Btw behandeling van privégebruik auto van de zaak

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Btw behandeling van privégebruik auto van de zaak"

Transcriptie

1 Tilburg University Btw behandeling van privégebruik auto van de zaak De situatie vanaf 1 juli 2011 Naam: Studierichting: R.J.T. van Erp Fiscale economie Administratienummer: Datum: 17 april 2015 Examencommissie: Dr. A.H. Bomer Prof. Dr. G.J. van Norden

2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Gebruikte afkortingen 3 Hoofdstuk 1: Inleiding 4 Hoofdstuk 2: Huidige btw regeling privégebruik auto van de zaak Algemeen Kilometeradministratie Forfaitaire regeling Eigen bijdrage privégebruik 8 Hoofdstuk 3: Verzet tegen de regeling AWB 13/ Gelijkheidsbeginsel en eigen raming privégebruik Visie eiseres Visie verweerder Uitspraak Eigen beoordeling uitspraak AWB 13/ Eigen raming privégebruik Visie eiseres Visie verweerder Uitspraak Eigen beoordeling uitspraak AWB 13/ Unierecht en bpm Visie eiseres Visie verweerder Uitspraak Eigen beoordeling uitspraak AWB 13/ Eigen bijdrage en terugwerkende kracht Visie eiseres Visie verweerder Uitspraak Eigen beoordeling uitspraak 21 Hoofdstuk 4: Conclusie 22 Literatuurlijst 23 Beleid 23 Jurisprudentieregister 23 2

3 Gebruikte afkortingen AWR BNB Bpm Btw Algemene wet inzake rijksbelastingen Beslissingen in belastingzaken Belasting van personenauto's en motorrijwielen Omzetbelasting Btw-richtlijn Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde BUA Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 BV CV FutD HR HvJ NTFR Besloten vennootschap Commanditaire vennootschap Fiscaal up to Date Hoge Raad der Nederlanden Hof van Justitie van de Europese Unie (Europese Gemeenschappen) Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht Uitvoeringsbeschikking Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 V-N Vakstudie Nieuws Wet OB Wet op de omzetbelasting 1968 Zesde richtlijn Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid- Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag 3

4 HOOFDSTUK 1 Inleiding Wanneer uitgaven met betrekking tot bedrijfsgoederen worden gedaan, kan in beginsel de betaalde btw worden afgetrokken. Dit geldt ook bij auto s die tot het bedrijfsvermogen behoren. Echter wat als deze auto s door een werknemer of ondernemer zelf ook voor privédoeleinden worden gebruikt? Iedere particulier dient btw af te dragen over de aanschafprijs, de brandstof en de onderhoudskosten van zijn auto. Wanneer een auto van de zaak privé wordt gebruikt, dient hiervoor een gedeelte van de aftrek gecorrigeerd te worden. Vanaf 1 juli 2011 geldt een nieuwe regeling voor het privégebruik van een auto van de zaak. Aanleiding hiervoor was een uitspraak van de Rechtbank Haarlem op 1 juni Daar werd geconcludeerd dat de oude regeling ten onrechte verschil maakte tussen de heffing over milieuvriendelijke en niet-milieuvriendelijke auto s. Er was sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel. Dit had tot gevolg dat belastingplichtigen zelf de mogelijkheid kregen een tarief te kiezen, wat vanzelfsprekend het laagste tarief zou zijn. Dit zou grote budgettaire gevolgen hebben omdat (gedeeltelijk) geen btw geheven kon worden. Het bedrag van dit budgettaire gat werd geraamd op 0,5 miljard per jaar. 2 Tegen deze uitspraak is in hoger beroep gegaan. Omdat wachten op de uitspraak van het Hof ondertussen zou leiden tot grote inkomstenderving, heeft de Staatssecretaris van Financiën direct actie ondernomen door de toenmalige regeling op de schop te nemen. Deze huidige regeling wordt in hoofdstuk 2 uiteengezet. Uiteindelijk heeft het Hof op 23 februari 2012 uitspraak gedaan op het hoger beroep. 3 De uitspraak van de Rechtbank Haarlem werd bevestigd en dus werd de staatssecretaris wederom niet in zijn gelijk gesteld. Tegen deze uitspraak is beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingesteld. Bij de behandeling hiervan wordt gewezen op een vuistregel die is ontwikkeld door de Hoge Raad. Deze regel stelt: dat beleid dat slechts is gevoerd ten aanzien van een bepaalde groep gevallen met een specifiek kenmerk, en welk beleid berust op een met dat kenmerk verband houdende onjuiste rechtsopvatting, niet automatisch ook moet worden toegepast op niet tot die (begunstigde) groep behorende, maar voor het overige voor de toepassing van de wettelijke regeling zelfde gevallen. Alleen als het desbetreffende beleid wordt voortgezet nadat de onjuiste rechtstoepassing is gebleken, bijvoorbeeld door een rechterlijke uitspraak of door eigen inzicht, heeft te gelden dat de niet-begunstigde groep aanspraak kan maken op het begunstigende beleid. 4 1 Rechtbank Haarlem 1 juni 2011, nr. 09/3866, NTFR 2011/ Brief van de Staatssecretaris van Financiën, 17 juni 2011, DV/2011/318, V-N 2011/ Hof Amsterdam, 23 februari 2012, , NTFR 2012/705 4 HR, 1 oktober 2012, CPG 12/01372, FutD 2012/2547 4

5 Dit houdt in dat toepassing van het gelijkheidsbeginsel pas mogelijk is, nadat bewust wordt doorgegaan met het voeren van dit beleid. De belanghebbende kan zich hier dus niet met succes op beroepen, omdat de staatssecretaris het gevoerde beleid zeer snel na de uitspraak van de Rechtbank Haarlem heeft beëindigd en vervangen. Geconcludeerd is dat het beroep in cassatie van de staatssecretaris gegrond dient te worden verklaard. Vanaf de invoering wordt de huidige regeling sterk bekritiseerd door belastingplichtigen die ermee te maken krijgen. Deze belastingplichtigen hebben in groten getale bezwaar gemaakt tegen hun eigen btw-aangifte. In deze paper worden vier gevoerde proefprocedures uitgelicht, waarop Rechtbank Gelderland op 3 april 2014 haar oordeel heeft geveld. De vier proefprocedures bevatten enkele overeenkomsten. Echter, ze bevatten ook een aantal verschillende geschilpunten. In hoofdstuk 3 worden de visies van de eisers en verweerders op de verschillende onderwerpen tegenover elkaar gezet. Daarnaast zal in dit hoofdstuk een eigen visie worden gegeven met betrekking tot de uitspraken die door Rechtbank Gelderland zijn gedaan. In elk van de vier gevallen is de verweerder, de belastinginspecteur, door de rechter in zijn gelijk gesteld. Tegen de uitspraak van Rechtbank Gelderland is in hoger beroep gegaan door de eisers. De in hoofdstuk 3 gevormde visie op de eerdere uitspraak zal gebruikt worden voor het beantwoorden van de probleemstelling van deze paper: Hoe moet Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep oordelen over de gevoerde proefprocedures tegen de btw regeling voor privégebruik van een auto van de zaak? In hoofdstuk 4 zal de uitspraak van de rechter en het commentaar daarop per geschilpunt worden geordend. Hierbij wordt bekeken of uitspraken elkaar mogelijk tegenspreken op bepaalde punten. Tevens wordt beargumenteerd welke punten in hoger beroep eventueel anders beoordeeld dienen te worden dan in de proefprocedures. Uit het voorgaande zal uiteindelijk een adviserende conclusie getrokken worden voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het onderzoek voor deze paper is afgesloten op 30 maart

6 HOOFDSTUK 2 Huidige btw regeling privégebruik auto van de zaak 2.1 Algemeen Op 17 juni 2011 heeft toenmalig Staatssecretaris van Financiën, F. Weekers, via een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal bekend gemaakt dat de ministerraad heeft ingestemd met het wijzigen van de regelgeving rondom de btw-heffing van privégebruik van een auto van de zaak. Vervolgens is deze nieuwe regeling in het besluit van 29 juni 2011 gepresenteerd, 5 welke later nog twee maal is geactualiseerd. 6 In dit hoofdstuk wordt niet ingegaan op de punten die zijn veranderd in de regeling, de focus ligt enkel op de uitwerking van de huidige regeling welke geldt vanaf 1 juli Uitgangspunt van de regeling is, dat privégebruik wordt gezien als een fictieve belaste prestatie zoals in artikel 4, tweede lid, Wet OB. Andere belangrijke punten zijn dat de regeling zowel voor werknemers als de ondernemer zelf geldt en dat woon-werkverkeer, conform de Btwrichtlijn, als privégebruik wordt geclassificeerd. Onder woon-werkverkeer wordt voor toepassing van de regeling verstaan: Het (heen en/of terug) reizen van de woon- of verblijfplaats naar de in het kader van een overeenkomst tot het verrichten van arbeid overeengekomen vaste werkplaats(en) waar men (één of meerdere dagen) zijn werkzaamheden verricht. Als een dergelijke overeenkomst niet is gesloten, dan geldt zowel voor de ondernemer als voor de werknemer dat alle reizen (heen en/of terug) van de woon- of verblijfplaats naar een bedrijfsadres van de ondernemer) als woon-werkverkeer kwalificeren.. 7 Deze definitie brengt met zich mee dat indien er gereisd wordt naar een andere locatie dan een vaste werkplaats of het bedrijfsadres, dit niet wordt aangemerkt als woon-werkverkeer en dus niet wordt gezien als privégebruik. 8 De regeling bevat enkele (keuze)mogelijkheden voor de ondernemer. Allereerst kan hij of zij ervoor kiezen een exacte kilometeradministratie bij te houden. Daarnaast kan hij of zij gebruik maken van een forfaitaire regeling. Bovendien geldt een andere regeling indien een werknemer een eigen bijdrage aan de onderneming betaalt voor het privégebruik. Deze drie mogelijkheden zullen nu achtereenvolgens behandeld worden. 5 Besluit Staatssecretaris van Financiën, 29 juni 2011, BLKB 2011/1233M, V-N 2011/ Besluit Staatssecretaris van Financiën, 20 december 2011, BLKB 2011/2560M, V-N 2012/6.14 en Besluit Staatssecretaris van Financiën, 11 juli 2012, BLKB 2012/639M, V-N 2012/ Besluit Staatssecretaris van Financiën, 11 juli 2012, BLKB 2012/639M, V-N 2012/ Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor in het geval wanneer een vertegenwoordiger vanaf zijn woonadres, direct naar een klant reist zonder eerst naar de zaak te reizen. 6

7 2.2 Kilometeradministratie Indien een ondernemer wenst btw af te dragen over het werkelijke privégebruik van een auto van de zaak, moet hij of zij een sluitende kilometeradministratie bijhouden. Met deze kilometeradministratie is exact te bepalen wat de verhouding is tussen privé- en zakelijk gebruik van de auto. Een uitzondering op het vereiste van een sluitende kilometeradministratie is van toepassing indien het privégebruik enkel bestaat uit woon-werkverkeer. In dat geval zijn er twee mogelijkheden om het privégebruik te bepalen. In beide gevallen moet om te beginnen de afstand woon-werkverkeer bepaald worden. Hierbij kan vervolgens de daadwerkelijke frequentie van het afleggen van de afstand bijgehouden worden. Daarnaast is het mogelijk de frequentie niet bij te houden, maar gebruik te maken van de aanname dat deze 214 werkdagen per kalenderjaar betreft. 9 Ter illustratie wordt hieronder een vereenvoudigd rekenvoorbeeld met betrekking tot de te betalen btw getoond in het geval van gebruik van een sluitende kilometeradministratie. Een ondernemer bezit een BMW 740i van de zaak. Hij gebruikt deze auto zowel voor privédoeleinden (onder andere woon-werkverkeer) als voor zakelijke doeleinden. Hij houdt een sluitende kilometeradministratie bij en heeft gedurende 2014 in totaal kilometer afgelegd. Hiervan is kilometer zakelijk en kilometer privé afgelegd. De auto is op 1 januari 2014 aangeschaft voor exclusief btw en bpm. 10 Gedurende 2014 is de gehele btw over de aanschaf en het gebruik van de auto afgetrokken. Voor de correctie wordt 1/5 deel van de btw over de aanschafprijs en de gehele btw over de gebruikskosten meegenomen: dit komt neer op 21% btw over ( 5.477). 11 In dit geval bedraagt de btw die is toe te rekenen aan het privégebruik: (20.000/ =) ¼ 21% = Forfaitaire regeling In bepaalde gevallen is het praktisch niet mogelijk om voor iedere auto van een onderneming een sluitende kilometeradministratie te voeren. Dit brengt namelijk in veel gevallen een grote administratieve last met zich mee, wat overigens snel kan leiden tot het maken van fouten. Indien een ondernemer geen sluitende kilometeradministratie bijhoudt, is het niet mogelijk de daadwerkelijke verhouding tussen privé- en zakelijk gebruik van de auto te bepalen. Om het in dit geval mogelijk te 9 De 214 werkdagen per kalenderjaar zijn gebaseerd op een dienstverband gedurende het hele kalenderjaar met werkweken van 5 dagen per week. Indien dit afwijkt, mag het aantal werkdagen naar evenredigheid worden aangepast. 10 BMW: Prijslijst BMW 7 Serie Sedan. Geraadpleegd op 2 maart 2014, van https://www.bmw.nl/nl/modellen/7-serie/sedan/showroom/intro.html 11 Dit bedrag komt voort uit: - het aan 2014 toerekenbaar deel van de aanschafprijs: / 5 = (gebaseerd een afschrijvingstermijn van 5 jaar bij een roerend goed) - de brandstofkosten, uitgaande van een gemiddelde benzineprijs van 1,70/liter en een opgegeven verbruik van 7,9l/100km: onderhoudskosten voor 2014 geschat op Totaal:

8 maken btw toe te rekenen aan privégebruik van een auto van de zaak, is er door de Staatssecretaris van Financiën een goedkeuring gegeven voor een forfaitaire regeling. Deze regeling houdt in dat de ondernemer, indien een auto van de zaak tevens privé gebruikt wordt, jaarlijks 2,7% van de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm, als privégebruik aanmerkt. In twee gevallen wijkt het forfaitaire percentage naar beneden af, er hoeft dan maar 1,5% van de cataloguswaarde, inclusief btw en bpm, als privégebruik aangemerkt te worden. Dit is van toepassing indien het privégebruik van de auto later dan vier jaar na het jaar van ingebruikname plaatsvindt, of wanneer er bij aanschaf geen btw afgetrokken kon worden. 12 Ter illustratie wordt hieronder een vereenvoudigd rekenvoorbeeld met betrekking tot de te betalen btw getoond in het geval van gebruik van de forfaitaire regeling. Een ondernemer bezit een BMW 740i van de zaak. Hij gebruikt deze auto zowel voor privédoeleinden (onder andere woon-werkverkeer) als voor zakelijke doeleinden. Hij heeft géén sluitende kilometeradministratie bijgehouden en heeft gedurende 2014 in totaal kilometer afgelegd. De auto is op 1 januari 2014 aangeschaft voor inclusief btw en bpm. Gedurende 2014 is de gehele btw over de aanschaf en het gebruik van de auto afgetrokken. In dit geval bedraagt de btw die forfaitair toe te rekenen is aan het privégebruik: 2,7% = Eigen bijdrage privégebruik Indien een werknemer of ondernemer zelf een eigen bijdrage betaalt aan de onderneming voor het privégebruik van de auto van de zaak gelden andere regels. Wanneer een werknemer een eigen bijdrage levert die niet symbolisch is, is artikel 4, vierde lid, Wet OB niet van toepassing. 13 In dit geval wordt gebruik gemaakt van artikel 8 Wet OB, wat inhoudt dat omzetbelasting in beginsel wordt berekend over het bedrag van de eigen bijdrage. In bepaalde situaties is het vierde lid van het hiervoor genoemde artikel belangrijk. Hierin staat dat de vergoeding op de normale waarde wordt gesteld indien de vergoeding lager, maar niet-symbolisch, is dan de normale waarde. De normale waarde van de vergoeding is de waarde in het economisch verkeer, ofwel op de markt. Omdat een redelijke bepaling van deze waarde niet altijd mogelijk is, mag uitgegaan worden van de door de ondernemer gemaakte, aan privégebruik toerekenbare, kosten voor de auto. Indien er gebruik gemaakt dient te worden van de waarde economisch verkeer geldt ook dat het niet altijd mogelijk is om het privégebruik exact bij te houden. Daarom mag onder bepaalde voorwaarden gebruik gemaakt worden van de forfaitaire regeling uit paragraaf 2.3. Toepassing hiervan is niet toegestaan indien de verschuldigde btw, berekend met het forfaitaire percentage, minder bedraagt dan de verschuldigde btw over de in rekening gebrachte vergoedingen. Indien gebruik wordt gemaakt van de forfaitaire regeling, blijft op grond van artikel 63 AWR, de btw over de in rekening gebrachte 12 Bijvoorbeeld wanneer het een marge-auto betreft, dit wil zeggen dat de auto voor aanschaf door de onderneming al van een particulier is geweest. De particulier heeft bij aankoop btw afgedragen en kan die hierna niet in rekening brengen aan de ondernemer. 13 HvJ, 20 januari 2005, C-412/03 (Hotel Scandic Gåsabäck AB), NTFR 2005/113, 8

9 vergoeding nog wel verschuldigd. De Staatssecretaris van Financiën heeft echter goedgekeurd dat voldoening hiervan achterwege mag blijven. Ter illustratie worden hieronder een drietal vereenvoudigde rekenvoorbeelden met betrekking tot de te betalen btw getoond in het geval van een eigen bijdrage voor het privégebruik. 14 Een ondernemer bezit een BMW 740i van de zaak. Hij gebruikt deze auto zowel voor privédoeleinden (onder andere woon-werkverkeer) als voor zakelijke doeleinden. Hij houdt een sluitende kilometeradministratie bij en heeft gedurende 2014 in totaal kilometer afgelegd. Hiervan zijn kilometer zakelijk en kilometer privé afgelegd. a) Voor het privégebruik heeft de ondernemer betaald aan de zaak, terwijl de waarde economisch verkeer hiervoor bedraagt. In dit geval bedraagt de verschuldigde btw: 21% 6.500= b) Voor het privégebruik heeft de ondernemer betaald aan de zaak, dit bedrag komt overeen met de waarde economisch verkeer. In dit geval bedraagt de verschuldigde btw: 21% = c) Voor het privégebruik heeft de ondernemer betaald aan de zaak, dit bedrag is lager dan de waarde economisch verkeer. Omdat de kosten van het privégebruik niet exact zijn bijgehouden, is de waarde economisch verkeer niet nauwkeurig te bepalen. Om deze reden wordt gebruik gemaakt van de forfaitaire regeling. In dit geval bedraagt de verschuldigde btw: 2,7% = In de voorbeelden a en b worden alle gegevens als bekend verondersteld, daarom wordt geen gebruik gemaakt van de forfaitaire regeling. In voorbeeld c zijn deze gegevens niet bekend en daarom wordt hier wel gebruik gemaakt van de forfaitaire regeling. 9

10 HOOFDSTUK 3 Verzet tegen de regeling 3.1 AWB 13/2854 Gelijkheidsbeginsel en eigen raming privégebruik Deze proefprocedure heeft betrekking op de situatie waarin een werknemer, de directeur, van een BV een auto van de zaak mede gebruikt voor privédoeleinden. Hiervoor is door de ondernemer geen vergoeding in rekening gebracht. Het betreft het jaar 2011, het jaar waarin de btw-regeling voor privégebruik van een auto van de zaak is gewijzigd per 1 juli. Door de ondernemer is geen kilometeradministratie bijgehouden, maar gebruikgemaakt van de forfaitaire regeling. De ondernemer heeft de in rekening gebrachte btw over de aanschaf en het gebruik van de auto volledig in aftrek gebracht. In geschil is de voldoening van de omzetbelasting over het jaar 2011 in verband met het privégebruik van de auto door de directeur. De ondernemer (hierna: eiseres) heeft bezwaar gemaakt tegen haar eigen aangifte omdat ze op twee punten van mening verschilt met de inspecteur: - De vraag of eiseres op grond van het neutraliteitsbeginsel over het tweede halfjaar van 2011 geen omzetbelasting verschuldigd is over het privégebruik van de auto van de directeur; - De vraag of de correctie over het tweede halfjaar van 2011 beperkt dient te blijven tot de omzetbelasting die drukt op de in rekening gebrachte kosten aan eiseres, volgens het door haarzelf berekende privégebruik Visie eiseres Eiseres is in beginsel van mening dat het privégebruik van een leaseauto van de ondernemer, welke is geleased op basis van een operationele leaseovereenkomst, vanaf juli 2011 niet meer in de heffing van de omzetbelasting kan worden betrokken. Het gebruik van een leaseauto classificeert als een ingekochte dienst, wat volgens haar niet onder artikel 4, tweede lid, onderdeel b, Wet OB kan vallen. Daarnaast stelt ze dat het BUA vanaf 1 juli 2011 niet meer kan worden toegepast. Volgens eiseres zorgt het Europese neutraliteitsbeginsel er eveneens voor dat privégebruik van een auto die tot het ondernemingsvermogen behoort, niet kan worden betrokken in de heffing van de omzetbelasting. Eiseres doelt hier op het neutraliteitsbeginsel als uitdrukking van het gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen dienen gelijk behandeld te worden. Dit houdt in dat, naar mening van eiseres, het privégebruik van zowel een leaseauto als een auto behorend tot het ondernemingsvermogen gelijk zijn en zo beide niet langer in de heffing kunnen worden betrokken. Met betrekking tot de tweede vraag heeft eiseres zelf een berekening gemaakt van de omzetbelasting over de gemaakte kosten die toe te rekenen zijn aan het privégebruik. Hierbij heeft ze gebruik gemaakt van de in de jaarrekening verwerkte brandstofkosten, waarmee ze door middel van een gemiddelde brandstofprijs, een gemiddeld verbruik en een geraamd aantal privé- en zakelijke ritten, tot een bedrag 10

11 voor de correctie is gekomen. De correctie die door eiseres is berekend, komt op een significant lager uit dan berekend volgens de forfaitaire regeling. Om die reden is eiseres van mening dat gebruik moet worden gemaakt van haar visie op de berekening Visie verweerder De inspecteur van de Belastingdienst is in beginsel van mening dat er geen sprake is van een ongelijke behandeling omdat het privégebruik van een leaseauto en van een auto die eigendom is van de ondernemer beide, op grond van artikel 4, tweede lid, Wet OB, in de heffing worden betrokken. Tevens stelt hij dat leveringen en diensten twee verschillende prestaties zijn en daarom niet noodzakelijk gelijk behandeld moeten worden. Verder is volgens verweerder belangrijk dat eiseres zelf heeft gekozen om gebruik te maken van de forfaitaire regeling. Hierdoor rust dan ook automatisch de bewijslast, aannemelijk te maken dat het werkelijk privégebruik leidt tot een minder grote correctie, op eiseres. Hierbij is ze gehouden de door de directeur privé gereden kilometers en de gemaakte kosten exact te registreren. Omdat eiseres deze gegevens niet heeft bijgehouden, heeft ze volgens de inspecteur niet aan de hiervoor genoemde bewijslast voldaan Uitspraak Rechtbank Gelderland beantwoordt als eerste de vraag met betrekking tot het neutraliteitsbeginsel. Ter beoordeling van deze vraag verwijst de rechtbank naar het arrest Eon Aeset Menidjumt van het HvJ. 15 In dit arrest is overwogen dat bij een dienst, zoals de huur van een auto, pas recht op aftrek van voorbelasting bestaat wanneer er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen het huren en de handelingen waarvoor later recht op aftrek bestaat. Tevens kwam naar voren dat, indien een auto op grond van een leaseovereenkomst gehuurd wordt en deze huur gelijk kan worden gesteld aan de verkrijging van een investeringsgoed, een keuzemogelijkheid bestaat wanneer de auto zowel privé als zakelijk gebruikt wordt. Dit houdt in dat het goed, de auto, geheel als bedrijfsvermogen ofwel geheel als privévermogen wordt geclassificeerd of dat exact wordt bijgehouden wat de werkelijke verhouding tussen het privé- en zakelijk gebruik is. Hieruit maakt de rechtbank op dat artikel 4, tweede lid, onderdeel a, Wet OB enkel van toepassing is indien het gebruik van de leaseauto gelijk gesteld kan worden aan de verkrijging van een investeringsgoed. Indien het gebruik van de leaseauto gelijk gesteld wordt aan een dienst, is de bovenstaande keuzemogelijkheid dus niet van toepassing. Vervolgens verwijst de rechtbank naar het arrest VNLTO van het HvJ. 16 Hier heeft de Advocaat- Generaal gesteld dat uit artikel 6, tweede lid, eerste alinea, sub a van de Zesde richtlijn volgt, dat btw over het privégebruik van een bedrijfsgoed waarvan voorbelasting is afgetrokken, wordt geheven naar het verbruik ervan. Dit artikel en overeenkomstig artikel 4, tweede lid, sub a, Wet OB, leidt ertoe dat de inning van de btw over de kosten moet worden gespreid over een bepaalde periode waarin het goed 15 HvJ, 16 februari 2012, C-118/11 (Eon Aeset Menidjumt),V-N 2012/ HvJ, 12 februari 2009, C-515/07 (VNLTO), BNB 2009/202 11

12 wordt verbruikt. Hieruit is geconcludeerd dat dit artikel enkel geldt indien sprake is van een investeringsgoed, omdat andere goederen in beginsel direct worden verbruikt en niet gespreid over een periode. Uit onder andere dit arrest en artikel 168, sub a van de Btw-richtlijn is op te maken dat recht op aftrek bestaat indien een belastingplichtige een dienst verkrijgt en deze gebruikt voor economische activiteiten. In deze situatie wil dat dus zeggen dat de ondernemer recht op aftrek van voorbelasting heeft, voor zover de directeur zijn auto gebruikt voor zakelijke doeleinden. Conclusie luidt dat, de leasedienst niet onder artikel 4, tweede lid, onderdeel b, Wet OB valt en er op grond van artikel 15, eerste lid, Wet OB geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat voor het privégebruik van de auto. Privégebruik van een auto die wordt gezien als investeringsgoed, valt onder artikel 4, tweede lid, onderdeel a, Wet OB (fictieve dienst). Privégebruik van een auto die niet wordt gezien als investeringsgoed is geen fictieve dienst. Hier geldt een beperking van de aftrek. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. De rechtbank is van mening dat schending hiervan niet plaatsvindt omdat in beide gevallen omzetbelasting drukt op het privégebruik van de auto van de zaak. Vervolgens wordt de vraag over de beperking van de correctie behandeld, waarbij eiseres van mening is dat ze enkel omzetbelasting verschuldigd is over een door haar geraamd percentage privégebruik van de autokosten. De rechtbank stelt dat de berekening van de verschuldigde omzetbelasting voor het privégebruik als fictieve dienst in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, Wet OB vanaf 1 juli 2011 voortkomt uit artikel 8, zevende lid, Wet OB met inachtneming van artikel 5a van de Uitvoeringsbeschikking. Omdat er sprake is van heffing over een fictieve dienst, rust in beginsel de bewijslast met betrekking tot de verschuldigde omzetbelasting op de inspecteur. Echter, omdat eiseres er zelf voor heeft gekozen om gebruik te maken van de forfaitaire regeling, is de rechtbank van mening dat dit ertoe leidt dat een redelijke verdeling van de bewijslast met zich meebrengt dat eiseres zelf aannemelijk moet maken waarom het bedrag van de voldoening op aangifte te hoog is. De rechtbank verwijst naar het arrest Van Laarhoven van de Hoge Raad, waaruit op is te maken dat eiseres de meest gerede partij is bewijs te leveren, omdat zij over de benodigde gegevens beschikt. 17 Ze dient hiervoor de werkelijke kosten van het privégebruik aannemelijk te maken. De rechtbank is het met eiseres eens, dat in deze situatie een sluitende kilometeradministratie niet noodzakelijk is. Echter, de gemaakte raming van eiseres zoals beschreven in paragraaf is te beperkt. De rechtbank concludeert dat eiseres niet heeft voldaan aan de op haar rustende bewijslast. Daarom wordt haar beroep ongegrond verklaard Eigen beoordeling uitspraak De beoordeling van het geschil rondom het neutraliteitsbeginsel wordt door Rechtbank Gelderland duidelijk en sterk met (citaten uit) jurisprudentie beargumenteerd. Er wordt aangetoond dat zowel over privégebruik van een auto gekwalificeerd als investeringsgoed, als een auto niet gekwalificeerd als investeringsgoed, omzetbelasting verschuldigd is over het privégebruik. Deze verschuldigdheid komt 17 HR, 30 november 2012, 08/01579bis (Van Laarhoven), BNB 2013/52, r.o

13 enkel voort uit andere wetsbepalingen. In beide gevallen blijft omzetbelasting drukken en is er dus geen sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Kortom, naar mijn mening heeft de rechtbank hier een goed geformuleerde uitspraak gedaan waarop ik niets heb aan te merken. Met betrekking tot de beperking van de correctie ben ik het ook eens met de rechtbank. Het argument dat eiseres zelf voor de forfaitaire regeling heeft gekozen en daarom zelf moet aantonen dat haar aangifte te hoog was, is sterk door de verwijzing naar het arrest Van Laarhoven. Ik ben echter van mening dat een punt in deze uitspraak een aanmerking verdient. De rechtbank stelt dat de raming van het aantal zakelijk en privé verreden kilometers, berekend met gemiddelde prijzen en brandstofverbruik, niet volstaat als bewijs. Hierin kan ik me vinden omdat deze berekening op verschillende punten geschatte en gemiddelde waardes bevat, waardoor de betrouwbaarheid niet groot is. De rechtbank geeft echter geen mogelijkheid waarop eiseres wel zou kunnen voldoen aan de bewijslast. Mede omdat de rechtbank eerst in haar voordeel beslist dat een sluitende kilometeradministratie overbodig is, ben ik van mening dat het geven van een alternatief eigenlijk nodig is. Nu is het naar mijn mening niet eenvoudig om dit aan te kunnen tonen zonder gebruik te maken van een sluitende kilometeradministratie. Eiseres kan dus waarschijnlijk niet meer aantonen dat het bedrag te hoog is. Daarom had de rechtbank de opmerking dat eiseres niet gehouden is een sluitende kilometeradministratie te overleggen beter achterwege kunnen laten. 3.2 AWB 13/ Eigen raming privégebruik De situatie in deze proefprocedure is soortgelijk aan die in AWB 13/2854. De kernpunten in beide geschillen komen volledig overeen en omvatten het jaar Ook hier is sprake van een werknemer, de directeur, van een BV die een auto van de zaak mede gebruikt voor privédoeleinden. Hij betaalt hiervoor geen vergoeding en er wordt geen kilometeradministratie bijgehouden. Er wordt daarom gebruikgemaakt van de forfaitaire regeling. De bij aanschaf in rekening gebrachte btw en de btw over het gebruik van de auto zijn volledig in aftrek gebracht. De ondernemer (hierna: eiseres) heeft bezwaar gemaakt tegen haar eigen aangifte, omdat ze op twee punten van mening verschilt met de inspecteur: - De vraag of de datum van wijziging van de regelgeving met zich meebrengt dat eiseres over het eerste halfjaar van 2011 geen omzetbelasting hoeft te betalen over het privégebruik van de auto door de directeur van haar BV; - De vraag of de correctie over het tweede halfjaar van 2011 beperkt dient te blijven tot de omzetbelasting die drukt op de in rekening gebrachte kosten aan eiseres, volgens het door haarzelf berekende privégebruik. Omdat in deze paper uitsluitend de huidige regeling en dus de situatie na 1 juli 2011 wordt belicht, zal enkel op de tweede vraag worden ingegaan Visie eiseres In deze situatie heeft eiseres ook zelf een berekening gemaakt met betrekking tot de gemaakte kosten die toe te rekenen zijn aan het privégebruik, benodigd voor de correctie in de omzetbelasting. Hierbij 13

14 heeft ze gebruik gemaakt van de in de jaarrekening verwerkte brandstofkosten, waarmee ze door middel van een gemiddelde brandstofprijs, een gemiddeld verbruik en een geraamd aantal privé- en zakelijke ritten, tot een bedrag voor de correctie is gekomen. Eveneens is de correctie die door eiseres zelf berekend is, significant lager dan de correctie die voortkomt uit de berekening van de forfaitaire regeling. Daarom is eiseres van mening dat gebruik moet worden gemaakt van de verschuldigde omzetbelasting die volgt uit haar eigen berekening Visie verweerder Verweerder, de inspecteur, stelt dat eiseres zelf heeft gekozen de forfaitaire regeling te gebruiken voor de periode vanaf 1 juli Hierdoor rust volgens hem de bewijslast aannemelijk te maken dat het daadwerkelijke privégebruik zou leiden tot een lagere correctie, op eiseres zelf. Eiseres dient exact bij te houden hoeveel kilometers privé verreden worden en wat de autokosten bedragen. Dit is niet gebeurd en daarom is de inspecteur van mening dat eiseres niet aan de plicht van de bewijslast heeft voldaan Uitspraak De uitspraak met betrekking tot de beperking van de correctie privégebruik in deze proefprocedure is gelijk aan de uitspraak die werd gedaan in AWB 13/2854. De rechtbank stelt dat de berekening van de verschuldigde omzetbelasting voor het privégebruik, een fictieve heffing, volgt uit artikel 8, zevende lid, Wet OB met inachtneming van artikel 5a van de Uitvoeringsbeschikking. Wederom rust in beginsel de bewijslast met betrekking tot de verschuldigde omzetbelasting, op de belastinginspecteur. Echter, omdat eiseres gebruik heeft gemaakt van de forfaitaire regeling en hiervoor zelf heeft gekozen, is de rechtbank van mening dat dit ervoor zorgt dat eiseres zelf aannemelijk moet maken waarom het bedrag van de voldoening op aangifte te hoog is. Hiervoor dient eiseres de werkelijke kosten voor het privégebruik aannemelijk te maken. De door eiseres zelf gemaakte raming van het privégebruik is niet voldoende om dit aan te tonen. Wederom wordt het beroep van eiseres ongegrond verklaard Eigen beoordeling uitspraak Zoals eerder vermeld werd, is de uitspraak in deze proefprocedure gelijk aan die van AWB 13/2854. Hieruit is op te maken dat de rechtbank zeker is over hetgeen besloten is. Ik ben tevens van mening dat de rechtbank hier juist heeft gehandeld zoals in paragraaf wordt toegelicht. Eveneens heb ik op deze uitspraak de zelfde aanmerking als op die van AWB 13/2854. Wederom wordt door de rechtbank geen manier gegeven waarop eiseres wel kan voldoen aan de bewijslast. 3.3 AWB 13/2857 Unierecht en bpm Deze proefprocedure heeft betrekking op de situatie waarin een ondernemer bezwaar heeft gemaakt op de aangifte omzetbelasting van haar commanditaire vennootschap over het tijdvak 1 oktober tot en met 31 december Dit bezwaar is door de inspecteur gedeeltelijk gegrond verklaard, waardoor een bepaalde teruggaaf is verleend. Ondernemer (hierna: eiseres) heeft echter beroep ingesteld tegen de 14

15 beoordeling van het bezwaar, omdat ze het niet eens was met de beslissing van de inspecteur (hierna: verweerder). Tot het bedrijfsvermogen van eiseres behoorde in 2011 een auto, welke in 2010 tweedehands werd aangeschaft voor circa een derde deel van de catalogusprijs. De auto stond ter beschikking van de beherend vennoot van de CV en werd voor 99% privé gebruikt. Door eiseres is bij hem geen vergoeding in rekening gebracht voor dit privégebruik. Er is geen kilometeradministratie bijgehouden om de verhouding tussen privé en zakelijk verreden kilometers aan te kunnen tonen. Eiseres heeft de in rekening gebrachte btw over de aanschaf en het gebruik van de auto volledig in aftrek gebracht. Voor het tweede deel van 2011, vanaf 1 juli, is gebruik gemaakt van de forfaitaire regeling om de correctie omzetbelasting voor het privégebruik te bepalen. In geschil tussen eiseres en de inspecteur zijn de volgende drie punten: - De vraag of de voldoening op aangifte achterwege had kunnen blijven omdat gebruik werd gemaakt van de forfaitaire regeling en deze in strijd is met het Unierecht; - De vraag hoe bpm bij toepassing van de forfaitaire regeling behandeld dient te worden; - De vraag of bij de forfaitaire regeling in deze situatie onterecht een percentage van 2,7% is toegepast in plaats van 1,5% Visie eiseres Met betrekking tot de eerste vraag stelt eiseres dat ze het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 29 juni 2011 toepast omdat ze geen kilometeradministratie heeft bijgehouden met betrekking tot het gebruik van de auto. Ze is van mening dat dit besluit gelijk gesteld kan worden aan een wet in formele zin. Eiseres komt tot deze mening, omdat volgens haar sprake is van een feitelijke voortzetting van artikel 15 van de Uitvoeringsbeschikking. In het Hoge Raad arrest Van Laarhoven is besloten dat dit artikel een disproportionele werking heeft. 18 In de arresten Mangold en Mangoora van het HvJ is besloten dat in gelijksoortige gevallen de gehele regeling buiten beschouwing mag worden gelaten. 19 Volgens eiseres is het besluit van de staatssecretaris eveneens in strijd met het Unierecht, omdat in de forfaitaire regeling gebruik wordt gemaakt van een percentage van de cataloguswaarde inclusief bpm. Eiseres is van mening dat bpm ontoelaatbaar is in de forfaitaire berekening, wat ervoor zorgt dat de gehele regeling niet rechtsgeldig is. Daarom meent ze geen omzetbelasting verschuldigd te zijn over het privégebruik van de auto door de beherend vennoot. Dit leidt direct tot het standpunt van eiseres met betrekking tot de tweede vraag; ze is van mening dat bpm buiten de grondslag van de forfaitaire regeling hoort te blijven. Het antwoord op de derde vraagt luidt dat eiseres van mening is dat een percentage van 1,5% in plaats van 2,7% gebruikt moet worden bij de forfaitaire berekening. Ze meent dat verschillende percentages in de forfaitaire regeling, tijdens en na de herzieningsperiode, leiden tot een disproportionele en te 18 HR, 30 november, 08/01579bis (Van Laarhoven), BNB 2013/52 19 HvJ, 22 december 2008, C-414/07 (Mangoora), V-N 2009/3.25 en HvJ, 22 november 2005 (Mangold), C- 144/04, JAR 2005/287 15

16 hoge heffing van de omzetbelasting in het geval van ondernemers die een gebruikte btw-auto aanschaffen in het jaar van aanschaf, of de vier daarop volgende jaren Visie verweerder Verweerder stelt dat er wel omzetbelasting verschuldigd is over het privégebruik van de auto van de CV. De redenering van eiseres is volgens hem onjuist, omdat de verschuldigdheid van de omzetbelasting voortkomt uit artikel 4, tweede lid, Wet OB en de forfaitaire regeling hier los van staat. De forfaitaire regeling is enkel te zien als tegemoetkoming voor de ondernemer. Zelfs indien deze regeling in strijd zou zijn met het Unierecht, zou dit volgens verweerder geen gevolgen hebben voor artikel 4, tweede lid, Wet OB. Vervolgens stelt verweerder dat bpm niet tot de maatstaf van heffing behoort voor de te berekenen omzetbelasting over het privégebruik van de auto. Hier heeft hij naar eigen zeggen al rekening mee gehouden bij de uitspraak op het eerdere bezwaar van eiseres. Tevens merkt hij op dat eiseres niet heeft aangetoond dat de forfaitaire regeling zonder rechtvaardigingsgrond verschillende groepen belastingplichtigen bewust ongelijk behandelt. Daarna stelt verweerder dat voor de maatstaf van heffing enkel verwervingskosten worden gebruikt en hierbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen nieuwe en tweedehands auto s. Hij is van mening dat het standpunt van eiseres ervoor zou zorgen dat de verwervingskosten van een tweedehandsauto ten onrechte buiten de maatstaf van heffing blijven Uitspraak Voor beoordeling van het eerste geschilpunt, waarover eiseres van mening is dat ze ten onrechte omzetbelasting heeft betaald, redeneert de rechtbank als volgt. Privégebruik van een bedrijfsgoed wordt gezien als een fictieve dienst onder bezwarende titel. Dit staat in artikel 4, tweede lid, Wet OB en artikel 26, eerste lid, onderdeel a van de Btw-richtlijn. De verschuldigde omzetbelasting wordt vanaf 1 juli 2011 berekend op grond van artikel 8, zevende lid, Wet OB en artikel 5a van de Uitvoeringsbeschikking. De maatstaf van heffing is het bedrag van de gemaakte kosten die toe te rekenen zijn aan deze fictieve dienst, dit komt voort uit artikel 75 van de Btw-richtlijn. De forfaitaire regeling uit het besluit heeft het karakter van een goedkeuring. Hierop kan een belastingplichtige beroep doen, maar dit is niet verplicht. De rechtbank concludeert dat een eventuele strijdigheid van het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën met de Btw-richtlijn geen gevolgen heeft voor de geldigheid van het besluit en evenmin voor artikel 4, tweede lid, onderdeel a, Wet OB. Hiervoor haalt de rechtbank het arrest Van Laarhoven van de Hoge Raad aan. 20 In dit arrest is overwogen dat naar nationaal recht, de strijdigheid van de forfaitaire regeling in artikel 15, eerste lid van de Uitvoeringsbeschikking met de Zesde richtlijn, géén gevolg heeft voor dat artikel als zodanig. Echter, indien een belastingplichtige kan bewijzen dat deze 20 HR, 30 november 2012, 08/01579bis (Van Laarhoven), BNB 2013/52, r.o

17 regeling in zijn geval leidt tot meer omzetbelasting ter zake van het privégebruik van een auto van de zaak dan toelaatbaar is volgens de Zesde richtlijn, heeft deze strijdigheid wel gevolgen voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, Uitvoeringsbeschikking. Dus omdat eiseres bewust gekozen heeft om gebruik te maken van de forfaitaire regeling, dient zij nu zelf aannemelijk te maken dat ze meer omzetbelasting verschuldigd is dan ze zou zijn op grond van artikel 75 van de Btw-richtlijn. De rechtbank is van mening dat eiseres hier niet aan heeft voldaan, waardoor haar beroep ongegrond wordt verklaard. Het tweede en derde geschilpunt, beantwoordt de rechtbank gezamenlijk. De berekening van de verschuldigde omzetbelasting over het privégebruik van de auto van de zaak volgt uit artikel 8, zevende lid, Wet OB en artikel 5a van de Uitvoeringsbeschikking. Op grond van artikel 4 Wet OB is sprake van een fictieve heffing, waardoor de bewijslast voor de heffing in beginsel op verweerder rust. Echter, omdat eiseres zelf de keuze heeft gemaakt gebruik te maken van de forfaitaire regeling, zorgt dit er volgens de rechtbank voor dat zij zelf aannemelijk moet maken dat de omzetbelasting op aangifte voor een te hoog bedrag is voldaan. Ze is volgens de rechtbank tevens de meest gerede partij om bewijs te leveren, omdat enkel zij over de benodigde informatie beschikt. Dit baseert de rechtbank wederom op het arrest Van Laarhoven. 21 De rechtbank haalt het feit aan, dat door de inspecteur al een gedeeltelijke teruggaaf is verleend als reactie op het eerder gemaakte bezwaar. Deze teruggaaf is verleend op basis van de door eiseres geleverde gegevens en met toepassing van artikel 5a van de Uitvoeringsbeschikking. Door de inspecteur is bij de berekening van de gemaakte kosten die zijn toe te rekenen aan het privégebruik, enkel gebruik gemaakt van kosten waarop omzetbelasting drukt. De bpm geheel buiten beschouwing gelaten. De inspecteur heeft volgens de rechtbank volledig terecht de verwervingskosten van de auto in de heffing betrokken, omdat deze tot de gemaakte kosten behoren op grond van artikel 75 van de Btw-richtlijn. Omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door de inspecteur berekende omzetbelasting hoger is dan het bedrag wat volgt uit artikel 75 van de Btw-richtlijn, wordt haar beroep ook op dit punt ongegrond verklaard Eigen beoordeling uitspraak Het eerste punt waarbij eiseres beweert dat het besluit van 29 juni 2011 en artikel 15 van de Uitvoeringsbeschikking in strijd zijn met het Unierecht worden door de rechtbank gedeeltelijk ontweken. De argumentatie van de rechtbank houdt in dat de belastingplichtige er zelf voor kiest gebruik te maken van de forfaitaire regeling, waardoor eiseres zelf bewijs moet leveren dat ze teveel omzetbelasting heeft afgedragen. Naar aanleiding van de uitspraak in het arrest Van Laarhoven wordt geconcludeerd dat een eventuele strijdigheid van het besluit met de Btw-richtlijn geen gevolgen heeft voor de geldigheid ervan. Een uitzondering geldt wanneer eiseres aantoont dat ze meer belasting betaalt, dan op grond van de Zesde richtlijn toelaatbaar is. Ik ben van mening dat de conclusie die de rechtbank trekt wel correct is. Echter wordt niet beantwoord of er al dan niet sprake is van strijdigheid. 21 HR, 30 november 2012, 08/01579bis (Van Laarhoven), BNB 2013/52, r.o

18 Er wordt enkel geconcludeerd dat eiseres hiervoor onvoldoende bewijs levert. Vervolgens beantwoordt de rechtbank de twee resterende vragen tegelijk. De redenering van de rechtbank begint wederom met het feit dat eiseres zelf heeft gekozen de forfaitaire regeling te gebruiken. Daarom dient ze zelf aannemelijk te maken dat de afdracht op aangifte te hoog was. Hierbij wordt geen duidelijk antwoord gegeven op de vraag of bpm thuishoort in de forfaitaire regeling. De vraag met betrekking tot het percentage bij de forfaitaire regeling wordt beantwoord in het voordeel van verweerder. Er wordt gezegd dat hij correct heeft gehandeld, hieruit is dus op te maken dat eiseres een correctie van 2,7% dient toe te passen in de forfaitaire regeling. Ik ben van mening dat de rechtbank deze laatste twee vragen duidelijker had moeten beantwoorden. Naar mijn mening hoort bpm wel thuis in de maatstaf van heffing. Eiseres voert geen argumenten aan waarom dit niet zo zou zijn, ze stelt enkel dat het een ontoelaatbaar element is. Op basis van artikel 4, tweede lid, onderdeel a, Wet OB juncto artikel 8, zevende lid, Wet OB en artikel 5a, eerste lid, onderdeel a van de Uitvoeringsbeschikking OB, wordt de vergoeding voor het privégebruik gesteld op de door de ondernemer, voor het verrichten van de diensten, gemaakte uitgaven: de kosten in verband met de verwerving of vervaardiging van het goed. Hiertoe behoort in mijn optiek ook de bpm. Daarnaast is mijn oordeel dat eiseres inderdaad een percentage van 2,7% moet gebruiken voor de berekening van de verschuldigde omzetbelasting met de forfaitaire regeling. Eiseres had in aanmerking kunnen komen voor 1,5% indien ze een auto had gekocht waarvoor geen btw afgetrokken kon worden bij aankoop. Daarnaast mag het verlaagde percentage gebruikt worden indien de auto langer dan vijf jaar in de onderneming wordt gebruikt. 3.4 AWB 13/2858 Eigen bijdrage en terugwerkende kracht De situatie in deze proefprocedure wijkt in grotere mate af van de voorgaande drie situaties. Een ondernemer bezit tien auto s die tot het bedrijfsvermogen van haar fiscale eenheid behoren. Het wagenpark bestaat uit vier personenauto s en zes bestelauto s met dubbele cabine welke ter beschikking staan van werknemers. Voor twee van de tien auto s is door werknemers een eigen bijdrage voor het privégebruik betaald. De ondernemer (hierna: eiseres) heeft geen kilometeradministratie bijgehouden voor haar bedrijfsauto s. Ze heeft de omzetbelasting over de aanschaf en het gebruik van de auto s volledig in aftrek gebracht. Over het vierde kwartaal van 2011 heeft eiseres aangifte omzetbelasting gedaan waarbij gebruik is gemaakt van de forfaitaire regeling. Hierin heeft eiseres eveneens de eigen bijdragen meegenomen. In geschil zijn de volgende twee punten: - De vraag of ten aanzien van de auto s waarvoor een eigen bijdrage wordt betaald door de werknemers enkel omzetbelasting betaald hoeft te worden over deze bijdrage; - De vraag of ten aanzien van de overige auto s de correctie voor het privégebruik beperkt dient te blijven tot 3/184 deel van het over het tweede halfjaar aangegeven en betaalde bedrag. 18

19 In de proefprocedure wordt gesproken over de situatie in het eerste en tweede halfjaar van 2011, hier wordt enkel ingegaan op het tweede halfjaar Visie eiseres Eiseres is omtrent het eerste geschilpunt van mening dat ze enkel omzetbelasting dient af te dragen over de eigen bijdrage van de werknemers. Ze stelt dat de vergoeding niet naar de normale waarde van artikel 8, vierde lid, Wet OB gecorrigeerd dient te worden, omdat dit lid gebaseerd is op artikel 80 van de Btw-richtlijn. In dit artikel is te lezen dat lidstaten kunnen corrigeren naar normale waarde om belastingfraude en ontwijking te voorkomen. Daarvan is volgens eiseres geen sprake in deze situatie. Tevens voert eiseres aan dat de wetgever het BTW-Comité in 2011 niet tijdig op de hoogte heeft gesteld van deze wetgeving en dat artikel 8, vierde lid, Wet OB in strijd is met het Eerste Protocol van het EVRM omdat het met terugwerkende kracht is ingevoerd. Met betrekking tot het tweede geschilpunt stelt eiseres dat de voldoening van de omzetbelasting op aangifte beperkt dient te blijven tot 3/184 deel van het bedrag wat is voldaan over het tweede halfjaar. Ze komt hiertoe omdat de wetswijzigingen op 22 december 2011 van onder andere de Wet op personenauto s en motorrijwielen 1992 en de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, pas op 29 december 2011 zijn geplaatst in de Staatscourant. Volgens artikel 104 van de Grondwet kunnen belastingen enkel worden geheven op grond van een wet. Deze wet geldt naar haar mening pas vanaf 29 december, enkel de laatste 3 van de 184 dagen van het tweede halfjaar Visie verweerder Verweerder stelt met betrekking tot het eerste punt dat eiseres er zelf voor heeft gekozen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. Daarom dient ze zelf aannemelijk te maken dat ze slechts omzetbelasting verschuldigd is over de eigen bijdragen. Verweerder is van mening dat het argument dat artikel 8, vierde lid, Wet OB niet voldoet aan artikel 80 van de Btw-richtlijn geen stand houdt. Als deze regeling niet zou bestaan, zou er namelijk eenvoudig belasting ontweken kunnen worden met privégebruik van goederen van een onderneming. Ook het feit dat pas later mededeling is gedaan aan het Btw-Comité heeft volgens hem geen gevolgen voor de werking van artikel 8, vierde lid, Wet OB. Tevens is hij van mening dat dit lid niet in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM vanwege terugwerkende kracht. Verder ziet verweerder geen aanleiding om de voldoening op aangifte voor de auto s waarvoor geen eigen bijdrage wordt betaald te beperken tot 3/184 deel van de voldane omzetbelasting. Er wordt belasting geheven op basis van artikel 4, tweede lid, Wet OB. Hetgeen eiseres beweert is niet van toepassing Uitspraak Met betrekking tot de auto s waarvoor eigen bijdragen betaald worden door het personeel, is het centrale geschilpunt of artikel 8, vierde lid, Wet OB toegestaan is op grond van artikel 80 van de Btw- 19

20 richtlijn. Vaste rechtspraak van het HvJ luidt dat de maatstaf van heffing in dit geval gevonden wordt in de werkelijk ontvangen tegenprestatie. Onder andere uit het arrest Hotel Scandic Gåsabäck AB blijkt dat hiermee de subjectieve waarde wordt bedoeld en niet een objectieve, geschatte waarde. 22 Volgens artikel 80 van de Btw-richtlijn mag de maatstaf van heffing op de normale waarde gesteld worden om belastingfraude en ontduiking te voorkomen. Voorwaarden hiervoor zijn dat tussen afnemer en verrichter van de (fictieve) dienst nauwe betrekkingen bestaan, de tegenprestatie lager is dan de normale waarde en de afnemer geen volledig recht op aftrek heeft. Nu hier sprake is van een dienstverband tussen afnemer en verstrekker, kan dit gezien worden als nauwe betrekking. De rechtbank haalt aan dat het HvJ heeft besloten dat nationale, afwijkende maatregelen om belastingfraude en ontwijking te voorkomen enkel mogen afwijken van de maatstaf van heffing in de richtlijn, indien dit strikt noodzakelijk is om het doel te dienen. 23 De rechtbank concludeert dat verweerder in gelijk gesteld wordt; belastingontwijking zou zonder deze regel eenvoudig mogelijk zijn. Daarom is dit artikel noodzakelijk en dus toegestaan. Zij beoordeelt dat het argument, dat eiseres niet daadwerkelijk aan belastingontduiking doet, irrelevant is voor de beoordeling van artikel 8, vierde lid, Wet OB. Het gaat hier om het voorkomen van belastingontwijking. Vervolgens geeft de rechtbank antwoord op de vraag of Nederland op grond van artikel 80, derde lid van de Btw-richtlijn, het BTW-Comité vooraf op de hoogte had moeten brengen van dat een regeling werd getroffen naar aanleiding van artikel 80, eerste lid, Btw-richtlijn. Antwoord op deze vraag luidt dat uit het derde lid niet is op te maken dat dit vooraf nodig is. Eiseres beweert dat artikel 8, vierde lid, Wet OB in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM, vanwege de invoering met terugwerkende kracht. De rechtbank is van mening dat deze bewering onjuist is omdat ook vóór 1 juli 2011 privégebruik van een auto van de zaak in de heffing werd betrokken. Enkel de wijze van de heffing is gewijzigd. Tevens is deze wijziging al aangekondigd op 17 juni 2011 in de Brief van de Staatssecretaris van Financiën. Omdat eiseres zelf heeft gekozen gebruik te maken van de forfaitaire regeling brengt dit met zich mee dat zij aannemelijk dient te maken dat de vergoeding op aangifte te hoog is. Ze dient te bewijzen dat de vergoeding die de werknemers betaald hebben, in overeenstemming was met een reële marktwaarde. Ze voldoet hier niet aan, met als gevolg dat haar beroep ongegrond wordt verklaard. Met betrekking tot de beperking van de correctie tot 3/184 deel van de betaalde omzetbelasting voor de auto s waarvoor geen eigen bijdrage is betaald, oordeelt de rechtbank als volgt. Artikel 4, tweede lid, Wet OB is niet met terugwerkende kracht van toepassing verklaard voor het privégebruik van een auto van de zaak. Dit privégebruik viel enkel tot 1 juli onder het BUA. Om deze reden is artikel 16a Wet OB niet langer van toepassing. De omzetbelasting is daarom opnieuw verschuldigd op grond van artikel 4, tweede lid, Wet OB, wat al sinds 2007 in de Wet OB is opgenomen. 22 HvJ, 20 januari 2005, C-412/03 (Hotel Scandic Gåsabäck AB), NTFR 2005/ HvJ, 29 mei 1997, C-63/96 (Werner Skripalle), V-N 1997/2262,22 20

Bachelor Thesis. Privégebruik auto per 1 juli Administratienummer Datum Prof. Dr. G.J. van Norden

Bachelor Thesis. Privégebruik auto per 1 juli Administratienummer Datum Prof. Dr. G.J. van Norden Bachelor Thesis Privégebruik auto per 1 juli 2011 Naam Edward Li Studierichting Fiscale Economie Administratienummer 514342 Datum 17-11-2014 Examencommissie Dr. A.H. Bomer Prof. Dr. G.J. van Norden Afkortingslijst

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2014:2198

ECLI:NL:RBGEL:2014:2198 ECLI:NL:RBGEL:2014:2198 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 03-04-2014 Datum publicatie 03-04-2014 Zaaknummer AWB-13_2856 Formele relaties Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:2589, Bekrachtiging/bevestiging

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2014:2200

ECLI:NL:RBGEL:2014:2200 ECLI:NL:RBGEL:2014:2200 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 03-04-2014 Datum publicatie 03-04-2014 Zaaknummer AWB-13_2858 Formele relaties Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:2588, Bekrachtiging/bevestiging

Nadere informatie

Kluwer Online Research. Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting

Kluwer Online Research. Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting Belastingadvies Actualiteiten auto in de omzetbelasting Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting Per 1 juli 2011 geldt een nieuwe regeling voor het in de heffing betrekken van privégebruik

Nadere informatie

8. De btw. 8.2. Aftrek van voorbelasting. De btw

8. De btw. 8.2. Aftrek van voorbelasting. De btw ..1. Inleiding Een ondernemer (ook als u een zelfstandig of een vrij beroep uitoefent ) die een auto gebruikt in het kader van zijn onderneming, rekent de auto veelal tot het ondernemingsvermogen. Daarom

Nadere informatie

Aanwijzing bezwaarschriften omzetbelasting bij privégebruik auto als massaal bezwaar

Aanwijzing bezwaarschriften omzetbelasting bij privégebruik auto als massaal bezwaar Aanwijzing bezwaarschriften omzetbelasting bij privégebruik auto als massaal bezwaar Besluit van 29 maart 2017, nr. 2017/36822. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. In dit besluit

Nadere informatie

Het privégebruik auto in de omzetbelasting

Het privégebruik auto in de omzetbelasting Het privégebruik auto in de omzetbelasting Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 1 juni 2011 is de in Nederland gehanteerde correctiemethode terzijde geschoven. Teneinde het privégebruik

Nadere informatie

Btw-correctie auto 2013 volgens wetgever

Btw-correctie auto 2013 volgens wetgever Btw-correctie auto 2013 volgens wetgever Correctie privégebruik ondernemer Hoofdregel Auto na afloop 4e jr. volgend op jaar ingebruikname Auto gekocht zonder aftrek van btw Regeling voor auto(verhuur)bedrijven

Nadere informatie

INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO

INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO MEMO INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO AAN : VOLGERS BTW-PLAZA VAN : VAN DRIEL FRUIJTIER BTW-SPECIALISTEN DATUM : 30 JUNI 2011 1 Inleiding Het is al jaren onrustig ten aanzien van de btw-aftrekcorrectie voor het

Nadere informatie

Btw-nieuwsbrief 20 december 2012. Btw-correctie Privégebruik auto

Btw-nieuwsbrief 20 december 2012. Btw-correctie Privégebruik auto Btw-nieuwsbrief 20 december 2012 Btw-correctie Privégebruik auto Inhoudsopgave Introductie 3 Privégebruik auto 4 1. Woon-werkverkeer 4 2. Werkelijk gebruik 5 3. Alleen zakelijk gebruik en woon-werkverkeer

Nadere informatie

Btw-correctie Privégebruik auto Btw-nieuwsbrief

Btw-correctie Privégebruik auto Btw-nieuwsbrief Btw-correctie Privégebruik auto Btw-nieuwsbrief 14 januari 2014 www.bakertillyberk.nl Inhoudsopgave Introductie... 3 Privégebruik auto... 4 1. Woon-werkverkeer...4 2. Werkelijk gebruik...5 3. Alleen zakelijk

Nadere informatie

Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten

Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Omzetbelasting. Heffing privégebruik auto en toepassing BUA Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 20-12-2011, nr. BLKB 2011/2560M Staatscourant 2011,

Nadere informatie

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:83, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:2589, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:83, Contrair In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:2589, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen ECLI:NL:HR:2017:711 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 21-04-2017 Datum publicatie 21-04-2017 Zaaknummer 15/02004 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:83,

Nadere informatie

Privé gebruik auto. BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011

Privé gebruik auto. BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011 Privé gebruik auto BTW: Privégebruik auto vanaf 1 juli 2011 Wijzigingen met betrekking tot de verwerking van het privé gebruik auto voor de BTW per 1 juli 2011. Smit en de Wolf Scheveningseweg 10 2517

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:2587

ECLI:NL:GHARL:2015:2587 ECLI:NL:GHARL:2015:2587 Instantie Datum uitspraak 31-03-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/00452 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:BX9444

ECLI:NL:HR:2013:BX9444 ECLI:NL:HR:2013:BX9444 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 12-04-2013 Datum publicatie 12-04-2013 Zaaknummer 12/01372 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Cassatie Omzetbelasting.

Nadere informatie

themadossier Auto werknemer/dga en de btw

themadossier Auto werknemer/dga en de btw themadossier Auto werknemer/dga en de btw Inhoudsopgave 1. Werknemer/DGA rijdt met auto van de zaak... 1 1.1 Werknemer/DGA rijdt ook privé met auto van de zaak... 1 1.1.1. Correctie op basis van fictieve

Nadere informatie

Omzetbelasting. Aftrek omzetbelasting met betrekking tot auto s e.d.

Omzetbelasting. Aftrek omzetbelasting met betrekking tot auto s e.d. Omzetbelasting. Aftrek omzetbelasting met betrekking tot auto s e.d. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling. Sector brieven & beleidsbesluiten. Besluit van 9 februari 2009, nr. CPP2009/109M,

Nadere informatie

ECLI:NL:PHR:2016:83 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 15/02004

ECLI:NL:PHR:2016:83 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 15/02004 ECLI:NL:PHR:2016:83 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 08-03-2016 Datum publicatie 09-03-2016 Zaaknummer 15/02004 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Kluwer Online Research. Vermogende Particulieren Bulletin Wijzigingen inzake btw-correctie in geval van privégebruik auto van de zaak

Kluwer Online Research. Vermogende Particulieren Bulletin Wijzigingen inzake btw-correctie in geval van privégebruik auto van de zaak Vermogende Particulieren Bulletin Wijzigingen inzake btw-correctie in geval van privégebruik auto van de zaak Auteur: Mevrouw mr. J. Westerveld[1] Wijzigingen inzake btw-correctie in geval van privégebruik

Nadere informatie

Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten

Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Omzetbelasting. Heffing privégebruik auto en toepassing BUA Besluit van 11 juli 2012, Nr. BLKB 2012/639M Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten De staatssecretaris

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Omzetbelasting. Heffing privégebruik auto en toepassing BUA

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Omzetbelasting. Heffing privégebruik auto en toepassing BUA STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 23123 23 december 2011 Omzetbelasting. Heffing privégebruik auto en toepassing BUA 20 december 2011 Nr. BLKB 2011/2560M

Nadere informatie

Notitie: privégebruik auto van de zaak

Notitie: privégebruik auto van de zaak Notitie: privégebruik auto van de zaak Hebt u een personenauto of een bestelauto tot uw bedrijfsvermogen gerekend? En wordt deze auto door u of uw personeel ook privé gebruikt? U kunt dan de btw op de

Nadere informatie

Btw-correctie Privégebruik auto / BUA

Btw-correctie Privégebruik auto / BUA Btw-nieuwsbrief 29 december 2011 Btw-correctie Privégebruik auto / BUA Inhoudsopgave Introductie 3 1. Privégebruik auto 3 2. BUA 3 Privégebruik auto 4 1. Woon-werkverkeer 4 2. Werkelijk gebruik 5 3. Alleen

Nadere informatie

NOTITIE BTW & correctie privégebruik auto

NOTITIE BTW & correctie privégebruik auto januari 2009 NOTITIE BTW & correctie privégebruik auto De regels rondom de BTW-correctie voor het privégebruik van de auto zijn verre van eenvoudig. Deze notitie beoogt aan de hand van diverse casusposities

Nadere informatie

BTW i.v.m. auto (van de zaak)

BTW i.v.m. auto (van de zaak) BTW i.v.m. auto (van de zaak) (bron: belastingdienst.nl - februari 2012) (R&D: een aantal regelingen binnen de omzetbelasting/btw wijken af van regelingen binnen de Inkomstenbelasting/IB. Deze nieuwsbrief

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 10 januari 2014 nr. 09/01485 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 3 maart 2009, nr. 07/00372, betreffende

Nadere informatie

Deze uitspraak wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op 31 mei de Inspecteur. mr. D.B.

Deze uitspraak wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op  31 mei de Inspecteur. mr. D.B. Collectieve uitspraak op bezwaarschriften inzake btw bij privégebruik auto, zoals bedoeld in het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 29 maart 2017, nr. 2017/36822 De Hoge Raad heeft op 21

Nadere informatie

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M,

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, Omzetbelasting. Kleine ondernemersregeling Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg/kantoor Maastricht, de inspecteur,

de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg/kantoor Maastricht, de inspecteur, LJN: BV6981, Gerechtshof Amsterdam, 11/00539 Datum uitspraak: 23-02-2012 Datum publicatie: 29-02-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Naar het oordeel van het Hof

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591

ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 ECLI:NL:RBARN:2009:BI3591 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 14-01-2009 Datum publicatie 12-05-2009 Zaaknummer AWB 07/1900 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2017:3135

ECLI:NL:RBNNE:2017:3135 ECLI:NL:RBNNE:2017:3135 Instantie Datum uitspraak 17-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Rechtbank Noord-Nederland Zaaknummer AWB - 15 _ 4205 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

STAATSCOURANT. Nr

STAATSCOURANT. Nr STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 30976 1 juni 2017 Collectieve uitspraak op bezwaarschriften inzake btw bij privégebruik auto, zoals bedoeld in het Besluit

Nadere informatie

MEMO. Nieuwe regelgeving BTW-privé-gebruik auto A. INLEIDING

MEMO. Nieuwe regelgeving BTW-privé-gebruik auto A. INLEIDING MEMO Betreft : Nieuwe regelgeving BTW-privé-gebruik auto A. INLEIDING Bij besluit van 29 juni 2011 heeft de staatssecretaris een nieuwe regeling voor privé gebruik auto s geïntroduceerd. De aanleiding

Nadere informatie

Autokosten en uw onderneming Spelregels kostenaftrek, BTW verrekening, privé bijtelling

Autokosten en uw onderneming Spelregels kostenaftrek, BTW verrekening, privé bijtelling Autokosten en uw onderneming Spelregels kostenaftrek, BTW verrekening, privé bijtelling (bron: belastingdienst.nl augustus 2012) Als ondernemer hebt u misschien een personenauto of een bestelauto nodig

Nadere informatie

BTW-bulletin, De aftrek van btw staat niet meer rotsvast

BTW-bulletin, De aftrek van btw staat niet meer rotsvast BTW-bulletin, De aftrek van btw staat niet meer rotsvast Samenvatting Op 18 december 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna HvJ) arrest gewezen over de aftrek van btw als sprake is

Nadere informatie

MEMO. Betreft : BTW-privé-gebruik auto Datum : 18 januari 2012 A. INLEIDING

MEMO. Betreft : BTW-privé-gebruik auto Datum : 18 januari 2012 A. INLEIDING MEMO Betreft : BTW-privé-gebruik auto Datum : 18 januari 2012 A. INLEIDING Bij besluit van 29 juni 2011 heeft de staatssecretaris een nieuwe regeling voor privé gebruik auto s geïntroduceerd. De aanleiding

Nadere informatie

1. Inleiding. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten

1. Inleiding. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Omzetbelasting, motorrijtuigenbelasting en belasting van personenauto s en motorrijwielen. Directeur-grootaandeelhouder en gevolgen Van der Steen arrest Hof van Justitie EG, zaak C-355/06 1 Omzetbelasting,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2015:7076

ECLI:NL:RBGEL:2015:7076 ECLI:NL:RBGEL:2015:7076 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 17-11-2015 Datum publicatie 18-01-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 1164 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Rechtbank Oost-Nederland 14 maart 2013, nrs. AWB 12/1843 en AWB 12/3008

Rechtbank Oost-Nederland 14 maart 2013, nrs. AWB 12/1843 en AWB 12/3008 Rechtbank Oost-Nederland 14 maart 2013, nrs. AWB 12/1843 en AWB 12/3008 Uitspraak van de meervoudige kamer ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 14 maart 2013 inzake [X], wonende

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8097

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8097 ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8097 Instantie Datum uitspraak 15-02-2012 Datum publicatie 15-03-2012 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 11/4708 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:12157

ECLI:NL:RBDHA:2016:12157 ECLI:NL:RBDHA:2016:12157 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-10-2016 Datum publicatie 11-10-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 9000 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/4855) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/4855) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 4 oktober 2013 nr. 11/03207 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2011, nr. P10/00221, betreffende

Nadere informatie

RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015

RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015 RB EINDEJAARSTIPS & AANDACHTSPUNTEN 2014 / 2015 Omzetbelasting Omzetbelasting Benut verlaagd BTW-tarief voor renovatie en onderhoud tot 1 juli 2015 Het BTW-tarief op arbeidskosten bij renovatie, herstel

Nadere informatie

De Hoge Raad der Nederlanden,

De Hoge Raad der Nederlanden, 2 januari 1980. nr. 19.623 DG. De Hoge Raad der Nederlanden, Gezien het beroepschrift in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

Eiseres heeft op haar aangifte voor het eerste kwartaal van omzetbelasting voldaan.

Eiseres heeft op haar aangifte voor het eerste kwartaal van omzetbelasting voldaan. Rechtbank Haarlem 5 oktober 2010, nrs. 09/3619 en 09/3620 Uitspraak RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Zaaknummers: AWB 09/3619 en AWB 09/3620 Uitspraakdatum: 5 oktober

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2015:4535

ECLI:NL:RBGEL:2015:4535 ECLI:NL:RBGEL:2015:4535 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 21072015 Datum publicatie 21072015 Zaaknummer AWB 13 _ 7967 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

! Het kan voordelig zijn om de ingebruikname van een nieuw pand dat gaat worden gebruikt

! Het kan voordelig zijn om de ingebruikname van een nieuw pand dat gaat worden gebruikt Omzetbelasting - eindejaarstips Geen integratieheffing meer vanaf 2014 De integratieheffing voor de btw wordt met ingang van 1 januari 2014 afgeschaft. Hiermee komt een einde aan de heffing van btw over

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchty...

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchty... 1 van 5 15-8-2012 15:59 LJN: BX4254, Rechtbank Breda, 11/3113 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 15-06-2012 10-08-2012 Belasting Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden Hoge Raad der Nederlanden D e r d e K a m e r nr. 24.702 12 oktober 1988 AHN Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de vennootschap onder firma X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden

Nadere informatie

Checklist Auto van de zaak De heilige koe bij de hoorns gevat

Checklist Auto van de zaak De heilige koe bij de hoorns gevat Checklist Auto van de zaak De heilige koe bij de hoorns gevat 1. Eigen auto of auto van de zaak? Een ondernemer die een auto aanschaft en deze zowel privé als zakelijk gaat gebruiken, staat voor de volgende

Nadere informatie

Update BTW. 11 november 2011 Carola van Vilsteren

Update BTW. 11 november 2011 Carola van Vilsteren Update BTW 11 november 2011 Carola van Vilsteren Programma Welkom en doelstellingen BTW-actualiteiten Auto van de zaak Laatste aangifte 2011 BTW tips Casus Programma Welkom en doelstellingen BTW-actualiteiten

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak ECLI:NL:HR:2017:185 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/04877 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3523, (Gedeeltelijke) vernietiging

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2013:7492

ECLI:NL:RBZWB:2013:7492 ECLI:NL:RBZWB:2013:7492 Instantie Datum uitspraak 16-10-2013 Datum publicatie 13-11-2013 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Nadere informatie

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Besluit heffingsrente Directoraat-generaal Belastingdienst, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/6832M, Staatscourant 2010, 20507

Nadere informatie

LJ : BJ8782, Rechtbank Breda, 08/5579. Datum uitspraak: Datum publicatie:

LJ : BJ8782, Rechtbank Breda, 08/5579. Datum uitspraak: Datum publicatie: 1 van 6 8-10-2009 20:55 LJ : BJ8782, Rechtbank Breda, 08/5579 Datum uitspraak: 02-09-2009 Datum publicatie: 30-09-2009 Rechtsgebied: Soort procedure: Belasting Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2015:5573

ECLI:NL:RBZWB:2015:5573 ECLI:NL:RBZWB:2015:5573 Instantie Datum uitspraak 01-07-2015 Datum publicatie 17-09-2015 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 14 _ 6149 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Particulieren met zonnepanelen kunnen ondernemer voor de btw zijn

Particulieren met zonnepanelen kunnen ondernemer voor de btw zijn Particulieren met zonnepanelen kunnen ondernemer voor de btw zijn Voor de levering van elektriciteit aan uw energieleverancier met behulp van zonnepanelen kunt u aangemerkt worden als ondernemer voor de

Nadere informatie

Veel gestelde vragen en antwoorden over btw-heffing bij particulieren met zonnepanelen.

Veel gestelde vragen en antwoorden over btw-heffing bij particulieren met zonnepanelen. Veel gestelde vragen en antwoorden over btw-heffing bij particulieren met zonnepanelen. 1) Vanaf welk moment word ik door de Belastingdienst als BTW-ondernemer aangemerkt? De Belastingdienst merkt u aan

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale

Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale Art. 39 Algemene wet inzake rijksbelastingen In de gevallen waarin het volkenrecht, dan wel naar het oordeel van Onze Minister het internationale gebruik, daartoe noopt, wordt vrijstelling van belasting

Nadere informatie

Wat is fiscaal aantrekkelijker: Auto in de onderneming of in privé?

Wat is fiscaal aantrekkelijker: Auto in de onderneming of in privé? Wat is fiscaal aantrekkelijker: Auto in de onderneming of in privé? Naam: W.R. Snijders Studentnummer: 0297518 Telefoonnummer: 06-41372609 Datum: 25 september 2007 Vak: Bachelorscriptie fiscale economie

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BV7053, Gerechtshof Arnhem, 11/00315 Datum uitspraak:14-02-2012 Datum 28-02-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting.

Nadere informatie

Als u vragen heeft over dit onderwerp of over de intrekking van mededeling 26, dan kunt u uiteraard contact opnemen

Als u vragen heeft over dit onderwerp of over de intrekking van mededeling 26, dan kunt u uiteraard contact opnemen BTW-nieuwtjes 5/2010 van vilsteren BTW advies bv Heidesteinlaan 2a, 6866 AG Heelsum E-mail: info@btwadvies.com Website: www.btwadvies.com Telefoon: 026-7071710 KvK Arnhem 09136209 De pro rata en het mogen

Nadere informatie

GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK- 13/01190

GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK- 13/01190 GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK- 13/01190 Uitspraak van 25 juli 2014 in het geding tussen: [X] B.V., statutair gevestigd te [Z], belanghebbende, en de directeur van

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:BZ5048

ECLI:NL:HR:2013:BZ5048 ECLI:NL:HR:2013:BZ5048 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 22-03-2013 Datum publicatie 22-03-2013 Zaaknummer 11/05644 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie In cassatie op

Nadere informatie

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. LJN: BO3637, Hoge Raad, 09/00760 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-04-2011 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Omzetbelasting; art. 5, lid 3, en art. 13, B, aanhef en

Nadere informatie

1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften

1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften 1 2 BIJLAGE Toelichting knelpunten: 1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften De uitspraak van rechtbank Zeeland-West Brabant ( 27 augustus 2015, nr AWB 15/424 (RBZWB:2015:5628) leidt

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2011:BP6681

ECLI:NL:RBARN:2011:BP6681 ECLI:NL:RBARN:2011:BP6681 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 01-02-2011 Datum publicatie 04-03-2011 Zaaknummer AWB 10/1461 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2014:8977

ECLI:NL:RBZWB:2014:8977 ECLI:NL:RBZWB:2014:8977 Instantie Datum uitspraak 27112014 Datum publicatie 03022015 Rechtbank ZeelandWestBrabant Zaaknummer AWB 14 _ 2760 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2014:1686

ECLI:NL:RBGEL:2014:1686 ECLI:NL:RBGEL:2014:1686 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 13-03-2014 Datum publicatie 05-08-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie AWB-13_5019 Belastingrecht

Nadere informatie

Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282

Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282 i Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282 Edelhoogachtbaar College, De uitspraak van de Rechtbank te Arnhem van 6 december 2012, nr. 11 / 04103, betreft de X in geschil zijnde vraag of belanghebbende,

Nadere informatie

Vindplaatsen Rechtspraak.nl. Uitspraak

Vindplaatsen Rechtspraak.nl. Uitspraak ECLI:NL:HR:2017:5 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 06-01-2017 Datum publicatie 06-01-2017 Zaaknummer 15/03526 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:2209, (Gedeeltelijke) vernietiging

Nadere informatie

RAADSINFORMATIEBRIEF 17R.00447

RAADSINFORMATIEBRIEF 17R.00447 RAADSINFORMATIEBRIEF 17R.00447 Van : college van burgemeester en wethouders Datum : 27 juni 2017 Portefeuillehouder(s) : wethouder Haring Portefeuille(s) : Financiën Contactpersoon : W. Lam Tel.nr. : 8318

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:7752

ECLI:NL:RBDHA:2017:7752 ECLI:NL:RBDHA:2017:7752 Permanente link: http://deeplink. Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 06-07-2017 Datum publicatie 20-07-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 5490 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:72

ECLI:NL:GHAMS:2016:72 ECLI:NL:GHAMS:2016:72 Permanente link: http://deepl Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-01-2016 Datum publicatie 20-01-2016 Zaaknummer 14/01023 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2014:10956,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2011:BV2388

ECLI:NL:GHSHE:2011:BV2388 ECLI:NL:GHSHE:2011:BV2388 Instantie Datum uitspraak 06-10-2011 Datum publicatie 01-02-2012 Zaaknummer 11/00219 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Belastingrecht

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 juli 1999 Rapportnummer: 1999/317

Rapport. Datum: 21 juli 1999 Rapportnummer: 1999/317 Rapport Datum: 21 juli 1999 Rapportnummer: 1999/317 2 Klacht Op 21 januari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Den Hout, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Centraal

Nadere informatie

ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ8782

ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ8782 ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ8782 Instantie Rechtbank Breda Datum uitspraak 02-09-2009 Datum publicatie 30-09-2009 Zaaknummer 08/5579 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoger

Nadere informatie

MEMO. Betreft : Reactie op berichten over bezwaarmogelijkheid tegen BTW-heffing privé gebruik lease auto s Datum : 21 oktober 2011

MEMO. Betreft : Reactie op berichten over bezwaarmogelijkheid tegen BTW-heffing privé gebruik lease auto s Datum : 21 oktober 2011 MEMO Betreft : Reactie op berichten over bezwaarmogelijkheid tegen BTW-heffing privé gebruik lease auto s Datum : 21 oktober 2011 Inleiding Ons bereiken van diverse kanten berichten over bezwaarmogelijkheden

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2015:1379

ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 ECLI:NL:GHSHE:2015:1379 Instantie Datum uitspraak 17-04-2015 Datum publicatie 17-04-2015 Zaaknummer 14/01065 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:6102

ECLI:NL:RBDHA:2016:6102 ECLI:NL:RBDHA:2016:6102 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 26-05-2016 Datum publicatie 23-06-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 5196 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

Instituut Financieel Management

Instituut Financieel Management FFEBLR0111 IB (niet-winst) Instituut Financieel Management Opdracht 1b (inleveren in week 3) De tekst van artikel 1.2 Wet IB is per 1 januari 2011 ingrijpend gewijzigd. Vanaf 2001 t/m 2010 luidde de tekst

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:2024 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/00637

ECLI:NL:GHAMS:2016:2024 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/00637 ECLI:NL:GHAMS:2016:2024 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 19-05-2016 Datum publicatie 01-06-2016 Zaaknummer 15/00637 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9044

ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9044 ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9044 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 25-07-2008 Datum publicatie 05-08-2008 Zaaknummer 07/6768 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Als een dergelijke overeenkomst niet is gesloten, dan geldt zowel voor van de woon- of verblijfplaats naar [1]als een woon-werkverkeer bedrijfsadres v

Als een dergelijke overeenkomst niet is gesloten, dan geldt zowel voor van de woon- of verblijfplaats naar [1]als een woon-werkverkeer bedrijfsadres v Heffing privégebruik auto en toepassing 11 juli 2012 BLKB2012/639M Heffing privégebruik auto en toepassing BUA. Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleids De staatssecretaris

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Datum 22 augustus

Nadere informatie

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning Hieronder wordt ingegaan op de fiscale consequenties van de aankoop en het bezit van een recreatiewoning die zodanig met de (onder)grond is verbonden

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2014:7773

ECLI:NL:RBGEL:2014:7773 ECLI:NL:RBGEL:2014:7773 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 16122014 Datum publicatie 16122014 Zaaknummer AWB 14 _ 3266 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2008:BF9690

ECLI:NL:RBARN:2008:BF9690 ECLI:NL:RBARN:2008:BF9690 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 26-09-2008 Datum publicatie 16-10-2008 Zaaknummer AWB 08/537 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM. Zaak met kenmerk 12/ Zaak met kenmerk 12/ Zaak met kenmerk 12/01143

Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM. Zaak met kenmerk 12/ Zaak met kenmerk 12/ Zaak met kenmerk 12/01143 Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 12/01141 toten met 12/01145 17 oktober 2013 uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van ^ ven nootschap onder firm a te belanghebbende,

Nadere informatie

R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants

R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants Nummer 5052181 R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants heeft bij wijze van bindend advies de volgende uitspraak gedaan in zake het geschil tussen: X eiseres

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

Carkits, navigatiesystemen & headsets

Carkits, navigatiesystemen & headsets Carkits, navigatiesystemen & headsets (klik op logo om onze website te bezoeken) Aan de cliënten NEXUS accountants & fiscaal adviseurs BV Breda, 27 februari 2004 1. Inleiding Aan de staatssecretaris zijn

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie