Angststoornissen. (Anxiety Disorders)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Angststoornissen. (Anxiety Disorders)"

Transcriptie

1 Angststoornissen (Anxiety Disorders) Paniekstoornis zonder agorafobie Paniekstoornis met agorafobie Agorafobie zonder paniekstoornis in de voorgeschiedenis Specifieke fobie Specificeer type: Diertype/Natuurtype/Bloed-injectie-verwonding type/situationeel type/overig type Sociale fobie Specificeer indien: Gegeneraliseerd Obsessieve-compulsieve stoornis Specificeer indien: Met slecht inzicht Posttraumatische stress-stoornis Specificeer indien: Acuut/Chronisch Specificeer indien: Met verlaat begin Acute stress-stoornis Gegeneraliseerde angststoornis Angststoornis door... [Vermeld de somatische aandoening]specificeer indien: Met gegeneraliseerd angst/met paniekaanvallen/met obsessieve-compulsieve verschijnselen Angststoornis door een middel (verwijs naar de stoornissen aan een middel gebonden voor de middelspecifieke codenummers)specificeer indien: Met gegeneraliseerd angst/met paniekaanvallen/met obsessieve-compulsieve verschijnselen/met fobische verschijnselen Specificeer indien: Met begin tijdens intoxicatie/met begin tijdens onthouding Angststoornis NAO Gezien het feit dat paniekaanvallen en agorafobie bij verschillende stoornissen van deze sectie voorkomen, worden de verschillende groepen criteria voor een paniekaanval en voor agorafobie aan het begin van deze sectie apart vermeld. Ze hebben echter geen eigen diagnostische codenummers en kunnen niet als aparte entiteiten worden gediagnosticeerd. Paniekaanval (Panic Disorder) N.B.: Een paniekaanval is geen codeerbare stoornis. Codeer de specifieke diagnose waarbij paniekaanvallen voorkomen (bijvoorbeeld (F40.01) Paniekstoornis met Agorafobie). Een begrensde periode van intense angst of gevoel van onbehagen, waarbij vier (of meer) van de volgende symptomen plotseling ontstaan, die binnen tien minuten een maximum bereiken: (1)hartkloppingen, bonzend hart of versnelde hartactie

2 (2)transpireren (3)trillen of beven (4)gevoel van ademnood of verstikking (5)naar adem snakken (6)pijn op de borst of een onaangenaam gevoel (7)misselijkheid of buikklachten (8)gevoel van duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd of flauwte (9)derealisatie (gevoel van onwerkelijkheid) of depersonalisatie (gevoel los van zichzelf te staan) (10)angst de zelfbeheersing te verliezen of gek te worden (11)angst dood te gaan (12)paresthesieën (verdoofde of tintelende gevoelens) (13)opvliegers of koude rillingen Agorafobie (Agoraphobia) N.B.: Agorafobie is geen codeerbare stoornis. Codeer de specifieke stoornis waarbij agorafobie voorkomt (bijvoorbeeld (F40.01) Paniekstoornis met Agorafobie of (F40.00) Agorafobie zonder anamnese van paniekstoornis). A.Angst op een plaats of in een situatie te zijn van waaruit ontsnappen moeilijk (of gênant) kan zijn of waar geen hulp beschikbaar zou kunnen zijn in het geval dat men een onverwachte of situationeel gepredisponeerde paniekaanval of paniekachtige symptomen krijgt. Tot de agorafobische angstgevoelens horen de karakteristieke situaties zoals alleen buitenshuis zijn, zich te midden van een massa bevinden of in een rij wachtend, op een brug staan, en reizen met een bus, trein of auto. N.B.: Overweeg de diagnose specifieke fobie indien de vermijding beperkt is tot één of slechts enkele specifieke situaties, of sociale fobie indien de vermijding beperkt blijft tot sociale situaties. B.De situaties worden vermeden (bijvoorbeeld reizen is beperkt) of wordt alleen doorstaan met duidelijk lijden of de angst een paniekaanval of paniekachtige symptomen te krijgen, of de aanwezigheid van een begeleider is noodzakelijk.

3 C.De angst of fobische vermijding is niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis, zoals sociale fobie (bijvoorbeeld vermijding beperkt tot sociale situaties uit angst in verlegenheid te raken), specifieke fobie (bijvoorbeeld vermijding is beperkt tot een enkele situatie zoals liften), obsessieve-compulsieve stoornis (bijvoorbeeld vermijding van vuil bij iemand met een smetvrees), posttraumatische stress-stoornis (bijvoorbeeld vermijding van prikkels die samenhangen met een ernstige stressfactor) of separatie-angststoornis (bijvoorbeeld vermijding om huis of verwanten te verlaten) (F41.0)Paniekstoornis zonder agorafobie (Panic Disorder Without Agoraphobia) A.Zowel (1) als (2): (1)recidiverende onverwachte paniekaanvallen (2)na tenminste één van de aanvallen was er één maand (of langer) met een (of meer) van de volgende: (a)voortdurende ongerustheid over het krijgen van een volgende aanval (b)bezorgdheid over de verwikkelingen of de consequenties van de aanval (bijvoorbeeld het verliezen van de zelfbeheersing, een hartaanval krijgen, 'gek worden') (c)een belangrijke gedragsverandering in samenhang met de aanvallen. B.Afwezigheid van agorafobie C.De paniekaanvallen zijn niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drugs, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld hyperthyreoïdie). D.De paniekaanvallen zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis, zoals sociale fobie (bijvoorbeeld voorkomend bij blootstelling aan gevreesde sociale situaties), specifieke fobie (bijvoorbeeld bij blootstelling aan een specifieke fobische situatie), obsessieve-compulsieve stoornis (bijvoorbeeld bij blootstelling aan vuil bij iemand met een smetvrees), posttraumatische stress-stoornis (bijvoorbeeld in reactie op prikkels die samenhangen met een ernstige stressfactor) of separatie-angststoornis (bijvoorbeeld vermijding om huis of verwanten weg te verlaten) (F40.01)Paniekstoornis met agorafobie (Panic Disorder With Agoraphobia) A.Zowel (1) als (2):

4 (1)recidiverende onverwachte paniekaanvallen (2)na tenminste één van de aanvallen was er één maand (of langer) één (of meer) van de volgende: (a)voortdurende ongerustheid een nieuwe aanval te krijgen (b)bezorgdheid over de verwikkelingen of de consequenties van de aanval (bijvoorbeeld verliezen van de zelfbeheersing, krijgen van een hartaanval, 'gek worden') (c)een belangrijke gedragsverandering in samenhang met de aanvallen. B.De aanwezigheid van agorafobie. C.De paniekaanvallen zijn niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld hyperthyreoïdie). D.De paniekaanvallen zijn niet eerder toe te schrijven aan door een andere psychische stoornis, zoals sociale fobie (bijvoorbeeld voorkomend bij blootstelling aan gevreesde sociale situaties), specifieke fobie (bijvoorbeeld bij blootstelling aan een specifieke fobische situatie), obsessieve-compulsieve stoornis (bijvoorbeeld bij blootstelling aan vuil bij iemand met een smetvrees), posttraumatische stress-stoornis (bijvoorbeeld in reactie op prikkels die samenhangen met een ernstige stressfactor) of separatie-angststoornis (bijvoorbeeld vermijding om huis of verwanten te verlaten) (F40.00) Agorafobie zonder paniekstoornis in de anamnese (Agoraphobia Without History of Panic Disorder) A.De aanwezigheid van agorafobie in samenhang met de angst dat er paniekachtige symptomen zullen ontstaan (bijvoorbeeld duizelingen of diarree). B.Er is nooit voldaan aan de criteria van paniekstoornis. C.De stoornis is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld een drug, een geneesmiddel of een toxische stof) of een somatische aandoening. D.Indien er sprake is van een bijkomende somatische aandoening is de angst zoals beschreven in criterium A duidelijk ernstiger dan wat gewoonlijk samengaat met deze aandoening (F40.2) Specifieke fobie (vroeger Enkelvoudige fobie) (Specific Phobia (formerly Simple Phobia))

5 A.Duidelijke en aanhoudende angst die overdreven of onredelijk is, uitgelokt door de aanwezigheid van of het anticiperen op een specifiek voorwerp of situatie (bijvoorbeeld vliegen, hoogten, dieren, een injectie krijgen, bloed zien). B.Blootstelling aan de fobische prikkel veroorzaakt bijna zonder uitzondering een onmiddellijke angstreactie, die de vorm kan krijgen van een situatie-gebonden of situationeel gepredisponeerde paniekaanval. N.B.: Bij kinderen kan de angst naar voren komen in de vorm van huilen, woede-uitbarstingen, verstijven of vastklampen. C.Betrokkene is zich er van bewust dat de angst overdreven of onterecht is. N.B.: Bij kinderen kan dit kenmerk ontbreken. D.De fobische situatie(s) wordt vermeden of anders doorstaan met intense angst of lijden. E.De vermijding, de angstige verwachting of het lijden in de gevreesde sociale situatie belemmeren in significante mate de normale routine, het beroepsmatig functioneren (of studie of school), of sociale activiteiten of relaties met anderen, of er is een duidelijk lijden over het hebben van de fobie. F.Bij personen onder de achttien jaar is de duur ten minste zes maanden. G.De angst, paniekaanvallen of fobische vermijding die samengaan met een specifiek voorwerp of situatie zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis, zoals obsessieve-compulsieve stoornis (bijvoorbeeld vrees voor vuil bij iemand met een smetvrees), posttraumatische stress-stoornis (bijvoorbeeld vermijden van prikkels die samengaan met een ernstige stressfactor), separatie-angststoornis (bijvoorbeeld vermijden van school), sociale fobie (bijvoorbeeld vermijden van gezelschap in verband met de angst in verlegenheid gebracht te worden), paniekstoornis met agorafobie, of agorafobie zonder paniekstoornis in de voorgeschiedenis. Specificeer type: Diertype: indien de angst wordt uitgelokt door dieren of insecten. Dit subtype begint meestal in de kinderleeftijd. Natuurtype: indien de angst wordt uitgelokt door een object in de natuur, zoals storm, hoogten, of water). Dit subtype begint meestal in de kinderleeftijd. Bloed-injectie-verwonding type: indien de angst wordt uitgelokt door het zien van bloed of een wond of door het krijgen van een injectie of andere invasieve medische technieken. Dit subtype is in hoge mate familiair bepaald en wordt vaak gekarakteriseerd door een sterke vasovagale reactie. Situationeel type: indien de angst wordt uitgelokt door een specifieke situatie zoals openbaar vervoer, tunnels, bruggen, liften, vliegen, autorijden, of afgesloten ruimten. Dit subtype heeft een tweetoppige verdeling in de aanvangsleeftijd, met een piek op de kinderleeftijd en een tweede piek rond het 25e jaar. Dit subtype lijkt vergelijkbaar met de paniekstoornis met agorafobie wat betreft de kenmerkende seks ratio, patronen van familiaire groeperingen en aanvangsleeftijd.

6 Overig type: indien de angst wordt uitgelokt door andere prikkels. Tot deze prikkels kunnen de angst of vermijding van situaties horen die zouden kunnen leiden tot benauwdheid, overgeven of een ziekte oplopen; 'ruimte' fobie (dat wil zeggen iemand is bang neer te vallen indien men niet meer in de buurt van muren of andere fysiek steun gevende middelen is); en bij kinderen de angst voor harde geluiden of gekostumeerde personen) (F40.1) Sociale fobie (Sociale angststoornis) (Social Phobia (Social Anxiety Disorder)) A.Een duidelijke en aanhoudende angst voor één of meer situaties waarin men sociaal moet functioneren of iets moet presteren en waarbij men blootgesteld wordt aan onbekenden of een mogelijk kritische beoordeling door anderen. Iemand is bang dat hij/zij zich op een of andere manier zal gedragen (of angstsymptomen zal tonen) die vernederend of gênant zal zijn. N.B.: Bij kinderen moeten er aanwijzingen zijn dat ze tot bij de leeftijd passende sociale relaties met bekende mensen en moet de angst voorkomen in gezelschap van leeftijdgenoten en niet alleen maar in een interactie met volwassenen. B.Blootstelling aan de gevreesde sociale situatie lokt bijna zonder uitzondering angst uit, die de vorm kan krijgen van een situatiegebonden of situationeel gepredisponeerde paniekaanval. N.B.: Bij kinderen kan de angst naar voren komen in de vorm van huilen, woedeuitbarstingen, verstijven of zich terugtrekken uit sociale situaties met onbekende personen. C.Betrokkene is zich er van bewust dat zijn of haar angst overdreven of onredelijk is. N.B.: Bij kinderen kan dit kenmerk ontbreken. D.De gevreesde sociale situatie of de situaties waarin men moet optreden wordt vermeden dan wel doorstaan met intense angst of lijden. E.De vermijding, de angstige verwachting of het lijden in de gevreesde sociale situatie(s) of de situatie(s) waarin men moet optreden belemmeren in significante mate de normale dagelijkse routine, het beroepsmatig functioneren (of studie of school), of het functioneren bij sociale activiteiten of in relaties met anderen, of er is een duidelijk lijden over het hebben van de fobie. F.Bij personen onder de achttien jaar is de duur tenminste zes maanden. G.De angst of vermijding zijn niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld een paniekstoornis met of zonder agorafobie, separatie-angststoornis, stoornis in de lichaamsbeleving, een pervasieve ontwikkelingsstoornis of een schizoïde persoonlijkheidsstoornis). H.Indien er sprake is van een somatische aandoening of een andere psychische stoornis, houdt de angst van criterium A er geen verband mee, bijvoorbeeld de angst is niet die om te stotteren, beven bij ziekte van Parkinson, of abnormaal eetgedrag bij anorexia nervosa of boulimia nervosa.

7 Specificeer indien: Gegeneraliseerd: indien de angst de meeste sociale situaties betreft (bijvoorbeeld het aanknopen of voortzetten van gesprekken, deelnemen aan kleine groepen, met iemand uitgaan, met autoriteitsfiguren spreken, feestjes bijwonen). N.B.: Overweeg ook de aanvullende diagnose van ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (F42.8) Obsessieve-compulsieve stoornis (Obsessive Compulsive Disorder) A.Ofwel dwanggedachten ofwel dwanghandelingen: Dwanggedachten zoals gedefinieerd door (1), (2), (3) en (4): (1)recidiverende en aanhoudende gedachten, impulsen of voorstellingen, die gedurende bepaalde momenten van de stoornis als opgedrongen en misplaatst beleefd worden, en die duidelijke angst of lijden veroorzaken (2)de gedachten, impulsen of voorstellingen zijn niet eenvoudig een overdreven bezorgdheid over problemen uit het dagelijkse leven (3)betrokkene probeert deze gedachten, impulsen of voorstellingen te negeren of te onderdrukken, of deze te neutraliseren met een andere gedachte of handeling (4)betrokkene is zich ervan bewust dat de dwangmatige gedachten, impulsen of voorstellingen het product zijn van zijn of haar eigen geest (niet van buitenaf opgelegd zoals bij gedachteninbrenging) Dwanghandelingen zoals gedefinieerd door (1) en (2): (1)zich herhalend gedrag (bijvoorbeeld handenwassen, opruimen, controleren) of psychische activiteit (bijvoorbeeld bidden, tellen, in stilte woorden herhalen) waartoe betrokkene zich gedwongen voelt in reactie op een dwanggedachte, of een zich aan regels houden die rigide moeten worden toegepast (2)de gedragingen of psychische activiteiten zijn gericht op het voorkómen of verminderen van het lijden, of op het voorkómen van een bepaalde gevreesde gebeurtenis of situatie; deze gedragingen of psychische activiteiten tonen echter ofwel geen realistische samenhang met die gebeurtenis geneutraliseerd of voorkomen moet worden, of zijn duidelijk overdreven B.Op een bepaald moment in het beloop van de stoornis is betrokkene zich er van bewust dat de dwanggedachten en dwanghandelingen overdreven of onredelijk zijn. N.B.: Dit is niet op kinderen van toepassing. C.De dwanggedachten of dwanghandelingen veroorzaken duidelijk lijden, zij kosten veel tijd (nemen meer dan één uur per dag in beslag) of verstoren in significante mate de normale

8 dagelijkse routine van betrokkene, het beroepsmatig functioneren (of de studie of school) of de gebruikelijke sociale activiteiten of relaties met anderen. D.Indien een andere As I stoornis aanwezig is, is de inhoud van de dwanggedachte of de dwanghandeling daartoe niet beperkt (bijvoorbeeld preoccupatie met voedsel bij een eetstoornis; haar uittrekken bij trichotillomanie; bezorgdheid over het uiterlijk bij een stoornis in de lichaamsbeleving; preoccupatie met middelen als een stoornis in het gebruik van middelen aanwezig is; preoccupatie met het hebben van een ernstige ziekte bij een hypochondrie; preoccupatie met seksuele behoeftes of fantasieën bij een parafilie; of piekeren over schuld bij een depressieve stoornis). E.De stoornis is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening. Specificeer indien: Met gering inzicht: indien betrokkene, voor het grootste deel van de tijd in de huidige episode, niet beseft dat de dwanggedachten en dwanghandelingen overdreven of onredelijk zijn (F43.1) Posttraumatische stress-stoornis (Posttraumatic Stress Disorder) A.Betrokkene is blootgesteld aan een traumatische ervaring waarbij beide van de volgende van toepassing zijn: (1)betrokkene heeft ondervonden, is getuige geweest van of werd geconfronteerd met één een of meer gebeurtenissen die de feitelijke of dreigende dood of een ernstige verwonding met zich meebracht, of die een bedreiging vormde voor de fysieke integriteit van betrokkene of van anderen. (2)tot de reacties van betrokkene behoorde intense angst, hulpeloosheid of afschuw. N.B.: Bij kinderen kan dit zich in plaats hiervan uiten in chaotisch of geagiteerd gedrag. B.De traumatische gebeurtenis wordt voortdurend herbeleefd op één (of meer) van de volgende manieren: (1)recidiverende en zich opdringende onaangename herinneringen aan de gebeurtenis, inbegrepen voorstellingen, gedachten of waarnemingen. N.B.: Bij jonge kinderen kan dit zich uiten in de vorm van terugkerende spelletjes waarin de thema's of aspecten van het trauma worden uitgedrukt. (2)recidiverend akelig dromen over de gebeurtenis. N.B.: Bij kinderen kunnen angstdromen zonder herkenbare inhoud voorkomen. (3)handelen of voelen alsof de traumatische gebeurtenis opnieuw plaatsvindt (hiertoe behoren ook het gevoel van het opnieuw te beleven, illusies, hallucinaties en dissociatieve episodes

9 met flashback, met inbegrip van die welke voorkomen bij het ontwaken of tijdens intoxicatie). N.B.: Bij jonge kinderen kunnen trauma-specifieke heropvoeringen voorkomen. (4)intens psychisch lijden bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis symboliseren of erop lijken. (5)fysiologische reacties bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis symboliseren of erop lijken. C.Aanhoudend vermijden van prikkels die bij het trauma hoorden of afstomping van de algemene reactiviteit (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit drie (of meer) van de volgende: (1)pogingen gedachten, gevoelens of gesprekken horend bij het trauma, te vermijden (2)pogingen activiteiten, plaatsen of mensen die herinneringen oproepen aan het trauma te vermijden (3)onvermogen zich een belangrijk aspect van het trauma te herinneren (4)duidelijk verminderde belangstelling voor of deelneming aan belangrijke activiteiten (5)gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen (6)beperkt uiten van affect (bijvoorbeeld niet in staat gevoelens van liefde te hebben) (7)gevoel een beperkte toekomst te hebben (bijvoorbeeld verwacht geen carrière te zullen maken, geen huwelijk, geen kinderen, of geen normale levensverwachting) D.Aanhoudend symptomen van verhoogde prikkelbaarheid (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit twee (of meer) van de volgende: (1)moeite met inslapen of doorslapen (2)prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen (3)moeite met concentreren (4)overmatige waakzaamheid (5)overdreven schrikreacties E.Duur van de stoornis (symptomen in B, C en D) langer dan één maand. F.De stoornis veroorzaakt belangrijk lijden of beperkingen in sociaal, beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere significante terreinen. Specificeer indien: Acuut: indien duur van de symptomen korter dan drie maanden is

10 Chronisch: indien duur van de symptomen drie maanden of langer is Specificeer indien: Met verlaat begin: indien het begin van de symptomen tenminste zes maanden na het trauma ligt (F43.0) Acute stress-stoornis (Acute Stress Disorder) A.Betrokkene is blootgesteld aan een traumatische ervaring waarbij beide volgende aanwezig zijn geweest: (1)betrokkene heeft ondervonden, is getuige geweest van of werd geconfronteerd met één of meer gebeurtenissen die de feitelijke of dreigende dood of een ernstige verwonding met zich meebracht, of die een bedreiging vormde voor de fysieke integriteit van betrokkene of van anderen. (2)tot de reacties van betrokkene behoorde intense angst, hulpeloosheid of afschuw. B.Ofwel tijdens het doormaken of onmiddellijk na het doormaken van de leed veroorzakende gebeurtenis heeft betrokkene drie (of meer) van de volgende dissociatieve symptomen: (1)subjectief gevoel van verdoving, onthechting of afwezigheid van emotionele reacties (2)vermindering van het zich bewust zijn van zijn of haar omgeving ('in een waas verkeren') (3)derealisatie (4)depersonalisatie (5)dissociatieve amnesie (dat wil zeggen niet in staat zich een belangrijk aspect van het trauma te herinneren) C.De traumatische gebeurtenis wordt voortdurend herbeleefd op ten minste één van de volgende manieren: terugkerende beelden, gedachten, dromen, illusies, episodes met flashback of een gevoel van het opnieuw te beleven van de ervaring; of lijden bij blootstelling aan zaken die de traumatische gebeurtenis in het geheugen terugbrengen. D.Duidelijke vermijding van de prikkels die herinneringen aan het trauma oproepen (bijvoorbeeld gedachten, gevoelens, gesprekken, activiteiten, plaatsen, mensen). E.Duidelijke symptomen van angst of verhoogde prikkelbaarheid (bijvoorbeeld slaapstoornissen, prikkelbaarheid, slechte concentratie, overmatige waakzaamheid, overdreven schrikreacties en motorische rusteloosheid).

11 F.De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in sociaal, beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere significante terreinen, of iemand wordt gehinderd in het voortzetten van noodzakelijke activiteiten, zoals het verkrijgen van medische of juridische bijstand of het mobiliseren van persoonlijke hulp door familieleden over de traumatische gebeurtenis te vertellen. G.De stoornis duurt minimaal twee dagen en maximaal vier weken en treedt binnen vier weken na de traumatische gebeurtenis op. H.De stoornis is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drugs, geneesmiddel) of een somatische aandoening, en is niet eerder toe te schrijven aan een 'kortdurende psychotische stoornis' en is niet slechts een verergering van een reeds aanwezige As I of As II stoornis (F41.1) Gegeneraliseerde angststoornis (inbegrepen Overmatige angststoornis in de kindertijd) (Generalized Anxiety Disorder (Includes Overanxious Disorder of Childhood)) A.Buitensporige angst en bezorgdheid (bange voorgevoelens), gedurende zes maanden vaker wel dan niet voorkomend, over een aantal gebeurtenissen of activiteiten (zoals werk of schoolprestaties). B.Betrokkene vindt het moeilijk de bezorgdheid in de hand te houden. C.De angst en bezorgdheid gaan samen met drie (of meer) van de volgende zes symptomen (waarvan ten minste enkele symptomen in de laatste 6 maanden vaker wel dan niet aanwezig). N.B.: Bij kinderen is slechts één item nodig. (1)rusteloosheid of opgewonden of geïrriteerd zijn (2)snel vermoeid zijn (3)zich moeilijk kunnen concentreren of zich niets kunnen herinneren (4)prikkelbaarheid (5)spierspanning (6)slaapstoornis (moeilijkheden in slaap te vallen of door te slapen, of rusteloze, niet verkwikkende slaap) D.Het onderwerp van de angst en bezorgdheid is niet beperkt tot de kenmerken van een As I stoornis, bijvoorbeeld de angst of bezorgdheid gaat niet over het hebben van een paniekaanval (zoals bij een paniekstoornis), het in gezelschap voor schut staan (zoals bij sociale fobie), het besmet worden (zoals bij de obsessieve-compulsieve stoornis), het van huis of naaste familie weg zijn (zoals bij de separatie angst-stoornis), het in gewicht toenemen (zoals bij de anorexia

12 nervosa), het hebben van veel verschillende lichamelijke klachten (zoals bij somatisatiestoornis) of een ernstige ziekte hebben (zoals bij de hypochondrie) en de angst en bezorgdheid komt niet uitsluitend voor tijdens een posttraumatische stress-stoornis. E.De angst, bezorgdheid of de lichamelijke klachten veroorzaken in significante mate lijden of beperkingen in sociaal, beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere significante terreinen. F.De stoornis is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten een middel (bijvoorbeeld drugs, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld hyperthyreoïdie), en komt niet uitsluitend voor tijdens een stemmingsstoornis, psychotische stoornis of een pervasieve ontwikkelingsstoornis (F06.4) Angststoornis door... [Vermeld de somatische aandoening] (Anxiety Disorder Due to... [Indicate the General Medical Condition]) A.Opvallende angst, paniekaanvallen, dwanggedachten of dwanghandelingen overheersen het beeld. B.Er zijn aanwijzingen uit anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen dat de stoornis de directe fysiologische consequentie is van een somatische aandoening. C.De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld een 'aanpassingsstoornis met angst' waarbij de stressfactor een ernstige somatische aandoening is). D.De stoornis komt niet uitsluitend voor in het beloop van een delirium. E.De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in sociaal, beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere significante terreinen. Specificeer indien: Met gegeneraliseerde angst: indien buitensporige angst of bezorgdheid over een aantal gebeurtenissen of activiteiten het beeld overheerst Met paniekaanvallen: indien paniekaanvallen het beeld overheersen Met obsessieve-compulsieve symptomen: indien dwanggedachten of dwanghandelingen het beeld overheersen Coderingsaanwijzing: Geef ook de naam van de somatische aandoening op As I, bijvoorbeeld (F06.4) Angststoornis door feochromocytoom, met gegeneraliseerde angst; codeer ook de somatische aandoening op As III (zie Appendix G voor het codenummer).

13 Angststoornis door een middel (Substance-Induced Anxiety Disorder) A.Opvallende angst, paniekaanvallen, dwanggedachten of dwanghandelingen. B.Er zijn aanwijzingen uit anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen voor ofwel (1) of (2): (1)de symptomen van criterium A ontstaan tijdens of binnen één maand na een intoxicatie of onthouding van middelen (2)het gebruik van een geneesmiddel heeft een oorzakelijk verband met de stoornis C.De stoornis is niet eerder toe te schrijven aan een angststoornis die niet teweeggebracht is door middelen. Tot de aanwijzingen dat de symptomen eerder zijn toe te schrijven aan een angststoornis die niet teweeggebracht is door een middel kunnen de volgende gerekend worden: de symptomen gaan vooraf aan het gebruik van het (genees)middel; de symptomen blijven een substantiële periode aanwezig (bijvoorbeeld ongeveer een maand) na het einde van de acute onthouding of ernstige intoxicatie of zijn aanzienlijk ernstiger dan wat verwacht zou kunnen worden op basis van de aard of hoeveelheden van het gebruikte middel of de duur van het gebruik; of er zijn andere aanwijzingen die het bestaan van een onafhankelijke, niet door middelen teweeggebrachte angststoornis aannemelijk maken (bijvoorbeeld een voorgeschiedenis met recidiverende niet door een middel teweeggebrachte paniekaanvallen). D.De stoornis komt niet uitsluitend voor in het beloop van een delirium. E.De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in sociaal, beroepsmatig functioneren of op andere significante terreinen van functioneren N.B.: Deze diagnose mag alleen in plaats van de diagnose van 'Intoxicatie door een middel' of 'onthouding van een middel' gesteld worden als de angstsymptomen ernstiger zijn dan die welke meestal samengaan met een intoxicatie- of onthoudingssyndroom en als de angstsymptomen voldoende ernstig zijn om afzonderlijke zorg te rechtvaardigen. Codeer: [Specifieke door middelen teweeggebrachte] Angststoornis: ( (F10.8) Alcohol, (F15.8) Amfetamine (of een aan amfetamine verwant middel), (F15.8) Cafeïne, (F12.8) Cannabis, (F14.8) Cocaïne, (F16.8) Hallucinogeen, (F18.8) Vluchtige stoffen, (F19.8) Fencyclidine (of een aan fencyclidien verwant middel), (F13.8) Sedativum, Hypnoticum of Anxiolyticum, (F19.8) Ander [of onbekend] middel). Coderingsaanwijzing: Zie de Procedures voor het vastleggen. Specificeer indien:

14 Met gegeneraliseerde angst: indien buitensporige angst of bezorgdheid over een aantal gebeurtenissen of activiteiten het beeld overheerst Met paniekaanvallen: indien paniekaanvallen het beeld overheersen Met obsessieve-compulsieve symptomen: indien dwanggedachten of dwanghandelingen het klinisch beeld overheersen Met fobische symptomen: indien fobische symptomen het beeld overheersen Specificeer indien: Zie Tabel 2 op pagina 144 van de Beknopte handleiding voor de toepasbaarheid bij middelen Met begin tijdens intoxicatie: indien aan de criteria voor intoxicatie door een middel wordt voldaan en de symptomen tijdens het intoxicatiesyndroom ontstaan Met begin tijdens onthouding: indien aan de criteria voor onthouding van een middel wordt voldaan en de symptomen tijdens of kort na een onthoudingssyndroom ontstaan (F41.9)Angststoornis Niet Anderszins Omschreven (Anxiety Disorder Not Otherwise Specified) Deze categorie omvat stoornissen met opvallende angst of fobische vermijding die niet voldoen aan de criteria van een specifieke angststoornis, aanpassingsstoornis met angst of een aanpassingsstoornis met gemengd angstige en depressieve stemming. Tot de voorbeelden horen: (1)(F41.2) Gemengde angststoornis en depressie stoornis: significante symptomen van angst en depressiviteit maar niet wordt voldaan aan de criteria van een specifieke stemmingsstoornis of een specifieke angststoornis (zie Appendix B in DSM-IV voor de voorgestelde research criteria) (2)Significante sociaal-fobische symptomen die verband houden met de sociale gevolgen van het hebben van een somatische aandoening of psychische stoornis (bijvoorbeeld ziekte van Parkinson, dermatologische aandoeningen, stotteren, anorexia nervosa, stoornis in de lichaamsbeleving) (3)Situaties waarin de stoornis ernstig genoeg om de diagnose Angststoornis te rechtvaardigen maar iemand er niet in slaagt voldoende verschijnselen te melden om te voldoen aan de volledige criteria van om het even welke specifieke Angststoornis: iemand heeft bijvoorbeeld alle kenmerken van een Paniekstoornis zonder agorafobie maar de Paniekaanvallen zijn allemaal beperkt tot het moment van de aanval. (4)Situaties waarin een Angststoornis vastgesteld is terwijl niet kan worden vastgesteld of deze primair is, het gevolg is van een somatische aandoening of door middelen is teweeggebracht.

Wie normaal is beantwoordt aan een bepaalde norm van een specifieke sociale groep.

Wie normaal is beantwoordt aan een bepaalde norm van een specifieke sociale groep. Psychiatrie Wanneer kan men gedrag als gestoord bestempelen? De omschrijving van psychiatrische hangt nauw samen met de betekenis van de begrippen abnormaliteit en ziekte. Wie normaal is beantwoordt aan

Nadere informatie

ANGST. Dr. Miriam Lommen. Zit het in een klein hoekje? Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug.

ANGST. Dr. Miriam Lommen. Zit het in een klein hoekje? Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug. ANGST Zit het in een klein hoekje? Dr. Miriam Lommen Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie m.j.j.lommen@rug.nl Wie is er NOOIT bang? Heb ik een angststoornis? Volgens

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen

Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen 300.81 Somatisatiestoornis 300.82 Ongedifferentieerde somatoforme stoornis 300.11 Conversiestoornis Specificeer indien: Met motorische symptoom of uitvalsverschijnsel/met sensorische

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. 4 Wat kun je er zelf aan doen? 42 4.1 Leren omgaan met paniekklachten 42 4.2 Registratie van paniekklachten 45

Inhoud. Inleiding 7. 4 Wat kun je er zelf aan doen? 42 4.1 Leren omgaan met paniekklachten 42 4.2 Registratie van paniekklachten 45 Inhoud Inleiding 7 1 Uitleg over paniekstoornis en agorafobie 9 1.1 Wat is een paniekstoornis? 9 1.2 Wanneer spreek je van agorafobie? 12 1.3 Paniekstoornis en hyperventilatie 15 1.4 Wat gebeurt er in

Nadere informatie

Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam

Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam Samenwerkingsverband Vrijgevestigde Psychologen Amsterdam Sanne Bakker en Marjan Kroon, 19 juni 2014 1. De invoering van de Basis GGZ 2. Het verwijsmodel 3. Overzicht van de DSM-IV stoornissen die vergoed

Nadere informatie

Angst en Kanker, wanneer klopt er iets niet? Dr Christine Brouwer- Dudok de Wit, klin psycholoog

Angst en Kanker, wanneer klopt er iets niet? Dr Christine Brouwer- Dudok de Wit, klin psycholoog Angst en Kanker, wanneer klopt er iets niet? Dr Christine Brouwer- Dudok de Wit, klin psycholoog Opzet van deze presentatie Korte introductie van mijzelf. Theorie: Wat is angst? Wanneer klopt er iets niet?

Nadere informatie

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE

SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE SCHEMA S STOORNISSEN KINDERPSYCHIATRIE Dyslexie Moeite met de techniek van het lezen en spellen, door problemen om het woordniveau en met als belangrijk kenmerk dat geen echte automatisering van het lezen

Nadere informatie

DIAGNOSTIEK ANGSTSTOORNISSEN

DIAGNOSTIEK ANGSTSTOORNISSEN DIAGNOSTIEK ANGSTSTOORNISSEN Het diagnostisch proces dat wordt toegepast bij angststoornissen wordt vertaald in een viertal uitgangsvragen, die relevantie hebben voor de verschillende in de praktijk werkzame

Nadere informatie

Schizofrenie en andere psychotische stoornissen

Schizofrenie en andere psychotische stoornissen Schizofrenie en andere psychotische stoornissen 295.xx Schizofrenie De volgende classificatie van het longitudinale beloop is van toepassing voor alle subtypes van schizofrenie: Episodisch met restsymptomen

Nadere informatie

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria

Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Correcties DSM 5 : Beknopt overzicht van de criteria Vierde oplage, juni 2016 In deze lijst zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen t.o.v. de derde oplage (juni 2015). Pagina Stoornis Derde oplage,

Nadere informatie

De kwaliteit van de omgeving (leefomstandigheden en voorzieningen) bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de ontwikkeling van het kind.

De kwaliteit van de omgeving (leefomstandigheden en voorzieningen) bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de ontwikkeling van het kind. Gastdocent: Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist In dienst van kinderen, jongeren en hun ouders

Nadere informatie

OBSESSIEVE-COMPULSIEVE STOORNIS

OBSESSIEVE-COMPULSIEVE STOORNIS OBSESSIEVE-COMPULSIEVE STOORNIS Obsessies: Constant herhalende gedachten, beelden of impulsen die moeilijk onder controle te krijgen zijn. De persoon weet dat zijn obsessieve gedachte overdreven en onnodig

Nadere informatie

Bijlage van DSM V naar ICPC 1

Bijlage van DSM V naar ICPC 1 Bijlage van DSM V naar ICPC 1 Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen 319 Verstandelijke beperking P85 Mentale retardatie/intellectuele achterstand 307.9 Communicatiestoornissen P29 Andere psychische

Nadere informatie

Codeer huidige toestand van de depressieve stoornis of bipolaire I stoornis met het vijfde cijfer:

Codeer huidige toestand van de depressieve stoornis of bipolaire I stoornis met het vijfde cijfer: Stemmingsstoornissen (Mood Disorders) Deze sectie is in drie delen onderverdeeld. Het eerste deel beschrijft de stemmingsepisodes (depressieve episode, manische episode, gemengde episode en hypomane episode),

Nadere informatie

1 Wat is er met me aan de hand?

1 Wat is er met me aan de hand? 1 Wat is er met me aan de hand? Typerend beeld van de gegeneraliseerde angststoornis Het leven kent vele risico s en gevaren. Angst kan mensen helpen naar de juiste oplossingen te zoeken voor allerlei

Nadere informatie

Angststoornissen. Landelijk Basisprogramma. Leidraad voor regionale zorgprogrammering. Trimbos-instituut Anneke van Wamel Henk Verburg

Angststoornissen. Landelijk Basisprogramma. Leidraad voor regionale zorgprogrammering. Trimbos-instituut Anneke van Wamel Henk Verburg Leidraad voor regionale zorgprogrammering Landelijk Basisprogramma Angststoornissen Trimbos-instituut Anneke van Wamel Henk Verburg Met medewerking van Jolanda Meeuwissen, Ineke Voordouw en Vera van de

Nadere informatie

Angst en paniekstoornissen

Angst en paniekstoornissen Angst en paniekstoornissen Denk aan een angststoornis bij: Onverklaarbare lichamelijke klachten Verergering van bestaande lichamelijke klachten Misbruik psycho-actieve stoffen Claimend of eisend gedrag

Nadere informatie

DSM-IV-TR: Aandachtstekortstoornissen en gedragsstoornissen

DSM-IV-TR: Aandachtstekortstoornissen en gedragsstoornissen DSM-IV-TR: Aandachtstekortstoornissen en gedragsstoornissen 314.xx Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit.01 Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit, gecombineerde type.00 Aandachtstekortstoornis

Nadere informatie

Wie doet wat? 8 maart 2016 Danielle Cath, Psychiater Altrecht Christine Weenink, Kaderhuisarts GGZ

Wie doet wat? 8 maart 2016 Danielle Cath, Psychiater Altrecht Christine Weenink, Kaderhuisarts GGZ Angst Wie doet wat? 8 maart 2016 Danielle Cath, Psychiater Altrecht Christine Weenink, Kaderhuisarts GGZ Angst is Nuttig Normaal Beschermend Besmettelijk Lijfelijke sensatie Lastig te herkennen Angstig

Nadere informatie

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht

VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht VERANDERING VAN GEDRAG: EEN PROBLEEM OF NIET? Marieke Schuurmans Verpleegkundige & onderzoeker UMC Utrecht/Hogeschool Utrecht GEDRAG: De wijze waarop iemand zich gedraagt, zijn wijze van doen, optreden

Nadere informatie

PTSS - diagnostiek en behandeling. drs. Mirjam J. Nijdam psycholoog / onderzoeker Topzorgprogramma Psychotrauma AMC De Meren

PTSS - diagnostiek en behandeling. drs. Mirjam J. Nijdam psycholoog / onderzoeker Topzorgprogramma Psychotrauma AMC De Meren PTSS - diagnostiek en behandeling drs. Mirjam J. Nijdam psycholoog / onderzoeker Topzorgprogramma Psychotrauma AMC De Meren Opbouw Diagnose PTSS Prevalentiecijfers PTSS en arbeid Preventie van PTSS Behandeling

Nadere informatie

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) Wat betekent ADHD? ADHD is een afkorting die staat voor Attention Deficit/Hyperactivity Disorder, hetgeen in het Nederlands vertaald is met Aandachtstekortstoornis

Nadere informatie

Posttraumatische stressstoornis na uitzending

Posttraumatische stressstoornis na uitzending Posttraumatische stressstoornis na uitzending Factsheet Inleiding Een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking (ongeveer 80%) krijgt ooit te maken met één of meer potentieel traumatische gebeurtenissen.

Nadere informatie

Vier Dimensionale Klachtenlijst (4DKL)

Vier Dimensionale Klachtenlijst (4DKL) Instructie De vragenlijst betreft verschillende klachten en verschijnselen die u mogelijk heeft Het gaat steeds om klachten en verschijnselen die u de afgelopen week (de afgelopen 7 dagen met vandaag erbij)

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

Mini International Neuropsychiatric Interview. Nederlandse Versie 5.0.0 DSM-IV

Mini International Neuropsychiatric Interview. Nederlandse Versie 5.0.0 DSM-IV M.I.N.I. Mini International Neuropsychiatric Interview Nederlandse Versie 5.0.0 DSM-IV Y. Lecrubier, E. Weiller, T. Hergueta, P. Amorim, L.I. Bonora J.P. Lépine Hôpital de la Salpétrière - Paris - FRANCE

Nadere informatie

EMDR in de behandeling van een paniekstoornis met/zonder agorafobie

EMDR in de behandeling van een paniekstoornis met/zonder agorafobie EMDR in de behandeling van een paniekstoornis met/zonder agorafobie Ferdinand Horst, GZ-psycholoog in opleiding tot specialist Brigitte Baeten, klinisch psycholoog/psychotherapeut Afdeling medische psychologie

Nadere informatie

Bijlage. Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes (alfabetisch)

Bijlage. Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes (alfabetisch) Bijlage Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes (alfabetisch) De stoornissen staan hier in alfabetische volgorde, en niet in de volgorde waarin ze in Psychiatrische diagnostiek aan bod komen. * De eerste

Nadere informatie

Bijlage. Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes

Bijlage. Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes Bijlage Van ICD-9-CM-codes naar ICD-10-CM-codes De stoornissen staan in de volgorde waarin ze in de tekst voorkomen. * De eerste code is steeds de icd-9-cm-code, dan volgt een rechte streep ( ) en dan

Nadere informatie

Wegwijzer psychische stoornissen 1

Wegwijzer psychische stoornissen 1 Wegwijzer psychische stoornissen 1 Met behulp van de hiernavolgende vragen kun je nagaan of klachten/problemen mogelijk wijzen op een psychische stoornis. Wees er wel voorzichtig mee. Het gebruik van deze

Nadere informatie

Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart. Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen

Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart. Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen Depressies en angststoornissen - Net zo vaak samen als apart Prof.dr. W.A. Nolen UMC Groningen NESDA - Verschillende cohorten Vanuit NEMESIS (303) Vanuit ARIADNE (261) 1 e lijn (1611) Met huidige depressie/angststoornis

Nadere informatie

PANIC DISORDER SEVERITY SCALE (PDSS)

PANIC DISORDER SEVERITY SCALE (PDSS) PANIC DISORDER SEVERITY SCALE (PDSS) 1 1992, Department of Psychiatry University of Pittsburgh School of Medicine All Rights Reserved Ontwikkeld en getest door M. Katherine Shear M.D.; Timothy Brown Psy.D.;

Nadere informatie

Datum: VRAGENLIJSTEN (1) Naam: Geboortedatum: www.upckuleuven.be info@upckuleuven.be

Datum: VRAGENLIJSTEN (1) Naam: Geboortedatum: www.upckuleuven.be info@upckuleuven.be Datum: VRAGENLIJSTEN (1) Naam: Geboortedatum: www.upckuleuven.be info@upckuleuven.be campus Kortenberg Leuvensesteenweg 517 3070 Kortenberg T +32 2 758 05 11 campus Gasthuisberg Herestraat 49 3000 Leuven

Nadere informatie

4DKL KLACHTENLIJST. Intake klacht :... :... Diagnose :... Medicatie :... Opmerkingen :... Versie: 3.07. Uitgave 2004: Stichting Flow, Alkmaar

4DKL KLACHTENLIJST. Intake klacht :... :... Diagnose :... Medicatie :... Opmerkingen :... Versie: 3.07. Uitgave 2004: Stichting Flow, Alkmaar 4DKL KLACHTENLIJST Naam :........................................... datum:... /... /.... eslacht : man / vrouw num mer:........... eb. datum :.... /.... /..... Leeftijd:....... jaar praktijk:............

Nadere informatie

E M D R een inleiding

E M D R een inleiding E M D R een inleiding Lucinda Meihuizen GZ-psycholoog Zorgpartners Midden-Holland lucinda.meihuizen@zorgpartners.nl Wietske Soeteman GZ-psycholoog Pro Persona w.soeteman@propersona.nl Wat haal je uit deze

Nadere informatie

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen SQ-48: 48 Symptom Questionnaire Meetpretentie De SQ-48 bestaat uit 48 items en is in 2011 ontworpen door de afdeling psychiatrie van het LUMC om algemene psychopathologie (angst, depressie, somatische

Nadere informatie

Wat is een gezondheidszorgpsycholoog?

Wat is een gezondheidszorgpsycholoog? Wat is een gezondheidszorgpsycholoog? Meest voorkomende psychiatrische stoornissen: Stemmingsstoornis Angststoornis Persoonlijkheidsstoornis Depressie Depressieve stemming Het meest voor de hand liggende

Nadere informatie

Korte Eclectische Psychotherapie KEP voor PTSS

Korte Eclectische Psychotherapie KEP voor PTSS Korte Eclectische Psychotherapie KEP voor PTSS Berthold Gersons, Ineke Vrijlandt, Miranda Olff, Ramon Lindauer, AMC de Meren KEP accepted as effective treatment for PTSD NICE Guidelines PTSD 2005 BEP effect

Nadere informatie

Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide

Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide Iemand is ontevreden over zijn of haar uiterlijk A) boulimia nervosa B) depersonalisatiestoornis C) A en B D) geen van beide Gas gelijkt soms op paniekstoornis omdat: A) er bezorgdheid is over gezondheid

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

in gesprek over: Paniekstoornis en fobieën

in gesprek over: Paniekstoornis en fobieën in gesprek over: Paniekstoornis en fobieën Colofon Redactie: W. Smith-van Rietschoten (eindredacteur) J.L.M. van der Beek E.A.M. Knoppert-van der Klein R.B. Laport C.R. van Meer E. Olivier M. van Verschuer

Nadere informatie

Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van

Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van 1 Bedwing je dwang Children s Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale (CY-BOCS) Algemene instructies Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van patiënten met een obsessieve-compulsieve

Nadere informatie

Jos van Erp Psycholoog / Beleidsadviseur De Hart&Vaatgroep / Hartstichting j.v.erp@hartstichting.nl. Stress en hart- en vaatziekten

Jos van Erp Psycholoog / Beleidsadviseur De Hart&Vaatgroep / Hartstichting j.v.erp@hartstichting.nl. Stress en hart- en vaatziekten Jos van Erp Psycholoog / Beleidsadviseur De Hart&Vaatgroep / Hartstichting j.v.erp@hartstichting.nl Stress en hart- en vaatziekten Indeling Het stressmechanisme Psychologische stress Stress en het ontstaan

Nadere informatie

Chapter 8. Nederlandse samenvatting

Chapter 8. Nederlandse samenvatting Chapter 8 Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING Angst is een menselijke emotie die iedereen van tijd tot tijd wel eens ervaart. Veel mensen voelen zich angstig of nerveus wanneer ze bijvoorbeeld

Nadere informatie

diagnostiek en behandeling voor de professional Angststoornissen bij kinderen Peter Muris

diagnostiek en behandeling voor de professional Angststoornissen bij kinderen Peter Muris diagnostiek en behandeling voor de professional Angststoornissen bij kinderen Peter Muris Angststoornissen bij kinderen Diagnostiek en behandeling voor de professional Peter Muris Inhoud 1 Beschrijving

Nadere informatie

Angststoornissen. P unt P. kan u helpen. volwassenen

Angststoornissen. P unt P. kan u helpen. volwassenen Angststoornissen P unt P kan u helpen volwassenen Iedereen is wel eens bang en dat is maar goed ook. Angst is een ingebouwd verdedigingsmechanisme dat ons waarschuwt voor gevaar. Hormonen, zoals adrenaline,

Nadere informatie

Testuitslag SCL-90-R

Testuitslag SCL-90-R Testuitslag SCL-90-R Afgenomen op: 5-4-13 15:32:37 Gekozen normgroep: SCL90 De gewone bevolking/'normalen' (normgroep 2) SCL-90-Schaal Ruwe score Normscore ANG - Angst 33 Zeer hoog AGO - Agorafobie 10

Nadere informatie

Angststoornissen. Als angst en paniek uw leven beheersen

Angststoornissen. Als angst en paniek uw leven beheersen Als angst en paniek uw leven beheersen Iedereen is wel eens bang. Gelukkig maar, want angst waarschuwt u voor gevaar. U schrikt bijvoorbeeld als u een brandlucht ruikt. Uw lichaam maakt zich klaar voor

Nadere informatie

Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag?

Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag? Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag? Publieksversie Ga zo veel mogelijk door met uw normale dagelijkse activiteiten. Dat geeft u het gevoel dat u de baas bent over de situatie. Dit is ook

Nadere informatie

STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN

STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN Doel Vroegtijdige opsporing en behandeling van angst bij zelfstandig wonende ouderen. STAP 1: Screenen op angst in de eerste lijn (kruis aan). Voelde u zich de afgelopen

Nadere informatie

CAT VRAGEN OEFENEN Week 2. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 15 maart 2013

CAT VRAGEN OEFENEN Week 2. Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 15 maart 2013 CAT VRAGEN OEFENEN Week 2 Cursus Psychisch Functioneren Mw. dr. U. Klumpers, psychiater/ cursuscoördinator Vrijdag 15 maart 2013 1. Stelling: Om de diagnose obsessieve-compulsieve stoornis te stellen moet

Nadere informatie

Happy Maar nu even niet. Praktisch omgaan met complexe psychische klachten

Happy Maar nu even niet. Praktisch omgaan met complexe psychische klachten Happy Maar nu even niet Praktisch omgaan met complexe psychische klachten Wie zijn wij? Why Waarom zijn wij hier? What Wat willen we straks bereikt hebben? How Hoe pakken we dat aan? Stellingen Eens of

Nadere informatie

Symptom Questionnaire SQ-48. V. Kovács! M. de Wit! M. Lucas! LUMC Psychiatrie

Symptom Questionnaire SQ-48. V. Kovács! M. de Wit! M. Lucas! LUMC Psychiatrie Symptom Questionnaire SQ-48 V. Kovács! M. de Wit! M. Lucas! LUMC Psychiatrie SQ-48 Naam patiënt: Datum: Nummer: Geboortedatum: HOEVEEL LAST HAD U VAN: Nooit Zelden Soms Vaak Zeer Vaak 18. Ik had zin om

Nadere informatie

1 Wat is er met me aan

1 Wat is er met me aan 1 Wat is er met me aan de hand? Ty p e r e n d b e e l d v a n h y p o c h o n d r i e Ton Vreeswijk komt al een flink aantal maanden geregeld bij zijn huisarts met allerlei klachten. Hij maakt zich ongerust

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling 2. Gevolgen van kindermishandeling voor kind en omgeving De emotionele, lichamelijke en intellectuele ontwikkeling van een kind berust op genetische mogelijkheden

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen

Somatoforme stoornissen Somatisch Onverklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen Somatoforme stoornissen Lichamelijke klachten Ziektegedrag Geen lichamelijke ziekte Er is een verschil

Nadere informatie

Angststoornissen. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over angst

Angststoornissen. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over angst ggz voor doven & slechthorenden Angststoornissen Als angst en paniek invloed hebben op het dagelijks leven Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over angst Herkent u dit? Iedereen

Nadere informatie

Regionaal zorgpad Angststoornissen

Regionaal zorgpad Angststoornissen Regionaal zorgpad Angststoornissen Zorggroep Synchroon April 2014 Zorgpad Angststoornissen 4-6-2014 1 Regionaal zorgpad Angststoornissen Zorggroep Synchroon, april 2014 Zorgpad Angststoornissen 4-6-2014

Nadere informatie

Workshop groepstherapie voor paniekstoornis. Marianne Hendrickx Hannelore Tandt 20 november 2015

Workshop groepstherapie voor paniekstoornis. Marianne Hendrickx Hannelore Tandt 20 november 2015 Workshop groepstherapie voor paniekstoornis Marianne Hendrickx Hannelore Tandt 20 november 2015 Overzicht evidentie groepstherapie Soares, 2013 Overzicht verschillende sessies 12 sessies, wekelijks, 1,5u,

Nadere informatie

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014

DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 DSM 5 - psychose Dr. S. Geerts Dr. O. Cools 28-11-2014 Inhoud DSM IV -> DSM 5 DSM IV: Schizofrenie als kernsyndroom Even stilstaan bij SCHIZOFRENIE Kritiek op DSM IV Overzicht DSM 5 Schizofrenie (1) Epidemiologie:

Nadere informatie

1 2 3 4 5 Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het nooit zelden soms meestal altijd

1 2 3 4 5 Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het nooit zelden soms meestal altijd MI 1 Naam:... Datum:... Hieronder vindt U een lijst met situaties en activiteiten. Het is de bedoeling dat U aangeeft in hoeverre U die vermijdt, omdat U zich er onplezierig of angstig voelt. Geef de mate

Nadere informatie

Signalering en Diagnostiek

Signalering en Diagnostiek Signalering en Diagnostiek bij getraumatiseerde kinderen Anja Meenhuys, GZ-Psycholoog Wat is een trauma? (DSM-IV) De persoon heeft ervaren, waargenomen of is geconfronteerd met een gebeurtenis of gebeurtenissen

Nadere informatie

Indeling lezing. Stoornissen Randomised Controlled Trial (RCT) Implementatie minimale interventie

Indeling lezing. Stoornissen Randomised Controlled Trial (RCT) Implementatie minimale interventie Indeling lezing Minimale interventie Christine van Boeijen Stoornissen Randomised Controlled Trial (RCT) Implementatie minimale interventie Minimale i interventie ti inhoudelijk Conclusie Nog 2 vragen

Nadere informatie

Bijlage : Primaire DSM-IV diagnoses

Bijlage : Primaire DSM-IV diagnoses Bijlage : Primaire DSM-IV diagnoses DSM IV stoornis ZUIGELING-KIND-JEUGD Leerstoornissen - Leesstoornis - Rekenstoornis - Schrijfstoornis - Leerstoornis NAO Stoornissen in de motorische vaardigheden -Coördinatieontwikkelingsstoornis

Nadere informatie

Toepasbaarheid en effectiviteit van behandeling voor angststoornissen in de eerste lijn. Christine van Boeijen

Toepasbaarheid en effectiviteit van behandeling voor angststoornissen in de eerste lijn. Christine van Boeijen Toepasbaarheid en effectiviteit van behandeling voor angststoornissen in de eerste lijn Christine van Boeijen Indeling presentatie Welke stoornissen Vooronderzoeken Hoofdonderzoeken Implementatie Welke

Nadere informatie

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Agressie - sociologisch. Agressie - biologisch. Agressie en psychiatrie 16-3-2014

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Agressie - sociologisch. Agressie - biologisch. Agressie en psychiatrie 16-3-2014 Basis emoties AGRESSIE en psychiatrische stoornissen Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties Psychofysiologische reactie op een prikkel Stereotype patroon van motoriek,

Nadere informatie

Hoe blijf ik (psychisch) gezond?! Simone Traa Klinisch psycholoog psychotherapeut Medische Psychologie, Máxima Medisch Centrum

Hoe blijf ik (psychisch) gezond?! Simone Traa Klinisch psycholoog psychotherapeut Medische Psychologie, Máxima Medisch Centrum Hoe blijf ik (psychisch) gezond?! Simone Traa Klinisch psycholoog psychotherapeut Medische Psychologie, Máxima Medisch Centrum Inhoud Definitie gezond Biopsychosociaal model Psychische gezondheid Stress

Nadere informatie

De gevolgen van trauma en stress in de volwassenheid en uitgestelde klachten

De gevolgen van trauma en stress in de volwassenheid en uitgestelde klachten De gevolgen van trauma en stress in de volwassenheid en uitgestelde klachten Cogis Symposium Trauma: late gevolgen voor kinderen en volwassenen 12 oktober 2011 Geert Smid Paul Celan: late gevolgen van

Nadere informatie

Hyperventilatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Hyperventilatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Hyperventilatie Wanneer u gespannen bent of angstig, kunnen verschillende lichamelijke klachten ontstaan. Eén van die klachten is hyperventileren. Hyperventileren wil zeggen dat u te snel of te diep ademt.

Nadere informatie

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen.

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen. Y-BOCS Algemene instructies Het is de bedoeling dat deze vragenlijst wordt gebruikt als een semi-gestructureerd interview. De interviewer dient de items in de aangegeven volgorde af te nemen en de vragen

Nadere informatie

Leven in angst. PuntP kan u helpen. groep: volwassenen

Leven in angst. PuntP kan u helpen. groep: volwassenen Leven in angst PuntP kan u helpen groep: volwassenen Iedereen is wel eens bang en dat is maar goed ook. Angst is een ingebouwd verdedigingsmechanisme dat ons waarschuwt voor gevaar. Hormonen, zoals adrenaline,

Nadere informatie

Informatie voor patiënten

Informatie voor patiënten Informatie voor patiënten gegeneraliseerde angststoornis: wat is dat precies? Bij u is na de intakeprocedure de diagnose gegeneraliseerde angststoornis gesteld. Om deze diagnose te kunnen krijgen moet

Nadere informatie

Omgaan met littekens. Els Vandermeulen. Psychologe BWC Neder-over-Heembeek Februari 2014

Omgaan met littekens. Els Vandermeulen. Psychologe BWC Neder-over-Heembeek Februari 2014 Omgaan met littekens Els Vandermeulen Psychologe BWC Neder-over-Heembeek Februari 2014 1. Huid 2. Brandwonden 3. Littekens 4. Traumatische gebeurtenis 5. Onzichtbare littekens 6. Psychische problemen 1.

Nadere informatie

31/10/2012 OVERZICHT DEFINTIE 1. TRAUMATISCHE GEBEURTENISSEN TYPE GEBEURTENISSEN TRAUMA

31/10/2012 OVERZICHT DEFINTIE 1. TRAUMATISCHE GEBEURTENISSEN TYPE GEBEURTENISSEN TRAUMA Posttraumatische stressklachten bij kinderen Eva Verlinden, orthopedagoog Karen van Zon, GZ-psycholoog Renee Beer, klinisch psycholoog OVERZICHT 1. Traumatische gebeurtenissen 2. Traumagerelateerde stoornissen

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

Appendix. Deel 1: Vertaalde PSYCHLOPS deel 1 en deel 2 (zie hoofdstuk 5) Deel 2: Vertaalde PHQ (zie hoofdstuk 2)

Appendix. Deel 1: Vertaalde PSYCHLOPS deel 1 en deel 2 (zie hoofdstuk 5) Deel 2: Vertaalde PHQ (zie hoofdstuk 2) Appendix Deel 1: Vertaalde PSYCHLOPS deel 1 en deel 2 (zie hoofdstuk 5) Deel 2: Vertaalde PHQ (zie hoofdstuk 2) Een vragenlijst over u en hoe u zich voelt. Vraag 1. Deze vraag bestaat uit drie delen: a-probleem,

Nadere informatie

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Basis emoties 28-3-2012. Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman

AGRESSIE. Basis emoties. Basis emoties. Basis emoties 28-3-2012. Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties AGRESSIE en psychiatrische sen Angst Verdriet Boosheid Verbazing Plezier Walging Paul Ekman Basis emoties Basis emoties Psychofysiologische reactie op een prikkel Stereotype patroon van motoriek,

Nadere informatie

Stemmingsstoornissen. Van DSM-IV-TR naar DSM-5. Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut

Stemmingsstoornissen. Van DSM-IV-TR naar DSM-5. Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut Stemmingsstoornissen Van DSM-IV-TR naar DSM-5 Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut Inhoud Veranderingen in de DSM-5 Nieuwe classificaties

Nadere informatie

Signalen bij partnergeweld

Signalen bij partnergeweld Datum: 31/10/2013 Auteur: Kris De Groof Versie: Def Herkomst: Methodisch kader Aan de Slag Doel: Bestemming: Handelingskader 1712 Signalen bij partnergeweld 1. Algemene signalen van partnergeweld 1.1.

Nadere informatie

ETI. Essense Trauma-Inventaris. Cijfer/naam: Leeftijd: Datum van onderzoek:

ETI. Essense Trauma-Inventaris. Cijfer/naam: Leeftijd: Datum van onderzoek: Essener Trauma - Inventar Tagay S. & Senf W. Übersetzung: Tjoa-Cramer N, Schlottbohm E, Vrijsen J, Senf W, Tagay S. LVR-Klinikum Essen, Universität Duisburg Essen 2004 ETI Essense Trauma-Inventaris Cijfer/naam:

Nadere informatie

Rijangst en angststoornissen

Rijangst en angststoornissen 1 Rijangst Veel mensen zijn bang wanneer ze in de auto zitten. De mate van de angst varieert sterk. Soms treedt de angst alleen maar op in zeer specifieke situaties, situaties die zich bijna nooit voordoen.

Nadere informatie

SOCIALE FOBIE PATIËNTENINFORMATIE

SOCIALE FOBIE PATIËNTENINFORMATIE SOCIALE FOBIE PATIËNTENINFORMATIE ALGEMEEN Iedereen is wel eens angstig of gespannen in sociale situaties. Veel mensen vinden het vervelend om een praatje voor een groep mensen te houden, of om alleen

Nadere informatie

Samenvatting multidisciplinaire richtlijn angststoornissen

Samenvatting multidisciplinaire richtlijn angststoornissen Samenvatting multidisciplinaire richtlijn angststoornissen Ontleend aan de Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen (2003) V. van der Velde Trimbos-instituut Utrecht, december 2003 Dit is een voorlopige

Nadere informatie

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Moet voldoen aan de criteria A, B, C en D A. Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en sociale interactie in meerdere

Nadere informatie

Angst en de ziekte van Parkinson. te veel of te weinig controle. Annelien Duits Harriët Smeding. www.smedingneuropsychologie.nl

Angst en de ziekte van Parkinson. te veel of te weinig controle. Annelien Duits Harriët Smeding. www.smedingneuropsychologie.nl Angst en de ziekte van Parkinson te veel of te weinig controle Annelien Duits Harriët Smeding www.smedingneuropsychologie.nl Wat moet deze workshop brengen, zodat je zegt: dat was de moeite waard? Smeding

Nadere informatie

PANIEKSTOORNIS EN AGORAFOBIE

PANIEKSTOORNIS EN AGORAFOBIE ALGEMEEN PANIEKSTOORNIS EN AGORAFOBIE PATIËNTENINFORMATIE Wat zijn een paniekstoornis en een agorafobie? Met een paniekstoornis heeft u regelmatig paniekaanvallen. Als gevolg daarvan probeert u situaties

Nadere informatie

07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking

07-04-15. Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking Na vanmiddag Herkennen van en omgaan met Angst en Depressie bij ouderen met e Weet u hoe vaak angst en depressie voorkomen, Weet u wie er meer risico heeft om een angststoornis of depressie te ontwikkelen,

Nadere informatie

Rouw na een niet-natuurlijke dood

Rouw na een niet-natuurlijke dood Rouw na een niet-natuurlijke dood Yarden Symposium Afscheid na een niet-natuurlijke dood Donderdag 14 november 2013 Prof. dr. Paul Boelen Universiteit Utrecht Wat is rouw? Inhoud Wat is niet-natuurlijke

Nadere informatie

Somatoforme stoornissen. Bert van Hemert, psychiater

Somatoforme stoornissen. Bert van Hemert, psychiater Somatoforme stoornissen Bert van Hemert, psychiater Somatoforme stoornissen Algemene typering Classificatie DSM-IV + DSM-5 1. Lichamelijke klachten stoornis 2. Ziekte-angst stoornis 3. Conversie stoornis

Nadere informatie

Paniekstoornis. Angststoornissen

Paniekstoornis. Angststoornissen Paniekstoornis Angststoornissen GGZ Friesland is de grootste aanbieder van geestelijke gezondheidszorg in de provincie Friesland. We bieden u hulp bij alle mogelijke psychische problemen. Met meer dan

Nadere informatie

Stappenplan: Angst. Stap 1: Screenen op angst in de eerste lijn (kruis aan) Voelde u zich de afgelopen vier weken wel eens angstig?

Stappenplan: Angst. Stap 1: Screenen op angst in de eerste lijn (kruis aan) Voelde u zich de afgelopen vier weken wel eens angstig? Stappenplan: Angst Doel Vroegtijdige opsporing en behandeling van angst bij zelfstandig wonende ouderen Stap 1: Screenen op angst in de eerste lijn (kruis aan) Voelde u zich de afgelopen vier weken wel

Nadere informatie

Angststoornissen bij ouderen. Arjan Videler GGz Breburg SeneCure

Angststoornissen bij ouderen. Arjan Videler GGz Breburg SeneCure Angststoornissen bij ouderen Arjan Videler GGz Breburg SeneCure Programma Angststoornissen Verschillen in etiologie & fenomenologie Differentiële diagnostiek Behandelopties Angststoornissen Angst is functioneel

Nadere informatie

V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden

V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden V&VN VS oncologie 24 maart 2016 DEPRESSIE? OF? Klinisch redeneren met een oncologische casus Marieke van Piere VS GGZ Alrijne Leiden LEERDOELEN De deelnemer is in staat: onderscheid te maken tussen somberheid

Nadere informatie

Er wel/niet zijn voor je pleegkind. Symposium Pleegzorg Waar blijft het kind 19 juni 2014 Ede

Er wel/niet zijn voor je pleegkind. Symposium Pleegzorg Waar blijft het kind 19 juni 2014 Ede Er wel/niet zijn voor je pleegkind Symposium Pleegzorg Waar blijft het kind 19 juni 2014 Ede 22-6-2014 de Zeeuw & Brok Inhoud 1. Lawaaiboek 2. Zorg voor het kind: houdt rekening met gevolgen van Verlating

Nadere informatie

Formulier paniekaanval

Formulier paniekaanval Formulier paniekaanval Datum: Begintijd: Triggers: Verwacht: Onverwacht: Maximale angst ------- ------- ------- ------- ------- ------- ------- ------- ------- ------- Geen Licht Matig Sterk Extreem Vink

Nadere informatie

Correcties DSM 5 : Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen

Correcties DSM 5 : Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen Correcties DSM 5 : Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen Derde oplage, mei 2015 In deze lijst zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen t.o.v. de tweede oplage (november 2014). Pagina

Nadere informatie

Behandelgids angst en paniek, cliëntenwerkboek

Behandelgids angst en paniek, cliëntenwerkboek Behandelgids angst en paniek, cliëntenwerkboek David H. Barlow & Michelle G. Craske UITGEVERIJ NIEUWEZIJDS Oorspronkelijke titel: Mastery of Your Anxiety and Panic Workbook, fourth edition. Oxford University

Nadere informatie

Wat te doen aan dromen (met paniek) gerelateerd aan gebeurtenissen uit het verleden (jeugd, oorlog) bij bejaarden? Door:

Wat te doen aan dromen (met paniek) gerelateerd aan gebeurtenissen uit het verleden (jeugd, oorlog) bij bejaarden? Door: Wat te doen aan dromen (met paniek) gerelateerd aan gebeurtenissen uit het verleden (jeugd, oorlog) bij bejaarden? Door: R.A. Jongedijk, psychiater / manager bij Stichting Centrum 45. Stichting Centrum

Nadere informatie

Vroegsignalering bij dementie

Vroegsignalering bij dementie Vroegsignalering bij dementie Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Contact: Connie Klingeman, Hogeschool Rotterdam c.a.klingeman@hr.nl

Nadere informatie