Voorschriften. BUKO Services. Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Velserweg 2, Beverwijk. Postbus 519, 1940 AM Beverwijk BC 1005 S272385

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Voorschriften. BUKO Services. Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Velserweg 2, Beverwijk. Postbus 519, 1940 AM Beverwijk 0251-26 27 26 BC 1005 S272385"

Transcriptie

1 Velserweg 2, Beverwijk BC 1005 S BUKO Services Voorschriften Veiligheid, Gezondheid en Milieu Postbus 519, 1940 AM Beverwijk telefoon fax internet _VGM Voorschriften cover_incl_rug.indd :44:02

2 Voorschriften Veiligheid, Gezondheid & Milieu BUKO Services Velserweg LD Beverwijk Postbus AM Beverwijk Telefoon Telefax Dit boekje is een uitgave van de afdeling Kwaliteit, Arbo en Milieu Revisie 4 d.d / document KAM/00-Onderlig.Doc-11 1

3

4 Dit VGM boekje is verstrekt op aan: Dit VGM boekje is verstrekt door: Boon Transport BUKO Autokraantransport BUKO Bouwplaatsinrichting BUKO Bouwsystemen BUKO Facilitaire Diensten BUKO Infrasupport BUKO Transport BUKO Verhuur ECO Toilet Flash Services Medizon RECO in het vervolg van dit boekje aangeduid als BUKO, tenzij nadrukkelijk anders is vermeld. 3

5 Belangrijke telefoonnummers & adresgegevens KAM-afdeling : Monique van der Kammen Elles Gooijer Landelijk alarmnummer : 1 1 Als het zonder sirene kan : (geen spoed, wel politie) Directie bij calamiteiten : Dick Burger Vestiging Bezoekadres Telefoon Beverwijk BUKO Bedrijvenpark 2 (0251) Beverwijk BUKO Bedrijvenpark 4 (0251) Beverwijk Duiveland 2 (0251) Beverwijk Velserweg 2 (0251) Europoort Rotterdam Moezelweg 136c (0181) Heinenoord Boonsweg 63a (010) IJmuiden Strandweg 2 (0255) Koudekerk a/d Rijn Hoogewaard 187 (071) Malle (België) Ambachtsstraat 1 (0032) Ochten Mercuriusweg 42 (0344) Rhoon Dienstenstraat 16 (010) Roden Ceintuurbaan Noord 170 (050) Vuren Waaldijk 64 (0183) Zaltbommel Havendijk 21 (0418)

6 Inhoudsopgave 1.1 Welkom bij BUKO Doel van deze VGM voorschriften Beleidsverklaring Veiligheid, Gezondheid & Milieu VEILIGHEID De Arbowet VCA*/VCA** Respecteren van geldende wet- en regelgeving Controleprocedure & sanctiereglement Arbeidsinspectie & boetes Arbo actieplan Legitimatie en veiligheidspaspoort Persoonlijke hygiëne, orde & netheid Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s) Gehoor Hoofd Luchtwegen Ogen Handen Voeten Valbescherming Werkkleding Toolboxmeetings Werkplekinspecties VGM Projectplannen Ongevallen melden, ongevallenstatistiek EHBO-ers en BHV-ers Brandbestrijding & brandpreventie Ontruiming & evacuatie Verzamelplaats bij calamiteiten Werken bij storm Werken met gevaarlijke stoffen Verkeersveiligheid 50 5

7 2.21 Wegafzettingen & verkeersvoorzieningen Verkeersovertredingen Werken met de heftruck Veiligheidsvoorschriften BUKO Bedrijvenpark Werken met machines en installaties Keuring van machines en installaties Veilig en gezond tillen Veilig hijsen Hijsgereedschap en uitvalbeveiliging tijdens hijsen Aanslaan van de last Gebruik portofoon bij hijswerkzaamheden Hand- en armseinen bij hijswerkzaamheden Werken met de autolaadkraan Werken met de hydraulische kipper Werken met graafmachines en shovels Bijladen van accu s van verkeerslichtinstallaties Werken langs de weg Werken met asbest Gebruik van de hogedrukreiniger ECO Toilet Overdrukinstallaties Lading met verontreinigde grond Werken met een bovenloopkraan Werken met hoogwerkers Specifieke voorschriften petrochemie (Shell-locaties) Plaatsen units op Shell-locaties Werken in nabijheid van hoogspanningsmasten Werken met laserapparatuur Laatste Minuut Risico Analyse (LMRA s) GEZONDHEID Werktijden, rijtijden, pauze- en rusttijden, overwerk Ziek- en hersteldmeldingen, ziekteverzuimcijfers Arbodienst Bedrijfsarts, spreekuur 94 6

8 3.5 Preventief Medisch Onderzoek (PMO) Rookbeleid Meldpunt pesterijen en intimidatie Defibrillator Biologische agentia Beeldscherm werkplekken MILIEU Afvalscheiding Geluid, lucht, water Opslag gevaarlijke stoffen Verantwoord bosbeheer: FSC en PEFC CO2 uitstoot & CO2-Prestatieladder 104 7

9 1.1 Welkom bij BUKO BUKO is een familiebedrijf ontstaan in 1962 in Beverwijk. Als grote dienstverlenende organisatie is BUKO onder meer actief voor de grote bouw- en wegenbouwondernemingen, gemeenten en provincies, industriële bedrijven, instellingen in de zorg, het onderwijs, de kinderopvang, de detailhandel en organisaties op het gebied van sport, evenementen en recreatie. De kernactiviteiten van BUKO zijn onder andere: - Tijdelijke huisvesting en bouwsystemen: BUKO Bouwplaatsinrichting, BUKO Bouwsystemen en BUKO Verhuur. - Plaatsing en schoonmaak van mobiele toiletten: ECO Toilet. - Transportwerkzaamheden: Boon Transport, BUKO Transport en BUKO Autokraantransport. - Verkeersvoorzieningen en wegafzettingen: BUKO Infrasupport. - Materieelvoorzieningen: RECO. - Portofoons, communicatievoorzieningen: Flash Services. - Defibrillatoren: Medizon. De BUKO strategische doelstellingen zijn o.a.: Verhogen van klantentevredenheid. Versterken van medewerkerstevredenheid. Uitbreiden van marktaandeel. Verbeteren van voorraad/bedrijfsmiddelen management. Implementeren van Kwaliteit. 8

10 BUKO is actief werkzaam met het INK-managementmodel. De 9 aandachtsgebieden van dit managementmodel zijn ons hulpmiddel om onze gehele organisatie te overzien bij het verbeteren van onze processen en bedrijfsresultaten. INK-managementmodel Management van Medewerkers 7 Medewerkers 9 Mobiliseren Leiderschap 2 Strategie & Beleid Management van Processen 6 Klanten en Partners Bestuur en financiers Inspireren Act Plan Do Check Waarderen Voorwaarden en middelen as 4 Management van Middelen 8 Maatschappij Reflecteren Organisatie Resultaat Verbeteren en Vernieuwen Dit hulpmiddel is opgebouwd uit negen aandachtspunten die van achteren naar voren worden gelezen (oftewel van rechts naar links). Waar het uiteindelijk om gaat is het bereiken van ondernemingsresultaten die de continuïteit van onze organisatie veilig stellen (9. Bestuur en financiers). Deze resultaten zijn in grote mate afhankelijk van de tevredenheid van ons personeel (7. Medewerkers), van onze klanten en leveranciers (6. Klanten en Partners) en van onze maatschappelijke omgeving (8. Maatschappij). Zij bepalen immers of wij een prestatie leveren die gewaardeerd wordt. Die prestatie is het resultaat van sturing van onze bedrijfsprocessen (5. Management van Processen). De procesbesturing wordt beïnvloed door de manier waarop wij omgaan met onze strategie en beleid (2. Strategie & Beleid), met ons personeel (3. Management van Medewerkers) en met de middelen die ons ter beschikking staan (4. Management van Middelen). Deze organisatorische aspecten, tot slot, staan of vallen met de inhoud en sturing van het leiderschap (1. Leiderschap). Deze aandachtsgebieden komen terug in o.a. onze jaarplannen, rapportages, functioneringsgesprekken en BUKO actielijsten (Plan Do Check Act). Daarmee realiseren en borgen we structurele verbeteringen en vernieuwingen, zowel op korte als op lange termijn. 9

11 Daarnaast zijn de volgende factoren van belang om de zachte kant van onze organisatie te ontwikkelen, die minstens zo belangrijk is als de harde kant. Harde factoren zijn nodig voor succes, zachte zijn bepalend Inspireren Elkaar enthousiast maken om de unieke kracht en de positie van onze organisatie te versterken. Mobiliseren Het in beweging zetten om de doelstellingen en plannen van onze organisatie te realiseren; daadwerkelijk uitvoeren van onze plannen. Het accent ligt op samenwerking tussen medewerkers, partners en andere belanghebbenden en het op het juiste moment op de juiste plaats inzetten van kennis, inzichten, geld en middelen. Waarderen Met elkaar bepalen wat er écht toe doet om de toegevoegde waarde te leveren. Meetbare en niet-meetbare aspecten. Oog hebben voor elkaar, respect en tonen van vertrouwen. Elkaar waarderen voor de bijdragen die eenieder heeft. Belonen van baanbrekende bijdragen. Reflecteren Meten is weten. We staan stil bij hetgeen is bereikt en leren van de manier waarop we dat hebben aangepakt. Met een open blik gaan we na of er andere aanpakken mogelijk waren geweest en wat de achterliggende oorzaken zijn van het wel of niet behalen van resultaten. 10

12 1.2 Doel van deze VGM voorschriften Deze voorschriften veiligheid, gezondheid en milieu (VGM) zijn een onderdeel van het beleid van BUKO. Dit boekje is een samenvatting van de VGM regels en wordt aan alle BUKO medewerkers overhandigd tijdens de introductie, alsmede aan personeel van derden werkzaam voor BUKO tijdens de opstart van een project. De complete en bedrijfsspecifieke voorschriften liggen ter inzage bij ieder BUKO bedrijf (bij de leidinggevenden). Iedereen die werkzaam is voor BUKO wordt geacht bekend te zijn met deze voorschriften en zich er aan te houden. Het doel hiervan is het voorkomen van persoonlijk/bedrijfsmatig onverantwoorde handelingen en situaties: Voorkomen van letsel Voorkomen van materiële schade Voorkomen van milieuverontreiniging Bij het niet nakomen van deze VGM voorschriften treedt de controle procedure en het sanctiereglement in werking zoals beschreven in hoofdstuk 2.4. VCA gecertificeerd Onze producten en dienstverlening voldoen aan de gestelde eisen van kwaliteit, veiligheid, gezondheid en milieu. E.e.a houdt in dat we BUKO breed een veelvoud van certificaten onderhouden, waaronder ISO-, KOMO-, en VCA-certificaten. 11

13 1.3 Beleidsverklaring Veiligheid, Gezondheid & Milieu BUKO voert een beleid en handelt als een organisatie die met betrekking tot Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM) vertrouwd kan worden. Het creëren en handhaven van veilige en milieuverantwoorde arbeidsomstandigheden zijn in onze organisatie geïntegreerde doelstellingen. Onze organisatie en dienstverlening is op een dusdanige wijze ingericht dat de veiligheid en gezondheid van onze werknemers en van derden is gewaarborgd en zij niet worden blootgesteld aan onaanvaardbare risico s. Dit is vastgelegd in onze regels, voorschriften en procedures, die zijn bepaald door de meest recente inzichten en de laatste stand der technieken. Wij voldoen aan wettelijke voorschriften, alsmede aan alle vergunningsvoorwaarden van opdrachtgevers. Tevens streven wij naar een continue verbetering op het gebied van Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Duurzaamheid en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen vormen belangrijke speerpunten binnen ons beleid. Mogelijk nadelige gevolgen van onze bedrijfsactiviteiten voor onze omgeving proberen wij voortdurend te beperken. We richten ons nadrukkelijk op het op het duurzamer maken van onze bedrijfsvoering, onze producten en onze diensten. De houtproducten die wij inkopen en verkopen zijn zoveel mogelijk PEFC of FSC gecertificeerd. Wij respecteren de eisen welke worden gesteld door PEFC en FSC ten aanzien van de Chain of Custody, waarmee wij als belangrijke schakel in de keten onze bijdrage kunnen leveren aan een verantwoord en duurzaam bosbeheer. Binnen ons bedrijf weet iedereen zich gebonden aan de regels met betrekking tot Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Dit is de individuele en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van alle medewerkers. Om dit te bereiken worden middelen ter beschikking gesteld en instructies, voorlichting en richtlijnen gegeven. Tevens zijn de taken en bevoegdheden van de medewerkers op deze gebieden vastgelegd. De directie zal zich door een regelmatig en gestructureerd overleg op de hoogte houden van de uitvoering en naleving van dit beleid en aan de hand van de opgedane ervaring haar beleid zonodig bijstellen. Als centraal aanspreekpunt binnen de organisatie is hiervoor een Manager KAM aangesteld. 12

14 Het ondernemingsbeleid van BUKO is erop gericht persoonlijk letsel, branden, schaden en blootstellingen aan gevaarlijke stoffen te voorkomen, alsmede negatieve effecten op het milieu zoveel mogelijk te beperken. Wij zijn ervan overtuigd dat een gezamenlijk beleid met betrekking tot Veiligheid, Gezondheid en Milieu door iedereen ondersteund zal worden. T.M.C. Burger Algemeen directeur BUKO 13

15 2. VEILIGHEID 2.1 De Arbowet De Arbeidsomstandighedenwet, in de volksmond Arbowet genoemd, is gericht op de bescherming van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van werknemers. In de Arbowet zijn zowel verplichtingen van de werkgever, als de algemene verplichtingen van de werknemer opgenomen. De verplichtingen van de werkgever omvatten onder andere zaken als: voeren en verwezenlijken van een arbobeleid; geven van voorlichting en onderricht; inventariseren en evalueren van veiligheids- en gezondheidsrisico s; voorkomen van ongevallen; melden van ongevallen en beroepsziekten aan de Arbeidsinspectie; voorkomen van gevaar voor derden (bijvoorbeeld bezoekers). Verplichtingen van de werknemers betreffen onder andere zaken, zoals: meewerken aan voorlichting en onderricht; zorgvuldig naleven van de VGM voorschriften; juist gebruik maken van persoonlijke beschermingsmiddelen; veilig omgaan met arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen; aangebrachte beveiligingen niet veranderen of verwijderen; voorkomen van ongevallen, melden van opgemerkte gevaren voor de veiligheid of gezondheid. De Arbowet stelt de werkgever in eerste plaats verantwoordelijk voor het naleven van de wettelijke voorschriften. De werknemer is echter verantwoordelijk voor het nakomen van de aan hem toebedeelde verplichtingen. Hierdoor is de werknemer mede verantwoordelijk voor de manier van werken in de onderneming waar hij in dienst is. 14

16 2.2 VCA*/VCA** De VGM Checklist Aannemers, kortweg VCA, is ontwikkeld om de veiligheid, gezondheid en het milieu op de werkplek te verbeteren. VCA is bedoeld voor aannemers die bij opdrachtgevers werkzaamheden verrichten die risicovol zijn of waarbij sprake is van risicovolle omstandigheden. Meer aandacht voor veiligheid, gezondheid en milieu heeft wel degelijk effect. Mensen blijken minder vaak ziek te worden. Ook blijkt dat we bedrijfsongevallen kunnen voorkomen. De VCA-checklist bestaat uit een groot aantal vragen over veiligheid, gezondheid en milieu. Een aantal van die vragen zijn must vragen en een aantal vragen zijn aanvullende vragen. Daarbij maakt VCA een onderscheid tussen VCA* (gericht op directe beheersing van VGM tijdens het uitvoeren van werkzaamheden op de werkvloer) en VCA** (alsmede gericht op de VGM-structuur, zoals beleid, organisatie en verbetermanagement). Een bedrijf komt alleen voor een VCA* certificaat in aanmerking als tenminste alle 25 mustvragen positief worden beoordeeld. Om voor een VCA** certificaat in aanmerking te komen dienen zowel alle 33 mustvragen als minimaal 6 van de 14 aanvullende vragen positief te worden beoordeeld. De beoordeling gebeurt door een onafhankelijke certificerende instelling. Een certificaat is drie jaar geldig, mits het bedrijf aan de eisen blijft voldoen. De certificerende instelling beoordeelt dit minimaal eenmaal per jaar. De BUKO bedrijven zijn VCA gecertificeerd. In het kader van deze VCAcertificering zijn al onze medewerkers in vaste loondienst, die werkzaam zijn op productie- of bouwlocaties, in het bezit van een geldig diploma Basisveiligheid VCA voorzien van een VCA logo. Indien men bij aanname niet beschikt over dit diploma, dient de medewerker binnen 3 maanden na indiensttreding het diploma "Basisveiligheid VCA" te behalen. Operationeel leidinggevenden die een leidinggevende functie vervullen en werkzaam zijn op productie- of bouwlocaties, dienen in het bezit te zijn van een geldig diploma "Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden VCA" voorzien van een VCA logo. Indien men bij aanvang van de functie niet beschikt over dit diploma, dient de medewerker eveneens binnen 3 maanden na indiensttreding het diploma "Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden VCA" te behalen. 15

17 Onderaannemers Onderaannemers zijn bedrijven die in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de BUKO bedrijven bepaalde werkzaamheden uitvoeren. Om zeker te stellen dat ook deze groep over voldoende VGM-kennis en -kunde beschikt wordt daar waar mogelijk gebruik gemaakt van VCA-gecertificeerde onderaannemers. Het criteria "VCA certificaat" is een belangrijk onderdeel van onze onderaannemerselectie. Tijdelijke krachten Tijdelijke krachten (inleenkrachten, medewerkers van uitzendbureaus, etc.) beschikken bij voorkeur over een geldig diploma "Basisveiligheid VCA" en medewerkers met leidinggevende taken, over een geldig diploma "Veiligheid voor operationeel leidinggevenden VCA". Bij vergelijkbare capaciteiten en vakbekwaamheid gaat de voorkeur nadrukkelijk uit naar die medewerkers die in het bezit zijn van bovengenoemde diploma s. Indien mogelijk worden VCU gecertificeerde uitzendbureaus ingeschakeld. Bij de selectie van uitzendbureaus is "VCU certificatie" een belangrijk selectiecriteria. 16

18 2.3 Respecteren van geldende wet- en regelgeving Deze VGM voorschriften zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen en interne regels van BUKO. Volg ze op en houdt u aan de geldende regels. Indien een medewerker zich niet aan de geldende regels houdt kan dit niet alleen leiden tot onveilige situaties maar tevens tot het verlies van het VCA-certificaat voor het hele bedrijf. Werk naast de algemene instructies die in dit boekje zijn vermeld altijd conform de werk- en bedieningsinstructies die op uw werkzaamheden van toepassing zijn. In de werk- en bedieningsinstructies zijn de eventueel noodzakelijke veiligheidsmaatregelen verwerkt. Het dragen van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s) is voor een ieder verplicht. Het zich niet houden aan veiligheids, gezondheids- en milieuvoorschriften, alsmede het niet of onvoldoende gebruik maken van PBM s kan, na voorafgaande schriftelijke waarschuwing, leiden tot sancties of ontslag. Meld onveilige situaties direct bij uw leidinggevende, deze zal de nodige verdere acties opstarten. De afdelingen KAM (Kwaliteit, Arbo & Milieu) en/of HRM (personeelszaken) kunnen daarna maatregelen nemen om de situatie te verbeteren. U mag alleen werkzaamheden uitvoeren die tot uw taak behoren en waartoe u opdracht hebt gekregen. Twijfelt u aan de veiligheid, dan dient u direct uw leidinggevende te raadplegen. Wanneer u meent dat er op uw werkplek sprake is van een onveilige situatie die door BUKO niet of niet snel genoeg wordt opgelost (bijvoorbeeld na twee keer bespreken van de onveilige situatie tijdens het werkoverleg), kunt u de KAM-coördinator benaderen voor ondersteuning en bemiddeling. De KAMcoördinator ziet toe op de uitvoering van het Arbobeleid en adviseert de Directie omtrent de uitvoering van dit beleid. 17

19 2.4 Controleprocedure & sanctiereglement Iedere medewerker van BUKO is verplicht te werken volgens de geldende VGM voorschriften. Indien geconstateerd wordt dat een medewerker niet aan de voorschriften voldoet, gaat onderstaande controleprocedure en sanctiereglement van kracht. Dit geldt tevens bij het overschrijden van de algemene gedragsregels die direct een stagnatie van de werkzaamheden tot gevolg hebben, zoals ontoelaatbare uitspraken aan de klant op de bouwlocaties. De volgende medewerkers zijn bevoegd en bekwaam om het sanctiereglement toe te passen: 1] Directieleden; 2] Managementleden; 3] Bedrijfsleiders; 4] Hoofd uitvoerders; 5] Productieleiders; 6] KAM-coördinator. Bij het toekennen van sancties wordt gebruik gemaakt van het standaard formulier Veiligheidsovertreding (F.026). De sancties worden als volgt toegekend: Wanneer Eerste keer Tweede keer Derde keer Vierde keer Vijfde keer Maximale sanctie Mondelinge waarschuwing. Kopie van het ingevulde formulier Veiligheidsovertreding (F.026) in het personeelsdossier. Schriftelijke waarschuwing, kopie in personeelsdossier. Aangetekende schriftelijke waarschuwing, waarin aangegeven dat de volgende overtreding kan leiden tot 5 werkdagen onbetaalde schorsing. Kopie in personeelsdossier. Schorsing, 5 werkdagen, onbetaald. Dit wordt aangetekend bevestigd met kopie in personeelsdossier, waarin aangegeven dat de volgende overtreding kan leiden tot ontslag op staande voet. Ontslag op staande voet. 18

20 2.5 Arbeidsinspectie & boetes De Arbeidsinspectie heeft als taak toe te zien op handhaving van de Arbeidsomstandighedenwet. Zij handhaven dit op een actieve wijze, door het uitvoeren van inspecties. Maar ook op reactieve wijze, naar aanleiding van bijvoorbeeld de melding van ongevallen en klachten. In beide gevallen ligt de nadruk op het opsporen en opheffen van misstanden (hoge risico s voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers). Tijdens bedrijfsinspecties door de Arbeidsinspectie kunnen o.a. de volgende onderwerpen aan de orde komen: - de veiligheid van machines gereedschappen e.d.; - het veilig en gezond gebruik van (gevaarlijke) stoffen; - de organisatie en inhoud van de RI&E; - de aanwezigheid van een ziekteverzuimbeleid; - de aanwezigheid van een contract met de Arbodienst; - de bedrijfshulpverlening; - de wijze waarop het toezicht is geregeld; - de invulling van het Arbobeleid (zols het veilig werken op hoogte, het juist opstellen van ladders, of het dragen van de juiste PBM s zoals een veiligheidshelm). Ambtenaren van de Arbeidsinspectie hebben toegang tot alle bedrijven en mogen daar onder andere: - beproevingen en metingen doen; - foto's en tekeningen maken; - monsters nemen; - voorwerpen (of gedeelten daarvan) meenemen voor onderzoek. Werkgever, werknemers en zelfstandigen zijn verplicht ambtenaren van de Arbeidsinspectie alle gegevens en inlichten te verstrekken. Indien de Arbeidsinspectie tijdens de inspecties of onderzoeken overtredingen constateert, kan zij, afhankelijk van de betreffende wet en de aard en ernst van de overtreding, de volgende handhavende instrumenten (sancties) inzetten: - het maken van een afspraak over het opheffen van de overtreding; - het geven van een officiële waarschuwing; - het geven van een bevel tot onmiddellijke stillegging van het werk of werkzaamheden; - het stellen van een eis tot naleving van de wet; - het aanzeggen van een bestuurlijke boete; - het aanzeggen van een proces-verbaal (strafrechtelijk); - het aanzeggen van een last onder dwangsom. 19

21 De sanctie(s) en de voorgeschreven maatregel(en) worden altijd schriftelijk door de Arbeidsinspectie bevestigd en de Arbeidsinspectie controleert steekproefsgewijs in een volgende inspectie of de vereiste maatregelen zijn genomen. Als dat niet het geval is, worden nieuwe sancties (dwangmaatregelen) ingezet. De sancties zullen dan zwaarder zijn. Als er overtredingen zijn geconstateerd, wordt een waarschuwing gegeven of een boeterapport aangezegd. Als er sprake is van ernstig gevaar voor personen, kan het werk worden stilgelegd. Ook wordt er afgesproken binnen welke termijn de overtreding moet worden opgeheven. De Arbeidsinspectie controleert altijd of overtredingen daadwerkelijk zijn opgeheven. De Arbeidsinspectie kan direct een boete opleggen bij overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet of de Arbeidstijdenwet, dit is het zogenaamde Likop-stukbeleid. Dit geldt in het geval van de Arbowet ook voor werknemers. Als een werknemer zich niet aan geldende regels houdt, waaronder de VGM voorschriften uit dit boekje, kan de Arbeidsinspectie ook aan de werknemer een boete opleggen. De Arbeidsinspectie gaat hiertoe over bij het niet of onjuist gebruiken van ter beschikking gestelde noodzakelijke beveiligingen of persoonlijke beschermingsmiddelen door een werknemer, waardoor direct ernstig gevaar bestaat voor de werknemer zelf of voor andere personen dan de werknemers. De maximale boete voor een werknemer bedraagt 225. Voorbeelden van overtredingen zijn: - Niet gebruiken van de veiligheidshelm of andere PBM s. - Onbevoegd weghalen van beveiligingen, zoals leuningwerk langs een vloerrand of de kap van een cirkelzaagmachine. - Meerijden op mobiele arbeidsmiddelen die hiervoor niet zijn ingericht. - Zwaarder belasten van hijs- en hefgereedschap dan is toegestaan. - Onbevoegd bedienen van bepaalde machines, bijvoorbeeld een hijskraan waarvoor een certificaat van deskundigheid verplicht is. De werkgever BUKO kan in deze situaties ook een boete worden aangezegd, tenzij BUKO kan aantonen dat: - De noodzakelijke middelen ter beschikking zijn gesteld. - De bijbehorende voorlichting en instructie is gegeven. - De toezichthoudende taak goed is ingevuld, bijvoorbeeld door de onveilige medewerker op zijn afwijkende gedrag aan te spreken en zonodig een sanctiebeleid toe te passen (bijvoorbeeld een schriftelijke VGM waarschuwing). De hoogte van het boetebedrag kan een inspecteur niet zeggen. Dit wordt later door de boete-oplegger bepaald maar kan oplopen tot duizenden euro s. 20

22 Indien een inspecteur van de Arbeidsinspectie je werkplek bezoekt: - Vraag dan altijd naar zijn/haar legitimatie. Stel zeker dat het een inspecteur van de Arbeidsinspectie betreft en niet een ongewenste bezoeker. - Vraag om een visitekaartje (of noteer zijn naam en telefoonnummer op de trajectmap), zodat we achteraf indien nodig contact kunnen opnemen met de inspecteur. - Stel bij een bezoek van een inspecteur van de Arbeidsinspectie op de werkplek altijd zo spoedig mogelijk uw leidinggevende hiervan op de hoogte. 2.6 Arbo actieplan Om de risico s op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu zoveel mogelijk te kunnen beheersen is bij elk BUKO bedrijf een risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE) uitgevoerd in samenwerking met de Arbodienst. Elke 3- jaar wordt er een nieuwe RIE uitgevoerd. De tijdens de RIE geïnventariseerde risico s leveren belangrijke informatie ten behoeve van het Arbo actieplan. Om op gestructureerde wijze inhoud te geven aan VGM-zaken is een Arbo actieplan opgesteld, waarmee de gehele organisatie wordt geïnformeerd over de geplande VGM-activiteiten. Dit actieplan wordt uitgewerkt door de Directie, de KAM-coördinator en de Personeelsmanager en vervolgens ter beoordeling voorgelegd aan de Ondernemingsraad (indien aanwezig). De Directie is verantwoordelijk voor het tot uitvoer brengen van het Arbo actieplan en het beschikbaar stellen van de daartoe noodzakelijke middelen. In het Arbo actieplan zijn minimaal de volgende zaken opgenomen: ongevallenstatistiek; opleidingen/cursussen van werknemers m.b.t. VGM-aspecten; verwijzing naar de risico-inventarisatie en evaluatie (RIE). Om de voortgang in de uitvoering van het Arbo actieplan te bewaken wordt het plan doorgenomen met de Ondernemingsraad. De stand van zaken per actiepunt wordt vastgelegd, evenals eventueel aanvullende maatregelen, waarvan verslag wordt gedaan op een actielijst. Het Arbo actieplan ligt bij elk BUKO bedrijf ter inzage bij de afdeling KAM en/of de Directie. 21

23 2.7 Legitimatie en veiligheidspaspoort Van iedere medewerker van BUKO, dus inclusief tijdelijke krachten, wordt verwacht dat hij/zij zich te allen tijde kan legitimeren door middel van een geldig legitimatiebewijs (dat wil zeggen: paspoort of identiteitskaart). Een rijbewijs geldt niet als legitimatiebewijs. Van elke medewerker in dienst van BUKO dient een kopie van een geldig paspoort of identiteitskaart aanwezig te zijn in het personeelsdossier. Indien u uw legitimatiebewijs laat verlengen, stel personeelszaken dan in het bezit van een kopie van uw vernieuwde legitimatiebewijs. Medewerkers die werkzaamheden verrichten in de buitendienst dienen te beschikken over een veiligheidspaspoort (het groene boekje van de SSVV, Stichting Samenwerken Voor Veiligheid). Steeds meer opdrachtgevers geven alleen toegang tot hun bedrijfsterrein aan medewerkers met een veiligheidspaspoort. In dit document staan de persoonlijke gegevens van de houder op het gebied van VGM-(bedrijfs)opleidingen, trainingen en medische keuringen. Het vereenvoudigt de toegangscontrole tot bedrijfsterreinen van opdrachtgevers. Veiligheidspaspoorten van medewerkers die in dienst zijn van BUKO worden uitgegeven en/of geregistreerd door de afdeling KAM. Men is verplicht het veiligheidspaspoort te allen tijde bij zich te hebben. Het is de verantwoording van de houder van het veiligheidspaspoort dat alle introducties, poortinstructies, veiligheidsopleidingen en relevante medische keuringen hierin zijn vermeld. 22

24 2.8 Persoonlijke hygiëne, orde & netheid BUKO stelt hoge eisen aan persoonlijke hygiëne. Onder persoonlijke hygiëne verstaan we een verzorgd uiterlijk, zoals fris, gekamd, geschoren, gewassen, schone kleding, schoenen verzorgd, e.d. Een goed verzorgde persoonlijke uitstraling is een aspect dat onze klanten op prijs stellen en mee helpt de uitstraling van de BUKO organisaties op een verantwoord niveau te brengen en te houden. Daarnaast stelt BUKO hoge eisen aan orde en netheid op zowel klantlocaties als eigen locaties, alsmede aan onze transportmiddelen om de aflevering van onze kwaliteitsproducten en diensten aan onze klanten te garanderen en veiligheid te bevorderen en te handhaven. Daarom is iedereen persoonlijk verantwoordelijk zich volledig aan de VGM regels te houden, waaronder: Ruim na het uitvoeren van werkzaamheden het gereedschap, de materialen en middelen op. Schaftgelegenheden/kantines, toiletten en wasgelegenheden dienen schoon en hygiënisch te worden gehouden. Laat geen etensresten en koffiebekertjes slingeren! Werk ordelijk. Leg materiaal en gereedschap zodanig neer dat men er niet over kan struikelen of zich eraan kan verwonden. Orde betekent dat alles ligt waar het hoort en niets overbodig is! Ruim rommel direct op, deponeer afval in de daarvoor bestemde bakken en ruim gemorste producten direct op. Voor de hierbij geldende regels voor afvalscheiding wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 Afvalscheiding. Het is verboden te roken tenzij nadrukkelijk anders is aangegeven. Het meebrengen of nuttigen van alcoholische dranken en/of drugs tijdens het werk, alsmede het onder invloed verschijnen op het werk, is ten strengste verboden en kan aanleiding zijn voor ontslag op staande voet. 23

25 Alle werklocaties dienen iedere dag schoon en opgeruimd te worden achtergelaten. Iedereen dient zijn eigen werkomgeving schoon en opgeruimd te houden. De afdelingsleiding ziet erop toe dat zijn afdeling schoon is. Looppaden, wegen, trappen, gangen, deuren, enz. dienen over de gehele breedte vrij te zijn van obstakels. Obstakels of openingen die niet kunnen worden verwijderd dienen te worden voorzien van een duidelijke markering. 2.9 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s) Wanneer moet u een PBM toepassen en welke? Het antwoord op deze vragen komt uit de risico-inventarisatie en -evaluatie. - De werkgever moet eerst proberen de gevaren bij de bron te bestrijden. - Als dat niet mogelijk is, moet de werkgever zoeken naar een collectieve bescherming. - Als ook een collectieve bescherming niet mogelijk is, mag de werkgever overgaan tot het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen. Bij BUKO worden de gevaren en risico s voor veiligheid, gezondheid en milieu zoveel mogelijk bij de bron bestreden. Op basis van de gevaren en risico s die niet of onvoldoende bestreden kunnen worden, is per functionaris een functiegerelateerd pakket PBM s samengesteld. Dit is vastgelegd in de PBMmatrix (ter inzage beschikbaar bij de afdeling KAM). 24

26 Afhankelijk van de aard van de uit te voeren werkzaamheden worden de volgende standaard PBM s noodzakelijk geacht: Soort bescherming Gehoor Hoofd Luchtwegen Oogbescherming Handbescherming Voetbescherming Valbescherming Werkkleding Persoonlijk beschermingsmiddel (PBM) Helm oorkappen Beugel oorkappen Otoplastieken (bij voortdurende blootstelling) Veiligheidshelm Filtermaskers (stof en gas) Veiligheidsbril Gelaatsscherm (werken met hogedrukspuit) Werkhandschoenen Veiligheidsschoenen Harnasgordels, randbeveiliging of steigers Werkkleding volgens bedrijfsregeling Veiligheidsvest Rijkswaterstaat (nabij verkeer) Broek met reflecterende strepen (RWS - tussen zonsondergang en zonsopgang, nabij verkeer) De standaard PBM s worden aan iedere medewerker bij indiensttreding verstrekt, afgestemd op de aard van de functie. Op een speciaal daarvoor bestemd formulier wordt door de medewerker getekend voor ontvangst. Daarna vindt verstrekking plaats naar behoefte en met goedkeuring van de desbetreffende leidinggevende en/of de afdeling KAM. U bent verplicht PBM s te dragen waar deze zijn voorgeschreven in de veiligheidsregels of staan aangegeven op borden. De hierboven genoemde standaard PBM s dient u zelf van locatie naar locatie mee te nemen. 25

27 Onderaannemers dragen er zelf zorg voor dat de benodigde PBM s vóór aanvang van de BUKO werkzaamheden aan hun medewerkers beschikbaar zijn gesteld. De desbetreffende medewerkers van onderaannemers zijn verantwoordelijk voor het zorgvuldig naleven van onze VGM voorschriften. Indien geconstateerd wordt dat hieraan niet wordt voldaan, dan zal de onderaannemer dan wel zijn medewerkers geïnstrueerd worden onze werkplaats te verlaten en zullen alle kosten/vertragingen die hieruit voortvloeien aan de onderaannemer in rekening worden gebracht Gehoor Eén van de belangrijkste zintuigen van de mens is het gehoor. Hiermee kunnen we met andere mensen communiceren. Als het gehoor te lang blootgesteld wordt aan teveel lawaai, zal het beschadigd worden. Gehoorbeschadiging is niet te genezen! Ga verstandig om met je gezondheid en bescherm je gehoor tegen geluidsbelasting. Lawaai met een geluidsniveau boven de 80 decibel (80 db) geeft een verhoogde kans op blijvende gehoorbeschadiging. Bij geluidsniveaus boven 80 db is een werkgever verplicht gehoorbescherming ter beschikking te stellen. Een werknemer is verplicht om gehoorbescherming te dragen bij die werkzaamheden en/of verblijf in die ruimten waar het geluidsniveau 85 db of hoger is. Vuistregel Ga op 1 meter afstand van elkaar staan. Indien men elkaar niet of moeilijk kan verstaan zonder stemverheffing bedraagt het geluidsniveau 85 db of meer. 26

28 Het is een fabel dat alleen lawaaidoofheid ontstaan als men de hele dag in herrie werkt! Ook bij een gedeelte van de dag in herrie staan is het risico op gehoorbeschadiging aanwezig. Lawaaidoofheid ontstaat niet van de ene op de andere dag, maar gaat sneller dan men denkt. In de afbeelding hieronder is aangegeven hoe lang men in een bepaalde geluidssterkte kan werken zonder gehoorbeschadiging op te lopen. Als het geluid dus 95dB is loopt u na een kwartier al kans op gehoorbeschadiging! Het is verplicht om in de volgende situaties gebruik te maken van deugdelijke oorbeschermingsmiddelen: bij alle elektrische zaag- of slijpwerkzaamheden; bij alle laswerkzaamheden in de constructiewerkplaats; bij alle overige werkzaamheden in de fabriek, in de loodsen, met de autolaadkraan van de kippers of op locaties waarbij het geluidsniveau 85 db of meer bedraagt; indien het dragen van gehoorbescherming verplicht is gesteld door middel van aanduiding van het gebodsbord. 27

29 Er zijn diverse soorten gehoorbescherming. Het soort bescherming dat door BUKO wordt verstrekt, is afgestemd op de risico inventarisatie en evaluatie per werksituatie. Hieronder een overzicht van de soorten gehoorbescherming en het beschermingsniveau. Gehoorbescherming db Schuimrolletjes db Beugel met dopjes db Helm oorkappen db Beugel oorkappen > 25 db (variabel) Otoplastieken Bij twijfel over de gehoorbescherming, of indien het gehoorbeschermingsmiddel Is beschadigd, meldt dit dan direct aan de leidinggevende! Hoofd Het is verplicht om een deugdelijke veiligheidshelm te dragen: bij alle hijswerkzaamheden; bij alle voorkomende werkzaamheden waarbij de kans bestaat op vallende voorwerpen; indien het dragen van een veiligheidshelm verplicht is gesteld door middel van aanduiding van het gebodsbord; bij alle buiten werkzaamheden op de projectlocaties van BUKO Bouwplaatsinrichting BV. De veiligheidshelm maakt deel uit van het persoonsgebonden pakket PBM s. Daarnaast zijn op iedere centrale werkplaats van BUKO (bijvoorbeeld werf, productiehal, e.d.) bij de leidinggevende extra veiligheidshelmen voor handen voor algemeen gebruik. Bij beschadiging of vervaldatum van de veiligheidshelm (vervaldatum is 3 jaar na de in de klep aangegeven productiemaand) wordt door uw leidinggevende een nieuwe veiligheidshelm verstrekt tegen inlevering van de oude helm. Leg een veiligheidshelm nooit op de hoedenplank van uw auto. Door het scherpe zonlicht loopt de kwaliteit van de helm snel terug. Plak geen stickers op de helm en maak geen notities op de helm met een stift. De lijm van stickers en de oplosmiddelen uit stiften kan het kunststof aantasten. 28

30 2.9.3 Luchtwegen Het is verplicht om in de volgende situaties gebruik te maken van deugdelijke stoffiltermaskers: bij alle elektrische zaag- en schuurwerkzaamheden; indien het dragen van een stoffiltermasker verplicht is gesteld door middel van aanduiding van het gebodsbord. Op het stoffiltermasker staat een type nummer, namelijk P1, P2 of P3. Hoe hoger het cijfer achter de P, hoe hoger de beschermingswaarde. Soorten stoffiltermaskers P1 - Biedt bescherming tegen grof stof, hinderlijk fijn stof, vaste onschadelijke stofdeeltjes. - Deze filtermaskers zijn alleen geschikt tegen stof dat niet-giftig is en tegen lage stofconcentraties. - Bij het werken met een niet-schadelijke stof waarbij de MACwaarde 10 mg/m 3 bedraagt, biedt een P1 masker voldoende bescherming. P2 P3 - Biedt bescherming tegen vaste en vloeibare deeltjes, grof stof, hinderlijk fijn stof, lasrook, schadelijk fijn stof, glasvezel, loodstof en loodrook, olienevels, schadelijke drijfgassen. - Deze filtermasker geven bescherming tegen schadelijke stofdeeltjes, zowel vast als vloeibaar. - Deze maskers zijn geschikt voor bescherming tegen schadelijk fijnstof met een MAC-waarde van 0,1 mg3 tot 10 mg/m 3. Binnen onze organisatie wordt hoofdzakelijk gewerkt met vurenhout. Houtstof van vurenhout heeft een MAC-waarde van 2 mg/m 3. - Biedt bescherming tegen vaste en vloeibare deeltjes, sporen, bacteriën, enzymen, deeltjes van radioactieve en verdacht kankerverwekkende stoffen. - Een P3-masker is geschikt voor bescherming tegen giftig fijnstof met een MAC-waarde kleiner dan 0,1 mg/m3, waaronder asbest en hardhoutstoffen. 29

31 Het dragen van deugdelijke gasfiltermaskers is verplicht in de volgende situaties: bij verfspuitwerkzaamheden; indien het dragen van een gasfiltermasker verplicht is gesteld door middel van aanduiding van het gebodsbord. De filterbus die in het gasfiltermasker is aangebracht heeft een beperkte levensduur, afhankelijk van de aard en frequentie van het gebruik. Lees de gebruiksaanwijzing goed door en vervang de gasfilter tijdig Ogen Het is verplicht om in de volgende situaties een deugdelijke veiligheidsbril te dragen: bij alle voorkomende werkzaamheden in de loodsen en op de bouwlocaties waarbij de kans bestaat op het wegspringen van scherpe deeltjes, in het bijzonder bij elektrische zaag- en slijpwerkzaamheden; bij het werken met vloeistoffen die in de ogen kunnen spatten. In enkele gevallen moet zelfs een compleet gelaatsscherm worden gebruikt, bijvoorbeeld bij het werken met de hogedrukspuit; indien het dragen van een veiligheidsbril verplicht is gesteld door middel van aanduiding van het gebodsbord. 30

32 2.9.5 Handen Handen zijn betrokken bij vrijwel alle handelingen tijdens het werk. Daarom vormen zij een kwetsbaar geheel. Ieder jaar opnieuw is het aantal handletsels goed voor een eerste plaats. Het dragen van deugdelijke werkhandschoenen voorkomt beschadiging van handen als gevolg van scherpe voorwerpen. Het dragen van ringen en andere sieraden is niet verboden, maar wordt sterk afgeraden. Het risico een vinger ernstig te beschadigen of zelfs te verliezen is groot. Het is verplicht werkhandschoenen te dragen indien dit is aangegeven met het gebodsbord Voeten Veiligheidsschoenen en laarzen beschermen tegen voetletsel door stoten of doordat er iets op de voeten valt. Het is verplicht om in de volgende situaties deugdelijke veiligheidsschoenen te dragen met stalen neus en stalen tussenzool (S3): bij alle voorkomende werkzaamheden in de loodsen en in de fabriek; bij alle voorkomende werkzaamheden op de werf; bij alle voorkomende werkzaamheden op bouwlocaties; direct bij het verlaten van een vrachtauto/kipper/kraan; indien het dragen van veiligheidsschoenen verplicht is gesteld door middel van aanduiding van het gebodsbord. Veiligheidsschoenen zien er aan de buitenkant net zo uit als gewone schoenen en laarzen. Het grote verschil is dat veiligheidsschoenen S3: een stalen neus hebben; een stalen tussenzool hebben; en globaal een belasting van 2000 kilogram kunnen verdragen. 31

33 Er zijn in Europa afspraken gemaakt over richtlijnen waaraan veiligheidsschoenen en laarzen moeten voldoen. Deze normen worden aangeduid met een S-codering. S-codering Dit betekent S1 Veiligheidsschoenen met een stalen neus, geschikt voor een droge omgeving. S2 S3 S4 S5 Veiligheidsschoenen met een stalen neus, voorzien van waterdicht overleder. Veiligheidsschoenen met een stalen neus en een stalen tussenzool, voorzien van waterdicht overleder. Veiligheidslaarzen met een stalen neus. Veiligheidslaarzen met een stelen neus en een stalen tussenzool. Draag S3 schoenen of S5 laarzen Op de BUKO werklocaties is het dragen van deugdelijke S3 schoenen cq S5 laarzen verplicht. De S-codering is aangegeven op de veiligheidsschoen of veiligheidslaars. Zodoende kunt u controleren of u de juiste schoenen draagt. In verband met enkelbescherming wordt geadviseerd om hoge schoenen te dragen. Om de levensduur van veiligheidsschoenen te verlengen wordt geadviseerd de schoenen na gebruik niet geforceerd te drogen, dus niet bij de verwarming laten drogen. Controleer uw veiligheidsschoenen regelmatig. Als deze versleten zijn (bijvoorbeeld de stalen neus is niet meer beschermd, de zool zit los e.d.), dan voldoen deze schoenen niet meer aan de veiligheidseisen en dienen ze te worden vervangen. Veiligheidsschoenen behoren tot het pakket PBM s. Het vervangen van uw schoenen organiseert uw leidinggevende. Uw leidinggevende controleert het dragen van deugdelijke veiligheidsschoenen maandelijks tijdens de werkplekinspecties. 32

34 2.9.7 Valbescherming Bij werkzaamheden boven de 2,5 meter is er sprake van werken op hoogte. Bij werken op hoogte is het gebruik van valbeveiliging verplicht. Harnasgordels Bij werkzaamheden op hoogte moeten valbeveiligingsmiddelen worden gebruikt. Indien er geen collectieve valbeveiliging is aangebracht (bijvoorbeeld steigers of randbeveiliging) is het dragen van een goedgekeurde harnasgordel met valdemper verplicht (individuele valbeveiliging). Alleen goedgekeurde harnasgordels met valdempers mogen worden gebruikt. Harnasgordels dienen jaarlijks door een daartoe bevoegd deskundig persoon te worden gecontroleerd. Let op: Steigers Het is niet toegestaan om met stift e.d. notities te maken op de harnasgordels. Bestanddelen van oplosmiddelen (stift, verf e.d.) kunnen het bandmateriaal en de stiksels aantasten waardoor verzwakking van het materiaal optreedt. Deze beschadigingen zijn veelal aan een verharding van het bandmateriaal te herkennen. Tijdens de jaarlijkse keuring worden harnasgordels die zijn voorzien van notities met stift of verfspatten afgekeurd, ongedacht de leeftijd of de goede staat van de harnasgordel. Vaste stalen steigers mogen uitsluitend door een erkende steigerbouwer worden opgebouwd en afgebroken. Ook wijzigingen mogen uitsluitend door hem worden uitgevoerd. Vaste metalen steigers moeten worden geaard. Steigers dienen te zijn voorzien van leuningen, kantplanken en werkvloeren. Laat nooit materiaal en gereedschap op werkvloeren achter (val- en struikelgevaar!). Indien een bouwlift wordt gebruikt is deze uitsluitend bestemd voor transport en materiaal, en NIET voor personen! 33

35 Indien een steiger is aangebracht ten behoeve van de valbeveiliging dient de steiger te zijn voorzien van een groene steigerkaart (of scafftag ). Twijfelt u over de functionaliteit van de steiger of is de steiger niet voorzien van een groene steigerkaart, neemt u dan direct contact op met de uitvoerder ter plaatse of met uw direct leidinggevende. Rolsteigers Raadpleeg de montagehandleiding en de gebruiksaanwijzing van de fabrikant alvorens u de rolsteiger opbouwt of gebruikt. De montagehandleiding en gebruiksaanwijzing moeten bij de rolsteiger aanwezig zijn. Een rolsteiger moet rechtop opgebouwd worden, niet liggend, volgens de voorschriften van de fabrikant. De maximale vloerhoogte van een rolsteiger is 8 meter voor buitenwerk en 12 meter voor binnenwerk. Gebruik van rolsteigers boven windkracht 6 is verboden. Een elektrisch geleidende rolsteiger mag niet worden gebruikt in de nabijheid van onder spanning staande delen. Hijswerktuigen mogen niet aan de rolsteiger worden vastgemaakt, tenzij de fabrikant aangeeft dat het wel mag. Rolsteigers moeten jaarlijks per onderdeel worden gecontroleerd door een deskundig persoon en na goedkeuring worden voorzien van een goedkeuringssticker. Per type rolsteiger dienen alle onderdelen bij elkaar gehouden te worden. Nadat een rolsteiger is opgebouwd dient deze te worden gecontroleerd door een ervaren persoon. De wielen van een rolsteiger moeten geblokkeerd zijn alvorens de steiger beklommen mag worden. Beklim de steiger uitsluitend via de binnenzijde. 34

36 Het is verboden een rolsteiger te verplaatsen met personen of materiaal aanwezig op de steiger. Ladders Valongevallen kunnen ernstige gevolgen hebben. Het aantal valongevallen kan worden teruggebracht als het gebruik van de ladder als werkplek op hoogte wordt beperkt. In juli 2004 is de Europese richtlijn 89/655/EEG in de Nederlandse regelgeving opgenomen. Volgens deze richtlijn moet het gebruik van een ladder als werkplek op hoogte worden beperkt tot omstandigheden waarin het gebruik van andere, veiligere arbeidsmiddelen niet gerechtvaardigd is in verband met: het geringe risico; vanwege de korte gebruiksduur en/of; de bestaande kenmerken van de locaties die de werkgever niet kan veranderen. Het uitgangspunt daarbij is dat alleen als een werkgever aannemelijk kan maken dat hij beperkt wordt in de keuze en/of het gebruik van alternatieve arbeidsmiddelen, de ladder (eventueel in combinatie met persoonlijke beschermingsmiddelen) als werkplek mag worden ingezet. Als een werkgever aannemelijk kan maken dat hij beperkt wordt in de keuze en/of in het gebruik van alternatieve arbeidsmiddelen kan, mits veilig toegepast, een ladder worden gebruikt. De beperkingen zijn dan vastgelegd in de RIE (Risico Inventarisatie en Evaluatie van de Arbodienst). Daarin moet door de Arbodienst de afweging worden toegelicht en leiden tot de conclusie dat de keuze van een veiliger arbeidsmiddel dan een ladder op bezwaren stuit. 35

37 Als we werkzaamheden op een ladder willen uitvoeren hanteert de Arbeidsinspectie het volgende schema om vast te stellen of dit "redelijkerwijs" is toegestaan (het redelijkerwijsprincipe): Start A Is er een Operationele beperking? Nee Ja Is er een Veiligh.techn. beperking? Nee Is de stahoogte < 5 meter? Nee Stahoogte 5-7,5 meter? Ja Ja Ja Is er een Economische beperking? Ja Ja In RI&E / overleg? Nee Is de stahoogte < 7,5 meter? Nee Is de effectieve statijd < 2 uur? Nee Tussen 2 en 4 uur? Nee Ja Ja Is de effectieve statijd < 4 uur? Nee Ja Ja In RI&E / overleg? Nee Nee Ja Nee Is het werk niet te zwaar? < 100N Nee Is zwaarte van het werk < 50N Nee Tussen 50 en 100N Nee Ja Ja Ja Is de reikwijdte < 1 armlengte? Nee Ja In RI&E / overleg? Nee Ja Reikwijdte < 1 armlengte? Nee Gebruik ladder is onder bepaalde condities toegestaan Gebruik ladder is NIET toegestaan. Gebruik ander arbeidsmiddel. Ja Veilig Niet veilig, stop A 36

38 Stel een ladder zodanig op dat hij minimaal 1 meter uitsteekt boven de plaats waartoe de ladder toegang geeft. Houd bij het beklimmen of afdalen van ladders steeds de handen aan de sporten. Er mag slechts één persoon tegelijk op de ladder. Plaats een ladder in een hoek van 65 à 75 graden, zodanig dat deze niet kan omvallen of wegglijden. Zonodig moet de ladder worden vastgebonden. Het is niet toegestaan om op werkvloeren ladders en trappen te gebruiken. Ladders en trappen moeten voorzien zijn van antislipvoeten. Alvorens een ladder of trap wordt gebruikt moet deze visueel worden gecontroleerd op gebreken en/of beschadigingen. Indien u gebreken of beschadigingen constateert, neem dan direct contact op met uw direct leidinggevende. Ladders en trappen worden minimaal één keer per jaar gekeurd door een erkende instantie. Op elke goedgekeurde ladder is een keuringssticker aangebracht waarop de geldigheid van de keuring is vermeld. Het is NIET toegestaan een ladder als werkplek te gebruiken als: De stahoogte groter is dan 7,5 meter. De statijd langer is dan 4 uur. De kracht bij werkzaamheden groter is dan 100 N. De reikwijdte meer bedraagt dan één armlengte. De windkracht 6 of meer is. Materiaal van meer dan 5kg vervoerd moet worden. Materiaal groter dan 1 m 2 vervoerd moet worden. 37

39 2.9.8 Werkkleding Werkkleding wordt bij indiensttreding aan iedere medewerker die daarvoor in aanmerking komt verstrekt. De werkkleding die wordt verstrekt is afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. De kleding en schoenenpakketten zijn functie gerelateerd. Op een speciaal daarvoor bestemd formulier wordt door de medewerker getekend voor ontvangst. Daarna vindt periodiek verstrekking plaats om zorg te dragen dat iedere medewerker: geëigende PBM s ter beschikking heeft; bij kan dragen qua kleding aan een positief bedrijfsimago. Bij werkzaamheden waarbij de kans bestaat dat hete stoffen, hete voorwerpen of chemicaliën op het lichaam kunnen komen dient men werkkleding te zodanig te dragen dat armen en benen volledig bedekt zijn, het gehele jaar door (dus ook in de zomermaanden). Bij het uitvoeren van brandgevaarlijke werkzaamheden, zoals lassen, is het dragen van een lasoverall en lasschoenen verplicht. Indien men werkzaamheden verricht in nabijheid van het verkeer, is het verplicht een oranje of veiligheidsvest RWS (Rijkswaterstaat) te dragen. Bij werkzaamheden langs het spoor is het dragen van een geel veiligheidsvest RWS verplicht. Iedereen wordt geacht de ter beschikking gestelde werkkleding dagelijks te dragen. Het is daarnaast vanzelfsprekend dat de BUKO werkkleding schoon en verzorgd is en als zodanig positief bijdraagt aan onze bedrijfsuitstraling. 38

40 2.10 Toolboxmeetings Minimaal tien keer per jaar wordt er een toolboxmeeting gehouden. Een toolboxmeeting is een korte bijeenkomst (15-20 minuten), waarbij door de afdelingsleiding steeds één onderwerp op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu wordt besproken. Ook medewerkers kunnen hiervoor onderwerpen aandragen. Alle chauffeurs, medewerkers in de fabriek en op de bouwlocaties zijn verplicht om de toolboxmeeting bij te wonen. Dus ook medewerkers van onderaannemers, inleenkrachten, stagiairs, etc. zijn verplicht tot het bijwonen van toolboxmeetings. Waar en wanneer de toolboxmeeting wordt gehouden, wordt vooraf door de betreffende leidinggevende doorgegeven. Ook onze onderaannemers worden geacht periodiek veiligheidsbesprekingen te verzorgen met hun medewerkers. Indien nodig kunnen wij aan een bespreking deelnemen dan wel het verslag daarvan gebruiken om vast te stellen wie er aan deelnamen, wat er besproken werd en welke VGM acties overeengekomen werden. Na afloop van de toolboxmeeting wordt uw aanwezigheid geregistreerd op het daarvoor bestemde registratieformulier. Uw leidinggevende draagt zorg voor het registreren en uitvoeren van de uit de toolboxmeetings voortvloeiende actiepunten. De actielijst en/of de status van de actiepunten kunt u opvragen bij uw afdelingsleiding. De verslagen van de toolboxmeetings en de uitgevoerde actiepunten worden na afloop ingeleverd bij de afdeling KAM. Maandelijks wordt een analyse gemaakt van de geconstateerde tekortkomingen, de ondernomen acties en de eventueel benodigde preventieve maatregelen. 39

41 2.11 Werkplekinspecties Minimaal één keer per maand wordt er op elke werklocatie cq bij elke ploeg een werkplekinspectie gehouden. Een werkplekinspectie (WPI) wordt uitgevoerd door de afdelingsleiding (zoals productieleiders, uitvoerders, chef werkplaats e.d.) en door de directie. Directieleden houden minimaal twee keer per jaar een werkplekinspectie. Het aantal werkplekinspecties wordt mede bepaald door het aantal projectlocaties. Aan de hand van een checklist wordt een bepaalde afdeling of werkgebied geïnspecteerd op met name veiligheids-, gezondheids- en milieuaspecten. Er wordt hierbij niet alleen gekeken naar de technische veiligheid, maar ook naar het menselijke (veiligheids-) gedrag zoals het naleven van voorschriften, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, etc. De ingevulde checklist wordt ingeleverd bij de afdeling KAM en actiepunten worden, evenals bij de toolboxmeetings, geregistreerd, tot uitvoer gebracht en geanalyseerd met behulp van een actielijst. Een ieder is verplicht om tijdens werkplekinspecties medewerking te verlenen en de gestelde vragen naar waarheid te beantwoorden. Naast de werkplekinspecties die door onze medewerkers worden uitgevoerd, heeft de Arbeidsinspectie het recht om zonder aankondiging vooraf werken te bezoeken. Indien de Arbeidsinspectie opmerkingen aangaande de veiligheid, gezondheid en welzijn maakt, wordt hiervan rapport opgesteld en zijn wij verplicht om binnen een gestelde termijn passende maatregelen te nemen. De Arbeidsinspectie heeft het recht om, indien zij tijdens een werkplekinspectie ernstige overtredingen constateert, zowel aan ons bedrijf als aan de betreffende medewerker(s) een sanctie op te leggen (stillegging werk, boete). Het uitvoeren van de werkzaamheden volgens de geldende regels en voorschriften is daarom in ieders belang. 40

42 2.12 VGM Projectplannen Een VGM Projectplan (Veiligheid, Gezondheid & Milieu) is een plan van aanpak voor grote projecten of projecten waar bijzondere VGM risico s aanwezig zijn. Een VGM Projectplan wordt opgesteld door de projectleider cq hoofd uitvoerder in samenspraak met de afdeling KAM, in de volgende gevallen: - Indien de geraamde duur van de totstandbrenging van het bouwwerk meer dan 30 werkdagen beslaat en op die bouwplaats meer dan 20 werknemers tegelijkertijd arbeid zullen gaan verrichten, of; - Met de totstandbrenging van het bouwwerk meer dan 500 mensdagen zullen zijn gemoeid, of; - Voor projecten met een kleinere omvang indien er sprake is van bijzondere gevaren die niet tot de dagelijkse bedrijfsvoering horen. Daarnaast worden er VGM Projectplannen opgesteld als dit is overeengekomen met de opdrachtgever. De projectleider cq hoofd uitvoerder bespreekt vóór aanvang van de werkzaamheden van het project samen met de werknemers de specifieke risico s die aan het project zijn verbonden. Hierbij wordt het soort project besproken, de werkwijze, de specifieke VGM risico s en de te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen. Elke daarbij aanwezige medewerker, dus inclusief medewerkers van onderaannemers, dient die bijeenkomst bij te wonen en wordt verzocht daarna de presentielijst te ondertekenen. Dit worden start-werk-vergaderingen genoemd. Indien bij specifieke projecten het gebruik van aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk is, zullen aan de betrokken werknemers voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden de benodigde PBM s en bijbehorende instructies ter beschikking worden gesteld. 41

43 2.13 Ongevallen melden, ongevallenstatistiek Roep bij een ongeval met persoonlijk letsel direct de hulp in van een medewerker met een EHBO- of BHV-diploma. Het overzicht met de EHBOers en BHV-ers is op diverse plaatsen in het bedrijf opgehangen, staat op intranet en op de interne telefoonlijsten. Bij ernstige ongevallen direct bellen en de receptie waarschuwen. Bij ongevallen met chemicaliën de veiligheidsinformatiebladen raadplegen. Deze zijn te vinden bij de plaats van gebruik en bij de afdeling KAM. Volg de instructies op van de veiligheidsinformatiebladen. Geef ambulancepersoneel zonodig de veiligheidsinformatiebladen mee. Na een incident vult de afdelingschef, samen met de betrokken EHBOer/BHV-er en overige betrokkenen, het Meldingsformulier (bijna) ongeval (00-F.025) in. Dit formulier dient binnen 24 uur na het ongeval in het bezit te zijn gesteld van de afdeling KAM. In de volgende gevallen wordt door de afdeling KAM de Arbeidsinspectie van het ongeval op de hoogte gesteld: ongeval met dodelijke afloop; ongeval met kans op blijvend lichamelijk/geestelijk letsel; ongeval met als gevolg een ziekenhuisopname langer dan een dag. Meld ook bijna-ongevallen en onveilige situaties bij de afdelingschef. De afdelingschef vult het Meldingsformulier (bijna) ongeval (00-F.025) in, en levert dit formulier binnen 24 uur na het bijna-ongeval in bij de KAMcoördinator. Het melden van bijna-ongevallen en onveilige situaties is van groot belang om ongevallen met persoonlijk letsel te kunnen voorkomen! Ook medewerkers van onderaannemers zijn verplicht (bijna-)ongevallen en onveilige situaties te melden bij onze uitvoerder of de afdelingsleiding. Blanco exemplaren van de meldingsformulieren kunt u aanvragen bij uw leidinggevende, bij de receptie of bij de afdeling KAM. 42

44 2.14 EHBO-ers en BHV-ers EHBO is de afkorting van Eerste Hulp Bij Ongevallen. Daaronder wordt verstaan: het bieden van hulp aan één of meer slachtoffers, voordat een deskundige ter plaatse is. In principe mag iedereen eerste hulp verlenen. Echter: een eerstehulpverlener zonder enige ervaring weet niet precies wat hij moet doen. Iemand die een EHBO-opleiding heeft gevolgd weet dat wel. Zo iemand heeft geleerd met geringe hulpmiddelen eenvoudige handelingen te verrichten. Dus schakel indien mogelijk de hulp in van een gediplomeerde EHBO-er. Op elke vestiging van BUKO is op duidelijk zichtbare locaties, bijvoorbeeld bij de ingang, in de kantine en op de telefoonlijsten, een overzicht aanwezig van de gediplomeerde EHBO-ers ter plaatse. Bij het verlenen van eerste hulp zijn de volgende algemene regels van belang: 1] Let op gevaar en voorkom nog meer ongevallen. 2] Benader de getroffene en ga na wat hij mankeert. 3] Zorg dat hij blijft ademen. 4] Stelp ernstige bloedingen. 5] Help iemand waar hij ligt (verplaats het slachtoffer alleen als er nieuwe ongelukken dreigen). 6] Stel hem gerust. 7] Laat zakelijke informatie geven aan hulpverleners, zoals arts, ambulance en politie (bij voorkeur door een BHV-er). Meld elk ongeval bij uw leidinggevende en vul samen het Meldingsformulier (bijna) ongeval in (00-F.025). Een bedrijfshulpverlener (BHV-er) is een medewerker van het bedrijf die weet wat er moet gebeuren als er bijvoorbeeld brand uitbreekt, het gebouw ontruimd moet worden of als er iemand flauwvalt. Een BHV-er beschikt ook over aantoonbare kennis van levensreddende eerste hulp, maar niet elke BHV-er hoeft een EHBO-diploma te bezitten. Het is de intentie van BUKO de volgende getrainde EHBO-ers en BHV-ers beschikbaar te hebben: - EHBO-er : 1 per 25 medewerkers. - BHV-er : 1 per 50 medewerkers 43

45 2.15 Brandbestrijding & brandpreventie Brandgevaarlijke werkzaamheden, zoals het aanbrengen van dakbedekking, mogen alleen uitgevoerd worden met toestemming van de productieleiding of de directie. Alle brandbare materialen moeten uit de directe omgeving zijn verwijderd. Zorg dat er een gevulde en goedgekeurde brandblusser binnen handbereik is en ga na waar andere brandblussers en de telefoon zich bevinden. Brandgevaarlijke werkzaamheden mogen uitsluitend tussen 07:00 en 16:00 uur worden uitgevoerd, tenzij de productieleider of de directie nadrukkelijk toestemming heeft verleend voor het uitvoeren van dergelijke werkzaamheden buiten de bovengenoemde tijden. Op al onze bedrijfslocaties geldt een rookverbod (zie ook hoofdstuk 3.6). Roken is uitsluitend toegestaan op die locaties waar dat nadrukkelijk is aangegeven. Weet waar de brandblusmiddelen op de eigen afdeling te vinden zijn en ken de werking van deze middelen. Bij brand dient u direct het alarmnummer te bellen en de brand te melden aan de receptie. Zet direct machines stil en ventilatoren uit. Begin indien mogelijk zelf met het blussen van de brand. Op de volgende bladzijde staan belangrijke aandachtspunten bij het blussen van beginnende brand. Wanneer dit niet mogelijk is: verlaat het gebouw volgens de kortste vluchtroute en ga naar de verzamelplaats (zie 2.16 Ontruiming & evacuatie). 44

46 Aandachtspunten bij het blussen van brand: Vlammen en rook verhinderen het blussen. Blus daarom altijd met de wind mee. Niet in de vlammen spuiten. Blus van onderen naar boven. Maak bij kleine brandjes de blusser niet in één keer leeg. Bij kleine brandjes met korte stoten blussen. Probeer grotere branden niet te blussen door in uw eentje een aantal blussers leeg te spuiten. Doe het gezamenlijk en gebruik meer blussers tegelijk. Probeer een brand nooit vanuit het midden te blussen. Doof de brand door van voren naar achteren te spuiten. Richt bij olie- of benzinebranden nooit van boven op het vuur. Probeer een poederwolk over het gehele brandende oppervlak te leggen. 45

47 2.16 Ontruiming & evacuatie Voor een snelle ontruiming van een gebouw zijn voldoende en duidelijk aangegeven vluchtwegen en uitgangen noodzakelijk. De deuren moeten in de vluchtrichting kunnen draaien en mogen onder geen beding worden geblokkeerd of tijdens werktijden op slot zitten! Voldoende verlichting, goed zichtbare transparantverlichting met het opschrift UIT of NOODUITGANG, alsmede (nacht-)noodverlichting kunnen ertoe bijdragen dat paniek wordt voorkomen. Elke BUKO vestiging beschikt over een calamiteitenkaart die op duidelijk zichtbare locaties is opgehangen en is gepubliceerd op intranet. Deze wordt tevens bij indiensttreding verstrekt aan elke nieuwe medewerker (vaste en tijdelijke arbeidskrachten). Op de calamiteitenkaart zijn de nooduitgangen en vluchtwegen aangegeven. Stel u op de hoogte van de vluchtwegen en nooduitgangen. Houd uitgangen, vluchtwegen en nooduitgangen vrij van obstakels. Zij mogen nooit geblokkeerd worden, ook niet aan de buitenzijde! Controleer regelmatig de noodroutes op de mogelijkheid tot vluchten (kunnen de deuren open). Met regelmaat wordt de ontruiming geoefend op basis van ons bedrijfsnoodplan. Het bedrijfsnoodplan is in te zien bij de receptie en/of bij het hoofd BHV-er per bedrijfslocatie Verzamelplaats bij calamiteiten Op elke BUKO bedrijfslocatie is een vaste verzamelplaats voor calamiteiten aangewezen. Deze is aangegeven op de calamiteitenkaart van de desbetreffende vestiging. Stel u hiervan op de hoogte (een kopie van de calamiteitenkaart per vestiging is op te vragen bij de receptie of via intranet) en ga bij calamiteiten en ontruiming te allen tijde naar de desbetreffende verzamelplaats. Meldt u daar bij de BHV-organisatie die u verdere instructies geven. 46

48 2.18 Werken bij storm Bij stormachtige wind is het uitvoeren van werkzaamheden op hoogte niet toegestaan. Vanaf windkracht 8 spreken we over stormachtige wind. Onder werken op hoogte wordt verstaan: alle werkzaamheden boven 2,5 meter van de grond. Een ieder is verantwoordelijk voor de door hem/haar uit te voeren werkzaamheden. Onder zeer dringende omstandigheden kan in overleg met de uitvoerder ter plaatse of uw direct leidinggevende met behulp van valbeveiliging worden gewerkt. Let in noodgevallen extra goed op en gebruik valbeveiliging! Bij windkracht 6 en hoger dient het hijsen van platen met grote oppervlakten te worden gestaakt. Vanaf windkracht 10 (zware storm) dienen ALLE werkzaamheden buiten te worden gestaakt. Bij het opslaan van losse onderdelen buiten de gebouwen dient men rekening te houden met wijzigende weersomstandigheden, waaronder storm. Controleer daarom regelmatig of de opslag van materialen op de juiste wijze geschiedt. Windschaal Windkr. M/s Km/h Benaming 5 08,0 10, Vrij krachtige wind 6 10,8 13, Krachtige wind 7 13,9 17, Harde wind 8 17,2 20, Stormachtige wind 9 20,8 24, Storm 10 24,5 28, Zware storm 11 28,5 32, Zeer zware storm 12 > 32,6 117 > 117 Orkaan 47

49 2.19 Werken met gevaarlijke stoffen Wanneer men werkt met gevaarlijke stoffen (zoals verf, lijm, oplosmiddelen e.d.) heeft men recht op inzage van het veiligheidsinformatieblad van de desbetreffende stof. Kopieën van deze bladen zijn aanwezig op de werklocatie of anders op kantoor bij afdeling KAM. Voordat men een gevaarlijke stof voor het eerst gebruikt dient men het gevaarsetiket te lezen alvorens met de betreffende stof te gaan werken. Een gevaarsetiket zal tenminste vermelden: de chemische naam van de stof; het gevaarssymbool met de bijbehorende gevaarsnaam; waarschuwingszinnen die op bijzondere gevaren van de stof duiden (R-zinnen); de in acht te nemen veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen); naam en adres van de producent die het product in de handel brengt. Een overzicht van de R- en S-zinnen is aanwezig op de werklocatie of anders opvraagbaar bij de afdeling KAM. Voor de opslagruimte van de verfmiddelen gelden de volgende verplichtingen: er moet voldoende ventilatie mogelijk zijn om gevaarlijke concentraties van ontvlambare dampen af te voeren. Het is derhalve verboden de ventilatie in de verfopslagruimte af te sluiten; de blikken/emmers verf dienen gesloten te worden opgeslagen. Indien emmers/blikken open staan, vindt uitdamping plaats van gevaarlijke dampen; de toegangsdeur van de opslagruimte dient gesloten te worden indien er geen medewerkers in de ruimte aanwezig zijn; het is verboden andere materialen dan verfmiddelen in de opslagruimte op te slaan. Binnen de EG landen worden standaard gevaarssymbolen aan de diverse gevaarscategorieën toegekend. Om praktische redenen worden de gevaarscategorieën in chemiekaartenboeken niet altijd voluit genoemd, maar met een letteraanduiding weergegeven. Elke medewerker van BUKO moet in staat zijn de gevaarssymbolen en gevaarscategorieën te herkennen. Op de volgende bladzijde is een overzicht opgenomen van de gevaarssymbolen en gevaarscategorieën. 48

50 Gevaarssymbolen en gevaarscategorieën: Gevaarssymbool Letteraanduiding Gevaarscategorie E Ontplofbaar (explosief) O Oxiderend T Vergiftig T+ Zeer vergiftig Xi Irriterend Xn Schadelijk C Corrosief, bijtend N Milieugevaarlijk F Licht ontvlambaar F+ Zeer licht ontvlambaar 49

51 2.20 Verkeersveiligheid Bestuurders van voertuigen dienen te beschikken over een geldig rijbewijs en zijn verantwoordelijk voor het op de juiste wijze beladen van hun voertuig. Dit geldt ook bij het gebruik van aanhangwagens. Een kopie van het geldige rijbewijs dient aanwezig te zijn in het personeelsdossier. Bestuurders van voertuigen dienen zich te houden aan de algemene wettelijke verkeersregels. Het is verboden de maximale snelheden te overschrijden. Gaarne ook aandacht dat de maximum snelheid vaak op bedrijfsterreinen anders kan zijn. Een bekeuring wordt op de respectievelijke chauffeur verhaald. Het dragen van de autoveiligheidsgordel is verplicht. Parkeren is alleen toegestaan op de daarvoor bestemde locaties. Vaak gelden op bedrijfsterreinen speciale parkeerregels, men dient hiernaar te informeren. Schade aan voertuigen dient direct te worden gemeld bij uw direct leidinggevende en bij de administratie. Voor chauffeurs van vrachtwagens gelden aanvullende eisen, zie hiervoor het BUKO Chauffeurshandboek (KAM/00-Onderlig.Doc-13) Wegafzettingen & verkeersvoorzieningen Verkeersmaatregelen mogen alleen worden geplaatst, gewijzigd en verwijderd na toestemming van de wegbeheerder en/of de opdrachtgever. Bij alle werkzaamheden langs de weg is het verplicht een gesloten oranje veiligheidsvest of -jas RWS (Rijkswaterstaat) te dragen (met reflecterende strepen). Bij werkzaamheden langs het spoor dient men gele veiligheidskleding te dragen. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd en het gebruik van voertuigen is noodzakelijk, moeten deze voorzien zijn van een geldige ontheffing. Het is NIET toegestaan om het verkeer aanwijzingen te geven: dit mag alleen door de politie worden gedaan. 50

52 2.22 Verkeersovertredingen De boetes voor verkeersovertredingen, die aan uzelf te wijten zijn, zoals fout parkeren, snelheidsovertredingen, door rood licht rijden, enzovoorts zijn voor eigen rekening. Hetzelfde geldt ook wanneer u uw papieren, (zoals rijbewijs en tachograafschijven) niet bij u heeft of deze niet in orde zijn. Maak hiervan altijd melding bij de Planning Werken met de heftruck Heftrucks mogen uitsluitend worden bestuurd door: Personen in het bezit van een geldig heftruckcertificaat. Personen die vertrouwd zijn met de bedieningsvoorschriften en na instructie de benodigde vaardigheden bezitten om de heftruck te besturen. Dit dient schriftelijk door de Directie te worden bevestigd aan de betreffende medewerkers. Bestuurders moeten tenminste 16 jaar oud zijn en tot hun 18e jaar werken onder adequaat deskundig toezicht De heftrucks worden jaarlijks worden gekeurd door een daartoe erkende keuringsinstantie. Vervoer van personen op de lepels van een heftruck is niet toegestaan. Gebruik van de heftruck als hoogwerker is niet toegestaan, mits deze voorzien is van een goedgekeurde werkbak voor personen. Tijdens het rijden moeten de lepels van de heftruck op minimaal 15 cm. boven de grond staan. De lepels van een stilstaande heftruck moeten naar beneden worden gedaan. De lepels moeten zich op de grond bevinden, zodat voorkomen wordt dat er iemand over kan struikelen. Het op andere wijze meerijden met een heftruck dan op de daartoe bestemde zitplaats(en) is NIET toegestaan. Het is niet toegestaan onder de lepels van een vorkheftruck door te lopen. 51

53 2.24 Veiligheidsvoorschriften BUKO Bedrijvenpark Omdat medewerkers van BUKO regelmatig op het terrein van het BUKO Bedrijvenpark te Beverwijk werkzaamheden verrichten (bijvoorbeeld laden en lossen), worden de belangrijkste voorschriften van dit terrein in deze VGM voorschriften besproken. Aan de orde komen het toegangsbeleid, het bedrijfsverkeersreglement en de VGM terreinregels. Toegangsbeleid BUKO Bedrijvenpark Het BUKO Bedrijvenpark is verboden voor onbevoegden. De normale openingstijden van het terrein zijn: Maandag t/m vrijdag, van 07:00 tot 17:00 uur. Bezoekers dienen zich te allen tijde direct te melden bij de receptie. Een ieder die het terrein betreedt dient zich te kunnen legitimeren door middel van een geldige ID-kaart of paspoort. Medewerkers van onderaannemers die werkzaamheden gaan verrichten op het terrein dienen in het bezit te zijn van het diploma Basisveiligheid VCA of Veiligheid voor operationeel leidinggevenden VCA. Men dient dit aan te kunnen tonen middels het veiligheidspaspoort of een VCA pas van het opleidingsinstituut. BUKO controleert deze gegevens op de VCA examenbank (www.vcaexamenbank.nl). Bedrijfsverkeersreglement BUKO Bedrijvenpark De maximale snelheid op het terrein is 15 km/uur. De algemene verkeersregels zijn op dit terrein van toepassing. Let op heftrucks; deze hebben voorrang boven het overige verkeer. Het is verboden om een voertuig te parkeren op een plaats die is gereserveerd voor een ander voertuig. Het is verboden om in een rijdend voertuig een walkman met kop- /oortelefoon te gebruiken en/of mobiel te bellen (handsfree bellen is wel toegestaan). Bestuurders zijn verplicht, wanneer ze betrokken zijn bij een aanrijding of een andere schade dit onmiddellijk te melden bij de receptie. BUKO heeft het recht om personen definitief de toegang tot het bedrijfsterrein te ontzeggen. Indien een BUKO medewerker zich niet aan het reglement houdt, treedt de controleprocedure en het sanctiereglement van BUKO in werking (zie hoofdstuk 2.4). 52

54 VGM terreinregels BUKO Bedrijvenpark Op het terrein gelden de algemene BUKO VGM voorschriften zoals die zijn omschreven in dit VGM boekje. Samengevat zijn de VGM terreinregels voor het BUKO Bedrijvenpark: Altijd dragen: Veiligheidsschoenen S3. Beschermende werkkleding. Dragen waar dit is aangegeven: Gehoorbescherming. Veiligheidshelm. Adembescherming. Veiligheidsbril. Handschoenen. Harnasgordel met valstopapparaat. Veiligheidsvest. Niet toegestaan: Roken op de werkplek. Eten en drinken op de werkplek. Gebruik van alcohol en drugs. Het bedienen van elektrische apparatuur door onbevoegden. Filmen en fotograferen. Orde en netheid: Zorg voor orde en netheid op de werkplek. Deponeer afval in de daarvoor bestemde afvalbakken. Houd vluchtwegen en blusmiddelen vrij. Ruim de werkplek op (tussentijds en bij einde van de werktijd). Parkeren alleen in de daarvoor bestemde vakken. Voor bezoek aan kantine/kantoor: handen en eventueel gelaat wassen. 53

55 2.25 Werken met machines en installaties Het bedienen van machines en installaties mag alleen door daartoe bevoegde personen of na overleg met/na toestemming van een productieleider of de directie. Werk altijd volgens de werk- en bedieningsinstructies. Deze zijn aanwezig bij de machine of op te vragen bij uw direct leidinggevende. Schakel alle werk- en stroomschakelaars uit bij het schoonmaken van machines. Het uitvoeren van reparaties en het opheffen van storingen aan in werking zijnde machines of installaties is verboden. Schakel altijd de werkschakelaars uit bij reparaties en onderhoud aan machines. Dit is nodig om onverwachts inschakelen te voorkomen. Geef storingen aan apparatuur of installaties, voor zover deze niet veilig, snel en eenvoudig zelf zijn op te lossen, direct door aan een productieleider of aan uw direct leidinggevende. Grijp nooit in een draaiende machine om een hapering te corrigeren. Zet hiertoe de machine stil en de werkschakelaars uit. Overtuig uzelf bij het in werking stellen van de machine of installatie dat dit zonder risico voor uzelf en voor anderen kan geschieden. Het openen of verwijderen van beschermkappen en andere beveiligingen van de in bedrijf zijnde machines of installaties is verboden. Het is verboden beveiligingen of eindschakelaars op apparatuur of machines te veranderen of te verwijderen. De medewerker draagt volledige verantwoordelijkheid voor schades aan materieel die ontstaan als gevolg van nalatigheid, onoplettendheid, onachtzaamheid, of gebruik met een tekort aan motorolie, brandstof, koelmiddel, etc. Hetzelfde geldt ook voor gereedschappen en andere middelen die aan de zorg van de medewerker zijn toevertrouwd en vermist of beschadigd worden. 54

56 2.26 Keuring van machines en installaties Controleer steeds voor elk gebruik visueel of de gereedschappen en uitrustingen in goede staat verkeren. Gebruik gereedschappen alleen voor het werk waarvoor ze bestemd zijn. Defecte gereedschappen moeten worden gerepareerd door daartoe deskundige personen. Onderhoud en reparaties aan elektrische apparatuur of installaties mogen alleen door medewerkers van erkende installatiebedrijven worden uitgevoerd. Het is overige medewerkers uitsluitend toegestaan onderhoud en reparaties te verrichten bij gebleken bekwaamheid en nadrukkelijke toestemming van de directie. Controleer voor gebruik het elektrisch handgereedschap op gebreken en/of beschadigingen (kabels, stekkers, aansluitingen, etc.). Kabels e.d. dienen in goede staat te verkeren. Elektrische arbeidsmiddelen (zowel draagbaar als vast opgesteld) worden jaarlijks gekeurd aan de hand van de NEN-EN en de NEN 3140 normen. Al het goedgekeurde materieel is voorzien van een geldige goedkeuringssticker. Ook materieel van onderaannemers moet aan deze eisen voldoen. Als een vast opgestelde machine of een elektrisch handgereedschap niet voorzien is van een geldige keuringssticker (zoals de groene keuringssticker van SGS of de bedrijfseigen keuringssticker van BUKO) of indien de machine/het gereedschap voorzien is van een blokkeringsticker (bijvoorbeeld de rode keuringssticker van SGS) dan mag deze machine cq dit handgereedschap niet gebruikt worden. Informeer hierover direct de leidinggevende. Indien de machine of het gereedschap voorzien is van een reparatiesticker (bijvoorbeeld de gele keuringssticker van SGS), dan kunt u te allen tijde bij de afdelingsleiding navraag doen over de aard van de tekortkomingen en de staat van reparatie. 55

57 2.27 Veilig en gezond tillen Onze rug krijgt het zwaar te verduren als de spieren om de wervelkolom worden overbelast. Dan kan beschadiging van de rug optreden. Rugaandoeningen kunnen ontstaan als u langdurig in een bepaalde houding zit of staat, bijvoorbeeld wanneer u enige tijd een zwaar voorwerp moet vasthouden. U gebruikt dan lange tijd achter elkaar dezelfde spieren, waardoor de bloedvoorziening belemmerd raakt. Het kan ook zijn dat de gewrichten te lang in dezelfde houding zijn gebleven. Rugklachten: je hebt ze zo en komt er moeilijk van af! In principe kan iedereen een rugaandoening krijgen. Toch is de kans erop groter bij beroepen waarbij het om zwaar lichamelijk werk gaat. Bijvoorbeeld bij stelleurs tijdens het monteren of demonteren van keten en bij chauffeurs die lang in dezelfde houding achter het stuur zitten en daarna moeten laden en lossen. Hoe kunt u rugklachten voorkomen? Probeer tillen te vermijden: het lijkt misschien een open deur, maar probeer zo weinig mogelijk te tillen en zoveel mogelijk hulpmiddelen te gebruiken. 10 Gouden regels voor verstandig tillen: 1. Buk en til niet onnodig, gebruik waar mogelijk hulpmiddelen. 2. Verstandig tillen kost net zoveel tijd als onverstandig tillen: doe het dus met verstand. 3. Bedenk vooraf hoe en waarheen u de last gaat verplaatsen, zodat u rekening kunt houden met eventuele moeilijkheden 4. Bepaal vooraf het gewicht van de last; til niet te veel ineens. Vraag uw collega s om hulp bij zware en grote voorwerpen. 5. Ga steeds recht voor de last staan en til nooit met gedraaide rug: verplaats uw voeten als u moet draaien. 6. Bepaal het zwaartepunt van de last en zoek een goede balans alvorens met het echte tillen te beginnen. 7. Til met twee handen, hou de last zo dicht mogelijk bij het lichaam, voorkom dat u moet reiken en til niet hoger dan schouderhoogte. 56

58 8. Buig door de knieën, hou de rug zoveel mogelijk recht, beweeg langzaam. Gebruik vooral uw buik- en beenspieren. Hetzelfde geldt voor het neerzetten van de last. 9. Zorg dat de weg vrij is van obstakels als u moet lopen met de last, gebruik stroeve schoenen bij gladde vloeren. 10. Luister naar uw lichaam; neem signalen serieus. Beginnende klachten kunnen snel erger worden. U voelt zelf het beste wat uw rug wel en niet kan hebben. Wat te doen als u toch moet tillen? Maak gebruik van de hulpmiddelen, zorg ervoor dat u niet vaak hoeft te tillen. Dat geldt zeker voor voorwerpen die zwaarder zijn dan 25 kg. Maak dan gebruik van de beschikbare apparatuur en hulpmiddelen, zoals heftrucks, takels, jukken, hijskranen, karretjes, etc. Gebruik ze! Draag de juiste kleding: met warme spieren is het beter werken dan met spieren die koud zijn. Te nauwe kleding, bijvoorbeeld smalle broekspijpen, belemmeren de beweging. Zorg voor een veilige werkplek: de werkplek moet zodanig zijn ingericht dat de kans op rugletsel zo klein mogelijk wordt. Controleer regelmatig dat ook dat inderdaad het geval is. Let daarbij op de volgende zaken: - Zorg dat er voldoende hulpmiddelen beschikbaar zijn en gebruik ze ook. - Pas op met gladde vloeren. Let op met voorwerpen waarover u kunt struikelen. Zet ze uit de looproute. 57

59 2.28 Veilig hijsen Hijsgereedschappen zoals kettingen, hijsbanden en takels worden jaarlijks gecontroleerd en bij goedkeuring voorzien van een kleurcode of sticker met jaartal. De jaarlijkse controle wordt visueel gedaan door een deskundig persoon. Eénmaal per vier jaar wordt hijsmaterieel beproefd door een daartoe erkende instantie. Verder dienen voor veilig hijsen de volgende regels in acht te worden genomen: Vóór elk gebruik moet hijsmaterieel visueel worden gecontroleerd. Zie 2.29 Hijsgereedschap en uitvalbeveiliging tijdens hijsen. Controle is het nazien of de staat waarin het gereedschap of machine verkeert, geschikt is voor gebruik. De aangegeven werklast mag nooit worden overschreden. Touw als hijsmateriaal is verboden (mag wel als stuurlijn worden gebruikt). De werkplek onder de last moet deugdelijk zijn afgezet, zodat niemand zich onder de last kan begeven. Het dragen van een veiligheidshelm bij hijswerkzaamheden is verplicht. Bij complexe werkzaamheden met een kraan is een hijsplan verplicht. Hijswerkzaamheden moeten worden beëindigd bij windsnelheden boven windkracht 6 (zie 2.18 Werken bij storm). Bij onweer: de kraan en zijn omgeving verlaten. De kans op letsel voor diegene die onder de kraan staat is dan zeer groot. Immer, er ontstaat bij hijskranen een directe verbinding via de staalkabel naar beneden! Gebruik goed passend hijsgereedschap voor het aanslaan en hijsen van een last. Hijsgereedschap moet zowel aan of om de last als aan de kraanhaak op de juiste wijze worden aangeslagen. Gebruik geen beschadigde hijsbanden. Voorkom scherpe hoeken door gebruik te maken van hoekbeschermers of stophout, dit om extra slijtage of knappen van draad of kabel te voorkomen. Hijsen van gas- en zuurstofflessen is alleen toegestaan als deze goed zijn vastgemaakt in een flessenbak of korf. Veilig hijsen = Vakmanschap bewijzen Meer voorschriften over het gebruik van hijsmiddelen zijn opgenomen in het Chauffeurshandboek van BUKO. 58

60 2.29 Hijsgereedschap en uitvalbeveiliging tijdens hijsen Bij het toepassen van hijsgereedschap zijn de volgende veiligheidspunten van groot belang. Elk hijsgereedschap dient voorzien te zijn van geldige certificaten. Hijsgereedschappen dienen in goede staat te zijn. Controleer altijd de aangegeven capaciteit (staat op het hijsgereedschap). Controleer de hijspunten aan de last. Volg de instructies op. Draag er zorg voor dat hijsgereedschap en/of hijspunten niet beschadigen. Denk hierbij ook om de beschadiging van klepjes. Gebruik van uitvalbeveiligingen bij kanaalplaat-, stenen- en blokkenklemmen is verplicht indien men hoger hijst dan 1 meter! 2.30 Aanslaan van de last Het aanslaan van lasten mag alleen geschieden door personen die hiermee vertrouwd zijn en tenminste 18 jaar zijn. Lasten die zodanige gebreken vertonen (bijvoorbeeld ondeugdelijk bevestigde hijsogen) dat bij hijsen gevaar bestaat voor vallen door bezwijken van de gehele last of delen ervan, mogen niet worden aangeslagen en gehesen. Voor het aanslaan en hijsen van lasten moet goed passend hijs- en hefgereedschap worden gebruikt. Het hijs- en hefgereedschap moet zowel aan of om de last, als aan de kraanhaak, op de juiste wijze worden aangeslagen zodat het onverwacht vallen van de last of delen daarvan zowel tijdens het oppakken of neerzetten als tijdens overige hijsbewegingen niet kan plaatsvinden. Let bij het aanslaan van een last op het volgende: 1] Bij het aanslaan van een last moet worden zorggedragen dat het hijs- en hefgereedschap niet kan beschadigen door buiging over scherpe kanten. Op plaatsen waar beschadiging dreigt moeten kantbeschermers worden toegepast. 2] Persklemmen van staalkabels mogen niet op buiging noch op openscheuren worden belast. 59

61 3] Indien de bevestigingsorganen van het hijs- en hefgereedschap (ringen, lussen e.d.) door hun te kleine afmetingen niet om de kraanhaak kunnen worden aangebracht, moet tussen kraanhaak en het hijs- en hefgereeedschap een voldoende sterke, lange en passende voorloop, voorzien van een veiligheidshaak, worden aangebracht. Dit geldt ook indien men wil voorkomen dat een onhandelbaar grote en zware kraanhaak (met kraanhaak en mantelblok) zijdelings door een wandopening of onderdeks in een schip moet worden weggetrokken. 4] Bij het aanslaan van een uit langwerpige voorwerpen samengestelde last (zoals buizen, pijpen, rond hout e.d.) moeten maatregelen zijn getroffen die voorkomen dat er delen uit de hijs schieten. Dit kan door middel van het toepassen van een hijsbalk. De last moet zoveel mogelijk in horizontale stand worden gehouden. 5] Bij het aanslaan van lasten moet het hijs- en hefgereedschap zodanig worden bevestigd dat de bevestigingsorganen, zoals eindschalmen, ringen, ogen en lussen of de stroppen, tijdens het hijsen niet worden overbelast als gevolg van een verkeerde stand of een verkeerde ondersteuning. Indien het bevestigingspunt te klein is om voldoende ruimte aan de bevestigingsorganen of de stroppen te bieden, moeten deze via één of meer voldoende grote en sterke sluitings worden verzameld en door middel hiervan aan de kraanhaak worden bevestigd. 6] Indien de parten van het hijs- of hefgereedschap met elkaar een hoek vormen, moet de buitenhoek zo klein mogelijk worden gehouden. Dit omdat bij het groter worden van deze buitenhoek de kracht in de parten toeneemt. - De buitenhoek mag nimmer groter zijn dan De binnenhoek mag nooit groter zijn dan In geval van hijsen aan 2 of meer oogbouten of oogsnoeren mag de buitenhoek niet groter zijn dan

62 - Indien kettingen of hijsbanden gestropt worden aangeslagen dient de werklast te worden gereduceerd met 20% dan wel de werklast te worden vermenigvuldigd met een belastingsfactor van 0,8. - Bij gebruik van ketting- en staalkabelsamenstellen is de totale werklast afhankelijk van onder andere: * de wijze van aanslaan; * het aantal parten; * de buitenhoeken; * de sterkte van het enkele part; * symmetrische of asymmetrische verdeling van de kast. Berekenen van de werklast bij wijze van aanslaan: Enkel 2-sprong Eindloos 0 Factor 0, Factor 1, Factor 0,8 Factor 1,6 Factor 2x2 Diameter ketting Werklast Werklast Werklast Werklast Werklast

63 Belasting bij hijsen? Hoe groter de sprei, des te erger de pijn! 2.31 Gebruik portofoon bij hijswerkzaamheden Maak afspraken met de machinist over het gebruik van de portofoon. Zorg ervoor dat er altijd maar één medewerker is die de aanwijzingen geeft! Houd de informatie kort en duidelijk. Noem hierbij altijd de naam van de machinist. Blijf informatie geven tijdens het werken met de kraan, bijvoorbeeld: zwenken, stok (gelijk aan hand- en armseinen). Spreek een referentiepunt af en gebruik dit in plaats van links/rechts Hand- en armseinen bij hijswerkzaamheden Gebruik tijdens het hijsen de algemeen geldende hand- en armseinen. Een overzicht van deze hand- en armseinen is opgenomen op de volgende bladzijde. 62

64 63

65 2.33 Werken met de autolaadkraan Bij elke autolaadkraan is door de leverancier een bedieningshandleiding geleverd. Bestudeer de bedieningshandleiding bij uw kraan zorgvuldig. Het onvoldoende bestuderen van de handleiding kan leiden tot dodelijke ongevallen of ernstige schade. Neem deze daarom eerst zorgvuldig door voordat u de autolaadkraan gaat gebruiken. Volg de aanwijzingen voor gebruik, bediening en onderhoud van de kraan precies op. In deze paragraaf worden een aantal belangrijke VGM regels beschreven die ertoe moeten leiden dat veilig met de autolaadkraan gewerkt kan worden. Algemeen Uitsluitend personen met de nodige vakkennis en kraanervaring mogen de kraan gebruiken. Werk nooit met de kraan als u ziek, uitgeput, of onder invloed van medicijnen, alcohol of drugs bent. U mag de kraan uitsluitend in de open lucht, of in ruimtes met voldoende ventilatie gebruiken. Als u de kraan gebruikt in een afgesloten ruimte, kunt u stikken door de uitlaatgassen van het voertuig. Gebruik de kraan nooit tijdens sterke wind of storm. Bij windsnelheden hoger dan windkracht 8 (zie 2.18 Werken bij storm) gedraagt de kraan zich onvoorspelbaar. Gebruik de kraan NOOIT tijdens onweer. Gebruik de kraan alleen op een vlakke bodem. De maximaal toegestane helling voor uw kraan staat in de Technische Gegevens. De kraan kan ongecontroleerd gaan bewegen op de helling die groter is dan toegestaan. Gebruik uw kraan uitsluitend voor het laden en lossen van vrachten. De kraan dient te allen tijde ingevouwen te zijn dan wel plat op de bak te liggen bij het rijden. Gebruik bij het aanpikken van de last uitsluitend goedgekeurde ladders. Hef nooit personen met de kraan! Uitsluitend kranen die zijn uitgerust en goedgekeurd met een hoogwerkbak voor het heffen van personen, mogen gebruikt worden om personen te heffen. De belastingsplaat en lastdiagram op uw kraan geven aan welke lasten u maximaal kunt heffen in het werkbereik van uw kraan. Uw kraan is beveiligd tegen overbelasting met een Lastmoment-beveiliging (LMB). Gebruik de LMB-overbrugging uitsluitend om de kraan uit een geblokkeerde positie te halen. Gebruik de LMB-overbrugging nooit om bewust de kraan te belasten! Verander nooit de instelling van de veiligheidsventielen! 64

66 Voorbereidingen voor gebruik Zorg ervoor dat er geen onbevoegde personen binnen het werkbereik van uw kraan zijn! Baken het werkbereik af, bijv. met markeringsbakens en doe de waarschuwingslichten van het voertuig aan. Zorg dat de onderdelen van de kraan niet in contact kunnen komen met een elektriciteitsleiding, ter voorkoming dat u wordt geëlektrocuteerd! Houd de volgende minimumafstand tussen de kraan en bovengrondse elektriciteitsleidingen tenzij anders is voorgeschreven door nationale regels. Tabel 1: Minimumafstand tussen kraan bovengrondse elektriciteitsleidingen Spanning (Volt) < 500 V (woonhuizen) V (trein, tram) >40000V (hoogspanning) Minimumafstand tot geïsoleerde leiding 0,5 meter 2 meter 1,5 meter 4 meter (komt niet voor) Minimumafstand tot niet geïsoleerde leiding 6 meter Onderneem verder de volgende acties ter voorbereiding op de kraanwerkzaamheden: Zet het voertuig op de handrem! Anders kan het voertuig gaan schuiven tijdens het heffen. Gebruik nooit de steunpoten als handrem, Ook dan kan het voertuig gaan schuiven. Zet een veiligheidshelm op. Controleer of de bodem voldoende stevig is. Controleer ook of de bodem niet ondergraven is. Let op riolering, kelders, graafwerk-zaamheden enz. de kraan en de steunpoten mogen niet kunnen wegzakken! 65

67 Gebruik op een bodem die niet stevig genoeg is, stempelplaten onder de steunpoten voor extra draagkracht. Let hierbij op de volgende zaken: 1] zorg dat u de steunpoten kunt zien als u ze bedient; 2] pas op dat u de steunpoten niet op uw voet laat zakken; 3] plaats oploopblokken onder de wielen op een gladde bodem (bijv. door bevriezing); 4] controleer of de hefgereedschappen en hefhulpstukken in goede staat zijn! 5] controleer of er geen obstakels zijn binnen het werkbereik. Gebruik van de kraan Controleer steeds of er geen onbevoegde personen in het werkbereik van de kraan zijn! Zorg dat u altijd de last kunt zien. Laat bij onvoldoende zicht op de last iemand anders u aanwijzigen geven. Verrijd het voertuig nooit als er een last aan de kraan hangt. Loop of sta nooit onder een hangende last. Ga bij het bedienen nooit onder de kraangiek of de last staan. Als de kraangiek een hoge positie heeft (hefarm boven 70 ), laat dan de arm niet op volle snelheid zakken. De kraan kan ongecontroleerd gaan bewegen. Pas in het bijzonder op als de LMB een voorwaarschuwing geeft! Bedien de kraan met rustige en vloeiende hendelbewegingen. Beëindigen kraanbediening Beëindig de kraanbediening altijd als volgt: - vouw de kraan in; - trek de steunpoten en steunpootbalken in; - vergrendel de steunpoten en steunpootbalken; - controleer of de vergrendelingen goed functioneren; - schakel het bedieningssysteem uit. Rijd daarna pas weg met het voertuig. Verrijd het voertuig nooit als er een last aan de kraan hangt! Voordat u gaat rijden: - let erop dat de hoogte en breedte van de kraan in transportpositie geen gevaar kunnen opleveren voor doorrijd hoogtes van viaducten, tunnels enz. - let op bovengrondse elektriciteitsleidingen! 66

68 2.34 Werken met de hydraulische kipper Het werken met een kipper brengt risico s met zich mee. De volgende instructies dienen daarom streng nageleefd te worden ter verhoging van de veiligheid van de chauffeur. Overtuig u ervan dat er geen persoon in de nabijheid van de kipper staat voordat u gaat kippen. Overtuig u ervan dat er geen persoon langs de kipper staat wanneer u de multikap of het hydraulische zijbord gaat bedienen. Bedien de kipper nooit in een onvoldoende verlichte ruimte. Overtuig u ervan dat de klep ontgrendeld is voordat u gaat kippen. Indien de klep manueel ontgrendeld moet worden ga dan tijdens het ontgrendelen nooit in het bereik van de klep staan, daar de klep kan openschieten. Indien u de deuren van een dubbele Franse klep wil openen en u merkt dat er een grote spanning op de deuren werkt, moet u eerst de oorzaak van deze spanning wegnemen. Indien u naar achter gaat kippen met een in het midden geopende dubbele Franse klep, moeten de deuren altijd aan de laadbak vergrendeld worden. U moet er ook voor zorgen dat de veiligheidspennen onder de sluitingshaken geplaatst zijn, daar het pendelen van de klep tijdens het kippen kan leiden tot ernstige schade. Open of ontgrendel nooit een deur, klep of bord van een gekipte laadbak. Kippen met een gesloten klep kan aanleiding geven tot kantelen. Indien men tijdens het kippen merkt dat de lading niet loskomt, laat de kipper dan op ± 20 gekipt staan en loop met een grote boog om de kipper heen om de oorzaak te onderzoeken. 67

69 Voordat u belemmeringen verwijdert moet u de laadbak laten zakken. Ga nooit onder een gekipte laadbak staan voordat u hem ondersteund heeft met de op de laadbak aangebrachte veiligheidssteun of met een steun volgens de door ons opgegeven specificaties. Laat u vrachtwagen nooit achter met een gekipte laadbak. Overtuig u ervan dat u de lading goed verdeeld is teneinde kantelen en overschrijding van de maximale asbelasting te voorkomen. Indien de lading teveel naar voren ligt kan met het hydraulisch systeem tijdens het kippen overbelasten. Overtuig u ervan dat de wagen op een vlakke vaste ondergrond staat teneinde kantelen te voorkomen. Wanneer u denkt dat er gevaar bestaat dat de kipper kantelt, laat dan de laadbak direct zakken en onderzoek de oorzaak. Let s winters op met een lading die tijdens het transport tegen de laadbak kan vastvriezen. Dit vastvriezen kan er de oorzaak van zijn dat de kipper kantelt of het hydraulisch systeem overbelast wordt. Nooit uit een kantelende kipper springen maar plaats u stevig in uw stoel en houd het stuur stevig vast. Nooit de lading uit de kipper schudden door te rijden en te remmen. Verhoog nooit de werkdruk waardoor er beschadiging van het hydraulisch systeem kan optreden. Zorg ervoor dat uw kipper goed onderhouden is. Een goed onderhoud is een investering in tijd en veiligheid. 68

70 Samenvatting veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van schade: 69

71 70

72 2.35 Werken met graafmachines en shovels Grondverzetmachines (waaronder graafmachines en shovels) worden veel gebruikt in de wegenbouw. Het werken met deze vaak zeer wendbare machines vraagt niet alleen vakmanschap van de machinist, maar ook van medewerkers die in de directe omgeving van de machines moeten werken. Om ongevallen te voorkomen gelden de volgende regels. Rijd nooit mee op grondverzetmachines! Dit is ten strengste verboden! Kom niet binnen de draaicirkel van de machine als u geen werk met de machine of vlak daarnaast hoeft uit te voeren. Zorg ervoor dat de machinist u altijd kan zien. Benader de machine dus altijd vanaf de cabinezijde. Blijf altijd op een veilige afstand naast een achteruitrijdende machine. Vrachtauto s moeten een goed hoorbaar achteruitrijdsignaal hebben. Wees bij het laden van vrachtauto s bedacht op overstort. De lading kan dan namelijk op de cabine of naast de auto vallen. Chauffeurs moeten tijdens het laden in de cabine blijven Bijladen van accu s van verkeerslichtinstallaties Voor het opladen van accu s voor o.a. verkeerslichtinstallaties dienen de volgende voorschriften in acht genomen te worden. Voordat u de accu's gaat opladen, zet u de hoofdschakelaar uit. Zet een gelaatscherm op en trek een zuurschort aan. Voordat u de accu's aansluit altijd de ruimte voldoende ventileren i.v.m. de kans op knalgas. Er mag niet worden gerookt. Laat ook geen brandende peuken op het terrein achter. Door het accuzuur wordt de kleding aangetast. Draag daarom altijd een zuurbestendige broek. De roldeur openlaten tijdens het bijvullen. 71

73 2.37 Werken langs de weg De volgende zaken zijn van belang bij wegwerkzaamheden: Draag altijd een oranje goedgekeurd RWS veiligheidsvest (Rijkswaterstaat, met reflecterende strepen) dat schoon is. Bij werkzaamheden langs het spoor dient u een geel RWS veiligheidsvest te dragen. Bij werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopgang dient u tevens een broek met reflecterende strepen te dragen. Zet altijd de zwaailampen aan als u op een ongebruikelijke plaats stilstaat. Probeer het parkeren van de auto op fietspaden zoveel mogelijk te voorkomen. Zet de auto zover mogelijk in de berm en kijk uit met uitstappen. Zet de auto nooit te dicht op uw werkzaamheden, houdt wat ruimte vrij tussen de auto en waar u aan het werk bent, i.v.m. een mogelijke aanrijding. Let altijd goed op het verkeer. Let op de veiligheid van uzelf en op de veiligheid van uw collega, waarschuw als de ander iets niet ziet aankomen. Bescherm uzelf indien mogelijk door gebruik te maken van afzettingen. Zorg op de snelweg bij (vracht)wagens met pech voor wegsignalering, zo wordt het verkeer ver van te voren gewaarschuwd. In onveilige situaties of op onveilige/ drukke wegen kan in overleg met de wegbeheerder een rijstrook afgesloten worden. Zorg ervoor dat de te gebruiken bebakeningsmaterialen in goede staat van onderhoud verkeren. Zorg er verder voor dat alle bebakeningsmiddelen stabiel staan en dus niet kunnen omvallen, wegglijden of door de wind verdraaien. Plaats alle borden duidelijk zichtbaar: het beginpunt van het werkvlak moet goed zichtbaar zijn. Houd rekening met onder meer bochten en viaducten: rijd zelf langs de afzetting en bekijk of alles goed en duidelijk zichtbaar staat. Wees duidelijk in uw optreden tegenover weggebruikers en probeer correct te blijven. Plaats bij mist alleen wegafzettingen na goedkeuring van de wegbeheerder. Wees creatief en kom zelf met suggesties voor het bevorderen van de veiligheid van uzelf en van het verkeer. 72

74 2.38 Werken met asbest Asbest is een minerale vezel die, al of niet gebonden aan andere materialen (vooral in het verleden) is verwerkt in een scala van producten (bijvoorbeeld daken, vloeren, wanden, vensterbanken, bekledingsisolatie om leidingen, enz. ). Bij het slopen of verwijderen wordt het asbesthoudende product bijna altijd beschadigd. Indien hierbij asbestvezels vrijkomen kunnen deze zich, via inademen, duurzaam in het lichaam vestigen. Ze kunnen op den duur leiden tot onderstaande (ongeneeslijke) ziekten: asbestose (stoflongen, verlaging van de longcapaciteit waardoor overbelasting van het hart kan optreden); longkanker; mesothelioom (kanker van het long-, borst- of buikvlies). Iedere blootstelling aan asbest houdt risico s in, hoe klein ook de dosis. De periode tussen blootstelling en het zich mogelijk openbaren van de ziekte kan 10 tot 60 jaar zijn. Vanwege de ernstige gezondheidsrisico s geldt een verbod op het beroepsmatig gebruik van asbest. Het asbest dat in het verleden is aangebracht zal echter nog verwijderd moeten worden. Daarom is beroepsmatige blootstelling aan asbest nog tientallen jaren mogelijk. Voor deze asbestverwijdering (of sloop) gelden strenge wettelijke voorschriften. 73

75 2.39 Gebruik van de hogedrukreiniger ECO Toilet Op de vrachtwagens van ECO Toilet wordt gebruik gemaakt van een hogedrukreiniger. Bij het gebruik van deze hogedrukreiniger (de druk is kleiner dan 100 bar) zijn de volgende voorschriften van belang. De installatie moet altijd zijn voorzien van een duidelijke schriftelijke instructie. Bovendien mogen deze installaties uitsluitend worden gebruikt door voldoende opgeleid en geïnstrueerd personeel. Elektrische apparatuur binnen de afzetting moet zijn afgeschermd tegen binnendringen van water. De te bespuiten voorwerpen mogen niet ongewild in beweging kunnen komen: ze moeten zonodig zijn vastgezet (niet door erop te gaan staan). Er mag niet vanaf een ladder worden gewerkt met een hogedrukreiniger. De lans moet met beide handen goed vastgehouden worden. Houd de spuitlans goed vast. Er is een behoorlijke terugslag. Draag een veiligheidsbril. De waterstraal mag nooit op mensen en dieren gericht worden. De waterstraal mag nooit in open vuur of bijtende vloeistoffen gericht worden vanwege de dan vrijkomende hitte of waterdamp Overdrukinstallaties De meeste vrachtwagens van BUKO zijn uitgerust met een overdrukinstallatie. De overdruk is speciaal vervaardigd om in combinatie met een juist afgesloten cabine te zorgen voor aanvoer van gefilterde (en dus schone) lucht in de cabine. Door de hierdoor ontstane overdruk wordt het binnendringen van vervuilde omgevingslucht in de cabine voorkomen. De overdrukinstallatie beschermt de chauffeur dus tegen schadelijke gassen, dampen en stofdeeltjes. Bij elk vervoer van verontreinigde grond (boven klasse 2T, 0F) dient de overdruk ingeschakeld te worden, evenals de klimaatregelinginstallatie (airco). 74

76 De bescherming t.g.v. het gebruik van de overdrukinstallatie is alleen voldoende indien: de juiste filter is geïnstalleerd (afhankelijk van de soort verontreiniging); er genoeg overdruk wordt gecreëerd in de cabine; de recirculatieklep is afgesloten. Om te zorgen dat tijdens transport van verontreinigde grond de chauffeur optimaal is beschermd, moet voordat het transport van verontreinigde grond plaatsvindt de volgende procedure worden doorlopen. 1] Installatie nieuwe filter Voordat het transport plaatsvindt moeten nieuwe filters worden geïnstalleerd: - een stoffilter en/of; - een actief koolfilter. Op de filter moet de datum van installatie worden genoteerd. In het logboek moeten de gegevens van de filter worden genoteerd. Het logboek moet altijd in het voertuig bewaard worden. 2] Keuring van de overdrukinstallatie De keuring van de overdrukinstallatie moet gebeuren in de garage van BUKO. De monteurs hebben hiervoor een speciale overdrukmeter beschikbaar. Voor het keuren van de overdruk moeten de volgende stappen doorlopen worden: de ventilator in de vrachtwagen moet aangezet worden; de recirculatieklep moet gesloten worden, evenals de ramen en deuren van de auto; de overdruk in de auto moet met de overdrukmeter gemeten worden. 3] Indien de overdruk groter is dan 100 Pa Noteer de gemeten overdruk in het logboek. 4] Indien de overdruk kleiner is dan 100 Pa Zorg dat de overdruk in de cabine groter dan 100 Pa wordt, bijvoorbeeld via het dichtplakken van luchtgaten in de deuren. Indien de overdruk na reparatie groter dan 100 Pa is, moet de gemeten overdruk in het logboek worden genoteerd. 75

77 5] Het transport van verontreinigde grond kan plaatsvinden. Tijdens het transport: Wordt de overdrukinstallatie ingeschakeld, terwijl de recirculatieklep en de ramen zijn gesloten. Wordt de klimaatregelinginstallatie ingeschakeld, zodat de gemiddelde temperatuur in de cabine 22 graden Celsius is en blijft. De chauffeur noteert per dag in het logboek: - de datum wanneer onder overdruk is gereden; - de soort verontreiniging (indien bekend); - de instantie waarvoor gereden werd (opdrachtgever of aannemer); - een paraaf. Indien tijdens het transport in de cabine een geur van de verontreiniging wordt waargenomen, betekent dit dat de actief koolfilter is verzadigd. De volgende acties moeten dan worden genomen: - het transport dient onmiddellijk gestaakt te worden; - de filters dienen te worden vervangen (terug naar stap 1). Wisselen van de filters uit de overdrukinstallatie De filters zijn niet onbeperkt houdbaar. Stoffilters raken op een gegeven moment vol met stof en laten daardoor geen lucht meer door. Dit wordt gemerkt doordat de overdruk in de cabine zakt. Met een vol filter wordt geen 100 Pa overdruk gehaald. Actief koolfilters raken verzadigd met gassen en dampen, en laten daarna de gassen en dampen door zonder ze af te vangen. Indien de chauffeur in de cabine een geur van de verontreiniging waarneemt, betekent dit dat de actief koolfilter is verzadigd. Gebruikte filters kunnen een scala van gevaarlijke en giftige stoffen bevatten. Tijdens het verwisselen van filters kunnen deze stoffen vrijkomen. De chauffeurs mogen daarom nooit zelf de filters vervangen, dit moet altijd door een medewerker van de garage gebeuren. Tijdens het verwisselen van de filters gebruikt de garagemedewerker de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen: een saneringsoverall; chemicaliënbestendige handschoenen; ademhalingsbescherming. Verwijderde filters dienen behandeld te worden als chemisch afval. 76

78 Soorten filters Er bestaan 2 soorten filters: 1. Stoffilters Stoffilters bieden bescherming tegen stofdeeltjes, in de klassen P1, P2 en P3. Er bestaan 3 soorten stoffilters: P1, P2 en P3. Het P1 filter biedt minimale bescherming, terwijl het P3 filter zelfs tegen asbeststof beschermt. 2. Actief koolfilters Actief koolfilters bieden bescherming tegen gassen en dampen in de gevarenklassen T1, T2 en T3. De filters bestaan uit actief kool die de gassen en dampen absorberen. Het actief kool kan maar een beperkte hoeveelheid gassen en dampen absorberen, totdat het filter verzadigd is Lading met verontreinigde grond In verontreinigde grond kunnen zich gevaarlijke en voor de gezondheid schadelijke stoffen bevinden. De mogelijke gevaren van het werken met verontreinigde grond zijn: blootstelling aan stoffen die schadelijke effecten voor de gezondheid tot gevolg kunnen hebben; het ontstaan van brand of een (gaswolk)explosie, doordat in de grond vluchtige en/of brandgevaarlijke stoffen aanwezig zijn. De in de verontreinigde grond aanwezige stoffen kunnen hun schadelijke werking uitoefenen nadat zij op een of andere manier in het lichaam zijn opgenomen, terwijl een beperkt aantal stoffen juist werkzaam is op de plaats waar het lichaam ermee in aanraking komt. De mate van giftigheid van verschillende stoffen kan sterk verschillen. Opname door het lichaam kan plaatsvinden: via de ademhalingsorganen; via de huid; via de mond en het spijsverteringskanaal. De risico s voor de veiligheid en gezondheid lopen per verontreiniging sterk uiteen. Enerzijds hangt dat samen met de toxische of explosiegevaarlijke eigenschappen, anderzijds met de gehalten, de duur van de blootstelling en de fysische eigenschappen van de betreffende stoffen. Deze eigenschappen bepalen samen het gevaar van de blootstelling en de kans dat er explosieve mengsels ontstaan. 77

79 Aangezien niet altijd bekend is hoe sterk en met welke verontreinigingen de grond verontreinigd is, dienen chauffeurs die verontreinigde grond vervoeren de nodige voorzichtigheid en zorgvuldigheid in acht te nemen. Dit ter vermijding van gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van henzelf en/of anderen. Een belangrijke regel is dat de chauffeur in de verontreinigde zone (daar waar de bodem verontreinigd is) zijn auto niet mag verlaten. Speciale voorzieningen voor de vrachtwagen De cabines van het materieel op een verontreinigde locatie moeten tijdens de werkzaamheden binnen de verontreinigde zone of de schoonmaakzone stofdicht worden afgesloten en voorzien van: een goed werkende overdrukinstallatie met een adequaat type filter tegen de verontreinigde stoffen (bijv. stof- en koolstoffilters); een klimaatsbeheersingsinstallatie (airco); telecommunicatie apparatuur; E.H.B.O.-middelen. Nadat de vrachtwagen geladen is met verontreinigde grond, dient deze lading te worden afgedekt met de hydraulische kleppen. Medische keuring De chauffeurs die verontreinigde grond vervoeren moeten een jaarlijkse saneringskeuring ondergaan bij de arbodienst (ook wel chemie-keuring genoemd). Tijdens deze keuring wordt beoordeeld of de gezondheidstoestand van de chauffeur het transport van verontreinigde grond toelaat. De keuring wordt geregistreerd in het veiligheidspaspoort. Schoonmaken van de laadbak Het schoonmaken van de laadbak dient in principe plaats te vinden voordat de locatie waar de verontreinigde grond gelost is verlaten wordt. Deze locaties hebben daarvoor meestal voorzieningen en medewerkers die deze schoonmaak verzorgen. In de praktijk blijkt dat de schoonmaak regelmatig door de eigen chauffeurs dient te gebeuren. In dit geval mag de chauffeur dit alleen uitvoeren indien hij de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt: een goed sluitende overall met rits zonder zakken of openingen. De overall moet goed aansluiten over de werkschoenen of laarzen. Indien de overall is vervuild dient deze op de verontreinigde locatie achtergelaten te worden; 78

80 bij schoonspoelen of nat schoonborstelen van de laadbak dient ten minste vloeistofdichte overkleding en een gelaatsscherm gedragen te worden; veiligheidslaarzen of schoenen; werkhandschoenen met lange schacht van voldoende sterkte en ondoordringbaarheid voor aanwezige verontreinigingen; een halfgelaatsmasker met ABEK- en P3-filter; oog- of gezichtsbescherming indien contact mogelijk is met verontreinigd water. Deze persoonlijke beschermingsmiddelen moeten beschikbaar zijn op de loslocatie. Indien dit niet het geval is kunt u de PBM s opvragen bij uw leidinggevende of bij de afdeling KAM Werken met een bovenloopkraan Bovenloopkranen mogen uitsluitend worden gebruikt door personen van tenminste 18 jaar of ouder, die na een gedegen instructie (mede op basis van de gebruikershandleiding) met de bediening ervan vertrouwd zijn. Dit dient schriftelijk door de Directie te worden bevestigd aan de betreffende medewerkers. Houdt bij het gebruik van bovenloopkranen de volgende maatregelen in acht: controleer dagelijks de hijsgereedschappen; rijdt alleen dan met een last in de kraan wanneer het kraanboek/de hijstabel dat toestaat (zie ook hoofdstuk 2.30 Aanslaan van de last); beperk de hijsbewegingen boven de omgeving tot een minimum; niet over personen hijsen; waarborg een goede communicatie tussen de bij het hijsen van een last betrokken personen; hijs niet aan emballagemateriaal zoals binddraad (tenzij de fabrikant aangeeft dat dit verantwoord is); hijs klein materieel nooit in de stroppen maar in speciale hijscontainers. 79

81 2.43 Werken met hoogwerkers Om te kunnen werken op moeilijk bereikbare plaatsen kan een hoogwerker worden gebruikt. Een hoogwerker is een verplaatsbaar hefwerktuig, ingericht voor het heffen van personen en verrichten van werkzaamheden. Hoogwerkers mogen uitsluitend worden gebruikt door personen van tenminste 18 jaar of ouder, die na een gedegen instructie (mede op basis van de gebruikershandleiding) met de bediening ervan vertrouwd zijn. Dit dient aantoonbaar te zijn door middel van een geldig hoogwerkercertificaat of anders schriftelijk door de Directie te zijn bevestigd aan de betreffende medewerker. Het heffen en verplaatsen moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren. Het inof uitstappen op hoogte is niet toegestaan. Met een hoogwerker mogen in de regel geen hijswerkzaamheden worden verricht. Slechts handgereedschappen en/of benodigde materialen mogen worden vervoerd. Deze mogen niet buiten de werkbak uitsteken. Bij kans op aanrijdingen moeten er afzettingen worden geplaatst, bijvoorbeeld met hekken of kegels. Zonodig moet het verkeer in overleg met de wegbeheerder worden omgeleid. Een hoogwerker is in de regel voorzien van een werkbak met 1,10 meter hoog leuningwerk. Dit voldoet aan de eisen die het Arbobesluit stelt om valgevaar vanaf een werkbordes te voorkomen, zonder gebruik te hoeven maken van een veiligheidsgordel. In de volgende situaties kan het noodzakelijk zijn om toch een harnasgordel te gebruiken: bij rijden met de werkbak op hoogte; bij hoogwerkertypes waarbij de werkbak als gevolg van zijn constructie tijdens de vlucht bloot staat aan hoge versnellingen en/of vertragingen; bij gebruik van zwaar gereedschap en/of ander fysiek belastende werkzaamheden waarbij het bovenlichaam zich buiten het leuningwerk kan bevinden. Dit dient per locatie door de verantwoordelijke uitvoerder te worden beoordeeld. 80

82 Controleer vóór gebruik van een hoogwerker de volgende aandachtspunten. 1. Ondergrond opstellocaties - Ondergrond moet vlak en draagkrachtig zijn. - Niet opstellen boven putten, leidingen of op geroerde grond. - Stempels uitzetten volgens de gebruikershandleiding. 2. Rijden met werkbak op hoogte - Alleen op een vlakke ondergrond rijden. - Met beperkte rijsnelheid. - Hoogte volgens gebruikershandleiding (hoe lager hoe veiliger). 3. Wind - Hoogwerker gebruiken t/m windsnelheid 12,5 m/s (krachtige wind, ± windkracht 6) (tenzij gebruikershandleiding anders zegt). 4. Communicatie/aanrijdgevaar - Voorkom aanrijdgevaar met andere mobiele machines (zoals hijskranen). - Zorg voor een sluitende communicatie. - Zet zonodig het werkgebied af met verkeersmiddelen. 5. Juist gebruik - Gebruik de hoogwerker niet als hijskraan. - Neem slechts handgereedschappen mee en materialen die niet te zwaar zijn en niet buiten de werkbak steken. 6. Bestuurder - De bestuurder dient een gedegen opleiding/instructie te hebben gevolgd voor het bedienen van de hoogwerker. - De bestuurder dient 18 jaar of ouder te zijn. - De bestuurder mag de hoogwerker slechts bedienen vanaf de daarvoor bestemde positie. 7. Valgevaar - Draag in de werkbak een gordel: met korte lijn en lijnklem. - Ga niet op leuningen staan en stap niet uit de werkbak op hoogte. 81

83 2.44 Specifieke voorschriften petrochemie (Shell-locaties) Iedereen die zich op een Shell terrein begeeft dient zich te houden aan de geldende "Veiligheids- en gedragsregels". Deze regels worden aan eenieder verstrekt die het terrein voor de eerste maal betreedt met een tijdelijke of permanente toegangspas, ook getoond in een voorlichtingsfilm. Bezoekers krijgen bij binnenkomst een informatiefolder waarin de belangrijkste regels staan vermeld. Een samenvatting van enkele belangrijke zaken uit de "Veiligheids- en gedragsregels" van Shell Nederland Chemie BV en Shell Nederland Raffinaderij BV zijn: Het gebruik van open vuur door personen of bedrijven is verboden. Er mag alleen worden gerookt in speciaal daarvoor bestemde ruimtes, die zijn gemarkeerd met een groene sticker. Het is verboden om alcohol of drugs te gebruiken of in het bezit te hebben, en/of onder invloed te verkeren van alcoholhoudende dranken en/of drugs. Eten en drinken mag alleen in de daarvoor bestemde (sociale) ruimte of kantine. Het is verboden om op geïsoleerde en ongeïsoleerde leidingen te lopen of te klimmen. Het is op het hele terrein verboden te fotograferen, te filmen of videoopnames te maken. U dient op verzoek van beveiligingsmedewerkers een legitimatiebewijs te kunnen tonen. Op de Shell-terreinen zijn alle eisen en regels van de Wegen Verkeerswet (WVS) en het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) van toepassing en is men verplicht om deze regels op te volgen. Belangrijke zaken hieruit zijn: - de maximumsnelheid bedraagt 40km/uur voor zover geen verdergaande beperkingen zijn aangegeven; - u dient zich strikt te houden aan wegafzettingen en aan alarm- en stopsignalering; - het voeren van verlichting is op de doorgaande terreinwegen van zonsondergang tot zonsopgang van toepassing voor alle voertuigen die deelnemen aan het verkeer; - het volume van de autoradio moet zodanig afgesteld zijn, dat alarmsignalen hoorbaar zijn; - reparaties aan privé-voertuigen op het Shell-terrein zijn niet toegestaan, tenzij dit noodzakelijk is om in of op het privé- voertuig het terrein te kunnen verlaten; 82

84 - bij het verlaten van een voertuig moet de motor altijd worden uitgeschakeld; - tijdens het autorijden mag niet handsfree gebeld worden: handsfree bellen in een stilstaande wagen op een veilige locatie; - parkeer nooit op, voor of nabij brandwaterhydranten, brandblussers, brandmelders, brandschermen, blusputten, nooddouches, in-en uitgangen van fabrieken en tankparken, brandweergarages, gasalarmeringspalen en afsluitbomen die gebruikt worden voor het afzetten van wegen, geplaatste wegbebakening bij wegopbrekingen, vluchtwegen en veiligheidsmiddelen. U bent verplicht deugdelijke werkkleding te dragen en een standaardpakket persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) te dragen in fabrieken, installaties, werkplaatsen, platwegen, leidingtrace's, tankenparken, bulk laad- en losplaatsen, nieuwbouwlocaties en verder alle plaatsen waar dit aangegeven is. Het standaardpakket PBM's dient te bestaan uit: - overall of tweedelig werkpak, vervaardigd van niet-vlamonderhoudend en antistatisch materiaal; - overjas met reflecterende strepen en/of regenkleding vervaardigd van niet-vlamonderhoudend en antistatisch materiaal; - veiligheidshelm; - veiligheidsschoenen; - veiligheidsbril met zijkapjes. Daarnaast gelden bij een aantal fabrieken specifieke eisen, zoals vluchtmaskers en gasdetectie. In de auto's dienen ten minste de volgende zaken aanwezig zijn: - één veiligheidshesje, in vrachtwagens twee; - P2 poederblusser. Op de locatie Pernis is met veiligheidszone-indeling aangegeven welke verboden en verplichtingen gelden en welke (extra) PBM's verplicht zijn in de betreffende zone. Voor het verrichten van werkzaamheden in fabrieken en installaties is een werkvergunning vereist, die wordt verstrekt door een daartoe geautoriseerde medewerker. Zorg ervoor dat de werkplek in fabriek, installatie, werkplaats of kantoor, goed toegankelijk en opgeruimd is. 83

85 Alleenwerken brengt soms onaanvaardbare risico's met zich mee. Om deze risico's te beheersen gelden de volgende regels: - voer werkzaamheden waarbij acuut gevaar aanwezig is en waarbij een ongeval mogelijk niet onmiddellijk wordt gesignaleerd nooit alleen uit; - zorg bij werkzaamheden met matig gevaar, waarbij u lange tijd niet gehoord of gezien wordt, voor adequate en passende communicatiemiddelen, zoals telefoon of portofoon. Gooi afval in de voor dit doel geplaatste afvalbakken of containers. Het afval dient op de ter plaatse aangegeven wijze gescheiden te worden. Stel u voor aanvang van de werkzaamheden op de hoogte van: - de dichtstbijzijnde plaats waar Shell-medewerkers aanwezig zijn om een onveilige situatie of incident te melden of om advies te vragen; - de plaats van de dichtstbijzijnde telefoon, blusmiddelen, nooddouche en brandmelder; - de plaatsen van nooduitgangen en noodtrappen; - de windrichting van de dichtstbijzijnde veilige verzamelplaats. Bij het horen van het alarmsignaal op het Shell-terrein moet u: - indien u in een kantoor bent: in het kantoor blijven, ramen en deuren sluiten en nadere instructies afwachten via de interne communicatie; - bij het verlaten van de werkplek moet open vuur worden gedoofd en elektrische of dieselgedreven apparatuur worden uitgeschakeld; - tijdens het verlaten van de werkplek andere medewerkers op het alarmnummer attenderen; - de betreffende fabriek verlaten, dwars op de windrichting en verzamelen op een bij de fabriek aangegeven verzamelpunt, aangeduid met "Evacuation Station", en nadere instructies afwachten; - indien u in of op een voertuig rijdt: bij wegafzettingen met signaalpalen "Stoppen/gasgevaar" direct langs de kant van de weg parkeren en de motor, verlichting en radio van het voertuig uitzetten; - indien het voertuig in het bedreigd gebied aanwezig is: direct het voertuig verlaten en dwars op de windrichting naar de dichtstbijzijnde verzamelplaats begeven. Medewerkers van onderaannemers die werkzaamheden gaan verrichten op het terrein dienen in het bezit te zijn van de diploma's "Basisveiligheid (VCA)" of "Veiligheid voor operationeel leidinggevenden (VOL-VCA)". 84

86 2.45 Plaatsen units op Shell-locaties Voor het plaatsen van units op Shell-locaties gelden speciale voorschriften. Deze zijn uitgebreid beschreven in het document "KAM/02&09-VCA-W.009 Werkinstructie plaatsen van units op Shell-locaties". Dit document is aanwezig bij de BUKO uitvoerder op de Shell-locatie of op te vragen bij de afdeling KAM. Een aantal aandachtspunten: Voor het lossen van units dient gebruik te worden gemaakt van een goedgekeurde aluminium ladder. De ladder dient een brede uitloop te hebben met aan de onderzijde een steunbalk. De chauffeur dient ervoor te zorgen dat de ladder tegen wegglijden beschermd is. Boven windkracht 6 of meer mag de ladder niet gebruikt worden. De chauffeur/monteur mag niet op de unit klimmen. Na het aanhaken van de hijskettingen haalt de chauffeur de ladder weg en hijst de unit van de vrachtwagen (afstandbediening). Daarbij dient de chauffeur voldoende afstand te houden van de te hijsen unit (minimaal 2 meter). Indien er werkzaamheden moeten plaatsvinden op hoogte, dient gebruik te worden gemaakt van goedgekeurde harnasgordels. De units mogen niet via een ladder worden beklommen, maar via een vooraf opgestelde goedgekeurde vaste steiger. De harnasgordels dient bevestigd te worden aan twee speciaal daarvoor ontwikkelde palen in de hoekpunt van de unit. Aan elke paal dient een valbeveiliger te worden bevestigd die vervolgens elk aan de harnasgordel worden bevestigd. 85

87 2.46 Werken in nabijheid van hoogspanningsmasten In het dichtbevolkte Nederland zijn er veel bovengrondse lijnen, bijvoorbeeld van het elektriciteitsnet of van trein of tram. Aanraken van elektriciteitslijnen kan elektrocutie veroorzaken. Het te dicht naderen van een lijn kan leiden tot overslag door de lucht. Vandaar dat: Arbeidsmiddelen zodanig moeten worden opgesteld dat er geen gevaar optreedt van elektrocutie. Machines waarvoor gevaar van omvallen bestaat (zoals hijskranen) moeten zodanig worden ingezet dat zij bij omvallen buiten de gevarenzone blijven. Elektriciteitslijnen zoveel mogelijk buiten de bouwplaats moeten worden geleid of spanningsloos worden gemaakt. Als dit niet mogelijk is moeten er hekken of waarschuwingsborden worden geplaatst. Het moet duidelijk zijn waar de gevarenzone zich bevindt. Deze is zo n 35 tot 78 meter breed, afhankelijk van het masttype, en wordt aangegeven door de lijnbeheerder. 86

88 Veilige afstand Specifieke afmetingen van de gevarenzone worden op verzoek door de lijnbeheerder van de energiemaatschappij verstrekt. De gevarenzone van een hoogspanningslijn wordt bepaald door: De hoogte van de lijn boven maaiveld. De horizontale afstand van de lijn tot de hartlijn van het leidingnet. De positie van de lijn in maximaal uitgewaaide toestand; de vereiste vrije ruimte. Deze is afhankelijk van de spanning op de hoogspanningslijn en is als volgt: 50 kv 110 kv 150 kv 220 kv 380 kv Vrije ruimte 3 meter 4 meter 4,2 meter 5 meter 6 meter Contact opnemen met de lijnbeheerder Op het eerste gezicht lijken alle luchtnetten vrij goed op elkaar. Op uiterlijke kenmerken van de leiding kan echter het spanningsniveau niet zomaar worden vastgesteld. Het is dus noodzakelijk om bij werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten vooraf contact op te nemen met de lijnbeheerder. Indien er een vooropname wordt uitgevoerd neemt de BUKO hoofduitvoerder hierover contact op met de opdrachtgever. Indien er geen vooropname heeft plaatsgevonden; neem dan eerst contact op met de BUKO projectleider zodat die e.e.a. kan navragen bij de opdrachtgever vóór aanvang van het werk. Werken binnen de gevarenzone Als het noodzakelijk is om binnen de gevarenzone te werken mag dat alleen onder toezicht van de werkverantwoordelijke van het energiebedrijf. Deze werkverantwoordelijke stelt de veiligheidsmaatregelen vast en controleert de daadwerkelijke uitvoering ervan. Mogelijke maatregelen die door het energiebedrijf worden vastgesteld: Spanningloos maken van de lijnen (geheel of gedeeltelijk). Hoogtebeperkingen stellen aan materieel, zodat de veilige maximum hoogte niet wordt overschreden. Schriklatten of balken aanbrengen aan beide zijden van de te passeren leidingen. Aarden van machines tegen opbouw van inductiespanningen. De giekbewegingen van de machine mechanisch laten begrenzen. 87

89 2.47 Werken met laserapparatuur Laserapparatuur wordt met regelmaat gebruikt op onze bouwlocaties voor maatvoering. Er zijn verschillende soorten lasers die risico s met zich mee kunnen brengen voor het verbranden van de huid en de ogen. Ogen zijn zeer kwetsbaar voor laserlicht Het meest kwetsbare orgaan voor laserlicht is het oog. Bescherming tegen laserstralen is vergelijkbaar met UV-bescherming. Afhankelijk van de kracht van de laser kan alle energie die in een laserbundel aanwezig is op een zeer klein oppervlak op het netvlies terecht komen. Deze puntbron kan schade aan het netvlies veroorzaken. Dit is afhankelijk van de duur van de blootstelling en van de golflengte van het licht. Laserbril Een laserbril biedt bescherming tegen blootstelling aan laserlicht. Voor laserbrillen gelden specifieke normen. Deze moeten voldoen aan de NEN- EN 207 norm. Indien u een laserbril gebruikt, controleer dan altijd vooraf of deze aan de NEN-EN 207 norm voldoet, dit moet vermeld zijn op de bril. Raadpleeg bij vragen of twijfel altijd direct uw leidinggevende. Veilig gebruik van lasers Houdt bij het gebruik van laserapparatuur de volgende aanwijzingen in acht: Lees vóór gebruik de bijgeleverde instructies van de fabrikant en volg deze op. Kijk nooit direct in een laserbundel. Voorkom opstelling op ooghoogte en houdt rekening met de omgeving. Gebruik geen waterpas of andere optische versterkers op dezelfde hoogte als de laserapparatuur, want de lens hiervan kan de laserbundel zodanig focussen dat er een groot vermogen ontstaat met gevaar voor blijvende oogschade. Voorkom overbodige spiegelende oppervlakken. Plaats geen glimmende voorwerpen of gereedschap in de laserbundel en voorkom weerkaatsing van de laserbundel op horloges en sieraden. Werk zoveel mogelijk in helder omgevingslicht: de pupil is dan kleiner en minder kwetsbaar. 88

90 2M Opletten 2 Veilig 1M Opletten 1 Veilig VGM Voorschriften Meestal klasse 1 of 2 lasers Op grond van maximaal toelaatbare lichtniveaus zijn lasers wat betreft hun stralingsgevaar ingedeeld in risicoklassen. Per klasse worden eisen gesteld aan het apparaat en aan de wijze van gebruik. De lasers die wij in gebruik hebben zijn meestal apparaten van klasse 1 of 2. Controleer vóór gebruik altijd de klasse van de laser! Deze staat vermeld op het apparaat. Klasse Omschrijving Maatregelen Zeer laag vermogen lasers of ingekaste lasers. Lasers in het zichtbare en niet-zichtbare spectrum die onder normale gebruiksomstandigheden veilig voor de ogen en de huid zijn. Ook wanneer optische instrumenten worden gebruikt. Geen bijzonderheden. Bij normaal gebruik veilig in het golflengtegebied van 302,5 tot 4000nm. Gevaarlijk bij het gebruik van optische instrumenten, zoals divergerende lenzen binnen 10cm van de laser opening. Voorkom dat met optische instrumenten in de laserbundel wordt gekeken. Laag vermogen zichtbare lasers, die veilig zijn zolang er korter dan 0,25 seconde (knipper reflex) in de bundel wordt gekeken. De bundel van deze lasers valt in het golflengtegebied van 400 tot 700nm. Veilig omdat men tijdens normaal gebruik tijdig het hoofd weg draait van de bron en er direct een oogreflex optreedt (binnen 0,25 sec.). Als bij klasse 2: de bundel van deze laser valt in het golflengtegebied van 400 tot 700nm. Deze lasers zijn echter gevaarlijk bij het gebruik van optische instrumenten. Zorg dat de laserbundel boven of beneden ooghoogte is ingesteld. Zorg dat de laserbundel boven of beneden ooghoogte is ingesteld. Voorkom dat met optische instrumenten in de laserbundel wordt gekeken. 89

91 4 Zeer gevaarlijk 3B Direct gevaar 3R Potentieel gevaar VGM Voorschriften Klasse Omschrijving Maatregelen Leveren gevaar op in het golflengtegebeid tussen 302,5 en 10nm wanneer er direct in de laserbundel wordt gekeken. De maximale emissie (AEL = Accessible Emission Limit) is in het zichtbare golflengtegebied vijf maal hoger dan voor klasse-2-lasers en in de andere golflengtegebieden vijf maal hoger dan voor klasse-1-lasers. De bundel van lasers uit deze klasse levert in zowel het zichtbare als in het niet-zichtbare gebied een direct gevaar op wanneer in de bundel wordt gekeken. Verstrooide teruggekaatste bundel zijn normaal gesproken veilig op 13 cm afstand van het spiegelende oppervlak als de blootstellingtijd korter is dan 10 sec. Deze lasers leveren onder alle omstandigheden direct gevaar op, ook de verstrooide teruggekaatste bundels. Ze kunnen letsel veroorzaken aan ogen en huid, maar er kan ook brand ontstaan. Scherm de bundel af, voorkom dat deze zichtbaar is. Draag een laserbril. Leg een logboek aan met registratie van de laser, gebruiker en gebruik. Zorg voor voldoende opleiding van de gebruiker. Zorg voor een medisch dossier (PAGO, na ongeval). Gevaarsignalering op de toegangsdeur. Scherm de bundel af, voorkom dat deze zichtbaar is. Draag een laserbril. Leg een logboek aan met registratie van de laser, gebruiker en gebruik. Zorg voor voldoende opleiding van de gebruiker. Zorg voor een medisch dossier (PAGO, na ongeval). Gevaarsignalering op de toegangsdeur. Regel sleutelgebruik voor de laser en/of voor de ruimte. Zorg voor een zichtbare emissie indicator op de laseroutput Scherm de bundel af, voorkom dat deze zichtbaar is. Draag een laserbril. Leg een logboek aan met registratie van de laser, gebruiker en gebruik. Zorg voor voldoende opleiding van de gebruiker. Zorg voor een medisch dossier (PAGO, na ongeval). Zorg voor gevaarsignalering op de toegangsdeur. Regel sleutelgebruik voor de laser en/of voor de ruimte. Zorg voor een zichtbare emissie indicator op de laseroutput. 90

92 2.48 Laatste Minuut Risico Analyse (LMRA s) Een LMRA (Laatste Minuut Risico Analyse) wordt ook wel een stopmoment of startwerkanalyse genoemd. Dit is een laatste check die we uitvoeren vóór we aan het werk gaan. Een korte risicoanalyse, net voor de start van uw werkzaamheden. Een LMRA is een korte risico-beoordeling die u zelf uitvoert voordat u uw werkzaamheden daadwerkelijk gaat verrichten. Op het laatste moment. Voor het uitvoeren van een LMRA hoeft geen formulier te worden ingevuld. Het uitvoeren van een Laatste Minuut Risico Analyse hoeft niet langer dan een minuut te duren. Het gaat erom dat u vlak voordat u met het uitvoeren van de taak begint, nadenkt over de risico s, deze wegneemt of aanvaardbaar maakt. Een LMRA kan op ieder moment van elke dag, op de werkplek en direct voor aanvang van de werkzaamheden worden uitgevoerd. Dus niet alleen nadat de standaard voorzorgsmaatregelen zijn genomen, maar ook bij verandering van de werkzaamheden, weersomstandigheden, na een voorval op het werk of na een korte werkonderbreking. Het doel van een LMRA is het identificeren van de gevaren op de eigen werkplek en het terugdringen van risico s en gevaarlijke omstandigheden die tot een incident kunnen leiden. Zodat ongevallen voorkomen worden. Door oplettend te zijn en goed te reageren op veranderingen op de eigen werkplek die je veiligheid negatief beïnvloeden. De LMRA vervangt niet de klassieke risico-analyse. Het dient enkel als een extra beveiliging die wordt ingebouwd bovenop de reeds bestaande preventiemaatregelen. Het is beter vooraf nog eens goed na te denken over eventuele gevaren, in plaats van de gevolgen van deze gevaren te ervaren Doorloop steeds de volgende 3 stappen vóórdat u aan uw taak begint: Stap 1: Beoordeel het risico. Stap 2: Denk hierover na. Stap 3: Onderneem actie. 91

93 92

94 3. GEZONDHEID 3.1 Werktijden, rijtijden, pauze- en rusttijden, overwerk U wordt geacht op de hoogte te zijn van de wettelijk voorgeschreven rij- en rusttijden, deze zijn opgenomen in het Chauffeurshandboek. Voor de productiemedewerkers op de locatie Vuren gelden de volgende pauzetijden: 09:00 09:15 uur 10:45 10:55 uur 12:30 13:00 uur 14:45 14:55 uur Voor de werfmedewerkers op de locatie Zaltbommel gelden de volgende pauzetijden: 09:10 09:30 uur 11:00 11:10 uur 12:30 13:00 uur 14:45 15:00 uur 3.2 Ziek- en hersteldmeldingen, ziekteverzuimcijfers Ziek- en hersteldmeldingen dienen te geschieden volgens de werkinstructie Ziek- en hersteldmelding. Een kopie van deze instructie is op te vragen bij de afdeling Personeelszaken of bij de KAM-coördinator. Bij ziek- en herstelmeldingen wordt het formulier Ziek/Hersteldmelding ingevuld en opgestuurd naar de Arbodienst. Het is mogelijk dat de Arbodienst u tijdens u ziekte thuis een bezoek brengt of u een uitnodiging stuurt voor een bezoek aan de bedrijfsarts. Uw verblijfadres tijdens uw ziekteverzuim dient daarom bekend te zijn bij de administratie. Indien dit afwijkend is van uw woonadres, geef dit dan door bij uw ziekmelding. 93

95 3.3 Arbodienst Werkgevers zijn wettelijk verplicht om de benodigde deskundigheid op Arbo gebied in huis te hebben of te halen. Het gaat dan om: bedrijfsartsen, verpleegkundigen, arbeidshygiënisten, ergonomen, enz. Verplichte taken waarvoor elke werkgever een gecertificeerde Arbodienst moet inschakelen. Een Arbodienst is een onafhankelijke instantie die onze organisatie adviseert en ondersteunt bij de zorg voor veiligheid, gezondheid en welzijn van onze medewerkers. Met name bij het uitvoeren van risico inventarisaties en evaluaties, medische keuringen en ziekteverzuimbegeleiding speelt de Arbodienst een belangrijke rol. De BUKO bedrijven zijn aangesloten bij een Arbodienst. Niet elk BUKO bedrijf is bij dezelfde Arbodienst aangesloten. Uw leidinggevende, de afdeling Personeelszaken of de afdeling KAM kan u informeren over de Arbodienst die voor u van toepassing is. 3.4 Bedrijfsarts, spreekuur Elke medewerker van BUKO kan de bedrijfsarts raadplegen. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw leidinggevende. 3.5 Preventief Medisch Onderzoek (PMO) Een PMO is een Preventief Medisch Onderzoek (vroeger ook wel PAGO genoemd; Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek). Met behulp van een vragenlijst, die de medewerker vooraf ontvangt van de Arbodienst, wordt de gezondheidstoestand van de medewerker onderzocht door een verpleegkundige en door de bedrijfsarts van de Arbodienst. Elke medewerker van BUKO ontvangt minimaal 1 x per 5 jaar een schriftelijke uitnodiging van de Arbodienst voor deelname aan de PMO. Dit vrijwillig onderzoek is gericht op de aard van de werkzaamheden die de werknemer uitvoert. De zwaarte van het onderzoek is dus afhankelijk van de risico s van de functie. 94

96 De uitslag van het PMO wordt door de Arbodienst opgestuurd naar het huisadres van de medewerker. De werkgever krijgt geen uitslag van het PMO. Het is aan de medewerker of hij BUKO van het resultaat van het onderzoek op de hoogte wil stellen. BUKO kan de werknemer dus nooit verplichten de uitslag van een PMO door te geven. De uitslag is medisch geheim. Wel kan de Arbodienst, als de directie van BUKO dat wenst, tweejaarlijks een Bedrijfsrapport samenstellen met de algemene bevindingen uit de PMO s. De gegevens in dit rapport worden te allen tijde anoniem in kaart gebracht. Een Bedrijfsrapport bevat een algemene samenvatting van de belangrijkste conclusies die uit de PMO s van de afgelopen 2 jaar naar voren zijn gekomen. 3.6 Rookbeleid Vanaf 1 januari 2004 heeft elke medewerker recht op een rookvrije werkplek. Dit is geregeld in de gewijzigde tabakswet die per 1 januari 2004 in werking is getreden. Dat betekent dat werkgevers maatregelen moeten treffen om rookvrij werken mogelijk te maken. Niet alleen de eigen directe werkplek, maar ook toiletten, gangen, vergaderzalen, kantines e.d. moeten rookvrij zijn. Het recht op een rookvrije werkplek is niet hetzelfde als een algeheel rookverbod. Een werkgever kan namelijk voor rokers een speciale afgesloten rookruimte maken. Dit is echter niet verplicht. Binnen BUKO geldt op elke werkplek een algeheel rookverbod. Roken is uitsluitend toegestaan op speciaal daarvoor aangewezen afgesloten rookruimten binnen en/of buiten. Dat betekent dat ook in alle werkplaatsen, productieruimten, bedrijfsvoertuigen en op projectlocaties een rookverbod geldt, tenzij dit nadrukkelijk schriftelijk anders is overeengekomen. Het rookbeleid geldt voor alle aanwezigen, dus ook voor bezoekers, leveranciers en uitzendkrachten. 95

97 3.7 Meldpunt pesterijen en intimidatie Intimidatie, agressie, geweld of discriminatie op het werk leidt tot spanningen en een slechte werksfeer. Dit kan zo erg worden dat werknemers niet meer goed functioneren, zich ziek melden of zelfs ontslag nemen. Bij BUKO wordt intimidatie, agressie, geweld of discriminatie niet geaccepteerd! Indien hier toch sprake van is wordt de dader op zijn gedrag aangesproken en gaat het sanctiereglement van kracht (waarschuwing, schorsing of in ernstige situaties ontslag op staande voet). Vertrouwenspersoon Er is per BUKO vestiging een vertrouwenspersoon aangesteld waar BUKO medewerkers melding kunnen maken van intimidatie, agressie, geweld of discriminatie. Neem hierover contact op met uw HRM contactpersoon van BUKO. Deze vertrouwenspersoon: Is het eerste aanspreekpunt van werknemers die te maken hebben met ongewenst gedrag. Begeleidt en ondersteunt deze werknemers. Kan werknemers doorverwijzen naar andere instanties. Kan een bemiddelaar inschakelen. Kan leidinggevenden en managers adviseren over het voorkomen van ongewenst gedrag. Kan voor werknemers een officiële klacht indienen bij de Arbeidsinspectie. Indien u te maken heeft met ongewenst gedrag, neem dan direct contact op met uw vertrouwenspersoon en/of uw afdeling HRM (personeelszaken). 96

98 3.8 Defibrillator Op elke bedrijfslocatie van BUKO is een AED (Automatische Externe Defibrillator) aanwezig. Een defibrillator is een apparaat waarmee we door het toedienen van een elektrische schok het hart van een bewusteloze patiënt zonder ademhaling soms weer op gang kunnen helpen. De defibrillator kan levensreddend zijn. Indien binnen 6 minuten een omstander een eerste stroomstoot toedient, voordat de ambulance arriveert, stijgt de overlevingskans tot 70%. De AED is een type defibrillator dat speciaal is ontwikkeld voor gebruik door bedrijven, sportcentra, winkelcentra en andere publieke locaties. Ook particulieren kunnen een AED aanschaffen. De AED is volledig geautomatiseerd en geeft in duidelijk Nederlands gesproken instructies aan wat je moet doen. Iedereen mag en kan een AED gebruiken om een medemens met hartstilstand te helpen. De AED analyseert zelf de hartslag en adviseert een schok toe te dienen wanneer daadwerkelijk sprake is van een hartstilstand. Alleen dan wordt de schokknop geactiveerd. Fouten en misbruik zijn uitgesloten. 97

99 3.9 Biologische agentia Biologische agentia is een verzamelnaam van micro-organismen zoals schimmels, bacteriën, parasieten en virussen. Deze kunnen schadelijk zijn voor de mens, vooral waar gewerkt wordt met dierlijke producten, in de schoonmaak en in de afvalverwerkende industrie. Bij het schoonmaken van ECO toiletten is er sprake van een verhoogd risico om in aanraking te komen met biologische agentia. Er zijn op basis van Europese richtlijnen 4 categorieën: Biologische agens groep 1: Een agens waarvan het onwaarschijnlijk is dat het bij de mens een ziekte kan veroorzaken. Biologische agens groep 2: Een agens dat bij de mens een ziekte kan veroorzaken en een gevaar voor de werknemer kan opleveren. Er bestaat gewoonlijk een effectieve behandeling. Biologische agens groep 3: Een agens dat bij de mens een ernstige ziekte kan veroorzaken en een groot gevaar voor de werknemers kan opleveren. Er is een kans dat het zich onder de bevolking verspreidt, doch gewoonlijk bestaat er een effectieve behandeling. Biologische agens groep 4: Een agens dat bij de mens een ernstige ziekte veroorzaakt en een groot gevaar voor de werknemers oplevert. Er is een grote kans dat het zich onder de bevolking verspreidt. Neem bij het schoonmaken van de ECO toiletten de volgende maatregelen om blootstelling te voorkomen: Draag de ter beschikking gestelde werkkleding. Gebruik de juiste ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s), doe dit op de werkwijze zoals is uitgelegd door de leidinggevende en is omschreven in het ECO Toilet chauffeurshandboek. Zorg voor de correcte controle van ontsmetting, reiniging, opslag en vernietiging van PBM s. Werk schoon en netjes, dan voorkom je al een heleboel! 98

100 3.10 Beeldscherm werkplekken Voor een goede werkhouding bij beeldscherm werkplekken zijn de onderstaande punten van belang: Werk met een rechte rug, goed gebruikmakend van instelbare rugleuning; de onderrug moet optimale steun hebben. Voorkom spiegeling in het scherm door lichte voorwerpen in kantoor (bijvoorbeeld verlichting). Plaats het scherm zodanig dat het dag- of zonlicht niet op het beeldscherm valt. Plaatst het scherm niet in de richting van het raam. Zorg dat de onderarm minstens haaks staat op de bovenarm; desnoods iets naar beneden gericht. Stel de instelbare armsteunen zo in dat bij hangende bovenarmen de ellebogen erop steunen. Stel de werktafel op dezelfde hoogte in als de armleuningen van de stoel. Werk met de bovenbenen horizontaal: onderbeen minstens haaks op het bovenbeen, de voeten rustend op de vloer of op een voetensteun dat op de juiste hoogte is ingesteld. Ga recht voor het toetsenbord en beeldscherm zitten, met een oogafstand van 50 tot 70 cm. De kijkhoek moet zo zijn dat het midden van het scherm ongeveer 10 cm onder ooghoogte valt. Onderstaande tekening geeft aan wat onder een goede werkhouding wordt verstaan: 99

101 4. MILIEU 4.1 Afvalscheiding BUKO hecht veel waarde aan het milieu. Ook dit behoort tot onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ons streven is dan ook het milieu zo min mogelijk te belasten. Van onze medewerkers verwachten wij dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met het milieu. Dit houdt onder meer in dat een ieder actief is in het opruimen van rommel, schoonhouden van materieel, goed omgaat met milieu belastende stoffen en onderdelen. Deze milieu belastende stoffen dienen gedeponeerd te worden in de daarvoor bestemde afvalbakken/containers, die door erkende milieuzorgbedrijven worden afgevoerd. Hieronder staat een overzicht van de milieubelastende stoffen en overig afval binnen onze organisatie. Bij voorkeur gebruiken wij milieuvriendelijke stoffen. Hout. Metaal, aluminium, koper. Glas. Gevaarlijk afval (TL-balken, verfresten, accu s, toners, batterijen). Bouw- en sloopafval. Huishoudelijk afval. Papier, karton. Oliehoudend afval (poetsdoeken, oliefilters). De afvalscheidingregels kunnen verschillen per BUKO vestiging. Stel u op de hoogte van de scheidingsregels die gelden op uw vestiging. Deze scheidingsregels heeft u tijdens uw introductie ontvangen, hangen op een zichtbare locatie in de kantine of kunt u opvragen bij uw KAM-coördinator. 100

VOORSCHRIFTEN. Veiligheid, Gezondheid en Milieu. BUKO Velserweg 2. 1942 LD Beverwijk Postbus 519. 1940 AM Beverwijk 0251-26 27 27. kam@buko.nl buko.

VOORSCHRIFTEN. Veiligheid, Gezondheid en Milieu. BUKO Velserweg 2. 1942 LD Beverwijk Postbus 519. 1940 AM Beverwijk 0251-26 27 27. kam@buko.nl buko. VOORSCHRIFTEN Veiligheid, Gezondheid en Milieu BUKO Velserweg 2 1942 LD Beverwijk Postbus 519 1940 AM Beverwijk 0251-26 27 27 Dit boekje is een uitgave van de afdeling Kwaliteit, Arbo & Milieu (KAM) van

Nadere informatie

VEILIG WERKEN OP HOOGTE

VEILIG WERKEN OP HOOGTE VEILIG WERKEN OP HOOGTE RICHTLIJN VAN DE ALGEMENE SCHOORSTEENVEGERS PATROONS BOND Voor wie is de richtlijn bedoeld? Deze richtlijn geldt voor alle werkenden (werkgevers, medewerkers, zelfstandig werkenden)

Nadere informatie

Arbodocument/ Aanvraag-uitzenddocument

Arbodocument/ Aanvraag-uitzenddocument Arbodocument/ Aanvraag-uitzenddocument Opdrachtgever Naam Adres Plaats Contactpersoon Telefoon E-mailadres Uitzendkracht wordt te werk gesteld te: Afdeling uzk Functie uzk Omschrijving werkzaamheden/specifieke

Nadere informatie

Betreft: Huisreglement INLEIDING

Betreft: Huisreglement INLEIDING Betreft: Huisreglement INLEIDING Veiligheid, gezondheid en milieu worden gezien als integraal en essentieel onderdeel van de activiteiten binnen F5 Projectengroep B.V. Het bedrijfsbeleid is er op gericht

Nadere informatie

Het zeker stellen van voldoende VGM-kennis en kunde bij uitzendkrachten

Het zeker stellen van voldoende VGM-kennis en kunde bij uitzendkrachten Procedure bij ingeleende uitzendkrachten Doelstelling: Het zeker stellen van voldoende VGM-kennis en kunde bij uitzendkrachten Minimumeisen: Overzicht van ingeleende uitzendkrachten Inlening via een VCU-

Nadere informatie

ArbochecklistProductie/Technisch/Logistiek

ArbochecklistProductie/Technisch/Logistiek ABU Arbochecklist - Productie Naam bedrijf/opdrachtgever: Ingevuld door: Datum: dd-mm-jjjj Functie/opdrachtnaam: Korte functieomschrijving: 1 Je moet in het bezit zijn van geldige veiligheidsdiploma s/certificaten:

Nadere informatie

Het zeker stellen van voldoende VGM-kennis en kunde bij uitzendkrachten

Het zeker stellen van voldoende VGM-kennis en kunde bij uitzendkrachten Procedure bij ingeleende ZZP,ers Doelstelling: Het zeker stellen van voldoende VGM-kennis en kunde bij uitzendkrachten Minimumeisen: Overzicht van ingeleende ZZP,ers De ZZP, ers hebben voor alle risicovolle

Nadere informatie

KIEPAUTO S. Maatregelen

KIEPAUTO S. Maatregelen KIEPAUTO S Wettelijke grondslag De maatregelen beschrijven op welke wijze werkgevers en werknemers invulling kan geven aan de wettelijke bepalingen uit de Arbowet. Valgevaar Arbobesluit Artikel 3.16 lid

Nadere informatie

3.12 Persoonlijke beschermingsmiddelen In te vullen door het bedrijf Persoonlijke beschermingsmiddelen

3.12 Persoonlijke beschermingsmiddelen In te vullen door het bedrijf Persoonlijke beschermingsmiddelen _Voorbeeld_ Huishoudelijkreglement 1. Inleiding Met deze uitgave van ons huishoudelijk reglement willen wij gespecificeerd aangeven waaraan men zich moet houden bij het uitvoeren van alle bedrijfsactiviteiten

Nadere informatie

... Think safety! Werken met. PBM s. Persoonlijke beschermingsmiddelen. VGM Algemeen. Milieu. Gezondheid. Veiligheid

... Think safety! Werken met. PBM s. Persoonlijke beschermingsmiddelen. VGM Algemeen. Milieu. Gezondheid. Veiligheid ... Think safety! Werken met Persoonlijke beschermingsmiddelen VGM Algemeen Milieu Gezondheid Veiligheid 1 Werken met Gasunie is een van de grootste gasinfrastructuurbedrijven in Europa. Veiligheid heeft

Nadere informatie

Het grijze boekje. Richtlijn veilig, gezond en milieutechnisch verantwoord werken in de funderingsbranche. Concept

Het grijze boekje. Richtlijn veilig, gezond en milieutechnisch verantwoord werken in de funderingsbranche. Concept Het grijze boekje Richtlijn veilig, gezond en milieutechnisch verantwoord werken in de funderingsbranche Concept Richtlijn Veilig, gezond en milieutechnisch verantwoord werken in de funderingsbranche -

Nadere informatie

Zijn voorwerpen te groot of te zwaar dan zijn er hulpmiddelen om het voorwerp te verplaatsen: - steekwagen - heftruck - takels - hijskranen

Zijn voorwerpen te groot of te zwaar dan zijn er hulpmiddelen om het voorwerp te verplaatsen: - steekwagen - heftruck - takels - hijskranen Hijsen en tillen Een voorwerp dat zwaarder is als 25 kg mag je niet alleen met de hand tillen. Ook is het verstandig om grote of moeilijk te pakken voorwerpen niet alleen te tillen. Zijn voorwerpen te

Nadere informatie

Algemene veiligheidsinstructie Meday Uitzendbureau. KAM HANDBOEK ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Datum: 01-05-2014 Rev: 1

Algemene veiligheidsinstructie Meday Uitzendbureau. KAM HANDBOEK ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Datum: 01-05-2014 Rev: 1 Algemene veiligheidsinstructie Meday Uitzendbureau KAM HANDBOEK Inhoud Inleiding... 3 1. Beleidsverklaring... 3 2. De verantwoordelijkheid van de medewerkers m.b.t. veilig werken... 3 3. Gebruik van persoonlijke

Nadere informatie

Certificatiecriteria VCA*/**/petrochemie versie 2008/5.1

Certificatiecriteria VCA*/**/petrochemie versie 2008/5.1 Certificatiecriteria VCA*/**/petrochemie versie 2008/5.1 Inhoudsopgave 1 Algemeen... 2 1.1 Doel van dit document... 2 1.2 Toepassingsgebied... 2 1.3 Beheer van dit document... 2 1.4 Referenties... 2 1.5

Nadere informatie

Veilig werken op hoogte : een richtlijn voor de leden van de Algemene Schoorsteenvegers Patroon Bond

Veilig werken op hoogte : een richtlijn voor de leden van de Algemene Schoorsteenvegers Patroon Bond Veilig werken op hoogte : een richtlijn voor de leden van de Algemene Schoorsteenvegers Patroon Bond Voor wie is de richtlijn bedoeld? De richtlijn veilig werken op hoogte geldt voor alle leden binnen

Nadere informatie

VGM PLAN. Veiligheid, Gezondheid, Milieu

VGM PLAN. Veiligheid, Gezondheid, Milieu VGM PLAN Veiligheid, Gezondheid, Milieu uitgave 2008 Inhoud - Inleiding 1 - Algemene veiligheidsregels 2 - Ongevallen en brand 3 - Te ondernemen acties 4 - PBM s 5 - Handgereedschap 6 - Ziekte 7 - Risicoinventarisatie

Nadere informatie

Naam bedrijf/opdrachtgever: Functie/opdrachtnaam: Korte functieomschrijving: Mag ook als bijlage worden toegevoegd

Naam bedrijf/opdrachtgever: Functie/opdrachtnaam: Korte functieomschrijving: Mag ook als bijlage worden toegevoegd Blad : 1 van 5 ABU Arbochecklist - Productie Naam bedrijf/opdrachtgever: Ingevuld door: Datum: dd-mm-jjjj Functie/opdrachtnaam: Korte functieomschrijving: Mag ook als bijlage worden toegevoegd 1 Je moet

Nadere informatie

Persoonlijke beschermingsmiddelen. 1.1 Inleiding. 1.3 Oogbescherming. 1.4 Adembescherming. 1.5 Gehoorbescherming. 1.

Persoonlijke beschermingsmiddelen. 1.1 Inleiding. 1.3 Oogbescherming. 1.4 Adembescherming. 1.5 Gehoorbescherming. 1. Persoonlijke beschermingsmiddelen 1.1 Inleiding 1.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen en de wet 1.3 Oogbescherming 1.4 Adembescherming 1.5 Gehoorbescherming 1.6 Hoofdbescherming 1.7 Hand/armbescherming

Nadere informatie

Risico s Vallen van hoogte. Collectieve beschermingsmiddelen Niet van toepassing.

Risico s Vallen van hoogte. Collectieve beschermingsmiddelen Niet van toepassing. Toolbox: Veilig werken met persoonlijke valbeveiliging Het doel van een toolboxmeeting is om de aandacht en motivatie voor veiligheid en gezondheid binnen het bedrijf te verbeteren. Wat is persoonlijke

Nadere informatie

VOORLICHTING, ONDERRICHT

VOORLICHTING, ONDERRICHT Doel: Het vastleggen van een checklijst mbt. VGM-voorlichting (nieuw) personeel. Toepassingsgebied: Alle afdelingen. Definities: VGM. = veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu. Verantwoordelijk en bevoegd:

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. 1.0 Voorwoord. 2.0 Beleidsverklaring inzake Veiligheid, Gezondheid en Milieu

INHOUDSOPGAVE. 1.0 Voorwoord. 2.0 Beleidsverklaring inzake Veiligheid, Gezondheid en Milieu INHOUDSOPGAVE 1.0 Voorwoord 2.0 Beleidsverklaring inzake Veiligheid, Gezondheid en Milieu 3.0 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden 3.1 Directie 3.2 VGM-functionaris 3.3 Uitvoerenden 4.0 Overlegstructuur

Nadere informatie

Verschillenanalyse tussen VCU 2007/04 en 2011/05

Verschillenanalyse tussen VCU 2007/04 en 2011/05 1.1 Wordt het VG beheerssysteem in de hoofdvestiging en in all bij de VCU certificatie betrokken nevenvestigingen toegepast en intern beoordeeld door de hoofdvestiging? Minimumeisen: De uitzendorganisatie

Nadere informatie

huisregels vca 4.1 voorlichtingsprogramma J. Nachtegaal

huisregels vca 4.1 voorlichtingsprogramma J. Nachtegaal huisregels vca 4.1 voorlichtingsprogramma J. Nachtegaal Brogaal Projects Index HUISREGELS... 2 INLEIDING... 2 ADRESGEGEVENS:..... 2 WERKTIJDEN:... 2 ZIEKMELDING:... 2 HERSTELMELDING:... 2 URENBONNEN:...

Nadere informatie

Aantoonbaar leiderschap door opdrachtgevers

Aantoonbaar leiderschap door opdrachtgevers V C O GM HECKLIST PDRACHTGEVERS V C O GM HECKLIST PDRACHTGEVERS Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV) Postbus 443 2260 AK Leidschendam +31 (0) 70-337 87 55 info@ssvv.nl www.vca.nl veiligheid gezondheid

Nadere informatie

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s)

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s) Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s) Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn een aanvulling op de persoonlijke veiligheid als de werkomgeving niet 100% veilig is. De werkgever moet de beschermingsmiddelen

Nadere informatie

Project Veiligheidsplan

Project Veiligheidsplan 1 van 1 Project : Project No. : Klant : Opdracht No. : Naam: Klant Handtekening: 2 van 2 INHOUD Hoofdstuk 1 Werk- en risicoanalyse 1.1 Projectomschrijving 1.2 Risicoanalyse Hoofdstuk 2 Voorschriften, maatregelen

Nadere informatie

Arbo jaarverslag 2012 & Arbo jaarplanning 2013

Arbo jaarverslag 2012 & Arbo jaarplanning 2013 Arbo jaarverslag 2012 & Arbo jaarplanning 2013 Arbo jaarverslag 2012 & Arbo jaarplanning 2013 Ronald Govers Mei 2013 Vastgesteld directie d.d. 4 juni 2013 2 Arbo jaarverslag 2012 Index 1. Inleiding blz.

Nadere informatie

maatregelen worden getroffen om valgevaar te voorkomen (bv. door het gebruik van een steiger, borstwering, bordes, werkvloer, hekwerk etc.).

maatregelen worden getroffen om valgevaar te voorkomen (bv. door het gebruik van een steiger, borstwering, bordes, werkvloer, hekwerk etc.). 14.01 GEVAAR Vallen. 14.02 WERK IN UITVOERING Bij werkzaamheden boven 2,5 m moeten altijd maatregelen worden getroffen om valgevaar te voorkomen (bv. door het gebruik van een steiger, borstwering, bordes,

Nadere informatie

-1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving? -1- Noem de twee vormen van overleg.

-1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving? -1- Noem de twee vormen van overleg. -1- Noem de groepen signaleringsborden. -1- Noem de twee vormen van overleg. -1- Noem de verschillende vormen van markeringen. -1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving?

Nadere informatie

V&G-deelplan uitvoeringsfase Nummer : Versie : 1. VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSGEVAREN Status : invulform

V&G-deelplan uitvoeringsfase Nummer : Versie : 1. VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSGEVAREN Status : invulform Project: VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSPLAN Op te stellen door de bij de uitvoeringen betrokken partijen BEDRIJFSGEGEVENS WERKZAAMHEDEN In te vullen door Van de Kreeke Wegenbouw Naam:.. Omschrijving:. Adres:...

Nadere informatie

Plafond- en wandmonteur

Plafond- en wandmonteur Plafond- en wandmonteur Het belangrijkste bouwwerk ben je zelf Alles wat je moet weten over het gezond en veilig monteren van wanden en plafonds Informatie voor de werknemer Zwaar werk Wanden en plafonds

Nadere informatie

Evenementcode: proefexamen

Evenementcode: proefexamen Naam kandidaat: Dit proefexamen VCA is uitsluitend bestemd voor opleidingsdoeleinden en heeft als doel om de kandidaat kennis te laten maken met de wijze van examineren. De vragen worden één keer per jaar

Nadere informatie

Arbochecklist Productie/Technisch/Logistiek

Arbochecklist Productie/Technisch/Logistiek Arbochecklist Productie/Technisch/Logistiek 1 U moet in het bezit zijn van geldige veiligheidsdiploma s/certificaten: Indien ja, opleiding VCA (veilig werken I/II) veiligheidspaspoort SIR-pas Certificaat

Nadere informatie

Kick-off STOPS. Werkzaamheden 2015 Twence BV 29 januari 2015

Kick-off STOPS. Werkzaamheden 2015 Twence BV 29 januari 2015 Kick-off STOPS Werkzaamheden 2015 Twence BV 29 januari 2015 1 Programma kick-off STOPS 2015 Algemene zaken Stop regels Firmapresentatie: BOUMAN Veiligheidsbarometer 2014 VG&M plan (veiligheid, gezondheid

Nadere informatie

Kansen pakken met RI&E; hoe veilig is uw bedrijf? www.safetyanalyse.nl

Kansen pakken met RI&E; hoe veilig is uw bedrijf? www.safetyanalyse.nl Kansen pakken met RI&E; hoe veilig is uw bedrijf? Mijn naam is Ron Haandrikman Veiligheidskundige en mede eigenaar van Safety Analyse Ik richt mij met name op: Risico Inventarisatie & Evaluatie Machineveiligheid

Nadere informatie

Korte functieomschrijving (mag ook als bijlage worden toegevoegd):

Korte functieomschrijving (mag ook als bijlage worden toegevoegd): In te vullen door bedrijf / opdrachtgever. Naam bedrijf/opdrachtgever: 1/6 Ingevuld door: Datum (dd-mm-jjjj): Functie/opdrachtnaam: Korte functieomschrijving (mag ook als bijlage worden toegevoegd): Het

Nadere informatie

vervolg werken op een ladder of trap

vervolg werken op een ladder of trap Verstoring werk door derden bijvoorbeeld door gebouwgebruikers. Windkracht bij een windkracht groter dan 6 Beaufort is er sprake van verhoogd valgevaar. Gebruik materiaal en/of hulpmiddelen bijvoorbeeld

Nadere informatie

EUROPEAN CONSTRUCTION CAMPAIGN 2004

EUROPEAN CONSTRUCTION CAMPAIGN 2004 VERSLAG EUROPEAN CONSTRUCTION CAMPAIGN 2004 (Project A663 - Actieperiode juni) Informatie: Arbeidsinspectie, kantoor Groningen Drs. J.R. Boer Landelijk Projectleider Postbus 30016 9700 RM GRONINGEN (050)5225880

Nadere informatie

Arbochecklist Productie/technisch/logistiek

Arbochecklist Productie/technisch/logistiek In te vullen door bedrijf / opdrachtgever. Naam bedrijf/opdrachtgever: 1/6 Ingevuld door: Datum (dd-mm-jjjj): Functie/opdrachtnaam: Korte functieomschrijving (mag ook als bijlage worden toegevoegd): Het

Nadere informatie

Toolboxmeeting; Persoonlijke beschermingsmiddelen

Toolboxmeeting; Persoonlijke beschermingsmiddelen Toolboxmeeting; Persoonlijke beschermingsmiddelen PBM (Persoonlijke Beschermings Middelen) is een verzamelnaam voor allerlei hulpmiddelen die je kunt gebruiken om jezelf te beschermen tegen gevaar. PBM

Nadere informatie

Toelichting Arbochecklist Algemeen

Toelichting Arbochecklist Algemeen 1 2 Gegevens in te vullen door inlenende partij Let hierbij op, dat voor iedere functie en aparte checklist wordt ingevuld! Als het vak je Ja is aangekruist Voeg de kopie toe aan het dossier en zorg voor

Nadere informatie

MEDEWERKERS VRAGENLIJST BRANCHE-RIE TECHNISCHE GROOTHANDEL

MEDEWERKERS VRAGENLIJST BRANCHE-RIE TECHNISCHE GROOTHANDEL 1 Betrekken medewerkers bij de uitvoering van de RI&E. Medewerkers zijn een belangrijke bron van informatie over veiligheid en gezondheid op het werk. Zij hebben belang bij veilige en gezonde werkomstandigheden.

Nadere informatie

Themamiddag Arbo Hoofdsector S&A 2-4-2014

Themamiddag Arbo Hoofdsector S&A 2-4-2014 Themamiddag Arbo Hoofdsector S&A 2-4-2014 Arbowet Verplichtingen/Aansprakelijkheid Zelfstandigen en Arbo Arbocatalogus Prioritaire risico s en maatregelen Project aanpak fysieke belasting ISZW Gert van

Nadere informatie

Branchetoetsdocument: Arbo en veiligheid

Branchetoetsdocument: Arbo en veiligheid pagina van 5 Branchetoetsdocument: Arbo en veiligheid Versie 4. VERVALLEN - Vervangen door RI&E en Preventiemedewerker (alle branche) Deelbranche(s) Camper en Caravan Algemene beschrijving & doelstelling

Nadere informatie

Document Kwaliteitsborgingsysteem Voor Veiligheid / ARBO-VGM 2007

Document Kwaliteitsborgingsysteem Voor Veiligheid / ARBO-VGM 2007 Document Kwaliteitsborgingsysteem Voor Veiligheid / ARBO-VGM 2007 0. Inhoudsopgave 0. Inhoudsopgave... 2 1. Introductie... 3 2. Bedrijfsgegevens en Organigram... 4 2.1. Bedrijfsgegevens... 4 2.2 Certificeringen...

Nadere informatie

Evenementcode: proefexamen

Evenementcode: proefexamen Naam kandidaat: Dit proefexamen VCA is uitsluitend bestemd voor opleidingsdoeleinden en heeft als doel om de kandidaat kennis te laten maken met de wijze van examineren. De vragen worden één keer per jaar

Nadere informatie

Toolbox-meeting Werken met ladders

Toolbox-meeting Werken met ladders Toolbox-meeting Werken met ladders Unica installatietechniek B.V. Schrevenweg 2 8024 HA Zwolle Tel. 038 4560456 Fax 038 4560404 Werken op hoogte Werken op hoogte is een risicovolle bezigheid. Jaarlijks

Nadere informatie

Dit document is alleen geldig op de aangegeven printdatum, tenzij de volgende gegevens zijn ingevuld:

Dit document is alleen geldig op de aangegeven printdatum, tenzij de volgende gegevens zijn ingevuld: Documentgegevens Titel Werkgebied Sanctiebeleid bij niet naleven van de regels, voorschriften en instructies Personeel: Arbo Dit document is alleen geldig op de aangegeven printdatum, tenzij de volgende

Nadere informatie

VCA 2008. Toelichting wijzigingen

VCA 2008. Toelichting wijzigingen Toelichting wijzigingen Inleiding VCA ValQ biedt ondersteuning bij: ontwikkeling van mens en organisatie ValQ helpt ook bij het opzetten van managementsystemen die kunnen worden gecertificeerd (VCA/OHSAS/ISO

Nadere informatie

Werken op hoogte PREVENTIEMAATREGELEN

Werken op hoogte PREVENTIEMAATREGELEN is een van de belangrijkste oorzaken van arbeidsongevallen. In deze fiche vind je de een aantal algemene preventiemaatregelen en een veiligheidsmaatregelen verbonden aan specifieke arbeidsmiddelen voor

Nadere informatie

Inspectie-actie bouw april 2013. Veilig werken met ladders, trappen & rolsteigers 16-10-2013. Programma: > Inspectie SZW / sector bouw

Inspectie-actie bouw april 2013. Veilig werken met ladders, trappen & rolsteigers 16-10-2013. Programma: > Inspectie SZW / sector bouw Inspectie-actie bouw april 2013 Veilig werken met ladders, trappen & rolsteigers Jan Vermeiren p Programma: > Inspectie SZW / sector bouw > Wettelijke bepalingen > Bouwactie voorjaar 2013 / praktijk (foto

Nadere informatie

Het betrekken van medewerkers bij de uitvoering van de RI&E

Het betrekken van medewerkers bij de uitvoering van de RI&E Het betrekken van medewerkers bij de uitvoering van de RI&E Medewerkers zijn een belangrijke bron van informatie over veiligheid en gezondheid op het werk. Zij hebben belang bij veilige en gezonde werkomstandigheden.

Nadere informatie

NV ROVA Holding Locatiereglement versie 2012

NV ROVA Holding Locatiereglement versie 2012 NV ROVA Holding Locatiereglement versie 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Algemene regels... 4 3. Gevaarlijke situaties en noodgevallen 4 4. Persoonlijke beschermingsmiddelen.. 4 5. Verkeersregels...

Nadere informatie

Risico-inventarisatie & evaluatie en Preventiemedewerker

Risico-inventarisatie & evaluatie en Preventiemedewerker Interne Instructie Risico-inventarisatie & evaluatie en Preventiemedewerker Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Wettelijke grondslag 3. Aanpak 3.1. Toezicht en handhaving 3.2. Werkwijze 3.3. Basis toetskader

Nadere informatie

Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2

Inleiding... pagina 1. Presentatie NEN 3140... pagina 2. Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Inhoudsopgave Inleiding... pagina 1 Presentatie NEN 3140... pagina 2 Introductieopleiding NEN- EN 50110 en NEN 3140... pagina 2 Installatieverantwoordelijke... pagina 3 Werkverantwoordelijke... pagina

Nadere informatie

Nieuwe VCA (versie 2008/05) Toelichting

Nieuwe VCA (versie 2008/05) Toelichting Nieuwe VCA (versie 2008/05) Toelichting Vijfde versie van de VCA checklist : VCA 2008/05 Het was een moeilijke bevalling maar de nieuwe VCA, de vijfde versie inmiddels al, (versie 2008/05) is eindelijk

Nadere informatie

Overal waar dit als verplichting is aangegeven. Gehele terrein. Gehele terrein

Overal waar dit als verplichting is aangegeven. Gehele terrein. Gehele terrein Toolbox meeting Onderwerp: Gebruik PBM s Matrix en toelichting. PBM s Waar Wanneer Helm Tijdens hijsen, bij gevaar voor vallende voorwerpen. Gehoorbeschermers Overal waar dit als verplichting is aangegeven.

Nadere informatie

Rapport. Certificeringsonderzoek. 12 mei 2015. BHK Langens Betonboringen bv VCA* 2008/5.1. auditrapport C+ versie 7-11-2013 1 van 7

Rapport. Certificeringsonderzoek. 12 mei 2015. BHK Langens Betonboringen bv VCA* 2008/5.1. auditrapport C+ versie 7-11-2013 1 van 7 Rapport Certificeringsonderzoek 2 mei 205 VCA* 2008/5. 48 auditrapport C+ versie 7--203 van 7 BEVINDINGEN ONDERZOEK Bedrijf Bedrijfsnaam Organisatorische eenheid Verkort documentatieonderzoek Omdat het

Nadere informatie

Evenementcode: proefexamen

Evenementcode: proefexamen Dit proefexamen VCA is uitsluitend bestemd voor opleidingsdoeleinden en heeft als doel om de kandidaat kennis te laten maken met de wijze van examineren. De vragen worden één keer per jaar gecontroleerd

Nadere informatie

Examenopgaven Basisveiligheid

Examenopgaven Basisveiligheid Dit VCA is uitsluitend bestemd voor opleidingsdoeleinden en is hiervoor vrijelijk te gebruiken. Auteursrechten Examenopgaven Basisveiligheid Evenementcode: Lees de volgende aanwijzingen goed door! Dit

Nadere informatie

Voorlichting, onderricht & Toezicht

Voorlichting, onderricht & Toezicht Interne instructie Arbeidsinspectie Voorlichting, onderricht & Toezicht INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 2. AANPAK 2.1 Wettelijke grondslag 2.2 Inspectie 2.3 Handhaving 3. SCHEMA STAPPEN BIJ HANDHAVING Vastgesteld

Nadere informatie

Betonboorder. Het belangrijkste bouwwerk ben je zelf. Alles wat je moet weten over gezond en veilig betonboren. Informatie voor de werknemer

Betonboorder. Het belangrijkste bouwwerk ben je zelf. Alles wat je moet weten over gezond en veilig betonboren. Informatie voor de werknemer Betonboorder Het belangrijkste bouwwerk ben je zelf Alles wat je moet weten over gezond en veilig betonboren Informatie voor de werknemer Zwaar werk Je zaagt en boort. Apparatuur draag je vaak met de hand

Nadere informatie

Bedrijfsreglement STC Groep B.V.

Bedrijfsreglement STC Groep B.V. Bedrijfsreglement STC Groep B.V. Welkom bij STC Groep B.V. Je gaat (hoogstwaarschijnlijk) binnenkort voor ons aan het werk. Voor je begint willen we je vragen aandacht te hebben voor de volgende afspraken

Nadere informatie

Unispect - Toolbox 10 - Werken op hoogte. Inleiding

Unispect - Toolbox 10 - Werken op hoogte. Inleiding Unispect - Toolbox 10 - Werken op hoogte Inleiding Het werken op hoogte wordt als normaal beschouwd binnen de bouwnijverheid, echter vallende voorwerpen of werknemers die van grote hoogte naar beneden

Nadere informatie

Basisinspectiemodule Arbozorg: VOeT (Voorlichting, Onderricht en Toezicht)

Basisinspectiemodule Arbozorg: VOeT (Voorlichting, Onderricht en Toezicht) Basisinspectiemodule Arbozorg: VOeT (Voorlichting, Onderricht en Toezicht) Deze BasisInspectieModule (BIM) is opgesteld aan de hand van de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening en is

Nadere informatie

Basisinspectiemodule Arbozorg: VOeT (Voorlichting, Onderricht en Toezicht)

Basisinspectiemodule Arbozorg: VOeT (Voorlichting, Onderricht en Toezicht) Basisinspectiemodule Arbozorg: VOeT (Voorlichting, Onderricht en Toezicht) Deze BasisInspectieModule (BIM) is opgesteld aan de hand van de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening en is

Nadere informatie

-2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn?

-2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn? -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn? -2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Noem enkele gevaren op het werk. -2- Noem werkzaamheden of omstandigheden

Nadere informatie

Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705

Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705 Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705 Doel Initiëren, coördineren, stimuleren en bewaken van Arbo- en Milieuwerkzaamheden binnen een, binnen de bevoegdheid van de leidinggevende,

Nadere informatie

arboregelgeving Informatiebron Arbo-aspecten bij het gebruiken van biomassa voor energie-opwekking arbowet

arboregelgeving Informatiebron Arbo-aspecten bij het gebruiken van biomassa voor energie-opwekking arbowet Informatiebron Arbo-aspecten bij het gebruiken van biomassa voor energie-opwekking arbo-regelgeving Arbowet De regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden is vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet,

Nadere informatie

Toolbox-meeting veiligheids- & gezondheidssignalering

Toolbox-meeting veiligheids- & gezondheidssignalering Toolbox-meeting veiligheids- & gezondheidssignalering Unica installatietechniek B.V. Schrevenweg 2 8024 HA Zwolle Tel. 038 4560456 Fax 038 4560404 Toolbox-meeting: Veiligheids- & gezonheidssignalering

Nadere informatie

Diensten informatieblad: Optimalisatie KAM & Arbo- & Veiligheidsinspecties. Coöperatie Baronije UA

Diensten informatieblad: Optimalisatie KAM & Arbo- & Veiligheidsinspecties. Coöperatie Baronije UA Coöperatie Baronije UA KAM & Optimalisatie Coöperatie Baronije UA Edisonbaan 16a - 3439 MN NIEUWEGEIN Postbus 1383-3430 BJ NIEUWEGEIN T: 030-214 80 34 (algemeen) F: 030-214 80 36 E: contact@baronije.nl

Nadere informatie

Gipsblokkensteller. Het belangrijkste bouwwerk ben je zelf. Alles wat je moet weten over het gezond en veilig stellen van gipsblokken

Gipsblokkensteller. Het belangrijkste bouwwerk ben je zelf. Alles wat je moet weten over het gezond en veilig stellen van gipsblokken Gipsblokkensteller Het belangrijkste bouwwerk ben je zelf Alles wat je moet weten over het gezond en veilig stellen van gipsblokken Informatie voor de werknemer Zwaar werk Gipsblokken stellen behoort tot

Nadere informatie

Factsheet Veilige arbeidsomstandigheden. Arbowet en zorgplicht

Factsheet Veilige arbeidsomstandigheden. Arbowet en zorgplicht Factsheet Veilige arbeidsomstandigheden Arbowet en zorgplicht Sinds 1 januari 2007 is de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) in beginsel niet meer van toepassing op vrijwilligers. Alleen als er ernstige

Nadere informatie

Rapport. Risico-inventarisatie & -evaluatie daken. Gymzaal

Rapport. Risico-inventarisatie & -evaluatie daken. Gymzaal Rapport Risico-inventarisatie & -evaluatie daken Gymzaal Rapport Risico-inventarisatie & -evaluatie daken Opdrachtgever : Gemeente Veiligheid Valgevaar 23 6583 QQ Veiligstad Tel. 009-555 777 E-mail info@gemeenteveiligheid.nl

Nadere informatie

Task Safety Requirements Working at Height Scaffolding NL. Approved by: HSSE Manager

Task Safety Requirements Working at Height Scaffolding NL. Approved by: HSSE Manager Page 1 of 5 A. INLEIDING STEIGERS Voor werken op hoogte wordt vaak beroep gedaan op steigers (ook nog stellingen) omdat deze een hogere graad van veiligheid bieden dan sommige andere arbeidsmiddelen en

Nadere informatie

HSE guidelines november 2013 WERKEN OP HOOGTE HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines november 2013 WERKEN OP HOOGTE HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines november 2013 WERKEN OP HOOGTE HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan

Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan HR-CentruM Samenwerken aan je loopbaan! November 2010 Inhoudsopgave Inleiding 3 Bedrijfsnoodplan 4 Belangrijke bedrijfsgegevens 4 De bedrijfshulpverleningsorganisatie

Nadere informatie

Veiligheid 5.1 is pure winst

Veiligheid 5.1 is pure winst Veiligheid 5.1 is pure winst (VCA-certificering in 6 stappen) Verkorte versie Inhoudsopgave Inleiding Waarom kiezen voor een VCA-certificering? VCA-certificering in 6 stappen 0: 1: 2: 3: 4: 5: Voorbereiding

Nadere informatie

In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen.

In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. Relevante wet-en regelgeving BHV1 1. Arbeidsomstandighedenwet (van kracht sinds 1 januari 2007) N.B. Achter de artikelen

Nadere informatie

Arbo Jaarverslag 2013 & Arbo Jaarplanning 2014

Arbo Jaarverslag 2013 & Arbo Jaarplanning 2014 Arbo Jaarverslag 2013 & Arbo Jaarplanning 2014 R. Govers Spaarnelanden nv Arbo jaarverslag 2013 & Arbo Jaarplanning 2014 Datum Mei 2014 Revisie Opdrachtgever Directie Spaarnelanden nv Samenstelling en

Nadere informatie

1. Arbowet: plichten van de werkgever

1. Arbowet: plichten van de werkgever Handboek Ondernemingsraad en Personeelsvertegenwoordiging Inhoudsopgave 1. Arbowet: plichten van de werkgever... 1 1.1 Pak risico s aan bij de bron... 2 1.2 Wat is psychosociale arbeidsbelasting (PSA)?...

Nadere informatie

Vakjargon uit Arbowet en arbocatalogus. FNV Woordenlijst

Vakjargon uit Arbowet en arbocatalogus. FNV Woordenlijst Vakjargon uit Arbowet en arbocatalogus FNV Woordenlijst Woordenboekje: jargon rond Arbowet en arbocatalogus arbeidshygiënische strategie arbeidsinspectie arbeidsrisico arbo arbobeleid arbobeleidsregels

Nadere informatie

Voorlichtingsboekje VGM

Voorlichtingsboekje VGM 1. Inleiding Wormerveer, november 2010 Geachte medewerk(st)er, Dit voorlichtingsboekje informeert u over Bouwers van Braam - Minnesma en informeert u over arbeidsomstandigheden en milieuzorg. Dus de zaken

Nadere informatie

Het echte VOL-VCA examen dat u na de opleiding gaat maken omvat 70 vragen en daarvoor heeft u maximaal 105 minuten de tijd.

Het echte VOL-VCA examen dat u na de opleiding gaat maken omvat 70 vragen en daarvoor heeft u maximaal 105 minuten de tijd. Dit proefexamen omvat 35 vragen over de hoofdstukken 1 tot en met 3 van het PBNA lesboek VOL-VCA. Aan dit proefexamen mogen maximaal 50 minuten besteed worden. Elk goed antwoord levert u 1 punt op. Voor

Nadere informatie

VCA in de praktijk. Prebes studieavond 11 oktober 2012. Stefaan Debosschere

VCA in de praktijk. Prebes studieavond 11 oktober 2012. Stefaan Debosschere VCA in de praktijk Prebes studieavond 11 oktober 2012 Stefaan Debosschere Voor wat staat VCA? Veiligheids Gezondheids- en Milieu Checklist voor Aannemers 2 2. Waarom VCA? VCA is geen wettelijke verplichting,

Nadere informatie

veiligheid op het werk

veiligheid op het werk veiligheid op het werk Regels en voorschriften droombanen voor Technisch talent Inhoud Veiligheid op het werk 1 Inleiding 3 2 Beleidsverklaring 4 3 Wet- en regelgeving 5 4 Veiligheid op kantoor 6 5 Veiligheid

Nadere informatie

Werk- en veiligheidsvoorschriften

Werk- en veiligheidsvoorschriften Werk- en veiligheidsvoorschriften Werken in opdracht van SDW Versie 1.0: 04-12-2013 1. Inleiding Als werkgever is SDW verantwoordelijk voor het arbeidsomstandighedenbeleid op basis van de Arbowet. SDW

Nadere informatie

Evenementcode: proefexamen

Evenementcode: proefexamen Naam kandidaat: Dit proefexamen VCA is uitsluitend bestemd voor opleidingsdoeleinden en heeft als doel om de kandidaat kennis te laten maken met de wijze van examineren. De vragen worden één keer per jaar

Nadere informatie

VascoDG Management Consultancy

VascoDG Management Consultancy 1: VEILIGHEIDS-, GEZONDHEIDS- EN MILIEU (VGM)-BELEID EN ORGANISATIE, BETROKKENHEID VAN DE DIRECTIE Vragen Documenten Niveau -=n.v.t. =must vraag =aanvullende vraag Voldaan: 1.1: Heeft het bedrijf een VGMbeleidsverklaring?

Nadere informatie

Algemene veiligheidsen milieuvoorschriften.

Algemene veiligheidsen milieuvoorschriften. Algemene veiligheidsen milieuvoorschriften. Geachte bezoeker/chauffeur/ aannemer/leverancier, Hartelijk welkom op deze locatie van Linde Gas Benelux! Veiligheid is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Nadere informatie

Holland Solar heet u welkom. Veilig werken op daken. Solar Solu(ons 2015

Holland Solar heet u welkom. Veilig werken op daken. Solar Solu(ons 2015 Holland Solar heet u welkom Veilig werken op daken Solar Solu(ons 2015 Veilig werken op daken ernst van tongeren directeur/eigenaar ID energie bestuurslid Holland Solar assessor Kenteq ( SEI erkenning

Nadere informatie

Arbeidsomstandighedenbeleid

Arbeidsomstandighedenbeleid Arbeidsomstandighedenbeleid informatie voor werkgevers en werknemers 170.indd 1 30-12-2008 10:38:37 170.indd 2 30-12-2008 10:38:38 Veilig en gezond werken is belangrijk. De overheid stelt doelen vast voor

Nadere informatie

Arbeidsomstandigheden bij het inlenen van medewerkers van Wedeo

Arbeidsomstandigheden bij het inlenen van medewerkers van Wedeo Arbeidsomstandigheden bij het inlenen van medewerkers van Wedeo Hoe is dat geregeld? Arbeidsomstandigheden bij het inlenen van medewerkers van Wedeo Hoe is dat geregeld? Inleiding Werkt u met ingeleende

Nadere informatie

Arbeidsomstandigheden

Arbeidsomstandigheden t b r o n s e k Arbeidsomstandigheden T Inleiding Wettelijke regels Veiligheid, gezondheid en welzijn Rechten en plichten Uitvoering arbobeleid Inleiding Johan ter Veer, administratief medewerker bij blikfabriek

Nadere informatie

De ladder als werkplek?

De ladder als werkplek? De ladder als werkplek? Eerder uitzondering dan regel Informatie voor de werkgever De ladder is geen werkplek De Arbowet heeft als uitgangspunt dat de ladder als werkplek niet is toegestaan wanneer een

Nadere informatie

Evenementcode: proefexamen

Evenementcode: proefexamen Naam kandidaat: Dit proefexamen VCA is uitsluitend bestemd voor opleidingsdoeleinden en heeft als doel om de kandidaat kennis te laten maken met de wijze van examineren. De vragen worden één keer per jaar

Nadere informatie

Leidraad veilig werken met ladders

Leidraad veilig werken met ladders Leidraad veilig werken met ladders De ladder valt onder de richtlijn Arbeidsmiddelen. Deze richtlijn verplicht de werkgever de werknemers met zodanige arbeidsmiddelen (ladders, trappen en rolsteigers)

Nadere informatie

Wij zijn OOMS CIVIEL.

Wij zijn OOMS CIVIEL. VEILIGHEID Infraprojecten zó ontwerpen en voorbereiden dat het voor iedereen GEWOON is dat deze VEILIG uitgevoerd kunnen worden. Als JE met z n allen op het WERK daar aandacht voor hebt, zal het aantal

Nadere informatie