Inrichtingsplan Sarsven en de Banen
|
|
|
- Willem Frederik Maas
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Inrichtingsplan Sarsven en de Banen Toelichting op de bodemgeschiktheidskaart ex artikel 52 van de Wet Inrichting Landelijk Gebied Juncto artikel 15 t/m 20 van de Regeling Inrichting Landelijk Gebied 25 juni 2012 status: definitief
2 Inhoudsopgave 1. Inleiding Opdracht wettelijk kader bodemgeschiktheidsklassenkaart en toelichting Uitleg begrippen gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming Gebruiksbestemming Hoedanigheid Doelstelling van bodemgeschiktheidsklassen Bepaling van bodemgeschiktheidsklassen Bodemgeschiktheidsbeoordeling Basisgegevens Uitbreiding blokgrens De bodemgeschiktheidsklassen Indeling van de gronden Beschrijving van de bodemgeschiktheidsklassen Agrarische verkeerswaarde Uitruilbaarheid en verrekening... 6
3 1. Inleiding 1.1 Opdracht De bestuurscommissie Sarsven en de Banen heeft DLG opdracht gegeven een bodemgeschiktheidsklassenkaart, als bedoelt in artikel 20 van de Regeling inrichting landelijk gebied te ontwerpen ten behoeve van het herverkavelingsproject Sarsven en de Banen. Ten aanzien van de wettelijke herverkaveling zijn de bepalingen in de Hoofdstukken 4 t/m 8, 10 en 11 van de Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG) van toepassing. Middels vaststelling van de bodemgeschiktheidskaart en bijbehorende toelichting wordt uitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 52 van de WILG, alsmede het bepaalde in de art. 15 t/m 20 van de Regeling inrichting landelijk gebied (Rilg). Deze notitie betreft een toelichting op de bodemgeschiktheidskaart voor het gebied Sarsven en de Banen waarvoor een ruilplan wordt opgesteld. 1.2 Wettelijk kader bodemgeschiktheidsklassenkaart en toelichting Het uitwerkingsplan Sarsven en de Banen voorziet in een wettelijke herverkaveling. Op grond van het bepaalde in paragraaf 3.2 (gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming) van de Regeling inrichting landelijk gebied (Rilg) worden de gronden in bodemgeschiktheidsklassen ingedeeld. Op grond van het bepaalde in artikel 16 Rilg dienen de bodemgeschiktheidsklassen te zijn bepaald en vastgesteld ten tijde van de peildatum ruilplan. Het is echter wenselijk dat de bodemgeschiktheidsklassenkaart en bijbehorende toelichting al is vastgesteld voordat de formele wenszitting plaatsvindt. Immers dienen de rechthebbenden bij het uitbrengen van hun wensen rekening te houden met de bodemgeschiktheidsklassen. 2. Uitleg begrippen gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming Overeenkomstig het bepaalde in de Wilg, heeft de bestuurscommissie bepaald welke gebruiksbestemming(en) van toepassing zijn. Voor elke gebruiksbestemming dienen ten minste 3 verschillende klassen van gelijke hoedanigheid te worden gegenereerd. Deze begrippen worden hierna verder uitgewerkt. 2.1 Gebruiksbestemming Dit begrip betreft het gebruik van de agrarische cultuurgronden. Het gaat er om welke teelten/vormen van landgebruik er overwegend plaatsvinden. Sarsven en de Banen is in hoofdzaak een veehouderijgebied. Deze bedrijfstak gebruikt zo n 53% van het grondoppervlak voor zowel grasland (25 %) als snijmaïs (28 %). De overige gebruiksvormen bestaan uit overige akkerbouw (21 %), tuinbouw (13 %), graszoden (7 %) en overige teelten (6 %). 1 Omdat het bodemgebruik grasland en akkerland domineren is er gekozen om de bodemgeschiktheidskaart af te stemmen op de geschiktheid voor akkerbouw en weidebouw. 2 1 Bron: Basis Registratie Percelen 2009 (BRP 2009) 2 Om praktische redenen, - die voornamelijk te maken hebben met de koppeling van de van de agrarische verkeerswaarden aan de bodemgeschiktheidsklassen - is er gekozen om de bodemgeschiktheid te bepalen voor 1 (gecombineerde) gebruiksbestemming. 1
4 2.2 Hoedanigheid In de WILG wordt op basis van oppervlakte toegedeeld. Krachtens artikel 56 lid 2 Wilg dient de toegedeelde oppervlakte gelijk te zijn aan de ingebrachte oppervlakte met vermindering van het wettelijke kortingspercentage. Voor het veiligstellen van de rechten van de rechthebbenden is in artikel 52 van de WILG onder meer het navolgende vastgelegd: 1. Iedere eigenaar heeft aanspraak op het verkrijgen van een recht van dezelfde aard als hij had op de in een blok gelegen onroerende zaken. 2. De in het eerste lid bedoelde aanspraak bestaat niet ten aanzien van rechten op onroerende zaken die voor de verwezenlijking van het inrichtingsplan zijn of worden onteigend. 3. Voor zover het belang van de landinrichting zich hiertegen niet verzet, wordt aan iedere eigenaar een recht toegedeeld met betrekking tot onroerende zaken van gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming als door hem is ingebracht. 4. Bij ministeriële regeling worden nadere regelen gesteld omtrent de uitvoering van het tweede lid, tweede volzin, en de in het derde lid bedoelde gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming. De hoedanigheid van de gronden heeft betrekking op de productiemogelijkheden van de gronden. Deze worden bepaald door de mate van de geschiktheid van gronden voor de vastgestelde gebruiksbestemming. De bepaling van de geschiktheid gebeurt aan de hand van de opbouw, de samenstelling en de fysische eigenschapen van de gronden in combinatie met de grondwaterkarakteristiek. De verkregen geschiktheidsklassen worden op een kaart vastgelegd. Van alle agrarische cultuurgronden in het herverkavelingsblok Sarsven en de Banen is aan de hand van de bodem- en grondwatertrappenkaart de mate van de bodemgeschiktheid voor de gebruiksbestemming akkerbouw/weidebouw bepaald. Vervolgens zijn de verschillende bodemgeschiktheden geclusterd tot 4 geschiktheidsklassen. Gronden voorkomend in een geschiktheidsklasse zijn qua bodemgeschiktheid voor de vastgestelde gebruiksbestemming in redelijke mate vergelijkbaar en kunnen zonder compensatie met elkaar worden geruild. 3 Deze indeling van gronden in geschiktheidsklassen is bedoeld als instrument om de bodemgeschiktheid voor de gebruiksbestemming akkerbouw/weidebouw vast te leggen. Hierdoor ontstaat er een goede basis voor uitruilmogelijkheden. Tevens dient de geschiktheidsklassenkaart als basis voor de vaststelling van compensaties bij optredende verschillen in de bodemgeschiktheid tussen het ingebrachte en toegedeelde recht. Een nadere uitwerking van de bodemgeschiktheidsklassen volgt in hoofdstuk 5, een nadere uitwerking van compensaties volgt in hoofdstuk 7. 3 De bodemgeschiktheid wordt bepaald aan de hand van het natuurlijk voortbrengend vermogen inclusief de gebruiksmogelijkheden. Het begrip hoedanigheid wordt met deze methode uitgelegd als bodemgeschiktheid. Met deze methodiek kunnen gronden die beperkingen hebben t.a.v. de vochtleverantie in dezelfde geschiktheidsklasse terecht komen als gronden met een beperking t.a.v. de ontwatering. Om zo veel mogelijk te voorkomen dat eigenaren van natte gronden naar droge gronden of omgekeerd worden toegedeeld, is er bij ruilklasse 2 en 3 een differentiatie t.a.v. de waterhuishouding aangebracht. Het is van belang om bij het maken van de toedeling, naast de ruilklassen ook deze differentiatie te raadplegen. Hiernaast kan deze differentiatie helpen om de geschiktste gronden bij de juiste bedrijfstypen toe te delen. Zo zal een akkerbouwer over het algemeen liever wat drogere grond krijgen toegedeeld terwijl een weidebouwer in de regel meer waarde hecht aan een goede vochtleverantie. 2
5 3. Doelstelling van bodemgeschiktheidsklassen De bodemgeschiktheidsklassenkaart is primair bedoeld als instrument om het ruilproces te faciliteren. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 52, derde lid van de Wilg, namelijk het inzichtelijk krijgen van de hoedanigheid per gebruiksbestemming. De bodemgeschiktheidsklassenkaart wordt gebruikt bij de wenszitting en het opmaken van het ruilplan. Hiernaast kunnen de geschiktheidsklassen een rol spelen bij de Lijst der Geldelijke Regeling en ten behoeve van het bepalen van eventuele geldelijke compensaties. 4. Bepaling van bodemgeschiktheidsklassen 4.1 Bodemgeschiktheidsbeoordeling In opdracht van DLG heeft Aequator Groen & Ruimte in 2011 in Sarsven en de Banen een bodem- en grondwaterkartering van uitgevoerd. Hierbij is zowel de bodemgesteldheid als ook de bodemgeschiktheid van alle voorkomende bodemtypen vastgelegd. Vervolgens heeft DLG in samenwerking met Aequator bodemtypen met een vergelijkbare bodemgeschiktheid onderverdeeld in 4 concept bodemgeschiktheidsklassen. Dit is gebeurd aan de hand van bodemkundige criteria die de geschiktheid van grond voor landbouwkundig gebruik (met inachtneming van de gebruiksbestemming) bepalen. Het gaat hierbij om vragen als: hoeveel vocht kan een bodem leveren, laat de bodem zich gemakkelijk bewerken, hoe staat het met de draagkracht, enz. Deze gedragingen worden behalve door de weersomstandigheden ook bepaald door de samenstelling en opbouw van het bodemprofiel in combinatie met de heersende grondwaterstanden. De 4 concept bodemgeschiktheidsklassen en hun ruimtelijke verbreiding zijn vervolgens met de bestuurscommissie besproken en in het veld geverifieerd. Deze toetsing heeft geresulteerd in een paar ruimtelijke aanpassingen waarbij de 4-deling 4 gehandhaafd is. De bodemprofielgegevens zijn geanalyseerd met behulp van bodemfactoren volgens het landelijk systeem De interpretatie van bodemkundige gegevens (Van Soesbergen et al., 1986) of daarvan afgeleid. Het betreft het Werksysteem Interpretatie Bodemkaarten, Stadium-C (WIB-C) (Haans, 1970). De bodemgeschiktheid is vastgesteld aan de hand van de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de bodem en grondwaterkarakteristiek. Hierbij is gebruik gemaakt van meerdere bodembeoordelingsfactoren 5. Voor Sarsven en de Banen is de bodemgeschiktheid bepaald aan de hand van de volgende beoordelingsfactoren: Ontwateringstoestand; Vochtleverend vermogen; Dikte van de bovengrond; Draagkracht; Stuifgevoeligheid; 4 Bij de toetsing zijn een aantal gebieden die oorspronkelijk een ruilklasse 2 hadden, aangepast naar ruilklasse 3. Dit is gedaan omdat de bovengronddikte de onderscheidende criteria was en deze bovengronddikte maar miniem bleek te verschillen met bovengronddiktes van andere gronden waaraan ruilklasse 3 was toegekend. Ruilklasse 1 is vrijwel ongewijzigd en ruilklasse 4 is met 2 vlakjes vergroot. 5 Een beoordelingsfactor is een met de grond samenhangende factor, waarmee een voor het bodemgebruik belangrijk proces, een gedragsaspect van de grond of een groeiplaatsomstandigheid wordt gekarakteriseerd en het niveau ervan wordt beschreven (Haans red., 1979). 3
6 4.2 Basisgegevens Voor het vervaardigen van een bodemgeschiktheidskaart is gebruik gemaakt van een actuele, gedetailleerde bodem- en grondwatertrappenkaart (schaal 1 : ) 6 Deze kaart is gebaseerd op 1 grondboring per 2 ha. tot een diepte van max. 1.8 m beneden maaiveld. Op de bodemkaart staat de verbreiding van de onderscheiden grondsoorten (bodemtypen) weergegeven. De grondwatertrappenkaart geeft informatie over het grondwaterstandsverloop. Het grondwaterstandsverloop is ingedeeld in grondwatertrappen (Gt-klasse). 4.3 Uitbreiding blokgrens Na de totstandkoming van de bodemgeschiktheidsklassenkaart heeft er in juni 2012 een uitbreiding van de blokgrens plaatsgevonden. Aan deze -relatief geringe- uitbreiding, is om praktische overwegingen, administratief een bodemgeschiktheidsklasse toegevoegd. Deze administratieve bepaling is gedaan door extrapolatie van de bodemgeschiktheidsklassenkaart en is ondersteund door oude bodemkaarten en hoogtekaarten. 5. De bodemgeschiktheidsklassen 5.1 Indeling van de gronden De agrarische cultuurgronden in Sarsven en de Banen zijn onderverdeeld in 4 bodemgeschiktheidsklassen 7. De ruimtelijke verbreiding van deze bodemgeschiktheidsklassen zijn opgenomen in bijlage Beschrijving van de bodemgeschiktheidsklassen Klasse 1 De gronden in deze klasse behoren tot de hooggelegen oude cultuurgronden met een zeer diepe ontwateringstoestand en een dik homogeen humushoudend dek (> 50 cm dikte) Voorkomende gronden hebben een grondwatertrap VIId of VIIId. Het zijn enkeerdgronden en zijn in de Noordwesthoek van het gebied gelegen. De gronden die tot deze ruilklasse behoren zijn de beste landbouwgronden in het projectgebied en kennen enkel matige beperkingen ten aanzien van de vochtleverantie. Het oppervlak van de gronden in klasse 1 bedraagt 30 ha. Klasse 2 De gronden in deze klasse hebben een matig dikke humushoudende homogene bovengrond (30-50 cm dikte) en hebben een grondwatertrap VIo of droger. Deze gronden komen in het westen van het gebied voor en grenzen veelal aan de gronden uit klasse 1. Hiernaast komt er een klein gedeelte opgehoogde gronden ten zuiden van de Zoom voor en is aan een gedeelte naast de Leveroysebeek ook een ruilklasse 2 toegekend. Deze gronden hebben allen een vrij grote tot matige beperking ten aanzien van de vochtleverantie, maar kennen daarnaast weinig andere beperkingen. Gronden uit deze ruilklasse zijn gedifferentieerd naar hun ontwateringstoestand, waarbij onderscheid 6 Blok, K.S., J. van Berkum en J. Schaap, Bodem- en gt-kartering, bodemgeschiktheid en ruilklassen. PWE Sarsven en de Banen. 7 In deze toelichting wordt meerdere malen gesproken over de term bodemgeschiktheidsklassen. In de praktijk wordt veelal de term ruilklassen gebruikt. In deze context wordt hiermee hetzelfde bedoeld. De term ruilklassen vloeit voort uit het feit dat er binnen een bepaalde bodemgeschiktheidsklasse zondermeer geruild kan worden, omdat gronden die tot een bepaalde bodemgeschiktheidsklasse behoren een gelijke hoedanigheid hebben. 4
7 is gemaakt tussen gronden waarbij het grondwater dieper wegzakt dan 1.80 m-mv (toevoeging droog ) en gronden waarbij de grondwaterstand niet dieper wegzakt dan 1.80 m mv. Het oppervlak van de gronden in klasse 2 bedraagt 50 ha. Klasse 3 Deze bodemgeschiktheidsklasse vertegenwoordigt de grootse oppervlakte. Het betreffen veelal jonge ontginningsgronden met bovengronddikten van cm. Hiernaast komen er moerige gronden en verwerkte gronden in voor. Gronden in deze ruilklasse hebben een grote spreiding in de ontwateringstoestand, vandaar dat ook deze klasse is gedifferentieerd naar de ontwateringstoestand. Er is een 3-deling gemaakt waarbij onderscheid is gemaakt tussen gronden waarbij het grondwater dieper wegzakt dan 1.80 m-mv (toevoeging droog ), gronden waarbij de grondwaterstand binnen de 40 cm mv komt (toevoeging nat ) en gronden die niet aan deze criteria voldoen (geen toevoeging). Onderstaand de 3-deling. 1) Gronden met een grondwatertrap VIIId, VIId en VId hebben de toevoeging droog gekregen. De bodemgeschiktheid van gronden uit deze subklasse wordt beperkt door het geringe vochtleverend vermogen. Deze gronden zijn daarom minder geschikt voor weidebouw. 2) Gronden met een grondwatertrap VIo en VIIo. De bodemgeschiktheid van deze gronden wordt ook beperkt door het vochtleverend vermogen, maar dan in mindere mate dan hierboven. Hiernaast hebben deze gronden een iets minder goede ontwatering. Deze gronden hebben geen toevoeging. 3) Gronden met een grondwatertrap IIIb, Vbo en Vbd hebben de toevoeging nat gekregen. Het vochtleverend vermogen van deze gronden is over het algemeen matig tot groot. Daarentegen kennen deze gronden wel beperkingen ten aanzien van de ontwateringstoestand. Voor grasland zijn deze beperkingen van kleinere aard dan voor het bodemgebruik bouwland. Gronden in deze subklasse zijn voor weidebouw geschikter dan voor akkerbouw. Gronden met grondwatertrap Vbd vormen een uitzondering op deze groep omdat deze gronden zowel te droog (> 180 cm-mv.) als te nat (< 40 cm-mv.) kunnen zijn. Het oppervlak van de gronden in klasse 3 bedraagt 1009 ha. Klasse 4 Gronden in deze klasse betreffen laagten in het landschap, waardoor deze een slechte ontwateringstoestand en dus een slechte draagkracht hebben. Het zijn overwegend minerale gronden, maar er komen ook moerige gronden en een enkele veengrond in voor. Het vochtleverend vermogen is over het algemeen groot tot zeer groot. Gronden in deze klasse hebben weinig mogelijkheden (geringe bodemgeschiktheid) vanwege de beperkte berijdbaarheid en bewerkbaarheid. Het oppervlak van de gronden in klasse 4 bedraagt 44 ha. 6. Agrarische verkeerswaarde Zoals eerder vermeld zijn de bodemgeschiktheidsklassen primair bedoeld als instrument om het ruilproces te faciliteren. Echter om, ingeval van over- en onderbedeling, dan wel in het geval van kwaliteitsverschil tussen inbreng en toedeling verrekening mogelijk te maken, is het wenselijk de agrarische verkeerswaarde te koppelen aan de bodemgeschiktheidsklassen. De bestuurscommissie zal de agrarische verkeerswaarde bepalen (Besluit Herverkaveling, artikel 2). De vaststelling van de - gemiddelde - agrarische verkeerswaarde dient te geschieden op basis van het prijsniveau van landbouwgronden in het jaar voorafgaand aan de terinzagelegging van het ruilplan, overeenkomstig artikel 2, eerst lid van het besluit herverkaveling. 5
8 7. Uitruilbaarheid en verrekening Zoals eerder vermeld is er vanwege praktische redenen gekozen voor de gecombineerde gebruiksbestemming, hiervan is de bodemgeschiktheid in 4 klassen vastgelegd. Deze bodemgeschiktheidsklassen geven aflopende bodemgeschiktheid voor de vastgestelde gebruiksbestemming. Om tijdens het maken van het ruilplan na te gaan of er per eigenaar sprake is van een gelijke hoedanigheid, dienen deze bodemgeschiktheidsklassen en de differentiaties hierop, gebruikt te worden. Om verrekening (compensatie) mogelijk te maken worden aan de bodemgeschiktheidsklassen punten toegekend. De punten staan in onderstaande tabel, tweede kolom. De punten zijn een hulpmiddel om de agrarische waarde van de totale inbreng met de totale toedeling van rechthebbenden te vergelijken. Een punt geeft hierbij de verhouding weer binnen de nog door de bestuurscommissie vast te stellen agrarische verkeerswaarde In de uitgangspunten herverkaveling Sarsven en de Banen wordt aangegeven wanneer sprake is van een afwijkende bodemgeschiktheid en of /hoe compensatie (geld of oppervlakte) wordt geregeld. De bodemgeschiktheidsklassen voor de gecombineerde gebruiksbestemming akkerbouw/weidebouw Bodemgeschiktheidsklasse Punten per ha Beknopte toelichting 1 52,5 Hooggelegen oude cultuurgronden met een zeer diepe ontwateringstoestand en een dik homogeen humushoudend dek (> 50 cm dikte) 2 50 De gronden in deze klasse hebben een matig dikke humushoudende homogene bovengrond (30-50 cm dikte) en hebben een grondwatertrap VIo of droger. 3 47,5 Gronden in deze klasse betreffen veelal jonge ontginningsgronden met bovengronddikten van cm. Hiernaast komen er moerige gronden en verwerkte gronden in voor. Gronden in deze ruilklasse hebben een grote spreiding in de ontwateringstoestand Gronden in deze klasse betreffen laagten in het landschap, waardoor deze een slechte ontwateringstoestand en dus een slechte draagkracht hebben. Het zijn overwegend minerale gronden, maar er komen ook moerige gronden en een enkele veengrond in voor. 6
Agrarische verkeerswaarde Sarsven en de Banen
Agrarische verkeerswaarde Sarsven en de Banen Versie 2 Datum 23 mei 2013 Status Definitief Colofon Projectnaam Sarsven en de Banen Versienummer 2 Locatie T:\DLG\team midden\programma's - projecten\sarsven_de
Sarsven en de Banen. Uitgangspunten voor de herverkaveling Als bedoeld in artikel 4 van het Besluit inrichting landelijk gebied
Sarsven en de Banen Uitgangspunten voor de herverkaveling Als bedoeld in artikel 4 van het Besluit inrichting landelijk gebied Vastgesteld 23 mei 2012 door Bestuurscommissie Sarsven en de Banen 2 Sarsven
Van Bodemkaart tot. Ruilklassenkaart
Van Bodemkaart naar Van Bodemkaart tot Titel Ruilklassenkaart Ruilklassenkaart Gert Stoffelsen Bodemkartering of Bodemgeografisch onderzoek van de deelgebieden Scheerwolde en Oldemarkt De deelgebieden
PROVINCIAAL BLAD. Uitgangspunten herverkaveling Franekeradeel-Harlingen, provincie Fryslân
PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van de provincie Fryslân Nr. 690 25 januari 2018 Uitgangspunten herverkaveling Franekeradeel-Harlingen, provincie Fryslân 1. Inleiding Voor het maken van het ruilplan
Aanvulling. Dictaat Inleiding Bodem. Voor versie Bodem en Water 1 (LAD-10806) Bodem en Water II (AEW-21306) Oktober 2010.
Aanvulling Dictaat Inleiding Bodem Voor versie 2009 Bodem en Water 1 (LAD-10806) Bodem en Water II (AEW-21306) Oktober 2010 Inhoud - Figuur 8.8.2.5-2 in Bijlage 8.8-1 Vaststelling gradatie vochtleverend
ALGEMENE TOELICHTING ONTWERP-RUILPLAN
ALGEMENE TOELICHTING ONTWERP-RUILPLAN Het Ontwerp-ruilplan bestaat uit twee onderdelen: A. De lijst van rechthebbenden B. Het plan van toedeling A. DE LIJST VAN RECHTHEBBENDEN Deze lijst is opgemaakt naar
Bodem en bomen Everhard van Essen
Bodem en bomen Everhard van Essen Aequator Groen & Ruimte bv Even voorstellen Aequator Groen & Ruimte bv 2 Opzet presentatie Wat bepaald de geschiktheid van de bodem voor de boom? Wat weten we over de
Het herverkavelingsproces
Herverkaveling Het herverkavelingsproces Om het landelijk gebied ook in de toekomst vitaal te houden, worden gebieden opnieuw ingericht. Hoe de nieuwe inrichting van een gebied er uit moet zien, staat
1. INLEIDING 2. UITGANGSPUNTEN VOOR EN DOELSTELLINGEN VAN HET RUILPLAN 3. UITGANGSPUNTEN VOOR DE HERVERKAVELING. De uitgangspunten:
UITGANGSPUNTEN VOOR HET HERVERKAVELINGSBLOK DELDENERBROEK, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4 VAN HET BESLUIT INRICHTING LANDELIJK GEBIED, VOOR HET INRICHTINGSPLAN ENTER 1. INLEIDING Krachtens het bepaalde in de
Grondsoort en grondprijs
Grondsoort en grondprijs November 2016 Huib Silvis, Martien Voskuilen (Wageningen Economic Research) Paul Peter Kuiper (Kadaster) en Everhard van Essen (Aequator) Grondpercelen met lichte en zware zavel
1 Inleiding. 2 Het wettelijk kader. d.d.10 februari 2014, nr. 3530530. Behorende bij besluit
Nadere regels voor de lijst der geldelijke regelingen als bedoeld in artikel 68 van de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg), voor het herverkavelingsblok Wintelre-Oerle Behorende bij besluit d.d.10 februari
Sarsven en de Banen. De wenszitting. 17 september 2012
Sarsven en de Banen De wenszitting 17 september 2012 2 Sarsven en de Banen - Uitgangspunten voor de herverkaveling Sarsven en de Banen - Uitgangspunten voor de herverkaveling 3 Sarsven en de Banen De wenszitting
Uitvoeringscommissie Enter
BIJLAGE bij agendapunt 7 Uitvoeringscommissie Enter Nadere regels voor de lijst der geldelijke regelingen Nadere regels voor de schatting als bedoeld in artikel 68 van de Wet inrichting landelijk gebied
Weerijs-Zuid: Lijst der geldelijke regelingen (LGR)
Weerijs-Zuid: Lijst der geldelijke regelingen (LGR) Lijst der geldelijke regelingen De laatste stap van de wettelijke herverkaveling is de financiële afwikkeling. Dit vindt plaats in de Lijst der Geldelijke
Wijziging Regeling herverkaveling
LNV Wijziging Regeling herverkaveling Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 januari 2005, nr. TRCJZ/2004/5883, houdende wijziging van de Regeling herverkaveling Gelet
Bodemgeschiktheid 'Uden-Veghel'
Bodemgeschiktheid 'Uden-Veghel' 1.1 Methode Voor hèt gebied 'Uden-Veghel' (API A50) is de bodemgeschiktheid voor weide-, akker-, en tuinbouw bepaald. De methode waarmee de geschiktheid voor weide-, akker-
Bodem en Water, de basis
Bodem en Water, de basis Mogelijkheden voor verbeteringen 5 febr 2018 Aequator Groen & Ruimte bv Het jaar 2017 April tot 30 juni April tot sept Aequator Groen & Ruimte bv 2 Jaar 2017 2017 Zomer warmer
BODEMONDERZOEK GROEI- LOCATIE GLASTUINBOUW KLEINE HEITRAK, ASTEN
Bijlage 2 bij de toelichting BODEMONDERZOEK GROEI- LOCATIE GLASTUINBOUW KLEINE HEITRAK, ASTEN i BODEMONDERZOEK GROEILOCATIE GLASTUINBOUW KLEINE HEITRAK, ASTEN In opdracht van: Tuinbouw Ontikkelings Maatschappij
Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek
Bijlage 1 Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bijlagel Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bodemopbouw en Geohydrologie Inleiding In deze bijlage wordt
Toelichting op de vastgestelde Lijst der geldelijke regelingen Wintelre- Oerle
Toelichting op de vastgestelde Lijst der geldelijke regelingen Wintelre- Oerle 1 Aanleiding In 2007 hebben GS de bestuurscommissie Wintelre-Oerle opdracht gegeven een landinrichtingsplan voor het gebied
WET INRICHTING LANDELIJK GEBIED. Landinrichting Lonnekerland. Herinrichting Enschede Noord. Kennisgeving ingevolge artikel 64 lid 3 WILG
WET INRICHTING LANDELIJK GEBIED Landinrichting Lonnekerland Herinrichting Enschede Noord Kennisgeving ingevolge artikel 64 lid 3 WILG TERINZAGELEGGING ONTWERP RUILPLAN Hierbij delen wij u mede dat gedurende
Weerijs-Zuid. De wenszitting. Weerijs-Zuid. Weerijs-Zuid, de juiste grond op de juiste plaats voor landbouw, natuur, recreatie, water, wonen, werken
Weerijs-Zuid De wenszitting Weerijs-Zuid, de juiste grond op de juiste plaats voor landbouw, natuur, recreatie, water, wonen, werken Weerijs-Zuid Opdrachtgever Opdrachtnemer/uitvoerder maart 2011 Weerijs-Zuid
HERINRICHTING LOSSER ZUID
HERINRICHTING LOSSER ZUID Lijst der Geldelijke Regelingen Charlotte Gillet januari 2016 Lijst der Geldelijke Regelingen (LGR) Globaal proces Inrichtingsplan vastgesteld (2007) Opstellen Ruilplan (2011)
Landbouwkundig belang van een goede waterhuishouding Everhard van Essen Jan van Berkum
Landbouwkundig belang van een goede waterhuishouding Everhard van Essen Jan van Berkum Aequator Groen & Ruimte bv Opzet presentatie Wat is het belang van een goede waterhuishouding? Wat is een optimale
Bouwen op goede gronden.
Bouwen op e gronden. In ons land moet helaas in toenemende mate gebouwd worden op gronden die daarvoor minder geschikt zijn. Een juiste situering van de woongebieden is echter van groot belang om de technische
Actualisatie van de bodemkaart
Actualisatie van de bodemkaart Folkert de Vries 11 februari 2010 Presentatie op Symposium actualisatie BIS2014 Wist u dat de Bodemkaart van Nederland.. Veel gebruikt wordt als wandversiering Wist u dat
Waterparagraaf Melkveebedrijf M.C.M. Sieben, Witte Plakdijk 6 Ospel
Waterparagraaf Melkveebedrijf M.C.M. Sieben, Witte Plakdijk 6 Ospel De heer M.C.M. Sieben is voornemens een nieuwe rundveestal op te richten op het perceel, kadastraal bekend als gemeente Nederweert, sectie
Workshop internet, digitalisering, en automatisering
Workshop internet, digitalisering, en automatisering Marije Louwsma Senior projectleider 19 september 2013 Aanleiding Rol overheid èn rol burger veranderen: Minder overheidsbudget Vorm van participatie
De waarde van grond. Ir. E.A. (Everhard) van Essen E V E R H A R D V A N E S S E N D E W A A R D E V A N G R O N D
E V E R H A R D V A N E S S E N D E W A A R D E V A N G R O N D T H E M A D A G L A N D E L I J K V A S T G O E D. N L De waarde van grond Ir. E.A. (Everhard) van Essen Aequator Groen & Ruimte bv 1 Even
Achtergrond rapportage beleidsregel toepassen van drainage in attentiegebieden. Juni 2011
Achtergrond rapportage beleidsregel toepassen van drainage in attentiegebieden Juni 2011 Achtergrond van de lagen benadering De oorsprong van de lagenbenadering moet gezocht worden in de negentiende eeuw,
Kaart 1 Overzichtskaart. Legenda. Duurswold. Veenkoloniën. Hunze. Drentse Aa. Peilbesluit Paterswolde en stad Groningen
Duurswold Veenkoloniën Hunze Drentse Aa Peilbesluit en stad Kaart 1 Overzichtskaart 0 500 1.000 2.000 3.000 4.000 Schaal: 1:100.000 Datum: 4-11-2014 O:\Peilbesluit\Pr ojects\_stad groningen\kaarten 1646
Informatiebrochure wenszitting
Informatiebrochure wenszitting Landinrichting Losser Deelgebieden Elsbeek en Overdinkel Herinrichting Elsbeek en Overdinkel Opdrachtgever Opdrachtnemer/uitvoerder Informatiebrochure wenszitting Landinrichting
Toepassing van instrumenten uit handboek op NATURA2000-gebied Boetelerveld
Toepassing van instrumenten uit handboek op NATURA2000-gebied Boetelerveld Perry de Louw (Deltares) Jan van Bakel (De Bakelse Stroom) Judith Snepvangers (Landschap Overijssel) Natura2000-gebied Boetelerveld
Noordwest Overijssel
Noordwest Overijssel Informatiebrochure wenszitting Herinrichting Noordwest Overijssel Deelgebied Blokzijl-Vollenhove Blokzijl Vollenhove Opdrachtgever Opdrachtnemer januari 2014 Informatiebrochure wenszitting
Ontwerp Inrichtingsplan. Blokzijl Vollenhove
Noordwest Overijssel Ontwerp Inrichtingsplan Blokzijl - Vollenhove Blokzijl Vollenhove Dienst Landelijk Gebied Lübeckplein 34 8017 JS Zwolle Postbus 10051 8000 GB Zwolle tel: 038-4271 999 fax: 038-4271
Landinrichting Enter: Brochure Wenszitting. Informatie over de herverkaveling van het deelgebied Deldenerbroek
Landinrichting Enter: Brochure Wenszitting Informatie over de herverkaveling van het deelgebied Deldenerbroek 1 Voorwoord Inhoud 7 1 Inleiding 9 2 Algemene informatie 9 2.1 De landinrichting Enter 10
2 Bemesting 44 2.1 Meststoffen 44 2.2 Soorten meststoffen 46 2.3 Grondonderzoek 49 2.4 Mestwetgeving 49
Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Bodem en grond 9 1.1 Grond, bodem en grondsoorten 9 1.2 Eigenschappen van grond 20 1.3 Problemen met de grond 23 1.4 Verbeteren van landbouwgronden 30 1.5 Transport van
PROTOCOL. Beschrijving behandeling verzoeken om onderzoek naar schade
PROTOCOL Beschrijving behandeling verzoeken om onderzoek naar schade Vastgesteld op 6 februari 2014 secretariaat: Leidseveer 2 3511 SB LA Utrecht tel. (085) 486 2222 e-mail: [email protected] website: http://www.grondwaterschade.nl/
BEPLANTINGSPLAN LANDGOED NIEUW HOLTHUIZEN
BEPLANTINGSPLAN LANDGOED NIEUW HOLTHUIZEN 1. INLEIDING De heer G. Holthuis en Mevrouw E. Wynia willen een nieuw landgoed aanleggen aan de Markeweg in Steenbergen. Onderdeel daarvan is de aanleg van 5 ha
Landgoed Heijbroeck. Waterparagraaf. Datum : 11 juni Bureau van Nierop, Landgoed Heijbroeck, Waterparagraaf 1
Landgoed Heijbroeck Waterparagraaf Datum : 11 juni 2013 Auteur Opdrachtgever : W.J. Aarts : Fam. van Loon 1 VOORWOORD In opdracht van Fam. van Loon is er door Bureau van Nierop een waterparagraaf conform
Landinrichting Staphorst
Landinrichting Staphorst Informatiebrochure wenszitting Uitvoeringscommissie Staphorst Mei 2013 Landinrichting Staphorst Informatiebrochure wenszitting Informatie over de wenszitting en het vervolgtraject
: SAB Prinses Margrietlaan Best Betreft : Watertoets ontwikkeling Prinses Margrietlaan nabij nr. 24
Logo MEMO Aan : Henrike Francken Van : Michiel Krutwagen Kopie : Dossier : BA1914-112-100 Project : SAB Prinses Margrietlaan Best Betreft : Watertoets ontwikkeling Prinses Margrietlaan nabij nr. 24 Ons
Bodemgeschiktheidseisen stedelijk gebied
Bodemgeschiktheidseisen stedelijk gebied uit: Riet Moens / Bouwrijp maken http://team.bk.tudelft.nl/publications/2003/earth.htm Uit: Standaardgidsen (1999) 1.7.3 Uitwerking voor stedelijke functies De
Quick scan archeologie, gemeente Loon op Zand, Kaatsheuvel Van Heeswijkstraat / Horst
Quick scan archeologie, gemeente Loon op Zand, Kaatsheuvel Van Heeswijkstraat / Horst Opsteller: B. van Sprew Opdrachtgever: H. de Jongh (H. de Jongh Advies) Datum: 22-8-2012 Aanleiding en doelstelling
Beplantingsplan percelen aan de Schouwenweg te Lierop 2017
Beplantingsplan percelen aan de Schouwenweg te Lierop 2017 Colofon Opdrachtgever: Dhr. N. van Bussel Titel: Beplantingsplan percelen aan de Schouwenweg te Lierop 2017 Status: Concept Datum: Juni 2017 Auteur(s)
RAAP België - Rapport 027 Rupelmonde Kleine Gaanweg, aanleg visvijver (gemeente Kruibeke)
RAAP België - Rapport 027 Rupelmonde Kleine Gaanweg, aanleg visvijver (gemeente Kruibeke) Bureauonderzoek 2016I81 Landschappelijk booronderzoek 2016I121 Nazareth 2016 Colofon Opdrachtgever: Waterwegen
RENTMEESTERSKANTOOR BV TE KOOP PERCELEN GROND TE OUD-BEIJERLAND
RENTMEESTERSKANTOOR BV Kerkstraat 54 3291 AM Strijen Tel. 078 674 94 94 Fax 078 674 94 00 [email protected] www.overwater.nl TE KOOP PERCELEN GROND TE OUD-BEIJERLAND Overwater Rentmeesterskantoor biedt
Veenactualisatie Bodemkaart van Nederland Digitale Bodemkartering
Veenactualisatie Bodemkaart van Nederland Digitale Bodemkartering Bas Kempen Symposium BIS2014 Wageningen, 14 Februari 2011 Inhoud Korte introductie: Bodemkaart van Nederland en noodzaak actualisatie Efficiënt
BOFEK2012 versie 2 Alternatieve titel: Bodemfysische eenheden kaart 2012 Versie:2 Unieke Identifier: 62de2d81-5cc9-44a4-9f8f-4f cad
Page 1 of 5 Identificatie BOFEK2012 versie 2 Alternatieve titel: Bodemfysische eenheden kaart 2012 Versie:2 Unieke Identifier: 62de2d81-5cc9-44a4-9f8f-4f2787088cad Creatiedatum: 2016-10-25 Publicatiedatum:
BOFEK2012 versie 2.1 Alternatieve titel: Bodemfysische eenheden kaart 2012 Versie:2.1 Unieke Identifier: 62de2d81-5cc9-44a4-9f8f-4f cad
Identificatie BOFEK2012 versie 2.1 Alternatieve titel: Bodemfysische eenheden kaart 2012 Versie:2.1 Unieke Identifier: 62de2d81-5cc9-44a4-9f8f-4f2787088cad Creatiedatum: 2012-04-27 Publicatiedatum: 2013-02-08
TOELICHTING OP DE raatwfc V- 1 -'
TOELICHTING OP DE raatwfc V- 1 -' ISEMWV. -:aio.- M E. ia ^^^ ^^-B^'nYt^T^-n.MET DE ZOHERGROND-.i.RSTANDEN TIJDENS DROGE I?E JAREN IN DE GEBIEDEN WAAR AL OF NIET VERANDERING IN DE PRODUKTIEWAARDE IS TE
Waterbeheer en landbouw
Waterbeheer en landbouw Melkveehouderij in veenweidegebieden Bram de Vos (Alterra) Idse Hoving (Animal Sciences Group) Jan van Bakel (Alterra) Inhoud 1. Probleem 2. Waterpas model 3. Peilverhoging polder
Handleiding bepaling MijnBodemConditie
Handleiding bepaling MijnBodemConditie Beter boeren met de BodemConditieScore! Versie 1.0 uitgewerkt voor de Beemsterpolder (NH) Deze handleiding bevat instructies hoe een BodemConditieScore voor een enkele
Kavelruil Weerijs-Noord
Kavelruil Weerijs-Noord puzzelen met gronden Dankzij integraal kavelruilen wensen van grondeigenaren vervullen Door de wisseling van eigenaren zijn agrarische gronden door de jaren heen versnipperd geraakt.
Toepassen gebiedsgerichte grondwaterbescherming voor bestemmingsplan locatie Hongerdijk 16 te Bruchterveld
Notitie Contactpersoon Cor Lont Datum 27 juli 2012 Kenmerk N001-1208828CNL-afr-V01-NL Toepassen gebiedsgerichte grondwaterbescherming voor bestemmingsplan locatie Hongerdijk 16 te Bruchterveld Voor een
NIEUWE BODEMKAART VEENGEBIEDEN PROVINCIE UTRECHT, SCHAAL 1:25.000
jan PeeteRs 1, esther stouthamer 2 & MaRjoleiN BouMaN 3 1. Deltares/TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. 2. Universiteit Utrecht, Departement Fysische Geografie, Postbus 80115, 3508 TC Utrecht. 3. ADC ArcheoProjecten,
Verwijzingen naar andere bronnen over de historie van Nieuw-Amsterdam, Veenoord en Zandpol.
Verwijzingen naar andere bronnen over de historie van Nieuw-Amsterdam, Veenoord en Zandpol. Literatuur: Gedenkboek 100 jaar Nieuw Amsterdam-Veenoord P. van der Woude 1960 Gedenkboek 125 jaar Tweelingdorp
Vergelijking van het Nieuw Limburgs Peil met het Waterbeheerplan van waterschap Peel en Maasvallei
8-2-2017 Vergelijking van het Nieuw Limburgs Peil met het Waterbeheerplan van waterschap Peel en Maasvallei Inleiding Het Limburgse waterschap Peel en Maasvallei (P&M) heeft in 2010 het Nieuw Limburgs
Compensatieplan Meerdink
Compensatieplan Meerdink Inleiding De heer Meerdink heeft het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk gevraagd om de agrarische bestemming Meester Meinenweg 29 te wijzigen in de bestemming
Nominatie voor de meest kenmerkende bodems van Noordwest-Overijssel: Madeveengronden en Meerveengronden
Nominatie voor de meest kenmerkende bodems van Noordwest-Overijssel: Madeveengronden en Meerveengronden Nominatie door: Gert Stoffelsen, Alterra Een van de profielen die voor mij een bijzondere dimensie
Ter Wisch. Kaart 1; Overzicht. Peilbesluit Ter Wisch Westerwolde bebouwing boezem. rijksgrens. hoofdweg hoofdspoorwegennet.
Kaart 1; Overzicht Peilbesluit Westerwolde bebouwing boezem Nieuweschans Uiterburen Zuidbroek Muntendam Heiligerlee Winschoten hoofdweg hoofdspoorwegennet hoofdwaterlichaam Veendam Ommelanderwijk Oude
4 Archeologisch onderzoek
4 Archeologisch onderzoek 99044462 Inhoudsopgave ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 1 Inleiding... 2 1.1 Algemeen... 2 1.2 Aanleiding en doelstelling... 2 2 Bureauonderzoek... 3 2.1 Werkwijze... 3 2.2 Resultaten
Bijlage E: Peilvakken en de gewenste grond- en oppervlaktewaterpeilen.
Blad 95 van 127 Bijlage E: Peilvakken en de gewenste grond- en en. Zie ook de bijgevoegde Peilvakkenkaart op A0. Afweging en uitgangspunten peilenplan Terwolde De belangrijkste afweging bij de totstandkoming
Gegevens terrein 74 Id. Excel database 228, 227 en 226
Gegevens terrein 74 Id. Excel database 228, 227 en 226 Gemeentecode KSL Sectie G Perceelnummer 167, 166 en 165 Locatieadres abij Keizersbaan 7 te Kessel Totale oppervlakte (ha.) 3 Onderzochte oppervlakte
Ruilverkaveling Schelde-Leie
Ruilverkaveling Schelde-Leie Een woordje uitleg Februari 2014 De procedure: wat is er reeds gebeurd? In 2006 besliste minister Peeters om een onderzoek naar het nut uit te voeren voor een ruilverkavelingsproject
Verkenning van bodemgeschiktheid ter identificatie van kansrijke gebieden voor de landbouwsector in Noord-Brabant
Verkenning van bodemgeschiktheid ter identificatie van kansrijke gebieden voor de landbouwsector in Noord-Brabant C.A. van Diepen H.J.S.M. Vissers O.F. Schoumans H.L. Boogaard F. Brouwer F. de Vries J.
Heiligerlee. Winschoten. Blijham. Oude Pekela Veendam Ommelanderwijk. Nieuwe Pekela. Wedde. Onstwedde Vlagtwedde. Stadskanaal.
Groningen Haren Hoogezand-Sappemeer Uiterburen Zuidbroek Heiligerlee Winschoten Paterswolde Muntendam 9641 P VEENDAM Zuidlaren Westlaren Veendam Ommelanderwijk Blijham Wedde watersysteem Veenkolonien peilbesluit
Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2003.
Ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt tot 1 juli 2003. In deze notitie wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt. De notitie is als volgt ingedeeld: 1. Samenvatting.
Toelichting update buisdrainagekaart 2017
Toelichting update buisdrainagekaart 2017 Harry Massop en Rini Schuiling Inleiding De buisdrainagekaart 2015 (Massop en Schuiling, 2016) is de meest recente landelijke kaart die de verbreiding van buisdrainage
ACHTERGRONDDOCUMENT. Ontwikkelingsvisie en Beheerplan voor de landgoederen Nieuw- en Oud Amelisweerd en Rhijnauwen. Juni 2008
ACHTERGRONDDOCUMENT Ontwikkelingsvisie en Beheerplan voor de landgoederen Nieuw- en Oud Amelisweerd en Rhijnauwen Juni 2008 Inhoud deel I BASISGEGEVENS 1. Bodem, grondwater en hydrologie 2. Historie van
Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs
Notitie Contactpersoon ir. J.M. (Martin) Bloemendal Datum 7 april 2010 Kenmerk N001-4706565BLL-mya-V02-NL Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Tauw
Stedelijke Herverkaveling. Positionering wettelijke regeling stedelijke herverkaveling VVG-congres Mei 2014
Stedelijke Herverkaveling Positionering wettelijke regeling stedelijke herverkaveling VVG-congres Mei 2014 Stedelijke herverkaveling Wie ben ik? q Guido Kuijer (Senior Projectadviseur & Lid Commissie Stedelijke
1 Grond Bodem Minerale bestanddelen Organische bestanddelen De verschillende grondsoorten 16 1.
Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Grond 9 1.1 Bodem 9 1.2 Minerale bestanddelen 11 1.3 Organische bestanddelen 13 1.4 De verschillende grondsoorten 16 1.5 Afsluiting 17 2 Verzorging van de bodem 19 2.1
