DRIE. De stad als magneet. Dorien Manting & Corina Huisman

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DRIE. De stad als magneet. Dorien Manting & Corina Huisman"

Transcriptie

1 DRIE De stad als magneet Dorien Manting & Corina Huisman DRIE De stad fungeert als magneet, met een van oudsher sterke aantrekkingskracht op jongeren en een afstotende werking op jonge gezinnen die naar het ommeland of een groeikern trekken. Sinds de eeuwwisseling zijn er echter veranderingen te zien in de vestigingspatronen in stad, ommeland en groeikernen. Het aandeel twintigers in de trek naar de stad zowel vanuit elders in Nederland als vanuit het buitenland is toegenomen. Ook in het ommeland en de groeikernen neemt het aandeel twintigers in de totale instroom steeds verder toe. De traditioneel grote stroom van gezinnen (kinderen en dertigers) naar de groeikernen is echter tanende. In het algemeen wordt aangenomen dat steden als een magneet jongeren aantrekken. Vooral in de economische literatuur wordt benadrukt dat steden in trek zijn bij jonge hoogopgeleiden, onder andere vanwege de vele voorzieningen (onderwijs, cultuur, horeca), de aantrekkelijke historische binnenstad en de gunstige arbeidsmarkt. Ook de opkomst van de kenniseconomie, waarin face-to-facecontacten steeds betekenisvoller zijn, wordt als belangrijke impuls voor de aantrekkingskracht van steden gezien (Glaeser 211; Raspe 213). Daarbovenop komen buitenlandse kenniswerkers ook vaker op de grote steden af in het bijzonder Amsterdam (Raspe et al. 214). Terwijl velen zich tot in de jaren negentig zorgen maakten over de onaantrekkelijkheid van de stad en dachten dat de communicatierevolutie ( the death of distance ) vanuit economische principes zou leiden tot een afname van de concentratie in steden (Friedman 25), wordt nu verondersteld dat face-to-facecontact juist weer tot de sterke groei van steden heeft geleid of daartoe zal leiden. Daar waar met betrekking tot de magneetwerking van de stad vooral wordt gedacht aan hoogopgeleiden of kansrijke jongeren (Marlet 29), wordt de toestroom van jonge gezinnen naar groeikernen niet altijd gepresenteerd als een magneetwerking van groeikernen. Blijkbaar zijn er onderliggende ideeën die de massale toestroom van jongvolwassenen naar steden interpreteren als iets positiefs, terwijl de massale uitstroom uit steden van jonge gezinnen naar groeikernen of ommeland eerder als iets negatiefs wordt ervaren. Dit terwijl de stroom van gezinnen naar groeikernen heeft geleid tot welvarende groeikernen en minder welvarende steden. Als het om de magneetwerking van de stad gaat, wordt in het recente discours over de triomf van de stad (Glaeser 211) alleen op aantrekken gewezen, niet op afstoten. 64 De stad: magneet, roltrap en spons

2 DRIE Figuur 3.1 Immigratie in zes stadsgewesten Absoluut Relatief 8 duizend personen 5 % van totale vestiging Grote steden Ommeland Groeikernen De zes stadsgewesten zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen. In stadsgewesten Eindhoven en Groningen bevinden zich geen groeikernen. Bron: CBS 3.1 Immigratie in stad, ommeland en groeikernen In het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw kwamen er jaarlijks 7. tot 75. immigranten naar Nederland. Sindsdien is de immigratie in Nederland meer dan verdubbeld, tot 165. immigranten in 213. De immigratie is in de loop van de jaren sterk van karakter veranderd. In de jaren zestig kwamen jaarlijks duizenden arbeidsmigranten naar Nederland, voornamelijk vanuit landen rond de Middellandse Zee. In de jaren zeventig stond de immigratie vooral in het teken van gezinshereniging; er kwamen toen naar verhouding veel vrouwen en kinderen naar Nederland. Daarna, tot rond de eeuwwisseling, nam de gezins- en huwelijksvormende immigratie toe en kwamen er relatief veel jongvolwassenen uit het buitenland. Daarnaast kwam er een nieuwe golf arbeidsmigranten en vestigden zich relatief veel asielzoekers in Nederland (Latten & De Jong 25). De laatste jaren nemen de arbeids- en asielmigratie weer wat toe, in het bijzonder uit Oost-Europa en Azië. Verder is het aantal studiemigranten sinds de eeuwwisseling aanzienlijk gestegen (Boschman & Van Dam 212). Dit laatste gaat gepaard met een stijging van het aantal jongere immigranten. Als we naar de ontwikkelingen in immigratie in de zes grote steden, hun ommeland en de groeikernen kijken, dan is er sinds het begin van de jaren zestig, ondanks grote 3 De stad als magneet 65

3 DRIE fluctuaties, sprake van een sterke stijging (figuur 3.1). In de afgelopen jaren is de buitenlandse migratie naar deze zes steden bijna verdubbeld. De stijging begon net voor de crisis en ging vervolgens onverminderd door. Terwijl zich in 25 in totaal ruim 3. immigranten in deze steden vestigden, is dat in 213 opgelopen tot bijna 6.. Rotterdam vormt een uitzondering; de immigratie daar is in 213 op ongeveer hetzelfde niveau als in 26. Tegelijkertijd is de groei in immigratie minder sterk dan voor Nederland als geheel. Hierdoor is het aandeel immigranten dat zich jaarlijks in een van deze steden vestigt ten opzichte van het aantal dat zich jaarlijks in Nederland vestigt, in de loop der jaren afgenomen. De omvang van de instroom van buitenlandse migranten is uiteraard niet alleen afhankelijk van de Nederlandse situatie, maar ook van hoe het elders in de wereld gaat. Ook is er samenhang tussen het type migrant, de reden van migratie en de plek waar immigranten zich in Nederland vestigen (Zorlu & Mulder 28). Gezinsvormende en -herenigende migranten trekken vanzelfsprekend vooral naar plekken waar hun verwanten al wonen; kennismigranten vooral naar regio s met bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld naar gemeenten met een internationale school), de regio rondom Schiphol of regio s met buitenlandse bedrijvigheid (Raspe et al. 214). Oost-Europeanen, op zoek naar werk dat bij hen past, trekken vaker naar regio s met werkgelegenheid in de bouw en de land- en tuinbouw. Ongeveer een kwart van alle buitenlandse immigranten is kenniswerker, en dat aandeel neemt gestaag toe. Als we specifiek inzoomen op hoogopgeleide kennismigranten, blijkt wederom de populariteit van de vier grote steden, maar ook Eindhoven is zeer populair vanwege zijn groeiende hightecheconomie (Raspe 213). De helft van de kennismigranten woont in een van de vier grote steden of Eindhoven, twee derde werkt er. Amsterdam is als woonstad populairder dan Eindhoven; wonen in Amsterdam en werken in Eindhoven is voor hen niet ongebruikelijk. Het aantal buitenlandse kenniswerkers in Groningen is ondanks de aanwezigheid van een universiteit vrij gering. Er wonen daar op dit moment nog geen duizend buitenlandse kenniswerkers (Raspe et al. 214). De immigratie naar het ommeland is al decennia hoger dan naar de groeikernen. Beide vertonen een stijgende tendens. In het ommeland is de immigratie toegenomen tot 2. in 213, en daarmee bijna verdubbeld ten opzichte van tien jaar daarvoor. Groeikernen trekken veel minder immigranten dan ommeland en steden; in 213 vestigden zich iets meer dan 5. migranten die vanuit het buitenland direct naar groeikernen als Almere, Haarlemmermeer, Purmerend, of Zoetermeer trokken. Met de veranderingen in het karakter van de migratie is ook de leeftijdssamenstelling van immigranten veranderd (figuur 3.2). Immigranten worden alsmaar jonger. Vanaf het begin van deze eeuw zijn buitenlandse migranten die naar de zes steden, het ommeland of de groeikernen trekken vooral twintigers. Hun aandeel in de totale immigratie neemt bovendien toe, van 26 procent net voor de eeuwwisseling naar 45 procent in 213. Kortom, bijna de helft van het totale aantal immigranten dat zich in een van de zes 66 De stad: magneet, roltrap en spons

4 DRIE Figuur 3.2 Immigratie in zes stadsgewesten naar leeftijd Grote steden Ommeland Groeikernen 5 % van totale immigratie 5 % van totale immigratie 5 % van totale immigratie jaar 2 29 jaar 3 39 jaar 4 64 jaar 65-plus De zes stadsgewesten zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen. In stadsgewesten Eindhoven en Groningen bevinden zich geen groeikernen. Bron: CBS steden vestigt, is een twintiger. Gelijktijdig met de afname van gezinsvormende en -herenigende migratie migreren er nu minder kinderen of tieners naar de zes steden ( tot 2 jaar) en minder dertigers. De toename van het aantal studiemigranten gaat gepaard met een toenemend aantal begin twintigers die zich vanuit het buitenland in een van de universiteitssteden vestigen. Zijn immigranten die naar de universiteitssteden trekken nu veel jonger dan immigranten die naar het ommeland of naar de groeikernen trekken? Ja en nee. Voor het ommeland geldt dat de ontwikkelingen sterk op die van de steden lijken: een sterke stijging van het aantal twintigers, en een sterke afname (halvering) van het aantal kinderen en tieners. Ook in het ommeland is bijna de helft (45 procent) van de immigranten twintiger. In groeikernen daalt het aandeel kinderen en tieners en neemt het aandeel twintigers toe, maar is dat laatste aandeel met een derde een stuk lager. Niet alleen in de grote steden, maar ook in de groeikernen en het directe ommeland van steden bestaat de immigratie dus steeds vaker uit twintigers, en steeds minder uit kinderen en tieners. Dit valt samen met en wordt veroorzaakt door de veranderingen in het karakter van immigratie naar Nederland: meer migratie vanwege studie of arbeid en minder migratie vanwege gezinshereniging. 3 De stad als magneet 67

5 DRIE 3.2 Binnenlandse vestiging Sinds het uitkomen van The triumph of the city van Glaeser (211) lijkt iedereen uit te gaan van een toenemende populariteit van de stad. De stad groeit en dat komt vooral doordat jong en oud de stad verkiest boven de wat kleinere gemeenten, zo is de algemene gedachte. Maar is dat waar? In deze paragraaf kijken we alleen naar de binnenlandse migratie. De binnenlandse vestiging in de zes steden (figuur 3.3) is vele malen groter dan de buitenlandse vestiging. De toestroom naar de zes steden vanuit elders in Nederland is sinds de jaren tachtig bovendien continu gestegen. Hetzelfde geldt voor het ommeland. Voor de groeikernen is een afwijkende trend zichtbaar: het aantal mensen dat naar een van de groeikernen rondom de zes grote steden verhuisde, was het hoogste in het begin van de jaren tachtig en daalde daarna vrijwel continu, met weer een kleine stijging net rond de eeuwwisseling. De steden fungeren het sterkst als magneet, met een instroom van 12. personen. Het ommeland komt op de tweede plaats, met ruim 7. personen. De groeikernen hadden in 213 een instroom van 27. mensen. Als we naar de verhouding tussen buitenlandse en binnenlandse vestiging kijken, dan blijkt dat deze in de steden en het ommeland vrijwel gelijk is gebleven en in de groeikernen (vooral Almere) aan kracht wint. In 213 was een op de drie personen die naar de steden trokken een immigrant, tegenover een op de vijf instromers in het ommeland of de groeikernen. Wat betreft de instroom van jongeren in de studentenleeftijd (circa 18 tot 25 jaar) lijken de ontwikkelingen in stad, ommeland en groeikernen vanaf de eeuwwisseling sterk op elkaar. In alle delen van de stadsgewesten is het aandeel van de 18- tot 25-jarigen in de totale vestiging sterk toegenomen en het aandeel van gezinnen (dertigers en - tot 18-jarigen) afgenomen. In alle gebieden neemt het aantal 25- tot 3-jarigen slechts heel licht toe. De gedachte dat steden ook steeds vaker als een magneet op ouderen werken, wordt door deze cijfers niet ondersteund. De instroom van andere leeftijdsgroepen (bijvoorbeeld de 65-plussers) is en blijft zeer gering. De daling is bijzonder sterk in het ommeland en de groeikernen. Kortom, de instroom in stad, ommeland en groeikern (het stadsgewest) draait om de instroom van 18- tot 25-jarigen en op de tweede plaats van 25- tot 3-jarigen. In alle delen van het stadsgewest is het aandeel van de 18- tot 25-jarigen in 213 het hoogst. De steden trekken door de aanwezigheid van universiteiten en hogescholen jongeren aan. In Den Haag, met pas sinds kort een dependance van de universiteit van Leiden, is de instroom van de 18- tot 25-jarigen wat minder pregnant dan in andere steden. Sommige groeikernen bijvoorbeeld Almere hebben een hbo-instelling en trekken daardoor ook meer jongeren aan. Overigens blijkt de aantrekkingskracht van het hoger onderwijs op jongeren in deze leeftijdsgroep indirect ook op een andere manier: uit de scheve man-vrouwverhouding in de toestroom naar steden (zie hoofdstuk 1 en 2). Steden met technisch georiënteerde universiteiten en hogescholen (zoals Eindhoven, maar ook Delft) trekken naar verhouding veel mannen aan, steden met sociaal 68 De stad: magneet, roltrap en spons

6 DRIE Figuur 3.3 Binnenlandse vestiging in zes stadsgewesten duizend personen Grote steden Ommeland Groeikernen De zes stadsgewesten zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen. In stadsgewesten Eindhoven en Groningen bevinden zich geen groeikernen Bron: CBS georiënteerde universiteiten en hogescholen trekken juist veel meer vrouwen aan (bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht, maar ook Groningen en Leiden). Aan de andere kant, ook het ommeland trekt veel 18- tot 25-jarigen, terwijl daar minder hogere onderwijsvoorzieningen zijn. Opvallend is verder dat daar waar de literatuur (bijvoorbeeld Glaeser 211) duidt op het grote belang van de aanwezigheid van universiteiten en arbeidsplaatsen voor de magneetwerking van de stad, dit niet vaak wordt genoemd als twintigers of dertigers worden ondervraagd (Manting & Huisman 213). De belangrijkste reden om naar de stad te verhuizen is voor 18- tot 25-jarigen het zelfstandig willen gaan wonen; studie of werk wordt niet vaak genoemd (figuur 3.5). Ook op iets oudere leeftijd (25 tot 3 jaar) is studie of werk minder belangrijk dan andere redenen, zoals samenwonen of trouwen. Dat lijkt tegenstrijdig, aangezien er juist vaak van uit wordt gegaan dat het vinden van een baan of het volgen van een opleiding de allerbelangrijkste verklaringen zijn voor de trek van jongeren naar de stad (Fielding 1992). Hoe kan deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid worden verklaard? We vermoeden dat een deel van de jongeren dit niet als belangrijkste reden noemt omdat ze wellicht de keuze voor universiteit en de stad waar ze de studie willen volgen, al enige tijd voor de daadwerkelijke verhuizing hebben gemaakt (namelijk toen ze zich inschreven voor een studie). Vermoedelijk verhuist een deel pas nadat ze al een tijd aan het studeren zijn en denken ze dan eerder aan zelfstandig wonen dan aan verhuizen vanwege de studie. En als laatste: als we naar de instroom van jongeren naar de zes steden kijken, blijkt dat sommige steden vooral 18- tot 25-jarigen uit de omgeving trekken, andere van wat 3 De stad als magneet 69

7 DRIE Figuur 3.4 Binnenlandse vestiging in zes stadsgewesten naar leeftijd Grote steden Ommeland Groeikernen 5 % van binnenlandse vestiging 5 % van binnenlandse vestiging 5 % van binnenlandse vestiging jaar 5 12 jaar jaar jaar jaar 3 39 jaar 4 64 jaar jaar 75-plus De zes stadsgewesten zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen. In stadsgewesten Eindhoven en Groningen bevinden zich geen groeikernen. Bron: CBS Figuur 3.5 Motieven om naar de stad te verhuizen, % van totale vestiging in stad Overig Familie Woning/woonomgeving Werk Studie Gezondheid of zorg Zelfstandig gaan wonen Scheiding Huwelijk of samenwonen jaar jaar 3 39 jaar Bron: WoON De stad: magneet, roltrap en spons

8 DRIE verder weg. Amsterdam trekt jongeren uit het hele land, Groningen vooral uit de drie noordelijke provincies, Eindhoven vooral uit de nabije omgeving (figuur 3.6). Met andere woorden: zowel steden als ommeland en groeikernen zijn steeds meer in trek bij jongeren, in het bijzonder bij de 18- tot 25-jarigen. Ook blijkt dat het idee dat steden in trek zouden zijn bij ouderen, niet klopt. Gepensioneerden verhuizen bijna nooit naar de stad en hun aandeel is vrij stabiel in de tijd. De groeikernen die van oudsher floreerden op de overloop van stedelingen, hebben in de afgelopen jaren juist te maken gekregen met een sterk dalende instroom in het bijzonder van dertigers en hun kinderen (figuur 3.4). Vroeger ging het dus vooral om jonge stellen en gezinnen (oftewel dertigers en hun - tot 12-jarige kinderen) die naar de groeikernen trokken op zoek naar een ruime en relatief goedkope eengezinswoning, tegenwoordig zijn het vooral de jongvolwassenen die naar de groeikernen en het ommeland trekken. Dat de instroom naar de groeikernen fors is gedaald, kent veel oorzaken (Manting & Huisman 213). Ten eerste is er aan de stadsranden van de grote steden veel bij gebouwd, waardoor stedelingen konden kiezen voor een nieuwe woning in of nabij de stad in plaats van een woning die wat verder van de stad afligt. Zoals Lelystad in het verleden last had van de opkomst van Almere, omdat deze gemeente dichter bij Amsterdam lag, zo hebben de dicht bij de stad gelegen groeikernen nu last van het bouwen aan de stadsranden van de stad. Ten tweede kwamen niet alleen aan die stadsranden zelf, maar ook in sommige omliggende gemeenten bijvoorbeeld in de regio Amsterdam veel nieuwe woningen beschikbaar, met meer variatie in woningtypen. Ten derde speelt tijdens de crisis naast niet willen ook mee dat sommige bewoners niet kunnen verhuizen: ze zitten vast vanwege de economische crisis, de stagnatie op de woningmarkt, of restschulden. Dit speelt zowel in groeikernen als in de steden. 3.3 Besluit Steden zijn ongekend populair en trekken meer buitenlandse migranten en binnenlandse vestigers dan het ommeland of de groeikernen. Maar het beeld dat alleen steden als een magneet op jongeren werkt, dient te worden genuanceerd. Ja, de grote steden trekken in absolute zin steeds meer jonge immigranten, vermoedelijk vooral studenten. Daarnaast trekken de steden steeds meer jongeren uit de rest van Nederland, vooral studenten, gezien de leeftijd waarop ze instromen. Steden hebben in de loop der jaren een toenemende magneetwerking op twintigers, uit binnen- en buitenland. Echter, niet alleen de steden, ook het ommeland en de groeikernen trekken meer immigranten, in het bijzonder jongvolwassenen. Als het om binnenlandse instroom gaat, dan is er daarom vooral sprake van convergentie en soms divergentie. Zo blijkt dat niet alleen steden, maar ook groeikernen en ommeland steeds vaker 18- tot 25-jarigen trekken. Hun aandeel in de toestroom is fors en groeiende. Kortom, niet alleen de steden zelf, maar het gehele stadsgewest werkt als een magneet op jongeren. Dat steden steeds aantrekkelijker voor 3 De stad als magneet 71

9 DRIE Figuur 3.6a Vestiging van 18- tot 24-jarigen in grote steden, 212 Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Bron: CBS; bewerking PBL Aantal De stad: magneet, roltrap en spons

10 DRIE Figuur 3.6b Vestiging van 18- tot 24-jarigen in grote steden, 212 Eindhoven Groningen Bron: CBS; bewerking PBL Aantal ouderen worden, blijkt in het geheel niet uit de cijfers. Ouderen verhuizen of migreren bijna nooit. Dat geldt niet alleen voor de stad, maar ook voor ommeland en groeikern. Tegelijkertijd neemt het aandeel dertigers, jonge kinderen en tieners in de instroom in alle gebieden steeds verder af. Dit laatste betekent voor de groeikernen en het ommeland een ommekeer. Groeikernen en ommeland groeiden voorheen als gevolg van suburbanisatie, waarbij overlopende stedelingen vanwege gezinsvorming op zoek gingen naar een mooie en betaalbare woning in een groene woonomgeving. Maar die stroom droogt nu snel op, vooral voor de groeikernen: de binnenlandse instroom neemt in absolute zin fors af en daarbinnen in relatieve zin de trek van gezinnen. Daarbovenop is alleen bij de instroom in de groeikernen sprake van verdere verkleuring; de binnenlandse vestiging in de groeikernen verliest terrein, de buitenlandse instroom neemt er toe. Met dergelijke forse veranderingen in de trek naar de steden, het ommeland en de groeikernen zullen de woon-, werk en zorgopgaven voor de diverse gemeenten ook sterk van karakter veranderen. 3 De stad als magneet 73

11 VIER De stad als roltrap Andries de Jong, Rein Bontekoning & Frank van Dam VIER De laatste jaren lijkt de uitstroom uit de grote steden te stagneren: jonge huishoudens kiezen er steeds vaker voor om te blijven wonen in de stad. Het in toenemende mate in de stad blijven wonen van jonge huishoudens leidt tot een versnelling van de grootstedelijke bevolkingsgroei. Doordat meer jonge mensen in de stad hun gezin vormen en daar blijven wonen, is er sprake van een sterke natuurlijke aanwas (meer geboorte dan sterfte), en van een binnenlands migratiesaldo dat van sterk negatief terugloopt naar nul en soms zelfs positief wordt. Daarnaast is er een aanhoudend positief buitenlands migratiesaldo. De trendbreuk in de binnenlandse migratie is hierbij het meest opvallend: de toenemende instroom van jongeren gaat vergezeld van een afnemende uitstroom van jonge dertigers. Het aandeel huishoudens met een hoger of middeninkomen neemt in de grote steden weer langzaam toe. Vooral jongeren trekken naar de grote steden, voor opleiding of werk. Sinds jaar en dag wordt het vertrek uit de steden gedomineerd door dertigers, jonge gezinnen met suburbane woonwensen. Het groeikernenbeleid heeft dit woningkeuze- en verhuisproces decennialang gefaciliteerd; het daaropvolgende Vinex-beleid heeft de verhuisstromen evenwel omgebogen. Gezinnen bleven in toenemende mate in de stad wonen. In dit hoofdstuk gaan we in op het vertrek uit de stad in de afgelopen decennia en op de trendbreuk die daarin de laatste jaren is te onderkennen. 4.1 Vestiging en vertrek in zes grote steden In het vorige hoofdstuk is uiteengezet dat de grote steden een sterke magneetwerking hebben op jongvolwassenen. Wegens studie of werk komen zij massaal naar de (studenten)steden. De stad fungeert daarbij als emancipatiemachine en als maatschappelijke ladder. Fielding (1992, 1993) gebruikte daarbij de metafoor van de roltrap. Jongvolwassenen maken in de stad parallelle carrières door: ze volgen een opleiding, krijgen een baan, hun inkomen stijgt, ze gaan zelfstandig wonen, ze krijgen een partner, gaan samenwonen en willen mogelijk een gezin stichten. Dat laatste brengt een andere woonplaatskeuze met zich: ze zijn aan het einde van de roltrap gekomen en stappen ervan af, verhuizen naar het suburbane ommeland en verlaten de rumoerige, onstuimige, onveilige en kindonvriendelijke stad. 74 De stad: magneet, roltrap en spons

12 VIER Figuur 4.1 Migratie in zes grote steden Binnenlandse migratie Buitenlandse migratie Totaal migratiesaldo 25 duizend personen 25 duizend personen 25 duizend personen Vestiging Vertrek Saldo De zes grote steden zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen. Bron: CBS Hoe verliep tot nu toe het vertrek uit de stad? Figuur 4.1 laat voor de zes grote gemeenten samen zien dat het aantal vertrekkers naar een andere gemeenten in Nederland in absolute zin niet zozeer is afgenomen, maar vanaf 28 wel kleiner is geworden dan het aantal vestigers. Per saldo houden deze grote zes dus inwoners vast. Daar komt het doorgaans positieve buitenlandse migratiesaldo nog bij. Aangezien de vestigers in de stad in het algemeen jong zijn, bepalen het migratieverkeer en verhuisgedrag van jongvolwassenen in toenemende mate hoe het inwonertal zich ontwikkelt, zowel op korte als op langere termijn. Uit figuur 4.2 is daarbij af te leiden dat de leeftijdsspecifieke binnenlandse vestigings- en vertreksaldi van de grote steden in de laatste jaren fundamenteel zijn veranderd: er is een toenemend vestigingssaldo van jongeren tussen de 18 en 3 jaar, en een afnemend vertreksaldo van 3-plussers (met hun kinderen) (zie ook Manting & Huisman 213). In de grote steden stappen dus steeds meer jongeren op de roltrap en stappen er steeds minder dertigers vanaf. 4 De stad als roltrap 75

13 VIER Figuur 4.2a Vestigingssaldo in zes stadsgewesten naar leeftijd Grote steden 3 duizend personen plus jaar Ommeland 3 duizend personen plus De zes stadsgewesten zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen. jaar Bron: CBS 76 De stad: magneet, roltrap en spons

14 VIER Figuur 4.2b Vestigingssaldo in zes stadsgewesten naar leeftijd Groeikernen 1 duizend personen plus jaar De zes stadsgewesten zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen. In stadsgewesten Eindhoven en Groningen bevinden zich geen groeikernen. Bron: CBS Voor het suburbane ommeland en de voormalige groeikernen geldt het omgekeerde: daar is het positieve vestigingssaldo onder 3-plussers sterk afgenomen, tot vrijwel nul (figuur 4.2), en is het negatieve saldo onder jongeren (18-24 jaar) verder opgelopen. In de groeikernen vestigen zich in de laatste jaren steeds minder gezinnen en vertrekken er steeds meer jongeren. Overigens zijn daarbij kleine verschillen binnen de verschillende stadsgewesten te onderkennen. Amsterdam Amsterdam wordt gekenmerkt door grote veranderingen in zowel de binnenlandse als de buitenlandse migratie. Al decennialang is deze stad in trek bij buitenlandse migranten. Vanaf de eeuwwisseling is het buitenlandse migratiesaldo positief, hoewel jaren van overschot worden afgewisseld door jaren van tekort (25-27). De binnenlandse stromen zijn echter substantieel veranderd: er is sprake van een trendbreuk. Vanaf de jaren tachtig was het binnenlandse migratiesaldo onafgebroken negatief, na de eeuwwisseling neemt het vertrekoverschot in een snel tempo af en vanaf 26 wordt het vestigingsoverschot steeds groter. Het vestigingssaldo verschilt per leeftijdsgroep (zie figuur 4.3): voor 18- tot 3-jarigen geldt een vestigingsoverschot. Bij de 3- tot 65-jarigen is er juist een vertrekoverschot; deels gaat het hier om gezinnen met kinderen, vandaar dat ook het saldo in de leeftijds- 4 De stad als roltrap 77

15 VIER Figuur 4.3 Vestigingssaldo in Amsterdam naar leeftijd 8 duizend personen plus jaar Bron: CBS klasse tot 12 jaar een vertrekoverschot kent. Uit figuur 4.3 is echter tevens af te leiden dat de leeftijdsspecifieke binnenlandse vestigings- en vertreksaldi in Amsterdam fundamenteel zijn veranderd, met een toenemend vestigingssaldo van jongeren tussen de 18 en 3 jaar en een afnemend vertreksaldo van 3-plussers (met hun kinderen). Opmerkelijk is de sterke toename van het aantal 18- tot 25-jarigen dat naar Amsterdam verhuist. Dit heeft te maken met het toegenomen (economische) belang van hoogopgeleiden in de kenniseconomie. Doordat het hoger onderwijs steeds toegankelijker is geworden het creëren van lage drempels voor het hbo en universitair onderwijs heeft jaren op de politieke agenda gestaan, kwamen er ieder jaar meer studenten. Dat leidde tot omvangrijker migratiestromen naar de stad. De bestemming van de vertrekkende groepen, vooral in de leeftijd van 3 tot 4 jaar, laat een opmerkelijke ontwikkeling zien. Begin jaren zeventig werden zeven groeikernen aangewezen voor de overloop uit Amsterdam. Deze nieuwe steden Alkmaar, Almere, Haarlemmermeer, Hoorn, Huizen, Lelystad en Purmerend groeiden snel (Reijndorp et al. 212). Figuur 4.4 laat evenwel zien dat het aantal vertrekkers uit Amsterdam naar één van deze groeikernen na de eeuwwisseling snel terugloopt, in het bijzonder onder 3- tot 4-jarigen, veelal gezinnen met jonge kinderen. 78 De stad: magneet, roltrap en spons

16 VIER Figuur 4.4 Vertrek uit Amsterdam Naar groeikernen in stadsgewest Amsterdam Naar ommeland in stadsgewest Amsterdam Totaal vertrek van 3 39-jarigen 8 duizend personen 8 duizend personen 1 % van totaal vertrek plus 3 39 jaar jaar Elders in Nederland jaar jaar 5 12 jaar Groeikernen 4 64 jaar jaar 4 jaar Ommeland Bron: CBS Wat nu is de keerzijde van deze ontwikkeling: zijn andere bestemmingen in trek of blijft Amsterdam de woonplek? Het vertrek naar de randgemeenten van Amsterdam vertoont een stijgende lijn en dit gaat vooral ten koste van de zeven groeikernen. Vooral jonge gezinnen hebben zich in toenemende mate in de gemeenten direct rond de hoofdstad gevestigd. Ook de ontwikkeling van nieuwe woonwijken binnen de Amsterdamse gemeentegrenzen is van invloed geweest op de recente, stagnerende bevolkingsontwikkeling van Almere. Waar in 21 nog één op de acht vertrekkers uit Amsterdam in Almere neerstreek, is dat anno 211 nog slechts één op de twintig (zie ook hoofdstuk 1). Het geschetste beeld in figuur 4.4 geldt voor stadsgewest Amsterdam. In de andere stadsgewesten zijn echter vergelijkbare ontwikkelingen gaande: een toenemend vertrek naar het ommeland en een afnemend vertrek naar de voormalige groeikernen. Figuur 4.5 laat voor de zes grote steden de bestemming zien van het binnenlandse vertrek van de 25- tot 39-jarigen. Deze vertrekkers uit de centrale steden vestigen zich vooral in naburige gemeenten of in andere grote steden. 4 De stad als roltrap 79

17 VIER Figuur 4.5a Vertrek van 25- tot 39-jarigen uit grote steden, 212 Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Bron: CBS; bewerking PBL Aantal De stad: magneet, roltrap en spons

18 VIER Figuur 4.5b Vertrek van 25- tot 39-jarigen uit grote steden, 212 Eindhoven Groningen Bron: CBS; bewerking PBL Aantal Rotterdam Net als Amsterdam kent Rotterdam een vestigingsoverschot onder jongeren, maar hier gaat het alleen om 18- tot 25-jarigen (in plaats van tot 3 jaar). Bovendien is het overschot ruim de helft kleiner. Net als in Amsterdam kent ook de leeftijdsklasse 3 tot 65 jaar een vertrekoverschot, en in het verlengde daarvan is er een vertrekoverschot onder kinderen tot 12 jaar. In Rotterdam was het binnenlandse migratiesaldo langer negatief dan in Amsterdam; Rotterdam heeft pas sinds kort een positief saldo. Ook in Rotterdam vertaalt de afname in het vertrek zich in een afnemende populariteit van de groeikernen in het Rotterdamse stadsgewest (zie ook hoofdstuk 12). Den Haag Ook Den Haag heeft een karakteristiek patroon van vestigingsoverschotten onder 18- tot 3-jarigen en vertrekoverschotten bij 3- tot 65-jarigen (samen met de kinderen tot 12 jaar). Wel is er, in vergelijking met Amsterdam, minder sprake van doorgaande trends en meer van sterke jaarlijkse fluctuaties. Die fluctuaties hebben te maken met de nieuwbouwprojecten in Zoetermeer enerzijds en van de realisering van de Haagse Vinex-wijken Leidschenveen, Ypenburg en Wateringse Veld. Mede hierdoor was er in de afgelopen tien jaar een gestage afzwakking van het vertrekoverschot in deze leeftijdsklasse, vooral ook omdat er minder is verhuisd naar de omliggende gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk (zie ook hoofdstuk 13). 4 De stad als roltrap 81

19 VIER Utrecht Utrecht is meer dan de drie andere grote steden een studentenstad. Dit komt tot uitdrukking in een overweldigend vestigingsoverschot in de groep 18- tot 25-jarigen. Daartegenover staat een vergeleken met de drie andere grote steden veel kleiner vertrek in de leeftijdsklassen van 3 tot 4 jaar en 4 tot 65 jaar. Bovendien loopt dit vertrekoverschot terug. Dat heeft vooral te maken met de ontwikkeling van Nederlands grootste Vinex-locatie, Leidsche Rijn, ten westen van de stad (zie ook hoofdstuk 14). De voormalige groeikern Nieuwegein speelt vrijwel geen rol meer voor de opvang van inwoners uit Utrecht. Alleen Houten had in het begin van deze eeuw nog een opleving in inwonertal door vestigers afkomstig uit Utrecht vanwege een sterke uitbreiding van de woningvoorraad. Eindhoven Het leeftijdsspecifieke patroon van het binnenlandse migratiesaldo lijkt in Eindhoven vrij sterk op dat van Utrecht: de overweldigende instroom van 18- tot 25-jarige jongeren, die gaan studeren aan de Technische Universiteit, gaat maar in beperkte mate samen met een vertrekoverschot onder jonge gezinnen. Ook hier lijkt er dus geen duidelijke roltrapwerking te zijn. Veel jongeren blijven na hun afstuderen in de stad wonen, mede doordat de specialisatie van Eindhoven in de technische beroepen genoeg banen biedt voor afgestudeerde jongeren (zie ook hoofdstuk 15). Dit is een duidelijk verschil met Groningen, waar jongeren doorverhuizen naar de Randstad om een baan te vinden. Groningen Net als Utrecht is Groningen een echte studentenstad. Vergeleken met Utrecht is de roltrapwerking hier wel duidelijk: tegenover een grote instroom van jongeren van 18 tot 25 jaar staat een forse uitstroom van 25- tot 4-jarigen. Dit levert ruimtelijk een zeer karakteristiek patroon op: overal uit Noord-Nederland stromen jongeren naar Groningen toe om hier te studeren en na afronding van hun studie stromen velen door naar de Randstad om daar hun eerste baan te vervullen (zie ook Latten et al. 28; zie ook hoofdstuk 16). In die zin lijkt de werking van de roltrap dus (nog) niet te haperen. 4.2 De stad als roltrap De zes grote steden verschillen enigszins in hun roltrapwerking. Vooral in Amsterdam en Den Haag en in wat mindere mate in Rotterdam was de roltrapwerking tot de eeuwwisseling duidelijk. In de afgelopen 15 jaar is de roltrap in deze drie steden van karakter veranderd: de toestroom van jongeren is toegenomen of gelijk gebleven, maar de uitstroom van jonge gezinnen is verminderd, mede door de bouw van uitleglocaties aan de randen van de stad. Dit veroorzaakte een acceleratie van de bevolkingsgroei in deze steden. In de studentensteden Utrecht en Eindhoven gaat de overweldigende toestroom van jongeren echter niet gepaard met een enorme uitstroom van gezinnen, mede omdat jongvolwassenen hier kennelijk een baan kunnen vinden en 82 De stad: magneet, roltrap en spons

20 VIER de woningmarkt er ruim genoeg is om in de stad te blijven wonen. In Utrecht is dat waarschijnlijk vooral toe te schrijven aan de realisering van Vinex-locatie Leidsche Rijn. Hier is dus geen sprake van een echte roltrapwerking, omdat er na het opstappen op de roltrap (lees: vestiging in de stad) niet wordt afgestapt (lees: vertrek uit de stad). Groningen, ook een echte studentenstad, heeft een massale toestroom van jongeren. In tegenstelling tot Utrecht en Eindhoven trekken de studenten na afronding van hun studie daar wel weer weg; velen trekken zelfs naar de Randstad. Het karakteristieke patroon van afstappen van de roltrap door te verhuizen naar omliggende groeikernen, heeft in Groningen het karakter van een verhuizing over een veel grotere afstand: een verhuizing naar de Randstad. Een belangrijk aspect van de stad als roltrap of emancipatiemachine betreft de sociale stijging van de stedelijke bevolking. Jongvolwassenen maken in de stad parallelle carrières door: ze volgen onderwijs, krijgen een baan, hun inkomen stijgt, ze gaan zelfstandig wonen, ze krijgen een partner, gaan samenwonen en willen mogelijk een gezin stichten. Het afstappen van de roltrap, het vertrek uit de stad, is daarmee niet alleen leeftijdsspecifiek, maar decennialang ook in sociaaleconomisch opzicht specifiek geweest: veel huishoudens (vooral gezinnen) met een hoger of middeninkomen verlieten de stad en trokken naar het suburbane ommeland en naar de groeikernen. Op die plekken konden deze huishoudens hun (suburbane) woonwens realiseren: een grondgebonden woning in een rustige, groene woonomgeving. De enorme uitbreiding van de woningvoorraad met eengezinskoopwoningen juist in het suburbane stedelijke ommeland droeg bij aan het sociaaleconomisch specifieke vertrek uit de grote steden (Atzema & Van Dam 1996; Hooimeijer & Nijstad 1996; Hornis 213). Atzema en Van Dam (1996) constateerden zelfs voor het begin van de jaren negentig een in vergelijking met de jaren tachtig toenemend koopkrachtlek uit zowel de Noordvleugel als de Zuidvleugel van de Randstad. Volgens Atzema en Van Dam (1996), Hooimeijer en Nijstad (1996) en Latten et al. (26) was de uitstroom uit de steden naar inkomen selectief. Vanaf het nieuwe millennium lijkt een omgekeerde trend bespeurbaar: de grote steden zijn er met de realisering van de Vinex-wijken en de herstructurering van de bestaande stadswijken in toenemende mate in geslaagd om huishoudens met hogere en middeninkomens aan zich te binden (Van Dam et al. 21; De Vries 25; zie ook hoofdstuk 8). Het aandeel eengezinskoopwoningen in de stedelijke woningvoorraad is toegenomen, en daarmee is het aantal gezinnen met een hoger of middeninkomen eveneens toegenomen. Het afstappen van de roltrap (lees: suburbanisatie) was in toenemende mate mogelijk binnen de gemeentegrenzen van de grote stad. Wel laten de analyses in Rotterdam (hoofdstuk 12) zien dat het gemiddelde inkomen van de vertrekkers nog steeds hoger is dan dat van de blijvers. Het succes van het Vinex-beleid, het binden van huishoudens met een hoger en middeninkomen, kent evenwel een keerzijde: een stagnatie en zelfs relatieve afname van het aantal huishoudens met een hoger of middeninkomen in de groeikernen en het suburbane ommeland van de steden. Niet alleen in de leeftijdsspecifieke stromen naar en uit de stad, maar ook in de inkomensspecifieke stromen uit de stad lijkt zich 4 De stad als roltrap 83

21 VIER Tabel 4.1 Verdeling huishoudens naar inkomen (kwintielen), G4 en vier groeikernen, e 2% (laagste) 2e 2% 3e 2% 4e 2% 5e 2% (hoogste) Amsterdam 3,5 29,7 23,3 22,2 17,7 18, 13,4 14, 15,1 16,2 Almere 16,3 17,2 18, 19, 21,2 2,1 23,4 22,1 21, 21,5 Rotterdam 29,2 28,9 24,3 24,2 18,7 18,6 14,5 14,9 13,1 13,4 Spijkenisse 15,9 16,8 2,3 2,5 2,9 2,5 23,2 22,5 19,7 19,6 Den Haag 27,4 27,2 22,5 21,9 18,1 18,7 15,4 15,5 16,5 16,7 Zoetermeer 14,6 15,5 18,7 19,2 19,6 2, 22,2 21,9 25, 23,4 Utrecht 22,1 21,9 21,8 21,1 18,8 18,2 17,4 17,4 19,9 21,4 Nieuwegein 16,1 15,9 18,3 19,2 2,2 2,8 23,3 22,6 22,2 21,5 Bron: CBS (RIO) inmiddels een trendbreuk te hebben voorgedaan. Gegevens uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het CBS laten deze trendbreuk zien. Sinds tien jaar neemt het aandeel huishoudens met een hoger inkomen in de centrale steden geleidelijk toe en neemt dat aandeel in de (voormalige) groeikernen af (tabel 4.1). 4.3 Besluit De stad fungeert als maatschappelijke roltrap. Vooral jongeren trekken naar de grote steden, voor opleiding of werk. Werd in de laatste decennia van de vorige eeuw het vertrek uit de steden gedomineerd door jonge gezinnen met suburbane woonwensen, het compactestadbeleid van de Vinex heeft deze verhuisstromen evenwel omgebogen. Gezinnen bleven in toenemende mate in de stad wonen. Deze bevindingen, alsmede die van Van Dam et al. (21) suggereren dat de bevolkingssamenstelling in steden en stadsdelen sterk zijn te beïnvloeden met de keuze voor een specifiek woningbouwprogramma. 84 De stad: magneet, roltrap en spons

22

Onderzoeksflits. Planbureau voor de Leefomgeving De stad: magneet, roltrap en spons. IB Onderzoek, 22 mei Utrecht.

Onderzoeksflits. Planbureau voor de Leefomgeving De stad: magneet, roltrap en spons. IB Onderzoek, 22 mei Utrecht. Onderzoeksflits Planbureau voor de Leefomgeving De stad: magneet, roltrap en spons IB Onderzoek, 22 mei 2015 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 286 1350 onderzoek@utrecht.nl

Nadere informatie

Published in: De stad: magneet, roltrap en spons. Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest

Published in: De stad: magneet, roltrap en spons. Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest UvA-DARE (Digital Academic Repository) De stad als magneet Manting, D.; Huisman, C. Published in: De stad: magneet, roltrap en spons. Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest Link to publication

Nadere informatie

Dorien Manting en Corina Huisman

Dorien Manting en Corina Huisman P. 420 P. 421 Nadat steden zich jarenlang zorgen maakten over bevolkingsdaling als gevolg van de massale uitstroom uit de stad, zijn de vier grote gemeenten van Nederland (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2005 Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Het inwonertal van Amsterdam is in 2004 met ruim 4.000 personen tot 742.951

Nadere informatie

Migratie en pendel Twente. Special bij de Twente Index 2015

Migratie en pendel Twente. Special bij de Twente Index 2015 Migratie en pendel Twente Special bij de Twente Index 2015 Inhoudsopgave Theorieën over wonen, verhuizen 3 Kenmerken Twente: Urbanisatiegraad en aantal inwoners 4 Bevolkingsgroei grensregio s, een vergelijking

Nadere informatie

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland Wonen in Hilversum Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland De Nederlandse woningmarkt staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling. Deze aandacht heeft vooral betrekking op de ordening

Nadere informatie

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Persbericht PB13 062 1 oktober 2013 9:30 uur Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2006 Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Na een aantal jaren van groei is door een toenemend vertrek

Nadere informatie

Vanuit het principe van gebundelde

Vanuit het principe van gebundelde DEMOGRAFISCHE KANTELINGEN Nieuwe perspectieven voor groeikernen Na decennia van suburbanisatie en bevolkingsgroei lijken de (voormalige) groeikernen in een nieuwe demografische fase van hun bestaan te

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 2011-2025

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 2011-2025 Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 211-225 Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners 1 1.2 Componenten van de groei 3 2. Jong en oud 6 3. Huishoudens 8 Uitgave I&O Research

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn Andijk Opmeer Medemblik Wervershoof Enkhuizen Stede Broec Koggenland Hoorn Drechterland Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners 1 1.2

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn Augustus 2014

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn Augustus 2014 Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn Augustus 214 Colofon Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 229-282555 Rapportnummer 214-245 Datum Augustus 214 Opdrachtgever De Westfriese

Nadere informatie

Migratiestromen en inkomensontwikkelingen in de provincie Groningen

Migratiestromen en inkomensontwikkelingen in de provincie Groningen Migratiestromen en inkomensontwikkelingen in de provincie Groningen Mensen verhuizen om allerlei redenen. Om samen te wonen, voor werk of studie of vanwege de woning zelf. Deze verhuizingen spelen een

Nadere informatie

Bevolkingsprognose van Amersfoort 2013-2030 Gemeente Amersfoort Marc van Acht en Ben van de Burgwal maart 2013

Bevolkingsprognose van Amersfoort 2013-2030 Gemeente Amersfoort Marc van Acht en Ben van de Burgwal maart 2013 Bevolkingsprognose van Amersfoort 213-23 Gemeente Amersfoort Marc van Acht en Ben van de Burgwal maart 213 In april verwacht Amersfoort haar 15.ste inwoner te mogen begroeten. Ondanks de recessie in de

Nadere informatie

DE STAD: MAGNEET, ROLTRAP EN SPONS. Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest

DE STAD: MAGNEET, ROLTRAP EN SPONS. Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest DE STAD: MAGNEET, ROLTRAP EN SPONS Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest De stad: magneet, roltrap en spons De stad: magneet, roltrap en spons Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Stede Broec

Demografische ontwikkeling Gemeente Stede Broec Demografische ontwikkeling Gemeente Stede Broec Andijk Opmeer Medemblik Wervershoof Enkhuizen Stede Broec Koggenland Hoorn Drechterland Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners

Nadere informatie

DEMOGRAFIE DEMOGRAFISCHE TRENDBREUK DOOR VERMINDERDE WONINGBOUW

DEMOGRAFIE DEMOGRAFISCHE TRENDBREUK DOOR VERMINDERDE WONINGBOUW HOOFDSTUK 2 DEMOGRAFIE DEMOGRAFISCHE TRENDBREUK DOOR VERMINDERDE WONINGBOUW Van sterke bevolkingsgroei door migratie naar matige groei door geboorteoverschot De drooglegging van de Haarlemmermeerpolder

Nadere informatie

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop VLUGSCHRIFT Bevolkingsprognose gemeente Groningen - Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop Inleiding De omvang en samenstelling van de bevolking van de gemeente Groningen

Nadere informatie

Demografische ontwikkelingen in Curaçao in 2015

Demografische ontwikkelingen in Curaçao in 2015 Demografische ontwikkelingen in Curaçao in 2015 Menno ter Bals Inleiding Bij het bevolkingsregister van Curaçao 1 worden geboortes, sterftes, binnenlandse en buitenlandse verhuizingen (migraties) en huwelijken

Nadere informatie

Wordt de positie van steden sterker of zwakker? Hoe zit dat met Amsterdam?

Wordt de positie van steden sterker of zwakker? Hoe zit dat met Amsterdam? Wordt de positie van steden sterker of zwakker? Hoe zit dat met Amsterdam? De stad als bevolkingsmagneet dinsdag 29 januari 2013 Leo van Wissen Directeur, Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Drechterland Augustus 2014

Demografische ontwikkeling Gemeente Drechterland Augustus 2014 Demografische ontwikkeling Gemeente Drechterland Augustus 214 Colofon Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 229-282555 Rapportnummer 214-243 Datum Juli 214 Opdrachtgever De Westfriese

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Koggenland

Demografische ontwikkeling Gemeente Koggenland Demografische ontwikkeling Gemeente Koggenland 211-225 Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners 1 1.2 Componenten van de groei 3 2. Jong en oud 6 3. Huishoudens 8 Uitgave I&O

Nadere informatie

Kwartaalbericht Woningmarkt

Kwartaalbericht Woningmarkt Woningmarktregio Parkstad In verschillende delen van ons land neemt de bevolkingsomvang af. Deze demografische krimp heeft grote gevolgen voor de woningmarkt. Parkstad Limburg is in ons land koploper op

Nadere informatie

Hoogopgeleide jongeren willen grootstedelijk wonen, de rest niet

Hoogopgeleide jongeren willen grootstedelijk wonen, de rest niet Bron: www.woningmarktnl.com, 25 maart 2016 Door: prof. mr. Friso de Zeeuw is praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten BPD en drs. Rink Drost is senior adviseur Wonen

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Medemblik Augustus 2014

Demografische ontwikkeling Gemeente Medemblik Augustus 2014 Demografische ontwikkeling Gemeente Medemblik Augustus 214 Colofon Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 229-282555 Rapportnummer 214-247 Datum Augustus 214 Opdrachtgever De Westfriese

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Koggenland Augustus 2014

Demografische ontwikkeling Gemeente Koggenland Augustus 2014 Demografische ontwikkeling Gemeente Koggenland Augustus 214 Colofon Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 229-282555 Rapportnummer 214-246 Datum Augustus 214 Opdrachtgever De Westfriese

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Enkhuizen

Demografische ontwikkeling Gemeente Enkhuizen Demografische ontwikkeling Gemeente Enkhuizen 211-225 Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners 1 1.2 Componenten van de groei 3 2. Jong en oud 6 3. Huishoudens 8 Uitgave I&O

Nadere informatie

Reflectie. Demografische ontwikkelingen in stedelijke regio s. Dorien Manting & Frank van Dam

Reflectie. Demografische ontwikkelingen in stedelijke regio s. Dorien Manting & Frank van Dam Reflectie Demografische ontwikkelingen in stedelijke regio s Dorien Manting & Frank van Dam De grote stedelijke regio s in Nederland groeien sterk, dit na een periode van gematigde groei en zelfs bevolkingsafname

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Opmeer

Demografische ontwikkeling Gemeente Opmeer Demografische ontwikkeling Gemeente Opmeer Andijk Opmeer Medemblik Wervershoof Enkhuizen Stede Broec Koggenland Hoorn Drechterland Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners 1

Nadere informatie

Aantal miljoen inwoners. Relatieve verandering personen per duizend inwoners 3,0 2,5 2, , , ,5 -80

Aantal miljoen inwoners. Relatieve verandering personen per duizend inwoners 3,0 2,5 2, , , ,5 -80 1 215/3 S+RO Frank van Dam Planbureau voor de Leefomgeving Frank.vanDam@pbl.nl Dorien Manting Planbureau voor de Leefomgeving Dorien.Manting@pbl.nl ver Aantal miljoen inwoners 3, Relatieve verandering

Nadere informatie

Atlas voor gemeenten 2013: de positie van Utrecht. notitie van Onderzoek.

Atlas voor gemeenten 2013: de positie van Utrecht. notitie van Onderzoek. Atlas voor gemeenten 2013: de positie van Utrecht notitie van Onderzoek www.onderzoek.utrecht.nl mei 2013 Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 286 1350 onderzoek@utrecht.nl internet

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Andijk

Demografische ontwikkeling Gemeente Andijk Demografische ontwikkeling Gemeente Andijk Andijk Opm eer Medem blik Wervershoof Enkhuizen Stede Broec Koggenland Hoorn Drechterland Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners

Nadere informatie

Ruim een op de drie gemeenten is sinds 2010 gekrompen

Ruim een op de drie gemeenten is sinds 2010 gekrompen Bevolkingstrends Ruim een op de drie gemeenten is sinds 2010 gekrompen 2015 16 Niels Kooiman CBS Bevolkingstrends december 2015 16 1 Hoewel de bevolking van Nederland in de afgelopen twintig jaar gegroeid

Nadere informatie

Demografische ontwikkelingen

Demografische ontwikkelingen DEEL 2.4 INFORMATIE Demografische ontwikkelingen: - Ontwikkeling inwonersaantallen; - Ontwikkeling migratiestromen; - Ontwikkeling huishoudens; - Prognoses en huishoudens; - Ontgroening en vergrijzing;

Nadere informatie

Beroepsbevolking 2005

Beroepsbevolking 2005 Beroepsbevolking 2005 De veroudering van de beroepsbevolking is duidelijk zichtbaar in de veranderende leeftijdspiramide van de werkzame beroepsbevolking (figuur 1). In 1975 behoorde het grootste deel

Nadere informatie

Krimp én groei PRIMOS BEVOLKINGSPROGNOSE Op basis van deze factsheet trekken we de volgende conclusies: 2 Bevolkingsomvang

Krimp én groei PRIMOS BEVOLKINGSPROGNOSE Op basis van deze factsheet trekken we de volgende conclusies: 2 Bevolkingsomvang Krimp én groei PRIMOS BEVOLKINGSPROGNOSE 216-24 Inhoud 1. Conclusies 2. Bevolkingsomvang 3. Leeftijd 4. Verloop 5. Huishoudens De bevolkings- en huishoudenprognose voor de Drechtstedengemeenten is in het

Nadere informatie

Woningmarktanalyse Gooise Meren

Woningmarktanalyse Gooise Meren Woningmarktanalyse Gooise Meren Op basis van WOZ en BAG gegevens Versie Kerngegevens Woningmarktanalyse Gooise Meren De in dit rapport gepresenteerde analyses zijn gemaakt met behulp van gemeentelijke

Nadere informatie

De bevolking in de nieuwe steden vergrijst, al is dat vooral een perspectief van

De bevolking in de nieuwe steden vergrijst, al is dat vooral een perspectief van Jg. / Nr. 4 / 217 De grijze groeikern P. 248 Frank van Dam De grijze groeikern De bevolking in de nieuwe steden vergrijst, al is dat vooral een perspectief van de middellange termijn. Daarop anticiperen

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Medemblik

Demografische ontwikkeling Gemeente Medemblik Demografische ontwikkeling Gemeente Medemblik Andijk Opmeer Medemblik Wervershoof Enkhuizen Stede Broec Koggenland Hoorn Drechterland Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners

Nadere informatie

Artikelen. Huishoudensprognose : uitkomsten. Coen van Duin en Suzanne Loozen

Artikelen. Huishoudensprognose : uitkomsten. Coen van Duin en Suzanne Loozen Artikelen Huishoudensprognose 28 2: uitkomsten Coen van Duin en Suzanne Loozen Het aantal huishoudens blijft de komende decennia toenemen, van 7,2 miljoen in 28 tot 8,3 miljoen in 239. Daarna zal het aantal

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Enkhuizen

Demografische ontwikkeling Gemeente Enkhuizen Demografische ontwikkeling Gemeente Enkhuizen Andijk Opmeer Medemblik Wervershoof Enkhuizen Stede Broec Koggenland Hoorn Drechterland Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners

Nadere informatie

Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2006. Grote steden in demografisch perspectief

Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2006. Grote steden in demografisch perspectief Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2006 Grote steden in demografisch perspectief WPRB Werkverband Periodieke Rapportage Bevolkingsvraagstukken WPRB Ingesteld door de minister van OCW Vinger aan de

Nadere informatie

2. Groei allochtone bevolking fors minder

2. Groei allochtone bevolking fors minder 2. Groei allochtone bevolking fors minder In 23 is het aantal niet-westerse allochtonen met 46 duizend personen toegenomen, 19 duizend minder dan een jaar eerder. De verminderde groei vond vooral plaats

Nadere informatie

Grote steden en studentensteden

Grote steden en studentensteden Verhuizen vanuit studentensteden Mila van Huis en Elma van Agtmaal-Wobma Het verhuispatroon van en naar studentensteden wijkt af van het landelijke patroon, zowel wat betreft vestiging als vertrek. Het

Nadere informatie

PEARL: uitkomsten van de regionale bevolkings- en allochtonenprognose 2005 2025 voor provincies

PEARL: uitkomsten van de regionale bevolkings- en allochtonenprognose 2005 2025 voor provincies PEARL: uitkomsten van de regionale bevolkings- en allochtonenprognose 225 voor provincies Andries de Jong 1) In 26 hebben het Ruimtelijk Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het eerst

Nadere informatie

Auteur: Gemeente Dronten Datum: 4 april 2017 Voor vragen: Feiten en cijfers 2016 Bevolking

Auteur: Gemeente Dronten Datum: 4 april 2017 Voor vragen: Feiten en cijfers 2016 Bevolking Auteur: Gemeente Dronten Datum: 4 april 2017 Voor vragen: h.van.eijken@dronten.nl Feiten en cijfers 2016 Bevolking Inleiding Wat is Dronten feiten en cijfers Dit document is een jaarlijks rapport met

Nadere informatie

Fact sheet. Bevolkingsprognose. Jaarlijks Amsterdammers erbij. Amsterdam blijft groeien. nummer 4 mei 2014

Fact sheet. Bevolkingsprognose. Jaarlijks Amsterdammers erbij. Amsterdam blijft groeien. nummer 4 mei 2014 Fact sheet nummer 4 mei 214 Bevolkingsprognose Figuur 1 Bevolking in Amsterdam, 1985-24 x 1. 15 1 95 9 85 8 75 7 5 Jaarlijks 1. Amsterdammers erbij Het inwonertal van Amsterdam is in 21 met 11.74 personen

Nadere informatie

Monitor Woningproductie Noordvleugel 2016 Woningvraag, Plancapaciteit en Productie

Monitor Woningproductie Noordvleugel 2016 Woningvraag, Plancapaciteit en Productie Monitor Woningproductie Noordvleugel 2016 Versie juni 2016 Inleiding In deze derde monitor woningproductie wordt in vogelvlucht een weergave gegeven van de cijfers die op dit moment beschikbaar zijn. Het

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Lansingerland 2015

Bevolkingsprognose Lansingerland 2015 Bevolkingsprognose Lansingerland 2015 Auteur: Bart Waasdorp Afdeling: Team Planontwikkeling & RO Juridisch Versienummer: 1.0 Datum: 12 januari 2015 Corsanummer: T15.00406 Inleiding Lansingerland heeft

Nadere informatie

Fact sheet. Demografische ontwikkelingen: aantal jonge ouderen gaat sterk toenemen in Amsterdam. nummer 6 november 2004

Fact sheet. Demografische ontwikkelingen: aantal jonge ouderen gaat sterk toenemen in Amsterdam. nummer 6 november 2004 Fact sheet nummer 6 november 24 Demografische ontwikkelingen: aantal jonge ouderen gaat sterk toenemen in Deze Fact sheet is tot stand gekomen in samenwerking met de Dienst Ruimtelijke Ordening. Het inwonertal

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Deventer 2015

Bevolkingsprognose Deventer 2015 Bevolkingsprognose Deventer 2015 Aantallen en samenstelling van bevolking en huishoudens Augustus 2015 augustus 2015 Uitgave : team Kennis en Verkenning Naam : John Stam Telefoonnummer : 0570 693298 Mail

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Fact sheet. Dienst Ruimtelijke Ordening. Demografische ontwikkelingen in 2006: bevolkingsgroei stagneert, wel meer vestiging van jongeren

Fact sheet. Dienst Ruimtelijke Ordening. Demografische ontwikkelingen in 2006: bevolkingsgroei stagneert, wel meer vestiging van jongeren Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2007 Demografische ontwikkelingen in 2006: bevolkingsgroei stagneert, wel meer vestiging van jongeren Begin 2007 woonden er 743.104 personen in

Nadere informatie

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud 4 e editie Economische monitor Voorne PutteN Opzet en inhoud In 2010 verscheen de eerste editie van de Economische Monitor Voorne-Putten, een gezamenlijk initiatief van de vijf gemeenten Bernisse, Brielle,

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Tempo vergrijzing loopt op Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-083 17 december 2010 9.30 uur Tempo vergrijzing loopt op Komende 5 jaar half miljoen 65-plussers erbij Babyboomers leven jaren langer dan vooroorlogse

Nadere informatie

LEEFTIJD 1.1.2016 Bevolking Bevolking 0-19 jaar 63.028 Bevolking 20-64 jaar 155.898 Bevolking 65 jaar 51.002 In de Drechtsteden wonen momenteel bijna 270.000 mensen. In 2015 nam het aantal personen toe

Nadere informatie

1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12

1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12 inhoudsopgave Samenvatting 3 1. Bevolking 9 1.1 Bevolkingsontwikkeling 9 1.2 Bevolkingsopbouw 10 1.2.1 Vergrijzing 11 1.3 Migratie 11 1.4 Samenvatting 12 2. Ontwikkelingen van de werkloosheid 13 2.1 Ontwikkeling

Nadere informatie

Planbureau voor de Leefomgeving PERSBERICHT. Bevolking daalt in kwart Nederlandse gemeenten. Nieuwe regionale bevolkingsprognoses tot 2040:

Planbureau voor de Leefomgeving PERSBERICHT. Bevolking daalt in kwart Nederlandse gemeenten. Nieuwe regionale bevolkingsprognoses tot 2040: Planbureau voor de Leefomgeving PERSBERICHT Nieuwe regionale bevolkingsprognoses tot 2040: Bevolking daalt in kwart Nederlandse gemeenten De komende dertig jaar treedt in delen van Nederland, vooral in

Nadere informatie

Neimed Krimpbericht. Buitenlandse migratie vertraagt bevolkingskrimp JUNI 2015

Neimed Krimpbericht. Buitenlandse migratie vertraagt bevolkingskrimp JUNI 2015 JUNI 2015 Neimed Krimpbericht Buitenlandse migratie vertraagt bevolkingskrimp Het aantal inwoners daalt in de meeste Limburgse gemeenten, omdat er weinig kinderen geboren worden. De daling wordt versterkt

Nadere informatie

Samenvatting. De belangrijkste bevindingen per migratietype

Samenvatting. De belangrijkste bevindingen per migratietype Samenvatting In deze studie is voor de belangrijkste migratietypen (arbeid, gezin, studie en asiel) een overzicht gemaakt van de omvang, de verdeling over de herkomstlanden en de demografische samenstelling

Nadere informatie

Verhuisonderzoek Drechtsteden

Verhuisonderzoek Drechtsteden Verhuisonderzoek Kenmerken van de verhuizingen en de verhuisredenen? Inhoud: 1. Conclusies 2. Verhuissaldo 3. Huishoudengroepen 4. Inkomensgroepen 5. Kenmerk en prijs woning 6. Woningvoorraad 7. Vertrekredenen

Nadere informatie

Hypotheek Index Q3 2017

Hypotheek Index Q3 2017 Hypotheek Index Q3 2017 De Hypotheker vergeleek de cijfers in 2017 met die van 2016. Ontwikkeling rentevaste periode Een hypotheek met een rentevaste periode van 30 jaar wint sterk aan populariteit ten

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Inhoudsopgave hoofdstuk 2

Inhoudsopgave hoofdstuk 2 -46- Inhoudsopgave hoofdstuk 2 Samenvatting hoofdstuk 2 Tabellen: 2.1 Loop van de bevolking 2.2 Loop van de bevolking in Haaglanden per gemeente, Zuid-Holland en Nederland in 2013 2.3 Loop van de bevolking

Nadere informatie

Hypotheek Index Q2 2017

Hypotheek Index Q2 2017 Hypotheek Index Q2 2017 De Hypotheker vergeleek de cijfers in 2017 met die van 2016. Sterke groei jonge huizenkopers Het aandeel jonge starters op de woningmarkt is in het tweede kwartaal van 2017 sterk

Nadere informatie

Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten

Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten Huishoudensprognose 26 2: belangrijkste uitkomsten Elma van Agtmaal-Wobma en Coen van Duin Het aantal huishoudens blijft de komende decennia toenemen, van 7,2 miljoen in 26 tot 8,1 miljoen in 23. Daarna

Nadere informatie

Huishoudensprognose : ontwikkelingen naar type en grootte

Huishoudensprognose : ontwikkelingen naar type en grootte Huishoudensprognose 5: ontwikkelingen naar type en grootte Andries de Jong Het aantal huishoudens neemt de komende decennia fors toe, van 6,9 miljoen in naar 8, miljoen in 5. Deze groei wordt vooral bepaald

Nadere informatie

UvA-DARE (Digital Academic Repository) De opmars van het stadsgezin Boterman, W.R.; Karsten, C.J.M. Published in: De stad: magneet, roltrap en spons

UvA-DARE (Digital Academic Repository) De opmars van het stadsgezin Boterman, W.R.; Karsten, C.J.M. Published in: De stad: magneet, roltrap en spons UvA-DARE (Digital Academic Repository) De opmars van het stadsgezin Boterman, W.R.; Karsten, C.J.M. Published in: De stad: magneet, roltrap en spons Link to publication Citation for published version (APA):

Nadere informatie

Neimed Krimpbericht. Minder geboorten in het verleden, minder jongeren voor de toekomst APRIL 2015

Neimed Krimpbericht. Minder geboorten in het verleden, minder jongeren voor de toekomst APRIL 2015 APRIL 15 Neimed Krimpbericht Minder geboorten in het verleden, minder jongeren voor de toekomst In de afgelopen vijftien jaar is landelijk het aantal geboorten gedaald met ongeveer 15%. Bij de se gemeenten

Nadere informatie

Verhuisgedrag van jongeren

Verhuisgedrag van jongeren Verhuisgedrag van jongeren Mila van Huis en Elma Wobma Jaarlijks verhuizen ongeveer 650 duizend personen naar een andere gemeente, onder wie 96 duizend 18- tot en met 21-jarigen. Het verhuisgedrag van

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Arnhem

Bevolkingsprognose Arnhem Bevolkingsprognose Arnhem 2016-2030 Gemeente Arnhem Afdeling Informatievoorziening Onderzoek & Statistiek Juli 2016 Inhoud Arnhem groeit door... 3 Natuurlijke aanwas nader bekeken... 5 Migratie nader bekeken...

Nadere informatie

Published in: De stad: magneet, roltrap en spons. Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest

Published in: De stad: magneet, roltrap en spons. Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest UvA-DARE (Digital Academic Repository) Reflectie: demografische ontwikkelingen in stedelijke regio's Manting, D.; van Dam, F. Published in: De stad: magneet, roltrap en spons. Bevolkingsontwikkelingen

Nadere informatie

fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe Aantal senioren sterk gestegen Aantal 65-plussers in Fryslân, /2012

fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe  Aantal senioren sterk gestegen Aantal 65-plussers in Fryslân, /2012 Vergrijzing in Fryslân fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe In Fryslân wonen op 1 januari 2011 647.282 inwoners. De Friese bevolking groeit nog jaarlijks. Sinds 2000 is het aantal inwoners toegenomen

Nadere informatie

Masterclass Krimp. Presentatie Angelique vanwingerden. 16 september 2011 Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland (KKNN)

Masterclass Krimp. Presentatie Angelique vanwingerden. 16 september 2011 Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland (KKNN) Masterclass Krimp Presentatie Angelique vanwingerden 16 september 2011 Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland (KKNN) Bevolkingsontwikkeling Bevolkingsontwikkeling in Noord-Drenthe 2000-2010 Bevolkingsontwikkeling

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Woningmarktrapport 3e kwartaal Gemeente 's-gravenhage

Woningmarktrapport 3e kwartaal Gemeente 's-gravenhage Woningmarktrapport 3e kwartaal 216 Gemeente 's-gravenhage Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 12 Aantal verkocht 1 8 6 4 2 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 4e kwartaal

Nadere informatie

Woningmarktmonitor provincie Utrecht: de staat van de woningmarkt medio 2016

Woningmarktmonitor provincie Utrecht: de staat van de woningmarkt medio 2016 DATUM 16 november 2016 PROJECTNUMMER 3400.107/G OPDRACHTGEVER Woningmarktmonitor provincie : de staat van de woningmarkt medio 2016 Update woningmarktmonitor De afgelopen maand heeft er een grote update

Nadere informatie

Allochtonen, 2012 Gepubliceerd op Compendium voor de Leefomgeving (http://www.clo.nl)

Allochtonen, 2012 Gepubliceerd op Compendium voor de Leefomgeving (http://www.clo.nl) Indicator 13 februari 2013 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. In 2012 woonden er in Nederland

Nadere informatie

Demografie van de Nederlandse beroepsbevolking

Demografie van de Nederlandse beroepsbevolking Betaling én vervanging van vergrijzende arbeidspopulatie worden een probleem Demografie van de Nederlandse beroepsbevolking Peter Ekamper, Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) Op

Nadere informatie

Fact sheet. Concentraties van allochtone ouderen en jongeren,

Fact sheet. Concentraties van allochtone ouderen en jongeren, Fact sheet nummer 1 maart 2004 Concentraties van allochtone ouderen en jongeren, 1994-2003 Waar in Amsterdam wonen allochtone jongeren en ouderen? Allochtonen wonen vaker dan autochtonen in gezinsverband

Nadere informatie

Bevolkingsprognose 2010 2025 gemeente Groningen

Bevolkingsprognose 2010 2025 gemeente Groningen Deze publicatie is uitgegeven door Onderzoek en Statistiek Groningen September Bevolkingsprognose gemeente Groningen Inleiding Dit vlugschrift behandelt de bevolkingsprognose van de gemeente Groningen.

Nadere informatie

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.

Nadere informatie

Nieuwe stedelingen in Amsterdam. De stad als bevolkingsmagneet Marcel Janssen 29 januari 2013

Nieuwe stedelingen in Amsterdam. De stad als bevolkingsmagneet Marcel Janssen 29 januari 2013 Nieuwe stedelingen in Amsterdam De stad als bevolkingsmagneet Marcel Janssen 29 januari 213 29 januari 213 Nieuwe stedelingen in Amsterdam 2 29 januari 213 Nieuwe stedelingen in Amsterdam 3 29 januari

Nadere informatie

Arbeidsmarktontwikkelingen 2016

Arbeidsmarktontwikkelingen 2016 - Arbeidsmarktontwikkelingen 2016 Factsheet maart 2017 Het aantal banen van werknemers en zelfstandigen in Amsterdam nam het afgelopen jaar toe met bijna 14.000 tot bijna 524.000 banen, een groei van bijna

Nadere informatie

Bevolkingsprognose 2002 2050: anderhalf miljoen inwoners erbij

Bevolkingsprognose 2002 2050: anderhalf miljoen inwoners erbij Bevolkingsprognose 22 25: anderhalf miljoen inwoners erbij Andries de Jong Volgens de nieuwe bevolkingsprognose van het CBS zal het inwonertal van Nederland toenemen van de huidige 16,2 miljoen naar 17,7

Nadere informatie

Primos-model. Basisuitkomsten Primos 2013 Kleidum

Primos-model. Basisuitkomsten Primos 2013 Kleidum Primos-model Basisuitkomsten Primos 2013 Kleidum 2 Het Primos-model Werking Primos-model Het Primos-model voorspelt de bevolkingsontwikkeling als gevolg van geboorte, sterfte, buitenlandse en binnenlandse

Nadere informatie

Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie

Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie INHOUD 1 Samenvatting... 3 2 De Statistische gegevens... 5 2.1. De Bevolkingsontwikkeling en -opbouw... 5 2.1.1. De bevolkingsontwikkeling... 5 2.1.2. De migratie... 5 2.1.3.

Nadere informatie

DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELING

DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELING Rapport DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELING 2014-2040 Gemeente Bergen 2014 www.ioresearch.nl COLOFON Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn 0229-282555 Rapportnummer 2015/concept Datum Januari 2015

Nadere informatie

Demografische (wijk-) analyse van de woningbouwplannen Deventer 2015

Demografische (wijk-) analyse van de woningbouwplannen Deventer 2015 Demografische (wijk-) analyse van de woningbouwplannen Deventer 2015 Uitgave : team Kennis en Verkenning Naam : John Stam Telefoonnummer : 3298 Mail : gj.stam@deventer.nl 1 Inhoudsopgave pagina 1 Inleiding:

Nadere informatie

Woningmarktrapport 4e kwartaal 2015. Gemeente Amsterdam

Woningmarktrapport 4e kwartaal 2015. Gemeente Amsterdam Woningmarktrapport 4e kwartaal 215 Gemeente Amsterdam Aantal verkochte woningen naar type (NVM) 3 Aantal verkocht 25 2 15 1 5 Tussenwoning Hoekwoning Twee onder één kap Vrijstaand Appartement 1e kwartaal

Nadere informatie

LEEFTIJD 1.1.2017 Bevolking Bevolking 0-19 jaar 62.751 Bevolking 20-64 jaar 155.582 Bevolking 65 jaar 51.831 De Drechtsteden is het afgelopen kalenderjaar met ruim 200 personen gegroeid. Daarmee doorbrak

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Schiedam Schiedam, juli 2004

Bevolkingsprognose Schiedam Schiedam, juli 2004 Bevolkingsprognose Schiedam Schiedam, juli 2004 Onderzoek & Statistiek Gemeente Schiedam 010-2465597/5598 Inhoud Inleiding... 3 1. Achtergronden bevolkingsontwikkeling... 5 2. Schiedam - de stedelijke

Nadere informatie

Auteur: Onderzoek en statistiek gemeente Dronten Datum: 28 januari 2016 Voor vragen: Feiten en cijfers 2015 Bevolking

Auteur: Onderzoek en statistiek gemeente Dronten Datum: 28 januari 2016 Voor vragen: Feiten en cijfers 2015 Bevolking Auteur: Onderzoek en statistiek gemeente Dronten Datum: 28 januari 2016 Voor vragen: h.van.eijken@dronten.nl Feiten en cijfers 2015 Bevolking Inleiding Wat is Dronten feiten en cijfers Dit document is

Nadere informatie

Samenvatting Regionaal Woningbehoefteonderzoek 2015 Gemeente Culemborg

Samenvatting Regionaal Woningbehoefteonderzoek 2015 Gemeente Culemborg Samenvatting Regionaal Woningbehoefteonderzoek 2015 Gemeente Culemborg Inleiding Op 12 mei 2015 is het regionale Woningbehoefteonderzoek (WBO) vrij gegeven. Dit WBO biedt input voor de lokale woonvisie.

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht IB Onderzoek, 9 mei 015 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 86 1350 onderzoek@utrecht.nl

Nadere informatie

Fact sheet. Autochtonen in Amsterdam. Helft Amsterdammers is autochtoon. nummer 2 maart 2007

Fact sheet. Autochtonen in Amsterdam. Helft Amsterdammers is autochtoon. nummer 2 maart 2007 Fact sheet nummer 2 maart 2007 Autochtonen in Amsterdam De samenstelling van de Amsterdamse bevolking is de laatste jaren sterk veranderd. Het percentage autochtonen neemt af; het percentage allochtonen

Nadere informatie

Woningmarktmonitor provincie Utrecht: de staat van de woningmarkt medio 2014

Woningmarktmonitor provincie Utrecht: de staat van de woningmarkt medio 2014 DATUM 7 december 2014 PROJECTNUMMER 3400.106 OPDRACHTGEVER Woningmarktmonitor provincie : de staat van de woningmarkt medio 2014 Inleiding Afgelopen maand is er een nieuwe update uitgevoerd van de Woningmarktmonitor

Nadere informatie

Figuur 1: Veronderstellingen per onderdeel uit de Nationale CBS-Prognoses 2008 en 2012

Figuur 1: Veronderstellingen per onderdeel uit de Nationale CBS-Prognoses 2008 en 2012 Bevolkings Prognose 2013 De Bevolkings Prognose 2013 (BP2013) is bedoeld als provinciale sectorprognose, een prognose die zo goed mogelijk de toekomstige bevolkingsontwikkeling voorspelt en daarmee door

Nadere informatie

Bevolkingsprognose s-hertogenbosch 2013-2030

Bevolkingsprognose s-hertogenbosch 2013-2030 Bevolkingsprognose s-hertogenbosch 2013-2030 O&S s-hertogenbosch Februari 2014 2 Samenvatting Eens in de vier jaar maakt de gemeente s-hertogenbosch een bevolkingsprognose. De resultaten van de meest recente

Nadere informatie