Masterscriptie Normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Masterscriptie Normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte"

Transcriptie

1 Masterscriptie Normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte De wijziging van artikel 6:96 BW A.F.M. Visscher Juli 2012

2 Masterscriptie Normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte De wijziging van artikel 6:96 BW Student : A.F.M. Visscher Studentnummer : Master : de privaatrechtelijke rechtspraktijk adres : Adres : Postcode : Woonplaats : Telefoonnummer : Inleverdatum : 17 juli 2012 Onderwerp Docent : Normering incassokosten : mr R.F. Groos (meelezer: mr H.W.Wiersma) Pagina 2 van 36

3 Inhoudsopgave INLEIDING... 4 HOOFDSTUK 1 WETGEVING VOOR DE WIJZIGING WET- EN REGELGEVING Inleiding Artikel 6:96 lid 2 sub c BW Artikel 241 Rv De proceskostenvergoeding Artikel 242 Rv De matigingsmogelijkheden van de rechter RAPPORT VOORWERK II DEELCONCLUSIE HOOFDSTUK 2 GRONDSLAGEN EN REDENEN WIJZIGING EEN KORTE GESCHIEDENIS ARGUMENTEN VOOR NORMERING VAN DE BUITENGERECHTELIJKE INCASSOKOSTEN Consumentenbescherming Europese invloed DEELCONCLUSIE HOOFDSTUK 3 DE WETGEVING NA DE WIJZIGING ARTIKEL 6:96 BW NA DE WIJZIGING Algemene opmerkingen Artikel 6:96 lid 2 sub c BW en artikel 6:96 lid 3 BW Artikel 6:96 lid 4 BW Artikel 6:96 lid 5 BW Artikel 6:96 lid 6 BW Artikelen 241 en 242 BW HET BESLUIT VERGOEDING VOOR BUITENGERECHTELIJKE INCASSOKOSTEN Toepassingsgebied van het besluit De nieuwe staffel DEELCONCLUSIE HOOFDSTUK 4 DE EFFECTEN VAN DE WETSWIJZIGING CONSUMENTENBESCHERMING TEGEN ONREDELIJKE INCASSOKOSTEN DUIDELIJKHEID OVER DE REDELIJKHEID VAN DE TE VORDEREN INCASSOKOSTEN PROCEDURES ZULLEN WORDEN VOORKOMEN ZEKERHEID VOOR SCHULDEISERS AFWACHTENDE HOUDING CONSUMENT REDELIJK TE VORDEREN INCASSOKOSTEN? OPVALLENDE PUNTEN DEELCONCLUSIE HOOFDSTUK 5 MENINGEN UIT DE PRAKTIJK INLEIDING EN AFBAKENING DE RECHTSBEOEFENAARS De advocatuur De rechterlijke macht De deurwaarders De incasso-organisaties MENINGEN IN DE LITERATUUR OVERIGE BELANGHEBBENDEN WENSELIJKHEID (DEELCONCLUSIE) CONCLUSIE LITERATUURLIJST Pagina 3 van 36

4 Inleiding De aanleiding voor het schrijven van deze scriptie is de te wijzigen wetgeving die betrekking heeft op zowel artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) als artikel 241 en 242 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Op 23 juni 2010 is het wetsvoorstel Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte 1 (hierna: het wetsvoorstel) ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is op 13 maart 2012 aangenomen door de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel treedt op 1 juli 2012 in werking. 2 Het wetsvoorstel ziet, zoals de naam al doet vermoeden, op de normering van de buitengerechtelijke incassokosten. Onder buitengerechtelijke kosten kan bijvoorbeeld worden verstaan de kosten voor het verzenden van aanmaningen en / of ingebrekestellingen, het corresponderen met de schuldenaar en de kosten die gemaakt worden in het kader van het onderhandelen over het al dan niet treffen van een betalingsregeling of een andere minnelijke regeling. Het wetsvoorstel beoogd consumenten te beschermen tegen hoge incassokosten die vaak dienen te worden voldaan indien een rekening niet tijdig wordt betaald. Niet zelden kan het voorkomen dat de te betalen incassokosten hoger zijn dan de vordering in eerste instantie. Voor de Nederlandse rechts- en incassopraktijk betekent dit dat het kader van de incassokosten die kunnen worden gevorderd scherper zal zijn afgebakend dan voorheen. Thans voldoen gevorderde incassokosten aan de vereisten van de wet als er is voldaan aan de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets, dat wil zeggen dat niet slechts de hoogte van de gevorderde incassokosten redelijk dient te zijn, maar eveneens moet het maken van de incassokosten redelijk zijn (artikel 6:96 lid 2 sub c BW). Jurisprudentie heeft vorm en inhoud gegeven aan voornoemde open norm van de dubbele redelijkheidseis. Indien partijen zijn overeengekomen welke incassokosten er in geval van verzuim kunnen worden gevorderd, bestaat er voor rechter de mogelijkheid om de hoogte van deze kosten te matigen (artikel 241 jo 242 Rv). Als maatstaf voor het al dan niet toekennen of het matigen van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, wordt in de praktijk door rechters veelal gebruik gemaakt van het Rapport Voorwerk II, waarin richtlijnen zijn opgenomen inzake de hoogte van de toe te kennen incassokosten. De wet bevat derhalve geen duidelijk kader voor de redelijkheid van de gevorderde incassokosten. Het wetsvoorstel zal hierin voorzien door de rechtens te vorderen bedragen te normeren. Dit zal geschieden met behulp van percentages van de hoofdsom, met een minimum te vorderen bedrag van 40 en een maximum van Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de veranderingen die de Nederlandse rechtspraktijk gaat ondervinden ten gevolge van het inwerkingtreden van het wetsvoorstel en welke redenen aan het wetsvoorstel ten grondslag liggen. 1 Kamerstukken II, 2009/10, Inwerkingtredingsbesluit d.d. 27 maart 2012, Stb. 2012, 142. Pagina 4 van 36

5 De probleemstelling en hoofdvraag behorende bij dit onderzoek zijn derhalve als volgt geformuleerd: Waarom en in hoeverre dienen de buitengerechtelijke incassokosten te worden genormeerd in het Nederlandse recht en welke gevolgen heeft dit voor de Nederlandse rechtspraktijk? Om voornoemde hoofdvraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende deelvragen opgenomen in het onderzoek: Welke wetgeving met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten geldt in Nederland voor de inwerkingtreding van het wetsvoorstel? Welke redenen liggen er ten grondslag aan het wetsvoorstel? Hoe zal de wet luiden na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel? Welke effecten brengt de wijziging met zich mee voor de Nederlandse rechtspraktijk? Wat vindt de Nederlandse rechtspraktijk van de gevolgen van het wetsvoorstel? Zijn de wijzigingen wenselijk? Dit onderzoek richt zich uitsluitend op de wijzigingen die zullen plaatsvinden in het kader van de normering van de buitengerechtelijke incassokosten (artikel 6:96 BW en artikel 241 jo 242 Rv) en daarmee gepaard gaande grondslagen en gevolgen. Het onderzoek betreft een literatuuronderzoek waarbij vakliteratuur, tijdschriftartikelen, wetgeving en officiële bekendmakingen van de Nederlandse overheid zullen worden onderzocht. Het onderzochte materiaal zal vanuit verschillende perspectieven worden bekeken waarna er een conclusie op de hoofdvraag zal worden geformuleerd. Door voornoemde rechtsbronnen te bestuderen, wil ik in kaart brengen hoe de nieuwe wet- en regelgeving met betrekking tot de normering van de buitengerechtelijke incassokosten zich verhoudt tot de wet geldend vóór inwerkingtreding, welke redenen aan het wetsvoorstel ten grondslag liggen en welke gevolgen de wijziging met zich mee brengt. In deze scriptie zal allereerst de wet- en regelgeving beschreven worden zoals die geldt voor de inwerkingtreding en vervolgens hoe de wetgeving is gewijzigd. Daarna zal een uiteenzetting worden gegeven van de grondslagen, redenen en argumenten achter het wetsvoorstel. Vervolgens zullen de verwachte gevolgen en effecten van het wetsvoorstel voor de rechtszoekende en de rechtshulpverleners worden besproken. Tot slot zal een beschrijving worden gegeven van de meningen die zijn gevormd in de rechtspraktijk met betrekking tot de wetswijziging. Pagina 5 van 36

6 Hoofdstuk 1 Wetgeving voor de wijziging In dit hoofdstuk wordt de wet- en regelgeving besproken inzake de buitengerechtelijke incassokosten zoals die thans geldt in Nederland. Daarbij wordt aandacht besteed aan de volgende punten: - er zal een korte beschrijving worden gegeven van de buitengerechtelijke incassoprocedure; - de wetgeving op het gebied van de buitengerechtelijke incassokosten zoals neergelegd in artikelen 6:96 BW, 241 en 242 Rv; en - de huidige wijze van berekening van de buitengerechtelijke incassokosten door rechters. 1.1 Wet- en regelgeving Inleiding Wanneer een vordering door een schuldenaar niet wordt voldaan, bestaat er voor de schuldeiser de mogelijkheid om jegens deze niet-betalende schuldenaar een incassotraject te starten. Indien een schuldenaar niet betaalt, zal de schuldeiser doorgaans overgaan tot het corresponderen met de schuldenaar om hem te bewegen om tot betaling over te gaan of om te bezien of er mogelijkheden bestaan tot een betalingsregeling of andere minnelijke regeling. Bij geen gehoor zal de schuldeiser de schuldenaar aanmanen en de schuldenaar in gebreke stellen. Kosten die gemaakt worden door de schuldeiser bij het verrichten van de hiervoor beschreven handelingen, kunnen worden aangemerkt als buitengerechtelijke incassokosten. Blijft de betaling na diverse betalingsherinneringen en aanmaningen uit, kan de schuldeiser ervoor kiezen om de zaak voor de (kanton)rechter te brengen om op die manier zijn vordering te verhalen. De buitengerechtelijke incassokosten, ook wel preprocessule incassokosten genoemd, 3 zien slechts op incassohandelingen verricht voordat een gerechtelijke procedure is gestart. 4 In sommige gevallen komen de buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking. De schuldeiser kan de schuldenaar aanspreken niet slechts de hoofdvordering te voldoen, maar ook de buitengerechtelijke incassokosten op grond van vermogensschade. De vereisten waaraan moet zijn voldaan wil de schuldeiser hier rechtens aanspraak op kunnen maken, worden in de volgende subparagrafen besproken Artikel 6:96 lid 2 sub c BW De wettelijke regeling inzake de buitengerechtelijke incassokosten is neergelegd in artikel 6:96 lid 2 sub c BW. In dit artikel (eerste zinsdeel) is bepaald dat als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking komt de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Onder kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte vallen de kosten gemaakt ten behoeve van de incasso van de vordering van een schuldeiser en de kosten die een schuldeiser maakt ten behoeve van de ingebrekestellingstelling van de schuldenaar. 5 Artikel 6:96 lid 2 sub c BW kan slechts worden toegepast indien er sprake is van aansprakelijkheid tot vergoeding van deze vermogensschade aan de zijde van de schuldenaar. Deze aansprakelijkheid van de schuldenaar dient niet gegrond te zijn op artikel 6:96 BW zelf, maar dient een andere grondslag te hebben in de wet. 6 Hierbij kan worden gedacht aan 3 Asser / Van Schaick 2011 (2), nr Dit geldt niet voor alle denkbare preprossesuele handelingen. De uitzonderen zullen in paragraaf worden besproken. 5 Oosterveen & Frenk (T&C BW) inzake artikel 6:96 BW. 6 Verheij 2011, p. 1. Pagina 6 van 36

7 bijvoorbeeld aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW), uit overeenkomst of overige buitencontractuele aansprakelijkheden. 7 De aansprakelijkheid bij incassoprocedures zal veelal zijn gegrond op artikel 6:74 lid 1 BW, waarin is bepaald dat dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden. Het niet betalen door de schuldenaar zal in dat geval de tekortkoming in de nakoming zijn. Voordat vastgesteld kan worden of de buitengerechtelijke incassokosten voor vergoeding in aanmerking kunnen komen, dient derhalve eerst de aansprakelijkheid van de schuldenaar te worden vastgesteld. Dat de aansprakelijkheid dient te zijn gegrond op een andere bepaling dan artikel 6:96 BW is allereerst af te leiden uit het feit dat het artikel is geplaatst in de afdeling Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding, 8 waarin de opgenomen artikelen zien op de soort en omvang van de schadevergoeding 9 en niet op de aansprakelijkheid van de schuldenaar zelf. Het feit dat de aansprakelijkheid van de schuldenaar een andere grondslag dient te hebben dan artikel 6:96 BW is daarnaast ook door de Hoge Raad bepaald. 10 Op het voorgaande bestaat een uitzondering. In het arrest Bravenboer / London Verzekeringen 11 heeft de Hoge Raad vastgesteld dat artikel 6:96 lid 2 sub b BW uit zichzelf (zoals hiervoor besproken) geen grondslag biedt voor vergoeding van schade maar wel een wettelijke verplichting tot vergoeding van schade in dit geval advocaatkosten en medische kosten om te bezien of de schade voortvloeit uit een bepaalde gebeurtenis met zich mee kan brengen, ook indien achteraf blijkt dat de dader niet aansprakelijk is voor de geleden schade. Artikel 6:96 lid 2 sub b BW brengt dan een wettelijke verplichting tot vergoeding van deze medische kosten en advocaatkosten met zich mee, ook al bestaat er geen grondslag (meer) voor aansprakelijkheid. Wel moeten dergelijke kosten in causaal verband staan tot de daad die mogelijk tot de geleden schade heeft geleden, dus naar aanleiding daarvan zijn gemaakt. In een dergelijk geval is een wettelijke grondslag anders dan artikel 6:96 BW derhalve niet vereist. Wanneer de aansprakelijkheid van de schuldenaar is vastgesteld, kan de schuldeiser de schuldenaar aanspreken om de door de schuldeiser gemaakte incassokosten aan hem te vergoeden. Dit betreft een volledige vergoeding van de door de schuldeiser daadwerkelijk gemaakte kosten, waaronder de kosten van het inschakelen van een advocaat of gemachtigde. De hoogte van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten dient wel redelijk te zijn. 12 Dit houdt in dat de omvang van de gevorderde incassokosten in verhouding dient te staan met de hoogte van de vordering. 13 De werkzaamheden die zijn verricht, dienen daarnaast ook redelijkerwijs noodzakelijk zijn geweest om de schadevergoeding te verkrijgen. 14 Het voorgaande wordt aangeduid als de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets en is ontwikkeld in de rechtspraak Bijvoorbeeld: zaakwaarneming (artikel 6:198 BW), onverschuldigde betaling (artikel 6:203 BW), of ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). 8 Afdeling 10 van Boek 6 BW. 9 Verheij 2011, noot Zie HR 15 december 2000, NJ 2001, 57 (Van de Visch / SBA) en HR 11 juli 2003, NJ 2005,50 (Bravenboer / London Verzekeringen. 11 HR 11 juli 2003, NJ 2005, Van Maanen / Van Dam-Lely (T&C Rv) inzake artikel 241 Rv. 13 Vis 2002, p HR 16 oktober 1998, NJ 1999, 196 (AMEV / Staat). 15 Kamerstukken II 2009/10, 32418, nr. 3, p. 1. Pagina 7 van 36

8 Het is daarnaast van belang dat de schuldeiser de gevorderde kosten ook daadwerkelijk heeft gemaakt. Indien deze kosten worden vergoed door bijvoorbeeld een rechtsbijstandassuradeur en derhalve niet voor rekening komen van de schuldeiser komen deze kosten niet voor vergoeding door de schuldenaar in aanmerking. 16 Het kan in de praktijk lastig zijn om vast te stellen hoe hoog de daadwerkelijk gemaakte kosten zijn. Artikel 6:97 BW biedt hiervoor een oplossing. Indien het onmogelijk is om de hoogte van de daadwerkelijk gemaakte kosten te bepalen, is het toegestaan dat de hoogte van deze kosten wordt geschat. 17 Artikel 6:97 BW bepaalt voorts dat een rechter de geleden schade van een partij dient te begroten of schatten op een dusdanige wijze die het meest met de aard van de schade in overeenstemming is. In de rechtspraak 18 is bepaald dat het voldoende is dat de partij die een schadevergoeding wenst te ontvangen, slechts feiten stelt waaruit blijkt dat er schade is geleden. De rechter zou in dat geval de schadevergoeding op grond van artikel 6:97 BW moeten schatten, begroten, of partijen de opdracht geven om de geleden schade de specificeren. Gelet op het feit dat artikel 6:96 BW ook ziet op een vergoeding van schade, zou het op het eerste gezicht in de lijn van de rechtspraak zijn om te stellen dat de rechter bij het vaststellen van buitengerechtelijke kosten deze eveneens dient te begroten of schatten. Hiervan is echter geen sprake. Uit een recente uitspraak 19 van de Hoge Raad blijkt namelijk dat indien een partij de gevorderde incassokosten niet voldoende heeft gespecificeerd er door de rechter niet hoeft te worden overgegaan tot begroting en toewijzing van een redelijk bedrag. Wat dit punt betreft geldt voor de buitengerechtelijke kosten dus een andere regeling dan bij de toewijzing van andersoortige schadevergoeding. In het tweede zinsdeel van artikel 6:96 lid 2 sub c BW is een beperking op de vordering van buitengerechtelijke kosten vastgelegd. De redelijkerwijs gemaakte incassokosten kunnen namelijk niet worden gevorderd indien er sprake is van een geval zoals bedoeld in artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Deze beperking op het recht tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal in de volgende subparagraaf worden besproken Artikel 241 Rv De proceskostenvergoeding In artikel 241 Rv is het volgende bepaald: Ter zake van verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 tot en met 240 bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten, zoals die ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak, kan jegens de wederpartij geen vergoeding op grond van artikel 96 tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden toegekend, maar zijn alleen de regels betreffende proceskosten van toepassing. Het voorgaande brengt met zich mee dat wanneer de schuldeiser besluit de zaak aan te brengen bij een rechtbank, het voor hem veelal niet meer mogelijk is om bepaalde buitengerechtelijke kosten vergoed te krijgen. De buitengerechtelijke kostenvergoeding wordt door artikel 241 Rv omgezet in een proceskostenvergoeding. De proceskostenvergoeding houdt namelijk tevens een vergoeding van de preprocessuele kosten in. 20 De omzetting van preprocessuele kosten naar een proceskostenvergoeding wordt in de rechtspraak en literatuur ook wel aangeduid als het van kleur verschieten van de incassokosten HR 19 november 2004, LJN AQ Oosterveen & Frenk (T&C BW) inzake artikel 6:96 BW jo HR 16 oktober 1998, NJ 1999, 196 (AMEV / Staat). 18 Bijvoorbeeld HR 9 december 2012, LJN BR HR 27 april 2012 LJN BV Van Maanen & Van Dam-Lely (T&C Rv) inzake artikel Langbroek 2012, Verheij 2011 en bijvoorbeeld HR 3 april 1987, NJ 1988, 16 (L&L/Drenth). Pagina 8 van 36

9 Kosten die voor de proceskostenvergoeding te betalen door de in het ongelijk gestelde partij in aanmerking komen, zijn: de kosten die zijn gemaakt ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak (artikel 241 Rv); griffierechten (artikel 237 Rv); eventuele reis- en verblijfskosten (artikel 238 Rv); de deurwaarderskosten (artikel 240 Rv); en eventuele advocaatkosten (artikel 241 Rv) of kosten voor het inschakelen van een gemachtigde. Onder kosten ter instructie van de zaak en voorbereiding van gedingstukken kan bijvoorbeeld worden verstaan de besprekingen tussen de advocaat of gemachtigde en de klant, het verzamelen van diverse gegevens, de bestudering van het betreffende dossier alsmede van belang zijnde jurisprudentie en literatuur, het opstellen van aanmaningen en uiteindelijk het opstellen van de dagvaarding. 22 Het betreffen derhalve de kosten die gemaakt moeten worden door een advocaat of gemachtigde om op de hoogte te raken van de inhoud van de zaak. 23 De overige kosten spreken voor zichzelf. Buitengerechtelijke kosten die niet vallen onder één van bovengenoemde proceskosten, kunnen nog wel op grond van artikel 6:96 BW worden gevorderd. 24 Wanneer artikel 6:96 BW van toepassing is en een schuldeiser de buitengerechtelijke incassokosten vergoed wenst te zien, heeft de schuldeiser zoals eerder gezegd een aanspraak op een vergoeding van alle redelijk gemaakte kosten. Wanneer artikel 241 Rv van toepassing is, krijgt de partij die in het gelijk wordt gesteld een proceskostenvergoeding toegewezen. De proceskostenvergoeding ziet echter niet op een vergoeding van alle kosten, in tegenstelling tot artikel 6:96 BW. De in het gelijk gestelde partij krijgt zijn kosten vergoed volgens het zogenoemde Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven. 25 De hierbij gehanteerde bedragen zijn vaak lager dan de daadwerkelijk gemaakte kosten. De bedragen zijn gebaseerd op aanbevelingen van de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak welke zijn opgenomen in een rapport. 26 Over dit rapport meer in paragraaf Artikel 242 Rv De matigingsmogelijkheden van de rechter Partijen kunnen van de regels in artikel 6:96 lid 2 sub c BW bij overeenkomst afwijken. Zo wordt veelal in gehanteerde algemene voorwaarden opgenomen dat bij ontijdige betalingen een vooraf bepaald incassobedrag verschuldigd zal zijn, of dat in het geval van een procedure de proceskosten door de schuldenaar vergoed dienen te worden. In de praktijk worden daarbij vaak percentages van de verschuldigde hoofdsom gebruikt. Wanneer percentages worden gehanteerd, kan het voorkomen dat de berekende kosten hoger uitvallen dan de daadwerkelijk gemaakte kosten. 27 De incassokosten die dan dienen te worden vergoed, kunnen op die manier onredelijk hoog zijn. 22 Asser / Van Schaick 2011 (2), nr Van Maanen / Van Dam-Lely (T&C Rv) inzake artikel 241 Rv. 24 Vis Deze tarieven zijn opgenomen op de website 26 Rapport Voorwerk II, zie paragraaf 1.3 van deze scriptie. 27 Van Maanen / Van Dam-Lely (T&C Rv) inzake artikel 242 Rv, aantekening 1a. Pagina 9 van 36

10 De wetgever heeft met artikel 242 Rv een oplossing voor het voorgaande probleem gevonden. In dit artikel is bepaald dat wanneer partijen hun geschil 28 aan de rechter voorleggen, het voor de rechter mogelijk is om de incassokosten en / of proceskosten ambtshalve te matigen. Het betreft hier een ambtshalve bevoegdheid tot matigen, dat wil zeggen dat de rechter deze kosten kan matigen, maar hij hiertoe niet verplicht is. Partijen hoeven zich, vanwege deze bevoegdheid van de rechter, in de procedure niet te beroepen op de onredelijkheid van de gevorderde incassokosten. 29 Indien de rechter overgaat tot matiging mag hij de toe te wijzen vergoeding niet lager vaststellen dan de wettelijk bepaalde ondergrens van artikel 237 Rv. 30 Inzake de matiging van de incassokosten dient de rechter de te vergoeden incassokosten echter nooit lager vaststellen dan de kosten die in de praktijk gewoonlijk in rekening worden gebracht, aldus de tekst van artikel 242 Rv. Hij dient bij matiging rekening te houden met de in de betreffende branche gebruikelijke bedragen. De rechter is bij de matiging van de incassokosten derhalve niet gebonden aan de dubbele redelijkheidstoets zoals die wel geldt in artikel 6:96 lid 2 sub c BW bij de vaststelling van de buitengerechtelijke incassokosten. 31 De rechter heeft in zekere mate een bepaalde vrijheid om de gevorderde incassokosten te matigen. Hierdoor wordt artikel 242 Rv niet door alle rechters op dezelfde wijze toegepast. Het komt vaak voor dat rechters bij een matiging van de kosten niet kijken naar de gebruikelijke tarieven in een bepaalde branche, maar de vergoeding van de kosten vaststellen in lijn met de zogenaamde Staffel buitengerechtelijke incassokosten (BIK) en salarissen. De tarieven uit deze staffel zijn veelal lager dan de gebruikelijke tarieven in de branche, waardoor de in het gelijk gestelde partij zijn kosten niet geheel vergoed zal zien. 32 Voornoemde staffel zal, samen met het Rapport Voorwerk II waarop de staffel is gebaseerd, in de volgende paragraaf worden besproken. 1.2 Rapport Voorwerk II Per 1 april 2001 heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (hierna: NVvR) bepaald dat per voorgenoemde datum alle leden van de vereniging de inhoud van het Rapport Voorwerk II 33 zullen volgen bij het bepalen van de hoogte en de toekenning van buitengerechtelijke incassokosten. In het rapport zijn aanbevelingen inzake de buitengerechtelijke incassokosten opgenomen van enkele leden van de NVvR, welke allemaal werkzaam zijn in de rechterlijke macht. 34 In het Rapport Voorwerk II geeft de NVvR aan wat er kan worden verstaan onder buitengerechtelijke kosten. Deze interpretatie door de NVvR is gebaseerd op diverse arresten van de Hoge Raad waarin de buitengerechtelijke incassokosten onderdeel van geschil zijn. De NVvR omschrijft de buitengerechtelijke incassokosten als de bedongen buitengerechtelijke kosten alsmede alle redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. De NVvR geeft daarbij aan dat in beginsel alle handelingen die zijn verricht voorafgaande aan de procedure moeten worden aangemerkt als kosten inzake de voorbereiding 28 Wanneer partijen na het ontstaan van het geschil zijn de hoogte van de te betalen incassokosten zijn overeengekomen, is de rechter niet meer bevoegd om deze te matigen, zie artikel 242 lid 2 Rv. De matigingsbevoegdheid geldt slechts indien partijen vooraf afspraken hebben gemaakt over de incassokosten. 29 Van Maanen / Van Dam-Lely (T&C Rv) inzake artikel 242 Rv, aantekening 1c. 30 Verheij Van Maanen / Van Dam-Lely (T&C Rv) inzake artikel 242 Rv, aantekening 1c. 32 Verheij Het rapport is in te zien via 34 Vis Pagina 10 van 36

11 van de gedingstukken en instructie van de zaak. Deze kosten vallen derhalve onder de eventuele proceskostenvergoeding en kunnen niet worden aangemerkt als buitengerechtelijke incassokosten. 35 De buitengerechtelijke incassokosten die voor een aparte vergoeding in aanmerking komen, zullen volgens de NVvR moeten zien op verrichtingen die meer inhouden dan een enkele, eventueel herhaalde aanmaning van de debiteur. Ook het vruchteloos aanbieden van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op de gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier komen niet voor een extra kostenvergoeding in aanmerking volgens de NVvR. Dit is slechts anders indien er sprake is van een combinatie van aanmaningen, het doen van schikkingsvoorstellen en / of het voeren van schikkingsonderhandelingen. Wanneer er sprake is van een dergelijke combinatie kunnen de kosten wel voor vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten in aanmerking komen. 36 Kosten met betrekking tot administratieve werkzaamheden en informatiekosten worden eveneens als buitengerechtelijke kosten aangemerkt en vallen onder de staffelbedragen. 37 Naar aanleiding van het Rapport Voorwerk II zijn diverse vaste bedragen vastgesteld die aan een winnende partij dienen te worden toegewezen in het kader van een vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. Deze tarieven zijn opgenomen in de zogenaamde Staffel buitengerechtelijke incassokosten (BIK) en salarissen. 38 Deze staffel gaat uit van de hoogte van de hoofdsom van de vordering en de daarbij behorende wettelijke rente waarbij een vast tarief aan vergoeding inzake de buitengerechtelijke incassokosten behoort. Bij een hoofdsom tussen de en hoort bijvoorbeeld een tarief van 714 inzake de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Het voorgaande is van toepassing indien partijen vooraf geen beding inzake een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zijn overeengekomen. In het geval partijen een vergoeding hebben bedongen, is het de rechter volgens het Rapport toegestaan om deze kosten te matigen tot maximaal 15% van de hoofdsom van de vordering inclusief rente tot aan het moment van het uitbrengen van de dagvaarding. 39 De rechter zal, bij de toewijzing van een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, de bedragen opgenomen in de staffel kunnen toepassen. Daarbij wordt geen acht geslagen op de werkelijk gemaakte kosten door de winnende partij. De tarieven van de staffel zullen veelal lager zijn dan de werkelijk gemaakte kosten, vooral indien er kosten inzake juridische bijstand zijn gemaakt. 40 De rechter is echter niet verplicht om zich aan de staffel te houden, aangezien het Rapport Voorwerk II niet als recht in de zin van artikel 79 RO kan worden aangemerkt. 41 Indien partijen zich beroepen op het feit dat een rechter de richtlijnen uit het Rapport niet heeft aangehouden, kan deze vordering worden afgewezen. Het is de rechter immers toegestaan om van de inhoud van het Rapport af te wijken. 42 In verreweg de meeste gevallen past de rechter de staffel echter 35 Rapport Voorwerk II, alinea Rapport Voorwerk II, alinea Rapport Voorwerk II, Aanbeveling III. 38 De BIK is in te zien via 39 Rapport Voorwerk II, Aanbeveling I. 40 Verheij Dit is bepaald in het arrest HR 3 april 1998, NJ 1998, 571 (Lindeboom / Beusmans). 42 HR 19 november 2004, LJN AQ0545. Pagina 11 van 36

12 wel toe 43 waardoor het Rapport Voorwerk II als belangrijke richtlijn voor de hoogte van de vergoedingen van de buitengerechtelijke incassokosten kan worden aangemerkt. 1.3 Deelconclusie In dit hoofdstuk is de thans geldende wet- en regelgeving besproken inzake de buitengerechtelijke incassokosten. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW komt als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Aanspraak op deze vergoeding kan alleen rechtens worden toegewezen indien de schuldenaar op basis van een andere wettelijke grondslag aansprakelijk is voor de geleden schade. Wanneer deze aansprakelijkheid aanwezig is, komen in beginsel alle daadwerkelijk door de schuldeiser gemaakte kosten, die daarnaast redelijk zijn gemaakt, voor vergoeding in aanmerking die redelijkerwijs noodzakelijk zijn geweest om de schadevergoeding te verhalen. Het voorgaande geldt niet indien een zaak voor de rechter wordt gebracht en er een proceskostenvergoeding wordt toegekend aan de in het gelijk gestelde partij (artikel 241 Rv). De buitengerechtelijke kostenvergoeding wordt in dat geval omgezet in een proceskostenvergoeding. De proceskostenvergoeding ziet niet op een vergoeding van alle daadwerkelijk gemaakte kosten, in tegenstelling tot de buitengerechtelijke incassokosten-vergoeding die van toepassing is als de zaak buiten rechte wordt beslecht. Artikel 242 Rv bepaalt voorts dat de rechter een vooraf overeengekomen vergoeding van incassokosten en proceskosten tussen partijen ambtshalve mag matigen indien deze hem te hoog voorkomen. Bij deze matiging moet de rechter rekening houden met de in de betreffende branche gebruikelijke vergoedingen en met de wettelijk bepaalde ondergrens van artikel 237 Rv. Naast voornoemde wetsartikelen worden de vergoedingen inzake de buitengerechtelijke incassokosten, indien een geschil aan een rechter wordt voorgelegd, beheerst door het Rapport Voorwerk II en de daarbij behorende Liquidatietarieven en de staffel buitengerechtelijke incassokosten. Naar aanleiding van het Rapport is een staffel opgesteld met daarin de vaste vergoedingen inzake de buitengerechtelijke incassokosten in verhouding tot de hoogte van de hoofdsom van de vordering inclusief verschuldigde rente. De buitengerechtelijk gemaakte incassokosten komen pas voor een vergoeding in aanmerking als de crediteur aantoonbaar meer werkzaamheden heeft verricht dan het slechts verzenden van een (eventueel herhaalde) aanmaning, het aanbieden van een schikkingsvoorstel, het eenvoudig inwinnen van inlichtingen of eenvoudige dossierhandelingen. De vergoedingen uit de staffel zien echter niet op een volledige vergoeding van alle daadwerkelijk gemaakte kosten. Naast artikel 6:96 lid 2 sub c BW, artikel 241 Rv en artikel 242 Rv kan het Rapport Voorwerk II als belangrijke bron worden aangemerkt inzake de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. 43 Hendrikse & Jongbloed 2004, p Pagina 12 van 36

13 Hoofdstuk 2 Grondslagen en redenen wijziging In dit hoofdstuk worden de redenen en grondslagen van de wetswijziging uiteengezet. Allereerst zal er een korte geschiedenis worden geschetst van hetgeen vooraf ging aan de wijziging, waarna de argumenten voor de verruiming van de competentiegrens zullen worden besproken. 2.1 Een korte geschiedenis Op 23 juni 2010 is het wetsvoorstel Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte 44 (hierna: het wetsvoorstel) ingediend bij de Tweede Kamer, waarna de Eerste kamer op 13 maart 2012 het wetsvoorstel heeft aangenomen. Het wetsvoorstel is tot stand gekomen naar aanleiding van een wetsvoorstel inzake de preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting. 45 In het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer is op 11 november door de minister van Justitie nadere regelgeving inzake de buitengerechtelijke incassokosten aangekondigd. Deze aankondiging is gegrond op bespreking tijdens voornoemd Algemeen Overleg van een rapport opgesteld door de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) waarin de praktijk van het hedendaags gebruik van de buitengerechtelijke incassokosten wordt besproken. 47 De LOSR, een organisatie gespecialiseerd in het bieden van dienstverlening op juridisch terrein aan de meest kwetsbare burgers alsmede het signaleren en aanpakken van structurele problematiek in wet- en regelgeving, 48 heeft naar aanleiding van haar ervaringen met de incassopraktijk een rapport opgesteld waarin de leemtes en problemen in de incassowetgeving worden aangekaart. De LOSR heeft daarbij onder meer de conclusie getrokken dat schuldeisers zoals incassobureaus en bepaalde deurwaarders onredelijk hoge incassokosten in rekening brengen. De machtspositie van bepaalde schuldeisers is vaak groot. Zij kunnen bijvoorbeeld dreigen met het afsluiten van elektriciteit, water of gas, zodat de debiteur gedwongen wordt de achterstallige betalingen, alsmede de daarbij behorende hoge incassokosten, te voldoen. Het gebrek aan duidelijke wet- en regelgeving omtrent de te vorderen incassokosten zorgt voor deze situatie, aldus het LOSR. De problemen omtrent de incassopraktijk kunnen worden aangepakt als de weten regelgeving en de incassotarieven worden genormeerd. 49 In gevolg op de eerder aankondiging in november 2008 heeft de minister van Justitie op 29 juni de eerste contouren van de regeling inzake de buitengerechtelijke incassokosten vormgegeven. Het wetsvoorstel zoals dat uiteindelijk is ingediend bij de Tweede Kamer is een uitwerking van voornoemde brief. 44 Kamerstukken II 2009/10, Kamerstukken II 2008/09, Kamerstukken II 2008/09, 24515, nr Moerman & Van den Berg, Incassokosten, een bron van ergernis! Moerman & Van den Berg, Incassokosten, een bron van ergernis! 2008, p Kamerstukken II 2008/09, 24515, nr Pagina 13 van 36

14 2.2 Argumenten voor normering van de buitengerechtelijke incassokosten Er hebben verschillende argumenten voor normering een rol gespeeld bij de totstandkoming van het wetsvoorstel. Deze argumenten zullen in de volgende subparagrafen worden besproken Consumentenbescherming Een belangrijk argument dat pleit voor de normering van de buitengerechtelijke incassokosten is de bescherming van consumenten. Voor consumenten is het vaak onduidelijk wanneer de gevorderde incassokosten onredelijk hoog zijn. Door normering van de te vorderen buitengerechtelijke incassokosten zal er meer transparantie en daarom tevens rechtszekerheid op dit gebied ontstaan. 51 Deze rechtszekerheid bestaat ten eerste uit het feit dat normering van de incassokosten conflicten tussen schuldeisers en schuldenaars pleegt te voorkomen. In de praktijk komt het voor dat de schuldenaar de vordering van de schuldeiser niet betwist, maar dat hij het niet eens is met de gevorderde incassokosten. De schuldenaar kan in een dergelijk geval zichzelf laten dagvaarden om de zaak tot een procedure te laten komen en een rechtelijk oordeel over de hoogte van de incassokosten te verkrijgen. Wanneer de te vorderen incassokosten zijn genormeerd, zullen dergelijke procedures onnodig zijn, aangezien het voor beide partijen duidelijk is wanneer de hoogte van de incassokosten te hoog is. 52 De rechtszekerheid inzake de redelijkheid van de incassokosten bestaat daarnaast uit het feit dat, doordat de hoogte van de te vorderen incassokosten vast is gelegd, consumenten niet meer ten onrechte teveel incassokosten betalen omdat zij eenvoudigerwijs niet beter weten. Voor beide partijen zal het duidelijk zijn welke incassokosten er mogen worden gevorderd. 53 Tot slot zal de rechtszekerheid worden vergroot aangezien de huidige wetgeving inzake de incassokosten, waarbij moet worden voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets, gelet op de vaagheid van deze toets weinig duidelijkheid aan partijen biedt. Voor consumenten is het vanwege hun gebrek aan juridische kennis moeilijk om de redelijkheid van de gevorderde incassobedragen in te schatten. Wanneer de vordering daarnaast niet al te hoog is, zal de consument vaker ervoor kiezen om de vordering te voldoen dan de zaak voor een rechter te laten komen. Dit kan namelijk aanzienlijk meer kosten met zich meebrengen. 54 Door het wetsvoorstel wordt de consument dus beschermd tegen onredelijk hoge incassokosten. Doordat de tarieven genormeerd zullen worden, zal de rechtszekerheid daarnaast worden vergroot en zal er voor zowel de schuldeiser als de schuldenaar meer duidelijkheid ontstaan over de verschuldigde incassokosten Europese invloed Dat normering van de minimaal te vorderen incassokosten wenselijk is, is ook op Europees niveau gesignaleerd. Op 23 februari 2011 is richtlijn 2011/7/EU tot stand gekomen inzake de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties. Deze richtlijn dient voor 16 maart 2013 geïmplementeerd te zijn in de Nederlandse wet Kamerstukken II 2008/09, 32418, nr. 5, p Kamerstukken II 2008/09, 32418, nr. 5, p Kamerstukken II 2008/09, 32418, nr. 5, p Verheij 2011, onderdeel Kamerstukken II 2011/12, 33171, nr. 3, p. 1. Pagina 14 van 36

15 Een onderdeel van deze richtlijn (artikel 6) is de ontmoediging van betalingsachterstand bij handelstransacties. Deze ontmoediging ziet op een gestandaardiseerde vergoeding voor invorderingskosten ten bedrage van minimaal De richtlijn verstaat onder invorderingskosten de incassokosten, administratiekosten en interne kosten. De invorderingskosten zijn volgens de richtlijn pas verschuldigd indien een schuldenaar bij een handelstransactie zijn vordering te laat aan de schuldeiser voldoet en dient een stimulerend effect te hebben voor schuldenaren om hetgeen zij verschuldigd zijn tijdig te voldoen. 57 De richtlijn bepaalt daarnaast in artikel 7 lid 3 dat gehanteerde bedingen in overeenkomsten die het recht op invorderingskosten ondermijnen, worden vermoed kennelijk onbillijk te zijn. De bepalingen uit de richtlijn inzake de minimumvergoeding komen overeen met het wetsvoorstel inzake de normering van de buitengerechtelijke incassokosten, zij het wel dat de richtlijn enkel ziet op handelstransacties en niet op consumentenovereenkomsten. Het wetsvoorstel normering buitengerechtelijke incassokosten is van regelend recht voor handelstransacties en zal, indien partijen niet van de regels bij overeenkomst afwijken, ook van toepassing zijn op handelstransacties. Volgens de parlementaire stukken betreffende de implementatie van voornoemde richtlijn 58 zijn de invorderingskosten zoals genoemd in de richtlijn gelijk te stellen aan de in het wetsvoorstel bedoelde buitengerechtelijke incassokosten. Echter zal, wil de nieuwe wet niet in strijd zijn met Europese wet- en regelgeving, als gevolg van de implementatie van de richtlijn, artikel 6:96 BW wederom moeten worden gewijzigd met als toevoeging dat het minimumbedrag van 40 dwingendrechtelijk van aard zal zijn in het geval van handelstransacties. Na de inwerkingtreding is artikel 6:96 BW namelijk van regelend recht voor niet-consumenten. 59 In de parlementaire stukken inzake de implementatie van de richtlijn is voorgesteld om een extra artikellid aan artikel 6:96 BW toe te voegen waarin wordt bepaald dat ook in het geval van handelstransacties, de minimumvergoeding 40 dient te zijn en dat hiervan niet ten nadele van de wederpartij mag worden afgeweken. Nu het wetsvoorstel 60 inzake de implementatie van de richtlijn nog niet door de Tweede Kamer is aangenomen, zal artikel 6:96 BW op een later tijdstip wederom moeten worden gewijzigd wil het blijven voldoen aan de Europese normen op dit gebied. 2.3 Deelconclusie Aangezien de huidige wetgeving omtrent de buitengerechtelijke incassokosten doorgaans tot veel vragen en irritaties lijdt bij de burger, heeft de minister van Justitie het wetsvoorstel inzake de normering van de buitengerechtelijke incassokosten bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel dient ter bescherming van de consument tegen onredelijk hoge incassokosten en om duidelijkheid te verschaffen omtrent de redelijkheid van de gevorderde incassokosten. Door de te vorderen incassokosten te normeren zal er bij zowel schuldenaren als schuldeisers meer duidelijkheid ontstaan inzake voornoemde punten. 56 Kamerstukken II 2011/12, 33171, nr. 3, p Kamerstukken II 2011/12, 33171, nr. 3, p Kamerstukken II 2011/12, 33171, nr Hierover meer in hoofdstuk Kamerstukken II 2011/12, 33171, nr. 1. Pagina 15 van 36

16 Deze rechtszekerheid is allereerst gelegen in het voorkomen van conflicten tussen de schuldeisers en schuldenaren. Wanneer duidelijk is welke kosten wel en niet redelijk te vorderen zijn als incassokosten zullen hierover minder procedures bij de rechtbank worden gevoerd. Daarnaast zullen consumenten minder snel teveel incassokosten betalen omdat zij niet over voldoende juridische kennis beschikken om te kunnen oordelen of het gevorderde aan bijvoorbeeld de dubbele redelijkheidstoets voldoet. De vaagheid van het criterium van redelijkheid van de incassokosten zal worden weggenomen. Naast bovengenoemde argumenten die pleiten voor normering van de incassokosten is tevens op Europees niveau bepaald dat de incassokosten (invorderingskosten) genormeerd dienen te worden ter bescherming van de rechtszekerheid voor zowel schuldeisers als schuldenaren in het geval van handelstransacties. Door deze richtlijn zal artikel 6:96 BW in de toekomst wederom moeten worden gewijzigd om aan de Europese normen te blijven voldoen. Pagina 16 van 36

17 Hoofdstuk 3 De wetgeving na de wijziging In dit hoofdstuk zal de wetgeving worden besproken zoals die luidt na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Allereerst zullen de gewijzigde wetsartikelen worden besproken, waarna het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten 61 zal worden besproken. 3.1 Artikel 6:96 BW na de wijziging Algemene opmerkingen Het wetsvoorstel wijzigt allereerst artikel 6:96 BW. Aan dit artikel worden vier nieuwe artikelleden toegevoegd en lid 2 onder c wordt ingekort. Hierna wordt per artikellid de wijziging besproken. In het kader van de volledigheid is hierna de nieuwe tekst van artikel 6:96 BW opgenomen: 1. Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst. 2. Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking: a) Redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht; b) Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid; c) Redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. 3. Lid 2 onder b en c is niet van toepassing voor zover in het gegeven geval krachtens artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regels betreffende de proceskosten van toepassing zijn. 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de vergoeding van kosten als bedoeld in lid 2 onder c. Van deze regels kan niet ten nadele van de schuldenaar worden afgeweken indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep op bedrijf. In dit geval mist artikel 241, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toepassing. 5. De vergoeding volgens de nadere regels als bedoeld in lid 4, eerste volzin, kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning. 6. Indien een schuldenaar voor meer dan een vordering door een schuldeiser kan worden aangemaand als bedoeld in lid 5, dan dient dit in één aanmaning te geschieden. Voor de berekening van de vergoeding worden de hoofdsommen van deze vorderingen bij elkaar opgeteld Artikel 6:96 lid 2 sub c BW en artikel 6:96 lid 3 BW In artikel 6:96 lid 2 sub c BW komt de zinsnede inzake het van kleur verschieten van de buitengerechtelijke incassokosten indien er sprake is van een proceskostenveroordeling te vervallen. Er worden in dit artikellid slechts nog de soorten vermogensschade beschreven die voor schadevergoeding in aanmerking kunnen komen. De bepaling inzake de proceskostenveroordeling is verplaatst naar artikel 6:96 lid 3 BW en is verder ongewijzigd gebleven Artikel 6:96 lid 4 BW In artikel 6:96 lid 4 BW eerste zin is bepaald dat er nadere regels voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten bij algemene maatregel van bestuur 62 zullen worden gesteld. Deze algemene maatregel van bestuur (hierna: het besluit) bevat de specifieke bepalingen inzake de normering van de buitengerechtelijke incassokosten. Artikel 6:96 lid 4 BW is de wettelijke grondslag voor het besluit. Het besluit bevat een staffel met de minimaal en maximaal te vorderen incassokosten die worden berekend als het percentage van het verschuldigde. De percentages worden trapsgewijs verlaagd naarmate het verschuldigde bedrag hoger is. 63 Het besluit zal in paragraaf 3.2 inhoudelijk worden besproken. 61 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, Stb. 2012, Het betreft hier het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, Stb. 2012, Stb. 2012, 141, p.3. Pagina 17 van 36

18 In de tweede zin van artikel 6:96 lid 4 BW is bepaald dat van de regels opgenomen in het besluit niet ten nadele van de schuldenaar kan worden afgeweken indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De regels uit het besluit zijn derhalve van semi-dwingend recht in het geval het een overeenkomst met een consument betreft. De laatste zin van artikel 6:96 lid 4 BW bepaald dat wanneer er sprake is van een consumentenovereenkomst artikel 241, eerste volzin, Rv toepassing mist. Dat wil zeggen dat het zogenaamde van kleur verschieten van buitengerechtelijke incassokosten in proceskosten niet meer mogelijk zal zijn indien de gevorderde incassokosten volgens de staffel in het besluit zijn gemaximeerd. 64 Indien de gevorderde incassokosten niet in strijd zijn met de staffel, worden deze kosten als redelijk aangemerkt. Het is daarbij niet van belang of de zaak al dan niet bij een rechtbank wordt aangebracht. 65 Indien dit element niet aanwezig zou zijn, vreesde de wetgever dat in het geval van een procedure de redelijkheid van de incassokosten alsnog zou kunnen worden betwist, hetgeen onwenselijk werd geacht Artikel 6:96 lid 5 BW In het nieuwe vijfde lid van artikel 6:96 BW zijn formaliteiten opgenomen inzake de aanmaning van consumenten. Pas indien de aanmaning op de juiste manier is uitgevoerd, zal de consument de incassokosten verschuldigd zijn. In artikel 6:96 lid 5 BW is neergelegd dat, nadat de schuldenaar ingevolge artikel 6:82 BW in verzuim is geraakt, dient te worden aangemaand door de schuldeiser. De vordering dient derhalve opeisbaar te zijn. Op grond van artikel 6:82 jo 6:83 BW treedt het verzuim in wanneer de betalingstermijn is verstreken of wanneer de schuldenaar in gebreke is gesteld en betaling desondanks is uitgebleven. In de uit te brengen aanmaning dient de schuldeiser de schuldenaar vervolgens een termijn van veertien dagen te stellen om het verschuldigde te voldoen. Daarnaast dient de schuldeiser aan te geven welke gevolgen er zullen optreden indien de schuldenaar geen gehoor geeft aan de aanmaning, namelijk dat hij in dat geval een bepaald bedrag aan incassokosten zal zijn verschuldigd. 67 Wanneer de schuldenaar de termijn van veertien dagen laat verstrijken zonder enige betaling te verrichten, zal hij de gevorderde incassokosten pas verschuldigd zijn. Het enkele in verzuim zijn van de schuldenaar is na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel derhalve niet meer voldoende om deze kosten verschuldigd te zijn. Een schuldeiser kan ervoor kiezen om een lager bedrag aan incassokosten te berekenen. Het is immers toegestaan om in het voordeel van een consument af te wijken van het besluit. Wanneer een schuldeiser hiervoor kiest, dient hij naast de hoogte van het gevorderde bedrag tevens het volgens het besluit toegestane maximale bedrag te vermelden in de aanmaning om duidelijkheid te scheppen. 68 De termijn van veertien dagen zal ingaan op de dag nadat de consument door de schuldeiser is aangemaand. In dit kader heeft de minister van Justitie aangegeven dat het wellicht een goede keuze is voor een schuldeiser om de aanmaning aangetekend te verzenden om er zeker van te zijn dat de aanmaning de schuldenaar zal bereiken. Dit is echter geen verplichting Langbroek Kamerstukken I 2011/12, 32418, nr. C, p Kamerstukken I 2011/12, 32418, nr. E, p Dit incassobedrag dient uiteraard in lijn te zijn met de staffel uit het besluit. 68 Stb. 2012, 141, p. 7, nota van toelichting. 69 Stb. 2012, 141, p. 7, nota van toelichting. Pagina 18 van 36

19 De regeling inzake de verplichte aanmaningsformaliteiten is in de wet opgenomen zodat consumenten niet kunnen worden verrast door plotseling verschuldigde incassokosten. In sommige gevallen kan het voorkomen dat bijvoorbeeld het banksaldo van de schuldenaar te laag was en dat een automatische incasso daardoor niet heeft kunnen slagen. Om een dergelijke schuldenaar te beschermen tegen het verschuldigd zijn van incassokosten dienen consumenten eerst aangemaand te worden om in de gelegenheid gesteld te worden hun fout alsnog te kunnen herstellen Artikel 6:96 lid 6 BW Het nieuwe zesde lid van artikel 6:96 BW regelt tot slot de situatie waarin een schuldeiser meerdere vorderingen heeft op dezelfde schuldenaar. In een dergelijk geval hoeft de schuldeiser niet voor elke vordering apart een aanmaning te verzenden, maar dient hij dit in één enkele aanmaning te doen. De verschuldigde incassokosten worden in dat geval bepaald aan de hand van al het verschuldigde bij elkaar opgeteld. Het voorgaande geldt slechts indien er nog niet eerder een aanmaning is verzonden. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen in het geval van een huurovereenkomst, waarbij het nog niet duidelijk is of de schuldenaar met betrekking tot toekomstige huurtermijnen ook in gebreke zal blijven. 71 In dat geval kan per termijn een aanmaning worden verzonden Artikelen 241 en 242 BW Naast artikel 6:96 BW worden tevens de artikelen 241 en 242 Rv door het wetsvoorstel gewijzigd. Inzake artikel 241 RV wordt een zin toegevoegd waarin is opgenomen dat artikel 241 Rv niet van toepassing is op de kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 4 BW. Dit correspondeert met het nieuwe lid 4 van artikel 6:96 BW. Zie voor een beschrijving van deze wijziging subparagraaf Artikel 242 lid 2 Rv wordt tevens door het wetsvoorstel gewijzigd. De nieuwe bepaling houdt in dat de matigingsbevoegdheid van de rechter niet van toepassing is indien de incassokosten in lijn met het besluit zijn gevorderd. De in het besluit genoemde kosten worden geacht redelijk te zijn en kunnen daarom niet door de rechter worden gematigd. Zie in dit kader eveneens subparagraaf De artikelen 6:96 lid 3 en lid 4 (derde zin) BW dienen in samenhang met artikel 241 BW te worden gelezen. Deze samenhang houdt in dat de gevorderde incassokosten die volgens de staffel (zie subparagraaf 3.2.2) zijn gevorderd, niet meer zoals onder het oude recht van kleur kunnen verschieten in een proceskostenveroordeling. Wanneer de kosten op de juiste wijze en in lijn met de staffel zijn gevorderd, dienen zij naast de proceskostenveroordeling te worden voldaan en gaan de incassokosten hier niet meer in op. Wanneer de wet op dit punt niet zou worden aangepast, zou dit tot gevolg hebben gehad dat er in een procedure alsnog over de redelijkheid van de gevorderde incassokosten kon worden getwist, hetgeen door wetgever niet wenselijk werd geacht Stb. 2012, 141, p. 7, nota van toelichting. 71 Kamerstukken I 2011/12, 32418, nr. C, p Langbroek 2012, p. 25 Pagina 19 van 36

20 3.2 Het besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten Toepassingsgebied van het besluit Op grond van het nieuwe lid 4 van artikel 6:96 BW worden de nieuwe bepalingen omtrent de buitengerechtelijke incassokosten bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) geregeld. Op deze AMvB is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten gebaseerd. Artikel 1 van het besluit bepaalt dat het besluit alleen ziet op verbintenissen tot betaling van een geldsom. Indien de vordering schadevergoeding betreft, 73 gelden de in het besluit opgenomen incassokosten slechts voor zover partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten of indien er sprake is van een verbintenis tot betaling van een geldsom die door partijen is omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding in de zin van artikel 6:87 BW. Alle overige verbintenissen vallen niet onder de werking van het besluit. Het besluit geldt daarnaast alleen voor vorderingen waarvan de schuldenaar na de inwerkingtreding van het besluit (op 1 juli 2012) in verzuim is, aldus artikel 3 van het besluit. Wanneer de schuldenaar al voor deze datum in verzuim is geraakt, gelden de incassoregels zoals in hoofdstuk 2 werd besproken De nieuwe staffel In artikel 2 van het besluit is een nieuwe staffel opgenomen waarin de redelijk te vorderen incassokosten zijn weergegeven. De staffel geeft de maximaal te vorderen incassokosten weer. De staffel is opgebouwd uit oplopende hoofdsombedragen met bijbehorende percentages die als incassokosten kunnen worden gevorderd. De incassokosten worden slechts berekend over de hoofdsom, dat wil zeggen de hoogte van de te innen vordering. Deze hoofdsom mag niet worden verhoogd met bijvoorbeeld administratiekosten, registratiekosten, boetebedingen of beheerskosten. 74 Deze kosten zijn namelijk verdisconteerd in de te vorderen incassokosten volgens de staffel. De wettelijk te vorderen rente over de vordering staat in beginsel tevens los van de hoofdsom. 75 De staffel ziet er als volgt uit: - Indien de hoofdsom niet meer dan bedraagt, zijn de maximaal te vorderen incassokosten 15% van de hoofdsom van de vordering; - Bij een hoofdsom van maximaal bedragen de incassokosten 15% over de eerste en 10% over de volgende 2.500; - Bij een hoofdsom van maximaal bedragen de te vorderen incassokosten 15% over de eerste van de hoofdsom, 10% over de tweede en 5% over de volgende 5.000; - Bij een hoofdsom van maximaal bedragen de te vorderen incassokosten 15% over de eerste van de hoofdsom, 10% over de tweede 2.500, 5% over de volgende en 1% van de volgende ; - Voor alle hoofdsommen hoger dan geldt het voorgaande eveneens met een vordering inzake de incassokosten van 0,5% over het meerdere van Volgens Langbroek 2012 gaat het hier om zowel contractuele als buitencontractuele aansprakelijkheid (bijvoorbeeld aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad). 74 Langbroek 2012, p Volgens de nota van toelichting (Stb. 2012, 141, p. 6) is hiervoor gekozen aangezien de hoogte van de hoofdsom dan maandelijks zou worden verhoogd. Dit zou onwenselijk zijn. De wettelijke rente mag slechts bij de hoofdsom worden opgeteld indien de schuldenaar meer dan één jaar in verzuim is. Over het afgelopen jaar mag de rente in dat geval bij de hoofdsom worden opgeteld waarna de incassokosten opnieuw kunnen worden berekend. Pagina 20 van 36

DE WET INCASSOKOSTEN WAT BETEKENT DIT VOOR U?

DE WET INCASSOKOSTEN WAT BETEKENT DIT VOOR U? DE WET INCASSOKOSTEN WAT BETEKENT DIT VOOR U? 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 Blz. 2. Hoe is de situatie nu? 5 3. Wat houdt de nieuwe regeling in? 5 4. Hoe worden de buitengerechtelijke incassokosten berekend?

Nadere informatie

Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding

Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding WIJZIGING VAN BOEK 6 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK EN HET WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING IN VERBAND MET DE NORMERING VAN DE VERGOEDING VOOR KOSTEN TER VERKRIJGING VAN VOLDOENING BUITEN RECHTE Memorie

Nadere informatie

Incassokosten volgens de WIK

Incassokosten volgens de WIK Incassokosten volgens de WIK Aanleiding WIK: In de periode tot de invoering van de WIK op 1 juli 2012 - was er ten aanzien van de hoogte en verschuldigdheid van incassokosten veel onduidelijkheid. In de

Nadere informatie

Nota van toelichting

Nota van toelichting Nota van toelichting In het Algemeen Overleg van 11 november 2008 heb ik nadere regelgeving voor buitengerechtelijke incassokosten aangekondigd (Kamerstukken II 2008/09, 24 515, nr. 144). Bij brief van

Nadere informatie

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2009-2010 32 418 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. WIJZIGING VAN BOEK 6 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK EN HET WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING IN VERBAND MET DE NORMERING VAN DE VERGOEDING VOOR KOSTEN TER VERKRIJGING VAN VOLDOENING BUITEN RECHTE Wij

Nadere informatie

Handleiding wettelijke regeling over de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten

Handleiding wettelijke regeling over de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten Handleiding wettelijke regeling over de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten Versie 2.1 20 mei 2014 Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 3 2. VOOR WELKE VORDERINGEN GELDT DE NIEUWE REGELING?...

Nadere informatie

Wettelijke normering van buitengerechtelijke incassokosten

Wettelijke normering van buitengerechtelijke incassokosten 196 Pagina Sdu Uitgevers Trema nr. 6 2012 Wettelijke normering van buitengerechtelijke incassokosten Het wetsvoorstel tot normering van buitengerechtelijke incassokosten treedt op 1 juli 2012 in werking.

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

Nota van toelichting. 1. Algemeen

Nota van toelichting. 1. Algemeen Nota van toelichting 1. Algemeen In het Algemeen Overleg van 11 november 2008 heb ik nadere regelgeving voor buitengerechtelijke incassokosten aangekondigd (Kamerstukken II 2008/09, 24 515, nr. 144). Bij

Nadere informatie

)e minister van Justitie Mr. E.M.H. Hirsch Ballin Postbus 20301 2500 GH Den Haag

)e minister van Justitie Mr. E.M.H. Hirsch Ballin Postbus 20301 2500 GH Den Haag BELANGENBEHARTIGING LEDEN OM'ZM KWALITEIT RECHTSPRAAK GRIFFIE EERSTE KAMER NR- lkh(

Nadere informatie

Incassodiensten. Wuite Recherche en Incasso. De Factorij 47F 1689 AK ZWAAG T 0229 24 7758 F 0229 29 9277

Incassodiensten. Wuite Recherche en Incasso. De Factorij 47F 1689 AK ZWAAG T 0229 24 7758 F 0229 29 9277 Wuite Recherche en Incasso De Factorij 47F 1689 AK ZWAAG T 0229 24 7758 F 0229 29 9277 E info@wuitereni.nl I www.wuiterechercheenincasso.nl Incassodiensten Versie 5.1 8 januari 2013 Wuite Recherche en

Nadere informatie

Handleiding wettelijke regeling over de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten

Handleiding wettelijke regeling over de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten Handleiding wettelijke regeling over de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten Versie 2.4 20 december 2016 Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 3 2. VOOR WELKE VORDERINGEN GELDT DE NIEUWE REGELING?...

Nadere informatie

Buitengerechtelijke kosten bij verhuur van woonruimte.

Buitengerechtelijke kosten bij verhuur van woonruimte. Vastgoed/Six-Hummel/Know how/incasso/notitie buitengerechtelijke kosten 2012-07-24/MVA Buitengerechtelijke kosten bij verhuur van woonruimte. Met ingang van 1 juli 2012 is de regelgeving met betrekking

Nadere informatie

Handleiding wettelijke regeling inzake de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten

Handleiding wettelijke regeling inzake de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten Handleiding wettelijke regeling inzake de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten Versie 1.1 22 augustus 2012 Handleiding buitengerechtelijke incassokosten 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2.

Nadere informatie

DE WET INCASSOKOSTEN (WIK) WAT BETEKENT DIT VOOR U?

DE WET INCASSOKOSTEN (WIK) WAT BETEKENT DIT VOOR U? DE WET INCASSOKOSTEN (WIK) WAT BETEKENT DIT VOOR U? 1 Inhoudsopgave Blz. 1. Inleiding 3 2. 14-dagen brief 3 3. Berekening incassokosten 3 4. Btw 4 5. Afwijkingen van de incassokosten berekening 4 6. Meerdere

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Van Ekelen & Poort advocaten & mediators

Algemene Voorwaarden Van Ekelen & Poort advocaten & mediators Algemene Voorwaarden Van Ekelen & Poort advocaten & mediators Algemeen 1. Van Ekelen & Poort advocaten & mediators is een kostenmaatschap, ingeschreven bij de KvK onder nummer 56945744, van twee zelfstandig

Nadere informatie

De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u?

De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u? De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u? Whitepaper Handvatten Incassokosten vanaf 2012 oktober 2015 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Wanneer is de nieuwe regeling van toepassing? 4 1.1 Consument

Nadere informatie

Nieuwe wet incassokosten

Nieuwe wet incassokosten Nieuwe wet incassokosten Op 01 juli jl. is de nieuwe wet betreffende de incassokosten in werking gegaan. Het doel van deze wet is enerzijds om de consument te beschermen tegen te hoge incassokosten en

Nadere informatie

50. Hoge Raad fluit werkgroep BGK-Integraal terug

50. Hoge Raad fluit werkgroep BGK-Integraal terug 50. Hoge Raad fluit werkgroep BGK-Integraal terug OPMERKINGEN NAAR AANLEIDING VAN HR 13 JUNI 2014, ECLI:NL:HR:2014:1405 MR. H.J.S.M. LANGBROEK Bij arrest van 13 juni 2014 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 32 418 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding

Nadere informatie

Involon Incasso & deurwaarderssymposium. 29 juni John Wisseborn

Involon Incasso & deurwaarderssymposium. 29 juni John Wisseborn Involon Incasso & deurwaarderssymposium 29 juni 2016 John Wisseborn Jongejan Wisseborn Gerechtsdeurwaarders KEI (kwaliteit en innovatie rechtspraak) Kwaliteit en innovatie rechtspraak Uitvloeisel uit regeerakkoord

Nadere informatie

Per 1.7.2012 maximum aan buitengerechtelijke incassokosten

Per 1.7.2012 maximum aan buitengerechtelijke incassokosten - Regelingen en voorzieningen CODE 5.2.4.55 Per 1.7.2012 maximum aan buitengerechtelijke incassokosten bronnen Nieuwsbericht Sconline, 13.3.2012 Incassokosten per 1 juli aan banden De Eerste Kamer doet

Nadere informatie

WIK (Wet Incassokosten)

WIK (Wet Incassokosten) WIK (Wet Incassokosten) Per 1 juli 2012 is de Wet Incassokosten (WIK) in werking getreden. Wat moet u weten? In de WIK wordt de verschuldigdheid van de incassokosten wettelijk vastgelegd. De rechter mag

Nadere informatie

Buitengerechtelijke incasso uw debiteur betaalt onze rekening!

Buitengerechtelijke incasso uw debiteur betaalt onze rekening! Buitengerechtelijke incasso uw debiteur betaalt onze rekening! 1. Pre-incasso Indien er sprake is van een particuliere debiteur is een zogenaamde 14-dagen brief verplicht. Bij B2B incasso s niet, maar

Nadere informatie

De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u?

De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u? De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u? Handvatten Incassokosten vanaf 2012 Versie 1.3 oktober 2015 Snijder Incasso en Gerechtsdeurwaarders INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Wanneer is de nieuwe regeling

Nadere informatie

Per 1 juli 2012 Wet buitengerechtelijke incassokosten

Per 1 juli 2012 Wet buitengerechtelijke incassokosten Per 1 juli 2012 Wet buitengerechtelijke incassokosten Per 1 juli 2012 is de wet van kracht op het gebied van de buitengerechtelijke incassokosten. Deze wet heeft gevolgen voor de aanmaningskosten die door

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9562

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9562 ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9562 Instantie Datum uitspraak 01-05-2013 Datum publicatie 07-05-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland 827930 UC EXPL 12-12768

Nadere informatie

De Wet Incassokosten komt eraan En wat betekent dit voor u?

De Wet Incassokosten komt eraan En wat betekent dit voor u? De Wet Incassokosten komt eraan En wat betekent dit voor u? Handvatten Incassokosten 2012 Versie 1.1 oktober 2012 Snijder Incasso en Gerechtsdeurwaarders INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Wanneer is de nieuwe

Nadere informatie

procesrecht algemeen

procesrecht algemeen procesrecht algemeen M.K.M. ENDERINK EN A. AL MANSOURI* Nieuwe regeling buitengerechtelijke kosten Procederen kan dusdanige financiële risico s met zich meebrengen dat sommige partijen een geschil niet

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2017:6351

ECLI:NL:RBNHO:2017:6351 ECLI:NL:RBNHO:2017:6351 Instantie Datum uitspraak 05-07-2017 Datum publicatie 31-07-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 5474399 \ CV EXPL 16-8870 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

André Moerman. Manager sociaal raadslieden Rijnstad Voorzitter signaleringscommissie LOSR Eigenaar website www.schuldinfo.nl Docent executie en beslag

André Moerman. Manager sociaal raadslieden Rijnstad Voorzitter signaleringscommissie LOSR Eigenaar website www.schuldinfo.nl Docent executie en beslag Grenzen aan incasso André Moerman Manager sociaal raadslieden Rijnstad Voorzitter signaleringscommissie LOSR Eigenaar website www.schuldinfo.nl Docent executie en beslag Inhoud Incassokosten tot 1 juli

Nadere informatie

Betalingstermijnen wettelijk vastgelegd Toelichting wet implementatie richtlijn bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties

Betalingstermijnen wettelijk vastgelegd Toelichting wet implementatie richtlijn bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties Betalingstermijnen wettelijk vastgelegd Toelichting wet implementatie richtlijn bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties Betalingstermijnen wettelijk vastgelegd Per 16 maart 2013 zijn

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Besluit van..., houdende wijziging van het Besluit buitengerechtelijke kosten in verband met de nadere normering van de regels inzake buitengerechtelijke kosten bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen Wij

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Personeelsadvies Werving & Selectie

Algemene Voorwaarden Personeelsadvies Werving & Selectie Algemene Voorwaarden Personeelsadvies Werving & Selectie www.abvakwerk.nl < 1 > 1. Toepasselijkheid 1. Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle werkzaamheden verricht of te verrichten door

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

INCASSO? IN-KASSA! Mr. Jan de Wit Drs. Sadet Karabulut

INCASSO? IN-KASSA! Mr. Jan de Wit Drs. Sadet Karabulut INCASSO? IN-KASSA! Mr. Jan de Wit Drs. Sadet Karabulut INCASSO? IN-KASSA! Mr. Jan de Wit Drs. Sadet Karabulut November 2008 SP-Tweede Kamerfractie 3 Inhoudsopgave Samenvatting...7 Inleiding... 11 Onredelijke

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 418 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding

Nadere informatie

Algemene voorwaarden van de maatschap Deurwaarderskantoor Hanemaayer & De Boer

Algemene voorwaarden van de maatschap Deurwaarderskantoor Hanemaayer & De Boer Algemene voorwaarden van de maatschap Deurwaarderskantoor Hanemaayer & De Boer 1. Toepassingsgebied De algemene voorwaarden van de maatschap Deurwaarderskantoor Hanemaayer & De Boer zijn van toepassing

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY5052

ECLI:NL:RBAMS:2012:BY5052 ECLI:NL:RBAMS:2012:BY5052 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 28-11-2012 Datum publicatie 05-12-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 528593 / KG ZA 12-1468 HJ/CGvB

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

W e t I n c a s s o K o s t e n ( W I K )

W e t I n c a s s o K o s t e n ( W I K ) W e t I n c a s s o K o s t e n ( W I K ) Tot 1 juli 2012 was er wettelijk niets geregeld over de hoogte van incassokosten en aan welke voorwaarden moest worden voldaan om deze toegewezen te krijgen bij

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2013:9371

ECLI:NL:RBNHO:2013:9371 ECLI:NL:RBNHO:2013:9371 Instantie Datum uitspraak 25-09-2013 Datum publicatie 11-10-2013 Zaaknummer 2113562 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland Civiel recht Eerste

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam

ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam Toepasselijkheid 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op en maken onlosmakelijk deel uit van iedere aanbieding, offerte en overeenkomst die betrekking heeft

Nadere informatie

Nieuwe regeling voor buitengerechtelijke incassokosten Door M.H. Claringbould

Nieuwe regeling voor buitengerechtelijke incassokosten Door M.H. Claringbould Nieuwe regeling voor buitengerechtelijke incassokosten Door M.H. Claringbould Deze bijdrage richt zich geheel op de buitengerechtelijke incassokosten om de eenvoudige reden dat per 1 juli 2012 het Besluit

Nadere informatie

Terugvordering bestuursrechtelijke geldsommen door de NZa

Terugvordering bestuursrechtelijke geldsommen door de NZa BELEIDSREGEL Terugvordering bestuursrechtelijke geldsommen door de NZa Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels

Nadere informatie

2.1 HNL Incassodiensten B.V. is gevestigd te Lelystad. 2.2 Cliënten zijn opdrachtgevers die HNL Incassodiensten B.V. een opdracht verstrekken.

2.1 HNL Incassodiensten B.V. is gevestigd te Lelystad. 2.2 Cliënten zijn opdrachtgevers die HNL Incassodiensten B.V. een opdracht verstrekken. Algemene voorwaarden van HNL Incassodiensten B.V. te Lelystad 1. Toepassingsgebied De algemene voorwaarden van HNL Incassodiensten B.V. zijn van toepassing op alle aan haar verstrekte opdrachten tot het

Nadere informatie

Algemene voorwaarden van HNL Debiteurenbeheer & Incasso C.V. te Lelystad. 1. Toepassingsgebied

Algemene voorwaarden van HNL Debiteurenbeheer & Incasso C.V. te Lelystad. 1. Toepassingsgebied Algemene voorwaarden van HNL Debiteurenbeheer & Incasso C.V. te Lelystad 1. Toepassingsgebied De algemene voorwaarden van HNL Debiteurenbeheer & Incasso C.V. zijn van toepassing op alle aan haar verstrekte

Nadere informatie

I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven.

I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven. Algemene Voorwaarden van DijkmansBergJeths Advocaten I. Algemeen 1. DijkmansBergJeths Advocaten (hierna: DBJ ) is de handelsnaam van DijkmansBergJeths Advocaten B.V. gevestigd te Eindhoven. 2. Deze Algemene

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF JULI 2012 Deze nieuwsbrief bevat belangrijke informatie voor uw debiteurenafdeling!

NIEUWSBRIEF JULI 2012 Deze nieuwsbrief bevat belangrijke informatie voor uw debiteurenafdeling! Nieuwstraat 97C 3732 DJ De Bilt Tel: 030 259 92 64 Fax: 030 220 46 34 www.adviesenincasso.nl info@adviesenincasso.nl BTW: NL1706.53.158.B.02 KvK: 30231773 NIEUWSBRIEF JULI 2012 Deze nieuwsbrief bevat belangrijke

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies. Artikel 1 Toepasselijkheid

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies. Artikel 1 Toepasselijkheid Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Artikel 1 Toepasselijkheid 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Journalisten

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies

Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Algemene Voorwaarden NVJ voor rechtsbijstand en juridisch advies Artikel 1 Toepasselijkheid 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn vastgesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Journalisten

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9384

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9384 ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9384 Instantie Datum uitspraak 24-04-2013 Datum publicatie 03-05-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland 818166 UC EXPL 12-9177

Nadere informatie

ALGEMENE INCASSO VOORWAARDEN

ALGEMENE INCASSO VOORWAARDEN Algemene bepalingen ALGEMENE INCASSO VOORWAARDEN 1. Deze algemene incasso voorwaarden zijn van toepassing op alle verstrekte opdrachten aan en overeenkomsten met ALL-ROUND INCASSO tot incassowerkzaamheden,

Nadere informatie

Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden

Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden Felixx. Pensioen Consultants B.V. Leveringsvoorwaarden Algemene leverings- en betalingsvoorwaarden Felixx. Pensioen Consultants B.V. Artikel 1 Definities In deze algemene leverings- en betalingsvoorwaarden

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-287 d.d. 28 juli 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, drs. W. Dullemond en mr. B.F. Keulen, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:9831

ECLI:NL:GHARL:2015:9831 ECLI:NL:GHARL:2015:9831 Instantie Datum uitspraak 22-12-2015 Datum publicatie 31-12-2015 Zaaknummer 200.173.880 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Civiel

Nadere informatie

Amstel Incasso ALGEMENE VOORWAARDEN

Amstel Incasso ALGEMENE VOORWAARDEN ALGEMENE VOORWAARDEN Artikel 1 Toepasselijkheid Amstel Incasso, gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam aan het adres Olympiaplein 131, verricht haar werkzaamheden uitsluitend overeenkomstig onderhavige

Nadere informatie

Kleine ondernemer, kleine bescherming?

Kleine ondernemer, kleine bescherming? Kleine ondernemer, kleine bescherming? Een onderzoek naar de (verbetering van de) bescherming van de kleine ondernemer tegen onredelijke incassokosten. Student: dhr. M. Breukers Studentnummer : 850060124

Nadere informatie

Indicatietarieven in IE-zaken

Indicatietarieven in IE-zaken Indicatietarieven in IE-zaken Versie 1 september 2014 Voorwoord Op 29 april 2004 is de zogenaamde Handhavingsrichtlijn tot stand gekomen (Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3422

ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3422 ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3422 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 30-01-2008 Datum publicatie 05-02-2008 Zaaknummer 357824 CV EXPL 07-8249 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Titel: Het nieuwe wetsvoorstel betreffende buitengerechtelijke kosten

Titel: Het nieuwe wetsvoorstel betreffende buitengerechtelijke kosten Masterscriptie Privaatrechtelijke Rechtspraktijk Titel: Het nieuwe wetsvoorstel betreffende buitengerechtelijke kosten Scribent: M.J.M. Manshande Studentnummer: 0209341 Telefoonnummer: Emailadres: Inhoudsopgave

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 148 d.d. 10 augustus 2010 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. J.W.H. Offerhaus) 1. Procedure De Commissie beslist

Nadere informatie

Incasso-opdracht ingediend. En nu?

Incasso-opdracht ingediend. En nu? Incasso-opdracht ingediend. En nu? Brochure voor cliënten over de incassoprocedure April 2012 ten Hoeve & van der Horst Incasso v.o.f. Staalstraat 29C 3572 RG Utrecht www.hoevehorstincasso.nl info@hoevehorstincasso.nl

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. 1. Toepasselijkheid:

ALGEMENE VOORWAARDEN. 1. Toepasselijkheid: ALGEMENE VOORWAARDEN 1. Toepasselijkheid: 1.1 Deze Voorwaarden maken deel uit van alle overeenkomsten en zijn van toepassing op alle (overige) handelingen en rechtshandelingen tussen Baldinger Gerechtsdeurwaarders

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Zorg & Zo Buro - Dienstverleners

Algemene voorwaarden Zorg & Zo Buro - Dienstverleners Algemene voorwaarden Zorg & Zo Buro - Dienstverleners 1. Algemeen! 1.1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op iedere aanbieding, offerte en overeenkomst van de eenmanszaak Zorg & Zo Buro gevestigd

Nadere informatie

Tarieven overzicht Van der Vleuten & Van Hooff Gerechtsdeurwaarders B.V.

Tarieven overzicht Van der Vleuten & Van Hooff Gerechtsdeurwaarders B.V. Tarieven overzicht Van der Vleuten & Van Hooff Gerechtsdeurwaarders B.V. Deze tarieven gelden van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012. Zowel de wet als de executoriale titel (bijvoorbeeld een vonnis)

Nadere informatie

PC Advocaten Nieuwsbrief DE NIEUWE RICHTLIJN BETALINGSACHTERSTAND. Contact ZZINLEIDING

PC Advocaten Nieuwsbrief DE NIEUWE RICHTLIJN BETALINGSACHTERSTAND. Contact ZZINLEIDING DE NIEUWE RICHTLIJN BETALINGSACHTERSTAND ZZINLEIDING Ongeveer 2,6% van alle facturen in de EU worden te laat of zelfs helemaal niet betaald. Vooral voor KMO s is dit problematisch gezien zij geen grote

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN

ALGEMENE VOORWAARDEN ALGEMENE VOORWAARDEN 1. GEBRUIKTE DEFINITIES In deze algemene voorwaarden worden de contractspartijen als volgt aangeduid: Raetsluy : de maatschap Raetsluy Advocaten, alsmede alle bij haar krachtens een

Nadere informatie

1. Inleiding. De werkgroep "voor-werk" bestaat uit:

1. Inleiding. De werkgroep voor-werk bestaat uit: 1. Inleiding 1.1 In TREMA XII, aflevering 8, september 1989 is op pag. 279 e.v. het rapport van de toenmalige werkgroep "Buitengerechtelijke Kosten" gepubliceerd. Deze werkgroep, ingesteld op verzoek van

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. van de besloten vennootschap. MAASTRICHT AACHEN AIRPORT BV (Aerodrome Services) Gedeponeerd onder dossiernummer bij de

ALGEMENE VOORWAARDEN. van de besloten vennootschap. MAASTRICHT AACHEN AIRPORT BV (Aerodrome Services) Gedeponeerd onder dossiernummer bij de ALGEMENE VOORWAARDEN van de besloten vennootschap MAASTRICHT AACHEN AIRPORT BV (Aerodrome Services) Gedeponeerd onder dossiernummer 66013283 bij de Kamer van Koophandel Limburg Versie november 2016 Art.

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Personeelsadvies Re-integratie, outplacement, advies

Algemene Voorwaarden Personeelsadvies Re-integratie, outplacement, advies Algemene Voorwaarden Personeelsadvies Re-integratie, outplacement, advies www.abvakwerk.nl < 1 > 1. Toepasselijkheid 1. Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle werkzaamheden verricht of te

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Home NIG Keurmerk Rapport voorwerk II Calculator Leden Contact

Home NIG Keurmerk Rapport voorwerk II Calculator Leden Contact Nederlands Incasso Garantie Keurmerk Home NIG Keurmerk Rapport voorwerk II Calculator Leden Contact Rapport Voor-werk II - Buitengerechtelijke kosten trefwoord Zoeken Rapport van de werkgroep van de Nederlandse

Nadere informatie

Algemene voorwaarden. 1. Begrippen. 2. Toepasselijkheid

Algemene voorwaarden. 1. Begrippen. 2. Toepasselijkheid Algemene voorwaarden Deze algemene voorwaarden zijn van de maatschap Lawyal. Lawyal staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer: 65538439. 1. Begrippen a. Lawyal: Lawyal is een samenwerking

Nadere informatie

C O N C E P T. Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

C O N C E P T. Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Besluit van houdende wijziging van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 in verband met de verrekeningsbevoegdheid van de raad voor rechtsbijstand bij een proceskostenveroordeling Ingevolge artikel

Nadere informatie

Algemene voorwaarden voor de dienstverlening van Ridge & Brooke Limited, hierna te noemen Ridge & Brooke.

Algemene voorwaarden voor de dienstverlening van Ridge & Brooke Limited, hierna te noemen Ridge & Brooke. Algemene voorwaarden voor particulieren/consument Algemene voorwaarden voor de dienstverlening van Ridge & Brooke Limited, hierna te noemen Ridge & Brooke. Deze algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij

Nadere informatie

1. Toepassingsgebied 2. Definities 3. Aanvaarding

1. Toepassingsgebied 2. Definities 3. Aanvaarding Algemene voorwaarden van Wittebrood De Gerechtsdeurwaarder en de aan haar gelieerde werkmaatschappijen, allen gevestigd te Harderwijk, hierna gezamenlijk dan wel individueel aan te duiden als Wittebrood

Nadere informatie

Amendementen op de Ontwerpverordening op de Raad voor Geschillen. Pagina: 2 3 4 5 6 7-8 9

Amendementen op de Ontwerpverordening op de Raad voor Geschillen. Pagina: 2 3 4 5 6 7-8 9 Amendementen op de Ontwerpverordening op de Raad voor Geschillen 17. Artikel 5, eerste lid 18. Artikel 5, zesde lid 19. Artikelen 8, 24 en 25 20. Artikel 9, tweede lid (nieuw) 21. Artikel 9, vierde lid

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Gerechtsdeurwaarderskantoor De Klerk & Vis B.V. versie september 2011

Algemene Voorwaarden Gerechtsdeurwaarderskantoor De Klerk & Vis B.V. versie september 2011 Algemene voorwaarden van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gerechtsdeurwaarderskantoor De Klerk en Vis B.V., h/o De Klerk & Vis - Gerechtsdeurwaarders en Incasso, gevestigd te Amsterdam,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd: STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 37105 23 december 2014 Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, nr. 591110, tot indexering

Nadere informatie

Algemene bepalingen voor geldleningen NEF0408

Algemene bepalingen voor geldleningen NEF0408 NEF0408 Algemene bepalingen voor geldleningen Inhoudsopgave Begripsbepalingen.... 2 Algemeen.... 2 Het bedrag van de lening.... 2 De looptijd van de lening.... 2 Rentepercentage en rente... 3 De aflossing;

Nadere informatie

Reaal Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Zoetermeer, hierna te noemen Aangeslotene.

Reaal Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Zoetermeer, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-055 d.d. 20 februari 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. M. van Pelt, secretaris) Samenvatting WAM-verzekering. Schorsing

Nadere informatie

RAPPORT BGK-INTEGRAAL 2013

RAPPORT BGK-INTEGRAAL 2013 RAPPORT BGK-INTEGRAAL 2013 Inventarisatie door een werkgroep uit de rechterlijke macht inzake de beoordeling van gevorderde buitengerechtelijke kosten November 2013 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 I.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2014:7733

ECLI:NL:RBLIM:2014:7733 ECLI:NL:RBLIM:2014:7733 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 03-09-2014 Datum publicatie 20-11-2014 Zaaknummer 2502483 CV EXPL 13-4461 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2015:4468

ECLI:NL:RBROT:2015:4468 ECLI:NL:RBROT:2015:4468 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 24-06-2015 Datum publicatie 14-07-2015 Zaaknummer C-10-459512 - HA ZA 14-950 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden. Offertes en overeenkomsten

Algemene Voorwaarden. Offertes en overeenkomsten Algemene Voorwaarden Artikel 1. Algemeen 1. Mulderzaken Jurist handelend als MulderJuristen is een naar Nederlands recht opgericht eenmanszaak, opgericht en gevestigd te Amsterdam, die zich ten doel stelt

Nadere informatie

Wet incassokosten: weinig nieuws onder de zon?

Wet incassokosten: weinig nieuws onder de zon? Wet incassokosten: weinig nieuws onder de zon? Mr.drs. J.H.M. spanjaard Het is de gruwel van menig crediteur: je levert werk voor de klant die vervolgens de rekening onbetaald laat. In veel gevallen is

Nadere informatie

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep September 2002 Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1 Welk recht is van toepassing Hoofdstuk 2 Vergoedingscriterium en te vergoeden kosten 2.1 Vergoedingscriterium 2.2 Besluit proceskosten bestuursrecht 2.3

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8812

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8812 ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8812 Instantie Datum uitspraak 18-04-2013 Datum publicatie 26-04-2013 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 582121 - CV EXPL 12-15165 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2013:3271 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 08-10-2013 Datum publicatie 06-01-2014 Zaaknummer 200.121.491-01 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

RAPPORT BGK-INTEGRAAL 2013

RAPPORT BGK-INTEGRAAL 2013 RAPPORT BGK-INTEGRAAL 2013 inventarisatie door een werkgroep uit de rechterlijke macht inzake de beoordeling van gevorderde buitengerechtelijke kosten April 2013 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 I. Inleiding...

Nadere informatie

Deze algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland.

Deze algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland. Algemene voorwaarden voor de dienstverlening van DE KLEEDKAMER Deze algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland. Artikel 1. Definities In deze algemene voorwaarden

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 48 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding voor

Nadere informatie