De statespace van Small World Networks
|
|
|
- Leo Segers
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 De statespace van Small World Networks Emiel Suilen, Daan van den Berg, Frank van Harmelen VRIJE UNIVERSITEIT AMSTERDAM 2 juli 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Grenzen van Cluster coëfficiënt en Karakteristieke Padlengte Karakteristieke Padlengte Minimale Padlengte: Pluis Maximale padlengte: Staart Cluster coëfficiënten Minimale Cluster Coëfficiënt Maximale Cluster Coëfficiënt: JEB-graaf Empirische resultaten Algoritme Punt-algoritme Lijn-algoritme State-algoritme Statespace Cluster Coëfficiënt vanuit random graaf Cluster Coëfficiënt vanuit JEB graaf Cluster Coëfficiënt vanuit Staart graaf Karakteristieke Padlengte vanuit random graaf Combinatie van statespaces Conclusie 28 1
2 1 Inleiding Dit artikel is een vervolg op het eindverslag van het vak Heuristieken, waar een small world network werd onderzocht van 100 knopen en 300 verbindingen. Deze vervolgopdracht heeft als doel het verder verkennen van de statespace van deze configuratie, en het identificeren van de theoretische maxima en minima, met name de punten die een lokaal minimum of maximum vormen. Deze statespace kan niet volledig worden doorgerekend. Een volledig verbonden graaf met K knopen heeft namelijk K (K 1) mogelijke verbindingen. 2 Dit zijn in totaal 100 (100 1) = 4950 verbindingen. Van deze 4950 verbindingen worden er echter maar 300 gebruikt. Dit levert een combinatie ( ) op. Dit is gelijk aan 7, De cluster coëfficiënt van een graaf C g is het gemiddelde van de cluster coëfficiënten van de individuele knopen in graaf C g. De cluster coëfficiënt van een knoop C i is het aantal verbindingen dat zijn buren met elkaar hebben gedeeld door het aantal mogelijke verbindingen dat zijn buren zouden kunnen hebben. De karakteristieke padlengte L g van een graaf G is de gemiddelde kortste padlengte tussen twee knopen in die graaf. Het vermoeden bestaat dat er een strikte relatie is tussen cluster coëfficiënt, en karakteristieke padlengte. Deze relatie wordt in dit artikel weerlegd. 2 Grenzen van Cluster coëfficiënt en Karakteristieke Padlengte In de volgende paragrafen worden de minima en maxima voor zowel de cluster coëfficiënt en de karakteristieke padlengte besproken. Beide waardes hebben theoretische minima en maxima die onafhankelijk zijn van de daadwerkelijke grootte van de graaf. 2.1 Karakteristieke Padlengte Voor de padlengte is er zowel een bovengrens als een ondergrens Minimale Padlengte: Pluis De laagst mogelijke karakteristieke padlengte voor een graaf met K knopen en V verbindingen is 1. In dat geval kan je vanuit elke knoop in één stap naar elke andere knoop. Dit is alleen het geval voor een volledig verbonden graaf. 2
3 Voor grafen die minder dan K 1 verbindingen hebben, is de padlengte ongedefineerd omdat er dan paren knopen zijn waartussen geen pad bestaat. Voor verbonden grafen geldt wel een maximum. Omdat een pad tussen knoop k i en k j alleen 1 is dan en slechts dan als er een verbinding v ij V bestaat. Als er geen verbinding v ij V bestaat, dan is de kortst mogelijk padlengte tussen de knopen k i en k j 2. Dus is de kleinste karakteristieke padlengte van een verbonden graaf met K knopen en V verbindingen met V k gelijk aan 2 2V K(K 1) Voor 100 knopen en 300 verbindingen is dit: = 1, Figuur 1: Een graaf met zes knopen en vijf verbindingen met een kleinste padlengte. De padlengte is: 1, Merk op dat dit minimum triviaal is om te bereiken. Neem als voorbeeld figuur 1. Hier zijn slechts zes knopen en vijf verbindingen aanwezig. Omdat knoop E met alle andere knopen is verbonden zijn alle padlengtes vanaf deze knoop 1. Vanaf A zijn er vier paden met lengte twee, namelijk (A; B), (A; C), (A; D), (A; F ) en één pad met lengte 1, namelijk (A; E). De karakteristieke padlengte van A is dus 9 = 1, 8. Ditzelfde geldt natuurlijk 5 ook voor B, C, D en F. De gemiddelde padlengte van deze graaf is dus 5 1,8+1 = 1,
4 Grafen met een minimale karakteristieke padlengte worden Pluis-grafen genoemd. De theoretische kleinste padlengte van een graaf met 6 knopen en 5 verbindingen, is = 1, Dit is niet heel bijzonder omdat de graaf in 6 5 figuur 1 precies aan de optimale beschrijving voldoet. Wanneer twee knopen geen directe verbinding hebben, en dus geen padlengte van 1, dan hebben ze via knoop E altijd een indirecte verbinding met lengte Maximale padlengte: Staart De hoogst mogelijke padlengte voor een graaf met K knopen is een lange sliert aan knopen, waarmee knoop k i alleen verbonden is met de knopen k (i 1) en k (i+1). Deze graaf kan alleen gemaakt worden als er precies K 1 verbindingen zijn. Figuur 2 geeft zo n graaf met 10 knopen weer. Figuur 2: Een graaf met de maximale karakteristieke padlengte voor 10 knopen. De padlengte is: 3, Indien er meer dan K 1 verbindingen zijn, is zo n structuur onmogelijk: er blijven verbindingen over. Deze verbindingen moeten in zo n configuratie worden gelegd, zodanig dat er veel verbindingen op een klein punt geconcentreerd zijn, die allen een pad naar één punt moeten vormen dat zo ver mogelijk van deze configuratie af ligt. Lovejoy en Loch[1] defineren zo n figuur als volgt voor een graaf S met K knopen en V verbindingen: 1. Een volledig verbonden sub-graaf S c van K c knopen en V c verbindingen. 2. Een staart S s van K K c knopen en K K c 1, of V s verbindingen. Figuur 3 geeft zo n figuur weer voor 10 knopen en 12 verbindingen. De clustering van de knopen G, H, I en J introduceert weliswaar paden met een padlengte van 1, maar deze vier knopen hebben ook ieder een pad met een hoge padlengte naar knoop A. Zo n type graaf wordt een Staart-graaf genoemd. 4
5 Figuur 3: Een graaf met de maximale karakteristieke padlengte voor 10 knopen en 12 verbindingen. De padlengte is: 3, In het algemeen geeft dit de volgende karakteristieke padlengte: γ K(K 1) Met γ is als volgt gedefinieerd: (1) γ = K c (K c 1) + K K c (9K c 7 + (K K c )(K + 2K c )) (2) 3 Voor een graaf met 10 knopen en 12 verbindingen geeft dit een karakteristieke padlengte van 3, Merk in figuur 3 op dat knoop G zowel onderdeel is van de staart als van de sub-graaf. Deze knoop wordt de stuit-knoop genoemd. Echter, ook zo n graaf-configuratie is beperkt: hij is alleen mogelijk als er, bij K knopen, een subgraaf met K c knopen en V c verbindingen en een staart van V s verbindingen, er precies V c + V s verbindingen zijn. De oplossing voor dit probleem is echter simpel. Als er te veel verbindingen zijn, moet er een subgraaf met K c + 1 knopen gemaakt worden, met een staart van K s 1 knopen. Dit levert een graaf op met te weinig verbindingen. Door verbindingen bij de stuit-knoop weg te halen, wordt het gewenste aantal verbindingen bereikt. In het geval van een graaf van 100 knopen en 300 verbindingen zijn er 9 verbindingen te weinig om een sub-graaf van 22 knopen en een staart van 78 knopen te maken. Deze worden van de stuit-knoop verwijderd, zodat er in totaal 300 verbindingen nodig zijn. Dit levert een karakteristieke padlengte van 30, op. 5
6 2.2 Cluster coëfficiënten Het hoogst haalbare cluster coëfficiënt voor een ongerichte graaf is 1. Voor een verbonden graaf betekent dit dat ze volledig verbonden is. Wanneer er, in een volledig verbonden graaf, een verbinding tussen twee knopen wordt verbroken dan zullen alle andere knopen in de graaf een lagere cluster coëfficiënt krijgen. In figuur 5 is de verbinding tussen A en B verbroken. De knopen C tot en met F zijn nog wel verbonden met zowel A als B. Omdat A en B elkaar niet meer kennen daalt de cluster coëfficiënt van C tot en met F van 1 naar 0, 9. De cluster coëfficiënt van de graaf daalt hierdoor van 1 naar 0, 933. Figuur 4: Een graaf met zes knopen. De cluster coëfficiënt is 1. 6
7 Figuur 5: Dezelfde graaf als in figuur 4 maar dan met de verbinding tussen A en B verbroken. De cluster coëfficiënt daalt naar 0,933. (a) Graaf met 6 knopen en 11 verbindin-(bgen. De cluster coëfficiënt is 0,866. gen. De cluster coëfficiënt is Graaf met 6 knopen en 9 verbindin- 0,9. Figuur 6: Twee grafen met 6 knopen. Hoewel figuur 6b minder verbindingen heeft dan figuur 6a heeft deze toch een hoger cluster coëfficiënt. Het is dus niet mogelijk om een verbonden graaf te maken die niet volledig verbonden is, maar wel een cluster coëfficiënt van 1 heeft. Hierdoor is het, met minder dan het maximaal aantal verbindingen, niet mogelijk om een verbonden graaf te maken met een cluster coëfficiënt van 1. Het is echter niet zo dat het verbreken van een verbinding altijd leidt tot een lagere cluster coëfficiënt. Figuur 6a toont een graaf met 11 verbindingen en een cluster coëfficiënt van 0, Merk op dat de verbindingen zo gelegd zijn dat er zoveel mogelijk knopen zijn met een cluster coëfficiënt van 1. Figuur 6b laat een graaf zien met 9 verbindingen en cluster coëfficiënt van 0, 9. Deze graaf heeft twee verbindingen minder maar wel een hogere cluster coëfficiënt. Het verwijderen van verbindingen in figuur 6b zal de cluster coëfficiënt van deze graaf weer verkleinen. 7
8 2.2.1 Minimale Cluster Coëfficiënt De minimale cluster coëfficiënt voor een ongerichte graaf is afhankelijk van de verbindingsdichtheid. Als voor ieder drietal knopen (A, B, C) in de graaf geldt dat als (A; B) én (B; C) en niet (A; C) dan is de cluster coëfficiënt van de graaf nul. Figuur 7 geeft zo n graaf weer. Figuur 7: Een graaf met 3 knopen en een cluster coëfficiënt van nul. Het aantal verbindingen waarvoor dit mogelijk is, is in ieder geval K 1 V 1 2 K2. In deze ongelijkheid is 1 2 K2 het aantal verbindingen waarmee de knopen in twee evengrote groepen worden verdeeld en iedere knoop in één groep wordt verbonden met alle knopen in de andere groep; K 1 is de ondergrens voor verbondenheid van de graaf. Omdat is de minimale cluster coëfficiënt van een graaf van 100 knopen en 300 verbindingen nul. Figuur 8: Graaf met 6 knopen en 9 verbindingen. De cluster coëfficiënt is hier Maximale Cluster Coëfficiënt: JEB-graaf De maximale cluster coëfficiënt voor een ongerichte graaf is 1. Voor een niet-verbonden graaf met K knopen en V verbindingen betekent dit een verzameling losse modules m 1, m 2... m k waarvoor geldt: 8
9 m 1 + m m k = K 1 2 (m 1(m 1 1)) (m 2(m 2 1)) (m k(m k 1)) = V Een verbonden graaf met de maximale cluster coëfficiënt is volledig verbonden, zodat V = 1 K(K 1). Voor een niet volledig verbonden graaf van 2 K knopen en V verbindingen geldt, dat als v 1 1 (K 1), er een maximale 2 cluster coëfficiënt van K 1 bestaat. Voor een graaf van 100 knopen betekent K dit, dat mits het aantal verbindingen groter of gelijk is aan 144, er een graaf bestaat met een cluster coëfficiënt van Ondanks dat de verwachte cluster coëfficiënt voor random grafen van K knopen lineair proportioneel is aan V, laat bovenstaande zien dat zelfs voor grafen met extreem lage connectiedichtheden zeer hoge cluster coëfficiënten mogelijk zijn. Dit soort grafen, met een maximale cluster coëfficiënt, hebben tevens een minimale padlengte, en zijn dus een onderklasse van de Pluis-grafen. Een graaf uit deze onderklasse heet de JEB-graaf, en heeft de volgende eigenschappen: 1. Één centrale knoop, die met alle andere knopen verbonden is. 2. Alle overige knopen zijn verbonden in clusters, die allemaal onderling verbonden zijn. Elke knoop in zo n cluster heeft hierdoor een cluster coëfficiënt van 1. Dit zorgt er voor, dat een graaf met K knopen een cluster coëfficiënt bereikt van K 1. De cluster coëfficiënt zal zelfs iets hoger zijn, want ook K de centrale knoop heeft een cluster coëfficiënt waarde, ongelijk aan nul. Dit levert in een graaf met K knopen en V verbindingen de volgende cluster coëfficiënt op: 2 V K + 1 (K 1)(K 2) + K 1 (3) K Voor een graaf met 100 knopen en 300 verbindingen is de cluster coëfficiënt dan 0,
10 Figuur 9: Graaf met 8 knopen en 12 verbindingen. De cluster coëfficiënt is hier 0, De cluster coëfficiënten van de knopen A, B, C, D, E, F en G zijn allemaal 1. Tevens heeft deze graaf de minimale karakteristieke padlengte: 1, Empirische resultaten In het vorige hoofdstuk zijn de boven- en ondergrenzen van de statespace voor een graaf van 100 knopen en 300 verbindingen beschreven. In dit hoofdstuk zal een algoritme besproken worden dat grafen binnen dit gebied vindt, en zullen de resultaten van dit algoritme weergegeven worden. 3.1 Algoritme Om de statespace door te rekenen is er een algoritme gemaakt dat werkt als een serie van non-deterministische hill-climbers. Het algoritme bestaat uit drie onderdelen: 1. Punt-algoritme: zoek naar een punt in de statespace. 2. Lijn-algoritme: zoek naar een lijn van punten in de statespace. 10
11 3. State-algoritme: zoek naar een serie aan lijnen in de statespace. Het algoritme is in eerste instantie opgezet om op cluster coëfficiënt te zoeken. Het kan echter ook gebruikt worden om op karakteristieke padlengte te zoeken Punt-algoritme Dit onderdeel van het algoritme zoekt een nieuw punt in de statespace vanuit een gegeven graaf. Hierbij wordt gezocht naar een maximale cluster coëfficiënt. Vanuit de oorspronkelijke graaf worden 100 nieuwe grafen gemaakt, door telkens random één verbinding te verleggen. Alle 100 grafen die hieruit ontstaan en volledig verbonden zijn worden hierna beoordeeld op de cluster coëfficiënt. De graaf met de hoogste cluster coëfficiënt, is dan de nieuwe graaf én een nieuw punt in de statespace. In plaats van de maximale cluster coëfficiënt, kan er ook naar een minimale cluster coëfficiënt, of een gegeven waarde gezocht worden. Dit wordt gebruikt in het Lijn-algoritme. Hier volgt een voorbeeld van het Punt-algoritme, op een graaf van 4 knopen en 4 verbindingen: 11
12 (a) De gegeven graaf (b) De selectie van een willekeurige verbinding om te verwijderen (c) De selectie van twee willekeurige knopen om een verbinding tussen te leggen (d) De resulterende graaf Figuur 10: Het Punt-algoritme Lijn-algoritme Met dit algoritme wordt een lijn aan punten binnen de statespace gezocht. Dit algoritme begint weer met een gegeven graaf. Vervolgens wordt met behulp van het Punt-algoritme naar een gegeven cluster coëfficiënt waarde gezocht, binnen een vaste afwijking. Als een graaf is gevonden met de gegeven cluster coëfficiënt, wordt de zoek-eigenschap omgekeerd: er wordt nu met behulp van het Punt-algoritme naar de maximale karakteristieke padlengte gezocht. Echter, elke graaf die nu wordt gevonden moet ook nog de gegeven cluster coëfficiënt hebben, binnen een vaste afwijking. Dit vormt een lijn aan punten met een gegeven cluster coëfficiënt. 12
13 Het Lijn-algoritme maakt 1000 keer gebruik van het Punt-algoritme, om zowel de gegeven cluster coëfficiënt waarde te vinden, en ook om vervolgens de lijn te vinden. Er wordt dus in totaal naar maximaal 1000 punten gezocht. Dit is om te voorkomen dat het algoritme in een lokaal maximum verzeild raakt, en niet meer naar de gegeven waarde kan rekenen, zonder meerdere stappen terug te doen, die afzonderlijk een slechter resultaat op zouden leveren. Het algoritme levert ook een beste resultaat op. Dit is, als de gegeven cluster coëfficiënt is gevonden, de graaf met de hoogste karakteristieke padlengte, en anders de graaf die het dichtst bij de gegeven cluster coëfficiënt in de buurt ligt. Hier volgt een voorbeeld van het Lijn-algoritme. Er wordt gezocht naar een lijn aan punten met een cluster coëfficiënt van 0,800, en er wordt gezocht vanuit de JEB-graaf. 1. De JEB-graaf wordt als beginpunt meegegeven aan het Lijn-algoritme. 2. Met behulp van het Punt-algoritme wordt er een nieuwe graaf berekend, met een cluster coëfficiënt die zo dicht mogelijk bij 0,800 ligt. Deze nieuwe graaf heeft een cluster coëfficiënt van 0, Het Punt-algoritme wordt in totaal 15 keer herhaald, totdat de 16 e graaf een cluster coëfficiënt van 0,8039 heeft. 4. Nu wordt er naar de maximale karakteristieke padlengte gezocht. De graaf moet wel een cluster coëfficiënt van 0, 8000 ± 0, 01 hebben. 5. Na 984 keer het Punt-algoritme gebruikt te hebben, is er uiteindelijk een graaf gevonden met een cluster coëfficiënt van 0,7905, en een karakteristieke padlengte van 5,1226. Net zoals het Punt-algoritme, kan er in plaats van eerst naar de cluster coëfficiënt te zoeken, eerst naar de karakteristieke padlengte gezocht worden. Tevens kan er, in plaats van naar de maximale padlengte te zoeken, er naar de minimale padlengte gezocht worden. 13
14 Figuur 11: Resultaat van Lijn-algoritme, rekenend naar een cluster coëfficiënt van 0,800 14
15 3.1.3 State-algoritme Met dit laatste deel van het algoritme wordt binnen de complete statespace gezocht, door herhaaldelijk het Lijn-algoritme toe te passen. Er wordt een begin-graaf gedefineerd, vanuit waar de lijnen worden gezocht. Vervolgens wordt vanaf de ondergrens van de cluster coëfficiënt door de statespace gezocht, totdat de bovengrens is bereikt. Dit gebeurt in intervallen van 0,001 groot. Elk interval is als volgt gedefineerd: de begingraaf wordt aan het Lijnalgoritme meegegeven, plus de waarde van het interval. Als deze waarde is bereikt, wordt de zoek-eigenschap omgedraaid, en wordt naar de maximale karakteristieke padlengte gezocht, totdat het Lijn-algoritme 1000 punten heeft gevonden. Zodra het Lijn-algoritme 1000 punten heeft gevonden, wordt het beste resultaat meegegeven aan het Lijn-algoritme, om nog een keer 1000 punten uit te rekenen. Er wordt opnieuw naar de maximale karakteristieke padlengte gezocht. Deze stap is om te voorkomen dat, als het algoritme na een goed resultaat gevonden te hebben verzeild raakt in een lokaal maximum, het algoritme in dit lokale maximum blijft steken. Deze tweede uitvoering van het Lijn-algoritme levert opnieuw een beste resultaat op. Dit beste resultaat wordt opnieuw als basis meegegeven aan het Lijn-algoritme, maar nu wordt er naar een minimale karakteristieke padlengte gezocht. Dit levert weer een beste resultaat op, wat een vierde keer wordt meegegeven aan het Lijn-algoritme, en er wordt voor de tweede keer naar een graaf met een minimale karakteristieke padlengte gezocht. In totaal wordt het Lijn-algoritme vier keer uitgevoerd, wat 4000 punten oplevert. Elk interval bestaat dus uit 4000 punten. Vervolgens wordt de waarde van het interval met de intervalgrootte verhoogt, en wordt er opnieuw 4 keer het Lijn-algoritme toegepast, net zolang tot de bovengrens van de cluster coëfficiënt, naar boven afgerond, bereikt is. Hier volgt een voorbeeld van het State-algoritme dat op cluster coëfficiënt 0,8 en 0,801 zoekt, met als begingraaf de JEB-graaf. 1. Het State-algoritme begint met zoeken naar een graaf met cluster coëfficiënt rond de 0, 8000 ± 0, De JEB-graaf wordt als beginpunt meegegeven aan het Lijn-algoritme. 3. De 16 e graaf heeft een cluster coëfficiënt van 0, Er wordt nu naar de maximale karakteristieke padlengte gezocht. 4. Na 1000 punten berekend te hebben, heeft het Lijn-algoritme een graaf 15
16 gevonden met een cluster coëfficiënt van 0, 7905, en een karakteristieke padlengte van 5, Figuur 12 geeft dit weer. 5. Deze graaf wordt als nieuw beginpunt meegegeven aan het Lijn-algoritme, die opnieuw naar een graaf gaat zoeken die een cluster coëfficiënt heeft rond de 0, 8000 ± 0, 01, en die een maximale cluster coëfficiënt heeft. 6. Na 1000 punten uitgerekend te hebben, heeft het Lijn-algoritme een graaf gevonden met een cluster coëfficiënt van 0, 7905, en een karakteristieke padlengte van 5, Figuur 13 geeft dit weer. 7. Met deze nieuwe graaf wordt een derde keer het Lijn-algoritme gestart. Deze gaat wederom op zoek naar een graaf met een cluster coëfficiënt rond de 0, 8000 ± 0, 01, maar dit keer zoekt hij naar een minimale karakteristieke padlengte. 8. Na 1000 punten uitgerekend te hebben, heeft het Lijn-algoritme een graaf gevonden met een cluster coëfficiënt van 0, 7902 en een karakteristieke padlengte van 1, Figuur 14 geeft dit weer. 9. Met deze graaf wordt een laatste maal het Lijn-algoritme gestart, om opnieuw 1000 punten met een cluster coëfficiënt rond de 0, 8000 ± 0, 01 te zoeken, en met een minimale karakteristieke padlengte. Figuur 15 geeft dit weer. 10. Na vier keer het Lijn-algoritme gestart te hebben, is het State-algoritme klaar met het berekenen van de Statespace met een cluster coëfficiënt van 0, 8. Het State-algoritme gaat nu zoeken naar de volgende interval, namelijk een cluster coëfficiënt van 0, 8010 ± 0, 01. Figuur 16 geeft dit weer. De volgende 5 pagina s bevatten illustraties over de werking van het Statealgoritme. 16
17 Figuur 12: De eerste stap van het State-algoritme, gezocht naar een cluster coëfficiënt van 0, punten 17
18 Figuur 13: De tweede stap van het State-algoritme, gezocht naar een cluster coëfficiënt van 0,800. De nieuwe punten zijn blauw punten 18
19 Figuur 14: De derde stap van het State-algoritme, gezocht naar een cluster coëfficiënt van 0,800. De nieuwe punten zijn blauw punten 19
20 Figuur 15: De vierde stap van het State-algoritme, gezocht naar een cluster coëfficiënt van 0,800. De nieuwe punten zijn blauw punten 20
21 Figuur 16: Het volgende interval van het State-algoritme, gezocht naar een cluster coëfficiënt van 0,801. De nieuwe punten zijn blauw punten 21
22 3.2 Statespace Het State-algoritme is in totaal vier keer uitgevoerd. Drie keer werd er naar de cluster coëfficiënt gezocht, en één keer naar de karakteristieke padlengte. De cluster coëfficiënt werd vanaf 3 begingrafen doorzocht: een telkens willekeurig gekozen graaf, een JEB-graaf en een Staart-graaf. De karakteristieke padlengte werd vanaf een willekeurig gekozen graaf doorzocht. De volgende vijf pagina s laten de resultaten hiervan zien. 22
23 3.2.1 Cluster Coëfficiënt vanuit random graaf Figuur 17: Statespace doorzocht op Cluster Coëfficiënt vanuit een random graaf punten, met een toegestane afwijking van 0,
24 3.2.2 Cluster Coëfficiënt vanuit JEB graaf Figuur 18: Statespace doorzocht op Cluster Coëfficiënt vanuit de JEB-graaf punten, met een toegestane afwijking van 0,01. 24
25 3.2.3 Cluster Coëfficiënt vanuit Staart graaf Figuur 19: Statespace doorzocht op Cluster Coëfficiënt vanuit de Staartgraaf punten, met een toegestane afwijking van 0,01. 25
26 3.2.4 Karakteristieke Padlengte vanuit random graaf Figuur 20: Statespace doorzocht op Karakteristieke Padlengte vanuit een random graaf punten, met een toegestane afwijking van 0,01. 26
27 3.2.5 Combinatie van statespaces Figuur 21: Combinatie van alle vier de voorgaande Statespaces punten. 27
28 4 Conclusie Voor dit onderzoek heerste de opvatting dat er een strikte relatie aanwezig is tussen de cluster coëfficiënt en de karakteristieke padlengte. Een hoge cluster coëfficiënt betekent een hoge karakteristieke padlengte, en omgekeerd: een lage cluster coëfficiënt betekent een lage karakteristieke padlengte. Deze opvatting is nu op twee manieren weerlegd, namelijk door de statespaces zelf, en door de JEB- en Staart-grafen. De statespaces laten een ruime verdeling van grafen met 100 knopen en 300 verbindingen zien, waarbij de cluster coëfficiënt onafhankelijk is van de karakteristieke padlengte: er zijn grafen met een hoge cluster coëfficiënt die een lage karakteristieke padlengte hebben, grafen met een lage cluster coëfficiënt die een hoge karakteristieke padlengte hebben, en vele grafen daartussen in. Het enige soort grafen dat niet wordt gevonden is met een hoge cluster coëfficiënt en een hoge karakteristieke padlengte. De JEB- en de Staart-graaf zijn een uitzondering: deze hebben wel een strikte relatie tussen de cluster coëfficiënt, en de karakteristieke padlengte. Om de maximale cluster coëfficiënt te bereiken, moet de padlengte een vaste waarde hebben: minimaal. Om een maximale karakteristieke padlengte te bereiken, moet de cluster coëfficiënt een vaste waarde hebben, namelijk het aantal knopen in de sub-graaf. Referenties [1] William S. Lovejoy, Christoph H. Loch, Minimal and maximal characteristic path lenghts in connected sociamatrices
Grafen. Indien de uitgraad van ieder punt 1 is, dan bevat de graaf een cykel. Indien de ingraad van ieder punt 1 is, dan bevat de graaf een cykel.
Grafen Grafen Een graaf bestaat uit een verzameling punten (ook wel knopen, of in het engels vertices genoemd) en een verzameling kanten (edges) of pijlen (arcs), waarbij de kanten en pijlen tussen twee
1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.
1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;
b) Het spreidingsdiagram ziet er als volgt uit (de getrokken lijn is de later uit te rekenen lineaire regressie-lijn): hoogte
Classroom Exercises GEO2-4208 Opgave 7.1 a) Regressie-analyse dicteert hier geen stricte regels voor. Wanneer we echter naar causaliteit kijken (wat wordt door wat bepaald), dan is het duidelijk dat hoogte
Uitwerking tentamen Analyse van Algoritmen, 29 januari
Uitwerking tentamen Analyse van Algoritmen, 29 januari 2007. (a) De buitenste for-lus kent N = 5 iteraties. Na iedere iteratie ziet de rij getallen er als volgt uit: i rij na i e iteratie 2 5 4 6 2 2 4
Computationele Intelligentie
Computationele Intelligentie Uitwerking werkcollege Representatie, Ongeïnformeerd zoeken, Heuristisch zoeken 1 lokkenwereld a. De zoekboom die door het dynamische breadth-first search algoritme wordt gegenereerd
Kortste Paden. Algoritmiek
Kortste Paden Toepassingen Kevin Bacon getal Six degrees of separation Heeft een netwerk de small-world eigenschap? TomTom / Google Maps 2 Kortste paden Gerichte graaf G=(N,A), en een lengte L(v,w) voor
Stochastische grafen in alledaagse modellen
Stochastische grafen in alledaagse modellen Ionica Smeets en Gerard Hooghiemstra 27 februari 2004 Stochastische grafen zijn grafen waarbij het aantal kanten bepaald wordt door kansverdelingen. Deze grafen
1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.
1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;
9. Strategieën en oplossingsmethoden
9. Strategieën en oplossingsmethoden In dit hoofdstuk wordt nog even terug gekeken naar alle voorgaande hoofdstukken. We herhalen globaal de structuren en geven enkele richtlijnen voor het ontwerpen van
Radboud Universiteit Nijmegen
Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica L(,1)-labeling van grafen Naam: Studentnummer: Studie: Begeleider: Myrte klein Brink 4166140 Bachelor Wiskunde Dr.
In dit gedeelte worden drie problemen genoemd die kunnen voorkomen in netwerken.
Aantekening Wiskunde Steiner Aantekening door D. 2086 woorden 25 mei 2016 2,1 1 keer beoordeeld Vak Wiskunde Resultaten Vragen bij het wetenschappelijk materiaal 9.1 Prototype example, p. 374-376 In dit
TW2020 Optimalisering
TW2020 Optimalisering Hoorcollege 8 Leo van Iersel Technische Universiteit Delft 2 november 2016 Leo van Iersel (TUD) TW2020 Optimalisering 2 november 2016 1 / 28 Minimum Opspannende Boom (Minimum Spanning
Algoritmes in ons dagelijks leven. Leve de Wiskunde! 7 April 2017 Jacobien Carstens
Algoritmes in ons dagelijks leven Leve de Wiskunde! 7 April 2017 Jacobien Carstens Wat is een algoritme? Een algoritme is een eindige reeks instructies die vanuit een gegeven begintoestand naar een beoogd
Statistiek: Spreiding en dispersie 6/12/2013. dr. Brenda Casteleyn
Statistiek: Spreiding en dispersie 6/12/2013 dr. Brenda Casteleyn dr. Brenda Casteleyn www.keu6.be Page 2 1. Theorie Met spreiding willen we in één getal uitdrukken hoe verspreid de gegevens zijn: in hoeveel
TW2020 Optimalisering
TW2020 Optimalisering Hoorcollege 8 Leo van Iersel Technische Universiteit Delft 28 oktober 2015 Leo van Iersel (TUD) TW2020 Optimalisering 28 oktober 2015 1 / 25 Definitie Een boom is een samenhangende
(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a
Samenvatting wiskunde h4 hoofdstuk 3 en 6, h5 hoofdstuk 4 en 6 Hoofdstuk 3 Voorkennis Bij het rekenen met machten gelden de volgende rekenregels: - Bij een vermenigvuldiging van twee machten met hetzelfde
Computationele Intelligentie
Computationele Intelligentie Uitwerking werkcollege Representatie, Ongeïnformeerd zoeken, Heuristisch zoeken 1 lokkenwereld a. De zoekboom die door het dynamische breadth-first search algoritme wordt gegenereerd
Combinatorische Algoritmen: Binary Decision Diagrams, Deel III
Combinatorische Algoritmen: Binary Decision Diagrams, Deel III Sjoerd van Egmond LIACS, Leiden University, The Netherlands [email protected] 2 juni 2010 Samenvatting Deze notitie beschrijft een nederlandse
Transport-, Routing- en Schedulingproblemen. Wi4062TU / Wi487TU / a86g. Uitwerkingen 08-04-2005
Transport-, Routing- en Schedulingproblemen Wi4062TU / Wi487TU / a86g Uitwerkingen 08-04-2005 1 Transportprobleem Onderdeel a Fabriek 1 kan 120 ton staal fabriceren in 40 uur. Voor fabriek 2 is dit 150
DE SWR en GEREFLECTEERD VERMOGEN
DE SWR en GEREFLECTEERD VERMOGEN PA0MBO - VERON ZENDCURSUS OKTOBER 2016 Inleiding In de cursus kwam de vraag op hoe het verband is tussen de staandegolfverhouding (Eng. Standing Wave Ratio SWR) en het
Uitwerking tentamen Algoritmiek 9 juli :00 13:00
Uitwerking tentamen Algoritmiek 9 juli 0 0:00 :00. (N,M)-game a. Toestanden: Een geheel getal g, waarvoor geldt g N én wie er aan de beurt is (Tristan of Isolde) b. c. Acties: Het noemen van een geheel
Zoeken met beperkt geheugen. Zoekalgoritmen ( ) College 7: Zoeken met beperkt geheugen. Een representatie van het kleuringsprobleem
Zoeken met beperkt geheugen Zoekalgoritmen (2009 2010) College 7: Zoeken met beperkt geheugen Dirk Thierens, Tekst: Linda van der Gaag algoritmen voor zoeken met beperkt geheugen zijn ontwikkeld voor problemen
Onafhankelijke verzamelingen en Gewogen Oplossingen, door Donald E. Knuth, The Art of Computer Programming, Volume 4, Combinatorial Algorithms
Onafhankelijke verzamelingen en Gewogen Oplossingen, door Donald E. Knuth, The Art of Computer Programming, Volume 4, Combinatorial Algorithms Giso Dal (0752975) Pagina s 5 7 1 Deelverzameling Representatie
Discrete Wiskunde, College 12. Han Hoogeveen, Utrecht University
Discrete Wiskunde, College 12 Han Hoogeveen, Utrecht University Dynamische programmering Het basisidee is dat je het probleem stap voor stap oplost Het probleem moet voldoen aan het optimaliteitsprincipe
Modelleren C Appels. Christian Vleugels Sander Verkerk Richard Both. 2 april 2010. 1 Inleiding 2. 3 Data 3. 4 Aanpak 3
Modelleren C Appels Christian Vleugels Sander Verkerk Richard Both 2 april 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Probleembeschrijving 2 3 Data 3 4 Aanpak 3 5 Data-analyse 4 5.1 Data-analyse: per product.............................
Tiende college algoritmiek. 2 mei Gretige algoritmen, Dijkstra
College 10 Tiende college algoritmiek mei 013 Gretige algoritmen, Dijkstra 1 Muntenprobleem Gegeven onbeperkt veel munten van d 1,d,...d m eurocent, en een te betalen bedrag van n (n 0) eurocent. Alle
Bespreking Examen Analyse 1 (Augustus 2007)
Bespreking Examen Analyse 1 (Augustus 2007) Vooraf: Zoals het stilletjes aan een traditie is geworden, geef ik hier bedenkingen bij het examen van deze septemberzittijd. Ik zorg ervoor dat deze tekst op
Uitgebreide uitwerking Tentamen Complexiteit, juni 2017
Uitgebreide uitwerking Tentamen Complexiteit, juni 017 Opgave 1. a. Een pad van de wortel naar een blad stelt de serie achtereenvolgende arrayvergelijkingen voor die het algoritme doet op zekere invoer.
Benaderingsalgoritmen
Benaderingsalgoritmen Eerste hulp bij NP-moeilijkheid 1 Herhaling NP-volledigheid (1) NP: er is een polynomiaal certificaat voor jainstanties dat in polynomiale tijd te controleren is Een probleem A is
Uitwerkingen oefenopdrachten or
Uitwerkingen oefenopdrachten or Marc Bremer August 10, 2009 Uitwerkingen bijeenkomst 1 Contact Dit document is samengesteld door onderwijsbureau Bijles en Training. Wij zijn DE expert op het gebied van
V = {a, b, c, d, e} Computernetwerken: de knopen zijn machines in het netwerk, de kanten zijn communicatiekanalen.
WIS14 1 14 Grafen 14.1 Grafen Gerichte grafen Voor een verzameling V is een binaire relatie op V een verzameling geordende paren van elementen van V. Voorbeeld: een binaire relatie op N is de relatie KleinerDan,
Functieonderzoek. f(x) = x2 4 x 4 + 2. Igor Voulis. 9 december 2009. 1 De functie en haar definitiegebied 2. 2 Het tekenverloop van de functie 2
Functieonderzoek f(x) = x2 4 x 4 + 2 Igor Voulis 9 december 2009 Inhoudsopgave 1 De functie en haar definitiegebied 2 2 Het tekenverloop van de functie 2 3 De asymptoten 3 4 De eerste afgeleide 3 5 De
Sommige praktische IP problemen kunnen worden geformuleerd als optimalisering op een netwerk.
Netwerkanalyse (H3) Sommige praktische IP problemen kunnen worden geformuleerd als optimalisering op een netwerk. Deze problemen kunnen vaak als continu LP probleem worden opgelost. Door de speciale structuur
Heuristieken en benaderingsalgoritmen. Algoritmiek
Heuristieken en benaderingsalgoritmen Wat te doen met `moeilijke optimaliseringsproblemen? Voor veel problemen, o.a. optimaliseringsproblemen is geen algoritme bekend dat het probleem voor alle inputs
Fundamentele Informatica
Fundamentele Informatica (IN3120 en IN3005 DOI nwe stijl) 20 augustus 2004, 9.00 11.00 uur Het tentamen IN3120 bestaat uit 10 meerkeuzevragen en 2 open vragen. Voor de meerkeuzevragen kunt u maximaal 65
Discrete Structuren. Piter Dykstra Sietse Achterop Opleidingsinstituut Informatica en Cognitie
Discrete Structuren Piter Dykstra Sietse Achterop Opleidingsinstituut Informatica en Cognitie www.math.rug.nl/~piter [email protected] 3 maart 2008 GRAFEN & BOMEN Paragrafen 6.1-6.4 Discrete Structuren
Uitwerkingen Sum of Us
Instant Insanity Uitwerkingen Sum of Us Opgave A: - Opgave B: Voor elk van de vier kubussen kun je een graaf maken die correspondeert met de desbetreffende kubus. Elk van deze grafen bevat drie lijnen.
3. Structuren in de taal
3. Structuren in de taal In dit hoofdstuk behandelen we de belangrijkst econtrolestructuren die in de algoritmiek gebruikt worden. Dit zijn o.a. de opeenvolging, selectie en lussen (herhaling). Vóór we
6 Nimmt! Geen kaartspel voor stommelingen! Uitgever : Amigo, 1995 Auteur : KRAMER Wolfgang Spelers : spelers vanaf 10 jaar Duurtijd : ± 45
6 Nimmt! Geen kaartspel voor stommelingen! Uitgever : Amigo, 1995 Auteur : KRAMER Wolfgang Spelers : 02-10 spelers vanaf 10 jaar Duurtijd : ± 45 minuten Inhoud 104 kaarten ; 1 handleiding. Spelbeschrijving
Tentamen combinatorische optimalisatie Tijd:
Tentamen combinatorische optimalisatie 26-05-2014. Tijd: 9.00-11.30 Tentamen is met gesloten boek. Beschrijf bij elke opgave steeds het belangrijkste idee. Notatie en exacte formulering is van minder belang.
2WO12: Optimalisering in Netwerken
2WO12: Optimalisering in Netwerken Leo van Iersel Technische Universiteit Eindhoven (TU/E) en Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) 27 februari 2014 http://homepages.cwi.nl/~iersel/2wo12/ [email protected]
Divide & Conquer: Verdeel en Heers vervolg. Algoritmiek
Divide & Conquer: Verdeel en Heers vervolg Algoritmiek Algoritmische technieken Vorige keer: Divide and conquer techniek Aantal toepassingen van de techniek Analyse met Master theorem en substitutie Vandaag:
Discrete Structuren. Piter Dykstra Opleidingsinstituut Informatica en Cognitie
Discrete Structuren Piter Dykstra Opleidingsinstituut Informatica en Cognitie www.math.rug.nl/~piter [email protected] 23 februari 2009 GRAFEN & BOMEN Paragrafen 6.1-6.4 Discrete Structuren Week 3 en 4:
Netwerkstroming. Algoritmiek
Netwerkstroming Netwerkstroming Toepassingen in Logistiek Video-streaming Subroutine in algoritmen 2 Vandaag Netwerkstroming: wat was dat ook alweer? Minimum Snede Maximum Stroming Stelling Variant: Edmonds-Karp
2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s.
Hoofdstuk 1 Getallenleer 1.1 Priemgetallen 1.1.1 Definitie en eigenschappen Een priemgetal is een natuurlijk getal groter dan 1 dat slechts deelbaar is door 1 en door zichzelf. Om technische redenen wordt
2WO12: Optimalisering in Netwerken
2WO12: Optimalisering in Netwerken Leo van Iersel Technische Universiteit Eindhoven (TU/E) en Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) 10 maart 2014 http://homepages.cwi.nl/~iersel/2wo12/ [email protected]
5.7. Boekverslag door P woorden 11 januari keer beoordeeld. Wiskunde B
Boekverslag door P. 1778 woorden 11 januari 2012 5.7 103 keer beoordeeld Vak Methode Wiskunde B Getal en ruimte Wiskunde Hoofdstuk 1 Formules en Grafieken 1.1 Lineaire verbanden Van de lijn y=ax+b is de
Een combinatorische oplossing voor vraag 10 van de LIMO 2010
Een combinatorische oplossing voor vraag 10 van de LIMO 2010 Stijn Vermeeren (University of Leeds) 16 juni 2010 Samenvatting Probleem 10 van de Landelijke Interuniversitaire Mathematische Olympiade 2010vraagt
TW2020 Optimalisering
TW2020 Optimalisering Hoorcollege 5 Leo van Iersel Technische Universiteit Delft 12 oktober 2016 Leo van Iersel (TUD) TW2020 Optimalisering 12 oktober 2016 1 / 31 Dualiteit Dualiteit: Elk LP probleem heeft
Doorzoeken van grafen. Algoritmiek
Doorzoeken van grafen Algoritmiek Vandaag Methoden om door grafen te wandelen Depth First Search Breadth First Search Gerichte Acyclische Grafen en topologische sorteringen 2 Doolhof start eind 3 Depth
Week 1 20-02-2013. Hier vind je uitwerkingen van enkele opgaven uit het dictaat Grafen: Kleuren en Routeren.
Combinatorische Optimalisatie, 2013 Week 1 20-02-2013 Hier vind je uitwerkingen van enkele opgaven uit het dictaat Grafen: Kleuren en Routeren. Opgave 1.16 Bewijs dat elke graaf een even aantal punten
Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte
Getallenleer Inleiding op codeertheorie Liliane Van Maldeghem Hendrik Van Maldeghem Cursus voor de vrije ruimte 2 Hoofdstuk 1 Getallenleer 1.1 Priemgetallen 1.1.1 Definitie en eigenschappen Een priemgetal
Lijst-kleuringen in de grafentheorie
Lijst-kleuringen in de grafentheorie Berrie Bottelier 16 juli 2014 Bachelorscriptie Begeleiding: dr. Guus Regts 4 5 6 1 2 3 Korteweg-de Vries Instituut voor Wiskunde Faculteit der Natuurwetenschappen,
Krachtvoer voor melkkoeien
Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Krachtvoer voor melkkoeien maximumscore 3 Bij de maximale melkproductie is de toename (ongeveer) 0 (kg per dag) Het antwoord: (ongeveer) 3 (kg per dag) of Tot en
Grafieken van veeltermfuncties
(HOOFDSTUK 43, uit College Mathematics, door Frank Ayres, Jr. and Philip A. Schmidt, Schaum s Series, McGraw-Hill, New York; dit is de voorbereiding voor een uit te geven Nederlandse vertaling). Grafieken
Universiteit Utrecht Betafaculteit. Examen Discrete Wiskunde op donderdag 13 april 2017, uur.
Universiteit Utrecht Betafaculteit Examen Discrete Wiskunde op donderdag 13 april 2017, 14.30-17.30 uur. De opgaven dienen duidelijk uitgewerkt te zijn en netjes ingeleverd te worden. Schrijf op elk ingeleverd
3. Elke lijn van een graaf draagt twee bij tot de som van alle graden.
Antwoorden Doeboek 4 Grafen.. De middelste en de rechtergraaf.. Een onsamenhangende graaf met vijf punten en vijf lijnen: Teken een vierhoek met één diagonaal. Het vijfde punt is niet verbonden met een
Aanvullende tekst bij hoofdstuk 1
Aanvullende tekst bij hoofdstuk 1 Wortels uit willekeurige getallen In paragraaf 1.3.5 hebben we het worteltrekalgoritme besproken. Dat deden we aan de hand van de relatie tussen de (van tevoren gegeven)
Hoofdstuk!7!Kortste!paden!
oofdstukkortstepaden oofdstukkortstepaden In een gewogen graaf is men soms geïnteresseerd in het kortste pad tussen twee punten: dat is een pad, waarbij de som van de gewichten zo klein mogelijk is..inleiding
De bisectie methode uitgelegd met een makkelijk voorbeeld
De Bisectie methode De bisectie methode uitgelegd met een makkelijk voorbeeld De bisectie methode is een recursieve methode om punten van een functie te gaan afschatten. Hierbij gaat men de functiewaarde
Wetenschappelijk Rekenen
Wetenschappelijk Rekenen Examen - Bacheloropleiding informatica Oefeningen 3 mei 23. Implementeer de functie x n+ = mod(2x n, ) waarbij je gebruik maakt van een voorstelling met reële getallen. Zorg er
Examen Datastructuren en Algoritmen II
Tweede bachelor Informatica Academiejaar 2016 2017, eerste zittijd Examen Datastructuren en Algoritmen II Naam :.............................................................................. Lees de hele
Over binaire beslissingsdiagrammen naar Donald E. Knuth s The Art of Computer Programming, Volume 4
Over binaire beslissingsdiagrammen naar Donald E. Knuth s The Art of Computer Programming, Volume 4 Jonathan K. Vis 1 Inleiding (blz. 70 72) In dit essay behandelen we bladzijden 70 75 van Donald E. Knuth
Een objectief Ranglijst Systeem. ontworpen door. Martien Maas
Een objectief Ranglijst Systeem ontworpen door Martien Maas Nijmegen, Nederland, Augustus 2014 1 Eigenschappen van het Ranglijst Systeem: Het Maas Ranglijst Systeem is objectief: op geen enkele manier
Elfde college algoritmiek. 21 april Dijkstra en Branch & Bound
Algoritmiek 011/11 College 11 Elfde college algoritmiek 1 april 011 Dijkstra en Branch & Bound 1 Algoritmiek 011/11 Kortste paden Gegeven een graaf G met gewichten op de takken, en een beginknoop s. We
Samenvatting Wiskunde Samenvatting en stappenplan van hfst. 7 en 8
Samenvatting Wiskunde Samenvatting en stappenplan van hfst. 7 en 8 Samenvatting door N. 1410 woorden 6 januari 2013 5,4 13 keer beoordeeld Vak Methode Wiskunde Getal en Ruimte 7.1 toenamediagrammen Interval
TW2020 Optimalisering
TW2020 Optimalisering Hoorcollege 12 Leo van Iersel Technische Universiteit Delft 7 december 2016 Leo van Iersel (TUD) TW2020 Optimalisering 7 december 2016 1 / 25 Volgende week: Study guide Vragenuurtje
Tussentoets Analyse 1
Tussentoets Analyse Maandag 0 oktober 008, 0.00 -.00u Schrijf op ieder vel je naam en studentnummer, de naam van de docent S. Hille, O. van Gaans en je studierichting. Geef niet alleen antwoorden, leg
TW2020 Optimalisering
TW2020 Optimalisering Hoorcollege 10 Leo van Iersel Technische Universiteit Delft 23 november 2016 Leo van Iersel (TUD) TW2020 Optimalisering 23 november 2016 1 / 40 Vraag Ik heb het deeltentamen niet
T.A. Horsmeier. Hoeken en kromming. In genormeerde ruimten zonder inprodukt. Bachelorscriptie, 25 augustus 2009
T.A. Horsmeier Hoeken en kromming In genormeerde ruimten zonder inprodukt Bachelorscriptie, 25 augustus 2009 Scriptiebegeleider: Dr. O.W. van Gaans Mathematisch Instituut, Universiteit Leiden Inhoudsopgave
Netwerkstroming. Algoritmiek
Netwerkstroming Vandaag Netwerkstroming: definitie en toepassing Het rest-netwerk Verbeterende paden Ford-Fulkerson algoritme Minimum Snede Maximum Stroming Stelling Variant: Edmonds-Karp Toepassing: koppelingen
TW2020 Optimalisering
TW2020 Optimalisering Hoorcollege 5 Leo van Iersel Technische Universiteit Delft 2 oktober 206 Leo van Iersel (TUD) TW2020 Optimalisering 2 oktober 206 / 3 Dualiteit Dualiteit: Elk LP probleem heeft een
Toewijzingsprobleem Bachelorscriptie
Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica Toewijzingsprobleem Bachelorscriptie Auteur: Veronique Rademaekers (s4155718) Begeleiders: Dr. W. Bosma en dr. H.
Bepaling energie en soortelijke warmte 2D-atoomrooster m.b.v. de Metropolis Monte Carlo methode
Bepaling energie en soortelijke warmte 2D-atoomrooster m.b.v. de Metropolis Monte Carlo methode Verslag Computational Physics Sietze van Buuren Begeleider: Prof.Dr. H. de Raedt 29 december 25 Samenvatting
Uitwerking Puzzel 93-1, Doelloos
Uitwerking Puzzel 93-1, Doelloos Wobien Doyer Lieke de Rooij Volgens de titel is deze puzzel zonder doel, dus zonder bekende toepassing. Het doel is echter nul en dat is zeker in de wiskunde niet niks.
Universiteit Utrecht Betafaculteit. Examen Discrete Wiskunde II op donderdag 6 juli 2017, uur.
Universiteit Utrecht Betafaculteit Examen Discrete Wiskunde II op donderdag 6 juli 2017, 13.30-16.30 uur. De opgaven dienen duidelijk uitgewerkt te zijn en netjes ingeleverd te worden. Schrijf op elk ingeleverd
Tentamen Discrete Wiskunde
Discrete Wiskunde (WB011C) 22 januari 2016 Tentamen Discrete Wiskunde Schrijf op ieder ingeleverd blad duidelijk leesbaar je naam en studentnummer. De opgaven 1 t/m 6 tellen alle even zwaar. Je hoeft slechts
