Examen Geschiedenis overzicht kenmerkende aspecten afdeling havo Bron:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Examen Geschiedenis overzicht kenmerkende aspecten afdeling havo Bron: http://www.schoolsamenvatting.nl/havo-geschiedenis/kenmerkende-aspecten-havo/"

Transcriptie

1 Examen Geschiedenis overzicht kenmerkende aspecten afdeling havo Bron: Tijd van jagers en boeren, prehistorie tot 3000 v.chr. 1. De levenswijze van jagers-verzamelaars Mensen leefden van de jacht, visvangst en verzamelen van noten, vruchten, wortels etc. Ze leefden een nomadisch bestaan: geen vaste woonplaats, en leefden in kleine groepen. 2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenleving Rond 7000 v.chr. werd in het Midden-Oosten (Syrië: Uruk) de eerste landbouw ingevoerd. Ze leefden niet meer van de natuur maar gingen zelf gewassen planten en dieren temmen. Mensen kenden een vaste woonplaats en leefden in grotere groepen waardoor er een sociale gelaagdheid ontstond. Deze levenswijze word ook wel de Neolithische Revolutie genoemd. 3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen Dorpen groeiden aaneen en werden steden, groepen vestigden zich in ommuurde nederzettingen. Landbouw bracht zo n grote opbrengst dan men zich ging bezighouden met handel en nijverheid. Er was wetgeving nodig, en hierdoor ontstond het schrift (rond 3000 v.chr.). Mesopotamië was een van de eerste steden waar urbanisatie begon. Ook ontstond er een hiërarchie met één leider en sociale ongelijkheden. Tijd van Grieken en Romeinen, oudheid van 3000 v.chr. tot 500 n.chr. 4. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat Griekenland bestond uit onafhankelijke stadstaten. Er ontwikkelden zich verschillende soorten bestuur, waaronder de democratie. De politiek ontstond, genoemd naar het woord polis (stadstaat). Ze ontwikkelden nieuwe gedachten over de deelname van de burger binnen de staat en bestuur: deze mocht meedenken en meebeslissen. Grieken waren nieuwsgierig en wouden zelf kritisch nadenken om tot nieuwe waarheden te komen: wetenschappelijk denken over o.a. politiek, natuur en filosofie. 5. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde De Romeinen veroverde Griekenland, Hellenistische koninkrijken, Noord-Afrika en West-Europa. In deze gebieden raakte de Grieks-Romeinse cultuur zodanig verspreidt dat het een blijvende invloed had uitgeoefend. De Romeinen vonden de Griekse cultuur net zo goed als hun eigen en namen deze cultuur over. Er ontstond een rijk waarin de bovenlaag Grieks-Romeins was en het burgerrecht werd verleend aan de lokale elites. 6. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur In de westerse cultuur is het voorbeeld van de Grieken en Romeinen eeuwenlang nagevolgd, en is daarom klassiek. De Griekse vormentaal werd vooral bepaald door de tempels met zuilen, het realisme in de lichaamsvormen. De Romeinse werd bepaald door hun aquaducten en theaters, boogconstructies, tempels en badhuizen, en het realisme in de portretten. 7. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa Door de veroveringen van de Romeinen kwamen ze bij de Germaanse cultuur, wat leidde tot een confrontatie omdat Germanen geen schrift, wetenschappelijk denken, en hoogontwikkelde cultuur kenden. De Romeinen slaagden er niet in om de Germanen te verslaan, waardoor de Rijn de grens werd die bepalend waren voor de mate van Romanisering. Binnen het Romeinse Rijk was er weinig verzet tegen de Romeinse overheersing. 8. De ontwikkeling van het Jodendom en het Christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten De Joden onderscheidde zich van de andere geloven, omdat ze maar in één god geloofden: monotheïsme. Rond 30 n. Chr. werd een joodse man aan het kruis gespijkerd, Jezus van Nazareth. Volgens sommige Joden was dit hun verlosser uit de joodse geschriften. Jezus beloofde mensen die in hem geloofde eeuwig leven en werd erg populair. Joodse priesters zagen hem als gevaar en hij werd ter dood veroordeelt. Veel aanhangers van Jezus, die zich christenen gingen noemen, vertrokken naar Palestina. De christenen streefden naar het verspreiden van hun godsdienst: het richtte zich op individuele mensen en beloofde beter leven na de dood. Vanaf de derde eeuw werd het christendom gezien als een bedreiging, tot dat Constantijn in 312 aan de macht kwam en het verbod op het christendom ophief.

2 Tijd van monniken en ridders, vroege middeleeuwen van 500 n.chr. tot 1000 n.chr. 9. Het ontstaan en de verspreiding van de islam Mohammed stichtte een nieuwe monotheïstische godsdienst, de islam. Mohammed kreeg een openbaring van Allah, en schreef dit op in de Koran: hierdoor werden moslims aangespoord om de islam te verspreiden en kennis te verzamelen. Mohammed werd de profeet van Allah, maar hij en zijn volgelingen moesten in 622 vluchten uit Mekka. Hier begint de islamitische jaartelling. Onder de opvolgers van Mohammed werd de islam verder uitgebreid. 10. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid Nadat het Romeinse Rijk was gevallen, ontbrak de basis voor het ontwikkelde stedelijk leven, en ging men over op de zelfvoorzienende landbouw. Er was nauwelijks ambacht en handel en iedereen produceerde wat hij zelf nodig had. De landbouwgrond was meestal in bezit van grootgrondbezitters, die hun eigendom organiseerden in landgoederen of domeinen (hoven). Hier ontwikkelde het hofstelsel zich: boeren waren in horigheid gebonden aan hun grond, in ruil voor het bewerken van het land van de heer gaf hij hun bescherming. 11. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur Bestuur vanuit een centraal punt was niet meer mogelijk, de vorst werd afhankelijk van de trouw van allerlei lokale machthebbers. Hier werd het feodale stelsel ontwikkeld. Karel de Grote had in 800 zo n groot rijk veroverd dat hij dit niet alleen kon besturen, en daarbij was hij afhankelijk van de steun van zijn soldaten. Karel de Grote begon een leenstelsel en bestuurde zijn rijk door te reizen van palts naar palts en beloonde zijn ridders met land. Karel leende grond uit aan een hertog en kreeg daar trouw voor terug. Wanneer de leenman stierf ging de grond weer terug naar de koning. 12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa Het Romeinse Rijk was een christelijk rijk geworden, maar het werd overspoeld door Germanen, waardoor het Rijk viel. Het christendom werd hierdoor ook in verdediging gedrongen. Door de stichting van kloosters en de missionarissen die zich eerst op de stamhoofden richtte werd het geloof toch snel verspreidt. Tijd van steden en staten, late middeleeuwen van 1000 tot De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving Door nieuwe technieken, uitvindingen en ontginning bracht de landbouw zo veel meer op dan vroeger, dat er weer ruimte ontstond voor handel en ambacht. Oude steden herleefden en nieuwe steden werden gesticht. Mensen gingen zich specialiseren en er kwamen ambachten en gilden. In de 12e eeuw gingen koningen zich bezig houden met het stichten van steden. Handel over grote afstanden werd steeds belangrijker, en handelaren organiseerden zich vaker in koopmansgilden en gingen samenwerken: de Hanze - stedenbond van Duitse, Baltische en later ook in de Lage Landen en Engelse handelssteden. 14. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden De handel en ambacht zorgden voor nieuwe regels, waardoor burgers en grootgrondbezitters of zij meer rechten en vrijheid konden krijgen dan de horige boeren. Die stadsrechten kregen ze, in ruil voor belasting. Steden wouden iets terug voor hun steun, en kregen daarom betere rechtspraak, meer veiligheid en de handel werd bevorderd. De steden krijgen langzamerhand hun eigen bestuur, en vaak zaten de rijke burgers (patriciërs) in dit bestuur. 15. Het begin van staatsvorming en centralisatie Door de herleving van de steden en het ontstaan van meer rijkdom, kregen de vorsten de kans zich te ontdoen van hun leenmannen. D.m.v. belastingen konden ze ambachten en soldaten inhuren, waardoor geordende staten konden worden opgebouwd met vaste belastingen en wetgeving. Om de belastingen te regelen waren goed geschoolde mensen nodig. De koning ging bij het besturen van het land steeds meer gebruikmaken van ambtenaren i.p.v. edellieden. De adel verloor langzamerhand zijn macht. Hier ontwikkelde zich centralisatie: het organiseren van het bestuur vanuit één punt, wat het begin was van staatsvorming: het ontstaan van een land 16. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben De middeleeuwse mensen in Europa waren ervan overtuigd dat alle macht van God kwam. Hij had twee plaatsvervangers aangesteld om macht uit te oefenen: de paus en de keizer. Maar wie had nu het hoogste gezag op aarde: de Investituurstrijd. Uiteindelijk kreeg de paus de macht over de kerkelijke zaken, en de keizer over de wereldlijke zaken. Zo raakte de twee machten steeds meer gescheiden van elkaar.

3 17. De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van kruistochten De christenen werden van alle kanten aangevallen, maar nu Europa steeds geordender en rijker werd, werden de rollen omgekeerd. De Islamieten hadden nog steeds het heilige land Palestina. Er werden kruistochten georganiseerd. Paus Urbanus II had als redenen om een kruistocht te organiseren naar Palestina: christelijke pelgrims te beschermen die op bedevaart naar Jeruzalem waren, de kans dat de Byzantijnse kerk de paus weer zou erkennen als hoofd van de kerk, en een einde maken aan het geweld in Europa. Redenen voor kruisvaarders om te gaan: avontuur, je zonden worden vergeven, en macht en rijkdom. Alleen de 1e kruistocht werd een succes. Gevolgen van kruistochten: nieuwe handels contacten, Genna, Disa en Venetië profiteerden ervan, en kennis komt via de kruistochten in Europa terecht. Tijd van ontdekkers en hervormers, renaissance van 1500 tot Het veranderde mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling Renaissance is de herleving van de cultuur uit de Oudheid. Hierbij werd ook de wetenschappelijke denkwijze opnieuw toegepast: er werd kritisch bestudeerd op grond van eigen waarnemingen. Hierdoor ontwikkelde zich een nieuw wereldbeeld, mede dankzij de geografische ontdekkingen. De hele ontwikkeling van de renaissance zorgde ook voor een veranderd mensbeeld. Het leven op aarde werd door de rijken en ontwikkelden steeds meer als iets moois en waardevols gezien, mensen werden niet meer gezien als afhankelijke van God, maar als zelfstandige wezens die zelf veel konden. 19. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid In de loop van de 14e en 15e eeuw begonnen de Italianen zich steeds meer opnieuw te oriënteren op de cultuur van de Oudheid. Romeinse geschriften werden intensief bestudeerd en kunstwerken nagevolgd. Erasmus ontdekte dat er fouten waren gemaakt bij het overschrijven van de Bijbel uit 400. Hij schreef het Nieuwe Testament in Erasmus had veel kritiek op de katholieke kerk, maar hij wou niet dat het christendom uiteen zou vallen. De kritiek groeide en Maarten Luther publiceerde in stellingen waarop hij het katholicisme bekritiseerde: verkoop van aflaten, rijke geestelijken etc. Luther zorgde voor de start van de hervorming (reformatie). 20. Het begin van de Europese overzeese expansie De expansie van de christelijke wereld vond na het jaar 1000 niet alleen plaats in de vorm van kruistochten naar Palestina, maar ook in de vorm van verovering van het Arabische gebied in het huidige Spanje en Portugal. Deze ontdekkingsreizen waren mogelijk door nieuwe uitvindingen. Vanuit Portugal werd expansie in de 15e eeuw voortgezet -> Portugezen ontdekken een steeds groter deel van de Afrikaanse kust. Aan het eind van de 15e eeuw bereikten ze via het zuidpunt van Afrika ook Aziatisch gebied in het huidige India -> Vasco Da Gama als voorbeeld. Colombus ontdekte in 1492 Amerika, en daardoor werd de basis gelegd voor Europese overzeese expansie in de 16e eeuw. Spanjaarden en Portugezen speelden aanvankelijk de hoofdrol: Spanjaarden -> Amerikaanse continent, Portugezen -> Afrika en Azië. Nederlandse ontdekkingsreizigers waren Willem Barends en Abel Tasman. 21. De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had De hernieuwde bestudering op geschriften uit de Oudheid veroorzaakte een nieuwe belangstelling voor de oorspronkelijke bijbel. De verering van heiligen en instanties waarvan men gebruik moest maken (priesters) om in contact met God te komen, kwamen niet direct uit de bijbel. De macht van de tussenpersoon tussen God en mens moest worden geschrapt en gelovigen moesten zelf in contact komen met God. Het moest een hervorming worden, maar werd uiteindelijk een splitsing van de christelijke kerk: het rooms-katholieke en het protestantisme. Kenmerken van het protestantisme is het streven naar eenvoud en het niet erkennen van tussenpersonen. De Reformatie leidde tot een katholieke tegenactie: de contrareformatie, er kwam kritiek op hervormers, betere opleidingen voor geestelijken en een nieuw celibaat. 22. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in stichting van een Nederlandse staat In de 14 e en 15 e eeuw werden Nederland, België en Luxemburg samen de Nederlanden, door een proces van staatsvorming en centralisatie. Vorst Filips II, zette de centralisatie met kracht voort. Er ontstond een conflict of de gewesten d.m.v. moderne centralisatie moesten worden bestuurd, of door particularisme: het behoud van middeleeuwse voorrechten. Het conflict wat ontstaan door de kerkhervorming koos Filips II voor de kant van de katholieken, en de aanhangers van het protestantisme werden in zijn gebieden streng vervolgd. Margaretha mocht als landvoogdes de Nederlanden leiden, en door Margaretha s softe aanpak, gingen hervormers hagenpreken opdragen aan aanhangers van de Reformatie -> Beeldenstorm. Aanstichters van de Beeldenstorm werden veroordeeld. Het beleid van Filips II zorgde voor opstanden, o.l.v. Willem van Oranje verzetten zij zich tegen de vervolgingen.

4 Tijd van regenten en vorsten, Gouden eeuw van 1600 tot Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie Door de Europese expansie waren er veel handelscontacten ontstaan. De zeereizen waren echter wel gevaarlijk en kostbaar. Daarom gingen kooplieden steeds vaker samenwerken in compagnieën, ze legden geld bij elkaar en zetten samen een grote onderneming op. Hiermee ontstond ook het handelskapitalisme: mensen die niks met de compagnie hadden te maken, gingen hierin investeren in de hoop een deel van de winst te ontvangen later. Bekende compagnieën zijn: de VOC ( Azië) en de WIC ( Afrika/Amerika). Door al deze handelsrelaties ontstond een samenhangende economie op wereldschaal. De driehoekshandel ontstond, en producten raakten over de hele wereld verspreidt. 24. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloeit in economische en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek De opstand in de Nederlanden slaagde waardoor de vorst geen absolute macht meer had. De middeleeuwse rechten en vrijheden van edelen en steden bleven in stand. Nederland was hierin uitzonderlijk, het was een Republiek, had in de Gouden eeuw een goeie positie en er was gewetensvrijheid (tolerantie). De stedelijke burgerij had de macht in handen, en niet de vorst. Steden waren allemaal onafhankelijke stadstaten, maar wanneer er gezamenlijk dingen moesten gebeuren kwam iedereen samen in de Staten-Generaal. De 17e eeuw werd de Gouden eeuw genoemd omdat Nederland rijk was en veel handel had. Door de rijkdom was er ook veel aandacht voor kunsten en wetenschappen. 25. Het streven van vorsten naar absolute macht Door het feodalisme en de opkomst van de steden met vrije burgerij hadden de vorsten last van beperkingen van hun macht door adel en burgers. Doordat het proces van staatsvorming en centralisatie er was gekomen, streefden een aantal vorsten naar absolute (onbeperkte) macht zonder regels. Vorsten vonden dat God hun in die positie had geplaatst en dat daarom iedereen hun moest gehoorzamen. Om dit in praktijk te brengen moesten ze de macht van de adel en de voorrechten van vrije staten terugdringen. 26. De wetenschappelijke revolutie De renaissance leidde in de vroegmoderne tijd zorgde voor een golf van nieuwe ontdekkingen, vooral in de 17e eeuw. Nieuw was op basis van eigen waarnemingen en experimenten ontdekkingen doen, en het doen van waarnemingen in de natuur was de basis van de nieuwe ontwikkelingen. Ook werd de telescoop, microscoop, zwaartekracht (Newton) en slingeruurwerk ontwikkeld. Omdat oude theorieën vaak niet klopte, leidde dit tot een nieuwe kritische houding. Het was beter om te vertrouwen op eigen observaties en redeneringen dan op het gezag van oude theorieën. Tijd van pruiken en revoluties, de verlichting van 1700 tot Rationeel optimisme en verlicht denken werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen Door de wetenschappelijke revolutie nam het vertrouwen in het menselijk verstand toe. Door scherp en rationeel te redeneren kon nieuwe waarheid worden ontdekt. Door humanisme ging men kritisch kijken naar oude teksten (15e eeuw), en in de 18e eeuw leidde dit tot groot optimisme. Men verwachtte dat er een betere wereld zou komen als zoveel mogelijk mensen op allerlei terreinen van het leven zo rationeel mogelijk zouden denken en handelen. Dit zou leiden tot verlicht denken: men komt tot de juiste conclusies zonder bijgeloof en vooroordelen, is ruimdenkend en verdraagzaam. Eigen observatie, zelf experimenteren en logisch redeneren waren hierbij belangrijk. Ze paste het verlicht denken toe op: religie, politiek, en de economie. Het verlichte denken ontstond in Nederland en Engeland, en werd ontzettend populair in Frankrijk. 28. Voortbestaan van het ancien regime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme) Tegen de achtergrond van het verlichte denken over politiek was het bestaande absolutisme niet meer toepasselijk. Het werd steeds meer gezien als een oud regeerstelsel (ancien regime), dat aan vernieuwing toe was. Veel absolute vorsten slaagden er in tot aan het eind van de 18e eeuw hun macht te behouden, maar sommigen probeerden toch wel verlicht denken toe te passen in hun regering: godsdienstige vrijheid en gelijke behandeling. Deze vorsten werden verlichte despoten genoemd, maar alle macht lag nog wel bij de koning. Verlicht absolutisme was er dan nog niet: het volk had geen inspraak. 29. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrecht en staatsburgerschap Aan het einde van de 18e eeuw ontstonden in Europa en Noord-Amerika (mede door verlicht denken) over de politiek en samenleving revoluties, met als doel het beëindigen van het ancien regime en het vestigen van een staat met uitgebreide burgerrechten: democratische grondrecht. Hieronder behoorden bepaalde vrijheden. De vrijheid van godsdienst werd bevestigd door het scheiden van de kerk en staat. Burgers wouden ook meer politieke rechten: stemrecht, de mensen die dit hadden waren staatsburger. Dit staatsburgerschap werd toegekend aan de rijkste laag van de mannelijke burgerij. De eerste democratische revolutie was in Noord-Amerika (1776), waardoor ze onafhankelijk van Engeland werden. Daarna volgde de Franse revolutie (1789), veel klachten kwamen uit de 3e stand, en ze riepen zichzelf uit tot een Nationale Vergadering: de burgers wouden een nieuwe grondwet, dit was het begin van de franse revolutie. In Nederland was er de Bataafse revolutie (1795): het koninkrijk van Holland was van in handen van Napoleon, waardoor er nieuwe wetten van Napoleon kwamen. In 1813 kwam er een opstand tegen Napoleon.

5 30. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme In de 18e eeuw werd de Europese overzeese expansie verder uitgebreid. Er werden veel plantagekoloniën gesticht: hier werd op grote schaal één product gewonnen. Veel plantages werden geëxploiteerd met behulp van slavenarbeid. Sterke, Afrikaanse slaven werden verhandeld aan de Europeanen en werden naar Amerika vervoerd. In de tweede helft van deze eeuw ontstond er, mede door het verlichte denken, het abolitionisme: streven naar afschaffing van de slavernij. Dit begon in de 19e eeuw. Tijd van burgers en stoommachines, industrialisatie van 1800 tot De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving Tegelijkertijd met de politieke democratische revolutie aan het eind van de 18e eeuw speelde zich rond 1750 in Engeland een ingrijpende economische omwenteling af. De industriële revolutie was de overgang van een agrarisch-urbane naar een industriële samenleving, gepaard met invoering van grootschalige productie, gebruik van onnatuurlijke grondstoffen en verstedelijking. Het begon allemaal met de textielsector, en daarbij kwamen machines als de spinning Jenny, het waterframe en stoommachines. In een industriële samenleving is de industriële productie het overheersende middel van bestaan, wat er voor zorgt dat minde mensen in de landbouw werken. De meerderheid van de bevolking woont dan ook in de steden. De industriële revolutie begon in 1850 in Nederland, en vanaf 1800 ook in de rest van Europa. Het zorgde ook voor de wet van de remmende oorsprong: als je ergens het 1e mee bent is dit vaak een nadeel omdat het makkelijk gekopieerd kan worden. 32. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme Door de democratische revolutie was het volk een belangrijke factor in de politiek geworden. De vraag was nu hoe de invloed van het volk georganiseerd moest worden, en daarover ontstonden verschillende opvattingen: * liberalen: vrijheid van het individu en de overheid zo min mogelijk actief. * nationalisten: liefde voor je land, en streven naar een eigen staat. De eenheid van het volk was belangrijker dan de rechten van het individu. Dit was tevens een van de oorzaken van WO1. * socialisten: veel gelijkheid en veel democratie, de overheid zo actief mogelijk om te helpen. * confessionelen: het volk georganiseerd in geloofsgemeenschappen, zoals protestanten en katholieken. * feministen: vrouwelijke emancipatiebeweging die streef naar gelijke rechten. Omdat al deze stromingen verschillende gedachtes hadden ontstond in de 19e eeuw een politieke strijdt. Rond het midden van de eeuw slaagden de liberalen erin om in een aantal landen hun idealen te vergelijken, zoals met de grondwet van Thorbecke. Het nationalisme zorgde voor nieuwe nationale staten in de 2e helft van de eeuw zoals Duitsland en Italië. 33. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces 1848 was een revolutiejaar in Europa, het volk kwam in opstand tegen de vorst wat leidde tot de eerste grondwet (door Thorbecke): het parlement krijgt meer macht. In de tweede helft van de 19e eeuw werd het kiesrecht steeds verder uitgebreid. Hierdoor werd het aantal mensen betrokken bij de politiek, groter. Dit maakte het moeilijker om als kiezer je keuze te maken voor een bepaalde vertegenwoordiger. Daardoor ontstonden uit de politiek-maatschappelijke stromingen politieke partijen. Door op de vertegenwoordiger van een partij te stemmen wist de kiezer welke kant zijn stem op ging. Socialisten streefden naar algemeen kiesrecht, en feministen wouden algemeen kiesrecht voor mannen én vrouwen. 34. De opkomst van emancipatiebewegingen Doordat in de 19e eeuw het kiesrecht was beperkt voor alleen rijke mannen, gaf de burgerij de toon aan in de samenleving, en had verlichte liberale opvattingen. In de loop van de 19e eeuw streefden verschillende groepen in de samenleving (= verzuiling) naar gelijkheid: * confessionelen: wouden ook dat streng gelovige opvattingen werden gerespecteerd, en niet alleen de liberale ruimdenkendheid, en daarom eigen scholen bouwen. * arbeiders: wouden serieus genomen worden in hun streven naar herverdeling en bezit. * vrouwen: wouden serieus genomen worden bij hun streven naar gelijkheid aan mannen. Het streven naar gelijke rechten wordt emancipatie genoemd, en de beweging van de confessionelen, arbeiders en vrouwen heten daarom emancipatiebewegingen. Iedere groep organiseerde zich zo sterk mogelijk met een eigen vereniging, pers, vakbonden etc. Zo ontstonden er zuilen: protestants, katholiek, socialistisch en neutraal-liberaal met elk hun eigen organisaties 35. Discussies over de sociale kwestie Als gevolg van de industrialisatie kregen West-Europese landen te maken te maatschappelijke problemen: * explosieve groei van steden: woningnood, risico uitbraak besmettelijke ziektes. * fabrieksarbeiders die te lang, gevaarlijk, ongezond en eentonig werken. * kinderarbeid. * slechte relaties tussen fabrikanten en arbeiders: klassenbewustzijn, politieke vormen over tegenstellingen. Deze problemen begonnen steeds meer op te vallen en werden een grotere bedreiging voor de volksgezondheid en veiligheid. De burgerij ging deze problemen beschouwen als een maatschappelijk en politiek probleem: de sociale kwestie. In de 19e eeuw gingen ook regeringen zich ermee bemoeien. Sommigen vonden deze ingrijpen te ver gaan, over de mate van staatsinterventie warden de meningen zeer verdeelt. De arbeidsomstandigheden verbeterden wel: factory acts

6 (kinderarbeid verboden). 36. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie De industriële revolutie had gevolgen voor de Europese overheersing van de buiten-europese wereld. Dit word modern imperialisme genoemd. In de 2e helft van de 19e eeuw werd Afrika verdeeld tussen Europese landen, en in Azië werden koloniën gevestigd. Kenmerkend was de inschakeling van industriële techniek die overzeese contacten gemakkelijker maakte en totale beheersing van grotere gebieden mogelijk maakte (door wegen, spoorlijnen, stoomschepen en telecommunicatie). Europeanen bleven niet meer in kleine vestigingen in kustgebieden, maar veroverden ook de binnenlanden, voor macht, aanzien, en grondstoffen en afzetgebied voor de industrie. Het nationalisme (liefde voor vaderland) speelde hierbij een stimulerende rol. Tijd van de wereldoorlogen, de 20e eeuw van 1900 tot Het voeren van twee wereldoorlogen De eerste helft van de 20e eeuw kende twee grote oorlogen: WOI ( ) en WOII ( ). WOI ontstond door een botsing van de grote landen in Europa. Dit kwam vooral door de nationalistische en imperialistische gevoelens van landen, en de bondgenootschappen. Duitsland, Turkije en Oostenrijk stonden tegenover Frankrijk, Engeland en Amerika, die er later bij kwam. De oorlog werd al een poos verwacht, maar de aanleiding was wanneer Frans Ferdinand werd vermoord. Von Schliefen (Duitsland) kwam met een plan om door België Frankrijk binnen te vallen, en dan snel terug gaan om tegen de Russen te strijden, die er 6 weken over zouden moeten doen om zich te mobiliseren. Dit mislukte: de Franse waren sterker en de Russen mobiliseerden sneller. De strijd werd vooral gestreden in loopgraven wat veel slachtoffers kostte. Frankrijk en Engeland wonnen uiteindelijk. WOII ontstond door antisemitisme (Jodenhaat), het verdrag van Versailles waar Hitler zich niet meer aan wou houden, en de Lebensraum die de Duitsers volgens Hitler nodig hadden. De Duitse nationaalsocialisten wouden de vernedering van WOI wreken, en ze veroverden een groot deel van Europa. In die gebieden ontplooiden zij een niets ontziend antisemitisme, waardoor zes miljoen joden systematisch werden vermoord. Na jarenlange harde strijd verloren de nationaalsocialisten en werd het Duitse gebied aanzienlijk verkleind en verdeelt over twee staten: een kapitalistische en communistische staat. 38. De crisis van het wereldkapitalisme Door de industrialisatie van de 19e eeuw was een industrieel kapitalisme ontstaan. De industrie richtte zich op een steeds groeiende massaproductie. Duitsland had veel geleend, waardoor het Verdrag van Versailles werd opgesteld: Duitsland moest zijn schulden terugbetalen waardoor Duitsland in een economische crisis kwam. In de jaren 20 leken de productie en de winsten onbeperkt te kunnen groeien. Steeds meer mensen belegden hun geld in aandelen in de hoop op grote winst. Maar er bleek een grens te zijn aan de mogelijkheden. De consumptie hield de productie niet bij en bedrijven moesten sluiten. Een beurscrisis veroorzaakte in 1929 een grote ineenstorting in de west-kapitalistische wereld met grote werkloosheid als gevolg. De uitzichtloosheid van de crisis dreef velen in de armen van totalitaire bewegingen, zoals in Duitsland dus het geval was. 39. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën: communisme en fascisme/nationaalsocialisme Een totalitaire beweging is een staat waarin de overheid het leven van een burger beheerst en controleert. Het probeert het volk een beetje te hersenspoelen tot één soort denken. Wie daar tegen is, is vijand van het volk. Overal in een totalitaire samenleving zie je dan ook het symbool van de beweging : hamer en sikkel in de Sovjet Unie, en het hakenkruis is socialistisch Duitsland. Specifiek voor het nationaalsocialisme waren de rassenleer met een extreme Jodenhaat en het extreme nationalisme gericht op een veroveringsoorlog. Specifiek voor het communisme was de staatseconomie met vijfjarenplannen waaraan de gehele bevolking slaafs diende mee te werken, en het antigodsdienstige materialisme. Het fascisme was in oorsprong Italiaans, en staat voor verheerlijken van geweld, één leider, tegen alles wat niet bij hun hoorde en was nationalistisch. Hierdoor waren er ook totale oorlogen: een oorlog waarbij het hele land in dienst staat van de oorlog. 40. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie Nadat in de 19e eeuw het aantal betrokkenen bij de politiek steeds meer was uitgebreid, werd in de 20e eeuw iedereen bij de politiek betrokken, vaak via het algemene kiesrecht. Om de massa voor zich te winnen, gebruikte politieke bewegingen propaganda: het verheerlijken van jezelf en/of het zwartmaken van de tegenstander. Moderne techniek bood daarvoor de mogelijkheden: elektrische versterker, film en radio maakten het mogelijk grote aantallen mensen te bereiken. Verschillende bewegingen streefden ernaar brede lagen van de bevolking van een gebied te mobiliseren: socialisten, communisten en fascisten. Iets wat veel verder ging was indoctrinatie: het systematisch en eenzijdig onderwijzen van aanvechtbare overtuigingen of opvattingen, met de bedoeling dat deze kritiekloos worden aanvaard. 41. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme In de periode tussen beide wereldoorlogen begon in sommige koloniale gebieden verzet tegen het Europese imperialisme, m.n. in India en Indonesië. Hierop was van invloed dat Europa tijdens WOI had laten zien dat ze niet zo beschaafd en onaantastbaar te zijn dan men dacht. Bovendien was het aan de macht komen van het communisme in de Sovjet-Unie van belang, wat voor een anti-westers anti-imperialisme zorgde, want volken moesten gelijk zijn. Het verzet tegen de Europese overheersers leidde tot het eind van WOII nog niet tot afhankelijkheid van de koloniale gebieden.

7 42. Verwoesting op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering De moderne bewapening als gevolg van de industrialisatie kon worden ontwikkeld, zorgde ervoor dat de wereldoorlogen verwoestender en dodelijker waren dan ooit. In de WOI zorgde dit voor massale slachting in de loopgraven. Vooral het inzetten van luchtbombardementen in deze oorlogen zorgde ervoor dat ook de bevolking in de oorlog betrokken raakten. De Duitsers zetten in het begin van de oorlog terreurbombardementen in op steden (Londen, Rotterdam, Warschau). In de 2e helft van de oorlog vernietigden de geallieerden systematisch de Duitse steden (Dresden). De massavernietiging werd compleet door de inzet van de atoombom in 1945, waardoor twee Japanse steden (Hiroshima en Nagasaki) door de Amerikanen geheel in de as worden gelegd. 43. Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden Het Duitse nationaalsocialisme ging uit van biologische ongelijkheid tussen mensen. Sommigen mensenrassen zouden superieur zijn, m.n. het Noordwest-Europese Germaanse ras. Andere waren inferieur. Vooral de joden werden gezien als zeer minderwaardig en bedreigend. De nationaalsocialisten ontwikkelden een beleid dat gericht was op totale uitroeiing van alle joden. Daartoe werden joden geregistreerd en bijeengebracht, en vervolgens gedeporteerd naar doorvoer en vernietigingskampen. Daar werden ze systematisch vermoord in speciaal daarvoor gebouwde gaskamers met crematoria. 44. De Duitse bezetting van Nederland Nederland wou, net als in WOI, neutraal blijven. Maar dit lukte niet. In het kader van een groot Duits offensief tegen West-Europa werd Nederland op 10 mei 1940 overrompeld en in vijf dagen verslagen. Daarna volgde een Duitse bezetting die duurde tot 5 mei De bezetters trachtten de Nederlandse bevolking op te nemen in een groot Germaans rijk door haar vriendelijk te bejegenen en via propaganda voor het nationaalsocialisme te winnen. Mensen hadden verschillende houdingen tegenover de bezetters: collaboratie (NSB), aanpassen of verzet. De Duitsers vonden dat als je niet in verzet kwam je ook moest meewerken aan een misdaad tegen de mensheid. Van de Nederlandse joden zijn de meeste in vernietigingskampen omgekomen. Tijd van televisie en computer, 20e eeuw vanaf De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld Na afloop van WOII werden kolonialen gebieden onafhankelijk, het eerst in Azië (India/Pakistan/Indonesië). Daarbij speelde ook een rol dat Japan in WOII een groot deel van Oost-Azië had veroverd op de Europese overheersers. Zij slaagden er na de oorlog niet in hun koloniale gezag te herstellen. Groot-Brittannië was na de oorlog zodanig uitgeput, dat het Brits-Indië (India/Pakistan) moest laten gaan. In de jaren 60 volgde de onafhankelijkheid van een groot aantal Afrikaanse koloniën. De oorzaken waarom landen onafhankelijk wouden worden waren vooral dat ze een beter zelfbeeld kregen, en meer betrokken bij het bestuur wouden zijn. 46. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog De beide wereldoorlogen hadden de Europese staten zodanig verzwakt en uitgeput, dat voortaan de toon werd gezet door twee buiten-europese grootmachten: de communistische Sovjet-Unie, en de kapitalistische VS. Vanuit het oosten en westen hadden deze twee Europa bevrijd van de nationaalsocialistische overheersing. Waar de Sovjet-Unie gevestigd was, was er het communisme. De VS zag dit als een bedreiging en was bang dat er weer een nieuwe totalitaire dictatuur kwam. Daarom stelden zij zich tegen het communisme, er volgde een zeer gespannen verhouding tussen twee blokken in de wereld. Er ontstond dus een wapenwedloop: beide landen gingen zich steeds meer bewapenen, om het machtsevenwicht te handhaven. De oorlog wordt koude oorlog genoemd, omdat men nooit met elkaar gevochten heeft d.m.v. atoomwapens. De angst voor wederzijds verzekerde totale vernietiging speelde daarbij een rol. Wel zorgde het voor lokale conflicten, zoals de Vietnam oorlog. In 1949 viel Duitsland uiteen in twee republieken: de BRD in het westen, en de DDR in het oosten (Sovjet-Unie). De inwoners die in het Oostblok ontevreden waren over het gebrek van vrijheid, vluchtten naar West-Berlijn. Om de leegloop van de DDR te stoppen werd de Berlijnse Muur gebouwd. 47. De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen Na de WOII ontwikkelden de westerse kapitalistische economieën zich zeer snel, dit kwam o.a. doordat men had geleerd van de crisis in de jaren 30. De economieën werden tot op zekere hoogte geleide vrije markteconomieën, waardoor grote crises konden worden voorkomen. Het levenspeil in westerse landen steeg dan ook enorm in de jaren 50. De afwezigheid van zorgen om het dagelijks bestaan gaf een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. De secularisatie (ontkerkelijking) nam toe, en onder de invloed van dit alles werden veel traditionele normen en waarden verlaten. Ook kwam er ontwikkeling van jeugdculturen als de nozems, hippies, provo s en punkers.

8 48. De eenwording van Europa Om de vrede in Europa na twee vernietigende oorlogen te verzekeren en om iets te doen aan zijn zwakke positie t.o.v. de VS en de Sovjet-Unie, kozen een aantal Europese staten ervoor om voortaan hecht te gaan samenwerken. Vooral een samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland met een wederzijdse economische afhankelijkheid, zou een oorlog in Europa zeer onwaarschijnlijk maken. Zo werd in 1957 de Europese Economische Gemeenschap (EEG) van zes landen opgericht. In de loop van de jaren 70 en 80 breidde deze zich uit met steeds meer lidstaten en vormde zich om tot Europese Unie. Na de val van het communisme in 1990 konden ook voormalige communistische Oost-Europese landen lid worden. In 1999 werd de Europese Monetaire Unie (EMU) gerealiseerd. 49. De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenleving De snelle groei van de economie in de westerse landen maakten het aantrekken van arbeidskrachten van elders noodzakelijk, omdat niet al het beschikbare werk door eigen volk gedaan kon worden. Er waren gastarbeiders nodig: Turken, Marokkanen en Italianen. Hierdoor ontstond een aanzienlijke islamitische bevolkingsgroep in het traditioneel christelijke werelddeel. Onder invloed van de snel groeiende welvaart werd de aantrekkingskracht van de rijke westerse landen op de rest van de wereld steeds groter, waardoor de migratie bleef aanhouden. In 1975 kwamen ook veel Surinamers, en later ook veel asielzoekers. Sommige landen spraken al van een multiculturele samenleving, en ook de pluriformiteit van de samenleving nam toe, waardoor zich een steeds grotere diversiteit aan leefpatronen en steeds meer individualisme ontwikkelden.

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie 1. De levenswijze van jager-verzamelaars. 2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen. 3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

Nadere informatie

Examenprogramma geschiedenis havo

Examenprogramma geschiedenis havo Examenprogramma geschiedenis havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Domein B Domein C Domein

Nadere informatie

Examenprogramma geschiedenis havo/vwo

Examenprogramma geschiedenis havo/vwo Examenprogramma geschiedenis havo/vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Historisch besef

Nadere informatie

Examenprogramma geschiedenis vwo vanaf CE 2015

Examenprogramma geschiedenis vwo vanaf CE 2015 Examenprogramma geschiedenis havo/vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Historisch besef

Nadere informatie

GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1

GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1 GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1 Tijdvak Jagers en boeren; van de eerste mensen 3000 v. C. prehistorie; van de eerste mensen - 3000 v.c. Samenlevingstype: eerst jagers/verzamelaars,

Nadere informatie

Leerplan geschiedenis voor de tweede fase havo en vwo. Albert van der Kaap

Leerplan geschiedenis voor de tweede fase havo en vwo. Albert van der Kaap Leerplan geschiedenis voor de tweede fase havo en vwo Albert van der Kaap Enschede, april 2009 Verantwoording Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Alle rechten voorbehouden. Mits de bron wordt

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 18139 5 september 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 juli 2012, nr. VO/419920, houdende

Nadere informatie

Geschiedeniswetenschap streeft ernaar waarheden vast te stellen over het verleden!

Geschiedeniswetenschap streeft ernaar waarheden vast te stellen over het verleden! Geschiedeniswetenschap streeft ernaar waarheden vast te stellen over het verleden! Geschiedenis Waarheden Verleden = beelden van het verleden van de menselijke cultuur. = relatie tussen vroeger en nu,

Nadere informatie

LESTIP bovenbouw havo/vwo: Tijdvakken oefenen

LESTIP bovenbouw havo/vwo: Tijdvakken oefenen LESTIP bovenbouw havo/vwo: Tijdvakken oefenen Half mei worden leerlingen van 5 havo en 6 vwo onder meer getest op hun kennis van de tijdvakken en de kenmerkende aspecten. In deze les gaan leerlingen een

Nadere informatie

De vijftig vensters en de kenmerkende aspecten van de tien tijdvakken van de commissie De Rooy

De vijftig vensters en de kenmerkende aspecten van de tien tijdvakken van de commissie De Rooy De vijftig vensters en de kenmerkende aspecten van de tien tijdvakken van de commissie De Rooy In blauw: de tijdvakken en de kenmerkende aspecten (alleen uitgewerkt voor het en ). In oranje: de canonvensters,

Nadere informatie

http://www.schoolsamenvatting.nl/ - De site voor samenvattingen en meer! Examen Geschiedenis

http://www.schoolsamenvatting.nl/ - De site voor samenvattingen en meer! Examen Geschiedenis Examen Geschiedenis Tijd van jagers en boeren, prehistorie tot 3000 v.chr. 1. De levenswijze van jagers-verzamelaars Mensen leefden van de jacht, visvangst en verzamelen van noten, vruchten, wortels etc.

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 9955 23 februari 2017 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 februari 2017, nr.

Nadere informatie

1.1 Leefwijze jagers-verzamelaars

1.1 Leefwijze jagers-verzamelaars 1.1 Leefwijze jagers-verzamelaars Tijd van jagers & boeren - Prehistorie - Tot 3.000 v. Chr. Nomaden + nauwelijks verschil in aanzien, bezit en macht 1.2 Landbouwrevolutie + landbouw Tijd van jagers &

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

Jagers & boeren Waarvan leefden de jagers-verzamelaars? Jagers & boeren Waarvan leefden de boeren? Van de jacht en van vruchten en planten

Jagers & boeren Waarvan leefden de jagers-verzamelaars? Jagers & boeren Waarvan leefden de boeren? Van de jacht en van vruchten en planten Jagers & boeren Waarvan leefden de jagers-verzamelaars? Jagers & boeren Waarvan leefden de boeren? Van de jacht en van vruchten en planten Van de oogst van hun land en van hun dieren Jagers & boeren Wat

Nadere informatie

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit.

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit. Gebruik bron 1 en 2 In 1897 werd in de venen bij Yde het lijk van een ongeveer zestienjarig meisje gevonden. Deze vondst gaf aanleiding tot twee voorlopige conclusies over de leefwijze van het volk waartoe

Nadere informatie

Het nieuwe eindexamen geschiedenis

Het nieuwe eindexamen geschiedenis Het nieuwe eindexamen geschiedenis Stephan Klein Rotterdam, 4 oktober 2013 Gesprek in de klas (2013) Docent: Wie kan uitleggen wat standplaatsgebondenheid inhoudt? (stilte van enkele seconden) Leerling

Nadere informatie

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren Geschiedenis kwartet jagers en boeren jagers en boeren jagers en boeren Reusachtige stenen die door mensen op elkaar gelegd zijn. Zo maakten ze een begraafplaats. * Hunebedden * Drenthe * Trechterbekers

Nadere informatie

Hieronder worden de keuzes die de syllabuscommissie heeft gemaakt punt voor punt toegelicht.

Hieronder worden de keuzes die de syllabuscommissie heeft gemaakt punt voor punt toegelicht. Toelichting bij de werkversie syllabus geschiedenis nieuwe stijl 1 ten bate van de pilotscholen In het schooljaar 2007-2008 is een syllabuscommissie, ingesteld door de CEVO, aan het werk gegaan om te bepalen:

Nadere informatie

GESCHIEDENIS HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1

GESCHIEDENIS HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1 GESCHIEDENIS HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Tijd van ontdekkers en hervormers (1500 1600) / Renaissance

Tijd van ontdekkers en hervormers (1500 1600) / Renaissance Tijdvakken Tijd van ontdekkers en hervormers (1500 1600) / Renaissance K.A. * Het begin van de Europese overzeese expansie * Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een

Nadere informatie

Canon en kerndoelen geschiedenis PO

Canon en kerndoelen geschiedenis PO Canon en kerndoelen geschiedenis PO bron: http://www.entoen.nu/primair-onderwijs/didactisch-concept/leerplan-(slo)/geschiedenis In dit hoofdstuk over canon en geschiedenis wordt eerst ingegaan op de recente

Nadere informatie

TIJDVAK 7 Bepoederde pruiken, bruisende ideeën

TIJDVAK 7 Bepoederde pruiken, bruisende ideeën TIJDVAK 7 Bepoederde pruiken, bruisende ideeën Bepoederde pruiken, bruisende ideeën Tijd van Pruiken en Revoluties 1700-1800 Vroegmoderne Tijd Kenmerkende aspecten Uitbouw van de Europese overheersing,

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - II

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - II Door de tijd heen De volgende historische verdragen staan in willekeurige volgorde: 1 Door de Vrede van Brest-Litovsk tussen het Duitse keizerrijk en het communistische Rusland kunnen de Duitse generaals

Nadere informatie

Rijksuniversiteit Groningen Nameting kennis en argumentatie

Rijksuniversiteit Groningen Nameting kennis en argumentatie Rijksuniversiteit Groningen Nameting kennis en argumentatie Instructie onderdeel kennis: Hieronder staan 22 vragen over tijdvak 6 en 7. Probeer de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Omcirkel met

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 3 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 3 Toetsvragen Tijdvak 3 Toetsvragen 1 Op veel afbeeldingen wordt de Romeinse keizer Constantijn als een heilige afgebeeld met een stralenkrans om zijn hoofd. Welke reden was er om Constantijn als christelijke heilige

Nadere informatie

Tijd van monniken en ridders Vroege Middeleeuwen. Tijd van jagers en boeren Prehistorie. - 3000 v C 500-1000

Tijd van monniken en ridders Vroege Middeleeuwen. Tijd van jagers en boeren Prehistorie. - 3000 v C 500-1000 jagers en boeren Prehistorie - 3000 v C monniken en ridders Vroege Middeleeuwen 500-1000 Grieken en Romeinen Oudheid -3000 v C - 500 n C steden en staten - Hoge en Late Middeleeuwen 1000 1500 ontdekkers

Nadere informatie

KORTE BESCHRIJVING VAN DE 49 KENMERKENDE ASPECTEN

KORTE BESCHRIJVING VAN DE 49 KENMERKENDE ASPECTEN KORTE BESCHRIJVING VAN DE 49 KENMERKENDE ASPECTEN Bijlage bij Geschiedeniswerkplaats Handboek historisch overzicht vwo en havo 1 Tijd van jagers en boeren (tot 3000 v.c.) 1a de levenswijze van jagers-verzamelaars

Nadere informatie

Voorbeeld leerplan geschiedenis voor het Primair Onderwijs. Albert van der Kaap

Voorbeeld leerplan geschiedenis voor het Primair Onderwijs. Albert van der Kaap Voorbeeld leerplan geschiedenis voor het Primair Onderwijs Albert van der Kaap Voorbeeld leerplan geschiedenis voor het Primair Onderwijs Albert van der Kaap Enschede, juli 2008 Verantwoording 2008 Stichting

Nadere informatie

Onderzoeksvraag; welke motieven leidden in de middeleeuwen tot de kruistochten?

Onderzoeksvraag; welke motieven leidden in de middeleeuwen tot de kruistochten? Onderzoeksvraag; welke motieven leidden in de middeleeuwen tot de kruistochten? Rond 1080 bedreigen de minder tolerante Seldjoeken Constantinopel. Het werd voor christelijke pelgrims steeds moeilijker

Nadere informatie

Examen HAVO. geschiedenis (nieuwe stijl)

Examen HAVO. geschiedenis (nieuwe stijl) geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 9.00 12.00 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

geschiedenis (nieuwe stijl)

geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis (nieuwe stijl) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.

Nadere informatie

Beschrijven en herkennen dat zaken bij geschiedenis veranderen maar ook dat zaken hetzelfde blijven.

Beschrijven en herkennen dat zaken bij geschiedenis veranderen maar ook dat zaken hetzelfde blijven. Historische vaardigheden PO kern subkern inhoud PO tussendoel PO kerndoel Historische vaardigheden Tijdaanduidingen en tijdsindelingen. Tien tijdvakken met bijbehorende kenmerkende aspecten. Het plaatsen

Nadere informatie

SLO Leerdoelenkaart geschiedenis: gedifferentieerde beheersingsniveaus voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs

SLO Leerdoelenkaart geschiedenis: gedifferentieerde beheersingsniveaus voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs 1. Jagers en boeren (tot -3000 v C) 2. Grieken en Romeinen ( -3000 v. Chr. - 500 na Chr.) 1. Je plaatst historische gebeurtenissen, in de tijd van jagers en boeren (-3000 v C) en je geeft er betekenis

Nadere informatie

Toelichting beelden tijdbalk Argus Clou Geschiedenis groep 7

Toelichting beelden tijdbalk Argus Clou Geschiedenis groep 7 Toelichting beelden tijdbalk Argus Clou Geschiedenis groep 7 Hierbij treft u een toelichting aan bij de beelden die in de tijdbalk van Argus Clou Geschiedenis groep 7 zijn opgenomen. Inhoud Thema 1 Boze

Nadere informatie

GESCHIEDENIS VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1. pagina 1 van 16

GESCHIEDENIS VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1. pagina 1 van 16 GESCHIEDENIS VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2017 V16.8.1 pagina 1 van 16 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

De VOGGP Wat is eigenlijk een VOGGP? De V staat voor een verschijnsel. Wat zijn verschijnselen?

De VOGGP Wat is eigenlijk een VOGGP? De V staat voor een verschijnsel. Wat zijn verschijnselen? De VOGGP Wat is eigenlijk een VOGGP? De V staat voor een verschijnsel. Wat zijn verschijnselen? Toestanden, instellingen die gedurende een lange tijd min of meer onveranderd hebben bestaan, een verschijnsel

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800

Tijd van pruiken en revoluties 1700 1800 Onderzoeksvraag: Op welke gebieden wilden de Verlichtingsfilosofen de bestaande maatschappij veranderen? Rationalisme = het gebruiken van gezond verstand (rede/ratio) waarbij kennis gaat boven tradities

Nadere informatie

Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo

Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo Leerwegondersteunend en basisberoepsgericht Albert van der Kaap Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo Leerwegondersteunend

Nadere informatie

A. LEER EN TOETSPLAN. Vak: Geschiedenis Leerjaar: 2 Onderwerp: De Nieuwe Tijd (extra uitgereikt materiaal) Kerndoel(en):

A. LEER EN TOETSPLAN. Vak: Geschiedenis Leerjaar: 2 Onderwerp: De Nieuwe Tijd (extra uitgereikt materiaal) Kerndoel(en): A. LEER EN TOETSPLAN Vak: Geschiedenis Onderwerp: De Nieuwe Tijd (extra uitgereikt materiaal) tijd van ontdekkers en hervormers (1500 1600); tijd van regenten en vorsten (1600 1848). 40. De leerling leert

Nadere informatie

Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo

Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo Kader, gemengde en theoretische leerweg Albert van der Kaap Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo Kader en gemengde

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 7 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 7 Toetsvragen Tijdvak 7 Toetsvragen 1 In de Tijd van Pruiken en Revoluties hielden kooplieden uit de Republiek zich bezig met de zogenaamde driehoekshandel. Tussen welke gebieden vond deze driehoekshandel plaats? A

Nadere informatie

Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn

Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn Naam: DE BEELDENSTORM Ketters Luther en Calvijn Filips II In 1566, meer dan vierhonderd jaar geleden, zijn veel mensen boos. Er is onrust in de Nederlanden. Er zijn spanningen over het geloof, veel mensen

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis (nieuwe stijl) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te behalen.

Nadere informatie

TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES

TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES Hoofdstuk 4 PARAGRAAF 4.1 Pruikentijd Standenmaatschappij De verlichting VERVAL EN RIJKDOM In de 17 e eeuw was Nederland het rijkste land ter wereld Van stilstand komt achteruitgang

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

Examen HAVO. geschiedenis (nieuwe stijl)

Examen HAVO. geschiedenis (nieuwe stijl) geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 22 mei 9.00 12.00 uur 20 06 Vragenboekje Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie

Tien tijdvakken van Geschiedenis (bron: Histoforum en website kunst-en-cultuur.) Prehistorie/de tijd van de jagers en boeren tot 3000 v. Chr.

Tien tijdvakken van Geschiedenis (bron: Histoforum en website kunst-en-cultuur.) Prehistorie/de tijd van de jagers en boeren tot 3000 v. Chr. Tien tijdvakken van Geschiedenis (bron: Histoforum en website kunst-en-cultuur.) Prehistorie/de tijd van de jagers en boeren tot 3000 v. Chr. Oudheid/de tijd van Grieken en Romeinen 3000 v. Chr. 500 n.

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines De sociale kwestie.

Tijd van burgers en stoommachines De sociale kwestie. Onderzoeksvraag: Waardoor ontstonden het liberalisme en het socialisme, en hoe dachten liberalen en socialisten over de sociale kwestie? Kenmerkende aspect: De opkomst van de politiek maatschappelijke

Nadere informatie

Dagboek Sebastiaan Matte

Dagboek Sebastiaan Matte Vraag 1 van 12 Dagboek Sebastiaan Matte Uit het dagboek van Sebastiaan Matte: "Ik ben vandaag bij een hagenpreek geweest, in de duinen bij Overveen. Wel duizend mensen uit de stad waren bij elkaar gekomen

Nadere informatie

A Het examenprogramma geschiedenis voor havo en vwo, zoals gepubliceerd door de CHMV in februari 2001:

A Het examenprogramma geschiedenis voor havo en vwo, zoals gepubliceerd door de CHMV in februari 2001: BIJLAGEN 57 Bijlage 1 Examenprogramma s A Het examenprogramma geschiedenis voor havo en vwo, zoals gepubliceerd door de CHMV in februari 2001: Wat in het onderstaan de cursief is gedrukt geldt alleen voor

Nadere informatie

Antwoordkernen zijn vrijwel nooit volledige zinnen. Antwoordkernen geven alleen aan, wat er beslist in het antwoord moet staan.

Antwoordkernen zijn vrijwel nooit volledige zinnen. Antwoordkernen geven alleen aan, wat er beslist in het antwoord moet staan. Antwoordkernen Instap en Ontdekkingsreizen Eureka 2M volledig herziene 5 e druk, 2015-2016 Antwoordkernen zijn vrijwel nooit volledige zinnen. Antwoordkernen geven alleen aan, wat er beslist in het antwoord

Nadere informatie

De klassieke tijdlijn

De klassieke tijdlijn De klassieke tijdlijn In de lessen geschiedenis heb je waarschijnlijk al gehoord over de tijdlijnen, of de historische periodes en waarschijnlijk ook over exacte datums zoals 476. In dit documentje kom

Nadere informatie

SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013. Staat en Natie. Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen.

SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013. Staat en Natie. Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen. SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013 Staat en Natie Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen. In de 17 e en de 18 e eeuw ontstond er in Europa een politieke en filosofische stroming,

Nadere informatie

Tijd van steden en staten

Tijd van steden en staten Tijd van steden en staten Hoge en Late Middeleeuwen 1000 n. Chr. 1500 n. Chr. Kenmerkende aspecten Kenmerkend aspect uitleggen aan de hand van voorbeeld: Hoofdzaken (gebeurtenissen, veranderingsprocessen,

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis n.s.havo 2007-II

Eindexamen geschiedenis n.s.havo 2007-II Prehistorie en Oudheid In Drenthe zijn veel prehistorische vuurstenen werktuigen gevonden. Het vuursteen van deze werktuigen is afkomstig uit de ondergrondse vuursteenmijnen bij Ryckholt in Zuid-Limburg

Nadere informatie

Burgers en Stoommachines. Tot 1:20

Burgers en Stoommachines. Tot 1:20 Burgers en Stoommachines Tot 1:20 Wat gaan we leren? 1. Welke gevolgen de technische uitvindingen hadden. 2. Wat er in de grondwet van 1848 stond. 3. Welke groepen minder rechten hadden dan andere groepen.

Nadere informatie

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters.

1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde. Noteer alleen de letters. Oefenrepetitie geschiedenis SUCCES!!! 4 Havo Periode 1 Tijdvakken 1 t/m 4 Dyslectische leerlingen slaan de vragen met een asterisk (*) over. DOOR DE TIJD HEEN 1. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de

Nadere informatie

Calvijn. Vrede van Augsburg. Margaretha van Parma. Hertog van Alva. De keurvorst van Saksen. Karel V. Buitenlandse zaken en oorlog

Calvijn. Vrede van Augsburg. Margaretha van Parma. Hertog van Alva. De keurvorst van Saksen. Karel V. Buitenlandse zaken en oorlog In welk jaar publiceerde Luther zijn 95 stellingen? Welke Frans-Zwitserse hervormer kreeg veel aanhang in de Nederlanden? Welke vrede bepaalde, dat de vorst de religie van zijn volk bepaalt? 1517 Calvijn

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis pilot havo 2009 - I Door de tijd heen De volgende historische gebeurtenissen hebben allemaal te maken met migratie en staan in willekeurige volgorde: 1 Afrikanen worden op slavenschepen naar Amerika gebracht om te werken

Nadere informatie

2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw

2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw 2,1: Nederlands-Indië, 19 e eeuw 1830 1870: Javaanse boer werkt voor Nederlandse staat: - cultuurstelsel - Herendiensten van verliespost naar wingewest Vanaf 1870: modern imperialisme particuliere bedrijven

Nadere informatie

Leerstofaanbod Geschiedenismethode Brandaan

Leerstofaanbod Geschiedenismethode Brandaan Leerstofaanbod Geschiedenismethode Brandaan Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 01. Tijd van jagers en boeren 02. Tijd van Grieken en Romeinen 03. Tijd van monniken en ridders 04. Tijd van steden en staten

Nadere informatie

Tijdvak van burgers en stoommachines (1800 1900) / 19 e eeuw

Tijdvak van burgers en stoommachines (1800 1900) / 19 e eeuw Tijdvakken Tijdvak van burgers en stoommachines (1800 1900) / 19 e eeuw K.A. * De Industriële Revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving * De moderne vorm van imperialisme

Nadere informatie

geschiedenis (nieuwe stijl)

geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO 2007 tijdvak 1 dinsdag 22 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis (nieuwe stijl) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen.

Nadere informatie

Het begin van staatsvorming en centralisatie. Onderzoeksvraag; Hoe vond de staatsvorming van Engeland, Frankrijk en het hertogdom Bourgondië plaats?

Het begin van staatsvorming en centralisatie. Onderzoeksvraag; Hoe vond de staatsvorming van Engeland, Frankrijk en het hertogdom Bourgondië plaats? Onderzoeksvraag; Hoe vond de staatsvorming van Engeland, Frankrijk en het hertogdom Bourgondië plaats? Voorbeeld 1: Engeland De bezittingen van de Engelse koning Hendrik II in Frankrijk rond 1180 zijn

Nadere informatie

Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw havo en vwo. Albert van der Kaap

Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw havo en vwo. Albert van der Kaap Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw havo en vwo Albert van der Kaap Voorbeeld leerplan geschiedenis voor de onderbouw havo en vwo Albert van der Kaap Enschede, juli 2008 Verantwoording 2008

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

NEDERLAND IN DE 16e EEUW

NEDERLAND IN DE 16e EEUW NEDERLAND IN DE 16e EEUW In de 16e eeuw vielen de Nederlanden onder de Spaanse overheersing. Er bestonden grote verschillen tussen de gewesten (= provincies), bv: - dialect - zelfstandigheid van de gewesten

Nadere informatie

De tijd van: Wereldoorlogen

De tijd van: Wereldoorlogen De tijd van: Wereldoorlogen WoI Interbellum WoII Wereldoorlog I Casus Belli (Latijn, de oorzaak van de oorlog) Wereldoorlog I Tweefronten oorlog: Oostfront/Westfront Tannenberg 1914: Bewegingsoorlog: Verdun

Nadere informatie

Inhoud Thema 6.1 Ontdekkers en hervormers Thema 6.2 Regenten en vorsten Thema 6.3 Pruiken en revoluties Thema 6.4 Burgers en stoommachines

Inhoud Thema 6.1 Ontdekkers en hervormers Thema 6.2 Regenten en vorsten Thema 6.3 Pruiken en revoluties Thema 6.4 Burgers en stoommachines Inhoud Thema 6.1 Ontdekkers en hervormers 3 Thema 6.2 Regenten en vorsten 6 Thema 6.3 Pruiken en revoluties 9 Thema 6.4 Burgers en stoommachines 11 Eigentijds Eigentijds 6.1 Ontdekkers en hervormers 1.

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Toelichting beelden tijdbalk Argus Clou Geschiedenis

Toelichting beelden tijdbalk Argus Clou Geschiedenis Toelichting beelden tijdbalk Argus Clou Geschiedenis groep 6 Hierbij treft u een toelichting aan bij de beelden die in de tijdbalk van Argus Clou Geschiedenis groep 6 zijn opgenomen. Inhoud Thema 1 Eerste

Nadere informatie

Hoe hieraan exact wordt vormgegeven binnen onze school, wordt duidelijk in dit document.

Hoe hieraan exact wordt vormgegeven binnen onze school, wordt duidelijk in dit document. SOCIALE COHESIE EN BURGERSCHAP Inleiding Een school maakt deel uit van de maatschappij en bouwt mee aan de vorming van jonge burgers. Een groot deel van de dag, brengen jongeren door op school. Zij krijgen

Nadere informatie

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen.

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen. Tussen welke twee landen is de Eerste Wereldoorlog begonnen? 1. Engeland en Frankrijk 2. Duitsland en Frankrijk 3. Duitsland en Engeland Nederland blijft neutraal. Wat betekent dat? 1. Nederland kiest

Nadere informatie

G E S C H I E D E N I S - A A N T E K E N I N G E N H 1 / 2 / 3

G E S C H I E D E N I S - A A N T E K E N I N G E N H 1 / 2 / 3 G E S C H I E D E N I S - A A N T E K E N I N G E N H 1 / 2 / 3 HOOFDSTUK 1 PARAGRAAF 1 Weg van de mensheid: - Staat in Afrika - Van daaruit Verspreiding over de rest van de wereld - Mens behoort tot de

Nadere informatie

geschiedenis (nieuwe stijl)

geschiedenis (nieuwe stijl) Examen HAVO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis (nieuwe stijl) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen.

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.2 Het moderne imperialisme

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.2 Het moderne imperialisme Onderzoeksvraag: Welke motieven hadden de Europeanen om in Afrika en Zuidoost Azië een groot koloniaal imperium op te bouwen? Kenmerkende aspect: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met

Nadere informatie

Tweede Wereldoorlog 1

Tweede Wereldoorlog 1 Tweede Wereldoorlog 1 Adolf Hitler 1889 1945 INHOUDSOPGAVE Tekstsamenvatting...Pagina 2 tot 4 Aantekeningen...Pagina 5 tot 6 Begrippen...Pagina 6 1 P a g e Tekstsamenvatting 1.1 Duitsland na de eerste

Nadere informatie

Samenvattingen Geloof ABC

Samenvattingen Geloof ABC Samenvattingen Geloof ABC Info 1ABC: Wat is geloof? Het gaat in dit project om de belangrijkste wereldgodsdiensten: jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme. Deze godsdiensten geven antwoorden

Nadere informatie

Tijd van ontdekkers en hervormers

Tijd van ontdekkers en hervormers Tijd van ontdekkers en hervormers Vroegmoderne Tijd 1500 1600 n. Chr. Kenmerkende aspecten Kenmerkend aspect uitleggen aan de hand van voorbeeld: Hoofdzaken (gebeurtenissen, veranderingsprocessen, kernjaartallen)

Nadere informatie

Info plus Het leenstelsel

Info plus Het leenstelsel Project Middeleeuwen F- verrijking week 1 Info plus Het leenstelsel Inleiding De Middeleeuwen betekent letterlijk de tussentijd. Deze naam is pas later aan deze periode in de geschiedenis gegeven. De naam

Nadere informatie

TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS 1500-1600 PERIODE: DE VROEGMODERNE TIJD

TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS 1500-1600 PERIODE: DE VROEGMODERNE TIJD TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS 1500-1600 PERIODE: DE VROEGMODERNE TIJD DE KENMERKEN VAN HET TIJDVAK het begin van de Europese overzeese expansie; het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance

Nadere informatie

Dagboek Sebastiaan Matte

Dagboek Sebastiaan Matte antwoord 1 van 12 Dagboek Sebastiaan Matte Uit het dagboek van Sebastiaan Matte: "Ik ben vandaag bij een hagenpreek geweest, in de duinen bij Overveen. Wel duizend mensen uit de stad waren bij elkaar gekomen

Nadere informatie

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode?

DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848. 3. Hebben alle partijen min of meer gelijke kansen in de campagneperiode? DE DEMOCRATIE-INDEX GROEP 1: 1815-1848 ACHTERGRONDINFORMATIE PERIODE 1815-1848 DE EERSTE JAREN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN Tussen 1795 en 1813 was Nederland overheerst geweest door de Fransen. In

Nadere informatie

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de)

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de) Turken in Kreuzberg Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de) 1 OPDRACHT 1 Waarom werd de Berlijnse muur opgericht? Na de 2 e Wereldoorlog werd Duitsland in 2 gedeeltes opgesplitst, te weten West-Duitsland

Nadere informatie

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De

Nadere informatie

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC Week 1ABC: De Franse Revolutie Info: De Franse Tijd (1795 1814) Na de Franse Revolutie werd Napoleon de baas in Frankrijk. Napoleon veroverde veel Europese landen,

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis nieuwe stijl havo 2007-I

Eindexamen geschiedenis nieuwe stijl havo 2007-I Beoordelingsmodel Prehistorie en Oudheid 1 maximumscore 4 De makers van de reconstructie kunnen er zeker van zijn dat (één van de volgende): 2 de oppervlakte van de boerderij klopt, want de verkleuringen

Nadere informatie

Toelichting bij het tijdvakdossier

Toelichting bij het tijdvakdossier Tijdvakdossier Toelichting bij het tijdvakdossier Bij geschiedenis leer je de geschiedenis van de westerse wereld verdeeld over 10 tijdvakken. Elk tijdvak heeft een aantal kenmerken. Om beter te kunnen

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis (pilot) Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Tijd van monniken en ridders (500 1000 n. Chr.) 3.4 De islam in Europa. Allah. Het ontstaan en de verspreiding van de islam.

Tijd van monniken en ridders (500 1000 n. Chr.) 3.4 De islam in Europa. Allah. Het ontstaan en de verspreiding van de islam. 570 n Chr Profeet Mohammed geboren in Mekka 610 n Chr Openbaringen Allah via de aartsengel Gabriël, De woorden worden opgeschreven in de Koran 622 n Chr Vlucht Mohammed naar Medina, begin islamitische

Nadere informatie

Toetsvragen Geschiedenis - Toelating Pabo. Tijdvak 5 Toetsvragen

Toetsvragen Geschiedenis - Toelating Pabo. Tijdvak 5 Toetsvragen Tijdvak 5 Toetsvragen 1 Rond 1500 konden Europese schepen steeds langere zeereizen maken dankzij het gebruik van nieuwe navigatiemiddelen. Welke nieuwe navigatiemiddelen werden gebruikt, en waarvoor? A

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Examenopgaven VMBO-KB 2004 Examenopgaven VMBO-KB 2004 tijdvak 1 dinsdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-C Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit

Nadere informatie

S.O. 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2014-2015

S.O. 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2014-2015 S.O. 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2014-2015 Dit S.O. bestaat uit 41 vragen. Je schrijft met een blauwe of zwarte pen. Schrijf netjes en duidelijk. Indien bij een vraag een verklaring wordt gevraagd en de verklaring

Nadere informatie

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00. SCHOOLONDERZOEK Tijdvak II GESCHIEDENIS november 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Tijd van monniken en ridders (500 100) 3.1 Leenheren en leenmannen (500 100) (500 100) Plundering Rome door Alarik in 410, tekening uit de 20 e eeuw

Tijd van monniken en ridders (500 100) 3.1 Leenheren en leenmannen (500 100) (500 100) Plundering Rome door Alarik in 410, tekening uit de 20 e eeuw 3.1 Leenheren en nen 3.1 Leenheren en nen Gallië was rond 450 n. Chr. al meer dan 4 eeuwen (sinds Caesar) onder Romeins bestuur en een sterk geromaniseerd gebied, cultuur, bestuur, economie, taal en geloof

Nadere informatie

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen VMBO-GL en TL 2013 tijdvak 1 dinsdag 21 mei 9.00-11.00 uur geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het

Nadere informatie