onderzoeksartikel E. SCHURINGA, M. SPREEN, S. BOGAERTS
|
|
|
- Dirk de Meyer
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 onderzoeksartikel Voorspellen van intramuraal geweld op korte termijn met het Instrument voor Forensische Behandelevaluatie (IFBE), ROM-instrument in de tbs voor verschillende doelgroepen E. SCHURINGA, M. SPREEN, S. BOGAERTS ACHTERGROND Uit onderzoek is gebleken dat het Instrument voor Forensische Behandelevaluatie (ifbe) bruikbaar is voor een heterogene groep tbs-patiënten als behandelevaluatie- en risicomanagementinstrument. Het is echter niet duidelijk of dit rom-instrument voor verschillende doelgroepen binnen de tbs intramuraal geweld op de korte termijn kan voorspellen. DOEL Onderzoeken in hoeverre de factor probleemgedrag van het ifbe bruikbaar is voor het voorspellen van intramuraal geweld, rekening houdend met verschillende doelgroepen in de tbs. Beschrijven wat de praktische waarde van deze ifbe-factor is voor risicomanagement. METHODE Via logistische-regressieanalyse bepaalden wij de voorspellende waarde van de factor probleemgedrag voor intramuraal geweld op korte termijn (4 tot 8 maanden), waarbij we rekening hielden met verschillende doelgroepen. Met een roc-analyse werd bepaald of deze factor van praktische waarde kan zijn voor risicomanagement. 662 RESULTATEN De factor probleemgedrag voorspelde intramuraal geweld op korte termijn met een oddsratio van 1,68, waarbij we geen significante verschillen tussen de doelgroepen vonden. Met een afkappunt van 7 op de factor probleemgedrag (uitersten: 1-17) zou 82% van de patiënten correct ingedeeld worden in een hoog- of laagrisicogroep voor intramuraal geweld. TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 CONCLUSIE TREFWOORDEN De factor probleemgedrag van het ifbe is geschikt ter ondersteuning van het voorspellen van intramuraal geweld op korte termijn voor verschillende doelgroepen binnen de tbs. TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE 60(2018)10, ifbe, risicomanagement, rom, tbs, voorspellende waarde Het doel van een tbs-behandeling is het minimaliseren van het risico op recidive en een gefaseerde terugkeer in de samenleving ( Net als in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) wordt behandelvoortgang in de tbs gemeten. Bij forensische routine outcome monitoring (forrom) moet, behalve met de reguliere ggz-indicatoren zoals psy- artikel chiatrische stoornis en kwaliteit van leven, ook rekening gehouden worden met recidivegerelateerde domeinen zoals probleemgedrag, beschermend gedrag en maatschappelijke vaardigheden (Goethals & van Marle 2012). Om verandering van de problematiek te meten bij intramurale forensische (tbs-)patiënten heeft de directie
2 Forensische Zorg (DForZo; 2017) beslist dat gekozen moet worden uit de Health of the Nation Outcome Scales (Honos, in Nederlandse bewerking; Mulder e.a. 2004), de Meting van Addictie voor Triage en Evaluatie (mate: instrument voor verslavingszorg; Schippers e.a. 2011) of de Dynamic Risk Outcome Scale (dros; Drieschner & Hesper 2008). Hoewel deze drie instrumenten geschikt zijn bevonden voor de reguliere ggz, zijn ze minder geschikt voor forensisch psychiatrische toepassingen: de Honos is ongeschikt vanwege het ontbreken van dynamische risico- en beschermende recidive-indicatoren (Shinkfield & Ogloff 2015, 2016). De mate is ongeschikt omdat dit instrument vrijwel alleen verslavingsgedrag meet en bovendien een te lange afnameduur heeft. De dros is minder geschikt omdat deze tot nu toe alleen is gevalideerd bij patiënten met een lichte verstandelijke beperking (lvb). Tot op heden is er ook geen forrom-instrument aangewezen voor de groep patiënten met een persoonlijkheidsstoornis en/of een seksuele stoornis, terwijl de eerste groep ongeveer 70% van de tbs-populatie behelst (van Nieuwenhuizen e.a. 2011). Voor intramurale forensische patiënten en de overige forensische zorg is dus nog geen generiek forrom-instrument beschikbaar dat geschikt is voor meerdere doelgroepen. Een generiek forrom-instrument heeft als praktisch voordeel dat het toegepast kan worden bij meerdere doelgroepen, zodat behandelaars of instellingen die diverse doelgroepen behandelen niet per groep verschillende instrumenten dienen in te vullen. Vanuit deze gedachte is het Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie (ifbe; Schuringa e.a. 2014) ontwikkeld en in 2010 bij alle doelgroepen in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (fpc) Dr. S. van Mesdag (hierna: van Mesdag) geïmplementeerd. Het ifbe is een forrom-instrument dat (tot nu toe) alleen voor behandelevaluatie bij tbs-patiënten gebruikt wordt. Echter, Schuringa e.a. (2018) wijzen erop dat risicomanagement ook een belangrijke functie van een forrom-instrument hoort te zijn. Behandelevaluatiebesprekingen dienen niet alleen te bestaan uit het evalueren van de behandeldoelen van de afgelopen periode, maar kunnen ook gebruikt worden voor het inschatten van het risico op intramuraal geweld in de volgende periode, zodat er eventueel risicomanagementmaatregelen genomen kunnen worden. Intramuraal geweld is van invloed op de voortgang van de behandeling en de veiligheid van patiënten en personeel, maar ook een sterke voorspeller voor toekomstig geweld in de maatschappij is (French & Gendrau 2006; Daffern e.a. 2007; Mooney & Daffern 2013). Het is dus van groot belang vast te stellen welke patiënten tot een hoogrisicogroep horen voor toekomstig intramuraal geweld. Onderzoek bij 277 mannelijke tbs-patiënten heeft aangetoond dat de psychometrische kwaliteiten van het ifbe voor AUTEURS ERWIN SCHURINGA, onderzoeker, FPC Dr. S. van Mesdag/ Forint, Groningen. MARINUS SPREEN, hoofd afd. Onderzoek, FPC Dr. S. van Mesdag/Forint, Groningen. STEFAN BOGAERTS, hoogleraar Forensische psychologie, Faculteit TSB, departement Ontwikkelingspsychologie, Tilburg University, en Fivoor Wetenschap en Behandelinnovatie. CORRESPONDENTIEADRES Erwin Schuringa, FPC Dr. S. van Mesdag, Postbus , 9700 RC Groningen. Geen strijdige belangen meegedeeld. Het artikel werd voor publicatie geaccepteerd op behandelevaluatiedoeleinden acceptabel tot zeer goed zijn (Schuringa e.a. 2014; 2018). Het ifbe heeft 22 indicatoren verdeeld over drie factoren: beschermende factoren, probleemgedrag en resocialisatievaardigheden. Op indicatorniveau waren interbeoordeelaarsbetrouwbaarheid (intraclasscorrelaties van 0,65-0,92) en test-hertestbetrouwbaarheid (Cronbachs alfa van 0,62-0,91) goed tot zeer goed. De interne consistentie van de drie factoren was ook goed (Cronbachs α van 0,86-0,90). Intramurale geweldplegers scoren gemiddeld hoger op de factor probleemgedrag dan niet-geweldplegers op korte termijn. (4-8 maanden; Cohens d = -1,07). Doel van dit onderzoek In dit artikel staan twee vragen centraal: 1. Kan de factor probleemgedrag van het ifbe ingezet worden bij verschillende patiëntengroepen in de tbs voor risicomanagement? 2. Hoe kan de factor probleemgedrag klinisch toegepast worden als hulpmiddel bij risicomanagement wat betreft intramuraal geweld? METHODE Onderzoekspopulatie In dit onderzoek gebruikten wij dezelfde dataset als Schuringa e.a. (2018) waarbij alle ifbe-afnames bij patiënten binnen de Van Mesdag van april 2010 tot en met oktober 2014 verzameld werden. In totaal had er bij 305 patiënten minimaal één ifbe-meting plaatsgevonden. Als inclusiecriteria stelden wij dat er ten minste twee ifbe-metingen TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 VOORSPELLEN VAN INTRAMURAAL GEWELD OP KORTE TERMIJN MET IFBE 663
3 E. SCHURINGA, M. SPREEN, S. BOGAERTS beschikbaar moesten zijn en dat de tijd tussen de beide ifbe-metingen 4 tot 8 maanden moest zijn. Uiteindelijk werden er 277 patiënten geïncludeerd. Per patiënt werd aselect één meetmoment geselecteerd, zodat we een representatief beeld van de verschillende behandelfases verkregen. In de Van Mesdag wordt gewerkt met vier zorgprogramma s: het zorgprogramma Psychotische kwetsbaarheid, Persoonlijkheidsstoornissen, Autismespectrumsstoornissen (ass) en Seksueel grensoverschrijdend gedrag. Patiënten worden op basis van hun primaire stoornis of een zedenindexdelict toegewezen aan een van de vier zorgprogramma s. Omdat er (nog) geen zorgprogramma voor de populatie met een lichte verstandelijke beperking (lvb) is en dit wel een belangrijke doelgroep is, gebeurde de indeling van deze patiënten door een orthopedagoog aan de hand van dossieronderzoek en scores op intelligentietesten (voornamelijk wais-iv-nl; Wechsler 2012). Instrument Het ifbe bestaat uit de 14 klinische indicatoren van het risicotaxatie-instrument de Historische, Klinische en Toekomstige - Revisie; hkt-r (Spreen e.a. 2014), aangevuld met acht indicatoren die in samenspraak met behandelaars relevant geacht werden bij een behandeling in een forensische setting (zie TABEL 1). Het ifbe is een gedragsobservatie-instrument dat twee weken voor iedere zesmaandelijkse multidisciplinaire behandelevaluatiebespreking door ieder lid van het behandelteam onafhankelijk van elkaar ingevuld dient te worden. In de Van Mesdag bestaat een behandelteam uit onder anderen sociotherapeuten, psychiaters, psychologen, werkbegeleiders, maatschappelijke werkers en creatief therapeuten. De ifbe-indicatoren worden gescoord op een 17-puntsschaal met vijf ankerpunten (Gunderman & Chan 2013). De gemiddelde teamscore wordt berekend, alsmede de mate van onderlinge overeenstemming en de mate van verandering. De mate van overeenstemming laat zien of het gedrag van de patiënt gegeneraliseerd is naar verschillende situaties en/of probleemgedrag zich eventueel in specifieke situaties voordoet. Door het vaststellen van de mate van verandering kunnen behandeldoelen smart (specifiek, meetbaar, actueel, resultaatgericht en tijdgebonden) geformuleerd worden. Daarnaast worden gedragsveranderingen en doelen met de patiënt besproken, wat de behandelmotivatie en therapietrouw kan verhogen. Uitkomstmaat De uitkomstmaat was intramuraal geweld gedurende de periode tussen twee ifbe-metingen. Geweld werd daarbij gedefinieerd als opzettelijk gedrag dat een persoon of dier mogelijk fysiek zou kunnen schaden of schaadt en/of (verbale) agressie die extreem intimiderend of bedreigend is (Kunst e.a. 2009; Troquete e.a. 2013). Geweld werd door de eerste auteur dichotoom gescoord (aan- of afwezig) op basis van de rapportages van de vervolgmeting. Dit gebeurde vanwege het ontbreken binnen de Van Mesdag van standaard agressieschalen zoals de Overt Agression Scale (oas; Yudofsky e.a. 1986). Geweldincidenten zijn ingrijpende gebeurtenissen en worden vrijwel altijd en goed beschreven in een volgende behandelevaluatiebespreking. Bij twijfel werd geen geweld gescoord. 664 TABEL 1 Overzicht factoren en indicatoren van het Instrument voor Forensische Behandelevaluatie (IFBE) TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 Beschermende factoren Probleemgedrag Resocialisatievaardigheden Probleeminzicht* Impulsief gedrag* Evenwichtige dagindeling Meewerken aan de behandeling* Antisociaal gedrag* Arbeidsvaardigheden* Erkennen van het delict* Vijandigheid* Sociale vaardigheden* Copingvaardigheden* Seksueel grensoverschrijdend gedrag Zelfverzorgingsvaardigheden* Medicatiegebruik* Manipulerend gedrag Financiële vaardigheden Vaardigheden ter vermijding van middelengebruik Vaardigheden ter vermijding van fysiek agressief gedrag Vaardigheden ter vermijding van seksueel grensoverschrijdend gedrag Overtreden van regels en voorwaarden* Oriëntatie op antisociale personen* Psychotische symptomen* Middelengebruik* *Indicatoren uit de HKT-R
4 Statistische methoden Voor het beantwoorden van vraag 1 werden logistischeregressieanalyses verricht waarin geweld (wel/niet) de afhankelijke variabele was. Eerst bepaalden we wat de ongecorrigeerde oddsratio was van de factor probleemgedrag (model 1). Vervolgens werd de variabele zorgprogramma bestaande uit 3 dummy-variabelen en de interactie tussen probleemgedrag en zorgprogramma toegevoegd om te bepalen of het effect van de factor probleemgedrag op het optreden van geweld verschilde per zorgprogramma (model 2). Ten slotte voegden we mogelijke confounders toe aan probleemgedrag en zorgprogramma (model 3). Mogelijke confounders waren: de ifbe-factoren beschermende factoren en resocialisatievaardigheden, leeftijd in jaren en behandelduur in maanden op het moment van meting, het aantal dsm-iv-diagnoses, het type delict, het hebben van een diagnose aan middelen gebonden stoornis, herselectant of niet (was de Van Mesdag de eerste tbsinstelling voor de patiënt?) en de somscore op de historische items van de hkt-30 (H-Som; Werkgroep Risicotaxatie Forensische Psychiatrie 2002). De H-som geeft een indicatie van het uitgangsrisiconiveau van een patiënt gebaseerd op zijn voorgeschiedenis. Alleen die variabelen werden toegevoegd waarbij een significant verschil (p < 0,05) tussen geweldplegers en niet-geweldplegers geconstateerd werd. Hiervoor werd voor de continue variabelen de t-toets voor onafhankelijke steekproeven en voor de dichotome en categorische variabelen de χ 2 -toets van Pearson toegepast. Om te toetsen in hoeverre de voorspelling van geweld door de ifbe-factor probleemgedrag beïnvloed wordt door de lvb-variabele werden de analyses herhaald waarbij de zorgprogrammavariabele vervangen werd door de lvbvariabele. Voor het vergelijken van de verschillende modellen werd de likelihoodtoets toegepast. Voor het beantwoorden van vraag 2 werd de area-under-thecurve (auc) van de factor probleemgedrag berekend via de receiver operating characteristic(roc)-analyse. De auc-waarde geeft de kans aan dat een willekeurig gekozen geweldpleger een hogere score heeft dan een willekeurig gekozen niet-geweldpleger. Een waarde van 0,50 is gelijk aan toeval en 1,00 is een perfecte voorspelling. Een auc-waarde van 0,60-0,70 is bescheiden, van 0,71-0,80 acceptabel, van 0,81-0,90 is excellent en > 0,90 is uitstekend (Hosmer & Lemeshow 2000). Het resultaat kan grafisch worden weergegeven, waarbij de verhouding correct positieven (sensitiviteit) en correct negatieven (specificiteit) afgezet wordt ten opzichte van de uitkomstvariabele. Hiermee kunnen verschillende afkappunten gekozen worden om patiënten bij een hoog- of laagrisicogroep in te delen. Het juiste afkappunt hangt af van de context en prioriteit van behandelaars. Wat is erger : een potentiële geweldpleger missen of onterecht patiënten aan beperkende maatregelen onderwerpen? Twee bekende manieren om een afkappunt te berekenen zijn: het punt waarop zowel sensitiviteit en specificiteit het hoogst is (Hosmer & Lemeshow 2000) en de youden-index (Youden 1950), waarbij de som van sensitiviteit en specificiteit het hoogste is. Wij berekenden beide. Daarnaast werd per afkappunt het number needed to detain (nnd; Fleminger 1997) berekend. De nnd geeft het aantal patiënten aan dat onderworpen moet worden aan maatregelen om één geweldincident te voorkomen. RESULTATEN In TABEL 2 staan sociodemografische gegevens, type diagnoses en indexdelicten van de patiënten per zorgprogramma. Alle patiënten waren mannen, de gemiddelde leeftijd voor de hele groep was bij instroom 36,7 jaar (sd: 9,6; uitersten: 20-68) en de gemiddelde behandelduur tot het eerste meetmoment was 43,6 maanden (sd: 36,4; 2-203). De lvb-groep bestond uit 65 patiënten en was als volgt verdeeld over de zorgprogramma s: 28 (43%) in Psychotische kwetsbaarheid, 22 (34%) in Persoonlijkheidsstoornissen, 13 (20%) in Seksueel grensoverschrijdend gedrag en 2 (3%) in ass. De gemiddelde leeftijd voor de lvb-groep was 35,2 jaar (sd: 9,2; 21-57) en de gemiddelde behandelduur tot het meetmoment was 25,7 maanden (sd: 26,7; 2-158). Comorbiditeit kwam voor in alle groepen. Gemiddeld hadden de patiënten 3,6 diagnoses (sd: 1,3; 1-6). Tussen de patiënten in de vier zorgprogramma s bestond een significant verschil in leeftijd (F(3,273) = 8,24; p < 0,05): patiënten in het zorgprogramma Seksueel grensoverschrijdend gedrag waren ouder dan de patiënten in de overige zorgprogramma s. Patiënten in de zorgprogramma s Psychotische kwetsbaarheid en ass waren significant langer in behandeling dan patiënten in het zorgprogramma Persoonlijkheidsstoornissen (F(3,273) = 5,94; p < 0,05). Bij de H-som (F(3,273) = 3,31; p < 0,05) was er alleen een significant hogere score voor het zorgprogramma Persoonlijkheidsstoornissen ten opzichte van het zorgprogramma ass. Van de 277 patiënten hadden er binnen de observatieperiode 53 (19%) intramuraal geweld gepleegd. Geweldplegers verschilden niet van niet-geweldplegers op soort indexdelict, aantal diagnoses, aanwezigheid van een stoornis in het gebruik van middelen, H-som en op de vraag of dit de eerste instelling was. Geweldplegers scoorden 1,55 punt lager dan niet-geweldplegers (t(275) = 3,841; p = 0,00; d = 0,58) op de ifbe-factor beschermende factoren en 1,14 punt lager (t(275) = 2,651; p = 0,01; d = 0,40) op de ifbe-factor resocialisatievaardigheden. Geweldplegers waren gemiddeld 3,3 jaar jonger (t(275) = 2,291; p = 0,02) dan niet-geweldplegers TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 VOORSPELLEN VAN INTRAMURAAL GEWELD OP KORTE TERMIJN MET IFBE 665
5 TABEL 2 Sociodemografische gegevens, diagnoses, en indexdelict per zorgprogramma: Psychotische kwetsbaarheid (PsyKw), Persoonlijkheidsstoornissen (PersSt), Autismespectrumstoornissen (ASS) en Seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) Steekproef PsyKw PersSt ASS SGG Aantal patiënten 115 (42%) 79 (29%) 30 (11%) 53 (19%) Leeftijd op moment van instroom 35,2 (8,4; 20-59) 35,8 (9,4; 20-57) 34,8 (10,6; 21-68) 42,0 (10,0; 24-67) (jaren) (SD; uitersten) Behandelduur tot meetmoment 51,0 (38,5; 2-203) 31,5 (26,9; 3-98) 54,0 (46,3; 3-169) 39,1 (32,7; 3-154) (maanden) (SD; uitersten) H-Som (score) (SD; uitersten) 26,07 (6,39; 5-37) 26,47 (6,76; 3-37) 22,57 (8,05; 4-39) 24,28 (6,54; 7-36) Diagnose 1 As 1 Schizofrenie/psychotische stoornis 114 (99%) 8 (10%) 3 (10%) 3 (6%) Stemmingsstoornis 7 (6%) 11 (14%) 7 (23%) 8 (15%) ADHD 5 (4%) 15 (19%) 2 (7%) 0 Autismespectrumstoornis 6 (5%) 5 (6%) 29 (97%) 7 (13%) Seksuele stoornis 3 (3%) 3 (4%) 5 (17%) 56 (105%) Overig 7 (6%) 4 (5%) 1 (3%) 8 (15%) Patiënten met minimaal één middelendiagnose 96 (83%) 71 (90%) 16 (53%) 35 (66%) E. SCHURINGA, M. SPREEN, S. BOGAERTS 666 TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 As 2 Cluster A-persoonlijkheidsstoornis 1 (1%) 6 (8%) 0 0 Cluster B-persoonlijkheidsstoornis 29 (25%) 56 (71%) 13 (43%) 33 (62%) Cluster C-persoonlijkheidsstoornis 12 (10%) 2 (3%) 1 (3%) 2 (4%) Persoonlijkheidsstoornis NAO 38 (33%) 28 (35%) 0 20 (37%) Uitgesteld 1 (1%) Zwakbegaafd 6 (5%) 8 (10%) 1 (3%) 3 (6%) Overig 18 (16%) 13 (16%) 2 (7%) 11 (21%) Gem. aantal diagnoses (sd; uitersten) 3,5 (1,2; 1-6) 3,8 (1,4; 1-5) 2,9 (1,3; 1-5) 3,8 (1,2; 1-6) Indexdelict Moord/doodslag 54 (47%) 38 (48%) 12 (40%) 1 (2%) Ontucht < 16 jaar 3 (3%) 0 3 (10%) 35 (66%) Ontucht > 16 jaar 3 (3%) 6 (8%) 4 (13%) 16 (30%) Bedreiging/afpersing 13 (11%) 12 (15%) 3 (10%) 1 (2%) Ernstig geweld 24 (21%) 9 (11%) 4 (13%) 0 Brandstichting 12 (10%) 4 (5%) 3 (10%) 0 Diefstal met en zonder geweld 6 (5%) 10 (13%) 1 (3%) 0 1 DSM-IV-TR (American Psychiatric Association 2000); 2 Indeling volgens Van Nieuwenhuizen e.a op basis van zwaarste delict in de veroordeling. en waren 11,9 maanden korter in behandeling (t(275) = 2,16; p = 0,03). Ook verschilde het percentage geweldplegers (χ 2 (3) = 13,14; p < 0,05) per zorgprogramma: Persoonlijkheidsstoornissen: 32%; Psychotische kwetsbaarheid: 12%; ass: 23%; Seksueel grensoverschrijdend gedrag: 13%. De confoundervariabelen die - op basis van hun relatie met de uitkomstvariabele - werden meegenomen in de logistische-regressieanalyse - met geweld als afhankelijke en de factor probleemgedrag als onafhankelijke variabele - waren: zorgprogramma, leeftijd bij instroom, behandel-
6 TABEL 3 Logistische-regressieanalyse met probleemgedrag als continue voorspeller, zorgprogramma als confoundervariabelen en geweld als dichotome uitkomstmaat Model 1 B(SE) Sig Exp(B) 95%-BI Probleemgedrag 0,517 (0,084) 0,000 1,677 1,422-1,976 Constant -4,288 (0,530) 0,000 0,014 R 2 = 0,246 (Nagelkerke), χ 2 (1) = 46,065; p < 0,00; % correct = 82,3%; HL-test: χ 2 (8)= 3,708; p = 0,88; -2LL = 224,372 Model 2 B(SE) Sig Exp(B) 95%-BI Probleemgedrag 0,480 (0,143) 0,001 1,616 1,22-2,140 ZP 0,590 ZP1 (PersSt) -0,179 (1,411) 0,899 0,836 0,053-13,281 ZP2 (SGG) 1,307 (1,558) 0,402 3,693 0,174-78,346 ZP3 (ASS) 1,561 (1,495) 0,296 4,765 0,254-89,257 Probleemgedrag*ZP 0,537 Probleemgedrag*ZP (PersSt) 0,178 (0,216) 0,408 1,195 0,783-1,823 Probleemgedrag*ZP (SGG) -0,197 (0,270) 0,465 0,821 0,483-1,394 Probleemgedrag*ZP (ASS) -0,099 (0,257) 0,702 0,906 0,547-1,500 Constant -4,685 (0,604) 0,000 0,009 R 2 = 0,291 (Nagelkerke); χ 2 (7) = 55,425; p < 0,00; % correct = 83,4%; HL-test: χ 2 (8)= 6,214; p = 0,62; -2LL= 215,013 Model 3 B(SE) Sig Exp(B) 95%-BI Probleemgedrag 0,520 (0,128) 0,000 1,682 1,309-2,162 ZP 0,178 ZP1 (PersSt) 0,833 (0,464) 0,073 2,299 0,926-5,712 ZP2 (SGG) 0,295 (0,567) 0,603 1,343 0,442-4,078 ZP3 (ASS) 1,022 (0,582) 0,079 2,778 0,887-8,695 Leeftijd bij meting -0,024 (0,021) 0,250 0,976 0,937-1,1017 Behandelduur 0,000 (0,006) 0,932 1,000 0,988-1,011 Beschermende factoren 0,012 (0,115) 0,919 1,012 0,808-1,267 Resocialisatievaardigheden 0,043 (0,043) 0,647 1,044 0,869-1,253 Constant -4,419 (1,935) 0,022 0,012 R 2 = o,289 (Nagelkerke); χ 2 (8) = 55,061; p < 0,00; % correct = 83,0%; HL-test: χ 2 (8) = 9,947; p = 0,27; -2LL = 215,377 ZP: zorgprogramma; PsyKw: Psychotische kwetsbaarheid; PersSt: Persoonlijkheidsstoornissen; ASS: Autismespectrumstoornissen; SGG: Seksueel grensoverschrijdend gedrag duur op moment van meting en de twee andere ifbe-factoren beschermende factoren en resocialisatievaardigheden. TABEL 3 laat de resultaten zien van verschillende regressieanalyses. Model 2 en 3 verschilden niet significant in verklaarde variantie van geweld van model 1 (χ 2 (6) = 9,359; p = 0,154 en χ 2 (8) = 8,995; p = 0,34). Model 2 liet zien dat zorgprogramma geen effect had op de voorspelling van intramuraal geweld op korte termijn middels de ifbe-factor probleemgedrag. Ook overige vertekenende variabelen hadden geen effect op de voorspelling van geweld door de factor probleemgedrag (model 3). In TABEL 4 is te zien dat een lvb-indicatie geen significante bijdrage leverde aan het voorspellen van intramuraal geweld en ook geen invloed had op de voorspellende waarde van de factor probleemgedrag. Voor de beantwoording van vraag 2 werden de sensitiviteit en de specificiteit van de scores op de factor probleemgedrag van de gehele groep uitgezet voor intramuraal geweld op korte termijn als uitkomstmaat (FIGUUR 1). De aucwaarde was 0,77 (p < 0,00; 95%-bi: 0,70-0,85). De kruising van beide lijnen gaf het afkappunt waarbij zowel sensitiviteit als specificiteit maximaal was, in dit geval waren beide 70%. De waarde van probleemgedrag TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 VOORSPELLEN VAN INTRAMURAAL GEWELD OP KORTE TERMIJN MET IFBE 667
7 TABEL 4 Logistische-regressieanalyse met probleemgedrag als continue voorspeller, lichte verstandelijke beperking (LVB) als covariaat en geweld als dichotome uitkomstmaat Model 1 B(SE) Sig Exp(B) 95%-BI Probleemgedrag 0,465 (0,095) 0,000 1,593 1,323-1,917 LVB -3,203 (1,858) 0,085 0,041 0,001-1,551 LVB*Probleemgedrag 0,390 (0,255) 0,127 1,477 0,896-2,346 Constant -3,867 (0,567) 0,000 0,021 R 2 = 0,268 (Nagelkerke), χ 2 (3)=50,676, p<0,00; %correct = 82,3%; HL-test: χ 2 (8)= 5,896, p=0,66. -2LL=219,761 Model 2 B(SE) Sig Exp(B) 95%-BI Probleemgedrag 0,577 (0,124) 0,000 1,781 1,397-2,270 LVB -0,643 (0,440) 0,145 0,526 0,222-1,247 Leeftijd bij meting -0,030 (0,021) 0,148 0,971 0,933-1,011 Behandelduur -0,003 (0,006) 0,579 0,997 0,985-1,008 Beschermende factoren 0,026 (0,114) 0,818 1,027 0,821-1,285 Resocialisatievaardigheden 0,077 (0,089) 0,390 1,080 0,907-1,285 Constant -4,333 (1,899) 0,023 0,013 R 2 = 0,276 (Nagelkerke), χ 2 (6) = 52,379; p < 0,00; %correct = 81,6%; HL-test: χ 2 (8) = 9,705; p = 0,29. -2LL = 218,058 E. SCHURINGA, M. SPREEN, S. BOGAERTS was dan 5,19. In de praktijk werd echter de waarde van de factor afgerond op hele getallen op een 17-puntsschaal, dus werd als afkappunt 5,00 gebruikt (sensitiviteit: 74%; specificiteit: 67%). Het afkappunt volgens de youden-index was 6,56, afgerond 7,00. Sensitiviteit werd dan 45% en specificiteit 91%. In TABEL 5 geven we aan wat deze twee afkappunten in de praktijk betekenden. Indien een behandelaar alleen rekening zou houden met de base-rate van intramuraal geweld van 19%, dan zou het aantal patiënten dat aan maatregelen onderworpen moet worden om één geweldincident te voorkomen (nnd) 5,25 bedragen (1/0,19). De waarschijnlijkheid dat een patiënt met het afkappunt 5,00 op probleemgedrag accuraat zou worden ingedeeld in hoog- of laagrisicogroep, was 69% (190/277). Van deze hoogrisicogroep had 35% (39/112) intramuraal geweld gepleegd en dan was het nnd 3,80. Bij een afkappunt van 7,00 zou 82% (228/277) van de patiënten accuraat ingedeeld worden en van de hoogrisicogroep had uiteindelijk 55% (24/44) intramuraal geweld gepleegd en was het nnd 2, TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 FIGUUR 1 Sensitiviteit en specificiteit uitgezet voor de factor probleemgedrag voor de gehele groep met intramuraal geweld 4 tot 8 maanden na de eerste meting als uitkomstmaat
8 TABEL 5 Kruistabel aantal patiënten per categorie voor probleemgedrag Geweld Ja Nee Totaal Correct ingedeeld NND Probleemgedrag 5,00 Hoog % 3,80 Laag Totaal Ja Nee Totaal Correct ingedeeld NND Probleemgedrag 7,00 Hoog % 2,38 Laag Totaal NND = number needed to detain DISCUSSIE In dit artikel hebben wij gekeken in hoeverre de ifbe-factor probleemgedrag ondersteunend kan zijn bij het nemen van risicomanagementmaatregelen om intramuraal geweld op korte termijn te voorkomen. Het bleek dat de factor probleemgedrag een voorspeller is voor geweld, die bij alle onderzochte patiëntengroepen van toepassing is. Deze factor kan ondersteunend zijn bij het risicomanagement door het indiceren van patiënten met hoog risico. Vervolgens kan men dan maatregelen nemen om dit risico beheersbaar te maken. Hierbij valt te denken aan een rustigere afdeling of meer begeleiding. Daarnaast zou men behandelinterventies aan moeten bieden met als doel het veranderen van gedrag, waardoor de score op de factor probleemgedrag lager wordt en daarmee het risico op geweld. Of een verandering in de score op probleemgedrag ook daadwerkelijk samengaat met een verandering in het risico op geweld zal nog wel onderzocht moeten worden. Eerder toonden Schuringa e.a. (2018) bij dezelfde populatie aan dat het ifbe als instrument voor behandelevaluatie gebruikt kan worden voor de meest voorkomende doelgroepen. Voor instellingen met verschillende doelgroepen betekent dit dat er geen aparte forrom-instrumenten per doelgroep noodzakelijk zijn. In behandelevaluatiebesprekingen kan nu naast de evaluatie van de behandelvoortgang ook een inschatting door het team van de kans op toekomstig intramuraal geweld gebaseerd op de factor probleemgedrag worden gedaan. Dit is volgens ons een essentieel onderdeel van een goede forensische behandelevaluatiebespreking. Deze studie laat vervolgens ook zien hoe men scores op de factor probleemgedrag kan gebruiken ter ondersteuning van het risicomanagement. De base-rate van geweld in de onderzoekspopulatie is 19%, dit betekent dat ongeveer 1 op de 5 patiënten in de komende periode geweld pleegt. Als deze populatie ingedeeld wordt op basis van de factor probleemgedrag, dan pleegt 1 op de 3 patiënten met een score hoger dan 5 geweld en maar 1 op de 13 van de patiënten met een lagere score. Bij een afkappunt van 7 op de factor probleemgedrag is dit respectievelijk 1 op de 2 en 1 op de 8. Met gebruik van de score op de ifbe-factor probleemgedrag daalt het aantal patiënten dat onderworpen moet worden aan maatregelen om een geweldincident te voorkomen van 5,3 naar 3,8 of van 5,3 naar 2,4, afhankelijk van het gekozen afkappunt. Met het verhogen van de grens neemt echter ook het aantal patiënten met laagrisico-indicaties die wel geweld plegen toe. Uiteindelijk zal nog steeds de behandelaar de beslissing over risicomanagementmaatregelen moeten nemen, maar met de score op de factor probleemgedrag wordt deze beslissing wel preciezer. Dit is prettig voor de groep patiënten met een lage score, omdat zij dan waarschijnlijk niet onnodig aan maatregelen onderworpen worden. En voor een organisatie is dit prettig omdat het afkappunt kan helpen de schaarse middelen efficiënter in te zetten. Beperkingen Een beperking van dit onderzoek is dat het één instelling betreft, waardoor generalisatie naar andere instellingen met enige voorzichtigheid moet gebeuren, alhoewel de gebruikte populatie redelijk divers is qua diagnoses en delicten, maar bijvoorbeeld niet qua geslacht. Het ifbe is ook al ingevoerd in fpc de Kijvelanden, waar het voorspellend vermogen van het ifbe voor verloftoekenningen, drugsgebruik en intramuraal geweld vergelijkbare resultaten heeft laten zien (van der Veeken e.a. 2016). Ook wordt het ifbe gebruikt in psychiatrisch centrum Sint-Jan-Baptist te Zelzate, België en in de Forensisch Psychiatrische Afdeling Zuidlaren. In Zuidlaren lopen op dit moment validi- TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 VOORSPELLEN VAN INTRAMURAAL GEWELD OP KORTE TERMIJN MET IFBE 669
9 teitsonderzoeken, waarbij ook vrouwen betrokken worden. De voorspellende waarde van probleemgedrag voor toekomstig geweld zou ook verklaard kunnen worden doordat de factor zelf eerder geweld meet. Echter, als we ervan uitgaan dat een afkappunt van 7 een gemiddelde van de indicatoren is, dan is er in de beschrijvingen van de indicatoren rond die score nog geen daadwerkelijk geweld vermeld, wat een aanwijzing zou kunnen zijn dat ook nietgewelddadig probleemgedrag voorspellend is voor geweld. Echter, één hoge score op één indicator waarbij geweld wel een rol speelt, kan de factor ook verhogen. Een andere beperking is dat het begrip geweld zoals gebruikt in dit onderzoek breed gedefinieerd is en vervolgens gedichotomiseerd. We hebben niet gekeken hoe vaak een patiënt geweld heeft gepleegd, wat voor soort geweld en welke maatregelen al genomen zijn. De grootte van de huidige onderzoekspopulatie en de base-rate van geweld maakten deze analyses nog niet mogelijk. CONCLUSIE Het ifbe lijkt in alle bestudeerde doelgroepen en zorgprogramma s binnen de Van Mesdag zowel geschikt voor behandelevaluatiedoeleinden (Schuringa e.a. 2014; 2018), als voor het voorspellen van intramuraal geweld op korte termijn. Het ifbe heeft daarmee de potentie om als generiek Nederlands forrom-instrument gebruikt te worden in de heterogene mannelijke tbs-populatie en kan dus ondersteunend zijn voor zowel behandelevaluatie- als risicomanagementdoeleinden. LITERATUUR American Psychiatric Association. Hosmer DW, Lemeshow S. Applied Logistic Schuringa E, Spreen M, Bogaerts S. Inter- Diagnostic and statistical manual of Regression (2de ed.). New York: Wiley; rater and test-retest reliability, internal mental disorders (4e ed., text rev.) consistency and factorial structure of the Washington: APA; Kunst MJJ, Bogaerts S, Winkel, FW. Peer and Dutch Instrument for Forensic Treatment Daffern M, Jones L, Howells K, Shine inmate aggression, type D-personality and Evaluation. J Forensic Psychol Pract 2014; J, Mikton C, Tunbridge V. Refining the post-traumatic stress among Dutch prison 14: E. SCHURINGA, M. SPREEN, S. BOGAERTS definition of offence paralleling behaviour. Crim Behav Ment Health 2007; 17: Directie Forensische Zorg. Kernset prestatie-indicatoren Forensische Psychiatrie Verslagjaar Forensische geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Den Haag: Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie van Veiligheid en Justitie; Drieschner K, Hesper B. Dynamic Risk Outcome Scales (DROS). Zwolle: Stichting workers. Stress & Health 2009; 25: Mulder CL, Staring ABP, Loos J, Buwalda VJA, Kuijpers D, Sytema S, Wierdsma, AI. De Health of the Nation Outcome Scales (HoNOS) als instrument voor routine outcome assessment. Tijdschr Psychiatr 2004; 46: Mooney JL, Daffern M. The offence analogue and offence reduction behaviour rating guide as a supplement to violence risk assessment in incarcerated offenders. Schuringa E, Heininga VE, Spreen M, Bogaerts S. Concurrent and predictive validity of the Instrument for Forensic Treatment Evaluation: From risk assessment to routine, multidisciplinary treatment evaluation. Int J Offender Ther Comp Criminol 2018; 62: Shinkfield G, Ogloff J. Use and interpretation of routine outcome measures in forensic mental health. Int J Ment Health Nurs 2015; 24: Trajectum/De Borg; Int J Forensic Ment Health 2013; 12: Shinkfield G, Ogloff J. Comparison of Fleminger S. Number needed to detain. Br Nieuwenhuizen van Ch, Bogaerts S, de HoNOS and HoNOS-Secure in a forensic TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 J Psychiatry 1997; 171: 287. French SA, Gendrau, P. Reducing prison misconducts. What works! Crim Justice Behav 2006; 33: Goethals KR, van Marle HJC. Routine outcome monitoring in de forensische psychiatrie: een lang verhaal kort. Tijdschr Psychiatr 2012; 54: Gunderman RB, Chan S. The 13-point Likert scale: a breakthrough in educational assessment. Acad Radiol 2013; 20: Ruijter EAW, Bonger IL, Coppens M, Meijers RAAC. Tbs-behandeling geprofileerd. Een gestructureerde casussenanalyse. Eindhoven: Wetenschappelijk Onderzoeken Documentatiecentrum (WODC), Ministerie van Veiligheid en Justitie; Schippers GM, Broekman TG, Buchholz A. MATE 2.1. Handleiding en protocol. Nederlandse bewerking: Schippers GM, Broekman TG. Nijmegen: Bêta Boeken; mental health hospital. J Forens Pscyhiatry Psychol 2016; 27: Spreen M, Brand E, ter Horst P, Bogaerts S. Handleiding HKT-R. Groningen: Stichting FPC Dr. S. van Mesdag; Troquete NAC, van den Brink RHS, Beintema H, Mulder T, van Os TWDP, Schoevers RA, e.a. Risk assessment and shared care planning in out-patient forensic psychiatry: cluster randomised controlled trial. B J Psych 2013; 202:
10 Van der Veeken FCA, Lucieer J, Bogaerts S. Routine outcome monitoring and clinical decision-making in forensic psychiatry based on the Instrument for Forensic Treatment Evaluation. PLoS One 2016; 11: e Wechsler D. WAIS-IV-NL. Wechsler Adult Intelligence Scale. (4de ed.). Nederlandstalige bewerking. Afname-en scoringshandleiding. Amsterdam: Pearson; Werkgroep Risicotaxatie Forensische Psychiatrie. Handleiding HKT-30 versie Den Haag: ministerie van Justitie; Youden WJ. Index for rating diagnostic tests. Cancer 1950; 3: Yudofsky SC, Silver, JM, Jackson W, Endicott J, Willimas, D. The overt aggression scale for the objective rating of verbal and physical aggression. Am J Psychiatry 1986; 143: SUMMARY BACKGROUND AIM METHOD RESULTS CONCLUSION KEY WORDS Predicting short term intramural violence with the Instrument for Forensic Treatment Evaluation (IBFE), ROM-instrument in tbs for different target groups E. SCHURINGA, M. SPREEN, S. BOGAERTS The Instrument for Forensic Treatment Evaluation (ifte) has proven to be useful as an instrument for treatment evaluation and risk management in a heterogeneous group of tbs-patients (tbs = court ordered psychiatric treatment for offenders with a mental disorder). However, it is not known whether this rom-instrument is a predictor of short term inpatient violence in different tbs-groups. To investigate the extent to which the factor Problematic behavior of the ifbe is useful for predicting intramural violence, taking the different target groups in tbs into account. To demonstrate the practical value of the ifte factor Problematic behavior for inpatient violence risk management. Using logistic regression, the predictive validity of the ifte-factor Problematic behavior for inpatient violence was established in a 4 to 8-month follow-up, taking the different target groups into account. Cut-off points based on roc analysis determined whether this factor could be of practical value for risk management. The factor Problematic behavior predicted inpatient violence, irrespective of the target group, with an odds ratio of A cut-off score of 7, on a scale of 1 to 17, correctly assessed 82% of the patients as a high or low risk for inpatient violent behavior. The factor Problematic behavior of the ifbe can contribute to the prediction of short term inpatient violence for different tbs patient groups. TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE 60(2018)9, ifte, predictive validity, risk managementrom, tbs TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 VOORSPELLEN VAN INTRAMURAAL GEWELD OP KORTE TERMIJN MET IFBE 671
E. SCHURINGA, M. SPREEN, S. BOGAERTS
TIJDSCHRIFT VOOR PSYCHIATRIE JAARGANG 60 OKTOBER 2018 O N D E R Z O E K S A R T I K E L p Voorspellen van intramuraal geweld op korte termijn met het Instrument voor Forensische Behandelevaluatie (IFBE),
Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie
Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie IFBE Besluitvorming omtrent de voortgang van de behandeling gebeurt bij een forensisch psychiatrische patiënt doorgaans op basis van geschreven bijdrages
IFBE Instrument Naam instrument Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie
Forensische Psychiatrie IFBE Risico Instrument Naam instrument Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie Code IFBE Versie/uitgever 2012 en 2015 Meetpretentie De IFBE brengt informatie van verschillende
HKT-R en behandelevaluatie: N=1
HKT-R en behandelevaluatie: N=1 Opdracht directie Mesdag Maak een proactief behandelevaluatie systeem waar zowel patiënt als team direct wat aan heeft en dat ook inzichten oplevert op institutioneel niveau
De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems
De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems Symposium HKT-R: introductie van een gereviseerd instrument voor risicotaxatie en behandelevaluatie Donderdag 13 juni 2013, Conferentiecentrum
Behandeleffecten. in Forensisch Psychiatrisch Center de Rooyse Wissel. Treatment effects in. Forensic Psychiatric Centre de Rooyse Wissel
Behandeleffecten in Forensisch Psychiatrisch Center de Rooyse Wissel Treatment effects in Forensic Psychiatric Centre de Rooyse Wissel S. Daamen-Raes Eerste begeleider: Dr. W. Waterink Tweede begeleider:
Onderzoek met de SAPROF
Onderzoek met de SAPROF De Vries Robbé & De Vogel SAPROF 2 e Editie handleiding, 2012 Betrouwbaarheid en validiteit Retrospectief dossieronderzoek In verschillende internationale instellingen wordt momenteel
Routine Outcome Monitoring in het FPC dr. S. van Mesdag Erwin Schuringa
27 Artikel Routine Outcome Monitoring in het FPC dr. S. van Mesdag Erwin Schuringa Inleiding In dit artikel wordt beschreven hoe het Patient Volg Systeem (PVS) per 1 april 2010 vorm heeft gekregen in het
Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/43602 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Fenema, E.M. van Title: Treatment quality in times of ROM Issue Date: 2016-09-15
Deze test werd ontwikkeld en aangewend om het medicatiemanagement en de verschillende aspecten hiervan te evalueren in de ambulante zorg.
Drug Regimen Unassisted Grading Scale (DRUGS) Edelberg HK, Shallenberger E, Wei JY (1999) Medication management capacity in highly functioning community living older adults: detection of early deficits.
Executief Functioneren en Agressie. bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag. Executive Functioning and Aggression
Executief Functioneren en Agressie bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag Executive Functioning and Aggression in a Forensic Psychiatric Population in PPC The Hague Sara Helmink 1 e begeleider:
Dysphagia Risk Assessment for the Community-dwelling Elderly
DYSPHAGIA RISK ASSESSMENT FOR THE COMMUNITY-DWELLING ELDERLY (DRACE) Miura, H., Kariyasu, M., Yamasaki, K., & Arai, Y. (2007). Evaluation of chewing and swallowing disorders among frail community-dwelling
Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie
MAJOR DEPRESSION INVENTORY (MDI) Bech, P., Rasmussen, N.A., Olsen, R., Noerholm, V., & Abildgaard, W. (2001). The sensitivity and specificity of the Major Depression Inventory, using the Present State
De betrouwbaarheid van risicotaxatie in de pro Justitia rapportage
o o r s p r o n k e l i j k a r t i k e l De betrouwbaarheid van risicotaxatie in de pro Justitia rapportage Een onderzoek met behulp van de hkt-30 w. j. c a n t o n, t. s. v a n d e r v e e r, p. j. a.
Mental Alternation Test (MAT)
Mental Alternation Test (MAT) Jones, B. N., Teng, E. L., Folstein, M. F., and Harrison, K. S. (1993). "A New Bedside Test of Cognition for Patients With HIV Infection." Meetinstrument Mental Alternation
Beïnvloedt Gentle Teaching Vaardigheden van Begeleiders en Companionship en Angst bij Verstandelijk Beperkte Cliënten?
Beïnvloedt Gentle Teaching Vaardigheden van Begeleiders en Companionship en Angst bij Verstandelijk Beperkte Cliënten? Does Gentle Teaching have Effect on Skills of Caregivers and Companionship and Anxiety
COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS
COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking
(F)ACT-LVB: wat levert het op?
(F)ACT-LVB: wat levert het op? Festival forensische zorg 2019 Laura Neijmeijer Opzet Ontwikkeling van (F)ACT LVB Kenmerken van (F)ACT LVB (F)ACT LVB in internationaal perspectief Promotieonderzoek en deelstudies
Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG)
Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Bowman, L. (2006) "Validation of a New Symptom Impact Questionnaire for Mild to Moderate Cognitive Impairment." Meetinstrument Patient-reported
Langdurige Forensische Psychiatrie
Zorgzwaarte Checklijst Langdurige Forensische Psychiatrie Drs. Peter C. Braun, Dr. Erik Bulten Persoonlijke gegevens van de patiënt: Naam tbs-gestelde: Geboortedatum: TBS nummer: Verblijfplaats ten tijde
Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie
DIAGNOSTIC INVENTORY FOR DEPRESSION (DID) Zimmerman, M., Sheeran, T., & Young, D. (2004). The Diagnostic Inventory for Depression: A self-report scale to diagnose DSM-IV Major Depressive Disorder. Journal
De N=1 statistiek achter het patiënt volg systeem in het FPC Dr. S. van Mesdag
70 De N=1 statistiek achter het patiënt volg systeem in het FPC Dr. S. van Mesdag Erwin Schuringa, Vera Heininga, Marinus Spreen Inleiding Het doel van een psychiatrische en psychologische behandeling
De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS
Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering
IFBE. Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie. Erwin Schuringa.
IFBE Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie Erwin Schuringa [email protected] Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag juni 1 1 Casus Schizofrenie Middelen misbruik Persoonlijkheidsstoornis
De causale Relatie tussen Intimiteit en Seksueel verlangen en de. modererende invloed van Sekse en Relatietevredenheid op deze relatie
Causale Relatie tussen intimiteit en seksueel verlangen 1 De causale Relatie tussen Intimiteit en Seksueel verlangen en de modererende invloed van Sekse en Relatietevredenheid op deze relatie The causal
Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen. Samenvatting
Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Psychische stoornissen komen geregeld voor bij ouderen (65-plus).
Een voorbeeldcasus uit het Patient Volg Systeem van het FPC Dr. S. van Mesdag Erwin Schuringa
55 Artikel Een voorbeeldcasus uit het Patient Volg Systeem van het FPC Dr. S. van Mesdag Erwin Schuringa In het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdag worden terbeschikkinggestelden (TBS
Verdiepingssessie SCIL:
Studiedag Oog voor laag IQ 16-06-2017 Verdiepingssessie SCIL: Samenvatting prevalentie onderzoek in de algemene S-GGZ Korte presentatie van de SCIL Blik op de SCIL, instructie en SCIL uitslag: En nu? expertisecentrum
Zwakbegaafdheid in de GGZ. Een explorerend onderzoek 1. Jannelien Wieland a,b & Frans Zitman c
Zwakbegaafdheid in de GGZ. Een explorerend onderzoek 1 Jannelien Wieland a,b & Frans Zitman c a Poli +, psychiatrie + verstandelijke beperking, Ir. Driessenstraat 94-G, 2312 KZ, Leiden b Cordaan, Postbus
Routebeschrijving Auto Als u met de auto komt, neem dan vanaf de A28 afslag Assen- Zuid en volg de borden Wilhelminaziekenhuis of GGZ Drenthe.
Doelgroep Dit symposium is bedoeld voor psychiaters, arts-assistenten, onderzoekers, psychologen, verpleegkundigen, managers, beleidsmedewerkers en cliëntenraden van de noordelijke ggz-instellingen en
Huizinga MM, Elasy TA, Wallston KA, Cavanaugh K, Davis D, Gregory RP, Fuchs L, Malone R, Cherrington A, DeWalt D, Buse J, Pignone M, Rothman RL (2008)
The Diabetes Numeracy Test (DNT) Huizinga MM, Elasy TA, Wallston KA, Cavanaugh K, Davis D, Gregory RP, Fuchs L, Malone R, Cherrington A, DeWalt D, Buse J, Pignone M, Rothman RL (2008) Development and validation
Morse, J. M. (1986). Computerized evaluation of a scale to identify the fall-prone patient. Can J Public Health, 77 Suppl 1,
MORSE FALL SCALE (MFS) Morse, J. M. (1986). Computerized evaluation of a scale to identify the fall-prone patient. Can J Public Health, 77 Suppl 1, 21-25.. Meetinstrument Afkorting Morse fall scale MFS
Mahoney en Barthel Functionele beoordeling Beoordeling van de dagdagelijkse activiteiten Chronisch zieke patiënten, ouderen
The Barthel Index (BI) Mahoney, F. I. and Barthel, D. W. (1965) "Functional Evaluation: The Barthel Index." Meetinstrument Afkorting Auteurs Onderwerp Doelstelling Populatie Gebruikers Aantal items Deelname
Virtual Reality in de forensische context. Festival Forensische Zorg Stéphanie Klein Tuente
Virtual Reality in de forensische context Festival Forensische Zorg Stéphanie Klein Tuente 22-01-2019 1968 Sword of Damocles Kracht van Virtual Reality Realistisch, maar niet echt Je lichaam en geest reageren
Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit
1 Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit Nicola G. de Vries Open Universiteit Nicola G. de Vries Studentnummer 838995001 S71332 Onderzoekspracticum scriptieplan
Bent u gemotiveerd? L.E.J. Gerretsen Studentnummer: Eerste begeleider: prof. dr. L. Lechner Tweede begeleider: Dr. A.
Bent u gemotiveerd? Een Experimenteel Onderzoek naar de Invloed van een op het Transtheoretisch Model Gebaseerde Interventie op de Compliance bij de Fysiotherapeutische Behandeling van Psychiatrische Patiënten
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument.
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 3. Toelichting bij de criteria voor
P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ
P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor
Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and
Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers
De Nederlandse doelgroep van mensen met een LVB 14-12-2011. Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB)
Zwakzinnigheid (DSM-IV-TR) Code Omschrijving IQ-range Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB) Xavier Moonen Orthopedagoog/GZ-Psycholoog Onderzoeker Universiteit van Amsterdam
Het nagaan van het verloop van borstvoeding bij de pasgeborene
INFANT BREASTFEEDING ASSESSMENT TOOL (IBFAT) Matthews M.K. (1988) Developing an instrument to assess infant breastfeeding behavior in early neonatal period. Midwifery, 4, 154-165. Meetinstrument Afkorting
Hilde Niehoff. Behandelaanbod Trajectum Hoeve Boschoord voor cliënten met agressie problematiek
Hilde Niehoff Behandelaanbod Trajectum Hoeve Boschoord voor cliënten met agressie problematiek 1 Behandelprogramma agressie van wetenschap naar praktijk Specialisatie agressieproblematiek De specialisatie
Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé
Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé Programma 13.00-13.15 Opening 13.15-14.30 HCR:V3, part I 14.30-15.00
Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners
Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners van Somatische en Psychogeriatrische Afdelingen Validation of the Depression List (DL) and the Geriatric
Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001
Diabete Problem Solving Measure for Adolescents (DPSMA) Cook S, Alkens JE, Berry CA, McNabb WL (2001) Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001
Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen
Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic
Nederlandse samenvatting
Addendum A 173 Nederlandse samenvatting Het doel van het onderzoek beschreven in dit proefschrift was om de rol van twee belangrijke risicofactoren voor psychotische stoornissen te onderzoeken in de Ultra
Repeatable Battery for the Assessment of Neuropsychological Status (RBANS)
Repeatable Battery for the Assessment of Neuropsychological Status (RBANS) Randolph C. (1998) Randolph, C., Tierney, M. C., Mohr, E., and Chase, T. N. 1998. "The Repeatable Battery for the Assessment of
Factoren van invloed op de intensiteit van de behandeling van patiënten met een autismespectrumstoornis en het geassocieerde herstel.
Factoren van invloed op de intensiteit van de behandeling van patiënten met een autismespectrumstoornis en het geassocieerde herstel. Intensive Specialized Autism Care Study (ISAC study) Reach-Aut Project
PROs in de praktijk 1: Wat doen we ermee?
PROs in de praktijk 1: Wat doen we ermee? Prof. dr Jolanda de Vries Hoogleraar Kwaliteit van leven in de medische setting GZ-psycholoog en Medisch manager afdeling medische psychologie St Elisabeth ziekenhuis
Spitzer quality of life index
Spitzer Quality of life index Spitzer, W. O., Dobson, A. J., Hall, J., Chesterman, E., Levi, J., Shepherd, R. et al. (1981). Measuring the quality of life of cancer patients: a concise QL index for use
Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3), 136-140.
H & H LACTATION SCALE (HHLS) Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3), 136-140. Meetinstrument H&H Lactation Scale Afkorting HHLS Auteur(s) Hill
Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?
De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve
De Samenhang tussen Dagelijkse Stress, Emotionele Intimiteit en Affect bij Partners met een. Vaste Relatie
De Samenhang tussen Dagelijkse Stress, Emotionele Intimiteit en Affect bij Partners met een Vaste Relatie The Association between Daily Stress, Emotional Intimacy and Affect with Partners in a Commited
Decisional conflict. Ageeth Rosman Kennispoort 7 feb 2014
Decisional conflict Ageeth Rosman Kennispoort 7 feb 2014 Disclosure Belangenverstrengeling geen Financiering ZonMw KNOV Samenwerkende organisaties NVOG TNO AMC Inhoud presentatie Wat is decisional conflict?
Running head: INVLOED MBSR-TRAINING OP STRESS EN ENERGIE 1. De Invloed van MBSR-training op Mindfulness, Ervaren Stress. en Energie bij Moeders
Running head: INVLOED MBSR-TRAINING OP STRESS EN ENERGIE 1 De Invloed van MBSR-training op Mindfulness, Ervaren Stress en Energie bij Moeders The Effect of MBSR-training on Mindfulness, Perceived Stress
gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang? gedrag? Wat is de invloed van gender op deze samenhang?
Is er een samenhang tussen seksuele attituden en gedragsintenties voor veilig seksueel Is there a correlation between sexual attitudes and the intention to engage in sexually safe behaviour? Does gender
Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie
Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie Eindrapportage Verslagjaar 2015 versie 0.5 (definitief) 1 1. Inleiding... 4 1.1 Doelstelling... 4 1.2 Eindrapportage... 4 1.3 Aanlevering data verslagjaar
DOELGROEP De test richt zich tot zwangere vrouwen of vrouwen die recent bevallen zijn.
BREASTFEEDING PERSONAL EFFICACY BELIEFS INVENTORY (BPEBI) Cleveland A.P., McCrone S. (2005) Development of the Breastfeeding Personal Efficacy Beliefs Inventory: A measure of women s confidence about breastfeeding.
ROM als hulpmiddel bij continue kwaliteitsverbetering. Liv Pijck en Marc Blom
ROM als hulpmiddel bij continue kwaliteitsverbetering Liv Pijck en Marc Blom Indeling workshop Introductie (10 min) Theoretische achtergronden (10 min) Voorbeelden (20 min) Voor de toekomst (5 min) Voorstellen
Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis.
Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met een Psychotische Stoornis. The Effect of Assertive Community Treatment (ACT) on
Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst
Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst B. Penterman psychiater GGZ Oost Brabant Instrumenten The Historical, Clinical, and Riskindicators (HCR- 20) Historische, Klinische en
de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality
De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit
Verklaring van het beweeggedrag van ouderen door determinanten van. The explanation of the physical activity of elderly by determinants of
Verklaring van het beweeggedrag van ouderen door determinanten van het I-change Model The explanation of the physical activity of elderly by determinants of the I-change Model Hilbrand Kuit Eerste begeleider:
DOELGROEP De WSD werd gevalideerd bij patiënten met een beroerte (Westergren et al. 1999).
WESTERGREN S SCREENING FOR DYSPHAGIA (WSD) Westergren, A., Hallberg, I.R., & Ohlsson, O. (1999). Nursing assessment of Dysphagia among patients with stroke. Scandinavian journal of Caring Sciences, 13,
6 Forensische aspecten Aandachtspunten 134 Noten 134
Inhoud Voorwoord Hoofdstuk 1 Psychiatrische stoornis en diagnostiek 13 1 Inleiding 13 2 Psychiatrische ziekte 13 3 De psychische functies 16 4 Doelen en onderdelen psychiatrische diagnostiek 17 5 Diagnose
Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën
Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual
Identification of senior at risk (ISAR)
Identification of senior at risk (ISAR) McCusker, J., Bellavance, F., Cardin, S., Trepanier, S., Verdon, J., and Ardman, O. (1999) "Detection of Older People at Increased Risk of Adverse Health Outcomes
De hkt-30 als instrument voor beslismomenten binnen een tbs-behandeling
oorspronkelijk artikel De hkt-30 als instrument voor beslismomenten binnen een tbs-behandeling k. de vries, m. spreen achtergrond Tot op heden is er weinig onderzoek gedaan naar factoren die behandelaren
Dubbele diagnosemonitor
Dubbele diagnosemonitor Ervaringen met vijf jaar doelgroepenmonitoring Dr. Gerdien de Weert-van Oene Projectleider DD monitor [email protected] www.nispa.nl Schema *: DD-monitor De DD monitor naar meetinstrumenten
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een interventieonderzoek (bij voorkeur een RCT)
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een interventieonderzoek (bij voorkeur een RCT) Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 4 1 Toelichting bij de criteria voor
Fysieke Activiteit bij 50-plussers. The Relationship between Self-efficacy, Intrinsic Motivation and. Physical Activity among Adults Aged over 50
De relatie tussen eigen-effectiviteit 1 De Relatie tussen Eigen-effectiviteit, Intrinsieke Motivatie en Fysieke Activiteit bij 50-plussers The Relationship between Self-efficacy, Intrinsic Motivation and
Triage Risk Screening Tool (TRST)
Triage Risk Screening Tool (TRST) Meldon (2003) Meetinstrument Triage Risk Screening Tool Afkorting TRST Auteur Meldon Onderwerp Functionele, mentale, psychosociale beoordeling Doelstellingen Meten van
Samen Beslissen. Wat levert het op voor patiënt en behandelaar? Margot Metz, MSc, promovenda
Samen Beslissen Wat levert het op voor patiënt en behandelaar? Margot Metz, MSc, promovenda Begeleidingscommissie: prof. Aartjan Beekman MD PhD, prof. Christina van der Feltz-Cornelis MD PhD, Marjolein
Psychiatrie & Psychologie bij 22q11DS
Studiedag Stichting 22Q11 19 november 2017 A.M. Fiksinski [email protected] Psycholoog & onderzoeker (PhD kandidaat) Department of Psychiatry, Rudolf Magnus Institute of Neuroscience, University
Effecten van een Mindfulness-Based Stressreductie Training. op Existentiële Voldoening. Effects of a Mindfulness-Based Stress Reduction Program
Effecten van een Mindfulness-Based Stressreductie Training op Existentiële Voldoening Effects of a Mindfulness-Based Stress Reduction Program on Existential Fulfillment Y. Ducaneaux-Teeuwen Eerste begeleider:
Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.
Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary
Primaire en secundaire psychopathie in relatie tot de behandelvoortgang bij Nederlandse tbs-patiënten
Primaire en secundaire psychopathie in relatie tot de behandelvoortgang bij Nederlandse tbs-patiënten Gemeten door middel van de IFBE en de PCL-R Auteur: Marjolein Sepers ANR: 650351 Eerste begeleider:
Antisociaal gedrag en problematisch middelengebruik. KFZ call
Antisociaal gedrag en problematisch middelengebruik KFZ call 2015-9 Projectgroep Auteurs: Fleur Kraanen, Joan van Horn*, Jan van Amsterdam, Roos Dekker, Juliette Hutten en Lieke Nentjes. Klinische Psychologie,
Delirium Symptom Interview (DSI)
Delirium Symptom Interview (DSI) Albert MS, Levkoff SE, Reilly C, Liptzin B, Pilgrim D, Cleary PD, et al. The delirium symptom interview: an interview for the detection of delirium symptoms in hospitalized
Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD
1 Opvoedstijl en Externaliserend Probleemgedrag en de Mediërende Rol van het Zelfbeeld bij Dak- en Thuisloze Jongeren in Utrecht Parenting Style and Externalizing Problem Behaviour and the Mediational
Preventie van agressie in de kliniek moet beter
Freerk Scheffers 1 Preventie van agressie in de kliniek moet beter Systematisch inzetten van evidence-based interventies helpt Opinie Agressief gedrag van patiënten is een veelvoorkomend probleem op acute
Jensen D., Wallace S., Kelsay P. (1994). LATCH: a breastfeeding charting system and documentation tool. JOGGN, 23,
LATCH ASSESSMENT TOOL Jensen D., Wallace S., Kelsay P. (1994). LATCH: a breastfeeding charting system and documentation tool. JOGGN, 23, 27-32. Meetinstrument Afkorting LATCH Assessment Tool LATCH Auteur(s)
Vermaatschappelijking van de zorg: artikel 107 in cijfers
Vermaatschappelijking van de zorg: artikel 107 in cijfers Overzicht Situering onderzoek Voorstelling vragenlijsten Resultaten Samenstelling doelgroep: leeftijd en geslacht Frequentie symptomatologie Evolutie
van Werknemers Well-being Drs. P.E. Gouw
De Invloed van Werk- en Persoonskenmerken op het Welbevinden van Werknemers The Influence of Job and Personality Characteristics on Employee Well-being Drs. P.E. Gouw Eerste begeleider: Dr. S. van Hooren
De invloed van LVB en PTSS op behandelresultaten. Birgit Seelen-de Lang (GZ psycholoog) Berry Penterman (Psychiater) GGZ Oost Brabant, FACT
De invloed van LVB en PTSS op behandelresultaten Birgit Seelen-de Lang (GZ psycholoog) Berry Penterman (Psychiater) GGZ Oost Brabant, FACT 19 juni 2019 Vignet 33 jarige man, boerenzoon. Sinds 2010 bekend
Visual Analogue Scale for Fatigue (VAS-F)
Visual Analogue Scale for Fatigue (VAS-F) Lee KA, Hicks G, Nino-Murcia G. (1991) Validity and reliability of a scale to assess fatigue. Meetinstrument Visual Analogue Scale for Fatigue (parfois Lee Fatigue
ROM in de ouderenpsychiatrie
Improving Mental Health by Sharing Knowledge ROM in de ouderenpsychiatrie Marjolein Veerbeek Richard Oude Voshaar, Anne Margriet Pot Financier: Ministerie van VWS 2 Routine Outcome Monitoring Definitie
Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation
Het Verband Tussen Persoonlijkheid, Stress en Coping. The Relation Between Personality, Stress and Coping
Het Verband Tussen Persoonlijkheid, Stress en Coping The Relation Between Personality, Stress and Coping J.R.M. de Vos Oktober 2009 1e begeleider: Mw. Dr. T. Houtmans 2e begeleider: Mw. Dr. K. Proost Faculteit
Kinderen met Internaliserende Problemen. The Effectiveness of Psychodynamic Play Group Therapy for Children. with Internalizing Problems.
Spelgroepbehandeling voor kinderen met internaliserende problemen De Effectiviteit van een Psychodynamische Spelgroepbehandeling bij Kinderen met Internaliserende Problemen. The Effectiveness of Psychodynamic
Mini Mental State Exam Mini Mental Status
Mini Mental State Exam Mini Mental Status Folstein MM, Folstein SE, Mc Hugh PR (1975) Mini-Mental State : a practical method for grading the cognitive state of patients for the clinical. Meetinstrument
