Een interactief trainingsprogramma voor projectmanagers, leiders in de samenleving en actieve burgers van alle leeftijden

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een interactief trainingsprogramma voor projectmanagers, leiders in de samenleving en actieve burgers van alle leeftijden"

Transcriptie

1 Word een pert in veroudering! Een interactief trainingsprogramma voor projectmanagers, leiders in de samenleving en actieve burgers van alle leeftijden

2 Inhoud Auteurs... 5 Dankwoord Tot de student: Kom en sluit je aan! Breidt uw kennis over demografische veranderingen uit! Globale trends in demografische veroudering Trends in de demografische veroudering: Feiten en cijfers Wat brengt de demografische veroudering teweeg? Sociale gevolgen van demografische veranderingen Economische consequenties van demografische veranderingen Demografische veranderingen bieden kansen! Zilveren economie De burgermaatschappij Samenvatting Literatuur Oefeningen Begrijp, voorkom en stop leeftijdsdiscriminatie! Facetten van leeftijdsdiscriminatie Op leeftijd gebaseerde stereotypering en vooroordelen Op leeftijd gebaseerde discriminatie Voorkomen en opheffen van leeftijdsdiscriminatie Vergroten van de bewustwording en educatie Intergenerationeel contact Overheidsbeleid, wetten en politieke belangenbehartiging Samenvatting Literatuur Oefeningen... 58

3 4 Laten we digitaal gaan! Digitale vaardigheid bij ouderen: Wat er nu nodig is Mythen en misvattingen Digitale vaardigheid op oudere leeftijd als een unieke kans Barrières voor digitale vaardigheid en interventies Barrières voor digitale vaardigheid Interventies, strategieën en aanbevelingen Samenvatting Literatuur Oefeningen Zilveren hubs Typen van zilveren hubs Fysieke hubs Virtuele hubs Dynamische hubs Zilveren hubs: Essentiële succesfactoren Planning van een zilveren hub Het runnen en beheren van een zilveren hub Samenvatting Oefeningen Zilveren inclusie Zilveren inclusie strategieën: voorbeelden Intergenerationeel mentorschap Zorg voor de verzorgers Sociale inclusie door armoedebestrijding Representatieve uitdagingen en remedies Recruteringscampagnes: belicht de persoonlijke voordelen van het actief betrokken raken!

4 6.2.2 Blijf betrokken door preventieve stress-inoculatie training! Toon respect, erkenning en waardering! Samenvatting Literatuur Oefeningen Zilveren economie Zilveren economie strategieën: voorbeelden Stimulering van de bewustwording en training van ambachtslieden Het programma Senior business start-ups Partnerschappen op verschillende niveaus en met meerdere instituties Representatieve uitdagingen en remedies Factoren op micro- en macroniveau Samenvatting Oefeningen Afsluitende opmerkingen Verklarende woordenlijst

5 Auteurs Prof. Dr. Stefan Stürmer is hoogleraar Psychologie aan de Open Universiteit te Hagen (Duitsland) en leider van de leergroep Sociale Psychologie Prof. Dr. Ingrid Josephs is hoogleraar Psychologie aan de Open Universiteit te Hagen (Duitsland) en leider van de leergroep Ontwikkelingspsychologie Prof. Dr. Michael Klebl is hoogleraar Business Educatie aan de Wetenschap-pelijke Hogeschool Lahr (Duitsland) 5

6 Dankwoord Dit interactieve trainingsprogramma is ontwikkeld in samenwerking met CIB - CITIES IN BALANCE. ACTIVE CITIES FOR ALL AGES een transnationaal regionaal ontwikkelingsproject waarbij tien Noordwest-Europese partnersteden uit vier verschillende landen zijn betrokken: Hagen (D), Brugge (BE), Edinburgh (UK), Genk (BE), Kaiserslautern (D), Leeds (UK), Leverkusen (D), Southampton (UK), Stockport (UK), Vlaardingen (NL). In dit project trad de Open Universiteit te Hagen als wetenschappelijke partner op. Het project heeft een Europees subsidie voor regionaal ontwikkelingswerk ontvangen via het INTERREG IVB North West Europe Programme. Demografische veranderingen zijn lang hoofdzakelijk ervaren als een bedreiging van de toekomstige perspectieven voor de economie en de samenleving. De laatste jaren verschuift het perspectief echter van de preoccupatie met de negatieve implicaties naar een focus op nieuwe mogelijkheden en potenties. Zo zijn bijvoorbeeld politici en zakenmensen in Europa zich steeds meer bewust van het feit dat oudere mensen een belangrijke economische factor zijn (en nog meer zullen worden), een idee dat vaak is besproken onder de noemer zilveren economie of senioreneconomie. Ook is de maatschappij zich steeds meer bewust van de potentie van de socio-demografische veranderingen (bv. via het ouderenvrijwilligerswerk). Het was een hoofddoel van het CIB project om innovatieve strategieën te omschrijven en exploreren om de aandacht te vestigen op zowel de uitdagingen als de mogelijkheden voor steden en gemeenschappen die te maken hebben met de vergrijzing. In het bijzonder streeft CIB naar het ontwikkelen en/of optimaliseren van strategieën voor het o versterken van de maatschappelijke positie van ouderen; o verzekeren van sociale, financiële en digitale inclusie; o bevorderen van sociale cohesie en qua leeftijd evenwichtige milieus; o uitbreiden van nieuwe economische en aanstellingsmogelijkheden. 6

7 Het trainingsprogramma mengt eerstelijns praktische ervaringen opgedaan in het CIB met onderzoeksresultaten van andere bronnen in een virtuele leeromgeving waar bezoekers zichzelf kunnen ontwikkelen wat betreft globale en lokale uitdagingen en mogelijkheden van de vergrijzing. 7

8 1 Tot de student: Kom en sluit je aan! De veroudering van de bevolking heeft verstrekkende gevolgen voor het sociale en economische leven, gezondheidszorg, wonen en praktisch ieder aspect van de samenleving. Als gevolg daarvan groeit de behoefte aan mensen die meer weten van zowel de uitdagingen als de mogelijkheden die gepaard gaan met de demografische veroudering. Ontdek hoe gemakkelijk het is om één van hen te worden! Word een Xpert in veroudering! is een interactief trainingsprogramma dat verschillende leeromgevingen en methoden mengt: een traditioneel handboek, een interactieve en begeleide online leeromgeving alsmede aanvullend lesmateriaal. Geïnteresseerden. Het programma is zo ontworpen dat er veel geïnteresseerden mee kunnen worden bereikt die thans actief betrokken zijn (of dat zouden willen) bij activiteiten of projecten die vergrijzing aan de orde stellen in de context van hun gemeenschap: o Leiders van lokale groepen en non-profit organisaties o Eigenaren van bedrijven, ambachtslieden en human resource managers (personeelsfunctionarissen) o Programma- en beleidsontwikkelaars bij stedelijke en andere overheden o Vrijwilligers uit de gemeenschap of burgers die in vrijwilligerswerk zijn geïnteresseerd o Studenten bij het Hoger Onderwijs Handboek. Het handboek neemt de centrale plaats in het trainingsprogramma in. Het kan als gedrukt boek maar ook online worden gebruikt. Het boek bestaat uit twee verschillende delen. De drie hoofdstukken in Deel I zijn vooral gericht op het verwerven van kennis van de uitdagingen en mogelijkheden van de vergrijzing. Er wordt veel aandacht besteed aan het opwekken van belangstelling voor leeftijdsdiscriminatie en het ontwikkelen van basale vaardigheden en competenties die relevant zijn voor het begrij- 8

9 pen en besturen van demografische veranderingen in verschillende sociale settings. De drie hoofdstukken in deel II gaan meer direct over de ervaringen die CIB partners hebben opgedaan tijdens het ontwikkelen en uitvoeren van specifieke acties op lokaal niveau om demografische veranderingen in hun omgeving te verduidelijken. Deze CIB activiteiten concentreren zich op drie verschillende thema s. o Zilveren hubs gebouwde of virtuele informatie- en gemeenschapscentra waar oudere personen en jongere generaties kunnen samenkomen, vrijwilligerswerk doen, communiceren of informatie verzamelen. o Zilveren inclusie strategieën ontworpen om leeftijdssegregatie in de gemeenschap te voorkomen door ouderen te betrekken bij vrijwilligerswerk, intergenerationele projecten of mentorrelaties. o Zilveren economie genereren van werkgelegenheid en groei van de regionale economie door het bevorderen van professionele kwalificaties wat betreft diensten en producten voor ouderen, senior mentorprogramma s en het opstarten van bedrijven. De beste praktijkvoorbeelden worden getoond en kritische succesfactoren en uitdagingen worden ter discussie gesteld. Factoren die het leren bevorderen. De tekst biedt verscheidene speciale features om het leerproces van de student te vergemakkelijken. o Organisatiefactoren elk hoofdstuk opent met een opsomming van de algemene resultaten van het leerproces, gevolgd door definities van sleutelbegrippen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een verbale samenvatting, een lijst van relevante publica-ties en enkele korte oefeningen. o Grafische factoren definities, case studies van voorbeelden van onderzoek worden gepresenteerd in gekleurde boxen, on-derzoeksresultaten worden getoond in de vorm van gemakkelijk te begrijpen staafdiagrammen of grafische stroomschema s. 9

10 o Aanvullende factoren aantekeningen in de marge wijzen op essentiële feiten en basisprincipes; weblinks verwijzen naar webpagina s voor verdere exploratie van specifieke onderwer-pen. Virtueel leren. Voor de virtuele leeromgeving is het handboek opgedeeld in gemakkelijk toegankelijke stukken voor bestudering online. Nadat u een hoofdstuk hebt afgewerkt kunt u de verworven kennis toetsen door aan een quiz mee te doen. Ook kunt u met andere studenten of tutoren van gedachten wisselen in virtuele forums. Effectief studeren en leren is een actief proces. Neem dus de tijd om te reflecteren over hetgeen u gelezen hebt, en wat het betekent voor uw eigen leven, gemeenschap en de samenleving als geheel! En het meest belangrijk: heb plezier! 10

11 Deel I Kennis, Besef, Competentie 11

12 2 Breidt uw kennis over demografische veranderingen uit! De veroudering van de bevolking is een universeel proces dat praktisch elk aspect van de samenleving beïnvloedt: In het sociale domein beïnvloedt veroudering de samenstelling van families en de leefomstandigheden, woonwensen, en de noodzaak van gezondheidszorg. In de politieke arena zal veroudering stempatronen en politieke vertegenwoordiging veranderen. Economisch gezien zal veroudering van de bevolking een impact hebben op economische groei, sparen, investering, consumptie, arbeidsmarkten, pensioenen, belastingen en intergenerationele overdracht. Daarom is er een groeiende behoefte aan mensen met kennis van en inzicht in deze uitdagingen. Ontdek hoe gemakkelijk het is om één van hen te worden! In deze sectie worden de belangrijkste feiten gepresenteerd met betrekking tot de demografische veranderingen in Europa en wereldwijd. Na het materiaal te hebben doorgewerkt zult u... (1) kennis hebben vergaard omtrent de sleutelfactoren die demografische veranderingen teweegbrengen; (2) meer weten over de sociale en sociaal-economische implicaties van de demografische veranderingen in de wereld, en in Europa in het bijzonder; (3) u bewust zijn, niet alleen van de uitdagingen, maar ook van de mogelijkheden en potenties, die de demografische veranderingen kunnen bieden. 2.1 Globale trends in demografische veroudering Wanneer we de demografische veroudering onderzoeken, wereldwijd en in Europa in het bijzonder, is de definitie van oud cruciaal. Het is belangrijk op te merken dat het concept van ouder worden gerelateerd is aan een bepaalde cultuur en afhangt van de gemiddelde levensduur in een bepaalde 12

13 bevolking en het aantal jaren dat mensen in een relatief goede gezondheid kunnen leven (dat is vrij van ziekten en invaliditeit). Voor het actuele doel, en in lijn met de meeste professionele literatuur, zullen we oud definiëren als 65 jaar of ouder. oud slaat op mensen van 65 en ouder De term demografische veranderingen refereert in het algemeen aan elke verandering in de bevolking wat betreft specifieke karakteristieken. In dit handboek zullen we onder demografische veranderingen verstaan veranderingen in de bevolking als gevolg van veroudering van de bevolking Trends in de demografische veroudering: Feiten en cijfers Bevolkingsveroudering is een voortgaand proces De huidige veroudering van de bevolking is een proces zonder weerga in de geschiedenis van de mensheid. Laten we eens naar een paar cijfers kijken. Figuur 2.1 toont aan dat bevolkingsveroudering een voortdurend proces is. Sinds 1950 is het aandeel personen van 60 jaar en ouder gestaag toegenomen, van ca. 8% in 1950 tot 11% in De afdeling Bevolking van de Verenigde Naties verwacht dat van 2009 tot 2050 dit percentage zal verdubbelen, tot ca. 22%. Bovendien, zo lang als de ouderdomssterfte blijft afnemen en de vruchtbaarheid laag blijft, zal het aandeel ouderen nog verder toenemen. Figure 2.1 Aandeel personen van 60 jaar en ouder in de wereldpopulatie, Bron: UN Population Division (2009) 13

14 Bevolkingsveroudering is ook een indringend proces omdat het bijna alle landen in de wereld beïnvloedt. Toch zijn er grote verschillen tussen ontwikkelde en ontwikkelingsregio s wat betreft het aandeel oudere mensen. In Europa is bijvoorbeeld al één op de vijf personen 60 jaar of ouder, terwijl de ratio in Azië 1 op 10 en in Afrika 1 op 19 is. De toekomstige demografische veranderingen in ontwikkelingslanden gaat wel sneller dan in ontwikkelde landen, waar de veroudering van de bevolking al verder is voortgeschreden. Figuur 2.2 Bevolkingsaandeel van personen van 60 jaar en ouder Bron: UN Population Division (2009) Populatieveroudering beïnvloedt landen wereldwijd, maar niet overal even snel. Figuur 2.2 toont het percentage personen van 60 jaar en ouder voor verschillende landen en gebieden over de hele wereld, voor 2009 (boven) en een projectie voor 2050 (onder). De donkerblauwe achtergrond geeft hogere percentages 60-plussers op de totale bevolking. Zoals te zien is kwamen in Bevolkingsveroudering beïnvloedt alle landen 14

15 2009, met wat variatie tussen de landen, de hoogste percentages oudere personen voor in Europa en Japan. In Duitsland bijvoorbeeld, was in % van de bevolking 60 jaar of ouder, in Groot-Brittannië 22%, in Belgie 23% en in Nederland 22%. Zoals te zien is in Figuur 2.2 (onder) zal het beeld in 2050 drastisch veranderd zijn. Terwijl in 2009 wereldwijd naar schatting 737 miljoen personen 60 jaar of ouder waren zal dit aantal in 2050 kunnen zijn opgelopen tot 2 miljard. Dan zullen er meer 60-plussers dan kinderen (van 0-14) zijn. In Duitsland In 2050 zullen er meer personen van 60 jaar en ouder zijn dan kinderen. bijvoorbeeld, was in % van de bevolking 60 jaar of ouder, in Groot- Brittannië 22%, in België 23% en in Nederland 22%. Box 2.1 Ontdek meer! Klik om meer te weten over de voorspelde demografische ontwikkeling in je eigen land. Stap 1: Selecteer je eigen land via Data op de werkbalk. Stap 2: Select 2020 voor de voorspelling voor dit jaar. Stap 3: Klik op de submit -knop onder. De tabel Demografische indicatoren geeft een vergelijking voor de bevolkingsontwikkeling met gegevens uit 1995 en toekomstprojecties. Om meer gedetailleerde informatie over de samenstelling te verkrijgen, klik population pyramids. De bevolkingspiramide toont de verdeling van verschillende leeftijdsgroepen voor het geselecteerde land Wat brengt de demografische veroudering teweeg? Demografische veroudering wordt voornamelijk aangedreven door drie processen: (1) verlaagd sterftecijfer/ hogere levensverwachting, (2) lagere vruchtbaarheid (mensen krijgen minder kinderen); (3) aanvullende factoren drie factoren die demografische veroudering teweegbrengen die de bevolkingsstructuur veranderen (bv. de veroudering van de babyboomers in Europa en de internationale migratie). Lager sterftecijfer / hogere levensverwachting. In de hele wereld treedt een indrukwekkende verhoging van de levensduur op. De levensverwachting bij de geboorte is sinds 1950 globaal met meer dan 20 jaar toegenomen en ligt nu op 68 jaar. Aangezien het sterftecijfer vooral afhangt van de sociaaleconomische ontwikkeling en de welvaart van een land varieert de levens- 15

16 wachting nog steeds significant van land tot land. Zo is de bevolking in Afrikaanse gebieden nog steeds relatief jong vanwege een hoog sterftecijfer, wijdverspreide armoede, gewapende conflicten en de AIDS epidemie. Toch wordt verwacht dat het sterftecijfer wereldwijd zal dalen, wat zal leiden tot een gestage toename van de levensverwachting. Welke landen hebben de hoogste en welke de laagste levensverwachting? Volgens de statistieken van de Verenigde Naties liggen Japan, Hong Kong, IJsland, Zweden en Zwitserland thans aan de top met een levensverwachting van boven de 80 jaar. Daarentegen behoren Zambia, Swaziland en Mozambique tot de landen met de laagste levensverwachting bij de geboorte, namelijk ongeveer 40 jaar. De levensverwachting bij de geboorte verschilt significant tussen de seksen. Zo is in de Europese Unie de levensverwachting voor een meisje dat in 2009 werd geboren ongeveer 82 jaar, terwijl dat voor een jongen slechts ongeveer In 2009 was het statistisch gemiddelde aantal kinderen gebaard door een vrouw in de EU gedurende haar hele leven 1,60, dus minder dan twee kinverschillen in levensverwachting tussen de seksen 76 jaar is. Deze verschillen in levensverwachting tussen mannen en vrouwen worden bepaald door een combinatie van biologische, sociale en gedragsfactoren, zoals genetische verschillen, sekseverschillen wat betreft beroepsvelden of de rol in het beroepsleven en verschillen in benadering van gezondheidsrisico s. Lagere vruchtbaarheid. Terwijl de levensverwachting stijgt neemt de algehele vruchtbaarheid af. Hoewel er traditioneel een grote discrepantie is geweest tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden voorspellen demografische onderzoekers dat dit verschil in enkele decennia zal verdwijnen. Factoren die bijdragen tot een afname van de mate van vruchtbaarheid zijn een afname in kindersterfte, de verhoogde sociale status van vrouwen en veranderende opvattingen in de samenleving omtrent geboortebeperking en huwelijk. Europese landen, die behoren tot de landen met de hoogste levensverwachting wereldwijd, vallen ook in de categorie met de laagste vruchtbaarheidscijfers. 16

17 deren. In Niger daarentegen, het land met de hoogste vruchtbaarheid wereldwijd, is dit zeven kinderen. Als gevolg van deze tegengestelde processen (toenemende levensverwachting, afnemende vruchtbaarheid) wonen er in vele Europese landen thans meer ouderen dan jongeren een verschijnsel dat bekend is als de omgekeerde bevolkingspiramide. Box 2.2 Neem een kijkje op het lokale niveau: Demografische veranderingen in Hagen, Duitsland Hagen is een Duitse stad aan de rand van de Rijn-Roer metropool. In 1987 had de stad inwoners. Ongeveer 20% van de bevolking was kind of adolescent (0 20 jaar) en ongeveer 23% was ouder dan 60 jaar. 20 jaar later, in 2007, was het inwonertal afgenomen tot , voornamelijk als gevolg van het afgenomen geboortecijfer, en in mindere mate door migratie naar andere steden. In 2007 was het aandeel personen ouder dan 60 jaar gegroeid tot 27,5%. Een voorspelling tot 2015 komt uit op 33% ouderen in Hagen, ofwel één op de drie inwoners. Tegelijkertijd wordt verwacht dat het aandeel jongeren (0-20 jaar) zal afnemen tot 19% in 2015 en ongeveer 17% in Vanzelfsprekend betekenen demografische veranderingen als deze in Hagen een uitdaging voor de plaatselijke gemeenschappen en steden. In de volgende secties zult u meer te weten komen over enkele beslissende sociale en sociaal-economische consequenties van demografische veranderingen. Bron: Statistisches Landesamt NRW Aanvullende factoren die de bevolkingsstructuur veranderen. Er zijn verscheidene aanvullende factoren die bijdragen tot de verandering in bevolkingsstructuur. Zo wordt in de West-Europese landen het tempo van de demografische veroudering verder versneld als de babyboom generatie 65 jaar wordt (dat wil zeggen zij die geboren zijn tijdens de geboortegolf van vlak na Ouder worden van de babyboomers draagt bij tot veroudering in westerse landen. de Tweede Wereldoorlog tot 20 jaar erna). Een andere factor (weliswaar met een tegengesteld effect) is de internationale migratie, zoals de immigratie van (meestal jongere) arbeidskrachten. 17

18 Wat weet u over demografische veroudering in uw woonplaats of plaatselijke gemeenschap? Wat is het voorspelde percentage ouderen in het jaar 2050? Sociale gevolgen van demografische veranderingen Om de implicaties van de demografische veranderingen hetzij voor een plaatselijke gemeenschap hetzij voor de maatschappij als geheel beter te begrijpen is het belangrijk de volgende feiten te overwegen: (1) de oudere bevolking zelf wordt ook ouder; (2) omdat de levensverwachting voor vrouwen hoger is dan die voor mannen, zullen gemeenschappen in de hele wereld meer uit vrouwen bestaan; en (3) het percentage alleenstaande ouderen neemt toe. Het ouder worden van de ouderen. Volgens de Population Division van de Verenigde Naties maken de oudste ouderen (personen van 80 jaar en ouder) thans ongeveer 14% uit van de 60-plussers. En deze ouderen zijn een van De oudste ouderen vormen een snel groeiende populatie. de snelst groeiende bevolkingsgroepen. Experts voorspellen dat deze groep in 2050 wereldwijd ongeveer 20% van de 60-plussers zal vormen (en ca. 4,4 % van de volledige wereldbevolking). Het aantal honderdjarigen groeit zelfs nog sneller. Zo wordt verwacht dat wereldwijd het aantal honderdjarigen (100 of meer jaar oud) negenvoudig zal toenemen van ca in 2009 tot 4,1 miljoen in Voor Europese landen wordt voorspeld dat in 2050 ca. 10% van de bevolking 80 jaar of ouder zal zijn, ofwel een op de tien personen, met een recordaandeel van 13,3% in Italië. Het ouder worden van de oudste ouderen leidt tot zeer specifieke uitdagingen. In tegenstelling tot de jonge ouderen (personen tussen 60 en 70 jaar), zullen de oudste ouderen volgens recent onderzoek eerder de grenzen van hun functionele en mentale capaciteiten ervaren. Zo wijst geriatrisch onderzoek uit dat na het 85e levensjaar aan hoge leeftijd gebonden fysieke of psychische aandoeningen significant zullen toenemen (arteriosclerose, dementie, beroerten, specifieke mentale storingen). Het is belangrijk om er op te wijzen dat deze gegevens zijn gebaseerd op onderzoek aan veroudering bij vroegere generaties. Het is goed mogelijk dat in verband met de verdere so- 18

19 ciaal-economische ontwikkeling, alsmede de medische vooruitgang, ouder worden op een leeftijd van 85 jaar in de toekomst heel verschillend kan zijn van de huidige situatie. Niettemin brengt het ouder worden van de alleroudsten, in Europa en wereldwijd, verscheidene prangende uitdagingen met zich mee, variërend van het aanbod van adequate medische en sociale zorg en het ontwerpen van infrastructuur en gebouwen zonder barrières tot het garanderen van sociale en economische inclusie. Verschuivingen in de verhouding mannen / vrouwen. Volgens de Population Division van de Verenigde Naties waren er in 2009 op elke 100 vrouwen van 60 jaar en ouder 83 mannen. In EU-landen is deze ratio nog verder uit Toekomstige samenlevingen zullen meer vrouwen tellen. balans met slechts ongeveer 74 mannen per 100 vrouwen. Met het toenemen van de leeftijd zal deze ratio nog verder verschuiven omdat de levensverwachting van vrouwen hoger is dan die van mannen. Zo geldt voor mensen van 80 jaar en ouder dat er op elke 100 vrouwen slechts 59 mannen zijn. Met andere woorden, hoe ouder een gemeenschap wordt hoe vrouwelijker. De dominantie van vrouwen in de oudere segmenten van de bevolking heeft belangrijke sociale en economische implicaties. Wereldwijd zijn vrouwen economisch in het nadeel, zelfs in landen en gemeenschappen met gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Om een voorbeeld te geven, in de meeste EU landen hebben vrouwen vaker een geschiedenis van part-time werk en een minder formele aanstelling, en worden ze lager betaald. Oudere vrouwen lopen zo een groter risico op armoede dan oudere mannen. Verder zijn zij traditioneel meer betrokken bij huishoudelijk werk. Zij hebben ook een geschiedenis van zorg in hun familie, eerst natuurlijk voor de kinderen, en later voor hun ouders, kleinkinderen, en hun echtgenoten of partners. Het gevolg is dat oudere vrouwen een grotere belasting ondervinden dan mannen door het leveren van zorg, inclusief gevoelens van ellende en vermoeidheid. Samenvattend, het nationale en lokale beleid inzake veroudering dient speciale aandacht te besteden aan de specifieke behoeften van oudere vrouwen. 19

20 Steeds meer oudere mensen zijn alleenstaand. Hoewel vele oudere alleenstaande mensen nog steeds sociaal actief zijn en goed voor zichzelf zorgen, is het alleen zijn een significante kwetsbaarheids- of risicofactor voor fysieke en mentale aandoeningen. Het is ook verbonden met een groter risico op economische armoede, sociale isolatie en marginalisering. Volgens de Population Division van de Verenigde Naties zijn wereldwijd ongeveer 14% van de ouderen alleenstaand. Dit percentage is significant hoger in ontwikkelde landen (inclusief de Europese landen), en wel ongeveer 24%, tegen slechts 8% in minder ontwikkelde landen. Vergeleken met oudere mannen zijn relatief méér oudere vrouwen alleenstaand. Dit is in de eerste plaats omdat vrouwen een hogere levensverwachting hebben dan mannen en dus eerder hun partner verliezen. Bovendien zijn mannen meer geneigd om na het overlijden van de partner of na een scheiding opnieuw een relatie aan te gaan, of een alternatieve relatie te beginnen. Ca 80% van de oudere mannen zijn nog getrouwd, vergeleken met slechts 48% van de oudere vrouwen. Het perspectief van een toenemend percentage alleenstaande vrouwen en mannen vraagt om beleid en strategieën gericht op verschillende niveaus en doeleinden. Bijzonder relevant is het tegengaan van sociale isolatie van ouderen en het stimuleren van actieve participatie in het gemeenschapsleven. Er zullen enkele ervaringen uit de eerste hand van het CIB project worden besproken met strategieën voor het lokale niveau en wel in de hoofdstukken 4-7 in dit handboek. Alleenstaand zijn op oudere leeftijd is een risicofactor voor de gezondheid Economische consequenties van demografische veranderingen In de volgende secties worden enkele sociaal-economische consequenties van demografische veroudering ingeleid die relevant zijn voor de hele samenleving. Dit zijn: (1) aandeel niet-werkende ouderen, (2) wettelijke pensioenleeftijd, (3) percentages oudere personen op de arbeidsmarkt Grijze druk. De term ouderenafhankelijkheidsratio, ook wel genoemd grijze druk is de verhouding tussen het aantal ouderen (65+) en het aantal mensen in de beroepsleeftijd (20-64 jaar) in een bepaalde bevolking. In de Engelse versie van dit boek wordt gewerkt met de omgekeerde verhouding, bekend als de old-age support ratio, in het Nederlands wel aangeduid als ouderen support ratio. 20

21 De ouderen support ratio is een belangrijke sociaal-economische indicator die informatie verschaft over de mate van afhankelijkheid van de ouderen (65+ jaar) van de potentiële deelnemers aan de arbeidsmarkt (20 64 jaar). Old-age support ratio neemt af Voor landen in de EU daalde de old-age support ratio van ca. 8:1 (8 personen van op 1 oudere) in 1950 tot 4:1 in Naar verwachting zal deze ratio nog verder dalen! Zo wordt voor 2050 verwacht dat er nog maar ca. drie potentieel werkende personen zijn om één oudere te ondersteunen. Het niveau van de ouderen support ratio heeft verscheidene belangrijke sociaal-economische implicaties. Een voor de hand liggende implicatie is de solvabiliteit van de organisaties voor de sociale zekerheid (pensioenen en openbare gezondheidszorg, die afhankelijk zijn van de bijdragen die de jongere werkende generaties leveren). Een ander aspect is de omvang van de particuliere steun van de werkende bevolking aan oudere familieleden. Box 2.3 Focus op: Armoede en leeftijd Armoede onder de jongere ouderen (tussen de 66 en 75 jaar) is minder algemeen dan onder de oudere ouderen (van 75 jaar en ouder). Hiervoor zijn enkele redenen. Het meest belangrijk is dat het werkelijke inkomen in de loop der jaren is toegenomen, zodat iedere volgende generatie van gepensioneerden een hoger startinkomen krijgt. Ook domineren de vrouwen getalsmatig onder de ouderen en zijn zij in het algemeen economisch achtergesteld. Oudere vrouwen hebben meer kans op armoede dan oudere mannen. In landen aangesloten bij de OECD (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is het gemiddelde armoedeniveau 15% voor vrouwen en 11% voor mannen. De grootste verschillen in de kans op armoede bestaan op het niveau van de huishoudingen. Onder huishoudingen met slechts één persoon van boven de 65, leeft een op de vier in armoede. Voor huishoudingen van twee ouderen is slechts een op de tien arm. Bron: Pensions at a glance 2011: Retirement-income systems in OECD and in G20 Countries OECD 2011 Wettelijke pensioenleeftijd. Demografische veranderingen hebben ook invloed op de wettelijke pensioenleeftijd (de leeftijd waarop mensen recht hebben op pensioen op basis van het wettelijk geregelde publieke pensioensysteem). Op het ogenblik zijn ingezetenen van de meeste EU-landen 21

22 pensioengerechtigd vanaf 65 jaar; voor vrouwen kan die leeftijd lager zijn. Als gevolg van de dalende ouderen support ratio (de stijgende grijze druk) is men in verscheidene Europese landen begonnen met het geleidelijk verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd gedurende de komende 20 jaar. Percentage ouderen in de beroepsbevolking. In landen met een hoog inkomen per hoofd van de bevolking is de participatie van ouderen in de beroepsbevolking lager. Zo is volgens statistieken van de Verenigde Naties slechts 24% van de 60-plussers in ontwikkelde landen economisch actief, tegen 47% in ontwikkelingslanden. Oudere mensen in ontwikkelingslanden werken tot op hoge leeftijd omdat zij vaak geen sociale zekerheid hebben of een laag pensioen genieten. 2.2 Demografische veranderingen bieden kansen! Lange tijd werden, als gevolg van de sociale en sociaal-economische consequenties, demografische veranderingen hoofdzakelijk ervaren als een bedreiging van de toekomstige perspectieven voor de economie en de samenleving, dit als gevolg van de sociale en sociaal-economische consequenties. De laatste jaren is daar echter een kentering in gekomen; niet langer valt de aandacht op de negatieve implicaties, maar op mogelijkheden en potenties. Zo wordt men zich in de politiek en het bedrijfsleven steeds meer bewust van het feit dat ouderen een belangrijke economische factor zijn (en nog meer zullen worden). Dit idee wordt vaak besproken onder de noemer zilveren economie of senioreneconomie. Ook is de laatste jaren een publieke bewustwording onstaan omtrent de potentie van sociaal-demografische veranderingen voor het maatschappelijk middenveld. De betrokkenheid van oudere vrijwilligers bij sociaal werk bijvoorbeeld (zoals mentorprogramma s voor schoolkinderen) kan moeilijk worden geschat in termen van onmiddellijke cashflows of geld. Toch betekent dit werk een enorme bijdrage tot de sociale samenhang en solidariteit in de samenleving (wat op zijn beurt en op de lange termijn wel degelijk economisch nut kan opleveren). Op de volgende pagina s wordt aandacht besteed aan 22

23 zowel economische als sociale kansen, die voortvloeien uit de demografische veranderingen van Europa Zilveren economie Zilveren economie draait om het idee dat de specifieke behoeften en interesses van ouderen een toenemende vraag genereert naar marketing, diensten en producten voor een ouder wordende bevolking. Dit stimuleert weer de omzet en werkgelegenheid. Zilveren economie is een doorsnee markt. Als economisch veld omvat de zilveren economie een breed scala aan economische activiteiten dat veel verder reikt dan het produceren of leveren van producten voor senioren of van diensten inzake ouderwetse gezondheidsproducten of sociale diensten. Zilveren economie kan het best worden beschouwd als een doorsnee markt die het ontwerp en de marketing van een grote variatie aan producten, diensten en technologieën omvat. Om de potentie van de zilveren economie goed te begrijpen zijn de volgende aspecten cruciaal: (1) inkomen en consumptie van ouderen, (2) wonen op oudere leeftijd, (3) technologie voor informatie en communicatie (voor een gedetailleerde behandeling van deze onderwerpen, zie Heinze & Naegele 2009). Inkomen en consumptie van ouderen. In Europa berust de economische potentie van een zilveren economie op het feit dat de gepensioneerden van de babyboom generatie (geboren tijdens de geboortegolf van vlak na de Tweede Wereldoorlog tot 20 jaar erna) gemiddeld aanzienlijk rijker zijn dan de voorgaande generaties. Ook zijn toekomstige generaties ouderen veel meer gewend aan private consumptie dan voorgaande generaties. Verder is van belang dat veel meer toekomstige gepensioneerden een hogere opleiding hebben gevolgd. Als consumenten zijn zij dus geneigd meer waarde te hechten aan de kwaliteit van producten en diensten. Het is belangrijk hier aan toe te voegen dat ouderen als sociale groep in toenemende mate divers en heterogeen worden. Zo is er aan de ene kant een toenemend risico op armoede, maar aan de andere kant komen er steeds meer welvarende en zelfs rijke ouderen. We kunnen dus verwachten dat toekomstige oudere generaties meer gedifferentieerde behoeften zullen hebben 23

24 als consumenten. Dit schept een vraag naar diverse en innovatieve producten en diensten. Ten slotte moeten we in aanmerking nemen dat de private vraag naar goederen en diensten niet primair wordt bepaald door het aantal consumenten maar door het aantal huishoudens. Gemiddeld consumeert een eenpersoons Private vraag wordt bepaald door het aantal huishoudens. huishouden naar verhouding veel meer dan een huishouden van meer personen. Met andere woorden: hoewel de bevolking afneemt als gevolg van veroudering kan een vermindering van de private vraag worden gecompenseerd door de stijging van het aantal meer consumerende eenpersoons huishoudens van ouderen. Wonen op oudere leeftijd als een groeiende markt. Wonen op oudere leeftijd is een belangrijk onderwerp uit verschillende gezichtspunten. Psychologisch onderzoek onderstreept bijvoorbeeld het belang van ouder worden in eigen omgeving ter motivatie van ouderen om sociaal en psychisch actief te blijven, alsmede voor hun gevoel van welbevinden (bv. Means, Richards & Smith 2008). Een belangrijk aspect van ouder worden in eigen omgeving is het verschaffen van voldoende hulp en hulpmiddelen aan ouderen om het mogelijk te maken dat zij in een omgeving naar eigen keuze kunnen wonen en niet hoeven te verhuizen als hun fysieke en mentale vermogens veranderen. Hoe ouder een mens wordt, hoe belangrijker het wonen wordt voor het dagelijks leven. Een heel simpele reden is dat zelfs fysiek en sociaal actieve ouderen geneigd zijn om meer tijd thuis door te brengen. Toenemende wensen en behoeften omtrent het wonen op oudere leeftijd biedt toenemende economische mogelijkheden op verschillende terreinen, variërend van op de gezondheid gerichte en sociale diensten tot koop en verkoop van onroerend goed of verbouwingen, reparaties, zorgverlening op afstand (telemedische zorg) en communicatie technologie. Vanuit economisch perspectief is het concept van Ambient Assisted Living bijzonder interessant omdat het een groeiende markt belooft voor verschillende welzijnstechnologieën, producten en diensten. 24

25 Ambient Assisted Living verwijst naar strategieën die een combinatie betreffen van woonconcepten, producten en sociale en medische diensten om het mogelijk te maken voor mensen, in het bijzonder ouderen, om een onafhankelijk leven te leiden. Box 2.4 Ontdek meer! Klik om een beter idee te krijgen omtrent enkele technologische aspecten van Ambient Assisted Living. Deze link brengt je op de thuispagina van het Ambient Assisted Living Joint Programme (gesubsidieerd door afzonderlijke naties en de EU). Om meer te weten te komen over speciale programma s, kijk naar de brochure online: of kijk in de brochure in de virtuele bibliotheek. Concepten in Ambient Assisted Living combineren universele design principes (bouwen zonder barrières), zorg op afstand, slimme woontechnologie en sociale en medische diensten, die een link vormen tussen communicatie en betrokkenheid, gezondheid en wellness, en veiligheid en zekerheid thuis. Figuur 2.4 Internetgebruik door ouderen in de EU, 2007 Bron: Eurostat Het aantal ouderen dat Internet gebruikt is gestaag gegroeid. Informatie- en communicatietechnologieën. De laatste jaren is het aantal ouderen dat gebruik maakt van Internet gestaag toegenomen. Volgens statistieken van de EU was in 2010 het percentage burgers van de EU dat gemiddeld ten minste een maal per week internet gebruikt 65%. In de leeftijdsgroep van jaar was het percentage regelmatige internetgebruikers 25

26 met 37% duidelijk onder het gemiddelde; volgens de statistieken haalt deze groep de achterstand echter in. In feite is het percentage hoogopgeleide personen in de leeftijdsgroep van jaar dat regelmatig internet gebruikt nu al boven het EU-gemiddelde. Zoals Figuur 2.4 laat zien zijn er aanzienlijke verschillen in het gebruik van internet door ouderen tussen EU-landen. Het toenemende gebruik van informatie- en communicatie technologieën door ouderen biedt verschillende economische kansen. Om meer te weten te komen over tele-monitoring van de gezondheid, check Box 2.5. ehealth verwijst naar gezondheidszorg ondersteund doorelektronische processen en virtuele communicatie. Zo is er een groeiende markt voor door de technologie ondersteunde bevordering van de gezondheid en van de autonomie van ouderen door middel van monitoring (dat is controle op afstand van vitale signalen). Ouderen gebruiken internet voor verschillende doeleinden. Vergeleken met jongeren en personen in de dertig en veertig, gebruiken ouderen het internet minder voor sociale contacten en ontspanning (hoewel het aantal ouderen dat dit al wel doet constant toeneemt). Ouderen gebruiken internet eerder als instrument voor het zoeken van informatie, en, kopen van producten en telebankieren. In het bijzonder zijn oudere internetgebruikers meer dan jongeren geïnteresseerd in informatie over gezondheid. ecommerce verwijst naar het kopen en/of verkopen van producten en dienst viaelektronische systemen, vooral internet. Met het toenemende gebruik van internet is de omvang van de elektronische handel buitengewoon hard gegroeid. Overzichten uit de Verenigde Staten U.S. suggereren dat ca. 56% van de internetgebruikers van jaar en 47% van 73 jaar en ouder producten online kopen. Marktanalisten verwachten dat het aantal ouderen dat online winkelt in de komende jaren zal groeien: Niet alleen neemt het aantal ouderen toe, maar ook stijgt de belangstelling van ouderen voor internet. Verder, zoals al opgemerkt, zullen toekomstige generaties ouderen aanzienlijk rijker zijn dan vorige generaties. Als gevolg daarvan neemt het beschikbare inkomen van ouderen toe. Oudere consumenten zijn dus een lucratieve doelgroep. Voor ecommerce en emarketing biedt de senioreneconomie dus veelbelovende mogelijkheden. Marktanalisten verwachten dat sommige online sectoren in de komende jaren in het bijzonder zullen groeien: financiën, Oudere consumenten worden beschouwd als een lucratieve doelgroep. 26

27 reizen en gezondheidszorg. Ook zullen naar verwachting niche websites die producten aanbieden aan ouderen met leeftijdsgerelateerde hobby s (bv. familiegeschiedenis en genealogie, kunstnijverheid) profiteren van deze ontwikkeling. Box 2.5 Onderzoeksvoorbeeld Tele-monitoring van de gezondheid vermindert heropnames voor hartfalen met 54 % Door de ontwikkeling van een tele-monitoring gezondheidsprogramma voor thuisgebruik, ontwikkeld door het Cardiologisch Instituut van de University van Ottawa, kon heropname in het ziekenhuis voor hartfalen met 54% worden gereduceerd. Het programma bleek bovendien tot dollar per patiënt te besparen, doordat spoedbezoek, heropname en ziekenhuisopname konden worden vermeden. "Hartfalen is een groeiende belasting met aanzienlijke kosten voor de gezondheidszorg die we kunnen vermijden door snelle interventie. Een zeer algemeen probleem is gebrek aan therapietrouw bij patiënten die uit het ziekenhuis zijn ontslagen en dan stoppen met de medicatie. Zij worden weer ziek, gaan terug naar de Spoedeisende Hulp en belanden weer in het ziekenhuis," vertelde Christine Struthers, verpleegspecialist bij het cardiac telehealth programma van dit ziekenhuis. Meer dan 500 patiënten met hartfalen zijn sinds 2005 door bovengenoemd instituut gevolgd. Elke dag meten de patiënten de vitale signalen en sturen die op naar het instituut van gewicht tot hartpuls en neveneffecten van de medicatie. Het instituut gebruikt ook een geautomatiseerd oproepsysteem waarmee de patienten worden bereikt voor een chirurgische follow-up, hartfalen en problemen met de kransslagader variërende van pijn op de borst tot een hartaanval. Om de thuismonitoring te evalueren werden in patiënten met hartfalen gevolgd. Van deze patiënten werd 69,4% ten minste één keer in de periode van 6 maanden vóór de tele-monitoring opnieuw opgenomen. Heropname daalde tot 14,8% in de periode van 6 maanden nadat de patiënten werden gevolgd via de tele-monitoring een reductie van 54%. De patiënten worden door het instituut gedurende 3 maanden nadat zij zijn ontslagen nog gevolgd. Zij controleren en sturen hun metingen dagelijks op een van te voren afgesproken tijdstip op; de gegevens worden overgebracht per telefoon naar het centrale monitoring station van het instituut. Bron: 27

28 2.2.2 De burgermaatschappij De burgermaatschappij wordt in het algemeen omschreven als het geheel van civiele, sociale en vrijwilligersorganisaties en instituties die dienen als plaatsen van samenkomst, waar burgers praten en debatteren over publieke aangelegenheden en deelnemen aan het sociale en publieke leven. De burgermaatschappij, die ook wel omschreven wordt als het maatschappelijke middenveld, onderscheidt zich van de formele en wettelijke structuren die een staat vormen als politieke institutie en de commerciële instituties van de markt. De term burgermaatschappij wordt ook wel aangeduid als de sector van het vrijwilligerswerk en de non-profit en non-gouvernementele organisaties (NGOs). In de praktijk omvat de burgermaatschappij een grote variatie aan vrijwilligersactiviteiten, met onder meer vrijwilligerswerk op lokaal niveau en op de gemeenschap gerichte organisaties (bv. tutorprogramma s voor schoolkinderen, de plaatselijke brandweer en het stadsbestuur). Ook zijn er landelijke (en internationale) activiteiten en maatschappelijke bewegingen (bv. mensenrechtenorganisaties, vakverbonden en anti-globaliseringsbewegingen). Vrijwilligerswerk wordt omschreven als participeren, zonder beloning, gestimuleerd door iemand s vrije wil, keuze en motivatie, in liefdadig of helpend werk ten behoeve van sociale of politieke doelen. Vrijwillige dienstverlening wordt gekarakteriseerd door relatief duurzame participatie in een formele organisatie, groep of netwerk, met duidelijk doelstellingen en taken, en enige vorm van ondersteuning en wettelijke en sociale bescherming. De laatste jaren is er in vele EU-landen grote publieke en politieke aandacht ontstaan voor vrijwilligerswerk en burgerparticipatie. Een belangrijke reden voor dit werk is het tekort aan overheidsgeld dat er beschikbaar voor is. In vele EU-landen heeft de omvang van overheidsschulden, gecombineerd met afnemende inkomsten, geleid tot enorme bezuinigingen in de steun aan de publieke sector. Dit heeft een negatieve impact op het functioneren van vele instituties op lokaal niveau, van openbare bibliotheken tot jeugdclubs, van buurthuizen tot ontmoetingscentra voor ouderen. Vrijwilligerswerk in het algemeen en ouderenvrijwilligerswerk in het bijzonder heeft de potentie ten minste een deel van de ontstane problemen op te lossen. 28

29 Het moet hier worden onderstreept dat de potentie van vrijwilligerswerk niet ligt in de capaciteit het toenemende gebrek aan professioneel werk te compenseren waar dit wordt beïnvloed door verminderde subsidies. Op vele terreinen kan vrijwilligerswerk in feite het professionele werk niet op een verantwoorde wijze vervangen, omdat hier het risico bestaat van een ernstige daling van de kwaliteit van de geleverde diensten. Toch kan een actieve promotie van ouderenvrijwilligerswerk een nieuwe cultuur op gang brengen van solidariteit en samenwerking door de generaties heen, en op die manier moderne oplossingen voor publieke en sociale aangelegenheden aanreiken die professionele diensten kunnen aanvullen, zij het niet vervangen. Vrijwilligerswerk kan professioneel werk niet op verantwoorde wijze vervangen In vele EU-landen zijn ouderen al betrokken bij enige vorm van vrijwilligerswerk. Toch is er nog een groot ongebruikt potentiaal aan vrijwilligerswerk dat ontwikkeld kan worden. De samenleving kan op verscheidene manieren profiteren van de promotie van ouderenvrijwilligerswerk: (1) vrijwilligerswerk door ouderen heeft een directe impact op het maatschappelijk welzijn, (2) het heeft de potentie tot het bevorderen van sociale samenhang, en (3) het bevordert de persoonlijke gezondheid en het welbevinden van de deelnemende ouderen. Impact op het maatschappelijk welzijn. Volgens statistieken is thans ca. 34% van de mensen van 15 jaar en ouder in de EU betrokken bij vrijwilligerswerk (Eurobarometer 2007). Dit cijfer komt overeen met een andere opgave die spreekt van ca. 136 miljoen Europese burgers die betrokken zijn bij enige vorm van vrijwilligerswerk. Dit werk heeft een significante economische waarde. In het Verenigd Koninkrijk wordt de economische waarde van vrijwilligerswerk geschat op 7,9% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), waarbij 38% van de bevolking bij vrijwillige activiteiten is betrokken (CEV 2008). In Frankrijk was in 2002 de tijd besteed aan vrijwilligerswerk in non-profit verenigingen equivalent met ca voltijds banen (CEV 2006). In veel Europese landen is het aantal ouderen dat betrokken is bij vrijwilligerswerk aanzienlijk toegenomen (bv. in België en Zweden). Dit komt allereerst door de voortdurende stijging van het percentage ouderen op de totale bevolking, maar ook doordat ouderen tegenwoordig een betere gezondheid genieten dan eerdere generaties. In Nederland is bijvoorbeeld 41% van de In veel landen neemt het vrijwilligerswerk door ouderen toe. 29

30 ouderen van 65 tot 74 jaar vrijwilliger, en 24% van de ouderen van 75 jaar en ouder. In Oostenrijk is een kwart van de 70-plussers betrokken bij vrijwilligerswerk (GHK 2010). Het wordt steeds meer erkend dat ouderen als vrijwilligers veel kunnen betekenen voor de samenleving. Zij hebben persoonlijke, maatschapppelijke en professionele kennis, competenties en expertise, en zij hebben in het algemeen meer tijd om zich aan vrijwilligerswerk te wijden. Oudere vrijwilligers kunnen aldus een significante impact hebben op de bevordering van maatschappelijk welzijn op verschillende terreinen. Sociale cohesie. Vrijwilligerswerk door ouderen heeft ook de potentie om bij te dragen tot de sociale cohesie en solidariteit in de samenleving. Aan de ene kant versterkt het ouderenvrijwilligerswerk de maatschappelijke verbondenheid met de gemeenschap; het versterkt sociale netwerken, het verbetert de toegang tot informatie en maatschappelijke ondersteuning, en het vermindert de kans op sociale isolatie. Ook kan ouderenvrijwilligerswerk kansen scheppen voor interacties tussen alle generaties, wat op zijn beurt de leeftijdsegregatie tegengaat. Voor een verouderende samenleving is leeftijdsegregatie een belangrijk punt. In een volledig naar leeftijd gesegregeerde samenleving zouden individuen hypothetisch alleen interactie hebben met leeftijdsgenoten. De werkplaats is traditioneel een omgeving waar leeftijdsegregatie speelt. Hoewel in de meeste EU-landen discriminatie op grond van leeftijd wettelijk verboden is (zie de Algemene Wet Gelijke Behandeling), wordt in de praktijk bij het aannemen van personeel wel degelijk gediscrimineerd op leeftijd, wat de kansen van de oudere op de arbeidsmarkt beperkt. Verder dwingen de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd, pensioenplannen of normatieve verwachtingen personen om hun werk op te geven zodra ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt. Leeftijdsegregatie Een meer recente ontwikkeling is leeftijdsegregatie bij het zoeken van een woning. Zo raakt de verhouding ouderen tegenover andere leeftijdsgroepen in een toenemend aantal buurten uit balans bij toenemende demografische veroudering. Verder neemt het aantal pensioneringsgemeenschappen in een 30

31 aantal Europese landen toe. Dit kan ertoe leiden (bv. in het Verenigd Koninkrijk) dat ouderen op eigen initiatief verhuizen van een leeftijdsgeïntegreerde buurt naar een pensioneringsgemeenschap (omdat ze zich daar veiliger voelen, of een betere sociale integratie verwachten tussen mensen met dezelfde levenservaring). De term pensioneringsgemeenschap verwijst naar specifieke woonarrangementen die speciaal zijn ontworpen voor en/of voorbehouden aan ouderen. Leeftijdsegregatie, zoals andere vormen van segregatie (bv. gebaseerd op ras of sociale klasse) reduceert de kans dat vriendelijk coöperatief contact tussen verschillende leeftijdsgroepen leeftijdsgerelateerde stereotypen en vooroordelen kunnen tegengaan. Zo kan leeftijdsegregatie ertoe leiden dat ouderen ervan afzien om zich met sociale en politieke activiteiten bezig te houden. Vormen van vrijwilligerswerk waar mensen uit diverse leeftijdsgroepen een gemeenschappelijk doel erkennen en notie hebbenvan verantwoordelijkheid voor elkaar, zouden een significante bijdrage kunnen leveren aan het bestrijden van leeftijdsegregatie tot voordeel van een leeftijdsgeïntegreerde, krachtige samenleving. Daarin zouden bijvoorbeeld intergenerationele mentorrelaties kunnen ontstaan waarin ouderen jongeren helpen met de ontwikkeling van competenties en kennis, en vice versa. Gezond ouder worden. Vrijwilligerswerk kan een persoonlijk zeer vruchtbare ervaring zijn voor ouderen die bijdraagt tot hun eigen gezondheid en welzijn. Vrijwilligerswerk kan individuen er ook toe brengen te handelen volgens belangrijke waarden, en volgens overtuiging en geloof (wat een gevoel geeft Psychologisch en sociologisch onderzoek laat zien dat ouderenvrijwilligerswerk samengaat met een verbeterde levenskwaliteit, sterkere sociale netwerken en banden, en een verhoogd mentaal en fysiek welzijn. Intergenera- Intergenerationeel vrijwilligerswerk verbetert de satisfactie. van een betekenisvol bestaan). Dit alles kweekt een gevoel van saamhorigheid en sociale integratie (bv. in een groep gelijkgezinde vrijwilligers), het vergroot het zelfrespect (omdat men zich nuttig en nodig vindt), het geeft de mogelijkheid tot het verkrijgen van nieuwe perspectieven, meer kennis op te doen, sterke en zwakke punten te ontdekken, nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en nog vele andere zaken (zie Clary et al. 2000). 31

32 tioneel vrijwilligerswerk heeft ook een significant gunstig effect op de mortaliteit (personen die hun leven lang vrijwilligerswerk hebben gedaan leven gemiddeld langer dan personen die dat niet hebben gedaan). Volgens een aantal studies zijn deze effecten op de mentale en fysieke gezondheid sterker bij ouderen dan bij jongeren. Zo is er onderzoek waaruit blijkt dat het beschermende effect van vrijwilligerswerk op de mortaliteit effectief beperkt blijft tot ouderen met weinig informele sociale contacten (voor een review van relevant onderzoek zie Piliavin 2010). Aldus kan het ouderenvrijwilligerswerk niet alleen een goede invloed op de samenleving uitoefenen door de productie van maatschappelijk welzijn of de bijdrage tot sociale cohesie; het kan ook de levenskwaliteit van de oudere bevolking zelf verhogen. Samenvatting Sinds 1950 is wereldwijd het aandeel personen van 60 jaar en ouder gestaag toegenomen. De Population Division van de Verenigde Naties verwacht dat van 2009 tot 2050 het percentage zal verdubbelen van 11 tot 22%. Veroudering van de bevolking heeft invloed op alle landen, zij het in uiteenlopende tempi. Demografische veroudering wordt vooral teweeggebracht door drie processen: (1) lagere mortaliteit / hogere levensverwachting, (2) lagere vruchtbaarheid (mensen krijgen minder kinderen); (3) andere factoren die de populatiestructuur kunnen wijzigen. In sommige Europese steden zal over ongeveer 15 jaar een op de drie personen ouder dan 60 jaar zijn. Demografische veroudering heeft enerzijds sociale consequenties (het ouder worden van de alleroudsten, verhouding vrouwen/mannen, het alleen wonen van ouderen) en anderzijds economische consequenties (grijze druk, wettelijk geregelde pensioenleeftijd, percentage ouderen op de arbeidsmarkt). Demografische veranderingen scheppen ook kansen. Toekomstbeelden van de zilveren economie suggereren dat de specifieke behoeften en interesses van ouderen, gecombineerd met hun economische kracht, een toenemende vraag naar marketing, diensten en producten voor een ouder wordende bevolking genereert. Dit stimuleert weer de omzet en werkgelegenheid. Aan de andere kant heeft ouderenvrijwilligerswerk de potentie bij te dragen tot de 32

33 samenhang en solidariteit in de samenleving. Ook wordt de levenskwaliteit van de oudere bevolking verhoogd. Literatuur CEV (2006). Volunteering and budgetary questions. Te vinden op Clary, E.G., Snyder, M., Ridge, R.D., Copeland J., Stukas, A.A., Haugen J. & Miene P. (1998). Understanding and assessing the motivations of volunteers: A functional approach. Journal of Personality and Social Psychology 74, European Commission (2007). Special EUROBAROMETER 273 European social reality. Te vinden op GHK (2010). Volunteering in the European Union. Te vinden op 0EU%20Final%20Report.pdf. Heinze, R.G., & Naegele, G. (2009). Silver economy in Germany more than only the economic factor: old age. GeroBilim 02/09, Means, R, Richards, S. & Smith, R. (2008). Community Care. Basingstoke: Palgrave Macmillan. Piliavin, J.A. (2010). Volunteering across the life span: Doing well by doing good. In: S. Stürmer, & M. Snyder, The psychology of prosocial behaviour. Oxford, UK: Blackwell. United Nations (2009). World population ageing report. Te vinden op 33

34 Oefeningen 1. Wat brengt de demografische veroudering in uw land teweeg? 2. Wat is het voorspelde percentage personen van 60 jaar en ouder op de totale bevolking in uw eigen land in 2050? 3. Geef drie terreinen aan waar demografische veroudering kan bijdragen tot economische groei. 4. In welke opzichten kan de promotie van ouderenvrijwilligerswerk de samenleving ten goede komen? 34

35 3 Begrijp, voorkom en stop leeftijdsdiscriminatie! Gedurende de laatste paar weken had ik verscheidene telefonische afspraken. Toch zeiden wervingsmedewerkers in alle openheid dat werkgevers eenvoudigweg geen secretaressen aanstellen die in of vóór 1958 geboren zijn. (werkloze 53 jaar oude secretaresse op zoek naar een nieuwe baan) Ook al willen de verplegers en de staf graag vriendelijk zijn, toch voel ik me soms als een baby behandeld. Al die babypraat, al deze meewarigheid Ik ben 87 jaar en ik heb hulp nodig, maar ik ben nog steeds een volwassene, nietwaar? (87 jaar oude man in een verpleeghuis) Ik ben klant geweest bij een en dezelfde bank gedurende mijn hele beroepsleven. Toen ik kortgeleden mijn krediet wilde verhogen werd mij verteld: Nee, sorry. Volgens onze richtlijnen is er een leeftijdslimiet voor het verhogen van kredieten bij 65 jaar. (69 jaar oude man die meer wilde lenen voor reparaties aan de woning) Deze citaten illustreren het probleem dat de kern van dit hoofdstuk vormt: leeftijdsdiscriminatie en stereotypen. Na het doornemen van het materiaal zult u (1) hebben geleerd hoe negatieve stereotypen, vooroordelen en discriminatie onze ouderen treffen; (2) meer gevoelig en bewust zijn ten aanzien van uw eigen aan uw leeftijd gebonden attitudes, vooroordelen en misvattingen; (3) meer weten over enkele strategieën ter voorkoming en vermindering van vooroordelen en leeftijdsdiscriminatie. Ter voorbereiding van de secties die volgen, komt er op de volgende bladzijde een quiz Feiten over ouder worden. Deze quiz werd in 1976 ontwikkeld door Erdman Palmore, hoogleraar in de medische sociologie aan de Duke University in de Verenigde Staten. Lamore heeft gedurende zijn hele loopbaan vooroordelen en discriminatie tegenover ouderen onderzocht. Quiz over de feiten van het ouder worden. 35

36 Quiz over de feiten van het ouder worden Antwoord met Waar (W) of Niet waar (N) op iedere uitspraak W N 1. De meeste ouderen leeftijd 65-plus zijn seniel. 2. De vijf zinnen (gezicht, gehoor, smaak, gevoel, reuk) worden allemaal slechter als u ouder wordt. 3. De meeste ouderen hebben geen interesse in of zijn niet in staat tot sexuele relaties. 4. De longcapaciteit neemt af op oudere leeftijd. 5. De meeste ouderen voelen zich meestal ongelukkig. 6. De fysieke kracht neemt af met de leeftijd. 7. Minstens een tiende van de ouderen verblijven in verpleeghuizen, psychiatrische inrichtingen en bejaardentehuizen. 8. Oudere chauffeurs krijgen minder ongelukken dan chauffeurs onder de 65 jaar. 9. Oudere werkers kunnen niet zo effectief werken als jongere. 10. Meer dan driekwart van de ouderen zijn gezond genoeg om alle normale werkzaamheden uit te voeren zonder hulp. 11. De meeste ouderen zijn niet in staat om te veranderen. 12. Ouderen hebben doorgaans meer tijd nodig om iets nieuws te leren. 13. Depressies komen vaker voor bij oudere dan bij jongere mensen. 14. Ouderen reageren langzamer dan jongere mensen. 15. Oudere mensen lijken veel op elkaar. 16. De meeste ouderen zeggen dat ze zich zelden vervelen. 17. De meeste ouderen zijn sociaal geïsoleerd. 18. Oudere werkenden hebben minder ongelukken dan jongere. 19. Meer dan 20% van de bevolking is minstens 65 jaar oud. 20. De meeste medici geven ouderen een lage prioriteit. 21. De meeste ouderen hebben een inkomen beneden de armoedegrens zoals door de Verenigde Naties is gedefinieerd. 22. De meeste ouderen werken of willen dat, inclusief huishoudelijk werk en vrijwilligerswerk. 23. Ouderen worden meer religieus als ze ouder worden. Antwoorden: Alle uitspraken met een oneven nummer zijn Niet waar, alle met een even nummer zijn Waar. De uitspraken zijn ontleend aan Palmore (1998) 36

37 In de quiz zijn onderzoeksresultaten uit de sociologie, medicijnen en psychologie geïntegreerd, met de bedoeling om mensen te helpen bij het leren kennen van sommige van hun stereotypen en vooroordelen over ouderen. Sommige uitlatingen hebben enige revisie ondergaan, maar in het algemeen geven de antwoorden van deelnemers aan de quiz aan dat de opvattingen die worden getoetst zo vast in onze cultuur zijn verankerd dat veel mensen niet veranderen. Zelfs ouderen zelf geven foute antwoorden. Hoe goed bent u? Neem de tijd om over uw antwoorden na te denken! 3.1 Facetten van leeftijdsdiscriminatie Wat is leeftijdsdiscriminatie? Deze term wordt gebruikt om een sociaal of cultureel patroon aan te geven van wijdverspreide stereotypen en discriminatie van individuen en groepen vanwege hun leeftijd. In principe kunnen op leeftijd gebaseerde stereotypering en discriminatie elke leeftijdsgroep raken. Jonge mensen hebben bijvoorbeeld minder toegang en mogelijkheden tot participatie in de samenleving (zo is de stemgerechtigde leeftijd in veel landen 18 jaar of hoger; ook zijn er wijdverspreide stereotypen over adolescenten; hun ideeën worden vaak genegeerd omdat die gebaseerd zouden zijn op weinig ervaring). Wanneer de term leeftijdsdiscriminatie wordt gebruikt in het publieke debat, heeft die toch typisch betrekking op de behandeling van en de nadelen voor ouderen, zoals die voortkomen uit vooroordelen en discriminatie. Net als racisme en sexisme, draagt oud-isme bij tot segregatie, discriminatiepraktijken en beleid, en de overtuiging dat oudere personen een aderlating voor de gemeenschap zijn (Gatz & Pearson 1988). Het is belangrijk hier op te merken dat aan ouderdom gerelateerde stereotypen en discriminatie cultuurverschijnselen zijn. Zo heeft het respect en de waardering voor ouderen bij volgende generaties aanzienlijk gevarieerd in het verloop van de menselijke geschiedenis en tussen de culturen. Daarom wordt er nu eerst de nadruk gelegd op het feit dat de specifieke focus van het CIB project op West-Europa is gericht en dat dit hoofdstuk zal gaan over manisfestaties van leeftijdsdiscriminatie in de Westerse wereld. 37

38 De Amerikaanse gerontoloog Robert Neil Butler (1969) definieerde leeftijdsdiscriminatie als een combinatie van onderling verbonden elementen, en wel: (1) vooroordelen over ouderen, de ouderdom en het verouderingsproces; (2) sociale discriminatie van ouderen in de dagelijkse praktijk; en (3) institutionele praktijken en gedragslijnen die bijdragen tot het handhaven van stereotypen Op leeftijd gebaseerde stereotypering en vooroordelen Ruim gedefinieerde stereotypen zijn geloofsovertuigingen die mensen in een sociale groep of cultuur delen en die bijzondere karakteristieken van leden van de groep of andere groepen betreffen (persoonlijkheidskenmerken, levensstijl, gewoontes, belangstellingen enz.). Stereotypering verwijst naar de manier van beschouwen van een individu, niet op basis van zijn of haar persoonlijke kenmerken, maar op basis van de eigenschappen die zijn verbonden met het bij een relevante groep behoren. Wat maakt individuen van een zekere leeftijd tot leden van een groep van oudere mensen? Sommigen zullen zich afvragen of oudere personen werkelijk tot een sociale groep behoren. Of is het eenvoudig de leeftijd die de ouderen gemeenschappelijk bezitten? Om dit uit te werken moeten we nader kijken naar de sociale en psychologische processen die mensen ertoe leiden om individuen als behorend tot een sociale groep te zien. Van een basaal psychologisch gezichtspunt is een sociale groep een verzameling individuen die enkele karakteristieken gemeen hebben die sociaal zinvol zijn voor hen zelf of voor anderen. Het sleutelbegrip hier is sociaal zinvol. Mensen nemen individuen niet waar als een groep als ze alleen maar de een of andere eigenschap gemeen hebben. Onder de meeste omstandigheden zal een groep mensen die bij een bushalte wachten niet worden opgevat als een sociale groep. In de meeste menselijke culturen zullen echter mensen als behorend tot een groep worden opgevat als zij gemeenschappelijke kenmerken tonen op basis van hun etniciteit, geslacht, culturele achtergrond, religieuze affiliatie, sociale status en, In de meeste culturen worden mensen die een kenmerk gemeen hebben op basis van leeftijd opgevat als een groep. 38

39 last but not least, hun leeftijd (bv. Zwart of Wit, vrouwen of mannen, Duitsers of Fransen, protestanten of moslims, rijken of armen, jongeren of ouderen). De reden hiervoor is dat in de meeste culturen de mensen enkele diepgewortelde cultureel en sociaal overgeleverde kenmerken en opvattingen gemeen hebben, zoals huidskleur, geslacht, culturele gewoonten, geloofsovertuiging, leeftijd, enz. Ook wordt informatie doorgegeven over sommige onderliggende principes van individuen die deze kenmerken delen (bv. gemeenschappelijke persoonlijkheidskenmerken, interesses en dergelijke). Sociale groepen bestaan dus in hoge mate in de ogen van de deelnemers. Toch worden zij een sociale realiteit, omdat de groepsleden volgens hun psychologische ideeën handelen en zich als leden van een sociale groep gedragen, terwijl ze andere mensen als leden van een andere groep beschouwen. In feite worden mensen die door anderen worden beschouwd als een groep omdat ze een of ander sociaal belangrijk kenmerk gemeen hebben, door die anderen opgevat en behandeld als een sociale groep, zelfs als de vermeende leden van die groep dat zelf niet zo ervaren. Dat kan bijvoorbeeld gelden voor ouderen. Ook al kan een oudere weigeren te worden gerekend tot een op leeftijd gebaseerde sociale groep, zal deze persoon ervaren dat hij of zij in het sociale leven door jongeren behandeld wordt als behorend tot de groep ouderen. Stereotypen weerspiegelen de veronderstelde onderliggende essentie van de leden van een sociale groep. Stereotypen zijn zelden waardevrij. Ze zijn meestal doortrokken van een negatieve of positieve connotatie. Vooroordelen zijn verbonden met een positieve of negatieve beoordeling van een sociale groep en de personen die daartoe behoren, gebaseerd op veronderstelde karakteristieken van de groep. Stereotypen en vooroordelen worden sociaal en cultureel overgedragen (bv. door middel van socialisatieprocessen, educatie en de media). Zoheeft onderzoek aangetoond dat zelfs jonge kinderen duidelijke stereotiepe opvattingen hebben over anderen, die vaak zijn gebaseerd op geslacht, etniciteit en leeftijd. U zou als jongere eens moeten reflecteren over uw eigen stereotypen en vooroordelen met betrekking tot ouderen. Als u zou worden gevraagd enkele karakteristieke tussen ouderen en jonge volwassenen aan te geven, 39

40 wat zou u dan antwoorden? Om een idee te krijgen van welke karakteristieken personen in westerse landen doorgaans associëren met ouderen kunt u Box 3.1 eens bekijken. Box 3.1 Focus op: Stereotypen over leeftijd Volgens het onderzoek van Palmore (1990) waren het meest met ouderen verbonden karakteristieken: Slechte gezondheid en ziekte Geen interesse in sex en impotentie Lelijk zijn en niet attractief Cognitieve en mentale achteruitgang Gevoelens van nutteloosheid Sociale isolatie Eenzaamheid Armoede Hoe accuraat zijn leeftijdsgerelateerde stereotypen? Het bepalen van de nauwkeurigheid van stereotypen is lastig. Toch kunnen enkele aspecten van leeftijdsgerelateerde stereotypen worden getoetst ten opzichte van objectieve onderzoeksresultaten. Natuurlijk is er een fysieke achteruitgang met de jaren. Toch komt uit medisch, psychologisch en sociologisch onderzoek naar voren dat de ouderen als sociale groep veel meer uiteenlopen qua fysieke en mentale conditie, sociale activiteiten en tevredenheid met het leven, dan de leeftijdsgerelateerde stereotypen van ouderen suggereren. In feite komt uit empirisch onderzoek naar voren dat, in tegenstelling tot de algemene veronderstelling dat ouder worden leidt tot verlies aan individualiteit, oudere personen een veel grotere diversiteit vertonen wat betreft hun ontwikkeling (bv. Baltes 1987). Andere aspecten van leeftijdsgerelateerde stereotypen zijn grotendeels gevormd op basis van overheersende ideologische opvattingen en culturele en sociale normen. Percepties van de aantrekkelijkheid zijn een voorbeeld van deze discrepantie. Ook al is er een algemene opvatting door de culturen heen dat jeugd en schoonheid aan elkaar gekoppeld zijn, kan het negatieve imago van de oude en lelijke bejaarde gekoppeld worden aan relatief moderne maatschappelijke obsessies over fysieke kracht, uiterlijk en fit- 40

41 ness (voor de diversiteit aan beelden van veroudering door de geschiedenis en door de culturen heen, zie Featherstone & Hepworth 1994). Palmore (1990) voerde zijn onderzoek in de tweede helft van de jaren 1980 uit in de Verenigde Staten. Men mag dus verwachten dat stereotypen van ouderen enige culturele veranderingen hebben ondergaan. Voor sommige stereotypen schijnt dit ook waar te zijn. Zo is de opvatting dat de meeste ouderen in armoede leven thans meer genuanceerd, aangezien er nu een subtiel onderscheid wordt gemaakt tussen arme ouderen (die afhankelijk zijn van de verzorgingsstaat) en welgestelde ouderen die van het leven genieten en de erfenis van hun kinderen opeten. Over het algemeen suggereren de kwantitatieve reviews ( meta-analyses ) van de onderzoeksliteratuur dat ouderen, in tegenstelling tot jongeren, nog steeds in meer negatieve termen worden gekarakteriseerd (zie bv. de meta-analyse van Kite, Stockdale, Whitley & Johnson 2005, waarin 232 originele publicaties zijn verwerkt). Zijn stereotypen over ouderen altijd negatief? Het antwoord is nee. Het is waar dat de meeste stereotypen omtrent ouderen tamelijk negatief zijn, maar zij omvatten zowel negatieve als ook positieve aspecten. Onderzoekers noemen stereotypen die zowel negatieve als positieve elementen bevatten gemengde of ambivalente stereotypen. Onderzoeksresultaten suggereren bijvoorbeeld dat ouderen, in tegenstelling tot jongeren, de neiging hebben ouderen als vriendelijker of warmer te beschouwen, maar ook als minder competent. Gemengde stereotypen van Stereotypen van ouderen zijn vaak gemengd. dit type worden ook goedaardige of paternalistische stereotypen genoemd, omdat zij ertoe aanzetten ouderen te beklagen en aanmatigende of ongevraagde hulp te bieden (Fiske et al. 2002). Hoewel zulke reacties op het eerste gezicht welwillend lijken en goedbedoeld, zijn zij bij nadere beschouwing welwillende stereotypen die kunnen dienen om sociale uitsluiting van ouderen uit bepaalde sociale categorieën te bestendigen. Ouderen worden dan niet uitgesloten omdat men hen niet mag, maar omdat ze onvoldoende competent worden geacht. 41

42 Wie worden een doelwit voor aan leeftijd gebonden stereotypen? Niet alle ouderen worden een doelwit van dezelfde stereotypen, noch zijn ouderen in dezelfde mate voorwerp van stereotypering. In het onderzoek zijn verschillende subtypen van leeftijdsgerelateerde stereotypen beschreven die overheersen in westerse samenlevingen. Elk daarvan bestaat uit duidelijk negatieve en positieve attributen. Enkele wijdverspreide beelden zijn: 1. het grootmoeder type vriendelijk, genereus, behulpzaam, maar ouderwets, 2. de oudere staatsman voornaam, maar intolerant, 3. de senior burger weinig soepel, egocentrisch, fysiek gehandicapt Uit onderzoek blijkt dat stereotypen omtrent de oudere ouderen (75 jaar en ouder) typisch meer negatief zijn dan stereotypen omtrent de jonge ouderen (65 75 jaar; zie Hummert 1990). Ook bestaan er verschillen tussen de sexen. De meeste mensen hebben de neiging de leeftijd van oudere vrouwen te hoog te schatten, terwijl ze de leeftijd van oudere mannen te laag schatten. Daarom is het meer waarschijnlijk dat, vergeleken met een man van die leeftijd, een vrouw van een jaar of 60 als oud wordt beschouwd en het doelwit is van leeftijdsgerelateerde stereotypen (Zepelin, Sills & Heath 1986). De term dubbele standaard bij het ouder worden verwijst naar het verschijnsel dat, hoewel zowel van mannen als van vrouwen wordt gevonden dat zij minder aantrekkelijk worden naarmate zij ouder worden, deze perceptie eerder optreedt bij vrouwen dan bij mannen. dubbele standaard bij het ouder worden Wie is bevooroordeeld tegen oudere mensen? Leeftijdsdiscriminatie is een wijdverspreid verschijnsel. Toch bestaan er interessante variaties wat betreft het voorkomen van negatieve leeftijdsgerelateerde stereotypen bij verschillende leeftijdsgroepen. Zo vonden Kite et al. (2005) in hun kwantitatieve review van onderzoekingen dat over het geheel genomen mensen van middelbare leeftijd meer negatieve attitudes ten opzichte van oudere personen hebben dan jongere of oudere mensen. Een verklaring die de auteurs geven is dat mensen van middelbare leeftijd ouderdom ervaren als iets dat 42

43 zeer nabij is, maar het daarin belanden niet willen accepteren. Daarom zullen zij, vergeleken met jongeren, meer behoefte hebben aan het zich afzetten tegen ouderen via negatieve stereotypering. Er was echter ook een indicatie dat ouderen sommige leeftijdsgerelateerde stereotypen delen met mensen van middelbare leeftijd, al was dit minder dan bij jonge volwassenen. Net als stereotypen van andere groepen kunnen leeftijdsgerelateerde stereotypen grotendeels onbewust functioneren. Dus kunnen individuen met goede bedoelingen toch negatieve associaties ten aanzien van ouderen hebben, Stereotypen kunnen grotendeels onbewust functioneren. die hun gedrag tegenover ouderen op een subtiele en deels automatische wijze beïnvloeden (bv. Perdue & Gurtman 1990). De term impliciete leeftijdsdiscriminatie slaat op deze automatische of onbewuste gedachten, gevoelens en oordelen over ouderen. Impliciete leeftijdsgerelateerde stereotypen hoeven niet noodzakelijkerwijs samen te vallen met de expliciete stereotypen van een persoon (bv. de stereotypen die men direct kan formuleren of verbaal uiten). Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat als mensen wordt gevraagd of zij geloven dat de meeste ouderen mopperig zijn, ten minste enkelen antwoorden dat zij dat oprecht geloven. Maar, vooral als ze onder tijdsdruk staan, zullen dezelfde mensen waarschijnlijk een ruzie tussen een oudere en een groepje kinderen op straat automatisch opvatten als een klacht van de oudere over het lawaai dat de kinderen maken, terwijl ze dezelfde scene anders zouden interpreteren als de kinderen zouden zijn benaderd door een jongere volwassene: dan zou het eerder gaan om het sussen van een knokpartijtje tussen de kids. Aldus beïnvloedt het stereotype van ouderen als slechtgehumeurd en mopperig het oordeel van mensen, ook al zijn zij het bewust niet eens met het stereotype. In psychologische onderzoekingen zijn subtiele methoden ontwikkeld om deze onbewuste stereotypen die tegen personen uit sociale groepen bestaan, te meten. Drie vooraanstaande wetenschappers hebben een virtueel laboratorium ingericht waar bezoekers hun impliciete vooroordelen online kunnen toetsen (zie Box 3.2). 43

44 Box 3.2 Focus op: Project Impliciet Het project Impliciet mengt resultaten van onderzoek met een educatieve uitstraling in een virtueel laboratorium waar bezoekers hun eigen verborgen vooroordelen kunnen onderzoeken. Dit project heeft tot nu toe de volgende resultaten opgeleverd. Impliciete vooroordelen zijn wijdverspreid. Zij komen naar voren als statistisch "grote" effecten die optreden bij de meeste personen. Bijvoorbeeld tonen meer dan 80% van de online respondenten een impliciet negatieve benadering van ouderen vergeleken met de jongeren. Mensen zijn zich vaak niet bewust van hun impliciete vooroordelen. Gewone mensen blijken negatieve associaties met zich mee te dragen ten aanzien van verschillende sociale groepen (ofwel impliciete vooroordelen) ook al delen ze over zichzelf mee dat zij deze vooroordelen niet bezitten. Impliciete vooroordelen voorspellen het gedrag. Personen die meer impliciete vooroordelen hebben vertonen een grotere discriminatie, of het nu een simpele uiting van vriendelijkheid is of een meer verstrekkende beoordeling van de kwaliteit van iemands werk betreft. Mensen verschillen in het niveau van impliciete vooroordelen. Impliciete vooroordelen variëren van persoon tot persoon bijvoorbeeld als functie van de verschillende groepen waar een persoon toe behoort, de mate van importantie van die groepen in de samenleving, of het niveau van vooroordelen in de onmiddellijke omgeving van de persoon. Uit deze laatste waarneming blijkt dat impliciete attitudes veranderen door opgedane ervaringen. Om uit te zoeken hoe sterk uw eigen impliciete leeftijdsgerelateerde stereotypen zijn, klik https://implicit.harvard.edu/implicit/research/ Bron: Op leeftijd gebaseerde discriminatie In essentie verwijst de term discriminatie naar verwerping, uitsluiting of oneerlijke behandeling van individuen op basis van het behoren tot een groep. Leeftijdsdiscriminatie heeft betrekking op intenties of acties ter ontkenning of beperking van mogelijkheden van ouderen op basis van hun leeftijd. Leeftijdsdiscriminatie vindt zowel op het sociale als op het institutionele niveau plaats. Sociale discriminatie. Op het sociale niveau manifesteert leeftijdsdiscriminatie zich in communicatie- en interactiepatronen. 44

45 Overaccomodatie is een vorm van miscommunicatie waarbij een spreker zich richt tot een oudere volwassene op een manier die door de geadresseerde wordt opgevat als ongepast taalgebruik (Coupland et al. 1988). Paternalistisch taalgebruik is een vorm van overaccomodatie. Een typische vorm van overaccomodatie is paternalistisch taalgebruik. Dit verschilt van normale communicatie tussen volwassenen door het trage tempo, simplificaties, overdreven beleefdheid en vriendelijkheid. Verdere verbale kenmerken zijn het gebruik van denigrerende uitdrukkingen en verkleinwoorden (bv. juist, een beetje), modificaties van het persoonlijk voornaamwoord (bv. het gebruik van we in plaats van u ), en het gebruik van koosnaampjes zoals schat of oma voor vrouwen en opa voor mannen. Non-verbale vormen van paternalistisch taalgebruik zijn onder meer een modificatie van de stem (opgevoerde toonhoogte, overdreven intonatie), al te familiaire aanrakingen en overdreven gebaren of gelaatsuitdrukkingen om de verbale articulatie te ondersteunen. Het is duidelijk dat een reden voor het paternalistisch taalgebruik het bestaande stereotype van ouderen is (bv. zijn ze seniel en slechthorend). Er is onderzoek dat er op wijst dat oudere volwassenen, ook al stellen zij het op prijs als er bijvoorbeeld iets duidelijker tegen hen wordt gesproken, paternalistisch taalgebruik hoe goed bedoeld ook nogal irritant en van weinig respect getuigend vinden (voor een overzicht van de literatuur over intergenerationele communicatie, zie Williams & Nussbaum 2001). Een verwant onderwerp betreft de termen die mensen gebruiken als ze het over ouderen hebben. Ieder van ons kan zonder moeite een paar typisch offensieve en kleinerende synoniemen voor ouderen noemen. Ook zullen de meesten van ons tevens meer goedaardige termen gebruiken, maar zich niet realiseren dat die vaak een subtiele denigrerende betekenis hebben. Box 3.3 vermeldt enkele reflecties over algemene termen ter aanduiding van ouderen zoals die oorspronkelijk zijn gepubliceerd door de National Academy for Teaching and Learning about Aging (NATLA), verbonden aan de University of North Texas. Deze instelling geeft trainingen, en consultaties en biedt ondersteuning aan organisaties in de Verenigde Staten. De Amerikaanse termen zijn zo goed mogelijk benaderd door Nederlandse equivalenten. 45

46 Box 3.3 Reflectie: Hoe noemt u oudere mensen? In deze box vindt u enkele bespiegelingen omtrent een serie labels waarmee oudere mensen gewoonlijk worden aangeduid. Het woord bejaarde is doorgaans geassocieerd met maatschappelijke zorg en gezondheidsprogramma s. In de VS worden hiermee vooral de naamloze, gezichtsloze massa van arme fragiele oude mensen aangeduid. Ouderling (In België synoniem voor oudere) suggereert respect en wijsheid, te vergelijken met respecteer uw ouders. De term wordt voornamelijk nog gebruikt voor een functie bij kerkgenootschappen. Senior (als zelfstandig naamwoord: senior burger (Engels senior citizen) verwijst naar een actieve oudere, een 65-plusser. Daarbij wordt gedacht aan kortingen en groepen van personen die een bepaalde activiteit uitoefenen. Senior (als bijvoegelijke aanduiding) wordt meer algemeen gebruikt voor personen met meer jaren ervaring in een beroep, die niet oud hoeven te zijn. Een voorbeeld is senior manager. Oude man of oude vrouw worden vaak als denigrerende termen beschouwd. Ze worden door ouderen vermeden. Oudere volwassene (Engels older adult) wordt in de VS als de meest neutrale en veilige aanduiding beschouwd. Oudere is een relatieve uitdrukking, want iedereen is ouder dan anderen. Het woord volwassene roept respect op, en legt een verbinding naar onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Jongeren willen graag als volwassenen worden behandeld net zo als ouderen! Daarom heeft deze term in Engels sprekende landen de voorkeur. Bron: Leeftijdsdiscriminatie komt vooral veel voor bij sollicitaties en in de gezondheidszorg. Sociale discriminatie kan optreden in verschillende sociale kaders. Mensen kunnen bijvoorbeeld contact met oudere personen in hun buurt vermijden; ze kunnen denigrerende opmerkingen maken in een winkel; ze kunnen in een restaurant, of in hun team, de voorkeur geven aan een jongere collega als gezelschap. Uit onderzoek is gebleken dat leeftijdsdiscriminatie vooral voorkomt in twee sectoren: werkomgeving en gezondheidszorg. Zo is aangetoond dat ideeën van werknemers over oudere collega s (personen tussen de 50 en 65 jaar) significant negatiever zijn dan ideeën over jongere medewerkers. Oudere werknemers komen met name over als minder flexibel, langzamer, en minder bereid en ook minder in staat om zich aan veranderingen aan te passen (bv. Lyon & Pollard 1997). Deze negatieve opvatting heeft 46

47 op zijn beurt verstrekkende negatieve gevolgen voor het aanstellen, bevorderen en kwalificeren van oudere volwassenen (Lahey 2005). Er is ook een uitgebreide literatuur over onderzoek van discriminatie van oudere volwassenen in de sector gezondheidszorg, bijvoorbeeld wat betreft de interactie arts-patiënt, gebruik van screeningprocedures, en de behandeling van diverse aandoeningen (Robb, Hongbin & Haley 2002). Senioren als voorkeursterm voor Nederland en Vlaanderen? Op basis van de frequentie van het gebruik van termen op internet zou Senioren de voorkeur verdienen; Ouderen en 65-plussers zijn echter ook geaccepteerde termen. In dit boek wordt meestal ouderen gebruikt. Bron: Institutionele discriminatie. Van verschillende publieke en private instituties zijn beleidsoverwegingen en regels bekend die de mogelijkheden voor en inschakeling van ouderen beperken. Zo zijn er financiële instellingen die regels hebben voor het weigeren van kredieten en credit cards aan ouderen; sommige verzekeringsmaatschappijen hebben hogere risicotarieven voor ouderen of sluiten hen uit van bepaalde verzekeringen; ook zijn er vrijwilligersorganisaties die leeftijdsgrenzen hanteren voor vrijwilligerswerk in bepaalde posities (bv. telefonische hotlines voor councelling); in sommige landen zijn leeftijdsgrenzen ingevoerd voor het bekleden van politieke functies (zo kan men in sommige Duitse gemeenten geen burgemeester worden als men ouder dan 65 jaar is); verder wordt van werknemers in vele bedrijven en organisaties verwacht dat men ontslag neemt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Leeftijdsdiscriminatie houdt aanzienlijke barrières in voor het verwerkelijken van kansen in een ouder wordende samenleving. Onwetendheid en het ontwikkelen van negatieve attitudes maken het bijvoorbeeld minder waarschijnlijk dat eigenaren van bedrijven of handwerkslieden de kansen op de zilveren markt exploreren. Op soortgelijke wijze maken het geloof in leeftijdsdiscriminatie en leeftijdssegregatie het moeilijk voor ouderen zich te engageren in productieve en gewaardeerde rollen zoals in vrijwilligerswerk. Het bestrijden van leeftijdsdiscriminatie is daarom een sleutelopgave. 47

48 3.2 Voorkomen en opheffen van leeftijdsdiscriminatie Het stoppen van leeftijdsdiscriminatie is een complexe materie, die een gecoördineerde inzet op verschillende interventieniveaus en de betrokkenheid van verschillende generaties vereist. Enkele van de meest toegepaste strategieën om leeftijdsdiscriminatie te voorkomen en te stoppen zullen nu kort worden besproken. Om te beginnen zijn er op het individu gerichte strategieen die bewustwording en educatie betreffen. Vervolgens komen intergenerationele strategieën aan de orde, met aandacht voor het contact tussen verschillende leeftijdsgroepen. Ten slotte worden enkele strategieën op institutioneel niveau gepresenteerd. Deze sectie gaat niet verder dan het aandragen van enkele eerste ideeën over deze strategieën. Die worden verder uitgewerkt in de sectie over de verschillende benaderingen die het CIB heeft ontwikkeld Vergroten van de bewustwording en educatie Een eerste manier om negatieve attitudes ten opzichte van ouderen te veranderen is het vergroten van de bewustwording van leeftijdsdiscriminatie bij individuen en hen voor te lichten over leeftijdsgerelateerde mythen en feiten. Leren over ouderen. Een populaire benadering om negatieve imago s over ouderen te veranderen is het verstrekken van informatie over ouder worden (bv. door het tonen en bespreken van films en educatief materiaal). Box 3.4 geeft een voorbeeld van een educatieve module om leeftijdsgerelateerde attitudes bij middelbare scholieren te bestrijden. Rollenspel, simulatieoefeningen en perspectief-inname. Rollenspel en simulatieoefeningen zijn opgenomen in trainingsprogramma s voor het vergroten van de bewustwording, die manieren aangeven hoe men sommige ervaringen uit de eerste hand kan opdoen. Zo kan een rollenspel worden gebruikt om het effect van paternalistisch taalgebruik zelf te ervaren. Simulatieoefeningen dwingen deelnemers aan dergelijke programma s om functionele en sensorische achteruitgang, die vaak met het ouder worden gepaard gaan, zelf te ervaren. Bijvoorbeeld krijgen ongeveer 95% van de mensen boven de 70 jaar cataract (grijze staar) of een andere simulatieoefeningen over ouder worden 48

49 vorm van beperkt gezichtsvermogen. Om deze beperkingen in een oefening tot vergroting van de bewustwording te simuleren wordt aan deelnemers gevraagd een bril op te zetten die het gezichtsvermogen beperkt. Om gehoorverlies te simuleren wordt aan deelnemers gevraagd oordopjes of watten in beide oren te plaatsen. Stijfheid als gevolg van artritis kan worden gesimuleerd door deelnemers te vragen de beweeglijkheid van duim, wijsvinger en middelvinger van de dominante hand te beperken met behulp van tape. Deelnemers kunnen ook accoord gaan met een combinatie van beperkingen in gehoor en beweeglijkheid of een andere combinatie van beperkingen. Zij moeten dan de taken van alledag met deze beperkingen uitvoeren en daarmee doorgaan tot het eind van de oefening (voor een gedetailleerde beschrijving van deze oefeningen zie Wood 2002 of de website ). Verschillende onderzoekers hebben gemeld dat rollenspel, perspectief-inname en simulatie van ouder worden, empathische responses tegenover ouderen kunnen opwekken. Niettemin is het belangrijk om hier toe te voegen dat sommige onderzoekers ook paradoxale en niet bedoelde effecten vermelden, met als gevolg dat perspectief-inname leidt tot verhoogde angst voor het ouder worden en tot bepaalde vormen van ontkenning. Figure 3.1 Age-Explorer Competenties en vaardigheden. Veel educatieve programma s omvatten ook praktische oefeningen om de relevante vaardigheden op het punt van communicatie en interactie te verbeteren. Bijvoorbeeld, zoals hierboven al is aangegeven, maken jongeren onbedoeld gebruik van paternalistisch 49

50 taalgebruik als ze een oudere aanspreken. Systematische training vergroot niet alleen de bewustwording van de deelnemers over hetgeen zij zeggen, hun gebaren en non-verbale communicatie (bv. via het opnemen van een gesprek met een oudere). Training helpt ook bij het ontwikkelen van alternatief gedrag door middel van rollenspel en terugkoppeling door de partners in de interactie. Box 3.4 Onderzoeksvoorbeeld: Onderwijs aan jonge middelbare scholieren over begrip voor het ouder worden Achtergrond: Een educatieve module werd ontwikkeld om leeftijdsgerelateerde stereotypen te veranderen en een positieve houding tegenover ouder worden te bevorderen onder middelbare scholieren. Het gaat hier om een programma voor leerlingen van een High School, 7th grade, dat hier is vertaald naar middelbare scholieren. Methode: 97 jonge middelbare scholieren namen deel aan de module. Zij werden vergeleken met 97 leerlingen die niet meededen. Dezelfde leraar gaf alle onderdelen. De vijfdaagse activiteiten werden gepresenteerd in deze volgorde: Dag 1 Inleidend vragenformulier: brochure van de AARP (American Association of Retired Persons) over een profiel van ouderen; Dag 2 Begrijpen van het proces van veroudering door analyse van afbeelding van ouder wordende gezichten van mannen en vrouwen van 20, 40, 60 en 80 jaar (de schetsen werden voor dit doel door een kunstenaar in deze volgorde gemaakt); Dag 3 Videotape, Samen oud worden ; Dag 4 Bezoek aan een oudere persoon met een serie vragen; de leerling biedt enige hulp in de huishouding aan; Dag 5 Discussie over de opgedane ervaringen over ouderen. Afsluitend vragenformulier over leeftijdsgerelateerde kennis, stereotypen enz. Resultaten: Statistische analyses wezen uit dat de curriculum module bij de leerling een significante verbetering opleverde wat betreft perceptie van leeftijd, aantal ouderen dat men kende, persoonlijke attributen van ouderen, en betrokken zijn bij activiteiten met ouderen. Bron: Chowdhary, U (2002). An intergenerational curricular module for teaching aging appreciation to seventh graders. Educational Gerontology 28, Aangezien de meesten van ons zijn opgegroeid in een samenleving met leeftijdsdiscriminatie is een gedifferentieerde benadering van mensen op basis 50

51 van hun leeftijd zo algemeen dat het moeilijk is het discriminatorische karakter ervan te herkennen. Daarom zou u, bij wijze van oefening, terug moeten gaan naar de inleidende informatie en de quiz aan het begin van dit hoofdstuk. Selecteer één van de beweringen en probeert u voor te stellen wat de betrokken oudere voelt bij wat er is gebeurd en hoe dit zijn of haar leven heeft beïnvloed! Intergenerationeel contact Veel mensen geloven dat vooroordelen en stereotypen tussen twee groepen effectief kunnen worden gereduceerd door sociaal contact. Systematisch onderzoek suggereert echter dat niet elke vorm van contact even effectief is om bij te dragen tot het doel. In feite kan onder bepaalde omstandigheden het contact met leden van een groep waartoe men niet behoort (een zogenaamde buiten-group ) eerder leidt tot een bevestiging dan tot een reductie van de negatieve stereotypen en attitudes. Welke contacten zijn dan volgens het onderzoek wél effectief? En hoe kunnen de verworven inzichten met succes worden gebruikt in programma s voor het bevorderen van contacten tussen personen uit verschillende groepen? Contact is niet altijd gunstig Optimale condities voor contact. Volgens sociaalpsychologisch onderzoek zijn er vijf condities die moeten worden vervuld wil het contact tussen groepen effectief zijn op het punt van reductie van animositeit en vooroordelen (bv. Pettigrew 1998): 1. Gelijke status de groepen moeten in een gelijkwaardige relatie worden gebracht (gaat het bv. om een intergenerationeel programma dan moeten ouderen en jongeren elkaar ontmoeten op ooghoogte zonder dat de ene groep zich superieur kan voelen boven de andere). 2. Gemeenschappelijk doel leden van beide groepen moeten samen werken aan een gemeenschappelijk probleem of taak waarbij de oplossing of uitvoering als een gemeenschappelijk doel wordt ervaren (bv. planning van een gezamenlijke campagne om het imago van de buurt te verbeteren). 51

52 3. Coöperatie het bereiken van een doel vereist dat de samenwerking tussen de betrokken groepen duurzaam is en herhaald wordt (bv. binnen intergenerationele taakgroepen of teams), terwijl de potentie voor concurrentie tussen de groepen moet worden geminimaliseerd. Het is vooral van belang er op te wijzen dat het gemeenschappelijke doel bereikbaar moet zijn via een coöperatieve inzet. Een gemeenschappelijk succes bindt mensen samen. Falen leidt er gemakkelijk toe dat de twee groepen elkaar de schuld geven. 4. Potentie voor vriendschap de contactsituatie moet mogelijkheden scheppen om elkaar over en weer te leren kennen als individuen, en idealiter als vrienden, en niet alleen als vertegenwoordigers van sociale groepen of deelnemers aan een programma (bv. door ruimte in het programma te creëren voor informele gesprekken tijdens pauzes en recreatie, door openheid aan te moedigen). 5. Autoriteiten, wet of norm een autoriteit die door beide groepen wordt aanvaard moet het contact en de interacties tussen de groepen en personen ondersteunen en ondersteunende sociale normen definiëren (bv. vermijden van offensief taalgebruik, alsmede regels voor het geven van passende terugkoppeling op individuele bijdragen). Duurzaam contact: Zij! wordt wij!. Om het contact volledig tot zijn recht te laten komen dient het relatief duurzaam te zijn. Verder moet het programma bepaalde sociale en psychologische processen gedurende de contactperiode bevorderen. In een initiële fase moeten de deelnemers elkaar als individuen leren kennen en niet als groep (dus mensen met voornamen in plaats van ouderen tegenover jongeren). Om dit te bewerkstelligen kunnen de coördinatoren van een programma teams of taakgroepen instellen op basis van de individuele voorkeuren, ervaringen of vaardigheden van de deelnemers, (één team dat onderzoek doet, één dat een perscommuniqué samenstelt, nog een team dat zich met de organisatie bezighoudt, enz.). In de optimale situatie worden de groepsgrenzen tijdelijk doorbroken waarna individuele gevoelens van sympathie voor mensen uit de andere groep kunnen ont- Drie fasen van contact 52

53 staan, en gevoelens van angst en onzekerheid, die anders interactie tussen de groepen kunnen remmen, worden gereduceerd. Echter, positieve ervaringen met een of meer mensen uit de andere groep zijn nog lang geen garantie voor het overboord gooien van vooroordelen ten aanzien van de andere groep als geheel ( Alleen omdat mijn aardige 85-jarige buurvrouw open en tolerant is hoef ik mijn stereotype van ouderen als gesloten en conservatief niet meteen op te geven ). Om er zeker van te zijn dat deelnemers hun positieve contactervaringen met individuen uit de andere groep generaliseren tot die groep als geheel, is het belangrijk dat de deelnemers hun partners in de interactie opvatten als typisch voor hun groep en niet als een uitzondering op de regel ( Mijn buurman is niet een typisch oudere persoon! ) of een lid van een bepaalde subgroep ( Zij is één van die actieve senioren. ). Aldus, waar in het eerste stadium de basis is gelegd voor vriendelijke en coöperatieve interacties, komt in de tweede fase het behoren tot een bepaalde groep weer in focus. Een manier om dat te bereiken is dat de twee groepen tijdens de samenwerking ten dienste van het gemeenschappelijke doel, proberen groep-specifieke sterke punten in te brengen (bv. wanneer het gemeenschappelijke doel het verbeteren van het imago van de buurt is, kunnen de ouderen die daar wonen bijdragen met informatie over de geschiedenis van de buurt, terwijl jongere bewoners iets kunnen bijdragen over actuele problemen in de buurt). In de optimale situatie kunnen ook het besef en de erkenning dat de deelnemers zowel individuen als groepsleden zijn, bijdragen tot het terugdringen van vooroordelen stereotypen, niet alleen in de contactsituatie, maar ook wat betreft het contact met anderen in de doelgroep. In een slotfase van het programma moeten de percepties van de deelnemers dat ze ook tot een gemeenschappelijke groep behoren worden ondersteund ( We hebben allemaal een verschillende leeftijd, maar we zijn ook allemaal inwoners van dezelfde stad, waar we ons thuis voelen! ). Zodra mensen van verschillende leeftijd zich realiseren dat zij tevens tot een gemeenschappelijke groep behoren die voor hen van betekenis is, kunnen de interacties steeds gunstiger worden. 53

54 Een review van meer dan 500 studies van de effecten van contacten tussen groepen, met een grote variatie aan groepen (met inbegrip van op leeftijd gebaseerde groepen), en in totaal meer dan deelnemers uit 38 landen, bevestigt dat contact een effectief middel is om vooroordelen te verminderen, vooral als de speciale voorwaarden die hierboven zijn aangegeven, worden gerealiseerd (Pettigrew & Tropp 2006). Inderdaad wordt contact tussen verschillende groepen tegenwoordig opgenomen in vele intergenerationele programma s, hoewel vaak op een minder systematische en zorgvuldige wijze dan nodig is voor het opheffen van hardnekkige stereotypen en irritante vooroordelen Overheidsbeleid, wetten en politieke belangenbehartiging Leeftijdsdiscriminatie is een politiek issue, dat politieke en institutionele respons nodig heeft. Hier volgen enkele voorbeelden van politieke strategieën en hoe de Europese Unie en de lidstaten leeftijdsdiscriminatie aan de orde hebben gesteld. Voorkomen van discriminatie door middel van anti-discriminatie wetten. Eén respons is het instellen van verordeningen tervoorkoming van leeftijdsdiscriminatie. De EU-raad heeft verscheidene wetten en directieven in werking gesteld om een einde te maken aan discriminatie op basis van leeftijd, geslacht, invaliditeit, godsdienst en sexuele geaardheid. Deze wetgeving vereist gelijke behandeling wat betreft werkgelegenheid alsmede private en publieke diensten. De afgelopen jaren hebben de lidstaten nationale wetten uitgevaardigd die de Europese wetgeving weerspiegelen en implementeren op het nationale niveau. EU antidiscriminatie wetgeving Bevorderen van leeftijdsvriendelijke verenigingen via beleid en regelgeving. Wettelijke regelingen en beleid spelen een belangrijke rol bij het creeren van leeftijdsvriendelijke en niet-exclusieve omgevingen (bv. door bouwvoorschriften ten behoeve van openbare faciliteiten, zoals het barrière-vrij maken van gerechtsgebouwen voor gehandicapten). De EU en de lidstaten hebben ook bepaalde onderzoeksprogramma s ontworpen om openbare onderzoeksinstituten, private bedrijven en individuele onderzoekers te ondersteunen om de ontwikkeling van technische producten, so- 54

55 ciale maatregelen en infrastructuren te bevorderen die aan de behoeften van ouderen tegemoet komen en die hun verankering in de maatschappij bewerkstelligen. Figuur 3.2 Ouderenraad van Southampton Veiligstellen van blijvende belangenbehartiging door instituties. Een andere manier om relatief duurzame politieke belangenbehartiging te ontwikkelen is door middel van lokale ouderenraden. Deze raden zijn typisch vrijwilligersorganisaties zonder winstbejag en groepen van bewoners die de belangen van ouderen behartigen tegenover het stadsbestuur, de gemeentelijke overheid en het publiek. Deze raden zijn erop gericht de ouderen te voorzien van middelen om hun welzijn te verhogen en onafhankelijk te blijven; de ouderen te ondersteunen bij reïntegratie in de gemeenschap als dat nodig is; hun deelname in het planningsproces te verzekeren en de Ouderenraden 55

56 diensten die hen aangaan te verbeteren. Ouderenraden fungeren ook vaak als een link tussen clubs, alleenstaande ouderen, overheden en diensten. Zij verschaffen informatie, assistentie en diensten aan ouderen over vele onderwerpen. Ouderenraden ijveren er ook voor om de ouderen te voorzien van een krachtige gemeenschappelijke stem en van educatie, en hun meer bewust te maken van de belangen van ouderen, alsmede hun capaciteiten en verdiensten. Om een idee te krijgen van de functies van een ouderenraad is Figuur 3.2 opgenomen, die een brochure toont van de Ouderenraad van Southampton, een van de CIB partnersteden. Samenvatting De term leeftijdsdiscriminatie wordt gebruikt om een maatschappelijk en cultureel patroon te beschrijven van veel voorkomende stereotypen en gevallen van discriminatie van individuen en groepen gebaseerd op hun leeftijd. Hoewel stereotypen van ouderen meestal tamelijk negatief zijn, komen ook gemengde stereotypen voor met zowel negatieve als positieve aspecten. Leeftijdsgerelateerde stereotypen kunnen grotendeels onbewust worden gehanteerd. Zelfs welmenende personen kunnen negatieve opvattingen over ouderen hebben die hun gedrag op subtiele en automatische wijze kunnen beïnvloeden. Leeftijdsdiscriminatie verwijst naar activiteiten gericht op het ontkennen of beperken van kansen voor ouderen op grond van hun leeftijd. Leeftijdsdiscriminatie komt zowel op maatschappelijk als op institutioneel niveau voor en is vooral aanwezig in twee sectoren: werkgelegenheid en gezondheidszorg. Het opheffen van leeftijdsdiscriminatie is een complexe zaak die een gecoördineerde inzet op verschillende niveaus van interventie vereist, alsmede de betrokkenheid van verschillende generaties. Op het individuele niveau gaat het vooral om strategieën gericht op bewustwording en educatie. Intergenerationele strategieën hebben betrekking op contact tussen verschillende leeftijdsgroepen. Strategieën op institutioneel niveau omvatten de implementatie van anti-discriminatie wetten en beleidsmaatregelen die de vorming van leeftijdsvriendelijke milieus ondersteunen. 56

57 Literatuur Baltes, P.B. (1987). Theoretical propositions of life-span developmental psychology: On the dynamics between growth and decline. Developmental Psychology 23, Butler, R. (1969). Age-ism: Another form of bigotry. Gerontologist 9, Coupland, N., Coupland, J., Giles, H. & Henwood, K. (1988). Accommodating the elderly: Invoking and extending a theory. Language in Society 17, Featherstone, M. & Hepworth, M. (1993). Images in ageing. In J. Bond & P. Coleman (Eds.), Ageing in society, pp London: Sage. Fiske, S.T., Cuddy, A.J.C., Glick, P. & Xu, J. (2002). A model of (often mixed) stereotype content: Competence and warmth following from perceived status and competition. Journal of Personality and Social Psychology 82, Gatz, M. & Pearson, C.G. (1988). Ageism revised and the provision of psychological services. American Psychologist 43, Hummert, M.L. (1990). Multiple stereotypes of elderly and young adults: A comparison of structure and evaluation. Psychology and Aging 5, Kite, M.E., Stockdale, G.D., Whiley, B.E. & Johnson, B.T. (2005). Attitudes towards younger and older adults: An updated meta-analytic review. Journal of Social Issues 61, Lahey, J. (2005). Do older workers face discrimination? An issue in brief. Boston: Center for Retirement Research at Boston College. Lyon, P. & Pollard, D. (1997). Perceptions of the older employee: Is anything really changing? Personnel Review 26, Palmore, E. (1990). Ageism: Negative and positive. New York: Springer. 57

58 Palmore, E. (1998). The facts on aging quiz. New York: Springer. Perdue, C.W. & Gurtman, M.B. (1990). Evidence for the automaticity of ageism. Journal of Experimental Social Psychology 26, Pettigrew, T.F. (1998). Intergroup contact theory. Annual Review of Psychology 49, Pettigrew, T.F. & Tropp, L.R. (2006). A meta-analytic test of intergroup contact theory. Journal of Personality and Social Psychology 90, Robb, C., Hongbin, C. & Haley, W.E. (2002). Ageism in mental health and health care: A critical review. Journal of Clinical Geropsychology 8, Williams, A. & Nussbaum, J.F. (2001). Intergenerational communication across the lifespan. Mahwah, NJ: Erlbaum. Wood, M.D. (2002). Experiential learning for undergraduates: A simulation about functional change and aging. Gerontology & Geriatrics Education 23. Zepelin, H., Sills, R.A. & Heath, M.W. (1986). Is age becoming irrelevant. An exploratory study of perceived age norms. International Journal of Aging and Human Development 24, Oefeningen 1. Wat is overaccomodatie bij communicatie? Geef enkele voorbeelden. 2. Besteed enige tijd aan een reflectie over uw eigen taalgebruik! Hoe noemt u oudere personen? En waarom prefereert u deze term? 3. Onder welke condities kan intergenerationeel contact een effectief middel zijn om leeftijdsgerelateerde vooroordelen te verminderen? 4. Heeft uw land anti-discriminatie wetten uitgevaardigd die leeftijdsdiscriminatie moeten verhinderen? 58

59 4 Laten we digitaal gaan! Om de potenties van een ouder wordende samenleving te beseffen, moet men vooral letten op innovatieve strategieën die verder gaan dan de traditionele benaderingen van ouderenzorg en maatschappelijk werk. In dit hoofdstuk gaat het vooral om een bijzonder veelbelovende strategie: het bevorderen van digitale inclusie en digitale vaardigheid bij ouderen. De term digitale inclusie staat voor het streven om aan alle leden van een vereniging de mogelijkheid te bieden om van digitale technologieën te profiteren via het verschaffen van gelijke en betaalbare toegang tot computers en internet. Digitale vaardigheid omvat het vermogen tot kritisch gebruik van digitale technologie en digitaal communiceren. Voor deze focus op digitale inclusie en digitale vaardigheid zijn twee belangrijke redenen. Ten eerste is toegang tot informatie en communicatietechnologie een vereiste voor basale infrastructuur in civiele en democratische gemeenschappen. Digitale vaardigheid is dus een belangrijke voorwaarde voor ouderen om volledig deel te nemen aan de informatie- en kennismaatschappij. Ten tweede, en daarmee verbonden, wordt de vaardigheid van ouderen om informatie kritisch te gebruiken en weloverwogen te creëren, met behulp van digitale technologie, beschouwd als een sleutelfactor voor het welzijn van individuen alsmede sociale economische welvaart. In de EU en ook in andere regio s en landen over de hele wereld is de bevordering van digitale vaardigheid een prominent beleidsthema geworden. Na het doorwerken van dit hoofdstuk zult u (1) kennis hebben vergaard over digitale vaardigheid en het idee van digitale inclusie van ouderen; (2) meer weten over het gebruik door ouderen van computers en internet; (3) meer weten over de barrières die ouderen belemmeren om digitale technologie te gebruiken; 59

60 (4) hebben geleerd welke strategieën er zijn om deze barrières aan de orde te stellen en uiteindelijk te slechten. 4.1 Digitale vaardigheid bij ouderen: Wat er nu nodig is Digitale vaardigheid is een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van digitale technologieën Mythen en misvattingen Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ouderen momenteel minder gebruik maken van computers, het internet of andere digitale technologieën dan jongere volwassene. Dit verandert echter snel in onze digitale wereld. Zo zijn de laatste jaren de ouderen de snelst groeiende categorie van digitale gebruikers. Toch is er een hardnekkige opvatting dat ouderen qua gebruik van digitale technologieën nog in het stenen tijdperk leven. Vooral twee stereotypen zijn wijdverbreid: wijdverbreide stereotypen van het gebruik van digitale technologieën door ouderen Ouderen gebruiken geen computers en geen internet omdat ze die niet nodig hebben om hun leven te regelen. Deze opvatting is onjuist om ten minste twee redenen. Ten eerste is er een aanzienlijk en nog steeds groeiend deel van de ouderen dat digitale technologieën gebruikt, ook al is dit aandeel kleiner dan dat van andere leeftijdsgroepen. Ten tweede dringt digitale technologie door tot bijna elk aspect van ons sociale en economische leven. Ook al hebben ouderen het grootste deel van hun leven georganiseerd zonder computers en internet, vandaag de dag is het een grote belemmering als u op vele gebieden digitaal ongeletterd bent, bijvoorbeeld: gemeenten publiceren hun aankondigingen en openingsuren online; banken sluiten bijkantoren en zijn in belangrijke mate overgegaan op online bankieren; theaters, verzekeringsmaatschappijen, werkers in de gezondheidszorg nemen via e- mail contact op met hun cliënten; televisie programma s, reclameboodschappen, instructiebrochures en bedrijven verwijzen naar hun websites voor verdere informatie of voor marketing. In staat zijn om de digitale technologieën te gebruiken is dus even belangrijk voor ouderen dan voor andere leeftijdsgroepen. 60

61 Je kan een oude hond geen nieuwe kunstjes leren. Deze veronderstelling impliceert dat het te laat zou zijn om op oudere leeftijd te leren computers en internet te gebruiken. Het is waar dat de meeste gepensioneerden noch digitale technologieën hebben gebruikt tijdens hun beroepsleven, noch op dit punt formele educatie hebben genoten. Toch is het nooit te laat om te leren, ook al hebben ouderen soms hulpuitrusting of sofware nodig om fysieke beperkingen op te vangen (bv. speciale en grotere toetsenborden bij de computer, software dat het bewegen van de cursor of muis gemakkelijker maakt voor mensen met motorieke beperkingen), of hebben ouderen meer tijd nodig om te leren en te oefenen. Het is in feite een mythe dat alle jongeren digitale meesters zijn met een grotere kennis van digitale technologie. Aan de ene kant zijn er aanzienlijke verschillen tussen jongeren betreffende hun toegang tot, vaardigheid in en attitude ten opzichte van digitale technologie. Niet alle jongeren worden behendige gebruikers van digitale technologie, maar vele ouderen wél. In feite zijn er aanwijzingen dat in alle generaties, digitale vaardigheid voornamelijk afhangt van sociale en economische status en mogelijkheden. hulptechnologieën Digitale vaardigheid op oudere leeftijd als een unieke kans Digitale vaardigheid kan op verschillende manieren van grote waarde zijn voor ouderen. Toegang tot informatie en diensten het wereldwijde web (www) verschaft ons een onschatbare bron van nieuws, gegevens, feiten en kennis voor hen die in staat zijn om er gebruik van te maken. Onderzoek toont aan dat ouderen het internet gebruiken als gereedschap voor het zoeken naar informatie over verschillende onderwerpen, in het bijzonder gezondheid, reizen en winkelen. Communicatie communicatie via de computer heeft de traditionele manieren van communicatie aanzienlijk veranderd. en internet forums zijn wel de meest prominente voorbeelden van nieuwe communicatievormen. Toch worden video, audio of tekst chats steeds populairder. Digitale communicatietechnologieën helpen ouderen om via of Skype in contact te blijven met vrienden of familie die ver weg wonen. 61

62 Sociale inclusie diensten en weblocaties voor sociale netwerken services en websites zoals Facebook en MySpace, bieden de mogelijkheid om sociale netwerken op te bouwen en te onderhouden. Gebruikers kunnen een persoonlijk profiel samenstellen, andere gebruikers als vriend toevoegen, afbeeldingen en ander materiaal met hen delen, berichten posten en beantwoorden en betrokken worden bij online chats. Ook kunnen gebruikers zich aansluiten bij groepen met een speciale interesse, die kunnen worden georganiseerd op basis van interesses, werkplek, school, hogeschool of andere gemeenschappelijke zaken. Voor ouderen, in het bijzonder hen die mobiliteitsproblemen hebben, kan het betrokken zijn bij sociale netwerken een effectieve manier zijn om eenzaamheid en gevoelens van sociale isolatie te doorbreken. sociale netwerken E-leren vormen vanelektronisch ondersteund leren en onderwijzen kan ouderen van pas komen als ze hun brein actief willen houden. Behalve direct educatief nut en plezier, kunnen deze nieuwe uitdagingen van belang zijn om geestelijk fit te blijven. Werkgelegenheid digitale technologieën bieden ouderen verschillende mogelijkheden om economisch actief te blijven tot na de pensoensgerechtigde leeftijd (bv. door het scheppen van nieuwe banen op het gebied van informatieverwerking of door toe te staan dat werknemers thuis werken). Ontspanning en amusement er is een onstuitbare trend tot het integreren en koppelen van computers, digitale technologie en voorzieningen voor thuisamusement. E-gezondheid zoals al in hoofdstuk 2 is aangegeven kan computergebaseerde ondersteunende technologie ouderen helpen tot op hoge leeftijd een hoge levenskwaliteit te handhaven. Specifieke computer hulpwerktuigen kunnen worden gebruikt als ondersteuning van gezicht en gehoor; met gespecialiseerde software toepassingen kunnen zowel cognitieve als fysieke training worden ingezet; verder worden preventieve telezorg en telegezondheid ontwikkeld voor behandelingen en zorg, door digitale en telecommunicatie technologieën met elkaar te verbinden. 62

63 Zelfmanagement en politisering er zijn nu overtuigende voorbeelden van de belangrijke rol die digitale technologieën kunnen spelen bij vormen van civiele en democratische dialogen, zowel op nationaal als op wereldniveau. Ontelbare niet-gouvernementele organisaties (NGOs), sociale bewegingen en groepen van activisten die betrokken zijn bij publieke educatie en politieke belangenbehartiging hebben websites gelanceerd die ouderen toegang bieden tot informatie, netwerken, bronnen en consultaties over een wijd spectrum van leeftijdsgerelateerde onderwerpen. Het wereldwijde web verschaft aldus een platform voor politieke mobilisatie onder ouderen. Een van de meest prominente organisaties voor politieke belangenbehartiging heeft als adres Een van de belangrijkste Europese NGOs is te vinden op Voor Nederland wordt verwezen naar 4.2 Barrières voor digitale vaardigheid en interventies Uit onderzoeken naar attitudes onder de mensen ten opzichte van digitale technologieën zijn vijf verschillende groepen van gebruikers naar voren gekomen: Geëngageerden, Pragmatici, Zuinigen, Aarzelaars en Weigeraars (Ofcom, 2009). Geëngageerde en pragmatische personen gebruiken de digitale media frequent. Terwijl geëngageerde mensen een sterke neiging vertonen om alle verschillende digitale media te gebruiken, zijn de pragmatici meer gefocust en wegen de voordelen tegen de kosten af. De zuinigen gebruiken weliswaar de digitale media, maar zij permitteren zich niet (of kunnen dat niet) om digitale hulpmiddelen en diensten zo intensief te gebruiken als de geëngageerden en pragmatici. Aarzelaars en weigeraars gebruiken de digitale technologieën liever niet of weigeren dat zelfs. Terwijl de aarzelenden wel enkele digitale hulpmiddelen thuis hebben (bv. een mobiele telefoon), blijft het gebruik door weigeraars meestal beperkt tot digitale televisie. Een conceptueel belangrijk verschil tussen aarzelaars en weigeraars is dat aarzelaars de digitale technologieën wel meer zouden willen gebruiken maar vertrouwen missen, terwijl de weigeraars geen voordelen voor zichzelf zien ( Deze technologieën zijn voor anderen. ). 63

64 Op het ogenblik is een meerderheid van de ouderen hetzij aarzelend omtrent het gebruik van computers, hetzij afwijzend. Zo behoren acht van de tien volwassenen van 60 jaar en ouder tot deze twee groepen; onder de ouderen valt 50% in de categorie aarzelaars en 29% in de groep weigeraars, vergeleken met 31% aarzelaars en 10% weigeraars onder volwassenen van 16 jaar en ouder). Onder personen van 70 jaar en ouder is deze trend veel meer geprononceerd, met 48% aarzelaars en 42% weigeraars). Wat zijn dan de voornaamste barrières voor digitale vaardigheid bij ouderen? ca. 80% van de ouderen zijn aarzelend of afwijzend tegenover computers Barrières voor digitale vaardigheid Recent onderzoek heeft geleid tot een veel beter begrip van de sociale en psychologische barrières die digitale vaardigheid belemmeren in sommige segmenten van de oudere bevolking, in het bijzonder aarzelaars en weigeraars. Deze barrières vallen in drie hoofdcategorieën: (1) ontbreken van technische uitrusting, vooral hardware; (2) beperkte competentie en vaardigheden, (3) tegenwerpingen tegen getoonde motivatie (Peacock & Künemund, 2007). Gebrek aan technische uitrusting. Een van de meest belangrijke redenen voor het niet gebruiken van een computer is het gebrek aan de benodigde uitrusting. Aanvankelijk zou men veronderstellen dat dit primair een kwestie van geld is. Dit is zeker waar voor een deel van de ouderen, natuurlijk in het bijzonder ouderen die in armoede leven, maar het onderzoek suggereert dat het probleem meer complex is (Morris 2007). Bijvoorbeeld kopen ouderen vaak geen digitale technologie (computers, breedbandvoorzieningen, smartphones) vanwege de verwachte kosten en niet om de reële kosten. Vooral onervaren ouderen lijken de kosten van elektronische uitrusting voor breedbandvoorzieningen te overschatten dit wordt verder verergerd door het jargon dat wordt gebruikt in advertenties en marketing of ingewikkelde betalingsregelingen. Een andere reden waarom ouderen niet investeren in digitale technologie is het geloof dat zij er niet van zouden profiteren. Aan de ene kant kunnen ouderen niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden die digitale technologieën kunnen bieden voor hun persoonlijke en sociale leven, omdat de marketing 64

65 campagnes zich voornamelijk richten op jonge volwassenen. Aan de andere kant, en dat lijkt nog vaker aan de orde te zijn, hebben ouderen gebrek aan zelfvertrouwen dat ze de digitale technologieën effectief zouden kunnen gebruiken om ten volle van de voordelen te profiteren. Zelfeffectiviteit verwijst naar de verwachtingen van een persoon dat hij of zij in staat is de noodzakelijke handelingen effectief uit te voeren om een specifiek gewenst doel te bereiken. Computer zelfeffectiviteit, verwijst specifiek naar de verwachting van een persoon dat hij of zij in staat is de computer effectief te gebruiken. Het voorbeeld dat in Box 4.1 wordt gepresenteerd geeft enig idee over de basis van deze elf effectiviteit. computer zelfeffectiviteit Beperkte competenties en vaardigheid. Het punt van de computer zelfeffectiviteit leidt direct naar een andere factor die de digitale vaardigheid bij sommige ouderen kan belemmeren: beperkingen in competentie en vaardigheden. Digitale vaardigheid vereist enige sensorische en motorische vaardigheden, allereerst bij het gebruik van een computer. Bewegen van de muis een fysieke vaardigheid die vele ouderen in het begin niet goed beheersen is het bewegen van de muis van de computer. Vele ouderen hebben gemeld dat dit probleem hen ervan weerhield een computercursus te gaan volgen, aangezien zij zich geneerden voor de traagheid waarmee ze dit kleine maar belangrijke werktuig konden bedienen. Typen een andere essentiële vaardigheid om tekst in te voeren en commando s te geven is typen. Een minderheid van de ouderen heeft echter behoorlijk typen geleerd en gebruikt tijdens jun beroepsuitoefening. Dus ervaren velen het typen op het toetsenbord als een vervelende en fysiek veeleisende opgave. Lezen hoewel de meeste computer toepassingen een grafische interface hebben, steunen computer applicaties en vooral internet zwaar op geschreven tekst. Als gevolg van visuele beperkingen vinden vele ouderen het lezen van langere teksten op het scherm zeer vermoeiend, vooral als de letters klein zijn (en de gebruikers niet weten hoe die groter te maken), 65

66 of te weinig contrast vertonen tussen kleur van de letters en kleur van de achtergrond. Geheugen een volgende moeilijkheid bij het gebruik van computers is dat het voor vele ouderen moeilijk is om het grote aantal details te onthouden die in volgorde moeten worden beheerst om taken tot een goed einde te brengen: eerst moet de computer aangezet worden, dan een applicatie starten, bijvoorbeeld een versturen, waarbij de cursor naar een bepaald symbool of icoon moet worden gesleept en dubbel moet worden geklikt, enz. enz. Elke stap op zich is simpel maar het is moeilijk om er vele in de juiste volgorde uit te voeren. Ook zijn er enkele afzonderlijke aspecten van computergebruik zoals het operatief systeem, dat extreem verwarrend kan overkomen op onervaren gebruikers, en met name op ouderen. Bijvoorbeeld baseren de meeste algemeen gebruikte operatieve systemen hun gebruikersinterface op een bureaublad- (desktop) metafoor; daarmee wordt het gemakkelijk om documenten (files) en applicaties te beheren. Het bureaublad lijkt een beetje op een werkplek op een kantoor. Deze metafoor komt intuïtief goed over op mensen die aan een bureau gewend zijn, maar voor mensen die nooit op een kantoor met een bureau en opbergsystemen hebben gewerkt is het computer bureaublad hun vreemd. Verder zijn er tal van logische en niet intuïtieve inconsistenties in de bureaubladmetafoor (bv. waarom moet je voor sommige documenten een aanvullende applicatie openen en voor andere weer niet? Waarom verschijnen sommige documenten in aparte vensters en andere niet?). Samenvattend, het is niet alleen de beperking in de individuele vaardigheden en competenties die ouderen ervan weerhouden om een digitale geletterde te worden. Het is meer een interactie van de specifieke eigenschappen van ouderen en het ontwerp van computers en hun software. Anti-motiverende factoren. Zoals al aangegeven zien sommige ouderen het nut van digitale vaardigheid niet voor zichzelf. Daarom zullen die ouderen weinig motivatie hebben om daaraan tijd en moeite te investeren op een computercursus. Toch zijn er diverse factoren die digitale technologieën eerder vermijden dan bevorderen. Een zo n factor is computerangst. 66

67 Box 4.1 Onderzoeksvoorbeeld: Het meten van algemene computer zelfeffectiviteit Hoe waar zijn de volgende uitspraken voor u? Omcirkel het getal dat uw antwoord het beste weergeeft. 1. Ik geloof dat ik kan beschrijven hoe een computer werkt ben niet tamelijk helemaal zeker zeker zeker 2. Ik geloof dat ik nieuwe software applicaties op een computer kan installeren ben niet tamelijk helemaal zeker zeker zeker 3. Ik geloof dat ik gewone operationele problemen met een computer kan identificeren en oplossen ben niet tamelijk helemaal zeker zeker zeker 4. Ik geloof dat ik een nieuwe computer kan uitpakken en installeren ben niet tamelijk helemaal zeker zeker zeker 5. Ik geloof dat ik informatie kan verwijderen van een computer die ik niet langer nodig heb ben niet tamelijk helemaal zeker zeker zeker 6. Ik geloof dat ik een computer kan gebruiken om informatie te tonen of the presenteren op een gewenste wijze ben niet tamelijk helemaal zeker zeker zeker Hogere scores weerspiegelen hogere niveaus van computer zelfeffectiviteit. Bron: Marakas, G. M., Johnson, R. D., & Clay, P. F. (2007). The evolving nature of the computer self-efficacy construct: An empirical investigation of measurement construction, validity, reliability and stability over time. Journal of the Association for Information Systems, 8,

68 Computerangst omvat negatieve affectieve reacties ten aanzien van digitale technologieën en hulpwerktuigen die kunnen variëren van een gevoel van onbehagen en ongemak tot een sterk gevoel van ellende. Computerangst is net zo iets als angst voor wiskunde en voor examens. Sommige mensen zijn bang dat ze iets stuk maken als ze op de verkeerde knop drukken; anderen verliezen hun zelfrespect als ze worden geconfronteerd met zaken waar ze weinig van af weten. Computerangst is niet ongewoon bij ouderen. Uit onderzoek blijkt echter dat dit niet specifiek voor hen geldt. Bijvoorbeeld kunnen sommige jongeren, afhankelijk van hun sociale, economische en culturele achtergrond, soortgelijke niveaus van computerangst aan de dag leggen als sommige ouderen. Maar, als van jongeren wordt verwacht dat ze computers en internet op school gebruiken is ontwij- computerangst komt vaak bij ouderen voor maar is niet specifiek voor hen. ken geen optie. Het is dus waarschijnlijker dat zij hun angsten en negatieve gevoelens uiteindelijk overwinnen door middel van herhaalde positieve ervaringen en de praktijk. Een ander relevant (en remmend) motiverend proces betreft veiligheid en privacy. Resultaten van empirisch onderzoek suggereren dat de leeftijd van een computergebruiker de beste statistische voorspeller van diens zorg omtrent privacy is wanneer ze internet gebruiken: oudere gebruikers maken zich meer zorgen dan jongere (Paine et al. 2007) Interventies, strategieën en aanbevelingen In het navolgende worden enige aanbevelingen en richtlijnen verstrekt voor het voorbereiden van cursussen en tutorials voor ouderen. Aantrekken van deelnemers. Zoals eerder is aangegeven kunnen ouderen aarzelen om een computercursus te volgen en daar zijn verschillende redenen voor. Tutoren en coördinatoren van computercursussen dienen die redenen serieus te nemen. In het bijzonder de weigeraars kunnen er van overtuigd zijn dat een computercursus niet de moeite waard is. Dus zijn bewustwordingscampagnes en zorgvuldig opgestelde advertenties nodig om de onmiddellijk aan te voelen personele, sociale en economische voordelen van digitale vaardigheid duidelijk te maken voor potentiële deelnemers en hun familieleden en vrienden. 68

69 Een ander gevoelig punt zijn de vermeende kosten en barrières. Voor sommige ouderen kunnen de kosten deelname verhinderen (bv. de kosten van een cursus). Maar er zijn ook andere kosten. Die kunnen te maken hebben met de faciliteiten voor het onderwijs (Zijn zij dichtbij? Gaat het om een vertrouwde omgeving? Kun je er vrienden maken? Zijn er geen barrières?). Andere vragen hebben te maken met het tijdschema van de cursus (Wordt de cursus in de ochtend gegeven, of s avonds als het buiten misschien donker kan is? Zijn er alternatieve en misschien meer attractieve activiteiten mogelijk op dat tijdstip?). Er kan ook bezorgdheid zijn over de sociale atmosfeer tijdens de cursus (Is de atmosfeer competitief? Hoe zullen andere deelnemers reageren op mijn fouten?), de samenstelling van de klas (Zijn de meeste deelnemers jonger dan ik?) of de kwaliteit van de interactie tussen leraar en leerlingen (Is de leraar of lerares een van die jongeren die veel jargon termen lanceert die niemand van mijn leeftijd begrijpt? Hoe groot is de groep?). Bij het plannen van een advertentiecampagne om ouderen te interesseren voor een computercursus moet worden gezorgd voor de geloofwaardigheid van de informatiebron, want die speelt een rol in het overtuigen van potentiele deelnemers. Zo vinden mensen de informatie die van leden van de eigen groep komt meer geloofwaardig dan informatie van vreemden (bv. experts van buiten de gemeenschap). Dus moeten gerespecteerde en betrouwbare vertegenwoordigers van en rolmodellen uit de gemeenschap worden betrokken bij de campagne (bv. een senior bestuurslid van de lokale ouderenraad die de computercursus met succes heeft gevolgd). Het bij de campagne betrekken van ouderen als positieve rolmodellen impliceert een normatief eleonderstreep het nut, aandacht voor de kosten In de advertenties en de wervingscampagne moet dus niet alleen aandacht worden geschonken aan het nut van deelname aan een computercursus. Er moet ook aandacht worden geschonken aan de zorgen over bovengenoemde aspecten en over de kosten van deelname. Daarbij is het goed te proberen de kosten van de cursus effectief te verminderen, door gemakkelijke toegang tot de cursus, bijvoorbeeld door de cursus te geven in openbare ruimten zonder barrières (bv. openbare bibliotheken en gemeenschapscentra), door het cursusgeld minimaal te houden, en door veel aandacht te besteden aan het scheppen van een comfortabele leeromgeving. geloofwaardigheid is sleutel bij adverteren 69

70 ment, en dat vergroot de kans dat andere ouderen hun voorbeeld volgen en aan de cursus deelnemen ( Mensen die belangrijk voor me zijn willen dat ik meedoe! ). Onderwijs. Een Chinees spreekwoord zegt: Vertel me, ik zal het vergeten; toon me, misschien onthoud ik het; betrek me erbij, en ik zal het begrijpen. Als we deze wijsheid toepassen op het programma van een computercursus voor ouderen komen twee zaken naar voren: Allereerst moeten de studenten informatie uit de eerste hand ontvangen, en verder, wat zij leren moet zelfrelevant zijn (bv. bruikbaar om sommige persoonlijke behoeften te bevredigen of eigen problemen op te lossen). Deze punten hebben direct te maken met de leerresultaten van de cursus. Een gemeenschappelijk kenmerk van vele inleidende computercursussen voor ouderen is hun focus op kennis, competenties en praktijk gerelateerd aan kantoorwerk (bv. gebruik van programma voor tekstbewerking of een database). Ouderen hebben echter andere doelen: Zij willen communiceren met de familie via of Skype, hun foto s van de digitale camera organiseren, of leren hoe het online winkelen in zijn werk gaat, de familiegeschiedenis napluizen, of informatie over ziekte en gezondheid verzamelen. Leren is doen! Om mensen gemotiveerd te krijgen om een cursus te doen, en hun motivatie voor deelname te ondersteunen zal het cursusprogramma aan de individuele behoeften en interesses tegemoet moeten komen. Dus, ook al zal een computercursus basiskennis en competenties moeten verschaffen omtrent gebruik van een computer en het internet, een meer gespecialiseerd vervolg dient nauw aan te sluiten op de interesses en wensen van de deelnemers (bv. online genealogie, digitale fotografie, informatie over gezondheidsaspecten, geschiedenis van plaats en streek, of openbaar vervoer). Verder zouden onderwijsmethoden ook aandacht moeten besteden aan potentiële factoren die de motivatie kunnen ondermijnen en voorkomen dat de leerresultaten worden bereikt. Eén aspect is computerangst. Enige suggesties om die angst aan de orde te stellen zijn opgenomen in Box 4.2. Een ander aspect is computer zelfeffectiviteit. Een belangrijke component van de strategieën om het gevoel van zelfeffectiviteit bij individuen te vergroten is 70

71 een realistisch kader van de te bereiken doelen. Een realistische doelstelling houdt een onderverdeling in van een meer complex onderwijsdoel in specifieke, waarneembare, afzienbare en adequate subdoelen. Als deze subdoelen stap voor stap worden bereikt neemt de kans toe op ik ben het meester ervaringen de belangrijkste bron van gevoelens van zelfeffectiviteit. Doelen kunnen beter worden nagestreefd op individueel niveau dan op groepsniveau; en individuele deelnemers zouden ook een individuele terugkoppeling op hun leerprogressie moeten krijgen. methoden van sociaal leren Sociale leermethoden verschaffen een aanvullend repertoire van mogelijkheden om te reageren op specifieke behoeften en zorgen van oudere studenten. Hier komt peer-to-peer tutoring in het vizier. Peer-to-peer tutoring is een methode van instructie waarbij studenten elkaar onderwijzen. De voordelen van deze vorm van onderwijs zijn goed gedocumenteerd: Bijvoorbeeld leren oudere deelnemers meer en tonen ze meesterschap wanneer ze zelf over een onderwerp les moeten geven. Vanuit een ander perspectief, als oudere deelnemers moeite hebben met een onderwerp is het soms gemakkelijker als iemand uit de groep cursisten komt helpen, omdat deze cursist in staat is het perspectief van degene die hulp krijgt te delen. Soms kan een peer tutor voorbeelden geven en verwijzen naar een oudere deelnemer op een geheel ander niveau dan een jongere instructeur. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat peer-to-peer tutoring altijd cursisten uit dezelfde leeftijdsgroep moet betrekken. Noch is peer tutoring altijd de beste keuze vergeleken met alternatieve methoden. Soms verdient het de voorkeur, bijvoorbeeld, om intergenerationele tutor-student relaties te gebruiken, of een combinatie van verschilende methoden. Waar het hier om gaat is dat onderwijsmethoden buiten de traditionele leraar-leerling modellen vaak veelbelovende aanvullende mogelijkheden bieden, als ze op een passende manier worden gebruikt. 71

72 Box 4.2 Onderzoeksvoorbeeld: Methoden voor het reduceren van computerangst Instructeurs die computercursussen geven aan ouderen moeten zich bewust zijn van mogelijke computerangst en de nadelige gevolgen voor het leerproces. Een manier om computerangst tegen te gaan is het creëren van een comfortabele leeromgeving. Om dit te bereiken kunnen instructeurs: Humor gebruiken om een goede verstandhouding te creëren: Humor is een van de beste middelen om computerangst te verminderen. Samen lachen schept een band tussen leraar en cursisten, en dat helpt om de computerangst te verminderen. Elke les beginnen met grondbegrippen: Instructeurs moeten met de grondbeginselen beginnen. Zij moeten vermijden op ingewikkelde computerbegrippen over te stappen zonder de onderliggende principes te hebben uitgelegd. Daarom is het nodig dat instructeurs de ervaringen van de deelnemers met computers inventariseren. Ook is het goed de cursisten aan te moedigen om hun angsten en zorgen met de instructeur te delen. Computerjargon alleen gebruiken als het strikt nodig is. Te leren hoe een computer te gebruiken is al moeilijk genoeg zonder te moeten luisteren naar een verwarrend vreemd dialect van de instructeur. Dus moeten instructeurs computerjargon vermijden. En als het nodig is computerterminologie te gebruiken, dan moeten de termen duidelijk worden gedefinieerd. Ervoor zorgen dat alle lessen hands-on zijn. Instructeurs kunnen helpen bij het verminderen van computerangst door cursisten vertrouwd te maken met computers en hen tot actieve leerlingen te maken. Instructeurs moeten daarom proberen alle computerlessen hands-on te maken. De hulp aan cursisten bij het oplossen van problemen kan bestaan uit het verschaffen van verbale begeleiding of door een demonstratie-apparaat te gebruiken, maar een instructeur moet nooit de muis of het toetsenbord van de cursist pakken en het werk overnemen. Deze methode van hands on voor de cursist en hands off voor de instructeur vereist veel geduld, maar de beloning voor de instructeur als de cursist een taak helemaal zelf voltooit is de inspanning waard. Bron: Pam Dupin-Bryant, Ten slotte wordt het belang van terugkoppeling bij het onderwijs nog eens onderstreept. Terugkoppeling is een essentieel onderdeel van succesvol leren. Het brengt niet alleen informatie over naar het voortschrijdende individuele leerproces, maar ook het gevoel dat de inspanning en de bijdragen van de instructeur door anderen worden gewaardeerd. Bij educatie aan volwassenen wordt het belang van terugkoppeling en voldoening vaak onderschat. 72

73 Het wordt duidelijk aanbevolen enige vorm van erkenning en waardering te introduceren voor hetgeen individuele deelnemers hebben bereikt in de cursus, om daarmee hun toewijding en motivatie te vergroten. Figuur 4.1 CIB-Leeds: Sessie in een computercursus Samenvatting De term digitale vaardigheid ( geletterdheid ) geeft de vaardigheden en capaciteiten aan om digitale technologie kritisch te gebruiken en op eigen initiatief aan anderen door te geven. Digitale vaardigheid is een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van digitale technologieën. In staat zijn om digitale technologieën te gebruiken is voor ouderen net zo belangrijk als voor jongeren. Er zijn verschillende aspecten in het leven waar digitale vaardigheid van groot nut voor ouderen kan zijn: Toegang tot informatie en diensten, communicatie en sociale inclusie, levenslange mogelijkheden tot leren en werken, gezondheid en zelfmanagement ( empowerment ). Onderzoek van onze attituden ten opzichte van digitale technologieën heeft een indeling in vijf groepen gebruikers opgeleverd. Acht van de tien volwassenen van 60 jaar en ouder behoren tot de groep aarzelaars of tot de weigeraars. Barrières voor digitale vaardigheid bij ouderen zijn onder meer (1) gebrek aan technische uitrusting, (2) beperkte competenties en vaardigheden, 73

74 (3) antimotiverende factoren. Er zijn strategieën nodig om zulke barrières te slechten in de context van het aanbieden van computercursussen voor ouderen. Literatuur Charman-Anderson, S. (2010). Making the Connection: The use of social technologies in civil society. Retrieved from Morris, A. (2007). E-literacy and the grey digital divide: a review with recommendations. Journal of Information Literacy 1, Ofcom. (2009). Ofcom Digital Lifestyles: Adults aged 60 and over. Retrieved from Paine, C., Reips, U.-D.. Stieger, S., Joinson, A. & Buchanan, T. (2007). Internet users perceptions of privacy concerns and privacy actions. International Journal of Human-Computer Studies 65, Peacock, S.E. & Künemund, H. (2007). Senior citizens and Internet technology. European Journal of Ageing 4, Schäffer, B. (2007). The digital literacy of seniors. Research in Comparative and International Education 2, Oefeningen 1. Wat is digitale vaardigheid? 2. Wat is een dienst voor sociale netwerken? 3. Wat is computer zelfeffectiviteit? Hoe kan die worden vergroot? 4. Wat is computerangst? Hoe kan die worden verminderd in computercursussen? 74

75 Deel II CIB Ervaringen uit de eerste hand 75

76 5 Zilveren hubs In de volgende secties worden ervaringen uit de eerste hand gepresenteerd met het project CIB: STEDEN IN BALANS: ACTIEVE STEDEN VOOR ALLE LEEFTIJDEN. De presentaties van deze ervaringen zijn gebaseerd op empirisch evaluatieonderzoek uitgevoerd door de auteurs, alsmede rapporten van CIB partners. Het is steeds een belangrijk doel van CIB geweest om innovatieve strategieën te definiëren en exploreren om zowel de uitdagingen als de kansen met betrekking tot demografische veroudering voor steden en gemeenschappen te belichten. Een aparte strategische benadering van CIB betreft de ontwikkeling van op gemeenschappen gebaseerde zilveren hubs. Zilveren hubs gemeenschapscentra voor fysieke of virtuele bronnen waar ouderen zowel als andere generaties kunnen samenkomen, vrijwiliggerswerk doen, communiceren of informatie verzamelen. Zilveren hubs vervullen verschillende belangrijke functies voor burgers als ook voor de gemeenschap. Zij bieden niet alleen een leeftijdsvriendelijk en gemakkelijk toegankelijk sociaal milieu, maar zij dienen ook als een levendig laboratorium voor actief burgerschap en intergenerationele samenwerking, levenslange educatie en sociale inclusie. Na het doorwerken van dit hoofdstuk zult u: (1) enkele ideeën hebben opgedaan over verschillende typen van zilveren hubs die zijn ontwikkeld in samenwerking met CIB, en de verschillende doelen die zij nastreven. (2) hebben geleerd hoe onze partners de essentiële succesfactoren hebben afgeleid uit de opbouw van een zilveren hub in hun respectieve gemeenschappen. De CIB partners hebben ook een veelomvattend handboek samengesteld om hun ervaringen met het ontwikkelen van zilveren hubs te delen met een wijdere kring van geïnteresseerden. Dit handboek behandelt alle relevante stappen van het creëren van een eerste visie via de implementatie van specifieke maatregelen tot evaluatie en duurzaamheid. Het handboek verschaft ook waardevolle informatie over welk type model-hub het beste werkt onder 76

77 bepaalde omstandigheden. Elke stap in de ontwikkeling van een zilveren hub vereist bepaalde werktuigen en methoden. Daarom hebben de CIB partners ook een gereedschapskist samengesteld die een collectie relevante en nuttige methoden, strategieën en procedures bevat. Elektronische kopieën van deze documenten zijn te verkrijgen in de virtuele bibliotheek van deze leeromgeving. 5.1 Typen van zilveren hubs Zilveren hubs bieden lokale oplossingen voor lokale behoeften. De hubs die de CIB partners hebben ontworpen en ontwikkeld zijn dus alle uniek in die zin dat zij beantwoorden aan de specifieke behoeften van hun lokale gemeenschappen. In aansluiting daarop zijn hun kenmerken kritisch aangevuld met lokale sociale, politieke en economische factoren (bv. subsidiemogelijkheden en politieke ondersteuning). Binnen het huidige project wordt er dus een onderscheid gemaakt tussen drie typen van zilveren hubs: fysieke hubs, virtuele hubs en dynamische hubs. Fysieke, virtuele en dynamische hubs Fysieke hubs Een fysieke, materiële hub is een gemakkelijk toegankelijke, lokale lagedrempel faciliteit (bv. een buurtkantoor, een intergenerationeel gemeenschapscentrum) dat ouderen voorziet van mogelijkheden tot intergenerationele ontmoetingen, communicatie, informatie en ondersteuning. Aan fysieke hubs kunnen online aanbiedingen worden gekoppeld (bv. een website en digitale bibliotheken). Hier zijn enkele voorbeelden. Informatie over de buurt en ontmoetingspunt (Kaiserslautern) De zilveren hub (een buurtkantoor) is hier gebouwd om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken in de buurt die het hoogste percentage burgers van 65 jaar en ouder van de hele stad heeft. De buurt werd als woonwijk gebouwd in de jaren 60 van de vorige eeuw. In tegenstelling tot andere buurten, met uitzondering van enkele kerkelijke faciliteiten, bestonden hier vrijwel geen maatschappelijke faciliteiten, gemeenschapscentra of plaatsen waar 77

78 verschillende generaties elkaar konden ontmoeten en activiteiten opzetten. Het belangrijkste doel van de zilveren hub was het verschaffen van precies deze mogelijkheden om het gevoel van saamhorigheid in de buurt en de intergenerationele cohesie te versterken. Figuur 5.1: Wijkkantoor (Kaiserslautern) Het buurtkantoor doet dienst als plaatselijk centrum waar contacten worden gefaciliteerd, en wel tussen bewoners, politici, de lokale overheid, verenigingen en clubs, woningbouwcorporaties, verschillende generaties en andere lokale acteurs. Het verschaft sociale faciliteiten voor het vrijwillige redactieteam van de buurtkrant, en voor het werk van jonge padvinders. Het kantoor verspreidt lokaal relevante informatie (bv. over woonaangelegenheden). Om de duurzaamheid te verzekeren worden de faciliteiten gedeeld met een lokaal dienstverleningscentrum voor de gezondheidszorg. Verder worden vrijwilligers gerecruteerd en opgeleid om het buurtkantoor te runnen. Het kantoor is 5 dagen per week geopend. Vanwege enkele activiteiten kan dit kantoor beschouwd worden als een best-practice voorbeeld van een fysiek zilveren hub. Ten eerste is het wijkkantoor als informatiecentrum en ontmoetingsplaats opgenomen in de infrastructuur die relevant is voor de doelgroepen in het centrum van de buurt, naast een supermarkt en andere winkels, niet ver van medische zorg. Er is een bushalte dichtbij en het ontmoetingspunt is barrière-vrij toegankelijk. Het is verbonden met een servicepunt voor gezondheidszorg. Deze verbinding is 78

79 bijzonder omdat het de toekomstige duurzaamheid van het project garandeert, aangezien enkele kamers van het wijkkantoor door beide instituties kunnen worden gebruikt. Een eveneens relevant aspect van het project betreft de samenwerking en het partnerschap van verschillende subsidiërende organisaties en lokale instituties. Zo zijn bijvoorbeeld de lokale woningbouwcorporatie (BauAG), enkele servicepunten voor senioren en een non-profit training en kwalificatiebedrijf (Neue Arbeit Westpfalz) bij het project betrokken; die bieden ook financiële steun (bv. voor de wijkkrant). Zulke partnerschappen en samenwerking zijn in het bijzonder relevant voor het zekerstellen van subsidies en andere hulpbronnen voor een langere periode. Een van de meest belangrijke succesfactoren is het onderhouden van efficiente netwerken. Meer in het bijzonder is de acceptatie van het project vooral afhankelijk van (één of meer) sleutelfiguren of vooraanstaande personen in de gemeenschap, die de buurt goed kennen, die gerespecteerd en vertrouwd worden door alle betrokken partners, en die aanwezig en actief zijn in de gemeenschap voor de duur van de ontwikkeling van het project. In Kaiserslautern was het opbouwen van netwerken en de supervisie van het project toevertrouwd aan een projectcoördinator die fungeerde als contactpersoon voor de gemeenschap met de verschillende partners en lokale acteurs. Zijn affiliatie tot en kennis van de gemeenschap stelde hem ook in staat om effectief het hoofd te bieden aan onverwachte uitdagingen. Eén zo n uitdaging was de aarzeling bij de lokale kerken om mee te doen in het project omdat zij bang waren invloed in de wijk te verliezen. Het kostte veel moeite om de kerken ervan te overtuigen dat CIB geen bedreiging vormt en dat ook deze instituties kunnen profiteren van CIB. Het project biedt ook voorbeelden van het betrekken van bewoners bij het ontwikkelen van ideeën en het opzetten van actieve burgerparticipatie, bijvoorbeeld door middel van hoorzittingen en toekomstige workshops (werkbijeenkomsten) in de planningsfase. Al met al blijft het zekerstellen van actieve betrokkenheid bij lokale projecten door de buurtbewoners (zoals in veel lokale projecten) een belangrijk uitdaging. 79

80 Intergenerationeel vrijwilligershuis (Brugge) Het intergenerationeel vrijwilligershuis in Brugge is een ontmoetingsplaats voor zowel jongere als oudere inwoners van deze stad die zijn geïnteresseerd in vrijwilligerswerk. Het vrijwilligershuis herbergt een scala aan lokale vrijwilligersinitiatieven en vrijwilligersorganisaties. Het doet dienst als informatiecentrum en adviesbureau voor alle aspecten van het vrijwilligerswerk. Vrijwilligersorganisaties krijgen ondersteuning en advies bij het ontwikkelen van eigen beleidsvoornemens en actieplannen, en hun diensten en programma worden gecoördineerd en met elkaar verbonden. De ontwikkeling van het intergenerationeel vrijwilligershuis is een goed voorbeeld van het oprichten van partnerschappen vóór dat het project en de effectieve burgerparticipatie begint. Zo werden een bestuur met een aantal professionele deskundigen en een adviesraad van vrijwillige experts opgericht om ondersteuning en acceptatie van het vrijwilligershuis in de gemeenschap te garanderen; het vrijwilligerscentrum met zijn doelstellingen werd gepresenteerd aan verschillende lokale belanghebbenden en organisaties die werden ingelicht over de mogelijkheden om terugkoppelingen te maken en actief betrokken te raken bij het centrum. Verder werden verscheidene voorlopige beoordelingen en onderzoeksactiviteiten uitgevoerd om gedetailleerde en samenvattende gegevens te verkrijgen over de verwachtingen van de inwoners ten aanzien van de diensten die het vrijwilligerscentrum zou kunnen bieden. partnerschappen vóór het project begint Virtuele hubs Een virtuele zilveren hub is een gemakkelijk toegankelijke website of een internetportaal die oudere inwoners voorzien van online mogelijkheden tot het verkrijgen van informatie, ontvangen van ondersteuning of advies, en voor het betrokken raken bij chats, communicatie en virtuele sociale activiteiten met gelijkgezinde anderen. Infostore (Leeds) Infostore is een internetportaal voor mensen van boven de 50 jaar in Leeds dat ontworpen is om het de bezoekers gemakkelijk te maken om informatie 80

81 te vinden als ze die nodig hebben. Infostore bundelt alle relevante informatiebronnen. De meeste van deze bronnen waren al beschikbaar, maar moeilijk te vinden, vooral voor ouderen. Het portaal is ontwikkeld als een interactief werktuig waar gebruikers in discussie kunnen gaan op forums, suggesties kunnen doen, documenten kunnen downloaden, enz. Figuur 5.2 Infostore portaal Het interportaal zelf is slechts een gedeelte van het project; het is verbonden met voorzieningen voor een computeruitrusting voor lokale organisaties en een aan de gemeenschap verbonden computertraining voor ouderen. Het Infostore portaal wordt om verschillende redenen gekwalificeerd als een best-practice voorbeeld. Ten eerste is de website ontwikkeld in vruchtbare en succesvolle samenwerking met wetenschappers van de Universiteit van Leeds, met projectleiders en met het Leeds Older People s Forum. Potentiële gebruikers zijn continu bij de ontwikkeling betrokken. Het resultaat is een zeer toegankelijke en gemakkelijk te hanteren website voor ouderen en web nieuwkomers (knoppen, grotere letters, hulp -knop). Bijzonder is de poging om etnische minderheden bij het project te betrekken, door de belangrijkste informatie te vertalen in zes talen en videoclips in verschillende talen aan te bieden waarin wordt uitgelegd hoe de Infostore website kan worden gebruikt. De website wordt gemonitord en verder ontwikkeld door een redactieraad van oudere gebruikers. Een andere belangrijke factor in het project is de uit de gemeenschap voortgekomen structuur. Vermeldenswaard is hier dat de structuur een uitbreiding en verdere ontwikkeling is van al bestaande netwerkschema s uit de buurt en van bestaande infrastructuur. Het resultaat is dat ouderen kunnen deelnemen aan een laagdrempelige computertraining in de buurt (bv. een openbare aan de gemeenschap gerelateerde projectstructuur 81

82 bibliotheek) waar zij de tutoren en andere deelnemers al kennen. Op deze wijze werden de acceptatie en het succes van de computertraining en het gebruik van internet door ouderen aanzienlijk verbeterd. Ook wordt informatie over Infostore effectief en persoonlijk verspreid via informatiestands en gebeurtenissen in de gemeenschap (bv. dansbijeenkomsten voor senioren), geschreven materiaal en werkcolleges uit de eerste hand. Het is een voordeel dat de planning van het project begon vóór CIB werd gestart, zodat er genoeg tijd voor verdere planning was en het Infostore team kon samenwerken met andere experts en inspiratie kon opdoen uit soortgelijke projecten (met name consultaties met een team van de mentale gezondheid website) Dynamische hubs Een hub kan ook het energetische hart vormen in het centrum van een netwerk, dat verandering door het netwerk coördineert en stimuleert. Dit is een dynamische hub, die op een individu, een team of een groep kan zijn betrokken. Zoals in een wiel verbindt de hub (de naaf) de andere elementen door het gemeenschappelijke doel of de agenda. Het kan verschillende delen van het netwerk ondersteunen, bijvoorbeeld door het zekerstellen van fondsen, en het kan werken met verschillende delen om hun gemeenschappelijk belang te bevorderen. Als een centrale activiteit kan het boodschappen door het netwerk faciliteren, het kanaal zijn voor actuele of virtuele communicatie, en de belangen van het netwerk als geheel bevorderen. Senior informatieproject en ouderenraad (Southampton) De dynamische hubs die Southampton heeft ontwikkeld zijn de menselijke en praktische hulpbronnen in het centrum van netwerken die de oudere inwoners informeren en engageren. De ouderenraad is een menselijke hub die de belangen en stem van ouderen in de stad vertegenwoordigt, en die mogelijkheden schept voor ouderen om met de geboden diensten betrokken te zijn bij de vormgeving van de stad. Het project heeft dit versterkt en het mogelijk gemaakt zijn rol verder te ontwikkelen. Het senior informatieproject is een hub van expertise, kennis en coördinatie voor de verbetering van de toeganpolitieke belangenbehartiging van ouderen 82

83 kelijkheid van informatie, die ouderen nodig hebben om hun levenskwaliteit te verbeteren, voor hun vermogen veranderingen in de kwaliteit van de beschikbare informatie teweeg te brengen, en netwerken en methoden te gebruiken die op de meeste effectieve wijze ouderen engageren. De ouderenraad wordt gesteund door het project Later Years Partnership van het stadsbestuur, en is betrokken bij projecten die het actieve ouder worden en inter-generationele activiteiten bevorderen. Het heeft gewerkt met groepen die een conferentie over dementie organiseerden, wat heeft geleid tot een nog voortgaande dialoog met de gezondheidsdiensten over de toenemende bewustwording en het verbeteren van de diensten, en het nam ook de leiding bij het ondersteunen en organiseren van het zeer succesvolle lokale Over 50 s festival. De ouderenraad droeg ook bij tot de ontwikkeling van een visie op gezondheid en maatschappelijke zorginstellingen in de toekomst, tot het woonproject de City's Older Persons Housing Strategy, en de verbetering van de veiligheid in de stadsbussen en het voorkomen van valpartijen daarin. Ook is onderzoek verricht naar de gevoelens van de ouderen omtrent de leefbaarheid van hun wijk, en is er een ondersteuningsproject opgezet ten behoeve van de gezondheid van zwarte en Aziatische ouderen alsmede ouderen van etnische minderheden. Als onderdeel van het CIB project ontvingen senior leden van de ouderenraad een training over de rol van de ouderenraad en over het beleggen van vergaderingen. Als resultaat daarvan zijn de vergaderingen van de ouderenraad productiever geworden, met meer geëngageerde leden die zich gemotiveerd voelen en ondersteund worden om erbij betrokken te raken. De training heeft vooral het voorzitten van de vergadering verbeterd. Het project ouderenraad wordt gekwalificeerd als een best-practice voorbeeld, en wel om verschillende redenen. Een van de meest significante bijdragen is dat het de politieke betrokkenheid van ouderen wat betreft leeftijdsgerelateerde zaken alsmede de politieke belangenbehartiging heeft versterkt. De ouderenraad oefent ook invloed uit op de actie van organisaties en diensten in de stad, en draagt daar op positieve wijze aan bij. De raad wordt regelmatig gevraagd om visies, suggesties en assistentie, en leden van de raad worden uitgenodigd om zitting te nemen in panels en partner- 83

84 schappen, om te garanderen dat de visies van ouderen goed zijn vertegenwoordigd. De ouderenraad heeft op die wijze een aantal vraagstukken op de politieke agenda gekregen die de ouderen direct aangaan. Figuur 5.3 Vergadering van de ouderenraad Ten slotte heeft de actieve deelname aan het werk van de ouderenraad er significant toe bijgedragen dat de betrokken ouderen het gevoel hebben dat hun werk politiek effectief is. In de eigen woorden van een raadslid: Ik vind het fijn lid te zijn van de ouderenraad om de simpele reden dat ik het gevoel heb dat ik een vinger aan de pols heb van hetgeen er gaande is. Als we leden van de gemeenteraad ontmoeten en we hebben een probleem, dan kunnen we dat altijd aan hen voorleggen; we weten nu hoe het in zijn werk gaat, dat probleem te presenteren, weet u. (79 jaar oud lid van de ouderenraad van Southampton). Het is belangrijk op te merken dat verscheidene partners verschillende aspecten van een fysieke hub, een virtuele hub en/of een dynamische hub combineren. Het wordt de geïnteresseerde leden dan ook sterk aangeraden het handboek te lezen om meer te weten te komen. 84

85 5.2 Zilveren hubs: Essentiële succesfactoren In de volgende sectie wordt een samenvatting gepresenteerd van de essentiële succesfactoren voor zilveren hubs, die zijn ontleend aan case studies in de context van CIB Planning van een zilveren hub De planning van een zilveren hub is een complexe en tijdrovende onderneming. Volgens de ervaringen opgedaan met het CIB project zijn de volgende zaken van bijzonder belang in de voorbereidende fase van het project. Realistisch tijdsraam. Wanneer de projecten afhankelijk zijn van externe subsidies, wordt het ten sterkste aangeraden de planning van het project te starten ruim vóór de actuele financiële steun verwacht wordt (in sommige CIB projecten duurde het 3 jaar voor de externe middelen waren toegezegd). Een succesvolle planning begint met een zorgvuldige preliminaire beoordeling van de eisen van de erbij betrokken doelgroepen (bv. bewoners, specifieke groepen van professionals, vrijwilligersorganisaties) alsmede van de capaciteiten en hulpbronnen binnen de lokale gemeenschap om de zilveren hub te ondersteunen en te handhaven (bv. al bestaande sociale netwerken, subsidiemogelijkheden). De preliminaire beoordeling vereist dat een serie goedgekeurde procedures beschikbaar is om leden van de doelgroepen en relevante lokale acteurs in staat te stellen actief mee te doen met het vaststellen van doelen, besluitvoering en implementatie van plannen (bv. toekomstige workshops, interviews, hoorzittingen). Het bevorderen van burgerparticipatie in een vroeg stadium van het proces is bijzonder belangrijk omdat het helpt een duurzame participatie in het project te bereiken. Effectieve samenwerking en communicatie. De succesvolle ontwikkeling van een zilveren hub hangt in hoge mate af van de effectiviteit van de samenwerking tussen de verschillende bij de hub betrokken lokale acteurs. Effectieve procedures inzake de coördinatie van de samenwerking en communicatie tussen de verschillende acteurs en belanghebbenden zijn daarom een sleutelfactor (bv. rondetafelbijeenkomsten, adviescom- 85

86 missies). Hoewel de realisatie van een hub een gezamenlijke onderneming is, profiteren de projecten in belangrijke mate van de expertise en de capaciteiten van een coördinator. Deze was al eerder betrokken bij soortgelijke coöperatieve projecten, en kent de buurt en de gemeenschap waar de hub moet worden geïmplementeerd. De coördinator wordt gerespecteerd en vertrouwd door alle betrokken partners (en niet als een outsider beschouwd), en is aanwezig en actief in de gemeenschap gedurende het hele proces van ontwikkeling. Laat ons luisteren naar een van onze coördinatoren van het project: Volgens mij is een van de belangrijkste punten het vinden van sleutelfiguren in de buurt en hen in het bestuur te krijgen. Het maakt een enorm verschil dat er iemand in de buurt is die al een hele serie verschillende zaken heeft georganiseerd. Dat zijn precies de mensen die we nodig hebben; zij zijn in hun gemeenschap geworteld, zij kennen veel mensen en weten hoe die erbij te betrekken. (projectcoördinator, Kaiserslautern) Burgerparticipatie. Een andere belangrijke factor die de acceptatie van een zilveren hub beïnvloedt betreft de inschakeling van de inwoners bij de planning en implementatie. Een belangrijk punt in dit verband is het gevoel van eigenaarschap. Betrokken zijn bij de planning en implementatie versterkt de binding met het project en de gevoelens van eigenaarschap. Wanneer personen het gevoel hebben dat de hub is geïmplementeerd voor hen, maar zonder hen wordt de acceptatie waarschijnlijk onder druk gezet. Effectieve conflictbeheersing. Terwijl de initiatiefnemers van een zilveren hub (en hun medewerkers) een heldere visie hebben op de voordelen en het nut van het project, is het belangrijk om te anticiperen op een mogelijke afwijking van dit perspectief. Bijvoorbeeld kunnen in sommige projecten sommige lokale acteurs, die al hulp hebben geboden aan ouderen, het gevoel krijgen dat ze worden buitengesloten, of bang zijn voor concurrentie en verminderde invloed in de toekomst. Anticipatie op potentiële belangenconflicten is dus een belangrijke aangelegenheid. Het is zeer raad- 86

87 zaam om levenskrachtige procedures te onderzoeken om potentiële conflicten in de gemeenschap te herkennen en leren beheersen. Selectie van een lokaliteit voor een fysieke hub. Nadat de eisen ten aanzien van het project zijn beoordeeld en betrouwbare partnerschappen zijn opgebouwd is het van belang om een geschikte lokaliteit voor de fysieke hub te vinden. Wat een lokatie geschikt maakt voor een zilveren hub hangt af van de specifieke doelen, maar er zijn ook enkele algemene kritische factoren: Om te beginnen moet de lokaliteit gemakkelijk bereikbaar zijn (bv. met het openbaar vervoer) en vrij zijn van barrières; verder is het nuttig de hub op te nemen in een al bestaande infrastructuur (bv. in of nabij een gemeenschapscentrum, winkels of instituties voor gezondheidszorg, dus centraal en niet perifeer in de gemeenschap). Als er al een plaatselijk netwerk bestaat dat al door leden van de doelgroep wordt gebruikt, kan daarbij worden aangesloten (bv. in overleg met lokale organisaties en sleutelfiguren). Ten slotte moet de plaats van de hub multifunctioneel zijn, het sociaal verkeer en de communicatie aanmoedigen en de mogelijkheid bieden voor bijeenkomsten die wederzijdse uitwisseling bevorderen. Ontwerp van een digitale hub. Om een digitale hub op te bouwen die toegankelijk is voor ouderen moet in het ontwerp rekening worden gehouden met onderzoeksresultaten betreffende relevante leeftijd gerelateerde capaciteiten en behoeften. Zo wordt het warm aanbevolen de hub te laten ontwerpen door professionele specialisten op dit gebied, bij voorkeur in samenwerking met een onderzoeksinstituut. Verder is van belang om in elke fase van de planning en implementatie overleg te voeren met vertegenwoordigers van diverse doelgroepen (bv. ouderen uit verschillende gemeenschappen en maatschappelijk werkers) om de attractiviteit van de hub te optimaliseren (bv. door de instelling van een redactieraad). Om de inclusie van minderheden te bevorderen kan de relevante informatie in verschillende talen worden aangeboden. Duurzaamheid. Om de duurzaamheid van de hub te garanderen is het van belang te onderzoeken of de sponsoring kan worden verzekerd voor 87

88 de hele periode van de ontwikkeling van het project. Organisaties van de bewoners en oudere vrijwilligers zijn mogelijk in staat een hub te runnen, maar toch zal hier training, hulp van mentoren en supervisie nodig zijn. Behalve de financiële duurzaamheid moeten andere aspecten zoals sociale, politieke en structurele duurzaamheid bij de planning worden betrokken (zie het CIB-handboek). Figuur 5.4 geeft een samenvatting van enkele van de meest relevante financiële aspecten, die men in beschouwing moet nemen bij het plannen van een fysieke zilveren hub. Figuur 5.4 Planning van een fysieke zilveren hub: Kosten en omzetten (CIB handboek) Het runnen en beheren van een zilveren hub Het succes van een zilveren hub, of het nu een fysieke of virtuele hub is digitaal of dynamisch hangt in hoge mate af van twee belangrijke factoren: adverteren en campagne voeren en de capaciteit en motivatie van de potentiële gebruikers om de hub ook werkelijk te gebruiken. Een veelbelovende manier om het aantal bezoeken te bevorderen en te verhogen is om aan- 88

89 dacht te besteden aan beide factoren door middel van speciale maatregelen ( tweeweg benadering ). Verder moet de acceptatie door de bezoekers en de functionaliteit van de zilveren hub goed worden overwogen. Adverteren en campagne voeren. Informatie over de hub (en het nut ervan voor de gemeenschap) kan worden verspreid op een traditionele manier zoals brochures, advertenties, mond-tot-mond reclame, enz. Verscheidene aspecten zijn cruciaal. Ten eerste moet de informatie over de hub worden gepresenteerd in begrijpelijke taal (jargon en technische termen vermijden). Ten tweede moet de informatie beschikbaar zijn op plaatsen waar de geadresseerden waarschijnlijk regelmatig mee in contact komen (bv. gemeenschapscentra, dag- en buurtbladen, bibliotheken, plaatsen waar evenementen plaatsvinden en webpagina s van de gemeente). Ten derde moet de informatie aantrekkelijk zijn wat betreft de behoeften van de aangesproken ouderen en hun belangstelling opwekken (de boodschap dient duidelijk te zijn over het hoe en waarom mensen profiteren van een bezoek aan de hub bijvoorbeeld omdat zij actuele informatie sneller ontvangen dan via andere wegen, of omdat ze kunnen communiceren met gelijkgezinden). Ten vierde is het belangrijk, dat de bron van de informatie als betrouwbaar wordt gezien door degenen waar deze voor bestemd is (zo kunnen mensen minder geneigd zijn informatie te gebruiken die als een commerciële campagne wordt gepresenteerd, terwijl ze wel de aanbevelingen zullen volgen van gerespecteerde personen uit hun eigen leeftijdsgroep of gemeenschap). Ten vijfde en laatste is het ook belangrijk dat de organisatie achter de sponsor van de hub transparant en geloofwaardig is. Opbouw van capaciteit. Wat betreft digitale hubs is een van de meest belangrijke aspecten van de opbouw van capaciteit het bevorderen van digitale vaardigheid en computer zelf-effectiviteit (dat is de verwachting van personen dat zij een computer of het internet effectief kunnen gebruiken). Zoals uiteengezet in hoofdstuk 3 kunnen beide doeleinden worden bereikt via specifieke cursussen en werkcolleges voor ouderen. Het moet nogmaals worden onderstreept dat zulke cursussen gemakkelijk toegankelijk moeten zijn (bv. gehouden worden op lokaties in de buurt) zodat de 89

90 beoogde cursisten ook werkelijk komen. Verder moet het duidelijk zijn dat deelname aan een cursus grote persoonlijke en maatschappelijke voordelen biedt (bv. kunnen mensen worden aangetrokken omdat ze leren e- mails te zenden en ontvangen om met vrienden en familieleden in contact te blijven. Ook kunnen ze verwachten dat ze kunnen omgaan met andere ouderen). Potentiële angst en barrières moeten worden opgespoord en aangepakt (bv. bezorgdheid over een beoordeling, angst voor technische moeilijkheden, financiële problemen). Acceptatie van de hub in de gemeenschap. De acceptatie van een hub hangt in belangrijke mate af van de staf die de hub runt. Voor ouderen is vooral belangrijk dat ze het gevoel hebben fair en met respect te worden bejegend zonder stereotypen en paternalistisch taalgebruik. De gevoeligheid van de staf voor dit soort zaken is dan ook een sleutelfactor. Hetzelfde geldt voor interacties met vrijwilligers. Zo zijn er talrijke vrijwilligers die bij CIB projecten betrokken zijn die vertellen dat ze positieve opmerkingen van stafleden over hun vrijwilligerswerk zeer waarderen. Al is het maar een dank je wel waarmee wordt duidelijk gemaakt dat het werk wordt erkend en gewaardeerd. Functionaliteit. Men moet kunnen vertrouwen op de openingstijden van een fysieke hub, die ook in lijn moeten zijn met de gewoontes van de bezoekers. De actualiteit van de aanbiedingen van de zilveren hub moet regelmatig worden gecontroleerd. Het regelmatig bezoeken van een zilveren hub kan voor de ouderen veel nut opleveren, dat uitgaat boven het krijgen van advies en het vinden van informatie. Een speciale aantrekkingskracht van een zilveren hub wordt gevormd door de sociale attractiviteit, vanwege de mogelijkheden voor ontmoetingen en omgang met elkaar, een praatje te maken en een kop koffie of thee te drinken. Het succes van de virtuele hub berust in hoge mate op de attractiviteit en functionaliteit voor de gebruiker. Een website die te complex is en niet alle actuele informatie verschaft is niet attractief. Om zeker te zijn van de attractiviteit moet de virtuele hub werktuigen en applicaties hebben die de gebruikers helpen om te navigeren en de informatie gemakkelijk te verkrijgen (bv. een sectie voor veel gestelde vragen, hulpknoppen, videoclips 90

91 met iemand uit de gemeenschap erop die het gebruik van de website laat zien). In aansluiting daarop moet de hub informatie of connecties verschaffen die relevant zijn voor potentiële gebruikers (kamers waar groepen met een speciale interesse kunnen chatten, verbindingen met sociale netwerken). Om de website up-to-date te houden is adequate aandacht van de staf belangrijk. Dit leidt uiteindelijk tot de vraag naar de duurzaamheid. Zoals met de fysieke hubs bestaat er geen algemene oplossing voor dit probleem. Aangezien financiële en menselijke hulpbronnen belangrijk zijn, wordt aanbevolen om naar middelen te zoeken die blijvende financiele steun vanaf het begin van het project garanderen. Telling van het aantal bezoeken en interviews met bezoekers geven waardevolle informatie over de attractiviteit van de hub. Op dezelfde wijze kan een vragenformulier over de satisfactie van de bezoekers belangrijke suggesties opleveren voor de verbetering of aanpassing van de hub om behoeften en verwachtingen van de bezoekers verder te bevredigen. Samenvatting Zilveren hubs zijn fysieke of virtuele bronnen in gemeenschapscentra waar ouderen en jongeren kunnen samenkomen, vrijwilligerswerk doen, communiceren of informatie verzamelen. Zilveren hubs vervullen verschillende belangrijke functies zowel voor individuen als voor de gemeenschap. Zij bieden niet alleen een leeftijdsvriendelijk en gemakkelijk toegankelijk sociaal milieu aan, maar dienen ook als een levendig laboratorium voor actief burgerschap en intergenerationele samenwerking, levenslange educatie en sociale inclusie. In dit hoofdstuk kwamen verscheidene typen van hubs ter sprake: een fysieke zilveren hub is een gemakkelijk toegankelijke laagdrempelige lokale faciliteit (bv. een wijkkantoor, een intergenerationeel gemeenschapscentrum) dat de ouderen voorziet van mogelijkheden voor intergenerationele bijeenkomsten, communicatie, informatie en ondersteuning. Een virtuele zilveren hub is een toegankelijke website of internetportaal dat ouderen voorziet van online mogelijkheden voor het verkrijgen van informatie, het ontvangen van ondersteuning of adviezen, or voor chats, communicaties en virtuele sociale activiteiten met gelijkgezinden. 91

92 Een hub kan ook een energetisch hart zijn in het centrum van een netwerk dat coördineert en veranderingen teweegbrengt via het netwerk (dynamische hub). Ook zijn aanbevelingen verstrekt voor planning, running en beheer van zilveren hubs, die zijn ontleend aan CIB case studies. Oefeningen 1. Is er een zilveren hub in uw lokale gemeenschap? 2. Wat zou u een oudere persoon aanbevelen die meer wil weten over intergenerationele activitieiten in uw gemeenschap? 3. Is er een ouderenraad in uw gemeenschap? Probeer de opdrachten en agenda van deze raad op het spoor te komen. 92

93 6 Zilveren inclusie Een andere strategische benadering door CIB gaat over het thema sociale inclusie van ouderen. Zilveren inclusie strategieën ontworpen voor het verhinderen van leeftijdsegregatie door ouderen te betrekken of te behouden bij vrijwilligersactiviteiten, intergenerationele projecten, mentorrelaties of andere aspecten van het leven in de gemeenschap. Strategieën met betrekking tot zilveren inclusie hebben de potentie om bij te dragen tot de sociale cohesie en solidariteit in de samenleving. Aan de ene kant wordt door het creëren van mogelijkheden voor sociale inclusie de sociale verbondenheid van ouderen met hun gemeenschap versterkt; het versterkt tevens de sociale netwerken, het verbetert de toegang tot informatie en sociale ondersteuning, en het reduceert de kans op sociale isolatie. Aan de andere kant profiteert de gemeenschap van de ervaringen en expertise van ouderen, hun vaardigheden en competenties, en hun bereidwilligheid bij te dragen tot het welzijn van de gemeenschap. Na het doorwerken van dit hoofdstuk zult u: (1) enige ideeën hebben opgedaan over de verschillende strategieën die zijn ontwikkeld in samenhang met CIB en de verschillende doelen die dit project dient. (2) hebben geleerd welke kritische uitdagingen onze partners hebben geïdentificeerd met betrekking tot de uitvoering van zilveren inclusie strategieën, in het bijzonder degenen die afhankelijk zijn van vrijwilligerswerk, en potentiële remedies. De CIB partners hebben ook een verzameling relevante en behulpzame methoden, strategieën en procedures geproduceerd, die weer sociale inclusie strategieën hebben opgeleverd voor verschillende onderdelen van het leven in de gemeenschap. Elektronische kopieën van deze documenten zijn te vinden in de virtuele bibliotheek van deze leeromgeving. 93

94 6.1 Zilveren inclusie strategieën: voorbeelden In de volgende sectie worden enkele strategieën op lokaal niveau gepresenteerd, die zijn ontwikkeld in de context van CIB en die kunnen worden beschouwd als voorbeelden van hoe men aspecten van sociale inclusie naar voren kan brengen Intergenerationeel mentorschap De term mentorschap is afgeleid van oude Griekse mythologie waar Mentor een vertrouweling van Odysseus was en toen diende als beschermer en tutor van de zoon van Odysseus, wanneer deze op reis was. Mentorschap in projecten die zijn ontworpen om sociale inclusie te bevorderen, kan ofwel personen van dezelfde leeftijd omvatten die verschillen in ervaringen en vaardigheden ( peer-mentoring, mentorschap onder gelijken), ofwel personen van verschillende leeftijd (intergenerationeel mentorschap). In intergenerationele mentorschapsprojecten kan een oudere persoon mentor zijn van een jongere (bv. een oudere volwassene die coach is van een student); maar ook kan de jongere mentor zijn van een oudere (bv. studenten die ouderen leren hoe om te gaan met digitale technieken); tenslotte kan er sprake zijn van wederzijds leren waarbij bijvoorbeeld een oudere en een jongere met verschillende expertises elkaar coachen. Hier volgen enkele uitgewerkte voorbeelden. mentorschap onder gelijken vs. intergenerationeel mentorschap Intergenerationele training in mobiel bellen (Hagen) Mobiele telefoons zijn erg nuttig in deze tijd. Toch kan het gebruik ervan verwarrend en moeilijk zijn, vooral voor ouderen die zijn opgegroeid in een tijd dat er nog niet eens vaste telefoontoestellen in elk huis waren. Een intergenerationeel trainingsprogramma leert ouderen om mobiel te bellen. De training wordt gecoördineerd door de vrijwilligersorganisatie van de stad Hagen. Het maakt deel uit van een groep projecten die de sociale en technische inclusie bevorderen van ouderen die zijn aangesloten bij CIB en de lokale zilveren hub. 94

95 Het basisidee van de intergenerationele training is simpel: Een aanzienlijk deel van de ouderen is ten aanzien van het gebruik van mobiele telefoons of aarzelaar of weigeraar (zie hoofdstuk 3). De meeste schoolkinderen hebben daarentegen hun eigen mobieltje en zijn daar dol op. Dit project beoogt daarom een overdracht van kennis van jongeren naar ouderen door middel van een intergenerationele mentor-pupil relatie. Figuur 6.1 Intergeneratie dag (Hagen) De ervaringen van vrijwilligers en deelnemers aan het project waren zeer positief. De vrijwilligers waren middelbare scholieren, die zeer gemotiveerd waren om actief deel te nemen aan het project; zij waren zeer creatief in het verder ontwikkelen van de training. De lessen werden gegeven in het schoolgebouw van de mentoren; in de toekomst zullen de lessen plaats vinden in de lokale zilveren hub. Zowel de vrijwillige mentoren en de deelnemende ouderen waren zeer tevreden over het resultaat van de training. Aan de ene kant voelden de pupillen zich meer vertrouwd met het gebruik van de mobiele telefoon; zij stelden bovendien de sociale entourage en het contact met de jonge tutoren zeer op prijs. De tieners aan de andere kant waren heel gelukkig met de gelegenheid om een nieuw perspectief op het leven te ontwikkelen, om te leren onderwijzen op een directe manier en inzicht te krijgen in hun eigen sterke en zwakkere punten en competenties. Afgezien van het succes van deze specifieke training wordt er nog eens de nadruk op gelegd dat dit slechts één type van mentorschap is. Een mentorprogramma profiteert in elk geval significant van zorgvuldig onderzoek van 95

96 specifieke voorkeuren binnen de doelgroep. In tegenstelling tot de mentorrelatie in het bovengenoemde trainingsprogramma was de ervaring met een computercursus minder positief. Lees bijvoorbeeld wat een cursist van een computercursus in één van de bij het Infostore project in Leeds aangesloten gemeenschapsprojecten vertelde: Het is veel beter een oudere instructeur te hebben; we hebben ook jongere gehad, maar het kost tijd en geduld om te leren hoe je de computer moet gebruiken en jongeren zijn vaak te haastig. (79 jaar oude deelnemer) Aldus is intergenerationeel mentorschap een succes, een zilveren greep, in sommige gevallen en voor sommige groepen deelnemers, maar andere ouderen kunnen meer hebben aan een mentorrelatie met leeftijdsgenoten Zorg voor de verzorgers Mevrouw K. is 55 jaar oud en heeft een echtgenoot bij wie 5 jaar geleden de ziekte van Alzheimer is vastgesteld. De ziekte is steeds verder voortgeschreden. De symptomen van de echtgenoot zijn onder meer verwarring, onvoorspelbare veranderingen van humeur, instorten van de taalvaardigheid en lange-termijn geheugenverlies. Mevr. K. en haar volwassen kinderen hebben besloten dat mevr. K. thuis voor haar echtgenoot zorgt. Zij voelt zich zeer gemotiveerd voor deze taak. Echter voelt zij zich vaak gestrest en overspannen. Verzorgers voor wie hun eigen fysieke en emotionele welzijn op de tweede plaats komen, na hun verantwoordelijkheid voor de verzorgden, voelen zich vaak gefrustreerd, boos, depressief, of zelfs lichamelijk ziek. Net als de verzorgende echtgenote in het voorbeeld hierboven, proberen veel verzorgers in hun eigen familie of professioneel het hoofd te bieden aan hun zware taak, ten koste van hun eigen gezondheid en welzijn, een gedrag dat op de lange duur kan leiden tot een burnout (Folkman et al. 1991). burnout van verzorgers 96

97 Inclusie van de volgende generatie ouderen (Genk) Het motto van dit sociale inclusieprogramma is: Zorg voor de verzorgers! Het programma is gericht op een vaak over het hoofd geziene doelgroep oudere personen van 55 jaar of ouder (de volgende generatie) die de zorg op zich hebben genomen van een oudere, thuis of in het huis van de zorgbehoevende (hetzij als professionele verzorger hetzij als vrijwilliger). Een belangrijk doel van het programma is het verbeteren van de levenskwaliteit van deze speciale groep van jonge ouderen. Er werd een systematisch onderzoek opgezet om enkele kritische aspecten van de sociale en psychologische situatie van de zorgverleners met dit programma na te gaan. Er werden op een bepaald moment vragenformulieren uitgedeeld in samenwerking met lokale organisatoren. In totaal namen 35 zorgverleners deel aan het onderzoek. De belangrijkste resultaten kunnen als volgt worden samengevat: De typische verzorger was een vrouwelijke professional van even in de 50. De meesten hadden een langdurige relatie en waren socioeconomisch zonder zorgen. De gemiddelde duur van hun dienst als verzorger was ca. 4 jaar; de gemiddelde leeftijd van de cliënt was ca. 82 jaar. De verzorgers namen de dagelijkse verzorging en assistentie op zich, alsmede andere vormen van sociale of emotionele ondersteuning. Hoewel de respondenten gemengde emotionele ervaringen rapporteerden, overheerste toch een emotioneel positieve toon. Er waren ook veel gevoelens van toenadering tot de cliënt en van satisfactie met het werk. De algehele indruk was dat de verzorgers hun werk als zeer de moeite waard ervaren. Zij vonden bijvoorbeeld dat hun werk ertoe leidde dat zij een beter begrip kregen van hoe de gemeenschap functioneerde, notie hadden van hoe te handelen naar hun innerlijke overtuiging, en het gevoel kregen van iets terug te geven, het verschil maken, een bestaan hebben met betekenis. Positieve emotionele ervaringen op je werk spelen een belangrijke rol bij het handhaven van een langdurige betrokkenheid. Bovendien zijn deze positieve gevoelens een belangrijke buffer tegen een door arbeid veroor- 97

98 zaakte burn-out. Wel wees het onderzoek uit dat naarmate de verzorgers ouder zijn de positieve ervaringen en gevoelens steeds minder worden. Deze negatieve associatie bleek het meest duidelijk bij verzorgers die empathie voor hun cliënt hadden ontwikkeld. Dit patroon van resultaten is afgebeeld in Figuur 6.2. Verzorgers boven de 50 met dispositie voor empathie met de cliënt hebben het laagste niveau van positieve emotionele ervaringen. Figuur 6.2 Positieve emoties als een functie van de leeftijd van de verzorger en van empathie l o w e mp at h y hi g h e mp at h y u nd er 50 o ver 5 0 De conclusie is dat het onderzoek, in aanvulling op de nuttige beschrijving van de in dit project actieve verzorgers, zeer interessante inzichten oplevert over de psychologische belasting van de verzorgers. Naarmate de verzorgers ouder zijn identificeren zij zich meer met hun cliënt; dat doet weer de angst en bezorgdherid over de eigen leeftijd toenemen (wat weer de positieve emoties vermindert). Klaarblijkelijk zijn de verzorgers met de grootste empathie het meest kwetsbaar voor dit mechanisme. Aangezien het aantal onderzochte verzorgers klein was en niet representatief, moeten we deze resultaten als voorlopig beschouwen. In elk geval hebben verzorgers in deze situatie speciale supervisie nodig zodat burn-out verschijnselen op tijd worden herkend. Verder onderstreept dit onderzoek de noodzaak van projecten zoals Inclusie van de volgende generatie om burn-out bij verzorgers tegen te gaan. Ervaringen met het project in Genk suggereren dat de volgende interventies in het bijzonder effectief zijn bij het bereiken van dit doel: (1) psycho-educatie onderwezen door een professionele, getrainde counselor in- 98

99 clusief onderwijs over oorzaken en symptomen van verzouderingsziekten alsmede training in het omgaan met stressvolle situaties; (2) het delen van emotionele ervaringen met collega s in soortgelijke situaties waarbij wederzijds sociale en emotionele ondersteuning wordt geboden door gelijken Sociale inclusie door armoedebestrijding Geld is duidelijk essentieel voor de mogelijkheden van een persoon om aan het gemeenschapsleven deel te nemen. Ouderdomsarmoede is in feite een sleutelfactor bij sociale exclusie van ouderen (zie hoofdstuk 1). Beheer je geld! (Stockport) Volgens officiële cijfers leeft een op de vijf ouderen in het Verenigd Koninkrijk (2.3 miljoen mensen) in armoede. De CIB-partners in Stockport hebben een project opgezet dat tot doel heeft om mensen boven de 55 jaar te ondersteunen bij het beheer van hun geld. Meer in het bijzonder is het project Money Maze gestart om de financiële en sociale inclusie veilig te stellen door informatie, ondersteuning en resource packs te verschaffen om toekomstige financiële onafhankelijkheid mogelijk te maken. Het programma biedt mogelijkheden voor ouderen om deel te nemen aan de lokale economie door hun financiële onafhankelijkheid te maximaliseren. Een bijzonder kenmerk van dit project is dat diensten geleverd worden door vrijwilligers uit de lokale gemeenschap, die hulp met financiële problemen aan ouderen aanbieden. Figuur 6.3 Financiële consultatie (Stockport) Een vertrekpunt voor het project was de erkenning dat er een significant aantal oudere gepensioneerden bestaat met vaardigheden, kennis en ervaring 99

100 die vereist is om mensen te kunnen ondersteunen voor het verbeteren van hun financiële situatie. Het project wordt gerund door een getrainde projectmanager. Vrijwillige mentoren zijn getraind voordat zij diensten verlenen. Verder zijn er rolbeschrijvingen gemaakt en ondersteuningsmechanismen voor vrijwilligers ontwikkeld. Om de zichtbaarheid van de projecten te verbeteren is er promotiewerk verricht. Ook zijn er verbindingen met lokale banken ontwikkeld om deze actief bij het project te betrekken (bv. doordat stafleden ouderen thuis ondersteunen). Thans zijn meer dan 30 mensen met succes ondersteund door het project. Door effectieve mentor-pupil relaties op te bouwen kunnen de meeste cliënten hun financiën nu veel beter regelen. Ook hebben de meeste deelnemers aan het project hun angst voor het regelen van financiën overwonnen, (bv. als ze een envelop openen met een rekening erin of een financieel overzicht, of als ze interactief met een bankmedewerker of een extern kantoor communiceren). Vele vrijwilligers, rapporteren een grote satisfactie met hun werk omdat ze voelen dat hun werk het verschil maakt. 6.2 Representatieve uitdagingen en remedies Hoewel de CIB-projecten die de zilveren inclusie bevorderen zeer succesvol waren, werden enkele terugkerende en algemene problemen opgemerkt. De meeste gingen over recrutering, behoud en het motiveren van vrijwilligers. In de volgende sectie wordt iets van het onderzoek naar voren gebracht door enkele aanbevelingen over vrijwilligerswerk te doen die zijn gebaseerd op dat onderzoek. Deze strategie wordt gebruikt in vele vrijwilligersorganisaties, hoewel vaak op een minder systematische en nauwkeurige basis dan vereist is om het hoofd te bieden aan problemen van het verlies aan en ontevredenheid van vrijwilligers Recruteringscampagnes: belicht de persoonlijke voordelen van het actief betrokken raken! Campagnes voor het recruteren van vrijwilligers steunen vaak op de motiverende kracht van de sociale beweegredenen en doelen van het project 100

101 ( Verbeteren van de levenskwaliteit in onze buurt, voor dat doel nemen mensen actief deel! ). Het is echter goed hier op te merken dat het doel van een lokaal project, als het bereikt is, een "gezamenlijk goed" wordt. Dat betekent dat alle mensen die sympathie hebben voor de beweegredenen van een project zullen profiteren van het bereiken van het doel, ongeacht of ze er persoonlijk aan hebben bijgedragen of niet. Zo zullen alle inwoners van een bepaalde buurt profiteren van lokale verbeteringen ongeacht of ze als vrijwilliger hebben meegedaan met een intergenerationeel project dat probeerde zulke resultaten te bereiken. In feite toont onderzoek van lokaal vrijwilligerswerk aan dat de doeleinden van een project, of een initiatief vaak onvoldoende zijn als motiverende kracht omdat de mensen aannemen dat ze kunnen freewheelen". (Mensen laten vaak anderen het werk doen en verwachten dat ze profiteren zonder er iets voor te hoeven doen.) Een manier om over dit freewheelen heen te komen bestaat uit het overtuigen van mensen dat de sociale en persoonlijke voordelen voortkomen uit de participatie zelf. Volgens de literatuur over vrijwilligers, doen mensen niet alleen vrijwillig mee aan sociale of politieke acties omdat ze willen bijdragen tot het oplossen van een sociaal probleem. Eerder anticiperen zij op meer persoonlijke voordelen of beloningen die verband houden met specifieke individuele motivaties of behoeften (bv. Clary et al. 1998). In feite zijn vrijwilligers die primair zijn gemotiveerd door de sociale beweegredenen van een project degenen die het eerst uit het project stappen omdat ze gefrustreerd raken als ze zich realiseren hoeveel inzet en tijd het bereiken van het doel in feite vereist. Uiteenlopende vrijwilligers kunnen worden gemotiveerd door uiteenlopende voordelen om zich toch in hetzelfde project te engageren. Empirisch onderzoek heeft de volgende voordelen van vrijwilligerswerk aan rapporten opgestelddoor vrijwilligers ontleend: freewheeler probleem voordelen van vrijwilligerswerk expressie van humanitaire waarden (bv. Ik kan iets doen voor een goede zaak die belangrijk voor me is. ), kennis en begrip vergaren (bv. Ik kan mijn sterke punten ontdekken. ), behoren tot een sociale gemeenschap (bv. Anderen die ik ken hechten grote waarde aan hulp aan de gemeenschap. ), 101

102 aan de carrière gerelateerde voordelen (bv. Ik kan nieuwe contacten leggen die mij kunnen helpen in mijn bedrijf of carrière. ), het hoofd bieden aan persoonlijke problemen (bv. Vrijwilligerswerk helpt me bij het oplossen van mijn eigen persoonlijke problemen. ), vergroten van iemands zelfrespect (bv. Vrijwilligerswerk maakt dat ik me belangrijk voel. ), en voelen dat iemands bestaan betekenis heeft (bv. Ik voel dat ik een verschil kan maken. ). Natuurlijk kunnen deze individuele voordelen variëren met de specifieke context van het vrijwilligerswerk en dat in sommige contexten additionele voordelen belangrijk kunnen zijn. Figuur 6.4 illustreert de gemiddelde niveaus van individuele voordelen zoals die ervaren zijn door CIB-vrijwilligers (ontleend aan overzichten van verschillende vrijwilligersprojecten). Figuur 6.4 Ervaren voordelen (op basis van verschillende CIB projecten) Zoals blijkt zijn expressie van waarden en sociale integratie de sterkste motieven voor vrijwilligerswerk, terwijl het verkrijgen van aan de carrière gerelateerde voordelen en het hoofd bieden aan persoonlijke problemen de twee zwakste motieven waren. Recruteringscampagnes moeten dus duidelijk maken wat vrijwilligers aan hun werk kunnen overhouden. Verder moet een coordinator van vrijwilligerswerk, alvorens een vrijwilliger bepaalde taken toe te bedelen, zorgvuldig de motieven van elke vrijwilliger vaststellen. Om de satisfactie van een vrijwilliger te vergroten (en het voortijdig beëindigen van een 102

103 taak te voorkomen) moet de coördinator taken en plichten aan een vrijwilliger toebedelen die het beste overeenkomen met diens motieven en verwachtingen. Motieven van vrijwilligers kunnen op betrouwbare wijze worden vastgesteld met behulp van de Volunteer Functions Inventory die in de bibliotheek aanwezig is Blijf betrokken door preventieve stress-inoculatie training! Vrijwilligerswerk kan frustrerend en onbevredigend zijn: een project kan zich langzamer ontwikkelen dan verwacht, er kunnen onverwachte tegenslagen optreden, onverwachte conflicten moeten worden opgelost, en het project kan meer tijd en inzet vergen dan oorspronkelijk was voorzien. Betrokken blijven bij vrijwilligerswerk vereist dus een zekere mate van tolerantie voor mogelijke frustratie. In feite toont onderzoek van vrijwilligerswerk dat stress en kosten waarop niet is geanticipeerd tot de belangrijkste factoren behoren voor het afnemen van de motivatie van een vrijwilliger om een project voort te zetten en voor het stoppen met het project. Een manier om dit risico op verlies aan motivatie te verkleinen is om de vrijwilligers in een vroeg stadium te waarschuwen voor potentiële barrières en hen strategieën aan te bevelen om die barrières te slechten; dit zou bij voorkeur moeten gebeuren in de context van een voorbereidende training van vrijwilligers voor het project begint. Effectieve trainingsprogramma s kunnen worden ontleend aan psychologisch onderzoek over preventief omgaan met stress (Meichenbaum 1996). Dit onderzoek toont, bijvoorbeeld, dat mensen die de tijd hebben om zich aan te passen aan een negatieve gebeurtenis vóór die feitelijk plaatsvindt, een veel lager niveau aan stress, angst, en frustratie ervaren, dan wanneer die gebeurtenis volkomen onverwacht optreedt. stress-inoculatie training Toon respect, erkenning en waardering! Mensen die zich sterk identificeren met een sociale groep of organisatie zijn meer bereid om minder te putten uit algemene hulpbronnen en meer zelf bij te dragen tot de doelstellingen van de groep. Sterk geëngageerde leden van de groep zijn degenen die opstaan en vechten voor de doelen van de groep, zelfs als dit aanzienlijke persoonlijke kosten met zich meebrengt. Bovendien identificatie en betrokkenheid 103

104 zijn vrijwilligers met een hoge graad van identificatie meer geneigd dan minder gemotiveerde collega s om zich aan meer collectieve doelen te wijden en algemeen vrijwilligerswerk voor de gemeenschap te doen of collega vrijwilligers die het moeilijk hebben bij te staan. Er zijn verschillende manieren om de sociale en organisatorische identificatie van mensen (of hun gevoel van groepsidentiteit) te versterken. Een belangrijke bron van identificatie die in de groep of organisatie zelf zit, is dat groepsleden voelen dat hun bijdragen en inzetten voor de zaak van de groep worden erkend. Hoe meer vrijwilligers zich gerespecteerd en erkend voelen binnen de vrijwilligersorganisatie des temeer zij zich met de organisatie identificeren. Dit verhoogt dan weer hun betrokkenheid en inzet om bij te dragen tot de doelstellingen van de organisatie (bv. Stürmer et al. 2008). Deze resultaten suggereren dat vrijwilligersorganisaties er goed aan doen om organisatienormen en procedures te implementeren bij hun vrijwilligers en de appreciatie van de organisatie en respect voor het werk van de individuele vrijwilligers overbrengen (bv. via sociale gratificaties en onderscheidingen). Samenvatting Zilveren inclusie omvat strategieën die zijn ontwikkeld om leeftijdsegregatie te verhinderen door ouderen betrokken te houden of te krijgen bij vrijwilligerswerk, intergenerationele projecten, mentorrelaties of andere activiteiten binnen de gemeenschap. Dit hoofdstuk presenteerde drie strategische benaderingen die zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in het kader van CIB: Intergenerationeel mentorschap in de context van training van mobiel telefoneren, een project ter ondersteuning van verzorgers, en een project dat de financiele inclusie van vrijwilligers bevordert. Alle drie benaderingen steunen zwaar op vrijwilligers. Ook werd aandacht besteed aan het opbouwen van ervaringen bij CIB partners, alsmede de uitdagingen die recrutering, behoud en motivatie van vrijwilligers met zich meebrengen. 104

105 Literatuur Clary, G.E., Snyder, M., Ridge, R.D., Copeland, J., Stukas, A.A., Haugen, J.A. & Miene, P. (1998). Understanding and assessing the motivation of volunteers: A functional approach. Journal of Personality and Social Psychology 74, Folkman, S., Chesney, M., McKusick, L., Ironson, G., Johnson, D.S. & Coates, T.J. (1991). Translating coping theory into an intervention. In J. Eckenrode (Eds.), The Social Context of Coping (pp ). New York: Plenum Press. Meichenbaum, D. (1996). Stress inoculation training for coping with stressors. The Clinical Psychologist 49, 4-7. Stürmer, S., Simon, B. & Loewy, M. (2008). Intraorganizational respect and organizational participation: The mediating role of collective identity. Group Processes and Intergroup Relations 11, Oefeningen 1. Beschrijf de meest interessante en nieuwe zaken die u in deze sectie hebt geleerd! 2. Hoe kunt u van deze kennis gebruik maken? 3. Beschrijf enkele strategieën om het uitvallen van vrijwilligers te verhinderen! 105

106 7 Zilveren economie Zoals besproken in hoofdstuk 2 hebben demografische veranderingen verschillende implicaties voor de pensioenen en de economie in het algemeen. Met deze implicaties in gedachten heeft het CIB project als een van de overkoepelende principes, en als stimulering door de deelnemende steden, het idee ontwikkeld dat demografische veranderingen niet als een bedreiging moeten worden gezien maar als een kans op het bevorderen van sociale en economische innovatie, economische groei en werkgelegenheid. Zilveren economie een markt voor alle secties met verschillende factoren, van werkgelegenheid en een eigen onderneming van ouderen, de omscholing van handwerkslieden met de vaardigheden voor een barrièrre-vrij bestaan en het gebruik van time banking om verandering te brengen in de wijzen waarop goederen en diensten kunnen worden uitgewisseld Mensen van alle generaties kunnen leren van de vaardigheden en expertise van ouderen terwijl de economie er ook baat bij heeft. Een innovatieve zilveren economie helpt aan de andere kant ouderen om te profiteren van producten en diensten die beschikbaar zijn via het programma. Na het doorwerken van dit hoofdstuk zult u: (1) enige ideeën hebben opgedaan over de verschillende strategieën die zijn ontwikkeld in samenhang met CIB en de verschillende doelen die dit project dient. (2) hebben geleerd welke uitdagingen de partners hebben ervaren bij de implementatie van maatregelen ter ondersteuning van de lokale zilveren economie. De CIB partners hebben ook een groep strategieën ontwikkeld die een overzicht geven van de verschillende benaderingen ter stimulering en verdere ontwikkeling van de lokale zilveren economie. Ook is een brochure gepubliceerd over werkgelegenheid voor ouderen: Senior employment waarin significante projecten aan de orde komen. Elektronische kopieën van deze documenten zijn te vinden in de virtuele bibliotheek van deze leeromgeving. 106

107 7.1 Zilveren economie strategieën: voorbeelden In de volgende sectie worden enkele strategieën op lokaal niveau gepresenteerd als voorbeelden dienen van hoe zilveren inclusie aan de orde kan worden gesteld Stimulering van de bewustwording en training van ambachtslieden Traditionele trainingen van ambachtslieden besteden weinig aandacht aan aangepast bouwen en wonen voor verschillende leeftdijscategorieën. Een hoofddoel van de CIB voorbeelden die nu volgen was om deze beperking op te heffen. Training voor ambachtslieden (Leverkusen) De stad Leverkusen is tien jaar geleden al begonnen met het systematisch aan de orde stellen van de implicaties op lokaal niveau van demografische veranderingen met betrekking tot de leeftijdsverdeling in buurten, wonen, barrière-vrij bouwen en de lokale economie. De vereniging van ambachtslieden (Kreishandwerkerschaft) heeft betrekkelijk weinig aandacht aan deze zaak geschonken. Een belangrijke doelstelling van het project was de ontwikkeling van innovatieve diensten en marktstrategieën op het gebied van de zilveren economie door middel van het creëren van partnerschappen en netwerken tussen overheids, semi-overheids en private partners. Een bijzonder element in deze benadering was de ontwikkeling van een coherente en op de praktijk gerichte training van ambachtslieden door bovengenoemde vereniging. Het programma van de training, die twee dagen duurt, bestaat uit drie modules: Module 1: Een belangrijke doelstelling is de bewustwording van de deelnemers te vergroten omtrent de economische kans die de demografische veranderingen met zich mee brengen (oudere klanten als toekomstige klanten; barrière-vrij leven met hulpmiddelen, ouder worden in eigen omgeving). De ambachtslieden worden vertrouwd gemaakt met strategieën en methodes om de lokale marktpotenties voor hun werkgebied vast te 107

108 stellen. Zij krijgen advies ambassadeurs van hun beroep te worden (in plaats van het simpelweg leveren van een of andere dienst) en advies te geven aan de oudere klanten om hun tevredenheid en trouw te verhogen. Een aanvullend punt is het bekend worden met de relevante wettelijke zaken en regels (bv. regels over nooduitgangen en brandprotectie). Module 2: Deze module is gericht op praktische punten inzake barrière-vrij bouwen planning, constructie, binnenhuisontwerp en architectuur. Een ander aandachtspunt zijn financiële zaken mogelijkheden voor het verkrijgen van subsidies en ondersteuningsprogramma s voor ambachtslieden zowel als klanten, subsidies van verzekeringen voor verpleeghulp en gezondheidszorg ten behoeve van reconstructies voor op leeftijd aangepast wonen. Module 3: Een ander belangrijk punt betreft gecoördineerd bouwen met alle benodigde ambachten. Hier krijgen ambachtslieden inzicht in het hele spectrum van op leeftijd aangepast bouwen binnen en buiten hun eigen professie. Dit faciliteert op zijn beurt het aanbod voor volledige oplossingen door samenwerkende bedrijven (timmerlui, loodgieters, dakbedekkers, elektriciens). Ook wordt aandacht besteed aan barrière-vrij bouwen (zo konden deelnemers meedoen aan een simulatie van ouder worden om te begrijpen hoe ouderdom het gezichtsvermogen en de mobiliteit verandert) Het programma Senior business start-ups Veel ouderen verwelkomen de mogelijkheid om te blijven werken op oudere leeftijd. Een reden kan zijn dat zij financieel veilig en onafhankelijk willen blijven. Een andere belangrijke reden is dat zij willen doorgaan met bijdragen aan de samenleving en hun vaardigheden en ervaringen, die zij een leven lang hebben opgebouwd, willen doorgeven aan de volgende generatie. Verder willen ouderen werken om actief en sociaal opgenomen te blijven. Hi Ho Zilver (Edinburgh) De meeste opgestarte bedrijven waren jaar oud, hoewel de eigenaren en bedrijfsleiders veel ouder waren. Een hoofddoel van dit project is de 108

109 ontwikkeling van een zilveren economie door het faciliteren van starten in het kader van Senior Business start-ups. Voor enkele bedrijven was het de bedoeling dat zij na de start voltijds zouden draaien en een inkomen zouden genereren, terwijl het voor andere ouderen ging om een deeltijdsonderneming met een aanvullend inkomen, waarbij de betrokkenen actief konden blijven en hun steentje konden bijdragen. De ondersteuning door het programma werd in het bijzonder aangeboden aan mensen boven de 50, waarbij verbindingen werden gelegd met een zilveren surfer website en toegang tot groepen en onderwijsfaciliteiten van lokale gemeenschappen. Een bijzonder kenmerk van het project is dat ondersteuning en opstart consultaties worden aangeboden door even oude vrijwilligers uit de gemeenschap. Het programma wordt twee keer per jaar uitgevoerd, met doorlopende ondersteuning gedurende het hele jaar. In totaal zijn meer dan 200 mensen voor de training gerecruteerd; meer dan 250 mensen van boven de 50 zijn geholpen met de start van een eigen onderneming. Een enquête onder mentoren en pupillen maakt duidelijk dat de mentor benadering van dit project bemoedigend effectief is. De vrijwillige mentoren (leeftijd van jaar, gemiddeld 54 jaar) besteedden ca. 3 uur per week aan hun cliënten (50-64 jaar, gemiddeld 55 jaar). Typische activiteiten waren hulp bij marktanalyse, voorbereiding van een bedrijfsplan, advertenties, en training voor hogere kwalificaties. De cliënten bespraken problemen met hun mentoren en ontwikkelden levenskrachtige oplossingen; zij zetten een IT consultatiepunt op met steun van een mentor en zij ontwikkelden bedrijfsplannen. De cliënten waren heel gelukkig met iemand waarmee ze konden praten over hun angsten en zorgen en met het feit dat de mentoren hen geruststelden. Zowel mentoren als cliënten onderschreven hun grote tevredenheid met dit project. Bovendien hebben volgens de eerste gegevens 100% van de deelnemers die ondersteuning van een mentor kregen een eigen bedrijf gesticht of zijn een nieuwe carrière begonnen. 109

110 7.1.3 Partnerschappen op verschillende niveaus en met meerdere instituties Het bevorderen van de economie op lokaal niveau is veeleisend en vereist partnerschappen en georganiseerde activiteiten op verschillende niveaus het politieke, sociale en economische en tussen instituties. Taakgroep Zilveren Economie (Vlaardingen) Aandacht in de zorg: op zoek naar een balans tussen geven en nemen. De autoriteiten in Vlaardingen hebben een taakgroep gevormd waarin de volgende instituties waren vertegenwoordigd: educatieve instituties, lokale en regionale werkgevers in het welzijnswerk en de zorgsector, het arbeidsbureau, organisaties voor reïntegratie, ouderen en hun organisaties en anderen. Een hoofddoel van de taakgroep was het bundelen en aanboren van hulpbronnen en expertise uit de hele gemeenschap en het faciliteren van gecoördineerde acties tot promotie van de lokale zilveren economie. Figuur 7.1 Connecties tussen het grote verslag en het kleine verslag Gedurende het CIB programma concentreerde de taakgroep zich op een actieonderzoek Aandacht in de zorg: op zoek naar een balans tussen geven en nemen (zie Box 7.1). De resultaten zijn innovatief en leiden tot overdraagbare maatregelen die oudere werknemers langer werkzaam in de zorg kunnen houden. Deze resultaten dragen bij tot de preventie van actuele en toekomstige tekorten aan gekwalificeerd personeel in de welzijns- en zorg- 110

111 sector. Het actieonderzoek werd uitgevoerd in nauwe samenwerking met de deelnemers in de taakgroep, de Argos zorggroep (werkgever en werknemers in de zorgsector), de Transfergroep (die de voorbereiding begeleidt van een Master thesis bij de opleiding Begeleidingskunde, Human and Organisational Behaviour) en de afdeling Welzijn van de gemeente Vlaardingen. Het project geeft hiermee een voorbeeld van vruchtbare samenwerking tussen theoretisch gericht academisch onderzoek en toepassing in de praktijk van alledag. Box 7.1 Samenvatting van het actieonderzoek: Aandacht in de zorg: op zoek naar een balans tussen geven en nemen Dit kritische, reflectieve actieonderzoek Aandacht in de zorg: op zoek naar een balans tussen geven en nemen werd uitgevoerd in drie verpleeghuizen van de Argos Zorggroep in Vlaardingen. Dit actieonderzoek werd in opdracht van de stad Vlaardingen verricht en maakt het mogelijk dat de stad, als deelnemer aan "Cities in Balance", een van zijn bijdragen in dit project inbrengt. De reden voor deze actie is gelegen in het feit dat in de komende 20 jaar een enorme demografische verschuiving zal plaatsvinden in de landen van Noordwest Europa. Deze verschuiving omvat een toename van het aantal ouderen en een afname van het aantal jonge mensen. Dit zal grote gevolgen hebben voor de samenleving en de arbeidsmarkt. In Nederland zullen deze demografische veranderingen, zoals het zich nu laat aanzien, een groot effect hebben op de zorgsector. Over 10 tot 20 jaar zal het land bij een gelijkblijvend beleid een totaal tekort van medewerkers in de gezondheidszorg hebben. Het actieonderzoek van de Argos Zorggroep is ontworpen om na te gaan of en hoe professionals in de gezondheidszorg in hun derde levensperiode, (55 tot 75 jaar), zo lang mogelijk behouden kunnen blijven in hun beroep. In het onderzoek wordt een verband gelegd tussen het grote beleidsverhaal van de organisatie, het grote verslag en het verhaal van de werkers in de dagelijkse praktijk, het kleine verslag. De Argos Zorggroep is vooral gericht op de zorg van oudere en kwetsbare cliënten. De richting van het onderzoek was gebaseerd op de vraag van de thesis: Hoe kunnen we het werk faciliteren van die werkers in de gezondheidszorg, die zich in de derde levensfase bevinden, op een manier die hen in staat stelt te blijven werken in de gezondheidszorg. Toen deze werkers werd gevraagd wat heb je nodig om voltijds te blijven werken, werden twee thema s met kracht naar voren gebracht, aandacht en zelfverzorging. Geleidelijk ontwikkelde zich een parallel proces in het onderzoek. De thema s zijn beide belangrijk voor de werkers en ook voor hun cliënten waarvoor zij met aandacht zorgen. Aandacht in de gezondheidszorg vraagt de Argos Zorggroep, in aansluiting op de focus op de cliënten, om bewust aandacht te schenken aan het verhaal van hun werkers in de ge- 111

112 zondheidszorg, de ouderen onder hen in het bijzonder. Op deze manier is dit een kans om een betere balans in de organisatie te creëren tussen geven en nemen. Om dit in de praktijk te brengen, moet de Argos Zorggroep een grotere bewustwording ontwikkelen om een lerende organisatie' te worden. De sleutelwoorden in dit proces zijn persoonlijke expertise en inspirerend leiderschap. In dit proces moet de organisatie een duidelijke en waardevolle plek creëren voor de oudere professionals in de gezondheidszorg. Dit vereist niet alleen dynamiek in de organisatie maar ook bij de werkers zelf. Bewustwording van de eigen sterke punten en capaciteiten, maar ook van de eigen grenzen, zijn significante waarden in deze dynamiek. Bron: Sas, J. (2011): Aandacht in de Zorg: op zoek naar een balans in geven en nemen. Master Begeleidingskunde Human and Organizational Behaviour Transfergroep Rotterdam 7.2 Representatieve uitdagingen en remedies Hoewel de CIB projecten die de zilveren economie hebben bevorderd zeer succesvol waren, werden enkele terugkerende en algemene problemen opgemerkt. Een belangrijk punt had te maken met het vergroten van de bewustwording onder de ambachtslieden en eigenaren van bedrijven omtrent de economische kansen voor een verouderende samenleving Factoren op micro- en macroniveau Vele ambachtslieden hebben nooit nagedacht over de economische kansen bij demografische veranderingen. Daarom hebben bijvoorbeeld de stad Leverkusen en de lokale vereniging van ambachtslieden (Kreishandwerkerschaft) een groep strategieën gebruikt om de bewustwording van handwerkslieden te vergroten en hen geïnteresseerd te krijgen in training. De stad Leverkusen en de vereniging van ambachtslieden hebben een tentoonstelling over zilveren economie samengesteld. De stad moedigde de stedelijke woningbouwvereniging (Wohunungsgesellschaft Leverkusen) en de vereniging van ambachtslieden aan om een prototype van een appartement te ontwikkelen om de mogelijkheden van leeftijdsgerelateerde woningbouw en wonen te demonstreren. Figuur 7.1 toont een informatieblad over de potenties van demografische veranderingen voor handwerkslieden. In aansluiting hierop vroeg de vereniging van ambachtslieden in zijn nieuwsbrief aandacht 112

113 voor een trainingsprogramma voor handwerkslieden. Ondanks deze activiteiten blijft de belangstelling voor de training bescheiden, gezien het geringe aantal inschrijvingen. Figuur 7.2 Campagne tot verhoging van de bewustwording (Leverkusen) Uit follow-up interviews met deelnemers aan de training bleek dat de meesten waren gerecruteerd via hun inclusie in een sociaal netwerk en persoonlijke communicatie en minder door publicaties of advertenties. Dit komt overeen met systematisch onderzoek naar recruteringsstrategieën waaruit bleek dat persoonlijke verbale communicatie veel effectiever is dan geschreven communicatie, vooral als dat bericht van een betrouwbare vriend of kennis komt. Een andere factor die het succes van recruteringspogingen beïnvloedt verliep geheel buiten de invloed van de projectcoördinatoren: de economische crisis. Met het oog op de crisis op de financiële markten en de wereldwijde economische recessie in 2008 en 2009, nam de Duitse regering een economisch stimuleringspakket aan dat publieke en private investeringen in wonen, constructies en renovaties stimuleerde. Als gevolg van deze ontwikkeling kregen handwerkslieden weer volop werk. maar daardoor werd er weinig aandrang uitgeoefend om nieuwe en innovatieve strategieën te exploreren, zoals barrière-vrij bouwen; in feite hadden vele handwerkslieden simpelweg geen tijd daarmee bezig te zijn. Deze situatie betekent ook een mooi voorbeeld van de invloed van onvoorspelbare externe factoren op het resultaat van een project. Structurele veranderingen in het lokale bestuur, verschuivingen in het beleid of bezuinigingen zijn andere voorbeelden. Idealiter worden in de beginfase van de planning van een project efficiënte back-up strategieën ont- 113

Vergrijzing, verkleuring en individualisering. Voor wie verstandig handelt!

Vergrijzing, verkleuring en individualisering. Voor wie verstandig handelt! Vergrijzing, verkleuring en individualisering Trendsamenvatting Naam Definitie Scope Conclusies Invloed Impact Bronnen Vergrijzing, verkleuring en individualisering De wereldbevolking neemt toe, waarbij

Nadere informatie

50+ in Europa Samenvatting van de eerste resultaten

50+ in Europa Samenvatting van de eerste resultaten share_belg_nl.indd 1 09.04.2006 14:00:20 Uhr share_belg_nl.indd 2-3 09.04.2006 14:00:21 Uhr Het aandeel ouderen in de totale populatie is in Europa hoger dan op elk ander continent en deze ontwikkeling

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 2011-2025

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 2011-2025 Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 211-225 Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners 1 1.2 Componenten van de groei 3 2. Jong en oud 6 3. Huishoudens 8 Uitgave I&O Research

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

Snelle vergrijzing in Japan vraagt om actie

Snelle vergrijzing in Japan vraagt om actie Snelle vergrijzing in Japan vraagt om actie Inleiding Vrijwel elk ontwikkeld land wordt geconfronteerd met een vertraging van de groei of teruggang in zijn bevolking. De Japanse bevolking vergrijst zo

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Functiebehoud bij ouderen in levensloopperspectief

Functiebehoud bij ouderen in levensloopperspectief Functiebehoud bij ouderen in levensloopperspectief - Werkzame preventie door het leven heen - (To Do or not To Do) Openbare les Ton Bakker lector Functiebehoud bij Ouderen in Levensloopperspectief 9 oktober

Nadere informatie

Zekerheden over een onzeker land

Zekerheden over een onzeker land Zekerheden over een onzeker land Parijs, 27 januari 2012 Paul Schnabel Universiteit Utrecht Demografische feiten 2012-2020 Bevolking 17 miljoen (plus 0,5 miljoen) Jonger dan 20 jaar 3,7 miljoen (min 0,2

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012)

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) De Hoge Raad voor Vrijwilligers (HRV) kijkt relatief tevreden terug op 2011, het Europees Jaar voor het Vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-083 17 december 2010 9.30 uur Tempo vergrijzing loopt op Komende 5 jaar half miljoen 65-plussers erbij Babyboomers leven jaren langer dan vooroorlogse

Nadere informatie

Kwetsbaar alleen. De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030

Kwetsbaar alleen. De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Kwetsbaar alleen De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Kwetsbaar alleen De toename van het aantal kwetsbare alleenwonende ouderen tot 2030 Cretien van Campen m.m.v. Maaike

Nadere informatie

Demografische gegevens

Demografische gegevens Demografische gegevens Doelgroep 50+ Tot stand gekomen in het kader van RAAK Vitale Oudere Auteur Ing. Karin Overbeek; onderzoeker lectoraat Industrial Design Redactie Drs. S.E. Jaarsma; Jaarsma + Lebbink

Nadere informatie

www.share-project.be De resultaten van de studie 50+ in Europa

www.share-project.be De resultaten van de studie 50+ in Europa www.share-project.be De resultaten van de studie 50+ in Europa Wat nu? De volgende stap in het 50+ in Europa - project is het toevoegen van de levensloopgeschiedenis van mensen aan de bestaande SHARE-database.

Nadere informatie

DE JONGE OUDEREN IN EUROPA BELASTING OF HULP- BRON VOOR DE VERZORGINGSSTAAT?

DE JONGE OUDEREN IN EUROPA BELASTING OF HULP- BRON VOOR DE VERZORGINGSSTAAT? 9 SUMMARY IN DUTCH DE JONGE OUDEREN IN EUROPA BELASTING OF HULP- BRON VOOR DE VERZORGINGSSTAAT? De vergrijzing van de bevolking wordt al lange tijd beschouwd als een last voor verzorgingsstaten. Dit komt

Nadere informatie

Samenvatting. Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten

Samenvatting. Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten Samenvatting Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten 1 Introductie De beroepsbevolking in westerse landen vergrijst. Door het stijgen

Nadere informatie

Duurzaamheidsbeleid Doingoood

Duurzaamheidsbeleid Doingoood Duurzaamheidsbeleid Doingoood Over Doingoood Doingoood bestaat uit 2 delen: Doingoood volunteer work (sociale onderneming) en Doingoood foundation (stichting). In al onze werkwijzen en procedures gaan

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) De economie van India is snel gegroeid sinds aan het begin van de jaren 90 verregaande hervormingen werden doorgevoerd in o.a. het handels- en industriebeleid. Groei van

Nadere informatie

Personen met een handicap hebben gelijke rechten

Personen met een handicap hebben gelijke rechten Personen met een handicap hebben gelijke rechten De Europese strategie voor personen met een handicap 2010-2020 Europese Commissie Gelijke rechten, gelijke kansen Europese toegevoegde waarde Circa 80 miljoen

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Pensions at a Glance: Public Policies across OECD Countries 2005 Edition. Kort overzicht pensioenen OECD: publiek beleid in OECD-landen editie 2005

Pensions at a Glance: Public Policies across OECD Countries 2005 Edition. Kort overzicht pensioenen OECD: publiek beleid in OECD-landen editie 2005 Pensions at a Glance: Public Policies across OECD Countries 2005 Edition Summary in Dutch Kort overzicht pensioenen OECD: publiek beleid in OECD-landen editie 2005 Samenvatting in Nederlands In de laatste

Nadere informatie

Krimp in Fryslân. Inwonertal

Krimp in Fryslân. Inwonertal Krimp in Fryslân Bevolkingsdaling, lokaal en regionaal, is een vraagstuk van nu én de komende jaren. Hoewel pas over enkele decennia de bevolking van Fryslân als geheel niet meer zal groeien, is in sommige

Nadere informatie

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut.

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. ONDERZOEKSRAPPORT Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. Introductie In het Human Capital 2015 report dat het World

Nadere informatie

BEVOLKING & DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN IN HET NEDERLANDSE WADDENGEBIED 1988-2014

BEVOLKING & DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN IN HET NEDERLANDSE WADDENGEBIED 1988-2014 ONTWIKKELINGEN BEVOLKING & DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN IN HET NEDERLANDSE WADDENGEBIED - Dit document is een vertaling van: Population and population developments The Dutch Wadden Area - VERSIE 20150414

Nadere informatie

Inleiding. Doelen en uitgangspunten van het gemeentebestuur

Inleiding. Doelen en uitgangspunten van het gemeentebestuur Inleiding TRILL is een methodiek die de verantwoordelijkheden en de te leveren prestaties van betrokken partijen in kaart brengt. Zo moet de ambtenaar de beleidsdoelstellingen die door het gemeentebestuur

Nadere informatie

Kernindicatoren voor assessment binnen de context van inclusief onderwijs

Kernindicatoren voor assessment binnen de context van inclusief onderwijs Kernindicatoren voor assessment binnen de context van inclusief onderwijs Proloog Assessment binnen de context van inclusief onderwijs is een aanpak van assessment binnen het reguliere onderwijs waarbij

Nadere informatie

Factsheet Indicatie zorgvraag Amsterdam 2030 Prognoses van functioneren en chronische aandoeningen 1

Factsheet Indicatie zorgvraag Amsterdam 2030 Prognoses van functioneren en chronische aandoeningen 1 Factsheet Indicatie zorgvraag Amsterdam 2030 Prognoses van functioneren en chronische aandoeningen 1 Inleiding Hoe functioneren mensen en welke chronische aandoeningen hebben ze? Wat willen ze? Wat kunnen

Nadere informatie

1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12

1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12 inhoudsopgave Samenvatting 3 1. Bevolking 9 1.1 Bevolkingsontwikkeling 9 1.2 Bevolkingsopbouw 10 1.2.1 Vergrijzing 11 1.3 Migratie 11 1.4 Samenvatting 12 2. Ontwikkelingen van de werkloosheid 13 2.1 Ontwikkeling

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in april 2015 De arbeidsmarkt in april 2015 Datum: 12 mei 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën.

Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën. Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën. Absolute en relatieve definities Bij de absolute definities wordt

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker Samen Sterker Samenleven > niet gelijk, maar gelijkwaardig > aantrekkelijke, ecologische woonstad > iedereen een eerlijke kans op de arbeidsmarkt Samenleven Mensen zijn niet allemaal gelijk, maar wel gelijkwaardig.

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 1 De arbeidsmarkt wordt krapper: alle talent is nodig Evolutie van de vervangingsgraad (verhouding 15-24-jarigen

Nadere informatie

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers IMMIGRATIE IN DE EU Bron: Eurostat, 2014, tenzij anders aangegeven De gegevens verwijzen naar niet-eu-burgers van wie de vorige gewone verblijfplaats in een land buiten de EU lag en die al minstens twaalf

Nadere informatie

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop VLUGSCHRIFT Bevolkingsprognose gemeente Groningen - Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop Inleiding De omvang en samenstelling van de bevolking van de gemeente Groningen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in februari 2015

De arbeidsmarkt in februari 2015 De arbeidsmarkt in februari 2015 Datum: 24 maart 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche februari 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1.

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008 Armoede in België Ter gelegenheid van de Werelddag van Verzet tegen Armoede op 17 oktober heeft de Algemene Directie Statistiek

Nadere informatie

Thema 2: Kwaliteit van de arbeid

Thema 2: Kwaliteit van de arbeid Thema 2: Kwaliteit van de arbeid Het hebben van een baan is nog geen garantie op sociale integratie indien deze baan niet kwaliteitsvol is en slecht betaald. Ongeveer een vierde van de werkende Europeanen

Nadere informatie

Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar

Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar Maart 215 stijgt naar 91 punten Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar De is in het eerste kwartaal van 215 gestegen van 88 naar 91 punten. Veel huishoudens kijken positiever vooruit en verwachten

Nadere informatie

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie: Conferentie over Biodiversiteit in een veranderende wereld 8-9 september 2010 Internationaal Conventiecentrum

Nadere informatie

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald PERSMEDEDELING VAN JO VANDEURZEN, VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN 4 oktober 2012 Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald De kans dat Vlamingen

Nadere informatie

Worden senioren onbetaalbaar? Demografische verkenningen. Gerard Langerhorst 7 maart 2013

Worden senioren onbetaalbaar? Demografische verkenningen. Gerard Langerhorst 7 maart 2013 Worden senioren onbetaalbaar? Demografische verkenningen. Gerard Langerhorst 7 maart 2013 1 2 Trap des ouderdoms in de Gouden Eeuw In de Gouden Eeuw lieten de rijken geïllustreerde voorstellingen maken

Nadere informatie

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd 2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd Mensen moeten steeds de keuze maken tussen werken en vrije tijd: 1. Werken * Je ontvangt loon in ruil voor je arbeid; * Langer werken geeft meer loon (en dus kun

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2005 Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Het inwonertal van Amsterdam is in 2004 met ruim 4.000 personen tot 742.951

Nadere informatie

ALGEMEEN MARKTONDERZOEK In Spain, Nederland, Engeland, Tsjechië en Bulgarije.

ALGEMEEN MARKTONDERZOEK In Spain, Nederland, Engeland, Tsjechië en Bulgarije. 2013-1-ES1-LEO05-66586 SENDI - Special Education Needs and Disability Inclusion ALGEMEEN MARKTONDERZOEK In Spain, Nederland, Engeland, Tsjechië en Bulgarije. Dit project werd gefinancierd met steun van

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

ATLEC. Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum. State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting

ATLEC. Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum. State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting ATLEC Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting WP nummer WP titel Status WP2 State of the Art en Onderzoeksanalyse F Project startdatum

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in juli 2014

De arbeidsmarkt in juli 2014 De arbeidsmarkt in juli 2014 Datum: 13 augustus 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche juli 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Internet of Everything (IoE) Top 10 inzichten uit de Value at Stake-analyse (Analyse potentiële waarde) van IoE voor de publieke sector door Cisco

Internet of Everything (IoE) Top 10 inzichten uit de Value at Stake-analyse (Analyse potentiële waarde) van IoE voor de publieke sector door Cisco Internet of Everything (IoE) Top 10 inzichten uit de Value at Stake-analyse (Analyse potentiële waarde) van IoE voor de publieke sector door Cisco Joseph Bradley Christopher Reberger Amitabh Dixit Vishal

Nadere informatie

Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang. Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008

Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang. Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008 Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008 Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang Huidige uitdagingen voor organisaties Veranderd werknemersperspectief

Nadere informatie

Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed

Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed dem s Jaargang 8 Mei ISSN 69-47 Een uitgave van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Bulletin over Bevolking en Samenleving inhoud Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed

Nadere informatie

Samen voor een sociale stad

Samen voor een sociale stad Samen voor een sociale stad 2015-2018 Samen werken we aan een sociaal en leefbaar Almere waar iedereen naar vermogen meedoet 2015 Visie VMCA 2015 1 Almere in beweging We staan in Almere voor de uitdaging

Nadere informatie

SOC bijeenkomst, 26 november 2014

SOC bijeenkomst, 26 november 2014 1 Stijlvol Ouder Jeannette Dijkman Anders kijken naar ouder worden Onderzoek, marketing, communicatie, seniorenmakelaar Inhoud: Algemene trends en toekomstperspectief Demografische ontwikkelingen De nieuwe

Nadere informatie

Actieve ouderen: feiten, mogelijkheden en belemmeringen

Actieve ouderen: feiten, mogelijkheden en belemmeringen Actieve ouderen: feiten, mogelijkheden en belemmeringen Symposium: Senioren in actie!? 11 oktober 2012 Prof. dr. M.J.M. Kardol Leerstoelhouder Active Ageing Vrije Universiteit Brussel 1. Waarom is het

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2006 Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Na een aantal jaren van groei is door een toenemend vertrek

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Deventer 2015

Bevolkingsprognose Deventer 2015 Bevolkingsprognose Deventer 2015 Aantallen en samenstelling van bevolking en huishoudens Augustus 2015 augustus 2015 Uitgave : team Kennis en Verkenning Naam : John Stam Telefoonnummer : 0570 693298 Mail

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Healthy Ageing: van wenselijkheid naar werkelijkheid

Healthy Ageing: van wenselijkheid naar werkelijkheid Healthy Ageing: van wenselijkheid naar werkelijkheid Symposium Centre of Expertise Healthy Ageing 13 november 2014, Hanzehogeschool Groningen - Henk Nies, Raad van Bestuur Vilans Vrije Universiteit, Zonnehuis

Nadere informatie

PROJECT PLAN. Contact across Cultures - DigiHouse. Introductie

PROJECT PLAN. Contact across Cultures - DigiHouse. Introductie PROJECT PLAN Contact across Cultures - DigiHouse Introductie Vanuit de stichting Contact across Cultures willen wij graag het project DigiHouse opzetten. Dit project is ontstaan vanuit onze deelname aan

Nadere informatie

5 Het wettelijk minimumjeugdloon in internationaal perspectief

5 Het wettelijk minimumjeugdloon in internationaal perspectief 5 Het wettelijk minimumjeugdloon in internationaal perspectief 5.1 Vergelijking van bruto wettelijk minimumjeugdlonen Ook andere landen kennen minimumjeugdlonen. In de helft van de OESO-landen is dat het

Nadere informatie

Het familiebedrijf: veelzijdig belang voor de Nederlandse samenleving

Het familiebedrijf: veelzijdig belang voor de Nederlandse samenleving www.pwc.nl Het familiebedrijf: veelzijdig belang voor de Nederlandse samenleving Belangrijkste bevindingen Maart 2016 Wat is het belang van familiebedrijven voor de Nederlandse samenleving? Familiebedrijven

Nadere informatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie Feike Sijbesma, CEO Royal DSM In de loop der tijd is het effect van bedrijven op de maatschappij enorm veranderd. Vijftig tot honderd

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2015

De arbeidsmarkt in augustus 2015 De arbeidsmarkt in augustus 2015 Datum: 8 september 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

Veerkracht en betrokkenheid aan het werk

Veerkracht en betrokkenheid aan het werk Veerkracht en betrokkenheid aan het werk 1st Nederlandse conferentie positieve psychologie Jan Auke Walburg Linda Bolier www.trimbos.nl VERMOGEN VAN NEDERLAND 2013 Mentale stoornissen Geen gezondheidsprobleem

Nadere informatie

Manifest voor de Rechten van het kind

Manifest voor de Rechten van het kind Manifest voor de Rechten van het kind Kinderen vormen de helft van de bevolking in ontwikkelde landen. Ongeveer 100 miljoen kinderen leven in de Europese Unie Het leven van kinderen in de hele wereld wordt

Nadere informatie

OECD Multilingual Summaries Education at a Glance 2012. Onderwijsoverzicht 2012. Summary in Dutch. Samenvatting in het Nederlands

OECD Multilingual Summaries Education at a Glance 2012. Onderwijsoverzicht 2012. Summary in Dutch. Samenvatting in het Nederlands OECD Multilingual Summaries Education at a Glance 2012 Summary in Dutch Read the full book on: 10.1787/eag-2012-en Onderwijsoverzicht 2012 Samenvatting in het Nederlands Onderwijsoverzicht: OESO indicatoren

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029 >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Kennis IPC 5200 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

Woningmarktrapport 3e kwartaal 2015. Gemeente Rotterdam

Woningmarktrapport 3e kwartaal 2015. Gemeente Rotterdam Woningmarktrapport 3e kwartaal 215 Gemeente Rotterdam Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 9 Aantal verkocht 8 7 6 5 4 3 2 1 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 4e kwartaal

Nadere informatie

Woningmarktrapport 4e kwartaal 2015. Gemeente Amsterdam

Woningmarktrapport 4e kwartaal 2015. Gemeente Amsterdam Woningmarktrapport 4e kwartaal 215 Gemeente Amsterdam Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 3 Aantal verkocht 25 2 15 1 5 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 1e kwartaal

Nadere informatie

Reflecties over het aanbod van de eerstelijnsgezondheidszorg in Vlaanderen. Prof. Dr. Paul Van Royen

Reflecties over het aanbod van de eerstelijnsgezondheidszorg in Vlaanderen. Prof. Dr. Paul Van Royen Reflecties over het aanbod van de eerstelijnsgezondheidszorg in Vlaanderen Prof. Dr. Paul Van Royen Deze voordracht Enkele basiscijfers qua aanbod en gebruik van zorg Vijf uitdagingen voor de toekomst

Nadere informatie

Society at a Glance: OECD Social Indicators 2005 Edition. De maatschappij in het kort: OESO - Sociale indicatoren, uitgave 2005

Society at a Glance: OECD Social Indicators 2005 Edition. De maatschappij in het kort: OESO - Sociale indicatoren, uitgave 2005 Society at a Glance: OECD Social Indicators 2005 Edition Summary in Dutch De maatschappij in het kort: OESO - Sociale indicatoren, uitgave 2005 Samenvatting in de Nederlandse taal (vertaling) Vergelijkingen

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

4. Werkloosheid in historisch perspectief

4. Werkloosheid in historisch perspectief 4. Werkloosheid in historisch perspectief Werkloosheid is het verschil tussen het aanbod van arbeid en de vraag naar arbeid. Het arbeidsaanbod in Noord-Nederland hangt samen met de mate waarin de inwoners

Nadere informatie

Omarm de cloud. Een onderzoek naar de acceptatie van cloud computing onder Europese MKB s

Omarm de cloud. Een onderzoek naar de acceptatie van cloud computing onder Europese MKB s Omarm de cloud Een onderzoek naar de acceptatie van cloud computing onder Europese MKB s Introductie Cloud computing symboliseert een grote verschuiving in de manier waarop ITdiensten worden geleverd binnen

Nadere informatie

Een stand van zaken van ICT in België in 2012

Een stand van zaken van ICT in België in 2012 Een stand van zaken van ICT in België in 2012 Brussel, 20 november 2012 De FOD Economie geeft elk jaar een globale barometer van de informatie- en telecommunicatiemaatschappij uit. Dit persbericht geeft

Nadere informatie

Financieel fit Barometer valt iets terug Consument geeft wel meer geld uit aan Kerst

Financieel fit Barometer valt iets terug Consument geeft wel meer geld uit aan Kerst December 2014 Financieel fit Barometer valt iets terug Consument geeft wel meer geld uit aan Kerst De is in de tweede helft van 2014 iets teruggevallen. Inmiddels staat de meter nu op 88 punten. Na anderhalf

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Ziekten in de toekomst. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst

Regionale VTV 2011. Ziekten in de toekomst. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst Regionale VTV 2011 Ziekten in de toekomst Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van der Bruggen, GGD Hart voor

Nadere informatie

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting De Welzijnsbarometer verzamelt jaarlijks een reeks indicatoren die verschillende aspecten van armoede in het Brussels Gewest belichten. De sociaaleconomische

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

Ondernemersplan 3NE. 3NE onderweg naar langer wonen in welvaart en welzijn. 1. Wat wil 3NE betekenen a. Missie b. Visie c. Waarden en ambities

Ondernemersplan 3NE. 3NE onderweg naar langer wonen in welvaart en welzijn. 1. Wat wil 3NE betekenen a. Missie b. Visie c. Waarden en ambities Ondernemersplan 3NE 3NE onderweg naar langer wonen in welvaart en welzijn 1. Wat wil 3NE betekenen a. Missie b. Visie c. Waarden en ambities 2. De wereld waarin 3NE werkt a. Ontwikkelingen in de samenleving

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Conclusie. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA)

Conclusie. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA) Conclusie Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA) ecbo - De relatie tussen laaggeletterdheid en armoede A 1 conclusie

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 84. Die publieke opinie in de Europese Unie

Standaard Eurobarometer 84. Die publieke opinie in de Europese Unie Die publieke opinie in de Europese Unie Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie. Dit werd opgesteld voor de Vertegenwoordiging van de Europese

Nadere informatie

Emigrerende Nederlander heeft nooit heel erge haast

Emigrerende Nederlander heeft nooit heel erge haast Tekst 4 Emigrerende Nederlander heeft nooit heel erge haast 5 10 15 20 25 30 35 40 (1) Postbodes gezocht. Standplaats: Reykjavik. Vereist: een goede conditie. Kennis van de IJslandse taal niet nodig. Zomaar

Nadere informatie

Visie Ehealth Longfonds

Visie Ehealth Longfonds Visie Ehealth Longfonds Dit document beschrijft de visie en standpuntbepaling van het Longfonds in relatie tot E-health. En is de basis voor de ontwikkelde checklist voor toetsing van E-health initiatieven

Nadere informatie

www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa

www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa Wat gebeurt er nu? Published by Mannheim Research Institute for the Economics of Aging (MEA) L13,17 68131 Mannheim Phone: +49-621-181 1862

Nadere informatie

Doe veilig zaken het is gedekt!

Doe veilig zaken het is gedekt! Doe veilig zaken het is gedekt! Vooruitgang brengt altijd risico s met zich mee Frederick B. Wilcox Waar ligt u s nachts wakker van? Zorgen over niet betaald worden? Geen bankkrediet verkrijgen? Cashflow

Nadere informatie

PUBLIEKE LEZING (in het Engels) π Woensdag 7 december 2011 π Universiteit Antwerpen π Hof van Liere VOLUNTEERING

PUBLIEKE LEZING (in het Engels) π Woensdag 7 december 2011 π Universiteit Antwerpen π Hof van Liere VOLUNTEERING PUBLIEKE LEZING (in het Engels) π Woensdag 7 december 2011 π Universiteit Antwerpen π Hof van Liere VOLUNTEERING Het Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen (ucsia) organiseert in samenwerking met

Nadere informatie

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek 7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek Auteur Remco Kaashoek De dynamiek op de koopwoningmarkt is tussen 2007 en 2011 afgenomen, terwijl die op de markt voor huurwoningen licht is gestegen. Het aantal

Nadere informatie