93 Meer lezen over Ingesleten patronen doorbreken

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "93 Meer lezen over Ingesleten patronen doorbreken"

Transcriptie

1 Colofon Inhoud Develop is het onafhankelijke kwartaaltijdschrift voor Nederland en Vlaanderen over human resource development. Het tijdschrift is onderdeel van het HRD-fonds, een fonds met vakuitgaven van Springer Media dat mede tot stand komt in samenwerking met NVO2 (Nederlandse Vereniging van HRD-professionals in Ontwikkelen en Opleiden), VOV (Vlaams Lerend Netwerk) en de FCE/Stichting Opleidingskunde. Springer Media Postbus 246, 3990 GA Houten Tel Fax Redactie Tjip de Jong, Isabel Raemdonck, Suzanne Verdonschot, Luc Verheijen, Olga Koppenhagen (eindred.) Redactieadviesraad Herman Baert, Jan Bal, Hans Dekker, Lizet Hoekstra, Joep de Jong, Joseph Kessels, Marcel van der Klink, Jeroen Onstenk, Rob Poell, Isolde van Roekel-Kolkhuis Tanke, Robert-Jan Simons Redactieadres Overburgkade 10, 2275 XT Voorburg Uitgever John Thämer Ontwerp en vormgeving Pino Design, Arnhem Advertenties Marcel Nibbeling, Tel Materiaal: Abonnementen Develop verschijnt eenmaal per kwartaal. De abonnementsprijs bedraagt C 199,00. Leden van de beroepsverenigingen NVP, NVO2, VOV en FCE kunnen op vertoon van hun lidmaatschapsnummer een gereduceerd tarief krijgen van C 159,20. Studenten kunnen op vertoon van een geldig inschrijfbewijs aan een universiteit of hogeschool gebruikmaken van een gereduceerd tarief van C 99,50 per jaar. Losse nummers C 55. Alle prijzen zijn inclusief verzendkosten, exclusief btw. Abonnementen kunnen elk moment ingaan, maar slechts worden beëindigd indien uiterlijk 2 maanden voor het einde van de abonnementsperiode schriftelijk is opgezegd. Zonder of bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch verlengd met een periode van een jaar. Inlichtingen: Springer Media ISSN Niets uit deze uitgave mag, noch geheel, noch gedeeltelijk, worden overgenomen en/of vermenigvuldigd zonder schriftelijke toestemming van de uitgever en de oorspronkelijke auteur. Hoewel aan deze uitgave de uiterste zorg wordt besteed, stellen uitgever en redactie zich niet aansprakelijk voor eventuele fouten in of als gevolg van de gepubliceerde teksten. 2 Proloog Ingesleten patronen doorbreken Simon van der Veer en Suzanne Verdonschot 6 Het Efteling-effect Effectieve organisatieverbetering in ander perspectief Simon van der Veer 15 De spanning tussen systeemdenken en complexiteitsdenken Nol Groot 24 In gesprek met Arend Ardon Doorbreek je defensieve strategieën! 30 Vakmanschap aan Zet Actieonderzoek doorbreekt patronen in jeugdzorg Douwe van den Berg en Simen van der Goot 40 De Nieuwe Ruimte Organisatieontwikkeling met behulp van een systemisch perspectief Marloes van Rooij 48 In gesprek met Maarten Frankenhuis Een dier innoveert alleen om te overleven 53 Het veelvuldig mee-maken van een nieuw patroon Ervaringen met verandering in een lerend netwerk Rene Bouwen, Johan Hovelynck en Luc Verheijen 61 In gesprek met Philippe Bélien Je kunt alleen maar condities creëren 64 Patroonbewust interveniëren Doorbreken van patronen in organisaties Paul Huguenin en Dafir Kramer 70 In gesprek met Hans Vermaak en Suzanne Verdonschot Taaie en urgente vraagstukken als startpunt voor vernieuwing 76 Mijn School op de Hei doorbreekt het leerstofjaarklassensysteem Rita Plattau en Georges Vanoirbeek 82 In gesprek met Rob van Es Onderstroom is bepalend voor succesvolle organisatieverandering 87 De kwaliteit van samenwerking iedereen is verantwoordelijk Norbert Netten 93 Meer lezen over Ingesleten patronen doorbreken 96 Epiloog Ingesleten patronen doorbreken Simon van der Veer en Suzanne Verdonschot DEVELOP

2 Proloog Ingesleten patronen doorbreken Simon van der Veer en Suzanne Verdonschot Trainingen, leiderschapsprogramma s, verandertrajecten, opleidingen. Hoeveel van dit soort interventies leveren nu echt het gewenste effect op voor de organisatie? Regelmatig organiseren we dit soort settings waar we samenwerken aan het oplossen van complexe vraagstukken. Vraagstukken die dan te maken hebben met nieuwe gedragspatronen, bijvoorbeeld om slimmer te kunnen samenwerken. Het blijkt in de praktijk vaak lastig om de oude patronen in denken en doen te doorbreken. Omdat je gewend bent het op de oude manier te doen, en omdat er andere dynamieken zijn die het moeilijk maken op een nieuwe manier te werk te gaan. Kortom, tijdens leerinterventies oefenen deelnemers met het rijden volgens een nieuwe route, maar eenmaal terug op het werk, waar de vertrouwde verkeersdrukte heerst, is het moeilijk om de nieuwe route vol te houden. In dit themanummer kijken wij naar organisaties als een systeem. Een systeem gezien als een geheel van onderling gerelateerde en interacterende delen. Vanuit de systeemtheorie is de opvatting dat het effect van interventies (en het gedrag van individuen binnen het systeem) in belangrijke mate wordt bepaald door de patronen die het systeem kenmerken (Huguenin & Van Gestel, 2007). Vandaar dat effectief verbeteren in de werksituatie niet alleen vraagt om het ontwikkelen van nieuwe bekwaamheden maar ook om het doorbreken van deze systeempatronen. Met andere woorden, enkel het leren van nieuwe bekwaamheden is vaak niet voldoende om effect te realiseren in en voor de organisatie. Dit themanummer heeft tot doel te snappen welke systeemdynamiek er is in de werkomgeving die het zo lastig maakt om te verbeteren. Daarnaast is het doel om interventies op te sporen die helpen om ingesleten patronen in denken en doen effectief te doorbreken. Centrale vragen De volgende vragen willen we met dit themanummer beantwoorden: Wat is een geschikte bril om naar organisatiesystemen en interactiepatronen te kijken? Welke interventies kunnen helpen om deze interactiepatronen in de gewenste richting te beïnvloeden? Hoe zorg je ervoor dat zo n nieuw interactiepatroon bestendigt en leidt tot effectieve verbeteringen en vernieuwingen? Aanleiding: het gat tussen weten en doen Aan theorieën over succesvolle organisaties is geen gebrek. Sinds In Search of Excellence van Peters en Waterman (1982) zijn er veel theorieën verschenen Dr. Suzanne Verdonschot werkt als adviseur en onderzoeker bij Kessels & Smit, The Learning Company. Haar belangstelling gaat uit naar verbeteringen en vernieuwingen die plaatsvinden in het dagelijkse werk. Zij onderzoekt deze innovatieprocessen en ondersteunt betrokkenen bij het vormgeven ervan. Drs. Simon van der Veer is onderzoeker en adviseur op het gebied van veranderkunde en organisatieverbetering. Binnen het Center for Organizational Performance, een organisatie die onderzoek doet naar en adviseert over high performance organisaties, ondersteunt hij mensen in het blijvend beter presteren. 2 DEVELOP

3 over succesfactoren van organisaties. Recent onderzoek naar high performance organisaties bouwt voort op dit soort theorieën en beschrijft wat de essentie is van beter presteren (De Waal, 2008). Ondanks de theorieën over beter presteren, blijkt het toch lastig voor organisaties om daadwerkelijk een verandering in gang te zetten en werkelijk beter te gaan presteren. In hun boek The Knowing Doing-Gap vroegen Jeffrey Pfeffer en Robert Sutton (2000) zich reeds af hoe het toch komt dat veel professionals die alles weten over de theorie, toch vast zitten in een soort organisatiecontext die op allerlei manieren het verbeteren van hun prestatie ondermijnt. Zij concludeerden dat veel professionals heel goed weten hoe het wél moet, maar het toch niet voor elkaar krijgen om die prestatie, door ingesleten patronen in de organisatiecontext, ook werkelijk effectief te verbeteren. C.S. Lewis vat de worsteling tussen knowing en doing treffend samen: The key to understanding ourselves and the universe we live in is realizing that people know what to do and don t do it. Ondanks dat men heel goed weet waar verbetering nodig is, lijken in de praktijk allerlei aanpakken tegen beter weten in onvoldoende te werken. Blijkbaar bezitten organisaties een bepaalde macht die dit lastig maakt. Vanuit de systeemtheorie zou je kunnen zeggen dat het lastig is omdat te weinig rekening wordt gehouden met de complexe werking van organisaties. Volgens de systeemtheorie hebben organisaties namelijk de neiging om immuun te zijn voor verandering en verbetering (Huguenin & Van Gestel, 2007). Tegelijkertijd zijn verandering, verbetering en vernieuwing voor organisaties steeds belangrijker om continuïteit te waarborgen. Organisaties kunnen het zich niet permitteren ingesleten te zijn. Men is daarom voortdurend bezig met nieuwe manieren om het werk beter te organiseren. Kortom, er ontvouwt zich een interessante paradox tussen de noodzaak om te leren en verbeteren, en een systeem dat geneigd is immuun te zijn voor verbetering. Relevantie: wat dit onderwerp zo interessant maakt Het blijkt lastig om ontwikkelde vaardigheden of bedachte verbeterplannen in de werkomgeving toe te passen. En wel om twee redenen. Ten eerste omdat het mensen vraagt om ander gedrag. Ten tweede omdat het vraagt om het doorbreken van bestaande patronen, in een complex systeem dat klaarblijkelijk is gericht op zelfbehoud. Wat betreft het eerste punt, hierover is veel geschreven in de literatuur over transfer. Het gaat er dan bijvoorbeeld om of de lerende de benodigde vaardigheden wel echt heeft geleerd, en in hoeverre de omgeving waarin het geleerde moet worden toegepast, lijkt op de omgeving waarin de vaardigheden geleerd zijn (zie bijvoorbeeld Simons,1990). Over het tweede punt, het kunnen doorbreken van bestaande patronen, is minder bekend. In de dagelijkse werkomgeving is de druk om resultaten te bereiken groot; er is niet altijd ruimte om te reflecteren. Men is gewend iets op een bepaalde manier te doen ( zo doen we het hier nu eenmaal ). En er zijn in de loop der tijd manieren van doen ontstaan waar je niet makkelijk van af komt. Er lijkt hier een paradox te zijn tussen het individu dat iets wil verbeteren en een systeem dat erop gericht lijkt te zijn het evenwicht te bewaren. Er wordt ingezet op leren en verbeteren, en geïnvesteerd in trainingen, verbeterprogramma s en opleidingen, maar het effect (beter of slimmer werken) wordt onvoldoende gerealiseerd. Met dit themanummer proberen we beter te snappen hoe dit komt, en willen we interventies opsporen die kunnen helpen hierin doorbraken te bereiken. De paradox tussen het individu dat iets wil verbeteren en een systeem dat erop gericht is het evenwicht te bewaren. Dit themanummer Om antwoord te geven op de drie vragen die centraal staan in dit themanummer, nodigden we diverse auteurs uit om hierover een bijdrage te schrijven. We kozen voor bijdrages in verschillende vormen, zodat we via verschillende ingangen antwoorden konden opsporen op onze centrale vragen. Onderzoek in literatuur en praktijk In de artikelen van Simon van der Veer en Nol Groot wordt vanuit de literatuur verkend wat het betekent THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

4 Proloog om te kijken naar organisatieverbetering vanuit een systeem- en complexiteitsperspectief. Waar Van der Veer het systeemdenken en complexiteitsdenken in het verlengde van elkaar ziet, zet Groot ze juist tegenover elkaar. In het dubbelinterview met de onderzoekers Hans Vermaak en Suzanne Verdonschot komt aan bod hoe zij kijken naar vernieuwing en het doorbreken van ingesleten patronen. Allebei deden ze onderzoek naar taaie of intrigerende vragen die kunnen leiden tot vernieuwing. Hun beider perspectieven worden in dit interview naast elkaar geplaatst. Leidinggevenden kunnen gedrag vertonen dat soms haaks staat op datgene wat ze met de mond belijden. Praktijkcases In diverse artikelen wordt aan de hand van één enkele case geprobeerd inzicht te krijgen in werkende mechanismen bij het doorbreken van patronen. De auteurs zijn steeds professionals die schrijven over interventies die zij gedaan hebben met de bedoeling verandering op gang te brengen of patronen te doorbreken. Het laat heel verschillende contexten zien, waarin betrokkenen ervaring opdoen met het doorbreken van patronen. Jeugdzorg: Douwe van den Berg en Simen van der Goot beschrijven hun manier van werken in de jeugdzorg. Normaal gesproken is de veronderstelling bij gezinnen met complexe vraagstukken dat elk probleem op zichzelf staat en oplosbaar is. De auteurs werkten aan een actieonderzoek om patronen in de jeugdzorg op te sporen en te doorbreken. Cross-sectoraal lerend netwerk: Johan Hovelynck, René Bouwen en Luc Verheijen stellen in hun bijdrage de casus van een lerend netwerk centraal. De waarderende benadering stond centraal in de aanpak die leidde tot doorbraken bij de verschillende betrokken organisaties. School: Rita Plattau en Georges Vanoirbeek beschrijven de casus van hun eigen school: Mijn School op de Hei. Zij hebben het klassieke patroon van een jaarklassensysteem doorbroken. In plaats van dat elke docent een vaste groep heeft, wordt gewerkt met teamteaching. Zij doen in hun artikel verslag van dit experiment en geven de noodzaak aan om patronen in het schoolmodel te doorbreken. Beïnvloeden van systeempatronen met gerichte interventies Er zijn vijf bijdragen waarin de ervaringen uit de praktijk een belangrijke plek innemen. In al deze bijdragen lichten de auteurs eerst toe met welke bril zij kijken naar organisaties, als systemen. Daarna komen interventies en strategieën aan bod die helpen om vanuit dit systeemperspectief verbetering te beïnvloeden. Marloes van Rooij laat in haar artikel zien dat waar mensen samen aan het werk zijn of samen leven, er altijd een extra laag is. Die laag kun je beter snappen vanuit het systeemperspectief. Zij reikt diverse interventies aan. Arend Ardon zoomt nog verder in. Hij richt zich op het microniveau, de interactie tussen leidinggevenden en medewerkers. En hoe leidinggevenden gedrag vertonen dat soms haaks staat op dat wat ze met de mond belijden. Hij biedt interventies aan om de inconsistentie tussen wat mensen zeggen en wat ze feitelijk doen, te doorbreken. Paul Huguenin en Dafir Kramer benadrukken het patroonbewust interveniëren. Elke organisatie heeft typische systeempatronen die de prestaties van de organisatie bepalen. Zij beschrijven de functie en werking van patronen, en geven praktische voorbeelden hoe deze patronen te beïnvloeden zijn. Rob van Es schetst hoe essentieel de onderstroom is voor het succes van complexe veranderingen. Vanuit een meervoudig perspectief kijkt hij naar het spanningsveld tussen bovenstroom en onderstroom, en wat aanknopingspunten zijn voor effectieve interventies. Norbert Netten werkt uit waarom samenwerkingsprocessen soms lastig zijn. Hij laat zien hoe je als team hier los van kunt komen. The Human Element-methode is hierbij zijn leidraad. 4 DEVELOP

5 Ongewone perspectieven We hebben ook enkele deskundigen opgezocht die werkzaam zijn of waren in een heel ander vakgebied: een dierenarts en een natuurkundige. Zij hebben vanuit hun vakgebied een heel andere kijk op de vraagstukken waar het in dit themanummer om gaat. De dierenwereld: we interviewden Maarten Frankenhuis. Hij is dierenarts en oud-directeur van Artis. Zijn kennis over het dierenrijk levert een ongewoon perspectief op de mensenwereld op. Via de renhagedissen die zich in stabiele tijden ongeslachtelijk voortplanten, de koolmezen die room snoepen en de mollen die genieten van onze grote gazons, komen we meer te weten over innovatie. De natuurkunde: het interview met Philippe Bélien levert weer een heel andere kijk op. Bélien promoveerde in de natuurkunde en werkt momenteel aan verandervraagstukken in organisaties. Bronnen Huguenin, P., & Gestel, H., van (2007). Verborgen orde. Systeemmanagement van organisaties. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Peters, T., & Waterman, R. (1982). In Search of Excellence: Lessons from Americas Best Run Companies. Warner Books. Pfeffer, J., & Sutton, R. (2000). The Knowing-Doing Gap: How smart companies turn knowledge into action. Harvard Business School Press. Simons, P.R.J. (1990). Transfervermogen. Inaugurele rede. Nijmegen. Waal, A., de (2008). Maak van je bedrijf een high performance organisatie. De vijf pijlers voor het creëren van een high performance organisatie. Culemborg: Van Duuren Management. THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

6 Het Efteling-effect Effectieve organisatieverbetering in ander perspectief Simon van der Veer De Efteling is een sprookjesachtige belevenis en nodigt je uit voor een sprankelend avontuur. Stap binnen in een sprookjeswereld vol wonderlijke vertelsels en duizelingwekkende dromen. Vergeet even alles, de hoofdrol is voor jou. In het sprookjesbos wachten Lange Jan en Klein Duimpje vol nieuwsgierigheid jou op... ga je mee op avontuur? Aan theorieën en raamwerken over succesvolle organisatieverbetering is geen gebrek. Toch is het fascinerend om te zien dat organisaties veel moeite hebben om vanuit deze inzichten de stap te maken naar ook echt beter presteren. Het is duidelijk welke succesfactoren aandacht moeten krijgen. Maar toch lijkt iets organisaties tegen te houden om die stap te maken. Wat is dat iets dan? Dat iets heeft in mijn optiek te maken met de complexiteit van organisaties, als een sociaal systeem. Als men zich niet bewust is van deze complexiteit in verbeterprocessen, levert dat het Efteling-effect op. Dit artikel heeft als doel om het bewustzijn te vergroten over complexiteit in organisaties, effectiviteit van verbeterprocessen in een sociaal systeem, met de bedoeling om het Efteling-effect te voorkomen en organisatieverbetering te realiseren. In een kenniseconomie waar organisaties worden afgerekend op hun onderscheidende acties, is het vermogen van continue verbetering doorslaggevend om te blijven bestaan (De Jong, 2010). Vanuit de wens om individuen en organisaties te verbeteren, investeren we in opleidingen, trainingen, verandertrajecten, programma s etc. Interventies die bedoeld zijn om te ondersteunen bij de ontwikkeling van een individu of een groep van individuen; en zo een bijdrage te leveren aan prestatieverbetering van de organisatie. Maar, hoeveel van dit soort Simon van der Veer is onderzoeker en adviseur op het gebied van veranderkunde en organisatieverbetering. Binnen het Center for Organizational Performance, een organisatie die onderzoek doet naar en adviseert over high performance organisaties, ondersteunt hij mensen in het blijvend beter presteren. 6 DEVELOP

7 De Efteling is één van de oudste themaparken ter wereld en werd op 31 mei 1952 officieel geopend. Anton Pieck zorgde voor de feeërieke sfeer die de Efteling kenmerkt. Deze wordt tot op de dag van vandaag gekoesterd en bewaakt. In de jaren daarna groeide de Efteling uit tot de Wereld van de Efteling. En sprookjes vormen nog altijd de basis van het park. (Bron: verbeterinterventies hebben ook echt een duurzaam effect in de werkomgeving? In de praktijk blijken de effecten van dergelijke verbeterinterventies toch vaak minder duurzaam te zijn dan gehoopt. Ik noem dat het Eftelingeffect. De Efteling, met het sprookjesbos, verleidt mensen om in een andere wereld te stappen. Grenzen op te zoeken, te experimenten en te ervaren hoe het anders kan. Net als veel leeromgevingen en interventies. Eenmaal terug in de werkomgeving dan verleiden vertrouwde patronen om weer door te gaan op de oude voet en verzandt het effect van de interventie. Kortom, het Eftelingeffect is het onvermogen van individuen om de opgedane ervaring in een leeromgeving te vertalen naar nieuw gedrag in de werkomgeving. Als het gaat om organisatieverbetering is een nieuw perspectief nodig om effectiever te verbeteren. Ik ben nieuwsgierig naar hoe verbeterprocessen plaatsvinden in de context van de werkomgeving en duurzaam resultaat opleveren. En vervolgens ben ik benieuwd wat dit betekent voor de inrichting van verbeterprocessen en interventies om op organisatieniveau te kunnen spreken van prestatieverbetering. Uiteindelijk kunnen deze inzichten helpen om de effectiviteit van verbeterprocessen en interventies te vergroten. Dit artikel start met de verdieping van het Efteling-effect in verbeterprocessen. Vervolgens schets ik een perspectief dat behulpzaam kan zijn bij het verklaren van het Efteling- effect. Dit doe ik door in te gaan op de complexiteitstheorie en de systeemtheorie. Uit het systeemdenken komt ook een systeeminterventie aan bod om effectiviteit in verbeterprocessen te vergroten. Ten slotte onderzoek ik de mogelijkheden voor toekomstig onderzoek om nog beter te snappen wat werkt in het kader van organisatieverbetering. De Efteling: een wereld vol wonderen Weg van de alledaagse werkelijkheid worden we in een sprookjesomgeving verleid om vanuit andere perspectieven een wereld vol wonderen te bewonderen. Het geeft ons plezier en vermaak, soms leren we er ook wat, en vooral vinden we het vaak leuk en ontspannend. De Efteling, een magisch sprookjespark vol attracties om jou als bezoeker iets bijzonders te laten beleven. Zelfs het weggooien van afval maken ze leuk met Holle Bolle Gijs. En misschien is het al onderweg naar huis, bij het tankstation, waar het geroep van Holle Bolle Gijs niet meer klinkt, dat je een propje laat vallen op de grond. Hoe makkelijk het was om in het sprookjesbos je te laten meevoeren met Repelsteeltje of Hans en Grietje, zo moeilijk is het om de volgende dag weer terug in de werkomgeving de inzichten te vertalen naar verbeteracties. Je zou met een beetje goede wil de Efteling-omgeving kunnen vergelijken met mooi ontworpen leeromgevingen zoals trainingen, verandertrajecten, leiderschapspro THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

8 gramma s, cursussen of bijvoorbeeld simulatiegames. In deze omgevingen wordt het leerproces gefaciliteerd en gestimuleerd met als doel om in te stappen in een bepaald perspectief, te experimenteren, of iets anders aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan vraagstukken rond hoe kunnen we slimmer samenwerken, hoe versterk ik mijn leiderschapsgedrag, hoe doorbreken we de ineffectieve gedragspatronen. Weg van de alledaagse werkomgeving wordt om deze vragen te beantwoorden met veel zorg een leeromgeving georganiseerd, onder begeleiding van facilitators, die het uitnodigend maken om vanuit andere perspectieven naar jezelf en de wereld te kijken. Met als doel, het aantrekkelijk maken om te leren, en het als individu of groep beter te leren doen. Met de uiteindelijke bedoeling dat het zich later vertaalt in betere prestaties op het werk en van de organisatie. Het Efteling-effect treedt op wanneer na terugkomst uit de leeromgeving het moeilijk blijkt om dit nieuwe gedrag ook echt te gaan uitvoeren, de verbeterplannen in praktijk te brengen, of vanuit het nieuwe perspectief te blijven kijken. Men wordt snel overgenomen door de waan van de dag. Automatisch schakelt men weer terug naar het oude systeem, en de oude resultaten die daarbij hoorden. De werkomgeving is een complex speelveld, waar regelmatig verbeterintenties een stille dood sterven. Juist het doorbreken van de inconsistentie tussen goedbedoelde intenties en feitelijke gedragspatronen faciliteert duurzaam verbeteren (De Man, 2003). In de volgende paragrafen verklaar ik verder met de complexiteit- en systeemtheorie hoe het Efteling-effect optreedt, en de inconsistentie tussen goed bedoelde intenties en feitelijk gedragspatronen. Complexiteit van organisaties Sinds het boek In Search of Excellence van Peters & Waterman (1982) zijn veel theorieën en onderzoeken verschenen over succesfactoren van organisaties. Recent onderzoek van André de Waal (2008) naar high performance organisaties (HPO s) heeft al deze onderzoeken bestudeerd en beschrijft wat de essentie is van factoren die langdurige prestatieverbetering beïnvloeden, in het HPO-gedachtegoed (zie kader). Ondanks theorieën over succesfactoren hebben organisaties regelmatig moeite om verbeterprocessen in gang te zetten en daadwerkelijk beter te gaan presteren (De Geus, 1997; Argyris, 1999). In hun boek The Knowing Doing-Gap vroegen Jeffrey Pfeffer Onderzoek naar de kenmerken van HPO s Een veelgebruikte theorie over succesfactoren van organisatie is het HPO-gedachtegoed. Het HPO-gedachtegoed is gebaseerd op vijfjarig wetenschappelijk en praktijkonderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd door André de Waal in samenwerking met de Vrije Universiteit, Maastricht School of Management en de Cranfield University (VK). Het onderzoek bestudeerde kenmerken in ruim 290 literatuurstudies en testte de kenmerken bij organisaties die met prestatieverbetering correleren. Het onderzoek mondde uit in een overzicht van 35 kenmerken, geclusterd in vijf factoren, die bepalen of een organisatie al dan niet een HPO is (De Waal, 2008). Een HPO is een organisatie die gedurende een periode van ten minste vijf tot tien jaar betere financiële en nietfinanciële resultaten behaalt dan concurrenten of vergelijkbare organisaties. De vijf factoren zijn: Kwaliteit van het management. Managers van een excellente organisatie zijn integer, besluitvaardig, actiegericht, prestatiegericht, effectief, zelfverzekerd en hebben sterk coachend voorbeeldgedrag. Een open en actiegerichte cultuur. In een excellente organisatie bestaat er een open dialoog tussen organisatieleden, zodat vrije en continue, verticale en horizontale kennisuitwisselingen en leerprocessen plaatsvinden. En er is een hoge mate van betrokkenheid bij belangrijke veranderingen. Langetermijngerichtheid van de organisatie. Dat betekent dat professionals zich uitgedaagd voelen om door te groeien en voor lange tijd zich verbinden aan de organisatie, waar een veilige werkomgeving is en klantgericht wordt samengewerkt. Continue verbetering en vernieuwing. Hieronder valt een strategie die de organisatie duidelijk onderscheidt van andere organisaties, en waar werkprocessen continue vereenvoudigd, verbeterd en afgestemd worden om die strategie te kunnen realiseren. Kwaliteit van de medewerkers. Medewerkers binnen een HPO willen verantwoordelijkheid voor hun resultaten. Het zijn complementaire en diverse medewerkers, die geïnspireerd willen worden om uitzonderlijk te presteren. Voor meer informatie over het HPO-gedachtegoed en het onderzoek: 8 DEVELOP

9 en Robert Sutton (2000) zich reeds af hoe het toch komt dat veel managers die weten wat beter moet, toch gevangen zitten in organisatieomgeving die op allerlei manieren het verbeterproces ondermijnt. Zij concludeerden dat men heel goed weet hoe het wél moet, maar het toch niet lukt door de complexiteit in de organisatieomgeving om ook daadwerkelijk effectief te verbeteren. Deze complexiteit binnen organisaties stelt onze diep ingeslepen en vertrouwde zekerheden van voorspellen, plannen, controle en managen ter discussie (Groot, 2010a). Managers die verbetering willen, zoeken het in de complexiteitsbenadering eerder in het veroorzaken van kleine verstoringen in de bestaande orde dan in het beheersen van die orde. Het zou natuurlijk mooi zijn als een organisatie, als een groep samenwerkende mensen, in één ogenblik begrijpt hoe verbetering er uitziet en dat ook meteen zou doen. Dat zou een heleboel gedoe schelen. Het kost echter tijd en moeite om een nieuwe verbeterrichting te bepalen, mensen te enthousiasmeren en om patronen te doorbreken. Ondanks verwoede pogingen om te verbeteren lijkt het soms alsof er iets is in organisaties dat gewenste verbetering juist tegenhoudt (Huguenin & Van Gestel, 2007). De complexiteitstheorie toont dat een organisatie een netwerk van sociale minigemeenschappen is, waarin mensen samen leven en werken, onder invloed van eigen en elkaars gedrag (Groot, 2010b). Daarmee geeft de complexiteitstheorie een diepere verklaring voor wat dat iets is en waarom het soms zo lastig is om intenties te vertalen naar feitelijk gedrag in de werkgemeenschap. Een belangrijke valkuil van verbeterprocessen: de competentievalkuil Door de complexiteit van organisaties is de logische conclusie dat er niet één receptenboek bestaat voor organisatieverbetering. De organisatiecomplexiteit is zo groot dat het precieze effect van verbeterprocessen of -interventies lastig te voorspellen is. Kennis van de complexe werking van organisaties is daarom noodzakelijk om de kans op succes van verbeterprocessen te vergroten. Een verbeteraanpak (ontwerp van de verbeterprocessen en interventies) kan daarom ook nooit beginnen bij de aanpak zelf, maar start altijd bij de complexiteit van de organisatie. Een favoriete verbeteraanpak, als manager of adviseur, toepassen zonder de eigenheid van de organisatie te kennen zal dan ook niet effectief zijn (Huguenin & Van Gestel, 2007). Het toepassen van een favoriete verbeteraanpak wordt ook wel de competency trap genoemd. Competency traps gaan over de neiging om steeds meer (of weer) ervaring op te doen met vertrouwde aanpakken, ook als ze maar beperkt werkbaar zijn of effect hebben (Levitt & March, 1988: in Vermaak, 2009). De competency trap heeft te maken met een bekend syndroom in verbeterprocessen, het wat we nodig hebben is een grotere hamer - syndroom. Met andere woorden: voor iemand met een hamer is elk verbetervraagstuk een spijker. Dit betekent dat men de druk gaat opvoeren met de vertrouwde aanpak, terwijl fundamentele problemen blijven bestaan of zelfs verergeren (Senge, 1990). Kortom, organisatieverbetering begint niet bij een favoriete of vertrouwde verbeteraanpak, maar bij de specifieke complexiteit in de organisatie. Het zou zo mooi zijn als een organisatie in één ogenblik begrijpt hoe verbetering eruitziet en dat ook meteen zou doen. Een organisatie als een verzameling van petrischaaltjes Recente inzichten uit de complexiteitstheorie laten zien dat er een grens zit aan de maakbaarheid van organisaties (Groot, 2010a). De dagelijkse realiteit van organisaties bestaat uit een continu wisselend en complex netwerk van sociale interactiepatronen. Een klassiek perspectief is dat de manager/leider in organisaties de lijnen uitzet en in belangrijke mate de strategische koers van de organisatie uitstippelt. Echter de laatste jaren is er een beweging zichtbaar waarbij managers en wetenschappers die organisatieontwikkeling onderzoeken, bij dit perspectief sterke twijfels hebben. Het nieuwe inzicht is dat een uitgestippelde strategie door het management vaak weinig verbinding heeft met de ontwikkelingen in de dagelijkse omgeving, omdat ze beïnvloed wordt door een continue stroom van unexpected events (Stacey, 2010; in Groot, 2010a). Een belangrijk vertrekpunt van de complexiteitstheorie is dat mensen alleen lokaal contact hebben met een klein deel van de totale organisatie (als een groep samenwerkende mensen om gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken) waarvan zij deel uitmaken. Organisaties als globale verzamelingen van lokale interactiepatronen. Vanuit dit perspectief gaat men ook anders nadenken over sociale interactiepatronen waarin managers en medewerkers deelnemen. Dit betekent dat alle teams in de organisatie, THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

10 van directieteam tot het callcenterteam, gezien worden als kleine petrischaaltjes (netwerkjes, minigemeenschappen) van lokale interactiepatronen. Mensen die lokaal interacteren doen dit slechts met het petrischaaltje waartoe zij behoren. Deze lokale interactiepatronen maken ook een valkuil zichtbaar van veel verbeterprocessen. De hele organisatie moet bijvoorbeeld dan een lerende organisatie worden of lean & mean worden. In veel gevallen strookt deze globale wens niet met de lokale interacties. Verbetering ontstaat en bloeit op als mensen of groepen met verschillende werkelijkheidspercepties met elkaar samenwerken en interacteren en tot nieuwe gedeelde werkelijkheidspercepties komen (Homan, 2005). Kortom, niet iedereen heeft contact met iedereen, mensen interacteren in hun lokale werkomgeving naar hun lokale regeltjes en verhoudingen. Deze lokale interactiepatronen bepalen in belangrijke mate de globale uitkomsten van de organisatie. Het complexiteitsdenken helpt individuen meer inzicht krijgen in hun persoonlijke mogelijkheden en beperkingen, en de interafhankelijkheid van anderen in de organisatie (Groot, 2010a). Mensen hebben slechts contact met de petrischaaltjes waartoe zij behoren en hebben slechts daar invloed op. Samenvattend, de complexiteitstheorie geeft inzichten waarom organisatieverbetering zo lastig is. Hierbij zijn twee belangrijke valkuilen in verbeterprocessen aan de orde gekomen. De eerste valkuil is de competency trap, waar men zonder de organisatiecomplexiteit te kennen een favoriete verbeteraanpak hardnekkig blijft toepassen. En de tweede valkuil gaat over de wens om als organisatie lean and mean te worden, terwijl deze wens soms haaks staat op de lokale interacties in de petrischaaltjes. Mensen hebben slechts contact met de petrischaaltjes waartoe zij behoren en hebben daar invloed op. Bestuurders, teamleiders, medewerkers, adviseurs acteren allemaal in petrischaaltjes. De interventieomgeving is zo ook een petrischaaltje. Hier ontstaat door de inrichting van de omgeving en samenstelling van individuen weer een andere interactie dan in de dagelijkse werkomgeving. In de werkomgeving gebeurt van alles tegelijk. Er vinden ande re, spontane, veranderingen plaats. Sommigen versterken elkaar en anderen juist niet. Daarom kan het verloop van verbeterprocessen soms beter worden verklaard vanuit de dagelijkse werkomgeving, dan vanuit de verbeterplannen en intenties van de direct betrokkenen (De Man, 1988: in Van Es, Boonstra & Tours, 2009). De complexiteitstheorie geeft een beter begrip van hoe interactiepatronen in complexe systemen, zoals organisaties, in elkaar grijpen. Tegelijkertijd, wat kan verbeterprocessen nu ondersteunen zodat deze duurzame effecten opleveren? De systeemtheorie geeft hiervoor aangrijpingspunten. Systeemdenken: onstage & offstage Het verschijnsel dat er iets in organisaties schuilt dat verbeterprocessen tegenhoudt of neutraliseert, en het effect van interventies beïnvloedt, wordt bestudeerd in de systeemtheorie. Het systeemdenken werd beroemd door Peter Senge (1990) die het aanduidde als de vijfde discipline (The Fifth Discipline). De complexiteits- en systeemtheorie hebben een belangrijke overeenkomst. Allebei bieden ze een raamwerk om processen (patronen) te verklaren in een complex sociaal systeem, zoals een organisatie. Beide theorieën geven een bril om complexiteit in organisaties zichtbaar te maken, en laten zien dat de precieze invloed van interventies lastig te bepalen is. Het verschil tussen beide perspectieven is dat het systeemdenken terugkerende patronen zichtbaar probeert te maken en ook nadrukkelijk interventies benoemt om verbetering in de patronen te realiseren. Echter ik maak in dit artikel een onderscheid tussen de klassieke opvatting over systeemdenken, waarbij het organisatiesysteem als een soort machine door buitenstaanders wordt ontworpen, onder controle wordt gekregen en in de gewenste verbeterrichting wordt gestuurd (Tennekes, 1995), en het moderne systeemdenken, waarbij in het organisatiesysteem lokale interactiepatronen in en tussen petrischaaltjes de dienst uitmaken. Eigenwijze organisaties... Het systeemdenken helpt inzichtelijk maken waarom bepaalde zaken in organisaties gebeuren zoals ze gebeuren, en helpt verklaren waarom bepaalde interventies wel werken en andere niet. Het systeemdenken geeft een raamwerk om patronen te zien die onderliggend zijn aan complexe situaties, in plaats van snapshots (Senge, 1990). Vanuit de systeemtheorie is de opvatting dat het effect van interventies (en het gedrag van individuen binnen het systeem) in belangrijke mate wordt bepaald door de patronen die het systeem kenmerken. Met andere woorden, gedragspatronen in een systeem worden niet 10 DEVELOP

11 alleen verklaard vanuit de vrije wil van individuen, maar ook vanuit het gegeven dat het systeem eigen eigenschappen heeft door alle interacties van individuen in het systeem (Huguenin & Van Gestel, 2007). Door mechanismen op sociaal interactieniveau gaat het systeem een eigen leven leiden, en onttrekt het systeem zich aan de directe invloed van individuen (Swieringa & Wierdsma, 1990). Hierdoor ontwikkelen individuen gedrag dat ze wellicht elders (buiten het systeem) niet zouden laten zien, maar die kennelijk thuis horen in het systeem. Senge (1990, 42) beschrijft dit als when placed in the same system, people, however different, tend to produce similar results. Het herkennen van systeempatronen is daarom uiterst belangrijk voor organisatieverbetering. Een verbetertraject heeft namelijk weinig effect als geen rekening wordt gehouden met de eigenheid van het systeem (Huguenin & Van Gestel, 2007). Een verbetertraject heeft weinig effect als geen rekening wordt gehouden met de eigenheid van het organisatiesysteem. Single-loop learning Het systeemdenken helpt ook om steeds terugkerende patronen te achterhalen. Systemen worden gevormd door interactiepatronen: patronen die opgebouwd zijn in interactie met de omgeving, in interactie met de ander. Patronen waarvan we ons vaak niet bewust zijn. The systems perspective tells us that we must look beyond individual mistakes or bad luck to understand important problems. We must look beyond personalities and events. We must look into the underlying structures which shape individual actions and create the conditions where types of events become likely (Senge, 1990, 42-43). Voor verbeterprocessen is het daarom cruciaal om systeempatronen te herkennen. Als systeempatronen niet worden herkend, kunnen organisaties er ook niet los van komen, en werken aan duurzame verbetering. Zonder patroonherkenning zijn verbeterinterventies slechts beperkt tot trial and error en symptoombestrijding (Bryan e.a., 2009). Het enkel aanpassen of veranderen van acties, zonder vragen te stellen bij de onderliggende patronen, wordt ook wel single-loop learning genoemd (Argyris, 1999). Sin- gle-loop learning heeft weer raakvlak met mechanistisch lineair denken: als A, dan B, en versterkt het denken in symptoombestrijding. Het geeft quick fixes voor problemen waarvan verondersteld wordt dat ze onafhankelijk zijn van elkaar. Mechanistisch denken heeft als gevolg dat naar anderen als een object wordt gekeken. In sociale relaties heeft dit echter lastige consequenties. Door de ander te objectiveren, tot object van beoordeling te maken, plaatst men diegene buiten zichzelf. Men ontkent de relatie die men met de ander heeft, terwijl het onderkennen en onderhouden van relaties juist de essentie van organiseren en verbeteren is (Bryan e.a., 2009). Samenvattend: het systeemdenken leert, net als het complexiteitsdenken, de organisatie zien als een complex sociaal systeem met allerlei vormen van interactiepatronen. En beide denkstromen rekenen af met de newtoniaanse belofte dat alles verklaard kan worden uit lineaire oorzaak- en gevolgrelaties. Het systeemdenken graaft vervolgens door op de onderliggende oorzaken van patronen in het systeem (Senge, 1990), en faciliteert duurzaam leren en verbeteren (Argyris, 1999). Efteling-systeem (onstage) versus organisatiesysteem (offstage) Homan beschrijft in zijn boek Organisatiedynamica (2005) en zijn oratie Wolkenridders (2005) het spanningsveld tussen de buitenkant en de binnenkant van verandering. Van Es (2008) noemt dit spanningsveld ook wel de bovenstroom en de onderstroom. De centrale vraag achter dit spanningsveld is: we organiseren en initiëren de nodige impulsen om te verbeteren, maar komt er nu ook echt iets in beweging? Als de organisatie een systeem is, is de leeromgeving een subsysteem, en de dagelijkse werkomgeving is zo ook weer een subsysteem. Het spanningsveld tussen de twee subsystemen kan ook worden vertaald als onstage en offstage, waarbij onstage het Eftelingsysteem symboliseert, oftewel de omgeving van conferenties, workshops, trainingen en verandertrajecten. Omgevingen die als doel hebben om mensen te begeleiden bij het oplossen van complexe vraagstukken in de organisatie. Offstage staat voor het subsysteem in de dagelijkse werkomgeving. Het organiseren van een onstage systeem, en daarmee het organiseren van twee werelden, is soms broodnodig om even weg te komen van ingesleten verhoudingen. Even weg van de hectiek om de reflectieruimte te hebben en bewust te worden van (on)bekwaamheden van hoe men als mens in elkaar zit en samenwerkt met anderen. THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

12 Tegelijkertijd blijkt het, door het scheiden van deze werelden en het loslaten van het subsysteem van de dagelijkse werkverhoudingen, soms zo verrekte lastig om het geleerde ook vast te houden op de werkplek. In het subsysteem van de dagelijkse werkomgeving is ook een complexiteit aan interactiepatronen actief, die neutraliserend kunnen zijn voor verbetering (Huguenin & Van Gestel, 2007) en wat het Efteling-effect oplevert. Met andere woorden, hoe harder men duwt, hoe harder het systeem terug duwt. Dit verschijnsel wordt in de systeemtheorie compensating feedback genoemd, waar goedbedoelde interventies juist tot tegenovergestelde reacties van het systeem leiden die de effecten van interventies tenietdoen (Senge, 1990). De lastigheid zit erin dat gedrag weer gedrag oproept. Door onstage, in de leeromgeving, los te komen van gedragspatronen, stapt men weg uit de complexiteit en patronen die juist dat gedrag faciliteren. Wat is dan nog de toegevoegde waarde van een onstage Efteling-interventie? Systeeminterventie Een voorbeeld van de koppeling tussen theorie en praktijk, en een typische systeeminterventie, is de Large Scale Intervention (LSI). Over het algemeen associeert men LSI met het werken met grote groepen. Het belangrijkste vertrekpunt is get the whole system in the room. LSI s zijn belangrijke leermomenten, waarin mensen anders naar hun organisatie en elkaar kunnen kijken. De LSI fungeert onder meer als een versneller van interactie en dialoog. Ze staat daarmee ver van het dagelijkse organisatiesysteem, althans als het systeem onaangeraakt blijft. Waar het bij duurzame effecten van LSI s om gaat, is het organiseren van de juiste leerstructuur voor verbetering in de dagelijkse werkomgeving. Zodat ook daar nieuwe interactiepatronen kunnen ontstaan. De LSI ontregelt de dagelijkse interactiepatronen en heeft een aanjagende functie, maar daarbuiten moet het echte verbeteren gebeuren. De LSI jaagt aan en versnelt de interactie. Als een LSI dus niet het echte organisatiesysteem is, waar de verbeteringen moeten plaatsvinden, wat heeft men er dan aan? Dit hangt ervan af wat er met het organisatiesysteem gebeurt. Wanneer men na de LSI in een omgeving komt waar alles hetzelfde blijft, zal het systeem snel weer zijn oude evenwicht opzoeken, wellicht zelfs doorschieten naar aversie tegen de LSI ( weer een dagje op de hei ). Op zijn positiefst wordt dan de LSI gezien als leuk, maar meer als een soort entertainment, even de attracties door, en dan weer terug aan het werk. Het gaat om de vraag hoe er buiten de Efteling-omgeving voor kan worden gezorgd dat iedereen in de organisatie voortdurend in staat gesteld wordt in dialoog met anderen nieuwe interactiepatronen en betekenissen op het organisatiesysteem te ontwikkelen (De Wilde, 2007). Het vertrekpunt voor verbeterprocessen is dan het geven van ruimte aan mensen in het systeem om met anderen in dialoog te gaan. De Efteling-interventie heeft dan een ondersteunende rol om vertrouwde interactiepatronen te ontregelen, nieuwe interacties en dialoog aan te jagen om het vraagstuk en verbeterprocessen scherp te krijgen. Zodra het organisatiesysteem echter onveranderd blijft, levert de Efteling-interventie geen duurzaam effect op, daarom is het cruciaal om leerstructuren te organiseren in de dagelijkse werkomgeving. Kortom, een Efteling-interventie kan versterkend werken, echter als een ondersteunend en aanjagend middel, niet als een doel op zich voor organisatieverbetering. Goedbedoelde interventies leiden tot tegenovergestelde reacties van het systeem die de effecten van interventies tenietdoen. Mogelijkheden voor vervolgonderzoek Op het vlak van onstage en offstage liggen ook mogelijkheden voor toekomstig onderzoek. Er is namelijk betrekkelijk weinig onderzoek beschikbaar over de relatie tussen interventies, werkzame principes en organisatieontwikkeling, de verbinding tussen deze principes en de dagelijkse werkomgeving (De Caluwé: in Van Es, Boonstra & Tours, 2009, 421). Het is van belang dat er meer onderzoek komt naar de effectiviteit van interventies voor organisatieontwikkeling. Bovendien is er weinig evidence over wat wel en niet werkt in welke omstandigheden (Caluwé e.a. 2009). Ardon (2009) benoemt ook de relevantie om meer inzicht te vergaren in de effecten van interventies gericht op het verbeteren van interactiepatronen in organisaties. Aansluitend op de relevantie van interactiepatronen in verbeterprocessen (Wierdsma, 2005), is er vraag naar de toepasbaarheid van interactieve onderzoeksmethodieken en of deze een ingang bieden voor verder onderzoek naar interventieperspectieven (Ardon, 2009; Werkman, 2006). Het is waardevol om met vervolgon 12 DEVELOP

13 derzoek hierop aan te sluiten en de complexiteit van interactiepatronen verder te leren begrijpen (Groot, 2010a). Fascinerende onderzoeksvragen zijn bijvoorbeeld: wat zijn effectieve onstage interventies die offstage tot verbetering leiden? Is er een slimme combinatie tussen onstage en offstage? En welke leerstructuren en interventies leveren duurzame effecten op in de systemische complexiteit? Hoe ziet het werk eruit als het één grote Efteling is? Terugkomend op de startvraag van dit artikel: wat is dat iets dat organisatieverbetering zo lastig maakt? Wat organisatiebrede verbetering soms tegenhoudt is de unieke complexiteit van de organisatie. Een organisatie als een sociaal systeem van petrischaaltjes, van lokale interactiepatronen, waar vervolgens globale systeempatronen en organisatie uitkomsten uit ontstaan. Zonder herkenning van deze patronen en complexiteit is duurzame verbetering gedoemd tot het Efteling-effect. Het Efteling-effect ontstaat doordat na terugkomst uit de Efteling de complexiteit van het systeem wordt vergeten of dat het systeem ongemoeid blijft. Verbeterprocessen verzanden dan, na een mooie leerzame ervaring in de Efteling-omgeving, in de waan van de dag. Het complexiteitsdenken laat zien dat het vertrekpunt de lokale interactiepatronen zijn, en daar ook de aandacht naartoe moet gaan in verbeterprocessen. Dit vraagt van verbeteraars om verbinding te maken met thema s die de moeite waard zijn voor mensen om in hun dagelijkse werkomgeving zich hiervoor in te zetten. In de benadering van het complexiteitsdenken worden organisaties beschouwd als tijdelijke en lokale interactiepatronen tussen individuen, daarin inbegrepen de managers (Groot, 2010b). Managers hebben dan als verantwoordelijkheid om in dialoog, over bijvoorbeeld HPO, verbinding te maken met medewerkers en lokale interacties zo te beïnvloeden. Echter wie interactiepatronen wil beïnvloeden, doet dit in een bestaande omgeving met een eigen dynamiek. De kans is groot dat er al dingen gebeuren die goed gaan. Het is dan belangrijk om daarbij aan te sluiten. De manager of adviseur is namelijk onderdeel van deze dynamiek. Hij is voortdurend in contact met de anderen: een stem tussen andere stemmen. Met deze polyvocaliteit (meerstemmigheid) moet de verbeteraar rekening houden (Homan, 2005: in Van Es, Boonstra & Tours, 2009, 40). Dit artikel laat zien dat onstage interventies wel degelijk toegevoegde waarde hebben in verbeterprocessen door hun ondersteunende en aanjagende karakter. Door een onstage interventie is het gemakkelijker om los te komen van ingesleten patronen, en met een frisse blik jezelf in interactie met anderen te onderzoeken. Voor duurzame effecten is het echter van belang om een organisatieomgeving te creëren die overeenkomstig is met de voorwaarden van de Efteling-omgeving. Op deze manier werkt het effectiever om nieuwe patronen te creëren en vast te houden. Daarvoor is het dus nodig om tijdens onstage interventies, naast de leervraag van het individu, ook de leervraag van het (sub)systeem, de groep samenwerkende mensen waartoe men behoort, expliciet mee te nemen. In een interview in Leren in organisaties (2009) zegt Marcel Mens: Veranderen wordt nog steeds ervaren als iets van het management. Wij en zij -discussies zijn het resultaat. Ook hier vormt cocreatie de katalysator die het leren voortstuwt. Het gaat niet om veranderen. Het gaat om het ontwikkelen van een organisatie door het met elkaar en van elkaar leren van alle medewerkers in de organisatie. In het perspectief van een lerende organisatie gaat het om een werkomgeving als een leeromgeving. Een omgeving waarin mensen uitgedaagd worden om in dialoog te gaan over verbeterprocessen. Alleen de uitdaging is om het Efteling-effect te voorkomen, door meer aandacht te hebben voor de complexiteit in de dagelijkse werkomgeving, en ook hier voorwaarden of leerstructuren te creëren zoals in een Efteling-omgeving. Waar sprookjesbossen zijn gecreëerd om met frisse ogen te kijken naar ingesleten patronen, te leren en duurzaam te verbeteren. Meer vervolgonderzoek is nodig om te snappen wat effectief is met betrekking tot het inzetten van onstage interventies en leerstructuren voor organisatieverbetering. Hoog boven het sprookjesbos van de Efteling kijkt Lange Jan ons nieuwsgierig aan en vraagt zich af waar de kruimeltjes van Klein Duimpje ons heen zullen leiden... THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

14 Bronnen Ardon, A.J. (2009). Moving moments: Leadership and interventions in dynamically complex change processes. Doctoral dissertation, de Vrije Universiteit Amsterdam. Argyris, C. (1999). On organizational learning, 2nd edition. Massachusetts: Blackwell. Bryan, B., Goodman, M., & Schaveling, J. (2009). Systeemdenken: Ontdekken van onze organisatiepatronen. Schoonhoven: Academic Service. Caluwé, C. de, Korten, F., Geurts, J. (2009). Onderzoek: De toekomst van organisatieontwikkeling. Leren in organisaties, 11, Doodeman, H. (2009). Interview met Marcel Mens. Leren in organisaties, 11, 21. Es, R. van, Boonstra, J., & Tours, H. (2009). Cultuurverandering: mythe en realiteit. Deventer: Kluwer. Geus, A. de (1997). De levende onderneming: Over leven en leren in een turbulente omgeving. Schiedam: Scriptum Management. Groot, N. (2010a). Tot Rotterdam zijn jullie een stel. Gedrag en identiteit als pijlers onder verbeterprocessen in organisatie. Oratie, Heerlen: Open Universiteit. Groot, N. (2010b). Zelforganisatie en leiderschap: Een uitdagende paradox. Een complexiteitbandering over het ontstaan van lokale verantwoordelijkheden en verbeterde resultaten. Amsterdam: Mediawerf. Homan, T. (2005). Organisatiedynamica: De complexe anatomie van de beweging. Schoonhoven: Academic Service. Huguenin, P., & Gestel, H. van (2007). Verborgen orde. Systeemmanagement van organisaties. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Jong, T. de (2010). Social capital as a learning landscape. Doctoral d issertation, Enschede: University of Twente. Man, H. de (2003). Defensief gedrag in organisaties doorbreken. M&O Tijdschrift voor management, 2 (maart/april), Nistelrooij, A. van (2009). Overzicht organisatieontwikkeling: een interactieve insteek. Leren in organisaties, 11, Peters, T., & Waterman, R. (1982). In Search of Excellence: Lessons from Americas Best Run Companies. Warner Books. Pfeffer, J., & Sutton, R.(2000). The Knowing-Doing Gap: How smart companies turn knowledge into action. Harvard Business School Press. Senge, P.M. (1990). The Fifth Discipline: The Art and Practice of the Learning Organization. New York: Doubleday. Stacy, R.D. (2000). Strategic Management and Organisational Dynamics. The challenge of complexity. Prentice Hall. Swieringa, J., & Wierdsma, A.F.M. (1990). Op weg naar een lerende organisatie: Over het leren en opleiden van organisaties. Groningen: Wolters Noordhoff Management. Tennekes, J. (1995). Organisatiecultuur: Een antropologische visie. Leuven/Apeldoorn: Garant. Vermaak, H. (2009). Plezier beleven aan taaie vraagstukken: Werkingsmechanismen van vernieuwing en weerbarstigheid. Deventer: Kluwer. Waal, A. de (2008). Maak van je bedrijf een high performance organisatie. De vijf pijlers voor het creëren van een high performance organisatie. Culemborg: Van Duuren Management. Werkman, R.A. (2006). Werelden van verschil: Hoe actoren in organisaties vraagstukken in veranderprocessen hanteren en creëren. Doctoral dissertation, University of Amsterdam. Werkman, R.A., Boonstra, J.J., & Elving, W.J.I. (2005). Complexiteit en weerbarstigheid in veranderprocessen. M&O Tijdschrift voor management, 5 (sept./okt.), Wierdsma, A. (2005). Co-creatie van verandering. Delft: Uitgeverij Eburon. Wilde, R. de (2007). De waarde van een beetje wanorde. Van Large Scale Intervention naar organisationeel leren. Management en Consulting, DEVELOP

15 De spanning tussen systeemdenken en complexiteitsdenken Nol Groot In dit themanummer van Develop wordt gezocht naar brillen om naar organisatiesystemen en interactiepatronen te kijken. Het uitgangspunt is dat patronen van het systeem en het gedrag van individuen binnen het systeem in belangrijke mate het effect van interventies bepalen. Eén van de vragen waarop een antwoord gezocht wordt is welke initiatieven ingesleten patronen binnen het systeem kunnen doorbreken. De auteur zet vraagtekens bij het gekozen uitgangspunt. Hij draait de benadering om en baseert zich daarbij op sociologische inzichten uit de complexiteitstheorieën, die hij als een vervolgstap op de geldende systeemtheorieën ziet. Een eigenschap van complexiteit is dat het overallgedrag van een set van patronen moeilijk verklaard kan worden uit het gedrag en de interactie van de afzonderlijke (onder) delen. Directe acties leiden niet tot direct beïnvloedbare reacties. Organisaties zijn gemeenschappen. In deze gemeenschappen leven en werken mensen samen. Zij staan onder invloed van eigen en elkaars gedrag en zijn daarbij van elkaar afhankelijk. De onderlinge verhoudingen worden beïnvloed door macht, waarbij conflicten een rol spelen als normaal aspect van menselijke relaties. Mensen in die gemeenschappen hebben alleen lokaal contact met een klein deel van de totale groep waarvan zij deel uitmaken. Dat geldt ook voor managers. Tijdens deze contacten ontwikkelen mensen hun eigen lokale organisatieprincipes op basis van com municatie, conversatie, macht en keuze. Zij voegen zich niet simpelweg naar centraal gestelde regels. Dit proces wordt zelforganisatie genoemd. Zelforganisatie is niet vrijblijvend en het is ook geen zelfsturing. Het gaat over sociale processen in de gehele organisatie. De globale organisatieresultaten komen door vele lokale interacties tot stand en niet door één groot meeslepend plan. Tijdens lokale conversatieprocessen veranderen elementen als waarden, normen, gedragsim Nol Groot heeft meer dan 40 jaar gewerkt in (grote) organisaties in binnen en buitenland, onder meer bij Vendex International en de Nederlandse Spoorwegen. Hij ziet zichzelf als een gedreven manager. Vooral de laatste tien jaar probeert hij door werk en academisch onderzoek te combineren meer inzicht te krijgen in de betekenis van de rol van de manager. THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

16 pulsen en identiteit. Inzicht in de complexe effecten van zelforganisatie kunnen de manager helpen om beter te begrijpen hoe de ontwikkeling van het zelfbewustzijn van medewerkers, gedrag en identiteit de prestaties van een organisatie kunnen beïnvloeden. Dit leidt tot een ander begrip van verbeterprocessen in organisaties. Leiders zijn en blijven eindverantwoordelijk voor de resultaten van organisaties. Volgens een complexiteitsvisie hebben zij echter geen directe maar slechts indirecte invloed op het totaalresultaat. Om verbeteringen te initiëren en hun intenties te delen zullen leiders zelf intensief moeten participeren in lokale patronen. Praktijkvoorbeelden van onvoorspelbare interactiepatronen Het artikel is gebaseerd op een kwalitatief onderzoek naar de werking van lokale patronen en globale processen vanuit een complexiteitsvisie (Groot, 2010, 2009). De periode van het onderzoek liep van 2004 tot en met Een van de aspecten was om meer inzicht te krijgen in de vergelijking tussen een meer algemeen systeemperspectief en de relatief nieuwe inzichten vanuit complex responsief procesdenken en de spanning die deze vergelijking bij managers kan oproepen (Stacey, Griffin & Shaw, 2000). Een systeem wordt volgens Stacey (2010) gezien als een samenstelsel van delen (individuen) die samen een geheel vormen. Ze worden door een virtueel gecreëerde grens afgescheiden van de omgeving. Organisaties worden vervolgens beschouwd als een systeem van een hogere orde dan de individuen en groepen die het systeem vormen, en zijn stuurbaar. De theorie van het complexe responsieve procesdenken gaat uit van de aanname dat sociale interactie tussen mensen leidend is bij de ontwikkeling van organisaties. Vanuit het perspectief van complexe responsieve processen wordt een organisatie, naar analogie van de complexiteitswetenschappen, gezien als een proces van zelforganise rende patronen van interactie tussen mensen die van elkaar afhankelijk zijn. De patronen kennen geen begrenzing en zijn onvoorspelbaar. Later in het artikel zal ik deze uitgangspunten nader toelichten. Om meer begrip te krijgen voor wat denken in patronen kan betekenen, zal ik eerst een aantal voorbeelden geven. Het maakt duidelijker wat ik bedoel met de effecten van lokale en globale patronen en processen. Management in het geval van een crisis Astrid Scholtens, onderzoekster aan de VU, plaatst in een interview met Warna Oosterbaan in de NRC van 6 febru ari 2010 over de commandostructuur bij crisis een aantal stevige kanttekeningen. In dit interview stelt zij de verwachte maakbaarheid en beheersbaarheid van het afhandelen van crisissituaties op een heldere manier ter discussie. Zij verwijst hierbij naar een aantal recente, tot de verbeelding sprekende gebeurtenissen: collega s van het COT, het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, concludeerden naar aanleiding van de rellen op 22 augustus 2009 in Hoek van Holland dat de burgemeester, de korpschef en de hoofdofficier van justitie s nachts bij elkaar hadden moeten komen. Zij hadden zo samen kunnen beslissen over maatregelen om verdere escalatie te voorkomen. Zij wijst hierbij op de illusie van de burgemeester als opperbevelhebber bij rampenbestrijding. Volgens Scholtens kan het niet zo zijn dat de professionele hulpdiensten die daar aan het werk waren, afhankelijk moeten zijn van wat de burgemeester gaat besluiten. Mensen moeten zo zijn opgeleid en getraind dat ze in het heetst van de strijd juist zo zelfstandig mogelijk kunnen handelen. Volgens een complexiteitsvisie hebben de leiders geen directe maar slechts indirecte invloed op het totaalresultaat. Ik wil op dit punt accentueren dat het patroon van lokale interactie op dit soort momenten bepalend is voor succesvol optreden bij een ontstane crisis. Managers spelen in het stimuleren en faciliteren van opleidings- en trainingsprocessen een cruciale rol. De eindverantwoordelijke leiding doet in de voorbereiding het maximale om met technische systemen en hulpmiddelen dit optreden te ondersteunen. Vakkundig optreden door uitvoerende professionals in echte crisissituaties leidt vervolgens tot succesvolle interventies. Ondanks het feit dat de leiding niet direct betrokken is bij de interventie tijdens de calamiteit, kan zij hier toch de verantwoordelijkheid voor dragen. De aanwezigheid van een burgemeester heeft volgens Scholtens operationeel gesproken geen effect op de afhandeling van de calamiteit. Hij of zij moet als boegbeeld van de lokale overheid uitleg geven over de crisis en als eerste burger moet hij of zij empathie met de betrokkenen uitstralen. Hij of zij moet proberen duide 16 DEVELOP

17 lijk te maken wat de dreiging van de crisis voor ons allen betekent. Zij vestigt vervolgens de aandacht op een belangrijk begrip dat van toepassing is op dergelijke calamiteiten; natuurlijke besluitvorming (Naturalistic Decision Making). Dit houdt in dat hulpverleners in crisissituaties meestal doen wat ze gewoonlijk ook doen, zonder dat daar al te veel formele beslissingen en overleg mee gepaard gaan. De brandweer gaat branden blussen, de politie handhaaft de orde en de medische hulpverleners verzorgen de gewonden. Dat doen ze meestal goed en dat moeten we ze ook laten doen. Je kunt hulpverleners in crisissituaties geen dingen laten doen die afwijken van wat ze gewend zijn te doen. Het is niet erg om te accepteren dat hulpverleners grotendeels onstuurbaar zijn. Scholtens relativeert nog meer klassieke opvattingen in de rampenbestrijding. Neem de zelfredzaamheid van burgers. Als er een ongeval is gebeurd, hebben vertegenwoordigers van officiële instanties de neiging om de ramp systematisch te benaderen door er een ring omheen te zetten. Hulpverleners erin, burgers eruit. Terwijl die burgers heel goede dingen doen! Burgers helpen elkaar al voordat de professionals er zijn. Dat zagen we bij de poldercrash in 2009 ook weer. Automobilisten snelden te hulp, een boerderij werd ingericht als eerste opvang (Ooster baan, 2010, p. W04). Scholtens beschrijft in dit interview de spanning die ontstaat tussen het zelforganiserende optreden van burgers en hulpverleners, en bestuurders die op afstand opereren op basis van algemene protocollen. Burgers en hulpverleners gaan op de plek van een ramp onmiddellijk assistentie verlenen op basis van gedragsimpulsen en/of training en doen ook dingen samen. Bestuurders gaan de processen organiseren en doorkruisen daarbij de lokale, reeds functionerende interactiepatronen. Een van de daaruit voortvloeiende resultaten was het volgens de pers verstopt raken van het C2000 overheidscommunicatienetwerk tijdens de vliegtuigcrash vorig jaar bij Schiphol, wat de hulpverlening alleen maar vertraagde. Organizing In een artikel van Esther Bijlo in de Verdieping van Trouw van 17 april 2009 wordt het begrip organizing uitgelegd in relatie tot de recente stakingen van schoonmaakpersoneel. Zij licht toe hoe de vakbeweging erin geslaagd is de ongeorganiseerde en weinig assertieve schoonmakers in beweging te krijgen. Simpel gezegd komt het erop neer: terug naar de werkvloer! Het lijkt op het aloude bedrijvenwerk waarbij vakbonden zichtbaarder probeerden te zijn in bedrijven en kantoren. Organizing gaat verder en spreekt werknemers aan als individu. Hierbij wordt de hulp ingeroepen van informele leiders onder de vakbondsleden die functioneren op de werkvloer. Zij komen indien nodig zelfs bij mensen thuis. Een heldere boodschap lokaal brengen, brengt werknemers met een lage organisatiegraad in beweging. De acties leidden tot positieve reacties in de publieke opinie. Actievoerders uit heel andere hoeken, zoals antiglobalisten, steunden de stakingen en begonnen ook invloed uit te oefenen op het gedrag van de FNV. Een heldere boodschap lokaal brengen, brengt werknemers met een lage organisatiegraad in beweging. Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, schetst het gevaar dat de vakbond wel de staking leidt, maar dat door het eigen initiatief van de werknemers er minder van bovenaf valt op te leggen. Er komt volgens hem een moment dat aan de onderhandelingstafel een cao moet worden afgesloten, dat is altijd een compromis. De actiemethode organizing dwingt ook de vakbeweging tot nadenken over de eigen zeer hiërarchische organisatie. Moeten gewone leden of zelfs niet-leden ook een rol krijgen aan de onderhandelingstafel? En maken die dan dezelfde inschattingen als de professionele onderhandelaars? Hier ontstaat vanuit vakbondsperspectief een bijzondere invulling van het woord organisatiegraad. Paul de Beer schetst hier een mooi voorbeeld van complexiteit. Ik wijs hierbij op de ontwikkeling van lokale patronen waarbij er geen beheersbare lineaire relatie is met de door de vakbond gewenste uitkomsten. Hier is sprake van ontwikkelingen die voortkomen uit de lokale interactie van de schoonmaakmedewerkers geïnspireerd door het initiatief van de vakbondsvertegenwoordigers. De uitkomst van het proces is voor de vakbondsleiding onbeheersbaar, omdat het in zijn uitvoering overgenomen wordt door de medewerkers zelf. Ook uit geheel andere hoeken van de samenleving wordt de voortgang van het proces beïnvloed. Toch kiezen vakbondsbestuurders voor deze benadering omdat hoe onvoorspelbaar ook de uitkomsten naar hun gevoel beter zijn dan die van (over)georganiseerde acties. THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

18 In Amerika zijn bijzondere resultaten geboekt met organizing, als het gaat om het verbeteren van arbeidsvoorwaarden van schoonmakers, zonder dat deze acties van bovenaf door één centrale partij te sturen zijn (Bijlo, 2010, 26-27). Inmiddels zijn de acties beëindigd en zijn de schoonmakers in de ogen van het publiek de overwinnaars. Een globaal resultaat dat is voortgekomen uit de vele lokale (inter)acties. De zelforganiserende patronen die bij NS zichtbaar werden, ontstonden zonder plan, blauwdruk of programma. Rondje om de kerk Een ander voorbeeld is de ontwikkeling van collectieven bij de Nederlandse Spoorwegen rond het jaar Hierbij ging het om de besluiten over de procesvereenvoudiging van werkroosters voor conducteurs en machinisten (Wessels, 2003; Van der Meulen, 2007; Van der Zwan, 2010). Het onderliggende vraagstuk is beter bekend als het rondje om de kerk. De oorzaak van alle opwinding was een conflict tussen directie, vakbonden en ondernemingsraden aan de ene kant en een groot deel van de medewerkers verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de treinen aan de andere. Het conflict ging over een plan voor vereenvoudiging van werkpatronen binnen de dienstregelingen. De uitgebreide variatie van werklijnen in de bestaande roosterprogramma s hadden een grote olievlekwerking in het geval van verstoringen. Het niet beschikbaar zijn van machinisten en conducteurs van treinen die in een verstoring terechtkwamen, leidde onmiddellijk tot een volgende verstoring, vanwege het feit dat ze niet op tijd aanwezig konden zijn bij de volgende trein waar ze voor waren gepland. Dit had effect op de punctualiteit en het leidde tot grote inefficiëntie. De directie van NS had om deze zeer te legitimeren redenen besloten de processen te vereenvoudigen, wat een directe beperking betekende van de werkvariatie van de medewerkers. Omdat tussen verschillende partijen overeenstemming was over de noodzaak de overlast te beperken, werd er een officieel akkoord gesloten tussen de NS-directie, de ondernemingsraad van NS Reizigers en de vakbonden om de roosterprocessen te vereenvoudigen. Nadat tussen de officiële onderhandelingspartijen overeenstemming was bereikt, begonnen zich langzaam maar zeker op lokale standplaatsen informele groepen te vormen die zich tegen de ge maakte afspraken keerden. Deze groepen, die al snel de naam collectieven kregen, initieerden om hun woorden kracht bij te zetten korte stakingen die voor reizigers veel overlast veroorzaakten. Deze gebeurtenissen waren een duidelijk voorbeeld van zelforganisatie op lokaal niveau. De initiatieven werden niet van bovenaf of van buiten geïnitieerd. Zelfs de meest logische partners, de vakorganisaties, hadden zich door hun akkoord met de directie buitengesloten van deze ontwikkeling. De overlast leidde tot veel negatieve reacties van het reizigerspubliek. Dit had weer een negatieve invloed op het bedrijfsimago en de bedrijfsidentiteit. De prestaties van de NS-organisatie kwamen in een neerwaartse spiraal terecht. Het was uiteindelijk de rechter die de collectieven opdroeg hun acties te beëindigen. Het bijzondere was dat hier een organisatie-entiteit werd aangesproken die eigenlijk niet bestond. De collectieven waren anonieme organisaties. Inmiddels waren de plannen om de roosters te vereenvoudigen niet meer terug te draaien. Omdat acties inmiddels verboden waren, leidde dit, hoewel nooit openlijk erkend, tot lijdelijk verzet van veel medewerkers bij de uitvoering van hun dagelijks werk. Vakbonden sloten zich weer aan bij de medewerkers om hun verloren terrein terug te winnen. Zij probeerden de werkvariatie van voor de acties terug op de agenda te krijgen. Hoewel er op diverse terreinen gezocht werd naar nieuwe compromissen, waren de effecten van het verzet desastreus. Het gevolg was een enorme kwaliteitsval in de prestaties van NS, waardoor politiek en consumentenorganisaties druk op het ministerie van Verkeer en Waterstaat begonnen uit te oefenen om aan deze situatie een einde te maken. Op 1 januari 2002 besloot de minister dat de positie van de president-directeur onhoudbaar geworden was. Een deel van de directie, en de raad van commissarissen dienden vervolgens ook hun ontslag in. Uiteindelijk is een gedeeltelijke status quo bereikt, waarna medewerkers zelf een belangrijke invloed hebben gekregen bij het herstellen van vormen van variatie en begon er een periode van kwaliteitsherstel. Ook in dit voorbeeld wil ik laten zien dat in organisaties niet zomaar planmatig processen te veranderen zijn. De zelforganiserende patronen die bij NS zichtbaar werden, vooral door de acties van de collectieven, ontstonden zonder plan, blauwdruk of programma. Ze ontstonden als 18 DEVELOP

19 reactie op wat anderen deden in interafhankelijke relaties met elkaar. Ook hier werden door een veelheid aan externe invloeden, waaronder een minister, virtuele grenzen overschreden. Uiteindelijk leidden alle lokale patronen tussen de verschillende in- en externe partijen tot een uitkomst die geen van de betrokkenen had gepland. De theoretische achtergronden van een systeembenadering In de hedendaagse visie op organisaties en management is er volgens Stacey (2010) in de vorm van het denken in systemen een dominante denkrichting ontstaan over wat een organisatie is en hoe deze verandert. Een systeem wordt volgens deze visie gezien als een samenstelsel van delen (individuen) die via interactie een geheel vormen. Het systeem wordt door een grens afgescheiden van de omgeving. De organisatie wordt vervolgens beschouwd als een systeem van een hogere orde dan de individuen en groepen die het systeem vormen, het geheel is meer dan de som der delen. Georganiseerde systemen leiden op hun beurt weer tot suprasystemen die het gedrag van andere systemen beïnvloeden. Denk hierbij aan de financiële instellingen (systemen) die beïnvloed worden door het wereldwijde bovenliggende financiële systeem. Volgens Stacey (2010), wiens inzichten ik op basis van eigen ervaringen deel, gaan veel managers ervan uit dat een organisatorisch systeem ontworpen kan worden op een vooropgezette rationele wijze. Hierbij hebben de mensen met de meeste macht in een organisatie de meeste invloed. Leiders worden dan gezien als degenen die de richting uitzetten in de vorm van visie, doel, doelstellingen en/of targets. Via controlemechanismen wordt vervolgens bewaakt of deze visie in de onderliggende systemen wordt gerealiseerd. Een invloedrijke auteur als Senge (1990, ) heeft het over het opbouwen van visie, doelen en waarden als de richtinggevende ideeën van een organisatie. Hij geeft aan dat het succes van organisaties volgens deze inzichten afhangt van leiders die bepalen welke de waarden van de organisatie zijn en die hun medewerkers trainen om volgens deze waarden te werken. In veel organisaties herkennen medewerkers de kleine kaartjes die als een soort tien geboden uitgedeeld worden om hen hieraan te herinneren. Echter, in de voorbeelden die ik heb beschreven in de eerste paragraaf, heb ik geprobeerd aan te geven dat interactiepatronen tussen medewerkers zich niet laten beheersen. Managers hebben niet zoveel directe invloed op hun organisatie dat ze patronen van interactie met geweld kunnen veranderen, ook niet vanuit een systeem Georganiseerde systemen leiden op hun beurt weer tot suprasystemen die het gedrag van andere systemen beïnvloeden. visie. Een van de achterliggende ideeën bij het samenstellen van deze uitgave van Develop is de veronderstelling dat een effectieve organisatieverbetering om aandacht vraagt voor de complexe en systemische werking van interactiepatronen. Lokale patronen in een organisatie ontwikkelen zich onder invloed van vele andere factoren, zowel van binnen als van buiten een organisatie, zonder dat ze gecontroleerd en beheerst kunnen worden door een kleine groep in die organisatie. Ideeën uit de complexiteitswetenschappen bieden meer inzicht om deze specifieke complexe werking van interactiepatronen beter te begrijpen. Een ander perspectief: complexe responsieve processen Edmonds (2008) beschrijft in Gershensons (2008) Complexity 5 Questions een gemeenschappelijk kenmerk van verschillende richtingen in de complexiteitswetenschappen: Een eigenschap van complexiteit is dat het overallgedrag van een systeem of set van patronen moeilijk verklaard kan worden uit het gedrag en de interactie van de afzonderlijke (onder)delen. Dit geldt ook andersom, namelijk dat vanuit het (gewenste) overallgedrag moeilijk een relatie gelegd kan worden naar het gedrag van de afzonderlijk onderdelen. Dit uitgangspunt wordt door bijna alle andere geïnterviewden in het boek gedeeld. De behandelde vragen gaan vooral over de natuurwetenschappelijke invalshoeken van complexiteit, maar bieden aanknopingspunten wanneer we op zoek gaan naar sociale ontwikkelingen in organisaties. Een complexiteitstheorie die mijns inziens beter aansluit bij de ontwikkeling in organisaties is de theorie van complex responsive processes (Stacey, Griffin & Shaw, 2000; Stacey, 2007). Deze theorie gaat uit van de aanname dat sociale interactie tussen mensen leidend is bij de ontwikkeling van organisaties. Vanuit het perspectief van complexe responsieve processen wordt een organisatie, naar analogie van de complexiteitswetenschappen, gezien als een proces van zelforganise rende interactie tussen mensen. De abstracte analogie uit de complexiteitswetenschappen THEMA Ingesleten patronen doorbreken DEVELOP

20 wordt in het geval van sociale interactie geïnterpreteerd volgens de inzichten van de Amerikaanse pragmaticus George Herbert Mead en de processocioloog Norbert Elias. Mead (1934) beschouwt het uiten van gedachten in een samenleving als de sociale handeling waarbij mensen elkaar beïnvloeden met taal en gebaar. Volgens Elias (1970) zorgen alle menselijke relaties tegelijkertijd voor beperkingen en voor mogelijkheden, maar mensen zijn in hun relaties met anderen altijd van elkaar afhankelijk. Elias geeft aan dat macht een belangrijk aspect is van relaties tussen mensen en dat waarden, normen en ideologie de basis zijn voor macht. Stacey, Griffin en Shaw (2000) zien macht, ideologie en identiteit vervolgens als de centrale kenmerken van organisaties. Globale patronen van communicatieve wisselwerking en machtsverhoudingen binnen de organisatie ontstaan in deze lokale interactie zonder dat zij een specifiek plan, programma of blauwdruk volgen. De globale patronen zijn onvoorspelbaar en worden door geen enkel lid van de organisatie beheerst, maar bepalen wel in belangrijke mate het eindresultaat. Ik heb geprobeerd in de drie voorbeelden meer inzicht te geven hoe lokale patronen zich kunnen ontwikkelen en wat voor invloed deze kunnen hebben op de uiteindelijke resultaten. Inzicht in de complexiteitstheorieën helpt ons beter te begrijpen dat er in ontwikkelingen van organisaties een soort niemandsland is tussen de uitkomsten van de lokale patronen en de uitkomst van het globale organisatieproces. Het overallgedrag van een organisatie kan moeilijk worden verklaard uit het gedrag en de interactie van de lokale patronen, hoe moeilijk dit voor leiders en managers soms ook te accepteren is. Aan de andere kant ziet men in de lokale patronen zelden één-op-één de directieven van een centrale leiding terug. Het spanningsveld tussen systeemdenken en complexiteitsdenken In de inleiding van dit nummer van Develop wordt de aandacht gevestigd op de vraag hoe systeempatronen kunnen worden beïnvloed, om zo ingesleten patronen te doorbreken. Hierbij wordt teruggegrepen op de inzichten van Huguenin en Van Gestel (2007, 27-28). Deze auteurs geven aan dat het effect van interventies en het gedrag van individuen in systemen in belangrijke mate worden bepaald door de patronen die het systeem kenmerken. De realisatie van verbeteringen in organisaties vraagt om die reden niet alleen om het ontwikkelen van nieuwe bekwaamheden, maar ook om het doorbreken van systeempatronen. In het voorgaande heb ik uitgelegd dat ik een andere benadering ben toegedaan dan het zoeken naar oplossingen binnen een systeemperspectief. Mijn visie is dat organisaties ontstaan en zich ontwikkelen via patronen van lokale interactie en dat het een illusie is dat een buitenstaander, zoals een manager of adviseur, hier een direct sturende rol in kan vervullen. Ontwikkelingen zijn te beïnvloeden door een hoge mate van participatie door managers in veel lokale processen. Door de twee benaderingen naast elkaar te zetten ontstaat spanning tussen de verschillende denkrichtingen: Volgens de uitgangspunten van de systeembenadering worden managers in staat geacht de patronen in een systeem te bepalen. Zij doen dit door voorwaarden te scheppen waardoor de juiste mensen onder de juiste condities keuzes maken met als gevolg dat de uitkomsten van de organisatie verbeteren. De juiste interventies in systeempatronen bepalen vervolgens het succes. Er zijn meerdere inzichten wanneer het gaat om systeemkeuzes, maar elke benadering zelfs de meest dynamische gaat bij het benoemen van een systeem uit van de delen, het geheel en de grens. Het voordeel is dat men erover kan praten, het nadeel is dat een systeem alleen kan worden beschreven door het te vereenvoudigen (Zuijderhoudt, 2007, ; Stacey, 2010). Volgens een complexiteitsbenadering zijn organisaties patronen van lokale en globale interactie zonder begrenzingen. Managers kunnen patronen herkennen maar geen van de betrokkenen in de organisatie kan deze beheersen. Patronen zijn te beïnvloeden, maar niet te beheersen en ook niet te doorbreken. Ontwikkelingen zijn te beïnvloeden door een hoge mate van participatie door managers in veel lokale processen. De uitkomsten hiervan vormen samen de uitkomst van verbeterprocessen in een organisatie. Hoewel de nuance op het eerste gezicht misschien klein lijkt, is het verschil tussen beide benaderingen groot. In een systeembenadering kan de manager zich buiten het systeem plaatsen en als een min of meer onafhankelijke buitenstaander zijn of haar interventies ontwikkelen en vervolgens implementeren. Dit kan alleen door de werke 20 DEVELOP

!!!! !!!! 1. Professioneel adviseren

!!!! !!!! 1. Professioneel adviseren Professioneel adviseren In deze zesdaagse opleiding krijg je de kans om in een veilige omgeving de eigen sterkere en zwakkere kanten te onderkennen en te werken aan je ontwikkelpunten als consultant. Je

Nadere informatie

Optimaal benutten, ontwikkelen en binden van aanwezig talent

Optimaal benutten, ontwikkelen en binden van aanwezig talent Management Development is een effectieve manier om managementpotentieel optimaal te benutten en te ontwikkelen in een stimulerende en lerende omgeving. De manager van vandaag moet immers adequaat kunnen

Nadere informatie

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Jouw ervaring Neem iets in gedachten dat je nu goed kunt en waarvan je veel plezier hebt in je werk: Vertel waartoe je in staat bent. Beschrijf

Nadere informatie

Ontwikkeling. 1 Sari van Poelje, Esther de Kleer, Peter van de Berg, Leren voor Leiderschap, een nieuwe kijk op Management

Ontwikkeling. 1 Sari van Poelje, Esther de Kleer, Peter van de Berg, Leren voor Leiderschap, een nieuwe kijk op Management White Paper - Ervaringsgericht leren de praktijk als leermeester Leren is belangrijk. Voor individuen én voor organisaties en het één is voorwaarde voor het ander. Geen wonder dus dat leren en de effectiviteit

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

Innoveren als avontuurlijke tocht

Innoveren als avontuurlijke tocht Innoveren als avontuurlijke tocht Innoveren als avontuurlijke tocht Oriëntatie op het gebied Omgaan met het onverwachte Het gebied doorgronden Zoeken naar doorwaadbare plekken Rust nemen en op kracht komen

Nadere informatie

Middelen Proces Producten / Diensten Klanten

Middelen Proces Producten / Diensten Klanten Systeemdenken De wereld waarin ondernemingen bestaan is bijzonder complex en gecompliceerd en door het gebruik van verschillende concepten kan de werkelijkheid nog enigszins beheersbaar worden gemaakt.

Nadere informatie

leergang KLEUR BEKENNEN Kleedkamergesprekken over leiderschapsontwikkeling

leergang KLEUR BEKENNEN Kleedkamergesprekken over leiderschapsontwikkeling leergang KLEUR BEKENNEN Kleedkamergesprekken over leiderschapsontwikkeling editie 2011 Leiderschap zit vol met paradoxen. De tegenstelling tussen betrokkenheid en distantie, tussen innovatie en behoudendheid,

Nadere informatie

Veranderen als avontuurlijke tocht

Veranderen als avontuurlijke tocht Wie op reis gaat, moet eerst gaan zitten Veranderen als avontuurlijke tocht Oriëntatie op het gebied Omgaan met het onverwachte Het gebied doorgronden Zoeken naar doorwaadbare plekken Rust nemen en op

Nadere informatie

Lerend organiseren en veranderen

Lerend organiseren en veranderen Lerend organiseren en veranderen Hoe zet je je team in zijn kracht? 5 november 2015 - CNV Schoolleiders 1 Opleiden en professionaliseren van schoolleiders G.P.M. (Peter) Snijders MEL Consultant/trainer

Nadere informatie

Systeemdenken. als middel om de complexiteit en dynamiek van situaties in kaart te brengen en organisaties duurzaam te verbeteren

Systeemdenken. als middel om de complexiteit en dynamiek van situaties in kaart te brengen en organisaties duurzaam te verbeteren Systeemdenken als middel om de complexiteit en dynamiek van situaties in kaart te brengen en organisaties duurzaam te verbeteren voor de zevende keer in Nederland Workshop Basics van Systeemdenken: 8 en

Nadere informatie

Innoveren en slimmer organiseren

Innoveren en slimmer organiseren Innoveren en slimmer organiseren SMZ Kennis en Innovatiebeurs 24 januari 2014 Prof. dr. Jaap Boonstra Inspiraties delen Verbeelding (en lef) Innovatiespots Samen innoveren Grenzeloos innoveren A 3 I =

Nadere informatie

HR Performance Management

HR Performance Management HR Performance Management Door: Bernadette van de Laak Inleiding Bij Performance Management (PM) gaat het erom dat menselijk kapitaal binnen een organisatie dusdanig wordt georganiseerd, dat stijging van

Nadere informatie

PRAKTISCHE OPLEIDING: INTERNE VERANDERKUNDE

PRAKTISCHE OPLEIDING: INTERNE VERANDERKUNDE PRAKTISCHE OPLEIDING: INTERNE VERANDERKUNDE Een opleiding voor Managers Projectleiders HR-adviseurs Communicatie-adviseurs HR-managers Opleidingsadviseurs MD-adviseurs Bestuursondersteuners Ik coördineer

Nadere informatie

Integraal coachen. Meedenken en faciliteren bij ambities, dilemma s of problemen op de werkvloer

Integraal coachen. Meedenken en faciliteren bij ambities, dilemma s of problemen op de werkvloer Integraal coachen Meedenken en faciliteren bij ambities, dilemma s of problemen op de werkvloer DATUM 1 maart 2014 CONTACT Steef de Vries MCC M 06 46 05 55 57 www.copertunity.nl info@copertunity.nl 2 1.

Nadere informatie

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties Sociale innovatie Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties DATUM 1 maart 2014 CONTACT Steef de Vries MCC M 06 46 05 55 57 www.copertunity.nl info@copertunity.nl 2 1. Wat is sociale

Nadere informatie

Samenvatting Masterthesis/eindscriptie student NCOI Opleidingsgroep

Samenvatting Masterthesis/eindscriptie student NCOI Opleidingsgroep Afstudeerdatum 30-10-2012 Opleiding Master Management Cultuur en Verandering, specialisatie Organisatiepsychologie Naam student Anoniem Titel scriptie HPO en leiderschap bij Bedrijf X. Een diagnostisch

Nadere informatie

Coaching 4 Engagement

Coaching 4 Engagement Coaching 4 Engagement Vergroot je veerkracht en neem de regie voor professionele groei Herken de schaduwkanten van je drijfveren Erken je kracht en kwaliteiten Benut de constructieve kant van je drijfveren

Nadere informatie

De kenniswerker. Prof. Dr. Joseph Kessels. Leuven 31 mei 2010

De kenniswerker. Prof. Dr. Joseph Kessels. Leuven 31 mei 2010 De kenniswerker Prof. Dr. Joseph Kessels Leuven 31 mei 2010 Is werken in de 21 ste eeuw een vorm van leren? Het karakter van het werk verandert: Van routine naar probleemoplossing Van volgend naar anticiperend

Nadere informatie

Duur: 3 dagdelen (1 hele dag en twee weken later een halve dag). Inclusief oefenen met een professionele acteur.

Duur: 3 dagdelen (1 hele dag en twee weken later een halve dag). Inclusief oefenen met een professionele acteur. HR professionaliseringstraject het aanbod Verandermanagement, adviseren en begeleiden Module Informatie Stand van zaken Adviseren en coachen voor de HR adviseur: specifiek gericht op HR als business partner

Nadere informatie

Interventies bij organisatieverandering Succesvol veranderen

Interventies bij organisatieverandering Succesvol veranderen Interventies bij organisatieverandering Succesvol veranderen Het succesvol doorvoeren van organisatieverandering vraagt nogal wat. De uitdaging is om de beoogde verandering werkbaar te maken en te borgen

Nadere informatie

interview Duurzame relatie bedrijf-opleidingsinstituut verhoogt rendement Joseph Kessels

interview Duurzame relatie bedrijf-opleidingsinstituut verhoogt rendement Joseph Kessels interview Joseph Kessels Duurzame relatie bedrijf-opleidingsinstituut verhoogt rendement Hoe zet je als industrieel bedrijf het opleiden van medewerkers strategisch in, zodat dit bijdraagt aan je organisatiedoelstellingen?

Nadere informatie

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN COMMUNICEREN VANUIT JE KERN Wil je duurzaam doelen bereiken? Zorg dan voor verbonden medewerkers! Afgestemde medewerkers zijn een belangrijke aanjager voor het realiseren van samenwerking en innovatie

Nadere informatie

Netwerk- en studiedag De blik van buiten. Workshop Leiderschap in Veranderen

Netwerk- en studiedag De blik van buiten. Workshop Leiderschap in Veranderen Netwerk- en studiedag De blik van buiten Workshop Leiderschap in Veranderen Er zit meer wijsheid in Verwondering dan in Verbijstering drs. Maaike Arends Leiderschap in Veranderen Het vermogen om bij mensen

Nadere informatie

ecourse Moeiteloos leren leidinggeven

ecourse Moeiteloos leren leidinggeven ecourse Moeiteloos leren leidinggeven Leer hoe je met minder moeite en tijd uitmuntende prestaties met je team bereikt 2012 Marjan Haselhoff Ik zou het waarderen als je niets van de inhoud overneemt zonder

Nadere informatie

Veranderen door stil te staan

Veranderen door stil te staan Ik ben even uit de dagelijkse werkzaamheden en vraag me af hoe het nu daadwerkelijk gaat, ik vind het leuk om hier bij stil te staan -Medewerker- Veranderen door stil te staan Als we eenmaal weten wat

Nadere informatie

Leergang Transformatief Leiderschap

Leergang Transformatief Leiderschap feedback geven living labs advie processen/bijeenkomsten transformatief leiderschap coach perso Leergang Transformatief Leiderschap Anderen bewegen begint bij jezelf Succesvol mensen en organisaties in

Nadere informatie

Professionele en persoonlijke groei?

Professionele en persoonlijke groei? + Professionele en persoonlijke groei? Samen naar meer resultaat, meer gemak en meer plezier! Han Oei Oei voor Groei - www.oeivoorgroei.nl info@oeivoorgroei.nl 0633794681 + Meer resultaat, meer gemak en

Nadere informatie

Introductieprogramma Presence en Theory U

Introductieprogramma Presence en Theory U Introductieprogramma Presence en Theory U Oorsprong Consult biedt in samenwerking met SoL Nederland een programma aan om de potentie van het gedachtegoed rondom de boeken Presence en Theory U over diepgaande

Nadere informatie

UITNODIGING. 5 juni 2012: CORPORATE UNIVERSITY EVENT 5 JUNI ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT ERASMUS UNIVERSITY SAVE THE DATE

UITNODIGING. 5 juni 2012: CORPORATE UNIVERSITY EVENT 5 JUNI ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT ERASMUS UNIVERSITY SAVE THE DATE ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT ERASMUS UNIVERSITY EXECUTIVE EDUCATION AND ORGANISATIONAL DEVELOPMENT SAVE THE DATE 5 JUNI 14:00-17:30 RSM Open Programmes UITNODIGING 5 juni 2012: CORPORATE UNIVERSITY EVENT

Nadere informatie

Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk

Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk Kring Andragologie Andragogisch handelen en bevlogenheid in het werk Versterking zelfregulerend vermogen van individu, groep en organisatie als antwoord op toegenomen complexiteit Zeven interactieve werkcolleges

Nadere informatie

Modern Leidinggeven. Nederlandse Vereniging voor biomedisch Laboratoriummedewerkers. Martine Ferment 17 april 2013 Veldhoven

Modern Leidinggeven. Nederlandse Vereniging voor biomedisch Laboratoriummedewerkers. Martine Ferment 17 april 2013 Veldhoven Modern Leidinggeven Nederlandse Vereniging voor biomedisch Laboratoriummedewerkers Martine Ferment 17 april 2013 Veldhoven Even voorstellen Martine Ferment Opleiding: logopedist, organisatiekundige, informaticus

Nadere informatie

Lange cursus beschrijving van de cursus: ITIL basics

Lange cursus beschrijving van de cursus: ITIL basics Lange cursus beschrijving van de cursus: ITIL basics ALGEMEEN Het inrichten van een ICT Beheerorganisatie is een complexe en tijdrovende aangelegenheid. Het resultaat is afhankelijk van veel aspecten.

Nadere informatie

Ontwikkeling van(uit) talent

Ontwikkeling van(uit) talent Verschenenin:GidsvoorPersoneelsmanagement,mei2005 Ontwikkelingvan(uit)talent Eenkrachtigperspectiefvoorpersoonlijkegroei SaskiaTjepkemaenLucVerheijen Vanuit het competentiedenken vinden HR en management

Nadere informatie

Master in. Leadership MAAK HET VERSCHIL VERBIND HART EN HARD START: ZIE AGENDA KLANTWAARDERING:

Master in. Leadership MAAK HET VERSCHIL VERBIND HART EN HARD START: ZIE AGENDA KLANTWAARDERING: Master in Leadership MAAK HET VERSCHIL VERBIND HART EN HARD START: ZIE AGENDA KLANTWAARDERING: Master in Leadership: Weet jij wat jouw hart sneller doet kloppen? Communiceren en continue verbeteren met

Nadere informatie

Dit zijn de nieuwe trainingen en workshops van Mankind Mens & Organisatie in 2016:

Dit zijn de nieuwe trainingen en workshops van Mankind Mens & Organisatie in 2016: Mankind Mens & Organisatie gelooft in de kracht van dromen en drijfveren in relatie tot ondernemerschap en leiderschap. Dromen en drijfveren vormen de grond waarop ambitie kan groeien. Passie zorgt vervolgens

Nadere informatie

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans LEADERSHIP IN PROJECT-BASED ORGANIZATIONS Dealing with complex and paradoxical demands Leiderschap

Nadere informatie

Van in control naar in regie

Van in control naar in regie Van in control naar in regie Het regisseren van complexe vraagstukken Vraagstukken worden steeds complexer. Bovendien trekken ze zich vaak niets aan van organisatiegrenzen en strekken ze zich uit over

Nadere informatie

Whitepaper ORMIT: Ontwikkelen loont

Whitepaper ORMIT: Ontwikkelen loont Whitepaper ontwikkelen loont! Inleiding Gemiddeld geeft een organisatie ieder jaar zo n 2% van de loonkosten uit aan opleiden en ontwikkelen. Is deze investering de moeite waard? Zijn medewerkers tevreden

Nadere informatie

LEREN DOE JE DOOR TE DOEN.

LEREN DOE JE DOOR TE DOEN. 2015 LEREN DOE JE DOOR TE DOEN. FCE. Vakmanschap in ontwikkeling. Leergang Veranderpraktijk Beweging creëren in verandervraagstukken De leergang veranderpraktijk is een praktijkgericht leertraject voor

Nadere informatie

Waardecreatie op scherp

Waardecreatie op scherp Inleiding Waardecreatie op scherp Focus voor verbetering van professionele dienstverlening Jos van Dam, strategisch adviseur Hoe kan het dat je levert wat is afgesproken en de klant toch niet helemaal

Nadere informatie

Veranderen als avontuurlijke tocht. PBLQ Jaap Boonstra 25 november 2013

Veranderen als avontuurlijke tocht. PBLQ Jaap Boonstra 25 november 2013 Veranderen als avontuurlijke tocht PBLQ Jaap Boonstra 25 november 2013 Opbouw Veranderen als avontuurlijke tocht Wat is er gaande in de wereld om ons heen Zijnswaarde en publieke waarde PBLQ Professionele

Nadere informatie

Veranderdiagnose: recht doen aan de dynamiek en de historie van organisaties 53 Maurits Jan Vink

Veranderdiagnose: recht doen aan de dynamiek en de historie van organisaties 53 Maurits Jan Vink Voorwoord van de redactie 11 DEEL I Introductie HOOFDSTUK 1 Veranderen: balanceren tussen inhoud en proces 21 Marco de Witte en Jan Jonker Inleiding 23 1.1 Het vierballenmodel 24 1.2 Waarom? 26 1.3 Wat?

Nadere informatie

3. Principes ophalen en groeperen: wat is voor de groep dus effectief samenwerken?

3. Principes ophalen en groeperen: wat is voor de groep dus effectief samenwerken? FCE / Stichting Opleidingskunde 2007 Een groep interviewen met de waarderende methode Bijvoorbeeld over samenwerken... 1. Thema scherp (het gaat in dit voorbeeld over effectief samenwerken ) 2. In kleine

Nadere informatie

43 Organisatiecoaching

43 Organisatiecoaching In co-creatie de organisatie veranderen Inleiding Hoe help je organisaties hun blinde vlekken en cultuur te doorzien bij verandering? Hoe ga je ermee aan het werk en ontregel je deze vervolgens? Wat geeft

Nadere informatie

Leiderschap vanuit systemisch perspectief

Leiderschap vanuit systemisch perspectief Waar ideeën en activiteiten rond ziel en zakelijkheid samenkomen op een prachtige plek, vanuit een geïnspireerd netwerk 4-daagse training: Leiderschap vanuit systemisch perspectief Het leven wordt voorwaarts

Nadere informatie

Grip op verandering door het verbinden van cultuur en strategie

Grip op verandering door het verbinden van cultuur en strategie Grip op verandering door het verbinden van cultuur en strategie VNO-NCW 4 maart 2015 De heliumstick We zijn gestart met de oefening met de Heliumstick. De opdracht leek eenvoudig: breng de stick met zijn

Nadere informatie

LEREN DOE JE DOOR TE DOEN.

LEREN DOE JE DOOR TE DOEN. 2014 LEREN DOE JE DOOR TE DOEN. FCE. Vakmanschap in ontwikkeling. Leergang Veranderpraktijk Beweging creëren in verandervraagstukken De leergang veranderpraktijk is een praktijkgericht leertraject voor

Nadere informatie

Het leven van een veranderaar is niet eenvoudig.veranderen is de status-quo

Het leven van een veranderaar is niet eenvoudig.veranderen is de status-quo BLIKOPENER 4 REALISTISCH VERANDEREN: ANKEREN IN ROBUUSTHEID JAAP VAN T HEK LEIKE VAN OSS Het leven van een veranderaar is niet eenvoudig.veranderen is de status-quo van zijn bestaan, hij is er voortdurend

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

Hoe maakt een onderneming optimaal gebruik van het menselijk kapitaal?

Hoe maakt een onderneming optimaal gebruik van het menselijk kapitaal? White paper Hoe maakt een onderneming optimaal gebruik van het menselijk kapitaal? Deze white paper wordt u gratis aangeboden door De Valk Leadership Company Datum: 1 januari 2013 Versie: 2.0 Auteur: Guido

Nadere informatie

De zachte factoren van business IT alignment. Hemke Havinga 12 maart 2013

De zachte factoren van business IT alignment. Hemke Havinga 12 maart 2013 De zachte factoren van business IT alignment Hemke Havinga 12 maart 2013 Hemke Havinga RE RA MMI Auditmanager Auditdienst Rijk (ADR) h.b.p.havinga@minfin.nl 06 5569 2781 Inhoud Wat is Business-IT alignment

Nadere informatie

Betreft: Gratis adviseur voor de dag van de verpleging

Betreft: Gratis adviseur voor de dag van de verpleging Betreft: Gratis adviseur voor de dag van de verpleging De gezondheidszorg is continue in beweging, de afgelopen jaren is er veel veranderd en dat zal de komende jaren zeker zo blijven. De marktwerking,

Nadere informatie

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Masterclasses voor schoolleiders In 2015 organiseren we - speciaal voor schoolleiders in het voortgezet onderwijs - masterclasses op het gebied van HRM en andere relevante thema s. De masterclasses

Nadere informatie

EFFECTIEF LEIDERSCHAP. Door Anna Brons, Eva Kerkhoffs en Susan Kouwenhoven

EFFECTIEF LEIDERSCHAP. Door Anna Brons, Eva Kerkhoffs en Susan Kouwenhoven EFFECTIEF LEIDERSCHAP Door Anna Brons, Eva Kerkhoffs en Susan Kouwenhoven Theorieën Combinatie van drie theorieën: Leiderschapsmodel Gung Ho Leiderschapsbox Context Situationeel Leiderschap komt uit jaren

Nadere informatie

DEEP DEMOCRACY. Jitske Kramer: www.humandimensions.nl www.deepdemocracy.nl www.academievoororganisatiecultuur.nl. www.deepdemocracy.

DEEP DEMOCRACY. Jitske Kramer: www.humandimensions.nl www.deepdemocracy.nl www.academievoororganisatiecultuur.nl. www.deepdemocracy. DEEP DEMOCRACY Jitske Kramer: www.humandimensions.nl www.deepdemocracy.nl www.academievoororganisatiecultuur.nl www.deepdemocracy.nl DE TRAININGEN Het leren van de Lewis methode van Deep Democracy gaat

Nadere informatie

LEREN DOE JE DOOR TE DOEN.

LEREN DOE JE DOOR TE DOEN. 2014 LEREN DOE JE DOOR TE DOEN. FCE. Vakmanschap in ontwikkeling. Leergang Veranderpraktijk Beweging creëren in verandervraagstukken De leergang veranderpraktijk is een praktijkgericht leertraject voor

Nadere informatie

Het museum als een belevenis

Het museum als een belevenis Het museum als een belevenis Interview met Arne Gillert en Jessica Offenberg Hoe zou het zijn als een museumbezoek niet zou gaan over het rondlopen en kijken naar dat wat een ander bedacht en geordend

Nadere informatie

PASSEND ONDERWIJSONDERZOEK SAMEN ONDERZOEKEND LEREN. José van Loo

PASSEND ONDERWIJSONDERZOEK SAMEN ONDERZOEKEND LEREN. José van Loo PASSEND ONDERWIJSONDERZOEK SAMEN ONDERZOEKEND LEREN José van Loo CNV Schoolleiders 6 november 2014 Onderzoek? Onderzoekende houding Onderzoeksmatig leiderschap Onderzoekende schoolcultuur Onderzoekende

Nadere informatie

Academie voor Talent en Leiderschap Veiligheidsregio s. Leiderschapsprofiel strategisch leidinggevende

Academie voor Talent en Leiderschap Veiligheidsregio s. Leiderschapsprofiel strategisch leidinggevende Leiderschapsprofiel strategisch leidinggevende Leidinggevende*: er zijn 6 hoofdrollen geïdentificeerd voor de leidinggevende en 3 niveaus van leiderschap, te weten strategisch, tactisch en operationeel.

Nadere informatie

adviseren vanuit je kern

adviseren vanuit je kern adviseren vanuit je kern De wereld wordt er niet beter van, de werkomgeving wordt er niet ideaal van, maar je leert te roeien met de riemen die je hebt, te accepteren wat de kwaliteiten zijn waar je mee

Nadere informatie

Iedereen sterk. Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers

Iedereen sterk. Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers Iedereen sterk Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers JANUARI 2016 Veranderen moet veranderen Verandering is in veel gevallen een top-down proces. Bestuur en management signaleren

Nadere informatie

Praktische antwoorden op de complexiteit van het sociale werkveld. Bevlogenheid terug in het werk

Praktische antwoorden op de complexiteit van het sociale werkveld. Bevlogenheid terug in het werk Kring Andragologie Praktische antwoorden op de complexiteit van het sociale werkveld Bevlogenheid terug in het werk Vijf interactieve werkcolleges met Gerard Donkers maart - mei 2014 U bent : manager,

Nadere informatie

VERANDER- MANAGEMENT. Direct aan de slag met veranderprocessen, randvoorwaarden en weerstanden tegen veranderingen

VERANDER- MANAGEMENT. Direct aan de slag met veranderprocessen, randvoorwaarden en weerstanden tegen veranderingen VERANDER- MANAGEMENT Direct aan de slag met veranderprocessen, randvoorwaarden en weerstanden tegen veranderingen Dit rapport behandelt alle aspecten rondom het begrip verandermanagement. Meer weten over

Nadere informatie

Veranderen...het vinden van de juiste balans

Veranderen...het vinden van de juiste balans Veranderen...het vinden van de juiste balans Waarom veranderen? Bedrijven zullen zich altijd aan moeten passen aan veranderingen in de markt, in de wet- en regelgeving maar ook aan veranderingen bij het

Nadere informatie

REALTIME LEIDERSCHAP ONTWIKKELING

REALTIME LEIDERSCHAP ONTWIKKELING REALTIME LEIDERSCHAP ONTWIKKELING ERNST JAN REITSMA 27 NOVEMBER 2014 REALTIME LEADERSHIP DEVELOPMENT 1. Iets over theorieën 2. Belang van Live Event 3. Ervaringen 4. Feedback organiseren 5. Voorbeelden

Nadere informatie

Leergang Regiegemeente worden: effectiever (be)sturen

Leergang Regiegemeente worden: effectiever (be)sturen Leergang Regiegemeente worden: effectiever (be)sturen De gemeentelijke regierol Veel gemeenten ontwikkelen zich vandaag de dag tot regiegemeente. Dat betekent veelal dat ze meer taken uitbesteden, waarbij

Nadere informatie

Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging

Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging Oktober 2015 Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging Uitkomsten van meerjarig onderzoek naar de effecten van het Loopbaanlab Leestijd 8 minuten Hoe blijf ik in beweging? De kwaliteit

Nadere informatie

De angst van het loslaten

De angst van het loslaten De angst van het loslaten Waarom er niet één beste manier is om patronen te doorbreken Het leven volgens vaste patronen is een natuurlijke gave van de mens. Het ligt besloten in de kern van ons functioneren.

Nadere informatie

Leertraject: de interim- manager als natuurlijk leider Er is een belangrijk verschil tussen opgeven en loslaten Jessica Hatchigan

Leertraject: de interim- manager als natuurlijk leider Er is een belangrijk verschil tussen opgeven en loslaten Jessica Hatchigan Leertraject: de interim- manager als natuurlijk leider Er is een belangrijk verschil tussen opgeven en loslaten Jessica Hatchigan Inleiding Interim-managers worden gevraagd bij multidisciplinaire organisatievraagstukken

Nadere informatie

Leiderschap bij C1000

Leiderschap bij C1000 Leiderschap bij C1000 Leiderschap bij C1000 in beeld Module 1: Persoonlijk leiderschap Module 2: Leidinggeven Ander (1op1) Module 3: Leidinggeven Team Module 4: Leiderschap verandering Module 1: Persoonlijk

Nadere informatie

De motor van de lerende organisatie

De motor van de lerende organisatie De motor van de lerende organisatie Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn

Nadere informatie

COLLEGEREEKS BOEKEN DIE SPREKEN! 10 mei Rob de Wilde

COLLEGEREEKS BOEKEN DIE SPREKEN! 10 mei Rob de Wilde COLLEGEREEKS BOEKEN DIE SPREKEN! 10 mei Rob de Wilde Boeken die spreken! Op 10 mei 2012 zal Rob de Wilde de tweede lezing van de collegereeks 2012 geven! Rob de Wilde is een gedreven en vanuit heldere

Nadere informatie

Coachen met collega s

Coachen met collega s www.managementenconsulting.nl Coachen met collega s Voordelen en beperkingen van het werken met interne coaches * Erik de Haan & Yvonne Burger Coachen wordt hoe langer hoe meer een volwassen vak. In de

Nadere informatie

Wat maakt het verschil tussen excellerende

Wat maakt het verschil tussen excellerende De Heilige Graal van Management In gesprek met Dr. André de Waal MBA over High Performing Organizations Simon van der Veer en Tjip de Jong Wat maakt het verschil tussen excellerende en minder goed presterende

Nadere informatie

Systeemdenken. als middel om de complexiteit en dynamiek van situaties in kaart te brengen en organisaties duurzaam te verbeteren

Systeemdenken. als middel om de complexiteit en dynamiek van situaties in kaart te brengen en organisaties duurzaam te verbeteren Systeemdenken als middel om de complexiteit en dynamiek van situaties in kaart te brengen en organisaties duurzaam te verbeteren De succesvolle workshop Systeemdenken wederom in Nederland Workshop Basics

Nadere informatie

M E T A P L U S T R A I N I N G A D V I E S C O A C H I NG

M E T A P L U S T R A I N I N G A D V I E S C O A C H I NG 1 P R O F E S S I O N E E L A D V I S E R E N Programmaconcept Om succesvol te zijn in een organisatie is beheersing van de eigen vakdiscipline niet voldoende. Veel professionals waaronder staf- en beleidsmedewerkers

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Talent in verandering

Talent in verandering Ieders individuele talent als basis van organisatieverandering Talent in verandering White Paper 1 De essentie van organisatieverandering Auteur: Kees Gabriëls Juli 2012 Management & Bedrijfskunde Avans

Nadere informatie

Vrijwel elke organisatie, groot of klein, is opgebouwd uit mensen met verschillende achtergronden, opvattingen en

Vrijwel elke organisatie, groot of klein, is opgebouwd uit mensen met verschillende achtergronden, opvattingen en BRON: Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties Actueel Ontwikkeling in organisaties Leerbegeleider als gids bij een trektocht dinsdag 08 november 2011 - Barbara Pijanowska, Tini Kwint en Wilma Westers

Nadere informatie

St!R profiel teamcoach

St!R profiel teamcoach St!R profiel teamcoach In dit beroepsprofiel wordt beschreven wat een teamcoach doet en zal doen in het licht van nieuwe ontwikkelingen en verwachtingen. Ingedeeld in vaardigheden en in ondersteunende

Nadere informatie

De geestelijke gezondheidszorg als complex adaptief systeem. Anja Declercq

De geestelijke gezondheidszorg als complex adaptief systeem. Anja Declercq De geestelijke gezondheidszorg als complex adaptief systeem Anja Declercq Inhoud 1. Wat zijn complexe adaptieve systemen? 2. Waarom zou dat toepasbaar zijn op de geestelijke gezondheidszorg? 2 Chaos en

Nadere informatie

Veranderen is een noodzaak, verbeteren is een keuze (1)

Veranderen is een noodzaak, verbeteren is een keuze (1) (1) Inspirerend leiderschap van bestuurders en directeuren vraagt om meer aandacht voor hun verander- en verbetercapaciteit. In dit eerste deel (van twee) staat een belangrijke component hiervan centraal:

Nadere informatie

GEDRAGSMANAGEMENT. Inleiding. Het model. Poppe Persoonlijk Bas Poppe: 06 250 30 221 www.baspoppe.nl info@baspoppe.nl

GEDRAGSMANAGEMENT. Inleiding. Het model. Poppe Persoonlijk Bas Poppe: 06 250 30 221 www.baspoppe.nl info@baspoppe.nl GEDRAGSMANAGEMENT Dit kennisitem gaat over gedrag en wat er komt kijken bij gedragsverandering. Bronnen: Gedragsmanagement, Prof.dr. Theo B. C. Poiesz, 1999; Samenvatting boek en college, A.H.S. Poppe,

Nadere informatie

NLP MASTER PRACTITIONER

NLP MASTER PRACTITIONER 2016 ERKEND, PRAKTIJKGERICHT EN VERDIEPEND De NLP Master Practitioner opleiding is een verdieping in je professionele ontwikkeling. In deze opleiding wordt je meester in communicatie- en gedragsverandering.

Nadere informatie

Werken aan veerkracht: een 8 daags HRO trainingsprogramma

Werken aan veerkracht: een 8 daags HRO trainingsprogramma If you do not change direction, you may end up where you are heading. Lao Tzu Werken aan veerkracht: een 8 daags HRO trainingsprogramma Leren en Actie in één programma Het grote verschil tussen de driedaagse

Nadere informatie

Transformationeel leiderschap

Transformationeel leiderschap Transformationeel leiderschap Prof. dr. Jaap Boonstra Esade Business School Universiteit van Amsterdam Inhoud Inter-act-leren Transformationeel leiderschap Onbevangen waarnemen Waarderend verkennen Weloverwogen

Nadere informatie

Kennisteam Business Innovation. Masterclasses Nieuwe Ingenieur. Leiderschapsprogramma voor young potentials in de technische sector

Kennisteam Business Innovation. Masterclasses Nieuwe Ingenieur. Leiderschapsprogramma voor young potentials in de technische sector Kennisteam Business Innovation & Masterclasses Nieuwe Ingenieur Leiderschapsprogramma voor young potentials in de technische sector Inleiding Tijden veranderen, dat is niets nieuws. Maar de snelheid waarmee

Nadere informatie

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Het gaat om de volgende zeven verandercompetenties. De competenties worden eerst toegelicht en vervolgens in een vragenlijst verwerkt. Veranderkundige

Nadere informatie

Ambitie, groei en ontwikkeling

Ambitie, groei en ontwikkeling Duurzaam opleiden Profijt van investeringen YSC ondersteunt organisaties op verschillende manieren bij ontwikkelingsvraagstukken. Wij streven er naar de door u gewenste resultaten te ondersteunen, niet

Nadere informatie

Het Innovatiekompas Inspiratie sessies Dr. Guy Bauwen

Het Innovatiekompas Inspiratie sessies Dr. Guy Bauwen Het Innovatiekompas Inspiratie sessies Dr. Guy Bauwen 1 Innovatiekompas Inspiratie Sessies Contacteer ons voor: Een voordracht om kennis te maken met het kompasmodel. Een workshop om het toepassen van

Nadere informatie

Het Manager Groei Programma. Een kwaliteitsproduct van Power coaching training en advies en Maas Organisation & Career Development

Het Manager Groei Programma. Een kwaliteitsproduct van Power coaching training en advies en Maas Organisation & Career Development Het Manager Groei Programma Een kwaliteitsproduct van Power coaching training en advies en Maas Organisation & Career Development Management wordt leiderschap Het Manager Groei Programma is een intensief

Nadere informatie

Organisatie principes

Organisatie principes Organisatie principes Een overzicht van organisatie principes die als richtsnoer dienen bij het vormgeven van flexibele, innovatieve organisaties. Deze principes zijn gebaseerd op de Moderne Sociotechniek.

Nadere informatie

Opleidingskunde,Training & Human Development

Opleidingskunde,Training & Human Development Opleidingskunde, Deze flyer over praktijkleren bij de bacheloropleiding Opleidingskunde beschrijft informatie over de volgende onderwerpen: Inhoud: 1. Het beroep 2. Deskundigheidsbevordering van medewerkers

Nadere informatie

Groei in Leiderschap & Management - Jaaropleiding

Groei in Leiderschap & Management - Jaaropleiding Groei in Leiderschap & Management - Jaaropleiding Zakenwijzer Het is tijd voor nieuw en ander leiderschap en management We kunnen ons niet meer verloven te blijven doen wat we deden. Als alles verandert,

Nadere informatie

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Helder &Wijzer Mijn opdrachten In een kort, blended programma In het kort Voor wie docenten/trainers die blended opdrachten willen leren ontwerpen en ontwikkelen

Nadere informatie

EFFECTIEF SAMENWERKEN

EFFECTIEF SAMENWERKEN EFFECTIEF SAMENWERKEN de driehoek van verantwoordelijke relaties Marloes de Jong EFFECTIEF SAMENWERKEN de driehoek van verantwoordelijke relaties Marloes de Jong Effectief samenwerken: de driehoek van

Nadere informatie