Materiaalzending Bollen en Knollen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Materiaalzending Bollen en Knollen"

Transcriptie

1 Materiaalzending Bollen en Knollen Centra voor natuur- en milieueducatie in Gelderland 2013

2 Colofon Deze materiaalzending is verzorgd door De vereniging Netwerk Gelderse Centra voor Natuur en Milieueducatie Natuurcentrum Arnhem Het Dijkmagazijn, Beuningen Steunpunt NME, Culemborg De Ulebelt, Deventer Regionaal NME-centrum De Hortus, centrum voor natuur en milieu, Harderwijk Bezoekerscentrum De Grote Rivieren, Heerewaarden NME Centrum Midden Betuwe, Opheusden Milieu Educatie Centrum, Nijmegen Stichting NME Overbetuwe Milieu Educatie Centrum, Renkum IVN Scholenwerk, Rheden Stichting Duurzaam Rivierenland, Tiel Het Groene Wiel, Wageningen De Huusker, Winterswijk Liemers centrum voor NME, Zevenaar De Kaardebol, Zutphen Natuurmuseum Nijmegen Januari

3 Inhoudsopgave 1. INLEIDING EN INFORMATIE VOORWOORD DOELSTELLINGEN MATERIALEN VERZORGING VAN MATERIALEN ORGANISATIE AANSLUITING METHODEN LESSUGGESTIES KLEUTERBOUW ONDERBOUW MIDDENBOUW BOVENBOUW ACHTERGRONDINFORMATIE LITERATUUR BIJLAGEN BIJLAGE 1: VOORJAARSVERHAAL BIJLAGE 2: LIEDJES & GEDICHTJES BIJLAGE 3: STRIPVERHAAL OVER DE TULP BIJLAGE 4: DE AARDAPPELETERS VAN V. VAN GOGH BIJLAGE 5: WEBSITES RONDOM BOLLEN EN KNOLLEN WEBSITES KLEUTERS (GROEP 1-2) WEBSITES ONDERBOUW (GROEP 3-4) WEBSITES MIDDENBOUW (GROEP 5-6) WEBSITES BOVENBOUW (GROEP 7-8) WERKBLAD 1: GROEI EN ONTWIKKELING WERKBLAD 2: BLOEMEN VERGELIJKEN WERKBLAD 3: BOEKET WERKBLAD 4: TULP VOUWEN WERKBLAD 5: WAT ETEN WE WEL EN WAT NIET? WERKBLAD 6: BOL, KNOL OF WORTELS? WERKBLAD 7: DOORSNEDE BOL & KNOL WERKBLAD 8: ONTWIKKELING VAN EEN BOL WERKBLAD 9: DE TULP WERKBLAD 10: PUZZEL WERKBLAD 11: KAART VAN NEDERLAND WERKBLAD 12: QUIZ WERKBLAD 13: BOUW VAN DE PLANT

4 1. INLEIDING EN INFORMATIE 1.2 Voorwoord Als het na een koude winter weer wat warmer begint te worden en de lente aanbreekt, komen ook de eerste planten boven de grond tevoorschijn. Het sneeuwklokje is één van de eerste. Daarna volgen andere bollen en knollen, zoals krokussen, blauwe druifjes, narcissen, hyacinten en tulpen. Dit ziet er allemaal heel vrolijk uit. Maar hoe kan het dat die vrolijke bloemen elk jaar weer zomaar uit de grond komen? Met deze materiaalzending kunnen de leerlingen op een actieve en inspirerende manier kennis maken met verschillende bollen en knollen en hun ontwikkeling. In de handleiding staat een aantal lessuggesties vermeld voor alle klassen van de basisschool, verdeeld per bouw (kleuterbouw, onderbouw, middenbouw en bovenbouw). 1.3 Doelstellingen Met de lessuggesties willen we de volgende leereffecten bereiken: - De leerlingen leren enkele bol- en knolgewassen kennen; - De leerlingen ontdekken wat de kenmerken zijn van bollen en van knollen; - De leerlingen volgen de ontwikkeling van een bol/knol tot plant; - De leerlingen kennen verschillende bloemvormen en bloeiwijzen; - De leerlingen leren uit welke onderdelen een bol en een knol bestaan en kunnen deze delen benoemen; - De leerlingen leren relaties te leggen tussen de bouw en de functie van een plantonderdeel; - De leerlingen leren experimenteren, verzamelen en het verklaren van de verkregen resultaten. - De leerlingen ontwikkelen waardering voor planten. - De leerlingen leren zorg te hebben voor planten. 1.4 Materialen De materiaalzending Bollen en Knollen bestaat naast deze handleiding uit: Voorgetrokken bollen van Losse knollen van: Narcis 3x 15 Biologische Aardappels Blauw Druifje 5x 15 Biologische Uien Hyacint 1x Krokus 5x Plastic potjes Tulp 7x potgrond Voor een aantal materialen dient u zelf te zorgen. In de handleiding zijn deze materialen aangegeven met het symbool: Mesjes om de bollen en knollen mee door te snijden 7 glazen (jam)potjes (voor de tulpenbollen) 30 satéprikkers / tandenstokers Linialen Touw / lint voor opmeten van planten 4

5 Het kopiëren van de werkbladen 1.5 Verzorging van materialen Voor een goede verzorging van de bollen en knollen dient u op de volgende punten letten: - De bollen zijn ecologisch geteeld. Er is daarom geen schimmelwerend middel gebruikt. Bij het voortrekken in een vochtige omgeving krijgt de buitenste droge schil daarom wat schimmelvorming. Dit kan geen kwaad, het levende materiaal wordt niet aangetast. - De bollen hebben al wortels. U kunt ze dus direct potten. Zet de Hyacint, de Krokussen, de Blauwe Druifjes en de Narcissen met potgrond in de plastic potjes. Dit gebeurt het beste als volgt. Doe een laagje aarde in de pot. Plaats de bol met wortels naar beneden voorzichtig op de aarde. Vul aan met aarde en giet een beetje water erop, zodat de aarde contact kan maken met de wortels. - Plaats de tulpen met de wortels in met water gevulde glazen potten. Of laat de leerlingen dit doen. - Zet de bollen en knollen niet direct in het volle licht, maar wen ze langzaam aan meer licht door ze eerst op een schaduwplekje in de klas te zetten. - Als ze eenmaal flink zijn doorgegroeid, kunnen ze voor het raam en hebben ze meer water nodig. Twee keer per week water geven is vaak voldoende. Teveel water is ook niet goed, want dan gaan de bollen en knollen schimmelen. Dus zorg dat de grond vochtig blijft. - De potjes met bollen en knollen worden niet meteen gebruikt: zorg er wel voor dat ze niet uitdrogen! - Zet de bollen en knollen niet op de verwarming. - Als u de potten 's nachts op een koele plek zet, heeft u langer plezier van de bollen en knollen. 1.6 Organisatie Hoe u met de bollen en knollen werkt, hangt af van uw eigen voorkeur, het niveau van de kinderen en de grootte van de klas. De meeste opdrachten kunnen uitgevoerd worden in groepjes. De leerlingen kunnen dan de resultaten van de opdrachten met elkaar vergelijken. De opdrachten zijn er op gericht dat de kinderen zelf ontdekken. Laat per opdracht duidelijk zien welk materiaal nodig is. Maak in de klas een centrale plek voor de potjes met bollen en knollen. Zorg wel dat de potjes/bollen per groepje gemarkeerd worden. Dit voorkomt verwarring over van welk groepje welke bol of knol is. 5

6 1.7 Aansluiting methoden De materiaalzending Bollen en Knollen sluit aan bij de volgende methodes: Leefwereld 1 e editie Groep 3 Les 11 Bolletje kom uit je holletje Groep 5 Les 22 Bollen en knollen Groep 6 Les 19 Goed ingepakt de winter door Groep 7 Les 23 Vroege bloeiers Leefwereld 2 e editie Groep 3 Les 19 Bloembolletjes Groep 5 Les 18 Bollen en knollen Groep 6 Les 18 Goed ingepakt de winter door Groep 7 Les 17 Vroege bloeiers Natuurlijk 1 e editie Groep 4 Les 2 Regelmaat Groep 6 Les 19 Het schiet op Natuurlijk 2 e editie Groep 5 Les 1 Warm of koud Groep 6 Blok 1 Uitlopende knollen In vogelvlucht 1 e editie Groep 8 Blok 5.2 Alleen een moeder Wijzer door de natuur Groep 5 Les 1.3 Warm of koud Groep 5 Les 5.2 Bollen, knollen en zaden Groep 8 Les 2.1 Overwinteren Natuniek Groep 3 Les 1.2 Ik groei, Van zaadje tot vrucht Groep 6 Les 3.4 Planten in de kou Groep 7 Les 1.1 Zonder bevruchting Een grote reis Groep Bollen en knollen Groep Winter in zicht Topondernemers Groep 5-6 Boerderij Les 10 Bollen en knollen 6

7 2 LESSUGGESTIES De lessuggesties zijn ideeën die u in de klas kunt gebruiken. Sommige aspecten aan 'bollen en knollen' zijn al te zien, zodra ze in de klas komen, andere zijn pas later te zien. De lessuggesties zijn daarom verdeeld over de volgende fases: A. Kennismaking met bollen en knollen Activiteiten die uitgevoerd kunnen worden zodra het materiaal de klas in komt. B. Groei en ontwikkeling. Activiteiten gericht op het volgen van de groei en de ontwikkeling van de planten. C. De planten bloeien. Activiteiten die mogelijk zijn als de planten bloeien. D. De uitgebloeide plant. Als de plant is uitgebloeid, verdwijnt onze aandacht er snel voor. Toch is het de moeite waard om de planten nog wat langer te volgen, tot ongeveer 6 8 weken na het uitbloeien. Dit hoofdstuk is zo opgebouwd dat per bouw de opdrachten staan weergegeven, onderverdeeld over de vier verschillende fases van het materiaal. Per onderdeel staan ook de leerdoelen beschreven Bij sommige lessuggesties wordt verwezen naar achtergrondinformatie. Deze informatie staat in hoofdstuk 3. Ook wordt bij een aantal lessuggesties verwezen naar werkbladen die u kunt kopiëren. U vindt deze werkbladen achter in deze handleiding. Tijdspad Onderstaande tabel geeft globaal weer wanneer welke fase aan bod komt. U kunt natuurlijk zelf altijd bepalen of u een fase langer of korter behandelt. Week 1 Week 2 Week 3 Week 4 Week 5 Week 6 e.v. KB A A B B B C C D OB A A B B B C C D MB A A B B B C C D BB A A B B B C C D 7

8 2.1 Kleuterbouw A: KENNISMAKING MET BOLLEN EN KNOLLEN Leerdoelen - Leerlingen leren wat kenmerken zijn van de lente. - Leerlingen ervaren het verschil tussen een bol en een knol. - Leerlingen leren verschillende onderdelen van een bol en een knol waarnemen. - Leerlingen leren deze verschillen benoemen. Benodigdheden - Bijlage 1 Voorjaarsverhaal - 15 Biologische uien - 15 Biologische aardappels Mesje Introductie Begin deze introductieles met een verhaal over het voorjaar. In bijlage 1 Voorjaarsverhaal staat een voorjaarsverhaal over een ongehoorzaam viooltje. Bespreek daarna in een kringgesprek wat er gebeurt als het lente wordt. De volgende antwoorden kunnen aan bod komen: o Eerste bloemen komen uit de grond o Het gras wordt groener o De lammetjes worden geboren en gaan de wei in o Het wordt warmer buiten o Je hoeft je jas niet meer aan als je gaat buiten spelen o Etc. Vertel de leerlingen na het kringgesprek wat ze in de aankomende lessen gaan doen met de planten. Maak ook afspraken over de verzorging. Een bol of een knol? Laat de leerlingen in tweetallen aan een bol (ui) en aan een knol (aardappel) voelen. Welke verschillen nemen zij waar? De leerlingen kunnen ook nagaan of ze ook met de ogen dicht de ui en de aardappel kunnen onderscheiden. Begrippen als rond, bobbelig, glad kunnen aan bod komen, maar ook de geur. Hoe ruikt een ui en hoe ruikt een aardappel? U snijdt een ui en een aardappel door en bespreek in een kringgesprek met de leerlingen welke verschillen zij zien. Vertel hoe een bol groeit en hoe een knol (zie achtergrondinformatie). B: GROEI EN ONTWIKKELING Leerdoelen - Leerlingen leren de ontwikkeling van een plant waar te nemen. - Leerlingen leren de hoogte en hoogteverschillen te bepalen van een plant. - Leerlingen leren de groeiwijze van een bol kennen. 8

9 Benodigdheden - Narcis in potje met grond - Tulpenbol Satéprikkers Jampotje - Werkblad 1 Groei en ontwikkeling (kopieer werkblad voor elke leerling) Schoolbord voor tekening met gekleurde krijtjes Linten voor opmeten van de hoogte Verschillende kleuren pennen of viltstiften voor markeren van de hoogte Ontwikkeling van bol tot plant Opdracht: Leerlingen volgen de groei en ontwikkeling van een narcis en een tulp. Werkwijze: Plaats de narcis en de tulpenbol op een opvallende plaats. Bij de tulpenbol is het van belang dat de bol op zijn plek gehouden wordt door satéprikkers (zie figuur 1) en dat de bolschijf het water net niet raakt, ongeveer 0,5 cm tussen het wateroppervlak en de bol. U bespreekt met de leerlingen hoe de plant en de bol er op dit moment uitzien. De groeiwijze van de narcis wordt op het schoolbord bijgehouden. De tulpenbol is voorbeeld voor de groeiwijze van de wortels, die bij de narcis niet te zien zijn. Figuur 1 Bol op glas Twee leerlingen gaan de hoogte bepalen van de planten met een lint en een pen of viltstift. Ze zetten op het lint een streepje hoe hoog de planten zijn. Gebruik voor de twee planten een andere kleur viltstift. Teken onder op het schoolbord de pot en de planten na in kleur. Houd de pot rechts van de tekening tegen het bord aan en geef met een streepje aan hoe hoog de narcis en de tulp nu is. Schrijf de dag en de datum bij deze streep. Laat de bordtekening staan en besteed na enkele dagen opnieuw aandacht aan de planten en de tekening. Elke keer mag een andere leerling de hoogte van de planten bepalen. De leerlingen kijken of er wat veranderd is aan de planten. Zijn ze gegroeid en hebben ze blaadjes gekregen? Leerlingen meten weer met het lint hoe hoog de planten nu zijn en zetten weer een streepje op het lint. Zijn de planten veel gegroeid? Dan worden de planten weer voor het bord gehouden en nagetekend, zodat het verschil met de vorige keren duidelijk te zien is. Als er wat veranderd is, geeft u dit aan op het bord: verander de tekening en zet een nieuw streepje neer met ook nu weer dag en datum. Onderdelen van de plant Weten de leerlingen de onderdelen al te benoemen? Laat ze de volgende onderdelen zien ter kennismaking: bol, knol, stengel, blad, wortel. 9

10 Op het werkblad 1 'groei en ontwikkeling' staan tekeningen van verschillende fases van een bol. Kopieer voor iedere leerling het werkblad. De leerling knipt de plaatjes uit, die kunnen ingekleurd worden. Wat is de juiste volgorde voor de groei tot een mooie bloem? Leg of plak de plaatjes op volgorde. C: PLANTEN BLOEIEN Leerdoelen - Leerlingen nemen de verschillen tussen de bloeiende planten waar. - Leerlingen kunnen deze verschillen ook benoemen. - Leerlingen leren op een speelse wijze, met behulp van liedjes, gedichtjes en knutselen meer over bloeiende planten. - Leerlingen weten hoe ze een plant moeten verzorgen. Benodigdheden - Vier potjes met bloeiende planten - De bloeiende tulp op water - Werkblad 3 Boeket (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Bijlage 2 Liedjes & Gedichtjes Bloemen vergelijken In deze fase zijn de planten aan het bloeien en zien we de vrolijke kleuren van de narcis, hyacint, krokus, blauwe druifje en de tulp. Verdeel de bloeiende planten over groepjes kinderen en bespreek de onderstaande vragen in een kringgesprek. - Hoe heten de verschillende soorten? - Welke kleuren zijn er allemaal te zien? - Hoeveel bloemblaadjes heeft een krokus en hoeveel een narcis? - Hoe ruiken de verschillende bloemen? - Vind je dat vies of juist lekker ruiken? - Kunnen ze de bloem met de ogen dicht aan de geur herkennen? - Welke bloem vind je het mooist? - Kun je ook vertellen waarom je die het mooist vindt? - Zie je ook verschillende stengels en bladeren? Maak je eigen boeket Op werkblad 3 Boeket staat een tekening. Kleur die in en knip of prik die uit. Plak de zijkanten aan elkaar en zet je boeket op een leuk plekje, bijvoorbeeld op je eigen tafel op school of thuis in de vensterbank! Zelf een hyacint maken Benodigdheden: Verschillende kleuren crêpepapier Stevig groen papier Keukenrol of toiletrol Lijm Bloempotje Schaar Potlood Kranten 10

11 Beplak de keukenrol/toiletrol met groen crêpepapier aan de buitenkant en de bovenkant. Zet de rol in de bloempot en vul de ruimte op met wat kranten. Maak voor de bloem van (bijvoorbeeld roze) crêpepapier kleine propjes. Plak de propjes rondom de top tot ongeveer halverwege de keukenrol/toiletrol, zodat het een hyacint wordt. Knip uit het groene papier enkele repen en vouw deze dubbel. Knip aan de bovenkant een puntje. Je hebt nu de bladeren van de hyacint. Steek de bladeren rondom tussen de kranten en de keukenrol/toiletrol. Maak van bruin crêpepapier kleine propjes en leg dit boven op de kranten (dit is de aarde). Nu alleen nog een mooi plekje zoeken om je hyacint neer te zetten! Liedjes en gedichtjes Over bolletjes, voorjaarsbloemen en lente zijn liedjes en gedichtjes geschreven. Enkele daarvan vind je in bijlage 2. Zing en lees ze samen met de hele klas. D: DE UITGEBLOEIDE PLANT Let op: deze opdracht kan pas +/- 6 weken na de vorige uitgevoerd worden, omdat de plant tijd nodig heeft om uit te bloeien en zich te vermeerderen! De planten moeten in deze periode verzorgd blijven worden! Leerdoelen - Leerlingen leren de verschillen tussen de bloeiende en uitgebloeide planten waar te nemen en deze verschillen ook te benoemen. Benodigdheden - Vier potjes met uitgebloeide planten. - De uitgebloeide tulp op water. Wat is er van over? Opdracht: Leerlingen gaan kijken hoe de plant zich voortgeplant heeft. Werkwijze: Laat ze nu kijken naar de uitgebloeide planten en de antwoorden op de volgende vragen vergelijken met hun eerder gegeven antwoorden. - Hoe zien de blaadjes er nu uit? Mooi, lelijk, groen, bruin, etc. - Hoe staan de groene bladeren van de plant, mooi rechtop of hangen ze slap? - Hoe ruikt de bloem nu die uitgebloeid is? - Is de plant nu dood? - Haal de bollen uit de grond hoe ziet de bol/knol er nu uit? - Zijn er bolletjes bijgekomen? Tel samen met de leerlingen. - Wat gebeurt er met die bolletjes? Ga nu, ter afsluiting van de lessenreeks, samen met de hele klas naar buiten en plant de uitgebloeide bollen en knollen in de schooltuin of in het park dicht bij de school. Een smal strookje grond langs een grasveldje is al voldoende. Vergeet niet volgend jaar terug te gaan om te kijken of ze opnieuw zijn gaan groeien en bloeien! 11

12 2.2 Onderbouw A: KENNISMAKING MET BOLLEN EN KNOLLEN Leerdoelen - Leerlingen weten dat in de lente de bloembollen en -knollen tot ontwikkeling komen. - Leerlingen weten wat het verschil is tussen een bol en een knol. - Leerlingen leren zorgen voor de planten. Benodigdheden - Bijlage 1 Voorjaarsverhaal - 15 biologische uien (of tulpenbol) - 15 biologische aardappels Mesjes Introductie Ter introductie vertelt u een voorjaarsverhaal. Het voorjaarsverhaal staat in bijlage 1 Voorjaarsverhaal. Daarna houdt u een klassengesprek om na te gaan wat de leerlingen al over de planten weten die zojuist zijn binnengekomen. De volgende vragen kunnen daarbij aan bod komen (zie ter voorbereiding 1.5 Verzorging van materialen): - Wanneer komen de eerste bloemen uit de grond? - Welke bloemen zien we na de winter als eerste verschijnen? - Wie heeft er thuis ook bloembollen? In het huis of in de tuin? - Weet je ook welke bloemen dat zijn? - Hoe moet je bloembollen verzorgen? o Veel water of juist weinig? o Veel licht of in het donker? Maak afspraken over de verzorging en vertel de leerlingen wat ze gaan doen met de planten. Een bol of een knol? Laat de leerlingen aan een bol (ui) en aan een knol (aardappel) voelen. Welke verschillen nemen zij waar? De leerlingen kunnen ook nagaan of ze ook met de ogen dicht de ui en de aardappel kunnen onderscheiden. Begrippen als rond, bobbelig, glad kunnen aan bod komen. De leerlingen (of uzelf) snijden een ui en een aardappel door. Vervolgens beschrijven ze welke verschillen zij zien. Wat zit er binnen in een ui en binnen in de aardappel? U legt vervolgens uit welke functie ieder onderdeel heeft (zie achtergrondinformatie). Uienpuzzel Voor de uienpuzzel moeten de leerlingen het volgende doen: Snij de ui in een aantal schijfjes. Probeer de ui weer in elkaar te zetten. Vervolgens kunnen ze hetzelfde ook eens doen met een aardappel. 12

13 B: GROEI EN ONTWIKKELING Leerdoelen - Leerlingen kunnen de ontwikkeling van een plant waar te nemen. - Leerlingen kunnen de hoogte en hoogteverschillen van een plant bepalen. - Leerlingen kennen de groeiwijze van een bol. Benodigdheden - Vier potjes met planten - De tulpenbol Jampotjes Satéprikkers - Werkblad 1 Groei en Ontwikkeling (kopieer het werkblad voor elke leerling) Schoolbord voor tekening met gekleurde krijtjes Lint voor opmeten van de hoogte Pen of viltstift voor markeren van de hoogte Ontwikkeling van bol tot plant Opdracht: Leerlingen volgen de groei en ontwikkeling van de planten. Werkwijze: Verdeel de vier potjes met planten (narcis, blauwe druif, hyacint en krokus) en de tulpenbollen over de leerlingen. Bij de tulpenbol is het van belang dat de bol op zijn plek gehouden wordt door satéprikkers (zie figuur 2) en dat de bolschijf het water net niet raakt, ongeveer 0,5 cm tussen het wateroppervlak en de bol. Figuur 1 Bol op glas Ieder groepje kiest een bol uit het potje en markeert deze met een touwtje of lintje om deze bol te kunnen herkennen. Van deze bol gaan ze de groei en ontwikkeling volgen. Bespreek klassikaal met de leerlingen hoe de plant er op dit moment uitziet. Welke onderdelen zijn nu te zien? Weten de leerlingen deze te benoemen? Geef elk groepje een lint. Ieder groepje gaat met een lint zelf de hoogte van de plant bepalen. Ze geven de hoogte aan door op het lint een streepje te zetten. Elk groepje bewaart het eigen lint! Van één bol tekent u onder op het schoolbord de pot en de plant na in kleur. Houd de pot rechts van de tekening tegen het bord aan en u geeft met een streepje aan hoe hoog de plant nu is. Schrijf de dag en de datum bij deze streep. Laat de bordtekening staan en besteed na enkele dagen opnieuw aandacht aan de planten en de tekening. Laat de leerlingen kijken of er wat veranderd is aan hun plant. Ze bekijken onder andere of de plant gegroeid is. Leerlingen meten weer met het lint hoe hoog de plant nu is en zetten weer een streepje op het lint. Is de plant veel gegroeid? Als er wat veranderd is, geeft u dit aan op het bord: verander de tekening en zet een nieuw streepje neer met ook nu weer dag en datum. Zo ontstaat op het schoolbord een mooi overzicht van 5 schema s 13

14 van de groei en ontwikkeling van de vier verschillende planten. Zijn er veel verschillen tussen de vier planten? Het is belangrijk ervoor te zorgen dat in ieder geval enkele begrippen bij alle leerlingen bekend worden, zoals: bol, knol, stengel, blad, wortel, knop van de bloem. Bij iedere verandering (bijvoorbeeld ontwikkeling van blad, stengel en knop) is het belangrijk dat de leerlingen leren wat het nieuwe onderdeel van de plant is. Dus vraag bij iedere verandering of ze weten hoe het nieuwe deel heet. Op het werkblad 1 'groei en ontwikkeling' staan tekeningen van verschillende fases van een bol. Kopieer voor alle leerlingen het werkblad. De leerlingen knippen de plaatjes uit, die eerst ingekleurd kunnen worden. Ze leggen of plakken daarna de plaatjes op volgorde. C: DE PLANTEN BLOEIEN Leerdoelen - Leerlingen kunnen de verschillen tussen de bloeiende planten waarnemen en deze ook benoemen. - Leerlingen maken op een creatieve manier kennis met bloeiende planten. - Leerlingen ervaren hoe ze planten moeten verzorgen en leren ze waarderen. Benodigdheden - De vier potjes met planten - Tulp op water - Werkblad 2 Bloemen vergelijken (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Werkblad 3 Boeket (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Werkblad 4 Tulp vouwen (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Bijlage 2 Liedjes & gedichtjes Bloemen vergelijken In deze fase zijn de planten aan het bloeien en zien we de vrolijke kleuren van de narcis, hyacint, krokus en het blauwe druifje en tulp. - Welke kleuren zijn er allemaal te zien? - Hoeveel bloemblaadjes heeft een krokus en hoeveel een narcis? - Welke plant heeft de meeste bloemen? - Hoe ruiken de verschillende bloemen? - Vind je de bloem vies of juist lekker ruiken? - Kunnen ze de bloem met de ogen dicht aan de geur herkennen? - Welke bloem vind je het mooist? - Kun je ook vertellen waarom je die het mooist vindt? - Zie je ook verschillen tussen stengels en bladeren? Kopieer werkblad 2 Bloemen vergelijken voor iedere leerling, waar ze de antwoorden op in kunnen vullen. De leerlingen moeten het werkblad bewaren voor de volgende opdrachten. Maak je eigen boeket Op werkblad 3 Boeket staat een tekening die de leerlingen kunnen inkleuren. Laat ze daarna het boeket uitknippen. Als ze de zijkanten aan elkaar plakken kunnen ze daarna het 14

15 boeket op een leuk plekje zetten, bijvoorbeeld op de eigen tafel op school, of thuis in de vensterbank! Een andere manier is het maken van je eigen tulp. Kijk op werkblad 4 Tulp vouwen voor de uitleg. Liedjes & gedichtjes Over bollen en knollen, voorjaarsbloemen en lente zijn liedjes en gedichtjes geschreven. Enkele daarvan vindt u in bijlage 2. Zing of lees ze samen met de kinderen. D: DE UITGEBLOEIDE PLANT Let op: deze opdracht kan pas +/- 6 weken na de vorige uitgevoerd worden, omdat de plant tijd nodig heeft om uit te bloeien en zich te vermeerderen! De planten moeten in deze periode verzorgd blijven worden! Leerdoelen - Leerlingen leren de verschillen tussen bloeiende en uitgebloeide planten waar te nemen en deze ook te benoemen. Benodigdheden - De vier potjes met uitgebloeide planten - Uitgebloeide tulp Wat is er van over? Opdracht: Leerlingen gaan kijken hoe de plant zich voortgeplant heeft. Werkwijze: Gebruik weer werkblad 2 Bloemen vergelijken waarop de leerlingen de verschillen hebben geschreven tussen de bloeiende planten. Laat ze nu kijken naar de uitgebloeide planten en de antwoorden op de volgende vragen vergelijken met hun eerder gegeven antwoorden. - Wat vind je van de kleur van de blaadjes? Mooi, lelijk, bruin, groen, etc. - Hoe staan de groene bladeren van de plant? - Hoe ruikt de bloem nu die uitgebloeid is? - Is de plant nu dood? - Haal de bollen uit de grond hoe ziet de bol/knol er nu uit? - Zijn er kleine bollen/knollen bijgekomen? - Waarvoor zullen die bolletjes/knolletjes zijn? - Welke plant heeft de meeste bolletjes of knolletjes gekregen? Ter afsluiting kunnen de bollen en knollen in de schooltuin of in het park geplant worden. Een strookje langs een grasveldje is al voldoende. Ieder groepje mag zijn eigen bol of knol planten. Zet er wel een bordje bij, zodat je weet waar je volgend jaar je nieuwe bloemen kunt bekijken. 15

16 2.3 Middenbouw A: KENNISMAKING MET BOLLEN EN KNOLLEN Leerdoelen - Leerlingen kennen verschillende soorten bollen en knollen. - Leerlingen weten het verschil tussen bollen en knollen. - Leerlingen weten uit welke onderdelen bollen en knollen bestaan. - Leerlingen kennen de functies van de delen van de plant. - Leerlingen leren over de relatie tussen de tweede wereldoorlog en het eten van tulpenbollen - Leerlingen weten dat bollen en knollen ook bijvoorbeeld voor kunst gebruikt worden Benodigdheden - Werkblad 5 Wat eten we wel en wat eten we niet (kopieer voor elke leerling) Eventueel: gekochte producten uit het lijstje van werkblad 5, zoals knoflook, rode bieten en suikerbiet (bij de boer) - Werkblad 6 Knol, bol of wortels? (kopieer voor elke leerling) - Werkblad 7 Doorsnede bol & knol (kopieer voor elke leerling) - Bijlage 4: Aardappeleters - 15 Biologische uien - 15 Biologische aardappels Mesjes Introductie Opdracht: Leerlingen ontdekken de verschillen tussen bollen en knollen. Werkwijze: Kopieer werkblad 5 Wat eten we wel en wat eten we niet voor elke leerling. Hierop vullen leerlingen in welke bollen en knollen we wel of niet eten. Het is leuk als u vooraf op de markt of in de supermarkt een aantal bollen en knollen die we gewoonlijk eten koopt. Die laat u in de klas zien. Stel vragen als Welke bollen en knollen heb je wel eens gegeten? Vond je ze lekker? Sommige leerlingen kunnen ingevuld hebben dat tulpenbollen gegeten werden in de tweede wereldoorlog. Vertel hier meer over met behulp van de achtergrondinformatie. Voedsel wordt vaak gebruikt in kunst. Een heel bekend schilderij is: De aardappeleters van Vincent van Gogh. Vraag de leerlingen of ze het schilderij kennen en wat ze er van weten. - Wie heeft het schilderij wel eens gezien? (zie bijlage 4) - Wie heeft het schilderij gemaakt? - Hoe oud denk je dat het schilderij is? Vertel aan de hand van de vragen en antwoorden over de geschiedenis van het schilderij (zie achtergrondinformatie). De aardappeleters 16

17 Bollen, knollen of wortels? Welke plant heeft bollen, knollen of alleen maar wortels? Gebruik hiervoor werkblad 6 Bol, knol of wortels? waarop de leerlingen kunnen aangeven welke planten bollen of knollen of alleen maar wortels hebben. Bespreek de resultaten klassikaal. Een bol of een knol? De leerlingen snijden (per tweetal) een ui doormidden. De helft van de groepjes maakt een dwarse doorsnede en de andere helft een lengtedoorsnede (zie tekening). Laat de leerlingen de doorsnede natekenen. Wat zijn de verschillen? Weten ze de namen van de onderdelen? Welke functie heeft ieder deel? U kunt de betreffende Dwars doorsnede Lengte doorsnede namen en/of een voorbeeld op het schoolbord geven en hun bevindingen erna bespreken (zie ook achtergrondinformatie). Gebruik werkblad 7 Doorsnede bol & knol om de tekening op te maken. Geef de leerlingen ook een aardappel en laat ze die doorsnijden. Ook hier tekenen ze de doorsnede. Gebruik hiervoor ook werkblad 7 Doorsnede bol & knol. Wat is het verschil met de vorige opdracht? Weten de leerlingen de delen van de knol te benoemen? Bespreek de resultaten van deze twee opdrachten klassikaal. B: GROEI EN ONTWIKKELING Leerdoelen - Leerlingen volgen en beschrijven de ontwikkeling van de planten. - Leerlingen kunnen hun waarnemingen omzetten in tekeningen. Benodigdheden per groepje (7 groepjes) - Werkblad 8 Ontwikkeling (voor elke leerling 2 à 3 maal gekopieerd) - 1 Tulpenbol of - 1 potje met bollen 1 glazen (jam)potje 3 Satéprikkers Touwtje Liniaal Pen of potlood Ontwikkeling van bol tot plant Opdracht: Leerlingen volgen de ontwikkeling van een tulpenbol. Werkwijze: De leerlingen gaan per groepje een tulpenbol op water zetten. Ze moeten een glazen (jam)potje vullen met water. Daarna prikken ze voorzichtig 3 prikkers een paar millimeter in de bol. Dus niet te 17 Figuur 1 Bol op glas

18 diep, anders raken ze het groeiend weefsel. De bol kan zo rusten op de jampotrand. Ze moeten ervoor zorgen dat de bolschijf het water net niet raakt (ongeveer 0,5 cm tussen wateroppervlak en bol). Twee maal per week, 4 á 5 weken lang, bekijken de leerlingen de tulpenbol. Per keer kunnen de leerlingen op werkblad 8 Ontwikkeling de veranderingen noteren. Belangrijke onderdelen om op te letten zijn: - De omtrek van de tulpenbol - De lengte van de wortels - De lengte van de stengel - Zijn er al bladeren? - Is er een knop? - Is er een bloem? Op het werkblad staan lege glazen potjes getekend, waarop de leerlingen de veranderingen van de bol kunnen weergeven. Ze meten de omtrek van de bol met een touwtje en een liniaal. De omtrek zal de eerste weken nauwelijks afnemen, na de groei van de stengel neemt de omvang merkbaar af. Waarom? (De voedingsstoffen in de bol worden gebruikt voor de groei). C: DE PLANTEN BLOEIEN Leerdoelen - Leerlingen ontdekken uit welke onderdelen de tulp bestaat. - Leerlingen kunnen de onderdelen benoemen. - Leerlingen ontdekken hoe elke plant zijn bladeren omhoog houdt. - Leerlingen leren de planten verzorgen en waarderen. Benodigdheden - De bloeiende tulp op water - Werkblad 9 Tulp (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Alle bloeiende planten (dus narcis, hyacint, blauwe druif, krokus en tulp) Pen of potlood Papier dat in stroken geknipt moet worden Schaar Bouw van de plant Opdracht: Leerlingen ontdekken hoe de planten zijn gebouwd. Werkwijze: Kijk eens buiten, bloeien daar al bollen? Wat heeft een plant eigenlijk nodig om te groeien? (denk aan zonlicht, water, voedingsstoffen). Laat de leerlingen eens goed naar de bloem van de tulp kijken. Wat zie je daar allemaal? (bloembladen, meeldraden en een stamper) Waar zijn ze voor? Hoe is dat bij de andere planten? Naar aanleiding hiervan kunnen ze werkblad 9 Tulp maken. Laat de leerlingen de onderdelen van de tulp juist benoemen: wortels, bol, blad, bloem, steel. Ze kunnen de tekening ook nog mooi inkleuren. Bespreek of iedereen de onderdelen goed benoemd heeft. 18

19 Het blad De bolgewassen hebben van die lange smalle bladeren. Vraag de klas: - Hoe houden de planten hun bladeren omhoog? Kijk goed naar de verschillende planten. - Waarom houden de planten hun bladeren zo omhoog? (De planten zorgen ervoor dat hun bladeren niet al te slap hangen, omdat ze dan ze te weinig van het zonlicht kunnen profiteren en ze kunnen zo ook regenwater opvangen). Laat de leerlingen uit een vel oud papier 4 lange, 3 cm brede stroken knippen (bij voorkeur A4-papier in de lengterichting. Als je zo'n strook papier van onderen vast houdt, hangt deze slap en bij de planten staan ze omhoog. Bekijk bij de planten hoe ze dit hebben opgelost. Het duidelijkst is dat te zien bij de tulp, de krokus en de narcis. Kun je nu ook je eigen stroken papier stevig maken? - de tulp (onderaan oprollen, bijvoorbeeld om een potlood, strook in de lengterichting oprollen), - de krokus (strook dubbel vouwen, strook in de lengterichting vouwen), - de narcis (strook aan beide kanten vasthouden en spiraalsgewijs oprollen - net als een schietpijltje maar zonder punt - daarna weer loslaten). Komen de leerlingen er zelf niet uit, doe er dan een voor en vraag welke plant op dezelfde manier zijn blad stevig heeft gemaakt. Opvallend aan het blad is ook het waslaagje. Dat is goed te voelen bij de narcis. Het waslaagje is waterafstotend. Dat is duidelijk te zien als u er een druppel water op laat vallen. Naar aanleiding hiervan kunt u de betekenis van het waslaagje uitleggen (zie achtergrondinformatie narcis). D: DE UITGEBLOEIDE PLANT Let op: deze opdracht kan pas +/- 6 weken na de vorige uitgevoerd worden omdat de plant tijd nodig heeft om uit te bloeien en zich te vermeerderen! De planten moeten dus verzorgd blijven worden! Leerdoelen - Leerlingen leren kijken naar de uitgebloeide planten. - Leerlingen ontdekken hoe een plant zich voortplant. Benodigdheden per groepje - De uitgebloeide planten - Werkblad 10 Puzzel (kopieer het werkblad voor elke leerling) Wat is er van over? Opdracht: Leerlingen gaan kijken hoe de plant zich voortgeplant heeft. Werkwijze: Nadat de plant uitgebloeid is, kunnen de leerlingen onderzoeken of er zaad is gevormd. Als de planten nog een tijdje blijven staan, zullen uiteindelijk ook de bladeren slap gaan hangen en verleppen. Dan kunnen de groepjes leerlingen hun bol uit de pot laten halen. Hoe ziet die er uit? Zijn er ook nieuwe bolletjes of knolletjes gevormd? Weet je ook waarvoor deze 19

20 nieuwe bolletjes en knolletjes zijn? Vooral bij de krokus is goed te zien dat de plant zich al heeft geprepareerd op het nieuwe jaar. In de kleine knolletjes op de oude knol zit het voedsel opgeslagen dat door de bladeren door middel van de fotosynthese is geproduceerd. Fotosynthese is het proces waarin licht als energiebron wordt gebruikt om koolstofdioxide en water om te zetten in suikers. Om de planten zich te laten voortplanten kunnen de leerlingen de bollen en knollen in de schooltuin of in het park planten. Een strookje langs een grasveldje is al voldoende. Laat de leerlingen per groepje een bol planten. Zet er een bordje bij, zodat ze volgend jaar hun bol weer kunnen gaan bekijken. Ter afsluiting van de lessenreeks kan de puzzel op werkblad 10 Puzzel ingevuld worden. Leerlingen vullen de ontbrekende woorden in. Als het goed is kunnen ze in de vetgedrukte kolom een woord lezen dat te maken heeft met de lessen over bollen en knollen. Een alternatieve optie is om de leerlingen zelf een puzzel of quiz te laten maken. 20

21 2.4 Bovenbouw A: KENNISMAKING MET BOLLEN EN KNOLLEN Leerdoelen - Leerlingen kennen de verschillen tussen bollen en knollen. - Leerlingen weten welke functies de verschillende onderdelen van de bollen en knollen hebben - Leerlingen weten door zelf te zoeken naar informatie meer over de geschiedenis van bollen en knollen - Leerlingen kunnen hun bevindingen verwerken in een presentatie (in verschillende vormen) - Leerlingen leren de planten verzorgen en waarderen. Benodigdheden - 15 Biologische uien - 15 Biologische aardappels - Werkblad 7 Doorsnede bol & knol (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Werkblad 11 Kaart van Nederland (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Werkblad 12 Quiz (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Bijlage 3 Stripverhaal over de tulp (kopieer de bijlage voor elke leerling) - Bijlage 4 Aardappeleters (kopieer de bijlage voor elke leerling) Mesjes Internet, bibliotheek, kranten, tijdschriften, etc. Attributen voor het maken van een presentatie Introductie Laat de leerlingen opschrijven wat ze al weten over bollen en knollen. Bijvoorbeeld de verschillen en overeenkomsten. De leerlingen kunnen dit aan het eind van deze lessenreeks over bollen en knollen nog eens lezen. Ze kunnen er dan onder schrijven, wat ze er bij hebben geleerd en dit met elkaar bespreken. Een bol of een knol? De leerlingen snijden (per tweetal) een ui doormidden. De helft van de groepjes maakt een dwarsdoorsnede en de andere helft een lengte doorsnede. Laat de leerlingen de doorsnede natekenen en de verschillende onderdelen benoemen en bespreek hun bevindingen. Werkblad 7 Doorsnede bol & knol kunnen ze gebruiken om de tekening op te maken. Dwars doorsnede Lengte doorsnede Geef de leerlingen ook een aardappel en laat ze die doorsnijden. Wat is het verschil met de vorige opdracht? Ook hier tekenen ze de doorsnede en geven ze de verschillende delen een naam. Gebruik hiervoor ook werkblad 7 Doorsnede bol & knol. Bespreek de resultaten. Geschiedenis van bollen en knollen Voor deze opdracht worden de leerlingen in groepjes verdeeld. Ieder groepje gaat een onderdeel van de geschiedenis van bollen en knollen uitzoeken. De onderwerpen zijn 21

22 bijvoorbeeld bollenteelt in Nederland; bollenteelt en het milieu; de tulp en zijn oorsprong; de aardappel; en de aardappeleters van Vincent van Gogh. Goede bronnen voor de informatie kunnen zijn het Internet, maar ook de bibliotheek op school, tijdschriften, kranten en een atlas kunnen handig zijn. In bijlage 3 staat een stripverhaal over de geschiedenis van de tulp dat ook als informatiebron gebruikt kan worden. In bijlage 5 websites rondom bollen en knollen staan een aantal informatieve sites vermeld, die goed gebruikt kunnen worden in dit onderzoek. Laat ieder groepje voor het eind van de lessenreeks een poster, collage, (strip)verhaal, toneelstukje, rollenspel of een quiz maken over hun onderwerp. Zo kunnen ze aan de klas presenteren wat ze te weten zijn gekomen. Als ze een andere presentatievorm kiezen, kan dit natuurlijk ook. Zolang maar duidelijk aan de klas gemaakt wordt wat ze te weten zijn gekomen over hun onderwerp. Op werkblad 12 staan een aantal voorbeeldvragen van een quiz. Als de leerlingen kiezen voor een quiz als presentatievorm, dan kunnen ze deze vragen gebruiken en uitbreiden met vragen over hun eigen onderwerp. Laat de leerlingen zelf een aantal onderzoeksvragen opstellen voor hun onderwerp. De onderstaande zoeksuggesties kunnen daarbij als uitgangspunt gebruikt worden. Hieronder volgt een aantal zoeksuggesties voor de leerlingen per onderwerp. Bollenteelt in Nederland - Waar vindt je de bloembollenteelt in Nederland? Teken dit in op werkblad 11 Kaart van Nederland. - Waarom op die plaatsen en niet op andere plaatsen? - Wat zijn de belangrijkste werkzaamheden van een bloembollenteler? - Wat betekent bollen telen voor onze economie/export? Bollenteelt en het milieu - Wat zijn de belangrijkste werkzaamheden van een bloembollenteler? - Is zijn manier van bollen telen milieuvriendelijk? Waarom wel of waarom niet? - Hoe werden er vroeger bollen geteeld? De tulp en zijn oorsprong - Waar komt de tulp oorspronkelijk vandaan? - Wat is tulpomanie? - Welke namen krijgen tulpen? Aardappel - Waar komt de aardappel oorspronkelijk vandaan? - Hoe worden aardappels geteeld? - Hoeveel aardappels eten Nederlanders per jaar? - Eten ze in andere landen ook aardappels? (wellicht ervaringen uit eigen klas?) De Aardappeleters - Ken je het schilderij van Vincent Van Gogh de aardappeleters? - In welke musea hangt een versie van het schilderij? - Weet je hoe het eruit ziet? (zie ook bijlage 4) - Wat stelt het schilderij voor? 22 De aardappeleters

23 B: GROEI EN ONTWIKKELING Leerdoelen - Leerlingen nemen de groei en ontwikkeling van een plant waar. - Leerlingen kunnen hun waarnemingen formuleren en in grafieken weergeven. - Leerlingen kunnen hun waarnemingen analyseren en daaruit conclusies te trekken m.b.t. tot de groei en ontwikkeling van de plant. Benodigdheden per groepje - 1 Tulpenbol die op water groeit - De vier potjes met bollen en knollen 1 glazen (jam)potje gevuld met water 3 Satéprikkers Grafiekpapier Opmeet materiaal (zelf door de leerlingen te kiezen) Kleurpotloden Tekenpapier Ontwikkeling van bol tot plant Opdracht: De leerlingen gaan hier een eigen onderzoek doen naar de ontwikkeling van een bol tot een bloeiende plant. Werkwijze: Laat de leerlingen de verschillende potjes met bollen en knollen goed bekijken. Kunnen ze al zien welke soorten het zijn? Verdeel de klas in groepjes. Elk groepje gaat de ontwikkeling van de bollen en knollen in één pot volgen. In een pot kunnen meerdere bollen zitten. Als dat het geval is, kiezen de leerlingen één van die bollen uit en markeren deze. Indien gewenst kan de leerkracht het aantal groepjes groter maken. Dan kunnen de bollen uit de pot aarde gehaald worden. Spoel ze uit (dus zand eraf wassen) en zet de bol op een (jam)potje met satéprikkers zoals in figuur 3. Indien satéprikkers gebruikt worden, zorg dat de satéprikkers heel ondiep in de bol gestoken worden, anders wordt groeiend weefsel geraakt. Figuur 1 Bol op glas Gebruik ook de tulpenbollen. Vul een glazen (jam)potje met grind en water en zet de tulpenbol er bovenop. Zorg dat de bolschijf het water net niet raakt (ongeveer 0,5 cm tussen wateroppervlak en bol). Leerlingen bedenken en tekenen hoe de plant die ze voor zich hebben (hyacint, krokus, narcis, tulp of blauwe druif) er later, als die bloeit, uit zal zien. De leerlingen vergelijken de tekening later met de bloeiende plant. Dan wordt zichtbaar van welke aspecten van groei en ontwikkeling van planten de leerlingen zich eerder nog niet bewust waren. 23

24 Om de twee à drie dagen is er telkens een andere leerling van het groepje aan de beurt, bijvoorbeeld een op maandag, een op woensdag en een op vrijdag. De leerling die aan de beurt is geeft water, maakt een tekening van de plant en schrijft daarbij de datum en wat er veranderd is sinds de vorige keer. Denk daarbij aan het verschijnen van bladeren en bloemen en het opmeten van de groei van de plant en de groei van de lengte van de wortels. Laat ze zelf uitzoeken hoe ze dat op een nauwkeurige manier kunnen doen zonder de plant te beschadigen. De leerlingen verwerken de resultaten van hun onderzoek als volgt: - De beschrijving van veranderingen (blad, wortels, hoogte) kunnen in een tijdbalk weergegeven worden. Op een ruitjesvel kan een grafiek van de groei gemaakt worden: een groeicurve. Verticaal de hoogte en op de horizontale as de dagen. Maak de leerlingen er attent op dat als er een dag niet gemeten wordt dat hokje in de grafiek overgeslagen moet worden. Uiteindelijk krijgen ze op deze manier een mooie groeicurve. - Te zien is wanneer de plant het sterkst groeide en wanneer de lengtegroei begon af te nemen. Dit is dan weer te vergelijken met de beschrijvingen uit de tijdbalk. - Wanneer neemt de lengtegroei af? (Dit betekent niet de stop van de groei, maar het moment dat de plant minder hard gaat groeien). - Wat gebeurt er dan met de plant? - Leuk is om de tekeningen en grafieken in de klas op te hangen, zodat de hele klas alle resultaten kan zien. C: DE PLANTEN BLOEIEN Leerdoelen - Leerlingen weten uit welke onderdelen een plant bestaat. - Leerlingen nemen de verschillen tussen de bloeiende planten waar. - Leerlingen weten hoe de verschillende planten hun blad omhoog kunnen houden. Benodigdheden - Werkblad 13 Bouw van de plant (kopieer het werkblad voor elke leerling) - Alle vier de potjes met bloeiende planten - De tulpenbol op water Papier dat geknipt moet worden in stroken Schaar Bouw van de plant Laat de leerlingen de verschillende bloemen vergelijken. Kunnen ze bij elke plant de volgende delen herkennen en hoeveel zijn er van? - bloemkroon - kelk - stengel - stempel - stijl - vruchtbeginsel - bol/knol Bij sommige planten is het aantal meeldraden moeilijk vast te stellen omdat ze aan elkaar vast zitten (zie werkblad 13 Bouw van de plant voor de antwoorden) meeldraad - kroonblad - bloembodem - blad - wortel

25 Deze bijlage hoort bij KB fase A en OB fase A Het blad Opdracht: Leerlingen gaan kijken hoe elke plant zijn bladeren stevig maakt. Werkwijze: De bolgewassen hebben van die lange smalle bladeren. Vraag de klas: - Hoe houden de planten hun bladeren omhoog? Kijk goed naar de verschillende planten. - Waarom houden de planten hun bladeren zo omhoog? (De planten zorgen ervoor dat hun bladeren niet al te slap hangen, omdat ze dan ze te weinig van het zonlicht kunnen profiteren en zo ook regenwater kunnen opvangen). Laat de leerlingen uit een vel oud papier 4 lange, 3 cm brede stroken knippen (bij voorkeur A4-papier in de lengterichting. Als je zo'n strook papier van onderen vast houdt, hangt deze slap en bij de planten staan ze omhoog. Bekijk bij de planten hoe ze dit hebben opgelost. Het duidelijkst is dat te zien bij de tulp, de krokus en de narcis. Kun je nu ook je eigen stroken papier stevig maken? - de tulp (onderaan in de lengterichting oprollen, bijvoorbeeld om een potlood), - de krokus (strook dubbel vouwen, in de lengterichting), - de narcis (strook aan beide kanten vasthouden en spiraalsgewijs oprollen - net als een schietpijltje maar zonder punt - daarna weer loslaten). Komen de leerlingen er zelf niet uit, doe er dan een voor en vraag welke plant op dezelfde manier zijn blad stevig heeft gemaakt. Opvallend aan het blad is ook het waslaagje. Dat is goed te voelen bij de narcis. Het waslaagje is waterafstotend. Dat is duidelijk te zien als u er een druppel water op laat vallen. Naar aanleiding hiervan kunt u de betekenis van het waslaagje uitleggen: het gaat de verdamping van het blad tegen (zie verder de achtergrondinformatie narcis). D: DE UITGEBLOEIDE PLANT Let op: deze opdracht kan pas +/- 6 weken na de vorige uitgevoerd worden omdat de plant tijd nodig heeft om uit te bloeien en zich te vermeerderen! De planten moeten dus verzorgd blijven worden! Leerdoelen - Leerlingen nemen de uitgebloeide planten waar. - Leerlingen weten hoe de planten zich op verschillende manieren voortplanten. - Leerlingen kunnen een presentatie maken in verschillende vormen. - Leerlingen kunnen zich creatief uiten over hun uitgediepte onderwerp. Benodigdheden - De vier potjes met uitgebloeide planten - Uitgebloeide tulp op water Materiaal om de presentaties te maken (van presentatievorm afhankelijk) 25

26 Deze bijlage hoort bij KB fase A en OB fase A Wat is er van over? Opdracht: Leerlingen gaan kijken hoe de plant zich voortgeplant heeft. Werkwijze: Nadat de plant uitgebloeid is, kunnen de leerlingen onderzoeken of er zaad gevormd is. Als de planten nog een tijdje blijven staan, zullen uiteindelijk ook de bladeren slap gaan hangen en verleppen. Dan kunnen de groepjes leerlingen hun bol uit de pot laten halen. Hoe ziet die er uit? Zijn er ook nieuwe bolletjes of knolletjes gevormd? De bollen en knollen kunnen in de schooltuin of in het park geplant worden. Plant per groepje de bol of knol in de grond en zet er wel een bordje bij zodat je hem volgend jaar weer kunt gaan bekijken. Vooral bij de krokus is goed te zien dat de plant zich al heeft geprepareerd op het nieuwe jaar. In de kleine knolletjes op de oude knol zit het voedsel opgeslagen dat door de bladeren door middel van de fotosynthese is geproduceerd. Fotosynthese is het proces waarin licht als energiebron wordt gebruikt om koolstofdioxide en water om te zetten in suikers. Afsluitende presentaties Aan het begin van de lessenreeks, tijdens onderdeel A, de kennismaking met bollen en knollen, hebben de leerlingen de opdracht gekregen om één van de onderwerpen te onderzoeken en daar een presentatie van te geven aan de klas. Nu is het moment aangebroken voor de groepjes om hun bevindingen aan de klas te laten zien. Ieder groepje heeft zelf besloten in welke vorm ze de presentatie gaan doen. 26

27 3 ACHTERGRONDINFORMATIE Wilde planten (met bollen en knollen) vinden we in de natuur vooral in bossen. Voorbeelden van deze groep planten zijn de tulp en de krokus. Door het reservevoedsel dat deze planten in de bollen en knollen hebben, kunnen ze al vroeg in het voorjaar uitgroeien. Dat is erg belangrijk, omdat er dan nog licht op de bosbodem valt. De plant gebruikt dit licht om te groeien. Ook maakt de plant dan reservevoedsel voor het volgende voorjaar. Later krijgen de bomen in het bos hun blad en bereikt te weinig licht de bodem van het bos. Uitwendig lijken de ondergrondse delen van de tulp en de krokus erg op elkaar. Toch zijn er enkele opmerkelijke verschillen. Zo spreekt men bij de tulp van een bol, maar bij de krokus daarentegen van een knol. Hieronder volgt daarover enige uitleg. De bol Figuur 2 Doorsnede van een bol Voorbeelden van bolgewassen zijn: ui, tulp, narcis, hyacint, blauwe druifje, sneeuwklokje, daslook, bieslook, sjalot. Figuur 2 laat de doorsnede van een bol zien. Het onderste deel van de bol wordt de bolschijf genoemd. Centraal op de bolschijf bevind zich het groeipunt. Hieruit ontstaat later de bovengrondse plant. Om dit groeipunt heen staan - op de bolschijf - de rokken. Dit alles samen vormt de bol. Onderaan de bol, tussen de rokken, zitten de okselknoppen. Deze groeien uit tot nieuwe, jonge bolletjes. De kwekers noemen ze klisters. De onderdelen van een bol kunnen vergeleken worden met die van een plant. De bolschijf komt overeen met een verkorte stengel. De rokken zijn te vergelijken met sterk verdikte bladeren, waarin reservevoedsel is opgeslagen. De knol Een belangrijk verschil tussen een bol en een knol is dat de knol, in tegenstelling tot de bol, geen rokken heeft. De knol is een compacte massa. Er worden twee soorten knollen onderscheiden: stengelknollen en wortelknollen. Figuur 4 Wortelknol - Stengelknollen lijken op bollen met een zeer grote bolschijf, maar dan zonder rokken. Voorbeelden van stengelknollen zijn: krokus, speenkruid, gladiool en dahlia. Figuur 3 Stengelknol - Wortelknollen zijn verdikkingen van de wortel, die veel reservevoedsel bevat. De wortelknol is te herkennen aan de zogenaamde ogen of pitten. Dit zijn de beginpunten van nieuwe wortels. Een bekend voorbeeld van een wortelknol is de aardappel. Bolschijf 27

28 Deze bijlage hoort bij KB fase A en OB fase A Bollenteelt in Nederland Nederland is onder andere bekend om zijn bollenvelden. Bloembollen zijn een handelsartikel met grote afzet in binnen- en buitenland. De tulpen en hyacinten zijn echter niet van oudsher bekend in Nederland. Oorspronkelijk zijn ze afkomstig uit Zuid - Europa en Azië. Veel bloembollen vinden hun oorsprong in Turkije en omstreken. Waarschijnlijk hebben kruisvaarders ze meegenomen naar onze streken. Zo rond 1500 kregen bloembollen een wat grotere bekendheid in West - Europa. Onder andere door de inspanning van Carolus Clusius ( ), een plantkundige uit Leiden, die de bloembollenteelt heeft gestimuleerd. Tulpen en hyacinten had men toen niet om de tuin aantrekkelijk mee te maken. Het waren verzamelobjecten die je in de tuinen van kloosters, wetenschappers en rijke kooplieden aantrof. In die tijd dacht men ook dat van bollen geneeskracht uitging. Bloembollen waren in die beginperiode erg zeldzaam en zeer geliefd. En zolang gewenste verzamelobjecten zeldzaam zijn, wordt er een flinke prijs voor betaald. Hoe zeldzamer, hoe duurder! De toenmalige handel had dan ook geen belang bij grote partijen bloembollen. De bloembollenteelt uit de 17e eeuw is vooral bekend geworden door de belachelijk hoge prijzen die men voor de bollen moest betalen. Vooral de tulpenbol spande de kroon. Een prijs van 1800 voor één bol werd regelmatig betaald. De recordprijs voor een tulpenbol lag op Een graaf ruilde zelfs zijn koets met acht paarden voor één enkele bol. Aanvankelijk ging het in deze handel om de levering van de bloembollen zelf: iemand die bollen gekocht had, probeerde ze zo snel mogelijk voor een hogere prijs weer kwijt te raken. Deze verkoop vond plaats per contract. Maar op den duur kwamen er steeds meer handelaren tussen de oorspronkelijke bezitter en de uiteindelijke koper, zodat men zonder daar daadwerkelijk ook het geld voor te hebben of de bol gezien te hebben, een bol op krediet kocht en verkocht. De prijs van een enkele bol liep op deze manier steeds verder op, want iedereen wilde eraan verdienen. Deze handel duurde enkele jaren. Toen tenslotte de prijzen flink daalden probeerden de speculanten zoveel mogelijk bollen te verkopen, waardoor de prijzen naar beneden gingen en de handel ineen stortte. Op dat moment werd duidelijk dat men jarenlang in "wind" gehandeld had. Daarom is deze handel dan ook de geschiedenis ingegaan als de beruchte tulpenwindhandel of tulpomanie. Ook voor de hyacintenbol werden in de 18e eeuw enorme bedragen betaald, maar nooit zo extreem als bij de tulpenhandel. Door de tulpenwindhandel was er veel belangstelling ontstaan voor de bloembollenteelt. De handel in bloembollen veranderde langzamerhand. De productie werd verhoogd en de prijzen daalden. Je zag steeds meer bollenvelden en perken vol éénkleurige tulpen en narcissen. Er ontstonden nieuwe bedrijven en het aantal hectares breidde zich uit van ± 400 ha. in 1870, naar 1500 ha. in 1900 en ± ha. in De gronden achter de duinen, de zogenaamde geestgronden (afgegraven duingronden, bestaande uit een mengsel van zand, veen en soms wat klei) bleken zeer geschikt voor de bollenteelt. Het gebied tussen Haarlem en Leiden is dan ook de oudste bollenstreek. Later bleek dat lichte kleigrond ook geschikt was voor de bollenteelt. Zo zijn ook in bijvoorbeeld 28

29 West-Friesland, Texel en op de Zeeuwse- en Zuid-Hollandse eilanden bollenbedrijven ontstaan. De bloembollenteelt tegenwoordig De bloembollenteelt wordt in de eerste plaats uitgeoefend op gespecialiseerde bedrijven. Daarnaast zijn er akkerbouwbedrijven, veehouderijbedrijven en gemengde bedrijven die de bloembollenteelt als nevenactiviteit beoefenen. In 2004 werd in ons land ruim ha. landbouwgrond gebruikt voor de teelt van bloembollen, verdeelt over 2357 bedrijven 1. Een bollenkweker wil dat één bol meerdere bollen wordt. Hij is dus niet geïnteresseerd in de bloei van bollen of het zaad. De bloemen worden er dan ook afgehaald ( het koppen ) voordat ze zaad hebben kunnen vormen. Zaadvorming vergt veel voedsel en zou ten kosten gaan van de groei van de bol. In het najaar worden de bloembollen machinaal geplant. 's Winters worden de bollenvelden met een laag stro of met plastic afgedekt, om ze tegen vorst te beschermen. In het voorjaar, wanneer de bollen zijn uitgelopen en de bloemen verschijnen, worden de planten op ziekten onderzocht. De bollen worden dan gekopt. Dit koppen gebeurt machinaal, maar ook vaak nog met de hand. Het loof (de stengel en de bladeren) blijft staan. Hieruit neemt de bol namelijk voedsel op, dat nodig is voor de groei van de bol. Een gedeelte van de gekopte bloemen wordt gebruikt voor de slingers van de bekende bloemencorso s in de Bollenstreek. In de zomer, als het loof is afgestorven, worden de bollen machinaal gerooid. Na het oogsten worden de bollen gepeld: de stengelresten en wortelkransen worden met de hand verwijderd. De bollen worden ook direct gesplitst: de jonge (nieuwe) bollen worden er afgehaald. Hierna worden de bollen op grootte gesorteerd (machinaal en met de hand) en daarna gedroogd. Dit drogen gebeurt om vroegtijdig uitlopen en ontwikkeling van ziektekiemen te voorkomen. De kleinere bollen worden weer geplant voor de oogst van volgend jaar. Grote bollen worden geteld en verkocht. De belangrijkste afnemers zijn Duitsland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Japan. Figuur 5 Bollenteelt 1 Productschap Tuinbouw:

30 Deze bijlage hoort bij KB fase A en OB fase A Bolgewassen worden dus niet uit zaad gekweekt. Het zou jaren duren voordat een bloemproducerende bol wordt verkregen. Wanneer men echter een nieuwe soort wenst, dan moet men wel met zaad werken. Men kruist dan de bloemen en wint het zaad om zo de nieuwe rassen te verkrijgen. Dit is echter een heel andere activiteit. Als in de natuur het loof is afgestorven gaat de bol in zogeheten rust. Een periode met een bepaalde temperatuur (bijvoorbeeld een vorstperiode) zorgt ervoor dat deze rust doorbroken wordt en de bol weer gaat uitlopen. Na de rustdoorbreking bepaalt vooral de temperatuur de snelheid van de verdere groei. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de groei. Kwekers kunnen de rustdoorbreking nabootsen. Ze moeten de bol dan, gedurende een periode, op een bepaalde temperatuur bewaren. Bij de diverse planten gelden verschillende perioden en (verschillende, veelal lage) temperaturen. Na het doorbreken van de rust bepaalt de kweker via de keuze van een bepaalde kastemperatuur de snelheid van de verdere groei. Via deze foefjes kan de kweker er tegenwoordig voor zorgen dat het gehele jaar (bol-) bloemen leverbaar zijn. Zo zijn er in november en december al tulpen te koop. Bollenteelt en het milieu Een keerzijde van alle mooie bolgewassen die we kunnen kopen is dat de teelt niet erg milieuvriendelijk is. Ten eerste wordt er veel gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Een deel van de middelen komt direct in het milieu terecht. De gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt om; schadelijke wormpjes en schimmels, die in de bodem voorkomen, te doden. Dit wordt grondontsmetting genoemd. Dit is het grootste milieuprobleem veroorzaakt door de bollenteelt. Een oplossing zou zijn dat er meer gebruikt wordt gemaakt van vruchtwisseling. Hierbij wordt elk jaar een ander gewas op hetzelfde stuk grond geteeld. Wanneer men elk jaar hetzelfde gewas op hetzelfde stuk grond teelt, kunnen de bodemparasieten zich explosief ontwikkelen. Het grondontsmetten mag slechts 1x per vijf jaar om de telers te dwingen om aan vruchtwisseling te doen. de geoogste bollen tegen schimmels te beschermen. Dit heet bolontsmetting. om het onkruid te bestrijden, omdat dit onkruid anders licht en voedsel wegneemt voor de bolgewassen. om de uitgegroeide bolplanten preventief te beschermen tegen schimmels en bladluizen, de gewasbespuiting. en tot slot om de bollen in de ruimtes waar ze bewaard worden te beschermen tegen bepaalde insecten, die hun eitjes in de bollen leggen. Dit wordt ruimtebehandeling genoemd. Ten tweede worden de bollenpercelen te veel bemest. Slechts een derde deel van de mest wordt daadwerkelijk door de planten gebruikt. De rest komt in de lucht, de bodem en het grondwater terecht. Om de bollenteelt milieuvriendelijker te maken, hebben sommige telers ervoor gekozen hun bollen op een minder schadelijke manier te telen: op biologische wijze. De bollen heten dan ook biologische bollen. In Nederland gebeurt dit nog heel weinig. 30

31 De tulp De tulp is via Turkije naar West-Europa gekomen. Een keizerlijke gezant kwam in de 16e eeuw in Turkije met de tulpenbol in aanraking. Men heeft hem waarschijnlijk willen uitleggen dat de bloem van de bol op een tulband ( tulipat in het Turks) leek. De gazant moet begrepen hebben dat tulipat de naam van de bol was, want sindsdien wordt de bol Tulipa genoemd. De Turkse naam voor de tulp was namelijk Lala. De tulp is via de plantkundige Carolus Clusius in Nederland terechtgekomen. In 1594 bloeide in Leiden de eerste tulp. Nederland is beroemd geworden door de tulp. Belangrijke kenmerken van de plant: De bloem heeft zes bloembladen, die in twee kransen van drie bij elkaar staan. In de bloem zitten 6 meeldraden en een stamper. De stamper bestaat uit een langwerpig, bijna driehoekig vruchtbeginsel en een stempel. De stengel is erg breekbaar. De bladeren zijn lang en puntig. De nerven lopen evenwijdig aan elkaar. Het onderste deel van het blad sluit als een kokertje om de stengel. De bladeren staan als een krans om de stengel heen. Op het blad zit een wasachtig laagje dat als bescherming dient tegen uitdroging. Tulpenbollen eten in de WOII In de Tweede Wereldoorlog was er niet voldoende voedsel. Voedselbonnen werden uitgedeeld, maar daar hadden de meeste mensen niet genoeg aan. Daarom gingen ze op zoek naar andere eetbare dingen, waaronder rauwe suikerbiet, zuring, brandnetelsoep en tulpenbollen. Vaak werden mensen ziek van het eten van tulpenbollen, omdat ze giftig kunnen zijn. Een stripverhaal met de geschiedenis van de tulp staat in bijlage 3. Figuur 6 Tulp 31

32 Deze bijlage hoort bij KB fase A en OB fase A De narcis De narcis komt in het wild in een groot deel van Zuid-, West- en Oost-Europa voor. Maar sinds de Middeleeuwen zijn narcissen als siergewas al in tuinen te zien. De handel in narcisbollen is niet zo extreem geweest als die van de tulpen- of hyacintenbol. Pas aan het eind van de 19e eeuw kwam de verspreiding van de narcis als siergewas goed op gang. De naam narcis wordt wel in verband gebracht met het Griekse woord Narkao, dat bedwelmen betekent. Sommige narcissen verspreiden dan ook een heel sterke geur. Maar bekender is de verklaring die gebaseerd is op een oude Griekse mythe: Narkissos was de zoon van een riviergod. Hij was erg knap en heel veel vrouwen waren gek op hem. Maar Narkissos voelde geen liefde voor mensen of andere levende wezens. Ook voor de liefde van de nimf Echo bleef hij volkomen onverschillig. Diep bedroefd en teleurgesteld ging Echo naar de godin van de wraak. Ze vroeg of de godin Narkissos wilde straffen voor zijn harteloosheid. En dat gebeurde... Toen Narkissos tijdens een jachtpartij uitrustte en wat water uit een heldere beek dronk, zag hij in het water zijn spiegelbeeld. Hij herkende zichzelf niet en... werd op slag verliefd op de man die hij in het water zag. Dagenlang bleef hij naar zijn spiegelbeeld kijken, totdat hij volkomen uitgeteerd was. Want eten en drinken deed hij die dagen niet. Toen kreeg de godin van de wraak medelijden met hem en veranderde hem in een prachtige bloem. Narkissos werd een bloem, waarvan de kleur zo bleek was als zijn huid, maar met een geel hart, dat omringd was met oranjerood: de Narcis. Figuur 7 Narcis Kenmerken van de plant: De bladeren van de narcis zitten niet aan de bloemstengel vast. Ze komen afzonderlijk uit de bol tevoorschijn. Opvallend is dat het blad wat schroefvormig gedraaid is. Hierdoor is het blad waarschijnlijk wat steviger. De bladeren zijn grijsachtig groen. Die tint ontstaat door het waslaagje. Men kan dit aantonen door het blad horizontaal te houden en er een paar waterdruppels op te laten vallen. De waterdruppels trekken zich bolvormig samen. Als men het waslaagje weg wrijft verschijnt hieronder de echte fris groene kleur van het blad. Laat men er nu water op vallen dan vloeien de druppels uit. Het waslaagje zorgt ervoor dat het blad niet teveel water verdampt. Hierdoor wordt uitdroging voorkomen. De trompetnarcis heeft één bloem per stengel. Veel andere soorten narcissen hebben er meer. 32

33 De krokus De krokus is één van onze oudste siergewassen. Waarschijnlijk is hij al in de Middeleeuwen hierheen gebracht uit de gebieden rond de Middellandse Zee. De krokus is een knolgewas, evenals de aardappel en de dahlia. Uit de krokusknol verschijnen eerst de bladeren verpakt in een vliesje. Daarna verschijnt de bloemknop, die ook door een vliesje wordt beschermd. In de klas gaat de bloem snel open. Als u hem een kwartier koud wegzet, sluit hij zich weer. Kenmerken van de plant: De bladeren zijn smal en donkergroen, met een lichte streep in het midden. De bloemen zijn paars, geel of wit van kleur. Ze gaan open bij een temperatuur boven 8 graden Celsius. In de geopende bloem kunnen de leerlingen goed de stempels en de meeldraden zien. Het stuifmeel is kleverig en blijft gemakkelijk aan het lichaam van de insecten kleven die op bezoek komen in de bloem. Ook vogels komen op de bloemen af. Spreeuwen en mussen eten graag van de bloemen. Figuur 8 Krokus Het blauwe druifje Het blauwe druifje behoort tot de familie van de lelieachtigen. De bloemetjes bevatten veel nectar. De bijen komen er op hun eerste voorjaarsvluchten meestal wel bij terecht. De plant komt, net als de tulp, uit de bergachtige streken van Klein - Azië. Kenmerken van de plant: Aan een bloemsteel van ongeveer 10 cm hangt een trosje met kleine blauwe klokjes. De bladeren zijn groen, enigszins dik. Het blauwe druifje is vorstbestendig, toch kan het blad door de vorst slap gaan hangen, maar richt zich later weer op. De bloem is gevoelig voor vorst. Figuur 9 Blauw druifje 33

34 De hyacint De hyacint komt uit Klein-Azië, waar ook veel soorten wilde tulpen, narcissen, krokussen en andere bolgewassen vandaan komen. De wilde hyacint, die een ijlere bloemtros heeft dan de gekweekte soort, bestaat alleen in blauw en wit. De gekweekte is er in wit, diverse tinten blauw, rood, roze en geel. Deze bijlage hoort bij KB fase A en OB fase A Kenmerken van de plant: De bloemen zijn klein en klokvormig. Ze staan op korte steeltjes in een lange tros aan het eind van de bloemstengel. Evenals de tulp en de narcis hebben zij 6 blaadjes, 6 meeldraden en een stamper met 3 kamertjes. De bloemen verspreiden een zware geur die insecten aantrekt. Ook worden ze in de cosmetische industrie gebruikt. De bladeren komen evenals bij de narcis direct uit de bol en niet van de stengel, zoals bij de tulp. Ze zijn kleiner en harder groen dan de bladeren van de narcis en missen het wasachtig laagje. Ze hebben de vorm van een schuitje, zodat ze buiten het regenwater goed kunnen opvangen en naar de bol voeren. Figuur 10 Hyacint De Ui De precieze herkomst van de ui is onbekend. Wel blijkt uit oude geschriften van 3000 v. Chr. dat de ui voor het eerst in delen van Azië is gekweekt. Rond deze periode groeide hij ook in China en later ook in het oude India. Van daaruit moet hij meegenomen zijn naar Griekenland en Egypte. In decoraties en hiërogliefen van piramides komt de ui veelvuldig in beeld. Uien werden door Grieken en Romeinen gebruikt. Als lid van de Allium-familie, waartoe ook knoflook en prei behoren, groeide de ui in Griekse groentetuinen. Een deel van de markt in Athene werd zelfs ta skoroda genoemd, wat de knoflook betekent en aangeeft dat de handel in allium deel uitmaakte van het dagelijkse handelsleven. Toen de Romeinen de ui in Europa hadden geïntroduceerd werd Figuur 11 Ui hij, toen nog als groente, snel populair. Dit blijkt onder meer uit een levendige handel op de markt van Londen in de dertiende eeuw, waar zelfs geïmporteerde uien werden verkocht. Vanaf dat moment wint de ui aan terrein, zowel in Europa als daarbuiten. 2 De ui wordt in de hele wereld, dus door alle culturen, gegeten! Welke andere bol kan dit zeggen? Nederland is de grootste uienexporteur van de wereld. Het grootste gedeelte wordt vervoerd naar onze buurlanden, maar ook deels naar Afrika en Azië. In ons land eten we ongeveer 4 á 5 kilo uien per persoon per jaar. De uienbol bevat veel suiker en aromatische olie die de typische uiensmaak veroorzaakt. Afhankelijk van het oliegehalte zijn de rassen te verdelen in scherpe, half scherpe en zoete uien. De vroege zaaiui is vanaf begin augustus als groene ui oogstbaar. In september volgt

35 de oogst van de bewaarui. Deze is onder goede bewaarcondities tot ver in het voorjaar houdbaar. De aardappel Het is bijna niet voor te stellen dat de aardappel bij onze voorouders onbekend was. Dit gewas komt oorspronkelijk uit Zuid- Amerika. Het is pas na de ontdekking van dit werelddeel in Europa terecht gekomen. Vervolgens heeft het heel lang geduurd voordat de knollen als voedsel werden geaccepteerd. Figuur 12 Aardappel De aardappel (Solanum tuberosum) behoort tot de familie van de nachtschaden of Solanaceae en bij deze familie is het oppassen geblazen. Ze zijn namelijk giftig. Ook de aardappelplant, de groene knollen, de aardappelspruiten en vooral de bessen met het zaad zijn giftig. De blanke knol is echter gifvrij. Kunst Aardappels worden ook als object voor kunstwerken gebruikt. Het meest bekende voorbeeld is van de beroemde schilder Vincent van Gogh. Hij schilderde: De Aardappeleters, in 1885 in Nuenen. Het is geschilderd met olieverf op doek. Van het schilderij zijn er verschillende versies. De Aardappeleters" hangt zowel in het Van Gogh Museum in Amsterdam als in het Kröller- Müller museum. Vincent van Gogh heeft drie versies van het doek gemaakt, de eerste versie, waar maar 4 personen op staan, en de derde (definitieve) versie hangen in het Van De aardappeleters Gogh Museum, de tweede versie hangt in het Kröller-Müller museum. 3 Details van het schilderij Zo kun je duidelijker zien wat de mensen in het schilderij doen. De man drinkt koffie die de vrouw net heeft ingeschonken. De andere mensen snijden het eten. Het eten bestond alleen uit aardappels, omdat er in die tijd voor arme mensen nauwelijks iets anders te eten was. Vincent van Gogh schilderde heel gedetailleerd. Let bijvoorbeeld op de rimpels op de handen van de man en de vrouw die aan het snijden zijn. Afgebeeld is de familie De Rooij. In bijlage 4 is een grotere versie van het schilderij te zien. 3 Bertine Centen-Nieuwenkamp van Stichting Kroller-Muller Museum,

36 Deze bijlage hoort bij KB fase A en OB fase A 4 LITERATUUR Gebruikte bronnen Gevaert Bea, Standaard vertelboek, voor kleuterleidsters en ouders van jonge kinderen. Lente en Zomer, Deel II, Standaard Uitgeverij Antwerpen/Amsterdam, 1975 Bertine Centen-Nieuwenkamp, Stichting Kroller-Muller Museum, contact, Liedjes: bezocht op Van Gogh Museum, Amsterdam, bezocht op Internet-websites Er zijn veel internetsites waar informatie te vinden is over bollen, knollen en het voorjaar. Enkele voorbeelden van informatieve sites zijn: Kijk verder naar bijlage 5: websites rondom bollen en knollen 36

37 BIJLAGEN Bijlage 1: Voorjaarsverhaal Bijlage 2: Liedjes & gedichtjes Bijlage 3: Stripverhaal over de tulp Bijlage 4: De Aardappeleters van Vincent van Gogh Bijlage 5: websites rondom bollen en knollen 37

38 Deze bijlage hoort bij KB fase A en OB fase A BIJLAGE 1: VOORJAARSVERHAAL HET ONGEHOORZAME VIOOLTJE Prinses Lentebloem was op weg naar de aarde, ze had haast want de lente hing al in de lucht en misschien had het bleke lentezonnetje de sneeuwklokjes al wakker gemaakt. Nu moet je weten dat Koning Winter nog af en toe met hagel- en sneeuwbuien durfde te strooien of zelfs een koude windvlaag over de aarde liet blazen. Daarom ging Prinses Lentebloem eerst het zonnetje helpen, dat erg zijn best deed om stralen tussen de grijze winterwolken te duwen. Dat was een heel karwei. Ondertussen was er diep onder de grond een sneeuwklokje ontwaakt uit zijn winterslaap. He, word eens wakker, lieve zusjes riep het. Voelen jullie niet dat de aarde warmer wordt? Het is tijd om jullie klaar te maken voor de lente. De sneeuwklokjes begonnen onmiddellijk met hun fijne worteltjes voedsel en water in het zand te zoeken. Langs die wortelhaartjes ging het water naar hun bloembolletje zodat het groot en sterk werd en er een mooi sneeuwklokje kon uitgroeien. Nu maakten die sneeuwklokjes toch zo n drukte onder de grond, dat er een viooltje wakker was geworden. Oei, riep het met een fijn stemmetje, de lente is er al en ik sliep nog. Blijf jij maar lekker slapen, zei een sneeuwklokje, de lente is nog maar net in aantocht en het is nog veel te koud voor jou. Je weet toch dat wij eerst moeten bloeien om met onze fijne witte klokjes de lentebloemen wakker te tingelen. Maar dan kan ik je helpen, sprak het viooltje weer, de mooiste liedjes speel ik op mijn viool en ik zal heel luid spelen, zodat ze het allemaal horen. Ach, klein viooltje, als wij ons kopje boven de grond steken is het nog bitter koud en er ligt soms nog sneeuw, daarom worden we ook sneeuwklokjes genoemd. Jij moet je liedjes 38

39 zingen als de lentezon schijnt, want nu wordt je vast ziek van de koude. Dat is niets, zei het koppige viooltje, ik wil de sneeuw zien en ik ga toch met jullie mee. Als Prinses Lentebloem nu maar vlug komt, dacht het sneeuwklokje, anders gebeuren er nog ongelukken met ons viooltje. Maar Prinses Lentebloem had zoveel werk om Koning Winter te verjagen dat ze nog steeds niet op de aarde was aangekomen. Toch hadden enkele sneeuwklokjes al hun eerste sprietjes door het zand geduwd. En het stoute viooltje werd zo kwaad omdat het te langzaam groeide dat het al zijn wortels rekte en strekte om zoveel mogelijk water te drinken. Het groeide en groeide en toen het eindelijk boven de aarde kwam, was de sneeuw al gesmolten. Nu heb ik nog geen sneeuw gezien, huilde het viooltje en snikkend nam het zijn viool en speelde een treurig wijsje. Toen de krokussen het viooltje hoorden spelen schoten ze verschrikt wakker. Wij hebben te lang geslapen, riepen ze opgewonden. Wat zal Prinses Lentebloem ontevreden zijn! en uit angst staken ze onmiddellijk hun blaadjes door de grond. Zie je nu wat er gebeurt, zeiden de sneeuwklokjes, je gaat de andere lentebloemen ook wakker maken en die zullen door jouw schuld ziek worden van de kou. Maar het viooltje luisterde niet en speelde luider en luider zodat alle lentebloemen het hoorden. Anemoon, paasbloemen, meiklokjes en tulpen maakten zich al klaar om naar de zon te groeien. Toen het viooltje de volgende dag nog meer liedjes wilde spelen, was het helemaal stijf geworden van de kou en kon niet meer bewegen. Daarbij blies de wind nog zo stevig dat de viool op de grond viel en in tien stukken brak. Gelukkig is Prinses Lentebloem toen aangekomen, zodat de sneeuwklokjes de lente mochten inluiden. De krokussen waren wel wat vroeg dat jaar, maar het lentezonnetje lachte hen toe en dat gaf hun moed om verder te groeien. De andere lentebloemen werkten zich nu naar boven, alleen de tulpen bleven nog wat slapen. En het viooltje? Het werd weer helemaal beter door het lekkere warme zonnetje; maar een nieuwe viool heeft het van Prinses Lentebloem niet gekregen. Dat was de straf voor het ongehoorzame viooltje. Bea Gevaert Uit het boek Standaard vertelboek, Lente en Zomer, Deel II. 39

40 Deze bijlage hoort bij KB - fase C en OB fase C BIJLAGE 2: LIEDJES & GEDICHTJES Op deze pagina staat een aantal liedjes en gedichtjes over lente, bloemen en bolletjes. Zeg en zing ze samen met de leerlingen. LIEDJES Een krokusje in het gras Tekst en melodie: Lin de Laat Bron: Bolletjes Liedje uit Zingen in de kring van Herman Broekhuizen, De Toorts Haarlem 40

41 Deze bijlage hoort bij KB - fase C en OB fase C Bloemetjes Tekst en melodie: Lin de Laat Bron: GEDICHTJES Bloem Dag bloem, dag mooie bloem Je krijgt van mij een lentezoen Zo blij ben ik met jou Weg is alle winterkou Wordt wakker bol In de grond zit een bol. Al de hele winter lang. Net of hij slaapt Dan komt de lente. De zon schijnt De grond wordt warm Word wakker bol! Steek je neus naar buiten. Ga maar groeien En wordt een mooie bloem. Bloembolletje Bloembolletje klein, Slaap je nog zo fijn? De winterkou is weg. Kom maar naar buiten zeg! Steek je groene snuit Maar gauw je huisje uit. Bovenaan je steel Word je misschien wel rood of blauw of geel Bloembolletje klein, Kom maar gauw, het is hier fijn! Lente in het bos Als het eerste plantje groeit, De egeltjes weer spelen op het mos. Als de eerste krokus bloeit, Begint de lente in het bos. Als de koekoek buiten koekoek zegt, En de mus een nest gaat bouwen. En de eerste duif een eitje legt, En twee kikkertjes gaan trouwen. Als het eerste plantje groeit, De egeltjes weer spelen op het mos. Als de eerste krokus bloeit, Begint de lente in het bos. Bolletje in de klas Kleine tere bolletjes, Lekker dik en rond, Steken met hun kopjes Net nog boven de grond. Al die bolletjes in een pot, Staan heel dicht voor het raam. Kinderen kunnen haast niet wachten, Tot ze bloeien gaan! 41

42 Deze bijlage hoort bij BB fase A BIJLAGE 3: STRIPVERHAAL OVER DE TULP 42

43 43 Deze bijlage hoort bij BB fase A

44 Deze bijlage hoort bij BB fase A Onder water Sommige bollentelers zetten na de oogst hun land onder water. Onkruid, ziekten en plagen krijgen daardoor geen kans zich te ontwikkelen. Het water trekt vogels aan die naar voedsel zoeken, zoals de lepelaar. De bollenteler teelt op zijn land elk jaar een ander gewas. Zo verkleint hij de kans op plantenziekten. De teler huurt dan van een boer land om tulpen op te telen. 44

45 45 Deze bijlage hoort bij BB fase A

46 Deze bijlage hoort bij MB - fase A en BB fase A BIJLAGE 4: DE AARDAPPELETERS VAN V. VAN GOGH Bron: Van Gogh Museum, Amsterdam, bezocht op

47 BIJLAGE 5: WEBSITES RONDOM BOLLEN EN KNOLLEN Websites voor de kleutergroepen Websites voor de onderbouw/ groep 3 en 4 Websites voor de middenbouw / groep 5 en 6 Websites voor de bovenbouw / groep 7 en 8 In deze brochure is per bouw een overzicht met interessante websites met de bijbehorende adressen gegeven. Misschien is het makkelijker en sneller als u al deze adressen niet hoeft in te typen. Ga dan naar de website van Natuurmuseum Nijmegen: U ziet dan een icoontje Bollen en Knollen. Klik hierop en u komt terecht bij dezelfde overzichten. Nu hoeft u adressen niet in te typen maar u kunt direct doorklikken. 47

48 Websites Kleuters (Groep 1-2) Algemene informatie voor de leerkracht over bloembollen algemene informatie voor de leerkracht over de lente Werkbladen Stempel de woorden bij de tulp: Plaatjes kleuren, uitknippen, in de goede volgorde op reep plakken en er een muts van maken Knip plaatjes van bloembollen uit en plak ze in de tuin Op volgorde plakken (van zaadje/bol tot plant) rkblad).jpg Rekenen Powerpoint, tellen tot 10 met bloembollen Sorteerlotto lentebloemen tellen tot 10 Zet een streepje onder de goede tulp (tellen) 20goede%20tulp.pdf Kralenplanken Spelletje (memorie) Kleurplaten 48

49 Knutselen Maak een tulp (eenvoudig) (iets moeilijker) Vouwwerkjes lente link tulp Filmpjes Verschil bol en knol groep 2-5 3:39 min De groei van de tulp groep 2-5 3:50 min Hoe groeit een aardappel? groep 2-6 0:47 min Uit mijn bol (liedje over de lente) Groep 2-5 1:45 min Bollen planten (met machine) Keukenhof Digischool/kennisnet In de leermiddelendatabase van digischool/kennisnet is ook veel te vinden. Hierbij is het noodzakelijk om in te loggen. Hiervoor moet u aangemeld zijn: Kijk daarna naar.. Algemeen Diverse activiteiten met het thema lente Knutselen Tulpen mozaieken- plaatjes pg 49

50 Websites Onderbouw (Groep 3-4) Algemene informatie leerkracht Lesproject bloembollenteelt. Met kijken naar bloembollen, plant-activiteiten, knutselactiviteiten, werkbladen en achtergrondinformatie: Museum De zwarte tulp (vanaf 7 jaar in Lisse) Voor leerkrachten en leerlingen bovenbouw basisonderwijs lesbrieven met algemene informatie over bollen. tip. Bijvoorbeeld deze lesbrief bollen en knollen Ter plekke zijn er voor het onderwijs speurtochten en rondleidingen mogelijk. Werkbladen Namen bloembollen, kleuren, wel of geen bloembol, hoe ziet het er onder de grond uit Spelletjes Memorie bloembollen en bordspel (klik op basisonderwijs) Rekenen: Bloembollen tellen tot 10 (powerpoint) Knutselen eenvoudige tulp iets moeilijker tulp Bloembollen in de tuin Filmpjes (beeldbank) Verschil bol en knol groep 2-5 3:39 min De groei van de tulp groep 2-5 3:50 min Tulpen vanaf groep 4 1:50 min Ken je bloeiende hyacinten? vanaf groep 4 1:15 min Hoe groeit een aardappel? groep 2-6 0:47 min Uit mijn bol (liedje over de lente) Groep 2-5 1:45 min 50

51 Digischool/kennisnet In de leermiddelendatabase van digischool/kennisnet is ook veel te vinden. Hierbij is het noodzakelijk om in te loggen. Hiervoor moet u aangemeld zijn: Kijk daarna naar Werkbladen Werkblad herkennen van de bloemen, zet de juiste naam bij de bloem loemen bollen_.doc Werkblad met extra (moeilijkere)opdrachten xtra_opdrachten_bloemen.doc Werkblad bloembollen onderzoeken en tekenen binnenste van bloembol en extra opdracht Bollen.doc Werkboekje groep 3 Woordjes van delen van een plant(narcis) op de goede plek schrijven, 6 plaatjes van bloembollen uitknippen in de goede volgorde plakken _gr_3_bloemen_lente.doc Werkboekje groep 4 als groep 3 + zinnen op goede volgorde schrijven, bloembollen herkennen de_lente4.doc Knijpkaart Teksten en plaatjes rondom bollen en knollen combineren. entebol.xls Spelletjes bordspel NGSPEL.pdf Lente Allerlei suggesties onder het thema lente Thematische leesbladen waarin de volgende klanken aan bod komen: ie, oe, eer, oor, eur, aai, ooi, oei, nk, ng, sch. Oefeningen voor het lezen en het spellen van woorden met deze klanken (groep 3 en 4) aan de hand van een voorjaarsversje aden_groep_3.doc 51

52 Websites Middenbouw (Groep 5-6) Algemene informatie leerkracht Museum De zwarte tulp (vanaf 7 jaar in Lisse) Voor leerkrachten en leerlingen bovenbouw basisonderwijs lesbrieven met algemene informatie over bollen. tip. Bijvoorbeeld deze lesbrief bollen en knollen Ter plekke zijn er voor het onderwijs speurtochten en rondleidingen mogelijk. Achtergrondinformatie leerkracht Lesproject bloembollenteelt van Het kleine Loo : Met bloemen uit bol, knol en wortel, bloembollenteelt, werkbladen en achtergrondinformatie: Bijbehorende werkbladen (bloembollen) (bloembollenteler) (zo groeit een tulp) (wat doet de bloembollenteler) Bijbehorende antwoorden: informatie voor leerlingen kies bloembollen Werkbladen Zie eerder genoemd lesproject Kleine Loo Spelletjes Memorie en bordspel memorie en bordspel Knutselen Maak een narcis Filmpjes/Afbeeldingen (beeldbank) Verschil bol en knol groep 2-5 3:39 min De groei van de tulp groep 2-5 3:50 min Tulpen vanaf groep 4 1:50 min 52

53 Ken je bloeiende hyacinten? vanaf groep 4 1:15 min Hoe groeit een aardappel? groep 2-6 0:47 min Hoe groeien uien? Vanaf groep 5 2:25 min Uit mijn bol (liedje over de lente) Groep 2-5 1:45 min Webkwestie bloembollen (groep 6-8): Een webkwestie is een webopdracht waarin kinderen via internet dingen leren over een onderwerp. In deze gaan ze op zoek naar een aantal zaken rondom bloembollen: de geschiedenis, het kweken en veredelen, de bloemenveilingen en spreekwoorden. Digischool/kennisnet In de leermiddelendatabase van digischool/kennisnet is ook veel te vinden. Hierbij is het noodzakelijk om in te loggen. Hiervoor moet u aangemeld zijn: Allerlei suggesties onder het thema lente Begrijpend lezen les Leerlingenblad en opgavenblad te gebruiken als begrijpend leesles over de geschiedenis van de tulp en hoe de tulp groeit. Practicum ui en aardappel _ui_en_aardappel.doc Woordzoeker er_bloemen_en_planten.doc 53

54 Websites Bovenbouw (Groep 7-8) Algemene informatie leerkracht Museum De zwarte tulp (vanaf 7 jaar in Lisse) Voor leerkrachten en leerlingen bovenbouw basisonderwijs lesbrieven met algemene informatie over bollen. tip. Bijvoorbeeld deze lesbrief bollen en knollen Ter plekke zijn er voor het onderwijs speurtochten en rondleidingen mogelijk. Achtergrondinformatie leerkracht extra lessen voor leerkracht Lesproject bloembollenteelt van Het kleine Loo : Met bloemen uit bol, knol en wortel, bloembollenteelt, werkbladen en achtergrondinformatie: Bijbehorende werkbladen: (zo groeit een tulp) (wat doet de bloembollenteler) Bijbehorende antwoorden: Les over de bloembollenteelt Bijbehorend informatieblad: Bijbehorend werkblad: extra informatie leerling kies bloembollen Werkbladen Zie bovenstaande lessen Spelletjes Memorie en bordspel memorie en bordspel Filmpjes/Afbeeldingen (beeldbank) Tulpen vanaf groep 4 1:50 min Ken je bloeiende hyacinten? vanaf groep 4 1:15 min 54

55 Hoe groeien uien? Vanaf groep 5 2:25 min Webkwestie bloembollen (groep 6-8): Een webkwestie is een webopdracht waarin kinderen via internet dingen leren over een onderwerp. In deze gaan ze op zoek naar een aantal zaken rondom bloembollen: de geschiedenis, het kweken en veredelen, de bloemenveilingen en spreekwoorden. Digischool/kennisnet In de leermiddelendatabase van digischool/kennisnet is ook veel te vinden. Hierbij is het noodzakelijk om in te loggen. Hiervoor moet u aangemeld zijn: Lente en Pasen, een keuzemap 10 opdrachten waar kinderen zelfstandig aan kunnen werken. rten_lente.doc Werkbladen Werkblad/Informatieblad Bollen en knollen knollen.pdf Practicum ui en aardappel groep ui_en_aardappel.doc Aardappellabyrint maken abyrint_maken.doc Woordzoeker er_bloemen_en_planten.doc I like the flowers (engels liedje over lentebloemen) Handleiding leerkracht Engelse_les I_like_the_flowers_.doc Bijbehorend werkblad ngelse_les.doc 55

56 WERKBLADEN Werkblad 1: Groei en ontwikkeling Werkblad 2: Bloemen vergelijken Werkblad 3: Boeket Werkblad 4: Tulp vouwen Werkblad 5: Wat eten we wel en wat eten we niet Werkblad 6: Knol, bol of wortels? Werkblad 7: Doorsnede bol & knol Werkblad 8: Ontwikkeling Werkblad 9: Tulp Werkblad 10: Puzzel Werkblad 11: Kaart van Nederland Werkblad 12: Quiz Werkblad 13: Bouw van de plant 56

57 WERKBLAD 1: GROEI EN ONTWIKKELING Deze bijlage hoort bij KB - fase B en OB fase B Kleur de verschillende plaatjes in, knip ze uit en leg ze in de goede volgorde van bol (klein) tot een mooie bloem (groot). 57

58 WERKBLAD 2: BLOEMEN VERGELIJKEN Bekijk en onderzoek de bloeiende planten. Vul daarna het schema in. Deze bijlage hoort bij OB fase C Narcis Hyacint Krokus Blauw Druifje Welke kleuren zie je? Hoeveel blaadjes tel je? Welke plant heeft de meeste bloemen? Hoe ruikt de bloem? Lekker of vies? Welke vorm heeft de bloem? Welke bloem vind je het mooist? Waarom vind je die het mooist? 58

59 Deze bijlage hoort bij KB fase C en OB fase C WERKBLAD 3: BOEKET 59

60 WERKBLAD 4: TULP VOUWEN Deze bijlage hoort bij OB fase C Pak een vouwblaadje met een mooie kleur en vouw het blaadje zoals op de tekening. Knip daarna de zijkanten in en plak de ze aan elkaar en je hebt een mooie tulp. Met een groen papiertje kan je de steel en een blad van de tulp maken. 60

61 WERKBLAD 5: WAT ETEN WE WEL EN WAT NIET? Zet de namen van de bollen of knollen die we eten in de goede rij: Deze bijlage hoort bij MB fase A Wij eten: Wij eten geen: Tulpen Iris Aardappels Sneeuwklokje Ui Narcis Krokus Blauw Druifje Hyacint Rode bieten Suikerbiet Knoflook 61

62 WERKBLAD 6: BOL, KNOL OF WORTELS? Deze bijlage hoort bij MB fase A Op dit werkblad zie je een aantal planten. Weet jij hoe ze heten? Schrijf de naam erbij. Kies uit: paardebloem, aardappel, tulp, blauw druifje, narcis, hyacint, krokus, gras Welke plant heeft een bol en welke een knol en welke alleen maar wortels? Teken bij elke plant of die knollen, bollen of alleen maar wortels heeft onder de grond. 62

63 WERKBLAD 7: DOORSNEDE BOL & KNOL Teken op dit werkblad de binnenkant van een bol en een knol. Welke verschillen zie je? Doorsnede bol: Deze bijlage hoort bij MB fase A en BB fase A Doorsnede knol: 63

64 WERKBLAD 8: ONTWIKKELING VAN EEN BOL Teken op dit werkblad hoe de bol zich ontwikkelt tot een mooie bloem. Let op de volgende dingen: - De omtrek van de bol - De lengte van de wortels - De lengte van de stengel - Zijn er al bladeren? - Is er een knop? - Is er een bloem? Deze bijlage hoort bij MB fase B 64

65 WERKBLAD 9: DE TULP Geef op dit werkblad aan uit welke onderdelen de tulp bestaat. Vul in: Een tulp heeft bloembladen en meeldraden en stamper. Deze bijlage hoort bij MB fase C Waar zitten de wortels, de bol, de bladen, de bloem en de steel van de tulp? 65

66 WERKBLAD 10: PUZZEL Deze bijlage hoort bij MB fase D Vul in de zin de juiste woorden in en lees in de vetgedrukte kolom een woord dat te maken heeft met deze lessenserie. Kies voor elke zin uit de volgende woordencombinaties het juiste woord: Seizoen/Jaar; Veel/Weinig; Hyacint/Narcis; Bol/Knol; Bladeren/Bloemen; Groenteboer/(bollen)Teler; Bol/ Knol; Eerste/Laatste 1. Een hyacint heeft bloemetjes 2. Een heeft laagjes (rokken) 3. Een is van binnen één geheel 4. Een sneeuwklokje is de bloem die bloeit na de winter 5. Een bol en een knol bloeien één keer per 6. Alle planten hebben groene 7. Een gele bloem met gele kroonbladen heet: 8. Bollen worden geteeld bij een Het woord in de kolom is: 66

67 WERKBLAD 11: KAART VAN NEDERLAND Deze bijlage hoort bij BB fase A Geef op deze kaart aan waar in Nederland veel bloembollen worden geteeld door dat gebied rood te kleuren. Weet je ook waarom juist op die plaatsen en niet op andere? 67

68 Deze bijlage hoort bij BB fase A WERKBLAD 12: QUIZ Maak je eigen quiz! Gebruik de onderstaande vragen als voorbeeld en bedenk met je groepje voor je eigen onderwerp nog meer vragen. Laat je klasgenootjes de quiz invullen. Hoeveel hebben ze er goed? 1. Tulpen komen oorspronkelijk uit: A. Oostenrijk B. Griekenland C. Turkije D. Nederland 2. Waar vind je de bollenstreek? A. Tussen Haarlem en Alkmaar B. Amsterdam en Utrecht C. Rotterdam en Dordrecht D. Leiden en Haarlem 3. Waarom haalt de kweker de bloem er af (koppen)? A. Hij kan dan de bloemen verkopen op de veiling B. Hij wil niet dat de bloem alle voedsel uit de bol opneemt C. Hij vindt de bloemen niet mooi D. Hij kan de bollen niet verkopen met een bloem eraan. 4. Waarom leggen de kwekers stro boven de bollen? A. Tegen ongedierte B. Zodat de bollen niet zo snel bevriezen C. Zodat er geen kans is op schimmel D. Omdat de bollen die voedingstoffen uit stro nodig hebben 5. Wat is het verschil tussen een bol en een knol? A. Een bol heeft laagjes (rokken), een knol bestaat uit 1 geheel B. Een bol heeft laagjes, een knol bestaat uit 1 geheel (rokken) C. Een bol bestaat uit 1 geheel, een knol heeft laagjes (rokken) D. Een bol bestaat uit 1 geheel (rokken), een knol heeft laagjes 68

69 WERKBLAD 13: BOUW VAN DE PLANT Op dit werkblad staan de verschillende onderdelen van de plant beschreven. Deze bijlage hoort bij BB fase C 69

Kaart 15 Bollen en knollen

Kaart 15 Bollen en knollen Kaart 15 Bollen en knollen Informatiekaart Werkblad Onderzoek: o Bollen en knollen o Narcissen op water Quiz: o http://natuur.ariena.com Voor de leerkracht: De kinderen leren de volgende begrippen: Bollenstreek

Nadere informatie

Materiaalzending. Bollen en Knollen. Groeien en bloeien. Basisonderwijs groep 1-4. Netwerk Gelderse Centra voor natuur- en milieueducatie

Materiaalzending. Bollen en Knollen. Groeien en bloeien. Basisonderwijs groep 1-4. Netwerk Gelderse Centra voor natuur- en milieueducatie Materiaalzending Bollen en Knollen Groeien en bloeien Basisonderwijs groep 1-4 Netwerk Gelderse Centra voor natuur- en milieueducatie 2016 Colofon Deze materiaalzending is verzorgd door De vereniging Netwerk

Nadere informatie

Bollen en knollen Les 1: bollen en knollen... 2 Werkblad bol en knol... 4 Bol en knol stripverhaal... 5 Achtergrondinformatie... 6

Bollen en knollen Les 1: bollen en knollen... 2 Werkblad bol en knol... 4 Bol en knol stripverhaal... 5 Achtergrondinformatie... 6 INHOUD Bollen en knollen Les 1: bollen en knollen... 2 Werkblad bol en knol... 4 Bol en knol stripverhaal... 5 Achtergrondinformatie... 6-1 - Les 1: Bollen en knollen Nodig: Van Milieueducatie: - Aardappel(en)

Nadere informatie

Groene Detailhandel. Bol- en knolgewassen

Groene Detailhandel. Bol- en knolgewassen kennen we vooral uit het voorjaar. Het zijn verdikte plantendelen die zich onder de grond bevinden. Veel bol- en knolbloemen worden als snijbloem gebruikt. Sommige bollen en knollen worden tot de groenten

Nadere informatie

Bollen en knollen. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/55018

Bollen en knollen. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/55018 Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres DigilessenPO 18 mei 2017 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/55018 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs

Nadere informatie

Lessuggesties voor groep 5-8

Lessuggesties voor groep 5-8 Lessuggesties voor groep 5-8 1 Inhoud pakket - Achtergrondinformatie vindt u op: www.rotterdam.nl/downloadslesmateriaal - Leskaarten met lessuggesties groep 5-8 - Materialen van het pakket: Leskaart 1

Nadere informatie

Suchmann. Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen

Suchmann. Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen Suchmann Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen Wanneer: Dinsdagmiddag 6-13-20 & 27 april De kinderen worden in groepjes verdeeld van 3 of 4 kinderen. Ieder groepje krijgt een onderwerp toebedeeld

Nadere informatie

Dit boek is van: Naam: Klas: Adres: Tel nummer:

Dit boek is van: Naam: Klas: Adres: Tel nummer: Dit boek is van: Naam: Klas: Adres: Tel nummer: Inhoudsopgave: Hoofdstuk pagina Inleiding 4 Welkom 6 Historie van bloembollen 8 Herfst 10 - Uitleg herfst 12 - Opdracht 14 + 15 - Het planten van bloembollen

Nadere informatie

leerkracht Tuinieren in de klas zaaien in de vensterbank

leerkracht Tuinieren in de klas zaaien in de vensterbank leerkracht Tuinieren in de klas zaaien in de vensterbank Voorjaar in de klas, ga aan de slag! De nieuwe Albert Heijn moestuintjesactie komt er aan. (lukt het niet met de AH zaadjes? Vraag Milieueducatie

Nadere informatie

Lente. groep 3, 4 en 5

Lente. groep 3, 4 en 5 Lente groep 3, 4 en 5 Inhoud Lente 3 1. Langer licht 4 2. Bollen 5 3. Wakker worden 6 4. Frisse blaadjes 7 5. Kikkerdril 8 6. Op reis 9 7. In de wei 10 8. Er op uit! 11 9. Filmpjes 12 Werkblad lente 14

Nadere informatie

Natuur & Milieu. educatie. Groep 3. Bollletjes en knolletjes komen uit. Dit is een product van Stichting Vogelpark Avifauna

Natuur & Milieu. educatie. Groep 3. Bollletjes en knolletjes komen uit. Dit is een product van Stichting Vogelpark Avifauna Natuur & Milieu educatie Groep 3 Bollletjes en knolletjes komen uit Dit is een product van Stichting Vogelpark Avifauna Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Doelen, doelgroep, samenvatting 3. Lesschema 4. Inhoud

Nadere informatie

* Bloemen van heel dichtbij *

* Bloemen van heel dichtbij * * Bloemen van heel dichtbij * Benodigdheden Verschillende soorten bloemen (activiteit 1) Blinddoek (activiteit 1) 1 bloem (per kind - activiteit 2) Papier (activiteit 2) Plakband (op voorhand al zoveel

Nadere informatie

Kopieer dit e-boek en stuur het door naar anderen.

Kopieer dit e-boek en stuur het door naar anderen. Lente groep 3/4 inhoud blz Lente 3 1 Langer licht 4 2 Bollen 5 3 Wakker worden 6 4 Frisse blaadjes 7 5 Kikkerdril 8 6 Op reis 9 7 In de wei 10 8 Er op uit! 11 9 Filmpjes 12 Werkblad winter 13 Schrijf je

Nadere informatie

Lessuggesties voor groep 1 & 2

Lessuggesties voor groep 1 & 2 Lessuggesties voor groep 1 & 2 1 Inhoud pakket - Achtergrondinformatie vindt u op: www.rotterdam.nl/downloadslesmateriaal - Leskaarten met lessuggesties groep 1 & 2 - Materialen van het pakket: Leskaart

Nadere informatie

Het kiemen van zaden

Het kiemen van zaden Het kiemen van zaden Dit Werkblad is van... Bij deze opdrachten gaan we in een aantal weken het ontkiemen van zaden volgen. We hebben daarvoor bonen uitgekozen, omdat dit zaden zijn, waarbij de ontkieming

Nadere informatie

Droge boon. Ik heb nodig: - een droge boon - een geweekte boon - weegschaal - een liniaal - kleurpotloden

Droge boon. Ik heb nodig: - een droge boon - een geweekte boon - weegschaal - een liniaal - kleurpotloden De boon Ik heb nodig: - een droge boon - een geweekte boon - weegschaal - een liniaal - kleurpotloden 1. Bekijk een droge en een geweekte boon. Vul het schema hieronder in. Droge boon Geweekte boon Welke

Nadere informatie

Lessuggesties voor groep 3 & 4

Lessuggesties voor groep 3 & 4 Lessuggesties voor groep 3 & 4 1 Inhoud pakket - Achtergrondinformatie vindt u op: www.rotterdam.nl/downloadslesmateriaal - Leskaarten met lessuggesties groep 3 & 4 - Materialen van het pakket: Leskaart

Nadere informatie

De lessen LESBRIEF VOOR DE LEERKRACHT - GROEP 3/4

De lessen LESBRIEF VOOR DE LEERKRACHT - GROEP 3/4 LESBRIEF VOOR DE LEERKRACHT - GROEP 3/4 In deze lesbrief staan vier lessen die u kunt gebruiken binnen het thema de boerderij, zuivel, koeien of de lente. De lessen duren ongeveer 35 minuten. Les 1: Het

Nadere informatie

Kruidentuin in de klas

Kruidentuin in de klas Kruidentuin in de klas Werkbladen Leerlingenwerkboek Groep 5 t/m 8 Zaden... 2 Kieming, een nieuw begin... 3 Testen kiemfactoren... 4 Kruidenkaart maken... 5 De bouw van een plant... 6 Herbarium maken...

Nadere informatie

VOORBEELD WETENSCHAPPELIJK VERSLAG

VOORBEELD WETENSCHAPPELIJK VERSLAG VOORBEELD WETENSCHAPPELIJK VERSLAG LET OP: DIT IS EEN VOORBEELDVERSLAG EN IS DUS ERG BEKNOPT! NAAM: VOORNAAM & ACHTERNAAM KLAS: 1M1 - SCHOOL VAK: BIOLOGIE DOCENT: MEVROUW SMIT INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding..

Nadere informatie

Lente. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Lente. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur DigilessenPO Laatst gewijzigd 05 November 2015 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/50334 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

van een plant en zonlicht nodig heeft om te leven voor zuurstof die mensen nodig hebben om te leven bakjes met tuinkers 10 min.

van een plant en zonlicht nodig heeft om te leven voor zuurstof die mensen nodig hebben om te leven bakjes met tuinkers 10 min. Gebruik de zon GROEP 3-4 32 25 minuten (dag 1), 30 minuten (dag 2-4) & 30 minuten (dag 5) 1, 8, 23, 32, 42 en 54 De leerling: van een plant en zonlicht nodig heeft om te leven voor zuurstof die mensen

Nadere informatie

Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui.

Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui. KB2 Tijdsinvestering: 45 minuten Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui. 1. Inleiding Een mol eet per jaar wel 50 kg wormen. Dat is veel, maar als je bedenkt dat in je

Nadere informatie

uitga uitg v a e v 2013

uitga uitg v a e v 2013 Lente uitgave 2013 groep 3/4 inhoud blz. Lente 3 1. Langer licht 4 2. Bollen 5 3. Wakker worden 6 4. Frisse blaadjes 7 5. Kikkerdril 8 6. Op reis 9 7. In de wei 10 8. Er op uit! 11 9. Filmpjes 12 Werkblad

Nadere informatie

1.Inleiding De beheerder van een productiebos wil voordat de bomen gekapt worden

1.Inleiding De beheerder van een productiebos wil voordat de bomen gekapt worden BO 6 Tijdsinvestering: Bomen meten Tijdstip: lente, zomer of herfst 1.Inleiding De beheerder van een productiebos wil voordat de bomen gekapt worden Nodig: Materiaal hoogtemeter Meetlint werkbladen potloden

Nadere informatie

De bloembol / ui. 1. Eindknop 5. Nieuwe bol 2. Rok 6. Stengel 3. Knop 4. Wortels

De bloembol / ui. 1. Eindknop 5. Nieuwe bol 2. Rok 6. Stengel 3. Knop 4. Wortels De bloembol / ui Een bloembol of ui is een ondergronds deel van een plant waarin voedingsstoffen worden opgeslagen die de plant gebruikt om het volgende seizoen weer uit te groeien. Eén plant kan soms

Nadere informatie

DOCENT. Thema: natuur BOMEN BIJ MIJN SCHOOL. groep 3 en 4. Stadshagen

DOCENT. Thema: natuur BOMEN BIJ MIJN SCHOOL. groep 3 en 4. Stadshagen In groep 1 en 2 hebben de leerlingen binnen dit thema geleerd dat er in de natuur verschillende kleuren, vormen en texturen te vinden zijn. De leerlingen in groep 3 en 4 richten zich in dit thema op bomen.

Nadere informatie

Liam en Saar. Saar schrijft een briefje. Het is voor Liam. kom je. Saar doet het in een mandje en laat het aan een touw zakken naar zijn tuin.

Liam en Saar. Saar schrijft een briefje. Het is voor Liam. kom je. Saar doet het in een mandje en laat het aan een touw zakken naar zijn tuin. Liam en Saar Liam woont in een huis met een grote tuin. Hij speelt er graag. Of hij zit in zijn boomhut. Van daaruit kijkt hij naar zijn eigen tuintje. Die is naast de moestuin van zijn vader. Liam mag

Nadere informatie

Lespakket Lente. Instructieblad groep 3 & 4. Begrippen:

Lespakket Lente. Instructieblad groep 3 & 4. Begrippen: Lespakket Lente Instructieblad groep 3 & 4 Inhoud pakket - Achtergrondinformatie vindt u op: www.rotterdam.nl/lesmateriaalnatuuronderwijs - Instructieblad groep 3 & 4 - Materialen van het pakket: Voor

Nadere informatie

Doe- pad Watertorenweg. Achtergrond informatie voor de begeleider. Groep 5-6

Doe- pad Watertorenweg. Achtergrond informatie voor de begeleider. Groep 5-6 Doe- pad Watertorenweg Achtergrond informatie voor de begeleider. Groep 5-6 Colofon Deze lesbrief in opgesteld door De Hortus, Centrum voor Natuur en Mileu, in opdracht van de Gemeente Harderwijk. Wij

Nadere informatie

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS LESBRIEVEN LEERLINGEN WERKBLAD LESBRIEF 3: VLIEGEN Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier (deel 3) Vliegen Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Ontwerp een vliegmachine Proefvliegen: drijven op

Nadere informatie

3 Planten en verplanten

3 Planten en verplanten 3 Planten en verplanten 3 Planten en verplanten 34 3.1 Plantensoorten 35 3.2 Plantafstand 38 3.3 Planten in verband 41 3.4 Bomen planten 43 3.5 Afsluiting 48 34 PLANTEN EN VERPLANTEN Bijna het hele jaar

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 5. Mag ik u een paar vragen stellen? 6

Inhoud. Voorwoord 5. Mag ik u een paar vragen stellen? 6 Inhoud Voorwoord 5 Mag ik u een paar vragen stellen? 6 9 Steeds meer planten! 13 9.1 Geslachtelijke variaties 13 9.2 Van eicel tot zaad 16 9.3 Allemaal gelijk 20 9.4 De juiste behandeling 27 9.5 Verschillende

Nadere informatie

Plant in de klas Instructieblad leerkracht Groep 6/7/8

Plant in de klas Instructieblad leerkracht Groep 6/7/8 Plant in de klas Instructieblad leerkracht Groep 6/7/8 Colofon Titel: Plant in de klas - Instructieblad leerkracht, groep 6/7/8 Auteurs: Nienke van den Berg Hilde Spitters (NIGZ) Redacteuren: John Luteijs

Nadere informatie

Vlinder maken met een koffiefilter

Vlinder maken met een koffiefilter Kinderactiemodel klimaatcampagne 2011 Knutseltips vlinders maken Maak een vlinder-knutselhoek waar kinderen allerlei vlinders kunnen knutselen. Hierna geven we een overzicht van enkele concrete voorbeelden

Nadere informatie

Materiaalzending Paddenstoelen

Materiaalzending Paddenstoelen Materiaalzending Paddenstoelen WERKBLADEN Colofon Deze werkbladen horen bij de materiaalzending paddenstoelen. Samenstelling: De Hortus, Centrum voor Natuur en Milieu, Harderwijk Milieu Educatie Centrum

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 5. Mag ik u een paar vragen stellen? 6

Inhoud. Voorwoord 5. Mag ik u een paar vragen stellen? 6 Inhoud Voorwoord 5 Mag ik u een paar vragen stellen? 6 6 Steeds meer planten! 13 6.1 Geslachtelijke variaties 13 6.2 Van eicel tot zaad 16 6.3 Allemaal gelijk 18 6.4 De juiste behandeling 24 6.5 Verschillende

Nadere informatie

in elk seizoen anders uitzien uit de seizoenen geknutselde seizoenshoek

in elk seizoen anders uitzien uit de seizoenen geknutselde seizoenshoek Seizoenen GROEP 3-4 31 80 minuten 1, 51, 54 en 55 De leerling: in elk seizoen anders uitzien uit de seizoenen geknutselde seizoenshoek seizoenen (bijlage) (verschillende kleuren) gekleurd papier bruine

Nadere informatie

Grafieken. 10-13 jaar. Rekenles over het maken van grafieken. Rekenen. 60 minuten. Weerstation, data, grafieken

Grafieken. 10-13 jaar. Rekenles over het maken van grafieken. Rekenen. 60 minuten. Weerstation, data, grafieken Grafieken Rekenles over het maken van grafieken 10-13 jaar Rekenen Weerstation, data, grafieken 60 minuten Op het digitale schoolbord bekijkt de leerkracht met de klas verschillende grafieken over het

Nadere informatie

De grond waarop wij wonen

De grond waarop wij wonen GROEP 5/6 De grond waarop wij wonen Doel: Planten horen bij de grond waarop wij wonen. Dit onderdeel gaat over het onderzoekend verkennen van de vegetatie in de omgeving van de kinderen van de middenbouw.

Nadere informatie

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

2 > Kerndoelen 11. 4 > Aan de slag 15. 5 > Introductie van de manier van werken 22. 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 Inhoud 1 > Uitgangspunten 9 2 > Kerndoelen 11 3 > Materialen 12 4 > Aan de slag 15 5 > Introductie van de manier van werken 22 6 > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27 7 > Waarom samenwerkend

Nadere informatie

Voorjaarsproject groep 5 / 6 INHOUD

Voorjaarsproject groep 5 / 6 INHOUD INHOUD BOLLEN EN KNOLLEN Les 1: De bouw van bollen en knollen... 2 Werkblad: Ben ik een bol of een knol?... 4 Voorbeeldblad: Bordtekening lengtedoorsnede ui... 5 Les 2: De groei en ontwikkeling van een

Nadere informatie

De grond waarop wij wonen

De grond waarop wij wonen GROEP 3/4 De grond waarop wij wonen Doel: Planten horen bij de grond waarop wij wonen Dit onderdeel gaat over het onderzoekend verkennen van de planten in de omgeving van de kinderen van de onderbouw.

Nadere informatie

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1:

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1: lesbrieven leerlingen werkblad Lesbrief 1: water verzamelen Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Opdracht 4: Brainstorm over water Bouw een water-takel-kraan

Nadere informatie

Plantenkennis. Bol en knolgewassen. lijst 1 G41-G31-GB1+2

Plantenkennis. Bol en knolgewassen. lijst 1 G41-G31-GB1+2 Plantenkennis lijst 1 Bol en knolgewassen G41-G31-GB1+2 Algemene informatie Bol en knolgewassen Bollen en knollen vormen een aparte groep omdat ze een lange periode van het jaar in rust zijn, weggedoken

Nadere informatie

Natuur in de klas product Uit de bol gaan

Natuur in de klas product Uit de bol gaan BuitenWijs samen sterk in NME BuitenWijs brengt mensen actief met het buiten in aanraking, zodat zij wijs omgaan met hun eigen leefomgeving Natuur in de klas product Uit de bol gaan Wilt u deze handleiding

Nadere informatie

hoge stroming Fase Ontdek en onderzoek

hoge stroming Fase Ontdek en onderzoek Groep 7 & 8 Team van maximaal 4 leerlingen Leerling materiaal TECHNIEK TOERNOOI hoge stroming Fase Ontdek en onderzoek Verdeel de rollen Je werkt in een groepje van vier leerlingen. Iedereen in je groepje

Nadere informatie

Welterusten Bloembolletjes

Welterusten Bloembolletjes Welterusten Bloembolletjes Inleiding Welkom! Bij de gastles Welterusten Bloembolletjes een Natuur-in-de- Klas-activiteit over bollen en knollen. Haal de lente in de klas met speciale voorjaarsbloeiers.

Nadere informatie

Bronnen. Meer info. Naam: Co-wetenschapp(st)er: Klas:

Bronnen. Meer info. Naam: Co-wetenschapp(st)er: Klas: Bronnen - Het grote experimenteerboek, uitgeverij Deltas, 2003 - Aan de slag met Findus, uitgeverij Davidsfonds/Infodok, 2000 - Grasspriet Themadossier 4 Tuinbouw, Plattelandsklassen vzw Meer info Telefoon:

Nadere informatie

Molsla Paardenbloem. Achtergrondinformatie

Molsla Paardenbloem. Achtergrondinformatie Molsla Paardenbloem Achtergrondinformatie De paardenbloem is een zeer algemeen voorkomende plant. In gazons, graslanden, bermen en ruigten kun je hem vaak aantreffen. De paardenbloem behoort tot de familie

Nadere informatie

blaadjes THEMA 9 Docentenhandleiding Groep 1/2/3/4/5/6

blaadjes THEMA 9 Docentenhandleiding Groep 1/2/3/4/5/6 Docentenhandleiding Groep 1/2/3/4/5/6 THEMA 9 blaadjes Dit materiaal is ontwikkeld in opdracht van IVN, in het kader van Gezonde Schoolpleinen. Tekst: Dieuwertje Smolenaars, NME Amsterdam-Noord. Vormgeving

Nadere informatie

De teelt van zonnebloemen

De teelt van zonnebloemen De teelt van zonnebloemen De zonnebloem heeft als wetenschappelijke naam: Helianthus annuus. Deze naam komt van de Griekse woorden voor zon (helios) en bloem (anthos). De plant behoort tot de grote familie

Nadere informatie

Experimenten KIT. werkboekje. Dokter in de wetenschap: Klas:

Experimenten KIT. werkboekje. Dokter in de wetenschap: Klas: Experimenten werkboekje KIT Dokter in de wetenschap: Klas: 1 Licht/zon Zonnebaden in het licht Zonlicht is heel belangrijk voor planten. Als een plant enkele dagen geen of onvoldoende licht krijgt, begint

Nadere informatie

seizoenskleuren Kijk eens naar buiten! Hoe kun je zien welk seizoen het is? Aan de bomen, aan de

seizoenskleuren Kijk eens naar buiten! Hoe kun je zien welk seizoen het is? Aan de bomen, aan de Marlies Huijzer seizoenskleuren elk seizoen zijn kleur Kijk eens naar buiten! Hoe kun je zien welk seizoen het is? Aan de bomen, aan de bloemen, aan het weer, aan de kleren van de kinderen, én aan de kleuren

Nadere informatie

KNUTSELIDEETJES. Tulpen in een vaas. Benodigdheden: schaar, lijm, vouwblaadjes 8 x 8 cm, gekleurd papier. Aan het werk:

KNUTSELIDEETJES. Tulpen in een vaas. Benodigdheden: schaar, lijm, vouwblaadjes 8 x 8 cm, gekleurd papier. Aan het werk: KNUTSELIDEETJES Tulpen in een vaas Benodigdheden: schaar, lijm, vouwblaadjes 8 x 8 cm, gekleurd papier Aan het werk: Vouw 16 vierkantjes. Vouw aan de onderkant de hoekjes om. Geef bovenaan twee knipjes,

Nadere informatie

Werkbeschrijvingen. Vakantiebijbelweek 2011. Dag 1: Kleuters: Deurhanger Middengroep: Dakpan

Werkbeschrijvingen. Vakantiebijbelweek 2011. Dag 1: Kleuters: Deurhanger Middengroep: Dakpan Werkbeschrijvingen Vakantiebijbelweek 2011 Dag 1: Kleuters: Deurhanger Middengroep: Dakpan Dag 2: Kleuters: gezichtspel boterbakje Middengroep: gezichtspel melkfles Dag 3: Kleuters: Zacheus spaarpot Middengroep:

Nadere informatie

bedoeld wordt met hoeveelheidbegrippen als: alle, geen, niets, veel, weinig, meer, minder, evenveel. Ordent hoeveelheden om ze te Groep 1 Groep 2

bedoeld wordt met hoeveelheidbegrippen als: alle, geen, niets, veel, weinig, meer, minder, evenveel. Ordent hoeveelheden om ze te Groep 1 Groep 2 6. Waterproef Tijdens deze activiteit: Doen de kinderen proefjes met water, kleurstof en olie, waarbij zij vooraf voorspellen wat zij denken dat er zal gebeuren, dit vervolgens uitproberen en een verklaring

Nadere informatie

Docentenhandleiding Rijksmuseum Groep 7-8

Docentenhandleiding Rijksmuseum Groep 7-8 Docentenhandleiding Rijksmuseum Groep 7-8 1 Inhoud Voorbereidende les Afsluitende les Aanvullend materiaal bij deze lessen staat op de website: Introductiefilmpje PowerPoint presentatie Werkbladen 2 Voorbereidende

Nadere informatie

Aftekenlijst. Naam: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Aftekenlijst. Naam: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Aftekenlijst 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. Naam: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Werkblad 1 Schematisch

Nadere informatie

BOLLEN EN KNOLLEN. Lesbrief: bloembollen kweken

BOLLEN EN KNOLLEN. Lesbrief: bloembollen kweken BOLLN N KNOLLN Je hebt bollen en knollen. Ze lijken veel op elkaar. Toch is er een duidelijk verschil. Bollen en knollen worden droog verkocht om ze in de tuin uit te planten. n allebei zijn ze gevuld

Nadere informatie

LESBRIEF LES 1 DE VOEDSELKETENLES SAMENVATTING LES 1 VOORBEREIDING BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD. Wat is voedselverspilling?

LESBRIEF LES 1 DE VOEDSELKETENLES SAMENVATTING LES 1 VOORBEREIDING BENODIGDHEDEN DUUR LESDOELEN LINK ZAAKVAKKENINHOUD. Wat is voedselverspilling? SAMENVATTING In deze les wordt het begrip voedselverspilling geïntroduceerd. De leerlingen maken kennis met een voedselketen en ontdekken welke partijen daarbij betrokken zijn (de schakels in de voedselketen:

Nadere informatie

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS LESBRIEVEN LEERLINGENBESTAND LESBRIEF 2: RAVIJN OVERSTEKEN Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier (deel 2) Het ravijn Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Brainstorm ravijn oversteken Bruggen bouwen

Nadere informatie

Lesbrief voor het basisonderwijs Bovenbouw

Lesbrief voor het basisonderwijs Bovenbouw Lesbrief voor het basisonderwijs INFORMATIE VOOR LEERKRACHTEN Deze lesbrief hoort bij de Dorcas Voedselactie. Tijdens de Dorcas Voedselactie zamelt Dorcas in heel Nederland producten in voor de allerarmsten

Nadere informatie

Het bonenexperiment. Lesbrief groep 5, 6 7. Inhoud

Het bonenexperiment. Lesbrief groep 5, 6 7. Inhoud Het bonenexperiment Lesbrief groep 5, 6 7 Inhoud Inleiding... 1 Les 1 De boon: van zaad tot plant tot bloem tot zaad... 2 Les 2 Evaluatie bonenexperiment... 4 Instructieblad: het bonenexperiment... 5 Werkblad

Nadere informatie

... Lesfiche. Experimentjes met planten. graad 1, 2 en 3

... Lesfiche. Experimentjes met planten. graad 1, 2 en 3 Lesfiche Experimentjes met planten graad 1, 2 en 3 Wist je dat planten net als ons drinken, eten, zweten en ademen? En dat zaadjes geen licht nodig hebben om te ontkiemen? Via deze leuke experimentjes

Nadere informatie

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij? Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode Opmerking vooraf: Voor de uitwerking van deze lessen hebben we doelen gehaald uit verschillende thema s van de betreffende graad. Na elk doel verwijzen

Nadere informatie

neerslag: regen, hagel en sneeuw ringen in het weer waarnemen regen meten

neerslag: regen, hagel en sneeuw ringen in het weer waarnemen regen meten Het weer GROEP 3-4 26 45 minuten (dag 1) & 5 minuten (dag 2 t/m 4) & 20 minuten (dag 5) 1, 23, 43, 44 en 45 De leerling: neerslag: regen, hagel en sneeuw ringen in het weer waarnemen regen meten van 10

Nadere informatie

Voorbereiding post 2. Met de mens mee Groep 1-2-3

Voorbereiding post 2. Met de mens mee Groep 1-2-3 Voorbereiding post 2 Met de mens mee Groep 1-2-3 Welkom bij IVN Valkenswaard-Waalre Dit is de digitale voorbereiding op post 2: Met de mens mee, voor groep 1, 2 en 3. Inhoud: Algemeen Verhaal Spel Werkvel

Nadere informatie

ONTDEK HET ZELF...EN LAAT JE NIETS WIJSMAKEN!

ONTDEK HET ZELF...EN LAAT JE NIETS WIJSMAKEN! GOED GROEIEN ONTDEK HET ZELF...EN LAAT JE NIETS WIJSMAKEN! LESBRIEF VOOR DE LEERKRACHT 1&2 Ontdek het zelf UITDAGING ONDERZOEK WAT EEN PLANT NODIG HEEFT OM NOG BETER TE GROEIEN. INLEIDING Een van de leukste

Nadere informatie

Project Planten ABC. Week 1ABC: Algemeen

Project Planten ABC. Week 1ABC: Algemeen Project Planten ABC Week 1ABC: Algemeen Info: Planten Planten eten, ademen en groeien. Sommige planten houden van natte grond. Anderen van droge grond. Sommige planten houden van veel zon en warmte. Anderen

Nadere informatie

Je eigen nieuwjaarsbrief

Je eigen nieuwjaarsbrief Je eigen nieuwjaarsbrief Doelgroep Eerste, tweede, derde graad Aard van de activiteit De leerlingen schrijven zelf een nieuwjaarsbrief voor hun ouders. Vooraf Verzamel allerhande nieuwjaarsbrieven: tekstjes

Nadere informatie

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt November

Knutselen met Je knutsel Ei Kwijt November Dit is alweer onze derde editie van iknutsel magazine. In deze november editie een mix van de volgende thema s. Sinterklaas, Sint Maarten en herfst. De maand november, waar zullen we beginnen! Er zijn

Nadere informatie

ZAAI- GOED DEZE LESBRIEF IS VAN..

ZAAI- GOED DEZE LESBRIEF IS VAN.. ZAAI- GOED DEZE LESBRIEF IS VAN.. DIT BOEKJE GAAT OVER ZADEN EN WAT ER MEE GEBEURT ALS JE ZE IN DE GROND STOPT Heb jij wel eens wat in de tuin gezaaid? ja / nee Misschien woon je in een huis zonder tuin

Nadere informatie

Opdrachtkaarten Herfst

Opdrachtkaarten Herfst Zandspoor Opdrachtkaarten Herfst Zandspoor Opdrachtkaarten Herfst Je gaat in het duingebied onderzoek doen naar allerlei dingen die met zand te maken hebben. De materialen die daarvoor nodig zijn, zitten

Nadere informatie

Lespakket Lente. Instructieblad groep 1 & 2

Lespakket Lente. Instructieblad groep 1 & 2 Lespakket Lente Instructieblad groep 1 & 2 Inhoud pakket - Achtergrondinformatie vindt u op: www.rotterdam.nl/lesmateriaalnatuuronderwijs - Instructieblad groep 1 & 2 - Materialen van het pakket: Voor

Nadere informatie

Voorjaar in de klas Bollen en knollen

Voorjaar in de klas Bollen en knollen voorjaar in de klas inleiding Voorjaar in de klas Bollen en knollen - 1 - voorjaar in de klas inleiding - 2 - voorjaar in de klas inleiding Inleiding... 5 Leerdoelen... 5 Het pakket... 6 Verzorging van

Nadere informatie

De lente in met foam!

De lente in met foam! De lente in met foam! VOORJAARSONTWERPEN FOAM 2012 Thea van Mierlo - Uil - Sneeuwklokjes - Narcis - Knutsel-zwaan - Haai-schilderij Handig om te weten over het werken met Foam Paint Verven met de foam

Nadere informatie

lesbrieven avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 2:

lesbrieven avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 2: lesbrieven leerlingen werkblad Lesbrief 2: RAVIJN OVERSTEKEN Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier (deel 2) Het ravijn Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Brainstorm ravijn oversteken Bruggen

Nadere informatie

Knutselen thema herfst

Knutselen thema herfst Knutselen thema herfst Herfst-Schimmenspel Benodigdheden: Groen papier met bos, zwarte viltstift, kopieerapparaat, zwart potlood Teken met zwarte stift twee bomen op een tekenpapier. Kopieer dit voor de

Nadere informatie

Reis naar andere hemellichamen

Reis naar andere hemellichamen Reis naar andere hemellichamen GROEP 5-6 44 80 minuten 1, 5, 6, 8, 23, 54 en 55 De leerling: weet welke planeten manen hebben weet welke planeten ringen hebben weet welke kleur de verschillende planeten

Nadere informatie

Team 5: Natuur. Onderzoek naar de natuurlijke zonnecel

Team 5: Natuur. Onderzoek naar de natuurlijke zonnecel Zonnepanelen op school Team 5: Natuur Onderzoek naar de natuurlijke zonnecel Jullie gaan onderzoeken of de plant een zonnecel is en wie daar gebruik van maken 1. SAMENWERKEN IN EEN TEAM Jullie gaan samenwerken

Nadere informatie

- GROENTJE. Bloembollen

- GROENTJE. Bloembollen Inleiding. - GROENTJE Bloembollen Bloembollen is misschien wel het bekendste product wat "Holland" heeft voortgebracht. Toch is de kennis over de bloembollen bij de gewone burger vaak minimaal. De voorlichting

Nadere informatie

Zaden en Kiemplanten

Zaden en Kiemplanten Zaden en Kiemplanten Lesbrief groep 5 t/m 7 Inhoud Inleiding... 1 Les 1: zaden en kiemplanten... 2 Les 2: Lekker... 4 Werkblad 1 Onderzoek: het zaad... 6 Werkblad 2 Proefje: kiemplanten... 7 Milieu Educatie

Nadere informatie

S C I E N C E C E N T E R

S C I E N C E C E N T E R HET DUIZELT VOOR JE OGEN Maar je hersenen maken er een mooie film van. Met een speciale ronddraaiende trommel met spleetjes: een zoötroop, kunnen jullie je eigen bioscoop maken. Maak allebei een aantal

Nadere informatie

Met Word een hoger cijfer halen. Word ken je al, toch kun je nog veel meer doen met Word. Nog beter leren omgaan met Word

Met Word een hoger cijfer halen. Word ken je al, toch kun je nog veel meer doen met Word. Nog beter leren omgaan met Word Nog beter leren omgaan met Word Met Word een hoger cijfer halen. Word ken je al, toch kun je nog veel meer doen met Word. Informatiekunde Omgaan met Word College De Heemlanden 2005. Informatiekunde Leerjaar

Nadere informatie

Te veel, te rijk, te weinig. Waterpark Lankheet

Te veel, te rijk, te weinig. Waterpark Lankheet Waterpark Lankheet Erfgoed/NME project voor groep 8 Handleiding leerkracht Opdrachtgever: Waterpark Lankheet en Commissie Culturele Vorming Haaksbergen Bronmateriaal: Waterpark Lankheet/Historische Kring

Nadere informatie

Handleiding Leskist bomen groep 7

Handleiding Leskist bomen groep 7 Handleiding Leskist bomen groep 7 Inhoud pagina Inleiding 3 1. Doelgroep 4 2. Doelstelling 4 3. Relatie met kerndoelen en natuurmethoden 4 3.1. Kerndoelen 4 3.2. Natuurmethoden 4 4. Het aanbieden van de

Nadere informatie

DAT VERDIENT EEN BLOEMETJE!

DAT VERDIENT EEN BLOEMETJE! 1B DAT VERDIENT EEN BLOEMETJE! - Tuinbouw - "ik hoor en ik vergeet, ik zie en ik onthoud, maar ik doe en ik begrijp" Naam:... Klas:... 1 Probleem Binnen enkele weken is het weer infodag en de directie

Nadere informatie

lesdoelen - De kinderen ontdekken:

lesdoelen - De kinderen ontdekken: lesbrief moestuintjes - lesvoorbereiding Bij zoekt bloem De kinderen ontleden een bloem en maken bloembommen voor de bijen. benodigdheden tijdens de les - Vijf á zes bloemen waarbij stamper en meeldraden

Nadere informatie

lesprogramma PO activerende lessen over respect voor het primair onderwijs

lesprogramma PO activerende lessen over respect voor het primair onderwijs lesprogramma PO activerende lessen over respect voor het primair onderwijs Wordle van respect Duur Materialen een computer met internetverbinding Introductie Op 8 november is het de Dag van Respect. Deze

Nadere informatie

Ontdekdoos Zaden. groep 5 en 6. docentenhandleiding

Ontdekdoos Zaden. groep 5 en 6. docentenhandleiding Ontdekdoos Zaden groep 5 en 6 docentenhandleiding Uitgave: Amsterdams NME Centrum Ontdekdoos Zaden Docentenhandleiding De ontdekdoos Zaden is voor groep 5 en 6 Het lesmateriaal mag vrij gekopieerd worden

Nadere informatie

Opdrachtkaarten Lente

Opdrachtkaarten Lente Zandspoor Opdrachtkaarten Lente Zandspoor Opdrachtkaarten Lente Je onderzoekt straks in het duingebied allerlei dingen die met zand te maken hebben. De materialen die daarvoor nodig zijn, zitten in de

Nadere informatie

Opdrachtenfiche mijn orkest

Opdrachtenfiche mijn orkest Opdrachtenfiche mijn orkest PER TWEE/IN GROEP In een orkest spelen instrumenten samen. Elk instrument werkt op een andere manier en geeft een ander soort geluid. Hier kan je vijf leuke instrumenten in

Nadere informatie

China Pagina 1. - Wie nodig jij uit voor een Chinese maaltijd? -

China Pagina 1. - Wie nodig jij uit voor een Chinese maaltijd? - China Pagina 1 Colofon Uitnodiging voor maaltijd in Chinees Les voor groep 6-8 150-180 minuten Handvaardigheid Let op! In deze les opzet werken leerlingen in tweetallen, en maken samen 1 werkstuk, maar

Nadere informatie

Van meizoentje tot liefkruid

Van meizoentje tot liefkruid Van meizoentje tot liefkruid Madeliefje Het madeliefje groeit in made landen (made = gras). Het madeliefje hoort bij de familie der composieten of samengesteld bloemige. Wat bij de eerste oogopslag één

Nadere informatie

Lessuggesties creatieve lessen groep 1-2. Onderwaterwereld tekenen. Over de lessuggesties. Nodig: Voorbereiding: Uitvoering:

Lessuggesties creatieve lessen groep 1-2. Onderwaterwereld tekenen. Over de lessuggesties. Nodig: Voorbereiding: Uitvoering: Lessuggesties creatieve lessen groep 1-2 Over de lessuggesties Bij het werken binnen het thema vissen in de zee is het leuk om van de klas een kleurrijke zee te maken. U organiseert uw creatieve lessen

Nadere informatie

UIT JE BOL! Speur en puzzel hoe tulpen groeien, bloeien en meer...

UIT JE BOL! Speur en puzzel hoe tulpen groeien, bloeien en meer... IT J BO! Speur en puzzel hoe tulpen groeien, bloeien en meer... Dit Ga jij vandaag uit je bol in Keukenhof? Dit boekje staat vol weetjes, opdrachten en breinbrekers over de tulp: ederlands beroemdste bloembol.

Nadere informatie

Natuur & Milieu Educatie

Natuur & Milieu Educatie Natuur & Milieu Educatie Groep 5 Tuinieren op de m² Materiaalpakket Dit is een product van Stichting Vogelpark Avifauna Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Leerdoelen, doelgroep, samenvatting 3. Lesschema 4.

Nadere informatie

ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4

ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4 ACTIVITEITEN GROEP 3 en 4 Wat zegt die grafiek? De indeling van de ochtend is als volgt: Schoolbrede start (15 minuten) Zie hoofdstuk Schoolbrede start. Deel 1 Tellen in een plaatje (20 minuten) De kinderen

Nadere informatie