Meetinstrumenten COPD; wat doet Ú ermee?!

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Meetinstrumenten COPD; wat doet Ú ermee?!"

Transcriptie

1 Meetinstrumenten COPD; wat doet Ú ermee?! Rob Peters Ken van Daal Linda van Beekvelt Tom van de Kerkhof 24 mei 2007 Klas 402 Versie 2

2 Meetinstrumenten COPD; wat doet Ú ermee?! Projectgroep: Rob Peters Ken van Daal Henri Hermansstraat 33 Kranestraat JD Tegelen 5961 GW Horst Linda van Beekvelt Tom van de Kerkhof Groot Dorsent 7 Pastoor van de Eindestraat TK Erp 5425 VX De Mortel Opdrachtgever: Procesbegeleider: Methodologisch begeleider: Simons, J.E.C.M. (Annelies) Kamer Bosch, A.L. (Alja) Kamer Poppema, M (Marjolijn) Kamer 0.210

3 Voorwoord Voor U ligt het onderzoeksverslag van ons project Meetinstrumenten COPD, wat doet Ú ermee?! Onze dank gaat uit naar een aantal personen welke ons begeleid, gesteund en op weg geholpen hebben en die onze voortgang steeds hebben gevolgd. Wij bedanken Alja Bosch en Marjolijn Poppema; onze procesbegeleider en methodische begeleider, omdat zij ons steeds in de juiste richting hebben gestuurd en ons positief gecoacht hebben. Verder bedanken we Annelies Simons, onze opdrachtgever, die ons vooral bij aanvang van het project de weg heeft gewezen. atuurlijk gaat onze dank ook uit naar een ieder die onze enquête heeft ingevuld en terug gezonden. Door het relatief grote aantal enquêtes wat is teruggestuurd, kon een des te duidelijker beeld worden gevormd over het gebruik van de meetinstrumenten uit de richtlijn, waardoor onze hoofdvraag duidelijk kon worden beantwoord. Tot slot bedanken we familie, vrienden, studiegenoten, docenten en iedereen die verder heeft bijgedragen aan de afgelopen leuke 4 jaren dat we de opleiding Fysiotherapie hebben gevolgd! Tom van de Kerkhof Rob Peters Ken van Daal Linda van Beekvelt Eindhoven, 24 mei 2007 I

4 Samenvatting Doelstelling in dit project is antwoord te krijgen op de volgende onderzoeksvragen: 1. In hoeverre worden de meetinstrumenten die genoemd worden in de KGF-richtlijn COPD (2005) consequent gebruikt bij de anamnese, evaluatie en afsluiting door fysiotherapeuten werkzaam in de eerste-, tweede- en derdelijn, in Brabant en Limburg? 2. Welke oorzaken liggen eraan ten grondslag als blijkt dat die meetinstrumenten onvoldoende consequent worden gebruikt en welke oplossingen zijn daarvoor aan te dragen? Methode: Er is literatuuronderzoek uitgevoerd, waarin is gezocht naar achtergrondinformatie over COPD en over de meetinstrumenten uit de KGF-richtlijn COPD. Tevens is gezocht naar eventueel eerder onderzoek naar hetzelfde onderwerp. Er zijn 68 enquêtes geanalyseerd van de 82 ingevulde enquêtes, welke gepubliceerd zijn via Deze enquêtes zijn ingevuld door fysiotherapeuten in de eerste-, tweede- en derde lijn in Brabant en Limburg. Resultaten: Binnen de totale onderzoekspopulatie zijn de Shuttle Run test (4,4%) en de MPVC (2,9%) de minst gebruikte meetinstrumenten en de saturatiemeter (79,4%) en de 6 minuten wandeltest (63,2%) de meest gebruikte meetinstrumenten. Conclusie: Uit dit onderzoek blijkt dat de meetinstrumenten genoemd in de KGF-richtlijn COPD onvoldoende consequent worden gebruikt in de eerste en in de derde lijn. In de tweede lijn wordt relatief veel consequent gebruik gemaakt van de genoemde meetinstrumenten, met uitzondering van enkele vragenlijsten, de VAS schaal en de Shuttle Run test. De momenten van gebruik zijn erg wisselend per meetinstrument en per lijn. De oorzaken van het niet consequent gebruik lopen uiteen. Er zijn verschillende oplossingen te bedenken om het consequent gebruik van de meetinstrumenten de stimuleren. De informatie die de richtlijn biedt over de meetinstrumenten zou bijvoorbeeld kunnen worden uitgebreid of er zou 1 korte vragenlijst kunnen worden gevormd uit meerdere vragenlijsten. II

5 Summary The purpose of this project is to answer the following questions: 1. To what extent are the measurement tools, which are mentioned in the KGF-guideline COPD (2005), consequently used during anamnesis, evaluation and conclusion by physiotherapists working in the first-, second- and third line, in Brabant and Limburg? 2. What are the causes, when this investigation shows that the measurement tools are insufficiently consequently used and what solutions exist to solve that problem? Method: A theoretical scope has been formed, based on a literature investigation that has taken place. This theoretical scope gives background information about COPD and about the measurement tools from the KGF-guideline. Of all the questionnaires published on 68 of the 84 that were filled in, were analyzed. These questionnaires were filled in by physiotherapist in the first-, second- and third line in Brabant and Limburg. Results: Within the total investigation population, the Shuttle Run test (4,4%) and the MPVC (2,9%) are the least used measurement tools and the saturation meter (79,4%) and the 6 minutes walking test (63,2%) are most used. Conclusion: This investigation shows that the measurement tools, which are mentioned in the KGFguideline COPD, are insufficiently consequently used in the first-, second- and third line. In the second line, the measurement tools are often used relatively consequently, except for some questionnaires, the Shuttle Run test and the VAS scale. The moments of use vary per measurement tool per line. The causes of the inconsequent use are divers. There are variable solutions which can be brought up to stimulate the consequent use of the measurement tools for the treatment of COPD patients. The information given by the KGF-guideline about the measurement tools could be extended for example, or there could one unequivocal questionnaire formed per line, from the other questionnaires. III

6 Inhoudsopgave VOORWOORD...I SAMEVATTIG... II SUMMARY...III ILEIDIG... 1 PROBLEEMSTELLIG... 1 VRAAGSTELLIG... 1 OPERATE DEFIITIES... 1 LEESWIJZER... 2 HOOFDSTUK 1: THEORETISCH KADER CHROIC OBSTRUCTIVE PULMOARY DISEASE (COPD) MEETISTRUMETE UIT DE KGF-RICHTLIJ COPD Chronic Respiratory Disease Questionnaire (CRDQ) St. George s Respiratory Questionnaire (SGRQ) Medisch Psychologische Vragenlijst voor CARA-patiënten (MPVC) Peakflow meter (PEF) Inspiratiestand thorax PI-Max Minuten wandeltest Shuttle Run test Saturatiemeter Borg schaal Visual Analogue Scale (VAS) Handheld Dynamometer... 8 HOOFDSTUK 2: METHODE SAMESTELLIG ODERZOEKSGROEP OPSTELLE VA DE EQUÊTE ACTIEPUTE BIJ TE WEIIG RESPOS AALYSE VA GEGEVES LITERATUURODERZOEK HOOFDSTUK 3: RESULTATE POPULATIE BEKEDHEID E COSEQUET GEBRUIK VA DE MEETISTRUMETE Chronic Respiratory Disease Questionnaire (CRDQ) St. George s Respiratory Questionnaire (SGRQ) Medisch Psychologische Vragenlijst voor CARA-patiënten (MPVC) Peakflow meting Inspiratiestand Thorax PI-max (meting van de maximale inspiratiedruk) Minuten wandeltest Shuttle Run test Saturatiemeter Borg schaal Visual Analogue Scale (VAS) Handheld Dynamometer Een overzicht van hierboven vermelde resultaten VERSCHILLE I GEBRUIK TUSSE DE VERSCHILLEDE LIJE Eerste lijn Tweede lijn Derde lijn OPMERKIGE TE AAZIE VA DE MEETISTRUMETE I DE KGF-RICHTLIJ COPD Waarom worden bepaalde meetinstrumenten niet gebruikt? Waarom worden bepaalde meetinstrumenten slecht praktisch bruikbaar gevonden? IV

7 3.4.3 Algemene opmerkingen ten aanzien van de meetinstrumenten Welke andere meetinstrumenten worden gebruikt? Opmerkingen ten aanzien van de KGF-richtlijn COPD VERBADE TUSSE VERSCHILLEDE VARIABELE HOOFDSTUK 4: DISCUSSIE HOOFDSTUK 5: COCLUSIE EE KORT OVERZICHT OVEREEKOMSTE E VERSCHILLE TUSSE DE EERSTE-, TWEEDE- E DERDE LIJ ATWOORD OP DE ODERZOEKSVRAGE LITERATUUR BIJLAGE V

8 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD Inleiding Dit verslag is geschreven binnen het kader Afstudeerprojecten van de opleiding Fysiotherapie aan de Fontys Paramedische Hogeschool te Eindhoven. Het projectplan is opgenomen in bijlage II. Probleemstelling In 2005 is de KGF-richtlijn COPD in gebruik genomen. Tot op heden is over deze richtlijn echter nog niet bekend of de daarin vernoemde meetinstrumenten consequent gebruikt worden in de praktijk. Interessant is het om na te gaan in hoeverre deze instrumenten consequent worden gebruikt bij de anamnese, evaluatie en afsluiting van de behandeling van de COPD patiënt. Het gaat hier dan om consequent gebruik, waarbij de scores opgenomen zijn in het patiëntendossier, en niet het wenselijke gebruik. Over het gebruik van deze vrij recente richtlijn is nog weinig bekend. Daarom is het zo belangrijk om na te gaan of die richtlijn wel wordt gevolgd. Is dat namelijk niet het geval, dan zijn aanpassingen noodzakelijk. Als uit dit onderzoek blijkt dat de in de richtlijn genoemde meetinstrumenten onvoldoende worden gebruikt, zullen de mogelijke oorzaken hiervan worden weergegeven. Voor die oorzaken zullen oplossingen moeten worden aangedragen. Deze oplossingen dienen gebaseerd te zijn op de wensen vanuit de praktijk, zodat zij ook geïmplementeerd zullen worden. Wanneer zoveel mogelijk therapeuten de richtlijn consequent toepassen, kan een hogere kwaliteit van behandeling van COPD patiënten worden bewerkstelligd. Dat kan weer leiden tot een hogere kwaliteit van leven voor de COPD patiënt. En dat is nou juist het hoofddoel van de fysiotherapeutische behandelen. Fysiotherapeuten moeten niet vergeten dat de groep COPD patiënten in ederland groot is en nog steeds groeiende. De fysiotherapeut speelt een grote en belangrijke rol in de behandeling van de COPD patiënt. De kwaliteit van die behandeling dient zo hoog mogelijk te worden gehouden, onder andere door het consequent gebruiken van de meetinstrumenten genoemd in de KGF-richtlijn COPD (2005). Vraagstelling Uit de hier boven omschreven probleemstelling is de volgende tweedelige hoofdvraag voortgekomen: 1. In hoeverre worden de meetinstrumenten die genoemd worden in de KGF-richtlijn COPD (2005) consequent gebruikt bij de anamnese, evaluatie en afsluiting door fysiotherapeuten werkzaam in de eerste-, tweede- en derdelijn, in Brabant en Limburg? 2. Welke oorzaken liggen eraan ten grondslag als blijkt dat die meetinstrumenten onvoldoende consequent worden gebruikt en welke oplossingen zijn daarvoor aan te dragen? Operante definities Aan de hand van de volgende operante definities, zullen een aantal begrippen uit de vraagstelling worden toegelicht. Consequent: (van mensen) naar aangenomen beginselen handelend of redenerend. [1] In dit geval wil consequent zeggen dat de meetinstrumenten uit de KGF-richtlijn COPD door elke gebruiker op een bepaalde werkplek op dezelfde manier gebruikt worden, bij elke COPD patiënt identiek en op dezelfde momenten. [1] / Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 1

9 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD Eerstelijns fysiotherapie adressen: fysiotherapeutische zorg voor mensen in hun thuissituatie. [2] Tweedelijns fysiotherapie adressen: intramurale instellingen (ziekenhuizen). [2] Derdelijns fysiotherapie adressen: verpleeghuizen, revalidatiecentra enzovoorts. Meetinstrument: instrument waarmee men metingen verricht => meter [3] COPD: dit is een afkorting van de Engelse term 'Chronic Obstructive Pulmonary Diseases'. Dit betekent chronisch (langdurig) obstructieve longziekte (er is dus een obstructie in de longen). Het is een verzamelnaam voor de longaandoeningen bronchitis en longemfyseem. Deze term is een specificatie van de oude term CARA, die 'Chronische A-specifieke Respiratoire Aandoening' betekent. CARA omvat behalve de bovengenoemde aandoeningen ook astma. Omdat deze ziekte een andere oorzaak heeft, valt ze buiten de COPD-groep. [4] KGF: Koninklijk ederlands Genootschap voor Fysiotherapie. [5] Leeswijzer Allereerst zal het Theoretisch kader de achtergrondinformatie betreffende COPD en de meetinstrumenten waarvan het consequent gebruik in dit project is onderzocht weergeven. In de Methode wordt de werkwijze van het project beschreven. Er zal worden weergegeven wat voor onderzoek er heeft plaatsgevonden en op welke manier. Vervolgens wordt aangegeven wat er is gedaan om aan gegevens te komen en hoe die gegevens uiteindelijk geanalyseerd en verwerkt zijn. In de Resultaten worden de feiten weergegeven. Wat zijn de gevonden gegevens en hoe zijn deze verwerkt? Dan volgt het hoofdstuk Discussie, waarin verbanden zullen worden gelegd tussen het onderzoek, het theoretisch kader en eventueel eerder onderzoek met hetzelfde doel. Tevens worden in dit hoofdstuk beperkingen van het onderzoek weergegeven. Tot slot worden in het hoofdstuk Conclusie antwoorden gegeven op de vragen uit de eerder genoemde vraagstelling. Conclusies worden getrokken uit de resultaten. In dit hoofdstuk zullen tevens aanbevelingen worden gedaan. Dan volgt nog de Literatuur, waarin alle bronnen worden vermeld, die in het kader van dit project zijn geraadpleegd. [2] Coëlho / 1997 / Zakwoordenboek der Geneeskunde / 25 e geheel herziene druk / Elsevier PBA / ISB / Blz. 232, 866 [3] / [4] / [5] / Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 2

10 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD Hoofdstuk 1: Theoretisch kader In ederland worden door het KGF (Koninklijk Genootschap der Fysiotherapie) richtlijnen ten aanzien van de behandeling van bepaalde aandoeningen opgesteld. Dit om de kwaliteit van de gegeven fysiotherapeutische behandelingen te verhogen en eenduidigheid te krijgen binnen de gegeven behandelingen, bij een bepaalde aandoening. iet iedere fysiotherapeut in ederland zal volledig volgens deze richtlijnen van het KGF patiënten behandelen, er is ook sprake van een richtlijn en niet van een protocol. Elke fysiotherapeut heeft voorkeuren, bijvoorbeeld op basis van ervaring, voor een bepaalde behandeling bij een aandoening, hierdoor kan er gedeeltelijk afgeweken worden van wat er in de richtlijn genoemd wordt. In 2005 is er een richtlijn ontwikkeld voor het onderzoek en de behandeling van COPD. Hierin wordt een aantal meetinstrumenten genoemd die van belang kunnen zijn tijdens het onderzoek en binnen de behandeling van COPD patiënten. a het ontwikkelen van een richtlijn is het van belang dat een richtlijn in gebruik wordt genomen door fysiotherapeuten. Aangezien de KGF-richtlijn COPD pas in het jaar 2005 ontwikkeld is, is er nog niet eerder onderzoek gedaan naar het gebruik van de hierin genoemde meetinstrumenten. De zoektocht naar een soortgelijk onderzoek als uitgevoerd tijdens dit project, staat beschreven in het hoofdstuk Methode. In dit theoretisch kader zal achtergrondinformatie worden verschaft over de aandoening COPD en over de verschillende meetinstrumenten uit de KGF-richtlijn COPD (2005) welke zijn opgenomen in dit onderzoek. 1.1 Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) Chronic Obstructive Pulmonary Disease wordt gekarakteriseerd door obstructie van de luchtstroom als gevolg van chronische bronchitis of emfyseem. De obstructie heeft een progressief beloop en kan samengaan met een luchtweghyperreactiviteit. Er is sprake van chronische bronchitis indien een chronische productieve hoest gedurende minimaal drie maanden in twee opeenvolgende jaren aanwezig is. Hierbij dienen andere oorzaken van chronische hoest te worden uitgesloten. Emfyseem wordt gediagnosticeerd bij de aanwezigheid van een toegenomen longvolume, gepaard gaande met destructie van de alveolaire wanden, zonder dat daarbij sprake is van fibrose. Ondanks dat er onderscheid wordt gemaakt tussen chronische bronchitis en emfyseem, zijn bij de meeste patiënten de verschillende afwijkingen samen aanwezig. [6] In ederland heeft 2% van alle mensen COPD. De ziekte komt vooral veel voor bij ouderen (17% van de mensen boven de 80 jaar heeft COPD). Er komen in ederland, net zoals in de rest van de wereld, voortdurend mensen met COPD bij. Veelal is roken de oorzaak van COPD. Roken veroorzaakt kleine ontstekingen van het slijmvlies in de longen, dat veroorzaakt obstructie van de luchtwegen. Die ontstekingscellen geven aanleiding tot beschadiging van het longparenchym. Hierdoor zal het longparenchym zijn elasticiteit verliezen, waardoor de alveolaire wanden zullen uitzakken. [7] aast roken zijn er meerdere risicofactoren voor COPD: (beroepsmatige) blootstelling aan bepaalde stoffen (deze kunnen van invloed zijn op verlaging van de FEV1: het maximaal geforceerd uit te ademen volume in 1 seconde), luchtverontreiniging, passief roken, genetische factoren, respiratoire infecties, allergie en bronchiale hyperresponsiviteit, leeftijd en geslacht. COPD is niet te genezen, wel is het mogelijk om progressie te vertragen en de optredende klachten te verlichten. Verschillende disciplines spelen een rol binnen de behandeling van een COPD patiënt. Dit zijn onder andere de huisarts, longarts, longverpleegkundige, fysiotherapeut en psycholoog. [6] Lucas, A.H.C. / Afstudeerproject bewegingswetenschappen: Inspanningstesten bij COPD patiënten voor het nieuwe longrevalidatieprogramma van het CIRO / 30 juni 2006 / Faculteit der Gezondheidswetenschappen Universiteit Maastricht [7] Astmafonds ederland / ( ) Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 3

11 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD Met een behandeling van medicijnen, goede coaching wat betreft beweging, aanpassingen in het dagelijks leven (zoals goede dagindeling en het gebruik van zuurstof) en leren omgaan met de klachten, kan de kwaliteit van leven voor een COPD patiënt zo optimaal mogelijk worden gehouden. Het proces dat een COPD patiënt doormaakt, is te volgen met behulp van meetinstrumenten. Dan kan gedacht worden aan vragenlijsten die naar gevoel van benauwdheid vragen, een saturatiemeter die de zuurstofverzadiging meet of de 6 minuten wandeltest die wat zegt over het uithoudingsvermogen van de patiënt. De meetinstrumenten die genoemd worden in de KGF-richtlijn COPD (2005) kunnen allen gebruikt worden door de fysiotherapeut bij de behandeling van de COPD patiënt, gedurende anamnese, evaluatie en afsluiting. 1.2 Meetinstrumenten uit de KGF-richtlijn COPD Chronic Respiratory Disease Questionnaire (CRDQ) De vragenlijst is opgesteld om een indruk te krijgen over de kwaliteit van leven van een COPD patiënt en om veranderingen in die kwaliteit van leven op te pikken. Elk item vraagt naar de situatie van de patiënt gedurende de afgelopen twee weken. De CRDQ vraagt naar ervaringen betreffende dyspneu, emotie, vermoeidheid en beheersing van de klachten. De CRDQ bestaat uit 20 items en het kost minuten om hem in te vullen. Hoe hoger de uiteindelijke score, des te beter is het gesteld met de kwaliteit van leven van de patiënt. De CRDQ is erg aandoening specifiek. Er kleven echter twee grote nadelen aan: de tijd die het duurt om de vragenlijst af te nemen en het resultaat dat niet direct overzichtelijk is. Resultaten zijn niet direct te interpreteren, aangezien de items van verschillende dimensies niet bij elkaar staan opgesteld, maar kris kras over de vragenlijst verspreid. [8] [9][10] De dimensie dyspneu is niet betrouwbaar te noemen, dat blijkt uit meerdere onderzoeken St. George s Respiratory Questionnaire (SGRQ) De St. George s Respiratory Questionnaire is ontworpen voor het meten van gezondheidsstoornissen bij patiënten met astma en COPD. De vragenlijst bestaat uit 17 vragen. Deze vragen zijn opgedeeld in twee delen; deel één gaat over een periode van een maand tot een jaar geleden. Deel twee betreft de klachten van de patiënt op dit moment. Het tweede gedeelte is goed te combineren met andere meetinstrumenten, zoals bijvoorbeeld de 6 minuten wandeltest. Beiden geven immers een inschatting van het niveau van activiteiten van het dagelijks leven. Ofwel op dit moment ofwel ter evaluatie na een bepaalde periode. Met behulp van een Excel bestand kan de eindscore voor iedere patiënt berekend worden. De eindscore bestaat uit 3 componenten en een totale score. De drie componenten zijn: symptoms, activity en impacts. Symptoms bestaat uit de vragen 1 tot en met 8, deze vragen gaan over ademhaling, symptomen, de frequentie en de ernst van de symptomen. Activity bestaat uit de vragen 11 en 15, deze vragen gaan over activiteiten die kortademigheid veroorzaken of die beperkt zijn door kortademigheid. Impacts bestaan uit de vragen 9, 10, 12 tot en met 14, 16 en 17. Deze vragen gaan over de aspecten van de luchtwegziekte die het sociale en psychologische functioneren van de patiënt beïnvloeden. Om gemakkelijk met deze vragenlijst te kunnen werken is het nodig dat de therapeut over een computer beschikt met het programma Excel. Andere kosten worden gevormd door kopiëren en registreren van de resultaten. De vragenlijst is verkrijgbaar in het ederlands. [11] [8] Meek PM / 2004 / Chronic Respiratory Disease 1 Measurement of dyspnea in chronic obstructive pulmonary disease: what is the tool telling you? / Arnold Publishers 2004 / Blz [9] Wijkstra PJ, Ten Vergert EM ea. / 2001 / Thorax volume 49 Reliability and validity of the chronic respiratory questionnaire (CRQ) / Thorax 1994 / Blz [10] Bradley J, Dempster M, Wallace E, Elborn S / 1999 / Quelaity of Life Research 8 The adaptations of a quality of life questionnaire for routine use in clinical practice: the Chronic Respiratory Disease Questionnaire in cystic fibrosis / 1999 Kluwer Academic Publishers / Blz Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 4

12 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD Medisch Psychologische Vragenlijst voor CARA-patiënten (MPVC) De MPVC is een ederlandse vragenlijst die is opgesteld voor CARA-patiënten met behulp van de al bestaande Medisch Psychologische Vragenlijst voor Hartpatiënten (MPVH). De vragenlijst bestaat uit vragen op vier gebieden: welbevinden, invaliditeitsbeleving, ontstemming en sociale geremdheid. De vragenlijst onderzoekt de emotionele beleving van CARA-patiënten tijdens behandeling. Voorts kan de MPVC bij dezelfde CARA-patiënt op achtereenvolgende tijdstippen worden afgenomen om een individuele behandeling te evalueren. Het duurt ongeveer 10 minuten om de vragenlijst in te vullen en de benodigde materialen naast de vragenlijst zijn de bijbehorende handleiding en sleutel. Ook aan dit meetinstrument zijn kopieer- en administratieve kosten verbonden. [12][13] Peakflow meter (PEF) De piekstroom, ook wel Peakflow (PEF) genoemd, is de maximale stroomsterkte tijdens de geforceerde expiratie, na een maximale inspiratie, in liters per minuut. De piekstroommeting wordt gebruikt om de wisselingen in het ziektebeloop te kunnen volgen en te registreren bij een patiënt. Het is zelfs mogelijk een astma aanval te voorspellen door regelmatig (tweemaal daags) de piekstroom te bepalen; de patiënt en behandelaar kunnen dan beter op de situatie inspelen. Er kan dan tijdig worden ingegrepen (bijvoorbeeld door medicijn inname) wanneer een astma-aanval mogelijk in opkomst is. Omdat het apparaat gemakkelijk hanteerbaar en meeneembaar is, kan een patiënt na een korte instructie ook thuis regelmatig zijn PEF bepalen en registreren. Ook kan met behulp van de peakflowmeter het effect van medicatie (bronchidilatatoren) direct beoordeeld worden. Tenslotte kan de piekstroommeting gebruikt worden bij de beoordeling over of er sprake is van inspanningsastma ; er dient dan een piekstroommeting voor en na inspanning plaats te vinden. De test is echter te weinig specifiek en te ongevoelig om als diagnostisch hulpmiddel gebruikt te kunnen worden, omdat de meting alleen iets zegt over de weerstand in de grote luchtwegen, tijdens lediging van de luchtwegen in het eerste deel van de expiratie. Er wordt alleen informatie verkregen over het eerste gedeelte van de expiratie, omdat dat de periode is dat de patiënt geforceerd kan expireren. De lucht in dat eerste gedeelte van de expiratie, komt vanuit de grote luchtwegen en derhalve kan alleen de druk in de grote luchtwegen worden gemeten met de peakflowmeter en niet die in de kleine luchtwegen. Bij een piekstroommeting moet een patiënt vanuit maximale inspiratie, staand of zittend, zo snel mogelijk uitademen, hierbij moeten de lippen zo goed mogelijk rond het mondstuk gesloten worden. Dit kan een keer voorgedaan worden door de afnemer en/of kan door de patiënt één of twee keer geoefend worden. Daarna zal de meting drie keer uitgevoerd worden, waarna het gemiddelde van deze metingen [14] [15] berekend zal worden; dat getal is de Peakflow. [11] Jones PW, Spencer S, Adie S / 2003 version 2.1 / The St George s respiratory questionnaire manual / Respiratory Medicine St George s Hospital Medical School London SW17 0RE UK [12] Erdman RAM, Cox JM, Duivenvoorden HJ / 1992 / Gedrag en Gezondheid 1992, 20, 6 De Medische Psychologische Vragenlijst voor CARA-Patiënten: psychometische aspecten /?? / Blz [13] / [14] Gosselink H.A.A.M et. al. / 1988 / Fysiotherapie bij CARA / Bunge Utrecht / ISB / Blz [15] Quanjer PH, Lebowitz MD, et al / 1997 / European Respiratory Journals suppl. 24 Peak expiratory flow: conclusions and recommendations of a Working Party of the European Respiratory Society / ERS Journals Ltd ISS / Blz. 2s 8s Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 5

13 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD Inspiratiestand thorax Door het bij COPD optredende proces van longemfyseem wordt het totale longvolume groter. Dit heeft een chronische verkorting van het diafragma tot gevolg. Het diafragma zal zich op haar nieuwe functie aanpassen waardoor hierin minder gemakkelijk lengteveranderingen plaats kunnen vinden. Dit heeft tot gevolg dat de relatieve bijdrage van het diafragma aan de adembeweging verlaagt en dat de relatieve bijdrage van de rib- en nekspieren verhoogd dient te worden, om er voor te zorgen dat er voldoende inspiratiedruk aanwezig is. Dit heeft een thoracaal adempatroon tot gevolg waarbij de thorax in rust mogelijk in een inspiratiestand staat. Het meten van de omvang van de thorax met een meetlint, in rust en tijdens maximale inspiratie, kan een hulpmiddel zijn om een indruk te krijgen over aanwezigheid van en verandering in de inspiratiestand van de thorax. Omdat dit geen specifieke en een onnauwkeurige methode is, zal dit meer als evaluerend hulpmiddel gebruikt dienen te worden bij een COPD patiënt en minder als diagnostisch hulpmiddel bij het vaststellen van een eventueel aanwezige inspiratiestand. Belangrijk hierbij is dat er bij iedere meting op dezelfde thoraxhoogte gemeten wordt om zo tot een juiste evaluatie te kunnen komen. [14] PI-Max Dit is de maximale inspiratie druk die geleverd kan worden. Deze maximale inspiratie druk is het hoogste van de druk tussen de 0,3 en 0,5 seconde van de inspiratie. De inspiratiedruk wordt gemeten met een luchtdrukmeter. De patiënt moet eerst volledig uitademen en vervolgens, met de lippen om het mondstuk van de meter, zo diep mogelijk inademen. De meter zit aangesloten op een computer, waardoor de druk precies is af te lezen. De patiënt heeft verder een neusclip op de neus, zodat de inspiratie zuiver via de mond plaatsvindt. De PI-max meting is een betrouwbare meting voor de mate van kracht van de inspiratie spieren. Voordelig is dat de PI-max meting geen nadelige effecten heeft op de patiënt, het is een niet-invasieve techniek en de meting is makkelijk uit te voeren. [16] Minuten wandeltest De 6 minuten wandeltest is een intensieve inspanningstest die gebruikt kan worden om het functionele inspanningsvermogen van een patiënt in kaart te brengen en te evalueren, door de patiënt over een afstand van 20 meter gedurende 6 minuten op en neer te laten wandelen in een eigen gekozen tempo. Er is weliswaar sprake van een eigen gekozen tempo, maar toch gaat het hier om een intensieve test. Degene die de test afneemt dient immers te instrueren dat de patiënt binnen de 6 minuten het maximale moet geven wat hij in zich heeft. De patiënt moet echter blijven wandelen en mag niet overgaan in looppas. De test uitslag geeft een goed beeld van de hoeveelheid ADL-activiteiten van patiënten. Dat wil zeggen dat met het resultaat een goede inschatting gemaakt kan worden van op welk niveau van conditie de patiënt zich bevindt. Dan kan ook de relatie worden gelegd met het niveau van activiteiten van het dagelijks leven van de patiënt. Voordelen van deze test zijn de zelfgekozen loopsnelheid, het minimaal benodigde instrumentarium en de grote overeenkomst met wandelen in het dagelijks leven. Benodigdheden voor de test zijn een meetlint, een stopwatch en 2 pionnen die keerpunten markeren. Optioneel zijn een hartslagmeter en een pulsoximeter om de fysiologische respons tijdens de test vast te leggen. Instructies en aanmoedigingen die voor, tijdens en na de test moeten worden gegeven zijn gestandaardiseerd en worden vermeld in de American Thoraxic Society-richtlijnen (ATS, 2002). Er zijn normwaarden voor de 6 minuten wandeltest voor gezonde volwassenen tussen 40 en 85 jaar. Met behulp van deze normwaarden kan de uitslag van de 6 minuten wandeltest worden geïnterpreteerd [16] Windisch W et al. / 2004 / European Respiratory Journals Peak of plateau maximal inspiratory mouth pressure: which is best? / ERS Journals Ltd 2004 ISS / Blz Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 6

14 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD door het resultaat van de patiënt uit te drukken als percentage van voorspeld aan de hand van leeftijd, geslacht, lengte en gewicht. De resultaten worden gebruikt om een goede trainingsintensiteit in te kunnen schatten en om de situatie van de patiënt van tijd tot tijd te evalueren. De kosten behorende bij deze test worden gevormd door kosten van instrumentaria en kosten voor administratie. De tijdsduur van de test is de 6 minuten van het wandelen plus ongeveer 5 minuten uitleg/instructie voor- en achteraf. [17] Shuttle Run test De Shuttle Run test, in het Engels 20 meter shuttle test (20-MST) genoemd, is een maximale inspanningstest. De test vraagt iemand te rennen tussen 2 lijnen die 20 meter van elkaar verwijderd zijn. Er wordt begonnen op een snelheid van 8,5 km per uur en elke minuut klinkt een piepsignaal van een cassettebandje, dit is het teken dat de snelheid met een 0,5 km per uur omhoog gaat. Als iemand het tempo niet meer vol kan houden zal de laatst bereikte snelheid gebruikt worden om de VO2 max. te voorspellen. Met behulp van deze waarde kan een inschatting van de trainingsintensiteit worden gemaakt. Kosten die aan de test verbonden zijn worden gevormd door materiaal kosten van meetlint, tape, cassettebandje en cassetterecorder. adeel van de test is dat een maximale test is en daarom zal de test mogelijk niet geschikt zijn voor ouderen of bijvoorbeeld mensen met COPD. [18] Saturatiemeter Hemoglobine (Hb) is de stof in bloed waar zuurstof zich aan bindt. Aan 1 Hb binden zich 4 zuurstofmoleculen. Een saturatiemeter meet hoeveel procent van de Hb, in arterieel bloed, verzadigd is met zuurstof. Bij een gezond persoon in rust is het saturatie percentage ongeveer 97%. Een saturatiemeter is een klein apparaat (bijvoorbeeld 3,3 x 3,3 x 5,7 cm) waar de wijsvinger van de betreffende patiënt in wordt geplaatst. Op het display zal vervolgens de hartslag (hartslagen per minuut) en de saturatie (%) afgelezen kunnen worden. Een meting duurt ongeveer 30 seconden. De uitslagen zijn dus snel en gemakkelijk te interpreteren. In ederland wordt de saturatiemeter voornamelijk gebruikt bij het vaststellen van een mogelijk aanwezige hypoxie (bijvoorbeeld tijdens/na redelijk intensieve inspanning). Bij acute dyspneu geeft meting van de saturatie extra informatie over de ernst hiervan. aar aanleiding [19] [20] hiervan kan er besloten worden of nader onderzoek noodzakelijk is. adeel van de saturatiemeter is dat het een vrij prijzig meetinstrument is, dus op plaatsen waar weinig COPD patiënten worden behandeld, zal niet zo snel een dergelijk instrument worden aangeschaft Borg schaal De Borg schaal is een eenvoudige methode om de door een patiënt ervaren mate van zwaarte van inspanning te meten (zie tabel 1.1). De schaal bevat meestal scores van 0 tot 10 waarin 0 staat voor helemaal niet zwaar en 10 staat voor extreem uitputtend / het maximale. Verschillende scores worden toegelicht met een omschrijving als redelijk licht, zwaar, of uitputtend. De patiënt wordt gevraagd om een van de opties aan te geven. adeel van deze schaal is dat de patiënt niet kan kiezen voor een tussenweg, er zijn slechts 10 opties. [8] [17] Takken T / 2005 / Stimulus 24 De 6-minutenwandeltest: bruikbaar meetinstrument / Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2005 / Blz [18] oonan V, Dean E / 2000 / Physical Therapy volume 80 number 8 Submaximal Exercise Testing: Clinical Application and Interpretation / Blz [19] Dinarević S, Terzić S / 2002 / Medicinski Arhiv vol 56 3 suppl 1 monitoring oxygen saturation in the pediatric population / ISS x / Blz [20] Van Den Bosch W, Schermer T, Chavannes / 2005 / Huisarts & Wetenschap 48(9) De saturatiemeter in de huisartsenpraktijk / Blz Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 7

15 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD De Borg schaal is een handig en snel middel ter evaluatie. Het vergt slechts korte instructie en tijd om in te vullen en de enige kosten die er aan verbonden zijn, zijn eventuele kopieer- en administratieve kosten. Tabel 1.1 Borg schaal 0 Helemaal niet kortademig 1 Zeer weinig 2 Weinig 3 Matig 4 Tamelijk sterk 5 Sterk 6 7 Zeer sterk Helemaal geen adem meer Visual Analogue Scale (VAS) De VAS is een snelle en makkelijke methode om te peilen hoe het met de (ervaring van) intensiteit van pijn gesteld is. In eerste instantie is de VAS opgesteld om de intensiteit van pijn te meten, maar het kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Er kan bijvoorbeeld ook de mate van dyspneu, of de mate van vermoeidheid mee gemeten worden. De VAS schaal wordt gepresenteerd als een lijn van 10 cm, die begrensd wordt door verbale beschrijvingen. De termen voor de begrenzingen zijn geen pijn en meest voorstelbare pijn. De patiënt wordt gevraagd een markering te zetten ter indicatie van zijn pijnintensiteit. Er wordt gebruikt gemaakt van een millimeter schaal om de pijnscore van een patiënt te meten; zo zijn er 101 scoringsmogelijkheden. De lijn moet horizontaal gepresenteerd worden. Het invullen en instrueren kost maximaal 5 minuten. Kosten en beperkingen, verbonden aan het meten met de VAS, worden gevormd door administratie en/of kopiëren, gezien het feit dat de VAS score moet worden vastgelegd op papier, dan wel elektronisch. [21] Handheld Dynamometer Omdat mensen met COPD snel kort van adem zijn is de mogelijkheid voor het leveren van inspanning verlaagd. Activiteiten die voorheen gemakkelijk uitgevoerd konden worden kosten nu erg veel energie. De daadwerkelijke belasting zal dus verlaagd worden waardoor de belastbaarheid van deze personen ook zal verlagen. Een hulpmiddel bij het bepalen van de belastbaarheid bij mensen met COPD is het testen van de maximale hand-/knijpspierkracht. Dit kan gedaan worden met behulp van een handdynamometer. De resultaten van deze meting kunnen gebruikt worden bij het stellen van een diagnose ten aanzien van de hand-/knijpkracht. Ook kan deze test gebruikt worden voor het evalueren en vergelijken van bepaalde behandelingen. Met behulp van de handknijpkracht, kan een goede inschatting gemaakt worden over perifere spierkracht in andere delen van het lichaam. Er zijn verschillende apparaten beschikbaar voor het uitvoeren van deze meting. Belangrijk is dat een apparaat gemakkelijk in gebruik is en dat het handig mee te nemen is. [21] Williamson A, Hoggart B / 2005 / Journal of Clinical ursing 14 Pain: a review of three commonly used pain rating scales / Blackwell Publishing Ltd 2005 / Blz Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 8

16 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD De patiënt wordt geïnstrueerd een maximale kracht te leveren en er mogen geen mondelinge aanmoedigingen tijdens de test gegeven worden. De patiënt mag de schaal van de meting tijdens de test niet aflezen om zo te voorkomen dat er vooringenomen waarden bereikt worden. De test wordt aan beide handen tweemaal uitgevoerd met een rustperiode van één minuut (tussen de metingen uitgevoerd aan één arm). De hoogst bereikte waarden van beide handen worden bij elkaar opgeteld en vergeleken met een tabel met daarin de [22] [23] normen gebaseerd op ederlandse testresultaten. [22] Ton AR Schreuder, JW Brandsma, HJ Stam / Muscle strenght measurement of the hand / 2004 / handenteam.nl [23] Valk, Benedictus, v Keulen / FitKit handleiding / 1990 s Hertogenbosch / Stichting Preventieve Gezondheid en Beweging Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 9

17 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD Hoofdstuk 2: Methode Als eerste is aan de hand van het gekozen projectvoorstel het projectplan opgesteld. Het Projectvoorstel is terug te vinden in bijlage I en het projectplan in bijlage II. Dit projectplan vormde de leidraad voor het uitgevoerde onderzoek. Het projectplan II is opgesteld aan de hand van de studiehandleiding afstudeerprojecten 2006: afstudeerproject (OP11-16), waarin een handleiding terug te vinden is voor het opstellen van een projectplan. adat het projectplan goedgekeurd is, is een contract getekend voor het afstudeerproject. Dit contract is opgenomen in bijlage III. Om antwoord te kunnen krijgen op de hoofdvraag van dit project zijn verschillende facetten van onderzoek uitgevoerd. Er zijn gegevens verkregen vanuit de doelgroep met behulp van een enquête en er is literatuuronderzoek uitgevoerd om achtergrondinformatie te verzamelen en om te achterhalen of een dergelijk onderzoek al niet eerder is uitgevoerd. Dit hoofdstuk is verdeeld in verschillende paragrafen, om een overzichtelijk beeld te geven van hoe er stap voor stap te werk is gegaan. Dit hoofdstuk geeft weer hoe het onderzoek is opgezet, hoe gegevens uit het onderzoek zijn geanalyseerd en op welke wijze conclusies zijn getrokken, die uiteindelijk een antwoord gaven op de hoofdvragen van dit project. 2.1 Samenstelling onderzoeksgroep De onderzoeksgroep is samengesteld uit eerste-, tweede- en derdelijns adressen in oord-brabant en Limburg. Om verschillende adressen te verzamelen is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: en Min of meer steekproefsgewijs werden hier adressen uit verzameld, waarbij gezocht werd met termen als verpleeghuis, ziekenhuis en fysiotherapie. Er wordt hier gesproken van min of meer steekproefsgewijs, omdat het verzamelen van adressen niet zuiver steekproefsgewijs ging. Er werd getracht om een zo goed mogelijke verdeling te maken over stad en platteland en over het totale te benaderen gebied. Adressen werden benaderd, verdeeld van west tot oost in Brabant en van noord tot zuid in Limburg. De grotere steden, zoals Breda, Tilburg, Eindhoven, Roermond, Maastricht en Heerlen en de omliggende dorpen werden aangesproken. Dit is niet zuiver een steekproef; in geval van een zuivere steekproef zou bijvoorbeeld gekozen zijn voor 5 adressen beginnend met de letter A, 5 met de letter B, enzovoorts. In het geval van dit onderzoek heeft toch een bepaalde selectieprocedure plaatsgevonden, zoals hierboven beschreven staat. Adressen die niet mee wilden werken, werden niet meegenomen in het onderzoek. Adressen die wel mee wilden werken, maar waar geen COPD patiënten werden behandeld, werden niet meegenomen in de resultaten. De grootte van die groep is slechts als een percentage van het geheel vermeld. Deze groep is echter niet meegenomen in de analyse, om te voorkomen dat die analyse een vertekend beeld zou weergeven. De grootte van deze groep en de analyse van gegevens zullen verderop in dit hoofdstuk worden genoemd. Om te zorgen voor een zo hoog mogelijke respons, heeft er voorafgaand aan de enquête een telefoongesprek plaatsgevonden om het contactadres alvast in te lichten over de enquête. In dit telefoongesprek werd om medewerking gevraagd en tevens werd geïnformeerd of op dit adres ook daadwerkelijk COPD patiënten worden behandeld. In bijlage IV zijn de aandachtspunten opgenomen die tijdens het telefoongesprek in acht zijn genomen. Elk adres dat toestemming gaf, was dus op de hoogte van de komst van de enquête. Deze enquête was digitaal in te vullen, via een link die elk deelnemend adres per ontvangen heeft. In deze werd ook toegelicht waarom het onderzoek werd gehouden en wat de hoofdvraag inhield. In bijlage V is de te zien zoals deze verstuurd is naar de meewerkende adressen. In de eerste lijn zijn 82 adressen telefonisch benaderd, in de tweede lijn waren dat er 27 en in de derde lijn 52. iet elk adres was bereikbaar en ook niet elk adres was bereid om mee te werken. Op sommige adressen waren meerdere therapeuten bereid om de enquête in te vullen. Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 10

18 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD 2.2 Opstellen van de enquête aar aanleiding van de probleemstelling van dit onderzoek is er een enquête opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het boek Basisboek Enquêteren en gestructureerd interviewen. [24] Er is gekozen voor onderzoek met een enquête, omdat dit een redelijk eenvoudige manier is om snel aan gegevens te komen. De afnemer van de enquête kan in een aantal opgestelde vragen informeren naar wat hij wil weten. Het kost weinig tijd om de enquête te completeren. Bij het opstellen van de enquête is begonnen met het op papier zetten van vragen die van belang zouden kunnen zijn voor het onderzoek. Vervolgens zijn deze vragen in een juiste volgorde geplaatst en zijn ze zodanig geformuleerd dat ze bruikbaar zijn voor de enquête. aar aanleiding van deze opgestelde enquête, is er een eerste pilot uitgevoerd; de enquête is gezien door drie docenten fysiotherapie. Zij hebben op- en aanmerkingen gegeven en aan de hand van die feedback is de enquête aangepast. a die aanpassingen is er een tweede pilot van de enquête uitgevoerd onder negen fysiotherapeuten (stagebegeleiders). Er is gekozen voor deze groep personen omdat zij voldoende kennis hebben ten aanzien van het onderwerp van de enquête. Hierdoor doen zich geen problemen met betrekking tot taal- en/of woordgebruik (gebruikt in de enquête) voor en zal er nuttige en bruikbare feedback gegeven kunnen worden. Er is gevraagd aan de deelnemende fysiotherapeuten of zij tijdens het invullen van de enquête voornamelijk willen kijken naar de formulering en volgorde van de vragen, opzet van de enquête en eventuele ontbrekende/dubbele elementen. Eventuele op- en aanmerkingen zijn opnieuw verwerkt en de enquête is hierop aangepast. Vervolgens is de enquête omgezet in een html-versie (digitale versie) met behulp van Thesis Tools (www.thesistools.com). Met deze ontwikkelde html-versie van de enquête heeft een proefdraai plaatsgevonden (pilot 3) onder vijf medestudenten. Ook voor deze groep was de enquête leesbaar, aangezien zij ook bekend zijn met terminologie. Ten aanzien van deze proefdraai zijn geen problemen naar voren gekomen, en daarom werd de enquête als voldoende compleet beschouwd. De definitieve html-versie van de enquête is te vinden in de bijlage VI. In de definitieve enquête zijn allereerst algemene vragen gesteld met betrekking tot de leeftijd, werkplek, ervaring van de geënquêteerde. Vervolgens zijn er in de enquête specifiekere vragen gesteld met betrekking tot COPD. Er is gevraagd of de geënquêteerde bekend is met de richtlijn COPD en met de daarin genoemde meetinstrumenten. Ook is er gevraagd naar het daadwerkelijke gebruik van de betreffende meetinstrumenten (welke meetinstrumenten, wanneer deze werden gebruikt, consequent gebruik). Wanneer iemand heeft aangegeven dat bepaalde meetinstrumenten niet werden gebruikt door de geënquêteerde, werd gevraagd waarom dit niet gebeurde. De definitieve versie van de enquête bestaat uit 15 vragen, waarvan de eerste drie tot het algemeen deel horen. De overige vragen zijn specifieke vragen betreffende COPD en COPD meetinstrumenten. Van die overige vragen zijn er vijf open en zeven gesloten. Sommige vragen zijn opgesplitst in meerdere delen, vandaar dat het codeboek voor SPSS een stuk uitgebreider is, dan het hierboven genoemde aantal van 15. Het codeboek voor SPSS, zal worden besproken onder in de paragraaf Analyse van gegevens. Zoals in de paragraaf samenstelling onderzoeksgroep werd vermeld, is de enquête per verzonden naar de betreffende adressen, nadat er eerst telefonisch contact is geweest. aast een toelichtende tekst werd in de een link vermeld, via welke de persoon in kwestie de digitale enquête in kon vullen. Er werd gestreefd naar 30 ingevulde enquêtes voor de eerste lijn, 20 voor de tweede lijn en 25 voor de derde lijn, voordat er een start zou worden gemaakt met de verwerking van de resultaten. Indien deze aantallen niet bereikt zouden zijn, binnen twee en halve week na lancering van de enquête, zou er actie worden ondernomen om de respons hoger te krijgen. Die actiepunten zijn beschreven in de volgende paragraaf. [24] Baarda DB, De Goede MPM, Kalmijn M / Basisboek enquêteren en gestructureerd interviewen: praktische handleiding voor het maken van een vragenlijst en het voorbereiden en afnemen van gestructureerde interviews / Educatieve Partners ederland / 2004 / ISB X Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 11

19 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD 2.3 Actiepunten bij te weinig respons De streefgetallen voor respons waren na twee en halve week nog niet bereikt, daarom is er een ter herinnering verstuurd naar de adressen die op dat moment nog geen enquête hadden ingevuld. In bijlage VII is de herinnering weergegeven. Anders dan in het projectplan werd vermeld, is hier gekozen om te mailen in plaats van te bellen. Dit kostte minder tijd en bovendien kon degene die een toegestuurd kreeg, meteen via de opnieuw vermelde link bij de enquête komen. In de daarop volgende week is de respons zodanig verhoogd dat de streefgetallen voor de eerste en voor de derde lijn bereikt werden. De definitieve aantallen met betrekking tot de verkregen respons zullen besproken worden in het hoofdstuk Resultaten. 2.4 Analyse van gegevens adat er sprake was van voldoende respons, kon worden gestart met het invoeren en verwerken van gegevens. Hierbij is gebruik gemaakt van het programma SPSS. Om de gegevens uit de enquêtes te kunnen verwerken in SPSS is een codeboek opgesteld. Elke variabele kreeg een aantal coderingen, voor elk mogelijk antwoord 1. Per enquête moesten 77 variabelen worden ingevuld. In dit codeboek waren de open vragen ook meegenomen, maar toen de antwoorden van de open vragen met elkaar werden vergeleken, bleek dat die antwoorden zodanig uiteen liepen, dat er is besloten om deze tekstueel te verwerken en niet middels coderingen in SPSS. Het uiteindelijke codeboek bevatte dus 72 variabelen. Het opgestelde codeboek is te vinden in de bijlage VIII. Toen alle gegevens in SPSS ingevoerd waren is als eerste een populatie beschrijving gemaakt. In deze populatie beschrijving komen de volgende punten naar voren: geslacht, lijn, opleiding, werkervaring, specialisatie, aantal werknemers, aantal COPD patiënten, richtlijn aanwezig en wordt deze richtlijn consequent gebruikt. Dit is gedaan met behulp van het onderdeel frequenties binnen het programma SPSS. Daarna is getracht correlaties te leggen tussen de verschillende variabelen. Hierbij is gebruik gemaakt van de Pearson s correlatie binnen SPSS. 2.5 Literatuuronderzoek Allereerst is met behulp van literatuuronderzoek uitgezocht of er al eerder een onderzoek is gedaan als dat wat in dit project is uitgevoerd. Zoektochten in databases Medline en PubMed met zoektermen richtlijn COPD, guideline COPD, COPD measurements en combinaties van deze termen, leverden geen resultaten op waarin een soortgelijk onderzoek wordt weergegeven. Vervolgens kon worden gestart met het opstellen van een theoretisch kader. Om een theoretisch kader op te kunnen stellen, waarin informatie wordt verschaft over COPD en over de meetinstrumenten uit de KGF-richtlijn COPD (2005), is literatuuronderzoek uitgevoerd. De volgende databases zijn hiervoor gebruikt: Medline, PubMed en DocOnline. Gezocht werd met de volgende termen: Peakflow, 6 minute walk test, Borg Scale, How to use CRDQ, pulsoxymetry, VAS-score, visual analog scaling measurement, visual analog scale, shuttle run, PI-max measurement, peak expiration flow, MPVC, inspiratiestand thorax, SGRQ, handheld dynamometer, grip strength dynamometer. Veel termen werden gecombineerd met COPD, en/of reliability, en/of review, en/of validity. Wanneer een artikel via hierboven beschreven databases niet full text verkrijgbaar was, werd de titel van het artikel ingevoerd in Google of in Google Scholar. In enkele gevallen kon zo wel het gehele artikel gedownload worden. Eén artikel werd opgevraagd bij het tijdschrift, waarin het artikel destijds gepubliceerd stond en dit is ontvangen per post. Elk gevonden artikel werd door twee personen gelezen en zij beoordeelden of de informatie als nuttig en betrouwbaar gezien mocht worden. Anders dan in het projectplan staat aangegeven, is hierbij wel gebruik gemaakt van de Cochrane beoordelingsformulieren, maar niet in hun pure vorm. Punten uit deze formulieren die belangrijk werden geacht ten aanzien van literatuuronderzoek met betrekking tot dit project, werden eruit gehaald en aan de hand daarvan werd een aantal nieuwe Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 12

20 Linda, Rob, Ken en Tom Afstudeerproject COPD beoordelingsformulieren opgesteld. [25] Deze opgestelde beoordelingsformulieren zijn terug te vinden in bijlage IX. Via Medline, PubMed en DocOnline werd vooral gezocht naar informatie over de meetinstrumenten, de informatie over COPD werd verkregen via en via een bestaand afstudeerproject over COPD, gemaakt voor de opleiding bewegingswetenschappen. De precieze bronomschrijving van dat project staat weergegeven in het theoretisch kader. Uiteindelijk werden 18 bronnen van informatie (artikelen, maar ook beschrijvingen van meetinstrumenten via DocOnline, websites en informatie uit boeken) gebruikt als hulpmiddel om het theoretisch kader op te stellen. Deze voldeden allen aan de criteria, opgesteld in de zelf samengestelde beoordelingsformulieren. In het theoretisch kader is een beknopte omschrijving gegeven van wat COPD is, per meetinstrument is aangegeven waar het voor dient en wat de voor- en nadelen van dat meetinstrument zijn. [25] / / downloads / 7 checklists: I beoordeling van het diagnostisch onderzoek, II beoordeling van Randomized Controlled Trial (RCT), III beoordeling cohort onderzoek, IV beoordeling patiënt-controle onderzoek, Va beoordeling systematische reviews RCT s, Vb beoordeling diagnostische systematische review, Vc beoordeling systematische review van observationeel onderzoek Meetinstrumenten COPD; wat doet ú ermee?! 13

FYSIOTHERAPIE OP DE LONGAFDELING BIJ EEN EXACERBATIE COPD

FYSIOTHERAPIE OP DE LONGAFDELING BIJ EEN EXACERBATIE COPD FYSIOTHERAPIE OP DE LONGAFDELING BIJ EEN EXACERBATIE COPD Wat is COPD? COPD is een ongeneeslijke chronische aandoening aan de luchtwegen (Chronic Obstructive Pulmonary Diseases). Deze longaandoening kan

Nadere informatie

Astma/COPD Dienst Geldrop

Astma/COPD Dienst Geldrop Astma/COPD Dienst Geldrop Wat is astma en COPD? Astma is een ontsteking aan de luchtwegen. Wanneer de luchtwegen overgevoelig op (allergische of niet-allergische) prikkels reageren door het samentrekken

Nadere informatie

De longverpleegkundige

De longverpleegkundige De longverpleegkundige De longverpleegkundige Van uw longarts heeft u de eerste informatie gekregen over uw aandoening en de klachten die daarmee gepaard gaan. Vervolgens heeft de longarts u verwezen naar

Nadere informatie

Ademhalingsoefeningen bij een longaandoening. Afdeling fysiotherapie IJsselland Ziekenhuis

Ademhalingsoefeningen bij een longaandoening. Afdeling fysiotherapie IJsselland Ziekenhuis Ademhalingsoefeningen bij een longaandoening Afdeling fysiotherapie IJsselland Ziekenhuis Wat kan de fysiotherapeut voor u betekenen? Fysiotherapie kan u helpen uw conditie op peil te brengen door inspanningstraining

Nadere informatie

Astma / COPD-dienst Geldrop

Astma / COPD-dienst Geldrop Astma / COPD-dienst Geldrop Wat is astma en COPD Astma is een ontsteking aan de luchtwegen. De luchtwegen reageren overgevoelig op (allergische of niet-allergische) prikkels door het samentrekken van luchtwegspiertjes,

Nadere informatie

Het meten van beperkende factoren bij COPD een praktische kennismaking

Het meten van beperkende factoren bij COPD een praktische kennismaking Het meten van beperkende factoren bij COPD een praktische kennismaking Peter Willemsen Ziekenhuis Rivierenland Tiel De Lage Korn, Buren Inhoud Huiswerkopdracht Beperkende factoren bij gezonden Beperkende

Nadere informatie

Het meten van ziektespecifieke kwaliteit van leven

Het meten van ziektespecifieke kwaliteit van leven Het meten van ziektespecifieke kwaliteit van leven Meetproblemen bij Tukkers Job van der Palen Universiteit Twente, Faculteit Gedragswetenschappen Vakgroep Onderzoeksmethodologie, meetmethoden en dataanalyse

Nadere informatie

Trainingsprogramma COPD

Trainingsprogramma COPD Trainingsprogramma COPD Informatie voor patiënten F0947-3064 januari 2011 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam 070

Nadere informatie

Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 2007

Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 2007 Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 27 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding worden gebruikt (M. Heijmans, NIVEL, Oktober 27). LEVEN MET COPD VRAAGT OM LEF

Nadere informatie

De longverpleegkundige

De longverpleegkundige De longverpleegkundige Algemeen U bent door uw longarts verwezen naar de longverpleegkundige. Een longverpleegkundige is een verpleegkundige, die zich heeft gespecialiseerd in astma en COPD (chronische

Nadere informatie

Longziekten. Behandeling van COPD / COPD pad. Afdeling: Onderwerp:

Longziekten. Behandeling van COPD / COPD pad. Afdeling: Onderwerp: Afdeling: Onderwerp: Longziekten / COPD pad 1 De behandeling van COPD Inleiding Deze folder geeft u informatie over het ziektebeeld en de behandeling van COPD en geeft stapsgewijs weer wat u de komende

Nadere informatie

FYSIOTHERAPIE. Revalidatieprogramma. voor COPD-patiënten ADVIES

FYSIOTHERAPIE. Revalidatieprogramma. voor COPD-patiënten ADVIES FYSIOTHERAPIE Revalidatieprogramma voor COPD-patiënten ADVIES Revalidatieprogramma voor COPD-patiënten Bij patiënten met een longaandoening is vaak meer aan de hand dan alleen een longziekte. De aandoening

Nadere informatie

Longziekten en respiratoire revalidatie. Prof Dr W. Janssens

Longziekten en respiratoire revalidatie. Prof Dr W. Janssens Longziekten en respiratoire revalidatie Prof Dr W. Janssens Definitie Respiratoire revalidatie is gericht op patienten met chronische longaandoeningen met klachten en gereduceerde activiteiten van het

Nadere informatie

Revalidatie/Longziekten Longrevalidatie

Revalidatie/Longziekten Longrevalidatie Revalidatie/Longziekten Longrevalidatie COPD en conditie De longaandoening die u heeft wordt COPD genoemd. Dit is een Engelse afkorting die staat voor Chronic (chronische) Obstructive (de uitademing beperkende)

Nadere informatie

Oefeningen en adviezen bij COPD

Oefeningen en adviezen bij COPD Oefeningen en adviezen bij COPD U bent opgenomen bij Rijnstate omdat u COPD heeft. COPD is de Engelse afkorting voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease oftewel chronische obstructieve longziekte. U

Nadere informatie

In deze brochure vindt u informatie over COPD, en over hoe u er best mee kunt omgaan.

In deze brochure vindt u informatie over COPD, en over hoe u er best mee kunt omgaan. Welkom Geachte mevrouw Geachte heer In deze brochure vindt u informatie over COPD, en over hoe u er best mee kunt omgaan. Heeft u na het lezen van deze brochure nog bijkomende vragen, opmerkingen of wensen,

Nadere informatie

Longrevalidatie. Albert Schweitzer ziekenhuis afdeling Longziekten augustus 2012 pavo 0178

Longrevalidatie. Albert Schweitzer ziekenhuis afdeling Longziekten augustus 2012 pavo 0178 Longrevalidatie Albert Schweitzer ziekenhuis afdeling Longziekten augustus 2012 pavo 0178 COPD Onder COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) vallen de ziekten chronische bronchitis en longemfyseem.

Nadere informatie

Poliklinische longrevalidatie. Maatschap Longziekten IJsselland Ziekenhuis Paramedische Disciplines IJsselland Ziekenhuis

Poliklinische longrevalidatie. Maatschap Longziekten IJsselland Ziekenhuis Paramedische Disciplines IJsselland Ziekenhuis Poliklinische longrevalidatie Maatschap Longziekten IJsselland Ziekenhuis Paramedische Disciplines IJsselland Ziekenhuis Uw behandelend (long)arts heeft met u gesproken over poliklinische longrevalidatie

Nadere informatie

Tevens zal de longverpleegkundige u individueel kunnen begeleiden op het gebied van medicatiegebruik en zo nodig het aanvragen van hulpmiddelen.

Tevens zal de longverpleegkundige u individueel kunnen begeleiden op het gebied van medicatiegebruik en zo nodig het aanvragen van hulpmiddelen. Longrevalidatie Inleiding Deze brochure geeft u informatie over de poliklinische longrevalidatie in de regio Haaglanden, in het HagaZiekenhuis locatie Leyweg en het Ziekenhuis Bronovo. Waarom longrevalidatie?

Nadere informatie

De behandeling van COPD

De behandeling van COPD PATIËNTEN INFORMATIE De behandeling van COPD op de afdeling Longgeneeskunde van het Maasstad Ziekenhuis 2 PATIËNTENINFORMATIE Inleiding Met deze folder wil het Maasstad Ziekenhuis u informeren over de

Nadere informatie

Bijlage 3.1. Meetinstrumenten. Free Running Asthma Screening Test, FRAST. Benodigdheden stopwatch piekstroommeter; bij voorkeur die van het kind zelf

Bijlage 3.1. Meetinstrumenten. Free Running Asthma Screening Test, FRAST. Benodigdheden stopwatch piekstroommeter; bij voorkeur die van het kind zelf Bijlage 3 Meetinstrumenten Bijlage 3.1 Free Running Asthma Screening Test, FRAST stopwatch piekstroommeter; bij voorkeur die van het kind zelf Protocol Bij de FRAST wordt het kind gevraagd om gedurende

Nadere informatie

COPD-zorgpad. In deze folder vindt u informatie over het COPD-zorgpad.

COPD-zorgpad. In deze folder vindt u informatie over het COPD-zorgpad. COPD-zorgpad Inleiding U bent opgenomen op de afdeling Longziekten van het HagaZiekenhuis, locatie Leyweg. De reden voor uw opname is een ontregeling en/of verergering van uw COPD, Chronic Obstructive

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011)

Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011) Klanttevredenheidsonderzoek DBC COPD - Eerste lijn (2011) Inhoudsopgave Verslag 2-4 Grafieken 5-10 Samenvatting resultaten 11-16 Bijlage - Vragenlijst 17+18 Cohesie Cure and Care Hagerhofweg 2 5912 PN

Nadere informatie

SNELDIAGNOSTIEK bij ASTMA en COPD. In deze folder vindt u informatie over de onderzoeken behorende tot de sneldiagnostiek bij astma en COPD.

SNELDIAGNOSTIEK bij ASTMA en COPD. In deze folder vindt u informatie over de onderzoeken behorende tot de sneldiagnostiek bij astma en COPD. SNELDIAGNOSTIEK bij ASTMA en COPD In deze folder vindt u informatie over de onderzoeken behorende tot de sneldiagnostiek bij astma en COPD. Inleiding Binnenkort verwachten wij u op de polikliniek Longziekten

Nadere informatie

Opname bij COPD. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Opname bij COPD. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Opname bij COPD U bent opgenomen op de Verpleegafdeling Longziekten van Rijnstate Arnhem, omdat u last heeft van COPD. In deze folder leest u wat u van de opname kunt verwachten. Neem altijd uw verzekeringsgegevens

Nadere informatie

Fysiotherapie, ergotherapie en logopedie bij COPD. Hoe kunt u omgaan met verminderde energie gedurende de dag?

Fysiotherapie, ergotherapie en logopedie bij COPD. Hoe kunt u omgaan met verminderde energie gedurende de dag? Fysiotherapie, ergotherapie en logopedie bij COPD Hoe kunt u omgaan met verminderde energie gedurende de dag? 2 Wat is COPD? COPD is de afkorting van de Engelse benaming: Chronic Obstructive Pulmonary

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Praktijk voor Fysiotherapie. Altijd in beweging

Praktijk voor Fysiotherapie. Altijd in beweging Praktijk voor Fysiotherapie Altijd in beweging In samenwerking met. Viola Gijzen, diëtist Mieke Verschuren/Marijke Sligchers, fysiotherapeuten Inhoud Inleiding Wat is COPD? COPD en dan? COPD en voeding

Nadere informatie

Voorwoord. Eindhoven, 19 Juni, 2003 Anton van den Bosch Jorden Oerlemans Stefan Veltrop

Voorwoord. Eindhoven, 19 Juni, 2003 Anton van den Bosch Jorden Oerlemans Stefan Veltrop Naam auteurs: Jorden Oerlemans Stefan Veltrop Anton van den Bosch Docentbegeleider: Olav Braunbach-Bakhuys Methodologische begeleidster: Monica Veeger Onderzoeksverslag Fontys Paramedische Hogelschool

Nadere informatie

COPD. Patiënten informatiefolder. verkoudheden en andere infecties zoals griep) - Jaarlijkse griepprik halen

COPD. Patiënten informatiefolder. verkoudheden en andere infecties zoals griep) - Jaarlijkse griepprik halen COPD Patiënten informatiefolder Wat is COPD? COPD is een afkorting voor het Engelse Chronic Obstructive Pulmonary Disease. Het is een verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem. Klachten zijn

Nadere informatie

Luchtgenoten. Wie zijn wij

Luchtgenoten. Wie zijn wij Luchtgenoten Luchtgenoten Met deze folder wil de patiëntenvereniging Luchtgenoten zich aan u voorstellen: wie zijn wij en wat kunnen wij u bieden. Ook wordt vermeld waar u terecht kunt voor nadere informatie

Nadere informatie

De nieuwe COPD carrousel Uw eigen COPD paspoort

De nieuwe COPD carrousel Uw eigen COPD paspoort Afdeling: Onderwerp: Longziekten De nieuwe Uw eigen COPD paspoort 1 COPD Carrousel / COPD paspoort Inleiding Van uw longarts heeft u te horen gekregen dat u COPD heeft met het advies deel te nemen aan

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Astma en COPD

Werkinstructies voor de CQI Astma en COPD Werkinstructies voor de CQI Astma en COPD 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Astma en COPD bedoeld? De CQI Astma en COPD is bedoeld om de kwaliteit van de zorg voor astma en COPD te meten vanuit het

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

Fysieke training bij. COPD-patiënten

Fysieke training bij. COPD-patiënten 4 RICHTLIJNEN Fysieke training bij COPD-patiënten Richtlijn van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie Cees P. van der Schans lector Transparante Zorgverlening, Hanzehogeschool Groningen,

Nadere informatie

Chronische longziekten en werk

Chronische longziekten en werk Chronische longziekten en werk Mensen met een longziekte hebben meer moeite om aan het werk te blijven of een betaalde baan te vinden dan de rest van de bevolking. Slechts 42% van de mensen met COPD heeft

Nadere informatie

Beste behandelmethoden voor chronische wonden.

Beste behandelmethoden voor chronische wonden. Beste behandelmethoden voor chronische wonden. Effectieve behandelmethoden bij de wondverzorging van chronische wonden op basis van resultaten van de wondgenezing. Met de focus gericht op de beste behandeling

Nadere informatie

Tussentoets Long (TT-2) Hart en Long 8WA03. Woensdag 3 april 2013 8.45-10.30

Tussentoets Long (TT-2) Hart en Long 8WA03. Woensdag 3 april 2013 8.45-10.30 Tussentoets Long (TT-2) Hart en Long 8WA03 Woensdag 3 april 2013 8.45-10.30 Faculteit Biomedische Technologie BSc opleiding Medische Wetenschappen en Technologie Verantwoordelijk docent: C. Bouten Coördinator

Nadere informatie

COPD revalidatie: Revalidatieprogramma voor longpatiënten. Poli Longziekten

COPD revalidatie: Revalidatieprogramma voor longpatiënten. Poli Longziekten COPD revalidatie: Revalidatieprogramma voor longpatiënten Poli Longziekten Uw behandelend longarts heeft u vandaag een voorstel gedaan voor een revalidatieperiode. Via deze folder willen wij u informeren

Nadere informatie

Samen voor ú. Samen COPD de baas

Samen voor ú. Samen COPD de baas Samen voor ú Samen COPD de baas Inhoudsopgave Samen COPD de baas! 3 Wat is COPD? 4 Wat is een zorgprogramma COPD en de zorggroep Syntein? 5 Wie maakt deel uit van het behandelteam in uw zorggroep? 6 Welke

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

Vragenlijsten kwaliteit van leven

Vragenlijsten kwaliteit van leven Click for the English version Vragenlijsten kwaliteit van leven TNO heeft een aantal vragenlijsten ontwikkeld om de gezondheidsrelateerde kwaliteit van leven te meten van kinderen, jongeren en jong-volwassenen.

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

Praktische informatie

Praktische informatie Praktische informatie Patiënten Informatie Map COPD Deze map is eigendom van Patiëntensticker Uw behandelend longarts is: Inhoud PIM COPD Praktische informatie PIM COPD Informatie Polikliniek Longziekten

Nadere informatie

Poliklinische longrevalidatie

Poliklinische longrevalidatie LONGGENEESKUNDE Poliklinische longrevalidatie in samenwerking met CIRO De longaandoeningen COPD (chronische bronchitis en/of longemfyseem) en astma leiden vaak tot benauwdheid, kortademigheid en een verminderd

Nadere informatie

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken 1 Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken Smoking Cessation in Cardiac Patients Esther Kers-Cappon Begeleiding door:

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Longrevalidatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Longrevalidatie PATIËNTEN INFORMATIE Longrevalidatie 2 PATIËNTENINFORMATIE Door middel van deze informatiefolder wil het Maasstad Ziekenhuis u informeren over het longrevalidatieprogramma. Wij adviseren u deze informatie

Nadere informatie

Voor deze enquête bevragen jullie minstens 25 personen

Voor deze enquête bevragen jullie minstens 25 personen TIPS VOOR ENQUÊTES 1. Opstellen van de enquête 1.1 Bepalen van het doel van de enquête Voor je een enquête opstelt denk je eerst na over wat je wil weten en waarom. Vermijd een te ruime omschrijving van

Nadere informatie

CLIëNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2011, van brief tot conclusie!!

CLIëNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2011, van brief tot conclusie!! CLIëNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2011, van brief tot conclusie!! De brief: Het Venster F.D. Rooseveltlaan 18 Postbus 2157 5600 CD Eindhoven Eindhoven, 29 november 2011 Betreft: Enquete cliënttevredenheid Beste

Nadere informatie

Poliklinische longrevalidatie

Poliklinische longrevalidatie Poliklinische longrevalidatie Inleiding De longaandoeningen COPD (chronische bronchitis en/of longemfyseem) en astma zijn chronische aandoeningen. Dat wil zeggen dat ze niet te genezen zijn. Deze beide

Nadere informatie

In het kader van uw chronische longaandoening (COPD) komt u in aanmerking voor longrevalidatie.

In het kader van uw chronische longaandoening (COPD) komt u in aanmerking voor longrevalidatie. Longrevalidatie 1 In het kader van uw chronische longaandoening (COPD) komt u in aanmerking voor longrevalidatie. Inleiding Wat is een chronische longaandoening? Een chronische longaandoening is een aandoening

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Gehandicaptenzorg Lichamelijk. Gehandicapten

Werkinstructies voor de CQI Gehandicaptenzorg Lichamelijk. Gehandicapten CQI zorg Werkinstructies voor de CQI zorg In de vernieuwde werkwijze kwaliteitskader zorg heeft pijler 2B betrekking op het meten van cliëntervaringen. De CQI zorg maakt geen deel uit van een instrumentenwaaier

Nadere informatie

COPD en longproblematiek. Angst voor inspanning Noodzaak voor inspanning

COPD en longproblematiek. Angst voor inspanning Noodzaak voor inspanning COPD en longproblematiek Angst voor inspanning Noodzaak voor inspanning De luchtwegen Hogere luchtwegen (Mond, keel, neus) Slijmvlies zorgt voor bevochtiging v/d lucht en het binden van stofdeeltjes Lagere

Nadere informatie

23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie

23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie Raymond Ostelo, PhD Professor of Evidence-Based Physiotherapy Dept. Health Sciences EMGO+ Institute for Health and Care Research VU University Amsterdam, the Netherlands r.ostelo@vumc.nl 1 Classificeren

Nadere informatie

Poliklinische longrevalidatie. Sneller op adem komen

Poliklinische longrevalidatie. Sneller op adem komen Poliklinische longrevalidatie Sneller op adem komen Inleiding De longaandoeningen COPD (chronische bronchitis en/of longemfyseem) en astma zijn chronische aandoeningen. Dat wil zeggen dat ze niet te genezen

Nadere informatie

Onderscheid door Kwaliteit

Onderscheid door Kwaliteit Onderscheid door Kwaliteit 2010 Algemeen Binnen de intensieve overeenkomst fysiotherapie 2010 verwachten wij van u 1, en de fysiotherapeuten vallend onder uw overeenkomst, een succesvol afgeronde toets

Nadere informatie

Fysiotherapie vóór uw hartoperatie

Fysiotherapie vóór uw hartoperatie Fysiotherapie vóór uw hartoperatie Inleiding Binnenkort ondergaat u een hartoperatie. Uit onderzoek is gebleken dat u in aanmerking komt voor een training van de ademhalingsspieren. Elke keer dat u ademhaalt,

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Thorax/buik/organen. Circulatie en ademhalingsstelsel Longaandoeningen

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Thorax/buik/organen. Circulatie en ademhalingsstelsel Longaandoeningen Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Lung Information Needs Questionnaire (LINQ) Longziekten Informatie Behoefte Questionnaire Juli 2015 Review: 1. Dijcks B 2. Jungen MJH Invoer: Bokhorst ML

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. The Chronic Respiratory Disease Questionnaire (CRQ)

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. The Chronic Respiratory Disease Questionnaire (CRQ) Uitgebreide toelichting van het meetinstrument The Chronic Respiratory Disease Questionnaire () 28 april 2011 review: Fontys Hogeschool Eindhoven I. Spelthann II. Sandra Joeris invoer: Eveline van Engelen

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

PAS. Handleiding. Deel B. Persoonlijke Arbeidsvaardigheden Signaleren. Een hulpmiddel bij het zoeken naar passend werk

PAS. Handleiding. Deel B. Persoonlijke Arbeidsvaardigheden Signaleren. Een hulpmiddel bij het zoeken naar passend werk PAS Een hulpmiddel bij het zoeken naar passend werk Handleiding Deel B Handleiding Adviesgroep ErgoJob Auteurs: Senioradviseur: In opdracht van: Marije Goos Lieke van de Graaf Wendy Speksnijder Natascha

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

PROTOCOL. Chronisch Hartfalen

PROTOCOL. Chronisch Hartfalen PROTOCOL Chronisch Hartfalen Waaruit bestaat een trainingsprogramma voor Inspiratoire Spierkrachttraining (IMT) voor patiënten met Chronisch Hartfalen? Waarbij het trainingsprogramma de volgende trainingsvariabelen

Nadere informatie

Oefentherapie bij patiënten met knieartrose en comorbiditeit. Mariëtte de Rooij

Oefentherapie bij patiënten met knieartrose en comorbiditeit. Mariëtte de Rooij Oefentherapie bij patiënten met knieartrose en comorbiditeit Mariëtte de Rooij Inhoud Artrose en comorbiditeit Aangepaste oefentherapie bij comorbiditeit Resultaten pilot studie Voorbeeld Conclusie Randomized

Nadere informatie

Paramedisch OnderzoekCentrum

Paramedisch OnderzoekCentrum Pijngerelateerde vrees voor (her)letsel: inschatten of meten? Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Ronald van de Ven MSc Olaf van der Zanden MSc Prof.dr. Willen Duquet Wat te verwachten? Inleiding / probleemstelling

Nadere informatie

Chronische longziekten en werk

Chronische longziekten en werk Chronische longziekten en werk Mensen met een longziekte hebben meer moeite om aan het werk te blijven of een betaalde baan te vinden dan de rest van de bevolking. Slechts 42% van de mensen met COPD heeft

Nadere informatie

Fysiotherapie bij COPD

Fysiotherapie bij COPD FYSIOTHERAPIE Fysiotherapie bij COPD het longrevalidatieprogramma ADVIES Fysiotherapie bij COPD het longrevalidatieprogramma Bij u is COPD vastgesteld. Uw longarts heeft u verwezen naar de afdeling Fysiotherapie

Nadere informatie

Bij gebrek aan bewijs

Bij gebrek aan bewijs Bij gebrek aan bewijs kennis is macht! internet in de spreekkamer P.A. Flach Bedrijfsarts Arbo- en milieudienst RuG 09-10-2006 1 3 onderdelen 1. Wat is EBM 2. Zoeken in PubMed 3. Beoordelen van de resultaten

Nadere informatie

Fysiotherapie en ademhaling

Fysiotherapie en ademhaling Paramedische afdeling Fysiotherapie en ademhaling Inleiding Het is voor u erg belangrijk om ademhalingsoefeningen te doen. Dit is omdat u het risico loopt op het krijgen van longproblemen of omdat u longproblemen

Nadere informatie

longfunctietest patiënteninformatie Waarom dit onderzoek? Het onderzoek

longfunctietest patiënteninformatie Waarom dit onderzoek? Het onderzoek patiënteninformatie longfunctietest Omdat u longen (tijdelijk) niet goed werken, krijgt u binnenkort een onderzoek van uw longfunctie. Welke soorten onderzoeken zijn er? En wanneer krijgt u de uitslag?

Nadere informatie

Uw longfunctie-onderzoek

Uw longfunctie-onderzoek Uw longfunctie-onderzoek U krijgt een onderzoek naar het functioneren van de longen. Het onderzoek bestaat meestal uit verschillende blaastestjes. Hierbij ademt u door een mondstuk verbonden aan een meetapparaat.

Nadere informatie

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Onderzoek naar het effect van de Novius Architectuur Academy Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Door met meerdere collega s deel te nemen aan een opleiding voor bedrijfsarchitecten, werden mooie

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

Palliatieve zorg bij COPD

Palliatieve zorg bij COPD Palliatieve zorg bij COPD Joke Hes Longverpleegkundige Palliatieve zorg bij COPD 26/06/2014 Joke Hes Inhoud presentatie Welkom Wat is COPD Wanneer is er sprake van palliatieve zorg bij COPD Ziektelast

Nadere informatie

Zelfstandig omgaan met COPD. - persoonlijke ondersteuning via internet - deelname aan het e-vita COPD platform en wetenschappelijk onderzoek.

Zelfstandig omgaan met COPD. - persoonlijke ondersteuning via internet - deelname aan het e-vita COPD platform en wetenschappelijk onderzoek. Zelfstandig omgaan met COPD - persoonlijke ondersteuning via internet - deelname aan het e- COPD platform en wetenschappelijk onderzoek - Informatie voor deelnemers Zelf de regie bij uw COPD behandeling

Nadere informatie

Mensen met COPD in beweging

Mensen met COPD in beweging Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Mensen met COPD in beweging, D.Baan & M. Heijmans, NIVEL, mei 2012) worden gebruikt. U vindt deze factsheet en andere

Nadere informatie

Longrevalidatie kan ook zinvol zijn voor patiënten die zich voorbereiden op een longoperatie of daarvan herstellen.

Longrevalidatie kan ook zinvol zijn voor patiënten die zich voorbereiden op een longoperatie of daarvan herstellen. Longrevalidatie Ongeveer één miljoen Nederlanders krijgen te maken met een longziekte. Bij patiënten met een longaandoening is vaak meer aan de hand dan alleen een longziekte. De aandoening beïnvloedt

Nadere informatie

Individueel zorgplan COPD

Individueel zorgplan COPD Individueel zorgplan COPD Neem dit zorgplan mee naar elk bezoek aan uw zorgverleners Leg het zorgplan thuis op een opvallende plaats Bespreek de inhoud met uw naasten Inhoudsopgave van uw individueel zorgplan

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Huisartsenposten

Werkinstructies voor de CQI Huisartsenposten Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg op een huisartsenpost (HAP) te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden

Nadere informatie

Fysiotherapie vóór uw hartoperatie

Fysiotherapie vóór uw hartoperatie FYSIOTHERAPIE Fysiotherapie vóór uw hartoperatie BEHANDELING Fysiotherapie vóór uw hartoperatie Binnenkort ondergaat u een hartoperatie. Na een operatie aan het hart is er door de beademing, pijn na de

Nadere informatie

Informatie zoeken via het internet

Informatie zoeken via het internet Informatie zoeken via het internet 1 Doelstelling Na bestudering van dit hoofdstuk is de lezer in staat zelfstandig informatie op te zoeken. Voorwaarden hiervoor zijn dat de lezer: met een personal computer

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9

Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9 Woord vooraf Het Basisboek Methoden en Technieken biedt je een handleiding voor het opzetten en uitvoeren van empirisch kwantitatief onderzoek. Je stelt door waarneming vast wat zich in de werkelijkheid

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Het is een uitdaging om ouderen te identificeren die baat kunnen hebben bij een interventie gericht op de preventie van beperkingen in het dagelijks leven op het moment dat dergelijke

Nadere informatie

Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC

Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Naasten op de IC bedoeld? De CQI Naasten op de IC is bedoeld is bedoeld om de kwaliteit van de begeleiding en opvang van

Nadere informatie

O locatie Delfzicht, vanaf de hoofdingang route H, u kunt zich melden bij de balie van de functieafdeling, locatie H.06 - telefoonnummer: 0596 644 439

O locatie Delfzicht, vanaf de hoofdingang route H, u kunt zich melden bij de balie van de functieafdeling, locatie H.06 - telefoonnummer: 0596 644 439 Fietsergometrie 2 Fietsergometrie Het onderzoek vindt plaats op: dag, datum, om uur U moet zich melden bij: O locatie Delfzicht, vanaf de hoofdingang route H, u kunt zich melden bij de balie van de functieafdeling,

Nadere informatie

Longrevalidatie is echter alleen mogelijk als u gemotiveerd bent en u zich volledig wilt inzetten.

Longrevalidatie is echter alleen mogelijk als u gemotiveerd bent en u zich volledig wilt inzetten. Longrevalidatie Inleiding De longaandoeningen COPD (chronische bronchitis en/of longemfyseem) en astma zijn beide chronische aandoeningen die vaak leiden tot kortademigheid en daardoor verminderde lichamelijke

Nadere informatie