Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Letteren Opleiding Nederlandse taal en cultuur. De schrijfregels

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Letteren Opleiding Nederlandse taal en cultuur. De schrijfregels"

Transcriptie

1 Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Letteren Opleiding Nederlandse taal en cultuur 2010 De schrijfregels

2 Voorwoord In De schrijfregels worden voorschriften gegeven voor de inhoudelijke indeling en de uiterlijke presentatie van werkstukken en scripties die geschreven worden binnen de Opleiding Nederlands. Het doel van De schrijfregels is de inhoud en de vorm van werkstukken en scripties op één lijn te krijgen zodat, op zo uniform mogelijke wijze, zaken als literatuurverwijzing, tekstopbouw, het gebruik van citaten, noten en uiterlijke verzorging voldoen aan criteria die aan wetenschappelijke verslaglegging gesteld worden. Zo n eenvormige verslaglegging lijkt ons fundament van een wetenschappelijke grondhouding en is zowel voor studenten als voor docenten duidelijk en tijdbesparend. De schrijfregels bestaat uit twee onderdelen: regels die voor de hele Opleiding Nederlands gelden en specifieke regels voor afzonderlijke vakgebieden. De algemene regels uit hoofdstuk 1 dienen zonder uitzondering voor elk van de (sub)disciplines (moderne en oudere letterkunde, moderne en historische taalkunde, taalbeheersing en psycholinguïstiek) toegepast te worden. In een apart hoofdstuk wordt aandacht besteed aan enkele specifieke kwesties die alleen bij de letterkundevakken respectievelijk alleen bij de taalkundevakken binnen de opleiding gelden. De kopteksten verduidelijken welke voorschriften bij welke subdiscipline horen. Het is de bedoeling dat je als student zelf kennisneemt van de hier beschreven schrijfregels en dat je bij twijfel deze syllabus raadpleegt. Als je je niet aan de schrijfregels houdt, zal je docent je daarop opmerkzaam maken, maar niet zelf verbeteringen aandragen of de conventies uitleggen. mei 2010 Walter Haeseryn Lettica Hustinx Jos Joosten Johan Oosterman 2

3 Inhoudsopgave 1 De schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands De structuur van een wetenschappelijke tekst Inhoudsopgave Voorwoord Korte samenvatting Inleiding Methode van onderzoek Resultaten Discussie en conclusies Literatuurlijst Bijlagen Algemene conventies voor inhoud en lay-out Titelpagina en titel Bladindeling Paginering Alinea's Interlinie Titels en tussenkopjes Spaties en interpunctie Komma s Haakjes Cursiveren Getallen en factoren Algemene conventies voor parafraseren, citeren en verwijzen Algemeen Parafraseren Citeren Verwijzen Gebruiken van bronvermeldingen Specifieke schrijfregels voor afzonderlijke vakgebieden Letterkunde Algemene opbouw van teksten... 28

4 2.1.2 Voetnoten Literatuurlijst Taalkunde, taalbeheersing en psycholinguïstiek Algemene opbouw van teksten Tabellen, grafieken en figuren Literatuurlijst taalkunde, taalbeheersing en psycholinguïstiek

5 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands 1 De schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands 1.1 De structuur van een wetenschappelijke tekst Voor de studie Nederlands worden heel wat werkstukken en scripties geschreven. De verslaglegging van onderzoek in een werkstuk of scriptie moet voldoen aan de eisen die aan elk wetenschappelijk werk worden gesteld, namelijk de eisen van controleerbaarheid en nauwkeurigheid. Voor elke discipline binnen Nederlands geschiedt deze verslaglegging volgens de standaardstructuur van een wetenschappelijke publicatie. In schema is dit de standaardstructuur van een wetenschappelijke tekst: 1. Inhoudsopgave (optioneel) 2. Voorwoord (optioneel, alleen bij scripties) 3. Korte samenvatting (optioneel, wel bij artikelen, meestal in het Engels) 4. Inleiding, waarin achtereenvolgens: aanleiding van het onderzoek, probleemstelling, literatuuroverzicht, uitwerking probleemstelling, bijv. subvragen en eventueel hypotheses 5. Methode (a) bij theoretisch onderzoek: beschrijving van het onderzoek, behandeling van de probleemstelling, bespreking van de (eventuele) subvragen (b) bij empirisch of experimenteel onderzoek: participanten (deelnemers aan het onderzoek, zoals proefpersonen of respondenten), materiaal, ontwerp, instrumentatie, procedure, verwerking van de gegevens 6. Resultaten: de uitkomsten, met daarbij eventueel tabellen, grafieken e.d. 7. Discussie en conclusies 8. Literatuurlijst 9. Bijlagen (optioneel) Hierna volgt een korte uitleg bij elk onderdeel. 5

6 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands Inhoudsopgave Een inhoudsopgave wordt alleen gegeven bij een omvangrijk werkstuk en moet altijd voorkomen bij een scriptie. De inhoud en de structuur van het werk moeten al in de inhoudsopgave tot uitdrukking komen. De inhoudsopgave bevat: de indelingstekens (nummers van hoofdstukken en paragrafen) de titels van hoofdstukken en paragrafen (moeten gelijk zijn aan die in de tekst!) een aanduiding van de literatuurlijst de titels van bijlagen de nummers van de pagina's waar de desbetreffende onderdelen beginnen Een voorbeeld is: Inhoudsopgave Voorwoord Hoofdstuk 1 Inleiding kwaliteitsonderzoek in de gezondheidszorg Uitgangspunten en onderzoeksvragen Het belang van kwaliteitsonderzoek in Europa Het belang van kwaliteitsonderzoek in Nederland 11 Hoofdstuk 2 Het onderzoeksplan De onderzoeksmethode De analysemethode De doelgroepbepaling 21 Hoofdstuk 3 Resultaten Overzicht van de resultaten Bespreking van de resultaten 24 Hoofdstuk 4 Discussie en conclusies Antwoord op de onderzoeksvragen Consequenties voor verder onderzoek 30 Literatuurlijst 32 Bijlagen 34 Bijlage 1: De structuur van de gezondheidszorg in de landen van de EU 34 Bijlage 2: Vragenlijst Voorwoord Een voorwoord komt alleen voor in werkstukken van enige omvang, zoals bachelorwerkstukken en masterscripties. Hierin doe je verslag over het wel en wee van je 6

7 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands onderzoek: wie heeft er subsidie verstrekt, in het kader van welk project heb je dit onderzoek gedaan en wie kun je bedanken voor ondersteuning? Korte samenvatting Vaak wordt vlak voor de eigenlijke tekst begint een samenvatting van het onderzoeksverslag gegeven. De samenvatting geeft een beschrijving van de onderzoeksvraag die je wilt beantwoorden, de werkwijze van het onderzoek, de belangrijkste resultaten en je interpretatie van de bevindingen. De samenvatting moet zo geschreven zijn dat al bij het lezen van de samenvatting duidelijk wordt of het rapport of de scriptie nuttig is voor de lezer. De samenvatting wordt op de eerste bladzijde van de eigenlijke tekst geplaatst, doorgaans in een kleiner lettertype. Vaak is de samenvatting in het Engels en dan heeft het de titel Abstract. Een samenvatting bestaat uit maximaal tweehonderd woorden Inleiding De functie van de inleiding is de lezer duidelijk te maken welk fenomeen je hebt onderzocht, bij welk theoretisch kader je aansluit, welke onderzoeksvraag je beantwoord wilt zien en hoe je die onderzoeksvraag gaat beantwoorden. In de inleiding komen achtereenvolgens voor: 1. Aanleiding tot het onderzoek of beschrijving van het probleem 2. Literatuuroverzicht, dat wil zeggen een inhoudelijke weergave van de belangrijkste zaken in de wetenschappelijke literatuur met betrekking tot het onderwerp Je beschrijft welke belangrijke eerdere publicaties er verschenen zijn over dit onderwerp en wat de bevindingen op dat gebied zijn. Dit is een bijzonder moeilijk onderdeel van een werkstuk. Je schrijft als het ware naar je probleemstelling toe en daarvoor moet je een goede indeling bedenken van literatuur die daarmee te maken heeft. Het is verstandig om het literatuuroverzicht thematisch te ordenen, bijvoorbeeld eerst onderzoeken die met het verschijnsel op zich te maken hebben, gevolgd door een overzicht van experimenteel onderzoek dat over dit fenomeen is uitgevoerd. 7

8 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands 3. Voorlopige bevindingen Aan het eind van je literatuuroverzicht som je nog eens de bevindingen tot nu toe op en daarna formuleer je de probleemstelling van je eigen onderzoek. Deze probleemstelling moet heel scherp geformuleerd zijn en wel op een zodanige wijze dat alle onderdelen geoperationaliseerd kunnen worden. Een probleemstelling wordt meestal gevolgd door een aantal subvragen die je gaat onderzoeken om je probleemstelling te kunnen beantwoorden. Indien mogelijk formuleer je ook nog hypotheses en verwachte uitkomsten Methode van onderzoek Theoretisch onderzoek en onderzoek dat gebaseerd is op (literaire) bronnen wordt anders gepresenteerd dan experimenteel onderzoek. Bij dit onderdeel scheiden de wegen van de taal- en letterkunde zich dus enigszins. Voor alle disciplines beschrijf je in dit onderdeel hoe je onderzoek is opgezet en uitgevoerd Letterkunde Bij letterkundeonderzoek is dit het gedeelte waarin je verslag doet van het onderzoek zelf, veelal bronnen- of literatuuronderzoek. Je beschrijft hier uitgebreid en met heldere vindplaatsen welke stappen je zet om tot een antwoord op je onderzoeksvraag te komen. Geef hier steeds duidelijk en goed geannoteerd aan op welke tekstpassages je je baseert om tot je bevindingen te komen, zodat je lezers zelf eenvoudig de vindplaatsen in je bronnen die naar je conclusies leiden, kunnen controleren Taalkunde, taalbeheersing en psycholinguïstiek Bij empirisch en experimenteel onderzoek moet je tekst op een zodanige manier geschreven zijn dat een vakgenoot het onderzoek op basis van je beschrijving zou kunnen herhalen. Wat experimenteel onderzoek betreft is het gebruikelijk om de methodeparagraaf in te delen in de volgende onderdelen (die elk als subkopjes kunnen worden opgenomen): 1. Participanten (aantal participanten, hun leeftijd, hun hoogst genoten opleiding, aantal participanten dat niet is opgenomen in de analyses) 2. Materiaal voor het onderzoek (bijv. teksten, vragenlijsten, tekeningen etc.) 8

9 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands 3. Onderzoeksontwerp ('design') (bijv. afhankelijke en onafhankelijke variabelen, hoe werden de deelnemers over het materiaal verdeeld) 4. Procedure (precieze opdracht voor de deelnemers, meetmethode bijv. computergestuurde opstelling of papier-en-potloodexperiment, individueel afgenomen of in groepsverband etc.) Bij een corpusonderzoek met betrekking tot een taalkundig verschijnsel kunnen bepaalde onderdelen in de beschrijving van de methode weggelaten worden, zoals participanten. Dan beschrijf je in elk geval: 1. Je analysestrategie (Wat ga je analyseren, volgens welke strategie en waarom?) 2. Het onderzochte materiaal (beschrijving van het corpus: Wanneer is het corpus verschenen, hoe groot is de selectie van het corpus, welke eenheden heb je geanalyseerd (zinnen, alinea s, hele teksten, etc.)?) 3. De procedure van de analyse (Wat heb je achtereenvolgens gedaan, hoe heb je de gegevens verzameld en hoe heb je ze gegroepeerd?) Resultaten In deze paragraaf worden de resultaten alleen maar weergegeven en niet beargumenteerd. De discussie erover komt in de volgende paragraaf. Geef voornamelijk bij taalkundeonderzoek de resultaten weer in de vorm van tabellen en figuren als dit de tekst overzichtelijker en begrijpelijker kan maken. Zie voor nadere informatie over tabellen Discussie en conclusies Veelal begint deze paragraaf met een aantal conclusies die uit je onderzoek getrokken kunnen worden. Daarna komt de discussie over wat je resultaten betekenen. Het kan echter ook andersom: eerst discussie over wat je gevonden hebt en daarna wat het betekent voor je theorie, om te eindigen met een of meerdere conclusies van je onderzoek. Welke volgorde je ook aanhoudt, in deze paragraaf worden de resultaten besproken. Dit is wellicht het meest kritische stuk van het gehele verslag. In deze paragraaf moet je je zetten tot beredeneren. Belangrijk is dat je als onderzoeker in staat 9

10 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands bent je te verplaatsen in je lezer, zodat je mogelijke tegenargumenten tegen wat je in deze paragraaf stelt op tijd onschadelijk kunt maken. In de discussieparagraaf moet je wat je gevonden hebt in verband brengen met je inleiding. Hier kom je terug op literatuur die je in je inleiding (of eventueel elders) hebt behandeld. Het is niet gebruikelijk nieuwe literatuur in de discussie te behandelen. De uiteindelijke formulering van de conclusies moet in overeenstemming gebracht worden met wat je in je inleiding als probleemstelling hebt geformuleerd. De terminologie moet hetzelfde zijn. Bouw je conclusie als volgt op: 1. Geef eerst een korte samenvatting van de belangrijkste gegevens van je onderzoek. 2. Formuleer daarna de eigenlijke conclusie, het antwoord op de vraagstelling. 3. Formuleer vervolgens wat verdergaande conclusies, waaruit suggesties voor verder onderzoek kunnen voortkomen. Als je onderzoek meerdere experimenten of analyses bevat, dan geef je per experiment of analyse de discussie en conclusie voor dat deel van het onderzoek en voeg je nog een apart onderdeel algemene discussie en conclusies toe, waarin het gehele onderzoek besproken wordt Literatuurlijst In en wordt uitgelegd hoe je de literatuur waar je in je tekst naar verwijst, in een alfabetische lijst in detail beschrijft Bijlagen Bijlagen komen alleen in grotere werkstukken en scripties voor. In de bijlagen wordt materiaal opgenomen dat dient als illustratie bij de eigenlijke tekst. Dit materiaal zou de structuur van de scriptie of het werkstuk onoverzichtelijk en te uitgebreid maken als het in de hoofdtekst opgenomen zou worden. Als bijlage kun je bijvoorbeeld tekstfragmenten (zoals onderzoeksmateriaal, uitgeschreven interviews, toespraken) opnemen die in de hoofdtekst besproken of geanalyseerd worden. Ook tabellen met resultaten die niet belangrijk zijn om de tekst te kunnen volgen of ruwe (nog niet 10

11 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands samengevoegde of gemiddelde) gegevens kunnen in een bijlage worden opgenomen. Tabellen die de resultaten weergeven, moeten natuurlijk wel in de tekst worden opgenomen. Instructies of vragenlijsten of testmateriaal worden ook meestal in letterlijke vorm in de bijlage toegevoegd en in de tekst kort en abstract beschreven. De bijlagen worden genummerd en voorzien van een titel. Neem ze ook op in de inhoudsopgave. De bijlagen komen in de regel na de literatuurlijst. 1.2 Algemene conventies voor inhoud en lay-out Het is belangrijk dat de lay-out van je tekst goed verzorgd is. Zorg ervoor dat het werkstuk of de scriptie netjes geprint wordt ingeleverd 1. Zorg er daarnaast voor dat de lay-out in de tekst consistent is. Hiermee bedoelen we dat je altijd dezelfde typografie gebruikt voor hetzelfde verschijnsel, bijvoorbeeld altijd inspringen bij een nieuwe alinea of altijd twee witregels voor een paragraaftitel. Zorg ook dat je consequent hetzelfde lettertype gebruikt, of consistent bent bij het cursief of vet weergeven van vergelijkbare onderdelen. Hieronder volgen een paar richtlijnen waaraan je je kunt houden bij het vervaardigen van je uiteindelijke tekst. Wijk daar niet van af, tenzij je er een goede reden voor hebt. Waar nodig worden ook wat inhoudelijke suggesties gegeven die samenhangen met schrijfconventies Titelpagina en titel Alleen bij een wat grotere schrijfopdracht maak je een titelblad (bij meer dan drie pagina's). Bij kortere stukken zet je onderstaande gegevens boven aan de eerste pagina. 1 Dat geldt niet noodzakelijkerwijs voor allerlei werkstukken bij afzonderlijke cursussen. De docent geeft in die gevallen aan wat gewenst is. 11

12 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands Op het voorblad of de titelpagina vermeld je: titel en (eventueel) de ondertitel van de scriptie naam studentnummer datum van voltooiing naam van het vak naam van de begeleider of docent groep A/B/C, wanneer de docent werk van verschillende werkgroepen ontvangt (eventueel) versie (bijv. concept, 3e versie, eindversie) Een voorbeeld van een voorblad is: U, jullie of je? Een onderzoek naar het gebruik van aanspreekvormen in reclameteksten Hanneke Jansen S december 2009 Taalvariatie dr. W. Smeets (werkgroep A) (eindversie) 12

13 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands Kies een titel voor de scriptie die de lezer de duidelijkste informatie geeft over het onderwerp van onderzoek. Gebruik liever niet een hele zin. Soms kan het nuttig zijn een ondertitel op te nemen die de aard van de scriptie verduidelijkt. Deze begint vaak als volgt: 'Een onderzoek naar...'of 'Een studie van... 'of 'Gevolgen van...'. Een mogelijkheid is om een aantrekkelijke of leuke (hoofd)titel te gebruiken en een ondertitel die de lezer duidelijkheid verschaft over het onderwerp. Let wel: voor de omgekeerde situatie (een 'ernstige'hoofdtitel en een 'leuke'ondertitel) gaat dit niet op. Een ondertitel heeft in de regel de functie van verduidelijken, niet van amuseren Bladindeling Gebruik papier van A4-formaat. Neem ruime marges: boven- en ondermarge 2,5 cm; linker- en rechtermarge ook 2,5 cm. Je kunt ook de standaardmarges van je tekstverwerker nemen, mits die niet te veel hiervan afwijken Paginering Nummer de bladzijden van de hele scriptie doorlopend, te beginnen bij de eerste pagina van de eigenlijke tekst. Titelblad, voorwoord en inhoudsopgave tellen wel mee, maar krijgen in de regel geen bladzijnummer. De feitelijke tekst van de scriptie of het werkstuk begint op een oneven pagina Alinea's Er zijn verschillende manieren om het begin van een nieuwe alinea typografisch aan te geven. Wij kiezen voor inspringen van de eerste regel van een alinea. Het is gebruik om na een witregel of na een titel of een tussenkopje niet in te springen. Wat betreft de inhoud van een alinea geldt als vuistregel: één idee of (sub)thema per alinea. Daarmee is nog niets gezegd over de lengte van de alinea. Gebruik als vuistregel: maak de alinea niet korter dan twee zinnen en niet langer dan een halve pagina. Meestal bevat een pagina minimaal vier alinea's. Het schrijven van een begin van een nieuwe alinea vereist extra aandacht. Let daarbij op de volgende zaken: 13

14 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands 1. De eerste zin van een alinea behandelt een ander (sub)thema dan voorheen. Indien het thema of onderwerp gewoon doorloopt, begin dan geen nieuwe alinea. 2. Vermijd het gebruik van voornaamwoorden over alineagrenzen heen. Noem een zaak of persoon voor de eerste keer in een alinea dus voluit. Verwijs ook niet met een voornaamwoord naar een titel of subtitel. 3. Begin met de informatie die belangrijk is binnen die alinea. 4. Als je in de eerste zin iets samenvat (bijv. 'In het voorgaande is opgemerkt dat...'), zorg er dan voor dat het ook klopt. 5. Gebruik de correcte signaalwoorden. Woorden die nogal eens incorrect gebruikt worden, zijn kortom of samenvattend (waarbij men niet het voorgaande samenvat), dus (zonder dat dat een logische gevolgtrekking inluidt) en aan de andere kant (waarbij er geen sprake is van een tegenstelling) Interlinie Lever een werkstuk of een scriptie in met regelafstand 1,5 (= anderhalf ). De regelafstand bij stukken waarbij je inspringt en bij citaten is 1,0 (= enkel ) Titels en tussenkopjes Breng typografisch een onderscheid aan tussen titels van verschillend niveau. We willen hier slechts wijzen op één regel: zorg er (weer) voor dat je consequent bent. Dat betekent dat je titels die op hetzelfde niveau staan in de structuur van de tekst, typografisch op dezelfde wijze moet weergeven (niet bijvoorbeeld de ene keer cursief en de andere keer onderstreept, of de ene keer gescheiden door twee witregels, de andere keer door één witregel). Zet geen punt achter titels en ondertitels Spaties en interpunctie Een spatie is een open plek ter grootte van een letter. Typ leestekens direct (zonder spatie) achter de voorafgaande letter. Laat leestekens door een spatie volgen. Typ een spatie tussen twee woorden. Er zijn echter uitzonderingen. Je typt geen spatie: 14

15 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands 1. na een punt tussen de voorletters van een naam (W.A. Jansen) 2. na een punt in een afkorting (G.G.D.) 3. na een apostrof ('s-gravenhage) 4. tussen leestekens ('Dit?'vroeg hij. 'Dit', zei hij.) 5. na een koppelteken (adjunct-directeur) Typ wel een spatie voor en na een gedachtestreepje in een zin ('Dit ik zeg het nogmaals is onjuist.'). Wees zuinig met gedachtestreepjes Komma s Een komma schrijf je op die plaatsen in een zin waar je bij het hardop lezen een pauze laat horen. Bij bijvoeglijke bijzinnen is de regel van het plaatsen van komma s bepalend voor de betekenis van de zin. In het geval van een uitbreidende bijvoeglijke bijzin staat de bijzin tussen twee komma s, zoals in de zin: Sigaretten, die een gevaar voor de gezondheid vormen, raken gelukkig in onbruik. Hiermee wordt bedoeld dat voor alle sigaretten geldt, dat ze een gevaar voor de gezondheid vormen. In een beperkende bijvoeglijke bijzin wordt er in het begin geen komma geplaatst: Sigaretten die een gevaar voor de gezondheid vormen, worden steeds minder verkocht. In deze zin gaat het niet over alle sigaretten, maar alleen over die sigaretten die een gevaar vormen. Een slechte gewoonte is het plaatsen van allerlei (hoofd)zinnen binnen één zin, gescheiden door een komma, terwijl er eigenlijk een punt (en dan een nieuwe zin) of een puntkomma had moeten staan. Niet goed is dus bijv. Niet iedereen weet dat je hoofdzinnen niet zomaar binnen een zin achter elkaar mag plaatsen, er wordt gewoon een komma tussen gezet, zo denkt iedereen dat het gewoon één zin is, het zijn er eigenlijk vier. Een andere slechte gewoonte is om bijzinnen als hoofdzinnen te presenteren, dus zonder de inbeddende zin. Niet goed zijn zinnetjes als Omdat dat nu eenmaal gebruikelijk is, wel bijv. Dat wordt gedaan omdat dat nu eenmaal gebruikelijk is Haakjes Een openingshaakje wordt voorafgegaan door een spatie, en meteen gevolgd door tekst. Een sluitingshaakje wordt meteen na een stukje tekst geplaatst en gevolgd door 15

16 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands een spatie of een punt (of een komma). Als je iets tussen haakjes plaatst aan het einde van een zin, plaats dan de punt van de zin na het sluitingshaakje. Voorbeelden zijn: In deze zin (die als voorbeeld moet dienen) staan twee haakjes. In de vorige regel staan twee haakjes (zie hierboven). Als je een hele zin tussen haakjes zet, zet dan de punt of het vraagteken behorend bij die zin, vóór het haakje en eventueel na het haakje nog een punt als de zin waarin de haakjes voorkomen, afgelopen is. Een voorbeeld: Je bespreekt achtereenvolgens je analysestrategie (Wat ga je precies analyseren en hoe?), je materiaal (Hoe is je corpus samengesteld?) en je analyseprocedure (Welke statische technieken heb je toegepast?) Cursiveren Cursiveringen worden bij verschillende gelegenheden gebruikt. Je cursiveert: 1. Titels van boeken en tijdschriften Dit doe je altijd, zowel in de lopende tekst (voor zover dat noodzakelijk is) als in de literatuurlijst en bijlagen. Let op: titels van artikelen worden nooit gecursiveerd, maar komen in een lopende tekst tussen aanhalingstekens (voor de weergave in de literatuurlijst: zie de specifieke regels per subdiscipline). 2. Woorden in een vreemde taal, bijvoorbeeld: Wat in het Engelse taalgebied literary criticism heet, is wat anders dan de Nederlandse literatuurkritiek. 3. Niet-alledaagse begrippen (een technische term of ander sleutelbegrip), bijvoorbeeld: Dit is wat de Franse socioloog Bourdieu velden noemt. Wanneer je het begrip vaker zult gebruiken in je tekst, cursiveer je het alléén de eerste keer. 4. Woorden die je nadruk wilt geven Wees hier zeer spaarzaam mee. 5. Woorden in zogenaamde zelfnoemfunctie, bijvoorbeeld: In de volgende zin is dus geen voegwoord, maar een voegwoordelijk bijwoord. (Hier staat dus voor het woord dus.) 16

17 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands Citaten worden niet gecursiveerd, maar staan tussen aanhalingstekens (zie 1.3.3) Getallen en factoren In Nederlandse teksten is het gebruikelijk om getallen tot twintig, tientallen, honderdtallen etc. voluit te schrijven 2, bijvoorbeeld: In ons onderzoek stonden deze veertien boeken centraal. Niet... deze 14 boeken... In Engelse tijdschriften worden getallen boven de tien vaak al in cijfers weergegeven. In beide talen is het goed gebruik om een getal aan het begin van de zin voluit te schrijven. Dus Vierenveertig deelnemers deden dat. Gebruik, in weerwil van het bovenstaande, toch getallen wanneer het gaat om maten, reeksen, data, tijdstippen en rekenkundige eenheden of om vergelijkingen van een klein getal met een groot getal, bijvoorbeeld: milliseconden, marges van 5 cm hoofdstuk 2, studie 4, experiment 5, tabel 1, figuur 1, grafiek 10 op 1 april 2009, om 15 uur minder dan 5%, in een verhouding van 5:12 bij 4 van de 28 proefpersonen, 7 gedichten en 70 korte verhalen 1.3 Algemene conventies voor parafraseren, citeren en verwijzen Algemeen In nieuw onderzoek maak je altijd in mindere of meerdere mate gebruik van verwijzingen naar bestaande teksten: jouw tekst zal altijd voor een (groot) deel bestaan uit het analyseren, interpreteren, becommentariëren, weerleggen of expliciteren van bestaande teksten van anderen. Dan gaat het bij letterkunde en soms bij taalkunde zowel om primaire teksten (een roman, gedicht of theatertekst die je onder handen neemt, bijvoorbeeld) als bij letterkunde én taalkunde om secundaire teksten 2 Zie hierover bijvoorbeeld de taaladviesbank van de Nederlandse Taalunie (http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/202/). 17

18 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands (bijvoorbeeld eerdere analyses van een tekst die je beoogt te interpreteren of eerder uitgevoerd onderzoek). (Aanstaande) academici moeten goede teksten kunnen schrijven en daarin de relevante informatie die ze in de literatuur hebben gevonden, op een correcte en consistente manier verwerken. Daarvoor bestaan drie methoden, die doorgaans in combinatie met elkaar worden gebruikt: parafraseren, citeren en verwijzen Parafraseren Als je parafraseert, geef je in je eigen woorden weer wat je hebt gelezen. Natuurlijk is het belangrijk dat je de gevonden informatie niet verdraait: je weergave moet recht doen aan de oorspronkelijke inhoud van de publicatie die je hebt geraadpleegd. Door gebruik te maken van indicatoren zoals [naam auteur] wijst erop dat of zo vat [naam auteur] samen kun je de status van een bepaalde passage in je tekst aangeven: niet jijzelf bent aan het woord, maar iemand anders. Direct voor of direct na de weergave van de gevonden informatie in je eigen woorden, noteer je de naam van de auteur en het jaartal van de publicatie, en als je naar een specifieke passage verwijst ook het paginanummer (bij een lange passage: begin- en eindpagina). Zie voor details over het gebruik van bronvermeldingen Voorbeeld 1: Vaessens (2006, p. 17) wijst erop dat Voskuil toch enigszins anders naar deze kwestie kijkt. Hij haalt het interview met Fontijn aan waarin Voskuil opmerkt dat schrijvers ondergeschikt zijn geworden aan de consumptiemaatschappij. Voskuils punt, zo vat Vaessens samen, is dat een groter publiek voor literatuur niet tot een grotere invloed ervan heeft geleid. of: Vaessens wijst erop dat Voskuil toch enigszins anders naar deze kwestie kijkt. Hij haalt het interview met Fontijn aan waarin Voskuil opmerkt dat schrijvers ondergeschikt zijn geworden aan de consumptiemaatschappij. Voskuils punt, zo vat hij samen, is dat een groter publiek voor literatuur niet tot een grotere invloed ervan heeft geleid (Vaessens 2006, p. 17). 3 Wat hier volgt is grotendeels gebaseerd op een aantal passages uit de facultaire studentenhandleiding Plagiaat (zie verder bij tentamens en examens ). 18

19 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands Gaat het om een website, dan noteer je het webadres (ook wel: de URL) in je tekst. Is dat adres erg lang, dan noteer je het eerste, algemene deel daarvan, gevolgd door routeaanwijzingen waarmee de relevante passage van de site bereikt kan worden. Dezelfde gegevens, maar dan steeds uitgebreid met de datum waarop je de desbetreffende website geraadpleegd hebt, noteer je ook, alfabetisch geordend, in een aparte afdeling Webadressen in de literatuurlijst aan het eind van je tekst. Een mogelijkheid is ook om onlineteksten waaraan je refereert op dezelfde manier te behandelen als de papieren publicaties waar je naar verwijst. Dat kan vooral handig zijn als het om een digitaal document gaat (bijvoorbeeld in pdf-vorm of in.docvorm) met een duidelijke auteur en titel. Je bronvermelding bestaat dan uit de auteursnaam (als die onbekend is: de titel van het document) gevolgd door het jaartal van publicatie (als dat niet bekend is, de afkorting van zonder jaar: z.j. ). De volledige titelbeschrijving (eindigend op vindplaats op het web en vinddatum) komt dan onder de naam van de auteur (als die niet bekend is: de titel van het document) tussen de andere titelbeschrijvingen in je literatuurlijst te staan. Welke aanpak je ook kiest, zorg dat de lezer in elk geval steeds de datum kan vinden waarop je de website geraadpleegd hebt. Realiseer je dat sites komen en gaan, en dat een verwijzing naar een website het risico in zich draagt dat de site verdwenen is op het moment dat een kritische lezer die je bronnen wil controleren, daarnaar op zoek gaat. Dat doet schade aan de betrouwbaarheid van je bronnen en daarmee aan de geloofwaardigheid van je betoog. Voorbeeld 2: Formulieren blijken een belangrijke bron van klachten van burgers te zijn. In een onderzoek onder cliënten van de Hengelose Gemeentelijke Sociale Dienst (De Waal 2004, p ) vond ruim 30% van de ondervraagden dat er in zijn algemeenheid op GSD-formulieren te veel vragen worden gesteld. Bijna 50% was van oordeel dat de vragen onduidelijk zijn en eenzelfde percentage meende dat er wel eens sprake is van geheel overbodige vragen. Zie ook onderzoeksrapporten2004 GSDHengelo en (zoek op GSD). Zie voor de weergave van aangehaalde bronnen in een literatuurlijst en

20 Schrijfregels voor de hele Opleiding Nederlands Citeren Citaten zijn letterlijke aanhalingen uit andere publicaties. Dergelijke aanhalingen zijn zinvol in de volgende gevallen. Het gaat om een treffende formulering, bijvoorbeeld een definitie of een stelling die een bepaalde gedachte kernachtig uitdrukt. Het is belangrijk dat de lezer precies (letterlijk) te weten komt wat de oorspronkelijke auteur gezegd of geschreven heeft, bijvoorbeeld om te kunnen begrijpen wat het verschil is met andere publicaties, of om goed te kunnen begrijpen waar een discussie met andere auteurs over gaat. Maak spaarzaam gebruik van citaten. Het gebruik van te veel of te lange citaten kan worden gezien als een teken van gemakzucht. Citaten moeten altijd worden ingeleid en achteraf van commentaar of interpretatie voorzien worden. Schrijf dus niet zomaar zonder meer een moeilijk stuk proza over. De tekst die je citeert moet exact overeenstemmen met de bron, zelfs als daar tik- en spelfouten of afwijkende spelvormen (zoals in voorbeeld 4 produktie met een k) in voorkomen. Als er verwarring zou kunnen ontstaan over de juiste weergave kun je dat aangeven met het woordje sic tussen vierkante haken: [sic]. Het begin en het einde van het citaat moeten duidelijk gemarkeerd zijn met aanhalingstekens. Als je iets weglaat, laat je dat zien door op de desbetreffende plaats vierkante haken met drie puntjes ertussen te noteren: [...]. Als je binnen het citaat zelf een verklarende opmerking wilt maken, noteer je die ook tussen vierkante haken. Achter een dergelijke opmerking noteer je dan je initialen, zodat de lezer weet wie er aan het woord is (LH in voorbeeld 4). In de zin waarin je het citaat inbedt, noteer je de naam van de auteur, het jaartal van de publicatie en, afgescheiden door een komma, ook de pagina of pagina s waar je het citaat gevonden hebt. Zie voor meer details over het gebruik van bronvermeldingen

De Schrijfregels. Christiaan Huygens College Rachmaninowlaan Talencluster

De Schrijfregels. Christiaan Huygens College Rachmaninowlaan Talencluster De Schrijfregels Christiaan Huygens College Rachmaninowlaan Talencluster 1 Inleiding In dit boekje De Schrijfregels worden regels gegeven voor de inhoudelijke indeling en de uiterlijke presentatie van

Nadere informatie

Eisen en lay-out van het PWS

Eisen en lay-out van het PWS Eisen en lay-out van het PWS INHOUD EN OPZET VAN HET PROFIELWERKSTUK In het navolgende komen achtereenvolgens aan bod: de titelpagina, de inhoudsopgave, de inleiding, de hoofdtekst, de samenvatting, de

Nadere informatie

WERKSTUK Taalexpert PRIMO 2015-2016

WERKSTUK Taalexpert PRIMO 2015-2016 HANDLEIDING VOOR HET SCHRIJVEN VAN EEN WERKSTUK Taalexpert PRIMO 2015-2016 VIA VINCI ACADEMY 2015-1 - In het portfolio worden per module* werkstukken opgeslagen, welke door de docent positief zijn beoordeeld.

Nadere informatie

1 Omslag/voorblad/titelblad. 2 Titelblad

1 Omslag/voorblad/titelblad. 2 Titelblad Rapporteren Om informatie te rapporteren bestaan er normen of regels. Enkele voorbeelden van rapporten: een eindwerk, een geïntegreerde proef Een rapport kan uit negen onderdelen bestaan: 1 Omslag/voorblad/titelblad

Nadere informatie

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag

Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag De probleemstelling is eigenlijk het centrum waar het werkstuk om draait. Het is een precieze formulering van het onderwerp dat je onderzoekt. Omdat de probleemstelling

Nadere informatie

DE TECHNISCHE VERZORGING VAN WERKSTUKKEN

DE TECHNISCHE VERZORGING VAN WERKSTUKKEN DE TECHNISCHE VERZORGING VAN WERKSTUKKEN De huidige tekstverwerkingsprogramma s maken het mogelijk teksten op een professionele manier op te maken. De vele mogelijkheden brengen echter ook het risico met

Nadere informatie

Richtlijnen schrijven (stage-of afstudeer)verslag

Richtlijnen schrijven (stage-of afstudeer)verslag Richtlijnen schrijven (stage-of afstudeer)verslag Inhoudsopgave Structuur van een verslag... 2 Indeling van het verslag... 2 De titelpagina... 2 Voorwoord... 2 De Inhoudsopgave... 3 De Samenvatting...

Nadere informatie

Bronnen en bronvermelding

Bronnen en bronvermelding Bronnen en bronvermelding Bronnen gebruiken Wie een zakelijke tekst schrijft (een essay, een boekbespreking ), zal vaak gebruik maken van bronnen: boeken, artikelen en websites waarop meer informatie te

Nadere informatie

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Onderstaande tekst schreef ik jaren geleden om studenten wat richtlijnen te geven bij het ontwikkelen van een voor filosofen cruciale vaardigheid: het

Nadere informatie

Werkstuk of verslag. de vormvoorschriften

Werkstuk of verslag. de vormvoorschriften Werkstuk of verslag de vormvoorschriften begeleider: (naam van de docent) het vak waarvoor je het verslag maakt naam en klas van de leerling schooljaar en datum van inleveren 2 Samenvatting Elk onderzoeksverslag

Nadere informatie

Academisch schrijven. Tips and tricks

Academisch schrijven. Tips and tricks Academisch schrijven Tips and tricks Overzicht ViP s ViP-1: structuur 1 ViP-2: refereren, parafraseren en citeren ViP-3: cohesie en zinsconstructies ViP-5: structuur 2 ViP-1: structuur 1 Titel en kopjes

Nadere informatie

Gids bij het opstellen van een masterproef Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen

Gids bij het opstellen van een masterproef Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen 1 Gids bij het opstellen van een masterproef Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen 1. Inleiding Deze gids heeft als doel richtlijnen mee te geven die als leidraad kunnen dienen voor iedereen die een masterproef

Nadere informatie

Overweeg om je profielwerkstuk de vorm van een wetenschappelijk artikel te geven. Hieronder vind je hiervoor aanwijzingen.

Overweeg om je profielwerkstuk de vorm van een wetenschappelijk artikel te geven. Hieronder vind je hiervoor aanwijzingen. Een wetenschappelijk artikel schrijven Overweeg om je profielwerkstuk de vorm van een wetenschappelijk artikel te geven. Hieronder vind je hiervoor aanwijzingen. Aandachtspunten Bij een wetenschappelijk

Nadere informatie

Verslaglegging. P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands

Verslaglegging. P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands Verslaglegging P. Broekhuizen F. Sijsling G. Zandvliet Docenten Nederlands Leeuwarden, 13 september 2011 Verslaglegging Door : P. Broekhuizen, F. Sijsling en G. Zandvliet Docenten Nederlands Klas : LBLV.2

Nadere informatie

Plagiaat: wat is het, wat zijn de sancties, en hoe valt het te voorkomen?

Plagiaat: wat is het, wat zijn de sancties, en hoe valt het te voorkomen? Plagiaat: wat is het, wat zijn de sancties, en hoe valt het te voorkomen? Studentenhandleiding Editie 2009-2010 (versie 7 december 2009) Faculteit der Letteren Radboud Universiteit Nijmegen Inhoud 1. Waarom

Nadere informatie

Een verzorgd rapport. 1 Mogelijke onderdelen van de paper

Een verzorgd rapport. 1 Mogelijke onderdelen van de paper Een verzorgd rapport Wie een tekst schrijft, moet veel tegelijkertijd doen: gedachten formuleren, gedachten ordenen, bijschaven door te zoeken naar een vlottere zin, een beter woord, correctheid van taal

Nadere informatie

VERWIJZEN NAAR BRONNEN

VERWIJZEN NAAR BRONNEN HANDLEIDING VOOR HET VERWIJZEN NAAR BRONNEN MET BEHULP VAN WORD Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Verwijzingen maken... 4 2.1 Invoegen van een verwijzing... 4 2.2 Verwijzing naar een boek... 5 2.3 Verwijzing

Nadere informatie

Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2013-2014

Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2013-2014 Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2013-2014 Lucas Sint, Luc van Roemburg en Monique de Hoop September 2013 Inhoudsopgave Inleiding: Wat is het eindwerkstuk?...3 Jaarplanning.4 De beoordeling van het eindwerkstuk.6

Nadere informatie

Reglement bachelorwerkstuk

Reglement bachelorwerkstuk Reglement bachelorwerkstuk Artikel 1 toepassingsbereik 1.- Dit reglement is van toepassing op alle studenten die na 31 augustus 2004 aanvangen met een werkstuk ter afronding van de bacheloropleidingen

Nadere informatie

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN REGELS VOOR HET SCHRIJVEN EN BEOORDELEN VAN BACHELORSCRIPTIES BIJ KUNST- EN CULTUURWETENSCHAPPEN (tot 1 september 2015 geldt dit reglement ook voor de BA Religiewetenschappen)

Nadere informatie

Richtlijnen werkstukken Faculteit der Archeologie

Richtlijnen werkstukken Faculteit der Archeologie Richtlijnen werkstukken Faculteit der Archeologie Introductie Sinds 1 september 2010 bestaat er een (nieuwe) facultaire standaard met richtlijnen waaraan alle werkstukken en verslagen aan dienen te voldoen.

Nadere informatie

Auteursinstructies Mens en Maatschappij

Auteursinstructies Mens en Maatschappij Aanlevering Manuscripten digitaal opsturen naar het redactiesecretariaat van Mens en Maatschappij, bereikbaar via menm@aup.nl. Enkel complete en definitieve artikelen worden geaccepteerd. Een volledig

Nadere informatie

Schrijfregels voor de opleiding Taalwetenschap

Schrijfregels voor de opleiding Taalwetenschap Schrijfregels voor de opleiding Taalwetenschap met als bijlagen de scriptieovereenkomsten van TW en TSP en de beoordelingscriteria voor BA-werkstukken en MA-scripties Dr. Frans van der Slik Opleiding Taalwetenschap

Nadere informatie

Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2015-2016

Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2015-2016 Het eindwerkstuk GGCA Schooljaar 2015-2016 Lucas Sint, Luc van Roemburg en Monique de Hoop September 2015 Inhoudsopgave Inleiding: Wat is het eindwerkstuk?...3 Jaarplanning.4 De beoordeling van het eindwerkstuk.6

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Een probleemstelling formuleren

Hoofdstuk 1 Een probleemstelling formuleren handleiding onderzoek doen op internet pagina 1 Hoofdstuk 1 Een probleemstelling formuleren Het opstellen van een goede probleemstelling bij een onderwerp is leuk werk, maar ook lastig. Het kan veel tijd

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016

informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016 informatie profielwerkstuk havo avondlyceum CAL handleiding H5 2015-2016 Inhoud: Inleiding 2 Tijdsplanning 3 Logboek 4 Voorbeeld logboek 5 Verslag 6 Bronvermelding 7 Weging/ eindcijfer 8 pws-informatieboekje

Nadere informatie

Het profielwerkstuk. 2. Eisen en voorwaarden Het profielwerkstuk moet aan een aantal eisen en voorwaarden voldoen:

Het profielwerkstuk. 2. Eisen en voorwaarden Het profielwerkstuk moet aan een aantal eisen en voorwaarden voldoen: -1- Het profielwerkstuk 1. Inleiding Hier staat hoe u te werk gaat bij het maken van het profielwerkstuk. Ook de eisen waaraan het moet voldoen zijn opgesomd. Verder geeft het u een voorbeeld van een plan

Nadere informatie

Het maken van een werkstuk

Het maken van een werkstuk Het maken van een werkstuk Deze papieren geven informatie over: A. De verzorging : Hoe hoort een werkstuk er uit te zien? B. De indeling : Hoe wordt een werkstuk ingedeeld? C. Het onderwerp : Waarover

Nadere informatie

Bijlage W2 groep 7 1

Bijlage W2 groep 7 1 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding: Waarom ik een werkstuk maak 2 Zo begin ik met mijn werkstuk 3 De onderdelen van het werkstuk 4 Waaraan moet mijn werkstuk voldoen? 4 Beoordelingsschema voor je werkstuk 5 Hoe

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 4VMBO - T 2014-2015

SECTORWERKSTUK 4VMBO - T 2014-2015 SECTORWERKSTUK 4VMBO - T 2014-2015 handleiding leerlingen inhoud: inleiding stappenplan logboek beoordelingsformulier tijdpad 1 INLEIDING SECTORWERKSTUK VOOR 4 VMBO Alle leerlingen van het vmbo theoretische

Nadere informatie

Literatuurverwijzingen

Literatuurverwijzingen Literatuurverwijzingen Een literatuurlijst maken & citeren / parafraseren Waarover gaat de presentatie? I Waarom verwijzen? Enkele overwegingen vooraf! II APA - normen III Literatuurverwijzingen: de praktijk

Nadere informatie

Het maken van een werkstuk

Het maken van een werkstuk Het maken van een werkstuk 1. Informatie zoeken: a. Bedenk een leuk onderwerp en zoek daar een informatieboekje bij. b. Als je geen onderwerp weet, zoek dan tussen de informatieboekjes tot je een leuk

Nadere informatie

Auteursinstructies tijdschriften

Auteursinstructies tijdschriften Aanleveren Enkel complete en definitieve artikelen worden geaccepteerd. Een volledig manuscript bestaat uit de volgende onderdelen en in de volgende volgorde: o Titel o Ondertitel o Auteursnamen o Engelstalige

Nadere informatie

OPZET, UITVOERING EN PRESENTATIE VAN EEN ONDERZOEK, HAVO EN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

OPZET, UITVOERING EN PRESENTATIE VAN EEN ONDERZOEK, HAVO EN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 OPZET, UITVOERING EN PRESENTATIE VAN EEN ONDERZOEK, HAVO EN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 Opzet, uitvoering en presentatie van een onderzoek, havo en vwo vakinformatie staatsexamen 2016 De

Nadere informatie

BRONNENONDERZOEK 2010/2011

BRONNENONDERZOEK 2010/2011 Bronnenonderzoek Namen Begeleiders Informatie verzamelen : inleiding Om informatie te verzamelen zul je verschillende bronnen moeten raadplegen. Al zoekende zul je merken dat er bronnen zijn waarvan je

Nadere informatie

Aanleverspecificaties folio-uitgaven

Aanleverspecificaties folio-uitgaven Aanleverspecificaties folio-uitgaven 1 Inhoudsopgave 1 Instructies schrijffase 4 Opbouw van het boek - Voorwerk - Hoofdgedeelte - Nawerk 2 structuur en leesbaarheid 5 Hoofdstukinleiding Koppenstructuur

Nadere informatie

1 Oriëntatie op de opdracht: wat verwachten ze van me? 21

1 Oriëntatie op de opdracht: wat verwachten ze van me? 21 Inhoudsopgave Inleiding 13 FASE 1 Oriënteren op de opdracht 19 1 Oriëntatie op de opdracht: wat verwachten ze van me? 21 1.1 Inleiding 21 1.1.1 Een essay is een essay? 21 1.1.2 En toch: kenmerken van academisch

Nadere informatie

Auteursinstructies tijdschriften

Auteursinstructies tijdschriften Aanleveren Enkel complete en definitieve artikelen worden geaccepteerd. Een volledig manuscript bestaat uit de volgende onderdelen en in de volgende volgorde: o Titel o Ondertitel o Auteursnamen o Engelstalige

Nadere informatie

Sectorwerkstuk. Kandinsky College. locatie Sint Jorisschool

Sectorwerkstuk. Kandinsky College. locatie Sint Jorisschool Sectorwerkstuk Kandinsky College locatie Sint Jorisschool schooljaar 2015-2016 1 Wat is het sectorwerkstuk? Het sectorwerkstuk is een werkstuk dat je maakt in klas vier over de door jou gekozen sector.

Nadere informatie

Handleiding schrijven voor Wiki

Handleiding schrijven voor Wiki Handleiding schrijven voor Wiki Durf, begin Wees niet bang om te schrijven. Begin gewoon met schrijven. Pas als je klaar bent, kijk je naar de regels en pas je de tekst aan. Perfectie bestaat niet. Als

Nadere informatie

Richtlijnen eindverslag interview Practicum Interview en Enquête

Richtlijnen eindverslag interview Practicum Interview en Enquête Richtlijnen eindverslag interview Practicum Interview en Enquête. De respondentgroep voor het interview-verslag bestaat uit de 2 kerninformanten die je zelf hebt geïnterviewd aangevuld met 16 schaduwrespondenten.

Nadere informatie

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels:

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels: Stappen deelcijfer weging 1 Onderzoeksvragen 10,0 6% 0,6 2 Hypothese 10,0 4% 0,4 3 Materiaal en methode 10,0 10% 1,0 4 Uitvoeren van het onderzoek en inleiding 10,0 30% 3,0 5 Verslaglegging 10,0 20% 2,0

Nadere informatie

Voorwoord bij de tiende druk 8. 1 Inleiding 1 0. deel i voorbereiding 15

Voorwoord bij de tiende druk 8. 1 Inleiding 1 0. deel i voorbereiding 15 Inhoud Voorwoord bij de tiende druk 8 1 Inleiding 1 0 deel i voorbereiding 15 2 Verkenning van onderzoeks- en rapporteringsterrein 1 9 2.1 Terreinafbakening 2 0 2.2 Vraagstelling 3 0 2.3 Doelstelling 3

Nadere informatie

Hand-out. Bronvermelding 2009-2010. Auteurs: Drs. C.G.M. Piqué N. Esmeijer M.Z. Keus, MScBA Dr. H van Driel

Hand-out. Bronvermelding 2009-2010. Auteurs: Drs. C.G.M. Piqué N. Esmeijer M.Z. Keus, MScBA Dr. H van Driel Hand-out Bronvermelding 2009-2010 Auteurs: Drs. C.G.M. Piqué N. Esmeijer M.Z. Keus, MScBA Dr. H van Driel INLEIDING Deze hand-out is een korte samenvatting van de literatuur uit het B-gedeelte van de Skill

Nadere informatie

Hoe maak ik een sectorwerkstuk? Trivium College locatie Trias

Hoe maak ik een sectorwerkstuk? Trivium College locatie Trias Hoe maak ik een sectorwerkstuk? Trivium College locatie Trias Inleiding Door het werken aan je sectorwerkstuk laat je zien dat je algemene vaardigheden voldoende beheerst. Met de algemene vaardigheden

Nadere informatie

Gerard Drosterij Praktische opdracht, Geschiedenis HAVO 2006-2007, Luzac College Dordrecht

Gerard Drosterij Praktische opdracht, Geschiedenis HAVO 2006-2007, Luzac College Dordrecht DE HISTORISCHE SENSATIE, TOEN EN NU Gerard Drosterij Praktische opdracht, Geschiedenis HAVO 2006-2007, Luzac College Dordrecht Het eindcijfer voor geschiedenis is opgebouwd uit vier cijfers: 1. het schoolexamen

Nadere informatie

Reglement Bachelorscriptie Geschiedenis Vastgesteld op 1-9-2015, verbeterd en goedgekeurd door de examencommissie op 10-9- 2015

Reglement Bachelorscriptie Geschiedenis Vastgesteld op 1-9-2015, verbeterd en goedgekeurd door de examencommissie op 10-9- 2015 Faculteit der Geesteswetenschappen Afdeling Geschiedenis, Europese studies en Religiewetenschappen Spuistraat 134 1012 VB Amsterdam Datum 10-9-2015 Contactpersoon J.J.B.Turpijn@uva.nl Bijlagen Beoordelingsformulier

Nadere informatie

Informatiebrochure / Handleiding BACHELORSCRIPTIE

Informatiebrochure / Handleiding BACHELORSCRIPTIE Informatiebrochure / Handleiding BACHELORSCRIPTIE Afdeling Midden-Oosten Studies September 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 2 Definitie en kenmerken van de scriptie 1 3 Keuze van het onderwerp van de scriptie

Nadere informatie

Rapportage Instructies voor het schrijven van verslagen

Rapportage Instructies voor het schrijven van verslagen Rapportage Instructies voor het schrijven van verslagen Auteurs: James M. Boekbinder Jantien Slob Irma Rademaker 2013.10.02 versie 17.0 Inhoudsopgave 1 Korte verslagen (1 tot 2 pagina's) 1 1.1 Bouwstenen

Nadere informatie

Gedocumenteerd schrijven Schrijfopdracht klas 2. Brainstorm maak hieronder je brainstorm inzichtelijk

Gedocumenteerd schrijven Schrijfopdracht klas 2. Brainstorm maak hieronder je brainstorm inzichtelijk Gedocumenteerd schrijven Schrijfopdracht klas 2 Wat? Datum? Aftrek punten paraaf? Hoofdvragen & deelvragen - ½ punt Bronnen (2 verscheidene) - 1 punt 1 e versie - 2 punten Beoordeling (klasgenoot) - ½

Nadere informatie

Faculteit Rechten. Universiteit Hasselt. Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten)

Faculteit Rechten. Universiteit Hasselt. Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten) Faculteit Rechten Universiteit Hasselt Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten) Versie 25 augustus 2010 Artikel 1: Algemene doelstellingen De bachelorscriptie is een bijzondere

Nadere informatie

De kunst van wetenschappelijk schrijven

De kunst van wetenschappelijk schrijven De kunst van wetenschappelijk schrijven In de wetenschap gaat de erkenning naar diegene die de wereld heeft overtuigd, niet naar degene die als eerste op t idee kwam. (Darwin) Overzicht De schrijfopdracht

Nadere informatie

STIJLBOEKJE HANDLEIDING BIJ HET SCHRIJVEN VAN WERKSTUKKEN OP HET CARTESIUS LYCEUM

STIJLBOEKJE HANDLEIDING BIJ HET SCHRIJVEN VAN WERKSTUKKEN OP HET CARTESIUS LYCEUM STIJLBOEKJE HANDLEIDING BIJ HET SCHRIJVEN VAN WERKSTUKKEN OP HET CARTESIUS LYCEUM 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Richtlijnen voor het maken van een werkstuk 5 2.1 Opbouw van het werkstuk 5 2.1.1 Voorblad

Nadere informatie

Bachelorexamen Nederlands

Bachelorexamen Nederlands Bachelorexamen Nederlands 1. Richtlijnen Bachelorexamen Nederlands 1.1. Inleiding 1.2. Scriptie 1.3. Lectuurlijst 1.4. Literair essay 1.5. Map taalkunde 1.6. Map land en volk 1.7. Vertaling 1.8. Conclusie

Nadere informatie

ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT?

ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT? ONDERZOEK VOOR JE PROFIELWERKSTUK HOE DOE JE DAT? Wim Biemans Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie & Bedrijfswetenschappen 4 juni, 2014 2 Het doen van wetenschappelijk onderzoek Verschillende

Nadere informatie

Je gaat een werkstuk over dieren maken.

Je gaat een werkstuk over dieren maken. Je gaat een werkstuk over dieren maken. naam Een werkstuk bestaat uit de volgende onderdelen: Titelblad Dit is de voorkant van je werkstuk. De titel van je werkstuk moet mooi groot op de voorkant komen.

Nadere informatie

Opdrachten City Discourse & criteria beoordeling CIM1011

Opdrachten City Discourse & criteria beoordeling CIM1011 Opdrachten City Discourse & criteria beoordeling CIM1011 Inhoud Specificaties Essay + format bronvermelding 2 Beoordelingsmatrix Essay 3 Specificaties Infomatiedienst 4 Specificaties Dashboard / Appstore

Nadere informatie

Module 3. Hoe gebruik ik informatie op een correcte manier? www.thomasmore.be/bibliotheek

Module 3. Hoe gebruik ik informatie op een correcte manier? www.thomasmore.be/bibliotheek www.thomasmore.be/bibliotheek Module 3 Hoe gebruik ik informatie op een correcte manier? Gebaseerd op de tutorials informatievaardigheden van Bibliotheek Letteren - K.U.Leuven Hoe gebruik ik informatie

Nadere informatie

Informatiebrochure. Profielwerkstuk HAVO Colegio Arubano

Informatiebrochure. Profielwerkstuk HAVO Colegio Arubano Informatiebrochure Profielwerkstuk HAVO Colegio Arubano 2011-2012 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Het profielwerkstuk 4 Beoordelingsmomenten 6 Het schriftelijk verslag 7 Eindbeoordeling profielwerkstuk 8 2

Nadere informatie

Auteursinstructies Tijdschrift voor Genderstudies

Auteursinstructies Tijdschrift voor Genderstudies Tijdschrift voor Genderstudies Auteursinstructies AUP Tijdschrift voor Genderstudies Oktober 2014 Aanleveren Enkel complete en definitieve artikelen worden geaccepteerd. Een volledig manuscript bestaat

Nadere informatie

Scriptiehandleiding Bachelor Arabische taal en cultuur versie februari 2015

Scriptiehandleiding Bachelor Arabische taal en cultuur versie februari 2015 Faculteit der Geesteswetenschappen Scriptiehandleiding Bachelor Arabische taal en cultuur versie februari 2015 Dit zijn de richtlijnen voor het schrijven van de BA-scriptie bij de opleiding Arabisch aan

Nadere informatie

REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS)

REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS) Latijns-Amerika Studies (LAS) BA programma REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS) De Bacheloropleiding Latijns-Amerika Studies (specialisatie geschiedenis) wordt in het tweede semester

Nadere informatie

Auteursinstructies. Inhoudsopgave. Beste Auteur,

Auteursinstructies. Inhoudsopgave. Beste Auteur, Beste Auteur, Als besloten is uw manuscript uit te geven, wordt u gevraagd de tekst volgens onze huisstijl aan te leveren. Een uitgebreide handleiding volgt hieronder en is tevens te downloaden van onze

Nadere informatie

P.de Buck e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (6 e druk; Rijswijk 1992)

P.de Buck e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (6 e druk; Rijswijk 1992) 1 P.de Buck e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (6 e druk; Rijswijk 1992) Inleiding Dit boek van de historici P.de Buck en anderen dat voorkomt uit de praktijk

Nadere informatie

1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen

1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen 1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen Wanneer je als student in het hoger onderwijs de opdracht krijgt om te zoeken naar wetenschappelijke informatie heb je de keuze uit verschillende informatiebronnen.

Nadere informatie

mogelijk. De redactie gaat ervan uit dat de tekst niet gelijktijdig aan een ander tijdschrift ter

mogelijk. De redactie gaat ervan uit dat de tekst niet gelijktijdig aan een ander tijdschrift ter Tijdschrift voor Neuropsychologie Richtlijnen voor auteurs Inleiding Tijdschrift voor Neuropsychologie diagnostiek, behandeling en onderzoek is een uitgave van Uitgeverij Boom. Het tijdschrift verschijnt

Nadere informatie

Waarom een samenvatting maken?

Waarom een samenvatting maken? Waarom een samenvatting maken? Er zijn verschillende manieren om actief bezig te zijn met de leerstof. Het maken van huiswerk is een begin. De leerstof is al eens doorgenomen; de stof is gelezen en opdrachten

Nadere informatie

Workshop BLIKSEM - Leesbegrippen in de BLIKSEM Oefenteksten en Toetsen

Workshop BLIKSEM - Leesbegrippen in de BLIKSEM Oefenteksten en Toetsen Leesbegrippen Groep 5 1. alinea (7)* 2. anekdote (2) 3. bedoeling van de schrijver (3) 4. boodschap overbrengen (1) 5. bronvermelding (2) 6. conclusie (1) 7. de bedoeling van de schrijver (2) 8. de clou

Nadere informatie

1. Probleemstelling formuleren en sleutelwoorden bepalen.

1. Probleemstelling formuleren en sleutelwoorden bepalen. 1. Probleemstelling formuleren en sleutelwoorden bepalen. Vooraleer je aan een literatuuronderzoek begint, is het belangrijk om voldoende informatie over je onderwerp te verzamelen via vakwoordenboeken,

Nadere informatie

Afdeling VAVO. Praktische opdracht HAVO/VWO. Handleiding

Afdeling VAVO. Praktische opdracht HAVO/VWO. Handleiding Afdeling VAVO Praktische opdracht HAVO/VWO Handleiding Inleiding Voor verschillende vakken dient u een praktische opdracht te maken. In deze handleiding staan instructies voor het maken van een praktische

Nadere informatie

A Inhoud. 2. De identiteit van de eigenaar van de website en het doel van de website staan genoemd.

A Inhoud. 2. De identiteit van de eigenaar van de website en het doel van de website staan genoemd. Beoordelingsformulier websites Afdeling Taal en Communicatie VU De schriftelijke communicatie-uitingen van de verzekeraar moeten begrijpelijk en duidelijk zijn voor de klant en afgestemd op diens taalniveau.

Nadere informatie

onvoldoende voldoende goed uitstekend 1 2 3 4 Er is een onderzoeksplan, maar de deelvragen kunnen niet leiden tot een goed antwoord op de hoofdvraag.

onvoldoende voldoende goed uitstekend 1 2 3 4 Er is een onderzoeksplan, maar de deelvragen kunnen niet leiden tot een goed antwoord op de hoofdvraag. Onderzoek Naam leerling:. Onderzoeksplan Er is een onderzoeksplan, maar de hoofdvraag is onduidelijk. Er is een onderzoeksplan, maar de deelvragen kunnen niet leiden tot een goed antwoord op de hoofdvraag.

Nadere informatie

Hoe maak je een goede bronvermelding. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/39641

Hoe maak je een goede bronvermelding. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/39641 Auteurs Laatst gewijzigd Licentie Webadres Els ; 11 October 2012 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/39641 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Vademecum bachelorwerkstuk Nederlandse taal en cultuur

Vademecum bachelorwerkstuk Nederlandse taal en cultuur Vademecum bachelorwerkstuk Nederlandse taal en cultuur 1 Inleiding en opzet 1.1 Doelstelling bachelorwerkstuk Het individuele bachelorwerkstuk is de afsluiting van de bacheloropleiding Nederlandse taal

Nadere informatie

Ba-scriptiebrochure Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur

Ba-scriptiebrochure Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur Ba-scriptiebrochure Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur 2014-15 1. Definitie De BA-scriptie is een schriftelijke weerslag van een praktische oefening in het zelfstandig opzetten en uitvoeren van een

Nadere informatie

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan 1. Globaal lezen a. Lees eerst altijd een tekst globaal. Dus: titel, inleiding, tussenkopjes, slot en bron. b. Denk na over het onderwerp,

Nadere informatie

+DQGOHLGLQJYRRUKHW]RHNHQLQ

+DQGOHLGLQJYRRUKHW]RHNHQLQ +DQGOHLGLQJYRRUKHW]RHNHQLQ,19(57 &DPSXVELEOLRWKHHN%LRPHGLVFKH:HWHQVFKDSSHQ 'HFHPEHU ,19(57LQGH[YDQGH1HGHUODQGVWDOLJHYHUSOHHJNXQGLJHOLWHUDWXXU Wat is invert? Eenvoudig zoeken Geavanceerd zoeken In welk

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv Inhoud 1 Spelling 5 1 geschiedenis van de nederlandse spelling in vogelvlucht 11 2 spellingregels 13 Klinkers en medeklinkers 13 Spelling van werkwoorden 14 D De stam van een werkwoord 14 D Tegenwoordige

Nadere informatie

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk?

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Je gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in een

Nadere informatie

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012

Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk. april 2012 Handleiding bij het maken van een profielwerkstuk april 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. De tijdlijn 3. De verschillende fasen 4. Onderwerp zoeken 5. Informatie zoeken 6. Nog 10 tips 7. De beoordeling

Nadere informatie

www.scriptium.nl www.scriptium.nl

www.scriptium.nl www.scriptium.nl Praktische handleiding voor het opzetten en schrijven van een scriptie of thesis: van oriëntatie tot afronding Inclusief checklist om je eigen vorderingen bij te houden Wanneer je gestructureerd met je

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Faculteit Geesteswetenschappen BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Onderstaand formulier betreft de beoordeling van het stageverslag en het onderzoeksverslag. Deze wordt door de begeleidende

Nadere informatie

I NHOUD. Inleiding 9. 1 Historisch onderzoek: het belang van een vraagstelling. 2 Bouwstenen van de historische methode

I NHOUD. Inleiding 9. 1 Historisch onderzoek: het belang van een vraagstelling. 2 Bouwstenen van de historische methode 5 I NHOUD Inleiding 9 Opzet 11 1 Historisch onderzoek: het belang van een vraagstelling 1.1 Onderwerp en vraag 17 1.1.1 Een onderwerp benoemen 17 1.1.2 Soorten vragen: beschrijvend, verklarend, verkennend

Nadere informatie

Verwijzen naar digitale bronnen

Verwijzen naar digitale bronnen Verwijzen naar digitale bronnen Aanvulling op de Leidraad voor juridische auteurs 2013 I. Bennigsen mr. dr. L.D. van Kleef-Ruigrok 2 februari 2015 1 1 Inleiding In de Leidraad voor juridische auteurs 2013

Nadere informatie

Verwijzen naar digitale bronnen

Verwijzen naar digitale bronnen Verwijzen naar digitale bronnen Aanvulling op de Leidraad voor juridische auteurs 2013 I. Bennigsen mr. dr. L.D. van Kleef-Ruigrok 27 januari 2014 1 1 Inleiding In de Leidraad voor juridische auteurs 2013

Nadere informatie

Huisstijlhandboek OPAC

Huisstijlhandboek OPAC 1 Huisstijlhandboek OPAC 1. CURSUSSEN IN WORD: Voorblad: Naam cursus (Cambria 40, blauw) Naam vakgroep (Verdana 10, zwart) Docentengegevens (Verdana 10, zwart) Gegevens OPAC (Verdana 8, zwart) logo (2,11

Nadere informatie

Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I

Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I Deze leidraad heeft tot doel om studenten uitleg te geven bij het opmaken van hun onderzoeksvoorstel voor de masterscriptie. Er wordt

Nadere informatie

Hoe maak je een werkstuk?

Hoe maak je een werkstuk? Hoe maak je een werkstuk? Je gaat een werkstuk maken. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp? Op deze vragen en nog vele anderen krijg

Nadere informatie

Afdeling VAVO. Praktische opdracht VMBO. Handleiding

Afdeling VAVO. Praktische opdracht VMBO. Handleiding Afdeling VAVO Praktische opdracht VMBO Handleiding Inleiding In deze inleiding staat hoe u het maken van een praktische opdracht het beste kunt aanpakken. De aanwijzingen, die gegeven worden zijn niet

Nadere informatie

PROFIELWERKSTUK VWO 2015-2016

PROFIELWERKSTUK VWO 2015-2016 PROFIELWERKSTUK VWO 2015-2016 Beste 5 VWO-er, Onderdeel van je eindexamen is het maken van een profielwerkstuk (kortweg PWS). Het PWS vormt de afsluiting van een kennis- en vaardigheidsproces dat je gedurende

Nadere informatie

Help, ik moet een werkstuk maken!

Help, ik moet een werkstuk maken! Help, ik moet een werkstuk maken! Je gaat de komende tijd bezig met het maken van een werkstuk. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp?

Nadere informatie

Literatuurverwijzing in de tekst

Literatuurverwijzing in de tekst Verwijzen en literatuurlijst volgens de APA Voor het schrijven van teksten maak je vaak gebruik van schriftelijke bronnen. Dit kunnen boeken, tijdschriftartikelen, folders, of teksten van internet zijn.

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die worden uitgevoerd om uit het gevonden bronnenmateriaal

Nadere informatie

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Pagina 1 Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Je gaat een profielwerkstuk maken. Dan is euthanasie een goed onderwerp. Het is misschien niet iets waar je dagelijks over praat of aan denkt, maar

Nadere informatie