De woonplaatsfictie in de Successiewet: een overzicht en de stand van zaken

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De woonplaatsfictie in de Successiewet: een overzicht en de stand van zaken"

Transcriptie

1 Mr. Fleur M. Smit 1 De woonplaatsfictie in de Successiewet: een overzicht en de stand van zaken Het Europese recht heeft een grote invloed op de Nederlandse belastingwetgeving. Naar aanleiding van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ EG) hebben inmiddels in Nederland ook vele aanpassingen van de belastingwetgeving plaatsgevonden. 2 Het Europese recht heeft ook invloed op de Successiewet. De woonplaatsfictie in deze wet ligt onder vuur. 1. Heeft belanghebbende toegang tot het EG-verdrag? 3 2. Is sprake van discriminatie naar nationaliteit of van een belemmering van de vrijheden die het EG-verdrag toekent? 3. Is hiervoor een rechtvaardigingsgrond? 4. Is de maatregel geschikt om het beoogde doel te bereiken? En 5. Is de beperkende maatregel proportioneel? Discriminatie kan direct of indirect zijn 1 Estate planner bij Pereira, Van Vliet & Partners te s-gravenhage. 2 Bijvoorbeeld in de vennootschapsbelasting naar aanleiding van het Bosal-arrest. 3 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van 25 maart 1957, zoals nadien gewijzigd, Publicatieblad Nr C 325 van 24 december Art. 12. Art. 3 lid 1 Succ.w. bepaalt dat een Nederlander die binnen tien jaar na zijn emigratie uit Nederland is overleden of een schenking heeft gedaan, geacht wordt ten tijde van zijn overlijden of het doen van de schenking binnen het Rijk te hebben gewoond. In de afgelopen periode zijn drie belangrijke hofuitspraken verschenen over het antwoord op de vraag of deze woonplaatsfictie verenigbaar is met de gewaarborgde vrijheden in het EG-Verdrag. Advocaat-Generaal (hierna: A-G) Wattel en (recent) A-G Léger hebben (vooruitlopend op arresten van respectievelijk de Hoge Raad en het HvJ EG) een conclusie genomen in twee verschillende zaken waarin de woonplaatsfictie ter discussie staat. Tijd voor een overzicht en beantwoording van de vraag: hoe nu verder? 1. Het beslisschema van HvJ EG Of een bepaalde nationale regeling in strijd is met één van de vrijheden van het EG-verdrag wordt bepaald aan de hand van het beslisschema van HvJ EG. Voor een goed begrip van jurisprudentie en/of conclusies over het antwoord op de vraag of de woonplaatsfictie in de Successiewet strijdig is met één van de vrijheden van het EG-verdrag, doet men er goed aan dit beslisschema steeds in het achterhoofd te houden bij het lezen van die jurisprudentie. De vragen op basis waarvan het HvJ EG doorgaans beslist zijn: 1.1. Heeft belanghebbende toegang tot het EG-verdrag? In het algemeen heeft een persoon toegang tot het EG-verdrag in geval van grensoverschrijdende economische situaties. Afgezien van het vrije kapitaalverkeer betreft dit een grensoverschrijding tussen de lidstaten van de Europese Unie. Bijvoorbeeld een werknemer die in de ene lidstaat woont en in een andere lidstaat werkt of een aannemer die in een grensstreek woont en in het buitenland een huis bouwt Is sprake van (directe) discriminatie naar nationaliteit of van een belemmering van de vrijheden die het EG-verdrag toekent? Het EG-verdrag bepaalt 4 dat elke discriminatie (direct of indirect) op grond van nationaliteit is verboden. Dit betekent dat een lidstaat personen met de Nederlandse nationaliteit niet anders mag behandelen dan personen met bijvoorbeeld een Belgische nationaliteit. Discriminatie kan direct zijn of indirect. Bij directe discriminatie bepaalt een regeling openlijk dat deze niet geldt voor personen met een andere nationaliteit dan die van de lidstaat, bijvoorbeeld: alleen Nederlanders mogen huizen in een bepaalde nieuwbouwwijk kopen. Van indirecte discriminatie of een belemmering is sprake als een regeling niet expliciet onderscheid maakt naar nationaliteit. De discriminatie uit zich dan doordat onderscheid wordt gemaakt op grond van een ander criterium, bijvoorbeeld de plaats waar iemand woont, maar 12 ESTATE PLANNER - oktober 2005

2 Hof s-hertogenbosch is van mening dat bij nalatenschappen, legaten en successierechten sprake is van kapitaalverkeer 5 HvJ EG 30 november 1995, C-55/94 (Gebhard). 6 Nr. 00/01796, V-N 2003/ Nomenclatuur van het kapitaalverkeer, Bijlage I bij Richtlijn 88/361/EEG van de Raad van 24 juni 1988 voor de uitvoering van art. 67 van Het EG-verdrag, PB nr. L178, blz. 5, 1988/ die regeling voornamelijk personen treft met een bepaalde nationaliteit. Bijvoorbeeld: alleen inwoners die ingeschreven staan in de gemeente X mogen huizen in een bepaalde nieuwbouwwijk kopen, terwijl inwoners zich alleen in de gemeente X kunnen inschrijven als ze de Nederlandse nationaliteit hebben. Het EG-verdrag kent aan de burgers van de Europese Unie (een persoon met de nationaliteit van één van de lidstaten) de volgende vrijheden toe: - vrij reizen en verblijven in de Europese Unie; - vrij verkeer van werknemers; - vrijheid van vestiging in een lidstaat; - vrij verkeer van diensten; - vrij verkeer van kapitaal. Het EG-verdrag verbiedt de lidstaten om onderling onderdanen van de Europese Unie in deze vrijheden te beperken. Mits sprake is van toegang tot het EGverdrag, kan een burger van de Europese Unie een beroep doen op belemmering van de vrijheden in het verdrag en op het verbod op discriminatie. Het EG-verdrag verbiedt ook het recht op vrij verkeer van kapitaal te belemmeren in relatie tot staten die geen lid zijn van de Europese Unie ( derdelanden ). Een inwoner van een derdeland kan zich dan ook beroepen op het EG-verdrag als hij van mening is dat een bepaalde regeling in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal. Hierop is één uitzondering. Het EG-verdrag bepaalt kort gezegd dat als de betreffende regeling al op 31 december 1993 bestond, deze regeling de vrijheid van kapitaalverkeer met derdelanden wél mag beperken Is er een rechtvaardigingsgrond voor de belemmering? Als één van de vrijheden van het EG-verdrag wordt belemmerd of als sprake is van (directe) discriminatie naar nationaliteit, kan hiervoor een rechtvaardiging aanwezig zijn. Het EG-verdrag zelf noemt als rechtvaardigingsgrond voor (directe) discriminatie naar nationaliteit de openbare orde of de openbare veiligheid. In de jurisprudentie van het HvJ EG 5 worden rechtvaardigingsgronden genoemd voor indirecte discriminatie/belemmeringen van de vrijheiden (de zogenoemde rule of reason ). Deze rechtvaardigingsgronden zijn (onder andere): 1. misbruikbestrijding; 2. de bijzondere band tussen een lidstaat en zijn onderdaan; en 3. compenserende voordelen Is de maatregel geschikt om het beoogde doel te bereiken en is deze proportioneel? Bestaat een rechtvaardigingsgrond voor een belemmering van één van de vrijheden dan moet de maatregel ten slotte geschikt zijn om het beoogde doel te bereiken. Verder dient de beperkende maatregel proportioneel te zijn. Een maatregel mag met andere woorden geen overkill bevatten. 2. De hofuitspraken In de afgelopen drie jaar zijn twee uitspraken van Hof s-hertogenbosch verschenen en één van Hof Amsterdam, in welke uitspraken in geschil was of de woonplaatsfictie in de Successiewet verenigbaar is met het Europese recht. In de samenvattingen hieronder wordt door nummering zoveel mogelijk verwezen naar de vijf vragen van het beslisschema van het HvJ EG. Hierdoor wordt duidelijk hoe steeds tot een bepaald standpunt wordt gekomen Hof s-hertogenbosch 12 december en Conclusie A-G Wattel Hof s-hertogenbosch oordeelt in zijn uitspraak van 12 december 2002 als eerste over de strijdigheid van de woonplaatsfictie met het EG-verdrag. In de onderhavige casus emigreerde de erflater in 1993 naar België. Hij overleed daar in Nederland heeft op grond van art. 3 lid 1 Succ.w. successierecht over de nalatenschap geheven en verleende voorkoming van dubbele belasting op grond van het Besluit voorkoming dubbele belasting Belanghebbenden (de kinderen van erflater) waren van mening dat art. 3 lid 1 Succ.w. een belemmering van de vrijheid van kapitaalverkeer is, zoals opgenomen in het EG-verdrag. Het hof stelt belanghebbenden in het gelijk en past de woonplaatsfictie niet toe. Het hof is van mening dat bij nalatenschappen, legaten en successierechten sprake is van kapitaalverkeer. 7 Belanghebbenden hebben op grond hier- oktober ESTATE PLANNER 13

3 A-G Wattel acht de woonplaatsfictie in strijd met het EG-verdrag 8 Nr. 02/1531, V-N 2003/58.21 van toegang tot het EG-verdrag (1). Volgens het hof is de woonplaatsfictie een belemmering van het vrije verkeer en hij overweegt hiertoe onder andere dat voor belanghebbenden alleen kans op nadeel bestaat (2). Als een Nederlander in het buitenland overlijdt, verleent Nederland voorkoming van dubbele belasting op grond van het Besluit. Nederland heft successierecht bij als in het buitenland minder successierecht is geheven (de tarieven zijn bijvoorbeeld lager) dan in Nederland is verschuldigd. Als in het buitenland de tarieven hoger zijn dan in Nederland, heft Nederland niet bij maar krijgen de belanghebbenden ook geen teruggaaf. Door de woonplaatsfictie loopt een Nederlander die emigreert dus het risico dat Nederland successierecht bijheft over zijn nalatenschap, terwijl een niet-nederlander dat nadeel niet heeft. Het hof oordeelt ook dat de door Nederland gehanteerde woonplaatsfictie discrimineert naar nationaliteit en onder omstandigheden een verkapte beperking van het vrije kapitaalverkeer kan inhouden (2). Naar het oordeel van het hof bestaat hiervoor géén rechtvaardigingsgrond (3). De Staatssecretaris gaat in cassatie tegen de hofuitspraak. A-G Wattel neemt conclusie in deze zaak. Allereerst merkt de A-G op dat emigratie van erflater op zichzelf géén kapitaalverkeer is. Bij de overgang van het vermogen van de erflater naar de erfgenamen (in Nederland) is hiervan wel sprake (1). Volgens de A-G beperkt art. 3 lid 1 Succ.w. op drie manieren de rechten die zijn toegekend door het EG-verdrag, onder andere door de kans op nadeel. De A-G is daarnaast met Hof s-hertogenbosch van oordeel dat de woonplaatsfictie discrimineert naar nationaliteit (2). Voor (directe) discriminatie naar nationaliteit kan alleen als rechtvaardiging gelden het gevaar dat anders voor de Nederlandse openbare orde of de openbare veiligheid zou bestaan. De A-G is van mening dat de openbare orde of de openbare veiligheid niet in gevaar komen als Nederland zou moeten afzien van een extraterritoriale nationaliteitsheffing op nalatenschappen (3). In zijn conclusie gaat de A-G tot slot nog in op de rechtvaardigingsgronden die zijn afgeleid van de jurisprudentie. Een beroep hierop is volgens hem echter niet houdbaar (3). De A-G acht de woonplaatsfictie daarom in strijd met het EG-verdrag en oordeelt dat het beroep van de Staatssecretaris ongegrond is. Subsidiair concludeert de A-G tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EG. Inmiddels heeft Hof s-hertogenbosch in een andere zaak (Erven Van Hilten, zie hierna) prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EG. Deze vragen hebben echter alleen betrekking op de vrijheid van kapitaalverkeer met betrekking tot derdelanden en niet op de vraag of het aanvaardbaar is dat heffing van dubbele belasting ontstaat doordat de woonplaatsfictie aanknoopt bij de nationaliteit van de erflater. Een oordeel van het HvJ EG over dit laatste punt zou alle lidstaten bijzonder interesseren, aldus de A-G Hof s-hertogenbosch, 5 november (Erven Van Hilten) Krap een jaar na zijn eerste uitspraak doet Hof s-hertogenbosch in 2003 uitspraak in een tweede zaak over de woonplaatsfictie. Deze zaak betreft de heffing van successierecht over de nalatenschap van mevrouw Van Hilten-van der Heijden. Mevrouw Van Hilten woonde tot in 1988 in Nederland. Zij emigreerde in 1988 naar België en emigreerde in 1991 van België naar Zwitserland. Daar overleed zij op 22 november 1997, binnen tien jaar nadat zij Nederland metterwoon had verlaten. Erflaatster was in casu geen inwoner van de Europese Unie, maar van een derdeland. Belanghebbenden konden zich dan ook alleen beroepen op de vrijheid van kapitaalverkeer (1). Het hof besluit prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EG. De eerste prejudiciële vraag is of de woonplaatsfictie in strijd is met het recht op vrij kapitaalverkeer (art. 56 EG). Deze vraag heeft het hof zelf al bevestigend beantwoord in zijn eerdere uitspraak. Echter, het hof is mening dat de jurisprudentie van het HvJ EG geen duidelijk antwoord geeft op de vraag of art. 3 lid 1 Succ.w. onder de uitzondering valt. De uitzondering houdt in dat de beperking is toegestaan in relatie tot derdelanden als deze beperking op 31 december 1993 al bestond. De tweede prejudiciële vraag luidt dan ook of, als art. 3 lid 1 Succ.w. strijdig is met het recht op kapitaalverkeer, de woonplaatsfictie in situaties van derdelanden toch mag worden toegepast. 14 ESTATE PLANNER - oktober 2005

4 De woonplaatsfictie bevat volgens A-G Leger géén beperking van het vrije kapitaalverkeer 9 Nr. 02/07000, V-N 2004/ Nr , BNB 1992/258. Naar aanleiding van de prejudiciële vragen van Hof s-hertogenbosch wordt op 30 juni 2005 de conclusie van A-G Léger gepubliceerd. Hoewel Hof s-hertogenbosch er bij de gestelde prejudiciële vragen van uitgaat dat sprake is van kapitaalverkeer tussen het derdeland en een lidstaat, gaat de A-G eerst in op de vraag of en wanneer sprake is van kapitaalverkeer. Volgens de A-G kan emigratie zelf niet worden opgevat als een kapitaalbeweging of worden geacht gepaard te gaan met een bijkomende kapitaalbeweging in de zin van het EG-verdrag. Het enige kapitaalverkeer dat in het onderhavige geval kan worden vastgesteld is volgens de A-G dan ook de overgang door vererving van het vermogen van de erflaatster op haar erfgenamen (1). De A-G vervolgt zijn betoog dat de nalatenschap van een erflater die inwoner is van Nederland niet anders wordt belast dan de nalatenschap van een erflater die fictief in Nederland woont. Omdat op dit punt geen onderscheid wordt gemaakt, bevat de woonplaatsfictie zijns inziens geen beperking van het vrije kapitaalverkeer (2). In rechtsoverweging 68 en verder geeft de A-G vervolgens aan dat de woonplaatsfictie alleen kan worden getoetst aan het vrije verkeer van personen of het aan het burgerschap van de Europese Unie verbonden recht op verblijf in een andere lidstaat. Ook hierover oordeelt de A-G dat deze rechten niet worden belemmerd (2). Een beroep op deze vrijheden zou in de zaak Van Hilten geen uitkomst hebben geboden omdat sprake was van een emigratie naar een derdeland. Desondanks is het interessant dat de A-G hier toch op ingaat in zijn conclusie, omdat die vrijheden in het geding kunnen zijn bij emigraties binnen de Europese Unie. Hierover moet de Hoge Raad nog oordelen in de zaak van Hof s-hertogenbosch van 12 december Hof Amsterdam 2 april Hof Amsterdam oordeelt in zijn uitspraak van 2 april 2004 dat de woonplaatsfictie in de Successiewet niet in strijd is met het EG-verdrag. In die casus emigreerde schenkster in 1989 naar België. In 1997 schonk zij aan belanghebbende ƒ (onder opschortende voorwaarde). Belanghebbende stelt (subsidiair) dat de woonplaatsfictie van art. 3 lid 1 Succ.w. buiten toepassing moet blijven wegens strijd met de vrijheid van kapitaalverkeer zodat geen schenkingsrecht in Nederland is verschuldigd. Het hof is het daar niet mee eens. Het hof overweegt dat de woonplaatsfictie weliswaar in feite discrimineert naar nationaliteit (2), maar anders dan Hof s-hertogenbosch is Hof Amsterdam van mening dat daarvoor wél een rechtvaardiging bestaat (3). De vraag of voor die discriminatie een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat was volgens het hof namelijk al aan de orde gesteld in het arrest van de Hoge Raad van 10 juni In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat de bijzondere band tussen een staat en zijn onderdanen een zodanige rechtvaardiging vormt. Hof Amsterdam ziet geen reden hierover in het onderhavige geval anders te oordelen. 3. Samenvatting Tot het verschijnen van de conclusie van A-G Léger werd optimistisch (althans vanuit de kant van belanghebbenden) geoordeeld over de strijdigheid van art. 3 lid 1 Succ.w. met de vrijheden in het EGverdrag. Twee uitspraken van gerechtshoven en een conclusie van A-G Wattel bevestigden namelijk die strijdigheid, tegen slechts één andersluidende uitspraak van Hof Amsterdam. De recent verschenen conclusie van A-G Léger bij het HvJ EG heeft daarin wellicht verandering gebracht. Welke conclusies kunnen worden getrokken en hoe nu verder? 3.1. Emigratie naar derdelanden A-G Léger concludeert in de zaak van de Erven Van Hilten dat de woonplaatsfictie geen beperking vormt van het vrije verkeer van kapitaal. De A-G is van mening dat bij emigratie geen sprake is van kapitaalverkeer. Bij overlijden is weliswaar kapitaalverkeer aanwezig, maar volgens de A-G wordt de nalatenschap van geëmigreerde Nederlanders niet anders belast dan wanneer zij in Nederland waren gebleven. Omdat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen die twee situaties kan er ook geen beperking zijn. Als het HvJ EG het met de A-G eens oktober ESTATE PLANNER 15

5 A-G Léger is niet ingegaan op de vraag of de woonplaatsfictie discrimineert naar nationaliteit 11 Art. 12 EG-verdrag. is, is hiermee de zaak voor Nederlandse emigranten naar derdelanden afgedaan. Zij kunnen zich namelijk niet beroepen op andere vrijheden in het EGverdrag. Echter, emigranten naar derdelanden kunnen wellicht meeprofiteren als de wetgever de woonplaatsfictie moet aanpassen als deze strijdig blijkt te zijn met één van de andere vrijheden van het EG-verdrag (zie hierna) Emigratie naar EU-lidstaten Als het HvJ EG strijdigheid met het vrije kapitaalverkeer afwijst, kunnen de erven van een Nederlander die is geëmigreerd naar een EU-lidstaat nog een beroep doen op een verbod van (directe) discriminatie of op belemmering van de andere vrijheden in het EG-verdrag dan de vrijheid van kapitaalverkeer. Deze belemmering van één van de vrijheden zou dan aanwezig moeten zijn op het moment dat de toekomstige erflater emigreert naar een lidstaat. A-G Léger concludeert in de zaak Van Hilten dat geen sprake is van een vertrekbelemmering die strijdig is met vrije reis- en verblijfrecht binnen de Europese Unie. A-G Léger gaat niet in op de vraag of de woonplaatsfictie (direct) discrimineert naar nationaliteit. De Hoge Raad dient in cassatie van de zaak van Hof s-hertogenbosch van 12 december 2002 te beoordelen of de woonplaatsfictie in strijd is met het EG-verdrag. In cassatie is in geschil of de woonplaatsfictie in strijd is met de vrijheid van kapitaalverkeer. A-G Wattel vindt van wel en hij oordeelt ook dat art. 3 lid 1 Succ.w. direct discrimineert naar nationaliteit. De beste kansen voor belanghebbenden zijn wellicht dat wordt geoordeeld dat de woonplaatsfictie direct discrimineert naar nationaliteit. 11 De A-G concludeert dat de Hoge Raad hierover prejudiciële vragen zou kunnen stellen aan het HvJ EG. Over de nalatenschap van iemand met bijvoorbeeld de Belgische nationaliteit die zijn gehele leven in Nederland woont en twee jaar vóór zijn overlijden emigreert naar België, heft Nederland geen successierecht. Echter, de nalatenschap van een Nederlander die zijn leven lang in België heeft gewoond, voor een tussenperiode van twee jaar in Nederland woont om vervolgens weer terug te gaan naar België, wordt op grond van de woonplaatsfictie wél belast met Nederlands successierecht als hij binnen tien jaar na emigratie overlijdt. Niet valt in te zien waarom dit geen discriminatie is, er wordt onderscheid gemaakt louter op grond van de nationaliteit van de erflater én de erfgenamen van de Nederlandse erflater zijn slechter af. Is er een rechtvaardiging voor dit onderscheid? De enige rechtvaardigingsgrond voor discriminatie naar nationaliteit is volgens het EG-verdrag gevaar voor de openbare orde of veiligheid. A-G Wattel komt tot de conclusie dat de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt als Nederland niet meer mag heffen op grond van de woonplaatsfictie. Met A-G Wattel zie ik ook niet hoe de woonplaatsfictie de openbare orde in gevaar zou kunnen brengen Hoe nu verder? Belanghebbenden hebben wellicht de meeste kans op een uitspraak dat de woonplaatsfictie direct discrimineert naar nationaliteit. Als de Hoge Raad en/of het HvJ EG oordeelt dat dit inderdaad zo is, dan is het de vraag hoe de wetgever hierop zal reageren. Het ligt voor de hand dat het vereiste dat de erflater de Nederlandse nationaliteit heeft dan uit de woonplaatsfictie wordt gehaald. De woonplaatsfictie zou dan kunnen worden vervangen door een regeling die bepaalt dat iedereen die in Nederland heeft gewoond (ongeacht zijn/haar nationaliteit) gedurende een bepaalde periode na zijn emigratie (drie of bijvoorbeeld vijf jaar) voor de Successiewet nog in Nederland wordt geacht te wonen. Door een periode van bijvoorbeeld drie jaar op te nemen, is de woonplaatsfictie in veel gevallen van toepassing bij misbruiksituaties/emigraties die louter zijn gebaseerd op fiscale motieven. Van misbruik kan bijvoorbeeld sprake zijn als een erflater direct voorafgaand aan (voorzienbaar) overlijden emigreert uit Nederland naar een lidstaat met lagere successierechten. Als de wetgever de woonplaatsfictie aanpast, zal hij wellicht geen onderscheid maken tussen emigraties naar EU-lidstaten en emigraties naar derdelanden. Ook al zou de woonplaatsfictie in zijn huidige vorm in relatie tot derdelanden zijn toegestaan, dan zullen ook emigranten naar die derdelanden meeprofiteren van een mogelijke verkorting van de tienjaarsperiode. 16 ESTATE PLANNER - oktober 2005

6 4. Tot slot Het oordeel is nu aan de rechter. Waarschijnlijk duurt het nog even voordat uitsluitsel bestaat over de strijdigheid van de woonplaatsfictie met het EG-verdrag. We wachten in spanning de ontwikkelingen af. Ik zelf denk dat de huidige woonplaatsfictie in de Successiewet de toets van het Europese recht uiteindelijk niet overleeft omdat deze mijns inziens rechtstreeks discrimineert naar nationaliteit zonder rechtvaardiging. Congressen/seminars en cursussen Bedrijfsopvolging Sprekers: Dr. J.Ch. Caanen Prof. mr. W.M. Kleijn Prof. mr. E.A.A. Luijten Prof. mr. W.R. Meijer Plaats: Hilton te Rotterdam Datum: 2 november 2005 Prijs: 695 (excl. BTW) Inlichtingen: Vermande Studiedagen Tel. (070) Themadag Estate Planning: Bedrijfsopvolging Docenten: Mr. W. Burgerhart Mr. M.J. Hoogeveen Dr. S.A. Stevens Mr. W.J.M. van Veen Plaats: Jaarbeurs te Utrecht Datum: 10 november 2005 Prijs: 495 (excl. BTW) Inlichtingen: Hoog Management en Opleidingen Tel. (0348) Drieluikseminar estate planning Erven Sprekers: Prof. mr. Gr. van der Burght Mr. dr. E.W.J. Ebben Mr. P.A. van Onzenoort Plaats: Bomencentrum Nederland te Baarn Datum: 16 november 2005 Prijs: 495 (excl. BTW)* Inlichtingen: Estate Planning Expert Tel. (026) Het testament van de 21e eeuw in de praktijk Docenten: Mr. B.M.E.M. Schols Mr. F.W.J.M. Schols Mr. M.J. Hoogeveen Drs. R.T.R. Hoppenreijs Plaats: Hotel Lapershoek te Hilversum Data: 17 november (module 1) en 24 november 2005 (module 2) Prijs: 645 (excl. BTW) per module (excl. BTW) beide modules Inlichtingen: Vermande Studiedagen Tel. (070) Estate Planning Specialist (8 dagen) Docenten: Mr. C.B. Baard Mr. P. Blokland Prof. dr. G.J.B. Dietvorst Mr. C.J.M. Martens Prof. mr. F. Sonneveldt Prof. mr. A.H.N. Stollenwerck Mr. B.C.M. Waaijer Plaats: Bomencentrum Nederland te Baarn Data: 19 januari februari maart april september oktober november december 2006 Prijs: (excl. BTW) Inlichtingen: Estate Planning Expert Tel. (026) oktober ESTATE PLANNER 17

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/54257

Nadere informatie

Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012

Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012 Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012 C-181/12-1 Zaak C-181/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 april 2012 Verwijzende rechter: Finanzgericht Düsseldorf (Duitsland) Datum

Nadere informatie

Wijzigingen in de voorkoming van dubbele successiebelastingheffing Mr. Maria de L. Monteiro 1

Wijzigingen in de voorkoming van dubbele successiebelastingheffing Mr. Maria de L. Monteiro 1 Wijzigingen in de voorkoming van dubbele successiebelastingheffing Mr. Maria de L. Monteiro 1 1 Mazars Belastingadviseurs te Rotterdam, Universiteit Utrecht en Notariskantoor Rompes te Nieuwerkerk aan

Nadere informatie

ECLI:NL:RBBRE:2011:5319

ECLI:NL:RBBRE:2011:5319 ECLI:NL:RBBRE:2011:5319 Instantie Rechtbank Breda Datum uitspraak 06-12-2011 Datum publicatie 22-05-2017 Zaaknummer AWB- 11_1954 Formele relaties Hoger beroep: ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2178, Bekrachtiging/bevestiging

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/04/2015

Datum van inontvangstneming : 17/04/2015 Datum van inontvangstneming : 17/04/2015 Vertaling C-123/15-1 Zaak C-123/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 12 maart 2015 Verwijzende rechter: Bundesfinanzhof (Duitsland) Datum

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Den Haag, J A N 2014 Kenmerk: DGB 2014-20 X Beroepschrift in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank te Breda van 4 december 2013, nr. 12/04836, op een beroepschrift van H i H n N M te «(Duitsland)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685

ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 ECLI:NL:RBAMS:2015:9685 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 29-12-2015 Datum publicatie 27-01-2016 Zaaknummer AMS 13/6214 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Gerechtshof s-hertogenbosch Onderwerp Successiebelasting Bepalingen van het vrije kapitaalverkeer - Woonplaatsfictie Nederlandse tienjaarstermijn Datum 12 december 2002 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken)

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) Mr. Caroline J.M. Martens 1 Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) De verkrijging krachtens de renteafspraak is een verkrijging op grond van een fictiebepaling In deze bijdrage

Nadere informatie

Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten

Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Besluit van 15 oktober 2014, nr. BLKB2013M/1870M, Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao

Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao Recent heeft de advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (HvJ)

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Mr. Almer M.A. de Beer 1 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Wanneer is een houdstervennootschap beleidsbepalend? 1 Werkzaam bij Arenthals

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en

Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden : EU/EER nationaliteit gelijkheidsbeginsel

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 02/02/2016

Datum van inontvangstneming : 02/02/2016 Datum van inontvangstneming : 02/02/2016 Vertaling C-690/15-1 Zaak C-690/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 december 2015 Verwijzende rechter: Cour administrative d appel

Nadere informatie

Conclusie. Wetsverwijzingen Successiewet , geldigheid: BNB 1996/87 FED 1995/908 FED 1996/634 WFR 1995/1928 V-N 1995/4496, 15

Conclusie. Wetsverwijzingen Successiewet , geldigheid: BNB 1996/87 FED 1995/908 FED 1996/634 WFR 1995/1928 V-N 1995/4496, 15 ECLI:NL:PHR:1995:AA3111 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum uitspraak 06-12-1995 Datum publicatie 04-07-2001 Zaaknummer 30403 Formele relaties Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1995:AA3111 Rechtsgebieden

Nadere informatie

VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft

VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft Geachte heer Test, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een testament nodig hebt, is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor is de hoogte

Nadere informatie

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen:

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen: '"Sr "- AANTEKENEN Hoge Raad der Nederlanden Postbus 20303 2500 EH 'S-GRAVENHAGE Datum Referentie Betreft beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem (08/00041) op het hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2009:BI9049

ECLI:NL:CRVB:2009:BI9049 ECLI:NL:CRVB:2009:BI9049 Instantie Datum uitspraak 28-05-2009 Datum publicatie 22-06-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-4976 AOW Bestuursrecht

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Datum 22 augustus

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22561 29 april 2016 Dividendbelasting; Inkomstenbelasting; Vennootschapsbelasting; EU-recht 25 april 2016 nr. DGB 2016/1731M

Nadere informatie

Date de réception : 10/01/2012

Date de réception : 10/01/2012 Date de réception : 10/01/2012 Resumé C-619/11-1 Zaak C-619/11 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het reglement voor de procesvoering van het Hof

Nadere informatie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie In deze nieuwsbrief informeren wij u over de laatste ontwikkelingen inzake de procedures over btw en leerlingenvervoer.

Nadere informatie

Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht

Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht MR. PASCAL BAARD 1 Medio 2005 is in dit blad een artikel van mij opgenomen over verkrijgingen vrij van recht. 2 Niet lang daarna diende de staatssecretaris

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart

Nadere informatie

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme prof. dr. Herwig VERSCHUEREN Universiteit Antwerpen De Europese context Overzicht De Europese spelers en hun instrumenten De Europese juridische krijtlijnen

Nadere informatie

1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften

1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften 1 2 BIJLAGE Toelichting knelpunten: 1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften De uitspraak van rechtbank Zeeland-West Brabant ( 27 augustus 2015, nr AWB 15/424 (RBZWB:2015:5628) leidt

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve06001069 200601961/1. Datum uitspraak: 2 augustus 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: B., wonend te Heemstede, appellante, tegen de uitspraak in zaak no.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2005:AT4996

ECLI:NL:RBROT:2005:AT4996 ECLI:NL:RBROT:2005:AT4996 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 25-04-2005 Datum publicatie 03-05-2005 Zaaknummer 04/2882 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Werk en Bijstand Nr. W&B/URP/06/ 12499 Nader rapport inzake voorstel van wet houdende wijziging van de Wet werk en bijstand, van de Wet Studiefinanciering

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve12000040 201102012/1/V2. Datum uitspraak: 13 december 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 15/09/2014

Datum van inontvangstneming : 15/09/2014 Datum van inontvangstneming : 15/09/2014 Vertaling C-386/14-1 Zaak C-386/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 13 augustus 2014 Verwijzende rechter: Cour administrative d appel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8775

ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8775 ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8775 Instantie Rechtbank Breda Datum uitspraak 25-11-2011 Datum publicatie 20-12-2011 Zaaknummer 09/5014 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Sprongcassatie:

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:2607

ECLI:NL:RBDHA:2017:2607 ECLI:NL:RBDHA:2017:2607 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 16-03-2017 Datum publicatie 01-06-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16_8226 IBPVV Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3972 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 08/01104

ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3972 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 08/01104 ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3972 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 11-02-2010 Datum publicatie 17-02-2010 Zaaknummer 08/01104 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 1 juni 2011

No.W /III 's-gravenhage, 1 juni 2011 ... No.W06.11.0119/III 's-gravenhage, 1 juni 2011 Bij Kabinetsmissive van 12 april 2011, no.11.000950, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:9396

ECLI:NL:RBDHA:2015:9396 ECLI:NL:RBDHA:2015:9396 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 31-07-2015 Datum publicatie 20-08-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 15_2521 ERF Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Vergeten testament. Informele wil 1 Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,

Nadere informatie

Estate planning en het gehandicapte kind: balanceren tussen emotie en fiscaliteit

Estate planning en het gehandicapte kind: balanceren tussen emotie en fiscaliteit Estate planning en het gehandicapte kind: balanceren tussen emotie en fiscaliteit MR. P.J.T. (ELLE) VAN GOMPEL 1 Estate planning is balanceren tussen emotie en fiscaliteit. Dit komt wellicht het meest

Nadere informatie

Inhoud WHITEPAPER. Ondernemend, net als u. Internationale Estate Planning

Inhoud WHITEPAPER. Ondernemend, net als u. Internationale Estate Planning 2016 WHITEPAPER Internationale Estate Planning Internationale Estate Planning Inhoud Internationale Estate Planning p. 1 De Europese Erfrechtverordening p. 2 Schenkingen en nalatenschap p. 3 Klantcase:

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3334 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 04/04123

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3334 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 04/04123 ECLI:NL:GHAMS:2005:AU3334 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 20-09-2005 Datum publicatie 05-10-2005 Zaaknummer 04/04123 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

VERKORTE INHOUDSOPGAVE

VERKORTE INHOUDSOPGAVE VERKORTE INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF... v HOOFDSTUK 1. FUNDAMENTELE BEGINSELEN VAN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE... 1 A. De EG is een constitutionele rechtsgemeenschap... 1 B. De voorrang van het Europees

Nadere informatie

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden. Arrest. Derde Kamer. Nrs. 09/00296 en 09/ september 2010

Hoge Raad der Nederlanden. Arrest. Derde Kamer. Nrs. 09/00296 en 09/ september 2010 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer Nrs. 09/00296 en 09/00400 24 september 2010 Arrest gewezen op de beroepen in cassatie van X N.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van het Gerechtshof

Nadere informatie

Rolnummer 4717. Arrest nr. 15/2010 van 18 februari 2010 A R R E S T

Rolnummer 4717. Arrest nr. 15/2010 van 18 februari 2010 A R R E S T Rolnummer 4717 Arrest nr. 15/2010 van 18 februari 2010 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 50 van het Wetboek der successierechten, gesteld door het Hof van Beroep te Antwerpen.

Nadere informatie

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen HOGE RAAD nr. 31/695 ARREST gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 13 oktober 1995 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde

Nadere informatie

Wetenschappelijke noot van E. Steyger bij prejudiciële vraag over zgn pensionado s

Wetenschappelijke noot van E. Steyger bij prejudiciële vraag over zgn pensionado s Wetenschappelijke noot van E. Steyger bij prejudiciële vraag over zgn pensionado s Bron: SEW januari 2010 Centrale Raad van Beroep, 08/1303 ZFW, 08/1703 AOW, 08/1714 ZFW, 08/1717 ZFW, 08/1718 ZFW, 08/1721

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 29.03.2011 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 1609/2008, ingediend door D. A. L. (Britse nationaliteit), over vermeende discriminatie

Nadere informatie

In enkele artikelen van mijn hand is ingegaan op het Franse erfrecht. Naast het civiele recht, speelt echter ook het fiscale recht: de erfbelasting.

In enkele artikelen van mijn hand is ingegaan op het Franse erfrecht. Naast het civiele recht, speelt echter ook het fiscale recht: de erfbelasting. Henriette van Zelm van Eldik Office de Maître Paul-Etienne DUPONT, Notaire 81-83 Avenue Ledru Rollin 75012 PARIS Tel : + 33(0)1.71.19.45.28 Fax: + 33(0)1.43.43.17.56 henriette.vanzelm.75243@paris.notaires.fr

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Nr. WJZ/2006/46484 (1743) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet studiefinanciering

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2015:5579

ECLI:NL:RBZWB:2015:5579 ECLI:NL:RBZWB:2015:5579 Instantie Datum uitspraak 20-08-2015 Datum publicatie 21-08-2015 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer C/02/297897 / HA RK 15-74 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

De levensloopregeling: nieuwe spaarvorm voor werknemer?

De levensloopregeling: nieuwe spaarvorm voor werknemer? Mr. Bert Alink 1 De levensloopregeling: nieuwe spaarvorm voor werknemer? Met de introductie van de levensloopregeling is de verlofspaarregeling vervallen 1 Als docent verbonden aan de Universiteit van

Nadere informatie

Uitspraak RN 2007, 46 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER. BESCHIKKING van 18 januari 2007 in de zaak met rekestnummer 1413/06 van:

Uitspraak RN 2007, 46 GERECHTSHOF TE AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER. BESCHIKKING van 18 januari 2007 in de zaak met rekestnummer 1413/06 van: ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ9769 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 18-01-2007 Datum publicatie 02-03-2007 Zaaknummer 1413/06 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 27 789 Modernisering Successiewetgeving Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Regeling met België inzake ontslaguitkeringen

Regeling met België inzake ontslaguitkeringen Regeling met België inzake ontslaguitkeringen Besluit 22-06-2006 nr CPP2006-1404 Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling. Sector Ontwerp. Aspectgebied Internationaal belastingrecht

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1717, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2014:1717, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen ECLI:NL:HR:2015:472 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 27-02-2015 Datum publicatie 27-02-2015 Zaaknummer 14/03069 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie In cassatie op :

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/02/2014

Datum van inontvangstneming : 17/02/2014 Datum van inontvangstneming : 17/02/2014 C-9/-14-1 Luxembcurg l i!frp Hoge Raad der Nederlanden Entree 1 3 JAN. 201~ --------- Derde Kamer Nr. 12/02305 13 december 2013 Arrest Ingeschreven in het register

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Uitgangspunt

1. Inleiding. 2. Uitgangspunt 1. Inleiding In het geval u overweegt een vakantiewoning aan te kopen gelegen in Parc Les Etoiles wilt u wellicht meer weten over de mogelijke gevolgen voor de belastingheffing met betrekking tot de aankoop

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/37497

Nadere informatie

138 De Pensioenwereld in 2014

138 De Pensioenwereld in 2014 17 138 De Pensioenwereld in 2014 Beleggingen 139 EU-claims: geen grijs gedraaide plaat Auteurs: Susan Groot Koerkamp en Erwin Nijkeuter In de meeste Europese landen worden of werden buitenlandse pensioenfondsen

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014

Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 Datum van inontvangstneming : 08/04/2014 7' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer Nr. 12/04717 Ingeschreven in het register van het Hof van Justitie onder nr.9..~4.a.b.4. 20 december 2013 Luxemburg, 1

Nadere informatie

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Hoge Raad der Nederlanden Postbus 20303 2500 EH DEN HAAG Amsterdam, 22 juni 2017 Betreft: Schriftelijke opmerkingen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

Nadere informatie

Cassatieberoepsehrift zaaknummer F12/01402

Cassatieberoepsehrift zaaknummer F12/01402 Cassatieberoepsehrift zaaknummer F12/01402 1, B

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ3580 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 22-02-2011 Datum publicatie 06-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB 10-504 AOW Bestuursrecht

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201110635/1/V1. Datum uitspraak: 15 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK- 13/01190

GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK- 13/01190 GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK- 13/01190 Uitspraak van 25 juli 2014 in het geding tussen: [X] B.V., statutair gevestigd te [Z], belanghebbende, en de directeur van

Nadere informatie

Behandelt de wetgever in de Successiewet alle relatievormen hetzelfde?

Behandelt de wetgever in de Successiewet alle relatievormen hetzelfde? Mr. Anne-Marie T. Smelt 1 Behandelt de wetgever in de Successiewet alle relatievormen hetzelfde? Geregistreerde partners worden met gehuwden gelijkgesteld 1 Werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs

Nadere informatie

Uitspraak 1 Het geding in feitelijke instantie 2 Geding in cassatie 3 Beoordeling van de middelen

Uitspraak 1 Het geding in feitelijke instantie 2 Geding in cassatie 3 Beoordeling van de middelen Uitspraak 9 augustus 2013 nr. 12/05577 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Duitsland (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Breda van 8 november 2012, nr.

Nadere informatie

Wie wil gaan samenwonen heeft twee keuzes: feitelijk of wettelijk samenwonen.

Wie wil gaan samenwonen heeft twee keuzes: feitelijk of wettelijk samenwonen. Wie wil gaan samenwonen kan er voor kiezen louter feitelijk samen te wonen, dan wel wettelijk te gaan samenwonen. De keuze die men daarbij maakt, heeft heel wat juridische en fiscale gevolgen. Hoe zit

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van X XX 2017, nr. WJZ/XXXXX (XXX), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van X XX 2017, nr. WJZ/XXXXX (XXX), directie Wetgeving en Juridische Zaken; Besluit van tot wijziging van het Besluit studiefinanciering 2000 houdende criteria voor het aantonen van een band met Nederland voor de toekenning van meeneembare studiefinanciering hoger onderwijs Op

Nadere informatie

Date de réception : 01/12/2011

Date de réception : 01/12/2011 Date de réception : 01/12/2011 Resumé C-544/11-1 Zaak C-544/11 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof

Nadere informatie

1. Belanghebbende is een in Finland gevestigd ' open-end '-beleggingsfonds.

1. Belanghebbende is een in Finland gevestigd ' open-end '-beleggingsfonds. IZ /o(8 Den Haag, 8 APR 2012 Kenmerk: DGB 2012-1691 P dividendbelasting voor het jaar 2008. Van deze uitspraak is op 9 maart 2012 een afschrift aan de Belastingdienst/1 toegezonden. AAN DE HOGE RAAD DËR

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 09/10/2015

Datum van inontvangstneming : 09/10/2015 Datum van inontvangstneming : 09/10/2015 Vertaling C-478/15-1 Zaak C-478/15 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

Tax Alert Maart 2013. In deze editie:

Tax Alert Maart 2013. In deze editie: Tax Alert Maart 2013 RSM Nederland Lucas Janssen Kantoor Maastricht +31 (0)43 363 90 50 ljanssen@rsm-wmv.nl Koen Dekker Kantoor Eindhoven +31 (0)40 295 00 15 kdekker@rsm-wmv.nl RSM België Gert van den

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:4777

ECLI:NL:GHARL:2017:4777 ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2015:1353 Permanente link:

ECLI:NL:HR:2015:1353 Permanente link: ECLI:NL:HR:2015:1353 Permanente link: http://deeplink. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 29-05-2015 Datum publicatie 29-05-2015 Zaaknummer 14/01134 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2014:138,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 13/09/2012

Datum van inontvangstneming : 13/09/2012 Datum van inontvangstneming : 13/09/2012 Vertaling C-375/12-1 Zaak C-375/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 6 augustus 2012 Verwijzende rechter: Tribunal administratif de Grenoble

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 07/07/2017

Datum van inontvangstneming : 07/07/2017 Datum van inontvangstneming : 07/07/2017 Vertaling C-322/17-1 Zaak C-322/17 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 mei 2017 Verwijzende rechter: High Court (Ierland) Datum van de

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/03/2015

Datum van inontvangstneming : 10/03/2015 Datum van inontvangstneming : 10/03/2015 Vertaling C-48/15-1 Zaak C-48/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 6 februari 2015 Verwijzende rechter: Cour d appel de Bruxelles (België)

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A vertegenwoordigd door E te F tegen C te D Zaak : Geneeskundige zorg, buitenlandpolis, uitsluiting bestaande aandoening Zaaknummer : 2011.00384 Zittingsdatum : 21 december

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/12/2016

Datum van inontvangstneming : 19/12/2016 Datum van inontvangstneming : 19/12/2016 VERZOEK OM EEN PREJUDICIËLE BESLISSING VAN 18. 10. 2016 ZAAK C-570/16 [OMISSIS] Wuppertal, verzoekster, verweerster in hoger beroep en verzoekster in Revision,

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:4181

ECLI:NL:CRVB:2014:4181 pagina 1 van 5 ECLI:NL:CRVB:2014:4181 Instantie Datum uitspraak 12-12-2014 Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 14-1024 AKW Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, gevestigd te Maastricht, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, gevestigd te Maastricht, verweerder. Zaaknummer : 2010/071 Rechter(s) : mrs. Mollee, Borman, Kleijn Datum uitspraak : 8 augustus 2011 Partijen : Appellant tegen Universiteit Maastricht Trefwoorden : Algemeen verbindend voorschrift, [instellings]collegegeld,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 933 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met uitbreiding van de mogelijkheid met studiefinanciering in het buitenland

Nadere informatie