ntwoorden inleiding Antwoorden handboek 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ntwoorden inleiding Antwoorden handboek 1"

Transcriptie

1 ntwoorden inleiding Opdracht 1.1 a. Natuurkunde, scheikunde, biologie, geneeskunde. b. Natuurkunde: theorie van het licht, ballistiek (kogelbanen), microscopie. Scheikunde: eigenschappen van stoffen vaststellen, chromatografie, reacties om DNA te isoleren. Biologie: opbouw van de cellen, chromosomen, DNA. Geneeskunde: vaststellen tijdstip van overlijden, doodsoorzaak bepalen, bloedonderzoek. c. Nederlands Forensisch Instituut. Politielaboratoria. d. Je kunt aan forensisch onderzoek meedoen op allerlei niveaus. Er zijn vacatures op mbo- hbo- en wo-niveau. Opleidingen o.a. aan de Hogeschool van Amsterdam Zie ook: -onderzoek/ Vraag 3 a. Aanwijzingen hiervoor zijn: het zijn de enige voetsporen en ze gaan langs de dode, ze kunnen dus niet van de dode zijn. b. Het lijkt er op. Er is steeds in de richting van het pad, dus in de richting van het vluchtende slachtoffer, geschoten. c. Van de voetafdrukken is alleen de voorzool zichtbaar en niet de hak. Dit wijst op rennen. Opdracht 4 Situatie om 00.25: Temperatuur uur: 35,4 0C Omgevingstemperatuur: 11 0C. Het waaide. Lijkstijfheid en Livor Mortis zijn licht ontwikkeld. Situatie op 11 oktober 8.00 uur: Paarse vlekken van de Livor Mortis op buik zichtbaar. Op grond van de gegevens van de opgegeven website (zie figuur hieronder) is de verstreken tijd sinds uur: tussen 0,5 uur en 6,1 uur. Dit geeft: Het tijdstip van de dood: 10 oktober tussen uur en uur. De geschatte (gemiddelde) verstreken tijd: 3,3 uur (3 uur;18 min): tijdstip dat dood intrad: uur. Het tijdstip dat de schoten zijn gehoord: uur 5 min = uur ligt binnen genoemde grenzen. Antwoorden handboek 1 Opdracht 5 er ontstaat een vingerafdruk doordat de papillairlijnen een zachte ondergrond indrukken, zoals in zachte klei bij een stoffige of vuile ondergrond wordt een deel van het stof of vuil, als vingerafdruk, weggenomen een metalen ondergrond kan geëtst worden door zuren aanwezig in het huidvet een vuile of met bloed besmeurde vinger kan een afdruk achterlaten op een voorwerp de in het huidvet aanwezige aminozuren kunnen in een ondergrond zoals papier

2 trekken. Opdracht 6 Argentoraatpoeder, ninhydrine, magnabrush, cyanoacrylaat. Zie website (URL4 leerlingenmateriaal) /zichtbaar maken. Vraag 8 Gewicht, lengte, haarkleur, oogkleur, huidskleur, geslacht etc. Vraag 9 Rangschikken, ordenen, indelen. Hier bij vingerafdrukken: het groeperen van vingerafdrukken in hoofdgroepen op grond van de hoofdpatronen. Opdracht 10 Voorbeelden van hoofdpatronen zijn: bogen, lussen, ringen en kernen van meerdere huidlijnen. Zie website (URL4 leerlingenmateriaal)/patronen. Opdracht 11 Voorbeelden van typica zijn: lijnunit, lijnfragment, bifurcatie, oog, haak en beginnende of eindigende papillairlijn. Zie website (URL4 leerlingenmateriaal)/benaming typica. Vraag 12 1 en 2: beginnende of eindigende papillairlijn; 3: oog; 4, 8 en 9: bifurcatie; 5 en 12: haak; 6 en 10: lijnfragment; 7: tussenlijn; 11: lijnunit. Opdracht 13 a. Vanuit A: 4 verbindingslijnen naar B,C,D en E. Over vanuit B: 3lijnen naar C,D en E. Over vanuit C: 2 lijnen naar D en E. Over vanuit D: 1 lijn naar E. Over vanuit E: 0 lijnen. Dus totaal: = 10 verbindingslijnen. b. Algemene formule bij N punten: op dezelfde manier: N-1. Dit is een rekenkundige reeks, waarvan de som: ½N(t1+tN)= ½N(0 + N-1)= ½ N(N-1) t en tn zijn de eerste en laatste (Ne) term. (Voor N=5 klopt dit: som is 10.) c. Voor N=13: som = ½ x 13 x 12 = 78 verbindingslijnen. Antwoorden handboek 3 Opdracht 18 Er geldt G = H A/l of H = G.l/A de eenhedenvergelijking is dan eenheid H = S.m/m2 = S/m Opdracht 19 a. De elektrische weerstand R van de opstelling is R = U/I = (5,0 V)/(3, A) De geleidbaarheid G = 1/R = (3, A)/ = (5,0 V) = 6, S b. Soortelijke geleidbaarheid H = G.l/A = (6, S)(0,10 m)/(0,03 m x 0,04 m) = 0,04 S

3 Antwoorden handboek 4 Vraag 23 De stof smelten en de temperatuur meten: een zuivere stof heeft een smeltpunt en een mengsel heeft een smelttraject. Vraag 24.1 a. Door destillatie. b. Ligging van het kookpunt (voor water hoger dan voor methanol). Vraag 24.2 a. Stap 1: ethanol toevoegen en filtreren: alleen jood lost op, keukenzout en krijt blijven achter. Stap 2: indampen oplossing geeft jood. Stap 3: water toevoegen en filtreren: alleen keukenzout lost op, alleen krijt blijft achter. Stap 4: indampen oplossing geeft keukenzout. b. Deze scheidingsmethode berust op de eigenschap oplosbaarheid. Vraag 24.3 a. Water toevoegen en filtreren: alleen NaNO3lost op, alleen CaCO3 blijft achter Indampen oplossing geeft keukenzout. b. Deze scheidingsmethode berust op de eigenschap oplosbaarheid. Vraag 24.4 a. Adsorptie. b. Verschil in aanhechtingsvermogen. Vraag 24.5 a. Afschenken van de olie die op het water drijft. b. Oplosbaarheid en dichtheid: olie en water lossen niet in elkaar op; olie heeft drijft op het water door zijn lagere dichtheid. Opdracht 25.1 Ethanol: C2H5OH Molecuulmassa: 2x12,0 + 6x1,0 + 1X16,0 = 46,0 Methanol: CH3OH Molecuulmassa: 1x12,0 + 4x1,0 + 1x16,0 = 32,0 Opdracht 25.2 a. destillatie b. destillatieopstelling Opdracht 26 Opdracht 28.2 Drie manieren om suiker voor 100% te identificeren: reactie van Fehling infraroodspectroscopie specifieke draaiing van polarisatievlak van opgeloste suikers in polarimeter.

4 Antwoorden handboek 5 Vraag 29 a. Respectievelijk het (chromatografie-)papier en de (loop-)vloeistof. b. Lost het beste op in loopvloeistof en adsorbeert het minst aan papier. c. Lost het slechtst op in loopvloeistof en adsorbeert het meest aan papier. Vraag 30 a. Meet voor elke component met een liniaal de afstand (a) tussen de component en de basislijn. Meet de afstand (A) tussen de basislijn en het vloeistoffront. Rf = a / A. b. De Rf-waarde ligt tussen 0 en 1. c. onderste vlek Rf = 0,2; middelste vlek Rf = 0,5; bovenste vlek Rf = 0,8. Opdracht 32.1 a. Leerlingen doen dit zelf. b. Beter is om beide inkten naast elkaar op één stuk papier aan te brengen en te scheiden. Zo worden de omstandigheden zo gelijk mogelijk gehouden en kunnen de vlekken makkelijker vergeleken worden. Daarnaast kunnen beide inkten op elkaar aangebracht worden waarna ze gezamenlijk gescheiden worden. Als het dezelfde inkt betreft dan zal hetzelfde vlekkenpatroon te zien zijn. Bij twee verschillende inkten, waarbij de Rf-waarden van de componenten toevallig dicht bij elkaar liggen, zal er hoogstwaarschijnlijk splitsing van één of meerdere vlekken te zien zijn door het niet helemaal gelijk zijn van de Rf-waarden. Afhankelijk van de beschikbare tijd kan er door de leerlingen nog een (beter) chromatogram worden gemaakt of kan er op voorhand al door verschillende groepjes op een andere manier de chromatogrammen gemaakt worden. Antwoorden handboek 6 Vraag 33 a. De massa (m) van de kogel: m = 40x 64,8 mg = 2, mg = 2,592 g = 2, kg. Invullen in de formule voor de kinetische energie geeft: (2, )(340 / ) 149,8 2 2 kin E = mv = - kg m s = J b. Als de verbrandingsenergie van buskruit geheel zou worden omgezet in de kinetische energie van de kogel, geldt: kin verbranding E = E of 149,8J = m.( J / kg) Daaruit volgt voor de massa van het verbrande buskruit: ,8 3, , / J m kg mg J kg = = - =

5 c. De verbrandingsenergie van buskruit wordt niet alleen omgezet in kinetische energie, maar ook in warmte. Vraag 34 Er geldt 0 kin kin kin W = DE = E - = E Ook geldt: _ W = F Ds. Voor de gemiddelde kracht die door de verbrandingsgassen in de geweerloop op de kogel wordt uitgeoefend geldt: _ 3 149,8 1, ,12 kin E J F N s m = = = D Vraag 35 a. Er geldt ,15.10 (0, 295)( ) (1,3 / )(340 / ) 0, lw w m F c Ar v p kg m m s N - = = = b. Ja, door de wrijvingskracht neemt de snelheid v van de kogel af. De wrijvingskracht hangt van v2 af en zal dus ook afnemen. Alleen, het is waarschijnlijk een klein effect. c. Door de arbeid Wlw van de luchtwrijvingskracht op de kogel neemt de bewegingsenergie af. ( 0,25 ).(1 ) 0,25 lw lw W = F s = - N m = - J d. Er geldt: lw kin kin,2 kin,1 W = DE = E - E, waarin Ekin,1 de begin-kinetische energie van de kogel is en Ekin,2 die na de vertraging. Nu is: 2 3 2,1 1 1 (2, )(340 / ) 149,8 2 2 kin E = mv = - kg m s = J Invullen geeft:,2,1 149,8 0,25 149,6 kin kin lw E = E +W = J - J = J Dus vrijwel geen verandering. Percentage verandering is: ,25 1, , ,8 kin lw kin kin E W J E E J

6 D - = = = = Vraag 37 a. De revolverkogel heeft zowel een hogere initiele vervormingenergie: door zijn punt zal de kogel niet zo snel vervormen, als een hogere vervormingconstante: als hij vervormt, zal dat door zijn punt maar gering zijn. Hij dringt verder in het materiaal door. (Bekend zijn de dumdumkogels, waarbij de punt van de kogel is afgevijld.) Doordat zij heel sterk vervormen en daardoor afstoppen, wordt alle bewegingsenergie in een beperkt deel van het lichaam afgestaan. Zij richten daardoor in het lichaam grote schade aan. Ze zijn daarom op grond van internationale afspraken verboden. b. Er geldt: kin 0 v E - E = c Ds, waarin E0 = 14,8 J en Os = 0 (nog net), zodat kin 0 E = E, dus kin E = mv = E, zodat ,8 2,1.10 / 0,7.10 E v m s m = = = Vraag 38 a. 0 8,1 (8,3 / ).(17 ) 149,2 kin v E = E + c Ds = J + J cm cm = J b. Bij de dood van Vermeer ging het om 40-punts munitie (zie vraag 32) dus: c. m = 40x 64,8 mg = 2, mg = 2,592 g = 2, kg , / 2, kin E v m s m - = = = d. Nu wordt: , (200 / ) 51,8 2 2 kin E = mv = - kg m s = J. Invullen in: kin 0 v E - E = c Ds of 0 51,8 8,1 5,3 8,3 / kin v E E J J s cm

7 c J cm D = - = - = Vraag 39 a. In het politiedossier worden twee kogelinslagen in bomen genoemd: kogel01 op 1,05 m hoogte en aan alle zijde evenveel beschadigd, kogel02 op 0,90 m hoogte in vrijwel horizontale stand. Dit zijn aanwijzingen dat de derde fatale kogel ook van ongeveer 1 m hoogte is geschoten. b. Bij het verlaten van de loop heeft de kogel een kinetische energie: Ekin = 149,8 J (zie vraag 32a). Direct voor de inslag: Ekin = 149,2 J (zie vraag 37a), Zodat de kinetische energievermindering door de luchtwrijving 149,8 149,6 0,6 kin DE = J - J = J Dit is gelijk aan de arbeid Wlw door de luchtwrijvingskracht Flw. Per meter is deze arbeid: 0,25 J/m (zie vraag 34a). 0,6 (0,25 / ). lw kin W = DE = J = J m Ds, zodat 0,6 2,4 2 0, 25 / J s m m J m D = =». Deze afstand is niet erg betrouwbaar vanwege de onbetrouwbaarheid in de 0,6 J. Het schot is in ieder geval van dichtbij afgeschoten. c. Dat zou heel goed kunnen. Antwoorden handboek 7 Opdracht 43 a. De reactie tussen luminol en waterstofperoxide is bijzonder traag. Het is niet erg als je beide vlak voor de proef met elkaar mengt. b. A en C als het goed is. c. De aanwezigheid van: micro-organismen (denk hierbij aan schimmels en bacteriën) joodionen en chloorionen, bijvoorbeeld in schoonmaakmiddelen formalineoplossing (ook wel 'sterk water' genoemd) peroxidasen in planten zoals vooral voorkomen in citrusvruchten, bananen, watermeloenen en talloze groentesoorten een groot aantal verfsoorten. Antwoorden handboek 8 Opdracht 44 Mogelijk antwoord: a. Het eerste paar op de tweede rij. b. Een man met (afhankelijk van het aantal X-chromosomen) meer of minder vrouwelijke kenmerken (o.a. borstvorming, kleine testikels, ) Opdracht 45.2

8 a. Bloed, speeksel, sperma, haar, huischilfers. b. Alle lichaamscellen bevatten hetzelfde DNA. Opdracht 45.3 Niet-coderend DNA bevat geen genen en dus geen informatie over erfelijke eigenschappen. Opdracht 46 In de tekening moet duidelijk worden dat het aantal herhalingen van een repeterende sequentie kan verschillen per persoon. Opdracht 47.1 Dit is een zelfinstruerende site, waar de antwoorden te vinden zijn. Opdracht 47.2 Het DNA-onderzoek kent de volgende stappen: Isoleren van het DNA met als doel het vaststellen van het DNA-profiel. Dit is beschrijving DNA-kenmerken (aantal herhalingen) op verschillende loci van het DNA. Vermeerderen met PCR: DNA van de specifieke loci. FNI gebruikt 10 loci op 10 verschillende chromosomenparen. Piekenanalyse met DNA-analyse apparatuur: elke locus laat 1 of 2 pieken zien: de plaats van de piek geeft het DNA-kenmerk (aantal herhalingen). De twee pieken zijn afkomstig van de DNA-kenmerken op beide chromosomen van een paar. Bij 1 piek hebben beide chromosomen hetzelfde DNA-kenmerk Opdracht 47.3 a. Short tandem repeat: korte stukjes sequentie bestaande uit 2 tot 7 bouwstenen die een aantal malen in tandem gerepeteerd worden. b. Locus: een door een code bepaalde plaats op een DNA molecuul. c. DNA-kenmerk: het aantal herhalingen van een kort stukje DNA op een zekere locus. d. DNA-profiel: de DNA-kenmerken van een aantal loci. Als je van tien loci de kenmerken hebt, spreek je van een volledig DNA-profiel. Opdracht 48.2 a. PCR-apparaat geïsoleerd DNA polymerase nucleotiden 2 primers. b. Met de PCR-techniek kun je van een kleine hoeveelheid DNA heel veel kopieën maken zodat je genoeg hebt om het in een chromatografiekolom te analyseren. Uit het totale DNA kun je met de PCR-techniek de hypervariabele gebieden uitkiezen en de rest van het DNA niet bestuderen. Opdracht 49 a. Bovenste stip 8 herhalingen (want die fragmenten zijn groter, dus langzamer), onderste stip 6 herhalingen. b. Vanaf t=0 een rechte lijn, vervolgens een piek bij t= 10 s en een piek bij t=12 s, daarna weer een echte lijn (er komt geen DNA meer van de kolom).

9 Opdracht 50 Vanaf t=0 een rechte lijn, een piek bij t=12 s, die twee keer zo hoog is als de piek van de vorige opdracht. Vraag 51 Andere primers. Opdracht 52 De uitvoering van de PCR-reactie is precies hetzelfde, alleen voeg je nu 11 primersets (voor elke locus één primerset) toe in plaats van één. Voor de duidelijkheid: een primerset bestaat uit 2 primers. Opdracht 53.1 Samenvatting: De kans dat het DNA-profiel van twee verschillende personen hetzelfde zijn, is kleiner dan een miljard. De kans wordt berekend als het product van de voorkomensfrequenties van de DNA-kenmerken op de 10 loci. Voor verwanten ligt de kans hoger. Bewijswaarde: geen absolute uitspraak bij matching spoor en persoon, wel uitsluiting bij niet-matching. Onvolledige DNA-profielen: DNA-kenmerken ontbreken op een of meer loci: kans op willekeurige matching wordt groter, maar blijft extreem laag. Het heeft grote bewijswaarde. DNA mengprofielen geven per locus maximaal 4 pieken (bij 2 personen). Vaak is identificatie mogelijk door verschil in hoeveelheid DNA per persoon. Dit geeft hoogteverschillen in de pieken. Matching met bekende DNA-profielen blijft ook mogelijk. DNA-databank mag alleen DNA-profielen opnemen als gevolg van strafzaken. Opdracht 53.2 Locus DNA-kenmerk in spoor D3S / 21 D3S / 17 FGA 21 / 25 D8S / 10 TH01 7 / 9,3 VWA 15 / 15 D16S / 12 D18S51 15 / 16 D19S / 15 D21S11 31 / 33,2 XY XY Opdracht 53.3 In dat geval zijn niet alle chromosomen (in voldoende hoeveelheid) aanwezig om als startpunt voor de PCR-reactie te dienen. Als de primers hun hechtingsplaats niet vinden, zal er geen product gemaakt worden. Het geïsoleerde DNA is dus niet compleet. Opdracht 53.4

10 Er zijn dan bij een aantal DNA-kenmerken meer dan twee pieken te zien. Opdracht 53.5 Tijdens de meiose, waarin de chromosomen over de spermacellen verdeeld worden, krijgt elke cel willekeurig een van de twee homologe chromosomen. Als er genoeg spermacellen in het spoor aanwezig zijn, zullen dus in totaal alle chromosomen van die persoon in het spoor zitten. Opdracht 54 a. Nee, er is mogelijk een fout opgetreden in de PCR-techniek. Je kunt dit DNA-kenmerk laten vervallen en het profiel beschouwen als een gedeeltelijk profiel. Is de berekende frequentie dan nog steeds hoog genoeg? Mogelijk kan een herhaling van de techniek aantonen of er wel of geen sprake van een match. b. Van elke locus heb je één DNA-kenmerk van je vader en één van je moeder. De frequentie van een bepaald DNA-kenmerk binnen de familie is daardoor veel hoger dan in de gehele populatie Opdracht 55 a. 0,076 (7,6%) b. 1 (=100%) Dit zijn alle frequenties die voorkomen in Nederland, dus 100%. Vraag 56 a. 17 / 17: 0,203 x 0,203 = 0,0412 (niet x2!) b. 18 / 18: 0,076 x 0,076 = 0,00449 (niet x2!) Vraag 57 Locus VWA heeft het kenmerk 15 / 15. De PCR-fragmenten van beide chromosomen zijn even groot (15 repeats) en komen dus exact tegelijk van de kolom. De hoeveelheid DNA is echter twee keer zo groot als wanneer er sprake is van twee verschillende DNAkenmerken, bijvoorbeeld 15 / 17 Vraag 58 Man, kenmerken X en Y. Vraag 59 a. Totale frequentie: 0,0694 x 0,0612 x 0,0942 x 0,123 = 4, Kans is dus 1 op (in Nederland lopen er dus nog bijna 800 mensen met dit profiel rond). b. Weinig betrouwbaar. Opdracht 60.1 Locus DNA-kenmerk in spoor Frequentie DNA-kenmerken combinatie per locus D2S1338 D3S1358

11 FGA D8S1179 TH01 5/10 0,006x0,006 x 2 = 7, VWA 19/20 0,110x0,013x2= 2, D16S539 D18S51 D19S4 33 D21S11 28/30 0,180x0,271x2= 9, XY Berekende frequentie DNAprofiel: 2, a. In tabel ingevuld. b. 16 miljoen x 2, = 0,34 Opdracht 60.2 Locus Margot Adriaan Johanna Bas Jos Maaike Pieter D2S / / / / /19 27 / / 20 D3S / / / / / / /17 FGA 20 / / / / / / / 24 D8S / /13 9 / 12 9 / / 15 8/17 9/17 TH01 9 / 9,3 8 / 9,3 8/9 5 / 9,3 6 / 8 8 / 10 8 / 9.3 VWA 15 / / / / / / / 17 D16S539 9 / 13 9 / 11 11/ 14 9 / / 14 12/13 13/14 D18S51 16 / / / / / / 13 13/15 D19S / 14 14/15,2 14/15,2 14/15,2 12 / / 15 13/ 15 D21S11 29 / 29 28/ / 30 29/ / / / 31 X of Y XX XY XX XY XY XX XY Locus Arianne Jan Anne Arnoud Dragomir Robert D2S / / / / / / 24 D3S / / / / / / 18 FGA 22.2 / / / / / / 28 D8S / / / / 13 17/18 12 / 14 TH01 7 / 9 5 / 10 6 / 8 8 / 9,3 5 / 10 6 / 10 VWA 19 / / / / 17 19/ / 16 D16S539 11/ / 11 9 / / / / 13 D18S51 12 / / / / 19 9 / / 17 D19S /16,2 13 / / / 13 9 / / 16 D21S11 28/32,2 28/ 30 31/31,2 28 / 30 28/ 30 30/31.2 X of Y XX XY XX XY XY XY a. Dragomir. b. Door de geringe voorkomensfrequentie in Nederland, zou het een buitenlander kunnen zijn. c. Adriaan, Johanna en Bas zijn broers en zus. Ze hebben overeenkomende DNAkenmerken. Ook Maaike en Pieter hebben veel overeenkomende DNA-kenmerken. d. Dat ze veel DNA-kenmerken gemeenschappelijk hebben. e.

12 f. De match met Dragomir is zeer groot. De match met Jan ook aardig groot. g.

naar sporen Forensisch expert worden

naar sporen Forensisch expert worden Speuren B naar sporen Forensisch expert worden 3. Vaststellen identiteit Deze les ga je je verdiepen in één specifiek forensisch onderzoeksgebied. Je wordt als het ware zelf een beetje forensisch expert.

Nadere informatie

TCATTCATTCAT: Short Tandem Repeats

TCATTCATTCAT: Short Tandem Repeats TCATTCATTCAT: Short Tandem Repeats In het practicum Puzzelen met pieken heb je kennis gemaakt met forensisch DNA-onderzoek. In het practicum heb je onder andere gehoord over short tandem repeats (STR s).

Nadere informatie

Het DNA-profiel HOOFDSTUK 6. De berekende frequentie van voorkomen van DNA-profielen van tien of meer loci is altijd kleiner dan één op één miljard.

Het DNA-profiel HOOFDSTUK 6. De berekende frequentie van voorkomen van DNA-profielen van tien of meer loci is altijd kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel HOOFDSTUK 6 De berekende frequentie van voorkomen van DNA-profielen van tien of meer loci is altijd kleiner dan één op één miljard. 135 136 13 Inhoudsopgave DNA 139 Elke cel hetzelfde DNA

Nadere informatie

H. DNA-vingerafdrukken. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

H. DNA-vingerafdrukken. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteurs Its Academy Laatst gewijzigd Licentie Webadres 08 May 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/40624 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van

Nadere informatie

Lief Dagboek, 11 augustus Harry kwam opeens opdagen en ik liet hem het eiland zien. Hij is zo lief en begripvol. Ik kon het niet helpen en

Lief Dagboek, 11 augustus Harry kwam opeens opdagen en ik liet hem het eiland zien. Hij is zo lief en begripvol. Ik kon het niet helpen en Wie van de drie? Introductie De twintigjarige Sophie weet niet wie haar vader is. Het enige dat ze over haar vader weet, is dat het een zomerliefde van haar moeder Donna was en dat hij weg was voordat

Nadere informatie

EDERLA DSFORE SISCHIN TITUUT

EDERLA DSFORE SISCHIN TITUUT EDERL DSFORE SISHIN IUU De Essenties van forensisch DN-onderzoek 5 Het DN-profiel 2006 Nederlands Forensisch Instituut lle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen

Nadere informatie

De Essenties van forensisch DNA-onderzoek. 5 Het DNA-profiel

De Essenties van forensisch DNA-onderzoek. 5 Het DNA-profiel EDERL DSFORE SISHIN IUU De Essenties van forensisch DN-onderzoek 5 Het DN-profiel 2007 Nederlands Forensisch Instituut lle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen

Nadere informatie

Leerlingenhandleiding

Leerlingenhandleiding Leerlingenhandleiding Inleidende les + werkbladen Forensisch DNA-onderzoek: Puzzelen met pieken Ontwikkeld door het Forensic Genomics Consortium Netherlands in samenwerking met Its Academy Tekst Gerrianne

Nadere informatie

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media Hoofdstuk 1 Stoffen bladzijde 1

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media Hoofdstuk 1 Stoffen bladzijde 1 Hoofdstuk 1 Stoffen bladzijde 1 Opgave 1 Hoe groot zijn de smelt- en kookpunten van onderstaande stoffen (zoek op)? smeltpunt kookpunt (sublimatiepunt) a 195 K (-78 O C); 240 K (-33 O C) b 159 K (-114

Nadere informatie

4.5 Het dossier 82 Handboek 5 Chromatografie 84 5.1 Gelijk of ongelijk? 84 5.2 De stift en de cheque 84 5.3 Chromatografie 85 5.4 Dossier 89 Handboek

4.5 Het dossier 82 Handboek 5 Chromatografie 84 5.1 Gelijk of ongelijk? 84 5.2 De stift en de cheque 84 5.3 Chromatografie 85 5.4 Dossier 89 Handboek Inhoudsopgave Inleiding Forensisch onderzoek 6 De moord op T. Thijssen 6 Werken in een groep 7 Voorkennis en vaardigheden 8 Opbouw van de module 9 Doelstellingen van de module 9 Dossier 10 Het politiedossier

Nadere informatie

DNA-lab dag. 9 maart 2012. Forensisch DNA-onderzoek: Puzzelen met pieken

DNA-lab dag. 9 maart 2012. Forensisch DNA-onderzoek: Puzzelen met pieken DNA-lab dag 9 maart 2012 Forensisch DNA-onderzoek: Puzzelen met pieken Forensisch DNA-onderzoek: puzzelen met pieken Niveau Vak Leerdoelen Aansluitend bij Benodigde voorkennis indien apart gebruikt Bovenbouw

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

3 Rundveefokkerij Melkproductiecontrole Selectie Fokwaardeschatting Inseminatieplannnen 69 3.

3 Rundveefokkerij Melkproductiecontrole Selectie Fokwaardeschatting Inseminatieplannnen 69 3. Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Veiligheidsvoorschriften 9 1.1 Genen en hun vererving 9 1.2 Genotype en fenotype 14 1.3 Erfelijke gebreken 18 1.4 Genfrequenties 25 1.5 Afsluiting 27 2 Fokmethoden 28 2.1

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

DNA onderzoek in Gerechtszaken 1 oktober 2008

DNA onderzoek in Gerechtszaken 1 oktober 2008 DNA onderzoek in Gerechtszaken 1 oktober 2008 Jean-Jacques Cassiman Leuvens Instituut voor Forensische Geneeskunde UZ Leuven Kern DNA CME 06 mrna: 3% of the DNA Protein ncrna:? % of the DNA Gene regulation

Nadere informatie

vrijdag 28 oktober :40:59 Nederland-tijd Moleculaire stoffen 4havo hoofdstuk 2; Chemie Overal

vrijdag 28 oktober :40:59 Nederland-tijd Moleculaire stoffen 4havo hoofdstuk 2; Chemie Overal + Moleculaire stoffen 4havo hoofdstuk 2; Chemie Overal + 2.2 Elektrisch geleidingsvermogen Demo 2.1 Geleidt stroom als vaste stof: ja / nee Geleidt stroom als vloeistof: ja/nee Opgebouwd uit welke atoomsoorten?

Nadere informatie

DNA-profiling. ir. H.J.T. Janssen Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie, Rijswijk

DNA-profiling. ir. H.J.T. Janssen Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie, Rijswijk 127 1 DNA-profiling ir. H.J.T. Janssen Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie, Rijswijk 1. Inleiding 127 3 2. DNA-eigenschappen 127 3 3. DNA-vermeerderingstechniek (PCR) 127 4 4. Analyse

Nadere informatie

2 Leg uit hoe de verschillende subtypes van Chlamydia trachomatis zijn ontstaan. Beschrijf de rol van antibioticagebruik hierin.

2 Leg uit hoe de verschillende subtypes van Chlamydia trachomatis zijn ontstaan. Beschrijf de rol van antibioticagebruik hierin. Examentrainer Vragen Nieuwe DNA-test voor chlamydia Chlamydia is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening (soa) en kan onder meer leiden tot onvruchtbaarheid. In Nederland worden jaarlijks

Nadere informatie

Mitochondriële ziekten

Mitochondriële ziekten Mitochondriële ziekten Erfelijkheid NCMD Het Nijmeegs Centrum voor Mitochondriële Ziekten is een internationaal centrum voor patiëntenzorg, diagnostiek en onderzoek bij mensen met een stoornis in de mitochondriële

Nadere informatie

V6 Oefenopgaven oktober 2009

V6 Oefenopgaven oktober 2009 V6 Oefenopgaven oktober 2009 Fitness Met fitness wordt in de biologie bedoeld het vermogen van genotypen om hun allelen naar de volgende generatie over te dragen. De fitness wordt uitgedrukt in een getal

Nadere informatie

DNA-onderzoek van minimale biologische sporen; gevoelige problematiek

DNA-onderzoek van minimale biologische sporen; gevoelige problematiek PROF. DR. A.D. KLOOSTERMAN EN DRS. A.J. MEULENBROEK * DNA-onderzoek van minimale biologische sporen; gevoelige problematiek Het standaard forensisch DNA-onderzoek is één van de meest onderzochte, robuuste

Nadere informatie

naar sporen Zelf casussen oplossen

naar sporen Zelf casussen oplossen Speuren C naar sporen Zelf casussen oplossen 1. Een dode dokter Mevrouw P. is huisarts. Op zondagavond 11 januari wordt mevr. P. dood aangetroffen in de slaapkamer van haar huis. Ze heeft twee wonden aan

Nadere informatie

De Essenties van forensisch DNA-onderzoek. 10 Begrippen

De Essenties van forensisch DNA-onderzoek. 10 Begrippen EDERLA DSFORE SISCHIN TITUUT De Essenties van forensisch DNA-onderzoek 10 Begrippen 2007 Nederlands Forensisch Instituut Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen

Nadere informatie

Klinische Genetica. Autosomaal recessieve overerving

Klinische Genetica. Autosomaal recessieve overerving Klinische Genetica Autosomaal recessieve overerving Klinische Genetica U of uw kind is doorverwezen naar de polikliniek Klinische Genetica. Tijdens de afspraak legt een klinisch geneticus of een genetisch

Nadere informatie

5 a de gele vlam wappert, is minder heet en geeft roet af b vlak boven de kern c met de gasregelknop d de brander is dan moeilijk aan te steken

5 a de gele vlam wappert, is minder heet en geeft roet af b vlak boven de kern c met de gasregelknop d de brander is dan moeilijk aan te steken 3HV Antwoorden samenvatting onderouw scheikunde 1.6 Scheidingsmethoden 1 a stofnaam voorwerp c voorwerp d stofnaam e voorwerp f stofnaam 2 a goed slecht c goed d slecht e slecht f matig (zuurstof) tot

Nadere informatie

Massa Volume en Dichtheid. Over Betuwe College 2011 Pagina 1

Massa Volume en Dichtheid. Over Betuwe College 2011 Pagina 1 Massa Volume en Dichtheid Over Betuwe College 2011 Pagina 1 Inhoudsopgave 1 Het volume... 3 1.1 Het volume berekenen.... 3 1.2 Volume 2... 5 1.3 Symbolen en omrekenen... 5 2 Massa... 6 3 Dichtheid... 7

Nadere informatie

Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde

Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde opgave (blz 4) Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde De zwaarte-energie wordt gegeven door de formule W zwaarte = m g h In de opgave is de massa m = 0(kg) en de energie W zwaarte = 270(Joule)

Nadere informatie

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering.

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering. 1 Warmteleer. 1 De soortelijke warmte is de warmte die je moet toevoeren om 1 kg van een stof 1 0 C op te warmen. Deze warmte moet je ook weer afvoeren om 1 kg van die stof 1 0 C af te koelen. 2 Om 2 kg

Nadere informatie

Botsingen. N.G. Schultheiss

Botsingen. N.G. Schultheiss 1 Botsingen N.G. Schultheiss 1 Inleiding In de natuur oefenen voorwerpen krachten op elkaar uit. Dit kan bijvoorbeeld doordat twee voorwerpen met elkaar botsen. We kunnen hier denken aan grote samengestelde

Nadere informatie

Inhoud. Scheidingsmethoden (onder- en bovenbouw)... 2 Massaspectrometrie(bovenbouw)... 3

Inhoud. Scheidingsmethoden (onder- en bovenbouw)... 2 Massaspectrometrie(bovenbouw)... 3 Scheidingsmethoden Samenvattingen Je kunt bij een onderwerp komen door op de gewenste rubriek in de inhoud te klikken. Wil je vanuit een rubriek terug naar de inhoud, klik dan op de tekst van de rubriek

Nadere informatie

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2) Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2) Snelheid en gemiddelde snelheid Met de grootheid snelheid geef je aan welke afstand een voorwerp in een bepaalde tijd aflegt. Over een langere periode is de snelheid

Nadere informatie

Complexe DNA-profielen

Complexe DNA-profielen Complexe DNA-profielen Inleiding Bij een DNA-onderzoek worden DNA-profielen bepaald en met elkaar vergeleken. Bij forensisch DNA-onderzoek wordt bijvoorbeeld een DNA-profiel van een verdachte vergeleken

Nadere informatie

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn. Antwoorden 1 Hoeveel protonen, elektronen en neutronen heeft een ion Fe 3+? 26 protonen, 23 elektronen, 30 neutronen 2 Geef de scheikundige namen van Fe 2 S 3 en FeCO 3. ijzer(iii)sulfide en ijzer(ii)carbonaat

Nadere informatie

HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007

HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007 HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007 NAAM: STUDENTNUMMER: CONTROLEER OF DIT TENTAMEN 14 PAGINA S BEVAT. Veel succes! o Je mag de achterkant van het papier ook zo nodig gebruiken,

Nadere informatie

3.1. 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie.

3.1. 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie. 3.1 1. In een reactieschema staan de beginstoffen en de reactieproducten van een chemische reactie. 2. De pijl in een reactieschema (bijvoorbeeld: A + B C) betekent: - A en B reageren tot C of - Er vindt

Nadere informatie

Inleiding. Achtergrond van het DNA-onderzoek

Inleiding. Achtergrond van het DNA-onderzoek 6 Inleiding naar biologisch vaderschap, moederschap, ouderschap of andere familierelaties kan worden uitgevoerd wanneer er verschil van mening of twijfel bestaat omtrent de biologische verwantschap. Bijvoorbeeld

Nadere informatie

Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou. Erfelijke informatie ligt in de celkern in de chromosomen. Chromosomen bestaan weer uit DNA.

Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou. Erfelijke informatie ligt in de celkern in de chromosomen. Chromosomen bestaan weer uit DNA. Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou 4.1 Fenotype Genotype = waarneembare eigenschappen van een individu = de erfelijke informatie in het DNA Genotype + milieufactoren = fenotype Erfelijke

Nadere informatie

Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster

Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster Vragen en opdrachten bij de poster Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster 3 vwo Probleem: Zuur gas T1 Waterstofsulfide ontstaat bij de afbraak van zwavelhoudende organische stoffen.

Nadere informatie

mengsels onderscheiden van zuivere stoffen aan de hand van gegeven of van waargenomen fysische eigenschappen;

mengsels onderscheiden van zuivere stoffen aan de hand van gegeven of van waargenomen fysische eigenschappen; Leergebied: zuivere stoffen Leerplannen LP Chemie 2e gr KSO GO 1.4.5 - mengsels onderscheiden van zuivere stoffen aan de hand van gegeven of van waargenomen fysische eigenschappen; 2.3 - een verzameling

Nadere informatie

Leerlinghandleiding. Afsluitende module. Wie van de drie?

Leerlinghandleiding. Afsluitende module. Wie van de drie? Leerlinghandleiding Afsluitende module Wie van de drie? Ontwikkeld door het Forensic Genomics Consortium Netherlands in samenwerking met Its Academy Tekst Gerrianne Koeman - van der Velde, Dianne Hamerpagt,

Nadere informatie

Klinische Genetica. Autosomaal dominante overerving

Klinische Genetica. Autosomaal dominante overerving Klinische Genetica Autosomaal dominante overerving Klinische Genetica U bent (of uw kind is) doorverwezen naar de polikliniek Klinische Genetica. Tijdens de eerste afspraak legt een klinisch geneticus

Nadere informatie

Leidraad en praktische handvatten voor de jurist bij het doorgronden van conclusies forensisch DNA-onderzoek

Leidraad en praktische handvatten voor de jurist bij het doorgronden van conclusies forensisch DNA-onderzoek Drs. A.J. Meulenbroek* Leidraad en praktische handvatten voor de jurist bij het doorgronden van conclusies forensisch DNA-onderzoek Met de onverminderd snelle ontwikkelingen in de DNA-technologie nemen

Nadere informatie

Klinische Genetica. Geslachtsgebonden (X-chromosoom gebonden) recessieve overerving

Klinische Genetica. Geslachtsgebonden (X-chromosoom gebonden) recessieve overerving Klinische Genetica Geslachtsgebonden (X-chromosoom gebonden) recessieve overerving Klinische Genetica Bij uw bezoek aan de polikliniek Klinische Genetica heeft de klinisch geneticus of een genetisch consulent

Nadere informatie

Augustus blauw Fysica Vraag 1

Augustus blauw Fysica Vraag 1 Fysica Vraag 1 We lanceren in het zwaartekrachtveld van de aarde een knikker met een horizontale snelheid v = 1,5 m/s op de hoogste trede van een trap (zie figuur). Elke trede van de trap heeft een lengte

Nadere informatie

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN 3(4) VMBO-TGK,

Nadere informatie

Dialogen voor conceptcartoons. Verband genotype/fenotype, dominant/recessief

Dialogen voor conceptcartoons. Verband genotype/fenotype, dominant/recessief Dialogen voor conceptcartoons Verband genotype/fenotype, dominant/recessief 1 Is dit ons kind? (Zie conceptcartoon Horst Wolter op deze site.) Leermoeilijkheid (misconcept): Uiterlijke eigenschappen weerspiegelen

Nadere informatie

Scheikunde Chemie overal Week 1. Kelly van Helden

Scheikunde Chemie overal Week 1. Kelly van Helden Scheikunde Chemie overal Week 1 Kelly van Helden 1.1 Chemie om je heen Scheikunde is overal Scheiden of zuiveren van stoffen Veranderen van grondstoffen in bruikbare stoffen Drinkwater uit zeewater Poetsen

Nadere informatie

Een stof heeft altijd stofeigenschappen. Door hier gebruik van te maken, kun je stoffen makkelijk scheiden.

Een stof heeft altijd stofeigenschappen. Door hier gebruik van te maken, kun je stoffen makkelijk scheiden. Stoffen scheiden Schrijf bij elke proef steeds je waarnemingen in je schrift. Bij het doen van experimenten is het belangrijk dat je goed opschrijft wat je hebt gedaan, zodat andere mensen jouw experiment

Nadere informatie

2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington

2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington 2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington Erfelijkheid Erfelijk materiaal in de 46 chromosomen De mens heeft in de kern van elke lichaamscel 46 chromosomen: het gaat om 22 paar lichaamsbepalende chromosomen

Nadere informatie

Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct?

Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct? Biologie Vraag 1 Welke combinatie van twee celorganellen en hun respectievelijke functies is correct? ribosoom en synthese van eiwitten kern en fotosynthese mitochondrion en fotosynthese ribosoom

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

H C H. 4-amino-2-pentanon propylmethanoaat 4-hydroxy-2-methyl-2-buteenzuur. 2,3-dihydroxypropanal

H C H. 4-amino-2-pentanon propylmethanoaat 4-hydroxy-2-methyl-2-buteenzuur. 2,3-dihydroxypropanal efenopgaven hoofdstuk 12 1 pgave 1 Geef de systematische naam van de volgende stoffen: 2 2 2 4-amino-2-pentanon propylmethanoaat 4-hydroxy-2-methyl-2-buteenzuur 2 2 -methoxycycolpentaancarbonzuur de ester

Nadere informatie

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over

Nadere informatie

Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren.

Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren. 1 Meten en verwerken 1.1 Meten Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren. Grootheden/eenheden Een

Nadere informatie

Proef 50 Vingerafdrukken zoeken met behulp van cacao- en talkpoeder

Proef 50 Vingerafdrukken zoeken met behulp van cacao- en talkpoeder Proef 50 Vingerafdrukken zoeken met behulp van cacao- en talkpoeder 1. Onderzoeksvraag We nemen vingerafdrukken van 3 verdachten van de moord om deze uiteindelijk te vergelijken met de gevonden vingerafdruk

Nadere informatie

Simulatie van een DNA-vaderschapstest

Simulatie van een DNA-vaderschapstest Simulatie van een DNA-vaderschapstest Concreet voorbeeld (Art. Lode Ramaekers Het belang van Limburg do. 24/01/02) Manu (fictieve naam) wil zekerheid, klaarheid over het biologische vaderschap van het

Nadere informatie

Honden en Katten als Stille Getuigen. Daniëlle Hoogmoed, MSc.

Honden en Katten als Stille Getuigen. Daniëlle Hoogmoed, MSc. Honden en Katten als Stille Getuigen Daniëlle Hoogmoed, MSc. State of Washington versus Kenneth Leuluaialii and George Tuilefano, 1996 Een echtpaar en hun hond dood aangetroffen in de woning. De politie

Nadere informatie

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte. 1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand

Nadere informatie

Opgave 1 Afdaling. Opgave 2 Fietser

Opgave 1 Afdaling. Opgave 2 Fietser Opgave 1 Afdaling Een skiër daalt een 1500 m lange helling af, het hoogteverschil is 300 m. De massa van de skiër, inclusief de uitrusting, is 86 kg. De wrijvingskracht met de sneeuw is gemiddeld 4,5%

Nadere informatie

Q l = 23ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 23ste Vlaamse Fysica Olympiade 1

Q l = 23ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 23ste Vlaamse Fysica Olympiade 1 Eerste ronde - 3ste Vlaamse Fysica Olympiade 3ste Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde. De eerste ronde van deze Vlaamse Fysica Olympiade bestaat uit 5 vragen met vier mogelijke antwoorden. Er is telkens

Nadere informatie

Scheidingsmethoden. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Scheidingsmethoden. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Emiel D 05 November 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/60571 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2005-I

Eindexamen scheikunde havo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Zeewater 1 Sr 2+ juist symbool 1 juiste lading bij gegeven symbool 1 2 aantal protonen: 6 aantal neutronen: 8 juiste aantal protonen 1 aantal neutronen: 14 verminderen met het aantal

Nadere informatie

Metalen & opfris molberekeningen. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week

Metalen & opfris molberekeningen. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week 1842016 Metalen & opfris molberekeningen Scheikunde Niveau 4 Jaar 1 Periode 3 Week 2 Zelfstudieopdrachten Deze les Metalen Opfrissen molberekeningen Zelfstudieopdrachten Samenvatting Vragen Huiswerk Zelfstudieopdrachten

Nadere informatie

02 H2 Stoffen om je heen. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

02 H2 Stoffen om je heen. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur Its Academy Laatst gewijzigd 18 December 2014 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/51289 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

1) Stoffen, moleculen en atomen

1) Stoffen, moleculen en atomen Herhaling leerstof klas 3 1) Stoffen, moleculen en atomen Scheikundigen houden zich bezig met stoffen. Betekenissen van stof zijn onder andere: - Het materiaal waar kleding van gemaakt is; - Fijne vuildeeltjes;

Nadere informatie

HOGESCHOOL ROTTERDAM:

HOGESCHOOL ROTTERDAM: HOGESCHOOL ROTTERDAM: Toets: Natuurkunde Docent: vd Maas VERSIE B Opgave A: Een kogel wordt vertikaal omhoog geschoten met een snelheid van 300km/h. De kogel heeft een gewicht van 10N. 1. Wat is de tijd

Nadere informatie

Technische Universiteit Eindhoven Bachelor College

Technische Universiteit Eindhoven Bachelor College Technische Universiteit Eindhoven Bachelor College Herkansing Eindtoets Toegepaste Natuurwetenschappen and Second Chance final assessment Applied Natural Sciences (3NBB) Maandag 15 April, 2013, 14.00 17.00

Nadere informatie

Figuur 1. Foto van de gevonden jas.

Figuur 1. Foto van de gevonden jas. Stille getuigen Introductie In het practicum Puzzelen met pieken heb je kennis gemaakt met verschillende forensische technieken tijdens het oplossen van een overval. In deze les ga je aan de slag met een

Nadere informatie

Proteomics. Waarom DNA alleen niet genoeg is

Proteomics. Waarom DNA alleen niet genoeg is Proteomics Waarom DNA alleen niet genoeg is Reinout Raijmakers Netherlands Proteomics Centre Universiteit Utrecht, Biomolecular Mass Spectrometry and Proteomics Group Van DNA naar organisme Eiwitten zijn

Nadere informatie

TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA voor F2/MNW2. Vrijdag 23 december 2005

TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA voor F2/MNW2. Vrijdag 23 december 2005 TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA voor F/MNW Vrijdag 3 december 005 Bij het tentamen mag gebruik worden gemaakt van een GR. Mogelijk nodige constantes: Gasconstante R = 8.31447 Jmol 1 K 1 = 8.0574 10 L

Nadere informatie

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen Uitwerkingen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN

Nadere informatie

over Darwin en genomics

over Darwin en genomics C C. Veranderingen in DNA Je gaat nu zelf onderzoek doen op basis van gegevens van het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek. Prof. dr. Peter de Knijff, die als geneticus bij dat laboratorium werkt,

Nadere informatie

Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Vraag 1 Een hoeveelheid ideaal gas is opgesloten in een vat van 1 liter bij 10 C en bij een druk van 3 bar. We vergroten het volume tot 10 liter bij 100 C. De einddruk van het gas is dan gelijk aan: a.

Nadere informatie

naar sporen Forensisch expert worden

naar sporen Forensisch expert worden Speuren B naar sporen Forensisch expert worden 1. Vaststellen tijdstip van overlijden Deze les ga je je verdiepen in één specifiek forensisch onderzoeksgebied. Je wordt als het ware zelf een beetje forensisch

Nadere informatie

DNA & eiwitsynthese Oefen- en zelftoetsmodule behorende bij hoofdstuk 16 en 17 van Campbell, 7 e druk December 2008

DNA & eiwitsynthese Oefen- en zelftoetsmodule behorende bij hoofdstuk 16 en 17 van Campbell, 7 e druk December 2008 DNA & eiwitsynthese Oefen- en zelftoetsmodule behorende bij hoofdstuk 16 en 17 van Campbell, 7 e druk December 2008 DNA 1. Hieronder zie je de schematische weergave van een dubbelstrengs DNA-keten. Een

Nadere informatie

Nascholing: Scheidingstechnieken (praktijk/ict/didactisch)

Nascholing: Scheidingstechnieken (praktijk/ict/didactisch) Nascholing: Scheidingstechnieken (praktijk/ict/didactisch) Donderdag 14 oktober 2010 Lerarenopleiding BASO Begeleiding: F. Poncelet Info: http://www.khlim.be/ecache/33160/scheidingstechnieken_proeven_met_dagdagelij

Nadere informatie

H7 werken met stoffen

H7 werken met stoffen H7 werken met stoffen Stofeigenschappen Faseovergangen Veilig werken met stoffen Chemische reacties Stoffen Zuivere stoffen mengsels legeringen één soort moleculen opgebouwd uit een aantal verschillende

Nadere informatie

Vaststellen van de identiteit van een Nomen Nescio

Vaststellen van de identiteit van een Nomen Nescio Vaststellen van de identiteit van een Nomen Nescio Laatste kans op identificatie Als het graf van een onbekende (Nomen Nescio, of NN er) wordt geruimd, dan is dit de laatste kans om de identiteit vast

Nadere informatie

AAbb of Aabb = normaal zicht aabb of aabb = retinitis pigmentosa AABB of AABb = retinitis pigmentosa

AAbb of Aabb = normaal zicht aabb of aabb = retinitis pigmentosa AABB of AABb = retinitis pigmentosa 13. (MC) Retinitis pigmentosa is een erfelijke vorm van blindheid, die kan veroorzaakt worden door een recessief allel (a) op een locus alfa, of door een dominant allel (B) op een andere locus, bèta. Onderstaande

Nadere informatie

naar sporen Zelf casussen oplossen

naar sporen Zelf casussen oplossen Speuren C naar sporen Zelf casussen oplossen 2. Een lijk in de duinen Langs de N304, in een berkenbos in Natuurpark de Hoge Veluwe, wordt het lijk van een man gevonden. De forensisch arts verricht enkele

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2011 - I

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2011 - I Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één scorepunt toegekend. Chemische geesten 1 B 2 maximumscore 1 zoutzuur Wanneer het antwoord 'waterstofchloride-oplossing' is gegeven,

Nadere informatie

Het menselijk genoom. Inleiding Medisch Technische Wetenschappen. Bioinformatica Deel 2. Gevouwen chromosoom. X chromosoom DNA.

Het menselijk genoom. Inleiding Medisch Technische Wetenschappen. Bioinformatica Deel 2. Gevouwen chromosoom. X chromosoom DNA. Het menselijk genoom Het menselijk genoom (DN) bestaat uit: Mega Basenparen (MB),,, C,. Inleiding Medisch echnische Wetenschappen Bioinformatica Deel Michael Egmont-Petersen Het menselijk DN is ingedeeld

Nadere informatie

DNA practicum De modellenwereld van DNA

DNA practicum De modellenwereld van DNA DNA practicum De modellenwereld van DNA Inleiding Alle eigenschappen van een plant, zoals de grootte, de vorm van het blad, en de enzymen die nodig zijn voor de fotosynthese, liggen opgeslagen in het DNA.

Nadere informatie

Examen VWO. Scheikunde 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Scheikunde 1 (nieuwe stijl) Scheikunde 1 (nieuwe stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Maandag 27 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 66 punten te behalen; het examen bestaat uit 24

Nadere informatie

De Essenties van forensisch DNA-onderzoek. 7 Interpretatie van DNA-bewijs II

De Essenties van forensisch DNA-onderzoek. 7 Interpretatie van DNA-bewijs II EDERLA DSFORE SISCHIN TITUUT De Essenties van forensisch DNA-onderzoek 7 Interpretatie van DNA-bewijs II onvolledige DNA-profielen en DNA-mengprofielen 2007 Nederlands Forensisch Instituut Alle rechten

Nadere informatie

Onderscheid tussen chocolade en dieetchocolade

Onderscheid tussen chocolade en dieetchocolade Onderscheid tussen chocolade en dieetchocolade 1. Onderzoeksvraag Hoe kunnen we chocolade onderscheiden van dieetchocolade? 2. Voorbereiding a. Begrippen als achtergrond voor experiment Scheidingstechnieken,

Nadere informatie

Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN

Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN vwo Massaspectrometrie en IR-spectrometrie OPGAVE 1 MTBE is een stof die aan benzine wordt toegevoegd voor een betere verbranding (de klopvastheid wordt vergroot). Door middel

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE tweede voorbeeldtentamen CCVN tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 2) Iedere opgave dient op een afzonderlijk

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EXAMEN HAVO 2015

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EXAMEN HAVO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EXAMEN HAVO 2015 VAK : NATUURKUNDE DATUM : DINSDAG 23 JUNI 2015 TIJD : 07.45 10.45 Aantal opgaven: 5 Aantal pagina s: 6 Controleer zorgvuldig of

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-I

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-I - + Eindexamen natuurkunde vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Valentijnshart Maximumscore 4 uitkomst: b 2,9 mm Bij het fotograferen van een voorwerp in het oneindige geldt: b f Bij het fotograferen

Nadere informatie

Practicum 1: bepalen enzymactiviteit

Practicum 1: bepalen enzymactiviteit Practicum 1: bepalen enzymactiviteit Vragen bij de oefen- en zelftoets-module behorende bij practicum 1 Versie 2012-2013 In deze module ga je een experiment uitvoeren. In dit experiment moet je de verschillende

Nadere informatie

Erfelijkheid van de ziekte van Huntington

Erfelijkheid van de ziekte van Huntington Erfelijkheid van de ziekte van Huntington In de kern van iedere cel van het menselijk lichaam is uniek erfelijk materiaal opgeslagen. Dit erfelijk materiaal wordt ook wel DNA (Desoxyribonucleïnezuur) genoemd.

Nadere informatie

Newsletter April 2013

Newsletter April 2013 1. Inleiding Met het thema van deze nieuwsbrief willen we ons richten op de fundamenten van het fokken: de basisgenetica. Want of je het nu wil of niet. dit is ook de basis voor een succesvolle fok! Misschien

Nadere informatie

FORENSISCH DNA-ONDERZOEK VOORBEREIDENDE LES

FORENSISCH DNA-ONDERZOEK VOORBEREIDENDE LES FORENSISCH DNA-ONDERZOEK VOORBEREIDENDE LES Melanie Rosenhart werkt bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Bij het NFI werken wetenschappers die allerlei vragen proberen te beantwoorden die met

Nadere informatie

1 De bouw van stoffen

1 De bouw van stoffen Inhoud 1 De bouw van stoffen 1 eigenschappen van stoffen 13 Mengsels en zuivere stoffen 13 D Oplossingen 15 Zuivere stoffen herkennen 15 Scheiding van mengsels 17 2 de opbouw van de materie 19 Moleculen

Nadere informatie

Scheikundige begrippen

Scheikundige begrippen Scheikundige begrippen Door: Ruby Vreedenburgh, Jesse Bosman, Colana van Klink en Fleur Jansen Scheikunde begrippen 1 Chemische reactie Ruby Vreedenburgh Overal om ons heen vinden er chemische reacties

Nadere informatie

Onderwerp: Onderzoek doen Kerndoel(en): 28 Leerdoel(en): - Onderzoek doen aan de hand van onderzoeksvragen - Uitkomsten van onderzoek presenteren.

Onderwerp: Onderzoek doen Kerndoel(en): 28 Leerdoel(en): - Onderzoek doen aan de hand van onderzoeksvragen - Uitkomsten van onderzoek presenteren. Vak: Scheikunde Leerjaar: Kerndoel(en): 28 De leerling leert vragen over onderwerpen uit het brede leergebied om te zetten in onderzoeksvragen, een dergelijk onderzoek over een natuurwetenschappelijk onderwerp

Nadere informatie

5 Formules en reactievergelijkingen

5 Formules en reactievergelijkingen 5 Formules en reactievergelijkingen Stoffen bestaan uit moleculen en moleculen uit atomen (5.1) Stoffen bestaan uit moleculen. Een zuivere stof bestaat uit één soort moleculen. Een molecuul is een groepje

Nadere informatie