voorbeeldexamen Object Oriëntatie Foundation (OOF.NL) editie juli 2010 inhoud inleiding 3 voorbeeldexamen 4 antwoordindicatie 11 evaluatie 22

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "voorbeeldexamen Object Oriëntatie Foundation (OOF.NL) editie juli 2010 inhoud inleiding 3 voorbeeldexamen 4 antwoordindicatie 11 evaluatie 22"

Transcriptie

1 voorbeeldexamen Object Oriëntatie Foundation (OOF.NL) editie juli 2010 inhoud inleiding 3 voorbeeldexamen 4 antwoordindicatie 11 evaluatie 22 bijlage bijlagenset A711

2 EXIN Hét exameninstituut voor ICT ers Janssoenborch, Hoog Catharijne Godebaldkwartier 365, 3511 DT Utrecht Postbus 19147, 3501 DC Utrecht Nederland Telefoon Fax Internet Copyright 2010 EXIN Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een dataverwerkend systeem of uitgezonden in enige vorm door middel van druk, fotokopie of welke andere vorm dan ook zonder toestemming van EXIN. EXIN, OOF.NL 2/22

3 Inleiding Dit is het voorbeeldexamen Object Oriëntatie Foundation (OOF.NL). Dit voorbeeldexamen bestaat uit 30 meerkeuzevragen. Elke vraag heeft een aantal antwoorden, waarvan er één correct is. Het maximaal aantal te behalen punten is 30. Elke goed beantwoorde vraag levert u 1 punt op. Bij 20 punten of meer bent u geslaagd. De beschikbare tijd is 60 minuten. Aan deze gegevens kunnen geen rechten worden ontleend. Veel succes! EXIN, OOF.NL 3/22

4 Voorbeeldexamen 1 van 30 Functionele decompositie leidt tot kleine, eenvoudige functies. Wordt een systeem hierdoor makkelijk aanpasbaar? A. ja B. nee 2 van 30 Welke van onderstaande ontwikkelmethoden past, net als OO, data georiënteerde ontwikkeling toe? A. functionele decompositie B. 4GL 3 van 30 Met behulp van OO kunnen verschillende ontwikkelmethoden worden toegepast. Wat is het uitgangspunt van iteratief ontwikkelen? A. het achtereenvolgens bouwen van kleine delen van het systeem, waarbij de fases van het traditionele waterval ontwikkelen niet gevolgd hoeven te worden B. het herhaald doorlopen van de fases van het traditionele waterval ontwikkelen 4 van 30 Leidt het gebruik van een objectgeoriënteerde taal tot gebruik van een objectgeoriënteerde manier van programmeren? A. ja B. nee 5 van 30 Kan, met een goed ontworpen objectgeoriënteerde code, een fout worden verholpen door het probleem op één enkele plaats te corrigeren? A. ja B. nee EXIN, OOF.NL 4/22

5 6 van 30 Welk onderdeel van een object maakt het mogelijk dat ermee kan worden gecommuniceerd? A. een associatie B. een attribuut C. een operatie 7 van 30 In het OO paradigma worden objecten, net als in de echte wereld, gegroepeerd op basis van hun gemeenschappelijke gedragingen en eigenschappen. Wat is het resultaat van deze groepering? A. een indeling in domeinen B. een indeling in klassen C. een indeling in toestanden 8 van 30 Door middel van welk medium kunnen objecten communiceren? A. bericht B. instantie C. klasse D. overerving 9 van 30 Een programmeur moet de organisatiestructuur van een onderneming vastleggen. De onderneming telt veertien werknemers. Twee van de werknemers maken deel uit van de directie. Drie werknemers vormen het secretariaat en de overige werknemers zijn monteurs. De directie werft nieuwe klanten en de klantgegevens worden geregistreerd door het secretariaat. Welk item uit de beschreven situatie leent zich ervoor om als basisklasse gemodelleerd te worden? A. directie B. registratie van klantgegevens C. werknemer D. werving van nieuwe klanten EXIN, OOF.NL 5/22

6 10 van 30 In een model van een sportvereniging worden eigenschappen van spelers vastgelegd. Welk element uit de UML wordt dan gebruikt voor spelers? A. attribuut B. instantie C. klasse D. object 11 van 30 Welk onderdeel van een klasse bevat operaties? A. implementation B. interface 12 van 30 Overerving maakt het mogelijk de definitie van een nieuwe klasse op de definitie van een reeds bestaande klasse te baseren. Bevat een nieuwe klasse ook alle eigenschappen en operaties van de bestaande klasse? A. ja B. nee 13 van 30 De klasse Speler heeft de eigenschappen geërfd van de klasse Lid. Wat geldt dan voor het aantal eigenschappen van de klasse Speler? A. een speler heeft minder eigenschappen dan een lid B. een speler heeft evenveel eigenschappen als een lid C. een speler heeft minstens evenveel eigenschappen als een lid 14 van 30 Levert overerving een mechanisme om polymorfie mogelijk te maken? A. ja B. nee EXIN, OOF.NL 6/22

7 15 van 30 Gegevens, en de wijze waarop ze geïmplementeerd zijn, kunnen verborgen worden voor objecten. Hoe wordt het proces genoemd dat dit mogelijk maakt? A. encapsulation B. inheritance C. interfacing 16 van 30 In welk diagram worden de structurele aspecten van een softwaresysteem weergegeven? A. klassediagram B. toestandsdiagram C. use-case-diagram 17 van 30 Bij de Nederlandse Spoorwegen heeft men een informatiesysteem laten ontwikkelen voor het plannen van de dienstroosters. De klasse die zorg draagt voor de interactie met de gebruiker heet 'Dienstplanner'. Wat voor type klasse is dit? A. applicatieklasse B. domeinklasse C. hulpklasse D. implementatieklasse 18 van 30 In welk model vindt men een use-case-diagram? A. applicatiemodel B. domeinmodel C. implementatiemodel EXIN, OOF.NL 7/22

8 19 van 30 Er is een klasse A waarvan de members als 'protected' gemarkeerd zijn. Verder is er een subklasse B van A. Kan klasse B de members van klasse A benaderen? A. ja B. nee 20 van 30 Zie bijlage Welk diagram beschrijft het best de opbouw van een vliegtuig? A. A B. B C. C 21 van 30 In welk deel van de grafische representatie van een klasse wordt een attribuut weergegeven? A. in het bovenste deel B. in het middelste deel C. in het onderste deel 22 van 30 Voor een klasse Muzikant moet een operatie gedefinieerd worden waarmee kan worden opgegeven dat een muzikant voor een examen een bepaalde graad heeft behaald. Hoe kan deze operatie aangegeven worden? A. behaalgraad() B. behaalgraad(niveau: Text) EXIN, OOF.NL 8/22

9 23 van 30 Zie bijlage Cursisten nemen deel aan examens en halen voor elk examen een cijfer. In welk diagram wordt deze situatie correct gemodelleerd? A. A B. B C. C 24 van 30 Welke soort relatie legt een verbinding tussen twee use-cases, waarbij de betekenis is dat de tweede use-case optioneel kan worden uitgevoerd binnen de eerste use-case? A. include-relatie B. extend-relatie C. generalisatie-relatie 25 van 30 Welk type eisen wordt met een use-case gemodelleerd? A. economische eisen B. functionele eisen C. technische eisen 26 van 30 Wat is de functie van een actor in een use-case? A. uitsluitend het activeren van het systeem B. uitsluitend het interacteren met het systeem C. uitsluitend het versturen van boodschappen naar het systeem 27 van 30 Vanuit een interactiediagram kan verwezen worden naar een ander interactiediagram. Wat is hiervoor nodig? A. een frame B. een iteratie C. een levenslijn D. een recursie EXIN, OOF.NL 9/22

10 28 van 30 Met welk diagram kan de volgordelijkheid van interacties tussen de objecten worden gemodelleerd? A. class diagram B. communication diagram C. deployment diagram 29 van 30 Wat betekent het als in een sequence diagram de tekst '[local] getdata()' boven een pijl staat? A. getdata heeft 'local' als variabele. B. getdata wordt lokaal uitgevoerd. C. getdata wordt uitgevoerd als 'local' waar is. 30 van 30 Waaraan kun je een actief object in een sequence diagram herkennen? A. het is een object dat deelneemt aan de interacties B. het is een object dat op eigen initiatief berichten kan verzenden EXIN, OOF.NL 10/22

11 Antwoordindicatie 1 van 30 Functionele decompositie leidt tot kleine, eenvoudige functies. Wordt een systeem hierdoor makkelijk aanpasbaar? A. ja B. nee A. Onjuist. De functies zijn weliswaar klein en eenvoudig, maar zijn nauw met elkaar verweven, zodat kleine veranderingen zullen leiden tot aanpassing van veel functies. B. Juist. De functies zijn weliswaar klein en eenvoudig, maar zijn nauw met elkaar verweven, zodat kleine veranderingen zullen leiden tot aanpassing van veel functies. Een systeem is dus niet makkelijk aanpasbaar of flexibel. 2 van 30 Welke van onderstaande ontwikkelmethoden past, net als OO, data georiënteerde ontwikkeling toe? A. functionele decompositie B. 4GL A. Onjuist. Functionele decompositie past geen domein modellering toe. B. Juist. 4GL is net als OO data georiënteerd, maar mist het dynamische karakter (methods) van OO. 3 van 30 Met behulp van OO kunnen verschillende ontwikkelmethoden worden toegepast. Wat is het uitgangspunt van iteratief ontwikkelen? A. het achtereenvolgens bouwen van kleine delen van het systeem, waarbij de fases van het traditionele waterval ontwikkelen niet gevolgd hoeven te worden B. het herhaald doorlopen van de fases van het traditionele waterval ontwikkelen A. Onjuist. Bij iteratief ontwikkelen worden juist wel de fases van de watervalmethode herhaald doorlopen. Steeds een klein deel van het systeem bouwen is kenmerkend voor incrementeel ontwikkelen. B. Juist. Bij iteratief ontwikkelen worden inderdaad de fases van de watervalmethode herhaald doorlopen. EXIN, OOF.NL 11/22

12 4 van 30 Leidt het gebruik van een objectgeoriënteerde taal tot gebruik van een objectgeoriënteerde manier van programmeren? A. ja B. nee A. Onjuist. Het gebruiken van een objectgeoriënteerde taal betekent nog niet dat op een objectgeoriënteerde manier gedacht of geprogrammeerd wordt. B. Juist. Objectgeoriënteerd denken en werken houdt meer in dan gebruik maken van een objectgeoriënteerde taal. 5 van 30 Kan, met een goed ontworpen objectgeoriënteerde code, een fout worden verholpen door het probleem op één enkele plaats te corrigeren? A. ja B. nee A. Juist. Met de nadruk op 'goed ontworpen' is het inderdaad mogelijk om met OO een fout op te lossen door een probleem op één plaats te verhelpen. B. Onjuist. Met de nadruk op 'goed ontworpen' is het wel mogelijk om met OO een fout op te lossen door een probleem op één plaats te verhelpen. Een wijziging in de implementatie is transparant en alle andere objecten zullen daardoor automatisch van de verbetering profiteren. 6 van 30 Welk onderdeel van een object maakt het mogelijk dat ermee kan worden gecommuniceerd? A. een associatie B. een attribuut C. een operatie A. Onjuist, een associatie geeft weliswaar de relatie met een ander object, maar een object communiceert via een operatie. B. Onjuist, een attribuut is een eigenschap; een object communiceert via een operatie. C. Juist, een operatie maakt het mogelijk dat ermee kan worden gecommuniceerd. EXIN, OOF.NL 12/22

13 7 van 30 In het OO paradigma worden objecten, net als in de echte wereld, gegroepeerd op basis van hun gemeenschappelijke gedragingen en eigenschappen. Wat is het resultaat van deze groepering? A. een indeling in domeinen B. een indeling in klassen C. een indeling in toestanden A. Onjuist. Een domein is een reeks concepten die de belangrijkste aspecten representeren van het probleem. B. Juist. Een klasse bevat alle gemeenschappelijke eigenschappen en gedragingen van objecten. C. Onjuist. Een toestand (state) van een object is de gecombineerde betekenis van variabelen. 8 van 30 Door middel van welk medium kunnen objecten communiceren? A. bericht B. instantie C. klasse D. overerving A. Juist. Objecten communiceren via berichten (messages). B. Onjuist. Objecten kunnen niet door middel van instanties communiceren. C. Onjuist. Een klasse bevat eigenschappen van objecten. D. Onjuist. Overerving wordt alleen gebruikt om te modelleren, niet om te communiceren. EXIN, OOF.NL 13/22

14 9 van 30 Een programmeur moet de organisatiestructuur van een onderneming vastleggen. De onderneming telt veertien werknemers. Twee van de werknemers maken deel uit van de directie. Drie werknemers vormen het secretariaat en de overige werknemers zijn monteurs. De directie werft nieuwe klanten en de klantgegevens worden geregistreerd door het secretariaat. Welk item uit de beschreven situatie leent zich ervoor om als basisklasse gemodelleerd te worden? A. directie B. registratie van klantgegevens C. werknemer D. werving van nieuwe klanten A. Onjuist. Directie is gebaseerd op werknemer. B. Onjuist. Dit is een actie die uitgevoerd wordt door het secretariaat. C. Juist. Werknemer bevat de basiseigenschappen van alle andere werknemers, ook de directie, secretariaat en monteurs. D. Onjuist. Dit is een actie die uitgevoerd wordt door de directie. 10 van 30 In een model van een sportvereniging worden eigenschappen van spelers vastgelegd. Welk element uit de UML wordt dan gebruikt voor spelers? A. attribuut B. instantie C. klasse D. object A. Onjuist. Een attribuut is een eigenschap, een speler is een klasse. B. Onjuist. Een instantie is een bepaald voorkomen van een klasse die hier gevraagd wordt. C. Juist. De abstractie speler wordt gemodelleerd door een klasse. D. Onjuist. Een object is een bepaalde instantie van een klasse die hier gevraagd wordt. EXIN, OOF.NL 14/22

15 11 van 30 Welk onderdeel van een klasse bevat operaties? A. implementation B. interface A. Onjuist. Het implementation deel bevat de data-members. Implementation definieert hoe een onderdeel feitelijk een service levert. B. Juist. De interface bevat de operaties en toont de geleverde services. 12 van 30 Overerving maakt het mogelijk de definitie van een nieuwe klasse op de definitie van een reeds bestaande klasse te baseren. Bevat een nieuwe klasse ook alle eigenschappen en operaties van de bestaande klasse? A. ja B. nee A. Juist. Als men een klasse op een bestaande klasse baseert, dan zal de definitie van de nieuwe klasse automatisch alle eigenschappen, operaties en implementaties erven die in de bestaande klasse aanwezig zijn. B. Onjuist. De nieuwe klasse zal automatisch alle eigenschappen, operaties en implementaties erven die in de bestaande klasse aanwezig zijn. 13 van 30 De klasse Speler heeft de eigenschappen geërfd van de klasse Lid. Wat geldt dan voor het aantal eigenschappen van de klasse Speler? A. een speler heeft minder eigenschappen dan een lid B. een speler heeft evenveel eigenschappen als een lid C. een speler heeft minstens evenveel eigenschappen als een lid A. Onjuist. Een speler erft alle eigenschappen van een lid en heeft bovendien extra eigenschappen die een lid niet heeft. B. Onjuist. Een speler erft alle eigenschappen van een lid en heeft bovendien extra eigenschappen die een lid niet heeft. C. Juist. Een speler erft alle eigenschappen van een lid en heeft bovendien extra eigenschappen die een lid niet heeft. EXIN, OOF.NL 15/22

16 14 van 30 Levert overerving een mechanisme om polymorfie mogelijk te maken? A. ja B. nee A. Juist. Overerving levert een mechanisme om bepaalde soorten polymorfie mogelijk te maken. B. Onjuist. Overerving levert een mechanisme om bepaalde soorten polymorfie mogelijk te maken. 15 van 30 Gegevens, en de wijze waarop ze geïmplementeerd zijn, kunnen verborgen worden voor objecten. Hoe wordt het proces genoemd dat dit mogelijk maakt? A. encapsulation B. inheritance C. interfacing A. Juist. Encapsulation zorgt ervoor dat gegevens van objecten verborgen kunnen worden. B. Onjuist. Inheritance is overerving van eigenschappen van ander objecten C. Onjuist. Interface is het besturingspaneel voor het object. 16 van 30 In welk diagram worden de structurele aspecten van een softwaresysteem weergegeven? A. klassediagram B. toestandsdiagram C. use-case-diagram A. Juist. Een klassediagram geeft de structurele aspecten weer. B. Onjuist. Een toestandsdiagram geeft een gedragsaspect weer. C. Onjuist. Een use-case-diagram geeft een gedragsaspect weer. EXIN, OOF.NL 16/22

17 17 van 30 Bij de Nederlandse Spoorwegen heeft men een informatiesysteem laten ontwikkelen voor het plannen van de dienstroosters. De klasse die zorg draagt voor de interactie met de gebruiker heet 'Dienstplanner'. Wat voor type klasse is dit? A. applicatieklasse B. domeinklasse C. hulpklasse D. implementatieklasse A. Juist. Applicatieklassen beschrijven alle aspecten van een applicatie die zichtbaar zijn voor de gebruiker. B. Onjuist. Domeinklassen zijn relevant voor de werkelijkheid, maar de interactieaspecten zitten hier nog niet in. C. Onjuist. Hulpklassen zoals bomen en arrays dienen niet om het eigenlijke probleem te specificeren. D. Onjuist. Implementatieklassen hebben niets te maken met het probleem. 18 van 30 In welk model vindt men een use-case-diagram? A. applicatiemodel B. domeinmodel C. implementatiemodel A. Juist. Een use-case beschrijft functionaliteit van een applicatie. B. Onjuist. In het domeinmodel is een use-case-diagram niet relevant. C. Onjuist. Implementatie toont hoe een use-case is geïmplementeerd. 19 van 30 Er is een klasse A waarvan de members als 'protected' gemarkeerd zijn. Verder is er een subklasse B van A. Kan klasse B de members van klasse A benaderen? A. ja B. nee A. Juist. 'Protected' geeft de instantie en eventuele subklassen daarvan toegang. B. Onjuist. Een subklasse kan wel een member benaderen als methode 'Protected' wordt gebruikt. EXIN, OOF.NL 17/22

18 20 van 30 Zie bijlage Welk diagram beschrijft het best de opbouw van een vliegtuig? A. A B. B C. C A. Onjuist. In dit diagram ligt er een is-een-relatie tussen een straalvliegtuig en een propellorvliegtuig. Dat zou betekenen dat alle eigenschappen van een propellorvliegtuig (bijv. dat hij propellors heeft) ook gelden voor een straalvliegtuig. En dat is niet zo. B. Onjuist. In dit diagram ligt er een is-een-relatie tussen een straalvliegtuig en een propellorvliegtuig. Dat zou betekenen dat alle eigenschappen van een propellorvliegtuig (bijv. dat hij propellors heeft) ook gelden voor een straalvliegtuig. En dat is niet zo. C. Juist. In dit diagram zijn alle eigenschappen van een vliegtuig geabstraheerd in superklasse vliegtuig. De specifieke aspecten van zweefvliegers, propellorvliegtuigen en straalvliegtuigen zijn in afzonderlijke (niet via inheritance gerelateerde) subclasses gemodelleerd. 21 van 30 In welk deel van de grafische representatie van een klasse wordt een attribuut weergegeven? A. in het bovenste deel B. in het middelste deel C. in het onderste deel A. Onjuist. In het bovenste deel staat de naam van de klasse, een attribuut staat in het middelste deel. B. Juist. Een attribuut staat in het middelste deel. C. Onjuist. In het onderste deel staan de operaties van de klasse, een attribuut staat in het middelste deel. 22 van 30 Voor een klasse Muzikant moet een operatie gedefinieerd worden waarmee kan worden opgegeven dat een muzikant voor een examen een bepaalde graad heeft behaald. Hoe kan deze operatie aangegeven worden? A. behaalgraad() B. behaalgraad(niveau: Text) A. Onjuist. Hiermee kan geen parameter worden doorgegeven. B. Juist. Hiermee kan een parameter worden opgegeven. EXIN, OOF.NL 18/22

19 23 van 30 Zie bijlage Cursisten nemen deel aan examens en halen voor elk examen een cijfer. In welk diagram wordt deze situatie correct gemodelleerd? A. A B. B C. C A. Onjuist. De relatie tussen cursist en examen is weg; een cursist kan resultaten behalen voor examens die hij niet gedaan heeft. B. Juist. Door resultaat een associatieklasse te maken, is de relatie tussen cursist en examen expliciet aanwezig en is tevens gemodelleerd dat voor elk cursist/examen-paar er precies één resultaat is. C. Onjuist. Resultaten kunnen hier gerelateerd zijn aan examens die niet door de cusist gemaakt zijn. 24 van 30 Welke soort relatie legt een verbinding tussen twee use-cases, waarbij de betekenis is dat de tweede use-case optioneel kan worden uitgevoerd binnen de eerste use-case? A. include-relatie B. extend-relatie C. generalisatie-relatie A. Onjuist. Een include-relatie legt de verbinding tussen een use-case en een sub-case B. Juist. Een extend-relatie verbindt twee use-cases waarbij de tweede optioneel wordt uitgevoerd. C. Onjuist. Een generalisatie-relatie legt geen optionele verbinding tussen twee use-cases. 25 van 30 Welk type eisen wordt met een use-case gemodelleerd? A. economische eisen B. functionele eisen C. technische eisen A. Onjuist. De functionele eisen worden met een use-case gemodelleerd. B. Juist. De functionele eisen worden met een use-case gemodelleerd. C. Onjuist. De functionele eisen worden met een use-case gemodelleerd. EXIN, OOF.NL 19/22

20 26 van 30 Wat is de functie van een actor in een use-case? A. uitsluitend het activeren van het systeem B. uitsluitend het interacteren met het systeem C. uitsluitend het versturen van boodschappen naar het systeem A. Onjuist. Actoren communiceren met het systeem, dit kan dus in twee richtingen plaatsvinden en dient niet alleen voor het activeren van een use-case. B. Juist. Een actor communiceert met het systeem in twee richtingen. C. Onjuist. Actoren communiceren met het systeem. Dit kan in twee richtingen plaatsvinden en dus niet alleen het versturen van een bericht naar het systeem. 27 van 30 Vanuit een interactiediagram kan verwezen worden naar een ander interactiediagram. Wat is hiervoor nodig? A. een frame B. een iteratie C. een levenslijn D. een recursie A. Juist. Met behulp van frames kan verwezen worden naar andere interactiediagrammen. B. Onjuist. Iteraties hebben betrekking op het herhalen van boodschappen. C. Onjuist. Alleen sequence diagrammen hebben levenslijnen die instanties symboliseren en niet een ander interactiediagram. D. Onjuist. Recursie heeft te maken met verwijzen naar zichzelf en naar een ander diagram. 28 van 30 Met welk diagram kan de volgordelijkheid van interacties tussen de objecten worden gemodelleerd? A. class diagram B. communication diagram C. deployment diagram A. Onjuist. Een class diagram is slechts een statische weergave; met een communication diagram wordt het dynamische karakter weergegeven. B. Juist. Met een communication diagram wordt het dynamische karakter weergegeven. C. Onjuist. Een deployment diagram modelleert fysieke infrastructuur. EXIN, OOF.NL 20/22

21 29 van 30 Wat betekent het als in een sequence diagram de tekst '[local] getdata()' boven een pijl staat? A. getdata heeft 'local' als variabele. B. getdata wordt lokaal uitgevoerd. C. getdata wordt uitgevoerd als 'local' waar is. A. Onjuist. [Local] betekent een conditionele boodschap die uitgevoerd wordt als local waar is. B. Onjuist. [Local] betekent een conditionele boodschap die uitgevoerd wordt als local waar is. C. Juist. [Local] betekent een conditionele boodschap die uitgevoerd wordt als local waar is. 30 van 30 Waaraan kun je een actief object in een sequence diagram herkennen? A. het is een object dat deelneemt aan de interacties B. het is een object dat op eigen initiatief berichten kan verzenden A. Onjuist. Alleen een object dat zelf berichten kan verzenden wordt actief genoemd. B. Juist. Het is een object dat op eigen initiatief berichten kan verzenden. EXIN, OOF.NL 21/22

22 Evaluatie De juiste antwoorden op de vragen in dit voorbeeldexamen staan in onderstaande tabel. nummer antwoord punten nummer antwoord punten 1 B 1 21 B 1 2 B 1 22 B 1 3 B 1 23 B 1 4 B 1 24 B 1 5 A 1 25 B 1 6 C 1 26 B 1 7 B 1 27 A 1 8 A 1 28 B 1 9 C 1 29 C 1 10 C 1 30 B 1 11 B 1 12 A 1 13 C 1 14 A 1 15 A 1 16 A 1 17 A 1 18 A 1 19 A 1 20 C 1 EXIN, OOF.NL 22/22

23 bijlagenset A711 Examen Copyright VB_OOF.NL Exin Object Oriëntatie Foundation editie 2010 inhoud bijlage bijlage 14134

24 bijlage Examen Copyright EXIN VB_OOF.NL bijlage vervolg volgende pagina 1/2

25 bijlage vervolg 2/2

26 Bijlage Examen Copyright VB_OOF.NL EXIN 1/1

Object Oriëntatie Foundation (OOF.NL)

Object Oriëntatie Foundation (OOF.NL) Object Oriëntatie Foundation (OOF.NL) EXIN Hét exameninstituut voor ICT ers Janssoenborch - Hoog Catharijne Godebaldkwartier 365 3511 DT Utrecht Postbus 19147 3501 DC Utrecht Nederland T +31 30 234 48

Nadere informatie

voorbeeldexamen I-Tracks voorbeeldexamen ISDDF Information Systems Design and Development Foundation uitgave april 2005

voorbeeldexamen I-Tracks voorbeeldexamen ISDDF Information Systems Design and Development Foundation uitgave april 2005 voorbeeldexamen Information Systems Design and Development Foundation I-Tracks voorbeeldexamen ISDDF Information Systems Design and Development Foundation uitgave april 2005 inhoud 3 inleiding 4 voorbeeldexamen

Nadere informatie

UML is een visuele taal om processen, software en systemen te kunnen modeleren.

UML is een visuele taal om processen, software en systemen te kunnen modeleren. Vragen inleinding UML 1. Wat is UML? UML is een visuele taal om processen, software en systemen te kunnen modeleren. 2. Waar bestaat UML uit? Notaties(zijn symbolen, commentaar en waarden etc.) en diagrammen(grafische

Nadere informatie

Modeleren. Modelleren. Together UML. Waarvan maken we een model? overzicht les 14 t/m 18. ControlCenter 6.2

Modeleren. Modelleren. Together UML. Waarvan maken we een model? overzicht les 14 t/m 18. ControlCenter 6.2 Modelleren Werkelijkheid Modelleren Modeleren Waarvan maken we een model?!analyse " Maak een model van de te automatiseren werkelijkheid of van het op te lossen probleem! Domeinkennis = structuur! Functionele

Nadere informatie

case: toestandsdiagrammen

case: toestandsdiagrammen Hoofdstuk 13 case: toestandsdiagrammen In dit hoofdstuk wordt het maken van de eerste versie van de toestandsdiagrammen voor het boodschappensysteem van Hans en Jacqueline uitgewerkt. 13.1 Vind klassen

Nadere informatie

Objectgeorïenteerd werken is gebaseerd op de objecten die door het systeem gemanipuleerd worden.

Objectgeorïenteerd werken is gebaseerd op de objecten die door het systeem gemanipuleerd worden. Herhaling Objectgeorïenteerd werken is gebaseerd op de objecten die door het systeem gemanipuleerd worden. De basisbouwsteen is het object; een geïntegreerde eenheid van data en operaties werkend op deze

Nadere informatie

Verder zijn er de nodige websites waarbij voorbeelden van objectgeoriënteerd PHP (of Objec Oriented PHP, OO PHP) te vinden zijn.

Verder zijn er de nodige websites waarbij voorbeelden van objectgeoriënteerd PHP (of Objec Oriented PHP, OO PHP) te vinden zijn. Objectgeoriënteerd PHP (versie 5) Kennisvereisten: Ervaring met programmeren in PHP met MySQL Je weet wat een class of klasse is Je weet wat een instantie van een klasse (een object) is Je weet wat een

Nadere informatie

beschrijvingstechnieken bij systeemontwikkeling

beschrijvingstechnieken bij systeemontwikkeling 1 Bijlage 8 Alternatieve (UML) beschrijvingstechnieken bij systeemontwikkeling De in hoofdstuk 3 weergegeven beschrijvingstechnieken voor de beschrijving van de informatietechnologie is summier. Er wordt

Nadere informatie

ALGORITME objectgeoriënteerd programmeren

ALGORITME objectgeoriënteerd programmeren ALGORITME objectgeoriënteerd programmeren Gunter Schillebeeckx 1 objectgeoriënteerd programmeren Object Klasse Instantie Eigenschap Methode Inkapseling Polymorfisme Overerving 2 Inleiding Kern Samenvatting

Nadere informatie

UML. From weblog http://dsnippert.wordpress.com. Dennis Snippert

UML. From weblog http://dsnippert.wordpress.com. Dennis Snippert UML From weblog http://dsnippert.wordpress.com Naam: Dennis Snippert Inhoudsopgave 1. Wat is Uml?... 3 2. UML diagrammen... 4 3. Uitleg diagrammen... 5 3.1. Usecase diagram:... 5 3.2. Class diagram:...

Nadere informatie

Hoofdstuk: 1 Objectoriëntatie en systeemontwikkeling

Hoofdstuk: 1 Objectoriëntatie en systeemontwikkeling OOF Programmeren Hoofdstuk: 1 Objectoriëntatie en systeemontwikkeling aant Css: 2 669 Objectoriëntatie en systeemontwikkeling - blz 5 1 OO OO staat voor object oriented of objectoriëntatie of objecttechnologie.

Nadere informatie

Les F-02 UML. 2013, David Lans

Les F-02 UML. 2013, David Lans Les F-02 UML In deze lesbrief wordt globaal beschreven wat Unified Modeling Language (UML) inhoudt. UML is een modelleertaal. Dat wil zeggen dat je daarmee de objecten binnen een (informatie)systeem modelmatig

Nadere informatie

1. Welke diagrammen beschrijven het dynamisch gedrag van een applicatie?

1. Welke diagrammen beschrijven het dynamisch gedrag van een applicatie? 1. Welke diagrammen beschrijven het dynamisch gedrag van een applicatie? -Use case-diagram -Use case-beschrijving -Activity diagram -Sequentie diagram 2. Welke diagrammen beschrijven de structuur van de

Nadere informatie

3.1 Opsomming data type

3.1 Opsomming data type Deel I Hoofdstuk 3: Klasse Model - gevorderd 2005 Prof Dr. O. De Troyer Klasse Model - gevorderd pag. 1 3.1 Opsomming data type Opsomming (enumeration) data type Data type waarvan de verzameling waarden

Nadere informatie

Deel II: Modelleren en software ontwikkeling. Hoofdstuk 7 Software ontwikkeling - Overzicht. Naïeve benadering

Deel II: Modelleren en software ontwikkeling. Hoofdstuk 7 Software ontwikkeling - Overzicht. Naïeve benadering Deel II: Modelleren en software ontwikkeling Hoofdstuk 7 Software ontwikkeling - Overzicht 2005 Prof Dr. O. De Troyer, pag. 1 Naïeve benadering De vereisten voor het systeem worden geformuleerd en op basis

Nadere informatie

Inhoudstafel. UML (Unified Modeling Language)

Inhoudstafel. UML (Unified Modeling Language) UML (Unified Modeling Language) Inhoudstafel Inleiding...2 Waarvoor dient UML...2 Wat is UML... 2 Use-cases... 2 Inleiding...2 Voorbeeld...3 Eigenschappen van een goede use-case...3 Wat is een actor...4

Nadere informatie

Deel I Hoofdstuk 2: Het klassenmodel

Deel I Hoofdstuk 2: Het klassenmodel Deel I Hoofdstuk 2: Het klassenmodel 2005 Prof Dr. O. De Troyer Klasse Model pag. 1 Hoofdstuk 2: Het klassenmodel Het Klassenmodel Beschrijft de statische structuur van een systeem door middel van Het

Nadere informatie

Deel I Hoofdstuk 4: Modelleren van Toestand

Deel I Hoofdstuk 4: Modelleren van Toestand Deel I Hoofdstuk 4: Modelleren van Toestand 2005 Prof Dr. O. De Troyer Toestandsmodel pag. 1 Berichten of boodschappen OO is gebaseerd op hoe de reële wereld werkt 2005 Prof. Dr. O. De Troyer Toestandsmodel

Nadere informatie

voorbeeldexamen I-Tracks Project Participation Foundation (PPF) voorbeeldexamen PPF uitgave oktober 2007

voorbeeldexamen I-Tracks Project Participation Foundation (PPF) voorbeeldexamen PPF uitgave oktober 2007 voorbeeldexamen Project Participation Foundation (PPF) I-Tracks Project Participation Foundation (PPF) voorbeeldexamen PPF uitgave oktober 2007 Inhoud inleiding 2 voorbeeldexamen 3 antwoordindicatie 12

Nadere informatie

voorbeeldexamen Information Systems Foundation

voorbeeldexamen Information Systems Foundation voorbeeldexamen Information Systems Foundation I-Tracks voorbeeldexamen ISyF Information Systems Foundation uitgave oktober 2003 inhoud 3 inleiding 4 examenvragen 11 antwoordindicatie eerste uitgave oktober

Nadere informatie

Module 1 Programmeren

Module 1 Programmeren Module 1 Programmeren Programmeertalen 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Programmeertalen in historisch perspectief 13 1.2.1 Machinecode 13 1.2.2 Assembleertalen (assembly) 14 1.2.3 Hogere programmeertalen 15 1.2.4

Nadere informatie

Deel I Hoofdstuk 6: Modelleren van interactie

Deel I Hoofdstuk 6: Modelleren van interactie Deel I Hoofdstuk 6: Modelleren van interactie 2005 Prof Dr. O. De Troyer, pag. 1 Introductie Interactiemodellen beschrijven de interactie die plaats vindt tussen objecten Toestandsmodellen beschrijven

Nadere informatie

Kenmerken van DLArchitect

Kenmerken van DLArchitect Kenmerken van DLArchitect Bert Dingemans, e-mail : bert@dla-os.nl www : http://www.dla-os.nl 1 Inhoud KENMERKEN VAN DLARCHITECT... 1 INHOUD... 2 INLEIDING... 3 ARCHITECTUUR... 3 Merode... 3 Methode en

Nadere informatie

OOAA. Object Oriented Analysis Advanced. Arie Bubberman 12/10/2009

OOAA. Object Oriented Analysis Advanced. Arie Bubberman 12/10/2009 OOAA Object Oriented Analysis Advanced Arie Bubberman 12/10/2009 Contents 1 Analyse...3 Kiezen van een ontwikkelproces...3 Agile Methoden...3 Deelprocessen in het OO-ontwikkelproces...Fout! Bladwijzer

Nadere informatie

Toegepaste notatiewijzen DLA software

Toegepaste notatiewijzen DLA software Toegepaste notatiewijzen DLA software Bert Dingemans info@dla-architect.nl Inleiding In de DLA Software wordt gebruik gemaakt van een aantal notatiewijzen voor het opstellen van een object- en procesmodel.

Nadere informatie

IMP Uitwerking week 13

IMP Uitwerking week 13 IMP Uitwerking week 13 Opgave 1 Nee. Anders moet bijvoorbeeld een venster applicatie een subklasse zijn van zowel Frame en WindowListener. Als de applicatie ook een button of een menu heeft, dan moet het

Nadere informatie

case: sequence- en communicatiediagrammen

case: sequence- en communicatiediagrammen Hoofdstuk 11 case: sequence- en communicatiediagrammen In dit hoofdstuk wordt het maken van de eerste versie van de sequence- en communicatiediagrammen voor het boodschappensysteem van Hans en Jacqueline

Nadere informatie

Software Processen. Ian Sommerville 2004 Software Engineering, 7th edition. Chapter 4 Slide 1. Het software proces

Software Processen. Ian Sommerville 2004 Software Engineering, 7th edition. Chapter 4 Slide 1. Het software proces Software Processen Ian Sommerville 2004 Software Engineering, 7th edition. Chapter 4 Slide 1 Het software proces Een gestructureerd set van activiteiten nodig om een software systeem te ontwikkelen Specificatie;

Nadere informatie

VAN USE CASE NAAR TEST CASE ORDINA SMART COMPETENCE CENTER

VAN USE CASE NAAR TEST CASE ORDINA SMART COMPETENCE CENTER VAN USE CASE NAAR TEST CASE ORDINA SMART COMPETENCE CENTER Sander Hoogendoorn Versie 1.0 15 april 2002 Documentbeheer Versie Datum Auteur Omschrijving 0.1 15 April 2002 Sander Hoogendoorn 0.2 15 april

Nadere informatie

Abstracte klassen & Interfaces

Abstracte klassen & Interfaces Abstracte klassen & Interfaces Overerving public class Vierhoek {... Vierhoek public class Rechthoek extends Vierhoek {... public class Ruit extends Vierhoek {... Rechthoek Ruit Elke rechthoek is een vierhoek.

Nadere informatie

Vergelijking Oracle certificering voor Java en het CPP Gecertificeerd Javaprogrammeur van de Open Universiteit

Vergelijking Oracle certificering voor Java en het CPP Gecertificeerd Javaprogrammeur van de Open Universiteit Vergelijking Oracle certificering voor Java en het CPP Gecertificeerd Javaprogrammeur van de Open Universiteit Inleiding Op het gebied van scholing van de taal Java zijn er vele aanbieders op de markt.

Nadere informatie

HOGESCHOOL ROTTERDAM

HOGESCHOOL ROTTERDAM HOGESCHOOL ROTTERDAM IAN02 - Informatie-analyse (objectgeoriënteerde analyse) M O D U L E W I J Z E R I A N 0 2 1 V A N 1 5 Modulecode: IAN02 Modulenaam: Informatieanalyse 2 Belasting (aantal cp): 2 Bestemd

Nadere informatie

Objectgeoriënteerde systeemontwikkeling

Objectgeoriënteerde systeemontwikkeling 2 Objectgeoriënteerde systeemontwikkeling Objecttechnologie of objectoriëntatie is een bekende term in de automatisering. Regelmatig verschijnen artikelen over dit onderwerp in de bekende vaktijdschriften.

Nadere informatie

Programmeren in C ++ les 4

Programmeren in C ++ les 4 Elektrotechniek/Embedded Systems engineering inf2d Programmeren in C ++ les 4 cursus 2010-2011 ir drs E.J Boks Les 4 Voortzetting van C ++ verschillen met C Statische klassevariabelen Constante klassevariabelen

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Inleiding. Hoofdstuk 2: Klassen en objecten Datahiding: afschermen van implementatiedetails. Naar de buitenwereld toe enkel interfaces.

Hoofdstuk 1: Inleiding. Hoofdstuk 2: Klassen en objecten Datahiding: afschermen van implementatiedetails. Naar de buitenwereld toe enkel interfaces. Hoofdstuk 1: Inleiding Objectoriëntatie: 1. Objecten & klassen: samenwerking van componenten om bepaald doel te bereiken; herbruikbaarheid. 2. Encapsulation: afschermen gedragingen en kenmerken van de

Nadere informatie

Software-Ontwikkeling I Academiejaar 2006-2007

Software-Ontwikkeling I Academiejaar 2006-2007 Software-Ontwikkeling I Academiejaar 2006-2007 Project: Bibliotheekbeheer 1 1. Digitale bibliotheek a. Inleiding Bibliotheken houden onder meer hun collecties van uitleenbare artikels bij in digitaal formaat.

Nadere informatie

case: applicatie- en implementatiemodellen

case: applicatie- en implementatiemodellen Hoofdstuk 17 case: applicatie- en implementatiemodellen In dit hoofdstuk wordt het maken van de applicatie- en implementatieversies van de diagrammen voor EasyShop, het maaltijdsysteem van en, uitgewerkt.

Nadere informatie

Zelftest OOAD/UML. Document: N0767Test.fm 30/08/2010. ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium

Zelftest OOAD/UML. Document: N0767Test.fm 30/08/2010. ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium Zelftest OOAD/UML Document: N0767Test.fm 30/08/2010 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INTRODUCTIE Deze test is gebaseerd op de inhoud van onze cursus OO

Nadere informatie

Databases en SQL Foundation (DBSQLF.NL)

Databases en SQL Foundation (DBSQLF.NL) Databases en SQL Foundation (DBSQLF.NL) EXIN Hét exameninstituut voor ICT ers Janssoenborch - Hoog Catharijne Godebaldkwartier 365 3511 DT Utrecht Postbus 19147 3501 DC Utrecht Nederland T +31 30 234 48

Nadere informatie

voorbeeldvragen Informatietechnologie Foundation ITF.NL editie april 2011 inhoud inleiding 2 voorbeeldexamen 3 antwoordindicatie 8 evaluatie 19

voorbeeldvragen Informatietechnologie Foundation ITF.NL editie april 2011 inhoud inleiding 2 voorbeeldexamen 3 antwoordindicatie 8 evaluatie 19 voorbeeldvragen Informatietechnologie Foundation ITF.NL editie april 2011 inhoud inleiding 2 voorbeeldexamen 3 antwoordindicatie 8 evaluatie 19 EXIN Hét exameninstituut voor ICT ers Janssoenborch, Hoog

Nadere informatie

Informatica. Objectgeörienteerd leren programmeren. Van de theorie met BlueJ tot een spelletje met Greenfoot... Bert Van den Abbeele

Informatica. Objectgeörienteerd leren programmeren. Van de theorie met BlueJ tot een spelletje met Greenfoot... Bert Van den Abbeele Informatica Objectgeörienteerd leren programmeren Van de theorie met BlueJ tot een spelletje met Greenfoot... Bert Van den Abbeele http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/3.0/legalcode Objectgeörienteerd

Nadere informatie

Vakgroep CW KAHO Sint-Lieven

Vakgroep CW KAHO Sint-Lieven Vakgroep CW KAHO Sint-Lieven Objecten Programmeren voor de Sport: Een inleiding tot JAVA objecten Wetenschapsweek 20 November 2012 Tony Wauters en Tim Vermeulen tony.wauters@kahosl.be en tim.vermeulen@kahosl.be

Nadere informatie

Unified Modeling Language

Unified Modeling Language Unified Modeling Language Een overzicht Danny Greefhorst Matthijs Maat 19 december 1997 Copyright 1997 Software Engineering Research Centre All rights reserved. Software Engineering Research Centre Stichting

Nadere informatie

Datatypes Een datatype is de sort van van een waarde van een variabele, veel gebruikte datatypes zijn: String, int, Bool, char en double.

Datatypes Een datatype is de sort van van een waarde van een variabele, veel gebruikte datatypes zijn: String, int, Bool, char en double. Algemeen C# Variabele Een variabele is een willekeurige waarde die word opgeslagen. Een variabele heeft altijd een datetype ( De soort waarde die een variabele bevat). Datatypes Een datatype is de sort

Nadere informatie

De modellen die hiervoor gebruikt zijn zijn: Class diagrams; object diagrams; use case diagrams.

De modellen die hiervoor gebruikt zijn zijn: Class diagrams; object diagrams; use case diagrams. 1 1. Uml is een manier van communiceren. Het werkt met plaatjes en laat jouw modellen maken van software. 2. UML bestaat uit Notations and diagrams. Notations zijn bv, pijltjes; connectors; notities. Diagrams

Nadere informatie

Module Softwaresystemen (201300071) Toets Ontwerpen, 4 december 2013 8:45 12:15

Module Softwaresystemen (201300071) Toets Ontwerpen, 4 december 2013 8:45 12:15 Module Softwaresystemen (201300071) Toets Ontwerpen, 4 december 2013 8:45 12:15 Verschillende opgaven worden nagekeken door verschillende personen. Maak daarom iedere opgave op een apart vel. Het is toegestaan

Nadere informatie

Hoofdstuk 5. case: klassediagram

Hoofdstuk 5. case: klassediagram Hoofdstuk 5 case: klassediagram In dit hoofdstuk wordt het maken van het klassediagram in het domeinstadium voor onze case uitgewerkt. We maken dus een domein-klassediagram van EasyShop, het maaltijdsysteem

Nadere informatie

Unified Modeling Language

Unified Modeling Language Unified Modeling Language Een introductie voor leden van de expertgroep Informatiemodellen Harmen Mantel, Ordina ICT Management & Consultancy, werkzaam voor KING DOELSTELLING PRESENTATIE GEMEENSCHAPPELIJKE

Nadere informatie

Introductie. Hoofdstuk 1. 1.1 Over softwareontwikkeling

Introductie. Hoofdstuk 1. 1.1 Over softwareontwikkeling Hoofdstuk 1 Introductie 1.1 Over softwareontwikkeling In de meeste gevallen zijn er veel mensen betrokken bij de ontwikkeling van software: niet alleen de klant die de opdrachtgever is en de programmeurs

Nadere informatie

Archimate risico extensies modelleren

Archimate risico extensies modelleren Archimate risico extensies modelleren Notatiewijzen van risico analyses op basis van checklists versie 0.2 Bert Dingemans 1 Inleiding Risico s zijn een extra dimensie bij het uitwerken van een architectuur.

Nadere informatie

Tentamen SPM1120 Analyse van bedrijfssystemen 18 Januari 2011, 9:00-12:00

Tentamen SPM1120 Analyse van bedrijfssystemen 18 Januari 2011, 9:00-12:00 Tentamen SPM20 Analyse van bedrijfssystemen 8 Januari 20, 9:00-2:00 Bij de meerkeuzevragen, vul de antwoorden in op het schrapformulier. Vul daarop behalve je naam ook je studienummer in (zowel in cijfers

Nadere informatie

Keteininformatiemodellering op basis van Archimate

Keteininformatiemodellering op basis van Archimate Keteininformatiemodellering op basis van Archimate Notatie en voorbeelden versie 0.1 Bert Dingemans Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 Archimate... 3 Domeininformatiemodellen... 4 Modellering...

Nadere informatie

Application interface. service. Application function / interaction

Application interface. service. Application function / interaction Les 5 Het belangrijkste structurele concept in de applicatielaag is de applicatiecomponent. Dit concept wordt gebruikt om elke structurele entiteit in de applicatielaag te modelleren: softwarecomponenten

Nadere informatie

Domeinmodellen en klassendiagrammen

Domeinmodellen en klassendiagrammen Overview Architectuur Deployment-diagram Software-architectuur 1 Architectuur Deployment-diagram Software-architectuur 2 3 Architectuur Architectuur Deployment-diagram Software-architectuur Webapplicatie

Nadere informatie

Hoofdstuk Error! Style not defined. 19. 3. Use-case analyse

Hoofdstuk Error! Style not defined. 19. 3. Use-case analyse Hoofdstuk Error! Style not defined. 19 3. Use-case analyse Hier worden een paar use-case diagrammen gegeven en een aantal use-case beschrijvingen volgens het template van Warmer & Kleppe. 3.1 Use-case

Nadere informatie

Noties Informatica. In java fungeren objecten als een model voor de elementen waarin een probleem kan worden opgesplitst

Noties Informatica. In java fungeren objecten als een model voor de elementen waarin een probleem kan worden opgesplitst s Informatica Hoofdstuk 1 Object Klasse Methode Parameters Type Velden Toestand Compiler Resultaten (returnwaarde) In java fungeren objecten als een model voor de elementen waarin een probleem kan worden

Nadere informatie

voorbeeldexamen Infrastructuurmanagement Foundation (IMF.NL) editie juli 2010 inhoud inleiding 3 voorbeeldexamen 4 antwoordindicatie 11 evaluatie 23

voorbeeldexamen Infrastructuurmanagement Foundation (IMF.NL) editie juli 2010 inhoud inleiding 3 voorbeeldexamen 4 antwoordindicatie 11 evaluatie 23 voorbeeldexamen Infrastructuurmanagement Foundation (IMF.NL) editie juli 2010 inhoud inleiding 3 voorbeeldexamen 4 antwoordindicatie 11 evaluatie 23 EXIN Hét exameninstituut voor ICT ers Janssoenborch,

Nadere informatie

Inhoud leereenheid 1. Introductie. Leerkern. Objectgeoriënteerd ontwerpen. Zelftoets. Terugkoppeling. 1 Objectgeoriënteerd ontwerpen

Inhoud leereenheid 1. Introductie. Leerkern. Objectgeoriënteerd ontwerpen. Zelftoets. Terugkoppeling. 1 Objectgeoriënteerd ontwerpen Inhoud leereenheid 1 Objectgeoriënteerd ontwerpen Introductie Leerkern 1 Objectgeoriënteerd ontwerpen 1.1 Software-ontwikkeling 1.2 Wat is een goed programma? 1.3 Objectkeuze 2 Klassediagrammen en volgordediagrammen

Nadere informatie

Eindtoets. Opgaven. 1 Gegeven is het domeinmodel van figuur 1. Domeinmodel voor betalingen. Eindtoets I N T R O D U C T I E.

Eindtoets. Opgaven. 1 Gegeven is het domeinmodel van figuur 1. Domeinmodel voor betalingen. Eindtoets I N T R O D U C T I E. Eindtoets I N T R O D U C T I E Deze eindtoets is bedoeld als voorbereiding op het tentamen. Het is belangrijk dat u de eindtoets pas probeert te maken op het moment dat u denkt klaar te zijn met de tentamenvoorbereiding.

Nadere informatie

Bedrijfsproces Patterns

Bedrijfsproces Patterns Bedrijfsproces Patterns In dit document worden bedrijfsproces patterns beschreven met behulp van de Actor Activity Diagramming syntax. Patterns zijn specifieke deeltjes van een bedrijfsproces die in meerdere

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Ditproefschriftpresenteerteen raamwerk voorhetontwikkelenvanparallellestreaming applicaties voor heterogene architecturen met meerdere rekeneenheden op een chip.

Nadere informatie

Inkapseling 173. We zijn bij de laatste gekomen van de drie steunpilaren van het objectgeoriënteerde programmeren, namelijk:

Inkapseling 173. We zijn bij de laatste gekomen van de drie steunpilaren van het objectgeoriënteerde programmeren, namelijk: Inkapseling 173 VI INKAPSELING We zijn bij de laatste gekomen van de drie steunpilaren van het objectgeoriënteerde programmeren, namelijk: - inkapseling - overerving - polymorfie Objectgeoriënteerd programmeren

Nadere informatie

EEN INLEIDING IN DE UNIFIED MODELING LANGUAGE

EEN INLEIDING IN DE UNIFIED MODELING LANGUAGE Een inleiding in de Unified Modeling Language 51 III EEN INLEIDING IN DE UNIFIED MODELING LANGUAGE Als een aannemer een huis bouwt, dan ontwerpt hij dat huis niet terwijl hij het bouwt. Hij bouwt het huis

Nadere informatie

Inleiding Programmeren 2

Inleiding Programmeren 2 Inleiding Programmeren 2 Gertjan van Noord, Leonie Bosveld 12 december 2016 Zelle hoofdstuk 10 Stof Overzicht - theorie 1. Zelle hoofdstuk 4 en 5 2. Zelle hoofdstuk 7 en 8, recursie, Brookshear hoofdstuk

Nadere informatie

HOGESCHOOL ROTTERDAM

HOGESCHOOL ROTTERDAM HOGESCHOOL ROTTERDAM INA02 - Informatie-analyse (objectgeoriënteerde analyse) M O D U L E W I J Z E R I N F I N A 0 2 1 V A N 18 Modulecode: IAN02 Modulenaam: Informatieanalyse 2 Belasting (aantal cp):

Nadere informatie

1.7 Ontleding van het eerste programma... 14

1.7 Ontleding van het eerste programma... 14 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 1.1 Wat kan je met Java doen?..................... 1 1.2 Over Java............................... 3 1.3 Gebruik van dit boek......................... 5 1.4 Installatie...............................

Nadere informatie

Keteininformatiemodellering op basis van UML

Keteininformatiemodellering op basis van UML Keteininformatiemodellering op basis van UML Richtlijnen en voorbeelden versie 0.1 Bert Dingemans Keteininformatiemodellering op basis van UML... 1 Richtlijnen en voorbeelden... 1 Inleiding... 2 Documenten...

Nadere informatie

Oplossingen voor het testen van objectgeoriënteerde software

Oplossingen voor het testen van objectgeoriënteerde software Oplossingen voor het testen van objectgeoriënteerde software Pieter van den Hombergh Fontys Hogeschool voor Techniek en Logistiek Software Engineering 14 maart 2013 HOM/FHTeL Oplossingen voor het testen

Nadere informatie

Problemen die er niet zijn

Problemen die er niet zijn D T S E O N T W E R P Wie zegt dat relationeel en objectgeoriënteerd niet samengaan? Problemen die er niet zijn Patrick Savalle Het is niet gemakkelijk een relationele database te koppelen aan een objectgeoriënteerd

Nadere informatie

Rapportage Lineage. Introductie. Methode. J. Stuiver

Rapportage Lineage. Introductie. Methode. J. Stuiver Rapportage Lineage Rapportage Lineage J. Stuiver Introductie In elk project is het essentieel om informatie over het project en haar activiteiten voor alle partijen beschikbaar te stellen. Deze informatie

Nadere informatie

Canonieke Data Modellering op basis van ArchiMate. Canonieke Data Modellering op basis van Archimate Bert Dingemans

Canonieke Data Modellering op basis van ArchiMate. Canonieke Data Modellering op basis van Archimate Bert Dingemans Canonieke Data Modellering op basis van ArchiMate Canonieke Data Modellering op basis van Archimate Bert Dingemans Abstract Modelleren op basis van de open standard ArchiMate is een goed uitgangspunt voor

Nadere informatie

Zelftest Informatica-terminologie

Zelftest Informatica-terminologie Zelftest Informatica-terminologie Document: n0947test.fm 01/07/2015 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INTRODUCTIE Deze test is een zelf-test, waarmee u

Nadere informatie

Inhoud Deel een Het ontwikkeltraject 1 2 3

Inhoud Deel een Het ontwikkeltraject 1 2 3 5 Inhoud Inleiding 11 Deel een Het ontwikkeltraject 13 1 Werken binnen organisaties 15 1.1 Non-profit-organisatie 15 1.2 Profit-organisatie 16 1.3 Doelen 16 1.4 Rechtsvormen 16 Rechtspersoon 17 Persoonlijke

Nadere informatie

Inhoud leereenheid 2. Overerving (1) Introductie 59. Leerkern 60. Samenvatting 88. Zelftoets 90. Terugkoppeling 94

Inhoud leereenheid 2. Overerving (1) Introductie 59. Leerkern 60. Samenvatting 88. Zelftoets 90. Terugkoppeling 94 Inhoud leereenheid 2 Overerving (1) Introductie 59 Leerkern 60 1 Specialisatie en generalisatie 60 2 Functionaliteit aan een klasse toevoegen 62 2.1 Toegangsspecificaties 63 2.2 Definitie van subklassen

Nadere informatie

Problemen met platte toestandsdiagrammen

Problemen met platte toestandsdiagrammen Deel I Hoofdstuk 5: Modelleren van toestand -- gevorderd 2005 Prof Dr. O. De Troyer OO modelleren pag. 1 Problemen met platte toestandsdiagrammen Bij complexe systemen krijgt men een explosie van toestanden

Nadere informatie

VI. Klassen en objecten

VI. Klassen en objecten VI. Klassen en objecten Klassen en objecten vormen het fundament van OOP. We zullen dus uitgebreid aandacht besteden aan klassen en objecten. U kunt Java niet begrijpen zonder goed met klassen en objecten

Nadere informatie

Oplossingen voor het testen van objectgeoriënteerde software

Oplossingen voor het testen van objectgeoriënteerde software Oplossingen voor het testen van objectgeoriënteerde software Pieter van den Hombergh Fontys Hogeschool voor Techniek en Logistiek Software Engineering 14 maart 2013 HOM/FHTeL Oplossingen voor het testen

Nadere informatie

Inhoud. Introductie tot de cursus

Inhoud. Introductie tot de cursus Inhoud Introductie tot de cursus 1 Plaats en functie van de cursus 7 2 Inhoud van de cursus 8 2.1 Voorkennis 8 2.2 Leerdoelen 8 2.3 Opbouw van de cursus 8 2.4 Leermiddelen 9 3 Aanwijzingen voor het bestuderen

Nadere informatie

Titel, samenvatting en biografie

Titel, samenvatting en biografie Titel, samenvatting en biografie \ Peter Wanders De Black Box Dialog methode Voorjaarsevent Testnet: 22 juni 2009 Samenvatting Nog nooit heb ik heb een klant horen zeggen: Enorm vervelend dat het IT project

Nadere informatie

Opdrachtformulering (pagina 3 van 7)

Opdrachtformulering (pagina 3 van 7) Afstudeerovereenkomst van Tim Wils Bijlage 1 Opdrachtformulering (pagina 3 van 7) Dit project betreft een eigen framework (soort API) waarmee relatief gemakkelijk en in korte tijd eindproducten opgezet

Nadere informatie

MDA experiences in een uitvoeringsorganisatie. Eelco van Mens (Architect, Mn Services) 5 juni 2008

MDA experiences in een uitvoeringsorganisatie. Eelco van Mens (Architect, Mn Services) 5 juni 2008 MDA experiences in een uitvoeringsorganisatie MDA experiences in een uitvoeringsorganisatie Eelco van Mens (Architect, Mn Services) 5 juni 2008 2 Inhoud Korte introductie Mn Services Overwegingen om met

Nadere informatie

V-model is anno 20NU

V-model is anno 20NU Het V-model is een modellering van een voortbrengingsproces, van wens tot en met een oplossing. Het wordt veel toegepast in de IT maar is niet alleen toepasbaar op IT projecten. Het V-model helpt inzicht

Nadere informatie

Cyberpesten: social media platform mining tools

Cyberpesten: social media platform mining tools Cyberpesten: social media platform mining tools ABI team 27: Pascal Pieters, Stephaan Declerck Begeleider: dr. Rik Bos Opdrachtgever: prof. dr. ir. Remko Helms Inhoud Achtergrond Opdracht Projectaanpak

Nadere informatie

Programmeren 3. 1. Het gesloten boek examen 1.1

Programmeren 3. 1. Het gesloten boek examen 1.1 Programmeren 3 1. Het gesloten boek examen Het gesloten boek examen bestaat uit meerkeuzevragen of vragen waarin gevraagd wordt een stukje code te schrijven of om het resultaat van een stuk code te voorspellen.

Nadere informatie

Stacks and queues. Hoofdstuk 6

Stacks and queues. Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 6 Stacks and queues I N T R O D U C T I E In dit hoofdstuk worden drie datastructuren stack, queue en deque behandeld. Om deze datastructuren te implementeren, worden onder andere arrays en linked

Nadere informatie

OBJECT SPAGHETTI : PATTERNS BIEDEN UITKOMST? Wat is het probleem nou eigenlijk? public class CoffeeDrinker { private CoffeeProducer mycoffeeproducer;

OBJECT SPAGHETTI : PATTERNS BIEDEN UITKOMST? Wat is het probleem nou eigenlijk? public class CoffeeDrinker { private CoffeeProducer mycoffeeproducer; OBJECT SPAGHETTI : PATTERNS BIEDEN UITKOMST? Object georiënteerde (OO) systemen kennen vele voordelen ten opzichte van traditionele procedurele systemen. Zo zouden OO systemen flexibeler en beter onderhoudbaar

Nadere informatie

Overerving & Polymorfisme

Overerving & Polymorfisme Overerving & Polymorfisme Overerving Sommige klassen zijn speciaal geval van andere klasse Docent is een speciaal geval van werknemer, dwz. elke docent is ook werknemer Functionaliteit van docent = functionaliteit

Nadere informatie

Een website maken met databasetoegang.

Een website maken met databasetoegang. Hoofdstuk 5 Een website maken met databasetoegang. In dit hoofdstuk gaan we het weblog dat je in hoofdstuk 4 hebt gemaakt verder uitbreiden. Een belangrijk onderdeel wordt toegevoegd aan de applicatie,

Nadere informatie

voorbeeldexamen Professional Communication Foundation I-Tracks voorbeeldexamen PCF Professional Communication Foundation uitgave april 2005

voorbeeldexamen Professional Communication Foundation I-Tracks voorbeeldexamen PCF Professional Communication Foundation uitgave april 2005 voorbeeldexamen Professional Communication Foundation I-Tracks voorbeeldexamen PCF Professional Communication Foundation uitgave april 2005 inhoud 3 inleiding 4 voorbeeldexamen 12 antwoordindicatie 26

Nadere informatie

Technisch Ontwerp VISSIM-PPA Koppeling

Technisch Ontwerp VISSIM-PPA Koppeling 1 Technisch Ontwerp VISSIM-PPA Koppeling Revisie Versie Datum Omschrijving 1.0 25 juli 2013 Initiële versie 1.1 26 juli 2013 Toevoeging van TDI regeltoestand. Toevoeging van bestandsnaam filtering. 1.2

Nadere informatie

HL7 v3 in een notendop

HL7 v3 in een notendop HL7 v3 in een notendop Relatie : Furore Contactpersoon : - Auteur : Christiaan Knaap Collegiale toetsing : Versie : 1.0 Datum : 8 augustus 2007 Kenmerk : Fur_HL7v3notendop_1-0 Bruggebouw Bos en Lommerplein

Nadere informatie

Dynamiek met VO-Script

Dynamiek met VO-Script Dynamiek met VO-Script Door Bert Dingemans DLA Ontwerp & Software bert@dla-architect.nl Inleiding Op de SDGN nieuwsgroep voor Visual Objects ontstond laatst een draad van berichten over de nieuwe libraries

Nadere informatie

Omschrijf bij ieder onderdeel van de methode de betekenis ervan. Java kent twee groepen van klassen die een GUI kunnen maken: awt en swing.

Omschrijf bij ieder onderdeel van de methode de betekenis ervan. Java kent twee groepen van klassen die een GUI kunnen maken: awt en swing. irkel (met Jpanel) ij de onderstaande opdracht behoort het bestand Panels: JPanels_1.java (map Panel) in de map irkel. pplicaties in Java hebben altijd een publieke klasse waarin een methode main voorkomt.

Nadere informatie

Software Test Plan. Yannick Verschueren

Software Test Plan. Yannick Verschueren Software Test Plan Yannick Verschueren November 2014 Document geschiedenis Versie Datum Auteur/co-auteur Beschrijving 1 November 2014 Yannick Verschueren Eerste versie 1 Inhoudstafel 1 Introductie 3 1.1

Nadere informatie

Generieke interface energielabels

Generieke interface energielabels Handleiding Generieke interface energielabels In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Directie Woningbouw) 1 Inleiding 3 1.1 Doel 3 1.2 Korte omschrijving 3 1.3 Indeling

Nadere informatie

Zelftest Inleiding Programmeren

Zelftest Inleiding Programmeren Zelftest Inleiding Programmeren Document: n0824test.fm 22/01/2013 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INLEIDING BIJ DE ZELFTEST INLEIDING PROGRAMMEREN Deze

Nadere informatie

Tentamen Object Georiënteerd Programmeren TI1206 29 oktober 2014, 9.00-11.00 Afdeling SCT, Faculteit EWI, TU Delft

Tentamen Object Georiënteerd Programmeren TI1206 29 oktober 2014, 9.00-11.00 Afdeling SCT, Faculteit EWI, TU Delft Tentamen Object Georiënteerd Programmeren TI1206 29 oktober 2014, 9.00-11.00 Afdeling SCT, Faculteit EWI, TU Delft Bij dit tentamen mag je geen gebruik maken van hulpmiddelen zoals boek of slides. Digitale

Nadere informatie

case: use-case-diagram

case: use-case-diagram Hoofdstuk 9 case: use-case-diagram Dit hoofdstuk beschrijft de totstandkoming van de use-cases voor EasyShop, het maaltijdsysteem van Hans en Jacqueline. Het zijn de functionele systeemeisen die hier worden

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Digikoppeling Compliance Voorziening (Portaal)

Gebruikershandleiding Digikoppeling Compliance Voorziening (Portaal) Gebruikershandleiding Digikoppeling Compliance Voorziening (Portaal) Versie 1.0 Datum 18-10-2016 Status Concept Colofon Logius Servicecentrum: Postbus 96810 2509 JE Den Haag t. 0900 555 4555 (10 ct p/m)

Nadere informatie

Zelftest Java EE Architectuur

Zelftest Java EE Architectuur Zelftest Java EE Architectuur Document: n1218test.fm 22/03/2012 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INLEIDING BIJ DE ZELFTEST JAVA EE ARCHITECTUUR Nota:

Nadere informatie