Handleiding Omaha System voor zorgverleners
|
|
|
- Saskia Smets
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Handleiding Omaha System voor zorgverleners
2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Introductie 4 1. Klinisch redeneren De theorie Denk- en redeneerproces Besluitvormingsproces Klinisch redeneren - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Klinisch redeneren - Tips voor verdieping voor teams Bekwaamheid Bekwaamheid - Tips voor verdieping voor teams en (wijk)verpleegkundigen Omaha System: algemeen en de relatie tot klinisch redeneren De theorie Omaha System in relatie tot klinisch redeneren Preventie en zelfredzaamheid De theorie Preventie en zelfredzaamheid - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Preventie en zelfredzaamheid - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen en teams Relatie zorgverlener cliënt De theorie Relatie professional cliënt - Tips voor verdieping voor wijkverpleegkundigen en teams Individu, leefeenheid, gemeenschap/buurt De theorie Individu, leefeenheid, gemeenschap/buurt - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Individu, leefeenheid, gemeenschap/buurt- Tips voor verdieping voor teams Verzamel en onderzoek gegevens De theorie Verzamel en onderzoek gegevens - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen en teams Verzamel en onderzoek gegevens - Tips voor verdieping voor teams Stel aandachtsgebied vast De theorie Stel aandachtsgebied vast - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Stel aandachtsgebied vast - Tips voor verdieping voor teams 46 2
3 8. Meet stand van zaken per gebied Scores Meet stand van zaken per gebied - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen en teams Plan en voer actie uit Plan en voer actie uit - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Plan en voer actie uit - Tips voor verdieping voor teams Meet per gebied tussentijds/einde zorg Evalueer uitkomst per gebied Evalueer uitkomst per gebied - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Evalueer uitkomst per gebied - Tips voor verdieping voor teams 57 3
4 Introductie Vanaf 2015 is het Omaha System in de zorg geïntroduceerd; eerst in de thuiszorg en gaandeweg ook intramuraal in verpleeghuizen. Het is door velen geaccepteerd als een goede basis voor het vastleggen van het zorgproces. Steeds meer organisaties werken met deze classificatie en er is behoefte aan verdieping. Daarom hebben we deze handleiding voor de praktijk geschreven. We werken de stappen van het zorgproces uit; de taartpunten van de taart die op de voorkant staat. Maar we beginnen met een aantal onderwerpen dat van belang is voor het werken met Omaha System als geheel, namelijk de relatie zorgverlener cliënt, klinisch redeneren, indiceren, zorg gericht op steunsysteem, leefeenheid of buurt, zorg gericht op preventie. De handleiding is geen voorschrift! Uitgangspunt is dat je als zorgverlener bewust keuzes maakt en je zorgverlening onderbouwt en aanpast aan de context waarin je werkt met steeds weer een unieke cliënt en zijn omgeving. Het doel van deze handleiding is: zorgverleners handvatten bieden over hoe te werken met het Omaha System op de manier zoals het bedoeld is; kwaliteit en eenheid in het werken met Omaha System ondersteunen en verder ontwikkelen. De handleiding is geschreven voor (wijk)verpleegkundigen die basiskennis hebben over Omaha System en die de stappen van klinisch redeneren kennen en kunnen toepassen en voor zorgteams. We hebben hem getoetst met een expertteam van (wijk)verpleegkundigen werkzaam bij TSN. Mariëtte, Anke, Kasia, Nynke, Lisa, Liesbeth, Marga, Nienke, Trijnie, Miriam, Riemer, Sjantine, Judith en Miranda, bedankt. Leeswijzer In deze handleiding vind je een theoretische toelichting op de verschillende onderdelen, werkvormen, tips en voorbeelden. Elke zorgverlener en elk team kunnen zo naar behoefte aan de slag met verdieping en het vergroten van kennis over het Omaha System. We starten met een toelichting op een aantal onderwerpen dat van belang is of voor het werken met Omaha System als geheel. Dit is de basis: 1. Klinisch redeneren (is een onderliggende vaardigheid; kun je niet klinisch redeneren dan kun je ook niet goed met Omaha System werken) 2. Omaha System: algemeen + in relatie tot klinisch redeneren 3. Preventie en zelfredzaamheid 4. Relatie zorgverlener cliënt (de buitenste schil van de taart) 5. Individu, leefeenheid of gemeenschap/buurt (het middelpunt van de taart ) Daarna komt elke taartpunt aan de orde: 6. Verzamel en onderzoek gegevens 7. Stel aandachtsgebied vast 8. Meet stand van zaken per gebied 9. Plan en voer actie uit 10. Meet per gebied tussentijds/einde zorg 11. Evalueer uitkomst per gebied 4
5 Bij elk van de bovenstaande onderdelen hebben we dezelfde indeling. We starten met de theorie waarin we toelichting geven op het onderwerp. Dit is stof voor verdieping. Daarna komen de tips aan bod: tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen en tips voor verdieping voor het hele team. Deze laatste kunnen (wijk)verpleegkundigen ook gebruiken bij de ondersteuning van hun teams. We eindigen met de bronnen. Hier vind je vaak interessante boeken en websites. 5
6 1. Klinisch redeneren 1.1 De theorie Recognize that the Omaha System is a series of feedback loops. It can effectively link client problems, professional interventions, and client outcomes, the foundation of evidence-based practice. (Martin, 2005) Er zijn verschillende termen in omloop als het gaat om methodisch werken: klinisch redeneren, verpleegkundig redeneren, methodisch handelen, planmatig werken. Wij gebruiken hier de term Klinisch redeneren. Klinisch redeneren is de basis van goede zorg. Ook bij toepassing van Omaha System is het nodig dat je als zorgverlener goed kunt klinisch redeneren. In dit hoofdstuk lichten we toe wat er verstaan wordt onder klinisch redeneren. Definitie klinisch redeneren Klinisch redeneren is een gestructureerde methode voor het (wijk)verpleegkundig en verzorgend handelen. Klinisch redeneren is het continue proces van gegevensverzameling en analyse gericht op de vragen en problemen van een individu en diens naasten, in relatie tot ziekte en gezondheid. Het continue cyclisch proces van redeneren omvat risico-inschatting, vroegsignalering, probleemherkenning, interventie (actie) en monitoring (volgen, in de gaten houden) (Lambregts et al., 2012). 6
7 Kennis en vaardigheden Klinisch redeneren vergt deskundigheid, veel deskundigheid, op allerlei terreinen: Kennis: fysiologie, anatomie, ziektebeelden en aandoeningen, actuele richtlijnen en standaarden, ethische kennis Vaardigheden: verpleegtechnische en verzorgende handelingen, communicatieve vaardigheden, observatie- en signaleringsvaardigheden Attitude (houding): empathie (invoelend vermogen), respect, professionele houding, afstand kunnen houden en naast de cliënt staan (afstand en nabijheid) Klinisch redeneren in schema Klinisch redeneren is meer dan alleen cyclisch werken, meer dan de PDCA-cyclus (plan, do, check, act) rond krijgen. Het is een complex proces dat inzicht, deskundigheid en een kritische kijk vraagt. Het vergt veel denkwerk en het nemen van de juiste beslissingen. In schema ziet klinisch redeneren er als volgt uit: 7
8 Toelichting per onderdeel van de cirkel Cliënt en zijn context De cliënt en zijn context staan centraal. Dit is het uitgangspunt bij de zorg die je geeft. Hoe is de cliënt eraan toe, lichamelijk, psychisch en sociaal? Wat zijn zijn behoeften, verlangens en mogelijkheden? Draagt de omgeving van de cliënt bij aan zijn welbevinden of juist niet? Hoe gaat de cliënt zelf om met zijn gezondheid? Heeft de cliënt een sociaal netwerk/ mantelzorg en waar kunnen zij de cliënt bij ondersteunen? Verpleegkundig proces/zorgproces Het verpleegkundig of zorgproces is cyclisch en methodisch. Het omvat zes stappen die na elkaar, maar ook door elkaar gevolgd worden. Geen enkele stap kan worden overgeslagen. Door het methodisch en cyclisch aan te pakken, vergeet je niets en word je voortdurend geprikkeld om goed naar de cliënt te kijken en de juiste vragen te stellen. Het zorgproces is: 1. Methodisch = bewuste en systematische aanpak. Het zorgproces heeft een logische opbouw, je doorloopt steeds deze stappen zodat je niets vergeet. 2. Cyclisch = regelmatig terugkerend of rondgaand. Het zorgproces is nooit afgerond, dus na de laatste stap (evaluatie) begint de cyclus weer opnieuw. De stappen hoeven in de praktijk niet altijd in de beschreven volgorde doorlopen te worden. 3. Samenhangend = er is een verband tussen de verschillende onderdelen: Bij de zorgverlening voer je niet alleen de afgesproken interventies uit, maar je houdt ook rekening met wat de cliënt mankeert en wat hij wil Bij de zorgverlening opgemerkte risico s zet je om in interventies Bij de zorgverlening gesignaleerde verslechtering leidt tot aanpassing van de doelen Aanpassing van de doelen leidt tot aanpassing van de interventies We behandelen de zes stappen. 1. Gegevens verzamelen Voor we overgaan naar welke gegevens verzameld moeten worden, eerst iets over de verschillende termen die gebruikt worden voor deze fase van gegevensverzameling: Intake, startgesprek, aannamegesprek, anamnesegesprek. Met al deze termen wordt het eerste gesprek bedoeld waarin je kennismaakt met de cliënt en eventueel mantelzorger, gegevens over hem en zijn omgeving verzamelt, de cliënt leert kennen. Indicatiestelling of assessment. Indicatiestelling en assessment worden door elkaar heen gebruikt, maar er wordt hetzelfde mee bedoeld. Een assessment is breder dan een intake. Bij het assessment indiceer je de noodzakelijke zorg. Je verzamelt de gegevens, net als bij de intake, maar je bepaalt ook met de cliënt welke zorg hij nodig heeft, hoe vaak dit nodig is en welk deskundigheidsniveau deze zorg moet verlenen. Je stelt de indicatie vast. Welke gegevens moet je verzamelen? Hulpvraag en verhaal van de cliënt en mantelzorger Levensgeschiedenis Relaties en sociaal contact Steunsysteem en mantelzorg Ziektegeschiedenis (anamnese) Diagnose en prognose Risico s Wensen en behoeften 8
9 Zelfredzaamheid, mogelijkheden van de cliënt en van de mantelzorger Gegevens verkregen door observatie Gegevens verkregen door lichamelijk onderzoek: temperatuur, bloeddruk, gewicht, lengte, ademhaling, pols Gegevens van derden: (huis)arts, andere zorgverleners, buren/familie/vrienden. Het afnemen van een anamnese vraagt om een onderzoekende houding: de juiste vragen stellen, doorvragen en de vraag achter de vraag proberen te achterhalen. Bovendien moet je de informatie van de cliënt op waarde schatten en onderscheid maken tussen relevante en irrelevante gegevens. 2. Problemen vaststellen (bij Omaha System: aandachtsgebieden en kenmerken) Uit de gegevens, verkregen tijdens de fase van gegevens verzamelen, haal je de verpleegkundige en verzorgende problemen. Je analyseert en interpreteert de gegevens, je onderwerpt ze als het ware aan een onderzoek: wat betekent deze informatie voor de cliënt, voor zijn gezondheid, wat zijn de gevolgen, hoe ernstig is het? Daarna stel je vast wat er precies aan de hand is: wat is de huidige gezondheidstoestand van de cliënt, welke problemen zijn er op dit moment (actuele problemen) en wat zijn mogelijke (potentiële) problemen? Welke factoren dragen bij aan die problemen? Kan hij bijvoorbeeld zelf bijdragen aan het voorkomen van verdere verergering? Of is er iets in zijn omgeving dat de problemen groter maakt? En welke risicofactoren zijn er? Het geformuleerde probleem vormt de basis voor de volgende fase. Bij Omaha System noemen we het probleem aandachtsgebied. 3. Vaststellen wat je wilt bereiken (bij Omaha System: scores) Als alle problemen/aandachtsgebieden op een rijtje staan, ga je samen met de cliënt en de mantelzorg bepalen wat het resultaat moet zijn van de zorgverlening: welke aandachtsgebieden hebben prioriteit, wat moet of kan er veranderd worden in de gezondheidstoestand van de cliënt, wat wil de cliënt, wat is haalbaar, wat is volgens de professionele normen noodzakelijk en wat zijn de mogelijkheden van de zorgverlener en die van de organisatie? Goede kwaliteit van zorg is zorg volgens de actuele professionele standaarden, rekening houdend met de mogelijkheden, wensen en behoeften van de cliënt en zijn mantelzorger en met de mogelijkheden van de zorgverlener en de zorgverlenende instantie. 4. Interventies vaststellen (bij Omaha System: soort actie en actievlak) De interventies die je samen met de cliënt vaststelt, moeten leiden tot het bereiken van de gewenste uitkomsten die je in stap 3 hebt bepaald. Ze moeten de problemen voorkomen of verlichten; ze zijn gebaseerd op evidence based practice, ze moeten efficiënt en effectief zijn. Evidence based practice wil zeggen dat je een afweging maakt tussen wat de cliënt wil, jouw kennis en ervaring en wat er in richtlijnen en onderzoek staat. Daarnaast houd je rekening met jouw mogelijkheden en die van de organisatie. 5. Interventies uitvoeren De uitvoering van de acties (bij Omaha soort actie en actievlak) vraagt om bekwame zorgverleners. Bekwaam betekent voldoende kennis, vaardigheden en ervaring om die zorg uit te voeren en met de juiste attitude. Je kunt inschatten waar de risico s zitten, welke complicaties er op kunnen treden en wat je dan moet doen. Je werkt professioneel en maakt gebruik van de actuele standaarden (landelijke richtlijnen, protocollen). En natuurlijk rapporteer je helder en beknopt zodat jij en jouw collega s het verloop van het zorgproces kunnen volgen. 9
10 6. Evalueren In hoeverre is de gezondheidstoestand verbeterd, verslechterd of stabiel gebleven? Wat vindt de cliënt eigenlijk van de zorg? Is hij er tevreden over? De zorgverlener evalueert: Het proces: is de cliënt tevreden over de geboden zorg, verloopt de zorgverlening goed? Het product: zijn de resultaten behaald, was het vastgestelde probleem/aandachtsgebied juist, waren de interventies (soort actie en actievlak) juist? En het is een goed moment om weer even stil te staan bij waar je mee bezig bent. Heb je voldoende informatie van de cliënt? Is er in de tussentijd wat veranderd? Zijn er nog risico s of problemen die je eerder over het hoofd hebt gezien? Zijn er nog nieuwe risico s of problemen bijgekomen doordat de situatie van de cliënt is veranderd? Evaluatie is niet alleen de laatste stap in het verpleegkundig proces, maar dient gedurende het hele proces plaats te vinden. Op basis van de evaluatie wordt de zorg indien nodig bijgesteld. 1.2 Denk- en redeneerproces Het denk- en redeneerproces vragen om een onderzoekende houding. Voortdurend vraag je jezelf (bewust of onbewust) af of je voldoende informatie hebt over de cliënt, of je voldoende kennis hebt, of je de landelijke standaarden kent en wat jouw ideeën zijn. Je legt verbanden tussen wat je ziet en wat je weet. Je toetst je ideeën aan die van de cliënt. Je interpreteert je waarneming: hoe ernstig is het, welke risico s loopt de cliënt? Denken en redeneren gebeurt vanuit het eigen referentiekader van de zorgverlener en dat wordt sterk beïnvloed door verschillende factoren: 1. Achtergrond van de zorgverlener. Waar kom je vandaan? Hoe ben je opgevoed? Welke opleiding heb je gedaan? Waar heb je gewerkt? 2. Normen en waarden. Normen zijn concrete gedragsregels; ze zijn sterk afhankelijk van iemands religieuze, culturele, sociale en maatschappelijke achtergrond. Waarden zijn opvattingen over wat wenselijk is; het zijn idealen en motieven die een mens nastrevenswaardig vindt. Iedere mens en iedere groep of cultuur heeft haar eigen normen en waarden. Daarom kunnen de normen en waarden van zorgverleners onderling of tussen zorgverlener en cliënt botsen of leiden tot een moreel of ethisch dilemma. 3. Levenservaring. Levenservaring heeft niet alleen te maken met leeftijd, maar vooral met wat je als mens meemaakt in het leven en hoe bewust je wilt leren van je ervaringen. 4. Kennis en vaardigheden. Hoe meer je weet en kunt, hoe beter je alle relevante aspecten kan betrekken bij je redenering. Zo heb je kennis nodig van bijvoorbeeld fysiologie en anatomie, (gevolgen van) ziektebeelden, risico s en zorghandelingen. Ook zijn goede communicatieve en observatievaardigheden nodig. Het kiezen van het juiste aandachtsgebied en de keuze van de juiste actievlakken vergt kennis van actuele richtlijnen en standaarden. 5. Visie en ideeën op zorg. Welke ideeën heb je over zorg? Wat vind je belangrijk? Je visie wordt in de loop van de tijd ontwikkeld op basis van verpleegkundige theorieën en eigen ideeën. 6. Informatie van en over de cliënt, zowel van hemzelf als van derden. Het denk- en redeneerproces wordt gestuurd vanuit de cliënt en zijn context. Het gaat erom datgene te doen dat bij die cliënt op dat moment van belang is. Brede informatie draagt wezenlijk bij aan dat redeneerproces. 10
11 1.3 Besluitvormingsproces Zorgverleners nemen de hele dag door besluiten over de beste zorg voor de cliënt. Besluiten over wat te doen met: informatie van de cliënt, informatie van derden, signalen, calamiteiten. En besluiten over planning en over hoe het best de interventies uit te voeren. Het is het resultaat van een kritisch denk- en redeneerproces. Tijdens het besluitvormingsproces ga je na of het juist is wat je bedacht hebt in het denk- en redeneerproces. Klopt het wel wat ik bedacht had? Heb ik niets over het hoofd gezien? Heb ik de juiste bronnen van kennis gebruikt? Je doorloopt dit proces soms alleen; soms zul je bij collega s toetsen of je het bij het rechte eind hebt. Besluitvorming gebeurt vaak impliciet. Zeker ervaren zorgverleners hebben een klinische blik en handelen onbewust op de juiste manier. Daar is niets mis mee, maar er wordt steeds vaker van zorgverleners verwacht dat je kunt beargumenteren en verantwoorden wat je doet, op basis waarvan je het besluit hebt genomen. En voor onervaren zorgverleners geldt dat je de besluitvorming pas goed onder de knie krijgt als je steeds weer moeten uitleggen wat je doet en waarom je dat zó doet. Het helpt je verder als je dat moet verwoorden. Het zet je aan het denken en stimuleert je om na te gaan wat de beste optie is. Daarnaast maak je zo voor je collega s duidelijk wat de achtergrond van je handelen is en dat biedt de mogelijkheid om het te bespreken en van elkaar te leren. Het besluitvormingsproces gebeurt in nauw overleg met de cliënt, ook wel shared decision making genoemd. Gezamenlijke besluitvorming in ideale vorm veronderstelt dat zorgverlener en cliënt samen tot een beslissing komen op basis van een open uitwisseling van kennis, ervaringen en inzichten. Gezamenlijke besluitvorming veronderstelt een cliëntgerichte zorgverlener en een actief participerende cliënt. Cliëntgerichtheid vraagt van de zorgverlener dat hij of zij de cliënt als persoon in een sociale context beschouwt en ook rekening houdt met diens gevoelens, wensen, verwachtingen, waarden en ervaringen. Actieve participatie vraagt van de cliënt dat die op zijn of haar beurt de zorgverlener hierover informeert en meedenkt over de invulling van het behandeltraject (bron: Platform Gedeelde Besluitvorming, gezien 2017). 1.4 Klinisch redeneren - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Tips uit de praktijk Klinisch redeneren leer je niet alleen in je opleiding, maar vooral in de praktijk: Wees kritisch op jezelf en stel jezelf voortdurend de volgende vragen: o Waarom doe ik dit zo? Leg het als het ware aan jezelf uit. o Op basis waarvan heb ik dit besluit genomen? Ervaring, een richtlijn, een protocol? Bespreek regelmatig een casus met collega s en stel dan aan elkaar bovenstaande vragen. Zie ook de methode Ronnie in hoofdstuk 11. Voor minder ervaren (wijk)verpleegkundigen: zoek een ervaren collega als buddy. 11
12 1.5 Klinisch redeneren - Tips voor verdieping voor teams Filmpje, klinisch redeneren voor verzorgenden (gezien 2017) Filmpje, introductie Omaha System, (gezien 2017) 1.6 Bekwaamheid Toepassen van nieuwe vaardigheden of aanleren van nieuw gedrag, zoals het leren werken met (een zorgplan gebaseerd op) Omaha System, verloopt doorgaans via een vast patroon (leerfasen van Maslow). Wanneer je als (wijk)verpleegkundige een zorgverlener van je team ondersteunt in het werken met Omaha System, kan het helpen te weten in welke leerfase deze persoon zit. Elke leerfase brengt ook zijn eigen emoties met zich mee. Leerfase Fase 1: Onbewust onbekwaam Je weet niet dat je iets niet kunt. Je zwachtelt de benen van je cliënt, maar je doet dat niet op de juiste manier. Maar je doet het altijd zo en er is nog nooit iemand geweest die er iets over gezegd heeft. En jij hebt ook nog nooit bij een ander nagevraagd of je het wel goed doet Emotie Fase 2: Bewust onbekwaam Je weet dat je iets niet kunt. Je wilt dit gaan leren, en je weet ook dat het niet vanzelf gaat maar dat je er bijvoorbeeld scholing en uitleg voor nodig hebt. Je wilt snappen waar datgene wat je in het zorgplan leest vandaan komt. Je kijkt eens op de website van omahasystem.nl. Fase 3: Bewust bekwaam Je bent bezig om te leren. Zolang je je gedachten er volledig bij hebt, lukt het vrij aardig: als je de tijd neemt om het zorgplan te lezen is het best logisch wat er staat. Om het nog beter te begrijpen neem je met de (wijk)verpleegkundige het zorgplan van een cliënt die je goed kent door. Je begint steeds beter te snappen waar je met de cliënt naartoe werkt en waarom je dat doet. Dit is de lastigste leerfase! Je kunt je onzeker voelen, 12
13 gefrustreerd. Je hebt de neiging op te geven. Je denkt: het globale inzicht wat ik door het kijken op de website kreeg werkt ook wel! Dat kan zo zijn, maar je komt dan niet verder. Fase 4: Onbewust bekwaam Je hebt het geleerd: je kunt nu zonder al te veel inspanning het zorgplan dat je uitvoert begrijpen. Je snapt waar de aandachtsgebieden, scores en actievlakken die in het zorgplan staan vandaan komen. Je kunt nu ook voorstellen doen om het zorgplan aan te passen. Figuur: Leerfasen van Maslow 1.7 Bekwaamheid - Tips voor verdieping voor teams en (wijk)verpleegkundigen Afhankelijk van de fase waarin bv. Een verzorgende in je team zit, zul je als (wijk)verpleegkundige anders reageren en zal de verzorgende andere begeleiding nodig hebben. Als (wijk)verpleegkundige stem je af op de leerfase waarin de verzorgende zit. Passend begeleiden, hoe doe je dat? Schat de bekwaamheid en bereidheid van de zorgverlener voor de taak in Bij bekwaamheid gaat het om kennis, vaardigheid en ervaring. Of iemand wel of niet bekwaam is, kan per taak verschillen. In sommige taken kan iemand bekwaam zijn, andere moeten nog helemaal eigen gemaakt worden. Maak dus per taak een inschatting, samen met de zorgverlener, of hij/zij bekwaam is. Bij bereidheid gaat het om houding, zelfvertrouwen en motivatie. Schat ook nu weer per taak in of iemand voldoende vertrouwen heeft in zijn of haar eigen kunnen, maar ook of hij/ zij gemotiveerd is de taak uit te voeren en bereid om te leren. Een zorgverlener is zelden 100 procent zeker van zichzelf en gemotiveerd en 100 procent bekwaam. Kies een passende vorm van sturing en begeleiding Leerfase Bewust onbekwaam De zorgverlener is zich niet bewust van een tekort aan kennis, niet bewust van het feit dat hij iets niet beheerst. Hij is zich er niet van bewust dat zijn gedrag niet effectief is in een bepaalde situatie Bewust onbekwaam De zorgverlener is zich ervan bewust dat hij iets mist en moet bijleren. Ook een ander kan hem hierop wijzen. Hij weet dát hij iets mist, hij weet alleen nog niet precies wat en hoe. Het kan ook zijn dat hij niet gemotiveerd is om te leren of hij is onzeker Bewust bekwaam, bewust aan het leren De zorgverlener is bewust bezig zich de gewenste kennis, vaardigheden of competenties eigen te maken en zo bekwaam te worden. Onbewust bekwaam De zorgverlener heeft zich de nieuwe kennis, vaardigheden of competenties eigen gemaakt en laat dit zien in zijn werk. Hij is Wijze van begeleiden Weinig ondersteuning en veel sturing. Instrueren. Uitleggen (wat, hoe, wanneer) wat de ander moet doen. Controleren van de uitvoering. Veel ondersteuning en veel sturing Overtuigen. Stimuleren, aanmoedigen en feedback geven. Overleggen en controle op de uitvoering Veel ondersteuning en weinig sturing. Stimuleren, aanmoedigen en feedback geven. Overleggen en hulp bij de uitvoering. Delegeren, weinig ondersteuning en weinig sturing. 13
14 niet meer bezig met de nieuwe kennis, denkt er niet meer over na, maar laat het automatisch zien, zonder daar extra zijn best voor te doen. Overlaten, afspreken wat en hoe je het overlaat. Hulp bij de uitvoering. Figuur: leerfasen met bijbehorende vormen van sturing en begeleiding Tips uit de praktijk Bied een zorgverlener de ruimte om naar je toe te komen. Geef een zorgverlener de ruimte om zelf mee te denken in welke leerfase hij zit. Stel vragen, in één-op-één-contact. Ga na of je het over dezelfde taak hebt. Bijvoorbeeld: zorgverleners die het zorgplan verwarren met het ECD. Neem samen een zorgplan door en ga na wat de zorgverlener wel of niet begrijpt. Onderzoek hoe het komt dat de zorgverlener zich niet bewust is van wat hij niet weet, kan of (misschien) wil. Sluit in eerste instantie aan bij het woordgebruik van de zorgverlener, maar vertaal steeds in de termen van Omaha System zodat de zorgverlener leert waar deze termen voor staan en hoe ze gebruikt moeten worden. Herhaal je uitleg. Ga na of de zorgverlener het begrijpt. Laat de zorgverlener het in haar eigen woorden benoemen. Stel controlevragen. 14
15 Bronnen Adriaansen, M. (2004). Praktijkverhalen zijn veel belangrijker dan het model. Tijdschrift voor verpleegkundigen. Bell-Peereboom, D. & Timmer, C. (2007). Raad weten met de situatie. Onderwijs en Gezondheidszorg, 31 (7), Benner, P., Bunt van de, C.E., Hellema, F.G. (2006). Van beginner naar expert: excellentie en invloed in de verpleegkundige praktijk. Maarssen : Elsevier. Bakker, T., Habes, V., Quist, G., Sande, J. van der, Vrie, W. van de. (2016). Klinisch redeneren voor ouderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Haaren, E. van, Graaf-Waar, H. de, Mast, J., Martijn, R. (2017). Klinisch redeneren en verpleegkundige classificaties. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Hersey, P., Situationeel leidinggeven, e druk Blanchard, K., e.a., Situationeel leiderschap II en de One Minute Manager., e druk Lambregts, J., Grotendorst, A., Merwijk, van C. (2016). Bachelor of Nursing Een toekomstbestendig opleidingsprofiel 4.0. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Lambregts, J., Grotendorst, A., Merwijk, van C. (2012). Leren van de toekomst: verpleegkundigen & verzorgenden Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Meerdere artikelen met meerdere auteurs, Dossier klinisch redeneren (2015). Tijdschrift voor verpleegkundig expert. Straalen, van L. en Schuurmans, M. (redactie). (2016). Klinisch redeneren voor verpleegkundigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. thema: Goed in gesprek Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar [email protected]. 15
16 2. Omaha System: algemeen en de relatie tot klinisch redeneren 2.1 De theorie Omaha System is een verpleegkundige classificatie. Een classificatie is volgens Nictiz: een terminologiestelsel waarin concepten en termen op basis van gemeenschappelijke kenmerken zijn ingedeeld ( Het is een gestandaardiseerde terminologie voor het vastleggen van de verschillende stappen in het zorgproces. Met een classificatie leg je gegevens vast en orden je ze in bepaalde categorieën. Je kanaliseert zo de gegevensstroom. Bovendien helpt het om hiaten te ontdekken, want als je een bepaalde categorie vergeet, valt dat op (van Haaren et.al., 2017). Dit hoofdstuk beschrijft in grote lijnen wat Omaha System is. In de volgende hoofdstukken gaan hier dieper op in. Aan het eind van dit hoofdstuk bespreken we de relatie tussen Omaha System en klinisch redeneren. Algemeen Vier domeinen Omaha System kent vier domeinen: Gezondheidsgerelateerd gedrag Psychosociaal Omgeving Fysiologisch Aandachtsgebieden De vier domeinen zijn onderverdeeld in 42 aandachtsgebieden Kenmerken Van elk aandachtsgebied geef je de kenmerken aan: Gaat het om: individu, leefeenheid of gemeenschap? Gaat het om: een actueel of potentieel probleem of om gezondheidsbevordering? Wat zijn de signalen/symptomen die je keuze voor het aandachtsgebied onderbouwen? Scores Omaha System werkt met uitkomsten voor de cliënt, die weergegeven worden in scores. Je scoort de ernst (de status) van de signalen/symptomen, kennis en gedrag. Voor alle drie scoor je zowel de huidige als de gewenste situatie. 16
17 Interventies De interventies bestaan uit twee aspecten: soort actie en actievlak. Soort actie: Adviseren/instrueren/begeleiden Behandelen Casemanagen Monitoren/bewaken Actievlak: 76 actievlakken 2.2 Omaha System in relatie tot klinisch redeneren Omaha System is een systeem dat de verschillende stappen in het verpleegkundig proces vastlegt. Zo n classificatie helpt je ook om je gedachten te ordenen en te zorgen dat je geen stappen vergeet. Maar het vervangt niet het klinisch redeneren. Klinisch redeneren is veel breder, zoals omschreven in hoofdstuk 1. Klinisch redeneren vraagt veel denkwerk, goed redeneren en de juiste besluiten nemen. Klinisch redeneren kan niet zonder kennis, vaardigheden en ervaring. Alleen door goed klinisch te redeneren kun je Omaha System adequaat toepassen. Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar [email protected]. 17
18 3. Preventie en zelfredzaamheid 3.1 De theorie Van de burger wordt verwacht dat hij zelfredzaam is, zijn eigen regie voert, in zijn kracht gezet wordt. Dit heeft gevolgen voor de zorgverleners in de wijk: preventie, stimuleren van zelfredzaamheid en wijkgericht werken krijgen meer aandacht. Ook intramuraal wordt van cliënten verwacht dat ze zoveel mogelijk zelf doen en mantelzorgers worden gevraagd een bijdrage te leveren. Zorg die niet meer noodzakelijk is moet worden afgebouwd. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Niet elke cliënt wil het weer zelf gaan doen; het vergt soms overredingskracht om hem zover te krijgen. Eerst even de begrippen op een rijtje: Eigen regie of zelfregie = zelf bepalen. Volgens Van Dale betekent regie : de leiding hebben. Movisie definieert zelfregie als volgt: het richting geven aan het leven, ook wanneer men een beroep op anderen moet doen voor steun bij zelfredzaamheid of participatie. Zelfregie gaat dus om zelf beslissen over het leven en eventuele ondersteuning daarbinnen. Het gaat om zelf bepalen, niet om zelf doen (bron: Zelfredzaamheid = het vermogen om het leven in te richten zonder hulp van anderen. Zelfredzaamheid is het vermogen van mensen om zichzelf te redden op alle levensterreinen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg (bron: Preventie = het geheel van maatregelen gericht op het terugdringen van risico s op ongevallen en ziekten en daarmee het voorkomen of beperken van de gevolgen daarvan; naast het onderscheid in primaire, secundaire en tertiaire preventie is tegenwoordig een gebruikelijkere indeling in universele preventie, selectieve preventie, geïndiceerde preventie en zorggerelateerde preventie; de eerste twee vormen richten zich op groepen mensen (mensen met en zonder risicofactoren), de laatste twee vormen op het individu (bron: Pinkhof Geneeskundig Woordenboek, 2012). Het doel van preventie is dus te zorgen dat mensen gezond blijven door hun gezondheid te bevorderen en te beschermen, maar ook om te voorkomen dat ze ernstiger ziek worden. Binnen Omaha System vind je deze termen niet letterlijk terug, maar je kunt er binnen Omaha zeker aandacht aan besteden: Ga bij de anamnese na in hoeverre de cliënt zijn eigen regie (deels) kan voeren en hoe zijn zelfredzaamheid kan worden vergroot. Besteed hier ook aandacht aan bij de keuze van de aandachtsgebieden. Als je de eigen regie of de zelfredzaamheid wilt stimuleren of preventieve acties in wilt zetten, kies dan bij Soort actie AIB en geef in de toelichting precies aan wat je gaat doen. 18
19 3.2 Preventie en zelfredzaamheid - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Omaha System en preventie/zelfredzaamheid Aandacht voor preventie en stimuleren van zelfredzaamheid kan bij elk aandachtsgebied binnen Omaha System. Meestal kies je dan als soort actie AIB (advies, instructie, begeleiding), maar soms is ook MB (monitoren, bewaken) of CM (casemanagement) aan de orde. Vier voorbeelden (uit voorbeeldzorgplannen) van preventieve zorg en stimuleren van zelfredzaamheid: 1. Bij een cliënt met CVA Aandachtsgebied Soort actie Actievlak Toelichting Fysieke activiteit Geestelijke gezondheid AIB Oefening en Advies en voorlichting over: beweging Belang van actief en passief bewegen, onder andere kracht en balans. Belang van zoveel mogelijk zelf doen (voorkomen van achteruitgang, behoud van functies). Energiemanagement. AIB Copingsvaardigheden Begeleiding bij: Acceptatie en verwerking. Gevolgen van CVA (cognitieve stoornissen, communicatieproblemen, parese, vermoeidheid, enz.). Stoornissen in gedrag en emoties: verlies interesse, verminderde sociale vaardigheden, agressiviteit, angst, depressiviteit, prikkelbaarheid en persoonlijkheidsveranderingen. Ondersteuning zelfmanagement. 2. Bij een cliënt met ernstige hartproblemen Aandachtsgebied Soort actie Actievlak Toelichting 19 Cognitie MB Signalen/symptomenfysiek Monitoren: Cognitieve stoornissen (lijkt bij veel cliënten met hartfalen voor te komen en neemt toe met ernst van hartfalen; vasculaire risicofactoren zijn zowel risicofactoren voor het ontwikkelen van hartfalen als voor cognitieve stoornissen en dementie). Mantelzorg AIB Copingsvaardigheden Advies, instructie en begeleiding bij: Acceptatie en verwerking Gevolgen van hartfalen Omgaan met de gevolgen Aangeven belang van: behoud van een optimale lichamelijke conditie (binnen de gegeven mogelijkheden), vermijding van gedrag dat de ziekte
20 nadelig kan beïnvloeden, opmerken van vroege symptomen van verslechtering Wanneer professionele hulp moet worden ingeroepen 3. Bij een cliënt met diabetes die je zelf wilt leren spuiten Aandachtsgebied Soort actie Actievlak Toelichting Medicatie AIB Medicatietoediening Instructie: Injecteren insuline Opslag insuline Toediening Glucagon Ondersteuning zelfmanagement Circulatie CM Continuïteit van zorg Samenwerking met/verwijzing naar andere disciplines: onder andere huisarts, specialist, diabetesverpleegkundige, POH, diëtist, psycholoog, apotheker, pedicure, podotherapeut en voetenteam. 4. Bij een cliënt met steunkous die je zelf wilt leren zijn steunkous aan te trekken Aandachtsgebied Soort actie Actievlak Toelichting Circulatie AIB Overigen Instructie cliënt en/of mantelzorg: Gebruik hulpmiddel om zelf elastische kousen aan te trekken. Vervang elastische kous als deze versleten is (levensduur 3-9 maanden). Lopen zoveel mogelijk beperken en benen omhoog voordat steunkous aangetrokken is. Trek de elastische kous niet direct na het douchen aan. Het is nog beter om s avonds te douchen. Gebruik geen talkpoeder, smeer het been niet in voor het aantrekken van de kous. Trek niet aan de boord van de kous. 20
21 3.3 Preventie en zelfredzaamheid - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen en teams Zelfredzaamheidsradar De ZelfredzaamheidsRadar is een breed gebruikt instrument om de zelfredzaamheid van je cliënt in kaart te brengen en samen te bedenken hoe je die kunt verbeteren, met en zonder hulpmiddelen of slimme technologie. De ZelfredzaamheidsRadar bestaat uit 15 domeinen (continentie, aankleden, mobiliteit, leervermogen, etc.) die je een cijfer (tussen 1 en 5) kunt geven. Als de cliënt op een bepaald domein lager scoort ga je zoeken naar verbeteringen. De radar is ook digitaal beschikbaar: Scoort de cliënt slecht op een bepaald domein van de zelfredzaamheidsradar en zie je mogelijkheden om die zelfredzaamheid te vergroten, kies dan een bijpassend aandachtsgebied binnen Omaha System. Bijvoorbeeld: Domein Zelfredzaamheidsradar Aandachtsgebied Omaha System Soort actie Actievlak Toelichting Aan- en uitkleden Persoonlijke zorg AIB Persoonlijke hygiëne Stimuleren cliënt om zoveel mogelijk zelf te doen. Oefenschema opstellen: kleine stapjes, onder begeleiding Contact anderen Sociaal contact MB Signalen/symptomenmentaal/emotioneel Monitoren signalen van sociaal isolement. Contact anderen Sociaal contact AIB Supportgroep Lotgenotencontact, dagbesteding, club in de buurt. Positieve gezondheid Machteld Huber introduceerde het concept positieve gezondheid in Nederland in In deze opvatting wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de lichamelijke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Het gaat om het vermogen om met veranderende omstandigheden om te kunnen gaan. Op de website van positieve gezondheid vind je het begrip Positieve Gezondheid uitgewerkt in het spinnenweb. Er zijn zes dimensies op gebied van gezondheid waarmee welzijn wordt vastgelegd. Lichaamsfuncties, mentale functies en beleving, spiritueel/existentiële dimensie, kwaliteit van leven, sociaal maatschappelijke participatie en dagelijks functioneren. 21
22 Figuur: Spinnenweb positieve gezondheid Hoe werkt het? Je beoordeelt zelf met een rapportcijfer hoe tevreden je bent met je functioneren op de 6 assen. Zo ontstaat jouw gezondheidsoppervlak. Op welk punt zou je iets zou willen verbeteren en daarmee je gezondheidsoppervlak vergroten? Weet je hoe je dat zou willen doen? Het invullen zet je aan het denken en geeft inzicht in wat voor jou belangrijk is. Dat geldt ook voor cliënten! Het spinnenweb is een instrument dat nog in ontwikkeling is. Gebruik het om op een andere manier naar gezondheid te kijken. Het helpt om op een andere manier in gesprek te gaat met cliënten over wat ze belangrijk vinden. Afhankelijk van de uitkomst kies je een passend aandachtsgebied binnen Omaha System. Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar [email protected]. 22
23 4. Relatie zorgverlener cliënt 4.1 De theorie You and your clients are partners (Martin, 2005) Vertrouwen opbouwen Zorg ontstaat in de relatie tussen cliënt, zijn directe omgeving en de zorgverlener. Het begint met vertrouwen opbouwen. Alleen dan krijg je als zorgverlener voldoende informatie van de cliënt en de mantelzorger; alleen dan ervaart de cliënt dat hij in goede handen is. Besteed tijd en aandacht aan het opbouwen van dat vertrouwen; dat gaat niet van de ene op de andere dag. Relatie cliënt professional De relatie tussen cliënt/mantelzorger en zorgverlener wordt gekenmerkt door respect voor de eigenheid van de cliënt, door empathie, door vertrouwelijkheid. De zorgverlener heeft een professionele houding met een goede balans tussen afstand en nabijheid. De cliënt brengt zijn eigen ervaringsdeskundigheid en vragen in; de zorgverlener kennis en professionaliteit. Ook Omaha System gaat ervan uit dat er altijd een relatie is tussen een professional en een cliënt/persoon. Samen kom je tot de aandachtsgebieden en de scores. Niet elke cliënt is in staat goed te verwoorden wat zijn probleem is of hij vindt dat er überhaupt geen probleem is. Karen Martin (VS) onderscheidt twee groepen cliënten: clients who own their problem and clients who do not own their problem. Met mensen met een goede geestelijke gezondheid kun je in partnership werken. Voor deze mensen en hun familie biedt het Omaha System houvast voor het bespreken van de huidige situatie en helpt het de zorgverlening gericht te beschrijven wat er aan de hand is. Het Omaha System biedt vervolgens ook een handvat voor het beschrijven van de mogelijke acties. Samen met de cliënt brengt de zorgverlener de huidige en de gewenste uitkomsten in beeld en bewaakt ze dat de acties hieraan bijdragen. In de praktijk blijkt dat mensen de begrippen van het Omaha System snel snappen. 23
24 4.2 Relatie professional cliënt - Tips voor verdieping voor wijkverpleegkundigen en teams Goed in gesprek Een goed gesprek is meer dan luisteren en praten. Het is open staan voor de ander, aandacht hebben, luisteren zonder vooroordeel, de vraag achter de vraag vinden, de juiste vragen stellen. Alleen in een goed gesprek krijg je voldoende informatie van je cliënt, mantelzorger, andere zorgverleners of van je collega s. Op thema Goed in gesprek, vind je veel handige tips: Gebruik LSD: Luisteren, Samenvatten en Doorvragen Laat OMA thuis: stel Oordelen, Meningen en Aannamen uit Neem ANNA mee: Altijd Navragen, Nooit (zomaar) Aannemen Smeer NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander Wees een OEN: Open, Eerlijk en Nieuwsgierig En toepasselijke filmpjes. De juiste vragen op de juiste manier In een goed gesprek moet je niet alleen de juiste vragen stellen, maar het ook op de juiste manier doen. Er zijn allerlei soorten vragen: Open vragen Gesloten vagen Suggestieve vragen Controlevragen Tabel: Verschillende soorten vragen Met open vragen laat je de ander zonder terughoudendheid praten en verzamel je brede, algemene informatie. Je creëert een betere verstandhouding. Bijvoorbeeld: Hoe vindt u dat het gaat? Hoe voelt u zich vandaag? Gesloten vragen zijn geschikt als je in korte tijd specifieke informatie wilt verzamelen. Ze geven vaak alleen de informatie waarom je gevraagd hebt. Ze sturen het gesprek en ze zorgen dat je recht op je doel afgaat. Bijvoorbeeld: Wat vind je het leukst op je werk, project A of B? Wilt u nog koffie? Een suggestieve vraag stuurt bewust naar de antwoordmogelijkheden ja of nee. Bij een suggestieve vraagt klinkt in je vraag het gewenste antwoord al door. Bijvoorbeeld: U twijfelt dus aan...? U wilt zeker geen koffie meer? Vraag of alles duidelijk is of het goed is overgekomen. Dat geeft je de kans bij te sturen als het nodig is. Een controlevraag stel je om erachter te komen of je begrijpt wat de ander bedoelt. Bijvoorbeeld: Heb ik dit voldoende toegelicht? Herkent u wat ik zeg? Bent u het met mij eens, dat...? 24
25 Omaha System in cliënttaal Omaha System is een classificatiesysteem voor zorgverleners. Termen die gebruikt worden zijn niet altijd meteen helder voor cliënten. Zorgverleners zullen een en ander uit moeten leggen. In dit overzicht vind je een omschrijving van Omaha System begrippen in cliënt taal. Omaha-term Omgevingsdomein Buurt/werkplek veiligheid Inkomen/financiën Omgevingshygiëne Woning Cliëntterm Huis, buurt en werkplek Woont en werkt in een veilige omgeving zonder verhoogd risico op ziekte of verwonding Heeft voldoende geld om rond te komen Woont en werkt in een schone omgeving zonder verhoogd risico op infecties of ziekte Woont in een veilige en verzorgde woning Psychosociaal domein Communicatie met maatschappelijke voorzieningen Geestelijke gezondheid Groei en ontwikkeling Interpersoonlijke relaties Mantelzorg/zorg voor kind of huisgenoot Mishandeling/misbruik Rolverandering Rouw Seksualiteit Sociaal contact Spiritualiteit Verwaarlozing Gedrag, relaties en communicatie Heeft contact met scholen, bedrijven, instellingen en gemeente over informatie, diensten en middelen Kan zich aanpassen aan veranderingen in het leven in contact met anderen Groei en ontwikkeling komen overeen met leeftijd en levensloop Onderhoudt relaties met familie, vrienden, collega s Ondersteunt een kind of familielid dat zorg nodig heeft Heeft te maken met geestelijk, lichamelijk of seksueel geweld Rolverandering Heeft gevoelens van rouw en verdriet bij verlies Houding, gevoelens en gedrag bij seksualiteit en intimiteit Onderhoudt contact met familie, vrienden, collega s Vindt troost in geloof, religie waarden en zingeving Komt tekort op het gebied van voedsel, onderdak, kleding, zorg of aandacht Fysiologisch domein Ademhaling Besmettelijke/infectueuze conditie Bewustzijn Circulatie Cognitie Darmfunctie Gehoor Geslachtsorganen Het lichaam gezond houden In- en uitademen Heeft een besmettelijke ziekte en kan deze overdragen op anderen Is zich bewust van zijn omgeving en ervaart prikkels Bloeddruk en hartfunctie functioneren goed Kan informatie opnemen, erover nadenken en het verwerken Hoe de darmen werken en afvalstoffen het lichaam verlaten Kan goed horen Heeft problemen met seksualiteit, voortplanting of de overgang 25
26 Huid Mondgezondheid Neuro/musculaire skeletfunctie Pijn Postnataal Spijsvertering/vochthuishouding Spraak en taal Urinewegfunctie Zicht Zwangerschap Heeft een gezonde huid zonder doorligwonden, ontstekingen, jeuk of uitslag Heeft een gezond gebit Kan spieren en botten goed bewegen Pijn Heeft klachten die verband houden met de bevalling Eet en drinkt goed Kan goed spreken en begrijpt wat gezegd wordt Heeft een ontsteking aan de blaas of urineleider Kan goed zien Heeft klachten die verband houden met de zwangerschap Gezondheidsgerelateerd gedragsdomein Fysieke activiteit Gebruik van verslavende middelen Gezinsplanning Gezondheidszorg supervisie Medicatie Persoonlijke zorg Slaap- en rustpatronen Voeding Beweegt voldoende gedurende de dag Gebruikt middelen die de stemming beïnvloeden en afhankelijkheid of ziektes veroorzaken Weet hoe je een zwangerschap kunt plannen Kan de regie houden over en voelt zich verantwoordelijk voor het zorgbehandelplan Weet welke medicatie hij nodig heeft en houdt zich aan de voorschriften Houdt lichaam en kleding schoon Heeft een goed ritme tussen dag en nacht Kiest gezond voedsel Tabel: Begrippen Omaha System in cliënt taal Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar 26
27 5. Individu, leefeenheid, gemeenschap/buurt 5.1 De theorie Het individu (de cliënt), de leefeenheid (cliënt en mantelzorg) of de gemeenschap/buurt staan centraal in de zorg, ook bij Omaha System. Hun wensen, behoeften, verlangens en mogelijkheden zijn het uitgangspunt. Gedurende het hele zorgproces worden de cliënt en de mantelzorger betrokken bij de zorg. Wat is de hulpvraag? Wat is de vraag achter de vraag? Wat zijn wensen, behoeften en mogelijkheden? Wat wil de cliënt bereiken? Welke zorg is daarvoor nodig? Hoe is de voortgang? Wat betekent dit voor de zorg? Voortdurend observeer en evalueer je en pas je de zorg aan als dat nodig is. Maar de zorg is niet U vraagt, wij draaien. Goede zorg is een afweging tussen: wensen, verlangens, behoeften en mogelijkheden van de cliënt wat professioneel gezien nodig is financiële en organisatorische mogelijkheden. Omaha System heeft als binnenste cirkel niet Cliënt, maar Individu, leefeenheid, gemeenschap/buurt. Omaha System richt zich dus niet alleen op de cliënt, maar ook op zijn omgeving. Zijn directe omgeving (naasten, mantelzorgers) en de omgeving waarin hij woont en leeft (gemeenschap, buurt, wijk). Het Omaha System biedt de mogelijkheid zorg vast te leggen voor een leefeenheid (gezin, groep personen die samenleven) of buurt (groep, buurt of ander geografisch gebied). In de zorg voor de cliënt is zijn steunsysteem onontbeerlijk. Het is het netwerk om de cliënt heen, bestaande uit mantelzorgers, vrijwilligers maar ook maatschappelijke voorzieningen en bijvoorbeeld patiëntenorganisaties. Benut dat netwerk zo goed mogelijk en inventariseer hoe het in elkaar zit en waar het versterkt kan worden. Er kunnen hiervoor een aantal aandachtsgebieden gekozen worden, bijvoorbeeld: Communicatie met maatschappelijke voorzieningen Inkomen / financiën Interpersoonlijke relaties Mantelzorg voor kind / huisgenoot Sociaal contact 27
28 5.2 Individu, leefeenheid, gemeenschap/buurt - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Sociaal netwerk van de cliënt Hulpmiddelen voor het in kaart brengen van het netwerk van een cliënt. Afbeelding: in kaart gebracht netwerk van een cliënt De 'MantelScan', een instrument voor professionals om samen met zorgvragers en mantelzorgers een zorgnetwerk in kaart te brengen, waarbij aandacht is voor de kracht en risico s van dat netwerk. 5.3 Individu, leefeenheid, gemeenschap/buurt- Tips voor verdieping voor teams Het SOFA-model Mantelzorgers kunnen verschillende rollen vervullen: die van collega, cliënt, naaste en expert. Van medewerkers vraagt dit dat zij hun benaderingswijze kunnen aanpassen op deze verschillende rollen. Met de mantelzorger als collega moet je Samenwerken De mantelzorger als cliënt moet je Ondersteunen De mantelzorger als naaste moet je Faciliteren Met de mantelzorger als expert moet je Afstemmen. 28
29 Filmpje de vier rollen de mantelzorger Samenwerken Eén van de rollen van een mantelzorger is de rol van samenwerkingspartner. In deze rol is de mantelzorger actief als zaakwaarnemer, tolk en verzorger van de cliënt. Communiceren met de mantelzorger draait hierbij om één centrale vraag: Wat kunnen we samen doen om tot een zo goed mogelijk herstel van het hersenletsel te komen? Ondersteunen De mantelzorger kan zich ook voordoen in de gedaante van een schaduwcliënt. Communiceren met de mantelzorger bestaat in deze rol veelal uit het oppikken van signalen. Signalen als overbelasting geven de professionele zorgverlener aan dat er ondersteuning gewenst is. Faciliteren Communiceren met de mantelzorger betekent ook dat er voorwaarden worden gesteld om de persoonlijke relatie van de cliënt en diens familie zoveel mogelijk intact te houden. Dit wordt uitgelegd onder het woord faciliteren. Afstemmen Afstemmen vormt het vierde en laatste werkwoord van SOFA. Waar voortdurende communicatie over behoeften, zorgen en successen van cliënt en mantelzorger onder de aandacht komt. Dit is de kern van het SOFA-model (Twigg et al., 1994, Carers perceived policy and practice in informal care). Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar 29
30 6. Verzamel en onderzoek gegevens 6.1 De theorie Het verzamelen en onderzoeken van de gegevens gebeurt bij de start (intakegesprek, indicatiegesprek, assessment) en doorlopend gedurende het hele zorgproces. Verzamelen en onderzoeken gegevens 1. Bij de start Tijdens het eerste gesprek met de cliënt (en mantelzorger) verzamel je zoveel mogelijk gegevens over de cliënt. Soms zijn er meer gesprekken nodig. Niet elke cliënt laat meteen het achterste van zijn tong zien en bovendien moet je eerst wat vertrouwen opbouwen. Naast de hulpvraag en het verhaal van de cliënt komen de anamnese, de zelfredzaamheid en de eigen regie aan bod. In hoofdstuk 1 bij Gegevens verzamelen vind je hierover meer informatie. Omaha System heeft geen systematiek voor het verzamelen van gegevens; je kunt je eigen manier gebruiken, bijvoorbeeld de 11 gezondheidspatronen van Gordon. Ook bij Omaha System staat of valt alles met een goede gegevensverzameling. Alleen dan kun je bepalen aan welke gebieden je aandacht moet besteden. Investeer dus tijd en energie in deze stap van gegevensverzameling en aan het leren kennen van de cliënt. Maak een goede beschrijving in het zorgdossier (in elk dossier heet dit weer anders: anamnese, cliëntschets, cliëntkarakteristiek, levensverhaal, persoonlijk verhaal). De anamnese en het verhaal van de cliënt zijn niet alleen het uitgangspunt bij het vaststellen van de benodigde zorg, maar zijn ook van belang voor iedereen die de zorg gaat verlenen aan die cliënt. 2. Doorlopend Gedurende het hele zorgproces kan er iets veranderen in de cliëntsituatie. Opname in het ziekenhuis, verslechtering van de situatie, vallen, een mantelzorger die uitvalt. Al deze aspecten kunnen invloed hebben op de zorgverlening. Pas steeds de beschrijving aan zodat dit altijd actueel is en de zorgverlener weet wat er met deze persoon aan de hand is. Pas de zorg aan op basis van de veranderingen. Indicatiestelling Omaha System kan gebruikt worden voor de indicatiestelling, maar de indicatie stellen is breder dan Omaha System. De volgende stappen volg je: 1. Je start met het opnemen van de algemene gegevens (NAW, huisarts enzovoort). 2. Daarna komt de anamnese, het persoonlijk verhaal van de cliënt, de zelfredzaamheid en de eigen regie aan bod. 3. Vervolgens kijk je samen met de cliënt wat de problemen zijn en je vertaalt die naar aandachtsgebieden in Omaha. 4. Je bepaalt de kenmerken, scores, soort actie en actievlak in Omaha System. 5. Dan maak je soort actie en actievlak cliëntspecifiek in de toelichting (wat moet er precies gedaan worden, hoe vaak, wanneer enzovoort). 6. Tot slot vertaal je dat naar de indicatie: wat is er nodig, op welk moment, hoeveel tijd kost dat. 30
31 Risicosignalering Risicosignalering is altijd en overal noodzakelijk, bij elke cliënt. Het is niet afhankelijk van het classificatiesysteem dat je gebruikt. Ook bij Omaha System is het dus belangrijk. Gedurende het hele zorgproces is de zorgverlener alert op wat er met de cliënt gebeurt. Gaat het goed met hem? Treden er veranderingen op? Werken de interventies? Loopt hij risico? Welke (andere) problemen kunnen zich aandienen? Zijn er signalen waar ik op in moet spelen? Wat kan ik doen om problemen te voorkomen? Welke preventieve acties moet ik inzetten? In de definitie van klinisch redeneren van Lambregts staan niet voor niets risico-inschatting, vroegsignalering, probleemherkenning en monitoring genoemd. Van Straalen omschrijft het als volgt: Risico-inschatting: de verpleegkundige weet op basis van kennis welke mensen een verhoogd risico hebben op het ontstaan van bepaalde problemen. Afhankelijk van de risico-inschatting zal de verpleegkundige in veel situaties preventieve maatregelen in gang zetten. Vroegsignalering: de verpleegkundige weet dat veel problemen zich aandienen met voortekenen of vroege symptomen; zij kent die en kan daardoor tijdig een probleem signaleren. Probleemherkenning: de verpleegkundige richt zich op een groot aantal problemen dat zich bij heel verschillende mensen in tal van verschillende situaties kan voordoen, variërend van problemen met voeding en uitscheiding tot problemen in de sociale context. Zij kent de uitingsvormen van deze problemen en kan ze objectiveren. Monitoring: de verpleegkundige monitort de werkzaamheid van de interventies en volgt het beloop van de ziekte, de aandoening of de behandeling. (Van Straalen en Schuurmans, 2016) Risicosignalering is dus veel meer dan het invullen van een aantal lijstjes twee keer per jaar. Risicosignalering is voortdurend op alert zijn, voortdurend observeren, voortdurend de juiste vragen stellen. Vragenlijsten, checklists en signaleringsinstrumenten kunnen heel handig zijn bij risicosignalering, maar zijn niet meer dan hulpmiddelen. Je zult ook zelf moeten blijven kijken, luisteren en actie ondernemen. 31
32 6.2 Verzamel en onderzoek gegevens - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen en teams Hulpmiddelen voor indicatiestelling V&VN ontwikkelt een toolbox voor wijkverpleegkundigen met hulpmiddelen voor indicatiestelling. 6.3 Verzamel en onderzoek gegevens - Tips voor verdieping voor teams Gebruik van risicosignaleringsinstrumenten binnen Omaha System Risico s signaleren is niet een kwestie van twee keer per jaar een lijstje invullen. Risico s signaleer je voortdurend. Je observeert, signaleert en stelt de juiste vragen. Als er een risico is, onderneem je actie. Maar signaleringsinstrumenten kunnen wel handig zijn als hulpmiddel. Zo kun je bijvoorbeeld de SNAQ gebruiken als je vermoedt dat iemand ondervoed is of dreigt te raken. Je vult het instrument in en als inderdaad blijkt dat die persoon ondervoed is, is er mogelijk een zorgvraag. In Omaha-termen: je kiest het aandachtsgebied Voeding. Aandachtsgebied Soort Actievlak Toelichting actie Voeding AIB Voeding, beleid/balans Advies en voorlichting over: Gezonde voeding (Onder)gewicht Bij ondervoeding (BMI 21 of minder, ongewenst gewichtsverlies of lage vetvrije massa) dieetinterventie gecombineerd met een inspanningsinterventie: verwijs naar diëtist. Voeding CM Voeding, beleid/balans Samenwerking met/verwijzen naar diëtist. Voeding CM Zorg door voedingsdeskundige/diëtist Inschakelen diëtist voor gezonde voeding bij dreiging ondervoeding. 32
33 Overzicht signaleringsinstrumenten (Wijk)verpleegkundigen en verzorgenden kunnen verschillende instrumenten gebruiken die het zorgproces ondersteunen. Onderstaand overzicht biedt een selectie van instrumenten die ingezet kunnen worden. Hierbij wordt aangegeven wat de meest voor de hand liggende gebieden en actievlakken zijn. Aandachtsgebied Instrument Wat is het? Actievlak Kan in zorgplan Status instrument Waar te vinden? Ademhaling Saturatie Overzicht om saturatie bij te houden Besmettelijke / infectueuze conditie Temperatuur Overzicht bijhouden temperatuur Circulatie Bloeddruk Overzicht om de bloeddrukwaarden bij te houden Circulatie Vocht Bijhouden vochtbalans (in/uit) Circulatie Gewicht/lengte Overzicht om gewicht en/of lengte bij te houden (+BMI) Circulatie Hartslag Overzicht om hartslag bij te houden Circulatie Saturatie (zie ademhaling) Signalen / symptomen - fysiek Signalen / symptomen - fysiek Signalen/symptomen fysiek Signalen/symptomen -fysiek Voeding, beleid/balans Signalen/symptomen -fysiek Signalen / symptomen - fysiek COPD Hartfalen n.v.t. n.v.t. COPD n.v.t. n.v.t. Diabetes Hartfalen MS n.v.t n.v.t. Hartfalen n.v.t. n.v.t. Diabetes Dementie Decubitus Hartfalen MS Depressie Pijn Palliatieve zorg Zorg in de stervensfase COPD n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 33
34 Aandachtsgebied Instrument Wat is het? Actievlak Kan in zorgplan Status instrument Waar te vinden? Cognitie DOS Delirium Observatie Screening Schaal - hulpmiddel om te bepalen of er sprake is van een delier Signalen/symptomen mentaal/emotioneel Dementie Palliatieve zorg De DOS-schaal is een in Nederland ontworpen en gevalideerd meetinstrument (Richtlijn Delier, 2010). Het is een gangbare schaal in de tweede lijn, verpleeg- en verzorgingshuizen (NHG- Standaard Delier, 2014) Link Cognitie MMSE Instrument voor screenen cognitieve beperkingen bij ouderen Darmfunctie Defecatie Overzicht om ontlastingpatroon bij te houden Geestelijke gezondheid Geriatric Depression Scale Screeningsschaal voor depressie specifiek ontwikkeld voor ouderen Signalen/symptomen mentaal/emotioneel Signalen/symptomen -fysiek Signalen/symptomen mentaal/ emotioneel Dementie Palliatieve zorg Parkinson MS Depressie COPD CVA Hartfalen Depressie Parkinson MS De Mini Mental State Examination (MMSE) is een geschikte schaal om cognitief disfunctioneren vast te stellen (NHG-Standaard Dementie, 2012) n.v.t. Valide en betrouwbare screeningsschaal voor depressie specifiek ontwikkeld voor ouderen (meetinstrumentenzorg.nl) Link Voorbeeld Link Huid Bradenschaal Instrument waarmee het risico op het ontwikkelen van decubitus kan worden vastgesteld Signalen / symptomen fysiek Decubitus Parkinson MS Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link 34
35 Aandachtsgebied Instrument Wat is het? Actievlak Kan in zorgplan Status instrument Waar te vinden? Huid Waterlowschaal Instrument voor het beoordelen van het risico voor het ontwikkelen van decubitus Signalen / symptomen fysiek Decubitus Parkinson MS Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link Huid Nortonschaal Instrument voor het beoordelen van het risico voor het ontwikkelen van decubitus Signalen / symptomen fysiek Decubitus Parkinson MS Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link Huid Decubitus Wond Score (DWS), Regionaal Expertisecentrum Decubitus (RED) Nijmegen e.o. Observatielijst voor evaluatie van wondbehandeling Signalen / symptomen fysiek Decubitus Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link Huid Pressure Ulcer Scale for Healing (PUSH) Observatielijst voor evaluatie van wondbehandeling Signalen / symptomen fysiek Decubitus Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link Huid WCS Classificatiemodel (onderdeel wondanamnese) Classificatie voor indelen wonden Signalen / symptomen fysiek Decubitus Wonden Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link Huid ALTIS (onderdeel wondanamnese) Wondanamnese Signalen / symptomen fysiek Decubitus Wonden Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link Huid TIME (onderdeel wondananmnese) Model voor beschrijving van wondkenmerken Signalen / symptomen fysiek Decubitus Wonden Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link 35
36 Aandachtsgebied Instrument Wat is het? Actievlak Kan in zorgplan Status instrument Waar te vinden? Mantelzorg Care giver Strain Index Vragenlijst waarmee overbelasting door mantelzorg gemeten kan worden Signalen/symptomen mentaal/emotioneel Diabetes Dementie COPD CVA Decubitus Hartfalen Parkinson MS Zorg in de stervensfase Wonden Pijn Wetenschappelijk gevalideerd instrument ontwikkeld in de VS en één van de meest gebruikte (internationale) meetinstrumenten (Expertisecentrum Mantelzorg). Kan worden gebruikt voor personen die de rol van mantelzorger hebben voor een (oudere) volwassene Zorgstandaard CVA/TIA, 2012 Link Medicatie Signaallijst gebruik- en beheerproblemen BEM Lijst met signalen voor problemen met gebruik en/of beheer van medicatie Medicatiecoördinatie / bestelling Diabetes Dementie COPD CVA Oogdruppelen Hartfalen Parkinson MS Depressie Zorg in de stervensfase Wonden Ontwikkeld door Instituut Verantwoord Medicatiegebruik (IVM) Link 36
37 Aandachtsgebied Instrument Wat is het? Actievlak Kan in zorgplan Status instrument Waar te vinden? Medicatie Rode Vlaggen Instrument Instrument waarmee thuiszorgmedewerkers medicatieproblemen achter de voordeur vroegtijdig kunnen signaleren Medicatie Glucose Overzicht om de bloedsuikerwaarden bij te houden Medicatie werking en bijwerkingen Medicatie werking en bijwerkingen, monsterverzameling Diabetes Dementie COPD CVA Oogdruppelen Hartfalen Parkinson MS Zorg in de stervensfase Wonden Pijn Ontwikkeld door Hogeschool Utrecht Link Diabetes n.v.t. n.v.t. Medicatie Bloeddruk (zie circulatie) Mondgezondheid Mondgezondheid Inventarisatie mondgezondheid cliënt door de verzorgende (intramuraal) Inventarisatie zelfzorg cliënt door de verzorgende (intramuraal) Observatieformulier om mondgezondheid in kaart te brengen Checklist om te bepalen of de client in staat is zelf de mond te verzorgen Persoonlijke hygiene Persoonlijke hygiene Dementie Mondzorg Dementie Mondzorg Richtlijn mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen Richtlijn mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen In bijlage richtlijn mondzorg voor zorgafhank elijke ouderen In bijlage richtlijn mondzorg voor zorgafhank elijke ouderen 37
38 Aandachtsgebied Instrument Wat is het? Actievlak Kan in zorgplan Status instrument Waar te vinden? Mondgezondheid Observatieformulie r coördinerend zorgverlener mondzorg: inventarisatie mondgezondheid (intramuraal) Observatieformulier om mondgezondheid in kaart te brengen in aanvulling op observaties verzorgende Persoonlijke hygiene Dementie Mondzorg Richtlijn mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen In bijlage richtlijn mondzorg voor zorgafhank elijke ouderen Persoonlijke zorg Barthelindex Bepalen mate van (lichamelijke of verbale) hulp die een persoon nodig heeft om algemene dagelijkse (ADL) handelingen uit te voeren Persoonlijke hygiene CVA Wonden Zorgstandaard CVA/TIA, 2012 Link Pijn VAS (volwassenen, ouderen) Meetschaal voor pijn Pijn Pacslac D Beoordelingsschaal voor pijn bij ouderen met dementie Vocht (zie circulatie) Signalen/symptomen fysiek Signalen/symptomen fysiek Decubitus Palliatieve zorg Wonden Pijn Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, 2011, V&VN Link Dementie V&VN pijnverpleegkundigen Link Spijsverteringvochthuishouding Spijsverteringvochthuishouding Gewicht/lengte (zie circulatie) 38
39 Aandachtsgebied Instrument Wat is het? Actievlak Kan in zorgplan Status instrument Waar te vinden? Voeding Instrument Gewicht & Gewichtsverlies 65- Screening ondervoeding van patiënten van jaar in de eerstelijnszorg en de thuiszorg Voeding, beleid/balans Dementie COPD CVA Decubitus Parkinson MS Wonden Pijn Stuurgroep ondervoeding Richtlijn Voeding bij de ziekte van Parkinson, 2012 Link Voeding SNAQ 65+ Screening ondervoeding van thuiswonende ouderen Voeding, beleid/balans Dementie COPD CVA Decubitus Parkinson MS Wonden Pijn Stuurgroep ondervoeding Zorgstandaard CVA/TIA, 2012 Richtlijn Voeding bij de ziekte van Parkinson, 2012 Link Voeding SNAQRC Screening ondervoeding voor verpleeg- en verzorgingshuizen Voeding Glucose (zie medicatie) Voeding, beleid/balans Dementie COPD CVA Decubitus Parkinson MS Wonden Pijn Stuurgroep ondervoeding Zorgstandaard CVA/TIA, 2012 Richtlijn Voeding bij de ziekte van Parkinson, 2012 Link Voeding Voeding Vocht (zie circulatie) Gewicht/lengte (zie circulatie) 39
40 Bronnen Haaren, E. van, Halem, N. van, Groot, S. (2016). Risicosignalering in de zorg. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Handreiking Zelfredzaamheid voor wijkverpleegkundigen Straalen, van L. en Schuurmans, M. (redactie). (2016). Klinisch redeneren voor verpleegkundigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg en samenvatting Normenkader verpleegkundige indicatiestelling, V&VN, Voorbeeldzorgplannen Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar 40
41 7. Stel aandachtsgebied vast 7.1 De theorie Aandachtsgebieden bepalen Je hebt gegevens verzameld bij de cliënt, de mantelzorger, eventueel bij andere zorgverleners. Je hebt de overdracht gelezen. Je hebt de cliënt en zijn omgeving geobserveerd. Zo heb je een goed beeld van de cliëntsituatie gekregen. Op basis daarvan ga je bepalen wat de problemen zijn; in Omaha System-termen: de aandachtsgebieden. Omaha System kent 42 aandachtsgebieden verdeeld over vier domeinen (omgevingsdomein, psychosociaal domein, fysiologisch domein, gezondheidsgerelateerd gedragsdomein). Kenmerken en signalen/symptomen vaststellen Van elk aandachtsgebied stel je vervolgens de kenmerken vast: Betreft het aandachtsgebied: het individu, de leefeenheid of de gemeenschap? Het Omaha System biedt, naast het vastleggen van de zorg voor de individuele client, ook de mogelijkheid zorg vast te leggen voor een leefeenheid (gezin, groep personen die samenleven) of buurt (groep, buurt of ander geografisch gebied). Gaat het: om een actueel probleem, een potentieel probleem of om gezondheidsbevordering? Met de signalen en symptomen onderbouw je de keuze van het aandachtsgebied. Optie Overig Kies zo min mogelijk voor de optie Overig. Als je voor de optie Overig wilt kiezen, kijk dan eerst of je wel het juiste aandachtsgebied hebt. Als het aandachtsgebied juist is en het juiste signaal staat niet in het rijtje, dan kun je kiezen voor Overig. Geef in de toelichting altijd aan om welk signaal het gaat. 7.2 Stel aandachtsgebied vast - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen Definities en voorbeelden Zie voor definities en voor alle signalen en symptomen: Het boek Het Omaha System, een introductie van Nicole Koster en Jeroen Harmsen (2015) Of de module Omaha System in jullie ECD Of Het Omaha System, gids voor gebruik van Nicole Koster en Jeroen Harmsen (2016) met daarin niet alleen de definities, maar ook veel voorbeelden Gebruik voorbeeldzorgplannen De Stichting Omaha System heeft voorbeeldzorgplannen ontwikkeld over 18 ziektebeelden en zorghandelingen. Zorgverleners kunnen ze als hulpmiddel gebruiken bij het assessment en bij de uitvoering van de zorg. Met deze zorgplannen maak je een plan op maat voor een individuele cliënt. Dit betekent dat je bewust kiest wat wel of niet van toepassing is. De voorbeeldzorgplannen combineren de Omaha-systematiek met inhoudelijke landelijke richtlijnen en expertise uit het veld. Naast gebied-soort actie-actievlak staan in de specificatie puntsgewijs de relevante onderdelen van deze landelijke richtlijnen. Zo gebruik je als zorgverlener niet alleen de Omaha- 41
42 systematiek, maar neem je ook op een eenvoudige en snelle manier kennis van de actuele standaarden en toets je je individuele zorgplan met het voorbeeldzorgplan en de actuele kennis. Bijvoorbeeld: bij CVA zijn er een aantal problemen die mogelijk gaan spelen en waarop jij bedacht moet zijn. Er is kans op een depressie, het gevaar bestaat dat de mantelzorger te veel overneemt waardoor cliënt alleen maar verder achteruitgaat, schouderpijn treedt veel op. Al deze aspecten vind je bij de specificatie. Als je die doorneemt, kom je alles tegen waar je alert op moet zijn en kun je snel bepalen of dat voor jouw cliënt ook geldt en of je het op moet nemen in je eigen plan. Neem ze door met je team en met bijvoorbeeld stagiaires. Zo kunnen ze snel de belangrijkste punten uit de landelijke richtlijnen leren kennen. Je kunt de voorbeeldzorgplan op twee manieren gebruiken: Je leest de gekozen aandachtsgebieden en kijkt welke voor jouw cliënt van toepassing zijn. Beter is het om te starten bij de specificatie: welke aandachtspunten uit de landelijke richtlijn zijn op mijn cliënt van toepassing en welke aandachtsgebieden passen daarbij? Waar houd je rekening mee bij kiezen van aandachtsgebied? Om te beginnen, stel jezelf de vraag: Waarom kom ik bij deze cliënt, waarom neem ik zorg over? Bijvoorbeeld, als de cliënt zichzelf niet kan wassen omdat ze reuma heeft klik je een ander aandachtsgebied aan (neuromusculaire skelet functie) dan wanneer een cliënt zichzelf tijdelijk niet kan verzorgen omdat hij geopereerd is (aandachtsgebied persoonlijke zorg). Bij de keuze van aandachtsgebieden helpen onderstaande overwegingen in het maken van een keuze: Wat wil de cliënt? Misschien is de cliënt nog niet toe aan praten met zijn dochter over hun slechte relatie; misschien lukt het hem nu nog niet te stoppen met roken na het overlijden van zijn vrouw; misschien ziet zij het nu nog niet zitten om zelf insuline te gaan spuiten, ook al denk jij dat ze dat wel kan; misschien wil die cliënt die vergeetachtig wordt nog niet door jou gedoucht worden en denkt ze dat ze het wel zelf kan. Niet alles wat jij van belang vindt, is op dit moment wezenlijk voor de cliënt. Laat het nog even rusten of neem het op als potentieel aandachtsgebied of als actueel aandachtsgebied met het soort actie Monitoren en bewaken (je houdt zo vinger aan de pols) of soort actie Advies, instructie, begeleiding (als je de cliënt wilt motiveren). Met welke aandachtsgebieden kun/moet jij als zorgverlener iets? Wat wil je volgen bij de cliënt? Welke gebieden wil je monitoren? Dat zijn gebieden waarover je scores en rapportages wilt. Er zijn soms meerdere keuzes mogelijk. Bijvoorbeeld bij een client die incontinent is en een begin van smetplekken heeft scoor je Urineweg-functie. Je scoort (nog) geen Huid, omdat je verwacht dat met de juiste acties (juist incontinentiemateriaal, goede adviezen) ook de huid zal verbeteren. Op het moment dat de huid toch open gaat, maak je het aandachtsgebied Huid aan. Je wilt dat specifiek monitoren en scoren. Je kunt een aandachtsgebied afsluiten op het moment dat jij er als zorgverlener niets meer mee hoeft, bijvoorbeeld je hebt een client geleerd zelf insuline te spuiten en hij kan het. Welke risico s loopt de cliënt? Risicosignalering is een belangrijk onderdeel van het verpleegkundig en verzorgend vak. Door je kennis en ervaring weet je vaak al welke risico s de cliënt in de (nabije) toekomst gaat lopen. Ook door 42
43 observatie wordt duidelijk waar de gevaren zitten, denk aan een onveilig huis en ongezond gedrag. Des te groter het risico, des te eerder zul je het aandachtsgebied opnemen. Wat heeft prioriteit? Je kunt niet alles tegelijk. Maak samen met de cliënt en mantelzorger de keuze over wat prioriteit heeft. Wees reëel. Welke afweging maak je? Zorg is niet U vraagt, wij draaien maar een afweging tussen wensen, behoeften, mogelijkheden van de cliënt en wat professioneel gezien nodig is en de financiële en organisatorische mogelijkheden. Is er samenhang tussen signalen/symptomen, aandachtsgebied en scores? Nadat je de aandachtsgebieden hebt gekozen, stel je de signalen/symptomen vast (zie hierna) en bepaal je de scores (zie hoofdstuk 8). Als je een bepaald aandachtsgebied gekozen hebt en het blijkt dat de signalen/symptomen die jij waarneemt bij de cliënt niet in het rijtje voorkomen, kun je kiezen voor Overig, maar het kan ook zijn dat je niet het juiste aandachtsgebied hebt gekozen. Overweeg dan een ander aandachtsgebied. Voorbeeld: kiezen aandachstgebieden bij twee verschillende cliënten na heup-ok: 1. Je krijgt een nieuwe cliënt in zorg die geholpen moet worden met douchen, omdat hij dit tijdelijk niet zelf kan vanwege een nieuwe heup. Hij is hartpatiënt, beheert zelf zijn medicatie, bezoekt trouw de cardioloog. In de anamnese zul je deze informatie opnemen, maar je kiest niet Circulatie of Medicatie als aandachtsgebied. Met deze aspecten hoef jij namelijk niets. Hij regelt dit zelf. 2. Bij een andere cliënt waar je ook komt voor hulp bij douchen na heup-ok, vind je een wirwar van medicijndoosjes op tafel. Je vraagt je af of je hier iets mee wilt. De cliënt zegt dat hij het nog zelf kan, maar je besluit het wel in de gaten te houden want je vertrouwt het niet en neemt Medicatie / MB op in je zorgplan. Risico s opnemen in het zorgplan In Omaha System heb je verschillende mogelijkheden om risico s op te nemen: Het is een risico waar je direct iets mee moet (er zijn signalen en symptomen) actueel aandachtsgebied, AIB. Het is een risico waar je niet direct iets mee moet (er zijn nog geen signalen/symptomen), maar wat je wel gericht in de gaten wilt houden potentieel aandachtsgebied, géén signalen/symptomen, MB. Het is een risico wat mogelijk in de toekomst gaat spelen, maar nu nog niet potentieel aandachtsgebied, nog geen actie. Voorbeeld van een cliënt met CVA (uit voorbeeldzorgplan CVA): Actueel aandachtsgebied Circulatie AIB Anatomie/fysiologie Advies, informatie en begeleiding bij: Medicatie Gezonde leefstijl (stoppen met roken, gezond eten, voldoende bewegen, goede bloeddruk en cholesterolgehalte, enz.) Belang van bewegen (cliënt stimuleren zoveel mogelijk zelf te doen) Een belangrijke neuropsychologische stoornis als gevolg van een CVA is geen of gebrekkig ziekte-inzicht Ondersteuning zelfmanagement 43
44 Geestelijke gezondheid MB Signalen/symptomenmentaal/emotioneel Potentieel aandachtsgebied Sociaal contact MB Signalen/symptomenmentaal/emotioneel Slaap en rustpatronen Monitoren symptomen stemming en depressie: Aanhoudende sombere stemming Verlies van interesse of plezier Slaapproblemen (veel of juist weinig) Rusteloos zijn of juist te rustig Gedachten aan de dood of zelfdoding Verandering van eetlust of gewicht Verlies van energie Gevoelens van waardeloosheid Gebruik eventueel een meetinstrument Bewaken zelfmanagement De heer geeft aan niet eenzaam te zijn, maar kans op sociaal isolement is zeker aanwezig. In de gaten houden. Op dit moment slaapt de heer goed, maar jij weet als zorgverlener dat bij CVA het slaap-/rustpatroon verstoord kan raken of dat cliënt als gevolg van depressie slaapstoornissen kan ontwikkelen. Nu nog geen actie; wel potentieel aandachtsgebied. Voorbeeldcasus complexe zorg en keuze aandachtsgebieden De heer Van Pinksteren, 75 jaar, is sinds zijn geboorte doofstom. Hij is nooit naar school geweest, kan niet lezen en schrijven. Hij heeft geen partner en weinig familie, er is een nicht die veel voor hem doet. Sinds 35 jaar woont hij in een pension in Goes. De pensionhoudster kookt elke dag voor alle bewoners en houdt een oogje in het zeil. Zij is ook degene die, in overleg met de nicht van meneer, de thuiszorg heeft ingeschakeld. Het gaat namelijk slecht met hem. Hij is incontinent van urine (alleen tijdens rust/slapen), het incontinentiemateriaal is niet altijd afdoende ( s ochtends is hij drijfnat), hij heeft een kwetsbare huid op zijn stuit, hij verzorgt zich slecht. De communicatie met meneer is heel lastig; het kan alleen door middel van gebaren en aankijken. Er is veel geduld nodig. Als hij je niet begrijpt wordt hij boos. Uitwerking Domein: Fysiologisch Aandachtsgebied: Spraak en taal Kenmerken: Individu en actueel Signalen/symptomen: Geen/afwijkend vermogen tot spreken/vocaliseren Mist alternatieve vaardigheden /gebaren tot communiceren Score: SS: 1 1 Kennis: 2 3 Gedrag: 2 3 Soort actie: B Actievlak: Communicatie Soort actie: MB Actievlak: Communicatie 44
45 Argumentatie Spraak en taal zijn een probleem bij deze cliënt. Het is heel lastig communiceren met hem omdat hij doofstom is en ook niet kan lezen. Een complicerende factor is dat de heer snel boos wordt als je hem niet begrijpt of als hij jou niet begrijpt. Het is dus zaak om heel precies en steeds op dezelfde manier iets aan te geven, steeds dezelfde gebaren te maken. Daarom is gekozen voor B (behandelen en procedures toepassen). Je past namelijk steeds dezelfde procedure toe. De status van de signalen en symptomen zal niet veranderen; hij blijft doofstom. Maar je kunt wel wat aan zijn kennis en gedrag doen door creatief te zijn: plaatjes opzoeken, gebaren uitproberen, geduldig en aardig te blijven, juiste lichaamstaal. De wijkverpleegkundige wil monitoren of alle collega s op een goede manier met hem omgaan om het juiste resultaat te bereiken (MB). Afstemming met elkaar is daarbij heel belangrijk. Wat lukt wel en wat niet? Wie heeft er goede ideeën? Domein: Fysiologisch Aandachtsgebied: Urinewegfunctie Kenmerken: Individu en actueel Signalen/symptomen: Urine-incontinentie Nachtelijk urineren Toelichting: Incontinentie tijdens slaap Score: SS: 1 2 Kennis: 2 3 Gedrag: 2 3 Soort actie: B Actievlak: Blaaszorg Soort actie: MB Actievlak: Blaaszorg Soort actie: CM Actievlak: Materialen Argumentatie De heer is incontinent van urine, incontinentiemateriaal moet verwisseld worden (B). Maar eigenlijk is hij alleen tijdens slaap incontinent. De wijkverpleegkundige wil gaan proberen om hem s nachts een keer te laten wekken (B) en naar de wc te laten gaan. Ze zal hem dit eerst duidelijk moeten maken (kennis van 2 3). De verwachting is dat hij dan wellicht minder incontinent is (SS van 1 2). Maar hij moet zijn gedrag dan wel aanpassen: van 2 3). De wijkverpleegkundige wil dit monitoren (MB) om te kijken of het werkt. Ze heeft nog niet voor het aandachtsgebied Huid gekozen. Ze verwacht dat als hij minder incontinent is het ook beter zal gaan met de huid. Mocht de huid toch achteruitgaan dan kiest ze alsnog dit aandachtsgebied. Domein: Gezondheidsgerelateerd Aandachtsgebied: Persoonlijke zorg Kenmerken: Individu en actueel Signalen/symptomen: Moeite met douchen Moeite met wassen onderlichaam/bovenlichaam Onprettige geur Score: SS: 1 2 Kennis:
46 Soort actie: Actievlak: Soort actie: Actievlak: Gedrag: 1 2 B Persoonlijke hygiëne AIB Persoonlijke hygiëne Argumentatie Communicatie is bij deze cliënt erg lastig. Uitleggen wat er van hem verwacht wordt, duidelijk maken waarom persoonlijke hygiëne (douchen, scheren, tandenpoetsen) belangrijk zijn en waarom hij zoveel mogelijk zelf moet doen zijn niet eenvoudig. Dit is in de score meegenomen. De wijkverpleegkundige is al blij als er een kleine verbetering in zit de komende twee maanden. Na twee maanden gaat ze evalueren en kijken of ze meer kan bereiken en de score verder omhoog kan. Ze helpt hem bij douchen (B), maar wil hem ook stimuleren zoveel mogelijk zelf te doen en zichzelf te scheren (AIB). Goede communicatie met hem is van wezenlijk belang. 7.3 Stel aandachtsgebied vast - Tips voor verdieping voor teams Speel het Omaha System Spel Casuïstiekbespreking Bij de tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen vind je een casus van de heer Van Pinksteren uitgewerkt. Deze kun je gebruiken bij een casuïstiekbespreking met het team, maar beter is het om een bekende minder ingewikkelde cliënt te bespreken. Belangrijk bij die bespreking is niet alleen de uitwerking in Omaha System, maar ook de argumentatie. Waarom heb je voor die aandachtsgebieden, soort actie en actievlak gekozen? Waarom heb je voor deze scores gekozen? Waar wil je naartoe werken en wat is dan een reële score? Fimpjes over mooie casussen: 46
47 Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar 47
48 8. Meet stand van zaken per gebied 8.1 Scores Score: status van de signalen/symptomen, kennis, gedrag In Omaha System wordt niet gewerkt met doelen maar met uitkomsten. Deze uitkomsten worden per aandachtsgebied weergegeven in scores op drie terreinen: 1. Status van de signalen en symptomen = hoe ernstig zijn de signalen en symptomen? Signalen en symptomen kunnen objectief en subjectief zijn. Objectief betekent dat je het kunt meten en/of dat meerdere personen dezelfde signalen zien. Subjectief is hoe de cliënt of de zorgverlener het ervaren. 2. Kennis = wat een cliënt weet. Het vermogen van de cliënt om informatie te onthouden, te begrijpen en te interpreteren. 3. Gedrag = wat een cliënt doet. Je verwacht dat het gedrag van de client bijdraagt aan zijn gezondheid, dus dat het gedrag zo is dat de signalen en symptomen minder ernstig worden of dat de cliënt ermee om kan gaan. En dat de cliënt dat wat hij weet over zijn situatie kan omzetten in gedrag dat voor zover mogelijk bijdraagt aan zijn gezondheid. Er zijn 5 categorieën: van meest ernstig naar minst ernstig (status signalen en symptomen) van weinig kennis naar veel kennis van gedrag dat niet bijdraagt aan de gezondheid tot gedrag wat dat wel doet. Status signalen/symptomen Kennis Gedrag 1. Extreme signalen / symptomen 2. Ernstige signalen / symptomen 3. Matige signalen / symptomen 4. Minimale signalen / symptomen 5. Geen signalen / symptomen 1. Geen kennis 2. Minimale kennis 3. Basis kennis 4. Adequate kennis 5. Uitstekende kennis 1. Onjuist gedrag 2. Nauwelijks juist gedrag 3. Onregelmatig juist gedrag 4. Meestal passend gedrag 5. Consistent passend gedrag Je scoort alle actuele aandachtsgebieden. Bij Potentiële aandachtsgebieden of bij Gezondheidsbevordering zijn er geen signalen/symptomen. Die kun je dus ook niet scoren. Je kunt wel Kennis en Gedrag scoren, om te zien of deze verbeteren. Score: huidige en gewenste situatie Met de scores geef je aan hoe de uitgangssituatie is (huidige situatie) en waar je naartoe wilt werken (gewenste situatie). Hoe is de status/kennis/gedrag nu? En wat wil of kan de cliënt bereiken? Let op! Het gaat om status/kennis/gedrag wat betreft het gekozen aandachtsgebied! Wees hier reëel in. Niet voor iedereen is vooruitgang mogelijk; vaak ben je al blij als je de huidige situatie kunt handhaven en zul je daar al de nodige acties voor in moeten zetten. Score: bij start, tussentijds en bij evaluatie De scores worden bij de start van een aandachstgebied vastgelegd, maar ook tussentijds (bij wijziging van de zorg) en bij de evaluatie. Je kijkt of je bereikt hebben wat je wilde bereiken. Is er vooruitgang? Hebben we de situatie stabiel kunnen houden? Of is er achteruitgang? Op basis van je bevindingen ga je 48
49 opnieuw scoren. Soms zul je nieuwe acties (soort actie en actievlak) in gang moeten zetten om die nieuwe score te bereiken. Met de scores volg je dus het verloop van de cliëntsituatie en de veranderingen bij de cliënt. Score: ten opzichte van een gezond persoon Bij het bepalen van de score neem je een gezond persoon voor ogen. Iemand zonder ziektesignalen en - symptomen, met kennis over (het bevorderen en behouden van) gezondheid, gemotiveerd om gezond te leven. Zo vertoont iemand die zichzelf niet wast Onjuist gedrag (1) op Persoonlijke zorg, ook al is het een CVApatiënt met een ernstige halfzijdige verlamming. Gezien het ziektebeeld is het logisch dat hij het niet kan, maar je scoort laag omdat je uitgaat van een gezond persoon. Score: wat is niet passend gedrag? Vertoont een MS-patiënt die bedlegerig is niet passend gedrag? Maar het is toch passend bij de MS? Niet passend gedrag = iemand kan iets niet = lichamelijk of psychisch niet in staat het juiste gedrag te vertonen iemand wil iets niet = o heeft er weerstand tegen o is niet gemotiveerd o heeft bewust gekozen om het niet te doen. Score: is subjectief Er zijn geen harde criteria voor de scores. Jouw inschatting hangt af van: Informatie van derden: hoe is de prognose? Je kennis en ervaring: hoe ontwikkelt het ziektebeeld/de aandoening zich, welke risico s loopt deze cliënt? De informatie van de cliënt: wat zijn zijn mogelijkheden, wat wil hij nog, hoe gemotiveerd is hij? Je vaardigheden: ben je in staat voldoende informatie te verkrijgen van de cliënt door de juiste vragen te stellen, het vertrouwen te winnen, hem te motiveren? Bovengenoemde punten zijn subjectief maar als je vervolgens die punten voor jezelf hebt afgewogen dan scoor je vervolgens volgens de uitleg bij de verschillende scores in de Omaha-gids. Deze uitleg moet je soms interpreteren en toepasbaar maken voor jouw cliënt maar als je dat doet dan heb je houvast aan de uitleg. Hoe werk je naar meer overeenstemming in scoren? Praat over je opvattingen over waarom je kiest voor een bepaalde score met je collega s. Scoor eerst ieder voor zich, bijvoorbeeld één aandachtsgebied van een cliënt Vertel aan elkaar wat je gescoord hebt en leg uit waarom je een bepaalde score hebt gekozen. Onderbouw je keuze, noem je argumenten Je hoeft het niet altijd eens te worden, leer van elkaar. Probeer het in ieder geval eens te worden over de richting van de score. 49
50 8.2 Meet stand van zaken per gebied - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen en teams Scores zijn een lastig onderdeel van Omaha System, vooral als je net begint met Omaha. Het regelmatig bespreken van een casus en beargumenteren waarom je voor een bepaalde score hebt gekozen, brengt het gesprek op gang en leidt tot verdieping. Gebruik de Omaha-gids en praat over de scores met je collega s (interbeoordelaarsovereenkomst). Leg aan elkaar uit waarom je die keuze hebt gemaakt. Probeer je argumenten duidelijk voor het voetlicht te brengen zo kun je van elkaar leren. Speel het Omaha System Spel Voorbeelden: zelfde cliënt, andere scores De scores hangen niet alleen af van de toestand van de cliënt. Met name de gewenste scores kunnen anders zijn als de cliënt een ander besluit neemt. We schetsen hier een MS-cliënt die wel jouw advies op wil volgen en dezelfde MS-cliënt die bewust besluit jouw advies te negeren. Len Voorbroek, MS-cliënt met secundair-progressieve MS (in deze fase is sprake van geleidelijke achteruitgang, zonder tussentijds herstel). 1. Ze gaat verder achteruit en ligt een groot deel van de dag op bed. Ze ligt altijd op haar rug, want dat ligt het lekkerst. Op haar stuit ontstaan al rode vlekken. Als je het bij haar navraagt blijkt ze wel wat te weten over de gevaren van doorliggen. Je adviseert haar om regelmatig op haar zij te gaan liggen. Ze zegt dat te gaan doen. Je scoort als volgt: Huidige situatie Gewenste situatie Status signalen/symptomen
51 Kennis 3 5 Gedrag 1 5 Bij gewenste situatie heb je overal een 5 gescoord. Jij denkt namelijk dat als ze zich houdt aan jouw voorschrift van wisselligging de rode plekken zullen verdwijnen en er geen decubitus zal ontstaan (status naar 5). Haar kennis was al redelijk, maar je weet dat het bij haar mogelijk is om die nog verder op te vijzelen. Je vertelt haar precies hoe decubitus ontstaat, wat de risicofactoren zijn en wat jullie er samen aan kunnen doen (kennis naar 5). Ze is zeer gemotiveerd om jouw adviezen op te volgen en daarom scoor je op gedrag ook een Maar stel dat het anders verloopt. Ze wil best jouw verhaal aanhoren en je weet ook dat ze het begrijpt, maar ze is niet van plan om het op te volgen. Ze vindt het zo vervelend om op haar zij te liggen dat ze de risico s op decubitus op de koop toeneemt. Wat scoor je dan? Huidige situatie Gewenste situatie Status signalen/symptomen 3 3 Kennis 3 5 Gedrag 1 3 Je laat het er natuurlijk niet helemaal bij zitten en blijft haar proberen te motiveren tot wisselligging. Misschien dat het af en toe lukt (gedrag 3). Haar kennis heb je wel vergroot, want ook nu heb je uitgelegd wat decubitus is, wat risicofactoren zijn enzovoort (kennis naar 5). De status van de signalen en symptomen houd je op een 3. Je hoopt dat ze toch af en toe een andere houding aanneemt (je blijft haar motiveren) maar je bestelt ook een ad-matras voor haar en past andere antidecubitusmaatregelen toe. Op die manier hoop je het stabiel te houden (status blijft een 3). Uitleg scores aan de cliënt De scores uitleggen aan cliënt is lastig. Als jij zegt dat iemand Niet passend of Onjuist gedrag vertoont, zal de cliënt dat niet prettig vinden. Hij betrekt het misschien wel op zichzelf, terwijl hij er niet altijd iets aan kan doen. Leg de scores uit in je eigen woorden. Soms kan het handig zijn om andere termen te gebruiken of alleen de getallen van de scores of de kleuren die bij de scores passen. Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar [email protected]. 51
52 9. Plan en voer actie uit Rapporteren binnen Omaha System is niet anders dan bij andere classificatiesystemen of zorgplannen. Na uitvoering van de zorg moet er gerapporteerd worden, van wezenlijk belang voor de overdracht, maar ook om de voortgang van het zorgproces te volgen, risico s te beschrijven en tijdig actie te kunnen ondernemen na gesignaleerde risico s. 9.1 Plan en voer actie uit - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen 9.2 Plan en voer actie uit - Tips voor verdieping voor teams Het is soms lastig om te bepalen wat je wel of niet moet rapporteren. Afspraken daarover verschillen per organisatie. Verschillen zijn bijvoorbeeld of je wel of niet rapportert als de zorg volgens plan verloopt. De afspraak te rapporteren per aandachtsgebied is gebruikelijk. Rapporteren per aandachtsgebied geeft je snel overzicht wanneer je het zorgplan wil evalueren. SOAP SOAP = Subjectief, Objectief, Analyse en Plan. Het zijn de vier aspecten in een rapportage. Het doorlopen van deze stappen kan je helpen zo volledig mogelijk te rapporteren. Subjectief: wat zeggen de cliënt of zijn mantelzorger(s) er zelf van? Objectief: wat zijn de observaties van jou als zorgverlener? Welke metingen heb je eventueel gedaan? Wat zijn uitslagen van onderzoek? Analyse: wat is er aan de hand? Plan: wat is er aan actie ondernomen en wat heeft het opgeleverd? Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar [email protected]. 52
53 10. Meet per gebied tussentijds/einde zorg Zie hoofdstuk 8 (Meet stand van zaken per gebied). 53
54 11. Evalueer uitkomst per gebied Evalueren doe je minimaal 1x per half jaar met je cliënt, maar meestal vaker. Ook tussentijds als er iets verandert of om de voortgang te volgen evalueer je en stel je bij. Bij bijvoorbeeld een wond evalueer je natuurlijk veel eerder dan na een half jaar. Bij elk aandachtsgebied stel je de evaluatiedatum vast. Bijvoorbeeld: Persoonlijke zorg: na een half jaar. Huid: na twee weken. Medicatie: na vier weken, bijvoorbeeld als je iemand zelf wilt leren insuline te spuiten. Bij elk evaluatiemoment scoor je opnieuw. Zo kun je het verloop volgen zoals weergegeven in onderstaande grafiek. 5 Omaha System scores Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Status Kennis Gedrag Evalueren doe je niet alleen met je cliënt, maar vaak bespreek je de situatie van de cliënt (casus) ook met collega s (individueel of in teamverband). Evaluatie met de cliënt Zoals in hoofdstuk 1 beschreven evalueert de zorgverlener het proces (is de cliënt tevreden) en het product (resultaten). Per aandachtsgebied ga je, samen met de cliënt, na of: cliënt tevreden is de score behaald is zo niet, waarom niet of de juiste interventies (soort actie en actievlak) waren ingezet zo niet, waarom niet. Op basis van deze bevindingen stel je de nieuwe score vast voor dat aandachtsgebied en bepaal je opnieuw de interventies (soort actie en actievlak). 54
55 11.1 Evalueer uitkomst per gebied - Tips voor verdieping voor (wijk)verpleegkundigen De verzorgende als belangrijke informatiebron Extramuraal is de wijkverpleegkundige verantwoordelijk voor de coördinatie van het zorgproces; intramuraal is dat meestal de eerstverantwoordelijke verzorgende/verpleegkundige. We spreken hier verder over zorgcoördinator. Deze coördinator is verantwoordelijk voor het (bijstellen van het) zorgplan. Om dat goed te doen, heb je als zorgcoördinator informatie nodig over de cliënt. Hiervoor ben je deels afhankelijk van andere zorgverleners, veelal verzorgenden. Zij zijn een belangrijke informatiebron. De juiste informatie krijg je boven tafel door met elkaar te praten over de cliënt, door je zorgen met elkaar te delen. Je kunt dit als zorgcoördinator stimuleren door de juiste vragen te stellen. We geven jullie een aantal suggesties. Vragen die je kunt stellen aan een zorgverlener tijdens een casuïstiekbespreking met zijn tweeën: 1. Vertel eens over deze cliënt. a. Wat maakt dat het prettig is om hem te verzorgen? b. Wat maakt dat het niet prettig is om hem te verzorgen? 2. Vertel eens hoe een zorgmoment verloopt. a. Wat gaat er goed? Wat is prettig voor jou en voor de cliënt? b. Wat gaat er niet goed? Kun je aangeven waarom niet? c. Hoe reageert de cliënt op jouw aanpak? Kun je voorbeelden geven? d. Hoe is je relatie met de cliënt? e. Weet je wat de cliënt en mantelzorg belangrijk vinden? 3. Hoe is de lichamelijke situatie van de cliënt? a. Wat kan hij nog zelf? b. Wat kan hij niet meer? c. Waar baseer je dat op? Wat zie je concreet in de praktijk? d. Zou hij nog kunnen leren? e. Wat is de rol van de mantelzorg? 4. Hoe is de psychische situatie van de cliënt? a. Wat gaat er goed? b. Wat gaat er niet goed? c. Waar baseer je dat op? Wat zie je concreet in de praktijk? d. Zou verbetering mogelijk zijn? e. Wat is de rol van de mantelzorg? 5. Hoe is de sociale situatie van de cliënt? a. Wat gaat er goed? b. Wat gaat er niet goed? c. Waar baseer je dat op? Wat zie je concreet in de praktijk? d. Zou verbetering mogelijk zijn? e. Wat is de rol van de mantelzorg? 6. Als je een maand terugkijkt, wat is er dan veranderd? 7. Waar maak je je zorgen over? Heb je een niet-pluisgevoel? Loopt de cliënt risico? 8. Hoe is de relatie tussen de cliënt en de mantelzorg? a. Waar baseer je dat op? Wat zie je concreet in de praktijk? 9. Hoe is jouw relatie met de mantelzorg? 10. Moet er volgens jou iets veranderen? a. Wat zou er moeten veranderen? b. Waarom zou het moeten veranderen? 55
56 c. Waarom nu? d. Welke gevolgen heeft het als we dat veranderen? En als we het niet veranderen? e. Vindt de cliënt ook dat er wat moet veranderen? f. Vindt de mantelzorg dat ook? Hoe ga je in gesprek voor de juiste informatie? Een prettige en ontspannen sfeer waarin jullie respect hebben voor elkaar levert veel meer op dan wanneer het een soort kruisverhoor wordt. De manier waarop je de vragen stelt is van cruciaal belang. Een aantal tips uit de praktijk: Zorg voor een prettige sfeer. Neem de zorgverlener mee in het hele zorgproces en in het proces van klinisch redeneren. Leg uit waarom je dingen doet zoals je ze doet. Wees geduldig en heb respect voor het werk van de ander en de problemen die zij daarin tegenkomt. Geef duidelijk aan dat jij afhankelijk bent van haar informatie en dat jullie samen tot de beste zorg kunnen komen. Laat de zorgverlener haar verhaal vertellen en stimuleer zoveel mogelijk informatie te geven, ook haar zorgen en niet-pluisgevoel. Vraag door. Vraag om voorbeelden; zorg dat het zo concreet mogelijk wordt. Stel elke keer dezelfde vragen. Zo gaat de zorgverlener zien welke informatie belangrijk is. Tijdens de zorgverlening zal ze steeds meer op deze aspecten gaan letten en is in staat bij de casuïstiekbespreking relevante informatie te geven. 56
57 11.2 Evalueer uitkomst per gebied - Tips voor verdieping voor teams Casuïstiekbespreking in teams Titel Methode Ronnie, te gebruiken bij casuïstiekbespreking in het team Kern van de methode Verpleegkundig redeneren/methodisch werken ondersteunen Aansluiten bij werkwijze verzorgenden Zicht krijgen op de samenhang tussen de aandachtsgebieden Wat is het doel? De deelnemers kunnen op een voor hen passende wijze de logica van hun werkwijze gebruiken en vertalen naar het Omaha System Voor wie is het? Verzorgenden niveau 3 Wat ga je doen? Toepassings- Mogelijkheden Hoe doe je het? Gebruik maken van de intuïtieve kennis van verzorgenden. Heel vaak weten verzorgenden goed wat ze in een bepaalde situatie bij een specifiek cliënt doen. Men ziet de cliënt, observeert en trekt snel conclusies wat er nodig is. Daar start deze methode. Bij casuïstiekbesprekingen in team. Bij oefensessies rond aanleren werken met het Omaha System. Stap 1 Wat doe je bij jouw cliënt? Wat doe je precies? Beschrijf gedetailleerd welke zorg je geeft. Wat doet de cliënt zelf? Stap 2 Waarom doe je dat? Wat is de reden waarom jij deze zorg verleent? Waarom jij? Waarom deze zorg? Stap 3 Waarom kan cliënt het niet zelf? Welke ziektebeeld/aandoening heeft de cliënt? Wat zijn de lichamelijke en psychische beperkingen van de cliënt? Hoe is de motivatie van de cliënt? Stap 4 Waarom kan de mantelzorg het niet overnemen? Is er mantelzorg aanwezig? Is deze in staat om zorg te verlenen? Zo niet, waarom niet? Bijvoorbeeld: lichamelijk/psychisch niet in staat, niet gemotiveerd, dreigende overbelasting, slechte relatie met cliënt, praktische bezwaren. Stap 5 Wat betekent dit voor jouw zorg? Waarom doe je wat je doet? Beschrijf gedetailleerd hoe jouw zorg aansluit bij de hulpvraag + behoeften/mogelijkheden + wensen van de cliënt en mantelzorger. Stap 6 Bespreken in de groep, leren van elkaar: Doe je de juiste dingen? Zijn er alternatieven? Tips en trucs uitwisselen. Stap 7 Vat samen: Wat zijn de problemen? Welke acties gaan we inzetten? Waar moeten we rekening mee houden? Stap 8 Vertaal dit naar een zorgplan in Omaha System: 57
58 Aandachtsgebieden Kenmerken: o individu/leefeenheid/gemeenschap o actueel/potentieel/gezondheidsbevordering Geef per aandachtsgebied aan: o signalen/symptomen o scores op Status signalen/symptomen, Kennis, Gedrag o soort actie o actievlak o toelichting (vrije tekst) Zie voor meer informatie over het vertalen naar Omaha System de handleiding. Wat kan het effect of resultaat zijn? Verder lezen Zorgverleners beseffen meer dat hun kennis en inschatting van belang is. Een complex geheel wordt terug gebracht naar de kern/basis van waar het om gaat. Heeft een basis in de waarom-methode. Werkblad bij methode Ronnie Wat doe je? Waarom doe je dat? Wat zie je bij de cliënt? Hoe vertaal je dit in aandachtsgebieden? Waarom deze? Hoe kun je dat onderbouwen? Wat is logisch om te doen: - BP: behandelen en procedures toepassen - MB: monitoren en bewaken - CM: casemanagen - AIB: adviseren, instrueren, begeleiden Waarom deze acties? 58
59 Evaluatie door EVV-er/contactverzorgende Het doen van een goede evaluatie is soms lastig, maar wel van belang voor goede zorg. De (wijk)verpleegkundige kan de evv-er ondersteunen bij de voorbereiding en kan met haar nabespreken. Dat is in de praktijk niet haalbaar bij elke cliënt, maar doe het bijvoorbeeld bij een complexe cliënt en zorg dat elke evv-er regelmatig aan de beurt komt. Stappen: 1. Voorbereiding: laat de evv-er de anamnese/aanleiding, het zorgplan en de werkinstructie van de organisatie over evaluatie vooraf lezen. 2. Voorbespreking: a. Laat de evv-er vertellen wat de situatie van de cliënt is, hoe gaat het met de cliënt, welke veranderingen zijn er de laatste tijd geweest, wat zijn risico s en hoe gaat het met de zelfredzaamheid. b. Bespreek welke punten aan de orde moeten komen bij de evaluatie. Pak het zorgplan en de instructie erbij. c. Bespreek wat jouw bevindingen of die van collega s zijn. Neem de rapportage erbij. 3. Nabespreking: a. Wat zijn de bevindingen van de evv-er? b. Is er vooruitgang, stabiliteit, achteruitgang? c. Moet de anamnese aangepast worden? d. Wat betekent de evaluatie voor Omaha: is er iets veranderd in de domeinen, aandachtsgebieden, scores, soort actie/actievlak? e. Stel controlevragen om na te gaan of de evv-er de stappen in Omaha System begrijpt. Laat haar in eigen woorden de keuzes en de scores toelichten. f. Ontbreekt er kennis/vaardigheid m.b.t. Omaha, vul dit dan aan. Houd rekening met de volgende aspecten: Maak tijdig een planning met de evv-er zodat ze de evaluatie goed kan voorbereiden en dat het tijdstip van voor- en nabespreking voor haar in te plannen is in haar werkzaamheden. Hang eventueel een planning op voor het team waarop ze zelf in kunnen schrijven en maak indien nodig ruimte in de route. Geef aan waarom evaluatie zo belangrijk is. Laat weten dat de rol en de informatie van de evv-er belangrijk is voor goede zorg. Geef aan dat evaluatie hoort bij de functie van evv-er. 59
60 Bronnen Haaren, E. van, Graaf-Waar, H. de, Mast, J., Martijn, R. (2017). Klinisch redeneren en verpleegkundige classificaties. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Haaren, E. van, Halem, N. van, Groot, S. (2016). Risicosignalering in de zorg. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Koster, N., Harmsen, J. (2015). Het Omaha System, een introductie. QwertyPub. Koster, N., Harmsen, J. (2016). Het Omaha System, gids voor gebruik. Perquery. Lambregts, J., Grotendorst, A., Merwijk, van C. (2016). Bachelor of Nursing Een toekomstbestendig opleidingsprofiel 4.0. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Lambregts, J., Grotendorst, A., Merwijk, van C. (2012). Leren van de toekomst: verpleegkundigen & verzorgenden Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Martin, K.S. (2005). The Omaha System: A Key to Practice, Documentation and Information Management (reprinted 2 nd ed.). Omaha NE, Health Connections Press. Monsen, K.A., Martinson, B., Lawrence, E.C., Maki, T.A., Stromme, A.E., Weirich, E.G., Martin, K.S. (2016). Toward population health literacy, wellbeing, consumer engagement, and information exchange: Developing Omaha System icons of digital platforms. International Journal of Healthcare, 2(1), Normenkader verpleegkundige indicatiestelling, V&VN, Straalen, van L. en Schuurmans, M. (redactie). (2016). Klinisch redeneren voor verpleegkundigen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum Opmerkingen of vragen over dit hoofdstuk? Mail ze naar [email protected]. 60
HANDLEIDING OMAHA SYSTEM
HANDLEIDING Voor zorgverleners Vanaf 2015 is het Omaha System in de zorg geïntroduceerd; eerst in de thuiszorg en gaandeweg ook intramuraal in verpleeghuizen. Het is door velen geaccepteerd als een goede
Omaha System op papier
Stap 1 Kruis aan welke aandachtsgebieden uit het gesprek met de cliënt naar voren komen: Fysiologisch Domein Psychosociaal Domein Omgevings-domein Gezondheidsgerelateerd Gedrags-domein Ademhaling Communicatie
Foto: halfpoint. 123rf.com. methodisch werken
1 Foto: halfpoint. 123rf.com methodisch werken Methodisch werken 1 Als zorgprofessional doe je nooit zomaar iets. Je werkt volgens bepaalde methodes en procedures. In dit hoofdstuk leer je wat methodisch
Zorgplan maken met Omaha System basishandleiding
Zorgplan maken met Omaha System basishandleiding Bekijk de animatie over Omaha System Ga door naar de basishandleiding Inhoudsopgave 1 Introductie 2 Het zorgplan maken 1 Aandachtsgebied kiezen 2 Kenmerken
TRAINING INDICEREN MET NANDA NIC NOC Welkom
TRAINING INDICEREN MET NANDA NIC NOC Welkom PROGRAMMA Hervormingen in de langdurige zorg Wetgeving Achtergrond en uitgangspunten indiceren Classificatiesystemen Methodisch werken NANDA: introductie Anamnese
Methodisch werken met zorgleefplan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan
Zorgleefplan, ondersteuningsplan en begeleidingsplan Methodisch werken met zorgleefplan, ondersteuningsplan of begeleidingsplan Om goede zorg en/of ondersteuning te kunnen geven aan een cliënt is het werken
Werken met het Meetinstrument Kwaliteit van Zorg, het Mikzo
Werken met het Meetinstrument Kwaliteit van Zorg, het Mikzo Het zorgplan maken en rapporteren 1 De methodiek De verpleegkundigen stellen (op methodische wijze, met het Mikzo) de prioriteiten vast, deze
Oefen-zorgplan cliënt met CVA op revalidatieafdeling
Oefen-zorgplan cliënt met CVA op revalidatieafdeling Hoe ziet een zorgplan er in Omaha System uit? Hoe zorg je ervoor dat het overzichtelijk is? Als je net begint met Omaha System kan het je soms gaan
Indiceren. Indiceren. Nieuwe rol wijkverpleegkundige: Indiceren 13-1-2015. Saskia Danen - de Vries 1
Indiceren Indiceren Doel: Begripsverheldering Kennismaken en oefenen met indicatiestelling en zorgtoewijzing. Nieuwe rol wijkverpleegkundige: Normenkader V&VN (2014): Indiceren en organiseren van zorg:
Informatiebrochure Deskundigheidsbevordering Wijkverpleegkundige Indiceren en organiseren van zorg
Informatiebrochure Deskundigheidsbevordering Wijkverpleegkundige Indiceren en organiseren van zorg AVZN Deskundigheidsbevordering wijkverpleegkundigen 2015 Pagina 1 van 8 AVZN Deskundigheidsbevordering
Methodisch handelen & Klinisch redeneren
Methodisch handelen & Klinisch redeneren Methodisch handelen & Doel: Begripsverheldering Kennismaken en oefenen met de methodiek en systematiek van klinisch redeneren aan de hand van casuïstiek Nieuwe
Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging
Toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging Beroepsprofiel verzorgende IG altijd dichtbij werkt voor DE ZORG www.nu91.nl Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde Een nieuw beroepsprofiel:
VERPLEEGKUNDIGEN ZORG THUIS WELKOM
VERPLEEGKUNDIGEN ZORG THUIS WELKOM PROGRAMMA DAGDEEL 1 Veranderingen in de langdurige zorg Introductie diagnosticeren volgens NANDA Hoe ga je het gesprek aan? Belemmeringen/ Overtuigingen Oefenen a.d.h.v.
2.4 Als begrijpen extra aandacht vraagt 10
7 2 Contact Samenvatting In contact met patiënten uit specifieke doelgroepen moet de assistent zich realiseren dat hun groepskenmerken maar een deel van hun persoon zijn. Ook een open houding en interesse
SOVAK kleurt levens. Volgens Wortels-Stam-Bloesem.
SOVAK kleurt levens. Volgens Wortels-Stam-Bloesem. Zorg verlenen. Dat doen we bij SOVAK op onze eigen manier. Wij vinden het belangrijk dat we mensen met een (verstandelijke) beperking precies die zorg
Beroepsopdracht 4 De geriatrische zorgvrager
Beroepsopdracht 4 De geriatrische zorgvrager 1 Werkprocessen en competenties gericht op het verpleegplan 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het verpleegplan op. A: Beslissen en activiteiten initiëren
Handvatten Interventie GEZAMENLIJK HUISBEZOEK bij complexe palliatieve thuiszorg
INHOUDSOPGAVE 1. Het initiatief tot een gezamenlijk huisbezoek: wie en wanneer? Pagina 1 2. Voorbereiding van het gezamenlijk huisbezoek Pagina 1 3. Uitvoering van het gezamenlijk huisbezoek / het gesprek
Het Mikzo ADL PLANMATIG VASTSTELLEN WELKE VERZORGING NODIG IS. Sven E. Gutker de Geus
Het Mikzo ADL PLANMATIG VASTSTELLEN WELKE VERZORGING NODIG IS Sven E. Gutker de Geus Het Mikzo ADL Planmatig vaststellen welke verzorging nodig is Uitgave ZorgvoorKennis 2019 2019 ZorgvoorKennis Alle rechten
Visie Somatische Verpleegzorg Omring
Visie Somatische Verpleegzorg Omring Visie Somatische Verpleegzorg Omring Inleiding De Omring strategie gaat uit van de definitie van positieve gezondheid (Huber et al 2011) Health is the ability to adapt
Biedt persoonlijke verzorging en observeert gezondheid en welbevinden
Examen 1, deel 1. Verlenen van basiszorg, verzorgende IG niveau 3 Handleiding werkproces 1.2 Biedt persoonlijke verzorging en observeert gezondheid en welbevinden Bewijsstuk: Beoordeling van de ondersteuning
Het organiseren van een MDO
Het organiseren van een MDO Handreiking voor de organisatie van Multidisciplinair Overleg i.h.k.v. de keten ouderenzorg ZIO, Zorg in ontwikkeling VERSIE 1.0, 170131 Inleiding Gezien het multidisciplinaire
Voorlichting, advies en instructie Niveau 3
Antwoorden stellingen Voorlichting, advies en instructie Niveau 3 NU ZORG Editie 2014 Pagina 1 Hoofdstuk 1. Preventief werken 1. Preventie is: gezondheidsproblemen voorkomen en gezond gedrag stimuleren.
Woord vooraf 2 e druk
V Woord vooraf 2 e druk Verpleegkundig, zorgkundig en verzorgend Je zult merken dat in dit boek vaak het woord verpleegkundig gebruikt wordt. Dat is niet omdat verpleegkundig werk belangrijker zou zijn
Dhr. A.B. COPD Cliëntnummer:
OMAHA AANLEIDING Dhr. A.B. COPD Cliëntnummer: 123458 Gezondheid: Binnen deze casus is uitgegaan van een cliënt met COPD. Cliënten met COPD kunnen benauwd zijn, moeite hebben met ademhalen en een productieve
Omaha System Support, juli Oefen-zorgplan cliënt met dementie
Oefen-zorgplan cliënt met dementie Hoe ziet een zorgplan er in Omaha System uit? Hoe zorg je ervoor dat het overzichtelijk is? Als je net begint met Omaha System kan het je soms gaan duizelen. Zoveel aandachtsgebieden
Eigen regie in de palliatieve fase
Verwante begrippen Eigen regie in de palliatieve fase zelfmanagement Hanke Timmermans Opdracht film ZM Er volgt zo meteen een korte film van ca. 6 minuten, waarin zes mensen met een chronische ziekte aan
Plannen van zorg Niveau 4
Antwoorden stellingen Plannen van zorg Niveau 4 NU ZORG Editie 2014 Pagina 1 Hoofdstuk 1. Wanneer wordt verpleegkundige zorg gegeven? 1. In de jaren zestig was professionele zorg erg duur, daarom werd
Werken aan persoonlijke ontwikkeling en sturen van eigen loopbaan
08540 LerenLoopbaanBurgerschap 10-04-2008 08:28 Pagina 1 ontwikkelingsproces 1+2 1 2 3 4 5 6 7 Werken aan persoonlijke ontwikkeling en sturen van eigen loopbaan Leren, Loopbaan en Burgerschap Wat laat
Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven
l Beroepsopdracht 3: Zorg voor de veiligheid en voorlichting geven Pagina 1 van16 Werkprocessen en competenties gericht op het verpleegplan 1.1 Stelt verpleegkundige diagnose en stelt het verpleegplan
Oefen-zorgplan cliënt met ziekte van Parkinson
Oefen-zorgplan cliënt met ziekte van Parkinson Hoe ziet een zorgplan er in Omaha System uit? Hoe zorg je ervoor dat het overzichtelijk is? Als je net begint met Omaha System kan het je soms gaan duizelen.
Verklarende woordenlijst
Verklarende woordenlijst bij toetsingskader voor instellingen waar mensen verblijven die niet thuis kunnen wonen Utrecht, maart 2017 Behandeling Handelingen en interventies van medische, gedragswetenschappelijke
Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie
Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie Kariene Mittendorff, lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs Studieloopbaanbegeleiding Binnen scholen wordt op verschillende manieren gewerkt aan
Voorwoord door staatssecretaris Martin van Rijn van het ministerie van VWS
Inhoud Voorwoord door staatssecretaris Martin van Rijn van het ministerie van VWS DEEL I: Inleiding 1. Een vak met geschiedenis en toekomst 1.1 Begeleiding van ziekte en zorg thuis 1.2 Leren balanceren
Betrokken mantelzorger(s) en/of sociaal netwerk
Betrokken mantelzorger(s) en/of sociaal netwerk Bronnen: Toolkit familieparticipatie, Poster goed verbonden, juridische aspecten van informele zorg, invoormantelzorg en exptertisecentrum mantelzorg Twee
Professioneel communiceren: belangrijk onderdeel van dit boek en deze lessen DENK NA: WAAR KAN JE ALS JURIDICH MEDEWERKER TERECHTKOMEN?
Hoofdstuk 1 Leerdoelen pg 17 Link tussen leerdoelen en toets stof 1.1 Juridisch medewerker Algemene vaardigheden besproken: Op de hoogte zijn (kennis) Informatie op papier kunnen zetten Goed kunnen lezen
Een nieuwe tool voor het ondersteunen van een integrale, gekantelde werkwijze voor alle (semi) professionals in Amsterdam
Een nieuwe tool voor het ondersteunen van een integrale, gekantelde werkwijze voor alle (semi) professionals in Amsterdam Een samenwerkingsverband tussen GGD (Gezondheidsbevordering), OJZ (Zorg), WPI (Activering)
Competenties Werken in een kleinschalige woonomgeving
Competenties Werken in een kleinschalige woonomgeving Basiscompetentie: Werken vanuit de relatie Werkt vanuit de relatie, heeft oprechte aandacht voor de cliëntbewoner en sluit nauw aan bij de cliëntbewoner.
Visie op verpleegkundige professionaliteit
Visie op verpleegkundige professionaliteit Verpleegkundige professionaliteit en trots Verpleegkundigen zijn van cruciaal belang voor het leveren van kwalitatief hoogstaande zorg in het MCL. De afgelopen
Clientprofielen maatwerkvoorzieningen Kempengemeenten Reusel-De Mierden, Bergeijk, Bladel en Eersel 19 mei 2014
Welbevinden Doel Het bevorderen van welzijn en de kwaliteit van leven, achteruitgang vertragen en mantelzorgers ontlasten door het dragelijk houden van de effecten van de aandoening van de cliënt en langer
Het verhaal van Careyn Het Dorp
Het verhaal van Careyn Het Dorp Het Dorp staat voor een nieuwe manier van werken. Een werkwijze die de klant en kwaliteit van leven centraal stelt en waarbij onze zorgprofessional aan zet is. Het Dorp
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg Uitstroomvariant Begeleider Gehandicaptenzorg Datum januari 2017 Versie 1.0 Noordhoff
PROBLEEMINVENTARISATIE, ZORGBEHANDELPLAN EN FRADIE
PROBLEEMINVENTARISATIE, ZORGBEHANDELPLAN EN FRADIE De probleeminventarisatie is een overzicht van beperkingen en problemen op verschillende levensgebieden: lichamelijke gezondheid, emotioneel welbevinden,
wijkverpleegkundige in het het Omaha system
wijkverpleegkundige in het het Omaha system in het nieuwe Versterking stelsel positie met het wijkverpleegkundige Omaha system in het we stelsel nieuwe met stelsel het Omaha met Omaha system system voorstellen
D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen
DIDACTISCHE BEKWAAMHEID D.1 Motiveren en inspireren van leerlingen Resultaat De leraar motiveert leerlingen om actief aan de slag te gaan. De leraar maakt doel en verwachting van de les duidelijk zorgt
Visie Dimence Groep op VerpleGinG en VerzorGinG
Visie Dimence Groep op verpleging en verzorging Visie Dimence Groep op verpleging en verzorging De zorg verandert en vindt zoveel mogelijk thuis of dichtbij huis plaats. Er worden minder mensen opgenomen
Zelfmanagement en eigen regie bij borstkanker
Zelfmanagement en eigen regie bij borstkanker AnneLoes van Staa PhD RN MD [email protected] Mariëtte Bergmans (BVN) 1 wie staat hier? AnneLoes van Staa PhD RN MD [email protected] 1 Definitie zelfmanagement
1. ONDERZOEK. Voorwaarden bij onderzoek:
Charter voor onderzoek en behandeling van spraak-, taal- en communicatieproblemen bij de ziekte van Huntington Versie voor zorgmedewerkers, mantelzorgers en patiënten 1. ONDERZOEK Voorwaarden bij onderzoek:
Wegwijzer Veiligheid. Bij elke tak van de bespreekboom vinden jullie een toolbox met de volgende elementen: LEES BEKIJK BETREK ONDERZOEK SPREEK AF
Cliënten en familie moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg in het verpleeghuis goed en veilig is van hoge kwaliteit, volgens de laatste inzichten en met geringe kans op incidenten. Veilige zorg vraagt
Klinisch redeneren BBL/BBL-i/ BOL/Vakbekwaam/HBOV Opdracht: Start klinisch redeneren: - observeren van een patiënt.
Klinisch redeneren BBL/BBL-i/ BOL/Vakbekwaam/HBOV Opdracht: Start klinisch redeneren: - observeren van een patiënt. Inleiding In dit onderdeel beschrijven we de opdracht, maar allereerst krijg je algemene
2.3 Wanneer ben je een goede werkbegeleider? Methodisch werken als werkbegeleider 18
15 De werkbegeleider Samenvatting De werkbegeleider heeft een belangrijke rol binnen zorg- en welzijnsorganisaties. Zij helpt de student zich het vak eigen te maken en leert tegelijkertijd zelf hoe zij
Verzorgende-IG basisdeel kerntaak 1 werkproces 6 oefenopdracht A
Verzorgende-IG basisdeel kerntaak 1 werkproces 6 oefenopdracht A De opvattingen over hoe goede zorg eruit ziet, zijn aan het veranderen: zelfredzaamheid en eigen regie van zorgvragers worden steeds belangrijker,
Mantelzorgondersteuning in de oncologische zorg. Voorkom dat er achter de patiënt nog een patiënt opduikt!
1 Mantelzorgondersteuning in de oncologische zorg Voorkom dat er achter de patiënt nog een patiënt opduikt! Ans Verdonschot Beleidsmedewerker IKNL Jopke Kruyt Zorginnovatie en begeleiding PROGRAMMA Waar
Werken op basis van Omaha System. - intramuraal -
Werken op basis van Omaha System - intramuraal - Werken met Omaha System Programma 1 e dagdeel - Werken met Omaha System, de meerwaarde, de methodiek en casussen - De vertaling naar het ECD - Wat doe je
Effectief communiceren met mijn medewerkers. Weten wat je wil en weten hoe je die boodschap overbrengt
Effectief communiceren met mijn medewerkers Weten wat je wil en weten hoe je die boodschap overbrengt Welkom Afspraken en verwachtingen: - Telefoon uit - We respecteren elkaar - We klappen niet uit de
Kwaliteitszorg. Test jezelf.
Kwaliteitszorg. Test jezelf. Pagina 1 Weet jij hoe je je deskundigheid of die van je collega s kunt bevorderen of professionaliseren? Kun je goed samenwerken? Kun je kwaliteitszorg leveren? Doe de testjes
Het 8- fasenmodel. Een reisgids voor de begeleiding van het maatje
Het 8- fasenmodel Een reisgids voor de begeleiding van het maatje Waar gaat de reis naartoe? Wat is jouw rol tijdens de reis? De rol die je kiest, is afhankelijk van de reden waarom je gevraagd bent, dit
Kwaliteit van leven bij hartfalen: over leven of overleven. Eva Troe, MANP Verpleegkundig Specialist Catharina ziekenhuis
Kwaliteit van leven bij hartfalen: over leven of overleven Eva Troe, MANP Verpleegkundig Specialist Catharina ziekenhuis Mijn wil is sterker dan mijn grens. (Paula Niestadt) Definitie kwaliteit van leven/qol
Signalering in de palliatieve fase
Utrecht, mei 2011 Signalering in de palliatieve fase Denk- en werkmethode voor verzorgenden Marja de Jong Jeroen Joosten Palliatieve zorg Als genezing van zorgvrager niet meer mogelijk is Gericht op voorkomen
Gedragsbeoordeling. Elke handeling wordt volgens de volgende criteria beoordeeld.
Examen 2, Deel 1. Verpleegtechnische vaardigheden bekwaam uitvoeren. Handleiding werkproces 1.3 Voert verpleegtechnische handelingen uit. Gedragsbeoordeling. Elke handeling wordt volgens de volgende criteria
360 GRADEN FEEDBACK. Jouw competenties centraal
360 GRADEN FEEDBACK Jouw competenties centraal Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Over gedrag en de... 4 3. Totaalresultaten... 5 4. Overzicht scores per competentie... 7 5. Overschatting-/onderschattinganalyse...
Visiebijeenkomst Verpleegkundig leiderschap en professionaliteit. Patiëntgerichte zorg. 16 oktober 2018
Visiebijeenkomst Verpleegkundig leiderschap en professionaliteit Patiëntgerichte zorg 16 oktober 2018 Inhoudsopgave Introductie Een ervaring als patiënt én verpleegkundige: wat betekent dat? Interview
Verzorgende-IG basisdeel kerntaak 1 werkproces 5 oefenopdracht C
VZ-B-K1-W5-C Voert verpleegtechnische handelingen uit Verzorgende-IG basisdeel kerntaak 1 werkproces 5 oefenopdracht C Bij voorbehouden handelingen geldt dat je bevoegd en bekwaam moet zijn om deze te
Organiseren van zorg Niveau 3
Antwoorden stellingen Organiseren van zorg Niveau 3 NU ZORG Editie 2014 Pagina 1 Hoofdstuk 1. Het zorgproces 1. De holistische mensvisie gaat uit van de hele mens. Lichamelijke, psychische en sociale aspecten
Instrument Netwerk-analyse
Netwerk-analyse In begeleiding die gericht is op competentievergroting is er altijd aandacht voor het versterken, uitbreiden en activeren van het sociale netwerk van de cliënt. Deze investering in beschermende
Tijd voor de dood. Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen. Beleidsnotitie Palliatieve Zorg
Beleidsnotitie Palliatieve Zorg Tijd voor de dood Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen Beleidsnotitie Tijd voor de dood Auteur(s) A.Trienekens Datum September
Terugveren en opveren
Terugveren en opveren Streven naar een positieve identiteit bij jongeren Met financiële steun van het ISF fonds van de Europese Prevention of and Fight against Crime Programme of the European Union European
Bas Smeets page 1
Bas Smeets www.bsmeets.com page 1 JE ONBEWUSTE PROGRAMMEREN VOOR EEN GEWELDIGE TOEKOMST De meeste mensen weten heel goed wat ze niet willen in hun leven, maar hebben vrijwel geen idee wat hoe hun ideale
Verzamelen en interpreteren van gegevens
De opleiding tot obstetrieverpleegkundige Eindtermen van de opleiding tot obstetrieverpleegkundige 1. Vakinhoudelijk handelen Verzamelen en interpreteren van gegevens 1.1. De obstetrieverpleegkundige verzamelt
Integrale lichaamsmassage
Integrale lichaamsmassage Eindtermen theorie: - De therapeut heeft kennis van anatomie/fysiologie en pathologie m.b.t. Integrale lichaamsmassage; - De therapeut is zich ervan bewust dat een massage behandeling
GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:
AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier in meervoud. - Gebruik je hoofdletters op een
Handleiding Voor de Personeelscyclus!
Handleiding Voor de Personeelscyclus! Om goede professionele kinderopvang te blijven bieden moeten we ons blijven ontwikkelen. In deze handleiding lees je hoe we dat doen. We doorlopen elke twee jaar een
Unit beschrijving: Extra leerresultaten
Unit beschrijving Dit project werd gefinancierd met de steun van de Europese Commissie (DE/13/LLP-LdV/TOI/1763). De verantwoordelijkheid voor deze publicatie (mededeling) ligt uitsluitend bij de auteur;
Keuzedeel mbo. Gezonde leefstijl. gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo. Code K0219
Keuzedeel mbo Gezonde leefstijl gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0219 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg, welzijn en sport Op: 26-11-2015
Het participeren in een voortgangsgesprek van een stagiaire
1 1 1 1 1 1 0 1 0 0 Opdrachtformulier Het participeren in een voortgangsgesprek van een stagiaire Naam student: Datum: 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen.
Effectieve samenwerking: werken in driehoeken
Effectieve samenwerking: werken in driehoeken Werken in driehoeken is een wijze van samenwerking die in elke organisatie en in elk netwerk mogelijk is. Het maakt dat we kunnen werken vanuit een heldere
1. Hoe stap ik het (her)indicatiegesprek in bij een cliënt met een gerichte PGB-vraag?
IK KRIJG DE VRAAG OM EEN PGB TE INDICEREN, WAT DOE IK? 1. Hoe stap ik het (her)indicatiegesprek in bij een cliënt met een gerichte PGB-vraag? Als verpleegkundige kom je nooit bij een cliënt om een PGB
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg
Verantwoordingsdocument relatie editie 2017 Prove2Move combi-opleiding Verzorgende (IG) / medewerker Maatschappelijke Zorg Uitstroomvariant Specifieke Doelgroepen Datum januari 2017 Versie 1.0 Noordhoff
Effectief communiceren met mijn medewerkers. Weten wat je wil en weten hoe je die boodschap overbrengt
Effectief communiceren met mijn medewerkers Weten wat je wil en weten hoe je die boodschap overbrengt Welkom Afspraken en verwachtingen: - Telefoon uit - We respecteren elkaar - We klappen niet uit de
Tijd Doel Werkvorm Benodigdheden
Module 1 Inhoud programma: Nieuw beroepsprofiel Bachelor Nursing 2020. Informatie over het nieuwe beroepsprofiel t.a.v. praktijkleren, CanMEDS-rollen. Stagewerkplan/portfolio, opstellen leerdoel, begeleiden
HANDLEIDING Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen BOL MZ, niv.3
HANDLEIDING Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen BOL MZ, niv.3 Kerntaak 1: Opstellen van een begeleidingsplan Werkproces 1.1: Inventariseert hulpvragen van de cliënt Kerntaak 2: Bieden van ondersteunende,
Toelichting De kerncompetentie vakinhoudelijk handelen vormt de rode draad van elke leerweg. De andere kerncompetenties zijn daarbij ondersteunend.
Kerncompetenties Kerncompetentie 1 Vakinhoudelijk handelen De beroepsbeoefenaar integreert alle vakinhoudelijk kennis en vaardigheden en een professionele attitude t.b.v. optimale patiëntenzorg en werkprocessen.
3 FASEN MODEL. Inhoud: - Introductie - Fase 1 - Fase 2 - Fase 3 - Verbeteren Zelfmanagement
3 FASEN MODEL Inhoud: - Introductie - Fase 1 - Fase 2 - Fase 3 - Verbeteren Zelfmanagement INTRODUCTIE Het aanmoedigen van chronisch zieke patiënten door zorgverleners in het nemen van dagelijkse beslissingen,
Bronnen: Toolkit familieparticipatie, Poster goed verbonden, juridische aspecten van informele zorg, invoormantelzorg en exptertisecentrum mantelzorg
Betrokken mantelzorger(s) en/of sociaal netwerk Bronnen: Toolkit familieparticipatie, Poster goed verbonden, juridische aspecten van informele zorg, invoormantelzorg en exptertisecentrum mantelzorg Twee
KLINISCH REDENEREN: CENTRAAL IN DE VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSUITOEFENING. CHE 26 oktober 2016 Jos Dobber
KLINISCH REDENEREN: CENTRAAL IN DE VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSUITOEFENING CHE 26 oktober 2016 Jos Dobber KLINISCH REDENEREN het continue proces van kritisch denken, gegevensverzameling en analyse, gericht
Praktijkopdracht Klinisch Redeneren
Praktijkopdracht Klinisch Redeneren Inleiding Via deze praktijkopdracht werk je aan je verpleegkundige vakdeskundigheid. De opdracht helpt je om achtergrondkennis te verwerven van de patiënten binnen het
Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding
Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Klinisch redeneren doen we in feite al heel lang. VUmc Amstel Academie heeft hiervoor een systematiek ontwikkeld, klinisch redeneren in 6 stappen, om gedetailleerd
Workshop Positieve gezondheid in hbo-onderwijs Hélène van den Nieuwenhoff
Workshop Positieve gezondheid in hbo-onderwijs Werkconferentie Positieve gezondheid in opleiding en praktijk Zorgacademie Midden-Brabant, 25 oktober 2017 Hélène van den Nieuwenhoff Fontys Hogeschool Mens
Voeding en zelfmanagement
Voeding en zelfmanagement Tips &Tricks voor de verpleegkundige Nicolien van Rooij oncologieverpleegkundige / trainer / care consulent Noord Holland Isabelle Royer oncologieverpleegkundige / care consulent
B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1
B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 JE ONBEWUSTE PROGRAMMEREN VOOR EEN GEWELDIGE TOEKOMST De meeste mensen weten heel goed wat ze niet willen in hun leven, maar hebben vrijwel geen
ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMINERING BEROEPSOPDRACHT A (BOL)
ALGEMENE INSTRUCTIE EXAMINERING BEROEPSOPDRACHT A (BOL) VOOR STUDENTEN EN BEOORDELAARS Datum: AUG 2015 Crebo 95 ALGEMENE INLEIDING Elke beroepstaak bestaat uit een aantal beroepsopdrachten dat de student
HANDLEIDING Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen BOL-MZ, niveau 4
HANDLEIDING Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen BOL-MZ, niveau 4 Kerntaak 1: Opstellen van een begeleidingsplan Werkproces 1.1: Inventariseert hulpvragen van de cliënt Kerntaak 2: Bieden van ondersteunende,
Verpleegkundig proces en klinisch redeneren
en klinisch redeneren Kennislijn Blok1 wk 1 College verpleegkunde Drs. Helen de Graaf Inhoud college Overeenkomsten en verschillen Kader op Hogeschool Rotterdam 1 2 Definitie vpk proces Het verpleegkundig
COÖRDINATIEPUNT ZORG WELKOM
COÖRDINATIEPUNT ZORG WELKOM PROGRAMMA NANDA anamnesekader Stappen methodisch werken Diagnosticeren volgens NANDA Doelen en interventies vaststellen Rapporteren Afstemmen ZORGLEEFPLAN 4 DOMEINEN Woon/
Mantelzorgondersteuning in de palliatieve zorg
1 Mantelzorgondersteuning in de palliatieve zorg In gesprek met de mantelzorger Voorkom dat er achter de patiënt nog een patiënt opduikt! Doel en globaal programma Doel: - Informeren over en motiveren
