Literatuur en websites

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Literatuur en websites"

Transcriptie

1 Literatuur en websites Hoofdstuk 1 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Over de wet BOPZ. Den Haag: Ministerie VWS, Hengeveld MW, Balkom AJLM van. Leerboek Psychiatrie. Utrecht: De Tijdstroom, Het medische profielen boek, co-assistent en carrière (KNMG), Ruysbroek JMH (RIVM). Wat is geestelijke gezondheidszorg? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning. Nationaal Kompas Volksgezondheid, Hoofdstuk 2 Atkinson RC, Smith EE, Bem DJ, Nolen-Koelsema S, Hilgard E. Hilgard s Introduction to Psychology. New York: Hardcourt Brace, Deelman BG, Eling P, De Haan EHF, Jennelens-Schinkel A, Van Zomeren AH. Klinische Neuropsychologie. Amsterdam: Boom, Haas O de. Psychotherapeutisch Interveniëren Binnen de Cliëntgerichte Benadering. In: Lietaer G, Balen R van, Haas O de. Leerboek Gesprekstherapie. Vierde Druk. Utrecht: De Tijdstroom, Hengeveld MW. Cave organiciteit! Lichamelijke oorzaken van psychiatrische ziektebeelden. In: Meijer PHEM de, Vliet Vlieland CW, Went PBM, redactie. Diagnostische strategieën. Leiden: Boerhaave commissie voor postacademisch onderwijs in de geneeskunde, Hengeveld MW, Schudel WJ. Het psychiatrisch onderzoek (3 e druk). Utrecht: De Tijdstroom, Lishman William. Organic psychiatry; the psychological consequences of cerebral disorder, third edition. United Kingdom: Blackwell Science, Richtlijn psychiatrisch onderzoek bij volwassenen. Richtlijnen Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (1 e druk). Amsterdam: Boom, Schalkwijk F. Het Intakegesprek. Diagnostiek in de Praktijk. Eerste Druk. Amsterdam: Boom, L.J.M. van Nimwegen et al., Leidraad psychiatrie, DOI / , Bohn Stafleu van Loghum, 2008

2 Literatuur en websites 181 Shea SC. Fundamentals of interviewing. Psychiatric Interviewing: the Art of Understanding. Second Edition. Philadelphia: Saunders, Vandereycken W, Hoogduin CAL, Emmelkamp PGM. Handboek Psychopathologie Deel 2 Klinische Praktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, Verhulst FC. Inleiding en Epidemiologie. In: Verheij F, Verhulst FC. Adolescentenpsychiatrie. Eerste druk. Assen: Van Gorcum & Comp B.V., Hoofdstuk 3 American Psychiatric Association. Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM IV PZ, 1 e druk Biederman J, Faraone SV. Attention-deficit hyperactivity disorder. The Lancet 2005: 366: DSM-IV Patiëntenzorg. Lisse: Swets & Zeitlinger, Gageldonk A van, Ketelaars T, Laar M van. Hulp bij probleemgebruik van drugs. Utrecht: Trimbos-instituut, Fairburn CG, Harrison PJ. Eating disorders. The Lancet 2003; 361: Freeman AF, Davis DD, Beck AT. Cognitive Therapy of Personality Disorders. Second Edition. New York: The Guilford Press, Gabbard GO. Cluster A Personality Disorder: Paranoid, Schizoid and Schizotypal. Psychodynamic Psychiatry in Clinical Practice. Fourth Edition. Arlington: American Psychiatric Publishing, Inc., Griez E, Honig A, Os J van, Verhey Fl. Beknopte Psychiatrie. Assen: Van Gorcum, Henningsen P, Jakobsen T, Schiltenwolf M, Weiss MG. Somatization revisited: diagnosis and perceived causes of common mental disorders. J Nerv Ment Dis, 2005; 193(2): Klompenhouwer JL, Hulst AM van. Psychiatrische Stoornissen bij Kraamvrouwen. Ned Tijdschr Geneeskd. 1994, 138, Livesley WJ. Assessment. Practical Management of Personality Disorder. First Edition. New York: Guilford, 2003, Mast RC van der. Onverklaarde lichamelijke klachten: een omvangrijk probleem, maar nog weinig zichtbaar in opleiding en richtlijnen. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006; 150: Multidisciplinaire richtlijn Angststoornissen. Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnen in de GGZ. Utrecht: Trimbos-instituut, Multidisciplinaire richtlijn Depressie. Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnen in de GGZ. Utrecht: Trimbos-instituut, Richtlijn bipolaire stoornis. Richtlijnen Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Amsterdam Boom, 2001.

3 182 Leidraad psychiatrie Vandereycken W, Hoogduin CAL, Emmelkamp IMG. Handboek Psychopathologie deel 1. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, Verheij F, LoonHvan. PervasieveOntwikkelingsstoornissen. In: Verheij F, Verhulst FC. Adolescentenpsychiatrie. Assen: Van Gorcum, Wewerinke A, Honig A, Heres MHB, Wennink JMB. Psychiatrische stoornissen bij zwangeren en kraamvrouwen. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006; 150, Waal MWM de, Arnold IA, Eekhof JAH, Hemert AM van. Somatoforme stoornissen in de huisartsenpraktijk: prevalentie, functionele beperkingen en comorbiditeit met angst en depressie. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006; 150: Hoofdstuk 4 Bazire S. Psychotropic Drug Directory. Salisbury: Fivepin, Farmacotherapeutisch Kompas. CVZ, Fonagy F, Roth A. What Works for Whom. Paperback Edition New York: The Guilford Press, Kahn RS. Schizofrenie en aanverwante stoornissen. Farmacotherapie in de psychiatrie: Kahn RS, Zitman FG. Maarsen: Elsevier/Bunge, Moleman P. Praktische psychofarmacologie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, Mulder H et al. Genotypering vooraf geeft betere instelling op antidepressiva. Pharmaceutisch Weekblad 2005; 139(3), Richtlijn antipsychoticagebruik bij schizofrene psychosen. Richtlijnen Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Amsterdam: Boom, de geneeskundige verklaring, BOPZ online

4 Bijlagen Psychiatrische begrippenlijst voor de artsopleiding Bron: Hengeveld & Schudel, 2003 Algemene begrippen exploratie fysiopathogenese neurose observatie psychiatrisch onderzoek psychiatrische stoornis psychopathogenese psychopathologisch symptoom Gericht vragen naar subjectief ervaren psychopathologische symptomen. Neurobiologisch proces volgens welk (men zich voorstelt dat) de etiologische factoren leiden tot de psychiatrische stoornis. Psychiatrische stoornis gekenmerkt door een of meer psychiatrische symptomen die als egodystoon worden ervaren en die lijden of beperkingen in het functioneren veroorzaken; er is geen sprake van ernstige overschrijding van sociale normen of van verlies van realiteitsbesef. Het aan de patiënt waarnemen van objectieve psychopathologische symptomen. Alle activiteiten waarmee door de onderzoeker gegevens worden verzameld over de aard en de oorzaken van de psychiatrische stoornis van de patiënt. Een stoornis in de cognitieve, affectieve en/of conatieve functies, leidend tot subjectief lijden en/of problemen in het functioneren. Psychisch proces volgens welk (men zich voorstelt dat) de etiologische factoren leiden tot de psychiatrische stoornis. Klacht of verschijnsel dat voor de onderzoeker betekenis heeft voor de herkenning van een psychiatrische stoornis. L.J.M. van Nimwegen et al., Leidraad psychiatrie, DOI / , Bohn Stafleu van Loghum, 2008

5 184 Leidraad psychiatrie psychose status mentalis testen Ernstige psychiatrische stoornis gekenmerkt door verlies van oordeelsvermogen en van ziektebesef, gepaard gaande met hallucinaties, wanen, onsamenhangende spraak, chaotisch gedrag of catatonie. De systematische weergave van alle informatie over de psychopathologische symptomen van de actuele ziekteepisode van de patiënt, zoals verkregen bij anamnese, exploratie, observatie en testen. Het stellen van specifieke vragen teneinde objectieve psychopathologische symptomen vast te stellen en globaal te kwantificeren. Psychische functies aandacht abstractievermogen affect affectieve functies bewustzijn cognitieve functies conatieve functies concentratie decorumbesef Het objectief vast te stellen vermogen van de patiënt om zich te richten of om gericht te blijven op een ervaring of activiteit waarmee hij bezig is of wil zijn. Men onderscheidt de vigiliteit (waakzaamheid), selectiviteit (gerichtheid) en de tenaciteit (vasthoudendheid) van de aandacht. Het vermogen om te generaliseren, classificeren en combineren, en om bij het oplossen van problemen uit te stijgen boven een concrete, feitelijke manier van denken. De zichtbare en hoorbare expressie van de emotionele reactie van de patiënt op externe gebeurtenissen en interne stimuli zoals gedachten en herinneringen. Stemming, affect en bijbehorende somatische sensaties en verschijnselen. Toestand van besef van zichzelf en van de omgeving. Bewustzijn, aandacht, concentratie, oriëntatie, intellectuele functies, geheugen, voorstelling, waarneming, zelfwaarneming en denken. Psychomotoriek, motivatie en gedrag. Het subjectief ervaren vermogen om de aandacht geheel te kunnen (blijven) richten op de zaak waar men mee bezig is of wil zijn. Zie oordeelsvermogen.

6 Bijlagen 185 denken executieve functies gedrag geheugen gestiek intellectuele functies intelligentie mimiek motivatie oordeelsvermogen oriëntatie Het vermogen om 1) onderscheid te maken tussen de externe werkelijkheid en de eigen denkbeelden en fantasieën (realiteitsbesef), 2) eigen mogelijkheden en beperkingen in te schatten en passende doelstellingen te kiezen met daarbij geschikte en sociaal aanvaarbare middelen om deze doelstellingen te bereiken (zelfinschatting) en 3) de sociale situatie correct te beoordelen en, met uiterlijke waardigheid en fatsoen, passend bij die situatie te handelen (decorumbesef). psychomotoriek realiteitsbesef Een doelgerichte, logisch geordende reeks voorstellingen, ideeën, symbolen en associaties, op gang gebracht door een probleem of een taak en leidend tot een op de werkelijkheid gerichte conclusie. Het plannen maken voor en het initiëren, in samenhang en logische volgorde uitvoeren, controleren en stoppen van ingewikkelde handelingen. Het totaal van de waarneembare reacties van de patiënt op bepaalde situaties. Het vermogen om nieuwe informatie op te nemen (kortetermijngeheugen) en oude informatie op te roepen (langetermijngeheugen). De uitdrukkingsbewegingen door middel van gebaren (zie psychomotoriek). Oordeelsvermogen, ziekte-inzicht, abstractievermogen, executieve functies en intelligentie. Het vermogen om kennis te vergaren en om deze vergaarde kennis op te roepen en op een rationele manier te gebruiken voor het oplossen van nieuwe situaties. De uitdrukkingsbewegingen van het gezicht. De subjectief ervaren krachten die gedrag initiëren, stimuleren en richten. Het vermogen zichzelf te situeren in tijd (chronologische oriëntatie), plaats (topografische oriëntatie) en ten aanzien van andere personen (interpersoonlijke oriëntatie) en de eigen persoon (persoonlijke oriëntatie). Bewegingen die door psychische factoren of mechanismen worden veroorzaakt of gestuurd. Zie oordeelsvermogen.

7 186 Leidraad psychiatrie spraak stemming voorstelling waarneming zelfinschatting zelfwaarneming ziekte-inzicht De psychomotorische handeling van het spreken en de wijze waarop iemand spreekt; tevens verstaat men hieronder ook wel de kenmerken van gesproken taal. De subjectief ervaren grondtoon van het gevoelsleven, waarop het waarneembare affect is gesuperponeerd. Het voor de geest halen, oproepen in de fantasie. Het door middel van de zintuigen verkrijgen van informatie uit de omgeving en uit het eigen lichaam, waarbij materiële informatie wordt omgezet in psychische informatie. Zie oordeelsvermogen. De waarneming en emotionele ervaring van de eigen persoon, als denkend, voelend en handelend individu, en van het eigen lichaam. De mate waarin de patiënt beseft te lijden aan een psychiatrische stoornis (ziektebesef), besef heeft van de oorzaken daarvan en van de noodzaak hiervoor professionele hulp te zoeken en te aanvaarden. Het ziekte-inzicht blijkt tevens uit de ziekteverklaring (de opvattingen die de patiënt heeft over de aard en de oorzaken van de psychische stoornis) en het ziektegedrag (de wijze waarop de patiënt (niet) handelt in reactie op de symptomen die hij ervaart). Psychiatrische symptomen abasie abstractievermogen, verminderd achtervolgingswaan afhankelijkheid van een middel afleidbaarheid, verhoogde Onvermogen om te lopen. Meestal gebruikt om een pseudo-neurologisch symptoom te beschrijven. Een verminderd vermogen om te generaliseren, te classificeren en om bij het oplossen van problemen uit te stijgen boven een concrete, feitelijke manier van denken. Specifiek voor dementie. Zie paranoïde wanen. Misbruik van een psychoactief middel, gepaard gaande met tolerantie (steeds meer nodig voor hetzelfde effect), controleverlies (er moeilijk mee kunnen stoppen), onthoudingsverschijnselen en verslavingsgedrag (overmatig bezig zijn met het verkrijgen van het middel). Zie verhoogde afleidbaarheid.

8 Bijlagen 187 afonie agnosie agitatie, psychomotorische agorafobische symptomen agressief gedrag alogie amnesie angstige stemming anhedonie anterograde amnesie apathie Onvermogen om met geluid te spreken. Meestal gebruikt om een pseudo-neurologisch symptoom te beschrijven. Zie psychomotorische agitatie. Onvermogen objecten waar te nemen of herkennen, bij intacte zintuigfunctie. Zie tactiele astereognosie, visuele agnosie, visuele inattentie. Vrees voor openbare ruimten, menigten, reizen in trein, bus of auto of andere situaties van waaruit ontsnappen moeilijk of beschamend kan zijn. Gedrag waarbij een ander pijn of letsel wordt toegebracht of dat daartoe de bedoeling heeft. Stoornis in de samenhang van het denken en de gesproken taal, waarbij weinig woorden worden gebruikt of, eventueel met veel woorden, weinig gedachten worden uitgedrukt (zie ook gedachtearmoede). Treedt op als negatief symptoom bij schizofrenie. Zie anterograde amnesie, dissociatieve amnesie en retrograde amnesie. Stoornis in de stemming die wordt gekenmerkt door een gevoel van sterk onbehagen, dreiging en onzekerheid, zonder dat de patiënt kan aangeven waar hij precies bang voor is. Treedt op bij angststoornissen. Stoornis in de stemming die wordt gekenmerkt door een onvermogen om te genieten van en emotioneel te reageren op gewoonlijk prettige activiteiten of gebeurtenissen. Specifiek voor depressieve stoornis. Stoornis in het kortetermijngeheugen voor gebeurtenissen gedurende een bepaalde periode na een acute, kortdurende hersenaandoening, bijvoorbeeld een schedeltrauma (posttraumatische amnesie) of elektroconvulsie. Stoornis in motivatie en gedrag, gekenmerkt door een gebrek aan nieuwsgierigheid en affectieve motivatie om tot handelen te komen. Leidt tot passiviteit en onverschilligheid. Treedt op als negatief symptoom bij schizofrenie.

9 188 Leidraad psychiatrie apraxie armoedewaan astasie auditieve hallucinaties automutilatie beïnvloedingswanen belle indifférence betrekkingswanen bewustzijnsdaling Stoornis in de psychomotoriek, gekenmerkt door het onvermogen om kleine, complexe motorische handelingen te verrichten, bij overigens intacte motoriek, sensibiliteit en coördinatie en bij goed begrip en volledige coöperatie van de patiënt. Zie idiomotorische apraxie, ideatorische apraxie, constructieve apraxie, kledingsapraxie. Specifiek voor dementie. Zie depressieve wanen. Onvermogen om te (blijven) staan. Wordt meestal gebruikt om een pseudo-neurologisch symptoom te beschrijven. Zie hallucinaties. Drangmatige of impulsieve zelfbeschadiging met als doel bepaalde gevoelens op te wekken of te doen verdwijnen. Specifiek voor borderline persoonlijkheidsstoornis. Stoornissen in de inhoud van het denken, gekenmerkt door de overtuiging dat het denkproces zelf wordt beïnvloed, in de zin van een verlies van autonomie over het eigen denken (delusions of control, ook wel delusions of passivity genoemd). Zie gedachtebelemmering; gedachte-inbrenging, gedachteluidworden ( gedanken-lautwerden ), gedachteonttrekking en gedachte-uitzending. Deze wanen kunnen gepaard gaan met subjectieve ervaring van de beïnvloeding van het denken. Treden op bij schizofrenie. Onbewogen, onbezorgde of zelfs opgewekte wijze van presenteren van (ernstige) lichamelijke klachten. Stoornissen in de inhoud van het denken, gekenmerkt door de onjuiste, oncorrigeerbare overtuiging dat gebeurtenissen, voorwerpen of anderen speciaal betrekking hebben op de patiënt (delusions of reference). Treden op bij schizofrenie. Verminderd besef van zichzelf en van de omgeving. Een forse bewustzijnsdaling valt bij observatie direct op. De patiënt doezelt weg bij niet aanspreken (somnolentie) of antwoordt niet meer maar voert nog wel eenvoudige opdrachten uit (sopor). Een lichte bewustzijnsdaling is objectief moeilijker waarneembaar.

10 Bijlagen 189 bradyfrenie catatonie chaotisch gedrag compulsies concentratiestoornis concretisme confabulatie constructieve apraxie coprolalie copropraxie Stoornis in de psychomotoriek, gekenmerkt door het onvermogen een figuur na te tekenen, bij overigens intacte motoriek, sensibiliteit en coördinatie en bij goed begrip en volledige coöperatie van de patiënt. Specifiek voor dementie. controleverlies decorumverlies Vertraagd tempo van het denken, zich uitend in vertraagde antwoorden op vragen en een trage, moeizame spraak met veel onderbrekingen. De patiënt ervaart zelf een remming of zelfs een stilstand van het denkproces (zie ook geremd denken). Treedt op bij depressieve stoornis. De verzamelnaam voor doorgaans bizarre motorische stoornissen die vroeger karakteristiek waren voor een zeldzaam subtype van schizofrenie, doch tegenwoordig vaker voorkomen bij andere psychische stoornissen. Zie echolalie, echomimie, echopraxie, motorisch negativisme, motorische oppositie, mutisme en stupor. Een algemene term voor volledig ongericht handelen (een catatone bewegingsstoornis). Zie dwanghandelingen. Subjectief ervaren stoornis in de concentratie, waarbij de patiënt niet goed in staat is om zijn gedachten op iets te (blijven) richten. Specifiek voor depressieve stoornis. Stoornis in de vorm van het denken, waarbij een zeer letterlijke betekenis wordt gegeven aan een abstract denkbeeld. Treedt op bij schizofrenie. Geheugenvervalsing, waarbij feiten of gebeurtenissen worden verzonnen in antwoord op vragen over situaties of gebeurtenissen die niet worden herinnerd door een amnesie. Het verschilt van liegen in de zin dat het niet bewust gebeurt, de patiënt denkt dat hij antwoord geeft op de vraag. Treedt op bij amnestische stoornis. Zie afhankelijkheid van een middel. Complexe vocale tic, waarbij obscene woorden of zinnen worden uitgeroepen. Complexe motorische tic, waarbij obscene gebaren worden gemaakt. Stoornis in het oordeelsvermogen, waarbij de patiënt zich niet meer houdt aan de sociale gedragsregels die gebruikelijk zijn voor de situatie en voor de patiënt gezien zijn sociaal-culturele achtergrond. Treedt op bij dementie.

11 190 Leidraad psychiatrie depersonalisatie depressieve stemming depressieve wanen derealisatie desoriëntatie dissimuleren dissociatieve amnesie dranghandelingen, drangmatig gedrag Stoornis in de zelfwaarneming, gekenmerkt door een subjectief ervaren, vrijwel steeds onaangenaam gevoel van vervreemding, verandering of onwerkelijkheid in de relatie van de patiënt ten opzichte van zichzelf of het eigen lichaam. Het gevoel van vervreemding of verandering heeft nooit werkelijkheidswaarde voor de patiënt maar altijd een alsof-karakter. Specifiek voor depersonalisatiestoornis. Stoornis in de stemming die is te omschrijven als mat, gedrukt, verdrietig, bedroefd, neerslachtig, huilerig, somber, moedeloos, hopeloos, wanhopig of radeloos. Schuldwaan (de overtuiging dat de patiënt zijn plichten heeft verzaakt en anderen onrecht heeft aangedaan), zondewaan (de overtuiging dat de patiënt gestraft wordt voor de grote zonden die hij heeft begaan), armoedewaan (de overtuiging dat de patiënt niets bezit), nihilistische waan (de overtuiging dat de patiënt zelf, zijn lichaam, zijn organen of de hele wereld niet (meer) bestaat). Treden op bij depressieve stoornis. Stoornis in de waarneming, gekenmerkt door een subjectief ervaren, vrijwel steeds onaangenaam gevoel van vervreemding, verandering of onwerkelijkheid in de relatie van de patiënt ten opzichte van de omgeving. Het gevoel van vervreemding of verandering heeft nooit werkelijkheidswaarde voor de patiënt maar altijd een alsof-karakter. Specifiek voor acute stressstoornis. Stoornis in het vermogen zichzelf te situeren in tijd, plaats, ten aanzien van andere mensen en ten aanzien van de eigen persoon. Vaak het eerste symptoom van een organische (cognitieve) stoornis. Klachtenpresentatie, gekenmerkt door het opzettelijk minder erg doen voorkomen, niet ter sprake brengen of zelfs ontkennen van een klacht of probleem, waarbij externe motieven de aanleiding vormen. Geheugenstoornis, gekenmerkt door het onvermogen om zich belangrijke persoonlijke ervaringen te herinneren, die meestal van psychotraumatische aard zijn. Specifiek voor dissociatieve stoornissen en voor acute stressstoornis. Stoornis in motivatie en gedrag, gekenmerkt door egosyntone handelingen (niet wezensvreemd voor de patiënt), waarnaar (vrijwel) voortdurend een innerlijk verlangen aanwezig is, in de vorm van een overwaardig denkbeeld of een preoccupatie. Voorbeelden zijn: eetbuien, zelfopgewekt braken, zelfveroorzaakt laxeren.

12 Bijlagen 191 dwanggedachten dwanghandelingen, dwangmatig gedrag Stoornis in motivatie en gedrag, gekenmerkt door zich herhalende handelingen die tegen de wil van de patiënt in worden uitgevoerd en die niet-eigen (egodystoon) zijn (compulsies). Specifiek voor obsessieve-compulsieve stoornis. dwangvoorstellingen dysfore stemming dysmorfe waan echolalie echomimie echopraxie eetbui erotomane waan eufore stemming executieve functies, stoornissen in de Stoornis in de inhoud van het denken, gekenmerkt door zich herhalende gedachten die zich tegen de wil van de patiënt opdringen en die hij beleeft als egodystoon (nieteigen) (obsessies). Specifiek voor obsessieve-compulsieve stoornis. Stoornis in de voorstelling, gekenmerkt door zich herhalende beelden of levendige fantasieën die zich tegen de wil van de patiënt opdringen. Stoornis in de stemming die kan worden omschreven met de termen ontstemd, wantrouwig, prikkelbaar, boos, kwaad of agressief. Zie somatische wanen. Stoornis in de gesproken taal, gekenmerkt door het steeds herhalen van de laatste zinnen of woorden van de onderzoeker, ook als deze de patiënt vraagt dit niet meer te doen. Treedt op als catatonie bij schizofrenie en bij ticstoornissen. Stoornis in de mimiek, gekenmerkt door het steeds nabootsen van de mimiek van de onderzoeker, ook als deze de patiënt vraagt dit niet meer te doen. Treedt op als catatonie bij schizofrenie en bij ticstoornissen. Stoornis in de psychomotoriek, gekenmerkt door het steeds nabootsen van de bewegingen van de onderzoeker, ook als deze de patiënt vraagt dit niet meer te doen. Treedt op als catatonie bij schizofrenie en bij ticstoornissen. Drangmatig gedrag, gekenmerkt door het in beperkte tijd eten van grote hoeveelheden voedsel. Specifiek voor boulimia nervosa. Zie grootheidswanen. Stoornis in de stemming die omschreven kan worden als overdreven opgewekt of uitgelaten. Treedt op bij manie. Stoornissen in het plannen maken voor en het initiëren, opeenvolgen, controleren en stoppen van ingewikkelde handelingen. Specifiek voor dementie.

13 192 Leidraad psychiatrie expansief gedrag fobische symptomen gedachtearmoede gedachtebelemmering gedachte-inbrenging gedachteluidworden gedachteonttrekking gedachtestop gedachteuitzending gedachtevlucht Stoornis in motivatie en gedrag, gekenmerkt door opdringerig en overmatig mededeelzaam gedrag. Treedt op bij manie. Hardnekkige, niet redelijke angsten voor een bepaald voorwerp, een bepaalde handeling of situatie, die leiden tot een dwingend verlangen om voorwerp, handeling of situatie te vermijden. De patiënt erkent meestal dat het gevaar niet reëel is, maar is soms bang om door de angst of door een andere sterke emotie te worden overweldigd. Subjectief ervaren stoornis in het beloop van het denken, waarbij de patiënt weinig invallen, gedachten en ideeën heeft, alsof zijn hoofd leeg is. Treedt op als negatief symptoom bij schizofrenie. Beïnvloedingswaan, waarbij de patiënt de overtuiging heeft dat de gedachten van buitenaf worden belemmerd. Treedt op bij schizofrenie. Beïnvloedingswaan, waarbij de patiënt de overtuiging heeft dat zijn gedachten van buitenaf worden ingebracht. Treedt op bij schizofrenie. Beïnvloedingswaan, waarbij de patiënt de overtuiging heeft dat zijn gedachten luid hoorbaar opklinken. Treedt op bij schizofrenie. Beïnvloedingswaan, waarbij de patiënt de overtuiging heeft dat zijn gedachten van buitenaf uit zijn hersenen worden onttrokken, zodat er geen gedachten meer zijn. Treedt op bij schizofrenie. Subjectief ervaren stoornis in het beloop van het denken, gekenmerkt door abrupte onderbreking in de gedachtestroom van de patiënt. Kan gepaard gaan met het gevoel en de overtuiging van gedachtebelemmering. Treedt op bij schizofrenie. Beïnvloedingswaan, waarbij de patiënt de overtuiging heeft dat zijn gedachten naar anderen worden overgebracht. Treedt op bij schizofrenie. Stoornis in de samenhang van het denken, zich uitend in het uitspreken van snel opeenvolgende invallen en gedachten, met een vermindering of verlies aan doelgerichtheid. Meestal kan de onderzoeker de gedachtevlucht nog wel volgen en is er dus geen sprake van incoherentie. Specifiek voor manie.

14 Bijlagen 193 geheugenstoornissen gejaagd denken geremd denken godsdienstwaan grootheidswanen hallucinaties herbelevingen hypervigiliteit van de aandacht hypochondrische waan Het geheel of gedeeltelijk onvermogen om nieuwe informatie na enkele minuten te reproduceren (kortetermijngeheugen) of om reeds opgeslagen ervaringen, gebeurtenissen en vaardigheden op te roepen respectievelijk tot uitvoering te brengen (langetermijngeheugen). Specifiek voor dementie en amnestische stoornis. Subjectief ervaren stoornis in het tempo van het denken, waarbij de patiënt zelf een sterke versnelling van het denkproces ervaart. Zie ook tachyfrenie. Specifiek voor manie. Subjectief ervaren stoornis in het tempo van het denken, waarbij de patiënt een remming of stilstand van het denkproces ervaart. Zie ook bradyfrenie. Treedt op bij depressieve stoornissen. Zie grootheidswanen. Erotomane waan (de overtuiging dat een belangrijk iemand verliefd op de patiënt is), godsdienstwaan (de overtuiging dat patiënt een god is of ten minste een goddelijke opdracht heeft) en paranormale waan (de overtuiging dat de patiënt paranormale vermogens heeft). Specifiek voor waanstoornis, treden ook op bij schizofrenie en manie. Het ervaren van gewaarwordingen als zintuiglijke waarnemingen, terwijl er in feite geen externe prikkeling van het betrokken zintuig plaatsvindt. Ze zijn niet onderhevig aan de wil. Meestal betreft het stemmen. Wanneer de patiënt opdrachten krijgt toegesproken spreekt men van imperatieve hallucinaties. Visuele (gezichts)hallucinaties treden op bij organische (cognitieve) psychiatrische stoornissen. Somatische hallucinaties worden onderscheiden in tactiele (van de tast) en viscerale (van de ingewanden) hallucinaties. Deze treden op bij schizofrenie. Zich tegen de wil van de patiënt geregeld opdringende herinneringen, die kunnen bestaan uit hallucinaties, voorstellingen, gedachten, dromen en flashbacks. Specifiek voor posttraumatische stressstoornis. Stoornis in de aandacht, gekenmerkt door een verhoogde alertheid, waarbij de patiënt over het algemeen ook verhoogd afleidbaar is door gebeurtenissen in de omgeving waar men bij een medisch onderzoek normaal niet op zou letten. Treedt op bij manie. Zie somatische wanen.

15 194 Leidraad psychiatrie hypotenaciteit van de aandacht hypovigiliteit van de aandacht ideatorische apraxie idiomotorische apraxie illusoire vervalsing imperatieve hallucinaties impulsief gedrag incoherentie inefficiëntie van het denken Stoornis in de aandacht, gekenmerkt door een verminderd vermogen tot vasthouden van de aandacht bij het onderwerp. Specifiek voor delirium, treedt op bij manie. Stoornis in de aandacht, gekenmerkt door het verminderd vermogen om de aandacht op iets nieuws te richten en van onderwerp te veranderen. Specifiek voor delirium, treedt op bij dementie. Stoornis in de (psycho)motoriek, gekenmerkt door het onvermogen om een korte, samengestelde reeks handelingen te verrichten, bij intacte motoriek, sensibiliteit en coördinatie en bij goed begrip en volledige coöperatie van de patiënt. Treedt op bij afasie en dementie. Stoornis in de (psycho)motoriek, gekenmerkt door het onvermogen om op verzoek een handeling uit te voeren of na te bootsen, bij intacte motoriek, sensibiliteit en coördinatie en bij goed begrip en volledige coöperatie van de patiënt. Specifiek voor dementie. Stoornis in de waarneming, meestal onder invloed van emotie of fantasie, gekenmerkt door een kortdurende foutieve zintuiglijke waarneming van een werkelijke externe prikkel (ook: illusie). Zie hallucinaties. Kortdurende handeling die geheel onverwachts, plotseling en snel wordt uitgevoerd, zonder eerst de eventuele schadelijke gevolgen te overwegen en zonder voorafgaand wilsbesluit. Voorbeelden zijn: automutilatie en suïcidepogingen. Specifiek voor antisociale persoonlijkheidsstoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis. Stoornis in de samenhang van het denken, gekenmerkt door het volledig ontbreken van logische of begrijpbare samenhang in wat de patiënt zegt. De patiënt spreekt in gefragmenteerde gedachten, zinnen en zinsdelen. Treedt op bij organische (cognitieve) stoornissen en schizofrenie. Subjectief ervaren stoornis in het beloop van het denken, gekenmerkt door het onplezierige gevoel niet helder meer te kunnen denken, niet meer tot een besluit te kunnen komen, doelloos in een kringetje te denken. Specifiek voor depressieve stoornis.

16 Bijlagen 195 initiatiefverlies interesseverlies jaloersheidswaan kledingapraxie labiel affect lethargie Stoornis in de (psycho)motoriek, gekenmerkt door het onvermogen om zichzelf aan en uit te kleden, bij intacte motoriek, sensibiliteit en coördinatie en bij goed begrip en volledige coöperatie van de patiënt. Specifiek voor dementie. lichaamsbeleving, stoornis in de links-rechtsagnosie misidentificatie morfodysforie motorisch negativisme Stoornis in motivatie en gedrag, gekenmerkt door vermindering van het zelfstandig komen tot motorische activiteit en handelingen. Treedt op als negatief symptoom bij schizofrenie en bij depressieve stoornis. Stoornis in de stemming, gekenmerkt door een vermindering van de belangstelling voor allerlei activiteiten of gebeurtenissen. Specifiek voor depressieve stoornis. Zie paranoïde wanen. Stoornis in de modulatie van de expressie van het affect, waarbij dit herhaald op een abrupte manier wisselt, terwijl er geen of geen duidelijke externe aanleiding voor is. Stoornis in motivatie en gedrag die wordt gekenmerkt door volledige ongeïnteresseerdheid en sloomheid, doorgaans ten gevolge van een bewustzijnsdaling. Specifiek voor de stille vorm van het delirium. Ongegronde ongerustheid en onvrede over een vermeende afwijking (met name dik zijn) van het lichaam als geheel. Specifiek voor anorexia nervosa. Stoornis in het herkennen van links en rechts aan het eigen lichaam. Treedt op bij organische (cognitieve) stoornissen. Illusoire vervalsing, waarbij de patiënt een hem bekende persoon voor een ander aanziet. Stoornis in de lichaamsbeleving, gekenmerkt door een overwaardige, ongegronde ongerustheid en onvrede over een vermeende afwijking aan het lichaam of van een lichaamsdeel (vroeger: dysmorfofobie). Catatone bewegingsstoornis, waarbij de patiënt de tegengestelde handeling uitvoert van die hem gevraagd wordt, of helemaal niet doet wat hem gevraagd wordt. Treedt op bij schizofrenie.

17 196 Leidraad psychiatrie motorische oppositie motorische tics mutisme negatieve symptomen neologismen nihilistische waan obsessies onthechting onthoudingsverschijnselen ontrouwwaan ontsporing (van het denken) Catatone bewegingsstoornis, waarbij de patiënt, wanneer de onderzoeker een arm of been van hem probeert te bewegen, een even sterke weerstand biedt als de kracht die de onderzoeker gebruikt (gegenhalten). Treedt op bij schizofrenie. Psychomotorische stoornis, bestaande uit plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmisch optredende stereotiepe samentrekkingen van kleine spiergroepen (bijv. van een ooglid) of van grotere groepen spieren (bijv. het opzij trekken van het hoofd met optrekken van de schouder). Complexe motorische tics worden beschouwd als een dranghandeling; bijvoorbeeld: het ruiken aan voorwerpen, springen, stampen en aanraken. Specifiek voor ticstoornissen. Stoornis in de gesproken taal, gekenmerkt door het (vrijwel) ontbreken van gesproken taal. Treedt op bij organische (cognitieve) stoornissen, als catatonie bij schizofrenie en depressieve stoornissen, en als conversieverschijnsel. Zie alogie, anhedonie, apathie, gedachtearmoede, initiatiefverlies, spraakarmoede. Treden op bij schizofrenie. Stoornis in de taalvorming (en mogelijk ook in de vorm van het denken), bestaande uit een woordnieuwvorming: een door de patiënt zelf bedacht, onbestaand woord dat betekenisloos kan zijn (specifiek voor afasie) of een eigen, bijzondere betekenis voor de patiënt heeft (specifiek voor schizofrenie). Zie depressieve wanen. Zie dwanggedachten. Stoornis in de stemming, gekenmerkt door vermindering tot ontbreken van gevoelens voor de omgeving, in het bijzonder de naasten. Specifiek voor stressstoornissen. Zie afhankelijkheid van een middel. Zie paranoïde wanen. Stoornis in de samenhang van het denken, zich uitend in onderbreking van de gesproken taal door een opmerking die geen enkel verband lijkt te hebben met de voorafgaande. Treedt op bij schizofrenie.

18 Bijlagen 197 oordeels- en kritiekstoornissen overwaardig denkbeeld palilalie paniekaanval parafiele handelingen paranoïde wanen paranormale waan parasietenwaan preoccupatie prikkelbare stemming psychomotorische agitatie Stoornissen in het oordeelsvermogen, gekenmerkt door zelfoverschatting en gebrek aan zelfkritiek. Treden op bij frontale laesies van de cortex cerebri. Een denkbeeld dat een dusdanig onredelijk grote plaats in het denken van de patiënt inneemt, dat deze verhinderd wordt normaal rationeel te denken en te handelen. Het wordt door de patiënt zelf niet ervaren als eigenaardig of zinloos. In tegenstelling tot de waan is het overwaardig denkbeeld niet gebaseerd op onjuiste of onlogische veronderstellingen. Stoornis in de gesproken taal, gekenmerkt door het explosief herhalen door de patiënt van een eigen woord of lettergreep. Treedt op bij schizofrenie en bij ticstoornissen. Een begrensde periode van intense angst of gevoel van onbehagen, gepaard gaande met cardiovasculaire, autonome, gastro-intestinale of neurologische angstequivalenten en/of met derealisatie, de angst de zelfbeheersing te verliezen, gek te worden of dood te gaan. Vorm van drangmatig gedrag, gekenmerkt door seksueel afwijkende handelingen. Vergiftigingswaan, achtervolgingswaan (de overtuiging dat men tegen de patiënt samenspant, of dat de patiënt bedrogen of bespioneerd wordt) en jaloersheids- of ontrouwwaan (de overtuiging dat de partner seksuele betrekkingen met anderen heeft). Specifiek voor de waanstoornis, treden ook op bij schizofrenie. Zie grootheidswanen. Zie somatische wanen. Stoornis in de inhoud van het denken, gekenmerkt door het niet kunnen loslaten van een gedachte, een overtuiging of een krachtig verlangen. Stoornis in de stemming, gekenmerkt door lichtgeraaktheid, boze ongeduldigheid, opvliegendheid en eenvoudig op te roepen agressiviteit. Psychomotorische hyperactiviteit en versnelling die duidelijk voortkomen uit onrust, spanning of angst. Specifiek voor depressieve stoornis.

19 198 Leidraad psychiatrie psychomotorische remming psychomotorische vertraging psychomotorische versnelling retrograde amnesie schuldwaan sociaal disfunctioneren sociaalfobische symptomen somatische hallucinaties somatische wanen Wanen die worden gekenmerkt door de overtuiging dat er lichamelijk iets ernstigs aan de hand is: dysmorfe waan (een lelijke, ontsierende afwijking), hypochondrische waan (een ernstige, dodelijke ziekte), parasietenwaan (besmetting door een parasiet in of onder de huid) of zwangerschapswaan. Specifiek voor waanstoornis, treden ook op bij schizofrenie. somnolentie sopor specifiekfobische symptomen Stoornis in de psychomotoriek, gekenmerkt door de subjectieve ervaring van zich vertraagd, tegengehouden voelen in de bewegingen. Specifiek voor depressieve stoornis. Stoornis in de psychomotoriek, gekenmerkt door de observeerbare traagheid van en gebrek aan bewegingen. Treedt op bij organische (cognitieve) stoornissen, schizofrenie en depressieve stoornissen. Stoornis in de psychomotoriek, gekenmerkt door de observeerbare toegenomen snelheid van de bewegingen. Stoornis in het langetermijngeheugen, gekenmerkt door het onvermogen om de gedurende een bepaalde periode vóór een acute hersenaandoening (bijv. een schedeltrauma of elektroconvulsie) opgeslagen gebeurtenissen op te roepen Zie depressieve wanen. Gedrag dat inadequaat en soms schadelijk is voor de relatie van de patiënt met de buitenwereld, dat wil zeggen partner, gezin, werk, school en dergelijke. Voorbeelden zijn: zelfverwaarlozing, vermijdingsgedrag, sociaal isolement, overmatige sociale activiteit en andere significante beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. Vrees voor situaties waarin de aandacht van andere mensen ertoe kan leiden dat men zich bekeken, uitgelachen of anderszins vernederd voelt, zoals spreken voor een gehoor of gebruikmaken van een openbaar toilet. Zie hallucinaties. Zie bewustzijnsdaling. Zie bewustzijnsdaling. Vrees voor een specifieke situatie of een specifiek object, zoals dieren, hoogten, storm, injecties, bloed, vliegtuigen, liften.

20 Bijlagen 199 sperrung spraakarmoede stupor suïcidepoging tachyfrenie tactiele hallucinaties tactiele astereognosie tangentialiteit tics tolerantie verhoogde afleidbaarheid vergiftigingswaan Zie gedachtestop. Stoornis in de gesproken taal (en vermoedelijk ook in de vorm van het denken), gekenmerkt door een beperkte hoeveelheid spontane gesproken taal, met korte en concrete antwoorden op vragen. Treedt op als negatief symptoom bij schizofrenie. Toestand van (vrijwel) complete bewegingloosheid en mutisme bij een schijnbaar helder bewustzijn. De ogen zijn open en lijken de gebeurtenissen te volgen. Treedt op als catatonie bij schizofrenie, kortdurende psychose, depressieve stoornis en paniekstoornis en als conversiestoornis en simulatie. Dikwijls is er echter een somatische oorzaak. Min of meer impulsief zelfbeschadigend gedrag teneinde een verandering in de psychische toestand of de levensomstandigheden te bereiken. Treedt op bij schizofrenie, depressieve stoornissen, angststoornissen, middelenmisbruik en persoonlijkheidsstoornissen. Versneld denken, zich uitend in versnelde spraak, met woordenvloed (zie ook gejaagd denken). Treedt op bij manie. Zie hallucinaties. Het onvermogen om op de tast (met gesloten ogen) voorwerpen en dergelijke te herkennen. Is het gevolg van een contralaterale laesie van de pariëtale cortex, bijvoorbeeld bij dementie. Stoornis in de samenhang van het denken, waarbij de patiënt als het ware steeds langs het onderwerp van de vragen van de psychiater heen praat. Hij lijkt de vraag wel te begrijpen maar gaat er niet op in en geeft een antwoord met een andere inhoud (vorbeireden). Treedt op bij schizofrenie. Zie motorische tics en vocale tics. Zie afhankelijkheid van een middel. Stoornis in de selectiviteit van aandacht waarbij de patiënt voortdurend wordt afgeleid door gebeurtenissen waar men normaal tijdens het psychiatrisch onderzoek niet op zou letten. Treedt op bij hypomane, manische of angstige patiënten. Zie paranoïde wanen.

Literatuur en websites

Literatuur en websites Literatuur en websites Hoofdstuk 1 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Over de wet BOPZ. Den Haag: Ministerie VWS, 2006. Hengeveld MW, Balkom AJLM van. Leerboek Psychiatrie. Utrecht: De Tijdstroom,

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht GEDRAG: De wijze waarop iemand zich gedraagt, zijn wijze van doen, optreden

Nadere informatie

Psychiatrie. Speciële fase. ICK Psychiatrie

Psychiatrie. Speciële fase. ICK Psychiatrie Psychiatrie Speciële fase a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a

Nadere informatie

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Agressie - sociologisch. Agressie - biologisch. Agressie en psychiatrie 16-3-2014

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Agressie - sociologisch. Agressie - biologisch. Agressie en psychiatrie 16-3-2014 Basis emoties AGRESSIE en psychiatrische stoornissen Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties Psychofysiologische reactie op een prikkel Stereotype patroon van motoriek,

Nadere informatie

Wegwijzer psychische stoornissen 1

Wegwijzer psychische stoornissen 1 Wegwijzer psychische stoornissen 1 Met behulp van de hiernavolgende vragen kun je nagaan of klachten/problemen mogelijk wijzen op een psychische stoornis. Wees er wel voorzichtig mee. Het gebruik van deze

Nadere informatie

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Basis emoties 28-3-2012. Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Basis emoties 28-3-2012. Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties AGRESSIE en psychiatrische sen Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties Basis emoties Psychofysiologische reactie op een prikkel Stereotype patroon van motoriek,

Nadere informatie

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Vierde oplage, juni 2016 In deze lijst zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen t.o.v. de derde oplage (juni 2015). Pagina Stoornis Derde oplage,

Nadere informatie

Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart. Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen

Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart. Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen NESDA - Verschillende cohorten Vanuit NEMESIS (303) Vanuit ARIADNE (261) 1 e lijn (1611) Met huidige depressie/angststoornis

Nadere informatie

V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden

V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden LEERDOELEN De deelnemer is in staat: onderscheid te maken tussen somberheid

Nadere informatie

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 Inhoud DSM IV -> DSM 5 DSM IV: Schizofrenie als kernsyndroom Even stilstaan bij SCHIZOFRENIE Kritiek op DSM IV Overzicht DSM 5 Schizofrenie (1) Epidemiologie:

Nadere informatie

Wie normaal is beantwoordt aan een bepaalde norm van een specifieke sociale groep.

Wie normaal is beantwoordt aan een bepaalde norm van een specifieke sociale groep. Psychiatrie Wanneer kan men gedrag als gestoord bestempelen? De omschrijving van psychiatrische hangt nauw samen met de betekenis van de begrippen abnormaliteit en ziekte. Wie normaal is beantwoordt aan

Nadere informatie

Dementie per leeftijdscategorie 6-1-2010. Dementie Dementiesyndroom. = ontgeesting. Omvang dementie in Nederland. Matthieu Berenbroek

Dementie per leeftijdscategorie 6-1-2010. Dementie Dementiesyndroom. = ontgeesting. Omvang dementie in Nederland. Matthieu Berenbroek Dementie Dementiesyndroom de-mens = ontgeesting Matthieu Berenbroek Fontys Hogeschool Verpleegkunde Omvang dementie in Nederland 2005 180.000 / 190.000 dementerenden 2050 400.000 dementerenden Bron CBO

Nadere informatie

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE Dyslexie Moeite met de techniek van het lezen en spellen, door problemen om het woordniveau en met als belangrijk kenmerk dat geen echte automatisering van het lezen

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen. Bert van Hemert, psychiater

Somatoforme stoornissen. Bert van Hemert, psychiater Somatoforme stoornissen Bert van Hemert, psychiater Somatoforme stoornissen Algemene typering Classificatie DSM-IV + DSM-5 1. Lichamelijke klachten stoornis 2. Ziekte-angst stoornis 3. Conversie stoornis

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen

Somatoforme stoornissen Somatisch Onverklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen Lichamelijke klachten Ziektegedrag Geen lichamelijke ziekte Er is een verschil

Nadere informatie

Klinische verschijnselen en beloop van een delirium

Klinische verschijnselen en beloop van een delirium 2. Klinische verschijnselen en beloop van een delirium 2.1. Inleiding 3. Zie ook handboeken, zoals Textbook for Consultation-Liaison Psychiatry (Wise & Rundell 2002) en Delirium in old age (Lindesay e.a.

Nadere informatie

Vroegsignalering bij dementie

Vroegsignalering bij dementie Vroegsignalering bij dementie Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Contact: Connie Klingeman, Hogeschool Rotterdam c.a.klingeman@hr.nl

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen

Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen 300.81 Somatisatiestoornis 300.82 Ongedifferentieerde somatoforme stoornis 300.11 Conversiestoornis Specificeer indien: Met motorische symptoom of uitvalsverschijnsel/met sensorische

Nadere informatie

MMPI-2 Code type 1-2/2-1

MMPI-2 Code type 1-2/2-1 Code type 1-2/2-1 somatische klachten, drankproblemen, communiceert ziekte, zorgen over gezondheid, angst, onrust, gedeprimeerd, ongelukkig introvert, verlegen, twijfelzucht, wantrouwend, hypochonder,

Nadere informatie

Het psychiatrisch onderzoek

Het psychiatrisch onderzoek 71 Het psychiatrisch onderzoek J.A.M. Kerstens.1 Inleiding 72.1.1 Doelen van het psychiatrisch onderzoek 72.1.2 Van diagnostiek naar behandelen 72.2 Het psychiatrisch onderzoek 7.2.1 Eerste indrukken 7.2.2

Nadere informatie

Opbouw praatje. Wat is dementie? Vormen van dementie Diagnose dementie Behandeling van dementie De verloop van dementie Conclusie

Opbouw praatje. Wat is dementie? Vormen van dementie Diagnose dementie Behandeling van dementie De verloop van dementie Conclusie DEMENTIE Opbouw praatje Wat is dementie? Vormen van dementie Diagnose dementie Behandeling van dementie De verloop van dementie Conclusie Definitie dementie Dementie is een syndromale diagnose, een ziekte

Nadere informatie

Omgaan met onaangepast gedrag in het Sociaal Raadsliedenwerk en Schuldhulpverlening. Sjaak Boon www.bureauboon.nl

Omgaan met onaangepast gedrag in het Sociaal Raadsliedenwerk en Schuldhulpverlening. Sjaak Boon www.bureauboon.nl Omgaan met onaangepast gedrag in het Sociaal Raadsliedenwerk en Schuldhulpverlening Sjaak Boon www.bureauboon.nl Sombere stemming Verminderde interesse in activiteiten Duidelijke gewichtsvermindering Slecht

Nadere informatie

Voorwoord 17. Een korte geschiedenis van de omgang met geesteszieken 19

Voorwoord 17. Een korte geschiedenis van de omgang met geesteszieken 19 Voorwoord 17 Een korte geschiedenis van de omgang met geesteszieken 19 Deel I: Het zorgproces 27 1. Het zorgplan en zorgproces 29 1.1. De inventarisatiefase 31 1.2. De diagnostische fase 33 1.3. De doelstellingsfase

Nadere informatie

MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED. Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012

MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED. Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012 MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012 Moeilijke mensen, ze zijn overal. In je huis, in je buurt, op je

Nadere informatie

De kwaliteit van de omgeving (leefomstandigheden en voorzieningen) bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de ontwikkeling van het kind.

De kwaliteit van de omgeving (leefomstandigheden en voorzieningen) bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de ontwikkeling van het kind. Gastdocent: Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist In dienst van kinderen, jongeren en hun ouders

Nadere informatie

E book Persoonlijkheidsstoornissen

E book Persoonlijkheidsstoornissen E book Persoonlijkheidsstoornissen Praktijk Meta Bosheuvel 5 5683 AS Best info@praktijkmeta.nl Persoonlijkheidsstoornissen Definitie Wat is een persoonlijkheidsstoornis nu eigenlijk? In officiële termen

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen bij Ouderen LOAG 20 maart 2013

Persoonlijkheidsstoornissen bij Ouderen LOAG 20 maart 2013 Persoonlijkheidsstoornissen bij Ouderen LOAG 20 maart 2013 Het komt overal voor Agenda at is de persoonlijkheid anneer spreken we over een stoornis at betekent dit voor ons als arts? Persoonlijkheidstrekken

Nadere informatie

Middelenmisbruik en crisis

Middelenmisbruik en crisis Middelenmisbruik en crisis Een lastige combinatie Mike Veereschild Tom Buysse Middelengebonden spoedeisende situaties Intoxicatie van een verslavend middel Onthouding van een verslavend middel Kernsymptomen

Nadere informatie

Probleemgedrag bij ouderen

Probleemgedrag bij ouderen Probleemgedrag bij ouderen Machteloos, bang of geïrriteerd. Zo kunnen medewerkers en cliënten in de thuiszorg zich voelen in situaties waarin sprake is van probleemgedrag. Bijvoorbeeld als een cliënt alleen

Nadere informatie

Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen

Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen Verschijningsvormen van dementie op jonge leeftijd, verschillen en overeenkomsten Freek Gillissen Verpleegkundig consulent dementie Alzheimercentrum VUMC Herkenning preseniele dementie Vroege verschijnselen:

Nadere informatie

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen.

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen. Y-BOCS Algemene instructies Het is de bedoeling dat deze vragenlijst wordt gebruikt als een semi-gestructureerd interview. De interviewer dient de items in de aangegeven volgorde af te nemen en de vragen

Nadere informatie

3 Veelvoorkomende ziektebeelden

3 Veelvoorkomende ziektebeelden 3 Veelvoorkomende ziektebeelden 3.1 De verwarde patiënt Meneer Pignon Een zestigjarige man, meneer Pignon, werd op de afdeling psychiatrie opgenomen met een inbewaringstelling (IBS). Deze man is bekend

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Moet voldoen aan de criteria A, B, C en D A. Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en sociale interactie in meerdere

Nadere informatie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie Welkom Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie R.H. Chabot, neuroloog Beatrixziekenhuis Rivas Zorggroep DEMENTIE DIAGNOSE EN SYMPTOMEN Inhoud Geheugen Wat is dementie? Mogelijke symptomen

Nadere informatie

! "! " #)% Lichamelijke Klachten Lichamelijk Onverklaarde Klachten (LOK) Somatoforme stoornissen

! !  #)% Lichamelijke Klachten Lichamelijk Onverklaarde Klachten (LOK) Somatoforme stoornissen Bert van Hemert psychiater Parnassia psycho-medisch centrum Leids Universitair Medisch Centrum L U M C Shakespeare Lichamelijke klachten Door de dokter niet verklaard door pathologische bevindingen Door

Nadere informatie

De waarheid heelt de waan

De waarheid heelt de waan De waarheid heelt de waan Dinah Seiser Verwarring www.franz- ruppert.de Schizofrenie en psychose benaderd vanuit de visie van een meergenerationele psychotraumatologie Vormen van wanen achtervolgingswaan

Nadere informatie

Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide

Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide Gas gelijkt soms op paniekstoornis omdat: A) er bezorgdheid is over gezondheid

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Oude wijn, oude zakken? Geert Lefevere klinisch psycholoog

Persoonlijkheidsstoornissen Oude wijn, oude zakken? Geert Lefevere klinisch psycholoog DSM-5 Persoonlijkheidsstoornissen Oude wijn, oude zakken? Geert Lefevere klinisch psycholoog AZ Sint-Jan Brugge AV 28-11-2014 Is er nieuws? Nee DSM-5 = DSM-IV: definitie A. duurzaam patroon van innerlijke

Nadere informatie

ACUTE VERWARDHEID NIET ALTIJD DEMENTIE 10 en 12/11/2015

ACUTE VERWARDHEID NIET ALTIJD DEMENTIE 10 en 12/11/2015 ACUTE VERWARDHEID NIET ALTIJD DEMENTIE 10 en 12/11/2015 Niet steeds dementie Vraagstelling: 1) Kan elke verwardheid voorkomen worden? 2) Wat kunnen we doen om te voorkomen? 3) Wat kunnen we doen bij acute

Nadere informatie

oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking

oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking oud en kwetsbaar Psychiatrische ziektebeelden bij ouderen met een verstandelijke beperking Rianne Meeusen, Gezondheidszorgpsycholoog/orthopedagoog Çonny van Outheusden, PIT-verpleegkundige 27-09-2013 inleiding

Nadere informatie

Psychosen en Schizofrenie. Lieuwe de Haan en Arjen Sutterland, Zorglijn Vroege Psychose

Psychosen en Schizofrenie. Lieuwe de Haan en Arjen Sutterland, Zorglijn Vroege Psychose Psychosen en Schizofrenie Lieuwe de Haan en Arjen Sutterland, Zorglijn Vroege Psychose Inhoud 1. Wat is psychose? 2. Wat is schizofrenie? 3. Welke symptomen komen voor bij psychosen? 4. Wat is het beloop?

Nadere informatie

Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie.

Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie. Psychogeriatrie of gerontopsychiatrie. Psychogeriatrie : geneeskunde cognitieve beperkingen Gerontopsychiatrie psychiatrische ziekenhuizen - curatief Bedenkingen Binnen gerontopsychiatrie goede balans

Nadere informatie

Workshop Holis&sche Theorie complexe symptoom- en persoonlijkheidsstoornissen en DSM- 5

Workshop Holis&sche Theorie complexe symptoom- en persoonlijkheidsstoornissen en DSM- 5 Workshop Holis&sche Theorie complexe symptoom- en persoonlijkheidsstoornissen en DSM- 5 Voorjaarscongres VGCt April 2014 door Adriaan Sprey www.opleidingsprak=jk- asprey.nl Carla en Frank van PuCen 1 2

Nadere informatie

Dag van de Zorg 2013. Depressie: watisheten watbrengthetteweeg? Met dank aan het team Vennen 3 en dr. Michel Dierick in het bijzonder.

Dag van de Zorg 2013. Depressie: watisheten watbrengthetteweeg? Met dank aan het team Vennen 3 en dr. Michel Dierick in het bijzonder. Dag van de Zorg 2013 Depressie: watisheten watbrengthetteweeg? Met dank aan het team Vennen 3 en dr. Michel Dierick in het bijzonder. 1 Wat is stemming? + - 2 Gemoed, stemming: Constant aanwezige achtergrond,

Nadere informatie

PTSS - diagnostiek en behandeling. drs. Mirjam J. Nijdam psycholoog / onderzoeker Topzorgprogramma Psychotrauma AMC De Meren

PTSS - diagnostiek en behandeling. drs. Mirjam J. Nijdam psycholoog / onderzoeker Topzorgprogramma Psychotrauma AMC De Meren PTSS - diagnostiek en behandeling drs. Mirjam J. Nijdam psycholoog / onderzoeker Topzorgprogramma Psychotrauma AMC De Meren Opbouw Diagnose PTSS Prevalentiecijfers PTSS en arbeid Preventie van PTSS Behandeling

Nadere informatie

Depressie bij ouderen

Depressie bij ouderen Depressie bij ouderen Bij u, uw partner of familielid is een depressie vastgesteld. In deze folder kunt u lezen wat een depressie is en waar u voor verdere vragen en informatie terecht kunt. Vanwege de

Nadere informatie

Bijlage van DSM V naar ICPC 1

Bijlage van DSM V naar ICPC 1 Bijlage van DSM V naar ICPC 1 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen 319 Verstandelijke beperking P85 Mentale retardatie/intellectuele achterstand 307.9 Communicatiestoornissen P29 Andere psychische

Nadere informatie

SCHEMA S STOORNISSEN

SCHEMA S STOORNISSEN Delirium Dementie SCHEMA S STOORNISSEN Het kernsymptoom van het delirium is een binnen enkele uren tot dagen optredende stoornis van het bewustzijn, die zich uit in een verminderde helderheid en een afgenomen

Nadere informatie

Oud worden en sterven met de oorlog

Oud worden en sterven met de oorlog Oud worden en sterven met de oorlog Mede mogelijk gemaakt door de Stichting 1940-1945 1 Oud worden en sterven met de oorlog Over wie gaat het Schokkende gebeurtenissen Kenmerken en stressreacties Verwerking

Nadere informatie

Wat is een gezondheidszorgpsycholoog?

Wat is een gezondheidszorgpsycholoog? Wat is een gezondheidszorgpsycholoog? Meest voorkomende psychiatrische stoornissen: Stemmingsstoornis Angststoornis Persoonlijkheidsstoornis Depressie Depressieve stemming Het meest voor de hand liggende

Nadere informatie

Signalen bij partnergeweld

Signalen bij partnergeweld Datum: 31/10/2013 Auteur: Kris De Groof Versie: Def Herkomst: Methodisch kader Aan de Slag Doel: Bestemming: Handelingskader 1712 Signalen bij partnergeweld 1. Algemene signalen van partnergeweld 1.1.

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen Bert van Hemert Patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen dat binnen de cultuur afwijkt van de verwachtingen dat zich uit in cognities, affecten,

Nadere informatie

Bijlage 3. Symptomen van de eerste orde

Bijlage 3. Symptomen van de eerste orde Bijlage 3 Symptomen van de eerste orde Stoornissen in het kortetermijngeheugen* De persoon met dementie onthoudt de recente gebeurtenissen niet meer, of beter: slaat de nieuwe indrukken steeds moeilijker

Nadere informatie

BEWEGINGSSTOORNISSEN IN DE PSYCHIATRIE Katatonie. Prof. dr. Peter N van Harten. PN van Harten

BEWEGINGSSTOORNISSEN IN DE PSYCHIATRIE Katatonie. Prof. dr. Peter N van Harten. PN van Harten BEWEGINGSSTOORNISSEN IN DE PSYCHIATRIE Katatonie Prof. dr. Peter N van Harten KATATONIE IN BEWEGING Classificatiecriteria DSM-5 Katatonie 1. Stupor Geen psychomotorische activiteit; geen actieve interactie

Nadere informatie

Manisch depressief of bipolaire stoornis

Manisch depressief of bipolaire stoornis 0000 2027 - SV - oktober 2012 Manisch depressief of bipolaire stoornis campus Sint-Vincentius Sint-Vincentiusstraat 20 2018 Antwerpen tel. 03 285 20 00 fax 03 239 23 23 www.st-vincentius.be GasthuisZusters

Nadere informatie

Hoe blijf je mentaal fit?

Hoe blijf je mentaal fit? Hoe blijf je mentaal fit? Themadag (pre)dialyserenden en getransplanteerden (West Nederland), Leiden 31 10 2015 Prof.dr. Huub A.M. Middelkoop Klinisch neuropsycholoog, LUMC en UL FSW LUMC NEUROLOGIE NEUROPSYCHOLOGIE

Nadere informatie

Happy Maar nu even niet. Praktisch omgaan met complexe psychische klachten

Happy Maar nu even niet. Praktisch omgaan met complexe psychische klachten Happy Maar nu even niet Praktisch omgaan met complexe psychische klachten Wie zijn wij? Why Waarom zijn wij hier? What Wat willen we straks bereikt hebben? How Hoe pakken we dat aan? Stellingen Eens of

Nadere informatie

Leven met een amputatie. Chris Leegwater Vinke Psycholoog

Leven met een amputatie. Chris Leegwater Vinke Psycholoog Leven met een amputatie Chris Leegwater Vinke Psycholoog Amputatie 2 Amputatie is voor de geamputeerde meestal een ernstig trauma, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Naast het verlies van de

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Inleiding - Stellingen. - Ontstaan psychiatrische aandoeningen. - Wat zien naastbetrokkenen. - Invloed van borderline op

Nadere informatie

diagnostiek en behandeling voor de professional Bipolaire stoornis Nienke Jabben en Baer Arts

diagnostiek en behandeling voor de professional Bipolaire stoornis Nienke Jabben en Baer Arts diagnostiek en behandeling voor de professional Bipolaire stoornis Nienke Jabben en Baer Arts Bipolaire stoornis Diagnostiek en behandeling voor de professional Nienke Jabben en Baer Arts De serie Diagnostiek

Nadere informatie

Visueel Diagnostisch Hulpmiddel Stel snel en systematisch de juiste diagnose. Dr. Rutger Goekoop, MD PhD, psychiater, Parnassia, Den Haag

Visueel Diagnostisch Hulpmiddel Stel snel en systematisch de juiste diagnose. Dr. Rutger Goekoop, MD PhD, psychiater, Parnassia, Den Haag Visueel Diagnostisch Hulpmiddel Stel snel en systematisch de juiste diagnose Dr. Rutger Goekoop, MD PhD, psychiater, Parnassia, Den Haag As I versus As II As I stoornissen (25%) Acute pathologie. Achteruitgang

Nadere informatie

Inhoud. Thema 1 Wat is psychiatrie? 1. Algemene inleiding 2

Inhoud. Thema 1 Wat is psychiatrie? 1. Algemene inleiding 2 Inhoud Thema 1 Wat is psychiatrie? 1 Algemene inleiding 2 1 Van magie naar wetenschap 6 Inleiding 6 Leerdoelen 6 1.1 Tweeslachtig karakter 6 1.2 Hippocrates 7 1.3 Middeleeuwen 8 1.4 Latere ontwikkeling

Nadere informatie

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen Videofragment 1 de anamnese bij een delirante patiënt 1. Toelichting op de module Deze module is gebaseerd op de NHG-Standaard M77, herziene versie april 2014. Om te kunnen begrijpen hoe de huisarts het

Nadere informatie

Posttraumatische stressstoornis na uitzending

Posttraumatische stressstoornis na uitzending Posttraumatische stressstoornis na uitzending Factsheet Inleiding Een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking (ongeveer 80%) krijgt ooit te maken met één of meer potentieel traumatische gebeurtenissen.

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van

Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van 1 Bedwing je dwang Children s Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale (CY-BOCS) Algemene instructies Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van patiënten met een obsessieve-compulsieve

Nadere informatie

CAT VRAGEN OEFENEN Week 1. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 8 maart 2013

CAT VRAGEN OEFENEN Week 1. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 8 maart 2013 CAT VRAGEN OEFENEN Week 1 Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 8 maart 2013 1.Psychiatrisch onderzoek: De cognitieve functies bestaan o.a. uit: a. geheugen,

Nadere informatie

Delier voor de patiënt. Inhoud presentatie delier. Delier. Symptomen. Diagnose delier 21-6-2012. n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt

Delier voor de patiënt. Inhoud presentatie delier. Delier. Symptomen. Diagnose delier 21-6-2012. n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt Delier voor de patiënt n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie Inhoud presentatie delier Wat is een delier Wat zijn de gevolgen van een delier Wat zijn risicoverhogende en

Nadere informatie

DELIRIUM RATING SCALE R 98

DELIRIUM RATING SCALE R 98 DELIRIUM RATING SCALE R 98 Dit is een herziene versie van de Delirium Rating Scale (Trzepacz et al. 1988). Deze wordt gebruikt voor een eerste onderzoek en herhaalde metingen van de ernst van delirante

Nadere informatie

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen SQ-48: 48 Symptom Questionnaire Meetpretentie De SQ-48 bestaat uit 48 items en is in 2011 ontworpen door de afdeling psychiatrie van het LUMC om algemene psychopathologie (angst, depressie, somatische

Nadere informatie

Vertrouw ik jou? Over hersenletsel en argwaan. Jan Voortman MBA directeur Professionals in NAH, Lochem

Vertrouw ik jou? Over hersenletsel en argwaan. Jan Voortman MBA directeur Professionals in NAH, Lochem Vertrouw ik jou? Over hersenletsel en argwaan Jan Voortman MBA directeur Professionals in NAH, Lochem Inhoud Voorstellen Argwaan, waar hebben we het dan over? Argwaan en ons brein Argwaan na ontstaan van

Nadere informatie

CAT VRAGEN OEFENEN Week 2. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 15 maart 2013

CAT VRAGEN OEFENEN Week 2. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 15 maart 2013 CAT VRAGEN OEFENEN Week 2 Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 15 maart 2013 1. Stelling: Om de diagnose obsessieve-compulsieve stoornis te stellen moet

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. 4 Wat kun je er zelf aan doen? 42 4.1 Leren omgaan met paniekklachten 42 4.2 Registratie van paniekklachten 45

Inhoud. Inleiding 7. 4 Wat kun je er zelf aan doen? 42 4.1 Leren omgaan met paniekklachten 42 4.2 Registratie van paniekklachten 45 Inhoud Inleiding 7 1 Uitleg over paniekstoornis en agorafobie 9 1.1 Wat is een paniekstoornis? 9 1.2 Wanneer spreek je van agorafobie? 12 1.3 Paniekstoornis en hyperventilatie 15 1.4 Wat gebeurt er in

Nadere informatie

Verschil tussen Alzheimer en Dementie

Verschil tussen Alzheimer en Dementie Verschil tussen Alzheimer en Dementie Vaak wordt de vraag gesteld wat precies het verschil is tussen dementie en Alzheimer. Kort gezegd is dementie een verzamelnaam voor een aantal verschijnselen. Deze

Nadere informatie

Inleiding Agenda van vandaag

Inleiding Agenda van vandaag Inleiding Agenda van vandaag Werkgebied GGD Deelname aan het ZAT Afname KIVPA vragenlijst Jongerenspreekuur op aanvraag (per mail aangevraagd) overleg mentoren, zorg coördinator en vertrouwenspersoon Preventief

Nadere informatie

Crisis: signalen herkennen

Crisis: signalen herkennen Crisis: signalen herkennen Een crisis komt doorgaans niet plots opzetten. De eerste tekenen zijn vaak een aantal dagen of weken al zichtbaar. Deze tekenen kunnen als waarschuwingssignaal opgevat worden,

Nadere informatie

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG 1 Autisme spectrum stoornissen Waarom dit onderwerp? Diagnostiek

Nadere informatie

ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt)

ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt) ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt) Naam:.. Datum: - - Kruis bij elke vraag het antwoord aan dat de afgelopen zeven dagen

Nadere informatie

07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking

07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking Na vanmiddag Herkennen van en omgaan met Angst en Depressie bij ouderen met e Weet u hoe vaak angst en depressie voorkomen, Weet u wie er meer risico heeft om een angststoornis of depressie te ontwikkelen,

Nadere informatie

Dr. P. D Hondt Psychiater

Dr. P. D Hondt Psychiater Dr. P. D Hondt Psychiater algologisch lentesymposium 25/05/2013 In 1973 werd de International Association for the Study of Pain (IASP) opgericht De definitie van de IASP (1979) luidt als volgt: 'Pijn is

Nadere informatie

Delier in de palliatieve fase. Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ

Delier in de palliatieve fase. Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ Delier in de palliatieve fase Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ Delier voor de patiënt n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie

Nadere informatie

Delier in de palliatieve fase

Delier in de palliatieve fase Delier in de palliatieve fase Marlie Spijkers Specialist ouderengeneeskunde Consulent Palliatieve zorg IKZ Delier voor de patiënt n droom woar de geen sodemieter van op aan kunt angstdroom nachtmerrie

Nadere informatie

1 Wat is er met me aan

1 Wat is er met me aan 1 Wat is er met me aan de hand? Ty p e r e n d b e e l d v a n h y p o c h o n d r i e Ton Vreeswijk komt al een flink aantal maanden geregeld bij zijn huisarts met allerlei klachten. Hij maakt zich ongerust

Nadere informatie

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol

Angststoornissen. Verzekeringsgeneeskundig protocol Angststoornissen Verzekeringsgeneeskundig protocol Epidemiologie I De jaarprevalentie voor psychische stoornissen onder de beroepsbevolking in Nederland wordt geschat op: 1. 5-10% 2. 10-15% 15% 3. 15-20%

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen

Persoonlijkheidsstoornissen Persoonlijkheidsstoornissen N.B.: Deze worden op As II gecodeerd. 301.0 Paranoïde persoonlijkheidsstoornis 301.20 Schizoïde persoonlijkheidsstoornis 301.22 Schizotypische persoonlijkheidsstoornis 301.7

Nadere informatie

Angst en paniekstoornissen

Angst en paniekstoornissen Angst en paniekstoornissen Denk aan een angststoornis bij: Onverklaarbare lichamelijke klachten Verergering van bestaande lichamelijke klachten Misbruik psycho-actieve stoffen Claimend of eisend gedrag

Nadere informatie

Jos van Erp Psycholoog / Beleidsadviseur De Hart&Vaatgroep / Hartstichting j.v.erp@hartstichting.nl. Stress en hart- en vaatziekten

Jos van Erp Psycholoog / Beleidsadviseur De Hart&Vaatgroep / Hartstichting j.v.erp@hartstichting.nl. Stress en hart- en vaatziekten Jos van Erp Psycholoog / Beleidsadviseur De Hart&Vaatgroep / Hartstichting j.v.erp@hartstichting.nl Stress en hart- en vaatziekten Indeling Het stressmechanisme Psychologische stress Stress en het ontstaan

Nadere informatie

ANGST. Dr. Miriam Lommen. Zit het in een klein hoekje? Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug.

ANGST. Dr. Miriam Lommen. Zit het in een klein hoekje? Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug. ANGST Zit het in een klein hoekje? Dr. Miriam Lommen Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug.nl Wie is er NOOIT bang? Heb ik een angststoornis? Volgens

Nadere informatie

Kenmerken. VG protocol Borderlinepersoonlijkheidsstoornis (BPS) Comorbiditeit. Vaak gepaard met:

Kenmerken. VG protocol Borderlinepersoonlijkheidsstoornis (BPS) Comorbiditeit. Vaak gepaard met: VG protocol Borderlinepersoonlijkheidsstoornis (BPS) (Emotioneel instabiele persoonlijkheidsstoornis) Kenmerken stabiel onstabiel : een pervasief patroon van: Emotionele instabiliteit Impulsieve gedragingen

Nadere informatie

Inhoud Dementie: Symptomen en vroegsignalering

Inhoud Dementie: Symptomen en vroegsignalering Inhoud Dementie: Symptomen en vroegsignalering Marian Maaskant Stg. Pergamijn Universiteit Maastricht / GKC Rianne Meeusen Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven en De Kempen Marian Maaskant Casus Wat is

Nadere informatie

Onbegrepen lichamelijke klachten

Onbegrepen lichamelijke klachten Onbegrepen lichamelijke klachten Er zijn veel mensen met onbegrepen lichamelijke klachten, klachten waarvoor men (nog) geen verklaring heeft kunnen vinden op lichamelijk gebied. Onderzoek, doorsturen naar

Nadere informatie

Vraag 1 Lees de tekst Internaliserend gedrag en co-morbiditeit en beantwoord daarna de vraag.

Vraag 1 Lees de tekst Internaliserend gedrag en co-morbiditeit en beantwoord daarna de vraag. Feedbackvragen Casus Martijn Vraag 1 Lees de tekst Internaliserend gedrag en co-morbiditeit en beantwoord daarna de vraag. Bij Martijn is sprake van sociaal isolement, somberheid, niet eten. Dat duidt

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen - diagnostiek en behandelprincipes -

Somatoforme stoornissen - diagnostiek en behandelprincipes - sen - diagnostiek en behandelprincipes - 1988 1994 Interne Geneeskunde Polikliniek Bert van Hemert psychiater epidemioloog 1998 2006 Huisartspraktijk 25 september 2007 Nascholing Opleidingscluster Psychiatrie

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Deze folder geeft informatie over de diagnostiek en behandeling van cluster C persoonlijkheidsstoornissen. Wat is een cluster C Persoonlijkheidsstoornis? Er bestaan verschillende

Nadere informatie