INLEIDING: Het BBP als welvaartsindicator van een land

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INLEIDING: Het BBP als welvaartsindicator van een land"

Transcriptie

1 INLEIDING: Het BBP als welvaartsindicator van een land A. Inleidende begrippen 1. Het begrip BBP Het BBP is de som van alle bruto toegevoegde waarden geproduceerd door alle ondernemingen in 1 land in een welbepaalde periode (meestal 1 jaar). Om vergelijkingen met andere landen mogelijk te maken wordt het BBP meestal uitgedrukt per capita. 2. Berekening van de toegevoegde waarde Omzet - Aankopen grondstoffen, hulpstoffen, handelsgoederen - Diensten en diverse goederen Bruto toegevoegde waarde - Afschrijvingen Netto toegevoegde waarde - Loon - Intrest - Pacht Resultaat (winst of verlies) 3. Wat is economische groei? De toename van het reële 1 BBP per capita (per hoofd van de bevolking). 1 Rekening houdend met de waarde van het geld (prijsveranderingen).

2 4. Reële groei versus nominale groei van het BBP per capita We illustreren het onderscheid aan de hand van een eenvoudig cijfervoorbeeld. Nominaal BBP: 50 miljard EUR 54 miljard EUR Bevolking: personen personen Prijzen: 10 EUR 8 EUR Gevraagd: a. Bereken de procentuele verandering van het nominale BBP. b. Bereken de procentuele verandering van de bevolking. c. Bereken de procentuele verandering van de prijzen. d. Bereken de procentuele verandering van het nominale BBP per capita. e. Bereken de procentuele verandering van het reële BBP per capita.

3 B. Berekeningswijzen van het BBP a. Relaties tussen de gezinnen en de bedrijven Opgave: Y 300 mld EUR bg Cg 240 mld EUR I 60 mld EUR b Schema: (1) Gezinnen gaan werken bij de bedrijven. (2) Bedrijven geven een inkomen aan de gezinnen. (3) De gezinnen consumeren een deel van hun inkomen. (4) Bedrijven verkopen en leveren consumptiegoederen aan de gezinnen. (5) De gezinnen sparen een deel van hun inkomen en via de financiële instellingen komen deze spaargelden terecht bij de bedrijven die willen investeren. (6) Bedrijven die investeringsgoederen produceren, verkopen deze aan andere bedrijven die gaan investeren.

4 Nationale rekeningen: Formules: Bruto binnenlands product: de waarde van de geproduceerde goederen en diensten Bruto binnenlands inkomen: de som van de verdeelde inkomens Bruto binnenlandse bestedingen: de som van alle bestedingen

5 b. Relaties tussen de gezinnen, de bedrijven en de overheid Opgave: Factordiensten van de gezinnen aan de bedrijven 300 mld EUR (1) en aan de overheid 70 mld EUR (2). De gezinnen betalen 50 mld EUR directe belastingen (3) aan de overheid en de bedrijven betalen 25 mld EUR indirecte belastingen (4). De bedrijven verkopen consumptiegoederen aan de gezinnen voor 260 mld EUR (5), investeringsgoederen aan andere bedrijven voor 70 mld EUR (6) en aan de overheid voor 10 mld EUR (7). Schema:

6 Nationale rekeningen: Formules: Bruto binnenlands product: Bruto binnenlands inkomen: Bruto binnenlandse bestedingen:

7 c. Relaties tussen de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland Opgave: Ybg 420 mld EUR (1) Td 60 mld EUR (3) Yog 100 mld EUR (2) Ti 45 mld EUR (4) Cg 410 mld EUR (5) Io 15 mld EUR (6) Ib 70 mld EUR (7) Export = X = 85 mld EUR (8) Import = M = 105 mld EUR (9) Schema:

8 Nationale rekeningen: Formules: Bruto binnenlands product: Bruto binnenlands inkomen: Bruto binnenlandse bestedingen:

9 Wat is buitenlands sparen? Het verschil tussen de inkomsten die voortvloeien uit de export van goederen en diensten en de uitgaven die het gevolg zijn van de import van goederen en diensten. M > X: sparen van het buitenland S W > 0 M < X: ontsparen van het buitenland S W < 0 Opmerkingen: 1. Belastingen en transferten: De gezinnen en de bedrijven ontvangen transferten van de overheid. Netto directe belastingen: directe belastingen toelagen Netto indirecte belastingen: indirecte belastingen subsidies 2. Bruto en netto binnenlands product: Netto binnenlands product = bruto binnenlands product - afschrijvingen 3. Binnenlands product tegen marktprijzen en factorkosten: Om alle goederen en diensten te kunnen optellen drukken we ze uit in eenzelfde waardemeter (geld). We vertrekken van de prijzen die de goederen op de markt hebben en bekomen het binnenlands product tegen marktprijzen. Waaruit bestaat de marktprijs? De verkoopprijs van een pakje sigaretten bedraagt 5 EUR, het werd geproduceerd (beloning van de productiefactoren) voor 1,2 EUR. Het verschil (3,8 EUR) zijn indirecte belastingen. De verkoopprijs van een busticket bedraagt 1,5 EUR; beloning van de productiefactoren = 2 EUR. Het verschil (0,50 EUR) zijn subsidies. Binnenlands product tegen factorprijzen = binnenlands product tegen marktprijzen indirecte belastingen + subsidies Y Y T F Y T F Y T bf bm i b bm i b bm in Ynf Ybm Tin A

10 Synthese Bruto binnenlands product tegen marktprijzen: Y C C I I X M (1) bm g o b o Bruto binnenlands inkomen tegen marktprijzen: Ybm Ybg Yog Tin Sb Ybg Yog Tin Ab R (2) Bruto binnenlandse bestedingen tegen marktprijzen: Ybm Cg Co Sg So Sb Cg Co S n (3) Bruto binnenlands product/inkomen/bestedingen tegen factorkosten: Ybf Ybm Tin Ybg Yog S b Uit (1) en (3) volgt: I I X M S S S S b o g b o n Sw I I S S S S S S b o g b o w n w

11 C. OEFENINGEN Oefening 1: De gezinnen leveren factordiensten aan de bedrijven voor 150 mld EUR en aan de overheid voor 38 mld EUR. De bedrijven verkopen consumptiegoederen aan de gezinnen voor 110 mld EUR en investeringsgoederen aan andere bedrijven voor 60 mld EUR en aan de overheid voor 10 mld EUR. De overheid heft voor 40 mld EUR directe belastingen en voor 15 mld indirecte belastingen. Ze verleent voor 10 mld EUR subsidies aan de bedrijven en voor 5 mld EUR toelagen aan de gezinnen. De export bedraagt 22 mld EUR en de import 20 mld EUR. De bedrijven schrijven af voor 5 mld EUR en de overheid voor 2 mld EUR. a. Stel de relaties tussen de gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland schematisch voor (zoals afgesproken). b. Stel de nationale rekeningen op. c. Bereken Y bm op 3 manieren. d. Bereken de reserves van de bedrijven. Oefening 2: De gezinnen verstrekken factordiensten aan de bedrijven voor 246 mld EUR en aan de overheid voor 90 mld EUR. De bedrijven verkopen consumptiegoederen aan de gezinnen voor 220 mld EUR. Ze produceren investeringsgoederen die aan andere bedrijven worden verkocht voor 80 mld EUR en aan de overheid voor 10 mld EUR. De overheid heft voor 80 mld EUR directe belastingen en voor 30 mld EUR indirecte belastingen. De overheid verleent subsidies aan de bedrijven voor 6 mld EUR en transferinkomens aan de gezinnen voor 14 mld EUR.

12 De export bedraagt 100 mld EUR en de import 110 mld EUR. De bedrijven reserveren voor 20 mld EUR en schrijven af voor 10 mld EUR. a. Stel de relaties tussen de gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland schematisch voor (zoals afgesproken). b. Stel de nationale rekeningen op. c. Bereken Y bm op 3 manieren. d. Bereken Y bf. Oefening 3: Van een open economie zijn met betrekking tot een bepaalde periode de volgende gegevens bekend (alle bedragen zijn in mld EUR): - door gezinnen ontvangen inkomens van het bedrijfsleven: 105; - door gezinnen ontvangen inkomens van de overheid: 15; - verkopen van consumptiegoederen door bedrijven aan de gezinnen: 85; - verkopen van consumptiegoederen door bedrijven aan de overheid: 9; - verkopen van kapitaalgoederen door bedrijven aan bedrijven: 35; - door gezinnen betaalde directe belastingen aan de overheid: 15; - door bedrijven betaalde indirecte belastingen aan de overheid: 10; - in de sector bedrijven werden aan afschrijvingen genoteerd: 12; - de uitvoer bedroeg: 73; - de invoer bedroeg: 75. a. Stel de relaties tussen de gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland schematisch voor (zoals afgesproken). b. Stel de nationale rekeningen op. c. Bereken Y bm op 3 manieren. Oefening 4: Gegeven: (alle bedragen zijn in mld EUR). Y bg = 360 F g = 30 Y og = 240 M = 110 S w = -10 I b =? F b = 20 I o = 60 T i = 46 T d = 58 R = 40 C o = 270 A b = 20 C g = 300 A o = 30

13 Gevraagd: a. Bereken X. b. Bereken S b. c. Bereken I b. d. Volstaat het binnenlands sparen om de totale investeringen te financieren? (Een ja of een neen volstaat niet! Bereken alle componenten van het binnenlands sparen en alle componenten van de totale investeringen!) e. Bereken Y bm op 3 manieren. f. Bereken Y nf. Oefening 5 : Aankoop van consumptiegoederen door de gezinnen voor 220 mld EUR en door de overheid voor 12 mld EUR. Levering van factordiensten door de gezinnen aan de bedrijven voor 205 mld EUR en aan de overheid voor 78 mld EUR. De directe belastingen bedragen 32 mld EUR en de indirecte belastingen 79 mld EUR. De bedrijven investeren voor 42 mld EUR en de overheid voor 23 mld EUR. Transferinkomens van de overheid aan de gezinnen voor 20 mld EUR en aan de bedrijven voor 10 mld EUR. De bedrijven schrijven af voor 8 mld EUR. De invoer bedraagt 61 mld EUR en de uitvoer 80 mld EUR. a. Stel de nationale rekeningen op. b. Bereken Y bm op 3 manieren. c. Bereken Y nf. d. Bereken het bedrag dat de bedrijven reserveren. Oefening 6: Gegeven: (alle bedragen zijn in mld EUR). Y bg = 310 R = 50 Y og = 140 S g = 60 I b = 70 I o = 40 T in = 50 T dn = 70 A b = 15 X = 90 M = 95 Bereken: a. C g

14 b. Y bm c. S n d. Sparen de bedrijven voldoende om hun investeringen te financieren? e. Volstaan de binnenlandse besparingen om de investeringen te financieren? Oefening 7: Aankopen van consumptiegoederen Totale afschrijvingen: 110 door gezinnen:? Export: 120 door de overheid: 20 Import:? Levering van factordiensten door gezinnen Reserves aangelegd door bedrijven: 100 aan bedrijven: 250 Er wordt gespaard aan de overheid: 120 door de gezinnen: 20 Belastingen door de overheid: -80 Directe: 80 door de bedrijven: 190 Indirecte: 50 door het buitenland: -20 Investeringen Transferinkomens van de overheid door de bedrijven: 70 aan gezinnen:? door de overheid: 40 aan bedrijven : 40 a. Bereken de import. b. Bereken de transferinkomens van de overheid aan de gezinnen. c. Bereken het bedrag van de consumptiegoederen dat aangekocht werd door de gezinnen. d. Bereken het bedrag dat afgeschreven wordt door de overheid. e. Bereken Y nf. Oefening 8: a. De bevolking heeft schrik dat de banken failliet zullen gaan. Zij trekken hun spaargelden terug van bij de banken en kopen er staatsobligaties mee. De vergoeding op beide beleggingsvormen mag gelijk beschouwd worden. Hoe zal dit het nationaal inkomen beïnvloeden? b. Veronderstel dat alle ondernemingen door een wet verplicht worden een groter deel van hun winst als dividend uit te keren, nl. 50 mld EUR. Hiermee gaan de gezinnen voor 30

15 mld EUR meer consumeren, voor 10 mld EUR meer sparen en tenslotte moeten ze hierdoor 10 mld EUR extra aan directe belastingen betalen. Zal Y bm hierdoor in waarde veranderen? Bereken deze (eventuele) wijziging en toon dit nauwkeurig aan, aan de hand van de 3 berekeningswijzen. Oefening 9: Het inkomen uitgekeerd door de overheid aan de gezinnen neemt met 50 mld EUR toe. Hiermee gaan de gezinnen voor 20 mld EUR meer consumeren, voor 20 mld EUR meer sparen en tenslotte moeten ze hierdoor 10 mld EUR extra aan directe belastingen betalen. Zal Y bm hierdoor in waarde veranderen? Bereken deze (eventuele) wijziging en toon dit nauwkeurig aan de hand van de 3 berekeningswijzen.

1 De economische kringloop

1 De economische kringloop 1 De economische kringloop Wat is Marco-economonie? Studie van het verband tussen Gezinnen Bedrijven Overheid Buitenland Welke soorten economische vraagstukken hebben we? Productie Werkloosheid Inflatie

Nadere informatie

H2: Economisch denken

H2: Economisch denken H2: Economisch denken 1 : Produceren Produceren: Het voortbrengen van goederen en diensten met behulp van de productiefactoren door bedrijven en de overheid. Alleen bedrijven en de overheid kunnen produceren

Nadere informatie

1ste bach PSW. Economie. 2de semester. uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be B14 6.00 EUR

1ste bach PSW. Economie. 2de semester. uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be B14 6.00 EUR 1ste bach PSW Economie 2de semester Q uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be B14 6.00 EUR Nieuw!!! Online samenvattingen kopen via www.quickprintershop.be Zie vorig semester Werkcolleges,

Nadere informatie

Gezinnen. Overheid. Bedrijven. Buitenland

Gezinnen. Overheid. Bedrijven. Buitenland Hoofdstuk 2 Basisinzichten Opgave 1 NBP fk 990 S = 120 Gezinnen Bg = 50 C = 820 Overheid NBPov = 90 Indir. Bel. = 70 Cov = 50 Iov = 10 NBPb = 900 Bedrijven I = 110 X = 910 M = 930 Buitenland B NBPfk Bg

Nadere informatie

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 ConsumentenPrijsIndexcijfer Consumenten Prijsindexcijfer in

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

De JetStar bestaat uit een reeks onderdelen die in de onderneming JetFun bvba worden geproduceerd.

De JetStar bestaat uit een reeks onderdelen die in de onderneming JetFun bvba worden geproduceerd. De onderneming JetFun bvba produceert één type jetski, de JetStar. De JetStar bestaat uit een motor die de jetski aandrijft. De motor is een Kawasaki 23 pk die wordt aangekocht. De JetStar bestaat uit

Nadere informatie

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat.

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat. Bestedingsevenwicht - 1 van 15 MACRO-ECONOMISCH BESTEDINGSEVENWICHT Welke factoren bepalen de grootte van het nationaal inkomen? Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en

Nadere informatie

Voorbeeld 1 In een klas van 29 leerlingen hebben 3 leerlingen een onvoldoende behaald voor een toets.

Voorbeeld 1 In een klas van 29 leerlingen hebben 3 leerlingen een onvoldoende behaald voor een toets. 1. Het berekenen van een percentage Voorbeeld 1 In een klas van 29 leerlingen hebben 3 leerlingen een onvoldoende behaald voor een toets. Bereken (in 1 decimaal nauwkeurig) hoeveel procent van de leerlingen

Nadere informatie

Modellen. Hoofdstuk 3

Modellen. Hoofdstuk 3 Modellen Hoofdstuk 3 Keynes in model Vereenvoudigde weergave van de economische werkelijkheid met geaggregeerde grootheden. Economische modellen worden gebruikt voor voorspellingen en daarop wordt overheidsbeleid

Nadere informatie

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro.

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro. Grote opgave personele inkomensverdeling Blz. 1 van 4 personele inkomensverdeling Inkomensverschillen tussen personen kunnen te maken hebben met de verschillende soorten inkomen. 1 Noem drie soorten primair

Nadere informatie

Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow

Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow Werkkapitaal, Equity cashflow, Entity cashflow en Discretionary Cashflow Er is al heel wat gezegd en geschreven over het onderwerp Cash Flows. Wat ons blijft verbazen is hoe onvolledig deze publicaties

Nadere informatie

20.1 Wat is economische groei?!

20.1 Wat is economische groei?! 20.1 Wat is economische groei? Om te beoordelen of er geproduceerd is, moet het BBP worden gecorrigeerd voor de inflatie. BBP is de totale product door binnenlandse sectoren. We vinden dan de toename van

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

CEP-op-maat: de kunststof- en rubberindustrie in Nederland 2001-2003

CEP-op-maat: de kunststof- en rubberindustrie in Nederland 2001-2003 CPB Memorandum Hoofdafdeling(en) : III Afdeling(en) : Technologie en Industrie Samensteller(s) : Harold Creusen (h.p.w.a.creusen@cpb.nl), Marieke Rensman (m.rensman@cpb.nl), Bert Minne (b.minne@cpb.nl)

Nadere informatie

MO02 Begro+ng. College 5

MO02 Begro+ng. College 5 MO02 Begro+ng College 5 Inhoud van dit consult Waarom een exploita1ebegro1ng? Hoe maak je een exploita1ebegro1ng? Wat is een exploita1ebegro1ng? Kosten/omzet in deze minorperiode Toelich1ng op afschrijving

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 14

auteursrechtelijk beschermd materiaal OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 14 OPLOSSINGEN OEFENINGEN Hoofdstuk 14 Open vragen OEFENING 1 1) Op de markten van individuele goederen en diensten (inbegrepen de diensten van arbeid en kapitaal) wordt de vraag naar individuele goederen

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-074 13 juli 2006 9.30 uur Uitgaven huishoudens hoger dan inkomsten De Nederlandse economie is in 2005 met 1,5 procent gegroeid. Het voor inflatie gecorrigeerde

Nadere informatie

Economie module 4 Ruilen in de tijd. goederen kopen

Economie module 4 Ruilen in de tijd. goederen kopen Economie module 4 Ruilen in de tijd 27 blz. werkboek = 1 ½ blz. per les H1 par 1 & 2 vb.1 O O sparen om tijd storting + rente iets te kopen goederen kopen vb.2 O O geld lenen om tijd aflossing + rente

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

2. Inkomen uit arbeid

2. Inkomen uit arbeid Jijzelf en/of het gezin waarvan je deel uitmaakt, kunnen dus op verschillende manieren aan een inkomen geraken. Er zijn drie grote categorieën. inkomen uit arbeid inkomen uit sociale vergoedingen en toevallige

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11 Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Opgave 1 Een nv beschikt op 1 januari 2010 over de volgende gegevens: - geplaatst aandelenvermogen 40.000.000

Nadere informatie

Domein E: Concept Ruilen over de tijd

Domein E: Concept Ruilen over de tijd 1. Het bruto binnenlands product is gestegen met 0,9%. Het inflatiepercentage bedraagt 2,1%. Bereken de reële groei van het BBP. 2. Waarmee wordt het inflatiepercentage gemeten? 3. Lees de onderstaande

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 EXAMEN: 2002-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 EXAMEN: 2002-I TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1 NIVEAU: HAVO EAMEN: 2002-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die

Nadere informatie

Proeftoets Economische Bedrijfsomgeving

Proeftoets Economische Bedrijfsomgeving Proeftoets Economische Bedrijfsomgeving 1. Schaarste heeft in de economie een andere betekenis dan in het normale spraakgebruik. We spreken in de economie van schaarste als: a. De behoeften beperkt en

Nadere informatie

Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek.

Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek. Opgave 1 M-vragen Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek. Euros to 1 RL 1 Is in de periode 31 maart 17 april sprake van een devaluatie van de euro ten opzichte

Nadere informatie

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur Paragraaf 7.1 Groeit de economie? BBP = Bruto Binnenlands Product, de totale productie in een land in één jaar Nationaal inkomen = het totaal van alle inkomens in een land in één jaar Inkomen = loon, rente,

Nadere informatie

p1 = 20 euro p2 =10 euro Budget = 100 euro Stel budgetvergelijking op en teken budgetlijn Budgetvergelijking: B = 20q 1 + 10q 2 Budgetlijn.

p1 = 20 euro p2 =10 euro Budget = 100 euro Stel budgetvergelijking op en teken budgetlijn Budgetvergelijking: B = 20q 1 + 10q 2 Budgetlijn. 1. Wat zijn behoeften? 2. Waarom is er sprake van schaarste bij behoeften? 3. Leg uit waarom netto-baten een beter begrip bij te keuzen maken dan baten. 4. Leg met een voorbeeld uit wat alternatief aanwendbaar

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. De economische kringloop Voor de beantwoording van de vragen 1 tot en met 6 moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de

Nadere informatie

BESTEMMING VAN HET RESULTAAT

BESTEMMING VAN HET RESULTAAT BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 4: BESTEMMING VAN HET RESULTAAT Indeling: 1. Juridische aspecten 2. Boekhoudkundige verwerking 3. Gevolgen voor de financiële structuur van de onderneming Bestemming resultaat

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie

Examen HAVO en VHBO. Economie Economie Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Dinsdag 22 juni 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 37 vragen.

Nadere informatie

De inkomensverdeling tussen sectoren 10. Auteur Frank Notten

De inkomensverdeling tussen sectoren 10. Auteur Frank Notten De inkomensverdeling tussen sectoren 1. Auteur Frank Notten Het nationaal inkomen wordt verdiend door de verschillende sectoren binnen de Nederlandse economie. Het aandeel van bedrijven binnen het beschikbaar

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET. houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 BIJLAGEN

VLAAMS PARLEMENT ONTWERP VAN DECREET. houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1998 BIJLAGEN Stuk 15 (1997-1998) Nr. 1 Bijlagen Addendum VLAAMS PARLEMENT Zitting 1997-1998 23 oktober 1997 ONTWERP VAN DECREET houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar

Nadere informatie

Economie Samenvatting H11

Economie Samenvatting H11 Paragraaf 1 Inkomens- en productiebegrippen Economie Samenvatting H11 Toegevoegde waarde = de waarde die tijdens het productieproces met behulp van productiefactoren aan gebruikte grond- en hulpstoffen

Nadere informatie

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8 betalingsbalans Zweden behoort tot de EU maar (nog) niet tot de EMU. Dat maakt Zweden een leuk land voor opgaven over wisselkoersen, waarbij een vrij zwevende kroon overgaat naar een kroon met een vaste

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL - COMPEX

Examen VMBO-GL en TL - COMPEX Examen VMBO-GL en TL - COMPEX 2009 tijdvak 1 woensdag 27 mei totale examentijd 2 uur economie CSE GL en TL COMPEX Vragen 1 tot en met 24 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Ruilen over de tijd Intertemporele substitutie Bedrijven lenen geld om te investeren

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

STICHTING RIQQ TE DIEREN. Rapport inzake jaarstukken 2014

STICHTING RIQQ TE DIEREN. Rapport inzake jaarstukken 2014 STICHTING RIQQ TE DIEREN Rapport inzake jaarstukken 2014 Aan het bestuur van Stichting RIQQ Postbus 322 6950 AH Dieren Kenmerk Behandeld door Datum 001000 A.P.W. Oud 9 maart 2015 Geachte directie, Hierbij

Nadere informatie

Economie Samenvatting M4

Economie Samenvatting M4 Economie Samenvatting M4 Hoofdstuk 1 De prijs van tijd Ruilen over tijd is een belangrij onderdeel van economisch handelen. Dat geldt voor huishoudens, bedrijven en de overheid. Gezinnen sparen voor hun

Nadere informatie

LESDOSSIER: KOSTPRIJSBEREKENING

LESDOSSIER: KOSTPRIJSBEREKENING LESDOSSIER: KOSTPRIJSBEREKENING Situatie Wanneer men als handelaar een product verkoopt of een dienstverlening verleent, dient men een prijs te bepalen om te verkopen. Hoe gaat men tewerk? Met wat dient

Nadere informatie

Domein Welvaart en Groei

Domein Welvaart en Groei Domein Welvaart en Groei Zie steeds de eenvoud!! havo Frans Etman Welvaart Welvaart Hoe je jouw wensen kan vervullen met producten. Dat is thuistaal. Voor een toets schrijf je op: de mate van behoeftebevrediging

Nadere informatie

BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN

BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN a De standaardprocedure: getallen splitsen Zo lukt het altijd: 98 + 476 = 98 + 400 + 70 + 6 = 698 + 70 + 6 = 768 + 6 = 774 b Van plaats wisselen Uitsluitend te gebruiken

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 & h2 samengevat 2 h3 samengevat 3 h4 samengevat 4 wat moet weten 5 Begrippen 6 & 7 Links 7 Test je

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2002-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2002-II 4 Antwoordmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening is: 1,5

Nadere informatie

BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN

BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN a De standaardprocedure: getallen splitsen Zo lukt het altijd: 98 + 476 = 98 + 400 + 70 + 6 = 698 + 70 + 6 = 768 + 6 = 774 b Van plaats wisselen

Nadere informatie

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Bankzaken 1 maximumscore 1 Voorbeeld van een juiste verklaring: De inflatie van 1,6% is een gemiddelde waarin de

Nadere informatie

SCHATTING BBO OPBRENGSTEN

SCHATTING BBO OPBRENGSTEN SCHATTING BBO OPBRENGSTEN 1. Opbrengsten BBO aan overheidsinkomsten Voordat wordt ingegaan op de opbrengsten die de BBO aan Lands kas zal bijdragen, wordt stilgestaan bij het gegeven dat het BBO-stelsel

Nadere informatie

De handelsbetrekkingen van België met Bolivia

De handelsbetrekkingen van België met Bolivia De handelsbetrekkingen van België met Bolivia Algemeen: 2010 (schattingen) BBP 19,4 miljard USD Groeipercentage van het BBP 4,2% Inflatie 7,2% Uitvoer van goederen (FOB) Invoer van goederen (FOB) Handelsbalans

Nadere informatie

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als %

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als % Inflatie Stijging algemene prijspeil Consumenten Prijs Indexcijfer Gewogen gemiddelde Voordeel: Mensen met schulden Nadeel: Mensen met loon, spaargeld Reële winst bedrijven daalt Rentekosten bedrijven

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

PUBLICATIEVERSLAG 2014 STICHTING NIVOZ, Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken

PUBLICATIEVERSLAG 2014 STICHTING NIVOZ, Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken PUBLICATIEVERSLAG 2014 STICHTING NIVOZ, Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken Inhoudsopgave JAARREKENING 2014... 2 TOELICHTING OP DE JAARREKENING... 3 OVERIGE GEGEVENS... 4 Pagina 1 Jaarrekening

Nadere informatie

Absoluut Relatief = in verhouding = procentueel; procentuele verandering procentpunt; perunage, promille; juist afronden groei over groei

Absoluut Relatief = in verhouding = procentueel; procentuele verandering procentpunt; perunage, promille; juist afronden groei over groei Absoluut Relatief = in verhouding = procentueel; procentuele verandering procentpunt; perunage, promille; juist afronden groei over groei (groeifactoren) terugrekenen in de tijd (met groeifactoren) nominaal,

Nadere informatie

Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% Stel de inkoopprijs bedraagt 800 en de winstmarge 10% van de

Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% Stel de inkoopprijs bedraagt 800 en de winstmarge 10% van de Marge berekeningen Inkoopprijs + marge = verkoopprijs Een voorbeeld marge van de inkoopprijs Inkoopprijs 100% + marge 10% = verkoopprijs 110% marge van de verkoopprijs Inkoopprijs 90% + marge 10% = verkoopprijs

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs

Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs Opgave 4-2 Er is hier sprake van een onderneming die een bepaald type koffieautomaat produceert. Op grond van dit gegeven zal bepaald moeten worden

Nadere informatie

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD Module 4 Nu en later Inflatie Definitie: stijging van het algemeen prijspeil Gevolgen van inflatie koopkracht neemt af Verslechtering internationale concurrentiepositie Bij

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Financiële Rekenkunde

Examen PC 2 vak Financiële Rekenkunde Examen PC 2 vak Financiële Rekenkunde Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 5 onderdeel: Financiële Rekenkunde datum: 28 juni 2013 tijd: 14.00 15.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met

Nadere informatie

Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke productie/afzet.

Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke productie/afzet. www.jooplengkeek.nl Nacalculatie bij homogene productie Berekening van het bedrijfsresultaat Bij het na-calculatorische budget bepalen we achteraf wat de kosten hadden mogen zijn op basis van de werkelijke

Nadere informatie

Aurington. Administratie en Advies

Aurington. Administratie en Advies Aurington Administratie en Advies Let op de houdbaarheidsdatum! Mei 5 Pincode 6 7 8 Boetes Dit jaar Deze maand De balans Tandorine B.V. Debet Activa Bezittingen Wat heb ik? Credit Passiva Vermogen Hoe

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij?

Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij? Paragraaf 1: Het nationaal inkomen Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij? Voor iedere productiefactor die gezinnen ter beschikking stellen, krijgen ze een beloning. In het schema kun

Nadere informatie

Break-Even Analyse. Vaste Kosten Variabele Kosten DE EXTRACOMPTABELE KOSTENCALCULATIE

Break-Even Analyse. Vaste Kosten Variabele Kosten DE EXTRACOMPTABELE KOSTENCALCULATIE Vaste Kosten Variabele Kosten f() = f() Directe kosten Indirecte kosten rechtstreeks toewijsbaar niet-rechtstreeks toewijsbaar DE EXTRACOMPTABELE KOSTENCALCULATIE Gedurende de boekingsperiode worden alle

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 BASISBEGINSELEN VAN HET DUBBEL BOEKHOUDEN

HOOFDSTUK 1 BASISBEGINSELEN VAN HET DUBBEL BOEKHOUDEN WOORD VOORAF... OVER DE AUTEURS... v vii HOOFDSTUK 1 BASISBEGINSELEN VAN HET DUBBEL BOEKHOUDEN 1 INLEIDING... 2 2 DE BALANS... 3 2.1 Ondernemingsmiddelen of activa... 4 2.2 Ondernemingsbronnen of passiva...

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Opgave 1.1 1. 171. 2. 26,176. 3. 13.758,57. Opgave 1.2 1. 16.687. 2. 832. 3. 469,078. Opgave 1.3 1. 250,-. 2. 11,94114769. 3. 124.

Hoofdstuk 1. Opgave 1.1 1. 171. 2. 26,176. 3. 13.758,57. Opgave 1.2 1. 16.687. 2. 832. 3. 469,078. Opgave 1.3 1. 250,-. 2. 11,94114769. 3. 124. Hoofdstuk 1 Opgave 1.1 1. 171. 2. 26,176. 3. 13.758,57. Opgave 1.2 1. 16.687. 2. 832. 3. 469,078. Opgave 1.3 1. 250,-. 2. 11,94114769. 3. 124. Opgave 1.4 1. 25,24. 2. 1.486,35. 3. 28.459.000,-. 4. 4.659,-.

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend.

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. De goedkoopste auto van Nederland 1 B 2 maximumscore 1 7.498-2.024 = 5.474 3 maximumscore 2 De brandstofkosten

Nadere informatie

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting.

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Hoofdstuk 4 Beoordeling van de liquiditeit Extra opgaven Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Opgave 4.4a De handelsonderneming Hartema vof heeft

Nadere informatie

FINANCIEEL VERSLAG 2014 STG. TUIN LAAG OORSPRONG OOSTERBEEK

FINANCIEEL VERSLAG 2014 STG. TUIN LAAG OORSPRONG OOSTERBEEK FINANCIEEL VERSLAG 2014 STG. TUIN LAAG OORSPRONG OOSTERBEEK JAARREKENING 2014 1 BALANS PER 31 DECEMBER 2014 (na resultaatbestemming) 31 december 2014 31 december 2013 ACTIVA Vaste activa Materiële vaste

Nadere informatie

Vwo 3 deel H4 t/m 4.10. Ontwerp power point: Henk Douna

Vwo 3 deel H4 t/m 4.10. Ontwerp power point: Henk Douna Vwo 3 deel H4 t/m 4.10 Ontwerp power point: Henk Douna De komende weken: ondernemingen Consumenten De markt Producenten Bijvoorbeeld Goederenmarkt Arbeidsmarkt Vermogensmark t Overheid 2 Weten we het nog:

Nadere informatie

Domein Welvaart en Groei

Domein Welvaart en Groei Domein Welvaart en Groei Zie steeds de eenvoud!! vwo Frans Etman Welvaart Welvaart Hoe je jouw wensen kan vervullen met producten. Dat is thuistaal. Voor een toets schrijf je op: de mate van behoeftebevrediging

Nadere informatie

Persoonlijk Financieel Advies

Persoonlijk Financieel Advies Persoonlijk Financieel Advies Frits Suzanne Inhoudsopgave Basisgegevens Inkomens- en vermogensplanning Indicatief overzicht lijfrente-uitkeringen Specificatie vaste lasten Grafiek inkomens- en vermogensplanning

Nadere informatie

8.1 Voorraadwaardering

8.1 Voorraadwaardering 8.1 Voorraadwaardering 8.1.2 Toystore A. Eindvoorraad In eenheden: 450 beginvoorraad 90 125 95 aankopen 200 150-80 -110 verkopen -280 eindvoorraad: 640 Het aantal verkochte goederen is: 80 110 280 470

Nadere informatie

TENTAMEN. HvA-HES ALGEMENE ECONOMIE

TENTAMEN. HvA-HES ALGEMENE ECONOMIE TENTAMEN HvA-HES ALGEMENE ECONOMIE 2012- H2 Onderwijseenheid : AECVS2FE01-1 & AECVS2FS01-1 Opleiding FRE & FSM 2 e jaars Datum : 5 juli 2012 Tijd : 17.15 19.15 uur VRJ NB Opgave 1, 2 en 3 moet door iedereen

Nadere informatie

HET BEREKENEN VAN VERANTWOORDE VERKOOPPRIJZEN VOOR BANKETGEBAK

HET BEREKENEN VAN VERANTWOORDE VERKOOPPRIJZEN VOOR BANKETGEBAK HET BEREKENEN VAN VERANTWOORDE VERKOOPPRIJZEN VOOR BANKETGEBAK Voorstelling van het op regionaal vlak aanvaarde systeem van verkoopprijsberekening. Praktische uitleg van het manuele systeem. 1 Inhoudstabel

Nadere informatie

Examen VWO. Management & Organisatie (nieuwe stijl)

Examen VWO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Management & Organisatie (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 26 mei 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 71 punten te behalen; het examen

Nadere informatie

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC)

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) Het maximaal aantal te behalen punten voor deze toets is 90. Bij elke vraag of opdracht staat aangegeven hoeveel punten u daarvoor kunt halen. De beschikbare examentijd

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2 Inhoud 1 Inleiding 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2 modellen 12 2 Markt of overheid 1 de vraag 14 Prijzen en gevraagde hoeveelheid 14 D De vraagfunctie 14 D Verschuiving

Nadere informatie

2. Voorstel tot statutenwijziging in verband met splitsing van aandelen in de verhouding 1:2

2. Voorstel tot statutenwijziging in verband met splitsing van aandelen in de verhouding 1:2 Koninklijke DSM N.V. gevestigd te Heerlen Agenda algemene vergadering van aandeelhouders van Koninklijke DSM N.V., te houden op het hoofdkantoor van de vennootschap, Het Overloon 1, Heerlen, op maandag

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd

Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd quiz beginner printen en uitsnijden of knippen. Bijlage

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

JAARSTUKKEN 2011. Anton Heyboer Stichting Den Ilp. Opdracht Samenstellingsverklaring Algemeen Fiscale positie

JAARSTUKKEN 2011. Anton Heyboer Stichting Den Ilp. Opdracht Samenstellingsverklaring Algemeen Fiscale positie JAARSTUKKEN 2011 Anton Heyboer Stichting Den Ilp Inhoudsopgave: Verslag Opdracht Samenstellingsverklaring Algemeen Fiscale positie Jaarrekening Balans per 31 december 2011 Winst- en verliesrekening 2011

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl) Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economische wetenschappen I en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Voor dit examen zijn maximaal 62 punten te behalen; het examen bestaat

Nadere informatie