Debt Sustainability Analysis (DSA)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Debt Sustainability Analysis (DSA)"

Transcriptie

1 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Debt Sustainability Analysis (DSA) Een analyse naar de kwetsbaarheid van de Surinaamse Staatsschuld in Malty Shanti-Devi Dwarkasing Sarajane Marilfa Omouth Paramaribo, oktober 2013

2 1. Inleiding De Surinaamse economie is een kleine open economie en is erg afhankelijk van de export van goud, aardolie en aluinaarde 1. In de afgelopen 10 jaar groeide de economie gemiddeld met 5% en was de groei gedreven door de minerale sector 2 vanwege gunstige wereldmarktprijzen. Het per capita inkomen steeg in deze periode significant met 200% tot ca. US$ 9300,- in De periode kenmerkte zich ook veelal door een positieve handelsbalans, vanwege de stijgende exportenopbrengsten 3 uit de minerale sector. Dit heeft geleid tot een groeiende internationale reserve van ca. US$ 1 miljard en een 5,1 maanden dekkingsgraad van importen per eind De officiële wisselkoers van de SRD t.o.v. de US$ kwam al enige jaren onder druk te staan, en werd in januari 2011 met 20% gedevalueerd. Vanwege de devaluatie en ook een 70% stijging van de belasting op de benzine prijs, steeg de binnenlandse inflatie tot 15,3% in dat jaar. Aan het eind van 2012 was de binnenlandse inflatie teruggebracht tot 4,4%. Overheidsfinanciën kende in de afgelopen 10 jaren perioden van financieringstekorten en - overschotten 4. De periode was de periode van financieringsoverschotten van gemiddeld 2,8% van het BBP, a.g.v. stijgende inkomsten uit de goudsector, alsook stijgende dividend ontvangsten van Staatsolie. Per ultimo 2012 bedroeg het financieringstekort 2,7% van het BBP. De totale schuld-bbp ratio 5 bedroeg in ,9%, nam af tot 15,8% in 2008 en steeg vervolgens tot 21,5% per ultimo 2012 vanwege de financieringstekorten in de laatste jaren. 1 De exporten uit de minerale sector bedroegen gemiddeld ca. 80% van de totale exportopbrengsten van goederen en diensten in De grootste bijdrage aan het BBP in deze periode werd geleverd door de minerale sector (mijnbouw en mijnbouwverwerking), de handelssector en de overheid met een gemiddeld aandeel van 29%, 18% en 10%. 3 Exporten en importen van goederen en diensten maakten gemiddeld 53% en 48% uit van het BBP in In 2003 was er sprake van een financieringsoverschot van 0,6% v/h BBP, het financieringstekort in bedroeg 1,3% en 0,3%. In de periode lopen financieringstekorten op tot gemiddeld 2,4% v/h BBP. 5 De ratio is gebaseerd op de schuld volgens de internationale schuld definitie (feitelijke schuld). 1

3 Het schuldbeheer van de afgelopen jaren wordt gekenmerkt door verbeterde en actuele schuldstatistieken, het wegwerken van achterstallige betalingen en lage schuld-bbp ratio s. Door de afkondiging van de Wet op de Staatsschuld in 2002 en de operationalisering van het Bureau voor de Staatsschuld in augustus 2004 was dit mogelijk gemaakt. De positieve ontwikkelingen m.b.t. de schuldpositie van ons land heeft geleid tot verbeterde credit ratings van de internationale ratingsbureau s in de afgelopen jaren. Om de schuldpositie van de Staat binnen het macro-economisch klimaat te monitoren en de druk daarvan in de toekomst te overzien, wordt door het Bureau voor de Staatsschuld regulier een debt sustainibility analysis (DSA) gedaan. Bij een DSA wordt gekeken in welke mate een land/overheid in staat is haar huidige en toekomstige schulden af te lossen op korte-, middellange- en lange termijn. De liquiditeits- en solvabiliteitspositie van de overheid wordt dus bekeken. In deze paper wordt nagegaan in hoeverre de overheidsschuld sustainable is, uitgaande van de verwachte macro-economische ontwikkelingen in de periode Er wordt gebruikt gemaakt van een simpel DSA model, waarbij het verloop van de totale schuld-bbp ratio wordt gevolgd, bij geprojecteerde kern macro-economische indicatoren op middellange termijn. Allereerst wordt het verwachte macro-economisch klimaat voor geschets en daarna wordt de baseline DSA scenario gepresenteerd. Vervolgens worden er enkele alternatieve scenario s bekeken, waarbij de invloed van veranderende indicatoren wordt nagaan op de totale schuld-bbp ratio in De alternatieve scenario s zijn gebaseerd op: een toename van de gemiddelde variabele rentevoet van de schuldportefeuille, een lagere verwachte economische groei, een depreciatie van de wisselkoers, een stijgend verwachte financieringstekort a.g.v. een afname van inkomsten uit minerale sector en een combinatie van bovengenoemde factoren. Tenslotte worden enkele conclusies getrokken. 2

4 2. Economische vooruitzichten op middellange termijn De economische vooruitzichten voor Suriname zien er veelbelovend uit. Volgens de lokale instituten, zal de gemiddelde economische groei in bovengenoemde periode 5,5% per jaar bedragen. De economische groei wordt over de gehele periode gedreven door de minerale sector te weten aardolie, goud en bauxiet. Verwacht wordt dat de gunstige wereldmarktprijzen voor deze producten in de periode , zullen aanhouden. In 2015 is de verwachte groei het hoogst (6,7%) vanwege een toenemende productie van geraffineerde oliederivaten a.g.v. de ingebruikname van de nieuwe raffinaderij van de Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. in dat jaar. Tabel 2.1. Geselecteerde macro-economische indicatoren voor Indicatoren (in percentage van het BBP, tenzij anders aangegeven) Reële groei BBP (procentuele verandering) 4,4 4,7 6,7 6,0 5,6 BBP per capita in US$ 9.927, , , , ,4 Lopende rekening van de betalings balans -0,4 2,2 8,9 9,8 10,3 Internationale reserve (in maanden importen) 6,4 7,5 10,6 12,6 14,9 Financieringssaldo van de overheid -3,4-2,2-1,4-0,9-0,6 Primaire balans van de overheid -2,3-0,7-0,0 0,4 0,6 Wisselkoers SRD/US$ 3,35 3,35 3,35 3,35 3,35 Binnenlandse inflatie (jaar einde) 2,0 5,8 3,7 3,7 3,7 Bron: Stichting Planbureau Suriname (SPS), Ministerie van Financiën, Centrale Bank van Suriname (CBvS) Vanwege bovengenoemde assumpties zal het saldo van de lopende rekening over de hele periode m.u.v. 2013, positief zijn. In 2013 is er een negatief saldo geprojecteerd, vanwege een enorme stijging van importen in het eerste halfjaar, terwijl de wereldmarktprijzen van de voornaamste exportproducten een daling vertoonden. De internationale reserves nemen in de periode toe, waarbij de verwachte dekkingsgraad van importen zal oplopen tot ca. 14,9 maanden in De wisselkoers in deze periode wordt stabiel geacht en de binnenlandse inflatie is onder controle. De geprojecteerde financieringstekorten in procenten van het BBP nemen over de gehele periode geleidelijk aan af, van 3,4% in 2013 tot 0,6% in 2017, a.g.v. de verwachte toenemende inkomsten uit de minerale sector en de algemene economische groei. 3

5 3. Debt Sustainability Analysis (DSA) Voor het uitvoeren van de DSA wordt er gebruikt gemaakt van een eenvoudig IMF model welke gebaseerd is op enkele vergelijkingen 6. Het DSA model is gebaseerd op de overheidsbudgetbeperking, waarbij de totale schuld-bbp ratio in de toekomst wordt beïnvloed door: de primaire balans van de overheid 7, de reële groei van de economie, de reële rentevoet van de schuldportefeuille en het verloop van de wisselkoers. De maximale overheidsschuld zal toenemen met het primaire tekort van de overheid. Een stijgende reële rentevoet van de schuldportefeuille zal de schuld tevens doen stijgen, indien de reële rentevoet groter is dan de economische groei. Naarmate er meer schulden in vreemde valuta worden aangegaan, zal bij een devaluatie van de wisselkoers, de schuld in eigen valuta doen toenemen. De totale schuld van de overheid is unsustainable wanneer de schuld-bbp ratio in de toekomst explosief stijgt. Een tekortkoming van dit model is dat de liquiditeitspositie van de overheid niet gemeten wordt. De schuld-bbp ratio zou zich op een bepaald (hoog) niveau kunnen stabiliseren, zonder dat de overheid in staat is haar schuldenlast te betalen. De druk die de schuldenlast uitoefend op de inkomsten van de overheid en de beschikbaarheid van vreemde valuta t.b.v. het aflossen van vreemde valuta schulden, komen niet tot uiting in dit model. Diverse schuldenlastratio s moeten buiten het model berekend worden. Baseline scenario De de schuld-bbp ratio neemt in 2013 toe met 13,2 procentpunten tot 34,7% en daalt vervolgens 6 De (basis) vergelijkingen bij het gehanteerd DSA model zijn: dᵼ = βᵼ*dᵼ-1 ps ᵼ dᵼ = de totale schuld-bbp ratio in het jaar t ps = surplus op de primaire balans in jaar t βᵼ = (1+rᵼ) / (1+gᵼ) rᵼ = de gemiddelde reële rentevoet van de staatsschuld gᵼ = de reële groei van het BBP 7 Het saldo op de primaire balans is het financieringssaldo minus de interestbetalingen op de staatsschuld. Deze deelbalans van de overheid geeft een beeld van het gevoerd overheidsbeleid en -operaties, waarbij de afhandeling van de staatsschuld buitenbeschouwing wordt gelaten. 4

6 tot 27,7% in De significante stijging in 2013 is voor een groot deel het gevolg van een obligatie lening ter waarde van US$ 600 miljoen, die de overheid voornemens is dit jaar uit te geven op de internationale kapitaalmarkt, t.b.v. de aankoop van aandelen in twee nieuwe joint venture bedrijven tussen de overheid en twee multinationals in de goudsector. Uitgaande van de economische vooruitzichten in t.w. een stabiele wisselkoers SRD/US$ en binnenlandse inflatie, een lage reële rentevoet, afnemende primaire tekorten die zelfs surplussen worden en een verwachte economische groei van gemiddeld 5,5%, zal de schuld-bbp ratio na 2013 dalen. Tabel 3.1 Baseline scenario: ontwikkeling schuld-bbp ratio Totale Schuld-BBP ratio 21,5 34,7 33,4 31,6 29,6 27,7 β 0,970 0,981 0,944 0,944 0,950 0, gemiddelde reele rentevoet 1,008 1,025 0,988 1,007 1,007 1, gemiddelde nominale rentevoet 1,052 1,045 1,045 1,044 1,044 1,047 gemiddelde nom. rentevoet bin. schuld: id 8,0 7,7 6,6 6,3 6,4 6,6 gemiddelde nom. rentevoet buit. schuld: ie 2,8 3,2 3,7 3,5 3,4 3,7 reële groei economie (BBP) 3,9 4,4 4,7 6,7 6,0 5,6 primaire balans in % of BBP (pb) -1,7-2,3-0,7 0,0 0,4 0,6 Binnenlandse inflatie 4,4 2,0 5,8 3,7 3,7 3,7 percentage wisselkoers depreciatie (e) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Bron: Bureau voor de Staatsschuld, Stichting Planbureau Suriname (SPS), Ministerie van Financiën, Centrale Bank van Suriname (CBvS) Tabel 3.2 Baseline scenario: Enkele schuldenlast ratio s Baseline: Schuldenlast ratio's Totale schuldenlast-bbp ratio 2,1 2,3 2,8 2,6 2,4 2,2 Buitenlandse schuldenlast- exporten goed. & dienst. ratio 2,1 1,2 2,7 3,0 3,7 4,1 Buitenlandse interest betalingen- exporten goed. & dienst. ratio 0,5 0,5 1,5 1,5 1,5 1,4 Buitenlandse schuldenlast- lopende overheidsontvangsten ratio 4,8 2,9 5,5 5,4 6,2 6,4 Binnenlandse schuldenlast- lopende overheidsontvangsten ratio 3,9 7,0 6,1 4,7 3,2 2,2 Totale schuldenlast- lopende overheidsontvangsten ratio 8,7 9,9 11,6 10,0 9,4 8,6 Totale schuldenlast- overheidsuitgaven ratio 7,9 8,6 10,6 9,5 9,1 8,4 Bron: Bureau voor de Staatsschuld, Stichting Planbureau Suriname (SPS), Ministerie van Financiën, Centrale Bank van Suriname (CBvS) Worden enkele schuldenlast ratio s van de baseline scenario (die buiten het model berekend zijn) bekeken, zien wij dat deze ratio s niet drastisch toenemen, maar redelijk stabiel zijn op 5

7 middellange termijn. De buitenlandse schuldenlast-export ratio verdubbelt wel in 2017 t.o.v. 2012, maar bedraagt slechts 4,1%. Alternatieve scenario s Bij de alternatieve scenario s wordt gebruik gemaakt van het zogenaamde ceteris paribus effect, waarbij er slechts gekeken wordt naar de invloed van een verandering van één indicator op de schuld-bbp ratio, terwijl de overige macro indicatoren constant worden gehouden. Scenario 1: rente schok; stijging van de verwachte variabele rentevoet van de schuldportefeuille met 0,5% 8 vanaf 2014 De schuld-bbp ratio neemt af van 33,5% in 2014 tot 27,8% in 2017 en wijkt minimaal af van de baseline. Tabel 3.3 Scenario 1: Ontwikkeling schuld-bbp ratio Totale Schuld-BBP ratio 21,5 34,7 33,5 31,6 29,7 27,8 β 0,970 0,981 0,945 0,945 0,951 0, gemiddelde reele rentevoet ,025 0,989 1,008 1,008 1, gemiddelde nominale rentevoet ,046 1,046 1,045 1,045 1,048 gemiddelde nom. rentevoet bin. schuld: id 8,0 7,7 6,6 6,3 6,4 6,6 gemiddelde nom. rentevoet buit. schuld: ie 2,8 3,2 3,8 3,7 3,6 3,8 reele groei economie (BBP) 3,9 4,4 4,7 6,7 6,0 5,6 primaire balans in % of BBP (pb) -1,7-2,3-0,7 0,0 0,4 0,6 Binnenlandse inflatie 4,4 2,0 5,8 3,7 3,7 3,7 percentage wisselkoers depreciatie (e) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Bron: Bureau voor de Staatsschuld, Stichting Planbureau Suriname (SPS), Ministerie van Financiën, Centrale Bank van Suriname (CBvS) Vanwege het lage aandeel van de schuldportefeuille (22%) die onderhevig is aan een variabele rentevoet en de minimale stijging (0,5%) van de rentevoet, wijkt de schuld-bbp ratio bij deze scenario haast niet af van de baseline. 8 In scenario 1 stijgt de de variabele rentevoet van de schuldportefeuille met ¼ standaardeviatie (0,5%) berekend over de periode Vanwege de lage en stabiele variabele rentevoeten van de LIBOR en EURIBOR in de afgelopen jaren is de berekende standaarddeviatie ook minimaal. Variabele rentevoeten zijn er slecht op ca. 42% van de buitenlandse schuld, wat neerkomt op 22% van de totale schuldportefeuille. De binnenlandse staatsschuld kent alleen vaste rentevoeten. 6

8 Scenario 2: reële groei schok; daling van de verwachte economische groei met 0,9% 9 vanaf 2014 De schuld-bbp ratio neemt af van 33,7% in 2014 tot 28,7% in 2017 en wijkt minimaal af van de baseline. Ondanks een lager geprojecteerde economische groei vanaf 2014, is de gemiddelde groei van 4,8% nog steeds vrij hoog, waardoor de schuld-bbp ratio op middellange termijn stabiel blijft en niet significant stijgt t.o.v. de baseline. Tabel 3.4 Scenario 2: Ontwikkeling schuld-bbp ratio Totale Schuld-BBP ratio 21,5 34,7 33,7 32,1 30,4 28,7 β 0,970 0,981 0,952 0,952 0,958 0, gemiddelde reele rentevoet ,025 0,988 1,007 1,007 1, gemiddelde nominale rentevoet ,045 1,045 1,044 1,044 1,047 gemiddelde nom. rentevoet bin. schuld: id 8,0 7,7 6,6 6,3 6,4 6,6 gemiddelde nom. rentevoet buit. schuld: ie 2,8 3,2 3,7 3,5 3,4 3,7 reele groei economie (BBP) 3,9 4,4 3,8 5,8 5,1 4,7 primaire balans in % of BBP (pb) -1,7-2,3-1,1-0,5 0,0 0,2 Binnenlandse inflatie 4,4 2,0 5,8 3,7 3,7 3,7 percentage wisselkoers depreciatie (e) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Bron: Bureau voor de Staatsschuld, Stichting Planbureau Suriname (SPS), Ministerie van Financiën, Centrale Bank van Suriname (CBvS) Scenario 3: 30% depreciatie van de wisselkoers in 2014 Bij deze scenario stijgt de schuld-bbp ratio tot 40,3% in 2014 en daalt vervolgens tot 33,6% in De afwijking t.o.v. de baseline is merkbaar; de gemiddelde schuld-bbp ratio op middellange termijn stijgt met 5,1 procentpunten t.o.v. de baseline. Een significante depreciatie van 30% van de SRD t.o.v. US$ heeft een direct effect op de totale schuld, omdat ca. 62% van de totale schuldportefeuille per eind 2012, vreemde valuta schulden waren. De schuld-bbp ratio zal in 2014 t.o.v niet dalen maar met 5,7 procentpunten 9 Bij deze scenario is een standaard deviatie van 0,9% van de economische groei berekend over de periode De verwachte reële groei daalt vanaf 2014 met de berekende standaard deviatie, waardoor de gemiddelde groei in daalt van 5,5% in de baseline en tot 4,8%. 7

9 stijgen. Het effect van deze stijging blijft de hoogte van schuld-bbp ratio in de daaropvolgende jaren beïnvloeden. Tabel 3.5 Scenario 3: Ontwikkeling schuld-bbp ratio Baseline: Schuld -BBP ratio Totale Schuld-BBP ratio 21,5 34,7 40,3 38,1 35,8 33,6 β 0,970 0,981 1,143 0,944 0,950 0, gemiddelde reele rentevoet ,025 1,197 1,007 1,007 1, gemiddelde nominale rentevoet ,045 1,265 1,044 1,044 1,047 gemiddelde nom. rentevoet bin. schuld: id 8,0 7,7 6,6 6,3 6,4 6,6 gemiddelde nom. rentevoet buit. schuld: ie 2,8 3,2 3,7 3,5 3,4 3,7 reele groei economie (BBP) 3,9 4,4 4,7 6,7 6,0 5,6 primaire balans in % of BBP (pb) -1,7-2,3-0,7 0,0 0,4 0,6 Binnenlandse inflatie 4,4 2,0 5,8 3,7 3,7 3,7 percentage wisselkoers depreciatie (e) 0,0 0,0 30,0 0,0 0,0 0,0 Bron: Bureau voor de Staatsschuld, Stichting Planbureau Suriname (SPS), Ministerie van Financiën, Centrale Bank van Suriname (CBvS) Scenario 4: 30% inkomstendaling voor de overheid uit de minerale sector in 2014 De schuld-bbp ratio neemt in 2014 toe met 1,1 procentpunten tot 34,7% en daalt vervolgens tot 29,7 % in De afwijking in 2014 t.o.v. de baseline is merkbaar. Een 30% daling van de inkomsten uit de minerale sector in 2014 zal het primair tekort negatief beinvloeden bij hetzelfde uitgavenpatroon van de overheid. Het tekort stijgt in dat jaar van 0,7% in de baseline tot 3% van het BBP. Deze significante stijging van het primair tekort zal de schuld-bbp ratio doen stijgen. Omdat het saldo op de primaire balans in de daaropvolgende jaren surplussen zijn, daalt de schuld-bbp ratio nadien. Zou het primair tekort in de daaropvolgende jaren op het niveau van 2014 blijven, dan zou de schuld-bbp ratio steeds toenemen met gemiddeld 1,2 procentpunten per jaar. Dit is geen explosieve groei van de ratio en de staatsschuld zou op middellange termijn nog steeds sustainable zijn. Een aanhoudend siginificant primair tekort van de overheid, gepaard met verslechterde andere macro-economische indicatoren, zal de schuld-bbp ratio op lange termijn wel onder druk zetten, waardoor de staatsschuld unsustainable kan worden. 8

10 Tabel 3.6 Scenario 4: Ontwikkeling schuld-bbp ratio Baseline: Schuld -BBP ratio Totale Schuld-BBP ratio 21,5 34,7 35,8 33,8 31,7 29,7 β 0,970 0,981 0,944 0,944 0,950 0, gemiddelde reele rentevoet ,025 0,988 1,007 1,007 1, gemiddelde nominale rentevoet ,045 1,045 1,044 1,044 1,047 gemiddelde nom. rentevoet bin. schuld: id 8,0 7,7 6,6 6,3 6,4 6,6 gemiddelde nom. rentevoet buit. schuld: ie 2,8 3,2 3,7 3,5 3,4 3,7 reele groei economie (BBP) 3,9 4,4 4,7 6,7 6,0 5,6 primaire balans in % of BBP (pb) -1,7-2,3-3,0 0,0 0,4 0,6 Binnenlandse inflatie 4,4 2,0 5,8 3,7 3,7 3,7 percentage wisselkoers depreciatie (e) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Bron: Bureau voor de Staatsschuld, Stichting Planbureau Suriname (SPS), Ministerie van Financiën, Centrale Bank van Suriname (CBvS) Scenario 5: een combinatie van de 4 eerder genoemde scenario s Een combinatie van de vorige vier scenario s beinvloedt de hoogte van de schuld-bbp ratio s t.o.v. de baseline significant. De schuld-bbp ratio stijgt in 2014 met 8% tot 43% en daalt vervolgens tot 37%. Tabel 3.7 Scenario 5: Ontwikkeling schuld-bbp ratio Baseline: Schuld -BBP ratio Totale Schuld-BBP ratio 21,5 34,7 43,0 41,0 39,0 37,0 β 0,970 0,981 1,154 0,953 0,959 0, gemiddelde reele rentevoet ,025 1,198 1,008 1,008 1, gemiddelde nominale rentevoet ,045 1,267 1,045 1,045 1,048 gemiddelde nom. rentevoet bin. schuld: id 8,0 7,7 6,6 6,3 6,4 6,6 gemiddelde nom. rentevoet buit. schuld: ie 2,8 3,2 3,8 3,7 3,6 3,8 reele groei economie (BBP) 3,9 4,4 3,8 5,8 5,1 4,7 primaire balans in % of BBP (pb) -1,7-2,3-3,0 0,0 0,4 0,6 Binnenlandse inflatie 4,4 2,0 5,8 3,7 3,7 3,7 percentage wisselkoers depreciatie (e) 0,0 0,0 30,0 0,0 0,0 0,0 Bron: Bureau voor de Staatsschuld, Stichting Planbureau Suriname (SPS), Ministerie van Financiën, Centrale Bank van SurinameCBvS) 9

11 Bij deze scenario, is 2014 het jaar van diverse externe schokken op de economie. In de daaropvolgende jaren herstellen de macro-economische indicatoren zich, waardoor de druk van de staatsschuld op het nationaal inkomen afneemt en de schuld nog steeds sustainable is. 4. Conclusies In deze paper is naast een baseline scenario, ook enkele alternatieve scenario s uitgewerkt om de invloed van veranderde economische indicatoren op de schuld-bbp ratio aan te geven. Geconcludeerd kan worden dat een depreciatie van de wisselkoers (scenario 3) en hogere primaire tekorten (scenario 4), de schuld-bbp ratio het meest beïnvloeden. Wel is de druk die de schuldenlast op de liquiditeitspositie van de overheid zou kunnen uitoefenen, niet bekeken bij de alternatieve scenario s. Grafiek 4.1: Verloop schuld-bbp ratio s baseline en alternatieve scenario s in % 40% 35% 30% 25% Baseline Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Scenario 5 Vanwege het feit dat de Surinaamse economie een kleine open economie is en erg gevoelig voor externe schokken, kunnen veranderingen in m.n. de wereldmarktprijzen van de minerale sector, de economische vooruitzichten op middellange termijn sterk veranderen en ook de sustainability van de staatsschuld beïnvloeden. Het is daarom van belang, de nationale en internationale ontwikkelingen nauw te monitoren en de diverse beleidsgebieden (het monetairbeleid en de begrotings- en schuldpolitiek) goed op elkaar af te stemmen. 10

12 Literatuur Diverse rapporten van het Bureau voor de Staatsschuld Ministerie van Financiën, , Financiële Nota s IMF, , Article four mission reports on Suriname IMF, 2003, Enzo Croce and V. Hugo Juan-Ramon, Assessing Fiscal Sustainability: A Cross-Country Comparison 11

Debt Sustainability Analysis (DSA)

Debt Sustainability Analysis (DSA) BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Debt Sustainability Analysis (DSA) Een analyse naar de kwetsbaarheid van de Surinaamse Staatsschuld in 2014-2018 Malty Dwarkasing Sarajane Omouth

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2013-2045

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 Sarajane Marilfa Omouth Paramaribo, juni 2015 1. Inleiding De totale

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2014-2050

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 9 december 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek.

Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek. Opgave 1 M-vragen Maak bij de beantwoording van de volgende vraag gebruik van onderstaande grafiek. Euros to 1 RL 1 Is in de periode 31 maart 17 april sprake van een devaluatie van de euro ten opzichte

Nadere informatie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie TENTAMEN inclusief antwoorden Vaknaam : Macro-economie voor Bedrijfseconomie Vakcode : 330091 Datum tentamen : donderdag 16 mei 2013 Duur tentamen : 3 uur Docent : Dr. B.J.A.M. van Groezen ANR : 649627

Nadere informatie

Macro-economisch scorebord 2015K4

Macro-economisch scorebord 2015K4 Macro-economisch scorebord 2015K4 Saldo lopende rekening als % bbp Netto extern vermogen als % bbp Reële effectieve wisselkoers (36 handelspartners) 3-jaars voortschrijdend gemiddelde 3-jaars mutatie in

Nadere informatie

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8 betalingsbalans Zweden behoort tot de EU maar (nog) niet tot de EMU. Dat maakt Zweden een leuk land voor opgaven over wisselkoersen, waarbij een vrij zwevende kroon overgaat naar een kroon met een vaste

Nadere informatie

VOORSTEL STRUCTURELE WIJZIGINGEN VAN DE BEGROTINGEN

VOORSTEL STRUCTURELE WIJZIGINGEN VAN DE BEGROTINGEN VOORSTEL STRUCTURELE WIJZIGINGEN VAN DE BEGROTINGEN Paramaribo, 26 maart 2015 Inleiding Reeds vele jaren hebben we te maken met een onnauwkeurige en ondoorzichtige wijze van de opstelling en presentatie

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000 TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000 VAK: ECONOMIE 1,2 NIVEAU: EXAMEN: HAVO 2000-II Deze uitwerking wordt ook opgenomen in de Examenbundel Onderwijspers 2001-2002 die in de zomer van 2001 bij

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

NIEUWJAARSREDE JANUARI 2013 VES VOORZITTER

NIEUWJAARSREDE JANUARI 2013 VES VOORZITTER NIEUWJAARSREDE JANUARI 2013 VES VOORZITTER Ondanks de hoera stemming waarin wij mogen verkeren kan niet genoeg benadrukt worden dat deze positieve vooruitzichten in samenhang bezien moeten worden met het

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 10 april 2014 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-074 13 juli 2006 9.30 uur Uitgaven huishoudens hoger dan inkomsten De Nederlandse economie is in 2005 met 1,5 procent gegroeid. Het voor inflatie gecorrigeerde

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Opgave 1 Sinds 1 juni 1998 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) samen met de centrale banken van andere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 480 IXA Wijziging van de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2012 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) Nr. 3 VERSLAG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 Nota over de toestand van s Rijks Financiën Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Internationale Economie Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Wim Boonstra, 27 november 2014 Basisscenario: Magere groei wereldeconomie, neerwaartse risico s De wereldeconomie

Nadere informatie

Macro-economische Ontwikkelingen

Macro-economische Ontwikkelingen Macro-economische Ontwikkelingen e kwartaal 1 Bijlage II Overall conclusie De Nederlandse economie groeit naar verwachting met 1¾% in 1 en met 1½% in 11. De toename van het bbp komt bijna volledig voor

Nadere informatie

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2013 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

Macro-economische Ontwikkelingen

Macro-economische Ontwikkelingen Macro-economische Ontwikkelingen e kwartaal 8 Overall conclusie De kredietcrisis zorgt voor een terugval van de economische bedrijvigheid in Nederland die sinds het begin van de jaren tachtig niet is voorgekomen.

Nadere informatie

Indicatie of de huidige schuldpositie van de gemeente gezond of risicovol is Cirkeldiagram schuldratio en solvabiliteitsratio

Indicatie of de huidige schuldpositie van de gemeente gezond of risicovol is Cirkeldiagram schuldratio en solvabiliteitsratio Inleiding Gemeenten houden hun financiën bij in baten en lasten. Voor sturing op middellange en lange termijn is het raadzaam inzicht te krijgen of er in de toekomst jaarlijks genoeg geld overblijft om

Nadere informatie

Valutamarkt. fransetman.nl

Valutamarkt. fransetman.nl euro in dollar wisselkoers Wisselkoers (ontstaat op valutamarkt) Waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt Waardoor kan de vraag naar en het aanbod van veranderen? De wisselkoers van de euro in

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Kredietverlening aan Nederlandse bedrijven loopt terug

Kredietverlening aan Nederlandse bedrijven loopt terug Het Nederlandse bedrijfsleven is in sterke mate afhankelijk van bancaire kredietverlening. De groei van de zakelijke kredietverlening is in de tweede helft van 28 vertraagd. Dit hangt grotendeels samen

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Notitie Rentebeleid 2007

Notitie Rentebeleid 2007 Notitie Rentebeleid 2007 Inhoudsopgave Inleiding 3 De positie van de nota rentebeleid 3 De werking van het marktconform percentage 3 Totaalfinanciering versus project- of objectfinanciering 4 Rentetoerekening

Nadere informatie

GOEDE PRESTATIES EN POSITIEVE VOORUITZICHTEN SURINAAMSE ECONOMIE ONDANKS UITDAGENDE EXTERNE OMGEVING 2010-2015. President D. D. Bouterse.

GOEDE PRESTATIES EN POSITIEVE VOORUITZICHTEN SURINAAMSE ECONOMIE ONDANKS UITDAGENDE EXTERNE OMGEVING 2010-2015. President D. D. Bouterse. GOEDE PRESTATIES EN POSITIEVE VOORUITZICHTEN SURINAAMSE ECONOMIE ONDANKS UITDAGENDE EXTERNE OMGEVING 2010-2015 President D. D. Buterse 8 mei 2015 INHOUD Ecnmische uitdagingen bij vername regering in augustus

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II Opgave 1 CAO-overleg: loon of werk? Bij de CAO-onderhandelingen voor een komend jaar in de industrie wordt uitgegaan van de volgende prognose: inflatie 2,3% stijging arbeidsproductiviteit in de industrie

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD Module 4 Nu en later Inflatie Definitie: stijging van het algemeen prijspeil Gevolgen van inflatie koopkracht neemt af Verslechtering internationale concurrentiepositie Bij

Nadere informatie

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Ruilen over de tijd Intertemporele substitutie Bedrijven lenen geld om te investeren

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen Publicatiedatum CBS-website: 1 oktober 27 Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek Voorburg/Heerlen 27 Verklaring der tekens. =

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO. economie 1,2

Correctievoorschrift HAVO. economie 1,2 economie 1,2 Correctievoorschrift HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs 20 04 Tijdvak 1 inzenden scores Verwerk de scores van de alfabetisch eerste vijf kandidaten per school in het programma Wolf of

Nadere informatie

Conjunctuurenquête Nederland

Conjunctuurenquête Nederland Nieuw: metingen op provinciaal niveau Conjunctuurenquête Nederland Rapport eerste kwartaal 212 Conjunctuurenquête Nederland I rapport eerste kwartaal 212 Inhoud rapportage COEN in het kort Economisch klimaat

Nadere informatie

HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V.

HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V. HALFJAARBERICHT 2015 BNG VERMOGENSBEHEER B.V. Inhoud 1 Profiel 1 2 Directieverslag 2 2.1 Beheerd vermogen 2 2.2 Financieel resultaat 2 2.3 Financiële markten 2 2.4 Personeel en organisatie 2 3 Financiële

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja De prijselasticiteit

Nadere informatie

Kanttekeningen bij de Begroting 2015. Paragraaf 4 Financiering

Kanttekeningen bij de Begroting 2015. Paragraaf 4 Financiering Kanttekeningen bij de Begroting 2015 Paragraaf 4 Financiering Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Financieringsbehoefte = Schuldgroei... 4 3 Oorzaak van Schuldgroei : Investeringen en Exploitatietekort... 5 4 Hoe

Nadere informatie

De conclusies van het IMF betreffende de betalingsbalans en het monetair beleid zijn onderverdeeld in drie aspecten:

De conclusies van het IMF betreffende de betalingsbalans en het monetair beleid zijn onderverdeeld in drie aspecten: SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES IN HET RAPPORT D.D. 19 SEPTEMBER 2011 NAAR AANLEIDING VAN DE BESPREKINGEN IN HET KADER VAN DE 2011 ARTIKEL IV CONSULTATIES VAN HET IMF 1. HOOFDTHEMA Het belangrijkste

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000 TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2000 VAK: NIVEAU: EXAMEN: ECONOMIE I HAVO 2000-II Deze uitwerking wordt ook opgenomen in de Examenbundel Onderwijspers 2001-2002 die in de zomer van 2001 bij

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 15 juli 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat er

Nadere informatie

Module 16: antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie

Module 16: antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Module 16: antwoorden Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Verantwoording 2010 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie berust bij SLO. Voor deze

Nadere informatie

HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET SURINAME

HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET SURINAME HANDELSBETREKKINGEN VAN BELGIË MET SURINAME De handelsbetrekkingen van België met Suriname 0 Bron: CIA World Factbook De handelsbetrekkingen van België met Suriname 1 1 Enkele economische indicatoren -

Nadere informatie

53% 47% 51% 54% 54% 53% 49% 0% 25% 50% 75% 100% zeer moeilijk moeilijk komt net rond gemakkelijk zeer gemakkelijk

53% 47% 51% 54% 54% 53% 49% 0% 25% 50% 75% 100% zeer moeilijk moeilijk komt net rond gemakkelijk zeer gemakkelijk 30 FINANCIËLE SITUATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële situatie van de Leidse burgers. In de enquête wordt onder andere gevraagd hoe moeilijk of gemakkelijk men rond kan komen met het

Nadere informatie

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat.

Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en het nationaal inkomen bestaat. Bestedingsevenwicht - 1 van 15 MACRO-ECONOMISCH BESTEDINGSEVENWICHT Welke factoren bepalen de grootte van het nationaal inkomen? Inleiding We hebben gezien uit welke componenten het nationaal product en

Nadere informatie

Emissielekken in België

Emissielekken in België Milieu-economische analyses voor België, de Gewesten en Europa 13 september 2012 Emissielekken in België Guy Vandille Federaal Planbureau Wat is een emissielek? Emissielek = verschil tussen : emissies

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010 11 Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in John Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 3-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader

Nadere informatie

Financiële positie: sturen op stabiliteit, flexibiliteit, weerbaarheid en wettelijke kaders. VBG 3 oktober 2012 Staf Depla

Financiële positie: sturen op stabiliteit, flexibiliteit, weerbaarheid en wettelijke kaders. VBG 3 oktober 2012 Staf Depla Financiële positie: sturen op stabiliteit, flexibiliteit, weerbaarheid en wettelijke kaders VBG 3 oktober 2012 Staf Depla Begroting helder en op orde Baas over je eigen prioriteiten Alleen dan geld voor

Nadere informatie

De handelsbetrekkingen van België met Bolivia

De handelsbetrekkingen van België met Bolivia De handelsbetrekkingen van België met Bolivia Algemeen: 2010 (schattingen) BBP 19,4 miljard USD Groeipercentage van het BBP 4,2% Inflatie 7,2% Uitvoer van goederen (FOB) Invoer van goederen (FOB) Handelsbalans

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1. Op de beurs van New York worden de volgende koersen genoteerd : 100 JPY = 0,8 USD ; 1 GBP = 1,75 USD en 1 euro = 0,9273 USD. In Tokyo is de notering 1 USD = 140 JPY. In Londen

Nadere informatie

Levensverzekeraars reduceren renterisico met derivaten

Levensverzekeraars reduceren renterisico met derivaten Levensverzekeringen worden in de regel voor een lange periode afgesloten. De rente speelt hierdoor voor levensverzekeraars een belangrijke rol. Bij een rentedaling daalt het eigen vermogen van deze sector

Nadere informatie

BBP Inflatie Lopende rekening Werkloosheid Europa 2,0 0,1 0,8 3,3 2,8 2,1 0,4 0,8 1,0

BBP Inflatie Lopende rekening Werkloosheid Europa 2,0 0,1 0,8 3,3 2,8 2,1 0,4 0,8 1,0 Prognose IMF voor Midden-Europa en de Balkan Jan Limbeek Twee keer per jaar, in april en in september of oktober, publiceert het IMF zijn World Economic Outlook, waarin het zijn economische verwachtingen

Nadere informatie

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 Docentenhandleiding Hoofdstuk 25 9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 a Per november 2008 wordt aan huur vooruitontvangen: 400 3 650 = 780.. b Per december wordt achteraf ontvangen: 25 3 720 = 270..

Nadere informatie

Nederlandse economie in zicht

Nederlandse economie in zicht Nederlandse economie in zicht Vooruitzichten 6-7 Economisch Bureau Nederland december Nederlandse economie: groei houdt aan De Nederlandse economie groeide in met ongeveer % - tweemaal zoveel als in 4.

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers stijgen naar 1,7 biljoen euro halverwege 2012

Beleggingen institutionele beleggers stijgen naar 1,7 biljoen euro halverwege 2012 11 Beleggingen institutionele beleggers stijgen naar 1,7 biljoen euro halverwege 212 J.L. Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 16-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * =

Nadere informatie

Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2014. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans.

Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2014. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans. FINANCIEEL BELEID Financiële positie op balansdatum Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2014. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans. Activa

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 43 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 43 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 belangrijk Solvabiliteitskengetallen: de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen en totaal vermogen 2 3 4 Solvabiliteitskengetallen Er zijn verschillende solvabiliteitskengetallen

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen. Nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen Nationale rekeningen Rekeningen van de overheid 2013 Inhoud van de publicatie De rekeningen van de Belgische overheid worden opgesteld volgens de definities van het

Nadere informatie

Financiële hefboomwerking

Financiële hefboomwerking 17 Financiële hefboomwerking Waarom gaan ondernemingen dan schulden aan, kan men zich terecht afvragen? Het antwoord ligt bij de kost van het alternatief. Schulden kosten aanzienlijk minder dan. Er werd

Nadere informatie

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land.

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. 1 De wisselmarkt 1.1 Begrip Wisselkoers = de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. bv: prijs van 1 USD = 0,7

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II Opgave 1 Stoppen met roken!? In een land betalen rokers bij de aanschaf van tabaksproducten een flink bedrag aan indirecte belasting (tabaksbelasting)*. Dat vinden veel mensen terecht omdat de overheid

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Gedurende het slotkwartaal van 2013 heeft de ECB ervoor gekozen om het monetaire beleid verder te verruimen. De reden hiervoor was onder meer een verrassend lage

Nadere informatie

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren?

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Januari 2013 Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Analyse uitgevoerd voor het Observatorium Krediet en Schuldenlast Duvivier

Nadere informatie

Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd

Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd quiz beginner printen en uitsnijden of knippen. Bijlage

Nadere informatie

De Algemene Vergadering wordt gevraagd in te stemmen met de Begroting 2016 van NOC*NSF

De Algemene Vergadering wordt gevraagd in te stemmen met de Begroting 2016 van NOC*NSF AGENDAPUNT 3.b. Notitie Ter besluitvorming aan van Algemene Vergadering NOC*NSF Bestuur NOC*NSF betreft Begroting NOC*NSF 2016 datum behandeling 16 november 2015 gevraagd besluit De Algemene Vergadering

Nadere informatie

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153%

Jaarlijks gemiddeld Cumulatief vanaf 1970 2008 Q2 2008 Q1 2008 Q4 2007 Q3 2007 Q2 2007 Dekkingsgraad (kwartaalultimo) 143% 137% 148% 153% 153% Kwartaalbericht 2e kwartaal 2008 Dekkingsgraad op 143% Rendement 0,2% in tweede kwartaal Belegd vermogen 86,3 miljard Klein positief resultaat in moeilijke markt In het tweede kwartaal is een totaalrendement

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,0% naar 123,6% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

BBP per hoofd in prijzen 2000, SRD 2000. jaartal

BBP per hoofd in prijzen 2000, SRD 2000. jaartal 1954 1958 1962 1966 1970 1974 1978 1982 1986 1990 1994 1998 2002 2006 2010 2014 Suriname Nederland 1975-2015 Bijdrage Door Dr. Marein van Schaaijk aan conferentie 25 oktober in het Tropenmuseum (Amsterdam)

Nadere informatie

Economische ontwikkelingen in 2013 en vooruitzichten voor 2014

Economische ontwikkelingen in 2013 en vooruitzichten voor 2014 PERSBERICHT NR. 2013-009 Curaçao Economische ontwikkelingen in 2013 en vooruitzichten voor 2014 Na de economische krimp van 0,1% in 2012, neemt naar verwachting het reële Bruto Binnenlands Product van

Nadere informatie

Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen

Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen Het bestuur van Stichting Pensioenfonds Randstad heeft medio februari 2014 moeten besluiten tot het doorvoeren van een pijnlijke maatregel. Om de

Nadere informatie

SCHATTING BBO OPBRENGSTEN

SCHATTING BBO OPBRENGSTEN SCHATTING BBO OPBRENGSTEN 1. Opbrengsten BBO aan overheidsinkomsten Voordat wordt ingegaan op de opbrengsten die de BBO aan Lands kas zal bijdragen, wordt stilgestaan bij het gegeven dat het BBO-stelsel

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Mei 212 Jan van Nispen Inleiding De start van de financiële crisis ligt nu al enkele jaren achter ons, maar in 211 voelden we nog steeds de

Nadere informatie

27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report

27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report 27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report Door Wim-Hein Pals, Head Robeco Emerging Markets Equities Vanwege hogere economische groei en sterkere financiële balansen, zijn de opkomende markten aantrekkelijker

Nadere informatie

2009 uitzonderlijk slecht economisch jaar voor Nederland

2009 uitzonderlijk slecht economisch jaar voor Nederland 2009 uitzonderlijk slecht economisch jaar voor Nederland 02 Krimp mondiale economie in 2009 Aziatische landen als eerste uit het dal Economie eurozone krimpt nog sterker dan wereldeconomie Krimp in 2009

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

Examen VWO. economie 1,2. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur

Examen VWO. economie 1,2. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur Examen VWO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur economie 1,2 Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met

Nadere informatie