Aspecten van redelijkheid

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aspecten van redelijkheid"

Transcriptie

1 Aspecten van redelijkheid Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van gewoon hoogleraar in de analytische wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit to Groningen op dinsdag II mei 1971 door Dr. J. J. A. Mooij Wolters-Noordhoff nv Groningen 1971

2 Dames en Heren, Er zijn enkele begrippen die zich reeds in het allereerste stadium van de ontwikkeling der filosofie een plaats in dit vak hebben verworven, en die nog steeds de aandacht verdienen en krijgen. Een daarvan is het begrip `redelijkheid'. Ik ben zo vrij voor dit eerbiedwaardige en wijdvertakte begrip, waarmee bovendien nog zoveel andere wetenschappen zich hebben beziggehouden, vanmiddag ook Uw aandacht te vragen.1 Allereerst een pacer opmerkingen die zijn ingegeven door een globale en dus ook wel sterk vereenvoudigende beschouwing van de geschiedenis van de filosofie in verband met ons onderwerp. Daarbij valt direkt een belangrijk uitgangspunt op. Ik bedoel de opvatting dat de mens een redelijk (in de zin van een met rede begiftigd) wezen is, en dat hij zich bij uitstek in dat opzicht van andere dieren onderscheidt. Men kan zich dan afvragen en reeds Plato en Aristoteles vroegen het zich of in hoeverre die redelijkheid een doorslaggevende invloed heeft op de overtuigingen en het gedrag van mensen.2 Dat heeft geleid tot een tweetal hoofdthema's in de filosofie-geschiedenis. Ten eerste waren er de pogingen om kennis op de grondslag van de rede (door mij in het navolgende de redelijke kennis genoemd) te scheiden van kennis op de grondslag van de zintuiglijke ervaring (de z.g. ervaringskennis of empirische kennis). Zo werd aan de rede vaak de kennis der noodzakelijke, onveranderlijke en algemene beginselen van welk gebied van de werkelijkheid dan ook toegeschreven, terwijl de kennis van de toevallige en bijzondere feiten aan de zintuigen werd overgelaten.3 Aldus bezien komt de redelijke kennis natuurlijk bijna automatisch hoger genoteerd te staan dan de kennis op de grondslag der ervaring, te meer omdat de rede als betrouwbaar gold, de zintuigelijke ervaring daarentegen door velen als bedriegelijk werd beschouwd. Soms, als bekend, werd redelijke kennis voor de enige echte kennis gehouden en aan de op de zintuigen berustende meningen geen kenniswaarde toegeschreven. Ten tweede was er het streven om ook ethische normen in het licht van de redelijkheid te bezien. Men riep op om zich door de rede te laten leiden, omdat dat ook ethisch gesproken goed zou zijn, en trachtte langs redelijke weg te bewijzen dat bepaalde gedragswijzen en geesteshoudingen ethisch de voorkeur verdienen boven andere. Behalve deze twee thema's die rechtstreeks samenhangen met het idee van de mens als een met rede begiftigd wezen, verdient een derde thema uit de filosofie-geschiedenis hier in herinnering geroe- 3

3 pen te worden. Tot op zekere hoogte ligt het al in het voorafgaande, meer speciaal in de genoemde noodzakelijkheid der algemene beginselen, opgesloten. Het is de gedachte dat met de redelijkheid als menselijk kenvermogen een principe in de wereld correspondeert. Dan wordt dus ook de werkelijkheid buiten de mens, hetzij in haar geheel hetzij gedeeltelijk, als redelijk beschouwd, nl. voorzover aan de gebeurtenissen die zich voordoen een redelijke grond wordt toegeschreven.4 Deze drie hoofdthema's zijn resp. van kennistheoretische, ethische en metafysische aard. Verschillende varianten van rationalisme ontstaan al naar gelang er sprake is van: verheerlijking van de rede ten koste van de zintuigen; het ontwikkelen of postuleren van een redelijke ethiek; of het aannemen van een beginsel van redelijkheid in de kosmos. Ook diverse combinaties zijn uiteraard mogelijk en hebben zich in feite ook binnen het rationalisme voorgedaan. Ongeacht enkele frappante uitzonderingen5 werden de zojuist genoemde denkbeelden en doelstellingen over het algemeen verworpen door hen die als empiristen te bock staan. Zi beschouwden de zintuigen als een volwaardige, zo niet de enige bron van werkelijkheidskennis, ten koste van de rede die dan misschien wel zekerheid kon bieden, maar geen reele informatie. Ethische normen werden door hen meer en meer onttrokken aan het gebied waar iets te bewijzen of zelfs maar te beredeneren valt en met alle andere waarde-oordelen overgeheveld naar het gebied der pure emoties.4 En van een redelijke grond van de werkelijkheid wilden zij veelal niets weten. Dit alles doet dan wellicht vermoeden dat in de analytische filosofie, die immers niet in de laatste plaats is voortgekomen uit het vroegere empirisme, met problemen inzake redelijkheid nauwelijks nog rekening wordt gehouden. Die conclusie zou zeer voorbarig zijn.7 Ook onder analytische filosofen is redelijkheid nog altijd een voorwerp van levendig onderzoek. Daarbij moet dan wel bedacht worden (het spreekt trouwens vanzelf) dat oude problemen op een nieuwe manier worden gesteld, of zelfs dat geheel nieuwe problemen worden opgeworpen. Zie ik het goed dan verdienen ook binnen de analytische filosofie drie kwesties aparte vermelding. In de eerste plaats wordt getracht een nauwkeurig antwoord te verkrijgen op de vraag wat het is dat sommige overtuigingen en meningen inzake feitelijke toestanden in de wereld maakt tot redelijke overtuigingen en meningen. Als dit niet hun onafhankelijkheid ten opzichte van de zintuigen is, d.w.z. niet het aprioristische karakter ervan, wat dan wel? Op welke grond verdienen zij deze prijzende kwalificatie? In de tweede plaats is er een 4

4 analoge probleemstelling voor gedragingen, dat wil dus zeggen: wat is het dat sommige gedragingen maakt tot redelijke, andere tot onredelijke gedragingen? In de derde plaats zijn er van analytische kant herhaaldelijk pogingen gedaan om te ontkomen aan de emotivistische opvatting van waarde-oordelen. Dat betekende met name dat door sommigen geprobeerd wordt aan de redelijkheid ook binnen het gebied van de ethiek een rol toe te kennen.8 In dc ccrstc twcc gevallen is het streven klaarblijkelijk rechtstreeks gericht op het vinden van een bevredigende begripsverklaring of begripsexplicatie, te weten voor de begrippen `redelijke overtuiging' en `redelijk handelen'. In het derde geval zoekt men argumenten ten gunste van een niet al te onwezenlijk aandeel van redelijke overwegingen in een ethische stellingname. Maar de argumenten berusten ook daar vaak op explicaties, in het bijzonder met betrekking tot het begrip 'ethisch'. Het beslissende belang van begripsexplicaties in de analytische filosofie komt dus ook in deze kwesties tot uiting. Dat is zoals men het zou verwachten. Minder vanzelfsprekend is de concentratie op de drie genoemde onderwerpen. Want zeker filosofen met een sterk respect voor de omgangstaal (en die komen immers onder de analytici voor) zullen gevoelig zijn voor het argument dat de kwalificaties `redelijk' en `onredelijk' in verband gebracht plegen te worden met zaken van de meest uiteenlopende aard. Men spreekt immers behalve van meer of minder redelijke meningen, daden en normen, ook van meer of minder redelijke verwachtingen, argumenten, discussies, verwijten, eisen, plannen, methodes, beoordelingen, inkomensverdelingen en mensen. Daarbij valt dan nog onmiddellijk op dat er soms wel en soms geen verschil is tussen `redelijk' en 'rationed', een termenpaar dat in verscheidene andere talen zijn analogon heeft. Ook zijn er onmiskenbare maar ingewikkelde betrekkingen met nog andere kwalificaties zoals `verstandig', 'intelligent' en `billijk'. Het staat te bezien waar een uitvoerige analyse van al deze en dergelijke gebruiksgevallen toe leiden zou.9 Toch waag ik het het vermoeden uit te spreken dat de vertakkingen van zo'n analyse in veel gevallen zullen uitkomen bij een van de drie genoemde kwesties die hierboven werden genoemd, te weten de redelijkheid van meningen en overtuigingen (verder te noemen de cognitieve redelijkheid), de redelijkheid van gedragingen (verder te noemen de praktische redelijkheid), en de redelijkheid van wensen, doelstellingen en normen (waarvoor ik zo vrij ben de benaming 'clesideratieve redelijkheid' in te voeren).18 In elk geval zijn deze drie kwesties stuk voor stuk belangrijk genoeg om de aandacht te verdienen. 5

5 Ik ga nu eerst in op enkele aspecten van de cognitieve en de praktische redelijkheid, om ten slotte wat uitvoeriger stil te staan bij vragen die in verband met de desideratieve redelijkheid rijzen. Cognitieve redelijkheid en praktische redelijkheid Laat men het idee varen dat er puur door scherp nadenken of door onmiddellijk inzicht betrouwbare, algemene kennis over de werkelijkheid verkregen kan worden, dan moet de omschrijving van wat een redelijke overtuiging is relatief bescheiden zijn. Dat is trouwens ook wel in overeenstemming met het normale woordgebruik. Een redelijke overtuiging is, in eerste benadering, een overtuiging waar veel voor pleit en weinig tegen; waar goede argumenten voor kunnen worden aangevoerd; die aanvaardbaar is ook in het licht van een kritische beschouwing. Wil men dit verscherpen, dan is een van de meest voor de hand liggende mogelijkheden (vermoedelijk ook de meest toegepaste) om het begrip waarschijnlijkheid in te voeren en te stellen, dat redelijke overtuigingen zich van onredelijke overtuigingen onderscheiden door een hogere waarschijnlijkheid. Ik doe meteen een grote sprong voorwaarts en neem aan dat deze waarschijnlijkheid volledig gekwantificeerd is, met waarden die tenminste o en ten hoogste i zijn. Bedenkt men verder dat overtuigingen door middel van beweringen worden uitgedrukt, dan is het begrijpelijk dat men langs deze weg komt tot een regel als de volgende: Een bewering dient redelijkerwijs dan en slechts dan geaccepteerd oftewel voor waar gehouden te worden, wanneer de waarschijnlijkheid ervan groot is, d.w.z. groter dan een nader overeen te komen bedrag. Maar die waarschijnlijkheden brengen zo hun eigen problemen met zich mee. Want hoe komt een persoon aan die waarschijnlijkheden? Dat hij (zij) een of andere bewering voor zeer waarschijnlijk houdt, is op zichzelf beslist geen voldoende basis voor een overtuiging die aan eisen van redelijkheid voldoet. Plausibele overwegingen leiden tot de eis dat die subjectieve toekenning van waarschijnlijkheden op zijn minst zal moeten gehoorzamen aan de wetten van de waarschijnlijkheidsrekening, hetgeen o.m. inhoudt dat de waarschijnlijkheid van een bewering en die van haar ontkenning tezamen z zijn. Het nader overeen te komen bedrag waarvan eerder sprake was, zal in elk geval minstens moeten zijn, wil men voorkomen dat er beweringen zijn zodanig dat zijzelf zowel als hun ontkenning redelijkerwijs geloofd dienen te worden. Meestal uiteraard neemt men aan dat het onderhavige bedrag vlak bij z ligt, zeg gelijk is aan z e, 6

6 voor een kleine waarde van e. Wat aan deze benadering ten grondslag ligt is ten slotte het idee dat hoge (en alleen hoge) waarschijnlijkheden praktische zekerheden zijn. Daarmee echter is aan het uitgangspunt, nl. de gedachte dat een redelijke overtuiging er een is waarvoor veel pleit, nog niet voldoende recht gedaan. Dit kan hersteld worden door te eisen dat de betreffende waarschijnlijkheden onder inachtneming van zekere principes bepaald worden op de grondslag van gegevens, die de persoon in kwestie ter beschikking staan en die hij op goede gronden niet betwijfelt (zijn `evidence').11 De aldus berekende waarschijnlijkheid is de confirmatie-graad. Al met al houdt de bovenbedoelde regel voor redelijke overtuigingen dus in dat een bewering aanvaard dient te worden dan en slechts dan wanneer de waarschijnlijkheid ervan op basis van alle relevante gegevens groter is dan i e. Hoe voor de hand liggend de juist geschetste uitwerking ook mag zijn, zij is in deze vorm helaas onverenigbaar met een paar andere, op zichzelf evenzeer plausibele denkbeelden. Deze houden in dat als een verzameling V van beweringen redelijkerwijs alle aanvaard dienen te worden, ook de beweringen die uit V logisch volgen aanvaard dienen te worden (wat men het beginsel der deductieve afgeslotenheid of kortweg het deductie-beginsel voor redelijke overtuigingen zou kunnen noemen) ; en dat het redelijkerwijs verboden is beweringen te aanvaarden die met elkaar een niet-consistente verzameling vormen (wat men het consistentie-beginsel voor redelijke overtuigingen zou kunnen noemen).12 Dat er nu moeilijkheden moeten ontstaan kan reeds worden ingezien door te bedenken dat een aantal (zeg n) beweringen a1, a,,.. an alien een waarschijnlijkheid kunnen hcbben die groter is dan i e, tcrwijl de waarschijnlijkheid van de doorlopende conjunctie a1 & as &... & an (die logisch volgt uit de verzameling a1, a,,.. an) op basis van precies dezelfde gegevens kleiner is dan t c. In dat geval komt de oorspronkelijke aanvaardingsregel op zijn minst in strijd met het deductie-beginsel. Immers de zojuist genoemde conjunctieve bewering, die ik even gemakshalve Q zal noemen, zou men dan enerzijds niet mogen aanvaarden (want de waarschijnlijkheid ervan is te klein), anderzijds moeten aanvaarden (want hij volgt logisch uit de beweringen waarvan de waarschijnlijkheid groot genoeg is om ze te aanvaarden). Het kan zelfs zijn dat de waarschijnlijkheid van de bcwcring Qniet alleen kleiner is dan i c, maar zelfs kleiner dan e. De waarschijnlijkheid van niet-q is dan groter dan t c. Onder deze omstandigheden komt de oorspronkelijke aanvaardingsregel ook in strijd met het consistentie-beginsel, omdat men behalve a1, a9,... t/m an (waar- 7

7 uit Qvolgt) ook niet-q moct aanvaarden.13 Er zijn uiteenlopende mogelijkheden om aan dit dilemma te ontkomen. De minst ingrijpende is het verzwakken van het deductiebeginsel. Een zodanige oplossing is o.m. door Kyburg nagestreefd. Slechts onder beperkende voorwaarden is men dan nog gehouden logische gevolgtrekkingen uit een verzameling van aanvaarde beweringen eveneens te aanvaarden. Dit moet blijkens het voorafgaande wel zo ver gaan dat zelfs de conjunctie van wat men gelooft niet perse geloofd behoeft te worden. En verzwakt men eenmaal het deductiebeginsel dan ligt bovendien een overeenkomstige verzwakking van het consistentie-beginsel voor de hand." Een drastischer ingreep is het om het aanvaarden van beweringen los te maken van een waarschijnlijkheidsbenadering in de zin van het voorafgaande. Dit is b.v. de visie die Popper al sinds lang verdedigt. Voor hem wordt de aanvaardbaarheid van beweringen, althans voor zover zij het karakter hebben van algemene uitspraken zoals men die in veel wetenschappen tegenkomt, bepaald door de grootte van hun empirische inhoud en door de zwaarte van de doorstane toetsingen (aangenomen dat er geen niet-doorstane toetsingen zijn). Hoe groter die inhoud en hoe zwaarder die toetsingen, des te beter. De confirmatie-graad daarentegen zou geen bruikbaar criterium opleveren, met name omdat dit criterium niets- en weinigzeggende beweringen bevoordeelt boven veelzeggende.15 Er wordt door Popper en de zijnen blijkbaar veel aandacht geschonken aan het standhouden van een aanname in het licht van kritische overweging. Dat was inderdaad ook een der aspecten die in mijn eerste en voorlopige kenschetsing van de cognitieve redelijkheid werden genoemd. Een middenweg is het om weliswaar dc voor dc hand liggcndc waarschijnlijkheidsbenadering te handhaven, maar de oorspronkelijke aanvaardingsregel te veranderen, aan te vullen of desnoods of te schaffen. Dit laatste is door Carnap aanbevolen. In The Aim of Inductive Logic van i g6o (in latere jaren heeft hij dit standpunt iets verzacht) onderschreef hij de gedachte van Hume dat er voor inductie in de zin van het aanvaarden c.q. verwerpen van empirische hypothesen of voorspellingen geen redelijke grond is aan te geven. Volgens Carnap is het een eis van redelijkheid om een zodanige graad van vertrouwen in een bewering te hebben als wordt aangegeven door de waarschijnlijkhcid crvan, nict minder maar ook niet mcer. 18 Hoge waarschijnlijkheden mogen aan zekerheden grenzen, het zou onredelijk zijn die grens te overschrijden en beweringen voor waar te gaan houden die het toch net niet hoeven te zijn. Afgezien van die dingen waarvan men op grond van de beschikbare gegevens zeker 8

8 mag zijn, zouden er strikt genomen dus geen redelijke overtuigingen zijn. Een der voornaamste bezwaren tegen dit standpunt is dat het de voortgang ook van de meest exacte empirische wetenschappen als onredelijk bestempelt. Want wetten en theorieen plegen daar, tot nader order uiteraard, aanvaard te worden wanneer men er voldoende vertrouwen in heeft. Men moet toegeven dat Carnap door het invoeren van verschillende graden van vertrouwen aan scepticisme ontkomt (zonder zoals Hume een beroep op gewoontevorming te doen). En bovendien is er voor hem een soepele overgang naar de theorie der praktische redelijkheid mogelijk. Ook voor de praktische redelijkheid geef ik eerst weer een voorlopige omschrijving. Iemand handelt redelijk wanneer hij weloverwogen en doelgericht handelt, met gebruikmaking van de kennis waarover hij beschikt en volgens zijn werkelijke voorkeuren; d.w.z. niet uit opwelling of onder invloed van suggestieve prikkels, en indien nodig zelfs uit berekening. Zo iemand heeft bepaalde wensen en doelen, en de kans op verwezenlijking van een zo groot mogelijk deel daarvan wordt zo groot mogelijk gemaakt. Geplaatst b.v. voor een keuze tussen twee mogelijkheden zodanig dat een daarvan de verwezenlijking van al zijn doeleinden waarschijnlijk maakt, de ander niet, zal iemand redelijkerwijs het eerste moeten kiezen. Het zal U niet verbazen. Vaak is de situatie natuurlijk wat ingewikkelder. Laten er een zeker aantal alternatieve mogelijkheden open staan. Veelal zal elk van de mogelijke keuzen nog tot verschillende, elkaar uitsluitende resultaten kunnen leiden. In het ideale geval zou de dader voor elk beschikbaar alternatief de waarschijnlijkheid van elk der mogelijke uitkomsten moeten kennen. Bovendien moet in rekening worden gebracht hoe hij die uitkomsten waardeert. Weten dat hij zekere dingen boven andere verkiest, is meestal niet genoeg. Zijn voorkeuren zouden (nogmaals: in het ideale geval) aan zodanige eisen moeten voldoen dat het mogelijk is de intensiteit van zijn waardering voor elke te overwegen uitkomst in een getal, d.i. de bijbehorende 'utility value' of nutswaarde, uit te drukken. Dit alles zou het mogelijk maken om voor elk openstaand alternatief het zg. verwachte nut te berekenen.'7 En een redelijke handelwijze zou een handelwijze zijn waarvoor het verwachte nut zo groot mogelijk is, d.w.z. niet kleiner dan het verwachte nut van enige andere openstaande handelwijze. Volgens een zodanige uitwerking is inderdaad de toekenning van waarschijnlijkheden voldoende en heeft men geen aanvaardingsregel nodig. Deze laatste zouden zelfs schadelijk kunnen zijn. Kosten- en baten berekeningen vormen een sprekende toepassing 9

9 van de zojuist weergegeven ideeen. Men moet echter wel bedenken dat iemands voorkeuren en doelstellingen niet alleen van heb-, winen genotzucht afhangen, maar dat zij medebepaald kunnen worden door psychische en lichamelijke behoeften van allerlei aard (zoals de behoefte om door een bepaalde groep van medemensen gewaardeerd te worden), door fatsoensregels en ethische principes, enz. Het is ook mogelijk collectief naar zekere doelen te streven. En men kan zelfs onbewuste doelen en wensen toelaten, al maakt dit methodologisch de zaak er niet eenvoudiger op.wil immers bovenstaande benadering enige zin hebben dan moet het niet mogelijk zijn om elkeldaad als een redelijke daad te interpreteren door ad hoc het bestaan van de bijpassende doelen aan te nemen. Trouwens ook afgezien van de invoering van onbewuste doelen zijn de methodologische moeilijkheden die verbonden zijn met de normatieve aanpak waarvan ook door mij werd uitgegaan, nijpend genoeg gebleken. Maar misschien mag men aannemen dat het mogelijk is iemands werkelijke voorkeuren te bepalen op grond van wat hij in overzichtelijke situaties doet en evt. zegt, om op die grond in beginsel de mogelijkheid te hebben om te onderzoeken of zijn gedrag in iets minder overzichtelijke situaties redelijk is." Hoe dan ook, de feitelijke beperkingen in de toepassing van deze analyse blijven zeer groot. Het is dan ook niet te verwonderen dat andere explicaties van het begrip `praktische redelijkheid', zij het op basis van hetzelfde uitgangspunt (redelijk handelen is doelgericht handelen) zijn beproefd." Filosofen konden hier hoogstens gebruik maken van wat andere wetenschappen, zoals de speltheorie en meer in het algemeen de besliskunde, hebben bereikt. Een vcrlossend woord hebben zij tot nu toe niet weten te spreken. Keer ik een ogenblik tot de cognitieve redelijkheid terug. Ook daar bleek de discussie allesbehalve gesloten te zijn, zelfs wanneer men alleen de analytische filosofen beschouwt." Toch staat een ding wel vast: in deze kringen is er geen tegenstelling meer tussen `redelijk' en `empirisch', zoals in de oude dichotomie van redelijke kennis en ervaringskennis, of die van echte kennis en louter meningen. Redelijke overtuigingen betreffende de werkelijkheid staan niet tegenover overtuigingen op de grondslag der ervaring, maar het zijn juist overtuigingen op de grondslag der ervaring.2' Zij staan tegenover overtuigingen op de grondslag van wensen, angsten, overleveringen, hersenspinsels c.d. Anders ligt het bij de praktische redelijkheid. Want wat een daad tot een redelijke daad maakt hangt volgens de standaard-analyses voor een groot deel of van de doelen die iemand zich nu eenmaal en 10

10 om welke reden dan ook heeft gesteld. Iemands wensen hebben bier vrij spel. Zeker, de numerieke nuts-waarden zijn er pas als de voorkeuren een zekere formele volmaaktheid vertonen. Het is zeer de vraag of dat in de praktijk ooit zelfs maar bij benadering het geval is.22 Globaal zou men kunnen stellen dat de mate waarin iemands geheel van voorkeuren aan deze formele criteria voldoet, een factor is die medebepalend is voor de graad van zijn redelijkheid. In principe doet dit aan het vrije spel der persoonlijke wensen niet veel afbreuk. Zolang iemands systeem van wensen maar consequent en ondubbelzinnig is, zou er redelijkerwijze niets op aan te merken zijn. De vraag rijst of dit wel zo is; voorzichtiger gezegd : of het wel aanbeveling verdient het begrip `redelijkheid' op zo'n manier te interpreteren dat dit zo is. In de eerder ingevoerde terminologie zou dit erop neer komen dat er slechts cognitieve en praktische (on)redelijkheid is, geen desideratieve. David Hume had hier vrede mee.23 Vele anderen echter niet. Daartoe behoren heel wat grote figuren uit de filosofie-geschiedenis, en in de twintigste eeuw b.v. Max Weber en Max Horkheimer; op hun manier ook John Dewey en analytici zoals S. E. Toulmin.24 Zelfs vertegenwoordigers van de exact-wetenschappelijke wijsbegeerte doen soms stilzwijgend een beroep op zo'n eventuele derde vorm van redelijkheid. Zo neemt Suppes b.v. als vanzelfsprekend aan dat iemand die in een brandend huis doorgaat naar muziek te luisteren, zich onredelijk gedraagt.25 Maar wat als het nu altijd zijn diepste verlangen was geweest om luisterend naar muziek in de vlammen om te komen? Dan zou het, zo lijkt het, getuigd hebben van praktische onredelijkheid als hij zich deze kans van zijn leven had laten ontgaan door het huis uit te lopen. Moet men zeggen, of meent Suppes dat men moet zeggen, dat het hypothetische verlangen van onze hypothetische muziekliefhebber onredelijk is? Zoveel is zeker dat in de praktijk en niet alleen in de alledaagse praktijk de kwalificatie `onredelijk' vaak meer bestrijkt dan de betreffende feitelijke aannamen (geaccepteerd dan wel voormeer of minder waarschijnlijk gehouden) en het betreffende gedrag, beoordeeld in het licht van die aannamen en van de nu eenmaal voor handen doelen en wensen. Een redelijk mens is iemand die niet slechts redelijke overtuigingen heeft en zich gezien zijn overtuigingen en wensen redelijk gedraagt, maar wiens wensen ook aan zekere extra-voorwaarden voldoen. Hij is billijk en toont gevoel voor verhoudingen. Hij vindt b.v. niet dat ieder die hem niet aanstaat om die reden van de aardbodem of zelfs maar uit zijn gezichtsveld moet verdwijnen. Hij vindt niet dat zodra hij het woord neemt iedereen, en II

11 desnoods urenlang, zal moeten blijven luisteren. Evenmin is hij van mening dat hij als enige staatsburger recht heeft belasting te ontduiken; noch dat alle anderen dat recht wel hebben en hij alleen niet. Het is zelfs denkbaar dat wanner iemands optreden door een deskundige-in-redelijkheid zou worden onderzocht het advies in hoofdzaak betrekking zou hebben op wijzigingen in diens geheel van wensen, waarden en normen, meer dan op de manier waarop hij tot dan toe dat geheel van wensen enz. had nagestreefd. Dit betekent dat hij naar de mening van de deskundige vooral in wat ik de desideratieve redelijkheid genoemd heb, zou tekort schieten. In het voorafgaande Iigt opgesloten dat er minstens vier `trappen van explicatie' mogelijk zijn met betrekking tot het begrip van redelijk gedrag. 28 De eerste trap is volkomen relativistisch. Gegeven iemands persoonlijke meningen over hoe de feiten (waarschijnlijk) zijn en zijn of haar persoonlijke wensen, wordt bepaald wat voor hem of haar redelijke gedragingen zijn.27 Op de tweede trap wordt de voorwaarde toegevoegd dat de meningen omtrent wat (waarschijnlijk) het geval is, redelijk zijn. Op deze zelfde trap zou ook gedist kunnen worden dat men bereid moet zijn moeite te doen voor het verkrijgen van de nodige relevante gegevens. Merkwaardig genoeg wordt deze eis buiten de kring van Popper en zijn aanhangers maar zelden gesteld, hoewel zij toch betrekking lijkt te hebben op een wezenlijk onderdeel van redelijk gedrag.28 Op de derde trap wordt gesteld dat iemands voorkeuren redelijkerwijs aan bepaalde voorwaarden, zoals transitiviteit (d.w.z. als A verkozen wordt boven B en B boven C, dan A ook boven C), zouden moeten voldoen. Idealiter zou zelfs aan zodanige voorwaarden voldaan moeten zijn dat die voorkeuren door middel van numerieke nutswaarden beschreven kunnen worden, en er zou zodanig gehandeld moeten worden dat het verwachte nut zo groot mogelijk is. De vierde trap van explicatie houdt in dat iemands wensen, doelen en normen redelijkheidshalve nog aan verdere voorwaarden zouden moeten voldoen. Wat die laatste voorwaarden zijn, lichtte ik al met enige voorbeelden toe. De vraag rijst of zij niet wat vollediger kunnen worden gekarakteriseerd. M.a.w. wat zou de desideratieve redelijkheid alzo kunnen inhouden? Op deze kwestie wil ik nu eerst ingaan alvorens terug te komen op de vraag of het geen aanbeveling verdient het begrip redelijkheid tot de cognitieve en de praktische varianten te beperken. 12

12 Desideratieve redelijkheid Op grond nu van de min of meer gangbare inhoud va n het begrip `redelijkheid' indien toegepast op mensen en hun gedragingen, zou men aan de volgende vij f voorwaarden kunnen denken. Ten eerste kan van redelijke mensen verwacht worden dat zij bereid en in staat zijn een niet al te onbelangrijk deel van hun voorkeuren te motiveren. Da t betekent dat die voorkeuren niet volledig ad hoc zijn, maar beh eerst worden door algemene principes van dien aard dat daaraan zo'n motivering kan worden ontleend. Er is uiteraard geen sprake van dat dit in alle gevallen zou moeten kunnen gebeuren. Ik bedoel bijv. niet dat men redelijkerwijs in staat zou moeten zijn een algemeen principe aan te voeren teneinde te motiveren dat men om maar iets te noemen meer voelt voor mezen dan voor vinken, en dat anders een zodanige voorkeur niet zou mogen worden geloesterd.29 Evenmin is het waar dat alle redelijke mensen het onder alle omstandigheden eens moeten kunnen worden over de meest redelijke doelstelling. Die overeenstemming bleek al niet steeds te verwachten op het terrein van de cognitieve en de praktische redelijkheid; het geldt a fortiori wanneer wensen en normen in het geding komen. Toch is het met dat al een eis van redelijkheid dat althans bepaalde klassen van voorkeuren gemotiveerd kunnen worden, en wel zodanig dat daaruit de mogelijkheid van een zinnige discussie ontstaat. En dus is niet elk algemeen principe redelijkerwijs evenveel waard als elk ander. Een principe b.v. volgens hetwelk men datgene wat bij voile maan gebeurt systematisch hoger waardeert dan datgene wat bij nieuwe maan gebeurt, kan niet als redelijk gelden. Ten tweede dient de persoon in kwestie in staat te zijn om serieus zijn eigen belangen tegenover die van anderen of te wegen. Hij gaat er niet van uit dat wat hem, of de groep waartoe hij behoort, in financieel, sociaal of zelfs moreel opzicht het meest bevoordeelt, om die reden ook het beste is. Gaan zekere alternatieven gepaard met grote hindernissen voor anderen, dan vermindert daardoor ook in zijn ogen de wenselijkheid ervan. Hoewel de algemeen-menselijke behoeften hierbij het zwaarst wegen, houdt dit toch ook in dat men bereid moet zijn de belangen van anderen te beschouwen zoals zij die zelf beschouwen." Als gevolg daarvan treedt dan nogmaals een verruiming van dc mogelijkheden tot ondcrlingc discussic op. (Maar het is wel zo dat ook de consequenties voor levende wezens die aan geen discussie kunnen deelnemen, redelijkerwijs overwogen behoren te worden.) Ten derde kan verdedigd worden dat bij redelijke doelen en voor-

13 keuren er behoorlijk rekening gehouden is met de toekomst. Systemen van voorkeuren die het heden of de onmiddellijke toekomst zwaar begunstigen, getuigen niet van grote redelijkheid. Ik bedoel hiermee dat een uitkomst die voor nu of morgen wenselijk wordt geacht niet perse zeer sterk aan wenselijkheid verliest wanneer de verwezenlijking een tijdlang op zich zal laten wachten. Hetzelfde geldt natuurlijk voor een verlies aan onwenselijkheid. Voor Heymans was de verabsolutering van het heden, evengoed als die van het eigen ik, zelfs `vernunftwidrig', en wel vanwege de overheersende rol hierbij van beperkte en subjectieve gezichtspunten.31 Dit rekening houden met de toekomst (ook volgens C. I. Lewis en trouwens reeds volgens Aristoteles een wezenlijk aspect van rationaliteit32) onderstelt een zekere stabiliteit van iemands verlangens, doelstellingen en normen. Men moet in dit geval immers iets kunnen zeggen over de eigen voorkeuren op langere termijn. De meest voor de hand liggende manier om dat te bereiken is aan te nemen dat ze nog ongeveer zullen zijn als nu. Redelijkheid is trouwens in strijd met grilligheid en wispelturigheid. Dit voert tot een vierde voorwaarde voor desideratieve redelijkheid. Voorkeuren dienen redelijkerwijs stabiel te zijn, d.w.z. niet onderhevig aan plotselinge en onverklaarbare veranderingen. Men kan natuurlijk best allerlei veranderingen wensen. Een redelijk mens kan conservatief, maar ook progressief en zelfs revolutionair zijn. Hij mag echter niet voortdurend en steeds maar weer iets anders wensen. De permanente revolutie is een onredelijk ideaal. Een vijfde en laatste voorwaarde dringt zich nu als vanzelf op. Want redelijkheid moge in strijd zijn met bandeloze grilligheid, zij is evenzeer in strijd met dogmatische starheid. Een twintigjarige die ervan uitgaat dat hij als zestigjarige, of zelfs als veertigjarige, nog steeds op dezelfde manier tegen de wereld zal aankijken, is onredelijk. Dat geldt zelfs voor het geval dat die wereld niet zou veranderen. Maar een ding waarvan we redelijkerwijs overtuigd mogen zijn is, dat die wereld wel verandert, en dat betekent een verdere beperking van de stabiliteits-voorwaarde. Iemands geheel van voorkeuren en het bijbehorende systeem van waarden en normen dienen derhalve, wil ten voile aan de eisen van redelijkheid zijn voldaan, vatbaar te zijn voor veranderingen. Willekeurig en ongemotiveerd mogen die verandcringcn nict zijn. Dc vijfdc cis van rcdclijkhcid houdt in dat die veranderingen op een zinnige manier samenhangen met het voortschrijden van kennis en ervaring; met nieuwe inzichten in wat technisch en empirisch mogelijk is; ook met het optreden van wijzigingen in de wensen en voorkeuren van anderen. Discrepanties berg

14 hoeven zeker niet beslist een uiting van onredelijkheid te zijn, en reeds daarom zou het overdreven zijn te eisen dat onze wensen, doelen en normen zich direct en volledig aanpassen bij wat wij weten omtrent feitelijke mogelijkheden en de wensen, doelen en normen van anderen. Wel dienen zij althans daardoor beinvloed te worden willen zij als `redelijk' kunnen gelden. Ook dit is iets wat de mogelijkheid van een zinnige discussie over wensen en normen bevordert. Slotbeschouwing Ik ben mij ervan bewust dat deze opsomming van voorwaarden in het gunstigste geval niet veel nieuws kan hebben gebracht. Inderdaad heb ik slechts getracht iets te zeggen over wat het begrip `redelijkheid' in zijn desideratieve variant feitelijk inhoudt; aan welke voorwaarden minimaal voldaan moet zijn wil dit min of meer alledaagse begrip van toepassing zijn. Daarbij heb ik mij dan nog bepaald tot algemene en soepele bewoordingen, en niet zonder reden: het gaat hier nu eenmaal om graduele verschillen en vloeiende overgangen.33 Wel neem ik aan dat wat ik gezegd heb kan worden verscherpt, zij het dat deze verscherping in verschillende richtingen mogelijk is zodat ook verschillende exacte explicaties van het begrip `desideratieve redelijkheid' daaruit zouden voortkomen. Wellicht bent U geneigd van mij te verlangen dat ik alsnog een of meer van die verscherpingen aanbreng. Ik heb echter toegezegd nog terug te komen op de vraag of het geen aanbeveling verdient het begrip `redelijkheid' tot de terreinen van het cognitieve en het praktische te beperken. Daarvoor is thans het ogenblik aangekomen; ik kan slechts hopen dat ook langs deze weg Uw ongenoegen bezworen wordt. De vraag is nog steeds een open vraag. Want ook al is de toepassing van een desideratief redelijkheidsbegrip gebruikelijk, het zou wenselijk kunnen zijn ermee op te houden. In de wetenschap heeft men wel met meer verwarringen van de omgangstaal moeten afrekenen. Een tussenoplossing zou zijn om met terminologische middelen het verschil te benadrukken zonder nochtans naar geheel nieuwe woorden te zoeken. Zo heeft men wel (ik spreek nu over de Engelstalige filosofie) voorgesteld om op het cognitieve en praktische terrein consequent de term 'rational' te gebruiken en de term 'reasonable' dan en slechts dan toe te passen wanneer overwegingen van onpartijdigheid en billijkheid in het geding zijn.34 Definitief succes heeft dat voorstel nog niet gehad. 15

15 Toch moet worden toegegeven dat de ruime toepassing van deze beide woorden wel nadelen heeft. Hetzelfde geldt dan natuurlijk voor de ruime toepassing van het ene woord `redelijkheid'. En deze nadelen worden mogelijk niet geheel ondervangen door het gebruik van de drie differentierende adjectieven: `cognitier, `praktisch' en `desideratier. Het belangrijkste nadeel is waarschijnlijk dat het gebruik van de overkoepelende term credelijkheid' suggereert, mede op grond van enkele traditionele probleemstellingen en standpunten in de filosofie waarover in het allereerste begin van mijn betoog iets werd gezegd, dat langs de weg van de rede kan worden aangetoond of een gegeven doelstelling enz. redelijk is. Dat wil zeggen, er zouden bewijskrachtige aprioristische middelen zijn om uit te maken wanneer de kwalificatie `redelijk', ook in de desideratieve variant, wel en niet van toepassing is. Er zou b.v. een of andere categorische imperatief bewezen moeten kunnen worden. Niets in die geest inderdaad is mijn bedoeling.35 Merkwaardigerwijze kan echter aan dit bezwaar onmiddellijk een tegenargument worden ontleend. Want ook de cognitieve redelijkheid is niet vatbaar voor aprioristische bewijzen. Welke overtuigingen redelijk zijn hangt niet of van onze strikt-versta.ndelijke vermogens maar juist van wat de ervaring ons heeft geleerd. Van die ervaring geen gebruik maken is een vorm van verregaande cognitieve onredelijkheid. Dit werd ook reeds in het voorafgaande aangestipt. Nu kan men, terecht, opmerken dat het toch erg simplistisch is om het te doen voorkomen alsof al datgene waarvan wij plegen te zeggen dat de ervaring het ons heeft geleerd, louter en alleen op die ervaring berust; alsof alles wat wij omtrent de werkelijkheid redelijkerwijs aannemen en weten, min of meer automatisch volgt uit wat wij van die werkelijkheid direct ervaren. Het berekenen van de waarde van de confirmatie-graad vereist zeer veel verstandelijk overleg, zoveel dat men er ondanks nu al jarenlange bemoeienissen in concreto maar weinig mee is opgeschoten. Maar nog afgezien daarvan: bekijkt men de kennis waarover wij heden ten dage kunnen beschikken, dan is het overduidelijk dat deze tot stand gekomen is mede dank zij talloze intellectuele, vaak zelfs wiskundige bewerkingen. Deze kennis is voortgekomen uit vernuftige gissingen van allerlei aard, uit gedachte-experimenten en het onderling afwegen van argumenten voor en tegen. Onze wetenschappelijke theorieen kunnen slechts begrepen worden als het resultaat van langdurige intellectuele samenwerking en bestrijding. Het aandeel van de rede mag bier klaarblijkelijk niet worden veronachtzaamd. Aileen vertrouwen op wat men met zijn r6

16 zintuigen heeft waargenomen is evengoed een uiting van verregaande onredelijkheid als er helemaal geen rekening mee te houden. Akkoord. Nu sluit dit alles natuurlijk nog niet uit dat de argumenten over en weer in dit intellectuele proces in laatste instantie steeds verwijzen naar die empirische basis. Ik zou hier echter vooral de nadruk willen leggen op een ander aspect van de zaak dat pleit voor een overkoepelend gebruik van de term `redelijkheid'. Dat aspect is: de rol van een zinnige intersubjcctievc discussic. In de sfeer van de cognitieve redelijkheid is die rol eminent, aangenomen dat wat zojuist hierover werd gezegd in hoofdzaak correct is. Maar ik herinner eraan dat ook mijn overzicht van de desideratieve redelijkheid bij herhaling melding maakte van de mogelijkheid van zinnige intersubjectieve discussie. Op beide terrcinen komt het aan op veelzijdige informatie, kritiek over en weer, intersubjectieve controle. In beide gevallen houdt men rekening met de mededelingen van anderen (cognitievc mededelingen resp. desideratieve mededelingen), al worden deze ook in beide gevallen niet klakkeloos aanvaard. Cognitieve en desideratieve redelijkheid onderscheiden zich dan ook op overeenkomstige manier van de bijbehorende vormen van onredelijkheid. Wat dit betreft dreigt er dus geen misverstand uit het gebruik van de term `redelijkheid' ook op desideratief gebied voort te vloeien. Ik zou hier trouwens nog aan toe kunnen voegen dat ook de praktische redelijkheid, in tegenstelling tot de praktische onredelijkheid, discussie in de vorm van kritiek, adviezen, beraadslaging over te volgen gedragslijnen mogelijk maakt. Een tweede overweging, die in dezelfde richting wijst, verdient vermelding. Bij de bespreking der desideratieve redelijkheid wees ik erop dat zij o.m. een afwezigheid van plotselinge en willekeurige veranderingen in wensen en normen inhoudt. Zij is gekenmerkt door stabiliteit, zij het geen starre, dogmatische stabiliteit. Dat wordt nog versterkt door de factoren van onpartijdigheid en toekomstgerichtheid. Die hebben immers tot gevolg dat een systeem van waarden en normen niet ingrijpend hoeft te vcranderen wanneer de persoon in kwestie in iets andere omstandigheden komt te verkeren. Evenzo ook streeft men op het terrein der cognitieve redelijkheid naar overtuigingen die een goede kans maken gehandhaafd te kunnen worden, (aangenomen dat men althans in het hebben van ware overtuigingen is geinteresseerd). Wat cen rcdclijkc aanname is wordt medc bcpaald door de vraag of men hem vermoedelijk binnen afzienbare tijd zal hebben te herzien. En praktische redelijkheid leidt tot handelingen waarvan men slechts betrekkelijk zelden spijt hoeft te hebben. Zij maakt min of meer constante strategieen op langere termijn mogelijk r7

17 zodat men niet voortdurend gedwongen is het roer om te gooien. Natuurlijk, nu en dan moet het roer tach om, zoals men ook nu en dan een redelijke overtuiging moet herzien of een redelijke norm moet aanpassen. Op alle drie terreinen houdt redelijkheid echter kennelijk een streven naar een hoge mate van stabiliteit in. Ik wil zeker niet beweren dat het begrip `redelijkheid' een vaste kern heeft die bepalend is voor de inhoud ervan. Maar een belangrijk en hetrekkelijk constant element zou niettemin kunnen zijn: een gerichtheid op intersubjectief-bruikbare alsmede semi-stabiele oplossingen voor problemen en dilemma's, en zulks op alle hier onderscheiden terreinen.36 Dat rechtvaardigt naar mijn mening voldoende het ook in deze voordracht toegepaste, ruime gebruik van de term `redelijkheid'. Natuurlijk, wensen en evalueren blijft principieel verschillend van denken-dat-iets-het-geval-is, en ook van handelend optreden. Juist dat onderscheid wordt duidelijk in de drie verschillende adjectieven tot uitdrukking gebracht. Dat neemt echter niet weg dat hoe en wat men gelooft, doet of wenst aan analoge criteria kan voldoen die gezamenlijk als criteria van redelijkheid kunnen gelden. Er is natuurlijk geen garantie dat redelijkheid steeds tot de beste oplossing leidt. De hardnekkige, eigenwijze enkeling heeft soms gelijk tegen de meerderheid ook van de deskundigen in, en het kan voorkomen dat men in redelijk overleg tot beslissingen komt die naderhand door alle betrokkenen worden betreurd. Het is denkbaar dat redelijkheid soms schadelijk is; en zij is zeker niet de enige levenswaarde. Maar zij dient erkend te worden voor wat zij waard is. En dan last zich verdedigen dat het rekening houden met de inbreng van andere subjecten (indien tenminste verbonden met kritische overweging op grond van eigen inzicht en ervaring), en het streven naar stabiliteit (indien tenminste getemperd door de werking van aanpassings-mechanismen) op de drie gebieden die daarvoor het meest in aanmerking komcn als bewijzen van redelijkheid kunnen gelden. En dit verschaft mij dan tegelijkertijd een happy ending voor deze beschouwing. Allereerst moge ik thans mijn dank betuigen aan H.M. de Koningin, dat zij mij tot hoogleraar in de analytische wijsbegeerte aan deze universiteit heeft willen benoemen. Mijne Heren Curatoren, Mijnheer de Secretaris van deze Universiteit, Ik ben U erkentelijk dat U mij voor deze benoeming heeft voorgedragen. Ik hoop dat geen Uwer het gevoel heeft of ooit zal krijgen dat deze voordracht redelijkerwijs niet verantwoord was, dan wel betreurenswaardig ofschoon onder de omstandigheden verantwoord. 18

18 Ik voor mij beloof gaarne om naar vermogen datgene to doen wat in redelijkheid van mij kan worden verwacht. Mijnheer de Rector Magnificus, Dames en Heren Hoogleraren en Lectoren, Ik voel mij vereerd in Uw midden te zijn opgenomen. Tot voor korte tijd was de Universiteit van Groningen mij volkomen vreemd. Dat ik mij er reeds in sterke mate thuis voel is mede te danken aan de vriendelijke wijze waarop U mij als een der Uwen hebt ontvangen. Dames en Heren leden van de Faculteit der Letteren, Ofschoon van wiskundigen huize kan ik bogen op enige bemoeienis met letterkundige en kunstfilosofische problemen. Wellicht dat dit het contact met U nog zal vergemakkelijken. Voor het overige doen de hartelijke gesprekken die ik met enkelen Uwer mocht voeren mij het beste vermoeden over de toekomstige verstandhouding tussen U en mij. Mevrouw en Mijne Heren Hoogleraren, Lectoren en Leden van de Wetenschappelijke staf der Centrale Interfaculteit, Ik heb niet lang het gevoel gehad aan vreemde eend in de bijt te zijn. Ten dele komt dat omdat ik enkelen van U reeds langer persoonlijk kende. De voornaamste reden is niettemin de informele sfeer die er heerst op het Filosofisch Instituut. Ik ben dan ook vol vertrouwen dat de instelling van de leerstoel die ik bekleed niet tot een onaangename richtingenstrijd zal voeren. Het zij mij vergund U, hooggeleerde Delfgaauw, in het bijzonder te danken voor de hartelijke manier waarop U mij hebt verwelkomd en bij Uw collega's en medewerkers hebt geintroduceerd. Hooggeleerde Hubbeling, het is vooral door Uw toedoen dat de studie van de analytische wijsbegeerte in Groningen reeds een achtenswaardige traditie bezit. Het aanvaarden van mijn taak zou mij stellig meer hoofdbrekens hebben gekost wanneer die traditie had ontbroken. In filosofisch opzicht reken ik mij tot de autodidacten. Dat wil niet zeggen dat ik geheel zonder filosofische leermeesters ben geweest. Met grote erkentelijkheid denk ik terug aan de jaren dat ik medewerker was van wijlen E. W. Beth, in leven hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Ziju wetenschappelijke zowel als persoonlijke kwaliteiten heb ik zeer bewonderd. Ik heb veel aan hem te danken en ben er trots op verbonden te zijn geweest aan het door zijn initiatief ontstane Instituut voor Grondslagenonderzoek en Filosofie der Exacte Wetenschappen. 19

19 Dat U, hooggeleerde Heyting, mijn promotor bent geweest, stemt mij nog steeds erkentelijk. Ik dank U voor alle blijken van bereidwilligheid die ik bij herhaling van U heb ondervonden. Gaarne ook wil ik bij deze gelegenheid publiekelijk mijn dank betuigen jegens Professor H. B. Curry (than weer in Amerika woonachtig) voor de vele vrijheid die hij mij de afgelopen jaren gelaten heeft. Leden van de Wetenschappelijke Staf en Assistenten van het Instituut voor Grondslagenonderzoek en Filosofie der Exacte Wetenschappen, Terugdenkend aan mijn negen Amsterdamse jaren wil ik niet nalaten de hoop uit te spreken dat de totstandgekomen persoonlijke banden, ondanks het voortschrijden van de tijd en de toegenomen ruimtelijke afstand, niet volledig zullen worden geslaakt. Dames en Heren Studenten, In het tweede boek van De Boeken der Kleine Zielen verschijnt, zoals velen van U zullen weten, Max Brauws ten tonele. Tijdens zijn eerste bezoek aan het huis van Van der Welcke vertelt hij aan Henri dat hij zoekt, en op de vraag `Wat zoek je?' antwoordt hij : lets'. Dit is voor Van der Welcke aanleiding om te reageren met `Daar komt de wijsgeer van vroeger weer voor de dag.' (Het Late Leven, I, 8). Gezien de rol van het `niets' in de hedendaagse wijsbegeerte zou er ook over dit filosofische 'jets' veel te zeggen zijn. Ik merk alleen maar op dat men hier een gangbare opvatting over wijsgeren gedemonstreerd ziet volgens welke deze mensen zich van anderen onderscheiden door het doen van weliswaar pretentieuze maar in wezen nietszeggende uitspraken. Ik hoop dat ik aan dat beeld niet zal beantwoorden. Maar het vermijden daarvan heeft ook zijn gevaren. Dat kan ik het beste illustreren met een citaat uit weer een andere roman, nl. Der Zauberberg. Ik bedoel de opmerking van Castorp : 'itch will lieber ein bisschen faseln and dabei etwas Schwieriges halbwegs ausdriicken, als immer nur tadellose Hergebrachtheiten von mir geben.' (Stockholmer Gesamtausgabe 1954, blz. 833). De opmerking is gericht tot Settembrini en vermag zowaar enige, zij het niet geheel belangeloze, instemming van deze verlichte en redelijke (en in een nog niet aan de orde geweest zijnde betekenis zelfs rationalistische) gesprekspartner te ontlokken. Natuurlijk, Tadellosigkeit is veel waard, en faseln past een docent niet en een docent in de analytische wijsbegeerte al helemaal niet. Het beste zou zijn een combinatie van de voordelen der beide alternatieven die Castorp noemt, dat wil zeggen : `tadellos etwas Schwie- 20

20 riges ausdriicken'. Dat echter is slechts aan weinigen gegeven. Toch is het redelijk ook van minder begenadigde filosofen te verwachten dat zij zich bij tijd en wijle aan enige verkenningen en bespiegelingen wagen, ook al zou dat ten koste gaan van de Tadellosigkeit en zelfs het risico van nietszeggendheid met zich meebrengen. Ik hoop in staat te zijn een bruikbaar evenwicht tussen oud en nieuw, tussen afspiegeling en bespiegeling, te vinden. Mocht het U over enige tijd toeschijnen dat dit niet zo is, dan vertrouw ik dat U mij zult waarschuwen. Ik heb gezegd. 2I

21 Noten. Tot die wetenschappen behoren psychologie, sociologic, nat. theologie, economie, speltheorie en besliskunde. Het is duidelijk dat van een adekwatc bchandcling geen sprake kan zijn. Ik kan slechts hopen, niet al te veel wat relevant is buiten beschouwing te hebben gelaten. - Wat de filosofie betreft pretendeer ik alleen over de Westerse filosofie te spreken. 2. Moderne wetenschappelijke inzichten (met name op het gebied van de dieptepsychologie en de sociale psychologie) hebben de twijfels sterk doen toenemen. Voor Plato zic mcn de bcschouwing over dc ondcrlinge verhouding van de zielsdelen in het vierde bock van De Staat (i.h.b ), en zijn dramatische waarschuwingen tegen de besmetting van de (intellectueel opgevatte) ziel door het lichaam in de Phaedo (81b-84b ). Volgens Aristoteles kan de begeerte afgaan op wat werkelijk - en - op - de - lange - duur, dan wel op wat schijnbaar - en - slechts - voor - het - moment begerenswaard is; zij kan al dan niet met overleg gcpaard gaan (De Anima 433; verg. ook Eth. Nic. VII, 1-1o). Meer in het bijzonder kan men in de overgeleverde geschriften van Aristoteles de mcning vinden dat dit vermogen tot redelijk overleg bij vrouwen weinig gezag heeft, en bij natuurlijke slaven zelfs ontbreekt (Pol. 1260a 12-14). 3. P. Bernays heeft deze opvatting gekenschetst als het standpunt, 'wonach die Wissenschaft von allgemeinen Obersatzen auszugehen hat, die unabhangig von der Erfahrung, wie man sagt: 'a priori', feststehen, sodass danach die Erfahrung nur fur die Untersuchung des Einzelnen zu Rate zu zichen ist. Auch die allgemeinen Begriffe, mit denen die wissenschaftliche Erklarungen der Tatsachen erfolgt, werden nach dieser Auffassung a priori gefunden. Die Meinung ist, doss das rationale Element in der Erkenntnis sick durch das a priori Bestimmte, Utweriinderliche geltend machr. (`Die Erneuerung der rationalen Aufgabe', in: Proceedings of the Tenth International Congress of Philosophy, Amsterdam 5949, vol. I, blz. 44. Curs. van mij). In hoeverre filosofen, die een dergelijk standpunt innamen, zich daar werkelijk aan hidden of konden houden, is nog een andere kwestie. Ook moet bedacht worden dat een van de oorsprongen van dit standpunt de kennis- en wetenschapsleer van Aristoteles is. Dit verklaart reeds dat binnen de hier aan de orde zijnde stroming voor de totstandkoming der algemene inzichten soms een beroep op de zintuigelijke ervaring werd gedaan; dank zij de rede werd de mens dan niettemin in staat gcacht om in de aldus verkrcgen gegevens het noodzakelijke en onveranderlijke te ontdekken en tot voorwerp van afzonderlijk onderzoek te maken. Christian Wolff ( ) trachtte het rationalisme veilig te stellen door de hoofdgebieden van het menselijk kennen te verdelen in een rationed en een empirisch gedeelte. Het eerstgenoemde (tot de metafysica behorende) gedeelte zou gericht zijn op de kennis der noodzakelijke en eeuwige waarheden, het tweede op die der toevallige waarheden. Zo komt hij bijv. tot de opstelling van een rationele psychologie naast een empirische psychologie. Ook Kant tracht een tot de metafysica gerekende, rationele beoefening der wetenschappen Cans reiner Vernunft') van een empirische beoefening te scheiden. (Kritik der reinen Vernunft, A 835; = B 863; ). Interessant is de vrijmoedige toepassing van een onderscheid als dat van Wolff op studieterreinen waar de filosofie zich destijds nog weinig mee bezighield. Men zie de mededelingen van Jan Romein over wat tegen het einde van de 18e eeuw wel `theoretische geschiedenis' genoemd werd. Daartoe behoosde nl. het pogen om, 'met negering van de 22

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Beoordelingsmodel Opgave 1 Het bestaan van God en het voortbestaan van religie 1 maximumscore 3 een uitleg hoe het volgens Anselmus mogelijk is dat Pauw en Witteman het bestaan van God ontkennen: het zijn

Nadere informatie

Commentaar. Wetenschappelijke rechtsfilosofie?

Commentaar. Wetenschappelijke rechtsfilosofie? Commentaar Wetenschappelijke rechtsfilosofie? Jaap Hage* 1. Hoe het met andere lezers van dit tijdschrift staat weet ik niet, maar zelf heb ik het gevoel dat er aan veel bijdragen in R&R en aan rechtsfilosofische

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 3 Vreemder dan alles wat vreemd is 12 maximumscore 3 de twee manieren waarop je vanuit zingevingsvragen religies kunt analyseren: als waarden en als ervaring 2 een uitleg van de analyse van religie

Nadere informatie

11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets

11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets 11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets Opdracht 1 Wat is de Sokratische methode? Opdracht 2 Waarom werd Sokrates gedwongen de gifbeker te drinken? Opdracht 3 Waarom zijn onze zintuigen

Nadere informatie

filosofie vwo 2016-II

filosofie vwo 2016-II Opgave 2 Theoriegeladenheid van de waarneming 5 maximumscore 3 Een goed antwoord bevat een uitleg met de afbeelding van het eend-konijn van: Kuhns Aristoteles-ervaring: plotselinge perspectiefverandering

Nadere informatie

Essay. Norbert Vogel* Morele feiten bestaan niet

Essay. Norbert Vogel* Morele feiten bestaan niet Essay Norbert Vogel* Morele feiten bestaan niet Ethici onderscheiden zich van gewone mensen doordat zij niet schijnen te weten wat morele oordelen zijn. Met behulp van elkaar vaak uitsluitende ismen trachten

Nadere informatie

Proeftentamen 2010-2011 deel Wetenschapsfilosofie. 20102011proef_deel_Wetenschapsfilosofie.pdf

Proeftentamen 2010-2011 deel Wetenschapsfilosofie. 20102011proef_deel_Wetenschapsfilosofie.pdf Proeftentamen 2010-2011 deel Wetenschapsfilosofie 20102011proef_deel_Wetenschapsfilosofie.pdf Tilburg University Sociale Filosofie en Wetenschapsfilosofie Proeftentamen Sociale Filosofie en wetenschapsfilosofie

Nadere informatie

Openingstoespraak Debat Godsargument VU Faculteit der Wijsbegeerte 11 April 2012. Emanuel Rutten

Openingstoespraak Debat Godsargument VU Faculteit der Wijsbegeerte 11 April 2012. Emanuel Rutten 1 Openingstoespraak Debat Godsargument VU Faculteit der Wijsbegeerte 11 April 2012 Emanuel Rutten Goedemiddag. Laat ik beginnen met studievereniging Icarus en mijn promotor Rene van Woudenberg te bedanken

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Procedureoverzicht Promotietraject Faculteit der Geesteswetenschappen (Promotiereglement 2015)

Procedureoverzicht Promotietraject Faculteit der Geesteswetenschappen (Promotiereglement 2015) Procedureoverzicht Promotietraject Faculteit der Geesteswetenschappen (Promotiereglement 2015) Hieronder volgt een overzicht van de stappen in de formele procedure die uiteindelijk wordt afgesloten door

Nadere informatie

REGLEMENT HOUDENDE GEDRAGSREGELS

REGLEMENT HOUDENDE GEDRAGSREGELS REGLEMENT HOUDENDE GEDRAGSREGELS als bedoeld in artikel 19 van de statuten van de Stichting VRT - Verenigd Register van Taxateurs (de stichting), gevestigd te Rotterdam. Inleiding Blijkens artikel 2.1.

Nadere informatie

Thije Adams KUNST. Wordt een mens daar beter van? vangennep amsterdam

Thije Adams KUNST. Wordt een mens daar beter van? vangennep amsterdam Thije Adams KUNST Wordt een mens daar beter van? vangennep amsterdam Inhoud Vooraf 5 I. Inleiding 7 II. Wat doen wij met kunst? 9 III. Wat doet kunst met ons? 42 IV. Plato en Rousseau 59 V. Onzekerheid

Nadere informatie

Eindexamen filosofie havo I

Eindexamen filosofie havo I Beoordelingsmodel Opgave 1 De graaf van Monte-Cristo 1 maximumscore 3 een uitleg van welke primaire hartstocht haat kan worden afgeleid: de droefheid 1 de opvatting van Spinoza over haat: de wil tot verwijderen

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

BEROEPSCODE VOOR VEILIGHEIDSKUNDIGEN LEDEN VAN DE NVVK

BEROEPSCODE VOOR VEILIGHEIDSKUNDIGEN LEDEN VAN DE NVVK BEROEPSCODE VOOR VEILIGHEIDSKUNDIGEN LEDEN VAN DE NVVK BEROEPSCODE VOOR VEILIGHEIDSKUNDIGEN LEDEN VAN DE NVVK INHOUD 1 Inleiding 1 2 Definities 2 2.1 Beroepscode 2 2.2 Gevaar 2 2.3 Misstand 2 2.4 Vakbekwaamheid

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5 Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 5 Deel 1, Hoofdstuk 4 en 6 De volmaakte natuur en het niet bestaan van toeval Rikus Koops 24 juni 2012 Versie 1.0 Hoewel het vierde hoofdstuk op

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 8 augustus 2001

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 8 augustus 2001 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 8 augustus 2001 Vonnisnummer : 2000/053, 2000/088 en 2000/089 Datum : 8 augustus 2001 Rechters : mrs. Van Gijn, Ilsink en Groeneveld Middel : Winstbelasting Artikel : 7 en 33

Nadere informatie

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Universitair Medisch Centrum Utrecht Verplegingswetenschappen cursusjaar

Nadere informatie

Correctievoorschrift. Voorbeeld van een goed antwoord: Nagel volgt Kant door op te merken dat het vreemd en onwenselijk is

Correctievoorschrift. Voorbeeld van een goed antwoord: Nagel volgt Kant door op te merken dat het vreemd en onwenselijk is Toets Vrije Wil en 2 Correctievoorschrift Correctievoorschrift Maximumscore 3 Een correcte uitleg van Kants analyse van morele verantwoordelijkheid Een correcte uitleg van waarom we het bestaan van de

Nadere informatie

Naam student. Examennummer. Handtekening

Naam student. Examennummer. Handtekening Business Administration / Bedrijfskunde Naam student Examennummer : : Handtekening : Schriftelijk Tentamen Algemeen Vak: Wetenschapsleer Groep: 1 Vakcode: BKB0016 Soort tentamen Gesloten boek (open of

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal

R e g i s t r a t i e k a m e r. Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal R e g i s t r a t i e k a m e r Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal..'s-Gravenhage, 2 november 1998.. Onderwerp Wetsvoorstel onderwijsnummer

Nadere informatie

Referentie: 2014022651. Klachtenregeling Zorginstituut Nederland. De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland,

Referentie: 2014022651. Klachtenregeling Zorginstituut Nederland. De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland, Referentie: 2014022651 Klachtenregeling Zorginstituut Nederland De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland, gelet op artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 15 van het Bestuursreglement

Nadere informatie

Wat is de mens? - Context. De opkomst van de filosofische antropologie

Wat is de mens? - Context. De opkomst van de filosofische antropologie De menselijke natuur, week 9 De opkomst van de filosofische antropologie Overzicht van reeds behandelde mensbeelden en de mechanistische visie uit de late 19e eeuw Wat is de mens? - Context Plato / Descartes

Nadere informatie

Reglement Tuchtcommissie

Reglement Tuchtcommissie Reglement Tuchtcommissie 1 mei 2016 Artikel 1 De in dit Reglement Tuchtcommissie voorkomende begrippen hebben de betekenis als daaraan toegekend in de Statuten en het Algemeen Reglement en voorts de navolgende:

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de klacht van: 1. A, in zijn hoedanigheid van hoofdinspecteur voor de geestelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Violette van Zandbeek Social research Datum: 15 april 2011

Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Violette van Zandbeek Social research Datum: 15 april 2011 Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Naam: Violette van Zandbeek Vak: Social research Datum: 15 april 2011 1 Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Als onderdeel van het vak social research

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2007 tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

Voor wat betreft het multiple choice gedeelte heeft elke vraag altijd 3 mogelijke antwoorden, waarvan er slechts één het juiste is!

Voor wat betreft het multiple choice gedeelte heeft elke vraag altijd 3 mogelijke antwoorden, waarvan er slechts één het juiste is! KLEIN PROEFTENTAMEN WETENSCHAPSLEER Let op: Het tentamen bestaat straks uit 20 multiple choice vragen en 2 open vragen. In totaal zijn dus 100 punten te verdienen (= cijfer: 10). In het multiple choice

Nadere informatie

DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N):

DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N): Pagina 1 van 5 DE ONDERGETEKENDE(N): DISCLAIMER verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp Naam rechtspersoon: Plaats statutaire zetel: Kantooradres: Nummer Kamer van Koophandel: e-mailadres:

Nadere informatie

Klokkenluidersregeling

Klokkenluidersregeling REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in

Nadere informatie

Weten het niet-weten

Weten het niet-weten Weten het niet-weten Over natuurwetenschap en levensbeschouwing Ger Vertogen DAMON Vertogen, Weten.indd 3 10-8-10 9:55 Inhoudsopgave Voorwoord 7 1. Inleiding 9 2. Aard van de natuurwetenschap 13 3. Klassieke

Nadere informatie

Gedragsregels van de Raad van Advies van Sint Maarten Omtrent de handhaving van de onafhankelijkheid van de Raad en de kwaliteit van zijn adviezen

Gedragsregels van de Raad van Advies van Sint Maarten Omtrent de handhaving van de onafhankelijkheid van de Raad en de kwaliteit van zijn adviezen I. Inleiding Gedragsregels van de Raad van Advies van Sint Maarten Omtrent de handhaving van de onafhankelijkheid van de Raad en de kwaliteit van zijn adviezen De Raad van Advies streeft na de beginselen

Nadere informatie

Prof. dr. D. H. Th. Vollenhoven

Prof. dr. D. H. Th. Vollenhoven Prof. dr. D. H. Th. Vollenhoven 1892-1978 86 Prof. dr. D. H. Th. Vollenhoven 6 juni 1978 overleed Dirk Hendrik Theodoor Vollenhoven in de leeftijd van 86 jaar. Hij was vanaf 1926 hoogleraar in de wijsbegeerte

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen 14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie

Nadere informatie

Partijen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem, nader aan te duiden als bevoegd gezag

Partijen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem, nader aan te duiden als bevoegd gezag Uitspraaknr. G475 Datum: 24 augustus 1994 Soort geschil: Instemmingsgeschil Partijen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem, nader aan te duiden als bevoegd gezag -tegende

Nadere informatie

UNIVERSELE VERKLARING VAN DE WARE NATUUR VAN DE MENS

UNIVERSELE VERKLARING VAN DE WARE NATUUR VAN DE MENS UNIVERSELE VERKLARING VAN DE WARE NATUUR VAN DE MENS PREAMBULE Overwegende dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948 in feite een verklaring is van Verlichting, van het hoogste dat

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 07 / 96 van 22 april 1996 ------------------------------------------- O. ref. : 10 / A / 96 / 011 BETREFT : Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

Een beeld dat ons gevangen houdt. Over de epistemische status van de metafysica in het vertoog van Guido Vanheeswijck

Een beeld dat ons gevangen houdt. Over de epistemische status van de metafysica in het vertoog van Guido Vanheeswijck 1 Een beeld dat ons gevangen houdt. Over de epistemische status van de metafysica in het vertoog van Guido Vanheeswijck Emanuel Rutten Het essay van Vanheeswijck laat zich lezen als een boeiend en gepassioneerd

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38646 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pronk, Michiel Title: Verandering van geloofsvoorstelling : analyse van legitimaties

Nadere informatie

21 Niveaus van interveniëren in groepen 22

21 Niveaus van interveniëren in groepen 22 21 Niveaus van interveniëren in groepen 22 ASPECTEN VAN COMMUNICATIE IN GROEPEN In iedere relatie en in elk relatienetwerk waar mensen net elkaar communiceren zijn er vier aspecten te onderscheiden. De

Nadere informatie

Leren Filosoferen. Tweede avond

Leren Filosoferen. Tweede avond Leren Filosoferen Tweede avond Website Alle presentaties zijn te vinden op mijn website: www.wijsgeer.nl Daar vind je ook mededelingen over de cursussen. Hou het in de gaten! Vragen n.a.v. vorige keer

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

Algemene voorwaarden TU Delft

Algemene voorwaarden TU Delft Algemene voorwaarden TU Delft ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR HET UITVOEREN VAN OPDRACHTEN DOOR DE TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Artikel 1: Begripsomschrijving In deze algemene voorwaarden voor opdrachten, verstrekt

Nadere informatie

Vertrouwensbeginsel, terugwerkende kracht Artikelen: WHW art lid 1,3 en 4, Uitvoeringsbesluit WHW art. 2.1 en 2.2 lid 1, Awb art.

Vertrouwensbeginsel, terugwerkende kracht Artikelen: WHW art lid 1,3 en 4, Uitvoeringsbesluit WHW art. 2.1 en 2.2 lid 1, Awb art. Zaaknummer: 1997/209 Rechter(s): mrs. Loeb, Martens, Nijenhof Datum uitspraak: 14 januari 1998 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Trefwoorden: Vertrouwensbeginsel, terugwerkende

Nadere informatie

Opgave 2 Doen wat je denkt

Opgave 2 Doen wat je denkt Opgave 2 Doen wat je denkt 7 maximumscore 2 een argumentatie waarom Swaab het bestaan van vrije wil verwerpt op grond van de experimenten van Libet: bewustzijn komt pas na de beslissingen van de hersenen

Nadere informatie

STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT

STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT Naam stagiair(e):... Stageplaats (+ adres):...... Tussentijdse evaluatie Eindevaluatie Stageperiode:... Datum:.. /.. / 20.. Stagementor:...

Nadere informatie

Doel van Bijbelstudie

Doel van Bijbelstudie Bijbelstudie Hebreeën 4:12 Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneen scheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie Rolnummer: RP98.041 DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR RIJK EN POLITIE, ADVISERENDE NAAR AANLEIDING VAN EEN VERZOEK OM BEMIDDELING INZAKE EEN GESCHIL

Nadere informatie

KLACHTEN REGLEMENT. Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders

KLACHTEN REGLEMENT. Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders KLACHTEN REGLEMENT Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders Versie 13 mei 2012 1 Klachtenreglement Artikel 1 Algemeen 1. Elk lid van de branchevereniging behoort een interne

Nadere informatie

Klachtenreglement ActiefTalent

Klachtenreglement ActiefTalent Klachtenreglement ActiefTalent Algemene bepalingen Artikel 1 Definities a. ActiefTalent: Stichting ActiefTalent; b. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; c. Klacht: een bij de Klachtencommissie ingediend

Nadere informatie

Interventie Syrië. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht

Interventie Syrië. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht Oudemanhuispoort 4-6 1012 CN Amsterdam Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 5252833 Interventie Syrië Datum 29 augustus 2013 Opgemaakt

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Zitting 1982-1983 Nr. 51 16106 Wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, de Wet universitaire bestuurshervorming 1970 en de Wet van 12 november 1975, Stb.

Nadere informatie

Het laboratorium in je hoofd. Pim Lemmens

Het laboratorium in je hoofd. Pim Lemmens Het laboratorium in je hoofd Pim Lemmens Oefening 1 Stel, het is mogelijk om mensen vrijwel instantaan te beamen van de ene plaats naar de andere (vgl. Star Trek) We vormen samen een ministerraad die wetgeving

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2002.3660 (105.02) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2008 tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 19 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 47 punten

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Artikel 750 1. Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens

Nadere informatie

Inhoud. Wenken voor een evenwichtig leven 7. Over Epictetus 69. Nawoord De filosofie van de stoa 73. Bibliografische notitie 83 [5]

Inhoud. Wenken voor een evenwichtig leven 7. Over Epictetus 69. Nawoord De filosofie van de stoa 73. Bibliografische notitie 83 [5] Inhoud Wenken voor een evenwichtig leven 7 Over Epictetus 69 Nawoord De filosofie van de stoa 73 Bibliografische notitie 83 [5] 1 Al wat bestaat is in twee categorieën te verdelen: de ene valt binnen ons

Nadere informatie

Betreffende: Exa^ag j de psychologie Zijne Excellentie de Minister 3 " van Onderwijs, Kunsten en wetenschappeet te 's-gbavbnhage

Betreffende: Exa^ag j de psychologie Zijne Excellentie de Minister 3  van Onderwijs, Kunsten en wetenschappeet te 's-gbavbnhage ONDERWIJSRAAD No 05HÛ s-gravenhage, 5 Maart 19 52 ]f( Ajlft(^ T" U.V. Statenlaan 125 B ifct op schrijven van ÖJ AUfiUStUS 1951«M "" 9e ' ieve * het "" wocrd d '9,ekenln 9 1 Äl*»3»*» **** -y., en nummer

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Klachtenreglement. B r a n c h e ve r e n i g i n g voor P r o f e s s i o n e l e B ew i n d vo e r d e r s e n I n k o m e n s b e h e e r d e r s

Klachtenreglement. B r a n c h e ve r e n i g i n g voor P r o f e s s i o n e l e B ew i n d vo e r d e r s e n I n k o m e n s b e h e e r d e r s Klachtenreglement Datum 10 december 2015 Onderwerp Klachtenreglement Auteur Klachtencommissie E-mail klachten@bpbi.nl B r a n c h e ve r e n i g i n g voor P r o f e s s i o n e l e B ew i n d vo e r d

Nadere informatie

Regeling melding misstand woningcorporaties

Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling van de procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand en van de (rechts)bescherming van de melder en de vertrouwenspersoon integriteit.

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2014 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 18 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 48 punten

Nadere informatie

TAKEN EN PROFIEL. van de mentor

TAKEN EN PROFIEL. van de mentor TAKEN EN PROFIEL van de mentor Mei 2011 MNN / regio Stichting Mentorschap Amsterdam 1 Inleiding In deze notitie zijn de taken en het profiel van de mentor beschreven. Bij het opstellen van deze notitie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1980-1981 16815 Toelatingscriteria numerus fixus-studierichtingen voor het studiejaar 1981-1982 Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de

Nadere informatie

Het VERANDERVERHAAL Reiswerk Opleidingencongres 23 sep 2013

Het VERANDERVERHAAL Reiswerk Opleidingencongres 23 sep 2013 Het VERANDERVERHAAL Reiswerk Opleidingencongres 23 sep 2013 Ze zeggen dat, als je iets wilt veranderen het belangrijk is een concreet doel te formuleren over wat je wilt realiseren. Het liefst zo smart

Nadere informatie

Vragenlijst persoonlijke onderhandelingsstijlen: de samenwerker, de vechter en de analyticus

Vragenlijst persoonlijke onderhandelingsstijlen: de samenwerker, de vechter en de analyticus pag.: 1 van 5 Vragenlijst persoonlijke onderhandelingsstijlen: de samenwerker, de vechter en de analyticus Ieder mens heeft een persoonlijke stijl van beïnvloeden. De een is meer gericht op het opbouwen

Nadere informatie

pagina 2 van 5 Laten we maar weer eens een willekeurige groep voorwerpen nemen. Er bestaan bijvoorbeeld -- om maar iets te noemen -- allerlei verschil

pagina 2 van 5 Laten we maar weer eens een willekeurige groep voorwerpen nemen. Er bestaan bijvoorbeeld -- om maar iets te noemen -- allerlei verschil pagina 1 van 5 Home > Bronteksten > Plato, Over kunst Vert. Gerard Koolschijn. Plato, Constitutie (Politeia), Amsterdam: 1995. 245-249. (Socrates) Nu we [...] de verschillende elementen van de menselijke

Nadere informatie

Wij willen u informatie geven over euthanasie en vertellen wat het standpunt van VU medisch centrum (VUmc) op dit gebied is.

Wij willen u informatie geven over euthanasie en vertellen wat het standpunt van VU medisch centrum (VUmc) op dit gebied is. Euthanasie Wij willen u informatie geven over euthanasie en vertellen wat het standpunt van VU medisch centrum (VUmc) op dit gebied is. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: Wat is euthanasie? Aan welke

Nadere informatie

Wijsneuzen in de klas

Wijsneuzen in de klas Werkvorm 1 Wijsneuzen in de klas Algemene omschrijving In deze werkvorm staat het filosoferen met kinderen over levensbeschouwelijke onderwerpen aan de hand van het boek God Adonai Allah centraal. Het

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ADVIES VAN DE COMMISSIE

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ADVIES VAN DE COMMISSIE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 1.8.2006 COM(2006) 434 definitief 2003/0210 (COD) ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 2 februari 2015

betreft: [klager] datum: 2 februari 2015 nummer: 14/3322/GA en 14/3394/GA betreft: [klager] datum: 2 februari 2015 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van bij

Nadere informatie

KLACHTEN REGLEMENT. Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders

KLACHTEN REGLEMENT. Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders KLACHTEN REGLEMENT Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders 1 Klachten Reglement Artikel 1 Algemeen 1. Elk lid van de Branchevereniging behoort een onafhankelijke klachtenprocedure

Nadere informatie

Klachtenregeling. Directeur De directeur van Pool Management & Organisatie b.v.

Klachtenregeling. Directeur De directeur van Pool Management & Organisatie b.v. Klachtenregeling Inleiding Klachtenregeling Pool Management Academy inzake cursussen, trainingen, opleidingen, coaching of begeleidingstrajecten, uitgevoerd door Pool Management Academy in opdracht van

Nadere informatie

Reglement Klachtenadviescommissie

Reglement Klachtenadviescommissie Reglement Klachtenadviescommissie Doelstelling Artikel 1 Doelstelling 1.1 De doelstelling van het reglement van de klachtenadviescommissie is het creëren van de voorwaarden voor een evenwichtige behandeling

Nadere informatie

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 27.10.2010 2010/0067(CNS) ONTWERPADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Hoogeveen 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Hoogeveen 2015 Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Hoogeveen 2015 De raad van de gemeente Hoogeveen; gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders; gelet op de artikelen

Nadere informatie

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene.

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-233 d.d. 6 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting Consument en Aangeslotene hebben

Nadere informatie

Over een relatie met een (ex-)zorgvrager. Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening

Over een relatie met een (ex-)zorgvrager. Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening Over een relatie met een (ex-)zorgvrager Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening 1 Inleiding In 2011 heeft de V&VN Commissie Ethiek de notitie Omgaan met aspecten

Nadere informatie

Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn

Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn Naam patiënt:.. Geboortedatum patiënt:... Naam afnemer: Datum afname: Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn 1. Wilsbekwaamheid wordt altijd beoordeeld ter zake een bepaald onderzoek of bepaalde

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 191.99 ingediend door: wonende te hierna te noemen 'klaagster', vertegenwoordigd door te tegen: gevestigd te hierna te noemen

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

Examen HAVO. Nederlands Nederlands. tijdvak 1 maandag 18 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage

Examen HAVO. Nederlands Nederlands. tijdvak 1 maandag 18 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage Examen HAVO 2009 tijdvak 1 maandag 18 mei 13.30-16.30 uur tevens oud programma Nederlands Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage Dit examen bestaat uit 21 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor

Nadere informatie

Advies gemeentelijke herindelingen

Advies gemeentelijke herindelingen Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Inleiding Onderwerp Advies gemeentelijke herindelingen In uw brief van 3 december 2009 hebt u de Kiesraad en

Nadere informatie

Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid 2011

Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid 2011 Bijlage: Klachtenregeling ongewenst gedrag voor de decentrale overheid 2011 Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: het orgaan dat in

Nadere informatie

BRAND. oorzaken. verzorgd door N.V. Erven B. van der Kamp, Groningen

BRAND. oorzaken. verzorgd door N.V. Erven B. van der Kamp, Groningen BRAND oorzaken Verslag van het verhandelde op het eerste symposium, gehouden op 2 en 3 April 1947 te Leiden, onder auspiciën van de rijksinspectie brandweerwezen van het ministerie van binnenlandse zafceu.

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN ingediend door: U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2002.1004 (026.02) tegen: hierna te noemen 'klager', hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1 Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 1 Deel 1, Hoofdstuk 1 - Dat er iets buiten ons bestaat. Rikus Koops 8 juni 2012 Versie 1.1 In de inleidende toelichting nummer 0 heb ik gesproken

Nadere informatie