Macro-economisch scorebord 2015K4

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Macro-economisch scorebord 2015K4"

Transcriptie

1 Macro-economisch scorebord 2015K4 Saldo lopende rekening als % bbp Netto extern vermogen als % bbp Reële effectieve wisselkoers (36 handelspartners) 3-jaars voortschrijdend gemiddelde 3-jaars mutatie in % Exportmarktaandeel als % van de mondiale export Nominale loonkosten per eenheid product Reële huizenprijsindex 5-jaars mutatie in % 3-jaarsmutatie in % jaarmutie in % Kredietstroom private sector als % bbp Schuld private sector als % bbp Overheidsschuld (EMU-schuld) als % bbp 1

2 Werkloosheidspercentage Totale schuld financiële sector Bruto arbeidsparticipatie van jarigen 3-jaars voortschrijdend gemiddelde jaarmutatie in % 3-jaars mutatie in % Langdurige werkloosheid van jarigen Jeugdwerkloosheid 3-jaars mutatie in % 3-jaars mutatie in % 2

3 Toelichting op het Macro-economisch scorebord van Nederland Het macro-economisch scorebord is een instrument gericht op de vroegtijdige identificatie van macroeconomische onevenwichtigheden die op de korte termijn optreden ofwel het gevolg zijn van structurele trends en lange termijntrends. Het scorebord bevat daartoe een klein aantal relevante, praktische, eenvoudige, meetbare en beschikbare macro-economische en macro-financiële indicatoren. Het scorebord bevat tevens indicatieve drempelwaarden voor de indicatoren, die dienen als waarschuwingsniveaus. Op basis van het scorebord stelt de Europese Commissie jaarlijks een rapport op met een kwalitatieve economische en financiële beoordeling van de ontwikkeling van onevenwichtigheden. Daarbij worden indien nodig ook andere economische en financiële indicatoren betrokken die relevant zijn voor de beoordeling. Aan de gegevens van het scorebord mogen geen automatische conclusies worden verbonden. De Commissie beoordeelt op regelmatige basis de geschiktheid van het scorebord, en brengt indien nodig wijzigingen aan. 1. SALDO LOPENDE REKENING ALS % BBP Het saldo van de lopende rekening is opgebouwd uit drie onderdelen: Het handelssaldo, de waarde van de uitvoer van goederen en diensten minus de waarde van de invoer van goederen en diensten; Het saldo van de aan het buitenland betaalde en uit het buitenland ontvangen primaire inkomens. De primaire inkomens omvatten belastingen en subsidies op productie en invoer, beloning van werknemers en inkomen uit vermogen, zoals rente en dividend; Het saldo van de aan het buitenland betaalde en uit het buitenland ontvangen inkomensoverdrachten. De inkomensoverdrachten omvatten onder andere de dividendbelasting, de premies en uitkeringen sociale verzekering en de overige inkomensoverdrachten. 1.1 Bronnen Het saldo van de lopende rekening is gebaseerd op de betalingsbalans zoals vastgesteld door De Nederlandsche Bank (DNB). Het bruto binnenlands product (bbp) wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de haar beschikbare bronnen. 1.2 Berekening van de scoreboard indicator Het saldo van de lopende rekening wordt berekend als percentage van het bbp. Vervolgens wordt een 3- jaars voortschrijdend gemiddelde berekend. 1.3 Interpretatie van de indicator Een overschot op de lopende rekening betekent in de meeste gevallen dat een economie een positief handelssaldo heeft en dus meer exporteert dan importeert. Een positief handelssaldo draagt bij aan de economische groei en kan het gevolg zijn van een sterke internationale concurrentiepositie. Meestal gaat een overschot op de lopende rekening gepaard met een netto kapitaaluitstroom zodat de netto externe vermogenspositie van de economie verbetert. Andersom zal een langdurig tekort op de lopende rekening gepaard gaan met een netto kapitaalinstroom. Hiermee kan de economie kwetsbaar worden voor de sentimenten van buitenlandse investeerders. 1.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als ondergrens - 4 % en als bovengrens + 6 %. 3

4 2. NETTO EXTERN VERMOGEN ALS % BBP Het saldo extern vermogen is de waarde van de financiële bezittingen en vorderingen van Nederlandse burgers, bedrijven en overheid in het buitenland verminderd met de financiële bezittingen en vorderingen van niet-ingezetenen in Nederland. Het saldo extern vermogen kan worden opgesplitst in: Het saldo directe investeringen; Het saldo effecten; Het saldo financiële derivaten; De officiële reserves; Het saldo overig financieel verkeer. 2.1 Bronnen Het netto extern vermogen is gebaseerd op de betalingsbalans zoals vastgesteld door De Nederlandsche Bank (DNB). Het bruto binnenlands product (bbp) wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de haar beschikbare bronnen. 2.2 Berekening van de scorebord indicator Het netto extern vermogen wordt berekend als percentage van het bbp. 2.3 Interpretatie van de indicator Het netto externe vermogen geeft inzicht in de vermogenspositie van een land. Als het externe vermogen negatief is dan is een land schuldplichtig ten opzichte van het buitenland. Een hoog negatief extern vermogen betekent dat een land gevoelig is voor ontwikkelingen op de internationale kapitaalmarkten. De samenstelling van de bezittingen en de schulden is daarbij wel van kritisch belang. Als Nederlandse aandelenbeleggers slechter presteren in het buitenland dan buitenlandse aandelenbeleggers in Nederland dan daalt weliswaar het netto Nederlandse externe vermogen maar dit leidt niet tot een toename van de Nederlandse kwetsbaarheid. Dat is wel het geval als het netto externe vermogen daalt omdat meer in het buitenland wordt geleend. 2.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als ondergrens - 35%. 3. REËLE EFFECTIEVE WISSELKOERS De reële effectieve wisselkoers is gedefinieerd als de (nominale) effectieve wisselkoers gecorrigeerd voor inflatieverschillen. De nominale effectieve wisselkoers is de met handelsgewichten gewogen wisselkoers van een munteenheid ten opzichte van een aantal voor die economie belangrijke andere valuta s. Voor het scorebord wordt de effectieve wisselkoers met 42 handelspartners berekend. De berekening van deze indicator loopt achter, waardoor er meestal geen grafische weergave is van de indicator, maar een. te zien is. In de CBS tabel, gepubliceerd op statline.cbs.nl zijn de voorgaande bekende waarnemingen wel te zien. 4

5 3.1 Bronnen De reële effectieve wisselkoers is gebaseerd op de gegevens en berekeningen van de Europese Commissie (DG ECFIN) en wordt gepubliceerd door Eurostat. Op de website van Eurostat is meer informatie te vinden ten aanzien van de berekening van de reële effectieve wisselkoers. 3.2 Berekening van de scorebord indicator Voor het scorebord wordt de reële effectieve wisselkoers voor Nederland met 41 handelspartners als uitgangspunt genomen (bron: Eurostat). Hiervan wordt vervolgens de procentuele mutatie berekend ten opzichte van 3 jaar eerder. 3.3 Interpretatie van de indicator De reële effectieve wisselkoers geeft zowel de relatieve prijsontwikkeling als de ontwikkeling van de wisselkoers weer. Een negatieve mutatie duidt op een verbetering van de prijsconcurrentiepositie en een positieve positieve mutatie op een verslechtering. 3.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als ondergrens - 5 % en als bovengrens + 5 %. 4. EXPORTMARKTAANDEEL ALS % MONDIALE EXPORT Het exportmarktaandeel is gedefinieerd als de waarde van de uitvoer van goederen en diensten van Nederland als percentage van de waarde van de mondiale export. De waarde van de uitvoer van goederen en diensten van Nederland is gebaseerd op de betalingsbalans zoals vastgesteld door De Nederlandsche Bank (DNB). 4.1 Bronnen De waarde van de mondiale export is gebaseerd op gegevens van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De gegevens van het IMF zijn alleen op jaarbasis beschikbaar. Voor de kwartalen wordt voor de mondiale export een interpolatie gemaakt op basis van de volume- en de prijsindices (in dollars) wereldexport uit de wereldhandelsmonitor van het CPB. Tevens wordt er gebruik gemaakt van data van De Nederlandsche Bank over de euro-dollarkoers. 4.2 Berekening van de scorebord indicator De uitvoer van goederen en diensten wordt berekend als percentage van de mondiale export. Hiervan wordt de procentuele mutatie berekend ten opzichte van vijf jaar eerder. 4.3 Interpretatie van de indicator De export van goederen of diensten is een bron van inkomsten voor een land. Veranderingen in het exportmarktaandeel in de mondiale export duidt op een relatieve verandering in de concurrentiepositie van een land op de wereldmarkt. 4.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als ondergrens - 6 %. 5

6 5. NOMINALE LOONKOSTEN PER EENHEID PRODUCT De nominale loonkosten per eenheid product is de verhouding van de nominale loonkosten per werknemer en de arbeidsproductiviteit. De nominale loonkosten per werknemer worden berekend als de nominale lonen gedeeld door het aantal werknemers. De arbeidsproductiviteit wordt berekend als het reëel bruto binnenlands product (het BBP volume) gedeeld door het aantal werkzame personen. 5.1 Bronnen De gegevens zijn ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 5.2 Berekening van de scorebord indicator De nominale loonkosten per eenheid product worden berekend op basis van de beschikbare gegevens; nominale loonkosten, bruto binnenlands product (volume), aantal werknemers en aantal werkzame personen. Hiervan wordt de procentuele mutatie ten opzicht van drie jaar eerder berekend. 5.3 Interpretatie van de indicator Een positieve mutatie betekent dat de loonkosten sneller stijgen dan de arbeidsproductiviteit en dit kan op termijn negatief zijn voor de concurrentiepositie. 5.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 9 % voor Eurogroep landen en +12 % voor niet-eurogroep landen. 6. REËLE HUIZENPRIJSINDEX De reële huizenprijsindex is de huizenprijsindex gedefleerd met de prijsindex van de consumptie van huishoudens. De huizenprijsindex geeft de gemiddelde prijsontwikkeling weer van alle koopwoningen, zowel bestaande woningen als nieuwbouwwoningen, die bestemd zijn voor permanente bewoning door een particulier. De prijsindex van de consumptie van huishoudens geeft de gemiddelde prijsontwikkeling weer van de consumptieve uitgaven door huishoudens (inclusief Instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens). Deze prijsindex is vergelijkbaar met, maar niet identiek aan de consumentenprijsindex (CPI). 6.1 Bronnen De huizenprijsindex wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De hier gebruikte huizenprijsindex wordt door het CBS nog niet gepubliceerd. Wel publiceert het CBS de prijsindex van bestaande koopwoningen op kwartaalbasis. 6

7 Op de website van Eurostat is meer informatie met betrekking tot de huizenprijsindex te vinden. De prijsindex van de consumptie van huishoudens wordt ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 6.2 Berekening van de scorebord indicator De huizenprijsindex wordt gedeeld door de prijsindex van de consumptie van huishoudens. Vervolgens wordt hiervan de procentuele mutatie ten opzichte van een jaar eerder berekend. 6.3 Interpretatie van de indicator De indicator vergelijkt de huizenprijsontwikkeling met de ontwikkeling van de gemiddelde consumptieprijs voor huishoudens. Een positieve mutatie betekent dat de huizenprijzen sterker stijgen dan de consumptieprijzen. Op termijn kan dit wijzen op een prijsbubbel op de huizenmarkt. 6.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 6 %. 7. KREDIETSTROOM PRIVATE SECTOR ALS % BBP De particuliere kredietstroom geeft weer hoeveel de schulden van de sectoren huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk en niet-financiële bedrijven zijn toegenomen (of afgenomen), waarbij prijsveranderingen van obligaties en geldmarktpapier niet worden meegerekend. Voor de schulden worden alleen effecten (exclusief aandelen en derivaten) en leningen meegerekend. De schulden zijn geconsolideerd: dit betekent dat de schulden binnen dezelfde sector niet worden meegerekend. 7.1 Bronnen De gegevens zijn ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 7.2 Berekening van de scorebord indicator De particuliere kredietstroom wordt berekend als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). 7.3 Interpretatie van de indicator Een hoge kredietstroom aan de private sector, bestaande uit de niet-financiële vennootschappen, de huishoudens en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, vergroot de kwetsbaarheid van de betrokken sectoren voor veranderingen in de conjunctuur, rentestanden en inflatie. Ook sterke prijsveranderingen in financiële en niet-financiële activa kunnen hun oorsprong hebben in hoge kredietverlening aan de private sector. 7.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 14 %. 7

8 8. SCHULD PRIVATE SECTOR ALS % BBP De schuld van de private sector omvat de totale schulden van de sectoren huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk en niet-financiële bedrijven. Voor de schulden worden alleen effecten (exclusief aandelen en derivaten) en leningen meegerekend. De schulden zijn geconsolideerd: dit betekent dat de schulden binnen dezelfde sector niet worden meegerekend. 8.1 Bronnen De gegevens zijn ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 8.2 Berekening van de scorebord indicator De schuld van de private sector wordt berekend als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). 8.3 Interpretatie van de indicator Een hoge schuldpositie vergroot de kwetsbaarheid van de private sector voor veranderingen in de conjunctuur, rentestanden of inflatie. Een gedeelte van de uitstaande schuld moet periodiek geherfinancierd worden. Een stijging van de rente kan er toe leiden dat kredietnemers voor hogere periodieke rentelasten komen te staan. Een verslechtering van de conjunctuur kan banken er toe bewegen strengere eisen te stellen m.b.t. onderpand. Dit kan er toe leiden dat huishoudens minder hypotheek kunnen krijgen met potentiële gevolgen voor de ontwikkelingen op de woningmarkt en in de bouwsector. 8.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens %. 9. OVERHEIDSSCHULD (EMU-SCHULD) ALS % BBP De geconsolideerde schuld van de overheid (gewaardeerd tegen de nominale waarde) exclusief de transitorische schuld en de schuld op de financiële derivaten, uitgedrukt als percentage van het bbp. Voor de overheid is de overheidsschuld geconsolideerd. Dit wil zeggen dat schulden en vorderingen tussen overheden onderling niet meetellen in de schuld van de totale overheid. Door het verschil in waarderingsgrondslag is de som van de schuldtitels van de overheidsschuld (nominaal) niet gelijk aan de som van de schuldtitels in de nationale rekeningen (marktwaarde). De schuld bestaat uit de financiële instrumenten: chartaal geld, kortlopende waardepapieren, obligaties, kortlopende leningen en langlopende leningen. De overheidsschuld (ook wel EMU-schuld genoemd) is één van de onderdelen van het Groei- en Stabiliteitspact. EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. 9.1 Bronnen De gegevens zijn ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 9.2 Berekening van de scorebord indicator De overheidsschuld wordt berekend als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). 8

9 9.3 Interpretatie van de indicator Een hoge overheidsschuld vermindert de bewegingsruimte van de overheid. Het betekent dat de overheid jaarlijks een groot gedeelte van haar inkomsten kwijt is aan rentebetalingen en dat de overheid mogelijk niet in staat is contra-cyclisch beleid te voeren of om in geval van een financiële crisis garanties te verstrekken aan financiële instellingen. 9.4 Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 60 %. 10. WERKLOOSHEIDSPERCENTAGE Het werkloosheidspercentage wordt gedefinieerd als de werkloze beroepsbevolking als percentage van de totale beroepsbevolking. Hier wordt de internationale definitie (ILO-definitie) van werkloosheid gebruikt. Deze omvat alle personen tussen 15 en 75 jaar zonder betaald werk die actief op zoek zijn naar werk en daar voor ook beschikbaar zijn. Volgens de nationale definitie is iemand werkloos als hij tussen 15 en 65 jaar oud is, zonder werk ( of met werk voor minder dan 12 uur per week) die actief op zoek is naar werk voor 12 uur of meer per week en daarvoor ook beschikbaar is Bronnen De gegevens worden berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS publiceert het werkloosheidspercentage voor Nederland op maandbasis, zowel volgens de internationale als de nationale definitie Berekening van de scorebord indicator Het werkloosheidspercentage op maandbasis wordt als uitgangspunt genomen. Op basis hiervan wordt een 3-jaars voortschrijdend gemiddelde berekend Interpretatie van de indicator De werkloosheid is naast de economische groei en de inflatie één van de belangrijkste macroeconomische indicatoren. Een stijging van de werkloosheid betekent behalve een sociaal probleem, ook dat de uitgaven van de overheid aan sociale uitkeringen stijgen en dat de belastinginkomsten dalen. Verder heeft een stijging van de werkloosheid negatieve gevolgen voor de consumptie. Een hoge en persistente werkloosheid kan duiden op een gebrek aan aanpassingsvermogen van een economie Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 10 %. 9

10 11. TOTALE SCHULD FINANCIËLE SECTOR Deze indicator geeft het totaal van alle financiële verplichtingen van de financiële sector weer. Hieronder vallen onder meer deposito s, leningen, obligaties, aandelen, verzekeringstechnische reserves. De schuld is niet-geconsolideerd: dit betekent dat schulden van financiële instellingen onderling worden meegerekend Bronnen De gegevens zijn ontleend aan de Nationale Rekeningen zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Berekening van de scorebord indicator De totale schuld van de financiële sector wordt berekend. Vervolgens wordt hiervan de procentuele mutatie berekend ten opzichte van een jaar eerder Interpretatie van de indicator De omvang van de schuld van de financiële sector is een teken van de mate van blootstelling aan potentiële schokken in de financiële of reële economie. Een verandering in de schuld van de financiële sector duidt op een verandering in de kwetsbaarheid voor veranderingen in de conjunctuur, rente of inflatie Grenswaarde(n) De Europese Commissie hanteert voor de indicator als bovengrens + 16,5 %. 12. BRUTO ARBEIDSPARTICIPATIE VAN JARIGEN Deze indicator betreft de mutatie van de bruto arbeidsparticipatie in procentpunten ten opzichte van drie jaar eerder. De bruto arbeidsparticipatie wordt gedefinieerd als de beroepsbevolking van 15 tot en met 64 jaar als percentage van de totale bevolking in die leeftijdscategorie. De beroepsbevolking is de som van de werkloze en de werkzame beroepsbevolking. Het gaat dus zowel om mensen van 15 tot en met 64 jaar zonder betaald werk die wel actief op zoek zijn naar werk als om werkzame personen. Iemand wordt beschouwd als werkzaam persoon als hij per week één uur of meer betaald werk verricht. Iemand wordt beschouwd als werkloos als diegene geen betaald werk verricht, maar wel actief op zoek is naar werk van één uur per week of meer en daarvoor ook beschikbaar is Bronnen De gegevens zijn bepaald door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Berekening van de scorebord indicator De bruto arbeidsparticipatie wordt elk kwartaal bepaald. Vervolgens wordt een voortschrijdend vierkwartaalsgemiddelde berekend. Hetzelfde wordt gedaan voor drie jaar eerder. Tot slot wordt de verandering in procentpunten van deze twee vierkwartaalsgemiddelden berekend en gepubliceerd. 10

11 12.3 Interpretatie van de indicator De bruto arbeidsparticipatie geeft aan welk percentage van de bevolking zich aanbiedt op de arbeidsmarkt. Een positieve mutatie betekent dan ook dat meer personen zich zijn gaan aanbieden op de arbeidsmarkt, en een negatieve dat minder mensen zich op de arbeidsmarkt begeven Grenswaarden De Europese Commissie hanteert voor de indicator een ondergrens van -0,2 %. 13. LANGDURIGE WERKLOOSHEID VAN JARIGEN Deze indicator geeft de mutatie van het langdurig werkloosheidspercentage in procentpunten ten opzichte van drie jaar eerder weer. Het langdurig werkloosheidspercentage wordt gedefinieerd als het percentage van de beroepsbevolking van 15 tot en met 74 jaar dat werkloos is en al een jaar of langer op zoek is naar werk. De beroepsbevolking is de som van de werkloze en de werkzame beroepsbevolking. Iemand wordt beschouwd als werkzaam persoon als hij per week één uur of meer betaald werk verricht. Iemand wordt beschouwd als werkloos als diegene geen betaald werk verricht, maar wel actief op zoek is naar werk van één uur per week of meer en daarvoor ook beschikbaar is. Overigens definieert de Europese Commissie de langdurige werkloosheid ietwat anders dan het CBS in de tabel Werkloze beroepsbevolking, werkloosheidsduur en persoonskenmerken. Dit komt doordat Eurostat alle werklozen die 12 maanden of langer op zoek zijn naar een baan meetelt, onafhankelijk van het moment waarop zij hun laatste baan verloren. In de tabel Werkloze beroepsbevolking, werkloosheidsduur en persoonskenmerken gaat het om het aantal mensen dat al daadwerkelijk 12 maanden of meer werkloos is. In deze tabel wordt het cijfer volgens de definitie van Eurostat en de Europese Commissie weergegeven Bronnen De gegevens worden samengesteld door Eurostat, gebaseerd op dataleveringen van het CBS Berekening van de scorebord-indicator De langdurige werkloosheid wordt bepaald door het aantal langdurig werklozen te delen door de totale beroepsbevolking. Vervolgens wordt van het vierkwartaalsgemiddelde of het jaarcijfer de mutatie in procentpunten ten opzichte van drie jaar eerder berekend Interpretatie van de indicator De langdurige werkloosheid geeft aan hoe groot de groep mensen is die al lange tijd geen baan kan vinden. Een hoge langdurige werkloosheid wijst op aanhoudende onevenwichtigheden tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een toename van de langdurige werkloosheid geeft een indicatie dat deze onevenwichtigheden op de arbeidsmarkt groter worden Grenswaarden De Europese Commissie hanteert voor de indicator een bovengrens van 0,5 %. 11

12 14. JEUGDWERKLOOSHEID Deze indicator geeft de mutatie van de jeugdwerkloosheid als percentage van de beroepsbevolking ten opzichte van drie jaar eerder weer, uitgedrukt in procentpunten. De jeugdwerkloosheid als percentage van de beroepsbevolking wordt gedefinieerd als het aantal werkloze personen van 15 tot en met 24 jaar oud gedeeld door de totale beroepsbevolking in die leeftijdscategorie. De beroepsbevolking is de som van de werkloze en de werkzame beroepsbevolking. Iemand wordt beschouwd als werkzaam persoon als hij per week één uur of meer betaald werk verricht. Iemand wordt beschouwd als werkloos als diegene geen betaald werk verricht, maar wel actief op zoek is naar werk van één uur per week of meer en daarvoor ook beschikbaar is Bronnen De cijfers worden samengesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek Berekening van de scorebord-indicator De jeugdwerkloosheid wordt op kwartaalbasis bepaald. Daarbij wordt het aantal werklozen van 15 tot en met 24 jaar gedeeld door de beroepsbevolking in die leeftijdscategorie. Vervolgens wordt het vierkwartaalsgemiddelde bepaald. Vervolgens wordt de mutatie in procentpunten ten opzichte van drie jaar eerder berekend Interpretatie van de indicator Een hoge jeugdwerkloosheid is een indicatie dat jongeren moeilijk aan werk kunnen komen. Doorgaans stijgt de werkloosheid onder jongeren in tijden van laagconjunctuur eerder dan de werkloosheid in andere leeftijdscategorieën. Een stijgende werkloosheid onder jongeren is doorgaans een indicatie dat de vraag op de arbeidsmarkt afneemt Grenswaarden De Europese Commissie heeft een bovengrens bepaald van + 2,0 %. 12

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 10 april 2014 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 9 december 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 8 december 2014 pagina 1 Inleiding De uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis hebben grote macro-economische onevenwichtigheden

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 13 april 2015 pagina 1 Inleiding De uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis hebben grote macro-economische onevenwichtigheden

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 15 juli 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat er

Nadere informatie

Macro-economische onevenwichtigheden

Macro-economische onevenwichtigheden Paper Macro-economische onevenwichtigheden Update april 216 April 216 CBS Scientific Paper 1 Inhoud 1. Inleiding 4 2. Saldo lopende rekening 5 3. Netto extern vermogen 8 4. Reële effectieve wisselkoers

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-074 13 juli 2006 9.30 uur Uitgaven huishoudens hoger dan inkomsten De Nederlandse economie is in 2005 met 1,5 procent gegroeid. Het voor inflatie gecorrigeerde

Nadere informatie

Persbericht. Huishoudens verliezen koopkracht in Centraal Bureau voor de Statistiek

Persbericht. Huishoudens verliezen koopkracht in Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB04-112 15 juli 2004 9.30 uur Huishoudens verliezen koopkracht in 2003 In 2003 is het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens voor het eerst in tien jaar

Nadere informatie

Nationale rekeningen 2004 Revisie 2001

Nationale rekeningen 2004 Revisie 2001 Centraal Bureau voor de Statistiek Publicatiedatum CBS-website 9 mei 2005 Nationale rekeningen 2004 Revisie 2001 Enkele belangrijke uitkomsten revisiejaar 2001 Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

Statistisch Magazine Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012

Statistisch Magazine Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012 Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012 Inleiding Lorette Ford De economische ontwikkeling van een land kan door middel van drie belangrijke economische indicatoren

Nadere informatie

Keuzeonderwerp. Keynesiaans model. Gesloten /open economie zonder/met overheid met arbeidsmarkt. fransetman.nl

Keuzeonderwerp. Keynesiaans model. Gesloten /open economie zonder/met overheid met arbeidsmarkt. fransetman.nl Keuzeonderwerp Keynesiaans model Gesloten /open economie zonder/met overheid met arbeidsmarkt Vraag op de goederenmarkt Alleen gezinnen en bedrijven kopen op de goederenmarkt. C = 0,6 Y Aa = 4 mln mensen

Nadere informatie

Uitkomsten kwartaal sectorrekeningen

Uitkomsten kwartaal sectorrekeningen t7 7 Uitkomsten kwartaal sectorrekeningen tweede kwartaal 28 Publicatiedatum CBS-website: 8 oktober 28 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer x = geheim = nihil

Nadere informatie

Consumptieve bestedingen van de particulieren 2.0 2.6 1.4 Consumptieve bestedingen van de overheid 0.0 2.1 2.6 Bruto vaste kapitaalvorming 4.2 5.9 4.

Consumptieve bestedingen van de particulieren 2.0 2.6 1.4 Consumptieve bestedingen van de overheid 0.0 2.1 2.6 Bruto vaste kapitaalvorming 4.2 5.9 4. Kerncijfers voor de Belgische economie Wijzigingspercentages in volume - tenzij anders vermeld Consumptieve bestedingen van de particulieren 2.0 2.6 1.4 Consumptieve bestedingen van de overheid 0.0 2.1

Nadere informatie

jul/09 mei/09 jun/09 sep/09 sep/08 jan/09 feb/09 mrt/09 jun/09 aug/09 sep/09 aug/09

jul/09 mei/09 jun/09 sep/09 sep/08 jan/09 feb/09 mrt/09 jun/09 aug/09 sep/09 aug/09 HAAGSE MONITOR ECONOMISCHE RECESSIE 7 Deze monitor geeft zowel prognoses als gerealiseerde cijfers weer. Het vaststellen van gerealiseerde cijfers kost tijd, maar worden, zodra deze bekend zijn, in de

Nadere informatie

Werkloosheid Beschikbaar inkomen. toegenomen. Sociaal Economische Trends 2013 De Nederlandse economie

Werkloosheid Beschikbaar inkomen. toegenomen. Sociaal Economische Trends 2013 De Nederlandse economie Sociaal Economische Trends 213 De Nederlandse economie Werkloosheid 24-211 Beschikbaar inkomen Stromen huishoudens duren sinds 212 Werkloosheidsduren op basis van de Enquête toegenomen beroepsbevolking

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 9 december 25 Beleggingen institutionele beleggers in 24 met 8,1 procent omhoog drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

Nederlands spaaroverschot

Nederlands spaaroverschot Sociaal Economische Trends 213 De Nederlandse economie Werkloosheid 24-211 Nederlands spaaroverschot Stromen neemt en duren af Werkloosheidsduren op basis van de Enquête beroepsbevolking 217 3 Wendy Smits

Nadere informatie

UIT groei en conjunctuur

UIT groei en conjunctuur Economische groei. Economische groei drukken we uit in de procentuele groei van het BBP op jaarbasis. De groei van het BBP heeft twee oorzaken. Het BBP kan groeien omdat de prijzen van producten stijgen

Nadere informatie

CRB CCR SR/LVN Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context

CRB CCR SR/LVN Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context CRB 2016-0510 SR/LVN 03.02.2016 Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context 2 CRB 2016-0510 Overzicht groei sinds 1996 Onder invloed van de conjuncturele

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie RICHTSNOEREN

Publicatieblad van de Europese Unie RICHTSNOEREN 6.9.2014 L 267/9 RICHTSNOEREN RICHTSNOER VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 3 juni 2014 tot wijziging van Richtsnoer ECB/2013/23 inzake statistieken betreffende overheidsfinanciën (ECB/2014/21) (2014/647/EU)

Nadere informatie

Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2012

Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2012 Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2012 Eerste kwartaal 2012 Eerste raming, 29-6-2012: -4,4% Tweede raming, 29-3-2013: -4,4% Eerste raming, 29-6-2012: 66,8% Tweede raming, 29-3-2013: 66,5% De schuld

Nadere informatie

Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2011 Definitief, 2012 Nader voorlopig en 2013 Voorlopig

Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2011 Definitief, 2012 Nader voorlopig en 2013 Voorlopig Overzicht bijstellingen Sectorrekeningen 2011 Definitief, 2012 Nader voorlopig en 2013 Voorlopig Actualisering van de uitkomsten van eerder gepubliceerde ramingen is noodzakelijk omdat na verloop van tijd

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo II

Eindexamen economie vwo II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010 11 Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in John Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 3-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader

Nadere informatie

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 3) Wat zijn negatief externe effecten? 4) Waarom is deze maatstaf niet goed genoeg? Licht toe. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte

Nadere informatie

20.1 Wat is economische groei?!

20.1 Wat is economische groei?! 20.1 Wat is economische groei? Om te beoordelen of er geproduceerd is, moet het BBP worden gecorrigeerd voor de inflatie. BBP is de totale product door binnenlandse sectoren. We vinden dan de toename van

Nadere informatie

Economische conjunctuur

Economische conjunctuur Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. Ontstaat door veel vraag naar producten Trend (Gemiddelde groei over groot aantal jaren) laagconjunctuur

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord

Nadere informatie

Uitkomsten. derde kwartaal aal Hans Wouters. Publicatiedatum CBS-website: 16 januari Den Haag/Heerlen

Uitkomsten. derde kwartaal aal Hans Wouters. Publicatiedatum CBS-website: 16 januari Den Haag/Heerlen t8 8 Uitkomsten kwartaalsectorrekeningentorrekeningen derde kwartaal aal 28 Hans Wouters Publicatiedatum CBS-website: 16 januari 29 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig

Nadere informatie

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten CPB Notitie Datum : 7 april 2004 Aan : Projectdirectie Administratieve Lasten Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten 1 Inleiding Het kabinet heeft in het regeerakkoord het

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Eindexamen economie havo I

Eindexamen economie havo I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 van het aanbod van arbeid

Nadere informatie

Nationale rekeningen voldoen aan nieuwe internationale richtlijnen

Nationale rekeningen voldoen aan nieuwe internationale richtlijnen Nationale rekeningen voldoen aan nieuwe internationale richtlijnen De Nederlandse nationale rekeningen voldoen vanaf vandaag als één van de eerste lidstaten van de Europese Unie aan de nieuwe internationale

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

EUROPESE CENTRALE BANK

EUROPESE CENTRALE BANK L 276/32 Publicatieblad van de Europese Unie 17.10.2008 II (Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is) RICHTSNOEREN EUROPESE CENTRALE BANK RICHTSNOER VAN

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo II

Eindexamen economie 1-2 vwo II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo I

Eindexamen economie 1-2 vwo I Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 nivellering 38,2 : 9,6 = 3,98 : 1 2 maximumscore

Nadere informatie

Bijna 3 miljard euro begrotingsoverschot in 2016

Bijna 3 miljard euro begrotingsoverschot in 2016 Bijna 3 miljard euro begrotingsoverschot in 2016 De overheid behaalde in 2016 een begrotingsoverschot van 2,9 miljard euro. Dit is 0,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Een jaar eerder was

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

NATIONALE REKENINGEN Eerste kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen

NATIONALE REKENINGEN Eerste kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen NATIONALE REKENINGEN 1999 Eerste kwartaal Kwartaalaggregaten Instituut voor de Nationale Rekeningen Dienst Financiële en Economische Statistieken Nationale Bank van België, Brussel Inhoud van de publicatie

Nadere informatie

CEP 2009 Oorzaken en gevolgen van de kredietcrisis

CEP 2009 Oorzaken en gevolgen van de kredietcrisis Persconferentie CEP CEP Oorzaken en gevolgen van de kredietcrisis Coen Teulings Opzet Persconferentie CEP I II III Oorzaken en gevolgen kredietcrisis Gevolgen voor NL Wat betekent dit voor beleid? Persconferentie

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 Maximumscore 1 1 Uit het antwoord moet blijken

Nadere informatie

Overheid en economie

Overheid en economie Overheid en economie Overheid en economie Het aandeel van de overheid in de economie, de overheid als actor en de overheid op regionaal niveau, een verkenning Inleiding Het begrip economische groei komt

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II 4 Antwoordmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

De Nederlandsche Bank. Statistisch Bulletin maart 2009

De Nederlandsche Bank. Statistisch Bulletin maart 2009 9 De Nederlandsche Bank Statistisch Bulletin maart 29 Financiering via kapitaalmarkt moeilijker en duurder geworden Nederlandse ingezetenen hadden eind 28 voor het eerst meer dan eur 1. miljard aan schuldpapier

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-II Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat

Nadere informatie

De inkomensverdeling tussen sectoren 10. Auteur Frank Notten

De inkomensverdeling tussen sectoren 10. Auteur Frank Notten De inkomensverdeling tussen sectoren 1. Auteur Frank Notten Het nationaal inkomen wordt verdiend door de verschillende sectoren binnen de Nederlandse economie. Het aandeel van bedrijven binnen het beschikbaar

Nadere informatie

Domein E: Ruilen over de tijd. fransetman.nl

Domein E: Ruilen over de tijd. fransetman.nl Domein E: Ruilen over de tijd Rente : prijs van tijd Nu lenen: een lagere rente Nu sparen: een hogere rente Individuele prijs van tijd: het ongemak dat je ervaart Algemene prijs van tijd: de rente die

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen Publicatiedatum CBS-website: 1 oktober 27 Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek Voorburg/Heerlen 27 Verklaring der tekens. =

Nadere informatie

Macro-economische Ontwikkelingen

Macro-economische Ontwikkelingen Macro-economische Ontwikkelingen e kwartaal 1 Bijlage II Overall conclusie De Nederlandse economie groeit naar verwachting met 1¾% in 1 en met 1½% in 11. De toename van het bbp komt bijna volledig voor

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.

Nadere informatie

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Zie steeds de eenvoud!! havo Frans Etman Hoog- of laagconjunctuur Het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) heeft 2 filmpjes gemaakt over de indicatoren van de economie.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2007-I 4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 twee van de volgende voorbeelden

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 0,15 0,12 100% = 25%

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Arbeid = arbeiders = mensen

Arbeid = arbeiders = mensen Vraag van en aanbod naar arbeid Arbeid = arbeiders = mensen De vraag naar mensen = werkenden Het aanbod van mensen = beroepsbevolking Participatiegraad Beroepsbevolking / beroepsgeschikte bevolking * 100%

Nadere informatie

HAAGSE MONITOR RECESSIECIJFERS januari 2010

HAAGSE MONITOR RECESSIECIJFERS januari 2010 Pagina // Bijlage HAAGSE MONITOR RECESSIECIJFERS uari Deze monitor geeft zowel prognoses als gerealiseerde cijfers weer. Het vaststellen van gerealiseerde cijfers kost tijd, maar worden, zodra deze bekend

Nadere informatie

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Zie steeds de eenvoud!! vwo Frans Etman Hoog- of laagconjunctuur Het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) heeft 2 filmpjes gemaakt over de indicatoren van de economie.

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid Werkgelegenheid Aanbod van arbeid: b Marktmechanisme Loonkosten per product

Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid Werkgelegenheid Aanbod van arbeid: b Marktmechanisme Loonkosten per product Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid = mensen Door werkgevers: bedrijven en overheid Werkgelegenheid Hoe lager het loon, hoe groter de vraag naar arbeid Aanbod van arbeid: beroepsbevolking (iedereen tussen de

Nadere informatie

5.1 Wie is er werkloos?

5.1 Wie is er werkloos? 5.1 Wie is er werkloos? Volgens het CBS behoren mensen tot de werkloze beroepsbevolking als ze een leeftijd hebben van 15 tot en met 64 jaar, minder dan 12 uur werken, actief op zoek zijn naar betaald

Nadere informatie

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2 Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2 Als je moet kiezen welk plaatje je op je cijferlijst zou willen hebben,

Nadere informatie

Economische ontwikkelingen in 2013 en vooruitzichten voor 2014

Economische ontwikkelingen in 2013 en vooruitzichten voor 2014 PERSBERICHT NR. 2013-009 Curaçao Economische ontwikkelingen in 2013 en vooruitzichten voor 2014 Na de economische krimp van 0,1% in 2012, neemt naar verwachting het reële Bruto Binnenlands Product van

Nadere informatie

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE VRIJDAG 16 DECEMBER UUR

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE VRIJDAG 16 DECEMBER UUR SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE VRIJDAG 16 DECEMBER 2016 15.30-17.00 UUR SPD Bedrijfsadministratie Algemene economie vrijdag 16 december 2016 B / 12 2016 NGO-ENS B / 12 Opgave

Nadere informatie

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8 betalingsbalans Zweden behoort tot de EU maar (nog) niet tot de EMU. Dat maakt Zweden een leuk land voor opgaven over wisselkoersen, waarbij een vrij zwevende kroon overgaat naar een kroon met een vaste

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis

De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis De besparingen van Amerikaanse huis houdens na de financiële crisis De besparingen van Amerikaanse gezinnen bereikten vlak voor de crisis een naoorlogs dieptepunt. Na de crisis moeten huishoudens fors

Nadere informatie

H2: Economisch denken

H2: Economisch denken H2: Economisch denken 1 : Produceren Produceren: Het voortbrengen van goederen en diensten met behulp van de productiefactoren door bedrijven en de overheid. Alleen bedrijven en de overheid kunnen produceren

Nadere informatie

Macro-economische Ontwikkelingen

Macro-economische Ontwikkelingen Macro-economische Ontwikkelingen e kwartaal 8 Overall conclusie De kredietcrisis zorgt voor een terugval van de economische bedrijvigheid in Nederland die sinds het begin van de jaren tachtig niet is voorgekomen.

Nadere informatie

VUT-fondsen kalven af

VUT-fondsen kalven af 132 VUT-fondsen kalven af Drs. J.L. Gebraad en mw. T.R. Paff Publicatiedatum CBS-website: 03-07-2013 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig cijfer ** nader voorlopig cijfer

Nadere informatie

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro.

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro. Grote opgave personele inkomensverdeling Blz. 1 van 4 personele inkomensverdeling Inkomensverschillen tussen personen kunnen te maken hebben met de verschillende soorten inkomen. 1 Noem drie soorten primair

Nadere informatie

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

BIJLAGE A bij het. voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 20.12.2010 COM(2010) 774 definitief Bijlage A/Hoofdstuk 14 BIJLAGE A bij het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het Europees

Nadere informatie

Examen VWO. economie. tijdvak 2 woensdag 19 juni 13.30-16.30 uur

Examen VWO. economie. tijdvak 2 woensdag 19 juni 13.30-16.30 uur Examen VWO 2013 tijdvak 2 woensdag 19 juni 13.30-16.30 uur economie Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 59 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een

Nadere informatie

Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen

Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen Voorbeeldcasussen workshop DELFI-tool t.b.v. de LWEO Conferentie 2016. Auteurs: Íde Kearney en Robert Vermeulen De voorbeelden in de casussen zijn verzonnen door de auteurs en komen niet noodzakelijkerwijs

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II 4 Antwoordmodel Opgave voorbeeld van een juiste berekening: 84.760.000 4 = 2.080 uur 63.000 2 voorbeeld van een juist antwoord: Een antwoord waaruit blijkt dat uitzendkrachten in deeltijd werken. 3 voorbeelden

Nadere informatie

Macro-economische Ontwikkelingen

Macro-economische Ontwikkelingen Macro-economische Ontwikkelingen e kwartaal 1 BIJLAGE II Overall conclusie De Nederlandse economie groeit in 1 naar verwachting met 1¼%. Voor komend jaar wordt een groei van 1¾% voorzien. De toename van

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

De Europese schuldencrisis heeft aangetoond dat een zeer hoog niveau

De Europese schuldencrisis heeft aangetoond dat een zeer hoog niveau Chapter 6 Samenvatting (Dutch summary) De Europese schuldencrisis heeft aangetoond dat een zeer hoog niveau van de staatsschuld kan leiden tot oplopende rentelasten die economisch herstel tegengaan. In

Nadere informatie

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel Na de snelle daling van de bedrijfswinsten door de kredietcrisis, is er recentelijk weer sprake van winstherstel. De crisis heeft echter geen gat geslagen in de grote financiële buffers van bedrijven.

Nadere informatie

Persbericht. Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal Centraal Bureau voor de Statistiek. Kwartaal-op-kwartaalgroei aangetrokken

Persbericht. Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal Centraal Bureau voor de Statistiek. Kwartaal-op-kwartaalgroei aangetrokken Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB04-103 1 juli 2004 9.30 uur Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal 2004 De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2004 met 0,9 procent

Nadere informatie

Macro-economische Analyse 2013-1

Macro-economische Analyse 2013-1 Macro-economische Analyse 213-1 Macro-economische Ontwikkelingen 1e kwartaal 213 Conclusie Ten opzichte van het laatste kwartaal van 212 staan minder signalen op 'rood', maar van een structureel economisch

Nadere informatie

Valutamarkt. fransetman.nl

Valutamarkt. fransetman.nl euro in dollar wisselkoers Wisselkoers (ontstaat op valutamarkt) Waarde van een munt uitgedrukt in een andere munt Waardoor kan de vraag naar en het aanbod van veranderen? De wisselkoers van de euro in

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,4 % in het eerste kwartaal van 2014

De economische groei bedraagt 0,4 % in het eerste kwartaal van 2014 Instituut voor de nationale rekeningen 2014-04-30 Links Publicatie BelgoStat On-line Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,4 % in het eerste kwartaal van 2014 Bij een stijging van 0,3 % in

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Vooral minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Vooral minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB02-252 10 december 2002 9.30 uur Werkgelegenheid groeit in de zorg en daalt in het bedrijfsleven In het derde kwartaal van 2002 is het aantal banen van

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

beleggingen n van institutionele beleggers in 2008

beleggingen n van institutionele beleggers in 2008 8 Financiële crisis r slaat gat in de beleggingen n van institutionele beleggers in 28 drs. J.L. Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 27 oktober 29 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken

Nadere informatie

bruto inkomen (per persoon)

bruto inkomen (per persoon) Opgave 1 Lorenzcurve en economische kringloop Definities: Bruto inkomen Loon/pensioen, interest, winst/dividend, huur/pacht Netto inkomen Bruto inkomen inkomstenbelasting (IB) Netto besteedbaar inkomen

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2012-Q1

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2012-Q1 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2012-Q1 NVM Data & Research 2 april 2012 Inhoudsopgave 1 Samenvatting... 3 2 Inleiding: beschrijving van de gebruikte betaalbaarheidsindicatoren en grafieken...

Nadere informatie

BIJLAGE. bij de DISCUSSIENOTA OVER DE VERDIEPING VAN DE ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE

BIJLAGE. bij de DISCUSSIENOTA OVER DE VERDIEPING VAN DE ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE EUROPESE COMMISSIE Brussel, 31.5.2017 COM(2017) 291 final ANNEX 3 BIJLAGE bij de DISCUSSIENOTA OVER DE VERDIEPING VAN DE ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE NL NL Bijlage 3. Voornaamste economische tendensen

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 Sarajane Marilfa Omouth Paramaribo, juni 2015 1. Inleiding De totale

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid stijgt opnieuw sterk

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid stijgt opnieuw sterk Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB03-092 20 mei 2003 9.30 uur Werkloosheid stijgt opnieuw sterk In de periode februari april 2003 telt de werkloze beroepsbevolking gemiddeld 392 duizend

Nadere informatie

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE WOENSDAG 9 MAART UUR

SPD Bedrijfsadministratie. Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE WOENSDAG 9 MAART UUR SPD Bedrijfsadministratie Correctiemodel ALGEMENE ECONOMIE WOENSDAG 9 MAART 2016 08.45-10.15 UUR SPD Bedrijfsadministratie Algemene economie Woensdag 9 maart 2016 B / 9 2015 NGO-ENS B / 9 Opgave 1 (21

Nadere informatie

UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015

UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015 VAK : ECONOMIE 1 DATUM : DINSDAG 16 JUNI 2015 TIJD : 07.45-10.15 UUR Aantal opgaven bij dit vak : 3 Aantal pagina s : 5; Calculator

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016 Instituut voor de nationale rekeningen PERSCOMMUNIQUÉ 28-4-2016 Links: Publicatie NBB.Stat Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016 Over het hele jaar 2015

Nadere informatie