Conclusie. 1. Inleiding. 2. Begripsomschrijving van het aandeel

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Conclusie. 1. Inleiding. 2. Begripsomschrijving van het aandeel"

Transcriptie

1 Conclusie 1. Inleiding De samenvatting en conclusies in deze paragraaf beperken zich hoofdzakelijk tot het laatste hoofdstuk waarin het huidige Nederlandse recht is besproken in vergelijking met de andere behandelde rechtsstelsels. Voor de overige hoofdstukken zij verwezen naar de paragrafen I.7, II.10, III.10 en IV.10, waarin samenvattingen en conclusies zijn te vinden ten aanzien van respectievelijk het Romeinse recht, het Franse recht, het oude Nederlandse recht en het Duitse recht. In deze paragraaf zullen achtereenvolgens aan de orde worden gesteld gesteld: de begripsomschrijving van het aandeel in een gemeenschappelijk goed (onder nr 2), de werking van de verdeling (onder nr 3), overdracht van het aandeel (onder nr 4), uitwinning van het aandeel (onder nr 5), bezwaring van het aandeel met beperkte rechten (onder nr 6), beschikking over en uitwinning van het aandeel in een goed dat behoort tot een nalatenschap (onder nr 7) en tot slot beschikking over en uitwinning van het aandeel in de gehele nalatenschap (onder nr 8). 2. Begripsomschrijving van het aandeel Art. 3:175 lid 1 BW bepaalt dat een deelgenoot in beginsel bevoegd is zonder toestemming van de overige deelgenoten over zijn aandeel te beschikken. De eerste opmerking die in de toelichting van de wetgever op dat artikel is gemaakt, is een verwijzing naar het Romeinse recht en het daarin gehanteerde begrip "pars pro indiviso". De omschrijving van dit begrip in het Romeinse recht is ook geschikt gebleken voor de omschrijving van een aandeel in een gemeenschappelijk goed in het Nederlandse recht. Om tot een goede omschrijving te komen, is het van belang zich te realiseren wat er gebeurt indien een eigendomsrecht toekomt aan meer personen. Zowel in het Romeinse als in het Nederlandse recht deelt de eigendom zich in dat geval van rechtswege. In het spraakgebruik wordt die deling veelal betrokken op het voorwerp van de eigendom en niet op de eigendom zelf. Daaruit is te verklaren dat men het deelrecht in het Romeinse recht placht aan te duiden met de zojuist vermelde term "pars pro indiviso" en in het Nederlandse recht met de vertaling daarvan "onverdeeld aandeel" of kortweg "aandeel". Omschrijving van het met deze

2 380 CONCLUSIE termen aangeduide deelrecht heeft voor problemen gezorgd, omdat het noch gekwalificeerd kan worden als eigendomsrecht, noch als beperkt recht. In de literatuur heeft men daarom zijn toevlucht genomen tot het begrip "recht van bijzondere aard". Zou men dit recht nader willen omschrijven dan zou dat als volgt kunnen geschieden: een aandeel in een gemeenschappelijk voorwerp is het recht de eigendomsbevoegdheden daarover uit te oefenen in samenwerking met de overige deelgenoten volgens de voorschriften van titel 3.7 BW. 3. Werking van de verdeling In het oude Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1838 had de verdeling terugwerkende kracht. Het huidige Burgerlijk Wetboek heeft de terugwerkende kracht van de verdeling afgeschaft. Ter uitvoering van de verdeling dient in het huidige recht bovendien geleverd te worden. Het huidige Nederlandse recht sluit daarmee aan bij het Romeinse recht en bij het Duitse recht en het wijkt daarmee af van het Franse recht. Een voordeel van de leveringseis is dat de verdeling van registergoederen in de registers is terug te vinden. In het Nederlandse recht vindt levering in de regel plaats om overdracht te bewerkstelligen. In het ontwerp Meijers was op deze regel geen uitzondering gemaakt voor de levering ter uitvoering van een verdeling: ook die levering had blijkens art lid 3 OM overdracht tot gevolg. In het uiteindelijke Wetboek is echter anders bepaald; de levering ter uitvoering van een verdeling heeft blijkens art. 3:186 lid 1 BW geen overdracht tot gevolg, maar overgang. In de literatuur is verdedigd dat de wijziging van het oorspronkelijk door Meijers gebruikte woord "overdracht" in "overgang" de verdeling een geheel eigen karakter heeft gegeven. De parlementaire geschiedenis pleit tegen deze opvatting. Daaruit is af te leiden dat die wijziging niet een blijk is van een geheel andere opvatting van de wetgever over de werking van de verdeling; zij is slechts een gevolg van een poging de bewoordingen van het door Meijers voorgestelde art lid 3 OM (het uiteindelijke art. 3:186 lid 1 BW) in overeenstemming te brengen met de regel die in het vierde lid van dat artikel was vastgelegd en die in het uiteindelijke Wetboek is opgenomen in art. 3:186 lid 2. Die poging berust op een onzuivere hantering van het woord "titel". De in art. 3:186 lid 2 BW neergelegde regel maakt de verdeling tot een merkwaardige rechtsfiguur waarvan men de werking zou kunnen omschrijven als het spiegelbeeld van hetgeen zich bij de opvolging onder algemene titel voordoet. Deze omschrijving is toegelicht aan de hand van het geval waarin een alleengerechtigde erfgenaam een nalatenschap verkrijgt waarin zich een

3 CONCLUSIE 381 aan de erflater verkocht en geleverd goed bevindt. Die erfgenaam verkrijgt dat goed onder algemene titel maar houdt het als ware hij opvolger onder bijzondere titel van de verkoper. Het spiegelbeeld hiervan treft men aan bij een verdeling; degene aan wie bij de verdeling aandelen in een goed worden geleverd verkrijgt ze onder bijzondere titel maar houdt het gehele goed als ware hij opvolger onder algemene titel van de gezamenlijke deelgenoten, onder de titel waaronder zij het voor de verdeling hielden. In deze omschrijving komt tot uitdrukking dat zich bij de verdeling geen opvolging onder algemene titel voordoet: een erfgenaam aan wie ter uitvoering van een verdeling wordt geleverd, verkrijgt de aandelen van de overige erfgenamen onder bijzondere titel krachtens verdeling. Art. 3:186 lid 2 BW brengt niet mee dat hij het gehele goed als gevolg van de levering onder algemene titel door erfopvolging verkrijgt van de erflater, noch dat hij het onder algemene titel verkrijgt van de gezamenlijke erfgenamen, noch dat hij de aandelen van de overige erfgenamen onder algemene titel van hen verkrijgt: het bepaalt slechts onder welke titel het gehele goed na de verdeling wordt gehouden. De vraag is of de wetgever zich van deze beperkte strekking van art. 3:186 lid 2 BW bewust is geweest. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat hij met die bepaling aansluiting heeft willen zoeken bij de werking van de verdeling in het oude Nederlandse recht. In het oude Nederlandse recht bracht de terugwerkende kracht van de verdeling mee dat een erfgenaam aan wie een goed werd toegedeeld, dat goed onder algemene titel door erfopvolging rechtstreeks van de erflater verkreeg. Vermoedelijk heeft de wetgever dit gevolg ook willen bereiken met art. 3:186 lid 2 BW. Hij is daar niet in geslaagd. Dat is niet verwonderlijk: de enige manier waarop kan worden bereikt dat een erfgenaam een goed bij de verdeling door erfopvolging onder algemene titel rechtstreeks van de erflater verkrijgt, is terugwerkende kracht toe te kennen aan de verdeling dan wel aan de levering die ter uitvoering daarvan wordt verricht. De terugwerkende kracht van de verdeling onder het oude Nederlandse recht bracht de declaratoire werking daarvan met zich mee. Veel besproken is de opvatting dat de verdeling ook in het huidige Nederlandse recht declaratoire werking heeft. De wijze waarop die opvatting in de parlementaire geschiedenis is onderbouwd, is weinig overtuigend te noemen.

4 382 CONCLUSIE 4. Overdracht van het aandeel Voor het Nederlandse recht is in art. 3:175 lid 1 BW vastgelegd dat een deelgenoot in beginsel bevoegd is zonder toestemming van de overige deelgenoten over zijn aandeel te beschikken. Deze bevoegdheid is ook in alle andere besproken rechtsstelsels vooropgesteld. Een bezwaar daarvan is dat de overige deelgenoten door een zodanige beschikking benadeeld kunnen worden. Uitgaande van het beginsel dat een deelgenoot de rechten van zijn mededeelgenoten niet ongunstig mag beïnvloeden, heeft de Nederlandse wetgever enkele maatregelen getroffen om hen tegen die nadelen te beschermen. In de eerste plaats is bepaald dat de verkrijger aansprakelijk wordt voor schulden die de vervreemder ter zake van de gemeenschap aan de overige deelgenoten had. In de tweede plaats is de verkrijger gebonden verklaard aan overeenkomsten die door de oorspronkelijke deelgenoten ter zake van de gemeenschap zijn gesloten. Vergelijkbare maatregelen zijn opgenomen in het Duitse BGB. Tot slot is de Nederlandse wetgever ertoe overgegaan de beschikkingsbevoegdheid te beperken met de zinsnede "tenzij uit de rechtsverhouding tussen de deelgenoten anders voortvloeit." Deze beperking ontbreekt in het BGB. In de praktijk zal de verkrijger er in het Nederlandse recht als gevolg van deze beperking verstandig aan doen de toestemming van de overige deelgenoten te eisen; laat hij dat na dan zal hij er rekening mee moeten houden dat de vervreemder onbevoegd heeft beschikt met als gevolg dat het aandeel niet op hem is overgegaan. Aangezien in de praktijk dus vrijwel steeds toestemming zal zijn vereist, had het voor de hand gelegen dat vereiste in de wet op te nemen. Dit geldt eens te meer omdat die maatregel wel getroffen is voor de gemeenschappen waarop afdeling van toepassing is. Had de wetgever het toestemmingsvereiste inderdaad voor alle gemeenschappen in de wet opgenomen dan zou daarmee zijn gebroken met het Romeinse recht en eveneens met het onderscheid dat in het oude Nederlandse en in het Duitse recht werd gemaakt tussen de vrije mede-eigendom en de "Bruchteilsgemeinschaft" aan de ene kant en de gebonden mede-eigendom en de "Gesamthandsgemeinschaft" aan de andere kant. Opneming van het toestemmingsvereiste zou het overbodig hebben gemaakt de verkrijger van het aandeel ter bescherming van de overige deelgenoten aansprakelijk te stellen voor de schulden die de vervreemder ter zake van de gemeenschap aan de overige deelgenoten had. Evenmin zou het noodzakelijk zijn geweest de verkrijger te hunner bescherming te binden aan ter zake van de gemeenschap gesloten overeenkomsten.

5 CONCLUSIE Uitwinning van het aandeel Behalve voor beschikking door een deelgenoot zelf is het aandeel in het Nederlandse recht ook vatbaar voor uitwinning door zijn privé-crediteuren. Het Nederlandse recht komt daarmee overeen met het Duitse recht, maar wijkt af van het Franse recht. Aangezien de opbrengst van het aandeel gering zal zijn, zullen de crediteuren in de praktijk echter niet snel tot uitwinning overgaan. Zij doen er beter aan verdeling te vorderen en zich vervolgens te verhalen op hetgeen aan hun debiteur wordt toegedeeld. Hetzelfde wordt aangenomen in het Duitse recht. Ten einde de bevoegdheid te verkrijgen verdeling te vorderen dient een crediteur in het Duitse recht beslag op het aandeel te leggen. In het Nederlandse en Franse recht is beslaglegging daarvoor niet vereist. Ook in beide laatstgenoemde rechtsstelsels doen de crediteuren er echter goed aan vóór de verdeling beslag te leggen; daarmee voorkomen ze dat hetgeen hun debiteur wordt toegedeeld aan hun verhaal wordt onttrokken. In het Nederlandse recht kunnen zij het best gebruik maken van de bevoegdheid ex art. 733 Rv conservatoir beslag op de goederen in hun geheel te leggen. Behalve beslag op de goederen zal ook derdenbeslag gelegd moeten worden onder de overige deelgenoten. In het Duitse recht is uitdrukkelijk bepaald dat een tussen de deelgenoten gesloten overeenkomst om niet te verdelen niet aan de crediteuren kan worden tegengeworpen. In het Franse recht is vastgelegd dat hun een zodanige overeenkomst wel kan worden tegengeworpen. Het Nederlandse Wetboek spreekt zich over deze kwestie niet uit. 6. Beperkte rechten op het aandeel Het aandeel in een gemeenschappelijk goed kan worden bezwaard met de rechten van pand, hypotheek en vruchtgebruik. Opmerkelijk op het eerste gezicht is de in art. 3:177 lid 1 van het Nederlandse BW vastgelegde regel dat het goed van het beperkte recht wordt bevrijd indien het bij een verdeling of overdracht wordt verkregen door een ander dan de deelgenoot die zijn aandeel had bezwaard. Met deze regel wordt immers een inbreuk gemaakt op het absolute karakter van de beperkte rechten. Een vergelijking met het Romeinse, het Franse en het Duitse recht leert echter dat het Nederlandse recht daarin niet alleen staat.

6 384 CONCLUSIE Reeds in het Romeinse recht werd betwist of het op een aandeel gevestigde beperkte recht bij een verdeling in natura ongewijzigd in stand bleef. Aan de ene kant werd door de jurist Trebatius verdedigd dat hetgeen werd toegedeeld aan degene die het beperkte recht had gevestigd, geheel met dat recht bezwaard geraakte en dat hetgeen de andere deelgenoot werd toegedeeld van het beperkte recht werd bevrijd. Aan de andere kant werd door Labeo verdedigd dat het recht ongeacht de verdeling bleef rusten op het oorspronkelijk bezwaarde aandeel. De opvatting van Labeo werd in het Romeinse recht aanvaard. Door toekenning van terugwerkende kracht aan de verdeling werd in het Franse recht van die opvatting afgeweken; de terugwerkende kracht had tot gevolg dat het op een aandeel gevestigde beperkte recht teniet ging bij toedeling van het goed aan een andere deelgenoot dan aan degene die het beperkte recht had gevestigd. Een voordeel van deze oplossing was dat bezwaring van het aandeel met een beperkt recht door één der deelgenoten niet de mogelijkheid aan de overige deelgenoten ontnam een onbezwaard stuk van het goed toegedeeld te krijgen. Een nadeel echter was dat daarmee sterk afbreuk werd gedaan aan de waarde van het beperkte recht; de gerechtigde diende er rekening mee te houden dat het recht bij de verdeling teniet zou gaan. De terugwerkende kracht van de verdeling was in de Franse Code civil vastgelegd in art Dat artikel zag slechts op het geval de gemeenschap tussen erfgenamen bestond. De Cour de Cassation nam echter aan dat het ook van toepassing was op andere vormen van gemeenschap. Art. 883 CC was in het oude Nederlandse Burgerlijk Wetboek overgenomen in art Anders dan in het Franse recht bestond er in het Nederlandse recht verschil van mening over de toepasselijkheid van dit artikel en eveneens over de toepasselijkheid van art OBW, hetwelk de gevolgen in de wet vastlegde van de terugwerkende kracht van de verdeling voor het op een aandeel gevestigde recht van hypotheek. Door verschillende schrijvers werd verdedigd dat deze artikelen niet van toepassing waren op de vrije mede-eigendom; de vrije medeeigenaar zou zijn aandeel volgens hen kunnen bezwaren met een beperkt recht dat ongeacht de wijze van verdeling in stand zou blijven. Het Burgerlijk Wetboek van 1992 heeft de terugwerkende kracht van de verdeling afgeschaft. Zoals zojuist is gesteld, is in art. 3:177 lid 1 BW wel de regel opgenomen dat het op een aandeel gevestigde beperkte recht tenietgaat indien het goed wordt toegedeeld aan een andere deelgenoot dan aan degene die het beperkte recht gevestigd had. Het huidige Nederlandse recht komt daarmee overeen met het huidige Franse recht. In de Franse Code civil is in 1976 door middel van de wet op de "indivision" een met titel 3.7 uit het Nederlandse BW te vergelijken regeling ingevoerd voor de gemeenschap in het algemeen. De terugwerkende kracht van de verdeling is daarbij gehandhaafd.

7 CONCLUSIE 385 Evenmin dus als in het Nederlandse recht is invoering van een nieuwe regeling voor de gemeenschap in het algemeen in het Franse recht een aanleiding geweest afstand te doen van de regel dat het op een aandeel gevestigde beperkte recht tenietgaat bij toedeling van het goed aan een andere deelgenoot dan aan degene die het gevestigd had. In beide rechtsstelsels staat vast dat die regel geldt voor alle vormen van gemeenschap. Zowel de artt en 1212 uit het oude Nederlandse BW als art. 883 uit de oude Franse Code civil lieten enkele belangrijke vragen over op aandelen gevestigde beperkte rechten onbeantwoord. In het huidige Nederlandse Burgerlijk Wetboek is de terugwerkende kracht van de verdeling afgeschaft en zijn antwoorden op die vragen rechtsstreeks uit de wet af te leiden. Dat kan als een belangrijke verbetering ten opzichte van het oude recht worden beschouwd. Een zelfde oordeel is voor het Franse recht niet gerechtvaardigd. De wet op de "indivision" bevat geen enkele bepaling over op aandelen gevestigde beperkte rechten. Evenals in het oude Franse recht dient men zich in het huidige Franse recht dan ook te behelpen met de terugwerkende kracht van de verdeling en met de toepassing daarvan door de Cour de Cassation, die nogal eens heeft geleid tot dogmatisch moeilijk te verdedigen beslissingen om tot aanvaardbare resultaten te komen. Met de regel uit art. 3:177 lid 1 BW dat het op een aandeel gevestigd beperkt recht teniet gaat bij toedeling van het goed aan een andere deelgenoot dan aan degene die het gevestigd heeft, komt het Nederlandse recht behalve met het Franse recht ook overeen met het Duitse recht voor zover het de rechten van pand en vruchtgebruik betreft. Ten aanzien van het recht van hypotheek is in het Duitse recht echter gekozen voor de regel dat dat recht ongeacht de wijze van verdeling op het aandeel blijft rusten. Een voordeel van deze regel is dat zij geen afbreuk doet aan de zekerheidswaarde van de hypotheek. Een nadeel is dat een deelgenoot door verhypothekering van zijn aandeel aan de overige deelgenoten de mogelijkheid kan ontnemen een onbezwaard stuk van het goed toegedeeld te krijgen. In het Duitse recht bestaat aldus strijd met het door de Nederlandse wetgever als uitgangspunt genomen beginsel dat een deelgenoot niet in staat gesteld moet worden de positie van de overige deelgenoten door een eenzijdige beschikkingsdaad ongunstig te beïnvloeden. In het Nederlandse recht wordt strijd met dat beginsel voorkomen door de regel dat de hypotheek teniet gaat bij toedeling van het goed aan een andere deelgenoot dan de hypotheekgever. Een nadeel van deze regel is dat het aandeel de hypotheekhouder weinig zekerheid zal bieden. De vraag rijst of de Nederlandse wetgever er niet beter aan had gedaan afstand te doen van die regel en ter bescherming van de overige deelgenoten hun toestemming voor verhypothekering van het aandeel te eisen. Deze oplossing is terug te vinden in

8 386 CONCLUSIE het Ontwerp Meijers. De bezwaren die in de parlementaire geschiedenis daartegen werden aangevoerd zijn niet overtuigend gebleken. Desondanks hoeft niet betreurd te worden dat in het uiteindelijke Wetboek niet de mogelijkheid wordt geboden met toestemming van de overige deelgenoten een aandeel te bezwaren met een hypotheek die ongeacht de wijze van verdeling in stand blijft; onwaarschijnlijk is dat men in de praktijk gebruik zou hebben gemaakt van de mogelijkheid een dergelijke hypotheek te vestigen. Voor gemeenschappelijke schepen is een uitzondering gemaakt op de regel van art. 3:177 lid 1 BW: de op een aandeel in een schip gevestigde hypotheek blijft ongeacht de wijze van verdeling in stand. Deze uitzondering is door de wetgever slechts toegelicht met een verwijzing naar het oude Nederlandse recht. In het oude Nederlandse recht werd weer verwezen naar het Franse recht. In het Franse recht werd het voorbestaan van de hypotheek ongeacht de wijze van verdeling gerechtvaardigd met de regel dat voor verhypothekering van een aandeel in een schip de toestemming van de overige deelgenoten was vereist. Deze rechtvaardiging gaat in het huidige Nederlandse recht niet op aangezien toestemming niet door de wet wordt geëist. De wetgever had er goed aan gedaan om hetzij die toestemming wel te eisen, hetzij de uitzondering op art. 3:177 lid 1 BW niet in het huidige recht op te nemen. 7. Beschikking over en uitwinning van een aandeel in een goed dat behoort tot een nalatenschap Evenals in het Duitse recht wordt in het Nederlandse recht wat de bevoegdheid over een aandeel te beschikken betreft, een onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant de gemeenschap in het algemeen, en aan de andere kant enkele bijzondere gemeenschappen waaronder de nalatenschap. Krachtens art. 3:190 lid 1 BW is een mede-erfgenaam bevoegd te beschikken over zijn aandeel in een afzonderlijk goed van de nalatenschap indien hij daarvoor toestemming van de overige erfgenamen heeft verkregen. De mogelijkheid deze beschikkingshandeling te verrichten dwingt tot de conclusie dat het bestaan van aandelen in de afzonderlijke goederen van een nalatenschap erkend dient te worden. Het Nederlandse recht wijkt daarmee af van het Duitse recht. In het Duitse recht wordt aangenomen dat een erfgenaam slechts een aandeel heeft in de gehele nalatenschap. Desondanks is een erfgenaam uiteindelijk ook in het Duitse recht in staat over zijn aandeel in een afzonderlijk goed te beschikken en wel indien

9 CONCLUSIE 387 de nalatenschap ter zake van dat goed door middel van een zakenrechtelijke handeling wordt omgezet in een "Bruchteilsgemeinschaft". De opvatting dat een erfgenaam slechts een aandeel heeft in de gehele nalatenschap wordt ook verdedigd in het Franse recht. Daar wordt zij in verband gebracht met de terugwerkende kracht van de verdeling. Evenals in het Duitse recht is een erfgenaam ook in het Franse recht uiteindelijk wel bevoegd over zijn aandeel in een afzonderlijk goed te beschikken, te weten indien hij toestemming van de overige erfgenamen verkrijgt. Overdracht van een aandeel in een nalatenschapsgoed kan de nalatenschapscrediteuren benadelen. Hun staan verschillende middelen ten dienste zich daartegen te beschermen. Te hunner bescherming is het niet nodig afstand te doen van de regel dat beschikking over het aandeel met toestemming van de erfgenamen mogelijk is. Evenals een erfgenaam bevoegd is zijn aandeel met toestemming van de overige erfgenamen over te dragen, zo zijn zijn privé-crediteuren bevoegd dat aandeel met die toestemming uit te winnen. Gezien de onaantrekkelijkheid van dat aandeel als executie-object doen de crediteuren er beter aan gebruik te maken van de bevoegdheid verdeling te vorderen en zich vervolgens te verhalen op hetgeen hun debiteur wordt toegedeeld. Daarbij kunnen ze beslag op de nalatenschapsgoederen leggen ex art. 733 Rv. Zowel voor het Duitse recht als voor het Franse recht kan worden aangenomen dat de nalatenschapscrediteuren van rechtswege bevoorrecht zijn boven de privé-crediteuren van een erfgenaam. De Nederlandse wetgever is blijkens de parlementaire geschiedenis van mening geweest deze opvatting te hebben vastgelegd in afdeling BW. Deze mening is aanvechtbaar; zij heeft haar wortels in een twijfelachtige visie uit het oude Nederlandse recht. In het oude Nederlandse recht werd verdedigd dat de nalatenschapscrediteuren het faillissement van een mede-erfgenaam bij verhaal op de nalatenschapsgoederen konden negeren. In het huidige Nederlandse recht is die opvatting niet in de wet vastgelegd. Waar voor overdracht en bezwaring met een recht van vruchtgebruik toestemming van de erfgenamen is vereist, daar is verpanding en verhypothekering van een aandeel in een afzonderlijk goed van de nalatenschap zonder toestemming geoorloofd. Voor executie vóór de verdeling is die toestemming wel vereist.

10 388 CONCLUSIE 8. Beschikking over een aandeel in de gehele nalatenschap In beginsel is toestemming niet vereist voor beschikking door een erfgenaam over zijn aandeel in de gehele nalatenschap; tenzij uit de rechtsverhouding tussen de erfgenamen anders voortvloeit is ieder van hen op grond van art. 3:191 lid 1 BW bevoegd zodanige beschikkingshandelingen te verrichten. In de wet is niet vastgelegd op welke wijze die beschikking plaats dient te vinden. Onder het oude recht werden daarover twee opvattingen verdedigd; aan de ene kant dat het aandeel beschouwd diende te worden als afzonderlijk recht waarover bij akte beschikt kon worden, aan de andere kant dat voor een geldige beschikking de voorschriften in acht genomen dienden te worden die golden voor beschikking over de aandelen in de afzonderlijke goederen. Hoewel in het huidige Wetboek een keuze tussen beide opvattingen niet is vastgelegd, kan uit de parlementaire geschiedenis daarvan worden afgeleid dat de wetgever de voorkeur heeft gegeven aan laatstbedoelde opvatting. Het huidige Nederlandse recht wijkt daarmee af van het Duitse recht. In het Duitse recht kan het aandeel in de gehele nalatenschap wel als op zichzelf staand recht worden geleverd, te weten door middel van een in een notariële akte vastgelegde overeenkomst, dit terwijl voor levering van de gehele nalatenschap door een alleengerechtigde erfgenaam in het Duitse recht levering is vereist van de afzonderlijke goederen daaruit. Dit verschil tussen beide rechtsstelsels is minder groot dan men op het eerste gezicht zou verwachten: bevinden zich onroerende goederen in de nalatenschap, dan doet de verkrijger er verstandig aan er op toe te zien dat de voorschriften in acht worden genomen die gelden voor overdracht van aandelen in die goederen; anders loopt hij het gevaar geconfronteerd te worden met derden te goeder trouw aan wie de overdracht niet kan worden tegengeworpen. Bij bespreking van het oude Nederlandse recht is gebleken dat er twee nadelen kleefden aan de opvatting dat overdracht van het aandeel diende te geschieden door levering van de aandelen in de afzonderlijke goederen. Het eerste nadeel betrof de vraag welke bevoegdheden bij de overdracht van de vervreemder overgingen op de verkrijger. Aanvaarding van de bedoelde opvatting over de wijze van levering zou aanleiding kunnen zijn tot problemen bij beantwoording van deze vraag. Er zouden namelijk rechten aan de vervreemder toebehoren die niet vatbaar waren voor afzonderlijke levering omdat zij "van te hoogstpersoonlijke aard" zouden zijn. Niet eenvoudig zou het zijn te bepalen aan welke rechten een zodanige aard toekwam. Aangevoerd werd nu dat dit probleem zich niet voor zou doen bij aanvaarding van de opvatting dat het aandeel als een zelfstandig vermogens-

11 CONCLUSIE 389 recht overdraagbaar was door middel van één leveringshandeling. Door de overdracht zou in die opvatting namelijk "de kwaliteit van mede-erfgenaam" overgaan op de verkrijger. De verkrijger zou dientengevolge over alle bevoegdheden beschikken die vóór de overdracht toekwamen aan de vervreemder in diens "kwaliteit van medeërfgenaam". Een vergelijking met het Duitse recht is echter aanleiding vraagtekens te zetten bij deze veronderstelling. Zoals zojuist is opgemerkt kan het aandeel in het Duitse recht als op zichzelf staand vermogensrecht worden overgedragen. Desondanks wordt aangenomen dat op de verkrijger niet alle bevoegdheden overgaan die aan de vervreemder toekwamen. De overdracht bewerkstelligt slechts dat de verkrijger de vervreemder opvolgt in diens "vermögensrechtliche Stellung am Nachlaß"; ondanks de overdracht blijft de vervreemder gelden als mede-erfgenaam omdat "die Erbenposition mit der Person des Erben untrennbar verknüpft ist". Ook in het Duitse recht bestaat dus het probleem dat bepaald moet worden welke bevoegdheden van de vervreemder op de verkrijger overgaan. De opvatting dat het aandeel als zelfstandig recht overdraagbaar is, zo kan worden geconcludeerd, heeft dus niet noodzakelijkerwijs tot gevolg dat dit probleem wordt voorkomen. Een tweede nadeel dat in het oude Nederlandse recht is aangevoerd tegen de opvatting dat overdracht plaats diende te vinden door levering van de aandelen in de afzonderlijke goederen van de nalatenschap, betrof de regel dat een mede-erfgenaam niet bevoegd was zonder toestemming van de overige erfgenamen over zijn aandeel in een afzonderlijk goed van de nalatenschap te beschikken. Voor overdracht van het aandeel in de gehele nalatenschap door levering van aandelen in de afzonderlijke goederen zou bijgevolg toestemming van de overige erfgenamen noodzakelijk zijn. Bij het achterwege laten van die toestemming zou de verkrijger er namelijk rekening mee moeten houden dat bij de leveringen enkele goederen zouden zijn overgeslagen; in dat geval zou blijken dat over de wel geleverde aandelen onbevoegd was beschikt en dat zij niet op de verkrijger zouden zijn overgegaan. Slechts bij levering van alle aandelen zou sprake zijn van beschikking over een aandeel in de gehele nalatenschap en zou toestemming van de overige erfgenamen overbodig zijn. Ook dit nadeel is niet zwaarwegend te noemen. De verkrijger van het aandeel doet er namelijk alleen daarom al verstandig aan de toestemming van de overige erfgenamen te eisen omdat hij er anders rekening mee zal moeten houden dat uit de tussen de erfgenamen bestaande rechtsverhouding als bedoeld in art. 3:191 lid 1 BW voortvloeit dat de vervreemder niet bevoegd was daarover te beschikken en dat het aandeel dientengevolge niet op hem is overgegaan.

12 390 CONCLUSIE Geconcludeerd kan worden dat noch aan het oude Nederlandse recht, noch aan het Duitse recht een doorslaggevend argument is te ontlenen om voor het huidige Nederlandse recht wat de wijze van levering betreft een onderscheid te maken tussen een nalatenschap en slechts een aandeel daarin; in zoverre kan dan ook worden ingestemd met het uitgangspunt van de Nederlandse wetgever dat in beide gevallen de voorschriften in acht genomen moeten worden die gelden voor levering van de afzonderlijke nalatenschapsbestanddelen. Evenals voor overdracht van een aandeel de leveringsvoorschriften in acht genomen moeten worden die gelden voor overdracht van de aandelen in de afzonderlijke goederen van de nalatenschap, zo dienen in het huidige Nederlandse recht voor beslag op het aandeel de voorschriften in acht genomen te worden die gelden voor beslaglegging op de aandelen in de afzonderlijke nalatenschapsgoederen. Ten einde vervolgens bij de executoriale verkoop van het aandeel overdracht op de koper te bewerkstelligen dient aan de leveringsvoorschriften voldaan te worden die gelden voor levering van de afzonderlijke tot de nalatenschap behorende goederen. Als gevolg van deze beide eisen is uitwinning van een aandeel in de gehele nalatenschap in het huidige Nederlandse recht een ingewikkelde maatregel. Omdat de opbrengst daarvan bovendien gering zal zijn, doet een privé-crediteur van een mede-erfgenaam er beter aan verdeling van de nalatenschap te vorderen en zowel beslag op de goederen te leggen ex art. 733 Rv als derdenbeslag onder de overige erfgenamen. Het Nederlandse recht wijkt hiermee af van het Duitse recht; beslag op het aandeel in de nalatenschap is in het Duitse recht het geëigende verhaalsmiddel voor een privé-crediteur van een erfgenaam. Noch voor de beslaglegging zelf, noch voor de levering ter uitvoering van de executoriale verkoop behoeven de voorschriften in acht genomen te worden die gelden voor beslaglegging respectievelijk levering van de aandelen in de afzonderlijke tot de nalatenschap behorende goederen. Bij nadere beschouwing is het verschil tussen beide rechtsstelsels echter minder groot dan men op het eerste gezicht zou denken. In de eerste plaats doet de beslaglegger er in het Duitse recht verstandig aan de voorschriften in acht te nemen die gelden voor beslaglegging op de aandelen in de afzonderlijke tot de nalatenschap behorende onroerende goederen omdat hij anders het gevaar loopt het beslag niet tegen te kunnen werpen aan derden te goeder trouw. In de tweede plaats zal de beslaglegger in het Duitse recht gezien de geringe opbrengst niet snel tot verkoop en overdracht van het aandeel overgaan maar doet hij er evenals in het Nederlandse recht beter aan verdeling te vorderen en zich vervolgens te verhalen op hetgeen zijn debiteur wordt toegedeeld.

13 CONCLUSIE 391 De opvatting uit het Duitse recht dat het aandeel in een nalatenschap een zelfstandig recht is, brengt mee dat het op eenvoudige wijze kan worden verpand. Krachtens 1258 Abs. 3 BGB zal het pandrecht bij de verdeling komen te rusten op hetgeen de pandgever wordt toegedeeld. Het pandrecht is als gevolg daarvan wel vergeleken met een pandrecht op het "Auseinandersetzungsguthaben", dat wil zeggen met een pandrecht op hetgeen de pandgever bij de verdeling tegoed heeft. In het Nederlandse recht is verpanding van het aandeel niet mogelijk. Wil een mede-erfgenaam hetgeen hij bij de verdeling van de nalatenschap tegoed heeft in zekerheid geven, dan kan hij er wel toe over gaan zijn aandelen in de afzonderlijke goederen te verpanden of te verhypothekeren.

14

Inleiding. Achtergrond toepasselijke regels

Inleiding. Achtergrond toepasselijke regels Beschikking door een deelgenoot over zijn aandeel in een goed dat tot een bijzondere gemeenschap behoort: enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 28 november 2008, NJ 2009, 145 Inleiding In zijn arrest

Nadere informatie

Conclusie Van oudsher bestond er, in het bijzonder in het handelsverkeer, behoefte aan de mogelijkheid om de verplichting tot betaling van een schuld over te dragen aan een derde. Een opvolging onder bijzondere

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. Enige afkortingen Lijst van verkort aangehaalde werken

INHOUDSOPGAVE. Enige afkortingen Lijst van verkort aangehaalde werken nr. INHOUDSOPGAVE Enige afkortingen Lijst van verkort aangehaalde werken Hoofdstuk 1 Inleiding /1 1. Introductie / 1 2. Hoofdregels verhaal; gehele vermogen van de schuldenaar en gelijkheid van schuldeisers

Nadere informatie

Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten.

Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten. Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten. Situaties: 1. Overdracht onder voorwaarde 2. Overdracht onder eigendomsvoorbehoud 3. Overdracht toekomstige goederen 4. Overdracht onder tijdsbepaling

Nadere informatie

De formaliteiten voor overdracht verschillen naar gelang het over te dragen goed.

De formaliteiten voor overdracht verschillen naar gelang het over te dragen goed. Korte handleiding bijeenkomst 5. Overdracht van goederen. 3:83 en volgende BW Definitie overdracht: rechtsovergang van het ene rechtssubject naar het andere op basis van een een levering. Overdracht is

Nadere informatie

Hoofdstuk V Nederlands recht

Hoofdstuk V Nederlands recht Hoofdstuk V Nederlands recht 1. Inleiding In het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van 1992 is evenals in het Duitse en het Franse recht een regeling opgenomen voor de gemeenschap in het algemeen. Alvorens

Nadere informatie

Prof. mr. A.W. Jongbloed WAAROM ER NAUWELIJKS RECHTSPRAAK IS OVER BESLAGEN OP LEVENSVERZEKERINGEN

Prof. mr. A.W. Jongbloed WAAROM ER NAUWELIJKS RECHTSPRAAK IS OVER BESLAGEN OP LEVENSVERZEKERINGEN Prof. mr. A.W. Jongbloed WAAROM ER NAUWELIJKS RECHTSPRAAK IS OVER BESLAGEN OP LEVENSVERZEKERINGEN Plaats in het systeem van de wet Boek 2, titel 2 (gerechtelijke tenuitvoerlegging op goederen die geen

Nadere informatie

Drie stellingen. Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series. M.L. Tuil. Published in WPNR 2010 (6831), p. 143-145

Drie stellingen. Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series. M.L. Tuil. Published in WPNR 2010 (6831), p. 143-145 Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Drie stellingen M.L. Tuil Published in WPNR 2010 (6831), p. 143-145 Postdoc Erasmus Universiteit Rotterdam (tuil@law.eur.nl). 1 Abstract In dit

Nadere informatie

Uitgebreide inhoudsopgave Enige afkortingen Lijst van verkort aangehaalde werken

Uitgebreide inhoudsopgave Enige afkortingen Lijst van verkort aangehaalde werken INHOUDSOPGAVE Uitgebreide inhoudsopgave Enige afkortingen Lijst van verkort aangehaalde werken XIX XXVII XXIX Hoofdstuk 1 - Inleiding en algemene bepalingen. Belang onderscheid eenvoudige en bijzondere

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE KOOPOVEREENKOMST GROND VOOR EENGEZINSHUIZEN, VERSIE

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE KOOPOVEREENKOMST GROND VOOR EENGEZINSHUIZEN, VERSIE ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE KOOPOVEREENKOMST GROND VOOR EENGEZINSHUIZEN, VERSIE 1-1-2010 Bij deze algemene voorwaarden horen: - Koopovereenkomst Grond voor eengezinshuizen, versie 1-1-2010 Definities

Nadere informatie

De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling

De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling 1. Inleiding Wanneer men de problematiek van aansprakelijkheid voor en verhaalbaarheid van schulden van de nalatenschap bij

Nadere informatie

Artikel 24. Artikel 24 lid 1 Pandrecht. Verkoop van verpande goederen

Artikel 24. Artikel 24 lid 1 Pandrecht. Verkoop van verpande goederen Artikel 24 Lid 1 Lid 2 Pandrecht Pandrecht Verkoop van verpande goederen Artikel 24 lid 1 Pandrecht Algemeen Het verschil tussen pand en retentie Het pandrecht in de AVC 2002 is nieuw ten opzichte van

Nadere informatie

Beschikken over een aandeel in een gemeenschap

Beschikken over een aandeel in een gemeenschap Beschikken over een aandeel in een gemeenschap een rechtsvergelijkende studie W.H. van Hemel Kluwer BESCHIKKEN OVER EEN AANDEEL IN EEN GEMEENSCHAP een rechtsvergelijkende studie Van dit proefschrift is

Nadere informatie

Landsverordening regeling gebruik in deeltijd van onroerende zaken enaanpassing appartementsrecht

Landsverordening regeling gebruik in deeltijd van onroerende zaken enaanpassing appartementsrecht Zoek regelingen op overheid.nl Nederlandse Antillen Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! LANDSVERORDENING van de 27ste april 2005 tot wijziging van de Boeken 5 en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 8 TWEEDE NOT VN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg

Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg Te behandelen uitspraken: ECLI:NL:GHSHE:2014:4672 (facultatief verrekenbeding) ECLI:NL:HR:2015:1297 (gemeenschap)

Nadere informatie

ALGEMENE VERKOOPVOORWAARDEN bloot eigendom van gronden GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE

ALGEMENE VERKOOPVOORWAARDEN bloot eigendom van gronden GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE ALGEMENE VERKOOPVOORWAARDEN bloot eigendom van gronden GEMEENTE 'S-GRAVENHAGE Blad 1 INHOUD Art. 1. Art. 2. Art. 3. Art. 4. Art. 5. Art. 6. Art. 7. Art. 8. Art. 9. Art. 10. Art. 11. Art. 12. Art. 13. Art.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 485 Wet van 2 november 2000, houdende wijziging van de Wet giraal effectenverkeer Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

GIRAAL EFFECTENVERKEER EN GOEDERENRECHT

GIRAAL EFFECTENVERKEER EN GOEDERENRECHT GIRAAL EFFECTENVERKEER EN GOEDERENRECHT EEN STUDIE NAAR ENKELE GOEDERENRECHTELIJKE ASPECTEN VAN DE WET GIRAAL EFFECTENVERKEER EEN WETENSCHAPPELIJKE PROEVE OP HET GEBIED VAN DE RECHTSGELEERDHEID PROEFSCHRIFT

Nadere informatie

Algemene Bepalingen voor de verkoop en levering van bloot eigendom van gronden der gemeente s-gravenhage 2008

Algemene Bepalingen voor de verkoop en levering van bloot eigendom van gronden der gemeente s-gravenhage 2008 Algemene Bepalingen voor de verkoop en levering van bloot eigendom van gronden der gemeente s-gravenhage 2008 Verkoopvoorwaarden bloot eigendom: Vastgesteld door burgemeester en wethouders van s-gravenhage

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de heer mr. H., notaris te M. Rapportnummer: 2011/285

Rapport. Rapport over een klacht over de heer mr. H., notaris te M. Rapportnummer: 2011/285 Rapport Rapport over een klacht over de heer mr. H., notaris te M. Rapportnummer: 2011/285 2 Datum: 30 september 2011 Klacht Verzoekster klaagt erover dat zij als lid van een Vereniging van Eigenaren (VvE)

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 - Vermogensrechten 1 1 Vermogensrechten in het algemeen 1

Hoofdstuk 1 - Vermogensrechten 1 1 Vermogensrechten in het algemeen 1 INHOUDSOPGAVE Uitgebreide inhoudsopgave Enige Afkortingen Lijst van verkort aangehaalde werken Hoofdstuk 1 - Vermogensrechten 1 1 Vermogensrechten in het algemeen 1 Hoofdstuk 2 - Onderscheidingen van vermogensrechten

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 876 Regeling van het conflictenrecht betreffende het goederenrechtelijke regime met betrekking tot zaken, vorderingsrechten, aandelen en giraal

Nadere informatie

College 1: Algemene inleiding:

College 1: Algemene inleiding: College 1: Algemene inleiding: Het vak goederenrecht omvat veel stof; deze kan vanwege de beschikbare tijd niet uitvoerig in de lessen behandeld worden. Ook de jurisprudentie zal niet uitvoerig aan de

Nadere informatie

Verpanding van merken

Verpanding van merken Verpanding van merken M.W. Wiegerinck 1 1. Inleiding Tijdens mijn studie was ik student-assistent van Wim Reehuis. Ik assisteerde hem bij de herziening van het boek Goederenrecht ten behoeve van de twaalfde

Nadere informatie

Subjectieve rechten vloeien voort uit het objectieve recht. Subjectieve rechten kunnen worden onderverdeeld in de volgende subcategorieën 1.

Subjectieve rechten vloeien voort uit het objectieve recht. Subjectieve rechten kunnen worden onderverdeeld in de volgende subcategorieën 1. Introductie In dit document vind je onze uitwerking van probleem 1. Wij hopen met deze uitwerking te laten zien dat onze samenvattingen volledig en gestructureerd zijn. Daarnaast willen wij laten zien

Nadere informatie

Wie is inningsbevoegd bij verpanding van een door pandrecht gesecureerde vordering?

Wie is inningsbevoegd bij verpanding van een door pandrecht gesecureerde vordering? Wie is inningsbevoegd bij verpanding van een door pandrecht gesecureerde vordering? Mr. S.C.W. ter Hart* Inleiding Op 2 september 2014 heeft het Hof Den Bosch tussen Aannemersbedrijf Marell B.V. (hierna:

Nadere informatie

2013: Het overwaardearrangement na ASR/Achmea en FCF/Schreurs en Brouns q.q. Houdbaarheidsdatum overschreden?

2013: Het overwaardearrangement na ASR/Achmea en FCF/Schreurs en Brouns q.q. Houdbaarheidsdatum overschreden? 2013: Het overwaardearrangement na ASR/Achmea en FCF/Schreurs en Brouns q.q. Houdbaarheidsdatum overschreden? 2015: De Hoge Raad heeft gesproken: DLL/Van Logtestijn 16 oktober 2015 en Ingwersen/ING 16

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/78022

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2012/17 - Erkenning van opbrengsten en kosten. Advies van 7 november 2012

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2012/17 - Erkenning van opbrengsten en kosten. Advies van 7 november 2012 COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2012/17 - Erkenning van opbrengsten en kosten Advies van 7 november 2012 I. Onderwerp van het advies 1. In het artikel 31, 1 van de Vierde Europese Richtlijn

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/04/2013

Datum van inontvangstneming : 19/04/2013 Datum van inontvangstneming : 19/04/2013 Vertaling C-120/13-1 Zaak C-120/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 14 maart 2013 Verwijzende rechter: Amtsgericht Wedding (Duitsland)

Nadere informatie

A D M I N I S T R A T I E V O O R W A A R D E N

A D M I N I S T R A T I E V O O R W A A R D E N A D M I N I S T R A T I E V O O R W A A R D E N van: Stichting Jubileumfonds 1948 en 2013 voor het Concertgebouw statutair gevestigd te Amsterdam d.d. 1 september 2011 Definities. Artikel 1. In deze administratievoorwaarden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET

Nadere informatie

BESLAG OP NIET-BENUTTE KREDIETRUIMTE EXIT Hoge Raad 29 oktober 2004, LJN: AP4504, C03/166HR (Van den Bergh B.V./Van der Walle en ABN-AMRO Bank N.V.

BESLAG OP NIET-BENUTTE KREDIETRUIMTE EXIT Hoge Raad 29 oktober 2004, LJN: AP4504, C03/166HR (Van den Bergh B.V./Van der Walle en ABN-AMRO Bank N.V. BESLAG OP NIET-BENUTTE KREDIETRUIMTE EXIT Hoge Raad 29 oktober 2004, LJN: AP4504, C03/166HR (Van den Bergh B.V./Van der Walle en ABN-AMRO Bank N.V.) Inleiding Het artikel van Vriesendorp in WPNR 2001/6455

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2003 2004 28 878 Wijziging van artikel 94 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het mededelingsvereiste C NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 987 Voorstel van wet van de leden Berndsen-Jansen, Recourt en Van Oosten tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet

Nadere informatie

WET van 14 april 1978, betreffende huurkoop van onroerend goed (Wet Huurkoop Onroerend Goed) (G.B. 1978 no. 32).

WET van 14 april 1978, betreffende huurkoop van onroerend goed (Wet Huurkoop Onroerend Goed) (G.B. 1978 no. 32). WET van 14 april 1978, betreffende huurkoop van onroerend goed (Wet Huurkoop Onroerend Goed) (G.B. 1978 no. 32). Artikel 1 1. Huurkoop in de zin van deze wet is de koop en verkoop van onroerend goed, waarbij

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt er over dat de Belastingdienst executoriaal beslag heeft gelegd op onroerende zaken van haar ondanks het feit dat er - in verband met de door de Belastingdienst gestelde

Nadere informatie

Volgens het overgangrecht blijven de huidige regels gelden als voor de datum van inwerkingtreding de executie is aangezegd

Volgens het overgangrecht blijven de huidige regels gelden als voor de datum van inwerkingtreding de executie is aangezegd Wetsvoorstel 33484 inzake executieveilingen goedgekeurd De Eerste Kamer heeft recentelijk ingestemd met het wetsvoorstel 33484 tot verbetering van de executieveilingen van onroerende zaken. Hierdoor zullen

Nadere informatie

Artikelen 81 en 82. Ongewijzigd. Artikel 83

Artikelen 81 en 82. Ongewijzigd. Artikel 83 Doorlopende tekst van de gewijzigde artikelen van de titels 1.6, 1.7 en 1.8 BW (nieuw), alsmede van artikel V (overgangsbepaling), zoals deze luidt volgens Kamerstukken I 2008/09, 28 867, A (gewijzigd

Nadere informatie

De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken "Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis

De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken "Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis Werkstuk in het kader van het vak erfrecht I Maart 2008

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 70 Wet van 25 februari 2008, houdende regeling van het conflictenrecht betreffende het goederenrechtelijke regime met betrekking tot zaken, vorderingsrechten,

Nadere informatie

(MODEL-AKTE Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw) VESTIGING RECHT VAN PAND OP (I) AANDELEN ALSMEDE OP (II) OVERIGE GOEDEREN

(MODEL-AKTE Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw) VESTIGING RECHT VAN PAND OP (I) AANDELEN ALSMEDE OP (II) OVERIGE GOEDEREN F364/F555/31004733 Versie 28 juni 2017 (MODEL-AKTE Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw) VESTIGING RECHT VAN PAND OP (I) AANDELEN ALSMEDE OP (II) OVERIGE GOEDEREN Heden, [passeerdatum], is voor mij,

Nadere informatie

Artikel 4:194a BW In het concept wetsvoorstel luidde artikel 4:194a BW als volgt:

Artikel 4:194a BW In het concept wetsvoorstel luidde artikel 4:194a BW als volgt: Van : Adviescommissie Familie- en Jeugdrecht Datum : 31 augustus 2015 Betreft : 34 224 Wijziging van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek om erfgenamen beter te beschermen tegen schulden van de erflater (Wet

Nadere informatie

ANTWOORDEN PROEFTENTAMEN GOEDERENRECHT 2

ANTWOORDEN PROEFTENTAMEN GOEDERENRECHT 2 ANTWOORDEN PROEFTENTAMEN GOEDERENRECHT 2 Onderstaande puntenverdeling per vraag is een indicatie. Bij concrete toekenning van punten is mede bepalend in hoeverre een juiste, logisch weergegeven formulering

Nadere informatie

3.1 Goederenrecht. Kay Horsch 18 januari 2011

3.1 Goederenrecht. Kay Horsch 18 januari 2011 3.1 Kay Horsch 18 januari 2011 Taak 1 Verbintenissenrecht 1. Absoluut (!!!) 2. Exclusief 3. Zaaksgevolg (Droit de Suite) 4. Prioriteit 5. Separatisme Boek 3, Titel 1, Afdeling 1 Bijvoorbeeld Goederen :

Nadere informatie

Enige aspecten van de kwalitatieve verbintenis

Enige aspecten van de kwalitatieve verbintenis Enige aspecten van de kwalitatieve verbintenis Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Radboud Universiteit Nijmegen op gezag van de rector magnificus prof. mr. S.C.J.J. Kortmann, volgens

Nadere informatie

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht 2015

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht 2015 Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht 2015 Artikel 1 Begripsomschrijving 1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. (Krediet)hypotheek: een te vestigen recht ter meerdere zekerheid op registergoeden;

Nadere informatie

8. Vormerkung definitie

8. Vormerkung definitie 8. Vormerkung 8.1. definitie Vormerkung houdt in dat de koper van een woning (althans zijn notaris) zijn uit de koopovereenkomst voortvloeiende recht om de woning te kopen, kan laten inschrijven in de

Nadere informatie

Nakijkinstructie: Als bij een vraag een x-aantal antwoorden wordt gevraagd, wordt alleen het eerste x-aantal antwoorden meegenomen in de beoordeling.

Nakijkinstructie: Als bij een vraag een x-aantal antwoorden wordt gevraagd, wordt alleen het eerste x-aantal antwoorden meegenomen in de beoordeling. SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel INLEIDING RECHT DONDERDAG 6 OKTOBER 2016 9.00-11.00 UUR Nakijkinstructie: Als bij een vraag een x-aantal antwoorden wordt gevraagd, wordt alleen het eerste x-aantal

Nadere informatie

Wettelijk erfrecht Duitsland

Wettelijk erfrecht Duitsland De positie van de langstlevende echtgenoten in het Duitse, Franse, Luxemburgse, Belgische en Nederlandse erfrecht Dr. Rembert Süβ Deutsches Notarinstitut Wettelijk erfrecht Duitsland Beperkte vooruitneming

Nadere informatie

Intitulé : LANDSVERORDENING bevattende de tekst van de titels 5.6 tot en met 5.9 voor een nieuw Burgerlijk Wetboek van Aruba

Intitulé : LANDSVERORDENING bevattende de tekst van de titels 5.6 tot en met 5.9 voor een nieuw Burgerlijk Wetboek van Aruba Intitulé : LANDSVERORDENING bevattende de tekst van de titels 5.6 tot en met 5.9 voor een nieuw Burgerlijk Wetboek van Aruba Citeertitel: Geen Vindplaats : AB 2000 no. 66 (AB 2001 no. 138) Wijzigingen:

Nadere informatie

MR. C. ASSER'S HANDLEIDING TOT DE BEOEFENING VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT GOEDERENRECHT ALGEMEEN GOEDERENRECHT VIJFTIENDE DRUK BEWERKT DOOR

MR. C. ASSER'S HANDLEIDING TOT DE BEOEFENING VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT GOEDERENRECHT ALGEMEEN GOEDERENRECHT VIJFTIENDE DRUK BEWERKT DOOR MR. C. ASSER'S HANDLEIDING TOT DE BEOEFENING VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT GOEDERENRECHT ALGEMEEN GOEDERENRECHT VIJFTIENDE DRUK BEWERKT DOOR MR. F.H.J. MIJNSSEN VOORMALIG VICE-PRESIDENT VAN DE HOGE

Nadere informatie

ERFRECHT EN SCHENKING

ERFRECHT EN SCHENKING MR. C. ASSER'S HANDLEIDING TOT DE BEOEFENING VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT ERFRECHT EN SCHENKING BEWERKT DOOR MR. S. PERRICK ADVOCAAT EN NOTARIS TE AMSTERDAM DERTIENDE DRUK KLUWER - DEVENTER - 2002

Nadere informatie

BURGERLIJK WETBOEK BW 5 De wettelijke bepalingen in zake het appartementsrecht, zijn als volgt in de wet neergelegd: Afdeling 1: Algemene bepalingen Artikel 106: splitsing in appartementsrechten Artikel

Nadere informatie

AKTE VAN VERPANDING VAN ROERENDE ZAKEN DATUM: 10 MAART tussen STICHTING OBLIGATIEHOUDERSBELANGEN (ALS PANDHOUDER) NOODLEBAR CENTRAAL B.V.

AKTE VAN VERPANDING VAN ROERENDE ZAKEN DATUM: 10 MAART tussen STICHTING OBLIGATIEHOUDERSBELANGEN (ALS PANDHOUDER) NOODLEBAR CENTRAAL B.V. AKTE VAN VERPANDING VAN ROERENDE ZAKEN DATUM: 10 MAART 2016 tussen STICHTING OBLIGATIEHOUDERSBELANGEN (ALS PANDHOUDER) en NOODLEBAR CENTRAAL B.V. (ALS PANDGEVER) DE ONDERGETEKENDEN, I. STICHTING OBLIGATIEHOUDERSBELANGEN,

Nadere informatie

Stichting Administratiekantoor Convectron Natural Fusion

Stichting Administratiekantoor Convectron Natural Fusion Stichting Administratiekantoor Convectron Natural Fusion Administratievoorwaarden van de Stichting Administratiekantoor Convectron Natural Fusion, gevestigd te Rotterdam, volgens de notariële akte van

Nadere informatie

SAMENWONING RELEVANTE ARTIKELS UIT HET BELGISCH BURGERLIJK WETBOEK

SAMENWONING RELEVANTE ARTIKELS UIT HET BELGISCH BURGERLIJK WETBOEK WETTELIJKE SAMENWONING RELEVANTE ARTIKELS UIT HET BELGISCH BURGERLIJK WETBOEK BOEK III TITEL Vbis WETTELIJKE SAMENWONING Artikel 1475 Onder wettelijke samenwoning wordt verstaan de toestand van samenleven

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN DOOR DE GEMEENTE BEDUM

ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN DOOR DE GEMEENTE BEDUM ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR DE VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN DOOR DE GEMEENTE BEDUM Bedingen die van toepassing zijn op de verkoop van alle onroerende zaken. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 :

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 21 155 Wijziging van de regeling van de overdracht van aandelen op naam in naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid.

Nadere informatie

Samenvatting Vraagstelling

Samenvatting Vraagstelling Samenvatting Vraagstelling Dit boek gaat over artikel 3:105. Artikel 3:105 verheft degene die een goed bezit, tot rechthebbende op het ogenblik dat de rechtsvordering waarmee de eigenaar tegen de bezitter

Nadere informatie

2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1

2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1 Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object

Nadere informatie

Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de aanpassing van het auteurscontractenrecht

Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de aanpassing van het auteurscontractenrecht Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten in verband met de aanpassing van het auteurscontractenrecht ARTIKEL I De Auteurswet wordt als volgt gewijzigd: Tekst voorontwerp Artikel 2 1.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 SEPTEMBER 2014 P.14.1380.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1380.N O D B, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Alain Vergauwen en mr. Pierre Monville, advocaten

Nadere informatie

AKTE VAN VESTIGING HYPOTHEEK EN PANDRECHTEN

AKTE VAN VESTIGING HYPOTHEEK EN PANDRECHTEN 1 AKTE VAN VESTIGING HYPOTHEEK EN PANDRECHTEN Heden, +, verschenen voor mij, mr. Jan Wim Weggemans, notaris in de gemeente Bellingwedde: HYPOTHEEKGEVER 1. de heer KOENO NOMDEN, wonende te 9566 PK Veelerveen,

Nadere informatie

Nadere bestudering van de juridische merites en jurisprudentie leert, dat aan dit vraagstuk nogal wat haken en ogen zitten.

Nadere bestudering van de juridische merites en jurisprudentie leert, dat aan dit vraagstuk nogal wat haken en ogen zitten. FINANCIERING VAN GROOT ONDERHOUD In de praktijk komt het regelmatig voor, dat een ouder appartementengebouw dringend aan renovatie en/of groot onderhoud toe is. In die gevallen doet de Vergadering van

Nadere informatie

STANDAARDANTWOORDEN THEORIE WEEK 1/1A

STANDAARDANTWOORDEN THEORIE WEEK 1/1A STANDAARDANTWOORDEN THEORIE WEEK 1/1A 1. Het begrip vermogen wordt in meerdere betekenissen gebruikt. In het spraakgebruik wordt veelal gedoeld op iemands activa of al zijn geld. In het privaatrecht betekent

Nadere informatie

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht

Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht Vaststelling: College van B&W 3 november 2008 Bekendmaking: De Trompetter 11 november 2008 Inwerkingtreding: 1 januari 2009 Beleidsregel krediethypotheek en pandrecht

Nadere informatie

Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment?

Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment? Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment? Mr. C.H.M. Fiévez * 1. Inleiding De vraag tot welk moment cumulatief beslag op aandelen nog mogelijk is veronderstelt dat elk beslagobject, en dus

Nadere informatie

N.C. van Oostrom-Streep, 'De kwalitatieve verplichting' Woord vooraf Lijst van afkortingen

N.C. van Oostrom-Streep, 'De kwalitatieve verplichting' Woord vooraf Lijst van afkortingen Inhoudsopgave Woord vooraf Lijst van afkortingen v xv Hoofdstuk 1 Inleiding op het onderwerp, presentatie van de onderzoeksvraag 1 1.1 Inleiding 1 1.2 De mogelijkheden 2 1.3 De vraag 4 1.4 De methode 5

Nadere informatie

Boek 7 Burgerlijk Wetboek: 201-231 BW (algemene bepalingen)

Boek 7 Burgerlijk Wetboek: 201-231 BW (algemene bepalingen) Boek 7 Burgerlijk Wetboek: 201-231 BW (algemene bepalingen) Boek 7 BW, titel 4: Algemeen e.v. Afdeling 1. Algemene bepalingen Artikel 201 1. Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder,

Nadere informatie

CONCEPT UITSLUITEND VOOR DISCUSSIEDOELEINDEN AANDEELHOUDERSOVEREENKOMST

CONCEPT UITSLUITEND VOOR DISCUSSIEDOELEINDEN AANDEELHOUDERSOVEREENKOMST AANDEELHOUDERSOVEREENKOMST DE ONDERGETEKENDEN: (1) [ ] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [ ], hierna te noemen "[ ], ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer; (2) [ ] B.V., gevestigd en

Nadere informatie

Workshop Insolventierecht FR&R. Deel 2: Tijdens faillissement

Workshop Insolventierecht FR&R. Deel 2: Tijdens faillissement Workshop Insolventierecht FR&R Deel 2: Tijdens faillissement Rolf Verhoeven / Johan Jol 3 september 2009 Onderwerpen Mogelijke procedures en hun gevolgen Spelers en hun bevoegdheden Verhaalsmogelijkheden

Nadere informatie

(E) M C>> NEDERLANDSE VERENIGING VOOR. Strekking concept-wetsvoorstel. Advies. bi - br-

(E) M C>> NEDERLANDSE VERENIGING VOOR. Strekking concept-wetsvoorstel. Advies. bi - br- G) hr^ bi - br- NEDERLANDSE VERENIGING VOOR IJ] (E) M {jb / O) De Minister van Veiligheid en Justitie Mr. G.A. van der Steur Postbus 20301 2500 ÈH DEN HAAG G.) S> C>> Datum 3 november 2015 Kenmerk 668160

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners

Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners 1 Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,

Nadere informatie

Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime,

Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime, Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen betreffende

Nadere informatie

Enkele belangrijke begrippen en afkortingen

Enkele belangrijke begrippen en afkortingen 35 Enkele belangrijke begrippen en afkortingen De volgende lijst geeft een beknopte omschrijving 3 van enkele juridische termen die in dit boek aan bod komen, en dient enkel om die begrippen beter te kunnen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 04052017 Datum publicatie 15052017 Zaaknummer C/03/232895 / KG ZA 17112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

Executie van het retentierecht

Executie van het retentierecht Executie van het retentierecht mr. Jacob Henriquez mr. Teije van Dijk AKD Aangeboden door WEKAbouw Kennisbank Contracteren in de bouw www.weka-bouw.nl @2011 Weka Uitgeverij B.V. - 1 - Inleiding Het retentierecht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

Hoofdstuk III Oud Nederlands recht 1

Hoofdstuk III Oud Nederlands recht 1 Hoofdstuk III Oud Nederlands recht 1 1. Inleiding Het Nederlands Burgerlijk Wetboek van 1838 was in belangrijke mate gebaseerd op de Franse Code civil van 1804. Dit kwam ook tot uiting in de wijze waarop

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 33 987 Voorstel van wet van de leden Swinkels, Recourt en Van Oosten tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 428 Beschikking van de Minister van Justitie van 16 augustus 2002, houdende plaatsing in het Staatsblad van de vernummerde tekst van de wet van

Nadere informatie

Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring.

Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring. Bijlage 3 JURIDISCHE ASPECTEN VAN VERJARING Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring. Het Burgerlijk Wetboek kent twee vormen van verkrijgende

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een

Nadere informatie

Leerarrangement 6Ai Juridische checkpoints. Jeroen Dusseldorp Studentnummer:

Leerarrangement 6Ai Juridische checkpoints. Jeroen Dusseldorp Studentnummer: Leerarrangement 6Ai Juridische checkpoints Jeroen Dusseldorp Studentnummer: 0241664 27-2-2014 Zekerheden Omschrijving en inschatting financieel belang van de zekerheid Inschatting feitelijke en juridische

Nadere informatie

1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen

1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen Overdrachtsbelasting. Belastbaar feit Directoraat-generaal Belastingdienst, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 29 juni 2011, nr. BLKB2011/137M, Staatscourant 7 juli 2011, nr. 12049 De staatssecretaris

Nadere informatie

Unidroit-Overeenkomst inzake de internationale factoring

Unidroit-Overeenkomst inzake de internationale factoring Unidroit-Overeenkomst inzake de internationale factoring DE STATEN, DIE PARTIJ ZIJN BIJ DIT VERDRAG, ZICH ERVAN BEWUST ZIJNDE dat de internationale factoring een belangrijke taak te vervullen heeft in

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 4 NOVEMBER 2010 C.09.0630.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.09.0630.F M., Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen T., Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758 ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7758 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 12-05-2009 Datum publicatie 12-06-2009 Zaaknummer 156351 - KG ZA 09-197 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

BURGERLIJK WETBOEK boek 5 titel 9 - Appartementsrechten artikelen 106 t/m 147. Afdeling 1. Algemene bepalingen, artt. 106 t/m 123

BURGERLIJK WETBOEK boek 5 titel 9 - Appartementsrechten artikelen 106 t/m 147. Afdeling 1. Algemene bepalingen, artt. 106 t/m 123 BURGERLIJK WETBOEK boek 5 titel 9 - Appartementsrechten artikelen 106 t/m 147 Afdeling 1. Algemene bepalingen, artt. 106 t/m 123 Artikel 106 1. Een eigenaar, erfpachter of opstaller is bevoegd zijn recht

Nadere informatie

gewijzigd j/n Koop is de overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een prijs in geld te betalen.

gewijzigd j/n Koop is de overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een prijs in geld te betalen. W oek 7 estaande Tekst na wijziging 28746 jo 31065 t/m NvW 5 Tekst na wijziging 28746 jo 31065 t/m amendementen Tekst na wijziging 32426 (nr. 2) urgerlijk Wetboek oek 7, ijzondere overeenkomsten urgerlijk

Nadere informatie

: De naamloze vennootschap United Green N.V., gevestigd en kantoorhoudende te (7101 BN) Winterswijk aan het Beatrixpark

: De naamloze vennootschap United Green N.V., gevestigd en kantoorhoudende te (7101 BN) Winterswijk aan het Beatrixpark Openbaar verslag ex artikel 73a Faillissementswet Faillissement : De naamloze vennootschap United Green N.V., gevestigd en kantoorhoudende te (7101 BN) Winterswijk aan het Beatrixpark 6a Faillissementsnummer

Nadere informatie

Hypotheek en levensverzekering

Hypotheek en levensverzekering Hypotheek en levensverzekering Wanneer u voor de financiering van een huis een hypothecaire lening afsluit, verlangt de financier vaak dat tevens een levensverzekering op uw leven wordt afgesloten. Als

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting -- Deel 1

Overdrachtsbelasting -- Deel 1 Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 12 DERDE NOTA

Nadere informatie

Partijen zullen hierna de curator en de gemeente genoemd worden.

Partijen zullen hierna de curator en de gemeente genoemd worden. 6 FAX +31302233198 RECHTBANK UTRECHT ROLADM vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht zitting houdend te Utrecht zaaknummer/rolnummer: C/16/324379 / HA ZA 12-764 Vonnis van 3 april 2013 in

Nadere informatie