtermuisknop op het gewenste scherm, selecteer Weergave verzenden naar en selecteer vervolgens de gewenste bestemming (raadpleeg Meerdere vensters gebruiken voor definities van Primair beeldscherm, Zwevend venster, enzovoort). In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Client-weergaven. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Inhoud van Smart Wall-schermen verwijderen Beelden die op Smart Wall-schermen worden weergegeven, kunt u verwijderen. U kunt de volledige inhoud van het scherm verwijderen of beelden van afzonderlijke posities op een scherm. Dit kan een snelle manier zijn om bijvoorbeeld beelden met gevoelige informatie te verwijderen uit de Smart Wall. De volledige inhoud van het scherm verwijderen: Klik in de grafische voorstelling van de Smart Wall met de rechtermuisknop op het gewenste scherm en selecteer Weergave wissen. Hiermee worden alle beelden van het scherm verwijderd, terwijl de indeling van het scherm behouden blijft. Beelden van afzonderlijke posities verwijderen: Klik in de grafische voorstelling van de Smart Wall met de rechtermuisknop op de gewenste positie in het gewenste scherm en selecteer Uit weergave verwijderen. Hiermee worden de beelden van de betreffende positie verwijderd, terwijl de overige inhoud en de indeling van het scherm behouden blijven. Onthoud dat wat op een Smart Wall wordt weergegeven, handmatig door andere gebruikers of automatisch via vooraf gedefinieerde regels in het bewakingssysteem kan worden gewijzigd. Zelfs als u handmatig inhoud van de Smart Wall verwijdert, kan deze inhoud dus later opnieuw worden weergegeven in de Smart Wall. Neem contact op met de serverbeheerder van het bewakingssysteem als u wilt voorkomen dat bepaalde inhoud wordt weergegeven in Smart Walls. Pagina 70 Livebeelden
71 Snelmenu s van camera s U kunt het snelmenu openen door met de rechtermuisknop te klikken in een van de cameraposities van een weergave in het tabblad Live. Bepaalde inhoud van het snelmenu kan per camera verschillen, afhankelijk van de configuratie van de geselecteerde camera. Voor sommige functies zijn mogelijk bepaalde gebruikersrechten vereist. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Bepaalde functies zijn mogelijk alleen beschikbaar indien deze worden ondersteund door het bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie. Opname starten gedurende # min.: hiermee kunt u beelden van de geselecteerde camera opnemen. Wanneer een opname is gestart, wordt gedurende een aantal minuten opgenomen. Beschikbaar voor alle camera s. Raadpleeg Opnemen tijdens weergave van livebeelden (op pagina 98) voor meer informatie. Kopiëren: hiermee kunt u het weergegeven beeld naar het klembord kopiëren. Vervolgens kunt u de gekopieerde afbeelding plakken in andere toepassingen, zoals tekstverwerkers, enzovoort. Beschikbaar voor alle camera's. Raadpleeg Afzonderlijke beelden kopiëren (op pagina 114) voor meer informatie. Camera: hiermee kunt u een andere camera in de weergavepositie selecteren. Op deze manier kunt u schakelen tussen beelden van verschillende camera s in dezelfde weergavepositie. Alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots, carrousels of Matrix-inhoud.Raadpleeg Schakelen tussen camera s in cameraposities (op pagina 73) voor meer informatie. Geluidssignalen: hiermee kunt u tijdelijk geluidssignalen uitschakelen. Alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Alleen beschikbaar als voor de camera geluidssignalen (hoorbare signalen die worden geactiveerd wanneer een gebeurtenis en/of beweging optreedt) zijn geconfigureerd in het tabblad Instellingen van Smart Client. Raadpleeg Geluidssignalen verwerken (op pagina 114) voor meer informatie. PTZ-voorkeurposities: hiermee kunt u een PTZ-camera verplaatsen naar de voorkeurposities. Alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Alleen beschikbaar als de geselecteerde camera een PTZ-camera is. Raadpleeg PTZ gebruiken (op pagina 96) voor meer informatie. Matrix: hiermee kunt u beelden van de geselecteerde camera verzenden naar een Matrixontvanger.Alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots of carrousels. Alleen beschikbaar als Matrix (een functie voor gedistribueerde weergave van beelden, alleen beschikbaar met bepaalde bewakingssystemen) in het bewakingssysteem is geconfigureerd en u de vereiste gebruikersrechten hebt. Raadpleeg Beelden verzenden naar Matrix-ontvangers (op pagina 94) voor meer informatie. Camera verzenden: hiermee kunt u beelden van de geselecteerde camerapositie verzenden naar een andere positie met één camera. U kunt de camera verzenden naar een zwevend venster of naar een andere positie in een geopende weergave, inclusief weergaven die zijn geopend in zwevende vensters of op secundaire beeldschermen. Alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Raadpleeg Beelden verzenden tussen weergaven (op pagina 74) voor meer informatie. Cameraberichten Onder bepaalde omstandigheden kunnen berichtteksten in witte letters over een of meer cameraposities van een weergave worden getoond. Pagina 71 Livebeelden
72 Voorbeeld van een cameraberichttekst Raadpleeg Berichten in cameraposities (op pagina 168) voor een volledig overzicht van de berichtteksten met uitleg en instructies. Cameraposities vergroten Als u beelden van een bepaalde camerapositie in een weergave wilt vergroten, dubbelklikt u op de camerapositie. Klik nogmaals op de camerapositie om terug te keren naar de normale weergave. Tip: afhankelijk van de configuratie worden beelden van de camera mogelijk in de hoogste kwaliteit weergegeven wanneer u deze vergroot weergeeft, zelfs als u voor de camera een beperkte beeldkwaliteit hebt geselecteerd in het tabblad Instellingen. Privacymaskers Met privacymaskers kan worden voorkomen dat bepaalde gedeelten in een weergavehoek van de camera worden weergegeven. Voorbeeld: een camera waarmee een parkeerplaats wordt bewaakt, is onder een zodanige hoek bevestigd dat ook de ramen van een privékeuken en -woonkamer binnen het opnamegebied vallen. Ten behoeve van de privacy van de bewoner wordt het zicht op de ramen geblokkeerd met privacymaskers. In Smart Client worden privacymaskers weergegeven als zwarte gedeelten in de videobeelden. In dit voorbeeld zijn privacymaskers gebruikt om het zicht op vijf ramen te blokkeren: U kunt privacymaskers niet verwijderen. Deze worden volledig gedefinieerd door de beheerder van het be wa k ingssysteem. Pagina 72 Livebeelden
73 Als privacymaskers worden gebruikt, worden deze weergegeven in alle situaties waarin beelden worden getoond, ook bij het exporteren (op pagina 151) van beelden of afdrukken (op pagina 157) van stilstaande beelden. Als u beelden met privacymaskers exporteert, kan het exportproces iets langer duren dan normaal en kan de bestandsgrootte van de export kan iets groter zijn dan normaal. Schakelen tussen camera s in cameraposities U kunt de camera s wijzigen die worden weergegeven in de cameraposities van een weergave. Op deze manier kunt u schakelen tussen beelden van verschillende camera s in dezelfde cameraposities van een weergave. Deze functie is echter bedoeld om tijdelijk te schakelen tussen camera s. De weergave wordt hiermee niet permanent gewijzigd. Als u de inhoud van een weergave permanent wilt wijzigen, moet u dit doen vanuit het tabblad Instellingen. Deze functie is alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots (op pagina 65), carrousels (op pagina 65) of Matrix (op pagina 66) -inhoud. Als u de functie gebruikt vanuit het deelvenster Camera, werkt deze ook met Smart Wall (op pagina 67) -posities. Camera s slepen vanuit deelvenster Camera s Tip: u kunt met deze methode ook camera s slepen naar Smart Wall-posities (op pagina 67), maar alleen bij gebruik in het tabblad Live. 1. Selecteer de gewenste weergave. 2. Zorg dat het deelvenster Camera s wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Camera s: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 3. Sleep de gewenste camera vanuit het deelvenster Camera naar de gewenste positie in de weergave. De camera s in de lijst in het deelvenster Camera s zijn gegroepeerd op de server waartoe de camera s behoren. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen camera s van die server selecteren. Snelmenu in cameraposities gebruiken 1. Selecteer de gewenste weergave. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer eerst Camera in dit menu. Selecteer vervolgens in het eerste submenu de gewenste server (Smart Client ondersteunt de weergave van camera s van meerdere servers) en in het tweede submenu de gewenste camera. Tip: de camera die oorspronkelijk in de weergavepositie werd getoond, wordt boven in het eerste submenu vermeld, met de toevoeging (standaard) achter de cameranaam. Op deze manier kunt u snel terugschakelen naar de oorspronkelijke camera. Sneltoetsen gebruiken Als cameranummers op de server van het bewakingssysteem zijn gedefinieerd, kunt u ook schakelen tussen camera s met sneltoetsen. Raadpleeg Standaardsneltoetsen gebruiken voor meer informatie. Dergelijke cameranummers worden tussen haakjes weergegeven vóór de cameranamen in het snelmenu dat hierboven wordt beschreven onder Snelmenu in cameraposities gebruiken. Pagina 73 Livebeelden
74 Beelden verzenden tussen weergaven U kunt beelden van een geselecteerde camerapositie verzenden naar een andere positie met één camera, naar een zwevend venster of naar een andere positie in een geopende weergave, inclusief weergaven die zijn geopend in zwevende vensters of op secundaire beeldschermen. Deze functie is alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots (op pagina 65), carrousels (op pagina 65) of Matrix (op pagina 66) -inhoud. 1. Selecteer de weergave die de camera bevat waarvan u beelden wilt verzenden. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer eerst Camera verzenden in dit menu. Selecteer vervolgens in het eerste submenu de gewenste doelweergave en in het tweede submenu de gewenste camerapositie. Als u bepaalde cameraposities in het tweede submenu niet kunt selecteren, komt dit doordat de posities niet in gebruik zijn of doordat deze worden gebruikt voor hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Alarmen afhandelen in modus Live De alarm- en kaartfuncties zijn alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174). Voor de hieronder beschreven functies zijn mogelijk bepaalde gebruikersrechten vereist. Wat is de alarmafhandelingsfunctie? Met de alarmfunctie kunt u een centraal overzicht krijgen van gebeurtenissen en de technische status van het bewakingssysteem binnen uw organisatie, zowel op kleine als op grote afstand. Op de server van het bewakingssysteem kan vrijwel elk type gebeurtenis of technisch probleem worden ingesteld om een alarm te activeren. Op deze manier hebt u in Smart Client de beschikking over een krachtig beheerhulpmiddel, waarmee u een direct overzicht kunt krijgen van gebeurtenissen en mogelijke technische problemen, naast de volgende mogelijkheden: alarmen kunnen worden gefilterd meerdere gebruikers kunnen dezelfde alarmgroep afhandelen dynamische alarmafhandeling op basis van rollen: gebruikers kunnen alarmen op verschillende manieren weergeven en afhandelen grafische hiërarchische overzichten van bewakingssystemen en de bijbehorende status centraal technisch overzicht van alle onderdelen: servers, camera s en externe apparaten centraal aanmelden van alle binnenkomende alarmen en systeeminformatie ondersteuning voor plug-ins voor aangepaste integratie van andere systemen, zoals toegangsbeheersystemen Als uw organisatie gebruikmaakt van alarmafhandeling in Smart Client, hebt u de beschikking over een of meer specifieke weergaven voor alarmafhandeling. Elke weergave voor alarmafhandeling bevat doorgaans een alarmlijstpositie, een alarmvoorbeeldpositie (voor het bekijken van beelden die aan specifieke alarmen zijn gekoppeld) en meestal ook een kaartpositie (voor geografische weergave van alarmaanduidingen). Alarmlijst Binnenkomende alarmen worden in de alarmlijstpositie weergegeven, met de meest recente alarmen boven in de lijst. De lijst wordt om de 3 seconden bijgewerkt. Het uiterlijk van de lijst is afhankelijk van hetgeen is opgegeven bij het instellen van de weergave voor alarmafhandeling (op pagina 51), maar doorgaans ziet deze er als volgt uit: Pagina 74 Livebeelden
75 Alarmen waaraan beelden zijn gekoppeld, worden weergegeven met het pictogram. Als u een stilstaand beeld van het tijdstip van het alarm wilt weergeven, plaatst u de muisaanwijzer op het pictogram. Als u opgenomen beelden wilt weergeven van de aan het alarm gekoppelde camera( s), selecteert u het alarm in de lijst en speelt u de opgenomen beelden af via het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122) van het tabblad Afspelen. De beelden worden weergegeven in de alarmvoorbeeldpositie van de weergave (zie hieronder voor meer informatie over de alarmvoorbeeldpositie). Tip: u kunt meerdere alarmen tegelijk selecteren. In dat geval worden beelden van maximaal 16 camera s die aan de geselecteerde alarmen zijn gekoppeld in de alarmvoorbeeldpositie weergegeven. Voor optimale prestaties worden in de lijst standaard maximaal 100 alarmen tegelijk weergegeven. Met de knoppen rechtsboven in de alarmlijstpositie kunt u bladeren naar de vorige/volgende alarmen. Servers Aan de linkerzijde van de alarmlijst worden alarmen gegroepeerd op de server van het bewakingssysteem waar het alarm vandaan komt. Veel bewakingssystemen hebben slechts één server, maar sommige systemen kunnen bestaan uit meerdere servers in een hiërarchie. In dat geval worden alle servers weergegeven waartoe u toegang hebt. U kunt op elk onderdeel klikken, zodat u de alarmlijst snel kunt filteren op server, alle prioriteiten, hoge prioriteit, enzovoort. Het getal dat voor elk onderdeel wordt weergegeven, vertegenwoordigt het aantal alarmen met de betreffende prioriteit of status. Het getal dat voor servers wordt weergegeven, vertegenwoordigt echter alleen het aantal alarmen in de status Nieuw. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen alarmen van die server weergeven. Prioriteiten Alarmen kunnen de volgende prioriteiten hebben: Hoog, Gemiddeld of Laag. De prioriteit van elk alarm wordt weergegeven in de eerste kolom van de alarmlijst. Als u snel alle alarmen met een bepaalde prioriteit wilt weergeven, selecteert u de gewenste prioriteit in de navigatiestructuur aan de linkerzijde van de alarmlijst. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over het gebruik van de verschillende prioriteitsniveaus binnen uw organisatie. Statuswaarden Alarmen kunnen de volgende statuswaarden hebben: Nieuw, Wordt uitgevoerd, In wachtstand of Gesloten. De status van elk alarm wordt weergegeven in de kolom Status van de alarmlijst. Als u snel alle alarmen met een bepaalde status wilt weergeven, selecteert u de gewenste status in de navigatiestructuur aan de linkerzijde van de alarmlijst. Aanvankelijk hebben alle alarmen de status Nieuw, maar wanneer u of uw collega s eenmaal beginnen met het afhandelen van de alarmen, wordt de status ervan bijgewerkt. Hieronder vindt u meer informatie over het afhandelen van alarmen vanuit de alarmlijst. Alarmlijst filteren U kunt de inhoud van de alarmlijst filteren zodat alleen relevante alarmen worden weergegeven, bijvoorbeeld alarmen binnen een bepaalde tijdsperiode of alarmen die aan u zijn toegewezen. Als u de inhoud van de alarmlijst wilt filteren, klikt u op de knop rechtsboven in de alarmlijstpositie (op bepaalde besturingssystemen kan de knop een lichtere kleur hebben ). Pagina 75 Livebeelden
76 U kunt filters combineren (bijvoorbeeld een bepaalde eigenaar en een bepaalde datum). Wanneer u een filter toepast, wordt de achtergrondkleur van het gefilterde gedeelte gewijzigd van blauw in oranje. Als u wilt terugkeren naar de niet-gefilterde alarmlijst, klikt u op de koppeling Filter wissen rechtsboven in de alarmlijstpositie. Mogelijk worden niet alle filtervelden gebruikt binnen uw organisatie. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over welke velden worden gebruikt binnen uw organisatie. Tip: in velden waarin u de filtercriteria typt, is het vaak voldoende om de eerste paar tekens van de gewenste naam, locatie en dergelijke te typen. Wanneer u filtercriteria hebt getypt, wordt de alarmlijst pas bijgewerkt wanneer u de invoegpositie naar een ander filterveld verplaatst. Tip: als de weergave voor alarmafhandeling mapinhoud bevat, kunt u de alarmlijst ook filteren door met de rechtermuisknop te klikken op een element (camera, server en dergelijke) op de kaart en vervolgens Alarmen weergeven te selecteren. Hiermee worden in de alarmlijst alleen alarmen van het geselecteerde element weergegeven. Er kan geen verbinding worden gemaakt Als de verbinding wordt verbroken tussen Smart Client en de Event Server (het serveronderdeel van het bewakingssysteem waarin alarmen worden verwerkt), wordt u hiervan in de alarmlijst op de hoogte gesteld doordat de kleur van de bovenbalk van blauw in rood verandert. Dit is van belang aangezien u geen nieuwe alarmen kunt ontvangen zolang de verbinding is verbroken. De verbinding kan bijvoorbeeld worden verbroken vanwege netwerkproblemen. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem wanneer het probleem aanhoudt. Zodra de verbinding is hersteld, wordt de bovenbalk weer blauw. Alarmen afhandelen vanuit de alarmlijst In de alarmlijst kunt u alarmen accepteren, alarmen bewerken of rapporten met alarmgegevens afdrukken. Alarm accepteren Als u wilt aangeven dat u een alarm hebt ontvangen en dat u er iets mee gaat doen, klikt u met de rechtermuisknop op het betreffende alarm en selecteert u Accepteren. Hiermee wordt de status van het alarm gewijzigd van Nieuw in Wordt uitgevoerd. U kunt alleen nieuwe alarmen accepteren. Tip: u kunt meerdere alarmen tegelijk accepteren. Alarm bewerken Door een alarm te bewerken, kunt u de prioriteit en/of status van het alarm wijzigen, het alarm toewijzen aan een andere gebruiker, een opmerking schrijven en de alarmgeschiedenis weergeven. Afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kan de alarmgeschiedenis instructies bevatten over de uit te voeren actie bij het afhandelen van het alarm. In dat geval wordt de alarmgeschiedenis automatisch weergegeven wanneer u het alarm bewerkt. Als u een alarm wilt bewerken, klikt u met de rechtermuisknop op het betreffende alarm en selecteert u Bewerken. Er wordt een bewerkingsvenster geopend met de volgende opties: Status: hiermee kunt u de status van het alarm wijzigen. Doorgaans wijzigt u de status van Nieuw in Wordt uitgevoerd en later in In wachtstandof Gesloten. Desgewenst kunt u de status echter ook wijzigen van bijvoorbeeld In wachtstand in Nieuw. Prioriteit: hiermee kunt u de prioriteit van het alarm wijzigen. Toegewezen aan: hiermee kunt u het alarm toewijzen aan een gebruiker binnen uw organisatie, inclusief uzelf indien gewenst. De persoon aan wie u het alarm toewijst, wordt vervolgens de eigenaar van het alarm en wordt vermeld in de kolom Eigenaar van het alarm. Opmerking: mogelijkheid om op- en aanmerkingen te schrijven, die worden toegevoegd aan de alarmgeschiedenis. Opmerkingen hangen doorgaans samen met de acties die u uitvoert. Voorbeelden: Verdachte aangehouden door beveiliging, Verdachte overgedragen aan politie, Vals alarm, enzovoort. Alarmgeschiedenis: de alarmgeschiedenis is een overzicht van de wijze waarop het alarm is afgehandeld. Alle wijzigingen die u of uw collega s aanbrengen in de prioriteit of status van het alarm, Pagina 76 Livebeelden
77 het opnieuw toewijzen van het alarm tussen gebruikers en alle toegevoegde opmerkingen worden automatisch opgenomen in de alarmgeschiedenis. Als u de alarmgeschiedenis wilt weergeven, klikt u op de knop linksonder in het bewerkingsvenster. Afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kan de alarmgeschiedenis instructies bevatten over de uit te voeren actie bij het afhandelen van het alarm. In dat geval wordt de alarmgeschiedenis automatisch weergegeven wanneer u het alarm bewerkt. Afdrukken: hiermee kunt u een rapport afdrukken met alarmgegevens, waaronder de alarmgeschiedenis en, indien beschikbaar, een stilstaand beeld van het tijdstip van het alarm. Tip: als u het bewerkingsvenster snel wilt openen vanuit de alarmlijst, kunt u ook dubbelklikken op het gewenste alarm in de alarmlijst. Tip: u kunt meerdere alarmen tegelijk bewerken. De afdrukfunctie is echter niet beschikbaar als u meerdere alarmen tegelijk bewerkt. Rapport met alarmgegevens afdrukken Vanuit de alarmlijst kunt u een rapport afdrukken met alarmgegevens, waaronder de alarmgeschiedenis en, indien beschikbaar, een stilstaand beeld van het tijdstip van het alarm. Klik hiertoe met de rechtermuisknop op het betreffende alarm en selecteer Afdrukken. U kunt de afdrukfunctie niet gebruiken als u meerdere alarmen in de alarmlijst hebt geselecteerd. Alarmvoorbeeld Als aan een alarm beelden zijn gekoppeld, kunt u in het alarmvoorbeeld opgenomen beelden weergeven van het alarm dat in de alarmlijstpositie is geselecteerd. Als u opgenomen beelden wilt weergeven van de aan het alarm gekoppelde camera( s), selecteert u het alarm in de lijst en speelt u de opgenomen beelden af via het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122) van het tabblad Afspelen. Doorgaans zijn beelden van slechts één camera aan een alarm gekoppeld, maar afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kunnen voor een enkel alarm gekoppelde beelden van maximaal 16 gerelateerde camera s worden weergegeven. In dat geval bestaat de alarmvoorbeeldpositie uit meerdere kleinere posities: een voor elke gekoppelde camera. Dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn als meerdere camera s een incident vanuit verschillende hoeken belichten. Alarmvoorbeeldpositie met vier camera s Een andere reden waarom veel camera s in het alarmvoorbeeld worden weergegeven, is dat u meerdere alarmen in de alarmlijst kunt selecteren. In dat geval worden beelden van maximaal 16 camera s die aan de geselecteerde alarmen zijn gekoppeld in het alarmvoorbeeld weergegeven. Als er geen beelden aan een alarm zijn gekoppeld, wordt het alarmvoorbeeld grijs weergegeven. Alarmen op kaarten Als de weergave voor alarmafhandeling een of meer kaartposities bevat, kunt u ook alarmen op een kaart weergeven. Een kaart kan zeer handig zijn om een alarm weer te geven op basis van de geografische locatie van de camera, server of ander apparaat waardoor het alarm is geactiveerd. Als gebruiker van Smart Client kunt u dan direct zien waar een alarm vandaan komt. U kunt kaarten groeperen in hiërarchieën, zodat u in detail door kaarten kunt navigeren, bijvoorbeeld van provincieniveau naar stadsniveau, van stadsniveau naar straatniveau, van straatniveau naar huisniveau en van huisniveau naar kamerniveau. Pagina 77 Livebeelden
78 Kort gezegd kunnen kaarten grafische elementen bevatten die camera s, servers, enzovoort vertegenwoordigen. In camera-elementen worden miniatuurbeelden weergegeven zodra u de muisaanwijzer erop plaatst. In combinatie met alarmen worden de grafische elementen op kaarten weergegeven met een zeer herkenbare witte cirkel eromheen als een alarm optreedt. Als bijvoorbeeld een alarm optreedt dat aan een bepaalde camera is gekoppeld, wordt direct een witte cirkel weergegeven rond het grafische element dat deze camera vertegenwoordigt (1 in de onderstaande afbeelding). Vervolgens kunt u op het camera-element klikken en niet alleen beelden van de camera weergeven, maar ook het alarm afhandelen via het getoonde menu. Stel dat de camera waaraan een alarm is gekoppeld zich op een kaart op straatniveau bevindt, maar u geeft een kaart op stadsniveau weer. Hoe kunt u het alarm dan waarnemen? Dit is geen probleem, dankzij hotzones. Dit zijn grafische voorstellingen die verschillende niveaus in een kaarthiërarchie aan elkaar koppelen. Als een alarm wordt gedetecteerd op de kaart op straatniveau, wordt de hotzone op de kaart op stadsniveau wit (2 in de onderstaande afbeelding) om aan te geven dat er een alarm is op een kaart op lager niveau, ook als zich hiertussen nog kaartniveaus bevinden. Als wit geen geschikte kleur is om alarmen aan te geven op uw kaart, kunt u de kleur wijzigen in het tabblad Instellingen van Smart Client. Raadpleeg Inhoud voor alarmafhandeling toevoegen aan weergaven (op pagina 51). De kleur voor alarmen kan dan ook afwijken binnen uw organisatie. In de livemodus kunt u kaarten ook gebruiken voor vele andere doeleinden (op pagina 66) dan alarmafhandeling. Alarmen afhandelen vanuit kaarten Als de weergave voor alarmafhandeling een of meer kaartposities bevat, kunt u primaire alarmafhandeling rechtstreeks op de kaarten uitvoeren door met de rechtermuisknop te klikken op het gewenste element (camera, server, enzovoort, maar ook hotzones). Pagina 78 Livebeelden
79 Alarmen weergeven: hiermee wordt de alarmlijstpositie gefilterd (zie hierboven) zodat in de alarmlijst alleen alarmen worden weergegeven van het element dat u op de kaart hebt geselecteerd. Tip: als u wilt terugkeren naar de alarmlijstmodus waarin alarmen van meerdere elementen worden weergegeven, klikt u op de gewenste server, prioriteit of status aan de linkerzijde van de alarmlijst. Alarmen accepteren: hiermee kunt u snel alle nieuwe alarmen accepteren van het element dat u op de kaart hebt geselecteerd. De status van deze alarmen wordt vervolgens gewijzigd in Wordt uitgevoerd. Hiermee geeft u aan dat u de alarmen hebt ontvangen en dat u er iets mee gaat doen. U kunt alleen nieuwe alarmen accepteren. Als het geselecteerde element veel nieuwe alarmen bevat, kan het enige tijd duren voordat alle nieuwe alarmen zijn bijgewerkt naar de status Wordt uitgevoerd en de witte cirkel rond het element van de kaart verdwijnt. Liveaudio Audio wordt niet door alle bewakingssystemen ondersteund. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Ook op systemen die audio ondersteunen, kan de ondersteuning voor specifieke audiofuncties echter per systeem verschillen. Verder kan de toegang tot liveaudio of bepaalde functies voor liveaudio beperkt zijn, afhankelijk van uw gebruikersrechten. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Smart Client ondersteunt zowel binnenkomende als uitgaande audio: vanuit Smart Client kunt u luisteren naar liveopnamen van microfoons die op camera s zijn aangesloten en live tot toehoorders spreken via luidsprekers die op camera s zijn aangesloten. U kunt desgewenst tegelijk luisteren en spreken. Op deze manier staat u rechtstreeks in contact met toehoorders. Voor dergelijke interactie moeten op de betreffende camera s microfoons en luidsprekers zijn aangesloten. U kunt audio uiteraard gebruiken wanneer alleen microfoons of alleen luidsprekers beschikbaar zijn. U bestuurt audio in de eerste plaats in het deelvenster Audio van het tabblad Live. Zorg dat het deelvenster Audio wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Audio. Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Luisteren Als u wilt luisteren naar liveaudio van microfoons die op de camera s zijn aangesloten, selecteert u de gewenste microfoon in de lijst Microfoons. Tip: u kunt naar audio luisteren, onafhankelijk van de weergaven/camera s die worden getoond. Selecteer Dempen als u liveaudio tijdelijk wilt uitschakelen. Als Geen microfoonhardware wordt weergegeven in de lijst Microfoons, beschikt de computer niet over de vereiste hardware voor het afspelen van audio van het bewakingssysteem. Doorgaans houdt dit in dat de computer niet over een geluidskaart beschikt. Als Geen microfoonbronnen wordt weergegeven in de lijst, kan op de computer audio worden afgespeeld, maar zijn er geen microfoons beschikbaar die zijn aangesloten op camera s. Tip: als er weergaven zijn met kaarten (op pagina 66), kunnen deze kaarten microfoonelementen bevatten. In dat geval kunt u eenvoudig naar audio luisteren door op het gewenste microfoonelement te klikken. Klik en houd de muisknop ingedrukt zolang u wilt luisteren. Spreken U kunt op drie manieren tot toehoorders spreken via luidsprekers die op camera s zijn aangesloten: via het deelvenster Audio, via overlayknoppen of met de luidsprekerfunctionaliteit op kaarten (op pagina 66). BELANGRIJK: het bewakingssysteem kan binnenkomende audio opnemen van microfoons die zijn aangesloten op camera s, zelfs als geen beelden worden opgenomen. Uitgaande audio die wordt overgebracht via Pagina 79 Livebeelden
80 luidsprekers die op camera s zijn aangesloten, wordt echter alleen op bepaalde bewakingssystemen opgenomen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie. Afhankelijk van het bewakingssysteem zijn opnamen al dan niet geschikt om bijvoorbeeld te bewijzen dat een gebruiker van Smart Client via luidsprekers bepaalde instructies heeft gegeven. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Deelvenster Audio 1. Zorg dat het deelvenster Audio van het tabblad Live wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Audio: Als het deelvenster Audio of de sneltoets niet beschikbaar zijn, opent u het dialoogvenster Opties (op pagina 159), selecteert u het tabblad Deelvensters (op pagina 160), stelt u Uitvoer voor de modus Live in op Beschikbaar en klikt u op OK. 2. Selecteer de gewenste luidsprekers in de lijst Luidsprekers in het deelvenster Audio. Als Geen luidsprekerhardware wordt weergegeven in de lijst Luidsprekers, beschikt de computer niet over de vereiste hardware voor het gebruik van luidsprekers in het bewakingssysteem. Doorgaans houdt dit in dat de computer geen geluidskaart heeft. Als Geen luidsprekerbronnen wordt weergegeven in de lijst, kunnen op de computer luidsprekers worden gebruikt, maar zijn geen luidsprekers beschikbaar die zijn aangesloten op camera s. Tip: u kunt via meerdere luidsprekers tegelijk spreken. Indien op meerdere camera s in het bewakingssysteem luidsprekers zijn aangesloten (en u over de vereiste toegangsrechten beschikt), kunt u via alle luidsprekers tegelijk spreken: selecteer Alle luidsprekers in de lijst Luidsprekers. 3. Klik op de knop Spreken en houd deze ingedrukt zolang u wilt spreken. Doordat u de knop ingedrukt moet houden, net als bij een walkietalkie, hebt u volledige controle over hetgeen via de luidsprekers wordt overgebracht. Tip: tijdens het spreken geeft de niveaumeter naast de knop Spreken het volumeniveau van uw stem aan. Als de meter bijna niet uitslaat, moet u waarschijnlijk dichter bij de microfoon spreken. Als de meter helemaal niet uitslaat, ook niet wanneer u dicht bij de microfoon spreekt, moet u controleren of de microfoon op de juiste manier is ingesteld en aangesloten op de computer. Overlayknoppen Als voor de betreffende camera een overlayknop (op pagina 35) beschikbaar is voor spreken via gekoppelde luidsprekers, klikt u op deze knop en houd deze ingedrukt zolang u wilt spreken. Als overlayknoppen beschikbaar zijn, worden deze weergegeven wanneer u de muisaanwijzer op de gewenste camerapositie in de weergave plaatst. Krijg ik een indicatie van het volumeniveau van mijn stem? Ja, de niveaumeter naast de knop Spreken in het deelvenster Audio geeft het volumeniveau van uw stem aan, mits het deelvenster Audio van het tabblad Live wordt weergegeven. Als de meter bijna niet uitslaat, moet u waarschijnlijk dichter bij de microfoon spreken. Als de Pagina 80 Livebeelden
81 meter helemaal niet uitslaat, ook niet wanneer u dicht bij de microfoon spreekt, moet u controleren of de microfoon op de juiste manier is ingesteld en aangesloten op de computer. Als het deelvenster Audio niet wordt weergegeven, klikt u op de sneltoets voor het deelvenster Audio in de sneltoetsbalk linksonder in het tabblad Live. Als het deelvenster of de sneltoets niet beschikbaar zijn, opent u het dialoogvenster Opties (op pagina 159), selecteert u het tabblad Deelvensters (op pagina 160), stelt u Audio voor de modus Live in op Beschikbaar en klikt u op OK. Kaarten Als er weergaven zijn met kaarten (op pagina 66), kunnen deze kaarten luidsprekerelementen bevatten. In dat geval kunt u eenvoudig spreken door op het gewenste luidsprekerelement te klikken. Klik en houd de muisknop ingedrukt zolang u wilt spreken. Geselecteerde audioapparaten vastzetten Achtergrond: als u een andere camera of weergave selecteert, wordt de selectie van microfoon en luidspreker standaard hieraan aangepast. Wanneer u een andere camera selecteert waarop microfoons en/of luidsprekers zijn aangesloten, kunt u dan ook direct luisteren en spreken via deze microfoons en/of luidsprekers, zonder deze opnieuw te selecteren in de lijst Microfoons en/of Luidsprekers. Soms wilt u dit gedrag mogelijk veranderen. Mogelijk wilt u bijvoorbeeld luisteren of spreken via de microfoons en/of luidsprekers van een bepaalde camera, terwijl een andere camera of weergave is geselecteerd. In dat geval schakelt u Geselecteerde audioapparaten vastzetten in. Voorbeeld: u moet luisteren naar en spreken met het slachtoffer van een misdrijf via microfoons en luidsprekers die op camera A zijn aangesloten, maar u moet ook dringend camera s X, Y en Z in de gaten houden, die in verschillende weergaven worden getoond. Wanneer u Geselecteerde audioapparaten vastzetten inschakelt, kunt u communiceren met het slachtoffer op camera A terwijl u tegelijkertijd de overige camera s bekijkt. Alleen apparaten van huidige weergave vermelden Als het bewakingssysteem een groot aantal microfoons en/of luidsprekers bevat, kunnen de lijsten waarin u microfoons en luidsprekers selecteert in het deelvenster Audio zeer lang zijn. Als dit voor u problematisch is, kunt u de lijsten beperken zodat deze alleen microfoons en luidsprekers bevatten die van belang zijn voor de weergave die u op dat moment gebruikt. In dat geval schakelt u Alleen apparaten van huidige weergave vermelden in. In deze context omvat huidige weergave ook alle weergaven die zijn geopend als zwevende vensters en op primaire en secundaire beeldschermen. Raadpleeg Meerdere vensters gebruiken voor meer informatie over het gebruik van meerdere weergaven tegelijkertijd. Audio met camera in modus Afspelen Als de geselecteerde camera zich in de afspeelmodus (op pagina 95) bevindt, hoort u audio die is opgenomen via de standaardmicrofoon en, indien ondersteund, luidspreker van de camera. Het deelvenster Audio van het tabblad Live heeft in dat geval geen functie. Veelgestelde vragen over liveaudio Kan ik het opnameniveau aanpassen van een microfoon die op een camera is aangesloten? Een dergelijke functie is niet aanwezig in Smart Client, maar zeer waarschijnlijk kunt u het opnameniveau aanpassen op de microfoon zelf of via de configuratie-interface van de camera-apparatuur waar de microfoon op is aangesloten. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Kan ik het uitvoerniveau aanpassen van luidsprekers die op een camera zijn aangesloten? Een dergelijke functie is niet aanwezig in Smart Client. Wel geeft de niveaumeter van Smart Client (die beschikbaar is zolang u de knop Spreken ingedrukt houdt) een indicatie van het invoerniveau, zodat u een inschatting kunt maken van het uitvoerniveau. Zeer waarschijnlijk kunt u het uitvoerniveau op de luidsprekers zelf aanpassen of via de configuratie-interface van de camera-apparatuur waar de luidsprekers op zijn aangesloten. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Pagina 81 Livebeelden
82 Kunnen andere gebruikers van Smart Client horen wat ik via luidsprekers zeg? Onder normale omstandigheden kunnen andere gebruikers van Smart Client niet horen wat u zegt. Afhankelijk van de omgeving waarin uw organisatie functioneert, is het echter mogelijk dat andere gebruikers kunnen horen wat u zegt als zij naar microfoons luisteren die zich fysiek in de buurt bevinden van de luidsprekers waardoor u spreekt. Kan ik via meerdere luidsprekers tegelijk spreken? Ja, indien op meerdere camera s in het bewakingssysteem luidsprekers zijn aangesloten (en u over de vereiste toegangsrechten beschikt), kunt u via alle luidsprekers tegelijk spreken: selecteer Alle luidsprekers in de lijst Luidsprekers en houd vervolgens de knop Spreken ingedrukt zolang u wilt spreken. Wordt audio opgenomen van een microfoon die op een camera is aangesloten? het bewakingssysteem neemt binnenkomende audio op van microfoons die zijn aangesloten op camera s, zelfs als geen beelden worden opgenomen. Wordt opgenomen wat ik via luidsprekers zeg? Het bewakingssysteem kan binnenkomende audio van microfoons opnemen, zelfs als geen beelden worden opgenomen. Uitgaande audio die wordt overgebracht via luidsprekers kan echter alleen op bepaalde bewakingssystemen opgenomen, afgespeeld en geëxporteerd. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie. Afhankelijk van het bewakingssysteem zijn opnamen al dan niet geschikt om bijvoorbeeld te bewijzen dat een gebruiker van Smart Client via luidsprekers bepaalde instructies heeft gegeven. Markeringen toevoegen U kunt incidenten in livebeelden of opgenomen beelden markeren. Een markering is in feite een klein videofragment dat doorgaans bestaat uit beelden van enkele seconden voor, tijdens en na het incident. Wanneer u een incident markeert, kunt u een optionele opmerking toevoegen. Markeringen zijn doorzoekbaar, zodat u en andere gebruikers van het bewakingssysteem de markeringen later eenvoudig terug kunnen vinden (op pagina 148). De markeringsfunctie is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het toevoegen van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Het kan ook voorkomen dat u markeringen wel kunt weergeven, terwijl u deze niet kunt toevoegen, en vice versa. U kunt markeringen toevoegen in de tabbladen Live en Afspelen van Smart Client. U kunt op meerdere manieren markeringen toevoegen: Markeringen toevoegen via deelvenster Markering Voor deze methode moet het deelvenster Markering zijn ingeschakeld voor elk tabblad in het dialoogvenster Opties (op pagina 160). Zorg verder dat het deelvenster Markering wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Markering: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). U kunt een snelle markering of een markering met details toevoegen: Snelle markering Een snelle markering is een markering met alleen de meest elementaire gegevens. De lengte van het fragment van een snelle markering wordt bepaald op de server van het bewakingssysteem. 1. Zorg dat u de gewenste camerapositie in de weergave hebt geselecteerd. 2. Zorg dat het selectievakje Details toevoegen van het deelvenster Markering is uitgeschakeld. 3. Klik op de knop Markering toevoegen. 4. U krijgt een bevestiging. Deze bevestiging verdwijnt na enige tijd automatisch. Pagina 82 Livebeelden
83 Markering met details Wanneer u details toevoegt aan de markering, kunt u een gedetailleerde beschrijving van het incident geven. Ook kunt u de lengte van het markeringsfragment bepalen. 1. Zorg dat u de gewenste camerapositie in de weergave hebt geselecteerd. 2. Zorg dat het selectievakje Details toevoegen van het deelvenster Markering is ingeschakeld. 3. Klik op de knop Markering toevoegen. 4. Controleer of de starttijd van het fragment, het tijdstip van de markering en de eindtijd van het fragment naar wens zijn. Starttijd van fragment: het videofragment van een markering bevat doorgaans beelden van enkele seconden voordat u de markering toevoegde. Op deze manier kunt u bijvoorbeeld bewijzen dat een gebouw inderdaad leeg was voordat er werd ingebroken. De voorgestelde starttijd van het fragment (een bepaald aantal seconden vóór het tijdstip van de markering) is opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem, maar kan worden gewijzigd (zie hieronder). Tijd van markering: het tijdstip waarop u de markering hebt toegevoegd, dat wil zeggen: het tijdstip waarop het gemarkeerde incident volgens u daadwerkelijk plaatsvond. U kunt deze tijd desgewenst wijzigen (zie hieronder). Eindtijd van fragment: het videofragment van een markering bevat doorgaans beelden van enkele seconden nadat u de markering toevoegde. Op deze manier kunt u bijvoorbeeld bewijzen hoe een inbreker het gebouw heeft verlaten. De voorgestelde eindtijd van het fragment (een bepaald aantal seconden na het tijdstip van de markering) is opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem, maar kan worden gewijzigd (zie hieronder). Als u de starttijd van het fragment, het tijdstip van de markering of de eindtijd van het fragment wilt aanpassen, plaatst u de muisaanwijzer op de voorbeeldafbeelding en gaat u met de afspeelregelaars naar de juiste tijd. Klik op de knoppen en om respectievelijk terug en verder te gaan in de tijd. Wanneer u op een van de knoppen klikt, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u het afspelen op elk tijdstip snel onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Sleep de schuifregelaar om beelden snel terug (naar links) of verder (naar rechts) in de tijd af te spelen. Hoe verder u de schuifregelaar verplaatst ten opzichte van de middenpositie, hoe sneller de beelden worden afgespeeld. In de afspeelregelaars wordt de tijd en datum van de opnamen weergegeven. Datum- en tijdnotatie kunnen verschillen afhankelijk van de instellingen van de computer. Wanneer u klaar bent, klikt u op de verplichte knop Instellen. 5. Typ een koptekst (maximaal 50 tekens) en een beschrijving van het incident (maximaal tekens). 6. Klik op Opslaan. Tip: neem gerust de tijd om bijvoorbeeld een beschrijving te typen. De markering blijft behouden in Smart Client totdat u klikt op Opslaan. De enige uitzondering is als u er zo lang over doet (doorgaans enkele dagen) om de markering te maken, dat de bijbehorende beelden niet langer bestaan in het bewakingssysteem. Markeringen toevoegen via overlayknop Voor deze methode moet het toevoegen van markeringen via overlayknoppen zijn ingeschakeld in het dialoogvenster Opties. Verder wordt in het dialoogvenster Opties ook bepaald of een snelle markering (een markering met alleen de meest elementaire gegevens) of een markering met gedetailleerde informatie wordt toegevoegd wanneer u op de overlayknop klikt. U kunt dit nagaan door het dialoogvenster Opties te openen (op pagina 159), Functies (op pagina 161) te selecteren en de instellingen voor respectievelijk Live > Overlayknop en snelmenu voor markeringen en Afspelen > Overlayknop en snelmenu voor markeringen te controleren. Pagina 83 Livebeelden
84 1. Plaats de muisaanwijzer op de gewenste camerapositie in de weergave. 2. Klik op de overlayknop Markering toevoegen: 3. De markering is een snelle markering (in dat geval bent u klaar) of een markering met details (in dat geval kunt u tijdinstellingen wijzigen en een beschrijving toevoegen). Raadpleeg Markeringen toevoegen via deelvenster Markering hierboven voor gedetailleerde beschrijvingen van de twee soorten markeringen. Markeringen toevoegen via snelmenu van camerapositie Voor deze methode moet het toevoegen van markeringen via het snelmenu zijn ingeschakeld in het dialoogvenster Opties. Verder wordt in het dialoogvenster Opties ook bepaald of een snelle markering (een markering met alleen de meest elementaire gegevens) of een markering met gedetailleerde informatie wordt toegevoegd wanneer u op de overlayknop klikt. U kunt dit nagaan door het dialoogvenster Opties te openen (op pagina 159), Functies (op pagina 161) te selecteren en de instellingen voor respectievelijk Live > Overlayknop en snelmenu voor markeringen en Afspelen > Overlayknop en snelmenu voor markeringen te controleren. 1. Klik met de rechtermuisknop op de gewenste camerapositie in de weergave. 2. Selecteer Markering toevoegen. 3. De markering is een snelle markering (in dat geval bent u klaar) of een markering met details (in dat geval kunt u tijdinstellingen wijzigen en een beschrijving toevoegen). Raadpleeg Markeringen toevoegen via deelvenster Markering hierboven voor gedetailleerde beschrijvingen van de twee soorten markeringen. Digitale zoom gebruiken bij livebeelden Met digitale zoom kunt u een gedeelte van een bepaald beeld vergroten om het geselecteerde gedeelte beter te bekijken. Digitale zoom is daarmee een handige functie voor camera s die zelf geen optische zoommogelijkheden hebben. Het gebruik van digitale zoom heeft geen invloed op video-opnamen. Opnamen vinden altijd plaats in het normale beeldformaat van de camera. Als u de opnamen later wilt afspelen, kunt u digitale zoom ook gebruiken in het tabblad Afspelen van Smart Client. Wat is het verschil tussen optische en digitale zoom? Bij optische zoom bewegen fysieke onderdelen van de cameralens om zonder kwaliteitsverlies tot de gewenste hoek te komen. Bij digitale zoom wordt een bepaald gedeelte van een beeld vergroot door het beeld bij te snijden en de grootte hiervan vervolgens weer aan te passen aan de pixelgrootte van het oorspronkelijke beeld. Dit proces wordt interpolatie genoemd. Digitale zoom simuleert hiermee optische zoom, maar het digitaal ingezoomde gedeelte heeft een lagere kwaliteit dan het oorspronkelijke beeld. Is digitale zoom van belang voor PTZ-camera s? Tijdens de weergave van livebeelden van een PTZ-camera kunt u de eigen optische zoomfuncties van de PTZ-camera gebruiken. Digitale zoom is daarom niet van groot belang voor PTZ-camera s. U kunt de digitale zoomfunctie echter ook met PTZ-camera s gebruiken. In sommige gevallen kan dit handig zijn, bijvoorbeeld wanneer u vanwege uw gebruikersrechten de eigen optische zoomfuncties van een PTZ-camera niet kunt gebruiken. Digitale zoom inschakelen en uitschakelen Zorg dat het deelvenster PTZ-besturing wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster PTZ-besturing: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Pagina 84 Livebeelden
85 Schakel vervolgens het selectievakje Digitale zoom in het deelvenster PTZ-besturing in. U schakelt digitale zoom uit door het selectievakje Digitale zoom uit te schakelen. Digitale zoomfuncties Wanneer digitale zoom is ingeschakeld, wordt een klein overzichtskader getoond in de rechterbenedenhoek van alle cameraposities van de weergave. Als u inzoomt op een gedeelte van een beeld, kunt u met dit kader het overzicht behouden over het volledige beeld: Overzichtskader binnen beeld Klik in het gewenste beeld en sleep rond het gedeelte waarop u wilt inzoomen. Het gedeelte dat u selecteert, wordt gemarkeerd door een witte rand. Wanneer u de muisknop loslaat, wordt het inzoomen toegepast: Witte rand rond zoomgedeelte Wanneer u op een gedeelte hebt ingezoomd, kunt u ook naar andere gedeelten van het beeld gaan, terwijl het zoomniveau behouden blijft. Sleep hiertoe het gemarkeerde gedeelte in het overzichtskader naar de gewenste positie: Zoomgedeelte gemarkeerd in overzichtskader U krijgt toegang tot een schuifregelaar voor het zoomniveau door in het gewenste beeld te klikken en de muisaanwijzer omhoog of omlaag te verplaatsen terwijl u de Shift-toets op het toetsenbord ingedrukt houdt: Pagina 85 Livebeelden
86 Schuifregelaar voor zoomniveau Selecteer een zoomniveau van 0% om opnieuw het volledige beeld weer te geven. Tip: als uw muis over een scrollwiel beschikt, kunt u hiermee ook het zoomniveau regelen. Met veel muizen kunt u snel terugkeren naar het volledige beeld door op het scrollwiel of op de middelste muisknop te klikken. Gebeurtenissen handmatig activeren Als handmatig activeren van gebeurtenissen in het bewakingssysteem is gedefinieerd, kunt u gebeurtenissen activeren in het tabblad Live van Smart Client. Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het handmatig activeren van gebeurtenissen mogelijk beperkt. Wat is een gebeurtenis? Een gebeurtenis is een vooraf gedefinieerd voorval dat optreedt in het bewakingssysteem. Gebeurtenissen worden door het bewakingssysteem gebruikt om acties te starten. Afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kunnen gebeurtenissen worden veroorzaakt door invoer vanuit externe sensoren die op camera s zijn aangesloten, door gedetecteerde beweging, door gegevens die van andere toepassingen worden ontvangen of handmatig via gebruikersinvoer. De meeste gebeurtenissen in het bewakingssysteem worden doorgaans automatisch gegenereerd. Gedetecteerde beweging kan bijvoorbeeld worden gedefinieerd als een gebeurtenis die vervolgens een actie start, zoals een camera die gaat opnemen. Gebeurtenissen kunnen globaal zijn of aan een bepaalde camera of bepaald apparaat zijn gekoppeld. Wat gebeurt er wanneer ik een gebeurtenis handmatig activeer? Afhankelijk van de configuratie kunt u handmatig geactiveerde gebeurtenissen gebruiken voor uiteenlopende doeleinden, inclusief het starten van gecombineerde acties. Door een gebeurtenis handmatig te activeren kunt u bijvoorbeeld zorgen dat een camera met een bepaalde framesnelheid gaat opnemen, twee verschillende soorten uitvoer worden geactiveerd en naar drie verschillende gebruikers een waarschuwingsbericht wordt verzonden. Wat er precies gebeurt wanneer u een gebeurtenis handmatig activeert, wordt gedefinieerd door de beheerder van het bewakingssysteem. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over het gebruik van handmatig geactiveerde gebeurtenissen binnen uw organisatie. Het kan zijn dat de beheerder van het bewakingssysteem handmatig geactiveerde gebeurtenissen kent onder de naam gebeurtenisknoppen, door de gebruiker gedefinieerde gebeurtenissen of aangepaste gebeurtenissen. Gebeurtenis handmatig activeren U kunt op twee manieren gebeurtenissen handmatig activeren: Deelvenster Gebeurtenis Zorg dat het deelvenster Gebeurtenis van het tabblad Live wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Gebeurtenis: Pagina 86 Livebeelden
87 Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Selecteer de gewenste gebeurtenis in het deelvenster Gebeurtenis en klik op de knop Activeren. De gebeurtenissen in de lijst zijn gegroepeerd op server en op camera/apparaat waaraan de gebeurtenis is gekoppeld. Hiërarchisch worden globale gebeurtenissen direct onder de betreffende server vermeld. In het bovenstaande voorbeeld zijn gebeurtenissen 1, 2 en 3 globale gebeurtenissen, terwijl gebeurtenis 4 is gekoppeld aan een bepaalde camera. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u op die server geen gebeurtenissen activeren. Krijg ik een bevestiging wanneer de gebeurtenis is geactiveerd? U krijgt geen bevestiging in Smart Client nadat u een gebeurtenis hebt geactiveerd. U wilt misschien meerdere malen op de knop klikken om er zeker van te zijn dat de gebeurtenis daadwerkelijk wordt geactiveerd. Dit is in het algemeen echter niet raadzaam! Overlayknoppen Als voor de betreffende camera een overlayknop (op pagina 35) beschikbaar is voor het activeren van de gewenste gebeurtenis, klikt u op deze knop. Als overlayknoppen beschikbaar zijn, worden deze weergegeven wanneer u de muisaanwijzer op de gewenste camerapositie in de weergave plaatst. Krijg ik een bevestiging wanneer de gebeurtenis is geactiveerd? U krijgt geen bevestiging in Smart Client nadat u een gebeurtenis hebt geactiveerd. U wilt misschien meerdere malen op de knop klikken om er zeker van te zijn dat de gebeurtenis daadwerkelijk wordt geactiveerd. Dit is in het algemeen echter niet raadzaam! Favoriete fisheye-posities definiëren Fisheye is een technologie waarmee panoramische beelden van 360 graden kunnen worden gemaakt en weergegeven. Hiervoor is een speciale fisheye-camera nodig of een normale camera die is uitgerust met een aparte fisheye-lens. Pagina 87 Livebeelden
88 Wanneer een weergave fisheye-camera s bevat, kunt u naar een specifieke positie in het fisheye-beeld gaan en deze positie vervolgens opslaan door te klikken op de knop Opslaan onder Fisheye-PTZ-posities in het deelvenster PTZ-besturing. Zorg dat het deelvenster PTZ-besturing wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster PTZbesturing: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Wanneer u later naar een opgeslagen positie wilt terugkeren, klikt u op de knop Laden. Kaart Kaartposities De kaartfunctie is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). In een kaartpositie worden geen livebeelden weergegeven. Een kaart is altijd een stilstaand beeld. Met een kaart krijgt u een fysiek overzicht van uw bewakingssysteem: welke camera s zijn waar geplaatst en in welke richting wijzen ze? Ook kunt u kaarten gebruiken voor navigatie. U kunt kaarten groeperen in hiërarchieën, zodat u door kaarten kunt navigeren van een groot naar een gedetailleerd perspectief, bijvoorbeeld van provincieniveau naar stadsniveau, van stadsniveau naar straatniveau, van straatniveau naar huisniveau en van huisniveau naar kamerniveau. In deze gevallen kunt u klikken op hotzones om naar onderliggende kaarten te gaan. Een hotzone is doorgaans gekleurd, zodat deze eenvoudig is te herkennen. Kaarten bevatten doorgaans elementen die camera s, microfoons, enzovoort vertegenwoordigen. Via deze elementen kan interactie met de werkelijke fysieke apparaten plaatsvinden. U kunt bijvoorbeeld beelden van een camera weergeven door de muisaanwijzer te plaatsen op het element dat de camera vertegenwoordigt, of u kunt klikken op de voorkeurposities van een PTZ-camera om de camera tussen deze posities te verplaatsen. Raadpleeg Interactie met kaarten (op pagina 89) voor meer informatie. Kaart met camera-elementen en hotzone Tip: kaarten hoeven niet geografisch van aard te zijn, hoewel dit vaak wel het geval is. Afhankelijk van de behoeften van uw organisatie kunt u ook foto s en andere soorten afbeeldingsbestanden gebruiken als kaarten. Een kaartpositie in een weergave kunt u herkennen aan de navigatiebalk boven in de positie. Met de navigatiebalk van de kaartpositie kunt u eenvoudig navigeren tussen kaarten die u hebt weergegeven. Met de knop Basiskaart gaat u naar de basiskaart. Met de knop Terug gaat u naar de vorige kaart. Pagina 88 Livebeelden
89 Met de knop Verder kunt u een van de kaarten weergeven die u al eerder in de huidige sessie hebt weergegeven. Met de knop Kaartoverzicht (het wereldbolpictogram) opent u het Kaartoverzicht (op pagina 47). Interactie met kaarten Kaarten kunnen een aantal elementen bevatten voor interactie in het tabblad Live: Camera s Plaats de muisaanwijzer op een camera op een kaart om een livevoorbeeld van de camera weer te geven. Klik op de titelbalk van het livevoorbeeld om dit te gebruiken als een zwevend venster. U kunt de grootte van het zwevende venster aanpassen door de hoeken te slepen. Als u een opname wilt starten, klikt u met de rechtermuisknop op de gewenste camera en selecteert u Opname starten gedurende # min. Voor deze functie zijn mogelijk bepaalde gebruikersrechten vereist. Alleen voor PTZ-camera s: op kaarten worden voorkeurposities van PTZ-camera s doorgaans weergegeven als gekleurde hoeken die worden geprojecteerd vanuit het PTZ-camerapictogram. Als u naar een van de voorkeurposities van een PTZ-camera wilt gaan, klikt u op de gewenste voorkeurpositie op de kaart. Dit werkt zowel in het zwevende voorbeeldvenster op de kaart zelf als in hotspotposities (op pagina 65). U kunt ook met de rechtermuisknop klikken op de gewenste camera, PTZ-voorkeurposities selecteren en vervolgens de gewenste voorkeurpositie selecteren. Servers Er zijn geen speciale functies in het snelmenu van servers. Microfoons Plaats de muisaanwijzer op een microfoon; houd de linkermuisknop ingedrukt om te luisteren naar binnenkomende audio van een microfoon of klik met de rechtermuisknop op de microfoon en selecteer Luisteren naar microfoon. Luidsprekers Plaats de muisaanwijzer op een luidspreker; houd de linkermuisknop ingedrukt om via de luidspreker te spreken. Gebeurtenissen Klik op een gebeurtenis op de kaart om deze te activeren of klik met de rechtermuisknop op de gebeurtenis en selecteer Gebeurtenis activeren. Wanneer u met de linkermuisknop op een gebeurtenis klikt, verandert de muisaanwijzer korte tijd in een bliksemsymbool om aan te geven dat de gebeurtenis wordt geactiveerd. Pagina 89 Livebeelden
90 Uitvoer Klik op een uitvoeroptie op de kaart om deze te activeren of klik met de rechtermuisknop op de uitvoer en selecteer Uitvoer activeren. Wanneer u met de linkermuisknop op een uitvoeroptie klikt, verandert de muisaanwijzer korte tijd in een bliksemsymbool om aan te geven dat de uitvoer wordt geactiveerd. Hotzones Klik op een hotzone om naar de subkaart te gaan die aan de hotzone is gekoppeld of klik met de rechtermuisknop op de gewenste hotzone en selecteer Ga naar subkaart. Als de omtrek van de hotzone wordt weergegeven als een stippellijn, is er geen kaart gekoppeld aan die specifieke hotzone. Op bepaalde bewakingssystemen kunnen kaarten van verschillende servers van bewakingssystemen worden opgenomen in een kaarthiërarchie. Op dergelijke systemen kan het soms voorkomen dat de verwachte subkaart bij het klikken op een hotzone niet beschikbaar is omdat de server waar deze subkaart bij hoort niet beschikbaar is. De oorzaak voor een server die niet beschikbaar is, kan uiteenlopen van gepland onderhoud tot netwerkproblemen. Vaak is een server na enige tijd weer beschikbaar. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem wanneer het probleem aanhoudt. Een hotzone kan soms verwijzen naar een kaart waarvoor u geen toegangsrechten hebt, omdat u geen toegang hebt tot de server waar de subkaart bij hoort. In dat geval wordt u hierover in Smart Client geïnformeerd. Aangezien op bepaalde bewakingssystemen gebruikersrechten op tijd zijn gebaseerd, kan het soms voorkomen dat u geen toegang hebt tot een kaart die u eerder wel kon openen, misschien zelfs kort geleden. De oorzaak hiervan kan zijn dat u geen toegang tot de betreffende kaart hebt tijdens bepaalde uren van de dag of bepaalde dagen van de week. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over uw gebruikersrechten. Plug-inelementen Plug-inelementen zijn alleen beschikbaar als deze op uw bewakingssysteem worden gebruikt. Voorbeelden van plug-inelementen zijn toegangsbeheersystemen, branddetectiesystemen, enzovoort. Zoomen en automatisch maximaliseren Als de kaart groter is dan het weergavegebied in Smart Client, of als u hebt ingezoomd op de kaart, kunt u de kaart verschuiven om gedeelten op de kaart weer te geven die anders verborgen zouden zijn: klik ergens op de kaart buiten toegevoegde elementen om de kaart te centreren op het punt waarop u hebt geklikt. Verschuif de kaart door op de kaart te klikken en deze in een willekeurige richting te slepen. Als u de zoomfunctie op een kaart wilt gebruiken, klikt u met de rechtermuisknop en selecteert u naar wens Inzoomen of Uitzoomen.U kunt ook de functie Zoomen naar standaardgrootte gebruiken om terug te keren naar de normale grootte. Tip: u kunt ook zoomen met het scrollwiel: schuif omhoog om in te zoomen, schuif omlaag om uit te zoomen. Als Kaart automatisch maximaliseren (op pagina 49) is ingeschakeld en de kaartweergavepositie onderdeel is van een weergave met verschillende weergaveposities, wordt de kaart automatisch op volledige schermgrootte gemaximaliseerd na de tijdsperiode die is gedefinieerd in het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen. Als u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke weergave, dubbelklikt u ergens op de kaart buiten toegevoegde elementen. Raadpleeg ook Statusvisualisatie op kaarten (op pagina 93). Alarmafhandeling Als uw organisatie gebruikmaakt van de functies voor alarmafhandeling van Smart Client, kunt u alarmen ook weergeven of accepteren door met de rechtermuisknop te klikken op elementen in kaarten. Raadpleeg Alarmen afhandelen in modus Live (op pagina 74) voor meer informatie. Kaartoverzicht Het kaartoverzicht biedt een overzicht van de kaarthiërarchie die is ingesteld in Smart Client. Een plusteken naast een kaart geeft aan dat een of meer subkaarten aan de kaart zijn gekoppeld als hotzones (op pagina 44). Wanneer u klikt op een kaart in het kaartoverzicht, wordt de geselecteerde kaart direct in de weergave getoond. Pagina 90 Livebeelden
91 Kaartoverzicht openen: 1. Selecteer het deelvenster Weergaven van het tabblad Instellingen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Selecteer de weergave met de gewenste kaart in het deelvenster Weergaven. 3. Wanneer de weergave wordt getoond, selecteert u het pictogram Kaartoverzicht in de bovenbalk van de kaartpositie. - of - Klik met de rechtermuisknop op de kaart (buiten een element) en selecteer Kaartoverzicht. - of - Als de werkset (op pagina 39) is geopend, klikt u in het tabblad Instellingen op het pictogram Kaartoverzicht in de werkset. Het laden van inhoud in het kaartoverzicht kan enige tijd in beslag nemen wanneer verbinding wordt gemaakt met een zeer groot bewakingssysteem dat veel kaarten bevat. Statusvisualisatie op kaarten Statusvisualisatie is een functie waarmee de status van toegevoegde elementen op een kaart grafisch wordt weergegeven. Wanneer een kaart volledig operationeel is en de normale status heeft, wordt geen visuele statusindicatie weergegeven. Wanneer een kaart geen normale status heeft, zijn een aantal statustypen beschikbaar voor grafische weergave: Aandacht vereist: wanneer een element een probleem heeft, maar nog wel werkt, bijvoorbeeld wanneer onvoldoende schijfruimte beschikbaar is op de server. Niet operationeel: wanneer een fout optreedt in het element, bijvoorbeeld als een server geen verbinding kan maken met een microfoon of luidspreker. Uitgeschakeld/status onbekend: wanneer een element is uitgeschakeld op de server van het bewakingssysteem of wanneer het niet mogelijk is statusinformatie van een server te verkrijgen. Het precieze uiterlijk van de statusvisualisatie wordt gedefinieerd in het tabblad Instellingen van Smart Client. Standaard wordt aandacht vereist aangegeven met een gele kleur, niet operationeel met een rode kleur en alarmen met een witte kleur. Uitgeschakeld/status onbekend wordt altijd aangegeven met een grijze kleur. Verder is de knippersnelheid van de statusvisualisatie standaard ingesteld op vast. Voorbeeld van kaart met statusvisualisatie Het laden en juist weergeven van statusvisualisaties kan enige tijd in beslag nemen wanneer verbinding wordt gemaakt met een zeer groot bewakingssysteem dat veel kaarten bevat. Op dergelijke complexe systemen kan Pagina 91 Livebeelden
92 het vanaf het moment van aanmelden 30 seconden of langer duren voordat een juist bijgewerkte statusvisualisatie op kaarten wordt weergegeven. Status van servers Aandacht vereist: een of meer apparaten op de server vereisen aandacht of zijn niet operationeel. Het betreffende apparaat hoeft zich niet noodzakelijkerwijs op de kaart te bevinden. Niet operationeel: er kan geen verbinding worden gemaakt met de server. Alarmen: aan de server gerelateerde alarmen (op pagina 74) vereisen aandacht. Voorbeeld van server met status Aandacht vereist Status van camera s Aandacht vereist: er is onvoldoende schijfruimte beschikbaar op de server. Niet operationeel: de server kan geen verbinding maken met de camera. Uitgeschakeld/status onbekend: de camera is uitgeschakeld op de server van het bewakingssysteem of het is niet mogelijk statusinformatie van de server te verkrijgen. Alarmen: aan de camera gerelateerde alarmen (op pagina 74) vereisen aandacht. Voorbeeld van camera met status Niet operationeel Status van microfoons, luidsprekers, uitvoer en gebeurtenissen Niet operationeel: de server kan geen verbinding maken met het element. Uitgeschakeld/status onbekend: Het element is uitgeschakeld op de server of het is niet mogelijk statusinformatie van de server te verkrijgen. Alarmen: aan het element gerelateerde alarmen (op pagina 74) vereisen aandacht. Voorbeeld van microfoon met status Uitgeschakeld/status onbekend Status van hotzones De status van een hotzone weerspiegelt de status van alle elementen onder de hotzone: elementen op de subkaart en andere hotzones op de subkaart. De statusindicatie in een hotzone kan dus ook samenhangen met sub-subkaarten, enzovoort. Aandacht vereist: een of meer elementen op een subkaart die aan de hotzone is gekoppeld vereisen aandacht. Als u over beheerdersrechten voor het bewakingssysteem beschikt, wordt een hotzone ook weergegeven met de status Aandacht vereist wanneer er uitgeschakelde elementen zijn op de subkaart die aan de hotzone is gekoppeld. Pagina 92 Livebeelden
93 Status van kaarten Niet operationeel: een of meer elementen op een subkaart die aan de hotzone is gekoppeld zijn niet operationeel. Alarmen: alarmen (op pagina 74) op een subkaart die aan de hotzone is gekoppeld vereisen aandacht. De status van een kaart weerspiegelt de status van alle elementen op de kaart. In de titelbalk van de kaart kunnen maximaal vier namen van betrokken servers worden vermeld. Raadpleeg de bovenstaande beschrijvingen. Wanneer uitgeschakelde elementen op de kaart worden veroorzaakt door een niet-beschikbare server, maar de server zelf zich niet op de kaart bevindt, wordt de kaart weergegeven met de status Niet operationeel, ook al bevat de kaart alleen uitgeschakelde elementen. Als de niet-beschikbare server zich wel op de kaart bevindt, wordt de kaart weergegeven met de status Uitgeschakeld/status onbekend. Kaartoverzicht Statusinformatie is ook beschikbaar in het kaartoverzicht (op pagina 47). De status van een kaart weerspiegelt de status van alle elementen op de kaart. Statusdetails op kaarten Statusdetails zijn beschikbaar voor camera s en servers. Als u statusdetails wilt weergeven, klikt u met de rechtermuisknop op het gewenste element en selecteert u Statusdetails. Statusdetails worden weergegeven in een afzonderlijk zwevend venster. Statusdetails voor camera s Resolutie Frames per seconde Geconfigureerde fps Grootte/bitsnelheid beeld Video-indeling Bitsnelheid netwerk Offlinetijden Statusdetails voor opnameservers Percentage CPU-piek Percentage CPU-gebruik Vrij geheugen Gebruikt geheugen Netwerkgebruik per seconde Percentage van netwerk in gebruik Schijfruimte op server Vrije schijfruimte op elk volume dat wordt gebruikt voor opnamen Vrije schijfruimte op elk volume dat wordt gebruikt voor archivering Pagina 93 Livebeelden
94 Als een foutbericht wordt weergegeven Als het foutbericht Event Server heeft onvoldoende toegangsrechten voor de opnameservers wordt weergegeven, kunt u geen statusdetails van opnameservers weergeven. Het foutbericht hangt samen met de zogenaamde Event Server-service, waarmee kaartgerelateerde communicatie in het bewakingssysteem wordt afgehandeld. De Event Server-service wordt op de server van het bewakingssysteem beheerd door de beheerder van het bewakingssysteem. Als u een dergelijk bericht te zien krijgt, kunt u het probleem niet verhelpen in Smart Client. In plaats hiervan moet u contact opnemen met de beheerder van het bewakingssysteem, die het probleem kan oplossen. Beelden verzenden naar Matrix-ontvangers De functie Matrix is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Deze functie zorgt voor gedistribueerde weergave van beelden vanaf een willekeurige camera in het bewakingssysteem naar een willekeurig beeldscherm (de zogenaamde Matrix-ontvanger) in een netwerk. Bij een standaardconfiguratie van Matrix worden videobeelden automatisch in de gewenste Matrix-ontvanger getoond wanneer gedefinieerde gebeurtenissen optreden, bijvoorbeeld wanneer beweging wordt gedetecteerd, maar u kunt ook handmatig beelden verzenden naar een Matrix-ontvanger. Het handmatig verzenden van beelden naar een Matrix-ontvanger is alleen mogelijk voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots (op pagina 65) of carrousels (op pagina 65). Bovendien kan dit alleen als Matrix in het bewakingssysteem is geconfigureerd en u de vereiste gebruikersrechten hebt. 1. Selecteer de gewenste weergave. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer Matrix in dit menu en selecteer vervolgens de gewenste Matrix-ontvanger. MIP-plug-ins Smart Client kan het deelvenster MIP-plug-ins bevatten. Dit deelvenster wordt gebruikt voor het omgaan met functionaliteit van plug-ins, doorgaans voor toepassingen van derden zoals toegangsbeheersystemen en dergelijke, die via Smart Client kan worden bestuurd. Als het deelvenster MIP-plug-ins geen inhoud heeft, komt dit doordat Smart Client geen functionaliteit van plug-ins bevat die via dit deelvenster kan worden bestuurd. Uitvoer handmatig activeren Als externe uitvoer in het bewakingssysteem is gedefinieerd, bijvoorbeeld voor het inschakelen van lichten of het laten horen van een sirene, kan dergelijke uitvoer worden geactiveerd vanuit het tabblad Live van Smart Client. Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het activeren van uitvoer mogelijk beperkt. U kunt op twee manieren uitvoer handmatig activeren: via het deelvenster Uitvoer of via overlayknoppen. Deelvenster Uitvoer Zorg dat het deelvenster Uitvoer in het tabblad Live wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Uitvoer: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Pagina 94 Livebeelden
95 Selecteer de gewenste uitvoer in het deelvenster Uitvoer en klik vervolgens op de knop Activeren. De soorten uitvoer in de lijst zijn gegroepeerd op server en op camera/apparaat waaraan de uitvoer is gekoppeld. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u op die server geen uitvoer activeren. Krijg ik een bevestiging wanneer de uitvoer is geactiveerd? U krijgt geen bevestiging in Smart Client nadat u uitvoer hebt geactiveerd. U wilt misschien meerdere malen op de knop klikken om er zeker van te zijn dat de uitvoer daadwerkelijk wordt geactiveerd. Dit is in het algemeen echter niet raadzaam! Overlayknoppen Als voor de betreffende camera een overlayknop (op pagina 35) beschikbaar is voor het activeren van de gewenste uitvoer, klikt u op deze knop. Als overlayknoppen beschikbaar zijn, worden deze weergegeven wanneer u de muisaanwijzer op de gewenste camerapositie in de weergave plaatst. Krijg ik een bevestiging wanneer de uitvoer is geactiveerd? U krijgt geen bevestiging in Smart Client nadat u uitvoer hebt geactiveerd. U wilt misschien meerdere malen op de knop klikken om er zeker van te zijn dat de uitvoer daadwerkelijk wordt geactiveerd. Dit is in het algemeen echter niet raadzaam! Afspelen tijdens weergave van livebeelden Als er opnamen beschikbaar zijn, kunt u opgenomen beelden weergeven in het tabblad Live van Smart Client (hiervoor moet de functie zijn ingeschakeld in het dialoogvenster Opties (op pagina 161) ). Wanneer u in het tabblad Live de muisaanwijzer op een camerapositie in een weergave plaatst, wordt de knop Afspelen starten weergegeven. Als u op deze knop klikt, kunt u opnamen van de specifieke camera weergeven zonder het tabblad Live te verlaten. Dit is erg handig als u snel wilt terugspoelen om iets te controleren dat u zojuist live hebt gezien. U kunt deze functie voor meerdere cameraposities tegelijk gebruiken, maar de functie is alleen beschikbaar voor normale posities met één camera, niet voor posities met hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Knop Afspelen starten Wanneer een camera zich op deze manier in de afspeelmodus bevindt, hebt u binnen de camerapositie toegang tot een klein aantal afspeelregelaars. Dit wordt ook duidelijk aangegeven door een gele rand, om verwarring te voorkomen met aangrenzende livecamera s in de weergave. De gele rand is nog beter zichtbaar als de camerapositie een titelbalk heeft (geconfigureerd in het dialoogvenster Opties (op pagina 159) ), aangezien de titelbalk ook geel wordt weergegeven wanneer een camera zich in de afspeelmodus bevindt. Pagina 95 Livebeelden
96 Wanneer u klikt op de knop Afspelen starten, schakelt de camerapositie naar het meest recente opgenomen beeld van de camera. U kunt nu opnamen doorzoeken met de afspeelregelaars, mits de muisaanwijzer zich in de camerapositie bevindt. De afspeelregelaars zijn eenvoudig, maar zeer doeltreffend: Klik op de knoppen en om respectievelijk terug en verder te gaan in de tijd. Wanneer u op een van de knoppen klikt, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u het afspelen op elk tijdstip snel onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Sleep de schuifregelaar om beelden snel terug (naar links) of verder (naar rechts) in de tijd af te spelen. Hoe verder u de schuifregelaar verplaatst ten opzichte van de middenpositie, hoe sneller de beelden worden afgespeeld. Wanneer u de schuifregelaar gebruikt, wordt geen bijbehorende audio afgespeeld. In de afspeelregelaars wordt de tijd en datum van de opnamen weergegeven. Datum- en tijdnotatie kunnen verschillen afhankelijk van de instellingen van de computer. Naast de afspeelregelaars bevinden zich twee knoppen waarmee u kunt terugschakelen naar de livemodus of kunt schakelen naar de volledige afspeelmodus (op pagina 115) in het tabblad Afspelen: Hiermee keert u terug naar de livemodus. Hiermee gaat u naar het tabblad Afspelen, waarin alle camera s worden gesynchroniseerd op het geselecteerde tijdstip. PTZ (draaien/kantelen/zoomen) gebruiken Als er weergaven met PTZ-camera s zijn, kunt u in het deelvenster PTZ-besturing van het tabblad Live de PTZcamera s besturen. afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot PTZ-besturingselementen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. PTZ-functies zijn mogelijk beperkt wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Tip: mogelijk kunt u een joystick gebruiken om PTZ-camera s te besturen. U kunt de joystickbesturing aanpassen. Raadpleeg Joystickopties (op pagina 162) voor meer informatie. Hoewel joystickbesturing en besturing via aanwijzen en klikken voor een groot aantal PTZ-camera s worden ondersteund, kunnen mogelijk niet alle PTZ-camera s op deze manier worden bestuurd. Raadpleeg de releaseopmerkingen voor informatie over ondersteuning van joysticks en van aanwijzen en klikken voor PTZ-camera s. Pagina 96 Livebeelden
97 Aanwijzen en klikken Veel PTZ-camera s kunnen worden bestuurd via aanwijzen en klikken in de beelden van de camera. Als de muisaanwijzer in een kruiscursor verandert wanneer u deze boven de beelden van een PTZ-camera houdt, wordt besturing via aanwijzen en klikken ondersteund voor de camera. Kruiscursor geeft besturing via aanwijzen en klikken aan. Voor bepaalde camera s kan de kruiscursor er anders uitzien. Voor bepaalde camera s kan de kruiscursor zijn omgeven door een vierkant. Wanneer dit het geval is, kunt u inzoomen op een gedeelte door in het beeld een vierkant rond het gewenste gedeelte te slepen. Bij dergelijke camera s kunt u het zoomniveau regelen door de muisaanwijzer omhoog of omlaag te verplaatsen terwijl u de Shift-toets op het toetsenbord ingedrukt houdt. In het beeld wordt dan een schuifregelaar voor het zoomniveau weergegeven. In- en uitzoomen met scrollwiel Voor PTZ- en fisheye-camera s kunt u in- en uitzoomen met het scrollwiel op de muis, mits uw muis hierover beschikt. Op specifieke muizen kan het scrollwiel voor speciale doeleinden zijn gereserveerd en is in- en uitzoomen wellicht niet mogelijk. Raadpleeg de configuratiehandleiding van de muis. Overlayknoppen voor PTZ-navigatie Als voor de betreffende camera overlayknoppen (op pagina 35) voor PTZ-navigatie beschikbaar zijn, klikt u op de gewenste knop. Als overlayknoppen beschikbaar zijn, worden deze weergegeven wanneer u de muisaanwijzer op de gewenste camerapositie in de weergave plaatst. U kunt overlayknoppen configureren voor eenvoudige bewegingen (omhoog, omlaag, naar rechts, naar links, enzovoort) en voor het verplaatsen van de camera naar voorkeurposities. U voert de configuratie uit in het tabblad Instellingen. PTZ-navigatieknoppen in deelvenster PTZ-besturing Als alternatief voor besturing met overlayknoppen en via aanwijzen en klikken, kunt u de geselecteerde PTZcamera verplaatsen met de navigatieknoppen in het deelvenster PTZ-besturing van het tabblad Live. Zorg dat het deelvenster PTZ-besturing wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster PTZ-besturing: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Pagina 97 Livebeelden
98 Met de ronde knop in het midden van het deelvenster keert de camera snel terug naar de basispositie. Met de knoppen plus en min kunt u respectievelijk in- en uitzoomen. Tip: als uw muis over een scrollwiel beschikt, kunt u hiermee ook het zoomniveau regelen. Met veel muizen kunt u snel terugkeren naar het volledige beeld door op het scrollwiel of op de middelste muisknop te klikken. PTZ-voorkeurposities Als er voorkeurposities zijn gedefinieerd voor de geselecteerde PTZ-camera, kunt u dergelijke posities op twee manieren selecteren. Wanneer u een voorkeurpositie in de lijst selecteert, wordt de PTZ-camera verplaatst naar de opgegeven positie. Vanuit de lijst Voorkeurposities in het deelvenster PTZ-besturing. Houd er rekening mee dat voorkeurposities worden gedefinieerd door de beheerder van het bewakingssysteem. De lijst Voorkeurposities is leeg als voor de geselecteerde PTZ-camera geen voorkeurposities zijn gedefinieerd. U kunt een PTZ-camera ook naar een voorkeurpositie verplaatsen via een menu dat beschikbaar wordt wanneer u met de rechtermuisknop klikt in de gewenste camerapositie in een weergave in het tabblad Live: 1. Selecteer de gewenste weergave in het tabblad Live. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer PTZ-voorkeurposities in dit menu en selecteer vervolgens de gewenste voorkeurpositie. Wanneer u Basispositie selecteert, keert de camera terug naar de basispositie. PTZ-verkenning stoppen U kunt verkenning door een PTZ-camera (dat wil zeggen: een PTZ-camera die doorlopend volgens een bepaald schema tussen een aantal voorkeurposities beweegt) stopzetten. U doet dit via een menu dat beschikbaar wordt wanneer u met de rechtermuisknop klikt in de gewenste camerapositie in een weergave in het tabblad Live: Stop de PTZ-verkenning alleen wanneer hier een belangrijke reden voor is. PTZ-verkenningsschema s zijn doorgaans zorgvuldig gepland volgens de behoeften van uw organisatie. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. 1. Selecteer de gewenste weergave in het tabblad Live. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer PTZ-voorkeurposities > PTZ-verkenning stoppen in dit menu. Als u de verkenning wilt hervatten, selecteert u de opdracht opnieuw of sluit u de weergave waarin de PTZcamera zich bevindt. Opnemen tijdens weergave van livebeelden Deze functie is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Voor deze functie zijn mogelijk bepaalde gebruikersrechten vereist. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. In het tabblad Live kunt u de opname starten van beelden van een geselecteerde camera in een weergave. Wanneer livebeelden van een camera worden weergegeven, worden de videogegevens van de camera niet noodzakelijkerwijs opgenomen. Normaal gesproken worden videobeelden opgenomen zoals is gedefinieerd op de server van het bewakingssysteem. Doorgaans vinden opnamen plaats volgens een schema (bijvoorbeeld elke ochtend van tot uur) en/of wanneer het bewakingssysteem bepaalde gebeurtenissen detecteert (voorbeelden: beweging doordat een persoon een kamer binnengaat, een sensor die registreert dat een venster wordt geopend of gebruikersinvoer, zoals het handmatig activeren van gebeurtenissen (op pagina 86) in Smart Client). Het is dan ook zeer handig een opname te kunnen starten wanneer iets uw aandacht trekt tijdens het bekijken van livebeelden. Pagina 98 Livebeelden
99 Een opname starten U kunt op twee manieren een opname starten: via het snelmenu of via overlayknoppen. Snelmenu 1. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 2. Selecteer Opname starten gedurende # min. in het menu. Wanneer een opname is gestart, wordt gedurende een aantal minuten opgenomen. Het aantal minuten wordt opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem. U kunt het aantal minuten niet wijzigen en u kunt de opname niet stoppen voordat het opgegeven aantal minuten is verstreken. Overlayknoppen Als voor de betreffende camera een overlayknop (op pagina 35) beschikbaar is voor het starten van een opname, klikt u op deze knop. Als overlayknoppen beschikbaar zijn, worden deze weergegeven wanneer u de muisaanwijzer op de gewenste camerapositie in de weergave plaatst. Wanneer een opname is gestart, wordt gedurende een aantal minuten opgenomen. Het aantal minuten wordt opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem. U kunt het aantal minuten niet wijzigen en u kunt de opname niet stoppen voordat het opgegeven aantal minuten is verstreken. Opnamen starten op meerdere camera s U kunt voor meerdere camera s de opname van videogegevens starten, hoewel u de camera s een voor een moet selecteren. Het aantal minuten dat wordt opgenomen, kan per camera verschillen. Hoe kan ik controleren of een opname plaatsvindt? In de blauwe balk direct boven de camerabeelden kunt u controleren of de videogegevens van de betreffende camera momenteel worden opgenomen (mits de titelbalk is ingeschakeld als onderdeel van de cameraeigenschappen (op pagina 30) in het tabblad Instellingen). Als de videogegevens van de camera al worden opgenomen, wordt in de balk Opname weergegeven. In sommige gevallen wordt Opname slechts gedurende korte perioden weergegeven. Dit komt doordat de server van het bewakingssysteem zo kan zijn geconfigureerd dat de videogegevens van een camera alleen worden opgenomen wanneer er beweging is, wanneer een deur wordt geopend, of iets vergelijkbaars, wat kan leiden tot veel korte opnameperioden. Daarom kunt u Opname starten gedurende # min. ook selecteren als de videogegevens van een camera al worden opgenomen. Op deze manier kunt u zorgen dat de videogegevens van de camera gedurende het opgegeven aantal minuten zonder onderbreking worden opgenomen. Pagina 99 Livebeelden
100 Beeldenverkenner In Sequence Explorer worden miniatuurafbeeldingen weergegeven die beelden van specifieke tijdsintervallen, opgenomen beeldenreeksen of markeringen (op pagina 82) vertegenwoordigen, elk op afzonderlijke tabbladen. De miniatuurafbeeldingen kunnen een specifieke camera of alle camera s in een weergave betreffen. U kunt de miniatuurafbeeldingen naast elkaar vergelijken terwijl u eenvoudig in de tijd navigeert door de miniatuurweergave te slepen. Zo kunt u in korte tijd grote hoeveelheden opgenomen beelden beoordelen en snel de belangrijkste selecteren, die u vervolgens direct kunt afspelen. Sequence Explorer starten U kunt Sequence Explorer openen vanuit het deelvenster Sequence Explorer in het tabblad Live en het tabblad Afspelen (hiervoor moet het deelvenster Sequence Explorer voor beide tabbladen zijn ingeschakeld in het dialoogvenster Opties (op pagina 160) ). Zorg dat het deelvenster Sequence Explorer wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Sequence Explorer: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Klik in het deelvenster Sequence Explorer op een van de twee knoppen: Weergave starten...: hiermee opent u Sequence Explorer met inhoud (indien aanwezig) van alle camera s in de huidige weergave. De functie is alleen van toepassing voor de weergave die in het hoofdvenster van Smart Client wordt getoond, niet voor weergaven die in andere Smart Client-vensters worden getoond. Camera starten...: hiermee opent u Sequence Explorer met inhoud (indien aanwezig) van de geselecteerde camera. Wanneer u Sequence Explorer start, worden in het tabblad Beeldenreeksen standaard de meest recente beeldenreeksen getoond van de geselecteerde camera of weergave. Er kunnen echter beeldenreeksen van een ander tijdstip worden getoond als u Sequence Explorer start vanuit het tabblad Afspelen en hierin een ander tijdstip hebt geselecteerd. U kunt slechts één instantie van Sequence Explorer starten. Miniatuurweergave In de miniatuurweergave wordt inhoud chronologisch getoond, met de meest recente miniaturen rechtsonder in de weergave. Houd bij het bekijken van miniaturen dus rekening met de hieronder getoonde volgorde: Pagina 100 Livebeelden
101 U kunt de grootte van de miniaturen aanpassen door de schuifregelaar onder de miniatuurweergave te slepen: U hebt verschillende opties om door de miniaturen te navigeren: Klikken en slepen: de eenvoudigste optie is tegelijk zeer effectief. Klik in de miniatuurweergave en sleep naar links of rechts. Tip: wanneer u eenmaal bekend bent met klikken en slepen, kunt u de miniatuurweergave ook naar links of rechts gooien om nog sneller te navigeren: houd de muisknop ingedrukt, sleep snel naar links of rechts en laat vervolgens de muisknop los. Als de miniatuurweergave te snel beweegt, klikt u erin om deze te stoppen. Schuifregelaar en pijlknoppen: sleep de schuifregelaar onder de miniatuurweergave naar links (achteruit in de tijd) of rechts (vooruit in de tijd). U kunt ook klikken op de knop links van de schuifregelaar om achteruit in de tijd te gaan of op de knop rechts van de schuifregelaar om vooruit in de tijd te gaan. Datum en tijd: klik op in het datumveld onder de miniatuurweergave om een kalender te openen, waarin u de gewenste datum en tijd kunt opgeven. Wanneer u klaar bent, klikt u op de knop Ga naar. Tip: in de kalender geeft een lichtblauwe achtergrond achtergrond de huidige datum aangeeft. de geselecteerde datum aan, terwijl een grijze Als u beelden wilt weergeven die bij een bepaalde miniatuur horen, klikt u op de gewenste miniatuur. Raadpleeg Tijdsintervallen weergeven (op pagina 102), Beeldenreeksen weergeven (op pagina 104) en Markeringen weergeven (op pagina 106) hieronder voor meer informatie. Afhankelijk van de navigatiemethode wordt in sommige gevallen een tijdelijke miniatuur weergegeven als er geen opgenomen beeld is van een specifiek tijdstip: Pagina 101 Livebeelden
102 U kunt wel op deze tijdelijke miniatuur klikken om beelden weer te geven. U gaat dan naar de eerstvolgende beschikbare opname na het tijdstip dat door de tijdelijke miniatuur wordt vertegenwoordigd. Raadpleeg Tijdsintervallen weergeven (op pagina 102) voor meer informatie over tijdelijke miniaturen. Tip: het kan zijn dat er nieuwe inhoud beschikbaar komt tijdens het gebruik van Sequence Explorer. U kunt dit controleren door te klikken op de knop Vernieuwen onder in het venster Sequence Explorer. Tip: als u op een miniatuur hebt geklikt en hier vervolgens van weg navigeert door de miniatuurweergave te slepen, kunt u snel terugkeren naar de geselecteerde miniatuur door te klikken op de knop Vernieuwen onder in het venster Sequence Explorer. Selectie en status van camera s Wanneer u Sequence Explorer start, worden miniaturen weergegeven op basis van de geselecteerde methode: Weergave starten... of Camera starten... U kunt echter altijd wijzigen welke camera s de miniatuurweergave moet bevatten: Selecteer camera s in het vak Camera s onder de miniatuurweergave en klik vervolgens op de knop Vernieuwen. De camera s in de lijst zijn gegroepeerd op de server waartoe de camera s behoren. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen camera s van die server selecteren. In het vak Geselecteerde camera( s) van Sequence Explorer wordt de status van de geselecteerde camera s weergegeven: Er zijn drie statustypen: geeft aan dat alles in orde is. geeft aan dat het laden van sommige beeldenreeksen en/of markeringen op een bepaald punt is mislukt. geeft aan dat er geen opgenomen beeldenreeksen en/of markeringen voor de camera zijn of dat het laden van beeldenreeksen en/of markeringen is mislukt. Tijdsintervallen weergeven In het tabblad Tijdsinterval worden miniaturen weergegeven van beelden van een specifiek tijdstip. Voorbeeld: één miniatuur voor elke 30 seconden, bijvoorbeeld een miniatuur van 07: 37: 00, een van 07: 37: 30, een van 07: 38: 00, enzovoort. U geeft het gewenste interval op in het veld rechtsonder in het tabblad. Pagina 102 Livebeelden
103 U kunt het gewenste interval opgeven in uren, minuten en seconden (UU-MM-SS). De maximale lengte van een interval is 24 uur. In heft voorbeeld is een interval van 30 seconden gedefinieerd. Let erop dat u dit veld niet kunt gebruiken om naar een bepaald tijdstip te navigeren. U kunt hier alleen intervallen mee opgeven. Als u beelden wilt weergeven, klikt u op de gewenste miniatuur in de miniatuurweergave. Wanneer u op een miniatuur klikt, wordt deze gemarkeerd met een lichtblauwe achtergrond en worden de bijbehorende beelden links in Sequence Explorer afgespeeld (mits Autom. afspelen is ingeschakeld, zie hieronder). Waarom worden bij sommige miniaturen geen beelden weergegeven? In sommige gevallen kan geen miniatuur worden weergegeven voor het gewenste tijdstip. Dit komt doordat er geen opgenomen beeld is van dat specifieke tijdstip. In dat geval wordt een tijdelijke miniatuur weergegeven: U kunt wel op deze tijdelijke miniatuur klikken om beelden weer te geven. U gaat dan naar de eerstvolgende beschikbare opname na het tijdstip dat door de tijdelijke miniatuur wordt vertegenwoordigd. Voorbeeld: U gebruikt een tijdsinterval van 30 seconden. Het tijdstip 07: 30: 00 wordt door een tijdelijke miniatuur vertegenwoordigd omdat er geen opgenomen beeld is van dat specifieke tijdstip. De eerstvolgende beschikbare opname is van 07: 30: 10, wat eerder is dan de volgende miniatuur (van 07: 30: 30). Wanneer u klikt op de tijdelijke miniatuur van 07: 30: 00, kunt u de opname van 07: 30: 10 weergeven. De afspeelregelaars links in het tabblad lijken voor een groot gedeelte op die van het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122) in het tabblad Afspelen. Direct onder het weergavegebied worden datum en tijd weergegeven van de opnamen die worden afgespeeld. Ook wordt hier ook de huidige afspeelsnelheid weergegeven (bijvoorbeeld 1.00x, waarmee het werkelijke tijdsverloop wordt aangegeven). Met de zoekknoppen kunt u handmatig door opnamen navigeren. U kunt ook eenvoudig naar andere beeldenreeksen van de geselecteerde camera gaan. Vorige beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct voorafgaat aan het momenteel weergegeven beeld. Volgende beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct volgt op het momenteel weergegeven beeld. Vorige beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de vorige beeldenreeks. Volgende beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de volgende beeldenreeks. Eerste beeld: hiermee gaat u naar het eerste beeld in de database van de geselecteerde camera. Laatste beeld: hiermee gaat u naar het laatste beeld in de database van de geselecteerde camera. Pagina 103 Livebeelden
104 Met de schuifregelaars voor tijd kunt u opnamen doorzoeken door de schuifregelaar te slepen. Sleep naar links om terug te gaan in de tijd en sleep naar rechts om verder te gaan in de tijd. Met de bovenste schuifregelaar kunt u nauwkeurig zoeken binnen een beperkte tijdsperiode. Met de middelste schuifregelaar kunt u minder nauwkeurig zoeken binnen grotere tijdsperioden. Met de schuifregelaar voor afspelen (de onderste van de drie schuifregelaars) kunt u de gewenste afspeelsnelheid opgeven. Wanneer de schuifregelaar zich in de middelste stand bevindt, is de afspeelsnelheid gelijk aan het werkelijke tijdsverloop (1.00x). Sleep de schuifregelaar onder Afspelen naar links voor een lagere afspeelsnelheid of sleep de schuifregelaar naar rechts voor een hogere afspeelsnelheid. Naast de datum en tijd wordt een indicatie van de precieze afspeelsnelheid weergegeven. Tip: u kunt het afspelen ook onderbreken door de schuifregelaar geheel naar links te slepen. Met de afspeelknoppen kunt u opnamen afspelen: Achteruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen achteruit in de tijd afspelen. Vooruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen vooruit in de tijd afspelen. Wanneer u klikt op knop Achteruit in de tijd afspelen of Vooruit in de tijd afspelen, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u opnamen onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Pauzeren: hiermee kunt u het afspelen onderbreken. Autom. afspelen: als u de optie Autom. afspelen inschakelt, worden opnamen automatisch afgespeeld wanneer u op een miniatuur in de miniatuurweergave klikt. Opnamen van geselecteerd tijdstip weergeven in tabblad Afspelen: hiermee stelt u de hoofdtijd in het tabblad Afspelen van Smart Client in op de datum en tijd van de opname die momenteel in Sequence Explorer wordt weergegeven. Wanneer u op deze knop klikt, wordt de geselecteerde camera hiermee niet automatisch weergegeven in het tabblad Afspelen (tenzij de camera al onderdeel is van de weergave die wordt getoond in het tabblad Afspelen). Ook wordt met deze knop het venster Sequence Explorer niet afgesloten. Als tijdens het afspelen korte tijd het symbool wordt weergegeven, betekent dit dat lege gedeelten in opnamen worden overgeslagen zodat het afspelen niet wordt onderbroken. Dergelijke lege gedeelten zijn vooral duidelijk wanneer een camera relatief weinig opnamen bevat. Het overslaan van lege gedeelten is alleen gebaseerd op lege gedeelten in videobeelden. Zodra een videoopname een leeg gedeelte bevat, wordt dit overgeslagen, ook wanneer het lege videogedeelte wel audioopnamen bevat. Dit houdt in dat bij een opname die zowel beelden als audio bevat mogelijk gedeelten van audioopnamen worden overgeslagen. Als het van belang is dat audio-opnamen niet worden overgeslagen, gebruikt u in plaats hiervan het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen. In dit deelvenster kunt u de functie voor overslaan uitschakelen. Beeldenreeksen weergeven In het tabblad Beeldenreeksen wo r d t voor elke opgenomen beeldenreeks een miniatuur weergegeven. Aangezien de lengte van beeldenreeksen sterk kan variëren, kunnen sommige miniaturen korte beeldenreeksen vertegenwoordigen, terwijl andere miniaturen zeer lange beeldenreeksen kunnen vertegenwoordigen. Als u een beeldenreeks wilt weergeven, klikt u op de gewenste miniatuur in de miniatuurweergave. Wanneer u op een miniatuur klikt, wordt deze gemarkeerd met een lichtblauwe achtergrond en wordt de bijbehorende beeldenreeks links in Sequence Explorer afgespeeld (mits Autom. afspelen is ingeschakeld, zie hieronder). Pagina 104 Livebeelden
105 De afspeelregelaars links in Sequence Explorer lijken voor een groot gedeelte op die van het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122) van het tabblad Afspelen. Direct onder het weergavegebied worden datum en tijd weergegeven van de opnamen die worden afgespeeld. Ook wordt hier ook de huidige afspeelsnelheid weergegeven (bijvoorbeeld 1.00x, waarmee het werkelijke tijdsverloop wordt aangegeven). Met de zoekknoppen kunt u handmatig door opnamen navigeren. U kunt ook eenvoudig naar andere beeldenreeksen van de geselecteerde camera gaan (mits de optie Herhaling (zie hieronder) niet is ingeschakeld). Vorige beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct voorafgaat aan het momenteel weergegeven beeld. Volgende beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct volgt op het momenteel weergegeven beeld. Vorige beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de vorige beeldenreeks. Volgende beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de volgende beeldenreeks. Eerste beeld: hiermee gaat u naar het eerste beeld in de database van de geselecteerde camera. Laatste beeld: hiermee gaat u naar het laatste beeld in de database van de geselecteerde camera. Met de schuifregelaars voor tijd kunt u opnamen doorzoeken door de schuifregelaar te slepen. Sleep naar links om terug te gaan in de tijd en sleep naar rechts om verder te gaan in de tijd. Met de bovenste schuifregelaar kunt u nauwkeurig zoeken binnen een beperkte tijdsperiode. Met de middelste schuifregelaar kunt u minder nauwkeurig zoeken binnen grotere tijdsperioden. Met de schuifregelaar voor afspelen (de onderste van de drie schuifregelaars) kunt u de gewenste afspeelsnelheid opgeven. Wanneer de schuifregelaar zich in de middelste stand bevindt, is de afspeelsnelheid gelijk aan het werkelijke tijdsverloop (1.00x). Sleep de schuifregelaar onder Afspelen naar links voor een lagere afspeelsnelheid of sleep de schuifregelaar naar rechts voor een hogere afspeelsnelheid. Naast de datum en tijd wordt een indicatie van de precieze afspeelsnelheid weergegeven. Tip: u kunt het afspelen ook onderbreken door de schuifregelaar geheel naar links te slepen. Met de afspeelknoppen kunt u opnamen afspelen: Achteruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen achteruit in de tijd afspelen. Vooruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen vooruit in de tijd afspelen. Wanneer u klikt op knop Achteruit in de tijd afspelen of Vooruit in de tijd afspelen, verandert deze in Pagina 105 Livebeelden
106 een pauzeknop. Hiermee kunt u opnamen onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Pauzeren: hiermee kunt u het afspelen onderbreken. Herhaling: wanneer u een beeldenreeks afspeelt, gaat het afspelen standaard door na het einde van de beeldenreeks. Als u echter de optie Herhaling inschakelt, wordt de beeldenreeks van het begin tot het einde afgespeeld en vervolgens steeds opnieuw van het begin tot het einde, zolang u wenst. Dit is duidelijk te zien aan de witte tijdlijn direct onder het weergavegebied, die telkens opnieuw van links naar rechts loopt. Autom. afspelen: als u de optie Autom. afspelen inschakelt, worden opnamen automatisch afgespeeld wanneer u op een miniatuur in de miniatuurweergave klikt. Opnamen van geselecteerd tijdstip weergeven in tabblad Afspelen: hiermee stelt u de hoofdtijd in het tabblad Afspelen van Smart Client in op de datum en tijd van de opname die momenteel in Sequence Explorer wordt weergegeven. Wanneer u op deze knop klikt, wordt de geselecteerde camera hiermee niet automatisch weergegeven in het tabblad Afspelen (tenzij de camera al onderdeel is van de weergave die wordt getoond in het tabblad Afspelen). Ook wordt met deze knop het venster Sequence Explorer niet afgesloten. Als tijdens het afspelen korte tijd het symbool wordt weergegeven, betekent dit dat lege gedeelten in opnamen worden overgeslagen zodat het afspelen niet wordt onderbroken. Dergelijke lege gedeelten zijn vooral duidelijk wanneer een camera relatief weinig opnamen bevat. Het overslaan van lege gedeelten is alleen gebaseerd op lege gedeelten in videobeelden. Zodra een videoopname een leeg gedeelte bevat, wordt dit overgeslagen, ook wanneer het lege videogedeelte wel audioopnamen bevat. Dit houdt in dat bij een opname die zowel beelden als audio bevat mogelijk gedeelten van audioopnamen worden overgeslagen. Als het van belang is dat audio-opnamen niet worden overgeslagen, gebruikt u in plaats hiervan het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen. In dit deelvenster kunt u de functie voor overslaan uitschakelen. Markeringen weergeven De markeringsfunctie (en dus ook het tabblad Markeringen) is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het weergeven van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Het kan ook voorkomen dat u markeringen wel kunt weergeven, terwijl u deze niet kunt toevoegen, en vice versa. In het tabblad Markeringen wordt voor elke beschikbare markering (op pagina 82) een miniatuur weergegeven. Aangezien de lengte van de beeldenreeksen die bij de markeringen horen sterk kan variëren, kunnen sommige miniaturen markeringen met korte beeldenreeksen vertegenwoordigen, terwijl andere miniaturen markeringen met zeer lange beeldenreeksen kunnen vertegenwoordigen. Tip: wanneer u de muisaanwijzer op een miniatuur plaatst, worden details over de markering weergegeven. Als u beelden wilt weergeven die bij een markering horen, klikt u op de gewenste miniatuur in de miniatuurweergave. Wanneer u op een miniatuur klikt, wordt deze gemarkeerd met een lichtblauwe achtergrond en worden gegevens over de markering links in Sequence Explorer weergegeven. Ook wordt de bij de markering behorende beeldenreeks links in Sequence Explorer afgespeeld, mits Autom. afspelen is ingeschakeld (zie hieronder). Pagina 106 Livebeelden
107 De afspeelregelaars links in Sequence Explorer lijken voor een groot gedeelte op die van het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122) van het tabblad Afspelen. Direct onder het weergavegebied worden datum en tijd weergegeven van de opnamen die worden afgespeeld. Ook wordt hier ook de huidige afspeelsnelheid weergegeven (bijvoorbeeld 1.00x, waarmee het werkelijke tijdsverloop wordt aangegeven). Met de zoekknoppen kunt u handmatig door opnamen navigeren. U kunt ook eenvoudig naar andere beeldenreeksen van de geselecteerde camera gaan (mits de optie Herhaling (zie hieronder) niet is ingeschakeld). Vorige beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct voorafgaat aan het momenteel weergegeven beeld. Volgende beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct volgt op het momenteel weergegeven beeld. Vorige beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de vorige beeldenreeks. Volgende beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de volgende beeldenreeks. Eerste beeld: hiermee gaat u naar het eerste beeld in de database van de geselecteerde camera. Laatste beeld: hiermee gaat u naar het laatste beeld in de database van de geselecteerde camera. Met de schuifregelaars voor tijd kunt u opnamen doorzoeken door de schuifregelaar te slepen. Sleep naar links om terug te gaan in de tijd en sleep naar rechts om verder te gaan in de tijd. Met de bovenste schuifregelaar kunt u nauwkeurig zoeken binnen een beperkte tijdsperiode. Met de middelste schuifregelaar kunt u minder nauwkeurig zoeken binnen grotere tijdsperioden. Met de schuifregelaar voor afspelen (de onderste van de drie schuifregelaars) kunt u de gewenste afspeelsnelheid opgeven. Wanneer de schuifregelaar zich in de middelste stand bevindt, is de afspeelsnelheid gelijk aan het werkelijke tijdsverloop (1.00x). Sleep de schuifregelaar onder Afspelen naar links voor een lagere afspeelsnelheid of sleep de schuifregelaar naar rechts voor een hogere afspeelsnelheid. Naast de datum en tijd wordt een indicatie van de precieze afspeelsnelheid weergegeven. Tip: u kunt het afspelen ook onderbreken door de schuifregelaar geheel naar links te slepen. Met de afspeelknoppen kunt u opnamen afspelen: Achteruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen achteruit in de tijd afspelen. Vooruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen vooruit in de tijd afspelen. Wanneer u klikt op knop Achteruit in de tijd afspelen of Vooruit in de tijd afspelen, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u opnamen onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Pauzeren: hiermee kunt u het afspelen onderbreken. Pagina 107 Livebeelden
108 Herhaling: wanneer u een bij een markering behorende beeldenreeks afspeelt, gaat het afspelen standaard door na het einde van de beeldenreeks. Als u echter de optie Herhaling inschakelt, wordt de beeldenreeks van het begin tot het einde afgespeeld en vervolgens steeds opnieuw van het begin tot het einde, zolang u wenst. Dit is duidelijk te zien aan de witte tijdlijn direct onder het weergavegebied, die telkens opnieuw van links naar rechts loopt. Autom. afspelen: als u de optie Autom. afspelen inschakelt, worden opnamen automatisch afgespeeld wanneer u op een miniatuur in de miniatuurweergave klikt. Opnamen van geselecteerd tijdstip weergeven in tabblad Afspelen: hiermee stelt u de hoofdtijd in het tabblad Afspelen van Smart Client in op de datum en tijd van de opname die momenteel in Sequence Explorer wordt weergegeven. Wanneer u op deze knop klikt, wordt de geselecteerde camera hiermee niet automatisch weergegeven in het tabblad Afspelen (tenzij de camera al onderdeel is van de weergave die wordt getoond in het tabblad Afspelen). Ook wordt met deze knop het venster Sequence Explorer niet afgesloten. Als tijdens het afspelen korte tijd het symbool wordt weergegeven, betekent dit dat lege gedeelten in opnamen worden overgeslagen zodat het afspelen niet wordt onderbroken. Dergelijke lege gedeelten zijn vooral duidelijk wanneer een camera relatief weinig opnamen bevat. Het overslaan van lege gedeelten is alleen gebaseerd op lege gedeelten in videobeelden. Zodra een videoopname een leeg gedeelte bevat, wordt dit overgeslagen, ook wanneer het lege videogedeelte wel audioopnamen bevat. Dit houdt in dat bij een opname die zowel beelden als audio bevat mogelijk gedeelten van audioopnamen worden overgeslagen. Als het van belang is dat audio-opnamen niet worden overgeslagen, gebruikt u in plaats hiervan het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen. In dit deelvenster kunt u de functie voor overslaan uitschakelen. Onder de afspeelregelaars worden details weergegeven over de geselecteerde markering. Afhankelijk van uw gebruikersrechten kunt u de markering bewerken, verwijderen, afdrukken of exporteren: Als u de tijdinstellingen, koptekst of beschrijving van een markering wilt bewerken, klikt u op Als u een bepaalde markering wilt verwijderen, klikt u op Wanneer u een markering verwijdert, wordt deze niet alleen uit de miniatuurweergave verwijderd, maar uit het gehele bewakingssysteem. U wordt gevraagd te bevestigen dat u de geselecteerde markering wilt verwijderen. Als u een afgedrukt rapport wilt genereren met een stilstaand beeld van het tijdstip van de markering, klikt u op Als u van de markering een videofragment (AVI) of stilstaande beelden (JPEG) wilt exporteren, klikt u op Smart Wall Smart Wall-posities XProtect Smart Wall is een aanvullend product. Dit is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot Smart Wall-functies mogelijk beperkt. Met Smart Wall kunt u verzamelingen beheren van aan de muur bevestigde schermen (ook bekend als videowall of videomuur). Deze worden vaak gebruikt bij commandocentrums, stadstoezicht, verkeersregelcentrales, enzovoort. Pagina 108 Livebeelden
109 Voorbeeld Als uw organisatie gebruikmaakt van Smart Wall, kunnen bepaalde Smart Client-weergaven posities bevatten met grafische voorstellingen van Smart Walls. Dergelijke posities zijn geen voorwaarde voor het gebruik van Smart Wall aangezien u afzonderlijke Smart Wall-schermen kunt weergeven (op pagina 112) in Smart Client door deze te selecteren in het deelvenster Weergaven van het tabblad Live. Weergaven met Smart Wall-posities bieden echter wel een uitstekend overzicht. Bovendien hebben deze posities andere voordelen, zoals de mogelijkheid om snel belangrijke beelden van de Smart Walls van uw organisatie weer te geven. U kunt namelijk volledige Smart Client-weergaven, of enkele camera s vanuit kaarten (op pagina 66). rechtstreeks naar de grafische voorstelling van een Smart Wall slepen. Voorbeeld: grafische voorstelling van Smart Wall in weergavepositie Gewenste Smart Wall en voorkeurinstelling selecteren Als uw organisatie beschikt over meerdere Smart Walls, selecteert u de gewenste Smart Wall in het menu Smart Wall linksboven in de Smart Wall-positie: Als de gewenste Smart Wall beschikt over meerdere voorkeurinstellingen (dit zijn vooraf gedefinieerde instellingen die bepalen welke camera s worden weergegeven en hoe inhoud wordt gestructureerd op elk scherm in de Smart Wall), selecteert u de gewenste voorkeurinstelling in het menu Voorkeurinstelling: Waarom is het menu Voorkeurinstelling leeg nadat ik een selectie heb gemaakt? Wanneer u een selectie maakt, wordt deze selectie uiteraard toegepast. Aangezien de voorkeurinstelling echter handmatig kan worden gewijzigd door andere gebruikers of automatisch via vooraf gedefinieerde regels in het bewakingssysteem, is niet bekend hoe lang de Smart Wall uw geselecteerde voorkeurinstelling behoudt. Daarom blijft het menu Voorkeurinstelling leeg nadat u een selectie hebt gemaakt. Indeling van een Smart Wall-scherm wijzigen U kunt op verschillende manieren de inhoud en indeling van schermen in een Smart Wall wijzigen: Pagina 109 Livebeelden
110 U kunt een camera vanuit een bestaande Smart Client-weergave, zowel een persoonlijke als een gedeelde, verzenden naar een Smart Wall: klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie, selecteer Naar Smart Wall verzenden, selecteer de gewenste Smart Wall, selecteer het gewenste scherm en selecteer ten slotte de gewenste positie op het scherm. U kunt een bestaande weergave in Smart Client snel weergeven op een scherm in een Smart Wall door de gewenste weergave rechtstreeks vanuit het deelvenster Weergaven te slepen naar het gewenste scherm in de grafische voorstelling van de Smart Wall. Dit is van toepassing op zowel persoonlijke als gedeelde weergaven. Klik in de grafische voorstelling van de Smart Wall met de rechtermuisknop op het gewenste scherm, selecteer Weergave-indeling wijzigen, selecteer de gewenste schermverhouding (4: 3 of 16: 9) en selecteer ten slotte de gewenste weergave-indeling. Selecteer een andere voorkeurinstelling voor de Smart Wall (dit kan van invloed zijn op alle schermen in de Smart Wall). In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Walls. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Camera s vanuit deelvenster Camera s naar Smart Walls slepen U kunt een camera snel weergeven op de Smart Wall van uw organisatie door de gewenste camera rechtstreeks vanuit het deelvenster Camera s (op pagina 73) in het tabblad Live te slepen naar een positie op een scherm in de grafische voorstelling van de Smart Wall. Zorg hiervoor dat het deelvenster Camera s wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Camera s: Als het deelvenster Camera s nog steeds niet beschikbaar is, opent u het dialoogvenster Opties (op pagina 159), selecteert u het tabblad Deelvensters (op pagina 160), stelt u Camera s voor de modus Live in op Beschikbaar en klikt u op OK. De camera s in de lijst in het deelvenster Camera s zijn gegroepeerd op de server waartoe de camera s behoren. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen camera s van die server selecteren. In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Walls. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Pagina 110 Livebeelden
111 Camera s vanuit kaarten naar Smart Walls slepen Maakt uw organisatie ook gebruik van de kaartfunctie (op pagina 66)? In dat geval kunt u een camera snel weergeven op de Smart Wall van uw organisatie door de gewenste camera rechtstreeks vanuit de kaart te slepen naar een positie op een scherm in de grafische voorstelling van de Smart Wall. Dit geldt voor camera s op kaarten in dezelfde weergave als de Smart Wall-positie en ook voor camera s van kaarten in andere weergaven, zoals weergaven in zwevende vensters of op secundaire beeldschermen. In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Walls. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Beelden van Smart Wall-schermen verzenden naar Smart Client-weergaven Op dezelfde manier als bij beelden verzenden tussen weergaven (op pagina 74) in Smart Client zelf, kunt u ook beelden verzenden vanaf afzonderlijke schermen in een Smart Wall naar weergaven in Smart Client: Klik in de grafische voorstelling van de Smart Wall met de rechtermuisknop op het gewenste scherm, selecteer Weergave verzenden naar en selecteer vervolgens de gewenste bestemming (raadpleeg Meerdere vensters gebruiken voor definities van Primair beeldscherm, Zwevend venster, enzovoort). In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Client-weergaven. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Inhoud van Smart Wall-schermen verwijderen Beelden die op Smart Wall-schermen worden weergegeven, kunt u verwijderen. U kunt de volledige inhoud van het scherm verwijderen of beelden van afzonderlijke posities op een scherm. Dit kan een snelle manier zijn om bijvoorbeeld beelden met gevoelige informatie te verwijderen uit de Smart Wall. De volledige inhoud van het scherm verwijderen: Klik in de grafische voorstelling van de Smart Wall met de rechtermuisknop op het gewenste scherm en selecteer Weergave wissen. Hiermee worden alle beelden van het scherm verwijderd, terwijl de indeling van het scherm behouden blijft. Beelden van afzonderlijke posities verwijderen: Klik in de grafische voorstelling van de Smart Wall met de rechtermuisknop op de gewenste positie in het gewenste scherm en selecteer Uit weergave verwijderen. Hiermee worden de beelden van de betreffende positie verwijderd, terwijl de overige inhoud en de indeling van het scherm behouden blijven. Onthoud dat wat op een Smart Wall wordt weergegeven, handmatig door andere gebruikers of automatisch via vooraf gedefinieerde regels in het bewakingssysteem kan worden gewijzigd. Zelfs als u handmatig inhoud van de Smart Wall verwijdert, kan deze inhoud dus later opnieuw worden weergegeven in de Smart Wall. Neem contact op met de serverbeheerder van het bewakingssysteem als u wilt voorkomen dat bepaalde inhoud wordt weergegeven in Smart Walls. Pagina 111 Livebeelden
112 Smart Wall-scherm weergeven in Smart Client XProtect Smart Wall is een aanvullend product. Dit is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot Smart Wall-functies mogelijk beperkt. Als u de inhoud van een Smart Wall-scherm in het tabblad Live van Smart Client wilt weergeven, gebruikt u het deelvenster Weergaven van het tabblad Live: Mogelijk moet u het deelvenster Weergaven maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). V ou w Smart Wall uit in het deelvenster Weergaven, vouw de gewenste Smart Wall-map uit en selecteer vervolgens het gewenste scherm. Opties Klik voor meer opties met de rechtermuisknop op het gewenste scherm in het deelvenster Weergaven en maak een van de volgende keuzen in het menu: Weergave selecteren: hiermee geeft u het geselecteerde scherm in Smart Client weer. Weergave verzenden naar: hiermee kunt u de inhoud van het geselecteerde scherm verzenden naar een weergavebestemming in Smart Client (raadpleeg Meerdere vensters gebruiken voor definities van Primair beeldscherm, Zwevend venster, enzovoort). Weergave-indeling wijzigen: hiermee kunt u een andere indeling voor het betreffende scherm selecteren door de gewenste schermverhouding (4: 3 of 16: 9) en vervolgens de gewenste weergaveindeling te selecteren. U bepaalt hiermee hoe het scherm lokaal wordt weergegeven in Smart Client en hoe het scherm eruitziet in de Smart Wall. Weergave wissen: hiermee verwijdert u alle beelden van het scherm, terwijl de indeling van het scherm behouden blijft. Dit kan een snelle manier zijn om bijvoorbeeld beelden met gevoelige informatie te verwijderen uit de Smart Wall. Onthoud dat wat op een Smart Wall wordt weergegeven, handmatig door andere gebruikers of automatisch via vooraf gedefinieerde regels in het bewakingssysteem kan worden gewijzigd. Zelfs als u handmatig inhoud van de Smart Wall verwijdert, kan deze inhoud dus later opnieuw worden weergegeven in de Smart Wall. Neem contact op met de serverbeheerder van het bewakingssysteem als u wilt voorkomen dat bepaalde inhoud wordt weergegeven in Smart Walls. Uit weergave verwijderen: hiermee kunt u een bepaalde positie op het scherm selecteren en de beelden van de betreffende positie verwijderen, terwijl de overige inhoud en de indeling van het scherm behouden blijven. Pagina 112 Livebeelden
113 In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Walls of in Smart Client. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Tip: als uw organisatie gebruikmaakt van Smart Wall, kunnen uw Smart Client-weergaven posities bevatten met grafische voorstellingen van Smart Walls. Dergelijke posities hebben een aantal voordelen, zoals de mogelijkheid om snel belangrijke beelden van de Smart Walls van uw organisatie weer te geven. U kunt namelijk volledige Smart Client-weergaven, of enkele camera s vanuit kaarten (op pagina 66), rechtstreeks naar de grafische voorstelling van een Smart Wall slepen. Raadpleeg Smart Wall-posities (op pagina 67) voor meer informatie. Beelden van weergaven verzenden naar Smart Wall XProtect Smart Wall is een aanvullend product. Dit is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot Smart Wall-functies mogelijk beperkt. U kunt een camera vanuit een bestaande Smart Client-weergave, zowel een persoonlijke als een gedeelde, verzenden naar een Smart Wall: klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie, selecteer Naar Smart Wall verzenden, selecteer de gewenste Smart Wall, selecteer het gewenste scherm en selecteer ten slotte de gewenste positie op het scherm. In sommige gevallen kunnen bepaalde camera s vanwege gebruikersrechten niet worden weergegeven in Smart Walls. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Tip: als uw organisatie gebruikmaakt van Smart Wall, kunnen uw Smart Client-weergaven posities bevatten met grafische voorstellingen van Smart Walls. Dergelijke posities hebben een aantal voordelen, zoals de mogelijkheid om snel belangrijke beelden van de Smart Walls van uw organisatie weer te geven. U kunt namelijk volledige Smart Client-weergaven, of enkele camera s vanuit kaarten (op pagina 66), rechtstreeks naar de grafische voorstelling van een Smart Wall slepen. Raadpleeg Smart Wall-posities (op pagina 67) voor meer informatie. Pagina 113 Livebeelden
114 Afzonderlijke beelden kopiëren U kunt afzonderlijke, stilstaande beelden van geselecteerde camera s kopiëren. Vervolgens kunt u de gekopieerde beelden (als bitmapafbeelding) plakken in andere toepassingen, zoals tekstverwerkers, e- mailclients, enzovoort.u kunt slechts één beeld van één camera tegelijk kopiëren. 1. Selecteer de gewenste weergave. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer Kopiëren in dit menu. U kunt het beeld vervolgens plakken in de gewenste toepassing. Geluidssignalen verwerken Smart Client kan zo zijn geconfigureerd, dat geluidssignalen worden afgespeeld wanneer: op een of meer specifieke camera s beweging wordt gedetecteerd - en/of - gebeurtenissen optreden die zijn gerelateerd aan een of meer specifieke camera s. Wanneer u een geluidssignaal hoort, kan bijzondere aandacht vereist zijn. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over de aanwezigheid of het gebruik van geluidssignalen binnen uw organisatie. Indien gewenst, kunt u als volgt geluidssignalen voor een specifieke camera tijdelijk uitschakelen: 1. Selecteer de gewenste weergave in het tabblad Live. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer Geluidssignalen > Dempen in dit menu. Als u geluidssignalen voor de camera weer wilt inschakelen, selecteert u opnieuw Geluidssignalen > Dempen. Het uitschakelen van geluidssignalen is alleen mogelijk voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots (op pagina 65), carrousels (op pagina 65) of Matrix (op pagina 66) -inhoud. Pagina 114 Livebeelden
115 Beelden afspelen Opgenomen beelden worden weergegeven in het tabblad Afspelen van Smart Client. Wanneer u het tabblad Afspelen selecteert, wordt verbinding gemaakt tussen Smart Client en de server van het bewakingssysteem en worden opgenomen beelden van camera s getoond in de geselecteerde weergave. Op deze manier kunt u opgenomen beelden afspelen. Voor toegang tot het tabblad Afspelen kunnen bepaalde gebruikersrechten zijn vereist en afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het afspelen van beelden vanaf bepaalde camera s mogelijk beperkt. Het tabblad Afspelen, waar in dit voorbeeld een weergave met beelden van zes camera s wordt getoond. Rechts in het tabblad Afspelen bevindt zich het tijdlijnvenster. Het tabblad Afspelen biedt vele geavanceerde functies om opgenomen beelden te doorzoeken, inclusief tijdnavigatie (op pagina 122), een zeer intuïtief tijdlijnvenster (op pagina 121), waarschuwingen doorzoeken (op pagina 135), slim zoeken (op pagina 136) (waarmee u kunt zoeken naar beweging in geselecteerde gebieden van opnamen van een bepaalde camera) en twee manieren om beeldenreeksen te doorzoeken (via een eenvoudige lijst met voorbeeldoptie of via de miniatuurweergave met meerdere beeldenreeksen in Beeldenverkenner (op pagina 100) ). Naast de zoekfuncties voor beelden kunt u in het tabblad Afspelen ook luisteren naar audio (op pagina 145) (alleen wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde Milestone-bewakingssystemen), hotspots gebruiken (op pagina 116), digitale zoom gebruiken (op pagina 149), door fisheye-beelden navigeren (op pagina 155), beelden afdrukken (op pagina 157) en beelden als bewijsmateriaal exporteren (op pagina 151) als AVI-bestand (videofragment), JPEG-bestand (stilstaand beeld) en als databasebestand. Opgenomen beelden weergeven in meerdere vensters Smart Client ondersteunt het gebruik van meerdere vensters wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Dit is met name nuttig als op uw computer meer dan één fysiek beeldscherm is aangesloten, maar u kunt ook specifieke weergaven naar afzonderlijke vensters verzenden vanuit de tabbladen Live en Afspelen. Op deze manier kunt u meerdere weergaven tegelijk bekijken. Raadpleeg Meerdere vensters gebruiken voor meer informatie. Weergaven en bijbehorende inhoud Weergave selecteren U kunt op drie manieren een weergave selecteren: De gewenste weergave selecteren in het deelvenster Weergaven van het tabblad Live. Pagina 115 Beelden afspelen
116 Mogelijk moet u het deelvenster Weergaven maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Weergaven: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). De gewenste weergave selecteren in de lijst Weergaven boven in het venster. Als weergavenummers zijn toegewezen (raadpleeg Weergaven maken en beheren (op pagina 24) ), kunt u een weergave ook selecteren met sneltoetsen (raadpleeg Standaardsneltoetsen gebruiken). De afbeeldingen dienen slechts als voorbeeld. Mappen en weergaven kunnen andere namen hebben in uw versie. Cameranamen en gekleurde aanduidingen Indien geconfigureerd (als onderdeel van camera-eigenschappen (op pagina 30) in het tabblad Instellingen), kunt u elke camerapositie in de weergaven van het tabblad Afspelen herkennen aan een balk boven in de camerapositie. In de balk wordt de naam van de camera weergegeven, evenals de naam van het apparaat waarop de camera is aangesloten. Eerst wordt tussen vierkante haken de apparaatnaam weergegeven, gevolgd door de cameranaam. Wanneer beelden worden weergegeven, worden in de balk ook de datum en tijd hiervan weergegeven. De balk is donkerblauw. Wanneer u een bepaalde camera in de weergave selecteert, wordt de balk van de geselecteerde camerapositie lichtblauw. Donkerblauw: camera is niet geselecteerd Lichtblauw: camera is geselecteerd Elke balk beschikt over een opnameaanduiding, die van pas komt bij het afspelen van opnamen. Telkens wanneer een nieuw beeld wordt weergegeven, gaat de groene aanduiding branden. Hotspotposities Wanneer de geselecteerde weergave een hotspot bevat, wordt deze ook weergegeven in het tabblad Afspelen. Net als in het tabblad Live kunt u een camerapositie in een weergave selecteren om de camerabeelden automatisch vergroot en/of in hogere kwaliteit in de hotspot weer te geven. Uiteraard kunt u de hotspotbeelden afspelen met de navigatiefuncties van het tabblad Afspelen. Net als in de andere tabbladen van Smart Client wordt een hotspot aangegeven door een dunne oranje rand. Pagina 116 Beelden afspelen
117 Carrouselposities Een carrousel wordt doorgaans gebruikt om beelden van meerdere camera s achter elkaar weer te geven in één weergavepositie. Wanneer de geselecteerde weergave een carrousel bevat, wordt deze ook weergegeven in het tabblad Afspelen. Een carrousel is echter alleen nuttig in het tabblad Live en niet in het tabblad Afspelen. In het tabblad Afspelen wordt in de carrousel de naam van de camera weergegeven die het laatst is weergegeven in het tabblad Live. Net als in de andere tabbladen van Smart Client wordt een carrousel aangegeven door een dunne groene rand. Kaartposities De kaartfunctie is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). In het tabblad Afspelen van Smart Client kunt u kaarten gebruiken voor navigatiedoeleinden, op dezelfde manier als u door kaarten navigeert in het tabblad Live (raadpleeg Interactie met kaarten (op pagina 89). U kunt ook livebeelden weergeven (maar geen opgenomen beelden afspelen) van camera s die aan de kaart zijn toegevoegd, en u kunt de muisaanwijzer op een camera op een kaart plaatsen om livebeelden (geen opgenomen beelden) van de camera weer te geven in een klein zwevend venster. Het is niet mogelijk luidsprekers en microfoons te gebruiken in kaartweergaven in de afspeelmodus. De statusinformatie (op pagina 91) in de afspeelmodus is overigens niet gebaseerd op opgenomen gegevens, maar wordt opgehaald uit de huidige status van de elementen, zoals weergegeven in de livemodus. Matrix-posities Het gebruik van Matrix-inhoud in weergaven is alleen mogelijk wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Matrix is een functie in het bewakingssysteem voor gedistribueerde weergave van beelden vanaf een willekeurige camera in het bewakingssysteem naar een willekeurig beeldscherm (de zogenaamde Matrix-ontvanger) in een netwerk. U kunt Matrix-beelden afspelen, mits Matrix op de server van het bewakingssysteem is geconfigureerd en een of meer speciale Matrix-posities voor de weergave zijn gedefinieerd. Wanneer de geselecteerde weergave een of meer Matrix-posities bevat, worden deze ook weergegeven in het tabblad Afspelen. In het tabblad Afspelen worden in de Matrix-posities beelden weergegeven van de camera s waarmee de Matrix-posities het laatst zijn gebruikt in het tabblad Live. Uiteraard kunt u deze beelden afspelen met de navigatiefuncties van het tabblad Afspelen. Net als in de andere tabbladen van Smart Client wordt een Matrix-positie aangegeven door een dunne blauwe rand. Cameraposities vergroten Als u beelden van een bepaalde camerapositie in een weergave wilt vergroten, dubbelklikt u op de camerapositie. Klik nogmaals op de camerapositie om terug te keren naar de normale weergave. Snelmenu s van camera s U kunt het snelmenu openen door met de rechtermuisknop te klikken in een van de cameraposities van een weergave in het tabblad Afspelen. Sommige van de onderstaande functies zijn mogelijk alleen beschikbaar indien deze worden ondersteund door het bewakingssysteem. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie. Opname starten gedurende # min.: niet beschikbaar wanneer opgenomen beelden worden afgespeeld in het tabblad Afspelen. Kopiëren: hiermee kunt u het weergegeven beeld naar het klembord kopiëren. Vervolgens kunt u de gekopieerde afbeelding plakken in andere toepassingen, zoals tekstverwerkers, enzovoort. Beschikbaar voor alle camera's. Raadpleeg Afzonderlijke beelden kopiëren (op pagina 158) voor meer informatie. Pagina 117 Beelden afspelen
118 Camera: hiermee kunt u een andere camera in de weergavepositie selecteren. Op deze manier kunt u schakelen tussen beelden van verschillende camera s in dezelfde weergavepositie. Alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Raadpleeg Schakelen tussen camera s in cameraposities (op pagina 73) voor meer informatie. Geluidssignalen: niet beschikbaar wanneer opgenomen beelden worden afgespeeld in het tabblad Afspelen. PTZ-voorkeurposities: niet beschikbaar wanneer opgenomen beelden worden afgespeeld in het tabblad Afspelen. Matrix: hiermee kunt u beelden van de geselecteerde camera verzenden naar een Matrix-ontvanger. De opdracht Matrix is niet beschikbaar als de camera in een hotspot wordt weergegeven. Alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots of carrousels. Alleen beschikbaar als Matrix (een functie voor gedistribueerde weergave van beelden, alleen beschikbaar met bepaalde bewakingssystemen) in het bewakingssysteem is geconfigureerd en u de vereiste gebruikersrechten hebt. Raadpleeg Beelden verzenden naar Matrix-ontvangers (op pagina 156) voor meer informatie. Camera verzenden: hiermee kunt u beelden van de geselecteerde camerapositie verzenden naar een andere positie met één camera. U kunt een camera verzenden naar een zwevend venster of naar een andere positie in een geopende weergave, inclusief weergaven die zijn geopend in zwevende vensters of op secundaire beeldschermen. Alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Raadpleeg Beelden verzenden tussen weergaven (op pagina 120) voor meer informatie. Cameraberichten Onder bepaalde omstandigheden kunnen berichtteksten in witte letters over een of meer cameraposities van een weergave worden getoond. Voorbeeld van een cameraberichttekst Raadpleeg Berichten in cameraposities (op pagina 168) voor een volledig overzicht van de berichtteksten met uitleg en instructies. Privacymaskers Met privacymaskers kan worden voorkomen dat bepaalde gedeelten in een weergavehoek van de camera worden weergegeven. Voorbeeld: een camera waarmee een parkeerplaats wordt bewaakt, is onder een zodanige hoek bevestigd dat ook de ramen van een privékeuken en -woonkamer binnen het opnamegebied vallen. Ten behoeve van de privacy van de bewoner wordt het zicht op de ramen geblokkeerd met privacymaskers. In Smart Client worden privacymaskers weergegeven als zwarte gedeelten in de videobeelden. In dit voorbeeld zijn privacymaskers gebruikt om het zicht op vijf ramen te blokkeren: Pagina 118 Beelden afspelen
119 U kunt privacymaskers niet verwijderen. Deze worden volledig gedefinieerd door de beheerder van het bewakingssysteem. Als privacymaskers worden gebruikt, worden deze weergegeven in alle situaties waarin beelden worden getoond, ook bij het exporteren (op pagina 151) van beelden of afdrukken (op pagina 157) van stilstaande beelden. Als u beelden met privacymaskers exporteert, kan het exportproces iets langer duren dan normaal en kan de bestandsgrootte van de export kan iets groter zijn dan normaal. Schakelen tussen camera s in cameraposities U kunt de camera s wijzigen die worden weergegeven in de cameraposities van een weergave. Op deze manier kunt u schakelen tussen beelden van verschillende camera s in dezelfde cameraposities van een weergave. Deze functie is echter bedoeld om tijdelijk te schakelen tussen camera s. De weergave wordt hiermee niet permanent gewijzigd. Als u de inhoud van een weergave permanent wilt wijzigen, moet u dit doen vanuit het tabblad Instellingen. Deze functie is alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots (op pagina 65), carrousels (op pagina 65) of Matrix (op pagina 66) -inhoud. Als u de functie gebruikt vanuit het deelvenster Camera, werkt deze ook met Smart Wall (op pagina 67) -posities. Camera s slepen vanuit deelvenster Camera s Tip: u kunt met deze methode ook camera s slepen naar Smart Wall-posities (op pagina 67), maar alleen bij gebruik in het tabblad Live. 1. Selecteer de gewenste weergave. 2. Zorg dat het deelvenster Camera s wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Camera s: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 3. Sleep de gewenste camera vanuit het deelvenster Camera naar de gewenste positie in de weergave. De camera s in de lijst in het deelvenster Camera s zijn gegroepeerd op de server waartoe de camera s behoren. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen camera s van die server selecteren. Snelmenu in cameraposities gebruiken 1. Selecteer de gewenste weergave. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. Pagina 119 Beelden afspelen
120 3. Selecteer eerst Camera in dit menu. Selecteer vervolgens in het eerste submenu de gewenste server (Smart Client ondersteunt de weergave van camera s van meerdere servers) en in het tweede submenu de gewenste camera. Tip: de camera die oorspronkelijk in de weergavepositie werd getoond, wordt boven in het eerste submenu vermeld, met de toevoeging (standaard) achter de cameranaam. Op deze manier kunt u snel terugschakelen naar de oorspronkelijke camera. Sneltoetsen gebruiken Als cameranummers op de server van het bewakingssysteem zijn gedefinieerd, kunt u ook schakelen tussen camera s met sneltoetsen. Raadpleeg Standaardsneltoetsen gebruiken voor meer informatie. Dergelijke cameranummers worden tussen haakjes weergegeven vóór de cameranamen in het snelmenu dat hierboven wordt beschreven onder Snelmenu in cameraposities gebruiken. Beelden verzenden tussen weergaven U kunt beelden van een geselecteerde camerapositie verzenden naar een andere positie met één camera in een geopende weergave, inclusief weergaven die zijn geopend in zwevende vensters of op secundaire beeldschermen. Deze functie is alleen beschikbaar voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots (op pagina 65), carrousels (op pagina 65) of Matrix (op pagina 66) -inhoud. 1. Selecteer de weergave die de camera bevat waarvan u beelden wilt verzenden. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer eerst Camera verzenden in dit menu. Selecteer vervolgens in het eerste submenu de gewenste doelweergave en in het tweede submenu de gewenste camerapositie. Als u bepaalde cameraposities in het tweede submenu niet kunt selecteren, komt dit doordat de posities niet in gebruik zijn of doordat deze worden gebruikt voor hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Smart Wall in modus Afspelen XProtect Smart Wall is een aanvullend product. Dit is alleen beschikbaar voor bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot Smart Wall-functies mogelijk beperkt. In het tabblad Afspelen van Smart Client kunt u afzonderlijke Smart Wall-schermen selecteren om weer te geven in Smart Client, op dezelfde manier als in het tabblad Live (raadpleeg Smart Wall-scherm weergeven in Smart Client (op pagina 112) ). Houd er wel rekening mee dat het scherm in de videowall altijd livebeelden weergeeft, ook als u beelden van het geselecteerde scherm afspeelt in Smart Client. Als weergaven Smart Wall-posities bevatten met grafische voorstellingen van Smart Walls, worden deze Smart Wall-posities ook weergegeven in het tabblad Afspelen. Deze werken echter op dezelfde manier als in het tabblad Live (raadpleeg Smart Wall-posities (op pagina 67) ). Dit houdt in dat als u Smart Client-weergaven of camera s vanuit kaarten (op pagina 66) naar een grafische voorstelling van een Smart Wall sleept, de Smart Wallschermen in de videowall livebeelden weergeven (en geen opgenomen beelden). De verschillende opties die beschikbaar zijn wanneer u met de rechtermuisknop klikt op afzonderlijke schermen in grafische voorstellingen van Smart Walls, werken ook in het tabblad Afspelen, maar het resultaat ervan vindt plaats in de livemodus. Voorbeeld: als u met de rechtermuisknop klikt op een scherm in de grafische voorstelling en Weergave verzenden naar > Zwevend venster selecteert, worden in het zwevende venster livebeelden van camera s in de indeling van het scherm weergegeven. Pagina 120 Beelden afspelen
121 Afspeelfuncties Tijdlijnvenster In het tijdlijnvenster wordt van alle camera s in de huidige weergave een overzicht weergegeven van perioden met opnamen. Het aantal tijdlijnen dat in het tijdlijnvenster wordt weergegeven, komt overeen met het aantal camera s dat in de gebruikte weergave wordt getoond. Camera s met audio worden vertegenwoordigd door een dubbele tijdlijn: een tijdlijn die perioden met video-opnamen weergeeft en een tijdlijn die perioden met audio-opnamen weergeeft. Er kunnen maximaal 15 camera s met audiotijdlijnen worden weergegeven, mits uw bewakingssysteem voorziet in dit aantal camera s. Als de weergave 16 of meer camera s met audio bevat, wordt alleen de audiotijdlijn van de geselecteerde camera weergegeven. De audiotijdlijnen van de overige camera s worden dan aangegeven met een gele punt onder de videotijdlijn. In dat geval selecteert u de gewenste camera om de bijbehorende audiotijdlijn weer te geven. De tijdlijn van de geselecteerde camera in de weergave wordt gemarkeerd in een lichtere kleur. Kleuren in het tijdlijnvenster In het tijdlijnvenster worden vijf kleuren gebruikt: Rood ( ): opnamen met beweging Groen ( ): opnamen zonder beweging B l a u w ( ): opnamen met binnenkomende audio van microfoons die zijn aangesloten op camera s Geel ( ): opnamen met uitgaande audio van luidsprekers die zijn aangesloten op camera s Paars ( ): opnamen met zowel binnenkomende als uitgaande audio. De horizontale witte lijn in het midden van het tijdlijnvenster geeft het tijdstip aan waarvan opnamen worden getoond in de weergave. Tijdlijnen van camera s in de onafhankelijke afspeelmodus (op pagina 139) worden geel gemarkeerd: Het tijdlijnvenster geeft meer prioriteit aan opnamen met beweging dan aan opnamen zonder beweging: wanneer er binnen een interval van een minuut zowel opnamen met als opnamen zonder beweging zijn, wordt het volledige interval in het tijdlijnvenster behandeld als een interval met opnamen met beweging. Daarom ziet u, afhankelijk van de specifieke camera-instellingen, meer rode perioden dan groene perioden in het tijdlijnvenster. Opnameperioden met een buffer die vooraf door de beheerder van het bewakingssysteem zijn gedefinieerd, kunnen niet in het tijdlijnvenster worden weergegeven. Het feit dat deze perioden niet in het tijdlijnvenster kunnen worden weergegeven, heeft geen invloed op de opnamen. Tijdspanne Direct onder het tijdlijnvenster zelf kunt u opgeven welke tijdspanne (1 uur, 2 uur, enzovoort, tot 1 dag) in de tijdlijn moet worden gebruikt en of de nieuwste opnamen boven of onder aan de tijdlijn moeten worden weergegeven. Opnamen doorzoeken in tijdlijnvenster Als u opnamen wilt doorzoeken in het tijdlijnvenster, klikt u in het venster en verplaatst u de muis Pagina 121 Beelden afspelen
122 naar boven of beneden zonder de muisknop los te laten. Tip: als uw muis over een scrollwiel beschikt, kunt u hiermee ook de tijdlijnen doorzoeken. Als u het scrollwiel gebruikt om te zoeken, kunt u de tijdspanne van het tijdlijnvenster snel wijzigen door tijdens het scrollen op de Ctrl-toets op het toetsenbord te drukken. Tip: het zoeken gaat normaal redelijk snel, maar u kunt de snelheid verlagen door tijdens het zoeken op de Ctrl-toets op het toetsenbord te drukken. Dit is niet van toepassing als u het scrollwiel gebruikt om te zoeken. Tip: als u dubbelklikt op een willekeurig punt in een tijdlijn, gaat u direct naar het betreffende tijdstip. Markeringen zoeken in tijdlijnvenster Markeringen (op pagina 82) in het tijdlijnvenster worden aangegeven door dunne witte lijnen in de tijdlijnen. Voorbeeld: Als u de beelden van de markering wilt weergeven, plaatst u de muisaanwijzer op de witte lijn. Tip: het deelvenster Opname zoeken (op pagina 124) bevat meer functies voor het zoeken, weergeven en bewerken van markeringen. Het tijdlijnvenster verbergen en weergeven Het tijdlijnvenster is handig, maar neemt ruimte in beslag in de weergave. Wanneer u het tijdlijnvenster niet nodig hebt, kunt u dit verbergen door te klikken op de kleine knop links in de rand van het tijdlijnvenster. De knop bevindt zich op dezelfde hoogte als de horizontale witte lijn. Klik nogmaals op de knop om het tijdlijnvenster opnieuw weer te geven. Wanneer het tijdlijnvenster is verborgen, bevindt de knop zich geheel rechts in de rand van het tabblad Afspelen. Tijdnavigatie In het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen vindt u besturingselementen voor het doorzoeken en afspelen van opgenomen beelden van de camera die in de weergave is geselecteerd. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Tijdnavigatie: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Datum- en tijdnotatiekunnen verschillen op uw computer Pagina 122 Beelden afspelen
123 Hoofdtijd en afspeelsnelheid In het bovenste gedeelte van het deelvenster Tijdnavigatie wordt de hoofdtijd- en datum van de opnamen weergegeven. De hoofdtijd is de tijd waaraan alle weergegeven camera s zijn gekoppeld. Dit houdt in dat wanneer u opnamen afspeelt, alle beelden die u in de weergave ziet in principe van precies hetzelfde tijdstip zijn. Bepaalde camera s nemen echter alleen op wanneer beweging wordt gedetecteerd. Ook zijn er mogelijk geen opgenomen beelden van een of meer camera s in de weergave die overeenkomt met het opgegeven tijdstip. In dat geval wordt het laatste beeld in de cameradatabase voorafgaand aan het opgegeven tijdstip in de weergave getoond. In het bovenste gedeelte wordt ook de huidige afspeelsnelheid weergegeven (bijvoorbeeld 1.00x, waarmee het werkelijke tijdsverloop wordt aangegeven). Als het volgende pictogram naast de hoofdtijd wordt weergegeven, komt dit door de functie Lege gedeelten overslaan bij het afspelen (hieronder kunt u meer lezen over deze functie): Zoekknoppen Met de zoekknoppen in het deelvenster Tijdnavigatie kunt u handmatig navigeren door opnamen van de geselecteerde camera in de weergave. Vorige beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct voorafgaat aan het momenteel weergegeven beeld. Volgende beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct volgt op het momenteel weergegeven beeld. Vorige beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de vorige beeldenreeks. Volgende beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de volgende beeldenreeks. Eerste beeld: hiermee gaat u naar het eerste beeld in de database van de geselecteerde camera. Laatste beeld: hiermee gaat u naar het laatste beeld in de database van de geselecteerde camera. Schuifregelaars voor tijd Met de schuifregelaars voor tijd in het deelvenster Tijdnavigatie kunt u opnamen doorzoeken door de schuifregelaar te slepen. Sleep naar links om terug te gaan in de tijd en sleep naar rechts om verder te gaan in de tijd. Met de bovenste schuifregelaar kunt u nauwkeurig zoeken binnen een beperkte tijdsperiode. Met de onderste schuifregelaar kunt u minder nauwkeurig zoeken binnen grotere tijdsperioden. Schuifregelaar en knoppen voor afspelen Met de schuifregelaar voor afspelen in het deelvenster Tijdnavigatie kunt u de gewenste afspeelsnelheid opgeven. Wanneer de schuifregelaar zich in de middelste stand bevindt, is de afspeelsnelheid gelijk aan het werkelijke tijdsverloop (1.00x). Sleep de schuifregelaar onder Afspelen naar links voor een lagere afspeelsnelheid Pagina 123 Beelden afspelen
124 of sleep de schuifregelaar naar rechts voor een hogere afspeelsnelheid. Een indicatie van de precieze afspeelsnelheid wordt weergegeven in de rechterbovenhoek van het hoofdtijdgedeelte in het deelvenster Tijdnavigatie. Met de afspeelknoppen kunt u opnamen afspelen: Achteruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen achteruit in de tijd afspelen. Vooruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen vooruit in de tijd afspelen. Wanneer u klikt op knop Achteruit in de tijd afspelen of Vooruit in de tijd afspelen, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u opnamen onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Pauzeren: hiermee kunt u het afspelen onderbreken. Tip: u kunt het afspelen ook onderbreken door de schuifregelaar geheel naar links te slepen. Lege gedeelten overslaan bij het afspelen Schakel het selectievakje Lege gedeelten overslaan bij het afspelen in om automatisch lege gedeelten in opnamen over te slaan bij het afspelen. Dergelijke lege gedeelten zijn vooral duidelijk wanneer een camera relatief weinig opnamen bevat. Wanneer een leeg gedeelte wordt overgeslagen, wordt korte tijd het volgende pictogram weergegeven naast de hoofdtijd: De functie Lege gedeelten overslaan bij het afspelen is alleen gebaseerd op lege gedeelten in videobeelden. Zodra een video-opname een leeg gedeelte bevat, zorgt de functie dat dit lege gedeelte wordt overgeslagen, ook wanneer het lege videogedeelte wel audio-opnamen bevat. Dit houdt in dat bij een opname die zowel beelden als audio bevat mogelijk gedeelten van audio-opnamen worden overgeslagen met deze functie. Snel naar datum en tijd gaan Met de datum- en tijdvelden onder in het deelvenster Tijdnavigatie kunt u snel naar een specifiek tijdstip gaan. Geef in het eerste veld de gewenste datum op en in het tweede veld de gewenste tijd, en klik vervolgens op de knop Ga naar. Opname zoeken In het deelvenster Opname zoeken van het tabblad Afspelen kunt u snel zoeken naar opgenomen beeldenreeksen of markeringen (op pagina 82). Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Opname zoeken: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). U kunt Opname zoeken gebruiken voor één geselecteerde camera of voor alle camera s in een weergave. Zoeken naar beeldenreeksen Tip: naast het zoeken naar beeldenreeksen in het deelvenster Opname zoeken zoals hieronder beschreven, kunt u ook beeldenreeksen zoeken via Sequence Explorer (op pagina 100). 1. Selecteer Beeldenreeksen in het middelste gedeelte van het deelvenster Opname zoeken. Pagina 124 Beelden afspelen
125 2. Selecteer in het onderste gedeelte van het deelvenster of u wilt zoeken in de geselecteerde camera in de weergave of in alle camera s in de weergave. 3. Klik op de knop Zoeken. Hiermee wordt een lijst met beeldenreeksen opgehaald. De beeldenreeks die het dichtst bij het tijdstip ligt dat u voor de weergave hebt geselecteerd, wordt in het midden van de lijst weergegeven. Beeldenreeksen van voor het tijdstip dat u voor de weergave hebt geselecteerd, worden boven in de lijst weergegeven en beeldenreeksen van na het tijdstip dat u voor de weergave hebt geselecteerd, worden onder in de lijst weergegeven. Voor elke beeldenreeks wordt camera-informatie, datum en tijd vermeld. Als u een beeldenreeks in de lijst selecteert, worden alle beelden in de weergave verplaatst naar het tijdstip van de geselecteerde beeldenreeks. 4. Als u meer details wilt weergeven over elke beeldenreeks in de lijst, schakelt u het selectievakje Details weergeven onder de lijst in. Hiermee wordt de precieze datum en tijd weergegeven van het eerste beeld in de reeks (aangegeven door een groene vlag), van het laatste beeld in de reeks (geblokte vlag) en van de bewegingsdetectie, gebeurtenis, enzovoort waardoor de opname is gestart (gele vlag). Beeldenreeksen beginnen vaak enkele seconden voor een bewegingsdetectie, gebeurtenis, enzovoort en eindigen enkele seconden erna. Door deze zogenaamde buffer kunt u zien wat direct voor en na een incident heeft plaatsgevonden. De lengte van de buffer wordt opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem. 5. Als u het selectievakje Automatisch voorbeeld boven in het deelvenster inschakelt, kunt u een korte indruk van elke beeldenreeks krijgen door de muisaanwijzer op de gewenste beeldenreeks in de lijst te plaatsen. De automatische voorbeeldfunctie werkt ongeacht het wel of niet weergeven van gedetailleerde resultaten. 6. Wanneer u een beeldenreeks in de lijst hebt geselecteerd, kunt u deze afdrukken of exporteren: Als u een afgedrukt rapport wilt genereren met een stilstaand beeld van het tijdstip waarop de beeldenreeks is geactiveerd, klikt u op Als u van de beeldenreeks een videofragment (AVI) of stilstaande beelden (JPEG) wilt exporteren, klikt u op Raadpleeg Bewijsmateriaal afdrukken (op pagina 157) en Beelden als bewijsmateriaal exporteren (op pagina 151) voor meer informatie over afdrukken en exporteren. Zoeken naar markeringen De markeringsfunctie is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het weergeven van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Tip: naast het zoeken naar markeringen in het deelvenster Opname zoeken zoals hieronder beschreven, kunt u ook markeringen zoeken via Sequence Explorer (op pagina 100). 1. Selecteer Markeringen in het middelste gedeelte van het deelvenster Opname zoeken. 2. Selecteer een tijdsinterval (Alles, Vandaag, Gisteren, Deze week, enzovoort) 3. Als u alleen wilt zoeken naar markeringen die door uzelf zijn gemaakt, schakelt u Alleen mijn markeringen in. 4. Als u de zoekactie wilt beperken, bijvoorbeeld tot markeringen met een bepaald woord in de koptekst, typt u het gewenste woord in het veld Bevat. Met deze functie kunt u markeringen filteren op de inhoud van de velden Markerings-ID, Koptekst en Beschrijving (raadpleeg Markeringen toevoegen (op pagina 82) voor meer informatie over hoe u de inhoud van deze velden definieert wanneer u een markering toevoegt). Tip: de woorden die u typt zijn niet hoofdlettergevoelig. Als u bijvoorbeeld markeringen met het woord Politie wilt weergeven, kunt u ook politie typen. 5. Selecteer in het onderste gedeelte van het deelvenster of u wilt zoeken in de geselecteerde camera in de weergave of in alle camera s in de weergave. 6. Klik op de knop Zoeken. Hiermee wordt een lijst met markeringen opgehaald. De markering die het dichtst bij het tijdstip ligt dat u voor de weergave hebt geselecteerd, wordt in het midden van de lijst weergegeven. Markeringen van voor het tijdstip dat u voor de weergave hebt geselecteerd, worden boven in de lijst weergegeven en markeringen van na het tijdstip dat u voor de weergave hebt Pagina 125 Beelden afspelen
126 geselecteerd, worden onder in de lijst weergegeven. Voor elke markering wordt camera-informatie, datum en tijd, en een koptekst vermeld. Als u een markering in de lijst selecteert, worden alle beelden in de weergave verplaatst naar het tijdstip van de geselecteerde markering. 7. Als u meer details wilt weergeven over elke markering in de lijst, schakelt u het selectievakje Details weergeven onder de lijst in. Hiermee wordt aanvullende informatie weergegeven, bestaande uit een beeld van het tijdstip van de markering en een gedetailleerde beschrijving (indien beschikbaar). 8. Als u het selectievakje Automatisch voorbeeld boven in het deelvenster inschakelt, kunt u een korte indruk van elke markering krijgen door de muisaanwijzer op de gewenste markering in de lijst te plaatsen. De automatische voorbeeldfunctie werkt ongeacht het wel of niet weergeven van gedetailleerde resultaten. 9. Wanneer u een markering in de lijst hebt geselecteerd, kunt u deze bewerken, verwijderen, afdrukken of exporteren: Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het bewerken en verwijderen van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Als u de tijdinstellingen, koptekst of beschrijving van een markering wilt bewerken, klikt u op Als u een bepaalde markering wilt verwijderen, klikt u op Wanneer u een markering verwijdert, wordt deze niet alleen uit de lijst verwijderd, maar uit het gehele bewakingssysteem. U wordt gevraagd te bevestigen dat u de geselecteerde markering wilt verwijderen. Als u een afgedrukt rapport wilt genereren met een stilstaand beeld van het tijdstip van de markering, klikt u op Als u van de markering een videofragment (AVI) of stilstaande beelden (JPEG) wilt exporteren, klikt u op Raadpleeg Markeringen toevoegen (op pagina 82), Bewijsmateriaal afdrukken (op pagina 157) en Beelden als bewijsmateriaal exporteren (op pagina 151) voor meer informatie over het bewerken van markeringsinstellingen, afdrukken en exporteren. Beeldenverkenner In Sequence Explorer worden miniatuurafbeeldingen weergegeven die beelden van specifieke tijdsintervallen, opgenomen beeldenreeksen of markeringen (op pagina 82) vertegenwoordigen, elk op afzonderlijke tabbladen. De miniatuurafbeeldingen kunnen een specifieke camera of alle camera s in een weergave betreffen. U kunt de miniatuurafbeeldingen naast elkaar vergelijken terwijl u eenvoudig in de tijd navigeert door de miniatuurweergave te slepen. Zo kunt u in korte tijd grote hoeveelheden opgenomen beelden beoordelen en snel de belangrijkste selecteren, die u vervolgens direct kunt afspelen. Pagina 126 Beelden afspelen
127 Sequence Explorer starten U kunt Sequence Explorer openen vanuit het deelvenster Sequence Explorer in het tabblad Live en het tabblad Afspelen (hiervoor moet het deelvenster Sequence Explorer voor beide tabbladen zijn ingeschakeld in het dialoogvenster Opties (op pagina 160) ). Zorg dat het deelvenster Sequence Explorer wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Sequence Explorer: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Klik in het deelvenster Sequence Explorer op een van de twee knoppen: Weergave starten...: hiermee opent u Sequence Explorer met inhoud (indien aanwezig) van alle camera s in de huidige weergave. De functie is alleen van toepassing voor de weergave die in het hoofdvenster van Smart Client wordt getoond, niet voor weergaven die in andere Smart Client-vensters worden getoond. Camera starten...: hiermee opent u Sequence Explorer met inhoud (indien aanwezig) van de geselecteerde camera. Wanneer u Sequence Explorer start, worden in het tabblad Beeldenreeksen standaard de meest recente beeldenreeksen getoond van de geselecteerde camera of weergave. Er kunnen echter beeldenreeksen van een ander tijdstip worden getoond als u Sequence Explorer start vanuit het tabblad Afspelen en hierin een ander tijdstip hebt geselecteerd. U kunt slechts één instantie van Sequence Explorer starten. Miniatuurweergave In de miniatuurweergave wordt inhoud chronologisch getoond, met de meest recente miniaturen rechtsonder in de weergave. Houd bij het bekijken van miniaturen dus rekening met de hieronder getoonde volgorde: U kunt de grootte van de miniaturen aanpassen door de schuifregelaar onder de miniatuurweergave te slepen: U hebt verschillende opties om door de miniaturen te navigeren: Klikken en slepen: de eenvoudigste optie is tegelijk zeer effectief. Klik in de miniatuurweergave en sleep naar links of rechts. Tip: wanneer u eenmaal bekend bent met klikken en slepen, kunt u de miniatuurweergave ook naar links of rechts gooien om nog sneller te navigeren: houd de muisknop ingedrukt, sleep snel naar links of rechts en laat vervolgens de muisknop los. Als de miniatuurweergave te snel beweegt, klikt u erin om deze te stoppen. Pagina 127 Beelden afspelen
128 Schuifregelaar en pijlknoppen: sleep de schuifregelaar onder de miniatuurweergave naar links (achteruit in de tijd) of rechts (vooruit in de tijd). U kunt ook klikken op de knop links van de schuifregelaar om achteruit in de tijd te gaan of op de knop rechts van de schuifregelaar om vooruit in de tijd te gaan. Datum en tijd: klik op in het datumveld onder de miniatuurweergave om een kalender te openen, waarin u de gewenste datum en tijd kunt opgeven. Wanneer u klaar bent, klikt u op de knop Ga naar. Tip: in de kalender geeft een lichtblauwe achtergrond achtergrond de huidige datum aangeeft. de geselecteerde datum aan, terwijl een grijze Als u beelden wilt weergeven die bij een bepaalde miniatuur horen, klikt u op de gewenste miniatuur. Raadpleeg Tijdsintervallen weergeven (op pagina 102), Beeldenreeksen weergeven (op pagina 104) en Markeringen weergeven (op pagina 106) hieronder voor meer informatie. Afhankelijk van de navigatiemethode wordt in sommige gevallen een tijdelijke miniatuur weergegeven als er geen opgenomen beeld is van een specifiek tijdstip: U kunt wel op deze tijdelijke miniatuur klikken om beelden weer te geven. U gaat dan naar de eerstvolgende beschikbare opname na het tijdstip dat door de tijdelijke miniatuur wordt vertegenwoordigd. Raadpleeg Tijdsintervallen weergeven (op pagina 102) voor meer informatie over tijdelijke miniaturen. Tip: het kan zijn dat er nieuwe inhoud beschikbaar komt tijdens het gebruik van Sequence Explorer. U kunt dit controleren door te klikken op de knop Vernieuwen onder in het venster Sequence Explorer. Tip: als u op een miniatuur hebt geklikt en hier vervolgens van weg navigeert door de miniatuurweergave te slepen, kunt u snel terugkeren naar de geselecteerde miniatuur door te klikken op de knop Vernieuwen onder in het venster Sequence Explorer. Selectie en status van camera s Wanneer u Sequence Explorer start, worden miniaturen weergegeven op basis van de geselecteerde methode: Weergave starten... of Camera starten... U kunt echter altijd wijzigen welke camera s de miniatuurweergave moet bevatten: Selecteer camera s in het vak Camera s onder de miniatuurweergave en klik vervolgens op de knop Vernieuwen. Pagina 128 Beelden afspelen
129 De camera s in de lijst zijn gegroepeerd op de server waartoe de camera s behoren. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen camera s van die server selecteren. In het vak Geselecteerde camera( s) van Sequence Explorer wordt de status van de geselecteerde camera s weergegeven: Er zijn drie statustypen: geeft aan dat alles in orde is. geeft aan dat het laden van sommige beeldenreeksen en/of markeringen op een bepaald punt is mislukt. geeft aan dat er geen opgenomen beeldenreeksen en/of markeringen voor de camera zijn of dat het laden van beeldenreeksen en/of markeringen is mislukt. Tijdsintervallen weergeven In het tabblad Tijdsinterval worden miniaturen weergegeven van beelden van een specifiek tijdstip. Voorbeeld: één miniatuur voor elke 30 seconden, bijvoorbeeld een miniatuur van 07: 37: 00, een van 07: 37: 30, een van 07: 38: 00, enzovoort. U geeft het gewenste interval op in het veld rechtsonder in het tabblad. U kunt het gewenste interval opgeven in uren, minuten en seconden (UU-MM-SS). De maximale lengte van een interval is 24 uur. In heft voorbeeld is een interval van 30 seconden gedefinieerd. Let erop dat u dit veld niet kunt gebruiken om naar een bepaald tijdstip te navigeren. U kunt hier alleen intervallen mee opgeven. Als u beelden wilt weergeven, klikt u op de gewenste miniatuur in de miniatuurweergave. Wanneer u op een miniatuur klikt, wordt deze gemarkeerd met een lichtblauwe achtergrond en worden de bijbehorende beelden links in Sequence Explorer afgespeeld (mits Autom. afspelen is ingeschakeld, zie hieronder). Waarom worden bij sommige miniaturen geen beelden weergegeven? In sommige gevallen kan geen miniatuur worden weergegeven voor het gewenste tijdstip. Dit komt doordat er geen opgenomen beeld is van dat specifieke tijdstip. In dat geval wordt een tijdelijke miniatuur weergegeven: U kunt wel op deze tijdelijke miniatuur klikken om beelden weer te geven. U gaat dan naar de eerstvolgende beschikbare opname na het tijdstip dat door de tijdelijke miniatuur wordt vertegenwoordigd. Voorbeeld: U gebruikt een tijdsinterval van 30 seconden. Het tijdstip 07: 30: 00 wordt door een tijdelijke miniatuur vertegenwoordigd omdat er geen opgenomen beeld is van dat specifieke tijdstip. De eerstvolgende beschikbare opname is van 07: 30: 10, wat eerder is dan de volgende miniatuur (van 07: 30: 30). Wanneer u klikt op de tijdelijke miniatuur van 07: 30: 00, kunt u de opname van 07: 30: 10 weergeven. De afspeelregelaars links in het tabblad lijken voor een groot gedeelte op die van het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122) in het tabblad Afspelen. Direct onder het weergavegebied worden datum en tijd weergegeven van de opnamen die worden afgespeeld. Ook wordt hier ook de huidige afspeelsnelheid weergegeven (bijvoorbeeld 1.00x, waarmee het werkelijke tijdsverloop wordt aangegeven). Pagina 129 Beelden afspelen
130 Met de zoekknoppen kunt u handmatig door opnamen navigeren. U kunt ook eenvoudig naar andere beeldenreeksen van de geselecteerde camera gaan. Vorige beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct voorafgaat aan het momenteel weergegeven beeld. Volgende beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct volgt op het momenteel weergegeven beeld. Vorige beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de vorige beeldenreeks. Volgende beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de volgende beeldenreeks. Eerste beeld: hiermee gaat u naar het eerste beeld in de database van de geselecteerde camera. Laatste beeld: hiermee gaat u naar het laatste beeld in de database van de geselecteerde camera. Met de schuifregelaars voor tijd kunt u opnamen doorzoeken door de schuifregelaar te slepen. Sleep naar links om terug te gaan in de tijd en sleep naar rechts om verder te gaan in de tijd. Met de bovenste schuifregelaar kunt u nauwkeurig zoeken binnen een beperkte tijdsperiode. Met de middelste schuifregelaar kunt u minder nauwkeurig zoeken binnen grotere tijdsperioden. Met de schuifregelaar voor afspelen (de onderste van de drie schuifregelaars) kunt u de gewenste afspeelsnelheid opgeven. Wanneer de schuifregelaar zich in de middelste stand bevindt, is de afspeelsnelheid gelijk aan het werkelijke tijdsverloop (1.00x). Sleep de schuifregelaar onder Afspelen naar links voor een lagere afspeelsnelheid of sleep de schuifregelaar naar rechts voor een hogere afspeelsnelheid. Naast de datum en tijd wordt een indicatie van de precieze afspeelsnelheid weergegeven. Tip: u kunt het afspelen ook onderbreken door de schuifregelaar geheel naar links te slepen. Met de afspeelknoppen kunt u opnamen afspelen: Achteruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen achteruit in de tijd afspelen. Vooruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen vooruit in de tijd afspelen. Wanneer u klikt op knop Achteruit in de tijd afspelen of Vooruit in de tijd afspelen, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u opnamen onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Pauzeren: hiermee kunt u het afspelen onderbreken. Autom. afspelen: als u de optie Autom. afspelen inschakelt, worden opnamen automatisch afgespeeld wanneer u op een miniatuur in de miniatuurweergave klikt. Opnamen van geselecteerd tijdstip weergeven in tabblad Afspelen: hiermee stelt u de hoofdtijd in het tabblad Afspelen van Smart Client in op de datum en tijd van de Pagina 130 Beelden afspelen
131 opname die momenteel in Sequence Explorer wordt weergegeven. Wanneer u op deze knop klikt, wordt de geselecteerde camera hiermee niet automatisch weergegeven in het tabblad Afspelen (tenzij de camera al onderdeel is van de weergave die wordt getoond in het tabblad Afspelen). Ook wordt met deze knop het venster Sequence Explorer niet afgesloten. Als tijdens het afspelen korte tijd het symbool wordt weergegeven, betekent dit dat lege gedeelten in opnamen worden overgeslagen zodat het afspelen niet wordt onderbroken. Dergelijke lege gedeelten zijn vooral duidelijk wanneer een camera relatief weinig opnamen bevat. Het overslaan van lege gedeelten is alleen gebaseerd op lege gedeelten in videobeelden. Zodra een videoopname een leeg gedeelte bevat, wordt dit overgeslagen, ook wanneer het lege videogedeelte wel audioopnamen bevat. Dit houdt in dat bij een opname die zowel beelden als audio bevat mogelijk gedeelten van audioopnamen worden overgeslagen. Als het van belang is dat audio-opnamen niet worden overgeslagen, gebruikt u in plaats hiervan het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen. In dit deelvenster kunt u de functie voor overslaan uitschakelen. Beeldenreeksen weergeven In het tabblad Beeldenreeksen wordt voor elke opgenomen beeldenreeks een miniatuur weergegeven. Aangezien de lengte van beeldenreeksen sterk kan variëren, kunnen sommige miniaturen korte beeldenreeksen vertegenwoordigen, terwijl andere miniaturen zeer lange beeldenreeksen kunnen vertegenwoordigen. Als u een beeldenreeks wilt weergeven, klikt u op de gewenste miniatuur in de miniatuurweergave. Wanneer u op een miniatuur klikt, wordt deze gemarkeerd met een lichtblauwe achtergrond en wordt de bijbehorende beeldenreeks links in Sequence Explorer afgespeeld (mits Autom. afspelen is ingeschakeld, zie hieronder). De afspeelregelaars links in Sequence Explorer lijken voor een groot gedeelte op die van het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122) van het tabblad Afspelen. Direct onder het weergavegebied worden datum en tijd weergegeven van de opnamen die worden afgespeeld. Ook wordt hier ook de huidige afspeelsnelheid weergegeven (bijvoorbeeld 1.00x, waarmee het werkelijke tijdsverloop wordt aangegeven). Met de zoekknoppen kunt u handmatig door opnamen navigeren. U kunt ook eenvoudig naar andere beeldenreeksen van de geselecteerde camera gaan (mits de optie Herhaling (zie hieronder) niet is ingeschakeld). Vorige beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct voorafgaat aan het momenteel weergegeven beeld. Volgende beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct volgt op het momenteel weergegeven beeld. Vorige beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de vorige beeldenreeks. Volgende beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de volgende beeldenreeks. Eerste beeld: hiermee gaat u naar het eerste beeld in de database van de geselecteerde camera. Pagina 131 Beelden afspelen
132 Laatste beeld: hiermee gaat u naar het laatste beeld in de database van de geselecteerde camera. Met de schuifregelaars voor tijd kunt u opnamen doorzoeken door de schuifregelaar te slepen. Sleep naar links om terug te gaan in de tijd en sleep naar rechts om verder te gaan in de tijd. Met de bovenste schuifregelaar kunt u nauwkeurig zoeken binnen een beperkte tijdsperiode. Met de middelste schuifregelaar kunt u minder nauwkeurig zoeken binnen grotere tijdsperioden. Met de schuifregelaar voor afspelen (de onderste van de drie schuifregelaars) kunt u de gewenste afspeelsnelheid opgeven. Wanneer de schuifregelaar zich in de middelste stand bevindt, is de afspeelsnelheid gelijk aan het werkelijke tijdsverloop (1.00x). Sleep de schuifregelaar onder Afspelen naar links voor een lagere afspeelsnelheid of sleep de schuifregelaar naar rechts voor een hogere afspeelsnelheid. Naast de datum en tijd wordt een indicatie van de precieze afspeelsnelheid weergegeven. Tip: u kunt het afspelen ook onderbreken door de schuifregelaar geheel naar links te slepen. Met de afspeelknoppen kunt u opnamen afspelen: Achteruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen achteruit in de tijd afspelen. Vooruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen vooruit in de tijd afspelen. Wanneer u klikt op knop Achteruit in de tijd afspelen of Vooruit in de tijd afspelen, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u opnamen onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Pauzeren: hiermee kunt u het afspelen onderbreken. Herhaling: wanneer u een beeldenreeks afspeelt, gaat het afspelen standaard door na het einde van de beeldenreeks. Als u echter de optie Herhaling inschakelt, wordt de beeldenreeks van het begin tot het einde afgespeeld en vervolgens steeds opnieuw van het begin tot het einde, zolang u wenst. Dit is duidelijk te zien aan de witte tijdlijn direct onder het weergavegebied, die telkens opnieuw van links naar rechts loopt. Autom. afspelen: als u de optie Autom. afspelen inschakelt, worden opnamen automatisch afgespeeld wanneer u op een miniatuur in de miniatuurweergave klikt. Opnamen van geselecteerd tijdstip weergeven in tabblad Afspelen: hiermee stelt u de hoofdtijd in het tabblad Afspelen van Smart Client in op de datum en tijd van de opname die momenteel in Sequence Explorer wordt weergegeven. Wanneer u op deze knop klikt, wordt de geselecteerde camera hiermee niet automatisch weergegeven in het tabblad Afspelen (tenzij de camera al onderdeel is van de weergave die wordt getoond in het tabblad Afspelen). Ook wordt met deze knop het venster Sequence Explorer niet afgesloten. Als tijdens het afspelen korte tijd het symbool wordt weergegeven, betekent dit dat lege gedeelten in opnamen worden overgeslagen zodat het afspelen niet wordt onderbroken. Dergelijke lege gedeelten zijn vooral duidelijk wanneer een camera relatief weinig opnamen bevat. Het overslaan van lege gedeelten is alleen gebaseerd op lege gedeelten in videobeelden. Zodra een videoopname een leeg gedeelte bevat, wordt dit overgeslagen, ook wanneer het lege videogedeelte wel audioopnamen bevat. Dit houdt in dat bij een opname die zowel beelden als audio bevat mogelijk gedeelten van audioopnamen worden overgeslagen. Als het van belang is dat audio-opnamen niet worden overgeslagen, gebruikt u in plaats hiervan het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen. In dit deelvenster kunt u de functie voor overslaan uitschakelen. Pagina 132 Beelden afspelen
133 Markeringen weergeven De markeringsfunctie (en dus ook het tabblad Markeringen) is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het weergeven van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Het kan ook voorkomen dat u markeringen wel kunt weergeven, terwijl u deze niet kunt toevoegen, en vice versa. In het tabblad Markeringen wordt voor elke beschikbare markering (op pagina 82) een miniatuur weergegeven. Aangezien de lengte van de beeldenreeksen die bij de markeringen horen sterk kan variëren, kunnen sommige miniaturen markeringen met korte beeldenreeksen vertegenwoordigen, terwijl andere miniaturen markeringen met zeer lange beeldenreeksen kunnen vertegenwoordigen. Tip: wanneer u de muisaanwijzer op een miniatuur plaatst, worden details over de markering weergegeven. Als u beelden wilt weergeven die bij een markering horen, klikt u op de gewenste miniatuur in de miniatuurweergave. Wanneer u op een miniatuur klikt, wordt deze gemarkeerd met een lichtblauwe achtergrond en worden gegevens over de markering links in Sequence Explorer weergegeven. Ook wordt de bij de markering behorende beeldenreeks links in Sequence Explorer afgespeeld, mits Autom. afspelen is ingeschakeld (zie hieronder). De afspeelregelaars links in Sequence Explorer lijken voor een groot gedeelte op die van het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122) van het tabblad Afspelen. Direct onder het weergavegebied worden datum en tijd weergegeven van de opnamen die worden afgespeeld. Ook wordt hier ook de huidige afspeelsnelheid weergegeven (bijvoorbeeld 1.00x, waarmee het werkelijke tijdsverloop wordt aangegeven). Met de zoekknoppen kunt u handmatig door opnamen navigeren. U kunt ook eenvoudig naar andere beeldenreeksen van de geselecteerde camera gaan (mits de optie Herhaling (zie hieronder) niet is ingeschakeld). Vorige beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct voorafgaat aan het momenteel weergegeven beeld. Volgende beeld: hiermee gaat u naar het beeld dat direct volgt op het momenteel weergegeven beeld. Vorige beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de vorige beeldenreeks. Volgende beeldenreeks: hiermee gaat u naar het eerste beeld van de volgende beeldenreeks. Eerste beeld: hiermee gaat u naar het eerste beeld in de database van de geselecteerde camera. Laatste beeld: hiermee gaat u naar het laatste beeld in de database van de geselecteerde camera. Met de schuifregelaars voor tijd kunt u opnamen doorzoeken door de schuifregelaar te slepen. Sleep naar links om terug te gaan in de tijd en sleep naar rechts om verder te gaan in de tijd. Met de bovenste schuifregelaar kunt u nauwkeurig zoeken binnen een beperkte tijdsperiode. Met de middelste schuifregelaar kunt u minder nauwkeurig zoeken binnen grotere tijdsperioden. Pagina 133 Beelden afspelen
134 Met de schuifregelaar voor afspelen (de onderste van de drie schuifregelaars) kunt u de gewenste afspeelsnelheid opgeven. Wanneer de schuifregelaar zich in de middelste stand bevindt, is de afspeelsnelheid gelijk aan het werkelijke tijdsverloop (1.00x). Sleep de schuifregelaar onder Afspelen naar links voor een lagere afspeelsnelheid of sleep de schuifregelaar naar rechts voor een hogere afspeelsnelheid. Naast de datum en tijd wordt een indicatie van de precieze afspeelsnelheid weergegeven. Tip: u kunt het afspelen ook onderbreken door de schuifregelaar geheel naar links te slepen. Met de afspeelknoppen kunt u opnamen afspelen: Achteruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen achteruit in de tijd afspelen. Vooruit in de tijd afspelen: hiermee kunt u opnamen vooruit in de tijd afspelen. Wanneer u klikt op knop Achteruit in de tijd afspelen of Vooruit in de tijd afspelen, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u opnamen onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Pauzeren: hiermee kunt u het afspelen onderbreken. Herhaling: wanneer u een bij een markering behorende beeldenreeks afspeelt, gaat het afspelen standaard door na het einde van de beeldenreeks. Als u echter de optie Herhaling inschakelt, wordt de beeldenreeks van het begin tot het einde afgespeeld en vervolgens steeds opnieuw van het begin tot het einde, zolang u wenst. Dit is duidelijk te zien aan de witte tijdlijn direct onder het weergavegebied, die telkens opnieuw van links naar rechts loopt. Autom. afspelen: als u de optie Autom. afspelen inschakelt, worden opnamen automatisch afgespeeld wanneer u op een miniatuur in de miniatuurweergave klikt. Opnamen van geselecteerd tijdstip weergeven in tabblad Afspelen: hiermee stelt u de hoofdtijd in het tabblad Afspelen van Smart Client in op de datum en tijd van de opname die momenteel in Sequence Explorer wordt weergegeven. Wanneer u op deze knop klikt, wordt de geselecteerde camera hiermee niet automatisch weergegeven in het tabblad Afspelen (tenzij de camera al onderdeel is van de weergave die wordt getoond in het tabblad Afspelen). Ook wordt met deze knop het venster Sequence Explorer niet afgesloten. Als tijdens het afspelen korte tijd het symbool wordt weergegeven, betekent dit dat lege gedeelten in opnamen worden overgeslagen zodat het afspelen niet wordt onderbroken. Dergelijke lege gedeelten zijn vooral duidelijk wanneer een camera relatief weinig opnamen bevat. Het overslaan van lege gedeelten is alleen gebaseerd op lege gedeelten in videobeelden. Zodra een videoopname een leeg gedeelte bevat, wordt dit overgeslagen, ook wanneer het lege videogedeelte wel audioopnamen bevat. Dit houdt in dat bij een opname die zowel beelden als audio bevat mogelijk gedeelten van audioopnamen worden overgeslagen. Als het van belang is dat audio-opnamen niet worden overgeslagen, gebruikt u in plaats hiervan het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen. In dit deelvenster kunt u de functie voor overslaan uitschakelen. Onder de afspeelregelaars worden details weergegeven over de geselecteerde markering. Afhankelijk van uw gebruikersrechten kunt u de markering bewerken, verwijderen, afdrukken of exporteren: Als u de tijdinstellingen, koptekst of beschrijving van een markering wilt bewerken, klikt u op Als u een bepaalde markering wilt verwijderen, klikt u op Wanneer u een markering verwijdert, wordt deze niet alleen uit de miniatuurweergave verwijderd, maar uit het gehele bewakingssysteem. U wordt gevraagd te bevestigen dat u de geselecteerde markering wilt verwijderen. Pagina 134 Beelden afspelen
135 Als u een afgedrukt rapport wilt genereren met een stilstaand beeld van het tijdstip van de markering, klikt u op Als u van de markering een videofragment (AVI) of stilstaande beelden (JPEG) wilt exporteren, klikt u op Waarschuwingen Het deelvenster Waarschuwingen van het tabblad Afspelen wordt voor enigszins verschillende doeleinden gebruikt, afhankelijk van het type bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) voor meer informatie. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Wanneer verbinding wordt gemaakt met een XProtect Corporatebewakingssysteem In het deelvenster Waarschuwingen van het tabblad Afspelen kunt u een lijst weergeven met gedetecteerde waarschuwingen. Zorg dat het deelvenster Waarschuwingen wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Waarschuwingen: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Waarschuwingen zijn korte meldingen die zijn aangepast aan de behoeften van uw organisatie. Voorbeelden van waarschuwingen: Noodknop ingedrukt, Nooduitgang 23 geopend, Werknemer ingeklokt, enzovoort. Waarschuwingen kunnen door uiteenlopende oorzaken worden geactiveerd en zijn niet noodzakelijkerwijs gerelateerd aan systeemgebeurtenissen, hoewel dit vaak wel het geval zal zijn. De waarschuwingen in de lijst bevatten hyperlinks, zodat u snel naar het tijdstip kunt gaan waarop een waarschuwing is opgetreden. 1. Selecteer de gewenste waarschuwing in het deelvenster Waarschuwingen. De waarschuwingen in de lijst zijn gegroepeerd op server waar de waarschuwingen aan zijn gekoppeld. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen waarschuwingen op die server selecteren. 2. Klik op de knop Lijst opvragen. Hiermee wordt de lijst met gedetecteerde waarschuwingen weergegeven. U kunt op een waarschuwing in de lijst klikken om opnamen van de betreffende waarschuwing in de weergave te tonen. In de lijst worden maximaal 200 waarschuwingen weergegeven in de 24 uur voorafgaand aan het tijdstip dat u hebt geselecteerd in het deelvenster Tijdnavigatie van Smart Client en maximaal 200 waarschuwingen in de 24 uur na dit tijdstip. Door deze beperking krijgt u snel resultaten te zien. Als u meer waarschuwingen wilt bekijken, wijzigt u de tijd in het deelvenster Tijdnavigatie en herhaalt u stap 1-2. Tip: als u wilt bekijken wat voor en na een waarschuwing heeft plaatsgevonden, kunt u opnamen van rond het tijdstip van de waarschuwing afspelen met de besturingselementen in het deelvenster Tijdnavigatie. Wanneer verbinding wordt gemaakt met een XProtect Enterprise-, XProtect Professional-, XProtect Essential- of XProtect Go bewakingssysteem In het deelvenster Waarschuwingen van het tabblad Afspelen kunt u een lijst weergeven met gedetecteerde gebeurtenissen (soms ook waarschuwingen genoemd). Zorg dat het deelvenster Waarschuwingen wo r d t weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Waarschuwingen: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Pagina 135 Beelden afspelen
136 De gebeurtenissen in de lijst bevatten hyperlinks, zodat u snel naar het tijdstip kunt gaan waarop een gebeurtenis is opgetreden. 1. Selecteer de gewenste gebeurtenissen in de lijst Waarschuwingen. U kunt een enkele gebeurtenis selecteren: Of u kunt alle gebeurtenissen op een bepaalde camera selecteren: Of u kunt alle gebeurtenissen op een bepaalde server selecteren: 2. Klik op de knop Lijst opvragen. Hiermee wordt de lijst met gedetecteerde gebeurtenissen weergegeven. U kunt op een gebeurtenis in de lijst klikken om opnamen van de betreffende gebeurtenis in de weergave te tonen. In de lijst worden maximaal 200 waarschuwingen weergegeven in de 24 uur voorafgaand aan het tijdstip dat u hebt geselecteerd in het deelvenster Tijdnavigatie van Smart Client en maximaal 200 waarschuwingen in de 24 uur na dit tijdstip. Door deze beperking krijgt u snel resultaten te zien. Als u meer waarschuwingen wilt bekijken, wijzigt u de tijd in het deelvenster Tijdnavigatie en herhaalt u stap 1-2. Tip: als u wilt bekijken wat voor en na een gebeurtenis heeft plaatsgevonden, kunt u opnamen van rond het tijdstip van de gebeurtenis afspelen met de besturingselementen in het deelvenster Tijdnavigatie. Slim zoeken Met slim zoeken kunt u zoeken naar beweging in een of meer geselecteerde gebieden in opnamen van een bepaalde camera. Slim zoeken is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). U kunt slim zoeken niet gebruiken voor beelden van fisheye-camera s. Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot slim zoeken mogelijk beperkt. Pagina 136 Beelden afspelen
137 1. Selecteer het deelvenster Slim zoeken van het tabblad Afspelen. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Slim zoeken: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 2. Schakel het selectievakje Raster weergeven in het deelvenster Slim zoeken in. 3. Selecteer de gewenste camera in de weergave. Het camerabeeld wordt bedekt met een blauw raster. Dit is het raster dat u hebt geselecteerd in de vorige stap. U kunt het raster verwijderen door het selectievakje Raster weergeven uit te schakelen. Tip: voor een betere weergave kunt u het beeld vergroten door erop te dubbelklikken. 4. Klik in het beeld en sleep om het gebied te selecteren waarin u slim zoeken wilt uitvoeren. Tip: u kunt meerdere gebieden selecteren. De gebieden die u selecteert, worden zichtbaar onder het blauwe raster. Het blauwe raster geeft de gebieden aan die worden uitgesloten van het slim zoeken: Pagina 137 Beelden afspelen
138 Voorbeeld van geselecteerd gebied Met de opties Insluiten en Uitsluiten in het deelvenster Slim zoeken kunt u bij het slepen schakelen tussen het insluiten en uitsluiten van gebieden. Met de knop Omkeren in het deelvenster Slim zoeken kunt u de selectie snel omkeren, indien gewenst. Voorbeeld: Voorbeeld van omgekeerde selectie Tip: als alternatief voor de knop Omkeren kunt u op de Shift-toets op uw toetsenbord drukken terwijl u klikt/sleept om een gebied te selecteren. 5. Klik op de knop Opslaan in het deelvenster Slim zoeken om de instellingen voor het zoekgebied op te slaan. Tip: als u verder wilt experimenteren met wijzigingen in het zoekgebied, kunt u terugkeren naar het opgeslagen zoekgebied door te klikken op de knop Laden. 6. Selecteer de gewenste zoekgevoeligheid (van Zeer laag tot Zeer hoog) in de lijst Gevoeligheid in het deelvenster Slim zoeken. 7. Selecteer het gewenste beeldinterval in de lijst Interval. Als u Alle beelden selecteert, worden alle beelden geanalyseerd. Als u bijvoorbeeld 10 seconden selecteert, wordt slechts één beeld per 10 seconden geanalyseerd. Als u een lang interval selecteert, is aanzienlijk minder tijd nodig om de zoekactie te voltooien. Bij een lang interval is het echter mogelijk dat beeldenreeksen met beweging die korter zijn dan het opgegeven interval niet worden gevonden. 8. Klik op de knop Volgende (verder in de tijd) of Vorige (terug in de tijd) om te zoeken in beeldenreeksen met beweging die in de geselecteerde gebieden zijn aangetroffen. Slim zoeken wordt altijd uitgevoerd vanaf het tijdstip van het beeld dat wordt weergegeven, en wel vooruit of achteruit in de tijd. 9. Tijdens slim zoeken wordt een voortgangsvenster weergegeven dat de voortgang van de zoekactie aangeeft. Wanneer een beeldenreeks met beweging in het geselecteerde gebied wordt aangetroffen, wordt deze in de weergave getoond. Beweging wordt gemarkeerd: Pagina 138 Beelden afspelen
139 Tip: in het besturingsgedeelte in het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen worden precieze overeenkomstige tijdgegevens weergegeven. 10. Klik indien gewenst opnieuw op de knop Volgende of Vorige om door te gaan met slim zoeken. Onafhankelijk afspelen In het tabblad Afspelen tonen alle camera s in een weergave standaard opnamen van hetzelfde tijdstip (de zogenaamde hoofdtijd). U kunt ook opnamen van specifieke camera s onafhankelijk van de hoofdtijd afspelen (hiervoor moet deze functie zijn ingeschakeld in het dialoogvenster Opties (op pagina 161) ). Wanneer u in het tabblad Afspelen de muisaanwijzer op een camerapositie in een weergave plaatst, wordt de knop Onafhankelijk afspelen starten weergegeven. Als u op deze knop klikt, kunt u door opnamen navigeren en opnamen bekijken, onafhankelijk van de hoofdtijd van de weergave. U kunt deze functie voor meerdere cameraposities tegelijk gebruiken, maar de functie is alleen beschikbaar voor normale posities met één camera, niet voor posities met hotspots, carrousels of Matrix-inhoud. Knop Onafhankelijk afspelen starten Wanneer een camera zich in de onafhankelijke afspeelmodus bevindt, hebt u binnen de camerapositie toegang tot een klein aantal afspeelregelaars. Dit wordt ook duidelijk aangegeven door een geel kader, om verwarring te voorkomen met aangrenzende camera s in de weergave. De gele rand is nog beter zichtbaar als de camerapositie een titelbalk heeft (geconfigureerd in het dialoogvenster Opties (op pagina 159) ), aangezien de titelbalk ook geel wordt weergegeven wanneer een camera zich in de afspeelmodus bevindt. Wanneer u klikt op de knop Afspelen starten, schakelt de camerapositie naar het meest recente opgenomen beeld van de camera. U kunt nu opnamen doorzoeken met de afspeelregelaars, mits de muisaanwijzer zich in de camerapositie bevindt. De afspeelregelaars zijn eenvoudig, maar zeer doeltreffend: Klik op de knoppen en om respectievelijk terug en verder te gaan in de tijd. Wanneer u op een van de knoppen klikt, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u het afspelen op elk tijdstip snel onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Sleep de schuifregelaar om beelden snel terug (naar links) of verder (naar rechts) in de tijd af te spelen. Hoe verder u de schuifregelaar verplaatst ten opzichte van de middenpositie, hoe sneller de beelden worden afgespeeld. Wanneer u de schuifregelaar gebruikt, wordt geen bijbehorende audio afgespeeld. In de afspeelregelaars wordt de tijd en datum van de opnamen weergegeven. Datum- en tijdnotatie kunnen verschillen afhankelijk van de instellingen van de computer. Pagina 139 Beelden afspelen
140 Naast de afspeelregelaars bevindt zich een knop waarmee u kunt terugschakelen naar normaal synchroon afspelen: Knop Terug naar synchroon afspelen Tijdlijnen van camera s in de onafhankelijke afspeelmodus worden geel gemarkeerd in het tijdlijnvenster (op pagina 121) : Alarmen afhandelen in modus Afspelen De alarm- en kaartfuncties zijn alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174). Voor de hieronder beschreven functies zijn mogelijk bepaalde gebruikersrechten vereist. Wat is de alarmafhandelingsfunctie? Met de alarmfunctie kunt u een centraal overzicht krijgen van gebeurtenissen en de technische status van het bewakingssysteem binnen uw organisatie, zowel op kleine als op grote afstand. Op de server van het bewakingssysteem kan vrijwel elk type gebeurtenis of technisch probleem worden ingesteld om een alarm te activeren. Op deze manier hebt u in Smart Client de beschikking over een krachtig beheerhulpmiddel, waarmee u een direct overzicht kunt krijgen van gebeurtenissen en mogelijke technische problemen, naast de volgende mogelijkheden: alarmen kunnen worden gefilterd meerdere gebruikers kunnen dezelfde alarmgroep afhandelen dynamische alarmafhandeling op basis van rollen: gebruikers kunnen alarmen op verschillende manieren weergeven en afhandelen grafische hiërarchische overzichten van bewakingssystemen en de bijbehorende status centraal technisch overzicht van alle onderdelen: servers, camera s en externe apparaten centraal aanmelden van alle binnenkomende alarmen en systeeminformatie ondersteuning voor plug-ins voor aangepaste integratie van andere systemen, zoals toegangsbeheersystemen Doorgaans hebt u de beschikking over een of meer specifieke weergaven voor alarmafhandeling. Elke weergave voor alarmafhandeling bevat doorgaans een alarmlijstpositie, een alarmvoorbeeldpositie (voor het bekijken van beelden die aan specifieke alarmen zijn gekoppeld) en meestal ook een kaartpositie (voor geografische weergave van alarmaanduidingen). Alarmlijst Ook in de afspeelmodus worden binnenkomende alarmen in de alarmlijstpositie weergegeven, met de meest recente alarmen boven in de lijst. De lijst wordt om de 3 seconden bijgewerkt. Het uiterlijk van de lijst is afhankelijk van hetgeen is opgegeven bij het instellen van de weergave voor alarmafhandeling (op pagina 51), maar doorgaans ziet deze er als volgt uit: Pagina 140 Beelden afspelen
141 Alarmen waaraan beelden zijn gekoppeld, worden weergegeven met het pictogram. Als u een stilstaand beeld van het tijdstip van het alarm wilt weergeven, plaatst u de muisaanwijzer op het pictogram. Selecteer het alarm in de lijst om livebeelden weer te geven van de aan het alarm gekoppelde camera( s). De beelden worden weergegeven in de alarmvoorbeeldpositie van de weergave (zie hieronder voor meer informatie over de alarmvoorbeeldpositie). Tip: u kunt meerdere alarmen tegelijk selecteren. In dat geval worden beelden van maximaal 16 camera s die aan de geselecteerde alarmen zijn gekoppeld in de alarmvoorbeeldpositie weergegeven. Voor optimale prestaties worden in de lijst standaard maximaal 100 alarmen tegelijk weergegeven. Met de knoppen rechtsboven in de alarmlijstpositie kunt u bladeren naar de vorige/volgende alarmen. Servers Aan de linkerzijde van de alarmlijst worden alarmen gegroepeerd op de server van het bewakingssysteem waar het alarm vandaan komt. Veel bewakingssystemen hebben slechts één server, maar sommige systemen kunnen bestaan uit meerdere servers in een hiërarchie. In dat geval worden alle servers weergegeven waartoe u toegang hebt. U kunt op elk onderdeel klikken, zodat u de alarmlijst snel kunt filteren op server, alle prioriteiten, hoge prioriteit, enzovoort. Het getal dat voor elk onderdeel wordt weergegeven, vertegenwoordigt het aantal alarmen met de betreffende prioriteit of status. Het getal dat voor servers wordt weergegeven, vertegenwoordigt echter alleen het aantal alarmen in de status Nieuw. Als bij een server een rood pictogram wordt weergegeven, is de server niet beschikbaar. In dat geval kunt u geen alarmen van die server weergeven. Prioriteiten Alarmen kunnen de volgende prioriteiten hebben: Hoog, Gemiddeld of Laag. De prioriteit van elk alarm wordt weergegeven in de eerste kolom van de alarmlijst. Als u snel alle alarmen met een bepaalde prioriteit wilt weergeven, selecteert u de gewenste prioriteit in de navigatiestructuur aan de linkerzijde van de alarmlijst. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over het gebruik van de verschillende prioriteitsniveaus binnen uw organisatie. Statuswaarden Alarmen kunnen de volgende statuswaarden hebben: Nieuw, Wordt uitgevoerd, In wachtstand of Gesloten. De status van elk alarm wordt weergegeven in de kolom Status van de alarmlijst. Als u snel alle alarmen met een bepaalde status wilt weergeven, selecteert u de gewenste status in de navigatiestructuur aan de linkerzijde van de alarmlijst. Aanvankelijk hebben alle alarmen de status Nieuw, maar wanneer u of uw collega s eenmaal beginnen met het afhandelen van de alarmen, wordt de status ervan bijgewerkt. Hieronder vindt u meer informatie over het afhandelen van alarmen vanuit de alarmlijst. Alarmlijst filteren U kunt de inhoud van de alarmlijst filteren zodat alleen relevante alarmen worden weergegeven, bijvoorbeeld alarmen binnen een bepaalde tijdsperiode of alarmen die aan u zijn toegewezen. Als u de inhoud van de alarmlijst wilt filteren, klikt u op de knop rechtsboven in de alarmlijstpositie (op bepaalde besturingssystemen kan de knop een lichtere kleur hebben ). Pagina 141 Beelden afspelen
142 U kunt filters combineren (bijvoorbeeld een bepaalde eigenaar en een bepaalde datum). Wanneer u een filter toepast, wordt de achtergrondkleur van het gefilterde gedeelte gewijzigd van blauw in oranje. Als u wilt terugkeren naar de niet-gefilterde alarmlijst, klikt u op de koppeling Filter wissen rechtsboven in de alarmlijstpositie. Mogelijk worden niet alle filtervelden gebruikt binnen uw organisatie. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over welke velden worden gebruikt binnen uw organisatie. Tip: in velden waarin u de filtercriteria typt, is het vaak voldoende om de eerste paar tekens van de gewenste naam, locatie en dergelijke te typen. Wanneer u filtercriteria hebt getypt, wordt de alarmlijst pas bijgewerkt wanneer u de invoegpositie naar een ander filterveld verplaatst. Tip: als de weergave voor alarmafhandeling mapinhoud bevat, kunt u de alarmlijst ook filteren door met de rechtermuisknop te klikken op een element (camera, server en dergelijke) op de kaart en vervolgens Alarmen weergeven te selecteren. Hiermee worden in de alarmlijst alleen alarmen van het geselecteerde element weergegeven. Alarmen afhandelen vanuit de alarmlijst In de alarmlijst kunt u alarmen accepteren, alarmen bewerken of rapporten met alarmgegevens afdrukken. Alarm accepteren Als u wilt aangeven dat u een alarm hebt ontvangen en dat u er iets mee gaat doen, klikt u met de rechtermuisknop op het betreffende alarm en selecteert u Accepteren. Hiermee wordt de status van het alarm gewijzigd van Nieuw in Wordt uitgevoerd. U kunt alleen nieuwe alarmen accepteren. Tip: u kunt meerdere alarmen tegelijk accepteren. Alarm bewerken Door een alarm te bewerken, kunt u de prioriteit en/of status van het alarm wijzigen, het alarm toewijzen aan een andere gebruiker, een opmerking schrijven en de alarmgeschiedenis weergeven. Afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kan de alarmgeschiedenis instructies bevatten over de uit te voeren actie bij het afhandelen van het alarm. In dat geval wordt de alarmgeschiedenis automatisch weergegeven wanneer u het alarm bewerkt. Als u een alarm wilt bewerken, klikt u met de rechtermuisknop op het betreffende alarm en selecteert u Bewerken. Er wordt een bewerkingsvenster geopend met de volgende opties: Status: hiermee kunt u de status van het alarm wijzigen. Doorgaans wijzigt u de status van Nieuw in Wordt uitgevoerd en later in In wachtstandof Gesloten. Desgewenst kunt u de status echter ook wijzigen van bijvoorbeeld In wachtstand in Nieuw. Prioriteit: hiermee kunt u de prioriteit van het alarm wijzigen. Toegewezen aan: hiermee kunt u het alarm toewijzen aan een gebruiker binnen uw organisatie, inclusief uzelf indien gewenst. De persoon aan wie u het alarm toewijst, wordt vervolgens de eigenaar van het alarm en wordt vermeld in de kolom Eigenaar van het alarm. Opmerking: mogelijkheid om op- en aanmerkingen te schrijven, die worden toegevoegd aan de alarmgeschiedenis. Opmerkingen hangen doorgaans samen met de acties die u uitvoert. Voorbeelden: Verdachte aangehouden door beveiliging, Verdachte overgedragen aan politie, Vals alarm, enzovoort. Alarmgeschiedenis: de alarmgeschiedenis is een overzicht van de wijze waarop het alarm is afgehandeld. Alle wijzigingen die u of uw collega s aanbrengen in de prioriteit of status van het alarm, het opnieuw toewijzen van het alarm tussen gebruikers en alle toegevoegde opmerkingen worden automatisch opgenomen in de alarmgeschiedenis. Als u de alarmgeschiedenis wilt weergeven, klikt u op de knop linksonder in het bewerkingsvenster. Afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kan de alarmgeschiedenis instructies bevatten over de uit te voeren actie bij het afhandelen van het alarm. In dat geval wordt de alarmgeschiedenis automatisch weergegeven wanneer u het alarm bewerkt. Afdrukken: hiermee kunt u een rapport afdrukken met alarmgegevens, waaronder de alarmgeschiedenis en, indien beschikbaar, een stilstaand beeld van het tijdstip van het alarm. Pagina 142 Beelden afspelen
143 Tip: als u het bewerkingsvenster snel wilt openen vanuit de alarmlijst, kunt u ook dubbelklikken op het gewenste alarm in de alarmlijst. Tip: u kunt meerdere alarmen tegelijk bewerken. De afdrukfunctie is echter niet beschikbaar als u meerdere alarmen tegelijk bewerkt. Rapport met alarmgegevens afdrukken Vanuit de alarmlijst kunt u een rapport afdrukken met alarmgegevens, waaronder de alarmgeschiedenis en, indien beschikbaar, een stilstaand beeld van het tijdstip van het alarm. Klik hiertoe met de rechtermuisknop op het betreffende alarm en selecteer Afdrukken. U kunt de afdrukfunctie niet gebruiken als u meerdere alarmen in de alarmlijst hebt geselecteerd. Alarmvoorbeeld Als aan een alarm beelden zijn gekoppeld, worden in het alarmvoorbeeld livebeelden weergegeven van het alarm dat in de alarmlijstpositie is geselecteerd. Doorgaans zijn beelden van slechts één camera aan een alarm gekoppeld, maar afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kunnen voor een enkel alarm gekoppelde beelden van maximaal 16 gerelateerde camera s worden weergegeven. In dat geval bestaat de alarmvoorbeeldpositie uit meerdere kleinere posities: een voor elke gekoppelde camera. Dit kan bijvoorbeeld nuttig zijn als meerdere camera s een incident vanuit verschillende hoeken belichten. Alarmvoorbeeldpositie met vier camera s Een andere reden waarom veel camera s in het alarmvoorbeeld worden weergegeven, is dat u meerdere alarmen in de alarmlijst kunt selecteren. In dat geval worden beelden van maximaal 16 camera s die aan de geselecteerde alarmen zijn gekoppeld in het alarmvoorbeeld weergegeven. Als er geen beelden aan een alarm zijn gekoppeld, wordt het alarmvoorbeeld grijs weergegeven. Beelden die in de alarmvoorbeeldpositie worden weergegeven, zijn gekoppeld aan het tijdstip van het alarm dat u hebt geselecteerd in de alarmlijst. Als de weergave voor alarmafhandeling ook normale cameraposities bevat, worden beelden in deze posities standaard aan de hoofdtijd van de weergave gekoppeld zoals opgegeven, bijvoorbeeld via het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen of via het tijdlijnvenster. Er kan dan ook een verschil zijn tussen het tijdstip van beelden in de alarmvoorbeeldpositie en beelden in andere weergaveposities. Alarmen op kaarten Als de weergave voor alarmafhandeling een of meer kaartposities bevat, kunt u ook alarmen op een kaart weergeven. Een kaart kan zeer handig zijn om een alarm weer te geven op basis van de geografische locatie van de camera, server of ander apparaat waardoor het alarm is geactiveerd. Als gebruiker van Smart Client kunt u dan direct zien waar een alarm vandaan komt. U kunt kaarten groeperen in hiërarchieën, zodat u in detail door kaarten kunt navigeren, bijvoorbeeld van provincieniveau naar stadsniveau, van stadsniveau naar straatniveau, van straatniveau naar huisniveau en van huisniveau naar kamerniveau. Pagina 143 Beelden afspelen
144 Kort gezegd kunnen kaarten grafische elementen bevatten die camera s, servers, enzovoort vertegenwoordigen. In camera-elementen worden miniatuurbeelden weergegeven zodra u de muisaanwijzer erop plaatst. In combinatie met alarmen worden de grafische elementen op kaarten weergegeven met een zeer herkenbare witte cirkel eromheen als een alarm optreedt. Als bijvoorbeeld een alarm optreedt dat aan een bepaalde camera is gekoppeld, wordt direct een witte cirkel weergegeven rond het grafische element dat deze camera vertegenwoordigt (1 in de onderstaande afbeelding). Vervolgens kunt u op het camera-element klikken en niet alleen beelden van de camera weergeven, maar ook het alarm afhandelen via het getoonde menu. Stel dat de camera waaraan een alarm is gekoppeld zich op een kaart op straatniveau bevindt, maar u geeft een kaart op stadsniveau weer. Hoe kunt u het alarm dan waarnemen? Dit is geen probleem, dankzij hotzones. Dit zijn grafische voorstellingen die verschillende niveaus in een kaarthiërarchie aan elkaar koppelen. Als een alarm wordt gedetecteerd op de kaart op straatniveau, wordt de hotzone op de kaart op stadsniveau wit (2 in de onderstaande afbeelding) om aan te geven dat er een alarm is op een kaart op lager niveau, ook als zich hiertussen nog kaartniveaus bevinden. Tip: als wit geen geschikte kleur is om alarmen aan te geven op uw kaart, kunt u de kleur wijzigen in het tabblad Instellingen van Smart Client. Raadpleeg Inhoud voor alarmafhandeling toevoegen aan weergaven (op pagina 51). In de livemodus kunt u kaarten ook gebruiken voor vele andere doeleinden (op pagina 66) dan alarmafhandeling. Alarmen afhandelen vanuit kaarten Als de weergave voor alarmafhandeling een of meer kaartposities bevat, kunt u primaire alarmafhandeling rechtstreeks op de kaarten uitvoeren door met de rechtermuisknop te klikken op het gewenste element (camera, server, enzovoort, maar ook hotzones). Alarmen weergeven: hiermee wordt de alarmlijstpositie gefilterd (zie hierboven) zodat in de alarmlijst alleen alarmen worden weergegeven van het element dat u op de kaart hebt geselecteerd. Pagina 144 Beelden afspelen
145 Tip: als u wilt terugkeren naar de alarmlijstmodus waarin alarmen van meerdere elementen worden weergegeven, klikt u op de gewenste server, prioriteit of status aan de linkerzijde van de alarmlijst. Alarmen accepteren: hiermee kunt u snel alle nieuwe alarmen accepteren van het element dat u op de kaart hebt geselecteerd. De status van deze alarmen wordt vervolgens gewijzigd in Wordt uitgevoerd. Hiermee geeft u aan dat u de alarmen hebt ontvangen en dat u er iets mee gaat doen. U kunt alleen nieuwe alarmen accepteren. Als het geselecteerde element veel nieuwe alarmen bevat, kan het enige tijd duren voordat alle nieuwe alarmen zijn bijgewerkt naar de status Wordt uitgevoerd en de witte cirkel rond het element van de kaart verdwijnt. Is er een uitstelfunctie? Sommige gebruikers hebben mogelijk al functionaliteit voor alarmafhandeling in andere Milestone-producten gebruikt. Deze producten hadden mogelijk een uitstelfunctie, waarmee alarmen van een bepaalde camera, server, enzovoort gedurende een beperkte tijdsperiode konden worden onderbroken, bijvoorbeeld bij gepland onderhoud van een uur bij een camera. Een dergelijke uitstelfunctie is niet beschikbaar in Smart Client. Opgenomen audio Audio wordt niet door alle bewakingssystemen ondersteund. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Ook op systemen die audio ondersteunen, kan de ondersteuning voor specifieke audiofuncties echter per systeem verschillen. Verder kan de toegang tot opgenomen audio of bepaalde functies voor opgenomen audio beperkt zijn, afhankelijk van uw gebruikersrechten. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Als op een of meer camera s microfoons en/of luidsprekers zijn aangesloten, kunt u opgenomen audio beluisteren terwijl u opgenomen beelden afspeelt in het tabblad Afspelen van Smart Client. Als u een camera selecteert om af te spelen, wordt de gekoppelde microfoon en/of luidspreker automatisch geselecteerd in het deelvenster Audio. Zorg dat het deelvenster Audio wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Audio. Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Tip: u kunt naar opgenomen audio luisteren, onafhankelijk van de weergaven/camera s die worden getoond. De opgenomen audio die u hoort, komt echter overeen met het tijdstip dat u opgeeft met de navigatiefuncties van het tabblad Afspelen. Opgenomen audio wordt afzonderlijk gedempt voor luidsprekers en microfoons. Selecteer Dempen voor elke audiobron waarvoor u de opgenomen audio tijdelijk uit wilt schakelen. Als Geen microfoonhardware wordt weergegeven in de lijst Microfoons, beschikt de computer niet over de vereiste hardware voor het afspelen van audio van het bewakingssysteem. Doorgaans houdt dit in dat de computer niet over een geluidskaart beschikt. Als Geen microfoonbronnen wordt weergegeven in de lijst, kan de computer audio afspelen, maar zijn geen microfoons beschikbaar die zijn aangesloten op camera s. Als Geen luidsprekerhardware wordt weergegeven in de lijst Luidsprekers, beschikt de computer niet over de vereiste hardware voor het afspelen van audio van het bewakingssysteem. Doorgaans houdt dit in dat de computer niet over een geluidskaart beschikt. Als Geen luidsprekerbronnen wordt weergegeven in de lijst, kan op de computer wel audio worden afgespeeld, maar zijn geen luidsprekers beschikbaar die zijn aangesloten op camera s. Geselecteerde audioapparaten vastzetten Achtergrond: als u een andere camera of weergave selecteert, wordt de selectie van microfoon en luidspreker standaard hieraan aangepast. Wanneer u een andere camera selecteert waarop microfoons en/of luidsprekers zijn aangesloten, kunt u dan ook direct via deze microfoons en/of luidsprekers naar opnamen luisteren, zonder deze opnieuw te selecteren in de lijst Microfoons en Luidsprekers. Soms wilt u dit gedrag mogelijk veranderen. Mogelijk wilt u bijvoorbeeld luisteren naar de microfoons en/of luidsprekers van een bepaalde camera, terwijl een andere camera of weergave is geselecteerd. In dat geval schakelt u Geselecteerde audioapparaten vastzetten in. Pagina 145 Beelden afspelen
146 Voorbeeld: u moet luisteren naar audio-opnamen van een incident via microfoons en/of luidsprekers die op camera A zijn aangesloten, maar u moet ook dringend opnamen bekijken van camera s X, Y en Z, die in verschillende weergaven worden getoond. Wanneer u Geselecteerde audioapparaten vastzetten inschakelt, kunt u luisteren naar audio-opnamen van camera A terwijl u tegelijkertijd opnamen van de overige camera s bekijkt. Alleen apparaten van huidige weergave vermelden Als het bewakingssysteem een groot aantal microfoons en/of luidsprekers bevat, kunnen de lijsten waarin u microfoons en luidsprekers selecteert in het deelvenster Audio zeer lang zijn. Als dit voor u problematisch is, kunt u de lijsten beperken zodat deze alleen microfoons en luidsprekers bevatten die van belang zijn voor de weergave die u op dat moment gebruikt. In dat geval schakelt u Alleen apparaten van huidige weergave vermelden in. In deze context omvat huidige weergave ook alle weergaven die zijn geopend als zwevende vensters en op primaire en secundaire beeldschermen. Raadpleeg Meerdere vensters gebruiken voor meer informatie over het gebruik van meerdere weergaven tegelijkertijd. Veelgestelde vragen over liveaudio Waarom is de lijst Luidsprekers niet beschikbaar? Bepaalde bewakingssystemen ondersteunen geen audio in beide richtingen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Markeringen Markeringen toevoegen U kunt incidenten in livebeelden of opgenomen beelden markeren. Een markering is in feite een klein videofragment dat doorgaans bestaat uit beelden van enkele seconden voor, tijdens en na het incident. Wanneer u een incident markeert, kunt u een optionele opmerking toevoegen. Markeringen zijn doorzoekbaar, zodat u en andere gebruikers van het bewakingssysteem de markeringen later eenvoudig terug kunnen vinden (op pagina 148). De markeringsfunctie is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het toevoegen van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Het kan ook voorkomen dat u markeringen wel kunt weergeven, terwijl u deze niet kunt toevoegen, en vice versa. U kunt markeringen toevoegen in de tabbladen Live en Afspelen van Smart Client. U kunt op meerdere manieren markeringen toevoegen: Markeringen toevoegen via deelvenster Markering Voor deze methode moet het deelvenster Markering zijn ingeschakeld voor elk tabblad in het dialoogvenster Opties (op pagina 160). Zorg verder dat het deelvenster Markering wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Markering: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). U kunt een snelle markering of een markering met details toevoegen: Snelle markering Een snelle markering is een markering met alleen de meest elementaire gegevens. De lengte van het fragment van een snelle markering wordt bepaald op de server van het bewakingssysteem. Pagina 146 Beelden afspelen
147 1. Zorg dat u de gewenste camerapositie in de weergave hebt geselecteerd. 2. Zorg dat het selectievakje Details toevoegen van het deelvenster Markering is uitgeschakeld. 3. Klik op de knop Markering toevoegen. 4. U krijgt een bevestiging. Deze bevestiging verdwijnt na enige tijd automatisch. Markering met details Wanneer u details toevoegt aan de markering, kunt u een gedetailleerde beschrijving van het incident geven. Ook kunt u de lengte van het markeringsfragment bepalen. 1. Zorg dat u de gewenste camerapositie in de weergave hebt geselecteerd. 2. Zorg dat het selectievakje Details toevoegen van het deelvenster Markering is ingeschakeld. 3. Klik op de knop Markering toevoegen. 4. Controleer of de starttijd van het fragment, het tijdstip van de markering en de eindtijd van het fragment naar wens zijn. Starttijd van fragment: het videofragment van een markering bevat doorgaans beelden van enkele seconden voordat u de markering toevoegde. Op deze manier kunt u bijvoorbeeld bewijzen dat een gebouw inderdaad leeg was voordat er werd ingebroken. De voorgestelde starttijd van het fragment (een bepaald aantal seconden vóór het tijdstip van de markering) is opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem, maar kan worden gewijzigd (zie hieronder). Tijd van markering: het tijdstip waarop u de markering hebt toegevoegd, dat wil zeggen: het tijdstip waarop het gemarkeerde incident volgens u daadwerkelijk plaatsvond. U kunt deze tijd desgewenst wijzigen (zie hieronder). Eindtijd van fragment: het videofragment van een markering bevat doorgaans beelden van enkele seconden nadat u de markering toevoegde. Op deze manier kunt u bijvoorbeeld bewijzen hoe een inbreker het gebouw heeft verlaten. De voorgestelde eindtijd van het fragment (een bepaald aantal seconden na het tijdstip van de markering) is opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem, maar kan worden gewijzigd (zie hieronder). Als u de starttijd van het fragment, het tijdstip van de markering of de eindtijd van het fragment wilt aanpassen, plaatst u de muisaanwijzer op de voorbeeldafbeelding en gaat u met de afspeelregelaars naar de juiste tijd. Klik op de knoppen en om respectievelijk terug en verder te gaan in de tijd. Wanneer u op een van de knoppen klikt, verandert deze in een pauzeknop. Hiermee kunt u het afspelen op elk tijdstip snel onderbreken zonder de muisaanwijzer te verplaatsen. Sleep de schuifregelaar om beelden snel terug (naar links) of verder (naar rechts) in de tijd af te spelen. Hoe verder u de schuifregelaar verplaatst ten opzichte van de middenpositie, hoe sneller de beelden worden afgespeeld. In de afspeelregelaars wordt de tijd en datum van de opnamen weergegeven. Datum- en tijdnotatie kunnen verschillen afhankelijk van de instellingen van de computer. Wanneer u klaar bent, klikt u op de verplichte knop Instellen. 5. Typ een koptekst (maximaal 50 tekens) en een beschrijving van het incident (maximaal tekens). 6. Klik op Opslaan. Tip: neem gerust de tijd om bijvoorbeeld een beschrijving te typen. De markering blijft behouden in Smart Client totdat u klikt op Opslaan. De enige uitzondering is als u er zo lang over doet (doorgaans enkele dagen) om de markering te maken, dat de bijbehorende beelden niet langer bestaan in het bewakingssysteem. Pagina 147 Beelden afspelen
148 Markeringen toevoegen via overlayknop Voor deze methode moet het toevoegen van markeringen via overlayknoppen zijn ingeschakeld in het dialoogvenster Opties. Verder wordt in het dialoogvenster Opties ook bepaald of een snelle markering (een markering met alleen de meest elementaire gegevens) of een markering met gedetailleerde informatie wordt toegevoegd wanneer u op de overlayknop klikt. U kunt dit nagaan door het dialoogvenster Opties te openen (op pagina 159), Functies (op pagina 161) te selecteren en de instellingen voor respectievelijk Live > Overlayknop en snelmenu voor markeringen en Afspelen > Overlayknop en snelmenu voor markeringen te controleren. 1. Plaats de muisaanwijzer op de gewenste camerapositie in de weergave. 2. Klik op de overlayknop Markering toevoegen: 3. De markering is een snelle markering (in dat geval bent u klaar) of een markering met details (in dat geval kunt u tijdinstellingen wijzigen en een beschrijving toevoegen). Raadpleeg Markeringen toevoegen via deelvenster Markering hierboven voor gedetailleerde beschrijvingen van de twee soorten markeringen. Markeringen toevoegen via snelmenu van camerapositie Voor deze methode moet het toevoegen van markeringen via het snelmenu zijn ingeschakeld in het dialoogvenster Opties. Verder wordt in het dialoogvenster Opties ook bepaald of een snelle markering (een markering met alleen de meest elementaire gegevens) of een markering met gedetailleerde informatie wordt toegevoegd wanneer u op de overlayknop klikt. U kunt dit nagaan door het dialoogvenster Opties te openen (op pagina 159), Functies (op pagina 161) te selecteren en de instellingen voor respectievelijk Live > Overlayknop en snelmenu voor markeringen en Afspelen > Overlayknop en snelmenu voor markeringen te controleren. 1. Klik met de rechtermuisknop op de gewenste camerapositie in de weergave. 2. Selecteer Markering toevoegen. 3. De markering is een snelle markering (in dat geval bent u klaar) of een markering met details (in dat geval kunt u tijdinstellingen wijzigen en een beschrijving toevoegen). Raadpleeg Markeringen toevoegen via deelvenster Markering hierboven voor gedetailleerde beschrijvingen van de twee soorten markeringen. Markeringen zoeken De markeringsfunctie is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het weergeven van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Het kan ook voorkomen dat u markeringen wel kunt weergeven, terwijl u deze niet kunt toevoegen, en vice versa. U hebt drie opties om beelden met markeringen (op pagina 82) te zoeken: Via het deelvenster Opname zoeken (op pagina 124) van het tabblad Afspelen. Via het tijdlijnvenster (op pagina 121) van het tabblad Afspelen. Via Beeldenverkenner (op pagina 100) Als u de gezochte markering niet kunt vinden, kunnen hiervoor verschillende oorzaken zijn: Wegens uw gebruikersrechten kunt u de markering niet weergeven. De markering is handmatig verwijderd (gebruikers met voldoende rechten kunnen markeringen verwijderen via het deelvenster Opname zoeken (op pagina 124) van het tabblad Afspelen of via Sequence Explorer). De beelden van de markering bestaan niet langer in het bewakingssysteem (in dat geval wordt de markering automatisch verwijderd, aangezien deze zonder de beelden geen functie heeft). Pagina 148 Beelden afspelen
149 Digitale zoom gebruiken bij opgenomen beelden Op dezelfde manier als in het tabblad Live kunt u met het deelvenster PTZ-besturing van het tabblad Afspelen digitale zoom gebruiken bij beelden van camera s die in een weergave worden getoond. Wanneer u opgenomen beelden bekijkt in het tabblad Afspelen is digitale zoom standaard ingeschakeld en kunt u deze gebruiken voor zowel normale camera s als PTZ-camera s. Als u digitale zoom hebt gebruikt tijdens weergave van livebeelden in het tabblad Live, heeft dit geen invloed gehad op de opnamen. Opnamen vinden altijd plaats in het normale beeldformaat van de camera. Wat is het verschil tussen optische en digitale zoom? Bij optische zoom bewegen fysieke onderdelen van de cameralens om tot de gewenste hoek te komen. Bij weergave van opgenomen beelden kunt u optische zoom niet gebruiken, omdat u de cameralens niet met terugwerkende kracht kunt bewegen. Bij digitale zoom wordt een bepaald gedeelte van een beeld vergroot door het beeld bij te snijden en de grootte hiervan vervolgens weer aan te passen aan de pixelgrootte van het oorspronkelijke beeld. Dit proces wordt interpolatie genoemd. Digitale zoom simuleert hiermee optische zoom, maar het digitaal ingezoomde gedeelte heeft een lagere kwaliteit dan het oorspronkelijke beeld. Digitale zoom werkt even goed bij livebeelden als bij opgenomen beelden. Digitale zoomfuncties Wanneer digitale zoom is ingeschakeld, wordt een klein overzichtskader getoond in de rechterbenedenhoek van alle cameraposities van de weergave. Als u inzoomt op een gedeelte van een beeld, kunt u met dit kader het overzicht behouden over het volledige beeld: Overzichtskader binnen beeld Klik in het gewenste beeld en sleep rond het gedeelte waarop u wilt inzoomen. Het gedeelte dat u selecteert, wordt gemarkeerd door een witte rand. Wanneer u de muisknop loslaat, wordt het inzoomen toegepast: Witte rand rond zoomgedeelte Wanneer u op een gedeelte hebt ingezoomd, kunt u ook naar andere gedeelten van het beeld gaan, terwijl het zoomniveau behouden blijft. Sleep hiertoe het gemarkeerde gedeelte in het overzichtskader naar de gewenste positie: Pagina 149 Beelden afspelen
150 Zoomgedeelte gemarkeerd in overzichtskader U krijgt toegang tot een schuifregelaar voor het zoomniveau door in het gewenste beeld te klikken en de muisaanwijzer omhoog of omlaag te verplaatsen terwijl u de Shift-toets op het toetsenbord ingedrukt houdt: Schuifregelaar voor zoomniveau Selecteer een zoomniveau van 0% om opnieuw het volledige beeld weer te geven. Tip: als uw muis over een scrollwiel beschikt, kunt u hiermee ook het zoomniveau regelen. Met veel muizen kunt u snel terugkeren naar het volledige beeld door op het scrollwiel of op de middelste muisknop te klikken. Digitale zoom inschakelen en uitschakelen In het tabblad Afspelen is digitale zoom standaard ingeschakeld. U kunt digitale zoom in-/uitschakelen in het deelvenster PTZ-besturing. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster PTZ-besturing: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Als u digitale zoom wilt uitschakelen, schakelt u het selectievakje Digitale zoom in het deelvenster PTZ-besturing uit: U kunt digitale zoom weer inschakelen door het selectievakje Digitale zoom in te schakelen. Digitale zoom in geëxporteerd bewijsmateriaal Als u bewijsmateriaal exporteert (op pagina 151) in AVI- of JPEG-indeling, kunt u selecteren of u de normale beelden of de digitaal ingezoomde beelden wilt exporteren. Als u in de database-indeling exporteert, is een dergelijke selectie niet nodig aangezien gebruikers digitale zoom kunnen gebruiken bij de geëxporteerde opnamen. Digitale zoom in afgedrukt bewijsmateriaal Als u een beeld afdrukt (op pagina 157) waarbij u digitale zoom hebt gebruikt, wordt het digitaal ingezoomde gedeelte van het beeld afgedrukt. Pagina 150 Beelden afspelen
151 Beelden als bewijsmateriaal exporteren Met Smart Client kunt u snel bewijsmateriaal exporteren in de AVI-indeling (videofragment), JPEG-indeling (stilstaand beeld) en database-indeling voor Milestone-bewakingssystemen. In de AVI- en database-indeling kunt u zowel videobeelden als audio exporteren. Exporteren in de database-indeling is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het exporteren van bewijsmateriaal vanaf bepaalde of alle camera s mogelijk beperkt. Exporteren in AVI- en JPEG-indeling U kunt op verschillende manieren exporteren in AVI- of JPEG-indeling. De volgende procedure beschrijft de export die wordt opgegeven via het deelvenster Exporteren van het tabblad Afspelen. Als u exporteert vanuit het deelvenster Opname zoeken (op pagina 124) of Sequence Explorer (op pagina 100), begint u door te klikken op. Vervolgens voert u stap 6-13 van de volgende procedure uit: 1. Selecteer het tabblad Afspelen van Smart Client. 2. Selecteer het deelvenster Exporteren. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Exporteren: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 3. Geef in het deelvenster Exporteren de begintijd op van de periode die de export moet omvatten. U doet dit door in het eerste veld onder Begintijd de gewenste datum te typen en in het tweede veld de gewenste tijd. Datum- en tijdnotatie kunnen verschillen op uw computer Tip: in plaats van de datum en tijd handmatig op te geven, kunt u de functies in het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen gebruiken om naar het gewenste beginpunt te gaan. Klik vervolgens op de bovenste knop Instellen in het deelvenster Exporteren. Hiermee worden de datum en tijd van het weergegeven beeld automatisch in de velden onder Begintijd ingesteld. 4. In de velden onder Eindtijd geeft u de einddatum en -tijd op voor de export. U kunt dit ook doen met de knop Instellen, zoals hierboven beschreven. 5. Selecteer de gewenste camera in de lijst Bron. U moet een specifieke camera in de lijst selecteren als bron. De optie Bronnen van huidige weergave is alleen van toepassing bij het exporteren in de database-indeling. Alleen van toepassing bij het exporteren in de AVI-indeling: als op de geselecteerde camera een microfoon is aangesloten (en het bewakingssysteem audio ondersteunt), wordt audio van de microfoon automatisch ook geëxporteerd. Indien het bewakingssysteem audio-opnamen van luidsprekers ondersteunt (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ), wordt audio van luidsprekers die op de geselecteerde camera( s) zijn aangesloten eveneens geëxporteerd. Als u geen Pagina 151 Beelden afspelen
152 audio wilt exporteren, schakelt u de selectievakjes voor binnenkomende en uitgaande audio in het onderstaande exportdialoogvenster uit. 6. Klik op de knop AVI-/JPEG-export... Er wordt een afzonderlijk exportdialoogvenster geopend. In het exportdialoogvenster worden de opgegeven begintijd, eindtijd en camera vermeld. 7. Selecteer de gewenste exportindeling in het gedeelte Type export van het exportdialoogvenster: AVI (videofragment) of JPEG (stilstaand beeld). 8. Geef op of een tijdstempel van het bewakingssysteem aan de geëxporteerde beelden moet worden toegevoegd. Als u hier Ja selecteert, worden in de hoek van de beelden kleine tijdstempels weergegeven. 9. Deze stap is alleen van toepassing bij het exporteren in de AVI-indeling. Als u de JPEG-indeling gebruikt, gaat u verder met stap 10. Selecteer de gewenste framesnelheid voor de export. Bij de optie Volledig worden alle beelden tussen de begin- en eindtijd geëxporteerd. Bij de optie Half wordt alleen elk tweede beeld geëxporteerd, maar de beelden worden wel volgens het werkelijke tijdsverloop afgespeeld. 10. Als vóór het exporteren digitale zoom bij de camerabeelden is gebruikt, kunt u de digitaal ingezoomde beelden exporteren in plaats van de normale beelden. Selecteer Ja als u de digitaal ingezoomde beelden wilt exporteren of selecteer Nee als u de normale, niet-ingezoomde camerabeelden wilt exporteren. Als vóór het exporteren geen digitale zoom is gebruikt, is deze optie niet beschikbaar. 11. Deze stap is alleen van toepassing bij het exporteren in de AVI-indeling. Als u de JPEG-indeling gebruikt, gaat u verder met stap 12. Selecteer de gewenste AVI-codec in de lijst AVI-codec. De lijst bevat de videocodecs die op uw pc beschikbaar zijn. Tip: een videocodec is een bepaalde technologie voor compressie/decompressie die wordt gebruikt bij het genereren van videobestanden. De keuze voor een bepaalde codec heeft invloed op de kwaliteit en grootte van het AVI-bestand. De codec Indeo Video 5.10, indien beschikbaar op uw pc, biedt over het algemeen een zeer goede middenweg tussen kwaliteit en bestandsgrootte. 12. Geef de doellocatie voor de export op in het gedeelte Doellocatie voor export van het exportdialoogvenster. Bureaublad: als u Bureaublad selecteert, wordt het geëxporteerde bestand opgeslagen in een automatisch gemaakte map Geëxporteerde beelden op het bureaublad van de pc. Pad: als u Pad selecteert, kunt u zelf een pad opgeven (mogelijk bevat het veld een voorstel voor een pad). Het geëxporteerde bestand wordt opgeslagen in een automatisch gemaakte map Geëxporteerde beelden in het pad dat u opgeeft (voorbeeld: als u het pad C: \Mijn software\mijn bestanden opgeeft, wordt het geëxporteerde bestand opgeslagen in C: \Mijn software\mijn bestanden\geëxporteerde beelden). Wanneer u op deze manier een pad opgeeft, hoeft u geen bestaande mappen op te geven. Als een map niet bestaat, wordt deze automatisch gemaakt. 13. Deze stap is alleen van toepassing bij het exporteren in de AVI-indeling. Als u de JPEG-indeling gebruikt, gaat u verder met stap 14. Standaard krijgt het AVI-bestand een bestandsnaam die is gebaseerd op de begintijd van de export in 24-uursnotatie, volgens de structuur jjjjmmdd-uummss.avi (jaar, maand, dag, uren, minuten, seconden; bijvoorbeeld avi voor een bestand met begintijd 13: 06: 03 uur op 27 september 2005). De naam wordt automatisch weergegeven in het veld AVI-bestandsnaam. De standaardnotatie voor de bestandsnaam is onafhankelijk van de landinstellingen van de computer. U kunt de standaardbestandsnaam altijd wijzigen in een naam naar keuze door de standaardbestandsnaam te overschrijven. 14. Klik op de knop Exporteren om te beginnen met exporteren. In de statusbalk boven in het exportdialoogvenster wordt de voortgangsstatus van de export weergegeven: Tip: als u zeer lange beeldenreeksen exporteert, kan het exporteren enige tijd in beslag nemen, afhankelijk van de geselecteerde exportinstellingen. Tijdens het exportproces kunt u Smart Client voor andere doeleinden gebruiken. Pagina 152 Beelden afspelen
153 Als het selectievakje Sluiten na voltooiing is ingeschakeld (standaardinstelling), wordt het exportdialoogvenster automatisch gesloten wanneer het exporteren is voltooid. U kunt het geëxporteerde bestand na voltooiing weergeven en distribueren. Exporteren in database-indeling De maximale hoeveelheid gegevens in één database-export is 40 GB of databaserecords per camera in de export. 1. Selecteer het tabblad Afspelen van Smart Client. 2. Selecteer de weergave die als uitgangspunt dient voor de export. Tip: de export hoeft niet noodzakelijkerwijs alle camera s van de geselecteerde weergave te bevatten. Verderop in het proces kunt u precies opgeven wat u wilt exporteren. 3. Selecteer het deelvenster Exporteren. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Exporteren: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 4. Geef de begintijd op van de periode die de export moet omvatten. U doet dit door in het eerste veld onder Begintijd de gewenste datum te typen en in het tweede veld de gewenste tijd. Tip: in plaats van de datum en tijd handmatig op te geven, kunt u de functies in het deelvenster Tijdnavigatie van het tabblad Afspelen gebruiken om naar het gewenste beginpunt te gaan. Klik vervolgens op de bovenste knop Instellen in het deelvenster Exporteren. Hiermee worden de datum en tijd van het weergegeven beeld automatisch in de velden onder Begintijd ingesteld. 5. In de velden onder Eindtijd geeft u de einddatum en -tijd op voor de export. U kunt dit ook doen met de knop Instellen, zoals hierboven beschreven. 6. Selecteer de gewenste bron in de lijst Bron. U kunt een specifieke camera selecteren, waarbij de export alleen beelden van de geselecteerde camera bevat, of Bronnen van huidige weergave, waarbij de export beelden bevat van alle camera s in de huidige weergave waarvoor u database-exportrechten hebt. Tip: als u snel een specifieke camera wilt selecteren, kunt u ook op de gewenste camerapositie in de weergave klikken. 7. Klik op de knop Database-export... Er wordt een afzonderlijk exportdialoogvenster geopend. In het exportdialoogvenster worden de opgegeven begintijd, eindtijd en bron vermeld. 8. Als het bewakingssysteem audio ondersteunt en op de geselecteerde camera( s) microfoons zijn aangesloten, kunt u ook audio van de microfoons die op de camera s zijn aangesloten exporteren door het selectievakje Inclusief binnenkomende audio in te schakelen (als er geen microfoons beschikbaar zijn, is het selectievakje niet beschikbaar). Indien het bewakingssysteem audio-opnamen van luidsprekers ondersteunt (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ), kunt u ook audio exporteren van luidsprekers die op de geselecteerde camera( s) zijn aangesloten door het selectievakje Inclusief binnenkomende audio in te schakelen. 9. Schakel het selectievakje Geëxporteerde database comprimeren in als u de geëxporteerde database wilt comprimeren. Met compressie kan de grootte van de geëxporteerde database met ongeveer 10% afnemen. Het database-exportproces neemt echter aanzienlijk meer tijd in beslag wanneer compressie wordt gebruikt. 10. Schakel het selectievakje Geëxporteerde database coderen in als u de geëxporteerde database wilt coderen. Als u codering wilt gebruiken, moet u een wachtwoord opgeven om de geëxporteerde databases te kunnen decoderen. Verzend dit wachtwoord afzonderlijk naar de ontvanger. Wanneer codering wordt gebruikt, neemt zowel het database-exportproces als het openen van de Pagina 153 Beelden afspelen
154 database om de inhoud weer te geven aanzienlijk meer tijd in beslag dan wanneer geen codering wordt gebruikt. 11. Geef de doellocatie voor de export op in het gedeelte Doellocatie voor export van het exportdialoogvenster. Bureaublad: als u Bureaublad selecteert, wordt het geëxporteerde bestand opgeslagen in een automatisch gemaakte map Geëxporteerde beelden op het bureaublad van de pc. Pad: als u Pad selecteert, kunt u zelf een pad opgeven (mogelijk bevat het veld een voorstel voor een pad). De geëxporteerde database wordt opgeslagen in een automatisch gemaakte map Geëxporteerde beelden in het pad dat u opgeeft (voorbeeld: als u het pad C: \Mijn software\mijn bestanden opgeeft, wordt het geëxporteerde bestand opgeslagen in C: \Mijn software\mijn bestanden\geëxporteerde beelden). Wanneer u op deze manier een pad opgeeft, hoeft u geen bestaande mappen op te geven. Als een map niet bestaat, wordt deze automatisch gemaakt. 12. Schakel het selectievakje Inclusief Viewer-programmabestanden in als u de zelfstandige Viewertoepassing wilt toevoegen aan de database-export. Als u Viewer aan de export toevoegt, kunnen de geëxporteerde databases op elke pc worden weergegeven en doorzocht, zonder dat aanvullende bewakingssysteemsoftware is vereist. Raadpleeg De zelfstandige Viewer-toepassing gebruiken (op pagina 155) voor meer informatie over de Viewertoepassing. Tip: de taalversie van Viewer in een database-export is, indien mogelijk, dezelfde als de taalversie van Smart Client. Als de Viewer-toepassing niet in de betreffende taalversie beschikbaar is, wordt een Engelse versie toegevoegd. 13. Klik op de knop Exporteren om te beginnen met exporteren. In de statusbalk boven in het exportdialoogvenster wordt de voortgangsstatus van de export weergegeven: Tip: als u zeer grote databases exporteert, kan het exporteren enige tijd in beslag nemen. Tijdens het exportproces kunt u Smart Client voor andere doeleinden gebruiken. Als het selectievakje Sluiten na voltooiing is ingeschakeld (standaardinstelling), wordt het exportdialoogvenster automatisch gesloten wanneer het exporteren is voltooid. Vervolgens kunt u de inhoud van de map Geëxporteerde beelden distribueren. Tip: als u de Viewer-toepassing aan de export hebt toegevoegd, wordt de Viewer-toepassing geopend als u dubbelklikt op het bestand Viewer.exe in de map Geëxporteerde beelden. Vervolgens kunt u de inhoud van de geëxporteerde database weergeven en doorzoeken. Tip: als u de Viewer-toepassing aan de export hebt toegevoegd, kunt u alle bestanden uit de map Geëxporteerde beelden kopiëren naar de hoofdmap van een cd of dvd zodat de Viewer-toepassing automatisch wordt gestart wanneer de gebruiker de cd/dvd plaatst. Veelgestelde vragen over exporteren Kan ik ook audio exporteren? Bij het exporteren in de AVI- en database-indeling kunt u ook audio van microfoons toevoegen, mits het bewakingssysteem audio ondersteunt. Uitgaande audio van Smart Client naar luidsprekers kan alleen op bepaalde bewakingssystemen worden opgenomen en geëxporteerd. Exporteren in de database-indeling is overigens alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). U kunt geen audio exporteren in de JPEG-indeling (stilstaand beeld). Wat wordt aan de export toegevoegd als ik een markering exporteer? Het volledige markeringsfragment (op pagina 82), van de opgegeven starttijd van het fragment tot de opgegeven eindtijd van het fragment. Wat wordt aan de export toegevoegd als ik een beeldenreeks exporteer? De volledige beeldenreeks, van het eerste beeld in de reeks tot het laatste beeld in de reeks. Pagina 154 Beelden afspelen
155 Kan ik digitaal ingezoomde beelden exporteren? Ja. Als u voorafgaand aan het exporteren digitale zoom hebt gebruikt, kunt u bij het exporteren in de AVI- of JPEG-indeling selecteren of u de normale beelden of de digitaal ingezoomde beelden wilt exporteren. Bij het exporteren in de database-indeling is een dergelijke selectie niet nodig, aangezien gebruikers digitale zoom kunnen gebruiken bij de geëxporteerde opnamen. Kan ik fisheye-opnamen exporteren?ja, mits het bewakingssysteem het gebruik van fisheye-camera s ondersteunt (dit zijn camera s die gebruikmaken van een speciale technologie voor het opnemen van 360 beelden). Bij het exporteren van opnamen van een fisheye-camera is het alleen mogelijk de onbewerkte fisheyeweergave zelf te exporteren, dus niet een platgemaakte fisheye-weergave, een gesplitste 2 2-fisheye-weergave of ingezoomde fisheye-weergaven. Kan ik opnamen exporteren van een camera in de onafhankelijke afspeelmodus? Ja. Onthoud dat wanneer u klikt op de knoppen Instellen van het deelvenster Exporteren terwijl u een camera in de onafhankelijke afspeelmodus hebt geselecteerd, de tijd die u instelt die van de camera in de onafhankelijke afspeelmodus is, dus niet de hoofdtijd uit het deelvenster Tijdnavigatie (op pagina 122). Kan ik beelden exporteren die privacymaskers bevatten? Ja. Als de beelden privacymaskers (op pagina 72) bevatten, worden deze ook in de geëxporteerde beelden weergegeven. Het exportproces kan iets langer duren dan voor beelden zonder privacymaskers en de bestandsgrootte van de export kan iets groter zijn. Waarom kan ik geen exportpad opgeven? Vaak kunt u inderdaad een eigen pad opgeven, maar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174), kunnen vele instellingen in Smart Client door de server van het bewakingssysteem worden geregeld, waaronder de instelling van het exportpad. De reden waarom u niet een eigen exportpad kunt typen is dus zeer waarschijnlijk dat het exportpad strikt wordt geregeld door de server. Waar vind ik meer informatie over de zelfstandige Viewer-toepassing? Raadpleeg De zelfstandige Viewertoepassing gebruiken (op pagina 155) voor meer informatie over de Viewer-toepassing die u kunt toevoegen aan geëxporteerde opnamen in de database-indeling. Verder kunt u onder Exporteren in database-indeling eerder in dit onderwerp nuttige tips vinden voor database-exports in Smart Client, bijvoorbeeld over het automatisch starten van de zelfstandige Viewer-toepassing. De zelfstandige Viewer-toepassing gebruiken Wanneer u vanuit Smart Client beelden als bewijsmateriaal exporteert in de database-indeling (raadpleeg Beelden als bewijsmateriaal exporteren (op pagina 151) ), kunt u een zelfstandige Viewer-toepassing toevoegen aan het geëxporteerde bewijsmateriaal. Met de zelfstandige Viewer-toepassing kunnen ontvangers van bewijsmateriaal (zoals politieagenten, interne of externe rechercheurs, enzovoort) de geëxporteerde opnamen doorzoeken en afspelen zonder dat bewakingssoftware op hun computer hoeft te worden geïnstalleerd. Gebruikers kunnen met de Viewer-toepassing ook beelden afdrukken en zelfs alle opnamen of gedeelten van de opnamen opnieuw exporteren in verschillende indelingen. De zelfstandige Smart Client-toepassing is alleen beschikbaar als bijvoegsel bij een geëxporteerde database en is geen integraal onderdeel van Viewer. Database-export, en daarmee toegang tot de zelfstandige Viewertoepassing, is niet vanaf alle bewakingssystemen beschikbaar. Raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174). In de zelfstandige Viewer-toepassing is een eigen, gericht Help-systeem ingebouwd, zodat Viewer kan worden gebruikt zonder voorafgaande kennis van bewakingssystemen. Door fisheye-beelden navigeren Fisheye is een technologie waarmee panoramische beelden van 360 graden kunnen worden gemaakt en weergegeven. Hiervoor is een speciale fisheye-camera nodig of een normale camera die is uitgerust met een aparte fisheye-lens. Als er weergaven met fisheye-camera s zijn, kunt u in het deelvenster PTZ-besturing van het tabblad Afspelen navigeren door opgenomen beelden van de fisheye-camera s. Het gebruik van fisheye-camera s wordt niet door alle bewakingssystemen ondersteund. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Pagina 155 Beelden afspelen
156 Navigatie via slepen in fisheye-beelden Bij veel fisheye-beelden is navigatie mogelijk door in de beelden te slepen. Als de muisaanwijzer in verandert wanneer u deze boven de beelden van een fisheye-camera houdt, wordt navigatie via slepen ondersteund voor de camera. Raadpleeg de releaseopmerkingen voor informatie over ondersteunde functies voor specifieke fisheye-camera s. Navigatieknoppen Als alternatief voor navigatie via slepen in fisheye-beelden kunt u de navigatieknoppen in het deelvenster PTZbesturing gebruiken om door de weergave van de geselecteerde fisheye-camera te navigeren. Zorg dat het deelvenster PTZ-besturing wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster PTZ-besturing: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Met de ronde knop in het midden van het deelvenster keert de camera snel terug naar de basispositie. Met de knoppen plus en min kunt u respectievelijk in- en uitzoomen. Tip: als uw muis over een scrollwiel beschikt, kunt u hiermee ook het zoomniveau regelen. Met veel muizen kunt u snel terugkeren naar het volledige beeld door op het scrollwiel of op de middelste muisknop te klikken. Voorkeurposities De lijst Voorkeurposities is niet beschikbaar voor navigatie door fisheye-beelden. Favoriete fisheye-posities definiëren U kunt naar een specifieke positie in het fisheye-beeld gaan en deze positie vervolgens opslaan door te klikken op de knop Opslaan onder Fisheye-PTZ-posities in het deelvenster PTZ-besturing. Wanneer u later naar een opgeslagen positie wilt terugkeren, klikt u op de knop Laden. Beelden verzenden naar Matrix-ontvangers De functie Matrix is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Deze functie zorgt voor gedistribueerde weergave van beelden vanaf een willekeurige camera in het bewakingssysteem naar een willekeurig beeldscherm (de zogenaamde Matrix-ontvanger) in een netwerk. U kunt handmatig beelden verzenden naar een Matrix-ontvanger. Het handmatig verzenden van beelden naar een Matrix-ontvanger is alleen mogelijk voor posities met één camera, niet voor posities met hotspots of carrousels. Bovendien kan dit alleen als Matrix in het bewakingssysteem is geconfigureerd en u de vereiste gebruikersrechten hebt. 1. Selecteer de gewenste weergave. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer Matrix in dit menu en selecteer vervolgens de gewenste Matrix-ontvanger. MIP-plug-ins Smart Client kan het deelvenster MIP-plug-ins bevatten. Dit deelvenster wordt gebruikt voor het omgaan met functionaliteit van plug-ins, doorgaans voor toepassingen van derden zoals toegangsbeheersystemen en Pagina 156 Beelden afspelen
157 dergelijke, die via Smart Client kan worden bestuurd. Als het deelvenster MIP-plug-ins geen inhoud heeft, komt dit doordat Smart Client geen functionaliteit van plug-ins bevat die via dit deelvenster kan worden bestuurd. Bewijsmateriaal afdrukken U kunt op verschillende manieren afzonderlijke stilstaande beelden afdrukken uit opgenomen beelden. Wanneer u een beeld afdrukt, wordt het beeld automatisch in een bewakingsrapport geplaatst, waaraan u ook opmerkingen over het opgenomen incident kunt toevoegen. Naast het onderstaande kunt u ook alarmgegevens afdrukken als uw organisatie gebruikmaakt van de functies voor alarmafhandeling (op pagina 140) van Smart Client. Afdrukken met deelvenster Afdrukken van tabblad Afspelen 1. Selecteer de gewenste camera in de weergave in het tabblad Afspelen. 2. Selecteer het gewenste tijdstip, bijvoorbeeld met de besturingselementen in het deelvenster Tijdnavigatie. 3. Zorg dat het deelvenster Afdrukken wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Afdrukken: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). 4. Klik op de knop Afdrukken... in het deelvenster Afdrukken. Het venster Smart ClientBewakingsrapport wordt nu geopend met hierin het beeld en informatie over de cameranaam, het tijdstip van de beeldopname, het tijdstip van de afdruk en desgewenst de naam van de gebruiker die het beeld afdrukt (dit laatste wordt bepaald via het tabblad Functies van het dialoogvenster Opties (op pagina 159) ). Tip: u kunt het uiterlijk van afgedrukte bewakingsrapporten enigszins aanpassen. U kunt bijvoorbeeld de koptekst bewerken of verbergen, de copyrightmelding verwijderen, enzovoort. U past rapporten desgewenst aan via het tabblad Functies van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Tip: als u bij het beeld digitale zoom hebt gebruikt, wordt alleen het ingezoomde gedeelte van het beeld afgedrukt. Dit is echter niet van toepassing bij het afdrukken van markeringen. 5. U kunt opmerkingen toevoegen, bijvoorbeeld een beschrijving van het opgenomen incident. 6. Optioneel: als u het papierformaat, de papierbron of de afdrukstand wilt wijzigen of controleren, klikt u op de knop Smart Client in het venster Smart Client - Bewakingsrapport om het venster Paginainstellingen te openen. Wanneer u klaar bent, klikt u op OK in het venster Pagina-instellingen om terug te keren naar het venster Smart ClientBewakingsrapport. 7. Optioneel: als u een afdrukvoorbeeld wilt weergeven, klikt u op de knop Afdrukvoorbeeld in het venster Smart ClientBewakingsrapport. 8. Klik op de knop Afdrukken om het beeld en de bijbehorende informatie af te drukken. Afdrukken tijdens weergeven van beeldenreeksen of markeringen met deelvenster Afdrukken van tabblad Afspelen 1. Zorg dat het deelvenster Opname zoeken van het tabblad Afspelen wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster Opname zoeken: Pagina 157 Beelden afspelen
158 2. In het deelvenster Opname zoeken (op pagina 124) kunt u beeldenreeksen of markeringen zoeken. 3. Selecteer de gewenste beeldenreeks of markering in de lijst van het deelvenster Opname zoeken. 4. Als u een stilstaand beeld wilt afdrukken van het tijdstip van de markering of het tijdstip waarop de beeldenreeks is geactiveerd, klikt u op Het venster Smart ClientBewakingsrapport wordt geopend met hierin het beeld en informatie over de cameranaam, het tijdstip van de beeldopname, het tijdstip van de afdruk en de mogelijkheid een opmerking toe te voegen. Als u markeringen afdrukt, bevat het rapport ook de markerings-id en tijdgegevens, naast een koptekst en een beschrijving van de markering (indien beschikbaar). Raadpleeg de vorige beschrijving over het gebruik van het deelvenster Afdrukken van het tabblad Afspelen voor meer informatie over het gebruik van het venster Smart ClientBewakingsrapport. Afdrukken tijdens weergeven van markeringen in Sequence Explorer 1. Zoek markeringen in Sequence Explorer (op pagina 100) en selecteer de gewenste markering. 2. Als u een stilstaand beeld wilt afdrukken van het tijdstip van de markering, klikt u op linksonder in het venster Sequence Explorer Het venster Smart ClientBewakingsrapport wordt geopend met hierin het beeld en informatie over de cameranaam, het tijdstip van de beeldopname, het tijdstip van de afdruk en de mogelijkheid een opmerking toe te voegen. Als u markeringen afdrukt, bevat het rapport ook de markerings-id en tijdgegevens, naast een koptekst en een beschrijving van de markering (indien beschikbaar). Raadpleeg de vorige beschrijving over het gebruik van het deelvenster Afdrukken van het tabblad Afspelen voor meer informatie over het gebruik van het venster Smart ClientBewakingsrapport. PTZ-besturing Ondanks het feit dat het tabblad Afspelen een deelvenster PTZ-besturing bevat, kunt u hiermee geen PTZcamera s besturen. De reden hiervoor is dat het tabblad Afspelen wordt gebruikt voor weergave van reeds opgenomen beelden. U kunt een PTZ-camera niet met terugwerkende kracht besturen. In plaats hiervan wordt het deelvenster PTZ-besturing van het tabblad Afspelen gebruikt voor twee doeleinden: Voor het navigeren door fisheye-beelden (op pagina 155). Voor het gebruiken van digitale zoom (op pagina 149) bij opgenomen beelden. Zorg dat het deelvenster PTZ-besturing wordt weergegeven. Mogelijk moet u dit deelvenster maximaliseren door in de sneltoetsbalk te klikken op de sneltoets voor het deelvenster PTZ-besturing: Als het deelvenster en de sneltoets niet beschikbaar zijn, controleert u de beschikbaarheid van het deelvenster in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties (op pagina 159). Afzonderlijke beelden kopiëren U kunt afzonderlijke, stilstaande beelden van geselecteerde camera s kopiëren. Vervolgens kunt u de gekopieerde beelden (als bitmapafbeelding) plakken in andere toepassingen, zoals tekstverwerkers, e- mailclients, enzovoort. U kunt slechts één beeld van één camera tegelijk kopiëren. 1. Selecteer de gewenste weergave. 2. Klik met de rechtermuisknop in de gewenste camerapositie om het snelmenu te openen. 3. Selecteer Kopiëren in dit menu. U kunt het beeld vervolgens plakken in de gewenste toepassing. Pagina 158 Beelden afspelen
159 Opties Dialoogvenster Opties openen In het dialoogvenster Opties kunt u regelen welke functies en elementen u wilt gebruiken in elk van de tabbladen van Smart Client. Het dialoogvenster Opties omvat verder taalselectie, joystickinstellingen en sneltoetsinstellingen, die in eerdere versies werden geselecteerd vanuit het toepassingsmenu van Smart Client. Het toepassingsmenu is nu verwijderd. U opent het dialoogvenster Opties door te klikken op de knop Opties rechtsboven in het Smart Client-venster: Opties voor Toepassing In het tabblad Toepassing van het dialoogvenster Opties (op pagina 159) kunt u het algemene gedrag en uiterlijk van Smart Client aanpassen. Wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174), wordt ook een kolom Server volgen weergegeven, waarin u kunt aangeven dat Smart Client de aanbevolen instellingen van de server van het bewakingssysteem volgt. Mogelijk worden bepaalde instellingen al door de server geregeld. In dat geval wordt door de configuratie op de server bepaald of u deze instellingen kunt overschrijven. Maximalisatie van toepassing: selecteer hoe Smart Client moet reageren wanneer u klikt op de knop Maximaliseren in de rechterbovenhoek. Als u Maximaliseren naar volledig scherm selecteert, wordt de eventuele Windows-taakbalk in het scherm bij maximalisatie bedekt door Smart Client. Let op het verschil tussen maximalisatie en weergave in een volledig scherm, waarbij Smart Client wordt weergegeven zonder bovenbalk, zonder deelvensters die zich anders aan de linkerzijde bevinden en zonder Windows-taakbalk. Camerafoutberichten: selecteer hoe u cameragerelateerde berichtteksten (op pagina 168) in Smart Client wilt weergeven. Dergelijke berichten kunnen in Smart Client worden weergegeven als laag over het beeld van de camera (zie voorbeeldafbeelding) of op een zwarte achtergrond. U kunt er ook voor kiezen deze berichten volledig te verbergen. Serverfoutberichten: selecteer hoe u servergerelateerde berichtteksten (op pagina 168) in Smart Client wilt weergeven. Dergelijke berichten kunnen in Smart Client worden weergegeven als laag over het beeld. U kunt er ook voor kiezen deze berichten volledig te verbergen. Pagina 159 Opties
160 Standaard voor live-aanduiding: selecteer of u de knipperende groene live-aanduiding wi l t weergeven of verbergen. De aanduiding knippert telkens wanneer een nieuw beeld van de camera wordt ontvangen, zodat eenvoudig is te zien dat de beelden live zijn. Vaak blijkt uit de beelden zelf dat deze live zijn, maar de live-aanduiding kan van pas komen wanneer er weinig gebeurt binnen het weergavegebied van de camera. De live-aanduiding bevindt zich in de titelbalk boven in elke camerapositie. Als u de live-aanduiding wilt weergeven, moet u de optie Standaard voor titelbalk (zie hieronder) dan ook instellen op Weergeven. Deze optie omvat het standaardgedrag, dat u echter per camera kunt wijzigen bij het aanpassen van camera-eigenschappen (op pagina 30) in het tabblad Instellingen. Standaard voor titelbalk: selecteer of u de balk boven in elke camerapositie in een weergave wilt weergeven of verbergen. In de balk wordt de naam van de camera weergegeven, maar ook gekleurde aanduidingen (op pagina 64) die opgetreden gebeurtenissen, gedetecteerde beweging en livebeelden aangeven. Deze optie omvat het standaardgedrag, dat u echter per camera kunt wijzigen bij het aanpassen van camera-eigenschappen (op pagina 30) in het tabblad Instellingen. Huidige tijd weergeven in titelbalk: selecteer of u de huidige tijd en datum (van de computer waarop Smart Client wordt uitgevoerd) wilt weergeven of verbergen in de titelbalk van Smart Client. Weergeven in lege weergave-items: selecteer wat u wilt weergeven in een lege camerapositie in een weergave: niets (dat wil zeggen: een effen lichtblauwe achtergrond) of een zwarte achtergrond of een Milestone-logo. Ruimte tussen weergave-items: selecteer de dikte van de rand tussen cameraposities in weergaven. Standaardbeeldkwaliteit: selecteer een standaardkwaliteit voor de beelden die in Smart Client worden weergegeven. De beeldkwaliteit heeft ook invloed op de gebruikte bandbreedte. Als Smart Client wordt gebruikt via internet of met een langzame netwerkverbinding of als er andere redenen zijn om de gebruikte bandbreedte te beperken, kunt u de beeldkwaliteit aan de serverzijde verlagen door bijvoorbeeld Laag of Gemiddeld te selecteren. Deze optie omvat het standaardgedrag, dat u echter per camera kunt wijzigen bij het aanpassen van camera-eigenschappen in het tabblad Instellingen. Meer gedetailleerde beschrijvingen van de instellingen voor beeldkwaliteit kunt u vinden in Camera-eigenschappen aanpassen (op pagina 30). Standaardframesnelheid: selecteer een standaardframesnelheid voor de beelden die in Smart Client worden weergegeven. Deze optie omvat het standaardgedrag, dat u echter per camera kunt wijzigen bij het aanpassen van camera-eigenschappen in het tabblad Instellingen. Meer gedetailleerde beschrijvingen over de invloed van de instellingen voor de framesnelheid kunt u vinden in Camera-eigenschappen aanpassen (op pagina 30). Startmodus: selecteer hoe Smart Client wordt geopend nadat u zich hebt aangemeld. De opties zijn: modus Volledig scherm, modus Venster of de laatstgebruikte modus. Startweergave: selecteer of in Smart Client direct nadat u zich hebt aangemeld een weergave wordt getoond. De opties zijn: de laatstgebruikte weergave, geen weergave of vragen wat u wilt nadat u zich hebt aangemeld bij Smart Client. Opties voor Deelvensters In het tabblad Deelvensters van het dialoogvenster Opties (op pagina 159) kunt u aanpassen welke deelvensters worden weergegeven in elk van de drie hoofdtabbladen van Smart Client. Live, Afspelen en Instellingen. Bepaalde deelvensters kunnen functionaliteit bevatten die niet relevant is voor u, omdat u onvoldoende gebruikersrechten hebt of omdat u verbinding maakt met een type bewakingssysteem (op pagina 174) dat de functionaliteit niet ondersteunt. In de kolom Modus wordt vermeld op welk tabblad (Live, Afspelen of Instellingen) een deelvenster betrekking heeft, in de kolom Functie wordt de naam van elk deelvenster vermeld en in de kolom Instelling kunt u selecteren of het deelvenster beschikbaar is of niet. Pagina 160 Opties
161 Wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174), wordt ook een kolom Server volgen weergegeven, waarin u kunt aangeven dat Smart Client de aanbevolen instellingen van de server van het bewakingssysteem volgt. Mogelijk worden bepaalde instellingen al door de server geregeld. In dat geval wordt door de configuratie op de server bepaald of u deze instellingen kunt overschrijven. Opties voor Functies In het tabblad Functies van het dialoogvenster Opties (op pagina 159) kunt u aanpassen welke functies, bijvoorbeeld het kunnen afspelen van opgenomen beelden in het tabblad Live, beschikbaar zijn in elk van de drie hoofdtabbladen van Smart Client: Live, Afspelen en Instellingen. In de kolom Modus wordt vermeld op welk tabblad (Live, Afspelen of Instellingen) een functie betrekking heeft, in de kolom Functie wordt de naam van elke functie vermeld en in de kolom Instelling kunt u selecteren of de functie beschikbaar is of niet. Wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174), wordt ook een kolom Server volgen weergegeven, waarin u kunt aangeven dat Smart Client de aanbevolen instellingen van de server van het bewakingssysteem volgt. Mogelijk worden bepaalde instellingen al door de server geregeld. In dat geval wordt door de configuratie op de server bepaald of u deze instellingen kunt overschrijven. Uitleg van de functies: Live > Camera afspelen: de mogelijkheid om opgenomen beelden van specifieke camera s af te spelen in het tabblad Live (op pagina 95). Live > Overlayknoppen: de mogelijkheid om overlayknoppen (op pagina 35) weer te geven en te gebruiken in het tabblad Live om luidsprekers, gebeurtenissen en uitvoer te activeren, PTZ-camera s te verplaatsen, indicatoren van camera s te wissen, enzovoort. Live > Overlayknop en snelmenu voor markeringen: de mogelijkheid om snelle of gedetailleerde markeringen (op pagina 82) toe te voegen via kant-en-klare overlayknoppen of door met de rechtermuisknop te klikken op gewenste cameraposities in het tabblad Live. De markeringsfunctie is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het toevoegen van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Het kan ook voorkomen dat u markeringen wel kunt weergeven, terwijl u deze niet kunt toevoegen, en vice versa. Afspelen > Onafhankelijk afspelen: de mogelijkheid om opnamen van specifieke camera s onafhankelijk af te spelen (op pagina 139) in het tabblad Afspelen, terwijl alle camera s in een weergave standaard opnamen tonen van hetzelfde tijdstip (de zogenaamde hoofdtijd). Afspelen > Overlayknop en snelmenu voor markeringen: de mogelijkheid om snelle of gedetailleerde markeringen (op pagina 82) toe te voegen via kant-en-klare overlayknoppen of door met de rechtermuisknop te klikken op gewenste cameraposities in het tabblad Live. De markeringsfunctie is alleen beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174). Afhankelijk van uw gebruikersrechten is de toegang tot het toevoegen van markeringen vanaf sommige camera s mogelijk beperkt. Het kan ook voorkomen dat u markeringen wel kunt weergeven, terwijl u deze niet kunt toevoegen, en vice versa. Instellingen > Overlayknoppen bewerken: de mogelijkheid om nieuwe overlayknoppen (op pagina 35) toe te voegen of bestaande overlayknoppen te bewerken in het tabblad Instellingen. Voor het toevoegen van overlayknoppen moet ook het deelvenster Overlayknoppen van het tabblad Instellingen beschikbaar zijn (dit beheert u in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties). Instellingen > Buffer voor livebeelden bewerken: de mogelijkheid om de buffer voor livebeelden te bewerken als onderdeel van de camera-eigenschappen (op pagina 30) in het tabblad Instellingen. Voor het bewerken van de buffer voor livebeelden moet ook het deelvenster Eigenschappen van het tabblad Instellingen beschikbaar zijn (dit beheert u in het tabblad Deelvensters (op pagina 160) van het dialoogvenster Opties). Pagina 161 Opties
162 Joystickopties Hoewel joystickbesturing voor een groot aantal PTZ-camera s wordt ondersteund, kunnen mogelijk niet alle PTZcamera s met een joystick worden bestuurd. Raadpleeg de releaseopmerkingen voor informatie over joystickondersteuning voor camera s. Wanneer een nieuwe joystick door Smart Client wordt gevonden, wordt automatisch een standaard-ptzconfiguratie voor de joystick toegevoegd. In het tabblad Joystick van het dialoogvenster Opties (op pagina 159) kunt u de instellingen echter aanpassen voor alle joysticks die zijn aangesloten op de computer waarop Smart Client wordt uitgevoerd. 1. Selecteer de gewenste joystick in de lijst Geselecteerde joystick in het tabblad Joystick van het dialoogvenster Opties. De assen en knoppen die beschikbaar zijn voor de geselecteerde joystick worden vermeld in respectievelijk het onderdeel Asinstellingen en Knopinstellingen. 2. In het onderdeel Asinstellingen kunt u instellingen voor de beschikbare assen opgeven. Met een joystick kunt u doorgaans driedimensionaal door camerabeelden navigeren, langs drie assen: een x-as, en y-as en een z-as, waarbij de z-as doorgaans verwijst naar het diepteniveau (zoomniveau). Omkeren: een PTZ-camera beweegt standaard naar rechts wanneer u de joystick langs de x- as naar rechts beweegt, omhoog wanneer u de joystick langs de y-as naar u toe beweegt, enzovoort. Wanneer u Omkeren selecteert, kunt u deze volgorde omkeren. Op die manier bent u vrij om te bepalen of de camera bijvoorbeeld omhoog en omlaag moet bewegen wanneer u de joystick respectievelijk naar u toe en van u af beweegt. Absoluut: standaard vindt joystickbesturing plaats op basis van een relatief positiebepalingssysteem. Dit houdt in dat een voorwerp dat met een joystick wordt bestuurd op basis van de huidige positie van het voorwerp wordt verplaatst en niet op basis van een vaste positie. Wanneer u Absoluut selecteert, kunt u dit wijzigen en een absoluut in plaats van een relatief positiebepalingssysteem gebruiken. Actie: hiermee kunt u de gewenste functie voor een as selecteren: Camera PTZ: draaien, Camera PTZ: kantelen, Camera PTZ: in- en uitzoomen of Geen actie. Voorbeeld: hiermee kunt u snel het resultaat van uw selecties testen. Wanneer u een functie hebt geselecteerd voor de as die u wilt testen, beweegt u de joystick langs de gewenste as om het resultaat te bekijken, dat wordt aangegeven door een beweging van de donkerblauwe balk. Als u voorbeelden van uw selecties bekijkt, kunt u overwegen de dode zones van de joystick aan te passen. Dode zones bepalen hoeveel de joystickhendel kan worden bewogen voordat informatie naar de camera wordt verzonden. In het ideale geval staat een joystickhendel volledig verticaal indien deze niet wordt gebruikt. Bij veel joysticks staat de hendel echter enigszins schuin. Zonder een dode zone kan deze kleine helling ertoe leiden dat camera s ongewenst gaan bewegen. Draaien/kantelen: hiermee kunt u de gewenste dode zone opgeven voor de draai- en kantelfuncties van de joystick. Hoe verder u de schuifregelaar naar rechts sleept, hoe groter de dode zone wordt en hoe meer u de joystickhendel dus moet bewegen voordat informatie naar de camera wordt verzonden. Als u de schuifregelaar volledig naar links sleept, wordt de dode zone in feite uitgeschakeld. Dit wordt doorgaans alleen aanbevolen voor joysticks met hoge nauwkeurigheid. Aan de hand van het voorbeeld kunt u het resultaat van de instellingen voor dode zones testen. Zoomen: hiermee kunt u de gewenste dode zone opgeven voor de zoomfuncties van de joystick. Het instellen werkt op dezelfde manier als voor Draaien/kantelen. Pagina 162 Opties
163 Voorbeeld van dode zone: wanneer u de joystickhendel buiten de dode zone beweegt, gaat de PTZ-camera bewegen. Hoe verder u de hendel naar buiten beweegt, hoe sneller de camera doorgaans beweegt. 3. In het onderdeel Knopinstellingen kunt u voor elke gewenste knop van de joystick een actie opgeven. U selecteert de gewenste acties in de kolom Actie. Tip: als u snel wilt controleren of u de gewenste knop configureert, drukt u op de gewenste knop op de joystick. Wanneer u de knop indrukt, wordt in de kolom Voorbeeld in het onderdeel Knopinstellingen een donkerblauwe kleur weergegeven voor de betreffende knop. Joystickinstellingen zijn gekoppeld aan specifieke computer In tegenstelling tot weergaven en aangepaste toetsenbordinstellingen, die zijn gekoppeld aan uw gebruikersgegevens en die u dus op elke computer met Smart Client kunt gebruiken, zijn joystickinstellingen niet alleen gekoppeld aan uw gebruikersgegevens, maar ook aan de specifieke computer waarop u de joystickinstellingen configureert. Dit houdt in dat uw joystickinstellingen alleen werken op de computer waarop deze zijn geconfigureerd. De reden hiervoor is dat op andere computers waarschijnlijk andere joysticks zijn aangesloten. Als u op meerdere computers een joystick wilt gebruiken met Smart Client, moet u de joystickinstellingen voor Smart Client dus op elke computer apart configureren. Toetsenbordopties In het tabblad Toepassing van het dialoogvenster Opties (op pagina 159) kunt u eigen sneltoetscombinaties toewijzen aan bepaalde acties in Smart Client. Tip: Smart Client bevat ook een klein aantal standaardsneltoetsen die u direct kunt gebruiken. Raadpleeg Standaardsneltoetsen gebruiken voor meer informatie. 1. Selecteer het tabblad Toetsenbord in het dialoogvenster Opties. 2. Klik in het veld Druk op sneltoets en druk vervolgens op de gewenste toetscombinatie op het toetsenbord. Aangepaste toetscombinaties moeten beginnen met Ctrl of Alt. Voorbeeld: Ctrl+B (dat wil zeggen: druk eerst op de Ctrl-toets en houd deze ingedrukt terwijl u op de toets B drukt). De ingedrukte toetscombinatie wordt weergegeven in het veld Druk op sneltoets. Vervolgens moet u opgeven welke opdracht u aan de toetscombinatie wilt koppelen. Pagina 163 Opties
164 3. Selecteer de gewenste categorie opdrachten in de lijst Categorieën. Op basis van uw selectie worden relevante opdrachten weergegeven in de lijst Opdrachten rechts in het venster. Voorbeeld: als u Toepassing selecteert, krijgt u toegang tot opdrachten die samenhangen met het gedrag van de Smart Client-toepassing, zoals opdrachten voor het minimaliseren en maximaliseren van het Smart Client-venster. Tip: de lijst Categorieën bevat een categorie Weergaven, alle. Als u deze categorie selecteert, worden alle weergaven vermeld in de lijst Opdrachten. Op deze manier kunt u zeer handige sneltoetsen maken voor snelle toegang tot specifieke weergaven. 4. Selecteer de gewenste opdracht voor de sneltoetscombinatie in de lijst Opdrachten. Bepaalde opdrachten werken alleen wanneer de sneltoets in een bepaald verband wordt gebruikt. Een sneltoets met een PTZ-opdracht werkt bijvoorbeeld alleen wanneer een PTZ-camera wordt gebruikt. 5. Selecteer waar de sneltoetscombinatie van toepassing is in de lijst Nieuwe sneltoets gebruiken in: Globaal: in elk van de drie tabbladen van Smart Client (Live, Afspelen en Instellingen). Modus Afspelen: alleen in het tabblad Afspelen van Smart Client. Modus Live: alleen in het tabblad Live van Smart Client. Modus Instellingen: alleen in het tabblad Instellingen van Smart Client. 6. Klik op de knop Toewijzen. Hiermee voegt u de opgegeven toetscombinatie toe aan de lijst Toegewezen toetsen. 7. Klik op OK. Tip: uw sneltoetscombinaties worden op de server van het bewakingssysteem opgeslagen als onderdeel van uw gebruikersgegevens. Dit houdt in dat u uw sneltoetscombinaties kunt gebruiken op elke computer waarop Smart Client is geïnstalleerd, mits u zich met uw eigen gebruikersnaam en wachtwoord aanmeldt bij Smart Client. Een sneltoetscombinatie verwijderen Als u een bestaande sneltoets wilt verwijderen, selecteert u de betreffende sneltoets in de lijst Toegewezen toetsen en klikt u vervolgens op de knop Verwijderen. Geavanceerde opties In het tabblad Geavanceerd van het dialoogvenster Opties (op pagina 159) kunt u geavanceerde opties van Smart Client aanpassen. Als u niet bekend bent met de geavanceerde opties en de werking ervan, behoudt u de standaardinstellingen. Wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174), wordt ook een kolom Server volgen weergegeven, waarin u kunt aangeven dat Smart Client de aanbevolen instellingen van de server van het bewakingssysteem volgt. Mogelijk worden bepaalde instellingen al door de server geregeld. In dat geval wordt door de configuratie op de server bepaald of u deze instellingen kunt overschrijven. Uitleg van geavanceerde opties: Maximale aantal decodeerthreads: hiermee bepaalt u hoeveel decodeerthreads worden gebruikt om videogegevens te decoderen. Met deze optie kunt u de prestaties op computers met meerdere kernen verbeteren. De prestatieverbetering is in de livemodus en de afspeelmodus in dezelfde mate merkbaar. De precieze prestatieverbetering hangt af van de videogegevens die worden gedecodeerd. Deze instelling is vooral van belang wanneer u sterk gecodeerde videogegevens met hoge resolutie gebruikt, zoals H.264. Hiervoor kan de prestatieverbetering aanzienlijk zijn. De instelling is minder belangrijk wanneer u bijvoorbeeld JPEG of MPEG-4 gebruikt. Over het algemeen wordt het geheugen zwaar belast bij decoderen met meerdere threads. De ideale instelling hangt daarom ook af van het type computer dat u gebruikt, van het aantal camera s dat u in Smart Client wilt weergeven en van de resolutie en framesnelheid die voor deze camera s wordt gebruikt. o Normaal is de standaardinstelling. Normaal houdt in dat ongeacht het aantal kernen van de computer slechts één kern per camerapositie wordt gebruikt. Pagina 164 Opties
165 o o Automatisch houdt in dat in theorie net zoveel threads per camerapositie worden gebruikt als het aantal kernen van de computer waarop Smart Client wordt uitgevoerd. Het maximale aantal threads dat door de computer kan worden gebruikt, is acht. Het werkelijke aantal gebruikte threads kan echter lager zijn, afhankelijk van de gebruikte codec (technologie voor compressie/decompressie). Ervaren gebruikers kunnen handmatig selecteren hoeveel threads worden gebruikt, met een maximum van acht. Het aantal dat u selecteert, vertegenwoordigt een theoretisch maximum. Het werkelijke aantal gebruikte threads kan echter lager zijn, afhankelijk van de gebruikte codec (technologie voor compressie/decompressie). Deze instelling heeft invloed op alle cameraposities, in alle weergaven, in zowel livemodus als afspeelmodus, wanneer u Smart Client gebruikt. U kunt de instelling niet opgeven voor specifieke cameraposities of weergaven. Aangezien deze instelling niet voor alle cameraposities en weergaven even ideaal is, wordt u aangeraden gedurende enige tijd de effecten bij te houden en de instelling desgewenst aan te passen om zo de optimale balans te verkrijgen tussen de positieve effecten (prestatieverbetering) en negatieve effecten (geheugengebruik). De-interliniëring: interliniëring is een methode die bepaalt hoe een beeld wordt ververst tijdens weergave op een beeldscherm. Bij interliniëring wordt het beeld ververst door eerst alle even lijnen in het beeld te scannen, vervolgens alle oneven lijnen, enzovoort. Op deze manier kunnen beelden sneller worden ververst omdat tijdens een scan minder informatie wordt verwerkt. In sommige situaties kan interliniëring echter leiden tot flikkerend beeld of is slechts de helft van de beeldlijnen voor elke scan waarneembaar. Met de optie De-interliniëring kunt u beelden op verschillende manieren de-interliniëren. De optie is alleen van toepassing op het weergeven van geïnterlinieerde beelden. De meeste camera s produceren geen geïnterlinieerde beelden en de optie heeft geen invloed op de kwaliteit of prestaties van niet-geïnterlinieerde beelden. o o o o Geen filter is de standaardinstelling. Er wordt geen de-interliniëring toegepast, wat betekent dat de kenmerkende gekartelde randen kunnen optreden in beelden met bewegende objecten. Dit komt doordat de twee velden (dat wil zeggen: respectievelijk de even en de oneven lijnen van het volledige beeld) in elkaar worden geschoven om het beeld met de volledige hoogte/verticale resolutie samen te stellen. De twee velden zijn echter niet op hetzelfde tijdstip opgenomen op de camera. Het gevolg hiervan is dat bewegende objecten op de twee velden onderling niet één lijn vormen, waardoor het effect van gekartelde randen optreedt. Invloed op prestaties: geen. Verticaal aanpassen bovenste veld: met deze optie wordt alleen het bovenste veld (de even lijnen) gebruikt. Elke oneven lijn wordt gekopieerd van de vorige (even) lijn. Het effect is dat geen gekartelde randen optreden, maar dit gaat ten koste van de verticale resolutie. Invloed op prestaties: kleiner dan bij de optie Geen filter, aangezien slechts de helft van het aantal lijnen moet worden nabewerkt. Verticaal aanpassen onderste veld: met deze optie wordt alleen het onderste veld (de oneven lijnen) gebruikt. Elke even lijn wordt gekopieerd van de volgende (oneven) lijn. Het effect is dat geen gekartelde randen optreden, maar dit gaat ten koste van de verticale resolutie. Invloed op prestaties: kleiner dan bij de optie Geen filter, aangezien slechts de helft van het aantal lijnen moet worden nabewerkt. Adaptieve inhoud: met deze optie wordt een filter toegepast op gedeelten van het beeld waar anders gekartelde randen kunnen optreden. In gedeelten waar geen gekartelde randen worden gedetecteerd, blijft het beeld ongewijzigd. Het effect van deze optie is dat gekartelde randen worden verwijderd en de volledige verticale resolutie behouden blijft in gedeelten van het beeld waar geen gekartelde randen voorkomen. Invloed op prestaties: groter dan de optie Geen filter aangezien het totale CPU-gebruik per gedecodeerd en opgebouwd frame met ongeveer 10% toeneemt. Taalopties U kunt in Smart Client doorgaans kiezen uit verschillende taalversies. Tip: als de gewenste taal niet beschikbaar is, kunt u mogelijk een taalpakket installeren (alleen van toepassing wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen; raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Pagina 165 Opties
166 1. Klik rechts in de bovenbalk van Smart Client op de knop Opties. 2. Selecteer Taal in het dialoogvenster Opties en selecteer vervolgens de gewenste taal. 3. De wijziging wordt pas van kracht als Smart Client opnieuw wordt gestart: sluit Smart Client af en meld u vervolgens opnieuw aan om de nieuwe taalversie te gebruiken. Pagina 166 Opties
167 Serverstatus weergeven in mededelingenvenster In het dialoogvenster Mededelingenvenster kunt u de status weergeven van de bewakingssysteemservers waarmee Smart Client is verbonden. Dit dialoogvenster is handig wanneer verbinding wordt gemaakt met een bewakingssysteem dat Milestone Federated Architecture ondersteunt (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Milestone Federated Architecture is een hiërarchische structuur van gerelateerde, maar fysiek gescheiden bewakingssystemen. Een dergelijke structuur kan bijvoorbeeld betrekking hebben op winkelketens met veel afzonderlijke, maar gerelateerde bewakingssystemen. Klik rechts in de bovenbalk van Smart Client op de knop Mededelingenvenster om het dialoogvenster Mededelingenvenster weer te geven. Tip: als de knop rood knippert, zijn een of meer servers niet beschikbaar (zie hieronder). Als er servers beschikbaar zijn, worden deze vermeld met het symbool, zoals in het volgende voorbeeld: Servers kunnen soms niet beschikbaar zijn. In dat geval kunt u geen camera s of functies gebruiken die bij deze servers horen. Als een of meer servers niet beschikbaar zijn, worden deze vermeld met het symbool, zoals in het volgende voorbeeld waar twee servers niet beschikbaar zijn: Als een of meer servers niet beschikbaar zijn, kan de status van bepaalde servers zijn gewijzigd na het tijdstip van uw aanmelding. Probeer u af te melden en vervolgens weer aan te melden bij Smart Client. Als een server langere tijd niet beschikbaar is, neemt u contact op met de beheerder van het bewakingssysteem voor advies. Het aantal servers dat in het dialoogvenster wordt weergegeven, komt overeen met het aantal servers dat beschikbaar was op het tijdstip van uw aanmelding bij Smart Client. Met name wanneer verbinding wordt gemaakt met grote serverhiërarchieën, kunnen soms meer servers beschikbaar worden na het tijdstip van aanmelden. Het dialoogvenster heeft geen vernieuwingsoptie. Als u wilt controleren of servers beschikbaar zijn geworden, moet u zich afmelden en vervolgens weer aanmelden bij Smart Client. Serverstatus weergeven in mededelingenvenster
168 Berichten van camera s, servers en systeem Berichten in cameraposities Indien geconfigureerd (in het dialoogvenster Opties (op pagina 159) en als onderdeel van camera-eigenschappen (op pagina 30) in het tabblad Instellingen), kunnen onder bepaalde omstandigheden berichtteksten in witte letters over een of meer cameraposities van een weergave worden getoond (als berichten worden getoond in een oranje lint boven de weergaven, raadpleegt u Systeemberichten in oranje lint (op pagina 170) ). Voorbeeld van een cameraberichttekst Als het niet mogelijk is om een camerabeeld weer te geven, wordt in bepaalde gevallen in plaats hiervan een uitroepteken weergegeven: De mogelijke berichten zijn: Na einde van database: dit bericht komt alleen voor in het tabblad Afspelen. Hiermee wordt aangegeven dat de geselecteerde tijd na de tijd van de laatste opname in de cameradatabase ligt. Het laatste beeld in de cameradatabase wordt in de camerapositie weergegeven om aan te geven dat er opnamen van de camera beschikbaar zijn, maar alleen van een eerder tijdstip dan de geselecteerde tijd. Voor begin van database: dit bericht komt alleen voor in het tabblad Afspelen. Hiermee wordt aangegeven dat de geselecteerde tijd voor de tijd van de eerste opname in de cameradatabase ligt. Het eerste beeld in de cameradatabase wordt in de camerapositie weergegeven om aan te geven dat er opnamen van de camera beschikbaar zijn, maar alleen van een later tijdstip dan de geselecteerde tijd. Camera [Cameranaam] op [Apparaatnaam] [IP-adres] is niet beschikbaar: hiermee wordt aangegeven dat Smart Client geen verbinding met de camera kan maken. Mogelijke oorzaken: o o o De server waarmee de camera is verbonden was niet beschikbaar tijdens het aanmelden bij Smart Client. U kunt controleren (op pagina 167) of dit het geval was. Als u wilt weten of de server beschikbaar is geworden na de laatste aanmelding, probeert u zich af te melden en weer aan te melden. Het gebruik van de camera is uitgeschakeld in het bewakingssysteem. De camera is tijdelijk verwijderd voor onderhoud. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Verbonden met [Apparaatnaam] [Cameranaam] op [IP-adres]: [Poortnummer]: hiermee wordt aangegeven dat een verbinding met de camera tot stand is gebracht. Verbinding maken met [Apparaatnaam] [Cameranaam] op [IP-adres]: [Poortnummer]...: hiermee wordt aangegeven dat een verbinding met de camera momenteel tot stand wordt gebracht. Verbinding geweigerd. Reden:...: hiermee wordt aangegeven dat verbinding maken met de betreffende camera niet is toegestaan, bijvoorbeeld omdat uw toegangsrechten voor opnamen van de Pagina 168 Berichten van camera s, servers en systeem
169 camera zijn gewijzigd door de beheerder van het bewakingssysteem. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Verbinding met [Apparaatnaam] [Cameranaam] op [IP-adres]: [Poortnummer] is verbroken. Opnieuw verbinding maken...: hiermee wordt aangegeven dat de verbinding met de camera is verbroken en dat momenteel opnieuw een verbindingspoging wordt uitgevoerd. De verbinding met de server is mislukt. Opnieuw proberen...: hiermee wordt aangegeven dat geen verbinding met de server van het bewakingssysteem kon worden gemaakt en dat momenteel opnieuw een verbindingspoging wordt uitgevoerd. Dit bericht kan worden weergegeven als de verbinding met het bewakingssysteem tijdelijk is verbroken. Als uw bewakingssysteem uit meerdere met elkaar verbonden servers bestaat, kan het bericht ook worden weergegeven als de server waarvan u cameraopnamen opvraagt tijdelijk niet beschikbaar is. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem wanneer het probleem aanhoudt. Interne fout: hiermee wordt aangegeven dat door een fout in het bewakingssysteem geen beelden kunnen worden weergegeven. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over wat u moet doen. Er zijn geen beelden beschikbaar voor [Apparaatnaam] [Cameranaam] op [IP-a d r es] : [Poortnummer]. De database is mogelijk leeg: dit bericht komt alleen voor in het tabblad Afspelen. Hiermee wordt aangegeven dat het niet mogelijk is om beelden van de camera weer te geven. De reden is hoogstwaarschijnlijk dat zich in de cameradatabase geen opnamen bevinden. Houd er rekening mee dat de instellingen die bepalen wanneer opnamen van een camera in de database worden opgeslagen, worden opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem. Zo kan de beheerder van het bewakingssysteem opgeven dat opnamen alleen moeten worden opgeslagen binnen een bepaalde tijdsperiode of wanneer een bepaalde gebeurtenis optreedt. Dit kan verklaren waarom u wellicht livebeelden van de camera kunt weergeven in het tabblad Live van Smart Client, terwijl u tegelijkertijd bemerkt dat er geen opnamen zijn opgeslagen voor weergave in het tabblad Afspelen van Smart Client. Geen beweging: hiermee wordt aangegeven dat momenteel geen beweging wordt gedetecteerd in de beelden van de camera. De beelden die u ziet, worden pas bijgewerkt wanneer er beweging is. Dit bericht wordt alleen weergegeven als is opgegeven dat beelden alleen worden bijgewerkt wanneer er beweging is. Met deze functie kan de belasting van de server en de gebruikte bandbreedte worden beperkt. Dit kan worden opgegeven als onderdeel van de serverconfiguratie van het bewakingssysteem, maar ook als onderdeel van de eigenschappen van een camerapositie (op pagina 30) in het tabblad Instellingen van Smart Client. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Niet verbonden: hiermee wordt aangegeven dat het niet mogelijk is verbinding te maken met de camera, bijvoorbeeld doordat de camera zelf geen verbinding met het netwerk heeft. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Niet geïnitialiseerd: hiermee wordt aangegeven dat de camera niet in werking is. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem wanneer het probleem aanhoudt. Plug-in is niet beschikbaar: hiermee wordt aangegeven dat u niet beschikt over de vereiste plug-in om de inhoud in de camerapositie weer te geven. Voorbeeld: u hebt een weergave geopend die een weergavepositie bevat die is bedoeld om transactiegegevens van kassa s te tonen, maar u beschikt niet over de vereiste plug-in om transactiegegevens weer te geven. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Er is onvoldoende schijfruimte beschikbaar op de server: hiermee wordt aangegeven dat de schijfruimte op de server van het bewakingssysteem beperkt is. Als niet meer schijfruimte vrijkomt op de server van het bewakingssysteem, heeft dit invloed op de opnamen. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem. Er is een databaseprobleem aangetroffen door de server: hiermee wordt aangegeven dat een databaseprobleem is opgetreden op de server van het bewakingssysteem. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem, die toegang heeft tot diagnosemiddelen voor databaseproblemen op de server van het bewakingssysteem. De verbinding van de server met de camera is verbroken: hiermee wordt aangegeven dat de verbinding tussen de server van het bewakingssysteem en de camera is verbroken. Dit kan een tijdelijk probleem zijn, bijvoorbeeld vanwege onderhoud. Raadpleeg bij twijfel de beheerder van het bewakingssysteem. Pagina 169 Berichten van camera s, servers en
170 Systeemberichten in geel lint Berichten van het bewakingssysteem kunnen worden getoond in een oranje lint boven de weergaven (als berichten in cameraposities worden getoond, raadpleegt u Berichten in cameraposities (op pagina 168) ). Voorbeeld van bericht van bewakingssysteem De mogelijke berichten zijn: Activeren van gebeurtenis [...] is mislukt: wordt weergegeven als u probeert handmatig een gebeurtenis te activeren (op pagina 86) vanaf een server van het bewakingssysteem die niet beschikbaar is, of doordat u vanwege tijdsafhankelijke instellingen voor gebruikersrechten geen gebeurtenis kunt activeren. Activeren van uitvoer [...] is mislukt. Activeren is niet toegestaan: wordt weergegeven als u probeert handmatig uitvoer te activeren (op pagina 94) terwijl u vanwege tijdsafhankelijke instellingen voor gebruikersrechten geen uitvoer kunt activeren. Activeren van uitvoer [...] is mislukt. De server kan de opdracht niet uitvoeren: wordt weergegeven als u probeert handmatig uitvoer te activeren (op pagina 94) die is gekoppeld aan een server van het bewakingssysteem die niet beschikbaar is. Markeringsopdracht is mislukt: wordt weergegeven als u probeert markeringen (op pagina 82) toe te voegen, op te halen, te verwijderen of te bewerken op/vanaf een server van het bewakingssysteem die niet beschikbaar is, of doordat u vanwege tijdsafhankelijke instellingen voor gebruikersrechten niet met markeringen kunt werken. De verbinding met de server is mislukt. De server is mogelijk niet beschikbaar: wo r d t weergegeven als de verbinding met een server van het bewakingssysteem wordt geweigerd door een technische oorzaak of vanwege gebruikersrechten. Vanwege de instellingen van het bewakingssysteem verloopt uw Smart Client-sessie over [...]: wordt weergegeven als de huidige Smart Client-sessie bijna is verlopen. Wanneer verbinding wordt gemaakt metbepaalde bewakingssystemen (op pagina 174) kunnen de gebruikersrechten voor Smart Client afhankelijk zijn van het tijdstip, de dag van de week, enzovoort. In dat geval wordt dit bericht weergegeven, doorgaans een aantal minuten of seconden voordat de sessie wordt beëindigd. Het precieze aantal minuten/seconden wordt gedefinieerd op de server van het bewakingssysteem. Kan de gegevens voor weergavegroep [...] niet opslaan. Onbekende fout: wordt weergegeven als een fout is aangetroffen tijdens het opslaan van weergavegegevens. Kan de gegevens voor weergavegroep [...] niet opslaan. De weergavegroep is gewijzigd door [...]. U moet u opnieuw aanmelden voordat wijzigingen van de weergavegroep kunnen worden opgeslagen.: wordt weergegeven als een fout is aangetroffen tijdens het opslaan van weergavegegevens. Kan de gegevens voor weergavegroep [...] niet opslaan. De weergavegroep is alleen-lezen: wordt weergegeven als u probeert weergavegegevens op te slaan voor een weergavegroep die alleen-lezen is. Afhandelen van multicast-aanvraag is mislukt: wordt weergegeven als een fout in de multicaststream is aangetroffen. Multicasting is een functie die beschikbaar is wanneer verbinding wordt gemaakt met bepaalde bewakingssystemen (op pagina 174). In normale netwerkcommunicatie wordt elk gegevenspakket verzonden vanaf een enkele afzender naar een enkele ontvanger. Dit proces wordt unicasting genoemd. Bij multicasting is het echter mogelijk een enkel gegevenspakket te verzenden naar meerdere ontvangers binnen een groep, waardoor aanzienlijk op de bandbreedte kan worden bespaard. Afhandelen van aanvraag voor slim zoeken is mislukt: wordt weergegeven als een fout bij slim zoeken (op pagina 136) is aangetroffen. Afhandelen van configuratiegegevens is mislukt: wordt weergegeven als een configuratiefout is aangetroffen. Afhandelen van Smart Wall-gegevens is mislukt: wordt weergegeven als een Smart Wall (op pagina 67) -fout is aangetroffen. Pagina 170 Berichten van camera s, servers en
171 Afhandelen van weergavegegevens is mislukt: wordt weergegeven als het opslaan, laden of bijwerken van een weergave mislukt. Aangezien onlangs geen gebruikersactiviteit is geregistreerd, verloopt uw Smart Client-sessie over [...]: wordt weergegeven als u Smart Client enige tijd niet hebt gebruikt (de precieze tijd wordt gedefinieerd op de server van het bewakingssysteem). In dat geval wordt de Smart Client-sessie om veiligheidsredenen beëindigd. Dit bericht wordt doorgaans weergegeven een aantal minuten of seconden voordat de sessie wordt beëindigd. Het precieze aantal minuten/seconden wordt gedefinieerd op de server van het bewakingssysteem. PTZ-opdracht naar camera [...] is mislukt. PTZ is niet toegestaan: wordt weergegeven als u probeert handmatig een PTZ camera te besturen (op pagina 96) terwijl dit niet is toegestaan, doorgaans doordat u vanwege tijdsafhankelijke instellingen voor gebruikersrechten de PTZ camera niet kunt besturen. PTZ-opdracht naar camera [...] is mislukt. PTZ wordt niet ondersteund: wordt weergegeven als u probeert handmatig een PTZ camera te besturen (op pagina 96) waarmee de gewenste PTZ-actie niet kan worden uitgevoerd. PTZ-opdracht naar camera [...] is mislukt. De server kan de opdracht niet uitvoeren: wordt weergegeven als u probeert handmatig een PTZ camera te besturen (op pagina 96) die niet beschikbaar is, of waarmee de gewenste PTZ-actie niet kan worden uitgevoerd. Opnieuw laden van configuratie is mislukt: wordt weergegeven als wordt geprobeerd de Smart Client-configuratie opnieuw te laden van een server die niet beschikbaar is. Aanvragen van beeldenreeksgegevens op camera [...] is mislukt: wordt weergegeven als een plugin geen beeldenreeksen kan ophalen of als u probeert beeldenreeksen te zoeken en weer te geven terwijl u vanwege tijdsafhankelijke instellingen voor gebruikersrechten de gewenste beeldenreeksen niet kunt ophalen. Ophalen van waarschuwingen is mislukt: wordt weergegeven als u lijsten met waarschuwingen (op pagina 135) opvraagt via het deelvenster Waarschuwingen van het tabblad Zoeken vanaf een server van het bewakingssysteem die niet beschikbaar is, of doordat u vanwege tijdsafhankelijke instellingen voor gebruikersrechten geen waarschuwingen kunt ophalen. Ophalen van JPEG-gegevens is mislukt: wordt weergegeven als een plug-in geen JPEG-gegevens kan ophalen. Ophalen van tijdlijngegevens is mislukt: wordt weergegeven als een fout is aangetroffen bij het ophalen van informatie voor weergave in het tijdlijnvenster (op pagina 121). Verzenden van camera [...] naar een matrix is mislukt: wordt weergegeven als u probeert beelden te verzenden naar een Matrix-ontvanger (op pagina 94) terwijl de betreffende server van het bewakingssysteem niet beschikbaar is, of doordat u vanwege tijdsafhankelijke instellingen voor gebruikersrechten geen beelden kunt verzenden naar Matrix-ontvangers. De server is niet beschikbaar: wordt weergegeven als u probeert te communiceren met een server van het bewakingssysteem die niet beschikbaar is. De server kan de opdracht niet uitvoeren: wordt weergegeven als het niet mogelijk is een aangevraagde actie uit te voeren op de server van het bewakingssysteem, bijvoorbeeld als u probeert handmatig een uitvoer te activeren die tijdelijk is uitgeschakeld, is verwijderd voor onderhoud, enzovoort. Starten van opname op camera [...] is mislukt: wordt weergegeven als u probeert handmatig een opname te starten (op pagina 98) op een camera die is verbonden met een server van het bewakingssysteem die niet beschikbaar is, of doordat u vanwege tijdsafhankelijke instellingen voor gebruikersrechten een opname niet handmatig kunt starten. Communicatie met bewakingssysteem via servicekanaal is onstabiel. Als wijzigingen worden aangebracht in een gedeelte van het systeem, worden andere gedeelten niet bijgewerkt. Meld dit probleem met het servicekanaal bij de beheerder van het bewakingssysteem.: wordt weergegeven als een fout is aangetroffen in het zogenaamde servicekanaal, waarmee communicatie tussen clients en de server van het bewakingssysteem wordt afgehandeld. Het servicekanaal wordt op de server van het bewakingssysteem beheerd door de beheerder van het bewakingssysteem. Er is een onbekende fout opgetreden: wordt weergegeven als een fout is aangetroffen die van invloed is op, maar niet is gerelateerd aan het bewakingssysteem, bijvoorbeeld als er onvoldoende geheugen is op de server van het bewakingssysteem. Pagina 171 Berichten van camera s, servers en
172 U hebt hier niet langer toestemming voor: wordt weergegeven als u vanwege tijdsafhankelijke gebruikersrechten iets niet langer kunt doen dat u eerder wel kon doen. Dit komt doordat wanneer verbinding wordt gemaakt metbepaalde bewakingssystemen (op pagina 174) uw gebruikersrechten afhankelijk kunnen zijn van het tijdstip, de dag van de week, enzovoort. Waarschijnlijk kunt u de actie dan ook op een later tijdstip weer wel uitvoeren. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem als u niet weet wat u moet doen bij bepaalde systeemberichten. U kunt een afzonderlijk systeembericht in het oranje lint sluiten door te klikken op de knop naast het bericht. Onder zeldzame omstandigheden kan het volgende foutbericht worden weergegeven in een afzonderlijk dialoogvenster: De toepassing kan niet worden gestart omdat twee (of meer) camera s dezelfde naam of ID gebruiken. Neem contact op met de beheerder van het bewakingssysteem. Dit foutbericht wordt alleen weergegeven in een zeer zeldzaam scenario, waarbij een back-upconfiguratie van het ene bewakingssysteem per ongeluk zonder enige wijziging wordt gebruikt in een ander bewakingssysteem. Hierdoor kan een conflict ontstaan tussen verschillende camera s met dezelfde identiteit, waardoor de toegang van Smart Client tot het bewakingssysteem geblokkeerd kan raken. Als u een dergelijk bericht te zien krijgt, kunt u het probleem niet verhelpen in Smart Client. In plaats hiervan moet u contact opnemen met de beheerder van het bewakingssysteem, die het probleem kan oplossen. Knipperend rood pictogram in mededelingenvenster In het dialoogvenster Mededelingenvenster kunt u de status weergeven van de bewakingssysteemservers waarmee Smart Client is verbonden. Dit dialoogvenster is handig wanneer verbinding wordt gemaakt met een bewakingssysteem dat Milestone Federated Architecture ondersteunt (raadpleeg Verschillen tussen bewakingssystemen (op pagina 174) ). Milestone Federated Architecture is een hiërarchische structuur van gerelateerde, maar fysiek gescheiden bewakingssystemen. Een dergelijke structuur kan bijvoorbeeld betrekking hebben op winkelketens met veel afzonderlijke, maar gerelateerde bewakingssystemen. Klik rechts in de bovenbalk van Smart Client op de knop Mededelingenvenster om het Mededelingenvenster weer te geven. Tip: als de knop rood knippert, zijn een of meer servers niet beschikbaar. dialoogvenster Als er servers beschikbaar zijn, worden deze vermeld met het symbool, zoals in het volgende voorbeeld: Servers kunnen soms niet beschikbaar zijn. In dat geval kunt u geen camera s of functies gebruiken die bij deze servers horen. Als een of meer servers niet beschikbaar zijn, worden deze vermeld met het symbool, zoals in het volgende voorbeeld waar twee servers niet beschikbaar zijn: Als een of meer servers niet beschikbaar zijn, kan de status van bepaalde servers zijn gewijzigd na het tijdstip van uw aanmelding. Probeer u af te melden en vervolgens weer aan te melden bij Smart Client. Als een server langere tijd niet beschikbaar is, neemt u contact op met de beheerder van het bewakingssysteem voor advies. Het aantal servers dat in het dialoogvenster wordt weergegeven, komt overeen met het aantal servers dat beschikbaar was op het tijdstip van uw aanmelding bij Smart Client. Met name wanneer verbinding wordt gemaakt met grote serverhiërarchieën, kunnen soms meer servers beschikbaar worden na het tijdstip van aanmelden. Het dialoogvenster heeft geen vernieuwingsoptie. Als u wilt controleren of servers beschikbaar zijn geworden, moet u zich afmelden en vervolgens weer aanmelden bij Smart Client. Pagina 172 Berichten van camera s, servers en
173 Plug-ins en aanvullende producten MIP-plug-ins Smart Client kan het deelvenster MIP-plug-ins bevatten. Dit deelvenster wordt gebruikt voor het omgaan met functionaliteit van plug-ins, doorgaans voor toepassingen van derden zoals toegangsbeheersystemen en dergelijke, die via Smart Client kan worden bestuurd. Als het deelvenster MIP-plug-ins geen inhoud heeft, komt dit doordat Smart Client geen functionaliteit van plug-ins bevat die via dit deelvenster kan worden bestuurd. Belangrijke informatie over plug-ins Op bepaalde bewakingssystemen kunt u mogelijk meer soorten inhoud toevoegen aan weergaven in Smart Client. Dit kan het geval zijn wanneer uw organisatie gebruikmaakt van aanvullende producten die de mogelijkheden van het bewakingssysteem uitbreiden. Voorbeelden: XProtect Transact, dat wordt gebruikt om transacties van kassa s, geldautomaten, enzovoort bij te houden en te koppelen aan beeldopnamen. XProtect Analytics, een intelligente en zeer intuïtieve oplossing voor beeldanalyse, waaronder kentekenherkenning, bescherming van grenzen, detectie van achtergelaten voorwerpen, enzovoort. In eerdere versies dan Smart Client versie 4.0a werd Smart Client standaard geïnstalleerd in C: \Program Files\Milestone\Milestone Smart Client\ en werden plug-ins voor aanvullende producten standaard geïnstalleerd in C: \Program Files\Milestone\Milestone Smart Client\plugin In Smart Client versie 4.0a en hoger wordt Smart Client standaard geïnstalleerd in C: \Program Files\Milestone\XProtect Smart Client\ en worden plug-ins voor aanvullende producten standaard geïnstalleerd in C: \Program Files\Milestone\XProtect Smart Client\plugin Deze wijziging van het standaardinstallatiepad houdt in dat wanneer u beschikt over plug-ins voor aanvullende producten die zijn geïnstalleerd terwijl u een eerdere versie dan Smart Client versie 4.0a gebruikte, deze plug-ins niet werken met de nieuwe versie van Smart Client, aangezien in deze nieuwe versie op een andere locatie naar plug-ins wordt gezocht. Als u wilt dat de nieuwe versie van Smart Client werkt met oudere plug-ins voor aanvullende producten, is de oplossing ofwel de bestaande plug-ins te kopiëren van het oude standaardinstallatiepad voor plug-ins naar het nieuwe standaardinstallatiepad voor plug-ins - of - het installatiepad van Smart Client te wijzigen in het oude standaardpad, C: \Program Files\Milestone\Milestone Smart Client\, tijdens de installatie van de nieuwe versie van Smart Client. Pagina 173 Plug-ins en aanvullende producten
174 Verschillen tussen bewakingssystemen De meeste functies van Smart Client zijn beschikbaar, ongeacht het type Milestone-bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Een paar functies werken echter verschillend, afhankelijk van het type bewakingssysteem waarmee Smart Client verbinding maakt. Raadpleeg de beheerder van het bewakingssysteem bij twijfel over het type Milestone-bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Verbinding met XProtect Corporate-bewakingssysteem De beschikbaarheid die hieronder wordt vermeld, verwijst naar de nieuwste versie van XProtect Corporate. Functies die niet hieronder worden vermeld, zijn volledig beschikbaar en vallen niet onder speciale voorwaarden. Methoden voor aanmeldingsverificatie: alleen Windows-verificatie (zowel via Active Directory als via een lokale database in het bewakingssysteem) is beschikbaar; basisverificatie kan niet worden gebruikt. Gebruikersrechten: wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Corporate kunnen gebruikersrechten zeer flexibel zijn. Gebruikersrechten kunnen afhankelijk zijn van het tijdstip, de dag van de week, enzovoort. Gedeelde weergaven: gedeelde weergaven kunnen door alle gebruikers worden gedeeld, maar doorgaans worden deze alleen door bepaalde gebruikers gedeeld. Gedeelde weergaven kunnen worden opgeslagen in meerdere mappen op het hoogste niveau. De mappen kunnen zichtbaar zijn voor alle gebruikers, maar doorgaans zijn deze alleen zichtbaar voor bepaalde gebruikers. De mapnamen worden opgegeven door de beheerder van het bewakingssysteem. De mogelijkheid voor gebruikers om gedeelde weergaven te bewerken, wordt bepaald door de rol van de gebruiker in het bewakingssysteem. Standaardweergave: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Corporate. Opties bestuurbaar vanaf server van bewakingssysteem: instellingen in het dialoogvenster Opties van Smart Client kunnen worden bestuurd vanaf de server van het bewakingssysteem. Afhankelijk van de configuratie aan serverzijde kan de gebruiker van Smart Client deze door de server geregelde instellingen al dan niet overschrijven. Au d i o : volledig beschikbaar (mits microfoons/luidsprekers beschikbaar zijn in het bewakingssysteem). Gebeurtenisaanduidingen in tabblad Live: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Corporate. Geluid bij gebeurtenis: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Corporate. Handmatig opnamen starten vanaf tabblad Live: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Corporate. Deelvenster Waarschuwingen in tabblad Afspelen: wordt gebruikt om te zoeken op basis van waarschuwingen van het bewakingssysteem. Waarschuwingen zijn korte meldingen die zijn aangepast aan de behoeften van uw organisatie. Voorbeelden van waarschuwingen: Noodknop ingedrukt, Werknemer ingeklokt, enzovoort. Waarschuwingen kunnen door uiteenlopende oorzaken worden geactiveerd en zijn niet noodzakelijkerwijs gerelateerd aan technische systeemgebeurtenissen, hoewel dit vaak wel het geval zal zijn. Matrix-inhoud gebruiken in weergaven: beschikbaar, mits Matrix is geconfigureerd in het bewakingssysteem en de gebruiker een rol heeft met de vereiste Matrix-rechten. Video verzenden naar Matrix-ontvangers via snelmenu van Smart Client: beschikbaar, mits Matrix is geconfigureerd in het bewakingssysteem en de gebruiker een rol heeft met de vereiste Matrix-rechten. Verbinding maken met de failover-servers: beschikbaar, indien geconfigureerd in het bewakingssysteem. Een failover-server kan het overnemen in het geval dat een opnameserver niet beschikbaar is. Tijdens het weergeven van beelden kan een korte onderbreking optreden wanneer een Pagina 174 Verschillen tussen bewakingssystemen
175 failover-server het overneemt van een opnameserver, of vice versa, aangezien uw weergaven opnieuw in Smart Client moeten worden geladen. Taalpakketten: beschikbaar, indien geconfigureerd in het bewakingssysteem. Ondersteuning voor multicast-streams: beschikbaar, indien geconfigureerd in het bewakingssysteem. Kaart: beschikbaar, indien geconfigureerd in het bewakingssysteem. Smart Wall: beschikbaar, indien geïnstalleerd en geconfigureerd in het bewakingssysteem. Milestone Federated Architecture: wordt ondersteund door XProtect Corporate.Milestone Federated Architecture is een hiërarchische structuur van gerelateerde, maar fysiek gescheiden bewakingssystemen. Een dergelijke structuur kan bijvoorbeeld betrekking hebben op winkelketens met veel afzonderlijke, maar gerelateerde bewakingssystemen. Welkomstpagina s van bewakingssystemen, waarvan u Smart Client kunt downloaden, kunnen er verschillend uitzien, afhankelijk van de versie van het bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Bepaalde versies bieden uitgebreide functies, zoals de mogelijkheid de welkomstpagina weer te geven in de taal van uw keuze. Verbinding met XProtect Enterprise-bewakingssysteem De beschikbaarheid die hieronder wordt vermeld, verwijst naar de nieuwste versie van XProtect Enterprise. Functies die niet hieronder worden vermeld, zijn volledig beschikbaar en vallen niet onder speciale voorwaarden. Methoden voor aanmeldingsverificatie: zowel basisverificatie als Windows-verificatie zijn beschikbaar. Windows-verificatie kan zowel via Active Directory plaatsvinden als via een lokale database op de server van het bewakingssysteem. Gedeelde weer g a ve n : gedeelde weergaven worden gedeeld door alle gebruikers. Alle gedeelde weergaven worden altijd opgeslagen in één map op het hoogste niveau met de naam Gedeeld. Deze map is zichtbaar voor alle gebruikers. De mogelijkheid voor gebruikers om gedeelde weergaven te bewerken, wordt bepaald door de rechten van de gebruiker in het bewakingssysteem. Standaardweergave: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Enterprise. Opties bestuurbaar vanaf server van bewakingssysteem: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Enterprise. Au d i o : audio in beide richtingen beschikbaar. Alleen binnenkomende audio (van microfoons die zijn aangesloten op camera s) wordt opgenomen en kan worden toegevoegd bij het exporteren van bewijsmateriaal in database-indeling. Markeringen: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Enterprise. Gebeurtenisaanduidingen in tabblad Live: beschikbaar, mits meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Geluid bij gebeurtenis: beschikbaar, mits meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Deelvenster Waarschuwingen in tabblad Afspelen: wordt gebruikt om te zoeken op basis van gebeurtenissen van het bewakingssysteem. Matrix-inhoud gebruiken in weergaven: beschikbaar, mits Matrix is geconfigureerd in het bewakingssysteem en de gebruiker een rol heeft met de vereiste Matrix-rechten. Video verzenden naar Matrix-ontvangers via snelmenu van Smart Client: beschikbaar, mits Matrix is geconfigureerd in het bewakingssysteem. Verbinding maken met de failover-servers: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Enterprise. Taalpakketten: beschikbaar, indien geconfigureerd in het bewakingssysteem. Pagina 175 Verschillen tussen bewakingssystemen
176 Ondersteuning voor multicast-streams: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Enterprise. Kaart: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Enterprise. Alarmafhandeling: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Enterprise. Smart Wall: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Enterprise. Milestone Federated Architecture: wordt niet ondersteund door XProtect Enterprise. Welkomstpagina s van bewakingssystemen, waarvan u Smart Client kunt downloaden, kunnen er verschillend uitzien, afhankelijk van de versie van het bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Bepaalde versies bieden uitgebreide functies, zoals de mogelijkheid de welkomstpagina weer te geven in de taal van u w keuze. Verbinding met XProtect Professional-bewakingssysteem De beschikbaarheid die hieronder wordt vermeld, verwijst naar de nieuwste versie van XProtect Professional. Functies die niet hieronder worden vermeld, zijn volledig beschikbaar en vallen niet onder speciale voorwaarden. Methoden voor aanmeldingsverificatie: basisverificatie en Windows-verificatie zijn beschikbaar, maar Windows-verificatie kan alleen plaatsvinden via een lokale database in het bewakingssysteem, niet via Active Directory. Verbinding maken met camera s vanaf meerdere bewakingssysteemservers: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Gedeelde weergaven: gedeelde weergaven worden gedeeld door alle gebruikers. Alle gedeelde weergaven worden altijd opgeslagen in één map op het hoogste niveau met de naam Gedeeld. Deze map is zichtbaar voor alle gebruikers. De mogelijkheid voor gebruikers om gedeelde weergaven te bewerken, wordt bepaald door de rechten van de gebruiker in het bewakingssysteem. Standaardweergave: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Opties bestuurbaar vanaf server van bewakingssysteem: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Au d i o : audio in beide richtingen beschikbaar. Alleen binnenkomende audio (van microfoons die zijn aangesloten op camera s) wordt opgenomen en kan worden toegevoegd bij het exporteren van bewijsmateriaal in database-indeling. Markeringen: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Gebeurtenisaanduidingen in tabblad Live: beschikbaar, mits meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Geluid bij gebeurtenis: beschikbaar, mits meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Deelvenster Waarschuwingen in tabblad Afspelen: wordt gebruikt om te zoeken op basis van gebeurtenissen van het bewakingssysteem. Matrix-inhoud gebruiken in weergaven: beschikbaar, mits Matrix is geconfigureerd in het bewakingssysteem en de gebruiker een rol heeft met de vereiste Matrix-rechten. Video verzenden naar Matrix-ontvangers via snelmenu van Smart Client: beschikbaar, mits Matrix is geconfigureerd in het bewakingssysteem. Verbinding maken met de failover-servers: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Taalpakketten: beschikbaar, indien geconfigureerd in het bewakingssysteem. Ondersteuning voor multicast-streams: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Pagina 176 Verschillen tussen bewakingssystemen
177 Kaart: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Alarmafhandeling: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Smart Wall: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Professional. Milestone Federated Architecture: wordt niet ondersteund door XProtect Professional. Welkomstpagina s van bewakingssystemen, waarvan u Smart Client kunt downloaden, kunnen er verschillend uitzien, afhankelijk van de versie van het bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Bepaalde versies bieden uitgebreide functies, zoals de mogelijkheid de welkomstpagina weer te geven in de taal van uw keuze. Verbinding met XProtect Essential-bewakingssysteem De beschikbaarheid die hieronder wordt vermeld, verwijst naar de nieuwste versie van XProtect Essential. Functies die niet hieronder worden vermeld, zijn volledig beschikbaar en vallen niet onder speciale voorwaarden. Methoden voor aanmeldingsverificatie: basisverificatie en Windows-verificatie zijn beschikbaar, maar Windows-verificatie kan alleen plaatsvinden via een lokale database in het bewakingssysteem, niet via Active Directory. Verbinding maken met camera s vanaf meerdere bewakingssysteemservers: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Gedeelde weergaven: gedeelde weergaven worden gedeeld door alle gebruikers. Alle gedeelde weergaven worden altijd opgeslagen in één map op het hoogste niveau met de naam Gedeeld. Deze map is zichtbaar voor alle gebruikers. De mogelijkheid voor gebruikers om gedeelde weergaven te bewerken, wordt bepaald door de rechten van de gebruiker in het bewakingssysteem. Standaardweergave: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Opties bestuurbaar vanaf server van bewakingssysteem: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Audio (mits microfoons/luidsprekers beschikbaar zijn in het bewakingssysteem): audio in één richting (binnenkomende audio van microfoons die zijn aangesloten op camera s) beschikbaar. Uitgaande audio (via luidsprekers die op camera s zijn aangesloten) is niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Meerdere vensters: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Markeringen: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Gebeurtenisaanduidingen in tabblad Live: beschikbaar, mits meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Geluid bij gebeurtenis: beschikbaar, mits meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Verkenning door PTZ-camera s onderbreken tijdens handmatige besturing: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Slim zoeken in tabblad Afspelen: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Exportindelingen: alleen AVI en JPEG. Database-export is niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Deelvenster Waarschuwingen in tabblad Afspelen: wordt gebruikt om te zoeken op basis van gebeurtenissen van het bewakingssysteem. Matrix-inhoud gebruiken in weergaven: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Pagina 177 Verschillen tussen bewakingssystemen
178 Video verzenden naar Matrix-ontvangers via snelmenu van Smart Client: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Verbinding maken met de failover-servers: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Taalpakketten: beschikbaar, indien geconfigureerd in het bewakingssysteem. Ondersteuning voor multicast-streams: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Kaart: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Alarmafhandeling: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Smart Wall: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Essential. Milestone Federated Architecture: wordt niet ondersteund door XProtect Essential. Welkomstpagina s van bewakingssystemen, waarvan u Smart Client kunt downloaden, kunnen er verschillend uitzien, afhankelijk van de versie van het bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Bepaalde versies bieden uitgebreide functies, zoals de mogelijkheid de welkomstpagina weer te geven in de taal van uw keuze. Verbinding met XProtect Go-bewakingssysteem De beschikbaarheid die hieronder wordt vermeld, verwijst naar de nieuwste versie van XProtect Go. Functies die niet hieronder worden vermeld, zijn volledig beschikbaar en vallen niet onder speciale voorwaarden. Methoden voor aanmeldingsverificatie: basisverificatie en Windows-verificatie zijn beschikbaar, maar Windows-verificatie kan alleen plaatsvinden via een lokale database in het bewakingssysteem, niet via Active Directory. Verbinding maken met camera s vanaf meerdere bewakingssysteemservers: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Gedeelde weergaven: gedeelde weergaven worden gedeeld door alle gebruikers. Alle gedeelde weergaven worden altijd opgeslagen in één map op het hoogste niveau met de naam Gedeeld. Deze map is zichtbaar voor alle gebruikers. De mogelijkheid voor gebruikers om gedeelde weergaven te bewerken, wordt bepaald door de rechten van de gebruiker in het bewakingssysteem. Standaardweergave: beschikbaar, mits in het bewakingssysteem ten minste één camera is ingeschakeld. Opties bestuurbaar vanaf server van bewakingssysteem: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Audio (mits microfoons/luidsprekers beschikbaar zijn in het bewakingssysteem): audio in één richting (binnenkomende audio van microfoons die zijn aangesloten op camera s) beschikbaar. Uitgaande audio (via luidsprekers die op camera s zijn aangesloten) is niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Meerdere vensters: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Markeringen: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Gebeurtenisaanduidingen in tabblad Live: beschikbaar, mits meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Geluid bij gebeurtenis: beschikbaar, mits meldingen bij gebeurtenissen zijn geconfigureerd op de server van het bewakingssysteem. Verkenning door PTZ-camera s onderbreken tijdens handmatige besturing: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Pagina 178 Verschillen tussen bewakingssystemen
179 Slim zoeken in tabblad Afspelen: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Exportindelingen: alleen AVI. In geëxporteerde AVI-bestanden wordt een duidelijk zichtbaar logo van de fabrikant weergegeven. JPEG- en database-export zijn niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Deelvenster Waarschuwingen in tabblad Afspelen: wordt gebruikt om te zoeken op basis van gebeurtenissen van het bewakingssysteem. Matrix-inhoud gebruiken in weergaven: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Video verzenden naar Matrix-ontvangers via snelmenu van Smart Client: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Verbinding maken met de failover-servers: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Taalpakketten: beschikbaar, indien geconfigureerd in het bewakingssysteem. Ondersteuning voor multicast-streams: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Kaart: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Alarmafhandeling: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Smart Wall: niet beschikbaar wanneer verbinding wordt gemaakt met XProtect Go. Milestone Federated Architecture: wordt niet ondersteund door XProtect Go. Welkomstpagina s van bewakingssystemen, waarvan u Smart Client kunt downloaden, kunnen er verschillend uitzien, afhankelijk van de versie van het bewakingssysteem waarmee verbinding wordt gemaakt. Bepaalde versies bieden uitgebreide functies, zoals de mogelijkheid de welkomstpagina weer te geven in de taal van uw keuze. Pagina 179 Verschillen tussen bewakingssystemen
180 Verklarende woordenlijst alarm AV I Beeldenverkenner carrousel codec deelvenster DirectX dode zone fisheye fps framesnelheid A Voorval dat in het bewakingssysteem is gedefinieerd om een alarm te activeren in Smart Client. Als uw organisatie van deze functie gebruikmaakt, worden geactiveerde alarmen getoond in weergaven met alarmlijsten en/of kaarten. Een veelgebruikte bestandsindeling voor videobeelden. Bestanden in deze indeling hebben de bestandsextensie.avi. B Belangrijke functie in Smart Client: In Beeldenverkenner worden miniatuurafbeeldingen weergegeven die opgenomen beeldenreeksen vertegenwoordigen van een specifieke camera of alle camera s in een weergave. U kunt de miniatuurafbeeldingen naast elkaar vergelijken terwijl u eenvoudig in de tijd navigeert door de miniatuurweergave te slepen. Zo kunt u in korte tijd grote aantallen beeldenreeksen beoordelen en snel de belangrijkste selecteren, die u vervolgens direct kunt afspelen. C Een bepaalde positie om beelden van meerdere camera s achter elkaar te tonen in een weergave van Smart Client. Een technologie om audio- en videogegevens te comprimeren en te decomprimeren, bijvoorbeeld in een geëxporteerd AVI-bestand. D Kleine groep met knoppen, velden, enzovoort, links in het Smart Client-venster. Deelvensters hebben een lichtblauwe achtergrond en bieden u toegang tot de meeste functies van Smart Client. Welke deelvensters u precies te zien krijgt, is afhankelijk van de Smart Client-configuratie en de taak, bijvoorbeeld of u livebeelden weergeeft in het tabblad Live of opgenomen beelden in het tabblad Afspelen. Een Windows-extensie die geavanceerde multimediamogelijkheden biedt. Dode zones bepalen hoeveel een joystickhendel kan worden bewogen voordat informatie naar het systeem wordt verzonden. In het ideale geval staat een joystickhendel volledig verticaal indien deze niet wordt gebruikt. Bij veel joysticks staat de hendel echter enigszins schuin. Wanneer joysticks worden gebruikt voor het besturen van PTZ-camera s, kan zelfs een kleine helling van de joystickhendel ertoe leiden dat PTZ-camera s ongewenst gaan bewegen. Daarom is de mogelijkheid om dode zones te configureren vaak gewenst. F Een technologie waarmee panoramische beelden van 360 graden kunnen worden gemaakt en weergegeven. Frames per seconde, een eenheid die de hoeveelheid informatie in video uitdrukt. Elk frame vertegenwoordigt een stilstaand beeld, maar wanneer frames achter elkaar worden weergegeven, ontstaat de illusie van beweging. Hoe hoger de waarde voor fps, hoe vloeiender de beweging. Een hoge waarde voor fps kan echter ook leiden tot een groot bestand wanneer video wordt opgeslagen. Een grootheid die de hoeveelheid informatie in bewegende video aangeeft. Deze grootheid wordt meestal uitgedrukt in fps (frames per seconde). Pagina 180 Verklarende woordenlijst
181 gebeurtenis gedeelde weergave GOP hexadecimaal host hostnaam hotspot HTML HTML-pagina HTTP I-frame I/O IP IP-adres G Een vooraf gedefinieerd voorval dat optreedt in het bewakingssysteem en dat door het bewakingssysteem wordt gebruikt om acties te starten. Afhankelijk van de configuratie van het bewakingssysteem kunnen gebeurtenissen worden veroorzaakt door invoer vanuit externe sensoren, door gedetecteerde beweging, door gegevens die van andere toepassingen worden ontvangen of handmatig via gebruikersinvoer. Het optreden van een gebeurtenis kan bijvoorbeeld worden gebruikt om een camera met een bepaalde framesnelheid te laten opnemen, uitvoer te activeren, waarschuwingsberichten te verzenden of een combinatie hiervan. Een weergave in Smart Client die door meerdere gebruikers wordt gedeeld. Group Of Pictures, afzonderlijke frames die zijn gegroepeerd en een bewegende beeldenreeks vormen. H Een getallenstelsel met 16 als grondtal, wat inhoudt dat 16 afzonderlijke symbolen worden gebruikt. Hexadecimale getallen worden hier gebruikt voor het definiëren van kleurnuances in het kleurhulpmiddel voor de kaarweergave. Een computer die is aangesloten op een TCP/IP-netwerk. Een host heeft een eigen IPadres, maar kan, afhankelijk van de netwerkconfiguratie, daarnaast een naam (de hostnaam) hebben zodat de identiteit eenvoudig kan worden vastgesteld. Een naam waarmee een bepaalde computer in een netwerk wordt geïdentificeerd. Een hostnaam is vaak eenvoudiger te onthouden dan een IP-adres. Een bepaalde positie om camerabeelden vergroot en/of in hoge kwaliteit weer te geven in een weergave van Smart Client. Hypertext Markup Language, een algemene indeling die wordt gebruikt bij het maken van webpagina s. Een document, zoals een webpagina, dat is gemaakt in Hypertext Markup Language. HTML-pagina s, bijvoorbeeld de website van een organisatie, kunnen aan weergaven van Smart Client worden toegevoegd. Hypertext Transfer Protocol, een standaard voor het uitwisselen van bestanden via internet. HTTP is de standaard die wordt gebruikt voor het indelen en verzenden van gegevens op het world wide web. I Korte naam voor intraframe. Wordt gebruikt in de MPEG-standaard voor digitale videocompressie. Een I-frame is een enkelvoudig frame dat met bepaalde intervallen wordt opgeslagen. Het I-frame bevat de volledige weergave van de camera, terwijl de volgende frames (P-frames) alleen de gewijzigde pixels bevatten. Op deze manier blijft de grootte van MPEG-bestanden aanzienlijk beperkt. Een I-frame is hetzelfde als een sleutelframe. Afkorting van input/output (invoer/uitvoer). Internet Protocol, een protocol (ofwel standaard) dat de indeling en het adresseringsschema opgeeft die worden gebruikt voor het verzenden van gegevenspakketten via netwerken. IP wordt vaak gecombineerd met een ander protocol, TCP (Transmission Control Protocol). Met deze combinatie, die bekendstaat als TCP/IP, kunnen gegevenspakketten gedurende langere perioden heen en weer worden verzonden tussen twee punten in een netwerk. TCP/IP wordt gebruikt wanneer computers en andere apparaten op internet worden aangesloten. Internet Protocol-adres, de identificatie voor een computer of apparaat in een netwerk. Wordt door het TCP/IP-protocol gebruikt voor de routering van gegevensverkeer naar de beoogde bestemming. Een IP-adres bestaat uit vier getallen, elk tussen 0 en 256, die worden gescheiden door een punt (bijvoorbeeld: ). Pagina 181 Verklarende woordenlijst
182 IPIX JPEG JPG kaart luidsprekers M A C -adres markering Matrix Matrix-ontvanger MPEG opnemen Een technologie waarmee panoramische beelden van 360 graden kunnen worden gemaakt en weergegeven. J Een compressiemethode voor afbeeldingen, ook JPG of Joint Photographic Experts Group genoemd. Deze methode is een zogenaamde compressie met kwaliteitsverlies, wat inhoudt dat sommige details van de afbeelding tijdens de compressie verloren gaan. Afbeeldingen die met deze methode zijn gecomprimeerd, zijn algemeen bekend als jpg s of jpegs. Een compressiemethode voor afbeeldingen, ook JPEG of Joint Photographic Experts Group genoemd. Deze methode is een zogenaamde compressie met kwaliteitsverlies, wat inhoudt dat sommige details van de afbeelding tijdens de compressie verloren gaan. Afbeeldingen die met deze methode zijn gecomprimeerd, zijn algemeen bekend als jpg s of jpegs. K 1) Functie voor het gebruik van kaarten, plattegronden, foto s, enzovoort voor navigatie en statusvisualisatie. 2) De werkelijke kaart, plattegrond, foto, enzovoort die in een weergave wordt gebruikt. L Binnen de context van Smart Client: luidsprekers die op een camera zijn aangesloten en waardoor gebruikers van Smart Client kunnen spreken tot toehoorders op de fysieke locatie van een camera. M Media Access Control-adres, een uniek hexadecimaal getal van 12 tekens dat elk apparaat in een netwerk identificeert. Een belangrijk punt in een video-opname, dat wordt gemarkeerd en optioneel van aantekeningen wordt voorzien zodat u en uw collega s het later eenvoudig terug kunnen vinden. Product dat in bepaalde bewakingssystemen is geïntegreerd en waarmee livecameraweergaven op externe computers kunnen worden bestuurd voor gedistribueerde weergave. Computers waarop Matrix-beelden kunnen worden weergegeven, zijn algemeen bekend als Matrix-ontvangers. Computer waarop Matrix-beelden kunnen worden weergegeven. Een groep compressiestandaarden en bestandsindelingen voor digitale video, ontwikkeld door Moving Pictures Experts Group (MPEG). MPEG-standaarden maken gebruik van zogenaamde compressie met kwaliteitsverlies omdat alleen de wijzigingen tussen frames worden opgeslagen, waarbij vaak een aanzienlijke hoeveelheid overbodige gegevens wordt verwijderd. Sleutelframes worden met bepaalde intervallen opgeslagen en bevatten de volledige weergave van de camera, terwijl de volgende frames alleen de gewijzigde pixels bevatten. Op deze manier blijft de grootte van MPEG-bestanden aanzienlijk beperkt. O In IP-videobewakingssystemen staat de term opnemen voor videobeelden en, indien van toepassing, audio van een camera opslaan in een database in het bewakingssysteem. In veel IP-bewakingssystemen worden niet noodzakelijkerwijs alle videobeelden/audio opgeslagen die van camera s worden ontvangen. Het opslaan van videobeelden en audio wordt in veel gevallen alleen gestart wanneer hier een reden voor is, bijvoorbeeld wanneer beweging wordt gedetecteerd, wanneer een bepaalde gebeurtenis optreedt of wanneer een bepaald tijdvak begint. Het opnemen wordt Pagina 182 Verklarende woordenlijst
183 overlayknop vervolgens gestopt na bijvoorbeeld een opgegeven tijdsduur, wanneer geen beweging meer wordt gedetecteerd of wanneer een andere gebeurtenis optreedt. De term opnemen stamt uit het analoge tijdperk, waarin videobeelden/audio pas werden vastgelegd als de opnameknop werd ingedrukt. Knop die als een laag over de beelden wordt weergegeven wanneer u in het tabblad Live van Smart Client de muisaanwijzer op een specifieke camerapositie in een weergave plaatst. Met overlayknoppen kunt u luidsprekers, gebeurtenissen en uitvoer activeren, PTZ-camera s verplaatsen, opnamen starten, indicatoren van camera s wissen, enzovoort. P-frame P Korte naam voor predictive frame. De MPEG-standaard voor digitale videocompressie maakt gebruik van P-frames in combinatie met I-frames. Een I-frame of sleutelframe is een enkelvoudig frame dat met bepaalde intervallen wordt opgeslagen. Het I-frame bevat de volledige weergave van de camera, terwijl de volgende frames (de P-frames) alleen de gewijzigde pixels bevatten. Op deze manier blijft de grootte van MPEGbestanden aanzienlijk beperkt. persoonlijke weergave Een weergave in Smart Client die alleen zichtbaar is voor de gebruiker die deze heeft gemaakt. poort PTZ Een logisch eindpunt voor gegevensverkeer. Netwerken gebruiken verschillende poorten voor verschillende soorten gegevensverkeer. Daarom is het soms, maar niet altijd, noodzakelijk op te geven welke poort moet worden gebruikt voor bepaalde datacommunicatie. De meeste poorten worden automatisch gebruikt op basis van het soort gegevens in de communicatie. Op TCP/IP-netwerken hebben poortnummers en bereik van 0 tot 65536, maar alleen de poorten 0 tot 1024 zijn gereserveerd voor bepaalde doeleinden. Poort 80 wordt bijvoorbeeld gebruikt voor HTTP-verkeer dat wordt gebruikt bij het weergeven van webpagina s. Pan/Tilt/Zoom (draaien/kantelen/zoomen), een zeer beweegbaar en flexibel type camera. scherm SCS sleutelframe Smart Wall SMS TCP S Een afzonderlijk scherm in een Smart Wall (ook bekend als videowall of videomuur). Bestandsextensie (.scs) voor een type script dat dient om Smart Client te besturen. Wordt gebruikt in de MPEG-standaard voor digitale videocompressie. Een sleutelframe is een enkelvoudig frame dat met bepaalde intervallen wordt opgeslagen. Het sleutelframe bevat de volledige weergave van de camera, terwijl de volgende frames alleen de gewijzigde pixels bevatten. Op deze manier blijft de grootte van MPEGbestanden aanzienlijk beperkt. Een sleutelframe is hetzelfde als een I-frame. Beheeroplossing voor verzamelingen aan de muur bevestigde schermen (ook bekend als videowalls of videomuren). Deze worden vaak gebruikt bij commandocentrums, stadstoezicht, verkeersregelcentrales, enzovoort. Systems Management Server, een hulpmiddel van Microsoft waarmee systeembeheerders op lokale netwerken databases van hardware en software kunnen samenstellen. De databases kunnen vervolgens, naast andere toepassingen, worden gebruikt voor het distribueren en installeren van softwaretoepassingen via lokale netwerken. T Transmission Control Protocol, een protocol (ofwel standaard) dat wordt gebruikt voor het verzenden van gegevenspakketten via netwerken. TCP wordt vaak gecombineerd met een ander protocol, IP (Internet Protocol). Met deze combinatie, die bekendstaat als TCP/IP, kunnen gegevenspakketten gedurende langere perioden heen en weer worden verzonden tussen twee punten in een netwerk. TCP/IP wordt gebruikt wanneer computers en andere apparaten op internet worden aangesloten. Pagina 183 Verklarende woordenlijst
184 TCP/IP Transact u i t v o e r URL VMD voorkeurinstelling weergave x-as y-as z-as Transmission Control Protocol/Internet Protocol, een combinatie van protocollen (ofwel standaarden) die wordt gebruikt wanneer computers en andere apparaten worden aangesloten op netwerken, waaronder internet. Product dat beschikbaar is als invoegtoepassing voor bewakingssystemen. Met Transact kunnen videobeelden op basis van tijd worden gekoppeld aan transactiegegevens van verkooppunten of geldautomaten. U Gegevens die een computer verlaten. Op IP-bewakingssystemen wordt uitvoer vaak gebruikt voor het activeren van bijvoorbeeld toegangsdeuren, sirenes, knipperlichten, enzovoort. Uniform Resource Locator, een adres van een bron op het world wide web. Het eerste deel van een URL geeft aan welk protocol (dat wil zeggen: welke standaard voor datacommunicatie) moet worden gebruikt bij het verkrijgen van toegang tot de bron. Het tweede deel van de URL geeft het domein of IP-adres aan waar de bron zich bevindt. Voorbeeld: http: // V Video Motion Detection (videobewegingsdetectie). In IP-videobewakingssystemen wordt het opnemen van videobeelden vaak gestart door gedetecteerde beweging. Dit kan een goede manier zijn om onnodige opnamen te voorkomen. Het opnemen van videobeelden kan uiteraard ook worden gestart door andere gebeurtenissen en/of door tijdschema s. Een vooraf gedefinieerde indeling voor een afzonderlijk scherm in een Smart Wall (ook bekend als videowall of videomuur). W Een verzameling videobeelden van een of meer camera s die gezamenlijk worden weergegeven in Smart Client. Een weergave kan andere inhoud bevatten dan videobeelden van camera s, bijvoorbeeld HTML-pagina s en statische beelden. Een weergave kan persoonlijk zijn (alleen zichtbaar voor de gebruiker die de weergave heeft gemaakt) of met andere gebruikers worden gedeeld. X De horizontale as in een coördinatenstelsel. Y De verticale as in een coördinatenstelsel. Z De ruimtelijke as in een coördinatenstelsel. Wanneer u gebruikmaakt van joysticks, verwijst de z-as doorgaans naar het diepteniveau (zoomniveau). Pagina 184 Verklarende woordenlijst
185 Milestone Systems heeft wereldwijd kantoren. Ga naar voor meer informatie over adressen, telefoon- en faxnummers van de kantoren.
Milestone Systems XProtect Smart Client 7.0. Gebruiksaanwijzing
Milestone Systems XProtect Smart Client Inhoud EERSTE GEBRUIK... 12 XPROTECT SMART CLIENT INSTALLEREN... 12 Installeren vanaf de bewakingsserver... 12 Installeren vanaf dvd... 12 DE AANMELDINGSPROCEDURE...
Milestone Systems XProtect Smart Client Gebruiksaanwijzing
Milestone Systems XProtect Smart Client Inhoud EERSTE GEBRUIK... 12 XPROTECT SMART CLIENT INSTALLEREN... 12 Installeren vanaf bewakingsserver... 12 Installeren vanaf dvd... 12 DE AANMELDINGSPROCEDURE...
milestone XProtect Viewer Gebruikershandleiding
milestone XProtect Viewer Gebruikershandleiding Copyright, handelsmerken en belangrijke informatie Copyright 2010 Milestone Systems A/S. Handelsmerken XProtect is een gedeponeerd handelsmerk van Milestone
VMware Identity Manager Desktop gebruiken. VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1
VMware Identity Manager Desktop gebruiken VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1 VMware Identity Manager Desktop gebruiken U vindt de recentste technische documentatie op de website
Novell Vibe-invoegtoepassing
Novell Vibe-invoegtoepassing 5 juni 2012 Novell Snel aan de slag Met behulp van de Novell Vibe-invoegtoepassing voor Microsoft Office kunt u werken met documenten op de Vibe-site zonder dat u Microsoft
2 mei 2014. Remote Scan
2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2
Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan
TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING
LCD MONITOR TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING Versie 1.0 Modellen waarop dit van toepassing is (sinds januari 2016) PN-60TW3/PN-70TW3/PN-80TC3/PN-L603W/PN-L703W/PN-L803C (De verkrijgbaarheid
LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY GEBRUIKSAANWIJZING
LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY DOWNLOADER Versie 1.1 GEBRUIKSAANWIJZING Inleiding Deze software Kan controleren of er nieuwe versies zijn van de gebruikte software. Indien er een nieuwe versie is,
Handleiding Nero ImageDrive
Handleiding Nero ImageDrive Nero AG Informatie over copyright en handelsmerken De handleiding van Nero ImageDrive en de volledige inhoud van de handleiding zijn auteursrechtelijk beschermd en zijn eigendom
Snel aan de slag met Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x)
Snel aan de slag Snel aan de slag met Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x) Cisco Unity Connection Postvak IN Web (versie 9.x) 2 Cisco Unity Connection Postvak IN Web 2 Opties in Postvak IN
Nero AG SecurDisc Viewer
Handleiding SecurDisc Nero AG SecurDisc Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van
BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista
BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...
Handleiding InCD Reader
Handleiding InCD Reader Nero AG Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van Nero AG.
Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie)
Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie) Als u geen upgrade kunt uitvoeren voor uw computer met Windows Vista naar Windows 7 voert u een aangepaste installatie uit.
cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING
cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de
Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom
Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina
Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Welkom bij de Picture Package DVD Viewer
Handleiding van de Picture Package DVD Viewer Welkom bij de Picture Package DVD Viewer Welkom bij de Picture Package DVD Viewer De Picture Package DVD Viewer starten en afsluiten Beelden bekijken Beelden
Digitale camera Softwarehandleiding
EPSON digitale camera / Digitale camera Softwarehandleiding Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden
Uw gebruiksaanwijzing. HP proliant ml310 g4 server http://nl.yourpdfguides.com/dref/880751
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP proliant ml310 g4 server. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP proliant ml310 g4 server in de gebruikershandleiding
Welkom bij de Picture Package DVD Viewer. De Picture Package DVD Viewer starten en afsluiten. Beelden bekijken. Beelden naar een computer kopiëren
Welkom bij de Picture Package DVD Viewer De Picture Package DVD Viewer starten en afsluiten Beelden bekijken Beelden naar een computer kopiëren Gekopieerde beelden bewerken Overbodige gedeelten van films
System Updates Gebruikersbijlage
System Updates Gebruikersbijlage System Updates is een hulpprogramma van de afdrukserver dat de systeemsoftware van uw afdrukserver met de recentste beveiligingsupdates van Microsoft bijwerkt. Het is op
mobile PhoneTools Gebruikershandleiding
mobile PhoneTools Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Vereisten...2 Voorafgaand aan de installatie...3 mobile PhoneTools installeren...4 Installatie en configuratie mobiele telefoon...5 On line registratie...7
Nero ControlCenter Handleiding
Nero ControlCenter Handleiding Nero AG Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding Nero ControlCenter en de inhoud daarvan worden beschermd door auteursrecht en zijn eigendom van Nero
Installatie handleiding Reinder.NET.Optac
Installatie handleiding Reinder.NET.Optac Versie : 2012.1.0.1 Inhoudsopgave 1 Systeemvereisten... 2 2 Pincode... 2 3 Licentie... 2 4 Installatie... 2 5 Eerste gebruik... 4 Titel Pagina 1 van 6 23-1-2012
// Mamut Business Software
// Mamut Business Software Eenvoudige installatiehandleiding Inhoud Voor de installatie 3 Over het programma 3 Over de installatie 4 Tijdens de installatie 5 Voorwaarden voor installatie 5 Zo installeert
Gebruikershandleiding Brother Meter Read Tool
Gebruikershandleiding Brother Meter Read Tool DUT Versie 0 Auteursrecht Copyright 2017 Brother Industries, Ltd. Alle rechten voorbehouden. De informatie in dit document kan worden gewijzigd zonder voorafgaande
Welkom bij de Picture Package Producer 2. Picture Package Producer 2 starten en afsluiten. Stap 1: Beelden selecteren
Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap 2: Geselecteerde beelden controleren Stap 3: Voorbereidingen treffen om een korte
Verkorte handleiding. 1. Installeren van Readiris TM. 2. Opstarten van Readiris TM
Verkorte handleiding Deze Verkorte handleiding helpt u bij de installatie en het gebruik van Readiris TM 15. Voor gedetailleerde informatie over alle mogelijkheden van Readiris TM, raadpleeg het hulpbestand
CycloAgent v2 Handleiding
CycloAgent v2 Handleiding Inhoudsopgave Inleiding...2 De huidige MioShare-desktoptool verwijderen...2 CycloAgent installeren...4 Aanmelden...8 Uw apparaat registreren...8 De registratie van uw apparaat
Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1
Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Fiery Extended Applications Fiery Extended Applications (FEA) 4.1 is een pakket met de volgende toepassingen voor gebruik met
Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 800/1000 Press, versie 1.3
Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 800/1000 Press, versie 1.3 Dit document bevat belangrijke informatie over deze versie. Zorg dat deze informatie
Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows)
Installeren van het stuurprogramma USB-Audiostuurprogramma Installatiehandleiding (Windows) Inhoudsopgave Installeren van het stuurprogramma... Pagina 1 Verwijderen van het stuurprogramma... Pagina 3 Problemen
Welkom bij de Picture Package Producer 2
Handleiding voor Picture Package Producer2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap
Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding
Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding Lees dit document voordat u Mac OS X installeert. Dit document bevat belangrijke informatie over de installatie van Mac OS X. Systeemvereisten
OneTouch ZOOM Pro Diabetes Management Software met SnapShot. Installatiehandleiding. Installatieprocedure
OneTouch ZOOM Pro Diabetes Management Software met SnapShot Installatiehandleiding Installatieprocedure 1. Plaats de OneTouch Zoom Pro installatie-cd in de cd-rom-lezer. OPMERKING: Als u het programma
P-touch Editor starten
P-touch Editor starten Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden aangepast. Brother behoudt
Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M
Installatiehandleiding Sartorius ProControl MobileMonitor 62 8991M Softwareprogramma 98646-003-14 Inhoud Gebruiksdoel................. 3 Systeemvereisten.............. 3 Kenmerken................... 3
NETWERKHANDLEIDING. Afdruklogboek op netwerk opslaan. Versie 0 DUT
NETWERKHANDLEIDING Afdruklogboek op netwerk opslaan Versie 0 DUT Definities van opmerkingen Overal in deze handleiding gebruiken we de volgende aanduiding: Opmerkingen vertellen u hoe u op een bepaalde
Inhoudsopgave Klik op een onderwerp in onderstaande inhoudsopgave om de betreffende sectie te bekijken
Inhoudsopgave Klik op een onderwerp in onderstaande inhoudsopgave om de betreffende sectie te bekijken 1. HERCULES WIRELESS G EN WINDOWS VISTA... 3 1.1. Verbinden met een draadloos netwerk... 3 1.2. Verbinden
Verbinding maken met whiteboard op afstand
RICOH Interactive Whiteboard Client for Windows Snel aan de slag Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u dit product in gebruik neemt. Bewaar de handleiding op een handige plek voor eventueel toekomstig
cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! WEBINTERFACE GEBRUIKERSHANDLEIDING
cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! WEBINTERFACE GEBRUIKERSHANDLEIDING BV Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de bestandsstructuur van uw
Resusci Anne Skills Station
MicroSim Frequently Asked Questions 1 Resusci Anne Skills Station Resusci_anne_skills-station_installation-guide_sp7012_NL.indd 1 24/01/08 13:06:06 2 Resusci_anne_skills-station_installation-guide_sp7012_NL.indd
Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4
Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven
OneNote 2013 Snelstartgids
Aan de slag Microsoft OneNote 2013 ziet er anders uit dan eerdere versies. Daarom hebben we deze handleiding samengesteld om de leercurve zo kort mogelijk te maken. Uw notities in de cloud houden Als u
Back-up Online van KPN Handleiding Mac OS X 10.6 en hoger. Mac OS X Client built 2013 13.0.0.13196
Back-up Online van KPN Handleiding Mac OS X 10.6 en hoger Mac OS X Client built 2013 13.0.0.13196 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 Systeemeisen... 3 2 Installatie... 4 3 Back-up Online configureren...
Fiery Remote Scan. Verbinden met Fiery servers. Verbinding maken met een Fiery server bij het eerste gebruik
Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken beheren op de Fiery server en de printer vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat
Gids Instelling Verzenden
Gids Instelling Verzenden In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de Instel-tool Zendfunctie kunt gebruiken om de machine in te stellen voor het scannen van documenten als e-mails (Verzenden naar e-mail)
Windows Update. PC'S ONDERHOUDEN & UPGRADEN Windows bijwerken
2 Windows bijwerken Windows Update Microsoft heeft voor haar Windows-klanten een uitstekende service op internet staan: de website Windows Update. Op deze website kunt u eenvoudig aan de meest recente
Inhoudsopgave. 2014 web2work Pagina 1 van 16
Inhoudsopgave Aanmelden bij Office 365... 2 Office 365 voor het eerste gebruiken... 2 Persoonlijke instellingen Office 365... 3 Wijzigen wachtwoord... 4 Instellen voorkeurstaal... 4 Office Professional
Problemen met HASP oplossen
Problemen met HASP oplossen Hoofdvestiging: Trimble Geospatial Division 10368 Westmoor Drive Westminster, CO 80021 USA www.trimble.com Copyright en handelsmerken: 2005-2013, Trimble Navigation Limited.
Software-updates Gebruikershandleiding
Software-updates Gebruikershandleiding Copyright 2008, 2009 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Windows is een in de Verenigde Staten gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation. De informatie
Uw gebruiksaanwijzing. HERCULES ROUTER G-54
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,
Boot Camp Installatie- en configuratiegids
Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 3 Benodigdheden 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4
Mamut Business Software
Mamut Business Software Eenvoudige installatiehandleiding Inhoud Voor de installatie 3 Over het programma 3 Over de installatie 3 Tijdens de installatie 5 Voorwaarden voor installatie 5 Zo installeert
Schakel in Windows 10 automatische driver update uit : Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 10 automatisch de driver heeft geüpdatet.
Bij voorkeur de Sweex CD005 gebruiken bij de communicatie tussen Autokon voor Windows en Uw elektronische systeem. Hier komen bijna geen problemen mee voor als U de handleiding goed opvolgt. Schakel in
Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding
Nokia C110/C111 draadloze LAN-kaart Installatiehandleiding CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA MOBILE PHONES Ltd. verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat de producten DTN-10 en DTN-11 conform zijn aan de
Graag voor gebruik lezen. Borduurwerk editing software. Installatiegids
Graag voor gebruik lezen Borduurwerk editing software Installatiegids Lees eerst het volgende voordat u het cdrompakket opent Hartelijk dank voor de aanschaf van deze software. Lees de onderstaande Productovereenkomst
Documentatie Installatie Instructie. Microsoft Outlook: RPC over HTTPS. De Dierenbescherming
Documentatie Installatie Instructie Microsoft Outlook: RPC over HTTPS De Dierenbescherming Auteur: Michel Koelewijn ICT Servicedesk Dierenbescherming Scheveningseweg 58 Postbus 85980, 2508 CR Den Haag
Introductie Werken met Office 365
Introductie Werken met Office 365 Een introductie voor gebruikers Inhoud Inleiding... 4 Aanmelden bij Office 365... 4 Werken met Office 365 Outlook... 5 Werken met Outlook 2007/2010... 5 Werken met de
Archive Player Divar Series. Bedieningshandleiding
Archive Player Divar Series nl Bedieningshandleiding Archive Player Inhoudsopgave nl 3 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Bediening 5 2.1 Het programma starten 5 2.2 Inleiding tot het hoofdvenster 6 2.3 Knop
Terminal Services. Document: Terminal Services T.b.v. relatie: Isaeus Auteur: Martin Waltmans Versie: 2.3 Datum: 20-3-2007 KB nummer: 100010
Terminal Services Dit document beschrijft hoe op afstand kan worden ingelogd op een Terminal Server. Lees dit document zorgvuldig, voordat u voor het eerst hiervan gebruik maakt! Isaeus Solutions Tel:
Handleiding Telewerken met Windows. Inleiding. Systeemvereisten. Inhoudsopgave
Handleiding Telewerken met Windows Inhoudsopgave Inleiding Systeemvereisten Software installatie Inloggen op de portal Problemen voorkomen Probleemoplossingen Inleiding Voor medewerkers van de GGD is het
Handleiding. Opslag Online. voor Windows. Versie februari 2014
Handleiding Opslag Online voor Windows Versie februari 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie 4 2.1 Systeemeisen 4 2.2 Downloaden van software 4 2.3 Installeren van de software
Windows Vista /Windows 7- installatiehandleiding
Laserprinter Serie Windows Vista / 7- installatiehandleiding U dient eerst alle hardware in te stellen en de driver te installeren, pas dan kunt u de printer gebruiken. Lees de Installatiehandleiding en
Handleiding Opslag Online Client voor Windows. Versie maart 2015
Handleiding Opslag Online Client voor Windows Versie maart 2015 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie 4 2.1 Systeemeisen 4 2.2 Downloaden van de software 4 2.3 Installeren van
Windows XP SP2 Instellingen Internet Explorer en Outlook Express. Extra>lnternet-opties>Beveiliging>Aangepast niveau
Windows XP SP2 Instellingen Internet Explorer en Outlook Express. Start Internet Explorer Ga naar Extra>lnternet-opties>Beveiliging>Aangepast niveau Vergelijk uw instellingen met de hieronder gegeven lijst.
Google Drive: uw bestanden openen en ordenen
Google Drive: uw bestanden openen en ordenen Gebruik Google Drive om vanaf elke gewenste locatie uw bestanden, mappen, Google-documenten, Google-spreadsheets en Google-presentaties op te slaan en te openen.
Installatie- en configuratiehandleiding. Voor WebReporter 2013
Voor WebReporter 2013 Laatst bijgewerkt: 26 juli 2013 Inhoud Vereiste onderdelen installeren... 1 Overzicht... 1 Stap 1: Internet Information Services activeren... 1 Stap 2: setup.exe uitvoeren en de
Installatiehandleiding MF-stuurprogramma
Nederlands Installatiehandleiding MF-stuurprogramma Cd met gebruikerssoftware.............................................................. 1 Informatie over de stuurprogramma s en de software.............................................
Office 365 gebruiken op uw iphone of ipad
Office 365 gebruiken op uw iphone of ipad Snelstartgids E-mail controleren U kunt uw iphone of ipad instellen voor het versturen en ontvangen van e-mail van uw Office 365-account. Altijd toegang tot uw
Dell SupportAssist voor pc's en tablets Gebruikshandleiding
Dell SupportAssist voor pc's en tablets Gebruikshandleiding Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen,en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer.
Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.
Qlik Sense Desktop Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik
SMART Notebook 11.2- software voor Windows - en Mac -computers
Opmerkingen bij publicatie SMART Notebook 11.2- software voor Windows - en Mac -computers Over deze opmerkingen bij publicatie In deze opmerkingen bij publicatie vindt u een overzicht van de functies van
Gebruikershandleiding voor Mac
Gebruikershandleiding voor Mac Inhoud Aan de slag... 1 Het formatteerhulpprogramma voor de Mac gebruiken... 1 De FreeAgent-software installeren... 4 Stations veilig uitwerpen... 9 Uw stations beheren...
Windows 98 en Windows ME
Windows 98 en Windows ME In dit onderwerp wordt het volgende besproken: Voorbereidende stappen op pagina 3-29 Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom op pagina 3-30 Andere installatiemethoden op pagina
Op het bureaublad staan pictogrammen. Via de pictogrammen kunnen programma s worden gestart en mappen en bestanden worden geopend.
SAMENVATTING HOOFDSTUK 1 Aanmelden Als je de computer aanzet, wordt Windows opgestart. Windows is een besturingssysteem. Tijdens het opstarten kun je zien met welke versie van Windows 7 je werkt. Voordat
Handleiding Certificaat RDW
Handleiding Certificaat RDW Versie: 11.0 Versiedatum: 27 juli 2015 Beheerder: RDW Veendam - R&I-OP-E&T 3 B 0921p Wijzigingen ten opzichte van de vorige versie: - Gehele document herzien; - Afbeeldingen
// Mamut Business Software. Updatehandleiding
// Mamut Business Software Updatehandleiding Inhoud Over updates naar een nieuwe versie 3 Back-up maken 6 Update naar de laatste versie 8 Verplaats het programma naar een andere computer/server 15 Zo verplaatst
Backup maken. Backup terugzetten. H O O F D S T U K 4 Backup
H O O F D S T U K 4 Backup Om een goede ondersteuning te leveren is het van cruciaal belang dat de gebruiker regelmatig een backup maakt. Volgens de gebruikersvoorwaarden van de software moet de gebruiker
Gids Instelling Verzenden
Gids Instelling Verzenden In deze gids wordt uitgelegd hoe u de functies Verzenden naar e-mail en Opslaan in gedeelde map kunt instellen met behulp van de Instel-tool Zendfunctie en hoe u kunt controleren
Handleiding voor printersoftware
Handleiding voor printersoftware (Voor Canon Compact Photo Printer Solution Disk versie 6) Windows 1 Inhoud Veiligheidsvoorzorgsmaatregelen...3 Lees dit eerst...4 Handleidingen...4 Stappen van het afdrukken...5
Memeo Instant Backup Introductiehandleiding. Stap 1: Maak uw gratis Memeo-account. Stap 2: Sluit een opslagapparaat aan op de pc
Inleiding Memeo Instant Backup is een eenvoudige oplossing voor een complexe digitale wereld. De Memeo Instant Backup maakt automatisch en continu back-ups van uw waardevolle bestanden op de vaste schijf
ASI. BeAnywhere. Remote Access. Quick Start
ASI BeAnywhere Remote Access Quick Start Inhoud Registratie van BeAnywhere 3 Installatie van BeAnywhere-server 6 Aanmelden bij BeAnywhere & remote toegang 10 Opmerking: BeAnywhere Drive controleert automatisch
Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP
Gebruik van het Brother SmartUI Control Center op basis van Windows voor PaperPort 8.0 en Windows XP Brother SmartUI Control Center Het Control Center van Brother is een hulpprogramma waarmee u gemakkelijk
1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7
NEDERLANDS...5 nl 2 OVERZICHT nl 1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 3 BLUETOOTH VOORZIENINGEN...8 4 SOFTWARE INSTALLATIE...9 4.1 Voorbereidingen...10
Uw gebruiksaanwijzing. CREATIVE DESKTOP WIRELESS 9000 PRO
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor CREATIVE DESKTOP WIRELESS 9000 PRO. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de CREATIVE DESKTOP WIRELESS 9000
Boot Camp Installatie- en configuratiegids
Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4 Stap 3: Windows
Migreren naar Access 2010
In deze handleiding Het uiterlijk van Microsoft Access 2010 verschilt aanzienlijk van Access 2003. Daarom hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u niet te veel tijd hoeft te besteden aan het leren werken
Nokia Lifeblog 2.5 Nokia N76-1
Nokia Lifeblog 2.5 Nokia N76-1 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden Nokia, Nokia Connecting People, Nseries en N76 zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation. Namen van andere
Qlik Sense Cloud. Qlik Sense 2.0.2 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.
Qlik Sense Cloud Qlik Sense 2.0.2 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik
Inhoud Installatie en Setup... 5 IRISCompressor gebruiken... 13
Gebruikshandleiding Inhoud Introductie... 1 BELANGRIJKE OPMERKINGEN... 1 Juridische informatie... 3 Installatie en Setup... 5 Systeemvereisten... 5 Installatie... 5 Activering... 7 Automatische update...
Cloud handleiding Versie: 1.0 Datum: 23-7-2014
Cloud handleiding Versie: 1.0 Datum: 23-7-2014 2 Inhoud Inleiding... 5 Inrichting SequreBox Cloud... 5 1. Inloggen... 6 2. Abonnementen voeg camera toe... 8 3. Controleer beelden... 9 4. Camera Stel Alarm
Nieuw toegevoegd: Uitleg driver (her) installeren nadat Windows 8 en Windows 8.1 automatisch de driver heeft geüpdatet.
Bij voorkeur de Sweex CD005 gebruiken bij de communicatie tussen Autokon voor Windows en Uw elektronische systeem. Hier komen bijna geen problemen mee voor als U de handleiding goed opvolgt. Nieuw toegevoegd:
